Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
18 JULI 2008. - Decreet tot vaststelling van de voorwaarden voor het behalen van de diploma's van bachelor-vroedvrouw en [bachelor verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger], ter versterking van de studentenmobiliteit en houdende diverse maatregelen inzake hoger onderwijs. <DFG2016-06-30/19, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 15-09-2016> (Vertaling)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-09-2008 en tekstbijwerking tot 18-08-2025)
Titre
18 JUILLET 2008. - Décret fixant des conditions d'obtention des diplômes de bachelier sage-femme et de [bachelier infirmier responsable de soins généraux], renforçant la mobilité étudiante et portant diverses mesures en matière d'enseignement supérieur. <DCFR2016-06-30/19, art. 1, 003; En vigueur : 15-09-2016>(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-09-2008 et mise à jour au 18-08-2025)
Informations sur le document
Numac: 2008029424
Datum: 2008-07-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2008029424
Date: 2008-07-18
Moniteur: Voir
Tekst (67)
Texte (68)
TITEL I. - Gemeenschappelijke bepalingen voor het hoger onderwijs.
TITRE Ier. - Dispositions communes à l'enseignement supérieur.
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van het decreet van 19 mei 2004 tot oprichting van een " Fonds d'aide à la mobilité étudiante au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur " (Steunfonds voor studentenmobiliteit binnen de Europese ruimte van het hoger onderwijs).
CHAPITRE Ier. - Modifications du décret du 19 mai 2004 instituant un Fonds d'aide à la mobilité étudiante au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur.
Artikel 1. Artikel 2 van het decreet van 19 mei 2004 tot oprichting van een " Fonds d'aide à la mobilité étudiante au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur " (Steunfonds voor studentenmobiliteit binnen de Europese ruimte van het hoger onderwijs), wordt vervangen als volgt :
  " Art. 2. Er wordt een Steunfonds voor studentenmobiliteit opgericht. "
Article 1. L'article 2 du décret du 19 mai 2004 instituant un Fonds d'aide à la mobilité étudiante au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur est remplacé par l'article suivant :
  " Article 2. Un Fonds d'aide à la mobilité étudiante est créé. "
Art. 2. In artikel 3, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden " van de Europese ruimte van het hoger onderwijs " vervangen door de woorden " of een andere Gemeenschap ".
Art. 2. A l'article 3, alinéa 1er, du même décret, les mots " de l'espace européen de l'enseignement supérieur " sont remplacés par les mots " ou une autre Communauté ".
Art. 3. In artikel 4 van hetzelfde decreet worden de woorden " vier maanden " vervangen door de woorden " drie maanden ".
Art. 3. A l'article 4 du même décret, les mots " un quadrimestre " sont remplacés par les mots " trois mois ".
Art. 4. In artikel 8 van hetzelfde decreet worden de woorden " binnen de Europese ruimte van het hoger onderwijs " vervangen door de woorden " van de studenten van het hoger onderwijs ".
Art. 4. A l'article 8, du même décret, les mots " au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur " sont remplacés par les mots " des étudiants de l'enseignement supérieur ".
Art. 5. In artikel 9 van hetzelfde decreet worden de woorden " binnen de Europese ruimte van het hoger onderwijs " vervangen door de woorden " van de studenten van het hoger onderwijs ".
Art. 5. A l'article 9, du même décret, les mots " au sein de l'espace européen de l'enseignement supérieur " sont remplacés par les mots " des étudiants de l'enseignement supérieur ".
TITEL II. - Bepalingen betreffende de universiteiten.
TITRE II. - Dispositions relatives aux universités.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van het decreet van 16 juni 2006 tot regeling van het aantal studenten in sommige cursussen van de eerste cyclus van het hoger onderwijs.
CHAPITRE Ier. - Modification du décret du 16 juin 2006 régulant le nombre d'étudiants dans certains cursus de premier cycle de l'enseignement supérieur.
Art. 6. Artikel 3 van het decreet van 16 juni 2006 tot regeling van het aantal studenten in sommige cursussen van de eerste cyclus van het hoger onderwijs, wordt aangevuld met een 3°, luidend als volgt :
  " 3° Bachelor in de psychologische en opvoedingswetenschappen, studierichting logopedie. "
Art. 6. L'article 3 du décret du 16 juin 2006 régulant le nombre d'étudiants dans certains cursus de premier cycle de l'enseignement supérieur, est complété par un 3° rédigé comme suit :
  " 3° Bachelier en sciences psychologiques et de l'éducation, orientation logopédie. "
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten.
CHAPITRE II. - Modification du décret du 31 mars 2004 définissant l'enseignement supérieur, favorisant son intégration à l'espace européen de l'enseignement supérieur et refinançant les universités.
Art. 7. Artikel 39 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidend als volgt :
  " § 2. De universitaire academiën kunnen met de hogere architectuurinstituten samenwerkingsovereenkomsten sluiten overeenkomstig artikel 29, § 2, voor de organisatie van bijkomende masters op het gebied van " Bouwkunst en stedenbouwkunde " en " Engineering ". "
