Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
27 SEPTEMBER 2015. - Koninklijk besluit houdende toekenning van een uitkering ten voordele van de zelfstandige die zijn beroepsactiviteit tijdelijk onderbreekt om zorgen te geven aan een persoon(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 05-10-2015 en tekstbijwerking tot 06-10-2025)
Titre
27 SEPTEMBRE 2015. - Arrêté royal accordant une allocation en faveur du travailleur indépendant qui interrompt temporairement son activité professionnelle pour donner des soins à une personne(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 05-10-2015 et mise à jour au 06-10-2025)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (12)
Texte (12)
Artikel 1. De voor de toepassing van dit besluit bedoelde zelfstandige, is de zelfstandige, de helper of de meewerkende echtgenoot die voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
  a) [1 Hij moet onderworpen zijn aan het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen en beoogd worden door de [3 artikelen 12, §§ 1, 1bis of 1ter, 13, § 2 of 13bis, § 2, 1°, 2°, 3°, 7°, 8° of 9]3, van bedoeld besluit en dit, zowel tijdens de twee kwartalen die het kwartaal van het begin van zijn onderbreking voorafgaan, als tijdens alle kwartalen waarop de onderbreking betrekking heeft.]1
  [3 De zelfstandige beoogd door artikel 12, § 2, van hetzelfde besluit, voldoet aan deze voorwaarde, voor zover het bedrag van zijn wettelijk verschuldigde voorlopige sociale bijdragen tijdens de vereiste kwartalen gebaseerd is op een inkomen dat minstens gelijk is aan het inkomen bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid van hetzelfde besluit]3.
  [3 De zelfstandige beoogd door artikel 13, § 3 of § 4, eerste lid, van hetzelfde besluit, voldoet aan deze voorwaarde, voor zover het bedrag van zijn wettelijk verschuldigde voorlopige sociale bijdragen tijdens de vereiste kwartalen gebaseerd is op een inkomen dat minstens gelijk is aan het inkomen bedoeld in, naargelang het geval, artikel 12, § 1, tweede lid, § 1bis, eerste lid of § 1ter, eerste lid, van hetzelfde besluit.]3
  b) [2 Hij moet in orde zijn met de betaling van de wettelijk verschuldigde voorlopige sociale bijdragen voor de twee kwartalen die het kwartaal van het begin van zijn onderbreking voorafgaan]2.
  c) Hij moet zijn zelfstandige beroepsactiviteit geheel of gedeeltelijk onderbreken gelet op de noodzaak zorgen te geven aan een persoon zoals bepaald in artikel 2.
  d) Hij moet een aanvraag indienen overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 3.
  In dit besluit wordt met het woord "onderbreking" de woorden "tijdelijke onderbreking van de beroepsactiviteit" bedoeld.
  
Article 1er. Le travailleur indépendant visé par l'application du présent arrêté, est le travailleur indépendant, l'aidant ou le conjoint aidant qui répond aux conditions cumulatives suivantes :
  a) [1 Il doit être assujetti à l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants et être visé [3 aux articles 12, §§ 1er, 1erbis ou 1erter, 13, § 2, ou 13bis, § 2, 1°, 2°, 3°, 7°, 8° of 9° ]3, dudit arrêté et ce, pendant les deux trimestres qui précèdent celui du début de son interruption ainsi que pendant tous les trimestres sur lesquels portent l'interruption.]1
  [3 Le travailleur indépendant visé à l'article 12, § 2, du même arrêté répond à cette condition pour autant que le montant de ses cotisations sociales provisoires légalement dues au cours des trimestres requis est basé sur un revenu qui atteint au moins le revenu visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2, du même arrêté ]3.
  [3 Le travailleur indépendant visé à l'article 13, § 3 ou § 4, alinéa 1er, du même arrêté répond à cette condition pour autant que le montant de ses cotisations sociales provisoires légalement dues au cours des trimestres requis est basé sur un revenu qui atteint au moins le revenu visé, selon le cas, à l'article 12, § 1er, alinéa 2, § 1erbis, alinéa 1er ou § 1erter, alinéa 1er, du même arrêté. ]3
  b) [2 Il doit être en ordre de paiement des cotisations sociales provisoires légalement dues pour les deux trimestres qui précèdent celui du début de son interruption.]2
  c) Il doit interrompre son activité professionnelle indépendante totalement ou partiellement étant donné la nécessité de donner des soins à une personne comme prévu à l'article 2.
  d) Il doit introduire une demande selon les modalités prévues à l'article 3.
  Dans le présent arrêté, le mot " interruption " vise les mots " interruption professionnelle temporaire ".
  
