Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° werkgever :
a) de bevoegde openbare dienst voor beroepsopleiding;
b) de bevoegde regionale openbare dienst voor arbeidsbemiddeling;
c) een sectoraal opleidingsfonds;
d) een organisme waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het verstrekken van opleiding of een begeleiding te bieden, op voorwaarde dat :
1° het als dusdanig werd erkend door de bevoegde openbare dienst of door de bevoegde Minister of door een sectoraal opleidingsfonds;
2° het werd opgericht als een vereniging zonder winstoogmerk;
3° de verstrekte opleidingen of begeleiding vormen niet het voorwerp van een commerciële activiteit;
e) een onderwijsinstelling erkend door de bevoegde gemeenschap;
2° opleider : de persoon, ontslagen in het kader van een herstructurering, die aangeworven wordt om opleiding te verstrekken;
3° begeleider : persoon, ontslagen in het kader van een herstructurering, die aangeworven wordt om werkzoekenden te begeleiden in het kader van de arbeidsbemiddeling of van beroepsinschakeling;
4° verminderingskaart : de verminderingskaart herstructureringen bedoeld in artikel 15/1 het koninklijk besluit van 9 maart 2006 betreffende het activerend beleid bij herstructureringen of de verminderingskaart herstructureringen bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 16 juli 2004 tot bevordering van de tewerkstelling van werknemers ontslagen in het kader van herstructureringen;
5° bevoegde directie : de Algemene Directie Werkgelegenheid en Arbeidsmarkt van de federale overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
3 FEBRUARI 2010. - Koninklijk besluit tot bevordering van de tewerkstelling van werkzoekenden, ontslagen in het kader van een herstructurering, ten behoeve van onderwijs- en opleidingsinstellingen en openbare bemiddelingsdiensten
Titre
3 FEVRIER 2010. - Arrêté royal de promotion de mise à l'emploi des demandeurs d'emploi, licenciés dans le cadre d'une restructuration, au profit des établissements d'enseignement et de formation et des services publics d'emploi
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (20)
Texte (20)
HOOFDSTUK 1 - Definities en inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er - Définitions et dispositions préliminaires
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté on entend par :
1° employeur :
a) le service public de la formation professionnelle compétent;
b) le service public régional de l'emploi compétent;
c) un fonds de formation sectoriel;
d) un organisme dont l'activité principale consiste à dispenser des formations ou à fournir un accompagnement, à condition :
1° qu'il ait été reconnu en tant que tel par le service public ou le Ministre compétent ou par un fonds de formation sectoriel;
2° qu'il soit constitué comme association sans but lucratif;
3° que les formation ou l'accompagnement dispensés ne fassent pas l'objet d'une activité commerciale.
e) un établissement d'enseignement reconnu par la Communauté compétente;
2° formateur : la personne licenciée dans le cadre d'une restructuration et engagée en vue de dispenser des formations;
3° accompagnateur : la personne licenciée dans le cadre d'une restructuration et engagée en vue d'accompagner des demandeur d'emploi dans le cadre d'activités de placement ou d'insertion professionnelle.
4° carte de réduction : la carte de réduction restructurations visée à l'article 15/1 de l'arrêté royal du 9 mars 2006 relatif à la gestion active des restructurations ou la carte de réduction restructurations visée à l'article 4 de l'arrêté royal du 16 juillet 2004 visant à promouvoir l'emploi de travailleurs licenciés dans le cadre de restructurations;
5° direction compétente : la Direction générale Emploi et Marché du Travail du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale.
1° employeur :
a) le service public de la formation professionnelle compétent;
b) le service public régional de l'emploi compétent;
c) un fonds de formation sectoriel;
d) un organisme dont l'activité principale consiste à dispenser des formations ou à fournir un accompagnement, à condition :
1° qu'il ait été reconnu en tant que tel par le service public ou le Ministre compétent ou par un fonds de formation sectoriel;
2° qu'il soit constitué comme association sans but lucratif;
3° que les formation ou l'accompagnement dispensés ne fassent pas l'objet d'une activité commerciale.
e) un établissement d'enseignement reconnu par la Communauté compétente;
2° formateur : la personne licenciée dans le cadre d'une restructuration et engagée en vue de dispenser des formations;
3° accompagnateur : la personne licenciée dans le cadre d'une restructuration et engagée en vue d'accompagner des demandeur d'emploi dans le cadre d'activités de placement ou d'insertion professionnelle.
4° carte de réduction : la carte de réduction restructurations visée à l'article 15/1 de l'arrêté royal du 9 mars 2006 relatif à la gestion active des restructurations ou la carte de réduction restructurations visée à l'article 4 de l'arrêté royal du 16 juillet 2004 visant à promouvoir l'emploi de travailleurs licenciés dans le cadre de restructurations;
5° direction compétente : la Direction générale Emploi et Marché du Travail du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale.
HOOFDSTUK 2. - De opleidingsovereenkomst
CHAPITRE 2. - La convention des formateurs
Art. 2. De werkgever bedoeld in artikel 1, 1° kan voor de toepassing van dit besluit een overeenkomst sluiten met de minister die bevoegd is voor werk.
Deze overeenkomst vermeldt minimaal volgende elementen :
1° de begindatum van de overeenkomst;
2° het engagement van de werkgever om
- hetzij het volume aan aangeboden opleidingen te verhogen, indien hij opleiders aanwerft;
- hetzij het volume aan gerealiseerde begeleidingsuren te verhogen, indien hij begeleiders aanwerft;
3° het engagement van de werkgever om de aanwerving van, naargelang het geval, opleiders of begeleiders in het kader van deze overeenkomst niet te gebruiken ter vervanging van contractueel of statutair personeel;
De begindatum van de overeenkomst moet samenvallen met de eerste dag van een kwartaal en ten laatste op 1 oktober 2011.
De werkgever die een overeenkomst wil sluiten, richt zijn aanvraag, op basis van een model opgemaakt door de bevoegde directie, voorzien van de nodige gegevens, bij een ter post aangetekend schrijven aan de bevoegde directie.
Bij de aanvraag worden, met betrekking tot de voorgaande periode van 1 september tot 31 augustus, de volgende gegevens gevoegd :
1° voor de werkgevers bedoeld in artikel 1, 1°, a, c, d of e :
- het aantal opleidingen;
- het totale aantal lesuren van deze opleidingen;
- het aantal personen die deze opleidingen hebben gevolgd;
2° voor de werkgevers bedoeld in artikel 1, 1°, b :
- het aantal begeleidingsuren, gerealiseerd in het kader van arbeidsbemiddeling;
- het aantal personen die begeleid werden in het kader van arbeidsbemiddeling.
