Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
22 DECEMBER 2009. - Wet betreffende de algemene regeling inzake accijnzen (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-12-2009 en tekstbijwerking tot 29-12-2023)
Titre
22 DECEMBRE 2009. - Loi relative au régime général d'accise (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-12-2009 et mise à jour au 29-12-2023)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (82)
Texte (82)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen en definities
CHAPITRE 1er . - Dispositions générales et définitions
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
  Deze voorziet in de omzetting van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
  Elle transpose la Directive 2008/118/CE du Conseil du 16 décembre 2008 relative au régime général d'accise et abrogeant la Directive 92/12/CEE.
Art.2. Onder voorbehoud van de toepassing van de voorschriften vastgesteld bij de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen en voor zover zij betrekking hebben op de accijnzen, bepaalt deze wet de algemene regeling van de goederen onderworpen aan accijnzen en andere indirecte belastingen die direct of indirect worden geheven op het verbruik van volgende goederen zoals die in specifieke wettelijke bepalingen werden vastgesteld, en die hierna worden aangeduid als "accijnsgoederen" :
  - energieproducten en elektriciteit vallende onder de programmawet van 27 december 2004;
  - alcohol en alcoholhoudende dranken vallende onder de wet van 7 januari 1998 betreffende de structuur en de accijnstarieven op alcohol en alcoholhoudende dranken;
  - tabaksfabrikaten vallende onder de wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak.
Art.2. Sous réserve d'application des règles établies par la loi générale du 18 juillet 1977 sur les douanes et accises en tant qu'elles concernent les accises, la présente loi établit le régime général des droits d'accise frappant directement ou indirectement la consommation des produits suivants tels que définis dans les dispositions légales spécifiques y afférentes, ci-après dénommés "produits soumis à accise" :
  - les produits énergétiques et l'électricité relevant de la loi-programme du 27 décembre 2004;
  - l'alcool et les boissons alcoolisées relevant de la loi du 7 janvier 1998 concernant la structure et les taux des droits d'accise sur l'alcool et les boissons alcoolisées;
  - les tabacs manufacturés relevant de la loi du 3 avril 1997 relative au régime fiscal des tabacs manufacturés.
Art.3. [1 Accijnsgoederen worden aan accijnzen onderworpen op het tijdstip van:
   a) hun productie, daaronder begrepen hun winning, indien van toepassing, op het grondgebied van de Unie;
   b) hun invoer of onregelmatige binnenkomst in het grondgebied van de Unie.]1

  
Art.3. [1 Les produits soumis à accise sont soumis aux droits d'accise au moment :
   a) de leur production, y compris, le cas échéant, de leur extraction, sur le territoire de l'Union ;
   b) de leur importation ou de leur entrée irrégulière sur le territoire de l'Union.]1

  
Art.4. [1 § 1. De formaliteiten inzake binnenkomst van goederen in het douanegebied van de Unie, zoals vastgesteld in de douanevoorschriften van de Unie, zijn mutatis mutandis van toepassing op het binnenbrengen van accijnsgoederen hier te lande vanuit een gebied bedoeld in artikel 5, § 1, 4°, a).
   § 2. De formaliteiten inzake uitgang van goederen uit het douanegebied van de Unie, zoals vastgesteld in de douanevoorschriften van de Unie, zijn mutatis mutandis van toepassing op de uitgang van accijnsgoederen vanuit hier te lande naar een gebied bedoeld in artikel 5, § 1, 4°, a).
   § 3. De hoofdstukken 3, 4 en 5 zijn niet van toepassing op accijnsgoederen die de douanestatus hebben van niet-Uniegoederen in de zin van artikel 5, punt 24, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van 9 oktober 2013 van het Europees Parlement en van de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie.]1

  
Art.4. [1 § 1er. Les formalités relatives à l'introduction de marchandises sur le territoire douanier de l'Union prévues par les dispositions douanières de l'Union s'appliquent mutatis mutandis à l'introduction de produits soumis à accise dans le pays au départ d'un territoire visé à l'article 5, § 1er, 4°, a).
   § 2. Les formalités relatives à la sortie de marchandises du territoire douanier de l'Union prévues par les dispositions douanières de l'Union s'appliquent mutatis mutandis à la sortie de produits soumis à accise du pays à destination d'un territoire visé à l'article 5, § 1er, 4°, a).
   § 3. Les chapitres 3, 4 et 5 ne s'appliquent pas aux produits soumis à accise qui ont le statut douanier de marchandises non Union tel qu'il est défini à l'article 5, point 24), du règlement (UE) n° 952/2013 du 9 octobre 2013 du Parlement européen et du Conseil établissant le code des douanes de l'Union.]1

  
Art.5. § 1.[4 In deze wet wordt verstaan onder:
   1° "grondgebied van een lidstaat": het grondgebied van een lidstaat waarop de Verdragen overeenkomstig de artikelen 349 en 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn, met uitzondering van derdelandsgebieden;
   2° "grondgebied van de Unie": het geheel van de grondgebieden van de lidstaten;
   3° "derde landen": elke staat of elk grondgebied waarop de Verdragen niet van toepassing zijn;
   4° "derdelandsgebieden":
   a) de volgende gebieden die deel uitmaken van het douanegebied van de Unie:
   - de Canarische Eilanden;
   - de Franse gebieden bedoeld in artikel 349 en artikel 355, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
   - de Alandseilanden;
   - de Kanaaleilanden;
   b) de volgende gebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Unie:
   - het eiland Helgoland;
   - het gebied Büsingen;
   - Ceuta;
   - Melila;
   - Livigno;
   5° "onregelmatige binnenkomst": een binnenkomst van goederen hier te lande die niet overeenkomstig artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013 onder de regeling "in het vrije verkeer brengen" zijn geplaatst en waarvoor een douaneschuld is ontstaan als bedoeld in artikel 79, lid 1, van die verordening, of zou zijn ontstaan als die goederen onderworpen waren aan douanerechten;
   6° "accijnsschorsingsregeling": belastingregeling die geldt voor het produceren, verwerken, voorhanden hebben, opslaan en overbrengen van accijnsgoederen waarbij de accijns is geschorst;
   7° "invoer": het in het vrije verkeer brengen van goederen overeenkomstig artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013;
   8° "erkend entrepothouder": een natuurlijke of rechtspersoon die door de ambtenaar, aangewezen door de Koning, gemachtigd is om in het kader van zijn bedrijfsuitoefening accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling in een belastingentrepot te produceren, te verwerken, voorhanden te hebben, op te slaan, te ontvangen en te verzenden;
   9° "belastingentrepot": iedere plaats waar de erkend entrepothouder bij zijn bedrijfsuitoefening accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling produceert, verwerkt, voorhanden heeft, opslaat, ontvangt of verzendt, zulks onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden;
   10° "geregistreerde geadresseerde": een natuurlijke of rechtspersoon die door de ambtenaar, aangewezen door de Koning, onder de door deze laatste vastgestelde voorwaarden, gemachtigd is om in het kader van zijn bedrijfsuitoefening accijnsgoederen in ontvangst te nemen die vanuit het grondgebied van een andere lidstaat onder een accijnsschorsingsregeling worden overgebracht;
   11° "geregistreerde afzender": een natuurlijke of rechtspersoon die door de ambtenaar, aangewezen door de Koning, onder de door deze laatste vastgestelde voorwaarden, gemachtigd is om in het kader van zijn bedrijfsuitoefening uitsluitend accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling te verzenden wanneer zij in het vrije verkeer worden gebracht overeenkomstig artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013;
   12° "lidstaat van bestemming": de lidstaat waar de accijnsgoederen moeten worden geleverd of gebruikt overeenkomstig de bepalingen van Richt-lijn 2020/262 van 19 december 2019 van de Raad houdende een algemene regeling inzake accijns;
   13° "administratie": de dienst aangewezen door de Koning;
   14° "gecertificeerde afzender": een natuurlijke of rechtspersoon die door de ambtenaar, aangewezen door de Koning, onder de door deze laatste vastgestelde voorwaarden, staat geregistreerd om in het kader van zijn bedrijfsuitoefening accijnsgoederen te verzenden die hier te lande tot verbruik zijn uitgeslagen en vervolgens naar het grondgebied van een andere lidstaat worden overgebracht;
   15° "gecertificeerde geadresseerde": een natuurlijke of rechtspersoon die door de ambtenaar, aangewezen door de Koning, onder de door deze laatste vastgestelde voorwaarden, staat geregistreerd om in het kader van zijn bedrijfsuitoefening accijnsgoederen te ontvangen die op het grondgebied van een andere lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen en vervolgens naar hier te lande zijn overgebracht;
   16° "kwijtschelding": ontheffing van de verplichting tot betaling van een niet voldane accijns;
   17° "teruggaaf": teruggave van een accijns die is betaald.]4

  § 2. De overbrenging van accijnsgoederen met als herkomst of bestemming :
  a) het Vorstendom Monaco wordt als een overbrenging met als herkomst of bestemming Frankrijk behandeld;
  b) Jungholz en Mittelberg (Kleines Walsertal) wordt als een overbrenging met als herkomst of bestemming de Bondsrepubliek Duitsland behandeld;
  c) het eiland Man wordt als een overbrenging met als herkomst of bestemming het Verenigd Koninkrijk behandeld;
  d) San Marino wordt als een overbrenging met als herkomst of bestemming Italië behandeld;
  e) de zones te Akrotiri en Dhekelia die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen, worden als overbrenging met als herkomst of bestemming Cyprus behandeld.
  
Art.5. § 1er. [4 Dans la présente loi, on entend par :
   1° "territoire d'un Etat membre" : le territoire d'un Etat membre auquel s'appliquent les Traités, conformément aux articles 349 et 355 du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, à l'exclusion des territoires tiers ;
   2° "territoire de l'Union" : les territoires des Etats membres ;
   3° "pays tiers": tout Etat ou territoire auquel les Traités ne s'appliquent pas ;
   4° "territoires tiers" :
   a) les territoires suivants faisant partie du territoire douanier de l'Union :
   - les îles Canaries ;
   - les territoires français visés à l'article 349 et à l'article 355, paragraphe 1er, du Traité sur le fonctionnement de l'union européenne ;
   - les îles Aland ;
   - les îles anglo-normandes ;
   b) les territoires suivants ne faisant pas partie du territoire douanier de l'Union :
   - l'île d'Helgoland ;
   - le territoire de Büsingen ;
   - Ceuta ;
   - Melilla ;
   - Livigno ;
   5° "entrée irrégulière" : toute entrée, sur le territoire de l'Union, de marchandises qui n'ont pas fait l'objet d'une mise en libre pratique conformément à l'article 201 du règlement (UE) n° 952/2013 et pour lesquelles une dette douanière est née en vertu de l'article 79, paragraphe 1er, dudit règlement, ou serait née si les marchandises avaient été soumises à un droit de douane ;
   6° "régime de suspension de droits" : un régime fiscal applicable à la production, à la transformation, à la détention, au stockage ou à la circulation de produits soumis à accise, dans le cadre duquel les droits d'accise sont suspendus ;
   7° "importation" : la mise en libre pratique des produits conformément à l'article 201 du règlement (UE) n° 952/2013 ;
   8° "entrepositaire agréé" : une personne physique ou morale autorisée par le fonctionnaire désigné par le Roi, à produire, transformer, détenir, stocker, recevoir ou expédier des produits soumis à accise sous un régime de suspension de droits dans un entrepôt fiscal, et ce, dans l'exercice de sa profession ;
   9° "entrepôt fiscal" : un lieu où les produits soumis à accise sont produits, transformés, détenus, stockés, reçus ou expédiés sous un régime de suspension de droits par un entrepositaire agréé dans l'exercice de sa profession, aux conditions fixées par le Roi ;
   10° "destinataire enregistré" : une personne physique ou morale autorisée par le fonctionnaire désigné par le Roi, aux conditions fixées par ce dernier, à recevoir, dans l'exercice de sa profession, des produits soumis à accise circulant sous un régime de suspension de droits en provenance du territoire d'un autre Etat membre ;
   11° "expéditeur enregistré" : une personne physique ou morale autorisée par le fonctionnaire désigné par le Roi, aux conditions fixées par ce dernier, à expédier exclusivement, dans l'exercice de sa profession, des produits soumis à accise sous un régime de suspension de droits à la suite de leur mise en libre pratique conformément à l'article 201 du règlement (UE) n° 952/2013 ;
   12° "Etat membre de destination" : l'Etat membre dans lequel les produits soumis à accise doivent être livrés ou utilisés conformément aux dispositions de la directive 2020/262 du 19 décembre 2019 du Conseil établissant le régime général d'accise ;
   13° "administration" : le service désigné par le Roi ;
   14° "expéditeur certifié" : une personne physique ou morale autorisée par le fonctionnaire désigné par le Roi, aux conditions fixées par ce dernier, enregistrée afin d'expédier, dans l'exercice de sa profession, des produits soumis à accise mis à la consommation dans le pays et ensuite déplacés vers le territoire d'un autre Etat membre ;
   15° "destinataire certifié" : une personne physique ou morale autorisée par le fonctionnaire désigné par le Roi, aux conditions fixées par ce dernier, enregistrée afin de recevoir, dans l'exercice de sa profession, des produits soumis à accise mis à la consommation sur le territoire d'un Etat membre et ensuite introduits dans le pays ;
   16° "remise" : la dispense de payer un montant de droits d'accise qui n'a pas été acquitté ;
   17° "remboursement" : le remboursement d'un montant de droits d'accise qui a été acquitté.]4

  § 2. Les mouvements de produits soumis à accise en provenance ou à destination :
  a) de la principauté de Monaco sont traités comme des mouvements effectués en provenance ou à destination de la France;
  b) de Jungholz et Mittelberg (Kleines Walsertal) sont traités comme des opérations effectuées en provenance ou à destination de la République fédérale d'Allemagne;
  c) de l'île de Man sont traités comme des mouvements effectués en provenance ou à destination du Royaume-Uni;
  d) de Saint-Marin sont traités comme des mouvements effectués en provenance ou à destination de l'Italie;
  e) des zones de souveraineté du Royaume-Uni à Akrotiri et Dhekelia sont traités comme des mouvements effectués en provenance ou à destination de Chypre.
  
HOOFDSTUK 2. - Verschuldigdheid, terugbetaling, vrijstelling van accijnzen
CHAPITRE 2. - Exigibilité, remboursement, exonération de l'accise
Afdeling 1. - Tijdstip en plaats van verschuldigdheid
Section 1re. - Lieu et moment de survenance de l'exigibilité
Art.6. [1 § 1. De accijnzen worden verschuldigd op het tijdstip van de uitslag tot verbruik hier te lande. De voorwaarden inzake de verschuldigdheid en het toepasselijk tarief zijn deze van kracht op de datum van de uitslag tot verbruik.
   § 2. Onder "uitslag tot verbruik" wordt verstaan:
   a) het onttrekken van accijnsgoederen aan een accijnsschorsingsregeling, waaronder ook het onregelmatig onttrekken is begrepen;
   b) het voorhanden hebben of opslaan van een accijnsgoed, ook in gevallen van onregelmatigheid buiten een accijnsschorsingsregeling wanneer over dat goed geen accijns is geheven overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het Unie recht en de nationale wetgeving;
   c) de productie, met inbegrip van de verwerking, van accijnsgoederen en de onregelmatige productie of verwerking daarvan, buiten een accijnsschorsingsregeling;
   d) het invoeren van accijnsgoederen, behalve wanneer die onmiddellijk bij invoer onder een accijnsschorsingsregeling worden geplaatst, of het onregelmatig invoeren van accijnsgoederen, behalve wanneer de douaneschuld teniet gegaan is overeenkomstig artikel 124, lid 1, onder e), f), g), en k), van Verordening (EU) nr. 952/2013.
   § 3. Het tijdstip waarop accijnsgoederen aan een accijnsschorsingsregeling worden onttrokken als bedoeld in paragraaf 2, a), is:
   a) in de in artikel 20, § 1, a), ii), bedoelde situaties, het tijdstip van ontvangst van de accijnsgoederen door de geregistreerde geadresseerde;
   b) in de in artikel 20, § 1, a), iv), bedoelde situaties, het tijdstip van ontvangst van de accijnsgoederen door de geadresseerde;
   c) in de in artikel 20, § 4, bedoelde situaties, het tijdstip van ontvangst van de accijnsgoederen op de plaats van rechtstreekse aflevering;
   d) onverminderd artikel 8, in de situaties van algehele vernietiging alsook van onherstelbaar verlies niet bedoeld bij paragraaf 4, het tijdstip waarop door de ambtenaren van de administratie ambtelijk werd vastgesteld dat ze zich hebben voorgedaan of waar ze desgevallend werden vastgesteld. Ingeval deze vernietiging of dit verlies accijnsgoederen betreft die worden belast naargelang van het gebruik ervan gemaakt, worden de accijnzen geheven volgens het hoogste tarief van toepassing op die accijnsgoederen, tenzij de betrokkene het bewijs levert dat het werkelijk gebruik dat van de bedoelde accijnsgoederen werd gemaakt, de toepassing van een lager tarief met zich brengt.
   § 4. De algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies van onder een accijnsschorsingsregeling geplaatste accijnsgoederen door niet te voorziene omstandigheden of overmacht, of na toelating van de administratie om de accijnsgoederen te vernietigen, wordt niet aangemerkt als uitslag tot verbruik.
   Voor de toepassing van dit artikel worden accijnsgoederen geacht totaal vernietigd of onherstelbaar verloren te zijn wanneer zij als accijnsgoed onbruikbaar zijn geworden.
   Een gedeeltelijk verlies als gevolg van de aard van de accijnsgoederen, dat zich voordoet wanneer de accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling worden overgebracht, wordt niet aangemerkt als uitslag tot verbruik voor zover het bedrag van het verlies onder de gemeenschappelijke drempelwaarde voor gedeeltelijk verlies voor die accijnsgoederen valt, tenzij een gegronde reden bestaat om te vermoeden dat er sprake is van fraude of een onregelmatigheid. Dat deel van een gedeeltelijk verlies dat boven de gemeenschappelijke drempelwaarde voor gedeeltelijk verlies voor die accijnsgoederen uitkomt, wordt behandeld als uitslag tot verbruik.
   De algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies van de accijnsgoederen in kwestie wordt ten genoegen van de administratie aangetoond:
   - wanneer de algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies zich hier te lande heeft voorgedaan; of
   - wanneer niet is vast te stellen waar het verlies zich heeft voorgedaan, het verlies dat hier te lande wordt geconstateerd.
   § 5. De Koning bepaalt de regels en voorwaarden van toepassing op het constateren van vernietiging en verlies bedoeld in paragraaf 4.
   Wanneer de algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies van de accijnsgoederen wordt vastgesteld, wordt de zekerheid na overlegging van afdoende bewijs naar gelang het geval geheel of gedeeltelijk vrijgegeven.
   § 6. De bij opneming vastgestelde tevelen worden in de voorraadboekhouding van de erkend entrepothouder opgenomen.]1

  
Art.6. [1 § 1er. Les droits d'accise deviennent exigibles au moment de la mise à la consommation dans le pays. Les conditions d'exigibilité et le taux d'accise à retenir sont ceux en vigueur à la date à laquelle s'effectue la mise à la consommation.
   § 2. Par "mise à la consommation", on entend :
   a) la sortie, y compris la sortie irrégulière, de produits soumis à accise, d'un régime de suspension de droits ;
   b) la détention ou le stockage de produits soumis à accise, y compris dans les cas d'irrégularité, en dehors d'un régime de suspension de droits pour lesquels le droit d'accise n'a pas été prélevé conformément aux dispositions de l'Union et à la législation nationale applicables ;
   c) la production, y compris la transformation, de produits soumis à accise et la production irrégulière ou la transformation de produits soumis à accise, en dehors d'un régime de suspension de droits ;
   d) l'importation de produits soumis à accise, sauf si les produits soumis à accise sont placés, immédiatement après leur importation, sous un régime de suspension de droits, ou l'entrée irrégulière de produits soumis à accise, sauf si la dette douanière s'est éteinte en vertu de l'article 124, paragraphe 1er, point e), f), g) ou k), du règlement (UE) n° 952/2013.
   § 3. Le moment de la sortie d'un régime de suspension de droits visée au paragraphe 2, a), est :
   a) dans les situations visées à l'article 20, § 1er, a), ii), le moment de la réception des produits soumis à accise par le destinataire enregistré ;
   b) dans les situations visées à l'article 20, § 1er, a), iv), le moment de la réception des produits soumis à accise par le destinataire ;
   c) dans les situations visées à l'article 20, § 4, le moment de la réception des produits soumis à accise au lieu où s'effectue la livraison directe ;
   d) sans préjudice de l'article 8, dans les situations de destruction totale ainsi que de perte irrémédiable non couvertes par le paragraphe 4, le moment où étant dûment établies par les agents de l'administration elles se produisent ou le cas échéant, elles sont constatées. Dans l'hypothèse où ces destructions et pertes concernent des produits soumis à accise dont l'imposition est différenciée selon l'usage auquel ils sont destinés, les droits d'accise sont perçus au taux le plus élevé frappant lesdits produits soumis à accise, à moins que l'intéressé n'apporte la preuve que l'usage qui en a été fait entraîne l'application d'une imposition inférieure.
   § 4. La destruction totale ainsi que la perte irrémédiable, totale ou partielle, de produits soumis à accise placés sous un régime de suspension de droits, par suite d'un cas fortuit ou de force majeure, ou à la suite d'une autorisation de destruction des produits soumis à accise émanant de l'administration ne sont pas considérées comme une mise à la consommation.
   Aux fins de la présente loi, un produit soumis à accise est considéré comme totalement détruit ou irrémédiablement perdu lorsqu'il est rendu inutilisable en tant que produit soumis à accise.
   La perte partielle en raison de la nature des produits soumis à accise qui survient au cours d'un mouvement en régime de suspension de droits n'est pas considérée comme une mise à la consommation dans la mesure où les quantités perdues se situent en dessous du seuil commun pour les pertes partielles applicable à ces produits soumis à accise, sauf si l'on peut raisonnablement soupçonner une fraude ou une irrégularité. La partie d'une perte partielle qui est supérieure au seuil commun pour les pertes partielles applicable aux produits soumis à accise est considérée comme une mise à la consommation.
   La destruction totale ou la perte irrémédiable, totale ou partielle, des produits soumis à accise concernés est prouvée à la satisfaction de l'administration :
   - lorsque la destruction totale ou la perte irrémédiable, totale ou partielle, s'est produite dans le pays ; ou
   - lorsqu'en cas d'impossibilité de déterminer le lieu où elles se sont produites effectivement, elles sont constatées dans le pays.
   § 5. Le Roi fixe les règles et conditions relatives à la constatation des destructions et pertes visées au paragraphe 4.
   Lorsque la destruction totale ou la perte irrémédiable, totale ou partielle, des produits soumis à l'accise est établie, la garantie est libérée, totalement ou partiellement, selon le cas, sur présentation d'une preuve suffisante.
   § 6. Les excédents constatés lors des recensements sont pris en charge dans la comptabilité des stocks de l'entrepositaire agréé.]1

