Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
7 FEBRUARI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 december 2001 betreffende de soortenbescherming in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België
Titre
7 FEVRIER 2014. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 21 décembre 2001 visant la protection des espèces dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique
Informations sur le document
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 december 2001 betreffende de soortenbescherming in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 4) wordt vervangen als volgt :
  "4) uitheemse soort :
  a) een soort of ondersoort van een aquatisch organisme waar die buiten het bekende natuurlijke verspreidingsgebied en buiten het potentiële natuurlijke verspreidingsgebied voorkomt;
  b) polyploïde organismen, en vruchtbare kunstmatig gehybridiseerde soorten, ongeacht hun natuurlijke of potentiële verspreidingsgebied;"
  2° een bepaling onder 15) wordt ingevoegd, luidende :
  "15) Verordening Aquacultuur : Verordening (EG) nr. 708/2007 van de Raad van 11 juni 2007 inzake het gebruik van uitheemse en plaatselijk niet-voorkomende soorten in de aquacultuur."
Article 1er. A l'article 1er de l'arrêté royal du 21 décembre 2001 visant la protection des espèces dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 4) est remplacé par ce qui suit :
  " 4) espèce exotique :
  a) toute espèce ou sous-espèce d'organisme aquatique présent en dehors de son aire connue de répartition naturelle ou de son aire naturelle de dispersion potentielle;
  b) tout organisme polyploïde et espèce fertile obtenue par hybridation, quelle que soit son aire de répartition naturelle ou de dispersion potentielle; "
  2° il est inséré un 15), rédigé comme suit :
  " 15) Règlement Aquaculture : Règlement (CE) n° 708/2007 du Conseil du 11 juin 2007 relatif à l'utilisation en aquaculture des espèces exotiques et des espèces localement absentes. "
Art.2. Artikel 2 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met de paragrafen 2 tot 4, luidende :
  " § 2. Het hoofdstuk VII is niet van toepassing op de Japanse oester (Crassostrea gigas).
  § 3. Het hoofdstuk VII is van toepassing op de translocatie binnen België van plaatselijk niet-voorkomende soorten, met uitzondering van gevallen waarin wetenschappelijke informatie overgemaakt wordt aan het bestuur en waarbij het bestuur deze informatie schriftelijk aanvaardt als duidend op de afwezigheid van gevaren voor het milieu als gevolg van de translocatie.
  § 4. Het hoofdstuk VII is niet van toepassing op verplaatsingen van uitheemse of plaatselijk niet-voorkomende soorten die zullen worden gehouden in gesloten aquacultuurvoorzieningen, uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van de Verordening Aquacultuur."
Art.2. Dans le même arrêté, l'article 2, dont le texte actuel constituera le paragraphe 1er, est complété par les paragraphes 2 à 4, rédigés comme suit :
  " § 2. Le chapitre VII ne s'applique pas à l'huître japonaise (Crassostrea gigas).
  § 3. Le chapitre VII s'applique au transfert en Belgique d'espèces localement absentes, à l'exception des cas où des informations scientifiques sont communiquées à l'administration et où l'administration accepte par écrit ces informations comme indice de l'absence de risques environnementaux dus au transfert.
  § 4. Le chapitre VII ne s'applique pas aux mouvements d'espèces exotiques ou d'espèces localement absentes qui doivent avoir lieu dans des installations aquacoles fermées, réalisées conformément aux dispositions du règlement Aquaculture. "
Art.3. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk VII vervangen als volgt :
  "HOOFDSTUK VII. - Introductie van uitheemse organismen of translocatie van plaatselijk niet-voorkomende soorten in de zeegebieden."
Art.3. Dans le même arrêté, l'intitulé du chapitre VII est remplacé par la disposition suivante :
  " CHAPITRE VII. - Introduction d'espèces exotiques ou transfert d'espèces localement absentes dans les espaces marins. "
Art.4. Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 13. Elke introductie en translocatie is onderworpen aan een vergunning overeenkomstig artikel 11 van de wet en de Verordening Aquacultuur, met uitzondering van de gevallen bepaald in artikel 2, §§ 2 tot 4. De vergunning wordt verleend volgens de procedure omschreven in artikel 15."
Art.4. L'article 13 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 13. Toute introduction et tout transfert sont soumis à autorisation conformément à l'article 11 de la loi et du règlement Aquaculture, à l'exception des cas déterminés à l'article 2, §§ 2 à 4. L'autorisation est accordée suivant la procédure décrite à l'article 15. "
Art.5. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 14. Het indienen van een vergunningsaanvraag volgens de procedure in artikel 15 stelt de aanvrager niet vrij, in voorkomend geval, van de verplichting een aparte vergunningsaanvraag in te dienen in toepassing van de artikelen 25 tot 30 van de wet. In dat geval kan het bestuur de aanvrager de toelating verlenen het milieueffectenrapport en de milieurisicobeoordeling te integreren."
