Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
14 MAART 2012. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden
Titre
14 MARS 2012. - Arrêté ministériel modifiant l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 fixant le montant et les conditions d'octroi de l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les maisons de repos et de soins et dans les maisons de repos pour personnes âgées
Informations sur le document
Numac: 2012022119
Datum: 2012-03-14
Info du document
Numac: 2012022119
Date: 2012-03-14
Tekst (13)
Texte (13)
Artikel 1. In artikel 4, § 1, van het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden, wordt het woord " zorgkundige, " ingevoegd voor de woorden " gezins- en sanitaire hulp ".
Article 1er. Dans l'article 4, § 1er, de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 fixant le montant et les conditions d'octroi de l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les maisons de repos et de soins et dans les maisons de repos pour personnes âgées, avant les mots " auxiliaire familiale et sanitaire " est inséré le mot " aide-soignant, ".
Art.2. Artikel 6, g), van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 2 maart 2009 en vervolledigd bij Ministerieel Besluit van 4 mei 2010, wordt vervolledigd als volgt :
" Deel E4 : financiering van een premie voor de titels en bijzondere beroepsbekwaamheden; ".
" Deel E4 : financiering van een premie voor de titels en bijzondere beroepsbekwaamheden; ".
Art.2. L'article 6, g), du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 2 mars 2009 et complété par l'arrêté ministériel du 4 mai 2010, est complété comme suit :
" Partie E4 : le financement d'une prime pour des titres et qualifications professionnels particuliers; ".
" Partie E4 : le financement d'une prime pour des titres et qualifications professionnels particuliers; ".
Art.3. Artikel 7, b), van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 30 juni 2010, wordt vervangen als volgt :
" b) de onregelmatige prestaties en de ongemakkelijke prestaties van de verpleegkundigen en de leden van het verzorgend personeel (13,74 % op het brutomaandloon) en de onregelmatige prestaties van de leden van het personeel voor reactivering (0,74 % op het bruto- maandloon) ".
" b) de onregelmatige prestaties en de ongemakkelijke prestaties van de verpleegkundigen en de leden van het verzorgend personeel (13,74 % op het brutomaandloon) en de onregelmatige prestaties van de leden van het personeel voor reactivering (0,74 % op het bruto- maandloon) ".
Art.3. L'article 7, b), du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 30 juin 2010, est remplacé comme suit :
" b) les prestations irrégulières et les prestations inconfortables des praticiens de l'art infirmier et des membres du personnel soignant (13,74 % du salaire mensuel brut) et les prestations irrégulières des membres du personnel de réactivation (0,74 % du salaire mensuel brut) ".
" b) les prestations irrégulières et les prestations inconfortables des praticiens de l'art infirmier et des membres du personnel soignant (13,74 % du salaire mensuel brut) et les prestations irrégulières des membres du personnel de réactivation (0,74 % du salaire mensuel brut) ".
Art.4. Artikel 8, § 2, b), van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de Ministeriële Besluiten van 16 februari 2007, 4 juli 2008, 10 december 2009 en 4 mei 2010, wordt gewijzigd als volgt :
1° het eerste streepje wordt vervolledigd als volgt : " of onder de toepassing vallen van de " fiscale maribel " met toepassing van het koninklijk besluit van 13 juni 2010 tot wijziging van het voornoemde koninklijk besluit van 18 juli 2002, ";
2° het volgende streepje wordt toegevoegd :
" - of die gefinancierd worden in het kader van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende de algemene uitvoeringsbepalingen van de maatregelen ten gunste van de tewerkstelling van jongeren in de sociale profitsector voortspruitend uit de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, ".
1° het eerste streepje wordt vervolledigd als volgt : " of onder de toepassing vallen van de " fiscale maribel " met toepassing van het koninklijk besluit van 13 juni 2010 tot wijziging van het voornoemde koninklijk besluit van 18 juli 2002, ";
2° het volgende streepje wordt toegevoegd :
" - of die gefinancierd worden in het kader van het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende de algemene uitvoeringsbepalingen van de maatregelen ten gunste van de tewerkstelling van jongeren in de sociale profitsector voortspruitend uit de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, ".