Art.2. § 1. Onder de voorwaarden van dit besluit, kan de zelfstandige zijn zelfstandige activiteit onderbreken en genieten van een uitkering, als hij voorziet in het effectief, doorlopend en regelmatig geven van:
  a) zorgen in geval van ernstige ziekte aan een persoon bedoeld in paragraaf 2 van dit artikel. Onder ernstige ziekte wordt verstaan elke ziekte of medische ingreep die door de behandelende arts als dusdanig wordt beschouwd en waarbij de arts oordeelt dat elke vorm van sociale, familiale of emotionele bijstand of verzorging door de zelfstandige noodzakelijk is voor het herstel van de zieke;
  b) palliatieve zorgen aan een persoon bedoeld in paragraaf 2 van dit artikel. Onder palliatieve zorgen wordt verstaan elke vorm van bijstand en inzonderheid medische, sociale, administratieve en psychologische bijstand en verzorging van personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een terminale fase bevinden en waarbij de arts oordeelt dat elke vorm van bijstand of verzorging door de zelfstandige noodzakelijk is;
  c) zorgen aan een gehandicapt kind. Onder gehandicapt kind wordt verstaan het kind van de zelfstandige, jonger dan 21 jaar dat voor ten minste 66 % getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste 4 punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, of van [1 ten minste 18 jaar en jonger dan 25 jaar]1 dat geniet van een integratietegemoetkoming in de zin van de regelgeving betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap.
  § 2. De personen die kunnen genieten van de zorgen bedoeld in a) en b) van paragraaf 1 zijn :
  a) de partner van de zelfstandige : de echtgenoot of echtgenote van de zelfstandige of zijn wettelijk samenwonende partner in de zin van de wet van 23 november 1998 tot invoering van de wettelijke samenwoning;
  b) het familielid : de bloed- of aanverwant tot de tweede graad van de zelfstandige;
  c) het gezinslid : elke samenwonende persoon niet bedoeld in a) of b), waarvan de samenwoning in het gezin van de zelfstandige het voorwerp uitmaakt van een inschrijving in het Belgische Rijksregister.
  § 3. De zelfstandige kan tijdens zijn volledige loopbaan meerdere keren aanspraak maken op de toepassing van dit besluit, voor maximaal zes maanden per aanvraag en voor maximaal twaalf maanden in totaal.
  
Art.2. § 1er. Dans les conditions du présent arrêté, le travailleur indépendant peut interrompre son activité indépendante et prétendre au bénéficie d'une allocation, lorsqu'il fournit un apport effectif, permanent et régulier de :
  a) soins en cas de maladie grave à une personne visée au paragraphe 2 de cet article. Par maladie grave, on entend chaque maladie ou intervention médicale qui est considérée comme telle par le médecin traitant et pour laquelle le médecin est d'avis que toute forme de soins ou d'assistance sociale, familiale ou mentale du travailleur indépendant est nécessaire pour la convalescence du malade;
  b) soins palliatifs à une personne visée au paragraphe 2 de cet article. Par soins palliatifs, on entend toute forme d'assistance, notamment médicale, sociale, administrative et psychologique ainsi que les soins donnés à des personnes souffrant d'une maladie incurable et se trouvant en phase terminale et pour lesquels le médecin est d'avis que toute forme de soins ou d'assistance du travailleur indépendant est nécessaire;
  c) soins à un enfant handicapé. Par enfant handicapé, on entend l'enfant du travailleur indépendant âgé de moins de 21 ans qui est atteint d'une incapacité physique ou mentale d'au moins 66 % ou d'une affection qui a pour conséquence qu'au moins 4 points soient reconnus dans le pilier I de l'échelle médico-sociale au sens de la réglementation relative aux allocations familiales, ou âgé [1 d'au moins 18 ans et de moins de 25 ans]1 qui bénéficie d'une allocation d'intégration au sens de la règlementation relative aux allocations aux personnes handicapées.
  § 2. Les personnes pouvant bénéficier des soins visés aux a) et b) du paragraphe 1er sont :
  a) le partenaire du travailleur indépendant : l'époux ou l'épouse du travailleur indépendant ou son cohabitant légal au sens de la loi du 23 novembre 1998 instaurant la cohabitation légale;
  b) le membre de la famille : le parent ou allié jusqu'au deuxième degré du travailleur indépendant;
  c) le membre du ménage : toute personne cohabitante non visée au a) ou b), dont la cohabitation dans le ménage du travailleur indépendant fait l'objet d'une inscription au Registre national belge.
  § 3. Le travailleur indépendant peut prétendre à l'application du présent arrêté plusieurs fois sur l'ensemble de sa carrière, pour six mois au maximum par demande et pour douze mois maximum au total.
  
