Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
12 MEI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de Pensioendienst voor de Overheidssector
Titre
12 MAI 2014. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 3 mars 2005 portant dispositions particulières concernant le statut pécuniaire du personnel du Service public fédéral Finances et du Service des Pensions du Secteur public
Informations sur le document
Numac: 2014003166
Datum: 2014-05-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2014003166
Date: 2014-05-12
Moniteur: Voir
Tekst (23)
Texte (23)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de Pensioendienst voor de Overheidssector
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté royal du 3 mars 2005 portant dispositions particulières concernant le statut pécuniaire du personnel du Service public fédéral Finances et du Service des Pensions du Secteur public
Artikel 1. Het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de Pensioendienst voor de Overheidssector wordt gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 2 tot 19 wat betreft de Federale Overheidsdienst Financiën en zijn personeel.
Article 1er. L'arrêté royal du 3 mars 2005 portant dispositions particulières concernant le statut pécuniaire du personnel du Service public fédéral Finances et du Service des Pensions du Secteur public est modifié conformément aux articles 2 à 19 en ce qui concerne le Service public fédéral Finances et son personnel.
Art. 2. Het opschrift van het koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de Pensioendienst voor de Overheidssector wordt vervangen als volgt :
  "koninklijk besluit van 3 maart 2005 houdende de bijzondere bepalingen met betrekking tot de bezoldigingsregeling van het personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën".
Art. 2. L'intitulé de l'arrêté royal du 3 mars 2005 portant dispositions particulières concernant le statut pécuniaire du personnel du Service public fédéral Finances et du Service des Pensions du Secteur public est remplacé par ce qui suit :
  " arrêté royal du 3 mars 2005 portant dispositions particulières concernant le statut pécuniaire du personnel du Service public fédéral Finances ".
Art. 3. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk I, vervangen bij het koninklijk besluit van 27 april 2007, vervangen als volgt :
  "Sommige oude specifieke weddeschalen die van toepassing zijn in de Federale Overheidsdienst Financiën".
Art. 3. Dans le même arrêté, l'intitulé du chapitre Ier, remplacé par l'arrêté royal du 27 avril 2007, est remplacé par ce qui suit :
  " Des anciennes échelles de traitement spécifiques qui sont d'application au Service public fédéral Finances ".
Art. 4. Artikel 1 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk besluit van 27 april 2007 wordt hersteld als volgt :
  "Artikel 1. § 1. Onverminderd de bijlagen III en IV van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt, zijn de volgende oude specifieke weddeschalen van toepassing :
  1° weddeschaal 28L
  22.393,07 - 32.067,71
  3/1 x 252,18
  2/2 x 390,04
  2/2 x 672,31
  10/2 x 679,34
  (Kl. 23j. - N.B. - G.A.)
  2° weddeschaal 26G
  16.456,84 - 24.859,06
  3/1 x 252,18
  1/2 x 292,59
  1/2 x 390,04
  2/2 x 672,31
  9/2 x 624,27
  (Kl. 23j. - N.B. - G.A.)
  3° weddeschaal 30H
  14.363,34 - 19.576,98
  3/1 x 218,66
  4/2 x 266,79
  10/2 x 349,05
  (Kl. 18j. - N.D. - G.A.)
  4° weddeschaal 30C
  12.901,13 - 16.887,63
  3/1 x 140,09
  5/2 x 194,67
  8/2 x 324,11
  (Kl. 18j. - N.D. - G.A.).
  § 2. Voor de toepassing van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt dient onder oude specifieke weddeschalen te worden verstaan :
  -de weddeschalen vermeld in de bijlagen III en IV van bovenvermeld koninklijk besluit van 25 oktober 2013;
  - de weddeschalen vermeld in paragraaf 1.".
Art. 4. L'article 1er du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 27 avril 2007, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Article 1er. § 1er. Sans préjudice des annexes III et IV de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale, les anciennes échelles de traitement spécifiques suivantes sont d'application :
  1° échelle de traitement 28L
  22.393,07 - 32.067,71
  3/1 x 252,18
  2/2 x 390,04
  2/2 x 672,31
  10/2 x 679,34
  (Cl. 23a. - N.B. - G.A.)
  2° échelle de traitement 26G
  16.456,84 - 24.859,06
  3/1 x 252,18
  1/2 x 292,59
  1/2 x 390,04
  2/2 x 672,31
  9/2 x 624,27
  (Cl. 23a. - N.B. - G.A.)
  3° échelle de traitement 30H
  14.363,34 - 19.576,98
  3/1 x 218,66
  4/2 x 266,79
  10/2 x 349,05
  (Cl. 18a. - N.D. - G.A.)
