Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
8 JUNI 2008. - Programmawet. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 16-06-2008 en tekstbijwerking tot 06-06-2014)
Titre
8 JUIN 2008. - Loi-programme(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 16-06-2008 et mise à jour au 06-06-2014)
Informations sur le document
Numac: 2008202045
Datum: 2008-06-08
Info du document
Numac: 2008202045
Date: 2008-06-08
Table des matières
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITEL II. - Binnenlandse Zaken.
HOOFDSTUK 1. - Veiligheid en preventie. - Wijzi...
HOOFDSTUK 2. - Federale politie. - Wijziging va...
TITEL III. - Energie.
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 8 decem...
HOOFDSTUK 2. - Forfaitaire verminderingen voor ...
TITEL IV. - Overheidsbedrijven.
ENIG HOOFDSTUK. - Fonds voor spoorweginfrastruc...
TITEL V. - Sociale Zaken.
HOOFDSTUK 1. - Verbetering van de koopkracht.
Afdeling 1. - Kinderbijslag.
Afdeling 2. - Solidariteitsbijdrage op de pensi...
Afdeling 3. - Verhoging van het minimumpensioen...
Afdeling 4. - Verbetering van het vervroegd pen...
HOOFDSTUK 2. - Samenstelling van de Sociale inl...
HOOFDSTUK 3. - Alternatieve financiering.
Afdeling 1. - Globaal beheer zelfstandigen.
Afdeling 2. - Globaal beheer werknemers.
HOOFDSTUK 4. - RSZ.
Afdeling 1. - Termijn voor het beroep van de we...
Afdeling 2. - Herverdeling van de sociale lasten.
Afdeling 3. - Aanpassing van de wettelijke rent...
TITEL VI. - Volksgezondheid.
HOOFDSTUK 1. - Verplichte verzekering voor gene...
Afdeling 1. - Heffingen en bijdragen op het zak...
Afdeling 2. - Administratiekosten van de verzek...
HOOFDSTUK 2. - Dier, Plant en Voeding.
Afdeling 1. - Wijziging van de dierengezondheid...
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 28 maart...
Afdeling 3. - Wijziging van de organieke wet va...
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 20 juli ...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 27 dece...
Afdeling 1. - Dier, Plant en Voeding.
Afdeling 2. - Bekrachtiging van het koninklijk ...
Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 28 juli ...
TITEL VII. - Financiën.
HOOFDSTUK 1. - Directe belastingen.
Afdeling 1. - Gemeenschappelijk vervoer van per...
Afdeling 2. - Vrijstelling voor bijkomend perso...
Afdeling 3. - Belastingvrije som.
Afdeling 4. - Wetenschappelijk onderzoek.
Afdeling 5. - Vermindering voor uitgaven gedaan...
HOOFDSTUK 2. - Oprichting van een Staatsdienst ...
TITEL VIII. - Werk.
HOOFDSTUK 1. - Dienstencheques. - Wijziging van...
HOOFDSTUK 2. - Werkbonus.
TITEL IX. - Sociale Economie.
ENIG HOOFDSTUK. - Kringloopfonds
TITEL X. - Mobiliteit.
ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de wet van 6 de...
Table des matières
TITRE Ier. - Disposition générale.
TITRE II. - Intérieur.
CHAPITRE Ier. - Sécurité et Prévention. - Modif...
CHAPITRE 2. - Police fédérale Modification de l...
TITRE III. - Energie.
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi du 8 déc...
CHAPITRE 2. - Réductions forfaitaires pour les ...
TITRE IV. - Entreprises publiques.
CHAPITRE UNIQUE. - Fonds de l'infrastructure fe...
TITRE V. - Affaires sociales.
CHAPITRE Ier. - Amélioration du pouvoir d'achat.
Section 1re. - Allocations familiales.
Section 2. - Cotisation de solidarité sur les p...
Section 3. - Augmentation de la pension minimal...
Section 4. - Amélioration de la pension anticip...
CHAPITRE 2. - Composition du Service d'informat...
CHAPITRE 3. - Financement alternatif.
Section 1re. - Gestion globale Indépendants.
Section 2. - Gestion globale salariés.
CHAPITRE 4. - ONSS.
Section 1re. - Délai de recours du travailleur ...
Section 2. - Redistribution des charges sociales.
Section 3. - Adaptation du taux d'intérêt légal...
TITRE VI. - Santé publique.
CHAPITRE Ier. - Assurance obligatoire soins de ...
Section 1re. - Cotisations et contributions sur...
Section 2. - Frais d'administration des organis...
CHAPITRE 2. - Animaux, Végétaux et Alimentation.
Section 1re. - Modification de la loi du 24 mar...
Section 2. - Modification de la loi du 28 mars ...
Section 3. - Modification de la loi organique d...
Section 4. - Modification de la loi du 20 juill...
CHAPITRE 3. - Modification de la loi organique ...
Section 1re. - Animaux, Végétaux et Alimentation.
Section 2. - Confirmation de l'arrêté royal du ...
Section 3. - Modification de la loi du 28 juill...
TITRE VII. - Finances.
CHAPITRE Ier. - Impôts directs.
Section 1re. - Transport collectif des membres ...
Section 2. - Exonération pour personnel supplém...
Section 3. - Quotité du revenu exemptée d'impôt.
Section 4. - Recherche scientifique.
Section 5. - Réduction pour dépenses faites pou...
CHAPITRE 2. - Création d'un Service d'Etat à ge...
TITRE VIII. - Emploi.
CHAPITRE Ier. - Titres-services. - Modification...
CHAPITRE 2. - Bonus à l'emploi.
TITRE IX. - Economie sociale.
CHAPITRE UNIQUE. - Fonds de l'économie sociale ...
TITRE X. - Mobilite.
CHAPITRE UNIQUE. - Modification de la loi du 6 ...
Tekst (135)
Texte (135)
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITRE Ier. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL II. - Binnenlandse Zaken.
TITRE II. - Intérieur.
HOOFDSTUK 1. - Veiligheid en preventie. - Wijziging van artikel 66 van de programmawet van 2 januari 2001.
CHAPITRE Ier. - Sécurité et Prévention. - Modification de l'article 66 de la loi-programme du 2 janvier 2001.
Art.2. In artikel 66 van de programmawet van 2 januari 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 1, laatst gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2006, wordt aangevuld met een lid, luidende :
" Voor het jaar 2008 wordt het op basis van deze paragraaf berekende bedrag verminderd met 35 902 duizend EUR. ";
2° paragraaf 2, 1°, gewijzigd bij de programmawetten van 30 december 2001, 20 juli 2006 en 27 december 2006, wordt aangevuld met de volgende zin :
" Voor het begrotingsjaar 2008 wordt de doorstorting beperkt tot 5 000 duizend EUR. ".
1° paragraaf 1, laatst gewijzigd bij de programmawet van 27 december 2006, wordt aangevuld met een lid, luidende :
" Voor het jaar 2008 wordt het op basis van deze paragraaf berekende bedrag verminderd met 35 902 duizend EUR. ";
2° paragraaf 2, 1°, gewijzigd bij de programmawetten van 30 december 2001, 20 juli 2006 en 27 december 2006, wordt aangevuld met de volgende zin :
" Voor het begrotingsjaar 2008 wordt de doorstorting beperkt tot 5 000 duizend EUR. ".
Art.2. A l'article 66 de la loi-programme du 2 janvier 2001, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 27 décembre 2006, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Pour l'année 2008, le montant calculé sur la base du présent paragraphe est diminué de 35 902 milliers EUR. ";
2° le paragraphe 2, 1°, modifié par les lois-programme des 30 décembre 2001, 20 juillet 2006 et 27 décembre 2006, est complété par la phrase suivante :
" Pour l'année budgétaire 2008, le versement est limité à 5 000 milliers EUR. ".
1° le paragraphe 1er, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 27 décembre 2006, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Pour l'année 2008, le montant calculé sur la base du présent paragraphe est diminué de 35 902 milliers EUR. ";
2° le paragraphe 2, 1°, modifié par les lois-programme des 30 décembre 2001, 20 juillet 2006 et 27 décembre 2006, est complété par la phrase suivante :
" Pour l'année budgétaire 2008, le versement est limité à 5 000 milliers EUR. ".
HOOFDSTUK 2. - Federale politie. - Wijziging van artikel 485 van de programmawet van 27 december 2004.
CHAPITRE 2. - Police fédérale Modification de l'article 485 de la loi-programme du 27 décembre 2004.
Art.3. In artikel 485, § 3, van de programmawet van 27 december 2004, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de bepaling onder 2°, worden de woorden " voor het jaar 2005, 2006 en 2007 " vervangen door de woorden " voor de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008 ";
2° in de bepaling onder 3°, tweede lid, worden de woorden " 2005, 2006 en 2007 " vervangen door de woorden " 2005, 2006, 2007 en 2008 ".
1° in de bepaling onder 2°, worden de woorden " voor het jaar 2005, 2006 en 2007 " vervangen door de woorden " voor de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008 ";
2° in de bepaling onder 3°, tweede lid, worden de woorden " 2005, 2006 en 2007 " vervangen door de woorden " 2005, 2006, 2007 en 2008 ".
Art.3. A l'article 485, § 3, de la loi-programme du 27 décembre 2004, modifié par la loi du 20 juillet 2006, les modifications suivantes sont apportées :
1° au 2°, les mots " pour l'année 2005, 2006 et 2007, " sont remplacés par les mots " pour les années 2005, 2006, 2007 et 2008 ";
2° au 3°, alinéa 2, les mots " 2005, 2006 et 2007 " sont remplacés par les mots " 2005, 2006, 2007 et 2008 ".
1° au 2°, les mots " pour l'année 2005, 2006 et 2007, " sont remplacés par les mots " pour les années 2005, 2006, 2007 et 2008 ";
2° au 3°, alinéa 2, les mots " 2005, 2006 et 2007 " sont remplacés par les mots " 2005, 2006, 2007 et 2008 ".
TITEL III. - Energie.
TITRE III. - Energie.
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de wet van 8 december 2006 tot vaststelling van een heffing ter bestrijding van het niet benutten van een site voor de productie van elektriciteit door een producent.
CHAPITRE Ier. - Modification de la loi du 8 décembre 2006 établissant un prélèvement visant à lutter contre la non-utilisation d'un site de production d'électricité par un producteur.
Art.4. Artikel 3 van de wet van 8 december 2006 tot vaststelling van een heffing ter bestrijding van het niet benutten van een site voor de productie van elektriciteit door een producent, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 3. - Op een niet-benutte of onderbenutte site voor de productie van elektriciteit wordt een jaarlijkse heffing geheven. Deze heffing wordt berekend op basis van de oppervlakte van een niet-benutte of onderbenutte site voor zover de potentiële productiecapaciteit van de installatie die er kan opgericht worden, minstens 400 MW bedraagt voor een gascentrale of minstens 250 MW voor een koleninstallatie of een installatie werkend op basis van hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling.
De globale heffing mag niet hoger zijn dan 3 procent van het gedeelte van het omzetcijfer dat betrekking heeft op de elektriciteitsproductie dat de schuldenaar van de heffing heeft gerealiseerd op de Belgische elektriciteitsmarkt tijdens het laatst afgesloten boekjaar.
Het bedrag van de heffing is vastgelegd op 125 EUR per m2. "
" Art. 3. - Op een niet-benutte of onderbenutte site voor de productie van elektriciteit wordt een jaarlijkse heffing geheven. Deze heffing wordt berekend op basis van de oppervlakte van een niet-benutte of onderbenutte site voor zover de potentiële productiecapaciteit van de installatie die er kan opgericht worden, minstens 400 MW bedraagt voor een gascentrale of minstens 250 MW voor een koleninstallatie of een installatie werkend op basis van hernieuwbare energiebronnen of warmtekrachtkoppeling.
De globale heffing mag niet hoger zijn dan 3 procent van het gedeelte van het omzetcijfer dat betrekking heeft op de elektriciteitsproductie dat de schuldenaar van de heffing heeft gerealiseerd op de Belgische elektriciteitsmarkt tijdens het laatst afgesloten boekjaar.
Het bedrag van de heffing is vastgelegd op 125 EUR per m2. "
Art.4. L'article 3 de la loi du 8 décembre 2006 établissant un prélèvement visant à lutter contre la non-utilisation d'un site de production d'électricité par un producteur, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 3. - Un prélèvement annuel est imputé à un site de production d'électricité non utilisé ou sous utilisé. Ce prélèvement est calculé sur la base de la superficie d'un site non utilisé ou sous utilisé dans la mesure où la capacité de production potentielle de l'installation susceptible d'y être érigée est d'au moins 400 MW pour une centrale au gaz ou d'une capacité de production d'au moins 250 MW pour une installation au charbon ou une installation de production fonctionnant à base de sources d'énergie renouvelables ou de cogénération.
Le prélèvement total ne peut dépasser les 3 pour cent de la part du chiffre d'affaires portant sur la production d'électricité que le débiteur du prélèvement a réalisé sur le marché belge de l'électricité au cours du dernier exercice clôturé.
Le montant du prélèvement s'établit à 125 EUR par m2. "
" Art. 3. - Un prélèvement annuel est imputé à un site de production d'électricité non utilisé ou sous utilisé. Ce prélèvement est calculé sur la base de la superficie d'un site non utilisé ou sous utilisé dans la mesure où la capacité de production potentielle de l'installation susceptible d'y être érigée est d'au moins 400 MW pour une centrale au gaz ou d'une capacité de production d'au moins 250 MW pour une installation au charbon ou une installation de production fonctionnant à base de sources d'énergie renouvelables ou de cogénération.
Le prélèvement total ne peut dépasser les 3 pour cent de la part du chiffre d'affaires portant sur la production d'électricité que le débiteur du prélèvement a réalisé sur le marché belge de l'électricité au cours du dernier exercice clôturé.
Le montant du prélèvement s'établit à 125 EUR par m2. "
Art.5. Artikel 5, § 1, eerste lid, van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
" § 1. De ambtenaar bepaalt, binnen de zestig dagen na ontvangst van de aangifte bedoeld in artikel 4, het aantal m2 van de niet-benutte of onderbenutte site voor de productie van elektriciteit en het bedrag van de heffing overeenkomstig artikel 3, derde lid. ".
" § 1. De ambtenaar bepaalt, binnen de zestig dagen na ontvangst van de aangifte bedoeld in artikel 4, het aantal m2 van de niet-benutte of onderbenutte site voor de productie van elektriciteit en het bedrag van de heffing overeenkomstig artikel 3, derde lid. ".
Art.5. L'article 5, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Dans les soixante jours suivant la date de la réception de la déclaration visée à l'article 4, le fonctionnaire fixe, dans une décision, le nombre de m2 du site de production d'électricité non utilisé ou sous utilisé et le montant du prélèvement conformément à l'article 3, alinéa 3. ".
" § 1er. Dans les soixante jours suivant la date de la réception de la déclaration visée à l'article 4, le fonctionnaire fixe, dans une décision, le nombre de m2 du site de production d'électricité non utilisé ou sous utilisé et le montant du prélèvement conformément à l'article 3, alinéa 3. ".
Art.6. In artikel 7, §§ 1 en 2, van dezelfde wet, worden de woorden " dertig kalenderdagen " vervangen door de woorden " zestig dagen ".
Art.6. Dans l'article 7, §§ 1er et 2, de la même loi, les mots " trente jours calendrier " sont remplacés par les mots " soixante jours ".
Art.7. In artikel 9, tweede lid, van dezelfde wet, wordt het woord " dertig " vervangen door het woord " zestig ".
Art.7. Dans l'article 9, alinéa 2, de la même loi, le mot " trente " est remplacé par le mot " soixante ".
Art.8. In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in §§ 1 en 2 worden de woorden " dertig kalenderdagen " vervangen door de woorden " zestig dagen ";
2° in § 3 wordt het woord " dertig " vervangen door het woord " zestig ".
1° in §§ 1 en 2 worden de woorden " dertig kalenderdagen " vervangen door de woorden " zestig dagen ";
2° in § 3 wordt het woord " dertig " vervangen door het woord " zestig ".
Art.8. A l'article 10 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
1° au §§ 1er et 2, les mots " trente jours calendrier " sont remplacés par les mots " soixante jours ";
2° au § 3, le mot " trente "est remplacé par le mot " soixante ".
1° au §§ 1er et 2, les mots " trente jours calendrier " sont remplacés par les mots " soixante jours ";
2° au § 3, le mot " trente "est remplacé par le mot " soixante ".
HOOFDSTUK 2. - Forfaitaire verminderingen voor de leveringen van gas en elektriciteit.
CHAPITRE 2. - Réductions forfaitaires pour les fournitures de gaz et d'électricité.
Art.9. (Opgeheven) <W 2008-12-22/32, art. 51, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
Art.9. (Abrogé) <L 2008-12-22/32, art. 51, 003; En vigueur : 01-01-2009>
Art.10. (Opgeheven) <W 2008-12-22/32, art. 51, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
Art.10. (Abrogé) <L 2008-12-22/32, art. 51, 003; En vigueur : 01-01-2009>
Art.11. (Opgeheven) <W 2008-12-22/32, art. 51, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2009>
Art.11. (Abrogé) <L 2008-12-22/32, art. 51, 003; En vigueur : 01-01-2009>
TITEL IV. - Overheidsbedrijven.
TITRE IV. - Entreprises publiques.
ENIG HOOFDSTUK. - Fonds voor spoorweginfrastructuur
CHAPITRE UNIQUE. - Fonds de l'infrastructure ferroviaire.
Art.12. Teneinde de hervorming van de beheersstructuren van de spoorweginfrastructuur te voltooien, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in Ministerraad, alle nodige maatregelen nemen, in voorkomend geval met uitwerking vanaf 1 januari 2008, om :
1° de overname door de Staat toe te staan van de financiële schulden van het Fonds voor spoorweginfrastructuur (hierna het " Fonds " genoemd) voor een totaal bedrag van maximum 4 527 616 791,48 EUR in hoofdsom en om de voorwaarden en wijze van uitvoering van bedoelde overname te regelen;
2° de overdracht aan de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel (hierna " Infrabel " genoemd) te verwezenlijken, rechtstreeks of via de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS Holding (hierna de " NMBS Holding " genoemd) of een andere rechtspersoon van publiek recht, van de eigendom van of zakelijke of persoonlijke gebruiksrechten op activa verbonden met de spoorweginfrastructuur die aan het Fonds werden overgedragen met toepassing van artikel 14, § 1, 1°, van het koninklijk besluit van 14 juni 2004 tot hervorming van de beheersstructuren van de spoorweginfrastructuur, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004, met inbegrip, in voorkomend geval, door uitdoving van rechten gevestigd ten voordele van het Fonds, en om de voorwaarden, wijze van uitvoering en tegenstelbaarheid aan derden van bedoelde overdracht te regelen, en dit met uitzondering van de zogenaamde " valoriseerbare " gronden, bedoeld in bijlagen 1.2 tot 1.4 bij het koninklijk besluit van 30 december 2004 tot vaststelling van de lijsten van de passiva en van de activa bedoeld in artikel 454, § 2, tweede lid, van de programmawet van 22 december 2003 die door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen aan het Fonds voor spoorweginfrastructuur overgedragen worden;
3° bepalingen vast te stellen betreffende de impact op de resultatenrekening van Infrabel van de verwerving en het aanhouden van de activa die aan haar zijn overgedragen met toepassing van 2°;
4° de overdracht aan de NMBS Holding te verwezenlijken van activa verbonden met buiten dienst gestelde spoorweginfrastructuur die toebehoort aan het Fonds maar zich bevindt op terreinen die toebehoren aan de NMBS Holding, en om de voorwaarden, wijze van uitvoering en tegenstelbaarheid aan derden van bedoelde overdracht te regelen;
5° de opdrachten van het Fonds te herdefiniëren in het licht van de maatregelen genomen met toepassing van 1°, 2° en 4°, en om zijn statuut, zijn werking, zijn financiering en de regels van administratief en budgettair toezicht waaraan het is onderworpen, aan te passen;
6° in voorkomend geval, de ontbinding en de vereffening van het Fonds te organiseren en, in dit kader, de bestemming te regelen van zijn andere activa en passiva die niet zijn overgedragen met toepassing van 1°, 2° en 4°;
7° de fiscale behandeling van de verrichtingen bedoeld in 1° tot 6° te regelen.
1° de overname door de Staat toe te staan van de financiële schulden van het Fonds voor spoorweginfrastructuur (hierna het " Fonds " genoemd) voor een totaal bedrag van maximum 4 527 616 791,48 EUR in hoofdsom en om de voorwaarden en wijze van uitvoering van bedoelde overname te regelen;
2° de overdracht aan de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel (hierna " Infrabel " genoemd) te verwezenlijken, rechtstreeks of via de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS Holding (hierna de " NMBS Holding " genoemd) of een andere rechtspersoon van publiek recht, van de eigendom van of zakelijke of persoonlijke gebruiksrechten op activa verbonden met de spoorweginfrastructuur die aan het Fonds werden overgedragen met toepassing van artikel 14, § 1, 1°, van het koninklijk besluit van 14 juni 2004 tot hervorming van de beheersstructuren van de spoorweginfrastructuur, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004, met inbegrip, in voorkomend geval, door uitdoving van rechten gevestigd ten voordele van het Fonds, en om de voorwaarden, wijze van uitvoering en tegenstelbaarheid aan derden van bedoelde overdracht te regelen, en dit met uitzondering van de zogenaamde " valoriseerbare " gronden, bedoeld in bijlagen 1.2 tot 1.4 bij het koninklijk besluit van 30 december 2004 tot vaststelling van de lijsten van de passiva en van de activa bedoeld in artikel 454, § 2, tweede lid, van de programmawet van 22 december 2003 die door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen aan het Fonds voor spoorweginfrastructuur overgedragen worden;
3° bepalingen vast te stellen betreffende de impact op de resultatenrekening van Infrabel van de verwerving en het aanhouden van de activa die aan haar zijn overgedragen met toepassing van 2°;
4° de overdracht aan de NMBS Holding te verwezenlijken van activa verbonden met buiten dienst gestelde spoorweginfrastructuur die toebehoort aan het Fonds maar zich bevindt op terreinen die toebehoren aan de NMBS Holding, en om de voorwaarden, wijze van uitvoering en tegenstelbaarheid aan derden van bedoelde overdracht te regelen;
5° de opdrachten van het Fonds te herdefiniëren in het licht van de maatregelen genomen met toepassing van 1°, 2° en 4°, en om zijn statuut, zijn werking, zijn financiering en de regels van administratief en budgettair toezicht waaraan het is onderworpen, aan te passen;
6° in voorkomend geval, de ontbinding en de vereffening van het Fonds te organiseren en, in dit kader, de bestemming te regelen van zijn andere activa en passiva die niet zijn overgedragen met toepassing van 1°, 2° en 4°;
7° de fiscale behandeling van de verrichtingen bedoeld in 1° tot 6° te regelen.
