Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
15 MEI 2012. - Wet inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-06-2012 en tekstbijwerking tot 29-10-2018)
Titre
15 MAI 2012. - Loi relative à l'application du principe de reconnaissance mutuelle aux peines ou mesures privatives de liberté prononcées dans un Etat membre de l'Union européenne(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-06-2012 et mise à jour au 29-10-2018)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (58)
Texte (58)
HOOFDSTUK 1. - Voorafgaande bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition préliminaire
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Algemene beginselen
CHAPITRE 2. - Principes généraux
Art.2. § 1. Deze wet regelt de erkenning van de vonnissen en de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen of maatregelen op het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie dan die waar het vonnis is uitgesproken.
  Het doel is bij te dragen tot de reclassering en maatschappelijke re-integratie van de gevonniste persoon.
  § 2. Voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen of maatregelen en onverminderd artikel 42, vervangt deze wet in de relaties van België met de andere lidstaten van de Europese Unie de bepalingen van de wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen.
Art.2. § 1er. La présente loi régit la reconnaissance des jugements et l'exécution de peines ou mesures privatives de liberté sur le territoire d'un Etat membre de l'Union européenne autre que celui qui a prononcé le jugement.
  L'objectif est de faciliter la réinsertion et la réintégration sociale de la personne condamnée.
  § 2. Dans les relations entre la Belgique et les autres Etats membres de l'Union européenne et sans préjudice de l'article 42, la présente loi remplace, pour l'exécution de peines ou mesures privatives de liberté, les dispositions de la loi du 23 mai 1990 sur le transfèrement interétatique des personnes condamnées, la reprise et le transfert de la surveillance de personnes condamnées sous condition ou libérées sous condition ainsi que la reprise et le transfert de l'exécution de peines et de mesures privatives de liberté.
Art.3. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
  1° Vonnis : een door een rechtscollege van de beslissingsstaat in strafzaken gewezen onherroepelijke beslissing of beschikking waarbij een vrijheidsbenemende straf of maatregel wordt opgelegd;
  2° Beslissingsstaat : de lidstaat van de Europese Unie waar het vonnis is gewezen;
  3° Tenuitvoerleggingsstaat : de lidstaat van de Europese Unie waaraan het vonnis is toegezonden met het oog op de erkenning en tenuitvoerlegging ervan;
  4° Certificaat : het document waarvan het model is opgenomen in bijlage 1 en dat ondertekend wordt door de bevoegde autoriteit van de beslissingsstaat, die verklaart dat de inhoud ervan juist is.
Art.3. Pour l'application de la présente loi, on entend par :
  1° Jugement : une décision définitive rendue par une juridiction de l'Etat d'émission en matière pénale prononçant une peine ou une mesure privative de liberté;
  2° Etat d'émission : l'Etat membre de l'Union européenne dans lequel un jugement a été rendu;
  3° Etat d'exécution : l'Etat membre de l'Union européenne auquel un jugement est transmis aux fins de sa reconnaissance et de son exécution;
  4° Certificat : le document dont le modèle type figure à l'annexe 1re, signé par l'autorité compétente de l'Etat d'émission qui certifie que son contenu est exact.
Art.4. § 1. Deze wet voert een stelsel zonder voorafgaand akkoord van de tenuitvoerleggingsstaat en een stelsel met voorafgaand akkoord van de tenuitvoerleggingsstaat in.
  § 2. Het stelsel zonder voorafgaand akkoord wordt toegepast op de toezendingen van vonnissen en certificaten met het oog op erkenning en tenuitvoerlegging in de volgende lidstaten :
  1° de lidstaat waarvan de gevonniste persoon onderdaan is en waar hij zijn woonplaats heeft;
  2° de lidstaat waarvan de gevonniste persoon onderdaan is maar waar hij niet zijn woonplaats heeft, en waarheen hij, na zijn invrijheidstelling, zal worden uitgewezen als gevolg van een bevel tot uitzetting of verwijdering dat deel uitmaakt van het vonnis of van een gerechtelijke of bestuurlijke beslissing of een andere ingevolge het vonnis getroffen maatregel.
  § 3. Het stelsel met voorafgaand akkoord van de tenuitvoerleggingsstaat wordt toegepast op de toezendingen van vonnissen en certificaten met het oog op erkenning en tenuitvoerlegging in iedere andere lidstaat dan die vermeld in § 2.
Art.4. § 1er. La présente loi instaure un régime sans accord préalable de l'Etat d'exécution et un régime avec accord préalable de l'Etat d'exécution.
  § 2. Le régime sans accord préalable s'applique aux transmissions de jugements et certificats aux fins de reconnaissance et d'exécution dans les Etats membres suivants :
  1° l'Etat membre dont la personne condamnée est ressortissante et sur le territoire duquel elle vit;
  2° l'Etat membre de nationalité vers lequel, bien qu'il ne s'agisse pas de l'Etat membre sur le territoire duquel elle vit, la personne sera expulsée une fois dispensée de l'exécution de la condamnation en vertu d'un ordre d'expulsion figurant dans le jugement ou dans une décision judiciaire ou administrative ou toute autre mesure consécutive au jugement.
  § 3. Le régime avec accord préalable de l'Etat d'exécution s'applique aux transmissions de jugements et certificats aux fins de reconnaissance et d'exécution à tout autre Etat membre que ceux visés au § 2.
Art.5. § 1. Deze wet is van toepassing indien de gevonniste persoon zich in de beslissingsstaat of in de tenuitvoerleggingsstaat bevindt.
  § 2. De beslissingsstaat beslist als enige om het vonnis en het certificaat toe te zenden aan een andere lidstaat.
  De tenuitvoerleggingsstaat en de gevonniste persoon kunnen evenwel ook uit eigen beweging erom verzoeken dat de beslissingsstaat het vonnis en het certificaat toezendt aan de tenuitvoerleggingsstaat, zulks evenwel zonder de beslissingsstaat daartoe te verplichten.
  § 3. De bevoegde Belgische autoriteiten raadplegen de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaat telkens als de situatie dit vereist.
  § 4. Wanneer enkel een gedeeltelijke erkenning van het vonnis wordt beoogd, kunnen de bevoegde autoriteiten de gedeeltelijke tenuitvoerlegging overeenkomen, overeenkomstig de voorwaarden die zij vastleggen, voor zover een dergelijke tenuitvoerlegging de duur van de straf niet verlengt.
  § 5. De tenuitvoerlegging van de straf in België wordt beheerst door het Belgisch recht en de Belgische autoriteiten zijn bij uitsluiting bevoegd om te beslissen over de uitvoeringsmodaliteiten en om alle daarop betrekking hebbende maatregelen te bepalen, met inbegrip van de gronden tot vervroegde of voorwaardelijke invrijheidstelling.
  § 6. Alleen de beslissingsstaat kan beschikken op een verzoek tot herziening van het vonnis waarbij de op grond van deze wet ten uitvoer te leggen sanctie is opgelegd.
  § 7. Het feit dat naast de vrijheidsbenemende straf of maatregel ook een geldboete is opgelegd of een beslissing tot verbeurdverklaring is genomen, die nog niet is betaald, geïnd of ten uitvoer is gelegd, kan geen beletsel vormen voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel. In voorkomend geval wordt de wet van 5 augustus 2006 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie toegepast.
Art.5. § 1er. La présente loi s'applique lorsque la personne condamnée se trouve dans l'Etat d'émission ou dans l'Etat d'exécution.
  § 2. L'Etat d'émission décide seul de transmettre le jugement et le certificat à un autre Etat membre.
  Cependant, l'Etat d'exécution et la personne condamnée peuvent également demander, de leur propre initiative, à ce que le jugement et le certificat soient transmis à l'Etat d'exécution, sans cependant créer d'obligation dans le chef de l'Etat d'émission.
  § 3. Les autorités compétentes belges consultent les autorités compétentes de l'autre Etat membre concerné chaque fois que la situation le nécessite.
  § 4. Lorsque seule une reconnaissance partielle du jugement est envisagée, les autorités compétentes peuvent convenir de l'exécution partielle conformément aux conditions qu'elles fixent, pour autant qu'une telle exécution ne conduise pas à accroître la durée de la peine.
  § 5. L'exécution de la peine en Belgique est régie par le droit belge et les autorités belges sont seules compétentes pour décider des modalités d'exécution et déterminer les mesures y afférentes, y compris les motifs de libération anticipée ou conditionnelle.
  § 6. Seul l'Etat d'émission peut statuer sur un recours en révision du jugement prononçant la condamnation qui doit être exécutée en vertu de la présente loi.
  § 7. Le fait qu'une amende ou une décision de confiscation ait été prononcée outre la peine ou mesure privative de liberté et n'ait pas encore été acquittée, recouvrée ou exécutée ne peut faire obstacle à l'exécution de la peine ou mesure privative de liberté. Le cas échéant, il est fait application de la loi du 5 août 2006 relative à l'application du principe de reconnaissance mutuelle des décisions judiciaires en matière pénale entre les Etats membres de l'Union européenne.
Art.6. § 1. Onder voorbehoud van § 2 kan het vonnis vergezeld van het certificaat enkel worden toegezonden met de instemming van de gevonniste persoon.
  § 2. De instemming van de gevonniste persoon is niet vereist indien het vonnis wordt toegezonden aan :
  1° de lidstaat waarvan de gevonniste persoon onderdaan is en waar hij tevens woont;
  2° de lidstaat waarnaar de persoon zal worden uitgewezen eens vrijstelling van tenuitvoerlegging van de sanctie is verleend krachtens een uitwijzingsbevel in het vonnis of in een rechterlijke of bestuurlijke beslissing of enige andere maatregel die voortvloeit uit het vonnis;
  3° de lidstaat waarnaar de gevonniste persoon is gevlucht of anderszins is teruggekeerd naar aanleiding van de tegen hem in de beslissingsstaat ingestelde strafvervolging of uitgesproken veroordeling.
Art.6. § 1er. Sous réserve du § 2, le jugement accompagné du certificat ne peut être transmis qu'avec le consentement de la personne condamnée.
  § 2. Le consentement de la personne condamnée n'est pas requis lorsque le jugement est transmis à :
  1° l'Etat membre dont la personne condamnée est ressortissante et sur le territoire duquel elle vit;
  2° l'Etat membre vers lequel la personne sera expulsée une fois dispensée de l'exécution de la condamnation en vertu d'un ordre d'expulsion figurant dans le jugement ou dans une décision judiciaire ou administrative ou toute autre mesure consécutive au jugement;
  3° l'Etat membre dans lequel la personne condamnée s'est réfugiée ou est retournée en raison de la procédure pénale dont elle fait l'objet dans l'Etat d'émission ou à la suite de sa condamnation dans cet Etat.
Art.7. Het vonnis of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan wordt overgezonden door ongeacht welk middel dat een schriftelijk bewijs oplevert. Het wordt vergezeld van het certificaat.
  Het origineel van het vonnis of van het certificaat, of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze documenten worden op verzoek toegezonden.
Art.7. Le jugement, ou une copie certifiée conforme de celui-ci, est transmis par tout moyen laissant une trace écrite. Il est accompagné du certificat.