Art. 7. L'article 39 du décret du 31 mars 2004 définissant l'enseignement supérieur, favorisant son intégration à l'espace européen de l'enseignement supérieur et refinançant les universités, dont le texte actuel formera un § 1er, est complété d'un § 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Les académies universitaires peuvent conclure des conventions de coopération, conformément à l'article 29, § 2, avec les instituts supérieurs d'architecture pour l'organisation de masters complémentaires dans les domaines " Art de bâtir et urbanisme " et " Sciences de l'ingénieur ". "
TITEL III. - Bepalingen betreffende de Hogescholen.
TITRE III. - Dispositions relatives aux Hautes Ecoles.
HOOFDSTUK I. - Wijziging van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen.
CHAPITRE Ier. - Modification du décret du 9 septembre 1996 relatif au financement des Hautes Ecoles organisées ou subventionnées par la Communauté française.
Art. 8. Artikel 8, § 1, van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen, wordt aangevuld als volgt :
  " 6° de studenten die, na dat ze de eerste keer regelmatig ingeschreven werden in hetzelfde studiejaar van eenzelfde afdeling, zich opnieuw inschrijven terwijl de examencommissie het slagen voor dit studiejaar heeft uitgesproken. "
Art. 8. L'article 8, § 1er, du décret du 9 septembre 1996 relatif au financement des Hautes Ecoles organisées ou subventionnées par la Communauté française, est complété comme suit :
  " 6° les étudiants qui, après avoir été régulièrement inscrits pour la première fois, dans la même année d'études d'une même section, s'y inscrivent à nouveau alors même que le jury a prononcé la réussite de cette année d'études. "
Art. 9. In hoofdstuk IV, afdeling II, artikel 44bis, § 5, eerste lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden " per periode van één jaar " vervangen door de woorden " per periode van twee jaar ".
Art. 9. Au Chapitre IV, section II, article 44bis, § 5, alinéa 1er, du même décret, les mots " par période d'un an " sont remplacés par les mots " par période de deux ans ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen.
CHAPITRE II. - Modifications du décret du 5 août 1995 fixant l'organisation générale de l'enseignement supérieur en Hautes Ecoles.
Art. 10. Artikel 20, § 3, van het decreet van 5 augustus 1995 houdende de algemene organisatie van het hoger onderwijs in hogescholen, wordt aangevuld als volgt :
  " Een instelling kan een gedeelte van de leeractiviteiten organiseren buiten deze gedefinieerde sites voor zover deze gedecentraliseerde activiteiten geen 15 studiepunten per studiecyclus overschrijden en nooit tot gevolg kunnen hebben dat één zelfde onderwijs twee keer wordt verstrekt. "
Art. 10. L'article 20, § 3, du décret du 5 août 1995 fixant l'organisation générale de l'enseignement supérieur en Hautes Ecoles, est complété par l'alinéa suivant :
  " Un établissement peut organiser une partie des activités d'apprentissage en dehors des sites définis, pour autant que ces activités décentralisées ne dépassent pas 15 crédits par cycle d'études et ne constituent jamais un dédoublement d'enseignements. "
Art. 11. Artikel 26, § 5, tweede lid, van hetzelfde decreet, wordt aangevuld als volgt :
  " Hij mag tot geen instelling voor hoger onderwijs worden toegelaten, in ongeacht welke hoedanigheid, en dit gedurende de vijf volgende academiejaren ".
Art. 11. L'article 26, § 5, alinéa 2, du même décret, est complété comme suit :
  " Il ne peut être admis dans aucun établissement d'enseignement supérieur, à quelque titre que ce soit, durant les cinq années académiques suivantes ".
Art. 12. Artikel 44, § 2, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
  " Als het om studies gaat die georganiseerd worden door meerdere instellingen in het kader van een samenwerkingsovereenkomst voor de organisatie van studies, zoals bedoeld in artikel 29, § 2, van het decreet van 31 maart 2004, kan de student een gemeenschappelijk diploma uitgereikt worden.
  Wanneer de overeenkomst gesloten wordt met een instelling buiten de Franse Gemeenschap, kan de student ook het diploma van deze instelling uitgereikt worden. "
Art. 12. L'article 44, § 2, alinéa 1er, du même décret est remplacé par les alinéas suivants :
  " En cas d'études organisées par plusieurs institutions dans le cadre d'une convention de coopération pour l'organisation d'études telle que visée à l'article 29, § 2, du décret du 31 mars 2004, l'étudiant se voit délivrer un diplôme conjoint.
  Lorsque la convention est conclue avec un établissement hors Communauté française, l'étudiant peut également se voir délivrer le diplôme de cet établissement. "
Art. 13. In artikel 45 van hetzelfde decreet wordt het volgende lid ingevoegd tussen het eerste lid en het tweede lid :
  " In afwijking van het vorige lid wordt het diploma dat uitgereikt wordt in het kader van een samenwerkingsovereenkomst voor de organisatie van studies, zoals bedoeld in artikel 29, § 2, van het decreet van 31 maart 2004, gesloten tussen een Hogeschool en een universiteit, niet medeondertekend door de Regering of haar gemachtigde. "
Art. 13. Dans l'article 45 du même décret, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " Par dérogation à l'alinéa précédent, le diplôme délivré dans le cadre d'une convention de coopération pour l'organisation d'études, telle que visée à l'article 29, § 2, du décret du 31 mars 2004, conclue entre une Haute école et une université n'est pas contresigné par le Gouvernement ou son délégué. "
HOOFDSTUK III. [1 ...]1
CHAPITRE III. [1 ...]1
Art. 13bis. [1 Dit hoofdstuk, dat de richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, zoals gewijzigd bij de richtlijn 2013/55/EG van het Parlement en de Raad van 20 november 2013 gedeeltelijk omzet, is van toepassing op het hoger onderwijs in hogescholen en op het [2 Volwassenenonderwijs op hoger niveau]2.]1
  
