Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder:
- "ACTIRIS" : de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling, gereglementeerd door de ordonnantie van 18 januari 2001 houdende organisatie en werking van de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
- "BIM" : Het Brussels Instituut voor Milieubeheer, opgericht bij Koninklijk Besluit van 8 maart 1989 tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer, bevestigd door artikel 41 van de wet van 16 juni 1989 houdende diverse institutionele hervormingen;
- "CIBG" : het Centrum voor Informatica voor het Brusselse Gewest, opgericht door artikel 27 van de wet van 21 augustus 1987 tot wijziging van de wet houdende organisatie van de agglomeraties en federaties van gemeenten en houdende bepalingen betreffende het Brusselse Gewest;
- "INNOVIRIS": het Instituut ter Bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel, opgericht bij ordonnantie van 26 juni 2003 houdende oprichting van het Instituut ter Bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel;
- "Haven van Brussel" : de Gewestelijke Maatschappij van de Haven Van Brussel, opgericht bij ordonnantie van 3 december 1992 betreffende de exploitatie en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven, en de aanhorigheden ervan in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest;
- "DBDMH" : de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp, opgericht bij ordonnantie van 19 juli 1990 houdende oprichting van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp;
- "Bruxelles-Formation" : het Franstalige Brusselse Instituut voor Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van 17 maart 1994 houdende oprichting van het Franstalig Brussels Instituut voor de Beroepsopleiding;
- "Observatorium voor Gezondheid en Welzijn" : de studiedienst van de diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
- "ETNIC" : Het Overheidsbedrijf voor de Nieuwe Informatie- en Communicatietechnologieën, opgericht bij het decreet van de Franse Gemeenschap van 27 maart 2002 houdende de oprichting van het Overheidsbedrijf voor de Nieuwe Informatie- en Communicatietechnologieën van de Franse Gemeenschap;
- "VDAB" : Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van het Vlaams Parlement van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
- "de Minister" : de Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering die het Instituut onder zijn bevoegdheid heeft.
- "het Instituut" : het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse.
§ 2. Zijn van toepassing op dit besluit de definities die zijn vermeld in artikel 2 van de ordonnantie van 3 april 2014 betreffende de gewestelijke statistiek.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
26 NOVEMBER 2015. - Besluit betreffende de coördinatie van de gewestelijke statistiek en de werking van het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-12-2015 en tekstbijwerking tot 08-09-2017)
Titre
26 NOVEMBRE 2015. - Arrêté relatif à la coordination de la statistique régionale et au fonctionnement de l'Institut bruxellois de Statistique et d'Analyse(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-12-2015 et mise à jour au 08-09-2017)
Informations sur le document
Numac: 2015031899
Datum: 2015-11-26
Info du document
Numac: 2015031899
Date: 2015-11-26
Table des matières
Hoofdstuk I. - Definities
Hoofdstuk II. - Over het Gewestelijk Technisch ...
Hoofdstuk III. - Over het Brussels Instituut vo...
Afdeling 1. - Doel en opdrachten
Afdeling 2. - Beheer van het Instituut
Subafdeling 1. - Over het Stuurcomité
Subafdeling 2. - Over de bevoegdheden van de di...
Afdeling 3. - Over de adviseur inzake informati...
Table des matières
Chapitre Ier. - Définitions
Chapitre II. - Du Comité Technique Régional pou...
Chapitre III. - De l'Institut bruxellois de Sta...
Section 1re. - Objet et missions
Section 2. - Gestion de l'Institut
Sous-section 1re. - Du Comité de pilotage
Sous-section 2. - Des attributions du directeur...
Section 3. - Du consultant en sécurité de l'inf...
Tekst (31)
Texte (31)
Hoofdstuk I. - Definities
Chapitre Ier. - Définitions
Article 1er. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
- " ACTIRIS " : l'Office régional bruxellois de l'Emploi, réglementé par l'ordonnance du 18 janvier 2001 portant organisation et fonctionnement de l'Office régional bruxellois de l'Emploi ;
- " IBGE " : l'Institut bruxellois pour la Gestion de l'Environnement, créé par l'arrêté royal du 8 mars 1989 créant l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement, confirmé par l'article 41 de la loi du 16 juin 1989 portant diverses réformes institutionnelles ;
- " CIRB " : le Centre d'Informatique pour la Région Bruxelloise, créé par l'article 27 de la loi du 21 août 1987 organisant les agglomérations et les fédérations de communes et portant dispositions relatives à la Région bruxelloise ;
- " INNOVIRIS " : l'Institut d'Encouragement de la Recherche scientifique et de l'Innovation de Bruxelles, créé par l'ordonnance du 26 juin 2003 portant création de l'Institut d'Encouragement de la Recherche scientifique et de l'Innovation de Bruxelles ;
- " Port de Bruxelles " : la Société régionale du Port de Bruxelles, créée par l'ordonnance du 3 décembre 1992 relative à l'exploitation et au développement du canal, du port, de l'avant-port et de leurs dépendances dans la Région de Bruxelles-Capitale ;
- " SIAMU " : le Service d'Incendie et d'Aide médicale urgente de la Région de Bruxelles-Capitale, créé par l'ordonnance du 19 juillet 1990 portant création d'un Service d'incendie et d'aide médicale urgente de la Région de Bruxelles-Capitale ;
- " Bruxelles-Formation " : l'Institut bruxellois francophone pour la Formation Professionnelle, créé par le décret de la Commission communautaire française du 17 mars 1994 portant création de l'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle ;
- " Observatoire de la Santé et du Social " : le Service d'Etudes constitué au sein des Services du Collège réuni de la Commission communautaire commune ;
- " ETNIC " : L'Entreprise des Technologies Nouvelles de l'Information et de la Communication de la Communauté française, créée par le décret de la Communauté française du 27 mars 2002 portant création de l'Entreprise des Technologies Nouvelles de l'Information et de la Communication de la Communauté française ;
- " VDAB " : Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, créé par le décret du Conseil flamand du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ;
- " le Ministre " : le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ayant l'Institut dans ses attributions.
