Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
22 DECEMBER 2008. - Programmawet. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-12-2008 en tekstbijwerking tot 11-04-2024)
Titre
22 DECEMBRE 2008. - Loi-programme. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-12-2008 et mise à jour au 11-04-2024)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
TITEL 1. - Algemene bepaling. TITEL 2. - Begroting. HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 22 me... HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 22 mei ... HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 29 okto... HOOFDSTUK 4. - Controle van de vastleggingen. HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding. TITEL 3. - Mobiliteit en vervoer. HOOFDSTUK 1. - Luchtvaart - Belgocontrol. HOOFDSTUK 2. - Oprichting van een Fonds betreff... HOOFDSTUK 3. - Bevordering van het gecombineerd... HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 19 dece... TITEL 4. - Energie. HOOFDSTUK 1. - Elektriciteit. Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 29 april... Afdeling 2. - Oprichting van een begrotingsfonds. Afdeling 3. - Wijziging van de organieke wet va... HOOFDSTUK 2. - Aardgas - Wijziging van de wet v... HOOFDSTUK 3. - Programmawet van 8 juni 2008. - ... HOOFDSTUK 4. - Forfaitaire verminderingen voor ... HOOFDSTUK 5. - Oprichting van een organiek begr... HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de organieke wet... HOOFDSTUK 7. - Nationaal Instituut voor radio-e... HOOFDSTUK 8. - BTW-rechtzetting APETRA. HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 11 apri... Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 11 april... Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 29 april... Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 12 april... TITEL 5. - Sociale zaken. HOOFDSTUK 1. - Sociale fraude. Afdeling 1. - Ambtshalve regularisatie. Afdeling 2. - Verjaring. Onderafdeling 1. - Rijksdienst voor sociale zek... Onderafdeling 2. - Andere instellingen. Afdeling 3. - Curatoren. Afdeling 4. - Rijksinstituut voor ziekte- en in... Onderafdeling 1. - Bevoegdheden van de sociale ... Onderafdeling 2. - Archivering documenten door ... HOOFDSTUK 2. - Kinderbijslag. Afdeling 1. - Sociale toeslag eenoudergezinnen. Afdeling 2. - Verhoogde kinderbijslag gehandica... Afdeling 3. - Kadaster van de kinderbijslagen. Afdeling 4. - Machtiging aan de Koning. HOOFDSTUK 3. - Moederschapsrust. HOOFDSTUK 4. - Fonds voor de toekomst van de ge... HOOFDSTUK 5. - Alternatieve financiering. HOOFDSTUK 6. - Akkoord non-profit 2005-2010. Afdeling 1. - Functieclassificatie en tweede pe... Afdeling 2. - Project 600. TITEL 6. - Werk. HOOFDSTUK 1. - ePV. HOOFDSTUK 2. - Tijdelijke maandelijkse premie v... HOOFDSTUK 3. - Arbeidsongevallen. HOOFDSTUK 4. - Plaatselijke Werkgelegenheidsage... HOOFDSTUK 5. - Commissie ter regeling van de ar... HOOFDSTUK 6. - Moederschapsbescherming. HOOFDSTUK 7. - Vaderschapsverlof. TITEL 7. - Volksgezondheid. HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan de wet betreffen... Afdeling 1. - Observatorium voor de chronische ... Afdeling 2. - Tabaksontwenning. Afdeling 3. - Geïntegreerde diensten voor thuis... Afdeling 4. - Maximumfactuur. Afdeling 5. - Farmanet. Afdeling 6. - Geneesmiddelen. Onderafdeling 1. - Referentieterugbetaling. Onderafdeling 2. - Prijsdalingen. Onderafdeling 3. - Goedkoop voorschrijven. Onderafdeling 4. - Vrijstelling van de farmaceu... Onderafdeling 5. - Heffing op de omzet. Onderafdeling 6. - Prijsblokkering. Afdeling 7. - Administratiekosten van de verzek... HOOFDSTUK 2. - Federaal Agentschap voor Geneesm... Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 25 maart... Afdeling 2. - Wijziging van het koninklijk besl... Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 22 febru... Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 12 augus... Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 20 juli ... Afdeling 6. - Wijziging van de wet houdende div... Afdeling 7. - Presentiegelden en vergoedingen. HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 27 dece... TITEL 8. - Financiën. HOOFDSTUK 1. - Woon-werkverkeer. HOOFDSTUK 2. - Strijd tegen de fiscale fraude. HOOFDSTUK 3. - Betere inning. HOOFDSTUK 4. - Dochteronderneming van een SICAFI. HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de programmawet va... HOOFDSTUK 6. - Bekrachtiging van een koninklijk... TITEL 9. - Zelfstandigen, KMO'S en voedselveili... HOOFDSTUK 1. - Sociale verzekering in geval van... HOOFDSTUK 2. - Inspectiediensten van het RSVZ. HOOFDSTUK 3. - Malus zelfstandigen. HOOFDSTUK 4. - Verhoging van het minimumpensioe... HOOFDSTUK 5. - Globaal beheer van het sociaal s... Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besl... Afdeling 2. - Alternatieve financiering. Afdeling 3. - Fonds voor de welvaart der zelfst... HOOFDSTUK 6. - Financiering van het Asbestfonds. HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 3 decem... HOOFDSTUK 8. - Federaal Agentschap voor de Veil... Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besl... Afdeling 2. - Boekhoudkundige annulering van de... HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 2 april... HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het koninklijk be... TITEL 10. - Diverse bepalingen. HOOFDSTUK 1. - Eerste minister - Internationaal... HOOFDSTUK 2. HOOFDSTUK 3. - Maatschappelijke Integratie - Ve... HOOFDSTUK 4. - Grootstedenbeleid - Financiële b... HOOFDSTUK 5. - Justitie - Wijzigingen van de we... HOOFDSTUK 6. - Binnenlandse Zaken - Wijzigingen... HOOFDSTUK 7. - Leefmilieu - Wijziging van de ru... BIJLAGEN.
Table des matières
TITRE 1er. - Disposition générale. TITRE 2. - Budget. CHAPITRE 1er. - Modifications de la loi du 22 m... CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 22 mai ... CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 29 octo... CHAPITRE 4. - Du contrôle des engagements. CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur. TITRE 3. - Mobilité et transports. CHAPITRE 1er. - Transport aérien - Belgocontrol. CHAPITRE 2. - Création d'un Fonds relatif au fo... CHAPITRE 3. - Promotion du transport combiné fe... CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 19 déce... TITRE 4. - Energie. CHAPITRE 1er. - Electricité. Section 1re. - Modification de la loi du 29 avr... Section 2. - Création d'un fonds budgétaire. Section 3. - Modification de la loi organique d... CHAPITRE 2. - Gaz naturel - Modification de la ... CHAPITRE 3. - La loi-programme du 8 juin 2008. ... CHAPITRE 4. - Des réductions forfaitaires pour ... CHAPITRE 5. - Création d'un fonds budgétaire or... CHAPITRE 6. - Modifications de la loi organique... CHAPITRE 7. - Institut national des radio-éléme... CHAPITRE 8. - Adjustement TVA APETRA. CHAPITRE 9. - Modification de la loi du 11 avri... Section 1re. - Modification de la loi du 11 avr... Section 2. - Modification de la loi du 29 avril... Section 3. - Modification de la loi du 12 avril... TITRE 5. - Affaires sociales. CHAPITRE 1er. - Fraude sociale. Section 1re. - Régularisation d'office. Section 2. - Prescription. Sous-section 1re. - Office national de sécurité... Sous-section 2. - Autres organismes. Section 3. - Curateurs. Section 4. - Institut national d'assurance mala... Sous-section 1re. - Compétences des contrôleurs... Sous-section 2. - Archivage des documents par l... CHAPITRE 2. - Allocations familiales. Section 1re. - Supplément social familles monop... Section 2. - Allocations familiales majorées en... Section 3. - Cadastre des allocations familiales. Section 4. - Délégation au Roi. CHAPITRE 3. - Repos de maternité. CHAPITRE 4. - Fonds d'avenir pour les soins de ... CHAPITRE 5. - Financement alternatif. CHAPITRE 6. - Accord non-marchand 2005-2010. Section 1re. - Classification fonction et deuxi... Section 2. - Projet 600. TITRE 6. - Emploi. CHAPITRE 1er. - ePV. CHAPITRE 2. - Prime mensuelle temporaire aux tr... CHAPITRE 3. - Accidents du travail. CHAPITRE 4. - Agences locales pour l'Emploi. - ... CHAPITRE 5. - Commission de règlement de la rel... CHAPITRE 6. - Protection de la maternité. CHAPITRE 7. - Congé de paternité. TITRE 7. - Santé publique. CHAPITRE 1er. - Modifications à la loi relative... Section 1re. - Observatoire des maladies chroni... Section 2. - Sevrage tabagique. Section 3. - Services intégrés de soins à domic... Section 4. - Maximum à facturer. Section 5. - Pharmanet. Section 6. - Médicaments. Sous-section 1re. - Remboursement de référence. Sous-section 2. - Baisses de prix. Sous-section 3. - Prescriptions bon marché. Sous-section 4. - Exonération des produits à ba... Sous-section 5. - Cotisation sur le chiffre d'a... Sous-section 6. - Blocage des prix. Section 7. - Frais d'administration des organis... CHAPITRE 2. - Agence fédérale des Médicaments e... Section 1re. - Modification de la loi du 25 mar... Section 2. - Modification de l'arrêté royal n° ... Section 3. - Modification de la loi du 22 févri... Section 4. - Modification de la loi du 12 août ... Section 5. - Modification de la loi du 20 juill... Section 6. - Modification de la loi portant des... Section 7. - Jetons de présence et allocations. CHAPITRE 3. - Modification de la loi organique ... TITRE 8. - Finances. CHAPITRE 1er. - Déplacement du domicile au lieu... CHAPITRE 2. - Lutte contre la fraude fiscale. CHAPITRE 3. - Meilleure perception. CHAPITRE 4. - Filiale d'une SICAFI. CHAPITRE 5. - Modification de la loi-programme ... CHAPITRE 6. - Confirmation d'un arrêté royal pr... TITRE 9. - Indépendants, PME et sécurité alimen... CHAPITRE 1er. - Assurance sociale en cas de ces... CHAPITRE 2. - Services d'inspection de l'INASTI. CHAPITRE 3. - Malus travailleurs indépendants. CHAPITRE 4. - Augmentation de la pension minima... CHAPITRE 5. - Gestion globale du statut social ... Section 1re. - Modification de l'arrêté royal d... Section 2. - Financement alternatif. Section 3. - Fonds pour le bien-être des indépe... CHAPITRE 6. - Financement du Fonds Amiante. CHAPITRE 7. - Modification de la loi du 3 décem... CHAPITRE 8. - Agence fédérale pour la Sécurité ... Section 1re. - Modification de l'arrêté royal d... Section 2. - Annulation comptable de la dette r... CHAPITRE 9. - Modification de la loi du 2 avril... CHAPITRE 10. - Modification de l'arrêté royal d... TITRE 10. - Dispositions diverses. CHAPITRE 1er. - Premier ministre - Centre de pr... CHAPITRE 2. CHAPITRE 3. - Intégration sociale - Allocation ... CHAPITRE 4. - Politique des Grandes villes - Ai... CHAPITRE 5. - Justice - Modifications de la loi... CHAPITRE 6. - Intérieur - Modifications à la lo... CHAPITRE 7. - Environnement - Modification de l... ANNEXES.
Tekst (405)
Texte (405)
TITEL 1. - Algemene bepaling.
TITRE 1er. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
TITEL 2. - Begroting.
TITRE 2. - Budget.
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat.
CHAPITRE 1er. - Modifications de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral.
Art.2. Artikel 133 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, vervangen bij de wet van 21 december 2007, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 133. - Deze wet treedt in werking op 1 januari 2012. ".
Art.2. L'article 133 de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral, remplacé par la loi du 21 décembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 133. - La présente loi entre en vigueur le 1er janvier 2012. ".
Art.3. In dezelfde wet wordt een artikel 134 ingevoegd, luidende :
  " Art. 134. - In afwijking van artikel 133, treden de bepalingen van Titel II, van Hoofdstuk I van Titel III, en van de Titels IV, V en VI, met uitzondering van artikel 38, in werking op 1 januari 2009 wat betreft de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie- en Communicatietechnologie en de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. "
  In afwijking van het eerste lid, zijn de artikelen 19, 21 en 26 van Titel II en Hoofdstuk I van Titel III, tijdens het begrotingsjaar 2009 ook van toepassing op de andere federale en programmatorische overheidsdiensten van het algemeen bestuur.
Art.3. Dans la même loi, il est inséré un article 134 rédigé comme suit :
  " Art. 134. - Par dérogation à l'article 133, les dispositions du Titre II, du chapitre Ier du Titre III, et des Titres IV, V et VI, à l'exception de l'article 38, entrent en vigueur le 1er janvier 2009 en ce qui concerne les SPF Chancellerie du Premier Ministre, SPF Budget et Contrôle de la Gestion, SPF Personnel et Organisation, SPF Technologie de l'Information et de la Communication et SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement. "
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 19, 21 et 26 du Titre II et le chapitre Ier du Titre III sont également applicables pendant l'année budgétaire 2009 aux autres services publics fédéraux et de programmation de l'administration générale.
Art.4. In dezelfde wet wordt een artikel 135 ingevoegd, luidende :
  " Art. 135. - In afwijking van artikel 66, mogen aan de rekenplichtigen van de FOD's Kanselarij van de Eerste Minister, Budget en Beheerscontrole, Personeel en Organisatie, Informatie- en Communicatietechnologie en Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu voorschotten worden toegekend om de betaling van sommige uitgaven mogelijk te maken. De maximumbedragen van die voorschotten en van de betrokken uitgaven, alsook de aard van deze laatste worden in de bijzondere departementale wetsbepalingen vastgesteld. ".
Art.4. Dans la même loi, il est inséré un article 135 rédigé comme suit :
  " Art. 135. - Par dérogation à l'article 66, des avances peuvent être octroyées aux comptables des SPF Chancellerie du Premier Ministre, SPF Budget et Contrôle de la Gestion, SPF Personnel et Organisation, SPF Technologie de l'Information et de la Communication et SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement, afin de permettre le paiement de certaines dépenses. Les montants maximums de ces avances et des dépenses concernées, ainsi que la nature de ces dernières sont fixés dans les dispositions légales particulières départementales. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wet van 22 mei 2003 tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.
CHAPITRE 2. - Modification de la loi du 22 mai 2003 modifiant la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes.
Art.5. Artikel 11 van de wet van 22 mei 2003 tot wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, vervangen bij de wet van 21 december 2007, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 11. - Deze wet treedt in werking op 1 januari 2010. ".
Art.5. L'article 11 de la loi du 22 mai 2003 modifiant la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, remplacé par la loi du 21 décembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 11. - La présente loi entre en vigueur le 1er janvier 2010. ".
Art.6. In dezelfde wet wordt een artikel 12 ingevoegd, luidende :
  " Art. 12. - In afwijking van artikel 11 treden de bepalingen van artikel 2 in werking op 1 januari 2009 wat betreft de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie en Communicatietechnologie en de FOD Volksgezondheid, Leefmilieu en Veiligheid van de Voedselketen. ".
Art.6. Dans la même loi, il est inséré un article 12 rédigé comme suit :
  " Art. 12. - Par dérogation à l'article 11, les dispositions de l'article 2 entrent en vigueur le 1er janvier 2009 en ce qui concerne le SPF Chancellerie du Premier Ministre, le SPF Budget et Contrôle de la Gestion, le SPF Personnel et Organisation, le SPF Technologies de l'Information et de la Communication et le SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof.
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes.
Art.7. In de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof wordt een artikel 22 ingevoegd, luidende :
  " Art. 22. - Artikel 5, vierde lid, en de artikelen 14 en 15 zijn vanaf 1 januari 2009 niet meer van toepassing op de FOD Kanselarij van de Eerste Minister, de FOD Budget en Beheerscontrole, de FOD Personeel en Organisatie, de FOD Informatie- en Communicatietechnologie en de FOD Volksgezondheid, Leefmilieu en Veiligheid van de Voedselketen. ".
Art.7. Dans la loi du 29 octobre 1846 relative à l'organisation de la Cour des comptes, il est inséré un article 22 rédigé comme suit :
  " Art. 22. - L'article 5, alinéa 4, et les articles 14 et 15 ne sont plus d'application aux SPF Chancellerie du Premier Ministre, SPF Budget et Contrôle de la Gestion, SPF Personnel et Organisation, SPF Technologie de l'Information et de la Communication et SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement à partir du 1er janvier 2009. ".
Art.8. Artikel 7 treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.8. L'article 7 entre en vigueur le 1er janvier 2009.
HOOFDSTUK 4. - Controle van de vastleggingen.
CHAPITRE 4. - Du contrôle des engagements.
Art.9. De controleurs van de vastleggingen zien erop toe dat de uitgaven juist worden aangerekend, zowel in de algemene boekhouding als op de basisallocaties, en dat deze laatste niet worden overschreden.
  Deze controleurs worden, op voordracht van de Minister tot wiens bevoegdheid de begroting behoort, door de Koning aangesteld. Zij worden rekenplichtig gesteld voor de vastleggingen aangegaan ten laste van de vastleggingskredieten bedoeld in artikel 19, derde lid, 2°, a), van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat.
Art.9. Les contrôleurs des engagements veillent à ce que les dépenses soient imputées correctement, tant dans la comptabilité générale qu'aux allocations de base, et que celles-ci ne soient pas dépassées.
  Ces contrôleurs sont désignés par le Roi, sur la proposition du Ministre qui a le budget dans ses attributions. Ils sont constitués comptables des engagements contractés à charge des crédits d'engagement visés à l'article 19, troisième alinéa, 2°, a), de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral.
Art.10. Van de goedkeuring van de contracten en overeenkomsten voor werken en leveringen van goederen of diensten, alsook van de besluiten tot toekenning van toelagen mag geen kennis worden gegeven vooraleer deze contracten, overeenkomsten en besluiten door de controleur van de vastleggingen geviseerd zijn.
  De Koning kan, op voordracht van de minister tot wiens bevoegdheid de Begroting behoort, de contracten en overeenkomsten alsook de besluiten tot toekenning van toelagen, waarvan het bedrag de door Hem bepaalde sommen niet overschrijdt, vrijstellen van het voorafgaand visum van de controleur der vastleggingen.
Art.10. L'approbation des contrats et marchés pour travaux et fournitures de biens ou de services, ainsi que les arrêtés de collation de subventions ne peuvent être notifiés avant que ces contrats, marchés et arrêtés aient été visés par le contrôleur des engagements.
  Le Roi peut, sur proposition du ministre qui a le Budget dans ses attributions, dispenser du visa préalable du contrôleur des engagements, les contrats et marchés ainsi que les arrêtés de collation de subventions dont le montant ne dépasse pas les sommes qu'Il détermine.
Art.11. De ten laste van de begroting uitgevoerde vereffeningen worden door de controleur der vastleggingen geviseerd, die er op let dat zij het bedrag, van de vastleggingen waarop ze betrekking hebben, niet overschrijden.
Art.11. Les liquidations effectuées à charge du budget sont visées par le contrôleur des engagements, qui veille à ce qu'ils n'excèdent pas le montant des engagements auxquels ils se rapportent.
Art.12. De controleurs van de vastleggingen mogen zich alle stukken, inlichtingen en ophelderingen doen verstrekken betreffende de vastleggingen en de vereffeningen. De controleur van de vastleggingen heeft permanent en onmiddellijk toegang tot de budgettaire aanrekeningen.
Art.12. Les contrôleurs des engagements peuvent se faire fournir tous documents, renseignements et éclaircissements relatifs aux engagements et aux liquidations. Le contrôleur des engagements a un accès permanent et immédiat aux imputations budgétaires.
Art.13. Geen tuchtstraf kan aan de controleurs van de vastleggingen opgelegd worden zonder voorafgaand advies van het Rekenhof. Dit geldt eveneens voor elke maatregel, waarbij hun enig nadeel berokkend zou kunnen worden.
  Dit advies moet gegeven worden binnen acht dagen na het overzenden van het dossier aan het Hof.
  De tekst van het advies wordt overgenomen in het besluit dat de straf oplegt of de maatregel toepast; een afschrift van het besluit wordt zonder verwijl toegezonden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan het Rekenhof.
Art.13. Aucune peine disciplinaire ne peut être infligée aux contrôleurs des engagements sans l'avis préalable de la Cour des Comptes. Il en est de même de toute mesure de nature à leur porter préjudice.
  Cet avis doit être émis dans la huitaine de la communication du dossier à la Cour.
  Le texte de l'avis est reproduit dans l'arrêté qui prononce la peine ou applique la mesure; une copie de l'arrêté est adressée immédiatement à la Chambre des représentants et à la Cour des Comptes.
Art.14. Tot het wordt opgeheven, blijft het koninklijk besluit van 31 mei 1966 houdende regeling van de controle op de vastlegging van de uitgaven in de diensten van algemeen bestuur van de Staat van kracht.
Art.14. Jusqu'à son abrogation, l'arrêté royal du 31 mai 1966 portant règlement du contrôle de l'engagement des dépenses dans les services d'administration générale de l'Etat reste en vigueur.
Art.15. [2 De artikelen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de diensten bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat.]2
  
Art.15. [2 Les articles du présent chapitre sont applicables aux services visés à l'article 2, 1°, de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral.]2
  
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur.
Art.16. Deze titel treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.16. Le présent titre entre en vigueur le 1er janvier 2009.
TITEL 3. - Mobiliteit en vervoer.
TITRE 3. - Mobilité et transports.
HOOFDSTUK 1. - Luchtvaart - Belgocontrol.
CHAPITRE 1er. - Transport aérien - Belgocontrol.
Art.17. De Staat legt aan Belgocontrol een verplichte bijdrage op van 10 miljoen euro omwille van de meerwaarde gerealiseerd bij de verkoop van het gebouw Communicatie Centrum Noord (CCN), te storten uiterlijk 31 december 2008.
Art.17. L'Etat impose à Belgocontrol une contribution obligatoire de 10 millions d'euros en raison de la plus-value réalisée à l'occasion de la vente du bâtiment Centre de Communication Nord (CCN), à verser au plus tard le 31 décembre 2008.
Art.18. Dit hoofdstuk treedt in werking op 19 december 2008.
Art.18. Ce chapitre entre en vigueur le 19 décembre 2008.
HOOFDSTUK 2. - Oprichting van een Fonds betreffende de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal.
CHAPITRE 2. - Création d'un Fonds relatif au fonctionnement du Service de Régulation du Transport Ferroviaire et de l'Exploitation de l'Aéroport de Bruxelles-National.
Art.19. § 1. Met toepassing van artikel 45 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de rijkscomptabiliteit, wordt een begrotingsfonds betreffende de werking van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal opgericht.
  § 2. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 tot oprichting van begrotingsfondsen, gewijzigd bij de wet van 24 december 1993, wordt de rubriek 33 - Mobiliteit en Vervoer, aangevuld als volgt :
  " Benaming van het organiek begrotingsfonds :
  33-8 - Fonds betreffende de werking van de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal.
  Aard van de toegewezen ontvangsten.
  De ontvangsten zijn samengesteld uit de retributie bepaald in artikel 67 van de wet van 4 december 2006 betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur te storten door de NV van publiek recht Infrabel en de vergoeding bepaald in artikel 53 van de wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen te storten door de NV van privaat recht The Brussels Airport Company.
  Aard van de toegestane uitgaven.
  Personeels- en werkingskosten van allerhande aard met betrekking tot de Dienst Regulering van het Spoorwegvervoer en van de Exploitatie van de Luchthaven Brussel-Nationaal. ".
Art.19. § 1er. Par application de l'article 45 de l'arrêté royal du 17 juillet 1991 portant coordination des lois sur la comptabilité de l'Etat, un fonds budgétaire relatif au fonctionnement du Service de Régulation du Transport Ferroviaire et de l'Exploitation de l'Aéroport de Bruxelles-National est créé.
  § 2. Au tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant les fonds budgétaires, modifié par la loi du 24 décembre 1993, la rubrique 33 - Mobilité et Transports, est complétée comme suit :
  " Dénomination du fonds budgétaire organique :
  33-8 - Fonds relatif au fonctionnement du Service de Régulation du Transport Ferroviaire et de l'Exploitation de l'Aéroport de Bruxelles National.
  Nature des recettes affectées.
  Les redevances sont composées de la rétribution prévue à l'article 67 de la loi du 4 décembre 2006 relative à l'utilisation de l'infrastructure ferroviaire à verser par la SA de droit public Infrabel et la redevance prévue par l'article 53 de la loi du 20 juillet 2005 portant des dispositions diverses à verser par la SA de droit privé The Brussels Airport Company.
  Nature des dépenses autorisées.
  Frais de personnel et de fonctionnement de toute nature concernant le Service de Régulation du Transport Ferroviaire et de l'Exploitation de l'Aéroport de Bruxelles National. ".
HOOFDSTUK 3. - Bevordering van het gecombineerd vervoer per spoor.
CHAPITRE 3. - Promotion du transport combiné ferroviaire.
Art.20. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder :
  - intermodale transporteenheid : iedere land- of zeecontainer, iedere wissellaadbak of iedere oplegger met een vervoerscapaciteit van minstens 1 TEU, hierna ITE genoemd;
  - TEU : twenty feet equivalent unit (eenheid equivalent met twintig voet);
  - intermodaal overslagcentrum : iedere installatie waar de ITE's van een schip of een wegvoertuig op een spoorwegwagon worden overgeslagen en omgekeerd, hierna overslagcentrum genoemd;
  - knooppunt : rangeerterrein, overslagcentrum of spoorbundel waar treinen voor het gecombineerd vervoer worden gesplitst en samengesteld of waar de ITE's worden overgeslagen van of naar een spoorwegwagon;
  - operator gecombineerd goederenvervoer per spoor : iedere onderneming met een uitbatingszetel op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Unie, die de contractuele aansprakelijkheid op zich neemt om ITE's per spoor te vervoeren, hierna operator genoemd.
Art.20. Au sens du présent chapitre, on entend par :
  - unité de transport intermodal : tout conteneur terrestre ou maritime, toute caisse mobile ou toute semi-remorque ayant une capacité de transport équivalent au moins 1 TEU; ci-après dénommé UTI;
  - TEU : twenty feet equivalent unit (unité équivalant vingt pieds);
  - centre de transbordement intermodal : toute installation où les UTI sont transbordées d'un navire ou d'un véhicule routier vers un wagon de chemin de fer et vice-versa, ci-après dénommé centre de transbordement;
  - point nodal : chantier de triage, centre de transbordement ou faisceau en vue du dédoublement et de la composition des trains pour le transport combiné ou du transbordement d'UTI de ou vers le wagon ferroviaire;
  - opérateur de transport combiné de marchandises utilisant le mode ferroviaire : toute entreprise ayant un siège d'exploitation situé sur le territoire d'un Etat membre de l'Union européenne, qui assume la responsabilité contractuelle d'acheminer des UTI par chemin de fer, ci-après dénommé opérateur.
Art.21. Aan de operatoren die het spoor gebruiken kan ten laste van de Staatsbegroting een subsidie worden toegekend in het geval van één van de drie onderstaande aanbodtypes van het vervoer van ITE :
  1° binnenlands spoorvervoer.
  Dit spoorvervoer wordt uitgevoerd tussen twee overslagcentra op het Belgisch grondgebied over een afstand van minimum 51 km of bevat de ophaling van ITE teneinde ze te groeperen en te verzenden naar andere landen, of de distributie vanuit andere landen afkomstige ITE's naar verschillende overslagcentra op het Belgisch grondgebied;
  2° tussenhavenlijk vervoer.
  Dit spoorvervoer wordt uitgevoerd tussen twee overslagcentra die gevestigd zijn in twee havengebieden in België en over een afstand van minimaal 51 kilometer.
  3° nieuwe regelmatige internationale spoorwegverbindingen.
  Dit spoorvervoer bestaat uit een nieuw georganiseerde regelmatige internationale spoorwegverbinding over een afstand van minimaal 120 km, met een wekelijkse frequentie (minimaal 40 weken per jaar) en met een vervoerscapaciteit van minimaal 50 TEU.
  Het vertrek- of aankomstpunt - waar de ITE's worden overgeslagen - is een knooppunt of een overslagcentrum op het Belgisch grondgebied en waarvan het vertrek- of aankomstpunt een knooppunt of een overslagcentrum is in het buitenland. Bovengenoemde verbinding gaat over ITE waarvan de meerderheid uitsluitend over land verplaatst wordt binnen Europa.
  Enkel de ITE's die aan het vervoer worden toevertrouwd met een begeleidende vrachtbrief komen voor de subsidie in aanmerking.
Art.21. Une subvention à charge du budget de l'Etat peut être octroyée aux opérateurs qui utilisent les chemins de fer dans le cas d'un des trois types d'offre de transport d'UTI ci-après décrits :
  1° le transport intérieur ferroviaire.
  Ce transport ferroviaire est effectué entre deux centres de transbordement situés sur le territoire belge sur une distance minimale de 51 km ou comprend la collecte d'UTI en vue de leur regroupement et de leur envoi à destination d'autres Etats, ou la distribution d'UTI venant d'autres Etats vers différents centres de transbordement situés en Belgique;
  2° le transport ferroviaire interportuaire.
  Ce transport ferroviaire est effectué entre des centres de transbordement situés dans deux domaines portuaires en Belgique et sur une distance minimale de 51 km.
  3° les nouvelles relations ferroviaires internationales régulières.
  Ce transport ferroviaire consiste en une relation ferroviaire internationale régulière nouvellement organisée sur une distance d'au moins 120 km, avec une fréquence hebdomadaire (minimum 40 semaines par an) et avec une capacité de transport équivalant au moins 50 TEU.
  Le point de départ et le point d'arrivée des UTI sont soit un point nodal, soit un centre de transbordement, l'un étant situé sur le territoire belge et dont le point d'arrivée ou de départ est un point nodal ou un centre de transbordement situé à l'étranger. Ladite relation doit concerner des UTI dont la majorité effectue exclusivement un déplacement terrestre à l'intérieur de l'Europe.
  Seules les UTI remises au transport sous couvert d'une lettre de voiture peuvent faire l'objet de la subvention.
Art.22. De operator moet de subsidie die werd toegekend voor de in opdracht van een klant uitgevoerde transporten naar deze klant doorschuiven. De Koning regelt het toezicht en de sanctionering van die verplichting.
Art.22. L'opérateur est tenu de répercuter à son client la subvention accordée pour les transports commandés par ce dernier. Le Roi règle le contrôle et la sanction de cette obligation.
Art.23. De Koning bepaalt de berekeningswijzen van de subsidie beschreven in artikel 18.
  Hij bepaalt de procedure en de nadere regels van selectie en toekenning en regelt haar uitbetaling.
  De subsidie van een vervoersverrichting mag 30 % van de vervoerskosten niet overschrijden.
Art.23. Le Roi détermine les modalités de calcul de la subvention décrite à l'article 18.
  Il fixe la procédure et les modalités de sélection ainsi que d'octroi et règle le paiement.
  La subvention d'une opération de transport ne peut excéder 30 % de son coût.
Art.24. [1 Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009 en treedt buiten werking op 31 december 2020.]1
  
Art.24. [1 Le présent chapitre produit ses effets le 1er janvier 2009 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2020. ]1
  
Art.24 TOEKOMSTIG RECHT.    [1 Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009 [2 en treedt buiten werking op 31 december 2021]2.]1
Art.24 DROIT FUTUR.    [1 Le présent chapitre produit ses effets le 1er janvier 2009[ -2 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2021]2. ]1
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen wat betreft retributies voor sommige prestaties van de veiligheidsinstantie.
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 19 décembre 2006 relative à la sécurité d'exploitation ferroviaire en ce qui concerne les redevances pour certaines prestations de l'autorité de sécurité.
Art.25. Artikel 4 van de wet van 19 december 2006 betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " In afwijking van het eerste lid, zijn de artikelen 12, 13° en 14/4 van toepassing op metro, tram en andere systemen van stadsvervoer en regionaal spoorvervoer door middel van light rail en andere spoorgebonden modi, ook wanneer deze geen gebruik maken van het spoorwegnet. ".
Art.25. L'article 4 de la loi du 19 décembre 2006 relative à la sécurité d'exploitation ferroviaire, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 12, 13° et 14/4 s'appliquent aux métros, aux tramways et aux autres systèmes ferroviaires urbains et régionaux via le light rail et d'autres modes liés aux chemins de fer, même lorsque ceux-ci ne circulent pas sur le réseau ferroviaire. ".
Art.26. Artikel 5 van dezelfde wet wordt aangevuld met de bepalingen onder 31° en 32°, luidende :
  " 31° " certificering van het treinpersoneel " : het nagaan of een kandidaat beschikt over de psychologische, medische en vakbekwaamheid die vereist is voor de uitoefening van de functie van treinbestuurder of van andere functies van treinpersoneel;
  32° " houder van een voertuig " : de natuurlijke persoon of rechtspersoon die eigenaar is van een voertuig of het recht heeft het te gebruiken, die het voertuig exploiteert als vervoermiddel en die als zodanig geregistreerd is in het nationaal voertuigregister. ".
Art.26. L'article 5 de la même loi est complété par les 31° et 32° rédigés comme suit :
  " 31° " certification du personnel de bord " : la vérification qu'un candidat possède les aptitudes psychologiques, médicales et professionnelles requises pour l'exercice de la fonction de conducteur de train ou des autres fonctions de personnel de bord;
  32° " détenteur d'un véhicule " : la personne physique ou morale qui est propriétaire d'un véhicule ou titulaire d'un droit d'usage, qui exploite le véhicule et qui est enregistré en cette qualité dans le registre national des véhicules. ".
Art.27. In artikel 12 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 8° wordt vervangen als volgt :
  " 8° het bijhouden en aanpassen van het nationaal voertuigregister; ";
  2° het artikel wordt aangevuld als volgt :
  " 11° de certificering, in de vorm van een vergunning van bestuurder, van het veiligheidspersoneel dat de functie van bestuurder uitoefent;
  12° de certificering, in de vorm van een attest van begeleider, van het veiligheidspersoneel dat andere functies van treinpersoneel uitoefent;
  13° de controle van de doeltreffendheid van het remsysteem van rollend spoormaterieel als bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 15 september 1976 houdende reglement op de politie van personenvervoer per tram, pre-metro, metro, autobus en autocar. ".
Art.27. A l'article 12 de la même loi sont apportées les modifications suivantes :
  1° le 8° est remplacé par ce qui suit :
  " 8° la mise à jour et l'adaptation du registre national des véhicules; ";
  2° l'article est complété comme suit :
  " 11° la certification matérialisée par la licence de conducteur, du personnel de sécurité exerçant la fonction de conducteur;
  12° la certification matérialisée par le certificat d'accompagnateur, du personnel de sécurité exerçant des autres fonctions de personnel de bord;
  13° la vérification de l'efficacité du système de freinage du matériel roulant ferré comme prévue au chapitre II de l'arrêté royal du 15 septembre 1976 portant règlement sur la police des transports de personnes par tram, pré-métro, métro, autobus et autocar. ".
Art.28. In Titel II, Hoofdstuk II van dezelfde wet, wordt een afdeling 2/1 ingevoegd, luidende :
  " Afdeling 2/1. - Vergoeding voor prestaties.
  Art. 14/1. § 1. De aanvrager van een toelating als bedoeld in artikel 12, 1°, 3° of 4° is, als deelneming in de kosten van het onderzoek door de veiligheidsinstantie, een aan de kostprijs van dat onderzoek gerelateerde bijdrage verschuldigd.
  § 2. De aanvrager van een toelating als bedoeld in artikel 12, 1°, 3° of 4° is, als deelneming in de administratieve kosten van de veiligheidsinstantie, voor de aflevering van die toelating een bijdrage verschuldigd.
  § 3. De titularis van een toelating als bedoeld in artikel 12, 1°, 3° of 4° is, als deelneming in de kosten van de controle door de veiligheidsinstantie, een aan de kostprijs van die controle gerelateerde bijdrage verschuldigd.
  § 4. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad :
  - de wijze van berekening en indexering van de in § 1 en 3 bedoelde bijdragen;
  - het bedrag en de wijze van indexering van de in § 2 bedoelde bijdrage;
  - de wijze van betaling van de in § 1, 2 en 3 bedoelde bijdragen.
  Art. 14/2. De spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen zijn, als deelneming in de administratieve kosten van de veiligheidsinstantie, voor de certificering als bedoeld in artikel 12, 11° en 12° en per personeelslid dat in het bestand van de veiligheidsinstantie opgenomen is, een jaarlijkse, geïndexeerde bijdrage verschuldigd.
  De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag, de wijze van indexering en de wijze van betaling van de bijdrage.
  Art. 14/3. § 1. De aanvrager van een registratie van voertuigen in het nationaal voertuigregister of van een wijziging van zulke registratie is, als deelneming in de kosten van de veiligheidsinstantie gemaakte kosten, een geïndexeerde bijdrage verschuldigd.
  Deze bijdrage is verschuldigd bij de registratie en bij elke wijziging van die registratie.
  § 2. De houder van een voertuig dat op 1 januari van het lopende jaar voorkomt in het register is, als deelneming in de kosten van de veiligheidsinstantie, een jaarlijkse geïndexeerde bijdrage voor dat voertuig verschuldigd.
  § 3. Ingeval van niet-betaling van de bijdragen wordt het voertuig uit het register geschrapt.
  De bijdragen worden niet teruggestort bij de schrapping van de inschrijving of bij de stopzetting van het gebruik van het materieel.
  § 4. De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag, het indexeringsmechanisme en de betalingswijze van de bijdragen.
  Art. 14/4. De aanvrager van een controle van de doeltreffendheid van het remsysteem van rollend spoormaterieel als bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 15 september 1976 houdende reglement op de politie van personenvervoer per tram, pre-metro, metro, autobus en autocar is, als deelneming in de kosten van de controle door de veiligheidsinstantie, een bijdrage verschuldigd.
  De Koning bepaalt, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag, het indexeringsmechanisme en de betalingswijze van de bijdrage. ".
Art.28. Il est inséré dans le Titre II, Chapitre II de la même loi, une section 2/1, rédigée comme suit :
  " Section 2/1. - Rémunération de prestations.
  Art. 14/1. § 1. Le demandeur de l'autorisation visée à l'article 12, 1°, 3° ou 4° est redevable, à titre de participation dans les frais d'examen de l'autorité de sécurité, d'une redevance liée au prix de revient de cet examen.
  § 2. Le demandeur de l'autorisation visé à l'article 12, 1°, 3° ou 4° est redevable, à titre de participation dans les frais administratifs de l'autorité de sécurité, d'une redevance pour l'octroi de cette autorisation.
  § 3. Le titulaire d'une autorisation visée à l'article 12, 1°, 3° ou 4° est redevable, à titre de participation dans les frais de contrôle de l'autorité de sécurité, d'une redevance liée au prix de revient de ce contrôle.
  § 4. Le Roi fixe par arrêté délibéré en Conseil des Ministres :
  - le mode de calcul et d'indexation des redevances visées aux paragraphes 1er et 3;
  - fixe le montant et le mode d'indexation de la redevance visé au § 2;
  - fixe les modalités de paiement des redevances visées aux paragraphes 1er, 2 et 3.
  Art. 14/2. Le gestionnaire de l'infrastructure ferroviaire et les entreprises ferroviaires sont redevables, à titre de participation dans les frais administratifs de l'autorité de sécurité, pour la certification prévue à l'article 12, 11° et 12° et par membre de personnel repris dans le fichier de l'autorité de sécurité, d'une redevance annuelle indexée.
  Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le montant, le mode d'indexation et les modalités de paiement de la redevance.
  Art. 14/3. § 1er. Le demandeur d'un enregistrement de véhicules dans le registre national des véhicules ou d'une modification d'un tel enregistrement est redevable, à titre de participation dans les frais de l'autorité de sécurité, d'une redevance indexée.
  Cette redevance est due à l'enregistrement et à chaque modification de cet enregistrement.
  § 2. Le détenteur d'un véhicule qui figure dans le registre à la date du 1er janvier de l'année courante est redevable, à titre de participation dans les frais de l'autorité de sécurité, d'une redevance annuelle indexée pour ce véhicule.
  § 3. En cas de non-paiement des redevances, le véhicule est radié du registre.
  Les redevances ne sont pas remboursées lors du retrait de l'enregistrement ou lors de l'arrêt de l'usage du matériel.
  § 4. Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le montant, le mécanisme d'indexation et les modalités de paiement des redevances.
  Art. 14/4. Le demandeur d'une vérification de l'efficacité du système de freinage de matériel roulant ferré telle que prévue au chapitre II de l'arrêté royal du 15 septembre 1976 portant règlement sur la police des transports de personnes par tram, pré-métro, métro, autobus et autocar, est redevable, à titre de participation dans les frais du contrôle de l'autorité de sécurité, d'une redevance.
  Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le montant, le mécanisme d'indexation et les modalités de paiement de la redevance. ".
Art.29. In artikel 33, § § 1, 2 en 3 van dezelfde wet wordt het woord " veiligheidscertificaat " telkens vervangen door de woorden " veiligheidscertificaat deel B ".
Art.29. Dans l'article 33, §§ 1er, 2 et 3 de la même loi les mots " certificat de sécurité " sont chaque fois remplacés par les mots " certificat de sécurité partie B ".
Art.30. In dezelfde wet wordt een artikel 63 ingevoegd, luidende :
  " Art. 63. - Artikel 14/3, § 2, treedt in werking op 1 januari 2010. ".
Art.30. Dans la même loi, il est inséré un article 63, rédigé comme suit :
  " Art. 63. - L'article 14/3, § 2, entre en vigueur le 1er janvier 2010. ".
Art.31. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.31. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2009.
TITEL 4. - Energie.
TITRE 4. - Energie.
HOOFDSTUK 1. - Elektriciteit.
CHAPITRE 1er. - Electricité.
Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.
Section 1re. - Modification de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité.
Art.32. In artikel 21bis van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2005 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, worden de eerste vier zinnen vervangen door de volgende bepalingen :
  " § 1. Een " federale bijdrage " wordt geheven ter financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en de controle op de elektriciteitsmarkt.
  De federale bijdrage is verschuldigd door de op het Belgisch grondgebied gevestigde eindafnemers op elke kWh die ze voor eigen gebruik van het net afnemen. De federale bijdrage is aan de BTW onderworpen.
  De netbeheerder is belast met de inning van de federale bijdrage zonder toepassing van de regels betreffende de vrijstelling bedoeld in § 1bis en de degressiviteit bedoelt in § 2 en § 5. Daartoe factureert hij de toeslag aan de houders van een toegangscontract en aan de distributienetbeheerders. Indien de houders van een toegangscontract en/of de distributienetbeheerders niet zelf de van het net afgenomen kWh verbruiken, kunnen zij de federale bijdrage factureren aan hun eigen klanten, totdat deze toeslag uiteindelijk wordt gefactureerd aan degene die de kWh voor eigen gebruik heeft verbruikt. ";
  2° in § 1, eerste lid, vormt de vijfde zin het vierde lid;
  3° § 1, eerste lid, 6°, dat § 1, vierde lid, 6°, zal vormen, wordt vervangen als volgt :
  " 6° de financiering van de forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit voorzien in de programmawet van 8 juni 2008; ";
  4° in § 1, laatste lid, dat § 1bis zal vormen, worden tussen de woorden " vrijgesteld " en " van het deel " de woorden " door de leveranciers en de houders van een toegangscontract " ingevoegd;
  5° in § 2 wordt de eerste zin van het eerste lid vervolledigd met de woorden " door de leveranciers en de houders van een toegangscontract ";
  6° in § 2 worden in het tweede lid de woorden " , gefactureerd door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, " ingevoegd tussen de woorden " federale bijdrage " en " voor die verbruikslocatie ";
  7° in § 3, wordt tussen het eerste en tweede lid, een lid ingevoegd, luidende :
  " Voor het jaar 2009, om het totale bedrag te dekken, voortvloeiend uit de toepassing van de verminderingen van de federale bijdrage, bedoeld in § 2, worden ook toegewezen aan de fondsen, bedoeld in artikel 21ter, § 1, de bedragen, 2 650 000 euro komende van het werkingskapitaal van de NV Belgoprocess en 3 000 000 euro van het fonds voor het passief BP1/BP2 ";
  8° § 5 wordt vervangen als volgt :
  " § 5. Voor de verbruiken vanaf 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 wordt de federale bijdrage verminderd, door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, voor eindafnemers die van de degressiviteit genieten, op basis van hun jaarlijks verbruik :
  1° voor de verbruiksschijf tussen 20 MWh/jaar en 50 MWh/jaar : met 20 %;
  2° voor de verbruiksschijf tussen 50 MWh/jaar en 1 000 MWh/jaar : met 25 %;
  3° voor de verbruiksschijf tussen 1 000 MWh/jaar en 25 000 MWh/jaar : met 30 %;
  4° voor de verbruiksschijf tussen 25 000 MWh/jaar en 250 000 MWh/jaar : met 55 %.
  Wanneer per verbruikslocatie en op jaarbasis meer dan 250 000 MWh aan een eindafnemer wordt geleverd, bedraagt de federale bijdrage, gefactureerd door de leveranciers en de houders van een toegangscontract, voor deze verbruikslocatie maximum 200 000 euro. ".
Art.32. Dans l'article 21bis de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, inséré par la loi du 20 juillet 2005 et modifié en dernier lieu par la loi du 16 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, alinéa 1er, les quatre premières phrases sont remplacées par les dispositions suivantes :
  " § 1er. Une " cotisation fédérale " est prélevée en vue du financement de certaines obligations de service public et des coûts liés à la régulation et au contrôle du marché de l'électricité.
  La cotisation fédérale est due par les clients finals établis sur le territoire belge, sur chaque kWh qu'ils prélèvent du réseau pour leur usage propre. La cotisation fédérale est soumise à la TVA.
  Le gestionnaire du réseau est chargé de la perception de la cotisation fédérale sans application des mesures d'exonération visée au § 1erbis et de dégressivité visée aux § 2 et 5. A cet effet, il facture la surcharge aux titulaires d'un contrat d'accès et aux gestionnaires de réseau de distribution. Au cas où les titulaires d'un contrat d'accès et/ou les gestionnaires de réseau de distribution ne consomment pas eux-mêmes les kWh prélevés du réseau, ils peuvent facturer la cotisation fédérale à leurs propres clients, jusqu'au moment où cette surcharge est finalement facturée à celui qui a consommé les kWh pour son usage propre. ";
  2° au § 1er, alinéa 1er, la cinquième phrase forme le quatrième alinéa;
  3° le § 1er, alinéa 1er, 6°, qui formera le § 1er, alinéa 4, 6°, est remplacé comme suit :
  " 6° au financement des réductions forfaitaires pour le chauffage au gaz naturel et à l'électricité prévues par la loi-programme du 8 juin 2008; ";
  4° le § 1er, le dernier alinéa, qui formera le § 1erbis, est complété, après les mots " exonération ", par les mots " réalisée par les fournisseurs et les titulaires d'un contrat d'accès ";
  5° au § 2 la première phrase du premier alinéa est complétée par les mots " par les fournisseurs et les titulaires d'un contrat d'accès ";
  6° au § 2, à l'alinéa 2, les mots " facturées par les fournisseurs et les titulaires d'un contrat d'accès " sont insérés entre les mots " cotisation fédérale " et " pour ce site ";
  7° au § 3, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " Pour l'année 2009, afin de couvrir le montant total résultant de l'application des diminutions de la cotisation fédérale visées au § 2, sont affectées également aux fonds visés à l'article 21ter, § 1er, les sommes, 2 650 000 euros provenant du fonds de roulement de la SA Belgoprocess et 3 000 000 euros du fonds pour le passif BP1/BP2. ";
  8° le § 5 est remplacé comme suit :
  " § 5. Pour les consommations à partir du 1er janvier 2009 jusqu'au 31 décembre 2009, la cotisation fédérale applicable aux clients finals bénéficiant de la dégressivité est diminuée, sur base de leur consommation annuelle, par les fournisseurs et les titulaires d'un contrat d'accès :
  1° pour la tranche de consommation entre 20 MWh/an et 50 MWh/an : de 20 %;
  2° pour la tranche de consommation entre 50 MWh/an et 1 000 MWh/an : de 25 %;
  3° pour la tranche de consommation entre 1 000 MWh/an et 25 000 MWh/an : de 30 %;
  4° pour la tranche de consommation entre 25 000 Wh/an et 250 000 MWh/an : de 55 %.
  Lorsque par site de consommation et sur base annuelle, une quantité supérieure à 250 000 MWh est fournie à un client final, la cotisation fédérale, facturée par les fournisseurs et les titulaires d'un contrat d'accès, pour ce site de consommation s'élève à 200 000 euros au maximum. "
Art.33. In artikel 21ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2005 en gewijzigd door de wetten van 23 december 2005 en 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, worden de woorden " De leveranciers storten " vervangen door " De netbeheerder stort ";
  2° § 1, eerste lid, 6°, ingevoegd bij de wet van 16 maart 2007, wordt hernummerd tot een punt 7°;
  3° § 1, eerste lid, wordt aangevuld met de bepaling onder 8°, luidende :
  " 8° in een organiek begrotingsfonds, " Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit " genoemd, dat wordt ingevoerd door de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, zoals gewijzigd door de programmawet van 22 december 2008, en beheerd door de Algemene Directie Energie. ";
  4° § 2, 3°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " het forfait dat in rekening mag gebracht worden, alsook het eventuele plafond dat dit forfait beperkt, om de administratieve meerkosten te dekken die zijn verbonden aan de inning van de federale bijdrage, de financiële lasten en de risico's; ";
  5° § 2, 6°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " 6° de toepassingsmodaliteiten van de degressiviteit en van de vrijstelling, bedoeld in artikel 21bis, § 1bis, in het bijzonder de manier waarop de leveranciers en de houders van een toegangscontract deze voorgefinancierde bedragen kunnen recupereren bij de commissie en de nodige bewijzen voor het bekomen van deze terugbetaling. ".
Art.33. Dans l'article 21ter de la même loi, insére par la loi du 20 juillet 2005 et modifié par les lois du 23 décembre 2005 et du 16 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, alinéa 1er, les mots " Les fournisseurs versent " sont remplacés par " Le gestionnaire du réseau verse ";
  2° le § 1er, alinéa premier, 6°, inséré par la loi du 16 mars 2007, est renuméroté en un point 7°;
  3° le § 1er, alinéa 1er, est complété par un 8°, rédigé comme suit :
  " 8° dans un fonds budgétaire organique dénommé " Fonds de réductions forfaitaires pour le chauffage au gaz naturel et à l'électricité ", qui est institué par la loi du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, telle que modifiée par la loi-programme du 22 décembre 2008, et géré par la Direction générale de l'Energie. ";
  4° le § 2, 3°, est remplacé par la disposition suivante :
  " le forfait pouvant être pris en compte ainsi que l'éventuel plafond limitant ce forfait pour couvrir les surcoûts administratifs liés à la perception de la cotisation fédérale, les frais financiers et les risques; ";
  5° le § 2, 6°, est remplacé par la disposition suivante :
  " 6° les modalités d'application de la dégressivité et l'exonération visée à l'article 21bis, § 1erbis, en particulier la manière dont les fournisseurs et les titulaires d'un contrat d'accès pourront récupérer auprès de la commission les montants avancés et les preuves nécessaires pour obtenir ce remboursement. ".
Art.34. In hoofdstuk V van dezelfde wet wordt een artikel 21quater ingevoegd, luidende :
  " Art. 21quater. - Onverminderd artikel 26, § 1bis, zoals ingevoegd door de wet van 8 juni 2008, en artikel 30bis, § 3, zoals ingevoegd door de programmawet van 22 december 2008, kan de Commissie de door deze artikelen verleende bevoegdheden uitoefenen om de correcte toepassing van de bepalingen inzake de in onderhavige wet en haar uitvoeringsbesluiten voorziene toeslagen te controleren. ".
Art.34. Un article 21quater, rédigé comme suit, est inséré au chapitre V de la même loi :
  " Art. 21quater. - Sans préjudice de l'article 26, § 1erbis, tel qu'inséré par la loi du 8 juin 2008, et de l'article 30bis, § 3, tel qu'inséré par la loi-programme du 22 décembre 2008, la Commission peut exercer les pouvoirs conférés par ces articles pour contrôler la correcte application des dispositions relatives aux surcharges prévues par la présente loi et ses arrêtés d'exécution. ".
Afdeling 2. - Oprichting van een begrotingsfonds.
Section 2. - Création d'un fonds budgétaire.
Afdeling 3. - Wijziging van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen.
Section 3. - Modification de la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires.
Art.37. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.37. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2009.
HOOFDSTUK 2. - Aardgas - Wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen.
CHAPITRE 2. - Gaz naturel - Modification de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations.