Art.4. A l'article 8, § 2, b), du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels des 16 février 2007, 4 juillet 2008, 10 décembre 2009 et 4 mai 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° le premier tiret est complété comme suit : " ou qui tombent sous l'application du "maribel fiscal" en application de l'arrêté royal du 13 juin 2010 modifiant l'arrêté royal du 18 juillet 2002 précité, ";
2° le tiret suivant est ajouté :
" - ou qui sont financés dans le cadre de l'arrêté royal du 27 avril 2007 portant les dispositions générales d'exécution des mesures en faveur de l'emploi des jeunes dans le secteur non marchand résultant de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations, ".
1° le premier tiret est complété comme suit : " ou qui tombent sous l'application du "maribel fiscal" en application de l'arrêté royal du 13 juin 2010 modifiant l'arrêté royal du 18 juillet 2002 précité, ";
2° le tiret suivant est ajouté :
" - ou qui sont financés dans le cadre de l'arrêté royal du 27 avril 2007 portant les dispositions générales d'exécution des mesures en faveur de l'emploi des jeunes dans le secteur non marchand résultant de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations, ".
Art.5. Artikel 13, § 7, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 30 juni 2010, wordt vervangen als volgt :
" § 7. Tussen 1 juli en 31 december 2010 worden de bedragen bedoeld in §§ 2, 3 en 4 verhoogd met een inhaalbedrag van :
1° voor de bedragen bedoeld in § 2 :
a) 390,38 euro
b) 423,66 euro
c) 457,06 euro
d) 470,45 euro
e) 487,68 euro
f) 499,16 euro
g) 544,47 euro
2° voor de bedragen bedoeld in § 3 :
a) 355,04 euro
b) 383,04 euro
c) 413,03 euro
d) 426,43 euro
e) 443,66 euro
f) 455,14 euro
g) 466,63 euro
3° voor de bedragen bedoeld in § 4 :
a) 332,33 euro
b) 338,23 euro
c) 344,13 euro
d) 358,67 euro
e) 365,75 euro.
Om dit inhaalbedrag te krijgen, moeten de inrichtingen de voordelen zoals bedoeld in artikel 30, 7°, toekennen aan hun verpleegkundig personeel en verzorgingspersoneel vanaf 1 januari 2010. ".
" § 7. Tussen 1 juli en 31 december 2010 worden de bedragen bedoeld in §§ 2, 3 en 4 verhoogd met een inhaalbedrag van :
1° voor de bedragen bedoeld in § 2 :
a) 390,38 euro
b) 423,66 euro
c) 457,06 euro
d) 470,45 euro
e) 487,68 euro
f) 499,16 euro
g) 544,47 euro
2° voor de bedragen bedoeld in § 3 :
a) 355,04 euro
b) 383,04 euro
c) 413,03 euro
d) 426,43 euro
e) 443,66 euro
f) 455,14 euro
g) 466,63 euro
3° voor de bedragen bedoeld in § 4 :
a) 332,33 euro
b) 338,23 euro
c) 344,13 euro
d) 358,67 euro
e) 365,75 euro.
Om dit inhaalbedrag te krijgen, moeten de inrichtingen de voordelen zoals bedoeld in artikel 30, 7°, toekennen aan hun verpleegkundig personeel en verzorgingspersoneel vanaf 1 januari 2010. ".
Art.5. L'article 13, § 7, du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 30 juin 2010, est remplacé comme suit :
" § 7. Entre le 1er juillet et le 31 décembre 2010, les montants visés aux §§ 2, 3 et 4 sont augmentés d'un montant de rattrapage s'élevant à :
1° pour les montants visés au § 2 :
a) 390,38 euros
b) 423,66 euros
c) 457,06 euros
d) 470,45 euros
e) 487,68 euros
f) 499,16 euros
g) 544,47 euros
2° pour les montants visés au § 3 :
a) 355,04 euros
b) 383,04 euros
c) 413,03 euros
d) 426,43 euros
e) 443,66 euros
f) 455,14 euros
g) 466,63 euros
3° pour les montants visés au § 4 :
a) 332,33 euros
b) 338,23 euros
c) 344,13 euros
d) 358,67 euros
e) 365,75 euros.
Pour obtenir ce montant de rattrapage, les institutions doivent accorder à leur personnel infirmier et soignant l'avantage visé à l'article 30, 7°, à partir du 1er janvier 2010. ".
