Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
21 DECEMBER 2013. - Wet tot uitvoering van de Verordening (EU) Nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad, en tot opheffing van diverse bepalingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-01-2014 en tekstbijwerking tot 22-05-2019)
Titre
21 DECEMBRE 2013. - Loi portant exécution du Règlement (UE) N° 305/2011 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2011 établissant des conditions harmonisées de commercialisation pour les produits de construction et abrogeant la Directive 89/106/CEE du Conseil, et abrogeant diverses dispositions(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-01-2014 et mise à jour au 22-05-2019)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (20)
Texte (20)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Uitvoering van de Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad
CHAPITRE 2. - Exécution du Règlement (UE) n° 305/2011 du Parlement européen et du Conseil du 9 mars 2011 établissant des conditions harmonisées de commercialisation pour les produits de construction et abrogeant la Directive 89/106/CEE du Conseil
Art.2. § 1. Onverminderd de andere wetten en in het bijzonder de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers, en onverminderd de bevoegdheden toegewezen aan de Gewesten en de Gemeenschappen kan de Koning, bij een besluit dat gezamenlijk voorgedragen wordt door de ministers die bevoegd zijn voor de behandelde materies, de bepalingen vaststellen
  1) voor de uitvoering van de fundamentele eisen voor bouwwerken bedoeld in bijlage I van Verordening (EU) nr. 305/2011, met inbegrip van de prestaties van de bouwproducten met betrekking tot de essentiële kenmerken, zoals vermeld in de geharmoniseerde normen voor het voorziene gebruik, of :
  2) om de kwaliteit in de bouw te verzekeren.
  § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing op de bepalingen genomen met toepassing van de wet van 30 juli 1979 betreffende de preventie van brand en ontploffing en betreffende de verplichte verzekering van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in dergelijke gevallen.
Art.2. § 1er. Sans préjudice des autres lois, et en particulier de la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion de modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement, de la santé et des travailleurs, et sans préjudice des compétences attribuées aux Régions et Communautés, le Roi peut fixer, par arrêté proposé conjointement par les ministres compétents pour les matières traitées, les dispositions
  1) pour l'exécution des exigences fondamentales applicables aux ouvrages de construction, visées par l'annexe Ire du Règlement (UE) n° 305/2011, en ce compris les performances des produits de construction relatives aux caractéristiques essentielles telles que mentionnées dans les normes harmonisées pour l'usage prévu, ou :
  2) pour assurer la qualité dans la construction.
  § 2. Le § 1er ne s'applique pas aux dispositions prises en application de la loi du 30 juillet 1979 relative à la prévention des incendies et des explosions ainsi qu'à l'assurance obligatoire de la responsabilité civile dans ces mêmes circonstances.
Art.3. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie zijn de door de Koning aangewezen ambtenaren bevoegd om toe te zien op de uitvoering van de bepalingen van deze wet en van de uitvoeringsbesluiten ervan.
  De processen-verbaal welke door die ambtenaren worden opgesteld, hebben bewijskracht tot het tegendeel is bewezen.
  § 2. In de uitoefening van hun ambt mogen deze ambtenaren :
  1° te allen tijde binnentreden in opslagplaatsen, lokalen, werkplaatsen, gebouwen, binnenplaatsen en besloten ruimten waar zij voor het vervullen van hun opdracht toegang toe moeten hebben, en zich, indien nodig, door de openbare macht laten vergezellen;
  2° elke container of elk voertuig doorzoeken, waar zij voor het vervullen van hun opdracht toegang toe moeten hebben, en zich, indien nodig, door de openbare macht laten vergezellen;
  3° wanneer deze plaatsen ook als woning dienen, mogen deze controles, onverminderd de bepalingen van de wet van 7 juni 1969 tot vaststelling van de tijd gedurende welke geen opsporing ten huize of huiszoeking mag worden verricht, enkel uitgevoerd worden door minstens twee ambtenaren en met voorafgaande toestemming van de politierechter;
  4° alle dienstige vaststellingen doen;
  5° de fabrikant, de gemachtigde, de importeur of de distributeur horen met inbegrip van elke persoon die betrokken is bij de verhandelingketen en de installatie, evenals de aangemelde instanties en de technische beoordelingsinstanties;
  6° zich bij de eerste vordering en zonder verplaatsing, de bescheiden, stukken of boeken en alle elektronische dragers zoals harde schijven, uitneembare schijven, die zij voor hun opsporingen en vaststellingen nodig hebben, doen voorleggen en een bewijs van hun tussenkomsten bewaren, door elk nuttig middel, inbegrepen kopieën en opnamen;
  7° tegen ontvangstbewijs, beslag leggen op documenten die nodig zijn om een overtreding te bewijzen of om de mededaders of de medeplichtigen van de overtreders op te sporen;
  8° monsters nemen en analyseren (of laten analyseren) en de installaties controleren of laten controleren op de wijze en onder de voorwaarden die door de Koning bepaald zijn, in overeenstemming met de bepalingen van Verordening (EU) nr. 305/2011;
  9° de relevante vaststellingen en het resultaat van de analyses uitgevoerd door andere instellingen, gebruiken.