Art. 13bis. [1 Le présent chapitre qui transpose partiellement la Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles telle que modifiée par la Directive 2013/55/UE du Parlement européen et du Conseil du 20 novembre 2013 s'applique à l'enseignement supérieur en Hautes Ecoles et à l'[2 Enseignement pour Adultes de niveau supérieur]2.]1
  
Afdeling I. - Definitie.
Section Ire. - Définition.
Art. 14. [1 In de zin van dit hoofdstuk, wordt onder "activiteiten voor inschakeling in het arbeidsproces", ook "klinisch onderwijs" genoemd in de richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, zoals gewijzigd bij de richtlijn 2013/55/EG van het Parlement en de Raad van 20 november 2013, verstaan :
   a) voor de bachelor verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger :
   dat deel van de opleiding in de verpleegkunde waar de student in teamverband en in rechtstreeks contact met een gezonde persoon of patiënt en/of een gemeenschap op grond van verworven kennis en bekwaamheid de vereiste algemene verpleegkundige verzorging leert plannen, verstrekken en beoordelen. De student leert niet alleen in teamverband werken, maar ook als teamleider op te treden en zich bezig te houden met de organisatie van de algemene verpleegkundige verzorging, waaronder de gezondheidseducatie voor individuele personen en kleine groepen binnen de instelling voor gezondheidszorg of in de gemeenschap."
   b) voor de Bachelor verloskundige :
   dat deel van het opleidingsprogramma dat wordt gevolgd in ziekenhuisafdelingen of bij andere inrichtingen voor gezondheidszorg die door de bevoegde autoriteiten of instellingen zijn erkend, waarmee de student deelneemt aan de werkzaamheden van de betrokken diensten, voor zover deze werkzaamheden bijdragen tot zijn opleiding. Zij worden vertrouwd gemaakt met de taken die aan de werkzaamheden van verloskundigen verbonden zijn.
   In het kader van dit decreet, zijn de woorden "activiteiten voor inschakeling in het arbeidsproces", "klinische praktijk", "professionele opleidingsactiviteiten" en "klinisch onderwijs" synoniemen.]1

  
Art. 14. [1 Au sens du présent chapitre, on entend par " activités d'intégration professionnelle " également appelées " enseignement clinique " dans la Directive 2005/36/CE du Parlement européen et du Conseil du 7 septembre 2005 relative à la reconnaissance des qualifications professionnelles telle que modifiée par la Directive 2013/55/UE du Parlement européen et du Conseil du 20 novembre 2013 :
   a) Pour le Bachelier infirmier responsable de soins généraux :
   le volet de la formation par lequel l'étudiant(e) apprend, au sein d'une équipe, en contact direct avec un individu sain ou malade et/ou une collectivité, à organiser, dispenser et évaluer l'ensemble des soins infirmiers requis à partir des connaissances, des aptitudes et des compétences acquises. L'étudiant(e) apprend non seulement à travailler en équipe, mais encore à diriger une équipe et à organiser l'ensemble des soins infirmiers, y compris l'éducation de la santé pour des individus et des petits groupes au sein des institutions de santé ou dans la collectivité. "
   B) Pour le Bachelier sage-femme :
   le volet de la formation qui s'effectue dans les services d'un centre hospitalier ou dans d'autres services de santé agréés par les autorités ou organismes compétents et par lequel l'étudiant participe aux activités des services en cause dans la mesure où ces activités concourent à leur formation. Ils sont initiés aux responsabilités qu'impliquent les activités des sages-femmes.
   Dans le cadre du présent décret, les termes " activités d'intégration professionnelle ", " pratique clinique ", " activités professionnelles de formation " et " enseignement clinique " sont synonymes.]1

  
Afdeling II. - Voorwaarden waaronder de diploma's van bachelor-vroedvrouw en [1 bachelor verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger]1 toegekend worden.
Section II. - Conditions de collation des diplômes de Bachelier-Sage-femme et de [1 bachelier infirmier responsable de soins généraux]1.
Onderafdeling I. - Toelating tot de studies.
Sous-section Ire. - Admission aux études.
Art. 15. Bij de inschrijving voor de cursussen van het eerste studiejaar moeten de studenten de volgende stukken voorleggen :
  1° een getuigschrift van lichamelijke geschiktheid;
  2° een uittreksel uit het strafregister [1 model II]1, opgemaakt sinds minder dan drie maanden.
  
Art. 15. Lors de l'inscription aux cours de la première année d'études, les étudiants fournissent les documents suivants :
  1° Un certificat d'aptitude physique;
  2° Un extrait de casier judiciaire [1 modèle II]1, datant de moins de trois mois.
  
Art. 16. Met uitzondering van de studies van interdisciplinaire specialisatie kan niemand tot een specialisatiejaar toegelaten worden van [1 bachelor verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger]1 als hij niet titularis is van het diploma van [1 bachelor verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger]1.
  
Art. 16. A l'exception des études de spécialisation interdisciplinaire, nul ne peut être admis à une année d'études de spécialisation de [1 bachelier infirmier responsable de soins généraux]1 s'il n'est titulaire du diplôme de [1 bachelier infirmier responsable de soins généraux]1.
  
Onderafdeling II. - Voorwaarden voor de uitreiking van diploma's.
Sous-Section II. - Conditions de délivrance des diplômes.
Art. 17. [1 De opleiding die leidt tot het diploma van bachelor verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, [3 die in het onderwijs met volledig leerplan of in het Volwassenenonderwijs wordt georganiseerd]3, beantwoordt aan bijlage I bij dit decreet, die de volgende gegevens inhoudt : het referentiesysteem voor competenties, het minimumprogramma en de sleutelwoorden die moeten voorkomen in het curriculum, en in het pedagogische dossier van de afdeling, voor het [2 Volwassenenonderwijs op hoger niveau]2.
   Ze omvat 240 ECTS-studiepunten, die minstens 4600 uren theoretisch en klinisch onderwijs vertegenwoordigen, de duur van het theoretisch onderwijs, die minstens één derde vertegenwoordigt, en de duur van het klinisch onderwijs, die minstens de helft van de minimumduur van de opleiding vertegenwoordigt.
   De opleiding die leidt tot het diploma van bachelor verloskundige beantwoordt aan bijlage II bij dit decreet, die de volgende gegevens inhoudt : het referentiesysteem voor competenties, het minimumprogramma en de sleutelwoorden die in het curriculum moeten voorkomen.
   Ze omvat 240 ECTS-studiepunten, die minstens 4600 uren theoretisch en klinisch onderwijs vertegenwoordigen, waarvan minstens één derde van de minimumduur klinische praktijk is.]1