Art.3. § 1. Voorafgaandelijk aan zijn onderbreking, moet de zelfstandige een aanvraag indienen bij zijn sociale verzekeringskas bedoeld in artikel 20 van voormeld koninklijk besluit nr. 38.
  Indien hij, in afwijking van het vorige lid, op het ogenblik van de aanvraag, zijn activiteit reeds heeft onderbroken zonder een voorafgaandelijke aanvraag in te dienen, kan de onderbreking ten vroegste een maand van tevoren, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag, geacht worden een aanvang te hebben genomen.
  § 2. De aanvraag moet het volgende vermelden :
  a) de aanvangsdatum van de onderbreking;
  b) de naam van de persoon die de zorgen nodig heeft en de band van verwantschap met de zelfstandige;
  c) en, in voorkomend geval, de datum van gehele herneming van de beroepsactiviteit.
  In geval van een gedeeltelijke onderbreking, moet de aanvraag de datum vermelden vanaf dewelke de zelfstandige zijn beroepsactiviteit zal verminderen, en, in voorkomend geval, de datum vanaf dewelke deze gedeeltelijke onderbreking een einde zal nemen.
  § 3. De aanvraag moet vergezeld zijn van een attest, uitgereikt door de behandelende geneesheer van de persoon die zorgen nodig heeft, dat attesteert :
  a) dat de persoon die zorgen nodig heeft en waarvan de identiteit en de band van verwantschap zijn verstrekt, getroffen is door een ernstige ziekte of zich in een terminale fase bevindt;
  b) dat deze situatie aanleiding geeft tot het geven van effectieve, doorlopende en regelmatige zorgen aan deze persoon en;
  c) dat de zelfstandige, die zich bereid verklaart deze zorgen te geven, daartoe in staat is.
  In afwijking van het voorgaande lid, moet de aanvraag voor zorgen gegeven aan een gehandicapt kind niet vergezeld zijn van een attest van de behandelende geneesheer. Enkel wanneer de sociale verzekeringskas niet over deze informatie beschikt, moet ze vergezeld zijn van een officieel document dat, voor de periode in kwestie, ten minste 4 punten in pijler I van de medisch-sociale schaal of een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van minstens 66 % vermeldt of van een attest van het genot van een integratietegemoetkoming.
  § 4. In geval van gedeeltelijke onderbreking, moet de zelfstandige een ereverklaring ondertekenen, waarin hij verklaart dat hij zijn activiteit met minstens de helft zal verminderen en de manier waarop hij tot deze vermindering zal komen.
  § 5. De aanvraag moet worden ingediend via een ter post aangetekende brief of door neerlegging van een verzoekschrift ter plaatse tegen ontvangstbewijs.
  § 6. De zelfstandige moet vervolgens zijn sociale verzekeringskas verwittigen van elk element dat een beletsel kan vormen voor het genot van de uitkering en dat niet reeds zou zijn meegedeeld aan zijn sociale verzekeringskas.
Art.3. § 1er. Le travailleur indépendant doit introduire, préalablement à son interruption, une demande auprès de sa caisse d'assurances sociales visée à l'article 20 de l'arrêté royal n° 38 précité.
  Lorsque, par dérogation à l'alinéa précédent, au moment de la demande, il a déjà interrompu son activité sans introduire de demande préalable, l'interruption ne peut prendre effet, au plus tôt, qu'un mois auparavant à compter de la date de réception de la demande.
  § 2. La demande doit mentionner ce qui suit :
  a) la date à partir de laquelle l'interruption va débuter;
  b) le nom de la personne qui nécessite les soins et son lien de parenté avec le travailleur indépendant;
  c) et, le cas échéant, la date de reprise complète de l'activité professionnelle.
  En cas d'interruption partielle, la demande doit mentionner la date à partir de laquelle le travailleur indépendant va réduire son activité, et, le cas échéant, la date à laquelle cette interruption partielle va prendre fin.
  § 3. La demande doit être accompagnée d'une attestation, délivrée par le médecin traitant de la personne qui nécessite les soins, qui atteste :
  a) que la personne qui nécessite les soins dont l'identité et le lien de parenté sont fournis est touchée par une maladie grave, ou se trouve en phase terminale;
  b) que cette situation génère le besoin de donner des soins effectifs, permanents et réguliers à cette personne et;
  c) que le travailleur indépendant qui se déclare être disposé à donner ces soins, y est habilité.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, pour les soins donnés à un enfant handicapé, la demande ne doit pas être accompagnée d'une attestation du médecin-traitant. Elle doit être accompagnée d'un document officiel mentionnant, pour la période considérée, au minimum 4 points dans le pilier I de l'échelle médico-sociale ou une incapacité physique ou mentale d'au moins 66 %, ou d'une attestation de bénéfice d'une allocation d'intégration et ce, si et seulement si la caisse d'assurances sociales ne dispose pas de cette information.
  § 4. En cas d'interruption partielle, le travailleur indépendant doit souscrire une déclaration sur l'honneur dans laquelle il déclare qu'il va réduire son activité au moins de moitié et comment il va procéder à cette réduction.
  § 5. La demande doit être introduite par lettre recommandée à la Poste, ou par dépôt sur place d'une requête moyennant accusé de réception.
  § 6. Le travailleur indépendant doit, par la suite, informer sa caisse d'assurances sociales de tout élément pouvant faire obstacle au bénéfice de l'allocation qui n'aurait pas déjà été communiquée à sa caisse d'assurances sociales.
Art.3/1. [1 Het sociaal verzekeringsfonds gaat na of aan de voorwaarden van dit besluit is voldaan.
   Het sociaal verzekeringsfonds betekent de beslissing aan de aanvrager bij een aangetekend schrijven.
   Indien de aanvraag wordt geweigerd, worden de reden, alsook de beroepsmogelijkheden voor de arbeidsrechtbank er in vermeld. Het beroep moet ingediend worden binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de beslissing tot weigering.]1