  
Art.7. [1 § 1. De persoon gehouden tot voldoening van de verschuldigd geworden accijnzen is:
   a) met betrekking tot het aan een accijnsschorsingsregeling onttrekken als bedoeld in artikel 6, § 2, a):
   i) de erkend entrepothouder, de geregistreerde geadresseerde of enig andere persoon die de accijnsgoederen aan de accijnsschorsingsregeling onttrekt of voor wiens rekening de accijnsgoederen aan de accijnsschorsingsregeling worden onttrokken en, in geval van onregelmatige onttrekking aan het belastingentrepot, enig andere persoon die bij de onttrekking betrokken is geweest;
   ii) in geval van een onregelmatigheid tijdens een overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling in de zin van artikel 8, §§ 1, 2 en 4: de erkend entrepothouder, de geregistreerde afzender of enig andere persoon die de in artikel 19, § 2, eerste lid, 2°, en derde lid, en artikel 20, § 3, tweede lid, 1°, en derde lid, bedoelde zekerheid heeft gesteld en alle personen die bij de onregelmatige onttrekking betrokken zijn geweest terwijl zij wisten of redelijkerwijze hadden moeten weten dat het onttrekken op onregelmatige wijze geschiedde;
   b) met betrekking tot het voorhanden hebben of opslaan van accijnsgoederen als bedoeld in artikel 6, § 2, b): de persoon die die accijnsgoederen voorhanden heeft of opslaat, of enig ander persoon die bij het voorhanden hebben of opslaan ervan betrokken is, of een combinatie van die personen overeenkomstig het beginsel van hoofdelijke aansprakelijkheid;
   c) met betrekking tot de productie en verwerking van accijnsgoederen als bedoeld in artikel 6, § 2, c): de persoon die accijnsgoederen produceert en, in geval van onregelmatige productie, enig andere persoon die bij de productie ervan betrokken is geweest;
   d) met betrekking tot de invoer of onregelmatige invoer van accijnsgoederen als bedoeld in artikel 6, § 2, d): de aangever in de zin van artikel 5, punt 15, van Verordening (EU) nr. 952/2013 of enig andere persoon als bedoeld in artikel 77, lid 3, van die verordening en, in geval van onregelmatige binnenkomst, enig andere persoon die bij die onregelmatige binnenkomst betrokken is geweest.
   § 2. Indien er voor eenzelfde accijnsschuld verscheidene schuldenaren zijn, zijn zij hoofdelijk tot betaling van deze schuld gehouden.]1

  
Art.7. [1 § 1er. La personne redevable des droits d'accise devenus exigibles est :
   a) en ce qui concerne la sortie d'un régime de suspension de droits visé à l'article 6, § 2, a) :
   i) l'entrepositaire agréé, le destinataire enregistré ou toute autre personne procédant à la sortie des produits soumis à accise du régime de suspension de droits ou pour le compte de laquelle il est procédé à cette sortie et, en cas de sortie irrégulière de l'entrepôt fiscal, toute autre personne ayant participé à cette sortie ;
   ii) en cas d'irrégularité lors d'un mouvement de produits soumis à accise sous un régime de suspension de droits, telle que définie à l'article 8, §§ 1er, 2 et 4: l'entrepositaire agréé, l'expéditeur enregistré ou toute autre personne ayant garanti le paiement des droits conformément aux articles 19, § 2, alinéa 1er, 2°, et alinéa 3, et article 20, § 3, alinéa 2, 1°, et alinéa 3, ou toute personne ayant participé à la sortie irrégulière et qui était consciente ou dont on peut raisonnablement penser qu'elle aurait dû être consciente du caractère irrégulier de la sortie ;
   b) en ce qui concerne la détention ou le stockage de produits soumis à accise visée à l'article 6, § 2, b): la personne détenant ou stockant les produits soumis à accise ou toute autre personne ayant participé à leur détention ou stockage, ou toute combinaison de ces personnes conformément au principe de la responsabilité solidaire ;
   c) en ce qui concerne la production, y compris la transformation, de produits soumis à accise visée à l'article 6, § 2, c): la personne produisant les produits soumis à accise et, en cas de production irrégulière, toute autre personne ayant participé à leur production ;
   d) en ce qui concerne l'importation ou l'entrée irrégulière de produits soumis à accise visée à l'article 6, § 2, d): le déclarant tel qu'il est défini à l'article 5, point 15), du règlement (UE) n° 952/2013 ou toute autre personne visée à l'article 77, paragraphe 3, dudit règlement et, dans le cas d'une entrée irrégulière, toute autre personne ayant participé à cette entrée irrégulière.
   § 2. Lorsque plusieurs débiteurs sont redevables d'une même dette liée à un droit d'accise, ils sont tenus au paiement de cette dette à titre solidaire.]1

  
Art.8. § 1. Indien tijdens een overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling hier te lande een onregelmatigheid heeft plaatsgevonden die resulteerde in uitslag tot verbruik van deze goederen overeenkomstig artikel 6, § 2, onder a), vindt de uitslag tot verbruik hier te lande plaats.
  § 2. Indien tijdens een overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling hier te lande een onregelmatigheid is vastgesteld die resulteerde in uitslag tot verbruik van deze goederen overeenkomstig artikel 6, § 2, onder a), en er niet kan worden vastgesteld waar de onregelmatigheid heeft plaatsgevonden wordt deze geacht hier te lande te hebben plaatsgevonden en op het tijdstip waarop de onregelmatigheid werd vastgesteld.
  § 3. In de in de §§ 1 en 2 bedoelde situaties informeert de administratie de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending.
  § 4. Indien onder een accijnsschorsingsregeling overgebrachte accijnsgoederen niet op de plaats van bestemming zijn aangekomen en er tijdens de overbrenging geen onregelmatigheid is vastgesteld die resulteerde in uitslag tot verbruik van de accijnsgoederen overeenkomstig artikel 6, § 2, onder a), wordt de onregelmatigheid geacht te hebben plaatsgevonden in de lidstaat van verzending en op het tijdstip van aanvang van de overbrenging.
  Indien dergelijke goederen werden verzonden vanuit een hier te lande gevestigd belastingentrepot of een geregistreerde afzender gaat de door de Koning aangewezen ambtenaar over tot invordering van de accijnzen volgens de tarieven van toepassing op de datum waarop de verzending is aangevangen overeenkomstig artikel 25, § 1, tenzij binnen een termijn van vier maanden te rekenen vanaf vorenvermelde datum aan de administratie wordt aangetoond dat de overbrenging overeenkomstig artikel 25, § 2, is geëindigd of dat is vastgesteld waar de onregelmatigheid plaatsvond. Indien de erkend entrepothouder of de geregistreerde afzender, niet op de hoogte was of mogelijk niet op de hoogte was van het feit dat de goederen niet ter bestemming zijn aangekomen, wordt hem een termijn van één maand, te rekenen vanaf het tijdstip van de verstrekking van die informatie door de administratie, gegund om het eindigen van de overbrenging overeenkomstig artikel 25, § 2, of de plaats waar de onregelmatigheid heeft plaatsgevonden, aan te tonen.
  § 5. Indien evenwel in de in de §§ 2 en 4 bedoelde situaties binnen een termijn van drie jaar vanaf de datum waarop de overbrenging overeenkomstig artikel 25, § 1, is aangevangen, wordt vastgesteld in welke lidstaat de onregelmatigheid daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, is het bepaalde in § 1 van toepassing.
  Indien de overtreding in België werd begaan, informeert de administratie de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de accijnzen werden geheven.
  Indien in de situaties bedoeld in de §§ 2 en 4 de administratie de accijnzen heeft ingevorderd en indien de lidstaat waar de overtreding heeft plaatsgevonden werd vastgesteld, gaat de administratie over tot terugbetaling of kwijtschelding van de accijnzen zodra is aangetoond dat deze door die lidstaat is geheven.
  § 6. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "onregelmatigheid" verstaan, een andere dan de in artikel 6, § 4, bedoelde situatie die zich tijdens een overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling voordoet en als gevolg waarvan die overbrenging of een onderdeel van die overbrenging van accijnsgoederen niet overeenkomstig artikel 25, § 2, is geëindigd.
Art.8. § 1er. Lorsqu'une irrégularité a été commise dans le pays au cours d'un mouvement de produits soumis à accise sous un régime de suspension de droits entraînant leur mise à la consommation conformément à l'article 6, § 2, a), la mise à la consommation a lieu dans le pays.
  § 2. Lorsque, en cours d'un mouvement de produits soumis à accise sous un régime de suspension de droits, une irrégularité a été constatée dans le pays entraînant leur mise à la consommation conformément à l'article 6, § 2, a), et qu'il n'est pas possible de déterminer le lieu où elle a été commise, celle-ci est réputée avoir été commise dans le pays et au moment où elle a été constatée.
  § 3. Dans les situations visées aux §§ 1er et 2, l'administration informe les autorités compétentes de l'Etat membre d'expédition.
  § 4. Lorsque des produits soumis à accise circulant sous un régime de suspension de droits ne sont pas arrivés à leur destination et qu'aucune irrégularité, entraînant leur mise à la consommation conformément à l'article 6, § 2, a), n'a été constatée au cours du mouvement, une irrégularité est réputée avoir été commise dans l'Etat membre d'expédition et au moment où le mouvement a débuté.
  Si de tels produits ont été expédiés au départ d'un entrepôt fiscal ou par un expéditeur agréé établi dans le pays, le fonctionnaire désigné par le Roi procède au recouvrement des droits d'accise aux taux en vigueur à la date à laquelle le mouvement a débuté conformément à l'article 25, § 1er, à moins que dans un délai de quatre mois à compter de la date précitée, la preuve ne soit apportée à l'administration de la fin du mouvement, conformément à l'article 25, § 2, ou du lieu où l'irrégularité a été commise. Lorsque l'entrepositaire agréé ou l'expéditeur agréé n'a pas eu ou a pu ne pas avoir connaissance du fait que les produits ne sont pas arrivés à leur destination, un délai d'un mois à compter de la communication de cette information par l'administration lui est accordé pour lui permettre d'apporter la preuve de la fin du mouvement conformément à l'article 25, § 2, ou du lieu où l'irrégularité a été commise.
  § 5. Dans les situations visées aux §§ 2 et 4, si, avant l'expiration d'une période de trois ans à compter de la date à laquelle le mouvement a débuté, conformément à l'article 25, § 1er, l'Etat membre dans lequel l'irrégularité a réellement été commise vient à être déterminé, les dispositions du § 1er s'appliquent.
  Lorsque l'infraction a été commise en Belgique, l'administration informe les autorités compétentes de l'Etat membre dans lequel les droits d'accise ont été prélevés.
  Lorsque dans les situations visées aux §§ 2 et 4 l'administration a perçu les droits d'accise et que l'Etat membre dans lequel l'infraction a eu lieu est déterminé, l'administration rembourse ou remet les droits d'accise dès que la preuve du prélèvement des droits dans ledit Etat membre est fournie.
  § 6. Aux fins du présent article, on entend par "irrégularité" : une situation se produisant au cours d'un mouvement des produits soumis à accise sous un régime de suspension de droits, autre que celle visée à l'article 6, § 4, en raison de laquelle ce mouvement ou une partie de ce mouvement de produits soumis à accise n'a pas pris fin conformément à l'article 25, § 2.
Afdeling 2. - Terugbetaling en kwijtschelding
Section 2. - Remboursement et remise
Art.9. § 1. [2 § 1. Onverminderd de gevallen bedoeld in de wettelijke bepalingen betreffende de accijnsgoederen kunnen de accijnzen op de bedoelde hier te lande tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen, worden terugbetaald of kwijtgescholden, in de hierna bepaalde situaties en, in voorkomend geval, onder volgende voorwaarden:
   a) accijnsgoederen die, nadat zij hier te lande tot verbruik zijn uitgeslagen, worden overgebracht naar het grondgebied van een andere lidstaat om er te worden geleverd of gebruikt voor commerciële doeleinden: de administratie gaat over tot terugbetaling van de accijnzen op verzoek en op basis van het bericht van ontvangst waaruit blijkt dat de accijnzen in die andere lidstaat verschuldigd zijn geworden en geïnd. Wanneer die accijnzen werden voldaan door het aanbrengen van Belgische fiscale merktekens of herkenningstekens is de terugbetaling afhankelijk van het overleggen aan de administratie van het bewijs dat die tekens werden verwijderd of vernietigd;
   b) in het geval bedoeld in artikel 37, § 5: de administratie gaat, op verzoek van de hier te lande gevestigde afzender over tot terugbetaling van de accijnzen voor zover hij de op hem rustende verplichtingen, bepaald bij vermeld artikel, heeft nageleefd. In geval die bedragen werden voldaan door het aanbrengen van Belgische fiscale merktekens of herkenningstekens is de terugbetaling afhankelijk van het overleggen aan de administratie van het bewijs dat die tekens werden verwijderd of vernietigd;]2

  c) in de situatie bedoeld in artikel 39, § 2 : de administratie gaat over tot terugbetaling op overlegging van het bewijs van de betaling van de accijnzen aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de onregelmatigheid werd begaan of werd vastgesteld;
  d) accijnzen waarvoor wordt aangetoond dat op het ogenblik van de betaling of boeking, het bedrag :
  - betrekking heeft op accijnsgoederen waarvoor geen accijnzen verschuldigd zijn;
  - om welke reden dan ook hoger is dan hetgeen wettelijk mocht worden geïnd;
  e) accijnsgoederen die op last van de overheid werden vernietigd;
  f) accijnsgoederen die bij vergissing ten verbruik werden aangegeven;
  g) accijnsgoederen die worden uitgevoerd : volgende bepalingen zijn van toepassing :
  1° de afzender moet voor de verzending van de accijnsgoederen bij de door de Koning gemachtigde ambtenaar een verzoek om terugbetaling indienen en aantonen dat de accijnzen werden voldaan. De aanvraag moet worden ingediend binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum van geldigmaking van de aangifte ten verbruik. De [1 administrateur-generaal van de douane en accijnzen]1 mag nochtans toestaan dat deze termijn wordt overschreden in uitzonderlijke gevallen en mits gegronde reden;
  2° de overbrenging van de bovenbedoelde goederen moet geschieden overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 4 - afdeling 2;
  3° de afzender legt de door de Koning gemachtigde ambtenaar het "bericht van uitvoer" voor waarvan sprake in artikel 29;
  4° wanneer de accijnzen werden voldaan door het aanbrengen van Belgische fiscale merk- of herkenningstekens is de terugbetaling afhankelijk van het overleggen aan de administratie van het bewijs dat die tekens werden verwijderd of vernietigd.
  § 2. De Koning bepaalt de procedure van toepassing op de terugbetalingen ter uitvoering van § 1. In het geval bedoeld in § 1, onder b), kan Hij in een vereenvoudiging van de procedure voor terugbetaling voorzien, wanneer de verkoper de hoedanigheid van erkend entrepothouder bezit.
  § 3. Er zal op geen enkel verzoek om terugbetaling worden ingegaan wanneer het niet voldoet aan de voorwaarden die door de Koning worden bepaald.
  
Art.9. § 1er. [2 § 1er. Outre les cas visés dans les dispositions légales relatives aux produits soumis à accise, les droits d'accise applicables à ces produits soumis à accise mis à la consommation dans le pays peuvent faire l'objet d'un remboursement ou d'une remise, dans les situations et, le cas échéant, aux conditions énoncées ci-après :
   a) pour les produits soumis à accise qui, après avoir été mis à la consommation dans le pays, sont transportés vers le territoire d'un autre Etat membre pour y être livrés ou y être utilisés à des fins commerciales: l'administration procède au remboursement des droits d'accise sur demande et sur base de l'accusé de réception indiquant que les droits d'accise sont devenus exigibles et ont été perçus dans cet autre Etat membre. Lorsque ces droits ont été acquittés au moyen d'une marque fiscale ou d'une marque de reconnaissance belge, le remboursement est subordonné à la présentation à l'administration de la preuve de leur retrait ou de leur destruction ;
   b) dans la situation visée à l'article 37, § 5: l'administration procède, à la demande de l'expéditeur établi dans le pays, au remboursement des droits d'accise pour autant qu'il ait respecté les obligations prévues audit article. Lorsque ces droits ont été acquittés au moyen d'une marque fiscale ou d'une marque de reconnaissance belge, le remboursement est subordonné à la présentation à l'administration de la preuve de leur retrait ou de leur destruction ;]2

  c) dans la situation visée à l'article 39, § 2 : l'administration procède au remboursement sur la base de la présentation de la preuve du paiement des droits d'accise à l'autorité compétente de l'Etat membre où l'irrégularité a été commise ou constatée;
  d) droits d'accise pour lesquels il est établi qu'au moment où ils ont été acquittés ou pris en compte, leur montant :
  - était relatif à des produits soumis à accise pour lesquels aucune accise n'est exigible;
  - était supérieur, pour un motif quelconque, à celui qui était légalement à percevoir;
  e) produits soumis à accise détruits sur l'ordre de l'autorité;
  f) produits soumis à accise déclarés par erreur à la consommation;
  g) produits soumis à accise qui sont exportés : les dispositions suivantes sont d'application :
  1° l'expéditeur doit introduire préalablement à l'exportation des produits soumis à accise une demande de remboursement auprès du fonctionnaire délégué par le Roi et justifier que l'accise a été acquittée. La demande doit être introduite avant l'expiration d'un délai de douze mois à compter de la date de validation de la déclaration de mise à la consommation. Toutefois, l' [1 administrateur général des douanes et accises]1 peut autoriser un dépassement de ce délai dans des cas exceptionnels dûment justifiés;
  2° la circulation des produits susvisés doit s'effectuer conformément aux dispositions du chapitre 4 - section 2;
  3° l'expéditeur présente au fonctionnaire délégué par le Roi le "rapport d'exportation" dont question à l'article 29;
  4° lorsque les droits ont été acquittés au moyen d'une marque fiscale ou d'une marque de reconnaissance belge, le remboursement est subordonné à la présentation à l'administration de la preuve de leur retrait ou de leur destruction.
  § 2. Le Roi fixe les procédures applicables aux remboursements effectués en exécution du § 1er. Dans le cas visé au § 1er, b), Il peut prévoir une simplification de la procédure de remboursement lorsque le vendeur a la qualité d'entrepositaire agréé.
  § 3. Il ne sera donné suite à aucune demande de remboursement lorsqu'elle ne satisfait pas aux conditions fixées par le Roi.
  
Art.10. § 1. Terugbetaling in het geval bepaald bij artikel 9, § 1, wordt slechts toegestaan aan de persoon die de accijnzen heeft voldaan of aan de personen die hem in zijn rechten en verplichtingen hebben opgevolgd.
  § 2. Het verzoek om terugbetaling kan worden gedaan hetzij door de in § 1 bedoelde persoon, hetzij door zijn vertegenwoordiger.
Art.10. § 1er. Le remboursement prévu à l'article 9, § 1er, n'est accordé qu'à la personne même qui a acquitté l'accise ou aux personnes qui lui ont succédé dans ses droits et obligations.
  § 2. La demande de remboursement peut être introduite soit par la personne visée au § 1er, soit par son représentant.
Art.11. In de gevallen bepaald bij artikel 9, § 1, zal slechts tot terugbetaling worden overgegaan voor zover het terug te betalen bedrag 10 euro overschrijdt.
Art.11. Il n'est procédé au remboursement de l'accise dans les situations prévues à l'article 9, § 1er, que si le montant à rembourser excède 10 euros.
Art.12. Er wordt geen terugbetaling toegestaan indien de feiten die aanleiding gaven tot betaling of boeking van de niet wettelijk verschuldigde accijnzen het gevolg zijn van een frauduleuze handeling van de zijde van de belanghebbende.
Art.12. Aucun remboursement n'est accordé lorsque les faits ayant conduit à l'acquittement ou à la prise en compte d'un montant d'accise qui n'était pas légalement dû résultent d'une manoeuvre de l'intéressé.
Afdeling 2bis. [1 - Invordering]1
Section 2bis. - [1 Recouvrement]1
Art. 12/1. [1 Na de invordering op basis van deze wet van het oorspronkelijk verschuldigde bedrag aan accijnzen wordt slechts tot [2 invordering]2 van eventueel verschuldigde aanvullende accijnzen overgegaan voor zover, in voorkomend geval via cumulatie van diverse verschuldigde bedragen van eenzelfde belastingplichtige, het in te vorderen bedrag 10 euro overschrijdt.]1
  
Art. 12/1. [1 Après le recouvrement du montant de l'accise initialement dû sur base de cette loi, il est seulement procédé au recouvrement des éventuelles accises complémentaires dues, le cas échéant via cumul de divers montants dus dans le chef d'un même redevable, si le montant à recouvrer excède 10 euros.]1
  
