Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
21 JUNI 2013. - Decreet houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-08-2013 en tekstbijwerking tot 10-01-2024)
Titre
21 JUIN 2013. - Décret portant diverses dispositions relatives au domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-08-2013 et mise à jour au 10-01-2024)
Informations sur le document
Numac: 2013204518
Datum: 2013-06-21
Info du document
Numac: 2013204518
Date: 2013-06-21
Table des matières
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
HOOFDSTUK 2. - Meldpunten "Geweld, Misbruik en ...
HOOFDSTUK 3. - Centrum voor kwaliteitsbewaking ...
HOOFDSTUK 4. - Bijzondere jeugdbijstand
HOOFDSTUK 5.
HOOFDSTUK 6. - Vestiging van een recht van erfp...
HOOFDSTUK 7. - Zorgverzekering
HOOFDSTUK 8. - Samenwerkingsverbanden voor psyc...
HOOFDSTUK 9. - Instellingen voor schuldbemiddeling
HOOFDSTUK 10. - Personen met een handicap
HOOFDSTUK 11. - Interlandelijke adoptie van kin...
HOOFDSTUK 12. - Zorg- en bijstandsverlening
HOOFDSTUK 13. - Woonzorg
HOOFDSTUK 14. - Pleegzorg
HOOFDSTUK 15. - Klachtrecht betreffende de open...
HOOFDSTUK 16. - Eerstelijnsgezondheidszorg en d...
HOOFDSTUK 17. - Preventief gezondheidsbeleid
HOOFDSTUK 18. - Infrastructuur voor persoonsgeb...
HOOFDSTUK 19. - Vrijwilligerswerk
HOOFDSTUK 20. - Zorgvernieuwingsprojecten
HOOFDSTUK 21. - Kinderopvang van baby's en peuters
HOOFDSTUK 22. - Kind en Gezin
HOOFDSTUK 23. - Slotbepalingen
Table des matières
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
CHAPITRE 2. - Guichets "Geweld, Misbruik en Kin...
CHAPITRE 3. - Centre de surveillance de la qual...
CHAPITRE 4. - Assistance spéciale à la jeunesse
CHAPITRE 5.
CHAPITRE 6. - Constitution d'un droit d'emphyté...
CHAPITRE 7. - Assurance soins
CHAPITRE 8. - Partenariats de coopération pour ...
CHAPITRE 9. - Institutions de médiation de dettes
CHAPITRE 10. - Personnes handicapées
CHAPITRE 11. - Adoption internationale d'enfants
CHAPITRE 12. - Délivrance d'aide et de soins
CHAPITRE 13. - Services de soins et de logement
CHAPITRE 14. - Placement familial
CHAPITRE 15. - Droit de réclamation à l'égard d...
CHAPITRE 16. - Soins de santé primaires et coop...
CHAPITRE 17. - Politique en matière de santé pr...
CHAPITRE 18. - Infrastructure affectée aux mati...
CHAPITRE 19. - Bénévolat
CHAPITRE 20. - Projets de formes alternatives d...
CHAPITRE 21. - Accueil de bébés et de bambins
CHAPITRE 22. - "Kind en Gezin" (Enfance et Fami...
CHAPITRE 23. - Dispositions finales
Tekst (105)
Texte (105)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Artikel 53 regelt een gewestaangelegenheid. Voor het overige regelt dit decreet een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. L'article 53 règle une matière régionale. Pour le reste, le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Meldpunten "Geweld, Misbruik en Kindermishandeling"
CHAPITRE 2. - Guichets "Geweld, Misbruik en Kindermishandeling" (Violence, Abus et Maltraitance d'Enfants"
Art.2. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
1° centrum voor algemeen welzijnswerk : een centrum dat door de Vlaamse overheid erkend is met toepassing van de regelgeving betreffende het algemeen welzijnswerk, met uitzondering van een centrum voor teleonthaal;
2° vertrouwenscentrum kindermishandeling : een centrum dat door de Vlaamse overheid erkend is met toepassing van de regelgeving betreffende de erkenning en de subsidiëring van de vertrouwenscentra kindermishandeling;
3° Meldpunt : een meldpunt "Geweld, Misbruik en Kindermishandeling" als vermeld in artikel 3, eerste lid;
4° kindermishandeling : elke vorm van lichamelijk, psychisch of seksueel geweld waarvan een natuurlijke persoon die jonger is dan achttien jaar, het slachtoffer is, actief door het schadelijke optreden of passief door een ernstige nalatigheid van zijn ouders of van iedere andere persoon ten opzichte van wie de eerstgenoemde natuurlijke persoon in een relatie van afhankelijkheid staat;
5° geweld : elke vorm van fysiek, seksueel, psychisch of economisch geweld waarvan een natuurlijke persoon het slachtoffer is, met uitsluiting van kindermishandeling;
6° misbruik : elke vorm van grensoverschrijdend gedrag waardoor de fysieke of psychische integriteit van een natuurlijke persoon wordt aangetast, met uitsluiting van geweld en kindermishandeling;
7° aanmelding : elke contactname met het Meldpunt door een persoon die direct of indirect betrokken is bij een situatie van geweld, misbruik of kindermishandeling;
8° aanmelder : een persoon als vermeld in punt 7°.
1° centrum voor algemeen welzijnswerk : een centrum dat door de Vlaamse overheid erkend is met toepassing van de regelgeving betreffende het algemeen welzijnswerk, met uitzondering van een centrum voor teleonthaal;
2° vertrouwenscentrum kindermishandeling : een centrum dat door de Vlaamse overheid erkend is met toepassing van de regelgeving betreffende de erkenning en de subsidiëring van de vertrouwenscentra kindermishandeling;
3° Meldpunt : een meldpunt "Geweld, Misbruik en Kindermishandeling" als vermeld in artikel 3, eerste lid;
4° kindermishandeling : elke vorm van lichamelijk, psychisch of seksueel geweld waarvan een natuurlijke persoon die jonger is dan achttien jaar, het slachtoffer is, actief door het schadelijke optreden of passief door een ernstige nalatigheid van zijn ouders of van iedere andere persoon ten opzichte van wie de eerstgenoemde natuurlijke persoon in een relatie van afhankelijkheid staat;
5° geweld : elke vorm van fysiek, seksueel, psychisch of economisch geweld waarvan een natuurlijke persoon het slachtoffer is, met uitsluiting van kindermishandeling;
6° misbruik : elke vorm van grensoverschrijdend gedrag waardoor de fysieke of psychische integriteit van een natuurlijke persoon wordt aangetast, met uitsluiting van geweld en kindermishandeling;
7° aanmelding : elke contactname met het Meldpunt door een persoon die direct of indirect betrokken is bij een situatie van geweld, misbruik of kindermishandeling;
8° aanmelder : een persoon als vermeld in punt 7°.
Art.2. Dans le présent chapitre, on entend par :
1° "centrum voor algemeen welzijnswerk" (centre d'aide sociale générale) : un centre, agréé par l'Autorité flamande en vertu de la réglementation relative à l'aide sociale générale, à l'exception d'un centre de télé-accueil;
2° "vertrouwenscentrum kindermishandeling" (centre de confiance en matière de maltraitance d'enfants) : un centre, agréé par l'Autorité flamande en vertu de la réglementation relative à l'agrément et la subvention des centres de confiance en matière de maltraitance d'enfants;
3° Guichet : un guichet "Geweld, Misbruik en Kindermishandeling", tel que visé à l'article 3, alinéa premier;
4° maltraitance d'enfants : toute forme de violence corporelle, psychique ou sexuelle dont une personne physique de moins de dix-huit ans est la victime, soit active, pour cause de l'intervention nuisible, soit passive pour cause d'une négligence grave de la part de ses parents ou de toute autre personne envers laquelle la première personne physique est dans une relation de dépendance;
5° violence : toute forme de violence physique, sexuelle, psychique ou économique dont une personne physique est la victime, à l'exception de la maltraitance d'enfants;
6° abus : toute forme de comportement outré portant atteinte à l'intégrité physique ou psychique d'une personne physique, à l'exclusion de la violence et de la maltraitance d'enfants;
7° notification : tout contact avec le Guichet par une personne qui est directement ou indirectement associée à une situation de violence, d'abus ou de maltraitance d'enfants;
8° notificateur : une personne telle que visée au point 7°.
1° "centrum voor algemeen welzijnswerk" (centre d'aide sociale générale) : un centre, agréé par l'Autorité flamande en vertu de la réglementation relative à l'aide sociale générale, à l'exception d'un centre de télé-accueil;
2° "vertrouwenscentrum kindermishandeling" (centre de confiance en matière de maltraitance d'enfants) : un centre, agréé par l'Autorité flamande en vertu de la réglementation relative à l'agrément et la subvention des centres de confiance en matière de maltraitance d'enfants;
3° Guichet : un guichet "Geweld, Misbruik en Kindermishandeling", tel que visé à l'article 3, alinéa premier;
4° maltraitance d'enfants : toute forme de violence corporelle, psychique ou sexuelle dont une personne physique de moins de dix-huit ans est la victime, soit active, pour cause de l'intervention nuisible, soit passive pour cause d'une négligence grave de la part de ses parents ou de toute autre personne envers laquelle la première personne physique est dans une relation de dépendance;
5° violence : toute forme de violence physique, sexuelle, psychique ou économique dont une personne physique est la victime, à l'exception de la maltraitance d'enfants;
6° abus : toute forme de comportement outré portant atteinte à l'intégrité physique ou psychique d'une personne physique, à l'exclusion de la violence et de la maltraitance d'enfants;
7° notification : tout contact avec le Guichet par une personne qui est directement ou indirectement associée à une situation de violence, d'abus ou de maltraitance d'enfants;
8° notificateur : une personne telle que visée au point 7°.
Art.3. In elke provincie van het Nederlandse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad organiseren centra voor algemeen welzijnswerk en het vertrouwenscentrum kindermishandeling, waarvan het werkgebied in die provincie of in dat tweetalige gebied ligt, samen een meldpunt "Geweld, Misbruik en Kindermishandeling". Het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de centra voor algemeen welzijnswerk die mee zorgen voor de organisatie van het Meldpunt, sluiten daarvoor een samenwerkingsovereenkomst.
In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse Regering bepalen dat in een of meer provincies of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad twee Meldpunten kunnen worden georganiseerd.
De werking van de Meldpunten is aanvullend ten aanzien van de reguliere werking van de centra voor algemeen welzijnswerk en van de vertrouwenscentra kindermishandeling die verloopt volgens de regelgeving, vermeld in artikel 2, 1° of 2°.
In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse Regering bepalen dat in een of meer provincies of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad twee Meldpunten kunnen worden georganiseerd.
De werking van de Meldpunten is aanvullend ten aanzien van de reguliere werking van de centra voor algemeen welzijnswerk en van de vertrouwenscentra kindermishandeling die verloopt volgens de regelgeving, vermeld in artikel 2, 1° of 2°.
Art.3. Un guichet "Geweld, Misbruik en Kindermishandeling" est organisé dans chaque province de la région de langue néerlandaise et dans la région biliingue de Bruxelles-Capitale, conjointement par les "centra voor algemeen welzijnswerk" et le "vertrouwenscentrum kindermishandeling", dont la zone d'action est située dans la province ou la zone bilingue en question. Le "vertrouwenscentrum kindermishandeling" et les "centra voor algemeen welzijnswerk", associés à l'organisation du Guichet, concluent un contrat de coopération à cet effet.
Par dérogation à l'alinéa premier, le Gouvernement flamand peut arrêter que deux Guichets peuvent être organisés dans une ou plusieurs provinces ou dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale.
Le fonctionnement des Guichets est complémentaire au fonctionnement régulier des "centra voor algemeen welzijnswerk" et des "vertrouwenscentra kindermishandeling", qui s'effectue selon la réglementation visée à l'article 2, 1° ou 2°.
Par dérogation à l'alinéa premier, le Gouvernement flamand peut arrêter que deux Guichets peuvent être organisés dans une ou plusieurs provinces ou dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale.
Le fonctionnement des Guichets est complémentaire au fonctionnement régulier des "centra voor algemeen welzijnswerk" et des "vertrouwenscentra kindermishandeling", qui s'effectue selon la réglementation visée à l'article 2, 1° ou 2°.
Art.4. Een Meldpunt vervult de volgende opdrachten :
1° kennisnemen van alle aanmeldingen die via de telefoon of via een ander communicatiemiddel dat de Vlaamse Regering kan bepalen, aan het Meldpunt worden gericht met betrekking tot geweld, misbruik of kindermishandeling, of een vermoeden ervan;
2° passend gevolg geven aan een aanmelding als vermeld in punt 1°, onder de vorm van vraagverheldering die kan leiden tot directe hulp aan de aanmelder;
3° als dat nodig is, de gegevens die zijn verstrekt tijdens een aanmelding als vermeld in punt 1°, ter kennis brengen van het vertrouwenscentrum kindermishandeling of van een centrum voor algemeen welzijnswerk, of van een andere voorziening die een meer passende hulpverlening kan verstrekken.
De Vlaamse Regering kan bepalen tot welke categorieën van voorzieningen de andere voorzieningen, vermeld in het eerste lid, 3°, behoren.
1° kennisnemen van alle aanmeldingen die via de telefoon of via een ander communicatiemiddel dat de Vlaamse Regering kan bepalen, aan het Meldpunt worden gericht met betrekking tot geweld, misbruik of kindermishandeling, of een vermoeden ervan;
2° passend gevolg geven aan een aanmelding als vermeld in punt 1°, onder de vorm van vraagverheldering die kan leiden tot directe hulp aan de aanmelder;
3° als dat nodig is, de gegevens die zijn verstrekt tijdens een aanmelding als vermeld in punt 1°, ter kennis brengen van het vertrouwenscentrum kindermishandeling of van een centrum voor algemeen welzijnswerk, of van een andere voorziening die een meer passende hulpverlening kan verstrekken.
De Vlaamse Regering kan bepalen tot welke categorieën van voorzieningen de andere voorzieningen, vermeld in het eerste lid, 3°, behoren.
Art.4. Un Guichet accomplit les missions suivantes :
1° prendre connaissance de toutes les notifications relatives à la violence, l'abus ou la maltraitance d'enfants ou à la présomption de ceux-ci adressées au Guichet par voie téléphonique ou d'autres moyens de communication que l'Autorité flamande est en droit d'arrêter;
2° donner une suite appropriée aux notifications telles que visées au point 1°, sous la forme d'un éclaircissement de la demande susceptible de fournir une assistance directe au notificateur;
3° s'il s'avère nécessaire, porter les données fournies lors d'une notification, telle que visée au point 1° à la connaissance du "vertrouwenscentrum kindermishandeling" ou d'un "centrum voor algemeen welzijnswerk" ou d'une autre structure plus indiquée à fournir de l'assistance appropriée.
Le Gouvernement flamand peut arrêter les catégories de structures auxquelles les autres structures visées à l'alinéa premier, 3° ressortissent.
1° prendre connaissance de toutes les notifications relatives à la violence, l'abus ou la maltraitance d'enfants ou à la présomption de ceux-ci adressées au Guichet par voie téléphonique ou d'autres moyens de communication que l'Autorité flamande est en droit d'arrêter;
2° donner une suite appropriée aux notifications telles que visées au point 1°, sous la forme d'un éclaircissement de la demande susceptible de fournir une assistance directe au notificateur;
3° s'il s'avère nécessaire, porter les données fournies lors d'une notification, telle que visée au point 1° à la connaissance du "vertrouwenscentrum kindermishandeling" ou d'un "centrum voor algemeen welzijnswerk" ou d'une autre structure plus indiquée à fournir de l'assistance appropriée.
Le Gouvernement flamand peut arrêter les catégories de structures auxquelles les autres structures visées à l'alinéa premier, 3° ressortissent.
Art.5. De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 3, eerste lid, regelt minstens :
1° de organisatie, de vestigingsplaats en de werking van het Meldpunt;
2° het aantal medewerkers dat het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de centra voor algemeen welzijnswerk elk inzetten voor de werking van het Meldpunt en de taken die elke medewerker zal vervullen;
3° de verantwoordelijkheid voor de werking van het Meldpunt;
4° de verwerking van persoonsgegevens door de medewerkers van het Meldpunt, met behoud van de toepassing van artikel 6;
5° een klachtenprocedure;
6° de wijze waarop de kwaliteit van de dienstverlening van het Meldpunt wordt bewaakt, alsook de wijze waarop de veiligheid van de personen die betrokken zijn of vermoedelijk betrokken zijn bij een aangemelde situatie van geweld, misbruik of kindermishandeling, optimaal wordt ingeschat en passende maatregelen worden genomen;
7° het maken of voortzetten van samenwerkingsafspraken met voorzieningen die hulpverlening aanbieden, met de politie en met het parket.
De Vlaamse Regering kan de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in het eerste lid, nader regelen of aanvullen.
1° de organisatie, de vestigingsplaats en de werking van het Meldpunt;
2° het aantal medewerkers dat het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de centra voor algemeen welzijnswerk elk inzetten voor de werking van het Meldpunt en de taken die elke medewerker zal vervullen;
3° de verantwoordelijkheid voor de werking van het Meldpunt;
4° de verwerking van persoonsgegevens door de medewerkers van het Meldpunt, met behoud van de toepassing van artikel 6;
5° een klachtenprocedure;
6° de wijze waarop de kwaliteit van de dienstverlening van het Meldpunt wordt bewaakt, alsook de wijze waarop de veiligheid van de personen die betrokken zijn of vermoedelijk betrokken zijn bij een aangemelde situatie van geweld, misbruik of kindermishandeling, optimaal wordt ingeschat en passende maatregelen worden genomen;
7° het maken of voortzetten van samenwerkingsafspraken met voorzieningen die hulpverlening aanbieden, met de politie en met het parket.
De Vlaamse Regering kan de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in het eerste lid, nader regelen of aanvullen.
Art.5. Le contrat de coopération visé à l'article 3, alinéa premier, règle au moins :
1° l'organisation, le siège et le fonctionnement du Guichet;
2° Le nombre de collaborateurs que le "vertrouwenscentrum kindermishandeling" et les "centra voor algemeen welzijnswerk" affectent respectivement au fonctionnement du Guichet et aux tâches accomplies par chaque collaborateur;
3° la responsabilité du fonctionnement du Guichet;
4° le traitement des données à caractère personnel par les collaborateurs du Guichet, sans préjudice de l'application de l'article 6;
5° une procédure de règlement des plaintes;
6° la façon dont la qualité des services offerts par le Guichet est contrôlée, de même que la façon dont la sécurité des personnes qui sont concernées ou présumément concernées par une situation notifiée de violence, d'abus ou de maltraitance d'enfants, est optimalement évaluée et des mesures adéquates sont prises;
7° prendre ou poursuivre des dispositions de coopération avec des structures offrant de l'assistance, avec la police et le parquet.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités pour le contenu du contrat de coopération, visé à l'alinéa premier ou le compléter.
1° l'organisation, le siège et le fonctionnement du Guichet;
2° Le nombre de collaborateurs que le "vertrouwenscentrum kindermishandeling" et les "centra voor algemeen welzijnswerk" affectent respectivement au fonctionnement du Guichet et aux tâches accomplies par chaque collaborateur;
3° la responsabilité du fonctionnement du Guichet;
4° le traitement des données à caractère personnel par les collaborateurs du Guichet, sans préjudice de l'application de l'article 6;
5° une procédure de règlement des plaintes;
6° la façon dont la qualité des services offerts par le Guichet est contrôlée, de même que la façon dont la sécurité des personnes qui sont concernées ou présumément concernées par une situation notifiée de violence, d'abus ou de maltraitance d'enfants, est optimalement évaluée et des mesures adéquates sont prises;
7° prendre ou poursuivre des dispositions de coopération avec des structures offrant de l'assistance, avec la police et le parquet.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités pour le contenu du contrat de coopération, visé à l'alinéa premier ou le compléter.
Art.6. [1 Met het oog op de afhandeling van aanmeldingen conform artikel 4, eerste lid, verwerkt het Meldpunt persoonsgegevens, inclusief gegevens als vermeld in artikel 9, lid 1, van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming). Het Meldpunt bezorgt persoonsgegevens, inclusief gegevens als vermeld in artikel 9, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming, aan de actoren, vermeld in artikel 4, eerste lid, 3°. Op die verwerking en mededeling van persoonsgegevens zijn de bepalingen van de regelgeving over de bescherming bij de verwerking van persoonsgegevens van toepassing.]1
De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden verwerkt en de wijze waarop ze worden verwerkt. Met behoud van de toepassing van artikel 9, eerste lid, hebben die gegevens voor elke aanmelding betrekking op de aanmelder, de aard van de problematiek waarop een aanmelding betrekking heeft, de persoon of de personen die betrokken zijn of vermoedelijk betrokken zijn bij die problematiek en het gevolg dat aan de aanmelding is gegeven.
De mededeling van persoonsgegevens met toepassing van het eerste lid is onderworpen aan de volgende voorwaarden :
1° de meegedeelde gegevens zijn noodzakelijk voor de verdere passende afhandeling van de aanmelding;
2° de gegevens worden alleen meegedeeld in het belang van de persoon op wie de aanmelding betrekking heeft.
De medewerkers die bij het Meldpunt worden ingezet conform artikel 5, eerste lid, 2°, wisselen onder elkaar de persoonsgegevens uit die nuttig zijn voor de uitoefening van de opdrachten, vermeld in artikel 4, eerste lid.
[1 Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming, gelden de rechten en verplichtingen, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de algemene verordening gegevensbescherming, niet voor de betrokkenen wiens gegevens door het Meldpunt in het kader van dit decreet worden verwerkt en gedeeld. Als de betrokkene een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, informeert de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk, over elke weigering of beperking van de rechten. De informatie over de weigering of beperking hoeft niet te worden verstrekt als de verstrekking daarvan de decretale en reglementaire opdrachten van het Meldpunt zou ondermijnen. De functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen. De functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke en juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd en houdt deze informatie ter beschikking van de Vlaams Toezichtcommissie.]1
Het Meldpunt bewaart de persoonsgegevens van een aanmelder en van personen die betrokken of vermoedelijk betrokken zijn bij geweld, misbruik of kindermishandeling, op wie een aanmelding betrekking heeft, tot maximaal vijf jaar na de aanmelding of, als voormelde personen betrokken zijn bij meerdere aanmeldingen, tot maximaal vijf jaar na de laatste aanmelding. Persoonsgegevens van personen die jonger zijn dan achttien jaar, worden bewaard tot maximaal vijf jaar na de datum waarop die personen achttien jaar zijn geworden.
De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden verwerkt en de wijze waarop ze worden verwerkt. Met behoud van de toepassing van artikel 9, eerste lid, hebben die gegevens voor elke aanmelding betrekking op de aanmelder, de aard van de problematiek waarop een aanmelding betrekking heeft, de persoon of de personen die betrokken zijn of vermoedelijk betrokken zijn bij die problematiek en het gevolg dat aan de aanmelding is gegeven.
De mededeling van persoonsgegevens met toepassing van het eerste lid is onderworpen aan de volgende voorwaarden :
1° de meegedeelde gegevens zijn noodzakelijk voor de verdere passende afhandeling van de aanmelding;
2° de gegevens worden alleen meegedeeld in het belang van de persoon op wie de aanmelding betrekking heeft.