Art.5. L'article 14 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 14. Le dépôt d'une demande d'autorisation suivant la procédure de l'article 15 ne dispense pas le demandeur, le cas échéant, de l'obligation d'introduire une demande d'autorisation distincte en application des articles 25 à 30 de la loi. Dans ce cas, l'administration peut autoriser le demandeur à intégrer l'étude d'incidence intégrée et l'évaluation des risques environnementaux. "
Art.6. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  "Art. 15. § 1. De aanvraag voor vergunning wordt ingediend door de persoon die de actie wenst te voeren of de activiteit wenst uit te oefenen.
  De aanvraag wordt gericht aan de minister en betekend aan het bestuur in één origineel exemplaar en vier afschriften.
  De aanvraag omvat minstens de volgende gegevens :
  1) naam, voornaam, beroep, woonplaats en nationaliteit van de aanvrager;
  2) een identificatie van de voorgenomen actie of activiteit en in voorkomend geval het aantal introducties en translocaties voorzien binnen een periode van zeven jaar;
  3) als de aanvrager een vennootschap is, haar statuten en de stukken tot staving van de volmachten van de ondertekenaars van de aanvraag;
  4) een identificatie van de uitheemse of plaatselijk niet voorkomende soort of soorten die mogelijk, ten gevolge van de actie of activiteit, in de zeegebieden zullen ingebracht worden;
  5) een dossier dat is opgesteld volgens de in bijlage I van de Verordening Aquacultuur opgestelde richtsnoeren.
  De retributie verschuldigd overeenkomstig artikel 30, § 2, van de wet wordt geraamd en betaald volgens de procedure van de artikelen 18 en 19 van het koninklijk besluit van 9 september 2003 houdende de regels betreffende de milieu-effectenbeoordeling in toepassing van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België.
  Conform artikel 7 van de Verordening Aquacultuur gaat het bestuur, onmiddellijk na betaling van de geraamde retributie over tot de beoordeling of de voorgenomen actie of activiteit een routinematige of niet-routinematige verplaatsing is, en of de uitzetting moet worden voorafgegaan door een quarantaine of proefuitzetting. Het bestuur kan advies vragen over de aanvraag aan de departementen van het Instituut met expertise ter zake en, indien het dit nodig acht, aan andere binnenlandse en/of buitenlandse experten.
  Binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van de retributie zendt het bestuur de aanvraag met zijn desbetreffend advies aan de minister.
  § 2. Conform artikel 8 van de Verordening Aquacultuur kan de minister, ingeval het bestuur adviseert dat het een routinematige introductie of translocatie betreft, Ons een met redenen omkleed vergunningsbesluit ter ondertekening voorleggen. De vergunning is in overeenstemming met de randvoorwaarden die bepaald zijn in de hoofdstukken IV en V van de Verordening Aquacultuur en wordt afgeleverd binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het advies van het bestuur.
  § 3. Conform artikel 9, lid 1 van de Verordening Aquacultuur, moet, ingeval het bestuur adviseert dat het een niet-routinematige introductie of translocatie betreft, een milieurisicobeoordeling verricht worden als omschreven in bijlage II, deel 1 en 2 van de Verordening Aquacultuur. Deze beslissing wordt door de minister betekend, binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van het advies van het bestuur, aan de vergunningsaanvrager, met kennisgeving aan het bestuur. Het bestuur raamt vervolgens de retributie verschuldigd overeenkomstig artikel 30, § 2, van de wet en betekent de grootte van de retributie aan de vergunningsaanvrager, binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van deze kennisgeving. De procedure van de artikelen 18 en 19 van het koninklijk besluit van 9 september 2003 houdende de regels betreffende de milieu-effectenbeoordeling in toepassing van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België is mutatis mutandis van toepassing.
  § 4. Conform artikel 9, lid 2 van de Verordening Aquacultuur, brengt het bestuur, nadat de aanvrager een milieurisicobeoordeling als omschreven in bijlage II, deel 1 en 2 van de Verordening Aquacultuur aan de minister gericht heeft, met betekening aan het bestuur, en onmiddellijk na betaling door de aanvrager van de geraamde retributie aan het bestuur, in een beknopt verslag als bedoeld in bijlage II, deel 3 van de Verordening Aquacultuur advies uit aan de minister over de risico's, binnen een termijn van honderd twintig dagen na ontvangst van de betekening van de milieurisicobeoordeling. Het bestuur kan daartoe advies vragen over de aanvraag aan de departementen van het Instituut met expertise ter zake en, indien het dit nodig acht, aan andere binnenlandse en/of buitenlandse experten.