Art.38. In artikel 15/11 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, ingevoegd bij de wet van 29 april 1999 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, vierde lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende :
  " 4° de financiering van de forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit, voorzien in de programmawet van 8 juni 2008. ";
  2° § 1, vijfde lid, 3°, ingevoegd bij de wet van 16 maart 2007, wordt hernummerd tot een punt 4°;
  3° § 1, vijfde lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende :
  " 5° in een organiek begrotingsfonds, " Fonds voor forfaitaire verminderingen voor verwarming met aardgas en elektriciteit " genoemd, dat wordt ingevoerd door de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, zoals gewijzigd door de programmawet van 22 december 2008, en beheerd door de Algemene Directie Energie. ";
  4° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende :
  " § 3. Onverminderd artikel 15/16, § 1bis, zoals ingevoegd door de wet van 8 juni 2008, en artikel 18, § 3, zoals ingevoegd door de programmawet van 22 december 2008, kan de Commissie de door deze artikelen verleende bevoegdheden uitoefenen om de correcte toepassing van de bepalingen inzake de in onderhavige wet en haar uitvoeringsbesluiten voorziene toeslagen te controleren. ".
Art.38. Dans l'article 15/11 de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations, inséré par la loi du 29 avril 1999 et modifié en dernier lieu par la loi du 16 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, alinéa 4, est complété par un 4°, rédigé comme suit :
  " 4° au financement des réductions forfaitaires pour le chauffage au gaz naturel et à l'électricité prévues par la loi-programme du 8 juin 2008. ";
  2° le § 1er, alinéa 5, 3°, inséré par la loi du 16 mars 2007, est renuméroté en un point 4°;
  3° le § 1er, alinéa 5, est complété par un 5°, rédigé comme suit :
  " 5° dans un fonds budgétaire organique dénommé " Fonds de réductions forfaitaires pour le chauffage au gaz naturel et à l'électricité ", qui est institué par la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, telle que modifiée par (la loi-programme du 22 décembre 2008,), et géré par la Direction générale de l'Energie. ";
  4° l'article est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Sans préjudice de l'article 15/16, § 1erbis, tel qu'inséré par la loi du 8 juin 2008, et de l'article 18, § 3, tel qu'inséré par (la loi-programme du 22 décembre 2008,), la Commission peut exercer les pouvoirs conférés par ces articles pour contrôler la correcte application des dispositions relatives aux surcharges prévues par la présente loi et ses arrêtés d'exécution. ".
Art.39. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.39. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2009.
HOOFDSTUK 3. - Programmawet van 8 juni 2008. - Forfaitaire verminderingen voor de leveringen van aardgas en elektriciteit.
CHAPITRE 3. - La loi-programme du 8 juin 2008. - Réductions forfaitaires pour les fournitures de gaz et de l'électricité.
Art.40. In artikel 9, eerste lid, van de programmawet van 8 juni 2008 wordt de tweede zin vervangen door de volgende bepaling :
  " Deze forfaitaire verminderingen, die een korting op de eindfactuur van de verbruiker vertegenwoordigen, worden toegekend door de FOD Economie op basis van de aanvraag van de residentiële klant op een formulier, afgeleverd bij de eindafrekeningen van de elektriciteitsleverancier vanaf 1 juli 2008. ".
Art.40. Dans l'article 9, premier alinéa de la loi-programme du 8 juin 2008, la deuxième phrase est remplacée par la disposition suivante :
  " Ces réductions forfaitaires, qui représentent une réduction sur la facture de régularisation du consommateur, sont accordées par le SPF Economie sur la base d'une demande d'un client résidentiel, effectuée au moyen d'un formulaire, transmis avec les factures de régularisation, établies par les fournisseurs d'électricité à partir de 1er juillet 2008. ".
Art.41. Artikel 10 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende :
  " § 4. Om de gezinssamenstelling te bekomen, consulteert de FOD Economie het Rijksregister van de natuurlijke personen, ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen alsook de gegevens beschikbaar via de Kruispuntbank van de sociale zekerheid in de schoot van het netwerk van de sociale zekerheid, overeenkomstig de, door het Sectoraal comité van het Rijksregister enerzijds en door het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid anderzijds, vastgelegde of vast te leggen modaliteiten.
  Om het jaarlijks netto belastbare gezinsinkomen te bepalen, consulteert de FOD Economie de gegevens van de FOD Financiën, nodig voor de uitvoering van haar taak, overeenkomstig de, door het Sectoraal comité voor de Federale Overheid, vastgelegde of vast te leggen modaliteiten.
  Deze consultaties kunnen ter beschikking worden gesteld van de FOD Economie door een openbare instelling met een opdracht voor integratie van elektronische diensten. ".
Art.41. L'article 10 de la même loi est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Pour déterminer la composition du ménage, le SPF Economie consulte le Registre national des personnes physiques, institué par la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques ainsi que les données accessibles via la Banque-carrefour de la sécurité sociale au sein du réseau de la sécurité sociale, conformément aux modalités fixées ou à fixer, par le comité sectoriel du Registre national, d'une part, et par le Comité sectoriel de sécurité sociale, d'autre part.
  Pour déterminer le revenu annuel net imposable du ménage, le SPF Economie consulte les données du SPF Finances nécessaires à la réalisation de sa mission, conformément aux modalités fixées ou à fixer, par le Comité sectoriel pour l'Autorité fédérale.
  Ces consultations peuvent être mises a disposition du SPF Economie de manière intégrée par une institution publique ayant la mission d'intégrateur de services électroniques. ".
Art.42. In artikel 11 van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen door de volgende bepaling :
  " Bij een besluit, vastgelegd na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning de nadere regels voor het aanvragen van de forfaitaire verminderingen, de procedure, de verantwoordingsstukken en de nadere regels voor de betaling van de forfaitaire verminderingen. ".
Art.42. Dans l'article 11 de la même loi, le deuxième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  " Par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le Roi détermine les modalités pour les demandes de réduction forfaitaire, la procédure, les modalités de preuve et les modalités de paiement des réductions forfaitaires. ".
Art.43. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2008.
Art.43. Ce chapitre produit ses effets le 1er juillet 2008.
HOOFDSTUK 4. - Forfaitaire verminderingen voor aardgas, elektriciteit en stookolie.
CHAPITRE 4. - Des réductions forfaitaires pour le gaz naturel, l'électricité et le gasoil de chauffage.
Art.44. Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder :
  1° stookolie : huisbrandolie, lamppetroleum (type C) en bulkpropaangas, die uitsluitend voor verwarmingsdoeleinden gebruikt worden;
  2° gezin : de persoon die gewoonlijk alleen of met andere personen een woning betrekt en er gezamenlijk leeft; de samenstelling van het gezin wordt bepaald in functie van de gegevens zoals ze staan vermeld in het Rijksregister van de natuurlijke personen.
Art.44. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
  1° mazout : le gasoil de chauffage, le pétrole lampant (type C) et le gaz propane en vrac, qui sont uniquement utilisés à des fins de chauffage;
  2° ménage : la personne vivant habituellement seule ou les personnes occupant habituellement un même logement et y vivant en commun; la composition du ménage est déterminée en fonction des données contenues au Registre National des personnes physiques.
Art.45. Worden beschouwd als verbruikers met een laag inkomen in de zin van dit hoofdstuk, de personen die op het ogenblik van de aanvraag behoren tot de categorie van personen bedoeld in artikel 37undecies van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, die een verzekeringstegemoetkoming in de kosten voor de verstrekkingen genieten en wier jaarlijks belastbaar netto inkomen van hun huishouden het bedrag van 26 000,00 euro niet overschrijdt.
  Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan een gecorrigeerd indexcijfer voorzien in artikel 37quaterdecies van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
  Dit bedrag wordt eveneens aangepast aan de welvaart overeenkomstig artikel 19 van het koninklijk besluit van 1 april 2007 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, §§ 1 en 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, en tot invoering van het OMNIO-statuut.
Art.45. Sont considérés comme consommateurs au sens du présent chapitre, les personnes qui au moment de l'introduction de la demande relèvent de la catégorie des personnes visées à l'article 37undecies de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994 bénéficiant d'une intervention de l'assurance dans le coût des prestations et dont le montant annuel des revenus nets imposables du ménage ne dépasse pas 26 000,00 euros.
  Ce montant est adapté annuellement à un indice corrigé prévu dans l'article 37quaterdecies de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994.
  Ce montant est également adapté au bien-être conformément à l'article 19 de l'arrêté royal du 1er avril 2007 fixant les conditions d'octroi de l'intervention majorée de l'assurance visée à l'article 37, §§ 1er et 19 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, et instaurant le statut OMNIO.
Art.46. Voor 2009 wordt een forfaitaire vermindering, die een vermindering op de eindfactuur van de verbruiker vertegenwoordigt, van 105 euro per gezin voor de levering van elektriciteit, aardgas of stookolie toegekend door de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie aan de verbruiker, op basis van een aanvraag van deze verbruiker, op een typeformulier, overgemaakt door de elektriciteitsleverancier bij de eindafrekening van de elektriciteitsfactuur.
Art.46. Pour 2009, une réduction forfaitaire, qui représente une réduction sur la facture de régularisation du consommateur, de 105 euros par ménage pour la fourniture d'électricité, de gaz naturel ou de mazout, est accordée par le SPF Economie, PME, Classes moyennes et Energie au consommateur sur base d'une demande de ce consommateur, sur un formulaire type transmis par le fournisseur de l'électricité avec la facture de régularisation d'électricité.
Art.47. § 1. De forfaitaire vermindering, bedoeld in artikel 43, kan niet worden toegekend aan de residentiële beschermde klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie, in de zin van artikel 15/10, § 2, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, en van artikel 20, § 2 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.
  § 2. Deze forfaitaire verminderingen worden slechts éénmaal per kalenderjaar per gezin toegekend en zijn niet cumuleerbaar, noch onderling, noch met de verwarmingstoelage van het Sociaal Stookoliefonds.
Art.47. § 1er. La réduction forfaitaire visée à l'article 43 ne peut être accordée aux clients protégés résidentiels à revenues modestes ou à situation précaire au sens de l'article 15/10, § 2, de la loi du 12 avril 1965 relative au transport des produits gazeux et autres par canalisations, et de l'article 20, § 2, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité.
  § 2. Ces reductions forfaitaires ne peuvent être attribuées qu'une fois par année civile par ménage et ne peuvent être cumulées entre elles, ni avec l'allocation de chauffage du Fonds social Mazout.
Art.48. Deze vermindering is ook van toepassing op gezinnen die een woongelegenheid betrekken in appartementsgebouwen waarvan de verwarming met aardgas of stookolie plaatsvindt door middel van een collectieve installatie, mits zij voldoen aan de in artikel 42 beschreven inkomensvoorwaarden.
Art.48. Ces réductions sont aussi applicables aux ménages qui habitent dans un immeuble à appartements dont le chauffage au gaz naturel ou au mazout est assuré par une installation collective, à condition qu'ils satisfassent aux conditions de revenu visées à l'article 42.
Art.49. Om de gezinssamenstelling te bekomen, consulteert de FOD Economie het Rijksregister van de natuurlijke personen, ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen alsook de gegevens beschikbaar via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid in de schoot van het netwerk van de sociale zekerheid, overeenkomstig de, door het Sectoraal comité van het Rijksregister enerzijds en door het Sectoraal comité van de Sociale Zekerheid anderzijds, vastgelegde of vast te leggen modaliteiten.
  Om het jaarlijks netto belastbare gezinsinkomen te bepalen, consulteert de FOD Economie de gegevens van de FOD Financiën, nodig voor de uitvoering van haar taak, overeenkomstig de, door het Sectoraal comité voor de Federale Overheid, vastgelegde of vast te leggen modaliteiten.
  Deze consultaties kunnen ter beschikking worden gesteld van de FOD Economie door een openbare instelling met een opdracht voor integratie van elektronische diensten.
Art.49. Pour déterminer la composition du ménage, le SPF Economie consulte le Registre national des personnes physiques, institué par la loi du 8 août 1983 organisant un Registre national des personnes physiques ainsi que les données accessibles via la Banque-carrefour de la sécurité sociale au sein du réseau de la sécurité sociale, conformément aux modalités fixées ou à fixer, par le comité sectoriel du Registre national, d'une part, et par le Comité sectoriel de sécurité sociale, d'autre part.
  Pour déterminer le revenu annuel net imposable du ménage, le SPF Economie consulte les données du SPF Finances nécessaires à la réalisation de sa mission, conformément aux modalités fixées ou à fixer, par le Comité sectoriel pour l'Autorité fédérale.
  Ces consultations peuvent être mises à disposition du SPF Economie de manière intégrée par une institution publique ayant la mission d'intégrateur de services électroniques.
Art.50. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning de nadere regels voor het aanvragen van de forfaitaire verminderingen, het bedrag, de procedure, de verantwoordingsstukken en de nadere regels voor de betaling van de forfaitaire verminderingen.
Art.50. Par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le Roi détermine les modalités pour les demandes de réduction forfaitaire, le montant, la procédure, les modalités de preuve et les modalités de paiement des réductions forfaitaires.
Art.51. De artikelen 9, 10 en 11 van de programmawet van 8 juni 2008 worden opgeheven.
Art.51. Les articles 9, 10 et 11 de la loi programme de 8 juin 2008 sont abrogés.
Art.52. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.52. Ce chapitre entre en vigueur 1er janvier 2009.
HOOFDSTUK 5. - Oprichting van een organiek begrotingsfonds.
CHAPITRE 5. - Création d'un fonds budgétaire organique.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen.
CHAPITRE 6. - Modifications de la loi organique du 27 décembre 1990 creant des fonds budgétaires.
Art.55. Hoofdstukken 5 en 6 treden in werking op 1 januari 2009.
Art.55. Les chapitres 5 et 6 entrent en vigueur le 1er janvier 2009.
HOOFDSTUK 7. - Nationaal Instituut voor radio-elementen.
CHAPITRE 7. - Institut national des radio-éléments.
Art.56. In 2009 realiseert de Belgische Staat een inbreng in het Nationaal Instituut voor radio-elementen te Fleurus, hetzij onder de vorm van kapitaal, hetzij onder een andere geschikte vorm, voor een bedrag gelijk aan 9,621 miljoen euro. Bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalt de Koning de modaliteiten waarop deze inbreng zal gebeuren.
Art.56. En 2009, l'Etat belge réalise un apport à l'Institut national des radio-éléments à Fleurus, soit sous forme de capital, soit sous une autre forme appropriée, pour un montant égal à 9,621 millions d'euros. Par arreté, délibéré en Conseil des Ministres le Roi fixe les modalités selon lesquelles cet apport peut se faire.
HOOFDSTUK 8. - BTW-rechtzetting APETRA.
CHAPITRE 8. - Adjustement TVA APETRA.
Art.57. § 1.Voor het bekomen van het bedrag van de BTW op het bedrag van de bijdrage bedoeld in artikel 18 van de wet van 26 januari 2006 betreffende de aanhouding van een verplichte voorraad aardolie en aardolieproducten en de oprichting van een agentschap voor het beheer van een deel van deze voorraad en tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop, wordt in afwijking van artikel 38 van de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit een toewijzingsfonds opgericht dat aan de naamloze vennootschap van publiek recht met sociaal oogmerk, APETRA genoemd, voorschotten op kwartaalbasis vanuit de BTW-ontvangsten uitkeert.
  Alle BTW-ontvangsten ten gevolge van betalingen van APETRA met in begrip van de betalingen reeds uitgevoerd in het verleden, worden aan het toewijzingsfonds toegewezen.
  Betalingen vanuit het toewijzingsfonds in debet zijn toegestaan.
  Die voorschotten op kwartaalbasis worden vastgesteld op basis van de maandelijkse BTW-aangiften van APETRA en op basis de maandelijkse facturen van APETRA aan de Federale Overheidsdienst Economie voor de BTW op de bijdragen betreffende dit kwartaal waarvan een afschrift naar de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt gestuurd met verzoek het bedrag van de BTW te compenseren door een toewijzing vanuit de BTW-ontvangsten.
  De Minister van Financiën betaalt de voorschotten aan APETRA ten laatste binnen de maand na de ontvangst door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën van de laatste maandelijkse BTW-aangifte van APETRA van het betrokken kwartaal.
  In de loop van de maand februari van het jaar volgend op het jaar van de voorschotten zal de eindafrekening inzake de BTW die verschuldigd is op de voormelde Apetra-bijdragen door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën worden vastgesteld op basis van het toezicht op de gestorte bijdragen en de overeenstemmende in verbruik gestelde hoeveelheden door de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie.
  Teveel betaalde voorschotten zullen door de Minister van Financiën in mindering worden gebracht van de eerstvolgende voorschotten.
  Te weinig betaalde voorschotten zullen door de Minister van Financiën worden vereffend ten laatste binnen de maand na de ontvangst van de eindafrekening inzake de BTW die verschuldigd is op de voormelde Apetra-bijdragen en die door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt vastgesteld op basis van het toezicht op de gestorte bijdragen en de overeenstemmende in verbruik gestelde hoeveelheden door de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie.
  § 2. APETRA is geen enkele boete, interest, straf en/of verhoging verschuldigd voor de periode van 1 april 2007 tot en met de inwerkingtreding van deze wet wegens eventuele laattijdige of niet-betaling van de BTW op de bijdragen.
Art.57. § 1er. Afin d'obtenir le montant de la TVA sur le montant de la contribution visée à l'article 18 de la loi du 26 janvier 2006 relative à la détention des stocks obligatoires de pétrole et des produits pétroliers et à la création d'une agence pour la gestion d'une partie de ces stocks et modifiant la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la détention, à la circulation et aux contrôles des produits soumis à accises, par dérogation à l'article 38 des lois coordonnées du 17 juillet 1991 sur la Comptabilité de l'Etat, un fonds d'attribution est créé qui effectue des rétributions d'avances à la société anonyme de droit public à finalité sociale appelée APETRA sur base trimestrielle à partir des recettes de la TVA.
  Toutes les recettes de TVA qui découlent des paiements d'APETRA y compris les paiements déjà effectués par le passé, sont attribuées au fonds d'attribution.
  Les paiements à partir du fonds d'attribution en débet sont autorisés.
  Ces avances sur base trimestrielles sont fixées sur la base des déclarations de TVA mensuelles d'APETRA et sur la base des factures mensuelles d'APETRA au Service public fédéral Economie pour la TVA sur les contributions relatives à ce trimestre dont une copie sera envoyée à l'Administration de la Fiscalité des Entreprises et des Revenus du Service public fédéral Finances avec la requête de compenser le montant de la TVA par une attribution à partir des recettes de TVA.
  Le Ministre des Finances paie les avances à APETRA au plus tard endéans le mois de la réception par l'Administration de la Fiscalité des Entreprises et des Revenus du Service public fédéral Finances de la dernière déclaration mensuelle de TVA d'APETRA du trimestre en question.
  Au cours du mois de février de l'année qui suit celle des avances, le décompte final en matière de TVA due sur les contributions APETRA précitées sera établi par l'Administration de la Fiscalité des Entreprise et des Revenus du Service public fédéral Finances sur la base du contrôle des contributions versées et des quantités mises en consommation correspondantes par la Direction générale Energie du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie.
  Les avances payées en trop seront portées en décompte des avances subséquentes par le Ministre des Finances.
  Les avances payées en deçà seront liquidées par le Ministre des Finances au plus tard endéans le mois qui suit la réception du décompte final en matière de TVA due sur les contributions APETRA précitées établi par l'Administration de la Fiscalité des Entreprises et des Revenus du Service public fédéral Finances sur la base du contrôle des contributions versées et des quantités mises en consommation correspondantes par la Direction générale Energie du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie.
  § 2. APETRA n'est redevable d'aucune amende, intérêt, peine et/ou augmentation pour la période du 1er avril 2007 jusqu'à l'entrée en vigueur de la présente loi pour cause de paiement tardif ou de non-paiement éventuels de la TVA sur les contributions.
Art.58. § 1. Voor de periode van de BTW-aangiften voor de maanden april 2007 tot en met februari 2008, zal een éénmalige afrekening gebeuren na voorlegging van een afschrift van de BTW-aangiften voor die periode door APETRA aan de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën alsmede van de facturen over deze periode die APETRA aan de FOD Economie heeft verstuurd voor de BTW op de bijdragen en op basis van het toezicht op de gestorte bijdragen en de overeenstemmende in verbruik gestelde hoeveelheden door de Algemene Directie van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie.
  De Minister van Financiën betaalt de éénmalige afrekening aan APETRA ten laatste binnen de maand na de ontvangst door de Administratie van de Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit van de Federale Overheidsdienst Financiën van de maandelijkse BTW-aangiften van APETRA met betrekking tot de voormelde maanden en de voormelde facturen en op basis van het toezicht op de gestorte bijdragen en de overeenstemmende in verbruik gestelde hoeveelheden door de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie.
  § 2. Een protocol tussen de FOD Economie, APETRA en de FOD Financiën bepaalt de nadere regels met betrekking tot de werking van het toewijzingsfonds.
Art.58. § 1er. Pour la période des déclarations de TVA pour les mois d'avril 2007 jusque et y compris février 2008, un décompte unique s'effectuera après présentation d'une copie des déclarations de TVA pour ladite période par APETRA à l'Administration de la Fiscalité des Entreprises et des Revenus du Service public fédéral Finances ainsi que des factures concernant cette période envoyées par APETRA au SPF Economie pour la TVA sur les contributions et sur la base du contrôle sur les montants versés et les quantités mises en consommation correspondantes par la Direction générale du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie.
  Le Ministre des Finances paie le décompte unique à APETRA au plus tard endéans le mois de la réception par l'Administration de la Fiscalité des Entreprises et des Revenus du Service public fédéral Finances des déclarations de TVA mensuelles d'APETRA relatives aux mois précités et aux factures précitées et sur la base du contrôle sur les montants versés et les quantités mises en consommation correspondantes par la Direction générale du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie.
  § 2. Un protocole entre le SFP Economie, APETRA et le SPF Finances détermine les règles plus précises relatives au fonctionnement du fonds d'attribution.
Art.59. Dit hoofdstuk treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.59. Le présent chapitre entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen.
CHAPITRE 9. - Modification de la loi du 11 avril 2003 sur les provisions constituées pour le démantèlement des centrales nucléaires et pour la gestion des matières fissiles irradiées dans ces centrales, de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité et de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations.
Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales.
Section 1re. - Modification de la loi du 11 avril 2003 sur les provisions constituées pour le démantèlement des centrales nucléaires et pour la gestion des matières fissiles irradiées dans ces centrales.
Art.60. Het opschrift van Hoofdstuk II van de wet van 11 april 2003 betreffende de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en voor het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales, wordt aangevuld als volgt :
  " en bijdragen. ".
Art.60. Le libellé du titre du Chapitre II de la loi du 11 avril 2003 sur les provisions constituées pour le démantèlement des centrales nucléaires et pour la gestion des matières fissiles irradiées dans ces centrales, est complété par ce qui suit :
  " et contributions. ".
Art.61. Het opschrift van Afdeling 2 van Hoofdstuk II van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  " en bijdragen. ".
Art.61. Le libellé du titre de la Section 2 du Chapitre II de la même loi est complété par ce qui suit :
  " et contributions. ".
Art.62. Artikel 11 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende :
  " § 5. De kernprovisievennootschap is evenzeer bevoegd en verantwoordelijk voor het nemen van maatregelen ten gunste van de Staat in de inning van een repartitiebijdrage zoals bedoeld in artikel 14, § 8, ten laste van de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1, en dit in het kader van een openbare dienstverplichting en volgens de voorwaarden gesteld in de artikelen 13 en 14. ".
Art.62. L'article 11 de la même loi, est complété par un paragraphe 5 rédigé comme suit :
  " § 5. La société de provisionnement nucléaire est également compétente et responsable pour intervenir en faveur de l'Etat dans la perception d'une contribution de répartition visée à l'article 14, § 8, à charge des exploitants nucléaires visés à l'article 2, 5°, et des sociétés visées à l'article 24, § 1er, et cela dans le cadre d'une obligation de service public et aux conditions fixées aux articles 13 et 14. ".
Art.63. Het opschrift van de Onderafdeling 2 van Afdeling 2 van Hoofdstuk II van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt :
  " en bijdragen. ".
Art.63. Le libellé du titre de la Sous-section 2 de la Section 2 du Chapitre II de la même loi est complété par ce qui suit :
  " et contributions. ".
Art.64. Artikel 13 van dezelfde wet wordt aangevuld met twee leden, luidende :
  " De kernprovisievennootschap wordt bovendien belast, in het kader van een openbare dienstverplichting, met het voorschieten aan de Staat van de repartitiebijdrage zoals bedoeld in artikel 14, § 8, op de wijze zoals bedoeld in die bepaling.
  Vanaf het moment dat zij deze repartitiebijdrage zal hebben gestort zal de kernprovisievennootschap een kennisgeving per aangetekende zending versturen, zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen de 8 kalenderdagen die volgen op de storting van het voorschot, aan de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en aan de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1, van het bedrag van hun aandeel in de repartitiebijdrage en zal dat bedrag van hen vorderen volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 14, §§ 8, 9 en 10, en overeenkomstig hun openbare dienstverplichtingen. In geval van niet-betaling van hun aandelen in de repartitiebijdrage verwittigt de kernprovisievennootschap de Commissie voor nucleaire voorzieningen. ".
Art.64. L'article 13 de la même loi est complété par deux alinéas, rédigés comme suit :
  " La société de provisionnement nucléaire est en outre chargée, dans le cadre d'une obligation de service public, d'avancer à l'Etat la contribution de répartition visée à l'article 14, § 8, selon les modalités visées par cette disposition.
  Dès qu'elle aura versé l'avance de cette contribution de répartition, la société de provisionnement nucléaire enverra une notification par courrier recommandé, dans les plus brefs délais et au plus tard dans les 8 jours calendriers qui suivent le versement de l'avance, aux exploitants nucléaires visés à l'article 2, 5°, et aux sociétés visées à l'article 24, § 1er, du montant de leurs parts dans la contribution de répartition et percevra auprès de ceux-ci ledit montant selon les modalités fixées à l'article 14, §§ 8, 9 et 10, et conformément à leurs obligations de service public. En cas de non paiement de leurs parts dans la contribution de répartition, la société de provisionnement nucléaire avertira la Commission des provisions nucléaires. ".
Art.65. Artikel 14 van de dezelfde wet, wordt aangevuld met de paragrafen 8, 9 en 10, luidende :
  " § 8. In het voordeel van de Staat is een repartitiebijdrage gevestigd ten laste van de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5° en van de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1.
  Deze bijdrage heeft tot doel om 's lands energiepolitiek en de maatregelen genomen door de regering te financieren en om de uitgaven te dekken die nodig zijn om tussen te komen ten gunste van de investeringen op de elektriciteitsproductiemarkt, tot dekking van uitgaven en investeringen inzake kernenergie, ter versterking van de bevoorradingszekerheid, ter bestrijding van de stijgende energieprijzen en ten slotte ter verbetering van de mededinging op de energiemarkt in het voordeel van de consumenten en de industrie. De nadere regels voor de tussenkomsten in elk van deze domeinen kunnen bepaald worden door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  Het globale bedrag van deze repartitiebijdrage, voor het jaar 2008, is vastgesteld op 250 miljoen euro.
  Het bedrag van de individuele bijdrage van de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1, wordt gevestigd pro rata van hun aandelen in de industriële productie van elektriciteit door splijting van kernbrandstoffen, zoals berekend voor de toepassing van artikel 9, eerste lid, tweede zin, en dat voor het laatste kalenderjaar.
  Het bedrag van de individuele bijdrage moet betaald worden door de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en door iedere andere vennootschap zoals bedoeld in artikel 24, § 1, aan de kernprovisievennootschap uiterlijk 30 dagen na de datum van verzending van de kennisgeving zoals bedoeld in artikel 13.
  In afwijking van de bepalingen van de artikelen 11, §§ 3 en 4, en 14, §§ 1, 5 en 7, en in uitvoering van artikel 13 draagt de kernprovisievennootschap, binnen de 14 dagen na de inwerkingtreding van deze paragraaf en ten laatste op 31 december 2008, aan de begroting van de Staat een bedrag van 250 miljoen euro zoals bedoeld in artikel 14, § 8, derde lid, over vanuit de voorzieningen aangelegd voor de ontmanteling van de kerncentrales en het beheer van splijtstoffen bestraald in deze kerncentrales krachtens artikel 11, § 1, op het rekeningnummer 679-2005871-08, ter attentie van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, Diverse Ontvangsten.
  De bedragen van de bijdragen zoals bedoeld in deze paragraaf die betaald worden door de kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en door de vennootschappen zoals bedoeld in artikel 24, § 1, zullen in rekening worden gebracht ter compensatie van het bedrag dat werd overgeschreven door de kernprovisievennootschap.
  § 9. De kernexploitanten zoals bedoeld in artikel 2, 5°, en elke andere vennootschap bedoeld in artikel 24, § 1, mogen hun individuele bijdrageplicht op generlei wijze doorrekenen of verhalen, rechtstreeks of onrechtstreeks, op andere ondernemingen of op de eindafnemer.
  § 10. Indien geen betalingen bedoeld in § 8 van dit artikel zijn gebeurd binnen de termijnen bedoeld in dezelfde § 8, is van rechtswege een nalatigheidsinterest verschuldigd, gelijk aan de wettelijke intrestvoet voor de ganse duur van het verwijl en worden de verschuldigde bedragen ingevorderd bij dwangbevel, overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit. ".
Art.65. L'article 14 de la même loi, est compléte par les paragraphes 8, 9 et 10, rédigés comme suit :
  " § 8. Il est établi au profit de l'Etat une contribution de répartition à charge des exploitants nucléaires visés à l'article 2, 5°, et des sociétés visées à l'article 24, § 1er.
  Cette contribution a pour but de financer la politique énergétique du pays et les mesures adoptées par le Gouvernement et destinées à couvrir les dépenses rendues nécessaires pour intervenir en faveur des investissements sur le marché de la production d'électricité, à couvrir des dépenses et investissements en matière d'énergie nucléaire, à renforcer la sécurité d'approvisionnement, à lutter contre la hausse des prix énergétiques et enfin à améliorer la concurrence sur le marché énergétique dans l'intérêt des consommateurs et de l'industrie. Les modalités des interventions dans chacun de ces domaines peuvent être fixées par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres.
  Le montant global de la contribution de répartition, pour l'année 2008, est fixé à 250 millions d'euros.
  Le montant de la contribution individuelle des exploitants nucléaires visés à l'article 2, 5°, et des sociétés visées à l'article 24, § 1er, est établi au prorata de leurs quotes-parts dans la production industrielle d'électricité par fission de combustibles nucléaires, telles que calculées pour l'application de l'article 9, alinéa 1er, deuxième phrase, et ce pour la dernière année civile écoulée.
  Le montant de la contribution individuelle doit être payé par les exploitants nucléaires visés à l'article 2, 5°, et toute autre société visée à l'article 24, § 1er, à la société de provisionnement nucléaire au plus tard 30 jours après la date d'envoi de la notification visée à l'article 13.
  En dérogation aux dispositions des articles 11, §§ 3 et 4, et 14, §§ 1er, 5 et 7, et en exécution de l'article 13, la société de provisionnement nucléaire transfère, dans les 14 jours après l'entrée en vigueur de ce paragraphe et au plus tard le 31 décembre 2008, au budget de l'Etat le montant de 250 millions d'euros visé à l'article 14, § 8, alinéa 3, à partir des provisions constituées pour le démantèlement des centrales nucléaires et la gestion des matières fissiles irradiées dans ces centrales en vertu de l'article 11, § 1er, sur le compte bancaire 679-2005871-08, à l'attention du SPF Economie, PME, Classes moyennes et Energie, Recettes Diverses.
  Les montants des contributions visées au présent paragraphe payées par les exploitants nucléaires visés à l'article 2, 5°, et les sociétés visées à l'article 24, § 1er, seront imputés en compensation du montant transféré par la société de provisionnement nucléaire.
  § 9. Les exploitants nucléaires visés à l'article 2, 5°, et toute autre société visée à l'article 24, § 1er, ne peuvent pas facturer ou répercuter de quelque façon l'obligation de leur contribution individuelle, directement ou indirectement, sur d'autres entreprises ou sur le client final.
  § 10. Si les paiements visés au § 8 du présent article ne sont pas effectués dans les délais visés au même § 8, un intérêt de retard égal au taux d'intérêt légal est du de plein droit pour toute la durée du retard et les sommes dues sont recouvrées par voie de contrainte, conformément aux dispositions de l'article 94 des lois coordonnées du 17 juillet 1991 sur la comptabilité de l'Etat. ".
Art.66. In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 22bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 22bis. - § 1. In geval van niet naleving van de bepalingen van artikel 14, § 8, eerste tot vijfde lid, kan de Commissie voor nucleaire voorzieningen, aan elke kernexploitant, bedoeld in artikel 2, 5°, of aan elke andere vennootschap bedoeld in artikel 24, § 1, een administratieve geldboete opleggen, nadat deze werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen.
  De Commissie voor nucleaire voorzieningen berekent het bedrag van de geldboete en motiveert haar beslissing.
  De geldboete bedraagt maximaal 2 % van het gedeelte van het omzetcijfer dat betrekking heeft op de elektriciteitsproductie die de kernexploitant, bedoeld in artikel 2, 5°, en schuldenaar van de geldboete, of de vennootschap bedoeld in artikel 24, § 1 en schuldenaar van de geldboete, heeft gerealiseerd op de Belgische elektriciteitsmarkt tijdens het laatst afgesloten boekjaar.
  De geldboete wordt ten gunste van de Schatkist geïnd door de Federale Overheidsdienst Financiën, Administratie van de invordering.
  § 2. De Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas, bedoeld in artikel 23 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, is belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van artikel 14, § 9. ".
Art.66. Dans la même loi, un nouvel article 22bis est inséré comme suit :
  " Art. 22bis. - § 1er. En cas de non respect des dispositions de l'article 14, § 8, alinéas 1 à 5, la Commission des provisions nucléaires peut infliger une amende administrative à tout exploitant nucléaire visé à l'article 2, 5°, ou à toute autre société visée à l'article 24, § 1er, après les avoir entendus ou les avoir dûment convoqués.
  La Commission des provisions nucleaires calcule le montant de l'amende et motive sa décision.
  L'amende s'élève à maximum 2 % de la part du chiffre d'affaires portant sur la production d'électricité que l'exploitant nucléaire visé a l'article 2, 5°, et redevable de l'amende, ou la société visée à l'article 24, § 1er, et redevable de l'amende a réalisé sur le marché belge de l'électricité au cours du dernier exercice clôturé.
  L'amende est recouvrée au profit du trésor par le Service public fédéral Finances, l'Administration du recouvrement.
  § 2. La Commission de régulation de l'électricité et du gaz, visée à l'article 23 de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité, est chargée de la vérification du respect des dispositions de l'article 14, § 9. ".
Afdeling 2. - Wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.
Section 2. - Modification de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marché de l'électricité.
Art.67. Artikel 30bis van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, ingevoegd bij de wet van 16 juli 2001 en gewijzigd bij de wet van 1 juni 2005, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 30bis. - § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, wijst de Koning de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie aan die bevoegd zijn om de inbreuken op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen. Hun proces-verbaal heeft bewijskracht tot het tegenbewijs wordt geleverd.
  De in het eerste lid bedoelde ambtenaren kunnen :
  1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer zulks voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;
  2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling van inbreuken nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen.
  Wanneer deze handelingen de kenmerken van een huiszoeking vertonen, mogen ze door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren enkel worden gesteld met machtiging van de onderzoeksrechter of de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg die daartoe bij verzoekschrift is aangezocht.
  § 2. De Koning wijst de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie aan die bevoegd zijn voor de administratieve controle op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
  § 3. Onverminderd artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering, wijst de Koning de leden van het Directiecomité en de personeelsleden van de Commissie aan die bekleed zijn met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.
  De leden bedoeld in het voorgaande lid zijn bevoegd om inbreuken op het artikel 23, § 2, 3°, 3°bis, 19° en 20°, op het artikel 23bis, op het artikel 23ter en op het artikel 26, § 1, wat betreft de uitvoering van de opdrachten van de Commissie bedoeld in artikelen 23, § 2, 3°, 3°bis, 19° en 20°, 23bis en 23ter, en op het artikel 26, § 1bis van deze wet en op haar uitvoeringsbesluiten op te sporen en vast te stellen, door middel van processen-verbaal die bewijs opleveren tot het tegendeel. Hiertoe kunnen zij :
  1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer zulks voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;
  2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling van inbreuken nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen;
  3° alle inlichtingen verzamelen en alle geschreven of mondelinge verklaringen of getuigenissen afnemen;
  4° bijstand verlenen in het kader van de uitvoering van de beslissingen van de commissie.
  Wanneer die daden de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze alleen met toepassing van de artikelen 87 tot 90 van het Wetboek van Strafvordering worden gesteld.
  De leden bedoeld in het eerste lid, kunnen voor de uitvoering van hun opdrachten een beroep doen op de openbare macht en beschikken over alle middelen die aan de agenten van de openbare macht worden toegekend. Onverminderd de bijzondere wetten die de geheimhouding van de verklaringen garanderen, zijn de openbare besturen gehouden hun bijstand te verlenen aan deze leden in de uitoefening van hun opdrachten. De leden kunnen eveneens de bijstand vorderen van de overtreder of van zijn aangestelden.
  De leden bedoeld in het eerste lid oefenen hun opdracht van officier van gerechtelijke politie uit volgens de regels bepaald door een koninklijk besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de Commissie. Zij leggen de eed af voor de Minister van Justitie, overeenkomstig de bepalingen in uitvoering van het decreet van 31 juli 1831. In hun hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, zijn zij onderworpen aan het toezicht van de procureur-generaal. ".
Art.67. L'article 30bis de la loi du 29 avril 1999 relative à l'organisation du marche de l'électricité, inséré par la loi du 16 juillet 2001 et modifiée par la loi du 1er juin 2005, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 30bis. - § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, le Roi désigne les fonctionnaires du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie qui sont compétents pour rechercher et constater les infractions à la présente loi et aux arrêtés pris en execution de celle-ci. Leurs procès-verbaux font foi jusqu'à preuve du contraire.
  Les fonctionnaires visés à l'alinéa 1er peuvent :
  1° accéder aux bâtiments, ateliers et leurs dépendances pendant les heures d'ouverture ou de travail, lorsque ceci est nécessaire à l'exercice de leur mission;
  2° faire toutes les constatations utiles, se faire produire et saisir des documents, pièces, livres et objets nécessaires à l'enquête et à la constatation des infractions.
  Lorsque ces actes ont le caractère d'une perquisition, ils ne peuvent être accomplis par les fonctionnaires visés au premier alinéa que sur autorisation du juge d'instruction ou du président du tribunal de première instance saisi sur requête.
  § 2. Le Roi désigne les agents du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie qui sont compétents pour le contrôle administratif du respect des dispositions de la présente loi et des arrêtés pris en exécution de celle-ci.
  § 3. Sans préjudice de l'article 8 du Code d'instruction criminelle, le Roi désigne les membres du Comité de direction et du personnel de la Commission qui sont revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire.
  Les membres visés à l'alinéa qui précède sont compétents pour rechercher et constater, par des procès-verbaux qui font foi jusqu'à preuve du contraire, les infractions à l'article 23, § 2, 3°, 3°bis, 19° et 20°, à l'article 23bis, à l'article 23ter et à l'article 26, § 1er, en ce qui concerne l'exécution des missions de la Commission visées aux articles 23, § 2, 3°, 3°bis, 19° et 20°, 23bis et 23ter, et à l'article 26, § 1bis de la présente loi et aux arrêtés d'exécution de celle-ci. A cet effet, ils peuvent :
  1° accéder aux bâtiments, ateliers et leurs dépendances pendant les heures d'ouverture ou de travail, lorsque ceci est nécessaire à l'exercice de leur mission;
  2° faire toutes les constatations utiles, se faire produire et saisir tous les documents, pièces, livres et objets nécessaires à l'enquête et à la constatation des infractions;
  3° recueillir tous renseignements, recevoir toutes dépositions ou tous témoignages écrits ou oraux;
  4° prêter leur assistance dans le cadre de l'exécution des décisions de la Commission.
  Lorsque ces actes ont le caractère d'une perquisition, ils ne peuvent être posés qu'en application des articles 87 à 90 du Code d'instruction criminelle.
  Les membres visés au premier alinéa peuvent, pour les besoins de l'accomplissement de leurs missions, requérir la force publique et bénéficier de tous les moyens reconnus aux agents de la force publique. Sans préjudice des lois particulières qui garantissent le secret des déclarations, les administrations publiques sont tenues de prêter leur concours a ces membres dans l'exécution de leurs missions. Les membres peuvent également demander l'assistance du contrevenant ou de ses préposés.
  Les membres visés à l'alinéa 1er exercent leur mission d'officiers de police judiciaire selon les règles fixées par un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, sur proposition de la Commission. Ils prêtent serment devant le Ministre de la Justice, dans les termes prévus en application du décret du 31 juillet 1831. En leur qualité d'officiers de police judiciaire, ils sont soumis à la surveillance du procureur général. ".
Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen.
Section 3. - Modification de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations.
Art.68. Artikel 18 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 16 juli 2001, wordt vervangen door een bepaling luidend als volgt :
  " Art. 18. - § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, wijst de Koning de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie aan die bevoegd zijn om de overtredingen bedoeld in artikel 19 en 20/1 op te sporen en vast te stellen; hun proces-verbaal heeft bewijskracht tot het tegenbewijs wordt geleverd.
  De in het eerste lid bedoelde ambtenaren kunnen :
  1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer dat voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;
  2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen.
  Wanneer deze handelingen de kenmerken van een huiszoeking vertonen, mogen ze door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren enkel worden gesteld met machtiging van de onderzoeksrechter of de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg die daartoe bij verzoekschrift is aangezocht.
  § 2. De Koning wijst de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie aan die belast zijn met de administratieve controle op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
  § 3. Onverminderd artikel 8 van het Wetboek van Strafvordering, wijst de Koning de leden van het Directiecomité en de personeelsleden van de Commissie aan die bekleed zijn met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie.
  De leden bedoeld in het voorgaande lid zijn bevoegd om inbreuken op het artikel 15/14, § 2, 3°, 3°bis, 12° en 13°, op het artikel 15/14bis, op het artikel 15/14ter, op het artikel 15/16, § 1, wat betreft de uitvoering van de opdrachten van de Commissie bedoeld in artikelen 15/14, § 2, 3°, 3°bis, 12° en 13°, 15/14bis en 15/14ter, en op het artikel 15/16, § 1bis, van deze wet en op de uitvoeringsbesluiten ervan op te sporen en vast te stellen, door middel van processen-verbaal die bewijs opleveren tot het tegendeel. Hiertoe kunnen zij :
  1° gebouwen, werkplaatsen en hun aanhorigheden tijdens de openings- of werkuren betreden, wanneer zulks voor de uitoefening van hun opdracht noodzakelijk is;
  2° alle dienstige vaststellingen doen, zich documenten, stukken, boeken en voorwerpen die bij de opsporing en vaststelling van inbreuken nodig zijn, doen vertonen en die in beslag nemen;
  3° alle inlichtingen verzamelen en alle geschreven of mondelinge verklaringen of getuigenissen afnemen;
  4° bijstand verlenen in het kader van de uitvoering van de beslissingen van de Commissie.
  Wanneer die daden de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze alleen met toepassing van de artikelen 87 tot 90 van het Wetboek van Strafvordering worden ingesteld.
  De leden bedoeld in het eerste lid, kunnen voor de uitvoering van hun opdrachten een beroep doen op de openbare macht en beschikken over alle middelen die aan de agenten van de openbare macht worden toegekend. Onverminderd de bijzondere wetten die de geheimhouding van de verklaringen garanderen, zijn de openbare besturen gehouden hun bijstand te verlenen aan deze leden in de uitoefening van hun opdrachten. De leden kunnen eveneens de bijstand vorderen van de overtreder of van zijn aangestelden.
  De leden bedoeld in het eerste lid oefenen hun opdracht van officier van gerechtelijke politie uit volgens de regels bepaald door een koninklijk besluit overlegd in Ministerraad, op voorstel van de commissie. Zij leggen de eed af voor de Minister van Justitie, overeenkomstig de bepalingen in uitvoering van het decreet van 31 juli 1831. In hun hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, zijn zij onderworpen aan het toezicht van de procureur-generaal. ".
Art.68. L'article 18 de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisation, modifié en dernier lieu par la loi du 16 juillet 2001, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 18. - § 1er. Sans préjudice des pouvoirs des officiers de police judiciaire, le Roi désigne les agents du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie qui sont competents pour rechercher et constater les infractions prévues aux articles 19 et 20/1; leur procès-verbal fait foi jusqu'à preuve du contraire.
  Les fonctionnaires visés au premier alinéa peuvent :
  1° accéder aux bâtiments, ateliers et leurs dépendances pendant les heures d'ouverture ou de travail, lorsque ceci est nécessaire à l'exercice de leur mission;
  2° faire toutes les constatations utiles, se faire produire et saisir des documents, pièces, livres et objets nécessaires à l'enquete et à la constatation.
  Lorsque ces actes ont le caractère d'une perquisition, ils ne peuvent être accomplis par les agents à l'alinéa 1er que sur autorisation du juge d'instruction ou du président du tribunal de première instance saisi sur requete.
  § 2. Le Roi désigne les agents du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie qui sont compétents pour le contrôle administratif du respect des dispositions de la présente loi et des arrêtés pris en exécution de celle-ci.
  § 3. Sans préjudice de l'article 8 du Code d'instruction criminelle, le Roi désigne les membres du Comité de direction et du personnel de la Commission qui sont revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire.
  Les membres visés à l'alinéa qui précède sont compétents pour rechercher et constater, par des procès-verbaux qui font foi jusqu'à preuve du contraire, les infractions à l'article 15/14, § 2, 3°, 3°bis, 12° et 13°, à l'article 15/14bis, à l'article 15/14ter et à l'article 15/16, § 1er, en ce qui concerne l'exécution des missions de la Commission visées aux articles 15/14, § 2, 3°, 3°bis, 12° et 13°, 15/14bis et 15/14ter, et à l'article 15/16, § 1erbis, de la présente loi et aux arrêtés d'exécution de celle-ci. A cet effet, ils peuvent :
  1° accéder aux bâtiments, ateliers et leurs dépendances pendant les heures d'ouverture ou de travail, lorsque ceci est nécessaire à l'exercice de leur mission;
  2° faire toutes les constatations utiles, se faire produire et saisir tous les documents, pièces, livres et objets nécessaires à l'enquête et à la constatation des infractions;
  3° recueillir tous renseignements, recevoir toutes dépositions ou tous témoignages écrits ou oraux;
  4° prêter leur assistance dans le cadre de l'exécution des décisions de la Commission.
  Lorsque ces actes ont le caractère d'une perquisition, ils ne peuvent être posés qu'en application des articles 87 à 90 du Code d'instruction criminelle.
  Les membres visés à l'alinéa 1er, revêtus de la qualité d'officiers de police judiciaire, peuvent, pour les besoins de l'accomplissement de leurs missions, requérir la force publique et bénéficier de tous les moyens reconnus aux agents de la force publique. Sans préjudice des lois particulières qui garantissent le secret des déclarations, les administrations publiques sont tenues de prêter leur concours à ces membres dans l'exécution de leurs missions. Les membres peuvent également demander l'assistance du contrevenant ou de ses préposés.
  Les membres visés à l'alinéa 1er exercent leur mission d'officiers de police judiciaire selon les règles fixées par un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, sur proposition de la Commission. Ils prêtent serment devant le Ministre de la Justice, dans les termes prévus en application du décret du 31 juillet 1831. En leur qualité d'officiers de police judiciaire, ils sont soumis à la surveillance du procureur général. ".
Art.69. Dit hoofdstuk treedt in werking op de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.69. Le présent chapitre entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
TITEL 5. - Sociale zaken.
TITRE 5. - Affaires sociales.
HOOFDSTUK 1. - Sociale fraude.
CHAPITRE 1er. - Fraude sociale.
Afdeling 1. - Ambtshalve regularisatie.
Section 1re. - Régularisation d'office.
Art.70. In artikel 22, eerste lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders worden de woorden " driemaandelijkse " ingevoegd tussen de woorden " onjuiste " en de woorden " aangifte ".
Art.70. Dans l'article 22, alinéa 1er, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, le mot " trimestrielle " est inséré entre les mots " absence de déclaration " et les mots " ou en cas ".
Art.71. In dezelfde wet wordt een artikel 22quater ingevoegd, luidende :
  " Art. 22quater. - Wanneer een sociaal controleur of inspecteur vaststelt dat een werkgever de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling bedoeld bij het koninklijk besluit van 5 november 2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, voor een bepaalde werknemer niet heeft gedaan, brengt hij de Rijksdienst voor sociale zekerheid daarvan in kennis, volgens de nadere regels bepaald door de Rijksdienst.
  Op deze basis bepaalt de Rijksdienst voor sociale zekerheid ambtshalve, in de vorm van een rechtzetting, het bedrag van een solidariteitsbijdrage berekend op een forfaitaire basis gelijk aan het drievoud van de basisbijdragen op het gemiddeld minimum maandinkomen bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 houdende wijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 21 van 15 mei 1975 en nr. 23 van 25 juli 1975 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimum maandinkomen.
  Het aldus berekend bedrag mag niet kleiner zijn dan 2 500 euro. Dit bedrag is gekoppeld aan het gezondheidsindexcijfer van de maand september 2008 (111,15).
  In afwijking van het tweede lid, moet de werkgever die de materiële onmogelijkheid om de voltijdse arbeidsprestaties uit te voeren inroept, de elementen overleggen die het mogelijk maken de door de werknemer werkelijk uitgevoerde prestaties vast te stellen. Het bedrag van de solidariteitsbijdrage wordt dan verhoudingsgewijs verminderd.
  Het bedrag van de solidariteitsbijdrage wordt verminderd met de bijdragen verschuldigd voor de daadwerkelijk aangegeven prestaties van de betrokken werknemer.
  Dit bedrag moet worden aangerekend op het kwartaal tijdens hetwelk de prestaties van de werknemer werden vastgesteld.
  Het bedrag van de aldus vastgestelde schuldvordering wordt aan de werkgever meegedeeld per aangetekende brief. ".
Art.71. Dans la même loi il est inséré un article 22quater rédigé comme suit :
  " Art. 22quater. - Lorsqu'un contrôleur ou un inspecteur social constate qu'un employeur a omis d'effectuer la déclaration immediate de l'emploi visée à l'arrêté royal du 5 novembre 2002 instaurant une déclaration immédiate de l'emploi, en application de l'article 38 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, pour un travailleur déterminé, il en informe l'Office national de Sécurité sociale, suivant les modalités déterminées par l'Office.
  Sur cette base, l'Office national de sécurité sociale établit d'office, sous forme d'une rectification, le montant d'une cotisation de solidarité calculée sur une base forfaitaire égale au triple des cotisations de base, sur le revenu minimum mensuel moyen visé par l'article 3, alinéa 1er, de la convention collective de travail n° 43 du 2 mai 1988 portant modification et coordination des conventions collectives de travail n° 21 du 15 mai 1975 et n° 23 du 25 juillet 1975 relatives à la garantie d'un revenu minimum mensuel moyen.
  Le montant ainsi calculé ne peut être inférieur à 2 500 euros. Le montant en question est rattaché à l'indice santé du mois de septembre 2008 (111,15).
  Par dérogation à l'alinéa 2, l'employeur qui invoque l'impossibilité matérielle d'effectuer des prestations de travail à temps plein, doit fournir les éléments permettant d'établir la réalité des prestations du travailleur. Le montant de la cotisation de solidarité est alors réduit à due proportion.
  Le montant de la cotisation de solidarité est diminué des cotisations dues pour les prestations effectivement déclarées pour le travailleur concerné.
  Ce montant est à imputer sur le trimestre durant lequel les prestations du travailleur ont été constatées.
  Le montant de la créance ainsi établie est notifié à l'employeur par lettre recommandée. ".
Art.72. In artikel 35 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 27 december 2005, wordt paragraaf 3 opgeheven.
Art.72. Dans l'article 35 de la même loi, remplacé par la loi du 27 décembre 2005, le paragraphe 3 est abrogé.
Art.73. Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.73. La présente section entre en vigueur le 1er janvier 2009.
Afdeling 2. - Verjaring.
Section 2. - Prescription.
Onderafdeling 1. - Rijksdienst voor sociale zekerheid.
Sous-section 1re. - Office national de sécurité sociale.