  4° échelle de traitement 30C
  12.901,13 - 16.887,63
  3/1 x 140,09
  5/2 x 194,67
  8/2 x 324,11
  (Cl. 18a. - N.D. - G.A.) .
  § 2. Pour l'application de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale, l'on entend par anciennes échelles de traitement spécifiques :
  -les échelles de traitement mentionnées aux annexes III et IV de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 susmentionné;
  - les échelles de traitement mentionnées au paragraphe 1er. ".
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van hoofdstuk III, vervangen bij het koninklijk besluit van 10 september 2009, vervangen als volgt :
  "HOOFDSTUK III. - Afwijkingen op het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt".
Art. 5. Dans le même arrêté, l'intitulé du chapitre III, remplacé par l'arrêté royal du 10 septembre 2009, est remplacé par ce qui suit :
  " CHAPITRE III. - Dérogations à l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale ".
Art. 6. In hetzelfde besluit, worden in hoofdstuk III de opschriften van de afdelingen I tot VIII opgeheven.
Art. 6. Dans le même arrêté, les intitulés des sections I à VIII du chapitre III sont abrogés.
Art. 7. Artikel 6 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 wordt hersteld als volgt :
  "Art. 6. § 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk dient te worden verstaan onder :
  1° het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 : het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 betreffende de geldelijke loopbaan van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt;
  2° complement : een complement bedoeld in artikel 26;
  3° weddecomplement : het weddecomplement bedoeld in artikel 27;
  4° supplement : het supplement bedoeld in artikel 32;
  5° bezoldiging : de jaarwedde zoals bedoeld in artikel 60 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 verhoogd met het complement en/of weddecomplement en/of supplement;
  6° oude weddeschaal : een weddeschaal bepaald in bijlage II van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013".
Art. 7. L'article 6 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 6. Pour l'application du présent chapitre, l'on entend par :
  1° l'arrêté royal du 25 octobre 2013 : l'arrêté royal du 25 octobre 2013 relatif à la carrière pécuniaire des membres du personnel de la fonction publique fédérale;
  2° complément : un complément visé à l'article 26;
  3° complément de traitement : le complément de traitement visé à l'article 27;
  4° supplément : le supplément visé à l'article 32;
  5° rémunération : le traitement annuel tel que visé à l'article 60 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 augmenté du complément et/ou complément de traitement et/ou supplément;
  6° ancienne échelle de traitement : une échelle de traitement visée à l'annexe II de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 ".
Art. 8. Artikel 7 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 wordt hersteld als volgt :
  "Art. 7. In afwijking van artikel 17 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013, heeft de ambtenaar die gerechtigd is op een complement en/of weddecomplement en/of supplement en wordt bevorderd tot het hogere niveau of de hogere klasse nooit een lagere bezoldiging dan deze die hij zou hebben genoten in zijn vroegere graad of klasse.".
Art. 8. L'article 7 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 7. Par dérogation à l'article 17 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013, l'agent titulaire d'un complément et/ou d'un complément de traitement et/ou d'un supplément et qui est promu au niveau supérieur ou à la classe supérieure n'obtient jamais une rémunération inférieure à celle dont il aurait bénéficié dans son ancien grade ou dans son ancienne classe. ".
Art. 9. Artikel 8 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk van 25 oktober 2013 wordt hersteld als volgt :
  "Art. 8. In afwijking van artikel 27, vierde lid, van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013, wordt :
  1° de administratief medewerker bezoldigd in de weddeschaal NDA3 bij zijn benoeming tot financieel medewerker bezoldigd in de weddeschaal NDA4, indien deze benoeming afhankelijk is van het slagen voor een proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot deze graad;
  2° de administratief medewerker bezoldigd in de weddeschaal NDA4 bij zijn benoeming tot financieel medewerker bezoldigd in de weddeschaal NDA5, indien deze benoeming afhankelijk is van het slagen voor een proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot deze graad.
  De administratief medewerker bezoldigd in de weddeschaal NDA2 of NDA3 die op grond van een proef over de beroepsbekwaamheid benoemd wordt tot financieel medewerker, neemt zijn schaalanciënniteit mee alsook de vermeldingen die hij in deze weddeschaal heeft gekregen.".