" § 7. Entre le 1er juillet et le 31 décembre 2010, les montants visés aux §§ 2, 3 et 4 sont augmentés d'un montant de rattrapage s'élevant à :
1° pour les montants visés au § 2 :
a) 390,38 euros
b) 423,66 euros
c) 457,06 euros
d) 470,45 euros
e) 487,68 euros
f) 499,16 euros
g) 544,47 euros
2° pour les montants visés au § 3 :
a) 355,04 euros
b) 383,04 euros
c) 413,03 euros
d) 426,43 euros
e) 443,66 euros
f) 455,14 euros
g) 466,63 euros
3° pour les montants visés au § 4 :
a) 332,33 euros
b) 338,23 euros
c) 344,13 euros
d) 358,67 euros
e) 365,75 euros.
Pour obtenir ce montant de rattrapage, les institutions doivent accorder à leur personnel infirmier et soignant l'avantage visé à l'article 30, 7°, à partir du 1er janvier 2010. ".
Art.6. Artikel 28bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij ministerieel besluit van 2 maart 2009, wordt gewijzigd als volgt :
1° in § 2, c), vervangen door het ministerieel besluit van 4 mei 2010, worden de woorden : " op de laatste dag van de referentieperiode, " ingevoegd voor de woorden " geslaagd zijn ";
2° in § 4, eerste lid, worden de woorden " Voor personeelsleden waarvoor het functiecomplement kan worden gefinancierd moet, indien nodig, het contract worden aangepast " vervangen door de woorden : " Voor de eerste toepassing van dit artikel, wordt, indien nodig, het contract van de personeelsleden waarvoor het functiecomplement kan worden gefinancierd aangepast ".
3° in § 4, tweede lid, vervangen door het ministerieel besluit van 4 mei 2010, worden de woorden : " Voor de eerste toepassing van dit artikel, " ingevoegd voor de woorden " Deze hoofdverpleegkundigen ".
1° in § 2, c), vervangen door het ministerieel besluit van 4 mei 2010, worden de woorden : " op de laatste dag van de referentieperiode, " ingevoegd voor de woorden " geslaagd zijn ";
2° in § 4, eerste lid, worden de woorden " Voor personeelsleden waarvoor het functiecomplement kan worden gefinancierd moet, indien nodig, het contract worden aangepast " vervangen door de woorden : " Voor de eerste toepassing van dit artikel, wordt, indien nodig, het contract van de personeelsleden waarvoor het functiecomplement kan worden gefinancierd aangepast ".
3° in § 4, tweede lid, vervangen door het ministerieel besluit van 4 mei 2010, worden de woorden : " Voor de eerste toepassing van dit artikel, " ingevoegd voor de woorden " Deze hoofdverpleegkundigen ".
Art.6. Dans l'article 28bis du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 2 mars 2009, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 2, c), remplacé par l'arrêté ministériel du 4 mai 2010, avant les mots " avoir réussi " sont insérés les mots : " au dernier jour de la période de référence, ";
2° au § 4, alinéa 1er, les mots " Pour les membres du personnel pour lesquels le complément de fonction peut être financé, le contrat doit être adapté " sont remplacés par les mots : " Pour la première application de cet article, le contrat des membres du personnel pour lesquels le complément de fonction peut être financé est adapté ";
3° au § 4, alinéa 2, remplacé par l'arrêté ministériel du 4 mai 2010, avant les mots " Ces infirmiers (ères) chefs " sont insérés les mots : " Pour la première application de cet article, ".
1° au § 2, c), remplacé par l'arrêté ministériel du 4 mai 2010, avant les mots " avoir réussi " sont insérés les mots : " au dernier jour de la période de référence, ";
2° au § 4, alinéa 1er, les mots " Pour les membres du personnel pour lesquels le complément de fonction peut être financé, le contrat doit être adapté " sont remplacés par les mots : " Pour la première application de cet article, le contrat des membres du personnel pour lesquels le complément de fonction peut être financé est adapté ";
3° au § 4, alinéa 2, remplacé par l'arrêté ministériel du 4 mai 2010, avant les mots " Ces infirmiers (ères) chefs " sont insérés les mots : " Pour la première application de cet article, ".