Art.12. Afin de parachever la réforme des structures de gestion de l'infrastructure ferroviaire, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, prendre toutes les mesures utiles, le cas échéant avec effet au 1er janvier 2008, en vue :
1° d'autoriser la reprise par l'Etat des dettes financières du Fonds de l'infrastructure ferroviaire (ci-après dénommé le " Fonds ") pour un montant total de maximum 4 527 616 791,48 EUR en principal et de régler les conditions et modalités d'exécution de ladite reprise;
2° d'effectuer le transfert à la société anonyme de droit public Infrabel (ci-après dénommée " Infrabel "), directement ou via la société anonyme de droit public SNCB Holding (ci-après dénommée la " SNCB Holding ") ou une autre personne morale de droit public, de la propriété ou de droits d'usage réels ou personnels sur les actifs se rattachant à l'infrastructure ferroviaire et transférés au Fonds en application de l'article 14, § 1er, 1°, de l'arrêté royal du 14 juin 2004 portant réforme des structures de gestion de l'infrastructure ferroviaire, modifié par l'arrêté royal du 18 octobre 2004, en ce compris, le cas échéant, par extinction de droits constitués en faveur du Fonds, et de régler les conditions, les modalités d'exécution et l'opposabilité aux tiers dudit transfert et ce à l'exception des terrains dits " valorisables " décrits aux annexes 1.2 à 1.4. de l'arrêté royal du 30 décembre 2004 arrêtant les listes des passifs et actifs visés à l'article 454, § 2, alinéa 2, de la loi-programme du 22 décembre 2003 transférés par la Société nationale des Chemins de fer belges au Fonds de l'infrastructure ferroviaire;
3° d'arrêter des dispositions concernant l'impact sur le compte de résultats d'Infrabel de l'acquisition et de la détention des actifs qui lui sont transférés en application du 2°;
4° d'effectuer le transfert à la SNCB Holding d'actifs rattachés à des infrastructures ferroviaires désaffectées appartenant au Fonds mais situées sur des terrains appartenant à la SNCB Holding, et de régler les conditions, les modalités d'exécution et l'opposabilité aux tiers dudit transfert;
5° de redéfinir les missions du Fonds à la lumière des mesures prises en application des 1°, 2° et 4° et d'adapter son statut juridique, son fonctionnement, son financement et le régime de contrôle administratif et budgétaire auquel il est soumis;
6° le cas échéant, d'organiser la dissolution et la liquidation du Fonds et, dans ce cadre, de régler le sort de ses actifs et passifs autres qui n'ont pas été transférés en application des 1°, 2° et 4°;
7° de régler le traitement fiscal des opérations visées aux 1° à 6°.
1° d'autoriser la reprise par l'Etat des dettes financières du Fonds de l'infrastructure ferroviaire (ci-après dénommé le " Fonds ") pour un montant total de maximum 4 527 616 791,48 EUR en principal et de régler les conditions et modalités d'exécution de ladite reprise;
2° d'effectuer le transfert à la société anonyme de droit public Infrabel (ci-après dénommée " Infrabel "), directement ou via la société anonyme de droit public SNCB Holding (ci-après dénommée la " SNCB Holding ") ou une autre personne morale de droit public, de la propriété ou de droits d'usage réels ou personnels sur les actifs se rattachant à l'infrastructure ferroviaire et transférés au Fonds en application de l'article 14, § 1er, 1°, de l'arrêté royal du 14 juin 2004 portant réforme des structures de gestion de l'infrastructure ferroviaire, modifié par l'arrêté royal du 18 octobre 2004, en ce compris, le cas échéant, par extinction de droits constitués en faveur du Fonds, et de régler les conditions, les modalités d'exécution et l'opposabilité aux tiers dudit transfert et ce à l'exception des terrains dits " valorisables " décrits aux annexes 1.2 à 1.4. de l'arrêté royal du 30 décembre 2004 arrêtant les listes des passifs et actifs visés à l'article 454, § 2, alinéa 2, de la loi-programme du 22 décembre 2003 transférés par la Société nationale des Chemins de fer belges au Fonds de l'infrastructure ferroviaire;
3° d'arrêter des dispositions concernant l'impact sur le compte de résultats d'Infrabel de l'acquisition et de la détention des actifs qui lui sont transférés en application du 2°;
4° d'effectuer le transfert à la SNCB Holding d'actifs rattachés à des infrastructures ferroviaires désaffectées appartenant au Fonds mais situées sur des terrains appartenant à la SNCB Holding, et de régler les conditions, les modalités d'exécution et l'opposabilité aux tiers dudit transfert;
5° de redéfinir les missions du Fonds à la lumière des mesures prises en application des 1°, 2° et 4° et d'adapter son statut juridique, son fonctionnement, son financement et le régime de contrôle administratif et budgétaire auquel il est soumis;
6° le cas échéant, d'organiser la dissolution et la liquidation du Fonds et, dans ce cadre, de régler le sort de ses actifs et passifs autres qui n'ont pas été transférés en application des 1°, 2° et 4°;
7° de régler le traitement fiscal des opérations visées aux 1° à 6°.
Art.13. § 1. De besluiten die krachtens artikel 12 worden vastgesteld, kunnen de van kracht zijnde wettelijke bepalingen wijzigen, aanvullen, vervangen of opheffen.
§ 2. De besluiten bedoeld in § 1 houden op uitwerking te hebben indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van hun inwerkingtreding. De bekrachtiging heeft terugwerkende kracht tot op deze datum.
§ 3. De bevoegdheden die door dit artikel aan de Koning worden opgedragen, vervallen op 30 juni 2009. Na deze datum kunnen de besluiten die krachtens deze bevoegdheden zijn genomen, alleen bij wet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.
§ 2. De besluiten bedoeld in § 1 houden op uitwerking te hebben indien zij niet bij wet zijn bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van hun inwerkingtreding. De bekrachtiging heeft terugwerkende kracht tot op deze datum.
§ 3. De bevoegdheden die door dit artikel aan de Koning worden opgedragen, vervallen op 30 juni 2009. Na deze datum kunnen de besluiten die krachtens deze bevoegdheden zijn genomen, alleen bij wet worden gewijzigd, aangevuld, vervangen of opgeheven.
Art.13. § 1er. Les arrêtés pris en vertu de l'article 12 peuvent modifier, compléter, remplacer ou abroger les dispositions légales en vigueur.
§ 2. Les arrêtés visés au § 1er cessent de produire leurs effets s'ils n'ont pas été confirmés par la loi dans les douze mois de leur date d'entrée en vigueur. La confirmation rétroagit à cette dernière date.
§ 3. Les pouvoirs accordés au Roi par le présent article expirent le 30 juin 2009. Après cette date, les arrêtés pris en vertu de ces pouvoirs ne peuvent être modifiés, complétés, remplacés ou abrogés que par une loi.
§ 2. Les arrêtés visés au § 1er cessent de produire leurs effets s'ils n'ont pas été confirmés par la loi dans les douze mois de leur date d'entrée en vigueur. La confirmation rétroagit à cette dernière date.
§ 3. Les pouvoirs accordés au Roi par le présent article expirent le 30 juin 2009. Après cette date, les arrêtés pris en vertu de ces pouvoirs ne peuvent être modifiés, complétés, remplacés ou abrogés que par une loi.
TITEL V. - Sociale Zaken.
TITRE V. - Affaires sociales.
HOOFDSTUK 1. - Verbetering van de koopkracht.
CHAPITRE Ier. - Amélioration du pouvoir d'achat.
Afdeling 1. - Kinderbijslag.
Section 1re. - Allocations familiales.
Art.14. In de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders van 19 december 1939 wordt een artikel 44ter ingevoegd, luidende :
" Art. 44ter. - § 1. De bedragen vermeld in de artikelen 40 en 50bis worden verhoogd met een jaarlijkse leeftijdsbijslag :
a) van 20,92 EUR voor een kind dat nog geen 5 jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór dat waarin deze bijslag verschuldigd is;
b) van 44,40 EUR voor een kind dat ten minste 5 jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór dat waarin deze bijslag verschuldigd is en nog geen 11 jaar is op die datum;
c) van 62,16 EUR voor een kind dat ten minste 11 jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór dat waarin deze toeslag verschuldigd is en nog geen 17 jaar is op die datum;
d) van 20,92 EUR voor een kind dat rechtgevend is op grond van artikel 62 of artikel 63 zoals het luidt sinds het bij de wet van 27 februari 1987 gewijzigd werd, en minstens 17 jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór dat waarin deze bijslag verschuldigd is.
§ 2. De bedragen bedoeld in de eerste paragraaf verhogen de kinderbijslag verschuldigd voor de maand juli.
§ 3. Het in § 1, d), bedoelde bedrag wordt op 41,84 EUR gebracht voor het jaar 2010, op 62,76 EUR voor het jaar 2011 en op 83,68 EUR vanaf het jaar 2012. ".
" Art. 44ter. - § 1. De bedragen vermeld in de artikelen 40 en 50bis worden verhoogd met een jaarlijkse leeftijdsbijslag :
a) van 20,92 EUR voor een kind dat nog geen 5 jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór dat waarin deze bijslag verschuldigd is;
b) van 44,40 EUR voor een kind dat ten minste 5 jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór dat waarin deze bijslag verschuldigd is en nog geen 11 jaar is op die datum;
c) van 62,16 EUR voor een kind dat ten minste 11 jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór dat waarin deze toeslag verschuldigd is en nog geen 17 jaar is op die datum;
d) van 20,92 EUR voor een kind dat rechtgevend is op grond van artikel 62 of artikel 63 zoals het luidt sinds het bij de wet van 27 februari 1987 gewijzigd werd, en minstens 17 jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór dat waarin deze bijslag verschuldigd is.
§ 2. De bedragen bedoeld in de eerste paragraaf verhogen de kinderbijslag verschuldigd voor de maand juli.
§ 3. Het in § 1, d), bedoelde bedrag wordt op 41,84 EUR gebracht voor het jaar 2010, op 62,76 EUR voor het jaar 2011 en op 83,68 EUR vanaf het jaar 2012. ".
Art.14. Un article 44ter, rédigé comme suit, est inséré dans les lois coordonnées du 19 décembre 1939 relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés :
" Art. 44ter. - § 1er. Les montants repris aux articles 40 et 50bis sont majorés d'un supplément d'âge annuel de :
a) 20,92 EUR pour un enfant qui n'a pas encore atteint l'âge de 5 ans le 31 décembre de l'année civile précédant celle au cours de laquelle ce supplément est dû;
b) 44,40 EUR pour un enfant âgé de 5 ans au moins le 31 décembre de l'année civile précédant celle au cours de laquelle ce supplément annuel est dû et qui n'a pas encore atteint l'âge de 11 ans à cette date;
c) 62,16 EUR pour un enfant âgé de 11 ans au moins le 31 décembre de l'année civile précédant celle au cours de laquelle ce supplément annuel est dû et qui n'a pas encore atteint l'âge de 17 ans à cette date;
d) 20,92 EUR pour un enfant bénéficiaire en vertu de l'article 62 ou de l'article 63 tel que rédigé depuis sa modification par la loi du 27 février 1987, âgé de 17 ans au moins le 31 décembre de l'année civile précédant celle au cours de laquelle ce supplément est dû.
§ 2. Les montants visés au paragraphe 1er majorent les allocations familiales dues pour le mois de juillet.
§ 3. Le montant visé au § 1er, d), est porté à 41,84 EUR pour l'année 2010, 62,76 EUR pour l'année 2011 et 83,68 EUR à partir de l'année 2012. ".
" Art. 44ter. - § 1er. Les montants repris aux articles 40 et 50bis sont majorés d'un supplément d'âge annuel de :
a) 20,92 EUR pour un enfant qui n'a pas encore atteint l'âge de 5 ans le 31 décembre de l'année civile précédant celle au cours de laquelle ce supplément est dû;
b) 44,40 EUR pour un enfant âgé de 5 ans au moins le 31 décembre de l'année civile précédant celle au cours de laquelle ce supplément annuel est dû et qui n'a pas encore atteint l'âge de 11 ans à cette date;
c) 62,16 EUR pour un enfant âgé de 11 ans au moins le 31 décembre de l'année civile précédant celle au cours de laquelle ce supplément annuel est dû et qui n'a pas encore atteint l'âge de 17 ans à cette date;
d) 20,92 EUR pour un enfant bénéficiaire en vertu de l'article 62 ou de l'article 63 tel que rédigé depuis sa modification par la loi du 27 février 1987, âgé de 17 ans au moins le 31 décembre de l'année civile précédant celle au cours de laquelle ce supplément est dû.
§ 2. Les montants visés au paragraphe 1er majorent les allocations familiales dues pour le mois de juillet.
§ 3. Le montant visé au § 1er, d), est porté à 41,84 EUR pour l'année 2010, 62,76 EUR pour l'année 2011 et 83,68 EUR à partir de l'année 2012. ".
Art.15. Artikel 50quinquies van dezelfde wetten, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006, wordt opgeheven.
Art.15. L'article 50quinquies des mêmes lois, inséré par la loi du 27 décembre 2006, est abrogé.
Art.16. In artikel 50septies van dezelfde wetten, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989, het koninklijk besluit van 21 april 1997, de wet van 27 april 2007 en het koninklijk besluit van 3 augustus 2007 worden de woorden " 44bis, 47, 50ter of 50quinquies " vervangen door de woorden " 44bis, 44ter, 47 of 50ter ".
Art.16. Dans l'article 50septies des mêmes lois, modifié par la loi du 22 décembre 1989, l'arrêté royal du 21 avril 1997, la loi du 27 avril 2007 et l'arrêté royal du 3 août 2007, les mots " 44bis, 47, 50ter ou 50quinquies " sont remplacés par les mots " 44bis, 44ter, 47 ou 50ter ".
Art.17. In artikel 70bis, derde lid, van dezelfde wetten, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 21 april 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 3 augustus 2007, worden de woorden " 44bis, 47 en 50quinquies " vervangen door de woorden " 44bis, 44ter en 47 ".
Art.17. Dans l'article 70bis, alinéa 3, des mêmes lois, inséré par l'arrêté royal du 21 avril 1997 et modifié par l'arrêté royal du 3 août 2007, les mots " 44bis, 47 et 50quinquies " sont remplacés par les mots " 44bis, 44ter et 47 ".
Art.18. Artikel 75 van dezelfde wetten, hersteld bij het koninklijk besluit nr. 7 van 18 april 1967, en gewijzigd bij de wetten van 1 augustus 1985, 29 december 1990 en 30 december 1992, het koninklijk besluit van 21 april 1997, de wet van 27 april 2007, en het koninklijk besluit van 3 augustus 2007, wordt vervangen als volgt :
" Art. 75. - De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overlegd in de Ministerraad :
1° de bedragen vermeld in de artikelen 40, 41, 42bis, 47, 50bis, 50ter, 73bis en 73quater verhogen;
2° de artikelen 44, 44bis en 44ter wijzigen wat betreft de erin vermelde bijslagbedragen en leeftijdscategorieën. ".
" Art. 75. - De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overlegd in de Ministerraad :
1° de bedragen vermeld in de artikelen 40, 41, 42bis, 47, 50bis, 50ter, 73bis en 73quater verhogen;
2° de artikelen 44, 44bis en 44ter wijzigen wat betreft de erin vermelde bijslagbedragen en leeftijdscategorieën. ".
Art.18. L'article 75 des mêmes lois, rétabli par l'arrêté royal n° 7 du 18 avril 1967, et modifié par les lois des 1er août 1985, 29 décembre 1990 et 30 décembre 1992, l'arrêté royal du 21 avril 1997, la loi du 27 avril 2007, et l'arrêté royal du 3 août 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 75. - Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres :
1° majorer les montants repris aux articles 40, 41, 42bis, 47, 50bis, 50ter, 73bis et 73quater ;
2° modifier les articles 44, 44bis et 44ter, quant aux montants des suppléments et aux catégories d'âge qui y sont prévus. ".
" Art. 75. - Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres :
1° majorer les montants repris aux articles 40, 41, 42bis, 47, 50bis, 50ter, 73bis et 73quater ;
2° modifier les articles 44, 44bis et 44ter, quant aux montants des suppléments et aux catégories d'âge qui y sont prévus. ".
Art.19. Artikel 76bis, § 1, tweede lid, van dezelfde wetten, vervangen bij de wet van 27 december 2006 en gewijzigd bij de wet van 27 april 2007 wordt vervangen als volgt :
" De bedragen vermeld in de artikelen 40, 41, 42bis, 44, 44bis, 44ter, 47, 50bis, 50ter, 73bis en 73quater zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 103,14 (basis 1996 100). ".
" De bedragen vermeld in de artikelen 40, 41, 42bis, 44, 44bis, 44ter, 47, 50bis, 50ter, 73bis en 73quater zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 103,14 (basis 1996 100). ".
Art.19. L'article 76bis, § 1er, alinéa 2, des mêmes lois, remplacé la loi du 27 décembre 2006 et modifié par la loi du 27 avril 2007, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Les montants repris aux articles 40, 41, 42bis, 44, 44bis, 44ter, 47, 50bis, 50ter, 73bis et 73quater sont rattachés à l'indice pivot 103,14 (base 1996 100). ".
" Les montants repris aux articles 40, 41, 42bis, 44, 44bis, 44ter, 47, 50bis, 50ter, 73bis et 73quater sont rattachés à l'indice pivot 103,14 (base 1996 100). ".
Art.20. In artikel 1, achtste lid, 6°, van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag, gewijzigd bij de wetten van 22 februari 1998, 24 december 2002 en 27 april 2007, wordt vervangen als volgt :
" 6° jaarlijkse leeftijdsbijslag; ".
" 6° jaarlijkse leeftijdsbijslag; ".
Art.20. L'article 1er, alinéa 8, 6°, de la loi du 20 juillet 1971 instituant des prestations familiales garanties, modifié par les lois des 22 février 1998, 24 décembre 2002 et 27 avril 2007, est remplacé par le texte suivant :
" 6° le supplément d'âge annuel; ".
" 6° le supplément d'âge annuel; ".
Art.21. Deze afdeling treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 14, wat betreft het invoegen van een artikel 44ter, § 1, a), in de genoemde samengeordende wetten, dat in werking treedt op 1 juli 2009.
Art.21. La présente section entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception de l'article 14, en ce qu'il institue un article 44ter, § 1er, a), dans les lois coordonnées précitées, qui entre en vigueur le 1er juillet 2009.
Afdeling 2. - Solidariteitsbijdrage op de pensioenen.
Section 2. - Cotisation de solidarité sur les pensions.
Art.22. In artikel 68 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, vervangen bij het koninklijk besluit van 16 december 1996 en gewijzigd bij de wet van 13 juni 1997, bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, bij de wetten van 12 augustus 2000, 2 januari 2001 en 9 juli 2004, bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004, bij de wet van 27 maart 2006, en bij het koninklijk besluit van 28 december 2006, wordt een § 10 ingevoegd, luidend als volgt :
" § 10. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en volgens de door Hem bepaalde modaliteiten, de in § 2 bedoelde afhoudingen herleiden en opheffen met uitwerking op 1 juli 2008.
De machtiging die deze paragraaf aan de Koning toekent, verstrijkt op 31 december 2008.
De besluiten die zijn genomen ter uitvoering van deze machtiging houden op uitwerking te hebben indien ze niet bekrachtigd zijn bij wet binnen twaalf maanden na de datum van hun inwerkingtreding. "
" § 10. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en volgens de door Hem bepaalde modaliteiten, de in § 2 bedoelde afhoudingen herleiden en opheffen met uitwerking op 1 juli 2008.
De machtiging die deze paragraaf aan de Koning toekent, verstrijkt op 31 december 2008.
De besluiten die zijn genomen ter uitvoering van deze machtiging houden op uitwerking te hebben indien ze niet bekrachtigd zijn bij wet binnen twaalf maanden na de datum van hun inwerkingtreding. "
Art.22. Dans l'article 68 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales, remplacé par l'arrêté royal du 16 décembre 1996 et modifié par la loi du 13 juin 1997, par l'arrêté royal du 20 juillet 2000, par les lois des 12 août 2000, 2 janvier 2001 et 9 juillet 2004, par l'arrêté royal du 18 octobre 2004, par la loi du 27 mars 2006, et par l'arrêté royal du 28 décembre 2006, il est inséré un § 10, rédigé comme suit :
" § 10. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres et selon les modalités qu'Il détermine, réduire et abroger les retenues visées au § 2 avec effet au 1er juillet 2008.
L'habilitation conférée au Roi par le présent paragraphe expire le 31 décembre 2008.
Les arrêtés pris en vertu de cette habilitation cessent de produire leurs effets s'ils n'ont pas été confirmés par loi dans les douze mois de la date de leur entrée en vigueur. "
" § 10. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres et selon les modalités qu'Il détermine, réduire et abroger les retenues visées au § 2 avec effet au 1er juillet 2008.