  § 3. De ambtenaren belast met het toezicht op de toepassing van andere wetgevingen mogen de inlichtingen die verworven werden in het kader van de controle van deze wet en andere wetgevingen, gebruiken voor het uitvoeren van alle opdrachten met betrekking tot het toezicht waarmee zij belast zijn.
  § 4. Wanneer vastgesteld wordt dat door bepaalde kenmerken goederen het voorwerp van een inbreuk uitmaken kan de aangestelde ambtenaar aan de overtreder voorstellen om vrijwillig afstand van deze goederen te doen.
  Wanneer de overtreder door de aangestelde ambtenaren verzocht wordt om vrijwillig afstand te doen van de niet-conforme goederen, moet hij ook instaan voor de kosten voor vervoer, bewaring, vernietiging en recyclage ervan.
  Indien hij de vrijwillige afstand aanvaardt, moeten die verbintenissen in een proces-verbaal van verhoor geacteerd worden.
  In voorkomend geval, als de omstandigheden het toelaten, en met het akkoord van de overtreder, gaat de aangestelde ambtenaar over tot de onmiddellijke vernietiging van de ter plaatse achtergelaten goederen. De overtreder moet de kosten dragen van de eventuele recyclage ervan.
  § 5. Wanneer zij, ingevolge de hun door de paragrafen 1 en 2 toegekende bevoegdheden, een inbreuk vaststellen, mogen de aangestelde ambtenaren overgaan tot het bewarend beslag van de producten die het voorwerp van de inbreuk uitmaken.
  Dit beslag moet door het openbaar ministerie bevestigd worden binnen een termijn van ten hoogste vijftien dagen.
  De persoon bij wie beslag op de producten wordt gelegd, kan door de aangestelde ambtenaren of het openbaar ministerie als gerechtelijk bewaarder van deze producten aangesteld worden.
  [1 § 6. Alvorens maatregelen te treffen, kan de controleur een proces-verbaal van waarschuwing opstellen gericht aan de betrokken marktdeelnemer. Dit wordt binnen 30 werkdagen verzonden.
   Indien de marktdeelnemer binnen de opgelegde termijn geen positief gevolg geeft aan de waarschuwing, wordt het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuk door de controleur binnen een termijn van 30 werkdagen naar het openbaar ministerie toegezonden of, wanneer de minnelijke regeling wordt toegepast, naar de aangestelde ambtenaar, in overeenstemming met artikel 7.]1

  
Art.3. § 1er. Sans préjudice des compétences des officiers de police judiciaire, les agents désignés par le Roi sont compétents pour surveiller l'exécution des dispositions de la présente loi ainsi que des arrêtés pris en exécution de celle-ci.
  Les procès-verbaux dressés par ces agents font foi jusqu'à preuve du contraire.
