Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 17 maart 2006 tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de rechtbank van eerste aanleg te Veurne wordt gewijzigd als volgt :
" Artikel 1. De rechtbank van eerste aanleg te Veurne bestaat uit vijftien kamers waarvan acht kamers voor burgerlijke zaken waaronder de beslagkamer, vijf kamers voor correctionele zaken waaronder de correctionele raadkamer, en twee jeugdkamers . "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
15 FEBRUARI 2012. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 maart 2006 tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de rechtbank van eerste aanleg te Veurne
Titre
15 FEVRIER 2012. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 17 mars 2006 établissant le règlement particulier du tribunal de première instance de Furnes
Informations sur le document
Info du document
Tekst (12)
Texte (12)
Article 1er. L'article 1er de l'arrêté royal du 17 mars 2006 établissant le règlement particulier du tribunal de première instance de Furnes est remplacé par ce qui suit :
" Article 1er. Le tribunal de première instance de Furnes est composé de quinze chambres, dont huit chambres civiles parmi lesquelles la chambre des saisies, cinq chambres correctionnelles parmi lesquelles la chambre du conseil correctionnelle et deux chambres de la jeunesse. "
" Article 1er. Le tribunal de première instance de Furnes est composé de quinze chambres, dont huit chambres civiles parmi lesquelles la chambre des saisies, cinq chambres correctionnelles parmi lesquelles la chambre du conseil correctionnelle et deux chambres de la jeunesse. "
Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde besluit wordt het vierde lid vervangen als volgt :
" De dertiende kamer en kamer dertien bis vormen de jeugdrechtbank. "
" De dertiende kamer en kamer dertien bis vormen de jeugdrechtbank. "
Art. 2. Dans l'article 2 du même arrêté, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" La treizième chambre et la treizième chambre bis forment le tribunal de la jeunesse. "
" La treizième chambre et la treizième chambre bis forment le tribunal de la jeunesse. "
Art. 3. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt :
" Art. 3. De kamers houden zitting als volgt :
1° de eerste kamer : iedere donderdag om 9 uur;
2° de tweede kamer : iedere donderdag om 10 u. 30 m.;
3° de derde kamer : iedere donderdag om 9 uur;
4° de vierde kamer : iedere donderdag om 9 uur;
5° de vijfde kamer : op vrijdag om de veertien dagen om 9 uur;
6° de zesde kamer : op vrijdag om de veertien dagen om 9 u. 30 m.;
7° de zevende kamer : op woensdag om de veertien dagen om 9 u. 30 m.;
8° de achtste kamer : iedere woensdag om 9 uur;
9° de negende kamer : op vrijdag om de veertien dagen om 9 uur;
10° de tiende kamer : iedere dinsdag om 9 uur;
11° de elfde kamer : op vrijdag om de veertien dagen om 9 uur;
12° de twaalfde kamer : iedere dinsdag om 9 uur en zo nodig ook op vrijdag om 11 uur;
13° de dertiende kamer : iedere vrijdag om 9 uur en iedere tweede maandag van de maand als inleidingskamer voor de burgerlijke zaken om 9 uur;
14° kamer dertien bis : op maandag om 10 u. 30 m.;
15° de veertiende kamer : iedere woensdag om 9 u. 30 m.
De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg houdt zitting iedere woensdag om 11 uur in de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren.
