Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
21 DECEMBER 2009. - Wet betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 15-01-2010 en tekstbijwerking tot 11-12-2020)
Titre
21 DECEMBRE 2009. - Loi relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 15-01-2010 et mise à jour au 11-12-2020)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (58)
Texte (58)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art.2. Onder voorbehoud van de toepassing van de voorschriften vastgesteld door de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen en voor zover zij betrekking hebben op de accijnzen, behelst deze wet de regeling van de producten onderworpen aan een accijns die direct of indirect wordt geheven op het verbruik van de volgende producten, hierna "accijnsproducten" genoemd :
  - alcoholvrije dranken;
  - koffie.
Art.2. Sous réserve d'application des règles établies par la loi générale du 18 juillet 1977 sur les douanes et accises en tant qu'elles concernent les accises, la présente loi fixe le régime des produits soumis à un droit d'accise frappant directement ou indirectement la consommation des produits suivants ci-après dénommés "produits d'accise" :
  - les boissons non alcoolisées;
  - le café.
Art.3. De codes van de gecombineerde nomenclatuur die in deze wet worden gebruikt, verwijzen naar die welke zijn vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1031/2008 van de Commissie van 19 september 2008.
Art.3. Les codes de la nomenclature combinée, utilisés dans la présente loi, font référence à ceux établis à l'annexe Ire du Règlement (CEE) n° 2658/87 du Conseil des Communautés européennes du 23 juillet 1987 relatif à la nomenclature tarifaire et statistique et au tarif douanier commun, telle qu'elle a été modifiée par le Règlement (CE) n° 1031/2008 de la Commission du 19 septembre 2008.
Art.4. De accijnsproducten worden aan de accijns onderworpen op het tijdstip van :
  a) hun vervaardiging hier te lande;
  b) hun invoer hier te lande;
  c) hun binnenbrengen hier te lande.
Art.4. Les produits d'accise sont soumis au droit d'accise au moment :
  a) de leur fabrication dans le pays;
  b) de leur importation dans le pays;
  c) de leur introduction dans le pays.
Art.5. Hoofdstuk 4 is niet van toepassing op accijnsproducten die onder een douaneschorsingsregeling zijn geplaatst.
Art.5. Le chapitre 4 ne s'applique pas aux produits d'accise couverts par un régime douanier suspensif.
HOOFDSTUK 2. - Definities
CHAPITRE 2. - Définitions
Art.6. In deze wet wordt verstaan onder :
  - [1 administrateur-generaal van de douane en accijnzen]1 : de door de Koning aangeduide ambtenaar;
  - accijnsinrichting : iedere plaats waar op grond van de bepalingen van deze wet de accijnsproducten onder de schorsingsregeling worden vervaardigd, voorhanden zijn, worden ontvangen en worden verzonden;
  - lidstaat : het grondgebied van een lidstaat van de Gemeenschap waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap overeenkomstig artikel 299 van toepassing is;
  - vervaardigen van accijnsproducten : elk handelen waarbij of waardoor accijnsproducten ontstaan of de voor de accijnsheffing relevante samenstelling daarvan wordt gewijzigd;
  - invoer : het in het grondgebied van de Gemeenschap binnenbrengen van accijnsproducten die bij hun binnenkomst in de Gemeenschap niet onder een douaneschorsingsregeling worden geplaatst, alsmede het vrijgeven van onder een douaneschorsingsregeling geplaatste accijnsproducten;
  - binnenbrengen : het binnenkomen van accijnsproducten hier te lande vanuit een andere lidstaat;
  - douaneschorsingsregeling : iedere in Verordening (EEG) nr. 2913/92 vastgestelde bijzondere procedure inzake douanetoezicht ter zake van niet-communautaire goederen die het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht, tijdelijke opslag, vrije zones of vrije entrepots, en iedere in artikel 84, lid 1, a), van die verordening bedoelde regeling;
  - accijnsproducten : de producten bedoeld in artikel 2;
  - schorsingsregeling : de belastingregeling die geldt voor het onder schorsing van accijns vervaardigen, voorhanden hebben en overbrengen van accijnsproducten.
  
Art.6. Dans la présente loi, on entend par :
  - [1 administrateur général des douanes et accises]1 : le fonctionnaire désigné par le Roi;
  - établissement d'accise : tout lieu où, sur pied des dispositions de la présente loi, la fabrication, la détention, la réception et l'expédition de produits d'accise se font en régime suspensif;
  - Etat membre : le territoire d'un Etat membre de la Communauté auquel s'applique le Traité instituant la Communauté européenne conformément à son article 299;
  - fabrication de produits d'accise : tout traitement générant leur production ou aboutissant à une modification significative de leur composition au plan de la perception du droit d'accise;
  - importation : l'introduction de produits d'accise à l'intérieur du territoire de la Communauté qui, au moment de cette introduction, ne sont pas placés sous une procédure douanière suspensive ou un régime douanier suspensif, ainsi que la sortie de produits d'accise d'une procédure douanière suspensive ou d'un régime douanier suspensif;
  - introduction : l'entrée de produits d'accise dans le pays en provenance d'un autre Etat membre;
  - procédure douanière suspensive ou régime douanier suspensif : l'un des régimes spéciaux prévus par le Règlement (CEE) n° 2913/92 relatif à la surveillance douanière dont font l'objet les marchandises non communautaires lors de l'entrée sur le territoire douanier de la Communauté, le dépôt temporaire, les zones franches ou les entrepôts francs, ainsi que chacun des régimes visés à l'article 84, paragraphe 1er, a), dudit règlement;
  - produits d'accise : les produits visés à l'article 2;
  - régime suspensif : le régime fiscal applicable à la fabrication, à la détention ou à la circulation de produits d'accise, le droit d'accise étant suspendu.
  
Art.7. [1 Onverminderd artikel 8 wordt verstaan onder alcoholvrije dranken :
   a) water, natuurlijk of kunstmatig mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, noch gearomatiseerd alsmede kunstijs van de GN-code 2201;
   b) water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, al dan niet gearomatiseerd, alsmede andere alcoholvrije dranken van de GN-code 2202, met uitzondering van dranken op basis van melk, van soja of van rijst;
   c) gearomatiseerd water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, van de GN-code 2202;
   d) bieren zoals gedefinieerd in artikel 4 van de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken, waarvan het alcohol-volumegehalte niet meer bedraagt dan 0,5 % vol.;
   e) wijn van de GN-codes 2204 en 2205 waarvan het alcoholvolumegehalte niet meer bedraagt dan 1,2 % vol.;
   f) andere gegiste dranken van de GN-codes 2204 en 2205, alsmede die van de GN-code 2206, waarvan het alcohol-volumegehalte niet meer bedraagt dan 1,2 % vol.;
   g) de dranken van de GN-code 2208 waarvan het alcoholvolumegehalte niet meer bedraagt dan 1,2 % vol.;
   h) [2 ongegiste vruchtensappen en ongegiste groentesappen, zonder toegevoegde alcohol, met of zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen van de GN-code 2009, met uitzondering van vers geperste vruchtensappen en groentesappen die geen enkele bewerking hebben ondergaan, die in de detailhandel ter plaatse vervaardigd worden en die onmiddellijk te koop aangeboden worden voor consumptie en die dus niet voor wederverkoop bestemd zijn;]2
   i) elke substantie in om het even welke vorm, die kennelijk bestemd is voor de vervaardiging van de in b) vermelde alcoholvrije dranken, hetzij in kleinhandelsverpakking, hetzij in een verpakking die bestemd is voor de vervaardiging van dergelijke voor gebruik gerede alcoholvrije dranken;
   j) elke substantie in om het even welke vorm, die kennelijk bestemd is voor de vervaardiging van de in c) vermelde alcoholvrije dranken, hetzij in kleinhandelsverpakking, hetzij in een verpakking die bestemd is voor de vervaardiging van dergelijke voor gebruik gerede alcoholvrije dranken.]1

  
Art.7. [1 Sans préjudice de l'article 8, on entend par boissons non alcoolisées :
   a) les eaux, y compris les eaux minérales naturelles ou artificielles et les eaux gazéifiées, non additionnées de sucre ou d'autres édulcorants ni aromatisées ainsi que la glace relevant du code NC 2201;
   b) les eaux, y compris les eaux minérales et les eaux gazéifiées, additionnées de sucre ou d'autres édulcorants, aromatisées ou non, et les autres boissons non alcooliques relevant du code NC 2202, à l'exception des boissons à base de lait, de soja ou de riz;
   c) les eaux aromatisées, y compris les eaux minérales et les eaux gazéifiées, non additionnées de sucre ou d'autres édulcorants, relevant du code NC 2202;
   d) les bières, telles que définies à l'article 4 de la loi du 7 janvier 1998 concernant la structure et les taux des droits d'accise sur l'alcool et les boissons alcoolisées, dont le titre alcoométrique n'excède pas 0,5 % vol;
   e) les vins relevant des codes NC 2204 et 2205 dont le titre alcoométrique n'excède pas 1,2 % vol;
   f) les autres boissons fermentées relevant des codes NC 2204 et 2205 ainsi que celles relevant du code NC 2206, dont le titre alcoométrique n'excède pas 1,2 % vol;
   g) les boissons relevant du code NC 2208 dont le titre alcoométrique n'excède pas 1,2 % vol;
   h) [2 les jus de fruits ou de légumes, non fermentés, sans addition d'alcool, avec ou sans addition de sucre ou d'autres édulcorants relevant du code NC 2009, à l'exception des jus de fruits et de légumes fraîchement pressés qui n'ont subi aucune transformation, qui sont produits sur place dans le commerce de détail et qui sont immédiatement proposés à la vente pour la consommation et qui, dès lors, ne sont pas destinés à la revente;]2
   i) toutes substances sous quelque forme que ce soit, manifestement destinées à la confection de boissons non alcoolisées visées sous b), conditionnées soit en emballage de vente au détail soit en emballage destiné à la confection de telles boissons prêtes à l'emploi;
   j) toutes substances sous quelque forme que ce soit, manifestement destinées à la confection de boissons non alcoolisées visées sous c), conditionnées soit en emballage de vente au détail soit en emballage destiné à la confection de telles boissons prêtes à l'emploi.]1

  
Art.8. Leidingwater dat, zelfs na gasinpersing, wordt verdeeld door waterfonteinen die rechtstreeks aangesloten zijn op het waterleidingnet en dat niet verpakt is voor de verkoop of de levering als drinkwater wordt in het kader van deze wet niet aangemerkt als alcoholvrije drank.
Art.8. Les eaux de conduites, même débitées après gazéification éventuelle par des fontaines branchées directement sur la conduite d'eau et non conditionnées pour la vente ou la livraison comme eaux de boissons, ne sont pas considérées pour la présente loi comme des boissons non alcoolisées.
Art.9. Onder koffie wordt verstaan :
  a) ongebrande koffie van de GN-code 0901;
  b) gebrande koffie van de GN-code 0901;
  c) extracten, essences en concentraten van koffie, in vaste vorm of vloeibaar alsook de preparaten op basis van extracten, essences en concentraten van koffie en de preparaten op basis van koffie van de GN-code 2101.
Art.9. On entend par café :
  a) le café non torréfié relevant du code NC 0901;
  b) le café torréfié relevant du code NC 0901;
  c) les extraits, essences et concentrés de café, solides ou liquides, ainsi que les préparations à base d'extraits, essences et concentrés de café et les préparations à base de café, relevant du code NC 2101.
HOOFDSTUK 3. - Verschuldigdheid, tarieven en heffing, vrijstelling en terugbetaling van accijns
CHAPITRE 3. - Exigibilité, taux et perception, exonération et remboursement de l'accise
Afdeling 1. - Verschuldigdheid
Section 1re. - Exigibilité
Art.10. § 1. De accijns wordt verschuldigd op het tijdstip van de uitslag tot verbruik hier te lande. De voorwaarden inzake de verschuldigdheid en het toepasselijke tarief zijn deze van kracht op de datum van de uitslag tot verbruik.
  § 2. Onder "uitslag tot verbruik" wordt verstaan :
  a) het aan een schorsingsregeling onttrekken, daaronder begrepen het onregelmatig onttrekken van accijnsproducten. Wordt met onttrekken gelijkgesteld : het verbruik binnen de accijnsinrichting van daar vervaardigde accijnsproducten;
  b) het voorhanden hebben van accijnsproducten buiten een schorsingsregeling wanneer over dit product geen accijns is geheven overeenkomstig deze wet;
  c) de vervaardiging, met inbegrip van onregelmatige vervaardiging, van accijnsproducten buiten een schorsingsregeling;
  d) de invoer, met inbegrip van onregelmatige invoer, van accijnsproducten, die niet onmiddellijk bij invoer onder een schorsingsregeling worden geplaatst.
  [1 e) het binnenbrengen, met inbegrip van het onregelmatig binnenbrengen van accijnsproducten, behoudens indien de accijnsproducten zich, op het moment van hun binnenbrengen, onder een schorsingsregeling bevinden.]1
  § 3. De algehele vernietiging of het onherstelbare verlies van onder een schorsingsregeling geplaatste accijnsproducten door een oorzaak die met de aard van de producten verband houdt, dan wel door niet te voorziene omstandigheden of overmacht, wordt niet aangemerkt als uitslag tot verbruik.
  Voor de toepassing van deze wet wordt een product geacht totaal vernietigd of onherstelbaar verloren te zijn wanneer dit als accijnsproduct onbruikbaar is geworden.
  De algehele vernietiging of het onherstelbare verlies van de accijnsproducten [1 wordt aangetoond aan de ambtenaren van de administratie]1.
  [1 De Koning bepaalt de regels en de voorwaarden van toepassing op het vaststellen van vernietigingen en verliezen bedoeld in deze paragraaf.]1
  § 4. Bij opneming vastgestelde tevelen worden in last genomen in de voorraadboekhouding van de houder van de vergunning "accijnsinrichting".
  