Afdeling 3. - Vrijstellingen
Section 3. - Exonérations
Art.13. In het kader van de vrijstellingsregeling inzake accijnzen die op hen van toepassing is, zijn de diplomaten, consulaire ambtenaren, strijdkrachten en instellingen bedoeld in artikel 20, 7° tot en met 12°, van de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen gemachtigd om onder een accijnsschorsingsregeling accijnsgoederen te ontvangen herkomstig uit andere lidstaten onder dekking van een begeleidingsdocument bedoeld in artikel 26 of van een document betreffende een douaneschorsingsregeling bedoeld in artikel 14, op voorwaarde dat het bedoelde document vergezeld gaat van een certificaat van vrijstelling. De vorm en de inhoud van dat certificaat van vrijstelling worden vastgesteld door een verordening van de Europese Commissie.
Art.13. Dans le cadre de la procédure inhérente à l'exonération de l'accise qui leur est accordée, les diplomates, fonctionnaires consulaires, forces armées et organismes visés à l'article 20, 7° à 12°, de la loi générale du 18 juillet 1977 sur les douanes et accises, sont habilités à recevoir en provenance d'autres Etats membres des produits soumis à accise en suspension de droits d'accise sous le couvert du document d'accompagnement visé à l'article 26 ou du document relatif à la procédure douanière suspensive visée à l'article 14, à condition que ce document soit accompagné d'un certificat d'exonération. La forme et le contenu de ce certificat d'exonération sont définis par un règlement de la Commission européenne.
Art.14. § 1. De procedures bepaald bij de artikelen 26 tot en met 32 zijn niet van toepassing op de overbrengingen van accijnsgoederen bedoeld in artikel 20, 11°, van de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen. Die overbrengingen worden uitgevoerd overeenkomstig de douaneschorsingsregeling van toepassing op goederen bestemd voor de strijdkrachten van alle landen die lid zijn van het Noord-Atlantisch verdrag.
  § 2. Wat de in § 1 bedoelde procedures betreft kan de Koning bepalen dat de overbrenging bedoeld in de artikelen 26 tot en met 32 van toepassing zijn :
  a) op overbrengingen die plaatsvinden uitsluitend op het nationale grondgebied;
  b) na akkoord met een betrokken andere lidstaat, op overbrengingen met vertrek uit die lidstaat van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling.
Art.14. § 1er. Les procédures prévues aux articles 26 à 32 ne s'appliquent pas aux mouvements de produits soumis à accise visés à l'article 20, 11°, de la loi générale du 18 juillet 1977 sur les douanes et accises. Ces mouvements sont effectués conformément à la procédure douanière suspensive applicable aux produits destinés aux forces armées de tout Etat partie au traité de l'Atlantique Nord.
  § 2. En ce qui concerne les mouvements visés au § 1er, le Roi peut prévoir que les procédures visées aux articles 26 à 32 s'appliquent :
  a) aux mouvements effectués entièrement sur le territoire national;
  b) après accord avec un Etat membre concerné, aux mouvements de produits soumis à accise en régime de suspension de l'accise effectués au départ de cet Etat membre.
Art.15. Zijn vrijgesteld van de betaling van de accijnzen de accijnsgoederen die door taxfreeshops zijn geleverd en worden meegevoerd in de persoonlijke bagage van reizigers die zich naar een derdelandsgebied of een derde land begeven door de lucht of over zee.
Art.15. Sont exonérés du paiement de l'accise les produits soumis à accise livrés par des comptoirs de vente hors taxes et emportés dans les bagages personnels des voyageurs se rendant dans un territoire tiers ou dans un pays tiers par voie aérienne ou maritime.
Art.16. Goederen die aan boord van een luchtvaartuig of een schip worden geleverd tijdens een vlucht of overtocht naar een derdelandsgebied of een derde land worden gelijkgesteld met goederen die door taxfreeshops worden geleverd.
Art.16. Sont assimilés à des produits livrés par des comptoirs de vente hors taxes les produits livrés à bord d'un aéronef ou d'un navire au cours du vol ou de la traversée maritime vers un territoire tiers ou vers un pays tiers.
Art.17. Voor de toepassing van de artikelen 15 en 16 wordt verstaan onder :
  a) "taxfreeshop" : elk in een luchthaven of haven gelegen belastingentrepot;
  b) "reiziger die zich naar een derdelandsgebied of derde land begeeft" : iedere passagier die in het bezit is van een bewijs van vervoer door de lucht of over zee, waarop als eindbestemming een in een derdelandsgebied of derde land gelegen luchthaven of haven is vermeld.
Art.17. Aux fins de l'application des articles 15 et 16, on entend par :
  a) "comptoir de vente hors taxes" : tout entrepôt fiscal situé dans l'enceinte d'un aéroport ou d'un port;
  b) "voyageur se rendant dans un territoire tiers ou dans un pays tiers" : tout passager en possession d'un titre de transport, par voie aérienne ou maritime, mentionnant comme destination finale un aéroport ou un port situé dans un territoire tiers ou dans un pays tiers.
HOOFDSTUK 3. - Productie, verwerking en voorhanden hebben
CHAPITRE 3. - Production, transformation et détention
Art.18. [1 Onverminderd de toepassing van specifieke wettelijke bepalingen, vinden de productie en de verwerking hier te lande van accijnsgoederen plaats in een belastingentrepot. Het voorhanden hebben en de opslag van dergelijke accijnsgoederen waarvoor de accijnzen niet werden voldaan, moeten eveneens in een belastingentrepot plaatsvinden.
   De opening en het beheer van een belastingentrepot worden vergund door de ambtenaar, aangewezen door de Koning, onder de door deze laatste gestelde voorwaarden.
   De Koning bepaalt welke personen zich moeten laten erkennen in de hoedanigheid van erkend entrepothouder, evenals de voorwaarden waaraan zij onderworpen zijn.]1

  
Art.18. [1 Sous réserve d'application de dispositions légales spécifiques, la production et la transformation dans le pays de produits soumis à accise ne peuvent être effectuées que dans un entrepôt fiscal. La détention et le stockage de tels produits soumis à accise lorsque l'accise n'est pas acquittée doivent également avoir lieu dans un entrepôt fiscal.
   L'ouverture et l'exploitation d'un entrepôt fiscal sont autorisées par le fonctionnaire désigné par le Roi, selon les modalités fixées par ce dernier.
   Le Roi détermine les personnes tenues de se faire reconnaître en qualité d'entrepositaire agréé, ainsi que les conditions auxquelles celles-ci sont soumises.]1

  
Art.19. [1 § 1. De aanvrager van een vergunning "erkend entrepothouder" moet een aanvraag om vergunning indienen overeenkomstig het bepaalde in artikel 22 en een gedetailleerd plan van zijn inrichting overleggen.
   § 2. De erkend entrepothouder moet:
   1° zekerheid stellen ten belope van 10 % van de accijnzen om de risico's te dekken die verbonden zijn aan de productie, de verwerking, het voorhanden hebben en de opslag van accijnsgoederen in zijn belastingentrepot; voor wat betreft de energieproducten vermeld in artikel 418 van de programmawet van 27 december 2004 waarvoor geen accijnstarief is bepaald in artikel 419 van dezelfde programmawet wordt deze zekerheid berekend op basis van het hoogste accijnstarief op het belaste gelijkwaardige energieproduct;
   2° een door de Koning vast te stellen zekerheid stellen, om, inzake accijnzen, de risico's te dekken verbonden aan het verzenden hier te lande of naar een andere lidstaat van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling. De zekerheid moet geldig zijn in de gehele Unie. Voor wat betreft de energieproducten vermeld in artikel 418 van de programmawet van 27 december 2004 waarvoor geen accijnstarief is bepaald in artikel 419 van dezelfde programmawet wordt deze zekerheid berekend op basis van het hoogste accijnstarief op het belaste gelijkwaardige energieproduct;
   3° voldoen aan de verplichtingen die zijn vastgesteld in de vergunning;
   4° voor ieder belastingentrepot een voorraadadministratie van de voorraden en overbrengingen van accijnsgoederen bijhouden;
   5° alle accijnsgoederen die onder een accijnsschorsingsregeling worden overgebracht, zodra de overbrenging is geëindigd, in zijn belastingentrepot plaatsen en in zijn voorraadadministratie opnemen, tenzij artikel 20, § 4, van toepassing is;
   6° de accijnsgoederen op elk verzoek vertonen;
   7° elke controle en opneming toelaten.
   De Koning kan, in de omstandigheden en onder de door hem te bepalen voorwaarden, het bedrag van de in de bepaling onder 1° bedoelde zekerheid verhogen. De zekerheid mag verhoogd worden tot 100 percent van het bedrag aan accijnzen met betrekking tot de geproduceerde, verwerkte of in het belastingentrepot voorhanden zijnde of opgeslagen accijnsgoederen. Hij kan, onder de door hem te bepalen voorwaarden, de zekerheden bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2° beperken tot een maximumbedrag van 9 000 000 euro.".
   Met betrekking tot punt 2° kan de Koning bij overbrengingen van aan accijnzen onderworpen energieproducten binnen de Unie over zee, onder de door Hem te bepalen voorwaarden en krachtens een daarover met elk van de betrokken lidstaten afgesloten akkoord, de erkend entrepothouders van verzending ontheffen van de verplichting de in punt 2° bedoelde zekerheid te stellen.
   Er wordt geen zekerheid geëist voor de overbrenging van energieproducten via vaste pijpleidingen, behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen.
   De Koning bepaalt wat onder "in naar behoren gemotiveerde gevallen" moet worden verstaan.
   In afwijking van de bepaling onder 2°, kan de Koning, in de gevallen en onder de voorwaarden die Hij bepaalt, de vervoerder, de eigenaar van de accijnsgoederen, de geadresseerde, of gezamenlijk twee of meer van deze personen, de erkend entrepothouder daaronder begrepen, toestaan om een zekerheid te stellen in vervanging van de door de in de bepaling onder 2° bedoelde persoon of personen te stellen zekerheid.]1

  
Art.19. [1 § 1er. Le demandeur d'une autorisation "entrepositaire agréé" est tenu d'introduire une demande d'autorisation conformément à l'article 22 et de fournir un plan détaillé de ses installations.
   § 2. L'entrepositaire agréé doit :
   1° constituer une garantie égale à 10 % du montant de l'accise pour couvrir les risques inhérents à la production, la transformation, la détention et le stockage de produits soumis à accise dans son entrepôt fiscal; en ce qui concerne les produits énergétiques repris à l'article 418 de la loi-programme du 27 décembre 2004 pour lesquels aucun taux d'accise n'est fixé à l'article 419 de la même loi-programme, cette garantie est calculée sur la base du taux d'accise le plus élevé du produit énergétique imposé équivalent ;
   2° constituer une garantie fixée par le Roi dont le montant est destiné à couvrir, en matière d'accise, les risques inhérents à la circulation des produits soumis à accise qu'il expédie en régime de suspension de droits dans le pays ou dans un autre Etat membre. La garantie doit être valable dans toute l'Union. En ce qui concerne les produits énergétiques repris à l'article 418 de la loi-programme du 27 décembre 2004 pour lesquels aucun taux d'accise n'est fixé à l'article 419 de la même loi-programme, cette garantie est calculée sur la base du taux d'accise le plus élevé du produit énergétique imposé équivalent ;
   3° se conformer aux obligations prescrites dans l'autorisation ;
   4° tenir, par entrepôt fiscal, une comptabilité matières des stocks et des mouvements des produits soumis à accise ;
   5° introduire dans son entrepôt fiscal et inscrire dans sa comptabilité matières, dès la fin du mouvement, tous les produits soumis à accise circulant sous un régime de suspension de droits, sauf lorsque l'article 20, § 4, s'applique ;
   6° présenter les produits soumis à accise à toute réquisition ;
   7° se prêter à tout contrôle ou recensement.
   Le Roi peut, dans les situations et aux conditions qu'Il détermine, augmenter le montant de la garantie visée au 1°. La garantie peut être augmentée jusqu'à 100 p.c. du montant de l'accise afférente aux produits soumis à accise fabriqués, transformés, détenus ou stockés dans l'entrepôt fiscal. Il peut, aux conditions, qu'Il détermine, limiter les garanties visées aux 1° et 2° à un montant maximum de 9 000 000 d'euros.".
   Concernant le point 2°, pour ce qui a trait aux mouvements intra-Union par voie maritime des produits énergétiques soumis à accise, le Roi peut, aux conditions qu'Il détermine et sur la base d'un accord administratif conclu avec chacun des Etats membres concernés, dispenser les entrepositaires agréés expéditeurs de l'obligation de fournir la garantie visée au point 2°.
   Aucune garantie n'est requise pour les mouvements de produits énergétiques par canalisations fixes, excepté dans des cas dûment justifiés.
   Le Roi définit ce qu'il convient d'entendre par "dans les cas dûment justifiés".
   Par dérogation au 2°, le Roi peut, dans les situations et aux conditions qu'Il détermine, permettre au transporteur, au propriétaire des produits soumis à accise, au destinataire ou conjointement par deux ou plusieurs de ces personnes en ce compris l'entrepositaire agréé expéditeur, de fournir une garantie en lieu et place de celle à constituer par la ou les personnes visées au 2°.]1

  
HOOFDSTUK 4. - Overbrenging van accijnsgoederen onder schorsing van accijnzen
CHAPITRE 4. - Mouvements en suspension de droits des produits soumis à accise
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art.20. [1 § 1. Accijnsgoederen kunnen hier te lande onder een accijnsschorsingsregeling worden overgebracht:
   a) van een belastingentrepot naar:
   i) een ander belastingentrepot;
   ii) een geregistreerde geadresseerde, indien de accijnsgoederen worden verzonden vanuit een andere lidstaat;
   iii) een plaats waar de accijnsgoederen het grondgebied van de Unie verlaten, overeenkomstig artikel 29, § 1;
   iv) een in artikel 13, § 1, bedoelde geadresseerde, wanneer de accijnsgoederen vanuit het grondgebied van een andere lidstaat worden verzonden;
   v) het douanekantoor van uitgang, indien voorzien uit hoofde van artikel 329, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/2447 van de Commissie, dat tevens het douanekantoor van vertrek is voor de regeling extern douanevervoer, wanneer aldus bepaald in artikel 189, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2015/2446;
   b) van de plaats van invoer naar één van de bestemmingen bedoeld in de bepaling onder a), wanneer de accijnsgoederen worden verzonden door een geregistreerde afzender.
   Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "plaats van invoer" verstaan de plaats waar de accijnsgoederen overeenkomstig artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013 in het vrije verkeer worden gebracht.
   § 2. Tenzij de invoer plaatsvindt binnen een belastingentrepot, mogen accijnsgoederen uitsluitend onder een accijnsschorsingsregeling van de plaats van invoer worden overgebracht als de aangever of éénieder die direct of indirect betrokken is bij het vervullen van de douaneformaliteiten in de zin van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 952/2013 het volgende aan de bevoegde autoriteiten in de lidstaat van invoer verstrekt:
   a) het unieke accijnsnummer overeenkomstig artikel 19, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 389/2012 van de Raad, ter identificatie van de voor de overbrenging geregistreerde afzender;
   b) het unieke accijnsnummer overeenkomstig artikel 19, lid 2, onder a), van Verordening (EU) nr. 389/2012, ter identificatie van de geadresseerde aan wie de accijnsgoederen zijn verzonden;
   c) indien van toepassing, het bewijs dat de ingevoerde accijnsgoederen zijn bestemd om te worden verzonden van het grondgebied van de lidstaat van invoer naar het grondgebied van een andere lidstaat.
   § 3. De aanvrager van een vergunning "geregistreerde afzender" moet een aanvraag om vergunning indienen overeenkomstig artikel 22.
   De geregistreerde afzender moet:
   1° hetzij persoonlijk, hetzij gezamenlijk met de vervoerder, een door de Koning vast te stellen zekerheid stellen om, inzake accijnzen, de risico's te dekken verbonden aan het verzenden hier te lande of naar een andere lidstaat van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling. De zekerheid moet geldig zijn in de gehele Unie.
   2° voldoen aan de verplichtingen die zijn vastgesteld in de vergunning;
   3° een voorraadadministratie van de overbrengingen van accijnsgoederen bijhouden;
   4° zodra de overbrenging aanvangt, alle accijnsgoederen die onder een accijnsschorsingsregeling worden overgebracht, in zijn voorraadadministratie opnemen;
   5° elke controle toelaten.
   Met betrekking tot punt 1° kan de Koning bij overbrengingen van aan accijnzen onderworpen energieproducten binnen de Unie over zee, onder de door hem te bepalen voorwaarden en krachtens een daarover met elk van de betrokken lidstaten afgesloten akkoord, de geregistreerde afzenders ontheffen van de verplichting de in punt 1° bedoelde zekerheid te stellen.
   Er wordt geen zekerheid geëist voor de overbrenging van energieproducten via vaste pijpleidingen, behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen.
   De Koning bepaalt wat onder "in naar behoren gemotiveerde gevallen" moet worden verstaan.
   In afwijking van de bepaling onder 1°, kan de Koning, in de gevallen en onder de voorwaarden die hij bepaalt, de vervoerder, de eigenaar van de accijnsgoederen, de geadresseerde, of gezamenlijk twee of meer van deze personen, de geregistreerde afzender daaronder begrepen, toestaan om een zekerheid te stellen in vervanging van de door de in de bepaling onder 1° bedoelde persoon of personen te stellen zekerheid.
   De Koning kan, onder de door hem te bepalen voorwaarden, de zekerheid bedoeld in de bepaling onder 1° beperken tot een maximumbedrag van 9 000 000 euro.
   § 4. In afwijking van paragraaf 1, a), i) en ii), en van paragraaf 1, b), en met uitzondering van de in artikel 21, § 3, bedoelde situaties, kunnen accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling worden overgebracht vanuit een andere lidstaat naar een plaats van rechtstreekse aflevering hier te lande, onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden, wanneer die plaats is aangewezen door de hier te lande gevestigde erkend entrepothouder of geregistreerde geadresseerde. Deze erkend entrepothouder of deze geregistreerde geadresseerde blijft in dergelijk geval verantwoordelijk voor de indiening van het in artikel 28, § 1, bedoelde bericht van ontvangst.
   § 5. De paragrafen 1, 2 en 4 zijn ook van toepassing op de overbrenging van niet tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen waarvoor een nultarief geldt.]1

  
Art.20. [1 § 1er. Les produits soumis à accise peuvent circuler sous un régime de suspension de droits dans le pays :
   a) d'un entrepôt fiscal vers :
   i) un autre entrepôt fiscal ;
   ii) un destinataire enregistré, lorsque les produits soumis à accise sont expédiés au départ d'un autre Etat membre ;
   iii) un lieu où les produits soumis à accise quittent le territoire de l'Union, conformément à l'article 29, § 1er ;
   iv) un destinataire visé à l'article 13, § 1er, lorsque les produits soumis à accise sont expédiés au départ du territoire d'un autre Etat membre ;
   v) le bureau de douane de sortie, conformément à l'article 329, paragraphe 5, du règlement d'exécution (UE) n° 2015/2447, qui est identique au bureau de douane de départ pour le régime du transit externe, conformément à l'article 189, paragraphe 4, du règlement délégué (UE) n° 2015/2446 ;
   b) du lieu d'importation vers l'une des destinations visées au a), lorsque les produits soumis à accise sont expédiés par un expéditeur enregistré.
   Aux fins du présent article, on entend par "lieu d'importation" le lieu où les produits soumis à accise sont mis en libre pratique, conformément à l'article 201 du règlement (UE) n° 952/2013.
   § 2. A l'exception des cas où l'importation a lieu à l'intérieur d'un entrepôt fiscal, les produits soumis à accise peuvent être déplacés depuis le lieu d'importation sous un régime de suspension de droits uniquement si les informations suivantes sont communiquées par le déclarant, ou par toute autre personne intervenant directement ou indirectement dans l'accomplissement des formalités douanières conformément à l'article 15 du règlement (UE) n° 952/2013, aux autorités compétentes de l'Etat membre d'importation :
   a) le numéro d'accise unique conformément à l'article 19, paragraphe 2, point a), du règlement (UE) n° 389/2012 du Conseil, qui identifie l'expéditeur enregistré du mouvement ;
   b) le numéro d'accise unique conformément à l'article 19, paragraphe 2, point a), du règlement (UE) n° 389/2012, qui identifie le destinataire des produits soumis à accise expédiés ;
   c) le cas échéant, la preuve que les produits soumis à accise importés sont destinés à être expédiés du territoire de l'Etat membre d'importation vers le territoire d'un autre Etat membre.
   § 3. Le demandeur d'une autorisation "expéditeur enregistré" est tenu d'introduire une demande d'autorisation conformément à l'article 22.
   L'expéditeur enregistré doit :
   1° fournir soit personnellement, soit solidairement avec le transporteur, une garantie fixée par le Roi dont le montant est destiné à couvrir, en matière d'accise, les risques inhérents à la circulation des produits soumis à accise qu'il expédie en régime suspensif dans le pays ou dans un autre Etat membre. La garantie doit être valable dans toute l'Union.
   2° se conformer aux obligations prescrites dans l'autorisation ;
   3° tenir une comptabilité matières des mouvements des produits soumis à accise ;
   4° inscrire dans sa comptabilité matières, dès le début du mouvement, tous les produits soumis à accise circulant sous un régime de suspension de droits ;
   5° se prêter à tout contrôle.
   Concernant le point 1°, pour ce qui a trait aux mouvements intra-Union par voie maritime des produits énergétiques soumis à accise, le Roi peut, aux conditions qu'Il détermine et sur la base d'un accord administratif conclu avec chacun des Etats membres concernés, dispenser les expéditeurs enregistrés de l'obligation de fournir la garantie visée au point 1°.
   Aucune garantie n'est requise pour les mouvements de produits énergétiques par canalisations fixes, excepté dans des cas dûment justifiés.
   Le Roi définit ce qu'Il convient d'entendre par "dans les cas dûment justifiés".
   Par dérogation au 1°, le Roi peut, dans les situations et aux conditions qu'Il détermine, permettre au transporteur, au propriétaire des produits soumis à accise, au destinataire ou conjointement à deux ou plusieurs de ces personnes en ce compris l'expéditeur enregistré, de fournir une garantie en lieu et place de celle à constituer par la ou les personnes visées au 1°.
   Le Roi peut aux conditions qu'Il détermine, limiter à un montant maximum de 9 000 000 d'euros, la garantie visée au 1°.
   § 4. Par dérogation au paragraphe 1er, a), i) et ii), et au paragraphe 1er, b), et sauf dans les situations visées à l'article 21, § 3, la livraison de produits soumis à accise circulant au départ d'un autre Etat membre sous un régime de suspension de droits peut avoir lieu, aux conditions fixées par le Roi, à destination d'un lieu de livraison directe situé dans le pays, lorsque ce lieu a été désigné par l'entrepositaire agréé ou par le destinataire enregistré agréé dans le pays. Dans cette situation, cet entrepositaire agréé ou ce destinataire enregistré reste tenu de présenter l'accusé de réception visé à l'article 28, § 1er.
   § 5. Les paragraphes 1er, 2 et 4 s'appliquent également aux mouvements de produits soumis à accise à taux zéro qui n'ont pas été mis à la consommation.]1