De werkgevers bedoeld in artikel 1, 1°, d, voegen bij de aanvraag het bewijs waaruit blijkt dat zij voldoen aan de voorwaarden, bepaald in artikel 1, 1°, d, 1° tot 3°.
De bevoegde directie maakt de overeenkomst op en legt die, na ondertekening door de werkgever, ter ondertekening voor aan de Minister.
De werkgever ontvangt een ondertekend exemplaar van de overeenkomst.
De bevoegde directie maakt de lijst van de gesloten overeenkomsten over aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten, naargelang het geval.
Voor toepassing van dit artikel wordt onder de Minister van Werk verstaan de Minister van Werk of de ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die hij aanduidt.
Deze overeenkomst vermeldt minimaal volgende elementen :
1° de begindatum van de overeenkomst;
2° het engagement van de werkgever om
- hetzij het volume aan aangeboden opleidingen te verhogen, indien hij opleiders aanwerft;
- hetzij het volume aan gerealiseerde begeleidingsuren te verhogen, indien hij begeleiders aanwerft;
3° het engagement van de werkgever om de aanwerving van, naargelang het geval, opleiders of begeleiders in het kader van deze overeenkomst niet te gebruiken ter vervanging van contractueel of statutair personeel;
De begindatum van de overeenkomst moet samenvallen met de eerste dag van een kwartaal en ten laatste op 1 oktober 2011.
De werkgever die een overeenkomst wil sluiten, richt zijn aanvraag, op basis van een model opgemaakt door de bevoegde directie, voorzien van de nodige gegevens, bij een ter post aangetekend schrijven aan de bevoegde directie.
Bij de aanvraag worden, met betrekking tot de voorgaande periode van 1 september tot 31 augustus, de volgende gegevens gevoegd :
1° voor de werkgevers bedoeld in artikel 1, 1°, a, c, d of e :
- het aantal opleidingen;
- het totale aantal lesuren van deze opleidingen;
- het aantal personen die deze opleidingen hebben gevolgd;
2° voor de werkgevers bedoeld in artikel 1, 1°, b :
- het aantal begeleidingsuren, gerealiseerd in het kader van arbeidsbemiddeling;
- het aantal personen die begeleid werden in het kader van arbeidsbemiddeling.
De werkgevers bedoeld in artikel 1, 1°, d, voegen bij de aanvraag het bewijs waaruit blijkt dat zij voldoen aan de voorwaarden, bepaald in artikel 1, 1°, d, 1° tot 3°.
De bevoegde directie maakt de overeenkomst op en legt die, na ondertekening door de werkgever, ter ondertekening voor aan de Minister.
De werkgever ontvangt een ondertekend exemplaar van de overeenkomst.
De bevoegde directie maakt de lijst van de gesloten overeenkomsten over aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten, naargelang het geval.
Voor toepassing van dit artikel wordt onder de Minister van Werk verstaan de Minister van Werk of de ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die hij aanduidt.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, l'employeur visé à l'article 1er, 1°, peut conclure une convention avec le ministre qui a l'emploi dans ses attributions.
Cette convention comporte au moins les mentions suivantes :
1° la date de début de la convention;
2° l'engagement de la part de l'employeur
- soit d'augmenter le volume de formations offertes, s'il engage des formateurs;
- soit d'augmenter le volume d'heures d'accompagnement réalisées, s'il engage des accompagnateurs;
3° l'engagement de l'employeur de ne pas utiliser l'engagement, selon le cas, de formateurs ou de accompagnateurs dans le cadre de cette convention, en remplacement de personnel contractuel ou statutaire.
La date de début de la convention doit coïncider avec le premier jour d'un trimestre et au plus tard le premier octobre 2011.
L'employeur qui souhaite conclure une convention adresse sa demande établie sur la base d'un modèle fixé par la direction compétente et munie des renseignements requis, à la direction compétente par lettre recommandée à la poste.
La demande est accompagnée des renseignements suivants se rapportant sur la période précédente du 1er septembre au 31 août :
1° pour les employeurs visés à l'article 1er, 1°, a, c, d ou e :
- le nombre de formations;
- le nombre total des heures de cours de ces formations;
- le nombre de bénéficiaires de ces formations;
2° pour les employeurs visés à l'article 1er, 1°, b :
- le nombre d'heures d'accompagnement réalisées dans le cadre d'activités de placement;
- le nombre de personnes accompagnées dans le cadre d'activités de placement.
Les employeurs visés à l'article 1er, 1°, d, joignent à leur demande la preuve qu'ils répondent aux conditions déterminées à l'article 1er, 1°, d, 1° à 3°.
La direction compétente établit la convention et la soumet au ministre après qu'elle ait été signée par l'employeur.
L'employeur reçoit un exemplaire signé de la convention.
La direction compétente transmet la liste des conventions conclues à l'Office national de l'Emploi et à l'Office national de Sécurité sociale ou à l'Office national de Sécurité sociale des Administrations provinciales et locales, selon le cas.
Pour l'application de cet article on entend par la Ministre de l'Emploi, la Ministre de l'Emploi ou le fonctionnaire du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale qu'il désigne.
Cette convention comporte au moins les mentions suivantes :
1° la date de début de la convention;
2° l'engagement de la part de l'employeur
- soit d'augmenter le volume de formations offertes, s'il engage des formateurs;
- soit d'augmenter le volume d'heures d'accompagnement réalisées, s'il engage des accompagnateurs;
3° l'engagement de l'employeur de ne pas utiliser l'engagement, selon le cas, de formateurs ou de accompagnateurs dans le cadre de cette convention, en remplacement de personnel contractuel ou statutaire.
La date de début de la convention doit coïncider avec le premier jour d'un trimestre et au plus tard le premier octobre 2011.
L'employeur qui souhaite conclure une convention adresse sa demande établie sur la base d'un modèle fixé par la direction compétente et munie des renseignements requis, à la direction compétente par lettre recommandée à la poste.
La demande est accompagnée des renseignements suivants se rapportant sur la période précédente du 1er septembre au 31 août :
1° pour les employeurs visés à l'article 1er, 1°, a, c, d ou e :
- le nombre de formations;
- le nombre total des heures de cours de ces formations;
- le nombre de bénéficiaires de ces formations;
2° pour les employeurs visés à l'article 1er, 1°, b :
- le nombre d'heures d'accompagnement réalisées dans le cadre d'activités de placement;
- le nombre de personnes accompagnées dans le cadre d'activités de placement.