- " l'Institut " : l'Institut bruxellois de Statistique et d'Analyse.
§ 2. Sont applicables au présent arrêté les définitions énoncées à l'article 2 de l'ordonnance du 3 avril 2014 relative à la statistique régionale.
- " ACTIRIS " : l'Office régional bruxellois de l'Emploi, réglementé par l'ordonnance du 18 janvier 2001 portant organisation et fonctionnement de l'Office régional bruxellois de l'Emploi ;
- " IBGE " : l'Institut bruxellois pour la Gestion de l'Environnement, créé par l'arrêté royal du 8 mars 1989 créant l'Institut bruxellois pour la gestion de l'environnement, confirmé par l'article 41 de la loi du 16 juin 1989 portant diverses réformes institutionnelles ;
- " CIRB " : le Centre d'Informatique pour la Région Bruxelloise, créé par l'article 27 de la loi du 21 août 1987 organisant les agglomérations et les fédérations de communes et portant dispositions relatives à la Région bruxelloise ;
- " INNOVIRIS " : l'Institut d'Encouragement de la Recherche scientifique et de l'Innovation de Bruxelles, créé par l'ordonnance du 26 juin 2003 portant création de l'Institut d'Encouragement de la Recherche scientifique et de l'Innovation de Bruxelles ;
- " Port de Bruxelles " : la Société régionale du Port de Bruxelles, créée par l'ordonnance du 3 décembre 1992 relative à l'exploitation et au développement du canal, du port, de l'avant-port et de leurs dépendances dans la Région de Bruxelles-Capitale ;
- " SIAMU " : le Service d'Incendie et d'Aide médicale urgente de la Région de Bruxelles-Capitale, créé par l'ordonnance du 19 juillet 1990 portant création d'un Service d'incendie et d'aide médicale urgente de la Région de Bruxelles-Capitale ;
- " Bruxelles-Formation " : l'Institut bruxellois francophone pour la Formation Professionnelle, créé par le décret de la Commission communautaire française du 17 mars 1994 portant création de l'Institut bruxellois francophone pour la Formation professionnelle ;
- " Observatoire de la Santé et du Social " : le Service d'Etudes constitué au sein des Services du Collège réuni de la Commission communautaire commune ;
- " ETNIC " : L'Entreprise des Technologies Nouvelles de l'Information et de la Communication de la Communauté française, créée par le décret de la Communauté française du 27 mars 2002 portant création de l'Entreprise des Technologies Nouvelles de l'Information et de la Communication de la Communauté française ;
- " VDAB " : Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, créé par le décret du Conseil flamand du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ;
- " le Ministre " : le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ayant l'Institut dans ses attributions.
- " l'Institut " : l'Institut bruxellois de Statistique et d'Analyse.
§ 2. Sont applicables au présent arrêté les définitions énoncées à l'article 2 de l'ordonnance du 3 avril 2014 relative à la statistique régionale.
Hoofdstuk II. - Over het Gewestelijk Technisch Comité voor Statistiek en Analyse
Chapitre II. - Du Comité Technique Régional pour la Statistique et l'Analyse
Art.2. [1 § 1. Het Gewestelijk Technisch Comité voor Statistiek en Analyse, dat binnen het Instituut is opgericht, is samengesteld uit de volgende leden :
1° negen leden die afkomstig zijn van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel :
a) een vertegenwoordiger van Brussel Huisvesting;
b) een vertegenwoordiger van Brussel Stedenbouw en Erfgoed;
c) twee vertegenwoordigers van Brussel Plaatselijke Besturen, respectievelijk afkomstig van de Directie Financiën en van de Directie Gesubsidieerde Werken;
d) een vertegenwoordiger van Brussel Financiën en Begroting;
e) een vertegenwoordiger van Brussel Mobiliteit;
f) een vertegenwoordiger van Brussel Economie en Werkgelegenheid;
g) een vertegenwoordiger van de Directie Juridische Zaken van Brussel Gewestelijke Coördinatie;
h) een vertegenwoordiger van het Secretariaat-generaal van Brussel Gewestelijke Coördinatie;
2° de directeur van het Instituut;
3° een vertegenwoordiger van het Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid, opgericht binnen ACTIRIS;
4° een vertegenwoordiger van het Brussels Planningsbureau;
5° een vertegenwoordiger van het BIM;
6° een vertegenwoordiger van het CIBG;
7° een vertegenwoordiger van INNOVIRIS;
8° een vertegenwoordiger van de haven van Brussel;
9° een vertegenwoordiger van de DBDMH;
10° een vertegenwoordiger van de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Brussel;
11° een vertegenwoordiger van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
12° een vertegenwoordiger van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij;
13° een vertegenwoordiger van de Maatschappij voor Intercommunaal Vervoer van Brussel;
14° een vertegenwoordiger van de Vereniging voor Steden en Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
15° een vertegenwoordiger van het Gewestelijk Agentschap voor netheid
16° een vertegenwoordiger van Brussel - Preventie & Veiligheid;
17° een vertegenwoordiger van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit;
18° Een vertegenwoordiger van VisitBrussels, een vertegenwoordiger van Bruxelles Formation, een vertegenwoordiger van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn, een vertegenwoordiger van ETNIC, een vertegenwoordiger van de VDAB en een vertegenwoordiger van de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden uitgenodigd op het Gewestelijk Technisch Comité voor Statistiek en Analyse, maar zijn niet stemgerechtigd.