  L'original du jugement ou du certificat, ou une copie certifiée conforme de ces documents, sont envoyés sur demande.
Art.8. De kosten die voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van het vonnis uitgesproken in een andere lidstaat, worden door België gedragen, uitgezonderd de kosten voor de overbrenging van de gevonniste persoon naar België en de kosten die uitsluitend op het grondgebied van die andere lidstaat zijn gemaakt.
Art.8. Les frais résultant de l'exécution du jugement prononcé dans un autre Etat membre sont pris en charge par la Belgique, à l'exclusion des frais afférents au transfèrement du condamné vers la Belgique et des frais occasionnés exclusivement sur le territoire de cet autre Etat membre.
HOOFDSTUK 3. - Procedure inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging in België van een vonnis gewezen in een andere lidstaat van de Europese Unie
CHAPITRE 3. - Procédure relative à la reconnaissance et à l'exécution en Belgique d'un jugement rendu dans un autre Etat membre de l'Union européenne
Afdeling 1. - Bevoegde autoriteit voor het verlenen van het voorafgaand akkoord
Section 1re. - Autorité compétente pour donner l'accord préalable
Art.9. In de in artikel 4, § 3, bedoelde gevallen is de minister van Justitie de bevoegde autoriteit om het voorafgaand akkoord te geven voor de toezending van een vonnis vergezeld van het certificaat met het oog op erkenning en tenuitvoerlegging. Bij het nemen van een beslissing beoordeelt de Minister de vooropgestelde reclassering en maatschappelijke re-integratie van de gevonniste persoon op het Belgisch grondgebied.
Art.9. Dans les cas visés à l'article 4, § 3, l'autorité compétente pour donner l'accord préalable à la transmission d'un jugement accompagné du certificat aux fins de reconnaissance et d'exécution est le Ministre de la Justice. Pour prendre sa décision, le ministre apprécie l'objectif de réinsertion et réintégration sociale de la personne sur le territoire belge.
Art.10. De Minister van Justitie brengt de beslissingsstaat onverwijld op de hoogte van zijn beslissing om al dan niet toe te stemmen in de toezending van het vonnis. Indien de Minister toestemt in de toezending van het vonnis, brengt hij ook de procureur des Konings te Brussel op de hoogte van zijn beslissing.
Art.10. Le Ministre de la Justice informe sans délai l'Etat d'émission de sa décision de consentir ou non à la transmission du jugement. S'il consent à la transmission du jugement, le Ministre informe également le procureur du Roi de Bruxelles de sa décision.
Afdeling 2. - Voorwaarden voor de tenuitvoerlegging
Section 2. - Conditions de l'exécution
Art.11. § 1. De tenuitvoerlegging wordt geweigerd indien de feiten die aan het vonnis ten grondslag liggen krachtens het Belgische recht geen strafbaar feit opleveren.
  § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing ingeval het gaat om een van de volgende strafbare feiten, voor zover deze in de beslissingsstaat met een maximale vrijheidsbenemende straf van minimaal drie jaar worden gestraft :
  1° deelneming aan een criminele organisatie;
  2° terrorisme;
  3° mensenhandel;
  4° seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie;
  5° illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;
  6° illegale handel in wapens, munitie en explosieven;
  7° corruptie;
  8° fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen;
  9° witwassen van de opbrengst van misdrijven;
  10° valsemunterij en namaak van de euro;
  11° informaticacriminaliteit;
  12° milieumisdrijven, met inbegrip van de illegale handel in bedreigde diersoorten en de illegale handel in bedreigde planten- en boomsoorten;
  13° hulp bij het onrechtmatig binnenkomen van en verblijven op het grondgebied;
  14° opzettelijke doodslag of ernstige slagen en verwondingen;
  15° illegale handel in menselijke organen en weefsels;
  16° ontvoering, opsluiting en gijzelneming;
  17° racisme en vreemdelingenhaat;
  18° georganiseerde of gewapende diefstal;
  19° illegale handel in cultuurgoederen, daaronder begrepen antiquiteiten en kunstwerken;
  20° oplichting;
  21° racketeering en afpersing;
  22° namaak van producten en productpiraterij;
  23° vervalsing van administratieve documenten en handel in valse stukken;
  24° vervalsing van betaalmiddelen;
  25° illegale handel in hormonale stoffen en andere groeibevorderaars;
  26° illegale handel in nucleaire en radioactieve stoffen;
  27° handel in gestolen voertuigen;
  28° verkrachting;
  29° opzettelijke brandstichting;
  30° misdrijven die onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen;
  31° kaping van vliegtuigen of schepen;
  32° sabotage.
  § 3. Met betrekking tot taksen en belastingen, douanerechten en deviezen mag de tenuitvoerlegging van een vonnis niet worden geweigerd op grond van het feit dat de Belgische wet niet dezelfde soort taksen of belastingen heft, of niet dezelfde soort regelgeving inzake taksen, belastingen, douanerechten en deviezen kent als de beslissingsstaat.
  § 4. Paragraaf 2, 14°, is niet van toepassing op abortus bedoeld [1 in artikel 2 van de wet van 15 oktober 2018 betreffende de vrijwillige zwangerschapsafbreking, tot opheffing van de artikelen 350 en 351 van het Strafwetboek, tot wijziging van de artikelen 352 en 383 van hetzelfde Wetboek en tot wijziging van diverse wetsbepalingen]1, en op euthanasie bedoeld in de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie.
  
Art.11. § 1er. L'exécution est refusée si les faits pour lesquels le jugement a été prononcé ne constituent pas une infraction au regard du droit belge.
  § 2. Le paragraphe 1er ne s'applique pas si les faits constituent une des infractions suivantes pour autant qu'elles soient punies dans l'Etat d'émission d'une peine privative de liberté d'un maximum d'au moins trois ans :
  1° participation à une organisation criminelle;
  2° terrorisme;
  3° traite des êtres humains;
  4° exploitation sexuelle des enfants et pédopornographie;
  5° trafic illicite de stupéfiants et de substances psychotropes;
  6° trafic illicite d'armes, de munitions et d'explosifs;
  7° corruption;
  8° fraude, y compris la fraude portant atteinte aux intérêts financiers des Communautés européennes au sens de la Convention du 26 juillet 1995 relative à la protection des intérêts financiers des Communautés européennes;
  9° blanchiment du produit du crime;
  10° faux monnayage et contrefaçon de l'euro;
  11° cybercriminalité;
  12° crimes contre l'environnement, y compris le trafic illicite d'espèces animales menacées, et le trafic illicite d'espèces et d'essences végétales menacées;
  13° aide à l'entrée et au séjour irréguliers;
  14° homicide volontaire, coups et blessures graves;
  15° trafic illicite d'organes et de tissus humains;
  16° enlèvement, séquestration et prise d'otage;
  17° racisme et xénophobie;
  18° vols organisés ou avec arme;
  19° trafic illicite de biens culturels, y compris antiquités et oeuvres d'art;
  20° escroquerie;
  21° racket et extorsion de fonds;
  22° contrefaçon et piratage de produits;
  23° falsification de documents administratifs et trafic de faux;
  24° falsification de moyens de paiement;
  25° trafic illicite de substances hormonales et autres facteurs de croissance;
  26° trafic illicite de matières nucléaires et radioactives;
  27° trafic de véhicules volés;
  28° viol;
  29° incendie volontaire;
  30° crimes relevant de la juridiction de la Cour pénale internationale;
  31° détournement d'avions ou de navires;
  32° sabotage.
  § 3. En matière de taxes et impôts, de douane et de change, l'exécution d'un jugement ne pourra être refusée pour le motif que la loi belge n'impose pas le même type de taxes ou d'impôts ou ne contient pas le même type de réglementation en matière de taxes ou impôts, de douane et de change que la législation de l'Etat d'émission.
  § 4. Le § 2, 14°, ne s'applique ni aux faits d'avortement visés à l'[1 article 2 de la loi du 15 octobre 2018 relative à l'interruption volontaire de grossesse, abrogeant les articles 350 et 351 du Code pénal, modifiant les articles 352 et 383 du même Code et modifiant diverses dispositions législatives]1, ni aux faits d'euthanasie visés par la loi du 28 mai 2002 relative à l'euthanasie.
  
Art.12. De tenuitvoerlegging wordt geweigerd in de volgende gevallen :
  1° de gevonniste persoon heeft zijn instemming niet betuigd zoals vereist krachtens artikel 6;
  2° de tenuitvoerlegging van de beslissing is onverenigbaar met het beginsel " ne bis in idem ";
  3° het Belgische recht voorziet in een immuniteit die tenuitvoerlegging van de beslissing onmogelijk maakt;
  4° de straf of maatregel is opgelegd aan een persoon die volgens het Belgische recht vanwege zijn leeftijd niet strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gesteld voor de feiten die ten grondslag liggen aan het vonnis;
  5° de toezending van het vonnis valt onder het stelsel met voorafgaand akkoord en het akkoord van de minister werd niet gegeven overeenkomstig de artikelen 9 en 10;
  6° de tenuitvoerlegging van de beslissing is volgens het Belgische recht verjaard;
  7° het vonnis omvat een maatregel in de sfeer van de psychiatrie of de gezondheidszorg of een andere vrijheidsbenemende maatregel die, zelfs na toepassing van artikel 18, niet ten uitvoer kan worden gelegd op het Belgische grondgebied overeenkomstig het Belgische rechts- of gezondheidszorgsysteem;
  8° België maakt geen deel uit van de lidstaten die vallen onder het stelsel zonder voorafgaand akkoord zoals bepaald in artikel 4, § 2;
  9° de gevonniste persoon bevindt zich noch op het grondgebied van de beslissingsstaat noch op het Belgische grondgebied;
  10° er bestaan ernstige redenen om aan te nemen dat de tenuitvoerlegging van de beslissing afbreuk zou doen aan de fundamentele rechten van de betrokken persoon, zoals vastgelegd in artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
Art.12. L'exécution est refusée dans les cas suivants :
  1° la personne condamnée n'a pas donné son consentement lorsqu'il est requis en vertu de l'article 6;
  2° l'exécution de la décision est contraire au principe " ne bis in idem ";
  3° le droit belge prévoit une immunité qui rend impossible l'exécution de la décision;
  4° la peine ou mesure a été prononcée à l'encontre d'une personne qui, selon le droit belge, ne pouvait pas, en raison de son âge, être pénalement responsable des faits sur lesquels porte le jugement;
  5° la transmission du jugement relève du régime avec accord préalable et l'accord du ministre n'a pas été donné conformément aux articles 9 et 10;
  6° l'exécution de la décision est prescrite en vertu du droit belge;
  7° le jugement comporte une mesure de soins psychiatriques ou médicaux ou une autre mesure privative de liberté qui, même après application de l'article 18, ne peut être exécutée sur le territoire belge conformément au système juridique ou de santé belge;
  8° la Belgique ne fait pas partie des Etats membres relevant du régime sans accord préalable défini à l'article 4, § 2;
  9° la personne condamnée ne se trouve ni sur le territoire de l'Etat d'émission ni sur le territoire belge;
  10° s'il y a des raisons sérieuses de croire que l'exécution de la décision aurait pour effet de porter atteinte aux droits fondamentaux de la personne concernée, tels qu'ils sont consacrés par l'article 6 du Traité sur l'Union européenne.
