Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
13 JUNI 2014. - Wet tot uitvoering en controle van de toepassing van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006 (I)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-07-2014 en tekstbijwerking tot 16-01-2025)
Titre
13 JUIN 2014. - Loi d'exécution et de contrôle de l'application de la Convention du travail maritime 2006(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-07-2014 et mise à jour au 16-01-2025)
Informations sur le document
Numac: 2014204102
Datum: 2014-06-13
Info du document
Numac: 2014204102
Date: 2014-06-13
Table des matières
TITEL 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Definities
HOOFDSTUK 3. - Toepassingsgebied
HOOFDSTUK 4. [1 - Delegatie aan de Koning]1
TITEL 2. [1 - Taal]1
HOOFDSTUK 1.
HOOFDSTUK 2.
HOOFDSTUK 3.
HOOFDSTUK 3/1.
HOOFDSTUK 4. - Taal voor het opstellen van de d...
HOOFDSTUK 5.
TITEL 3. - Inspecties
HOOFDSTUK 1.
HOOFDSTUK 2.
HOOFDSTUK 3. - De aangewezen ambtenaren
HOOFDSTUK 4. - Machtiging van de erkende organi...
HOOFDSTUK 5.
Afdeling 1.
Afdeling 2.
HOOFDSTUK 6. - Plichten tot vertrouwelijkheid e...
TITEL 4. - Maatregelen die kunnen worden voorge...
HOOFDSTUK 1. - Ten aanzien van schepen die onde...
HOOFDSTUK 2. - Ten aanzien van schepen die onde...
HOOFDSTUK 3. [1 - Toegang tot medische voorzie...
TITEL 5.
TITEL 6.
HOOFDSTUK 1.
HOOFDSTUK 2.
TITEL 7. - De overtredingen en hun strafsanctie
HOOFDSTUK 1. - Ten laste van schepen die onder ...
HOOFDSTUK 2. - Ten laste van schepen die onder ...
HOOFDSTUK 3. - Ten laste van schepen ongeacht d...
HOOFDSTUK 4. - Regels van toepassing op de stra...
TITEL 8. - Vergoedingen en reiskosten
TITEL 9. - Wijzigende bepalingen
TITEL 10. - Inwerkingtreding
Table des matières
TITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
CHAPITRE 2. - Définitions
CHAPITRE 3. - Champ d'application
CHAPITRE 4. [1 - Délégation au Roi]1
TITRE 2. [1 - Langue]1
CHAPITRE 1er.
CHAPITRE 2.
CHAPITRE 3.
CHAPITRE 3/1.
CHAPITRE 4. - Langue de rédaction des documents...
CHAPITRE 5.
TITRE 3. - Inspections
CHAPITRE 1er.
CHAPITRE 2.
CHAPITRE 3. - Les fonctionnaires désignés
CHAPITRE 4. - Habilitation des organismes agréés
CHAPITRE 5.
Section 1re.
Section 2.
CHAPITRE 6. - Devoirs de confidentialité et de ...
TITRE 4. - Mesures pouvant être prescrites en c...
CHAPITRE 1er. - A l'égard des navires battant p...
CHAPITRE 2. - A l'égard des navires battant pav...
CHAPITRE 3. [1 - Accès des marins à des instal...
TITRE 5.
TITRE 6.
CHAPITRE 1er.
CHAPITRE 2.
TITRE 7. - Les infractions et leur sanction pénale
CHAPITRE 1er. - A charge des navires battant pa...
CHAPITRE 2. - A charge des navires battant pavi...
CHAPITRE 3. - A charge des navires quel que soi...
CHAPITRE 4. - Règles applicables aux sanctions ...
TITRE 8. - Rétributions et frais de voyage
TITRE 9. - Dispositions modificatives
TITRE 10. - Entrée en vigueur
Tekst (133)
Texte (133)
TITEL 1. - Algemene bepalingen
TITRE 1er. - Dispositions générales
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art.2. Deze wet heeft tot doel een systeem te creëren om, overeenkomstig voorschrift 5.1. en 5.2. van het Verdrag betreffende maritiem arbeid 2006, de naleving te waarborgen van de bepalingen van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006 en van de wettelijke, reglementaire en conventionele bepalingen tot uitvoering ervan in het interne rechtsbestel, meer bepaald door regelmatige inspecties, door de invoering van een systeem van certificatie en van een conformiteitsverklaring, door de opstelling van verslagen, door opvolgingsmaatregelen en door een doeltreffend sanctiesysteem.
Art.2. La présente loi a pour objectif de créer un système propre à assurer le respect conformément aux règles 5.1. et 5.2. de la Convention du travail maritime 2006, des prescriptions de la Convention du travail maritime 2006 et des dispositions légales, règlementaires et conventionnelles leur donnant effet dans l'ordre juridique interne, notamment par des inspections régulières, par l'introduction d'un système de certification et de déclaration de conformité, par la rédaction de rapports, par des mesures de suivi et par un système efficace de sanctions.
HOOFDSTUK 2. - Definities
CHAPITRE 2. - Définitions
Art.3. Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder :
1° "[3 MLC-Verdrag]3" : het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006 goedgekeurd door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie op 23 februari 2006;
2° [3 "schip": elk schip dat niet uitsluitend vaart op de binnenwateren of op wateren gelegen in het binnenland of in de nabijheid van beschutte wateren of gebieden waar een havenreglementering van toepassing is; schepen die reizen nabij de kust en waarvan de bemanning niet aan boord slaapt, worden niet beschouwd als schip onder het MLC-Verdrag;]3
3° "schip dat onder Belgische vlag vaart" : een schip dat in België geregistreerd is en dat onder Belgische vlag vaart overeenkomstig de Belgische wetgeving;
4° "internationale reis" : een reis van één land naar een haven van een ander land;
5° "bruto tonnenmaat" : [3 de brutotonnenmaat berekend in overeenstemming met het Internationaal Verdrag van 1969 betreffende de meting van schepen, en de bijlagen, opgemaakt te Londen op 23 juni 1969 en goedgekeurd bij de wet van 7 april 1975]3;
6° "de aangewezen ambtenaar" : de ambtenaar, aangewezen door de Koning, belast met het toezicht van de naleving op de wet, de uitvoeringsbesluiten ervan en van [3 het MLC-Verdrag]3;
7° "erkende organisatie" : de organisatie erkend in de zin van [3 Verordening nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle belaste organisaties]3;
8° "reder" : de eigenaar van het schip of elke andere instelling of persoon, zoals de scheepsuitbater, de agent of de rompbevrachter, aan wie de eigenaar de verantwoordelijkheid voor de uitbating van het schip heeft toevertrouwd en die, bij het opnemen van die verantwoordelijkheid, aanvaard heeft om de taken en verplichtingen die krachtens deze wet aan de reders zijn opgelegd, op zich te nemen, los van het feit dat andere instellingen of personen zich in zijn naam van sommige van die taken of verantwoordelijkheden kwijten;
9° [3 "vertegenwoordigers van zeevarenden en van reders": de leden van de representatieve organisaties van zeevarenden en de leden van de representatieve organisaties van de reders in de koopvaardij;]3
10° "Nationale bepalingen" : de Belgische en in België van kracht zijnde internationale bepalingen voor zover de inspectie op de naleving ervan door het schip valt onder voorschrift 5.1. en 5.2. van [3 MLC-Verdrag]3;
[2 11° [3 "reizen nabij de kust": reizen binnen een vaargebied onder Belgische jurisdictie dat zich uitstrekt tot dertig zeemijlen uit de Belgische kust, of reizen in de nabijheid van een vreemde staat, zoals door die staat omschreven.]3]2
1° "[3 MLC-Verdrag]3" : het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006 goedgekeurd door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie op 23 februari 2006;
2° [3 "schip": elk schip dat niet uitsluitend vaart op de binnenwateren of op wateren gelegen in het binnenland of in de nabijheid van beschutte wateren of gebieden waar een havenreglementering van toepassing is; schepen die reizen nabij de kust en waarvan de bemanning niet aan boord slaapt, worden niet beschouwd als schip onder het MLC-Verdrag;]3
3° "schip dat onder Belgische vlag vaart" : een schip dat in België geregistreerd is en dat onder Belgische vlag vaart overeenkomstig de Belgische wetgeving;
4° "internationale reis" : een reis van één land naar een haven van een ander land;
5° "bruto tonnenmaat" : [3 de brutotonnenmaat berekend in overeenstemming met het Internationaal Verdrag van 1969 betreffende de meting van schepen, en de bijlagen, opgemaakt te Londen op 23 juni 1969 en goedgekeurd bij de wet van 7 april 1975]3;
6° "de aangewezen ambtenaar" : de ambtenaar, aangewezen door de Koning, belast met het toezicht van de naleving op de wet, de uitvoeringsbesluiten ervan en van [3 het MLC-Verdrag]3;
7° "erkende organisatie" : de organisatie erkend in de zin van [3 Verordening nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle belaste organisaties]3;
8° "reder" : de eigenaar van het schip of elke andere instelling of persoon, zoals de scheepsuitbater, de agent of de rompbevrachter, aan wie de eigenaar de verantwoordelijkheid voor de uitbating van het schip heeft toevertrouwd en die, bij het opnemen van die verantwoordelijkheid, aanvaard heeft om de taken en verplichtingen die krachtens deze wet aan de reders zijn opgelegd, op zich te nemen, los van het feit dat andere instellingen of personen zich in zijn naam van sommige van die taken of verantwoordelijkheden kwijten;
9° [3 "vertegenwoordigers van zeevarenden en van reders": de leden van de representatieve organisaties van zeevarenden en de leden van de representatieve organisaties van de reders in de koopvaardij;]3
10° "Nationale bepalingen" : de Belgische en in België van kracht zijnde internationale bepalingen voor zover de inspectie op de naleving ervan door het schip valt onder voorschrift 5.1. en 5.2. van [3 MLC-Verdrag]3;
[2 11° [3 "reizen nabij de kust": reizen binnen een vaargebied onder Belgische jurisdictie dat zich uitstrekt tot dertig zeemijlen uit de Belgische kust, of reizen in de nabijheid van een vreemde staat, zoals door die staat omschreven.]3]2
Art.3. Pour l'application de la présente loi, il y a lieu d'entendre par :