  § 2. Dans l'exercice de leurs fonctions ces agents peuvent :
  1° pénétrer à tout moment dans les entrepôts, locaux, ateliers, bâtiments, cours et enclos dont l'accès est nécessaire à l'accomplissement de leur mission, et se faire accompagner, si nécessaire, par la force publique;
  2° visiter tout véhicule ou container, dont l'accès est nécessaire à l'accomplissement de leur mission, et se faire accompagner, si nécessaire, par la force publique;
  3° lorsque ces lieux sont également à usage d'habitation, ces contrôles ne peuvent être effectués, sans préjudice des dispositions de la loi du 7 juin 1969 fixant le temps pendant lesquel il ne peut être procédé à des perquisitions ou des visites domiciliaires, que par deux agents au moins et avec l'autorisation préalable du Juge de police;
  4° faire toutes les constatations utiles;
  5° entendre le producteur, le mandataire, l'importateur ou le distributeur ainsi que chaque personne concernée dans la chaîne de commercialisation et de l'installation, de même que les organismes notifiés et les organismes d'évaluation technique;
  6° se faire produire, sur première réquisition et sans déplacement, les documents, pièces ou livres et tous supports électroniques tels que des disques durs, disques amovibles nécessaires à leurs recherches et constatations et conserver une preuve de leur intervention par tout moyen utile, y compris copies et enregistrements;
  7° saisir, contre récépissé, les documents qui sont nécessaires pour faire preuve d'une infraction ou pour rechercher les coauteurs ou complices des contrevenants;
  8° prélever et analyser ou faire analyser des échantillons et contrôler ou faire contrôler les installations selon la méthode et aux conditions fixées par le Roi, en respect des dispositions du Règlement (UE) n° 305/2011;
  9° utiliser les constatations pertinentes et le résultat des analyses faites par d'autres institutions.
  § 3. Les agents chargés de contrôler l'application des autres législations peuvent utiliser les renseignements obtenus dans le cadre du contrôle de la présente loi et d'autres législations pour l'exercice de toutes missions portant sur le contrôle dont ils sont chargés.
  § 4. Lorsqu'il a été constaté que des biens présentent des caractéristiques ayant un caractère infractionnel, l'agent commissionné peut proposer au contrevenant de faire abandon volontaire desdits biens.
  Lorsque le contrevenant est invité par les agents commissionnés à faire abandon volontaire des biens non conformes, il s'engage également à en assurer les frais de transport, de garde, de destruction et de recyclage.
  S'il accepte de procéder à l'abandon volontaire, ces engagements sont obligatoirement actés dans un procès-verbal d'audition.
  Le cas échéant, si les circonstances le permettent, avec l'accord du contrevenant, l'agent commissionné procède à la destruction immédiate des biens abandonnés qui sont laissés sur place, à charge pour le contrevenant d'en assurer le recyclage éventuel à ses frais.
  § 5. Les fonctionnaires commissionnés, lorsqu'ils constatent une infraction en vertu des pouvoirs qui leur sont conférés par les paragraphes 1er et 2, peuvent procéder, à titre conservatoire, à la saisie des produits faisant l'objet de l'infraction.
  Cette saisie devra être confirmée par le ministère public dans un délai qui ne peut excéder quinze jours.
  La personne entre les mains de laquelle les produits sont saisis, peut en être constituée gardien judiciaire par les fonctionnaires commissionnés ou le ministère public.
  [1 § 6. Avant de prendre des mesures, le contrôleur peut établir un procès-verbal d'avertissement, à destination de l'opérateur économique concerné. Il est envoyé endéans les 30 jours ouvrables.
   Si l'opérateur économique ne donne pas une suite positive à l'avertissement dans le délai imparti, le procès-verbal établissant l'infraction est envoyé par le contrôleur dans un délai de 30 jours ouvrables au ministère public ou au fonctionnaire désigné pour proposer la procédure du règlement transactionnel, conformément à l'article 7.]1

  
Art.4. Na kennisneming van de processen-verbaal opgemaakt op grond van artikel 3, kan het openbaar ministerie bevel geven om beslag te leggen op de producten die het voorwerp van de inbreuk uitmaken.
  Het beslag wordt van rechtswege opgeheven door het vonnis dat een einde maakt aan de vervolgingen, zodra dit in kracht van gewijsde is gegaan, of door seponering van de zaak.
  Het openbaar ministerie kan het beslag dat het bevolen of bevestigd heeft, opheffen als de overtreder ervan afziet de producten aan te bieden in de omstandigheden die tot vervolging aanleiding hebben gegeven; dit houdt geen enkele erkenning van de gegrondheid van die vervolging in.
Art.4. Le ministère public, au vu des procès-verbaux dressés en exécution de l'article 3 peut ordonner la saisie des produits faisant l'objet de l'infraction.