Art.10. § 1er. Le droit d'accise devient exigible au moment de la mise à la consommation dans le pays. Les conditions d'exigibilité et le taux d'accise applicable sont ceux en vigueur à la date à laquelle s'effectue la mise à la consommation.
  § 2. Par "mise à la consommation", on entend :
  a) la sortie, y compris la sortie irrégulière, de produits d'accise d'un régime suspensif. Est assimilée à une sortie : la consommation dans l'établissement d'accise de produits d'accise y fabriqués;
  b) la détention de produits d'accise en dehors d'un régime suspensif pour lesquels le droit d'accise n'a pas été prélevé conformément à la présente loi;
  c) la fabrication, y compris la fabrication irrégulière, de produits d'accise en dehors d'un régime suspensif;
  d) l'importation, y compris l'importation irrégulière, de produits d'accise, sauf si les produits d'accise sont placés, immédiatement après leur importation, sous un régime suspensif.
  [1 e) l'introduction, y compris l'introduction irrégulière, de produits d'accise, sauf si les produits d'accise se trouvent sous un régime suspensif au moment de leur introduction.]1
  § 3. La destruction totale ainsi que la perte irrémédiable de produits d'accise placés sous un régime suspensif, pour une cause dépendant de la nature même des produits, par suite d'un cas fortuit ou de force majeure, ne sont pas considérées comme une mise à la consommation.
  Aux fins de la présente loi, un produit est considéré comme totalement détruit ou irrémédiablement perdu lorsqu'il est rendu inutilisable en tant que produit d'accise.
  La destruction totale ainsi que la perte irrémédiable des produits d'accise [1 sont prouvées aux agents de l'administration]1.
  [1 Le Roi fixe les règles et conditions applicables pour la constatation des destructions et pertes visées au présent paragraphe.]1
  § 4. Les excédents constatés lors des recensements sont pris en charge dans la comptabilité des stocks du titulaire de l'autorisation "établissement d'accise".
  
Art.11. § 1. De tot voldoening van de verschuldigd geworden accijns gehouden persoon is :
  1° met betrekking tot het aan een schorsingsregeling onttrekken als bedoeld in artikel 10, § 2, a) :
  a) de houder van de vergunning "accijnsinrichting";
  b) in geval van een onregelmatigheid tijdens een overbrenging van accijnsproducten onder een schorsingsregeling : de houder van de vergunning "accijnsinrichting" of alle personen die bij de onregelmatige overbrenging betrokken zijn geweest terwijl zij wisten of redelijkerwijze hadden moeten weten dat het overbrengen op onregelmatige wijze geschiedde;
  2° met betrekking tot het voorhanden hebben van accijnsproducten als bedoeld in artikel 10, § 2, b) : de persoon die de accijnsproducten voorhanden heeft of enig ander persoon die bij het voorhanden hebben ervan betrokken is;
  3° met betrekking tot de vervaardiging van accijnsproducten als bedoeld in artikel 10, § 2, c) : de persoon die de accijnsproducten vervaardigt of, in geval van onregelmatige vervaardiging, enig ander persoon die bij de vervaardiging ervan betrokken is geweest;
  4° met betrekking tot de invoer van accijnsproducten als bedoeld in artikel 10, § 2, d) : de persoon die de accijnsproducten bij invoer aangeeft of voor wiens rekening de producten bij invoer worden aangegeven of, in geval van onregelmatige invoer, enig ander persoon die bij de invoer betrokken is geweest.
  [1 5° met betrekking tot het binnenbrengen van accijnsproducten als bedoeld in artikel 10, § 2, e) : de persoon die de accijnsproducten bij het binnenbrengen aangeeft of voor wiens rekening de producten bij het binnenbrengen worden aangegeven of, in geval van onregelmatig binnenbrengen, enig ander persoon die bij het binnenbrengen betrokken is geweest.]1
  § 2. Indien er voor eenzelfde accijnsschuld verscheidene schuldenaren zijn, zijn zij hoofdelijk tot betaling van deze schuld gehouden.
  [1 § 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "onregelmatigheid tijdens een overbrenging" verstaan, een andere dan in artikel 10, § 3, bedoelde situatie die zich tijdens een overbrenging van accijnsproducten onder een schorsingsregeling voordoet en als gevolg waarvan die overbrenging of een onderdeel van die overbrenging van accijnsproducten niet overeenkomstig artikel 26, § 2, is geëindigd.]1
  
Art.11. § 1er. La personne redevable du droit d'accise devenu exigible est :
  1° en ce qui concerne la sortie de produits d'accise d'un régime suspensif visée à l'article 10, § 2, a) :
  a) le titulaire de l'autorisation "établissement d'accise";
  b) en cas d'irrégularité lors d'un mouvement de produits d'accise sous un régime suspensif : le titulaire de l'autorisation "établissement d'accise" ou toute personne ayant participé au mouvement irrégulier et qui était consciente ou dont on peut raisonnablement penser qu'elle aurait dû être consciente du caractère irrégulier du mouvement;
  2° en ce qui concerne la détention de produits d'accise visée à l'article 10, § 2, b) : la personne détenant les produits d'accise ou toute autre personne ayant participé à leur détention;
  3° en ce qui concerne la fabrication de produits d'accise visée à l'article 10, § 2, c) : la personne fabriquant les produits d'accise ou, en cas de fabrication irrégulière, toute autre personne ayant participé à leur fabrication;
  4° en ce qui concerne l'importation de produits d'accise visée à l'article 10, § 2, d) : la personne qui déclare les produits d'accise ou pour le compte de laquelle ils sont déclarés au moment de l'importation, ou, en cas d'importation irrégulière, toute autre personne ayant participé à l'importation.
  [1 5° en ce qui concerne l'introduction de produits d'accise visée à l'article 10, § 2, e) : la personne qui déclare les produits d'accise ou pour le compte de laquelle ils sont déclarés au moment de l'introduction, ou, en cas d'introduction irrégulière, toute autre personne ayant participé à l'introduction.]1
  § 2. Lorsque plusieurs débiteurs sont redevables d'une même dette liée à un droit d'accise, ils sont tenus au paiement de cette dette à titre solidaire.
  [1 § 3. Aux fins du présent article, on entend par "irrégularité au cours d'un mouvement" : une situation se produisant au cours d'un mouvement de produits d'accise sous un régime suspensif, autre que celle visée à l'article 10, § 3, en raison de laquelle ce mouvement ou une partie de ce mouvement de produits d'accise n'a pas pris fin conformément à l'article 26, § 2.]1
  
Art.12. De verschuldigde accijns moet worden geïnd door middel van een aangifte ten verbruik waarvan de vorm en de inhoud door de Koning worden bepaald.
Art.12. L'accise exigible doit être perçue au moyen d'une déclaration de mise à la consommation dont la forme et le contenu sont fixés par le Roi.
Afdeling 2. - Tarieven en heffing
Section 2. - Taux et perception
Art.13. [1 § 1. Bij de uitslag tot verbruik hier te lande worden alcoholvrije dranken onderworpen aan een als volgt vastgesteld accijnstarief :
   a) de in artikel 7, a), bedoelde producten : 0 euro per hectoliter;
   b) de in artikel 7, b), bedoelde producten : 11,9233 euro per hectoliter;
   c) de in artikel 7, c), bedoelde producten : 6,8133 euro per hectoliter;
   d) de in artikel 7, d), bedoelde producten : 3,7519 euro per hectoliter;
   e) de in artikel 7, e), bedoelde producten : 3,7519 euro per hectoliter;
   f) de in artikel 7, f), bedoelde producten : 3,7519 euro per hectoliter;
   g) de in artikel 7, g), bedoelde producten : 3,7519 euro per hectoliter;
   h) de in artikel 7, h), bedoelde producten : 0 euro per hectoliter;
   i) de in artikel 7, i), bedoelde substanties :
   - aangeboden onder vloeibare vorm : 71,5405 euro per hectoliter;
   - aangeboden onder poeder- of korrelvorm of onder een andere vaste vorm : 119,2343 euro per 100 kg nettogewicht.
   j) de in artikel 7, j) bedoelde substanties :
   - aangeboden onder vloeibare vorm : 40,8803 euro per hectoliter;
   - aangeboden onder poeder- of korrelvorm of onder een andere vaste vorm : 68,1339 euro per 100 kg nettogewicht.
   § 2. Het volume van de dranken en vloeibare substanties te belasten met de bij paragraaf 1, a) tot en met i), eerste streepje en j), eerste streepje, vastgestelde accijnzen wordt uitgedrukt in hectoliter en in liter, waarbij delen van een liter worden verwaarloosd. Wanneer het te belasten volume kleiner is dan een liter, worden de delen van een deciliter verwaarloosd.
   § 3. Het gewicht van de substanties aangeboden onder poeder- of korrelvorm of onder een andere vaste vorm te belasten met de bij paragraaf 1, i), tweede streepje en 1, j) tweede streepje, vastgestelde accijnzen wordt uitgedrukt in kilogram, waarbij delen van een kilogram worden verwaarloosd. Wanneer het te belasten gewicht kleiner is dan een kilogram, worden de delen van een hectogram verwaarloosd.]1

  
Art.13. [1 § 1er. Lorsqu'elles sont mises à la consommation dans le pays, les boissons non alcoolisées sont soumises à un droit d'accise fixé comme suit :
   a) les produits visés à l'article 7, a) : 0 euro par hectolitre;
   b) les produits visés à l'article 7, b) : 11,9233 euros par hectolitre;
   c) les produits visés à l'article 7, c) : 6,8133 euros par hectolitre;
   d) les produits visés à l'article 7, d) : 3,7519 euros par hectolitre;
   e) les produits visés à l'article 7, e) : 3,7519 euros par hectolitre;
   f) les produits visés à l'article 7, f) : 3,7519 euros par hectolitre;
   g) les produits visés à l'article 7, g) : 3,7519 euros par hectolitre;
   h) les produits visés à l'article 7, h) : 0 euro par hectolitre;
   i) les substances visées à l'article 7, i) :
   - présentées sous forme liquide : 71,5405 euros par hectolitre;
   - présentées sous forme de poudre, granulés ou sous une autre forme solide : 119,2343 euros par 100 kilogrammes net.
   j) les substances visées à l'article 7, j) :
   - présentées sous forme liquide : 40,8803 euros par hectolitre;
   - présentées sous forme de poudre, granulés ou sous une autre forme solide : 68,1339 euros par 100 kilogrammes net.
   § 2. Le volume des boissons et substances liquides soumises à l'accise fixée par le paragraphe 1er, a) à i), premier tiret et j), premier tiret, est exprimé en hectolitres et litres, les fractions de litre étant négligées. Lorsque le volume à imposer est inférieur au litre, les fractions de décilitre sont négligées.
   § 3. Le poids des substances présentées sous forme de poudre, granulés ou sous une autre forme solide soumises à de l'accise fixée par le paragraphe 1er, i), deuxième tiret et j), deuxième tiret, est exprimé en kilogrammes, les fractions de kilogramme étant négligées. Lorsque le poids à imposer est inférieur au kilogramme, les fractions d'hectogramme sont négligées.]1

  
Art.14. § 1. Bij de uitslag tot verbruik hier te lande wordt koffie onderworpen aan een als volgt vastgesteld accijnstarief :
  a) de in artikel 9, a), bedoelde producten : [1 0,2001 euro per kg nettogewicht]1;
  b) de in artikel 9, b), bedoelde producten [1 0,2502 euro per kg nettogewicht]1;
  c) de in artikel 9, c), bedoelde producten : [1 0,7004 euro per kg nettogewicht]1.
  § 2. Het gewicht van de koffie te belasten met de bij paragraaf 1 vastgestelde accijnzen wordt uitgedrukt in kilogram, waarbij delen van een kilogram worden verwaarloosd. Wanneer het te belasten gewicht kleiner is dan een kilogram, worden de delen van een hectogram verwaarloosd.
  
Art.14. § 1er. Lorsqu'il est mis à la consommation dans le pays, le café est soumis à un droit d'accise fixé comme suit :
  a) les produits visés à l'article 9, a) : [1 0,2001 euro par kilogramme net]1;
  b) les produits visés à l'article 9, b) : [1 0,2502 euro par kilogramme net]1;
  c) les produits visés à l'article 9, c) : [1 0,7004 euro par kilogramme net]1.
  § 2. La quantité de café passible de l'accise fixée par le paragraphe 1er est exprimée en kilogrammes, les fractions de kilogramme étant négligées. Lorsque la quantité à imposer est inférieure au kilogramme, les fractions d'hectogramme sont négligées.
  