1° "[3 la Convention MLC]3" : la Convention du travail maritime 2006 adoptée le 23 février 2006 par la Conférence générale de l'Organisation internationale du travail;
2° [3 "navire": tout navire ne naviguant pas exclusivement dans les eaux intérieures ou dans des eaux situées à l'intérieur ou au proche voisinage d'eaux abritées ou de zones où s'applique une réglementation portuaire; les navires qui effectuent des voyages à proximité du littoral et dont l'équipage ne dort pas à bord, ne sont pas considérés comme navire sous la Convention MLC;]3
3° "navire battant pavillon belge" : un navire enregistré en Belgique et battant pavillon belge conformément à la législation belge;
4° "voyage international" : un voyage d'un pays à un port d'un autre pays;
5° "jauge brute" : [3 la jauge brute d'un navire mesurée conformément à la Convention internationale de 1969 sur le jaugeage des navires, et aux annexes, faite à Londres le 23 juin 1969 et approuvée par la loi du 7 avril 1975]3;
6° "le fonctionnaire désigné" : le fonctionnaire, désigné par le Roi, chargé de la surveillance du respect de la loi, de ses arrêtés d'exécution et de la [3 Convention MLC]3;
7° "organisme agréé" : l'organisme agréé au sens [3 du Règlement n° 391/2009 du Parlement européen et du Conseil du 23 avril 2009 établissant des règles et normes communes concernant les organismes habilités à effectuer l'inspection et la visite des navires]3;
8° "armateur" : le propriétaire du navire ou toute autre entité ou personne, telle que le gérant, l'agent ou l'affréteur coque nue, à laquelle le propriétaire a confié la responsabilité de l'exploitation du navire et qui, en assumant cette responsabilité, a accepté de se charger des tâches et obligations incombant aux armateurs aux termes de la présente loi, indépendamment du fait que d'autres entités ou personnes s'acquittent en son nom de certaines de ces tâches ou responsabilités;
9° [3 "représentants des marins et des armateurs": les membres des organisations représentatives des marins et les membres des organisations représentatives des armateurs de la marine marchande]3;
10° "Dispositions nationales" : les dispositions belges et internationales en vigueur en Belgique pour autant que l'inspection sur le respect de celles-ci par le navire est couverte par les règles 5.1. et 5.2. de la [3 Convention MLC]3;
[2 11° [3 voyages à proximité du littoral": des voyages effectués dans une zone de navigation relevant de la juridiction belge qui s'étend à trente milles marins de la côte belge ou des voyages au voisinage d'un Etat étranger, tels qu'ils sont définis par cet Etat;]3]2
1° "[3 la Convention MLC]3" : la Convention du travail maritime 2006 adoptée le 23 février 2006 par la Conférence générale de l'Organisation internationale du travail;
2° [3 "navire": tout navire ne naviguant pas exclusivement dans les eaux intérieures ou dans des eaux situées à l'intérieur ou au proche voisinage d'eaux abritées ou de zones où s'applique une réglementation portuaire; les navires qui effectuent des voyages à proximité du littoral et dont l'équipage ne dort pas à bord, ne sont pas considérés comme navire sous la Convention MLC;]3
3° "navire battant pavillon belge" : un navire enregistré en Belgique et battant pavillon belge conformément à la législation belge;
4° "voyage international" : un voyage d'un pays à un port d'un autre pays;
5° "jauge brute" : [3 la jauge brute d'un navire mesurée conformément à la Convention internationale de 1969 sur le jaugeage des navires, et aux annexes, faite à Londres le 23 juin 1969 et approuvée par la loi du 7 avril 1975]3;
6° "le fonctionnaire désigné" : le fonctionnaire, désigné par le Roi, chargé de la surveillance du respect de la loi, de ses arrêtés d'exécution et de la [3 Convention MLC]3;
7° "organisme agréé" : l'organisme agréé au sens [3 du Règlement n° 391/2009 du Parlement européen et du Conseil du 23 avril 2009 établissant des règles et normes communes concernant les organismes habilités à effectuer l'inspection et la visite des navires]3;
8° "armateur" : le propriétaire du navire ou toute autre entité ou personne, telle que le gérant, l'agent ou l'affréteur coque nue, à laquelle le propriétaire a confié la responsabilité de l'exploitation du navire et qui, en assumant cette responsabilité, a accepté de se charger des tâches et obligations incombant aux armateurs aux termes de la présente loi, indépendamment du fait que d'autres entités ou personnes s'acquittent en son nom de certaines de ces tâches ou responsabilités;
9° [3 "représentants des marins et des armateurs": les membres des organisations représentatives des marins et les membres des organisations représentatives des armateurs de la marine marchande]3;
10° "Dispositions nationales" : les dispositions belges et internationales en vigueur en Belgique pour autant que l'inspection sur le respect de celles-ci par le navire est couverte par les règles 5.1. et 5.2. de la [3 Convention MLC]3;
[2 11° [3 voyages à proximité du littoral": des voyages effectués dans une zone de navigation relevant de la juridiction belge qui s'étend à trente milles marins de la côte belge ou des voyages au voisinage d'un Etat étranger, tels qu'ils sont définis par cet Etat;]3]2
HOOFDSTUK 3. - Toepassingsgebied
CHAPITRE 3. - Champ d'application
Art.4. § 1. Behalve voor de uitzonderingen waarin deze wet voorziet, is zij van toepassing op alle schepen, die aan openbare of privé-instellingen toebehoren, en die normaal bestemd zijn voor commerciële activiteiten en op de [1 zeevarenden]1 die zich aan boord bevinden.
§ 2. Deze wet is niet van toepassing op :
1° schepen die bestemd zijn voor de visserij of een analoge activiteit en op traditioneel gebouwde schepen en op de zeelieden die zich aan boord bevinden;
2° de oorlogsschepen en de hulpoorlogsschepen en de zeelieden die zich aan boord bevinden.
§ 3. Ingeval van twijfel over de toepasbaarheid van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan op een schip dat onder Belgische vlag vaart of een categorie van schepen die onder Belgische vlag varen, wordt de beslissing genomen door [3 de aangewezen ambtenaar]3 na raadpleging van [3 de vertegenwoordigers van zeevarenden en reders]3.
[3 § 3/1. De reder waarborgt dat de personen, die werken aan boord van een schip dat uitgesloten is van de werkingssfeer van deze wet en het MLC-Verdrag in overeenstemming met paragraaf 3 van dit artikel en artikel II.5 van het MLC-Verdrag, gelijkwaardige degelijke arbeids- en leefomstandigheden genieten met deze die de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag aan de zeevarenden verzekert, voor zover dit mogelijk is.]3
§ 4. Elke beslissing van [3 de aangewezen ambtenaar]3 in toepassing van paragraaf 3 wordt aan de Directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau meegedeeld.
§ 5. Het schip dat de vlag voert van een vreemde Staat die [3 het MLC-Verdrag]3 niet heeft geratificeerd, kan niet rekenen op een gunstiger behandeling dan het schip dat de vlag voert van een Staat die [3 het MLC-Verdrag]3 wel heeft geratificeerd.
§ 2. Deze wet is niet van toepassing op :
1° schepen die bestemd zijn voor de visserij of een analoge activiteit en op traditioneel gebouwde schepen en op de zeelieden die zich aan boord bevinden;
2° de oorlogsschepen en de hulpoorlogsschepen en de zeelieden die zich aan boord bevinden.
§ 3. Ingeval van twijfel over de toepasbaarheid van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan op een schip dat onder Belgische vlag vaart of een categorie van schepen die onder Belgische vlag varen, wordt de beslissing genomen door [3 de aangewezen ambtenaar]3 na raadpleging van [3 de vertegenwoordigers van zeevarenden en reders]3.
[3 § 3/1. De reder waarborgt dat de personen, die werken aan boord van een schip dat uitgesloten is van de werkingssfeer van deze wet en het MLC-Verdrag in overeenstemming met paragraaf 3 van dit artikel en artikel II.5 van het MLC-Verdrag, gelijkwaardige degelijke arbeids- en leefomstandigheden genieten met deze die de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van het MLC-Verdrag aan de zeevarenden verzekert, voor zover dit mogelijk is.]3
§ 4. Elke beslissing van [3 de aangewezen ambtenaar]3 in toepassing van paragraaf 3 wordt aan de Directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau meegedeeld.
§ 5. Het schip dat de vlag voert van een vreemde Staat die [3 het MLC-Verdrag]3 niet heeft geratificeerd, kan niet rekenen op een gunstiger behandeling dan het schip dat de vlag voert van een Staat die [3 het MLC-Verdrag]3 wel heeft geratificeerd.
Art.4. § 1er. Sauf pour les exceptions qu'elle prévoit, la présente loi s'applique à tous les navires appartenant à des entités publiques ou privées normalement affectés à des activités commerciales et aux marins se trouvant à bord.
§ 2. La présente loi ne s'applique pas :
1° aux navires affectés à la pêche ou à une activité analogue et aux navires de construction traditionnelle et aux marins se trouvant à bord;
2° aux navires de guerre et aux navires de guerre auxiliaires et aux marins se trouvant à bord.
§ 3. En cas de doute relatif à l'applicabilité de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution à un navire battant pavillon belge ou à une catégorie de navires battant pavillon belge, la question est tranchée par [2 le fonctionnaire désigné]2 après consultation [2 des représentants des marins et des armateurs]2.