  
Art.21. [1 § 1. De geadresseerde kan een bedrijf zijn dat niet de hoedanigheid van erkend entrepothouder bezit. Dit bedrijf mag bij de uitoefening van zijn beroep accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling uit andere lidstaten ontvangen. Het mag deze accijnsgoederen evenwel niet produceren, voorhanden hebben, verwerken, opslaan of verzenden onder een accijnsschorsingsregeling.
   § 2. Voorafgaand aan het ontvangen van accijnsgoederen kan een dergelijk bedrijf bij de administratie om registratie verzoeken, teneinde een doorlopende vergunning te bekomen tot het ontvangen van accijnsgoederen uit een andere lidstaat, waarvoor de aanvraag overeenkomstig artikel 22 moet worden ingediend. De vergunning wordt verleend door de door de ambtenaar, aangewezen door de Koning.
   De geregistreerde geadresseerde moet:
   1° de betaling van de accijnzen waarborgen bij de door de administratie aangewezen dienst vóór de verzending van de accijnsgoederen, onder de door de Koning gestelde voorwaarden;
   2° een voorraadadministratie voeren van de leveringen van de accijnsgoederen, en, zodra de overbrenging is geëindigd, de accijnsgoederen die onder een accijnsschorsingsregeling worden ontvangen, daarin inschrijven;
   3° elke controle en opneming toelaten.
   Voor een geregistreerde geadresseerde ontstaat de verschuldigdheid van de accijnzen bij het ontvangen van de accijnsgoederen en die worden gekweten op de door de Koning bepaalde wijze.
   § 3. De geregistreerde geadresseerde die slechts sporadisch accijnsgoederen betrekt, moet:
   1° voorafgaand aan het ontvangen van de accijnsgoederen, aangifte doen en de betaling van de in het spel zijnde accijnzen waarborgen bij de door de administratie aangewezen dienst, waarna deze dienst hem voor de verrichting een vergunning aflevert;
   2° bij het ontvangen van de accijnsgoederen, de erop verschuldigde accijnzen voldoen op de door de Koning bepaalde wijze;
   3° elke controle toelaten waardoor de administratie zich kan vergewissen van de daadwerkelijke ontvangst van de accijnsgoederen en van de betaling van de accijnzen waaraan ze onderworpen zijn.
   Onder "sporadisch" moet worden verstaan een maximum van zes overbrengingen per jaar van accijnsgoederen onder de accijnsschorsingsregeling.
   § 4. De geregistreerde geadresseerde is niet gerechtigd om tabaksfabricaten te ontvangen, die niet voorzien zijn van het Belgisch fiscaal merkteken.]1

  
Art.21. [1 § 1er. Le destinataire peut être un opérateur professionnel n'ayant pas la qualité d'entrepositaire agréé. Cet opérateur peut, dans l'exercice de sa profession, recevoir des produits soumis à accise sous un régime de suspension de droits en provenance d'autres Etats membres. Il ne peut toutefois ni produire, ni transformer, ni détenir, ni stocker, ni expédier ces produits soumis à accise sous un régime de suspension de droits.
   § 2. Préalablement à la réception des produits soumis à accise, cet opérateur peut demander à être enregistré par l'administration en vue de l'obtention d'une autorisation permanente de réception de produits soumis à accise d'un autre Etat membre dont la demande doit être introduite conformément à l'article 22. L'autorisation est accordée par le fonctionnaire désigné par le Roi.
   Le destinataire enregistré doit :
   1° garantir le paiement de l'accise auprès du service désigné par l'administration avant l'expédition des produits soumis à accise et aux conditions fixées par le Roi ;
   2° tenir une comptabilité matières des livraisons des produits soumis à accise et y inscrire, dès la fin du mouvement, les produits soumis à accise circulant sous un régime de suspension de droits ;
   3° se prêter à tout contrôle ou recensement.
   Pour le destinataire enregistré, l'accise est exigible lors de la réception des produits soumis à accise et est acquittée selon les modalités fixées par le Roi.
   § 3. Le destinataire enregistré ne recevant des produits soumis à accise qu'à titre occasionnel doit :
   1° effectuer, préalablement à la réception des produits soumis à accise, une déclaration et garantir le paiement de l'accise en jeu auprès du service désigné par l'administration qui délivre ensuite une autorisation pour l'opération considérée ;
   2° acquitter l'accise lors de la réception des produits soumis à accise selon les modalités fixées par le Roi ;
   3° se prêter à tout contrôle permettant à l'administration de s'assurer de la réception effective des produits soumis à accise et du paiement de l'accise dont ils sont passibles.
  [2 Il convient d'entendre par "à titre occasionnel" un maximum de six mouvements de produits soumis à accise effectués par an sous un régime de suspension de droits.]2
   § 4. Le destinataire enregistré n'est pas habilité à recevoir des tabacs manufacturés non munis de la marque fiscale belge.]1

  
Art.22. § 1. De aanvragen voor een vergunning die overeenkomstig de artikelen [2 19, 20, 21 en 36/1]2 moeten worden ingereikt ter verwerving van de hoedanigheid van respectievelijk erkend entrepothouder, geregistreerde afzender en geregistreerde geadresseerde [2 , gecertificeerde afzender en gecertificeerde geadresseerde]2 moeten schriftelijk gebeuren en alle elementen bevatten die met het oog op de toekenning van de vergunning zijn vereist. Deze aanvragen alsook de dienovereenkomstig door de [1 administrateur-generaal van de douane en accijnzen]1 gedelegeerde ambtenaar te verlenen vergunningen worden opgesteld in de vorm en volgens de modaliteiten vastgesteld door de Koning.
  § 2. De in § 1 bedoelde vergunningen worden slechts verleend aan hier te lande gevestigde personen.
  § 3. De in 1 bedoelde vergunningen worden geweigerd aan personen die de krachtens de douane- of accijnswetgeving, fiscale wetgeving, sociale wetgeving of de wetgeving betreffende de aanhouding van verplichte voorraden aardolie en aardolieproducten, verschuldigde bedragen niet betalen of die een ernstige of herhaalde inbreuk plegen op de douane- of accijnswetgeving, of die zijn veroordeeld wegens valsheid en gebruik van valsheid in geschriften, namaking of vervalsing van zegels en stempels, omkoping van ambtenaren of knevelarij, diefstal, heling, oplichting, misbruik van vertrouwen, of eenvoudige of bedrieglijke bankbreuk.
  § 4. De beslissingen waarbij aanvragen niet worden ingewilligd worden schriftelijk toegezonden aan de verzoekers.
  
Art.22. § 1er. Les demandes d'autorisation à introduire conformément aux dispositions des articles [2 19, 20, 21 et 36/1]2 relatives, respectivement, à la qualité d'entrepositaire agréé, d'expéditeur enregistré et de destinataire enregistré [2 , d'expéditeur certifié et de destinataire certifié]2 doivent être faites par écrit et comporter tous les éléments nécessaires en vue de l'octroi de l'autorisation. Ces demandes ainsi que les autorisations correspondantes à octroyer par le fonctionnaire délégué par l' [1 administrateur général des douanes et accises]1, sont établies dans la forme et selon les modalités fixées par le Roi.
  § 2. Les autorisations visées au § 1er ne sont octroyées qu'aux personnes établies dans le pays.
  § 3. Les autorisations visées au § 1er sont refusées aux personnes qui n'ont pas acquitté les sommes dues en vertu de la réglementation en matière de douane ou d'accise, fiscale, sociale ou de la législation relative à la détention des stocks obligatoires de pétrole et de produits pétroliers ou qui ont commis une infraction grave ou des infractions répétées à la réglementation en matière de douane ou d'accise, ou qui ont été condamnées du chef de faux et d'usage de faux en écritures, de contrefaçon ou de falsification de sceaux et de timbres, de corruption de fonctionnaires publics ou de concussion, de vol, de recel, d'escroquerie, ou d'abus de confiance ou de banqueroute simple ou frauduleuse.
  § 4. Les décisions qui ne font pas droit aux demandes d'autorisation sont établies par écrit et adressées aux demandeurs.
  
Art.23. § 1. Een vergunning wordt ingetrokken indien zij werd afgeleverd op basis van verkeerde of onvolledige gegevens en dat :
  - de verzoeker van de onjuistheid of de onvolledigheid van die gegevens kennis droeg of redelijkerwijze kennis had moeten dragen, en
  - de vergunning op grond van de juiste en volledige gegevens niet had kunnen worden afgeleverd.
  § 2. De intrekking van de vergunning wordt aan de houder ervan betekend.
  § 3. De intrekking geldt met ingang van de datum van inwerkingtreding van de betrokken vergunning.
Art.23. § 1er. Une autorisation est retirée si elle a été délivrée sur la base d'éléments inexacts ou incomplets et que :
  - le demandeur connaissait ou devait raisonnablement connaître ce caractère inexact ou incomplet, et
  - qu'elle n'aurait pas été prise sur la base des éléments exacts et complets.
  § 2. Le retrait de l'autorisation est notifiée au titulaire de celle-ci.
  § 3. Le retrait prend effet à compter de la date d'entrée en vigueur de l'autorisation en cause.
Art.24. § 1. Een vergunning wordt ingetrokken of gewijzigd indien, in andere dan de in artikel 23 bedoelde gevallen, aan één of meerdere voor de toekenning vereiste voorwaarden niet of niet meer is voldaan.
  § 2. De vergunning kan worden ingetrokken indien de houder niet voldoet aan een verplichting die, in voorkomend geval, krachtens de vergunning op hem rust.
  § 3. De vergunning wordt ingetrokken in het geval bedoeld in artikel 22, § 3.
  § 4. De intrekking of de wijziging van de vergunning wordt aan de houder ervan betekend.
  § 5. De intrekking of de wijziging heeft uitwerking vanaf de datum van betekening ervan.
Art.24. § 1er. Une autorisation est révoquée ou modifiée lorsque, dans des cas autres que ceux visés à l'article 23, une ou plusieurs des conditions prévues pour son octroi n'étaient pas ou ne sont plus remplies.
  § 2. L'autorisation peut être révoquée lorsque son titulaire ne se conforme pas à une obligation qui lui incombe, le cas échéant, du fait de cette autorisation.
  § 3. L'autorisation est révoquée dans le cas visé à l'article 22, § 3.
  § 4. La révocation ou la modification de l'autorisation est notifiée au titulaire de celle-ci.
  § 5. La révocation ou la modification prend effet à compter de la date à laquelle elle a été notifiée.
Art.25. [1 § 1. De overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling vangt aan:
   a) in de in artikel 20, § 1, a), bedoelde gevallen, wanneer de accijnsgoederen het belastingentrepot van verzending verlaten;
   b) in de in artikel 20, § 1, b), bedoelde gevallen, wanneer zij overeenkomstig artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013 in het vrije verkeer worden gebracht.
   § 2. De overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling eindigt:
   a) in de in artikel 20, § 1, a), i), ii) en iv), en in de in artikel 20, § 1, b), bedoelde gevallen, op het tijdstip waarop de geadresseerde de accijnsgoederen in ontvangst heeft genomen;
   b) in de in artikel 20, § 1, a), iii), bedoelde gevallen, op het tijdstip waarop de accijnsgoederen het grondgebied van de Unie hebben verlaten;
   c) in de in artikel 20, § 1, a), v), bedoelde gevallen, op het tijdstip waarop de accijnsgoederen onder de regeling extern douanevervoer worden geplaatst.]1

  
Art.25. [1 § 1er. Le mouvement de produits soumis à accise sous un régime de suspension de droits débute :
   a) dans les cas visés à l'article 20, § 1er, a), lorsque les produits soumis à accise quittent l'entrepôt fiscal d'expédition ;
   b) dans les cas visés à l'article 20, § 1er, b), lors de leur mise en libre pratique, conformément à l'article 201 du règlement (UE) n° 952/2013.
   § 2. Le mouvement de produits soumis à accise sous un régime de suspension de droits prend fin :
   a) dans les cas visés à l'article 20, § 1er, a), i), ii) et iv), et à l'article 20, § 1er, b), lorsque le destinataire a pris livraison des produits soumis à accise ;
   b) dans les cas visés à l'article 20, § 1er, a), iii), lorsque les produits soumis à accise ont quitté le territoire de l'Union ;
   c) dans les cas visés à l'article 20, § 1er, a), v), lorsque les produits soumis à accise sont placés sous le régime du transit externe.]1

  
Afdeling 2. - Procedure voor overbrengingen van accijnsgoederen onder schorsing van accijnzen
Section 2. - Procédure à suivre lors des mouvements en suspension de droits de produits soumis à accise
Art.26. [1 § 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 14 en 30 worden accijnsgoederen uitsluitend als overgebracht onder een accijnsschorsingsregeling aangemerkt indien de overbrenging geschiedt onder dekking van een elektronisch administratief document dat is opgesteld overeenkomstig de paragrafen 2 en 3.
   § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 dient de afzender bij de administratie een voorlopig elektronisch administratief document in, door middel van het in artikel 1 van Besluit (EU) 2020/263 van 15 januari 2020 van het Europees Parlement en de Raad betreffende geautomatiseerde verwerking van gegevens inzake de overbrenging van en de controle op accijnsgoederen bedoelde geautomatiseerde systeem (hierna "het geautomatiseerde systeem" genoemd).
   § 3. De administratie verricht door middel van het geautomatiseerde systeem een controle van de gegevens in het voorlopige elektronische administratieve document.
   Indien de gegevens niet in orde zijn bevonden, wordt de afzender daarvan onverwijld in kennis gesteld met behulp van het geautomatiseerde systeem.
   Indien de gegevens in orde zijn bevonden, kent de administratie aan het document een unieke administratieve referentiecode toe en verstrekt zij deze aan de afzender met behulp van het geautomatiseerde systeem.
   § 4. In de in artikel 20, § 1, a), i), ii) en iv), en b), en in de artikel 20, § 4, bedoelde gevallen zendt de administratie het elektronische administratieve document met behulp van het geautomatiseerde systeem onverwijld toe aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming.
   Indien de accijnsgoederen worden verzonden vanuit een andere lidstaat ter bestemming van een hier te lande gevestigde erkend entrepothouder of een geregistreerde geadresseerde zendt de administratie hen met behulp van het geautomatiseerde systeem het elektronische administratieve document dat van die andere lidstaat werd ontvangen.
   Indien de accijnsgoederen worden verzonden met vertrek vanuit hier te lande ter bestemming van een hier te lande gevestigde erkend entrepothouder zendt de administratie hem rechtstreeks met behulp van het geautomatiseerde systeem het elektronische administratieve document.
   Indien de accijnsgoederen worden verzonden vanuit een andere lidstaat ter bestemming van één van de personen bedoeld in artikel 13 zendt de administratie hem, volgens de door de Koning vastgestelde procedure, het elektronische administratieve document door dat van die andere lidstaat werd ontvangen.
   § 5. In de in artikel 20, § 1, a), iii) en v), bedoelde gevallen, indien voor de accijnsgoederen vertrekkende vanuit hier te lande, de aangifte ten uitvoer in een andere lidstaat wordt ingediend, zendt de administratie met behulp van het geautomatiseerde systeem het elektronische administratieve document aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de aangifte ten uitvoer is ingediend (hierna de "lidstaat van uitvoer" genoemd) overeenkomstig artikel 221, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447.
   Indien de accijnsgoederen het douanegrondgebied van de Unie niet langer verlaten en de administratie hiervan op de hoogte werd gesteld door de lidstaat van uitvoer, zendt de administratie de kennisgeving onverwijld door naar de afzender. Na ontvangst van de kennisgeving annuleert de afzender het elektronische document zoals voorgeschreven in paragraaf 8 of wijzigt hij de bestemming van de accijnsgoederen zoals voorgeschreven in paragraaf 9.
   § 6. In de in artikel 20, § 1, a), iii) en v), bedoelde gevallen, indien voor de accijnsgoederen vertrekkende uit een andere lidstaat, de aangifte ten uitvoer hier te lande wordt ingediend, ontvangt de administratie met behulp van het geautomatiseerde systeem het elektronische administratieve document van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending van de accijnsgoederen.
   De aangever verstrekt de administratie de unieke administratieve referentiecode die de in de uitvoeraangifte bedoelde accijnsgoederen aangeeft.
   De administratie controleert vóór de vrijgave van de accijnsgoederen voor uitvoer of de gegevens van het elektronische administratieve document met de gegevens in de uitvoeraangifte overeenkomen.
   Bij eventuele inconsistenties tussen het elektronische administratieve document en de uitvoeraangifte, brengt de administratie de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending van de accijnsgoederen hiervan met behulp van het geautomatiseerde systeem in kennis.
   Indien de accijnsgoederen het douanegrondgebied van de Unie niet langer verlaten, deelt de administratie dit via het geautomatiseerde systeem mee aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending zodra zij ervan op de hoogte zijn dat de accijnsgoederen het douanegrondgebied van de Unie niet langer verlaten.
   § 7. De afzender verstrekt de persoon die de accijnsgoederen vergezelt, of de vervoerder indien er geen persoon is die de accijnsgoederen vergezelt, de unieke administratieve referentiecode. De persoon die de accijnsgoederen vergezelt of de vervoerder verstrekt die code op ieder moment van de overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling op verzoek van de bevoegde autoriteiten.
   § 8. De afzender mag het elektronische document met behulp van het geautomatiseerde systeem annuleren zolang de overbrenging nog niet is aangevangen overeenkomstig artikel 25, § 1.
   § 9. Tijdens de overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling kan de afzender de accijnsgoederen met behulp van het geautomatiseerde systeem een nieuwe bestemming geven, die één van de in artikel 20, § 1, a), i), ii), iii) of v), of indien van toepassing, de in artikel 20, § 4, bedoelde bestemmingen moet zijn.
   § 10. De Koning stelt de voorwaarden vast voor de toegang tot het geautomatiseerde systeem en de technische kenmerken waaraan de mededelingen tussen de personen waarvan sprake in onderhavig artikel en het geautomatiseerde systeem moeten voldoen.]1

  
Art.26. [1 § 1er. Sans préjudice des articles 14 et 30, un mouvement de produits soumis à accise est considéré comme ayant lieu sous un régime de suspension de droits uniquement s'il est effectué sous le couvert d'un document administratif électronique établi conformément aux paragraphes 2 et 3.
   § 2. Aux fins du paragraphe 1er, l'expéditeur soumet à l'administration un projet de document administratif électronique au moyen du système informatisé visé à l'article 1er de la décision (UE) 2020/263 du 15 janvier 2020 du Parlement européen et du Conseil relative à l'informatisation des mouvements et des contrôles des produits soumis à accise (ci-après dénommé "système informatisé").
   § 3. L'administration vérifie au moyen du système informatisé les données figurant dans le projet de document administratif électronique.
   Lorsque ces données ne sont pas valides, l'expéditeur en est informé sans délai au moyen du système informatisé.
   Lorsque ces données sont valides, l'administration attribue au projet de document un code de référence administratif unique et le communique à l'expéditeur au moyen du système informatisé.
   § 4. Dans les cas visés à l'article 20, § 1er, a), i), ii) et iv), et b), et à l'article 20, § 4, l'administration transmet sans délai au moyen du système informatisé le document administratif électronique aux autorités compétentes de l'Etat membre de destination.
   Lorsque les produits soumis à accise sont expédiés au départ d'un autre Etat membre à destination d'un entrepositaire agréé ou d'un destinataire enregistré établi dans le pays, l'administration leur transmet au moyen du système informatisé le document administratif électronique qu'elle a reçu de cet autre Etat membre.
   Lorsque les produits soumis à accise sont expédiés au départ du pays à destination d'un entrepositaire agréé y établi, l'administration lui transmet directement au moyen du système informatisé le document administratif électronique.
   Lorsque les produits soumis à accise sont expédiés au départ d'un autre Etat membre à destination d'une des personnes visées à l'article 13, l'administration lui transmet selon la procédure fixée par le Roi, le document administratif électronique qu'elle a reçu de cet autre Etat membre.
   § 5. Dans les cas visés à l'article 20, § 1er, a), iii) et v), lorsque pour des produits soumis à accise expédiés au départ du pays, la déclaration d'exportation est déposée dans un autre Etat membre, l'administration transmet au moyen du système informatisé le document administratif électronique aux autorités compétentes de l'Etat membre auprès duquel la déclaration d'exportation est déposée (ci-après dénommé "Etat membre d'exportation") conformément à l'article 221, paragraphe 2, du règlement d'exécution (UE) 2015/2447.
   Dans le cas où les produits soumis à accise ne doivent plus être sortis du territoire douanier de l'Union et que l'administration en a été informée par l'Etat membre d'exportation, l'administration transmet sans tarder cette notification à l'expéditeur. Dès réception de la notification, l'expéditeur annule le document administratif électronique comme prévu au paragraphe 8, ou modifie la destination des produits soumis à accise, comme prévu au paragraphe 9.
   § 6. Dans les cas visés à l'article 20, § 1er, a), iii) et v), lorsque pour des produits soumis à accise expédiés au départ d'un autre Etat membre, la déclaration d'exportation est déposée dans le pays, l'administration reçoit au moyen du système informatisé le document administratif électronique de la part des autorités compétentes de l'Etat membre d'expédition des produits soumis à accise.
   Le déclarant fournit à l'administration le code de référence administratif unique désignant les produits soumis à accise visés dans la déclaration d'exportation.
   L'administration vérifie, avant de procéder à la mainlevée des produits soumis à accise pour l'exportation, que les données figurant dans le document administratif électronique correspondent bien à celles qui figurent dans la déclaration d'exportation.
   Si elle constate des incohérences entre le document administratif électronique et la déclaration d'exportation, l'administration les notifie aux autorités compétentes de l'Etat membre d'expédition des produits soumis à accise au moyen du système informatisé.
   Dans le cas où les produits soumis à accise ne doivent plus être sortis du territoire douanier de l'Union, l'administration notifie, dès qu'elle en prend connaissance, aux autorités compétentes de l'Etat membre d'expédition au moyen du système informatisé que les produits soumis à accise ne seront plus sortis du territoire douanier de l'Union.
   § 7. L'expéditeur fournit le code de référence administratif unique à la personne accompagnant les produits soumis à accise ou, s'il n'y en a pas, au transporteur. La personne accompagnant les produits soumis à accise ou le transporteur fournit ledit code aux autorités compétentes à toute réquisition tout au long du mouvement sous un régime de suspension de droits d'accise.
   § 8. L'expéditeur peut, au moyen du système informatisé, annuler le document administratif électronique tant que le mouvement n'a pas débuté conformément à l'article 25, § 1er.
   § 9. Pendant le mouvement de produits soumis à accise sous un régime de suspension de droits d'accise, l'expéditeur peut, au moyen du système informatisé, modifier la destination des produits soumis à accise et présenter une nouvelle destination, qui sera l'une de celles visées à l'article 20, § 1er, a), i), ii), iii) ou v, le cas échéant, à l'article 20, § 4.
   § 10. Le Roi fixe les conditions d'accès au système informatisé ainsi que les spécifications techniques de communication entre les personnes dont question dans le présent article et le système informatisé.]1

  
Art.27. [1 Indien bij overbrengingen van energieproducten onder een accijnsschorsingsregeling over zee of via binnenwaterwegen de geadresseerde van de energieproducten nog niet definitief vaststaat op het ogenblik dat de afzender het in artikel 26, § 2, bedoelde voorlopige elektronische administratieve document indient, dan is het hem toegestaan om in dat voorlopige document de gegevens betreffende de geadresseerde niet in te vullen, op voorwaarde dat:
   - hij daartoe onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden werd gemachtigd;
   - hij de gegevens betreffende de geadresseerde van zodra ze gekend zijn, maar uiterlijk bij het eindigen van de overbrenging, volgens de in artikel 26, § 9, bedoelde procedure aan de administratie toezendt.
   Bovenstaande is niet van toepassing op de in artikel 20, § 1, a), iii) en v), bedoelde overbrengingen.]1