Art.13. § 1. De tenuitvoerlegging kan worden geweigerd in de volgende gevallen :
  1° het vonnis heeft betrekking op strafbare feiten die volgens het Belgische recht volledig, dan wel voor een groot of zeer belangrijk deel, op zijn grondgebied of op een daarmee gelijk te stellen plaats, zijn gepleegd;
  2° wanneer de voor de tenuitvoerlegging bevoegde autoriteit het vonnis ontvangt, moeten van de sanctie nog minder dan zes maanden worden ondergaan;
  3° de voor de tenuitvoerlegging bevoegde autoriteit kan het vonnis slechts gedeeltelijk erkennen en geen enkel akkoord kon worden bereikt overeenkomstig artikel 5, § 4, om de straf of de maatregel ten uitvoer te leggen;
  4° de beslissingsstaat heeft er, overeenkomstig artikel 25, § 2, 7°, niet in toegestemd dat de betrokkene in België wordt vervolgd of berecht of dat hem anderszins de vrijheid wordt benomen wegens een ander vóór de overbrenging gepleegd feit dan datgene dat aan de overbrenging ten grondslag ligt;
  5° volgens het certificaat is de betrokkene niet persoonlijk verschenen op het proces dat tot de beslissing heeft geleid, tenzij in het certificaat vermeld staat dat de betrokkene, overeenkomstig de andere in de nationale wetgeving van de beslissingsstaat bepaalde procedurevereisten :
  a) tijdig,
  - persoonlijk is gedagvaard en daarbij op de hoogte is gebracht van het tijdstip en de plaats van het proces dat tot de beslissing heeft geleid of anderszins officieel en daadwerkelijk in kennis is gesteld van het tijdstip en de plaats van dat proces, zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces;
  en
  - ervan in kennis is gesteld dat een beslissing kon worden gewezen in geval van niet-verschijning;
  of dat
  b) de betrokkene op de hoogte was van het voorgenomen proces, een zelf gekozen of van overheidswege aangewezen raadsman heeft gemachtigd zijn verdediging op het proces te voeren, en op het proces ook werkelijk door die raadsman is verdedigd;
  of dat
  c) nadat de beslissing aan hem was betekend en hij uitdrukkelijk was geïnformeerd over zijn recht op een verzetprocedure of een procedure in hoger beroep, waarop hij het recht heeft aanwezig te zijn, waarop de zaak opnieuw ten gronde wordt behandeld en nieuw bewijsmateriaal wordt toegelaten en die kan leiden tot herziening van de oorspronkelijke beslissing :
  - uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij de beslissing niet betwist,
  of
  - niet binnen de voorgeschreven termijn verzet of hoger beroep heeft aangetekend.
  § 2. Indien het certificaat onvolledig is of kennelijk niet overeenstemt met het vonnis, kan de tenuitvoerlegging worden toegestaan indien de voor de tenuitvoerlegging bevoegde autoriteit van oordeel is dat zij over voldoende gegevens beschikt.
  Indien de voor de tenuitvoerlegging bevoegde autoriteit van oordeel is dat zij niet over voldoende gegevens beschikt om de tenuitvoerlegging mogelijk te maken, bepaalt zij voor de beslissingsstaat een redelijke termijn waarbinnen het certificaat moet worden aangevuld of gecorrigeerd. Indien de gegevens niet binnen de bepaalde termijn worden verstrekt, wordt de tenuitvoerlegging geweigerd.
Art.13. § 1er. L'exécution peut être refusée dans les cas suivants :
  1° le jugement porte sur des infractions qui, selon le droit belge, sont considérées comme ayant été commises en totalité ou en majeure partie ou pour l'essentiel sur son territoire ou en un lieu assimilé à son territoire;
  2° à la date de réception du jugement par l'autorité compétente d'exécution, la durée de la peine restant à purger est inférieure à six mois;
  3° l'autorité compétente d'exécution ne peut reconnaître le jugement que partiellement et aucun accord n'a pu être trouvé conformément à l'article 5, § 4, pour exécuter la peine ou la mesure;
  4° l'Etat d'émission ne donne pas le consentement prévu à l'article 25, § 2, 7°, pour que la personne concernée puisse être poursuivie, condamnée ou privée de liberté en Belgique pour une infraction commise avant son transfèrement, autre que celle qui a motivé son transfèrement;
  5° selon le certificat, l'intéressé n'a pas comparu en personne au procès qui a mené à la décision, sauf si le certificat indique que l'intéressé, conformément aux autres exigences procédurales définies dans la législation nationale de l'Etat d'émission :
  a) en temps utile,
  - soit a été cité à personne et a ainsi été informé de la date et du lieu fixés pour le procès qui a mené à la décision, soit a été informé officiellement et effectivement par d'autres moyens de la date et du lieu fixés pour ce procès, de telle sorte qu'il a été établi de manière non équivoque qu'il a eu connaissance du procès prévu;
  et
  - a été informé qu'une décision pouvait être rendue en cas de non-comparution;
  ou
  b) ayant eu connaissance du procès prévu, a donné mandat à un conseil juridique, qui a été désigné soit par l'intéressé soit par l'Etat, pour le défendre au procès, et a été effectivement défendu par ce conseil pendant le procès;
  ou
  c) après s'être vu signifier la décision et avoir été expressément informé de son droit à une nouvelle procédure de jugement ou à une procédure d'appel, à laquelle l'intéressé a le droit de participer et qui permet de réexaminer l'affaire sur le fond, en tenant compte des nouveaux éléments de preuve, et peut aboutir à une infirmation de la décision initiale :
  - a indiqué expressément qu'il ne contestait pas la décision,
  ou
  - n'a pas demandé une nouvelle procédure de jugement ou une procédure d'appel dans le délai imparti.
  § 2. Si le certificat est incomplet ou s'il ne correspond manifestement pas au jugement, l'exécution peut être autorisée si l'autorité compétente d'exécution estime disposer des éléments d'information suffisants.
  Si l'autorité compétente d'exécution estime ne pas disposer des éléments d'information suffisants pour permettre l'exécution, elle accorde un délai raisonnable à l'Etat d'émission pour que le certificat soit complété ou rectifié. Si les informations ne sont pas fournies dans le délai accordé, l'exécution est refusée.
Afdeling 3. - Procedure voor de tenuitvoerlegging
Section 3. - Procédure d'exécution
Art.14. De procureur des Konings te Brussel is de bevoegde autoriteit voor de erkenning en de tenuitvoerlegging van een vonnis.
Art.14. L'autorité compétente pour la reconnaissance et l'exécution d'un jugement est le procureur du Roi de Bruxelles.
Art.15. § 1. Het aan de procureur des Konings gerichte certificaat wordt in het Frans, het Nederlands, het Duits of het Engels vertaald.
  § 2. Wanneer een andere autoriteit het vonnis en het certificaat ontvangt, zendt zij die ambtshalve over aan de procureur des Konings en stelt zij de beslissingsstaat hiervan in kennis door ongeacht welk middel dat een schriftelijk bewijs oplevert.
Art.15. § 1er. Le certificat adressé au procureur du Roi est traduit en néerlandais, français, allemand ou anglais.
  § 2. Lorsqu'une autre autorité reçoit le jugement et le certificat, elle les transmet d'office au procureur du Roi et en informe l'Etat d'émission par tout moyen laissant une trace écrite.
Art.16. § 1. Indien de beslissingsautoriteit vooraf overleg pleegt met de procureur des Konings, kan laatstgenoemde bij deze gelegenheid bij een met redenen omkleed advies meedelen dat de tenuitvoerlegging van de straf of maatregel in België niet bijdraagt tot de reclassering en maatschappelijke re-integratie van de gevonniste persoon. Indien er vooraf geen overleg heeft plaatsgevonden, kan de procureur des Konings steeds onverwijld een dergelijk advies voorleggen na de toezending van het vonnis. De procureur des Konings kan daartoe alle nuttige informatie inwinnen.
  § 2. Met het oog op de beslissing over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis gaat de procureur des Konings, vanaf de ontvangst van het vonnis en het certificaat, na :
  1° of een van de weigeringsgronden vermeld in de artikelen 11 tot 13 moet worden aangevoerd;
  2° of, in het geval waarin de aan het vonnis ten grondslag liggende feiten worden vermeld in artikel 11, § 2, de gedragingen zoals omschreven in het certificaat wel degelijk overeenkomen met deze feiten.
  § 3. Wanneer de gevonniste persoon zich op het Belgische grondgebied bevindt, kan de procureur des Konings, vanaf de ontvangst van het vonnis en het certificaat, maar vooraleer hij beslist over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis, op verzoek van de beslissingsstaat overgaan tot de voorlopige aanhouding van deze persoon in afwachting van de beslissing tot tenuitvoerlegging van het vonnis.
  § 4. De procureur des Konings kan, indien hij acht dat de inhoud van het certificaat onvoldoende is om te beslissen over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis, vragen dat het vonnis of de essentiële delen ervan vergezeld gaan van een vertaling in het Frans, het Nederlands of het Duits.
  § 5. Vooraleer te beslissen dat het vonnis niet wordt erkend of ten uitvoer gelegd om de redenen bepaald in artikel 12, 2°, 5°, en 7°, of artikel 13, § 1, 1° en 5°, en § 2, raadpleegt de procureur des Konings de beslissingsautoriteit met alle passende middelen en, in voorkomend geval, vraagt hij om onverwijld alle aanvullende noodzakelijke informatie te sturen.
Art.16. § 1er. Si l'autorité d'émission consulte préalablement le procureur du Roi, celui-ci peut à cette occasion présenter un avis motivé selon lequel l'exécution de la peine ou de la mesure en Belgique ne contribue pas à atteindre l'objectif de réinsertion sociale et de réintégration de la personne condamnée dans la société. En l'absence de consultation préalable, le procureur du Roi peut toujours présenter un tel avis sans délai après la transmission du jugement. Le procureur du Roi peut recueillir toutes les informations utiles à cette fin.
  § 2. En vue de statuer sur la reconnaissance et l'exécution du jugement, le procureur du Roi vérifie, dès réception du jugement et du certificat :
  1° s'il n'y a pas lieu d'appliquer une des causes de refus listées aux articles 11 à 13;
  2° si les comportements tels qu'ils sont décrits dans le certificat correspondent bien à ceux repris dans la liste de l'article 11, § 2, dans le cas où le fait à la base du jugement est contenu dans cette liste.
  § 3. Lorsque la personne condamnée se trouve sur le territoire belge, le procureur du Roi peut, dès la réception du jugement et du certificat et à la demande de l'Etat d'émission mais avant que ne soit rendue la décision de reconnaissance et d'exécution du jugement, procéder à l'arrestation provisoire de cette personne dans l'attente de la décision d'exécution du jugement.
  § 4. Le procureur du Roi peut, s'il juge le contenu du certificat insuffisant pour statuer sur la reconnaissance et l'exécution du jugement, demander que le jugement ou ses parties essentielles soient accompagnés d'une traduction en néerlandais, français ou allemand.