[2 § 3/1. L'armateur garantit que les personnes travaillant à bord d'un navire qui est exclu du champ d'application de la présente loi et de la Convention MLC conformément au paragraphe 3 du présent article et à l'article II.5 de la Convention MLC, bénéficient de conditions de travail et de vie décentes équivalentes à celles garanties aux marins par les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC, dans la mesure du possible.]2
§ 4. Toute décision prise par [2 le fonctionnaire désigné]2 en application du paragraphe 3 est communiquée au Directeur général du Bureau international du travail.
§ .5. Le navire battant le pavillon d'un Etat étranger qui n'a pas ratifié la [2 Convention MLC]2 ne peut bénéficier d'un traitement plus favorable que le navire battant le pavillon d'un Etat ayant ratifié la MLC 2006.
§ 2. La présente loi ne s'applique pas :
1° aux navires affectés à la pêche ou à une activité analogue et aux navires de construction traditionnelle et aux marins se trouvant à bord;
2° aux navires de guerre et aux navires de guerre auxiliaires et aux marins se trouvant à bord.
§ 3. En cas de doute relatif à l'applicabilité de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution à un navire battant pavillon belge ou à une catégorie de navires battant pavillon belge, la question est tranchée par [2 le fonctionnaire désigné]2 après consultation [2 des représentants des marins et des armateurs]2.
[2 § 3/1. L'armateur garantit que les personnes travaillant à bord d'un navire qui est exclu du champ d'application de la présente loi et de la Convention MLC conformément au paragraphe 3 du présent article et à l'article II.5 de la Convention MLC, bénéficient de conditions de travail et de vie décentes équivalentes à celles garanties aux marins par les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la Convention MLC, dans la mesure du possible.]2
§ 4. Toute décision prise par [2 le fonctionnaire désigné]2 en application du paragraphe 3 est communiquée au Directeur général du Bureau international du travail.
§ .5. Le navire battant le pavillon d'un Etat étranger qui n'a pas ratifié la [2 Convention MLC]2 ne peut bénéficier d'un traitement plus favorable que le navire battant le pavillon d'un Etat ayant ratifié la MLC 2006.
Art.5. § 1. Voor de schepen die onder Belgische vlag varen is deze wet enkel van toepassing ten aanzien van de zeelieden bedoeld in de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen en haar uitvoeringsbesluiten en de [1 zeevarenden]1 werkende onder een ander statuut dan deze van loontrekkende.
De reder moet garanderen dat de [1 zeevarenden]1 werkende onder een ander statuut dan deze van loontrekkende genieten van gelijkwaardige [2 degelijke]2 arbeids- en leefomstandigheden aan deze door de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van [2 het MLC-Verdrag]2 aan de loontrekkende [1 zeevarenden]1 verzekerd.
§ 2. Voor de schepen die onder vreemde vlag varen, dienen als [1 zeevarenden]1 te worden beschouwd, de personen die in dienst of tewerkgesteld zijn of die in welke hoedanigheid dan ook werken aan boord van een schip waarop deze wet van toepassing is. De bevoegde autoriteit van de vlag waaronder het schip vaart, kan sommige categorieën van personen van de [1 zeevarenden]1 uitsluiten overeenkomstig de voorwaarden bepaald door [2 het MLC-Verdrag]2. Met deze uitsluiting kan enkel rekening worden gehouden als hiervan melding wordt gemaakt in de conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid, dan wel in een ander document afgeleverd door de betrokken vlaggenstaat.
De reder moet garanderen dat de [1 zeevarenden]1 werkende onder een ander statuut dan deze van loontrekkende genieten van gelijkwaardige [2 degelijke]2 arbeids- en leefomstandigheden aan deze door de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van [2 het MLC-Verdrag]2 aan de loontrekkende [1 zeevarenden]1 verzekerd.
§ 2. Voor de schepen die onder vreemde vlag varen, dienen als [1 zeevarenden]1 te worden beschouwd, de personen die in dienst of tewerkgesteld zijn of die in welke hoedanigheid dan ook werken aan boord van een schip waarop deze wet van toepassing is. De bevoegde autoriteit van de vlag waaronder het schip vaart, kan sommige categorieën van personen van de [1 zeevarenden]1 uitsluiten overeenkomstig de voorwaarden bepaald door [2 het MLC-Verdrag]2. Met deze uitsluiting kan enkel rekening worden gehouden als hiervan melding wordt gemaakt in de conformiteitsverklaring voor maritieme arbeid, dan wel in een ander document afgeleverd door de betrokken vlaggenstaat.
Art.5. § 1er. Pour ce qui concerne les navires battant pavillon belge, la présente loi s'applique uniquement aux marins visés dans la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail et dans ses arrêtés d'exécution et aux marins travaillant sous un autre statut que celui de salarié.
L'armateur doit garantir que les marins travaillant sous un autre statut que celui de salarié bénéficient des conditions de travail et de vie décentes équivalentes à celles garanties aux marins salariés par les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la [1 Convention MLC]1.
§ 2. En ce qui concerne les navires battant pavillon d'un Etat étranger, doivent être considérées comme marins, les personnes employées ou engagées ou travaillant à quelque titre que ce soit à bord d'un navire auquel la présente loi s'applique. L'autorité compétente dont le navire bat le pavillon peut exclure certaines catégories de personnes des marins conformément aux conditions prescrites par la [1 Convention MLC]1. Il ne peut être tenu compte de cette exclusion que s'il en est fait mention dans la déclaration de conformité du travail maritime, ou bien dans un autre document délivré par l'Etat du pavillon concerné.
L'armateur doit garantir que les marins travaillant sous un autre statut que celui de salarié bénéficient des conditions de travail et de vie décentes équivalentes à celles garanties aux marins salariés par les dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la [1 Convention MLC]1.
§ 2. En ce qui concerne les navires battant pavillon d'un Etat étranger, doivent être considérées comme marins, les personnes employées ou engagées ou travaillant à quelque titre que ce soit à bord d'un navire auquel la présente loi s'applique. L'autorité compétente dont le navire bat le pavillon peut exclure certaines catégories de personnes des marins conformément aux conditions prescrites par la [1 Convention MLC]1. Il ne peut être tenu compte de cette exclusion que s'il en est fait mention dans la déclaration de conformité du travail maritime, ou bien dans un autre document délivré par l'Etat du pavillon concerné.
Modifications
HOOFDSTUK 4. [1 - Delegatie aan de Koning]1
CHAPITRE 4. [1 - Délégation au Roi]1
Art.6. [1 De Koning bepaalt met inachtneming van het MLC-Verdrag:
1° de certificaten en andere documenten die aan boord van schepen dienen te zijn, de overheid die bevoegd is voor de afgifte, de voorwaarden voor de uitgifte alsmede de regels betreffende de inhoud, de bekendmaking en de geldigheid van de certificaten en andere documenten;
2° welke schepen onderworpen zijn aan de bepalingen onder 1° ;
3° de inspectie van schepen;
4° de klachtenprocedure.]1
1° de certificaten en andere documenten die aan boord van schepen dienen te zijn, de overheid die bevoegd is voor de afgifte, de voorwaarden voor de uitgifte alsmede de regels betreffende de inhoud, de bekendmaking en de geldigheid van de certificaten en andere documenten;
2° welke schepen onderworpen zijn aan de bepalingen onder 1° ;
3° de inspectie van schepen;
4° de klachtenprocedure.]1
Modifications
Art.6. [1 Dans le respect de la Convention MLC, le Roi détermine:
1° les certificats et autres documents qui doivent être à bord des navires ainsi que l'autorité chargée de la délivrance, les conditions pour la délivrance et les règles concernant le contenu, la publication et la validité des certificats et autres documents;
2° quels navires sont soumis au 1° ;
3° l'inspection des navires;
4° la procédure de plainte.]1
1° les certificats et autres documents qui doivent être à bord des navires ainsi que l'autorité chargée de la délivrance, les conditions pour la délivrance et les règles concernant le contenu, la publication et la validité des certificats et autres documents;
2° quels navires sont soumis au 1° ;
3° l'inspection des navires;
4° la procédure de plainte.]1
Modifications
TITEL 2. [1 - Taal]1
TITRE 2. [1 - Langue]1
HOOFDSTUK 1.
CHAPITRE 1er.
HOOFDSTUK 2.
CHAPITRE 2.
HOOFDSTUK 3.
CHAPITRE 3.
HOOFDSTUK 3/1.
CHAPITRE 3/1.
HOOFDSTUK 4. - Taal voor het opstellen van de documenten voor de certificatie
CHAPITRE 4. - Langue de rédaction des documents de certification
Art.28. [1 De certificaten en documenten die vereist zijn in overeenstemming met het MLC-Verdrag of deze wet worden in het Engels opgesteld. Op vraag van de reder wordt een vertaling in het Frans of het Nederlands toegevoegd.
Deze certificaten en documenten kunnen ook in elektronische vorm worden afgeleverd.]1
Deze certificaten en documenten kunnen ook in elektronische vorm worden afgeleverd.]1
Modifications
Art.28. [1 Les certificats et documents requis conformément à la Convention MLC ou à la présente loi sont rédigés en anglais. A la demande de l'armateur, une traduction est ajoutée en français ou néerlandais.
Ces certificats et documents peuvent également être délivrés sous forme électronique.]1
Ces certificats et documents peuvent également être délivrés sous forme électronique.]1
Modifications
HOOFDSTUK 5.
CHAPITRE 5.
TITEL 3. - Inspecties
TITRE 3. - Inspections
HOOFDSTUK 1.
CHAPITRE 1er.
HOOFDSTUK 2.
CHAPITRE 2.