Art. 9. L'article 8 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 8. Par dérogation à l'article 27, alinéa 4, de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 :
  1° le collaborateur administratif rémunéré dans l'échelle de traitement NDA3 est rémunéré dans l'échelle de traitement NDA4 lors de sa nomination dans le grade de collaborateur financier, si cette nomination dépend de la réussite d'une épreuve de qualification professionnelle qui donne accès à ce grade;
  2° le collaborateur administratif rémunéré dans l'échelle de traitement NDA4 est rémunéré dans l'échelle de traitement NDA5 lors de sa nomination dans le grade de collaborateur financier, si cette nomination dépend de la réussite d'une épreuve de qualification professionnelle qui donne accès à ce grade.
  Le collaborateur administratif rémunéré dans l'échelle de traitement NDA2 ou NDA3 qui est nommé dans le grade de collaborateur financier sur base d'une épreuve de qualification professionnelle emporte son ancienneté d'échelle ainsi que les mentions qu'il a reçues dans cette échelle. ".
Art. 10. Artikel 9 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk van 25 oktober 2013 wordt hersteld als volgt :
  "Art. 9. § 1. De ambtenaar die bezoldigd was in de oude weddeschaal DA1, DA2, DA3 of DA4 die, op grond van het slagen voor een proef over de beroepsbekwaamheid, bij wege van verandering van graad werd of wordt benoemd tot financieel medewerker vanaf de inwerkingtreding van dit besluit en die in uitvoering van artikel 59 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 geen verhoging van zijn jaarwedde verkrijgt van minstens 1.000 euro, wordt in afwijking van artikel 4, tweede lid, van hetzelfde besluit bezoldigd in de eerstvolgende trap van die eerste weddeschaal verbonden aan zijn graad die deze verhoging waarborgt.
  Indien geen enkele trap in de weddeschaal toegekend overeenkomstig hetzelfde artikel 59 een verhoging van de jaarwedde waarborgt met minstens 1.000 euro, wordt de ambtenaar bezoldigd in de eerstvolgende hogere weddeschaal van zijn graad en dit op de eerste trap van die weddeschaal die deze verhoging waarborgt.
  Indien geen enkele trap kan worden toegekend die een verhoging waarborgt van de jaarwedde met minstens 1.000 euro wordt aan de ambtenaar de maximumwedde toegekend van de laatste weddeschaal verbonden aan zijn graad.
  § 2. De ambtenaar die een in paragraaf 1 bedoelde verandering van graad krijgt en in zijn oude weddeschaal nog geen schaalbonificatie kreeg, neemt de vermeldingen mee die werden toegekend op grond van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt. De geldelijke anciënniteit die de ambtenaar verwierf sinds 1 januari 2014 wordt beschouwd als schaalanciënniteit in zijn nieuwe weddeschaal.
  De ambtenaar die een in paragraaf 1 bedoelde verandering van graad krijgt en in zijn oude weddeschaal al een schaalbonificatie kreeg, neemt de vermeldingen mee die hij kreeg sinds zijn laatste schaalbonificatie. De geldelijke anciënniteit die de ambtenaar verwierf sinds zijn laatste schaalbonificatie wordt beschouwd als schaalanciënniteit in zijn nieuwe weddeschaal.
  § 3. Als de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaar nadien wordt bevorderd naar de hogere weddeschaal van zijn graad gebeurt dit in de trap die hij had in zijn vorige weddeschaal.
  § 4. Als de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaar wordt bevorderd tot het hogere niveau wordt hij bezoldigd in zijn nieuwe weddeschaal op grond van zijn geldelijke anciënniteit.".
Art. 10. L'article 9 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 9. § 1er. L'agent qui était rémunéré dans l'ancienne échelle de traitement DA1, DA2, DA3 ou DA4 qui, sur base de la réussite d'une épreuve de qualification professionnelle, a été nommé ou est nommé collaborateur financier par voie de changement de grade à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté et qui, en application de l'article 59 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013, n'obtient pas une augmentation de son traitement annuel d'au moins 1.000 euros, est rémunéré, par dérogation à l'article 4, alinéa 2, du même arrêté, dans le premier échelon de cette première échelle de traitement attachée à son grade qui lui assure cette augmentation.
  Si aucun échelon de l'échelle de traitement attribuée conformément à ce même article 59 ne lui assure une augmentation d'au moins 1.000 euros, l'agent est rémunéré dans la première échelle de traitement supérieure de son grade et ce, au premier échelon de cette échelle de traitement qui lui assure cette augmentation.
  Si aucun échelon ne permet d'assurer à l'agent une augmentation de son traitement annuel d'au moins 1.000 euros, le traitement maximum de la dernière échelle de traitement attachée à son grade lui est attribué.