Art.7. Artikel 28ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij ministerieel besluit van 4 mei 2010, wordt gewijzigd als volgt :
1° in § 4, 1°, worden de woorden " 30 juni 2012 " vervangen door de woorden " uiterlijk 30 juni 2013 ";
2° in § 4, 2°, worden de woorden " 1 juli 2012 " vervangen door de woorden " uiterlijk 1 juli 2013 ";
3° § 6 wordt vervangen als volgt :
" § 6. Het programma van de opleidingen bedoeld in § 4, 2°, worden door de inrichtingen of de opleidingsorganisaties gecommuniceerd aan de FOD Volksgezondheid, die binnen de 60 dagen nagaat of ze voldoen aan de minimumvereisten bedoeld in § 5. Als er binnen de 60 dagen volgend op de datum van indiening van de aanvraag geen antwoord is gegeven, wordt het opleidingsprogramma als goedgekeurd beschouwd.
Het maximaal toegelaten aantal leerlingen per opleidingsmodule bedraagt 30.
De geldigheid van deze erkenning bedraagt 4 schooljaren, tenzij uit een controle blijkt dat het gevolgde programma niet overeenstemt met het programma waarvoor de goedkeuring is gegeven. ";
4° De volgende paragraaf wordt toegevoegd :
" § 7. Worden vrijgesteld van de opleiding bedoeld in § 4, 2° :
1° de verpleegkundigen (bachelor of gelijkgesteld) die beschikken over een titel van verpleegkundige gespecialiseerd in de geestelijke gezondheidszorg of de geriatrie, of een licentiaat of een master in gerontologie of geriatrie;
2° de kandidaten voor de functie van referentiepersoon dementie die, na 1 januari 2005 en voor 31 december 2011, een opleiding gevolgd hebben van minstens 90 uren, betreffende de onderwerpen bedoeld in § 4, 2°, en erkend als voldoende door de commissie bedoeld in het tweede lid;
3° de kandidaten voor de functie van referentiepersoon dementie die, na 1 januari 2005 en voor 31 december 2011, een opleiding gevolgd hebben van minstens 60 uren, betreffende de onderwerpen bedoeld in § 4, 2°, erkend als voldoende door de commissie bedoeld in het tweede lid, en die al minstens drie jaar werkzaam zijn in de sector van de ouderenzorg.
Voor de opleidingen bedoeld in de bovenbedoelde punten 2° et 3°, worden de aanvragen tot erkenning samen met de nodige bewijsstukken door de inrichtingen, de betrokken individuen of de opleidingsorganisaties uiterlijk 30 juni 2013 bezorgd aan de Dienst, die ze een antwoord overmaakt binnen de 60 dagen, nadat ze deze aanvragen heeft voorgelegd aan de overeenkomstencommissie tussen de rust- en verzorgingstehuizen, de rustoorden voor bejaarden, de centra voor dagverzorging en de verzekeringsinstellingen. De lijst van de erkende opleidingen wordt door de Dienst bekendgemaakt op de website van het RIZIV. ".
1° in § 4, 1°, worden de woorden " 30 juni 2012 " vervangen door de woorden " uiterlijk 30 juni 2013 ";
2° in § 4, 2°, worden de woorden " 1 juli 2012 " vervangen door de woorden " uiterlijk 1 juli 2013 ";
3° § 6 wordt vervangen als volgt :
" § 6. Het programma van de opleidingen bedoeld in § 4, 2°, worden door de inrichtingen of de opleidingsorganisaties gecommuniceerd aan de FOD Volksgezondheid, die binnen de 60 dagen nagaat of ze voldoen aan de minimumvereisten bedoeld in § 5. Als er binnen de 60 dagen volgend op de datum van indiening van de aanvraag geen antwoord is gegeven, wordt het opleidingsprogramma als goedgekeurd beschouwd.
Het maximaal toegelaten aantal leerlingen per opleidingsmodule bedraagt 30.