  
Art. 17. [1 La formation menant au diplôme de Bachelier infirmier responsable de soins généraux [3 organisée en plein exercice ou en Enseignement pour Adultes]3 est conforme à l'annexe I du présent décret qui comprend le référentiel de compétences, le programme minimum et les mots-clés devant apparaître dans le curriculum, et au dossier pédagogique de la section pour ce qui concerne [2 Enseignement pour Adultes de niveau supérieur]2.
   Elle comporte 240 crédits ECTS représentant au moins 4600 heures d'enseignement théorique et clinique, la durée de l'enseignement théorique représentant au moins un tiers et celle de l'enseignement clinique au moins la moitié de la durée minimale de la formation.
   La formation menant au diplôme de Bachelier sage-femme est conforme à l'annexe II du présent décret qui comprend le référentiel de compétences, le programme minimum et les mots-clés devant apparaître dans le curriculum.
   Elle comporte 240 crédits ECTS représentant au moins 4600 heures d'enseignement théorique et pratique, dont un tiers au moins de la durée minimale est constitué de pratique clinique.]1

  
Art. 18. [1 [2 Zowel in het onderwijs met volledig leerplan als in het Volwassenenonderwijs]2, om tot het eindexamen te worden toegelaten, moet de student een boekje overleggen waarin activiteiten voor inschakeling in het arbeidsproces worden opgenomen, dat het bewijs levert dat hij het minimum van activiteiten voor inschakeling in het arbeidsproces of professionele opleidingsactiviteiten met vrucht heeft verricht die leiden tot het behalen van het diploma van bachelor verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger of van bachelor verloskundige, zoals bepaald in de bijlagen I en II van dit decreet.]1
  
Art. 18. [1 [2 Tant dans l'enseignement de plein exercice qu'en Enseignement pour Adultes]2, pour être admis à l'examen final, l'étudiant doit produire un carnet d'activités d'intégration professionnelle constatant qu'il a effectué avec fruit le minimum d'activités d'intégration professionnelle ou d'activités professionnelles de formation permettant d'obtenir le diplôme de Bachelier infirmier responsable de soins généraux ou de Bachelier sage-femme tel que précisé dans les annexes Ire et II du présent décret.]1
  
Afdeling III. - Programma van het klinisch onderwijs voor het behalen van de diploma's van bachelor vroedvrouw en [1 bachelor verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger]1.
Section III. - Programme de l'enseignement clinique pour l'obtention des diplômes de Bachelier Sage-femme et de [1 bachelier infirmier responsable de soins généraux]1.
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen.
Sous-Section Ire. - Dispositions générales.
Art. 19. Het klinisch onderwijs wordt gegeven zowel in ziekenhuisafdelingen als buiten de ziekenhuisafdelingen gevestigd in België of in een ander land dan België en die de nodige klinische, sociale en pedagogische middelen bieden voor de technische, psychologische, morele en sociale opleiding van de studenten onder de leiding van meesters praktische opleiding [1 of docenten in het [2 Volwassenenonderwij]2.]1 die houder zijn van de academische graad van Bachelor-Verloskundige, Bachelor-Vroedvrouw of Bachelor Verpleegzorg en onder de verantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling. Andere geschoolde personeelsleden kunnen in het onderwijsproces geïntegreerd worden.
  
Art. 19. L'enseignement clinique est dispensé dans des services tant hospitaliers qu'extrahospitaliers situés en Belgique ou dans un pays autre que la Belgique et offrant les ressources cliniques, sociales et pédagogiques nécessaires à la formation technique, psychologique, morale et sociale des étudiant(e)s sous la direction de maîtres de formation pratique ou de maîtres-assistants [1 ou sous la direction de chargés de cours dans l[2 Enseignement pour Adultes]2 ]1, porteurs du grade académique de Bachelier - Accoucheuse, Bachelier-Sage-femme ou de Bachelier en soins infirmiers et sous la responsabilité de l'établissement d'enseignement. D'autres personnels qualifiés peuvent être intégrés dans le processus d'enseignement.
  
Art. 20. [1 Een kaderovereenkomst voor stages wordt schriftelijk gesloten tussen de onderwijsinstelling en de stage-instelling. Het heeft tot doel de betrekkingen te regelen tussen de onderwijsinstelling die verantwoordelijk is voor de opleiding en de stage-instelling die aan de opleiding meewerkt. De raamovereenkomst voor stages bevat de volgende elementen :
   1° de partijen bij de overeenkomst;
   2° de periode en de betrokken instellingen en diensten;
   3° de respectieve verbintenissen van de gastinstelling en de instelling;
   4° de nadere regels voor de pedagogische omkadering : rol van de referent in de gastinstelling en rol van de referentieleraar;
   5° het tijdschema;
   6° regelingen in verband met afwezigheden en laattijdige afwezigheden;
   7° regelingen voor de evaluatie;
   8° informatie over verzekeringspolissen die de onderwijsinstelling heeft afgesloten voor de stagiair en de referentieleraar.
   De regering stelt het model van de in lid 1 bedoelde raamovereenkomst vast.]1

  
Art. 20. [1 Une convention cadre de stage est conclue par écrit entre l'établissement d'enseignement et l'institution de stage. Elle a pour but de régler les relations entre l'établissement d'enseignement qui est responsable de la formation et l'institution de stage qui collabore à cette formation. La convention cadre de stage contient les éléments suivants :
   1° les parties à la convention;
   2° la période et les institutions et services concernés;
   3° les engagements respectifs de l'institution d'accueil et de l'établissement;
   4° les modalités relatives à l'encadrement pédagogique : rôle du référent dans l'institution d'accueil et rôle de l'enseignant référent;
   5° les horaires;
   6° les modalités relatives aux absences et aux retards;
   7° les modalités relatives à l'évaluation;
   8° les informations relatives aux assurances souscrites par l'établissement d'enseignement pour l'étudiant stagiaire et pour l'enseignant référent.
   Le Gouvernement arrête le modèle de la convention cadre visée à l'alinéa 1er.]1