  § 2. L'agent qui obtient un changement de grade visé au paragraphe 1er et qui n'a pas encore obtenu une bonification d'échelle dans son ancienne échelle de traitement, emporte les mentions qui lui ont été attribuées sur base de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale. L'ancienneté pécuniaire acquise par l'agent depuis le 1er janvier 2014 est considérée comme ancienneté d'échelle dans sa nouvelle échelle de traitement.
  L'agent qui obtient un changement de grade visé au paragraphe 1er et qui a déjà obtenu une bonification d'échelle dans son ancienne échelle de traitement, emporte les mentions qui lui ont été attribuées depuis sa dernière bonification d'échelle. L'ancienneté pécuniaire acquise par l'agent depuis sa dernière bonification d'échelle est considérée comme ancienneté d'échelle dans sa nouvelle échelle de traitement.
  § 3. Lorsque l'agent visé au paragraphe 1er est promu ultérieurement à l'échelle de traitement supérieure de son grade, cette promotion a lieu dans l'échelon qu'il avait dans son ancienne échelle de traitement.
  § 4. Lorsque l'agent visé au paragraphe 1er est promu au niveau supérieur, il est rémunéré dans sa nouvelle échelle de traitement sur base de son ancienneté pécuniaire. ".
Art. 11. Artikel 10 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk van 25 oktober 2013 wordt hersteld als volgt :
  "Art. 10. § 1. De ambtenaar die bezoldigd was in de oude weddeschaal CA1, CA2 of CA3 die, op grond van het slagen voor een proef over de beroepsbekwaamheid of een vergelijkende selectie voor overgang die toegang verleent tot de graad van financieel assistent, bij wege van verandering van graad werd of wordt benoemd in deze graad, vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit, en die in uitvoering van artikel 59 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 geen verhoging van zijn jaarwedde verkrijgt van minstens 851 euro, wordt in afwijking van artikel 4, tweede lid, van hetzelfde besluit, bezoldigd in de eerstvolgende trap van die eerste weddeschaal verbonden aan zijn graad die deze verhoging waarborgt.
  Indien geen enkele trap in de weddeschaal toegekend overeenkomstig hetzelfde artikel 59 een verhoging van de jaarwedde waarborgt met minstens 851 euro, wordt de ambtenaar bezoldigd in de eerstvolgende hogere weddeschaal van zijn graad en dit op de eerste trap van die weddeschaal die deze verhoging waarborgt.
  Indien geen enkele trap kan worden toegekend die een verhoging waarborgt van de jaarwedde met minstens 851 euro wordt aan de ambtenaar de maximumwedde toegekend van de laatste weddeschaal verbonden aan zijn graad.
  § 2. De ambtenaar die een in paragraaf 1 bedoelde verandering van graad krijgt en in zijn oude weddeschaal nog geen schaalbonificatie kreeg, neemt de vermeldingen mee die werden toegekend op grond van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt. De geldelijke anciënniteit die de ambtenaar verwierf sinds 1 januari 2014 wordt beschouwd als schaalanciënniteit in zijn nieuwe weddeschaal.
  De ambtenaar die een in paragraaf 1 bedoelde verandering van graad krijgt en in zijn oude weddeschaal al een schaalbonificatie kreeg, neemt de vermeldingen mee die hij kreeg sinds zijn laatste schaalbonificatie. De geldelijke anciënniteit die de ambtenaar verwierf sinds zijn laatste schaalbonificatie wordt beschouwd als schaalanciënniteit in zijn nieuwe weddeschaal.
  § 3. Als de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaar nadien wordt bevorderd naar de hogere weddeschaal van zijn graad gebeurt dit in de trap die hij had in zijn vorige weddeschaal.
  § 4. Als de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaar wordt bevorderd tot het hogere niveau wordt hij bezoldigd in zijn nieuwe weddeschaal op grond van zijn geldelijke anciënniteit.".
Art. 11. L'article 10 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 10. § 1er. L'agent qui était rémunéré dans l'ancienne échelle de traitement CA1, CA2 ou CA3 qui, sur base de la réussite d'une épreuve de qualification professionnelle ou d'une sélection comparative d'accession donnant accès au grade d'assistant financier, a été nommé ou est nommé assistant financier par voie de changement de grade à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté et qui, en application de l'article 59 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013, n'obtient pas une augmentation de son traitement annuel d'au moins 851 euros est rémunéré, par dérogation à l'article 4, alinéa 2, du même arrêté, dans le premier échelon de cette première échelle de traitement attachée à son grade qui lui assure cette augmentation.