  
Art.27. [1 Lors de mouvements de produits énergétiques sous un régime de suspension de droits d'accise, par voie maritime ou fluviale, adressés à un destinataire qui n'est pas définitivement connu au moment où l'expéditeur soumet le projet de document administratif électronique visé à l'article 26, § 2, celui-ci est autorisé à ne pas mentionner dans ledit projet les données concernant le destinataire, sous réserve que :
   - il y soit autorisé aux conditions fixées par le Roi ;
   - dès que ces données sont connues et au plus tard à la fin du mouvement, l'expéditeur les transmette à l'administration selon la procédure visée à l'article 26, § 9.
   Le présent article ne s'applique pas aux mouvements visés à l'article 20, § 1er, a), iii) et v).]1

  
Art.28. § 1. Bij ontvangst hier te lande van accijnsgoederen op één van de in artikel 20, § 1, onder a), i), ii) of iv), of in artikel 20, § 4, bedoelde bestemmingen zendt de geadresseerde aan de administratie onverwijld, en behoudens in door de [1 administrateur-generaal van de douane en accijnzen]1 toegestane gerechtvaardigde gevallen uiterlijk binnen vijf werkdagen na het eindigen van de overbrenging, een bericht, hierna "bericht van ontvangst" genoemd, overeenkomstig één van de hierna bepaalde procedures :
  a) voor de bestemmingen bedoeld in artikel 20, § 1, onder a), i) en ii), of in artikel 20, § 4, met behulp van het geautomatiseerde systeem;
  b) voor de bestemming bedoeld in artikel 20, § 1, onder a), iv), volgens de door de Koning betreffende het bezorgen van het bericht van ontvangst bepaalde regels. De administratie brengt de gegevens van het bericht van ontvangst in het geautomatiseerde systeem in.
  § 2. De administratie verricht, met behulp van het geautomatiseerde systeem, een controle van de gegevens in het bericht van ontvangst.
  Indien de gegevens niet in orde zijn bevonden, wordt de geadresseerde daarvan, met behulp van het geautomatiseerde systeem, onverwijld in kennis gesteld.
  Indien de gegevens in orde zijn bevonden, bevestigt de administratie de geadresseerde dat het bericht van ontvangst geregistreerd is en :
  - ingeval het gaat om een overbrenging vanuit een andere lidstaat, zendt zij dat bericht, met behulp van het geautomatiseerde systeem, door naar de bevoegde autoriteiten van die lidstaat van verzending;
  - ingeval het gaat om een overbrenging met vertrek hier te lande naar een in het land gevestigd erkend entrepothouder, zendt zij dat bericht met behulp van het geautomatiseerde systeem rechtstreeks toe aan de afzender.
  § 3. Ingeval de overbrenging onder een accijnsschorsingsregeling hier te lande werd aangevat ter bestemming van een andere lidstaat, zendt de administratie aan de afzender, met behulp van het geautomatiseerde systeem, het bericht van ontvangst dat haar werd toegezonden door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming.
  § 4. De Koning bepaalt de voorwaarden onder dewelke de in dit artikel bedoelde en niet onder toepassing van artikel 26 vallende personen toegang hebben tot het geautomatiseerde systeem, alsmede de technische kenmerken waaraan de communicatiemiddelen die worden gebruikt door de in dit artikel bedoelde personen en het geautomatiseerde systeem moeten voldoen.
  
Art.28. § 1er. Lors de la réception dans le pays de produits soumis à accise à l'une des destinations visées à l'article 20, § 1er, a), i), ii) ou iv), ou à l'article 20, § 4, le destinataire présente à l'administration, sans délai et, sauf dans des cas dûment autorisés par l' [1 administrateur général des douanes et accises]1, au plus tard cinq jours ouvrables après la fin du mouvement, un document, ci-après dénommé "accusé de réception", suivant l'une des procédures indiquées ci-après :
  a) pour les destinations visées à l'article 20, § 1er, a), i) et ii) ou à l'article 20, § 4, au moyen du système informatisé;
  b) pour la destination visée à l'article 20, § 1er, a), iv), aux modalités de présentation de l'accusé de réception arrêtées par le Roi. L'administration introduit les données de l'accusé de réception dans le système informatisé.
  § 2. L'administration vérifie au moyen du système informatisé les données figurant dans l'accusé de réception.
  Lorsque ces données ne sont pas valides, le destinataire en est informé sans délai au moyen du système informatisé.
  Lorsque ces données sont valides, l'administration confirme au destinataire l'enregistrement de l'accusé de réception et :
  - lorsqu'il s'agit d'une expédition effectuée au départ d'un autre Etat membre, elle le transmet au moyen du système informatisé aux autorités compétentes de cet autre Etat membre;
  - lorsqu'il s'agit d'une expédition effectuée au départ du territoire à destination d'un entrepositaire agréé y établi, elle le transmet directement au moyen du système informatisé à l'expéditeur.
  § 3. Lorsque le mouvement sous un régime de suspension de droits d'accise a débuté sur le territoire belge à destination d'un autre Etat membre, l'administration transmet à l'expéditeur au moyen du système informatisé l'accusé de réception que lui ont transmis les autorités compétentes de l'Etat membre de destination.
  § 4. Le Roi fixe les conditions d'accès au système informatisé des personnes concernées par le présent article et non visées à l'article 26, ainsi que les spécifications techniques de communication entre les personnes dont question dans le présent article et le système informatisé.
  
Art.29. [1 § 1. In de gevallen bedoeld in artikel 20, § 1, a), iii), en in voorkomend geval, b), van dat artikel wordt door de administratie, met behulp van het geautomatiseerde systeem, een bericht opgesteld, hierna het "bericht van uitvoer" genoemd, op basis van de door het douanekantoor van uitgang verkregen informatie over de uitgang van de accijnsgoederen overeenkomstig artikel 329 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 of van het kantoor waar de in artikel 4, § 2, bedoelde formaliteiten zijn vervuld, ter bevestiging dat de accijnsgoederen het grondgebied van de Unie hebben verlaten.
   § 2. In het in artikel 20, § 1, a), v), bedoelde geval wordt door de administratie, een bericht van uitvoer opgesteld op basis van de door het douanekantoor van uitgang ontvangen informatie overeenkomstig artikel 329, lid 5, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447.
   § 3. De administratie verricht, met behulp van het geautomatiseerde systeem, een controle van de gegevens op basis waarvan het bericht van uitvoer overeenkomstig de paragrafen 1 en 2 moet worden ingevuld. Na controle van die gegevens, en ingeval de accijnsgoederen werden verzonden vanuit een andere lidstaat en waarbij de uitvoerformaliteiten op Belgisch grondgebied werden verricht, zendt de administratie het bericht van uitvoer aan de bevoegde autoriteiten van die andere lidstaat.
   § 4. Ingeval de overbrenging onder een accijnsschorsingsregeling op Belgisch grondgebied is aangevangen ter bestemming van een kantoor van uitvoer gelegen in een andere lidstaat, zendt de administratie, met behulp van het geautomatiseerde systeem, aan de afzender het bericht van uitvoer dat haar werd toegezonden door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van uitvoer.
   § 5. Ingeval de overbrenging onder een accijnsschorsingsregeling op Belgisch grondgebied is aangevangen ter bestemming van een hier te lande gelegen kantoor van uitvoer, zendt de administratie, met behulp van het geautomatiseerde systeem, het bericht van uitvoer aan de afzender.]1

  
Art.29. [1 § 1er. Dans les cas visés à l'article 20 § 1er, a), iii), et, le cas échéant, b), de cet article, un rapport, ci-après dénommé "rapport d'exportation", est établi par l'administration au moyen du système informatisé, sur la base des informations concernant la sortie des produits soumis à accise qu'elles ont reçues du bureau de douane de sortie conformément à l'article 329 du règlement d'exécution (UE) 2015/2447 ou par le bureau où sont accomplies les formalités visées à l'article 4, § 2, de la présente loi, attestant que les produits soumis à accise ont quitté le territoire de l'Union.
   § 2. Dans les cas visés à l'article 20, § 1er, a), v), un rapport d'exportation est établi par les autorités compétentes de l'Etat membre d'exportation sur la base des informations qu'elles ont reçues du bureau de douane de sortie conformément à l'article 329, paragraphe 5, du règlement d'exécution (UE) 2015/2447.
   § 3. L'administration vérifie au moyen du système informatisé les données sur la base desquelles le rapport d'exportation doit être établi conformément aux paragraphes 1er et 2. Une fois ces données vérifiées, et dans les cas où les produits soumis à accise ont été expédiés au départ d'un autre Etat membre et lorsque les formalités d'exportation ont été effectuées sur le territoire belge, l'administration transmet le rapport d'exportation aux autorités compétentes de cet autre Etat membre.
   § 4. Lorsque le mouvement sous un régime de suspension de droits d'accise a débuté sur le territoire belge à destination d'un bureau d'exportation situé dans un autre Etat membre, l'administration transmet à l'expéditeur au moyen du système informatisé le rapport d'exportation que lui ont transmis les autorités compétentes de l'Etat membre d'exportation.
   § 5. Lorsque le mouvement sous un régime de suspension de droits d'accise a débuté sur le territoire belge à destination d'un bureau d'exportation y situé, l'administration transmet au moyen du système informatisé le rapport d'exportation à l'expéditeur.]1

  
Art.30. [1 § 1. Wanneer in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald door de Koning, het geautomatiseerde systeem niet beschikbaar is, kan de afzender een overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling aanvangen op voorwaarde dat:
   a) de accijnsgoederen vergezeld gaan van een nooddocument met dezelfde gegevens als het in artikel 26, § 2, bedoelde voorlopige elektronische administratieve document;
   b) de afzender de administratie informeert voordat de overbrenging aanvangt. Indien het geautomatiseerde systeem niet beschikbaar was om aan de afzender toe te schrijven redenen, moet hij die redenen afdoend vermelden.
   § 2. Zodra het geautomatiseerde systeem opnieuw beschikbaar is, dient de afzender een voorlopig elektronisch administratief document in overeenkomstig artikel 26, § 2, met dezelfde gegevens als die waarvan sprake in paragraaf 1, a).
   § 3. Onmiddellijk nadat de gegevens in het voorlopige elektronische administratieve document overeenkomstig artikel 26, § 3, in orde zijn bevonden, vervangt dit document het in paragraaf 1, a), bedoelde nooddocument. Artikel 26, §§ 4 en 5, en de artikelen 28 en 29 zijn mutatis mutandis van toepassing.
   Indien de gegevens niet in orde worden bevonden, wordt de afzender daarvan, met behulp van het geautomatiseerde systeem, onverwijld in kennis gesteld.
   § 4. Een kopie van het in paragraaf 1, a), bedoelde nooddocument moet door de afzender in zijn voorraadadministratie worden bewaard.
   § 5. Indien in de gevallen en in de omstandigheden bedoeld in paragraaf 1, het geautomatiseerde systeem niet beschikbaar is, kan de afzender de bestemming van de accijnsgoederen veranderen als bedoeld in artikel 26, § 9, en die informatie met behulp van de communicatiemiddelen bepaald door de Koning verstrekken. De afzender informeert de administratie voordat de bestemming van de overbrenging wordt gewijzigd. De paragrafen 2, 3 en 4, zijn mutatis mutandis van toepassing.
   § 6. Indien het geautomatiseerde systeem hier te lande niet beschikbaar is in de in artikel 20, § 1, a), iii) en v), bedoelde gevallen, verstrekt de afzender een kopie van het nooddocument als bedoeld in paragraaf 1, a), aan de aangever.
   De aangever verstrekt aan de administratie een kopie van dat nooddocument, waarvan de inhoud overeenkomt met de in de uitvoeraangifte opgegeven accijnsgoederen of de unieke code van het nooddocument.]1

  
Art.30. [1 § 1er. Lorsque dans les situations et aux conditions fixées par le Roi, le système informatisé est indisponible, l'expéditeur peut faire débuter un mouvement de produits soumis à accise sous un régime de suspension de droits à condition :
   a) que les produits soumis à accise soient accompagnés d'un document de secours contenant les mêmes données que le projet de document administratif électronique visé à l'article 26, § 2 ;
   b) que l'expéditeur informe l'administration avant le début du mouvement. Si le système informatisé était indisponible pour des raisons imputables à l'expéditeur, il doit indiquer ces raisons.
   § 2. Lorsque le système informatisé redevient disponible, l'expéditeur soumet, conformément à l'article 26, § 2, un projet de document administratif électronique reprenant les mêmes données que celles dont question au paragraphe 1er, a).
   § 3. Dès que les données figurant dans ledit projet de document sont validées, conformément à l'article 26, § 3, ce document remplace le document de secours visé au paragraphe 1er, a). L'article 26, §§ 4 et 5, et les articles 28 et 29 s'appliquent mutatis mutandis.
   Lorsque les données ne sont pas valides, l'expéditeur en est informé sans délai au moyen du système informatisé.
   § 4. Une copie du document de secours visé au paragraphe 1er, a), doit être conservée par l'expéditeur à l'appui de sa comptabilité matières.
   § 5. Lorsque, dans les situations et aux conditions visées au paragraphe 1er, le système informatisé est indisponible, l'expéditeur peut changer la destination des produits soumis à accise comme indiqué à l'article 26, § 9, et communique cette information en utilisant les moyens de communication fixés par le Roi. L'expéditeur informe l'administration avant que le changement de destination soit effectué. Les paragraphes 2, 3 et 4, s'appliquent mutatis mutandis.
   § 6. Lorsque dans les situations visées à l'article 20, § 1er, a), iii) et v), le système informatisé est indisponible dans le pays, l'expéditeur fournit au déclarant une copie du document de secours visé au paragraphe 1er, a).
   Le déclarant fournit à l'administration une copie dudit document de secours, dont le contenu correspond aux produits soumis à accise déclarés dans la déclaration d'exportation ou l'identifiant unique du document de secours.]1

  
Art.31. [1 § 1.Indien, in de in artikel 20, § 1, a), i), ii) en iv), b), en in de in artikel 20, § 4, bedoelde gevallen, het in artikel 28, § 1, bedoelde bericht van ontvangst bij het eindigen van de overbrenging niet binnen de in dat artikel vastgelegde termijn kan worden ingediend, hetzij omdat het geautomatiseerde systeem niet beschikbaar is, hetzij omdat, in de omstandigheden bedoeld in artikel 30, § 1, de in artikel 30, § 2, bedoelde procedures nog niet afgerond zijn, dient de geadresseerde bij de administratie, behoudens in de door de ambtenaar, aangewezen door de Koning, toegestane gerechtvaardigde gevallen, een nooddocument in dat dezelfde gegevens bevat als het bericht van ontvangst en waarin wordt verklaard dat de overbrenging is geëindigd.
   Behoudens indien het in artikel 28, § 1, bedoelde bericht van ontvangst binnen afzienbare termijn door de geadresseerde met behulp van het geautomatiseerde systeem kan worden ingediend of in de door de ambtenaar, aangewezen door de Koning, toegestane gerechtvaardigde gevallen, zendt de administratie een kopie van het in het eerste lid bedoelde nooddocument naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending.
   De Koning bepaalt wat er onder "afzienbare termijn" wordt verstaan.
   Indien een overbrenging onder een accijnsschorsingsregeling op Belgisch grondgebied is aangevangen ter bestemming van een andere lidstaat, bezorgt de administratie aan de afzender een kopie van het nooddocument waarvan sprake in paragraaf 1, dat haar werd toegezonden door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming.
   Indien een overbrenging onder een accijnsschorsingsregeling op Belgisch grondgebied is aangevangen ter bestemming van een hier te lande gevestigde erkend entrepothouder, zendt de administratie aan de afzender, een kopie van het nooddocument waarvan sprake in paragraaf 1.
   Zodra het geautomatiseerde systeem weer beschikbaar is of de in artikel 30, § 2, bedoelde procedures zijn afgerond, dient de geadresseerde een bericht van ontvangst in overeenkomstig artikel 28, § 1. Artikel 28, §§ 2 en 3, zijn mutatis mutandis van toepassing.
   § 2. Indien, in het in artikel 20, § 1, a), iii) of v), bedoelde geval, het in artikel 29, §§ 1 en 2, bedoelde bericht van uitvoer of de kennisgeving dat de accijnsgoederen het grondgebied van de Unie niet langer zullen verlaten als bedoeld in artikel 26, § 6, aan het einde van de overbrenging van accijnsgoederen niet kan worden opgesteld, hetzij omdat het geautomatiseerde systeem niet beschikbaar is overeenkomstig artikel 30, § 1, hetzij omdat in de in artikel 30, § 1, bedoelde situatie, de in artikel 30, § 2, bedoelde procedures nog niet afgerond zijn, zendt de administratie naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending een document toe dat dezelfde gegevens bevat als het bericht van uitvoer of als de kennisgeving en waarin wordt verklaard dat de overbrenging is geëindigd of dat de accijnsgoederen het grondgebied van de Unie niet zullen verlaten, behoudens indien het bericht van uitvoer of de kennisgeving binnen afzienbare termijn met behulp van het geautomatiseerde systeem kan worden opgesteld of in de ten genoegen van de ambtenaar, aangewezen door de Koning, naar behoren gerechtvaardigde gevallen.
   De Koning bepaalt wat er onder "afzienbare termijn" wordt verstaan.
   Indien een overbrenging onder een accijnsschorsingsregeling op Belgisch grondgebied is aangevangen ter bestemming van een kantoor van uitvoer gelegen in een andere lidstaat bezorgt de administratie aan de afzender een kopie van het document dat haar werd toegezonden door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van uitvoer.
   Indien een overbrenging onder een accijnsschorsingsregeling op Belgisch grondgebied is aangevangen ter bestemming van een hier te lande gelegen kantoor van uitvoer, zendt de administratie aan de afzender een kopie van het in het eerste lid bedoelde document.
   Zodra het geautomatiseerde systeem weer beschikbaar is of de in artikel 30, § 2, bedoelde procedures afgerond zijn, stelt het geautomatiseerde systeem een bericht van uitvoer op overeenkomstig artikel 29, §§ 1 en 2. Artikel 29, §§ 3 tot en met 5, zijn mutatis mutandis van toepassing.]1

  
Art.31. [1 § 1er. Lorsque, dans les cas visés à l'article 20, § 1er, a), i), ii) et iv), b), et à l'article 20, § 4, l'accusé de réception visé à l'article 28, § 1er, ne peut pas être présenté à la fin d'un mouvement de produits soumis à accise dans le délai prévu à cet article, soit que le système informatisé est indisponible, soit que, dans la situation visée à l'article 30, § 1er, les procédures visées à l'article 30, § 2, n'ont pas encore été accomplies, le destinataire présente à l'administration, sauf dans des cas dûment autorisés par le fonctionnaire désigné par le Roi, un document de secours contenant les mêmes données que l'accusé de réception et attestant que le mouvement a pris fin.
   Sauf si l'accusé de réception visé à l'article 28, § 1er, peut être présenté à brève échéance par le destinataire au moyen du système informatisé ou dans des cas dûment autorisés par le fonctionnaire désigné par le Roi, l'administration envoie une copie du document de secours visé à l'alinéa 1er aux autorités compétentes de l'Etat membre d'expédition.
   Le Roi définit ce qu'il y a lieu d'entendre par "brève échéance".
   Lorsqu'un mouvement sous un régime de suspension de droits d'accise a débuté sur le territoire belge à destination d'un autre Etat membre, l'administration transmet à l'expéditeur la copie du document de secours dont question au paragraphe 1er, qui lui a été transmise par les autorités compétentes de l'Etat membre de destination.
   Lorsqu'un mouvement sous un régime de suspension de droits d'accise a débuté sur le territoire belge à destination d'un entrepositaire agréé y situé, l'administration transmet à l'expéditeur, une copie du document de secours dont question au paragraphe 1er.
   Dès que le système informatisé redevient disponible ou que les procédures visées à l'article 30, § 2, sont accomplies, le destinataire présente un accusé de réception, conformément à l'article 28, § 1er. L'article 28, §§ 2 et 3, s'appliquent mutatis mutandis.
   § 2. Lorsque, dans le cas visé à l'article 20, § 1er, a), iii) ou v), le rapport d'exportation visé à l'article 29, §§ 1er et 2, ou la notification que les produits soumis à accise ne seront plus sortis du territoire de l'Union prévue à l'article 26, § 6, ne peut être établi à la fin d'un mouvement de produits soumis à accise, soit que le système informatisé est indisponible, conformément à l'article 30, § 1er, soit que, dans la situation visée à l'article 30, § 1er, les procédures visées à l'article 30, § 2, n'ont pas encore été accomplies, l'administration envoie aux autorités compétentes de l'Etat membre d'expédition un document contenant les mêmes données que le rapport d'exportation ou que la notification et attestant que le mouvement a pris fin ou que les produits soumis à accise ne seront pas sortis du territoire de l'Union, sauf à ce que le rapport d'exportation ou la notification puisse être établi à brève échéance au moyen du système informatisé ou dans des cas dûment justifiés à la satisfaction du fonctionnaire désigné par le Roi.
   Le Roi définit ce qu'il y a lieu d'entendre par "brève échéance".
   Lorsque un mouvement sous un régime de suspension de droits d'accise a débuté sur le territoire belge à destination d'un bureau d'exportation situé dans un autre Etat membre, l'administration transmet à l'expéditeur la copie du document qui lui a été transmise par les autorités compétentes de l'Etat membre d'exportation.
   Lorsque un mouvement sous un régime de suspension de droits d'accise a débuté sur le territoire belge à destination d'un bureau d'exportation y situé, l'administration transmet à l'expéditeur la copie du document visée à l'alinéa 1er.
   Dès que le système informatisé redevient disponible ou que les procédures visées à l'article 30, § 2, sont accomplies, le système informatisé établit un rapport d'exportation, conformément à l'article 29, §§ 1er et 2. L'article 29, §§ 3 à 5, s'appliquent mutatis mutandis.]1