19° Elk Bestuur bedoeld in het eerste lid, 1°, beschikt over een stemgerechtigde stem, net als de Directie Juridische Zaken en het Secretariaat-generaal van Brussel Gewestelijke Coördinatie van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel. Elke entiteit bedoeld in het eerste lid, 2° tot 17° is stemgerechtigd.
Het Comité kan de minister de aanstelling voorstellen van nieuwe leden die worden uitgenodigd op zijn werkzaamheden, zonder stemgerechtigd te zijn.]1
1° negen leden die afkomstig zijn van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel :
a) een vertegenwoordiger van Brussel Huisvesting;
b) een vertegenwoordiger van Brussel Stedenbouw en Erfgoed;
c) twee vertegenwoordigers van Brussel Plaatselijke Besturen, respectievelijk afkomstig van de Directie Financiën en van de Directie Gesubsidieerde Werken;
d) een vertegenwoordiger van Brussel Financiën en Begroting;
e) een vertegenwoordiger van Brussel Mobiliteit;
f) een vertegenwoordiger van Brussel Economie en Werkgelegenheid;
g) een vertegenwoordiger van de Directie Juridische Zaken van Brussel Gewestelijke Coördinatie;
h) een vertegenwoordiger van het Secretariaat-generaal van Brussel Gewestelijke Coördinatie;
2° de directeur van het Instituut;
3° een vertegenwoordiger van het Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid, opgericht binnen ACTIRIS;
4° een vertegenwoordiger van het Brussels Planningsbureau;
5° een vertegenwoordiger van het BIM;
6° een vertegenwoordiger van het CIBG;
7° een vertegenwoordiger van INNOVIRIS;
8° een vertegenwoordiger van de haven van Brussel;
9° een vertegenwoordiger van de DBDMH;
10° een vertegenwoordiger van de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Brussel;
11° een vertegenwoordiger van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
12° een vertegenwoordiger van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij;
13° een vertegenwoordiger van de Maatschappij voor Intercommunaal Vervoer van Brussel;
14° een vertegenwoordiger van de Vereniging voor Steden en Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
15° een vertegenwoordiger van het Gewestelijk Agentschap voor netheid
16° een vertegenwoordiger van Brussel - Preventie & Veiligheid;
17° een vertegenwoordiger van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit;
18° Een vertegenwoordiger van VisitBrussels, een vertegenwoordiger van Bruxelles Formation, een vertegenwoordiger van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn, een vertegenwoordiger van ETNIC, een vertegenwoordiger van de VDAB en een vertegenwoordiger van de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden uitgenodigd op het Gewestelijk Technisch Comité voor Statistiek en Analyse, maar zijn niet stemgerechtigd.
19° Elk Bestuur bedoeld in het eerste lid, 1°, beschikt over een stemgerechtigde stem, net als de Directie Juridische Zaken en het Secretariaat-generaal van Brussel Gewestelijke Coördinatie van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel. Elke entiteit bedoeld in het eerste lid, 2° tot 17° is stemgerechtigd.
Het Comité kan de minister de aanstelling voorstellen van nieuwe leden die worden uitgenodigd op zijn werkzaamheden, zonder stemgerechtigd te zijn.]1
Modifications
Art.2. [1 § 1er. Le Comité Technique Régional pour la Statistique et l'Analyse, créé auprès de l'Institut, est composé des membres suivants :
1° neuf membres émanant du Service public régional de Bruxelles :
a) un représentant de Bruxelles Logement;
b) un représentant de Bruxelles Urbanisme et Patrimoine;
c) deux représentants de Bruxelles Pouvoirs Locaux, émanant respectivement de la Direction Finances et de la Direction Travaux subsidiés;
d) un représentant de Bruxelles Finances et Budget;
e) un représentant de Bruxelles Mobilité;
f) un représentant de Bruxelles de l'Economie et de l'Emploi;
g) un représentant de la Direction des Affaires Juridique de Bruxelles Coordination Régional;
h) un représentant du Secrétariat général de Bruxelles Coordination Régional;
2° le directeur de l'Institut;
3° un représentant de l'Observatoire de l'Emploi, créé au sein d'ACTIRIS;
4° un représentant du Bureau bruxellois de la planification;
5° un représentant de l'IBGE;
6° un représentant du CIRB;
7° un représentant d'INNOVIRIS;
8° un représentant du Port de Bruxelles;
9° un représentant du SIAMU;
10° un représentant de la Société régionale d'Investissement de Bruxelles;
11° un représentant de la Société de Développement pour la Région de Bruxelles-Capitale;
12° un représentant de la Société du Logement de la Région bruxelloise;
13° un représentant de la Société des Transports Intercommunaux de Bruxelles;
14° un représentant de l'Association des Villes et Communes de la Région de Bruxelles-Capitale;
15° un représentant de l'Agence régionale de propreté;
16° un représentant de Bruxelles - Prévention & Sécurité;
17° un représentant du Service public régional de Bruxelles Fiscalité;
18° Un représentant de VisitBrussels, un représentant de Bruxelles Formation, un représentant de l'Observatoire de la Santé et du Social, un représentant de l'ETNIC, un représentant du VDAB et un représentant de la Vlaamse Gemeenschapscommissie sont invités au Comité Technique Régional pour la Statistique, sans voix délibérative.
19° Chaque Administration visée au premier alinéa, 1°, dispose d'une voix délibérative, de même que la de la Direction des Affaires Juridique et le Secrétariat général de Bruxelles Coordination Régional du Service Public régional de Bruxelles. Chaque entité visée au premier alinéa, 2° à 17° dispose d'une voix délibérative.