  Si aucun échelon dans l'échelle de traitement attribuée conformément à ce même article 59 ne permet d'assurer une augmentation du traitement annuel d'au moins 851 euros, l'agent est rémunéré dans la première échelle de traitement supérieure de son grade et ce, au premier échelon de cette échelle de traitement qui lui assure cette augmentation.
  Si aucun échelon ne permet d'assurer à l'agent une augmentation de son traitement annuel d'au moins 851 euros, le traitement maximum de la dernière échelle de traitement attachée à son grade lui est attribué.
  § 2. L'agent qui obtient un changement de grade visé au paragraphe 1er et qui n'a pas encore obtenu une bonification d'échelle dans son ancienne échelle de traitement, emporte les mentions qui lui ont été attribuées sur base de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale. L'ancienneté pécuniaire acquise par l'agent depuis le 1er janvier 2014 est considérée comme ancienneté d'échelle dans sa nouvelle échelle de traitement.
  L'agent qui obtient un changement de grade visé au paragraphe 1er et qui a déjà obtenu une bonification d'échelle dans son ancienne échelle de traitement, emporte les mentions qui lui ont été attribuées depuis sa dernière bonification d'échelle. L'ancienneté pécuniaire acquise par l'agent depuis sa dernière bonification d'échelle est considérée comme ancienneté d'échelle dans sa nouvelle échelle de traitement.
  § 3. Lorsque l'agent visé au paragraphe 1er est promu ultérieurement à l'échelle de traitement supérieure de son grade, cette promotion a lieu dans l'échelon qu'il avait dans son ancienne échelle de traitement.
  § 4. Lorsque l'agent visé au paragraphe 1er est promu au niveau supérieur, il est rémunéré dans sa nouvelle échelle de traitement sur base de son ancienneté pécuniaire. ".
Art. 12. Artikel 11 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk van 25 oktober 2013 wordt hersteld als volgt :
  "Art. 11. In afwijking van artikel 24 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 wordt de ambtenaar die bezoldigd is in een weddeschaal vermeld in kolom 1 van de onderstaande tabel bezoldigd in de hiertegenover vermelde weddeschaal in kolom 2, wanneer hij bij wege van overgang naar het hogere niveau benoemd wordt in de graad van fiscaal deskundige op grond van een vergelijkende selectie voor overgang naar deze graad :
Art. 12. L'article 11 du même arête, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013 est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 11. Par dérogation à l'article 24 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013, lorsqu'un agent, rémunéré dans une échelle de traitement mentionnée dans la colonne 1 du tableau ci-dessous, est nommé dans le grade d'expert fiscal par accession au niveau supérieur sur base d'une sélection comparative d'accession à ce grade, il est rémunéré dans l'échelle de traitement reprise en regard dans la colonne 2 :
kolom 1/colonne 1 kolom 2/colonne 2
C3/NCF3 B3
C4/NCF4 B3
C5/NCF5 B4
kolom 1/colonne 1 kolom 2/colonne 2 1° C3/NCF3 1° B3 2° C4/NCF4 2° B3 3° C5/NCF5 3° B4
kolom 1/colonne 1 kolom 2/colonne 2
C3/NCF3 B3
C4/NCF4 B3
C5/NCF5 B4
kolom 1/colonne 1 kolom 2/colonne 2 1° C3/NCF3 1° B3 2° C4/NCF4 2° B3 3° C5/NCF5 3° B4
Art. 13. Artikel 12 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk van 25 oktober 2013 wordt hersteld als volgt :
  "Art. 12. In afwijking van artikel 56 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013, de ambtenaar die bezoldigd was in de oude weddeschaal CA1, CF1, CA2, CF2, CA3, CF3 of 22B en die bij wege van overgang naar het hogere niveau werd of wordt benoemd tot fiscaal deskundige, vanaf de inwerkingtreding van dit besluit, wordt bezoldigd in de eerste weddeschaal van deze graad die hem in de trap overeenstemmend met zijn geldelijke anciënniteit in deze graad een verhoging van zijn jaarwedde waarborgt van minstens 1.500 euro.".
Art. 13. L'article 12 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 12. Par dérogation à l'article 56 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013, l'agent qui était rémunéré dans l'ancienne échelle de traitement CA1, CF1, CA2, CF2, CA3, CF3 ou 22B et qui a été nommé ou est nommé dans le grade d'expert fiscal par accession au niveau supérieur à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté, est rémunéré dans la première échelle de traitement de ce grade qui lui assure, dans l'échelon correspondant à son ancienneté pécuniaire dans ce grade, une augmentation de son traitement annuel d'au moins 1.500 euros. ".