De medewerkers die bij het Meldpunt worden ingezet conform artikel 5, eerste lid, 2°, wisselen onder elkaar de persoonsgegevens uit die nuttig zijn voor de uitoefening van de opdrachten, vermeld in artikel 4, eerste lid.
[1 Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming, gelden de rechten en verplichtingen, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de algemene verordening gegevensbescherming, niet voor de betrokkenen wiens gegevens door het Meldpunt in het kader van dit decreet worden verwerkt en gedeeld. Als de betrokkene een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, informeert de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk, over elke weigering of beperking van de rechten. De informatie over de weigering of beperking hoeft niet te worden verstrekt als de verstrekking daarvan de decretale en reglementaire opdrachten van het Meldpunt zou ondermijnen. De functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen. De functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke en juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd en houdt deze informatie ter beschikking van de Vlaams Toezichtcommissie.]1
Het Meldpunt bewaart de persoonsgegevens van een aanmelder en van personen die betrokken of vermoedelijk betrokken zijn bij geweld, misbruik of kindermishandeling, op wie een aanmelding betrekking heeft, tot maximaal vijf jaar na de aanmelding of, als voormelde personen betrokken zijn bij meerdere aanmeldingen, tot maximaal vijf jaar na de laatste aanmelding. Persoonsgegevens van personen die jonger zijn dan achttien jaar, worden bewaard tot maximaal vijf jaar na de datum waarop die personen achttien jaar zijn geworden.
Modifications
Art.6. [1 En vue du traitement des notifications conformément à l'article 4, alinéa 1er, le Guichet traite des données à caractère personnel, y compris les données telles que visées à l'article 9, 1), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données). Le Guichet transmet les données à caractère personnel, y compris les données telles que visées à l'article 9, 1), du règlement général sur la protection des données, aux acteurs visés à l'article 4, alinéa 1er, 3°. Les dispositions de la réglementation relative à la protection des données à caractère personnel s'appliquent à ce traitement et à cette communication de données à caractère personnel.]1
Le Gouvernement flamand arrête les données à traiter et la façon dont elles sont traitées. Sans préjudice de l'application de l'article 9, alinéa premier, les données de chaque notification portent sur le notificateur, la nature de la problématique faisant l'objet de la notification, la personne ou les personnes concernées ou présumément concernées par cette problématique et la suite qui a été réservée à la notification.
La communication de données à caractère personnel en application de l'alinéa premier est soumise aux conditions suivantes :
1° les données communiquées sont indispensables au traitement approprié de la notification;
2° les données ne sont communiquées que dans l'intérêt de la personne concernée par la notification.
Les collaborateurs affectés au Guichet conformément à l'article 5, alinéa premier, 2°, s'échangent les données à caractère personnel qui sont utiles à l'exercice des missions visées à l'article 4, alinéa premier.
[1 En application de l'article 23, alinéa 1er, i), du règlement général sur la protection des données, les droits et obligations énoncés aux articles 12 à 22 du règlement général sur la protection des données ne s'appliquent pas aux intéressés dont les données sont traitées et partagées par le Guichet dans le cadre du présent décret. Si l'intéressé introduit une demande sur la base des articles 12 à 22 du règlement précité, le fonctionnaire compétent pour la protection des données informe l'intéressé par écrit, dans les meilleurs délais, sur tout refus ou toute limitation des droits. L'information relative au refus ou à la limitation ne doit pas être fournie si sa fourniture ébranle les missions décrétales et réglementaires du Guichet. Le fonctionnaire pour la protection des données informe l'intéressé également sur la possibilité d'introduire une demande auprès de la Commission de contrôle flamande pour le traitement des données à caractère personnel conformément à l'article 10/5 du décret du 18 juillet 2008 relatif à l'échange électronique de données administratives, et de former un recours en justice. Le fonctionnaire pour la protection des données note les raisons matérielles et juridiques sur lesquelles la décision est basée, et tient cette information à la disposition de la Commission de contrôle flamande.]1
Le Guichet sauvegarde les données à caractère personnel d'un notificateur et de personnes concernées par ou présumément concernées par la violence, l'abus ou la maltraitance d'enfants, qui font l'objet d'une notification, pendant au maximum cinq ans à compter de la notification ou, lorsque les personnes précitées font l'objet de plusieurs notifications, pendant au maximum cinq ans à compter de la dernière notification. Les données à caractère personnel de personnes de moins de dix-huit ans sont conservées pendant au maximum cinq ans à compter de la date à laquelle ces personnes atteignent l'âge de dix-huit ans.
Le Gouvernement flamand arrête les données à traiter et la façon dont elles sont traitées. Sans préjudice de l'application de l'article 9, alinéa premier, les données de chaque notification portent sur le notificateur, la nature de la problématique faisant l'objet de la notification, la personne ou les personnes concernées ou présumément concernées par cette problématique et la suite qui a été réservée à la notification.
La communication de données à caractère personnel en application de l'alinéa premier est soumise aux conditions suivantes :
1° les données communiquées sont indispensables au traitement approprié de la notification;
2° les données ne sont communiquées que dans l'intérêt de la personne concernée par la notification.
Les collaborateurs affectés au Guichet conformément à l'article 5, alinéa premier, 2°, s'échangent les données à caractère personnel qui sont utiles à l'exercice des missions visées à l'article 4, alinéa premier.
[1 En application de l'article 23, alinéa 1er, i), du règlement général sur la protection des données, les droits et obligations énoncés aux articles 12 à 22 du règlement général sur la protection des données ne s'appliquent pas aux intéressés dont les données sont traitées et partagées par le Guichet dans le cadre du présent décret. Si l'intéressé introduit une demande sur la base des articles 12 à 22 du règlement précité, le fonctionnaire compétent pour la protection des données informe l'intéressé par écrit, dans les meilleurs délais, sur tout refus ou toute limitation des droits. L'information relative au refus ou à la limitation ne doit pas être fournie si sa fourniture ébranle les missions décrétales et réglementaires du Guichet. Le fonctionnaire pour la protection des données informe l'intéressé également sur la possibilité d'introduire une demande auprès de la Commission de contrôle flamande pour le traitement des données à caractère personnel conformément à l'article 10/5 du décret du 18 juillet 2008 relatif à l'échange électronique de données administratives, et de former un recours en justice. Le fonctionnaire pour la protection des données note les raisons matérielles et juridiques sur lesquelles la décision est basée, et tient cette information à la disposition de la Commission de contrôle flamande.]1
Le Guichet sauvegarde les données à caractère personnel d'un notificateur et de personnes concernées par ou présumément concernées par la violence, l'abus ou la maltraitance d'enfants, qui font l'objet d'une notification, pendant au maximum cinq ans à compter de la notification ou, lorsque les personnes précitées font l'objet de plusieurs notifications, pendant au maximum cinq ans à compter de la dernière notification. Les données à caractère personnel de personnes de moins de dix-huit ans sont conservées pendant au maximum cinq ans à compter de la date à laquelle ces personnes atteignent l'âge de dix-huit ans.
Modifications
Art.7. Met het oog op de beleidsvoering worden door het Meldpunt aan de Vlaamse overheid geanonimiseerde registratiegegevens aangeleverd.
De Vlaamse Regering bepaalt welke registratiegegevens worden aangeleverd, alsook de wijze waarop en de periodiciteit waarmee die gegevens worden aangeleverd.
De Vlaamse Regering bepaalt welke registratiegegevens worden aangeleverd, alsook de wijze waarop en de periodiciteit waarmee die gegevens worden aangeleverd.
Art.7. En vue de la mise en oeuvre de la politique de l'Autorité flamande en la matière, le Guichet lui fournit des données d'enregistrement anonymisées.
Le Gouvernement flamand arrête les données d'enregistrement à fournir, de même que la façon dont et la périodicité selon laquelle ces données sont fournies.
Le Gouvernement flamand arrête les données d'enregistrement à fournir, de même que la façon dont et la périodicité selon laquelle ces données sont fournies.
Art.8. Met behoud van de toepassing van artikel 4, eerste lid, 3°, en artikel 6, eerste en vierde lid, zijn de medewerkers van het Meldpunt gebonden door de geheimhoudingsplicht met betrekking tot de gegevens waarvan ze bij de uitoefening van hun opdracht als vermeld in artikel 4, eerste lid, kennis krijgen en die daarmee verband houden.
Art.8. Sans préjudice de l'application de l'article 4, alinéa premier, 3° et de l'article 6, alinéas premier et quatre, les collaborateurs du Guichet sont liés par l'obligation de confidentialité relative aux données dont ils prennent connaissance dans l'exercice de leur mission, telle que visée à l'article 4, premier alinéa et qui ont un rapport avec cette mission.
Art.9. Elk contact met het Meldpunt is gratis voor de persoon die contact opneemt met het Meldpunt. Die persoon heeft de mogelijkheid om bij dat contact anoniem te blijven.
Binnen de beschikbare begrotingskredieten subsidieert de Vlaamse Regering de uitgaven voor de werking van het Meldpunt, inclusief de uitgaven voor het gebruik van een communicatiemiddel als vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, door een persoon die contact opneemt met het Meldpunt. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidieregels.
Binnen de beschikbare begrotingskredieten subsidieert de Vlaamse Regering de uitgaven voor de werking van het Meldpunt, inclusief de uitgaven voor het gebruik van een communicatiemiddel als vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, door een persoon die contact opneemt met het Meldpunt. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidieregels.
Art.9. Tout contact avec le Guichet est gratuit pour la personne qui prend contact avec le Guichet. Lors de ce contact, cette personne peut rester anonyme.
Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement flamand subventionne les dépenses pour le fonctionnement du Guichet, y compris les dépenses pour l'utilisation d'un moyen de communication, tel que visé à l'article 4, premier alinéa, 1° par une personne prenant contact avec le Guichet. Le Gouvernement flamand arrête les règles de subvention.
Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement flamand subventionne les dépenses pour le fonctionnement du Guichet, y compris les dépenses pour l'utilisation d'un moyen de communication, tel que visé à l'article 4, premier alinéa, 1° par une personne prenant contact avec le Guichet. Le Gouvernement flamand arrête les règles de subvention.
HOOFDSTUK 3. - Centrum voor kwaliteitsbewaking voor het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
CHAPITRE 3. - Centre de surveillance de la qualité pour le domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille
Art.10. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
1° diagnostiek : het proces van de verzameling, ordening en verwerking van de beschikbare relevante gegevens vanuit de hulp- of zorgvraag van een natuurlijke persoon ten behoeve van de zorg;
2° indicatiestelling : het proces dat op basis van de hulp- of zorgvraag van een natuurlijke persoon en de analyse van de beschikbare relevante gegevens betreffende die persoon de behoefte aan hulp- en zorgverlening van die persoon vaststelt;
3° zorginschaling : het bepalen van de behoefte aan hulp- en zorgverlening van een natuurlijke persoon aan de hand van een daarvoor bestemd meetinstrument.
1° diagnostiek : het proces van de verzameling, ordening en verwerking van de beschikbare relevante gegevens vanuit de hulp- of zorgvraag van een natuurlijke persoon ten behoeve van de zorg;
2° indicatiestelling : het proces dat op basis van de hulp- of zorgvraag van een natuurlijke persoon en de analyse van de beschikbare relevante gegevens betreffende die persoon de behoefte aan hulp- en zorgverlening van die persoon vaststelt;
3° zorginschaling : het bepalen van de behoefte aan hulp- en zorgverlening van een natuurlijke persoon aan de hand van een daarvoor bestemd meetinstrument.
Art.10. Dans le présent chapitre, on entend par :
1° diagnostic : le processus des recueil, tri et transformation des données pertinentes disponibles résultant de la demande d'assistance ou de soins de la part d'une personne physique en vue des soins;
2° pose d'indication : le processus, qui, sur la base de la demande d'aide ou de soins d'une personne physique et l'analyse des données pertinentes disponibles sur cette personne, établit le besoin d'aide et de soins de cette personne;
3° insertion du besoin en soins sur une échelle : l'établissement du besoin en aide et soins d'une personne physique au moyen d'un instrument de mesure approprié.
1° diagnostic : le processus des recueil, tri et transformation des données pertinentes disponibles résultant de la demande d'assistance ou de soins de la part d'une personne physique en vue des soins;
2° pose d'indication : le processus, qui, sur la base de la demande d'aide ou de soins d'une personne physique et l'analyse des données pertinentes disponibles sur cette personne, établit le besoin d'aide et de soins de cette personne;
3° insertion du besoin en soins sur une échelle : l'établissement du besoin en aide et soins d'une personne physique au moyen d'un instrument de mesure approprié.
Art.11. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om een centrum voor kwaliteitsbewaking voor het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin op te richten of om mee te werken aan de oprichting ervan.
Art.11. Le Gouvernement flamand est autorisé à établir un centre de surveillance de la qualité pour le domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille ou à contribuer à son établissement.
Art.12. Het centrum voor kwaliteitsbewaking heeft de volgende opdrachten :
1° de opvolging en ontsluiting van wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot diagnostiek, indicatiestelling en zorginschaling;
2° de opvolging en ontsluiting van ontwikkelingen met betrekking tot diagnostiek, indicatiestelling en zorginschaling op regionaal, nationaal en internationaal vlak;
3° de ontwikkeling en validering van protocollen en andere instrumenten voor diagnostiek, indicatiestelling en zorginschaling;
4° de informatieverstrekking aan en de vorming, begeleiding en ondersteuning van personen of instanties die protocollen of instrumenten voor diagnostiek, indicatiestelling en zorginschaling gebruiken, die door het centrum zijn gevalideerd of bij of krachtens een wet of decreet zijn bepaald;
5° de vorming en attestering van personen die binnen instanties als vermeld in 4° zorgen voor opleiding en vorming over het gebruik van protocollen of instrumenten als vermeld in 4°;
6° de bewaking van de kwaliteit en de uniformiteit bij het gebruik van protocollen of instrumenten als vermeld in 4°;
7° het organiseren van intervisie over de verschillende personen en instanties heen, die protocollen of instrumenten als vermeld in 4° gebruiken voor diagnostiek, indicatiestelling respectievelijk zorginschaling;
8° het analyseren en ontsluiten van de resultaten van het gebruik van de protocollen en instrumenten als vermeld in 4°;
9° het rapporteren en formuleren van adviezen aan de Vlaamse Regering of aan het departement of agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst.
De opdrachten, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, worden uitgevoerd op vraag van de Vlaamse Regering of van het departement of agentschap dat ze aanwijst.
De Vlaamse Regering kan de opdrachten, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven. Ze kan aan het centrum bijkomende opdrachten met betrekking tot diagnostiek, indicatiestelling en zorginschaling en met betrekking tot kwaliteitsbewaking in het algemeen toevertrouwen.
De opdrachten, vermeld in het eerste lid of bepaald ter uitvoering van het derde lid, worden uitgevoerd voor de toepassing van [2 het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming]2 en van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp. De Vlaamse Regering kan bepalen dat die opdrachten worden verricht voor de toepassing van andere regelgeving binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
De Vlaamse Regering kan bepalen dat het centrum opdrachten als vermeld in het eerste lid of bepaald ter uitvoering van het derde lid kan uitvoeren voor andere beleidsdomeinen als vermeld in [3 artikel III.1, eerste lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018]3 . De Vlaamse Regering bepaalt die opdrachten.
1° de opvolging en ontsluiting van wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot diagnostiek, indicatiestelling en zorginschaling;
2° de opvolging en ontsluiting van ontwikkelingen met betrekking tot diagnostiek, indicatiestelling en zorginschaling op regionaal, nationaal en internationaal vlak;
3° de ontwikkeling en validering van protocollen en andere instrumenten voor diagnostiek, indicatiestelling en zorginschaling;
4° de informatieverstrekking aan en de vorming, begeleiding en ondersteuning van personen of instanties die protocollen of instrumenten voor diagnostiek, indicatiestelling en zorginschaling gebruiken, die door het centrum zijn gevalideerd of bij of krachtens een wet of decreet zijn bepaald;
5° de vorming en attestering van personen die binnen instanties als vermeld in 4° zorgen voor opleiding en vorming over het gebruik van protocollen of instrumenten als vermeld in 4°;
6° de bewaking van de kwaliteit en de uniformiteit bij het gebruik van protocollen of instrumenten als vermeld in 4°;
7° het organiseren van intervisie over de verschillende personen en instanties heen, die protocollen of instrumenten als vermeld in 4° gebruiken voor diagnostiek, indicatiestelling respectievelijk zorginschaling;
8° het analyseren en ontsluiten van de resultaten van het gebruik van de protocollen en instrumenten als vermeld in 4°;
9° het rapporteren en formuleren van adviezen aan de Vlaamse Regering of aan het departement of agentschap dat de Vlaamse Regering aanwijst.
De opdrachten, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, worden uitgevoerd op vraag van de Vlaamse Regering of van het departement of agentschap dat ze aanwijst.
De Vlaamse Regering kan de opdrachten, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven. Ze kan aan het centrum bijkomende opdrachten met betrekking tot diagnostiek, indicatiestelling en zorginschaling en met betrekking tot kwaliteitsbewaking in het algemeen toevertrouwen.
De opdrachten, vermeld in het eerste lid of bepaald ter uitvoering van het derde lid, worden uitgevoerd voor de toepassing van [2 het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming]2 en van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp. De Vlaamse Regering kan bepalen dat die opdrachten worden verricht voor de toepassing van andere regelgeving binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
De Vlaamse Regering kan bepalen dat het centrum opdrachten als vermeld in het eerste lid of bepaald ter uitvoering van het derde lid kan uitvoeren voor andere beleidsdomeinen als vermeld in [3 artikel III.1, eerste lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018]3 . De Vlaamse Regering bepaalt die opdrachten.
Art.12. Le centre de surveillance de la qualité remplit les missions suivantes :
1° le suivi et le désenclavement de la recherche scientifique relative au diagnostic, à la pose d'indication et à l'insertion du besoin en soins sur une échelle;
2° le suivi et le désenclavement de développements relatifs au diagnostic, à la pose d'indication et à l'insertion du besoin en soins sur une échelle, aux niveaux régional, national et international;
3° le développement et la validation de protocoles et d'autres instruments destinés au diagnostic, à la pose d'indication et à l'insertion du besoin en soins sur une échelle;
4° la fourniture d'informations aux et la formation, l'accompagnement et le soutien de personnes ou d'instances qui utilisent des protocoles ou instruments, validés par le centre ou en vertu d'une loi ou d'un décret, dans des fins de diagnostic, de pose d'indication et d'insertion du besoin en soins sur une échelle;
5° la formation et l'attestation de personnes qui assurent la formation relative à l'utilisation de protocoles ou d'instruments, visés au 4° au sein des instances telles que visées au 4°;
6° la surveillance de la qualité et de l'uniformité lors de l'utilisation de protocoles ou d'instruments, visés au 4°;
7° l'organisation d'une intervision associant les différentes personnes et instances qui utilisent des protocoles ou instruments visés au 4° pour le diagnostic, la pose d'indication respectivement l'insertion du besoin en soins sur une échelle;
8° l'analyse et le désenclavement des résultats de l'utilisation des protocoles et instruments, tels que visés au 4°;
9° les comptes rendus et la rédaction d'avis à l'attention du Gouvernement flamand ou du département ou de l'agence indiqués par le Gouvernement flamand.
Les missions, visées à l'alinéa premier, 3° et 4° sont exécutées sur la demande du Gouvernement flamand ou du département ou de l'agence qu'il indique.
Le Gouvernement flamand peut préciser les missions visées à l'alinéa premier. Il peut confier au centre des missions supplémentaires relatives au diagnostic, à la pose d'indication et à l'insertion du besoin en soins sur une échelle et à la surveillance de la qualité en général.
Les missions, visées au premier alinéa ou définies en exécution de l'alinéa trois, sont mises en oeuvre pour l'application [2 du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande]2 et du décret du 12 juin 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse. Le Gouvernement flamand peut arrêter que ces missions sont mises en oeuvre pour l'application d'autres réglementations au sein du domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille.
Le Gouvernement flamand peut arrêter que le centre peut exécuter des missions telles que visées à l'alinéa premier ou définies en exécution de l'alinéa trois pour d'autres domaines politiques, tels que visés à [3 l'article III.1, premier alinéa du Décret de gouvernance du 7 décembre 2018]3. Le Gouvernement flamand arrête ces missions.
1° le suivi et le désenclavement de la recherche scientifique relative au diagnostic, à la pose d'indication et à l'insertion du besoin en soins sur une échelle;
2° le suivi et le désenclavement de développements relatifs au diagnostic, à la pose d'indication et à l'insertion du besoin en soins sur une échelle, aux niveaux régional, national et international;
3° le développement et la validation de protocoles et d'autres instruments destinés au diagnostic, à la pose d'indication et à l'insertion du besoin en soins sur une échelle;
4° la fourniture d'informations aux et la formation, l'accompagnement et le soutien de personnes ou d'instances qui utilisent des protocoles ou instruments, validés par le centre ou en vertu d'une loi ou d'un décret, dans des fins de diagnostic, de pose d'indication et d'insertion du besoin en soins sur une échelle;
5° la formation et l'attestation de personnes qui assurent la formation relative à l'utilisation de protocoles ou d'instruments, visés au 4° au sein des instances telles que visées au 4°;
6° la surveillance de la qualité et de l'uniformité lors de l'utilisation de protocoles ou d'instruments, visés au 4°;
7° l'organisation d'une intervision associant les différentes personnes et instances qui utilisent des protocoles ou instruments visés au 4° pour le diagnostic, la pose d'indication respectivement l'insertion du besoin en soins sur une échelle;
8° l'analyse et le désenclavement des résultats de l'utilisation des protocoles et instruments, tels que visés au 4°;
9° les comptes rendus et la rédaction d'avis à l'attention du Gouvernement flamand ou du département ou de l'agence indiqués par le Gouvernement flamand.
Les missions, visées à l'alinéa premier, 3° et 4° sont exécutées sur la demande du Gouvernement flamand ou du département ou de l'agence qu'il indique.
Le Gouvernement flamand peut préciser les missions visées à l'alinéa premier. Il peut confier au centre des missions supplémentaires relatives au diagnostic, à la pose d'indication et à l'insertion du besoin en soins sur une échelle et à la surveillance de la qualité en général.
Les missions, visées au premier alinéa ou définies en exécution de l'alinéa trois, sont mises en oeuvre pour l'application [2 du décret du 18 mai 2018 relatif à la protection sociale flamande]2 et du décret du 12 juin 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse. Le Gouvernement flamand peut arrêter que ces missions sont mises en oeuvre pour l'application d'autres réglementations au sein du domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille.
Le Gouvernement flamand peut arrêter que le centre peut exécuter des missions telles que visées à l'alinéa premier ou définies en exécution de l'alinéa trois pour d'autres domaines politiques, tels que visés à [3 l'article III.1, premier alinéa du Décret de gouvernance du 7 décembre 2018]3. Le Gouvernement flamand arrête ces missions.