De geldigheid van deze erkenning bedraagt 4 schooljaren, tenzij uit een controle blijkt dat het gevolgde programma niet overeenstemt met het programma waarvoor de goedkeuring is gegeven. ";
4° De volgende paragraaf wordt toegevoegd :
" § 7. Worden vrijgesteld van de opleiding bedoeld in § 4, 2° :
1° de verpleegkundigen (bachelor of gelijkgesteld) die beschikken over een titel van verpleegkundige gespecialiseerd in de geestelijke gezondheidszorg of de geriatrie, of een licentiaat of een master in gerontologie of geriatrie;
2° de kandidaten voor de functie van referentiepersoon dementie die, na 1 januari 2005 en voor 31 december 2011, een opleiding gevolgd hebben van minstens 90 uren, betreffende de onderwerpen bedoeld in § 4, 2°, en erkend als voldoende door de commissie bedoeld in het tweede lid;
3° de kandidaten voor de functie van referentiepersoon dementie die, na 1 januari 2005 en voor 31 december 2011, een opleiding gevolgd hebben van minstens 60 uren, betreffende de onderwerpen bedoeld in § 4, 2°, erkend als voldoende door de commissie bedoeld in het tweede lid, en die al minstens drie jaar werkzaam zijn in de sector van de ouderenzorg.
Voor de opleidingen bedoeld in de bovenbedoelde punten 2° et 3°, worden de aanvragen tot erkenning samen met de nodige bewijsstukken door de inrichtingen, de betrokken individuen of de opleidingsorganisaties uiterlijk 30 juni 2013 bezorgd aan de Dienst, die ze een antwoord overmaakt binnen de 60 dagen, nadat ze deze aanvragen heeft voorgelegd aan de overeenkomstencommissie tussen de rust- en verzorgingstehuizen, de rustoorden voor bejaarden, de centra voor dagverzorging en de verzekeringsinstellingen. De lijst van de erkende opleidingen wordt door de Dienst bekendgemaakt op de website van het RIZIV. ".
Art.7. Dans l'article 28ter du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 4 mai 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 4, 1°, les mots " 30 juin 2012 " sont remplacés par les mots " 30 juin 2013 au plus tard ";
2° au § 4, 2°, les mots " 1er juillet 2012 " sont remplacés par les mots " 1er juillet 2013 au plus tard ";
3° le § 6 est remplacé comme suit :
" § 6. Le programme de la formation visée au § 4, 2°, est communiqué par les institutions ou les organismes de formation au SPF Santé publique qui, dans les 60 jours, examine s'il satisfait aux exigences minimales visées au § 5. A défaut de réponse dans les 60 jours suivant la date d'introduction de la demande, le programme de formation est considéré comme approuvé.
Le nombre maximum autorisé d'élèves par module de formation est de 30.
La durée de validité de cette reconnaissance est de quatre années scolaires, sauf s'il ressort d'un contrôle que le programme effectivement suivi ne correspond pas au programme pour lequel l'approbation a été donnée. ";
4° le paragraphe suivant est ajouté :
" § 7. Sont dispensés de suivre la formation visée au § 4, 2° :
1° les praticiens de l'art infirmier (bachelor ou équivalent) ayant le titre d'infirmier spécialisé en santé mentale ou gériatrique ou une licence ou un master en gérontologie ou en gériatrie;
2° les candidats à la fonction de personne de référence pour la démence qui, après le 1er janvier 2005 et avant le 31 décembre 2011, ont suivi une formation d'au moins 90 heures, comprenant les matières visées au § 4, 2°, et reconnue comme suffisante par la commission visée à l'alinéa 2;
3° les candidats à la fonction de personne de référence pour la démence qui, après le 1er janvier 2005 et avant le 31 décembre 2011, ont suivi une formation d'au moins 60 heures, comprenant les matières visées au § 4, 2°, et reconnue comme suffisante par la commission visée à l'alinéa 2, et qui travaillent dans le secteur des soins aux personnes âgées depuis au moins trois ans.
Pour les formations visées au points 2° et 3° ci-dessus, les demandes de reconnaissance, accompagnées des pièces justificatives nécessaires, sont adressées jusqu'au 30 juin 2013 au plus tard par les institutions, les individus concernés ou les organismes de formation au Service qui, après avoir soumis ces demandes à la Commission de convention entre les maisons de repos et de soins, les maisons de repos pour personnes âgées, les centres de soins de jour, et les organismes assureurs, leur répond dans les 60 jours. La liste des formations reconnues est publiée par le Service sur le site web de l'INAMI. ".