Afdeling 3. - Vrijstelling
Section 3. - Exonération
Art.15. [1 § 1.]1 Worden vrijgesteld :
  a) de dranken die samengesteld zijn uit vruchten- of groentesappen bestemd voor de voeding van zuigelingen;
  b) de accijnsproducten bestemd om te worden gebruikt voor onderzoek, kwaliteitscontroles en smaaktesten;
  c) water als bedoeld in artikel 7, a), bestemd om gratis te worden verdeeld door officiële organismen naar aanleiding van rampen;
  d) koffie bestemd voor ander industrieel gebruik dan het branden of het vervaardigen van koffie-extracten.
  [1 § 2. De Koning bepaalt de procedureregels inzake het verlenen van deze vrijstellingen.]1
  
Art.15. [1 § 1er.]1 Sont exonérés :
  a) les boissons composées de jus de fruits ou de légumes destinées à l'alimentation des nourrissons;
  b) les produits d'accise destinés à être utilisés pour des recherches, des contrôles de qualité et des tests gustatifs;
  c) l'eau visée à l'article 7, a), destinée à être distribuée gratuitement par des organismes officiels lors de sinistres;
  d) le café destiné à des usages industriels autres que la torréfaction et la préparation d'extraits de café.
  [1 § 2. Le Roi fixe les règles de procédure relatives à l'octroi de ces exonérations.]1
  
Afdeling 4. - [1 Terugbetaling en kwijtschelding van accijns]1
Section 4. - [1 Remboursement et remise de l'accise]1
Art.16. § 1. In de gevallen en volgens de nadere regels voorzien door de artikelen 17 tot 19 wordt terugbetaling van accijns toegestaan aan de persoon die de accijns heeft voldaan of aan de personen die hem in zijn rechten en verplichtingen hebben opgevolgd.
  § 2. Het verzoek tot terugbetaling kan worden ingediend hetzij door de in paragraaf 1 bedoelde persoon, hetzij door zijn vertegenwoordiger.
  [1 § 3. De Koning bepaalt de procedure van toepassing op de terugbetalingen ter uitvoering van de artikelen 17 en 18.
   § 4. Er zal op geen enkel verzoek om terugbetaling worden ingegaan wanneer het niet voldoet aan de voorwaarden die door de Koning worden bepaald.]1

  
Art.16. § 1er. Dans les cas et selon les modalités prévues aux articles 17 à 19, remboursement de l'accise est accordé à la personne qui a acquitté l'accise ou aux personnes qui lui ont succédé dans ses droits et obligations.
  § 2. La demande de remboursement peut être introduite soit par la personne visée au paragraphe 1er soit par son représentant.
  [1 § 3. Le Roi fixe la procédure applicable aux remboursements effectués en exécution des articles 17 et 18.
   § 4. Il ne sera donné suite à aucune demande de remboursement lorsqu'elle ne satisfait pas aux conditions fixées par le Roi.]1

  
Art.17. Tot terugbetaling van de geheven accijns wordt overgegaan voor accijnsproducten die :
  a) worden uitgevoerd;
  b) worden verzonden ter bestemming van een andere lidstaat;
  c) worden ongeschikt verklaard voor gebruik door een overheidsinstantie en worden vernietigd onder ambtelijk toezicht.
Art.17. Il est procédé au remboursement de l'accise perçue sur les produits d'accise qui :
  a) sont exportés;
  b) sont expédiés à destination d'un autre Etat membre;
  c) sont déclarés impropres à la consommation par une autorité publique et détruits sous surveillance administrative.
Art.18. Tot terugbetaling [1 of kwijtschelding]1 van accijns wordt overgegaan indien wordt aangetoond dat op het ogenblik van de betaling of boeking, het bedrag :
  a) betrekking heeft op een accijnsproduct waarvoor geen accijns verschuldigd is;
  b) om welke reden ook hoger is dan het bedrag dat wettelijk mocht worden geïnd;
  c) betrekking heeft op een accijnsproduct dat bij vergissing werd uitgeslagen tot verbruik hier te lande.
  
Art.18. Il est procédé au remboursement [1 ou à la remise]1 de l'accise lorsqu'il est établi qu'au moment où elle a été acquittée ou prise en compte, son montant :
  a) était relatif à un produit d'accise pour lequel aucune accise n'était due;
  b) était supérieur, pour un motif quelconque, à celui qui était légalement à percevoir;
  c) était relatif à un produit d'accise déclaré par erreur à la consommation dans le pays.
  
Art.19. Er wordt slechts overgegaan tot terugbetaling in de omstandigheden bedoeld in deze wet voor zover het terug te betalen bedrag 10 euro overschrijdt.
  Er wordt geen terugbetaling toegestaan indien de feiten die aanleiding geven tot betaling of boeking van de niet wettelijk verschuldigde accijns het gevolg zijn van manipulatie door belanghebbende.
Art.19. Il n'est procédé au remboursement de l'accise dans les situations visées dans la présente loi que si le montant à rembourser excède 10 euros.
  Aucun remboursement n'est accordé lorsque les faits ayant conduit à l'acquittement ou à la prise en compte d'un montant d'accise qui n'était pas légalement dû résultent d'une manoeuvre de l'intéressé.
HOOFDSTUK 4. - Vervaardiging, voorhanden hebben en verkeer
CHAPITRE 4. - Fabrication, détention et circulation
Afdeling 1. - Accijnsinrichting
Section 1re. - Etablissement d'accise
Art.20. [1 Het vervaardigen van de accijnsproducten dient te gebeuren in een plaats die is erkend als accijnsinrichting.
   Het ontvangen en het voorhanden hebben van dergelijke producten waarvoor de accijns niet werd voldaan moeten eveneens in een accijnsinrichting plaatsvinden.
   Het verzenden van dergelijke producten waarvoor de accijns niet werd voldaan moet eveneens geschieden vanuit een accijnsinrichting.
   De opening en de werking van een accijnsinrichting moeten worden vergund door de ambtenaar daartoe aangewezen door de Koning onder de door Hem gestelde nadere regels.
   De Koning bepaalt welke personen zich moeten laten erkennen in de hoedanigheid van houder van een accijnsinrichting, evenals de voorwaarden waaraan zij onderworpen zijn.]1

  
Art.20. [1 La fabrication de produits d'accise doit s'effectuer dans un lieu reconnu comme établissement d'accise.
   La réception et la détention de tels produits sur lesquels l'accise n'a pas été acquittée doivent avoir lieu également dans un établissement d'accise.
   L'expédition de tels produits sur lesquels l'accise n'a pas été acquittée doit également s'effectuer depuis un établissement d'accise.
   L'ouverture et le fonctionnement d'un établissement d'accise sont autorisés par le fonctionnaire délégué par le Roi selon les modalités fixées par ce dernier.
   Le Roi détermine quelles personnes doivent se faire reconnaître en qualité de détenteur d'un établissement d'accise, de même que les conditions auxquelles elles sont soumises.]1

  
Art.21. § 1. De persoon die een vergunning "accijnsinrichting" aanvraagt, is gehouden een aanvraag tot een vergunning in te dienen overeenkomstig artikel 22 en een gedetailleerd plan van de inrichting over te leggen.
  § 2. De houder van een vergunning "accijnsinrichting" moet :
  1° zich borg stellen ten belope van [2 10 pct.]2 van de accijns met betrekking tot de accijnsproducten die hij vervaardigt [2 , voorhanden heeft en/of ontvangt]2 in zijn accijnsinrichting [1 zonder dat het bedrag van deze borg minder mag bedragen dan 500,00 euro]1;
  2° een boekhouding voeren van de voorraden en het verkeer van de accijnsproducten per accijnsinrichting;
  3° vanaf het tijdstip van einde van het verkeer alle accijnsproducten die zich onder de schorsingsregeling bevinden, inslaan in zijn accijnsinrichting en inschrijven in zijn boekhouding;
  4° de accijnsproducten op elk verzoek van de ambtenaren van de administratie van douane en accijnzen vertonen;
  5° controle of inventarisatie toelaten.
  § 3. De Koning kan, in de omstandigheden en onder de door Hem te bepalen voorwaarden, het bedrag van de borg bedoeld in paragraaf 2, 1°, verhogen tot 100 percent van het bedrag van de accijns met betrekking tot de producten die worden vervaardigd of voorhanden gehouden in de accijnsinrichting.
  § 4. De aanvragen tot een vergunning voor een accijnsinrichting moeten worden ingereikt [1 bij de door de Koning aangewezen ambtenaar]1.
  De aanvraag moet schriftelijk gebeuren en moet alle elementen bevatten die met het oog op de toekenning van de vergunning zijn vereist. De aanvragen alsook de vergunningen worden opgesteld in de vorm en volgens de nadere regels vastgesteld door de Koning.
  
Art.21. § 1er. La personne qui demande une autorisation "établissement d'accise" est tenue d'introduire une demande d'autorisation conformément à l'article 22 et de fournir un plan détaillé des installations.
  § 2. Le titulaire d'une autorisation "établissement d'accise" doit :
  1° déposer une garantie égale à [2 10 p.c.]2 du montant de l'accise afférente aux produits d'accise fabriqués [2 , détenus et/ou réceptionnés]2 dans l'établissement d'accise [1 sans que son montant ne puisse être inférieur à 500,00 euros]1;
  2° tenir, par établissement d'accise, une comptabilité des stocks et des mouvements des produits d'accise;
  3° introduire dans son établissement d'accise et inscrire dans sa comptabilité, dès la fin du mouvement, tous les produits d'accise circulant sous le régime suspensif;
  4° présenter les produits d'accise à toute réquisition des agents de l'administration des douanes et accises;
  5° se prêter à tout contrôle ou recensement.
  § 3. Le Roi peut, dans les situations et aux conditions qu'Il détermine, augmenter le montant de la garantie visée au paragraphe 2, 1°, jusqu'à 100 p.c. du montant de l'accise afférente aux produits fabriqués, transformés ou détenus dans l'établissement d'accise.
  § 4. Les demandes d'autorisation pour un établissement d'accise doivent être introduites [1 auprès du fonctionnaire compétent désigné par le Roi]1.
  La demande doit être faite par écrit et comporter tous les éléments nécessaires en vue de l'octroi de l'autorisation. Les demandes ainsi que les autorisations sont établies dans la forme et suivant les modalités fixées par le Roi.
  
Afdeling 2. - Vergunning "accijnsinrichting"
Section 2. - Autorisation "établissement d'accise"
Art.22. § 1. De in artikel 21, paragraaf 4, bedoelde vergunningen worden slechts verleend aan hier te lande gevestigde personen.
  § 2. De in artikel 21, § 4, bedoelde vergunningen worden geweigerd aan personen die krachtens de douanewetgeving, de fiscale wetgeving of sociale wetgeving verschuldigde bedragen niet hebben betaald of die een ernstige inbreuk of herhaalde inbreuk plegen op die wetgevingen of die zijn veroordeeld wegens valsheid en gebruik van valsheid in geschrifte, namaking of vervalsing van zegels en stempels, omkoping van ambtenaren of knevelarij, diefstal, heling, oplichting, misbruik van vertrouwen of eenvoudige of bedrieglijke bankbreuk.
  § 3. Het verlenen of het weigeren van een vergunning wordt schriftelijk betekend.
Art.22. § 1er. Les autorisations visées à l'article 21, paragraphe 4, ne sont octroyées qu'à des personnes établies dans le pays.
  § 2. Les autorisations visées à l'article 21, § 4, sont refusées aux personnes qui n'ont pas acquitté les sommes dues en vertu de la réglementation douanière, fiscale ou sociale ou qui ont commis une infraction grave ou des infractions répétées à ces réglementations ou qui ont été condamnées du chef de faux et d'usage de faux en écriture, de contrefaçon ou de falsification de sceaux et de timbres, de corruption de fonctionnaires, de concussion, de vol, de recel, d'escroquerie, d'abus de confiance ou de banqueroute simple ou frauduleuse.
  § 3. La délivrance d'une autorisation de même que le refus de son octroi sont notifiés par écrit.
Art.23. § 1. Een vergunning wordt ingetrokken indien zij werd afgeleverd op basis van verkeerde of onvolledige gegevens en dat :
  - de verzoeker van de onjuistheid of de onvolledigheid van die gegevens kennis droeg of redelijkerwijze kennis had moeten dragen, en
  - de vergunning op grond van de juiste en volledige gegevens niet had kunnen worden afgeleverd.
  § 2. De intrekking van de vergunning wordt aan de houder ervan betekend.
  § 3. De intrekking geldt met ingang van de datum van inwerkingtreding van de betrokken vergunning.
Art.23. § 1er. Une autorisation est retirée si elle a été délivrée sur la base d'éléments inexacts ou incomplets et que :
  - le demandeur connaissait ou devait raisonnablement connaître ce caractère inexact ou incomplet, et
  - qu'elle n'aurait pas été prise sur la base des éléments exacts et complets.
  § 2. Le retrait de l'autorisation est notifié au titulaire de celle-ci.
  § 3. Le retrait prend effet à compter de la date d'entrée en vigueur de l'autorisation en cause.
Art.24. § 1. Een vergunning wordt ingetrokken of gewijzigd indien, in andere dan de in artikel 23 bedoelde gevallen, aan één of meerdere voor de toekenning vereiste voorwaarden niet of niet meer is voldaan.
  § 2. De vergunning kan worden ingetrokken indien de houder niet voldoet aan een verplichting die, in voorkomend geval, krachtens de vergunning op hem rust.
  § 3. De vergunning wordt ingetrokken in het geval bedoeld in artikel 22, paragraaf 2.
  § 4. De intrekking of de wijziging van de vergunning wordt aan de houder ervan betekend.
  § 5. De intrekking of de wijziging heeft uitwerking vanaf de datum van betekening ervan.
Art.24. § 1er. Une autorisation est révoquée ou modifiée lorsque, dans des cas autres que ceux visés à l'article 23, une ou plusieurs des conditions prévues pour son octroi n'étaient pas ou ne sont plus remplies.
  § 2. L'autorisation peut être révoquée lorsque son titulaire ne se conforme pas à une obligation qui lui incombe, le cas échéant, du fait de cette autorisation.
  § 3. L'autorisation est révoquée dans le cas visé à l'article 22, paragraphe 2.
  § 4. La révocation ou la modification de l'autorisation est notifiée au titulaire de celle-ci.
  § 5. La révocation ou la modification prend effet à compter de la date à laquelle elle a été notifiée.
Afdeling 3. - Verkeer
Section 3. - Circulation
Art.25. [1 § 1.]1 De accijnsproducten kunnen onder de schorsingsregeling worden overgebracht :
  a) van een accijnsinrichting :
  - naar een andere accijnsinrichting;
  - ter bestemming van een andere lidstaat;
  - ter bestemming van een douanekantoor van uitvoer;
  b) van een invoerkantoor hier te lande :
  - naar een accijnsinrichting;
  - ter bestemming van een andere lidstaat;
  c) bij het binnenbrengen :
  - naar een accijnsinrichting;
  - ter bestemming van een andere lidstaat via het Belgisch grondgebied;
  - ter bestemming van een douanekantoor van uitvoer gevestigd hier te lande.
  [1 § 2. In afwijking van [2 § 1, b, eerste streepje, en c, eerste streepje,]2 kunnen accijnsproducten [2 bij het invoeren of bij het binnenbrengen]2 onder de schorsingsregeling worden overgebracht naar een plaats van rechtstreekse aflevering hier te lande, onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden, wanneer die plaats is aangewezen door de houder van de accijnsinrichting.
   Deze houder van de accijnsinrichting blijft in dergelijk geval verantwoordelijk voor de opgelegde formaliteiten ter zake.]1