Art.13. Het centrum voor kwaliteitsbewaking voldoet aan de volgende voorwaarden :
1° het centrum is opgericht als een vereniging zonder winstoogmerk;
2° het centrum is mee opgericht door organisaties van personen of instanties die actief zijn op het vlak van diagnostiek, indicatiestelling of zorginschaling in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
3° de personeelsleden van het centrum hebben ervaring op het vlak van diagnostiek, indicatiestelling en/of zorginschaling;
4° het centrum neemt de opdrachten die vermeld zijn in artikel 12, eerste lid, of die bepaald zijn met toepassing van artikel 12, derde lid, op in zijn statutaire doelstellingen en het voert die opdrachten uit;
5° het centrum stelt jaarlijks een planning op van zijn werkzaamheden en legt die ter goedkeuring voor aan het departement of agentschap, aangewezen door de Vlaamse Regering;
6° het centrum legt jaarlijks een boekhoudkundig verslag van alle verrichtingen en een werkingsverslag betreffende het voorbije werkjaar voor aan het departement of agentschap, aangewezen door de Vlaamse Regering, volgens de vormvereisten die de Vlaamse Regering bepaalt;
7° het centrum voert een kwaliteitsbeleid volgens regels die de Vlaamse Regering bepaalt.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, nader uitwerken. Ze kan aanvullende voorwaarden bepalen.
1° het centrum is opgericht als een vereniging zonder winstoogmerk;
2° het centrum is mee opgericht door organisaties van personen of instanties die actief zijn op het vlak van diagnostiek, indicatiestelling of zorginschaling in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
3° de personeelsleden van het centrum hebben ervaring op het vlak van diagnostiek, indicatiestelling en/of zorginschaling;
4° het centrum neemt de opdrachten die vermeld zijn in artikel 12, eerste lid, of die bepaald zijn met toepassing van artikel 12, derde lid, op in zijn statutaire doelstellingen en het voert die opdrachten uit;
5° het centrum stelt jaarlijks een planning op van zijn werkzaamheden en legt die ter goedkeuring voor aan het departement of agentschap, aangewezen door de Vlaamse Regering;
6° het centrum legt jaarlijks een boekhoudkundig verslag van alle verrichtingen en een werkingsverslag betreffende het voorbije werkjaar voor aan het departement of agentschap, aangewezen door de Vlaamse Regering, volgens de vormvereisten die de Vlaamse Regering bepaalt;
7° het centrum voert een kwaliteitsbeleid volgens regels die de Vlaamse Regering bepaalt.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, nader uitwerken. Ze kan aanvullende voorwaarden bepalen.
Art.13. Le centre de surveillance de la qualité répond aux conditions suivantes :
1° le centre est établi comme une association sans but lucratif;
2° il a été contribué à l'établissement du centre par des organisations de personnes ou des instances actives dans le domaine du diagnostic, de la pose d'indication ou de l'insertion du besoin en soins sur une échelle au sein du domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille;
3° les membres du personnel du centre ont de l'expérience en matière de diagnostic, de pose d'indication et/ou d'insertion du besoin en soin sur une échelle;
4° le centre intègre les missions qui sont visées à l'article 12, alinéa premier ou définies en application de l'article 12, alinéa trois, dans ses objectifs statutaires et met en oeuvre ces missions;
5° chaque année le centre établit un planning de ses activités et le soumet à l'approbation du département ou de l'agence, indiqués par le Gouvernement flamand;
6° chaque année le centre soumet un rapport comptable de toutes les opérations et un rapport d'activité portant sur l'exercice écoulé au département ou à l'agence, indiqués par le Gouvernement flamand, dans la forme que le Gouvernement flamand arrête;
7° le centre mène une politique de qualité conformément aux règles que le Gouvernement flamand arrête.
Le Gouvernement flamand peut préciser les conditions visées à l'alinéa premier. Il peut arrêter des conditions complémentaires.
1° le centre est établi comme une association sans but lucratif;
2° il a été contribué à l'établissement du centre par des organisations de personnes ou des instances actives dans le domaine du diagnostic, de la pose d'indication ou de l'insertion du besoin en soins sur une échelle au sein du domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille;
3° les membres du personnel du centre ont de l'expérience en matière de diagnostic, de pose d'indication et/ou d'insertion du besoin en soin sur une échelle;
4° le centre intègre les missions qui sont visées à l'article 12, alinéa premier ou définies en application de l'article 12, alinéa trois, dans ses objectifs statutaires et met en oeuvre ces missions;
5° chaque année le centre établit un planning de ses activités et le soumet à l'approbation du département ou de l'agence, indiqués par le Gouvernement flamand;
6° chaque année le centre soumet un rapport comptable de toutes les opérations et un rapport d'activité portant sur l'exercice écoulé au département ou à l'agence, indiqués par le Gouvernement flamand, dans la forme que le Gouvernement flamand arrête;
7° le centre mène une politique de qualité conformément aux règles que le Gouvernement flamand arrête.
Le Gouvernement flamand peut préciser les conditions visées à l'alinéa premier. Il peut arrêter des conditions complémentaires.
Art.14. De Vlaamse Regering verleent, binnen de beschikbare begrotingskredieten, aan het centrum voor kwaliteitsbewaking een jaarlijkse subsidie voor de uitvoering van zijn opdrachten. Ze sluit daarvoor een beheersovereenkomst met het centrum. Ze bepaalt de inhoud van de beheersovereenkomst, alsook het subsidiebedrag en de voorwaarden voor de vaststelling, de uitbetaling en de terugvordering van de subsidie.
Art.14. Dans les limites des crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement flamand accorde au centre de surveillance de la qualité une subvention annuelle pour la mise en oeuvre des ses missions. Il conclut un contrat de gestion avec le centre à cet effet. Il arrête le contenu du contrat de gestion, de même que le montant de la subvention et les conditions pour l'établissement, le paiement et le recouvrement de la subvention.
HOOFDSTUK 4. - Bijzondere jeugdbijstand
CHAPITRE 4. - Assistance spéciale à la jeunesse
Art.15. In hoofdstuk II, afdeling II, van het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand wordt een artikel 5/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 5/1. § 1. Iedereen heeft recht op toegang tot zijn persoonlijke gegevens die bij de comités, de sociale diensten voor vrijwillige jeugdbijstand, de sociale diensten voor gerechtelijke jeugdbijstand en de bemiddelingscommissies worden bewaard.
Derden die gegevens verstrekken, zonder dat ze daartoe verplicht werden, kunnen die gegevens als vertrouwelijk bestempelen. Als ze niet instemmen met toegang tot het geheel of een gedeelte van de gegevens, verleent de dossierhouder de toegang niet, tenzij hij van oordeel is dat de bescherming van de vertrouwelijkheid niet opweegt tegen de bescherming van het recht op toegang.
Met betrekking tot de gegevens die bij de sociale diensten voor gerechtelijke jeugdbijstand worden bewaard, geldt dat :
1° geen toegang kan worden verleend tot de stukken die zijn opgesteld voor gerechtelijke overheden;
2° bij het verlenen van toegang tot die gegevens het geheim van het onderzoek, vermeld in artikel 28quinquies, § 1, van het Wetboek van Strafvordering, niet mag worden geschonden.
§ 2. Het recht op toegang wordt verleend uiterlijk binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt voor gegevens die bij de comités en de sociale diensten voor vrijwillige jeugdbijstand worden bewaard, het recht op toegang verleend uiterlijk op het ogenblik waarop het bureau een beslissing tot het organiseren of afwijzen van bijstand en hulp neemt. Voor gegevens die bij de bemiddelingscommissies worden bewaard, wordt het recht op toegang verleend uiterlijk op het ogenblik waarop de minnelijke regeling, vermeld in artikel 32, § 1, wordt bereikt, of op het ogenblik waarop de beslissing om de zaak uit handen te geven of om de zaak door te verwijzen naar het Openbaar Ministerie, vermeld in artikel 32, § 2, wordt genomen. Voor gegevens die bij de sociale diensten voor gerechtelijke jeugdbijstand worden bewaard, wordt het recht op toegang verleend uiterlijk op het ogenblik waarop de jeugdrechtbank een eerste vonnis neemt.
§ 3. De toegang tot de gegevens wordt verstrekt door inzage.
Als bepaalde gegevens ook een derde betreffen en volledige inzage in die gegevens door de betrokkene afbreuk zou doen aan het recht van de derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot die gegevens verstrekt via gedeeltelijke inzage, een gesprek of een rapportage.
Iedereen kan bij de uitoefening van het toegangsrecht naar eigen keuze worden bijgestaan door een persoon die gebonden is aan het beroepsgeheim, en, wat de minderjarige betreft, ook door een personeelslid van de instelling waar de minderjarige onderwijs volgt, op voorwaarde dat die persoon niet rechtstreeks betrokken is bij de hulp- en bijstandsverlening, georganiseerd voor de minderjarige.
Als met toepassing van paragraaf 1, tweede lid, de bescherming van de vertrouwelijkheid niet opweegt tegen de bescherming van het recht op toegang, kan de dossierhouder de toegang tot de gegevens in kwestie verstrekken via gedeeltelijke inzage, een gesprek of een rapportage.
§ 4. Voor de toepassing van paragraaf 1 worden de personen die deel uitmaken van het cliëntsysteem, ten opzichte van elkaar als derden beschouwd.
Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 worden voor de toepassing van paragraaf 3, tweede lid, de personen die deel uitmaken van het cliëntsysteem, ten opzichte van elkaar niet als derden beschouwd, als het gaat om contextuele gegevens.
Contextuele gegevens zijn gegevens die tegelijk de persoon die toegang vraagt, en een of meer andere personen die deel uitmaken van het cliëntsysteem, betreffen.
Het cliëntsysteem bestaat uit de volgende personen :
1° de minderjarige;
2° degene die over de minderjarige het ouderlijk gezag uitoefent;
3° degene die de minderjarige onder zijn bewaring heeft op het ogenblik van de uitoefening van het recht op toegang;
4° de personen die met de minderjarige samenwonen op het ogenblik van de uitoefening van het recht op toegang.
§ 5. Een minderjarige kan het toegangsrecht zelfstandig uitoefenen, rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit, zodra blijkt dat de min-twaalfjarige tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is, of vanaf de leeftijd van twaalf jaar.
Als de minderjarige jonger is dan twaalf jaar, wordt het toegangsrecht uitgeoefend door een wettelijke vertegenwoordiger.
De wettelijke vertegenwoordiger kan zich niet beroepen op de toepassing van paragraaf 4 wat betreft de contextuele gegevens die de minderjarige en een andere persoon dan de wettelijke vertegenwoordiger zelf betreffen.
In geval van tegenstrijdige belangen met een wettelijke vertegenwoordiger of als die het toegangsrecht niet uitoefent, kan het toegangsrecht van de minderjarige worden uitgeoefend door een persoon als vermeld in paragraaf 3, derde lid.
§ 6. Op verzoek van de betrokkenen worden de documenten die ze aanreiken, toegevoegd aan het dossier. Alle betrokkenen hebben het recht om hun versie te geven van de feiten die vermeld zijn in het dossier.
§ 7. De betrokkenen hebben recht op een afschrift van de gegevens van het dossier waartoe ze toegang hebben door inzage en op een rapport van de gegevens van het dossier waartoe ze toegang hebben op een andere wijze dan door inzage.
Ieder afschrift en ieder rapport zijn persoonlijk en vertrouwelijk, en mogen alleen worden aangewend voor doeleinden van jeugdbijstand. De dossierhouder die een afschrift of rapport bezorgt, wijst de betrokkenen daarop en voegt een toelichting in die zin bij het afschrift of rapport.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder een afschrift of rapport wordt uitgereikt.".
"Art. 5/1. § 1. Iedereen heeft recht op toegang tot zijn persoonlijke gegevens die bij de comités, de sociale diensten voor vrijwillige jeugdbijstand, de sociale diensten voor gerechtelijke jeugdbijstand en de bemiddelingscommissies worden bewaard.
Derden die gegevens verstrekken, zonder dat ze daartoe verplicht werden, kunnen die gegevens als vertrouwelijk bestempelen. Als ze niet instemmen met toegang tot het geheel of een gedeelte van de gegevens, verleent de dossierhouder de toegang niet, tenzij hij van oordeel is dat de bescherming van de vertrouwelijkheid niet opweegt tegen de bescherming van het recht op toegang.
Met betrekking tot de gegevens die bij de sociale diensten voor gerechtelijke jeugdbijstand worden bewaard, geldt dat :
1° geen toegang kan worden verleend tot de stukken die zijn opgesteld voor gerechtelijke overheden;
2° bij het verlenen van toegang tot die gegevens het geheim van het onderzoek, vermeld in artikel 28quinquies, § 1, van het Wetboek van Strafvordering, niet mag worden geschonden.
§ 2. Het recht op toegang wordt verleend uiterlijk binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek.
Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt voor gegevens die bij de comités en de sociale diensten voor vrijwillige jeugdbijstand worden bewaard, het recht op toegang verleend uiterlijk op het ogenblik waarop het bureau een beslissing tot het organiseren of afwijzen van bijstand en hulp neemt. Voor gegevens die bij de bemiddelingscommissies worden bewaard, wordt het recht op toegang verleend uiterlijk op het ogenblik waarop de minnelijke regeling, vermeld in artikel 32, § 1, wordt bereikt, of op het ogenblik waarop de beslissing om de zaak uit handen te geven of om de zaak door te verwijzen naar het Openbaar Ministerie, vermeld in artikel 32, § 2, wordt genomen. Voor gegevens die bij de sociale diensten voor gerechtelijke jeugdbijstand worden bewaard, wordt het recht op toegang verleend uiterlijk op het ogenblik waarop de jeugdrechtbank een eerste vonnis neemt.
§ 3. De toegang tot de gegevens wordt verstrekt door inzage.
Als bepaalde gegevens ook een derde betreffen en volledige inzage in die gegevens door de betrokkene afbreuk zou doen aan het recht van de derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot die gegevens verstrekt via gedeeltelijke inzage, een gesprek of een rapportage.
Iedereen kan bij de uitoefening van het toegangsrecht naar eigen keuze worden bijgestaan door een persoon die gebonden is aan het beroepsgeheim, en, wat de minderjarige betreft, ook door een personeelslid van de instelling waar de minderjarige onderwijs volgt, op voorwaarde dat die persoon niet rechtstreeks betrokken is bij de hulp- en bijstandsverlening, georganiseerd voor de minderjarige.
Als met toepassing van paragraaf 1, tweede lid, de bescherming van de vertrouwelijkheid niet opweegt tegen de bescherming van het recht op toegang, kan de dossierhouder de toegang tot de gegevens in kwestie verstrekken via gedeeltelijke inzage, een gesprek of een rapportage.
§ 4. Voor de toepassing van paragraaf 1 worden de personen die deel uitmaken van het cliëntsysteem, ten opzichte van elkaar als derden beschouwd.
Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 worden voor de toepassing van paragraaf 3, tweede lid, de personen die deel uitmaken van het cliëntsysteem, ten opzichte van elkaar niet als derden beschouwd, als het gaat om contextuele gegevens.
Contextuele gegevens zijn gegevens die tegelijk de persoon die toegang vraagt, en een of meer andere personen die deel uitmaken van het cliëntsysteem, betreffen.
Het cliëntsysteem bestaat uit de volgende personen :
1° de minderjarige;
2° degene die over de minderjarige het ouderlijk gezag uitoefent;
3° degene die de minderjarige onder zijn bewaring heeft op het ogenblik van de uitoefening van het recht op toegang;
4° de personen die met de minderjarige samenwonen op het ogenblik van de uitoefening van het recht op toegang.
§ 5. Een minderjarige kan het toegangsrecht zelfstandig uitoefenen, rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit, zodra blijkt dat de min-twaalfjarige tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is, of vanaf de leeftijd van twaalf jaar.
Als de minderjarige jonger is dan twaalf jaar, wordt het toegangsrecht uitgeoefend door een wettelijke vertegenwoordiger.
De wettelijke vertegenwoordiger kan zich niet beroepen op de toepassing van paragraaf 4 wat betreft de contextuele gegevens die de minderjarige en een andere persoon dan de wettelijke vertegenwoordiger zelf betreffen.
In geval van tegenstrijdige belangen met een wettelijke vertegenwoordiger of als die het toegangsrecht niet uitoefent, kan het toegangsrecht van de minderjarige worden uitgeoefend door een persoon als vermeld in paragraaf 3, derde lid.
§ 6. Op verzoek van de betrokkenen worden de documenten die ze aanreiken, toegevoegd aan het dossier. Alle betrokkenen hebben het recht om hun versie te geven van de feiten die vermeld zijn in het dossier.
§ 7. De betrokkenen hebben recht op een afschrift van de gegevens van het dossier waartoe ze toegang hebben door inzage en op een rapport van de gegevens van het dossier waartoe ze toegang hebben op een andere wijze dan door inzage.
Ieder afschrift en ieder rapport zijn persoonlijk en vertrouwelijk, en mogen alleen worden aangewend voor doeleinden van jeugdbijstand. De dossierhouder die een afschrift of rapport bezorgt, wijst de betrokkenen daarop en voegt een toelichting in die zin bij het afschrift of rapport.
De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder een afschrift of rapport wordt uitgereikt.".
Art.15. Au chapitre II, section II du décret du 7 mars 2008 relatif à l'assistance spéciale à la jeunesse, il est inséré un article 5/1, rédigé comme suit :
"Art. 5/1. § 1er. Chacun a droit à l'accès à ses données personnelles conservées au sein des comités, services sociaux d'assistance volontaire à la jeunesse, services sociaux d'assistance juridique à la jeunesse et commissions de médiation.
Les tiers qui fournissent des données sans qu'ils y soient obligés, peuvent qualifier ces données comme confidentielles. Au cas où ils ne consentent pas à l'accès à tout ou partie desdites données, le tenant du dossier refuse l'accès à moins qu'il n'estime que la protection du caractère confidentiel ne prévaut pas sur la protection du droit d'accès.
En ce qui concerne les données conservées au sein des services sociaux d'assistance juridique à la jeunesse, il est prévu :
1° qu'il ne peut pas être accordé accès aux pièces établies à l'attention d'autorités juridiques;
2° que le secret de l'enquête, visée à l'article 28quinquies, § 1er du Code d'instruction criminelle ne peut pas être violé lors de l'octroi d'accès à ces données.
§ 2. Le droit d'accès est accordé au plus tard dans les quinze jours après la réception de la demande.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa 1er, le droit d'accès est accordé pour les données qui sont conservées par les comités et les services sociaux d'assistance volontaire à la jeunesse, au plus tard au moment où le bureau a statué sur l'organisation ou le refus de l'aide et de l'assistance. Dans le cas des données conservées par les commissions de médiation, le droit d'accès est accordé au plus tard au moment où le règlement à l'amiable, visé à l'article 32, § 1er, est conclu ou la décision est prise de se dessaisir de l'affaire ou de la référer au ministère public, comme prévu à l'article 32, § 2. Pour les données conservées par les services sociaux d'assistance juridique à la jeunesse, le droit à l'accès est accordé au plus tard au moment où le tribunal de la jeunesse prononce un premier jugement.
§ 3. L'accès aux données s'effectue par consultation.
Au cas où certaines données concerneraient également un tiers et que la consultation complète des données par l'intéressé porterait préjudice au droit du tiers à la protection de sa vie privée, l'accès à ces données est accordé par le biais d'une consultation partielle, d'un entretien ou d'un rapportage.
Pour l'exercice du droit d'accès, chacun est libre de se faire assister par une personne qui est tenue par le secret professionnel et, dans le cas d'un mineur, en plus par un membre du personnel de l'institution à laquelle le mineur suit un enseignement, à condition que cette personne ne soit pas directement associée à l'aide ou à l'assistance organisées en faveur du mineur.
Si, en application du paragraphe 1er, alinéa deux, la protection du caractère confidentiel ne prévaut pas sur la protection du droit d'accès, le tenant du dossier peut accorder l'accès aux données concernées par une consultation partielle, un entretien ou un rapportage.
§ 4. Pour l'application du paragraphe 1er, les personnes faisant partie du système de clients sont considérées comme des tiers les unes vis-à-vis des autres.
Sans préjudice de l'application du paragraphe 1er, les personnes faisant partie du système des clients ne sont pas considérées comme des tiers les unes vis-à-vis des autres, pour l'application du paragraphe 3, alinéa deux, dans la mesure où il s'agit de données contextuelles.
Les données contextuelles sont des données qui concernent à la fois la personne demandant l'accès et une ou plusieurs personnes faisant partie du système des clients.
Le système des clients comprend les personnes suivantes :
1° le mineur;
2° celui qui exerce l'autorité parentale sur le mineur;
3° celui qui a la garde du mineur au moment de l'exercice du droit d'accès;
4° les personnes qui cohabitent avec le mineur au moment de l'exercice du droit d'accès.
§ 5. Un mineur peut exercer de manière autonome son droit d'accès, compte tenu de son âge et de sa maturité, dès qu'il s'avère que le mineur de moins de douze ans est apte à apprécier raisonnablement ses intérêts ou à partir de l'âge de douze ans.
Si le mineur a moins de douze ans, le droit d'accès est exercé par un représentant légal.
Le représentant légal ne peut pas invoquer l'application du paragraphe 4, en ce qui concerne les données contextuelles qui portent sur le mineur et une personne autre que le représentant légal même.
En cas d'intérêts contraires avec un représentant légal ou si ce dernier n'exerce par le droit d'accès, le droit d'accès du mineur peut être exercé par une personne telle que visée au paragraphe 3, alinéa trois.
§ 6. Sur la demande des intéressés, les documents qu'ils transmettent sont joints au dossier. Tous les intéressés ont le droit de donner leur version des faits mentionnés dans le dossier.
§ 7. Les intéressés ont droit à une copie des données du dossier auxquelles ils ont accès par la consultation, et à un rapport sur les données du dossier auxquelles ils ont accès autrement que par la consultation.
Toute copie et tout rapport sont personnels et confidentiels, et ne peuvent être utilisés qu'à des fins d'assistance à la jeunesse. Le tenant du dossier qui transmet une copie ou un rapport le signale aux personnes concernées et joint une note explicative y afférente à la copie ou au rapport.
Le Gouvernement flamand peut arrêter les conditions de délivrance d'une copie ou d'un rapport.
"Art. 5/1. § 1er. Chacun a droit à l'accès à ses données personnelles conservées au sein des comités, services sociaux d'assistance volontaire à la jeunesse, services sociaux d'assistance juridique à la jeunesse et commissions de médiation.
Les tiers qui fournissent des données sans qu'ils y soient obligés, peuvent qualifier ces données comme confidentielles. Au cas où ils ne consentent pas à l'accès à tout ou partie desdites données, le tenant du dossier refuse l'accès à moins qu'il n'estime que la protection du caractère confidentiel ne prévaut pas sur la protection du droit d'accès.
En ce qui concerne les données conservées au sein des services sociaux d'assistance juridique à la jeunesse, il est prévu :
1° qu'il ne peut pas être accordé accès aux pièces établies à l'attention d'autorités juridiques;
2° que le secret de l'enquête, visée à l'article 28quinquies, § 1er du Code d'instruction criminelle ne peut pas être violé lors de l'octroi d'accès à ces données.
§ 2. Le droit d'accès est accordé au plus tard dans les quinze jours après la réception de la demande.