Art.74. In artikel 42 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1978, 29 april 1996, 25 januari 1999, 24 december 2002, 3 juli 2005, 27 december 2005 en 8 juni 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste en tweede lid worden vervangen als volgt :
  " De schuldvorderingen van de Rijksdienst voor sociale zekerheid op de werkgevers die onder deze wet vallen en de personen bedoeld bij artikel 30bis verjaren na drie jaar vanaf de dag van de opeisbaarheid van de bedoelde schuldvorderingen. In afwijking van deze regel wordt de verjaringstermijn verlengd tot zeven jaar indien de schuldvorderingen van voormelde Rijksdienst het gevolg zijn van ambtshalve regularisaties na de vaststelling, bij de werkgever, van bedrieglijke handelingen of valse of opzettelijk onvolledige aangiften.
  De vorderingen ingesteld tegen de Rijksdienst voor sociale zekerheid tot terugvordering van niet-verschuldigde bijdragen verjaren na drie jaar, vanaf de dag van de betaling. ";
  2° een lid wordt ingevoegd tussen het derde en het vierde lid, luidende :
  " In geval van bedrieglijke onderwerping aan de sociale zekerheid voor werknemers, beschikt de voormelde Rijksdienst over een termijn van zeven jaar vanaf de eerste dag van het trimester dat volgt op het trimester waarin de inbreuk zich heeft voorgedaan, om over te gaan tot de annulering van deze bedrieglijke onderwerpingen of tot de ambtshalve onderwerping bij de werkelijke werkgever. Overeenkomstig het tweede lid geldt de eventuele terugbetaling van bijdragen voor een periode van maximum drie jaar. ".
Art.74. A l'article 42 de la même loi, modifié par les lois des 4 août 1978, 29 avril 1996, 25 janvier 1999, 24 décembre 2002, 3 juillet 2005, 27 décembre 2005 et 8 juin 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les alinéas 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
  " Les créances de l'Office national de sécurité sociale à charge des employeurs assujettis à la présente loi et des personnes visées a l'article 30bis, se prescrivent par trois ans à partir de la date d'exigibilité des créances visées. Par dérogation à ce qui précède, le délai de prescription est porté à sept ans, si les créances de l'Office précité font suite à des régularisations d'office à la suite de la constatation, dans le chef de l'employeur, de manoeuvres frauduleuses ou de declarations fausses ou sciemment incomplètes.
  Les actions intentées contre l'Office national de sécurité sociale en répétition de cotisations indues se prescrivent par trois ans à partir de la date du paiement. ";
  2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 3 et 4 :
  " En cas d'assujettissement frauduleux à la sécurité sociale des travailleurs salariés, l'Office précité dispose d'un délai de sept ans a compter du premier jour du trimestre qui suit celui au cours duquel l'infraction a eu lieu pour procéder à l'annulation de ces assujettissements frauduleux ou à l'assujettissement d'office auprès de l'employeur réel. Conformément à l'alinéa 2, la restitution éventuelle de cotisations porte au maximum sur une période de trois ans. ".
Art.75. Voor de schuldvorderingen bedoeld in [1 artikel 42, eerste en tweede lid]1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders die met toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar nog niet verjaard zijn op de [1 datum van inwerkingtreding van artikel 74]1, maar die met toepassing van de nieuwe verjaringstermijn van drie jaar wel verjaard zijn, wordt de datum van verjaring vastgesteld op 1 januari 2009.
  
Art.75. Pour les créances visées à l' [1 article 42, alinéas 1er et 2]1, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs qui ne sont pas encore prescrites à la [1 date d'entrée en vigueur de l'article 74]1, selon le délai de prescription de cinq ans, mais qui sont déjà prescrites selon le nouveau délai de prescription de trois ans, la date de prescription est fixee au 1er janvier 2009.
  
Art.76. Artikel 33 van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, wordt opgeheven.
Art.76. L'article 33 de la loi du 3 juillet 2005 portant des dispositions diverses relatives à la concertation sociale, est abrogé.
Art.77. Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2009, met uitzondering van artikel 76 dat in werking treedt op 31 december 2008.
Art.77. La présente section entre en vigueur le 1er janvier 2009, à l'exception de l'article 76 qui entre en vigueur le 31 décembre 2008.
Onderafdeling 2. - Andere instellingen.
Sous-section 2. - Autres organismes.
Art.78. Artikel 12, § 4, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij, gewijzigd bij de wet van 29 april 1996, het koninklijk besluit van 19 mei 1995 en bij de wet van 3 juli 2005, wordt vervangen als volgt :
  " De vorderingen van de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden verjaren na drie jaar vanaf de datum van opeisbaarheid van de vorderingen. In afwijking van het voorgaande, wordt de verjaringstermijn verlengd tot zeven jaar, wanneer de vorderingen van de voornoemde kas het gevolg zijn van ambtshalve regularisaties na de vaststelling van bedrieglijke handelingen of valse of opzettelijk onvolledige verklaringen door de reder.
  De vorderingen ingesteld tegen de Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden tot terugvordering van niet verschuldigde bijdragen verjaren na drie jaar, te rekenen van de dag van de betaling.
  In geval van bedrieglijke onderwerping aan de sociale zekerheid voor zeelieden ter koopvaardij, beschikt de voornoemde Hulp- en Voorzorgskas over een termijn van zeven jaar vanaf de eerste dag van het trimester dat volgt op het trimester waarin de inbreuk zich heeft voorgedaan, om over te gaan tot de nietigverklaring van deze bedrieglijke onderwerpingen of tot de ambtshalve onderwerping bij de werkelijke reder. Overeenkomstig het tweede lid, geldt de eventuele terugbetaling van bijdragen voor een periode van maximum drie jaar. ".
Art.78. L'article 12, § 4, de l'arrête-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande, modifié par la loi du 29 avril 1996, l'arrêté royal du 19 mai 1995 et par la loi du 3 juillet 2005, est remplacé par ce qui suit :
  " Les créances de la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins, se prescrivent par trois ans à partir de la date d'exigibilité des créances. Par dérogation à ce qui précède, le délai de prescription est porté à sept ans, si les créances de la caisse précitee font suite à des régularisations d'office à la suite de la constatation, dans le chef de l'armateur, de manoeuvres frauduleuses ou de déclarations fausses ou sciemment incomplètes.
  Les actions intentées contre la Caisse de secours et de prévoyance en faveur des marins en répétition de cotisations indues se prescrivent par trois ans prenant cours de la date du paiement.
  En cas d'assujettissement frauduleux a la sécurité sociale des marins de la marine marchande, la Caisse de secours et de prévoyance précitée dispose d'un délai de sept ans à compter du premier jour du trimestre qui suit celui au cours duquel l'infraction a eu lieu pour procéder à l'annulation de ces assujettissements frauduleux ou à l'assujettissement d'office auprès de l'armateur réel. Conformément à l'alinéa 2, la restitution éventuelle de cotisations porte au maximum sur une période de trois ans. ".
Art.79. Voor de vorderingen, bedoeld in artikel 12, § 4, eerste lid, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij, die met toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar nog niet verjaard zijn op 1 januari 2009, maar die met toepassing van de nieuwe verjaringstermijn van drie jaar wel verjaard zijn, wordt de datum van verjaring vastgesteld op 1 januari 2009.
Art.79. Pour les créances visées à l'article 12, § 4, alinéa 1er, de l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande qui ne sont pas encore prescrites au 1er janvier 2009, selon le délai de prescription de cinq ans, mais qui sont déjà prescrites selon le nouveau délai de prescription de trois ans, la date de prescription est fixee au 1er janvier 2009.
Art.80. Artikel 34 van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, wordt opgeheven.
Art.80. L'article 34 de la loi du 3 juillet 2005 portant des dispositions diverses relatives à la concertation sociale, est abrogé.
Art.81. Artikel 6 van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989, 20 juli 1991, 29 april 1996, 3 juli 2005 en 27 december 2005, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 6. - De schuldvorderingen van de Rijksdienst met betrekking tot de bijdragen bedoeld in artikel 1, § 2, 1° tot 4°, en in artikel 1, §§ 3 en 4, verjaren na drie jaar vanaf de datum van hun opeisbaarheid. In afwijking van het voorgaande, wordt de verjaringstermijn verlengd tot zeven jaar, wanneer de vorderingen van de Rijksdienst het gevolg zijn van ambtshalve regularisaties na de vaststelling van bedrieglijke handelingen of valse of opzettelijk onvolledige verklaringen door de werkgever.
  De tegen de Rijksdienst ingestelde vorderingen tot terugvordering van de voormelde niet verschuldigde bijdragen, verjaren na drie jaar, te rekenen van de dag van de betaling.
  In geval van bedrieglijke onderwerping aan de sociale zekerheid van het personeel van de plaatselijke en provinciale overheidsdiensten, beschikt de Rijksdienst over een termijn van zeven jaar vanaf de eerste dag van het trimester dat volgt op het trimester waarin de inbreuk zich heeft voorgedaan, om over te gaan tot de nietigverklaring van deze bedrieglijke onderwerpingen of tot de ambtshalve onderwerping bij de werkelijke werkgever. Overeenkomstig het tweede lid, is de eventuele terugbetaling van bijdragen toepasselijk voor een periode van ten hoogste drie jaar.
  De schuldvorderingen van de Rijksdienst met betrekking tot de inhouding, bedoeld in artikel 1, § 2, 5°, verjaren na drie jaar, te rekenen van de datum van de betaling van het pensioen of het aanvullend voordeel. De tegen de Rijksdienst ingestelde vorderingen tot terugvordering van voormelde, niet verschuldigde inhoudingen, verjaren na drie jaar, te rekenen van de datum waarop de inhouding werd overgemaakt.
  De schuldvorderingen van de Rijksdienst met betrekking tot onrechtmatig uitgekeerde premies, tegemoetkomingen en toelagen, bedoeld in artikel 1, § 2bis, § 2ter en § 2quater, verjaren na vijf jaar te rekenen vanaf de dag van de betaling. De tegen de Rijksdienst ingestelde vorderingen tot betaling van bovenvermelde, verschuldigde premies, tegemoetkomingen en toelagen verjaren na vijf jaar te rekenen vanaf de dag dat zij opeisbaar zijn. ".
Art.81. L'article 6 de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales, modifié par les lois des 22 décembre 1989, 20 juillet 1991, 29 avril 1996, 3 juillet 2005 et 27 décembre 2005 est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6. - Les créances de l'Office national qui se rapportent aux cotisations visées à l'article 1er, § 2, 1° à 4°, et à l'article 1er, §§ 3 et 4, se prescrivent par trois ans prenant cours le jour de leur exigibilité. Par dérogation à ce qui précède, le délai de prescription est porté à sept ans, si les créances de l'Office national font suite à des régularisations d'office à la suite de la constatation, dans le chef de l'employeur, de manoeuvres frauduleuses ou de déclarations fausses ou sciemment incomplètes.
  Les actions contre l'Office en vue du recouvrement des cotisations précitées indues se prescrivent par trois ans prenant cours le jour du paiement.
  En cas d'assujettissement frauduleux à la sécurité sociale du personnel des administrations provinciales et locales, l'Office national dispose d'un délai de sept ans à compter du premier jour du trimestre qui suit celui au cours duquel l'infraction a eu lieu, pour procéder à l'annulation de ces assujettissements frauduleux ou à l'assujettissement d'office auprès de l'employeur réel. Conformément à l'alinéa 2, la restitution éventuelle de cotisations porte au maximum sur une période de trois ans.
  Les créances de l'Office se rapportant à la retenue visée à l'article 1er, § 2, 5°, se prescrivent par trois ans prenant cours à la date du paiement de la pension ou de l'avantage complémentaire. Les actions contre l'Office en vue du recouvrement des retenues indues précitées se prescrivent par trois ans suivant la date à laquelle la retenue à été transférée.
  Les créances de l'Office concernant les primes, interventions et allocations visées à l'article 1er, § 2bis, § 2ter et § 2quater, versées indument, se prescrivent par cinq ans prenant cours le jour du paiement. Les actions contre l'Office en vue du paiement des primes, interventions et allocations dues précitées se prescrivent par cinq ans prenant cours le jour de leur exigibilité. ".
Art.82. Voor de vorderingen, bedoeld in artikel 6 van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, die met toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar nog niet verjaard zijn op 1 januari 2009, maar die met toepassing van de nieuwe verjaringstermijn van drie jaar wel verjaard zijn, wordt de datum van verjaring vastgesteld op 1 januari 2009.
Art.82. Pour les créances visées à l'article 6 de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales qui ne sont pas encore prescrites au 1er janvier 2009, selon le délai de prescription de cinq ans, mais qui sont déjà prescrites selon le nouveau délai de prescription de trois ans, la date de prescription est fixée au 1er janvier 2009.
Art.83. Artikel 36 van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, wordt opgeheven.
Art.83. L'article 36 de la loi du 3 juillet 2005 portant des dispositions diverses relatives à la concertation sociale, est abrogé.
Art.84. Artikel 121 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders van 19 december 1939, gewijzigd bij de wetten van 10 oktober 1967, 29 april 1996 en 3 juli 2005, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " Voor de vorderingen die, met toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar, nog niet verjaard zijn op de datum van inwerkingtreding van artikel 37 van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, maar die met toepassing van de nieuwe verjaringstermijn van drie jaar wel verjaard zijn, wordt de datum van verjaring vastgesteld op 1 januari 2009. ".
Art.84. L'article 121 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés du 19 décembre 1939, modifié par les lois des 10 octobre 1967, 29 avril 1996 et 3 juillet 2005 est complété comme suit :
  " Pour les actions qui ne sont pas encore prescrites à la date d'entrée en vigueur de l'article 37 de la loi du 3 juillet 2005 portant des dispositions diverses relatives à la concertation sociale, selon le délai de prescription de cinq ans, mais qui sont déjà prescrites selon le nouveau délai de prescription de trois ans, la date de prescription est fixée au 1er janvier 2009. ".
Art.85. Artikel 59, vierde lid, van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970, gewijzigd bij de wetten van 29 april 1996 en 3 juli 2005, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " Voor de vorderingen die, met toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar, nog niet verjaard zijn op de datum van inwerkingtreding van artikel 39 van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, maar die met toepassing van de nieuwe verjaringstermijn van drie jaar wel verjaard zijn, wordt de datum van verjaring vastgesteld op 1 januari 2009. ".
Art.85. L'article 59, alinéa 4, des lois relatives à la prevention des maladies professionnelles et à la réparation des dommages résultant de celles-ci, coordonnées le 3 juin 1970, modifié par les lois des 29 avril 1996 et 3 juillet 2005, est complété comme suit :
  " Pour les actions qui ne sont pas encore prescrites selon le délai de prescription de cinq ans à la date d'entrée en vigueur de l'article 39 de la loi du 3 juillet 2005 portant des dispositions diverses relatives à la concertation sociale, mais qui sont déjà prescrites selon le nouveau délai de prescription de trois ans, la date de prescription est fixée au 1er janvier 2009. ".
Art.86. Artikel 69, derde lid, van de wet van 10 april 1971 betreffende de arbeidsongevallen, gewijzigd bij de wetten van 1 augustus 1985, 29 april 1996 en 3 juli 2005, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " Voor de vorderingen die, met toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar, nog niet verjaard zijn op de datum van inwerkingtreding van artikel 40 van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, maar die met toepassing van de nieuwe verjaringstermijn van drie jaar wel verjaard zijn, wordt de datum van verjaring vastgesteld op 1 januari 2009. ".
Art.86. L'article 69, alinéa 3, de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, modifié par les lois des 1er août 1985, 29 avril 1996 et 3 juillet 2005 est complété comme suit :
  " Pour les créances qui ne sont pas encore prescrites selon le délai de prescription de cinq ans à la date d'entrée en vigueur de l'article 40 de la de la loi du 3 juillet 2005 portant des dispositions diverses relatives à la concertation sociale, mais qui sont déjà prescrites selon le nouveau délai de prescription de trois ans, la date de prescription est fixée au 1er janvier 2009. ".
Art.87. Artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 33 van 30 maart 1982 betreffende een inhouding op invaliditeitsuitkeringen, gewijzigd bij koninklijk besluit nr. 52 van 2 juli 1982 en bij de wetten van 29 april 1996 en 3 juli 2005, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " Voor de vorderingen die, met toepassing van de verjaringstermijn van vijf jaar, nog niet verjaard zijn op de datum van inwerkingtreding van artikel 41 van de wet van 3 juli 2005 houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg, maar die met toepassing van de nieuwe verjaringstermijn van drie jaar wel verjaard zijn, wordt de datum van verjaring vastgesteld op 1 januari 2009. ".
Art.87. L'article 3, alinéa 1er, de l'arrêté royal n° 33 du 30 mars 1982 relatif à une retenue sur des indemnités d'invalidité, modifié par l'arrêté royal n° 52 du 2 juillet 1982 et par les lois des 29 avril 1996 et 3 juillet 2005 est complété comme suit :
  " Pour les créances qui ne sont pas encore prescrites selon le délai de prescription de cinq ans à la date d'entrée en vigueur de l'article 41 de la loi du 3 juillet 2005 portant des dispositions diverses relatives à la concertation sociale, mais qui sont déjà prescrites selon le nouveau délai de prescription de trois ans, la date de prescription est fixee au 1er janvier 2009. ".
Art.88. In artikel 46bis van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 28 juni 1971, gewijzigd bij de wetten van 30 december 2001, 24 december 2002 en 27 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In het eerste en het tweede lid, worden de woorden " vijf jaar " vervangen door de woorden " drie jaar ";
  2° Tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende als volgt :
  " In afwijking van het tweede lid wordt de termijn gebracht op vijf jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft, indien de ten onrechte uitbetaalde uitkeringen werden verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen. In geval van bedrieglijke onderwerping aan de sociale zekerheidsregeling voor werknemers, heeft de eventuele teruggave van de vakantiegelden betrekking op een periode van maximum drie jaar vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft. ".
Art.88. Dans l'article 46bis des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés, coordonnées par arrêté royal du 28 juin 1971, modifié par les lois des 30 décembre 2001, 24 décembre 2002 et 27 décembre 2005, les modifications suivantes sont apportees :
  1° Dans les alinéas 1er et 2, les mots " cinq ans " sont remplacés par les mots " trois ans ";
  2° Un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  " Par dérogation à l'alinéa 2, le délai de prescription est porté à 5 ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances, si les prestations payées indûment ont été obtenues à la suite de manoeuvres frauduleuses ou de déclarations fausses ou sciemment incomplètes. En cas d'assujettissement frauduleux à la sécurité sociale des travailleurs salariés, la restitution éventuelle des pécules de vacances porte au maximum sur une période de trois ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances. ".
Art.89. In dezelfde gecoördineerde wetten, zoals laatst gewijzigd, wordt een hoofdstuk VIter ingevoegd, luidende :
  " Hoofdstuk VIter. - De verjaring betreffende de vakantiegelden van de bedienden en leerling-bedienden.
  Art. 46ter. De vordering met het oog op de uitbetaling van het vakantiegeld van een bediende of een leerling-bediende verjaart na drie jaar, vanaf het einde van het vakantiedienstjaar waarop dat vakantiegeld betrekking heeft. ".
Art.89. Il est inséré dans les mêmes lois coordonnées, telles qu'elles ont été ultérieurement modifiées, un chapitre VIter rédigé comme suit :
  " Chapitre VIter. - De la prescription concernant les pecules de vacances des employés et apprentis employés.
  Art. 46ter. L'action en paiement du pécule de vacances à un employé ou à un apprenti-employé se prescrit par trois ans à compter de la fin de l'année de l'exercice de vacances à laquelle se rapporte ce pécule de vacances. ".
Art.90. In artikel 60 van dezelfde gecoördineerde wetten, gewijzigd bij de wet van 30 december 2001, worden de woorden " vijf jaar " vervangen door de woorden " drie jaar. "
Art.90. Dans l'article 60 des mêmes lois coordonnées, modifié par la loi du 30 décembre 2001, les mots " cinq ans " sont remplacés par les mots " trois ans ".
Art.91. Artikelen 78 tot 90 treden in werking op 1 januari 2009 met uitzondering van de artikelen 80 en 83 die in werking treden op 31 december 2008 en van de artikelen 88 en 90 die in werking treden op 1 januari 2010.
Art.91. Les articles 78 à 90 entrent en vigueur le 1er janvier 2009 à l'exception des articles 80 et 83 qui entrent en vigueur le 31 décembre 2008 et des articles 88 et 90 qui entrent en vigueur le 1er janvier 2010.
Afdeling 3. - Curatoren.
Section 3. - Curateurs.
Art.92. In artikel 22 van voormelde wet van 27 juni 1969, gewijzigd bij de wet van 27 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " of de curator " ingevoegd tussen de woorden " bij de werkgever, " en de woorden " die verplicht is ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " of de curator " ingevoegd tussen de woorden " de werkgever, " en de woorden " bij aangetekende brief ";
  3° het derde lid worden de woorden " of op kosten van de nalatige curator " ingevoegd tussen de woorden " de mandataris " en de woorden " de vereiste aangifte ";
  4° in het vierde lid worden de woorden " of op kosten van de nalatige curator " ingevoegd tussen de woorden " zijn mandataris " en de woorden " de rechtzettingen ";
  5° er wordt een zesde lid ingevoegd, luidende :
  " De kosten voor het opmaken van de aangifte ten laste van de curator vormen een boedelschuld. ".
Art.92. A l'article 22 de la loi précitée du 27 juin 1969, modifié par la loi du 27 décembre 2004, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " ou du curateur " sont insérés entre les mots " auprès de l'employeur, " et les mots " qui est tenu ";
  2° dans l'alinéa 2, les mots " ou au curateur " sont insérés entre les mots " à l'employeur " et les mots " par lettre recommandée ";
  3° l'alinéa 3 est complété comme suit : " ou aux frais du curateur en défaut ";
  4° dans l'alinéa 4, les mots " ou aux frais du curateur en défaut " sont insérés entre les mots " mandataire en défaut " et les mots " , les rectifications ";
  5° il est inséré un alinéa 6 rédigé comme suit :
  " Les frais d'établissement de la déclaration à charge du curateur constituent une dette de la masse. ".
Art.93. In artikel 29 van voormelde wet van 27 juni 1969, vervangen bij de wet van 27 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden " of de curator " ingevoegd tussen de woorden " De werkgever, " en de woorden " die de aangifte ";
  2° in het tweede lid worden de woorden " of de curator " ingevoegd tussen de woorden " aan de werkgever " en de woorden " de kwijtschelding of de vermindering " en worden de woorden " of de curator " ingevoegd tussen de woorden " voor zover de werkgever " en de woorden " zich niet in een ".
Art.93. A l'article 29 de la loi précitée du 27 juin 1969, remplacé par la loi du 27 décembre 2005, les modifications suivantes sont apportees :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " ou le curateur " sont insérés entre les mots " L'employeur, " et les mots " qui ne fait pas parvenir ";
  2° dans l'alinéa 2, les mots " ou le curateur " sont insérés entre les mots " à l'employeur, " et les mots " l'exonération ou la réduction " et les mots " ou le curateur " sont insérés entre les mots " autant que l'employeur, " et les mots " ne se trouve pas ".
Art.94. Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.94. La présente section entre en vigueur le 1er janvier 2009.
Afdeling 4. - Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.
Section 4. - Institut national d'assurance maladie-invalidité.
Onderafdeling 1. - Bevoegdheden van de sociale controleurs.
Sous-section 1re. - Compétences des contrôleurs sociaux.
Art.95. Artikel 146 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt § 1, tweede lid, ingevoegd bij de wet van 24 december 1999, aangevuld met de volgende zin :
  " Tijdens de uitvoering van deze opdracht zijn zij belast met het toezicht op de uitvoering van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten. ".
Art.95. L'article 146, § 1er, deuxième alinéa, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, inséré par la loi du 24 décembre 1999, coordonnée le 14 juillet 1994, est complété par la phrase suivante :
  " Lors de l'exécution de cette mission, ils sont chargés de surveiller l'application de l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif à la tenue des documents sociaux. ".
Art.96. Artikel 162, eerste lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " De sociale inspecteurs en de sociale controleurs zijn eveneens belast met het toezicht op de uitvoering van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten. ".
Art.96. L'article 162, alinéa premier, de la même loi, est complété par la phrase suivante :
  " Les inspecteurs sociaux et les contrôleurs sociaux sont également chargés de surveiller l'application de l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif à la tenue des documents sociaux. ".
Art.97. In artikel 175 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd door de wetten van 24 december 1999 en 24 december 2002 wordt het tweede lid vervangen als volgt :
  " De in artikel 146 bedoelde geneesheren-inspecteurs, apothekers-inspecteurs en sociale controleurs leggen de eed af ten overstaan van de voorzitter van het comité van de dienst voor geneeskundige evaluatie en controle; de in artikel 162 bedoelde sociale inspecteurs en de sociale controleurs leggen de eed af ten overstaan van de administrateur-generaal van het Instituut. ".
Art.97. Dans l'article 175 de la loi relative a l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, modifiee par les lois du 24 décembre 1999 et 24 décembre 2002, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Les médecins-inspecteurs, les pharmaciens-inspecteurs, les infirmiers-contrôleurs et les contrôleurs sociaux visés à l'article 146 prêtent serment entre les mains du président du comité du service d'évaluation et de contrôle médicaux; les inspecteurs sociaux et contrôleurs sociaux visés à l'article 162 prêtent serment entre les mains de l'administrateur général de l'Institut. ".
Onderafdeling 2. - Archivering documenten door verzekeringsinstellingen.
Sous-section 2. - Archivage des documents par les organismes assureurs.
Art.98. In afdeling I van hoofdstuk III van Titel VII van de wet betreffende de verplichte verzekering oor geneeskundige verzorging en uitkeringen wordt een artikel 163/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 163/1. - De Koning bepaalt welke procedure dient gevolgd te worden om te bepalen welke bescheiden en gegevens door de verzekeringinstellingen moeten worden opgesteld, bewaard, voorgelegd of verzameld overeenkomstig de krachtens deze wet voorgeschreven vormen, termijnen of voorwaarden. De Koning kan tevens voorzien in dat bescheiden of gegevens desgevallend op een andere dan papieren drager worden opgesteld, bewaard, voorgelegd of verzameld door de verzekeringsinstellingen, onverminderd de toepassing van artikel 9bis, voor wat de bewijskracht van de aldus bewaarde gegevens betreft.
  De Koning kan hierbij bepalen op welke wijze deze bescheiden of gegevens ter beschikking moeten gesteld worden van de dienst voor administratieve controle of van de dienst voor geneeskundige evaluatie en controle. ".
Art.98. Dans la section I du chapitre III du Titre VII de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, il est inséré un article 163/1, rédigé comme suit :
  " Art. 163/1. - Le Roi détermine quelle procédure doit être suivie afin de déterminer quels documents et données doivent être établis, conservés, produits ou rassemblés par les organismes assureurs et selon quels formes, délais ou conditions prévus par cette loi. Le Roi peut également prévoir que les documents ou données puissent, le cas échéant, être établis, conservés, produits ou rassemblés par les organismes assureurs sur un autre support que le papier, sans préjudice de l'application de l'article 9bis, concernant la force probante des données ainsi conservées.
  Le Roi peut ainsi définir de quelle manière ces documents ou données doivent être mis à la disposition du service du contrôle administratif ou du service d'évaluation et de contrôle médicaux. ".
HOOFDSTUK 2. - Kinderbijslag.
CHAPITRE 2. - Allocations familiales.
Afdeling 1. - Sociale toeslag eenoudergezinnen.
Section 1re. - Supplément social familles monoparentales.
Art.99. In artikel 48, vijfde lid, van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, vervangen bij de wet van 11 juli 2005 en gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2006 en 27 april 2007, wordt de zin " In afwijking van het vierde lid vangt de toekenning van de kinderbijslag aan vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke een indexering plaatsheeft of een nieuw voordeel bij de wet wordt ingevoerd. " vervangen door de zin " In afwijking van het vierde lid vangt de toekenning van de kinderbijslag aan vanaf de eerste dag van de maand waarin een indexering plaatsvindt of een nieuw voordeel ingesteld wordt bij of krachtens de wet. ".
Art.99. Dans l'article 48, alinéa 5, des lois coordonnées du 19 décembre 1939 relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, remplacé par la loi du 11 juillet 2005 et modifié par les lois des 20 juillet 2006 et 27 avril, la phrase " Par dérogation à l'alinéa 4, l'octroi des allocations familiales prend cours dès le premier jour du mois durant lequel intervient une indexation ou l'institution d'un nouvel avantage par la loi. " est remplacée par la phrase " Par dérogation à l'alinéa 4, l'octroi des allocations familiales prend cours dès le premier jour du mois durant lequel intervient une indexation ou l'institution d'un nouvel avantage par ou en vertu de la loi. ".
Art.100. Het koninklijk besluit van 28 september 2008 tot wijziging van het bedrag van de bijslag bedoeld in artikel 41 van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, wordt bekrachtigd.
Art.100. L'arrêté royal du 28 septembre 2008 modifiant le montant du supplément visé à l'article 41 des lois coordonnées du 19 décembre 1939 relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, est confirme.
Art.101. De bepalingen van onderhavige afdeling hebben uitwerking met ingang van 1 oktober 2008.
Art.101. Les dispositions de la présente section produisent leurs effets le 1er octobre 2008.
Afdeling 2. - Verhoogde kinderbijslag gehandicapte kinderen.
Section 2. - Allocations familiales majorées enfants handicapées.
Art.102. In artikel 56septies van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, vervangen bij de programmawet (I) van 24 december 2002 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 januari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de woorden " en dit bij wijze van overgangsmaatregel ";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden " geboren is na 31 december 1992 en " opgeheven;
  3° in paragraaf 3 worden de woorden " In afwijking van § 2, kan de Koning " vervangen door de woorden " De Koning kan ";
  4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
  " § 4. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen onder welke voorwaarden en voor welke periode het kind, dat geboren is na 31 december 1992 en uiterlijk op 1 januari 1996, de kinderbijslag geniet met toepassing van § 1. ".
Art.102. A l'article 56septies des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, remplacé par la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 et modifié par l'arrêté royal du 29 janvier 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par les mots " et ce à titre de mesure transitoire ";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " qui est né après le 31 décembre 1992 et " sont abrogés.
  3° dans le paragraphe 3, les mots " Par dérogation au § 2, le Roi " sont remplacés par les mots " Le Roi ";
  4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, déterminer sous quelles conditions et pour quelle période l'enfant, qui est né après le 31 décembre 1992 et au plus tard le 1er janvier 1996, béneficie des allocations familiales par application du § 1er. ".
Art.103. In artikel 63 van dezelfde wetten, vervangen bij de programmawet (I) van 24 december 2002 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 januari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de woorden " en dit bij wijze van overgangsmaatregel ";
  2° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden " geboren is na 31 december 1992 en " opgeheven;
  3° in paragraaf 3 worden de woorden " In afwijking van § 2, kan de Koning " vervangen door de woorden " De Koning kan ";
  4° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
  " § 4. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen onder welke voorwaarden en voor welke periode het kind, dat geboren is na 31 december 1992 en uiterlijk op 1 januari 1996, de kinderbijslag geniet met toepassing van § 1. ".
Art.103. A l'article 63 des mêmes lois, remplacé par la loi-programme (I) du 24 décembre 2002 et modifié par l'arrêté royal du 29 janvier 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par les mots " et ce à titre de mesure transitoire ";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " qui est né après le 31 décembre 1992 et " sont abrogés.
  3° dans le paragraphe 3, les mots " Par dérogation au § 2, le Roi " sont remplacés par les mots " Le Roi ";
  4° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, déterminer sous quelles conditions et pour quelle période l'enfant, qui est né après le 31 décembre 1992 et au plus tard le 1er janvier 1996, bénéficie des allocations familiales par application du § 1er. ".
Art.104. Deze afdeling treedt in werking op 1 mei 2009, met uitzondering van de artikelen 102, 4°, en 103, 4°, welke uitwerking hebben met ingang van 1 mei 2003.
Art.104. Cette section entre en vigueur le 1er mai 2009, à l'exception des articles 102, 4°, et 103, 4°, qui produisent leurs effets le 1er mai 2003.
Afdeling 3. - Kadaster van de kinderbijslagen.
Section 3. - Cadastre des allocations familiales.
Art.105. Artikel 33 van de programmawet van 20 juli 2006 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De Centrale Dienst der vaste uitgaven opgericht bij het koninklijk besluit van 13 maart 1952 tot inrichting van de Centrale Dienst der vaste uitgaven en tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 december 1868 houdende algemeen reglement op de Rijkscomptabiliteit, wordt gemachtigd over te gaan tot de integratie en de bijwerking van de sociale gegevens die in het bezit zijn van de publiekrechtelijke rechtspersonen bedoeld in het eerste lid in de mate dat zij deel uitmaken van de instellingen voor wiens rekening deze dienst tot 30 september 2008 de gezinsbijslag stort. ".
Art.105. L'article 33 de la loi-programme du 20 juillet 2006 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Le Service central des dépenses fixes institué par l'arrêté royal du 13 mars 1952 organisant le Service central des dépenses fixes et modifiant l'arrêté royal du 10 décembre 1868 portant règlement général sur la comptabilité de l'Etat, est autorisé à procéder à l'intégration et à la mise à jour des données sociales en possession des personnes de droit public visées à l'alinéa 1er, pour autant qu'elles fassent partie des institutions pour le compte desquelles ce service verse au 30 septembre 2008 les prestations familiales. ".
Art.106. In artikel 101 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het derde lid, 9°, ingevoegd bij de programmawet van 27 april 2007, wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  " Zolang de Rijksdienst niet in staat is de betalingen over te nemen, worden deze tijdelijk verder gezet door de voornoemde publiekrechtelijke rechtspersonen. Deze bepaling is eveneens analoog van toepassing op de publiekrechtelijke rechtspersonen die na 1 oktober 2008 voor het eerst onderworpen zijn aan de verplichting bedoeld in voormeld artikel 33, omdat zij een of meer personen tewerkstellen die de hoedanigheid van rechthebbende hebben verworven na deze datum, uitgezonderd deze behorende tot de federale overheid die uitdrukkelijk verklaren niet via de centrale dienst der vaste uitgaven te willen werken, bedoeld in voormeld artikel 33. ";
  2° in het zevende lid, gewijzigd bij de wetten van 21 december 1994, 29 april 1996 en 22 februari 1998, worden de woorden " en 8° " vervangen door de woorden " , 8° en 9° ";
  3° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " Wanneer de Rijksdienst na 31 maart 2008 wordt belast met de bepaling van de gezinsbijslag aan het personeel van de publiekrechtelijke rechtspersonen bedoeld in artikel 3, 1° en 2°, bij toepassing van het derde lid, 9°, en het vierde lid van dit artikel, is hij gemachtigd voor rekening van deze personen in de mate dat zij federaal zijn de gezinsbijslag terug te vorderen die deze ten onrechte hebben betaald voor de overname van de betalingen door deze Rijksdienst. De publiekrechtelijke rechtspersonen bedoeld in artikel 3, 1° en 2°, die niet federaal zijn evenals de publiekrechtelijke rechtspersonen bedoeld in artikel 3, 1° en 2°, die de Rijksdienst voor 1 april 2008 belast hebben met de betaling van de gezinsbijslag voor hun personeel, kunnen onder dezelfde voorwaarden de Rijksdienst belasten met dezelfde opdracht. ".
Art.106. A l'article 101 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salaries, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 3, 9°, inséré par la loi-programme du 27 avril 2007, est complété par les phrases suivantes :
  " Aussi longtemps que l'Office national n'est pas en mesure de reprendre les paiements, ceux-ci sont poursuivis temporairement par lesdites personnes de droit public. La présente disposition est également applicable aux personnes de droit public qui, après le 1er octobre 2008, sont soumises pour la première fois à l'obligation visée à l'article 33 précité en raison du fait qu'elles occupent une ou plusieurs personnes qui ont acquis la qualité d'attributaire après cette date, à l'exception de ceux appartenant à l'autorité fédéral qui déclarent expressément ne pas vouloir travailler via le service central des dépenses fixes, visés à l'article 33 précité. ";
  2° dans l'alinéa 7, modifié par les lois des 21 décembre 1994, 29 avril 1996 et 22 février 1998, les mots " et 8° " sont remplacés par les mots " , 8° et 9° ";
  3° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Lorsque l'Office national est chargé, après le 31 mars 2008, de payer les prestations familiales au personnel de personnes de droit public visées à l'article 3, 1° et 2°, en application des alinéas 3, 9°, et 4 du présent article, il est autorisé à récupérer, pour le compte de ces personnes pour autant qu'elles soient fédérales, les prestations familiales que celles-ci ont payées indument avant la reprise des paiements par cet Office. Les personnes de droit public visées à l'article 3, 1° et 2°, qui ne sont pas fédérales ainsi que les personnes de droit public visées à l'article 3, 1° et 2°, qui ont chargé l'Office national, avant le 1er avril 2008, de payer les prestations familiales à leur personnel peuvent, dans les mêmes conditions, charger l'Office national de la même mission. ".
Art.107. In het hoofdstuk XV van dezelfde wetten wordt vóór afdeling 1 een artikel 139bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 139bis. - Voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk worden de publiekrechtelijke rechtspersonen bedoeld in artikel 3, 1° en 2° die zich hebben aangepast aan de bepalingen van artikel 33 van de programmawet van 20 juli 2006, gelijkgesteld met primaire kassen. "
Art.107. Dans le chapitre XV des mêmes lois, est inséré avant la section 1re un article 139bis rédigé comme suit :
  " Art. 139bis. - Pour l'application des dispositions du présent chapitre, les personnes de droit public visées à l'article 3, 1° et 2° qui se sont conformées aux dispositions de l'article 33 de la loi-programme du 20 juillet 2006 sont assimilées aux caisses primaires. "
Art.108. Artikel 105 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2007.
  Artikel 106 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2008 met uitzondering van het 3° dat uitwerking heeft met ingang van 1 april 2008.
  Artikel 107 heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2008.
Art.108. L'article 105 produit ses effets le 1er avril 2007.
  L'article 106 produit ses effets le 1er octobre 2008 à l'exception du 3° qui produit ses effets le 1er avril 2008.
  L'article 107 produit ses effets le 1er octobre 2008.
Afdeling 4. - Machtiging aan de Koning.
Section 4. - Délégation au Roi.
Art.109. Artikel 75, 1°, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders wordt vervangen als volgt :
  " 1° de in de artikelen 40, 41, 42bis, 47, 50bis, 50ter, 73bis en 73quater vermelde bedragen en voorwaarden wijzigen en aanvullen. ".
Art.109. L'article 75, 1°, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés est remplacé somme suit :
  " 1° modifier et compléter les montants et les conditions repris aux articles 40, 41, 42bis, 47, 50bis, 50ter, 73bis et 73quater. ".
HOOFDSTUK 3. - Moederschapsrust.
CHAPITRE 3. - Repos de maternité.
Art.110. Artikel 104, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt aangevuld met het volgende punt :
  " 4° wanneer de werkneemster een gedeelte van haar beroepsactiviteiten hervat onder de voorwaarden bedoeld in artikel 114, zesde lid, ten einde elk verlies aan vergoeding wegens de spreiding of de verlenging van het moederschapsverlof te vermijden. ".
Art.110. L'article 104, alinéa 1er, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, est complété par le point suivant :
  " 4° lorsque la travailleuse reprend une partie de ses activités professionnelles dans les conditions visées à l'article 114, alinéa 6, en vue d'éviter toute perte d'indemnisation en raison de l'étalement ou de la prolongation du congé de maternité. ".
Art.111. In artikel 114 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 20 juli 2006, wordt tussen het vijfde en het zesde lid, het volgende lid ingevoegd :
  " De werkneemster bedoeld in artikel 86, § 1, 1°, a), met uitzondering van de werkneemster die een vergoeding ontvangt wegens verbreking van de arbeidsovereenkomst, heeft de mogelijkheid het tijdvak van moederschapsrust te verlengen in geval van hervatting van een gedeelte van haar beroepsactiviteiten onder de voorwaarden bedoeld in artikel 39, derde lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971. ".
Art.111. Dans l'article 114 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2006, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 5 et 6 :
  " La travailleuse visée à l'article 86, § 1er, 1°, a), à l'exclusion de la travailleuse qui bénéficie d'une indemnité suite à la rupture du contrat de travail, a la faculté de prolonger la période de repos de maternité en reprenant une partie de ses activités professionnelles dans les conditions visées à l'article 39, alinéa 3, de la loi du 16 mars 1971 sur le travail. ".
Art.112. Artikel 115 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Met uitzondering van het tijdvak tijdens hetwelk de gerechtigde gebruik maakt van de mogelijkheid bedoeld in artikel 114, zesde lid, kunnen de tijdvakken van rust, als bedoeld in artikel 114, enkel als dusdanig in aanmerking genomen worden op voorwaarde dat de gerechtigde alle werkzaamheid of de gecontroleerde werkloosheid heeft onderbroken. ".
Art.112. L'article 115 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Exception faite de la période pendant laquelle la titulaire fait usage de la faculté visée à l'article 114, alinéa 6, les périodes de repos, visées à l'article 114, ne peuvent être retenues qu'à la condition que la titulaire ait cessé toute activité ou interrompu le chômage contrôlé. ".
Art.113. De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking op 1 april 2009 en zijn van toepassing op de bevallingen vanaf deze datum.
Art.113. Les dispositions de ce chapitre entrent en vigueur le 1er avril 2009 et s'appliquent aux accouchements survenus à partir de cette date.
HOOFDSTUK 4. - Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging.
CHAPITRE 4. - Fonds d'avenir pour les soins de santé.
Art.114. In artikel 111 van de programmawet (I) van 27 december 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " Er wordt een fonds opgericht onder de naam " fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging ". Dit fonds behoort voor 90 % tot de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, en voor 10 % tot het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid beheert dit fonds, op basis van een overeenkomst, in naam van en voor rekening van de voormelde RSZ-globaal beheer, enerzijds, en van het voormelde globaal financieel beheer in het sociaal statuut van de zelfstandigen, anderzijds. Het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering wordt betrokken bij de opmaak van voormelde overeenkomst. ";
  2° tussen het derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  " De stortingen die in 2007 gebeurd zijn in het fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging, opgericht bij het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, worden eigendom van het fonds bedoeld in het eerste lid, evenals de financiële opbrengsten die deze stortingen hebben opgeleverd. ";
  3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende als volgt :
  " De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, in het kader van de vaststelling van de globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling van de verzekering voor geneeskundige verzorging, bepalen welke andere bedragen worden toegewezen aan het fonds.
  Vanaf het jaar 2009 worden de door de ziekenhuizen aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering teruggestorte bedragen in het kader van artikel 56ter van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, toegewezen aan het fonds. ";
  4° in het artikel worden de woorden " het Fonds voor het financieel evenwicht in het sociaal statuut van de zelfstandigen, bedoeld in artikel 21bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen " vervangen door de woorden " het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels ".
Art.114. A l'article 111 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006 les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er est remplacée par ce qui suit :
  " Il est créé un fonds dénommé " fonds pour l'avenir des soins de santé ". Ce fonds appartient pour 90 % à la gestion globale ONSS, visée à l'article 5, alinéa 1er, 2°, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs et pour 10 % à la gestion financière globale du statut social des travailleurs indépendants visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 visant l'introduction d'une gestion financière globale dans le statut social des travailleurs indépendants, en application du chapitre Ier du titre VI de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions. L'Office national de securité sociale gère ce fonds, sur la base d'une convention, au nom et pour le compte de la gestion globale ONSS d'une part, et de la gestion financière globale du statut social des travailleurs indépendants d'autre part. L'Institut national d'assurance maladie-invalidité participe à l'élaboration de la convention précitée. ";
  2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 3 et 4 :
  " Les versements faits en 2007 dans le fonds pour l'avenir des soins de santé, crée au sein de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité, deviennent la propriété du fonds visé à l'alinéa 1er, ainsi que les produits financiers générés par ces versements. ";
  3° l'article est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, dans le cadre de la fixation de l'objectif budgétaire global annuel de l'assurance soins de santé, déterminer les autres montants qui sont affectés à ce fonds.
  A partir de l'année 2009, les montants remboursés par les hôpitaux à l'Institut national d'assurance maladie-invalidité dans le cadre de l'article 56ter de la loi relative a l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, sont affectés au fonds. ";
  4° dans l'article les mots " le Fonds pour l'équilibre financier du statut social des travailleurs independants visé à l'article 21bis de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants " sont remplacés par les mots " la gestion financière globale du statut social des travailleurs indépendants visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 visant l'introduction d'une gestion financière globale dans le statut social des travailleurs indépendants, en application du chapitre Ier du titre VI de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions ".
Art.115. Artikel 114, 1° en 2°, heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008, artikel 114, 3°, treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.115. L'article 114, 1° en 2°, produit ses effets le 1er janvier 2008 et l'article 114, 3°, entre en vigueur le 1er janvier 2009.
HOOFDSTUK 5. - Alternatieve financiering.
CHAPITRE 5. - Financement alternatif.
Art.116. In artikel 66 van de programmawet van 2 januari 2001 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 3bis, vierde lid, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " Vanaf 2009 wordt het jaarlijks voorschot op de alternatieve financiering van de kostprijs van de dienstencheques gebracht op 400 000 duizend euro. ";
  2° § 13, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 31 januari 2007 en gewijzigd bij de wet van 21 december 2007, wordt vervangen als volgt :
  3° " Vanaf het jaar 2008 worden twee bedragen vooraf genomen op de opbrengst van de belasting over de toegevoegde waarde. Indien, in 2009, bij de evaluatie van de fiscale ontvangsten of tijdens het lopend begrotingsjaar de opbrengst van de belasting over de toegevoegde waarde onvoldoende blijkt, kan een deel vooraf genomen worden op de opbrengst van de bedrijfsvoorheffing. Deze twee bedragen worden toegewezen respectievelijk aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en aan het globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. De Koning bepaalt jaarlijks de in dit lid bedoelde bedragen. ".
Art.116. Dans l'article 66 de la loi-programme du 2 janvier 2001, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le § 3bis, alinéa 4, inséré par la loi du 27 décembre 2006, est complété par la phrase suivante :
  " A partir de 2009, l'avance annuelle sur le financement alternatif du coût des titres-services est portée à 400 000 milliers d'euros. ";
  2° le § 13, alinéa 1er, inséré par la loi du 31 janvier 2007 et modifié par la loi du 21 décembre 2007, est remplacé comme suit :
  3° " A partir de l'année 2008, deux montants sont prélevés du produit de la taxe sur la valeur ajoutée. En cas d'insuffisance des recettes de TVA en 2009, constatée lors de l'évaluation des recettes fiscales ou en cours d'exercice, une partie peut être prélevée sur les recettes du précompte professionnel. Ces deux montants sont attribués respectivement à l'ONSS-gestion globale, visé à l'article 5, alinéa 1er, 2°, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrête-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs et à la gestion financiere globale du statut social des travailleurs indépendants visée à l'article 2 de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 visant l'introduction d'une gestion financière globale dans le statut social des travailleurs indépendants, en application du chapitre Ier du titre VI de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurite sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions. Le Roi détermine annuellement les montants visés dans cet alinéa. ".
Art.117. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.117. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2009.
HOOFDSTUK 6. - Akkoord non-profit 2005-2010.
CHAPITRE 6. - Accord non-marchand 2005-2010.
Afdeling 1. - Functieclassificatie en tweede pensioenpijler.
Section 1re. - Classification fonction et deuxième pilier pension.
Art.118. Artikel 55, tweede lid, van de programmawet van 20 juli 2006, gewijzigd bij wet van 27 december 2006, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " Voor het jaar 2008 wordt voor de financiering van de actuariële studie tot oprichting van een tweede pensioenpijler voor het personeel van de federale private gezondheidssectoren door het Globaal beheer van de sociale zekerheid voor werknemers, vanuit de niet-benutte middelen van de enveloppe bestemd voor de tewerkstelling van jongeren in de federale globale projecten van de private socio-nonprofitsector, zoals bedoeld artikel 80 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, een bedrag van 300 000 euro overgedragen aan het Sectoraal Spaarfonds van de federale sectoren, waarvan de maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Handelskaai 48, gevestigd is. ".
Art.118. L'article 55, alinéa 2, de la loi-programme du 20 juillet 2006, modifié par la loi du 27 décembre 2006, est complété par la phrase suivante :
  " Pour l'année 2008, est transféré au Fonds d'épargne sectoriel des secteurs fédéraux, dont le siège social est à 1000 Bruxelles, quai du Commerce 48, pour le financement de l'étude actuarielle relative à l'instauration d'un deuxième pilier pension pour l'ensemble du personnel des secteurs fédéraux de la santé par la Gestion globale de la sécurité sociale pour travailleurs salariés un montant de 300 000 euros, provenant des moyens non-utilisés de l'enveloppe destinée à l'emploi des jeunes dans le cadre des projets globaux fédéraux du secteur non-marchand social privé, visés dans l'article 80 de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations. ".
Art.119. Voor het jaar 2008 wordt voor de studie betreffende de nieuwe functieclassificatie, bedoeld in het akkoord betreffende de federale gezondheidssectoren - privé sector voor de periode 2005-2010, door het Globaal beheer van de sociale zekerheid voor werknemers, vanuit de niet-benutte middelen van de enveloppe bestemd voor de tewerkstelling van jongeren in de federale globale projecten van de private socio-nonprofitsector, zoals bedoeld artikel 80 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, een bedrag van 722 137 euro overgedragen naar de VZW Instituut Functieclassificatie, waarvan de maatschappelijke zetel te 1000 Brussel, Handelskaai 48, gevestigd is.
Art.119. Pour l'année 2008, est transféré à l'ASBL Institut Classification de Fonctions, dont le siege social est à 1000 Bruxelles, quai du Commerce 48, pour le financement de l'étude relative à la nouvelle classification des fonctions, visée à l'accord relatif aux secteurs fédéraux de la santé - secteur privé pour la période 2005-2010, par la Gestion globale de la sécurité sociale pour travailleurs salariés, un montant de 722 137 euros, provenant des moyens non-utilisés de l'enveloppe destinée à l'emploi des jeunes dans le cadre des projets globaux fédéraux du secteur non-marchand social privé, visés dans l'article 80 de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarite entre les générations.
Art.120. Deze afdeling treedt in werking op 1 december 2008.
Art.120. La présente section entre en vigueur le 1er décembre 2008.
Afdeling 2. - Project 600.
Section 2. - Projet 600.
Art.121. Met het oog op de financiering van de verlenging van het opleidingsproject voor verpleegkundigen stort het Globaal beheer van de sociale zekerheid voor werknemers de volgende bedragen :
  1° 2 459 463 euro aan het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector vanuit de enveloppe bestemd voor de tewerkstelling van jongeren in de federale globale projecten van de publieke socio-nonprofitsector, zoals bedoeld in artikel 80 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact;
  2° 23 881 063 euro aan het Intersectoraal Fonds voor de Gezondheidsdiensten vanuit de enveloppe bestemd voor de tewerkstelling van jongeren in de federale globale projecten van de private socio-nonprofitsector, zoals bedoeld in artikel 80 van de voornoemde wet van 23 december 2005.
Art.121. En vue du financement de la prolongation du projet de formation pour infirmiers, la Gestion globale de la sécurité sociale pour travailleurs salariés verse les montants suivants :
  1° 2 459 463 euros au Fonds social Maribel du secteur public, provenant de l'enveloppe destinée à l'emploi des jeunes dans le cadre des projets globaux fédéraux du secteur non-marchand social public, visés dans l'article 80 de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les genérations;
  2° 23 881 063 euros au Fonds intersectoriel des Services de santé, provenant de l'enveloppe destinée à l'emploi des jeunes dans le cadre des projets globaux fedéraux du secteur non-marchand social privé, vises dans l'article 80 de la loi precitée du 23 décembre 2005.
Art.122. Deze afdeling treedt in werking op 1 december 2008.
Art.122. La présente section entre en vigueur le 1er décembre 2008.
TITEL 6. - Werk.
TITRE 6. - Emploi.
HOOFDSTUK 1. - ePV.
CHAPITRE 1er. - ePV.
Art.123. Artikel 13ter van de wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op sommige sociale wetten, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende :
  " § 2. In afwijking van § 1 wordt de opbrengst van de er bedoelde administratieve geldboeten in 2009 ten belope van 1 miljoen euro gestort aan de Schatkist met het oog op de financiering van de realisatie van het elektronisch proces-verbaal tot vaststelling van inbreuken op de sociale wetgeving (e-PV). ".
Art.123. Dans la loi du 30 juin 1971 relative aux amendes administratives applicables en cas d'infraction à certaines lois sociales, inséré par la loi du 27 décembre 2005 et modifié par la loi du 27 décembre 2006, l'article 13ter dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Par dérogation au § 1er, le produit des amendes administratives y visées est en 2009, à concurrence d'un million d'euros, versé au Trésor en vue du financement de la réalisation du procès-verbal electronique constatant des infractions à la législation sociale (e-PV). ".
HOOFDSTUK 2. - Tijdelijke maandelijkse premie voor oudere werknemers bij overstap van zwaar naar lichter werk met inkomensverlies in het kader van het Ervaringsfonds.