Les employeurs visés à l'article 1er, 1°, d, joignent à leur demande la preuve qu'ils répondent aux conditions déterminées à l'article 1er, 1°, d, 1° à 3°.
La direction compétente établit la convention et la soumet au ministre après qu'elle ait été signée par l'employeur.
L'employeur reçoit un exemplaire signé de la convention.
La direction compétente transmet la liste des conventions conclues à l'Office national de l'Emploi et à l'Office national de Sécurité sociale ou à l'Office national de Sécurité sociale des Administrations provinciales et locales, selon le cas.
Pour l'application de cet article on entend par la Ministre de l'Emploi, la Ministre de l'Emploi ou le fonctionnaire du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale qu'il désigne.
Art. 3. Vóór 1 november van elk jaar deelt de werkgever aan de bevoegde Directie de volgende gegevens mee betreffende de voorgaande periode van 1 september tot 31 augustus, :
1° voor de werkgevers bedoeld in artikel 1, 1°, a, c, d of e :
- het aantal opleidingen;
- het totale aantal lesuren van deze opleidingen;
- het aantal personen die deze opleidingen hebben gevolgd;
2° voor de werkgevers bedoeld in artikel 1, 1°, b :
- het aantal begeleidingsuren, gerealiseerd in het kader van arbeidsbemiddeling of van beroepsinschakeling;
- het aantal personen die begeleid werden in het kader van arbeidsbemiddeling of van beroepsinschakeling.
1° voor de werkgevers bedoeld in artikel 1, 1°, a, c, d of e :
- het aantal opleidingen;
- het totale aantal lesuren van deze opleidingen;
- het aantal personen die deze opleidingen hebben gevolgd;
2° voor de werkgevers bedoeld in artikel 1, 1°, b :
- het aantal begeleidingsuren, gerealiseerd in het kader van arbeidsbemiddeling of van beroepsinschakeling;
- het aantal personen die begeleid werden in het kader van arbeidsbemiddeling of van beroepsinschakeling.
Art. 3. Avant le 1er novembre de chaque année, l'employeur communique à la direction compétente les renseignements suivants se rapportant sur la période précédente du 1er septembre au 31 août :
1° pour les employeurs visés à l'article 1er, 1°, a, c, d ou e :
- le nombre de formations;
- le nombre total des heures de cours de ces formations;
- le nombre de bénéficiaires des ces formations;
2° pour les employeurs visés à l'article 1er, 1°, b :
- le nombre d'heures d'accompagnement réalisées dans le cadre d'activités de placement ou d'insertion professionnelle;
- le nombre de personnes accompagnées dans le cadre d'activités de placement ou d'insertion professionnelle.
1° pour les employeurs visés à l'article 1er, 1°, a, c, d ou e :
- le nombre de formations;
- le nombre total des heures de cours de ces formations;
- le nombre de bénéficiaires des ces formations;
2° pour les employeurs visés à l'article 1er, 1°, b :
- le nombre d'heures d'accompagnement réalisées dans le cadre d'activités de placement ou d'insertion professionnelle;
- le nombre de personnes accompagnées dans le cadre d'activités de placement ou d'insertion professionnelle.
Art. 4. Vóór 1 november van elk jaar, maakt de werkgever aan de bevoegde Directie, betreffende de voorgaande periode van 1 oktober tot 30 september, een lijst over van alle opleiders of begeleiders, naargelang het geval, met vermelding van de datums van hun indienstneming en uitdiensttreding.
Art. 4. Avant le 1er novembre de chaque année, l'employeur communique à la direction compétente une liste de tous les formateurs ou accompagnateurs, selon le cas, se rapportant sur la période précédente du 1er octobre au 30 septembre et mentionnant les dates de leur entrée en service et de leur sortie de service.
Art. 5. De overeenkomst bedoeld in artikel 2 neemt een einde :
1° op het verzoek van de werkgever;
2° op 1 januari, indien de bevoegde directie vaststelt, voor wat de werkgevers bedoeld in artikel 1, 1°, a, c, d of e, betreft, dat :
a) het aantal ingerichte opleidingen bedoeld in artikel 3, 1°, gedaald is ten opzichte van de voorgaande periode;
b) het totale aantal lesuren bedoeld in artikel 3, 1°, gedaald is ten opzichte van de voorgaande periode;
c) het totale aantal personen die de opleidingen hebben gevolgd, gedaald is ten opzichte van de voorgaande periode;
d) op basis van de lijst bedoeld in artikel 4, opleiders uit dienst zijn getreden en binnen de drie maand volgend op de datum van uitdiensttreding enkel werknemers bedoeld in artikel 6 in dienst zijn getreden;
3° op 1 januari indien de bevoegde directie vaststelt, voor wat de werkgevers bedoeld in artikel 1, 1°, b, betreft, dat :
a) het totale aantal begeleidingsuren bedoeld in artikel 3, 2°, gedaald is ten opzichte van de voorgaande periode;
b) het totale aantal personen die begeleid werden, gedaald is ten opzichte van de voorgaande periode;
c) op basis van de lijst bedoeld in artikel 4, begeleiders uit dienst zijn getreden en binnen de drie maand volgend op de datum van uitdiensttreding enkel werknemers bedoeld in artikel 6 in dienst zijn getreden;
4° op 1 januari, indien de gegevens, bedoeld in artikelen 3 en 4, niet vóór 1 november aan de bevoegde directie werden meegedeeld;
5° voor de werkgevers, bedoeld in artikel 1, 1°, d : op het einde van het kwartaal waarin de erkenning door de bevoegde openbare dienst voor beroepsopleiding of door het sectoraal opleidingsfonds, een einde neemt;
6° op 1 januari 2014.
De bevoegde Directie brengt de werkgever op de hoogte van het einde van de overeenkomst.
De bevoegde directie maakt de geactualiseerde lijst van de gesloten overeenkomsten over aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten, naargelang het geval.
