Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
16 JUNI 2009. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 17, tweede lid, van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening
Titre
16 JUIN 2009. - Arrêté royal exécutant l'article 17, deuxième alinéa, de la loi du 10 novembre 2006 relative aux heures d'ouverture dans le commerce, l'artisanat et les services
Informations sur le document
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° minister : de Minister die de Middenstand onder zijn bevoegdheid heeft;
  2° toeristische attracties : bezienswaardigheden, natuurschoon, monumenten, organisaties of ondernemingen voor sportieve of culturele ontspanning, kuuroorden, bedevaartsoorden en slaap-, eet- en vrijetijdsgelegenheden;
  3° geografische zone : de gemeente of het gedeelte van de gemeente waarvoor de erkenning wordt gevraagd.
Article 1er. Pour l'application de cet arrêté on entend par :
  1° ministre : le Ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions;
  2° attractions touristiques : curiosités, sites, monuments, organisations ou entreprises de délassement sportif ou culturel, stations thermales, lieux de pèlerinage, établissements de logement ou de restauration ou de loisirs;
  3° zone géographique : la commune ou la partie de la commune pour laquelle la reconnaissance est sollicitée.
Art.2. Om als toeristisch centrum erkend te kunnen worden, dient de gemeente of het gedeelte van de gemeente waarvoor de erkenning wordt gevraagd, op cumulatieve wijze aan de volgende criteria te voldoen :
  1° het toeristisch onthaal wordt verzekerd door een instelling die erkend is door de inzake het toerisme bevoegde overheid of door de overheid zelf;
  2° het toerisme is van essentieel belang voor de economie van de gemeente of het gedeelte van de gemeente;
  3° er is een toevloed van toeristen die er verblijven of er voorbij komen wegens het bestaan van toeristische attracties.
Art.2. Pour être reconnue comme centre touristique, la commune ou la partie de la commune qui veut être reconnue, doit satisfaire de manière cumulative aux critères suivants :
  1° l'accueil touristique est assuré par un organisme agréé par les autorités compétentes en matière de tourisme, ou par ces autorités elles-mêmes;
  2° le tourisme est d'une importance primordiale pour l'économie de la commune ou de la partie de la commune;
  3° il y a une affluence de touristes qui y séjournent ou y sont de passage en raison de l'existence d'attractions touristiques.
Art.3. De gemeente die erkend wil worden als toeristisch centrum of die delen van de gemeente als toeristisch centrum wil laten erkennen, richt een aanvraag tot erkenning aan de minister.
  De aanvraag kan worden ingediend bij ter post aangetekende brief waarvan het bewijs van afgifte dient als bewijs van indiening.
  De gemeente vermeldt of ze de ganse gemeente of één of meerdere gedeelten ervan wil laten erkennen.
Art.3. La commune qui veut être reconnue comme commune touristique ou qui veut faire reconnaître des parties de la commune comme centre touristique en fait la demande au ministre.
  La demande est introduite par lettre recommandée à la poste, dont l'attestation de dépôt sert de preuve d'introduction.
  La commune mentionne si la demande concerne toute la commune ou une ou plusieurs parties de celle-ci.
Art.4. Het gemeentebestuur dient minstens volgende inlichtingen te verstrekken om aan te tonen dat zij aan de criteria opgesomd in artikel 2 voldoet :
  1° de lokalisatie en een summiere beschrijving van de gemeente vanuit geografisch oogpunt;
  2° een nauwkeurig en gedetailleerd plan van de geografische zone;
  3° het bewijs van het bestaan van een instelling of overheid die het toeristische onthaal verzekerd, zoals vermeld in artikel 2, 1°;
  4° in het geval van verblijfstoerisme een beschrijving van de overnachtingsmogelijkheden en het aantal geregistreerde overnachtingen tijdens de drie jaren die deze aanvraag voorafgaan;
  5° de invloed van het toerisme op het economisch leven van de gemeente;
  6° de invloed van het toerisme op de tewerkstelling;
  7° de investeringsprojecten en realisaties met het oog op de uitbreiding van het toerisme.
Art.4. La commune doit fournir au moins les renseignements suivants pour prouver qu'elle satisfait aux critères énumérés à l'article 2 :
  1° la localisation et la description sommaire de l'entité communale d'un point de vue géographique;
  2° le plan précis et détaillé de la zone géographique;
  3° la preuve de l'existence d'un organisme ou d'une autorité qui assure l'accueil touristique, tel que mentionné à l'article 2, 1°;
  4° dans le cas du tourisme de séjour une description des possibilités d'hébergement ainsi que le nombre de nuitées enregistrées au cours des trois années qui précèdent celle de la demande;
  5° la répercussion du tourisme sur la vie économique de léntité communale;
  6° l'influence du tourisme sur l'emploi;
  7° les projets d'investissements et de réalisations en vue de développer le tourisme.
Art.5. Binnen de twintig dagen na indiening van de aanvraag, bezorgt de minister, op voorwaarde dat het dossier volledig is, de aanvragende gemeente een ontvangstbewijs.
  In het tegengestelde geval deelt hij aan de gemeente mee dat het dossier niet volledig is, met vermelding van de ontbrekende documenten of gegevens.