  
Onderafdeling II. - Verdeling van het klinisch onderwijs.
Sous-Section II. - Répartition de l'enseignement clinique.
Art. 29bis. [1 In het hoger onderwijs met volledig leerplan, kunnen de studenten die voor de cursus "bachelor verpleegkunde" voor het academiejaar 2016-2017 ingeschreven zijn en die al hun studiepunten niet hebben verworven, de niet verworven onderwijseenheden van de vroegere cursus ten laatste tijdens het academiejaar 2018 - 2019 opnieuw afleggen.
   Na het academiejaar 2018 - 2019, moeten de studenten die hun studieloopbaan wensen voort te zetten zich voor de afdeling "Bachelor verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger" inschrijven.]1

  
Art. 29bis. [1 Dans l'enseignement supérieur de plein exercice, les étudiants qui sont inscrits dans le cursus de Bachelier en soins infirmiers avant l'année académique 2016-2017 et qui n'ont pas validé tous leurs crédits, peuvent représenter les évaluations des unités d'enseignement non validées au plus tard au cours de l'année académique 2018-2019.
   Au-delà de l'année académique 2018-2019, les étudiants désirant poursuivre leur parcours d'études doivent s'inscrire dans le bachelier infirmier responsable de soins généraux.]1

  
Art. 29ter. [1 In het hoger onderwijs met volledig leerplan, kunnen de studenten die in de cursus bachelor verloskundige vóór het academiejaar 2016-2017 ingeschreven zijn, de niet verworven onderwijseenheden van de vroegere cursus in de loop van het volgende academiejaar opnieuw afleggen. Wanneer ze het totaal van de studiepunten in verband met de onderwijseenheden hebben verworven of overgenomen, krijgen ze de academische graden toegewezen.]1
  
Art. 29ter. [1 Dans l'enseignement supérieur de plein exercice, les étudiants qui sont inscrits dans le cursus de Bachelier sage-femme avant l'année académique 2016-2017, peuvent représenter les unités d'enseignement non acquises de l'ancien cursus au cours de l'année académique suivante. Lorsqu'ils ont acquis ou valorisé la totalité des crédits afférents aux unités d'enseignement ils se voient accorder les grades académiques.]1
  
Art. 29quater. [1 In het hoger onderwijs voor sociale promotie, voor de studenten die in de cursus bachelor verpleegzorg vóór het academiejaar 2016-2017 ingeschreven zijn, om de studies tot een goed einde te brengen, moet de betrokken instelling, na de vier laatste overblijvende leerjaren, gedurende minstens drie opeenvolgende leerjaren volgend op de sluiting van de laatste onderwijseenheid van de betrokken afdeling, de onderwijseenheid "geïntegreerde proef" organiseren.
   In het [2 Volwassenenonderwijs op hoger niveau]2e, voor de studenten die in de cursus bachelor verpleegzorg voor de houders van een brevet van ziekenhuisverpleger vóór het academiejaar 2016-2017 ingeschreven zijn, om de studies tot een goed einde te brengen, moet de betrokken instelling, na de twee laatste overblijvende leerjaren, gedurende minstens drie opeenvolgende leerjaren volgend op de sluiting van de laatste onderwijseenheid van de betrokken afdeling, de onderwijseenheid "geïntegreerde proef" organiseren.]1

  
Art. 29quater. [1 Dans [2 l'Enseignement pour Adultes de niveau supérieur ]2 pour les étudiants qui sont inscrits dans le cursus de bachelier en soins infirmiers avant l'année académique 2016-2017, pour assurer la bonne fin des études, l'établissement concerné doit organiser après les quatre dernières années d'études restantes, au minimum pendant trois années consécutives suivant la fermeture de la dernière unité d'enseignement de la section concernée, l'unité d'enseignement " épreuve intégrée ".
   Dans [2 Enseignement pour Adultes de niveau supérieur]2 pour les étudiants qui sont inscrits dans le cursus de bachelier en soins infirmiers pour les titulaires d'un brevet d'infirmier hospitalier avant l'année académique 2016-2017, pour assurer la bonne fin des études, l'établissement concerné doit organiser après les deux dernières années d'études restantes, au minimum pendant trois années consécutives suivant la fermeture de la dernière unité d'enseignement de la section concernée, l'unité " épreuve intégrée ".]1

  
Art. 29quinquies. [1 De diploma's die worden behaald op het einde van een opleiding verpleegzorg of een opleiding verloskundige die vóór het begin van het academiejaar 2016-2017 werd ondernomen, worden beschouwd als gelijkwaardig met deze die op het einde van de nadien georganiseerde opleidingen zullen worden uitgereikt.]1
  
Art. 29quinquies. [1 Les diplômes obtenus à l'issue d'une formation en soins infirmiers ou d'une formation de sage-femme commencée avant la rentrée académique 2016-2017 sont considérés comme équivalents à ceux qui seront délivrés à l'issue des formations organisées par la suite.]1
  