L'habilitation conférée au Roi par le présent paragraphe expire le 31 décembre 2008.
Les arrêtés pris en vertu de cette habilitation cessent de produire leurs effets s'ils n'ont pas été confirmés par loi dans les douze mois de la date de leur entrée en vigueur. "
Afdeling 3. - Verhoging van het minimumpensioen van de zelfstandigen.
Section 3. - Augmentation de la pension minimale des indépendants.
Art.23. Artikel 131bis, § 1septies, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 april 2007, wordt vervangen als volgt :
" § 1septies. De in § 1sexies bedoelde bedragen van 10 713,90 EUR en 8 037,37 EUR worden, op 1 december 2007, op 11 080,38 EUR en 8 336,70 EUR gebracht.
Dezelfde bedragen worden, op 1 juli 2008, op 11 301,99 EUR en 8 503,43 EUR gebracht.
Vanaf een datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad waarbij rekening wordt gehouden met de budgettaire beschikbaarheid, zullen de in § 1sexies bedoelde bedragen van 10 713,90 EUR en 8 037,37 EUR, zoals aangepast overeenkomstig de vorige leden, minstens gelijk zijn aan het bedrag bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, vermenigvuldigd met respectievelijk vermenigvuldigingsfactor 2 voor een gezin en met vermenigvuldigingsfactor 1,5 voor een alleenstaande. "
" § 1septies. De in § 1sexies bedoelde bedragen van 10 713,90 EUR en 8 037,37 EUR worden, op 1 december 2007, op 11 080,38 EUR en 8 336,70 EUR gebracht.
Dezelfde bedragen worden, op 1 juli 2008, op 11 301,99 EUR en 8 503,43 EUR gebracht.
Vanaf een datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad waarbij rekening wordt gehouden met de budgettaire beschikbaarheid, zullen de in § 1sexies bedoelde bedragen van 10 713,90 EUR en 8 037,37 EUR, zoals aangepast overeenkomstig de vorige leden, minstens gelijk zijn aan het bedrag bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, vermenigvuldigd met respectievelijk vermenigvuldigingsfactor 2 voor een gezin en met vermenigvuldigingsfactor 1,5 voor een alleenstaande. "
Art.23. L'article 131bis, § 1ersepties, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, inséré par l'arrêté royal du 9 avril 2007, est remplacé par la disposition suivante :
" § 1ersepties. Les montants de 10 713,90 EUR et 8 037,37 EUR, visés au § 1ersexies sont portés, au 1er décembre 2007, à 11 080,38 EUR et 8 336,70 EUR.
Ces mêmes montants sont portés, au 1er juillet 2008, à 11 301,99 EUR et 8 503,43 euros.
A partir d'une date déterminée par le Roi, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, où il sera tenu compte des disponibilités budgétaires, les montants de 10 713,90 EUR et 8 037,37 EUR visés au § 1ersexies tels qu'adaptés conformément aux alinéas précédents, seront au moins égaux au montant visé à l'article 6, § 1er, de la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées, multiplié respectivement par le coefficient 2 pour un ménage et par le coefficient 1,5 pour un isolé. "
" § 1ersepties. Les montants de 10 713,90 EUR et 8 037,37 EUR, visés au § 1ersexies sont portés, au 1er décembre 2007, à 11 080,38 EUR et 8 336,70 EUR.
Ces mêmes montants sont portés, au 1er juillet 2008, à 11 301,99 EUR et 8 503,43 euros.
A partir d'une date déterminée par le Roi, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, où il sera tenu compte des disponibilités budgétaires, les montants de 10 713,90 EUR et 8 037,37 EUR visés au § 1ersexies tels qu'adaptés conformément aux alinéas précédents, seront au moins égaux au montant visé à l'article 6, § 1er, de la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées, multiplié respectivement par le coefficient 2 pour un ménage et par le coefficient 1,5 pour un isolé. "
Afdeling 4. - Verbetering van het vervroegd pensioen voor zelfstandigen.
Section 4. - Amélioration de la pension anticipée en faveur des travailleurs indépendants.
Art.24. In artikel 3, § 3ter, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, ingevoegd bij de programmawet (I) van 24 december 2002 en vervangen bij de wet van 23 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
" De in het vorige lid bedoelde loopbaanvoorwaarde wordt vastgesteld op 44 kalenderjaren voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2006 en uiterlijk op 1 december 2007. ";
2° een nieuw lid wordt tussen het tweede en het derde lid ingevoegd, luidende :
" De in het eerste lid bedoelde loopbaanvoorwaarde wordt vastgesteld op 43 kalenderjaren voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2008. ".
1° het tweede lid wordt vervangen als volgt :
" De in het vorige lid bedoelde loopbaanvoorwaarde wordt vastgesteld op 44 kalenderjaren voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2006 en uiterlijk op 1 december 2007. ";
2° een nieuw lid wordt tussen het tweede en het derde lid ingevoegd, luidende :
" De in het eerste lid bedoelde loopbaanvoorwaarde wordt vastgesteld op 43 kalenderjaren voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2008. ".
Art.24. Dans l'article 3, § 3ter, de l'arrêté royal du 30 janvier 1997 relatif au régime de pension des travailleurs indépendants en application des articles 15 et 27 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions et de l'article 3, § 1er, 4°, de la loi du 26 juillet 1996 visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne, inséré par la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 et remplacé par la loi du 23 décembre 2005, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 2 est remplacé par l'alinéa suivant :
" La condition de carrière visée à l'alinéa précédent est fixée à 44 années civiles pour les pensions prenant cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2006 et au plus tard le 1er décembre 2007. ";
2° un nouvel alinéa est inséré entre les alinéas 2 et 3, rédigé comme suit :
" La condition de carrière visée à l'alinéa 1er est fixée à 43 années civiles pour les pensions prenant cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2008. ".
1° l'alinéa 2 est remplacé par l'alinéa suivant :
" La condition de carrière visée à l'alinéa précédent est fixée à 44 années civiles pour les pensions prenant cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2006 et au plus tard le 1er décembre 2007. ";
2° un nouvel alinéa est inséré entre les alinéas 2 et 3, rédigé comme suit :
" La condition de carrière visée à l'alinéa 1er est fixée à 43 années civiles pour les pensions prenant cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2008. ".
Art.25. Artikel 16, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wet van 24 december 2002 en vervangen bij de wet van 23 december 2005, wordt vervangen als volgt :
" De vermindering voorzien in § 2, tweede en vierde lid, is niet van toepassing indien de belanghebbende :
1° een loopbaan van 43 kalenderjaren bewijst voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2003 en uiterlijk op 1 december 2005;
2° een loopbaan van 44 kalenderjaren bewijst voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2006 en uiterlijk op 1 december 2007;
3° een loopbaan van 43 kalenderjaren bewijst voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2008 en uiterlijk op 1 december 2008. ".
" De vermindering voorzien in § 2, tweede en vierde lid, is niet van toepassing indien de belanghebbende :
1° een loopbaan van 43 kalenderjaren bewijst voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2003 en uiterlijk op 1 december 2005;
2° een loopbaan van 44 kalenderjaren bewijst voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2006 en uiterlijk op 1 december 2007;
3° een loopbaan van 43 kalenderjaren bewijst voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2008 en uiterlijk op 1 december 2008. ".
Art.25. L'article 16, § 3, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par la loi du 24 décembre 2002 et remplacé par la loi du 23 décembre 2005, est remplacé par l'alinéa suivant :
" La réduction prévue au § 2, alinéas 2 et 4, n'est pas applicable lorsque l'intéressé prouve :
1° une carrière de 43 années civiles, pour les pensions prenant cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2003 et au plus tard le 1er décembre 2005;
2° une carrière de 44 années civiles, pour les pensions prenant cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2006 et au plus tard le 1er décembre 2007;
3° une carrière de 43 années civiles, pour les pensions prenant cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2008 et au plus tard le 1er décembre 2008. ".
" La réduction prévue au § 2, alinéas 2 et 4, n'est pas applicable lorsque l'intéressé prouve :
1° une carrière de 43 années civiles, pour les pensions prenant cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2003 et au plus tard le 1er décembre 2005;
2° une carrière de 44 années civiles, pour les pensions prenant cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2006 et au plus tard le 1er décembre 2007;
3° une carrière de 43 années civiles, pour les pensions prenant cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2008 et au plus tard le 1er décembre 2008. ".
HOOFDSTUK 2. - Samenstelling van de Sociale inlichtingen- en opsporingsdienst.
CHAPITRE 2. - Composition du Service d'information et de recherche sociale.
Art.26. In artikel 310, derde lid, van de programmawet (I) van 27 december 2006 worden de woorden " de Zelfstandigen, " ingevoegd tussen de woorden " Sociale Zaken, " en de woorden " Werk en Justitie ".
Art.26. A l'article 310, alinéa 3, de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, les mots " les Indépendants, " sont insérés entre les mots " Affaires sociales ", et les mots " l'Emploi et la Justice "
Art.27. In artikel 313, eerste lid, 5°, van dezelfde wet worden de woorden " van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen, " ingevoegd tussen de woorden " Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, " en de woorden " van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, ".
Art.27. A l'article 313, alinéa premier, 5°, de la même loi, les mots " de l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants " sont insérés entre les mots " Office national de Sécurité sociale " et les mots " de l'Office national de l'Emploi ".
Art.28. In artikel 313, eerste lid van dezelfde wet wordt een punt 11° toegevoegd, luidend als volgt :
" een vertegenwoordiger van de Hoge Raad voor de zelfstandigen en de kleine en middelgrote ondernemingen. ".
" een vertegenwoordiger van de Hoge Raad voor de zelfstandigen en de kleine en middelgrote ondernemingen. ".
Art.28. A l'article 313, alinéa 1er, de la même loi un point 11° est ajouté, libellé comme suit :
" d'un représentant du Conseil supérieur des indépendants et des petites et moyennes entreprises. ".
" d'un représentant du Conseil supérieur des indépendants et des petites et moyennes entreprises. ".
Art.29. In artikel 315, § 2, eerste lid, 2°, in fine van dezelfde wet worden twee streepjes toegevoegd luidend als volgt :
" - van de Directie-generaal Zelfstandigen van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid;
- van de dienst Inspectie van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen; ".
" - van de Directie-generaal Zelfstandigen van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid;
- van de dienst Inspectie van het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen; ".
Art.29. A l'article 315, § 2, alinéa 1er, 2°, in fine de la même loi, 2 tirets sont ajoutés, libellés comme suit :
" - de la Direction générale Indépendants du Service public fédéral Sécurité sociale;
- du service d'Inspection de l'Institut national d'Assurances sociales pour Travailleurs indépendants; ".
" - de la Direction générale Indépendants du Service public fédéral Sécurité sociale;
- du service d'Inspection de l'Institut national d'Assurances sociales pour Travailleurs indépendants; ".
HOOFDSTUK 3. - Alternatieve financiering.
CHAPITRE 3. - Financement alternatif.
Afdeling 1. - Globaal beheer zelfstandigen.
Section 1re. - Gestion globale Indépendants.
Art.30. In artikel 66, § 3bis, van de programmawet van 2 januari 2001, ingevoegd bij de wet van 22 december 2003 en gewijzigd bij de wetten van 9 juli 2004, 27 december 2004, 20 juli 2006, 27 december 2006 en 21 december 2007, wordt de laatste zin van het derde lid vervangen door de volgende zin :
" Het bedrag van 100 000 duizend EUR wordt verhoogd tot 164 500 duizend EUR vanaf 1 januari 2008. ".
" Het bedrag van 100 000 duizend EUR wordt verhoogd tot 164 500 duizend EUR vanaf 1 januari 2008. ".
Art.30. A l'article 66, § 3bis, de la loi-programme du 2 janvier 2001, inséré par la loi du 22 décembre 2003 et modifié par les lois des 9 juillet 2004, 27 décembre 2004, 20 juillet 2006, 27 décembre 2006 et 21 décembre 2007, la dernière phrase de l'alinéa 3 est remplacée par la phrase suivante :
" Le montant de 100 000 milliers d'EUR est porté à 164 500 milliers d'EUR à partir du 1er janvier 2008. ".
" Le montant de 100 000 milliers d'EUR est porté à 164 500 milliers d'EUR à partir du 1er janvier 2008. ".
Afdeling 2. - Globaal beheer werknemers.
Section 2. - Gestion globale salariés.
Art.31. In artikel 67bis van de programmawet van 2 januari 2001, laatst gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° een nieuw vijfde lid wordt ingevoegd, luidende :
" Vanaf 1 januari 2008 wordt het bedrag bedoeld in het vorige lid verhoogd tot 1 487 241 duizend EUR. ";
2° in het huidige vijfde lid, dat het zesde lid wordt, wordt " 2008 " vervangen door " 2009 ".
1° een nieuw vijfde lid wordt ingevoegd, luidende :
" Vanaf 1 januari 2008 wordt het bedrag bedoeld in het vorige lid verhoogd tot 1 487 241 duizend EUR. ";
2° in het huidige vijfde lid, dat het zesde lid wordt, wordt " 2008 " vervangen door " 2009 ".
Art.31. Dans l'article 67bis de la loi-programme du 2 janvier 2001, modifié en dernier lieu par la loi du 27 décembre 2006, sont apportées les modifications suivantes :
1° un nouvel alinéa 5 est inséré, rédigé comme suit :
" A partir du 1er janvier 2008, le montant visé à l'alinéa précédent est porté à 1 487 241 milliers d'EUR. ";
2° dans l'actuel alinéa 5 qui devient l'alinéa 6, " 2008 " est remplacé par " 2009 ".
1° un nouvel alinéa 5 est inséré, rédigé comme suit :
" A partir du 1er janvier 2008, le montant visé à l'alinéa précédent est porté à 1 487 241 milliers d'EUR. ";
2° dans l'actuel alinéa 5 qui devient l'alinéa 6, " 2008 " est remplacé par " 2009 ".
HOOFDSTUK 4. - RSZ.
CHAPITRE 4. - ONSS.
Afdeling 1. - Termijn voor het beroep van de werknemer tegen een beslissing van de RSZ.
Section 1re. - Délai de recours du travailleur contre une décision de l'ONSS.
Art.32. In artikel 42 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1978, 29 april 1996, 25 januari 1999, 24 december 2002, 3 juli 2005 en 27 december 2005, wordt tussen het derde en het vierde lid het volgende lid ingevoegd :
" De door een werknemer ingestelde vordering tegen de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor de erkenning van zijn subjectief recht ten opzichte van voormelde Rijksdienst moet, op straffe van verval, ingediend worden binnen de drie maanden na de kennisgeving door voormelde Rijksdienst van de beslissing inzake onderwerping of weigering van onderwerping. De bijdragen gekoppeld aan de erkenning van dit subjectief recht moeten worden aangegeven en betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op het kwartaal tijdens hetwelk deze bijdragen verschuldigd zijn indien ze betrekking hebben op een komende periode, of binnen de maand die volgt op die tijdens dewelke het subjectief recht van de werknemer erkend werd bij een in kracht van gewijsde getreden beslissing, indien ze betrekking hebben op een volledig of gedeeltelijk afgelopen periode. ".
" De door een werknemer ingestelde vordering tegen de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voor de erkenning van zijn subjectief recht ten opzichte van voormelde Rijksdienst moet, op straffe van verval, ingediend worden binnen de drie maanden na de kennisgeving door voormelde Rijksdienst van de beslissing inzake onderwerping of weigering van onderwerping. De bijdragen gekoppeld aan de erkenning van dit subjectief recht moeten worden aangegeven en betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op het kwartaal tijdens hetwelk deze bijdragen verschuldigd zijn indien ze betrekking hebben op een komende periode, of binnen de maand die volgt op die tijdens dewelke het subjectief recht van de werknemer erkend werd bij een in kracht van gewijsde getreden beslissing, indien ze betrekking hebben op een volledig of gedeeltelijk afgelopen periode. ".
Art.32. Dans l'article 42 de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, modifié par les lois des 4 août 1978, 29 avril 1996, 25 janvier 1999, 24 décembre 2002, 3 juillet 2005 et 27 décembre 2005, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 3 et 4 :
" L'action intentée contre l'Office national de Sécurité sociale par un travailleur en reconnaissance de son droit subjectif à l'égard de l'Office précité doit, à peine de déchéance, être introduite dans les trois mois de la notification par l'Office précité de la décision d'assujettissement ou de refus d'assujettissement. Les cotisations qui se rattachent à la reconnaissance de ce droit subjectif doivent être déclarées et payées au plus tard le dernier jour du mois qui suit le trimestre au cours duquel ces cotisations sont dues si elles couvrent une période à venir, ou dans le mois qui suit celui au cours duquel le droit subjectif du travailleur a été reconnu par une décision coulée en force de chose jugée, si elles couvrent une période totalement ou partiellement écoulée. ".
" L'action intentée contre l'Office national de Sécurité sociale par un travailleur en reconnaissance de son droit subjectif à l'égard de l'Office précité doit, à peine de déchéance, être introduite dans les trois mois de la notification par l'Office précité de la décision d'assujettissement ou de refus d'assujettissement. Les cotisations qui se rattachent à la reconnaissance de ce droit subjectif doivent être déclarées et payées au plus tard le dernier jour du mois qui suit le trimestre au cours duquel ces cotisations sont dues si elles couvrent une période à venir, ou dans le mois qui suit celui au cours duquel le droit subjectif du travailleur a été reconnu par une décision coulée en force de chose jugée, si elles couvrent une période totalement ou partiellement écoulée. ".
Art.33. In het jaar volgend op de inwerkingtreding van artikel 32 kan de RSZ, teneinde zich in regel te stellen met artikel 2, 4°, van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, overgaan tot een nieuwe kennisgeving van de beslissingen tot onderwerping of weigering tot onderwerping waarvan hij kennis gegeven heeft sinds 1 januari 2007, en dit teneinde de verjaringstermijn voor het indienen van het beroep te laten lopen.
Art.33. Dans l'année qui suit l'entrée en vigueur de l'article 32, l'Office national de Sécurité sociale peut, afin de se mettre en conformité avec l'article 2, 4°, de la loi du 11 avril 1994 relative à la publicité de l'administration, procéder à une nouvelle notification des décisions d'assujettissement ou de refus d'assujettissement qu'il a notifiées depuis le 1er janvier 2007 et ce, afin de faire courir le délai de prescription pour l'introduction du recours.
Art.34. Artikel 32 treedt in werking op de eerste dag van het volgende kwartaal na dat waarin deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art.34. L'article 32 entre en vigueur le premier jour du trimestre qui suit celui au cours duquel la présente loi aura été publiée au Moniteur belge.
Afdeling 2. - Herverdeling van de sociale lasten.
Section 2. - Redistribution des charges sociales.
Art.35. Deze afdeling is van toepassing op de werkgevers onderworpen aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, van de ondernemingen bedoeld in artikel 2, 3°, a), van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen.
Deze afdeling is tevens van toepassing op de beoefenaars van vrije beroepen evenals op de vennootschappen die opgericht worden in het kader van de uitoefening van deze beroepen.
Deze afdeling is tevens van toepassing op de beoefenaars van vrije beroepen evenals op de vennootschappen die opgericht worden in het kader van de uitoefening van deze beroepen.
Art.35. La présente section s'applique aux employeurs soumis à la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, des entreprises visées à l'article 2, 3°, a), de la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises.
La présente section est également d'application aux titulaires de professions libérales ainsi qu'aux sociétés qui sont fondées dans le cadre de l'exercice de ces professions.
La présente section est également d'application aux titulaires de professions libérales ainsi qu'aux sociétés qui sont fondées dans le cadre de l'exercice de ces professions.
Art.36. Op 1 juli van elk jaar wordt aan de werkgevers een korting toegekend van 11,5 pct. van het bedrag van de totale bijdragen bedoeld in artikel 38, §§ 1 en 2 en [1 § 3, 1° of 2° of 3°, en 8° tot 10°]1, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, die driemaandelijks verschuldigd zijn voor elk van de vier kwartalen van het afgelopen kalenderjaar.
Deze korting is beperkt tot 359,45 EUR per in aanmerking genomen kwartaal indien het bedrag van de totale driemaandelijks verschuldigde bijdragen begrepen is tussen 5 453,66 EUR en 26 028,82 EUR.
Ze is beperkt tot 272,68 EUR per in aanmerking genomen kwartaal indien het bedrag van de totale driemaandelijks verschuldigde bijdragen 26 028,82 EUR overschrijdt.
Deze korting is beperkt tot 359,45 EUR per in aanmerking genomen kwartaal indien het bedrag van de totale driemaandelijks verschuldigde bijdragen begrepen is tussen 5 453,66 EUR en 26 028,82 EUR.
Ze is beperkt tot 272,68 EUR per in aanmerking genomen kwartaal indien het bedrag van de totale driemaandelijks verschuldigde bijdragen 26 028,82 EUR overschrijdt.
Modifications
Art.36. Le 1er juillet de chaque année, il est accordé aux employeurs une remise de 11,5 p.c. du montant de l'ensemble des cotisations visées à l'article 38, §§ 1er et 2 et [1 § 3, 1° ou 2° ou 3° et 8° à 10°]1, de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, dues trimestriellement pour chacun des quatre trimestres de l'année civile écoulée.
Cette remise est limitée à 359,45 EUR par trimestre pris en considération si le montant de l'ensemble des cotisations dues trimestriellement est compris entre 5 453,66 EUR et 26 028,82 EUR.
Elle est limitée à 272,68 EUR par trimestre pris en considération si le montant de l'ensemble des cotisations dues trimestriellement dépasse 26 028,82 EUR.
Cette remise est limitée à 359,45 EUR par trimestre pris en considération si le montant de l'ensemble des cotisations dues trimestriellement est compris entre 5 453,66 EUR et 26 028,82 EUR.