Art. 14. Artikel 13 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk van 25 oktober 2013 wordt hersteld als volgt :
  "Art. 13. In afwijking van artikel 28 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013, is artikel 26 van hetzelfde besluit van toepassing op de verandering van graad naar de graad van fiscaal deskundige, indien deze verandering van graad afhankelijk is van het slagen van een proef over de beroepsbekwaamheid of een vergelijkende selectie voor overgang naar die graad.".
Art. 14. L'article 13 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 13. Par dérogation à l'article 28 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013, l'article 26 de ce même arrêté est d'application au changement de grade vers le grade d'expert fiscal pour autant que ce changement de grade dépende de la réussite d'une épreuve de qualification professionnelle ou d'une sélection comparative d'accession à ce grade. ".
Art. 15. Artikel 14 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk van 25 oktober 2013 wordt hersteld als volgt :
  "Art. 14. § 1. De ambtenaar die bezoldigd was in de oude weddeschaal BF1, BF2 of BF3 die, op grond van het slagen voor een proef over de beroepsbekwaamheid of een vergelijkende selectie voor overgang, bij wege van verandering van graad werd of wordt benoemd tot fiscaal deskundige, vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit, en die in uitvoering van artikel 59 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 geen verhoging van zijn jaarwedde verkrijgt van minstens 2.000 euro, wordt in afwijking van artikel 4, tweede lid, van hetzelfde besluit bezoldigd in de eerstvolgende trap van die eerste weddeschaal verbonden aan zijn graad die deze verhoging waarborgt.
  Indien geen enkele trap in de weddeschaal toegekend overeenkomstig hetzelfde artikel 59 een verhoging van de jaarwedde waarborgt met minstens 2.000 euro, wordt de ambtenaar bezoldigd in de eerstvolgende hogere weddeschaal van zijn graad en dit op de eerste trap van die weddeschaal die deze verhoging waarborgt.
  Indien geen enkele trap kan worden toegekend die een verhoging waarborgt van de jaarwedde met minstens 2.000 euro wordt aan de ambtenaar de maximumwedde toegekend van de laatste weddeschaal verbonden aan zijn graad.
  § 2. De ambtenaar die een in paragraaf 1 bedoelde verandering van graad krijgt en in zijn oude weddeschaal nog geen schaalbonificatie kreeg, neemt de vermeldingen mee die werden toegekend op grond van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt. De geldelijke anciënniteit die de ambtenaar verwierf sinds 1 januari 2014 wordt beschouwd als schaalanciënniteit in zijn nieuwe weddeschaal.
  De ambtenaar die een in paragraaf 1 bedoelde verandering van graad krijgt en in zijn oude weddeschaal reeds een schaalbonificatie kreeg, neemt de vermeldingen mee die hij kreeg sinds zijn laatste schaalbonificatie. De geldelijke anciënniteit die de ambtenaar verwierf sinds zijn laatste schaalbonificatie wordt beschouwd als schaalanciënniteit in zijn nieuwe weddeschaal.
  § 3. Als de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaar nadien wordt bevorderd naar de hogere weddeschaal van zijn graad gebeurt dit in de trap die hij had in zijn vorige weddeschaal.
  § 4. Als de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaar wordt bevorderd tot het hogere niveau wordt hij bezoldigd in zijn nieuwe weddeschaal op grond van zijn geldelijke anciënniteit.".
Art. 15. L'article 14 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 14. § 1er. L'agent qui était rémunéré dans l'ancienne échelle de traitement BF1, BF2 ou BF3 qui, sur base de la réussite d'une épreuve de qualification professionnelle ou d'une sélection comparative d'accession, a été nommé ou est nommé expert fiscal par voie de changement de grade à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté et qui, en application de l'article 59 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013, n'obtient pas une augmentation de son traitement annuel d'au moins 2.000 euros est rémunéré, par dérogation à l'article 4, alinéa 2, du même arrêté, dans le premier échelon de cette première échelle de traitement attachée à son grade qui lui assure cette augmentation.
  Si aucun échelon dans l'échelle de traitement attribuée conformément à ce même article 59 ne permet d'assurer une augmentation du traitement annuel d'au moins 2.000 euros, l'agent est rémunéré dans la première échelle de traitement supérieure de son grade et ce, au premier échelon de cette échelle de traitement qui lui assure cette augmentation.
  Si aucun échelon ne permet d'assurer à l'agent une augmentation de son traitement annuel d'au moins 2.000 euros, le traitement maximum de la dernière échelle de traitement attachée à son grade lui est attribué.