  § 5. Avant de décider de ne pas reconnaître ou exécuter le jugement pour les motifs prévus à l'article 12, 2°, 5° et 7°, ou à l'article 13, § 1er, 1° et 5°, et § 2, le procureur du Roi consulte l'autorité d'émission par tous les moyens appropriés et, le cas échéant, lui demande d'envoyer sans délai toute information supplémentaire nécessaire.
Art.17. § 1. De betrokken persoon wordt binnen vierentwintig uur na zijn effectieve vrijheidsbeneming waartoe is beslist overeenkomstig artikel 16, § 3, voor de onderzoeksrechter gebracht, die hem in kennis stelt van het bestaan en de inhoud van het vonnis en het certificaat overgezonden door de beslissingsstaat.
  § 2. De onderzoeksrechter hoort vervolgens de betrokken persoon omtrent zijn eventuele hechtenis, en de opmerkingen die hij ter zake formuleert.
  § 3. Na het verhoor kan de onderzoeksrechter gelasten dat betrokkene op grond van het overgezonden vonnis en rekening houdend met de daarinvermelde feitelijke omstandigheden, alsook deze ingeroepen door de betrokkene in hechtenis wordt genomen of blijft.
  § 4. De onderzoeksrechter kan ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de betrokken persoon, deze laatste, onder oplegging van een of meer voorwaarden, in vrijheid stellen tot op het tijdstip dat met betrekking tot de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis een definitieve beslissing wordt gewezen.
  Deze voorwaarden moeten waarborgen dat de betrokken persoon geen nieuwe misdaden of wanbedrijven pleegt of zich niet aan het gerecht onttrekt.
  De onderzoeksrechter kan tijdens de procedure, ambtshalve of op vordering van de procureur des Konings, één of meer nieuwe voorwaarden opleggen, reeds opgelegde voorwaarden geheel of gedeeltelijk opheffen, wijzigen of verlengen. Hij kan vrijstelling verlenen van de naleving van alle voorwaarden of van sommige ervan.
  De betrokken persoon kan vragen dat de opgelegde voorwaarden geheel of gedeeltelijk worden opgeheven of gewijzigd; hij kan ook vragen te worden vrijgesteld van alle voorwaarden of van sommige ervan.
  Ingeval de voorwaarden niet worden nageleefd, kan de onderzoeksrechter een aanhoudingsbevel uitvaardigen onder de voorwaarden bedoeld in de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis.
  § 5. De onderzoeksrechter kan tevens de voorafgaande en integrale betaling vorderen van een borgsom waarvan hij het bedrag bepaalt.
  De borgsom wordt gestort in de Deposito- en Consignatiekas en op grond van het ontvangbewijs doet het openbaar ministerie de beschikking tot invrijheidstelling ten uitvoer leggen.
  De borgsom wordt teruggegeven nadat met betrekking tot de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis een definitieve beslissing is genomen indien de betrokken persoon voortdurend op het Belgisch grondgebied aanwezig was tot de procureur des Konings de definitieve beslissing overeenkomstig artikel 19 heeft genomen.
  De borgsom wordt aan de Staat toegewezen zodra de betrokken persoon zonder gegronde reden van verschoning het Belgische grondgebied heeft verlaten zonder de Belgische gerechtelijke autoriteiten in te lichten of zich heeft onttrokken aan de tenuitvoerlegging van het vonnis.
  § 6. Indien de persoon krachtens §§ 4 of 5 in vrijheid wordt gesteld, stelt de onderzoeksrechter hiervan onmiddellijk het openbaar ministerie in kennis dat op zijn beurt de autoriteit van de beslissingsstaat in kennis stelt.
  § 7. De met redenen omklede beschikking, bedoeld in de §§ 3, 4 en 5, wordt binnen de in § 1 bedoelde termijn van vierentwintig uur betekend aan de betrokken persoon. Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.
Art.17. § 1er. Dans les vingt-quatre heures qui suivent la privation effective de liberté décidée conformément à l'article 16, § 3, la personne concernée est présentée au juge d'instruction, qui l'informe de l'existence et du contenu du jugement et du certificat transmis par l'Etat d'émission.
  § 2. Le juge d'instruction entend ensuite la personne concernée sur le fait de son éventuelle mise en détention et ses observations à ce sujet.
  § 3. A l'issue de l'audition, le juge d'instruction peut ordonner la mise ou le maintien en détention, sur la base du jugement transmis et en tenant compte des circonstances de fait mentionnées dans celui-ci de même que de celles invoquées par la personne.
  § 4. Le juge d'instruction peut, d'office, sur réquisition du ministère public ou à la demande de la personne concernée, laisser celle-ci en liberté en lui imposant de respecter une ou plusieurs conditions, jusqu'au moment de la décision définitive sur la reconnaissance et l'exécution du jugement.
  Ces conditions doivent être de nature à garantir que la personne concernée ne commette de nouveaux crimes ou délits ou ne se soustraie à l'exécution du jugement.
  Au cours de la procédure, le juge d'instruction peut, d'office ou sur réquisition du procureur du Roi, imposer une ou plusieurs conditions nouvelles, retirer, modifier ou prolonger, en tout ou en partie, des conditions déjà imposées. Il peut dispenser de l'observation de toutes les conditions ou de certaines d'entres elles.
  La personne concernée peut demander le retrait ou la modification de tout ou partie des conditions imposées; elle peut aussi demander à être dispensée des conditions ou de certaines d'entres elles.
  Lorsque les conditions ne sont pas observées, le juge d'instruction peut décerner un mandat d'arrêt, dans les conditions prévues dans la loi du 20 juillet 1990 relative à la détention préventive.
  § 5. Le juge d'instruction peut également exiger le paiement préalable et intégral d'un cautionnement, dont il fixe le montant.
  Le cautionnement est versé à la Caisse des dépôts et consignations, et le ministère public, au vu du récépissé, fait exécuter l'ordonnance de mise en liberté.
  Le cautionnement est restitué après la décision définitive sur la reconnaissance et l'exécution du jugement, si la personne concernée est demeurée en permanence sur le territoire belge jusqu'à la décision finale du procureur du Roi prise conformément à l'article 19.
  Le cautionnement est attribué à l'Etat dès que la personne concernée, sans motif légitime d'excuse, a quitté le territoire belge sans en informer les autorités judiciaires belges ou s'est soustrait à l'exécution du jugement.
  § 6. Si la personne est laissée en liberté par application des §§ 4 ou 5, le juge d'instruction en informe immédiatement le ministère public qui, à son tour, en informe les autorités de l'Etat d'émission.
  § 7. L'ordonnance motivée, visée aux §§ 3, 4 et 5, est signifiée à la personne concernée dans le délai de vingt-quatre heures visé au § 1er. Elle n'est susceptible d'aucun recours.
Art.18. § 1. Indien de duur van de sanctie onverenigbaar is met het Belgische recht, kan de procureur des Konings enkel beslissen deze sanctie aan te passen wanneer die langer is dan de maximumstraf die in het Belgische recht op vergelijkbare strafbare feiten is gesteld. De aangepaste sanctie moet dan overeenstemmen met de maximumstraf die krachtens het Belgische recht voor vergelijkbare strafbare feiten geldt.
  § 2. Indien de aard van de sanctie onverenigbaar is met het Belgische recht, kan de procureur des Konings de sanctie aanpassen aan een straf of maatregel die door het Belgische recht voor vergelijkbare strafbare feiten is voorgeschreven. Deze straf of maatregel stemt zoveel mogelijk overeen met de in de beslissingsstaat opgelegde sanctie en wordt niet gewijzigd in een geldelijke sanctie.
  § 3. De in de beslissingsstaat opgelegde straf of maatregel mag in geen geval worden verzwaard naar aard of duur.
  § 4. Indien de gevonniste persoon meent dat de door de procureur des Konings besliste aanpassing de inde beslissingsstaat uitgesproken straf of maatregel verzwaart naar aard of duur, kan hij deze beslissing voor de strafuitvoeringsrechtbank te Brussel betwisten binnen een termijn van vijftien dagen nadat hij overeenkomstig artikel 19, § 2, of artikel 24, tweede lid, in kennis is gesteld van de beslissing om het vonnis aan te passen.
Art.18. § 1er. Si la durée de la condamnation est incompatible avec le droit belge, le procureur du Roi ne peut décider d'adapter cette condamnation que lorsqu'elle est supérieure à la peine maximale prévue par le droit belge pour des infractions de même nature. La condamnation adaptée doit correspondre à celle de la peine maximale prévue par le droit belge pour des infractions de même nature.
  § 2. Si la nature de la condamnation est incompatible avec le droit belge, le procureur du Roi peut adapter la condamnation à une peine ou mesure prévue par le droit belge pour des infractions similaires. Cette peine ou mesure doit correspondre autant que possible à la condamnation prononcée dans l'Etat d'émission et ne peut être commuée en une sanction pécuniaire.
  § 3. En aucun cas, la peine ou la mesure prononcée dans l'Etat d'émission ne peut être aggravée en ce qui concerne sa durée ou sa nature.
  § 4. Si la personne condamnée estime que l'adaptation décidée par le procureur du Roi aggrave la peine ou la mesure prononcée dans l'Etat d'émission quant à sa durée ou à sa nature, elle peut contester cette décision devant le tribunal de l'application des peines de Bruxelles dans un délai de quinze jours après avoir été informée de la décision d'adaptation conformément à l'article 19, § 2, ou à l'article 24, alinéa 2.
Art.19. § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 20 beslist de procureur des Konings, zodra dit mogelijk is en uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van het vonnis en het certificaat over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis.
  § 2. Indien de beslissing betrekking heeft op een persoon die zich op het Belgische grondgebied bevindt, brengt de procureur des Konings hem op de hoogte van zijn beslissing om het vonnis al dan niet te erkennen en ten uitvoer te leggen en, eventueel, van zijn beslissing om de straf aan te passen en gaat hij over tot de aanhouding van de persoon indien hij heeft besloten het vonnis te erkennen en ten uitvoer te leggen. De persoon kan de beslissing van de procureur des Konings betwisten en de zaak aanhangig maken bij de raadkamer door middel van een verzoekschrift gericht aan de griffie, binnen een termijn van vijftien dagen na de kennisgeving van de beslissing. De raadkamer doet enkel uitspraak op grond van artikel 16, § 2. Tegen de beslissing van de raadkamer kan een voorziening in cassatie worden ingesteld.
  § 3. Zodra de beslissing over de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis definitief is en uiterlijk binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van het vonnis en het certificaat, brengt de procureur des Konings de beslissingsstaat hiervan op de hoogte.
  § 4. Wanneer de procureur des Konings beslist om het vonnis te erkennen en ten uitvoer te leggen, stelt hij de beslissingsstaat in kennis van elke beslissing tot aanpassing overeenkomstig artikel 18 en neemt hij onverwijld alle maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de straf. De beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van het vonnis, maakt de in de beslissingsstaat uitgesproken straf of maatregel rechtstreeks en onmiddellijk uitvoerbaar in België voor het deel dat nog moet worden ondergaan.