Elle est limitée à 272,68 EUR par trimestre pris en considération si le montant de l'ensemble des cotisations dues trimestriellement dépasse 26 028,82 EUR.
Modifications
Art.37. Iedere werkgever moet jaarlijks aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, voor elk kwartaal van het afgelopen kalenderjaar, een compenserende bijdrage betalen, gelijk aan 1,55 pct. van de schijf van de totale driemaandelijks verschuldigde bijdragen bedoeld in artikel 38, §§ 1 en 2 en [2 § 3, 1° of 2° of 3°, en 8° tot 10°]2, van voormelde wet van 29 juni 1981, die 26 028,82 EUR overschrijdt.
[1 Ze is beperkt tot 182.000,00 euro. Het bedrag van 182.000,00 euro is gekoppeld aan de gezondheidsindex van de maand september 2008 (111,15). Vanaf 1 januari 2010 wordt dit bedrag jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de volgende formule : het basisbedrag wordt vermenigvuldigd met de gezondheidsindex van de maand september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het nieuwe bedrag van toepassing zal zijn, en gedeeld door de gezondheidsindex van de maand september 2008. Het aldus berekende bedrag wordt op de hogere euro afgerond.
De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag 182.000,00 euro aanpassen opdat de door middel van de maatregel nagestreefde doelstelling zou worden bereikt.]1
[1 Ze is beperkt tot 182.000,00 euro. Het bedrag van 182.000,00 euro is gekoppeld aan de gezondheidsindex van de maand september 2008 (111,15). Vanaf 1 januari 2010 wordt dit bedrag jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de volgende formule : het basisbedrag wordt vermenigvuldigd met de gezondheidsindex van de maand september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het nieuwe bedrag van toepassing zal zijn, en gedeeld door de gezondheidsindex van de maand september 2008. Het aldus berekende bedrag wordt op de hogere euro afgerond.
De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag 182.000,00 euro aanpassen opdat de door middel van de maatregel nagestreefde doelstelling zou worden bereikt.]1
Art.37. Tout employeur est tenu de payer annuellement à l'Office national de Sécurité sociale pour chacun des trimestres de l'année civile écoulée, une cotisation de compensation égale à 1,55 p.c. de la tranche de l'ensemble des cotisations dues trimestriellement visées à l'article 38, §§ 1er et 2 et [2 § 3, 1° ou 2° ou 3° et 8° à 10°]2, de la loi précitée du 29 juin 1981, qui dépasse 26 028,82 EUR.
[1 Elle est limitée à 182.000,00 euros. Le montant de 182.000,00 euros est rattaché à l'indice santé du mois de septembre 2008 (111,15). A partir du 1er janvier 2010, ce montant est adapté le 1er janvier de chaque année conformément à la formule suivante : le montant de base est multiplié par l'indice santé du mois de septembre de l'année précédant celle durant laquelle le nouveau montant sera applicable et divisé par l'indice santé du mois de septembre 2008. Le montant ainsi obtenu est arrondi à l'euro supérieur.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, adapter le montant de 182.000,00 euros afin que l'objectif poursuivi par la mesure soit atteint.]1
[1 Elle est limitée à 182.000,00 euros. Le montant de 182.000,00 euros est rattaché à l'indice santé du mois de septembre 2008 (111,15). A partir du 1er janvier 2010, ce montant est adapté le 1er janvier de chaque année conformément à la formule suivante : le montant de base est multiplié par l'indice santé du mois de septembre de l'année précédant celle durant laquelle le nouveau montant sera applicable et divisé par l'indice santé du mois de septembre 2008. Le montant ainsi obtenu est arrondi à l'euro supérieur.
Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, adapter le montant de 182.000,00 euros afin que l'objectif poursuivi par la mesure soit atteint.]1
Art.38. De Rijksdienst voor sociale zekerheid stelt iedere werkgever, per bericht dat hij hem verzendt in de loop van het tweede kwartaal van het jaar, in kennis van het te ontvangen of te betalen bedrag ingevolge de toepassing van artikelen 36 en 37. Er wordt geen rekening gehouden met ieder bedrag lager dan 37,18 EUR.
Het door de werkgever te ontvangen bedrag wordt op zijn rekening gecrediteerd op de datum van 1 juli en wordt in mindering gebracht van zijn bijdragen verschuldigd voor het tweede kwartaal van het jaar.
Het te betalen bedrag is op 30 juni verschuldigd. Alle wets- en verordeningsbepalingen betreffende de inning, de invordering, de burgerlijke sancties, de verjaring en het voorrecht van de socialezekerheidsbijdragen zijn op dit bedrag van toepassing.
Het door de werkgever te ontvangen bedrag wordt op zijn rekening gecrediteerd op de datum van 1 juli en wordt in mindering gebracht van zijn bijdragen verschuldigd voor het tweede kwartaal van het jaar.
Het te betalen bedrag is op 30 juni verschuldigd. Alle wets- en verordeningsbepalingen betreffende de inning, de invordering, de burgerlijke sancties, de verjaring en het voorrecht van de socialezekerheidsbijdragen zijn op dit bedrag van toepassing.
Art.38. L'Office national de sécurité sociale communique à chaque employeur par avis qu'il lui adresse dans le courant du deuxième trimestre de l'année, le montant à recevoir ou à payer résultant de l'application des articles 36 et 37. Tout montant inférieur à 37,18 EUR est négligé.
Le montant à recevoir par l'employeur est inscrit au crédit de son compte à la date du 1er juillet et est à valoir sur ses cotisations dues pour le deuxième trimestre de l'année.
Le montant à payer est dû le 30 juin. Toutes les dispositions légales et réglementaires relatives à la perception, au recouvrement, aux sanctions civiles, à la prescription et au privilège des cotisations de sécurité sociale sont applicables à ce montant.
Le montant à recevoir par l'employeur est inscrit au crédit de son compte à la date du 1er juillet et est à valoir sur ses cotisations dues pour le deuxième trimestre de l'année.
Le montant à payer est dû le 30 juin. Toutes les dispositions légales et réglementaires relatives à la perception, au recouvrement, aux sanctions civiles, à la prescription et au privilège des cotisations de sécurité sociale sont applicables à ce montant.
Art.39. Deze afdeling is van toepassing voor de eerste keer op de bijdragen verschuldigd vanaf het eerste kwartaal 2007.
Art.39. La présente section est applicable pour la première fois sur les cotisations dues à partir du premier trimestre 2007.
Art.40. Deze afdeling heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008.
Art.40. La présente section produit ses effets le 1er janvier 2008.
Afdeling 3. - Aanpassing van de wettelijke rentevoet op het gebied van de sociale zekerheid.
Section 3. - Adaptation du taux d'intérêt légal en sécurité sociale.
Art.41. De wettelijke rentevoet bedoeld in artikel 28, § 1, tweede lid, van de wet 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, is de wettelijke rentevoet bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest.
Art.41. Le taux d'intérêt légal visé à l'article 28, § 1er, alinéa 2, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, est le taux d'intérêt légal dont question à l'article 2, § 2, de la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à l'intérêt.
Art.42. In artikel 2 van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, vervangen bij de wet van 27 december 2006, wordt een paragraaf 3 ingevoegd, luidende :
" § 3. De wettelijke rentevoet in sociale zaken wordt bepaald op 7 pct., zelfs indien de sociale bepalingen verwijzen naar de wettelijke rentevoet in burgerlijke zaken en voor zover er niet uitdrukkelijk in de sociale bepalingen, onder meer in de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wordt van afgeweken.
Deze rentevoet kan bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad worden gewijzigd. ".
" § 3. De wettelijke rentevoet in sociale zaken wordt bepaald op 7 pct., zelfs indien de sociale bepalingen verwijzen naar de wettelijke rentevoet in burgerlijke zaken en voor zover er niet uitdrukkelijk in de sociale bepalingen, onder meer in de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wordt van afgeweken.
Deze rentevoet kan bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad worden gewijzigd. ".
Art.42. Dans l'article 2 de la loi du 5 mai 1865 relative au prêt à l'intérêt, remplacé par la loi du 27 décembre 2006, il est inséré un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Le taux d'intérêt légal en matière sociale est fixé à 7 p.c., même si les dispositions sociales renvoient au taux d'intérêt légal en matière civile et pour autant qu'il n'y soit pas explicitement dérogé dans les dispositions sociales, notamment dans la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
Ce taux peut être modifié par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres. ".
" § 3. Le taux d'intérêt légal en matière sociale est fixé à 7 p.c., même si les dispositions sociales renvoient au taux d'intérêt légal en matière civile et pour autant qu'il n'y soit pas explicitement dérogé dans les dispositions sociales, notamment dans la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
Ce taux peut être modifié par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres. ".
Art.43. In artikel 28, § 1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vervangen bij de wet van 27 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " een verwijlinterest verschuldigd, waarvan het bedrag en de voorwaarden van toepassing bij koninklijk besluit worden vastgesteld " vervangen door de woorden " een verwijlinterest van 7 pct. verschuldigd, waarvan de voorwaarden van toepassing bij koninklijk besluit worden vastgesteld ";
2° in het tweede lid vervallen de woorden " en de op deze bijdragen berekende verwijlinterest mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet ".
1° in het eerste lid worden de woorden " een verwijlinterest verschuldigd, waarvan het bedrag en de voorwaarden van toepassing bij koninklijk besluit worden vastgesteld " vervangen door de woorden " een verwijlinterest van 7 pct. verschuldigd, waarvan de voorwaarden van toepassing bij koninklijk besluit worden vastgesteld ";
2° in het tweede lid vervallen de woorden " en de op deze bijdragen berekende verwijlinterest mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet ".
Art.43. A l'article 28, § 1er, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, remplacé par la loi du 27 décembre 2005, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er les mots " d'un intérêt de retard dont le montant et les conditions d'application sont fixés par arrêté royal " sont remplacés par les mots " d'un intérêt de retard fixé à 7 p.c. dont les conditions d'application sont fixées par arrêté royal ";
2° à l'alinéa 2 les mots " et l'intérêt de retard calculé sur lesdites cotisations ne peut excéder le taux d'intérêt légal " sont supprimés.
1° à l'alinéa 1er les mots " d'un intérêt de retard dont le montant et les conditions d'application sont fixés par arrêté royal " sont remplacés par les mots " d'un intérêt de retard fixé à 7 p.c. dont les conditions d'application sont fixées par arrêté royal ";
2° à l'alinéa 2 les mots " et l'intérêt de retard calculé sur lesdites cotisations ne peut excéder le taux d'intérêt légal " sont supprimés.
Art.44. Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2009 behalve artikel 41 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2007 en buiten werking treedt op 31 december 2008.
Art.44. La présente section entre en vigueur le 1er janvier 2009 à l'exception de l'article 41 qui produit ses effets le 1er janvier 2007 et cessera d'être en vigueur le 31 décembre 2008.
TITEL VI. - Volksgezondheid.
TITRE VI. - Santé publique.
HOOFDSTUK 1. - Verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
CHAPITRE Ier. - Assurance obligatoire soins de santé et indemnités.
Afdeling 1. - Heffingen en bijdragen op het zakencijfer van farmaceutische specialiteiten.
Section 1re. - Cotisations et contributions sur le chiffre d'affaires des spécialités pharmaceutiques.
Art.45. In artikel 191 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in 15°octies, vierde lid, ingevoegd bij wet van 27 december 2005, worden de woorden " september 2006 " vervangen door de woorden " september van een bepaald jaar ", de woorden " kan het Instituut een som gelijkwaardig aan de overschrijding inhouden " worden vervangen door de woorden " houdt het Instituut een som gelijkwaardig aan de overschrijding in ", en de woorden " 15 september " worden vervangen door " 1 maart ";
2° 15°octies, vijfde lid, ingevoegd bij wet van 27 december 2005, wordt vervangen als volgt :
" De ontvangsten die volgen uit deze wedersamenstelling worden in de rekening van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging opgenomen in het jaar gedurende hetwelk de overeenstemmende inhouding heeft plaatsgehad. ";
3° 15°octies, zesde lid, ingevoegd bij wet van 27 december 2005, en gewijzigd bij wetten van 13 december 2006 en 27 december 2006, wordt vervangen als volgt :
" De Koning bepaalt jaarlijks, in functie van het eventueel ingehouden bedrag, het percentage van het zakencijfer van het voorgaande jaar, dat is aangegeven met toepassing van de bepalingen van het punt 15°novies, vierde lid, dat dient gestort te worden door de aanvragers met het oog op het samenstellen van het provisiefonds waarvan het bedrag is bepaald in het tweede lid. De Koning kan ook, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen volgens welke wijze de vergoedbare farmaceutische specialiteiten die worden vergoed volgens artikel 37, § 3, in rekening worden gebracht in het zakencijfer op het moment van de vaststelling van het percentage van het zakencijfer dat dient gestort te worden met het oog op het samenstellen van het provisiefonds. ";
4° in 15°novies, vierde lid, ingevoegd bij wet van 27 december 2005, worden de woorden " of, bij ontstentenis daarvan " vervangen door de woorden " en/of ";
5° in 15°novies, achtste lid, ingevoegd bij wet van 27 december 2005 en gewijzigd bij wetten van 27 december 2006 en 21 december 2007, worden in de laatste zin de woorden " 1 juni 2008 " vervangen door de woorden " 1 oktober 2008 ";
6° in 15°novies, tiende lid, ingevoegd bij wet van 27 december 2005 en gewijzigd bij wetten van 27 december 2006 en 21 december 2007, worden in de laatste zin de woorden " 7,73 pct." vervangen door de woorden " 7,97 pct ".
1° in 15°octies, vierde lid, ingevoegd bij wet van 27 december 2005, worden de woorden " september 2006 " vervangen door de woorden " september van een bepaald jaar ", de woorden " kan het Instituut een som gelijkwaardig aan de overschrijding inhouden " worden vervangen door de woorden " houdt het Instituut een som gelijkwaardig aan de overschrijding in ", en de woorden " 15 september " worden vervangen door " 1 maart ";
2° 15°octies, vijfde lid, ingevoegd bij wet van 27 december 2005, wordt vervangen als volgt :
" De ontvangsten die volgen uit deze wedersamenstelling worden in de rekening van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging opgenomen in het jaar gedurende hetwelk de overeenstemmende inhouding heeft plaatsgehad. ";
3° 15°octies, zesde lid, ingevoegd bij wet van 27 december 2005, en gewijzigd bij wetten van 13 december 2006 en 27 december 2006, wordt vervangen als volgt :
" De Koning bepaalt jaarlijks, in functie van het eventueel ingehouden bedrag, het percentage van het zakencijfer van het voorgaande jaar, dat is aangegeven met toepassing van de bepalingen van het punt 15°novies, vierde lid, dat dient gestort te worden door de aanvragers met het oog op het samenstellen van het provisiefonds waarvan het bedrag is bepaald in het tweede lid. De Koning kan ook, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen volgens welke wijze de vergoedbare farmaceutische specialiteiten die worden vergoed volgens artikel 37, § 3, in rekening worden gebracht in het zakencijfer op het moment van de vaststelling van het percentage van het zakencijfer dat dient gestort te worden met het oog op het samenstellen van het provisiefonds. ";
4° in 15°novies, vierde lid, ingevoegd bij wet van 27 december 2005, worden de woorden " of, bij ontstentenis daarvan " vervangen door de woorden " en/of ";
5° in 15°novies, achtste lid, ingevoegd bij wet van 27 december 2005 en gewijzigd bij wetten van 27 december 2006 en 21 december 2007, worden in de laatste zin de woorden " 1 juni 2008 " vervangen door de woorden " 1 oktober 2008 ";
6° in 15°novies, tiende lid, ingevoegd bij wet van 27 december 2005 en gewijzigd bij wetten van 27 december 2006 en 21 december 2007, worden in de laatste zin de woorden " 7,73 pct." vervangen door de woorden " 7,97 pct ".
Art.45. A l'article 191 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, sont apportées les modifications suivantes :
1° au 15°octies, alinéa 4, inséré par la loi du 27 décembre 2005, les mots " septembre 2006 " sont remplacés par les mots " septembre d'une année donnée ", les mots " peut prélever " par les mots " prélève ", et les mots " 15 septembre " par les mots " 1er mars ";
2° le 15°octies, alinéa 5, inséré par la loi du 27 décembre 2005, est remplacé par la disposition suivante :
" Les recettes d'une telle reconstitution sont imputées dans les comptes de l'assurance obligatoire soins de santé pour l'année au cours de laquelle le prélèvement correspondant a eu lieu. ";
3° le 15°octies, alinéa 6, inséré par la loi du 27 décembre 2005 et modifié par les lois des 13 décembre 2006 et 27 décembre 2006, est remplacé par la disposition suivante :
" Le Roi détermine annuellement, en fonction du montant éventuellement prélevé, le pourcentage du chiffre d'affaires de l'année précédente, déclaré en application des dispositions du 15°novies, alinéa 4, qui doit être versé par les demandeurs en vue de reconstituer le fonds provisionnel dont le montant est fixé à l'alinéa 2. Le Roi peut également fixer, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, selon quelles modalités les spécialités pharmaceutiques remboursables qui sont remboursées conformément à l'article 37, § 3, sont prises en compte dans le chiffre d'affaires lors de cette détermination du pourcentage du chiffre d'affaires qui doit être versé en vue de reconstituer le fonds provisionnel. ";
4° au 15°novies, alinéa 4, inséré par la loi du 27 décembre 2005, les mots " ou, à défaut, par " sont remplacés par les mots " et/ou par ";
5° au 15°novies, alinéa 8, inséré par la loi du 27 décembre 2005 et modifié par les lois des 27 décembre 2006 et 21 décembre 2007, dans la dernière phrase, les mots " 1er juin 2008 " sont remplacés par les mots " 1er octobre 2008 ";
6° au 15°novies, alinéa 10, inséré par la loi du 27 décembre 2005 et modifié par les lois des 27 décembre 2006 et 21 décembre 2007, dans la dernière phrase, les mots " 7,73 p.c. " sont remplacés par les mots " 7,97 p.c. ".
1° au 15°octies, alinéa 4, inséré par la loi du 27 décembre 2005, les mots " septembre 2006 " sont remplacés par les mots " septembre d'une année donnée ", les mots " peut prélever " par les mots " prélève ", et les mots " 15 septembre " par les mots " 1er mars ";
2° le 15°octies, alinéa 5, inséré par la loi du 27 décembre 2005, est remplacé par la disposition suivante :
" Les recettes d'une telle reconstitution sont imputées dans les comptes de l'assurance obligatoire soins de santé pour l'année au cours de laquelle le prélèvement correspondant a eu lieu. ";
3° le 15°octies, alinéa 6, inséré par la loi du 27 décembre 2005 et modifié par les lois des 13 décembre 2006 et 27 décembre 2006, est remplacé par la disposition suivante :
" Le Roi détermine annuellement, en fonction du montant éventuellement prélevé, le pourcentage du chiffre d'affaires de l'année précédente, déclaré en application des dispositions du 15°novies, alinéa 4, qui doit être versé par les demandeurs en vue de reconstituer le fonds provisionnel dont le montant est fixé à l'alinéa 2. Le Roi peut également fixer, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, selon quelles modalités les spécialités pharmaceutiques remboursables qui sont remboursées conformément à l'article 37, § 3, sont prises en compte dans le chiffre d'affaires lors de cette détermination du pourcentage du chiffre d'affaires qui doit être versé en vue de reconstituer le fonds provisionnel. ";
4° au 15°novies, alinéa 4, inséré par la loi du 27 décembre 2005, les mots " ou, à défaut, par " sont remplacés par les mots " et/ou par ";
5° au 15°novies, alinéa 8, inséré par la loi du 27 décembre 2005 et modifié par les lois des 27 décembre 2006 et 21 décembre 2007, dans la dernière phrase, les mots " 1er juin 2008 " sont remplacés par les mots " 1er octobre 2008 ";
6° au 15°novies, alinéa 10, inséré par la loi du 27 décembre 2005 et modifié par les lois des 27 décembre 2006 et 21 décembre 2007, dans la dernière phrase, les mots " 7,73 p.c. " sont remplacés par les mots " 7,97 p.c. ".
Afdeling 2. - Administratiekosten van de verzekeringsinstellingen.
Section 2. - Frais d'administration des organismes assureurs.