  
Art.25. [1 § 1er.]1 Les produits d'accise peuvent circuler sous le régime suspensif :
  a) d'un établissement d'accise :
  - vers un autre établissement d'accise;
  - à destination d'un autre Etat membre;
  - à destination d'un bureau douanier d'exportation;
  b) d'un bureau d'importation situé dans le pays :
  - vers un établissement d'accise;
  - à destination d'un autre Etat membre;
  c) à l'introduction :
  - vers un établissement d'accise;
  - à destination d'un autre Etat membre en transitant par le territoire national;
  - à destination d'un bureau douanier d'exportation situé dans le pays.
  [1 § 2. Par dérogation au [2 § 1er, b, premier tiret, et c, premier tiret,]2 la livraison de produits d'accise [2 importés ou introduits]2 sous un régime suspensif à destination d'un lieu de livraison directe situé dans le pays peut avoir lieu, aux conditions fixées par le Roi, lorsque ce lieu a été désigné par le titulaire de l'établissement d'accise.
   Dans cette situation, ce titulaire d'établissement d'accise reste responsable pour les formalités imposées en la matière.]1

  
Art.26. § 1. Het verkeer van accijnsproducten onder een schorsingsregeling vangt aan :
  - in de gevallen bedoeld in artikel 25, a) : wanneer de accijnsproducten de accijnsinrichting verlaten;
  - in de gevallen bedoeld in artikel 25, b) : wanneer zij overeenkomstig artikel 79 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek in het vrije verkeer worden gebracht;
  - in de gevallen bedoeld in artikel 25, c) : wanneer zij hier te lande worden binnengebracht.
  § 2. Het verkeer van accijnsproducten onder een schorsingsregeling eindigt :
  - in de gevallen bedoeld in artikel 25, a), eerste streepje : wanneer de houder van de vergunning "accijnsinrichting" de producten in ontvangst neemt;
  - in de gevallen bedoeld in artikel 25, a), tweede streepje : wanneer de accijnsproducten het land verlaten;
  - in de gevallen bedoeld in artikel 25, a), derde streepje : wanneer de accijnsproducten worden geplaatst onder een douaneregeling voor uitvoer;
  - in de gevallen bedoeld in artikel 25, b), eerste streepje : wanneer de houder van de vergunning "accijnsinrichting" de producten in ontvangst neemt;
  - in de gevallen bedoeld in artikel 25, b), tweede streepje : wanneer de accijnsproducten het land verlaten;
  - in de gevallen bedoeld in artikel 25, c), eerste streepje : wanneer de houder van de vergunning "accijnsinrichting" de producten in ontvangst neemt;
  - in de gevallen bedoeld in artikel 25, c), tweede streepje : wanneer de accijnsproducten het land verlaten;
  - in de gevallen bedoeld in artikel 25, c), derde streepje : wanneer de accijnsproducten worden geplaatst onder een douaneregeling voor uitvoer.
Art.26. § 1er. Le mouvement de produits d'accise sous un régime suspensif débute :
  - dans les cas visés à l'article 25, a) : lorsque les produits d'accise sortent de l'établissement d'accise;
  - dans les cas visés à l'article 25, b) : lors de leur mise en libre pratique conformément à l'article 79 du Règlement (CEE) n° 2913/92 du Conseil du 12 octobre 1992 établissant le code des douanes communautaire;
  - dans les cas visés à l'article 25, c) : lors de leur introduction dans le pays.
  § 2. Le mouvement de produits d'accise sous un régime suspensif de droits prend fin :
  - dans les cas visés à l'article 25, a), premier tiret : lorsque le titulaire de l'autorisation "établissement d'accise" réceptionne les produits d'accise;
  - dans les cas visés à l'article 25, a), deuxième tiret : lorsque les produits d'accise sortent du pays;
  - dans les cas visés à l'article 25, a), troisième tiret : lorsque les produits d'accise sont placés sous la procédure douanière relative à l'exportation;
  - dans les cas visés à l'article 25, b), premier tiret : lorsque le titulaire de l'autorisation "établissement d'accise" réceptionne les produits d'accise;
  - dans les cas visés à l'article 25, b), deuxième tiret : lorsque les produits d'accise sortent du pays;
  - dans les cas visés à l'article 25, c), premier tiret : lorsque le titulaire de l'autorisation "établissement d'accise" réceptionne les produits d'accise;
  - dans les cas visés à l'article 25, c), deuxième tiret : lorsque les produits d'accise sortent du pays;
  - dans les cas visés à l'article 25, c), troisième tiret : lorsque les produits d'accise sont placés sous la procédure douanière relative à l'exportation.
Art.27. [1 § 1.]1 Het verzenden van accijnsproducten onder de schorsingsregeling moet geschieden onder dekking van een handelsdocument waarmee de accijnsproducten kunnen worden geïdentificeerd.
  [1 § 2. De Koning kan aanduiden welke vermeldingen er op moeten voorkomen.]1
  
Art.27. [1 § 1er.]1 L'expédition de produits d'accise sous régime suspensif doit être couverte par un document commercial permettant de les identifier.
  [1 § 2. Le Roi peut déterminer quelles mentions doivent y figurer.]1
  