HOOFDSTUK 3. - De aangewezen ambtenaren
CHAPITRE 3. - Les fonctionnaires désignés
Art.45. [2 Er dient een protocolakkoord tussen de aangewezen ambtenaren te worden gesloten.]2
Dit protocolakkoord betreft met name de organisatie en de coördinatie van de inspecties waaronder de verdeling van de inspectietaken evenals de voorbereiding en het verloop van de inspecties.
Dit protocolakkoord betreft met name de organisatie en de coördinatie van de inspecties waaronder de verdeling van de inspectietaken evenals de voorbereiding en het verloop van de inspecties.
Art.45. [2 Un protocole d'accord doit être conclu entre les fonctionnaires désignés]2.
Ce protocole d'accord porte notamment sur l'organisation et la coordination des inspections dont la répartition des tâches d'inspection ainsi que la préparation et le déroulement des inspections.
Ce protocole d'accord porte notamment sur l'organisation et la coordination des inspections dont la répartition des tâches d'inspection ainsi que la préparation et le déroulement des inspections.
Art.46. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, houden de aangewezen ambtenaren toezicht op :
1° de naleving van de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van [1 het MLC-Verdrag]1 evenals de naleving van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan voor wat betreft de schepen die onder Belgische vlag varen;
2° de naleving van [1 het MLC-Verdrag]1 voor wat betreft de schepen die onder vreemde vlag varen.
1° de naleving van de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van [1 het MLC-Verdrag]1 evenals de naleving van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan voor wat betreft de schepen die onder Belgische vlag varen;
2° de naleving van [1 het MLC-Verdrag]1 voor wat betreft de schepen die onder vreemde vlag varen.
Modifications
Art.46. Sans préjudice des attributions des officiers de police judiciaire, les fonctionnaires désignés surveillent :
1° en ce qui concerne les navires battant pavillon belge, le respect des dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la [1 Convention MLC]1 ainsi que le respect de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution;
2° en ce qui concerne les navires battant pavillon étranger, le respect de la [1 Convention MLC]1.
1° en ce qui concerne les navires battant pavillon belge, le respect des dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la [1 Convention MLC]1 ainsi que le respect de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution;
2° en ce qui concerne les navires battant pavillon étranger, le respect de la [1 Convention MLC]1.
Modifications
Art.47. § 1. De aangewezen ambtenaren voeren hun opdrachten uit overeenkomstig de wetten en uitvoeringsbesluiten die de modaliteiten bepalen voor de uitoefening van hun bevoegdheden, hun rechten en hun plichten.
§ 2. [2 DE verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevensverwerking is de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.
De aangewezen ambtenaren van het Directoraat-Generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer hebben toegang tot de geregistreerde gegevens en alleen in het kader van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten
De gegevens worden maximaal 10 jaar bewaard nadat het schip niet meer onder Belgische vlag vaart.
De gegevens worden geanonimiseerd voor wat betreft klachten en indien het om zeevarenden gaat.]2
§ 3. [2 ...]2
§ 2. [2 DE verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevensverwerking is de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.
De aangewezen ambtenaren van het Directoraat-Generaal Scheepvaart van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer hebben toegang tot de geregistreerde gegevens en alleen in het kader van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten
De gegevens worden maximaal 10 jaar bewaard nadat het schip niet meer onder Belgische vlag vaart.
De gegevens worden geanonimiseerd voor wat betreft klachten en indien het om zeevarenden gaat.]2
§ 3. [2 ...]2
Art.47. § 1er. Les fonctionnaires désignés exercent leurs missions conformément aux lois et arrêtés d'exécution fixant les modalités d'exercice de leurs compétences, leurs droits et leurs devoirs.
§ 2. [1 Le responsable du traitement pour le traitement des données est le Service public fédéral Mobilité et Transports.
Les fonctionnaires désignés de la Direction générale de la Navigation du Service public fédéral Mobilité et Transports ont accès aux données enregistrées seulement dans le cadre de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.
Les données sont conservées pour une durée maximale de dix ans après la fin de la navigation du navire sous pavillon belge
Les données sont anonymisées en ce qui concerne les plaintes et en ce qui concerne les marins.]1
§ 3. [1 ...]1
§ 2. [1 Le responsable du traitement pour le traitement des données est le Service public fédéral Mobilité et Transports.
Les fonctionnaires désignés de la Direction générale de la Navigation du Service public fédéral Mobilité et Transports ont accès aux données enregistrées seulement dans le cadre de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.
Les données sont conservées pour une durée maximale de dix ans après la fin de la navigation du navire sous pavillon belge
Les données sont anonymisées en ce qui concerne les plaintes et en ce qui concerne les marins.]1
§ 3. [1 ...]1
Modifications
HOOFDSTUK 4. - Machtiging van de erkende organisaties
CHAPITRE 4. - Habilitation des organismes agréés
Art.48. § 1. De Koning kan voorzien in de machtiging van erkende organisaties teneinde er op toe te zien dat de schepen die onder Belgische vlag varen, de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van [2 het MLC-Verdrag]2 en van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan naleven.
§ 2. De machtiging bepaalt de omvang van de bevoegdheden van de erkende organisatie.
Ondanks de toepassing van artikel 60 laat deze machtiging toe om minstens de verbetering te eisen van de tekortkomingen vastgesteld inzake de arbeids- en leefomstandigheden van de [1 zeevarenden]1 en op dit gebied inspecties uit te voeren, indien een havenstaat hierom verzoekt.
§ 2. De machtiging bepaalt de omvang van de bevoegdheden van de erkende organisatie.
Ondanks de toepassing van artikel 60 laat deze machtiging toe om minstens de verbetering te eisen van de tekortkomingen vastgesteld inzake de arbeids- en leefomstandigheden van de [1 zeevarenden]1 en op dit gebied inspecties uit te voeren, indien een havenstaat hierom verzoekt.
Art.48. § 1er. Aux fins de veiller au respect par les navires battant pavillon belge des dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la [1 Convention MLC]1 et de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, le Roi peut prévoir l'habilitation d'organismes agréés.
§ 2. L'habilitation précise l'étendue des attributions de l'organisme agréé.
Nonobstant l'application de l'article 60, cette habilitation permet au moins d'exiger la correction des manquements constatés en ce qui concerne les conditions de travail et de vie des marins et d'effectuer des inspections dans ce domaine si un Etat du port le demande.
§ 2. L'habilitation précise l'étendue des attributions de l'organisme agréé.
Nonobstant l'application de l'article 60, cette habilitation permet au moins d'exiger la correction des manquements constatés en ce qui concerne les conditions de travail et de vie des marins et d'effectuer des inspections dans ce domaine si un Etat du port le demande.
Modifications
HOOFDSTUK 5.
CHAPITRE 5.
Afdeling 1.
Section 1re.
Afdeling 2.
Section 2.
HOOFDSTUK 6. - Plichten tot vertrouwelijkheid en geheimhouding
CHAPITRE 6. - Devoirs de confidentialité et de discrétion
Art.58. De aangewezen ambtenaren en de erkende organisaties moeten de nodige maatregelen nemen om het vertrouwelijk karakter te waarborgen van de [1 ...]1 gegevens van persoonlijke aard waarvan ze kennis hebben gekregen in de uitoefening van hun opdracht en om te waarborgen dat deze gegevens uitsluitend worden aangewend voor de uitoefening van hun opdracht tot toezicht.
Modifications
Art.58. Les fonctionnaires désignés et les organismes agréés doivent prendre les mesures nécessaires afin de garantir le caractère confidentiel des données [1 ...]1 à caractère personnel dont ils ont obtenu connaissance dans l'exercice de leur mission et afin de garantir l'usage de ces données aux seules fins requises pour l'exercice de leur mission de surveillance.
Modifications
Art.59. Behoudens uitdrukkelijke toestemming van de indiener van een klacht of van een aangifte betreffende een overtreding aan boord van een schip dat onder Belgische vlag vaart van de nationale bepalingen tot uitvoering van de bepalingen van [2 het MLC-Verdrag]2, of betreffende een overtreding aan boord van een schip dat onder vreemde vlag vaart van de bepalingen van [2 het MLC-Verdrag]2, en voor de twee soorten schepen, een overtreding aan de rechten van de [1 zeevarenden]1, aan deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, mogen de aangewezen ambtenaren en de erkende organisaties in geen enkel geval, zelfs niet voor de rechtbanken, de naam van de indiener van deze klacht of deze aangifte bekend maken.
Het is hun eveneens verboden om aan de reder of zijn vertegenwoordiger te onthullen dat ingevolge een klacht of een aangifte een onderzoek werd ingesteld.
Het is hun eveneens verboden om aan de reder of zijn vertegenwoordiger te onthullen dat ingevolge een klacht of een aangifte een onderzoek werd ingesteld.
Art.59. Sauf autorisation expresse de l'auteur d'une plainte ou d'une dénonciation relative à un manquement à bord d'un navire battant pavillon belge aux dispositions nationales donnant effet aux prescriptions de la [1 Convention MLC]1 ou relative à un manquement à bord d'un navire battant pavillon étranger aux prescriptions de la MLC 2006, et pour les deux types de navires, un manquement aux droits des marins, à la présente loi et à ses arrêtés d'exécution, les fonctionnaires désignés et les organismes agréés ne peuvent révéler en aucun cas, même devant les tribunaux, le nom de l'auteur de cette plainte ou de cette dénonciation.
Il leur est également interdit de révéler à l'armateur ou représentant ou au capitaine qu'il a été procédé à une enquête à la suite d'une plainte ou d'une dénonciation.
Il leur est également interdit de révéler à l'armateur ou représentant ou au capitaine qu'il a été procédé à une enquête à la suite d'une plainte ou d'une dénonciation.