1° au § 4, 1°, les mots " 30 juin 2012 " sont remplacés par les mots " 30 juin 2013 au plus tard ";
2° au § 4, 2°, les mots " 1er juillet 2012 " sont remplacés par les mots " 1er juillet 2013 au plus tard ";
3° le § 6 est remplacé comme suit :
" § 6. Le programme de la formation visée au § 4, 2°, est communiqué par les institutions ou les organismes de formation au SPF Santé publique qui, dans les 60 jours, examine s'il satisfait aux exigences minimales visées au § 5. A défaut de réponse dans les 60 jours suivant la date d'introduction de la demande, le programme de formation est considéré comme approuvé.
Le nombre maximum autorisé d'élèves par module de formation est de 30.
La durée de validité de cette reconnaissance est de quatre années scolaires, sauf s'il ressort d'un contrôle que le programme effectivement suivi ne correspond pas au programme pour lequel l'approbation a été donnée. ";
4° le paragraphe suivant est ajouté :
" § 7. Sont dispensés de suivre la formation visée au § 4, 2° :
1° les praticiens de l'art infirmier (bachelor ou équivalent) ayant le titre d'infirmier spécialisé en santé mentale ou gériatrique ou une licence ou un master en gérontologie ou en gériatrie;
2° les candidats à la fonction de personne de référence pour la démence qui, après le 1er janvier 2005 et avant le 31 décembre 2011, ont suivi une formation d'au moins 90 heures, comprenant les matières visées au § 4, 2°, et reconnue comme suffisante par la commission visée à l'alinéa 2;
3° les candidats à la fonction de personne de référence pour la démence qui, après le 1er janvier 2005 et avant le 31 décembre 2011, ont suivi une formation d'au moins 60 heures, comprenant les matières visées au § 4, 2°, et reconnue comme suffisante par la commission visée à l'alinéa 2, et qui travaillent dans le secteur des soins aux personnes âgées depuis au moins trois ans.
Pour les formations visées au points 2° et 3° ci-dessus, les demandes de reconnaissance, accompagnées des pièces justificatives nécessaires, sont adressées jusqu'au 30 juin 2013 au plus tard par les institutions, les individus concernés ou les organismes de formation au Service qui, après avoir soumis ces demandes à la Commission de convention entre les maisons de repos et de soins, les maisons de repos pour personnes âgées, les centres de soins de jour, et les organismes assureurs, leur répond dans les 60 jours. La liste des formations reconnues est publiée par le Service sur le site web de l'INAMI. ".
Art.8. Na artikel 28ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij Ministerieel Besluit van 4 mei 2010, wordt een artikel 28quater ingevoegd, luidende :
" Sectie 6quater : Deel E4 : financiering van een premie voor de titels en bijzondere beroepsbekwaamheden
Art. 28quater. Vanaf de factureringsperiode 2012, op basis van de gegevens van de referentieperiode die eraan voorafgaat, bedraagt de tegemoetkoming per dag huisvesting en per rechthebbende voor de financiering van de premie, toegekend aan de verpleegkundigen die houder zijn van een beroepstitel of bijzondere beroepsbekwaamheid als geriatrisch verpleegkundige, zoals vermeld respectievelijk in het ministerieel besluit van 19 april 2007 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in geriatrie en in het ministerieel besluit van 19 april 2007 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie :
[3.917,56 euro x het aantal te financieren voltijds equivalent verpleegkundigen met een bijzondere beroepstitel als geriatrisch verpleegkundige in de inrichting / gemiddeld aantal patiënten] / 365
[1.305,85 euro x het aantal te financieren voltijds equivalent verpleegkundigen met een bijzondere beroepsbekwaamheid als geriatrisch verpleegkundige in de inrichting / gemiddeld aantal patiënten] / 365.
De premie wordt jaarlijks in de maand september betaald door de inrichting aan de betreffende verpleegkundigen, a prorata van hun arbeidsduurregeling en het aantal gewerkte maanden van 1 september van het voorgaande jaar tot 31 augustus van het lopend jaar. ".
" Sectie 6quater : Deel E4 : financiering van een premie voor de titels en bijzondere beroepsbekwaamheden
Art. 28quater. Vanaf de factureringsperiode 2012, op basis van de gegevens van de referentieperiode die eraan voorafgaat, bedraagt de tegemoetkoming per dag huisvesting en per rechthebbende voor de financiering van de premie, toegekend aan de verpleegkundigen die houder zijn van een beroepstitel of bijzondere beroepsbekwaamheid als geriatrisch verpleegkundige, zoals vermeld respectievelijk in het ministerieel besluit van 19 april 2007 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in geriatrie en in het ministerieel besluit van 19 april 2007 tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie :
[3.917,56 euro x het aantal te financieren voltijds equivalent verpleegkundigen met een bijzondere beroepstitel als geriatrisch verpleegkundige in de inrichting / gemiddeld aantal patiënten] / 365
[1.305,85 euro x het aantal te financieren voltijds equivalent verpleegkundigen met een bijzondere beroepsbekwaamheid als geriatrisch verpleegkundige in de inrichting / gemiddeld aantal patiënten] / 365.