Art.46. In artikel 195, § 1, 2°, van dezelfde wet, gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 april 1997 en door de wetten van 22 februari 1998 en 26 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het derde lid worden de eerste en tweede zin vervangen door volgende bepalingen :
" Het bedrag van de administratiekosten van de vijf landbonden wordt vastgelegd op 766 483 000 EUR voor 2003, 802 661 000 EUR voor 2004, 832 359 000 EUR voor 2005, 863 156 000 EUR voor 2006, 895 524 000 EUR voor 2007 en 929 160 000 EUR voor 2008. Voor de Kas voor geneeskundige verzorging van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen wordt dit bedrag vastgesteld op 13 195 000 EUR voor 2003, 13 818 000 EUR voor 2004, 14 329 000 EUR voor 2005, 14 859 000 EUR voor 2006, 15 416 000 EUR voor 2007 en 15 995 000 EUR voor 2008. ";
2° wordt het vijfde lid aangevuld als volgt :
" De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de wijze vast waarop dit bedrag onder de landsbonden wordt verdeeld. "
1° in het derde lid worden de eerste en tweede zin vervangen door volgende bepalingen :
" Het bedrag van de administratiekosten van de vijf landbonden wordt vastgelegd op 766 483 000 EUR voor 2003, 802 661 000 EUR voor 2004, 832 359 000 EUR voor 2005, 863 156 000 EUR voor 2006, 895 524 000 EUR voor 2007 en 929 160 000 EUR voor 2008. Voor de Kas voor geneeskundige verzorging van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen wordt dit bedrag vastgesteld op 13 195 000 EUR voor 2003, 13 818 000 EUR voor 2004, 14 329 000 EUR voor 2005, 14 859 000 EUR voor 2006, 15 416 000 EUR voor 2007 en 15 995 000 EUR voor 2008. ";
2° wordt het vijfde lid aangevuld als volgt :
" De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de wijze vast waarop dit bedrag onder de landsbonden wordt verdeeld. "
Art.46. A l'article 195, § 1er, 2°, de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 25 avril 1997, et par les lois des 22 février 1998 et 26 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 3, les première et deuxième phrases sont remplacées par les dispositions suivantes :
" Le montant des frais d'administration des cinq unions nationales est fixé à 766 483 000 EUR pour 2003, 802 661 000 EUR pour 2004, 832 359 000 EUR pour 2005, 863 156 000 EUR pour 2006, 895 524 000 EUR pour 2007 et 929 160 000 EUR pour 2008. Pour la Caisse des soins de santé de la Société nationale des Chemins de Fer belges, ce montant est fixé à 13 195 000 EUR pour 2003, 13 818 000 EUR pour 2004, 14 329 000 EUR pour 2005, 14 859 000 EUR pour 2006, 15 416 000 EUR pour 2007 et 15 995 000 EUR pour 2008. ";
2° l'alinéa 5 est complété comme suit :
" Le Roi fixe par arrêté délibéré en Conseil des ministres le mode de répartition de ce montant entre les unions nationales. "
1° à l'alinéa 3, les première et deuxième phrases sont remplacées par les dispositions suivantes :
" Le montant des frais d'administration des cinq unions nationales est fixé à 766 483 000 EUR pour 2003, 802 661 000 EUR pour 2004, 832 359 000 EUR pour 2005, 863 156 000 EUR pour 2006, 895 524 000 EUR pour 2007 et 929 160 000 EUR pour 2008. Pour la Caisse des soins de santé de la Société nationale des Chemins de Fer belges, ce montant est fixé à 13 195 000 EUR pour 2003, 13 818 000 EUR pour 2004, 14 329 000 EUR pour 2005, 14 859 000 EUR pour 2006, 15 416 000 EUR pour 2007 et 15 995 000 EUR pour 2008. ";
2° l'alinéa 5 est complété comme suit :
" Le Roi fixe par arrêté délibéré en Conseil des ministres le mode de répartition de ce montant entre les unions nationales. "
HOOFDSTUK 2. - Dier, Plant en Voeding.
CHAPITRE 2. - Animaux, Végétaux et Alimentation.
Afdeling 1. - Wijziging van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987.
Section 1re. - Modification de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux.
Art.47. Artikel 15 van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987 wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende :
" 5° de vergoedingen vaststellen die de operatoren moeten betalen voor het verkrijgen van een gezondheidscertificaat voor de uitvoer van dierlijke bijproducten. "
" 5° de vergoedingen vaststellen die de operatoren moeten betalen voor het verkrijgen van een gezondheidscertificaat voor de uitvoer van dierlijke bijproducten. "
Art.47. L'article 15 de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux, est complété par le 5°, rédigé comme suit :
" 5° fixer les redevances à payer par les opérateurs pour l'obtention d'un certificat sanitaire à l'exportation de sous-produits animaux. "
" 5° fixer les redevances à payer par les opérateurs pour l'obtention d'un certificat sanitaire à l'exportation de sous-produits animaux. "
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten.
Section 2. - Modification de la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime.
Art.48. Artikel 3 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten, wordt aangevuld met een bepaling onder 8°, luidende :
" 8° de vergoedingen vaststellen die de operatoren moeten betalen voor het verkrijgen van een gezondheidscertificaat voor de uitvoer van dierlijke bijproducten. ".
" 8° de vergoedingen vaststellen die de operatoren moeten betalen voor het verkrijgen van een gezondheidscertificaat voor de uitvoer van dierlijke bijproducten. ".
Art.48. L'article 3 de la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime, est complété par le 8°, rédigé comme suit :
" 8° fixer les redevances à payer par les opérateurs pour l'obtention d'un certificat sanitaire à l'exportation de sous-produits animaux. ".
" 8° fixer les redevances à payer par les opérateurs pour l'obtention d'un certificat sanitaire à l'exportation de sous-produits animaux. ".
Afdeling 3. - Wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen.
Section 3. - Modification de la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires.
Art.49. In de tabel die bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen is gevoegd, wordt de tekst onder de vermelding " Aard van de toegewezen ontvangsten " van subrubriek 31-2 Fonds voor de grondstoffen en de producten, vervangen bij artikel 73 van de wet van 23 december 2005 houdende diverse bepalingen, gewijzigd als volgt :
1° de volgende bepaling wordt opgeheven :
" - de ontvangsten van de rijkslaboratoria die belast zijn met de ontleding van de grondstoffen, met uitzondering van de ontvangsten van de laboratoria van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen; ";
2° de volgende bepalingen worden toegevoegd :
" - de bijdragen en vergoedingen bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 11 juli 1969 betreffende de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, voor zover zij geen betrekking hebben op de bevoegdheden van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;
- de vergoedingen bedoeld in artikel 132 van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen. "
1° de volgende bepaling wordt opgeheven :
" - de ontvangsten van de rijkslaboratoria die belast zijn met de ontleding van de grondstoffen, met uitzondering van de ontvangsten van de laboratoria van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen; ";
2° de volgende bepalingen worden toegevoegd :
" - de bijdragen en vergoedingen bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 11 juli 1969 betreffende de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt, voor zover zij geen betrekking hebben op de bevoegdheden van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen;
- de vergoedingen bedoeld in artikel 132 van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen. "
Art.49. Au tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, le texte sous la mention " Nature des recettes affectées " de la sous-rubrique 31-2 Fonds pour les matières premières et les produits, remplacé par l'article 73 de la loi du 23 décembre 2005 portant des dispositions diverses, est modifié comme suit :
1° la disposition suivante est abrogée :
" - les recettes des laboratoires nationaux chargés de l'analyse des matières premières, à l'exception des recettes des laboratoires de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire; ";
2° les dispositions suivantes sont ajoutées :
" - les cotisations et les rétributions visées à l'article 2, § 2, de la loi du 11 juillet 1969 relative aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage, pour autant qu'elles ne soient pas relatives aux compétences de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire;
- les redevances visées à l'article 132 de la loi du 20 juillet 1991 portant des dispositions sociales et diverses. "
1° la disposition suivante est abrogée :
" - les recettes des laboratoires nationaux chargés de l'analyse des matières premières, à l'exception des recettes des laboratoires de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire; ";
2° les dispositions suivantes sont ajoutées :
" - les cotisations et les rétributions visées à l'article 2, § 2, de la loi du 11 juillet 1969 relative aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage, pour autant qu'elles ne soient pas relatives aux compétences de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire;
- les redevances visées à l'article 132 de la loi du 20 juillet 1991 portant des dispositions sociales et diverses. "
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen.
Section 4. - Modification de la loi du 20 juillet 1991 portant des dispositions sociales et diverses.
Art.50. Artikel 132 van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen, zoals gewijzigd bij de wet van 22 februari 1998, het koninklijk besluit van 22 februari 2001 en de wet van 1 maart 2007, wordt aangevuld met een lid luidende :
" De Koning kan een vergoeding opleggen, waarvan Hij het bedrag en de wijze van heffing bepaalt, voor :
- iedere persoon die een toelating aanvraagt voor een introductie van een genetisch gemodificeerd organisme in België;
- iedere persoon die een dossier indient met het oog op een toelating voor het op de markt brengen van een genetisch gemodificeerd organisme. "
" De Koning kan een vergoeding opleggen, waarvan Hij het bedrag en de wijze van heffing bepaalt, voor :
- iedere persoon die een toelating aanvraagt voor een introductie van een genetisch gemodificeerd organisme in België;
- iedere persoon die een dossier indient met het oog op een toelating voor het op de markt brengen van een genetisch gemodificeerd organisme. "
Art.50. L'article 132 de la loi du 20 juillet 1991 portant des dispositions sociales et diverses, modifié par la loi du 22 février 1998, par l'arrêté royal du 22 février 2001 et par la loi du 1er mars 2007, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Roi peut imposer une redevance, dont Il détermine le montant et les modalités de perception, pour :
- toute personne qui sollicite une autorisation d'introduction en Belgique pour un organisme génétiquement modifié;
- toute personne qui soumet un dossier en vue d'une autorisation de mise sur le marché d'un organisme génétiquement modifié. "
" Le Roi peut imposer une redevance, dont Il détermine le montant et les modalités de perception, pour :
- toute personne qui sollicite une autorisation d'introduction en Belgique pour un organisme génétiquement modifié;
- toute personne qui soumet un dossier en vue d'une autorisation de mise sur le marché d'un organisme génétiquement modifié. "
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen.
CHAPITRE 3. - Modification de la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires.
Afdeling 1. - Dier, Plant en Voeding.
Section 1re. - Animaux, Végétaux et Alimentation.
Art.51. In de tabel die bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen is gevoegd, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in subrubriek 31-2 Fonds voor de grondstoffen en de producten, laatst gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, wordt de tekst onder de vermelding " Aard van de toegewezen ontvangsten " aangevuld als volgt :
" - vergoedingen voor het afleveren van erkenningen en certificaten bedoeld in artikel 3 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten;
- vergoedingen voor het afleveren van erkenningen en certificaten met betrekking tot dierlijke bijproducten zoals bedoeld in artikel 15 van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. ";
2° in subrubriek 31-2 Fonds voor de grondstoffen en de producten, laatst gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, wordt de tekst onder de vermelding " Aard van de gemachtigde uitgaven " aangevuld met de woorden :
" en van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. ".
1° in subrubriek 31-2 Fonds voor de grondstoffen en de producten, laatst gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, wordt de tekst onder de vermelding " Aard van de toegewezen ontvangsten " aangevuld als volgt :
" - vergoedingen voor het afleveren van erkenningen en certificaten bedoeld in artikel 3 van de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten;
- vergoedingen voor het afleveren van erkenningen en certificaten met betrekking tot dierlijke bijproducten zoals bedoeld in artikel 15 van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. ";
2° in subrubriek 31-2 Fonds voor de grondstoffen en de producten, laatst gewijzigd bij de wet van 23 december 2005, wordt de tekst onder de vermelding " Aard van de gemachtigde uitgaven " aangevuld met de woorden :
" en van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987. ".
Art.51. Dans le tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans la sous-rubrique 31-2 Fonds pour les matières premières et les produits, modifiée en dernier lieu par la loi du 23 décembre 2005, le texte sous la mention " Nature des recettes affectées " est complété comme suit :
" - redevances pour la livraison d'agréments et des certificats visés à l'article 3 de la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime;
- redevances pour la livraison des agréments et des certificats relatifs aux sous-produits animaux visés à l'article 15 de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux. ";
2° dans la sous-rubrique 31-2 Fonds pour les matières premières et les produits, modifiée en dernier lieu par la loi du 23 décembre 2005, le texte sous la mention " Nature des dépenses autorisées " est complété par les mots :
" et de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux. ".
1° dans la sous-rubrique 31-2 Fonds pour les matières premières et les produits, modifiée en dernier lieu par la loi du 23 décembre 2005, le texte sous la mention " Nature des recettes affectées " est complété comme suit :
" - redevances pour la livraison d'agréments et des certificats visés à l'article 3 de la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime;
- redevances pour la livraison des agréments et des certificats relatifs aux sous-produits animaux visés à l'article 15 de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux. ";
2° dans la sous-rubrique 31-2 Fonds pour les matières premières et les produits, modifiée en dernier lieu par la loi du 23 décembre 2005, le texte sous la mention " Nature des dépenses autorisées " est complété par les mots :
" et de la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux. ".
Afdeling 2. - Bekrachtiging van het koninklijk besluit van 31 augustus 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 januari 2004 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten.
Section 2. - Confirmation de l'arrêté royal du 31 août 2007 modifiant l'arrêté royal du 14 janvier 2004 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits.
Art.52. Het koninklijk besluit van 31 augustus 2007 tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 januari 2004 tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, wordt bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding.
Art.52. L'arrêté royal du 31 août 2007 modifiant l'arrêté royal du 14 janvier 2004 fixant les rétributions et cotisations dues au Fonds budgétaire des matières premières et des produits, est confirmé avec effet à la date de son entrée en vigueur.
Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979.
Section 3. - Modification de la loi du 28 juillet 1981 portant approbation de la Convention sur le commerce international des espèces de faune et de flore sauvages menacées d'extinction (CITES), et des Annexes, faites à Washington le 3 mars 1973, ainsi que de l'Amendement à la Convention, adopté à Bonn le 22 juin 1979.
Art.53. In artikel 5 van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979, worden de woorden " met een boete van 1 000 tot 50 000 EUR " vervangen door de woorden " met een boete van 25 EUR tot 50 000 EUR ".
Art.53. Dans l'article 5 de la loi du 28 juillet 1981 portant approbation de la Convention sur le commerce international des espèces de faune et de flore sauvages menacées d'extinction (CITES), et des Annexes, faites à Washington le 3 mars 1973, ainsi que de l'Amendement à la Convention, adopté à Bonn le 22 juin 1979, les mots " d'une amende de 1 000 à 50 000 EUR " sont remplacés par les mots " d'une amende de 25 à 50 000 EUR ".
TITEL VII. - Financiën.
TITRE VII. - Finances.
HOOFDSTUK 1. - Directe belastingen.
CHAPITRE Ier. - Impôts directs.
Afdeling 1. - Gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden - Beveiliging.
Section 1re. - Transport collectif des membres du personnel. - Sécurisation.
Art.54. In het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een artikel 64ter ingevoegd, luidende :
" Art. 64ter. - Zijn ten belope van 120 pct. aftrekbaar :
1° de kosten die zijn gedaan of gedragen wanneer een werkgever of een groep van werkgevers het gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling heeft ingericht;
2° de volgende kosten die zijn gedaan of gedragen inzake beveiliging :
a) de abonnementskosten voor de aansluiting op een vergunde alarmcentrale voor het beheer van alarmen afkomstig van systemen geïnstalleerd in onroerende goederen teneinde misdrijven tegen personen of goederen te voorkomen of tegen te gaan;
b) de kosten met betrekking tot het beroep doen op een vergunde bewakingsonderneming voor het verrichten van beveiligd vervoer als bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 7 april 2003 houdende regeling van bepaalde methodes bij het toezicht op en de bescherming bij het vervoer van waarden en betreffende de technische kenmerken van de voertuigen voor waardevervoer;
c) de kosten met betrekking tot het gezamenlijk beroep doen door een groep van ondernemingen op een vergunde bewakingsonderneming voor de uitvoering van bewakingsopdrachten met betrekking tot het toezicht op en bescherming van roerende en onroerende goederen.
Wat de in het eerste lid, 1°, bedoelde kosten betreft, is de verhoogde aftrek enkel van toepassing in de mate dat de kosten rechtstreeks betrekking hebben op minibussen, autobussen en autocars, zoals deze voertuigen zijn omschreven in de reglementering van de inschrijving van motorvoertuigen of dat ze betrekking hebben op het bezoldigde vervoer van personen met dergelijke voertuigen.
Wanneer de in het eerste lid, 1°, bedoelde kosten bestaan uit afschrijvingen van de in het tweede lid, bedoelde voertuigen, wordt het aftrekbare bedrag per belastbaar tijdperk bekomen door het normale bedrag van de afschrijvingen van dat tijdperk met 20 pct. te verhogen.
Artikel 66, § 1, is niet van toepassing op de in het tweede lid vermelde kosten die betrekking hebben op minibussen.
De afschrijvingen die overeenkomstig het derde lid worden aanvaard boven de aanschaffings- of beleggingswaarde van de in het tweede lid bedoelde voertuigen, komen niet in aanmerking voor het bepalen van de latere meerwaarden of minderwaarden van die voertuigen. "
" Art. 64ter. - Zijn ten belope van 120 pct. aftrekbaar :
1° de kosten die zijn gedaan of gedragen wanneer een werkgever of een groep van werkgevers het gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling heeft ingericht;
2° de volgende kosten die zijn gedaan of gedragen inzake beveiliging :
a) de abonnementskosten voor de aansluiting op een vergunde alarmcentrale voor het beheer van alarmen afkomstig van systemen geïnstalleerd in onroerende goederen teneinde misdrijven tegen personen of goederen te voorkomen of tegen te gaan;
b) de kosten met betrekking tot het beroep doen op een vergunde bewakingsonderneming voor het verrichten van beveiligd vervoer als bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 7 april 2003 houdende regeling van bepaalde methodes bij het toezicht op en de bescherming bij het vervoer van waarden en betreffende de technische kenmerken van de voertuigen voor waardevervoer;
c) de kosten met betrekking tot het gezamenlijk beroep doen door een groep van ondernemingen op een vergunde bewakingsonderneming voor de uitvoering van bewakingsopdrachten met betrekking tot het toezicht op en bescherming van roerende en onroerende goederen.
Wat de in het eerste lid, 1°, bedoelde kosten betreft, is de verhoogde aftrek enkel van toepassing in de mate dat de kosten rechtstreeks betrekking hebben op minibussen, autobussen en autocars, zoals deze voertuigen zijn omschreven in de reglementering van de inschrijving van motorvoertuigen of dat ze betrekking hebben op het bezoldigde vervoer van personen met dergelijke voertuigen.
Wanneer de in het eerste lid, 1°, bedoelde kosten bestaan uit afschrijvingen van de in het tweede lid, bedoelde voertuigen, wordt het aftrekbare bedrag per belastbaar tijdperk bekomen door het normale bedrag van de afschrijvingen van dat tijdperk met 20 pct. te verhogen.
Artikel 66, § 1, is niet van toepassing op de in het tweede lid vermelde kosten die betrekking hebben op minibussen.
De afschrijvingen die overeenkomstig het derde lid worden aanvaard boven de aanschaffings- of beleggingswaarde van de in het tweede lid bedoelde voertuigen, komen niet in aanmerking voor het bepalen van de latere meerwaarden of minderwaarden van die voertuigen. "
Art.54. Dans le Code des impôts sur les revenus 1992, il est inséré un article 64ter rédigé comme suit :
" Art. 64ter. - Sont déductibles à concurrence de 120 p.c. :
1° les frais faits ou supportés lorsqu'un employeur ou un groupe d'employeurs a organisé le transport collectif des membres du personnel entre le domicile et le lieu de travail;
2° les frais suivants faits ou supportés en matière de sécurisation :
a) les frais d'abonnement pour le raccordement à une centrale d'alarme autorisée pour la gestion d'alarmes qui proviennent de systèmes installés dans des biens immobiliers afin de prévenir ou de combattre des délits contre des personnes ou des biens;
b) les frais en cas de recours à une entreprise de gardiennage autorisée pour effectuer du transport protégé tel que visé à l'article 8, § 1er, 2°, de l'arrêté royal du 7 avril 2003 réglant certaines méthodes de surveillance et de protection du transport de valeurs et relatif aux spécificités techniques des véhicules de transport de valeurs;
c) les frais en cas de recours collectif par un groupe d'entreprises à une entreprise de gardiennage autorisée pour l'exécution de missions de gardiennage relatives à la surveillance et protection de biens mobiliers ou immobiliers.
En ce qui concerne les frais visés à l'alinéa 1er, 1°, la déduction majorée est applicable uniquement dans la mesure où les frais ont trait directement aux minibus, autobus et autocars, tels que ces véhicules sont définis par la réglementation relative à l'immatriculation des véhicules à moteur, ou qu'ils ont trait au transport rémunéré de personnes à l'aide desdits véhicules.
Lorsque les frais visés à l'alinéa 1er, 1°, se composent d'amortissements des véhicules visés à l'alinéa 2, le montant déductible par période imposable est obtenu en majorant de 20 p.c. le montant normal des amortissements de cette période.
L'article 66, § 1er, n'est pas applicable aux frais visés à l'alinéa 2 qui ont trait aux minibus.
Les amortissements qui, conformément à l'alinéa 3, sont pris en considération au-delà de la valeur d'investissement ou de revient des véhicules visés à l'alinéa 2 n'entrent pas en compte pour la détermination des plus-values ou moins-values ultérieures afférentes à ces véhicules. "
" Art. 64ter. - Sont déductibles à concurrence de 120 p.c. :
1° les frais faits ou supportés lorsqu'un employeur ou un groupe d'employeurs a organisé le transport collectif des membres du personnel entre le domicile et le lieu de travail;
2° les frais suivants faits ou supportés en matière de sécurisation :
a) les frais d'abonnement pour le raccordement à une centrale d'alarme autorisée pour la gestion d'alarmes qui proviennent de systèmes installés dans des biens immobiliers afin de prévenir ou de combattre des délits contre des personnes ou des biens;
b) les frais en cas de recours à une entreprise de gardiennage autorisée pour effectuer du transport protégé tel que visé à l'article 8, § 1er, 2°, de l'arrêté royal du 7 avril 2003 réglant certaines méthodes de surveillance et de protection du transport de valeurs et relatif aux spécificités techniques des véhicules de transport de valeurs;
c) les frais en cas de recours collectif par un groupe d'entreprises à une entreprise de gardiennage autorisée pour l'exécution de missions de gardiennage relatives à la surveillance et protection de biens mobiliers ou immobiliers.
En ce qui concerne les frais visés à l'alinéa 1er, 1°, la déduction majorée est applicable uniquement dans la mesure où les frais ont trait directement aux minibus, autobus et autocars, tels que ces véhicules sont définis par la réglementation relative à l'immatriculation des véhicules à moteur, ou qu'ils ont trait au transport rémunéré de personnes à l'aide desdits véhicules.
Lorsque les frais visés à l'alinéa 1er, 1°, se composent d'amortissements des véhicules visés à l'alinéa 2, le montant déductible par période imposable est obtenu en majorant de 20 p.c. le montant normal des amortissements de cette période.