  § 2. L'agent qui obtient un changement de grade visé au paragraphe 1er et qui n'a pas encore obtenu une bonification d'échelle dans son ancienne échelle de traitement, emporte les mentions qui lui ont été attribuées sur base de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale. L'ancienneté pécuniaire acquise par l'agent depuis le 1er janvier 2014 est considérée comme ancienneté d'échelle dans sa nouvelle échelle de traitement.
  L'agent qui obtient un changement de grade visé au paragraphe 1er et qui a déjà obtenu une bonification d'échelle dans son ancienne échelle de traitement, emporte les mentions qui lui ont été attribuées depuis sa dernière bonification d'échelle. L'ancienneté pécuniaire acquise par l'agent depuis sa dernière bonification d'échelle est considérée comme ancienneté d'échelle dans sa nouvelle échelle de traitement.
  § 3. Lorsque l'agent visé au paragraphe 1er est promu ultérieurement à l'échelle de traitement supérieure de son grade, cette promotion a lieu dans l'échelon qu'il avait dans son ancienne échelle de traitement.
  § 4. Lorsque l'agent visé au paragraphe 1er est promu au niveau supérieur, il est rémunéré dans sa nouvelle échelle de traitement sur base de son ancienneté pécuniaire. ".
Art. 16. Artikel 15 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk van 25 oktober 2013 wordt hersteld als volgt :
  "Art. 15. De ambtenaar die vanaf de inwerkingtreding van dit besluit bij wege van overgang naar het hogere niveau werd of wordt bevorderd in de klasse A2, op grond van een vergelijkende selectie bedoeld in artikel 28 van het organiek reglement, en die in uitvoering van artikel 24 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 geen verhoging van de jaarwedde verkrijgt met minstens 3.000 euro wordt in afwijking van artikel 4, tweede lid, van hetzelfde besluit bezoldigd in de eerstvolgende trap van de weddeschaal verbonden aan zijn klasse die deze verhoging waarborgt.
  Indien geen enkele trap in de weddeschaal toegekend overeenkomstig hetzelfde artikel een verhoging van de jaarwedde waarborgt met minstens 3.000 euro, wordt de ambtenaar bezoldigd in de eerstvolgende hogere weddeschaal van zijn klasse en dit op de eerste trap van die weddeschaal die deze verhoging waarborgt.
  Indien geen enkele trap kan worden toegekend die een verhoging waarborgt van de jaarwedde met minstens 3.000 euro wordt aan de ambtenaar de maximumwedde toegekend van de laatste weddeschaal verbonden aan zijn klasse.
  § 2. Als de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaar nadien wordt bevorderd naar de hogere weddeschaal van zijn klasse gebeurt dit in de trap die hij had in zijn vorige weddeschaal.
  § 3. Als de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaar wordt bevorderd tot de hogere klasse wordt hij bezoldigd in zijn nieuwe weddeschaal op grond van zijn geldelijke anciënniteit.".
Art. 16. L'article 15 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 15. L'agent qui, à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté, a été ou est promu par accession au niveau supérieur dans la classe A2, sur base d'une sélection comparative d'accession visée à l'article 28 du règlement organique et qui, en application de l'article 24 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 n'obtient pas une augmentation de son traitement annuel d'au moins 3.000 euros est rémunéré, par dérogation à l'article 4, alinéa 2, du même arrêté, dans le premier échelon de l'échelle de traitement attachée à sa classe qui lui assure cette augmentation.
  Si aucun échelon dans l'échelle de traitement attribuée conformément à ce même article ne permet d'assurer une augmentation du traitement annuel d'au moins 3.000 euros, l'agent est rémunéré dans la première échelle de traitement supérieure de sa classe et ce, au premier échelon de cette échelle de traitement qui lui assure cette augmentation.
  Si aucun échelon ne permet d'assurer à l'agent une augmentation de son traitement annuel d'au moins 3.000 euros, le traitement maximum de la dernière échelle de traitement attachée à sa classe lui est attribué.
  § 2. Lorsque l'agent visé au paragraphe 1er est promu ultérieurement à l'échelle de traitement supérieure de sa classe, cette promotion a lieu dans l'échelon qu'il avait dans son ancienne échelle de traitement.
  § 3. Lorsque l'agent visé au paragraphe 1er est promu à la classe supérieure, il est rémunéré dans sa nouvelle échelle de traitement sur base de son ancienneté pécuniaire. ".