Modifications
TITEL 4. - Maatregelen die kunnen worden voorgeschreven in geval van vaststelling van overtreding
TITRE 4. - Mesures pouvant être prescrites en cas de constat de manquement
HOOFDSTUK 1. - Ten aanzien van schepen die onder Belgische vlag varen
CHAPITRE 1er. - A l'égard des navires battant pavillon belge
Art.61/1. [1 § 1. Als de repatriëring van de zeevarenden niet wordt voorzien door de reder of de verstrekker van de financiële zekerheid overeenkomstig de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen, draagt de Belgische staat de kosten van repatriëring.
§ 2. Met inachtneming van de van toepassing zijnde internationale instrumenten, kan de Belgische staat indien deze de kosten van repatriëring ingevolge paragraaf 1 heeft betaald, deze kosten terugvorderen van de reder en, indien nodig, de schepen van de desbetreffende reder aanhouden, of verzoeken om aanhouding hiervan, totdat de vergoeding heeft plaatsgevonden.
§ 3. De kosten van repatriëring komen in geen geval ten laste van een zeevarende, behalve in het geval voorzien in artikel 68, § 3, van de wet van 3 juni 2007 betreffende diverse arbeidsbepalingen.
§ 4. [2 De Belgische Staat faciliteert de onmiddellijke repatriëring van zeevarenden, met inbegrip wanneer ze als verlaten worden beschouwd in de zin van artikel 68/1, § 5 van de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen of standaard A2.5.2, paragraaf 2 van het MLC-Verdrag, die werken aan boord van schepen die onder Belgische vlag varen, alsook hun vervanging aan boord.]2
§ 5. Het recht op repatriëring kan niet geweigerd worden aan de zeevarende omwille van de financiële omstandigheden van de reder of omwille van het onvermogen of onwil van de reder om de betrokkene te vervangen.]1
[2 § 6. De Scheepvaartcontrole kan het aanmonsteren van zeevarenden die op een schip worden ingezet ter vervanging van zeevarenden die werden verlaten op een schip dat onder Belgische vlag vaart, weigeren indien er niet voldoende garanties zijn dat deze zeevarenden zullen worden behandeld overeenkomstig de bepalingen van het MLC-Verdrag.]2
§ 2. Met inachtneming van de van toepassing zijnde internationale instrumenten, kan de Belgische staat indien deze de kosten van repatriëring ingevolge paragraaf 1 heeft betaald, deze kosten terugvorderen van de reder en, indien nodig, de schepen van de desbetreffende reder aanhouden, of verzoeken om aanhouding hiervan, totdat de vergoeding heeft plaatsgevonden.
§ 3. De kosten van repatriëring komen in geen geval ten laste van een zeevarende, behalve in het geval voorzien in artikel 68, § 3, van de wet van 3 juni 2007 betreffende diverse arbeidsbepalingen.
§ 4. [2 De Belgische Staat faciliteert de onmiddellijke repatriëring van zeevarenden, met inbegrip wanneer ze als verlaten worden beschouwd in de zin van artikel 68/1, § 5 van de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen of standaard A2.5.2, paragraaf 2 van het MLC-Verdrag, die werken aan boord van schepen die onder Belgische vlag varen, alsook hun vervanging aan boord.]2
§ 5. Het recht op repatriëring kan niet geweigerd worden aan de zeevarende omwille van de financiële omstandigheden van de reder of omwille van het onvermogen of onwil van de reder om de betrokkene te vervangen.]1
[2 § 6. De Scheepvaartcontrole kan het aanmonsteren van zeevarenden die op een schip worden ingezet ter vervanging van zeevarenden die werden verlaten op een schip dat onder Belgische vlag vaart, weigeren indien er niet voldoende garanties zijn dat deze zeevarenden zullen worden behandeld overeenkomstig de bepalingen van het MLC-Verdrag.]2
Art.61/1. [1 § 1er. Si le rapatriement des marins n'est pas assuré par l'armateur ou le prestataire de la garantie financière conformément à la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail, l'Etat belge prend en charge les frais de rapatriement.
§ 2. En tenant compte des instruments internationaux applicables, l'Etat belge peut, s'il a payé les frais de rapatriement conformément au paragraphe 1er, récupérer ceux-ci auprès de l'armateur et, si nécessaire, immobiliser les navires de l'armateur concerné ou demander leur immobilisation, jusqu'à ce que le remboursement soit effectué.
§ 3. Les frais de rapatriement ne peuvent en aucun cas être à la charge du marin sauf dans le cas prévu à l'article 68, § 3, de la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail.
§ 4. [2 L'Etat belge facilite le prompt rapatriement des marins, y compris lorsqu'ils sont considérés comme ayant été abandonnés au sens de l'article 68/1, § 5, de la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail ou du paragraphe 2 de la norme A2.5.2 de la Convention MLC, qui servent sur des navires battant pavillon belge ainsi que leur remplacement à bord.]2
§ 5. Le droit d'être rapatrié ne peut pas être refusé à un marin du fait de la situation financière d'un armateur ou au motif que celui-ci est dans l'impossibilité ou refuse de remplacer l'intéressé.]1
[2 § 6. Le Contrôle de la navigation peut refuser l'engagement de marins à bord d'un navire pour remplacer ceux qui ont été abandonnés sur un navire battant pavillon belge s'il n'y a pas de garanties suffisantes que ces marins seront traités conformément aux dispositions de la Convention MLC.]2
§ 2. En tenant compte des instruments internationaux applicables, l'Etat belge peut, s'il a payé les frais de rapatriement conformément au paragraphe 1er, récupérer ceux-ci auprès de l'armateur et, si nécessaire, immobiliser les navires de l'armateur concerné ou demander leur immobilisation, jusqu'à ce que le remboursement soit effectué.
§ 3. Les frais de rapatriement ne peuvent en aucun cas être à la charge du marin sauf dans le cas prévu à l'article 68, § 3, de la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail.
§ 4. [2 L'Etat belge facilite le prompt rapatriement des marins, y compris lorsqu'ils sont considérés comme ayant été abandonnés au sens de l'article 68/1, § 5, de la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail ou du paragraphe 2 de la norme A2.5.2 de la Convention MLC, qui servent sur des navires battant pavillon belge ainsi que leur remplacement à bord.]2
§ 5. Le droit d'être rapatrié ne peut pas être refusé à un marin du fait de la situation financière d'un armateur ou au motif que celui-ci est dans l'impossibilité ou refuse de remplacer l'intéressé.]1
[2 § 6. Le Contrôle de la navigation peut refuser l'engagement de marins à bord d'un navire pour remplacer ceux qui ont été abandonnés sur un navire battant pavillon belge s'il n'y a pas de garanties suffisantes que ces marins seront traités conformément aux dispositions de la Convention MLC.]2
HOOFDSTUK 2. - Ten aanzien van schepen die onder vreemde vlag varen
CHAPITRE 2. - A l'égard des navires battant pavillon étranger
Art.63/1. [1 § 1. [2 Als in de repatriëring van de zeevarenden niet wordt voorzien door de reder, de verstrekker van de financiële zekerheid overeenkomstig het MLC-Verdrag, de vlagstaat van het schip of het land waarvan de zeevarenden de nationaliteit dragen, draagt de Belgische Staat de kosten van repatriëring indien het schip zich in een Belgische haven bevindt. De Belgische Staat draagt eveneens de kosten van de repatriëring van Belgische zeevarenden indien de reder, de verstrekker van de financiële zekerheid overeenkomstig het MLC-Verdrag, de vlagstaat van het schip of het land waaruit de zeevarenden moeten worden gerepatrieerd niet voorzien in de repatriëring.]2
§ 2. Met inachtneming van de van toepassing zijnde internationale instrumenten, kan de Belgische staat indien deze de kosten van repatriëring ingevolge paragraaf 1 heeft betaald, deze kosten terugvorderen van de reder en, indien nodig, de schepen van de desbetreffende reder aanhouden, of verzoeken om aanhouding hiervan, totdat de vergoeding heeft plaatsgevonden.
§ 3. De kosten van repatriëring komen in geen geval ten laste van een zeevarende, behalve in het geval voorzien in artikel 68, § 3, van de wet van 3 juni 2007 betreffende diverse arbeidsbepalingen.
§ 4. [2 De Belgische Staat faciliteert de onmiddellijke repatriëring van zeevarenden, met inbegrip wanneer ze als verlaten worden beschouwd in de zin van artikel 68/1, § 5 van de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen of norm A2.5.2, paragraaf 2 van het MLC-Verdrag, die werken aan boord van schepen die een Belgische haven aandoen of door de Belgische territoriale wateren of binnenwateren varen, alsook hun vervanging aan boord.]2
§ 5. Het recht op repatriëring kan niet geweigerd worden aan de zeevarende omwille van de financiële omstandigheden van de reder of omwille van het onvermogen of onwil van de reder om de betrokkene te vervangen.]1
[2 § 6. De Scheepvaartcontrole kan het aanmonsteren van zeevarenden die op een schip worden ingezet ter vervanging van zeevarenden die werden verlaten op een schip in België weigeren indien er niet voldoende garanties zijn dat deze zeevarenden zullen worden behandeld overeenkomstig de bepalingen van het MLC-Verdrag.]2
§ 2. Met inachtneming van de van toepassing zijnde internationale instrumenten, kan de Belgische staat indien deze de kosten van repatriëring ingevolge paragraaf 1 heeft betaald, deze kosten terugvorderen van de reder en, indien nodig, de schepen van de desbetreffende reder aanhouden, of verzoeken om aanhouding hiervan, totdat de vergoeding heeft plaatsgevonden.
§ 3. De kosten van repatriëring komen in geen geval ten laste van een zeevarende, behalve in het geval voorzien in artikel 68, § 3, van de wet van 3 juni 2007 betreffende diverse arbeidsbepalingen.