Sans préjudice de l'application de l'alinéa 1er, le droit d'accès est accordé pour les données qui sont conservées par les comités et les services sociaux d'assistance volontaire à la jeunesse, au plus tard au moment où le bureau a statué sur l'organisation ou le refus de l'aide et de l'assistance. Dans le cas des données conservées par les commissions de médiation, le droit d'accès est accordé au plus tard au moment où le règlement à l'amiable, visé à l'article 32, § 1er, est conclu ou la décision est prise de se dessaisir de l'affaire ou de la référer au ministère public, comme prévu à l'article 32, § 2. Pour les données conservées par les services sociaux d'assistance juridique à la jeunesse, le droit à l'accès est accordé au plus tard au moment où le tribunal de la jeunesse prononce un premier jugement.
§ 3. L'accès aux données s'effectue par consultation.
Au cas où certaines données concerneraient également un tiers et que la consultation complète des données par l'intéressé porterait préjudice au droit du tiers à la protection de sa vie privée, l'accès à ces données est accordé par le biais d'une consultation partielle, d'un entretien ou d'un rapportage.
Pour l'exercice du droit d'accès, chacun est libre de se faire assister par une personne qui est tenue par le secret professionnel et, dans le cas d'un mineur, en plus par un membre du personnel de l'institution à laquelle le mineur suit un enseignement, à condition que cette personne ne soit pas directement associée à l'aide ou à l'assistance organisées en faveur du mineur.
Si, en application du paragraphe 1er, alinéa deux, la protection du caractère confidentiel ne prévaut pas sur la protection du droit d'accès, le tenant du dossier peut accorder l'accès aux données concernées par une consultation partielle, un entretien ou un rapportage.
§ 4. Pour l'application du paragraphe 1er, les personnes faisant partie du système de clients sont considérées comme des tiers les unes vis-à-vis des autres.
Sans préjudice de l'application du paragraphe 1er, les personnes faisant partie du système des clients ne sont pas considérées comme des tiers les unes vis-à-vis des autres, pour l'application du paragraphe 3, alinéa deux, dans la mesure où il s'agit de données contextuelles.
Les données contextuelles sont des données qui concernent à la fois la personne demandant l'accès et une ou plusieurs personnes faisant partie du système des clients.
Le système des clients comprend les personnes suivantes :
1° le mineur;
2° celui qui exerce l'autorité parentale sur le mineur;
3° celui qui a la garde du mineur au moment de l'exercice du droit d'accès;
4° les personnes qui cohabitent avec le mineur au moment de l'exercice du droit d'accès.
§ 5. Un mineur peut exercer de manière autonome son droit d'accès, compte tenu de son âge et de sa maturité, dès qu'il s'avère que le mineur de moins de douze ans est apte à apprécier raisonnablement ses intérêts ou à partir de l'âge de douze ans.
Si le mineur a moins de douze ans, le droit d'accès est exercé par un représentant légal.
Le représentant légal ne peut pas invoquer l'application du paragraphe 4, en ce qui concerne les données contextuelles qui portent sur le mineur et une personne autre que le représentant légal même.
En cas d'intérêts contraires avec un représentant légal ou si ce dernier n'exerce par le droit d'accès, le droit d'accès du mineur peut être exercé par une personne telle que visée au paragraphe 3, alinéa trois.
§ 6. Sur la demande des intéressés, les documents qu'ils transmettent sont joints au dossier. Tous les intéressés ont le droit de donner leur version des faits mentionnés dans le dossier.
§ 7. Les intéressés ont droit à une copie des données du dossier auxquelles ils ont accès par la consultation, et à un rapport sur les données du dossier auxquelles ils ont accès autrement que par la consultation.
Toute copie et tout rapport sont personnels et confidentiels, et ne peuvent être utilisés qu'à des fins d'assistance à la jeunesse. Le tenant du dossier qui transmet une copie ou un rapport le signale aux personnes concernées et joint une note explicative y afférente à la copie ou au rapport.
Le Gouvernement flamand peut arrêter les conditions de délivrance d'une copie ou d'un rapport.
Art.16. In hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling I van hoofdstuk III vervangen door wat volgt :
"Afdeling I. Werkingsprincipe".
"Afdeling I. Werkingsprincipe".
Art.16. Dans le même décret, l'intitulé de la section Ière du Chapitre III est remplacé par l'intitulé suivant :
"Section Ire. Principe de fonctionnement".
"Section Ire. Principe de fonctionnement".
Art.17. Artikel 10 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 10. De vrijwillige jeugdbijstand berust op een vrijwillige medewerking van de betrokken partijen. Ze worden maximaal betrokken bij de hulp- en bijstandsverlening.
Een hulpverleningsaanvraag kan alleen ingewilligd worden en een hulpverleningsaanbod kan alleen uitgevoerd worden met de instemming van degenen die over de minderjarige het ouderlijk gezag uitoefenen of die hem onder hun bewaring hebben.
Een hulpverleningsaanvraag kan alleen ingewilligd worden en een hulpverleningsaanbod kan alleen uitgevoerd worden met de instemming van de min-twaalfjarige, rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit, als blijkt dat de min-twaalfjarige tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is, van de minderjarige die twaalf jaar of ouder is, of nadat de minderjarige werd gehoord als hij jonger is dan twaalf jaar.
In het belang van de minderjarige kan er van de noodzakelijke instemming, vermeld in het tweede en derde lid, worden afgeweken, wanneer die instemming omwille van omstandigheden niet onmiddellijk kan worden verleend en in afwachting dat ze wordt verleend, of wanneer die instemming omwille van omstandigheden niet uitdrukkelijk kan worden verleend. In die gevallen is afwijking mogelijk op voorwaarde dat :
1° de afwijking genotuleerd wordt;
2° de afwijking gemotiveerd wordt;
3° er in de motivatie wordt verwezen naar het belang van de minderjarige, waarbij duidelijk wordt omschreven over welk belang van de minderjarige het gaat;
4° er in de motivatie wordt aangetoond dat het mogelijke werd gedaan om de werkelijke instemming te verkrijgen.".
"Art. 10. De vrijwillige jeugdbijstand berust op een vrijwillige medewerking van de betrokken partijen. Ze worden maximaal betrokken bij de hulp- en bijstandsverlening.
Een hulpverleningsaanvraag kan alleen ingewilligd worden en een hulpverleningsaanbod kan alleen uitgevoerd worden met de instemming van degenen die over de minderjarige het ouderlijk gezag uitoefenen of die hem onder hun bewaring hebben.
Een hulpverleningsaanvraag kan alleen ingewilligd worden en een hulpverleningsaanbod kan alleen uitgevoerd worden met de instemming van de min-twaalfjarige, rekening houdend met zijn leeftijd en maturiteit, als blijkt dat de min-twaalfjarige tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is, van de minderjarige die twaalf jaar of ouder is, of nadat de minderjarige werd gehoord als hij jonger is dan twaalf jaar.
In het belang van de minderjarige kan er van de noodzakelijke instemming, vermeld in het tweede en derde lid, worden afgeweken, wanneer die instemming omwille van omstandigheden niet onmiddellijk kan worden verleend en in afwachting dat ze wordt verleend, of wanneer die instemming omwille van omstandigheden niet uitdrukkelijk kan worden verleend. In die gevallen is afwijking mogelijk op voorwaarde dat :
1° de afwijking genotuleerd wordt;
2° de afwijking gemotiveerd wordt;
3° er in de motivatie wordt verwezen naar het belang van de minderjarige, waarbij duidelijk wordt omschreven over welk belang van de minderjarige het gaat;
4° er in de motivatie wordt aangetoond dat het mogelijke werd gedaan om de werkelijke instemming te verkrijgen.".
Art.17. L'article 10 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 10. L'assistance volontaire à la jeunesse repose sur la collaboration volontaire des parties intéressées. Elles sont maximalement associées à l'administration d'aide et d'assistance.
Une demande d'administration d'aide ne peut être satisfaite et une offre d'aide ne peut être exécutée que moyennant l'assentiment de ceux qui exercent l'autorité parentale sur le mineur et qui l'ont sous leur garde.
Une demande d'aide peut seulement être acceptée et une offre d'aide peut seulement être réalisée avec le consentement du mineur de moins de douze ans, compte tenu de son âge et de sa maturité, s'il s'avère qu'il/elle est apte à apprécier raisonnablement ses intérêts, du mineur âgé de douze ans ou plus ou après que le mineur a été entendu s'il/elle a moins de douze ans.
Dans l'intérêt du mineur, il peut être dérogé de l'assentiment nécessaire, visé aux alinéas deux et trois, lorsque pour cause de circonstances cet assentiment ne peut pas être accordé directement et dans l'attente de celui-ci ou lorsque pour cause de circonstances cet assentiment ne peut pas être expressément accordé. Dans ces cas, une dérogation est possible à condition :
1° qu'un acte soit établi au sujet de la dérogation;
2° que la dérogation soit motivée;
3° que dans la motivation référence soit faite à l'intérêt du mineur et que cet intérêt du mineur soit clairement décrit;
4° que la motivation démontre que tout le possible a été fait pour obtenir l'assentiment effectif.".
"Art. 10. L'assistance volontaire à la jeunesse repose sur la collaboration volontaire des parties intéressées. Elles sont maximalement associées à l'administration d'aide et d'assistance.
Une demande d'administration d'aide ne peut être satisfaite et une offre d'aide ne peut être exécutée que moyennant l'assentiment de ceux qui exercent l'autorité parentale sur le mineur et qui l'ont sous leur garde.
Une demande d'aide peut seulement être acceptée et une offre d'aide peut seulement être réalisée avec le consentement du mineur de moins de douze ans, compte tenu de son âge et de sa maturité, s'il s'avère qu'il/elle est apte à apprécier raisonnablement ses intérêts, du mineur âgé de douze ans ou plus ou après que le mineur a été entendu s'il/elle a moins de douze ans.
Dans l'intérêt du mineur, il peut être dérogé de l'assentiment nécessaire, visé aux alinéas deux et trois, lorsque pour cause de circonstances cet assentiment ne peut pas être accordé directement et dans l'attente de celui-ci ou lorsque pour cause de circonstances cet assentiment ne peut pas être expressément accordé. Dans ces cas, une dérogation est possible à condition :
1° qu'un acte soit établi au sujet de la dérogation;
2° que la dérogation soit motivée;
3° que dans la motivation référence soit faite à l'intérêt du mineur et que cet intérêt du mineur soit clairement décrit;
4° que la motivation démontre que tout le possible a été fait pour obtenir l'assentiment effectif.".
Art.18. Artikel 11 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.18. L'article 11 du même décret est abrogé.
Art.19. Aan artikel 62 van hetzelfde decreet wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Voor een persoon als vermeld in artikel 55, tweede lid, 1° en 2°, kan het Fonds, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, tegemoetkomen in de kosten van geneeskundige verzorging als vermeld in het eerste lid, 11°, in afwachting dat die kosten daadwerkelijk worden vergoed volgens de regelgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Het Fonds treedt, voor het bedrag van die vergoeding, in de rechten en rechtsvorderingen van die persoon of zijn rechthebbende tegen het ziekenfonds dat de vergoeding verschuldigd is. Als de tegemoetkoming wordt verleend met een subsidie aan een erkende of gelijkgestelde voorziening waaraan de persoon was toevertrouwd, vordert die voorziening namens het Fonds de vergoeding van het ziekenfonds.".
"Voor een persoon als vermeld in artikel 55, tweede lid, 1° en 2°, kan het Fonds, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, tegemoetkomen in de kosten van geneeskundige verzorging als vermeld in het eerste lid, 11°, in afwachting dat die kosten daadwerkelijk worden vergoed volgens de regelgeving betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Het Fonds treedt, voor het bedrag van die vergoeding, in de rechten en rechtsvorderingen van die persoon of zijn rechthebbende tegen het ziekenfonds dat de vergoeding verschuldigd is. Als de tegemoetkoming wordt verleend met een subsidie aan een erkende of gelijkgestelde voorziening waaraan de persoon was toevertrouwd, vordert die voorziening namens het Fonds de vergoeding van het ziekenfonds.".
Art.19. Il est ajouté un alinéa trois à l'article 62 du même décret, rédigé comme suit :
"Pour une personne, telle que visée à l'article 55, alinéa deux, 1° et 2°, le Fonds peut, sous les conditions arrêtées par le Gouvernement flamand, intervenir dans les coûts des soins médicaux, visés à l'alinéa premier, 11°, dans l'attente que ces coûts sont effectivement compensés conformément à la réglementation relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités. Le Fonds est subrogé aux droits et actions en justice de cette personne ou de son ayant droit contre la mutualité débitrice de l'indemnité, à concurrence du montant de cette indemnité. Lorsque l'intervention est accordée au moyen d'une subvention à une structure agréée ou assimilée à laquelle la personne avait été confiée, il appartient à cette structure de réclamer l'indemnité de la part de la mutualité au nom du Fonds.".
"Pour une personne, telle que visée à l'article 55, alinéa deux, 1° et 2°, le Fonds peut, sous les conditions arrêtées par le Gouvernement flamand, intervenir dans les coûts des soins médicaux, visés à l'alinéa premier, 11°, dans l'attente que ces coûts sont effectivement compensés conformément à la réglementation relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités. Le Fonds est subrogé aux droits et actions en justice de cette personne ou de son ayant droit contre la mutualité débitrice de l'indemnité, à concurrence du montant de cette indemnité. Lorsque l'intervention est accordée au moyen d'une subvention à une structure agréée ou assimilée à laquelle la personne avait été confiée, il appartient à cette structure de réclamer l'indemnité de la part de la mutualité au nom du Fonds.".
Art.20. In artikel 67 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
"Als voor de minderjarigen die werden geplaatst overeenkomstig de jeugdbijstandsregeling, geldsommen op een spaar- of depositoboekje worden ingeschreven, worden die sommen ingeschreven op een boekje dat op hun naam wordt geopend bij een kredietinstelling. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nadere regels bepalen.".
"Als voor de minderjarigen die werden geplaatst overeenkomstig de jeugdbijstandsregeling, geldsommen op een spaar- of depositoboekje worden ingeschreven, worden die sommen ingeschreven op een boekje dat op hun naam wordt geopend bij een kredietinstelling. De Vlaamse Regering kan daarvoor de nadere regels bepalen.".
Art.20. Dans l'article 67 du même décret, l'alinéa premier est remplacé par la disposition suivante :
"Si des sommes d'argent ont été inscrites aux livrets d'épargne ou de dépôt des mineurs placés conformément au régime d'assistance à la jeunesse, cette inscription se fait à un livret ouvert à leur nom auprès d'un organisme de crédit. Le Gouvernement flamand peut en arrêter les modalités.".
"Si des sommes d'argent ont été inscrites aux livrets d'épargne ou de dépôt des mineurs placés conformément au régime d'assistance à la jeunesse, cette inscription se fait à un livret ouvert à leur nom auprès d'un organisme de crédit. Le Gouvernement flamand peut en arrêter les modalités.".
HOOFDSTUK 5.
CHAPITRE 5.
HOOFDSTUK 6. - Vestiging van een recht van erfpacht voor de openbare psychiatrische zorgcentra
CHAPITRE 6. - Constitution d'un droit d'emphytéose pour les centres de soins psychiatriques publics
Art.26. Artikel 16bis van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel en Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem, ingevoegd bij het decreet van 31 maart 2006, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 16bis. De Vlaamse Gemeenschap verleent een zakelijk recht van erfpacht aan respectievelijk het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel en het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem, voor een termijn van vijftig jaar, betreffende de onroerende goederen die op 1 januari 2013 ter beschikking gesteld zijn door de Vlaamse Gemeenschap aan respectievelijk het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel en het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem.
De erfpachter betaalt een jaarlijkse canon van vijfentwintig euro aan de Vlaamse Gemeenschap voor de vestiging van het recht van erfpacht. De Vlaamse Gemeenschap betaalt bij de beëindiging van het recht van erfpacht geen vergoeding aan de erfpachter voor de door de erfpachter opgerichte opstallen.
De Vlaamse Gemeenschap geeft, binnen de beschikbare begrotingskredieten, jaarlijks een dotatie aan de openbare psychiatrische zorgcentra, vermeld in het eerste lid, die bestemd is voor de onderhoudskosten en de herstellingwerken van de gebouwen en installaties die opgericht werden op de betrokken onroerende goederen vóór 1 januari 2013. Deze gebouwen en installaties worden door de openbare psychiatrische zorgcentra, vermeld in het eerste lid, beheerd als een goed huisvader.
De inventaris van de overgedragen onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, wordt vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering.
De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de toepassing en uitwerking van dit artikel en zorgt voor de concrete uitvoering ervan.".
"Art. 16bis. De Vlaamse Gemeenschap verleent een zakelijk recht van erfpacht aan respectievelijk het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel en het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem, voor een termijn van vijftig jaar, betreffende de onroerende goederen die op 1 januari 2013 ter beschikking gesteld zijn door de Vlaamse Gemeenschap aan respectievelijk het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel en het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem.
De erfpachter betaalt een jaarlijkse canon van vijfentwintig euro aan de Vlaamse Gemeenschap voor de vestiging van het recht van erfpacht. De Vlaamse Gemeenschap betaalt bij de beëindiging van het recht van erfpacht geen vergoeding aan de erfpachter voor de door de erfpachter opgerichte opstallen.
De Vlaamse Gemeenschap geeft, binnen de beschikbare begrotingskredieten, jaarlijks een dotatie aan de openbare psychiatrische zorgcentra, vermeld in het eerste lid, die bestemd is voor de onderhoudskosten en de herstellingwerken van de gebouwen en installaties die opgericht werden op de betrokken onroerende goederen vóór 1 januari 2013. Deze gebouwen en installaties worden door de openbare psychiatrische zorgcentra, vermeld in het eerste lid, beheerd als een goed huisvader.
De inventaris van de overgedragen onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, wordt vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering.
De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de toepassing en uitwerking van dit artikel en zorgt voor de concrete uitvoering ervan.".
Art.26. L'article 16bis du décret du 30 avril 2004 portant création des agences autonomisées externes de droit public "Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel" et "Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem", inséré par le décret du 31 mars 2006, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 16bis. La Communauté flamande accorde un droit réel d'emphythéose au Centre public de Soins psychiatriques Geel et au Centre public de Soins psychiatriques Rekem respectivement, pour une période de cinquante ans, portant sur les biens immeubles que la Communauté flamande a mis à la disposition du Centre public de soins psychiatriques Geel et du Centre public de soins psychiatriques Rekem respectivement, au 1 janvier 2013.
L'emphythéote paie une redevance annuelle de vingt-cinq euros à la Communauté flamande pour la constitution du droit d'emphythéose. Au terme du droit d'emphythéose, la Communauté flamande ne paie pas de compensation à l'emphythéote pour les bâtiments érigés par l'emphythéote.
Chaque année, la Communauté flamande accorde aux centres publics de soins psychiatriques, visés à l'alinéa premier, une dotation destinée aux frais d'entretien et aux travaux de réparation des bâtiments et installations érigés sur les biens immobiliers concernés avant le 1 janvier 2013. Ces bâtiments et installations sont gérés par les centres publics de soins psychiatriques, visés à l'alinéa premier, en bon père de famille.
L'inventaire des biens immobiliers transférés, visés à l'alinéa premier, est établi par arrêté du Gouvernement flamand.
Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités pour l'application et l'élaboration de cet article et en assure la mise en oeuvre concrète.".
"Art. 16bis. La Communauté flamande accorde un droit réel d'emphythéose au Centre public de Soins psychiatriques Geel et au Centre public de Soins psychiatriques Rekem respectivement, pour une période de cinquante ans, portant sur les biens immeubles que la Communauté flamande a mis à la disposition du Centre public de soins psychiatriques Geel et du Centre public de soins psychiatriques Rekem respectivement, au 1 janvier 2013.
L'emphythéote paie une redevance annuelle de vingt-cinq euros à la Communauté flamande pour la constitution du droit d'emphythéose. Au terme du droit d'emphythéose, la Communauté flamande ne paie pas de compensation à l'emphythéote pour les bâtiments érigés par l'emphythéote.
Chaque année, la Communauté flamande accorde aux centres publics de soins psychiatriques, visés à l'alinéa premier, une dotation destinée aux frais d'entretien et aux travaux de réparation des bâtiments et installations érigés sur les biens immobiliers concernés avant le 1 janvier 2013. Ces bâtiments et installations sont gérés par les centres publics de soins psychiatriques, visés à l'alinéa premier, en bon père de famille.
L'inventaire des biens immobiliers transférés, visés à l'alinéa premier, est établi par arrêté du Gouvernement flamand.
Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités pour l'application et l'élaboration de cet article et en assure la mise en oeuvre concrète.".
HOOFDSTUK 7. - Zorgverzekering
CHAPITRE 7. - Assurance soins
Art.27. In hoofdstuk V van het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 maart 2011, wordt een artikel 23sexies ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 23sexies. De Vlaamse Regering bepaalt de overgangsmaatregelen voor de voorwaarden waaronder de tenlastenemingen van personen die zich niet langer bij de zorgverzekering kunnen aansluiten ten gevolge van de toepassing van de in verordening (EG) nr. 883/04 opgenomen aanwijzingsregels, verder worden uitgevoerd.".
"Art. 23sexies. De Vlaamse Regering bepaalt de overgangsmaatregelen voor de voorwaarden waaronder de tenlastenemingen van personen die zich niet langer bij de zorgverzekering kunnen aansluiten ten gevolge van de toepassing van de in verordening (EG) nr. 883/04 opgenomen aanwijzingsregels, verder worden uitgevoerd.".
Art.27. Dans le chapitre V du décret du 30 mars 1999 portant organisation de l'assurance soins, modifié en dernier lieu par le décret du 25 mars 2011, il est inséré un article 23sexies, rédigé comme suit :
"Art. 23sexies. Le Gouvernement flamand arrête les mesures transitoires relatives aux conditions sous lesquelles les prises en charge de personnes qui ne peuvent plus s'affilier à l'assurance-soins à cause de l'application des règles d'assignation reprises au règlement (CE) n° 883/04, sont mises en oeuvre.".
"Art. 23sexies. Le Gouvernement flamand arrête les mesures transitoires relatives aux conditions sous lesquelles les prises en charge de personnes qui ne peuvent plus s'affilier à l'assurance-soins à cause de l'application des règles d'assignation reprises au règlement (CE) n° 883/04, sont mises en oeuvre.".
Art.28. In artikel 7 van het decreet van 30 maart 1999 houdende de organisatie van de zorgverzekering, gewijzigd bij het decreet van 20 december 2002 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° voor het eerste lid, dat het tweede lid wordt, wordt een nieuw eerste lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"De tegemoetkomingen van de Vlaamse Zorgverzekering worden onder de door de regering te bepalen voorwaarden ambtshalve toegekend, als dat mogelijk is.";
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
"Bij gebrek aan een ambtshalve toekenning, vermeld in het eerste lid, worden de kosten van de niet-medische hulp- en dienstverlening aan een gebruiker ten laste genomen op aanvraag van de gebruiker of zijn vertegenwoordiger.".
1° voor het eerste lid, dat het tweede lid wordt, wordt een nieuw eerste lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"De tegemoetkomingen van de Vlaamse Zorgverzekering worden onder de door de regering te bepalen voorwaarden ambtshalve toegekend, als dat mogelijk is.";
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
"Bij gebrek aan een ambtshalve toekenning, vermeld in het eerste lid, worden de kosten van de niet-medische hulp- en dienstverlening aan een gebruiker ten laste genomen op aanvraag van de gebruiker of zijn vertegenwoordiger.".