Het bureau voor rechtsbijstand houdt zitting iedere vrijdag om 9 uur. "
" Art. 3. De kamers houden zitting als volgt :
1° de eerste kamer : iedere donderdag om 9 uur;
2° de tweede kamer : iedere donderdag om 10 u. 30 m.;
3° de derde kamer : iedere donderdag om 9 uur;
4° de vierde kamer : iedere donderdag om 9 uur;
5° de vijfde kamer : op vrijdag om de veertien dagen om 9 uur;
6° de zesde kamer : op vrijdag om de veertien dagen om 9 u. 30 m.;
7° de zevende kamer : op woensdag om de veertien dagen om 9 u. 30 m.;
8° de achtste kamer : iedere woensdag om 9 uur;
9° de negende kamer : op vrijdag om de veertien dagen om 9 uur;
10° de tiende kamer : iedere dinsdag om 9 uur;
11° de elfde kamer : op vrijdag om de veertien dagen om 9 uur;
12° de twaalfde kamer : iedere dinsdag om 9 uur en zo nodig ook op vrijdag om 11 uur;
13° de dertiende kamer : iedere vrijdag om 9 uur en iedere tweede maandag van de maand als inleidingskamer voor de burgerlijke zaken om 9 uur;
14° kamer dertien bis : op maandag om 10 u. 30 m.;
15° de veertiende kamer : iedere woensdag om 9 u. 30 m.
De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg houdt zitting iedere woensdag om 11 uur in de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren.
Het bureau voor rechtsbijstand houdt zitting iedere vrijdag om 9 uur. "
Art. 3. L'article 3 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3. Les chambres tiennent audience comme suit :
1° la première chambre : le jeudi, à 9 heures;
2° la deuxième chambre : le jeudi, à 10 h 30 m;
3° la troisième chambre : le jeudi, à 9 heures;
4° la quatrième chambre : le jeudi, à 9 heures;
5° la cinquième chambre : tous les quinze jours, le vendredi, à 9 heures;
6° la sixième chambre : tous les quinze jours, le vendredi, à 9 h 30 m;
7° la septième chambre : tous les quinze jours, le mercredi, à 9 h 30 m;
8° la huitième chambre : le mercredi, à 9 heures;
9° la neuvième chambre : tous les quinze jours, le vendredi, à 9 heures;
10° la dixième chambre : le mardi, à 9 heures;
11° la onzième chambre : tous les quinze jours, le vendredi, à 9 heures;
12° la douzième chambre : le mardi, à 9 heures et au besoin également le vendredi, à 11 heures;
13° la treizième chambre : le vendredi, à 9 heures et le deuxième lundi du mois, à 9 heures, comme chambre d'introduction des affaires civiles;
14° la treizième chambre bis : le lundi, à 10 h 30 m;
15° la quatorzième chambre : le mercredi, à 9 h 30 m.
Le président du tribunal de première instance siège le mercredi à 11 heures pour les matières qui relèvent de sa compétence.
Le bureau d'assistance judiciaire siège le vendredi à 9 heures. "
" Art. 3. Les chambres tiennent audience comme suit :
1° la première chambre : le jeudi, à 9 heures;
2° la deuxième chambre : le jeudi, à 10 h 30 m;
3° la troisième chambre : le jeudi, à 9 heures;
4° la quatrième chambre : le jeudi, à 9 heures;
5° la cinquième chambre : tous les quinze jours, le vendredi, à 9 heures;
6° la sixième chambre : tous les quinze jours, le vendredi, à 9 h 30 m;
7° la septième chambre : tous les quinze jours, le mercredi, à 9 h 30 m;
8° la huitième chambre : le mercredi, à 9 heures;
9° la neuvième chambre : tous les quinze jours, le vendredi, à 9 heures;
10° la dixième chambre : le mardi, à 9 heures;
11° la onzième chambre : tous les quinze jours, le vendredi, à 9 heures;
12° la douzième chambre : le mardi, à 9 heures et au besoin également le vendredi, à 11 heures;
13° la treizième chambre : le vendredi, à 9 heures et le deuxième lundi du mois, à 9 heures, comme chambre d'introduction des affaires civiles;
14° la treizième chambre bis : le lundi, à 10 h 30 m;
15° la quatorzième chambre : le mercredi, à 9 h 30 m.
Le président du tribunal de première instance siège le mercredi à 11 heures pour les matières qui relèvent de sa compétence.
Le bureau d'assistance judiciaire siège le vendredi à 9 heures. "
Art. 4. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 5. De tweede burgerlijke kamer bestaat uit drie rechters.