TITEL IV. - Bepalingen betreffende de Hogere Kunstscholen en de Hogere Architectuurinstituten.
TITRE IV. - Dispositions relatives aux Ecoles supérieures des arts et aux Instituts supérieurs d'architecture.
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten).
CHAPITRE Ier. - Modifications du décret du 20 décembre 2001 fixant les règles spécifiques à l'Enseignement supérieur artistique organisé en Ecoles supérieures des Arts (organisation, financement, encadrement, statut des personnels, droits et devoirs des étudiants).
Art. 30. In hoofdstuk VI van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), ingevoegd bij het decreet van 2 juni 2006, en waarvan de bestaande tekst een afdeling I zal vormen, luidend als volgt :
  " Afdeling I - De afgevaardigden van de Regering ",
  wordt een afdeling II ingevoegd, luidend als volgt :
  " Afdeling II - Het College van de afgevaardigden van de Regering.
  Art. 34undecies. § 1.Er wordt een College van de Afgevaardigden van de Regering ingesteld bij de Hogere Kunstscholen, hierna " het College " genoemd en samengesteld als volgt :
  1° De afgevaardigden van de Regering bij de Hogere Kunstscholen bedoeld in artikel 34bis van dit decreet;
  2° De Administrateur-generaal die de leiding heeft van het Algemeen Bestuur Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek van het Ministerie van de Franse Gemeenschap of zijn afgevaardigde.
  De Administrateur-generaal die de leiding heeft van het Algemeen Bestuur Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek van het ministerie van de Franse Gemeenschap of zijn afgevaardigde, neemt deel aan de vergaderingen van het College met raadgevende stem.
  Het College kan een afgevaardigde van de Regering uitnodigen om deel te nemen aan zijn vergaderingen met raadgevende stem.
  § 2. Het College beslist, bij consensus, over alle nuttige maatregelen met het oog op :
  1° de coherente uitwerking en de coördinatie van het toezicht op de Hogere Kunstscholen;
  2° de goede algemene werking van dit toezicht, inzonderheid door de bestemming van de middelen, zowel op materieel als op menselijk vlak, die ter gezamenlijk gebruik van de commissarissen ter beschikking worden gesteld;
  3° het oplossen van de punctuele problemen die door de Regering te dien einde aan de Regering worden voorgelegd.
  Indien geen consensus bereikt kan worden binnen het College en indien het gebrek aan consensus de coherentie of de goede werking van het toezicht op de Hogere Kunstscholen in het gedrang kan brengen, neemt de Regering de nodige beslissingen om de toestand te verhelpen.
  § 3. Het College is, bovendien, belast met het inlichten van de Regering en moet haar advies verlenen, op eigen initiatief of op aanvraag, over elke vraag in verband met het toezicht op de Hogere Kunstscholen.
  Bij gebrek aan consensus, vermelden de adviezen de verscheidene opinies voorgedragen binnen het College.
  § 4. Het College vergadert op eigen initiatief minstens eenmaal per kwartaal. Het vergadert, bovendien, telkens op aanvraag van de Regering.
  § 5. Gedurende iedere aanwijzing wordt het College opeenvolgend voorgezeten, per periode van twee jaar, door ieder van de commissarissen bij de Hogescholen, van de oudste ambtsbekledende ambtenaar tot de jongste, of, indien dit criterium niet toepasbaar is, op de wijze vastgesteld door het College zelf.
  Het College bepaalt de nadere regels voor de inrichting van zijn secretariaat rekening houdend met de zowel materiële als menselijke middelen die ter beschikking worden gesteld van de commissarissen bij de Hogescholen en stelt zijn eigen huishoudelijk reglement op.
  Dit reglement moet, in ieder geval, de nadere regels voor het voorzitterschap van het College aanvullen, de werkingsprocedures inrichten en dit per consensus en de vorm bepalen die aan de beslissingen van het College moet worden gegeven alsook de publiciteit ervan.
  Dit reglement wordt ter goedkeuring aan de Regering voorgelegd.
  § 6. Het College brengt jaarlijks verslag uit aan de Regering.
  Dit verslag bevat de beschrijving van zijn activiteiten, zijn evaluatie van de toezichtsprocedure voor het afgelopen jaar en zijn suggesties voor het komende jaar. "
Art. 30. Dans le chapitre VI du décret du 20 décembre 2001 fixant les règles spécifiques à l'Enseignement supérieur artistique organisé en Ecoles supérieures des Arts (organisation, financement, encadrement, statut des personnels, droits et devoirs des étudiants), inséré par le décret du 2 juin 2006, et dont le texte actuel formera une section 1re intitulée comme suit :
  " Section 1re : Des Délégués du Gouvernement ",
  il est inséré une section II, rédigée comme suit :
  " Section II : Du Collège des Délégués du Gouvernement.
  Article 34undecies. § 1er. Il est institué un Collège des Délégués du Gouvernement auprès des Ecoles Supérieures des Arts, ci-après dénommé " le Collège " et composé comme suit :
  1° Des délégués du Gouvernement auprès des Ecoles supérieures des Arts, visés à l'article 34bis du présent décret;
  2° De l'administrateur général dirigeant l'administration générale de l'Enseignement et de la Recherche scientifique du ministère de la Communauté française ou de son délégué.
  L'administrateur général dirigeant l'administration générale de l'Enseignement et de la Recherche scientifique du ministère de la Communauté française ou son délégué participe aux réunions du Collège avec voix consultative.
  Le Collège peut inviter un délégué du Gouvernement à participer à ses réunions avec voix consultative.
  § 2. Le Collège décide, par consensus, de toutes les mesures utiles en vue :
  1° De la mise en oeuvre cohérente et de la coordination du contrôle des Ecoles Supérieures des Arts;
  2° Du bon fonctionnement général de ce contrôle notamment par l'affectation des moyens tant matériels qu'humains mis à disposition commune des commissaires;
  3° Du règlement des questions ponctuelles qui lui sont soumises à cette fin par le Gouvernement.
  Si aucun consensus ne peut être dégagé au sein du Collège et si cette absence de consensus est de nature à être préjudiciable à la cohérence ou au bon fonctionnement du contrôle des Ecoles Supérieures des Arts, le Gouvernement prend les décisions nécessaires pour y remédier.