Art.28. A l'article 7 du décret du 30 mars 1999 portant organisation de l'assurance soins, modifié par le décret du 20 décembre 2002 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2003, les modifications suivantes sont apportées :
1° avant l'alinéa premier, devenant l'alinéa deux, il est inséré un nouvel alinéa premier, rédigé comme suit :
"S'il est possible, les interventions de la part de l'assurance soins flamande sont octroyées d'office sous les conditions à définir par le gouvernement.";
2° le deuxième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
"A défaut d'un octroi d'office, visé à l'alinéa premier, les coûts de l'administration d'aide et de services non-médicaux au bénéfice d'un utilisateur sont pris en charge à la demande de l'utilisateur ou de son représentant.".
1° avant l'alinéa premier, devenant l'alinéa deux, il est inséré un nouvel alinéa premier, rédigé comme suit :
"S'il est possible, les interventions de la part de l'assurance soins flamande sont octroyées d'office sous les conditions à définir par le gouvernement.";
2° le deuxième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
"A défaut d'un octroi d'office, visé à l'alinéa premier, les coûts de l'administration d'aide et de services non-médicaux au bénéfice d'un utilisateur sont pris en charge à la demande de l'utilisateur ou de son représentant.".
Art.29. In artikel 8 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 worden tussen het woord "onderzoekt" en de woorden "de aanvragen", de woorden "de voorwaarden voor de ambtshalve toekenning als vermeld in artikel 7, eerste lid, of " ingevoegd;
2° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "zestig dagen" en de woorden "na indiening van de aanvraag," de woorden "na de ontvangst van de bestandsmatige gegevens die aanleiding geven tot een ambtshalve toekenning als vermeld in artikel 7, eerste lid, of " ingevoegd.
1° in paragraaf 1 worden tussen het woord "onderzoekt" en de woorden "de aanvragen", de woorden "de voorwaarden voor de ambtshalve toekenning als vermeld in artikel 7, eerste lid, of " ingevoegd;
2° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "zestig dagen" en de woorden "na indiening van de aanvraag," de woorden "na de ontvangst van de bestandsmatige gegevens die aanleiding geven tot een ambtshalve toekenning als vermeld in artikel 7, eerste lid, of " ingevoegd.
Art.29. A l'article 8 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° Dans le paragraphe 1er, les mots "les conditions pour l'octroi d'office, tel que visé à l'article 7, alinéa premier ou" sont insérés entre le mot "examine" et "les demandes";
2° Dans le paragraphe 1er, les mots "de la réception des données provenant de fichiers donnant lieu à un octroi d'office, tel que visé à l'article 7, alinéa premier ou" sont insérés entre les mots "soixante jours" et les mots "de l'introduction de la demande".
1° Dans le paragraphe 1er, les mots "les conditions pour l'octroi d'office, tel que visé à l'article 7, alinéa premier ou" sont insérés entre le mot "examine" et "les demandes";
2° Dans le paragraphe 1er, les mots "de la réception des données provenant de fichiers donnant lieu à un octroi d'office, tel que visé à l'article 7, alinéa premier ou" sont insérés entre les mots "soixante jours" et les mots "de l'introduction de la demande".
Art.30. In artikel 15, 4°, van hetzelfde decreet worden vóór de woorden "elke aanvraag" de woorden "elke ontvangst van bestandsmatige gegevens die aanleiding geven tot een ambtshalve toekenning als vermeld in artikel 7, eerste lid, en" ingevoegd.
Art.30. Dans l'article 15, 4° du même décret les mots "toute réception de données provenant de fichiers donnant lieu à un octroi d'office, tel que visé à l'article 7, alinéa premier, et" sont insérés avant les mots "toute demande".
Art.31. In artikel 23quater, § 3, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 juni 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2005 en gewijzigd bij het decreet van 19 december 2008 tot wijziging van het decreet van 30 maart 1999 houdende organisatie van de zorgverzekering, worden tussen de woorden "naar aanleiding van" en de woorden "een aanvraag tot tenlasteneming" de woorden "een ambtshalve toekenning als vermeld in artikel 7, eerste lid, of " ingevoegd.
Art.31. Dans l'article 23quater, § 3, du même décret, inséré par le décret du 24 juin 2005 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2005 et modifié par le décret du 19 décembre 2008 modifiant le décret du 30 mars 1999 portant organisation de l'assurance soins, les mots "un octroi d'office, tel que visé à l'article 7, alinéa premier ou" sont insérés entre les mots "à l'occasion d'" et les mots "une demande de prise en charge".
HOOFDSTUK 8. - Samenwerkingsverbanden voor psychiatrische instellingen en diensten en centra voor dagverzorging
CHAPITRE 8. - Partenariats de coopération pour les institutions et services psychiatriques et les centres de soins de jour
Art.32. In artikel 27 van het decreet van 20 maart 2009 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
"1° verzorgingsvoorziening : ziekenhuis, rust- en verzorgingstehuis, psychiatrisch verzorgingstehuis, initiatief beschut wonen, samenwerkingsverband van psychiatrische instellingen en diensten of een onderdeel van die verzorgingsvoorzieningen;";
2° er wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"7° samenwerkingsverband van psychiatrische instellingen en diensten : een samenwerkingsverband van psychiatrische instellingen en diensten als vermeld in de regelgeving ter uitvoering van artikel 10 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008.".
1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt :
"1° verzorgingsvoorziening : ziekenhuis, rust- en verzorgingstehuis, psychiatrisch verzorgingstehuis, initiatief beschut wonen, samenwerkingsverband van psychiatrische instellingen en diensten of een onderdeel van die verzorgingsvoorzieningen;";
2° er wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"7° samenwerkingsverband van psychiatrische instellingen en diensten : een samenwerkingsverband van psychiatrische instellingen en diensten als vermeld in de regelgeving ter uitvoering van artikel 10 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008.".
Art.32. A l'article 27 du décret du 20 mars 2009 portant diverses dispositions relatives au domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
"1° établissement de soins : hôpital, maison de repos et de soins, maison de soins psychiatriques, initiatives d'habitations protégées, partenariat de coopération d'institutions et services psychiatriques ou une partie de ces établissements de soins; ";
2° il est ajouté un point 7°, rédigé comme suit :
"7° un partenariat de coopération d'institutions et de services psychiatriques : un partenariat de coopération d'institutions et de services psychiatriques, tels que visés dans la réglementation en exécution de l'article 10 de la loi sur les hôpitaux et autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008.".
1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
"1° établissement de soins : hôpital, maison de repos et de soins, maison de soins psychiatriques, initiatives d'habitations protégées, partenariat de coopération d'institutions et services psychiatriques ou une partie de ces établissements de soins; ";
2° il est ajouté un point 7°, rédigé comme suit :
"7° un partenariat de coopération d'institutions et de services psychiatriques : un partenariat de coopération d'institutions et de services psychiatriques, tels que visés dans la réglementation en exécution de l'article 10 de la loi sur les hôpitaux et autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008.".
Art.33. Aan artikel 30 van hetzelfde decreet wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de erkenning en de intrekking van de erkenning van centra voor dagverzorging als vermeld in de regelgeving ter uitvoering van artikel 170 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoordineerd op 10 juli 2008. Ze bepaalt de duur van de erkenning en regelt het toezicht.".
" § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de erkenning en de intrekking van de erkenning van centra voor dagverzorging als vermeld in de regelgeving ter uitvoering van artikel 170 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoordineerd op 10 juli 2008. Ze bepaalt de duur van de erkenning en regelt het toezicht.".
Art.33. L'article 30 du même décret est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
" § 4. Le Gouvernement flamand arrête la procédure pour l'agrément et le retrait de l'agrément de centres de soins de jour, prévus dans la réglementation en exécution de l'article 170 de la loi sur les hôpitaux et autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008.". Il arrête la durée de l'agrément et règle le contrôle.".
" § 4. Le Gouvernement flamand arrête la procédure pour l'agrément et le retrait de l'agrément de centres de soins de jour, prévus dans la réglementation en exécution de l'article 170 de la loi sur les hôpitaux et autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008.". Il arrête la durée de l'agrément et règle le contrôle.".
HOOFDSTUK 9. - Instellingen voor schuldbemiddeling
CHAPITRE 9. - Institutions de médiation de dettes
Art.34. In artikel 4 van het decreet van 24 juli 1996 houdende regeling tot erkenning en subsidiëring van de instellingen voor schuldbemiddeling en tot subsidiëring van een Vlaams Centrum Schuldenlast worden de woorden "periodes van zes jaar" vervangen door de woorden "een periode van onbepaalde duur".
Art.34. Dans l'article 4 du décret du 24 juillet 1996 réglant l'agrément et le subventionnement des institutions de médiation de dettes et le subventionnement d'un "Vlaams Centrum Schuldenlast" (Centre flamand de l'Endettement)], les mots "des périodes de six ans" sont remplacés par les mots "une période de durée indéterminée".
Art.35. Artikel 10bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2008, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 10bis. De Vlaamse Regering kan de erkende instellingen voor schuldbemiddeling en de samenwerkingsverbanden van erkende instellingen voor schuldbemiddeling subsidiëren binnen de beschikbare begrotingskredieten. Ze bepaalt de regels voor de voorwaarden, de aanvraag, de vaststelling, de toekenning en de vereffening van de subsidie.".
"Art. 10bis. De Vlaamse Regering kan de erkende instellingen voor schuldbemiddeling en de samenwerkingsverbanden van erkende instellingen voor schuldbemiddeling subsidiëren binnen de beschikbare begrotingskredieten. Ze bepaalt de regels voor de voorwaarden, de aanvraag, de vaststelling, de toekenning en de vereffening van de subsidie.".
Art.35. L'article 10bis du même décret, inséré par le décret du 10 juillet 2008, est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 10bis. Le Gouvernement flamand peut subventionner les institutions agréées de médiation de dettes et les partenariats de coopération d'institutions agréées de médiation de dettes dans les limites des crédits budgétaires disponibles. Il arrête les règles relatives aux conditions, à la demande, à l'établissement, à l'octroi et à la liquidation de la subvention.".
"Art. 10bis. Le Gouvernement flamand peut subventionner les institutions agréées de médiation de dettes et les partenariats de coopération d'institutions agréées de médiation de dettes dans les limites des crédits budgétaires disponibles. Il arrête les règles relatives aux conditions, à la demande, à l'établissement, à l'octroi et à la liquidation de la subvention.".
HOOFDSTUK 10. - Personen met een handicap
CHAPITRE 10. - Personnes handicapées
Art.36. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding treedt in de rechten en verplichtingen, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit gerechtelijke procedures, van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap, die betrekking hebben op de taken en opdrachten van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap die aan die dienst zijn toevertrouwd.
Het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie treedt in de rechten en verplichtingen, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit gerechtelijke procedures, van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap, die betrekking hebben op de taken en opdrachten van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap die aan die dienst zijn toevertrouwd.
De roerende goederen waarover de personeelsleden van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap die overgaan naar de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding of naar het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie, beschikken, worden respectievelijk aan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding en aan het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie overgedragen.
Het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie treedt in de rechten en verplichtingen, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit gerechtelijke procedures, van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap, die betrekking hebben op de taken en opdrachten van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap die aan die dienst zijn toevertrouwd.
De roerende goederen waarover de personeelsleden van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap die overgaan naar de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding of naar het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie, beschikken, worden respectievelijk aan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding en aan het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie overgedragen.
Art.36. Le 'Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding' est subrogé aux droits et obligations, y compris les droits et obligations dus à des procédures judiciaires du "Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap", afférents aux tâches et missions du 'Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap' attribuées à ce service.
La "Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie" est subrogée dans les droits et obligations, y compris les droits et obligations dus à des procédures judiciaires du "Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap", afférents aux tâches et missions du "Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen" attribuées à ce service.
Les biens mobiliers dont disposent les membres du personnel du " Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap" passant au "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding" ou à la "Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie", sont transférés respectivement au "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding" et à la "Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie".
La "Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie" est subrogée dans les droits et obligations, y compris les droits et obligations dus à des procédures judiciaires du "Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap", afférents aux tâches et missions du "Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen" attribuées à ce service.
Les biens mobiliers dont disposent les membres du personnel du " Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap" passant au "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding" ou à la "Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie", sont transférés respectivement au "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding" et à la "Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie".
Art.37. Aan artikel 8 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
"6° het vergunnen, erkennen en subsidiëren van organisaties die kennisontwikkeling, kennisdoorstroming, kennisuitdraging en expertise ondersteunen om de deskundigheid van professionelen van de voorzieningen te bevorderen.".
"6° het vergunnen, erkennen en subsidiëren van organisaties die kennisontwikkeling, kennisdoorstroming, kennisuitdraging en expertise ondersteunen om de deskundigheid van professionelen van de voorzieningen te bevorderen.".
Art.37. A l'article 8 du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique "Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap" (Agence flamande pour les Personnes handicapées), il est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
"6° l'autorisation, l'agrément et la subvention d'organisations supportant le développement de connaissance, le transfert de connaissance, la dissémination de connaissance et l'expertise afin de favoriser la compétence des professionnels des structures.".
"6° l'autorisation, l'agrément et la subvention d'organisations supportant le développement de connaissance, le transfert de connaissance, la dissémination de connaissance et l'expertise afin de favoriser la compétence des professionnels des structures.".
Art.38. Aan artikel 14, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de volgende zinnen toegevoegd :
"De Vlaamse Regering kan bepalen dat sommige delen van de schadeloosstelling niet of slechts gedeeltelijk in aanmerking worden genomen om het verschil bij te passen. De Vlaamse Regering houdt daarbij in het bijzonder rekening met de aard en de duur van de materiële of immateriële hulp- en dienstverlening aan de persoon met een handicap en kan daarvoor de voorwaarden vaststellen.".
"De Vlaamse Regering kan bepalen dat sommige delen van de schadeloosstelling niet of slechts gedeeltelijk in aanmerking worden genomen om het verschil bij te passen. De Vlaamse Regering houdt daarbij in het bijzonder rekening met de aard en de duur van de materiële of immateriële hulp- en dienstverlening aan de persoon met een handicap en kan daarvoor de voorwaarden vaststellen.".
Art.38. A l'article 14, deuxième alinéa, du même décret, les phrases suivantes sont ajoutées :
"Le Gouvernement flamand peut arrêter que certaines parties de l'indemnité ne sont pas prises en compte ou ne sont prises en compte que partiellement afin de combler la différence. En ce, le Gouvernement flamand tient particulièrement compte de la nature et de la durée de l'administration d'aide et de services matériels ou immatériels à la personne handicapée, pour lesquelles il peut arrêter les conditions.".
"Le Gouvernement flamand peut arrêter que certaines parties de l'indemnité ne sont pas prises en compte ou ne sont prises en compte que partiellement afin de combler la différence. En ce, le Gouvernement flamand tient particulièrement compte de la nature et de la durée de l'administration d'aide et de services matériels ou immatériels à la personne handicapée, pour lesquelles il peut arrêter les conditions.".
Art.39. Artikel 14, vierde lid, van hetzelfde decreet wordt zo uitgelegd dat de uitgekeerde tegemoetkoming slaat op alle tegemoetkomingen die het agentschap heeft verleend voor de persoon met een handicap.
Art.39. L'indemnité payée, visée à l'article 14, alinéa quatre du même décret doit être interprétée comme portant sur toutes les indemnités que l'agence a accordées pour la personne handicapée.
HOOFDSTUK 11. - Interlandelijke adoptie van kinderen
CHAPITRE 11. - Adoption internationale d'enfants
Art.40. In artikel 7, § 5, van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen worden tussen het woord "kan" en het woord "nadere" de woorden "bijkomende voorwaarden en" ingevoegd.
Art.40. Dans l'article 7, § 5 du décret du 20 janvier 2012 réglant l'adoption internationale d'enfants, les mots "conditions supplémentaires et" sont insérés entre le mot "les" et le mot "modalités".
Art.41. In artikel 15 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, 7°, wordt het woord "bevolen" vervangen door het woord "bezorgd";
2° in paragraaf 3 wordt het woord "voorbereidingscentrum" vervangen door de woorden "Steunpunt Adoptie".
1° in paragraaf 2, 7°, wordt het woord "bevolen" vervangen door het woord "bezorgd";
2° in paragraaf 3 wordt het woord "voorbereidingscentrum" vervangen door de woorden "Steunpunt Adoptie".
Art.41. A l'article 15 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 2, 7° le mot " ordonnée " est remplacé par le mot "transmis";
2° dans le paragraphe 3, les mots "centre de préparation" sont remplacés par les mots "Points d'appui à l'Adoption".
1° dans le paragraphe 2, 7° le mot " ordonnée " est remplacé par le mot "transmis";
2° dans le paragraphe 3, les mots "centre de préparation" sont remplacés par les mots "Points d'appui à l'Adoption".
Art.42. In artikel 20 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 3 worden de woorden "het Vlaams Centrum voor Adoptie" vervangen door de woorden "Kind en Gezin";
2° paragraaf 6 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 3 worden de woorden "het Vlaams Centrum voor Adoptie" vervangen door de woorden "Kind en Gezin";
2° paragraaf 6 wordt opgeheven.
Art.42. A l'article 20 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° Dans le paragraphe 3 les mots "Centre flamand de l'Adoption" sont remplacés par les mots "Kind en Gezin".
2° le paragraphe 6 est abrogé.
1° Dans le paragraphe 3 les mots "Centre flamand de l'Adoption" sont remplacés par les mots "Kind en Gezin".
2° le paragraphe 6 est abrogé.
Art.43. Aan artikel 25 van hetzelfde decreet wordt een paragraaf 8 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 8. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor de uitoefening van het inzagerecht.".
" § 8. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor de uitoefening van het inzagerecht.".
Art.43. L'article 25 du même décret est complété par un paragraphe 8, rédigé comme suit :
" § 8. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de l'exercice du droit de consultation.".
" § 8. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de l'exercice du droit de consultation.".
HOOFDSTUK 12. - Zorg- en bijstandsverlening
CHAPITRE 12. - Délivrance d'aide et de soins
Art.44. Aan artikel 5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende de zorg- en bijstandsverlening wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"De Vlaamse Regering kan toestaan dat personen aan gebruikers zorg- en bijstandsverlening verstrekken tijdens een erkende opleiding die ze volgen om te kunnen voldoen aan de kwalificatievereisten, vermeld in het eerste en tweede lid. In dat geval bepaalt ze de voorwaarden daarvoor. De personen die aan die voorwaarden beantwoorden, worden voor de toepassing van dit hoofdstuk geacht te beantwoorden aan de kwalificatievereisten, vermeld in het eerste lid.".
"De Vlaamse Regering kan toestaan dat personen aan gebruikers zorg- en bijstandsverlening verstrekken tijdens een erkende opleiding die ze volgen om te kunnen voldoen aan de kwalificatievereisten, vermeld in het eerste en tweede lid. In dat geval bepaalt ze de voorwaarden daarvoor. De personen die aan die voorwaarden beantwoorden, worden voor de toepassing van dit hoofdstuk geacht te beantwoorden aan de kwalificatievereisten, vermeld in het eerste lid.".
Art.44. A l'article 5 du décret du 18 juillet 2008 relatif à la délivrance d'aide et de soins', il est ajouté un quatrième alinéa, rédigé comme suit :
"Le Gouvernement flamand peut autoriser que des personnes délivrent de l'aide et des soins aux utilisateurs lors d'une formation agréée qu'elles suivent dans le but de satisfaire aux exigences de qualification, visées aux alinéas premier et deux. Dans ce cas, il en arrête les conditions. Pour l'application du présent chapitre, les personnes qui répondent à ces conditions sont censées répondre aux exigences de qualification, visées à l'alinéa premier.".
"Le Gouvernement flamand peut autoriser que des personnes délivrent de l'aide et des soins aux utilisateurs lors d'une formation agréée qu'elles suivent dans le but de satisfaire aux exigences de qualification, visées aux alinéas premier et deux. Dans ce cas, il en arrête les conditions. Pour l'application du présent chapitre, les personnes qui répondent à ces conditions sont censées répondre aux exigences de qualification, visées à l'alinéa premier.".
Art.45. In artikel 8 van hetzelfde decreet wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"De personen, belast met het toezicht, kunnen nadat ze de gebruiker hebben geïnformeerd over het doel en de draagwijdte van het bezoek en na schriftelijke toestemming van de gebruiker, de woning van de gebruiker bezoeken om ter plaatse na te gaan of de zorg- en bijstandsverlening die door een of meer personen beroepshalve wordt verstrekt, wordt verstrekt conform de regels die bepaald zijn bij of ter uitvoering van dit decreet.".
"De personen, belast met het toezicht, kunnen nadat ze de gebruiker hebben geïnformeerd over het doel en de draagwijdte van het bezoek en na schriftelijke toestemming van de gebruiker, de woning van de gebruiker bezoeken om ter plaatse na te gaan of de zorg- en bijstandsverlening die door een of meer personen beroepshalve wordt verstrekt, wordt verstrekt conform de regels die bepaald zijn bij of ter uitvoering van dit decreet.".
Art.45. Dans l'article 8 du même décret, il est inséré un alinéa entre les alinéas deux et trois, rédigé comme suit :
Les personnes, chargées du contrôle peuvent, lorsqu'elles ont informé l'usager de l'objet et la portée de la visite et après l'assentiment écrit de l'usager, visiter le logement de l'usager pour vérifier sur place si l'aide et les soins délivrés par une ou plusieurs personnes est administrée à titre professionnel et conformément aux règles définies lors de l'exécution du présent décret.".
Les personnes, chargées du contrôle peuvent, lorsqu'elles ont informé l'usager de l'objet et la portée de la visite et après l'assentiment écrit de l'usager, visiter le logement de l'usager pour vérifier sur place si l'aide et les soins délivrés par une ou plusieurs personnes est administrée à titre professionnel et conformément aux règles définies lors de l'exécution du présent décret.".
HOOFDSTUK 13. - Woonzorg
CHAPITRE 13. - Services de soins et de logement
Art.46. Aan artikel 36 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 2. Als een erkend centrum voor kortverblijf dat uitgebaat wordt in de lokalen van een woonzorgcentrum, en een erkende groep van assistentiewoningen in elkaars onmiddellijke nabijheid gevestigd zijn en functioneel een geheel vormen, en als beide voorzieningen door dezelfde rechtspersoon worden uitgebaat, of als een erkend centrum voor kortverblijf dat uitgebaat wordt in de lokalen van een woonzorgcentrum, en een erkende groep van assis- tentiewoningen in elkaars onmiddellijke nabijheid gevestigd zijn en een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten, kan :
1° in afwijking van artikel 32, het centrum voor kortverblijf de toelating krijgen om een of meer woongelegenheden kortverblijf in te zetten in die groep van assistentiewoningen;
2° de opdracht die een woonassistent uitvoert in de groep van assistentiewoningen, opgenomen worden door het personeel van het centrum voor kortverblijf;
3° de opdracht, vermeld in punt 2°, ook worden opgenomen door personeel van een erkende dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg of een erkend lokaal dienstencentrum of een erkend woonzorgcentrum, als de dienst of het centrum in de onmiddellijke nabijheid ligt van en functioneel een geheel vormt met de groep van assistentiewoningen en door dezelfde rechtspersoon wordt uitgebaat, of als de dienst of het centrum in de onmiddellijke nabijheid ligt van en een samenwerkingsovereenkomst gesloten heeft met de groep van assistentiewoningen.