L'article 66, § 1er, n'est pas applicable aux frais visés à l'alinéa 2 qui ont trait aux minibus.
Les amortissements qui, conformément à l'alinéa 3, sont pris en considération au-delà de la valeur d'investissement ou de revient des véhicules visés à l'alinéa 2 n'entrent pas en compte pour la détermination des plus-values ou moins-values ultérieures afférentes à ces véhicules. "
Art.55. In artikel 145.31, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programmawet (I) van 27 december 2006, worden de woorden " niet meer dan 130 EUR " vervangen door de woorden " niet meer dan 500 EUR ".
Art.55. Dans l'article 145.31, alinéa 4, du même Code, inséré par la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, les mots " 130 EUR " sont remplacés par les mots " 500 EUR ".
Art.56. In hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 185quater ingevoegd, luidende :
" Art. 185quater. - Artikel 64ter is evenwel, wat het eerste lid, 2°, betreft, slechts van toepassing met betrekking tot de in artikel 201, eerste lid, 1°, vermelde binnenlandse vennootschappen en de binnenlandse vennootschappen die op grond van de in artikel 15, § 1, van het Wetboek van vennootschappen bepaalde criteria als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de kosten zijn gedaan of gedragen. "
" Art. 185quater. - Artikel 64ter is evenwel, wat het eerste lid, 2°, betreft, slechts van toepassing met betrekking tot de in artikel 201, eerste lid, 1°, vermelde binnenlandse vennootschappen en de binnenlandse vennootschappen die op grond van de in artikel 15, § 1, van het Wetboek van vennootschappen bepaalde criteria als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de kosten zijn gedaan of gedragen. "
Art.56. Dans le même Code, il est inséré un article 185quater rédigé comme suit :
" Art. 185quater. - L'article 64ter est cependant, en ce qui concerne l'alinéa 1er, 2°, seulement applicable aux sociétés résidentes visées à l'article 201, alinéa 1er, 1°, et aux sociétés résidentes qui sur la base de l'article 15, § 1er, du Code des sociétés répondent aux critères de petites sociétés pour l'exercice d'imposition auquel se rattache la période imposable durant laquelle les coûts sont faits ou supportés. "
" Art. 185quater. - L'article 64ter est cependant, en ce qui concerne l'alinéa 1er, 2°, seulement applicable aux sociétés résidentes visées à l'article 201, alinéa 1er, 1°, et aux sociétés résidentes qui sur la base de l'article 15, § 1er, du Code des sociétés répondent aux critères de petites sociétés pour l'exercice d'imposition auquel se rattache la période imposable durant laquelle les coûts sont faits ou supportés. "
Art.57. In hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 190bis ingevoegd, luidende :
" Art. 190bis. - De aftrek van 20 pct. van de in artikel 64ter bedoelde kosten, dat werd aanvaard boven het bedrag van de werkelijk gedane of gedragen kosten en het behoud ervan zijn onderworpen aan de in artikel 190, tweede lid, bedoelde voorwaarde. ".
" Art. 190bis. - De aftrek van 20 pct. van de in artikel 64ter bedoelde kosten, dat werd aanvaard boven het bedrag van de werkelijk gedane of gedragen kosten en het behoud ervan zijn onderworpen aan de in artikel 190, tweede lid, bedoelde voorwaarde. ".
Art.57. Dans le même Code, il est inséré un article 190bis rédigé comme suit :
" Art. 190bis. - La déduction de 20 p.c. des frais visés à l'article 64ter, qui a été admise au-delà du montant des coûts réellement faits ou supportés et son maintien sont subordonnés à la condition visée à l'article 190, alinéa 2. ".
" Art. 190bis. - La déduction de 20 p.c. des frais visés à l'article 64ter, qui a été admise au-delà du montant des coûts réellement faits ou supportés et son maintien sont subordonnés à la condition visée à l'article 190, alinéa 2. ".
Art.58. In artikel 235, 2°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 21 juni 2004, worden de woorden " 185quater en " ingevoegd tussen de woorden " 185, § 2, " en het cijfer " 190 ".
Art.58. A l'article 235, 2°, du même Code, modifié par la loi du 21 juin 2004, les mots " 185quater et " sont insérés entre les mots " 185, § 2, " et le chiffre " 190 ".
Art.59. Artikel 63 van de wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting wordt opgeheven.
De bepaling van artikel 63, § 2, van de wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting, zoals die bestond vóór ze werd opgeheven bij de programmawet van... (datum van de wet), blijft evenwel van toepassing voor de vrijgestelde bedragen die op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief geboekt zijn.
De bepaling van artikel 63, § 2, van de wet van 10 augustus 2001 houdende hervorming van de personenbelasting, zoals die bestond vóór ze werd opgeheven bij de programmawet van... (datum van de wet), blijft evenwel van toepassing voor de vrijgestelde bedragen die op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief geboekt zijn.
Art.59. L'article 63 de la loi du 10 août 2001 portant réforme de l'impôt des personnes physiques est abrogé.
La disposition de l'article 63, § 2, de la loi du 10 août 2001 portant réforme de l'impôt des personnes physiques, telle qu'elle existait avant d'être abrogée par la loi-programme du... (date de la loi), reste cependant applicable en ce qui concerne les montants exonérés portés à un ou plusieurs comptes distincts du passif.
La disposition de l'article 63, § 2, de la loi du 10 août 2001 portant réforme de l'impôt des personnes physiques, telle qu'elle existait avant d'être abrogée par la loi-programme du... (date de la loi), reste cependant applicable en ce qui concerne les montants exonérés portés à un ou plusieurs comptes distincts du passif.
Art.60. De artikelen 54 en 56 tot 59 zijn van toepassing op de uitgaven die zijn gedaan of gedragen vanaf 1 januari 2009.
Artikel 55 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2010.
Artikel 55 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2010.
Art.60. Les articles 54 et 56 à 59 sont applicables aux frais faits ou supportés à partir du 1er janvier 2009.
L'article 55 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2010.
L'article 55 est applicable à partir de l'exercice d'imposition 2010.
Afdeling 2. - Vrijstelling voor bijkomend personeel.
Section 2. - Exonération pour personnel supplémentaire.
Art.61. In titel II, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling III, B, van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 wordt een 1°ter ingevoegd die het artikel 67ter bevat, luidende :
" 1°ter Bijkomend personeel
Art. 67ter. § 1. Winst en baten van belastingplichtigen die op 31 december 1997 of aan het einde van het jaar waarin de uitoefening van hun beroep is aangevangen, als die op een latere datum is begonnen, minder dan elf werknemers, in de zin van artikel 30, 1°, tewerkstellen, worden vrijgesteld tot een bedrag gelijk aan 3 720 EUR per in België bijkomend tewerkgestelde personeelseenheid, waarvan het bruto dag- of uurloon niet hoger is dan 90,32 of 11,88 EUR. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, dit bedrag van het bruto dag- of uurloon verhogen tot 100 of 13 EUR.
§ 2. Het aantal in België bijkomend tewerkgestelde personeelseenheden wordt vastgesteld door het gemiddeld personeelsbestand van de belastingplichtige tijdens het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, te vergelijken met dat van het voorgaande kalenderjaar of, voor natuurlijke personen die niet per kalenderjaar boekhouden en hun boekjaar vóór 31 december afsluiten, door het gemiddeld personeelsbestand van de belastingplichtige van het voorlaatste kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, te vergelijken met dat van het voorgaande kalenderjaar.
Er wordt evenwel geen rekening gehouden met de personeelsaangroei die het gevolg is van een overname van werknemers welke reeds vóór 1 januari 1998 waren aangeworven, ofwel door een onderneming waarmede de belastingplichtige zich rechtstreeks in enigerlei band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt, ofwel door een belastingplichtige waarvan hij de beroepswerkzaamheid geheel of gedeeltelijk voortzet ingevolge een gebeurtenis die niet bedoeld is in § 5.
§ 3. Indien het gemiddeld personeelsbestand tijdens het jaar volgend op de vrijstelling is verminderd ten opzichte van het jaar van vrijstelling, wordt het totaal bedrag van de voordien krachtens § 1 vrijgestelde winst of baten echter verminderd met 3 720 EUR per afgevloeid personeelslid; de voordien vrijgestelde winst of baten worden in dat geval als winst of baten van het volgende belastbare tijdperk beschouwd.
Het eerste lid vindt geen toepassing indien en in de mate dat de betrokkene aantoont dat de bijkomende tewerkstelling het erop volgende jaar behouden is gebleven bij de werkgever die zijn personeel heeft overgenomen in omstandigheden bedoeld in § 2, tweede lid.
§ 4. Dit artikel is niet van toepassing wanneer de belastingplichtige voor dezelfde bijkomende personeelseenheden de toepassing heeft gevraagd van artikel 67.
§ 5. Ten aanzien van de belastingplichtigen betrokken bij verrichtingen als bedoeld in de artikelen 46 en 211, blijven de bepalingen van dit artikel van toepassing alsof die verrichtingen niet hadden plaatsgevonden. ".
" 1°ter Bijkomend personeel
Art. 67ter. § 1. Winst en baten van belastingplichtigen die op 31 december 1997 of aan het einde van het jaar waarin de uitoefening van hun beroep is aangevangen, als die op een latere datum is begonnen, minder dan elf werknemers, in de zin van artikel 30, 1°, tewerkstellen, worden vrijgesteld tot een bedrag gelijk aan 3 720 EUR per in België bijkomend tewerkgestelde personeelseenheid, waarvan het bruto dag- of uurloon niet hoger is dan 90,32 of 11,88 EUR. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, dit bedrag van het bruto dag- of uurloon verhogen tot 100 of 13 EUR.
§ 2. Het aantal in België bijkomend tewerkgestelde personeelseenheden wordt vastgesteld door het gemiddeld personeelsbestand van de belastingplichtige tijdens het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, te vergelijken met dat van het voorgaande kalenderjaar of, voor natuurlijke personen die niet per kalenderjaar boekhouden en hun boekjaar vóór 31 december afsluiten, door het gemiddeld personeelsbestand van de belastingplichtige van het voorlaatste kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, te vergelijken met dat van het voorgaande kalenderjaar.
Er wordt evenwel geen rekening gehouden met de personeelsaangroei die het gevolg is van een overname van werknemers welke reeds vóór 1 januari 1998 waren aangeworven, ofwel door een onderneming waarmede de belastingplichtige zich rechtstreeks in enigerlei band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt, ofwel door een belastingplichtige waarvan hij de beroepswerkzaamheid geheel of gedeeltelijk voortzet ingevolge een gebeurtenis die niet bedoeld is in § 5.
§ 3. Indien het gemiddeld personeelsbestand tijdens het jaar volgend op de vrijstelling is verminderd ten opzichte van het jaar van vrijstelling, wordt het totaal bedrag van de voordien krachtens § 1 vrijgestelde winst of baten echter verminderd met 3 720 EUR per afgevloeid personeelslid; de voordien vrijgestelde winst of baten worden in dat geval als winst of baten van het volgende belastbare tijdperk beschouwd.
Het eerste lid vindt geen toepassing indien en in de mate dat de betrokkene aantoont dat de bijkomende tewerkstelling het erop volgende jaar behouden is gebleven bij de werkgever die zijn personeel heeft overgenomen in omstandigheden bedoeld in § 2, tweede lid.
§ 4. Dit artikel is niet van toepassing wanneer de belastingplichtige voor dezelfde bijkomende personeelseenheden de toepassing heeft gevraagd van artikel 67.
§ 5. Ten aanzien van de belastingplichtigen betrokken bij verrichtingen als bedoeld in de artikelen 46 en 211, blijven de bepalingen van dit artikel van toepassing alsof die verrichtingen niet hadden plaatsgevonden. ".
Art.61. Dans le titre II, chapitre II, section IV, sous-section III, B, du Code des impôts sur les revenus 1992, il est inséré un 1°ter, comportant l'article 67ter, rédigé comme suit :
" 1°ter Personnel supplémentaire
Art. 67ter. § 1er. Les bénéfices et les profits des contribuables qui, au 31 décembre 1997 ou à la fin de l'année à laquelle a commencé l'exercice de leur profession si celle-ci a débuté à une date ultérieure, occupent moins de onze travailleurs au sens de l'article 30, 1°, sont exonérés à concurrence d'un montant égal à 3 720 EUR par unité de personnel supplémentaire occupé en Belgique, dont le salaire journalier ou horaire brut n'excède pas 90,32 ou 11,88 EUR. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, porter le montant du salaire journalier ou horaire brut à 100 ou 13 EUR.
§ 2. Le nombre d'unités de personnel supplémentaire occupé en Belgique est déterminé par la comparaison entre la moyenne des travailleurs occupés par le contribuable au cours de l'année civile qui précède celle dont le millésime désigne l'exercice d'imposition et celle de l'année civile précédente ou, pour les personnes physiques qui tiennent une comptabilité autrement que par année civile et qui clôturent leur exercice comptable avant le 31 décembre, par la comparaison entre la moyenne des travailleurs occupés par le contribuable au cours de la pénultième année civile précédant celle dont le millésime désigne l'exercice d'imposition et celle de l'année civile précédente.
Toutefois, il n'est pas tenu compte de l'accroissement de personnel qui résulte de la reprise de travailleurs qui étaient déjà engagés avant le 1er janvier 1998, soit par une entreprise avec laquelle le contribuable se trouve directement dans des liens quelconques d'interdépendance, soit par un contribuable dont il continue l'activité professionnelle en tout ou en partie à la suite d'un événement non visé au § 5.
§ 3. Toutefois, si la moyenne des travailleurs occupés est réduite au cours de l'année suivant l'exonération par rapport à l'année de l'exonération, le montant total des bénéfices ou profits antérieurement exonérés en vertu du § 1er est réduit, par unité en moins, de 3 720 EUR; dans ce cas, les bénéfices ou profits antérieurement exonérés sont considérés comme des bénéfices ou profits de la période imposable suivante.
L'alinéa 1er n'est pas applicable lorsque et dans la mesure où l'intéressé démontre que l'emploi supplémentaire a été maintenu l'année suivante par l'employeur qui a repris son personnel dans des circonstances visées au § 2, alinéa 2.
§ 4. Le présent article n'est pas applicable lorsque le contribuable a demandé, pour les mêmes unités de personnel supplémentaire, l'application de l'article 67.
§ 5. En ce qui concerne les contribuables qui prennent part à des opérations visées aux articles 46 et 211, les dispositions du présent article restent applicables comme si ces opérations n'avaient pas eu lieu. ".
" 1°ter Personnel supplémentaire
Art. 67ter. § 1er. Les bénéfices et les profits des contribuables qui, au 31 décembre 1997 ou à la fin de l'année à laquelle a commencé l'exercice de leur profession si celle-ci a débuté à une date ultérieure, occupent moins de onze travailleurs au sens de l'article 30, 1°, sont exonérés à concurrence d'un montant égal à 3 720 EUR par unité de personnel supplémentaire occupé en Belgique, dont le salaire journalier ou horaire brut n'excède pas 90,32 ou 11,88 EUR. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, porter le montant du salaire journalier ou horaire brut à 100 ou 13 EUR.
§ 2. Le nombre d'unités de personnel supplémentaire occupé en Belgique est déterminé par la comparaison entre la moyenne des travailleurs occupés par le contribuable au cours de l'année civile qui précède celle dont le millésime désigne l'exercice d'imposition et celle de l'année civile précédente ou, pour les personnes physiques qui tiennent une comptabilité autrement que par année civile et qui clôturent leur exercice comptable avant le 31 décembre, par la comparaison entre la moyenne des travailleurs occupés par le contribuable au cours de la pénultième année civile précédant celle dont le millésime désigne l'exercice d'imposition et celle de l'année civile précédente.
Toutefois, il n'est pas tenu compte de l'accroissement de personnel qui résulte de la reprise de travailleurs qui étaient déjà engagés avant le 1er janvier 1998, soit par une entreprise avec laquelle le contribuable se trouve directement dans des liens quelconques d'interdépendance, soit par un contribuable dont il continue l'activité professionnelle en tout ou en partie à la suite d'un événement non visé au § 5.
§ 3. Toutefois, si la moyenne des travailleurs occupés est réduite au cours de l'année suivant l'exonération par rapport à l'année de l'exonération, le montant total des bénéfices ou profits antérieurement exonérés en vertu du § 1er est réduit, par unité en moins, de 3 720 EUR; dans ce cas, les bénéfices ou profits antérieurement exonérés sont considérés comme des bénéfices ou profits de la période imposable suivante.
L'alinéa 1er n'est pas applicable lorsque et dans la mesure où l'intéressé démontre que l'emploi supplémentaire a été maintenu l'année suivante par l'employeur qui a repris son personnel dans des circonstances visées au § 2, alinéa 2.
§ 4. Le présent article n'est pas applicable lorsque le contribuable a demandé, pour les mêmes unités de personnel supplémentaire, l'application de l'article 67.
§ 5. En ce qui concerne les contribuables qui prennent part à des opérations visées aux articles 46 et 211, les dispositions du présent article restent applicables comme si ces opérations n'avaient pas eu lieu. ".
Art.62. Artikel 178 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende :
" § 5. In afwijking van paragraaf 1, worden de bedragen van het brutodag- of uurloon bedoeld in artikel 67ter, § 1, niet geïndexeerd. "
" § 5. In afwijking van paragraaf 1, worden de bedragen van het brutodag- of uurloon bedoeld in artikel 67ter, § 1, niet geïndexeerd. "
Art.62. L'article 178 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2007, est compléte par le paragraphe 5 rédigé comme suit :
" § 5. Par dérogation au paragraphe 1er, les montants du salaire journalier ou horaire brut visés à l'article 67ter, § 1er, ne sont pas indexés. "
" § 5. Par dérogation au paragraphe 1er, les montants du salaire journalier ou horaire brut visés à l'article 67ter, § 1er, ne sont pas indexés. "
Art.63. De artikelen 61 en 62 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2008.
Art.63. Les articles 61 et 62 produisent leurs effets le 1er janvier 2008.
Afdeling 3. - Belastingvrije som.
Section 3. - Quotité du revenu exemptée d'impôt.
Art.64. In artikel 131 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 10 augustus 2001, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Voor de berekening van de belasting wordt het volgende basisbedrag vrijgesteld van belasting :
1° wanneer het belastbare inkomen van de belastingplichtige niet meer bedraagt dan 15 220 EUR : 4 260 EUR;
2° wanneer het belastbare inkomen van de belastingplichtige begrepen is tussen 15 220 EUR en 15 220 EUR verhoogd met het verschil tussen het bedrag vermeld in 1° en het bedrag vermeld in 3° : het in 1° vermelde bedrag verminderd met het verschil tussen het belastbare inkomen en 15 220 EUR;
3° in de andere gevallen : 4 095 EUR. "
" Voor de berekening van de belasting wordt het volgende basisbedrag vrijgesteld van belasting :
1° wanneer het belastbare inkomen van de belastingplichtige niet meer bedraagt dan 15 220 EUR : 4 260 EUR;
2° wanneer het belastbare inkomen van de belastingplichtige begrepen is tussen 15 220 EUR en 15 220 EUR verhoogd met het verschil tussen het bedrag vermeld in 1° en het bedrag vermeld in 3° : het in 1° vermelde bedrag verminderd met het verschil tussen het belastbare inkomen en 15 220 EUR;
3° in de andere gevallen : 4 095 EUR. "
Art.64. Dans l'article 131 du même Code, remplacé par la loi du 10 août 2001, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Pour le calcul de l'impôt, le montant de base suivant est exempté d'impôt :
1° lorsque le revenu imposable du contribuable ne dépasse pas 15 220 EUR : 4 260 EUR;
2° lorsque le revenu imposable du contribuable est compris entre 15 220 EUR et 15 220 EUR majoré de la différence entre le montant mentionné au 1° et le montant mentionné au 3° : le montant mentionné au 1° diminué de la différence entre le revenu imposable et 15 220 EUR;
3° dans les autres cas : 4 095 EUR. "
" Pour le calcul de l'impôt, le montant de base suivant est exempté d'impôt :
1° lorsque le revenu imposable du contribuable ne dépasse pas 15 220 EUR : 4 260 EUR;
2° lorsque le revenu imposable du contribuable est compris entre 15 220 EUR et 15 220 EUR majoré de la différence entre le montant mentionné au 1° et le montant mentionné au 3° : le montant mentionné au 1° diminué de la différence entre le revenu imposable et 15 220 EUR;
3° dans les autres cas : 4 095 EUR. "
Art.65. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 152bis ingevoegd, luidende :
" Art. 152bis. Van de overeenkomstig de artikelen 147 tot 152 berekende vermindering wordt een bedrag afgetrokken dat gelijk is aan 25 pct. van het verschil tussen het overeenkomstig artikel 131, eerste lid, 1° of 2°, toegepaste bedrag van de belastingvrije som en het in artikel 131, eerste lid, 3°, vermelde bedrag, wanneer het belastbaar inkomen van de belastingplichtige uitsluitend bestaat uit :
- ofwel pensioenen of andere vervangingsinkomsten;
- ofwel werkloosheidsuitkeringen;
- ofwel wettelijke ziekte- en invaliditeitsvergoedingen.
In de andere gevallen wordt van de overeenkomstig de artikelen 147 tot 152 berekende verminderingen een bedrag afgetrokken dat gelijk is aan 25 pct. van het in het vorige lid vermelde verschil, vermenigvuldigd met de verhouding tussen respectievelijk het bedrag van de pensioenen of andere vervangingsinkomsten, van de werkloosheidsuitkeringen of van de wettelijke ziekte- en invaliditeitsvergoedingen en het belastbaar inkomen van de belastingplichtige. ".