  
Art.32. [1 § 1. Niettegenstaande het bepaalde in artikel 31 vormt het in artikel 28, § 1, bedoelde bericht van ontvangst of het in artikel 29, §§ 1 en 2, bedoelde bericht van uitvoer het bewijs dat een overbrenging van accijnsgoederen overeenkomstig artikel 25, § 2, is geëindigd.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan, bij gebreke van een bericht van ontvangst of een bericht van uitvoer om andere dan de in artikel 31 vermelde redenen, een alternatief bewijs van het eindigen van de overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling overeenkomstig de paragrafen 3 en 4 worden verstrekt.
   § 3. In de in artikel 20, § 1, a), i), ii) en iv), en b), en in de in artikel 20, § 4, bedoelde gevallen kan een alternatief bewijs van het eindigen van de overbrenging ook worden aangetoond met een op basis van afdoend bewijs opgestelde aftekening van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming dat de verzonden accijnsgoederen de opgegeven bestemming hebben bereikt.
   Een nooddocument als bedoeld in artikel 30, § 1, a), geldt als afdoend bewijs.
   § 4. In de in artikel 20, § 1, a), iii) of v), bedoelde gevallen en om te bepalen of de accijnsgoederen in de in paragraaf 2, uiteengezette omstandigheden het grondgebied van de Unie hebben verlaten:
   a) aanvaardt de administratie als afdoende bewijs dat de accijnsgoederen het grondgebied van de Unie hebben verlaten, een aftekening van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het douanekantoor van uitgang is gelegen ter bevestiging dat de accijnsgoederen het grondgebied van de Unie hebben verlaten, of ter bevestiging dat de accijnsgoederen onder de regeling extern douanevervoer zijn geplaatst overeenkomstig artikel 20, § 1, a), v);
   b) aanvaardt de administratie een willekeurige combinatie van onderstaande bewijsstukken:
   i) een pakbon;
   ii) een document, ondertekend of gewaarmerkt door de marktdeelnemer die de accijnsgoederen buiten het douanegebied van de Unie heeft gebracht, ter bevestiging van het uitgaan van de accijnsgoederen;
   iii) een document waarin de douaneautoriteit van een lidstaat of een derde land de levering bevestigt overeenkomstig de voor dat certificaat in die staat of dat land toepasselijke voorschriften en procedures;
   iv) een door de marktdeelnemer bijgehouden voorraadadministratie waaruit de levering van accijnsgoederen aan schepen, luchtvaartuigen of offshore installaties blijkt;
   v) andere bewijsstukken die door de administratie worden aanvaard.
   § 5. Wanneer de administratie de overgelegde documenten als afdoend bewijs heeft aanvaard, sluit die de betreffende onder een accijnsschorsingsregeling verrichte overbrenging in het geautomatiseerde systeem af.]1

  
Art.32. [1 § 1er. Nonobstant les dispositions de l'article 31, l'accusé de réception visé à l'article 28, § 1er, ou le rapport d'exportation visé à l'article 29, §§ 1er et 2, attestent qu'un mouvement de produits soumis à accise a pris fin, conformément à l'article 25, § 2.
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, en l'absence d'accusé de réception ou de rapport d'exportation pour des raisons autres que celles mentionnées à l'article 31, une preuve alternative qu'un mouvement de produits soumis à accise sous un régime de suspension de droits a pris fin peut être apportée, conformément aux paragraphes 3 et 4.
   § 3. Dans les cas visés à l'article 20, § 1er, a), i), ii) et iv), et b), et dans les cas visés à l'article 20, § 4, une preuve alternative de la fin du mouvement peut également être présentée au moyen d'un visa des autorités compétentes de l'Etat membre de destination, sur la base de preuves appropriées, indiquant que les produits soumis à accise sont arrivés à destination.
   Un document de secours tel que visé à l'article 30, § 1er, a), constitue une preuve appropriée.
   § 4. Dans les cas visés à l'article 20, § 1er, a), iii) ou v), pour déterminer si les produits soumis à accise ont été sortis du territoire de l'Union dans les circonstances visées au paragraphe 2, l'administration :
   a) accepte un visa des autorités compétentes de l'Etat membre où se trouve le bureau de douane de sortie, attestant que les produits soumis à accise ont quitté le territoire de l'Union, ou que les produits soumis à accise ont été placés sous le régime du transit externe conformément à l'article 20, § 1er, a), v), comme preuve appropriée de la sortie des produits soumis à accise du territoire de l'Union ;
   b) accepte toute combinaison des éléments de preuve suivants :
   i) un bon de livraison ;
   ii) un document signé ou authentifié par l'opérateur économique qui a sorti les produits soumis à accise du territoire douanier de l'Union attestant la sortie des produits soumis à accise ;
   iii) un document des autorités douanières d'un Etat membre ou d'un pays tiers certifiant que la livraison a eu lieu, conformément aux règles et procédures applicables à cette certification dans l'Etat membre ou le pays tiers concerné ;
   iv) une comptabilité matières tenue par les opérateurs économiques faisant état des produits soumis à accise livrés aux navires, aux aéronefs et aux installations en haute mer ;
   v) d'autres éléments de preuve acceptables pour l'administration.
   § 5. Lorsque l'administration admet les preuves appropriées présentées, elle clôture alors dans le système informatisé le mouvement concerné effectué sous un régime de suspension de droits d'accise.]1

  
Art.33. De Koning kan, onder door Hem te stellen voorwaarden, vereenvoudigde procedures vaststellen voor overbrengingen van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling die uitsluitend op Belgisch grondgebied verlopen, inclusief de mogelijkheid op dergelijke overbrengingen geen elektronische controle toe te passen.
Art.33. Aux conditions qu'Il fixe, le Roi peut établir des procédures simplifiées en ce qui concerne les mouvements de produits soumis à accise sous un régime de suspension de droits qui se déroulent entièrement sur le territoire belge, y compris la possibilité de renoncer à exiger que ces mouvements fassent l'objet d'un contrôle électronique.
Art.34. Wanneer accijnsgoederen veelvuldig en regelmatig onder een acccijnsschorsingsregeling worden overgebracht tussen het grondgebied van meerdere lidstaten, waaronder dat van België, kan de Koning, mits daartoe afgesloten administratieve afspraken, toestaan dat vereenvoudigde procedures worden ingesteld.
Art.34. Dans le cas où des produits soumis à accise font l'objet de mouvements fréquents et réguliers sous un régime de suspension de droits sur les territoires de plusieurs Etats membres, dont celui de la Belgique, le Roi peut autoriser, moyennant des arrangements administratifs, la mise en place de procédures simplifiées.
HOOFDSTUK 5. - Overbrenging van accijnsgoederen en accijnsheffing na uitslag tot verbruik
CHAPITRE 5. - Mouvements et imposition des produits soumis à accise après la mise à la consommation
Afdeling 1. - Verkrijging door particulieren
Section 1re. - Acquisition par les particuliers
Art.35. § 1. Geen accijns is verschuldigd voor accijnsgoederen die door particulieren werden verkregen voor hun eigen behoeften en die door hen zelf worden vervoerd, op voorwaarde dat de accijnzen werden geheven in de lidstaat waar de accijnsgoederen werden verkregen.
  § 2. Om vast te stellen of de in § 1 bedoelde accijnsgoederen bestemd zijn voor de eigen behoeften van een particulier, wordt onder andere rekening gehouden met volgende elementen :
  a) de commerciële status en de beweegredenen van degene die de accijnsgoederen voorhanden heeft;
  b) de plaats waar de accijnsgoederen zich bevinden of, in voorkomend geval, de gebruikte wijze van vervoer;
  c) elk document betreffende de accijnsgoederen;
  d) de aard van de accijnsgoederen;
  e) de hoeveelheid accijnsgoederen.
  § 3. Voor de toepassing van § 2, onder e), wordt, uitsluitend als bewijselement, rekening gehouden met de hierna vermelde indicatieve limieten :
  a) voor tabaksproducten :
  - sigaretten : 800 stuks;
  - cigarillo's (sigaren met een maximumgewicht van 3 gram/stuk) : 400 stuks;
  - sigaren : 200 stuks;
  - rooktabak : 1,0 kilogram;
  b) voor alcoholhoudende dranken :
  - gedistilleerde dranken : 10 liter;
  - tussenproducten : 20 liter;
  - wijn : 90 liter (waarvan maximum 60 liter mousserende wijn);
  - bier : 110 liter.
  § 4. Accijnsgoederen die als geschenk door een in een andere lidstaat gevestigde particulier aan een hier te lande gevestigde andere particulier worden gezonden, worden in België niet aan de betaling van accijnzen onderworpen voor zover aan volgende voorwaarden is voldaan :
  - de geschenken bestemd zijn voor de eigen behoeften van de particulier;
  - voor de geschenken wordt door degene die ze ontvangt geen enkele rechtstreekse of onrechtstreekse tegenprestatie geleverd;
  - de geschenken worden geheel uitzonderlijk verzonden.
  § 5. De accijnzen zijn verschuldigd wanneer energieproducten die in een andere lidstaat reeds tot verbruik zijn uitgeslagen op een atypische wijze hier te lande worden vervoerd door particulieren of voor hun rekening. Onder "atypisch vervoer" wordt verstaan het vervoer van brandstof anders dan in de tank van voertuigen of in een passend reserveblik, alsmede het vervoer van vloeibare verwarmingsproducten anders dan in tankwagens die voor rekening van bedrijven worden gebruikt.
Art.35. § 1er. Aucune accise n'est due pour les produits soumis à accise acquis par les particuliers pour leurs besoins propres et transportés par eux-mêmes, pour autant que l'accise ait été perçue dans l'Etat membre où les produits sont acquis.
  § 2. Pour déterminer si les produits soumis à accise visés au § 1er sont destinés aux besoins propres d'un particulier, il y a lieu de tenir compte, entre autres, des éléments suivants :
  a) le statut commercial du détenteur des produits soumis à accise et les motifs pour lesquels il les détient;
  b) le lieu où se trouvent les produits soumis à accise ou, le cas échéant, le mode de transport utilisé;
  c) tout document relatif aux produits soumis à accise;
  d) la nature des produits soumis à accise;
  e) la quantité des produits soumis à accise.
  § 3. Pour l'application du § 2, e), il est tenu compte, uniquement comme élément de preuve, des limites indicatives ci-après :
  a) pour les tabacs manufacturés :
  - cigarettes : 800 pièces;
  - cigarillos (cigares d'un poids maximal de 3 grammes par pièce) : 400 pièces;
  - cigares : 200 pièces;
  - tabac à fumer : 1,0 kilogramme;
  b) pour les boissons alcoolisées :
  - boissons spiritueuses : 10 litres;
  - produits intermédiaires : 20 litres;
  - vins : 90 litres (dont 60 litres au maximum de vin mousseux);
  - bières : 110 litres.
  § 4. Les produits soumis à accise envoyés comme cadeaux par un particulier établi dans un autre Etat membre à un autre particulier se trouvant dans le pays ne sont pas soumis au paiement du droit d'accise en Belgique pour autant que les conditions suivantes soient respectées :
  - les cadeaux doivent être destinés aux besoins propres du particulier;
  - les cadeaux ne doivent comporter aucune contrepartie directe ou indirecte par le bénéficiaire;
  - les cadeaux doivent être de nature occasionnelle.
  § 5. L'accise est exigible lors de l'acquisition de produits énergétiques ayant déjà été mis à la consommation dans un autre Etat membre si ceux-ci sont transportés dans le pays suivant des modes de transport atypiques par des particuliers ou pour leur propre compte. Est considéré comme "mode de transport atypique" le transport de carburant autrement que dans le réservoir des véhicules ou dans un bidon de réserve approprié ainsi que le transport de produits liquides de chauffage autrement que dans des camions citernes utilisés pour le compte d'opérateurs professionnels.
Afdeling 2. - Hier te lande voorhanden hebben
Section 2. - Détention dans le pays
Art.36. [1 § 1. Accijnsgoederen zijn hier te lande aan accijnzen onderworpen nadat zij in een andere lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen en naar hier te lande worden overgebracht om hier te worden geleverd of gebruikt voor commerciële doeleinden.
   § 2. Voor de toepassing van dit artikel worden accijnsgoederen als "geleverd voor commerciële doeleinden" beschouwd wanneer zij op het grondgebied van een andere lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen, van die lidstaat zijn overgebracht naar hier te lande en hetzij geleverd zijn aan anderen dan particulieren, hetzij aan particulieren in het geval dat de overbrenging niet onder artikel 35 of artikel 37 valt.
   § 3. De accijnsgoederen worden binnen het toepassingsgebied van de voorschriften van deze afdeling uitsluitend overgebracht van een gecertificeerde afzender naar een gecertificeerde geadresseerde.]1

  
Art.36. [1 § 1er. Les produits soumis à accise sont soumis aux droits d'accise dans le pays lorsqu'ils sont mis à la consommation dans un autre Etat membre et qu'ils sont déplacés dans le pays pour y être utilisés ou y être livrés à des fins commerciales.
   § 2. Aux fins du présent article, on considère les produits soumis à accise comme "livrés à des fins commerciales" lorsqu'ils ont été mis à la consommation sur le territoire d'un autre Etat membre, déplacés de cet Etat membre vers le pays et qu'ils sont livrés à une personne autre qu'un particulier ou à un particulier si le mouvement ne relève pas de l'article 35 ou de l'article 37.
   § 3. Dans le cadre du régime établi dans la présente section, les produits soumis à accise ne sont déplacés que d'un expéditeur certifié à un destinataire certifié]1

  
Art. 36/1. [1 § 1. De aanvrager van een vergunning "gecertificeerde afzender" moet een aanvraag om vergunning indienen overeenkomstig artikel 22.
   De gecertificeerde afzender moet:
   1° voldoen aan de verplichtingen die zijn vastgesteld in de vergunning;
   2° een voorraadadministratie van de overbrengingen van accijnsgoederen bijhouden;
   3° zodra de overbrenging aanvangt, alle accijnsgoederen die worden overgebracht, in zijn voorraadadministratie opnemen;
   4° elke controle toelaten.
   § 2. De aanvrager van een vergunning "gecertificeerde geadresseerde" moet een aanvraag om vergunning indienen overeenkomstig artikel 22.
   De gecertificeerde geadresseerde moet:
   1° vóór verzending van de accijnsgoederen een door de Koning vast te stellen zekerheid stellen ter dekking van de risico's in verband met de niet-betaling van accijnzen die zich kunnen voordoen tijdens de overbrenging over de grondgebieden van de lidstaten van doortocht en hier te lande. De zekerheid moet geldig zijn in de gehele Unie;
   2° voldoen aan de verplichtingen die zijn vastgesteld in de vergunning;
   3° een voorraadadministratie van de overbrengingen van accijnsgoederen bijhouden;
   4° zodra de overbrenging eindigt, alle accijnsgoederen die werden overgebracht, in zijn voorraadadministratie opnemen;
   5° aan het einde van de overbrenging van de accijnsgoederen de hier te lande verschuldigde accijns voldoen op de door de Koning bepaalde wijze;
   6° elke controle toelaten waardoor de administratie zich kan vergewissen van de daadwerkelijke ontvangst van de accijnsgoederen en van de betaling van de accijns waartoe deze aanleiding geven.
   In afwijking van de bepaling onder 1°, kan de Koning, in de gevallen en onder de voorwaarden die hij bepaalt, de vervoerder, de eigenaar van de accijnsgoederen, de gecertificeerde afzender, of gezamenlijk twee of meer van deze personen, met of zonder de gecertificeerde geadresseerde, toestaan om een zekerheid te stellen in vervanging van de door de in de bepaling onder 1° bedoelde persoon te stellen zekerheid.
   De Koning kan, onder de door hem te bepalen voorwaarden de zekerheid bedoeld in de bepaling onder 1° beperken.
   § 3. Voor een gecertificeerde afzender of gecertificeerde geadresseerde die slechts incidenteel accijnsgoederen verzendt of ontvangt, wordt de vergunning verleend voor een welomschreven hoeveelheid accijnsgoederen, één welomschreven gecertificeerde geadresseerde of afzender, een welomschreven tijdvak en één overbrenging.]1

  
Art. 36/1. [1 § 1er. Le demandeur d'une autorisation "expéditeur certifié" doit introduire une demande d'autorisation conformément à l'article 22.
   L'expéditeur certifié est tenu :
   1° de se conformer aux obligations prescrites dans l'autorisation ;
   2° de tenir une comptabilité matières des mouvements des produits soumis à accise ;
   3° d'inscrire dans sa comptabilité matières, dès le début du mouvement, tous les produits soumis à accise circulant sous un régime de suspension de droits ;
   4° de se prêter à tout contrôle.
   § 2. Le demandeur d'une autorisation "destinataire certifié" doit introduire une demande d'autorisation conformément à l'article 22.
   Le destinataire certifié doit :
   1° préalablement à l'expédition des produits soumis à accise, constituer une garantie couvrant les risques inhérents au non-paiement des droits d'accise qui peut survenir au cours du mouvement via les territoires des Etats membres de transit et dans le pays. Cette garantie est valable dans toute l'Union ;
   2° se conformer aux obligations prescrites dans l'autorisation ;
   3° tenir une comptabilité matières des mouvements des produits soumis à accise ;
   4° inscrire dans sa comptabilité matières, dès la fin du mouvement, tous les produits soumis à accise ;
   5° acquitter les droits d'accise dus dans le pays à la fin du mouvement des produits soumis à accise selon les modalités fixées par le Roi ;
   6° se soumettre à tout contrôle permettant à l'administration de s'assurer de la réception effective des produits soumis à accise et du paiement de l'accise dont elles sont passibles.
   Par dérogation aux dispositions du 1°, le Roi peut, dans les cas et aux conditions qu'Il détermine, autoriser que la garantie soit constituée en lieu et place de la personne visée au 1° par le transporteur, le propriétaire des produits soumis à accise, l'expéditeur certifié, ou conjointement par toute combinaison de deux ou de plusieurs de ces personnes avec ou sans le destinataire certifié.
   Le Roi peut aux conditions qu'Il détermine, limiter la garantie visée au 1°.
   § 3. Pour un expéditeur certifié ou un destinataire certifié n'expédiant ou ne recevant des produits soumis à accise qu'à titre occasionnel, l'autorisation est limitée à une quantité déterminée de produits soumis à accise, à un seul expéditeur ou destinataire, à une durée déterminée et à un seul mouvement.]1

  
Art. 36/2. [1 De overbrenging van accijnsgoederen onder deze afdeling vangt aan wanneer de accijnsgoederen hetzij de bedrijfsruimten van de gecertificeerde afzender verlaten, hetzij een locatie hier te lande verlaten waarvan aan de administratie kennis wordt gegeven voor aanvang van de overbrenging.
   De overbrenging van accijnsgoederen onder deze afdeling eindigt wanneer de gecertificeerde geadresseerde de accijnsgoederen in ontvangst heeft genomen, hetzij in zijn bedrijfsruimten, hetzij op een locatie hier te lande waarvan aan de administratie kennis wordt gegeven voor aanvang van de overbrenging.
   De voorwaarden voor verschuldigdheid en het toe te passen accijnstarief zijn die van kracht op het tijdstip dat de verschuldigdheid van de accijnzen hier te lande ontstaat.]1

  
Art. 36/2. [1 Le mouvement de produits soumis à accise qui relève de la présente section débute au moment où les produits soumis à accise quittent les locaux de l'expéditeur certifié ou tout lieu situé dans le pays, qui est notifié à l'administration avant le début du mouvement.
   Le mouvement de produits soumis à accise qui relève de la présente section prend fin lorsque le destinataire certifié a pris livraison des produits soumis à accise en ses locaux ou en tout lieu situé dans le pays, qui est notifié à l'administration avant le début du mouvement.
   Les conditions d'exigibilité et le taux d'accise à appliquer sont ceux en vigueur à la date à laquelle les droits deviennent exigibles dans le pays.]1

  
Art. 36/3. [1 De gecertificeerde geadresseerde is gehouden tot voldoening van de accijns die verschuldigd wordt als de accijnsgoederen hier te lande zijn geleverd, behalve wanneer tijdens de overbrenging een onregelmatigheid overeenkomstig artikel 39 plaatsvindt.
   Het niet registreren of certificeren van één of alle bij de overbrenging betrokken personen houdt in dat die personen eveneens gehouden zijn tot voldoening van de accijns.
   Accijnsgoederen die aan boord van een schip of een vliegtuig dat de verbinding tussen België en een andere lidstaat verzorgt, voorhanden worden gehouden maar die niet beschikbaar zijn voor de verkoop wanneer dit schip of vliegtuig zich op Belgisch grondgebied bevindt, worden hier te lande niet aan accijns onderworpen.]1

  
Art. 36/3. [1 Le destinataire certifié est redevable des droits d'accise, qui deviennent exigibles une fois les produits soumis à accise livrés dans le pays, sauf si une irrégularité au titre de l'article 39 se produit au cours du mouvement.
   En l'absence d'enregistrement ou de certification de l'une ou de toutes les personnes ayant participé à un mouvement, ces personnes deviennent également redevables des droits d'accise.
   Les produits soumis à accise détenus à bord d'un navire ou d'un aéronef effectuant des traversées maritimes ou des vols entre la Belgique et le territoire d'un autre Etat membre, mais qui ne sont pas disponibles à la vente, lorsque le navire ou l'aéronef se trouve sur le territoire belge, ne sont pas soumis aux droits d'accise dans le pays.]1

  
Art. 36/4. [1 § 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 39 worden accijnsgoederen uitsluitend als overgebracht onder deze afdeling aangemerkt indien de overbrenging geschiedt onder dekking van een elektronisch vereenvoudigd administratief document dat is opgesteld overeenkomstig de paragrafen 2 tot en met 4.
   § 2. Vóór verzending van de accijnsgoederen dient de gecertificeerde afzender bij de administratie een voorlopig elektronisch vereenvoudigd administratief document in met behulp van het geautomatiseerde systeem.
   § 3. De administratie verricht door middel van het geautomatiseerde systeem een controle van de gegevens in het voorlopig elektronisch vereenvoudigd administratief document.
   Indien de gegevens niet in orde zijn bevonden, wordt de gecertificeerde afzender daarvan onverwijld in kennis gesteld met behulp van het geautomatiseerde systeem.
   Indien de gegevens in orde zijn bevonden, kent de administratie aan het document een unieke vereenvoudigde administratieve referentiecode toe en verstrekt zij deze aan de gecertificeerde afzender met behulp van het geautomatiseerde systeem.
   § 4. De administratie zendt het elektronisch vereenvoudigd administratief document met behulp van het geautomatiseerde systeem onverwijld toe aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming.
   Indien de accijnsgoederen worden verzonden vanuit een andere lidstaat ter bestemming van een hier te lande gevestigde gecertificeerde geadresseerde zendt de administratie hem met behulp van het geautomatiseerde systeem het elektronisch vereenvoudigd administratief document dat van die andere lidstaat werd ontvangen.
   Indien de accijnsgoederen worden verzonden vanuit een andere lidstaat ter bestemming van één van de personen bedoeld in artikel 13 zendt de administratie hem, volgens de door de Koning vastgestelde procedure, het elektronisch vereenvoudigd administratief document door dat van die andere lidstaat werd ontvangen.
   De gecertificeerde afzender verstrekt de persoon die de accijnsgoederen vergezelt, of de vervoerder indien er geen persoon is die de accijnsgoederen vergezelt, de unieke vereenvoudigde administratieve referentiecode. De persoon die de accijnsgoederen vergezelt of de vervoerder verstrekt die code op ieder moment van de overbrenging op verzoek van de bevoegde autoriteiten.
   § 5. Tijdens de overbrenging van accijnsgoederen onder deze afdeling kan de gecertificeerde afzender met behulp van het geautomatiseerde systeem de bestemming veranderen naar een andere plaats van aflevering beheerd door dezelfde gecertificeerde geadresseerde in dezelfde lidstaat van bestemming of terug naar de plaats van verzending.
   De Koning stelt de voorwaarden vast voor de toegang tot het geautomatiseerde systeem alsmede de technische kenmerken waaraan de mededelingen tussen de personen waarvan sprake in onderhavig artikel en het even vermelde geautomatiseerde systeem moeten voldoen.]1