  § 3. Le Collège est en outre chargé d'informer le Gouvernement et de lui donner avis, d'initiative ou à sa demande, sur toute question en rapport avec le contrôle des Ecoles Supérieures des Arts.
  A défaut de consensus, les avis expriment les différentes opinions exposées au sein du Collège.
  § 4. Le Collège se réunit d'initiative au moins une fois par trimestre. Il se réunit en outre à tout moment à la demande du Gouvernement.
  § 5. Pendant la durée de chaque affectation, le Collège est présidé successivement, par période de deux ans, par chacun des commissaires auprès des Hautes Ecoles, du plus ancien en fonction au plus jeune ou, à défaut d'applicabilité de ce critère, de la manière établie par le Collège lui-même.
  Le Collège fixe les modalités d'organisation de son secrétariat compte tenu des moyens tant matériels qu'humains mis à disposition des commissaires auprès des Hautes Ecoles et établit son règlement d'ordre intérieur.
  Ce règlement doit en tout cas compléter les modalités de présidence du Collège, organiser les procédures de fonctionnement par consensus et déterminer la forme que doivent revêtir les décisions prises par le Collège ainsi que la publicité qui doit leur être donnée.
  Ce règlement est soumis au Gouvernement pour approbation.
  § 6. Le Collège fait annuellement rapport au Gouvernement.
  Ce rapport contient la description de ses activités, son évaluation des procédures de contrôle pour l'année écoulée et ses suggestions pour l'année à venir. "
Art. 31. In artikel 57 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 31 maart 2004, 2 juni 2006 en 25 mei 2007, en waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, luidend als volgt :
  " § 2. Ingeval van fusie van twee of meerdere Hogere Kunstscholen die verschillende studiegebieden van het onderwijs organiseren, kan de Hogere Kunstschool die ontstaan is uit de fusie bepalen dat de titularissen van de mandaten van directeur of, in voorkomend geval, van adjunct-directeur in de gefusioneerde Hogere Kunstscholen, per studiegebied behouden worden.
  De directeurs van de gefusioneerde Hogere Kunstscholen oefenen dan het ambt van directeur van het domein uit in de Hogere Kunstschool ontstaan uit de fusie en dit, tot het einde van hun lopende mandaat.
  Het mandaat van directeur van het studiegebied duurt vijf jaar en is hernieuwbaar.
  De directeur van het studiegebied wordt aangesteld door de inrichtende macht overeenkomstig de wervingsprocedure die van toepassing is voor de aanstelling van directeurs van de Hogere Kunstscholen.
  Er wordt binnen de Hogere Kunstschool die ontstaan is uit de fusie, een college van directeurs opgericht dat samengesteld wordt uit het geheel van de directeurs van de studiegebieden bedoeld in het vorige lid en dat voorgezeten wordt door de directeur van de Hogere Kunstschool die ontstaan is uit de fusie.
  Het directiecollege is belast met de uitvoering van de beslissingen van het beheersorgaan van de Hogere Kunstschool die ontstaan is uit de fusie en neemt de beslissingen waarvoor het opdracht heeft gekregen.
  Eén enkele directeur afkomstig uit de gefusioneerde Hogere Kunstscholen kan het ambt van directeur uitoefenen van de Hogere Kunstschool die ontstaan is uit de fusie. "
Art. 31. A l'article 57 du même décret, modifié par les décrets des 31 mars 2004, 2 juin 2006 et 25 mai 2007, et dont le texte actuel formera le § 1er, il est ajouté un § 2, rédigé comme suit :
  " § 2. En cas de fusion de deux ou plusieurs Ecoles supérieures des Arts organisant des domaines d'enseignement différents, l'Ecole supérieure des Arts issue de la fusion peut prévoir de conserver par domaine d'enseignement, les titulaires de mandats de directeurs, et le cas échéant, de directeurs adjoints, dans les Ecoles supérieures des Arts fusionnées.
  Les directeurs des Ecoles supérieures des Arts fusionnées exercent alors la fonction de directeur de domaine dans l'Ecole supérieure des Arts issue de la fusion jusqu'au terme de leur mandat en cours.
  Le mandat du directeur de domaine est d'une durée de cinq ans renouvelable.
  Le directeur de domaine est désigné par le Pouvoir organisateur, conformément à la procédure de recrutement applicable pour la désignation des directeurs des Ecoles supérieures des arts.
  Il est créé, au sein de l'Ecole supérieure des Arts issue de la fusion, un collège de direction composé de l'ensemble des directeurs de domaines visés à l'alinéa précédent, et présidé par le directeur de l'Ecole supérieure des Arts issue de la fusion.
  Le collège de direction est chargé d'assurer l'exécution des décisions de l'organe de gestion de l'Ecole supérieure des Arts issue de la fusion et prend les décisions pour lesquelles il a reçu délégation.
  Un seul directeur issu des Ecoles supérieures des Arts fusionnées peut exercer la fonction de directeur de l'Ecole supérieure des Arts issue de la fusion. ".
Art. 32. In artikel 41septies, tweede lid, van hetzelfde decreet, worden de woorden " de drie academiejaren " vervangen door de woorden " de vijf academiejaren ".
Art. 32. Dans l'article 41septies, alinéa 2, du même décret, les mots " les trois années académiques " sont remplacés par les mots " les cinq années académiques ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger kunstonderwijs.
CHAPITRE II. - Modifications du décret du 17 mai 1999 relatif à l'enseignement supérieur artistique.
Art. 33. Artikel 26 van het decreet van 17 mei 1999 betreffende het hoger kunstonderwijs, wordt aangevuld als volgt :
  " Ingeval van fusie van twee of meerdere Hogere Kunstscholen behoudt elke Hogere Kunstschool haar vertegenwoordiging binnen de Hoge Raad. "
Art. 33. L'article 26 du décret du 17 mai 1999 relatif à l'enseignement supérieur artistique, est complété par l'alinéa suivant :
  " En cas de fusion de deux ou plusieurs Ecoles supérieures des Arts, chacune des Ecoles supérieures des Arts fusionnées conserve sa représentation au sein du Conseil supérieur. "
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 18 februari 1977 houdende organisatie van het architectuuronderwijs.
CHAPITRE III. - Modifications de la loi du 18 février 1977 relative à l'organisation de l'enseignement de l'architecture.
Art. 34. In artikel 6 van de wet van 18 februari 1977 houdende organisatie van het architectuuronderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) § 1 wordt aangevuld als volgt :