Zij zetelt voor de inleiding en de behandeling van :
1° de burgerlijke rechtsvorderingen aangebracht naar aanleiding van drukpersmisdrijven (artikel 92, § 1, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek);
2° de hogere beroepen tegen vonnissen gewezen door de vrederechter (artikel 92, § 1, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek);
3° de hogere beroepen tegen de burgerrechtelijke vonnissen gewezen door de politierechtbank (artikel 92, § 1, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek);
4° de verzoeken tot herroeping van het gewijsde (artikel 92, § 1, 5°, van het Gerechtelijk Wetboek);
5° de tuchtzaken (artikel 92, § 1, 6°, van het Gerechtelijk Wetboek);
Zij behandelt eveneens de zaken die ingevolge artikel 91, laatste lid, van het Gerechtelijk Wetboek onttrokken worden aan de burgerlijke kamers met één rechter, op verzoek van partijen.
De tweede kamer zetelt eveneens als kamer met vijf rechters in de gevallen bedoeld in artikel 93, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek. "
" Art. 5. De tweede burgerlijke kamer bestaat uit drie rechters.
Zij zetelt voor de inleiding en de behandeling van :
1° de burgerlijke rechtsvorderingen aangebracht naar aanleiding van drukpersmisdrijven (artikel 92, § 1, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek);
2° de hogere beroepen tegen vonnissen gewezen door de vrederechter (artikel 92, § 1, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek);
3° de hogere beroepen tegen de burgerrechtelijke vonnissen gewezen door de politierechtbank (artikel 92, § 1, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek);
4° de verzoeken tot herroeping van het gewijsde (artikel 92, § 1, 5°, van het Gerechtelijk Wetboek);
5° de tuchtzaken (artikel 92, § 1, 6°, van het Gerechtelijk Wetboek);
Zij behandelt eveneens de zaken die ingevolge artikel 91, laatste lid, van het Gerechtelijk Wetboek onttrokken worden aan de burgerlijke kamers met één rechter, op verzoek van partijen.
De tweede kamer zetelt eveneens als kamer met vijf rechters in de gevallen bedoeld in artikel 93, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek. "
Art. 4. L'article 5 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 5. La deuxième chambre civile est composée de trois juges.
Elle siège en vue de l'introduction et de l'instruction :
1° des actions civiles mues en raison d'un délit de presse (article 92, § 1er, 2°, du Code judiciaire);
2° des appels aux jugements rendus par le juge de paix (article 92, § 1er, 3°, du Code judiciaire);
3° des appels aux jugements civils rendus par le tribunal de police (article 92, § 1er, 3°, du Code judiciaire);
4° des requêtes civiles (article 92, § 1er, 5°, du Code judiciaire);
5° des affaires en matière disciplinaire (article 92, § 1er, 6°, du Code judiciaire).
Elle connaît également des affaires dont les chambres civiles composées d'un juge unique sont dessaisies à la requête des parties, conformément à l'article 91, dernier alinéa, du Code judiciaire.
La deuxième chambre siège également en tant que chambre à cinq juges, dans les cas visés à l'article 93, alinéa 1er, du Code judiciaire. "
" Art. 5. La deuxième chambre civile est composée de trois juges.
Elle siège en vue de l'introduction et de l'instruction :
1° des actions civiles mues en raison d'un délit de presse (article 92, § 1er, 2°, du Code judiciaire);
2° des appels aux jugements rendus par le juge de paix (article 92, § 1er, 3°, du Code judiciaire);
3° des appels aux jugements civils rendus par le tribunal de police (article 92, § 1er, 3°, du Code judiciaire);
4° des requêtes civiles (article 92, § 1er, 5°, du Code judiciaire);
5° des affaires en matière disciplinaire (article 92, § 1er, 6°, du Code judiciaire).
Elle connaît également des affaires dont les chambres civiles composées d'un juge unique sont dessaisies à la requête des parties, conformément à l'article 91, dernier alinéa, du Code judiciaire.