1° op het verzoek van de werkgever;
2° op 1 januari, indien de bevoegde directie vaststelt, voor wat de werkgevers bedoeld in artikel 1, 1°, a, c, d of e, betreft, dat :
a) het aantal ingerichte opleidingen bedoeld in artikel 3, 1°, gedaald is ten opzichte van de voorgaande periode;
b) het totale aantal lesuren bedoeld in artikel 3, 1°, gedaald is ten opzichte van de voorgaande periode;
c) het totale aantal personen die de opleidingen hebben gevolgd, gedaald is ten opzichte van de voorgaande periode;
d) op basis van de lijst bedoeld in artikel 4, opleiders uit dienst zijn getreden en binnen de drie maand volgend op de datum van uitdiensttreding enkel werknemers bedoeld in artikel 6 in dienst zijn getreden;
3° op 1 januari indien de bevoegde directie vaststelt, voor wat de werkgevers bedoeld in artikel 1, 1°, b, betreft, dat :
a) het totale aantal begeleidingsuren bedoeld in artikel 3, 2°, gedaald is ten opzichte van de voorgaande periode;
b) het totale aantal personen die begeleid werden, gedaald is ten opzichte van de voorgaande periode;
c) op basis van de lijst bedoeld in artikel 4, begeleiders uit dienst zijn getreden en binnen de drie maand volgend op de datum van uitdiensttreding enkel werknemers bedoeld in artikel 6 in dienst zijn getreden;
4° op 1 januari, indien de gegevens, bedoeld in artikelen 3 en 4, niet vóór 1 november aan de bevoegde directie werden meegedeeld;
5° voor de werkgevers, bedoeld in artikel 1, 1°, d : op het einde van het kwartaal waarin de erkenning door de bevoegde openbare dienst voor beroepsopleiding of door het sectoraal opleidingsfonds, een einde neemt;
6° op 1 januari 2014.
De bevoegde Directie brengt de werkgever op de hoogte van het einde van de overeenkomst.
De bevoegde directie maakt de geactualiseerde lijst van de gesloten overeenkomsten over aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten, naargelang het geval.
Art. 5. La convention visée à l'article 2 prend fin :
1° à la demande de l'employeur;
2° au 1er janvier lorsque la direction compétente constate, pour ce qui concerne les employeurs visés à l'article 1er, 1°, a, c, d ou e :
a) que le nombre de formations organisées, visées à l'article 3, 1°, a diminué par rapport à la période précédente;
b) que le nombre total d'heures de formation, visées à l'article 3, 1°, a diminué par rapport à la période précédente;
c) que le nombre total de bénéficiaires des formations a diminué par rapport à la période précédente;
d) sur la base de la liste visée à l'article 4 : que des formateurs sont sortis de service et, dans les trois mois suivant la date de sortie de service, seuls des travailleurs visés à l'article 6 sont entrés en service;
3° au 1er janvier lorsque la direction compétente constate, pour ce qui concerne les employeurs visés à l'article 1er, 1°, b :
a) que le nombre total d'heures d'accompagnement, visées à l'article 3, 2°, a diminué par rapport à la période précédente;
b) que le nombre total de bénéficiaires d'un accompagnement a diminué par rapport à la période précédente;
c) sur la base de la liste visée à l'article 4 : que des accompagnateurs sont sortis de service et, dans les trois mois suivant la date de sortie de service, seuls des travailleurs visés à l'article 6 sont entrés en service;
4° au 1er janvier, lorsque les renseignements, visés aux articles 3 et 4, n'ont pas été communiqués à la direction compétente avant le 1er novembre;
5°, pour ce qui concerne les employeurs visés à l'article 1er, 1°, d : à la fin du trimestre au cours duquel l'agrément par le service public de la formation professionnelle compétent ou par le fonds de formation sectoriel, expire;
6° au premier janvier 2014.
La direction compétente informe l'employeur de la fin de la convention.
La direction compétente transmet la liste actualisée des conventions conclues à l'Office national de l'Emploi et à l'Office national de Sécurité sociale ou à l'Office national de Sécurité sociale des Administrations provinciales et locales, selon le cas.
1° à la demande de l'employeur;
2° au 1er janvier lorsque la direction compétente constate, pour ce qui concerne les employeurs visés à l'article 1er, 1°, a, c, d ou e :
a) que le nombre de formations organisées, visées à l'article 3, 1°, a diminué par rapport à la période précédente;
b) que le nombre total d'heures de formation, visées à l'article 3, 1°, a diminué par rapport à la période précédente;
c) que le nombre total de bénéficiaires des formations a diminué par rapport à la période précédente;
d) sur la base de la liste visée à l'article 4 : que des formateurs sont sortis de service et, dans les trois mois suivant la date de sortie de service, seuls des travailleurs visés à l'article 6 sont entrés en service;
3° au 1er janvier lorsque la direction compétente constate, pour ce qui concerne les employeurs visés à l'article 1er, 1°, b :
a) que le nombre total d'heures d'accompagnement, visées à l'article 3, 2°, a diminué par rapport à la période précédente;
b) que le nombre total de bénéficiaires d'un accompagnement a diminué par rapport à la période précédente;
c) sur la base de la liste visée à l'article 4 : que des accompagnateurs sont sortis de service et, dans les trois mois suivant la date de sortie de service, seuls des travailleurs visés à l'article 6 sont entrés en service;
4° au 1er janvier, lorsque les renseignements, visés aux articles 3 et 4, n'ont pas été communiqués à la direction compétente avant le 1er novembre;
5°, pour ce qui concerne les employeurs visés à l'article 1er, 1°, d : à la fin du trimestre au cours duquel l'agrément par le service public de la formation professionnelle compétent ou par le fonds de formation sectoriel, expire;
6° au premier janvier 2014.
La direction compétente informe l'employeur de la fin de la convention.
La direction compétente transmet la liste actualisée des conventions conclues à l'Office national de l'Emploi et à l'Office national de Sécurité sociale ou à l'Office national de Sécurité sociale des Administrations provinciales et locales, selon le cas.
HOOFDSTUK 3. - De ervaringsuitkering
CHAPITRE 3. - L'allocation d'expérience
Art. 6. De werknemer is, in afwijking van artikel 44 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en volgens de voorwaarden van voormeld koninklijk besluit van 25 november 1991 gedurende de maand van indienstneming en de 23 daaropvolgende maanden gerechtigd op een ervaringsuitkering van ten hoogste 1.100 euro per kalendermaand, voor zover de aangeworven werknemer tegelijk aan volgende voorwaarden voldoet :
1° op de dag van de indienstneming vervult hij één van de volgende voorwaarden :
a) ofwel is hij 45 jaar of ouder;
b) ofwel bewijst hij, binnen de 10 jaar voorafgaand aan de indienstneming, een beroepsverleden als loontrekkende van 5 jaar binnen de sector, berekend overeenkomstig artikel 114, § 4, tweede lid van het voormelde koninklijk besluit van 25 november 1991;
2° hij is op de dag van de indienstneming in het bezit van een verminderingskaart;
3° zijn hoofdactiviteit bestaat uit het verstrekken van opleiding of begeleiding van werkzoekenden.
De ervaringsuitkering kan slechts worden toegekend voor de maanden waarin de werkgever met de Minister van Werk een opleidingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 2 heeft.