HOOFDSTUK 5. - Verkrijging door een particulier
CHAPITRE 5. - Acquisition par un particulier
Art.28. § 1. Op door particulieren voor eigen behoeften verkregen en door hen zelf vervoerde accijnsproducten is geen accijns verschuldigd op voorwaarde dat zij werden verkregen volgens de regels voor de binnenlandse markt van de lidstaat van verkrijging.
  § 2. Om vast te stellen of de in paragraaf 1 bedoelde accijnsproducten voor eigen behoeften van particulieren bestemd zijn, wordt ondermeer rekening gehouden met de volgende elementen :
  a) de commerciële status en de beweegredenen van degene die de accijnsproducten voorhanden heeft;
  b) de plaats waar de accijnsproducten zich bevinden of, in voorkomend geval, de gebruikte wijze van vervoer;
  c) elk document betreffende de accijnsproducten;
  d) de aard van de accijnsproducten;
  e) de hoeveelheid accijnsproducten.
Art.28. § 1er. Aucune accise n'est due pour les produits d'accise acquis par les particuliers pour leurs besoins propres et transportés par eux-mêmes, pour autant qu'ils aient été acquis aux conditions du marché intérieur de l'Etat membre d'acquisition.
  § 2. Pour déterminer si les produits d'accise visés au paragraphe 1er sont destinés aux besoins propres d'un particulier, il y a lieu de tenir compte, entre autres, des éléments suivants :
  a) le statut commercial du détenteur des produits d'accise et les motifs pour lesquels il les détient;
  b) le lieu où se trouvent les produits d'accise ou, le cas échéant, le mode de transport utilisé;
  c) tout document relatif aux produits d'accise;
  d) la nature des produits d'accise;
  e) la quantité des produits d'accise.
HOOFDSTUK 5/1. [1 Wederzijdse bijstand]1
CHAPITRE 5/1. [1 Assistance mutuelle.]1
Art. 28/1. [1 § 1. Dit artikel legt de voorschriften en procedures vast voor de samenwerking tussen België en de andere lidstaten van de Europese Unie met het oog op de uitwisseling van inlichtingen die naar verwachting van belang zijn voor de administratie en de handhaving van de nationale wetgeving van alle lidstaten met betrekking tot het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie.
   Dit artikel legt tevens de bepalingen vast voor de elektronische uitwisseling van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen.
   Dit artikel laat de toepassing van de regels inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken onverlet. Zij laat eveneens onverlet de verplichtingen van de lidstaten inzake ruimere administratieve samenwerking, welke voortvloeien uit andere rechtsinstrumenten, waaronder bilaterale en multilaterale overeenkomsten.
   § 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
   1° "richtlijn " : de richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van richtlijn 77/799/EEG;
   2° "lidstaat" : een lidstaat van de Europese Unie;
   3° "centraal verbindingsbureau" : het bureau dat als zodanig is aangewezen door de bevoegde autoriteit en belast is met de primaire zorg voor de contacten met de andere lidstaten op het gebied van de administratieve samenwerking;
   4° "verbindingsdienst" : elk ander bureau dan het centraal verbindingsbureau dat als zodanig is aangewezen door de bevoegde autoriteit om op grond van dit artikel rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen;
   5° "bevoegde ambtenaar" : elke ambtenaar die op grond van dit artikel gemachtigd is door de bevoegde autoriteit om rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen;
   6° "Belgische bevoegde autoriteit" : de door België als zodanig aangewezen autoriteit. Het Belgisch centraal verbindingsbureau, de Belgische verbindingsdiensten en de Belgische bevoegde ambtenaren worden eveneens als Belgische bevoegde autoriteit bij delegatie beschouwd;
   7° "buitenlandse bevoegde autoriteit" : de door een lidstaat andere dan België, als zodanig aangewezen autoriteit. Het centraal verbindingsbureau, de verbindingsdiensten en de bevoegde ambtenaren van deze lidstaat worden eveneens als buitenlandse bevoegde autoriteit bij delegatie beschouwd;
   8° "verzoekende autoriteit" : het centraal verbindingsbureau, een verbindingsdienst, of elke bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de Belgische of een buitenlandse bevoegde autoriteit om bijstand verzoekt;
   9° "aangezochte autoriteit" : het centraal verbindingsbureau, een verbindingsdienst of elke bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de Belgische of een buitenlandse bevoegde autoriteit om bijstand wordt verzocht;
   10° "administratief onderzoek" : alle door de lidstaten bij het vervullen van hun taken verrichte controles, onderzoeken en acties ter waarborging van de juiste toepassing van de belastingwetgeving;
   11° "automatische uitwisseling" : de systematische verstrekking van vooraf bepaalde inlichtingen aan een andere lidstaat, zonder voorafgaand verzoek, met regelmatige, vooraf vastgestelde tussenpozen;
   12° "spontane uitwisseling" : het niet-systematisch, te eniger tijd en ongevraagd verstrekken van inlichtingen aan een andere lidstaat;
   13° "persoon" :
   a. een natuurlijk persoon;
   b. een rechtspersoon;
   c. indien de geldende wetgeving in die mogelijkheid voorziet, een vereniging van personen die bevoegd is rechtshandelingen te verrichten, maar niet de status van rechtspersoon bezit; of
   d. een andere juridische constructie, ongeacht de aard of de vorm, met of zonder rechtspersoonlijkheid, die activa, met inbegrip van de daardoor gegenereerde inkomsten, bezit of beheert welke aan belastingen in de zin van de richtlijn zijn onderworpen;
   14° "langs elektronische weg" : door middel van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking - met inbegrip van digitale compressie - en gegevensopslag, met gebruikmaking van kabels, radio, optische technologie of andere elektromagnetische middelen;
   15° "CCN-netwerk" : het op het gemeenschappelijke communicatienetwerk gebaseerde gemeenschappelijke platform dat de Europese Unie heeft ontwikkeld voor het elektronische berichtenverkeer tussen autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van douane en belastingen.
   § 3. De Belgische bevoegde autoriteit wisselt met de buitenlandse bevoegde autoriteiten inlichtingen uit.
   § 4. Met betrekking tot een specifiek geval kan de Belgische bevoegde autoriteit een buitenlandse bevoegde autoriteit verzoeken alle in de eerste § vermelde inlichtingen die deze in haar bezit heeft of naar aanleiding van een administratief onderzoek verkregen heeft, te verstrekken. Het verzoek kan een met redenen omkleed verzoek om een bepaald administratief onderzoek in te stellen, omvatten.
   De Belgische bevoegde autoriteit kan de aangezochte autoriteit verzoeken haar de originele stukken over te maken.
   § 5. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt op verzoek van een buitenlandse bevoegde autoriteit met betrekking tot een specifiek geval alle in de eerste § vermelde inlichtingen die ze in haar bezit heeft of naar aanleiding van een administratief onderzoek verkregen heeft, dat werd ingesteld om die inlichtingen te verkrijgen.
   In voorkomend geval deelt de Belgische bevoegde autoriteit de verzoekende autoriteit mee op welke gronden zij een administratief onderzoek niet noodzakelijk acht.
   Voor het verkrijgen van de gevraagde inlichtingen of het verrichten van het gevraagde administratief onderzoek gaat de Belgische bevoegde autoriteit te werk volgens dezelfde procedures als handelde zij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische instantie.
   Op specifiek verzoek van de verzoekende autoriteit verstrekt de Belgische bevoegde autoriteit de originele stukken, tenzij de Belgische voorschriften zich hiertegen verzetten.
   De inlichtingen worden door de Belgische bevoegde autoriteit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na de datum van ontvangst van het verzoek verstrekt. Indien de Belgische bevoegde autoriteit evenwel de inlichtingen al in haar bezit heeft, verstrekt zij deze binnen twee maanden. In bijzondere gevallen kunnen de Belgische bevoegde autoriteit en de verzoekende autoriteit een andere termijn overeenkomen.
   De ontvangst van het verzoek wordt door de Belgische bevoegde autoriteit aan de verzoekende autoriteit onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg, bevestigd.
   De Belgische bevoegde autoriteit laat in voorkomend geval, uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit weten welke tekortkomingen het verzoek vertoont en preciseert welke aanvullende achtergrondinformatie zij verlangt. In dit geval gaan de in het vijfde lid gestelde termijnen in op de datum waarop de Belgische bevoegde autoriteit de aanvullende informatie ontvangt.
   Indien de Belgische bevoegde autoriteit niet binnen de gestelde termijn aan het verzoek kan voldoen, deelt zij de redenen hiervoor onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk drie maanden na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee, met vermelding van de datum waarop zij meent aan het verzoek te kunnen voldoen.
   Indien de Belgische bevoegde autoriteit niet over de gevraagde inlichtingen beschikt en niet aan het verzoek om inlichtingen kan voldoen of het verzoek om de in § 20 genoemde redenen afwijst, deelt zij de redenen hiervoor onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee.
   § 6. Met betrekking tot belastbare tijdperken vanaf 1 januari 2014 verstrekt de Belgische bevoegde autoriteit alle buitenlandse bevoegde autoriteiten automatisch de inlichtingen waarover zij ten aanzien van de ingezetenen van die andere lidstaat beschikt inzake de volgende specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de Belgische wetgeving :
   1° bezoldigingen van werknemers;
   2° bezoldigingen van bedrijfsleiders;
   3° levensverzekeringsproducten die niet vallen onder andere communautaire rechtsinstrumenten inzake de uitwisseling van inlichtingen noch onder soortgelijke voorschriften;
   4° pensioenen;
   5° eigendom en inkomen van onroerende goederen.
   De inlichtingen worden ten minste eenmaal per jaar verstrekt, binnen zes maanden na het verstrijken van het kalenderjaar in de loop waarvan de inlichtingen beschikbaar zijn geworden.
   "Beschikbare inlichtingen" betekent inlichtingen die zich in de belastingdossiers van de inlichtingenverstrekkende lidstaat bevinden en die opvraagbaar zijn overeenkomstig de procedures voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen in die lidstaat.
   § 7. De Belgische bevoegde autoriteit verstrekt spontaan, in elk van de volgende gevallen, de in de eerste § bedoelde inlichtingen aan de buitenlandse bevoegde autoriteit :
   1° de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat in de andere lidstaat een derving van belasting kan bestaan;
   2° een belastingplichtige verkrijgt in België een vrijstelling of vermindering van belasting die voor hem een belastingplicht of een hogere belasting in de andere lidstaat zou moeten meebrengen;
   3° transacties tussen een belastingplichtige in België en een belastingplichtige in een andere lidstaat worden over één of meer andere landen geleid, op zodanige wijze dat daardoor in één van beide of in beide lidstaten een belastingbesparing kan ontstaan;
   4° de Belgische bevoegde autoriteit heeft redenen om aan te nemen dat er belastingbesparing kan ontstaan door een kunstmatige verschuiving van winsten binnen een groep van ondernemingen;
   5° de aan de Belgische bevoegde autoriteit verstrekte inlichtingen door een buitenlandse bevoegde autoriteit, hebben informatie opgeleverd die voor de vaststelling van de belastingschuld in die andere lidstaat toereikend, ter zake dienend en niet overmatig is.
   De Belgische bevoegde autoriteit kan een buitenlandse bevoegde autoriteit spontaan alle inlichtingen meedelen waarvan zij kennis heeft en die voor deze buitenlandse bevoegde autoriteit toereikend, ter zake dienend en niet overmatig zijn.
   De in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden door de Belgische bevoegde autoriteit zo snel mogelijk, en uiterlijk binnen een maand nadat deze beschikbaar worden, aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van elke betrokken lidstaat verstrekt.
   § 8. De ontvangst van de in § 7 bedoelde inlichtingen wordt door de Belgische bevoegde autoriteit onmiddellijk en in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg, aan de verstrekkende buitenlandse bevoegde autoriteit bevestigd.
   § 9. De Belgische bevoegde autoriteit kan met een buitenlandse bevoegde autoriteit overeenkomen dat, ter uitwisseling van de in de eerste § bedoelde inlichtingen, de door de Belgische bevoegde autoriteit gemachtigde ambtenaren onder de door de buitenlandse bevoegde autoriteit vastgestelde voorwaarden :
   1° aanwezig kunnen zijn in de kantoren waar de administratieve overheden van de aangezochte lidstaat hun taken vervullen;
   2° aanwezig kunnen zijn bij administratieve onderzoeken op het grondgebied van de aangezochte lidstaat.
   § 10. De Belgische bevoegde autoriteit kan met een buitenlandse bevoegde autoriteit overeenkomen dat, ter uitwisseling van de in de eerste § bedoelde inlichtingen, de door de buitenlandse bevoegde autoriteit gemachtigde ambtenaren onder de door de Belgische bevoegde autoriteit vastgestelde voorwaarden :
   1° aanwezig kunnen zijn in België in de kantoren waar de Federale Overheidsdienst Financiën haar taken vervult;
   2° aanwezig kunnen zijn bij administratieve onderzoeken op het Belgische grondgebied.
   Indien de verlangde inlichtingen vermeld staan in bescheiden waartoe de ambtenaren van de Belgische bevoegde autoriteit toegang hebben, ontvangen de ambtenaren van de verzoekende autoriteit een afschrift van die bescheiden.
   Op grond van de in het eerste lid bedoelde overeenkomst, mogen de bij een administratief onderzoek aanwezige ambtenaren van de verzoekende autoriteit in België geen personen ondervragen en geen bescheiden onderzoeken.
   De door de verzoekende lidstaat gemachtigde ambtenaren die overeenkomstig het eerste lid in België aanwezig zijn, moeten te allen tijde een schriftelijke opdracht kunnen overleggen waaruit hun identiteit en hun officiële hoedanigheid blijken.
   § 11. In de gevallen waarin België met één of meer lidstaten overeenkomt om gelijktijdig, elk op het eigen grondgebied, bij een of meer personen te wier aanzien zij een gezamenlijk of complementair belang hebben, controles te verrichten en de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen, is deze § van toepassing.
   De Belgische bevoegde autoriteit bepaalt autonoom welke personen zij voor een gelijktijdige controle wil voorstellen. Zij deelt de buitenlandse bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaten met opgave van redenen mee welke dossiers zij voor een gelijktijdige controle voorstelt. Zij bepaalt binnen welke termijn de controle moet plaatsvinden.
   Wanneer aan de Belgische bevoegde autoriteit een gelijktijdige controle wordt voorgesteld, beslist zij of ze aan de gelijktijdige controle wenst deel te nemen. Zij doet de buitenlandse bevoegde autoriteit die de controle voorstelt een bevestiging van deelname of een gemotiveerde weigering toekomen.
   De Belgische bevoegde autoriteit wijst een vertegenwoordiger aan die wordt belast met de leiding en de coördinatie van de controle.
   § 12. De Belgische bevoegde autoriteit kan een verzoek aan een buitenlandse bevoegde autoriteit richten tot kennisgeving aan de geadresseerde, overeenkomstig de in de aangezochte lidstaat geldende voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten, van alle door de Belgische administratieve overheden afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing in België van wetgeving betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie.
   Het verzoek tot kennisgeving vermeldt de naam en het adres van de geadresseerde, evenals alle overige informatie ter identificatie van de geadresseerde, en het onderwerp van de akte of het besluit waarvan de geadresseerde kennis moet worden gegeven.
   Het verzoek tot kennisgeving wordt door de Belgische bevoegde autoriteit slechts gedaan indien de kennisgeving van de akten niet volgens de Belgische regels kan geschieden, of buitensporige problemen zou veroorzaken. De Belgische bevoegde autoriteit kan een document, per aangetekende brief of langs elektronische weg, rechtstreeks ter kennis brengen aan een persoon op het grondgebied van een andere lidstaat.
   § 13. Op verzoek van een buitenlandse bevoegde autoriteit gaat de Belgische bevoegde autoriteit, overeenkomstig de Belgische voorschriften voor de kennisgeving van soortgelijke akten, over tot kennisgeving aan de geadresseerde van alle door de administratieve overheden van de verzoekende lidstaat afgegeven akten en besluiten die betrekking hebben op de toepassing op haar grondgebied van wetgeving betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie.
   De Belgische bevoegde autoriteit stelt de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis van het aan het verzoek gegeven gevolg en, in het bijzonder, van de datum waarop de akte of het besluit aan de geadresseerde ter kennis is gebracht.
   § 14. Indien een buitenlandse bevoegde autoriteit inlichtingen overeenkomstig §§ 4 of 8 heeft verstrekt en terugmelding betreffende de ontvangen inlichtingen verzoekt, doet de ontvangende Belgische bevoegde autoriteit, zonder afbreuk te doen aan de Belgische voorschriften inzake beroepsgeheim en gegevensbescherming, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden nadat het resultaat van het gebruik van de verlangde inlichtingen bekend is, een terugmelding aan de buitenlandse bevoegde autoriteit die de inlichtingen heeft verzonden.
   De Belgische bevoegde autoriteit doet eenmaal per jaar, overeenkomstig bilateraal overeengekomen praktische afspraken, een terugmelding over de automatische inlichtingenuitwisseling naar de betrokken lidstaten.
   § 15. De Belgische bevoegde autoriteit die overeenkomstig §§ 5 of 7 inlichtingen heeft verstrekt, kan de ontvangende buitenlandse bevoegde autoriteit om terugmelding betreffende de ontvangen inlichtingen verzoeken.
   § 16. De Belgische verbindingsdienst of de Belgische bevoegde ambtenaar die een verzoek om samenwerking ontvangt dat een optreden vereist buiten de hem krachtens de Belgische wetgeving of het Belgische beleid verleende bevoegdheid, geeft het verzoek onmiddellijk door aan het Belgisch centraal verbindingsbureau en stelt de verzoekende buitenlandse bevoegde autoriteit hiervan in kennis. In dat geval gaat de in § 5 vermelde termijn in op de dag nadat het verzoek aan het Belgisch centraal verbindingsbureau is doorgezonden.
   § 17. De inlichtingen waarover de Belgische Staat uit hoofde van dit artikel beschikt, vallen onder de geheimhoudingsplicht van artikel 320 van de algemene wet inzake douane en accijnzen en de bescherming van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en de wet van 3 augustus 2012 houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van zijn opdrachten.
   Deze inlichtingen kunnen worden gebruikt :
   1° voor de administratie en de handhaving van de Belgische wetgeving met betrekking tot de in artikel 2 van de richtlijn bedoelde belastingen;
   2° voor de vaststelling en invordering van andere belastingen en rechten vallend onder artikel 3 van de wet van 9 januari 2012 houdende omzetting van richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde belastingen, rechten en andere maatregelen, en voor de vaststelling en invordering van verplichte socialezekerheidsbijdragen;
   3° in mogelijk tot bestraffing leidende gerechtelijke en administratieve procedures wegens overtreding van de belastingwetgeving, onverminderd de algemene regels en de bepalingen betreffende de rechten van de verdachten en getuigen in dergelijke procedures.
   Mits toestemming van de buitenlandse bevoegde autoriteit die de inlichtingen overeenkomstig de richtlijn heeft verstrekt en voor zover het in België wettelijk is toegestaan, kunnen de inlichtingen en bescheiden ontvangen van deze autoriteit voor andere dan de in het tweede lid bedoelde doeleinden worden gebruikt.
   Wanneer de Belgische bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van een buitenlandse bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in het tweede lid beoogde doelen, stelt zij de bevoegde autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat in kennis van haar voornemen om die inlichtingen met een derde lidstaat te delen. Indien de bevoegde autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat zich niet binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving verzet heeft tegen die inlichtingenuitwisseling, geeft de Belgische bevoegde autoriteit de inlichtingen door aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van de derde lidstaat, op voorwaarde dat dit in overeenstemming is met de in dit artikel vastgelegde voorschriften en procedures.
   Indien de Belgische bevoegde autoriteit van oordeel is dat de door een buitenlandse bevoegde autoriteit doorgegeven inlichtingen gebruikt kunnen worden overeenkomstig de in het derde lid beoogde doelen, vraagt zij hiervoor toestemming aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waarvan de inlichtingen afkomstig zijn.
   Inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden, alsook voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan, die door de aangezochte autoriteit zijn verkregen en overeenkomstig dit artikel aan de verzoekende Belgische bevoegde autoriteit zijn doorgegeven, worden door de Belgische bevoegde instanties op dezelfde voet als bewijs aangevoerd als soortgelijke inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden die door een andere Belgische instantie zijn verstrekt.
   § 18. De Belgische bevoegde autoriteit kan het gebruik toestaan van de overeenkomstig dit artikel verstrekte inlichtingen en bescheiden in de lidstaat die ze ontvangt, voor andere dan in § 17, tweede lid, bedoelde doeleinden. De Belgische bevoegde autoriteit verleent toestemming indien de inlichtingen in België voor soortgelijke doeleinden kunnen worden gebruikt.
   Indien een buitenlandse bevoegde autoriteit haar voornemen bekend maakt om de van de Belgische bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen door te geven aan de buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat omdat ze voor die lidstaat van nut kunnen zijn voor de in § 17, tweede lid beoogde doelen, kan de Belgische bevoegde autoriteit toestemming verlenen aan die buitenlandse bevoegde autoriteit om deze inlichtingen te delen met de derde lidstaat. Indien de Belgische bevoegde autoriteit geen toestemming wenst te geven, tekent zij verzet aan binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving van de lidstaat die de inlichtingen wenst te delen.
   De Belgische bevoegde autoriteit kan het gebruik overeenkomstig de in § 17, derde lid beoogde doelen van de inlichtingen afkomstig uit België die door een buitenlandse bevoegde autoriteit aan een buitenlandse bevoegde autoriteit van een derde lidstaat werden doorgegeven, in die derde lidstaat toestaan.
   § 19. Alvorens om de in § 4 bedoelde inlichtingen te verzoeken, tracht de Belgische bevoegde autoriteit eerst de inlichtingen te verkrijgen uit alle gebruikelijke bronnen die zij in de gegeven omstandigheden kan aanspreken zonder dat het beoogde resultaat in het gedrang dreigt te komen.
   De in § 5 bedoelde inlichtingen worden door de Belgische bevoegde autoriteit aan een buitenlandse bevoegde autoriteit verstrekt, op voorwaarde dat de buitenlandse bevoegde autoriteit eerst de inlichtingen tracht te verkrijgen uit alle gebruikelijke bronnen die zij in de gegeven omstandigheden kon aanspreken zonder dat het beoogde resultaat in het gedrang dreigt te komen.
   § 20. Het is de Belgische bevoegde autoriteit niet toegelaten onderzoek in te stellen of inlichtingen te verstrekken wanneer de Belgische wetgeving haar niet toestaat voor eigen doeleinden het onderzoek in te stellen of de gevraagde inlichtingen te verzamelen.
   De Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken indien :
   1° de verzoekende lidstaat, op juridische gronden, soortgelijke inlichtingen niet kan verstrekken;
   2° dit zou leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of indien het inlichtingen betreft waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde.
   De Belgische bevoegde autoriteit deelt de verzoekende autoriteit mee op welke gronden zij het verzoek om inlichtingen afwijst.
   § 21. De Belgische bevoegde autoriteit wendt de middelen aan waarover zij beschikt om de gevraagde inlichtingen te verzamelen, zelfs indien zij de inlichtingen niet voor eigen belastingdoeleinden nodig heeft. Deze verplichting geldt onverminderd § 20, eerste en tweede lid, die, wanneer er een beroep op wordt gedaan, in geen geval zo kunnen worden uitgelegd dat België kan weigeren inlichtingen te verstrekken uitsluitend omdat België geen binnenlands belang bij deze inlichtingen heeft.
   In geen geval wordt § 20, eerste lid en tweede lid, 2° zo uitgelegd dat de Belgische bevoegde autoriteit kan weigeren inlichtingen te verstrekken, uitsluitend op grond dat deze berusten bij een bank, een andere financiële instelling, een gevolmachtigde of een persoon die als vertegenwoordiger of trustee optreedt, of dat zij betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon.
   Onverminderd het tweede lid kan de Belgische bevoegde autoriteit weigeren de gevraagde inlichtingen toe te zenden indien deze betrekking hebben op belastbare tijdperken vóór 1 januari 2011 en de toezending van de inlichtingen geweigerd had kunnen worden op grond van artikel 8, punt 1, van de richtlijn 77/799/EG indien daarom was verzocht vóór 11 maart 2011.
   § 22. Indien de Belgische overheid voorziet in een samenwerking met een derde land welke verder reikt dan de bij de richtlijn geregelde samenwerking, kan de Belgische overheid de verderreikende samenwerking niet weigeren aan een andere lidstaat die met haar deze verderreikende, wederzijdse samenwerking wenst aan te gaan.
   § 23. Het verzoek om inlichtingen of om een administratief onderzoek in te stellen op grond van § 4 en het antwoord op grond van § 5, de ontvangstbevestiging, het verzoek om aanvullende achtergrondinformatie en de mededeling dat aan het verzoek niet kan of zal worden voldaan, zoals bepaald in § 5, worden voor zover mogelijk verzonden met gebruikmaking van het door de Commissie vastgestelde standaardformulier. Het standaardformulier kan vergezeld gaan van verslagen, verklaringen en andere bescheiden, of van voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan.
   Het in het eerste lid bedoelde standaardformulier bevat tenminste de volgende door de verzoekende autoriteit te verstrekken informatie :
   a) de identiteit van de persoon naar wie het onderzoek of de controle is ingesteld;
   b) het fiscale doel waarvoor de informatie wordt opgevraagd.
   De Belgische bevoegde autoriteit kan namen en adressen van personen die worden verondersteld in het bezit te zijn van de verlangde informatie, alsook andere elementen die het verzamelen van de informatie door de aangezochte autoriteit vereenvoudigen, doorgeven, voor zover deze bekend zijn en deze praktijk aansluit bij internationale ontwikkelingen.
   Voor de spontane uitwisseling van inlichtingen en de desbetreffende ontvangstbevestiging, op grond van respectievelijk de §§ 7 en 8, het in de §§ 12 en 13 bedoelde verzoek tot administratieve kennisgeving, en de in de §§ 14 en 15 bedoelde terugmelding, wordt gebruik gemaakt van het door de Commissie vastgestelde standaardformulier.
   Bij de automatische inlichtingenuitwisseling in de zin van § 6 wordt gebruik gemaakt van het door de Commissie vastgestelde geautomatiseerde standaardformaat, dat de automatische uitwisseling van inlichtingen moet vergemakkelijken, en gebaseerd is op het bestaande geautomatiseerde formaat bij toepassing van artikel 9 van richtlijn 2003/48/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling, dat bij elke vorm van automatische inlichtingenuitwisseling moet worden gebruikt.
   § 24. De krachtens dit artikel verstrekte inlichtingen worden voor zover mogelijk verzonden langs elektronische weg, via het CCN-netwerk.
   Het verzoek om samenwerking, waaronder het verzoek tot kennisgeving en de bijgevoegde bescheiden kunnen in elke door de aangezochte en de verzoekende autoriteit overeengekomen taal zijn gesteld. Slechts in bijzondere gevallen en mits het verzoek met redenen omkleed is, kan de Belgische bevoegde autoriteit verzoeken het verzoek vergezeld te laten gaan van een vertaling in één van de officiële talen van België.
   § 25. De Belgische bevoegde autoriteit die van een derde land inlichtingen ontvangt welke naar verwachting van belang zijn voor haar administratie en de handhaving van de Belgische wetgeving betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie kan deze inlichtingen verstrekken aan de buitenlandse bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor wie die inlichtingen van nut kunnen zijn, en aan elke buitenlandse bevoegde autoriteit die erom verzoekt, mits dat krachtens een overeenkomst met dat derde land is toegestaan.
   De Belgische bevoegde autoriteit kan, met inachtneming van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en de wet van 3 augustus 2012 houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van zijn opdrachten, de overeenkomstig dit artikel ontvangen inlichtingen doorgeven aan een derde land, op voorwaarde dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan :
   a) de buitenlandse bevoegde autoriteit van de lidstaat waaruit de inlichtingen afkomstig zijn, heeft daarin toegestemd;
   b) het derde land heeft zich ertoe verbonden de medewerking te verlenen die nodig is om bewijsmateriaal bijeen te brengen omtrent het ongeoorloofde of onwettige karakter van verrichtingen die blijken in strijd te zijn met of een misbruik te vormen van de belastingwetgeving.]1