  § 5. Indien het de procureur des Konings onmogelijk is de in § 3 bedoelde termijn van negentig dagen na te leven, stelt hij de beslissingsstaat hiervan onverwijld in kennis, onder opgave van de redenen voor de vertraging en van de tijd die hij nodig acht voor het nemen van een eindbeslissing.
Art.19. § 1er. Sous réserve de l'application de l'article 20, le procureur du Roi statue dès que possible, et au plus tard dans un délai de trente jours à compter de la réception du jugement et du certificat, sur la reconnaissance et l'exécution du jugement.
  § 2. Si la décision concerne une personne qui se trouve sur le territoire belge, le procureur du Roi l'informe de sa décision de reconnaître et d'exécuter ou non le jugement et éventuellement, de sa décision d'adapter la peine et procède à l'arrestation de la personne s'il a décidé de reconnaître et exécuter le jugement. La personne peut contester la décision du procureur du Roi et saisir la chambre du conseil par requête adressée au greffe, dans un délai de quinze jours après la notification de la décision. La chambre du conseil statue uniquement sur la base de l'article 16, § 2. La décision de la chambre du conseil peut faire l'objet d'un pourvoi en cassation.
  § 3. Dès que la décision de reconnaissance et d'exécution du jugement est définitive, et au plus tard dans un délai de nonante jours à compter de la réception du jugement et du certificat, le procureur du Roi en informe l'Etat d'émission.
  § 4. Lorsque le procureur du Roi décide de reconnaître et d'exécuter le jugement, il informe l'Etat d'émission de toute décision d'adaptation prise conformément à l'article 18 et prend sans délai toutes les mesures nécessaires à l'exécution de la peine. La décision de reconnaître et d'exécuter le jugement rend la peine ou la mesure prononcée dans l'Etat d'émission directement et immédiatement exécutoire en Belgique pour la partie qui reste à subir.
  § 5. Si le procureur du Roi n'est pas en mesure de respecter le délai de nonante jours prévu au § 3, il en informe sans délai l'Etat d'émission en indiquant les raisons du retard et le temps qu'il estime nécessaire pour rendre la décision finale.
Art.20. De beslissing betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis kan worden uitgesteld :
  1° indien het certificaat onvolledig is of kennelijk niet overeenstemt met het vonnis, gedurende een door België vastgestelde redelijke termijn opdat het kan worden aangevuld of gecorrigeerd overeenkomstig artikel 13, § 2;
  2° indien de procureur des Konings heeft verzocht dat het vonnis of essentiële delen van het vonnis door de beslissingsstaat worden vertaald overeenkomstig artikel 16, § 4.
Art.20. La décision concernant la reconnaissance et l'exécution du jugement peut être reportée :
  1° lorsque le certificat est incomplet ou ne correspond manifestement pas au jugement, pendant un délai raisonnable fixé par la Belgique pour qu'il puisse être complété ou rectifié, conformément à l'article 13, § 2;
  2° lorsque le procureur du Roi a demandé à ce que le jugement ou des parties essentielles du jugement soient traduit par l'Etat d'émission, conformément à l'article 16, § 4.
Art.21. § 1. In het geval dat de beslissingsstaat het certificaat intrekt terwijl geen aanvang is gemaakt met de tenuitvoerlegging van de straf of de maatregel op het Belgische grondgebied, legt de procureur des Konings de straf of maatregel niet meer ten uitvoer.
  § 2. De procureur des Konings beëindigt de tenuitvoerlegging van de veroordeling zodra hij door de beslissingsstaat in kennis is gesteld van enige beslissing of maatregel waardoor de veroordeling niet langer uitvoerbaar is.
Art.21. § 1er. Dans le cas où l'Etat d'émission retire le certificat alors que l'exécution de la peine ou de la mesure n'a pas commencé sur le territoire belge, le procureur du Roi n'exécute plus la peine ou la mesure.
  § 2. Le procureur du Roi met fin à l'exécution de la condamnation dès qu'il est informé par l'Etat d'émission de toute décision ou mesure qui a pour effet d'ôter à la condamnation son caractère exécutoire.
Art.22. De termijn van vrijheidsbeneming die al is ondergaan ten gevolge van de sanctie, daaronder begrepen de termijnen van overbrenging en de duur van de hechtenis wanneer die is bevolen krachtens artikel 16, § 3, en 19, § 2, wordt volledig in mindering gebracht van de totale duur van de vrijheidsbeneming die moet worden ondergaan.
Art.22. La période de privation de liberté déjà subie dans le cadre de la condamnation, en ce compris les délais de transfèrement et la durée de la détention lorsqu'elle est ordonnée en vertu de l'article 16, § 3, et 19, § 2, sera déduite intégralement de la durée totale de la privation de liberté à exécuter.
Afdeling 4. - Overbrenging van de persoon en gevolgen ervan
Section 4. - Transfèrement de la personne et ses conséquences
Art.23. § 1. Indien de gevonniste persoon zich in de beslissingsstaat bevindt, wordt hij uiterlijk dertig dagen na de beslissing van de procureur des Konings betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis, op een onderling vast te stellen tijdstip naar België overgebracht.
  § 2. Indien onvoorziene omstandigheden in de weg staan aan een overbrenging binnen de in § 1 bepaalde termijn, neemt de procureur des Konings contact op de met bevoegde autoriteiten van de beslissingsstaat. Zodra die omstandigheden zich niet meer voordoen, wordt een nieuwe datum vastgesteld opdat de overbrenging binnen een termijn van tien dagen na de nieuw overeengekomen datum zou plaatsvinden.
Art.23. § 1er. Lorsque la personne condamnée se trouve dans l'Etat d'émission, elle est transférée vers la Belgique à une date arrêtée de commun accord et au plus tard trente jours après la décision du procureur du Roi sur la reconnaissance et l'exécution du jugement.
  § 2. Si le transfèrement ne peut intervenir dans le délai fixé au § 1er en raison de circonstances imprévues, le procureur du Roi se met en contact avec les autorités de l'Etat d'émission. Dès que ces circonstances ont cessé d'exister, une nouvelle date est fixée pour que le transfèrement ait lieu au plus tard dans un délai de dix jours qui suivent.
Art.24. Binnen een termijn van vierentwintig uur na zijn aankomst in België verschijnt de overgebrachte persoon voor de procureur des Konings.
  Deze ondervraagt hem over zijn identiteit, maakt een proces-verbaal ervan op, informeert de persoon over de eventuele aanpassing van de straf beslist overeenkomstig artikel 18 en beveelt zijn onmiddellijke opsluiting of zijn plaatsing in de psychiatrische afdeling van de penitentiaire inrichting.
Art.24. Dans un délai de vingt-quatre heures suivant son arrivée en Belgique, la personne transférée comparaît devant le procureur du Roi.
  Celui-ci procède à son interrogatoire d'identité, en dresse procès-verbal, informe la personne sur l'éventuelle adaptation de la peine décidée conformément à l'article 18 et ordonne son incarcération immédiate ou son placement à l'annexe psychiatrique de l'établissement pénitentiaire.
Art.25. § 1. Onder voorbehoud van § 2, kan de krachtens deze wet naar België overgebrachte persoon niet worden vervolgd of berecht of anderszins de vrijheid worden benomen wegens een ander vóór de overbrenging gepleegd feit dan datgene dat aan de overbrenging ten grondslag ligt.
  § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing in de volgende gevallen :
  1° indien de betrokken persoon, hoewel hij daartoe de mogelijkheid had, het Belgische grondgebied niet heeft verlaten binnen een termijn van vijfenveertig dagen volgend op zijn definitieve invrijheidsstelling of hij er is teruggekeerd na het te hebben verlaten;
  2° indien het feit niet wordt gestraft met een vrijheidsbenemende straf of maatregel;
  3° indien de strafvervolging niet leidt tot de toepassing van een maatregel die de persoonlijke vrijheid beperkt;
  4° indien de gevonniste persoon kan worden onderworpen aan de tenuitvoerlegging van een sanctie of een maatregel die geen vrijheidsbeneming meebrengt, inzonderheid een geldelijke sanctie of een vervangende maatregel, zelfs indien deze geldelijke sanctie of vervangende maatregel kan leiden tot beperking van zijn persoonlijke vrijheid;
  5° indien de gevonniste persoon heeft ingestemd met de overbrenging;
  6° indien de gevonniste persoon na zijn overbrenging uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van de bescherming die hij op grond van het specialiteitsbeginsel geniet ten aanzien van bepaalde, vóór de overbrenging gepleegde feiten;
  7° in andere dan de onder 1° tot 6° bedoelde gevallen, indien de beslissingsstaat daarin toestemt.
  § 3. Het afzien van de mogelijkheid een beroep te doen op het specialiteitsbeginsel bedoeld in § 2, 6°, gebeurt voor de procureur des Konings van de plaats van detentie en wordt opgetekend in een proces-verbaal. Het wordt zodanig opgesteld dat eruit blijkt dat het vrijwillig is en dat de betrokkene ervan zich ten volle bewust is van de gevolgen die eruit volgen. De betrokken persoon heeft daartoe het recht zich te laten bijstaan door een raadsman.
  § 4. De aan de beslissingsstaat gerichte vraag om toestemming bedoeld in § 2, 7°, gaat vergezeld van de gegevens bedoeld in artikel 2, § 4, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel. Deze vraag en gegevens worden vertaald overeenkomstig artikel 2, § 5, van dezelfde wet.
Art.25. § 1er. Sous réserve du § 2, la personne transférée en Belgique en vertu de la présente loi ne peut être poursuivie, condamnée ou privée de liberté pour une infraction commise avant son transfèrement, autre que celle qui a motivé son transfèrement.
  § 2. Le § 1er ne s'applique pas dans les cas suivants :
  1° lorsque, ayant eu la possibilité de le faire, la personne n'a pas quitté le territoire belge dans un délai de quarante-cinq jours suivant sa libération définitive, ou qu'elle y est retournée après l'avoir quitté;
  2° lorsque l'infraction n'est pas punie d'une peine ou mesure de sûreté privative de liberté;
  3° lorsque la procédure pénale ne donne pas lieu à l'application d'une mesure restreignant la liberté individuelle de la personne;
  4° lorsque la personne condamnée est passible d'une sanction ou d'une mesure non privative de liberté, notamment une sanction pécuniaire ou une mesure alternative, même si cette sanction ou mesure alternative est susceptible de restreindre sa liberté individuelle;
  5° lorsque la personne condamnée à consenti au transfèrement;
  6° lorsque la personne condamnée a expressément renoncé, après son transfèrement, à bénéficier du principe de spécialité pour des faits précis antérieurs à son transfèrement;
  7° dans les cas autres que ceux visés aux 1° à 6°, lorsque l'Etat d'émission donne son consentement.
  § 3. La renonciation au bénéfice du principe de spécialité prévue au § 2, 6°, se fait devant le procureur du Roi du lieu de détention et est consignée dans un procès-verbal. Elle est rédigée de manière à faire apparaître qu'elle est volontaire et que son auteur est pleinement conscient des conséquences qui en résultent. La personne concernée a le droit, à cette fin, de se faire assister par un conseil.