Voor de toepassing van het eerste lid, 1° wordt als datum van indienstneming beschouwd de dag waarop de werknemer tijdens de geldigheidsperiode van de verminderingskaart voor het eerst door de betrokken werkgever wordt tewerkgesteld.
De ervaringsuitkering kan slechts worden toegekend indien de werknemer vóór 1 januari 2012 bij de werkgever in dienst is getreden.
1° op de dag van de indienstneming vervult hij één van de volgende voorwaarden :
a) ofwel is hij 45 jaar of ouder;
b) ofwel bewijst hij, binnen de 10 jaar voorafgaand aan de indienstneming, een beroepsverleden als loontrekkende van 5 jaar binnen de sector, berekend overeenkomstig artikel 114, § 4, tweede lid van het voormelde koninklijk besluit van 25 november 1991;
2° hij is op de dag van de indienstneming in het bezit van een verminderingskaart;
3° zijn hoofdactiviteit bestaat uit het verstrekken van opleiding of begeleiding van werkzoekenden.
De ervaringsuitkering kan slechts worden toegekend voor de maanden waarin de werkgever met de Minister van Werk een opleidingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 2 heeft.
Voor de toepassing van het eerste lid, 1° wordt als datum van indienstneming beschouwd de dag waarop de werknemer tijdens de geldigheidsperiode van de verminderingskaart voor het eerst door de betrokken werkgever wordt tewerkgesteld.
De ervaringsuitkering kan slechts worden toegekend indien de werknemer vóór 1 januari 2012 bij de werkgever in dienst is getreden.
Art. 6. Le travailleur a, par dérogation à l'article 44 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage et selon les conditions de cet arrêté royal, droit à une allocation d'expérience de maximum 1.100 euros par mois calendrier pour le mois de l'engagement et les 23 mois suivants, pour autant que le travailleur engagé remplisse simultanément les conditions suivantes :
1° à la date d'engagement, il remplit les conditions suivantes :
a) soit il est âgé de 45 ans au moins;
b) soit, il justifie au cours d'une période de 10 ans précédent l'engagement, un passé professionnel de 5 ans en tant que salarié dans le secteur, calculé conformément à l'article 114, § 4, alinéa 2, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
2° il est, à la date d'engagement, en possession d'une carte de réduction;
3° son activité principale consiste à dispenser de la formation ou de l'accompagnement de demandeurs d'emploi.
L'allocation d'expérience ne peut être accordée que pour les mois durant lesquels l'employeur est lié par une convention conclue avec le Ministre de l'Emploi, telle que visée à l'article 2.
Pour l'application de l'alinéa 1er, 1°, est considérée comme date d'engagement, le jour où le travailleur est occupé par l'employeur concerné pour la première fois au cours de la période de validité de la carte de réduction.
L'allocation d'expérience ne peut être accordée que si le travailleur est engagé chez l'employeur avant le 1er janvier 2012.
1° à la date d'engagement, il remplit les conditions suivantes :
a) soit il est âgé de 45 ans au moins;
b) soit, il justifie au cours d'une période de 10 ans précédent l'engagement, un passé professionnel de 5 ans en tant que salarié dans le secteur, calculé conformément à l'article 114, § 4, alinéa 2, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
2° il est, à la date d'engagement, en possession d'une carte de réduction;
3° son activité principale consiste à dispenser de la formation ou de l'accompagnement de demandeurs d'emploi.
L'allocation d'expérience ne peut être accordée que pour les mois durant lesquels l'employeur est lié par une convention conclue avec le Ministre de l'Emploi, telle que visée à l'article 2.
Pour l'application de l'alinéa 1er, 1°, est considérée comme date d'engagement, le jour où le travailleur est occupé par l'employeur concerné pour la première fois au cours de la période de validité de la carte de réduction.
L'allocation d'expérience ne peut être accordée que si le travailleur est engagé chez l'employeur avant le 1er janvier 2012.
Art. 7. De werknemer kan de voordelen genieten bedoeld in artikel 6 indien hij in dienst wordt genomen door een nieuwe werkgever in de zin van artikel 1, § 1, 8°, van het voormeld koninklijk besluit van 9 maart 2006.
Art. 7. Un travailleur peut bénéficier des avantages prévus dans l'article 6 lorsqu'il est engagé par un nouvel employeur au sens de l'article 1er, § 1er, 8°, de l'arrêté royal précité du 9 mars 2006.
Art. 8. De bepalingen van de artikelen 15 en 17ter van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werklozen zijn van toepassing op de werknemers en de werkgevers bedoeld in onderhavig besluit.
Voor de toepassing van het vorige lid wordt de ervaringsuitkering gelijkgesteld met de werkuitkering en de verminderingskaart met de werkkaart.
Voor de toepassing van het vorige lid wordt de ervaringsuitkering gelijkgesteld met de werkuitkering en de verminderingskaart met de werkkaart.
Art. 8. Les dispositions des articles 15 et 17ter de l'arrêté royal du 19 décembre 2001 de promotion de mise à l'emploi des demandeurs d'emploi de longue durée sont d'application pour les travailleurs et les employeurs visés au présent arrêté.
Pour l'application de l'alinéa précédant, l'allocation d'expérience est assimilée à l'allocation de travail et le carte de réduction à une carte de travail.
Pour l'application de l'alinéa précédant, l'allocation d'expérience est assimilée à l'allocation de travail et le carte de réduction à une carte de travail.
Art. 9. Voor de werknemer bedoeld in artikel 6 wordt het bedrag van de ervaringsuitkering voor een beschouwde kalendermaand verkregen door 1.100 euro te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het aantal uren waarvoor loon verschuldigd is tijdens de periode gedekt door die arbeidsovereenkomst gelegen in deze beschouwde kalendermaand en de noemer gelijk aan 4 maal de factor S bedoeld in artikel 99, 2°, van het voormelde koninklijk besluit van 25 november 1991.
Indien het resultaat van de formule bedoeld in het vorige lid in een beschouwde kalendermaand meer dan 1.100 euro bedraagt, is het bedrag van de ervaringsuitkering die kan worden toegekend voor die beschouwde kalendermaand, gelijk aan 1.100 euro."
Indien het resultaat van de formule bedoeld in het vorige lid in een beschouwde kalendermaand meer dan 1.100 euro bedraagt, is het bedrag van de ervaringsuitkering die kan worden toegekend voor die beschouwde kalendermaand, gelijk aan 1.100 euro."