De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de toelating, vermeld in het eerste lid, 1°.".
" § 2. Als een erkend centrum voor kortverblijf dat uitgebaat wordt in de lokalen van een woonzorgcentrum, en een erkende groep van assistentiewoningen in elkaars onmiddellijke nabijheid gevestigd zijn en functioneel een geheel vormen, en als beide voorzieningen door dezelfde rechtspersoon worden uitgebaat, of als een erkend centrum voor kortverblijf dat uitgebaat wordt in de lokalen van een woonzorgcentrum, en een erkende groep van assis- tentiewoningen in elkaars onmiddellijke nabijheid gevestigd zijn en een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten, kan :
1° in afwijking van artikel 32, het centrum voor kortverblijf de toelating krijgen om een of meer woongelegenheden kortverblijf in te zetten in die groep van assistentiewoningen;
2° de opdracht die een woonassistent uitvoert in de groep van assistentiewoningen, opgenomen worden door het personeel van het centrum voor kortverblijf;
3° de opdracht, vermeld in punt 2°, ook worden opgenomen door personeel van een erkende dienst voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg of een erkend lokaal dienstencentrum of een erkend woonzorgcentrum, als de dienst of het centrum in de onmiddellijke nabijheid ligt van en functioneel een geheel vormt met de groep van assistentiewoningen en door dezelfde rechtspersoon wordt uitgebaat, of als de dienst of het centrum in de onmiddellijke nabijheid ligt van en een samenwerkingsovereenkomst gesloten heeft met de groep van assistentiewoningen.
De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de toelating, vermeld in het eerste lid, 1°.".
Art.46. A l'article 36 du décret sur les soins et le logement du 13 mars 2009, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, il est ajouté un paragraphe 2, rédigé comme suit :
" § 2. Si un centre agréé de court séjour, exploité dans les locaux d'un centre de services de soins et de logement et un groupe agréé de logements à assistance sont situés à proximité immédiate l'un de l'autre et forment un ensemble fonctionnel et si l'exploitation des deux structures est assumée par la même personne morale ou si un centre agréé de court séjour, exploité dans les locaux d'un centre de services de soins et de logement et un groupe agréé de logements à assistance sont situés à proximité immédiate l'un de l'autre et ont conclu une convention de coopération :
1° le centre de court séjour peut, par dérogation à l'article 32, être autorisé à destiner un ou plusieurs logements dans ce groupe de logements à assistance au court séjour;
2° les tâches effectuées par l'assistant au logement au sein du groupe de logements à assistance peuvent être assumées par le personnel du centre de court séjour;
3° la tâche telle que visée au point 2° peut aussi être assumée par le personnel d'un service agréé d'aide aux familles et de soins à domicile complémentaires ou d'un centre local de services agréé ou d'un centre agréé de services de soins et de logement, si le service ou le centre sont situés au voisinage du groupe de logements à assistance et qu'ils forment un ensemble fonctionnel avec celui-ci et sont exploités par la même personne morale ou si le service et le centre sont situés au voisinage du groupe de logements à assistance et ont conclu une convention de coopération avec celui-ci.
Le Gouvernement flamand arrête les conditions et la procédure de l'autorisation, telle que visée à l'alinéa premier, 1°.".
" § 2. Si un centre agréé de court séjour, exploité dans les locaux d'un centre de services de soins et de logement et un groupe agréé de logements à assistance sont situés à proximité immédiate l'un de l'autre et forment un ensemble fonctionnel et si l'exploitation des deux structures est assumée par la même personne morale ou si un centre agréé de court séjour, exploité dans les locaux d'un centre de services de soins et de logement et un groupe agréé de logements à assistance sont situés à proximité immédiate l'un de l'autre et ont conclu une convention de coopération :
1° le centre de court séjour peut, par dérogation à l'article 32, être autorisé à destiner un ou plusieurs logements dans ce groupe de logements à assistance au court séjour;
2° les tâches effectuées par l'assistant au logement au sein du groupe de logements à assistance peuvent être assumées par le personnel du centre de court séjour;
3° la tâche telle que visée au point 2° peut aussi être assumée par le personnel d'un service agréé d'aide aux familles et de soins à domicile complémentaires ou d'un centre local de services agréé ou d'un centre agréé de services de soins et de logement, si le service ou le centre sont situés au voisinage du groupe de logements à assistance et qu'ils forment un ensemble fonctionnel avec celui-ci et sont exploités par la même personne morale ou si le service et le centre sont situés au voisinage du groupe de logements à assistance et ont conclu une convention de coopération avec celui-ci.
Le Gouvernement flamand arrête les conditions et la procédure de l'autorisation, telle que visée à l'alinéa premier, 1°.".
Art.47. In artikel 40 van hetzelfde decreet worden de woorden "Uitzonderlijk en onder" vervangen door het woord "Onder".
Art.47. Dans l'article 40 du même décret, les mots "A titre exceptionnel et aux" sont remplacés par le mot "Aux".
Art.48. In artikel 50 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 7° wordt vervangen door wat volgt :
"7° een vereniging, opgericht conform titel VIII van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;";
2° er wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt : "10° een andere rechtspersoon die geen winst nastreeft en die door de Vlaamse Regering wordt aangewezen.".
1° punt 7° wordt vervangen door wat volgt :
"7° een vereniging, opgericht conform titel VIII van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;";
2° er wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt : "10° een andere rechtspersoon die geen winst nastreeft en die door de Vlaamse Regering wordt aangewezen.".
Art.48. A l'article 50 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 7° est remplacé par la disposition suivante :
"7° une association, établie conformément au titre VIII du décret du 19 décembre 2008 relatif à l'organisation des centres publics d'aide sociale;";
2° il est ajouté un point 10°, rédigé comme suit : "10° toute autre personne morale sans but lucratif, désignée par le Gouvernement flamand.".
1° le point 7° est remplacé par la disposition suivante :
"7° une association, établie conformément au titre VIII du décret du 19 décembre 2008 relatif à l'organisation des centres publics d'aide sociale;";
2° il est ajouté un point 10°, rédigé comme suit : "10° toute autre personne morale sans but lucratif, désignée par le Gouvernement flamand.".
Art.49. In artikel 58 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zin "Met behoud van de toepassing van § 2 en § 3 bepaalt de Vlaamse Regering de programmatie van de voorzieningen, de woonzorgnetwerken en de verenigingen." vervangen door de zin "Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 bepaalt de Vlaamse Regering de programmatie van de voorzieningen met uitzondering van de diensten voor thuisverpleging en de groepen van assistentiewoningen, alsook de programmatie van de woonzorgnetwerken en van de verenigingen.";
2° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"De Vlaamse Regering kan een programmatie als vermeld in het eerste lid bepalen voor de groepen van assistentiewoningen.";
3° paragraaf 3 en paragraaf 4 worden opgeheven.
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zin "Met behoud van de toepassing van § 2 en § 3 bepaalt de Vlaamse Regering de programmatie van de voorzieningen, de woonzorgnetwerken en de verenigingen." vervangen door de zin "Met behoud van de toepassing van paragraaf 2 bepaalt de Vlaamse Regering de programmatie van de voorzieningen met uitzondering van de diensten voor thuisverpleging en de groepen van assistentiewoningen, alsook de programmatie van de woonzorgnetwerken en van de verenigingen.";
2° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"De Vlaamse Regering kan een programmatie als vermeld in het eerste lid bepalen voor de groepen van assistentiewoningen.";
3° paragraaf 3 en paragraaf 4 worden opgeheven.
Art.49. A l'article 58 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° Au paragraphe 1er, alinéa premier, la phrase "Sans préjudice de l'application des § 2 et § 3, le Gouvernement flamand arrête la programmation des structures, des réseaux de services de soins et de logement et des associations. " est remplacée par la phrase "Sans préjudice de l'application du paragraphe 2, le Gouvernement flamand arrête la programmation des structures, à l'exception des services de soins infirmiers à domicile et des groupes de logements à assistance, de même que la programmation des réseaux de services de soins et de logement et des associations.";
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa trois, rédigé comme suit :
"Le Gouvernement flamand peut arrêter une programmation, comme visée à l'alinéa premier pour les groupes de logements à assistance.".
3° les paragraphes 3 et 4 sont abrogés.
1° Au paragraphe 1er, alinéa premier, la phrase "Sans préjudice de l'application des § 2 et § 3, le Gouvernement flamand arrête la programmation des structures, des réseaux de services de soins et de logement et des associations. " est remplacée par la phrase "Sans préjudice de l'application du paragraphe 2, le Gouvernement flamand arrête la programmation des structures, à l'exception des services de soins infirmiers à domicile et des groupes de logements à assistance, de même que la programmation des réseaux de services de soins et de logement et des associations.";
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa trois, rédigé comme suit :
"Le Gouvernement flamand peut arrêter une programmation, comme visée à l'alinéa premier pour les groupes de logements à assistance.".
3° les paragraphes 3 et 4 sont abrogés.
Art.50. In artikel 59 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan het eerste lid wordt de volgende zin toegevoegd :
"De Vlaamse Regering kan bepalen dat voor de types van ouderenvoorzieningen die ze aanwijst, de voorafgaande vergunning wordt verleend op basis van een oproep met het oog op de realisatie van die voorzieningen in het geografische gebied dat in de oproep wordt aangewezen.";
2° aan het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd :
"De Vlaamse Regering kan aanvullende voorwaarden bepalen voor het verlenen van de voorafgaande vergunning.";
3° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de groepen van assistentiewoningen zolang de Vlaamse Regering voor die voorzieningen geen programmatie heeft bepaald ter uitvoering van artikel 58, § 1, derde lid.".
1° aan het eerste lid wordt de volgende zin toegevoegd :
"De Vlaamse Regering kan bepalen dat voor de types van ouderenvoorzieningen die ze aanwijst, de voorafgaande vergunning wordt verleend op basis van een oproep met het oog op de realisatie van die voorzieningen in het geografische gebied dat in de oproep wordt aangewezen.";
2° aan het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd :
"De Vlaamse Regering kan aanvullende voorwaarden bepalen voor het verlenen van de voorafgaande vergunning.";
3° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de groepen van assistentiewoningen zolang de Vlaamse Regering voor die voorzieningen geen programmatie heeft bepaald ter uitvoering van artikel 58, § 1, derde lid.".
Art.50. A l'article 59 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa premier est complété par la phrase suivante :
"Le Gouvernement flamand peut arrêter que pour les types de structures de soins aux personnes âgées qu'il désigne, l'autorisation préalable est accordée sur la base d'un appel en vue de la réalisation de ces structures dans la zone géographique désignée dans l'appel.";
2° l'alinéa deux est complété par la phrase suivante :
"Le Gouvernement flamand peut arrêter des conditions complémentaires pour l'octroi de l'autorisation préalable.";
3° entre le deuxième et le troisième alinéa, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" Les alinéas premier et deux ne sont pas applicables aux groupes de logements d'assistance tant que le Gouvernement flamand n'a pas arrêté de programmation pour ces structures en exécution de l'article 58, § 1er, alinéa trois.".
1° l'alinéa premier est complété par la phrase suivante :
"Le Gouvernement flamand peut arrêter que pour les types de structures de soins aux personnes âgées qu'il désigne, l'autorisation préalable est accordée sur la base d'un appel en vue de la réalisation de ces structures dans la zone géographique désignée dans l'appel.";
2° l'alinéa deux est complété par la phrase suivante :
"Le Gouvernement flamand peut arrêter des conditions complémentaires pour l'octroi de l'autorisation préalable.";
3° entre le deuxième et le troisième alinéa, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" Les alinéas premier et deux ne sont pas applicables aux groupes de logements d'assistance tant que le Gouvernement flamand n'a pas arrêté de programmation pour ces structures en exécution de l'article 58, § 1er, alinéa trois.".
Art.51. In artikel 63, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
"1° een initiatiefnemer als vermeld in artikel 50 of aangewezen ter uitvoering van dat artikel;".
"1° een initiatiefnemer als vermeld in artikel 50 of aangewezen ter uitvoering van dat artikel;".
Art.51. Dans l'article 63, alinéa premier, du même décret, le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
"1° un initiateur, tel que visé dans l'article 50 ou désigné en exécution de cet article;".
"1° un initiateur, tel que visé dans l'article 50 ou désigné en exécution de cet article;".
Art.52. Artikel 68 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 68. § 1. Om de professionaliteit en de kwaliteit van de woonzorg te stimuleren, kan de Vlaamse Regering partnerorganisaties erkennen en subsidiëren binnen de beschikbare begrotingskredieten.
De Vlaamse Regering bepaalt de erkenningsvoorwaarden, de duur van de erkenning, alsook de regels om de erkenning te verlenen en om de erkenning te schorsen of in te trekken als de erkenningsvoorwaarden niet worden nageleefd.
Alleen erkende partnerorganisaties kunnen worden gesubsidieerd. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidieregels.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de Vlaamse Regering, al dan niet op basis van een oproep, een beheersovereenkomst sluiten met een partnerorganisatie die in Vlaanderen een unieke expertise op het vlak van de professionaliteit en de kwaliteit van woonzorg ontwikkelt. Een partnerorganisatie waarmee een beheersovereenkomst wordt gesloten, wordt geacht erkend te zijn voor de duur van die overeenkomst.
De beheersovereenkomst, vermeld in het eerste lid, omvat minstens :
1° de aard van de deskundigheid van de partnerorganisatie, de doelgroepen aan wie de partnerorganisatie minstens ondersteuning biedt en de opdrachten die de partnerorganisatie heeft ten aanzien van de Vlaamse overheid;
2° een plan voor de duur van de beheersovereenkomst met :
a) de resultaatsgebieden voor de uitvoering van de overeenkomst;
b) de evaluatiecriteria voor de resultaatsgebieden, vermeld in punt a);
3° de voorwaarden en andere regels voor de subsidie.".
"Art. 68. § 1. Om de professionaliteit en de kwaliteit van de woonzorg te stimuleren, kan de Vlaamse Regering partnerorganisaties erkennen en subsidiëren binnen de beschikbare begrotingskredieten.
De Vlaamse Regering bepaalt de erkenningsvoorwaarden, de duur van de erkenning, alsook de regels om de erkenning te verlenen en om de erkenning te schorsen of in te trekken als de erkenningsvoorwaarden niet worden nageleefd.
Alleen erkende partnerorganisaties kunnen worden gesubsidieerd. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidieregels.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de Vlaamse Regering, al dan niet op basis van een oproep, een beheersovereenkomst sluiten met een partnerorganisatie die in Vlaanderen een unieke expertise op het vlak van de professionaliteit en de kwaliteit van woonzorg ontwikkelt. Een partnerorganisatie waarmee een beheersovereenkomst wordt gesloten, wordt geacht erkend te zijn voor de duur van die overeenkomst.
De beheersovereenkomst, vermeld in het eerste lid, omvat minstens :
1° de aard van de deskundigheid van de partnerorganisatie, de doelgroepen aan wie de partnerorganisatie minstens ondersteuning biedt en de opdrachten die de partnerorganisatie heeft ten aanzien van de Vlaamse overheid;
2° een plan voor de duur van de beheersovereenkomst met :
a) de resultaatsgebieden voor de uitvoering van de overeenkomst;
b) de evaluatiecriteria voor de resultaatsgebieden, vermeld in punt a);
3° de voorwaarden en andere regels voor de subsidie.".
Art.52. L'article 68 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 68. § 1er. Afin de favoriser le professionalisme et la qualité des services de soins et de logement, le Gouvernement flamand peut agréer et subventionner des organisations partenaires dans les limites des crédits budgétaires disponibles.
Le Gouvernement flamand arrête les conditions d'agrément, la durée de l'agrément, de même que les règles pour accorder l'agrément et pour suspendre ou retirer l'agrément en cas de non-respect des conditions d'agrément.
Seules des organisations partenaires agréées peuvent être subventionnées. Le Gouvernement flamand arrête les règles de subvention.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le Gouvernement flamand peut, sur la base d'un appel ou non, conclure un contrat de gestion avec une organisation partenaire développant de l'expertise unique dans le domaine du professionalisme et de la qualité des services de soins et de logement en Flandre. Une organisation partenaire avec laquelle un contrat de gestion est conclu, est censée être agréée pour la durée de ce contrat.
Le contrat de gestion, visé à l'alinéa premier, comprend au moins :
1° la nature de l'expertise des organisations partenaires, les groupes cibles auxquels l'organisation partenaire offre pour le moins de l'assistance et les missions qu'assument l'organisation partenaire vis-à-vis de l'Autorité flamande;
2° un plan pour la durée du contrat de gestion indiquant :
a) les domaines de performance pour l'exécution du contrat de gestion;
b) les critères d'évaluation pour les domaines de performance, visés au point a);
3° les conditions et autres règles pour la subvention.".
"Art. 68. § 1er. Afin de favoriser le professionalisme et la qualité des services de soins et de logement, le Gouvernement flamand peut agréer et subventionner des organisations partenaires dans les limites des crédits budgétaires disponibles.
Le Gouvernement flamand arrête les conditions d'agrément, la durée de l'agrément, de même que les règles pour accorder l'agrément et pour suspendre ou retirer l'agrément en cas de non-respect des conditions d'agrément.
Seules des organisations partenaires agréées peuvent être subventionnées. Le Gouvernement flamand arrête les règles de subvention.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le Gouvernement flamand peut, sur la base d'un appel ou non, conclure un contrat de gestion avec une organisation partenaire développant de l'expertise unique dans le domaine du professionalisme et de la qualité des services de soins et de logement en Flandre. Une organisation partenaire avec laquelle un contrat de gestion est conclu, est censée être agréée pour la durée de ce contrat.
Le contrat de gestion, visé à l'alinéa premier, comprend au moins :
1° la nature de l'expertise des organisations partenaires, les groupes cibles auxquels l'organisation partenaire offre pour le moins de l'assistance et les missions qu'assument l'organisation partenaire vis-à-vis de l'Autorité flamande;
2° un plan pour la durée du contrat de gestion indiquant :
a) les domaines de performance pour l'exécution du contrat de gestion;
b) les critères d'évaluation pour les domaines de performance, visés au point a);
3° les conditions et autres règles pour la subvention.".
Art.53. In artikel 253, eerste lid, 1°bis, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij het decreet van 22 december 1993, worden de woorden "als bejaardenvoorziening uitgebaat door een rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 5 van het decreet van 5 maart 1985 houdende regeling van de erkenning en subsidiëring van voorzieningen voor bejaarden" vervangen door de woorden "als ouderenvoorziening als vermeld in artikel 2, 21°, of artikel 88, § 1, § 2 of § 5, van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, die wordt uitgebaat door een rechtspersoon als vermeld in artikel 63, eerste lid, van dat decreet, en die door de Vlaamse Regering is erkend".
Art.53. Dans l'article 253, alinéa premier, 1°bis du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par le décret du 22 décembre 1993, les mots "qui sont exploitées par une personne morale conformément à l'article 5 du décret du 5 mars 1985 portant réglementation de l'agrément et de l'octroi de subventions relatifs aux structures destinées aux personnes âgées" sont remplacés par les mots "qui sont exploitées comme structure pour personnes âgées telle que visée à l'article 2, 21° ou à l'article 88, § 1er, § 2 ou § 5 du décret sur les soins et le logement du 13 mars 2009 par une personne morale telle que visée à l'article 63, alinéa premier dudit décret et agréée par le Gouvernement flamand".
HOOFDSTUK 14. - Pleegzorg
CHAPITRE 14. - Placement familial
Art.54. Aan artikel 18 van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg worden de woorden "en van de pleeggasten" toegevoegd.
Art.54. A l'article 18 du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial, les mots " et des adultes placés" sont ajoutés.
Art.55. Artikel 49 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 49. In artikel 55, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een punt 2°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"2°/1 de pleeggasten en pleegkinderen als vermeld in artikel 2, 8° en 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg;";
2° in punt 3° wordt de zinsnede "de personen, vermeld in 1° en 2°" vervangen door de zinsnede "de personen, vermeld in 1°, 2° en 2°/1".".
"Art. 49. In artikel 55, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een punt 2°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"2°/1 de pleeggasten en pleegkinderen als vermeld in artikel 2, 8° en 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg;";
2° in punt 3° wordt de zinsnede "de personen, vermeld in 1° en 2°" vervangen door de zinsnede "de personen, vermeld in 1°, 2° en 2°/1".".
Art.55. L'article 49 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 49. Dans l'article 55, alinéa deux du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un point 2°/1 rédigé comme suit :
"2°/1 les adultes placés et les enfants placés, tels que visés à l'article 2, 8° et 10° du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial;";
2° au point 3° la partie de phrase "les personnes visées aux 1° et 2°" est remplacée par la partie de phrase "les personnes visées aux 1°, 2° et 2°/1".".
"Art. 49. Dans l'article 55, alinéa deux du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un point 2°/1 rédigé comme suit :
"2°/1 les adultes placés et les enfants placés, tels que visés à l'article 2, 8° et 10° du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial;";
2° au point 3° la partie de phrase "les personnes visées aux 1° et 2°" est remplacée par la partie de phrase "les personnes visées aux 1°, 2° et 2°/1".".
Art.56. In hetzelfde decreet wordt een artikel 49/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 49/1. Aan artikel 57, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "en van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg" toegevoegd.".
"Art. 49/1. Aan artikel 57, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "en van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg" toegevoegd.".
Art.56. Dans le même décret, il est inséré un article 49/1, rédigé comme suit :
"Art. 49/1. L'article 57, alinéa premier du même décret est complété des mots "et du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial.".
"Art. 49/1. L'article 57, alinéa premier du même décret est complété des mots "et du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial.".
Art.57. Artikel 53 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 53. De Vlaamse Regering stelt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding vast met behoud van de toepassing van het tweede lid.
Dit decreet treedt uiterlijk op 1 januari 2014 in werking, met uitzondering van artikel 38 dat uiterlijk op 1 september 2014 in werking treedt.".
"Art. 53. De Vlaamse Regering stelt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding vast met behoud van de toepassing van het tweede lid.
Dit decreet treedt uiterlijk op 1 januari 2014 in werking, met uitzondering van artikel 38 dat uiterlijk op 1 september 2014 in werking treedt.".
Art.57. L'article 53 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 53. Le Gouvernement flamand arrête la date d'entrée en vigueur pour chaque disposition du présent décret, sans préjudice de l'application de l'alinéa deux.
Le présent décret entre en vigueur le 1 janvier 2014 au plus tard, à l'exception de l'article 38, qui entre en vigueur le 1er septembre 2014 au plus tard.".
"Art. 53. Le Gouvernement flamand arrête la date d'entrée en vigueur pour chaque disposition du présent décret, sans préjudice de l'application de l'alinéa deux.
Le présent décret entre en vigueur le 1 janvier 2014 au plus tard, à l'exception de l'article 38, qui entre en vigueur le 1er septembre 2014 au plus tard.".
HOOFDSTUK 15. - Klachtrecht betreffende de openbare psychiatrische zorgcentra
CHAPITRE 15. - Droit de réclamation à l'égard de centres publics de soins psychiatriques
Art.58. Aan artikel 13 van het decreet van 1 juni 2001 houdende toekenning van een klachtrecht ten aanzien van bestuursinstellingen wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"Dit decreet is niet van toepassing op het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel en op het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem, met behoud van de toepassing van het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse Ombudsdienst.".