CHAPITRE 2. - Prime mensuelle temporaire aux travailleurs âgés en cas de passage d'un emploi lourd vers un emploi plus léger entraînant une perte de revenu, dans le cadre du Fonds de l'experience professionnelle.
Art.124. In artikel 7 van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, laatst gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1, derde lid, wordt aangevuld met een littera zc), luidend :
  " zc) met behulp van de instellingen opgericht krachtens punt i), onder de voorwaarden en de nadere regels die door de Koning worden vastgesteld, de toekenning en de uitbetaling verzekeren van een tijdelijke premie aan bepaalde categorieën van oudere werknemers die op eigen verzoek met inkomensverlies bij dezelfde werkgever overstappen naar lichter werk. Deze premies worden verrekend vanuit het bedrag dat jaarlijks overeenkomstig artikel 25, 1°, van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid wordt toegewezen aan het Ervaringsfonds bedoeld in artikel 24 van dezelfde wet. ";
  2° er wordt een paragraaf 1quinquies toegevoegd luidend :
  " § 1quinquies. De premie bedoeld in § 1, derde lid, zc), wordt voor de toepassing van dit artikel en zijn uitvoeringsbesluiten beschouwd als een werkloosheidsuitkering behoudens indien de Koning daarvan afwijkt.
  De periode die gedekt is door deze premie, wordt voor de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen en voor de berekening van het rustpensioen niet beschouwd als een periode waarvoor een werkloosheidsuitkering werd betaald.
  Voor de toepassing van § 4 wordt de controle op de naleving van de voorwaarden voor de toekenning van de premie gelijkgesteld met de controle van de werkelijkheid van de werkloosheid. ".
Art.124. Dans l'article 7 de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, modifié en dernier lieu par la loi du 24 juillet 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 3, est complété par un littera zc), rédigé comme suit :
  " zc) à l'aide des organismes créés en vertu du point i), aux conditions et modalités fixées par le Roi, assurer l'octroi et le paiement d'une prime temporaire à certaines catégories de travailleurs âges qui passent volontairement avec perte de revenu à un travail plus léger pour le compte du même employeur. Ces primes sont imputées sur le montant qui, conformément à l'article 25, 1°, de la loi du 5 septembre 2001 visant à améliorer le taux d'emploi des travailleurs, est annuellement affecté par l'Office national de sécurité sociale au Fonds de l'expérience professionnelle visé à l'article 24 de la même loi. ";
  2° il est inséré un paragraphe 1erquinquies, rédigé comme suit :
  " § 1erquinquies. La prime visée au § 1er, alinéa 3, zc), est pour l'application du présent article et de ses arrêtés d'exécution, considérée comme une allocation de chômage, sauf si le Roi y déroge.
  La période couverte par cette prime n'est pas considérée comme une période pendant laquelle une allocation de chômage a été payée pour l'assurance soins de santé et indemnités et pour le calcul de la pension de retraite.
  Pour l'application du § 4, le contrôle du respect des conditions d'octroi de la prime est assimilé au contrôle de la réalite du chômage. ".
HOOFDSTUK 3. - Arbeidsongevallen.
CHAPITRE 3. - Accidents du travail.
Art.125. Artikel 58quater van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, opgeheven door de wet van 13 juli 2006, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " Art. 58quater. - De werkingskosten van het Fonds voor arbeidsongevallen voor de taken bedoeld in artikel 58, § 1, 9°, in de mate dat de controle betrekking heeft op de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, en 13°, worden gedragen door de verzekeringsondernemingen binnen de grenzen en volgens de nadere regels vastgesteld door de Koning.
  Het Fonds kan de Administratie van het kadaster, de registratie en de domeinen belasten met de inning van deze onbetaalde bedragen. De verschuldigde bedragen worden ingevorderd bij dwangbevel, overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit. ".
Art.125. L'article 58quater de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail, abrogé par la loi du 13 juillet 2006, est rétabli dans la redaction suivante :
  " Art. 58quater. - Les frais de fonctionnement du Fonds des accidents du travail pour les missions prévues à l'article 58, § 1er, 9°, dans la mesure où le contrôle se rapporte à la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail du 10 avril 1971, et 13°, sont supportés par les entreprises d'assurances dans les limites et selon les modalités fixées par le Roi.
  Le Fonds peut charger l'Administration du cadastre, de l'enregistrement et des domaines du recouvrement de ces sommes impayées. Les sommes dues sont recouvrées par la contrainte conformément aux dispositions de l'article 94 des lois coordonnées du 17 juillet 1991 sur la comptabilité de l'Etat. ".
HOOFDSTUK 4. - Plaatselijke Werkgelegenheidsagentschappen Wijziging van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
CHAPITRE 4. - Agences locales pour l'Emploi. - Modification de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
Art.126. Artikel 8, § 4, eerste lid, laatste zin, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gewijzigd bij de wet van 7 april 1999, wordt aangevuld als volgt :
  " en bepaalde activiteiten voorbehouden aan bepaalde categorieën van werknemers. "
Art.126. L'article 8, § 4, alinéa 1er, dernière phrase, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, modifié par la loi du 7 avril 1999, est complété comme suit :
  " et réserver certaines activités à certaines catégories de travailleurs. "
HOOFDSTUK 5. - Commissie ter regeling van de arbeidsrelatie.
CHAPITRE 5. - Commission de règlement de la relation de travail.
Art.127. In artikel 343 van de programmawet (I) van 27 december 2006 worden de woorden " en uiterlijk op 1 januari 2008 " vervangen door de woorden " en uiterlijk op 1 januari 2009 ".
Art.127. Dans l'article 343 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, les mots " et au plus tard le 1er janvier 2008 " sont remplacés par les mots " et au plus tard le 1er janvier 2009 ".
Art.128. Artikel 127 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008.
Art.128. L'article 127 produit ses effets le 1er janvier 2008.
HOOFDSTUK 6. - Moederschapsbescherming.
CHAPITRE 6. - Protection de la maternité.
Art.129. Artikel 39, derde lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971, wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  " Wanneer de werkneemster de arbeidsonderbreking na de negende week met ten minste twee weken kan verlengen, kunnen de laatste twee weken van de postnatale rustperiode op haar verzoek worden omgezet in verlofdagen van postnatale rust. De werkgever moet deze periode, in functie van het aantal dagen voorzien in het werkrooster van de werkneemster, omzetten in verlofdagen van postnatale rust. De werkneemster moet deze verlofdagen van postnatale rust opnemen volgens een planning die door haar wordt vastgesteld, binnen acht weken te rekenen vanaf het einde van de ononderbroken periode van postnatale rust. De Koning kan de nadere regels van de wijze waarop de werkneemster haar werkgever verwittigt van de omzetting en de planning bepalen en kan andere wijzen van omzetting uitwerken. ".
Art.129. L'article 39, alinéa 3, de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, est complété par les phrases suivantes :
  " Lorsque la travailleuse peut prolonger l'interruption de travail après la neuvième semaine d'au moins deux semaines, les deux dernières semaines de la période de repos postnatal peuvent être converties à sa demande en jours de congé de repos postnatal. L'employeur est alors tenu de convertir, en fonction du nombre de jours prévus à l'horaire de travail de la travailleuse, cette période en jours de congé de repos postnatal. La travailleuse doit prendre ces jours de congé de repos postnatal, selon un planning fixe par elle-même, dans les huit semaines à dater de la fin de la période ininterrompue de congé de repos postnatal. Le Roi peut déterminer les modalités selon lesquelles la travailleuse avertit l'employeur de la conversion et de ce planning et peut élaborer d'autres modalités de conversion. ".
Art.130. In artikel 40 van de arbeidswet van 16 maart 1971, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  " Behalve om redenen die vreemd zijn aan de lichamelijke toestand als gevolg van de zwangerschap of van de bevalling, mag een werkgever die een zwangere werkneemster tewerkstelt, geen handeling stellen die ertoe strekt eenzijdig een einde te maken aan de dienstbetrekking vanaf het ogenblik waarop hij werd ingelicht omtrent de zwangerschap tot een maand na het einde van de postnatale rustperiode, de periode van acht weken gedurende dewelke de werkneemster in voorkomend geval haar verlofdagen van postnatale rust moet opnemen inbegrepen. ".
Art.130. Dans l'article 40 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Sauf pour des motifs étrangers à l'état physique résultant de la grossesse ou de l'accouchement, l'employeur qui occupe une travailleuse enceinte ne peut faire un acte tendant à mettre fin unilatéralement à la relation de travail à partir du moment où il a été informé de l'etat de grossesse jusqu'à l'expiration d'un délai d'un mois prenant cours à la fin du congé postnatal, en ce inclus la période de huit semaines durant laquelle la travailleuse doit prendre, le cas échéant, ses jours de congé de repos postnatal. ".
Art.131. Artikel 38, § 2, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " Bij opzegging door de werkgever gegeven vóór of tijdens de periode van acht weken, bedoeld in artikel 39, derde lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971, gedurende dewelke de werkneemster haar verlofdagen van postnatale rust opneemt, houdt de opzeggingstermijn op te lopen tijdens de ganse periode van acht weken. ".
Art.131. L'article 38, § 2, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " En cas de congé donné par l'employeur avant ou pendant la période de huit semaines, visée à l'article 39, alinéa 3, de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, durant laquelle la travailleuse prend ses jours de congé de repos postnatal, le délai de préavis cesse de produire ses effets pendant la totalité de cette période de huit semaines. ".
Art.132. De artikelen 129 tot 131 treden in werking op 1 april 2009 en zijn van toepassing op de bevallingen vanaf deze datum.
Art.132. Les articles 129 à 131 entrent en vigueur le 1er avril 2009 et s'appliquent aux accouchements survenus à partir de cette date.
HOOFDSTUK 7. - Vaderschapsverlof.
CHAPITRE 7. - Congé de paternité.
Art.133. In artikel 30, § 2, eerste lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten worden de woorden " binnen dertig dagen " vervangen door de woorden " binnen vier maanden ".
Art.133. Dans l'article 30, § 2, premier alinéa, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, les mots " dans les trente jours " sont remplacés par les mots " dans les quatre mois ".
Art.134. In artikel 25quinquies, § 2, eerste lid, van de wet van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomst wegens dienst op binnenschepen, worden de woorden " dertig dagen " vervangen door de woorden " vier maanden ".
Art.134. Dans l'article 25quinquies, § 2, alinéa 1er, de la loi du 1er avril 1936 sur les contrats d'engagement pour le service des bâtiments de navigation intérieure, les mots " trente jours " sont remplacés par les mots " quatre mois ".
Art.135. De artikelen 133 en 134 treden in werking op 1 april 2009 en zijn van toepassing voor de bevallingen vanaf deze datum.
Art.135. Les articles 133 et 134 entrent en vigueur le 1er avril 2009 et s'appliquent pour les accouchements survenus à partir de cette date.
TITEL 7. - Volksgezondheid.
TITRE 7. - Santé publique.
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan de wet betreffende de verplichte verzekering voor de geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
CHAPITRE 1er. - Modifications à la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994.
Afdeling 1. - Observatorium voor de chronische ziekten.
Section 1re. - Observatoire des maladies chroniques.
Art.136. In artikel 19 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 1997 en de wetten van 24 december 1999 en 23 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen het huidige eerste en tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende :
  " Bij de voornoemde Wetenschappelijke Raad wordt een observatorium voor de chronische ziekten opgericht, dat is samengesteld uit een wetenschappelijke afdeling en een raadgevende afdeling. De wetenschappelijke afdeling heeft als opdracht de tenlasteneming van geneeskundige verzorging verleend aan patiënten met een chronische ziekte te omschrijven. De raadgevende afdeling heeft als opdracht de behoeften van deze patiënten te evalueren. De Koning bepaalt de nadere regels van de organisatie van de activiteiten van het voormelde observatorium alsook de gevallen waarin de twee afdelingen gezamenlijk beraadslagen. ";
  2° een lid wordt toegevoegd, luidende :
  " Het observatorium voor de chronische ziekten dient bij de federale Wetgevende Kamers tweejaarlijks een verslag in over de wijze waarop het de in het tweede lid bedoelde opdrachten vervult. Voor het opstellen van dit verslag beraadslagen de wetenschappelijke afdeling en de raadgevende afdeling gezamenlijk. ".
Art.136. A l'article 19 de la loi relative a l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, modifié par l'arrêté royal du 25 avril 1997 et les lois des 24 décembre 1999 et 23 décembre 2005, sont apportées les modifications suivantes :
  1° un alinéa est inséré entre les actuels alinéas 1er et 2 :
  " Il est créé, au sein du Conseil scientifique susvisé, un observatoire des maladies chroniques qui est composé d'une section scientifique et d'une section consultative. La section scientifique a pour mission de définir la prise en charge des soins de santé octroyés aux patients atteints d'une affection chronique. La section consultative a pour mission d'évaluer les besoins rencontrés par ces patients. Le Roi définit les modalités de l'organisation des activités de l'observatoire susvisé ainsi que les situations dans lesquelles les deux sections doivent delibérer conjointement. ";
  2° un alinéa est ajouté, rédigé comme suit :
  " L'observatoire des maladies chroniques présente tous les deux ans aux Chambres legislatives fédérales un rapport sur la façon dont il remplit les missions visées à l'alinéa 2. Pour établir ce rapport, les sections scientifique et consultative délibèrent conjointement. ".
Art.137. Artikel 20 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 1997, wordt aangevuld met de zinnen :
  " De Koning benoemt volgens dezelfde procedure de voorzitters en de leden van het observatorium voor de chronische ziekten en waakt hierbij over een paritaire vertegenwoordiging van de verzekeringsinstellingen en van de representatieve organisaties van verenigingen voor hulp aan chronisch zieken. Hij bepaalt eveneens op dezelfde wijze de werkingsregels van dit observatorium. ".
Art.137. L'article 20 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 25 avril 1997, est complété par les phrases :
  " Selon la même procédure, le Roi nomme les présidents et les membres de l'observatoire des maladies chroniques et veille à une représentation paritaire des organismes assureurs et des organisations représentatives des associations pour l'aide aux malades chroniques. Il fixe également de la même façon les règles de fonctionnement de cet observatoire. ".
Art.138. De artikelen 136 en 137 treden in werking op 1 januari 2009.
Art.138. Les articles 136 et 137 entrent en vigueur le 1er janvier 2009.
Afdeling 2. - Tabaksontwenning.
Section 2. - Sevrage tabagique.
Art.139. In artikel 34, eerste lid, 24°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004 en vervangen bij de wet van 27 december 2005, worden de woorden " bij de zwangere vrouwen en hun partner " opgeheven.
Art.139. A l'article 34, alinéa 1er, 24°, de la même loi, inséré par la loi du 27 décembre 2004 et remplacé par la loi du 27 décembre 2005, les mots " chez les femmes enceintes et leur partenaire " sont abrogés.
Art.140. Artikel 37, § 20, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 27 december 2005, wordt vervangen door de volgende leden :
  " De Koning stelt de erkenningsvoorwaarden vast van de tabacologen die, naast de doctors in de geneeskunde, kunnen instaan voor de bijstand bij tabaksontwenning.
  Die tabacologen dienen ofwel licentiaten in de psychologie te zijn, ofwel beoefenaars van een gezondheidszorgberoep zoals bedoeld in het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen en moeten eveneens hebben voldaan aan de eindtest van een specifieke opleiding tabacologie erkend door de Koning. ".
Art.140. L'article 37, § 20, alinéa 2, de la même loi, modifié par la loi du 27 décembre 2005, est remplacé par les alinéas suivants :
  " Le Roi fixe les conditions de reconnaissance des tabacologues, qui, outre les docteurs en médecine, peuvent assurer l'assistance au sevrage tabagique.
  Ces tabacologues doivent être soit des licenciés en psychologie, soit des professionnels de la santé au sens de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de sante et doivent également avoir satisfait aux épreuves finales d'une formation spécifique en tabacologie agréée par le Roi. ".
Art.141. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van de artikelen 139 en 140.
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 139 en 140 vastgesteld op 01-10-2009 door KB 2009-08-31/05, art. 8, 1)
Art.141. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur des articles 139 et 140.
  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 139 et 140 fixée au 01-10-2009 par AR 2009-08-31/05, art. 8, 1)
Afdeling 3. - Geïntegreerde diensten voor thuisverzorging en thuisverpleging.
Section 3. - Services intégrés de soins à domicile et soins infirmiers à domicile.
Art.142. In dezelfde wet wordt een artikel 36terdecies ingevoegd, luidende :
  " Art. 36terdecies. - De Koning legt, op gezamenlijk voorstel van de ministers die respectievelijk bevoegd zijn voor Sociale Zaken en voor Volksgezondheid, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden vast, waaronder de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiering toekent aan de geïntegreerde diensten voor thuisverzorging krachtens de normen die zijn vastgelegd op basis van artikel 5, § 1, van de wet van 27 juni 1978 tot wijziging van de wetgeving op de ziekenhuizen en betreffende sommige andere vormen van verzorging. ".
Art.142. Dans la même loi, il est inséré un article 36terdecies rédigé comme suit :
  " Art. 36terdecies. - Le Roi détermine sur la proposition conjointe des ministres ayant respectivement les Affaires sociales et la Santé publique dans leurs attributions, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les conditions dans lesquelles l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités accorde un financement aux services intégrés de soins à domicile conformément aux normes fixées sur la base de l'article 5, § 1er, de la loi du 27 juin 1978 modifiant la législation sur les hôpitaux et relative à certaines autres formes de dispensation de soins. ".
Art.143. Artikel 142 treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.143. L'article 142 entre en vigueur le 1er janvier 2009.
Art.144. In artikel 37 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 21 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, laatste lid (a), worden de woorden " en C genoemd " vervangen door de woorden " genoemd en op 90 % voor de forfaitaire honoraria, de forfaits C genoemd ";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende :
  " De Koning kan de verzekeringstegemoetkomingen vaststellen voor de in het vorige lid vermelde forfaitaire honoraria. ".
Art.144. A l'article 37 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 21 décembre 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er (a), dernier alinéa, les mots " et C " sont remplacés par les mots " , et à 90 % pour les honoraires forfaitaires, dits forfaits C ";
  2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Le Roi peut fixer les interventions de l'assurance pour les honoraires forfaitaires mentionnés a l'alinéa précédent. ".
Art.145. Artikel 144 treedt in werking op 1 februari 2009.
Art.145. L'article 144 entre en vigueur le 1er février 2009.
Afdeling 4. - Maximumfactuur.
Section 4. - Maximum à facturer.
Art.146. In artikel 37 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 21 december 2007, wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende :
  " § 3/1. Voor de geneesmiddelen bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, a), b) en c), die worden verstrekt aan rechthebbenden die verblijven in psychiatrische verzorgingstehuizen bedoeld in artikel 34, eerste lid, 11°, kan de Koning bijzondere regels voorzien met betrekking tot de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging en het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden.
  Dit persoonlijk aandeel kan bestaan in een vast bedrag per verblijfdag ten laste van alle rechthebbenden die verblijven in een psychiatrisch verzorgingstehuis, voor het geheel van de in het vorige lid bedoelde geneesmiddelen die daar worden verstrekt. Het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden kan eveneens betrekking hebben op de in het vorige lid bedoelde geneesmiddelen die niet zijn opgenomen op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten bedoeld in artikel 35bis.
  De in het eerste lid bedoelde geneesmiddelen worden vergoed op basis van een door de Koning te bepalen forfaitair bedrag.
  De psychiatrische verzorgingstehuizen mogen voor de kosten van de voornoemde geneesmiddelen geen andere bedragen ten laste van de rechthebbenden aanrekenen dan het persoonlijk aandeel zoals het door de Koning is vastgesteld. ".
Art.146. Dans l'article 37 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 21 décembre 2007, il est inséré un paragraphe 3/1, rédigé comme suit :
  " § 3/1. Pour les médicaments visés à l'article 34, alinéa 1er, 5°, a), b) et c), qui sont dispensés aux bénéficiaires qui sont pris en charge dans les maisons de soins psychiatriques visées à l'article 34, alinéa 1er, 11°, le Roi peut prévoir des règles spécifiques à l'intervention de l'assurance soins de santé et à l'intervention personnelle des bénéficiaires.
  Cette intervention personnelle peut consister en un montant fixe par journée de séjour, à charge de tous les bénéficiaires pris en charge dans une maison de soins psychiatriques, pour l'ensemble des médicaments visés à l'alinéa précédent qui y sont dispensés. L'intervention personnelle des bénéficiaires peut également concerner les médicaments visés à l'alinéa précédent qui ne sont pas repris dans la liste des spécialités pharmaceutiques remboursables visée à l'article 35bis.
  Les médicaments visés à l'alinéa 1er sont remboursés sur la base d'un montant forfaitaire à fixer par le Roi.
  Les maisons de soins psychiatriques ne peuvent, pour les coûts des medicaments précités, porter en compte d'autres montants à charge des bénéficiaires que l'intervention personnelle telle qu'elle est fixée par le Roi. ".
Art.147. In artikel 37sexies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 juni 2002 en gewijzigd bij de wetten van 22 augustus 2002 en 24 december 2002, de koninklijke besluiten van 2 februari 2004 en 3 maart 2004, de wetten van 27 december 2005 en 27 december 2006, het koninklijk besluit van 3 juni 2007 en de wet van 24 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt de tweede zin vervangen door de volgende zin :
  " Het eventuele verschil tussen de verkoopprijs aan publiek en de vergoedingsbasis van een farmaceutische specialiteit die in de categorie A of B van de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten, bedoeld in artikel 35bis, is gerangschikt, dat door de rechthebbenden wordt gedragen in geval van toepassing van artikel 35bis, § 2bis, wordt beschouwd als een persoonlijk aandeel. ";
  2° in het eerste lid, wordt de derde zin opgeheven;
  3° de bepaling onder het achtste lid, 1°, a), wordt vervangen als volgt :
  " a) de persoonlijke aandelen die zijn vastgesteld met toepassing van artikel 37, § 2 (b), voor de farmaceutische specialiteiten die zijn gerangschikt in de categorieën A, B en C van de lijst van vergoedbare farmaceutische specialiteiten, bedoeld in artikel 35bis, alsook voor de farmaceutische specialiteiten met een voornaamste werkzaam bestanddeel waaraan de code J07BB, die de anti-griepvaccins beoogt, werd toegekend volgens de ATC-classificatie bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), en die worden terugbetaald krachtens artikel 35bis en het eventuele verschil tussen de verkoopprijs aan publiek en de vergoedingsbasis van een farmaceutische specialiteit die in de categorie A of B van de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten, bedoeld in artikel 35bis, is gerangschikt, dat door de rechthebbenden wordt gedragen in geval van toepassing van artikel 35bis, § 2bis; ";
  4° de bepaling onder het achtste lid, 1°, b), wordt vervangen als volgt :
  " b) het forfaitair persoonlijk aandeel dat door de rechthebbenden die in een algemeen ziekenhuis zijn opgenomen, wordt gedragen met toepassing van artikel 37, § 3 (c); ";
  5° de bepaling onder het achtste lid, 1°, d), wordt vervangen als volgt :
  " d) de persoonlijke aandelen die zijn vastgesteld voor de magistrale bereidingen, met toepassing van artikel 37, § 2 (b); ";
  6° het achtste lid, 1°, wordt aangevuld met de bepaling onder e), luidende :
  " e) de persoonlijke aandelen die zijn vastgesteld voor de radio-isotopen en de medische zuurstof, met toepassing van artikel 37, § 2 (b). ";
  7° het achtste lid, 1°, wordt aangevuld met de bepaling onder f), luidende :
  " f) het forfaitair persoonlijk aandeel dat met toepassing van artikel 37, § 3/1, wordt gedragen door de rechthebbenden die in een psychiatrisch verzorgingstehuis verblijven. ".
Art.147. A l'article 37sexies de la même loi, inséré par la loi du 5 juin 2002 et modifié par les lois des 22 août 2002 et 24 décembre 2002, les arrêtés royaux des 2 février 2004 et 3 mars 2004, les lois des 27 décembre 2005 et 27 décembre 2006, l'arrêté royal du 3 juin 2007 et la loi du 24 juillet 2008, sont apportees les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1er, la deuxième phrase est remplacée par la phrase suivante :
  " L'éventuelle différence entre le prix de vente public et la base de remboursement d'une spécialité pharmaceutique classée en catégories A ou B dans la liste des spécialités pharmaceutiques remboursables visée à l'article 35bis, qui est supportée par les béneficiaires en cas d'application de l'article 35bis, § 2bis, est considérée comme une intervention personnelle. ";
  2° à l'alinéa 1er, la troisième phrase est abrogée;
  3° à l'alinéa 8, 1°, le a) est remplacé par ce qui suit :
  " a) des interventions personnelles fixées en application de l'article 37, § 2 (b), pour les spécialités pharmaceutiques qui sont classées en catégories A, B et C dans la liste des spécialités pharmaceutiques remboursables visée à l'article 35bis ainsi que pour les spécialités pharmaceutiques composées d'un principe actif auquel le code J07BB, visant les vaccins anti-influenza, a été attribué selon la classification ATC visée à l'article 34, alinéa 1er, 5°, b) et c), et qui font l'objet d'un remboursement en vertu de l'article 35bis et de la différence éventuelle entre le prix de vente au public et la base de remboursement d'une spécialité pharmaceutique qui est classee en catégorie A ou B de la liste des spécialités pharmaceutiques remboursables visée à l'article 35bis, qui est supportée par les bénéficiaires en cas d'application de l'article 35bis, § 2bis; ";
  4° à l'alinéa 8, 1°, le b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) de l'intervention personnelle forfaitaire qui est supportée en application de l'article 37, § 3 (c), par les bénéficiaires hospitalisés en hôpital général; ";
  5° à l'alinéa 8, 1°, le d), est remplacé par ce qui suit :
  " d) des interventions personnelles fixées en application de l'article 37, § 2 (b), pour les préparations magistrales; ";
  6° l'alinéa 8, 1°, est complété par un e) rédigé comme suit :
  " e) les interventions personnelles qui sont fixees pour les radio-isotopes et l'oxygène médical en application de l'article 37, § 2 (b). ";
  7° l'alinéa 8, 1°, est complété par un f) rédigé comme suit :
  " f) de l'intervention personnelle forfaitaire qui est supportée en application de l'article 37, § 3/1, par les bénéficiaires hébergés en maison de soins psychiatriques. ".
Art.148. In artikel 37septies, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 juni 2002 en gewijzigd bij de wetten van 24 december 2002 en 27 december 2005 en bij het koninklijk besluit van 3 maart 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " , de farmaceutische specialiteiten met een voornaamste werkzaam bestanddeel waaraan de code J07BB, die de anti-griepvaccins beoogt, werd toegekend volgens de ATC-classificatie bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), en die worden terugbetaald krachtens artikel 35bis " worden ingevoegd tussen de woorden " van de categorieën A, B en C " en de woorden " en de aangenomen farmaceutische specialiteiten ";
  2° het eerste streepje wordt aangevuld met de woorden " , alsook voor de rechthebbenden die verblijven in een psychiatrisch verzorgingstehuis, en het eventuele verschil tussen de verkoopprijs aan publiek en de vergoedingsbasis van een farmaceutische specialiteit die in de categorie A of B van de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten, bedoeld in artikel 35bis, is gerangschikt, dat door de rechthebbenden wordt gedragen in geval van toepassing van artikel 35bis, § 2bis; ".
Art.148. Dans l'article 37septies, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 5 juin 2002 et modifié par les lois du 24 décembre 2002 et du 27 décembre 2005 et par l'arrêté royal du 3 mars 2004, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " , des spécialités pharmaceutiques composées d'un principe actif auquel le code J07BB, visant les vaccins anti-influenza, a été attribué selon la classification ATC visée à l'article 34, alinéa 1er, 5°, b) et c), et qui font l'objet d'un remboursement en vertu de l'article 35bis " sont insérés entre les mots " des catégories A, B et C " et les mots " et des spécialités pharmaceutiques inscrites ";
  2° le premier tiret est complété par les mots : " , ainsi qu'à des bénéficiaires sejournant en maison de soins psychiatriques, et de la différence eventuelle entre le prix de vente au public et la base de remboursement d'une spécialité pharmaceutique qui est classée en catégorie A ou B de la liste des spécialités pharmaceutiques remboursables visée à l'article 35bis, qui est supportée par les bénéficiaires en cas d'application de l'article 35bis, § 2bis; ".
Art.149. In artikel 37octies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 5 juni 2002 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de drie leden van artikel 37octies, worden vervangen door volgende twee leden, die de eerste paragraaf van het artikel vormen :
  " § 1. De tegemoetkoming van de verzekering in de kostprijs van de in artikel 34 bedoelde verstrekkingen wordt vastgesteld op 100 % van de vergoedingsbasis zodra het totaal van de persoonlijke aandelen met betrekking tot verstrekkingen die tijdens het lopende jaar zijn verricht en die daadwerkelijk ten laste zijn genomen door het gezin dat wordt gevormd door de rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming, 450 euro bereikt. De verplichte verzekering neemt eveneens ten laste de afleveringsmarge bedoeld in de nationale overeenkomst tussen de verstrekkers van implantaten en de verzekeringsinstellingen.
  In dat geval is het gezin samengesteld uit die rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming. ";
  2° een paragraaf 2 wordt toegevoegd, luidende :
  " § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, wordt het bedrag van 450 euro evenwel verminderd met een door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad vast te stellen bedrag wanneer het totaal van de persoonlijke aandelen die daadwerkelijk door eenzelfde rechthebbende van dat gezin ten laste zijn genomen voor verstrekkingen die tijdens het tweede voorafgaande kalenderjaar en tijdens het onmiddellijk voorafgaande kalenderjaar zijn verricht, tenminste 450 euro per jaar bedraagt.
  De in het eerste lid bedoelde persoonlijke aandelen zijn diegene die de hogerbedoelde rechthebbende daadwerkelijk ten laste heeft genomen zowel als diegene die de rechthebbende daadwerkelijk ten laste zou hebben genomen wanneer de verstrekkingen niet zouden worden vergoed aan 100 % in het kader van een maximumfactuur.
  De Koning stelt bij besluit, vastgesteld na overleg in de ministerraad, de toepassingsregels vast van deze paragraaf. ".
Art.149. Dans l'article 37octies de la même loi, inséré par la loi du 5 juin 2002 et modifié par la loi du 27 décembre 2005, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les trois alinéas de l'article 37octies sont remplacés par les deux alinéas suivants, qui forment le premier paragraphe de l'article :
  " § 1er. L'intervention de l'assurance dans le coût des prestations visées à l'article 34 est fixée à 100 % de la base de remboursement dès le moment où l'ensemble des interventions personnelles effectivement prises en charge par le ménage constitué des bénéficiaires de l'intervention majorée, relatives aux prestations effectuées durant l'année en cours, atteint 450 euros. L'assurance obligatoire prend également en charge la marge de délivrance visée dans la convention nationale entre les fournisseurs d'implants et les organismes assureurs.
  Dans ce cas, le ménage est constitué de ces bénéficiaires de l'intervention majorée. ";
  2° un paragraphe 2, rédigé comme suit, est ajouté :
  " § 2. Pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er, le montant de 450 euros est toutefois diminué d'un montant à fixer par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres lorsque le total des interventions personnelles effectivement prises en charge par un même bénéficiaire du ménage atteint au moins 450 euros par année relativement aux prestations effectuées au cours de la deuxième année civile et de l'année civile précédant l'année en cours.
  Les interventions personnelles visées à l'alinéa 1er sont celles que le bénéficiaire susvisé a effectivement prises en charge ainsi que celles que le bénéficiaire aurait effectivement prises en charge si les prestations n'avaient pas été remboursées à 100 % dans le cadre du maximum à facturer.
  Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités d'application du présent paragraphe. ".
Art.150. In artikel 37novies van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 5 juni 2002 en gewijzigd bij koninklijk besluit van 3 juni 2007, worden de woorden " behorend tot de categorieën 3, 4 of 5, bedoeld in artikel 6, § 2, 3°, 4° en 5° " vervangen door de woorden " bedoeld in artikel 6, § 2 ".
Art.150. Dans l'article 37novies de la même loi, inséré par la loi du 5 juin 2002 et modifié par l'arrêté royal du 3 juin 2007, les mots " appartenant aux catégories 3, 4 ou 5, visées à l'article 6, § 2, 3°, 4° et 5° " sont remplacés par les mots " visée à l'article 6, § 2 ".
Art.151. In het artikel 37decies van dezelfde wet ingevoegd bij de wet van 5 juni 2002 en gewijzigd bij de wet van 27 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 worden de woorden " artikel 37octies, tweede lid, " vervangen door de woorden " artikel 37octies, § 1, tweede lid, ";
  2° in paragraaf 3 worden de woorden " jonger dan 16 jaar " ingevoegd tussen de woorden " een persoon " en de woorden " voor de eerste maal ".
Art.151. Dans l'article 37decies de la même loi, inséré par la loi du 5 juin 2002 et modifié par la loi du 27 décembre 2005, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, les mots " article 37octies, alinéa 2 " sont remplacés par les mots " article 37octies, § 1er, alinéa 2 ";
  2° au paragraphe 3, les mots " âgee de moins de 16 ans " sont ajoutés entre les mots " une personne " et les mots " est inscrite ".
Art.152. Artikel 37undecies van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 5 juni 2002 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 2 februari 2004 en de wetten van 27 december 2005 en 27 december 2006, waarvan de huidige tekst de eerste paragraaf vormt, wordt aangevuld met een tweede paragraaf, luidende :
  " § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, eerste lid, worden de referentiebedragen na toepassing van de procedure bedoeld in artikel 37duodecies verminderd met een door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad vast te stellen bedrag, wanneer het totaal van de persoonlijke aandelen die daadwerkelijk door eenzelfde rechthebbende van dat gezin ten laste zijn genomen voor verstrekkingen die tijdens het tweede voorafgaande kalenderjaar en tijdens het onmiddellijk voorafgaande kalenderjaar zijn verricht, tenminste 450 euro per jaar bedraagt.
  Voor de toepassing van paragraaf 1, derde lid, wordt het bedrag van 650 euro evenwel verminderd met het bedrag vastgesteld overeenkomstige artikel 37octies, § 2, eerste lid, wanneer het totaal van de persoonlijke aandelen die daadwerkelijk door het kind ten laste zijn genomen voor verstrekkingen die tijdens het tweede voorafgaande kalenderjaar en tijdens het onmiddellijk voorafgaande kalenderjaar zijn verricht, tenminste 450 euro per jaar bedraagt.
  De in het eerste en tweede lid bedoelde persoonlijke aandelen zijn diegene die hogerbedoelde rechthebbende daadwerkelijk ten laste heeft genomen zowel als diegene die de rechthebbende daadwerkelijk ten laste zou hebben genomen wanneer de verstrekkingen niet zouden worden vergoed aan 100 % in het kader van een maximumfactuur.
  De Koning stelt bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de toepassingsregels van deze paragraaf vast. ".
Art.152. L'article 37undecies de la même loi, inséré par la loi du 5 juin 2002 et modifié par l'arrêté royal du 2 février 2004 et les lois des 27 décembre 2005 et 27 décembre 2006, dont le texte actuel formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2, rédigé comme suit :
  " § 2. Pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 1er, les montants de référence sont, après application de la procédure visée à l'article 37duodecies, diminués d'un montant à fixer par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres, lorsque le total des interventions personnelles effectivement prises en charge par un même bénéficiaire du ménage atteint au moins 450 euros par année relativement aux prestations effectuées au cours de la deuxième année civile et de l'année civile précédant l'année en cours.
  Pour l'application du paragraphe 1er, alinéa 3, le montant de 650 euros est toutefois diminué du montant fixé conformément à l'article 37octies, § 2, alinéa 1er, lorsque le total des interventions personnelles effectivement prises en charge par l'enfant atteint au moins 450 euros par année relativement aux prestations effectuées au cours de la deuxième année civile et de l'année civile précédant l'année en cours.
  Les interventions personnelles visées aux alinéas 1er et 2 sont celles que le bénéficiaire susvisé a effectivement prises en charge ainsi que celles que le bénéficiaire aurait effectivement prises en charge si les prestations n'avaient pas été remboursées à 100 % dans le cadre du maximum à facturer.
  Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités d'application du présent paragraphe. ".
Art.153. De artikelen 146 tot 152 treden in werking op 1 januari 2009, met uitzondering van de artikelen 149, 1°, en 151, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2008.
Art.153. Les articles 146 à 152 entrent en vigueur le 1er janvier 2009, à l'exception des articles 149, 1°, et 151, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2008.
Afdeling 5. - Farmanet.
Section 5. - Pharmanet.
Art.154. In artikel 165 van dezelfde wet, laatst gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, wordt tussen het tiende en het elfde lid een lid ingevoegd, luidende :
  " De Koning omschrijft de voorwaarden waaronder gegevens over de voorgeschreven en afgeleverde niet-vergoedbare vergunde geneesmiddelen in een apotheek open voor het publiek ingezameld en overgemaakt worden aan de tariferingsdiensten. Hij legt de voorwaarden vast waaronder voornoemde gegevens via de tariferingsdiensten overgemaakt worden aan de verzekeringsinstellingen en aan het Instituut. De Koning stelt de nadere regels vast van deze gegevensoverdrachten. De mededeling van voornoemde gegevens heeft tot doel inzage te krijgen in de kosten gedragen door rechthebbenden voor de voorgeschreven en afgeleverde niet-vergoedbare vergunde geneesmiddelen en in het bijzonder voor rechthebbenden die lijden aan een chronische ziekte, met het oog op de opname van de kosten voor bepaalde van deze geneesmiddelen in de maximumfactuur. ".
Art.154. Dans l'article 165 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 avril 2007, un alinéa, rédigé comme suit, est inséré entre les alinéas 10 et 11 :
  " Le Roi définit les conditions auxquelles des données relatives aux médicaments autorisés non remboursables qui sont prescrits et délivrés dans une officine ouverte au public sont collectées et transmises aux offices de tarification. Il fixe les conditions auxquelles les données précitées sont transmises par l'entremise des offices de tarification aux organismes assureurs et à l'Institut. Le Roi détermine les modalités de ces transmissions de données. La communication des données précitées vise a permettre d'avoir accès aux coûts supportés par des bénéficiaires pour les médicaments autorisés non remboursables qui sont prescrits et délivrés et en particulier pour des bénéficiaires atteints d'une maladie chronique, en vue de prendre en considération les coûts de certains de ces médicaments dans le maximum à facturer. ".
Afdeling 6. - Geneesmiddelen.
Section 6. - Médicaments.
Onderafdeling 1. - Referentieterugbetaling.
Sous-section 1re. - Remboursement de référence.
Art.155. In artikel 35bis, § 5, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 10 augustus 2001 en gewijzigd door de wetten van 22 december 2003 en 27 december 2006, worden de woorden " de tweede maand die ingaat na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad " vervangen door de woorden " de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad ".
Art.155. A l'article 35bis, § 5, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 10 août 2001 et modifié par les lois des 22 décembre 2003 et 27 décembre 2006, les mots " du deuxième mois qui suit sa publication au Moniteur belge " sont remplacés par les mots " du mois qui suit l'expiration d'un délai de dix jours qui prend cours le lendemain de la publication au Moniteur belge ".
Art.156. In artikel 35ter, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 2 januari 2001 en gewijzigd door de wetten van 27 december 2005 en 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord " vastgesteld " vervangen door de woorden " van rechtswege vastgesteld respectievelijk op 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober van elk jaar ";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden " op 1 november, 1 februari, 1 mei of 1 augustus die er vooraf gaat " ingevoegd tussen het woord " wanneer " en de woorden " een farmaceutische specialiteit ";
  3° het derde en het vierde lid worden vervangen als volgt :
  " De vergoedingsbasis van de specialiteiten waarvoor op grond van de bepalingen van het eerste lid een nieuwe vergoedingsbasis werd vastgesteld, wordt twee jaar na het in werking treden van deze vergoedingsbasis, van rechtswege bijkomend verminderd met 2,5 %. ".
Art.156. A l'article 35ter, § 1er, de la même loi, inséré par la loi du 2 janvier 2001 et modifié par les lois des 27 décembre 2005 et 25 avril 2007, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " de plein droit respectivement au 1er janvier, au 1er avril, au 1er juillet et au 1er octobre de chaque année " sont insérés entre les mots " est fixée " et le mot " pour ";
  2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " lorsqu'une " sont remplacés par les mots " lorsqu'au 1er novembre, 1er février, 1er mai ou 1er août qui précède, une ";
  3° les alinéas 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
  " La base de remboursement des spécialités pour lesquelles une nouvelle base de remboursement a été fixée sur base de l'alinéa 1er est diminuée de plein droit, deux ans après l'entrée en vigueur de cette base de remboursement, de 2,5 % complémentaires. ".
Art.157. Op 1 mei 2009 wordt de vergoedingsbasis van de specialiteiten waarvoor meer dan twee jaar geleden op grond van de bepalingen van artikel 35ter, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, een nieuwe vergoedingsbasis werd vastgesteld, eventueel met toepassing van artikel 35quater van dezelfde wet, van rechtswege bijkomend verminderd met 2,5 %.
Art.157. Le 1er mai 2009, la base de remboursement des spécialités pour lesquelles une nouvelle base de remboursement a été fixee depuis plus de deux ans sur la base de l'article 35ter, § 1er, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, le cas échéant par l'application de l'article 35quater de la même loi, est diminué de plein droit de 2,5 % complémentaires.
Art.158. In afwijking op artikel 35ter, § 1, van dezelfde wet, zoals gewijzigd door artikel 156 van deze wet, treedt de aanpassing van de vergoedingsbasis van de specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 1), van diezelfde wet, die in werking zou moeten treden op 1 april 2009, in werking op 1 mei 2009.
Art.158. Par dérogation à l'article 35ter, § 1er, de la même loi, tel que modifié par l'article 156 de la présente loi, l'adaptation de la base de remboursement des spécialités visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, c), 1), de cette même loi, qui devrait avoir lieu le 1er avril 2009, a lieu le 1er mai 2009.
Onderafdeling 2. - Prijsdalingen.
Sous-section 2. - Baisses de prix.
Art.159. Artikel 191, eerste lid, 15°septies, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2005 en 13 december 2006, wordt aangevuld met een derde paragraaf, luidende :
  " § 3. Op 1 mei 2009 worden de prijzen en de vergoedingsbases van de hierna bedoelde vergoedbare farmaceutische specialiteiten verminderd volgens de hierna volgende modaliteiten.
  De vermindering moet per aanvrager een besparing opleveren voor de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen waarvan het bedrag minstens gelijk is aan 1,95 pct. van het omzetcijfer dat is verwezenlijkt op de Belgische markt gedurende het jaar 2007 van de geneesmiddelen van deze aanvrager die zijn ingeschreven op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten, zoals aangegeven overeenkomstig de bepalingen van artikel 191, eerste lid, 15°, of ambtshalve vastgesteld op basis van dat artikel, op 1 januari 2009. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen, enerzijds, het omzetcijfer gerealiseerd met specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), dat telt voor de berekening van de besparing bedoeld in het derde lid, en anderzijds, het omzetcijfer gerealiseerd met specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), dat telt voor de berekening van de besparing bedoeld in het zesde lid.
  De aanvragers van specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), kunnen ten laatste op 21 januari 2009 een voorstel indienen bij het secretariaat van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen dat prijsdalingen, berekend op de prijs buiten bedrijf, voorziet voor alle of bepaalde van de farmaceutische specialiteiten, bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), waarvoor ze verantwoordelijk zijn op 1 januari 2009, vergezeld van een schatting van de budgetimpact waaruit blijkt dat het totale bedrag van de vooropgestelde besparing minstens gelijk is aan 1,95 pct. van het omzetcijfer dat is verwezenlijkt gedurende het jaar 2007 voor de farmaceutische specialiteiten waarvoor ze verantwoordelijk zijn op 1 januari 2009. Voor specialiteiten waarvoor overeenkomstig artikel 35ter een nieuwe vergoedingsbasis is vastgesteld, bedraagt de voorgestelde daling maximaal 9,25 pct. per specialiteit, met dien verstande dat er geen rekening wordt gehouden met prijsdalingen die geen invloed hebben op de nieuwe vergoedingsbasis. Er wordt eveneens geen rekening gehouden met voorstellen voor specialiteiten waarvan de vergoedingsbasis werd verminderd, naar aanleiding van een groepsgewijze herziening, enkel of mede wegens budgettaire overwegingen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 35bis, § 4, vijfde lid. Indien een daling van de prijs en de vergoedingsbasis wordt voorgesteld voor een specialiteit waarvoor overeenkomstig artikel 35ter een nieuwe vergoedingsbasis is vastgesteld, worden alle aanvragers die verantwoordelijk zijn voor specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), en die deze specialiteit als referentiespecialiteit hebben, op de hoogte gebracht van deze vrijwillige daling van de vergoedingsbasis en wordt hen meegedeeld dat de prijs van hun overeenkomstige specialiteit niet hoger mag zijn en bijgevolg ambtshalve zal worden aangepast.
  Indien een aanvrager van specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), een daling van de prijs en de vergoedingsbasis indient voor een welbepaalde verpakking van een specialiteit waarvoor hij verantwoordelijk is op 1 januari 2009, moet hetzelfde pct. daling voorgesteld worden voor alle verpakkingen van de specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), waarvoor hij verantwoordelijk is op 1 januari 2009, met hetzelfde werkzame bestanddeel/dezelfde werkzame bestanddelen, met uitzondering van de injecteerbare vormen.
  Indien een aanvrager van specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), geen voorstel indient of indien het voorstel niet overeenstemt met de vooropgestelde besparing, dalen de prijzen en de vergoedingsbases van alle specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), waarvoor de betrokken aanvrager op 1 januari 2009 verantwoordelijk is, met 1,95 pct. De aanvragers die verantwoordelijk zijn voor specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), en die de betrokken specialiteiten als referentiespecialiteit hebben, worden op de hoogte gebracht van deze ambtshalve prijsdaling en hen wordt meegedeeld dat de prijs van hun overeenkomstige specialiteit niet hoger mag zijn en bijgevolg ambtshalve zal worden aangepast.
  Indien als gevolg van de daling van de vergoedingsbasis van hun referentiespecialiteit voor de aanvragers van specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), de besparing meer bedraagt dan 1,95 pct., zal het saldo vóór 28 februari 2010 teruggestort worden.
  De Minister past met ingang van 1 mei 2009 de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten aan, ofwel op basis van de ingediende voorstellen, ofwel op basis van de ambtshalve dalingen. ".
Art.159. L'article 191, alinéa 1er, 15°septies, de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 10 août 2005 et modifié par les lois des 27 décembre 2005 et 13 décembre 2006, est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Le 1er mai 2009, les prix et les bases de remboursement des spécialités pharmaceutiques remboursables visées ci-dessous seront diminués suivant les modalités énoncées ci-après.
  La diminution doit génerer par demandeur une économie pour l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités dont le montant est au moins égal à 1,95 pc du chiffre d'affaires réalisé durant l'année 2007 sur le marché belge des médicaments de ce demandeur qui sont inscrits sur la liste des spécialités pharmaceutiques remboursables au 1er janvier 2009, tel que déclaré conformément aux dispositions de l'article 191, alinéa 1er, 15°, ou fixé d'office sur base de cet article. A cet égard, on distingue, d'une part, le chiffre d'affaires réalisé avec des spécialités visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, b) et c), 1), qui vaut pour le calcul de l'économie visée à l'alinéa 3, et d'autre part, le chiffre d'affaires réalisé avec des spécialités visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, c), 2), qui vaut pour le calcul de l'économie visée à l'alinéa 6.
  Les demandeurs de spécialités visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, b) et c), 1), peuvent introduire, au plus tard le 21 janvier 2009, une proposition auprès du secrétariat de la Commission de Remboursement des Médicaments prévoyant des diminutions de prix, calculées sur base du prix ex usine, pour toutes les spécialités pharmaceutiques ou certaines d'entre elles, visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, b) et c), 1), dont ils sont responsables au 1er janvier 2009, assortie d'une estimation de l'incidence budgétaire laissant apparaître que le montant total de l'économie prévue est au moins égal à 1,95 pc du chiffre d'affaires réalisé durant l'année 2007 pour les spécialités pharmaceutiques dont ils sont responsables au 1er janvier 2009. Pour les spécialites pour lesquelles une nouvelle base de remboursement a été fixée conformément à l'article 35ter, la diminution proposée peut être au maximum de 9,25 pc par spécialité, étant entendu qu'il n'est pas tenu compte des diminutions de prix n'exerçant aucune influence sur la nouvelle base de remboursement. Il n'est également pas tenu compte des propositions pour les spécialités pour lesquelles la base de remboursement a été diminuée, à l'occasion d'une révision par groupes, opérée uniquement, ou en partie, en raison de considérations budgétaires conformément à l'article 35bis, § 4, alinéa 5. Si une diminution du prix et de la base de remboursement est proposée pour une spécialité pour laquelle une nouvelle base de remboursement a été fixée conformément à l'article 35ter, tous les demandeurs qui sont responsables de spécialités visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, c), 2), et qui ont cette spécialité comme spécialité de référence, sont informés de cette diminution volontaire de la base de remboursement et se voient notifier que le prix de leur spécialité correspondante ne peut être supérieur et sera par conséquent adapté d'office.
  Si un demandeur de spécialités visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, b) et c), 1), introduit une diminution du prix et de la base de remboursement pour un conditionnement bien spécifique d'une spécialité dont il est responsable au 1er janvier 2009, le même pourcentage de diminution doit être proposé pour tous les conditionnements des specialités visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, b) et c), 1), dont il est responsable au 1er janvier 2009, ayant le(s) même(s) principe(s) actif(s), à l'exception des formes injectables.
  Si un demandeur de spécialités visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, b) et c), 1), n'introduit pas de proposition ou si la proposition ne correspond pas à l'économie prévue, les prix et bases de remboursement de toutes les spécialités, visées a l'article 34, alinéa 1er, 5°, b) et c), 1) dont le demandeur concerné est responsable au 1er janvier 2009, sont diminués de 1,95 pc Les demandeurs qui sont responsables pour des spécialités visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, c), 2), qui ont les spécialités concernées comme spécialité de référence, sont informés de cette diminution imposée des prix, et il leur est communiqué que, le prix de leur spécialité correspondante ne pouvant pas être plus élevé, ce prix est par conséquent adapté d'office.
  Si pour les demandeurs de spécialités visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, c), 2), l'économie s'élève à plus de 1,95 pc, suite à la diminution de la base de remboursement de leur spécialité de référence, le solde sera remboursé au plus tard le 28 fevrier 2010.
  Le ministre adapte à compter du 1er mai 2009 la liste des spécialités pharmaceutiques remboursables en fonction soit des propositions introduites, soit des diminutions d'office. ".
Onderafdeling 3. - Goedkoop voorschrijven.
Sous-section 3. - Prescriptions bon marché.
Art.160. In artikel 73, § 2, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, vervangen door de wet van 24 december 2002 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 september 2005 en bij de wetten van 27 december 2005, 13 december 2006, 8 juni 2008 en de gezondheidswet van 19 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het achtste lid, worden de woorden " in het vijfde lid " vervangen door de woorden " in het vierde en het vijfde lid ";
  2° de paragraaf wordt aangevuld met zes leden, luidende :
  " Het onnodig dure karakter van bepaalde farmaceutische specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), kan ook bepaald worden volgens de procedure bepaald in artikel 146bis, op basis van een percentage van voorschriften in de ambulante sector, bepaald per therapeutische klasse(n) voor alle geneesheren houders van één van de beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, of sommige categorieën van hen, dat dient verwezenlijkt te worden door elke zorgverlener, ten aanzien van het geheel van het volume voorschriften in defined daily dosis (DDD) van vergoedbare farmaceutische specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), door het voorschrijven van :
  1° vergoedbare farmaceutische specialiteiten bedoeld in de artikelen 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1 voor dewelke artikel 35ter, §§ 1 en 3, eerste lid, 3°, in voorkomend geval via de toepassing van artikel 35quater, ten laatste de laatste maand van de evaluatieperiode van toepassing is;
  2° vergoedbare farmaceutische specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2.
  De Koning bepaalt bij besluit, vastgesteld na overleg in de ministerraad, na advies van de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen, gegeven binnen een door de minister bepaalde termijn, de in het vorige lid bedoelde therapeutische klasse(n). Het advies wordt geacht te zijn gegeven indien het niet wordt uitgebracht binnen de door de minister vastgestelde termijn.
  De Koning stelt, bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen, gegeven binnen een door de minister bepaalde termijn, het bedrag of de bedragen vast van de percentages van voorschriften, bedoeld in het negende lid, die moeten worden nageleefd. Het advies wordt geacht te zijn gegeven indien het niet wordt uitgebracht binnen de door de minister vastgestelde termijn.