Le Comité peut proposer au ministre la désignation de nouveaux membres invités à ses travaux, sans voix délibérative.]1
1° neuf membres émanant du Service public régional de Bruxelles :
a) un représentant de Bruxelles Logement;
b) un représentant de Bruxelles Urbanisme et Patrimoine;
c) deux représentants de Bruxelles Pouvoirs Locaux, émanant respectivement de la Direction Finances et de la Direction Travaux subsidiés;
d) un représentant de Bruxelles Finances et Budget;
e) un représentant de Bruxelles Mobilité;
f) un représentant de Bruxelles de l'Economie et de l'Emploi;
g) un représentant de la Direction des Affaires Juridique de Bruxelles Coordination Régional;
h) un représentant du Secrétariat général de Bruxelles Coordination Régional;
2° le directeur de l'Institut;
3° un représentant de l'Observatoire de l'Emploi, créé au sein d'ACTIRIS;
4° un représentant du Bureau bruxellois de la planification;
5° un représentant de l'IBGE;
6° un représentant du CIRB;
7° un représentant d'INNOVIRIS;
8° un représentant du Port de Bruxelles;
9° un représentant du SIAMU;
10° un représentant de la Société régionale d'Investissement de Bruxelles;
11° un représentant de la Société de Développement pour la Région de Bruxelles-Capitale;
12° un représentant de la Société du Logement de la Région bruxelloise;
13° un représentant de la Société des Transports Intercommunaux de Bruxelles;
14° un représentant de l'Association des Villes et Communes de la Région de Bruxelles-Capitale;
15° un représentant de l'Agence régionale de propreté;
16° un représentant de Bruxelles - Prévention & Sécurité;
17° un représentant du Service public régional de Bruxelles Fiscalité;
18° Un représentant de VisitBrussels, un représentant de Bruxelles Formation, un représentant de l'Observatoire de la Santé et du Social, un représentant de l'ETNIC, un représentant du VDAB et un représentant de la Vlaamse Gemeenschapscommissie sont invités au Comité Technique Régional pour la Statistique, sans voix délibérative.
19° Chaque Administration visée au premier alinéa, 1°, dispose d'une voix délibérative, de même que la de la Direction des Affaires Juridique et le Secrétariat général de Bruxelles Coordination Régional du Service Public régional de Bruxelles. Chaque entité visée au premier alinéa, 2° à 17° dispose d'une voix délibérative.
Le Comité peut proposer au ministre la désignation de nouveaux membres invités à ses travaux, sans voix délibérative.]1
Modifications
Art.3. [1 De leden bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°, worden aangesteld door de minister die bevoegd is voor het Bestuur of een directie van het Bestuur in kwestie.
De leden bedoeld in artikel 2, eerste lid, 3° tot 17° en tweede lid worden aangesteld door de minister die deze entiteit onder zijn bevoegdheid heeft of door het bevoegde orgaan binnen deze entiteit.]1
De leden bedoeld in artikel 2, eerste lid, 3° tot 17° en tweede lid worden aangesteld door de minister die deze entiteit onder zijn bevoegdheid heeft of door het bevoegde orgaan binnen deze entiteit.]1
Modifications
Art.3. [1 Les membres visés à l'article 2, premier alinéa, 1° sont désignés par le ministre respectivement compétent pour l'Administration ou une direction de l'Administration.
Les membres visés à l'article 2, premier alinéa, 3° à 17° et deuxième alinéa sont désignés par le ministre ayant cette entité dans ses attributions ou par l'organe compétent au sein de cette entité.]1
Les membres visés à l'article 2, premier alinéa, 3° à 17° et deuxième alinéa sont désignés par le ministre ayant cette entité dans ses attributions ou par l'organe compétent au sein de cette entité.]1
Modifications
Art.4. Het voorzitterschap van het Gewestelijk Technisch Comité voor de Statistiek wordt verzekerd door de directeur van het Instituut.
Art.4. La présidence du Comité Technique Régional pour la Statistique est assurée par le directeur de l'Institut.
Art.5. Het Comité keurt zijn adviezen en beslissingen goed via consensus.
Bij gebrek aan consensus vastgesteld door de Voorzitter van het Comité, worden de adviezen en beslissingen van het Comité voorgelegd aan een stemming met stemmenmeerderheid. In geval van staking van stemmen is de stem van de Voorzitter doorslaggevend.
Het Comité kan enkel beraadslagen indien de meerderheid van zijn stemgerechtigde leden aanwezig is. Indien dit quorum niet wordt gehaald, wordt het te bespreken punt verschoven naar de volgende zitting. Het Comité beraadslaagt en beslist dan rechtsgeldig over dat punt, ongeacht het aantal aanwezige leden.
Bij gebrek aan consensus vastgesteld door de Voorzitter van het Comité, worden de adviezen en beslissingen van het Comité voorgelegd aan een stemming met stemmenmeerderheid. In geval van staking van stemmen is de stem van de Voorzitter doorslaggevend.
Het Comité kan enkel beraadslagen indien de meerderheid van zijn stemgerechtigde leden aanwezig is. Indien dit quorum niet wordt gehaald, wordt het te bespreken punt verschoven naar de volgende zitting. Het Comité beraadslaagt en beslist dan rechtsgeldig over dat punt, ongeacht het aantal aanwezige leden.
Art.5. Le Comité adopte ses avis et résolutions par consensus.
A défaut de consensus, constaté par le Président du Comité, les avis et résolutions du Comité sont soumises à un vote à la majorité des voix. En cas de partage des voix, la voix du Président est prépondérante.
Le Comité ne peut délibérer que si la majorité de ses membres disposant d'une voix délibérative sont présents. Si ce quorum n'est pas atteint, le point à discuter est renvoyé à la séance suivante. Le Comité délibère alors valablement sur ce point quel que soit le nombre de membres présents.