  
Art. 36/4. [1 § 1er. Sans préjudice des dispositions de l'article 39, un mouvement de produits soumis à accise est réputé conforme aux exigences de la présente section uniquement s'il a lieu sous le couvert d'un document administratif électronique simplifié établi conformément aux paragraphes 2 à 4.
   § 2. Préalablement à l'expédition des produits soumis à accise, l'expéditeur certifié présente un projet de document administratif électronique simplifié à l'administration au moyen du système informatisé.
   § 3. L'administration vérifie au moyen du système informatisé les données figurant dans le projet de document administratif électronique simplifié.
   Lorsque ces données ne sont pas valides, l'expéditeur certifié en est informé sans tarder au moyen du système informatisé.
   Lorsque ces données sont valides, l'administration attribue au document un code de référence administratif unique simplifié et le communique à l'expéditeur certifié au moyen du système informatisé.
   § 4. L'administration transmet le document administratif électronique simplifié sans tarder aux autorités compétentes de l'Etat membre de destination au moyen du système informatisé.
   Lorsque les produits soumis à accise sont expédiés depuis un autre Etat membre vers un destinataire certifié établi dans le pays, l'administration lui transmet le document administratif électronique simplifié reçu de cet autre Etat membre au moyen du système informatisé.
   Lorsque les produits soumis à accise sont expédiés depuis un autre Etat membre à destination d'une des personnes visées à l'article 13, l'administration lui transmet, selon la procédure fixée par le Roi, le document administratif électronique simplifié reçu de cet autre Etat membre.
   L'expéditeur certifié fournit à la personne accompagnant les produits soumis à accise ou, s'il n'y en a pas, au transporteur le code de référence administratif unique simplifié. La personne accompagnant les produits soumis à accise ou le transporteur fournit ce code aux autorités compétentes, à leur demande, tout au long du mouvement.
   § 5. Lors du mouvement de produits soumis à accise effectué au titre de la présente section, l'expéditeur certifié peut, au moyen du système informatisé, changer la destination vers un autre lieu de livraison géré par le même destinataire certifié dans le même Etat membre de destination, ou vers le lieu d'expédition.
   Le Roi fixe les conditions d'accès au système informatisé ainsi que les caractéristiques techniques auxquelles les échanges entre les personnes visées dans le présent article et le système informatisé susmentionné doivent satisfaire.]1

  
Art. 36/5. [1 § 1. De gecertificeerde geadresseerde zendt bij ontvangst van de accijnsgoederen, behoudens in de ten genoegen van de ambtenaar, aangewezen door de Koning, naar behoren gerechtvaardigde gevallen, onverwijld en uiterlijk binnen vijf werkdagen na het eindigen van de overbrenging, met behulp van het geautomatiseerde systeem het bericht van ontvangst van de accijnsgoederen naar de administratie.
   § 2. De administratie verricht door middel van het geautomatiseerde systeem een controle van de in het bericht van ontvangst verstrekte gegevens.
   Indien de gegevens niet in orde zijn bevonden, wordt de gecertificeerde geadresseerde daarvan onverwijld in kennis gesteld met behulp van het geautomatiseerde systeem.
   Indien de gegevens in orde zijn bevonden, zendt de administratie de gecertificeerde geadresseerde hiervan een bevestiging en zendt zij het gevalideerde bericht van ontvangst met behulp van het geautomatiseerde systeem door naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending.
   § 3. Het gevalideerde bericht van ontvangst geldt als afdoende bewijs dat de gecertificeerde geadresseerde alle noodzakelijke formaliteiten heeft vervuld en, indien van toepassing en behalve als de accijnsgoederen vrijgesteld zijn van accijns, een aangifte heeft ingediend met het oog op de betaling van de eventuele verschuldigde accijns, of dat er een accijnsschorsingsregeling geldt overeenkomstig hoofdstuk 4.
   Indien de accijnsgoederen worden verzonden door een hier te lande gevestigde gecertificeerde afzender ter bestemming van een in een andere lidstaat gevestigde gecertificeerde geadresseerde en de hier te lande gevestigde gecertificeerde afzender het bericht van ontvangst ontvangt van de administratie van de lidstaat van bestemming, kan hij op verzoek en op basis van dit bericht van ontvangst terugbetaling bekomen van de hier te lande betaalde accijns.]1

  
Art. 36/5. [1 § 1er. Lors de la réception des produits soumis à accise, le destinataire certifié présente à l'administration sans tarder et au plus tard cinq jours ouvrables après la fin du mouvement, sauf dans des cas dûment justifiés à la satisfaction du fonctionnaire désigné par le Roi, un document accusant réception des produits soumis à accise, au moyen du système informatisé.
   § 2. L'administration vérifie au moyen du système informatisé les données figurant dans l'accusé de réception.
   Lorsque ces données ne sont pas valides, le destinataire certifié en est informé sans tarder au moyen du système informatisé.
   Lorsque ces données sont valides, l'administration fournit au destinataire certifié une confirmation de l'enregistrement de l'accusé de réception et le transmet aux autorités compétentes de l'Etat membre d'expédition au moyen du système informatisé.
   § 3. L'accusé de réception validé est réputé constituer une preuve suffisante que le destinataire certifié a accompli toutes les formalités requises et a, le cas échéant et sauf si les produits soumis à accise sont exonérés du paiement de l'accise, acquitté les droits d'accise éventuellement dus dans l'Etat membre de destination ou qu'un régime de suspension de droits s'applique conformément au chapitre 4.
   Lorsque les produits soumis à accise sont expédiés par un expéditeur certifié établi dans le pays à destination d'un destinataire certifié établi dans un autre Etat membre et que l'expéditeur certifié établi dans le pays reçoit de l'administration de l'Etat membre de destination l'accusé de réception, il peut, sur base de cet accusé de réception, introduire une demande de remboursement des droits d'accise acquittés dans le pays.]1

  
Art. 36/6. [1 § 1. Wanneer in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald door de Koning, het geautomatiseerde systeem niet beschikbaar is, kan de gecertificeerde afzender een overbrenging aanvangen op voorwaarde dat:
   a) de accijnsgoederen vergezeld gaan van een nooddocument met dezelfde gegevens als het in artikel 36/4, § 1, bedoelde voorlopig elektronisch vereenvoudigd administratief document.
   b) de gecertificeerde afzender de administratie informeert voordat de overbrenging aanvangt. Indien het geautomatiseerde systeem niet beschikbaar was om aan de gecertificeerde afzender toe te schrijven redenen, moet hij die redenen afdoend vermelden.
   § 2. Zodra het geautomatiseerde systeem opnieuw beschikbaar is, dient de gecertificeerde afzender een voorlopig elektronisch vereenvoudigd administratief document in overeenkomstig artikel 36/4, § 2.
   Onmiddellijk nadat de gegevens in het voorlopig elektronisch administratief document overeenkomstig artikel 36/4, § 3, in orde zijn bevonden, vervangt dit document het in paragraaf 1, a), bedoelde nooddocument. Artikel 36/4, § 4, en artikel 36/5 zijn mutatis mutandis van toepassing.
   Indien de gegevens niet in orde worden bevonden, wordt de gecertificeerde afzender daarvan, met behulp van het geautomatiseerde systeem, onverwijld in kennis gesteld.
   § 3. Een kopie van het paragraaf 1, a), bedoelde nooddocument moet door de gecertificeerde afzender in zijn voorraadadministratie worden bewaard.
   § 4. Indien in de gevallen en in de omstandigheden bedoeld in paragraaf 1, het geautomatiseerde systeem niet beschikbaar is, kan de gecertificeerde afzender de bestemming van de accijnsgoederen veranderen als bedoeld in artikel 36/4, § 5, en die informatie met behulp van de communicatiemiddelen bepaald door de Koning verstrekken. De gecertificeerde afzender informeert de administratie voordat de bestemming van de overbrenging wordt gewijzigd. De paragrafen 2 en 3 van dit artikel zijn mutatis mutandis van toepassing.]1

  
Art. 36/6. [1 § 1er. Lorsque, dans les cas et aux conditions fixées par le Roi, le système informatisé est indisponible, l'expéditeur certifié peut initier un mouvement de produits soumis à accise à condition :
   a) que les produits soumis à accise soient accompagnés d'un document de secours contenant les mêmes données que le projet de document administratif électronique simplifié visé à l'article 36/4, § 1er ;
   b) que l'expéditeur certifié informe l'administration avant le début du mouvement. Si le système informatisé était indisponible pour des raisons imputables à l'expéditeur certifié, il doit indiquer ces raisons.
   § 2. Aussitôt que le système informatisé redevient disponible, l'expéditeur certifié présente un projet de document administratif électronique simplifié, conformément à l'article 36/4, § 2.
   Dès que les données figurant dans le projet de document administratif électronique simplifié ont été vérifiées conformément à l'article 36/4, § 3, si ces données sont valides, ce document remplace le document de secours visé au paragraphe 1er, a). L'article 36/4, § 4, et l'article 36/5 s'appliquent mutatis mutandis.
   Lorsque ces données ne sont pas valides, l'expéditeur certifié en est informé sans tarder au moyen du système informatisé.
   § 3. Une copie du document de secours visé au paragraphe 1er, a), est conservée par l'expéditeur certifié dans sa comptabilité matières.
   § 4. Lorsque, dans les cas et les circonstances visées au paragraphe 1er, le système informatisé est indisponible, l'expéditeur certifié peut changer la destination des produits soumis à accise comme indiqué à l'article 36/4, § 5, et communique cette information en utilisant les moyens de communication déterminés par le Roi. L'expéditeur certifié informe l'administration avant de procéder au changement de destination. Les paragraphes 2 et 3 du présent article s'appliquent mutatis mutandis.]1

  
Art. 36/7. [1 Indien het in artikel 36/5, § 1, bedoelde bericht van ontvangst bij het eindigen van de overbrenging niet binnen de in dat artikel vastgelegde termijn kan worden ingediend, hetzij omdat het geautomatiseerde systeem niet beschikbaar is, hetzij omdat de in artikel 36/6, § 2, bedoelde procedures nog niet afgerond zijn, dient de gecertificeerde geadresseerde bij de administratie, behoudens in de door de ambtenaar, aangewezen door de Koning, toegestane gerechtvaardigde gevallen, een nooddocument in dat dezelfde gegevens bevat als het bericht van ontvangst en waarin wordt verklaard dat de overbrenging is geëindigd.
   Behoudens indien het in artikel 36/5, § 1, bedoelde bericht van ontvangst binnen afzienbare termijn door de gecertificeerde geadresseerde met behulp van het geautomatiseerde systeem kan ingediend worden of in de door de ambtenaar, aangewezen door de Koning, toegestane gerechtvaardigde gevallen, zendt de administratie een kopie van het in het eerste lid bedoelde nooddocument naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending.
   De Koning bepaalt wat er onder "afzienbare termijn" wordt verstaan.
   Indien een overbrenging op Belgisch grondgebied is aangevangen ter bestemming van een andere lidstaat, bezorgt de administratie aan de gecertificeerde afzender een kopie van het nooddocument waarvan sprake in het eerste lid, dat haar werd toegezonden door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming.
   Zodra het geautomatiseerde systeem weer beschikbaar is of de in artikel 36/6, § 2, bedoelde procedures zijn afgerond, dient de gecertificeerde geadresseerde een bericht van ontvangst in overeenkomstig artikel 36/5, § 1. Artikel 36/5, §§ 2 en 3, zijn mutatis mutandis van toepassing.]1

  
Art. 36/7. [1 Lorsque l'accusé de réception visé à l'article 36/5, § 1er, ne peut être présenté à la fin du mouvement des produits soumis à accise et dans le délai fixé dans cet article, soit que le système informatisé soit indisponible, soit que les procédures visées à l'article 36/6, § 2, n'aient pas encore été accomplies, le destinataire certifié présente à l'administration, sauf dans des cas dûment justifiés à la satisfaction du fonctionnaire désigné par le Roi, un document de secours contenant les mêmes données que l'accusé de réception et attestant que le mouvement a pris fin.
   Sauf dans le cas où l'accusé de réception visé à l'article 36/5, § 1er, peut lui être présenté à brève échéance par le destinataire certifié au moyen du système informatisé ou dans des cas dûment justifiés à la satisfaction du fonctionnaire désigné par le Roi, l'administration envoie une copie du document de secours visé à l'alinéa 1er aux autorités compétentes de l'Etat membre d'expédition.
   Le Roi détermine ce qu'il faut entendre par "brève échéance".
   Lorsqu'un mouvement a débuté sur le territoire belge à destination d'un autre Etat membre, l'administration transmet à l'expéditeur certifié une copie du document de secours visé à l'alinéa 1er qui lui a été envoyé par les autorités compétentes de l'Etat membre de destination.
   Dès que le système informatisé redevient disponible ou que les procédures visées à l'article 36/6, § 2, sont accomplies, le destinataire certifié présente un accusé de réception, conformément à l'article 36/5, § 1er. L'article 36/5, §§ 2 et 3, s'appliquent mutatis mutandis.]1

  
Art. 36/8. [1 § 1. Niettegenstaande het bepaalde in artikel 36/7 vormt het in artikel 36/5, § 1, bedoelde bericht van ontvangst het bewijs dat de accijnsgoederen aan de gecertificeerde geadresseerde zijn geleverd.
   § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan, bij gebreke van een bericht van ontvangst door andere dan de in artikel 36/7 bedoelde redenen, een alternatief bewijs voor de levering van de accijnsgoederen worden verstrekt door middel van een aftekening door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming, op basis van afdoend bewijs, dat de accijnsgoederen de bestemming hebben bereikt.
   Het in artikel 36/7, eerste lid, bedoelde nooddocument bevat afdoende bewijs voor de toepassing van voorgaand lid.
   Wanneer de aftekening door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van verzending is aanvaard, wordt geacht voldoende te zijn bewezen dat de gecertificeerde geadresseerde alle noodzakelijke formaliteiten heeft vervuld en eventuele verschuldigde accijns aan de lidstaat van bestemming heeft betaald.]1

  
Art. 36/8. [1 § 1er. Nonobstant l'article 36/7, l'accusé de réception exigé par l'article 36/5, § 1er, constitue une preuve que les produits soumis à accise ont été livrés au destinataire certifié.
   § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, en l'absence d'accusé de réception pour des raisons autres que celles mentionnées à l'article 36/7, la preuve que des produits soumis à accise ont été livrés peut également être apportée par un visa des autorités compétentes de l'Etat membre de destination, sur la base de preuves appropriées indiquant que les produits soumis à accise expédiés sont arrivés à destination.
   Le document de secours visé à l'article 36/7, alinéa 1er, constitue une preuve appropriée aux fins de l'alinéa précédent.
   Lorsque le visa des autorités compétentes de l'Etat membre de destination a été accepté par les autorités compétentes de l'Etat membre d'expédition, ce visa est réputé constituer une preuve suffisante que le destinataire certifié a accompli toutes les formalités requises et a acquitté les droits d'accise éventuellement dus dans l'Etat membre de destination.]1

  
Art. 36/9. [1 § 1. Wanneer hier te lande reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen naar een andere hier te lande gelegen bestemming worden overgebracht via het grondgebied van een andere lidstaat:
   a) moet de overbrenging plaatsvinden onder dekking van het in artikel 36/4, § 1, bedoelde elektronisch vereenvoudigd administratief document na een passend traject;
   b) moet de gecertificeerde geadresseerde de ontvangst van de accijnsgoederen bevestigen volgens de voorschriften bepaald door de Koning;
   c) moeten de gecertificeerde afzender en de gecertificeerde geadresseerde elke controle toelaten waardoor de administratie zich kan vergewissen van de daadwerkelijke ontvangst van de accijnsgoederen.
   § 2. In geval van veelvuldige en regelmatige overbrengingen van accijnsgoederen onder de in paragraaf 1, genoemde voorwaarden, kan de Koning via bilaterale administratieve overeenkomsten, een van paragraaf 1, afwijkende vereenvoudigde procedure toestaan.]1

  
Art. 36/9. [1 § 1er. Lorsque des produits soumis à accise déjà mis à la consommation dans le pays sont déplacés vers un lieu de destination également situé dans le pays via le territoire d'un autre Etat membre :
   a) le mouvement doit se dérouler sous le couvert du document administratif électronique simplifié visé à l'article 36/4, § 1er, selon un itinéraire approprié ;
   b) le destinataire certifié doit attester la réception des produits en se conformant aux règles prévues par le Roi ;
   c) l'expéditeur certifié et le destinataire certifié doivent se prêter à tout contrôle permettant à l'administration de s'assurer de la réception effective des produits soumis à accise.
   § 2. Lorsque des produits soumis à accise circulent fréquemment et régulièrement dans les conditions spécifiées au paragraphe 1er, le Roi peut, via un accord administratif bilatéral, simplifier les prescriptions spécifiées au paragraphe 1er.]1

  
Afdeling 3. - Afstandsverkopen
Section 3. - Ventes à distance
Art.37. [1 § 1. Wanneer op het grondgebied van een andere lidstaat reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen door een hier te lande gevestigde persoon - anders dan een erkend entrepothouder, een geregistreerde geadresseerde of een gecertificeerde geadresseerde - die geen zelfstandige economische activiteit uitoefent, worden gekocht en door een in een andere lidstaat gevestigde afzender die een zelfstandige economische activiteit verricht of voor diens rekening rechtstreeks of onrechtstreeks naar hier te lande worden verzonden of vervoerd, dan is de Belgische accijns verschuldigd op de tijdstip van de levering van de accijnsgoederen. De voorwaarden inzake de verschuldigdheid en het toepasselijk tarief zijn deze van kracht op de datum van de levering van de accijnsgoederen.
   § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, ontstaat de verschuldigdheid van de accijnzen op het tijdstip van de levering van de accijnsgoederen, in hoofde van de afzender of de onder de door de Koning bepaalde voorwaarden erkende fiscaal vertegenwoordiger.
   § 3. De afzender of de fiscaal vertegenwoordiger moet:
   a) voorafgaand aan de verzending van de accijnsgoederen bij een daartoe door de ambtenaar, aangewezen door de Koning, aangewezen dienst zijn identiteit bekend maken en zekerheid stellen voor de betaling van de accijns volgens de voorschriften bepaald door de Koning;
   b) nadat de accijnsgoederen zijn geleverd de accijns voldoen volgens de voorschriften bepaald door de Koning;
   c) een voorraadadministratie voeren van de leveringen van de accijnsgoederen en aan de administratie de plaats kenbaar maken waar die accijnsgoederen werden geleverd.
   § 4. In geval accijnsgoederen veelvuldig en regelmatig worden gekocht onder de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1 kan de Koning, via administratieve akkoorden, een van paragraaf 3 afwijkende vereenvoudigde procedure toestaan.
   § 5. Wanneer hier te lande reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen door een in een andere lidstaat gevestigde persoon - anders dan een erkend entrepothouder, een geregistreerde geadresseerde of een gecertificeerde geadresseerde - die geen zelfstandige economische activiteit uitoefent, worden gekocht en door een hier te lande gevestigde afzender die een zelfstandige economische activiteit verricht of voor diens rekening rechtstreeks of onrechtstreeks naar die andere lidstaat worden verzonden of vervoerd, kan deze laatste op verzoek terugbetaling krijgen van de reeds betaalde accijnzen mits hij kan bewijzen dat hij zich aan de overeenkomstige voorschriften van paragraaf 3 heeft gehouden zoals aangenomen door de lidstaat van bestemming.]1

  
Art.37. [1 § 1er. Lorsque des produits soumis à accise ayant déjà été mis à la consommation sur le territoire d'un autre Etat membre sont achetés par une personne établie ici dans le pays, qui n'est ni un entrepositaire agréé ni un destinataire enregistré ni un destinataire certifié et qui n'exerce pas d'activité économique indépendante, et que ces produits sont achetés et expédiés ou transportés directement ou indirectement vers le pays par un expéditeur établi dans un autre Etat membre qui exerce une activité économique indépendante ou pour le compte de celui-ci, alors les droits d'accise belges sont exigibles au moment de la livraison des produits soumis à accise. Les conditions d'exigibilité et le taux d'accise à appliquer sont ceux en vigueur à la date à laquelle les produits soumis à accise sont livrés.
   § 2. Pour l'application du paragraphe 1er, l'accise est exigible au moment de la livraison des produits soumis à accise, dans le chef de l'expéditeur ou d'un représentant fiscal agréé aux conditions fixées par le Roi.
   § 3. L'expéditeur ou le représentant fiscal doit :
   a) préalablement à l'expédition des produits soumis à accise, enregistrer son identité et garantir le paiement des droits d'accise auprès d'un service désigné par le fonctionnaire désigné par le Roi et aux conditions fixées par le Roi ;
   b) acquitter les droits d'accise après la livraison des produits soumis à accise, selon les modalités fixées par le Roi ;
   c) tenir une comptabilité matières des livraisons des produits soumis à accise et indiquer à l'administration le lieu où ces produits soumis à accise sont livrés.
   § 4. Dans le cas où les produits soumis à accise sont fréquemment et régulièrement achetés dans les conditions visées au paragraphe 1er, le Roi peut autoriser, moyennant des accords administratifs, une procédure simplifiée dérogeant au paragraphe 3.
   § 5. Lorsque des produits soumis à accise ayant déjà été mis à la consommation dans le pays sont achetés par une personne établie dans un autre Etat membre qui n'est ni un entrepositaire agréé, ni un destinataire enregistré ni un destinataire certifié et qui n'exerce pas d'activité économique indépendante et que ces produits sont expédiés ou transportés vers cet autre Etat membre directement ou indirectement par un expéditeur établi dans le pays qui exerce une activité économique indépendante, ou pour le compte de celui-ci, ce dernier peut demander à bénéficier du remboursement des droits d'accise déjà acquittés à condition qu'il prouve qu'il a respecté les prescriptions équivalentes au paragraphe 3 telles qu'adoptées par l'Etat membre de destination.]1