§ 4. [2 De Belgische Staat faciliteert de onmiddellijke repatriëring van zeevarenden, met inbegrip wanneer ze als verlaten worden beschouwd in de zin van artikel 68/1, § 5 van de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen of norm A2.5.2, paragraaf 2 van het MLC-Verdrag, die werken aan boord van schepen die een Belgische haven aandoen of door de Belgische territoriale wateren of binnenwateren varen, alsook hun vervanging aan boord.]2
§ 5. Het recht op repatriëring kan niet geweigerd worden aan de zeevarende omwille van de financiële omstandigheden van de reder of omwille van het onvermogen of onwil van de reder om de betrokkene te vervangen.]1
[2 § 6. De Scheepvaartcontrole kan het aanmonsteren van zeevarenden die op een schip worden ingezet ter vervanging van zeevarenden die werden verlaten op een schip in België weigeren indien er niet voldoende garanties zijn dat deze zeevarenden zullen worden behandeld overeenkomstig de bepalingen van het MLC-Verdrag.]2
Art.63/1. [1 § 1er. [2 Si le rapatriement des marins n'est pas assuré par l'armateur, le prestataire de la garantie financière conformément à la Convention MLC, l'Etat du pavillon du navire ou l'Etat dont les marins sont ressortissants, l'Etat belge prend en charge les frais de rapatriement si le navire se trouve dans un port belge. L'Etat belge prend également en charge les frais de rapatriement des marins belges si l'armateur, le prestataire de la garantie financière conformément à la Convention MLC, l'Etat du pavillon du navire ou l'Etat à partir du territoire duquel le marin doit être rapatrié ne prévoient pas le rapatriement.]2
§ 2. En tenant compte des instruments internationaux applicables, l'Etat belge peut, s'il a payé les frais de rapatriement conformément au paragraphe 1er, récupérer ceux-ci auprès de l'armateur et, si nécessaire, immobiliser les navires de l'armateur concerné, ou demander leur immobilisation, jusqu'à ce que le remboursement soit effectué.
§ 3. Les frais de rapatriement ne peuvent en aucun cas être à la charge du marin, sauf dans le cas prévu à l'article 68, § 3, de la loi du 3 juin 2007 portant dispositions diverses relatives au travail.
§ 4. [2 L'Etat belge facilite le prompt rapatriement des marins, y compris lorsqu'ils sont considérés comme ayant été abandonnés au sens de l'article 68/1, § 5, de la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail ou du paragraphe 2 de la norme A2.5.2 de la Convention MLC, qui servent sur des navires faisant escale dans les ports belges ou traversant les eaux belges territoriales ou intérieures ainsi que leur remplacement à bord.]2
§ 5. Le droit d'être rapatrié ne peut pas être refusé à un marin du fait de la situation financière d'un armateur ou au motif que celui-ci est dans l'impossibilité ou refuse de remplacer l'intéressé.]1
[2 § 6. Le Contrôle de la navigation peut refuser l'engagement de marins à bord d'un navire pour remplacer ceux qui ont été abandonnés sur un navire en Belgique s'il n'y a pas de garanties suffisantes que ces marins seront traités conformément aux dispositions de la Convention MLC.]2
§ 2. En tenant compte des instruments internationaux applicables, l'Etat belge peut, s'il a payé les frais de rapatriement conformément au paragraphe 1er, récupérer ceux-ci auprès de l'armateur et, si nécessaire, immobiliser les navires de l'armateur concerné, ou demander leur immobilisation, jusqu'à ce que le remboursement soit effectué.
§ 3. Les frais de rapatriement ne peuvent en aucun cas être à la charge du marin, sauf dans le cas prévu à l'article 68, § 3, de la loi du 3 juin 2007 portant dispositions diverses relatives au travail.
§ 4. [2 L'Etat belge facilite le prompt rapatriement des marins, y compris lorsqu'ils sont considérés comme ayant été abandonnés au sens de l'article 68/1, § 5, de la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail ou du paragraphe 2 de la norme A2.5.2 de la Convention MLC, qui servent sur des navires faisant escale dans les ports belges ou traversant les eaux belges territoriales ou intérieures ainsi que leur remplacement à bord.]2
§ 5. Le droit d'être rapatrié ne peut pas être refusé à un marin du fait de la situation financière d'un armateur ou au motif que celui-ci est dans l'impossibilité ou refuse de remplacer l'intéressé.]1
[2 § 6. Le Contrôle de la navigation peut refuser l'engagement de marins à bord d'un navire pour remplacer ceux qui ont été abandonnés sur un navire en Belgique s'il n'y a pas de garanties suffisantes que ces marins seront traités conformément aux dispositions de la Convention MLC.]2
HOOFDSTUK 3. [1 - Toegang tot medische voorzieningen voor zeevarenden]1
CHAPITRE 3. [1 - Accès des marins à des installations médicales]1
Art.63/2. [1 Zeevarenden aan boord van schepen die zich in Belgische wateren bevinden die onmiddellijke medische zorg nodig hebben, hebben het recht om onmiddellijk van boord te gaan en toegang te krijgen tot medische voorzieningen aan wal voor het verstrekken van een passende behandeling.
De reder draagt de kosten voor de medische voorzieningen en behandeling van de zeevarenden.]1
De reder draagt de kosten voor de medische voorzieningen en behandeling van de zeevarenden.]1
Art.63/2. [1 Les marins à bord de navires se trouvant dans les eaux belges, ayant besoin de soins médicaux immédiats, ont le droit de débarquer immédiatement et d'avoir accès à des installations médicales à terre pour recevoir un traitement approprié.
L'armateur assume les frais liés aux installations médicales et au traitement du ou des marins.]1
L'armateur assume les frais liés aux installations médicales et au traitement du ou des marins.]1
Modifications
TITEL 5.
TITRE 5.
TITEL 6.
TITRE 6.
HOOFDSTUK 1.
CHAPITRE 1er.
HOOFDSTUK 2.
CHAPITRE 2.
TITEL 7. - De overtredingen en hun strafsanctie
TITRE 7. - Les infractions et leur sanction pénale
HOOFDSTUK 1. - Ten laste van schepen die onder Belgische vlag varen
CHAPITRE 1er. - A charge des navires battant pavillon belge
Art.71. [1 Met een geldboete van 200 tot 100 000 euro wordt gestraft, de reder, zijn lasthebber of aangestelde of de kapitein of zijn vertegenwoordiger van een schip onder Belgische vlag die, zelfs buiten België, de bepalingen van deze wet alsook de bepalingen van de ter uitvoering van deze wet genomen besluiten heeft overtreden.]1
Modifications
Art.71. [1 Est puni d'une amende de 200 à 100 000 euros, l'armateur, son mandataire ou préposé ou le capitaine ou son représentant d'un navire battant pavillon belge qui, même en dehors de la Belgique, a contrevenu aux dispositions de la présente loi et des arrêtés pris en exécution de cette loi.]1
Modifications
HOOFDSTUK 2. - Ten laste van schepen die onder vreemde vlag varen
CHAPITRE 2. - A charge des navires battant pavillon étranger
Art.74. [1 Wordt gestraft met een geldboete van 200 tot 100 000 euro, de reder, zijn lasthebber of aangestelde of de kapitein of zijn vertegenwoordiger van een schip dat onder vreemde vlag vaart die een overtreding van het MLC-Verdrag, met inbegrip van de rechten van de zeevarenden, begaat.]1
Modifications
Art.74. [1 Est puni d'une amende de 200 à 100 000 euros, l'armateur, son mandataire ou préposé ou le capitaine ou son représentant d'un navire battant pavillon étranger qui enfreint la Convention MLC, y compris les droits des marins.]1
Modifications
HOOFDSTUK 3. - Ten laste van schepen ongeacht de Staat van hun vlag
CHAPITRE 3. - A charge des navires quel que soit l'Etat de leur pavillon
Art.75. Wordt gestraft met een geldboete van 600 tot 6.000 euro, de reder, zijn lasthebber of aangestelde en/of de kapitein of zijn vertegenwoordiger die een schip laat varen niettegenstaande het verbod om de haven te verlaten zoals beslist door de aangewezen ambtenaar krachtens deze wet.
Art.75. Est puni d'une amende de 600 à 6.000 euros, l'armateur, son mandataire ou préposé et/ou le capitaine ou son représentant qui fait naviguer un navire au mépris de l'interdiction de quitter le port décidée par le fonctionnaire désigné en vertu de la présente loi.
Art.76. [1 Wordt gestraft met een geldboete van 200 tot 60 000 euro, ieder die de opdracht van de met scheepvaartcontrole belaste ambtenaar of een erkende organisatie, krachtens deze wet en haar uitvoeringsbesluiten uitgeoefend, heeft belemmerd.]1
Modifications
Art.76. [1 Est puni d'une amende de 200 à 60 000 euros, toute personne qui a entravé la mission de l'agent chargé du contrôle de la navigation ou d'un organisme agréé, exécutée en vertu de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.]1
Modifications
HOOFDSTUK 4. - Regels van toepassing op de strafsancties
CHAPITRE 4. - Règles applicables aux sanctions pénales
Art.77. De straffen bepaald bij deze wet ten aanzien van de kapitein kunnen worden verminderd tot een vierde van deze waartoe de reder kan worden veroordeeld, indien bewezen is dat de kapitein het schriftelijk of mondeling bevel van die reder heeft ontvangen om in strijd met deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan te handelen.
Art.77. Les peines prévues à la présente loi, à l'égard du capitaine, peuvent être réduites à un quart de celles auxquelles l'armateur peut être condamné, s'il est prouvé que le capitaine a reçu l'ordre écrit ou verbal de cet armateur d'agir en infraction à la présente loi ou ses arrêtés d'exécution.
Art.78. Bij herhaling binnen het jaar volgend op een veroordeling voor een inbreuk op de bepalingen van deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan, kan de straf op het dubbele van het maximum worden gebracht.