  
Art. 28/1. [1 § 1. Le présent article établit les règles et procédures selon lesquelles la Belgique et les autres Etats membres de l'Union européenne coopèrent entre eux aux fins d'échanger les informations vraisemblablement pertinentes pour l'administration et l'application de la législation interne de tous les Etats membres relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café.
   Le présent article énonce également les dispositions régissant l'échange des informations visées à l'alinéa premier par voie électronique.
   Le présent article n'affecte pas l'application des règles relatives à l'entraide judiciaire réciproque en matière pénale. Il ne porte pas non plus atteint aux obligations dans les Etats membres en matière de coopération administrative plus étendue qui résulteraient d'autres instruments juridiques, y compris d'accords bilatéraux ou multilatéraux.
   § 2. Aux fins du présent article, on entend par :
   1° "directive" : la directive 2011/16/UE du Conseil du 15 février 2011 relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal et abrogeant la directive 77/799/CEE;
   2° "Etat membre" : un Etat membre de l'Union européenne;
   3° "bureau central de liaison" : le bureau qui a été désigné comme tel par l'autorité compétente et qui est le responsable privilégié des contacts avec les autres Etats membres dans le domaine de la coopération administrative;
   4° "service de liaison" : tout bureau autre que le bureau central de liaison qui a été désigné comme tel par l'autorité compétente pour échanger directement des informations en vertu du présent article;
   5° "fonctionnaire compétent" : tout fonctionnaire qui est autorisé par l'autorité compétente à échanger directement des informations en vertu du présent article;
   6° "autorité compétente belge" : l'autorité désignée en tant que telle par la Belgique. Le bureau central de liaison belge, les services de liaison belges et les fonctionnaires compétents belges sont également considérés comme l'autorité compétente belge par délégation;
   7° "autorité compétente étrangère" : l'autorité désignée en tant que telle par un Etat membre autre que la Belgique. Le bureau central de liaison, les services de liaison et les fonctionnaires compétents de cet Etat membre sont également considérés comme l'autorité compétente étrangère par délégation;
   8° "autorité requérante" : le bureau central de liaison, un service de liaison ou tout fonctionnaire compétent d'un Etat membre qui formule une demande d'assistance au nom de l'autorité compétente belge ou d'une autorité compétente étrangère;
   9° "autorité requise" : le bureau central de liaison, un service de liaison ou tout fonctionnaire compétent d'un Etat membre qui reçoit une demande d'assistance au nom de l'autorité compétente belge ou d'une autorité compétente étrangère;
   10° "enquête administrative" : l'ensemble des contrôles, vérifications et actions réalisés par les Etats membres dans l'exercice de leurs responsabilités en vue d'assurer la bonne application de la législation fiscale;
   11° "échange automatique" : la communication systématique, sans demande préalable, d'informations prédéfinies, à intervalles réguliers préalablement fixés, à un autre Etat membre;
   12° "échange spontané" : la communication ponctuelle, à tout moment et sans demande préalable, d'informations à un autre Etat membre;
   13° "personne" :
   a. une personne physique;
   b. une personne morale;
   c. lorsque la législation en vigueur le prévoit, une association de personnes à laquelle est reconnue la capacité d'accomplir des actes juridiques, mais qui ne possède pas le statut de personne morale; ou
   d. toute autre construction juridique quelles que soient sa nature et sa forme, dotée ou non de la personnalité juridique, possédant ou gérant des actifs qui, y compris le revenu qui en dérive, sont soumis à l'un des impôts relevant de la directive ;
   14° "par voie électronique" : au moyen d'équipements électroniques de traitement - y compris la compression numérique - et de stockage des données, par liaison filaire, radio, procédés optiques ou tout autre procédé électromagnétique;
   15° "réseau CCN" : la plate-forme commune fondée sur le réseau commun de communication, mise au point par l'Union européenne pour assurer toutes les transmissions par voie électronique entre autorités compétentes dans les domaines douanier et fiscal.
   § 3. L'autorité compétente belge échange les informations avec les autorités compétentes étrangères.
   § 4. L'autorité compétente belge peut, dans un cas particulier, demander à une autorité compétente étrangère de lui communiquer toutes les informations visées au § 1er, dont celle-ci dispose ou qu'elle a obtenues à la suite d'une enquête administrative. La demande peut comprendre une demande motivée portant sur une enquête administrative précise.
   L'autorité compétente belge peut demander à l'autorité requérante de lui communiquer les documents originaux.
   § 5. L'autorité compétente belge communique à une autorité compétente étrangère qui les lui demande dans un cas particulier, toutes les informations visées au § 1er, dont elle dispose ou qu'elle a obtenues suite à l'exécution d'une enquête administrative nécessaire à l'obtention de ces informations.
   Le cas échéant, l'autorité compétente belge avise l'autorité requérante des raisons pour lesquelles elle estime qu'une enquête administrative n'est pas nécessaire.
   Pour obtenir les informations demandées ou pour procéder à l'enquête administrative demandée, l'autorité compétente belge suit les mêmes procédures que si elle agissait d'initiative ou à la demande d'une autre instance belge.
   En cas de demande expresse de l'autorité requérante, l'autorité compétente belge communique les documents originaux sauf si les dispositions belges s'y opposent.
   Les communications sont effectuées par l'autorité compétente belge le plus rapidement possible, et au plus tard six mois à compter de la date de réception de la demande. Toutefois, lorsque l'autorité compétente belge est déjà en possession des informations concernées, les communications sont effectuées dans un délai de deux mois suivant cette date. Pour certains cas particuliers l'autorité compétente belge et l'autorité requérante peuvent fixer d'un commun accord des délais différents.
   L'autorité compétente belge accuse réception de la demande immédiatement à l'autorité requérante, si possible par voie électronique, et en tout état de cause au plus tard sept jours ouvrables après l'avoir reçue.
   L'autorité compétente belge notifie à l'autorité requérante les éventuelles lacunes constatées dans la demande ainsi que, le cas échéant, la nécessité de fournir d'autres renseignements de caractère général, dans un délai d'un mois suivant la réception de la demande. Dans ce cas, les délais fixés à l'alinéa cinq débutent à la date à laquelle l'autorité compétente belge a reçu les renseignements complémentaires.
   Lorsque l'autorité compétente belge n'est pas en mesure de répondre à la demande dans le délai prévu, elle informe l'autorité requérante immédiatement, et en tout état de cause dans les trois mois suivant la réception de la demande, des motifs qui expliquent le non-respect de ce délai ainsi que de la date à laquelle elle estime pouvoir y répondre.
   Lorsque l'autorité compétente belge ne dispose pas des informations demandées et n'est pas en mesure de répondre à la demande d'informations ou refuse d'y répondre pour les motifs visés au § 20, elle informe l'autorité requérante de ses raisons immédiatement, et en tout état de cause dans un délai d'un mois suivant la réception de la demande.
   § 6. L'autorité compétente belge communique aux autorités compétentes étrangères, dans le cadre de l'échange automatique, les informations se rapportant aux périodes imposables à compter du 1er janvier 2014 dont elle dispose au sujet des personnes résidant dans cet autre Etat membre et qui concernent des catégories spécifiques de revenu et de capital au sens de la législation belge :
   1° rémunérations des travailleurs;
   2° rémunérations des dirigeants d'entreprise;
   3° produits d'assurance sur la vie non couverts par d'autres instruments juridiques communautaires concernant l'échange d'informations et d'autres mesures similaires ;
   4° pensions;
   5° propriété et revenus des biens immobiliers.
   La communication des informations est effectuée au moins une fois par an, et au plus tard six mois après la fin de l'année civile au cours de laquelle les informations sont devenues disponibles.
   Les "informations disponibles" désignent des informations figurant dans les dossiers fiscaux de l'Etat membre qui communique les informations et pouvant être consultées conformément aux procédures de collecte et de traitement des informations applicables dans cet Etat membre.
   § 7. Dans les cas suivants, l'autorité compétente belge communique spontanément à l'autorité compétente étrangère les informations visées au § 1er :
   1° l'autorité compétente belge a des raisons de présumer qu'il peut exister une perte d'impôt ou de taxe dans l'autre Etat membre;
   2° un contribuable obtient, en Belgique, une réduction ou une exonération de taxe ou d'impôt qui devrait entraîner pour lui une augmentation de taxe ou d'impôt ou un assujettissement à une taxe ou à l'impôt dans l'autre Etat membre;
   3° des affaires entre un contribuable en Belgique et un contribuable d'un autre Etat membre sont traitées dans un ou plusieurs pays, de manière à pouvoir entraîner une diminution de taxe ou d'impôt dans l'un ou l'autre Etat membre ou dans les deux;
   4° l'autorité compétente belge a des raisons de présumer qu'il peut exister une diminution de taxe ou d'impôt résultant de transferts fictifs de bénéfices à l'intérieur de groupes d'entreprises;
   5° l'autorité compétente belge, à la suite des informations communiquées par une autorité compétente étrangère, a recueilli des informations qui sont adéquates, pertinentes et non excessives pour l'établissement d'une taxe ou de l'impôt dans cet autre Etat membre.
   L'autorité compétente belge peut communiquer spontanément à une autorité compétente étrangère les informations dont elle a connaissance et qui sont adéquates, pertinentes et non excessives à cet autorité compétente étrangère.
   L'autorité compétente belge qui dispose d'informations visées à l'alinéa 1er les communique à l'autorité compétente étrangère de tout Etat membre intéressé le plus rapidement possible, et au plus tard un mois après que lesdites informations sont disponibles.
   § 8. L'autorité compétente belge à laquelle des informations visées au § 7 sont communiquées en accuse réception, si possible par voie électronique, auprès de l'autorité compétente étrangère qui les lui a communiquées, immédiatement et en tout état de cause au plus tard sept jours ouvrables après les avoir reçues.
   § 9. L'autorité compétente belge peut convenir avec une autorité compétente étrangère, aux fins de l'échange d'informations visées au § 1er, que les fonctionnaires habilités par l'autorité compétente belge peuvent, sous les conditions fixées par l'autorité compétente étrangère :
   1° être présents dans les bureaux où les autorités administratives de l'Etat membre requis exécutent leurs tâches;
   2° assister aux enquêtes administratives réalisées sur le territoire de l'Etat membre requis.
   § 10. L'autorité compétente belge peut convenir avec une autorité compétente étrangère, aux fins de l'échange d'informations visées au § 1er, que des fonctionnaires habilités par l'autorité compétente étrangère peuvent, sous les conditions fixées par l'autorité compétente belge :
   1° être présents, en Belgique, dans les bureaux où le Service public fédéral Finances exécute ses tâches;
   2° assister aux enquêtes administratives réalisées sur le territoire belge.
   Lorsque les informations demandées figurent dans des documents auxquels les fonctionnaires de l'autorité compétente belge ont accès, les fonctionnaires de l'autorité requérante reçoivent des copies de ces documents.
   En vertu de l'accord visé à l'alinéa 1er, les fonctionnaires de l'autorité requérante qui assistent aux enquêtes administratives ne peuvent ni interroger des personnes et ni examiner des documents en Belgique.
   Les fonctionnaires habilités par l'Etat membre requérant, présents en Belgique conformément à l'alinéa 1er, doivent toujours être en mesure de présenter un mandat écrit précisant leur identité et leur qualité officielle.
   § 11. Lorsque la Belgique convient avec un ou plusieurs autres Etats membres de procéder, chacun sur leur propre territoire, à des contrôles simultanés en ce qui concerne une ou plusieurs personnes présentant pour eux un intérêt commun ou complémentaire, en vue d'échanger les informations ainsi obtenues, ce § s'applique.
   L'autorité compétente belge identifie de manière indépendante les personnes qu'elle a l'intention de proposer pour un contrôle simultané. Elle informe l'autorité compétente étrangère des Etats membres concernés de tous les dossiers pour lesquels elle propose un contrôle simultané, en motivant son choix. Elle indique le délai dans lequel le contrôle doit être réalisé.
   Lorsqu'un contrôle simultané a été proposé à l'autorité compétente belge, celle-ci décide si elle souhaite participer au contrôle simultané. Elle confirme son accord à l'autorité compétente étrangère ayant proposé le contrôle ou lui signifie son refus en le motivant.
   L'autorité compétente belge désigne un représentant chargé de superviser et de coordonner le contrôle.
   § 12. L'autorité compétente belge peut demander à une autorité compétente étrangère de notifier, conformément aux règles régissant la notification des actes correspondants dans l'Etat membre requis, au destinataire, l'ensemble des actes et décisions émanant des autorités administratives belges et concernant l'application en Belgique de la législation relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café.
   La demande de notification indique le nom et l'adresse du destinataire ainsi que tout autre renseignement susceptible de faciliter son identification et mentionne l'objet de l'acte ou de la décision à notifier.
   L'autorité compétente belge n'adresse une demande de notification que lorsqu'elle n'est pas en mesure de notifier conformément aux règles belges, ou lorsqu'une telle notification entraînerait des difficultés disproportionnées. L'autorité compétente belge peut notifier un document, par envoi recommandé ou par voie électronique, directement à une personne établie sur le territoire d'un autre Etat membre.
   § 13. A la demande d'une autorité compétente étrangère, l'autorité compétente belge notifie au destinataire, conformément aux règles belges régissant la notification des actes correspondants, l'ensemble des actes et décisions émanant des autorités administratives de l'Etat membre requérant et concernant l'application sur son territoire de la législation relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café.
   L'autorité compétente belge informe immédiatement l'autorité requérante de la suite qu'elle a donnée à la demande et en particulier de la date à laquelle la décision ou l'acte a été notifié au destinataire.
   § 14. Lorsqu'une autorité compétente étrangère a communiqué des informations en application des §§ 4 ou 8 et qu'un retour d'informations est demandé, l'autorité compétente belge qui a reçu les informations, fournit, sans préjudice des règles relatives au secret professionnel et à la protection des données applicables en Belgique, à l'autorité compétente étrangère qui les a communiquées, le plus rapidement possible et au plus tard trois mois après que les résultats de l'exploitation des informations reçues sont connus.
   L'autorité compétente belge fournit une fois par an aux Etats membres concernés un retour d'informations sur l'échange automatique, selon les modalités pratiques convenues de manière bilatérale.
   § 15. L'autorité compétente belge qui a communiqué des informations en application des §§ 5 ou 7, peut demander à l'autorité compétente étrangère qui les a reçues, de lui donner son avis en retour sur celles-ci.
   § 16. Lorsqu'un service de liaison belge ou un fonctionnaire compétent belge reçoit une demande de coopération qui ne relève pas de la compétence qui lui est attribuée conformément à la législation belge ou à la politique belge, il la transmet sans délai au bureau central de liaison belge et en informe l'autorité compétente étrangère requérante. En pareil cas, la période prévue au § 5 commence le jour suivant celui où la demande est transmise au bureau central de liaison belge.
   § 17. Les informations dont dispose l'Etat belge en application du présent article sont couvertes par l'obligation de secret de l'article 320 de la loi générale sur les douanes et accises et bénéficient de la protection de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel et de la loi du 3 août 2012 portant dispositions relatives aux traitements de données à caractère personnel réalisés par le Service public fédéral Finances dans le cadre de ses missions.
   Ces informations peuvent servir :
   1° à l'administration et à l'application de la législation belge relative aux taxes et impôts visés à l'article 2 de la directive;
   2° à l'établissement et au recouvrement d'autres taxes et droits relevant de l'article 3 de la loi du 9 janvier 2012 transposant la directive 2010/24/UE du Conseil du 16 mars 2010 concernant l'assistance mutuelle en matière de recouvrement des créances relatives aux taxes, impôts, droits et autres mesures, et pour établir et recouvrer des cotisations sociales obligatoires;
   3° à l'occasion de procédures judiciaires et administratives pouvant entraîner des sanctions, engagées à la suite d'infractions à la législation en matière fiscale, sans préjudice des règles générales et des dispositions légales régissant les droits des prévenus et des témoins dans le cadre de telles procédures.
   Avec l'autorisation de l'autorité compétente étrangère qui a communiqué les informations conformément à la directive et pour autant que cela soit autorisé par la législation belge, les informations et documents reçus de cette autorité peuvent être utilisés à des fins autres que celles visées à l'alinéa 2.
   Lorsque l'autorité compétente belge estime que les informations qu'elle a reçues d'une autorité compétente étrangère sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente étrangère d'un troisième Etat membre pour les fins visées à l'alinéa 2, elle informe l'autorité compétente de l'Etat membre à l'origine des informations de son intention de communiquer ces informations à un troisième Etat membre. Si l'autorité compétente de l'Etat membre à l'origine des informations ne s'oppose pas dans un délai de dix jours à compter de la date de réception de la communication à cet échange d'informations, l'autorité compétente belge peut transmettre les informations à l'autorité compétente étrangère du troisième Etat membre à condition qu'elle respecte les règles et procédures fixées dans cet article.
   Lorsque l'autorité compétente belge estime que les informations transmises par une autorité compétente étrangère peuvent être utiles pour les fins visées à l'alinéa 3, elle demande pour ce faire, l'autorisation à l'autorité compétente de l'Etat membre d'où proviennent ces informations.
   Les informations, rapports, attestations et tous autres documents, ou les copies certifiées conformes ou extraits de ces derniers, obtenus par l'autorité requise et transmis à l'autorité compétente belge requérante conformément au présent article sont invoqués comme éléments de preuve par les instances compétentes belges au même titre que les informations, rapports, attestations et tous autres documents équivalents fournis par une autre instance belge.
   § 18. L'autorité compétente belge peut autoriser l'utilisation, dans l'Etat membre qui les reçoit, des informations communiquées conformément au présent article, à d'autres fins que celles visées au § 17, alinéa 2. L'autorité compétente belge donne l'autorisation à condition que leur utilisation soit possible en Belgique à des fins similaires.
   Lorsque l'autorité étrangère considère que les informations qu'elle a reçues de l'autorité compétente belge sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente étrangère d'un troisième Etat membre pour les fins visées au § 17, alinéa 2, l'autorité compétente belge peut autoriser cette autorité compétente étrangère à partager ces informations avec un troisième Etat. Si l'autorité compétente belge ne souhaite pas donner son autorisation, elle signifie son refus dans un délai de dix jours à compter de la date de réception de la communication par l'Etat membre qui souhaite partager les informations.
   L'autorité compétente belge peut autoriser l'utilisation des informations transmises par une autorité compétente étrangère à une autorité compétente d'un troisième Etat membre et qui proviennent de la Belgique, dans ce troisième Etat membre pour les fins visées au § 17, alinéa 3.
   § 19. Préalablement à la demande d'informations visée au § 4, l'autorité compétente belge doit d'abord avoir exploité les sources habituelles d'information auxquelles elle peut avoir recours pour obtenir les informations demandées sans risquer de nuire à la réalisation du but recherché.
   L'autorité compétente belge fournit à une autorité compétente étrangère les informations visées au § 5, à condition que l'autorité compétente étrangère ait déjà exploité les sources habituelles d'information auxquelles elle peut avoir recours pour obtenir les informations demandées sans risquer de nuire à la réalisation du but recherché.
   § 20. L'autorité compétente belge n'est pas autorisée à procéder à des enquêtes ou de transmettre des informations dès lors que la réalisation de telles enquêtes ou la collecte des informations en question aux propres fins de la Belgique serait contraire à sa législation.
   L'autorité compétente belge peut refuser de transmettre des informations lorsque :
   1° l'Etat membre requérant n'est pas en mesure, pour des raisons juridiques, de fournir des informations similaires;
   2° si cela conduirait à divulguer un secret commercial, industriel ou professionnel ou un procédé commercial, ou une information dont la divulgation serait contraire à l'ordre public.
   L'autorité compétente belge informe l'autorité requérante des motifs du rejet de la demande d'informations.
   § 21. L'autorité compétente belge met en oeuvre son dispositif de collecte de renseignements afin d'obtenir les informations demandées, même si ces dernières ne lui sont pas nécessaires pour ses propres besoins fiscaux. Cette obligation s'applique sans préjudice du § 20, alinéas 1er et 2, dont les dispositions ne sauraient en aucun cas être interprétées comme autorisant la Belgique à refuser de fournir des informations au seul motif que ces dernières ne présentent pour elle aucun intérêt.
   Le § 20, alinéa 1er et alinéa 2, 2°, ne saurait en aucun cas être interprété comme autorisant l'autorité compétente belge à refuser de fournir des informations au seul motif que ces informations sont détenues par une banque, un autre établissement financier, un mandataire ou une personne agissant en tant qu'agent ou fiduciaire, ou qu'elles se rapportent à une participation au capital d'une personne.
   Nonobstant l'alinéa 2, l'autorité compétente belge peut refuser de transmettre des informations demandées lorsque celles-ci portent sur des périodes imposables antérieures au 1er janvier 2011 et que la transmission de ces informations aurait pu être refusée sur la base de l'article 8, point 1er, de la directive 77/799/CE si elle avait été demandée avant le 11 mars 2011.
   § 22. Lorsque l'autorité belge offre à un pays tiers une coopération plus étendue que celle prévue par la directive , elle ne peut pas refuser cette coopération étendue à un autre Etat membre souhaitant prendre part à une telle forme de coopération mutuelle plus étendue.
   § 23. Les demandes d'informations et d'enquêtes administratives introduites en vertu du § 4 ainsi que les réponses en vertu du § 5, les accusés de réception, les demandes de renseignements de caractère général et les déclarations d'incapacité ou de refus au titre du § 5 sont, dans la mesure du possible, transmis au moyen d'un formulaire type adopté par la Commission. Les formulaires types peuvent être accompagnés de rapports, d'attestations et de tous autres documents, ou de copies certifiées conformes ou extraits de ces derniers.
   Les formulaires types visés à l'alinéa 1er comportent au moins les informations ci-après, que doit fournir l'autorité requérante :
   a) l'identité de la personne faisant l'objet d'un contrôle ou d'une enquête;
   b) la finalité fiscale des informations demandées.
   L'autorité compétente belge peut, dans la mesure où ils sont connus et conformément à l'évolution de la situation internationale, fournir les noms et adresses de toutes les personnes dont il y a lieu de penser qu'elles sont en possession des informations demandées, ainsi que tout élément susceptible de faciliter la collecte des informations par l'autorité requise.
   Les informations échangées spontanément et l'accusé de réception les concernant, au titre, respectivement, des §§ 7 et 8, les demandes de notification administrative au titre des §§ 12 et 13, et les retours d'information au titre des §§ 14 et 15, sont transmis à l'aide du formulaire type arrêté par la Commission.
   Les échanges automatiques d'informations au titre du § 6 sont effectués dans un format informatique standard conçu par la Commission pour faciliter l'échange automatique d'informations et basé sur le format informatique existant en application de l'article 9 de la directive 2003/48/CE du Conseil du 3 juin 2003 en matière de fiscalité des revenus de l'épargne sous forme de paiements d'intérêts, qui doit être utilisé pour tous les types d'échanges automatiques d'informations.
   § 24. Les informations communiquées au titre du présent article sont, dans la mesure du possible, fournies par voie électronique au moyen du réseau CCN.
   Les demandes de coopération, y compris les demandes de notification et les pièces annexées, peuvent être rédigées dans toute langue choisie d'un commun accord par l'autorité requise et l'autorité requérante. Lesdites demandes ne sont accompagnées d'une traduction dans l'une des langues officielles de la Belgique que dans des cas particuliers et à condition que l'autorité compétente belge motive sa demande de traduction.
   § 25. Lorsque des informations vraisemblablement pertinentes pour l'administration et l'application de la législation belge relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et du café sont communiquées par un pays tiers à l'autorité compétente belge, cette dernière peut, dans la mesure où un accord avec ce pays tiers l'autorise, transmettre ces informations aux autorités compétentes des Etats membres auxquels ces informations pourraient être utiles et à toute autorité compétente étrangère qui en fait la demande.
   L'autorité compétente belge peut, en tenant compte de la loi du 8 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel et de la loi du 3 août 2012 portant dispositions relatives aux traitements de données à caractère personnel réalisés par le Service public fédéral Finances, transmettre à un pays tiers les informations obtenues en application du présent article, pour autant que l'ensemble des conditions suivantes soient remplies :
   a) l'autorité compétente étrangère de l'Etat membre d'où proviennent les informations a donné son accord préalable;
   b) le pays tiers concerné s'est engagé à coopérer pour réunir des éléments prouvant le caractère irrégulier ou illégal des opérations qui paraissent être contraires ou constituer une infraction à la législation fiscale.]1