La deuxième chambre siège également en tant que chambre à cinq juges, dans les cas visés à l'article 93, alinéa 1er, du Code judiciaire. "
Art. 5. In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 5. Dans l'article 6 du même arrêté, l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 6. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 8. De partijen verschijnen voor de voorzitter van de rechtbank inzake echtscheiding door onderlinge toestemming iedere woensdag, om 9 uur. "
" Art. 8. De partijen verschijnen voor de voorzitter van de rechtbank inzake echtscheiding door onderlinge toestemming iedere woensdag, om 9 uur. "
Art. 6. L'article 8 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 8. La comparution des parties devant le président du tribunal en matière de divorce par consentement mutuel a lieu le mercredi, à 9 heures. "
" Art. 8. La comparution des parties devant le président du tribunal en matière de divorce par consentement mutuel a lieu le mercredi, à 9 heures. "
Art. 7. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een derde en vierde lid, luidende :
" De achtste correctionele kamer neemt tevens kennis van :
- de overtredingen van de wetten en verordeningen over één van de aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank, en, in geval van samenloop of samenhang, van genoemde overtredingen samen met één of meer overtredingen die niet behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, indien overeenkomstig artikelen 91 en 92 van het Gerechtelijk Wetboek de zaak voor een kamer met drie rechters wordt gebracht;
- de beroepen tegen de vonnissen van de politierechtbank in zoverre de politierechtbank uitspraak heeft gedaan in zaken die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, en, in geval van samenloop of samenhang, van genoemde overtredingen samen met een of meer overtredingen die niet behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten. "
" De achtste correctionele kamer neemt tevens kennis van :
- de overtredingen van de wetten en verordeningen over één van de aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank, en, in geval van samenloop of samenhang, van genoemde overtredingen samen met één of meer overtredingen die niet behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, indien overeenkomstig artikelen 91 en 92 van het Gerechtelijk Wetboek de zaak voor een kamer met drie rechters wordt gebracht;
- de beroepen tegen de vonnissen van de politierechtbank in zoverre de politierechtbank uitspraak heeft gedaan in zaken die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, en, in geval van samenloop of samenhang, van genoemde overtredingen samen met een of meer overtredingen die niet behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten. "
Art. 7. L'article 10 du même arrêté est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
" La huitième chambre correctionnelle connaît également :
- des infractions aux lois et règlements relatifs à une des matières qui relèvent de la compétence du tribunal du travail et, en cas de concours ou de connexité, des infractions citées avec une ou plusieurs infractions qui ne sont pas de la compétence des juridictions du travail, si l'affaire est portée devant une chambre à trois juges, conformément aux articles 91 et 92 du Code judiciaire;
- des appels des jugements rendus par le tribunal de police, dans la mesure où ce dernier s'est prononcé dans des matières qui relèvent de la compétence des juridictions du travail et, en cas de concours ou de connexité, des infractions citées avec une ou plusieurs infractions qui ne sont pas de la compétence des juridictions du travail. "
" La huitième chambre correctionnelle connaît également :
- des infractions aux lois et règlements relatifs à une des matières qui relèvent de la compétence du tribunal du travail et, en cas de concours ou de connexité, des infractions citées avec une ou plusieurs infractions qui ne sont pas de la compétence des juridictions du travail, si l'affaire est portée devant une chambre à trois juges, conformément aux articles 91 et 92 du Code judiciaire;
- des appels des jugements rendus par le tribunal de police, dans la mesure où ce dernier s'est prononcé dans des matières qui relèvent de la compétence des juridictions du travail et, en cas de concours ou de connexité, des infractions citées avec une ou plusieurs infractions qui ne sont pas de la compétence des juridictions du travail. "
Art. 8. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende :
" De elfde kamer neemt kennis van de overtredingen van de wetten en verordeningen over één van de aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, en, in geval van samenloop of samenhang, van genoemde overtredingen samen met één of meer overtredingen die niet behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten. "
" De elfde kamer neemt kennis van de overtredingen van de wetten en verordeningen over één van de aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten, en, in geval van samenloop of samenhang, van genoemde overtredingen samen met één of meer overtredingen die niet behoren tot de bevoegdheid van de arbeidsgerechten. "
Art. 8. L'article 11 du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" La onzième chambre connaît des infractions aux lois et règlements relatifs à une des matières qui relèvent de la compétence des juridictions du travail et, en cas de concours ou de connexité, des infractions citées avec une ou plusieurs infractions qui ne sont pas de la compétence des juridictions du travail. "
" La onzième chambre connaît des infractions aux lois et règlements relatifs à une des matières qui relèvent de la compétence des juridictions du travail et, en cas de concours ou de connexité, des infractions citées avec une ou plusieurs infractions qui ne sont pas de la compétence des juridictions du travail. "
Art. 9. In hetzelfde besluit wordt een artikel 12/1 ingevoegd, luidende :
" Art.12/1. De dertiende kamer neemt kennis van zaken die tot de bevoegdheid van de jeugdrechter behoren. " De kamer dertien bis neemt kennis van de zaken ten laste van de minderjarigen ten aanzien van wie een beslissing tot uithandengeving is genomen overeenkomstig de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade in het kader van een wanbedrijf of correctionaliseerbare misdaad. "
" Art.12/1. De dertiende kamer neemt kennis van zaken die tot de bevoegdheid van de jeugdrechter behoren. " De kamer dertien bis neemt kennis van de zaken ten laste van de minderjarigen ten aanzien van wie een beslissing tot uithandengeving is genomen overeenkomstig de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade in het kader van een wanbedrijf of correctionaliseerbare misdaad. "
Art. 9. Dans le même arrêté, il est inséré un article 12/1 rédigé comme suit :
" Art.12/1. La treizième chambre connaît des affaires relevant de la compétence du juge de la jeunesse. La treizième chambre bis connaît des affaires à charge des mineurs ayant fait l'objet d'une décision de dessaisissement conformément à la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse, à la prise en charge des mineurs ayant commis un fait qualifié infraction et à la réparation du dommage causé par ce fait dans le cadre d'un délit ou d'un crime correctionnalisable. "
" Art.12/1. La treizième chambre connaît des affaires relevant de la compétence du juge de la jeunesse. La treizième chambre bis connaît des affaires à charge des mineurs ayant fait l'objet d'une décision de dessaisissement conformément à la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse, à la prise en charge des mineurs ayant commis un fait qualifié infraction et à la réparation du dommage causé par ce fait dans le cadre d'un délit ou d'un crime correctionnalisable. "
Art. 10. Artikel 17 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid luidende :
" In toepassing van artikel 9 van de wet van 8 april 1965 op de jeugdbescherming wordt de onderzoeksrechter met dienst ook speciaal belast met de zaken die tot de bevoegdheid van de jeugdrechtbank behoren. "
" In toepassing van artikel 9 van de wet van 8 april 1965 op de jeugdbescherming wordt de onderzoeksrechter met dienst ook speciaal belast met de zaken die tot de bevoegdheid van de jeugdrechtbank behoren. "
Art. 10. L'article 17 du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" En application de l'article 9 de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse, le juge d'instruction qui est de service est aussi spécialement chargé des affaires qui relèvent de la compétence du tribunal de la jeunesse. "
" En application de l'article 9 de la loi du 8 avril 1965 relative à la protection de la jeunesse, le juge d'instruction qui est de service est aussi spécialement chargé des affaires qui relèvent de la compétence du tribunal de la jeunesse. "
Art. 11. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 11. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 12. De Minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le Ministre qui a la Justice dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Gegeven te Brussel, 15 februari 2012.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. A. TURTELBOOM
Donné à Bruxelles, le 15 février 2012.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme A. TURTELBOOM