  
Art.3/1. [1 La caisse d'assurances sociales vérifie si les conditions du présent arrêté sont remplies.
   La caisse d'assurances sociales notifie la décision au demandeur par lettre recommandée.
   Si la demande est refusée, le motif ainsi que les possibilités d'appel devant le tribunal du travail y sont mentionnés. Le recours doit être introduit dans un délai de trois mois à compter de la notification de la décision de refus.]1

  
Art.4. § 1. [1 Het bedrag van de uitkering bedraagt [3 1.343,87 euro]3.
   In geval van een gedeeltelijke onderbreking, wordt het bedrag van de uitkering met de helft verminderd.
   Dit bedrag is gekoppeld aan de spilindex 147,31 (basis 1996 = 100).]1

  § 2. De maandelijkse uitkering is verschuldigd vanaf de kalendermaand die volgt op de kalendermaand van het begin van de gehele of gedeeltelijke onderbreking.
  Indien de onderbreking aanvangt op de eerste dag van de maand, is, in afwijking van het voorgaande lid, de uitkering verschuldigd vanaf de kalendermaand van het begin van de onderbreking.
  Geen enkele uitkering is verschuldigd indien de onderbreking minder dan een maand duurt, te rekenen vanaf de datum van het begin van de onderbreking.
  Geen enkele uitkering is verschuldigd indien de zelfstandige aanspraak kan maken op het genot van een onderbrekingsuitkering toegekend door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening met motief van zorgen gegeven in gelijkaardige gevallen zoals deze bedoeld in artikel 2, § 1.
  Indien de onderbreking minder dan de vereiste maand heeft geduurd door het overlijden van de persoon die zorgen nodig had, wordt de onderbreking geacht een volledige maand geduurd te hebben, te rekenen vanaf de datum van het begin van de onderbreking.
  § 3. De uitkering is niet langer verschuldigd vanaf de kalendermaand die volgt op de kalendermaand tijdens dewelke één van de volgende gebeurtenissen zich voordoet :
  a) de hervatting van het activiteit of;
  b) het genot van een rustpensioen of een uitkering bedoeld in artikel 18, §§ 3 of 3bis van het voormeld koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 of;
  c) het feit dat het gehandicapt kind 25 jaar wordt of;
  d) het niet respecteren van een andere voorwaarde van dit besluit.
  In afwijking van het voorgaande lid, is de uitkering niet langer verschuldigd :
  a) vanaf de kalendermaand tijdens dewelke één van de in het voorgaande lid voormelde gebeurtenissen zich voordoet op de eerste dag van de maand of;
  b) vanaf de tweede kalendermaand die volgt op de kalendermaand van het overlijden van de persoon die zorgen nodig had.
  In alle gevallen is de uitkering niet langer verschuldigd na zes maanden toekenning per aanvraag en met een maximum van twaalf maanden toekenning tijdens de volledige loopbaan van de zelfstandige, zoals bepaald in artikel 2, § 3.
  § 4. De uitbetaling door de sociale verzekeringskas gebeurt op het einde van de kalendermaand.