" Art. 152bis. Van de overeenkomstig de artikelen 147 tot 152 berekende vermindering wordt een bedrag afgetrokken dat gelijk is aan 25 pct. van het verschil tussen het overeenkomstig artikel 131, eerste lid, 1° of 2°, toegepaste bedrag van de belastingvrije som en het in artikel 131, eerste lid, 3°, vermelde bedrag, wanneer het belastbaar inkomen van de belastingplichtige uitsluitend bestaat uit :
- ofwel pensioenen of andere vervangingsinkomsten;
- ofwel werkloosheidsuitkeringen;
- ofwel wettelijke ziekte- en invaliditeitsvergoedingen.
In de andere gevallen wordt van de overeenkomstig de artikelen 147 tot 152 berekende verminderingen een bedrag afgetrokken dat gelijk is aan 25 pct. van het in het vorige lid vermelde verschil, vermenigvuldigd met de verhouding tussen respectievelijk het bedrag van de pensioenen of andere vervangingsinkomsten, van de werkloosheidsuitkeringen of van de wettelijke ziekte- en invaliditeitsvergoedingen en het belastbaar inkomen van de belastingplichtige. ".
Art.65. Dans le même Code, il est inséré un article 152bis rédigé comme suit :
" Art. 152bis. - Un montant égal à 25 p.c. de la différence entre le montant de la quotité du revenu exemptée d'impôt appliqué conformément à l'article 131, alinéa 1er, 1° ou 2°, et le montant mentionné à l'article 131, alinéa 1er, 3°, est déduit de la réduction calculée conformément aux articles 147 à 152, lorsque le revenu imposable du contribuable se compose exclusivement :
- soit de pensions ou d'autres revenus de remplacement;
- soit d'allocations de chômage;
- soit d'indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité.
Dans les autres cas, un montant égal à 25 p.c. de la différence visée à l'alinéa précédent, multiplié par le rapport qu'il y a entre, respectivement, le montant des pensions ou d'autres revenus de remplacement, des allocations de chômage ou des indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité et le revenu imposable du contribuable, est déduit des réductions calculées conformément aux articles 147 à 152. ".
" Art. 152bis. - Un montant égal à 25 p.c. de la différence entre le montant de la quotité du revenu exemptée d'impôt appliqué conformément à l'article 131, alinéa 1er, 1° ou 2°, et le montant mentionné à l'article 131, alinéa 1er, 3°, est déduit de la réduction calculée conformément aux articles 147 à 152, lorsque le revenu imposable du contribuable se compose exclusivement :
- soit de pensions ou d'autres revenus de remplacement;
- soit d'allocations de chômage;
- soit d'indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité.
Dans les autres cas, un montant égal à 25 p.c. de la différence visée à l'alinéa précédent, multiplié par le rapport qu'il y a entre, respectivement, le montant des pensions ou d'autres revenus de remplacement, des allocations de chômage ou des indemnités légales d'assurance en cas de maladie ou d'invalidité et le revenu imposable du contribuable, est déduit des réductions calculées conformément aux articles 147 à 152. ".
Art.66. (Ingetrokken) <W 2008-12-22/33, art. 131, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2008>
Art.66. (Retiré) <L 2008-12-22/33, art. 131, 004; En vigueur : 01-01-2008>
Art.67. De artikelen 64 tot 66 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2009.
Art.67. Les articles 64 à 66 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2009.
Afdeling 4. - Wetenschappelijk onderzoek.
Section 4. - Recherche scientifique.
Art.68. In artikel 275.3, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005 en gewijzigd bij de wetten van 23 december 2005, 27 december 2006 en 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden " De in het eerste lid bedoelde vrijstelling van storting, van de bedrijfsvoorheffing " vervangen door de woorden " Eenzelfde vrijstelling van storting van de bedrijfsvoorheffing ten belope van 65 pct. van die bedrijfsvoorheffing ";
2° in het derde lid worden de woorden " als in het tweede lid " ingevoegd tussen de woorden " Dezelfde vrijstelling van storting " en de woorden " wordt ook toegekend : ";
3° in het derde lid, 3°, worden de woorden " met dien verstande dat het percentage van 50 pct. wordt verminderd tot 25 pct., " opgeheven;
4° het achtste lid wordt opgeheven.
1° in het tweede lid worden de woorden " De in het eerste lid bedoelde vrijstelling van storting, van de bedrijfsvoorheffing " vervangen door de woorden " Eenzelfde vrijstelling van storting van de bedrijfsvoorheffing ten belope van 65 pct. van die bedrijfsvoorheffing ";
2° in het derde lid worden de woorden " als in het tweede lid " ingevoegd tussen de woorden " Dezelfde vrijstelling van storting " en de woorden " wordt ook toegekend : ";
3° in het derde lid, 3°, worden de woorden " met dien verstande dat het percentage van 50 pct. wordt verminderd tot 25 pct., " opgeheven;
4° het achtste lid wordt opgeheven.
Art.68. A l'article 275.3, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 23 décembre 2005 et modifié par les lois du 23 décembre 2005, du 27 décembre 2006 et du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 2, les mots " La dispense de versement du précompte professionnel visée à l'alinéa 1er " sont remplacés par les mots " Une même dispense de versement du précompte professionnel à concurrence de 65 p.c. de ce précompte professionnel ";
2° à l'alinéa 3, les mots " La même dispense de versement " sont remplacés par les mots " La dispense de versement visée à l'alinéa 2 ";
3° à l'alinéa 3, 3°, les mots " sous réserve de la réduction du pourcentage de 50 p.c. à 25 p.c., " sont abroges;
4° l'alinéa 8 est abrogé.
1° à l'alinéa 2, les mots " La dispense de versement du précompte professionnel visée à l'alinéa 1er " sont remplacés par les mots " Une même dispense de versement du précompte professionnel à concurrence de 65 p.c. de ce précompte professionnel ";
2° à l'alinéa 3, les mots " La même dispense de versement " sont remplacés par les mots " La dispense de versement visée à l'alinéa 2 ";
3° à l'alinéa 3, 3°, les mots " sous réserve de la réduction du pourcentage de 50 p.c. à 25 p.c., " sont abroges;
4° l'alinéa 8 est abrogé.
Art.69. Artikel 68 is van toepassing op de bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli 2008.
Art.69. L'article 68 est applicable aux rémunérations payées ou attribuées à partir du 1er juillet 2008.
Afdeling 5. - Vermindering voor uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques.
Section 5. - Réduction pour dépenses faites pour des prestations payées avec des titres-services.
Art.70. In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek wordt een onderafdeling IVbis ingevoegd die het artikel 156bis bevat, luidende :
" Onderafdeling IVbis - Omzetting van verminderingen in een terugbetaalbaar belastingkrediet
Art. 156bis. Het deel van de in de artikelen 145.1 tot 156 bedoelde verminderingen dat niet is aangerekend, wordt, in de mate dat het betrekking heeft op de uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques als bedoeld in de artikelen 145.21 tot 145.23, omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet.
Voor de bepaling van het in het eerste lid bedoelde deel van de in de artikelen 145.1 tot 156 bedoelde verminderingen dat niet is aangerekend, wordt evenwel geen rekening gehouden met de artikelen 153 en 154. "
In afwijking van de vorige leden wordt, wanneer artikel 154 is toegepast, het belastingkrediet als volgt berekend :
- in geval van toepassing van artikel 154, § 2 : het belastingkrediet is gelijk aan de vermindering voor de uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques als bedoeld in de artikelen 145.21 tot 145.23;
- in geval van toepassing van artikel 154, § 3 : het belastingkrediet is gelijk aan het positieve verschil tussen de vermindering voor de uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques als bedoeld in de artikelen 145.21 tot 145.23 en de belasting die overblijft na toepassing van de genoemde § 3.
Dit artikel is niet van toepassing van zodra het belastbare inkomen van de belastingplichtige het in artikel 131, eerste lid, 1°, bedoelde bedrag overschrijdt.
Dit artikel is evenmin van toepassing op een belastingplichtige die beroepsinkomsten heeft die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten.
" Onderafdeling IVbis - Omzetting van verminderingen in een terugbetaalbaar belastingkrediet
Art. 156bis. Het deel van de in de artikelen 145.1 tot 156 bedoelde verminderingen dat niet is aangerekend, wordt, in de mate dat het betrekking heeft op de uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques als bedoeld in de artikelen 145.21 tot 145.23, omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet.
Voor de bepaling van het in het eerste lid bedoelde deel van de in de artikelen 145.1 tot 156 bedoelde verminderingen dat niet is aangerekend, wordt evenwel geen rekening gehouden met de artikelen 153 en 154. "
In afwijking van de vorige leden wordt, wanneer artikel 154 is toegepast, het belastingkrediet als volgt berekend :
- in geval van toepassing van artikel 154, § 2 : het belastingkrediet is gelijk aan de vermindering voor de uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques als bedoeld in de artikelen 145.21 tot 145.23;
- in geval van toepassing van artikel 154, § 3 : het belastingkrediet is gelijk aan het positieve verschil tussen de vermindering voor de uitgaven gedaan voor prestaties betaald met dienstencheques als bedoeld in de artikelen 145.21 tot 145.23 en de belasting die overblijft na toepassing van de genoemde § 3.
Dit artikel is niet van toepassing van zodra het belastbare inkomen van de belastingplichtige het in artikel 131, eerste lid, 1°, bedoelde bedrag overschrijdt.
Dit artikel is evenmin van toepassing op een belastingplichtige die beroepsinkomsten heeft die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten.
Art.70. Dans le titre II, chapitre III, section Ire, du même Code, il est inséré une sous-section IVbis, comportant l'article 156bis, rédigée comme suit :
" Sous-section IVbis - Conversion de réductions en un crédit d'impôt remboursable
Art. 156bis. La partie des réductions visées aux articles 145.1 à 156 qui n'est pas imputée, est, dans la mesure où elle concerne les dépenses faites pour des prestations payées avec des titres-services visées aux articles 145.21 à 145.23, convertie en un crédit d'impôt remboursable.
Toutefois, pour la détermination de la partie visée à l'alinéa 1er des réductions visées aux articles 145.1 à 156 qui n'est pas imputée, il n'est pas tenu compte des articles 153 et 154. "
Par dérogation aux alinéas précédents et lorsque l'article 154 est appliqué, le crédit d'impôt est calculé comme suit :
- en cas d'application de l'article 154, § 2 : le crédit d'impôt est égal à la réduction d'impôt pour les dépenses faites pour des prestations payées avec des titres-services visées aux articles 145.21 à 145.23;
- en cas d'application de l'article 154, § 3 : le crédit d'impôt est égal à la difference positive entre la réduction d'impôt pour les dépenses faites pour des prestations payées avec des titres-services visées aux articles 145.21 à 145.23 et l'impôt qui subsiste après l'application du § 3 précité.
Le présent article ne s'applique pas lorsque le revenu imposable du contribuable excède le montant visé à l'article 131, alinéa 1er, 1°.
Le présent article ne s'applique pas non plus au contribuable qui recueille des revenus professionnels qui sont exonérés conventionnellement et qui n'interviennent pas pour le calcul de l'impôt afférent à ses autres revenus.
" Sous-section IVbis - Conversion de réductions en un crédit d'impôt remboursable
Art. 156bis. La partie des réductions visées aux articles 145.1 à 156 qui n'est pas imputée, est, dans la mesure où elle concerne les dépenses faites pour des prestations payées avec des titres-services visées aux articles 145.21 à 145.23, convertie en un crédit d'impôt remboursable.
Toutefois, pour la détermination de la partie visée à l'alinéa 1er des réductions visées aux articles 145.1 à 156 qui n'est pas imputée, il n'est pas tenu compte des articles 153 et 154. "
Par dérogation aux alinéas précédents et lorsque l'article 154 est appliqué, le crédit d'impôt est calculé comme suit :
- en cas d'application de l'article 154, § 2 : le crédit d'impôt est égal à la réduction d'impôt pour les dépenses faites pour des prestations payées avec des titres-services visées aux articles 145.21 à 145.23;
- en cas d'application de l'article 154, § 3 : le crédit d'impôt est égal à la difference positive entre la réduction d'impôt pour les dépenses faites pour des prestations payées avec des titres-services visées aux articles 145.21 à 145.23 et l'impôt qui subsiste après l'application du § 3 précité.
Le présent article ne s'applique pas lorsque le revenu imposable du contribuable excède le montant visé à l'article 131, alinéa 1er, 1°.
Le présent article ne s'applique pas non plus au contribuable qui recueille des revenus professionnels qui sont exonérés conventionnellement et qui n'interviennent pas pour le calcul de l'impôt afférent à ses autres revenus.
Art.71. In artikel 243, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de woorden " 157 tot 169 " vervangen door de woorden " 156bis tot 169 ".
Art.71. Dans l'article 243, alinéa 4, du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2007, les mots " 157 à 169 " sont remplacés par les mots " 156bis à 169 ".
Art.72. De artikelen 70 en 71 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2009.
Art.72. Les articles 70 et 71 sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2009.
HOOFDSTUK 2. - Oprichting van een Staatsdienst met afzonderlijk beheer belast met het beheer van de dienstverlening inzake restauratie voor de verschillende federale overheidsdiensten.
CHAPITRE 2. - Création d'un Service d'Etat à gestion séparée chargé de la gestion des services en matière de restauration pour les différents services publics fédéraux.
Art.73. Voor het beheer van de dienstverlening inzake restauratie voor de verschillende federale overheidsdiensten, wordt [1 overeenkomstig de artikelen 77 tot en met 84 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat,]1 binnen de Federale Overheidsdienst Financiën met ingang van 1 januari 2009 [1 een administratieve dienst met boekhoudkundige autonomie]1 opgericht, met als naam FEDOREST.
[1 Voor het verwezenlijken van zijn doelstellingen kan FEDOREST ook overeenkomsten sluiten met andere dan federale overheden of overheidsdiensten of instellingen die onder hun bevoegdheid vallen, wanneer deze FEDOREST verzoeken om de dienstverlening inzake restauratie voor hen te organiseren en wanneer deze samenwerking toelaat om de dienstverlening voor de federale ambtenaren beter of efficiënter te organiseren.
In voorkomend geval zal een overeenkomst worden afgesloten tussen FEDOREST en die overheid waarin de financiering en de wederzijdse rechten en plichten van beide partijen worden geregeld.]1
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de uitvoeringsmodaliteiten.
[1 Voor het verwezenlijken van zijn doelstellingen kan FEDOREST ook overeenkomsten sluiten met andere dan federale overheden of overheidsdiensten of instellingen die onder hun bevoegdheid vallen, wanneer deze FEDOREST verzoeken om de dienstverlening inzake restauratie voor hen te organiseren en wanneer deze samenwerking toelaat om de dienstverlening voor de federale ambtenaren beter of efficiënter te organiseren.
In voorkomend geval zal een overeenkomst worden afgesloten tussen FEDOREST en die overheid waarin de financiering en de wederzijdse rechten en plichten van beide partijen worden geregeld.]1
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de uitvoeringsmodaliteiten.
Modifications
Art.73. Pour la gestion des services en matière de restauration pour les différents services publics fédéraux, [1 un service administratif à comptabilité autonome,]1 dénommé FEDOREST, sera créé au sein du Service public fédéral Finances à partir du 1er janvier 2009, [1 conformément aux articles 77 à 84 de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral]1.
[1 Pour réaliser ses objectifs, FEDOREST peut également conclure des accords avec d'autres autorités ou services publics que les autorités fédérales ou services publics fédéraux, ou les institutions qui sont de leur compétence, lorsque ceux-ci demandent à FEDOREST d'organiser pour eux les services en matière de restauration et lorsque cette collaboration permet d'organiser d'une meilleure manière et plus efficacement les services destinés aux fonctionnaires fédéraux.
Le cas échéant, un accord dans lequel le financement et les droits et devoirs réciproques des deux parties sont réglés, sera conclu entre FEDOREST et cette autorité.]1
Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités d'exécution.
[1 Pour réaliser ses objectifs, FEDOREST peut également conclure des accords avec d'autres autorités ou services publics que les autorités fédérales ou services publics fédéraux, ou les institutions qui sont de leur compétence, lorsque ceux-ci demandent à FEDOREST d'organiser pour eux les services en matière de restauration et lorsque cette collaboration permet d'organiser d'une meilleure manière et plus efficacement les services destinés aux fonctionnaires fédéraux.
Le cas échéant, un accord dans lequel le financement et les droits et devoirs réciproques des deux parties sont réglés, sera conclu entre FEDOREST et cette autorité.]1
Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités d'exécution.
Modifications
TITEL VIII. - Werk.
TITRE VIII. - Emploi.
HOOFDSTUK 1. - Dienstencheques. - Wijziging van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen.
CHAPITRE Ier. - Titres-services. - Modification de la loi du 20 juillet 2001 visant a favoriser le développement de services et d'emplois de proximité.
Art.74. In artikel 2 van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 2, eerste lid, e), worden de woorden " door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of door of voor rekening van de fondsen voor bestaanszekerheid " vervangen door de woorden " door een instelling belast met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen ";
2° paragraaf 2, eerste lid, e), wordt aangevuld als volgt :
" De verschuldigde sommen beneden de 2 500 EUR, worden niet als achterstallen beschouwd ";
3° paragraaf 2, eerste lid, wordt aangevuld met een g) luidende als volgt :
" g) niet verwikkeld zijn in of, indien het een rechtspersoon betreft, onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de vennootschap te verbinden, geen personen hebben die verwikkeld waren in minstens twee faillissementen, liquidaties of gelijkaardige verrichtingen, met schulden als gevolg ten aanzien van een instelling belast met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen, en dit binnen de vijf jaar. ";
4° artikel 2 wordt aangevuld met volgend lid :
" In afwijking van de vorige leden kan de erkenning ambtshalve worden ingetrokken onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. ".
1° in paragraaf 2, eerste lid, e), worden de woorden " door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid of door of voor rekening van de fondsen voor bestaanszekerheid " vervangen door de woorden " door een instelling belast met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen ";
2° paragraaf 2, eerste lid, e), wordt aangevuld als volgt :
" De verschuldigde sommen beneden de 2 500 EUR, worden niet als achterstallen beschouwd ";
3° paragraaf 2, eerste lid, wordt aangevuld met een g) luidende als volgt :
" g) niet verwikkeld zijn in of, indien het een rechtspersoon betreft, onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de vennootschap te verbinden, geen personen hebben die verwikkeld waren in minstens twee faillissementen, liquidaties of gelijkaardige verrichtingen, met schulden als gevolg ten aanzien van een instelling belast met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen, en dit binnen de vijf jaar. ";
4° artikel 2 wordt aangevuld met volgend lid :
" In afwijking van de vorige leden kan de erkenning ambtshalve worden ingetrokken onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. ".
Art.74. A l'article 2 de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité, modifié par la loi du 22 décembre 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 2, alinéa 1er, e), les mots " par l'Office national de Sécurité sociale ou par les fonds de sécurité d'existence ou pour le compte de ceux-ci. " sont remplacés par " par un organisme de recouvrement des cotisations de sécurité sociale ";
2° le paragraphe 2, alinéa 1er, e), est completé comme suit :
" Ne sont pas considérées comme arriérés de cotisations, les sommes dues inférieures à 2 500 EUR ";
3° le paragraphe 2, alinéa premier, est complété par un g) rédige comme suit :
" g) ne pas avoir été impliqué ou, s'il s'agit de personnes morales, ne pas compter parmi les administrateurs, les gérants, les mandataires ou les personnes ayant le pouvoir d'engager la société, des personnes qui ont été impliquées dans au moins deux faillites, liquidations ou opérations similaires entraînant des dettes à l'égard d'un organisme de recouvrement des cotisations de sécurité sociale, et ce endéans les cinq ans. ";
4° l'article 2 est complété par l'alinéa suivant :
" Par dérogation aux alinéas précédents, l'agrément peut être retiré d'office dans les conditions et les modalités établies par le Roi, par arrêté délibéré en conseil des ministres. ".
1° au paragraphe 2, alinéa 1er, e), les mots " par l'Office national de Sécurité sociale ou par les fonds de sécurité d'existence ou pour le compte de ceux-ci. " sont remplacés par " par un organisme de recouvrement des cotisations de sécurité sociale ";
2° le paragraphe 2, alinéa 1er, e), est completé comme suit :
" Ne sont pas considérées comme arriérés de cotisations, les sommes dues inférieures à 2 500 EUR ";
3° le paragraphe 2, alinéa premier, est complété par un g) rédige comme suit :
" g) ne pas avoir été impliqué ou, s'il s'agit de personnes morales, ne pas compter parmi les administrateurs, les gérants, les mandataires ou les personnes ayant le pouvoir d'engager la société, des personnes qui ont été impliquées dans au moins deux faillites, liquidations ou opérations similaires entraînant des dettes à l'égard d'un organisme de recouvrement des cotisations de sécurité sociale, et ce endéans les cinq ans. ";
4° l'article 2 est complété par l'alinéa suivant :
" Par dérogation aux alinéas précédents, l'agrément peut être retiré d'office dans les conditions et les modalités établies par le Roi, par arrêté délibéré en conseil des ministres. ".
Art.75. In artikel 10, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, wordt het woord " maart " vervangen door het woord " juni ".
Art.75. Dans l'article 10, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 22 décembre 2003, le mot " mars " est remplacé par le mot " juin ".
HOOFDSTUK 2. - Werkbonus.
CHAPITRE 2. - Bonus à l'emploi.