  De Koning stelt bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen, gegeven binnen een door de minister bepaalde termijn, het aantal verpakkingen vast die vergoedbaar zijn in het kader van de verplichte verzekering en afgeleverd in een voor het publiek toegankelijke officina die moeten worden voorgeschreven opdat een zorgverlener in aanmerking wordt genomen. Het advies wordt geacht te zijn gegeven indien het niet wordt uitgebracht binnen de door de minister vastgestelde termijn.
  De observatieperiode van het voorschrijfprofiel van de arts die dient als referentie voor de toepassing van de bepalingen bedoeld in het negende lid, bedraagt zes maanden en gebeurt op basis van de gegevens bedoeld in het artikel 165, achtste lid. Deze observatieperiode loopt respectievelijk van 1 oktober tot 31 maart en van 1 april tot 30 september van elk jaar.
  De percentages bedoeld in het elfde lid dienen om de drempel te bepalen waaronder het voorschrijfprofiel van de betrokken farmaceutische specialiteiten als onnodig duur wordt beschouwd. ".
Art.160. A l'article 73, § 2, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, remplacé par la loi du 24 décembre 2002, modifié par l'arrêté royal du 17 septembre 2005 et par les lois des 27 décembre 2005, 13 décembre 2006, 8 juin 2008 et la loi santé du 19 décembre 2008, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 8, les mots " visés à l'alinéa 5 " sont remplacés par les mots " visés aux alinéas 4 et 5 ";
  2° le paragraphe est complété par six alinéas, redigés comme suit :
  " Par ailleurs, le caractère inutilement onéreux de la prescription de certaines spécialités pharmaceutiques visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, b) et c), peut également être déterminé selon la procédure prevue à l'article 146bis, sur la base d'un pourcentage de prescriptions dans le secteur ambulatoire, défini par classe(s) thérapeutique(s) pour l'ensemble des médecins titulaires d'un des titres professionnels particuliers réservés aux praticiens de l'art médical, ou pour certaines catégories d'entre eux, qui doit être réalisé par chaque dispensateur concerné, par rapport au volume global en defined daily dosis (DDD) de ses prescriptions de spécialités pharmaceutiques remboursables visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, b) et c), en prescrivant :
  1° des spécialités pharmaceutiques remboursables visées aux articles 34, alinéa 1er, 5°, b) et c), 1, auxquelles l'article 35ter, §§ 1er et 3, alinéa 1er, 3°, est applicable, éventuellement par le biais de l'article 35quater, au plus tard le dernier mois de la période d'évaluation;
  2° des spécialités pharmaceutiques remboursables visées à l'article 34, alinéa 1er, 5°, c), 2.
  Le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, après avis de la Commission nationale médico-mutualiste, rendu dans un délai déterminé par le ministre, la ou les classe(s) thérapeutique(s) visée(s) au précédent alinéa. Cet avis est censé avoir été donné s'il n'est pas formulé dans le délai fixé par le ministre.
  Le Roi fixe, par arrêté déliberé en Conseil des Ministres, après avis de la Commission nationale médico-mutualiste rendu dans un délai déterminé par le ministre, le ou les montants des pourcentages de prescriptions visés à l'alinéa 9 qui doivent être respectés. Cet avis est censé avoir été donne s'il n'est pas formulé dans le dans le délai fixé par le ministre.
  Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres après avis de la Commission nationale médico-mutualiste, rendu dans un délai déterminé par le ministre, le nombre de conditionnements qui sont remboursables dans le cadre de l'assurance obligatoire et délivrés dans une officine ouverte au public qui doivent avoir été prescrits pour qu'un dispensateur entre en ligne de compte. Cet avis est censé avoir été donné s'il n'est pas formulé dans le délai fixé par le ministre.
  La période d'observation du profil du médecin prescripteur servant de référence pour l'application des dispositions visées à l'alinéa 9 est de six mois et s'effectue sur la base des données visées à l'article 165, alinéa 8. Cette période d'observation court respectivement du 1er octobre au 31 mars et du 1er avril au 30 septembre de chaque année.
  Les pourcentages visés à l'alinéa 11 servent à déterminer le seuil au-dessous duquel le profil de prescription des spécialités pharmaceutiques concernées est considéré comme inutilement onéreux. ".
Onderafdeling 4. - Vrijstelling van de farmaceutische specialiteiten op basis van stabiele bloedderivaten.
Sous-section 4. - Exonération des produits à base de dérivés du sang stables.
Art.161. In artikel 191, eerste lid, 15°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006 en 21 december 2007 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de plaats van het vierde lid, 3°, ingetrokken bij de wet van 24 juli 2008, wordt het als volgt luidende vierde lid, 3°, ingevoegd :
  " 3° de farmaceutische specialiteiten op basis van stabiele bloedderivaten die werden afgenomen, bereid, ingevoerd, bewaard, verdeeld, ter hand gesteld, afgeleverd en gebruikt overeenkomstig de bepalingen van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong. ";
  2° het zesde lid, ingevoegd door de wet van 10 juni 2006 en gewijzigd door de wetten van 27 december 2006 en 24 juli 2008, wordt aangevuld als volgt :
  " De uitsluiting bedoeld in het vierde lid, 3°, heeft betrekking op de heffingen en bijdragen die verschuldigd zijn vanaf het jaar 2005. ".
Art.161. A l'article 191, alinéa 1er, 15°, de la même loi inséré par la loi du 27 décembre 2005 et modifié par les lois des 27 décembre 2006 et 21 décembre 2007, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à la place de l'alinéa 4, 3°, rapporté par la loi du 24 juillet 2008, il est inséré un alinéa 4, 3°, rédigé comme suit :
  " 3° les spécialités pharmaceutiques sur base de dérivés du sang stables qui ont été prélevés, préparés, importés, conservés, distribués, dispensés, délivrés et utilisés conformément aux dispositions de la loi du 5 juillet 1994 relative au sang et aux dérivés du sang d'origine humaine. ";
  2° l'alinéa 6, inséré par la loi du 10 juin 2006 et modifié par les lois des 27 décembre 2006 et 24 juillet 2008, est complété comme suit :
  " L'exclusion visée à l'alinéa 4, 3°, porte sur les cotisations et contributions qui sont dues à partir de l'année 2005. ".
Art.162. In artikel 6, eerste lid, van de wet van 10 juni 2006 tot hervorming van de heffingen op de omzet van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten, vervangen door de wet van 24 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " artikel 191, 15°, vierde lid, van dezelfde wet " worden vervangen door de woorden " artikel 191, 15°, vierde lid, 1° en 2°, van dezelfde wet ";
  2° het lid wordt aangevuld als volgt :
  " Voor wat betreft de bijdragen en heffingen verschuldigd op grond van de bepalingen van artikel 191, 15°, 15°quater tot 15°novies en 16°bis, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, zal voor de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008, de terugbetaling volgend uit de toepassing van de uitsluiting voorzien in artikel 191, 15°, vierde lid, 3°, van dezelfde wet, door het Instituut worden teruggestort aan de betrokken aanvragers, uiterlijk op 31 december 2009. ".
Art.162. A l'article 6, alinéa 1er, de la loi du 10 juin 2006 réformant les cotisations sur le chiffre d'affaires des spécialités pharmaceutiques remboursables, remplacé par la loi du 24 juillet 2008, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les mots " 191, 15°, alinéa 4, de cette même loi " sont remplacés par les mots " 191, 15°, alinéa 4, 1° et 2°, de cette même loi ";
  2° l'alinéa est complété comme suit :
  " Pour les contributions et cotisations dues en application de l'article 191, 15°, 15°quater à 15°novies et 16°bis, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, pour les années 2005, 2006, 2007 et 2008, le remboursement découlant de l'application de l'exclusion prévue par l'article 191, 15°, alinéa 4, 3°, de cette même loi sera effectué par l'Institut auprès des demandeurs concernés au plus tard le 31 décembre 2009. ".
Art.163. De artikelen 161 en 162 treden in werking op een door de Koning te bepalen datum.
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 161 tot 162 vastgesteld op 30-12-2009 door KB 2009-12-17/07, art. 1)
Art.163. Les articles 161 et 162 entrent en vigueur à une date à déterminer par le Roi.
  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 161 à 162 fixée au 30-12-2009 par AR 2009-12-17/07, art. 1)
Onderafdeling 5. - Heffing op de omzet.
Sous-section 5. - Cotisation sur le chiffre d'affaires.
Art.164. In artikel 191, eerste lid, 15°, zesde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 juni 2006 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006 en 24 juli 2008, worden de woorden " 15°undecies " ingevoegd tussen de woorden " 15°decies " en " en 16°bis ".
Art.164. A l'article 191, alinéa 1er, 15°, alinéa 6, de la même loi, inséré par la loi du 10 juin 2006 et modifié par les lois des 27 décembre 2006 et 24 juillet 2008, les mots " , 15°undecies " sont insérés entre les mots " 15°decies " et " et 16°bis ".
Art.165. In artikel 191, eerste lid, 15°octies, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006 en 21 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede lid wordt de laatste zin opgeheven;
  2° een nieuw lid wordt toegevoegd, luidende :
  " Voor de jaren 2006 en 2007, werd geen budgetoverschrijding vastgesteld. De bedragen betaald in 2006 en 2007 door de aanvragers in het kader van deze bijdrage worden ten laatste op 28 februari 2009 terugbetaald. De interesten die voortvloeien uit deze bedragen zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging van het boekjaar 2008 worden opgenomen. ".
Art.165. A l'article 191, alinéa 1er, 15°octies, de la même loi, inséré par la loi du 27 décembre 2005 et modifié par les lois des 27 décembre 2006 et 21 décembre 2007, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 2, la dernière phrase est supprimée;
  2° un nouvel alinéa est ajouté, rédigé comme suit :
  " Pour les années 2006 et 2007, aucun dépassement budgétaire n'a été constaté. Les montants versés par les demandeurs en 2006 et 2007 dans le cadre de cette contribution sont remboursés au plus tard le 28 février 2009. Les intérêts générés par ces montants sont imputés dans les comptes de l'Institut de l'année comptable 2008. ".
Art.166. In artikel 191, eerste lid, 15°novies, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006 en 21 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het derde lid wordt aangevuld met de volgende bepaling :
  " Voor 2009 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op maximum 7,73 % van de omzet die in 2009 is verwezenlijkt. ";
  2° in het vijfde lid, laatste zin, wordt het woord " en " opgeheven en wordt de zin aangevuld als volgt :
  " en voor 1 mei 2010 voor de omzet die in 2009 is verwezenlijkt. ";
  3° in het zevende lid, eerste zin, wordt het woord " en de " vervangen door de vermelding " , " en worden de woorden " en de heffing op de omzet 2009 " ingevoegd tussen de woorden " omzet 2008 " en de woorden " worden via ";
  4° het achtste lid wordt aangevuld met de volgende bepaling :
  " Voor 2009 dienen het in het vorige lid bedoelde voorschot en saldo respectievelijk gestort te worden voor 1 juni 2009 en 1 juni 2010 op rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding respectievelijk " voorschot heffing omzet 2009 " en " saldo heffing omzet 2009 ". ";
  5° het tiende lid wordt aangevuld met de volgende bepaling :
  " Voor 2009 wordt het voornoemde voorschot bepaald op 7,73 % van de omzet die in het jaar 2008 is verwezenlijkt. ";
  6° het laatste lid wordt aangevuld met de volgende zin :
  " De ontvangsten die voortvloeien uit de heffing omzet 2009 zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging van het boekjaar 2009 worden opgenomen. ".
Art.166. A l'article 191, alinéa 1er, 15°novies, de la même loi, inséré par la loi du 27 décembre 2005 et modifié par les lois des 27 décembre 2006 et 21 décembre 2007, sont apportees les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 3 est complété par la disposition suivante :
  " Pour 2009, le montant de cette cotisation est fixé à au maximum 7,73 % du chiffre d'affaires qui a été réalisé en 2009. ";
  2° à l'alinéa 5, dernière phrase, le mot " et " est supprimé et la phrase est complétée comme suit :
  " et avant le 1er mai 2010 pour le chiffre d'affaires qui a été réalisé en 2009. ";
  3° à l'alinéa 7, dans la première phrase, le mot " et la " est remplacé par la mention " , " et les mots " et la cotisation sur le chiffre d'affaires 2009 " sont insérés entre les mots " chiffre d'affaires 2008 " et les mots " sont versées ";
  4° l'alinéa 8 est complété par la disposition suivante :
  " Pour 2009, l'avance et le solde visés au précédent alinéa doivent être versés respectivement avant le 1er juin 2009 et le 1er juin 2010 sur le compte de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité en indiquant respectivement la mention " avance cotisation chiffre d'affaires 2009 " et " solde cotisation chiffre d'affaires 2009 ". ";
  5° l'alinéa 10 est complété par la disposition suivante :
  " Pour 2009 l'avance précitée est fixée à 7,73 % du chiffre d'affaires qui a été réalisé dans l'année 2008. ";
  6° le dernier alinéa est complété par la phrase suivante :
  " Les recettes qui résultent de la cotisation sur le chiffre d'affaires 2009 seront inscrites dans les comptes de l'assurance obligatoire soins de santé de l'exercice 2009. ".
Art.167. Artikel 191, eerste lid, van dezelfde wet, wordt aangevuld met de bepaling onder 15°undecies, luidende :
  " 15°undecies. Voor het jaar t wordt, vanaf het jaar 2008 onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in 15°, een subsidiaire heffing ingesteld op de omzet die in het jaar t is verwezenlijkt, voor zover er voor het jaar t een overschrijding wordt vastgesteld van het globaal budget vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, volgens de hierna volgende regels.
  Indien in september van dat jaar t wordt vastgesteld dat er, op basis van de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven, een overschrijding zal zijn, en de overschrijding gelijk of groter geraamd wordt dan 100 miljoen euro, is de heffing bedoeld in het eerste lid verschuldigd ten belope van 100 miljoen euro.
  Indien in september van dat jaar t wordt vastgesteld dat er, op basis van de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven, een overschrijding zal zijn, en de overschrijding kleiner geraamd wordt dan 100 miljoen euro, is de heffing bedoeld in het eerste lid verschuldigd ten belope van het bedrag van de vastgestelde budgetoverschrijding.
  Indien in september van dat jaar t wordt vastgesteld dat, op basis van de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven, er geen overschrijding zal zijn, is de heffing niet verschuldigd.
  De heffing wordt via een voorschot, vastgesteld op de omzet van het jaar t-1, en een saldo, vastgesteld op de omzet van het jaar t, gestort. De afrekening bedoeld in de vorige zin zijnde het verschil tussen de in het eerste lid bedoelde heffing en het in de vorige zin bedoelde voorschot.
  Indien er voor het betrokken jaar een onderverdeling van het globale budget wordt gemaakt in uitvoering van artikel 69, § 5, tweede lid, wordt een deelname aan de overschrijding opgelegd aan de betrokken aanvragers die, gedurende het jaar waarin de overschrijding plaatsvond, een omzetcijfer hebben gerealiseerd op de Belgische markt van geneesmiddelen die ingeschreven zijn op de lijst van vergoedbare farmaceutische specialiteiten, overeenkomstig de onderverdeling van het globale budget. Deze deelname is afhankelijk van het aandeel van de betrokken specialiteiten in de verwachte overschrijding van het globale budget.
  Het bedrag van de overschrijding bedoeld in het eerste lid, kan worden aangepast door de Algemene Raad, na advies van de Commissie voor Begrotingscontrole, teneinde rekening te houden met de impact van elementen van het jaarlijks budget die niet of niet volledig hun uitwerking hebben gehad.
  De Koning bepaalt jaarlijks, in functie van de verwachte budgetoverschrijding, het percentage van het omzetcijfer van het jaar t-1 dat is aangegeven in toepassing van de bepalingen onder 15°novies, vierde lid, dat dient gestort te worden door de aanvragers als voorschot en het percentage van het omzetcijfer van het jaar t dat is aangegeven met toepassing van de bepalingen onder 15°novies, vierde lid, dat dient gestort te worden door de aanvragers bij wijze van saldo. De Koning kan eveneens bij een in Ministerraad overlegd besluit bepalen op welke wijze de vergoedbare farmaceutische specialiteiten, die vergoed worden overeenkomstig artikel 37, § 3, in rekening worden genomen in het omzetcijfer wanneer de hieronder vermelde percentages worden vastgesteld. In geval van onderverdeling van het budget, stelt de Koning, op basis van het aandeel zoals bedoeld in het zesde lid, de percentages van de omzetcijfers die overeenstemmen met de onderverdeling van het globale budget vast.
  Het voorschot dient vóór 31 december van het jaar t gestort te worden op rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding van " Voorschot subsidiaire heffing jaar t ". Het saldo dient vóór 30 juni van het jaar t +1 gestort te worden op rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding van " Saldo subsidiaire heffing jaar t ".
  De ontvangsten die voortvloeien uit deze subsidiaire heffing worden opgenomen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging in het boekjaar t. ".
Art.167. L'article 191, alinéa 1er, de la même loi est complété par un 15°undecies, rédigé comme suit :
  " 15°undecies. Pour l'année t, il est instauré, à partir de l'année 2008, selon les conditions et les modalités fixées au 15°, une cotisation subsidiaire sur le chiffre d'affaires réalisés en t, pour autant qu'un dépassement du budget global fixé en exécution de l'article 69, § 5, est établi pour l'année t, selon les modalités fixées ci-dessous.
  Si en septembre de cette année t il est établi, sur base des dépenses comptabilisées par les organismes assureurs, qu'il y aura un dépassement, et que le dépassement est estimé égal ou supérieur à 100 millions d'euros, la cotisation visée à l'alinéa 1er est due à concurrence de 100 millions d'euros.
  Si en septembre de cette année t il est établi, sur base des dépenses comptabilisées par les organismes assureurs, qu'il y aura un dépassement, et que le dépassement est estimé inférieur à 100 millions d'euros, la cotisation est due à concurrence du montant du dépassement budgétaire constaté.
  Si en septembre de cette année t il est établi, sur base des dépenses comptabilisées par les organismes assureurs, qu'il n'y aura pas de dépassement, la cotisation n'est pas due.
  Cette cotisation est versée par le biais d'un acompte, établi sur base du chiffre d'affaires réalisé durant l'année t-1, et d'un décompte, établi sur base du chiffre d'affaires réalisé durant l'année t. Le solde visé à la phrase precedente étant la différence entre la cotisation telle que définie à l'alinéa 1er et l'acompte mentionné à la phrase précédente.
  En cas de subdivision du budget global, pour l'année concernée en exécution de l'article 69, § 5, alinéa 2, une participation au dépassement est instaurée à charge des demandeurs concernés qui, au cours de l'année pendant laquelle le dépassement a eu lieu, ont réalisé un chiffre d'affaires sur le marché belge des médicaments qui sont inscrits sur la liste des spécialités pharmaceutiques remboursables, tels que répartis par la subdivision du budget global. Cette participation est fonction de la quote-part des spécialités concernées dans le dépassement estimé du budget global.
  Le montant du dépassement visé à l'alinéa 1er peut être adapté par le Conseil général, après avis de la Commission de contrôle budgétaire, afin de tenir compte de l'impact des éléments du budget annuel qui n'ont pas ou pas entièrement produit leurs effets.
  Le Roi détermine annuellement, en fonction du dépassement budgétaire estimé, le pourcentage du chiffre d'affaires de l'année t-1 qui est déclaré en application des dispositions du 15°novies, alinéa 4, qui doit être versé comme acompte par les demandeurs et le pourcentage du chiffre d'affaires de l'année t qui est déclaré en application des dispositions du 15°novies, alinéa 4, qui doit être versé comme solde par les demandeurs. Le Roi peut également par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres fixer selon quelles modalités les spécialités pharmaceutiques remboursables, qui sont remboursées conformément à l'article 37, § 3, sont prises en compte dans le chiffre d'affaires lors de la détermination des pourcentages susmentionnés. En cas de subdivision du budget, le Roi fixe sur base des quotes-parts telles que visées à l'alinéa 6, les pourcentages sur les chiffres d'affaires répondant à la subdivision du budget global.
  L'acompte de la cotisation doit être versé avant le 31 décembre de l'année t sur le compte de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité en indiquant la mention " Avance cotisation subsidiaire année t ". Le solde de la cotisation doit être versé avant le 30 juin de l'année t+1 sur le compte de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité en indiquant la mention " Solde cotisation subsidiaire année t ".
  Les recettes qui résultent de cette cotisation subsidiaire sont inscrites dans les comptes de l'assurance obligatoire soins de santé pour l'année comptable t. ".
Art.168. In afwijking op de bepalingen van artikel 191, eerste lid, 15°undecies, vijfde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, legt de Koning voor het jaar 2008 uitzonderlijk alleen het saldo vast.
  In afwijking op de bepalingen van artikel 191, eerste lid, 15°undecies, laatste lid, van dezelfde wet, worden de ontvangsten die voortvloeien uit deze subsidiaire heffing van het jaar 2008 in het boekjaar 2009 opgenomen.
Art.168. Par dérogation à l'article 191, alinéa 1er, 15°undecies, alinéa 5, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, pour l'année 2008, exceptionnellement, le Roi fixe uniquement le décompte.
  Par dérogation à l'article 191, alinéa 1er, 15°undecies, dernier alinéa, de la même loi, les recettes qui résultent de cette cotisation subsidiaire de l'année 2008 sont imputées à l'année comptable 2009.
Onderafdeling 6. - Prijsblokkering.
Sous-section 6. - Blocage des prix.
Art.169. Vanaf 1 januari 2009 en tot en met 31 december 2009, mogen de prijzen van de in artikel 313, § 1, van de programmawet van 22 december 1989 bedoelde geneesmiddelen niet worden verhoogd.
Art.169. Depuis le 1er janvier 2009 jusqu'au 31 décembre 2009 inclus, les prix des médicaments visés à l'article 313, § 1er, de la loi-programme du 22 décembre 1989, ne peuvent être augmentés.
Afdeling 7. - Administratiekosten van de verzekeringsinstellingen.
Section 7. - Frais d'administration des organismes assureurs.
Art.170. In artikel 195, § 1, 2°, van dezelfde wet, gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 april 1997 en door de wetten van 22 februari 1998, 26 maart 2007 en 8 juni 2008 worden in het derde lid de eerste en tweede zin vervangen door volgende bepalingen :
  " Het bedrag van de administratiekosten van de vijf landbonden wordt vastgelegd op 766 483 000 euro voor 2003, 802 661 000 euro voor 2004, 832 359 000 EUR voor 2005, 863 156 000 euro voor 2006, 895 524 000 euro voor 2007, 929 160 000 euro voor 2008 en 972 546 000 euro voor 2009. Voor de Kas voor geneeskundige verzorging van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen wordt dit bedrag vastgesteld op 13 195 000 euro voor 2003, 13 818 000 euro voor 2004, 14 329 000 euro voor 2005, 14 859 000 euro voor 2006, 15 416 000 euro voor 2007, 15 995 000 euro voor 2008 en 16 690 000 euro voor 2009. ".
Art.170. A l'article 195, § 1er, 2°, de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 25 avril 1997 et par les lois des 22 février 1998, 26 mars 2007 et 8 juin 2008, les première et deuxième phrases de l'alinéa 3 sont remplacées par les dispositions suivantes :
  " Le montant des frais d'administration des cinq unions nationales est fixé à 766 483 000 euros pour 2003, 802 661 000 euros pour 2004, 832 359 000 euros pour 2005, 863 156 000 euros pour 2006, 895 524 000 euros pour 2007, 929 160 000 euros pour 2008 et 972 546 000 euros pour 2009. Pour la Caisse des soins de santé de la Société nationale des Chemins de Fer belges, ce montant est fixé à 13 195 000 euros pour 2003, 13 818 000 euros pour 2004, 14 329 000 euros pour 2005, 14 859 000 euros pour 2006, 15 416 000 euros pour 2007, 15 995 000 euros pour 2008 et 16 690 000 euros pour 2009. ".
HOOFDSTUK 2. - Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.
CHAPITRE 2. - Agence fédérale des Médicaments et des Produits de Sante.
Afdeling 1. - Wijziging van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen.
Section 1re. - Modification de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments.
Art.171. In artikel 13, derde lid, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen de woorden " alle officina-apothekers " en " die zich bij hen laten voorzien " worden de woorden " en dierenartsen-depothouders " ingevoegd;
  2° tussen de woorden " De Koning kan de toepassing van deze bepaling uitbreiden " en de woorden " ten laste van de andere personen die gerechtigd zijn " worden de woorden " tot andere bijdragen en retributies en " ingevoegd.
Art.171. A l'article 13, alinéa 3, de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments, sont apportés les modification suivantes :
  1° les mots " et les médecins vétérinaires titulaires d'un dépôt " sont insérés entre les mots " tous les pharmaciens d'officine " et " qui s'approvisionnent chez eux ";
  2° les mots " à d'autres contributions et retributions et " sont insérés entre les mots " Le Roi peut étendre l'application de cette disposition " et les mots " à charge des autres personnes autorisées ".
Afdeling 2. - Wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.
Section 2. - Modification de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967 relatif à l'exercice des professions des soins de santé.
Art.172. Artikel 4, § 3quinquies, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967, ingevoegd bij de wet van 13 mei 1999, wordt aangevuld met de volgende leden :
  " De retributies of bijdragen bedoeld in deze paragraaf, worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk, in functie van het indexcijfer van de maand september.
  Het aanvangscijfer is dat van de maand september voorafgaand aan de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit tot vaststelling van het bedrag van de retributie of bijdrage.
  Voor de retributies of bijdragen vastgesteld voor de datum van inwerkingtreding van de programmawet van 22 december 2008, is het aanvangsindexcijfer dat van de maand september voorafgaand aan de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van hun laatste vaststelling vóór deze datum.
  De geïndexeerde bedragen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en zijn van toepassing op de heffingen en retributies opeisbaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op dat gedurende hetwelk de aanpassing is uitgevoerd. ".
Art.172. L'article 4, § 3quinquies, de l'arrêté royal n° 78 du 10 novembre 1967, inséré par la loi du 13 mai 1999, est complété par les alinéas suivants :
  " Les contributions ou rétributions visées au présent paragraphe sont adaptées annuellement, en fonction de l'indice du mois de septembre, à l'evolution de l'indice des prix à la consommation du Royaume.
  L'indice de départ est celui du mois de septembre précédant la publication au Moniteur belge de l'arrêté royal fixant le montant de la rétribution ou de la contribution.
  Pour les rétributions ou contributions fixées avant la date d'entrée en vigueur de la loi-programme du 22 décembre 2008, l'indice de départ est celui du mois de septembre précédant la publication au Moniteur belge de leur dernière fixation avant cette date.
  Les montants indexés sont publiés au Moniteur belge et sont applicables aux contributions et rétributions exigibles à partir du 1er janvier de l'année qui suit celle durant laquelle l'adaptation a été effectuée. ".
Afdeling 3. - Wijziging van de wet van 22 februari 1998 houdende sociale bepalingen.
Section 3. - Modification de la loi du 22 février 1998 portant des dispositions sociales.
Art.173. In artikel 224 van de wet 22 februari 1998 houdende sociale bepalingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden " op een speciale rekening van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu " vervangen door de woorden " op een rekening van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten ";
  2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt :
  " § 3. De retributies bedoeld in dit artikel worden jaarlijks aangepast aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk, in functie van het indexcijfer van de maand september.
  Het aanvangsindexcijfer is dat van de maand september voorafgaand aan de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit tot vaststelling van het bedrag van de heffing of retributie.
  Voor de retributies vastgesteld vóór de datum van inwerkingtreding van de programmawet van 22 december 2008, is het aanvangsindexcijfer dat van de maand september voorafgaand aan de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van hun laatste vaststelling vóór deze datum.
  De geïndexeerde bedragen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en zijn van toepassing op de heffingen en retributies opeisbaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op dat gedurende hetwelk de aanpassing is uitgevoerd. ".
Art.173. A l'article 224 de la loi du 22 février 1998 portant des dispositions sociales, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, les termes " sur un compte spécial du budget du ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement " sont remplacés par les termes " sur un compte de l'Agence fédérale des Médicaments et des Produits de Santé ";
  2° l'article est complété par un paragraphe 3, libellé comme suit :
  " § 3. Les rétributions visées dans le présent article sont adaptées chaque année à l'évolution de l'indice des prix à la consommation de l'Etat, en fonction de l'indice du mois de septembre.
  L'indice de départ est celui du mois de septembre précédant la publication au Moniteur belge de l'arrêté royal fixant le montant de la contribution ou de la retribution.
  Pour les rétributions fixées avant la date d'entrée en vigueur de la loi-programme du 22 décembre 2008, l'indice de départ est celui du mois de septembre precédant la publication au Moniteur belge de leur dernière fixation avant cette date.
  Les montants indexés sont publies au Moniteur belge et sont applicables aux contributions et rétributions exigibles à partir du 1er janvier de l'année qui suit celle durant laquelle l'adaptation a été effectuée. ".
Art.174. Punt 1° van het artikel 173 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2007.
Art.174. Le point 1° de l'article 173 produit ses effets le 1er janvier 2007.
Afdeling 4. - Wijziging van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en diverse bepalingen.
Section 4. - Modification de la loi du 12 août 2000 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses.
Art.175. In artikel 224 van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en diverse bepalingen, vervangen bij de wet van 21 januari 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid van paragraaf 1, worden de woorden " 30 april " vervangen door " 30 juni ";
  2° het tweede lid van paragraaf 1, wordt vervangen als volgt :
  " Deze heffing wordt gestort op de rekening van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten. ";
  3° het laatste lid van paragraaf 1 wordt paragraaf 3;
  4° paragraaf 1, wordt aangevuld met de volgende leden :
  " De in deze paragraaf bedoelde heffing is niet verschuldigd op het gedeelte van de omzet dat betrekking heeft op de in het eerste lid bedoelde medische hulpmiddelen die worden uitgevoerd, overgedragen naar een andere lidstaat van de Europese Unie of overgedragen aan een andere distributeur.
  De distributeurs houden jaarlijks een register bij met vermelding van de in het eerste lid bedoelde medische hulpmiddelen die zij in hun bezit hebben, de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan welke deze medische hulpmiddelen worden overgedragen en de gevolgen van deze overmaking voor wat betreft de toepassing van het vorige lid.
  Vóór 30 juni van het in het jaar volgend op het jaar waarin het omzetcijfer is verwezenlijkt, maakt elke distributeur aan het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten een attest over waarin de bedrijfsrevisor of de accountant de volgende elementen bevestigt en voor echt verklaart :
  1° de naam van de distributeur als natuurlijke of rechtspersoon, met vermelding van de rechtsvorm en diens ondernemingsnummer;
  2° de totale omzet;
  3° de in het eerste lid bedoelde omzet;
  4° de omzet op basis waarvan de in deze paragraaf bedoelde bijdrage moet worden betaald; ";
  5° paragraaf 3 wordt aangevuld met de volgende leden :
  " De ambtenaren bedoeld in artikelen 14, § 1, eerste lid, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen hebben met betrekking tot onderhavig artikel dezelfde bevoegdheid als bedoeld in de artikelen 14 en 14bis.
  De artikelen 17, §§ 1 en 3, 18 en 19 van dezelfde wet zijn op dit artikel van overeenkomstige toepassing voor zover de in artikel 17, § 1, eerste lid, van dezelfde wet bedoelde som als volgt wordt vastgesteld :
  1° in het geval de inbreuk louter bestaat uit het niet betalen of het gedeeltelijk niet betalen van de bijdrage krachtens het in paragraaf 1, bedoelde attest van een bedrijfsrevisor of accountant, tussen het tweevoudige en het vijfvoudige van de verschuldigde bijdrage;
  2° in de andere gevallen dan 1°, tussen 2 500,00 euro en 1 % van het totaal van de opbrengstrekening klasse 7 in de boekhouding van de onderneming die de betrokken distributeur is, zoals blijkt uit de boekhouding van deze onderneming van het jaar waarin de omzet is gerealiseerd en waarop de inbreuk betrekking heeft. ".
Art.175. A l'article 224 de la loi du 12 août 2000 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses, remplacé par la loi du 21 janvier 2001, les modifications suivantes sont apportees :
  1° à l'alinéa 1er du paragraphe 1er, les termes " 30 avril " sont remplacés par " 30 juin ";
  2° l'alinéa 2 du paragraphe 1er, est remplacé par ce qui suit :
  " Cette redevance est versée sur le compte de l'Agence fédérale des Médicaments et des Produits de Santé. ";
  3° le dernier alinéa du paragraphe 1er devient le paragraphe 3;
  4° le paragraphe 1 est complété par les alinéas suivants :
  " La redevance visée dans le présent paragraphe n'est pas due sur la part du chiffre d'affaires relative aux dispositifs médicaux visés à l'alinéa 1er qui sont exportés, transmis vers un autre Etat membre de l'Union européenne ou transmis à un autre distributeur.
  Les distributeurs tiennent chaque année un registre mentionnant les dispositifs médicaux visés à l'alinéa 1er qu'ils possedent, la personne physique ou morale à laquelle ces dispositifs médicaux sont transmis et les conséquences de cette transmission en ce qui concerne l'application de l'alinéa précédent.
  Avant le 30 juin de l'année qui suit l'année au cours de laquelle le chiffre d'affaires a été réalisé, chaque distributeur transmet à l'Agence fédérale des Médicaments et des Produits de Santé une attestation dans laquelle le réviseur d'entreprise ou l'expert comptable confirme et certifie les éléments suivants :
  1° le nom du distributeur en tant que personne physique ou morale, avec indication de la forme juridique et de son numéro d'entreprise;
  2° le chiffre d'affaires total;
  3° le chiffre d'affaires visé à l'alinéa 1er;
  4° le chiffre d'affaires sur la base duquel la contribution visée au présent paragraphe doit être versée; ";
  5° le paragraphe 3 est complété par les alinéas suivants :
  " Les fonctionnaires visés à l'article 14, § 1er, alinéa 1er, de loi du 25 mars 1964 sur les médicaments, ont, en ce qui concerne le présent article, la même compétence que celle visée aux articles 14 et 14bis.
  Les articles 17, §§ 1er et 3, 18 et 19 de la même loi s'appliquent à cet article par analogie pour autant que la somme visée à l'article 17, § 1er, alinéa 1er de la même loi soit fixée comme suit :
  1° dans le cas où l'infraction consiste uniquement dans le non-paiement ou dans le non-paiement partiel de la contribution en vertu du certificat visé au paragraphe 1er d'un réviseur d'entreprise ou d'un comptable, entre le double et le quintuple de la contribution due;
  2° dans les autres cas que le 1°, entre 2 500,00 euros et 1 % du chiffre total du compte de produits classe 7 dans la comptabilité de l'entreprise qui est le distributeur concerné, tel qu'il ressort de la comptabilité de cette entreprise de l'année au cours de laquelle le chiffre d'affaires est réalisé et à laquelle se rapporte l'infraction. ".
Art.176. In artikel 225 van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006 en 21 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in eerste lid, 1°, worden de woorden " een contributie van 65 centiemen (0,0161 euro) " vervangen door de woorden " een contributie van 0,0052 euro ";
  2° in eerste lid, 2°, worden de woorden " een contributie van 30 centiemen (0,0074 euro) " vervangen door de woorden " een contributie van 0,0103 euro ";
  3° het tweede lid worden opgeheven;
  4° in derde lid worden de woorden " ten belope van een bedrag van 15 centiemen (0,037 euro) per verpakking voor wat betreft punt 1° en een bedrag van 30 centiemen (0,074 euro) voor wat betreft punt 2° " opgeheven;
  5° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De Koning kan de nadere regels bepalen voor de in dit artikel bedoelde stortingen, evenals de informatie die moet worden medegedeeld bij de stortingen, en dit teneinde de controle mogelijk te maken. ".
Art.176. A l'article 225 de la loi du 12 août 2000 portant des dispositions sociales, budgétaires et autres, modifié par les lois du 27 décembre 2006 et du 21 décembre 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, 1°, les mots " une contribution de 65 centimes (0,0161 euro) " sont remplacés par les mots " une contribution de 0,0052 euro ";
  2° dans l'alinéa 1er, 2° les mots " une contribution de 30 centimes (0,0074 euro) " sont remplacés par les mots " une contribution de 0,0103 euro ";
  3° l'alinéa 2 est abrogé;
  4° dans l'alinéa 3, les mots " à concurrence d'un montant de 15 centimes (0,0037 euro) par conditionnement en ce qui concerne le point 1° et un montant de 30 centimes (0,0074 euro) en ce qui concerne le point 2° " sont abrogés;
  5° l'article est complété par l'alinéa suivant :
  " Le Roi peut définir les modalités de versement des contributions visées au présent article ainsi que les informations devant accompagner les versements afin d'en permettre le contrôle. ".
Art.177. In dezelfde wet wordt een artikel 225/1 ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 225/1. - De kosten voor de controle op de deugdelijkheid en de conformiteit van de geneesmiddelen door de laboratoria, erkend bij toepassing van artikel 13, tweede lid, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen of de uitvoeringsbesluiten ervan, worden gedekt door de betaling van een bijdrage.
  De in het vorige lid bedoelde bijdrage is verschuldigd door elke officina-apotheker en elke dierenarts-depothouder en bedraagt 0,0150 euro voor elke verpakking van een farmaceutische specialiteit en geprefabriceerd geneesmiddel, die zij aanschaffen zowel onder bezwarende titel als om niet.
  Bedoelde bijdragen worden gestort aan het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.
  De jaarlijkse aanpassing van het in dit artikel bedoelde bedrag aan het indexcijfer der consumptieprijzen geschiedt overeenkomstig het mechanisme bedoeld in artikel 225, vierde lid.
  De overtredingen op deze bepaling of op de besluiten getroffen ter uitvoering ervan, worden gestraft met de straffen bepaald in artikel 16, § 2, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen.
  De Koning kan de nadere regels bepalen voor de in dit artikel bedoelde stortingen van bijdragen, evenals de informatie die moet worden medegedeeld bij de stortingen, en dit teneinde de controle mogelijk te maken. ".
Art.177. Dans la même loi il est inséré un article 225/1, libellé comme suit :
  " Art. 225/1. - L'ensemble des frais relatifs au contrôle de qualité et de conformité des médicaments par les laboratoires agréés en vertu de l'article 13, alinéa 2, de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments ou les arrêtés d'exécution de celle-ci, sont couverts par le paiement d'une contribution.
  La contribution visée à l'alinéa précédent est à charge de chaque pharmacien d'officine et de chaque médecin vétérinaire dépositaire d'un dépôt de médicaments et s'élève à 0,0150 euros pour chaque conditionnement d'une spécialité pharmaceutique ou d'un médicament préfabriqué dont ils s'approvisionnent tant à titre onéreux qu'à titre gratuit.
  Les contributions visées sont versees à l'Agence fédérale des Médicaments et des Produits de Santé.
  L'adaptation annuelle du montant visé au présent article à l'indice des prix à la consommation, est faite conformément au mécanisme visé à l'article 225, alinéa 4.
  Les infractions à cette disposition ou aux arrêtés pris en exécution de celle-ci sont punies des peines prévues par l'article 16, § 2, de la loi du 25 mars 1964 sur les médicaments.
  Le Roi peut définir les modalités de versement des contributions visées au présent article ainsi que les informations devant accompagner les versements afin d'en permettre le contrôle. ".
Afdeling 5. - Wijziging van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten.
Section 5. - Modification de la loi du 20 juillet 2006 relative à la création et au fonctionnement de l'Agence fédérale des Médicaments et des Produits de Santé.
Art.178. In artikel 4 van de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de huidige tekst van het artikel wordt paragraaf 1 van het artikel;
  2° 1°, b., van het vierde lid wordt vervangen door " b. het verwerken van de aanvragen voor klinische studies; ";
  3° 2°, c., van het vierde lid wordt vervangen door " c. het verwerken van de aanvragen van de vergunningen voor het in de handel brengen; ";
  4° 4°, e., van het vierde lid wordt vervangen door " e. het verwerken van de aanvragen van vergunningen voor vestiging en overbrenging van voor het publiek opengestelde apotheken; ";
  5° 4°, h., van het vierde lid wordt vervangen door " h. het verwerken van de aanvragen tot vergunningen, erkenningen en certificaten voor de wegneming, bewaring, de fabricage, de distributie, de controle en de aflevering van producten bedoeld in het eerste lid; ";
  6° Het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidend als volgt :
  " § 2. De bevoegdheden bedoeld in paragraaf 1, worden uitsluitend in naam en voor rekening van de Staat uitgeoefend. ".
Art.178. A l'article 4 de la loi du 20 juillet 2006 relative à la création et au fonctionnement de l'Agence fédérale des Médicaments et des Produits de Santé, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le texte actuel de l'article devient le paragraphe 1er de l'article;
  2° le 1°, b., de l'alinéa 4 est remplacé par " b. en traitant les demandes d'essais cliniques; ";
  3° le 2°, c., de l'alinéa 4 est remplacé par " c. en traitant les demandes d'autorisations de mise sur le marché; ";
  4° le 4°, e., de l'alinéa 4 est remplacé par " e. en traitant les demandes d'autorisations en matière d'implantation et de transfert d'officines pharmaceutiques ouvertes au public; ";
  5° le 4°, h., de l'alinéa 4 est remplacé par " h. en traitant les demandes d'autorisations, d'agréments et de certificats pour le prelèvement, la conservation, la fabrication, la distribution, le contrôle et la délivrance des produits visés à l'alinéa 1er; ";
  6° L'article est complété par un paragraphe 2, libellé comme suit :
  " § 2. Les compétences visées au paragraphe 1, sont exercées exclusivement au nom et pour le compte de l'Etat. ".
Art.179. Artikel 12 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid :
  " De vertegenwoordiger van de minister en de inspecteur van Financiën zetelen in het Doorzichtigheidscomité met raadgevende stem. ".
Art.179. L'article 12 de la même loi est complété par l'alinéa suivant :
  " Le représentant du ministre et l'Inspecteur des Finances visés à l'alinéa 1er siègent au Comité de transparence avec voix consultative. ".
Art.180. In artikel 13 van dezelfde wet, wordt een paragraaf 5 ingevoegd, luidend als volgt :
  " § 5. Indien de rekening van het Agentschap op 31 december van elk jaar een overschot vertoont, wordt deze som op de rekening behouden voor het volgende jaar. ".
Art.180. Dans l'article 13 de la même loi, il est inséré un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Si les comptes de l'Agence, au 31 décembre de chaque année, présentent un excédent, cette somme est laissée en compte, à valoir pour l'année suivante. ".
Afdeling 6. - Wijziging van de wet houdende diverse bepalingen (I) van 21 december 2007.
Section 6. - Modification de la loi portant des dispositions diverses (I) du 21 décembre 2007.
Art.181. Artikel 44 van de wet van 21 december 2007 houdende diverse bepalingen (I), wordt aangevuld met de volgende leden :
  " De in dit artikel bedoelde heffing wordt jaarlijks aangepast aan de evolutie van het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk, in functie van het indexcijfer van de maand september.
  Het aanvangscijfer is dat van de maand september 2008.
  Voor de heffingen vastgesteld vóór de datum van inwerkingtreding van de programmawet van 22 december 2008, is het aanvangsindexcijfer dat van de maand september 2007.
  De geïndexeerde bedragen worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en zijn van toepassing op de heffingen opeisbaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op dat gedurende het jaar dat volgt op dat gedurende hetwelk de aanpassing is uitgevoerd. ".
Art.181. L'article 44 de la loi du 21 décembre 2007 portant dispositions diverses (I), est complété par les alinéas suivants :
  " La contribution visée dans le présent article est adaptée chaque année à l'évolution de l'indice des prix à la consommation de l'Etat, en fonction de l'indice du mois de septembre.
  L'indice de départ est celui du mois de septembre 2008.
  Pour les contributions fixées avant la date d'entrée en vigueur de la loi-programme du 22 décembre 2008, l'indice de départ est celui du mois de septembre 2007.
  Les montants indexes sont publiés au Moniteur belge et sont applicables aux contributions exigibles à partir du 1er janvier de l'année qui suit celle durant laquelle l'adaptation a été effectuée. ".
Afdeling 7. - Presentiegelden en vergoedingen.
Section 7. - Jetons de présence et allocations.
Art.182. De Koning kan de bedragen vaststellen van de presentiegelden en de vergoeding voor verplaatsingskosten die worden toegekend aan de leden van de door Hem aangeduide commissies en comités bedoeld in de wet van 20 juli 2006 betreffende de oprichting en de werking van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, evenals in de wetten en besluiten waarvoor het Federaal Agentschap bevoegd is bij toepassing van artikel 4 van voornoemde wet van 20 juli 2006.
  De Koning kan eveneens de bedragen vaststellen tot vergoeding toegekend aan de deskundigen die in het kader van de bedoelde commissies en comités werkzaamheden verrichten.
  Voor wat betreft de in het eerste lid bedoelde presentiegelden, stelt de Koning de voorwaarden vast voor de toepassing van dit artikel, evenals de nadere regels voor de betaling.
Art.182. Le Roi peut fixer les montants des jetons de présence et de l'indemnisation des frais de transports au profit des membres des commissions et des comités établis, qu'Il désigne, au sein de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé, dans le cadre de ses missions visées à l'article 4 de la loi du 20 juillet 2006 relative à la création et au fonctionnement de l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé.
  Le Roi peut également fixer les montants des allocations attribuées aux experts qui effectuent des travaux dans le cadre des ces commissions et ces comités.
  En ce qui concerne les jetons de présence visés à l'alinéa 1er, le Roi fixe les conditions de l'application du présent article, ainsi que les modalités de paiement.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen.
CHAPITRE 3. - Modification de la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires.
Art.183. In de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt de tekst onder de titel " Aard van de gemachtigde uitgaven " van subrubriek 31-2 Fonds voor de grondstoffen en de producten, vervangen bij artikel 73 van de wet van 23 december 2005 houdende diverse bepalingen en gewijzigd bij de wet van 8 juni 2008, vervangen als volgt :
  " Financiering van personeels-, administratie- en werkingskosten, kosten voor sensibilisering, kosten voor studies en wetenschappelijk onderzoek, investeringen en toezicht en alle kosten van om het even welke aard voortvloeiend uit de toepassing en de controle van de bepalingen van :
  - de wet van 11 juli 1969 betreffende de grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt;
  - de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijprodukten;
  - de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten;
  - de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979;
  - de dierengezondheidswet van 24 maart 1987;
  - artikel 132 van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen;
  - de wet van 14 juli 1994 inzake de oprichting van een comité voor het toekennen van het Europese milieukeurmerk;
  - de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid;
  - en van de besluiten genomen ter uitvoering van deze wetten, van de verordeningen opgesomd in bijlage ervan en van de andere internationale akten inzake productnormen. ".
Art.183. Dans le tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, le texte sous le titre " Nature des dépenses autorisées " de la sous-rubrique 31-2 Fonds pour les matières premières et les produits, remplacé par l'article 73 de la loi du 23 décembre 2005 portant des dispositions diverses et modifié par la loi du 8 juin 2008, est remplacé par ce qui suit :
  " Le financement des frais de personnel, d'administration et de fonctionnement, les frais de la sensibilisation, les frais d'études et de recherche scientifique, les investissements et le contrôle de tous les frais de quelque nature que ce soit résultant de l'application et du contrôle des dispositions de :
  - la loi du 11 juillet 1969 relative aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage;
  - la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime;
  - la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits;
  - la loi du 28 juillet 1981 portant approbation de la Convention sur le commerce international des espèces de faune et de flore sauvages menacées d'extinction, et des Annexes, faites à Washington le 3 mars 1973, ainsi que de l'Amendement à la Convention, adopté à Bonn le 22 juin 1979;
  - la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux;
  - l'article 132 de la loi du 20 juillet 1991 portant des dispositions sociales et diverses;
  - la loi du 14 juillet 1994 portant création du Comité d'attribution du label écologique européen;
  - la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion de modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement et de la santé;
  - et des arrêtés pris en exécution de ces lois, des règlements énumérés en annexe de ceux-ci et des autres actes internationaux relatifs aux normes de produits. ".
TITEL 8. - Financiën.
TITRE 8. - Finances.
HOOFDSTUK 1. - Woon-werkverkeer.
CHAPITRE 1er. - Déplacement du domicile au lieu de travail.
Art.184. In artikel 38, § 1, eerste lid, 9°, c, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vervangen bij de wet van 10 augustus 2001, worden de woorden " voor een maximum bedrag van 125 euro per jaar " vervangen door de woorden " voor een maximum bedrag van 250 euro per jaar ".
Art.184. Dans l'article 38, § 1er, alinéa 1er, 9°, c, du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 10 août 2001, les mots " pour un montant maximum de 125 euros par année " sont remplacées par les mots " pour un montant maximum de 250 euros par année ".
Art.185. Artikel 184 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2010.
Art.185. L'article 184 est d'application à partir de l'exercice d'imposition 2010.
HOOFDSTUK 2. - Strijd tegen de fiscale fraude.
CHAPITRE 2. - Lutte contre la fraude fiscale.
Art.186. In artikel 315, laatste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt het woord " vijfde " vervangen door het woord " zevende ".
Art.186. Dans l'article 315, dernier alinéa, du Code des impôts sur les revenus 1992, le mot " cinquième " est chaque fois remplacé par le mot " septième ".
Art.187. In artikel 315bis, laatste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 juli 1994, wordt het woord " vijfde " vervangen door het woord " zevende ".
Art.187. Dans l'article 315bis, dernier alinéa, du même Code, inséré par la loi du 6 juillet 1994, le mot " cinquième " est chaque fois remplace par le mot " septieme ".
Art.188. In artikel 333, derde lid, van hetzelfde Wetboek, wordt het woord " twee " vervangen door het woord " vier ".
Art.188. Dans l'article 333, alinéa 3, du même Code, le mot " deux " est remplacé par le mot " quatre ".
Art.189. In artikel 354, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, wordt het woord " twee " vervangen door het woord " vier ".
Art.189. Dans l'article 354, alinéa 2, du même Code, le mot " deux " est remplacé par le mot " quatre ".
Art.190. In artikel 376, § 1, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 maart 1999, worden de woorden " drie jaar " vervangen door de woorden " vijf jaar ".
Art.190. Dans l'article 376, § 1er, 1°, du même Code, remplacé par la loi du 15 mars 1999, les mots " trois ans " sont remplacés par les mots " cinq ans ".
Art.191. Artikel 81bis van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, ingevoegd bij de wet van 15 maart 1999, wordt vervangen als volgt :
  " Art. 81bis. - § 1. Er is verjaring voor de vordering tot voldoening van de belasting, van de interesten en van de administratieve geldboeten, na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid van die belasting, interesten en administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan.
  In afwijking van het eerste lid is er evenwel verjaring na het verstrijken van het zevende kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid zich heeft voorgedaan, wanneer :
  1° een inlichting, een onderzoek of een controle aantoont dat belastbare handelingen niet werden aangegeven in België, dat er handelingen ten onrechte werden vrijgesteld of dat er onrechtmatige belastingaftrekken werden toegepast en de inlichting werd medegedeeld of verzocht of het onderzoek of de controle werd uitgevoerd of verzocht door, hetzij een andere lidstaat van de Europese Unie, overeenkomstig de regels daartoe bepaald in dit Wetboek of in de regelgeving van deze Unie, hetzij een bevoegde overheid van enig ander land waarmee België een overeenkomst heeft gesloten tot het vermijden van dubbele belasting, in verband met de belasting waarop die overeenkomst van toepassing is;
  2° een rechtsvordering aantoont dat, in België, belastbare handelingen niet werden aangegeven, handelingen ten onrechte werden vrijgesteld of belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de wettelijke en verordeningsbepalingen die erop van toepassing zijn;
  3° bewijskrachtige gegevens, waarvan de administratie kennis heeft gekregen, aantonen dat belastbare handelingen niet werden aangegeven in België, dat er handelingen ten onrechte werden vrijgesteld of dat er belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de wettelijke en verordeningsbepalingen die daarop van toepassing zijn;
  4° de overtreding bedoeld in de artikelen 70 of 71 begaan is met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden.
  § 2. Indien de in artikel 59, § 2, bedoelde procedure uitwijst dat de belasting over een ontoereikende maatstaf werd voldaan, verjaart de vordering tot voldoening van de aanvullende belasting, van de interesten, van de administratieve geldboeten en van de procedurekosten, door verloop van twee jaar te rekenen van de laatste daad in die procedure. ".
Art.191. L'article 81bis du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, inséré par la loi du 15 mars 1999, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 81bis. - § 1er. La prescription de l'action en recouvrement de la taxe, des intérets et des amendes fiscales est acquise à l'expiration de la troisième année civile qui suit celle durant laquelle la cause d'exigibilité de ces taxe, intérêts et amendes fiscales est intervenue.