  Onverminderd de bepalingen van paragraaf 2 van dit artikel betreffende de kalendermaand vanaf dewelke de uitkering verschuldigd is, kan de uitbetaling slechts ten vroegste aanvangen op het einde van de kalendermaand die volgt op de kalendermaand waarin het in artikel 3, § 3, bedoelde attest van de behandelende geneesheer en de in artikel 3, § 4, bedoelde ereverklaring door de zelfstandige werden doorgestuurd naar zijn sociale verzekeringskas.
  
Art.4. § 1er. [1 Le montant de l'allocation s'élève [3 1.343,87 euros]3.
   En cas d'interruption partielle, le montant de l'allocation est réduit de moitié.
   Ce montant est rattaché à l'indice-pivot 147,31 (base 1996 = 100).]1

  § 2. L'allocation mensuelle est due à partir du mois civil qui suit celui du début de l'interruption totale ou partielle.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, si l'interruption débute le premier jour du mois, l'allocation est due à partir du mois civil du début de l'interruption.
  Aucune allocation n'est due si l'interruption dure moins d'un mois à compter de la date du début de l'interruption.
  Aucune allocation n'est due si le travailleur peut prétendre au bénéfice d'une allocation d'interruption octroyée par l'Office national de l'emploi avec motif de soins donnés dans des situations similaires à celles visées à l'article 2, § 1er.
  Si l'interruption a duré moins qu'un mois tel que requis étant donné le décès de la personne qui avait besoin des soins, l'interruption est censée avoir duré un mois complet à compter de la date du début de l'interruption.
  § 3. L'allocation cesse d'être due à partir du mois civil qui suit celui au cours duquel survient un des évènements suivants :
  a) la reprise d'activité ou;
  b) le bénéfice d'une pension de retraite, ou d'une prestation visée à l'article 18, §§ 3 ou 3bis de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 précité ou;
  c) le fait que l'enfant handicapé atteigne l'âge de 25 ans ou;
  d) le non-respect d'une autre condition du présent arrêté.
  Par dérogation à l'alinéa précédent, l'allocation cesse d'être due :
  a) à partir du mois civil au cours duquel survient un des évènements précités à l'alinéa précédent s'il survient le premier jour du mois ou;
  b) à partir du deuxième mois civil qui suit celui du décès de la personne qui a nécessité des soins.
  Dans tous les cas l'allocation cesse d'être due après six mois d'octroi par demande et avec un maximum de douze mois d'octroi sur l'ensemble de la carrière du travailleur indépendant comme prévu à l'article 2, § 3.
  § 4. Le paiement par la caisse d'assurances sociales survient à la fin du mois civil.
  Sans préjudice des dispositions du paragraphe 2 de cet article concernant le mois civil à partir duquel l'allocation est due, le paiement ne peut débuter au plus tôt qu'à la fin du mois civil qui suit celui au cours duquel l'attestation du médecin traitant visée à l'article 3, § 3, et la déclaration sur l'honneur visée à l'article 3, § 4, ont été transmises par le travailleur indépendant à sa caisse d'assurances sociales.
  