  La saisie est levée de plein droit par le jugement mettant fin aux poursuites, lorsque ce jugement est passé en force de chose jugée ou par le classement sans suite.
  Le ministère public peut donner main levée de la saisie qu'il a ordonnée ou confirmée si le contrevenant renonce à mettre à disposition les produits dans les conditions ayant donné lieu aux poursuites; cette renonciation n'implique aucune reconnaissance du bien-fondé de ces poursuites.
Art.5. De Koning bepaalt de aanvullende maatregelen voor het markttoezicht voorgeschreven in Verordening (EU) nr. 305/2011.
Art.5. Le Roi détermine les mesures complémentaires pour la surveillance du marché prévues dans le Règlement (UE) n° 305/2011.
Art.6. Worden gestraft met een boete van zesentwintig tot vijfentwintigduizend euro zij die een inbreuk plegen op de Verordening (EU) nr. 305/2011, op deze wet of op de besluiten genomen in uitvoering van deze wet of de Verordening (EU) nr. 305/2011.
  De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, inbegrepen het hoofdstuk VII en het artikel 85, zijn van toepassing op de overtredingen bedoeld in paragraaf 1.
  Onverminderd de toepassing van de gewone regelen inzake herhaling wordt de in het eerste lid bepaalde straf verdubbeld wanneer een inbreuk zich voordoet binnen vijf jaar na een in kracht van gewijsde gegane veroordeling wegens dezelfde overtreding.
Art.6. Sont punis d'une amende de vingt-six à vingt-cinq mille euros, ceux qui commettent une infraction au Règlement (UE) n° 305/2011, à la présente loi ou aux arrêtés pris en vertu de la présente loi ou du Règlement (UE) n° 305/2011.
  Les dispositions du Livre 1er du Code pénal, y compris le chapitre VII et l'article 85, sont applicables aux infractions visées au paragraphe 1er.
  Sans préjudice de l'application des règles habituelles en matière de récidive, l'amende prévue à l'alinéa 1er est doublée en cas d'infraction intervenant dans les cinq ans à dater d'une condamnation passée en force de chose jugée prononcée du chef de la même infraction.
Art.7. De ambtenaren, hiertoe aangesteld door de minister bevoegd voor Economie, kunnen, na inzage van de processen-verbaal die een inbreuk vaststellen opgemaakt door de overeenkomstig artikel 3 aangewezen ambtenaren, aan de overtreders een som voorstellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen.
  De Koning stelt de tarieven alsook de nadere regels voor de betaling en de inning vast.
  De in het eerste lid bedoelde geldsom mag niet hoger zijn dan het maximumbedrag van de in artikel 6 bepaalde geldboete, verhoogd met de opdeciemen.
  [1 n geval van toepassing van het eerste lid wordt het proces-verbaal pas toegezonden aan de procureur des Konings als de overtreder niet is ingegaan op het voorstel tot transactie of de voorgestelde geldsom niet heeft betaald binnen de daarvoor bepaalde termijn.]1
  De betaling uitgevoerd binnen de aangegeven termijn doet de strafvordering vervallen, behalve indien tevoren een klacht aan de procureur des Konings gericht werd, de onderzoeksrechter verzocht werd een onderzoek in te stellen of indien het feit bij de rechtbank aanhangig gemaakt werd. In deze gevallen worden de betaalde bedragen aan de overtreder teruggestort.
  
Art.7. Les agents commissionnés à cette fin par le ministre qui a l'économie dans ses attributions, au vu des procès-verbaux constatant une infraction dressés par les agents désignés conformément à l'article 3, peuvent proposer aux contrevenants le paiement d'une somme qui éteint l'action publique.
  Les tarifs ainsi que les modalités de paiement et de perception sont fixés par le Roi.
  La somme prévue à l'alinéa 1er ne peut être supérieure au maximum de l'amende prévue à l'article 6, majorée des décimes additionnels.
  [1 En cas d'application de l'alinéa 1er, le procès-verbal n'est transmis au procureur du Roi que lorsque le contrevenant n'a pas accepté la proposition de transaction ou n'a pas payé la somme d'argent proposée dans le délai fixé.]1
  Le paiement effectué dans le délai indiqué éteint l'action publique sauf si, auparavant, une plainte a été adressée au procureur du Roi, le juge d'instruction a été requis d'instruire ou le tribunal a été saisi du fait. Dans ces cas, les sommes payées sont restituées au contrevenant.