  
HOOFDSTUK 6. - Afwijkingen en strafbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions dérogatoires et pénales
Art.29. § 1. De accijnsproducten kunnen buiten een accijnsinrichting worden vervaardigd uit andere accijnsproducten voor zover het bedrag van de accijns op het bekomen accijnsproduct niet meer bedraagt dan het totale bedrag van de accijns dat van tevoren is betaald op elk aangewend accijnsproduct.
  § 2. Het branden van koffie, het vervaardigen van extracten, essences en concentraten van koffie, in vaste vorm of vloeibaar, alsook het vervaardigen van preparaten van koffie of van preparaten van die extracten, essences en concentraten van koffie, kan buiten een accijnsinrichting geschieden voor zover de accijns is betaald op de aangewende ongebrande of gebrande koffie.
Art.29. § 1er. Les produits d'accise peuvent être fabriqués en dehors d'un établissement d'accise à partir d'autres produits d'accise pour autant que le montant du droit d'accise afférent au produit d'accise obtenu soit inférieur ou égal au montant total du droit d'accise acquitté préalablement sur chaque produit d'accise mis en oeuvre.
  § 2. La torréfaction du café, la fabrication d'extraits, d'essences et de concentrés de café, solides ou liquides, ainsi que la fabrication de préparations à base de café ou de préparations de ces extraits, essences et concentrés de café, peuvent être effectuées en dehors d'un établissement d'accise pour autant que le droit d'accise ait été acquitté sur le café non torréfié ou le café torréfié mis en oeuvre.
Art.30. Iedere overtreding van de bepalingen van deze wet die tot gevolg heeft dat de accijns opeisbaar wordt, wordt gestraft met een boete van vijf- tot tienmaal het bedrag van de verschuldigde accijns, met een minimum van [2 625 euro]2.
  Bovendien worden de overtreders bestraft met een gevangenisstraf van vier maanden tot een jaar wanneer accijnsproducten die worden geleverd of zijn bestemd om te worden geleverd hier te lande, zijn uitgeslagen tot verbruik zonder aangifte of wanneer het vervoer ervan geschiedt onder dekking van valse of vervalste documenten of wanneer de overtreding gebeurt door benden van ten minste drie personen.
  In geval van herhaling worden de geldboete en de gevangenisstraf verdubbeld.
  Benevens vorenvermelde straf worden de [1 accijnsproducten]1 waarop de accijns verschuldigd is, de bij de overtreding gebruikte vervoermiddelen en de voorwerpen die gediend hebben of bestemd waren om de fraude te plegen in beslag genomen en verbeurdverklaard.
  De teruggave van verbeurdverklaarde goederen wordt verleend aan de persoon die eigenaar was van die goederen op het moment van de inbeslagname en die aantoont dat zij vreemd is aan het misdrijf.
  