  Conform artikel 9, lid 3 van de Verordening Aquacultuur, pleegt het bestuur, indien de risico's verbonden aan de voorgestelde introductie of translocatie groot of middelmatig zouden zijn in afwezigheid van bijzondere risicobeperkende procedures of technologieën, overleg met de aanvrager om na te gaan of er dergelijke procedures of technologieën beschikbaar zijn waardoor het risico laag kan worden gehouden. De resultaten van dit onderzoek, met een omstandige omschrijving van het gevoerde overleg, met vermelding van de omvang van het risico en de redenen voor een eventuele beperking van het risico worden in voorkomend geval in het verslag als bedoeld in bijlage II, deel 3 van de Verordening Aquacultuur opgenomen.
  § 5. Conform artikel 9, lid 2 van de Verordening Aquacultuur, legt de minister, indien het bestuur de risico's verbonden aan de voorgestelde introductie of translocatie gering vindt, Ons een met redenen omkleed vergunningsbesluit ter ondertekening voor, behoudens ingeval van toepassing van het voorzorgsbeginsel zoals vermeld in paragraaf 6. De vergunning is in overeenstemming met de randvoorwaarden die bepaald zijn in de hoofdstukken IV en V van de Verordening Aquacultuur en wordt afgeleverd binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het advies van het bestuur zoals vermeld in paragraaf 4.
  § 6. Conform artikel 9, lid 4 van de Verordening Aquacultuur, adviseert het bestuur, indien het bestuur de risico's verbonden aan de voorgestelde introductie of translocatie niet gering vindt, aan de minister om geen vergunning toe te kennen. In dit geval of indien de minister op grond van het voorzorgsbeginsel beslist om Ons geen vergunningsbesluit ter ondertekening voor te leggen, betekent de minister zijn met redenen omklede beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het advies van het bestuur, zoals vermeld in paragraaf 4.
  § 7. De termijnen vermeld in paragraaf 1, derde lid, en paragraaf 4, eerste lid, worden verlengd indien het bestuur, binnen een termijn van twintig dagen, schriftelijk aan de aanvrager meldt dat zijn aanvraag onvolledig is, met vermelding van de ontbrekende stukken. De verlenging is gelijk aan de periode tussen de melding en de ontvangst door het bestuur van de ontbrekende stukken.
  § 8. Het vergunningsbesluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad."
Art.6. L'article 15 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 15. § 1er. La demande d'autorisation est introduite par la personne qui souhaite poser l'action ou exercer l'activité.
  La demande est adressée au ministre et notifiée à l'administration en un exemplaire original et quatre copies.
  La demande comporte au moins les données suivantes :
  1) nom, prénom, profession, domicile et nationalité du demandeur;
  2) une identification de l'action ou de l'activité projetés et, le cas échéant, le nombre d'introductions et de transferts prévus sur une période de sept ans;
  3) si le demandeur est une société, ses statuts et les pièces établissant les pouvoirs des signataires de la demande;
  4) une identification de l'espèce ou des espèces exotiques ou localement absentes qui pourront être introduites dans les espaces marins du fait de l'action ou de l'activité;
  5) un dossier établi selon les orientations indicatives figurant à l'annexe Ire du règlement Aquaculture.
  La rétribution due conformément à l'article 30, § 2, de la loi est estimée et payée suivant la procédure des articles 18 et 19 de l'arrêté royal du 9 septembre 2003 fixant les règles relatives à l'évaluation des incidences sur l'environnement en application de la loi du 20 janvier 1999 visant la protection du milieu marin dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique.
  Conforme à l'article 7 du Règlement Aquaculture, l'administration évalue, dès le paiement de la rétribution estimée, si l'action ou l'activité projetée est un mouvement ordinaire ou exceptionnel et si la dissémination doit être précédée d'une période de quarantaine ou d'une dissémination pilote. L'administration peut solliciter des départements de l'Institut spécialisés en la matière et, si elle le juge nécessaire, d'autres experts belges et/ou étrangers un avis sur la demande.
  Dans un délai de nonante jours suivant la réception de la rétribution, l'administration transmet la demande et son avis sur celle-ci au ministre.