  Par dérogation a l'alinéa 1er, cette prescription est toutefois acquise à l'expiration de la septième année civile qui suit celle durant laquelle la cause d'exigibilité est intervenue, lorsque :
  1° un renseignement, une enquête ou un contrôle, communiqués, effectués ou requis soit par un autre Etat membre de l'Union européenne selon les règles établies en la matière par le présent Code ou par la législation de cette Union, soit par une autorité compétente de tout pays avec lequel la Belgique a conclu une convention préventive de la double imposition et se rapportant à l'impôt visé par cette convention, font apparaître que des opérations imposables n'ont pas été déclarées en Belgique, que des opérations y ont été exemptées à tort ou que des déductions de la taxe y ont été opérées à tort;
  2° une action judiciaire fait apparaître que des opérations imposables n'ont pas été déclarées, que des operations ont été exemptées à tort ou que des déductions de la taxe ont été opérées, en Belgique, en violation des dispositions légales et réglementaires qui leur sont applicables;
  3° des eléments probants, venus à la connaissance de l'administration, font apparaître que des opérations imposables n'ont pas été déclarées en Belgique, que des opérations y ont été exemptées à tort ou que des déductions de la taxe y ont été opérées en infraction aux dispositions légales et réglementaires qui régissent la matière;
  4° l'infraction visée aux articles 70 ou 71 a été commise dans une intention frauduleuse ou à dessein de nuire.
  § 2. Lorsqu'il résulte de la procédure visée à l'article 59, § 2, que la taxe a été acquittée sur une base insuffisante, l'action en recouvrement de la taxe supplémentaire, des intérêts, des amendes fiscales et des frais de procédure se prescrit par deux ans à compter du dernier acte de cette procédure. ".
Art.192. In artikel 84ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 15 maart 1999, worden de woorden " artikel 81bis, § 1, tweede lid, " vervangen door de woorden " artikel 81bis, § 1, tweede lid, 4°, ".
Art.192. Dans l'article 84ter du même Code, inséré par la loi du 15 mars 1999, les mots " l'article 81bis, § 1er, alinéa 2, " sont remplacés par les mots " l'article 81bis, § 1er, alinéa 2, 4°, ".
Art.193. De artikelen 186 tot 192 treden in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.193. Les articles 186 à 192 entrent en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
HOOFDSTUK 3. - Betere inning.
CHAPITRE 3. - Meilleure perception.
Art.194. Artikel 334, eerste lid, van de programmawet van 27 december 2004, wordt vervangen als volgt :
  " Elke som die aan een persoon moet worden teruggegeven of betaald, hetzij in het kader van de toepassing van de belastingwetten die onder de bevoegdheid van de Federale Overheidsdienst Financiën vallen of waarvan de inning en invordering door die Federale Overheidsdienst worden verzekerd, hetzij krachtens de bepalingen van het burgerlijk recht met betrekking tot de onverschuldigde betaling, kan naar keuze en zonder formaliteit door de bevoegde ambtenaar worden aangewend ter betaling van de door deze persoon verschuldigde bedragen bij toepassing van bedoelde belastingwetten of ter voldoening van de fiscale of niet-fiscale schuldvorderingen waarvan de inning en invordering, door of krachtens een bepaling met kracht van wet, door de Federale Overheidsdienst Financiën worden verzekerd. Die aanwending wordt beperkt tot het niet-betwiste gedeelte van de schuldvorderingen op deze persoon. ".
Art.194. L'article 334, alinéa 1er, de la loi-programme du 27 décembre 2004, est remplacé par ce qui suit :
  " Toute somme à restituer ou à payer à une personne, soit dans le cadre de l'application des lois d'impôts qui relèvent de la compétence du Service public fédéral Finances ou pour lesquelles la perception et le recouvrement sont assurés par ce Service public fédéral, soit en vertu des dispositions du droit civil relatives à la répétition de l'indu, peut être affectée sans formalités et au choix du fonctionnaire compétent, au paiement des sommes dues par cette personne en application des lois d'impôts concernées ou au règlement de créances fiscales ou non-fiscales dont la perception et le recouvrement sont assurés par le Service public fédéral Finances par ou en vertu d'une disposition ayant force de loi. Cette affectation est limitée à la partie non contestée des créances à l'égard de cette personne. ".
Art.195. In de wet van 6 juli 1978 inzake douane en accijnzen wordt een artikel 312bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 312bis. - Elk bedrag aan rechten, accijnzen of daarmede gelijkgestelde belastingen dat aan een belastingschuldige moet worden teruggegeven of betaald krachtens de wetgeving inzake douane en accijnzen of krachtens de bepalingen van het burgerlijk recht met betrekking tot de onverschuldigde betaling, kan door de ontvanger der douane en accijnzen zonder formaliteit worden toegerekend op door deze schuldenaar definitief verschuldigde rechten, accijnzen en daarmede gelijkgestelde belastingen of op elke andere definitief verschuldigde som die deze persoon moet betalen ingevolge de toepassing van de wetgeving inzake douane en accijnzen. ".
Art.195. Dans la loi du 6 juillet 1978 concernant les douanes et accises, il est insere un article 312bis rédigé comme suit :
  " Art. 312bis. - Tout montant de droits, d'accises ou de taxes y assimilées à restituer ou à payer à un redevable en vertu de la législation sur les douanes et accises ou des dispositions du droit civil relatives à la répétition de l'indu peut être imputé sans formalités par le receveur des douanes et accises sur les droits, accises et taxes y assimilées dus à titre définitif ou sur toute autre somme due à titre définitif par ce redevable en vertu de la législation en matière de douane et accises. ".
HOOFDSTUK 4. - Dochteronderneming van een SICAFI.
CHAPITRE 4. - Filiale d'une SICAFI.
Art.196. In artikel 185bis, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006, worden de woorden " 102, " ingevoegd tussen de woorden " 99, " en het woord " 106 ".
Art.196. Dans l'article 185bis, § 1er, du Code des impôts sur les revenus 1992, inséré par la loi du 27 décembre 2006, les mots " 102, " sont insérés entre les mots " 99, " et le mot " 106 ".
Art.197. Artikel 196 treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.197. L'article 196 entre en vigueur le jour de la publication de la présente loi au Moniteur belge.
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de programmawet van 27 december 2004.
CHAPITRE 5. - Modification de la loi-programme du 27 décembre 2004.
Art.198. Artikel 420, § 3, a, van de programmawet van 27 december 2004, wordt vervangen als volgt :
  " a) - het tarief van de bijzondere accijns vastgesteld bij artikel 419, b) en c), voor ongelode benzine van de GN codes 27101141, 27101145 en 27101149 zal verhogen vanaf 1 januari 2009 met een maximumbedrag van 28 euro per 1 000 liter bij 15 °C, overeenkomstig de procedure bepaald onder b);
  - het tarief van de bijzondere accijns vastgesteld bij artikel 419, e) i) en f) i), voor gasolie van de GN codes 27101941, 27101945 en 27101949 zal verhogen vanaf 1 januari 2009 met een maximumbedrag van 35 euro per 1 000 liter bij 15 °C, overeenkomstig de procedure bepaald onder b). ".
Art.198. L'article 420, § 3, a, de la loi-programme du 27 décembre 2004, est remplacé par ce qui suit :
  " a) - le taux du droit d'accise spécial fixé à l'article 419, b) et c) pour l'essence sans plomb des codes NC 2710 11 41, 2710 11 45 et 2710 11 49, augmentera, à partir du 1er janvier 2009, d'un montant maximum de 28 euros par 1 000 litres à 15 °C, selon la procédure prévue sous b);
  - le taux du droit d'accise spécial fixé à l'article 419, e) i) et f) i) pour le gasoil des codes NC 27101941, 27101945 et 27101949, augmentera, à partir du 1er janvier 2009, d'un montant maximum de 35 euros par 1 000 litres à 15 °C, selon la procédure prévue sous b). ".
HOOFDSTUK 6. - Bekrachtiging van een koninklijk besluit genomen ter uitvoering van artikel 2 van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiële stabiliteit.
CHAPITRE 6. - Confirmation d'un arrêté royal pris en exécution de l'article 2 de la loi du 15 octobre 2008 portant des mesures visant à promouvoir la stabilité financière et instituant en particulier une garantie d'Etat relative aux crédits octroyés et autres opérations effectuées dans le cadre de la stabilité financière.
Art.199. Het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's en de levensverzekeringen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, wordt bekrachtigd met ingang van de datum van zijn inwerkingtreding.
Art.199. L'arrêté royal du 14 novembre 2008 portant exécution de la loi du 15 octobre 2008 portant des mesures visant à promouvoir la stabilité financière et instituant en particulier une garantie d'Etat relative aux crédits octroyés et autres operations effectuées dans le cadre de la stabilite financière, en ce qui concerne la protection des dépots et des assurances sur la vie, et modifiant la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, est confirmé avec effet à la date de son entrée en vigueur.
TITEL 9. - Zelfstandigen, KMO'S en voedselveiligheid.
TITRE 9. - Indépendants, PME et sécurité alimentaire.
HOOFDSTUK 1. - Sociale verzekering in geval van gedwongen stopzetting.
CHAPITRE 1er. - Assurance sociale en cas de cessation forcée.
Art.200. Artikel 18, § 3bis, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt :
  " De Koning kan, bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en onder de voorwaarden die Hij bepaalt, alle nuttige maatregelen nemen om de in het vorige lid bedoelde verzekering uit te breiden tot de zelfstandigen die door omstandigheden onafhankelijk van hun wil gedwongen worden de zelfstandige activiteit stop te zetten en zonder enig inkomen, noch vervangingsinkomen komen te staan. ".
Art.200. L'article 18, § 3bis, de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs independants, inséré par l'arrêté royal du 18 novembre 1996, est complété par un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres et selon les conditions déterminées par Lui, prendre toutes les mesures utiles en vue d'étendre l'assurance visée à l'alinéa précedant aux indépendants qui sont forcés de cesser leur activité pour des raisons indépendantes de leur volonté et qui se retrouvent sans aucun revenu ni revenu de remplacement. ".
HOOFDSTUK 2. - Inspectiediensten van het RSVZ.
CHAPITRE 2. - Services d'inspection de l'INASTI.
Art.201. Artikel 23bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, ingevoegd bij koninklijk besluit van 18 november 1996, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 23bis. - § 1. De openbare en private instellingen evenals natuurlijke personen en rechtspersonen, zijn verplicht aan de behoorlijk gemachtigde ambtenaren van het Rijksinstituut en van het in artikel 20, § 2ter, genoemde Bestuur alle nodige inlichtingen mede te delen, en inzage te verlenen in boeken, registers, documenten, banden of gelijk welke andere informatiedragers met het oog op de toepassing van het sociaal statuut der zelfstandigen.
  De door deze ambtenaren opgestelde stukken hebben bewijskracht tot het tegendeel is bewezen. Het bewijs van het tegendeel kan met alle rechtsmiddelen worden geleverd.
  § 2. De behoorlijk gemachtigde ambtenaren van het Rijksinstituut zien toe op de naleving van de verplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van dit besluit en van de stelsels bedoeld in artikel 18. Onder meer vergewissen zij zich ervan of de zelfstandigen die gehouden zijn zich aan te sluiten bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen deze verplichting naleven.
  Ze hebben het recht proces-verbaal op te stellen. Deze processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen is voor zover een afschrift ervan ter kennis wordt gebracht van de overtreder binnen een termijn van veertien dagen die een aanvang neemt de dag na de vaststelling van de overtreding. Wanneer de vervaldag, die in deze termijn is inbegrepen, een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, dan wordt deze verplaatst op de eerstvolgende werkdag.
  Bij het opmaken van de processen-verbaal kunnen de materiële vaststellingen verricht door de behoorlijk gemachtigde ambtenaren van het Rijksinstituut, met hun bewijskracht, gebruikt worden door de sociale inspecteurs van de andere sociale inspectiediensten of door de ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van andere wetgevingen.
  Wanneer zij zulks nodig achten, delen de behoorlijk gemachtigde ambtenaren van het Rijksinstituut de inlichtingen die zij tijdens hun onderzoek hebben ingewonnen mee aan de openbare besturen en aan de meewerkende instellingen van sociale zekerheid, aan de sociale inspecteurs van de andere inspectiediensten, alsook aan alle andere ambtenaren belast met het toezicht op andere wetgevingen of met de toepassing van een andere wetgeving, in de mate dat die inlichtingen laatstgenoemden kunnen aanbelangen bij de uitoefening van het toezicht waarmee zij belast zijn of met toepassing van een andere wetgeving. Het is verplicht deze inlichtingen mee te delen wanneer de openbare instellingen van sociale zekerheid, de sociale inspecteurs van de andere inspectiediensten of de andere ambtenaren belast met het toezicht of met de toepassing van een andere wetgeving erom verzoeken. ".
Art.201. L'article 23bis de l'arrêté royal du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, inséré par l'arrête royal du 18 novembre 1996, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 23bis. - § 1er. Les institutions publiques et privées, ainsi que les personnes physiques et les personnes morales sont obligées de communiquer aux fonctionnaires dûment mandatés de l'Institut national et de l'Administration visée à l'article 20, § 2ter, toutes informations utiles et doivent leur permettre de consulter livres, registres, documents, bandes ou tout autre support d'information, en vue de l'application du statut social des travailleurs indépendants.
  Les pièces redigées par lesdits fonctionnaires font foi jusqu'à preuve du contraire. La preuve contraire peut être apportée par toute voie de droit.
  § 2. Les fonctionnaires dûment mandatés de l'Institut national surveillent l'exécution des obligations résultant de l'application du présent arrêté et des régimes visés à l'article 18. Ils s'assurent notamment que tous les travailleurs independants qui sont tenus de s'affilier à une caisse d'assurances sociales pour travailleurs indépendants s'acquittent de cette obligation.
  Ils ont le droit de dresser des procès-verbaux. Ces procès-verbaux font foi jusqu'à preuve du contraire pour autant qu'une copie en soit communiquée au contrevenant, dans un délai de quatorze jours prenant cours le lendemain du jour de la constatation de l'absence d'affiliation. Lorsque le jour de l'échéance, qui est compris dans ce délai, est un samedi, un dimanche ou un jour férié legal, il est reporté au plus prochain jour ouvrable.
  Lors de l'établissement des procès-verbaux, les constatations matérielles faites par les fonctionnaires dûment mandatés de l'Institut national peuvent être utilisées, avec leur force probante, par les inspecteurs sociaux des autres services d'inspection ou par les fonctionnaires chargés de la surveillance du respect d'autres législations.
  Lorsqu'ils l'estiment nécessaire, les fonctionnaires dûment mandatés de l'Institut national communiquent les renseignements recueillis lors de leur enquête, aux institutions publiques et aux institutions coopérantes de sécurité sociale, aux inspecteurs sociaux des autres services d'inspection, ainsi qu'à tous les autres fonctionnaires chargés du contrôle d'autres législations ou en application d'une autre législation, dans la mesure où ces renseignements peuvent intéresser ces derniers dans l'exercice de la surveillance dont ils sont chargés ou en application d'une autre législation. Il y a obligation de communiquer ces renseignements lorsque les institutions publiques de sécurité sociale, les inspecteurs sociaux des autres services d'inspection ou les autres fonctionnaires chargés de la surveillance ou en application d'une autre législation les demandent. ".
HOOFDSTUK 3. - Malus zelfstandigen.
CHAPITRE 3. - Malus travailleurs indépendants.
Art.202. In artikel 3, § 3ter, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 8 juni 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het derde lid wordt vervangen als volgt :
  " De in het eerste lid bedoelde loopbaanvoorwaarde wordt vastgesteld op 43 kalenderjaren voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2008 en uiterlijk op 1 december 2008 ";
  2° een lid wordt tussen het derde en het vierde lid ingevoegd, luidende :
  " De in het eerste lid bedoelde loopbaanvoorwaarde wordt vastgesteld op 42 kalenderjaren voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2009. ".
Art.202. A l'article 3, § 3ter, de l'arrêté royal du 30 janvier 1997 relatif au régime de pension des travailleurs indépendants en application des articles 15 et 27 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions et de l'article 3, § 1er, 4°, de la loi du 26 juillet 1996 visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 8 juin 2008, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " La condition de carrière visée à l'alinéa 1er est fixée à 43 années civiles pour les pensions prenant cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2008 et au plus tard le 1er décembre 2008 ";
  2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 3 et 4 :
  " La condition de carrière visée à l'alinéa 1er est fixée à 42 années civiles pour les pensions prenant cours effectivement et pour la première fois au plus tôt le 1er janvier 2009. ".
HOOFDSTUK 4. - Verhoging van het minimumpensioen van de zelfstandigen.
CHAPITRE 4. - Augmentation de la pension minimale des travailleurs indépendants.
Art.203. Artikel 131bis, § 1septies, van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 november 2008, wordt vervangen als volgt :
  " § 1septies. De in § 1sexies bedoelde bedragen van 10 713,90 euro en 8 037,37 euro worden respectievelijk gebracht :
  1° op 1 december 2007, op 11 080,38 euro en 8 336,70 euro;
  2° op 1 juli 2008, op 11 301,99 euro en 8 503,43 euro;
  3° op 1 oktober 2008, op 11 400,43 euro en 8 601,87 euro;
  4° op 1 mei 2009, op 11 597,31 euro en 8 798,75 euro;
  De Koning kan bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het eerste lid wijzigen en aanvullen, om op de data die Hij bepaalt de in dat lid bedoelde bedragen te verhogen.
  Vanaf een datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad waarbij rekening wordt gehouden met de budgettaire beschikbaarheid, zullen de in § 1sexies bedoelde bedragen van 10 713,90 euro en 8 037,37 euro, zoals aangepast overeenkomstig de vorige leden, minstens gelijk zijn aan het bedrag bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, vermenigvuldigd met respectievelijk vermenigvuldigingsfactor 2 voor een gezin en met vermenigvuldigingsfactor 1,5 voor een alleenstaande. ".
Art.203. L'article 131bis, § 1ersepties, de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions, modifié en dernier lieu par la loi du 28 novembre 2008, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1ersepties. Les montants de 10 713,90 euros et 8 037,37 euros, visés au § 1ersexies sont portes respectivement :
  1° au 1er décembre 2007, a 11 080,38 euros et 8 336,70 euros;
  2° au 1er juillet 2008, à 11 301,99 euros et 8 503,43 euros;
  3° au 1er octobre 2008, à 11 400,43 euros et 8 601,87 euros;
  4° au 1er mai 2009, à 11 597,31 euros et 8 798,75 euros;
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, modifier et compléter l'alinéa 1er en vue d'augmenter, aux dates qu'Il détermine, les montants qui y sont mentionnés.
  A partir d'une date déterminée par le Roi, par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres, où il sera tenu compte des disponibilités budgétaires, les montants de 10 713,90 euros et 8 037,37 euros vises au § 1ersexies, tels qu'adaptés conformément aux alinéas précédents, seront au moins égaux au montant visé à l'article 6, § 1er, de la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées, multiplié respectivement par le coefficient 2 pour un ménage et par le coefficient 1,5 pour un isolé. ".
HOOFDSTUK 5. - Globaal beheer van het sociaal statuut der zelfstandigen.
CHAPITRE 5. - Gestion globale du statut social des travailleurs indépendants.
Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
Section 1re. - Modification de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 visant l'introduction d'une gestion financière globale dans le statut social des travailleurs indépendants, en application du chapitre Ier du titre VI de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions.
Art.204. Artikel 3, 3°, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, wordt vervangen als volgt :
  " 3° de inkomsten uit alternatieve financiering, zoals bedoeld bij artikel 66 van de programmawet van 2 januari 2001, bestemd voor het Fonds voor financieel evenwicht in het sociaal statuut der zelfstandigen, bedoeld bij artikel 21bis van het koninklijk besluit nr. 38; ".
Art.204. L'article 3, 3°, de l'arrêté royal du 18 novembre 1996 visant l'introduction d'une gestion financière globale dans le statut social des travailleurs indépendants, en application du chapitre Ier du titre VI de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, est remplacé par la disposition suivante :
  " 3° les revenus du financement alternatif, visés a l'article 66 de la loi-programme du 2 janvier 2001, destinés au Fonds pour l'équilibre financier du statut social des travailleurs indépendants, visé à l'article 21bis de l'arrêté royal n° 38; ".
Art.205. In artikel 6, § 2, van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij wet van 26 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in c) worden de woorden " koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid ten voordele van de zelfstandigen " vervangen door de woorden " koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten ";
  2° een punt e) en een punt f) worden toegevoegd luidende :
  " e) de maatregelen die een verzoening van het professionele leven en het privé-leven van de zelfstandigen aanmoedigen;
  f) de maatregelen waarbij de sociale verzekering in geval van faillissement wordt uitgebreid tot de gevallen van gedwongen stopzetting. ".
Art.205. Dans l'article 6, § 2, du même arrêté, modifie en dernier lieu par la loi du 26 mars 2007, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans c) les mots " arrêté royal du 20 juillet 1971 instituant un régime d'assurance contre l'incapacité de travail en faveur des travailleurs indépendants " sont remplacés par les mots " arrêté royal du 20 juillet 1971 instituant une assurance indemnités et une assurance maternité en faveur des travailleurs indépendants et des conjoints aidants ";
  2° un point e) et un point f) sont ajoutés rédigés comme suit :
  " e) les dispositions favorisant la conciliation entre la vie professionnelle et la vie privée des travailleurs indépendants;
  f) les dispositions prévoyant une extension de l'assurance en cas de faillite aux cas de cessation forcée. ".
Art.206. Artikel 204 heeft uitwerking met ingang van 3 januari 2001.
  Artikel 205, 1°, heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003.
  Artikel 205, 2°, eerste lid, heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2006.
Art.206. L'article 204 produit ses effets le 3 janvier 2001.
  L'article 205, 1°, produit ses effets le 1er janvier 2003.
  L'article 205, 2°, alinéa 1er, produit ses effets le 1er janvier 2006.
Afdeling 2. - Alternatieve financiering.
Section 2. - Financement alternatif.
Art.207. In artikel 66, § 3bis, van de programmawet van 2 januari 2001, ingevoegd bij de wet van 22 december 2003 en gewijzigd bij de wetten van 9 juli 2004, 27 december 2004, 20 juli 2006, 27 december 2006, 21 december 2007 en 8 juni 2008, wordt de laatste zin van het derde lid vervangen door de volgende zin :
  " Het bedrag van 100 000 duizend euro wordt verhoogd tot 164 500 duizend euro in 2008 en tot 187 580 duizend euro vanaf 1 januari 2009. ".
Art.207. A l'article 66, § 3bis, de la loi-programme du 2 janvier 2001, inseré par la loi du 22 décembre 2003 et modifié par les lois des 9 juillet 2004, 27 décembre 2004, 20 juillet 2006, 27 décembre 2006, 21 décembre 2007 et 8 juin 2008, la dernière phrase de l'alinéa 3 est remplacée par la phrase suivante :
  " Le montant de 100 000 milliers d'euros est porté à 164 500 milliers d'euros en 2008 et à 187 580 milliers d'euros à partir du 1er janvier 2009. ".
Afdeling 3. - Fonds voor de welvaart der zelfstandigen.
Section 3. - Fonds pour le bien-être des indépendants.
Art.208. In artikel 253, derde lid, van de programmawet (I) van 27 december 2006 worden de woorden " van de bedragen die aan het Fonds voor de toekomst van de geneeskundige verzorging bedoeld in artikel 111 van de programmawet (I) van 27 december 2006 worden toegewezen en " gevoegd tussen de woorden " onder voorbehoud " en de woorden " van de noodzakelijke middelen ".
Art.208. A l'article 253, alinéa 3, de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, les mots " des montants affectés au Fonds pour l'avenir des soins de santé visé à l'article 111 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006 et " sont insérés entre les mots " sous réserve " et les mots " des fonds nécessaires ".
Art.209. Artikel 208 treedt in werking op 1 januari 2008.
Art.209. L'article 208 entre en vigueur le 1er janvier 2008.
HOOFDSTUK 6. - Financiering van het Asbestfonds.
CHAPITRE 6. - Financement du Fonds Amiante.
Art.210. In artikel 116, 3°, tweede lid, van de programmawet van 27 december 2006 (I), gewijzigd door de wet van 21 december 2007 houdende diverse bepalingen (I), worden de woorden " voor het jaar 2008 " vervangen door de woorden " voor elk van de jaren 2008 en 2009 ".
Art.210. A l'article 116, 3°, alinéa 2, de la loi-programme du 27 décembre 2006 (I), modifié par la loi du 21 décembre 2007 portant des dispositions diverses (I), les mots " pour l'année 2008 " sont remplacés par les mots " pour chacune des années 2008 et 2009 ".
Art.211. Artikel 210 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2009.
Art.211. L'article 210 produit ses effets le 1er janvier 2009.
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 3 december 2005 betreffende de uitkering van een inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein.
CHAPITRE 7. - Modification de la loi du 3 décembre 2005 instaurant une indemnité compensatoire de pertes de revenus en faveur des travailleurs indépendants victimes de nuisances dues à la réalisation de travaux sur le domaine public.
Art.212. In artikel 2 van de wet van 3 december 2005 betreffende de uitkering van een inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het 3°), 6°) en 9°) opgeheven.
  2° in de bepaling onder 7°, worden de woorden " van 27 juli 1967 " ingevoegd tussen de woorden " koninklijk besluit nr. 38 " en " houdende inrichting ".
  3° in de bepaling onder 8°, wordt het woord " ernstig " vervangen door de woorden " in de praktijk " en worden de woorden " van de onderneming " opgeheven.
Art.212. A l'article 2 de la loi du 3 décembre 2005 instaurant une indemnité compensatoire de pertes de revenus en faveur des travailleurs indépendants victimes de nuisances dues à la réalisation de travaux sur le domaine public, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les 3°), 6°) et 9°) sont abrogés.
  2° au 7°, les mots " du 27 juillet 1967 " sont insérés entre les mots " arrête royal n° 38 " et " organisant le statut ".
  3° au 8°, le mot " sérieusement " est remplacé par les mots " en pratique " et les mots " de l'entreprise " sont abrogés.
Art.213. In dezelfde wet wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 2bis. - De Koning bepaalt op welke zelfstandigen deze wet van toepassing is.
  In afwachting van dit koninklijk besluit, is de huidige wet enkel van toepassing op zelfstandigen die voldoen aan alle hiernavolgende criteria :
  1° de inrichting die hinder ondervindt en waarin de zelfstandige werkt, moet minder dan 10 werknemers tellen in de zin van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;
  2° de jaaromzet en het jaarlijks balanstotaal van de onderneming moeten de 2 miljoen euro niet overschrijden;
  3° de voornaamste activiteit strekt tot de rechtstreekse verkoop van producten of het verlenen van diensten aan gebruikers of kleine gebruikers, waarvoor persoonlijk en direct contact met de klanten vereist is dat in normale omstandigheden plaatsvindt in een gebouwde inrichting. ".
Art.213. Dans la même loi, il est inséré un article 2bis, rédigé comme suit :
  " Art. 2bis. - Le Roi détermine les indépendants auxquels la présente loi s'applique.
  Dans l'attente d'un tel arrêté royal, la présente loi s'applique exclusivement aux independants qui respectent l'ensemble des critères suivants :
  1° l'établissement qui subit des nuisances et dans lequel l'indépendant travaille doit occuper moins de 10 travailleurs au sens de l'arrêté royal du 10 juin 2001 portant définition uniforme de notions relatives au temps de travail à l'usage de la sécurité sociale, en application de l'article 39 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale, et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions;
  2° leur chiffre d'affaires annuel et le total de leur bilan annuel ne doivent pas dépasser 2 millions d'euros;
  3° leur activité principale doit être la vente directe de produits ou l'offre de services à des consommateurs ou à des petits utilisateurs, requérant avec les clients un contact direct et personnel qui a lieu, dans des circonstances normales, à l'interieur d'un établissement bâti. ".
Art.214. In dezelfde wet wordt artikel 3 vervangen als volgt :
  " Art. 3. - Ter financiering van het stelsel van de compensatievergoeding bedoeld in artikel 5 en de werkingskosten van dit stelsel, wordt een jaarlijkse dotatie ingeschreven op de algemene uitgavenbegroting ten belope van 1 000 000 euro vanaf 1 januari 2009. Deze dotatie wordt gestort aan het Participatiefonds.
  Voormeld bedrag wordt elk jaar geïndexeerd en dit voor de eerste keer op 1 januari 2010 op basis van artikel 4 van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
  Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer op 1 januari 2009. ".
Art.214. Dans la même loi, l'article 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 3. - En vue de financer le régime d'indemnités compensatoires visé à l'article 5 et les frais de fonctionnement dudit régime, une dotation annuelle est inscrite au budget général des depenses pour la somme de 1 000 000 euros à partir du 1er janvier 2009. Ladite dotation est versée au Fonds de participation.
  Le montant précité est indexé chaque année et pour la première fois le 1er janvier 2010 sur la base de l'article 4 de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de securité sociale des travailleurs ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants.
  L'indice de départ est l'indice du 1er janvier 2009. ".
Art.215. In dezelfde wet wordt artikel 4 vervangen als volgt :
  " Art. 4. - De gemeente op wiens grondgebied de werken zullen plaatsvinden, brengt schriftelijk of elektronisch elke betrokken zelfstandige waarvan de inrichting zich al dan niet bevindt op haar grondgebied, op de hoogte van werken, die zich in een straal van een kilometer van deze inrichting bevinden, die hinder kunnen veroorzaken en van de mogelijkheid, op grond van onderhavige wet, een inkomenscompensatievergoeding te verkrijgen.
  De werken kunnen slechts aanvangen tussen de veertien en de dertig kalenderdagen nadat de zelfstandige waarvan de inrichting hinder zou kunnen ondervinden op de hoogte werd gebracht, zoals bedoeld in voorgaand lid, behoudens in geval van overmacht of gegronde reden. ".
Art.215. Dans la même loi, l'article 4 est remplace par ce qui suit :
  " Art. 4. - La commune sur le territoire de laquelle les travaux auront lieu informe par écrit ou par voie électronique tout indépendant concerné dont l'établissement est situé ou non sur son territoire, des travaux, situés dans un rayon d'un kilomètre dudit établissement, susceptibles d'occasionner des nuisances ainsi que de la possibilité d'obtenir une indemnité compensatoire de pertes de revenus, sur la base de la présente loi.
  Les travaux ne peuvent débuter qu'entre quatorze et trente jours civils après que l'indépendant, dont l'établissement risque de devoir subir des nuisances, aura été averti comme indiqué à l'alinéa précédent, sauf cas de force majeure ou motif fondé. ".
Art.216. In dezelfde wet wordt artikel 5 vervangen als volgt :
  " Art. 5. - De zelfstandige heeft recht op een inkomenscompensatievergoeding tijdens de periode waarin de inrichting waarin de zelfstandige werkt, hinder ondervindt, voor zover dat :
  1° hij geen andere beroepsinkomsten heeft dan de inkomsten uit zijn werkzaamheden in de inrichting die hinder van de werken ondervindt;
  2° de hinder als gevolg heeft dat de opening van de gehinderde inrichting waarin hij werkt, nutteloos is vanuit operationeel oogpunt tijdens een periode van minstens zeven kalenderdagen;
  3° dat het Participatiefonds de aanvraag tot vergoeding als gegrond heeft erkend, op basis van artikel 7bis;
  4° dat de inrichting waarin hij werkt gesloten is. ".
Art.216. Dans la même loi, l'article 5 est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5. - L'indépendant a droit à une indemnité compensatoire de pertes de revenus durant la période pendant laquelle l'établissement dans lequel il travaille subit des nuisances, pour autant :
  1° qu'il ne bénéficie pas d'autres revenus professionnels que les revenus de ses activités dans l'établissement qui subit les nuisances consécutives aux travaux;
  2° que les nuisances ont pour conséquence de rendre l'ouverture de l'établissement dans lequel il travaille inutile du point de vue opérationnel pendant au moins sept jours civils;
  3° que le Fonds de participation ait reconnu la demande d'indemnisation comme fondée, sur la base de l'article 7bis;
  4° que l'établissement dans lequel il travaille soit fermé. ".
Art.217. In dezelfde wet wordt artikel 6 vervangen als volgt :
  " Art. 6. - § 1. Om de vergoeding bedoeld in artikel 5 te verkrijgen, vraagt de zelfstandige een attest aan bij de gemeente bedoeld in artikel 4, waarin in voorkomend geval wordt bevestigd dat er van hinder sprake is.
  Het Participatiefonds bepaalt de inhoud en het model van het formulier waarmee het attest moet worden aangevraagd. Het Participatiefonds bepaalt eveneens de inhoud en het model van het formulier waarmee het attest ingeval van een aanvraag tot verlenging van de vergoeding, bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, moet worden aangevraagd.
  Het behoorlijk ingevulde formulier wordt via elektronische weg of via aangetekend schrijven tegen ontvangstbewijs, verstuurd naar de gemeente.
  § 2. De gemeente reikt het attest uit binnen de zeven kalenderdagen na ontvangst van het formulier tot aanvraag van het attest bedoeld in voorgaande paragraaf.
  Het Participatiefonds bepaalt de inhoud en het model van het hinderattest afgeleverd door de gemeente.
  § 3. Zonder afbreuk te doen aan de beoordeling ten gronde door het Participatiefonds, is de gemeente in de hierna volgende gevallen verplicht een attest af te leveren wanneer de werken tot gevolg hebben dat gedurende ten minste zeven achtereenvolgende kalenderdagen :
  1° hetzij geen enkele van de reglementair aangelegde openbare parkeerplaatsen van de straat waarin de inrichting is gelegen benut kan worden;
  2° hetzij geen enkele reglementair aangelegde openbare parkeerplaats benut kan worden binnen een straal van 100 meter rond enige toegang tot de inrichting;
  3° hetzij een toegangsweg tot de inrichting afgesloten wordt voor doorgaand autoverkeer in één of twee richtingen;
  4° hetzij de toegang voor voetgangers tot de inrichting onmogelijk is.
  De gemeente moet in het attest de aanvang en de vermoedelijke duur van de werken vermelden alsook de hinder die zij zullen veroorzaken.
  § 4. Indien de gemeente geen attest aflevert of deze in het attest niet bevestigt dat er werken plaatsvinden die hinder veroorzaken, kan de zelfstandige bij de indiening van zijn aanvraag bij het Participatiefonds eisen dat een ambtenaar, zoals bedoeld in artikel 11, § 1, de toestand onderzoekt en, met het oog op het vervolledigen van de in artikel 7, § 1 bedoelde aanvraag, in een attest al dan niet bevestigt dat de werken hinder veroorzaken.
  § 5. Het attest bedoeld in § 1, doet geen enkel recht in hoofde van de aanvrager ontstaan. ".
Art.217. Dans la même loi, l'article 6 est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 6. - § 1er. En vue d'obtenir l'indemnité visée à l'article 5, l'indépendant demande une attestation à la commune visée à l'article 4, confirmant, le cas échéant, l'existence de nuisances.
  Le Fonds de participation fixe le contenu et le modèle du formulaire au moyen duquel l'attestation doit être demandée. Le Fonds de participation fixe également le contenu et le modèle du formulaire au moyen duquel l'attestation en cas de demande de prolongation d'indemnisation visée à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, doit être demandée.
  Ledit formulaire dûment complété est envoyé à la commune par courrier électronique ou par pli recommandé, avec accusé de réception.
  § 2. La commune délivre l'attestation dans les sept jours civils à compter de la réception du formulaire de demande d'attestation visé au paragraphe précédent.
  Le Fonds de participation fixe le contenu et le modèle de l'attestation de nuisance délivrée par la commune.
  § 3. Sans préjudice de l'évaluation quant au fond, par le Fonds de participation, la commune est tenue de délivrer une attestation lorsque les travaux ont pour conséquence que, pendant sept jours civils consécutifs au moins :
  1° soit aucun des emplacements de parking public réglementairement aménagés ne peut être utilisé dans la rue où est situe l'établissement;
  2° soit aucun emplacement de parking public réglementairement aménage ne peut être utilisé dans un rayon de 100 mètres autour de tout accès à l'établissement;
  3° soit une voie d'accès à l'établissement est fermée à la circulation de transit, dans un sens ou dans les deux;
  4° soit l'accès pédestre à l'établissement est impossible.
  La commune doit mentionner dans l'attestation la date du début des travaux ainsi que la durée présumée de ceux-ci et des nuisances qu'ils entraineront.
  § 4. Si la commune ne delivre pas d'attestation ou ne confirme pas dans l'attestation l'exécution de travaux occasionnant des nuisances, l'indépendant peut exiger, lors de l'introduction de sa demande auprès du Fonds de participation, qu'un agent tel que visé à l'article 11, § 1er, examine la situation et, en vue de compléter la demande visée, à l'article 7, § 1er confirme ou non dans une attestation que les travaux occasionnent des nuisances.
  § 5. L'attestation visée au § 1er n'ouvre aucun droit dans le chef du demandeur. ".
Art.218. In dezelfde wet wordt artikel 7 vervangen als volgt :
  " Art. 7. - § 1. Bij ontvangst van het attest bedoeld in artikel 6, § 2, en onverminderd artikel 6, § 4, dient de zelfstandige in een aangetekend schrijven of via elektronische weg tegen ontvangstbewijs, een formulier tot aanvraag van de vergoeding, in bij het Participatiefonds, of in voorkomend geval, een aanvraag tot verlenging van de vergoeding, volgens dezelfde modaliteiten.
  Het attest bedoeld in voorgaand lid moet worden gehecht aan bovengenoemd formulier.
  § 2. De zelfstandige verklaart op het formulier tot aanvraag van de vergoeding, of in voorkomend geval op de aanvraag tot verlenging van de vergoeding, bedoeld in § 1 dat :
  1° de hinder als gevolg heeft dat de opening van de inrichting waarin hij werkt, nutteloos is vanuit operationeel oogpunt tijdens een periode van minstens zeven kalenderdagen;
  2° de gehinderde inrichting zal gesloten zijn vanaf een datum die hij zelf vaststelt.
  § 3. Tussen de datum waarop het formulier tot aanvraag van een vergoeding, zoals bedoeld in § 1, wordt verstuurd en de datum van sluiting, moet een termijn liggen van minstens zeven kalenderdagen.
  Het formulier tot aanvraag van een verlenging van de vergoeding, zoals bedoeld in § 1, moet worden ingediend ten laatste 5 werkdagen voor het verstrijken van de eerste periode van vergoeding in de zin van artikel 7, § 2, eerste lid. Zoniet moet een nieuwe aanvraag tot vergoeding in de zin van artikel 7, § 1, eerste lid, worden ingediend door de zelfstandige.
  § 4. Het Participatiefonds bevestigt binnen de dertig werkdagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het formulier van aanvraag tot vergoeding bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, per brief of via elektronische weg, aan de zelfstandige of eerdergenoemde aanvraag al dan niet ontvankelijk is.
  Het Participatiefonds bevestigt binnen de vijftien werkdagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het formulier tot verlenging van de aanvraag tot vergoeding bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, per brief of via elektronische weg, aan de zelfstandige of eerdergenoemde aanvraag al dan niet ontvankelijk is.
  Met het oog op bovengenoemde ontvankelijkheid moet worden voldaan aan volgende criteria :
  1. de omschrijving van de werken in de zin van artikel 2, 4°;
  2. de omschrijving van de zelfstandige in de zin van artikel 2, 7°;
  3. de naleving van de voorwaarden vermeld in artikel 2bis;
  4. het formulier tot aanvraag van een vergoeding of in voorkomend geval, het formulier tot verlenging van een vergoeding, moet conform artikel 7, § 1, eerste lid, behoorlijk zijn ingevuld en ondertekend;
  5. onverminderd artikel 6, § 2, tweede lid, en artikel 6, § 4, moet het attest van de gemeente zoals bedoeld in artikel 6 worden gehecht aan het formulier bedoeld in artikel 7, § 1 eerste lid;
  6. de naleving van de termijn bedoeld in artikel 7, § 3, eerste lid. ".
Art.218. Dans la même loi, l'article 7 est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 7. - § 1er. Dès réception de l'attestation visée à l'article 6, § 2, et sans préjudice de l'article 6, § 4, l'indépendant introduit, par courrier recommandé ou électronique, avec accusé de réception, auprès du Fonds de participation un formulaire de demande d'indemnisation ou, le cas échéant, de demande de prolongation d'indemnisation, selon les mêmes modalités.
  L'attestation visée à l'alinéa précédent doit être jointe audit formulaire.
  § 2. L'indépendant déclare dans le formulaire de demande d'indemnisation ou, le cas échéant, de demande de prolongation d'indemnisation visés au § 1er que :
  1° les nuisances ont pour conséquence de rendre l'ouverture de l'établissement dans lequel il travaille inutile du point de vue opérationnel pendant au moins sept jours civils;
  2° l'établissement entravé sera fermé à partir d'une date qu'il détermine.
  § 3. Entre la date d'envoi du formulaire de demande d'indemnisation visé au § 1er et la date de fermeture, doit s'écouler un délai d'au moins sept jours civils.
  Le formulaire de demande de prolongation d'indemnisation visé au § 1er doit être introduit au plus tard 5 jours ouvrables avant l'échéance de la première période d'indemnisation au sens de l'article 7, § 2, alinéa 1er. A défaut, une nouvelle demande d'indemnisation au sens de l'article 7, § 1er, alinéa 1er, doit être introduite par l'indépendant.
  § 4. Le Fonds de participation confirme, dans un délai de 30 jours ouvrables à compter de la réception du formulaire de demande d'indemnisation visé par l'article 7, § 1er, alinéa 1er, par courrier postal ou électronique, la recevabilité ou non de ladite demande à l'indépendant.
  Le Fonds de participation confirme, dans un délai de 15 jours ouvrables à compter de la réception du formulaire de demande de prolongation d'indemnisation visé par l'article 7, § 1er, alinéa 1er, par courrier postal ou électronique, la recevabilité ou non de ladite demande à l'indépendant.
  Ladite recevabilité s'apprécie sur la base des critères suivants :
  1. la définition des travaux au sens de l'article 2, 4°;
  2. la définition de l'indépendant au sens de l'article 2, 7°;
  3. le respect des conditions reprises à l'article 2bis;
  4. le formulaire de demande d'indemnisation ou, le cas échéant, de demande de prolongation d'indemnisation introduit par l'independant conformément à l'article 7, § 1er, alinéa 1er, doit être dûment complété et signé;
  5. sans préjudice de l'article 6, § 2, alinéa 2, et de l'article 6, § 4, l'attestation de la commune telle que visée à l'article 6, doit être jointe au formulaire visé à l'article 7 § 1er, alinéa 1er;
  6. le respect du délai vise à l'article 7, § 3, alinéa 1er. ".
Art.219. In dezelfde wet wordt een artikel 7bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 7bis. - § 1. Binnen de dertig werkdagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de bevestiging van de ontvankelijkheid van de aanvraag tot vergoeding of binnen de 15 werkdagen te rekenen vanaf de datum van verzending van de bevestiging van de ontvankelijkheid van de aanvraag tot verlenging van de vergoeding in de zin van artikel 7, § 4, bevestigt het Participatiefonds per brief of via elektronische weg of de ondervonden hinder, in voorkomend geval, recht geeft op een vergoeding.
  Dergelijk onderzoek steunt op volgende criteria :
  1° onderzoek van de hinder die de inrichting waarin de zelfstandige werkt, ondervindt;
  2° naleving van de voorwaarden bedoeld in artikel 5, 1°, 2°, en 4°;
  3° in voorkomend geval, de overeenstemming tussen enerzijds het attest van de gemeente en anderzijds de aanvraag tot vergoeding bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid.
  § 2. De aanvraag tot vergoeding in de zin van artikel 7, § 1, eerste lid, mag door het Participatiefonds maar worden aanvaard voor een maximumperiode van 30 kalenderdagen.
  Indien de zelfstandige in voorkomend geval een vergoeding wil bekomen voor één of meerdere periode(s) bovenop de oorspronkelijke periode toegestaan door het Participatiefonds, voorzien in voorgaand lid, moet hij telkens een aanvraag tot verlenging van de vergoeding, zoals bedoeld in artikel 7, § 1, eerste lid, indienen voor een maximumperiode van 60 dagen.
  § 3. Bij gebreke van een betekening van de beslissing van het Participatiefonds bedoeld in § 1 wordt de aanvraag als goedgekeurd beschouwd. ".
Art.219. Dans la même loi, il est insére un article 7bis, rédigé comme suit :
  " Art. 7bis. - § 1er. Dans un délai de trente jours ouvrables à compter de la date d'envoi de la confirmation de la recevabilité de la demande d'indemnisation ou dans un délai de 15 jours ouvrables à compter de la date d'envoi de la confirmation de la recevabilité de la demande de prolongation d'indemnisation au sens de l'article 7 § 4, le Fonds de participation confirme, par courrier postal ou électronique, si les nuisances subies donnent, le cas échéant, droit à une indemnité.
  Un tel examen repose sur les critères suivants :
  1° l'examen des nuisances subies par l'établissement dans lequel l'indépendant travaille;
  2° le respect des conditions visées à l'article 5, 1°, 2°, et 4°;
  3° le cas écheant, la concordance entre, d'une part, l'attestation de la commune et, d'autre part, la demande d'indemnité visée à l'article 7, § 1er, alinéa 1er.
  § 2. La demande d'indemnisation au sens de l'article 7, § 1er, alinéa 1er, ne peut être acceptée par le Fonds de participation que pour une periode maximale de 30 jours calendriers.
  Le cas échéant, si l'indépendant souhaite obtenir une indemnité pour une ou plusieurs période(s) complémentaire(s) à la période initiale visée à l'alinéa précédent accordée par le Fonds de participation, il doit introduire, chaque fois, une demande de prolongation d'indemnisation visée par l'article 7, § 1er, alinéa 1er, pour une période maximale de 60 jours.
  § 3. A défaut de notification de la décision du Fonds de participation visée au § 1er, la demande est considérée comme approuvée. ".
Art.220. In artikel 8 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid van paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Het Participatiefonds keert na het verlenen van de goedkeuring van de in artikel 7, § 1, bedoelde aanvraag aan de zelfstandige maandelijks een inkomenscompensatievergoeding uit. Deze vergoeding bedraagt 70 euro per kalenderdag. ".
  2° het derde lid van dezelfde paragraaf wordt vervangen als volgt :
  " De inkomenscompensatievergoeding is pas verschuldigd vanaf de achtste dag volgend op de sluitingsdatum van de gehinderde inrichting. Onder voorbehoud daarvan, voor de berekening van de inkomenscompensatievergoeding worden alle kalenderdagen in acht genomen gedurende dewelke de inrichting als gevolg van de hinder gesloten is. "
  3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De bedragen bedoeld in § 1, eerste lid, worden jaarlijks geïndexeerd en voor de eerste keer op 1 januari 2010 op basis van artikel 4 van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare Schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
  Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van 1 januari 2009. ".
Art.220. A l'article 8 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er du paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Après l'approbation de la demande visée à l'article 7, § 1er, le Fonds de participation verse mensuellement à l'independant une indemnité compensatoire de perte de revenus. Cette indemnité s'élève à 70 euros par jour civil. ".
  2° l'alinéa 3 du même paragraphe est remplacé par ce qui suit :
  " L'indemnité compensatoire de pertes de revenus n'est due qu'à partir du huitième jour qui suit la date de fermeture de l'établissement entravé. Sous cette réserve, pour le calcul de l'indemnité compensatoire de pertes de revenus, sont pris en compte tous les jours civils durant lesquels l'établissement est fermé par suite des nuisances. ".
  3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Les montants visés au § 1er, alinéa 1er, sont indexés chaque année et pour la première fois le 1er janvier 2010 sur la base de l'article 4 de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants.
  L'indice de départ est l'indice du 1er janvier 2009. ".
Art.221. In dezelfde wet wordt artikel 9 vervangen als volgt :
  " Art. 9. - § 1. De gemeente bedoeld in artikel 4 en in artikel 6, § 1, moet het Participatiefonds op de hoogte brengen van de hinder en de ontwikkeling van de werken op elke aanvraag van het Fonds.
  § 2. Voor elke zelfstandige die de vergoeding ontvangt, bedoeld in artikel 5, kan het Participatiefonds de situatie van hinder voor de inrichting waarin de zelfstandige werkt, op elk ogenblik onderzoeken en desgevallend beslissen dat de hinder het gesloten houden van deze inrichting niet langer verantwoordt.
  In het geval bedoeld in het vorige lid bepaalt het Participatiefonds van rechtswege een datum vanaf wanneer de vergoeding niet meer verschuldigd wordt.
  Het Participatiefonds betekent de in het eerste lid bedoelde beslissing en de in het tweede lid bedoelde datum per aangetekend schrijven tegen ontvangstbewijs aan alle betrokken zelfstandigen.
  § 3. In geval artikel 10 niet wordt nageleefd, wordt de betaling van de in artikel 5 bedoelde vergoeding beschouwd als onverschuldigd.
  § 4. Het vonnis van faillietverklaring, de vereffening van de inrichting waarin de zelfstandige werkt, de schrapping van de zelfstandige in de kruispuntbank der ondernemingen alsmede het overlijden van de zelfstandige beëindigen het recht op de in artikel 5 bedoelde vergoeding voor de toekomst.
  § 5. Beslist de zelfstandige de inrichting opnieuw te openen op een andere datum dan die aanvaard door het Participatiefonds conform artikel 7bis, dan brengt hij het Participatiefonds per aangetekend schrijven of via elektronische weg en minstens zeven kalenderdagen vooraf op de hoogte van zijn beslissing en van de datum waarop hij de inrichting opnieuw wenst te openen.
  De heropening van de inrichting bedoeld in voorgaand lid, stelt een einde aan het recht op vergoeding. ".
Art.221. Dans la même loi, l'article 9 est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 9. - § 1er. La commune visée à l'article 4 et à l'article 6, § 1er, doit informer le Fonds de participation, des nuisances et de l'évolution des travaux à chaque demande de celui-ci.
  § 2. Pour tout indépendant obtenant l'indemnité visée à l'article 5, le Fonds de participation peut à tout moment examiner la situation des nuisances pour l'établissement où l'indépendant travaille et décider, le cas échéant, que les nuisances ne justifient plus que la fermeture de cet établissement soit maintenue.
  Dans le cas visé à l'alinéa précedent, le Fonds de participation détermine, de plein droit, une date à partir de laquelle l'indemnité n'est plus due.
  Le Fonds de participation notifie la décision visée à l'alinéa 1er et la date visée à l'alinéa 2, par pli recommandé avec accusé de réception, à tous les indépendants concernés.
  § 3. En cas de non respect de l'article 10, le paiement de l'indemnité visée à l'article 5 est considéré comme indu.
  § 4. Le jugement déclaratif de faillite, la liquidation de l'établissement dans lequel l'indépendant travaille, la radiation de l'indépendant à la banque carrefour des entreprises et le décès de l'indépendant mettent fin pour le futur au droit à l'indemnité visé a l'article 5.
  § 5. Si l'indépendant décide de rouvrir l'établissement à une autre date que celle acceptée par le Fonds de Participation conformément à l'article 7bis, il en informe le Fonds de participation, par courrier recommandé ou électronique et au moins sept jours civils à l'avance, et lui communique la date à laquelle il souhaite rouvrir l'établissement.
  La réouverture de l'établissement visé à l'alinéa précédent met fin au droit à l'indemnité. ".
Art.222. In artikel 10 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden " in artikel 6, § 3, eerste lid " worden vervangen door de woorden " in artikel 7, § 2, 2° ".
  2° de woorden " in artikel 9, § 4 " worden vervangen door de woorden " in artikel 9, § 5 ".
Art.222. A l'article 10 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " à l'article 6, § 3, alinéa 1er " sont remplacés par les mots " à l'article 7, § 2, 2° ".
  2° les mots " à l'article 9, § 4 " sont remplacés par les mots " à l'article 9, § 5 ".
Art.223. In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, 1°, wordt het woord " onderneming " vervangen door de woorden " inrichting waarin de zelfstandige werkt ".
  2° in paragraaf 5 worden de woorden " beslissen de erkenning als gehinderde inrichting onmiddellijk in te trekken " vervangen door de woorden " beslissen dat de zelfstandige niet langer recht heeft op een inkomenscompensatievergoeding krachtens artikel 5 ".
Art.223. A l'article 11 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, 1°, les mots " l'entreprise " sont remplacés par les mots " l'établissement où travaille l'indépendant ".
  2° au paragraphe 5, les mots " décider de retirer immédiatement la reconnaissance comme établissement entravé " sont remplacés par les mots " décider que l'independant n'a plus droit à l'indemnité compensatoire de pertes de revenus en vertu de l'article 5 ".
Art.224. § 1. Onverminderd de volgende paragrafen treedt dit hoofdstuk in werking op 1 januari 2009.
  § 2. Dit hoofdstuk wordt voor de eerste keer toegepast op de zelfstandigen die vanaf 1 januari 2009 een aanvraag tot vergoeding indienen in de zin van artikel 7 van de wet van 3 december 2005, zoals gewijzigd in dit hoofdstuk.
  § 3. Dit hoofdstuk wordt voor de eerste keer toegepast op werken waarvan de opdracht op die datum nog niet is gegund of tot stand gekomen in de zin van de artikelen 117, 118, 119 en 122 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken.