Art.30. Toute infraction aux dispositions de la présente loi ayant pour conséquence de rendre l'accise exigible est punie d'une amende comprise entre cinq et dix fois l'accise en jeu avec un minimum de [2 625 euros]2.
  De plus, les contrevenants encourent une peine d'emprisonnement de quatre mois à un an lorsque des produits d'accise livrés ou destinés à être livrés dans le pays sont mis à la consommation sans déclaration ou lorsque le transport s'effectue sous le couvert de documents faux ou falsifiés ou lorsque l'infraction est perpétrée par des bandes de trois individus au moins.
  En cas de récidive, l'amende et la peine d'emprisonnement sont doublées.
  Indépendamment des peines énoncées ci-dessus, les [1 produits d'accise]1 sur lesquelles l'accise est exigible, les moyens de transport utilisés pour commettre l'infraction et les objets employés ou destinés à être employés pour perpétrer la fraude sont saisis et confisqués.
  La restitution des [1 produits d'accise]1 confisqués est accordée à la personne qui était propriétaire des [1 produits d'accise]1 au moment de la saisie et qui démontre qu'elle est étrangère à l'infraction.
  
Art.31. Elke handeling met het doel bedrieglijk afschrijving, vrijstelling, terugbetaling of schorsing van accijns te bekomen wordt gestraft met een boete van vijf- tot tienmaal het bedrag van de accijns waarvoor gepoogd werd ten onrechte afschrijving, vrijstelling, terugbetaling of schorsing te verkrijgen, met een minimum van [1 625 euro]1.
  
Art.31. Toute manoeuvre ayant pour but d'obtenir frauduleusement la décharge, l'exemption, le remboursement ou la suspension de l'accise est punie d'une amende comprise entre cinq et dix fois l'accise pour laquelle il a été tenté d'obtenir abusivement la décharge, l'exemption, le remboursement ou la suspension, avec un minimum de [1 625 euros]1.
  
Art.32. Iedere overtreding van deze wet of van de maatregelen getroffen ter uitvoering ervan die niet strafbaar is gesteld door de artikelen 30 en 31 wordt gestraft met een geldboete van minimum 625 euro en maximum 3.125 euro.
Art.32. Toute infraction à la présente loi ainsi qu'aux mesures prises en vue de son exécution et qui n'est pas sanctionnée par les articles 30 et 31 est punie d'une amende de 625 euros à 3.125 euros.
Art.33. Onverminderd de bij de artikelen 30, 31 en 32 bepaalde straffen is de accijns altijd opeisbaar, met uitzondering van de accijns verschuldigd op de accijnsproducten die, naar aanleiding van de vaststelling van een overtreding op basis van artikel 30, effectief worden in beslag genomen en naderhand worden verbeurdverklaard of, bij wege van transactie, aan de Schatkist worden afgestaan.
  De op de verbeurdverklaarde of afgestane [1 accijnsproducten]1 niet meer opeisbare accijns zal niettemin als basis dienen voor de berekening van de overeenkomstig artikel 30 op te leggen boeten.
  
Art.33. Sans préjudice des sanctions prévues aux articles 30, 31 et 32, l'accise est toujours exigible, à l'exception de l'accise due sur des produits d'accise qui, à la suite d'une constatation d'une infraction sur la base de l'article 30, sont effectivement saisis et ultérieurement confisqués ou, ensuite d'une transaction, sont abandonnés au Trésor.
  L'accise qui n'est plus exigible sur les [1 produits d'accise]1 confisquées ou abandonnées sert néanmoins de base au calcul des amendes à infliger conformément à l'article 30.
  
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen, overgangsbepalingen en opheffingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales, transitoires et abrogatoires
Art.34. De wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en de wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van koffie blijven van toepassing met betrekking tot feiten die leiden tot de verschuldigdheid van accijns, die hebben plaatsgevonden vóór 1 april 2010 en met betrekking tot strafbare feiten die hebben plaatsgevonden vóór die datum.
Art.34. La loi du 13 février 1995 relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et la loi du 13 février 1995 relative au régime d'accise du café restent d'application pour tous les faits survenus avant le 1er avril 2010 donnant naissance à l'exigibilité de l'accise ainsi que pour les faits punissables ayant eu lieu avant ladite date.
Art.35. Op grond van de in de artikelen 36 en 37 bedoelde wetten verleende machtigingen voor belastingentrepot worden met ingang van 1 april 2010, behoudens opzegging, aangemerkt als krachtens deze wet verleende vergunningen voor een accijnsinrichting voor de accijnsproducten.
  De op 1 april 2010, om 0 uur, in het belastingentrepot aanwezige hoeveelheid accijnsproducten wordt aangemerkt als op die datum en op dat uur aanwezig in de accijnsinrichting.
  [1 De door de Koning aangewezen ambtenaar]1 onderzoekt of de plaatsen die ingevolge het eerste lid worden aangemerkt als accijnsinrichting voldoen aan de bij of krachtens deze wet gestelde voorwaarden voor het verkrijgen van een vergunning voor een accijnsinrichting.
  
Art.35. Les autorisations délivrées sur la base des lois visées aux articles 36 et 37 pour l'exploitation d'un entrepôt fiscal sont à considérer, à compter du 1er avril 2010, sauf dénonciation, comme des autorisations délivrées en vertu de la présente loi pour un établissement d'accise pour les produits d'accise.
  Les quantités de produits d'accise présentes dans l'entrepôt fiscal le 1er avril 2010 à 0 h 00 sont considérées comme présentes dans l'établissement d'accise à ces date et heure.
  [1 Le fonctionnaire désigné par le Roi]1 vérifie que les endroits reconnus comme établissement d'accise en vertu de l'alinéa 1er satisfont aux conditions fixées par et en vertu de la présente loi pour l'octroi d'une autorisation pour un établissement d'accise.
  
Art. 35/1. [1 De overeenkomstig artikel 21 te stellen zekerheid moet worden gesteld ten gunste van de administratie onder één van de vormen en onder de voorwaarden van hoofdstuk XXVI van de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen.]1
  
Art. 35/1. [1 La garantie à fournir conformément à l'article 21 doit être constituée auprès de l'administration sous l'une des formes et aux conditions prévues au chapitre XXVI de la loi générale du 18 juillet 1977 sur les douanes et accises.]1
  
Art. 35/2. [1 Verwijzingen naar de wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en naar de wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van koffie worden geacht verwijzingen naar onderhavige wet te zijn.]1
  
Art. 35/2. [1 Les références faites à la loi du 13 février 1995 relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées et à la loi du 13 février 1995 relative au régime d'accise du café, s'entendent comme faites à la, présente loi.]1
  
Art. 35/3. [1 Na de invordering op basis van deze wet van het oorspronkelijk verschuldigde bedrag aan accijnzen wordt slechts tot navordering van eventueel verschuldigde aanvullende accijnzen overgegaan voor zover, in voorkomend geval via cumulatie van diverse verschuldigde bedragen van eenzelfde belastingplichtige, het in te vorderen bedrag 10 euro overschrijdt.]1
  
Art. 35/3. [1 Après le recouvrement du montant de l'accise initialement dû sur base de cette loi, il est seulement procédé au recouvrement des éventuelles accises complémentaires dues, le cas échéant via cumul de divers montants dus dans le chef d'un même redevable, si le montant à recouvrer excède 10 euros]1
  
Art.36. De wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken, gewijzigd bij de wetten van 20 juni 2002, 26 juni 2002 en 30 december 2002, bij de programmawetten van 8 april 2003, 5 augustus 2003, 22 december 2003 en 27 december 2004 en bij de wet van 20 juli 2006, alsook het ministerieel besluit van 23 december 1993 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 10 februari 2000 en 3 mei 2001, worden opgeheven.
Art.36. La loi du 13 février 1995 relative au régime d'accise des boissons non alcoolisées, modifiée par les lois des 20 juin 2002, 26 juin 2002 et 30 décembre 2002, par les lois-programmes des 8 avril 2003, 5 août 2003, 22 décembre 2003 et 27 décembre 2004 et par la loi du 20 juillet 2006, ainsi que l'arrêté ministériel du 23 décembre 1993 relatif au régime d'accise des boissons non alcoolisées, modifié par les arrêtés ministériels du 10 février 2000 et du 3 mai 2001, sont abrogés.
Art.37. De wet van 13 februari 1995 betreffende het accijnsstelsel van koffie, gewijzigd bij de wetten van 20 juni 2002 en 26 juni 2002, alsook het ministerieel besluit van 23 december 1993 betreffende het accijnsstelsel van koffie worden opgeheven.
Art.37. La loi du 13 février 1995 relative au régime d'accise du café, modifiée par les lois des 20 juin 2002 et 26 juin 2002, ainsi que l'arrêté ministériel du 23 décembre 1993 relatif au régime d'accises du café sont abrogés.
Art.38. Artikel 3 van het ministerieel besluit van 8 juli 1980 betreffende de terugbetaling of de kwijtschelding van de accijnsrechten geïnd bij de invoer wordt opgeheven.
Art.38. L'article 3 de l'arrêté ministériel du 8 juillet 1980 relatif au remboursement ou à la remise des droits d'accise perçus à l'importation est abrogé.
Art. 39. Deze wet treedt in werking op 1 april 2010.
Art. 39. La présente loi entre en vigueur le 1er avril 2010.