  Binnen de twintig dagen na ontvangst van de ontbrekende documenten of gegevens, levert de minister het ontvangstbewijs af.
  De administratie kan steeds de juistheid van de aangebrachte gegevens nagaan.
Art.5. Dans les vingt jours de la réception de la demande, le ministre adresse à la commune demanderesse un accusé de réception, si le dossier est complet.
  Dans le cas contraire, il informe la commune que le dossier n'est pas complet en indiquant les documents ou renseignements manquants.
  Le ministre délivre l'accusé de réception de dossier complet dans les vingt jours de la réception des documents ou renseignements manquants.
  L'administration peut toujours vérifier si les données fournies sont exactes.
Art.6. § 1. De minister neemt een beslissing binnen de vijfenzeventig dagen na ontvangst van het dossier.
  De minister kan beslissen de erkenning te verlenen voor de ganse geografische zone of deze te beperken tot een gedeelte van deze zone.
  Bij ontstentenis van beslissing binnen deze termijn wordt de aanvraag geweigerd.
  § 2. De beslissing wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Art.6. § 1er. Le ministre prend une décision dans les septante- cinq jours après réception du dossier.
  Le ministre peut accorder la reconnaissance pour toute la zone géographique ou pour une partie de celle-ci.
  En cas d'absence de décision dans ce délai, la demande est refusée.
  § 2. La décision est publiée au Moniteur belge.
Art.7. De minister kan de erkenning van een gemeente intrekken.
  De minister verwittigt de gemeente met een ter post aangetekende brief indien hij vaststelt dat zij niet langer voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2.
  De gemeente beschikt over 60 dagen om haar bedenkingen kenbaar te maken. Bij gebrek aan antwoord van de gemeente binnen deze termijn, trekt de minister de erkenning in.
  Indien de gemeente haar bedenkingen meedeelt binnen de gestelde termijn, neemt de minister een met redenen omklede beslissing.
  De intrekking van de erkenning wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  Indien de gemeente meent dat de voorwaarden bedoeld in artikel 2 opnieuw vervuld zijn, kan zij een nieuwe aanvraag indienen, volgens de nadere regels bepaald in de artikelen 3 en 4.
Art.7. Le ministre peut retirer la reconnaissance d'une commune.
  Le ministre avertit la commune par lettre recommandée lorsqu'il constate qu'elle ne satisfait plus aux conditions visées à l'article 2.
  La commune dispose de 60 jours pour faire valoir ses objections. En l'absence de réponse de la commune dans ce délai, le ministre retire la reconnaissance.
  Si la commune fait valoir ses objections dans le délai requis, le ministre prend une décision motivée.
  Le retrait de la reconnaissance est publié au Moniteur belge.
  Si la commune estime que les conditions visées à l'article 2 sont à nouveau réunies, elle peut réintroduire une demande selon les modalités des articles 3 et 4.
Art.8. Het koninklijk besluit van 11 augustus 1960 tot uitvoering van de wet van 22 juni 1960 tot invoering van een wekelijkse rustdag in nering en ambacht, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 september 2005 en het koninklijk besluit van 27 februari 1974 genomen ter uitvoering van de wet van 24 juli 1973 tot instelling van een verplichte avondsluiting in handel, ambacht en dienstverlening, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 6 december 2005, worden opgeheven.
  Bij wijze van overgangsmaatregel blijven de erkenningen als toeristisch centrum verleend op basis van de koninklijke besluiten bedoeld in voorgaand lid, geldig, tot hun eventuele intrekking, overeenkomstig artikel 7.
  De minister stelt een lijst op van de toeristische centra erkend op grond van de koninklijke besluiten bedoeld in het eerste lid.
  Deze lijst wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad binnen de 90 dagen volgend op de inwerkingtreding van dit besluit.
Art.8. L'arrêté royal du 11 août 1960 portant exécution de la loi du 22 juin 1960 instaurant le repos hebdomadaire dans l'artisanat et le commerce, modifié par l'arrêté royal du 22 septembre 2005, et l'arrêté royal du 27 février 1974 portant exécution de la loi du 24 juillet 1973 instaurant la fermeture obligatoire du soir dans le commerce, l'artisanat et les services, modifié par l'arrêté royal du 6 décembre 2005 sont abrogés.
  A titre de mesure transitoire, les reconnaissances des centres touristiques fournies sur la base des arrêtés royaux visés au précédent alinéa restent valables, jusqu'à leur éventuel retrait, conformément à l'article 7.
  Le ministre dresse la liste des centres touristiques reconnus sur la base des arrêtés royaux visés à l'alinéa 1er.
  Cette liste est publiée au Moniteur belge dans les 90 jours de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 9. De Minister bevoegd voor Middenstand is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 16 juni 2009.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van K.M.O.'s, Zelfstandigen, Landbouw en Wetenschapsbeleid,
  Mevr. S. LARUELLE
Art. 9. La Ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 16 juin 2009.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre des P.M.E., des Indépendants, de l'Agriculture et de la Politique scientifique,
  Mme S. LARUELLE