  In ieder geval geven de werken die na 31 december 2009 werden gefactureerd geen aanleiding meer tot de betaling van bijdrage.
  § 4. De Koning legt, bij besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de uitvoeringsbepalingen vast van onderhavige artikel.
Art.224. § 1er. Sans préjudice des paragraphes suivants, le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2009.
  § 2. Le présent chapitre s'applique pour la première fois aux indépendants qui, à partir du 1er janvier 2009, introduisent une demande d'indemnisation au sens de l'article 7 de la loi du 3 décembre 2005, tel que modifiée par le présent chapitre.
  § 3. Il s'applique pour la première fois aux marches qui à cette date n'ont pas encore été conclus ou constatés au sens des articles 117, 118, 119 et 122 de l'arrêté royal du 8 janvier 1996 relatif aux marchés publics de travaux, de fournitures et de services et aux concessions de travaux publics.
  En tout état de cause, les travaux facturés après le 31 décembre 2009 ne donnent plus lieu à cotisation.
  § 4. Le Roi fixe par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres les modalités d'exécution du présent article.
Art.225. Het koninklijk besluit van 10 juni 2006 tot bepaling van het jaarlijkse percentage bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet van 3 december 2005 betreffende de uitkering van een inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein, wordt bekrachtigd met ingang van 1 juli 2006, de datum van zijn inwerkingtreding.
  Het koninklijk besluit van 21 december 2006 tot bepaling van het jaarlijkse percentage bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet van 3 december 2005 betreffende de uitkering van een inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein voor het jaar 2007, wordt bekrachtigd met ingang van 1 januari 2007, datum van zijn inwerkingtreding.
  Het koninklijk besluit van 3 december 2007 tot bepaling van het jaarlijkse percentage bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet van 3 december 2005 betreffende de uitkering van een inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen die het slachtoffer zijn van hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein voor het jaar 2008, wordt bekrachtigd met ingang van 1 januari 2008, datum van zijn inwerkingtreding.
Art.225. L'arrêté royal du 10 juin 2006 déterminant le pourcentage annuel visé à l'article 3, alinéa 2, de la loi du 3 décembre 2005 instaurant une indemnité compensatoire de pertes de revenus en faveur des travailleurs indépendants victimes de nuisances dues à la réalisation de travaux sur le domaine public est confirmé, avec effet au 1er juillet 2006, date de son entrée en vigueur.
  L'arrêté royal du 21 décembre 2006 déterminant le pourcentage annuel visé à l'article 3, alinéa 2, de la loi du 3 décembre 2005 instaurant une indemnité compensatoire de pertes de revenus en faveur des travailleurs indépendants victimes de nuisances dues à la réalisation de travaux sur le domaine public pour l'année 2007 est confirmé, avec effet au 1er janvier 2007, date de son entrée en vigueur.
  L'arrêté royal du 3 décembre 2007 déterminant le pourcentage annuel visé à l'article 3, alinéa 2, de la loi du 3 décembre 2005 instaurant une indemnité compensatoire de pertes de revenus en faveur des travailleurs indépendants victimes de nuisances dues à la réalisation de travaux sur le domaine public pour l'année 2008 est confirmé, avec effet au 1er janvier 2008, date de son entrée en vigueur.
HOOFDSTUK 8. - Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
CHAPITRE 8. - Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
Afdeling 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
Section 1re. - Modification de l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
Art.226. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder 2° wordt het woord " Volksgezondheid " vervangen door de woorden " veiligheid van de voedselketen ";
  b) in de bepaling onder 8° worden de woorden " van activiteit " opgeheven;
  c) de bepaling onder 9° wordt vervangen als volgt :
  " 9° aantal tewerkgestelde personen : het aantal bezoldigde personen van de operator en de bezoldigde personen die ter beschikking zijn gesteld door een uitzendkantoor of een dienstverlener berekend per voltijdse equivalent die in de loop van het voorgaande kalenderjaar, in een vestigingseenheid, zijn ingezet voor de activiteiten die verband houden met de aan de heffing onderworpen stadia van de productie, verwerking en distributie ";
  d) de bepaling onder 12°/1 wordt ingevoegd, luidende :
  " 12°/1 Koninklijk besluit van 16 januari 2006 : koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen; ";
  e) de bepalingen onder 3° en 7° worden opgeheven.
Art.226. A l'article 1er de l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le 2°, les mots " santé publique " sont remplacés par les mots " sécurité de la chaîne alimentaire ";
  b) dans le 8°, les mots " d'activite " sont abrogés;
  c) le 9° est remplacé par ce qui suit :
  " 9° nombre de personnes occupées : le nombre de personnes salariées de l'opérateur ainsi que les personnes salariées mises à sa disposition par une agence de travail intérimaire ou par un prestataire de services, calculé en équivalent temps plein, occupées au cours de l'année civile précédente, dans une unité d'établissement, aux activités liées aux étapes de la production, de la transformation et de la distribution soumises à contribution ";
  d) est inséré le 12°/1 rédigé comme suit :
  " 12°/1 Arrêté royal du 16 janvier 2006 : arrêté royal du 16 janvier 2006 fixant les modalités des agréments, des autorisations et des enregistrements préalables délivrés par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire; ";
  e) les 3° et 7° sont abrogés.
Art.227. In artikel 1bis van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden " koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen " vervangen door de woorden " koninklijk besluit van 16 januari 2006 ";
  b) de bepalingen onder 2° en 3° c, worden opgeheven.
Art.227. A l'article 1erbis du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans le 1°, les mots " arrêté royal du 16 janvier 2006 fixant les modalités des agréments, des autorisations et des enregistrements préalables délivrés par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire " sont remplacés par les mots " arrêté royal du 16 janvier 2006 ";
  b) les 2° et 3° c, sont abrogés.
Art.228. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.228. L'article 2 du même arrêté est abrogé.
Art.229. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 3. - De operatoren zijn per vestigingseenheid aan het Agentschap een jaarlijkse heffing verschuldigd, die per activiteitssector is vastgesteld conform de artikelen 3 tot 11.
  Om uit te maken tot welke sector de vestigingseenheid behoort, wordt de economisch belangrijkste activiteit in aanmerking genomen.
  De apotheken en de groothandelaar-verdelers van farmaceutische producten zijn geen heffing verschuldigd. ".
Art.229. L'article 3 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 3. - Les opérateurs sont redevables à l'Agence d'une contribution annuelle, par unité d'établissement, fixée par secteur d'activité conformément aux articles 3 à 11.
  Pour la détermination du secteur auquel se rattache l'unité d'établissement il est tenu compte de l'activité économique principale.
  Les pharmacies et grossistes-répartiteurs en produits pharmaceutiques ne sont redevables d'aucune contribution. ".
Art.230. In de artikelen 4, 5, 6, 7 en 10 van hetzelfde besluit wordt het woord " variabele " opgeheven.
Art.230. Dans les articles 4, 5, 6, 7 et 10 du même arrêté, le mot " variable " est abrogé.
Art.231. In de artikelen 6 en 7 van hetzelfde besluit worden de woorden " bezoldigd aantal personen " vervangen door de woorden " aantal tewerkgestelde personen ".
Art.231. Dans les articles 6 et 7 du même arrêté, le mot " salariées " est remplacé par le mot " occupées ".
Art.232. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 8. - Voor de operatoren in de sector van detailhandel wordt het bedrag van de heffing vastgesteld overeenkomstig bijlage 5. De operatoren die in of vanuit de vestigingseenheid geen enkele activiteit uitoefenen die conform het koninklijk besluit van 16 januari 2006 aan toelating of erkenning is onderworpen, zijn het in bijlage 5.a. vastgestelde bedrag verschuldigd. De operatoren die in of vanuit de vestigingseenheid een of meer activiteiten uitoefenen die aan toelating of erkenning zijn onderworpen, zijn een heffing verschuldigd die is vastgesteld naargelang van het aantal tewerkgestelde personen, overeenkomstig bijlage 5.b. ".
Art.232. L'article 8 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 8. - Pour les opérateurs dans le secteur du commerce de détail, le montant de la contribution est fixé conformément à l'annexe 5. Les opérateurs n'exerçant dans ou à partir de l'unité d'établissement aucune activité soumise à une autorisation ou un agrément conformément à l'arrêté royal du 16 janvier 2006 sont redevables du montant fixé à l'annexe 5.a. Les opérateurs exerçant dans ou à partir de l'unite d'établissement une ou plusieurs activités soumises à une autorisation ou un agrément sont redevables d'une contribution fixée selon le nombre de personnes occupées conformément à l'annexe 5.b. ".
Art.233. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 9. - Voor de operatoren in de horecasector wordt het bedrag van de heffing vastgesteld overeenkomstig bijlage 6. De operatoren die in of vanuit de vestigingseenheid geen enkele activiteit uitoefenen die conform het koninklijk besluit van 16 januari 2006 aan toelating of erkenning is onderworpen, zijn het in bijlage 6.a. vastgestelde bedrag verschuldigd. De operatoren die in of vanuit de vestigingseenheid een of meer activiteiten uitoefenen die aan toelating of erkenning zijn onderworpen, zijn een heffing verschuldigd die is vastgesteld naargelang van het aantal tewerkgestelde personen, overeenkomstig bijlage 6.b. ".
Art.233. L'article 9 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 9. - Pour les opérateurs dans le secteur de l'horeca, le montant de la contribution est fixé conformément à l'annexe 6. Les operateurs n'exerçant dans ou à partir de l'unité d'établissement aucune activité soumise à une autorisation ou un agrément conformément à l'arrêté royal du 16 janvier 2006, sont redevables du montant fixé à l'annexe 6.a. Les opérateurs exerçant dans ou à partir de l'unité d'établissement une ou plusieurs activités soumises à une autorisation ou un agrément sont redevables d'une contribution fixée selon le nombre de personnes occupées conformément à l'annexe 6.b. ".
Art.234. In hetzelfde besluit wordt een artikel 10/1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 10/1. - In afwijking van de artikelen 3 tot 10 is het bedrag van de heffing in het jaar waarin de activiteit is opgestart gelijk aan het minimumbedrag dat per vestigingseenheid is vastgesteld voor de sector van de economisch belangrijkste activiteit. ".
Art.234. Dans le même arrêté, il est inséré un article 10/1, rédigé comme suit :
  " Art. 10/1. - Par dérogation aux articles 3 à 10, le montant de la contribution pour l'année au cours de laquelle l'activité a débuté correspond au montant minimum fixe par unité d'établissement pour le secteur de l'activité économique principale exercée. ".
Art.235. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 11. - § 1. De jaarlijkse heffing van de operatoren wordt vermeerderd of verminderd met de in bijlage 8 vastgelegde coëfficiënt al naargelang het autocontrolesysteem in de vestigingseenheid wel of niet gevalideerd is conform het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen.
  Om aanspraak te kunnen maken op de vermindering moeten de operatoren de hele duur van het voorgaande jaar hebben beschikt over een gevalideerd autocontrolesysteem voor al hun activiteiten in de vestigingseenheid.
  Voor 2009 moet de in het voorgaande lid bedoelde voorwaarde echter maar vervuld zijn op uiterlijk 31 december 2008.
  De vermeerderingen en verminderingen van de jaarlijkse heffingen zijn niet van toepassing voor het jaar waarin de operatoren hun activiteit in de vestigingseenheid starten.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt de vermindering ook verleend :
  1° aan de operatoren, voor het jaar dat volgt op dat waarin zij voor het eerst de validatie verkrijgen van een autocontrolesysteem voor al hun activiteiten in de vestigingseenheid, op voorwaarde dat zij de validatie behouden tot op het einde van het jaar waarin zij de validatie hebben verkregen;
  2° aan de operatoren die de vermindering genieten, voor het jaar dat volgt op dat waarin zij een nieuwe activiteit starten, op voorwaarde dat zij voor die activiteit de validatie van een autocontrolesysteem verkrijgen binnen zes maand na aanvang ervan;
  3° aan de operatoren die hun activiteiten in de vestigingseenheid opstarten, voor het jaar dat volgt op dat waarin hun activiteiten in de vestigingseenheid zijn gestart, voor zover zij voor al hun activiteiten in de vestigingseenheid de validatie van een autocontrolesysteem hebben verkregen voor het einde van het jaar waarin zij hun activiteiten in de vestigingseenheid hebben opgestart of uiterlijk binnen zes maand na aanvang daarvan.
  § 3. De in paragraaf 1 bedoelde verminderingen zijn ook van toepassing op de operatoren die voor de hele duur van het voorgaande jaar voor de belangrijkste economische activiteit van de vestigingseenheid over een gevalideerd autocontrolesysteem beschikken, op voorwaarde dat alle andere activiteiten in de vestigingseenheid tijdens diezelfde periode gedekt zijn door een certificering die overeenstemt met de door de minister vastgelegde auditreferentiëlen.
  § 4. De in paragraaf 1 bedoelde vermeerderingen en verminderingen zijn niet van toepassing op de operatoren in de sectoren detailhandel en horeca die in een vestigingseenheid geen enkele activiteit uitoefenen die onderworpen is aan een toelating of een erkenning conform het koninklijk besluit van 16 januari 2006.
  § 5. De in paragraaf 1 bedoelde vermindering is voor het jaar 2009 eveneens van toepassing op de operatoren van de sector van de primaire productie die, voor alle activiteiten die aan controle door het Agentschap onderworpen zijn, op 31 december 2008 beschikken over een certificering die overeenstemt met de door de minister vastgelegde auditreferentiëlen.
  De in paragraaf 1 bedoelde vermeerdering is voor het jaar 2009 niet van toepassing op de operatoren van de sector van de primaire productie op voorwaarde dat zij voor een deel van hun aan controle door het Agentschap onderworpen activiteiten beschikken over een certificering die overeenstemt met de door de minister vastgelegde auditreferentiëlen. ".
Art.235. L'article 11 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 11. - § 1er. La contribution annuelle des opérateurs est majorée ou diminuée selon le coefficient prévu à l'annexe 8 en fonction de la validation ou non du système d'autocontrôle dans l'unité d'établissement conformément à l'arrêté royal du 14 novembre 2003 relatif à l'autocontrôle, à la notification obligatoire et à la traçabilité dans la chaîne alimentaire.
  Pour bénéficier de la diminution, les opérateurs doivent avoir disposé durant la totalité de l'année précédente, d'un système d'autocontrôle validé pour l'ensemble de leurs activités dans l'unité d'établissement.
  Toutefois, pour 2009, la condition visée à l'alinéa précédent ne doit être remplie qu'au 31 décembre 2008 au plus tard.
  Les majorations et diminutions des contributions annuelles ne sont pas d'application pour l'année au cours de laquelle les opérateurs commencent leur activité dans l'unité d'établissement.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la diminution est également accordée :
  1° aux opérateurs, pour l'année suivant celle au cours de laquelle ils obtiennent pour la première fois la validation d'un système d'autocontrôle pour l'ensemble de leurs activités dans l'unité d'établissement, pour autant qu'ils la conservent jusqu'à la fin de l'année au cours de laquelle ils ont obtenu la validation;
  2° aux opérateurs bénéficiaires de la diminution, pour l'année suivant celle au cours de laquelle ils commencent une nouvelle activite, pour autant qu'ils obtiennent, pour cette dernière activité, dans les six mois du début de celle-ci, la validation d'un système d'autocontrôle;
  3° aux opérateurs qui démarrent leurs activités dans l'unité d'établissement, pour l'année suivant celle au cours de laquelle ils ont démarré leurs activités dans l'unité d'établissement, pour autant qu'ils aient obtenu la validation d'un système d'autocontrôle pour l'ensemble de leurs activités dans l'unité d'établissement avant la fin de l'année au cours de laquelle ils ont démarré leurs activités dans l'unité d'établissement, ou au plus tard dans les six mois de leur début.
  § 3. Les diminutions visées au paragraphe 1er, sont également d'application aux opérateurs qui disposent, pour la totalité de l'année précédente, pour l'activité économique principale de l'unite d'établissement, d'un système d'autocontrôle validé, pour autant que toutes les autres activités dans l'unité d'établissement soient couvertes, durant cette même période, par une certification conforme aux réferentiels d'audit fixés par le ministre.
  § 4. Les majorations et diminutions visées au paragraphe 1er ne s'appliquent pas aux opérateurs dans les secteurs du commerce de détail et de l'horeca, qui n'exercent dans l'unité d'établissement aucune activité soumise à une autorisation ou un agrément conformément à l'arrêté royal du 16 janvier 2006.
  § 5. La diminution visée au paragraphe 1er est également d'application, pour l'année 2009, aux opérateurs du secteur de la production primaire qui, pour toutes les activités soumises au contrôle de l'Agence, disposent au 31 décembre 2008, d'une certification conforme aux référentiels d'audit fixés par le ministre.
  La majoration visée au paragraphe 1er n'est pas d'application pour l'année 2009 aux opérateurs du secteur de la production primaire pour autant qu'ils disposent, pour une partie de leurs activités soumises au contrôle de l'Agence, d'une certification conforme aux référentiels d'audit fixés par le ministre. ".
Art.236. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid worden de woorden " binnen de 30 dagen na toezending van het aangifteformulier en, bij ontstentenis van een formulier, voor 15 september " ingevoegd tussen de woorden " doen jaarlijks " en de woorden " aangifte van de gegevens ";
  b) in het tweede lid wordt het woord " ze " vervangen door de woorden " de operatoren ";
  c) het derde lid wordt opgeheven.
Art.236. A l'article 12 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) dans l'alinéa 1er, les mots " dans les 30 jours qui suivent l'envoi du formulaire de déclaration et, en cas d'absence de formulaire, avant le 15 septembre " sont insérés entre les mots " déclarent annuellement " et les mots " les données ";
  b) dans l'alinéa 2, le mot " ils " est remplacé par les mots " les opérateurs ";
  c) l'alinéa 3 est abrogé.
Art.237. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 14. - Als de factuur niet voldaan is op de vervaldatum waarvan sprake in artikel 13 wordt bij een ter post aangetekende brief een aanmaning toegezonden aan de operator.
  Bij niet-betaling binnen twee maand na de aanmaning wordt bij een ter post aangetekende brief een ingebrekestelling toegezonden. ".
Art.237. L'article 14 du même arrêté est remplacé comme suit :
  " Art. 14. - Si la facture n'est pas acquittée à la date d'échéance prevue à l'article 13, un rappel est adressé par lettre recommandée à la poste à l'opérateur.
  En cas de non-paiement dans les deux mois suivant le rappel, une mise en demeure est adressée par lettre recommandée à la poste. ".
Art.238. In artikel 20 van hetzelfde besluit wordt het woord " volksgezondheid " vervangen door de woorden " de veiligheid van de voedselketen ".
Art.238. Dans l'article 20 du même arrêté, les mots " santé publique " sont remplacés par les mots " sécurité de la chaîne alimentaire ".
Art.239. In hetzelfde besluit worden de bijlagen 1 tot 8 respectievelijk door de bijlage 1 tot 8 van deze wet vervangen.
Art.239. Dans le même arrêté, les annexes 1 à 8 sont respectivement remplacées par les annexes 1 à 8 de la présente loi.
Art.240. Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.240. La présente section entre en vigueur le 1er janvier 2009.
Afdeling 2. - Boekhoudkundige annulering van de schuld betreffende de door het BIRB geprefinancierde kosten van BSE-laboratoriumtests op vlees voor menselijke consumptie.
Section 2. - Annulation comptable de la dette relative aux coûts des tests ESB en laboratoire effectués sur la viande destinée à la consommation humaine et préfinancés par le BIRB.
Art.241. De resterende kosten verschuldigd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen aan het Belgisch interventie- en restitutiebureau betreffende de terugbetaling van de prefinanciering van de BSE-laboratoriumtests op vlees voor menselijke consumptie in de periode vóór 1 juli 2004, worden geannuleerd in de respectievelijke boekhouding van deze beide instellingen.
Art.241. Les frais restant dus par l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire au Bureau d'intervention et de restitution belge en ce qui concerne le remboursement du préfinancement, pour la période antérieure au 1er juillet 2004, des tests ESB en laboratoire effectués sur la viande destinée à la consommation humaine sont annulés dans la comptabilité respective de ces deux organismes.
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen.
CHAPITRE 9. - Modification de la loi du 2 avril 1971 relative à la lutte contre les organismes nuisibles aux végétaux et aux produits végétaux.
Art.242. Artikel 9, eerste lid, van de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen, gewijzigd bij de wet van 27 december 2004, wordt vervangen als volgt :
  " Buiten de gevallen van overtreding van de bepalingen van deze wet of van de uitvoeringsbesluiten ervan kan een vergoeding verleend worden aan ieder eigenaar waarvan de planten, plantaardige producten of roerende goederen op bevel van de bevoegde overheid vernietigd, behandeld of verwerkt worden of waarvan de planten of plantaardige producten onbruikbaar en waardeloos geworden zijn na een tijdelijk officieel verbod op het verplaatsen of het gebruik ervan, om de verspreiding van schadelijke organismen te verhinderen. In geval van een door de bevoegde overheid opgelegde verwerking van met schadelijke organismen besmette planten of plantaardige producten kan een vergoeding verleend worden aan de verwerker. ".
Art.242. L'article 9, alinéa 1er, de la loi du 2 avril 1971 relative à la lutte contre les organismes nuisibles aux végétaux et aux produits végétaux, modifié par la loi du 27 décembre 2004, est remplacé par ce qui suit :
  " Hors les cas d'infraction aux dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution, une indemnité peut être accordée à tout propriétaire dont les végétaux, produits végétaux ou des biens mobiliers sont détruits, traites ou transformés sur ordre de l'autorité compétente ou dont les végétaux ou produits végétaux sont devenus inutilisables et sans valeur après une interdiction officielle temporaire concernant le transport ou l'utilisation de ceux-ci, en vue d'empêcher la propagation d'organismes nuisibles. En cas de transformation imposée par l'autorité competente de végétaux ou de produits vegétaux contaminés par des organismes nuisibles, une indemnité peut être accordée au transformateur. ".
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het koninklijk besluit van 24 juni 1997 betreffende de verplichte bijdragen aan het Fonds voor de gezondheid en de productie van dieren, vastgesteld voor de sector pluimvee.
CHAPITRE 10. - Modification de l'arrêté royal de 24 juin 1997 relatif aux cotisations obligatoires à payer au Fonds de la santé et de la production des animaux, fixées pour le secteur avicole.
Art.243. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 juni 1997 betreffende de verplichte bijdragen aan het Fonds voor de gezondheid en de productie van dieren, vastgesteld voor de sector pluimvee, wordt de bepaling onder 13° vervangen als volgt :
  " 13° officiële dierenarts : dierenarts van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen; ".
Art.243. Dans l'article 1er de l'arrêté royal de 24 juin 1997 relatif aux cotisations obligatoires à payer au Fonds de la santé et de la production des animaux, fixées pour le secteur avicole, le 13° est remplacé par ce qui suit :
  " 13° vétérinaire officiel : vétérinaire de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire; ".
Art.244. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 2. -
  § 1. De verplichte bijdragen van de sector pluimvee aan het Fonds worden als volgt vastgesteld :
  1° de verantwoordelijken van de pluimveeslachthuizen erkend door het FAVV, betalen een jaarlijkse bijdrage van :
  - 186,00 euro indien ze per jaar minder dan 100 000 stuks slachten,
  - 596,00 euro indien ze per jaar 100 000 tot en met 2 000 000 stuks slachten, en
  - 1 116,00 euro indien ze per jaar meer dan 2 000 000 stuks slachten;
  2° de verantwoordelijken van de door het FAVV toegelaten pakstations in de eiersector betalen een jaarlijkse bijdrage van :
  - 156,00 euro indien ze een technische sorteercapaciteit hebben tot en met 5 000 eieren per uur,
  - 234,00 euro indien ze een technische sorteercapaciteit hebben van meer dan 5 000 tot en met 15 000 eieren per uur, en
  - 365,00 euro indien ze een technische sorteercapaciteit hebben van meer dan 15 000 eieren per uur;
  3° alle groothandelaars in eieren betalen een jaarlijkse bijdrage van 156,00 euro; diegenen met een gemiddelde wekelijkse omzet van minder dan 1 800 eieren zijn evenwel vrijgesteld van de bijdrage;
  4° de houders van een sanitaire vergunning voor de verkoop van pluimvee op markten, hen afgeleverd door het FAVV betalen een jaarlijkse bijdrage van 131,00 euro per vergunning;
  5° de verantwoordelijken van eiproductenbedrijven en van de bedrijven die ovoproducten in de handel brengen, erkend door het FAVV,
  - waarvan de inrichting beschikt over een werkelijke pasteurisatiecapaciteit van minder dan 3 ton per uur, betalen een jaarlijkse bijdrage van 261,00 euro,
  - waarvan de inrichting beschikt over een werkelijke pasteurisatiecapaciteit van 3 ton per uur of meer, betalen een jaarlijkse bijdrage van 782,00 euro;
  6° de verantwoordelijken van de door het FAVV toegelaten broeierijen betalen, indien de activiteit het uitbroeden van loopvogeleieren betreft, een jaarlijkse bijdrage van :
  - 93,00 euro voor broeierijen met een capaciteit van minder dan 1 000 eieren,
  - 279,00 euro voor broeierijen met een capaciteit van 1 000 eieren of meer;
  en, indien de activiteit het uitbroeden van broedeieren van andere soorten dan loopvogels betreft, een jaarlijkse bijdrage van :
  - 372,00 euro voor broeierijen met een capaciteit van minder dan 1 000 eieren of met een seizoensgebonden activiteit,
  - 1 116,00 euro voor broeierijen met een capaciteit van 1 000 tot en met 199 999 eieren,
  - 1 488,00 euro voor broeierijen met een capaciteit van 200 000 tot en met 499 999 eieren,
  - 2 045,00 euro voor broeierijen met een capaciteit van 500 000 tot en met 999 999 eieren,
  - 2 603,00 euro voor broeierijen met een capaciteit van 1 000 000 of meer eieren;
  7° de verantwoordelijken van de door het FAVV toegelaten pluimveeselectiebedrijven, vermeerderingsbedrijven en opfokbedrijven voor fokpluimvee betalen een jaarlijkse bijdrage van :
  - 300,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van minder dan 2 500 dieren,
  - 411,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 2 500 tot en met 4 999 dieren,
  - 489,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 7 499 dieren,
  - 600,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 7 500 tot en met 9 999 dieren,
  - 750,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 12 499 dieren,
  - 900,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 12 500 tot en met 14 999 dieren,
  - 1 050,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 17 499 dieren,
  - 1 161,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 17 500 tot en met 19 999 dieren,
  - 1 350,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren,
  - 1 650,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren,
  - 1 950,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren,
  - 2 700,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 of meer dieren;
  8° de houders van een toelating van het FAVV voor het fabriceren van mengvoeders voor pluimvee, betalen een jaarlijkse bijdrage van 156 euro; de houders van een vergunning voor de invoer, wiens enige beroepsactiviteit betrekking heeft op de invoer van producten uit andere Lidstaten, zijn evenwel vrijgesteld van de bijdrage;
  9° de verantwoordelijken voor gebruikspluimvee voor de productie van consumptie-eieren, al of niet op ouderdom van de leg en reforme dieren inbegrepen, betalen een jaarlijkse bijdrage van :
  - 134,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren,
  - 211,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren,
  - 289,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren,
  - 367,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren,
  - 446,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren,
  - 524,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren,
  - 641,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren,
  - 797,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren,
  - 953,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren,
  - 1 109,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren,
  - 1 265,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren,
  - 1 421,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren,
  - 1 577,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren,
  - 1 734,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 of meer dieren;
  10° de verantwoordelijken voor vleeskippen, uitgezonderd ééndagskuikens, betalen een jaarlijkse bijdrage van :
  - 131,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren,
  - 201,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren,
  - 272,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren,
  - 344,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren,
  - 415,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren,
  - 486,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren,
  - 593,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren,
  - 735,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren,
  - 878,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren,
  - 1 020,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren,
  - 1 163,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren,
  - 1 305,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren,
  - 1 448,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren,
  - 1 591,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 of meer dieren;
  11° de verantwoordelijken van pluimvee, andere dan loopvogels of deze bedoeld in de vorige punten, betalen een jaarlijkse bijdrage van :
  - 93,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 1 999 dieren,
  - 131,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 2 000 tot en met 4 999 dieren,
  - 339,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren,
  - 521,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 of meer dieren;
  12° de verantwoordelijken van loopvogels van de onderscheiden categorieën betalen een jaarlijkse bijdrage in functie van de bedrijfsgrootte, uitgedrukt in aantal eenheden er gehouden loopvogels, waarbij hanen en hennen van meer dan 15 maanden oud gelijkgesteld worden aan 10 eenheden per dier als het struisvogels betreft en 5 eenheden per dier als het emoes, nandoes of casuarissen betreft en dieren van minder dan 15 maanden oud gelijkgesteld worden aan 1 eenheid per dier, te weten :
  - 56,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 21 tot en met 199 eenheden,
  - 112,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 499 eenheden,
  - 167,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 500 tot 999 eenheden,
  - 223,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 1 000 of meer eenheden;
  13° de verantwoordelijken voor vleeskippen van het ras Mechelse Koekoek, uitgezonderd ééndagskuikens, betalen een jaarlijkse bijdrage van :
  - 322,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren,
  - 494,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren,
  - 670,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren,
  - 846,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren,
  - 1 021,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren,
  - 1 197,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren,
  - 1 461,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren,
  - 1 812,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren,
  - 2 163,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren,
  - 2 514,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren,
  - 2 866,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren,
  - 3 217,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren,
  - 3 568,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren,
  - 3 919,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 of meer dieren;
  14° de verantwoordelijken voor biologische vleeskippen, uitgezonderd ééndagskuikens, betalen een jaarlijkse bijdrage van :
  - 345,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren,
  - 529,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren,
  - 717,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren,
  - 905,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren,
  - 1 092,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren,
  - 1 280,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren,
  - 1 562,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren,
  - 1 938,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren,
  - 2 313,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren,
  - 2 689,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren,
  - 3 065,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren,
  - 3 441,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren,
  - 3 816,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren,
  - 4 192,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 of meer dieren;
  15° de verantwoordelijken voor vleeskippen, gehouden tot op een leeftijd van 63 tot 70 dagen, uitgezonderd ééndagskuikens, betalen een jaarlijkse bijdrage van :
  - 257,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren,
  - 394,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren,
  - 534,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren,
  - 674,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren,
  - 814,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren,
  - 954,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren,
  - 1 164,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren,
  - 1 445,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren,
  - 1 725,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren,
  - 2 005,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren,
  - 2 285,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren,
  - 2 565,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren,
  - 2 845,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren,
  - 3 125,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 of meer dieren;
  16° de verantwoordelijken voor vleeskippen gehouden tot op de leeftijd van tenminste 81 dagen, uitgezonderd ééndagskuikens, betalen een jaarlijkse bijdrage van :
  - 275,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren,
  - 422,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren,
  - 572,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren,
  - 722,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren,
  - 872,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren,
  - 1 022,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren,
  - 1 247,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren,
  - 1 548,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren,
  - 1 848,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren,
  - 2 148,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren,
  - 2 448,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren,
  - 2 748,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren,
  - 3 048,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren,
  - 3 348,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 of meer dieren;
  17° de verantwoordelijken voor gebruikspluimvee met systeem vrije uitloop of systeem scharrel, voor de productie van consumptie-eieren, al of niet op ouderdom van de leg en reforme dieren inbegrepen, betalen een jaarlijkse bijdrage van :
  - 149,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren,
  - 233,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren,
  - 319,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren,
  - 406,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren,
  - 492,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren,
  - 578,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren,
  - 708,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren,
  - 881,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren,
  - 1 053,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren,
  - 1 226,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren,
  - 1 399,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren,
  - 1 571,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren,
  - 1 744,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren,
  - 1 917,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 of meer dieren;
  18° de verantwoordelijken voor gebruikspluimvee met biologische productie, voor de productie van consumptie-eieren, al of niet op ouderdom van de leg en reforme dieren inbegrepen, betalen een jaarlijkse bijdrage van :
  - 224,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 200 tot en met 4 999 dieren,
  - 351,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 5 000 tot en met 9 999 dieren,
  - 481,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 10 000 tot en met 14 999 dieren,
  - 611,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 15 000 tot en met 19 999 dieren,
  - 742,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 20 000 tot en met 24 999 dieren,
  - 872,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 25 000 tot en met 29 999 dieren,
  - 1 067,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 30 000 tot en met 39 999 dieren,
  - 1 327,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 40 000 tot en met 49 999 dieren,
  - 1 587,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 50 000 tot en met 59 999 dieren,
  - 1 847,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 60 000 tot en met 69 999 dieren,
  - 2 107,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 70 000 tot en met 79 999 dieren,
  - 2 368,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 80 000 tot en met 89 999 dieren,
  - 2 628,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 90 000 tot en met 99 999 dieren,
  - 2 888,00 euro in geval van een bedrijfsgrootte van 100 000 of meer dieren.
  § 2. De verplichte bijdragen bedoeld in paragraaf 1, onder punt 1°, 2°, 5°, 7°, 10°, 11° en 12°, worden berekend op basis van de laatste gegevens waarover het FAVV in het kader van de identificatie en registratie van pluimvee- en loopvogelbeslagen beschikt en op de aanvullende verklaringen van de verantwoordelijke.
  § 3. De bijdrageplichtige wordt vrijgesteld van de verplichte bijdragen indien hij vóór de datum van het aanslagbiljet een schriftelijke verklaring van definitieve stopzetting indient of indien hij, desgevallend, kan aantonen dat de vergunning werd ingeleverd voor de datum van het aanslagbiljet bij de instantie die deze vergunning afleverde. De officiële dierenarts of zijn afgevaardigde stelt de stopzetting vast.
  § 4. De verplichte bijdragen bedoeld in paragraaf 1, onder punten 13°, 14°, 15°, 16°, 17° en 18°, zijn verschuldigd voor zover de verantwoordelijke van dit pluimvee schriftelijk te kennen geeft één van in deze punten vermelde bijdrage te willen betalen. Bij ontbreken van een aanvraag hiervoor wordt de bijdrage berekend volgens de overeenkomende klasse opgenomen onder de punten 1° tot en met 12°. ".
Art.244. L'article 2 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 2. -
  § 1er. Les cotisations obligatoires du secteur avicole au Fonds sont déterminees comme suit :
  1° les responsables des abattoirs de volaille agréés par l'AFSCA paient une cotisation annuelle de :
  - 186,00 euros s'ils abattent moins de 100 000 pièces par an,
  - 596,00 euros s'ils abattent de 100 000 à 2 000 000 de pièces par an, et
  - 1.116,00 euros s'ils abattent plus de 2 000 000 de pièces par an;
  2° les responsables des centres d'emballage d'oeufs autorisées par l'AFSCA, paient une cotisation annuelle de :
  - 156,00 euros s'ils ont une capacité technique de triage de maximum 5 000 oeufs à l'heure,
  - 234,00 euros s'ils ont une capacité technique de triage de plus de 5 000 jusqu'à 15 000 oeufs à l'heure, et
  - 365,00 euros s'ils ont une capacité technique de triage de plus de 15 000 oeufs à l'heure;
  3° tous les grossistes du commerce des oeufs paient une cotisation annuelle de 156,00 euros; cependant, ceux dont la transaction moyenne hebdomadaire est inférieure à 1 800 oeufs, sont exempts de la cotisation;
  4° les bénéficiaires d'une autorisation sanitaire pour la vente de volailles sur les marchés, délivrée par l'AFSCA, paient une contribution annuelle de 131,00 euros par autorisation;
  5° les responsables des établissements de fabrication et de commercialisation des ovoproduits, agréés par l'AFSCA,
  - dont l'installation dispose d'une capacité réelle de pasteurisation de moins de 3 tonnes à l'heure, paient une cotisation annuelle de 261,00 euros,
  - dont l'installation dispose d'une capacité réelle de pasteurisation de 3 tonnes à l'heure ou plus, paient une cotisation annuelle de 782,00 euros;
  6° les responsables des couvoirs autorisés par l'AFSCA paient, si l'activité concerne l'accouvage d'oeufs d'oiseaux coureurs, une cotisation annuelle de :
  - 93,00 euros pour les couvoirs ayant une capacité de moins de 1 000 oeufs,
  - 279,00 euros pour les couvoirs ayant une capacité de 1 000 oeufs ou plus;
  et, si l'activité concerne l'accouvage d'oeufs à couver d'autres espèces que les oiseaux coureurs, une cotisation annuelle de :
  - 372,00 euros pour les couvoirs ayant une activité saisonnière ou ayant une capacité de moins de 1 000 oeufs ou une activité saisonnière,
  - 1 116,00 euros pour les couvoirs ayant une capacité de 1 000 jusqu'à 199 999 oeufs,
  - 1 488,00 euros pour les couvoirs ayant une capacité de 200 000 jusqu'à 499 999 oeufs,
  - 2 045,00 euros pour les couvoirs ayant une capacité de 500 000 jusqu'à 999 999 oeufs,
  - 2 603,00 euros pour les couvoirs ayant une capacite de 1 000 000 d'oeufs ou plus;
  7° les responsables des exploitations de sélection, des exploitations de multiplication et des exploitations d'élevage autorisées par l'AFSCA paient une cotisation annuelle de :
  - 300,00 euros pour une exploitation contenant moins de 2 500 animaux,
  - 411,00 euros pour une exploitation contenant de 2 500 jusqu'à 4 999 animaux,
  - 489,00 euros pour une exploitation contenant de 5 000 jusqu'à 7 499 animaux,
  - 600,00 euros pour une exploitation contenant de 7 500 jusqu'à 9 999 animaux,
  - 750,00 euros pour une exploitation contenant de 10 000 jusqu'à 12 499 animaux,
  - 900,00 euros pour une exploitation contenant de 12 500 jusqu'à 14 999 animaux,
  - 1 050,00 euros pour une exploitation contenant de 15 000 jusqu'à 17 499 animaux,
  - 1 161,00 euros pour une exploitation contenant de 17 500 jusqu'à 19 999 animaux,
  - 1 350,00 euros pour une exploitation contenant de 20 000 jusqu'à 24 999 animaux,
  - 1 650,00 euros pour une exploitation contenant de 25 000 jusqu'à 29 999 animaux,
  - 1 950,00 euros pour une exploitation contenant de 30 000 jusqu'à 39 999 animaux,
  - 2 700,00 euros pour une exploitation contenant 40 000 animaux ou plus;
  8° les détenteurs d'une autorisation pour la fabrication d'aliments composés pour volailles, délivrée par l'AFSCA paient une cotisation annuelle de 156 euros; cependant, les détenteurs d'une autorisation d'importation dont la seule activité professionnelle est l'importation de produits des autres Etats membres, sont exempts de la cotisation;
  9° les responsables de volailles de rente destinées à la production d'oeufs de consommation, qu'elles aient déjà ou non atteint l'âge de la ponte ou qu'elles soient de réforme, paient une cotisation annuelle de :
  - 134,00 euros pour une exploitation contenant de 200 jusqu'à 4 999 animaux,
  - 211,00 euros pour une exploitation contenant de 5 000 jusqu'à 9 999 animaux,
  - 289,00 euros pour une exploitation contenant de 10 000 jusqu'à 14 999 animaux,
  - 367,00 euros pour une exploitation contenant de 15 000 jusqu'à 19 999 animaux,
  - 446,00 euros pour une exploitation contenant de 20 000 jusqu'à 24 999 animaux,
  - 524,00 euros pour une exploitation contenant de 25 000 jusqu'à 29 999 animaux,
  - 641,00 euros pour une exploitation contenant de 30 000 jusqu'à 39 999 animaux,
  - 797,00 euros pour une exploitation contenant de 40 000 jusqu'à 49 999 animaux,
  - 953,00 euros pour une exploitation contenant de 50 000 jusqu'à 59 999 animaux,
  - 1 109,00 euros pour une exploitation contenant de 60 000 jusqu'à 69 999 animaux,
  - 1 265,00 euros pour une exploitation contenant de 70 000 jusqu'à 79 999 animaux,
  - 1 421,00 euros pour une exploitation contenant de 80 000 jusqu'à 89 999 animaux,
  - 1 577,00 euros pour une exploitation contenant de 90 000 jusqu'à 99 999 animaux,
  - 1 734,00 euros pour une exploitation contenant 100 000 animaux ou plus;
  10° les responsables de poulets de chair, excepte les poussins d'un jour, paient une cotisation annuelle de :
  - 131,00 euros pour une exploitation contenant de 200 jusqu'à 4 999 animaux,
  - 201,00 euros pour une exploitation contenant de 5 000 jusqu'a 9 999 animaux,
  - 272,00 euros pour une exploitation contenant de 10 000 jusqu'à 14 999 animaux,
  - 344,00 euros pour une exploitation contenant de 15 000 jusqu'à 19 999 animaux,
  - 415,00 euros pour une exploitation contenant de 20 000 jusqu'à 24 999 animaux,
  - 486,00 euros pour une exploitation contenant de 25 000 jusqu'à 29 999 animaux,
  - 593,00 euros pour une exploitation contenant de 30 000 jusqu'à 39 999 animaux,
  - 735,00 euros pour une exploitation contenant de 40 000 jusqu'à 49 999 animaux,
  - 878,00 euros pour une exploitation contenant de 50 000 jusqu'à 59 999 animaux,
  - 1 020,00 euros pour une exploitation contenant de 60 000 jusqu'à 69 999 animaux,
  - 1 163,00 euros pour une exploitation contenant de 70 000 jusqu'à 79 999 animaux,
  - 1 305,00 euros pour une exploitation contenant de 80 000 jusqu'à 89 999 animaux,
  - 1 448,00 euros pour une exploitation contenant de 90 000 jusqu'à 99 999 animaux,
  - 1 591,00 euros pour une exploitation contenant 100 000 animaux ou plus;
  11° les responsables de volailles, autres que les oiseaux coureurs ou celles visées aux alinéas précédents, paient une cotisation annuelle de :
  - 93,00 euros pour une exploitation contenant de 200 jusqu'à 1 999 animaux,
  - 131,00 euros pour une exploitation contenant de 2 000 jusqu'à 4 999 animaux,
  - 339,00 euros pour une exploitation contenant de 5 000 jusqu'à 9 999 animaux,
  - 521,00 euros pour une exploitation contenant 10 000 animaux ou plus;
  12° les responsables d'oiseaux coureurs des catégories distinctes paient une cotisation annuelle en fonction de la capacité de l'exploitation, exprimée en nombre d'unités d'oiseaux coureurs détenus, les mâles et les femelles de plus de 15 mois étant équivalents à 10 unites par animal s'il s'agit d'autruches et à 5 unités par animal s'il s'agit d'émeus, nandous ou casoars et les animaux de moins de 15 mois étant équivalents à l'unité, a savoir :
  - 56,00 euros pour une exploitation contenant de 21 jusqu'à 199 unites,
  - 112,00 euros pour une exploitation contenant de 200 à 499 unites,
  - 167,00 euros pour une exploitation contenant de 500 à 999 unites,
  - 223,00 euros pour une exploitation contenant 1 000 unités ou plus;
  13° les responsables de poulets de chair de la race Coucou de Malines, excepté les poussins d'un jour, paient une cotisation annuelle de :
  - 322,00 euros pour une exploitation contenant de 200 jusqu'à 4 999 animaux,
  - 494,00 euros pour une exploitation contenant de 5 000 jusqu'à 9 999 animaux,
  - 670,00 euros pour une exploitation contenant de 10 000 jusqu'à 14 999 animaux,
  - 846,00 euros pour une exploitation contenant de 15 000 jusqu'à 19 999 animaux,
  - 1 021,00 euros pour une exploitation contenant de 20 000 jusqu'à 24 999 animaux,
  - 1 197,00 euros pour une exploitation contenant de 25 000 jusqu'à 29 999 animaux,
  - 1 461,00 euros pour une exploitation contenant de 30 000 jusqu'à 39 999 animaux,
  - 1 812,00 euros pour une exploitation contenant de 40 000 jusqu'à 49 999 animaux,
  - 2 163,00 euros pour une exploitation contenant de 50 000 jusqu'à 59 999 animaux,
  - 2 514,00 euros pour une exploitation contenant de 60 000 jusqu'à 69 999 animaux,
  - 2 866,00 euros pour une exploitation contenant de 70 000 jusqu'à 79 999 animaux,
  - 3 217,00 euros pour une exploitation contenant de 80 000 jusqu'à 89 999 animaux,
  - 3 568,00 euros pour une exploitation contenant de 90 000 jusqu'à 99 999 animaux,
  - 3 919,00 euros pour une exploitation contenant 100 000 animaux ou plus;
  14° les responsables de poulets de chair biologiques, excepté les poussins d'un jour, paient une cotisation annuelle de :
  - 345,00 euros pour une exploitation contenant de 200 jusqu'à 4 999 animaux,
  - 529,00 euros pour une exploitation contenant de 5 000 jusqu'à 9 999 animaux,
  - 717,00 euros pour une exploitation contenant de 10 000 jusqu'à 14 999 animaux,
  - 905,00 euros pour une exploitation contenant de 15 000 jusqu'à 19 999 animaux,
  - 1 092,00 euros pour une exploitation contenant de 20 000 jusqu'à 24 999 animaux,
  - 1 280,00 euros pour une exploitation contenant de 25 000 jusqu'à 29 999 animaux,
  - 1 562,00 euros pour une exploitation contenant de 30 000 jusqu'à 39 999 animaux,
  - 1 938,00 euros pour une exploitation contenant de 40 000 jusqu'à 49 999 animaux,
  - 2 313,00 euros pour une exploitation contenant de 50 000 jusqu'à 59 999 animaux,
  - 2 689,00 euros pour une exploitation contenant de 60 000 jusqu'à 69 999 animaux,
  - 3 065,00 euros pour une exploitation contenant de 70 000 jusqu'à 79 999 animaux,
  - 3 441,00 euros pour une exploitation contenant de 80 000 jusqu'à 89 999 animaux,
  - 3 816,00 euros pour une exploitation contenant de 90 000 jusqu'à 99 999 animaux,
  - 4 192,00 euros pour une exploitation contenant 100 000 animaux ou plus;
  15° les responsables de poulets de chair, détenus jusqu'à l'âge entre 63 et 70 jours, excepté les poussins d'un jour, paient une cotisation annuelle de :
  - 257,00 euros pour une exploitation contenant de 200 jusqu'a 4 999 animaux,
  - 394,00 euros pour une exploitation contenant de 5 000 jusqu'à 9 999 animaux,
  - 534,00 euros pour une exploitation contenant de 10 000 jusqu'à 14 999 animaux,
  - 674,00 euros pour une exploitation contenant de 15 000 jusqu'à 19 999 animaux,
  - 814,00 euros pour une exploitation contenant de 20 000 jusqu'à 24 999 animaux,
  - 954,00 euros pour une exploitation contenant de 25 000 jusqu'à 29 999 animaux,
  - 1 164,00 euros pour une exploitation contenant de 30 000 jusqu'à 39 999 animaux,
  - 1 445,00 euros pour une exploitation contenant de 40 000 jusqu'à 49 999 animaux,
  - 1 725,00 euros pour une exploitation contenant de 50 000 jusqu'à 59 999 animaux,
  - 2 005,00 euros pour une exploitation contenant de 60 000 jusqu'à 69 999 animaux,
  - 2 285,00 euros pour une exploitation contenant de 70 000 jusqu'à 79 999 animaux,
  - 2 565,00 euros pour une exploitation contenant de 80 000 jusqu'à 89 999 animaux,
  - 2 845,00 euros pour une exploitation contenant de 90 000 jusqu'à 99 999 animaux,
  - 3 125,00 euros pour une exploitation contenant 100 000 animaux ou plus;
  16° les responsables de poulets de chair, détenus jusqu'à l'âge d'au moins 81 jours, excepté les poussins d'un jour, paient une cotisation annuelle de :
  - 275,00 euros pour une exploitation contenant de 200 jusqu'à 4 999 animaux,
  - 422,00 euros pour une exploitation contenant de 5 000 jusqu'à 9 999 animaux,
  - 572,00 euros pour une exploitation contenant de 10 000 jusqu'à 14 999 animaux,
  - 722,00 euros pour une exploitation contenant de 15 000 jusqu'à 19 999 animaux,
  - 872,00 euros pour une exploitation contenant de 20 000 jusqu'à 24 999 animaux,
  - 1 022,00 euros pour une exploitation contenant de 25 000 jusqu'à 29 999 animaux,
  - 1 247,00 euros pour une exploitation contenant de 30 000 jusqu'à 39 999 animaux,
  - 1 548,00 euros pour une exploitation contenant de 40 000 jusqu'à 49 999 animaux,
  - 1 848,00 euros pour une exploitation contenant de 50 000 jusqu'à 59 999 animaux,
  - 2 148,00 euros pour une exploitation contenant de 60 000 jusqu'à 69 999 animaux,
  - 2 448,00 euros pour une exploitation contenant de 70 000 jusqu'à 79 999 animaux,
  - 2 748,00 euros pour une exploitation contenant de 80 000 jusqu'à 89 999 animaux,
  - 3 048,00 euros pour une exploitation contenant de 90 000 jusqu'à 99 999 animaux,
  - 3 348,00 euros pour une exploitation contenant 100 000 animaux ou plus;
  17° les responsables de volailles de rente système poules élevées en plein air ou système poules élevées au sol destinées à la production d'oeufs de consommation, qu'elles aient déjà ou non atteint l'âge de la ponte ou qu'elles soient de réforme, paient une cotisation annuelle de :
  - 149,00 euros pour une exploitation contenant de 200 jusqu'à 4 999 animaux,
  - 233,00 euros pour une exploitation contenant de 5 000 jusqu'à 9 999 animaux,
  - 319,00 euros pour une exploitation contenant de 10 000 jusqu'à 14 999 animaux,
  - 406,00 euros pour une exploitation contenant de 15 000 jusqu'à 19 999 animaux,
  - 492,00 euros pour une exploitation contenant de 20 000 jusqu'à 24 999 animaux,
  - 578,00 euros pour une exploitation contenant de 25 000 jusqu'à 29 999 animaux,
  - 708,00 euros pour une exploitation contenant de 30 000 jusqu'a 39 999 animaux,
  - 881,00 euros pour une exploitation contenant de 40 000 jusqu'à 49 999 animaux,
  - 1 053,00 euros pour une exploitation contenant de 50 000 jusqu'à 59 999 animaux,
  - 1 226,00 euros pour une exploitation contenant de 60 000 jusqu'à 69 999 animaux,
  - 1 399,00 euros pour une exploitation contenant de 70 000 jusqu'à 79 999 animaux,
  - 1 571,00 euros pour une exploitation contenant de 80 000 jusqu'à 89 999 animaux,
  - 1 744,00 euros pour une exploitation contenant de 90 000 jusqu'à 99 999 animaux,
  - 1 917,00 euros pour une exploitation contenant 100 000 animaux ou plus;
  18° les responsables de volailles de rente en production biologique destinées à la production d'oeufs de consommation, qu'elles aient déjà ou non atteint l'âge de la ponte ou qu'elles soient de reforme, paient une cotisation annuelle de :
  - 224,00 euros pour une exploitation contenant de 200 jusqu'à 4 999 animaux,
  - 351,00 euros pour une exploitation contenant de 5 000 jusqu'à 9 999 animaux,
  - 481,00 euros pour une exploitation contenant de 10 000 jusqu'à 14 999 animaux,
  - 611,00 euros pour une exploitation contenant de 15 000 jusqu'à 19 999 animaux,
  - 742,00 euros pour une exploitation contenant de 20 000 jusqu'à 24 999 animaux,
  - 872,00 euros pour une exploitation contenant de 25 000 jusqu'à 29 999 animaux,
  - 1 067,00 euros pour une exploitation contenant de 30 000 jusqu'à 39 999 animaux,
  - 1 327,00 euros pour une exploitation contenant de 40 000 jusqu'à 49 999 animaux,
  - 1 587,00 euros pour une exploitation contenant de 50 000 jusqu'à 59 999 animaux,
  - 1 847,00 euros pour une exploitation contenant de 60 000 jusqu'à 69 999 animaux,
  - 2 107,00 euros pour une exploitation contenant de 70 000 jusqu'à 79 999 animaux,
  - 2 368,00 euros pour une exploitation contenant de 80 000 jusqu'à 89 999 animaux,
  - 2 628,00 euros pour une exploitation contenant de 90 000 jusqu'à 99 999 animaux,
  - 2 888,00 euros pour une exploitation contenant 100 000 animaux ou plus.
  § 2. Les cotisations obligatoires, visées au paragraphe 1er, points 1°, 2°, 5°, 7°, 10°, 11° et 12°, sont calculées sur la base des dernières données dont dispose l'AFSCA dans le cadre de l'identification et de l'enregistrement des volailles et d'oiseaux coureurs et sur les déclarations complémentaires du responsable.