Art. 17. Artikel 16 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk van 25 oktober 2013 wordt hersteld als volgt :
  "Art. 16. § 1. De ambtenaar die bezoldigd was in de oude weddeschaal BF2, BF3 of BF4 die, vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit, op grond van het slagen van een vergelijkende selectie bedoeld in artikel 28 van het organiek reglement, bij wege van overgang naar het hogere niveau werd of wordt bevorderd in de klasse A2 en die in uitvoering van artikel 57 van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013 geen verhoging van zijn jaarwedde verkrijgt van minstens 3.000 euro, wordt in afwijking van artikel 4, tweede lid, van hetzelfde besluit bezoldigd in de eerstvolgende trap van de weddeschaal verbonden aan zijn klasse die deze verhoging waarborgt.
  Indien geen enkele trap in de weddeschaal toegekend overeenkomstig hetzelfde artikel een verhoging van de jaarwedde waarborgt met minstens 3.000 euro, wordt de ambtenaar bezoldigd in de eerstvolgende hogere weddeschaal van zijn klasse en dit op de laagste trap van die weddeschaal die deze verhoging waarborgt.
  Indien geen enkele trap kan worden toegekend die een verhoging waarborgt van de jaarwedde met minstens 3.000 euro wordt aan de ambtenaar de maximumwedde toegekend van de laatste weddeschaal verbonden aan zijn klasse.
  § 2. Als de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaar nadien wordt bevorderd naar de hogere weddeschaal van zijn klasse gebeurt dit in de trap die hij had in zijn vorige weddeschaal.
  § 3. Als de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaar wordt bevorderd tot de hogere klasse wordt hij bezoldigd in zijn nieuwe weddeschaal op grond van zijn geldelijke anciënniteit.".
Art. 17. L'article 16 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 16. § 1er. L'agent qui était rémunéré dans l'ancienne échelle de traitement BF2, BF3 ou BF4 qui, à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté, a été promu ou est promu par accession au niveau supérieur à la classe A2, sur base de la réussite d'une sélection comparative d'accession visée à l'article 28 du règlement organique et qui, sur base de l'article 57 de l'arrêté royal du 25 octobre 2013 n'obtient pas une augmentation de son traitement annuel d'au moins 3.000 euros, est rémunéré, par dérogation à l'article 4, alinéa 2, du même arrêté dans le premier échelon de l'échelle de traitement attachée à sa classe qui lui assure cette augmentation.
  Si aucun échelon dans l'échelle de traitement attribuée conformément à ce même article ne permet d'assurer une augmentation du traitement annuel d'au moins 3.000 euros, l'agent est rémunéré dans la première échelle de traitement supérieure de sa classe et ce, au premier échelon de cette échelle de traitement qui lui assure cette augmentation.
  Si aucun échelon ne permet d'assurer à l'agent une augmentation de son traitement annuel d'au moins 3.000 euros, le traitement maximum de la dernière échelle de traitement attachée à sa classe lui est attribué.
  § 2. Lorsque l'agent visé au paragraphe 1er est promu ultérieurement à l'échelle de traitement supérieure de sa classe, cette promotion a lieu dans l'échelon qu'il avait dans son ancienne échelle de traitement.
  § 3. Lorsque l'agent visé au paragraphe 1er est promu à la classe supérieure, il est rémunéré dans sa nouvelle échelle de traitement sur base de son ancienneté pécuniaire. ".
Art. 18. Artikel 38 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het koninklijk van 25 oktober 2013 wordt hersteld als volgt :
  "Art. 38. De toelage bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt wordt, in voorkomend geval, verminderd met het bedrag van het complement, het weddecomplement en het supplement bedoeld in respectievelijk de artikelen 26, 27 en 32 van onderhavig besluit.".
Art. 18. L'article 38 du même arrêté, abrogé par l'arrêté royal du 25 octobre 2013, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " Art. 38. L'allocation visée à l'article 13 de l'arrêté royal du 8 août 1983 relatif à l'exercice d'une fonction supérieure dans les administrations de l'Etat est, le cas échéant, diminuée du montant du complément, du complément de traitement et du supplément visés respectivement aux articles 26, 27 et 32 du présent arrêté. ".
Art. 19. Artikel 41bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 19 juli 2013, wordt opgeheven.
Art. 19. L'article 41bis du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 19 juillet 2013, est abrogé.
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions finales
Art. 20. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2014, met uitzondering van artikelen 18 en 19 die in werking treden op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 20. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2014, à l'exception des articles 18 et 19 qui entrent en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'un délai de dix jours prenant cours le jour après sa publication au Moniteur belge.
Art. 21. De Eerste Minister en de minister bevoegd voor de Financiën zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 21. Le Premier Ministre et le ministre qui a les Finances dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.