"Dit decreet is niet van toepassing op het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel en op het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem, met behoud van de toepassing van het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse Ombudsdienst.".
Art.58. A l'article 13 du décret du 1 juin 2001 octroyant un droit de réclamation à l'égard d'administrations, il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
"Le présent décret ne s'applique pas à l'agence autonomisée externe de droit public dotée de la personnalité juridique "Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel" (Centre de soins psychiatriques Geel) ni à l'agence autonomisée externe de droit publique dotée de la personnalité juridique "Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem" (Centre de soins psychiatriques Rekem), sans préjudice de l'application du décret du 7 juillet 1998 instaurant le service de médiation flamand.".
"Le présent décret ne s'applique pas à l'agence autonomisée externe de droit public dotée de la personnalité juridique "Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Geel" (Centre de soins psychiatriques Geel) ni à l'agence autonomisée externe de droit publique dotée de la personnalité juridique "Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum Rekem" (Centre de soins psychiatriques Rekem), sans préjudice de l'application du décret du 7 juillet 1998 instaurant le service de médiation flamand.".
HOOFDSTUK 16. - Eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders
CHAPITRE 16. - Soins de santé primaires et coopération entre les prestataires de soins
Art.59. In artikel 2 van het decreet van 3 maart 2004 betreffende de eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders, gewijzigd bij het decreet van 13 maart 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een punt 9°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
"9°bis organisatie met terreinwerking : een door de Vlaamse Regering erkende en gesubsidieerde organisatie die op het terrein de opdrachten uitvoert, de methodieken toepast of diensten aanlevert voor de eerstelijnsgezondheidszorg;";
2° in punt 10°, a), wordt het woord "netwerken" vervangen door de woorden "organisaties met terreinwerking".
1° er wordt een punt 9°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
"9°bis organisatie met terreinwerking : een door de Vlaamse Regering erkende en gesubsidieerde organisatie die op het terrein de opdrachten uitvoert, de methodieken toepast of diensten aanlevert voor de eerstelijnsgezondheidszorg;";
2° in punt 10°, a), wordt het woord "netwerken" vervangen door de woorden "organisaties met terreinwerking".
Art.59. A l'article 2 du décret du 3 mars 2004 relatif aux soins de santé primaires et à la coopération entre les prestataires de soins, modifié par le décret du 13 mars 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° il est ajouté un point 9°bis, rédigé comme suit :
"9°bis organisation oeuvrant sur le terrain : une organisation agréée et subventionnée par le Gouvernement flamand, exécutant les missions sur le terrain, appliquant les méthodiques ou fournissant des services pour les soins de santé primaires;";
2° au point 10°, a) le mot "réseaux" est remplacé par les mots "organisations oeuvrant sur le terrain".
1° il est ajouté un point 9°bis, rédigé comme suit :
"9°bis organisation oeuvrant sur le terrain : une organisation agréée et subventionnée par le Gouvernement flamand, exécutant les missions sur le terrain, appliquant les méthodiques ou fournissant des services pour les soins de santé primaires;";
2° au point 10°, a) le mot "réseaux" est remplacé par les mots "organisations oeuvrant sur le terrain".
Art.60. Aan artikel 8, § 4, van hetzelfde decreet wordt de volgende zin toegevoegd :
"In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad kan een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg opgericht worden door de Vlaamse Gemeenschapscommissie.".
"In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad kan een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg opgericht worden door de Vlaamse Gemeenschapscommissie.".
Art.60. L'article 8, § 4, du même décret, est complété par la phrase suivante :
"Dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, une initiative de coopération en matière de soins de santé primaires peut être établie par la "Vlaamse Gemeenschapscommissie" (Commission de la Communauté flamande).
"Dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, une initiative de coopération en matière de soins de santé primaires peut être établie par la "Vlaamse Gemeenschapscommissie" (Commission de la Communauté flamande).
Art.61. In artikel 11 van hetzelfde decreet wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
"Ter uitvoering van het eerste lid kan, onder de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering, na overleg met de provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidzorg, naast de ondersteuning door partnerorganisaties, een beroep doen op de ondersteuning of begeleiding van organisaties met terreinwerking, provinciebesturen of, voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.".
"Ter uitvoering van het eerste lid kan, onder de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering, na overleg met de provinciebesturen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidzorg, naast de ondersteuning door partnerorganisaties, een beroep doen op de ondersteuning of begeleiding van organisaties met terreinwerking, provinciebesturen of, voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.".
Art.61. A l'article 11 du même décret, le deuxième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
"En exécution de l'alinéa premier, l'initiative de coopération en matière des soins de santé primaires peut faire appel, outre au soutien de la part des organisations partenaires, au soutien ou à l'encadrement des organisations oeuvrant sur le terrain, aux administrations provinciales ou, pour la région bilingue de Bruxelles-Capitale, de la "Vlaamse Gemeenschapscommisie", dans les conditions arrêtées par le Gouvernement flamand et ce, après concertation avec les administrations provinciales et la "Vlaamse Gemeenschapscommissie"."
"En exécution de l'alinéa premier, l'initiative de coopération en matière des soins de santé primaires peut faire appel, outre au soutien de la part des organisations partenaires, au soutien ou à l'encadrement des organisations oeuvrant sur le terrain, aux administrations provinciales ou, pour la région bilingue de Bruxelles-Capitale, de la "Vlaamse Gemeenschapscommisie", dans les conditions arrêtées par le Gouvernement flamand et ce, après concertation avec les administrations provinciales et la "Vlaamse Gemeenschapscommissie"."
Art.62. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006, 18 juli 2008, 13 maart 2009 en 20 maart 2009, wordt een hoofdstuk Vbis ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Hoofdstuk Vbis. Organisaties met terreinwerking".
"Hoofdstuk Vbis. Organisaties met terreinwerking".
Art.62. Dans le même décret, modifié par les décrets des 16 juin 2006, 18 juillet 2008, 13 mars 2009 et 20 mars 2009, il est inséré un chapitre Vbis, rédigé comme suit :
"Chapitre Vbis. Organisations oeuvrant sur le terrain".
"Chapitre Vbis. Organisations oeuvrant sur le terrain".
Art.63. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk Vbis, ingevoegd bij artikel 62, een artikel 15bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art.15bis. De Vlaamse Regering kan voorzieningen in het kader van de eerstelijnsgezondheidszorg erkennen en subsidiëren, binnen de beschikbare begrotingskredieten, als organisaties met terreinwerking en ze kan hun werkgebied bepalen.
De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de erkenningsvoorwaarden, de regels voor de duur, de schorsing en de intrekking van de erkenning.
De Vlaamse Regering bepaalt de subsidie en de subsidievoorwaarden.
Organisaties met terreinwerking hebben de vorm van een vereniging zonder winstoog merk. In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad kan een organisatie met terreinwerking opgericht worden door de Vlaamse Gemeenschapscommissie.".
"Art.15bis. De Vlaamse Regering kan voorzieningen in het kader van de eerstelijnsgezondheidszorg erkennen en subsidiëren, binnen de beschikbare begrotingskredieten, als organisaties met terreinwerking en ze kan hun werkgebied bepalen.
De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de erkenningsvoorwaarden, de regels voor de duur, de schorsing en de intrekking van de erkenning.
De Vlaamse Regering bepaalt de subsidie en de subsidievoorwaarden.
Organisaties met terreinwerking hebben de vorm van een vereniging zonder winstoog merk. In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad kan een organisatie met terreinwerking opgericht worden door de Vlaamse Gemeenschapscommissie.".
Art.63. Dans le même décret il est inséré un article 15bis au chapitre Vbis, inséré par l'article 62, rédigé comme suit :
"Art.15bis. Le Gouvernement flamand peut agréer et subventionner des structures dans le cadre des soins de santé primaires, dans les limites des crédits budgétaires disponibles en tant qu'organisations oeuvrant sur le terrain et définir leur zone d'action.
Le Gouvernement flamand arrête, le cas échéant, les conditions d'agrément et les règles relatives à la durée, la suspension et au retrait de l'agrément.
Le Gouvernement flamand fixe la subvention et ses conditions de subvention.
Les organisations oeuvrant sur le terrain ont le statut d'une association sans but lucratif. Dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, une organisation oeuvrant sur le terrain peut être établie par la "Vlaamse Gemeenschapscommissie"."
"Art.15bis. Le Gouvernement flamand peut agréer et subventionner des structures dans le cadre des soins de santé primaires, dans les limites des crédits budgétaires disponibles en tant qu'organisations oeuvrant sur le terrain et définir leur zone d'action.
Le Gouvernement flamand arrête, le cas échéant, les conditions d'agrément et les règles relatives à la durée, la suspension et au retrait de l'agrément.
Le Gouvernement flamand fixe la subvention et ses conditions de subvention.
Les organisations oeuvrant sur le terrain ont le statut d'une association sans but lucratif. Dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale, une organisation oeuvrant sur le terrain peut être établie par la "Vlaamse Gemeenschapscommissie"."
Art.64. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk Vbis, ingevoegd bij artikel 62, een artikel 15ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 15ter. Organisaties met terreinwerking doen, als ze voor bepaalde opdrachten of delen van opdrachten ondersteuning nodig hebben, een beroep op het aanbod van de partnerorganisaties die vanwege hun inhoudelijke deskundigheid of hun vermogen inzake het aanleveren van gegevens de gevraagde ondersteuning kunnen bieden.".
"Art. 15ter. Organisaties met terreinwerking doen, als ze voor bepaalde opdrachten of delen van opdrachten ondersteuning nodig hebben, een beroep op het aanbod van de partnerorganisaties die vanwege hun inhoudelijke deskundigheid of hun vermogen inzake het aanleveren van gegevens de gevraagde ondersteuning kunnen bieden.".
Art.64. Dans le même décret il est inséré un article 15ter au chapitre Vbis, inséré par l'article 62, rédigé comme suit :
"Art. 15ter. Lorsqu'elles ont besoin d'appui pour certaines missions ou parties de missions, les organisations oeuvrant sur le terrain font appel à l'offre des organisations partenaires qui, en raison de leur expertise au niveau du contenu ou leur capacité de fournir des données, peuvent fournir l'appui demandé.
"Art. 15ter. Lorsqu'elles ont besoin d'appui pour certaines missions ou parties de missions, les organisations oeuvrant sur le terrain font appel à l'offre des organisations partenaires qui, en raison de leur expertise au niveau du contenu ou leur capacité de fournir des données, peuvent fournir l'appui demandé.
Art.65. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk Vbis, ingevoegd bij artikel 62, een artikel 15quater ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 15quater. De Vlaamse Regering kan bepalen welke opdrachten van de organisaties met terreinwerking door een andere rechtspersoon dan de organisatie met terreinwerking in kwestie uitgevoerd kunnen worden en welke voorwaarden daarvoor gelden.
Ter uitvoering van het eerste lid kan onder de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering, na overleg met het samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg, de organisatie met terreinwerking een beroep doen op de ondersteuning of begeleiding van een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg.".
"Art. 15quater. De Vlaamse Regering kan bepalen welke opdrachten van de organisaties met terreinwerking door een andere rechtspersoon dan de organisatie met terreinwerking in kwestie uitgevoerd kunnen worden en welke voorwaarden daarvoor gelden.
Ter uitvoering van het eerste lid kan onder de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering, na overleg met het samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg, de organisatie met terreinwerking een beroep doen op de ondersteuning of begeleiding van een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg.".
Art.65. Dans le même décret il est inséré un article 15quater au chapitre Vbis, inséré par l'article 62, rédigé comme suit :
"Art. 15quater. Le Gouvernement flamand peut arrêter les missions des organisations oeuvrant sur le terrain qui peuvent être exécutées par une personne morale autre que l'organisation oeuvrant sur le terrain concernée de même que les conditions y afférentes.
En exécution de l'alinéa premier, l'organisation oeuvrant sur le terrain peut faire appel à l'appui ou l'accompagnement d'une initiative de coopération en matière de soins de santé primaires, sous les conditions arrêtées par le Gouvernement flamand et après concertation avec l'initiative de coopération en matière de soins de santé primaires.".
"Art. 15quater. Le Gouvernement flamand peut arrêter les missions des organisations oeuvrant sur le terrain qui peuvent être exécutées par une personne morale autre que l'organisation oeuvrant sur le terrain concernée de même que les conditions y afférentes.
En exécution de l'alinéa premier, l'organisation oeuvrant sur le terrain peut faire appel à l'appui ou l'accompagnement d'une initiative de coopération en matière de soins de santé primaires, sous les conditions arrêtées par le Gouvernement flamand et après concertation avec l'initiative de coopération en matière de soins de santé primaires.".
Art.66. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006, 18 juli 2008, 13 maart 2009 en 20 maart 2009, wordt een hoofdstuk Vter ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Hoofdstuk Vter. Samenwerkingsverband en fusie".
"Hoofdstuk Vter. Samenwerkingsverband en fusie".
Art.66. Dans le même décret, modifié par les décrets des 16 juin 2006, 18 juillet 2008, 13 mars 2009 et 20 mars 2009, il est inséré un chapitre Vter, rédigé comme suit :
"Chapitre Vter. Partenariat et fusion".
"Chapitre Vter. Partenariat et fusion".
Art.67. In hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 16 juni 2006, 18 juli 2008, 13 maart 2009 en 20 maart 2009, wordt in hoofdstuk Vter, ingevoegd bij artikel 66, een artikel 15quinquies ingevoegd, dat luidt als volgt :
"Art. 15quinquies. Een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg kan een samenwerkingsverband sluiten of een fusie aangaan met een organisatie met terreinwerking.
De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de voorwaarden en de nadere regels voor het sluiten van het samenwerkingsverband of voor het aangaan van de fusie.".
"Art. 15quinquies. Een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg kan een samenwerkingsverband sluiten of een fusie aangaan met een organisatie met terreinwerking.
De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de voorwaarden en de nadere regels voor het sluiten van het samenwerkingsverband of voor het aangaan van de fusie.".
Art.67. Dans le même décret, modifié par les décrets des 16 juin 2006, 18 juillet 2008, 13 mars 2009 et 20 mars 2009, il est inséré un article 15quinqies au chapitre Vter, inséré par l'article 66, rédigé comme suit :
"Art. 15quinquies. Une initiative de coopération en matière de soins de santé primaires peut conclure un partenariat ou procéder à une fusion avec une organisation oeuvrant sur le terrain.
Le Gouvernement flamand arrête, le cas échéant, les conditions et modalités à la conclusion du partenariat ou à la fusion.".
"Art. 15quinquies. Une initiative de coopération en matière de soins de santé primaires peut conclure un partenariat ou procéder à une fusion avec une organisation oeuvrant sur le terrain.
Le Gouvernement flamand arrête, le cas échéant, les conditions et modalités à la conclusion du partenariat ou à la fusion.".
Art.68. In artikel 16, § 2, en artikel 17, § 1, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "samenwerkingsverbanden op het niveau van de praktijkvoering, samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg en partnerorganisaties," telkens vervangen door de zinsnede "samenwerkingsverbanden op het niveau van de praktijkvoering, samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg, partnerorganisaties en organisaties met terreinwerking,".
Art.68. Dans l'article 16, § 2 et dans l'article 17, § 1er du même décret, la partie de phrase "partenariats au niveau de la pratique, les initiatives de coopération dans le domaine des soins de santé primaires et les organisations partenaires" est à chaque fois remplacée par la partie de phrase "partenariats au niveau de la pratique, les initiatives de coopération dans le domaine des soins de santé primaires, les organisations partenaires et organisations oeuvrant sur le terrain,".
Art.69. In artikel 18 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "samenwerkingsverbanden op het niveau van de praktijkvoering, samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg en partnerorganisaties," vervangen door de zinsnede "samenwerkingsverbanden op het niveau van de praktijkvoering, samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg, partnerorganisaties en organisaties met terreinwerking,";
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "samenwerkingsverbanden op het niveau van de praktijkvoering, samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg en partnerorganisaties," vervangen door de zinsnede "samenwerkingsverbanden op het niveau van de praktijkvoering, samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg, partnerorganisaties en organisaties met terreinwerking,";
3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "het samenwerkingsverband op het niveau van de praktijkvoering, het samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg of de partnerorganisatie" vervangen door de zinsnede "het samenwerkingsverband op het niveau van de praktijkvoering, het samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg, de partnerorganisatie of de organisatie met terreinwerking".
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "samenwerkingsverbanden op het niveau van de praktijkvoering, samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg en partnerorganisaties," vervangen door de zinsnede "samenwerkingsverbanden op het niveau van de praktijkvoering, samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg, partnerorganisaties en organisaties met terreinwerking,";
2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "samenwerkingsverbanden op het niveau van de praktijkvoering, samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg en partnerorganisaties," vervangen door de zinsnede "samenwerkingsverbanden op het niveau van de praktijkvoering, samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg, partnerorganisaties en organisaties met terreinwerking,";
3° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "het samenwerkingsverband op het niveau van de praktijkvoering, het samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg of de partnerorganisatie" vervangen door de zinsnede "het samenwerkingsverband op het niveau van de praktijkvoering, het samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg, de partnerorganisatie of de organisatie met terreinwerking".
Art.69. A l'article 18 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° Dans le paragraphe 1er, la partie de phrase "partenariats au niveau de la pratique, les initiatives de coopération dans le domaine des soins de santé primaires et les organisations partenaires" est remplacée par la partie de phrase "partenariats au niveau de la pratique, les initiatives de coopération dans le domaine des soins de santé primaires, les organisations partenaires et organisations oeuvrant sur le terrain,";
2° Dans le paragraphe 2, alinéa premier, la partie de phrase "partenariats au niveau de la pratique, les initiatives de coopération dans le domaine des soins de santé primaires et les organisations partenaires" est remplacée par la partie de phrase "partenariats au niveau de la pratique, les initiatives de coopération dans le domaine des soins de santé primaires, les organisations partenaires et organisations oeuvrant sur le terrain,";
3° Au paragraphe 2, alinéa deux, la partie de phrase "au partenariat au niveau de la pratique, à l'initiative de coopération dans le domaine des soins de santé primaires et à l'organisation partenaire" est remplacée par la partie de phrase "au partenariat au niveau de la pratique, à l'initiative de coopération dans le domaine des soins de santé primaires, à l'organisation partenaire ou à l'organisation oeuvrant sur le terrain".
1° Dans le paragraphe 1er, la partie de phrase "partenariats au niveau de la pratique, les initiatives de coopération dans le domaine des soins de santé primaires et les organisations partenaires" est remplacée par la partie de phrase "partenariats au niveau de la pratique, les initiatives de coopération dans le domaine des soins de santé primaires, les organisations partenaires et organisations oeuvrant sur le terrain,";
2° Dans le paragraphe 2, alinéa premier, la partie de phrase "partenariats au niveau de la pratique, les initiatives de coopération dans le domaine des soins de santé primaires et les organisations partenaires" est remplacée par la partie de phrase "partenariats au niveau de la pratique, les initiatives de coopération dans le domaine des soins de santé primaires, les organisations partenaires et organisations oeuvrant sur le terrain,";
3° Au paragraphe 2, alinéa deux, la partie de phrase "au partenariat au niveau de la pratique, à l'initiative de coopération dans le domaine des soins de santé primaires et à l'organisation partenaire" est remplacée par la partie de phrase "au partenariat au niveau de la pratique, à l'initiative de coopération dans le domaine des soins de santé primaires, à l'organisation partenaire ou à l'organisation oeuvrant sur le terrain".
Art.70. In artikel 19 en 20, § 1, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "samenwerkingsverbanden op het niveau van de praktijkvoering, samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg en partnerorganisaties," telkens vervangen door de zinsnede "samenwerkingsverbanden op het niveau van de praktijkvoering, samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg, partnerorganisaties en organisaties met terreinwerking,".
Art.70. Dans les articles 19 et 20, § 1er du même décret, la partie de phrase "partenariats au niveau de la pratique, les initiatives de coopération dans le domaine des soins de santé primaires et les organisations partenaires" est à chaque fois remplacée par la partie de phrase "partenariats au niveau de la pratique, les initiatives de coopération dans le domaine des soins de santé primaires, les organisations partenaires et organisations oeuvrant sur le terrain,".
Art.71. In artikel 21, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2006, wordt de zinsnede "een samenwerkingsverband op het niveau van de praktijkvoering, een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg en een partnerorganisatie," vervangen door de zinsnede "een samenwerkingsverband op het niveau van de praktijkvoering, een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg, een partnerorganisatie en een organisatie met terreinwerking,".
Art.71. Dans l'article 21, § 1er du même décret, modifié par le décret du 16 juin 2006, la partie de phrase "d'un partenariat au niveau de la pratique, d'une initiative de coopération dans le domaine des soins de santé primaires et d'une organisation partenaire" est remplacée par la partie de phrase "d'un partenariat au niveau de la pratique, d'une initiative de coopération dans le domaine des soins de santé primaires, d'une organisation partenaire et une organisation oeuvrant sur le terrain,".
Art.72. In artikel 22 van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "een samenwerkingsverband op het niveau van de praktijkvoering, een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg en een partnerorganisatie," vervangen door de zinsnede "een samenwerkingsverband op het niveau van de praktijkvoering, een samenwerkingsinitiatief eerstelijnsgezondheidszorg, een partnerorganisatie en een organisatie met terreinwerking,".
Art.72. Dans l'article 22 du même décret, la partie de phrase "d'un partenariat au niveau de la pratique, d'une initiative de coopération dans le domaine des soins de santé primaires et d'une organisation partenaire" est remplacée par la partie de phrase "d'un partenariat au niveau de la pratique, d'une initiative de coopération dans le domaine des soins de santé primaires, d'une organisation partenaire et une organisation oeuvrant sur le terrain,".
Art.73. In artikel 24, § 1, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede "de samenwerkingsverbanden op het niveau van de praktijkvoering, de samenwerkingsinitiatieven eerstelijnsgezondheidszorg en de partnerorganisaties," vervangen door de zinsnede "de samenwerkingsverbanden op het niveau van de praktijkvoering, de samenwerkingsiniti- atieven eerstelijnsgezondheidszorg, de partnerorganisaties en de organisaties met terreinwerking,".
Art.73. Dans l'article 24, § 1er du même décret, la partie de phrase "les partenariats au niveau de la pratique, les initiatives de coopération dans le domaine des soins de santé primaires et les organisations partenaires" est remplacée par la partie de phrase "les partenariats au niveau de la pratique, les initiatives de coopération dans le domaine des soins de santé primaires, les organisations partenaires et les organisations oeuvrant sur le terrain,".
HOOFDSTUK 17. - Preventief gezondheidsbeleid
CHAPITRE 17. - Politique en matière de santé préventive
Art.74. In artikel 79 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid wordt de zinsnede "van 1 tot 500 euro" vervangen door de zinsnede "van 26 tot 500 euro".
Art.74. Dans l'article 79 du décret du 21 novembre 2003 relatif à la politique de santé préventive, la partie de phrase "de 1 à 500 euros" est remplacée par la partie de phrase "de 26 à 500 euros".