Art. 9. Pour le travailleur visé à l'article 6, le montant de l'allocation d'expérience perçue pour un mois calendrier déterminé est obtenu en multipliant 1.100 euros par une fraction dont le numérateur est égal au nombre d'heures pour lesquelles une rémunération est due durant la période couverte par ce contrat de travail qui se situe dans ce mois calendrier déterminé et le dénominateur est égal à 4 fois le facteur S visé à l'article 99, 2°, de l'arrêté royal précité du 25 novembre 1991.
Si au cours d'un mois calendrier déterminé, le résultat de la formule visée à l'alinéa précédent dépasse 1.100 euros, le montant de l'allocation d'expérience qui peut être octroyée pour ce mois calendrier déterminé est égal à 1.100 euros."
Si au cours d'un mois calendrier déterminé, le résultat de la formule visée à l'alinéa précédent dépasse 1.100 euros, le montant de l'allocation d'expérience qui peut être octroyée pour ce mois calendrier déterminé est égal à 1.100 euros."
HOOFDSTUK 4. - Doelgroepvermindering voor opleiders en begeleiders
CHAPITRE 4. - Réduction groupe-cible pour des formateurs et accompagnateurs
Art. 10. In het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, wordt een artikel 28/1ter ingevoegd, luidende :
" Art. 28/1ter. Een doelgroepvermindering voor opleiders of begeleiders wordt toegekend onder de vorm van een forfaitaire vermindering G1 tijdens het kwartaal van indiensttreding en de daaropvolgende zeven kwartalen.
De werkgever kan de voordelen bedoeld in het vorige lid slechts genieten indien de werknemer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 3 februari 2010 tot bevordering van de tewerkstelling van werkzoekenden ontslagen in het kader van een herstructurering, ten behoeve van onderwijs- en opleidingsinstellingen en openbare bemiddelingsdiensten en de werknemer bij de aanvang van zijn tewerkstelling een uitkeringsaanvraag heeft ingediend en de uitkering toegekend gekregen zoals bedoeld in artikel 8 van voormeld koninklijk besluit van 3 februari 2010.
De werkgever moet daarenboven voldoen aan volgende voorwaarden :
1° hij is een werkgever als bedoeld in artikel 1, 1°, van het voormeld koninklijk besluit van 3 februari 2010;
2° hij is een nieuwe werkgever in de zin van artikel 1, § 1, 8°, van het voormeld koninklijk besluit van 9 maart 2006.
De doelgroepvermindering kan slechts worden toegekend voor de kwartalen waarin de werkgever met de Minister van Werk een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 2 van het voormeld koninklijk besluit van 3 februari 2010 heeft.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt als kwartaal van indiensttreding beschouwd het kwartaal waarin de werknemer tijdens de geldigheidsperiode van de verminderingskaart bedoeld in artikel 1, 4° van het voormeld koninklijk besluit van 3 februari 2010 voor het eerst bij de betrokken werkgever wordt tewerkgesteld.
De doelgroepvermindering kan slechts worden toegekend indien de werknemer vóór 1 januari 2012 bij de werkgever in dienst is getreden.
Wanneer de overeenkomst, bedoeld in artikel 2 van voormeld koninklijk besluit van 3 februari 2010, een einde neemt omwille van een reden vermeld in artikel 5, eerste lid, 2° of 3°, van voormeld koninklijk besluit van 3 februari 2010, zal de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten, naargelang het geval, op het ogenblik van ontvangst van de lijst, bedoeld in artikel 5 van het voormeld koninklijk besluit van 3 februari 2010, de bijdrageverminderingen bedoeld in dit artikel annuleren voor de vijf kwartalen die de datum van het einde van voornoemde overeenkomst voorafgaan.
De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening maakt via elektronische weg de gegevens betreffende de werknemers bedoeld in het tweede lid over aan de instelling belast met de inning en de invordering van de sociale zekerheidsbijdragen. "
" Art. 28/1ter. Een doelgroepvermindering voor opleiders of begeleiders wordt toegekend onder de vorm van een forfaitaire vermindering G1 tijdens het kwartaal van indiensttreding en de daaropvolgende zeven kwartalen.
De werkgever kan de voordelen bedoeld in het vorige lid slechts genieten indien de werknemer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 3 februari 2010 tot bevordering van de tewerkstelling van werkzoekenden ontslagen in het kader van een herstructurering, ten behoeve van onderwijs- en opleidingsinstellingen en openbare bemiddelingsdiensten en de werknemer bij de aanvang van zijn tewerkstelling een uitkeringsaanvraag heeft ingediend en de uitkering toegekend gekregen zoals bedoeld in artikel 8 van voormeld koninklijk besluit van 3 februari 2010.
De werkgever moet daarenboven voldoen aan volgende voorwaarden :
1° hij is een werkgever als bedoeld in artikel 1, 1°, van het voormeld koninklijk besluit van 3 februari 2010;
2° hij is een nieuwe werkgever in de zin van artikel 1, § 1, 8°, van het voormeld koninklijk besluit van 9 maart 2006.
De doelgroepvermindering kan slechts worden toegekend voor de kwartalen waarin de werkgever met de Minister van Werk een overeenkomst zoals bedoeld in artikel 2 van het voormeld koninklijk besluit van 3 februari 2010 heeft.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt als kwartaal van indiensttreding beschouwd het kwartaal waarin de werknemer tijdens de geldigheidsperiode van de verminderingskaart bedoeld in artikel 1, 4° van het voormeld koninklijk besluit van 3 februari 2010 voor het eerst bij de betrokken werkgever wordt tewerkgesteld.
De doelgroepvermindering kan slechts worden toegekend indien de werknemer vóór 1 januari 2012 bij de werkgever in dienst is getreden.
Wanneer de overeenkomst, bedoeld in artikel 2 van voormeld koninklijk besluit van 3 februari 2010, een einde neemt omwille van een reden vermeld in artikel 5, eerste lid, 2° of 3°, van voormeld koninklijk besluit van 3 februari 2010, zal de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten, naargelang het geval, op het ogenblik van ontvangst van de lijst, bedoeld in artikel 5 van het voormeld koninklijk besluit van 3 februari 2010, de bijdrageverminderingen bedoeld in dit artikel annuleren voor de vijf kwartalen die de datum van het einde van voornoemde overeenkomst voorafgaan.
De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening maakt via elektronische weg de gegevens betreffende de werknemers bedoeld in het tweede lid over aan de instelling belast met de inning en de invordering van de sociale zekerheidsbijdragen. "
Art. 10. Dans l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du Chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, il est inséré un article 28/1ter rédigé comme suit :
" Art. 28/1ter. Une réduction groupe cible pour des formateurs ou accompagnateurs est octroyée sous la forme d'une réduction forfaitaire G1 pendant le trimestre de l'entrée en service et les sept trimestres suivants.