De premie wordt jaarlijks in de maand september betaald door de inrichting aan de betreffende verpleegkundigen, a prorata van hun arbeidsduurregeling en het aantal gewerkte maanden van 1 september van het voorgaande jaar tot 31 augustus van het lopend jaar. ".
Art.8. Après l'article 28ter du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 4 mai 2010, est inséré un article 28quater, rédigé comme suit :
" Section 6quater : Partie E4 : financement d'une prime pour des titres et qualifications professionnels particuliers
Art. 28quater. A partir de la période de facturation 2012, sur base des données de la période de référence qui précède, l'intervention par journée d'hébergement et par bénéficiaire pour le financement de la prime destinée aux praticiens de l'art infirmier disposant d'un titre ou d'une qualification professionnel particulier d'infirmier gériatrique, définis respectivement par l'arrêté ministériel du 19 avril 2007 fixant les critères d'agrément autorisant les praticiens de l'art infirmier à porter le titre professionnel particulier d'infirmier spécialisé en gériatrie et par l'arrêté ministériel du 19 avril 2007 fixant les critères d'agrément autorisant les praticiens de l'art infirmier à se prévaloir de la qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie, s'élève à :
[3.917,56 euros x le nombre d'équivalents temps plein à financer d'infirmiers(ères) disposant d'un titre professionnel d'infirmier(ère) gériatrique dans l'institution/nombre moyen de patients]/365
[1.305,85 euros x le nombre d'équivalents temps plein à financer d'infirmiers(ères) disposant d'une qualification professionnelle d'infirmier(ère) gériatrique dans l'institution/nombre moyen de patients]/365.
La prime est versée annuellement au mois de septembre par l'institution aux praticiens de l'art infirmier concernés, au prorata de leur temps de travail et du nombre de mois travaillés du 1er septembre de l'année précédente au 31 août de l'année en cours. ".
" Section 6quater : Partie E4 : financement d'une prime pour des titres et qualifications professionnels particuliers
Art. 28quater. A partir de la période de facturation 2012, sur base des données de la période de référence qui précède, l'intervention par journée d'hébergement et par bénéficiaire pour le financement de la prime destinée aux praticiens de l'art infirmier disposant d'un titre ou d'une qualification professionnel particulier d'infirmier gériatrique, définis respectivement par l'arrêté ministériel du 19 avril 2007 fixant les critères d'agrément autorisant les praticiens de l'art infirmier à porter le titre professionnel particulier d'infirmier spécialisé en gériatrie et par l'arrêté ministériel du 19 avril 2007 fixant les critères d'agrément autorisant les praticiens de l'art infirmier à se prévaloir de la qualification professionnelle particulière d'infirmier ayant une expertise particulière en gériatrie, s'élève à :
[3.917,56 euros x le nombre d'équivalents temps plein à financer d'infirmiers(ères) disposant d'un titre professionnel d'infirmier(ère) gériatrique dans l'institution/nombre moyen de patients]/365
[1.305,85 euros x le nombre d'équivalents temps plein à financer d'infirmiers(ères) disposant d'une qualification professionnelle d'infirmier(ère) gériatrique dans l'institution/nombre moyen de patients]/365.
La prime est versée annuellement au mois de septembre par l'institution aux praticiens de l'art infirmier concernés, au prorata de leur temps de travail et du nombre de mois travaillés du 1er septembre de l'année précédente au 31 août de l'année en cours. ".
Art.9. Artikel 29ter, § 3, 2°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij ministerieel besluit van 10 maart 2008, wordt vervolledigd als volgt :
" Indien van toepassing, kan deze verantwoordelijke ook de referentiepersoon dementie zijn, bedoeld in artikel 28ter. ".