  
Art.8. De Koning bepaalt, op voordracht van de minister bevoegd voor Economie, de procedure betreffende de aanwijzing, het toezicht en de beoordeling van de technische beoordelingsinstanties overeenkomstig Verordening (EU) nr. 305/2011.
Art.8. Le Roi fixe sur proposition du ministre ayant l'économie dans ses attributions, la procédure relative à la désignation, le contrôle et l'évaluation des organismes d'évaluation technique conformément au Règlement (UE) n° 305/2011.
Art.9. De Koning bepaalt, op voordracht van de minister bevoegd voor Economie, de procedure betreffende de beoordeling en de aanmelding van de instanties die gemachtigd worden om, als derde partijen, taken uit te voeren die deel uitmaken van de procedure voor de beoordeling en de verificatie van de prestatiebestendigheid, alsook van de procedure voor het toezicht op deze instanties wanneer zij aangemeld zijn overeenkomstig Verordening (EU) nr. 305/2011.
Art.9. Le Roi fixe, sur proposition du ministre ayant l'économie dans ses attributions, la procédure relative à l'évaluation et la notification des organismes autorisés à exécuter, en tant que tierces parties, des tâches relevant de la procédure d'évaluation et de vérification de la constance des performances, ainsi que de leur contrôle lorsqu'ils sont notifiés conformément au Règlement (UE) n° 305/2011.
Art.10. De Koning legt de bepalingen vast met betrekking tot het Productcontactpunt voor de Bouw zoals voorzien in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 305/2011.
Art.10. Le Roi fixe les dispositions pour le Point de Contact Produit pour la Construction comme prévu à l'article 10 du Règlement (UE) n° 305/2011.
HOOFDSTUK 3. - Technische Commissie voor de Bouw
CHAPITRE 3. - Commission technique de la Construction
Art.11. § 1. De Koning richt, op voordracht van de minister bevoegd voor Economie, een adviescommissie op, genoemd "Technische Commissie voor de Bouw - Commission technique de la Construction", afgekort als "TCB-CTC", samengesteld uit vertegenwoordigers van de betrokken federale, gewestelijke en communautaire ministeriële departementen, van de gespecialiseerde instellingen van openbaar nut en van de belanghebbende beroepsorganisaties. In hetzelfde besluit stelt de Koning de bepalingen voor de benoeming van de leden vast.
  De bepalingen van het voorgaande lid gelden, onverminderd de bepalingen van artikel 92ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
  Deze Commissie geeft advies over alle kwesties die betrekking hebben op de toepassing van Verordening (EU) nr. 305/2011 en bij de voorbereiding van de besluiten die voorzien zijn in toepassing van artikel 2, § 1. Ze kan voorstellen doen voor wat betreft de bepalingen uitgewerkt in toepassing van artikel 2, § 1. Ze bepaalt haar huishoudelijk reglement waarbij rekening gehouden wordt met de vrijblijvende aanwezigheid van de vertegenwoordigers van de betrokken gewestelijke en communautaire departementen.
  § 2. De Koning bepaalt in een besluit, na advies van de Commissie bedoeld in paragraaf 1, de statuten en de procedure voor de vaststelling van de Technische Specificaties (afgekort als " STS ") die, voor de voorschrijvers en/of bouwheren, referentiekaders zijn om de vrijwillige initiatieven in termen van kwaliteit in de bouw te ondersteunen. De verwijzing naar deze STS is een vrije keuze van de voorschrijvers en/of bouwheren, behalve wanneer hiernaar verwezen wordt in een reglementering.
  § 3. In afwachting van de inwerkingtreding van het besluit voorzien in paragraaf 1 blijft het ministerieel besluit van 6 september 1991 tot opstelling van typevoorschriften in de bouwsector, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 28 september 2009, van toepassing. De adviescommissie opgericht bij dit besluit behoudt haar bevoegdheden tijdens deze periode en oefent de bevoegdheden uit die deze wet aan de commissie opgericht krachtens paragraaf 1 toewijst.