L'employeur ne peut bénéficier des avantages visés à l'alinéa précédent que si le travailleur remplit les conditions visées à l'article 6 de l'arrêté royal du 3 février 2010 de promotion de mise à l'emploi des demandeurs d'emploi, licenciés dans le cadre d'une restructuration, au profit des établissements d'enseignement et de formation et des services publics d'emploi et que si, au début de son occupation, le travailleur a introduit une demande et obtenu l'octroi d'allocation telle que visée à l'article 8 de l'arrêté royal du 3 février 2010 précité.
En outre, l'employeur doit répondre aux conditions suivantes :
1° il est un employeur tel que visé à l'article 1er, 1°, de l'arrêté royal du 3 février 2010 précité;
2° il est un nouvel employeur au sens de l'article 1er, § 1er, 8°, de l'arrêté royal précité du 9 mars 2006.
La réduction groupe-cible ne peut être accordée que pour les trimestres durant lesquels l'employeur est lié par une convention conclue avec la Ministre de l'Emploi, telle que visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 3 février 2010 précité.
Pour l'application de l'alinéa 1er, est considéré comme trimestre d'entrée en service, le trimestre au cours duquel le travailleur a été occupé pour la première fois par l'employeur concerné au cours de la période de validité de la carte de réduction visée à l'article 1er, 4° de l'arrêté royal 3 février 2010 précité.
La réduction groupe-cible ne peut être accordée que si le travailleur est engagé chez l'employeur avant le 1er janvier 2012.
Lorsque la convention, visée à l'article 2 de l'arrêté royal 3 février 2010 précité, prend fin pour une cause visée à l'article 5, alinéa 1er, 2° ou 3°, de l'arrêté royal 3 février 2010 précité, l'Office national de Sécurité sociale ou l'Office national de Sécurité sociale des Administrations provinciales et locales, selon le cas, au moment où il reçoit la liste, visée à l'article 5 de l'arrêté royal 3 février 2010 précité, annulera les réductions de cotisations visées au présent article, et ce pour ce qui concerne les cinq trimestres qui précèdent la date de fin de la convention susmentionnée.
L'Office national de l'Emploi transmet par voie électronique les données relatives aux travailleurs visés à l'alinéa 2 à l'organisme chargé de la perception et du recouvrement des cotisations de sécurité sociale. "
" Art. 28/1ter. Une réduction groupe cible pour des formateurs ou accompagnateurs est octroyée sous la forme d'une réduction forfaitaire G1 pendant le trimestre de l'entrée en service et les sept trimestres suivants.
L'employeur ne peut bénéficier des avantages visés à l'alinéa précédent que si le travailleur remplit les conditions visées à l'article 6 de l'arrêté royal du 3 février 2010 de promotion de mise à l'emploi des demandeurs d'emploi, licenciés dans le cadre d'une restructuration, au profit des établissements d'enseignement et de formation et des services publics d'emploi et que si, au début de son occupation, le travailleur a introduit une demande et obtenu l'octroi d'allocation telle que visée à l'article 8 de l'arrêté royal du 3 février 2010 précité.
En outre, l'employeur doit répondre aux conditions suivantes :
1° il est un employeur tel que visé à l'article 1er, 1°, de l'arrêté royal du 3 février 2010 précité;
2° il est un nouvel employeur au sens de l'article 1er, § 1er, 8°, de l'arrêté royal précité du 9 mars 2006.
La réduction groupe-cible ne peut être accordée que pour les trimestres durant lesquels l'employeur est lié par une convention conclue avec la Ministre de l'Emploi, telle que visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 3 février 2010 précité.
Pour l'application de l'alinéa 1er, est considéré comme trimestre d'entrée en service, le trimestre au cours duquel le travailleur a été occupé pour la première fois par l'employeur concerné au cours de la période de validité de la carte de réduction visée à l'article 1er, 4° de l'arrêté royal 3 février 2010 précité.
La réduction groupe-cible ne peut être accordée que si le travailleur est engagé chez l'employeur avant le 1er janvier 2012.
Lorsque la convention, visée à l'article 2 de l'arrêté royal 3 février 2010 précité, prend fin pour une cause visée à l'article 5, alinéa 1er, 2° ou 3°, de l'arrêté royal 3 février 2010 précité, l'Office national de Sécurité sociale ou l'Office national de Sécurité sociale des Administrations provinciales et locales, selon le cas, au moment où il reçoit la liste, visée à l'article 5 de l'arrêté royal 3 février 2010 précité, annulera les réductions de cotisations visées au présent article, et ce pour ce qui concerne les cinq trimestres qui précèdent la date de fin de la convention susmentionnée.
L'Office national de l'Emploi transmet par voie électronique les données relatives aux travailleurs visés à l'alinéa 2 à l'organisme chargé de la perception et du recouvrement des cotisations de sécurité sociale. "
HOOFDSTUK 5. - Wijziging aan de werkloosheidsreglementering
CHAPITRE 5. - Modifications de la réglementation du chômage
Art. 11. Artikel 27 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 december 1992, 12 augustus 1994, 13 juni 1999, 23 november 2000, 10 juni 2001, 19 december 2001, 6 februari 2003 en 8 april 2003, wordt aangevuld met de bepaling onder 13°, luidende :
"13° ervaringsuitkering : de uitkering voorzien bij het koninklijk besluit van 3 februari 2010 tot bevordering van de tewerkstelling van werkzoekenden, ontslagen in het kader van een herstructurering ten behoeve van onderwijs- en opleidingsinstellingen en openbare bemiddelingsdiensten."
"13° ervaringsuitkering : de uitkering voorzien bij het koninklijk besluit van 3 februari 2010 tot bevordering van de tewerkstelling van werkzoekenden, ontslagen in het kader van een herstructurering ten behoeve van onderwijs- en opleidingsinstellingen en openbare bemiddelingsdiensten."