A défaut de consensus, constaté par le Président du Comité, les avis et résolutions du Comité sont soumises à un vote à la majorité des voix. En cas de partage des voix, la voix du Président est prépondérante.
Le Comité ne peut délibérer que si la majorité de ses membres disposant d'une voix délibérative sont présents. Si ce quorum n'est pas atteint, le point à discuter est renvoyé à la séance suivante. Le Comité délibère alors valablement sur ce point quel que soit le nombre de membres présents.
Art.6. Het Gewestelijk Technisch Comité voor de Statistiek kan elke persoon uitnodigen die het nuttig acht te horen.
Art.6. Le Comité Technique Régional pour la Statistique peut inviter toute personne qu'il juge utile d'entendre.
Art.7. Het Gewestelijk Technisch Comité voor de Statistiek stelt zijn huishoudelijk reglement op.
Art.7. Le Comité Technique Régional pour la Statistique établit son règlement d'ordre intérieur.
Art.8. De mandaten van het Gewestelijk Technisch Comité voor de Statistiek zijn onbezoldigd.
Art.8. Les mandats au Comité Technique Régional pour la Statistique ne sont pas rémunérés.
Hoofdstuk III. - Over het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse
Chapitre III. - De l'Institut bruxellois de Statistique et d'Analyse
Afdeling 1. - Doel en opdrachten
Section 1re. - Objet et missions
Art.9. Het Brussels Instituut voor Statistiek en Analyse is de statistische autoriteit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het voert de volgende opdrachten uit:
- het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voorzien van een systeem van seriële kwantitatieve gegevens;
- het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voorzien van hulpmiddelen voor de sociaal-economische analyse;
- sociaal-economische en toekomstgerichte macro-economische analyses maken;
- de statistieken en de resultaten van de analyses van het Instituut ter beschikking stellen van het publiek, met inachtneming van de voorwaarden vermeld in artikel 7 van de ordonnantie van 3 april 2014 betreffende de gewestelijke statistiek;
- het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vertegenwoordigen bij de gewestelijke en nationale statistische en economische instanties;
- het openbaar beleid op vraag van de Regering evalueren.
- het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voorzien van een systeem van seriële kwantitatieve gegevens;
- het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voorzien van hulpmiddelen voor de sociaal-economische analyse;
- sociaal-economische en toekomstgerichte macro-economische analyses maken;
- de statistieken en de resultaten van de analyses van het Instituut ter beschikking stellen van het publiek, met inachtneming van de voorwaarden vermeld in artikel 7 van de ordonnantie van 3 april 2014 betreffende de gewestelijke statistiek;
- het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vertegenwoordigen bij de gewestelijke en nationale statistische en economische instanties;
- het openbaar beleid op vraag van de Regering evalueren.
Art.9. L'Institut bruxellois de Statistique et d'Analyse est l'autorité statistique de la Région de Bruxelles-Capitale. Il exécute les missions suivantes :
- doter la Région de Bruxelles-Capitale d'un système de données quantitatives sérielles ;
- doter la Région de Bruxelles-Capitale d'outils destinés à l'analyse socio-économique ;
- réaliser des analyses socio-économiques et de prospective macro-économique ;
- mettre à disposition du public les statistiques et les résultats des analyses de l'Institut, dans le respect des conditions énoncées par l'article 7 de l'ordonnance du 3 avril 2014 relative à la statistique régionale ;
- représenter la Région de Bruxelles-Capitale auprès des instances statistiques et économiques régionales et nationales ;
- évaluer des politiques publiques à la demande du Gouvernement.
- doter la Région de Bruxelles-Capitale d'un système de données quantitatives sérielles ;
- doter la Région de Bruxelles-Capitale d'outils destinés à l'analyse socio-économique ;
- réaliser des analyses socio-économiques et de prospective macro-économique ;
- mettre à disposition du public les statistiques et les résultats des analyses de l'Institut, dans le respect des conditions énoncées par l'article 7 de l'ordonnance du 3 avril 2014 relative à la statistique régionale ;
- représenter la Région de Bruxelles-Capitale auprès des instances statistiques et économiques régionales et nationales ;
- évaluer des politiques publiques à la demande du Gouvernement.
Art.10. Het Instituut bezorgt de Regering en de Brusselse Raad voor evaluatie, toekomstonderzoek en statistiek een meerjarenprogramma van de werkzaamheden en een jaarlijks activiteitenverslag.
De Regering keurt het meerjarenprogramma van het Instituut goed.
De Regering keurt het meerjarenprogramma van het Instituut goed.
Art.10. L'Institut transmet au Gouvernement et au Conseil bruxellois de l'évaluation, de la prospective et de la statistique un programme pluriannuel de travaux ainsi qu'un rapport annuel d'activités.
Le Gouvernement approuve le programme pluriannuel de l'Institut.
Le Gouvernement approuve le programme pluriannuel de l'Institut.
Afdeling 2. - Beheer van het Instituut
Section 2. - Gestion de l'Institut
Subafdeling 1. - Over het Stuurcomité
Sous-section 1re. - Du Comité de pilotage
Art.11. Er wordt een Stuurcomité van het Instituut opgericht. Dit is samengesteld uit een vertegenwoordiger van elke Minister van de Regering en van elke Staatssecretaris bij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Het voorzitterschap van het Stuurcomité wordt waargenomen door de vertegenwoordiger van de Minister die het Instituut onder zijn bevoegdheid heeft.
Het Comité brengt een advies uit over het meerjarenprogramma van de werkzaamheden van het Instituut en keurt het jaarlijks activiteitenverslag goed.