Art.11. § 1er. Le Roi crée sur proposition du ministre qui a l'économie dans ses attributions une commission consultative appelée "Commission technique de la Construction - Technische Commissie voor de Bouw", en abrégé "CTC-TCB" composée de représentants des départements ministériels fédéraux, régionaux et communautaires concernés, des organismes d'intérêt public spécialisés et des organisations professionnelles intéressées. Le Roi définit dans le même arrêté les dispositions de nomination des membres.
  Les dispositions de l'alinéa précédent s'appliquent, sans préjudice des dispositions de l'article 92ter de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
  Cette Commission donne avis sur toutes les questions qui ont trait à l'application du Règlement (UE) n° 305/2011 et lors de la préparation des arrêtés prévus en application de l'article 2, § 1er. Elle peut faire des propositions en ce qui concerne les dispositions développées en application de l'article 2, § 1er. Elle définit son règlement d'ordre intérieur en prenant en compte la présence facultative des représentants des départements régionaux et communautaires concernés.
  § 2. Le Roi fixe dans un arrêté, après avis de la Commission prévue au pargraphe premier, les statuts et la procédure pour l'établissement de Spécifications techniques (en abrégé " STS ") qui constituent, à l'intention des prescripteurs et/ou maîtres d'ouvrage, des cadres de référence visant à soutenir les démarches volontaires de qualité dans la construction. La référence à ces STS est un choix volontaire des prescripteurs et/ou maîtres d'ouvrage, excepté s'il y est fait référence dans une réglementation.
  § 3. Dans l'attente de la mise en vigueur de l'arrêté prévu au paragraphe premier, l'arrêté ministériel du 6 septembre 1991 relatif à l'établissement de spécifications-types dans la construction modifié par l'arrêté ministériel du 28 septembre 2009 reste d'application. La commission consultative créée par cet arrêté garde pendant cette période ses compétences et exerce les compétences que la présente loi attribue à la commission créée en vertu du paragraphe 1er.
HOOFDSTUK 4. - Opheffing van het ministerieel besluit van 6 september 1991 tot opstelling van typevoorschriften in de bouwsector
CHAPITRE 4. - Abrogation de l'arrêté ministériel du 6 septembre 1991 relatif à l'établissement de spécifications-types dans la construction
Art.12. Artikel 1 van het ministerieel besluit van 6 september 1991 tot opstelling van typevoorschriften in de bouwsector, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 28 september 2009, wordt opgeheven op de datum van de inwerkingtreding van het besluit bepaald in artikel 11, § 1.
Art.12. L'article 1er de l'arrêté ministériel du 6 septembre 1991 relatif à l'établissement de spécifications-types dans la construction, modifié par l'arrêté ministériel du 28 septembre 2009, est abrogé à la date de l'entrée en vigueur de l'arrêté prévu à l'article 11, § 1er.
Art.13. De artikelen 2, 4, 11, 12, 13, 14, 15, 17, 18 en 19 van hetzelfde besluit worden opgeheven op de datum van de inwerkingtreding van het besluit bepaald in artikel 11, § 2.
Art.13. Les articles 2, 4, 11, 12, 13, 14, 15, 17, 18, 19 du même arrêté sont abrogés à la date de l'entrée en vigueur de l'arrêté prévu à l'article 11, § 2.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art.14. Worden opgeheven :
  1° de wet van 25 maart 1996 tot uitvoering van de richtlijn van de Raad en de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechterlijke bepalingen der lidstaten inzake voor de bouw bestemde producten;
  2° het koninklijk besluit van 19 augustus 1998 betreffende de voor de bouw bestemde producten;
  3° het ministerieel besluit van 20 oktober 2000 betreffende de erkenning van attesteringsinstanties voor de CE-markering van overeenkomst van de bouwproducten.
Art.14. Sont abrogés :
  1° la loi du 25 mars 1996 portant exécution de la directive du Conseil des Communautés européennes du 21 décembre 1988 relative au rapprochement des dispositions législatives, réglementaires et administratives des Etats membres concernant les produits de construction;
  2° l'arrêté royal du 19 août 1998 concernant les produits de construction;
  3° l'arrêté ministériel du 20 octobre 2000 concernant l'agréation d'organismes d'attestation de la conformité pour le marquage CE des produits de construction.
Art. 15. Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 15. La présente loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.