  § 4. La demande de consentement adressée à l'Etat d'émission prévue au § 2, 7°, est accompagnée des informations prévues à l'article 2, § 4, de loi du 19 décembre 2003 relative au mandat d'arrêt européen. Cette demande et ces informations sont traduites conformément à l'article 2, § 5, de la même loi.
Afdeling 5. - Gegevens die moeten worden toegezonden aan de beslissingsstaat
Section 5. - Informations à transmettre à l'Etat d'émission
Art.26. De procureur des Konings stelt de beslissingsstaat onverwijld, door ongeacht welk middel dat een schriftelijk bewijs oplevert, in kennis van :
  1° de onmogelijkheid om de straf of de maatregel in de praktijk ten uitvoer te leggen omdat de gevonniste persoon niet gevonden kan worden op het Belgische grondgebied;
  2° de definitieve beslissing tot tenuitvoerlegging van het vonnis, alsmede de datum waarop ze werd genomen;
  3° de beslissing om het vonnis niet ten uitvoer te leggen en de reden hiervoor;
  4° de beslissing tot aanpassing van de straf of de maatregel, overeenkomstig artikel 18 met opgave van de reden;
  5° de beslissing om een vonnis niet ten uitvoer te leggen indien amnestie of genade wordt verleend en de reden hiervoor;
  6° begin- en einddatum waarop de voorwaardelijke invrijheidstelling ingaat en afloopt, voor zover de beslissingsstaat daarom heeft verzocht in het certificaat;
  7° het feit dat de gevonniste persoon uit hechtenis is gevlucht;
  8° de tenuitvoerlegging van de straf of de maatregel, zodra deze geheel is voltrokken.
Art.26. Le procureur du Roi informe sans délai l'Etat d'émission par tout moyen laissant une trace écrite :
  1° de l'impossibilité pratique d'exécuter la peine ou la mesure parce que la personne condamnée ne peut être trouvée sur le territoire belge;
  2° de la décision définitive d'exécuter le jugement, et de la date à laquelle cette décision a été prise;
  3° de la décision de refus d'exécution du jugement, et du motif sur laquelle elle se fonde;
  4° de la décision d'adapter la peine ou la mesure conformément à l'article 18 en y indiquant les motifs;
  5° de la décision de ne pas exécuter un jugement lorsque l'amnistie ou la grâce sont accordées, et la motivation de cette décision;
  6° des dates de début et de fin de période de liberté conditionnelle, lorsque l'Etat d'émission en a fait la demande dans le certificat;
  7° de l'évasion de la personne condamnée;
  8° de l'achèvement de l'exécution de la peine ou la mesure.
Art.27. Wanneer de beslissingsstaat erom verzoekt, licht de procureur des Konings hem in over de geldende bepalingen betreffende voorwaardelijke invrijheidstelling.
Art.27. Lorsque l'Etat d'émission le demande, le procureur du Roi l'informe des dispositions applicables en matière de libération conditionnelle.
Afdeling 6. - Doortocht
Section 6. - Transit
Art.28. § 1. België staat de doortocht van een gevonniste persoon over zijn grondgebied toe indien het hiertoe een verzoek alsmede een afschrift van het certificaat heeft ontvangen en waarvan België om de vertaling in het Frans, het Nederlands, het Duits of het Engels kan verzoeken.
  § 2. De Minister van Justitie is de bevoegde autoriteit belast met de ontvangst van de verzoeken om doortocht, alsook van enige andere officiële correspondentie betreffende die verzoeken.
  § 3. Het verzoek om doortocht alsook het afschrift van het certificaat kunnen worden toegezonden door ongeacht welk middel dat een schriftelijk bewijs oplevert. De Minister van Justitie deelt zijn beslissing op dezelfde wijze mee.
  § 4. De Minister van Justitie beslist uiterlijk één week na ontvangst van het verzoek tot doortocht en stelt de beslissingsstaat, in kennis van zijn beslissing, door ongeacht welk middel dat een schriftelijk bewijs oplevert. Indien op grond van § 1 een vertaling is gevraagd, kan deze beslissing worden uitgesteld totdat de vertaling is toegezonden.
  § 5. De Minister van Justitie deelt de beslissingsstaat in voorkomend geval mee dat niet de verzekering kan worden gegeven dat de gevonniste persoon op het Belgisch grondgebied niet zal worden vervolgd, noch zal worden aangehouden of anderszins aan enige vrijheidsbeperking zal worden onderworpen wegens een strafbaar feit dat is gepleegd of een sanctie die is uitgesproken vóór zijn vertrek uit de beslissingsstaat. In dat geval kan de beslissingsstaat zijn verzoek intrekken.
  § 6. De gevonniste persoon kan niet langer in België in hechtenis worden gehouden dan voor de doortocht nodig is.
Art.28. § 1er. La Belgique permet le transit sur son territoire d'une personne condamnée à condition d'avoir reçu la demande à cette fin ainsi que la copie du certificat dont elle peut demander la traduction en néerlandais, français, allemand ou anglais.
  § 2. L'autorité compétente chargée de recevoir les demandes de transit, de même que toute autre correspondance officielle concernant ces demandes, est le Ministre de la Justice.
  § 3. La demande de transit ainsi que la copie du certificat peuvent être transmis par tout moyen permettant de laisser une trace écrite. Le Ministre de la Justice fait connaître sa décision par le même procédé.
  § 4. Le Ministre de la Justice se prononce au plus tard une semaine après la réception de la demande de transit et informe l'Etat d'émission de sa décision par tout moyen laissant une trace écrite. Cette décision peut être reportée jusqu'à la transmission de la traduction lorsqu'elle est demandée conformément au § 1er.
  § 5. Le Ministre de la Justice informe l'Etat d'émission lorsqu'il ne peut garantir que la personne condamnée ne sera ni poursuivie, ni détenue, ni soumise à aucune restriction de sa liberté individuelle sur le territoire belge pour des faits ou condamnations antérieurs à son départ du territoire de l'Etat d'émission. Dans ce cas, l'Etat d'émission peut retirer sa demande.
  § 6. La personne condamnée ne peut être détenue en Belgique que pendant la durée strictement nécessaire au transit sur le territoire belge.
Art.29. § 1. Het verzoek om doortocht is niet vereist indien het vervoer door de lucht plaatsvindt en er geen tussenlanding op Belgisch grondgebied is gepland.
  § 2. Niettemin worden in geval van onvoorziene tussenlanding, het verzoek om doortocht en het afschrift van het certificaat verstrekt binnen een termijn van tweeënzeventig uur.
Art.29. § 1er. La demande de transit n'est pas requise dans le cas d'un transport aérien sans escale prévue sur le territoire belge.
  § 2. Toutefois, lorsque survient un atterrissage imprévu, la demande de transit et la copie du certificat doivent être fournis dans un délai de septante-deux heures.
HOOFDSTUK 4. - Procedure inzake de erkenning en de tenuitvoerlegging van een in België gewezen vonnis in een andere lidstaat van de Europese Unie
CHAPITRE 4. - Procédure relative à la reconnaissance et à l'exécution dans un autre Etat membre de l'Union européenne d'un jugement rendu en Belgique
Art.30. § 1. Wanneer de gevonniste persoon niet in hechtenis is genomen, is de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waar het vonnis werd uitgesproken de bevoegde autoriteit om een in België gewezen vonnis toe te zenden met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging in een andere lidstaat.
  § 2. Wanneer de gevonniste persoon in België in hechtenis is genomen, is de minister van Justitie de bevoegde autoriteit voor de toezending van een in België gewezen vonnis met het oog op de erkenning en zijn tenuitvoerlegging in een andere lidstaat. De Minister van Justitie raadpleegt de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement van de plaats van hechtenis teneinde de mogelijke contra-indicaties voor het toezenden van het vonnis naar een andere lidstaat die uit lopende onderzoeken of gerechtelijke vervolgingen voortvloeien, te bepalen.
Art.30. § 1er. Lorsque la personne condamnée n'est pas détenue, l'autorité compétente pour transmettre un jugement rendu en Belgique aux fins de sa reconnaissance et de son exécution dans un autre Etat membre est le procureur du Roi de l'arrondissement judiciaire dans lequel le jugement a été prononcé.
  § 2. Lorque la personne condamnée est détenue en Belgique, l'autorité compétente pour transmettre un jugement rendu en Belgique aux fins de sa reconnaissance et de son exécution dans un autre Etat membre est le Ministre de la Justice. Le ministre de la Justice consulte le Procureur du Roi de l'arrondissement judiciaire du lieu de détention afin de déterminer les éventuelles contre-indications à l'envoi du jugement vers un autre Etat membre, résultant d'enquêtes ou poursuites judiciaires en cours.
Art.31. § 1. Wanneer het voorafgaand akkoord van de tenuitvoerleggingsstaat vereist is krachtens artikel 4, § 3, verzoekt de Minister van Justitie de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat om dit akkoord te verlenen voor de toezending van het vonnis.
  § 2. Indien de tenuitvoerleggingsstaat zijn voorafgaand akkoord geeft, zendt de minister of de bevoegde procureur des Konings, naar gelang van het geval, het vonnis vergezeld van het certificaat toe aan de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging.
Art.31. § 1er. Lorsque l'accord préalable de l'Etat d'exécution est nécessaire en vertu de l'article 4, § 3, le Ministre de la Justice demande à l'autorité compétente de l'Etat d'exécution de donner cet accord avant la transmission du jugement.
  § 2. Si l'Etat d'exécution donne son accord préalable, le ministre ou le procureur du Roi compétent, selon le cas, transmet le jugement accompagné du certificat à l'autorité compétente de l'Etat d'exécution aux fins de reconnaissance et d'exécution.
Art.32. § 1. De bevoegde Belgische autoriteit verstuurt naar de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat het vonnis vergezeld van het certificaat dat, in voorkomend geval, wordt vertaald in de officiële taal of een van de officiële talen van deze Staat of in een of meer andere officiële talen van de instellingen van de Europese Unie die deze Staat aanvaardt op grond van een verklaring afgelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie indien aan de volgende voorwaarden is voldaan :
  1° de gevonniste persoon heeft overeenkomstig artikel 6, § 1° en artikel 33, ingestemd met de overzending van het vonnis;eb
  2° de tenuitvoerleggingsstaat heeft overeenkomstig artikel 4 ingestemd met de overzending van het vonnis vergezeld van het certificaat;
  3° de bevoegde Belgische autoriteit heeft de zekerheid verworven dat de tenuitvoerlegging van de sanctie in de tenuitvoerleggingsstaat bijdraagt tot een geslaagde reclassering en maatschappelijke re-integratie.
  Het vonnis vergezeld van het certificaat kan telkens slechts aan een enkele tenuitvoerleggingsstaat tegelijk worden toegezonden.
  § 2. Indien de bevoegde autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat niet is gekend, kunnen de nodige opsporingen worden verricht door enig middel, daaronder begrepen via de contactpunten van het Europees justitieel netwerk, teneinde deze informatie te verkrijgen van de tenuitvoerleggingsstaat.