Het advies wordt aan de Regering bezorgd binnen de twee maanden na de ontvangst van het meerjarenprogramma. De goedkeuring wordt aan de Regering bezorgd binnen de twee maanden na de ontvangst van het jaarlijks activiteitenverslag.
Het voorzitterschap van het Stuurcomité wordt waargenomen door de vertegenwoordiger van de Minister die het Instituut onder zijn bevoegdheid heeft.
Het Comité brengt een advies uit over het meerjarenprogramma van de werkzaamheden van het Instituut en keurt het jaarlijks activiteitenverslag goed.
Het advies wordt aan de Regering bezorgd binnen de twee maanden na de ontvangst van het meerjarenprogramma. De goedkeuring wordt aan de Regering bezorgd binnen de twee maanden na de ontvangst van het jaarlijks activiteitenverslag.
Art.11. Il est institué un Comité de pilotage de l'Institut. Celui-ci est composé d'un représentant de chaque Ministre du Gouvernement et de chaque Secrétaire d'Etat à la Région de Bruxelles-Capitale.
La présidence du Comité de pilotage est assurée par le représentant du Ministre qui a l'institut dans ses attributions.
Le Comité émet un avis sur le programme pluriannuel des travaux de l'Institut et approuve le rapport annuel d'activités.
L'avis est transmis au Gouvernement dans les deux mois suivant la réception du programme pluriannuel. L'approbation est transmise au Gouvernement dans les deux mois suivant la réception du rapport annuel d'activités.
La présidence du Comité de pilotage est assurée par le représentant du Ministre qui a l'institut dans ses attributions.
Le Comité émet un avis sur le programme pluriannuel des travaux de l'Institut et approuve le rapport annuel d'activités.
L'avis est transmis au Gouvernement dans les deux mois suivant la réception du programme pluriannuel. L'approbation est transmise au Gouvernement dans les deux mois suivant la réception du rapport annuel d'activités.
Subafdeling 2. - Over de bevoegdheden van de directeur van het Instituut
Sous-section 2. - Des attributions du directeur de l'Institut
Art.12. De directeur van het Instituut is bevoegd voor het nemen van de beslissingen met betrekking tot de organisatie van de werkzaamheden en de goede werking van het Instituut, met inbegrip van de indeling in subentiteiten, het beheer van de processen en het beheer van de communicatie. Hij verzekert de wetenschappelijke leiding van het Instituut.
Art.12. Le directeur de l'Institut est compétent pour la prise de décisions en ce qui concerne l'organisation des travaux et du bon fonctionnement de l'Institut, y compris la division en sous-entités, la gestion des processus et la gestion de la communication. Il assure la direction scientifique de l'Institut.
Afdeling 3. - Over de adviseur inzake informatiebeveiliging en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
Section 3. - Du consultant en sécurité de l'information et en protection de la vie privée
Art.13. Volgens de modaliteiten bepaald door en krachtens artikel 17bis van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens stelt de directeur van het Instituut een adviseur aan inzake informatiebeveiliging en bescherming van de persoonlijke levenssfeer (vermeld in verkorte vorm als "veiligheidsadviseur"), in de zin van artikel 10 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
Art.13. Le directeur de l'Institut désigne, selon les modalités fixées par et en vertu de l'article 17bis de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel, un consultant en sécurité de l'information et en protection de la vie privée (fonction désignée sous la forme abrégée " consultant en sécurité "), au sens de l'article 10 de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques.
Art.14. Met het oog op de gegevensbescherming is de veiligheidsadviseur belast met:
1° het geven van betrouwbare adviezen en aanbevelingen aan de directeur van het Instituut over alle aspecten op het vlak van de beveiliging van de informatie, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de directeur. De adviezen worden schriftelijk en met redenen omkleed gegeven, tenzij de risico's onvoldoende groot zijn. Binnen een maximumtermijn van twee maanden na de afgifte van het advies beslist de directeur het advies al dan niet te volgen en deelt hij zijn beslissing mee aan de veiligheidsadviseur. Wanneer de beslissing afwijkt van een schriftelijk advies van de veiligheidsadviseur, wordt zij schriftelijk en met redenen omkleed meegedeeld aan de veiligheidsadviseur;
2° het uitvoeren van de opdrachten die hem door de directeur van het Instituut worden toevertrouwd.
1° het geven van betrouwbare adviezen en aanbevelingen aan de directeur van het Instituut over alle aspecten op het vlak van de beveiliging van de informatie, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de directeur. De adviezen worden schriftelijk en met redenen omkleed gegeven, tenzij de risico's onvoldoende groot zijn. Binnen een maximumtermijn van twee maanden na de afgifte van het advies beslist de directeur het advies al dan niet te volgen en deelt hij zijn beslissing mee aan de veiligheidsadviseur. Wanneer de beslissing afwijkt van een schriftelijk advies van de veiligheidsadviseur, wordt zij schriftelijk en met redenen omkleed meegedeeld aan de veiligheidsadviseur;
2° het uitvoeren van de opdrachten die hem door de directeur van het Instituut worden toevertrouwd.
Art.14. En vue de la sécurité des données, le consultant en sécurité est chargé de :
1° rendre des avis et recommandations accrédités au directeur de l'Institut sur tous les aspects dans le domaine de la sécurité de l'information, de sa propre initiative ou à la demande du directeur. Les avis sont rendus par voie écrite et de façon motivée, à moins que les risques ne soient pas suffisamment graves. Dans un délai de maximum deux mois suivant la remise de l'avis, le directeur décide de suivre ou non l'avis et communique sa décision au consultant en sécurité. Lorsque la décision déroge à un avis écrit du consultant en sécurité, elle est communiquée par voie écrite et de façon motivée au consultant en sécurité ;
2° mettre en oeuvre les missions qui lui sont confiées par le directeur de l'Institut.