Art. 11. L'article 27 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, modifié par les arrêtés royaux du 21 décembre 1992, 12 août 1994, 13 juin 1999, 23 novembre 2000, 10 juin 2001, 19 décembre 2001, 6 février 2003 et 8 avril 2003, est complété par le 13°, rédigé comme suit :
" 13° Allocation d'expérience : l'allocation prévue par l'arrêté royal du 3 février 2010 de promotion de mise à l'emploi des demandeurs d'emploi, licenciés dans le cadre d'une restructuration, au profit des établissements d'enseignement et de formation et des services publics d'emploi. "
" 13° Allocation d'expérience : l'allocation prévue par l'arrêté royal du 3 février 2010 de promotion de mise à l'emploi des demandeurs d'emploi, licenciés dans le cadre d'une restructuration, au profit des établissements d'enseignement et de formation et des services publics d'emploi. "
Art. 12. Artikel 78sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 en vervangen bij het koninklijk besluit van 19 december 2001, wordt vervangen als volgt :
"Art. 78sexies. De werkuitkering bedoeld in artikel 27, 11° en de ervaringsuitkering bedoeld in artikel 27, 13°, worden, in afwijking van artikel 27, 4°, niet als een uitkering beschouwd voor de toepassing van de artikelen 38, § 1, eerste lid, 1°, 42, 79, § 4, 80, 89, 92, 93 en 97.
De integratie-uitkering bedoeld in artikel 131quater en de herinschakelingsuitkering bedoeld in artikel 131quinquies worden, in afwijking van artikel 27, 4°, niet als een uitkering beschouwd voor de toepassing van de artikelen 38, § 1, eerste lid, 1°, 42, 80, 89, 92, 93 en 97.
Voor de toepassing van de bepalingen in dit besluit waarbij rekening wordt gehouden met de bezoldiging van een werknemer, worden de integratie-uitkering bedoeld in artikel 131quater, de herinschakelingsuitkering bedoeld in artikel 131quinquies, de werkuitkering bedoeld in artikel 27, 11°, of de ervaringsuitkering bedoeld in artikel 27, 13°, geacht integraal deel uit te maken van de bezoldiging.
De werknemer kan voor eenzelfde periode slechts gerechtigd zijn op één van de uitkeringen bedoeld in de vorige leden."
"Art. 78sexies. De werkuitkering bedoeld in artikel 27, 11° en de ervaringsuitkering bedoeld in artikel 27, 13°, worden, in afwijking van artikel 27, 4°, niet als een uitkering beschouwd voor de toepassing van de artikelen 38, § 1, eerste lid, 1°, 42, 79, § 4, 80, 89, 92, 93 en 97.
De integratie-uitkering bedoeld in artikel 131quater en de herinschakelingsuitkering bedoeld in artikel 131quinquies worden, in afwijking van artikel 27, 4°, niet als een uitkering beschouwd voor de toepassing van de artikelen 38, § 1, eerste lid, 1°, 42, 80, 89, 92, 93 en 97.
Voor de toepassing van de bepalingen in dit besluit waarbij rekening wordt gehouden met de bezoldiging van een werknemer, worden de integratie-uitkering bedoeld in artikel 131quater, de herinschakelingsuitkering bedoeld in artikel 131quinquies, de werkuitkering bedoeld in artikel 27, 11°, of de ervaringsuitkering bedoeld in artikel 27, 13°, geacht integraal deel uit te maken van de bezoldiging.
De werknemer kan voor eenzelfde periode slechts gerechtigd zijn op één van de uitkeringen bedoeld in de vorige leden."
Art. 12. L'article 78sexies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 8 août 1997 et modifié par l'arrêté royal du 19 décembre 2001, est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 78sexies. Par dérogation à l'article 27, 4°, l'allocation de travail visée à l'article 27, 11° et l'allocation d'expérience visée à l'article 27, 13°, ne sont pas considérées comme une allocation pour l'application des articles 38, § 1er, alinéa 1er, 1°, 42, 79, § 4, 80, 89, 92, 93 et 97.
Par dérogation à l'article 27, 4°, l'allocation d'intégration visée à l'article 131quater et l'allocation de réinsertion visée à l'article 131quinquies ne sont pas considérées comme une allocation pour l'application des articles 38, § 1er, alinéa 1er, 1°, 42, 80, 89, 92, 93 et 97.
Pour l'application des dispositions du présent arrêté dans lesquelles il est tenu compte du salaire d'un travailleur, l'allocation d'intégration visée à l'article 131quater, l'allocation de réinsertion visée à l'article 131quinquies, l'allocation de travail visée à l'article 27, 11°, ou l'allocation d'expérience visée à l'article 27, 13°, sont considérées comme faisant partie intégrante du salaire.
Le travailleur ne peut, pour la même période, avoir droit qu'à une des allocations visées aux alinéas précédents. "
" Art. 78sexies. Par dérogation à l'article 27, 4°, l'allocation de travail visée à l'article 27, 11° et l'allocation d'expérience visée à l'article 27, 13°, ne sont pas considérées comme une allocation pour l'application des articles 38, § 1er, alinéa 1er, 1°, 42, 79, § 4, 80, 89, 92, 93 et 97.
Par dérogation à l'article 27, 4°, l'allocation d'intégration visée à l'article 131quater et l'allocation de réinsertion visée à l'article 131quinquies ne sont pas considérées comme une allocation pour l'application des articles 38, § 1er, alinéa 1er, 1°, 42, 80, 89, 92, 93 et 97.
Pour l'application des dispositions du présent arrêté dans lesquelles il est tenu compte du salaire d'un travailleur, l'allocation d'intégration visée à l'article 131quater, l'allocation de réinsertion visée à l'article 131quinquies, l'allocation de travail visée à l'article 27, 11°, ou l'allocation d'expérience visée à l'article 27, 13°, sont considérées comme faisant partie intégrante du salaire.
Le travailleur ne peut, pour la même période, avoir droit qu'à une des allocations visées aux alinéas précédents. "
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2010.
Art. 13. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2010.
Art. 14. De Minister bevoegd voor Sociale Zaken en de Minister bevoegd voor Werk zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 3 februari 2010.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie,
Mevr. L. ONKELINX
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET
Gegeven te Brussel, 3 februari 2010.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie,
Mevr. L. ONKELINX
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid,
Mevr. J. MILQUET
Art. 14. La Ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions et la Ministre qui a l'Emploi dans ses attributions sont chargées, chacune en ce qui la concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 3 février 2010.
ALBERT
Par le Roi :
La Vice-Première Ministre et Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale,
Mme L. ONKELINX
La Vice-Première Ministre et Ministre de l'Emploi et de l'Egalité des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile,
Mme J. MILQUET
Donné à Bruxelles, le 3 février 2010.
ALBERT
Par le Roi :
La Vice-Première Ministre et Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique, chargée de l'Intégration sociale,
Mme L. ONKELINX
La Vice-Première Ministre et Ministre de l'Emploi et de l'Egalité des chances, chargée de la Politique de migration et d'asile,
Mme J. MILQUET