Art.32. § 1er. L'autorité belge compétente adresse à l'autorité compétente d'un autre Etat membre le jugement accompagné du certificat qui, le cas échéant, est traduit dans la langue officielle ou dans une des langues officielles de cet Etat ou dans une ou plusieurs autres langues officielles des institutions de l'Union européenne que cet Etat accepte en vertu d'une déclaration faite auprès du secrétariat général du Conseil de l'Union européenne, lorsque les conditions suivantes sont remplies :
  1° la personne condamnée a consenti à la transmission du jugement, conformément à l'article 6, § 1er et à l'article 33;
  2° l'Etat d'exécution a consenti à la transmission du jugement et du certificat, conformément à l'article 4;
  3° l'autorité belge compétente a acquis la certitude que l'exécution de la condamnation dans l'Etat d'exécution contribue à atteindre l'objectif de réinsertion et réintégration sociale.
  Le jugement accompagné du certificat ne peut être transmis qu'à un seul Etat d'exécution à la fois.
  § 2. Si l'autorité compétente de l'Etat d'exécution n'est pas connue, les recherches nécessaires peuvent être effectuées par tout moyen, y compris via les points de contact du réseau judiciaire européen, en vue d'obtenir cette information de l'Etat d'exécution.
Art.33. § 1. Wanneer de gevonniste persoon zich op het Belgische grondgebied bevindt en zijn instemming vereist is krachtens artikel 6, § 1, wordt hij gehoord door de procureur des Konings bij de rechtbank van de plaats van hechtenis, of door de procureur des Konings van zijn verblijfplaats indien hij zich niet in hechtenis bevindt. De procureur des Konings brengt hem op de hoogte van de toezending van het vonnis aan de tenuitvoerleggingsstaat met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging en van de gevolgen die eruit voortvloeien, inzonderheid van het feit dat door de instemming met de toezending van het vonnis wordt afgezien van de mogelijkheid om een beroep te doen op het specialiteitsbeginsel. De betrokkene wordt bijgestaan door een raadsman, hetzij wanneer hij erom verzoekt, hetzij wanneer de procureur des Konings zulks nodig acht gelet op de geestelijke toestand of de leeftijd van de gedetineerde.
  § 2. Wanneer de gevonniste persoon zich op het grondgebied van de tenuitvoerleggingsstaat bevindt en zijn instemming is vereist krachtens artikel 6, § 1, verzoekt de Minister van Justitie de tenuitvoerleggingsstaat om de instemming van de persoon te krijgen op hetzelfde tijdstip als hij om het voorafgaand akkoord van hem verzoekt voor de toezending van het vonnis krachtens artikel 31.
  § 3. Wanneer de persoon instemt met de toezending van het vonnis, is die instemming onherroepelijk gedurende een termijn van negentig dagen vanaf de datum van het verschijnen voor de procureur des Konings. Indien de overbrenging niet heeft plaatsgevonden bij het verstrijken van deze termijn, kan de gevonniste persoon vrij zijn instemming herroepen per brief gericht aan de procureur des Konings tot op de dag waarop de datum van de overbrenging hem wordt betekend.
  § 4. Wanneer de gevonniste persoon zich op het Belgische grondgebied bevindt en zijn toestemming niet is vereist krachtens artikel 6, § 2, wordt hij in een taal die hij kent en door middel van het formulier opgenomen in bijlage 2, op de hoogte gesteld van het besluit om het vonnis toe te zenden aan de tenuitvoerlegginsstaat. De persoon of indien zijn lichaams- of geestestoestand hem zulks niet toelaat, zijn wettige vertegenwoordiger heeft het recht om zich te laten bijstaan door een raadsman en om zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de bevoegde autoriteit.
  Met deze opmerkingen wordt rekening gehouden bij het nemen van de beslissing om het vonnis toe te zenden. Zij worden eveneens toegezonden aan de tenuitvoerleggingsstaat.
  § 5. Wanneer de gevonniste persoon zich op het grondgebied van de tenuitvoerleggingsstaat bevindt en zijn instemming niet is vereist krachtens artikel 6, § 2, zendt de Minister van Justitie of de bevoegde procureur des Konings, naar gelang het geval, het formulier waarvan het model is opgenomen in bijlage 2, toe aan de tenuitvoerleggingsstaat om de gevonniste persoon, door middel van het formulier en in een taal die hij kent, op de hoogte te brengen van de beslissing tot toezending van het vonnis en het certificaat.
Art.33. § 1er. Lorsque la personne condamnée se trouve sur le territoire belge et que son consentement est requis en vertu de l'article 6, § 1er, elle est entendue par le procureur du Roi près le tribunal du lieu de détention, ou par le procureur du Roi du lieu de sa résidence si elle n'est pas détenue. Le procureur du Roi l'informe de la transmission du jugement à l'Etat d'exécution aux fins de reconnaissance et d'exécution et des conséquences qui en découlent, notamment du fait que le consentement à la transmission du jugement entraîne la renonciation au bénéfice de la règle de la spécialité. La personne concernée est assistée d'un conseil, soit lorsqu'elle le demande, soit lorsque le procureur du Roi l'estime nécessaire compte tenu de l'état mental ou de l'âge du détenu.
  § 2. Lorsque la personne condamnée se trouve sur le territoire de l'Etat d'exécution et que son consentement est requis en vertu de l'article 6, § 1er, le Ministre de la Justice demande à l'Etat d'exécution de recueillir le consentement de la personne en même temps qu'il demande l'accord préalable de celui-ci pour la transmission du jugement en vertu de l'article 31.
  § 3. Lorsque la personne consent à la transmission du jugement, ce consentement est irrévocable pendant un délai de nonante jours à dater de celui de la comparution devant le procureur du Roi. Si le transfèrement n'a pas eu lieu à l'expiration de ce délai, la personne condamnée peut librement révoquer son consentement, par lettre adressée au procureur du Roi jusqu'au jour où lui est notifié la date du transfèrement.
  § 4. Lorsque la personne condamnée se trouve sur le territoire belge et que son consentement n'est pas requis en vertu de l'article 6, § 2, elle est informée, dans une langue qu'elle comprend et au moyen du formulaire figurant à l'annexe 2, de la décision de transmettre le jugement à l'Etat d'exécution. La personne, ou son représentant légal si son état mental ou physique ne le lui permet pas, a le droit de se faire assister d'un conseil et de présenter ses observations orales ou écrites à l'autorité compétente.
  Ces observations sont prises en compte pour prendre la décision de transmettre le jugement. Elles sont également transmises à l'Etat d'exécution.
  § 5. Lorsque la personne condamnée se trouve sur le territoire de l'Etat d'exécution et que son consentement n'est pas requis en vertu de l'article 6, § 2, le Ministre de la Justice ou le procureur du Roi compétent, selon le cas, transmet le formulaire dont le modèle type figure à l'annexe 2 à l'Etat d'exécution en vue d'informer la personne condamnée, au moyen de ce formulaire et dans une langue qu'elle comprend, de la décision de transmettre le jugement et le certificat.
Art.34. § 1. Wanneer de tenuitvoerleggingsstaat waaraan de Minister van Justitie of de bevoegde procureur des Konings, naar gelang het geval, een vonnis heeft gericht met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging, in een met redenen omkleed advies stelt dat de tenuitvoerlegging van de straf in de betrokken staat niet zou bijdragen tot de reclassering en maatschappelijke re-integratie, onderzoekt de minister of de bevoegde procureur des Konings, naar gelang het geval, dit met redenen omkleed advies en besluit hij het verzoek met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging al dan niet in te trekken.
  § 2. Indien de tenuitvoerleggingsstaat de toestemming vraagt om de gevonniste persoon te vervolgen, te berechten of hem de vrijheid te benemen wegens een ander vóór de overbrenging gepleegd feit dan dat wat aan de overbrenging ten grondslag ligt, neemt de procureur des Konings een beslissing binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek.
  De toestemming wordt verplicht gegeven indien het gaat om een overlevering verplicht krachtens de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel.
  Voor de in artikel 7 van dezelfde wet bedoelde bijzondere situaties moeten de door België gevraagde waarborgen verplicht worden gegeven.
Art.34. § 1er. Lorsque l'Etat d'exécution auquel le Ministre de la Justice ou le procureur du Roi compétent, selon le cas, a adressé un jugement aux fins de reconnaissance et d'exécution émet un avis motivé selon lequel l'exécution de la peine dans l'Etat en question ne contribuerait pas à atteindre l'objectif de réinsertion et de réintégration sociale, le ministre ou le procureur du Roi compétent, selon le cas, examine cet avis motivé et décide de retirer ou non la demande aux fins de reconnaissance et d'exécution.
  § 2. Lorsque l'Etat d'exécution demande le consentement en vue de poursuivre, condamner ou priver de liberté la personne condamnée pour une infraction, commise avant son transfèrement, autre que celle qui a motivé son transfèrement, le procureur du Roi prend une décision dans un délai de trente jours à dater de la réception de la demande.
  Le consentement est obligatoirement donné lorsque la remise prévue par la loi du 19 décembre 2003 relative au mandat d'arrêt européen est obligatoire.
  Pour les cas particuliers de l'article 7 de cette même loi, les garanties demandées par la Belgique sont obligatoirement données.
Art.35. § 1. Indien de gevonniste persoon zich in België bevindt, wordt hij naar de tenuitvoerleggingsstaat overgebracht op een onderling vast te stellen tijdstip, en ten laatste dertig dagen na de definitieve beslissing van de tenuitvoerleggingsstaat betreffende de tenuitvoerlegging van het vonnis.
  § 2. Indien onvoorziene omstandigheden in de weg staan aan een overbrenging binnen de in § 1 gestelde termijn, neemt de procureur des Konings of de Minister van Justitie, naar gelang van het geval, contact op met de bevoegde autoriteiten van de tenuitvoerleggingsstaat. Zodra deze onvoorziene omstandigheden zich niet meer voordoen, wordt een nieuw tijdstip vastgesteld opdat de overbrenging ten laatste binnen de tien volgende dagen zou kunnen plaatsvinden.
Art.35. § 1er. Lorsque la personne condamnée se trouve en Belgique, elle est transférée vers l'Etat d'exécution à une date arrêtée de commun accord et au plus tard trente jours après la décision finale de l'Etat d'exécution sur l'exécution du jugement.
  § 2. Si le transfèrement ne peut intervenir dans le délai fixé au § 1er en raison de circonstances imprévues, le procureur du Roi ou le Ministre de la Justice, selon le cas, se met en contact avec les autorités de l'Etat d'exécution. Lorsque ces circonstances imprévues ont cessé d'exister, une nouvelle date est fixée pour que le transfèrement ait lieu au plus tard dans les dix jours qui suivent.
Art.36. De procureur des Konings stelt de autoriteit van de tenuitvoerleggingsstaat onverwijld in kennis van elke beslissing of maatregel waardoor de sanctie niet langer onmiddellijk of binnen een bepaalde termijn ten uitvoer kan worden gelegd.
Art.36. Le procureur du Roi informe immédiatement l'autorité de l'Etat d'exécution de toute décision ou mesure qui a pour effet d'ôter à la condamnation, immédiatement ou à terme, son caractère exécutoire.
Art.37. § 1. De straf of de maatregel mag niet meer ten uitvoer worden gelegd op het Belgische grondgebied zodra de tenuitvoerlegging in de tenuitvoerlegginsstaat is aangevat.