1° rendre des avis et recommandations accrédités au directeur de l'Institut sur tous les aspects dans le domaine de la sécurité de l'information, de sa propre initiative ou à la demande du directeur. Les avis sont rendus par voie écrite et de façon motivée, à moins que les risques ne soient pas suffisamment graves. Dans un délai de maximum deux mois suivant la remise de l'avis, le directeur décide de suivre ou non l'avis et communique sa décision au consultant en sécurité. Lorsque la décision déroge à un avis écrit du consultant en sécurité, elle est communiquée par voie écrite et de façon motivée au consultant en sécurité ;
2° mettre en oeuvre les missions qui lui sont confiées par le directeur de l'Institut.
Art.15. Bij het formuleren van adviezen en aanbevelingen neemt de veiligheidsadviseur altijd de noodzakelijke objectiviteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid in acht, ongeacht of hij in een of meerdere instanties of entiteiten een veiligheidsfunctie bekleedt. De adviezen en aanbevelingen worden gegeven met de vereiste deskundigheid ter zake.
Art.15. Le consultant en sécurité observe toujours l'objectivité, l'impartialité et l'indépendance nécessaires lors de la formulation d'avis et de recommandations, qu'il remplisse ou non une fonction de sécurité dans une ou plusieurs instances ou entités. Les avis et recommandations sont rendus avec l'expertise requise en la matière.
Art.16. De veiligheidsadviseur houdt alle informatie die hem wordt toevertrouwd of die hij kan raadplegen, horen of lezen in het kader van zijn opdrachten of van zijn beroepsactiviteiten strikt geheim, zowel de informatie betreffende zijn opdracht als die betreffende zijn collega's. De veiligheidsadviseur kan enkel in de volgende twee gevallen afwijken van deze algemene regel betreffende de geheimhouding van de informatie:
1° in de gevallen bepaald door of krachtens een wets-, ordonnantie- of reglementsbepaling;
2° na het schriftelijk akkoord te hebben gekregen van de derde die door de onthulling zal worden getroffen.
De veiligheidsadviseur ziet erop toe dat de geheimhoudingplicht, bedoeld in het eerste lid, in acht wordt genomen door zijn medewerkers en door elke persoon die in het kader van een opdracht handelt onder zijn verantwoordelijkheid.
Elke inbreuk op de geheimhoudingsplicht wordt bestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.
1° in de gevallen bepaald door of krachtens een wets-, ordonnantie- of reglementsbepaling;
2° na het schriftelijk akkoord te hebben gekregen van de derde die door de onthulling zal worden getroffen.
De veiligheidsadviseur ziet erop toe dat de geheimhoudingplicht, bedoeld in het eerste lid, in acht wordt genomen door zijn medewerkers en door elke persoon die in het kader van een opdracht handelt onder zijn verantwoordelijkheid.
Elke inbreuk op de geheimhoudingsplicht wordt bestraft overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.
Art.16. Le consultant en sécurité garde toute information qui lui est confiée ou qu'il peut consulter, entendre ou lire dans le cadre de ses missions ou de ses activités professionnelles strictement confidentielle, tant l'information afférente à sa mission que celle afférente à ses collègues. Le consultant en sécurité ne peut déroger à cette règle générale de confidentialité de l'information que dans les deux cas suivants :
1° dans les cas stipulés par ou en vertu d'une disposition légale, ordonnantielle ou réglementaire ;
2° après avoir obtenu l'accord écrit du tiers qui sera affecté par la révélation.
Le consultant en sécurité veille à ce que l'obligation de confidentialité, visée à l'alinéa premier, soit observée par ses collaborateurs et par chaque personne agissant sous sa responsabilité dans le cadre d'une mission.
Toute infraction à l'obligation de confidentialité est punie conformément à l'article 458 du Code pénal.
1° dans les cas stipulés par ou en vertu d'une disposition légale, ordonnantielle ou réglementaire ;
2° après avoir obtenu l'accord écrit du tiers qui sera affecté par la révélation.
Le consultant en sécurité veille à ce que l'obligation de confidentialité, visée à l'alinéa premier, soit observée par ses collaborateurs et par chaque personne agissant sous sa responsabilité dans le cadre d'une mission.
Toute infraction à l'obligation de confidentialité est punie conformément à l'article 458 du Code pénal.
Art.17. De veiligheidsadviseur stimuleert en ziet toe op de naleving van de veiligheidsvoorschriften die worden opgelegd door of krachtens een wets-, ordonnantie- of reglementsbepaling en gaat na of de personen die binnen het Instituut persoonsgegevens verwerken blijk geven van een gedrag dat de veiligheid bevordert.
De veiligheidsadviseur vergaart de documentatie die nodig is voor de beveiliging van de informatie. Alle vastgestelde inbreuken worden uitsluitend schriftelijk meegedeeld aan de directeur van het Instituut, voorzien van de noodzakelijke adviezen om dergelijke inbreuken in de toekomst te voorkomen.
De veiligheidsadviseur vergaart de documentatie die nodig is voor de beveiliging van de informatie. Alle vastgestelde inbreuken worden uitsluitend schriftelijk meegedeeld aan de directeur van het Instituut, voorzien van de noodzakelijke adviezen om dergelijke inbreuken in de toekomst te voorkomen.
Art.17. Le consultant en sécurité encourage et veille au respect des prescriptions de sécurité, imposées par ou en vertu d'une disposition légale, ordonnantielle ou réglementaire et vérifie si les personnes qui traitent des données à caractère personnel au sein de l'Institut, font preuve d'un comportement favorisant la sécurité.
Le consultant en sécurité réunit la documentation nécessaire sur la sécurité de l'information. Toutes les infractions constatées sont communiquées par écrit exclusivement au directeur de l'Institut, assorties des avis nécessaires pour prévenir de telles infractions à l'avenir.