Art.4/1. [1 Het sociaal verzekeringsfonds moet overgaan tot de terugvordering van de onterecht uitbetaalde bedragen, zo nodig langs gerechtelijke weg. De teruggevorderde bedragen worden overgemaakt aan het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen.
   Het sociaal verzekeringsfonds betekent, bij een aangetekend schrijven, deze beslissing tot terugvordering.
   In de beslissing worden de reden, alsook de beroepsmogelijkheden voor de arbeidsrechtbank vermeld. Het beroep moet ingediend worden binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de beslissing tot terugvordering.]1

  
Art.4/1. [1 La caisse d'assurances sociales doit procéder à la récupération des indus, si nécessaire par voie judiciaire. Les montants récupérés sont transmis à l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants.
   La caisse d'assurances sociales notifie la décision de récupération par lettre recommandée.
   La décision mentionne le motif ainsi que les possibilités d'appel devant le tribunal du travail. Le recours doit être introduit dans un délai de trois mois à compter de la notification de la décision de récupération.]1

  
Art.5. De vordering tot uitbetaling van de uitkering verjaart na verloop van drie jaar te rekenen van de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de kalendermaand van het begin van de onderbreking.
  De vordering tot terugbetaling van de ten onrechte uitbetaalde uitkering, verjaart na verloop van drie jaar te rekenen van de datum waarop de eerste uitbetaling met betrekking tot de aanvraag werd uitgevoerd.
Art.5. L'action en paiement de l'allocation se prescrit par trois ans à compter du premier jour du mois civil qui suit celui du début de l'interruption.
  L'action en répétition de l'allocation, payée indument se prescrit par trois ans à compter de la date à laquelle le premier paiement relatif à la demande a été effectué.
Art.6. Het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen kan beslissen om volledig of gedeeltelijk te verzaken aan de terugvordering van de uitkering. Een dergelijke verzaking is slechts mogelijk :
  a) als de schuldenaar zich in staat van behoefte bevindt of in een toestand die de staat van behoefte benadert;
  b) wanneer de geringheid van het terug te vorderen bedrag niet verantwoordt dat er kosten worden gemaakt;
  c) wanneer de terugvordering voortvloeit uit het herstel van een fout begaan door de bevoegde sociale verzekeringskas.
Art.6. L'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants peut décider de renoncer, en tout ou en partie, à la répétition de l'allocation. Pareille renonciation n'est possible que :
  a) si le débiteur se trouve dans le besoin ou dans une situation voisine de l'état de besoin;
  b) lorsque la modicité de la somme à récupérer ne justifie pas que des frais soient exposés;
  c) lorsque la récupération résulte du redressement d'une erreur commise par la caisse d'assurances sociales compétente.
Art.7. Het koninklijk besluit van 22 januari 2010 houdende toekenning van een uitkering ten voordele van de zelfstandige die tijdelijk zijn activiteit stopzet om palliatieve zorgen te geven aan een kind of aan zijn partner wordt opgeheven.
Art.7. L'arrêté royal du 22 janvier 2010 accordant une allocation en faveur du travailleur indépendant qui cesse temporairement son activité pour donner des soins palliatifs à un enfant ou à son partenaire est abrogé.
Art.8. Het voormeld koninklijk besluit van 22 januari 2010 blijft van toepassing op alle aanvragen ingediend vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.
  Dit besluit is van toepassing op alle aanvragen ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding ervan.
Art.8. L'arrêté royal du 22 janvier 2010 précité reste d'application pour toute demande introduite avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
  Le présent arrêté est d'application pour toute demande introduite à partir de sa date d'entrée en vigueur.
Art.9. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2015.
Art.9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er octobre 2015.
Art. 10. De minister bevoegd voor Zelfstandigen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Le ministre qui a les Indépendants dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.