  " Een Instituut kan een gedeelte van de leeractiviteiten organiseren buiten deze gedefinieerde sites voor zover deze gedecentraliseerde activiteiten geen 15 studiepunten per studiecyclus overschrijden en nooit tot gevolg kunnen hebben dat één zelfde onderwijs twee keer wordt verstrekt. ".
  b) er wordt een § 7 toegevoegd, luidend als volgt :
  " In het kader van artikel 39, § 2, van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de organisatie van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte van het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten, hebben de Hogere Architectuurinstituten een voorwaardelijke bevoegdheid om bijkomende masters te organiseren in de domeinen van " Bouwkunst en stedenbouwkunde " en " engineering ". Deze bevoegdheid wordt " voorwaardelijk " genoemd wanneer ze onderworpen is aan de voorwaarde dat het hoger architectuurinstituut waaraan deze bevoegdheid wordt toegekend, een overeenkomst sluit met een universitaire instelling, met het oog op de gezamenlijke organisatie van dit onderwijs overeenkomstig artikel 29, § 2, van het bovenvermelde decreet van 31 maart 2004 en op de uitreiking van een gezamenlijk diploma. "
Art. 34. A l'article 6, de la loi du 18 février 1977 relative à l'organisation de l'enseignement de l'architecture, sont apportées les modifications suivantes :
  a) Le § 1er est complété par l'alinéa suivant :
  " Un Institut peut organiser une partie des activités d'apprentissage en dehors des sites définis, pour autant que ces activités décentralisées ne dépassent pas 15 crédits par cycle d'études et ne constituent jamais un dédoublement d'enseignements. "
  b) Il est ajouté un § 7, rédigé comme suit :
  " Dans le cadre de l'article 39, § 2 du décret du 31 mars 2004 définissant l'enseignement supérieur, favorisant son intégration à l'espace européen de l'enseignement supérieur et refinançant les universités, les instituts supérieurs d'architecture bénéficient d'une habilitation conditionnelle à organiser des masters complémentaires dans les domaines " Art de bâtir et urbanisme " et " Sciences de l'ingénieur ". Cette habilitation est dite conditionnelle en ce qu'elle est soumise à la condition que l'institut supérieur d'architecture à laquelle cette habilitation est accordée conclut une convention avec une institution universitaire, en vue de l'organisation conjointe de cet enseignement conformément à l'article 29, § 2, du décret du 31 mars 2004 susmentionné et de la délivrance d'un diplôme conjoint. "
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs.
CHAPITRE IV. - Modifications de la loi du 7 juillet 1970 relative à la structure générale de l'enseignement supérieur.
Art. 35. Artikel 9bis, § 2, van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs, wordt aangevuld als volgt :
  " In geval van fraude bij de inschrijving verliest de student onmiddellijk zijn hoedanigheid als regelmatig ingeschreven student, alsook alle rechten die met deze hoedanigheid samengaan en de rechtsgevolgen verbonden aan het slagen voor proeven tijdens het betrokken academiejaar. De inschrijvingsgelden die aan de instelling werden betaald, worden definitief aan deze toegewezen. De student mag tot geen instelling voor hoger onderwijs worden toegelaten, in ongeacht welke hoedanigheid, en dit gedurende de vijf volgende academiejaren. "
Art. 35. L'article 9bis, § 2, de la loi du 7 juillet 1970 relative à la structure générale de l'enseignement supérieur, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " En cas de fraude à l'inscription, l'étudiant perd immédiatement sa qualité d'étudiant régulièrement inscrit, ainsi que tous les droits liés à cette qualité et les effets de droit liés à la réussite d'épreuves durant l'année académique concernée. Les droits d'inscription versés à l'établissement sont définitivement acquis à celui-ci. Il ne peut être admis dans aucun établissement d'enseignement supérieur, à quelque titre que ce soit, durant les cinq années académiques suivantes. "
TITEL V. - Slotbepalingen.
TITRE V. - Dispositions finales.
Art. 36. Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 21 april 1994 houdende de voorwaarden waaronder het diploma van vroedvrouw en gegradueerd(e) verpleger of verpleegster wordt toegekend, zoals gewijzigd bij het besluit van 3 april 1995 en de decreten van 30 april 1998, 26 april 1999 en 27 februari 2003, wordt opgeheven.
Art. 36. L'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 21 avril 1994 portant fixation des conditions de collation des diplômes d'accoucheuse et d'infirmier(e) gradué(e), tel que modifié par l'arrêté du 3 avril 1995 et les décrets des 30 avril 1998, 26 avril 1999 et 27 février 2003, est abrogé.
Art. 37. Het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 10 mei 1995 tot vaststelling van het programma en de geldigheidsvoorwaarden van het klinisch onderwijs ter verkrijging van de diploma's van vroedvrouw en gegradueerd(e) verpleger of verpleegster, wordt opgeheven.
Art. 37. L'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 10 mai 1995 fixant le programme et les conditions de validité de l'enseignement clinique pour l'obtention des diplômes d'accoucheuse et d'infirmier(ère) gradué(e) est abrogé.
Art. 38. Dit decreet treedt in werking voor het academiejaar 2008-2009, met uitzondering van :
  a) artikel 6, dat in werking treedt vanaf het academiejaar 2009-2010;
  b) artikel 30, dat in werking treedt de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
  Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Art. 38. Le présent décret entre en vigueur pour l'année académique 2008-2009, à l'exception :
  a) De l'article 6, qui entre en vigueur à partir de l'année académique 2009-2010;
  b) De l'article 30, qui entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
  Promulguons le présent décret, ordonnons qu'il soit publié au Moniteur belge.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage. (Voor de bijlage, zie franse versie.)
  Gewijzigd :
  
Art. N. [1 Annexe 1. - Bachelier infirmier
   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-09-2016, p. 62134-62141)]1
-
Art. N2. [1 Annexe 2. - Bachelier sage-femme
   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-09-2016, p. 62142-62147)]1