HOOFDSTUK 18. - Infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
CHAPITRE 18. - Infrastructure affectée aux matières personnalisables
Art.75. Artikel 7ter van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, vervangen bij het decreet van 12 februari 2010 en gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2011, wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 7ter. In geval van een investering aan een erkend dagverzorgingscentrum, een erkend centrum voor kortverblijf of een erkend woonzorgcentrum als vermeld in artikel 25, 30 en 37 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, kan door het Fonds een investeringswaarborg worden verleend aan aanvragers die een investering doen die past in de programmatie, waarbij voor die investering geen investeringssubsidies of alternatieve vormen van investeringssubsidies worden gevraagd aan het Fonds. Daarvoor komen, naast initiatiefnemers als vermeld in artikel 63, eerste lid, van het voormelde Woonzorgdecreet, ook initiatiefnemers in aanmerking die de rechtsvorm hebben van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 2, § 2, van het Wetboek van Vennootschappen van 7 mei 1999. De Vlaamse Regering bepaalt de extra voorwaarden. Die voorwaarden kunnen onder meer elementen bevatten van zorgstrategische, financiële, bouwfysische en technische aard. De Vlaamse Regering kan beperkingen bepalen voor de investeringswaarborg. Tot dekking van de investeringswaarborg worden er bijdragen vastgesteld op de gewaarborgde sommen volgens de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering. Tot dekking van de investeringswaarborg kan het Fonds op elk moment een wettelijke hypotheek nemen of een hypothecair mandaat eisen voor de onroerende goederen die betrekking hebben op de investering, voor een bedrag dat vastgesteld wordt door het Fonds. De wettelijke hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van het Fonds.".
"Art. 7ter. In geval van een investering aan een erkend dagverzorgingscentrum, een erkend centrum voor kortverblijf of een erkend woonzorgcentrum als vermeld in artikel 25, 30 en 37 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, kan door het Fonds een investeringswaarborg worden verleend aan aanvragers die een investering doen die past in de programmatie, waarbij voor die investering geen investeringssubsidies of alternatieve vormen van investeringssubsidies worden gevraagd aan het Fonds. Daarvoor komen, naast initiatiefnemers als vermeld in artikel 63, eerste lid, van het voormelde Woonzorgdecreet, ook initiatiefnemers in aanmerking die de rechtsvorm hebben van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 2, § 2, van het Wetboek van Vennootschappen van 7 mei 1999. De Vlaamse Regering bepaalt de extra voorwaarden. Die voorwaarden kunnen onder meer elementen bevatten van zorgstrategische, financiële, bouwfysische en technische aard. De Vlaamse Regering kan beperkingen bepalen voor de investeringswaarborg. Tot dekking van de investeringswaarborg worden er bijdragen vastgesteld op de gewaarborgde sommen volgens de voorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering. Tot dekking van de investeringswaarborg kan het Fonds op elk moment een wettelijke hypotheek nemen of een hypothecair mandaat eisen voor de onroerende goederen die betrekking hebben op de investering, voor een bedrag dat vastgesteld wordt door het Fonds. De wettelijke hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van het Fonds.".
Art.75. L'article 7ter du décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, remplacé par le décret du 12 février 2010 et modifié par le décret du 15 juillet 2011, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 7ter. Dans le cas d'un investissement en faveur d'un centre agréé de soins de jour, d'un centre agréé de court séjour ou d'un centre agréé de services de soins et de logement, tels que visés à l'article 25, 30 et 37 du décret sur les soins et le logement du 13 mars 2009, le Fonds peut accorder une garantie d'investissement aux demandeurs réalisant un investissement qui s'inscrit dans la programmation et pour lequel aucune subvention d'investissement ni des formes alternatives de subventions d'investissement ne sont demandées auprès du Fonds. Y sont éligibles, outre les initiateurs, tels que visés à l'article 63, alinéa premier, du décret sur les soins et le logement précité, les initiateurs à la forme juridique de société dotée de la personnalité juridique, telle que visée à l'article 2, § 2 du Code des Sociétés du 7 mai 1999. Le Gouvernement flamand arrête les modalités supplémentaires. Ces conditions peuvent contenir notamment des éléments d'ordre stratégique en matière de soins, financiers, relatifs à la physique de construction et techniques. Le Gouvernement flamand peut imposer des restrictions en ce qui concerne la garantie d'investissement. A titre de couverture de la garantie d'investissement, des contributions sont fixées sur les montants garantis, aux conditions fixées par le Gouvernement flamand. A titre de couverture de la garantie d'investissement, le Fonds peut en tout temps prendre une hypothèque légale ou exiger un mandat hypothécaire pour les biens immeubles qui portent sur l'investissement, ce à concurrence d'un montant fixé par le Fonds. L'hypothèque légale est inscrite à la demande du Fonds.".
"Art. 7ter. Dans le cas d'un investissement en faveur d'un centre agréé de soins de jour, d'un centre agréé de court séjour ou d'un centre agréé de services de soins et de logement, tels que visés à l'article 25, 30 et 37 du décret sur les soins et le logement du 13 mars 2009, le Fonds peut accorder une garantie d'investissement aux demandeurs réalisant un investissement qui s'inscrit dans la programmation et pour lequel aucune subvention d'investissement ni des formes alternatives de subventions d'investissement ne sont demandées auprès du Fonds. Y sont éligibles, outre les initiateurs, tels que visés à l'article 63, alinéa premier, du décret sur les soins et le logement précité, les initiateurs à la forme juridique de société dotée de la personnalité juridique, telle que visée à l'article 2, § 2 du Code des Sociétés du 7 mai 1999. Le Gouvernement flamand arrête les modalités supplémentaires. Ces conditions peuvent contenir notamment des éléments d'ordre stratégique en matière de soins, financiers, relatifs à la physique de construction et techniques. Le Gouvernement flamand peut imposer des restrictions en ce qui concerne la garantie d'investissement. A titre de couverture de la garantie d'investissement, des contributions sont fixées sur les montants garantis, aux conditions fixées par le Gouvernement flamand. A titre de couverture de la garantie d'investissement, le Fonds peut en tout temps prendre une hypothèque légale ou exiger un mandat hypothécaire pour les biens immeubles qui portent sur l'investissement, ce à concurrence d'un montant fixé par le Fonds. L'hypothèque légale est inscrite à la demande du Fonds.".
HOOFDSTUK 19. - Vrijwilligerswerk
CHAPITRE 19. - Bénévolat
Art.76. In artikel 3 van het decreet van 3 april 2009 betreffende het georganiseerde vrijwilligerswerk in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° er wordt een punt 2°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"2°/1 sectorale regelgeving : de regelgeving betreffende een aangelegenheid als vermeld in artikel 2, met uitzondering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;";
2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° organisatie voor autonoom vrijwilligerswerk : een organisatie die haar doel uitsluitend of hoofdzakelijk met de inzet van vrijwilligers nastreeft en die niet door de Vlaamse overheid erkend of gesubsidieerd is conform een sectorale regelgeving;";
3° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
"4° organisatie met ingebouwd vrijwilligerswerk : een organisatie die werkt in een aangelegenheid als vermeld in artikel 2, die daarvoor door de Vlaamse overheid erkend of gesubsidieerd is conform de sectorale regelgeving die op die organisaties van toepassing is, en die voor de verwezenlijking van haar doel ook vrijwilligers inzet;".
1° er wordt een punt 2°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
"2°/1 sectorale regelgeving : de regelgeving betreffende een aangelegenheid als vermeld in artikel 2, met uitzondering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;";
2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
"3° organisatie voor autonoom vrijwilligerswerk : een organisatie die haar doel uitsluitend of hoofdzakelijk met de inzet van vrijwilligers nastreeft en die niet door de Vlaamse overheid erkend of gesubsidieerd is conform een sectorale regelgeving;";
3° punt 4° wordt vervangen door wat volgt :
"4° organisatie met ingebouwd vrijwilligerswerk : een organisatie die werkt in een aangelegenheid als vermeld in artikel 2, die daarvoor door de Vlaamse overheid erkend of gesubsidieerd is conform de sectorale regelgeving die op die organisaties van toepassing is, en die voor de verwezenlijking van haar doel ook vrijwilligers inzet;".
Art.76. A l'article 3 du décret du 3 avril 2009 relatif au bénévolat organisé dans le domaine politique "Welzijn, Volksgezondheid en Gezin", les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un point 2°/1 rédigé comme suit :
"2°/1 réglementation sectorielle : la réglementation portant sur une matière, telle que visée à l'article 2, à l'exception du présent décret et ses arrêtés d'exécution;";
2° le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
"3° organisation à bénévolat autonome : une organisation réalisant son but exclusivement ou principalement en affectant des bénévoles et qui n'est pas agréée ou subventionnée par l'Autorité flamande en vertu d'une réglementation sectorielle; ";
3° le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
"4° organisation à bénévolat auxiliaire : une organisation active dans une matière telle que visée à l'article 2, agréée ou subventionnée à cet effet par l'Autorité flamande conformément à la réglementation sectorielle applicable à ces organisations, affectant également des bénévoles pour la réalisation de son but;".
1° il est inséré un point 2°/1 rédigé comme suit :
"2°/1 réglementation sectorielle : la réglementation portant sur une matière, telle que visée à l'article 2, à l'exception du présent décret et ses arrêtés d'exécution;";
2° le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
"3° organisation à bénévolat autonome : une organisation réalisant son but exclusivement ou principalement en affectant des bénévoles et qui n'est pas agréée ou subventionnée par l'Autorité flamande en vertu d'une réglementation sectorielle; ";
3° le point 4° est remplacé par la disposition suivante :
"4° organisation à bénévolat auxiliaire : une organisation active dans une matière telle que visée à l'article 2, agréée ou subventionnée à cet effet par l'Autorité flamande conformément à la réglementation sectorielle applicable à ces organisations, affectant également des bénévoles pour la réalisation de son but;".
HOOFDSTUK 20. - Zorgvernieuwingsprojecten
CHAPITRE 20. - Projets de formes alternatives de soins
Art.77. De Vlaamse Regering kan onder de voorwaarden die ze bepaalt, en binnen de beschikbare begrotingskredieten subsidies verlenen voor zorgvernieuwingsprojecten.
Art.77. Le Gouvernement flamand peut accorder des subventions à des projets de formes alternatives de soins aux conditions qu'il arrêtera et dans les limites des crédits budgétaires.
HOOFDSTUK 21. - Kinderopvang van baby's en peuters
CHAPITRE 21. - Accueil de bébés et de bambins
Art.78. Artikel 37 van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinder opvang van baby's en peuters wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 37. De Vlaamse Regering stelt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding vast met behoud van de toepassing van het tweede lid.
Dit decreet treedt uiterlijk op 1 januari 2015 in werking.".
"Art. 37. De Vlaamse Regering stelt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding vast met behoud van de toepassing van het tweede lid.
Dit decreet treedt uiterlijk op 1 januari 2015 in werking.".
Art.78. L'article 37 du décret du 20 avril 2012 portant organisation de l'accueil de bébés et de bambins est remplacé par ce qui suit :
"Art. 37. Le Gouvernement flamand arrête la date d'entrée en vigueur pour chaque disposition du présent décret, sans préjudice de l'application de l'alinéa deux.
Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2015 au plus tard.".
"Art. 37. Le Gouvernement flamand arrête la date d'entrée en vigueur pour chaque disposition du présent décret, sans préjudice de l'application de l'alinéa deux.
Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2015 au plus tard.".
HOOFDSTUK 22. - Kind en Gezin
CHAPITRE 22. - "Kind en Gezin" (Enfance et Famille)
Art.79. Aan artikel 13 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Kind en Gezin, gewijzigd bij het decreet van 2 juni 2006, wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. De Vlaamse Regering organiseert het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten.
De ambtenaren die met het toezicht belast zijn, hebben het recht de lokalen van de voorzieningen, die bestemd zijn voor activiteiten die door Kind en Gezin worden erkend of gesubsidieerd of die met die erkende of gesubsidieerde activiteiten in verband staan, te bezoeken. De voorzieningen stellen aan die ambtenaren alle gegevens ter beschikking die voor het toezicht noodzakelijk zijn. Ze staan die ambtenaren toe om ter plaatse de naleving van de bepalingen, vermeld in het eerste lid, te verifiëren en alle stappen te ondernemen die daarvoor nodig zijn.
Van hun vaststellingen maken de ambtenaren, vermeld in het tweede lid, een verslag op. Het verslag heeft bewijswaarde tot het tegenbewijs. Van het verslag wordt een afschrift gestuurd naar de voorziening.".
" § 4. De Vlaamse Regering organiseert het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten.
De ambtenaren die met het toezicht belast zijn, hebben het recht de lokalen van de voorzieningen, die bestemd zijn voor activiteiten die door Kind en Gezin worden erkend of gesubsidieerd of die met die erkende of gesubsidieerde activiteiten in verband staan, te bezoeken. De voorzieningen stellen aan die ambtenaren alle gegevens ter beschikking die voor het toezicht noodzakelijk zijn. Ze staan die ambtenaren toe om ter plaatse de naleving van de bepalingen, vermeld in het eerste lid, te verifiëren en alle stappen te ondernemen die daarvoor nodig zijn.
Van hun vaststellingen maken de ambtenaren, vermeld in het tweede lid, een verslag op. Het verslag heeft bewijswaarde tot het tegenbewijs. Van het verslag wordt een afschrift gestuurd naar de voorziening.".
Art.79. A l'article 13 du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Kind en Gezin ", modifié par le décret du 2 juin 2006, il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
" § 4. Le Gouvernement flamand organise le contrôle du respect des dispositions du présent décret et de ses arrêtés d'exécution.
Les fonctionnaires chargés du contrôle ont le droit de visiter les locaux des structures, destinés aux activités agréées ou subventionnées par "Kind en Gezin" ou en rapport avec ces activités agréées ou subventionnées. Les structures mettent à la disposition de ces fonctionnaires toutes les données nécessaires au contrôle. Ils permettent à ces fonctionnaires de vérifier sur place le respect des dispositions, telles que visées à l'alinéa premier et d'entreprendre toutes les démarches y afférentes.
Les fonctionnaires, tels que visés à l'alinéa deux, rédigent un rapport de leurs constats. Le rapport fait foi jusqu'à preuve du contraire. Une copie du rapport est envoyée à la structure.".
" § 4. Le Gouvernement flamand organise le contrôle du respect des dispositions du présent décret et de ses arrêtés d'exécution.
Les fonctionnaires chargés du contrôle ont le droit de visiter les locaux des structures, destinés aux activités agréées ou subventionnées par "Kind en Gezin" ou en rapport avec ces activités agréées ou subventionnées. Les structures mettent à la disposition de ces fonctionnaires toutes les données nécessaires au contrôle. Ils permettent à ces fonctionnaires de vérifier sur place le respect des dispositions, telles que visées à l'alinéa premier et d'entreprendre toutes les démarches y afférentes.
Les fonctionnaires, tels que visés à l'alinéa deux, rédigent un rapport de leurs constats. Le rapport fait foi jusqu'à preuve du contraire. Une copie du rapport est envoyée à la structure.".
HOOFDSTUK 23. - Slotbepalingen
CHAPITRE 23. - Dispositions finales
Art.80. De instellingen voor schuldbemiddeling die op de datum van de inwerkingtreding van artikel 34 erkend zijn ingevolge een hernieuwing van erkenning voor een periode van zes jaar, overeenkomstig artikel 4 van het decreet van 24 juli 1996 houdende regeling tot erkenning en subsidiëring van de instellingen voor schuldbemiddeling en tot subsidiëring van een Vlaams Centrum Schuldenlast, zijn van rechtswege erkend voor een periode van onbepaalde duur.
Art.80. Les organismes de médiation de dettes qui à la date de l'entrée en vigueur de l'article 34, sont agréés suite à un renouvellement de l'agrément pour une période de six ans, conformément à l'article 4 du décret du 24 juillet 1996 réglant l'agrément et le subventionnement des institutions de médiation de dettes et le subventionnement d'un "Vlaams Centrum Schuldenlast" (Centre flamand de l'Endettement)] sont agréés de plein droit pour une durée illimitée.
Art.81. De organisaties die tot op de datum van de inwerkingtreding van artikel 76 erkend zijn als organisaties voor autonoom vrijwilligerswerk en die vanaf die datum niet meer als organisatie voor autonoom vrijwilligerswerk kunnen worden gekwalificeerd, kunnen verder erkend blijven tot en met 31 december 2014.
Art.81. Les organisations qui, jusqu'à la date de l'entrée en vigueur de l'article 76, sont agréées comme organisations à bénévolat autonome et qui ne peuvent plus être qualifiées comme organisations à bénévolat autonome à partir de cette date, peuvent maintenir leur agrément jusqu'au 31 décembre 2014 inclus.
Art. 82. De Vlaamse Regering bepaalt de datum van de inwerkingtreding van artikel 2 tot en met 14, artikel 21 tot en met 25, artikel 26, 35, 38, 46, 52 en 75.
Artikel 27 heeft uitwerking met ingang van 1 mei 2010.
Artikel 28, 29, 30 en 31 hebben uitwerking met ingang van 1 juni 2013.
Artikel 32 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2011.
Artikel 33 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2000.
Artikel 36 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2006.
Artikel 37 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2011.
Artikel 40 heeft uitwerking met ingang van 3 december 2012.
Artikel 41 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 42 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2012.
Artikel 43 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 50 treedt in werking op 1 april 2013.
Artikel 54 treedt in werking op datum van inwerkingtreding van artikel 18 van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg.
Artikel 55 en 56 treden in werking op datum van inwerkingtreding van artikel 49 van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg.
Artikel 57 treedt in werking op 1 juni 2013.
Artikel 60 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.
Artikel 77 treedt in werking op 15 maart 2013.
De bepalingen van dit decreet die niet vermeld worden in het eerste tot en met het zestiende lid, treden in werking de tiende dag na de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 27 heeft uitwerking met ingang van 1 mei 2010.
Artikel 28, 29, 30 en 31 hebben uitwerking met ingang van 1 juni 2013.
Artikel 32 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2011.
Artikel 33 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2000.
Artikel 36 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2006.
Artikel 37 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2011.
Artikel 40 heeft uitwerking met ingang van 3 december 2012.
Artikel 41 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 42 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2012.
Artikel 43 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013.
Artikel 50 treedt in werking op 1 april 2013.
Artikel 54 treedt in werking op datum van inwerkingtreding van artikel 18 van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg.
Artikel 55 en 56 treden in werking op datum van inwerkingtreding van artikel 49 van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg.
Artikel 57 treedt in werking op 1 juni 2013.
Artikel 60 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.
Artikel 77 treedt in werking op 15 maart 2013.
De bepalingen van dit decreet die niet vermeld worden in het eerste tot en met het zestiende lid, treden in werking de tiende dag na de bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad.
Art. 82. Le Gouvernement flamand arrête la date de l'entrée en vigueur des articles 2 à 14 inclus, de l'article 21 à 25 inclus, des articles 26, 35, 38, 46, 52 et 75.
L'article 27 produit ses effets le 1er mai 2010.
Les articles 28, 29, 30 et 31 produisent leurs effets le 1er juin 2013.
L'article 32 produit ses effets le 1er octobre 2011.
L'article 33 produit ses effets le 1er janvier 2000.
L'article 36 produit ses effets le 1er avril 2006.
L'article 37 produit ses effets le 1er octobre 2011.
L'article 40 produit ses effets le 3 décembre 2012.
L'article 41 produit ses effets le 1er janvier 2013.
L'article 42 produit ses effets le 1er septembre 2012.
L'article 43 produit ses effets le 1er janvier 2013.
L'article 50 entre en vigueur le 1er avril 2013.
L'article 54 entre en vigueur à la date d'entrée en vigueur de l'article 18 du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial.
Les articles 55 et 56 entrent en vigueur à la date d'entrée en vigueur de l'article 49 du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial.
L'article 57 entre en vigueur le 1er juin 2013.
L'article 60 produit ses effets le 1er janvier 2009.
L'article 77 entre en vigueur le 15 mars 2013.
Les dispositions du présent décret qui n'ont pas été mentionnées aux alinéas premier à seize, entrent en vigueur le dixième jour après la publication du présent décret au Moniteur belge.
L'article 27 produit ses effets le 1er mai 2010.
Les articles 28, 29, 30 et 31 produisent leurs effets le 1er juin 2013.
L'article 32 produit ses effets le 1er octobre 2011.
L'article 33 produit ses effets le 1er janvier 2000.
L'article 36 produit ses effets le 1er avril 2006.
L'article 37 produit ses effets le 1er octobre 2011.
L'article 40 produit ses effets le 3 décembre 2012.
L'article 41 produit ses effets le 1er janvier 2013.
L'article 42 produit ses effets le 1er septembre 2012.
L'article 43 produit ses effets le 1er janvier 2013.
L'article 50 entre en vigueur le 1er avril 2013.
L'article 54 entre en vigueur à la date d'entrée en vigueur de l'article 18 du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial.
Les articles 55 et 56 entrent en vigueur à la date d'entrée en vigueur de l'article 49 du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial.
L'article 57 entre en vigueur le 1er juin 2013.
L'article 60 produit ses effets le 1er janvier 2009.
L'article 77 entre en vigueur le 15 mars 2013.
Les dispositions du présent décret qui n'ont pas été mentionnées aux alinéas premier à seize, entrent en vigueur le dixième jour après la publication du présent décret au Moniteur belge.
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 10 tot en met 14 vastgesteld op 01-03-2014 bij BVR 2014-02-07/32, art. 10, 1°)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 35 vastgesteld op 01-01-2014 door BVR 2014-01-31/14, art. 7)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 26 vastgesteld op 17-07-2015 door BVR 2015-07-17/68, art. 13)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 38 vastgesteld op 01-01-2016 door BVR 2015-11-27/26, art. 12)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 2 tot en met 9 vastgesteld op 01-01-2016 door BVR 2016-01-22/02, art. 5)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikel 46 vastgesteld op 01-01-2018 door BVR 2017-11-17/09, art. 9)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 35 vastgesteld op 01-01-2014 door BVR 2014-01-31/14, art. 7)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 26 vastgesteld op 17-07-2015 door BVR 2015-07-17/68, art. 13)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 38 vastgesteld op 01-01-2016 door BVR 2015-11-27/26, art. 12)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 2 tot en met 9 vastgesteld op 01-01-2016 door BVR 2016-01-22/02, art. 5)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikel 46 vastgesteld op 01-01-2018 door BVR 2017-11-17/09, art. 9)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 10 à 14 fixée au 01-03-2014 par AGF 2014-02-07/32, art. 10, 1°)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 35 fixée au 01-01-2014 par AGF 2014-01-31/14, art. 7)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 26 fixée au 17-07-2015 par AGF 2015-07-17/68, art. 13)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 38 fixée au 01-01-2016 par AGF 2015-11-27/26, art. 12)
(NOTE : Entrée en vigueur des art. 2 à 9 fixée au 01-01-2016 par AGF 2016-01-22/02, art. 5)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 46 fixée au 01-01-2018 par AGF 2017-11-17/09, art. 9)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 35 fixée au 01-01-2014 par AGF 2014-01-31/14, art. 7)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 26 fixée au 17-07-2015 par AGF 2015-07-17/68, art. 13)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 38 fixée au 01-01-2016 par AGF 2015-11-27/26, art. 12)
(NOTE : Entrée en vigueur des art. 2 à 9 fixée au 01-01-2016 par AGF 2016-01-22/02, art. 5)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 46 fixée au 01-01-2018 par AGF 2017-11-17/09, art. 9)