Art.76. In artikel 2 van de wet van 20 december 1999 tot toekenning van een werkbonus onder de vorm van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen en aan sommige werknemers die het slachtoffer waren van een herstructurering, gewijzigd bij de wetten van 12 augustus 2000, 8 april 2003, 22 december 2003, 27 december 2004 en 11 juli 2005 en de koninklijke besluiten van 7 april 2000, 26 juni 2000, 13 januari 2003, 1 februari 2005, 10 augustus 2005, 10 oktober 2005, 1 september 2006 en 21 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in paragraaf 1 wordt na punt cbis ) een punt d) ingevoegd, luidende :
" d) Voor de werknemers met een maandelijks loon kleiner of gelijk aan het gemiddeld minimum maandinkomen zoals bepaald in artikel 3, eerste lid, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 houdende wijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 21 van 15 mei 1975 en nr. 23 van 25 juli 1975 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimum maandinkomen, wordt het bedrag bedoeld in b) en bbis ) aangevuld met 32,00 EUR (vermenigvuldigd met 1,08 voor de handarbeiders die onderworpen zijn aan de regeling van de jaarlijkse vakantie der werknemers). Voor de werknemers met een loon groter dan dit voormelde minimum maandinkomen en kleiner of gelijk aan dit voormelde maandinkomen verhoogd met 251,03 EUR, wordt het bedrag bedoeld in c) en cbis) aangevuld met een bedrag dat proportioneel, volgens de bij koninklijk besluit vastgelegde nadere bepalingen, afneemt gaande van 32,00 EUR tot 0,00 EUR (vermenigvuldigd met 1,08 voor de handarbeiders die onderworpen zijn aan de regeling van de jaarlijkse vakantie der werknemers). ";
2° in paragraaf 2, eerste en tweede lid, wordt de zin " Vanaf 2008 beloopt dit bedrag 1 716,00 EUR per kalenderjaar. " telkens vervangen door de zinnen " Voor 2008 beloopt dit bedrag 1 812,00 EUR. Vanaf 2009 beloopt dit bedrag 2 100,00 EUR per kalenderjaar. ";
3° in paragraaf 2, vijfde lid, worden de woorden " en het aanvullend bedrag bedoeld in § 1, d), " gevoegd tussen de woorden " bedoeld in § 1, " en " alsook het jaarlijks maximaal bedrag ".
1° in paragraaf 1 wordt na punt cbis ) een punt d) ingevoegd, luidende :
" d) Voor de werknemers met een maandelijks loon kleiner of gelijk aan het gemiddeld minimum maandinkomen zoals bepaald in artikel 3, eerste lid, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 houdende wijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 21 van 15 mei 1975 en nr. 23 van 25 juli 1975 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimum maandinkomen, wordt het bedrag bedoeld in b) en bbis ) aangevuld met 32,00 EUR (vermenigvuldigd met 1,08 voor de handarbeiders die onderworpen zijn aan de regeling van de jaarlijkse vakantie der werknemers). Voor de werknemers met een loon groter dan dit voormelde minimum maandinkomen en kleiner of gelijk aan dit voormelde maandinkomen verhoogd met 251,03 EUR, wordt het bedrag bedoeld in c) en cbis) aangevuld met een bedrag dat proportioneel, volgens de bij koninklijk besluit vastgelegde nadere bepalingen, afneemt gaande van 32,00 EUR tot 0,00 EUR (vermenigvuldigd met 1,08 voor de handarbeiders die onderworpen zijn aan de regeling van de jaarlijkse vakantie der werknemers). ";
2° in paragraaf 2, eerste en tweede lid, wordt de zin " Vanaf 2008 beloopt dit bedrag 1 716,00 EUR per kalenderjaar. " telkens vervangen door de zinnen " Voor 2008 beloopt dit bedrag 1 812,00 EUR. Vanaf 2009 beloopt dit bedrag 2 100,00 EUR per kalenderjaar. ";
3° in paragraaf 2, vijfde lid, worden de woorden " en het aanvullend bedrag bedoeld in § 1, d), " gevoegd tussen de woorden " bedoeld in § 1, " en " alsook het jaarlijks maximaal bedrag ".
Art.76. Dans l'article 2 de la loi du 20 décembre 1999 visant à octroyer un bonus à l'emploi sous la forme d'une réduction des cotisations personnelles de sécurité sociale aux travailleurs salariés ayant un bas salaire et à certains travailleurs qui ont été victimes d'une restructuration, modifié par les lois des 12 août 2000, 8 avril 2003, 22 décembre 2003, 27 décembre 2004 et 11 juillet 2005 et les arrêtés royaux des 7 avril 2000, 26 juin 2000, 13 janvier 2003, 1er février 2005, 10 août 2005, 10 octobre 2005, 1er septembre 2006 et 21 avril 2007, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le paragraphe 1er un point d), rédigé comme suit, est inséré après le point cbis ) :
" d) pour les travailleurs dont la rémunération mensuelle est inférieure ou égale au revenu minimum mensuel moyen visé par l'article 3, alinéa 1er, de la Convention collective de travail n° 43 du 2 mai 1988 portant modification et coordination des conventions collectives de travail n° 21 du 15 mai 1975 et n° 23 du 25 juillet 1975 relatives à la garantie d'un revenu minimum mensuel moyen, le montant visé au b) et bbis ) est complété de 32,00 EUR (multiplié par 1,08 pour les travailleurs manuels soumis au régime des vacances annuelles des travailleurs salariés). Pour les travailleurs dont la rémunération mensuelle est supérieure au revenu minimum mensuel précité et inférieure ou égale au revenu minimum mensuel précité augmenté de 251,03 EUR, le montant visé au c) et cbis) est complété d'un montant dégressif proportionnel, sur la base des modalités fixées par arrêté royal, entre 32,00 EUR et 0,00 EUR (multiplié par 1,08 pour les travailleurs manuels soumis au régime des vacances annuelles des travailleurs salariés). ";
2° au paragraphe 2, alinéas 1er et 2, la phrase " A partir de 2008, ce montant s'élève à 1 716,00 EUR par année calendrier. " est chaque fois remplacée par les phrases " Pour 2008, ce montant s'élève à 1 812,00 EUR. A partir de 2009, ce montant s'élève a 2 100,00 EUR par année calendrier. ";
3° au paragraphe 2, alinéa 5, les mots " et le montant complémentaire vise au § 1er, d), " sont insérés entre les mots " visée au § 1er " et " ainsi que le montant maximal annuel ".
1° dans le paragraphe 1er un point d), rédigé comme suit, est inséré après le point cbis ) :
" d) pour les travailleurs dont la rémunération mensuelle est inférieure ou égale au revenu minimum mensuel moyen visé par l'article 3, alinéa 1er, de la Convention collective de travail n° 43 du 2 mai 1988 portant modification et coordination des conventions collectives de travail n° 21 du 15 mai 1975 et n° 23 du 25 juillet 1975 relatives à la garantie d'un revenu minimum mensuel moyen, le montant visé au b) et bbis ) est complété de 32,00 EUR (multiplié par 1,08 pour les travailleurs manuels soumis au régime des vacances annuelles des travailleurs salariés). Pour les travailleurs dont la rémunération mensuelle est supérieure au revenu minimum mensuel précité et inférieure ou égale au revenu minimum mensuel précité augmenté de 251,03 EUR, le montant visé au c) et cbis) est complété d'un montant dégressif proportionnel, sur la base des modalités fixées par arrêté royal, entre 32,00 EUR et 0,00 EUR (multiplié par 1,08 pour les travailleurs manuels soumis au régime des vacances annuelles des travailleurs salariés). ";
2° au paragraphe 2, alinéas 1er et 2, la phrase " A partir de 2008, ce montant s'élève à 1 716,00 EUR par année calendrier. " est chaque fois remplacée par les phrases " Pour 2008, ce montant s'élève à 1 812,00 EUR. A partir de 2009, ce montant s'élève a 2 100,00 EUR par année calendrier. ";
3° au paragraphe 2, alinéa 5, les mots " et le montant complémentaire vise au § 1er, d), " sont insérés entre les mots " visée au § 1er " et " ainsi que le montant maximal annuel ".
Art.77. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 oktober 2008.
Art.77. Ce chapitre entre en vigueur le 1er octobre 2008.
TITEL IX. - Sociale Economie.
TITRE IX. - Economie sociale.
ENIG HOOFDSTUK. - Kringloopfonds
CHAPITRE UNIQUE. - Fonds de l'économie sociale et durable.
Art.78. Artikel 91 van de programmawet van 8 april 2003 wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende :
" § 4. Vanaf 1 januari 2009 zal de activiteit van het Kringloopfonds zich beperken tot het beheer van de kredieten en de deelnemingen die voor die datum verleend zijn of waartoe voor die datum besloten is. ".
Voor de periode tussen de inwerkingtreding van deze wet en 1 januari 2009 moet elke beslissing inzake nieuwe kredieten of deelnemingen worden bekrachtigd bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad. ".
" § 4. Vanaf 1 januari 2009 zal de activiteit van het Kringloopfonds zich beperken tot het beheer van de kredieten en de deelnemingen die voor die datum verleend zijn of waartoe voor die datum besloten is. ".
Voor de periode tussen de inwerkingtreding van deze wet en 1 januari 2009 moet elke beslissing inzake nieuwe kredieten of deelnemingen worden bekrachtigd bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad. ".
Art.78. L'article 91 de la loi-programme du 8 avril 2003 est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
" § 4. A partir du 1er janvier 2009, l'activité du Fonds de l'Economie Sociale et Durable se limitera à la gestion des crédits et des participations octroyés ou décidées avant cette date. ".
Pour la période comprise entre l'entrée en vigueur de la présente loi et le 1er janvier 2009, toute décision de nouveaux crédits ou prises de participation doit être confirmée par arrêté délibéré en Conseil des Ministres. ".
" § 4. A partir du 1er janvier 2009, l'activité du Fonds de l'Economie Sociale et Durable se limitera à la gestion des crédits et des participations octroyés ou décidées avant cette date. ".
Pour la période comprise entre l'entrée en vigueur de la présente loi et le 1er janvier 2009, toute décision de nouveaux crédits ou prises de participation doit être confirmée par arrêté délibéré en Conseil des Ministres. ".
Art.79. Artikel 93 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 93. De leden van de raad van bestuur van het Kringloopfonds worden benoemd door de algemene vergadering uit de kandidaten die worden voorgesteld door de Minister bevoegd voor Sociale Economie, de Minister bevoegd voor Duurzame Ontwikkeling, de Minister bevoegd voor Financiën en de gewesten. ".
" Art. 93. De leden van de raad van bestuur van het Kringloopfonds worden benoemd door de algemene vergadering uit de kandidaten die worden voorgesteld door de Minister bevoegd voor Sociale Economie, de Minister bevoegd voor Duurzame Ontwikkeling, de Minister bevoegd voor Financiën en de gewesten. ".
Art.79. L'article 93 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 93. Les membres du conseil d'administration du Fonds de l'Economie sociale et durable sont nommes par l'assemblée générale parmi des candidats proposés par le Ministre ayant l'Economie sociale dans ses attributions, le Ministre ayant le Développement durable dans ses attributions, le Ministre ayant les Finances dans ses attributions et les régions. ".
" Art. 93. Les membres du conseil d'administration du Fonds de l'Economie sociale et durable sont nommes par l'assemblée générale parmi des candidats proposés par le Ministre ayant l'Economie sociale dans ses attributions, le Ministre ayant le Développement durable dans ses attributions, le Ministre ayant les Finances dans ses attributions et les régions. ".
Art.80. De artikelen 90 tot 99 van de programmawet van 8 april 2003 worden opgeheven.
Art.80. Les articles 90 à 99 de la loi-programme du 8 avril 2003 sont abrogés.
Art.81. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad, de datum van inwerkingtreding van artikel 80.
Art.81. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, la date d'entrée en vigueur de l'article 80.
TITEL X. - Mobiliteit.
TITRE X. - Mobilite.
ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de wet van 6 december 2005 betreffende de opmaak en financiering van actieplannen inzake verkeersveiligheid
CHAPITRE UNIQUE. - Modification de la loi du 6 décembre 2005 relative à l'établissement et du financement de plans d'action en matière de sécurite routière.
Art.82. De artikelen 3 en 4 van de wet van 6 december 2005 betreffende de opmaak en financiering van de actieplannen inzake verkeersveiligheid worden opgeheven.
Art.82. Les articles 3 et 4 de la loi du 6 décembre 2005 relative à l'établissement et au financement de plans d'action en matière de sécurité routière, sont abrogés.
Art.83. Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
1° in § 1, 2°, worden het eerste en het tweede streepje opgeheven.
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. De Koning kan, op voorstel van de Ministers van Mobiliteit en Binnenlandse Zaken, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, via een voorafname, projecten financieren die een meer doeltreffende vaststelling van de verkeersinbreuken toelaten, een vlottere afhandeling en snellere inning van de boetes beogen en de verwerving van gestandaardiseerd verkeerstechnisch materiaal via gemeenschappelijke aankopen ondersteunen.
De federale politie en de Vaste Commissie van de Lokale Politie, bedoeld in artikel 91 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, dienen hiertoe, in uitvoering van de actieplannen verbonden aan de verkeersdoelstellingen vervat in het nationaal veiligheidsplan, jaarlijks een voorstel van plan in bij de ministers van Mobiliteit en Binnenlandse Zaken, aangevuld met het advies van het College van Procureurs-generaal. "
1° in § 1, 2°, worden het eerste en het tweede streepje opgeheven.
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. De Koning kan, op voorstel van de Ministers van Mobiliteit en Binnenlandse Zaken, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, via een voorafname, projecten financieren die een meer doeltreffende vaststelling van de verkeersinbreuken toelaten, een vlottere afhandeling en snellere inning van de boetes beogen en de verwerving van gestandaardiseerd verkeerstechnisch materiaal via gemeenschappelijke aankopen ondersteunen.
De federale politie en de Vaste Commissie van de Lokale Politie, bedoeld in artikel 91 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, dienen hiertoe, in uitvoering van de actieplannen verbonden aan de verkeersdoelstellingen vervat in het nationaal veiligheidsplan, jaarlijks een voorstel van plan in bij de ministers van Mobiliteit en Binnenlandse Zaken, aangevuld met het advies van het College van Procureurs-generaal. "
Art.83. L'article 5 de la même loi est modifié comme suit :
1° dans le § 1er, 2°, le premier et deuxième tiret sont abrogés.
2° le paragraphe 3 est remplace comme suit :
" § 3. Le Roi peut, sur la proposition des Ministres de la Mobilité et de l'Interieur, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, à l'aide d'un prélèvement préalable, financer des projets qui permettent une constatation plus efficace des infractions de circulation, visent un traitement et une perception plus rapide des amendes et soutiennent l'acquisition de matériel standardise par des achats communs.
La police fédérale et la Commission permanente de la police locale, visée à l'article 91 de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux, doivent à cette fin, en exécution des plans d'action liés aux objectifs de sécurité routière repris dans le plan national de sécurite, introduire chaque année une proposition de plan auprès des ministres de la Mobilité et de l'Intérieur, complétée par l'avis du Collège des Procureurs généraux. "
1° dans le § 1er, 2°, le premier et deuxième tiret sont abrogés.
2° le paragraphe 3 est remplace comme suit :
" § 3. Le Roi peut, sur la proposition des Ministres de la Mobilité et de l'Interieur, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, à l'aide d'un prélèvement préalable, financer des projets qui permettent une constatation plus efficace des infractions de circulation, visent un traitement et une perception plus rapide des amendes et soutiennent l'acquisition de matériel standardise par des achats communs.
La police fédérale et la Commission permanente de la police locale, visée à l'article 91 de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux, doivent à cette fin, en exécution des plans d'action liés aux objectifs de sécurité routière repris dans le plan national de sécurite, introduire chaque année une proposition de plan auprès des ministres de la Mobilité et de l'Intérieur, complétée par l'avis du Collège des Procureurs généraux. "
Art. 84. Artikel 7, § 1, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" § 1. Vanaf het begrotingsjaar 2008, is het bedrag van het toegewezen deel, bedoeld in artikel 5, § 1, dat wordt toegewezen aan elke lokale politiezone en aan de federale politie gelijk aan het geïndexeerd bedrag dat zij in 2007 ontvingen op voorwaarde dat dit bedrag minimaal gelijk is aan het toegewezen deel, bedoeld in artikel 5, § 1, in 2007. In voorkomend geval, wordt indien het toegewezen deel, bedoeld in artikel 5, § 1, lager is dan het toegewezen deel, bedoeld in artikel 5, § 1, dat aan elke politiezone en de federale politie toegewezen werd in 2007, evenredig verdeeld onder elke lokale politiezone en de federale politie volgens de toegewezen middelen van 2007.
De meerinkomsten ten overstaan van het begrotingsjaar 2007 van het toegewezen gedeelte bedoeld in artikel 5, § 1, worden vanaf het begrotingsjaar 2009 verdeeld onder de gewesten op basis van de lokalisering van de vaststelling van de overtredingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten en volgens de modaliteiten bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Na deze gewestelijke verdeling, wordt de verdeling aan elke lokale politiezone en aan de federale politie gerealiseerd op basis van de volgende criteria :
1° de categorisering van de lokale politiezones en de federale politie in vijf groepen naargelang van het organiek politiekader.
2° de daling van het aantal verkeersslachtoffers en/of verkeersongevallen met gekwetsten of doden op de wegen die respectievelijk onder het toezicht van de lokale politiezone of de federale politie staan;
3° het aantal kilometer wegen waarvoor de lokale politiezone dan wel de federale politie bevoegd is. "
" § 1. Vanaf het begrotingsjaar 2008, is het bedrag van het toegewezen deel, bedoeld in artikel 5, § 1, dat wordt toegewezen aan elke lokale politiezone en aan de federale politie gelijk aan het geïndexeerd bedrag dat zij in 2007 ontvingen op voorwaarde dat dit bedrag minimaal gelijk is aan het toegewezen deel, bedoeld in artikel 5, § 1, in 2007. In voorkomend geval, wordt indien het toegewezen deel, bedoeld in artikel 5, § 1, lager is dan het toegewezen deel, bedoeld in artikel 5, § 1, dat aan elke politiezone en de federale politie toegewezen werd in 2007, evenredig verdeeld onder elke lokale politiezone en de federale politie volgens de toegewezen middelen van 2007.
De meerinkomsten ten overstaan van het begrotingsjaar 2007 van het toegewezen gedeelte bedoeld in artikel 5, § 1, worden vanaf het begrotingsjaar 2009 verdeeld onder de gewesten op basis van de lokalisering van de vaststelling van de overtredingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en haar uitvoeringsbesluiten en volgens de modaliteiten bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Na deze gewestelijke verdeling, wordt de verdeling aan elke lokale politiezone en aan de federale politie gerealiseerd op basis van de volgende criteria :
1° de categorisering van de lokale politiezones en de federale politie in vijf groepen naargelang van het organiek politiekader.
2° de daling van het aantal verkeersslachtoffers en/of verkeersongevallen met gekwetsten of doden op de wegen die respectievelijk onder het toezicht van de lokale politiezone of de federale politie staan;
3° het aantal kilometer wegen waarvoor de lokale politiezone dan wel de federale politie bevoegd is. "
Art. 84. L'article 7, § 1er, de la même loi est remplacé comme suit :
" § 1er. A partir de l'année budgétaire 2008, le montant attribué à chaque zone de police et à la police fédérale, visé à l'article 5, § 1er, est égal au montant indexé qu'elles ont reçu en 2007, à condition que ce montant à répartir soit au minimum égal au montant, visé a l'article 5, § 1er, attribué en 2007. Le cas échéant, si le montant visé à l'article 5, § 1er, est inférieur au montant visé à l'article 5, § 1er, et réparti en 2007 entre chaque zone de police et la police fédérale, ce montant à répartir est reparti à chaque zone de police et à la police fédérale en proportion des moyens attribues en 2007.
A partir de l'année budgétaire 2009, les recettes supplémentaires par rapport à l'année budgétaire 2007 de la part attribuée visée à l'article 5, § 1er, sont réparties, entre les régions, sur la base de la localisation de la constatation des infractions de la loi relative à la police sur la circulation routière et ses arrêtés d'execution et selon les modalités à déterminer par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres.
Après cette répartition régionale, la distribution est réalisée au profit de chaque zone de police et à la police fédérale, sur la base des critères suivants :
1° la catégorisation des zones de police locale et de la police fédérale en cinq groupes en fonction du cadre policier organique;
2° la diminution du nombre de victimes de la circulation sur les routes et/ou d'accidents de la circulation dans lesquels on dénombre des blessés ou des morts qui relèvent respectivement de la compétence de la zone de police locale ou de la police fédérale;
3° le kilométrage de voiries pour lequel la zone de police locale ou bien la police fédérale est compétente. "
" § 1er. A partir de l'année budgétaire 2008, le montant attribué à chaque zone de police et à la police fédérale, visé à l'article 5, § 1er, est égal au montant indexé qu'elles ont reçu en 2007, à condition que ce montant à répartir soit au minimum égal au montant, visé a l'article 5, § 1er, attribué en 2007. Le cas échéant, si le montant visé à l'article 5, § 1er, est inférieur au montant visé à l'article 5, § 1er, et réparti en 2007 entre chaque zone de police et la police fédérale, ce montant à répartir est reparti à chaque zone de police et à la police fédérale en proportion des moyens attribues en 2007.
A partir de l'année budgétaire 2009, les recettes supplémentaires par rapport à l'année budgétaire 2007 de la part attribuée visée à l'article 5, § 1er, sont réparties, entre les régions, sur la base de la localisation de la constatation des infractions de la loi relative à la police sur la circulation routière et ses arrêtés d'execution et selon les modalités à déterminer par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres.
Après cette répartition régionale, la distribution est réalisée au profit de chaque zone de police et à la police fédérale, sur la base des critères suivants :
1° la catégorisation des zones de police locale et de la police fédérale en cinq groupes en fonction du cadre policier organique;
2° la diminution du nombre de victimes de la circulation sur les routes et/ou d'accidents de la circulation dans lesquels on dénombre des blessés ou des morts qui relèvent respectivement de la compétence de la zone de police locale ou de la police fédérale;
3° le kilométrage de voiries pour lequel la zone de police locale ou bien la police fédérale est compétente. "