  
Afdeling 4. - Vernietiging en verliezen
Section 4. - Destructions et pertes
Art.38. [1 § 1. Indien in de in artikel 36 en artikel 37, § 1, bedoelde situaties, de in een andere lidstaat tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen tijdens het vervoer hier te lande, algeheel vernietigd of onherstelbaar verloren zijn gegaan door niet te voorziene omstandigheden of overmacht, of ingevolge een instructie van de administratie om de accijnsgoederen te vernietigen, is de Belgische accijns niet verschuldigd.
   Voor de toepassing van dit artikel worden accijnsgoederen geacht totaal vernietigd of onherstelbaar verloren te zijn gegaan wanneer zij als accijnsgoed onbruikbaar zijn geworden.
   § 2. In het geval van gedeeltelijk verlies als gevolg van de aard van de accijnsgoederen, dat zich voordoet tijdens het vervoer van in een andere lidstaat tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen hier te lande, is de Belgische accijns niet verschuldigd voor zover het bedrag van het verlies onder de gemeenschappelijke drempelwaarde voor gedeeltelijk verlies van die accijnsgoederen valt, tenzij een lidstaat een gegronde reden heeft om te vermoeden dat er sprake is van fraude of een onregelmatigheid.
   § 3. De algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies van de accijnsgoederen als bedoeld in paragraaf 1 wordt aangetoond aan de administratie:
   - wanneer de algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies zich hier te lande heeft voorgedaan; of
   - wanneer niet is vast te stellen waar het verlies zich heeft voorgedaan, het verlies dat hier te lande wordt geconstateerd.
   § 4. Wanneer in de in artikel 36 en artikel 37, § 1, bedoelde situaties de algehele vernietiging of het onherstelbare algehele of gedeeltelijke verlies van in een andere lidstaat reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen ter bestemming van België in die andere lidstaat wordt vastgesteld, geeft de administratie de gestelde zekerheid na overlegging van afdoende bewijs naargelang het geval geheel of gedeeltelijk vrij.
   § 5. De Koning bepaalt de regels en voorwaarden van toepassing op het constateren van vernietiging en verlies bedoeld in paragraaf 1.]1

  
Art.38. [1 § 1er. Si dans les situations visées à l'article 36 et à l'article 37, § 1er, les produits soumis à accise déjà mis à la consommation dans un autre Etat membre sont détruits totalement ou sont perdus irrémédiablement durant leur transport dans le pays, par suite d'un cas fortuit ou de force majeure ou à la suite d'une autorisation de destruction des produits soumis à accise émanant de l'administration, l'accise belge n'est pas exigible.
   Aux fins du présent article, un produit soumis à accise est considéré comme totalement détruit ou irrémédiablement perdu lorsqu'il est rendu inutilisable en tant que produit soumis à accise.
   § 2. En cas de perte partielle en raison de la nature des produits soumis à accise ayant été mis à la consommation dans un autre Etat membre qui survient durant leur transport dans le pays, les droits d'accise belges ne sont pas exigibles pour autant que les quantités perdues se situent en dessous du seuil commun pour les pertes partielles applicable à ces produits soumis à accise sauf si un Etat membre peut raisonnablement soupçonner une fraude ou une irrégularité.
   § 3. La destruction totale ou la perte irrémédiable, totale ou partielle, des produits soumis à accise, telles que visées au paragraphe 1er, est prouvée à l'administration :
   - lorsque la destruction totale ou la perte irrémédiable, totale ou partielle, s'est produite dans le pays ;
   - lorsqu'en cas d'impossibilité de déterminer le lieu où elles se sont produites effectivement, elles sont constatées dans le pays.
   § 4. Lorsque, dans les situations visées à l'article 36 et à l'article 37, § 1er, est constatée dans un autre Etat membre la destruction totale ou la perte irrémédiable, totale ou partielle, des produits soumis à accise déjà mis à la consommation dans un autre Etat membre et transportés à destination de la Belgique, l'administration libère la garantie totalement ou partiellement, selon le cas, sur présentation d'une preuve suffisante.
   § 5. Le Roi détermine les règles et conditions applicables à la constatation des destructions et pertes visées au paragraphe 1er.]1

  
Afdeling 5. - Onregelmatigheden tijdens de overbrengingen van accijnsgoederen
Section 5. - Irrégularités au cours des mouvements de produits soumis à accise
Art.39. [1 § 1. Indien hier te lande een onregelmatigheid heeft plaatsgevonden tijdens een overbrenging van accijnsgoederen overeenkomstig artikel 36 of artikel 37, § 1, die zijn verzonden vanuit een andere lidstaat waar die accijnsgoederen tot verbruik zijn uitgeslagen, zijn de accijnzen hier te lande verschuldigd.
   § 2. Indien hier te lande een onregelmatigheid werd vastgesteld tijdens een overbrenging van accijnsgoederen overeenkomstig artikel 36 of artikel 37, § 1, die zijn verzonden vanuit een andere lidstaat waar die accijnsgoederen tot verbruik zijn uitgeslagen en er niet kan worden vastgesteld waar de onregelmatigheid plaatsvond, wordt deze geacht hier te lande te hebben plaatsgevonden en zijn de accijnzen hier te lande verschuldigd.
   Indien evenwel binnen een termijn van drie jaar vanaf de datum waarop de accijnsgoederen zijn verkregen, wordt vastgesteld op het grondgebied van welke lidstaat de onregelmatigheid daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, wordt de betaalde accijns door de administratie terugbetaald zodra het bewijs van de invordering in die lidstaat is geleverd.
   § 3. De accijns moet worden voldaan door de personen die zekerheid hebben gesteld voor de betaling en door éénieder die bij de onregelmatigheid betrokken is geweest. Indien er voor éénzelfde accijnsschuld verscheidene schuldenaren zijn, zijn zij hoofdelijk tot betaling van deze schuld gehouden.
   § 4. Indien een onregelmatigheid werd begaan in een andere lidstaat dan die waar de accijnsgoederen tot verbruik zijn uitgeslagen, tijdens een overbrenging overeenkomstig artikel 36 of artikel 37, § 1, ter bestemming van België, zijn de accijnzen verschuldigd in de lidstaat waar de onregelmatigheid plaatsvond. Wanneer de accijnzen in die lidstaat zullen zijn ingevorderd, wordt de aanvankelijk gestelde zekerheid vrijgegeven.
   § 5. Indien een onregelmatigheid werd vastgesteld in een andere lidstaat dan die waar de accijnsgoederen tot verbruik zijn uitgeslagen, tijdens een overbrenging van accijnsgoederen overeenkomstig artikel 36 of artikel 37, § 1, ter bestemming van België en er niet kan worden vastgesteld waar de onregelmatigheid plaatsvond, wordt deze geacht te hebben plaatsgevonden in de lidstaat waar de onregelmatigheid werd vastgesteld en zijn de accijnzen daar verschuldigd. Wanneer de accijnzen in die lidstaat zullen zijn ingevorderd, wordt de aanvankelijk gestelde zekerheid vrijgegeven.
   § 6. Indien tijdens een overbrenging van accijnsgoederen die in België tot verbruik zijn uitgeslagen een onregelmatigheid werd begaan of vastgesteld in een andere lidstaat en de verschuldigde accijnzen in die lidstaat zijn ingevorderd, wordt de in België geheven accijns op verzoek terugbetaald of kwijtgescholden.
   § 7. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "onregelmatigheid" verstaan een niet onder artikel 38 vallende situatie die zich tijdens een overbrenging van accijnsgoederen overeenkomstig artikel 36 of artikel 37, § 1, voordoet en als gevolg waarvan een overbrenging of een onderdeel van een overbrenging van accijnsgoederen niet op regelmatige wijze is geëindigd.
   § 8. Het niet registreren of certificeren van één of alle bij de overbrenging betrokken personen in strijd met artikel 36 of artikel 37, § 3, a), of de gebrekkige naleving van de voorschriften van artikel 36/4, § 1, worden beschouwd als onregelmatigheden. De paragrafen 1 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing.]1

  
Art.39. [1 § 1er. Lorsqu'une irrégularité a été commise dans le pays au cours d'un mouvement de produits soumis à accise conformément à l'article 36 ou à l'article 37, § 1er, expédiés depuis un autre Etat membre dans lequel ils ont été mis à la consommation, les droits d'accise sont dus dans le pays.
   § 2. Lorsqu'une irrégularité a été constatée dans le pays au cours d'un mouvement de produits soumis à accise conformément à l'article 36 ou à l'article 37, § 1er, expédiés depuis un autre Etat membre dans lequel ils ont été mis à la consommation et qu'il n'est pas possible de déterminer le lieu où l'irrégularité a été commise, celle-ci est réputée avoir été commise dans le pays et les droits d'accise y sont dus.
   Si, avant l'expiration du délai de trois ans à compter de la date d'acquisition des produits soumis à accise, le territoire de l'Etat membre sur lequel l'irrégularité a effectivement été commise vient à être déterminé, l'administration rembourse les droits d'accise payés dès que la preuve du recouvrement dans ledit Etat membre est fournie.
   § 3. Les droits d'accise sont exigibles auprès de la personne ayant garanti le paiement des droits et de toute personne ayant participé à l'irrégularité. Lorsque plusieurs personnes sont redevables des mêmes droits d'accise, elles sont tenues au paiement de cette dette à titre solidaire.
   § 4. Lorsqu'une irrégularité a été commise dans un Etat membre autre que celui dans lequel les produits soumis à accise ont été mis à la consommation, au cours d'un mouvement à destination de la Belgique effectués conformément à l'article 36 ou à l'article 37, § 1er, ils sont soumis aux droits d'accise dans l'Etat membre où l'irrégularité a été commise. Lorsque les droits d'accise auront été prélevés dans cet Etat membre, la garantie initialement déposée est libérée.
   § 5. Lorsqu'une irrégularité a été constatée dans un Etat membre autre que celui dans lequel les produits soumis à accise ont été mis à la consommation, au cours d'un mouvement de produits soumis à accise à destination de la Belgique effectué conformément à l'article 36 ou à l'article 37, § 1er, et qu'il n'est pas possible de déterminer le lieu où l'irrégularité a été commise, celle-ci est réputée avoir été commise dans l'Etat membre où l'irrégularité a été constatée et les droits d'accise y sont dus. Lorsque les droits d'accise auront été prélevés dans cet Etat membre, la garantie initialement déposée est libérée.
   § 6. Les droits d'accise perçus en Belgique seront remboursés ou remis sur demande si, lors d'un mouvement de produits soumis à accise ayant été mis à la consommation en Belgique, une irrégularité a été commise ou constatée dans un autre Etat membre et que les droits d'accise dus ont été perçus dans cet Etat membre.
   § 7. Aux fins du présent article, on entend par "irrégularité": une situation se produisant au cours d'un mouvement de produits soumis à accise conformément à l'article 36 ou à l'article 37, § 1er, autre que celles visées à l'article 38, dans laquelle un mouvement ou une partie d'un mouvement de produits soumis à accise n'a pas pris fin régulièrement.
   § 8. Toute absence d'enregistrement ou de certification d'une ou de toutes les personnes ayant participé au mouvement, contrairement à ce qui est prévu à l'article 36 ou à l'article 37, § 3, a), ou tout manque de respect des dispositions visées à l'article 36/4, § 1er, est considéré comme étant une irrégularité. Les paragraphes 1er et 6 s'appliquent en conséquence.]1

  
HOOFDSTUK 6. - Diversen
CHAPITRE 6. - Divers
Afdeling 1. - Merktekens
Section 1re. - Marques
Art.40. § 1. Accijnsgoederen bestemd om hier te lande tot verbruik te worden uitgeslagen mogen voorzien worden van fiscale merktekens of nationale herkenningstekens die voor belastingdoeleinden worden gebruikt.
  § 2. De fiscale merktekens of nationale herkenningstekens, in de zin van § 1, zijn enkel in België geldig.
Art.40. § 1er. Les produits soumis à accise destinés à être mis à la consommation dans le pays peuvent être munis de marques fiscales ou de marques nationales de reconnaissance utilisées à des fins fiscales.
  § 2. Les marques fiscales ou de reconnaissance, au sens du § 1er, sont uniquement valables en Belgique.
Afdeling 2. - Kleine wijnproducenten
Section 2. - Petits producteurs de vin
Art.41. [1 § 1. Kleine wijnproducenten zijn ontheven van de in de hoofdstukken 3 en 4 vastgestelde voorschriften en van de overige voorschriften in verband met overbrenging en controle. Wanneer deze kleine wijnproducenten zelf handelingen binnen de Unie verrichten, stellen zij de administratie daarvan in kennis en leven zij de bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273 van de Commissie vastgestelde voorschriften na.
   § 2. Onder "kleine wijnproducenten" wordt verstaan producenten die gemiddeld minder dan 1 000 hl wijn per wijnoogstjaar produceren, op basis van de gemiddelde jaarlijkse productie in ten minste drie opeenvolgende wijnoogstjaren, overeenkomstig artikel 2, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273.
   § 3. De geadresseerde stelt de administratie in kennis van de door hem ontvangen wijnleveringen door middel van het bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/273 voorgeschreven document of een verwijzing daarnaar. De modaliteiten van deze kennisgeving worden bepaald door de Koning.]1

  
Art.41. [1 § 1er. Les petits producteurs de vin sont dispensés des obligations visées aux chapitres 3 et 4 ainsi que des autres obligations liées aux mouvements et au contrôle. Lorsque ces petits producteurs effectuent eux-mêmes des opérations intra-Union, ils en informent l'administration et se conforment aux exigences prévues par le règlement délégué (UE) 2018/273.
   § 2. Par "petits producteurs de vin", il faut entendre les producteurs qui produisent en moyenne moins de 1 000 hectolitres de vin par campagne viticole, sur la base de la production annuelle moyenne pendant au moins trois campagnes viticoles consécutives, conformément à l'article 2, paragraphe 3, du règlement délégué (UE) 2018/273.
   § 3. Le destinataire informe l'administration des livraisons de vin reçues au moyen du document requis par le règlement délégué (UE) 2018/273 ou par une référence à celui-ci. Les modalités de cette information sont fixées par le Roi.]1

  
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art.42. De overeenkomstig de artikelen 19, 20, 21, 36 en 37 te stellen zekerheid moet worden gesteld ten gunste van de administratie onder één van de vormen en onder de voorwaarden van de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen.
Art.42. Les garanties à fournir conformément aux articles 19, 20, 21, 36 et 37 doivent être constituées auprès de l'administration sous l'une des formes et aux conditions prévues par la loi générale du 18 juillet 1977 sur les douanes et accises.
Art.43. [1 In de gevallen en onder de voorwaarden bepaald door de Koning wordt de aangifte tot verbruik inzake accijnzen, waarvoor door Hem kan worden aangeduid welke vermeldingen er op moeten voorkomen evenals welke documenten er moeten worden bijgevoegd, gedaan met behulp van een geautomatiseerd systeem.
   De Koning bepaalt eveneens de procedures die in acht moeten worden genomen in geval van niet-beschikbaarheid van het geautomatiseerd systeem.]1

  
Art.43. [1 Dans les situations et conditions énoncées par le Roi, la déclaration de mise à la consommation en matière d'accise pour laquelle Il peut préciser les énonciations devant y figurer ainsi que les documents devant y être joints, est faite au moyen d'un système informatisé.
   Le Roi fixe également les procédures à respecter en cas d'indisponibilité dudit système informatisé.]1

  
Art.44. [1 De Koning bepaalt de procedure voor de betaling van de accijns op aardgas, elektriciteit, steenkool, cokes en bruinkool, evenals voor de betaling van de aanvullende accijns opeisbaar ten gevolge van het gebruik van een energieproduct in een situatie die de inning van een hogere accijns dan de oorspronkelijk geïnde met zich meebrengt. Hij kan het aanbrengen van vermeldingen op elk commercieel document voorschrijven, teneinde de juiste inning van de accijns te verzekeren.]1
  
Art.44. [1 Le Roi définit la procédure pour le paiement des droits d'accise sur le gaz naturel, l'électricité, la houille, le coke et le lignite, ainsi que pour le paiement de l'accise complémentaire exigible à la suite de l'utilisation d'un produit énergétique dans une situation entraînant la perception d'une accise supérieure à celle initialement acquittée. Il peut prescrire l'apposition de mentions sur tout document commercial en vue d'assurer l'exacte perception de l'accise.]1
  
Art.45. Iedere overtreding van de bepalingen van deze wet die tot gevolg heeft dat de accijnzen opeisbaar worden, wordt gestraft met een boete van vijf- tot tienmaal de in het spel zijnde accijnzen met een minimum van [2 625 euro]2.
  Bovendien worden de overtreders bestraft met een gevangenisstraf van vier maanden tot een jaar wanneer accijnsgoederen die worden geleverd of zijn bestemd om te worden geleverd in het land, in het verbruik zijn gesteld zonder aangifte of wanneer het vervoer ervan geschiedt onder dekking van valse of vervalste documenten of wanneer de inbreuk wordt gepleegd in bende van ten minste drie personen.
  [1 In geval van herhaling wordt de geldboete verdubbeld. Hij die in het tweede lid bepaalde inbreuken pleegt met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden in het raam van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd, en hij die zich in een geval van herhaling bevindt worden gestraft met een gevangenisstraf van 4 maand tot 5 jaar.]1
  Benevens vorenvermelde straf worden de goederen waarop de accijnzen verschuldigd zijn, de bij de overtreding gebruikte vervoermiddelen en de voorwerpen die gediend hebben of bestemd waren om de fraude te plegen in beslag genomen en wordt de verbeurdverklaring ervan uitgesproken.
  De teruggave van in beslag genomen goederen wordt toegestaan aan de persoon die er eigenaar van was op het ogenblik van de inbeslagneming en die aantoont dat hij vreemd is aan het misdrijf.
  
Art.45. Toute infraction aux dispositions de la présente loi ayant pour conséquence de rendre l'accise exigible, est punie d'une amende comprise entre cinq et dix fois l'accise en jeu avec un minimum de [2 625 euros]2.
  En outre, les contrevenants sont punis d'une peine d'emprisonnement de quatre mois à un an lorsque des produits soumis à accise livrés ou destinés à être livrés à l'intérieur du pays sont mis à la consommation sans déclaration ou, lorsque le transport s'effectue sous le couvert de documents faux ou falsifiés ou, lorsque l'infraction est commise par bande d'au moins trois personnes.
  [1 L'amende est doublée en cas de récidive. Celui qui commet les infractions définies à l'alinéa 2 dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire dans le cadre de la fraude fiscale grave, organisée ou non, et celui qui se trouve en situation de récidive sont punis d'un emprisonnement de 4 mois à 5 ans.]1
  Indépendamment de la peine énoncée ci-dessus, les produits pour lesquels l'accise est exigible, les moyens de transport utilisés pour l'infraction, de même que les objets employés ou destinés à la perpétration de la fraude, sont saisis et la confiscation en est prononcée.
  La restitution des biens confisqués est accordée à la personne qui était propriétaire des biens au moment de la saisie et qui démontre qu'elle est étrangère à l'infraction.
  
Art.46. Elke handeling met het doel bedrieglijk afschrijving, vrijstelling, terugbetaling of schorsing van de accijnzen te bekomen wordt gestraft met een boete van vijf- tot tienmaal de accijnzen waarvoor gepoogd werd ten onrechte afschrijving, vrijstelling, terugbetaling of schorsing te verkrijgen, met een minimum van [1 625 euro]1.
  
Art.46. Toute manoeuvre ayant pour but d'obtenir frauduleusement la décharge, l'exemption, le remboursement ou la suspension de l'accise, est punie d'une amende comprise entre cinq et dix fois l'accise pour laquelle il a été tenté d'obtenir abusivement la décharge, l'exemption, le remboursement ou la suspension, avec un minimum de [1 625 euros]1.
  
Art.47. Iedere overtreding van deze wet of van de maatregelen getroffen ter uitvoering ervan die niet strafbaar is gesteld door de artikelen 45 en 46 wordt gestraft met een boete van 625 euro tot 3.125 euro.
Art.47. Toute infraction à la présente loi ou aux mesures prises en vue de son exécution et qui n'est pas sanctionnée par les articles 45 et 46, est punie d'une amende de 625 euros à 3.125 euros.
Art.48. Onverminderd de bij de artikelen 45 tot en met 47 bepaalde straffen, zijn de accijnzen altijd opeisbaar, met uitzondering van de accijnzen verschuldigd op de accijnsgoederen die, naar aanleiding van de vaststelling van een overtreding op basis van artikel 45, effectief in beslag worden genomen en naderhand worden verbeurdverklaard of, bij wege van transactie, aan de Schatkist worden afgestaan.
  De op de verbeurdverklaarde of afgestane accijnsgoederen niet meer opeisbare accijnzen zullen niettemin als basis dienen voor de berekening van de overeenkomstig artikel 45 op te leggen boeten.
Art.48. Sans préjudice des sanctions prévues aux articles 45 à 47, l'accise est toujours exigible, à l'exception de l'accise due sur les produits soumis à accise qui, suite à la constatation d'une infraction sur la base de l'article 45, sont effectivement saisis et ultérieurement confisqués ou, ensuite d'une transaction, sont abandonnés au Trésor.
  L'accise qui n'est plus exigible sur les produits soumis à accise confisqués ou abandonnés servira néanmoins de base au calcul des amendes à infliger conformément à l'article 45.
Art.49. § 1. De wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop wordt opgeheven.
  § 2. Verwijzingen naar de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, worden geacht verwijzingen naar onderhavige wet te zijn.
Art.49. § 1er. La loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accise est abrogée.
  § 2. Les références faites à la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accise, s'entendent comme faites à la présente loi.
Art.50. [1 Tot 31 december 2023 is de ontvangst van accijnsgoederen onder de in artikel 36, zoals van toepassing voor 13 februari 2023, vastgestelde formaliteiten toegelaten.
   De in artikel 36 van deze wet bedoelde kennisgevingen kunnen tot en met 13 februari 2024 met behulp van andere middelen dan het geautomatiseerde systeem worden gedaan.]1

  
Art.50. [1 Jusqu'au 31 décembre 2023, la réception de produits soumis à accise visés à l'article 36, telle qu'applicable avant le 13 février 2023, est autorisée.
   Les notifications visées à l'article 36 peuvent être effectuées par d'autres moyens que le système informatisé jusqu'au 13 février 2024.]1

  
Art. 52. Deze wet treedt in werking op 1 april 2010.
Art. 52. La présente loi entre en vigueur le 1er avril 2010.