Hoofdstruk V. van Boek 1 van het Strafwetboek is niet van toepassing op de inbreuken opgenomen in deze Titel.
Hoofdstruk V. van Boek 1 van het Strafwetboek is niet van toepassing op de inbreuken opgenomen in deze Titel.
Art.78. En cas de récidive dans l'année qui suit une condamnation pour une infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, la peine peut être portée au double du maximum.
Le chapitre V du Livre 1er, du Code pénal n'est pas applicable aux infractions reprises au présent Titre.
Le chapitre V du Livre 1er, du Code pénal n'est pas applicable aux infractions reprises au présent Titre.
Art.79. Hoofdstuk VII van Boek 1 van het Strafwetboek is van toepassing op de inbreuken opgenomen in deze Titel.
Art.79. Le chapitre VII du Livre 1er du Code pénal est applicable aux infractions reprises au présent Titre.
Art.80. Indien er verzachtende omstandigheden zijn, kan de geldboete worden verminderd tot beneden het minimumbedrag vermeld door de wet, zonder dat zij evenwel lager mag zijn dan 40 procent van het voorgeschreven minimumbedrag.
Art.80. S'il existe des circonstances atténuantes, l'amende peut être réduite en dessous du montant minimum porté par la loi, sans qu'elle puisse toutefois être inférieure à 40 pour cent du montant minimum prescrit.
TITEL 8. - Vergoedingen en reiskosten
TITRE 8. - Rétributions et frais de voyage
Art.81. De Koning bepaalt de vergoedingen die kunnen worden geïnd uit hoofde van [1 de inspectie]1 van een schip, alsmede van elke [1 noodzakelijke of door de reder gevraagde]1 tussenkomst, uitgevoerd door de aangewezen ambtenaar in het kader van de functies die hem door deze wet of uitvoeringsbesluiten ervan zijn opgelegd. Deze komen ten laste van de reder.
Modifications
Art.81. Le Roi détermine les rétributions qui peuvent être perçues du chef de [1 l'inspection]1 d'un navire, ainsi que de toute intervention [1 nécessaire ou demandé par l'armateur]1 faite par le fonctionnaire désigné dans le cadre des fonctions qui lui sont imposées par la loi ou les arrêtés d'exécution de cette loi. Celles-ci sont à charge de l'armateur.
Modifications
Art.82. Indien een inspectie buiten België noodzakelijk blijkt te zijn, komen de reis- en verblijfkosten van de aangewezen ambtenaren die deze uitvoeren, ten laste van de reder.
Art.82. Quand une inspection hors de Belgique se révèle nécessaire, les frais de voyage et de séjour des fonctionnaires désignés qui y procèdent sont à charge de l'armateur.
TITEL 9. - Wijzigende bepalingen
TITRE 9. - Dispositions modificatives
Art.83. § 1. In artikel 11, § 1, lid 2 van de wet van 5 juni 1972 op de veiligheid van de vaartuigen, worden de woorden "de maritieme arbeid," ingevoegd tussen de woorden " Hij ziet toe dat de door België afgesloten internationale verdragen betreffende" en de woorden "de beveiliging van mensenlevens".
§ 2. In artikel 29 van dezelfde wet zijn de woorden "of bij het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006" ingevoegd tussen de woorden "bij het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen" en de woorden "de wet van het land".
§ 2. In artikel 29 van dezelfde wet zijn de woorden "of bij het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006" ingevoegd tussen de woorden "bij het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen" en de woorden "de wet van het land".
Art.83. § 1er. Dans l'article 11, § 1er, alinéa 2 de la loi du 5 juin 1972 sur la sécurité des navires les mots "au travail maritime," sont insérés entre les mots "Il veille au respect des conventions internationales relatives" et les mots "à la sauvegarde de la vie humaine".
§ 2. Dans l'article 29 de la même loi, les mots "ou à la Convention du Travail maritime 2006" sont insérés entre les mots "la convention concernant les lignes de charge" et les mots "la loi du pays" .
§ 2. Dans l'article 29 de la même loi, les mots "ou à la Convention du Travail maritime 2006" sont insérés entre les mots "la convention concernant les lignes de charge" et les mots "la loi du pays" .
Art.84.. In de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen wordt een artikel 28/1 ingevoegd, dat als volgt luidt :
" 28/1. § 1 De Koning kan, na raadpleging van het betrokken paritaire comité, de categorieën van personen bepalen, die geen zeelieden zijn, rekening houdende met de volgende criteria :
1° de duur van het verblijf aan boord van de betrokken personen;
2° de frequentie van de arbeidsperiodes uitgevoerd aan boord;
3° de voornaamste arbeidsplaats;
4° de reden van de aanwezigheid aan boord;
5° de bescherming, die normaal aan die personen inzake arbeidsomstandigheden en sociale zaken wordt verleend; men moet erop toezien dat deze vergelijkbaar is met die waarvan zij in de zin van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006 genieten.
§ 2. Indien twijfel bestaat of een categorie van personen tot de zeelieden behoort, wordt over het probleem beslist door het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer na raadpleging van het betrokken paritair comité. De criteria bedoeld in paragraaf 1 worden bij het onderzoek van het probleem in overweging genomen.
§ 3. Elk besluit genomen in uitvoering van paragraaf 1 wordt aan de Directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau meegedeeld. "
" 28/1. § 1 De Koning kan, na raadpleging van het betrokken paritaire comité, de categorieën van personen bepalen, die geen zeelieden zijn, rekening houdende met de volgende criteria :
1° de duur van het verblijf aan boord van de betrokken personen;
2° de frequentie van de arbeidsperiodes uitgevoerd aan boord;
3° de voornaamste arbeidsplaats;
4° de reden van de aanwezigheid aan boord;
5° de bescherming, die normaal aan die personen inzake arbeidsomstandigheden en sociale zaken wordt verleend; men moet erop toezien dat deze vergelijkbaar is met die waarvan zij in de zin van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006 genieten.
§ 2. Indien twijfel bestaat of een categorie van personen tot de zeelieden behoort, wordt over het probleem beslist door het Directoraat-generaal Maritiem Vervoer na raadpleging van het betrokken paritair comité. De criteria bedoeld in paragraaf 1 worden bij het onderzoek van het probleem in overweging genomen.
§ 3. Elk besluit genomen in uitvoering van paragraaf 1 wordt aan de Directeur-generaal van het Internationaal Arbeidsbureau meegedeeld. "
Art.84. Dans la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail, il est inséré un article 28/1 rédigé comme suit :
" 28/1. § 1er Le Roi peut fixer, après consultation de la commission paritaire concernée, les catégories de personnes qui ne sont pas des marins, en tenant compte des critères suivants :
1° la durée du séjour à bord des personnes concernées;
2° la fréquence des périodes de travail accomplies à bord;
3° le lieu de travail principal;
4° la raison d'être du travail à bord;
5° la protection normalement accordée à ces personnes en ce qui concerne les conditions de travail et en matière sociale; il faut veiller à ce qu'elle soit comparable à celle dont elles jouissent au titre de la Convention de travail maritime 2006.
§ 2. En cas de doute relatif à l'appartenance d'une catégorie de personnes aux marins, la question est tranchée par la Direction générale Transport maritime après consultation de la commission paritaire concernée. Les critères visés au paragraphe 1er sont pris en considération à l'occasion de l'examen de la question.
§ 3. Tout arrêté pris en exécution du paragraphe 1er est communiqué au Directeur général du Bureau international du travail. "
" 28/1. § 1er Le Roi peut fixer, après consultation de la commission paritaire concernée, les catégories de personnes qui ne sont pas des marins, en tenant compte des critères suivants :
1° la durée du séjour à bord des personnes concernées;
2° la fréquence des périodes de travail accomplies à bord;
3° le lieu de travail principal;
4° la raison d'être du travail à bord;
5° la protection normalement accordée à ces personnes en ce qui concerne les conditions de travail et en matière sociale; il faut veiller à ce qu'elle soit comparable à celle dont elles jouissent au titre de la Convention de travail maritime 2006.
§ 2. En cas de doute relatif à l'appartenance d'une catégorie de personnes aux marins, la question est tranchée par la Direction générale Transport maritime après consultation de la commission paritaire concernée. Les critères visés au paragraphe 1er sont pris en considération à l'occasion de l'examen de la question.