" Indien van toepassing, kan deze verantwoordelijke ook de referentiepersoon dementie zijn, bedoeld in artikel 28ter. ".
Art.9. L'article 29ter, § 3, 2°, du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 10 mars 2008, est complété comme suit :
" Le cas échéant, ce responsable peut aussi être la personne de référence pour la démence, visée à l'article 28ter. ".
" Le cas échéant, ce responsable peut aussi être la personne de référence pour la démence, visée à l'article 28ter. ".
Art.10. Artikel 30, 7°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij ministerieel besluit van 30 juni 2010, wordt gewijzigd als volgt :
1° in de Franse tekst van het eerste lid, b), worden na de woorden " 31 décembre 2009 " de woorden " , aussi bien pour la semaine que pour les samedis, dimanches et jours fériés " ingevoegd;
2° het volgende lid wordt toegevoegd :
" In de openbare instellingen worden de bovengenoemde voordelen uitgebreid tot alle personeelsleden. ".
1° in de Franse tekst van het eerste lid, b), worden na de woorden " 31 décembre 2009 " de woorden " , aussi bien pour la semaine que pour les samedis, dimanches et jours fériés " ingevoegd;
2° het volgende lid wordt toegevoegd :
" In de openbare instellingen worden de bovengenoemde voordelen uitgebreid tot alle personeelsleden. ".
Art.10. A l'article 30, 7°, b), du même arrêté, inséré par l'arrêté ministériel du 30 juin 2010, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le texte français de l'alinéa 1er, b), après les mots " 31 décembre 2009 ", sont insérés les mots : " , aussi bien pour la semaine que pour les samedis, dimanches et jours fériés ";
2° l'alinéa suivant est ajouté :
" Dans les institutions publiques, les avantages susvisés sont étendus à tous les membres du personnel. ".
1° dans le texte français de l'alinéa 1er, b), après les mots " 31 décembre 2009 ", sont insérés les mots : " , aussi bien pour la semaine que pour les samedis, dimanches et jours fériés ";
2° l'alinéa suivant est ajouté :
" Dans les institutions publiques, les avantages susvisés sont étendus à tous les membres du personnel. ".
Art.11. Artikel 32 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 16 februari 2007 en 10 december 2009, wordt vervolledigd als volgt :
" 8° als de Dienst erom vraagt, alle andere gegevens met betrekking tot de financiering van enig onderdeel van de volledige tegemoetkoming. ".
" 8° als de Dienst erom vraagt, alle andere gegevens met betrekking tot de financiering van enig onderdeel van de volledige tegemoetkoming. ".
Art.11. L'article 32 du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels des 16 février 2007 et 10 décembre 2009, est complété comme suit :
" 8° si le Service en fait la demande, toute autre donnée relative au paiement de l'une ou l'autre partie de l'allocation complète. ".
" 8° si le Service en fait la demande, toute autre donnée relative au paiement de l'une ou l'autre partie de l'allocation complète. ".
Art.12. Artikel 33 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 16 februari 2007, 10 maart 2008, 10 december 2009 en 4 mei 2010, wordt vervolledigd als volgt :
" 6° de gegevens zoals bedoeld in artikel 28quater, met betrekking tot de titels en bijzondere beroepsbekwaamheden. ".
" 6° de gegevens zoals bedoeld in artikel 28quater, met betrekking tot de titels en bijzondere beroepsbekwaamheden. ".
Art.12. L'article 33 du même arrêté, modifié par les arrêtés ministériels des 16 février 2007, 10 mars 2008, 10 décembre 2009 et 4 mai 2010, est complété comme suit :
" 6° les données visées à l'article 28quater, en rapport avec les titres et qualifications professionnels particuliers. ".
" 6° les données visées à l'article 28quater, en rapport avec les titres et qualifications professionnels particuliers. ".
Art. 13. Dit besluit treedt in werking vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 9 dat uitwerking heeft op 1 juli 2011.
Art. 13. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit sa publication au Moniteur belge, à l'exception de l'article 9, qui produit ses effets le 1er juillet 2011.
Brussel, 14 maart 2012.
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen,
Mevr. L. ONKELINX
Bruxelles, le 14 mars 2012.
La Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de Beliris et des Institutions culturelles fédérales,
Mme L. ONKELINX
La Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de Beliris et des Institutions culturelles fédérales,
Mme L. ONKELINX