Le consultant en sécurité réunit la documentation nécessaire sur la sécurité de l'information. Toutes les infractions constatées sont communiquées par écrit exclusivement au directeur de l'Institut, assorties des avis nécessaires pour prévenir de telles infractions à l'avenir.
Art.18. De veiligheidsadviseur kan niet van zijn functie worden ontheven wegens opinies die hij geeft of daden die hij stelt in het kader van de correcte uitoefening van zijn functie.
Art.18. Le consultant en sécurité ne peut être relevé de sa fonction en raison des opinions qu'il émet ou des actes qu'il accomplit dans le cadre de l'exercice correct de sa fonction.
Art.19. De veiligheidsadviseur heeft een grondige kennis van de informaticaomgeving van de betrokken instantie of entiteit en van de informatiebeveiliging. Hij werkt deze kennis doorlopend bij.
Art.19. Le consultant en sécurité a une connaissance solide de l'environnement informatique de l'instance ou de l'entité concernée et de la sécurité de l'information. Il ne cesse d'entretenir cette connaissance.
Art.20. De veiligheidsadviseur stelt een ontwerp van veiligheidsplan op voor een termijn van drie jaar, waarin de jaarlijkse middelen worden vermeld die nodig zijn voor de toepassing van het plan en legt het voor aan de directeur. Dit plan wordt minimum eenmaal per jaar herzien en desnoods bijgepast. Het ontwerp van veiligheidsplan wordt beschouwd als een advies zoals bedoeld in artikel 14, 1°.
Art.20. Le consultant en sécurité établit un projet de plan de sécurité pour un délai de trois ans, dans lequel sont mentionnés les moyens annuels requis pour la mise en oeuvre du plan et le soumet au directeur. Ce plan est révisé au moins une fois par an et ajusté si nécessaire. Le projet de plan de sécurité est considéré comme un avis tel que visé à l'article 14, 1°.
Art.21. De veiligheidsadviseur stelt een jaarverslag op ter attentie van de directeur van het Instituut. Dit jaarverslag bevat minimaal:
1° een algemeen overzicht van de veiligheidssituatie, van de ontwikkelingen tijdens het voorbije jaar en van de doelstellingen die nog moeten worden verwezenlijkt;
2° een samenvatting van de schriftelijke adviezen die aan de directeur werden gegeven en van de maatregelen die eruit voortvloeiden;
3° een overzicht van de activiteiten die door de veiligheidsadviseur werden verricht;
4° een overzicht van de resultaten van de controles die door de veiligheidsadviseur werden gedaan, met gedetailleerde opgave van alle vastgestelde gevallen die de veiligheid van de informatie van de betrokken instantie of entiteit in gevaar konden brengen;
5° een overzicht van de campagnes die werden gevoerd ter bevordering van de veiligheid;
6° een overzicht van alle gevolgde opleidingen en van de geplande opleidingen.
1° een algemeen overzicht van de veiligheidssituatie, van de ontwikkelingen tijdens het voorbije jaar en van de doelstellingen die nog moeten worden verwezenlijkt;
2° een samenvatting van de schriftelijke adviezen die aan de directeur werden gegeven en van de maatregelen die eruit voortvloeiden;
3° een overzicht van de activiteiten die door de veiligheidsadviseur werden verricht;
4° een overzicht van de resultaten van de controles die door de veiligheidsadviseur werden gedaan, met gedetailleerde opgave van alle vastgestelde gevallen die de veiligheid van de informatie van de betrokken instantie of entiteit in gevaar konden brengen;
5° een overzicht van de campagnes die werden gevoerd ter bevordering van de veiligheid;
6° een overzicht van alle gevolgde opleidingen en van de geplande opleidingen.
Art.21. Le consultant en sécurité établit un rapport annuel à l'attention du directeur de l'Institut. Ce rapport annuel reprend au moins :
1° un aperçu général de la situation de sécurité, des développements dans l'année écoulée et des objectifs qui restent à réaliser ;
2° une synthèse des avis écrits qui ont été remis au directeur et de la suite qui y a été réservée ;
3° un aperçu des activités effectuées par le consultant en sécurité ;
4° un aperçu des résultats des contrôles effectués par le consultant en sécurité, détaillant tous les cas constatés susceptibles d'avoir mis en péril la sécurité de l'information de l'instance ou de l'entité concernées ;
5° un aperçu des campagnes qui ont été menées à la promotion de la sécurité ;
6° un aperçu de toutes les formations suivies et des formations planifiées.
1° un aperçu général de la situation de sécurité, des développements dans l'année écoulée et des objectifs qui restent à réaliser ;
2° une synthèse des avis écrits qui ont été remis au directeur et de la suite qui y a été réservée ;
3° un aperçu des activités effectuées par le consultant en sécurité ;
4° un aperçu des résultats des contrôles effectués par le consultant en sécurité, détaillant tous les cas constatés susceptibles d'avoir mis en péril la sécurité de l'information de l'instance ou de l'entité concernées ;
5° un aperçu des campagnes qui ont été menées à la promotion de la sécurité ;
6° un aperçu de toutes les formations suivies et des formations planifiées.
Art.22. De opdrachten van de veiligheidsadviseur houden ook verband met de bewaring, de verwerking of de uitwisseling van persoonsgegevens die door derden voor rekening van het Instituut worden verricht.
Art.22. Les missions du consultant en sécurité ont aussi trait à la garde, au traitement ou à l'échange de données à caractère personnel, effectués par des tiers pour le compte de l'Institut.
Art. 23. De Minister-President, bevoegd voor Statistiek, wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 23. Le Ministre-Président qui a la Statistique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.