§ 3. Tout arrêté pris en exécution du paragraphe 1er est communiqué au Directeur général du Bureau international du travail. "
Art.85. In artikel 34, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, 3°, worden de woorden ", geboorte datum of leeftijd, geboorteplaats" ingevoegd tussen het woord "voornamen" en de woorden "en woonplaats";
2° in dezelfde paragraaf wordt de bepaling onder 7°/1 ingevoegd, luidende :
" 7°/1 het jaarlijks betaald verlof of de formule ter berekening ervan; ";
3° in dezelfde paragraaf wordt de bepaling onder 8° aangevuld met de woorden : "en de voorwaarden voor de beëindiging ervan, namelijk de einddatum;";
4° dezelfde paragraaf wordt aangevuld met de bepalingen onder 9° en 10°, luidende :
" 9° de door de reder aan de zeeman te verstekken prestaties inzake gezondheidsbescherming en sociale zekerheid;
10° de verwijzing naar de collectieve arbeidsovereenkomsten die deel uitmaken van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst. "
5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
" § 3. De zeeman moet de gelegenheid hebben de overeenkomst wegens scheepsdienst te bestuderen en hieromtrent advies in te winnen alvorens tot ondertekening over te gaan, en toegang krijgen tot alle andere middelen die noodzakelijk zijn om te verzekeren dat hij zich vrijwillig verbond met voldoende begrip van zijn rechten en zijn verplichtingen. "
1° in § 2, 3°, worden de woorden ", geboorte datum of leeftijd, geboorteplaats" ingevoegd tussen het woord "voornamen" en de woorden "en woonplaats";
2° in dezelfde paragraaf wordt de bepaling onder 7°/1 ingevoegd, luidende :
" 7°/1 het jaarlijks betaald verlof of de formule ter berekening ervan; ";
3° in dezelfde paragraaf wordt de bepaling onder 8° aangevuld met de woorden : "en de voorwaarden voor de beëindiging ervan, namelijk de einddatum;";
4° dezelfde paragraaf wordt aangevuld met de bepalingen onder 9° en 10°, luidende :
" 9° de door de reder aan de zeeman te verstekken prestaties inzake gezondheidsbescherming en sociale zekerheid;
10° de verwijzing naar de collectieve arbeidsovereenkomsten die deel uitmaken van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst. "
5° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
" § 3. De zeeman moet de gelegenheid hebben de overeenkomst wegens scheepsdienst te bestuderen en hieromtrent advies in te winnen alvorens tot ondertekening over te gaan, en toegang krijgen tot alle andere middelen die noodzakelijk zijn om te verzekeren dat hij zich vrijwillig verbond met voldoende begrip van zijn rechten en zijn verplichtingen. "
Art.85. Dans l'article 34, de la même loi les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le § 2, 3°, les mots ", date de naissance ou âge, lieu de naissance "sont insérés entre le mot "prénoms" et les mots "et domicile";
2° dans le même paragraphe, le 7°/1 est inséré, rédigé comme suit :
" 7°/1 le congé payé annuel ou la formule utilisée pour le calculer; ";
3° dans le même paragraphe, le 8° est complété par les mots: "et les conditions de sa cessation, notamment la date d'expiration; ";
4° le même paragraphe est complété par les 9° et 10°, rédigés comme suit :
" 9° les prestations en matière de la santé et de sécurité sociale qui doivent être assurées au marin par l'armateur;
10° la référence aux conventions collectives de travail qui font partie du contrat d'engagement maritime. "
5° l'article est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
" § 3. Le marin doit avoir la possibilité d'examiner le contrat d'engagement maritime et demander conseil à ce sujet avant de la signer, et disposer de toutes autres facilités qui sont nécessaires pour garantir qu'il contracte librement, en ayant une compréhension suffisantede ses droits et de ses obligations. "
1° dans le § 2, 3°, les mots ", date de naissance ou âge, lieu de naissance "sont insérés entre le mot "prénoms" et les mots "et domicile";
2° dans le même paragraphe, le 7°/1 est inséré, rédigé comme suit :
" 7°/1 le congé payé annuel ou la formule utilisée pour le calculer; ";
3° dans le même paragraphe, le 8° est complété par les mots: "et les conditions de sa cessation, notamment la date d'expiration; ";
4° le même paragraphe est complété par les 9° et 10°, rédigés comme suit :
" 9° les prestations en matière de la santé et de sécurité sociale qui doivent être assurées au marin par l'armateur;
10° la référence aux conventions collectives de travail qui font partie du contrat d'engagement maritime. "
5° l'article est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
" § 3. Le marin doit avoir la possibilité d'examiner le contrat d'engagement maritime et demander conseil à ce sujet avant de la signer, et disposer de toutes autres facilités qui sont nécessaires pour garantir qu'il contracte librement, en ayant une compréhension suffisantede ses droits et de ses obligations. "
Art.86. In titel VI, hoofdstuk II, van dezelfde wet, wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende " Toegang tot informatie ".
Art.86. Dans le titre VI, chapitre II, de la même loi, il est inséré une section 3 intitulée "Accès aux informations".
Art.87. In afdeling 3 van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 86, wordt een artikel 43/1 ingevoegd, luidende :
" Art. 43/1. De nodige maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat duidelijke informatie omtrent hun arbeidsvoorwaarden op eenvoudige wijze aan boord kan verkregen worden door de zeelieden, met inbegrip van de kapitein van het schip, en dat deze informatie, met inbegrip van een afschrift van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst, eveneens toegankelijk is voor de toetsing voor de daartoe aangewezen ambtenaren, met inbegrip deze van de autoriteiten van de havens aangedaan door het schip. "
" Art. 43/1. De nodige maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat duidelijke informatie omtrent hun arbeidsvoorwaarden op eenvoudige wijze aan boord kan verkregen worden door de zeelieden, met inbegrip van de kapitein van het schip, en dat deze informatie, met inbegrip van een afschrift van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst, eveneens toegankelijk is voor de toetsing voor de daartoe aangewezen ambtenaren, met inbegrip deze van de autoriteiten van de havens aangedaan door het schip. "
Art.87. Dans la section 3 de la même loi, insérée par l'article 86, il est inséré un article 43/1 rédigé comme suit :
" Art. 43/1. Les mesures nécessaires sont prises pour assurer que des informations précises relatives aux conditions d'emploi puissent être aisément obtenues à bord par les marins, y compris le capitaine du navire, et pour que ces informations, y compris la copie du contrat d'engagement maritime, soient aussi accessibles pour vérification aux fonctionnaires habilités à cet effet, y compris ceux de l'autorité des ports où le navire fait escale. "
" Art. 43/1. Les mesures nécessaires sont prises pour assurer que des informations précises relatives aux conditions d'emploi puissent être aisément obtenues à bord par les marins, y compris le capitaine du navire, et pour que ces informations, y compris la copie du contrat d'engagement maritime, soient aussi accessibles pour vérification aux fonctionnaires habilités à cet effet, y compris ceux de l'autorité des ports où le navire fait escale. "
Art.88. In dezelfde afdeling 3 van dezelfde wet wordt een artikel 43/2 ingevoegd luidende :
" Art. 43/2. Wanneer de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst gedeeltelijk samengesteld is uit één of meerdere collectieve arbeidsovereenkomsten, moet een afschrift van deze overeenkomsten aan boord ter beschikking gehouden worden.
Wanneer de arbeidsovereenkomst en/of de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten niet in het Engels opgesteld zijn, worden de volgende documenten in het Engels ter beschikking gehouden :
1° een exemplaar van een standaardarbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst;
2° de delen van de collectieve arbeidsovereenkomsten waarvan de toepassing onderworpen is aan inspectie door de havenstaat krachtens het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006 goedgekeurd door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie op 23 februari 2006 en de wet van 13 juni 2014 tot uitvoering en controle van de toepassing van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006.
Er dient geen kopie in het Engels ter beschikking worden gehouden op passagiersschepen die bestemd zijn om uitsluitend te worden gebruikt voor binnenlandse zeereizen aan boord waarvan de werktaal het Nederlands of het Frans is ".
" Art. 43/2. Wanneer de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst gedeeltelijk samengesteld is uit één of meerdere collectieve arbeidsovereenkomsten, moet een afschrift van deze overeenkomsten aan boord ter beschikking gehouden worden.
Wanneer de arbeidsovereenkomst en/of de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomsten niet in het Engels opgesteld zijn, worden de volgende documenten in het Engels ter beschikking gehouden :
1° een exemplaar van een standaardarbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst;
2° de delen van de collectieve arbeidsovereenkomsten waarvan de toepassing onderworpen is aan inspectie door de havenstaat krachtens het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006 goedgekeurd door de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie op 23 februari 2006 en de wet van 13 juni 2014 tot uitvoering en controle van de toepassing van het Verdrag betreffende maritieme arbeid 2006.
Er dient geen kopie in het Engels ter beschikking worden gehouden op passagiersschepen die bestemd zijn om uitsluitend te worden gebruikt voor binnenlandse zeereizen aan boord waarvan de werktaal het Nederlands of het Frans is ".
Art.88. Dans la même section 3 de la même loi, il est inséré un article 43/2 rédigé comme suit :
" Art. 43/2. Lorsque le contrat d'engagement maritime est partiellement constitué par une ou plusieurs conventions collectives de travail, une copie de ces conventions doit être tenue à disposition à bord.
Lorsque le contrat d'engagement maritime et/ou les conventions collectives de travail applicables ne sont pas rédigés en anglais, les documents suivants sont tenus à disposition, en anglais :
1° Un exemplaire d'un contrat d'engagement maritime type;
2° Les parties des conventions collectives de travail dont l'application est sujette à inspection par l'Etat du port en vertu de la Convention du travail maritime 2006 adoptée le 23 février 2006 par la Conférence générale de l'Organisation internationale du Travail et de la loi du 13 juin 2014 d'exécution et de contrôle de l'application de la Convention du travail maritime.
Il n'y a pas lieu à tenir une copie en anglais à disposition sur les paquebots exclusivement destinés à naviguer en mer intérieure à bord desquels la langue de travail est le néerlandais ou le français. "
" Art. 43/2. Lorsque le contrat d'engagement maritime est partiellement constitué par une ou plusieurs conventions collectives de travail, une copie de ces conventions doit être tenue à disposition à bord.
Lorsque le contrat d'engagement maritime et/ou les conventions collectives de travail applicables ne sont pas rédigés en anglais, les documents suivants sont tenus à disposition, en anglais :
1° Un exemplaire d'un contrat d'engagement maritime type;
2° Les parties des conventions collectives de travail dont l'application est sujette à inspection par l'Etat du port en vertu de la Convention du travail maritime 2006 adoptée le 23 février 2006 par la Conférence générale de l'Organisation internationale du Travail et de la loi du 13 juin 2014 d'exécution et de contrôle de l'application de la Convention du travail maritime.
Il n'y a pas lieu à tenir une copie en anglais à disposition sur les paquebots exclusivement destinés à naviguer en mer intérieure à bord desquels la langue de travail est le néerlandais ou le français. "
TITEL 10. - Inwerkingtreding
TITRE 10. - Entrée en vigueur
Art. 89. Deze wet treedt in werking op 20 augustus 2014.
Art. 89. La présente loi entre en vigueur le 20 août 2014.