  § 2. De tenuitvoerlegging kan hervat worden op het Belgische grondgebied zodra de tenuitvoerleggingsstaat de bevoegde Belgische autoriteiten op de hoogte brengt dat de straf of de maatregel gedeeltelijk niet ten uitvoer is gelegd omdat de gevonniste persoon is gevlucht.
Art.37. § 1er. La peine ou mesure ne peut plus être exécutée sur le territoire belge dès que l'exécution a commencé dans l'Etat d'exécution.
  § 2. L'exécution peut être reprise sur le territoire belge dès que l'Etat d'exécution informe les autorités belges compétentes de la non-exécution partielle de la peine ou mesure suite à l'évasion de la personne condamnée.
HOOFDSTUK 5. - Tenuitvoerlegging van het vonnis volgend op een Europees aanhoudingsbevel
CHAPITRE 5. - Exécution du jugement à la suite d'un mandat d'arrêt européen
Art.38. § 1. Indien de raadkamer artikel 6, 4°, van de wet van 19 december 2003 betreffende het Europees aanhoudingsbevel toepast, omvat haar beslissing de erkenning en de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel vermeld in de rechterlijke beslissing waarvoor een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd. De sanctie wordt vervolgens ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van deze wet. De territoriaal bevoegde procureur des Konings eist van de autoriteit die het Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd het vonnis vergezeld van het certificaat en gaat indien nodig over tot de aanpassing van de straf overeenkomstig artikel 18.
  § 2. Indien een andere lidstaat van de Europese Unie de door de Belgische autoriteit verzochte overlevering heeft geweigerd omdat hij zich ertoe verbindt de straf ten uitvoer te leggen, zendt de bevoegde Belgische autoriteit het vonnis vergezeld van het certificaat toe aan die Staat, met het oog op de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel.
Art.38. § 1er. Lorsque la chambre du conseil fait application de l'article 6, 4°, de la loi du 19 décembre 2003 relative au mandat d'arrêt européen, sa décision emporte la reconnaissance et l'exécution de la peine ou mesure privative de liberté visée dans la décision judiciaire faisant l'objet du mandat d'arrêt européen. La condamnation est ensuite exécutée conformément aux dispositions de la présente loi. Le procureur du Roi territorialement compétent exige de l'autorité d'émission du mandat d'arrêt européen le jugement, accompagné du certificat, et procède si nécessaire à l'adaptation de la peine conformément à l'article 18.
  § 2. Lorsqu'un autre Etat membre de l'Union européenne a refusé la remise demandée par les autorités belges car il s'engage à exécuter la peine, l'autorité belge compétente transmet à cet Etat le jugement, accompagné du certificat, en vue de l'exécution de la peine ou mesure privative de liberté.
Art.39. § 1. Indien een lidstaat de overlevering heeft onderworpen aan de voorwaarde dat de persoon, na in België te zijn berecht, naar deze Staat wordt teruggezonden teneinde aldaar de sanctie te ondergaan die te zijnen laste wordt uitgesproken, stuurt de bevoegde Belgische autoriteit het vonnis vergezeld van het certificaat met het oog op de erkenning en de tenuitvoerlegging ervan. De artikelen 6 en 33 zijn niet van toepassing.
  § 2. Indien België de overlevering onderwerpt aan de voorwaarde dat de persoon, na in een andere lidstaat te zijn berecht, wordt teruggezonden naar het Belgische grondgebied teneinde daar de sanctie te ondergaan die te zijnen laste werd uitgesproken, omvat deze beslissing het voorafgaand akkoord dat vereist zou zijn voor de erkenning en de tenuitvoerlegging van het vonnis in België. De territoriaal bevoegde procureur des Konings eist van de autoriteit die het Europees aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd het vonnis vergezeld van het certificaat, hij gaat over tot het onderzoek van de weigeringsgronden en indien nodig tot de aanpassing van de straf. De sanctie wordt vervolgens ten uitvoer gelegd overeenkomstig de bepalingen van deze wet.
Art.39. § 1er. Lorsqu'un Etat membre a subordonné la remise à la condition que la personne, après avoir été jugée en Belgique, soit renvoyée dans cet Etat pour y subir la condamnation qui serait prononcée à son encontre, l'autorité belge compétente envoie le jugement accompagné du certificat en vue de sa reconnaissance et de son exécution. Les articles 6 et 33 ne sont pas applicables.
  § 2. Lorsque le Belgique subordonne la remise à la condition que la personne, après avoir été jugée dans un autre Etat membre, soit renvoyée sur le territoire belge en vue d'y subir la condamnation qui serait prononcée à son encontre, cette décision emporte l'accord préalable qui serait exigé pour la reconnaissance et l'exécution du jugement en Belgique. Le procureur du Roi territorialement compétent exige de l'autorité d'émission du mandat d'arrêt européen le jugement, accompagné du certificat, procède à l'examen des motifs de refus et si nécessaire, à l'adaptation de la peine. La condamnation sera ensuite exécutée conformément aux dispositions de la présente loi.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi du 23 mai 1990 sur le transfèrement interétatique des personnes condamnées, la reprise et le transfert de la surveillance de personnes condamnées sous condition ou libérées sous condition ainsi que de la reprise et le transfert de l'exécution de peines et de mesures privatives de liberté
Art.40. In artikel 18 van de wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, ingevoegd door de wet van 26 mei 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt;
  " § 2. In de in paragraaf 1 bedoelde gevallen en overeenkomstig de bepalingen van artikel 22 is de in het buitenland uitgesproken vrijheidsbenemende straf of maatregel ten aanzien van een persoon die zich op het grondgebied van het Koninkrijk bevindt, rechtstreeks en onmiddellijk uitvoerbaar in België. ";
  2° paragraaf 3 word opgeheven.
Art.40. Dans l'article 18 de la loi du 23 mai 1990 sur le transfèrement interétatique des personnes condamnées, la reprise et le transfert de la surveillance de personnes condamnées sous condition ou libérées sous condition ainsi que de la reprise et le transfert de l'exécution de peines et de mesures privatives de liberté, inséré par la loi du 26 mai 2005, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 2 est remplacé par ce qui suit;
  " § 2. Dans les cas visés au paragraphe 1er et conformément aux dispositions de l'article 22, la peine ou mesure privative de liberté prononcée à l'étranger à l'égard d'une personne se trouvant sur le territoire du Royaume est directement et immédiatement exécutoire en Belgique ";
  2° le § 3 est abrogé.
Art.41. In artikel 25 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 mei 2005, worden de woorden " , behalve in de in artikel 18, § 2, bedoelde gevallen, " opgeheven.
Art.41. Dans l'article 25 de la même loi, inséré par la loi du 26 mai 2005, les mots " , sauf dans les cas visés par l'article 18, § 2, " sont abrogés.
HOOFDSTUK 7. - Overgangsbepaling
CHAPITRE 7. - Disposition transitoire
Art.42. § 1. Deze wet is, met ingang van 5 december 2011, van toepassing op de toezending van vonnissen betreffende :
  1° iedere in België gevonniste persoon aan een lidstaat van de Europese Unie;
  2° iedere in een lidstaat van de Europese Unie gevonniste persoon aan België.
  § 2. In het kader van de betrekkingen met de bevoegde autoriteiten van Nederland en Polen en elke andere lidstaat die in deze zin een verklaring heeft afgelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, is deze wet van toepassing op de definitieve vonnissen uitgesproken met ingang van 5 december 2011. Deze uitzondering is van toepassing op deze Staten, zowel als beslissingsstaat als tenuitvoerleggingsstaat.
  § 3. In het kader van de betrekkingen met de bevoegde Poolse autoriteiten blijft de instemming van de gevonniste persoon vereist ingeval de tenuitvoerlegging van de straf gebeurt in de lidstaat waarvan de gevonniste persoon onderdaan is en waar hij zijn woonplaats heeft. Deze uitzondering is van toepassing op Polen als beslissingsstaat en als tenuitvoerleggingsstaat voor alle vonnissen uitgesproken vóór 5 december 2016.
  § 4. In het kader van de betrekkingen met de lidstaten die kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie, niet hebben omgezet in hun interne rechtsorde en met lidstaten die het hebben omgezet, maar die hebben verklaard dit instrument enkel toe te passen bij strafrechtelijke veroordelingen uitgesproken vanaf een bepaalde datum, blijven de wet van 23 mei 1990 inzake de overbrenging tussen Staten van veroordeelde personen, de overname en de overdracht van het toezicht op voorwaardelijk veroordeelde of voorwaardelijk in vrijheid gestelde personen, en de overname en de overdracht van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen, alsook de bestaande instrumenten op het gebied van de overbrenging, van toepassing.
Art.42. § 1er. La présente loi s'applique, à partir du 5 décembre 2011, à la transmission de jugements relatifs à :
  1° toute personne condamnée en Belgique vers un Etat membre de l'Union européenne;
  2° toute personne condamnée dans un Etat membre de l'Union européenne vers la Belgique.
  § 2. Dans les relations avec les autorités compétentes des Pays-Bas et de la Pologne et de tout autre Etat membre ayant fait une déclaration en ce sens auprès du secrétariat général du Conseil de l'Union européenne, la présente loi s'appliquera aux jugements définitifs prononcés à partir du 5 décembre 2011. Cette exception s'applique à ces Etats en tant qu'Etat d'émission et en tant qu'Etat d'exécution.
  § 3. Dans les relations avec les autorités compétentes polonaises, le consentement du condamné restera requis dans l'hypothèse de l'exécution de la peine dans l'Etat membre dont la personne condamnée est ressortissante et sur le territoire duquel elle vit. Cette exception s'applique à la Pologne en tant qu'Etat d'émission et en tant qu'Etat d'exécution pour tous les jugements prononcés avant le 5 décembre 2016.
  § 4. Dans les relations avec les Etats membres qui n'ont pas transposé la décision-cadre 2008/909/JAI du Conseil du 27 novembre 2008 concernant l'application du principe de reconnaissance mutuelle aux jugements en matière pénale prononçant des peines ou des mesures privatives de liberté aux fins de leur exécution dans l'Union européenne dans leur ordre juridique interne et avec les Etats membres qui l'auraient fait mais qui ont déclaré n'appliquer cet instrument qu'avec les condamnations pénales prononcées à partir d'une certaine date, la loi du 23 mai 1990 sur le transfèrement interétatique des personnes condamnées, la reprise et le transfert de la surveillance de personnes condamnées sous condition ou libérées sous condition ainsi que la reprise et le transfert de l'exécution de peines et de mesures privatives de liberté et les instruments existants dans le domaine du transfèrement restent d'application.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Certificaat bedoeld in artikel 3, 4°
  (Model niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-06-2012, p. 32130-32138)
Art. N1. Annexe 1. - Certificat prévu à l'article 3, 4°
  (Modèle non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 08-06-2012, p. 32140-32148)
Art. N2. Bijlage 2. - Kennisgeving aan de gevonniste persoon
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 08-06-2012, p. 32139)
Art. N2. Annexe 2. - Notification de la personne condamnée
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques, voir M.B. du 08-06-2012, p. 32149)