  § 2. Conformément à l'article 8 du Règlement Aquaculture, le ministre peut, si l'administration estime qu'il s'agit d'une introduction ou d'un transfert ordinaire, soumettre à Notre signature un arrêté d'autorisation motivé. L'autorisation est conforme aux conditions fixées aux chapitres IV et V du Règlement Aquaculture et est délivrée dans les trente jours suivant la réception de l'avis de l'administration.
  § 3. Conformément à l'article 9, alinéa 1er du Règlement Aquaculture, si l'administration estime qu'il ne s'agit pas d'une introduction ou d'un transfert ordinaires, une évaluation des risques environnementaux doit être effectuée comme indiqué à l'annexe II, parties 1 et 2, du règlement Aquaculture. Cette décision est notifiée par le ministre dans les quinze jours de la réception de l'avis de l'administration au demandeur de l'autorisation, avec notification à l'administration. L'administration estime ensuite la rétribution due conformément à l'article 30, § 2, de la loi et en notifie le montant au demandeur de l'autorisation dans les quinze jours de la réception de cette notification. La procédure des articles 18 et 19 de l'arrêté royal du 9 septembre 2003 fixant les règles relatives à l'évaluation des incidences sur l'environnement en application de la loi du 20 janvier 1999 visant la protection du milieu marin dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique s'applique mutatis mutandis.
  § 4. Conformément à l'article 9, alinéa 2 du Règlement Aquaculture, l'administration émet, après que le demandeur ait adressé au ministre une évaluation des risques environnementaux comme indiqué à l'annexe II, parties 1 et 2, du règlement Aquaculture, avec notification à l'administration, et immédiatement après avoir payé la rétribution estimée à l'administration, un avis sur les risques et le communique au ministre au moyen du formulaire de rapport de synthèse présenté à l'annexe II, partie 3, du règlement Aquaculture, dans un délai de cent vingt jours à compter de la réception de la notification de l'évaluation des risques environnementaux. A cette fin, l'administration peut solliciter des départements de l'Institut spécialisés en la matière et, si elle le juge nécessaire, d'autres experts belges et/ou étrangers un avis sur la demande.
  Conformément à l'article 9, alinéa 3 du Règlement Aquaculture, l'administration examine, si le risque associé à l'introduction ou au transfert proposé est élevé ou moyen en l'absence de procédures ou des technologies particulières d'atténuation du risque, la demande en consultation avec son auteur en vue de déterminer si de telles procédures ou technologies sont disponibles pour permettre de ramener le risque au niveau "faible". Les résultats de cet examen, y compris une description en détail de la concertation, sont repris, le cas échéant, dans le formulaire de rapport présenté à l'annexe II, partie 3, du règlement Aquaculture, en précisant de façon détaillée le niveau du risque et en indiquant les motifs justifiant les mesures éventuelles de réduction des risques.
  § 5. Conformément à l'article 9, alinéa 2 du Règlement Aquaculture, le ministre soumet, si l'administration estime que le risque associé à l'introduction ou au transfert proposés est faible, à Notre signature un arrêté d'autorisation motivé, sauf en cas d'application du principe de précaution visé au paragraphe 6. L'autorisation est conforme aux conditions fixées aux chapitres IV et V du règlement Aquaculture et est délivrée dans les trente jours suivant la réception de l'avis de l'administration, tel que visé au paragraphe 4.
  § 6. Conformément à l'article 9, alinéa 4 du Règlement Aquaculture, l'administration recommande, si l'administration estime que le risque associé à l'introduction ou au transfert proposés n'est pas faible, au ministre de ne pas délivrer l'autorisation. Dans ce cas ou si le ministre décide sur la base du principe de précaution de ne pas soumettre à Notre signature un arrêté d'autorisation, le ministre notifie sa décision motivée au demandeur dans un délai de trente jours suivant la réception de l'avis de l'administration, tel que visé au paragraphe 4.
  § 7. Les délais visés aux paragraphes 1er, alinéa 3, et 4, alinéa 1er, sont prolongés si l'administration signale par écrit au demandeur dans un délai de vingt jours que sa demande est incomplète en précisant les pièces manquantes. La prolongation est égale à la période entre la communication et la réception des pièces manquantes par l'administration.
  § 8. L'arrêté d'autorisation est publié par extrait au Moniteur belge. "
Art. 7. De minister bevoegd voor Wetenschapsbeleid en de minister bevoegd voor het Mariene Milieu zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le ministre qui a la Politique scientifique dans ses attributions et le ministre qui a le Milieu marin dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.