  § 3. Le redevable est dispensé des cotisations obligatoires s'il présente avant la date de la déclaration de cotisation, une déclaration par écrit de cessation définitive d'activité ou, le cas échéant, s'il peut prouver que l'autorisation a été délivrée avant la date de la déclaration de cotisation par l'instance qui a délivré cette autorisation. Le vétérinaire officiel ou son delégué constate la cessation définitive d'activité.
  § 4. Les cotisations obligatoires, visées au paragraphe 1er, points 13°, 14°, 15°, 16°, 17° et 18° sont dues uniquement si le responsable de ces volailles déclare par écrit qu'il souhaite payer une des cotisations mentionnées dans ces points. A défaut d'une telle demande la cotisation sera calculée conformément à la classe correspondante reprise sous les points 1° à 12°. ".
Art.245. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 4. - § 1. De verplichte bijdragen worden betaald aan het Fonds binnen de 30 dagen die volgen op de datum van het aanslagbiljet. Bij gebreke aan tijdige betaling is van rechtswege en zonder aanmaning een verwijlintrest verschuldigd tegen de wettelijke rentevoet, vermeerderd met 25 euro voor administratie kosten.
  § 2. Indien een bijdrageplichtige bedoeld in artikel 2, § 1, niet akkoord is met het bedrag van de verplichte bijdrage, dient een bezwaarschrift bij een ter post aangetekende brief gericht aan het Fonds te worden ingediend binnen de 30 dagen die volgen op de datum van het aanslagbiljet. De bijzondere regels voor het indienen van een bezwaarschrift worden meegedeeld samen met het aanslagbiljet.
  Het indienen van een bezwaarschrift geeft geen uitstel van betaling. Indien het bezwaarschrift ontvankelijk en gegrond wordt verklaard, zal de betaalde som worden teruggestort.
  § 3. Volgende openbare besturen verstrekken op eenvoudige aanvraag aan het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen alle inlichtingen, die deze nodig heeft voor de toepassing van dit besluit :
  1° de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
  2° de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie.
  § 4. De officiële dierenarts of zijn afgevaardigde kan de gegevens op de bedrijven verifiëren. Op basis van de gedane vaststellingen kan de officiële dierenarts de medegedeelde gegevens met toepassing van paragraaf 2 aanpassen. ".
Art.245. L'article 4 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 4. - § 1er. Les cotisations obligatoires sont payées au Fonds dans les 30 jours qui suivent la date de la déclaration de cotisation. A defaut de paiement dans les délais, un intérêt de retard au taux d'intérêt légal, augmenté de 25 euros pour les frais administratifs, est dû de plein droit et sans sommation.
  § 2. Si une personne visée à l'article 2, § 1er, redevable d'une cotisation, conteste le montant de la cotisation obligatoire, une réclamation doit être adressée par lettre recommandée à la poste au Fonds dans les 30 jours qui suivent la date de la déclaration de cotisation. Les modalités spécifiques sont communiquées avec l'envoi de la déclaration de cotisation.
  L'introduction d'une réclamation ne donne pas lieu à un ajournement du paiement. Si la réclamation est déclarée recevable et fondée, le montant payé sera remboursé.
  § 3. Les administrations publiques suivantes délivrent sur simple demande à l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire, toutes les informations et données nécessaires en vue de l'application de cet arrêté :
  1° le Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement;
  2° le Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie.
  § 4. Le vétérinaire officiel ou son délégué peut vérifier les données dans l'exploitation. Sur la base des constatations effectuées, le vétérinaire officiel peut adapter les données communiquées en application du paragraphe 2. ".
Art.246. Artikel 2, § 1, 1° tot 12°, van het koninklijk besluit van 24 juni 1997 betreffende de verplichte bijdragen aan het Fonds voor de gezondheid en de productie van dieren, vastgesteld voor de sector pluimvee, zoals ingevoegd door artikel 244, heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008.
  Artikel 2, § 1, 13° tot 18°, § 3 en § 4 van hetzelfde besluit, zoals ingevoegd door artikel 244 treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.246. L'article 2, § 1er, 1° à 12°, de l'arrêté royal de 24 juin 1997 relatif aux cotisations obligatoires à payer au Fonds de la santé et de la production des animaux, fixées pour le secteur avicole, comme inséré par l'article 244, produit ses effets le 1er janvier 2008.
  L'article 2, § 1er, 13° a 18°, § 3 et § 4, du même arrêté, comme inséré par l'article 244, entre en vigueur le 1er janvier 2009.
TITEL 10. - Diverse bepalingen.
TITRE 10. - Dispositions diverses.
HOOFDSTUK 1. - Eerste minister - Internationaal Perscentrum.
CHAPITRE 1er. - Premier ministre - Centre de presse international.
Art.247. De thesaurierekening ingesteld bij artikel 509 van de programmawet van 22 december 2003 wordt ondergebracht bij de Staatsdienst met afzonderlijk beheer " Internationaal Perscentrum ".
Art.247. Le compte de trésorerie crée par article 509 de la loi-programme du 22 décembre 2003 est inscrit sous le service de l'Etat à gestion séparée " Centre de presse international ".
HOOFDSTUK 2.
CHAPITRE 2.
HOOFDSTUK 3. - Maatschappelijke Integratie - Verwarmingstoelage toegekend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn in het kader van het Sociaal Stookoliefonds.
CHAPITRE 3. - Intégration sociale - Allocation de chauffage octroyée par le centre public d'action sociale dans le cadre du Fonds social Mazout.
Art.249. Voor de toepassing van dit hoofdstuk verstaat men onder :
  1° verbruiker : elke natuurlijke persoon die een in aanmerking komende brandstof gebruikt om de gezinswoning, waar hij zijn hoofdverblijf heeft, te verwarmen;
  2° persoon ten laste : de persoon die beschikt over een netto jaarinkomen lager dan 1 800 euro, met uitsluiting van de gezinsbijslag en het onderhoudsgeld voor kinderen, en die onder hetzelfde dak als de verbruiker woont;
  3° huishouden : de personen die in dezelfde gezinswoning hun hoofdverblijfplaats hebben;
  4° in aanmerking komende brandstof : huisbrandolie, verwarmingspetroleum en bulkpropaangas, die uitsluitend voor verwarmingsdoeleinden gebruikt worden;
  5° verwarmingsperiode : de periode gelijk aan een kalenderjaar.
Art.249. Pour l'application du présent chapitre, on entend par :
  1° consommateur : toute personne physique qui utilise un combustible éligible en vue de chauffer le logement familial où elle a sa résidence principale;
  2° personne à charge : la personne qui dispose de revenus annuels nets inférieurs à 1 800 euros, à l'exclusion des prestations familiales et des pensions alimentaires pour enfants, et vivant sous le même toit que le consommateur;
  3° ménage : les personnes qui ont leur résidence principale dans le même logement familial;
  4° combustible éligible : le gasoil de chauffage, le pétrole lampant et le gaz propane en vrac, qui sont uniquement utilisés à des fins de chauffage;
  5° période de chauffe : la période correspondant à une année civile.
Art.250. Elke verbruiker met een laag inkomen die een in aanmerking komende brandstof gebruikt, kan een verwarmingstoelage genieten onder de voorwaarden bepaald door dit hoofdstuk.
  De openbare centra voor maatschappelijk welzijn hebben de taak de verwarmingstoelage toe te kennen in het kader van het Sociaal Stookoliefonds.
  Deze toelage kan enkel worden toegekend voor de leveringen van een in aanmerking komende brandstof.
  Per verwarmingsperiode wordt slechts één verwarmingstoelage toegekend voor éénzelfde huishouden.
Art.250. Tout consommateur à faibles revenus qui utilise un combustible éligible peut bénéficier d'une allocation de chauffage dans les conditions fixées par le présent chapitre.
  Les centres publics d'action sociale ont pour mission d'octroyer l'allocation de chauffage dans le cadre du Fonds social Mazout.
  Cette allocation ne peut être octroyée que pour les livraisons d'un combustible éligible.
  Une seule allocation de chauffage peut être octroyée pour un même ménage et par période de chauffe.
Art.251. § 1. Worden beschouwd als verbruikers met een laag inkomen in de zin van dit hoofdstuk, de personen die op het ogenblik van de aanvraag tot één van de volgende categorieën behoren :
  1° de personen die een verhoogde tegemoetkoming genieten bedoeld in artikel 37, §§ 1 en 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkering, gecoördineerd op 14 juli 1994. Het jaarlijks bedrag van het bruto belastbaar inkomen van het huishouden van deze personen mag evenwel niet hoger zijn dan 11 763,02 euro, verhoogd met 2 177,65 euro per persoon ten laste;
  2° de personen die niet tot de in 1° bedoelde categorie behoren en wier jaarlijks belastbaar bruto-inkomen van hun huishouden het bedrag van 11 763,02 euro, verhoogd met 2 177,65 euro per persoon ten laste niet overschrijdt;
  3° de personen die een schuldbemiddeling overeenkomstig de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet of een collectieve schuldenregeling overeenkomstig de artikelen 1675/2 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek genieten en die bovendien niet in staat zijn hun verwarmingsfactuur te betalen.
  § 2. Bij de berekening van het belastbaar bruto inkomen bedoeld in paragraaf 1, 2°, wordt er rekening gehouden met het onroerend vermogen van de verbruiker en zijn huishouden.
  Indien de verbruiker of een persoon die deel uitmaakt van zijn huishouden één of meerdere onroerende goederen in volle eigendom of vruchtgebruik bezit, met uitzondering van de onroerende goederen die dienst doen als gezinswoning, wordt rekening gehouden met het globaal kadastraal inkomen vermenigvuldigd met 3.
  Dit bedrag wordt bij het bedrag van het in paragraaf 1, 2° bedoelde belastbaar bruto inkomen bijgeteld.
Art.251. § 1er. Sont considérés comme consommateurs à faibles revenus au sens du présent chapitre, les personnes qui au moment de l'introduction de la demande relevent d'une des categories suivantes :
  1° les personnes qui bénéficient d'une intervention majorée de l'assurance visée à l'article 37, §§ 1er et 19, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994. Le montant annuel des revenus bruts imposables du ménage de ces personnes ne peut toutefois être supérieur à 11 763,02 euros, majoré de 2 177,65 euros par personne à charge;
  2° les personnes qui ne relèvent pas de la catégorie visée au 1° et dont le montant annuel des revenus bruts imposables de leur ménage ne dépasse pas 11 763,02 euros, majoré de 2 177,65 euros par personne à charge;
  3° les personnes qui bénéficient d'une médiation de dettes conformément à la loi du 12 juin 1991 relative au crédit à la consommation ou d'un règlement collectif de dettes en vertu des articles 1675/2 et suivants du Code judiciaire et qui ne peuvent en outre faire face aux paiements de leur facture de chauffage.
  § 2. Le calcul des revenus bruts imposables visés au paragraphe 1er, 2°, prend en compte le patrimoine immobilier du consommateur et de son ménage.
  Si le consommateur ou une personne de son ménage a la pleine propriété ou l'usufruit d'un bien immobilier ou de plusieurs biens immobiliers, à l'exception des biens immeubles qui servent de logement familial, il est tenu compte du revenu cadastral global multiplié par 3.
  Ce montant est additionné au montant des revenus bruts imposables visé au paragraphe 1er, 2°.
Art.252. De in artikel 251, § 1, vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de spilindex 103,14 geldend op 1 juni 1999 (basis 1996 = 100) van de consumptieprijzen.
  Zij schommelen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
  Zij worden eveneens aangepast aan de welvaart overeenkomstig artikel 19 van het koninklijk besluit van 1 april 2007 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, §§ 1 en 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, en tot invoering van het OMNIO-statuut.
  Het bedrag vermeld in artikel 249 wordt aangepast overeenkomstig de bepalingen van artikel 178 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 10 april 1992.
Art.252. Les montants mentionnés à l'article 251, § 1er, sont rattachés à l'indice 103,14 applicable au 1er juin 1999 (base 1996 = 100) des prix à la consommation.
  Ils varient conformément aux dispositions de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants.
  Ils sont également adaptés au bien-être conformément à l'article 19 de l'arrêté royal du 1er avril 2007 fixant les conditions d'octroi de l'intervention majorée de l'assurance visée à l'article 37, §§ 1er et 19, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, et instaurant le statut OMNIO.
  Le montant mentionné à l'article 249 est adapté conformément aux dispositions de l'article 178 du code des impôts sur les revenus 1992, coordonné par l'arrêté royal du 10 avril 1992.
Art.253. Zodra de prijs per liter van een in aanmerking komende brandstof, die op de factuur wordt vermeld, de door de Koning bepaalde drempelwaarde overschrijdt, kan iedere in artikel 251 bedoelde persoon een verwarmingstoelage genieten.
  De Koning bepaalt het bedrag van deze verwarmingstoelage bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Art.253. Dès que le prix par litre de combustible facturé dépasse le seuil d'intervention fixé par le Roi, toute personne visée à l'article 251 peut bénéficier d'une allocation de chauffage.
  Le Roi fixe le montant de cette allocation de chauffage par arrêté délibére au Conseil des Ministres.
Art.254. De Koning bepaalt de berekeningsregels van het bedrag van de verwarmingstoelage, wanneer de factuur meerdere woonsten betreft.
Art.254. Le Roi détermine les modalités du calcul du montant de l'allocation de chauffage, quand la facture concerne plusieurs logements.
Art.255. Om een verwarmingstoelage te bekomen moet de aanvrager een aanvraag indienen bij het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat bevoegd is met toepassing van de bepalingen van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
  De aanvraag kan ingediend worden door de verbruiker met een laag inkomen of, in zijn naam, door een persoon die deel uitmaakt van zijn huishouden.
  De aanvraag moet ten laatste worden ingediend binnen een termijn van 60 dagen na de leveringsdatum.
Art.255. En vue d'obtenir une allocation de chauffage le demandeur doit introduire une demande auprès du centre public d'action sociale compétent en vertu des dispositions de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'action sociale.
  La demande peut être introduite par le consommateur à faibles revenus ou, en son nom, par une personne faisant partie de son ménage.
  La demande doit être introduite au plus tard dans les 60 jours de la date de livraison.
Art.256. Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn gaat op basis van een sociaal onderzoek na of alle voorwaarden vervuld zijn.
  Het gaat met name na :
  - of de verbruiker tot één van de categorieën als bedoeld in artikel 251 behoort;
  - of de verbruiker een in aanmerking komende brandstof gebruikt om zijn gezinswoning te verwarmen;
  - of de op de factuur vermelde prijs van de in aanmerking komende brandstof aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 253 beantwoordt;
  - of het leveringsadres overeenstemt met de hoofdverblijfplaats van de verbruiker.
  De Koning bepaalt de bewijzen die de verbruiker moet leveren om de verwarmingstoelage te verkrijgen.
Art.256. Le centre public d'action sociale vérifie sur la base d'une enquête sociale si toutes les conditions sont remplies.
  Il vérifie notamment :
  - si le consommateur relève d'une des catégories visées à l'article 251;
  - si le consommateur utilise un combustible éligible en vue de chauffer son logement familial;
  - si le prix facturé du combustible éligible répond aux conditions visées à l'article 253;
  - si l'adresse de livraison correspond au lieu de résidence principale du consommateur.
  Le Roi determine les preuves que le demandeur doit fournir en vue de recevoir l'allocation de chauffage.
Art.257. § 1. Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn neemt een beslissing binnen de 30 dagen na ontvangst van de aanvraag.
  § 2. De beslissing inzake de verwarmingstoelage, genomen door de raad voor maatschappelijk welzijn of door één van de organen aan wie de raad bevoegdheden heeft overgedragen, wordt [1 of elektronisch via de eBox, zoals bedoeld in de wet van 27 februari 2019 inzake de elektronische uitwisseling van berichten via de eBox]1 of tegen ontvangstbewijs meegedeeld aan de aanvrager binnen acht dagen te rekenen vanaf de datum van de beslissing.
  De beslissing is met redenen omkleed en vermeldt de mogelijkheid tot het instellen van beroep, de beroepstermijn, de vorm van het verzoekschrift, het adres van de bevoegde beroepsinstantie en de naam van de dienst of van de persoon, die binnen het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan gecontacteerd worden voor het geven van toelichting.
  De nadere regels van het beroep worden geregeld door artikel 71 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
  § 3. De verwarmingstoelage wordt ten laatste binnen een termijn van 15 dagen na de beslissing betaald.
  § 4. Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn beschikt over 45 dagen vanaf de aanvraag om zijn kostenstaten over te maken aan de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie.
  
Art.257. § 1er. Le centre public d'action sociale statue dans les 30 jours suivant la réception de la demande.
  § 2. La décision relative à l'allocation de chauffage, prise par le conseil de l'aide sociale ou l'un des organes auxquels le conseil a délégué des attributions, est communiquée au demandeur par courrier [1 ou par voie électronique via l'eBox tel que prévu par la loi du 27 février 2019 relative à l'échange électronique de messages par le biais de l'eBox]1 ou contre accusé de réception dans les huit jours à compter de la date de la décision.
  La décision est motivée et signale la possibilité de former un recours, le délai d'introduction du recours, la forme de la requête, l'adresse de l'instance de recours compétente et le nom du service ou de la personne qui, au sein du centre public d'action sociale, peut être contacté en vue d'obtenir des éclaircissements.
  Les modalités de recours contre la décision sont réglées par l'article 71 de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale.
  § 3. L'allocation de chauffage est payée au plus tard dans les 15 jours de la décision.
  § 4. Le centre public d'action sociale dispose de 45 jours à partir de la demande pour transmettre ses états de frais au Service public fédéral de Programmation Intégration et Economie sociales, Lutte contre la Pauvreté.
  
Art.258. § 1. De middelen die nodig zijn om dit hoofdstuk te financieren, zijn voor rekening van een Sociaal Fonds, hierna te noemen Sociaal Stookoliefonds.
  § 2. Het Fonds wordt gespijsd door een bijdrage op alle petroleumproducten aangewend voor de verwarming, ten laste van de verbruikers van deze producten.
  Deze bijdrage zal worden geïnd door de accijnsplichtige bedrijven die deze producten verkopen en zal in aanmerking worden genomen voor de berekening van de maximumprijzen volgens de programmaovereenkomst betreffende de regeling van de verkoopprijzen van de aardolieproducten.
  § 3. Op voorstel van de Minister bevoegd voor de Energie, bepaalt de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad :
  - de opdrachten en de regels inzake de organisatie en de werking van het Fonds;
  - het bedrag van de in paragraaf 2 bedoelde bijdrage en de inningswijze ervan.
  § 4. Elk besluit dat wordt vastgesteld krachtens paragraaf 3 wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
Art.258. § 1er. Les moyens nécessaires au financement du présent chapitre sont à charge d'un Fonds Social, nomme ci-après le Fonds social Mazout.
  § 2. Ce Fonds sera alimenté par une cotisation sur l'ensemble des produits pétroliers de chauffage à charge des consommateurs de ces produits.
  Cette cotisation sera perçue par les entreprises soumises à accises qui mettent ces produits en consommation et prise en compte pour le calcul des prix maxima selon le contrat de programme concernant le règlement des prix de vente des produits pétroliers.
  § 3. Le Roi, sur proposition du Ministre ayant l'Energie dans ses attributions et par arrêté délibéré en Conseil des ministres, est habilité à :
  - fixer les missions ainsi que les modalites d'organisation et de fonctionnement du Fonds;
  - fixer la hauteur de la cotisation visée au paragraphe 2 et les modalités de sa perception.
  § 4. Tout arrêté pris en vertu du paragraphe 3 est censé ne jamais avoir produit d'effets s'il n'a pas été confirme par la loi dans les douze mois de sa date d'entrée en vigueur.
Art. 258/1. [1 Onverminderd artikel 258, wordt het Sociaal Stookoliefonds aanvullend gespijsd door een jaarlijkse toelage waarvan het bedrag wordt bepaald door de wet houdende de algemene uitgavenbegroting.
   Een protocol dat wordt afgesloten tussen het Fonds en de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie, bepaalt :
   - de wijze waarop het Fonds de volledige toelage of een deel ervan kan aanvragen;
   - de verantwoordingsstukken ter motivering van deze aanvraag;
   - de wijze waarop de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie deze aanvraag ontvankelijk verklaart, verwerkt en goedkeurt;
   - de wijze waarop de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie de volledige toelage of een deel ervan betaalt aan het Fonds.
   Voor de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie wordt dit protocol ondertekend door de voorzitter van het directiecomité.]1

  
Art. 258/1. [1 Sans préjudice de l'article 258, le Fonds social Mazout est alimenté complémentairement par une subvention annuelle dont le montant est déterminée par la loi contenant le budget général des dépenses.
   Un protocole conclu entre le Fonds et le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, détermine :
   - la manière dont le Fonds peut solliciter la subvention totale ou partielle;
   - les pièces justificatives motivant cette demande;
   - la manière dont le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie déclare recevable, traite et approuve cette demande;
   - la manière dont le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie verse la subvention totale ou partielle au Fonds.
   Pour le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie, le président du comité de direction signe ce protocole.]1

  
Art.259. § 1. De rekeningen dienen op 31 december te worden afgesloten voor alle beslissingen tot toekenning voor het lopende jaar.
  Uitzonderlijk dienen de rekeningen op 31 december 2008 te worden afgesloten voor alle beslissingen tot toekenning voor de periode 1 september 2008 tot en met 31 december 2008.
  § 2. De afgesloten rekeningen worden voor 1 maart overgemaakt aan de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie. De Koning bepaalt de gegevens die hierin vermeld moeten worden.
  § 3. Als het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn op 30 april van hetzelfde jaar de afgesloten rekeningen niet heeft overgemaakt, vervalt het recht van het centrum om de kosten terug te vorderen die betrekking hebben op de toelagen toegekend tijdens de verwarmingsperiode waarnaar de niet overgezonden rekeningen verwijzen.
  § 4. Zodra de Programmatorische Federale Overheidsdienst over de boekhoudkundige staten van de openbare centra van maatschappelijk welzijn beschikt, zendt hij deze over aan het Sociaal Stookoliefonds.
Art.259. § 1er. Les comptes doivent être clôturés au 31 décembre pour toutes les décisions d'octroi afférentes à l'année en cours.
  Exceptionnellement les comptes doivent être clôturés au 31 décembre 2008 pour toutes les décisions d'octroi afférentes a la période du 1er septembre 2008 au 31 décembre 2008.
  § 2. Avant le 1er mars, les comptes arrêtés sont transmis au Service public fédéral de Programmation Intégration et Economie sociales, Lutte contre la Pauvreté. Le Roi détermine les données qui doivent y figurer.
  § 3. Si au 30 avril de la même année, le centre public d'action sociale n'a toujours pas transmis les comptes arrêtés, il est déchu du droit de recouvrer les dépenses afférentes aux allocations octroyées pendant la période de chauffe à laquelle se réfèrent les comptes non transmis.
  § 4. Dès que le Service public fédéral de programmation dispose des situations comptables des centres publics d'action sociale, il les transmet au Fonds social Mazout.
Art.260. § 1. Aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn wordt een bijkomend forfaitair bedrag toegekend voor de werkingskosten.
  § 2. De tussenkomst in de werkingskosten bedraagt 10 euro per verwarmingsperiode en per dossier dat recht heeft gegeven op een verwarmingstoelage aan een gerechtigde.
  Het bedrag betreffende de voorgaande verwarmingsperiode wordt op 30 juni aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn overgemaakt.
Art.260. § 1er. Un montant forfaitaire supplémentaire est octroyé aux centres publics d'action sociale pour couvrir les frais de fonctionnement.
  § 2. L'intervention dans les frais de fonctionnement s'élève à 10 euros par période de chauffe et par dossier de bénéficiaire ayant donné droit à une allocation de chauffage.
  Le montant concernant la période de chauffe précédente est versé aux centres publics d'action sociale au 30 juin.
Art.261. De in artikel 251 bedoelde categorieën en bedragen kunnen worden gewijzigd overeenkomstig de nadere regels die zijn opgenomen in een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Art.261. Les catégories et les montants visés à l'article 251 peuvent être modifiés selon les modalités prévues par un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres.
Art.262. § 1. Worden bestraft met een gevangenisstraf van één week tot twee maanden en met een geldboete van tien maal de ontdoken bijdrage, met een minimum van 250 euro, of met één van deze straffen alleen, zij die de bepalingen van artikel 258, § 2, tweede lid overtreden.
  § 2. De vergunning waarover een accijnsplichtige onderneming overeenkomstig de bepalingen van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, dient te beschikken, kan worden ingetrokken, indien vastgesteld wordt dat de betrokken accijnsplichtige onderneming op grove wijze tekort schiet aan haar verplichting als bedoeld in artikel 258, § 2.
  § 3. De Koning kan strafsancties en administratieve geldboeten bepalen voor inbreuken op de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten zoals opgenomen in artikel 258 van deze wet. Deze strafsancties en administratieve geldboeten mogen niet hoger en niet lager zijn dan de bedragen vervat in paragraaf 1 en paragraaf 2.
Art.262. § 1er. Sont punis d'une peine d'emprisonnement d'une semaine à deux mois et d'une amende de dix fois la contribution éludée, avec un minimum de 250 euros, ou d'une de ces peines seulement, ceux qui ne respectent pas les prescriptions de l'article 258, § 2, deuxième alinéa.
  § 2. Lorsqu'il est établi qu'une entreprise soumise à accises méconnaît de manière caractérisée les obligations visées à l'article 258, § 2, l'autorisation dont doit disposer toute entreprise soumise à accise en vertu de la loi du 10 juin 1997 relative au régime général, à la detention, à la circulation et au contrôle des produits soumis à accises, afin d'exercer ses activités peut être retirée.
  § 3. Le Roi peut fixer des sanctions pénales et des amendes administratives pour des infractions aux dispositions des arrêtés d'exécution comme reprises dans l'article 258 de la présente loi. Ces sanctions et amendes administratives ne peuvent être supérieures ni inférieures aux montants fixés au paragraphe 1er et au paragraphe 2.
Art.263. De artikelen 203 tot en met 219 van de programmawet van 27 december 2004, worden opgeheven.
Art.263. Les articles 203 à 219 de la loi-programme du 27 décembre 2004, sont abrogés.
Art.264. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.264. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2009.
HOOFDSTUK 4. - Grootstedenbeleid - Financiële bijstand van de Staat in het kader van het stedelijk beleid.
CHAPITRE 4. - Politique des Grandes villes - Aide financière de l'Etat dans le cadre de la politique urbaine.
Art.265. Artikel 4, eerste lid, van de wet van 17 juli 2000 tot bepaling van de voorwaarden waaronder de plaatselijke overheden een financiële bijstand kunnen genieten van de Staat in het kader van het stedelijk beleid, gewijzigd bij de programmawet (I) van 27 december 2004, wordt aangevuld met de volgende zin :
  " In afwijking hiervan wordt voor het jaar 2009 een overeenkomst met de duur van één jaar afgesloten. ".
Art.265. L'article 4, alinéa 1er, de la loi du 17 juillet 2000 déterminant les conditions auxquelles les autorités locales peuvent bénéficier d'une aide financière de l'Etat dans le cadre de la politique urbaine, modifié par la loi-programme (I) du 27 décembre 2004, est complété par la phrase suivante :
  " Par dérogation pour l'année 2009, une convention annuelle est conclue. ".
Art.266. Artikel 265 treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.266. L'article 265 entre en vigueur le 1er janvier 2009.
HOOFDSTUK 5. - Justitie - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 1974 betreffende de wedden van de titularissen van sommige openbare ambten, van de bedienaars van de erkende erediensten en van de afgevaardigden van de Centrale Vrijzinnige Raad.
CHAPITRE 5. - Justice - Modifications de la loi du 2 août 1974 relative aux traitements des titulaires de certaines fonctions publiques, des ministres des cultes reconnus et des délégués du Conseil Central Laïque.
Art.267. Artikel 26 van de wet van 2 augustus 1974 betreffende de wedden van de titularissen van sommige openbare ambten, van de bedienaars van de erkende erediensten en van de afgevaardigden van de Centrale Vrijzinnige Raad, vervangen bij de wet van 17 februari 1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2001, wordt aangevuld met de bepaling onder j), luidende :
  " j) parochieassistent : 13 409,11 euro. ".
Art.267. L'article 26 de la loi du 2 août 1974 relative aux traitements des titulaires de certaines fonctions publiques, des ministres des cultes reconnus et des délégués du Conseil central laïque, remplacé par la loi du 17 février 1997 et modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 2001, est complété par le j), rédigé comme suit :
  " j) assistant paroissial : 13 409,11 euros. ".
Art.268. Artikel 26bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004 en gewijzigd bij de wet van 24 juli 2008, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 26bis. - 341 plaatsen van parochieassistent worden toegekend. ".
Art.268. L'article 26bis de la même loi, inséré par la loi du 27 décembre 2004 et modifié par la loi du 24 juillet 2008, est remplace par la disposition suivante :
  " Art. 26bis. - 341 places d'assistant paroissial sont établies. ".
Art.269. In artikel 35 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004 en gewijzigd bij de wetten van 11 juli 2005 en 24 juli 2008, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
  " De artikelen 26, j), en 26bis hebben uitwerking met ingang van 1 januari 1991. ".
Art.269. Dans l'article 35 de la même loi, inséré par la loi du 27 décembre 2004 et modifié par les lois des 11 juillet 2005 et 24 juillet 2008, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Les articles 26, j), et 26bis produisent leurs effets le 1er janvier 1991. ".
HOOFDSTUK 6. - Binnenlandse Zaken - Wijzigingen aan de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en van de wet van 15 mei 2007 tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle.
CHAPITRE 6. - Intérieur - Modifications à la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire et de la loi du 15 mai 2007 portant modification de la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire.
Art.270. Artikel 12 van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle, wordt opgeheven.
Art.270. L'article 12 de la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire, est abrogé.
Art. 271. In dezelfde wet wordt een artikel 30bis/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 30bis/1. - § 1. De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van houders van vergunningen en erkenningen en geregistreerden, worden als volgt vastgesteld :
Art. 271. Dans la même loi, il est inséré un article 30bis/1 rédigé comme suit :
  " Art. 30bis/1. - § 1er. Les montants des taxes annuelles perçues au profit de l'Agence et à charge des détenteurs d'autorisations et d'agréments et des personnes enregistrées sont fixés comme suit :
Omschrijving van deJaarJaarJaarJaarJaarBedrag van
vergunde inrichting,20092010201120122013toepassing
de vergunde of     vanaf het
geregistreerde     heffings-
activiteit of de     jaar
erkende persoon of     2014
diensten      
Kernreactoren voor2 5612 6122 6642 7172 7722 827
elektriciteits-      
productie, per      
megawatt      
geinstalleerd      
vermogen      
Kernreactoren voor5 0005 1005 2025 3065 4125 520
onderzoek met een      
thermisch vermogen      
van maximaal      
5 megawatt      
Inrichtingen van25 60526 11726 64027 17227 71628 270
klasse 1, andere      
dan kernreactoren      
voor      
elektriciteits-      
productie en      
onderzoeksreactoren      
Kernreactoren voor25 60526 11726 64027 17227 71628 270
onderzoek met een      
thermisch vermogen      
groter dan      
5 megawatt      
Ontmanteling van300 000306 000312 120318 362324 730331 224
kernreactoren voor      
elektriciteits-      
productie      
Ontmanteling van12 80313 05913 32013 58613 85814 135
kernreactoren voor      
onderzoek met een      
vermogen groter      
dan 5 megawatt.      
Ontmanteling van12 80313 05913 32013 58613 85814 135
inrichtingen van      
klasse 1, andere      
dan kernreactoren      
voor      
elektriciteits-      
productie en      
onderzoeksreactoren      
Ontmanteling van2 5002 5502 6012 6532 7062 760
kernreactoren voor      
onderzoek met een      
vermogen van      
maximaal 5 megawatt      
Inrichtingen voor10 00010 20010 40410 61210 82411 041
het winnen en de      
conditionering van      
isotopen uit      
bestraalde      
splijtstof, voor      
zover zij niet      
onder klasse 1      
vallen      
Ontmanteling van de5 0005 1005 2025 3065 4125 520
inrichtingen voor      
het winnen en de      
conditionering van      
isotopen uit      
bestraalde      
splijtstof, voor      
zover zij niet      
onder klasse 1      
vallen.      
Inrichtingen met een5 0005 1005 2025 3065 4125 520
of meerdere      
deeltjesversnellers      
met uitzondering      
van versnellers      
voor de      
rechtstreekse      
behandeling van      
patienten      
Ontmanteling van2 5002 5502 6012 6532 7062 760
inrichtingen met      
een of meerdere      
deeltjesversnellers      
met uitzondering      
van versnellers      
voor de      
rechtstreekse      
behandeling van      
patienten      
Inrichting met een5 0005 1005 2025 3065 4125 520
vergunde activiteit      
van hoger dan      
1 000 TBq      
Ontmanteling van een2 5002 5502 6012 6532 7062 760
inrichting met een      
vergunde activiteit      
van hoger dan      
1 000 TBq      
Inrichting van1 6001 6321 6651 6981 7321 767
klasse 2 bestaande      
uit een of meerdere      
deeltjesversnellers      
voor de      
rechtstreekse      
bestraling van      
patienten      
Inrichtingen van1 6001 6321 6651 6981 7321 767
klasse 2, andere      
dan deze bestaande      
uit een of meerdere      
deeltjesversnellers      
voor de      
rechtstreekse      
bestraling van      
patienten      
Inrichtingen van949698100102104
klasse 3 bestaande      
uit een of meerdere      
RX-toestellen      
Inrichtingen van189193196200204208
klasse 3, andere      
dan inrichtingen met      
een of meerdere      
RX-toestellen      
Beroepsactiviteiten604653666679693707
waarbij natuurlijke      
stralingsbronnen      
aangewend worden en      
die door het      
Agentschap vergund      
zijn.      
Gebruik, buiten een200204208212216221
vergunde      
inrichting, van      
bronnen van      
ioniserende      
stralingen die geen      
radioactieve      
stoffen bevatten.      
Geregistreerde480490499509520530
invoerders die      
enkel radioactieve      
stoffen invoeren      
bestemd voor eigen      
gebruik      
Geregistreerde9609799991 0191 0391 060
invoerders die      
radioactieve      
stoffen invoeren      
bestemd voor      
verdere verdeling      
Vervoerders van1 9201 9591 9982 0382 0792 120
radioactieve      
stoffen, houders      
van een of meerdere      
algemene      
vervoervergunningen      
(het specifieke      
vervoer van      
ontmantelde      
bliksemafleiders      
uitgezonderd)      
Vervoerders van1 2801 3061 3321 3591 3861 414
radioactieve      
stoffen, voor elke      
speciale      
vervoervergunning      
Houders van een3 2013 2653 3303 3973 4643 534
vergunning voor      
het in de handel      
brengen van      
radioactieve      
producten bestemd      
voor in vivo      
gebruik of voor      
therapie in de      
geneeskunde of      
de diergeneeskunde      
Houders van een1 0671 0881 1101 1321 1551 178
vergunning voor het      
in de handel      
brengen van      
radioactieve      
producten bestemd      
voor in vitro      
gebruik in de      
geneeskunde of de      
diergeneeskunde      
Voertuigen en32 00732 64733 30033 96634 64535 338
vaartuigen met      
kernaandrijving     
Omschrijving van deJaarJaarJaarJaarJaarBedrag vanvergunde inrichting,20092010201120122013toepassingde vergunde ofvanaf hetgeregistreerdeheffings-activiteit of dejaarerkende persoon of2014dienstenKernreactoren voor2 5612 6122 6642 7172 7722 827elektriciteits-productie, permegawattgeinstalleerdvermogenKernreactoren voor5 0005 1005 2025 3065 4125 520onderzoek met eenthermisch vermogenvan maximaal5 megawattInrichtingen van25 60526 11726 64027 17227 71628 270klasse 1, anderedan kernreactorenvoorelektriciteits-productie enonderzoeksreactorenKernreactoren voor25 60526 11726 64027 17227 71628 270onderzoek met eenthermisch vermogengroter dan5 megawattOntmanteling van300 000306 000312 120318 362324 730331 224kernreactoren voorelektriciteits-productieOntmanteling van12 80313 05913 32013 58613 85814 135kernreactoren vooronderzoek met eenvermogen groterdan 5 megawatt.Ontmanteling van12 80313 05913 32013 58613 85814 135inrichtingen vanklasse 1, anderedan kernreactorenvoorelektriciteits-productie enonderzoeksreactorenOntmanteling van2 5002 5502 6012 6532 7062 760kernreactoren vooronderzoek met eenvermogen vanmaximaal 5 megawattInrichtingen voor10 00010 20010 40410 61210 82411 041het winnen en deconditionering vanisotopen uitbestraaldesplijtstof, voorzover zij nietonder klasse 1vallenOntmanteling van de5 0005 1005 2025 3065 4125 520inrichtingen voorhet winnen en deconditionering vanisotopen uitbestraaldesplijtstof, voorzover zij nietonder klasse 1vallen.Inrichtingen met een5 0005 1005 2025 3065 4125 520of meerderedeeltjesversnellersmet uitzonderingvan versnellersvoor derechtstreeksebehandeling vanpatientenOntmanteling van2 5002 5502 6012 6532 7062 760inrichtingen meteen of meerderedeeltjesversnellersmet uitzonderingvan versnellersvoor derechtstreeksebehandeling vanpatientenInrichting met een5 0005 1005 2025 3065 4125 520vergunde activiteitvan hoger dan1 000 TBqOntmanteling van een2 5002 5502 6012 6532 7062 760inrichting met eenvergunde activiteitvan hoger dan1 000 TBqInrichting van1 6001 6321 6651 6981 7321 767klasse 2 bestaandeuit een of meerderedeeltjesversnellersvoor derechtstreeksebestraling vanpatientenInrichtingen van1 6001 6321 6651 6981 7321 767klasse 2, anderedan deze bestaandeuit een of meerderedeeltjesversnellersvoor derechtstreeksebestraling vanpatientenInrichtingen van949698100102104klasse 3 bestaandeuit een of meerdereRX-toestellenInrichtingen van189193196200204208klasse 3, anderedan inrichtingen meteen of meerdereRX-toestellenBeroepsactiviteiten604653666679693707waarbij natuurlijkestralingsbronnenaangewend worden endie door hetAgentschap vergundzijn.Gebruik, buiten een200204208212216221vergundeinrichting, vanbronnen vanioniserendestralingen die geenradioactievestoffen bevatten.Geregistreerde480490499509520530invoerders dieenkel radioactievestoffen invoerenbestemd voor eigengebruikGeregistreerde9609799991 0191 0391 060invoerders dieradioactievestoffen invoerenbestemd voorverdere verdelingVervoerders van1 9201 9591 9982 0382 0792 120radioactievestoffen, houdersvan een of meerderealgemenevervoervergunningen(het specifiekevervoer vanontmanteldebliksemafleidersuitgezonderd)Vervoerders van1 2801 3061 3321 3591 3861 414radioactievestoffen, voor elkespecialevervoervergunningHouders van een3 2013 2653 3303 3973 4643 534vergunning voorhet in de handelbrengen vanradioactieveproducten bestemdvoor in vivogebruik of voortherapie in degeneeskunde ofde diergeneeskundeHouders van een1 0671 0881 1101 1321 1551 178vergunning voor hetin de handelbrengen vanradioactieveproducten bestemdvoor in vitrogebruik in degeneeskunde of dediergeneeskundeVoertuigen en32 00732 64733 30033 96634 64535 338vaartuigen metkernaandrijving
Description deAnneeAnneeAnneeAnneeAnneeMontant
l'etablissement20092010201120122013d'
autorise, de     application
l'activite     a partir de
autorisee ou     l'annee
enregistree ou des     d'imposition
personnes ou     2014
services agrees      
Reacteurs nucleaires2 5612 6122 6642 7172 7722 827
destines a la      
production d'energie      
electrique, par      
megawatt de      
puissance installee      
Reacteurs nucleaires5 0005 1005 2025 3065 4125 520
destines a la      
recherche dont la      
puissance thermique      
ne depasse pas      
5 megawatt      
Etablissements de25 60526 11726 64027 17227 71628 270
classe 1, autres      
que les reacteurs      
nucleaires destines      
a la production      
d'energie      
electrique et a      
la recherche      
Reacteurs nucleaires25 60526 11726 64027 17227 71628 270
destines a la      
recherche dont la      
puissance thermique      
depasse 5 megawatt      
Demantelement des300 000306 000312 120318 362324 730331 224
reacteurs      
nucleaires destines      
a la production      
d'energie      
electrique      
Demantelement des12 80313 05913 32013 58613 85814 135
reacteurs      
nucleaires destines      
a la recherche dont      
la puissance      
thermique depasse      
5 megawatt      
Demantelement des12 80313 05913 32013 58613 85814 135
etablissements de      
classe 1, autres      
que les reacteurs      
nucleaires destines      
a la production      
d'energie      
electrique et a      
la recherche      
Demantelement des2 5002 5502 6012 6532 7062 760
reacteurs      
nucleaires destines      
a la recherche dont      
la puissance      
thermique ne      
depasse pas      
5 megawatt      
Etablissements pour10 00010 20010 40410 61210 82411 041
l'extraction et le      
conditionnement      
d'isotopes du      
combustible use,      
qui ne relevent pas      
de la classe 1      
Demantelement5 0005 1005 2025 3065 4125 520
d'etablissements      
pour l'extraction      
et le      
conditionnement      
d'isotopes du      
combustible use,      
qui ne relevent      
pas de la classe 1      
Etablissements dotes5 0005 1005 2025 3065 4125 520
d'un ou plusieurs      
accelerateurs de      
particules, a      
l'exception des      
accelerateurs      
destines au      
traitement direct      
de patients      
Demantelement2 5002 5502 6012 6532 7062 760
d'etablissements      
dotes d'un ou      
plusieurs      
accelerateurs de      
particules, a      
l'exception des      
accelerateurs      
destines au      
traitement direct      
de patients      
Etablissement dont5 0005 1005 2025 3065 4125 520
l'activite      
autorisee est      
superieure a      
1 000 TBq      
Demantelement d'un2 5002 5502 6012 6532 7062 760
etablissement dont      
l'activite      
autorisee est      
superieure a      
1 000 TBq      
Etablissement de1 6001 6321 6651 6981 7321 767
classe 2 compose      
d'un ou plusieurs      
accelerateurs de      
particules destines      
au traitement      
direct de patients      
Etablissements de1 6001 6321 6651 6981 7321 767
classe 2 autres      
que ceux composes      
d'un ou plusieurs      
accelerateurs de      
particules destines      
au traitement      
direct de patient      
Etablissements de949698100102104
classe 3 composes      
d'un ou plusieurs      
appareils a      
rayonnement X      
Etablissements de189193196200204208
classe 3 autre que      
les etablissements      
dotes d'un ou      
plusieurs appareils      
a rayonnement X      
Activites604653666679693707
professionnelles      
mettant en jeu des      
sources naturelles      
de rayonnement et      
autorisees par      
l'Agence      
Utilisation, en200204208212216221
dehors d'un      
etablissement      
autorise, de      
sources de      
rayonnements      
ionisants qui ne      
contiennent pas de      
substances      
radioactives      
Importateurs480490499509520530
enregistres qui      
importent      
uniquement des      
substances      
radioactives      
destinees a      
leur propre usage      
Importateurs9609799991 0191 0391 060
enregistres qui      
importent des      
substances      
radioactives      
destinees a etre      
redistribuees      
Transporteurs de1 9201 9591 9982 0382 0792 120
substances      
radioactives,      
detenteurs d'une      
ou plusieurs      
autorisations      
generales de      
transport (a      
l'exception du      
transport      
specifique de      
paratonnerres      
demanteles)      
Transporteurs de1 2801 3061 3321 3591 3861 414
substances      
radioactives, pour      
toute autorisation      
speciale de      
transport      
Detenteurs d'une3 2013 2653 3303 3973 4643 534
autorisation      
pour la      
commercialisation      
de produits      
radioactifs      
destines a un usage      
in vivo ou a la      
therapie en      
medecine humaine ou      
veterinaire      
Detenteurs d'une1 0671 0881 1101 1321 1551 178
autorisation      
pour la      
commercialisation      
de produits      
radioactifs destines      
a un usage in      
vitro en medecine      
humaine ou      
veterinaire      
Vehicules et navires32 00732 64733 30033 96634 64535 338
a propulsion      
nucleaire     
Description deAnneeAnneeAnneeAnneeAnneeMontantl'etablissement20092010201120122013d'autorise, deapplicationl'activitea partir deautorisee oul'anneeenregistree ou desd'impositionpersonnes ou2014services agreesReacteurs nucleaires2 5612 6122 6642 7172 7722 827destines a laproduction d'energieelectrique, parmegawatt depuissance installeeReacteurs nucleaires5 0005 1005 2025 3065 4125 520destines a larecherche dont lapuissance thermiquene depasse pas5 megawattEtablissements de25 60526 11726 64027 17227 71628 270classe 1, autresque les reacteursnucleaires destinesa la productiond'energieelectrique et ala rechercheReacteurs nucleaires25 60526 11726 64027 17227 71628 270destines a larecherche dont lapuissance thermiquedepasse 5 megawattDemantelement des300 000306 000312 120318 362324 730331 224reacteursnucleaires destinesa la productiond'energieelectriqueDemantelement des12 80313 05913 32013 58613 85814 135reacteursnucleaires destinesa la recherche dontla puissancethermique depasse5 megawattDemantelement des12 80313 05913 32013 58613 85814 135etablissements declasse 1, autresque les reacteursnucleaires destinesa la productiond'energieelectrique et ala rechercheDemantelement des2 5002 5502 6012 6532 7062 760reacteursnucleaires destinesa la recherche dontla puissancethermique nedepasse pas5 megawattEtablissements pour10 00010 20010 40410 61210 82411 041l'extraction et leconditionnementd'isotopes ducombustible use,qui ne relevent pasde la classe 1Demantelement5 0005 1005 2025 3065 4125 520d'etablissementspour l'extractionet leconditionnementd'isotopes ducombustible use,qui ne releventpas de la classe 1Etablissements dotes5 0005 1005 2025 3065 4125 520d'un ou plusieursaccelerateurs departicules, al'exception desaccelerateursdestines autraitement directde patientsDemantelement2 5002 5502 6012 6532 7062 760d'etablissementsdotes d'un ouplusieursaccelerateurs departicules, al'exception desaccelerateursdestines autraitement directde patientsEtablissement dont5 0005 1005 2025 3065 4125 520l'activiteautorisee estsuperieure a1 000 TBqDemantelement d'un2 5002 5502 6012 6532 7062 760etablissement dontl'activiteautorisee estsuperieure a1 000 TBqEtablissement de1 6001 6321 6651 6981 7321 767classe 2 composed'un ou plusieursaccelerateurs departicules destinesau traitementdirect de patientsEtablissements de1 6001 6321 6651 6981 7321 767classe 2 autresque ceux composesd'un ou plusieursaccelerateurs departicules destinesau traitementdirect de patientEtablissements de949698100102104classe 3 composesd'un ou plusieursappareils arayonnement XEtablissements de189193196200204208classe 3 autre queles etablissementsdotes d'un ouplusieurs appareilsa rayonnement XActivites604653666679693707professionnellesmettant en jeu dessources naturellesde rayonnement etautorisees parl'AgenceUtilisation, en200204208212216221dehors d'unetablissementautorise, desources derayonnementsionisants qui necontiennent pas desubstancesradioactivesImportateurs480490499509520530enregistres quiimportentuniquement dessubstancesradioactivesdestinees aleur propre usageImportateurs9609799991 0191 0391 060enregistres quiimportent dessubstancesradioactivesdestinees a etreredistribueesTransporteurs de1 9201 9591 9982 0382 0792 120substancesradioactives,detenteurs d'uneou plusieursautorisationsgenerales detransport (al'exception dutransportspecifique deparatonnerresdemanteles)Transporteurs de1 2801 3061 3321 3591 3861 414substancesradioactives, pourtoute autorisationspeciale detransportDetenteurs d'une3 2013 2653 3303 3973 4643 534autorisationpour lacommercialisationde produitsradioactifsdestines a un usagein vivo ou a latherapie enmedecine humaine ouveterinaireDetenteurs d'une1 0671 0881 1101 1321 1551 178autorisationpour lacommercialisationde produitsradioactifs destinesa un usage invitro en medecinehumaine ouveterinaireVehicules et navires32 00732 64733 30033 96634 64535 338a propulsionnucleaire
  § 2. De heffingen bedoeld in § 1 zijn verschuldigd door elke inrichting die op 1 januari van het begrotingsjaar vergund is, voor elke handeling die op 1 januari van dit jaar het voorwerp uitmaakt van een vergunning met een geldigheidstermijn van één jaar of meer en voor elke persoon of inrichting die op 1 januari van dit jaar is erkend of geregistreerd voor een periode van één jaar of meer.
  § 3. De bedragen van de jaarlijkse heffingen, die ten bate van het Agentschap worden geheven ten laste van de Nationale instelling voor radioactief afval en verrijkte splijtstoffen (NIRAS), worden als volgt vastgesteld :
  § 2. Les taxes visées au § 1er sont dues par chaque établissement autorisé le 1er janvier de l'année budgétaire, pour chaque pratique faisant l'objet d'une autorisation au 1er janvier de l'année budgétaire et dont la durée de validité est un an ou plus, ainsi que pour chaque personne ou établissement agréé ou enregistré au 1er janvier de cette année pour un an ou plus.
  § 3. Les montants des taxes annuelles perçues au profit de l'Agence et à charge de l'Organisme national des déchets radioactifs et des matières fissiles enrichies (ONDRAF) sont fixés comme suit :
InstellingProjectJaarJaarJaar
  200920102011
NIRASBerging van het afval1 150 0001 173 0001 196 460
 categorie A   
NIRASOnderzoeks- en1 020 0001 040 4001 061 208
 ontwikkelingsprogramma   
 met het oog op de   
 berging van afval van   
 de categorieen B en C.  
InstellingProjectJaarJaarJaar200920102011NIRASBerging van het afval1 150 0001 173 0001 196 460categorie ANIRASOnderzoeks- en1 020 0001 040 4001 061 208ontwikkelingsprogrammamet het oog op deberging van afval vande categorieen B en C.
OrganismeProjetAnneeAnneeAnnee
  200920102011
ONDRAFDepot definitif1 150 0001 173 0001 196 460
 des dechets de   
 categorie A   
ONDRAFProgramme de recherche1 020 0001 040 4001 061 208
 et de developpement en   
 vue de la mise en depot   
 des dechets de   
 categories B et C  
OrganismeProjetAnneeAnneeAnnee200920102011ONDRAFDepot definitif1 150 0001 173 0001 196 460des dechets decategorie AONDRAFProgramme de recherche1 020 0001 040 4001 061 208et de developpement envue de la mise en depotdes dechets decategories B et C
InstellingProjectJaarJaarBedrag van
  20122013toepassing
    vanaf het
    heffingsjaar
    2014.
NIRASBerging van het afval1 220 3891 244 7971 269 693
 categorie A   
NIRASOnderzoeks- en1 082 4321 104 0811 126 162
 ontwikkelingsprogramma   
 met het oog op de   
 berging van afval van   
 de categorieen B en C.  
InstellingProjectJaarJaarBedrag van20122013toepassingvanaf hetheffingsjaar2014.NIRASBerging van het afval1 220 3891 244 7971 269 693categorie ANIRASOnderzoeks- en1 082 4321 104 0811 126 162ontwikkelingsprogrammamet het oog op deberging van afval vande categorieen B en C.
OrganismeProjetAnneeAnneeMontant
  20122013d`application
    a partir de
    l`annee
    d`imposition
    2014
ONDRAFDepot definitif1 220 3891 244 7971 269 693
 des dechets de   
 categorie A   
ONDRAFProgramme de recherche1 082 4321 104 0811 126 162
 et de developpement en   
 vue de la mise en depot   
 des dechets de   
 categories B et C  
OrganismeProjetAnneeAnneeMontant20122013d`applicationa partir del`anneed`imposition2014ONDRAFDepot definitif1 220 3891 244 7971 269 693des dechets decategorie AONDRAFProgramme de recherche1 082 4321 104 0811 126 162et de developpement envue de la mise en depotdes dechets decategories B et C
  Deze bedragen zijn bestemd voor de diensten die het Agentschap moet leveren vóór het indienen van een vergunningsaanvraag in opdracht van NIRAS.
  Zodra NIRAS of diens gemachtigde een vergunning ontvangt, is de in deze paragraaf voor het desbetreffende project vermelde heffing niet langer verschuldigd. Ze zijn het voorwerp van een gedeeltelijke ontheffing en worden ambtshalve terugbetaald pro rata temporis, voor wat betreft het gedeelte van het begrotingsjaar dat nog niet verlopen is op het ogenblik van het uitreiken van de vergunning.
  De Koning kan, eens de vergunning is uitgereikt, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad en te bekrachtigen bij wet binnen het jaar, bepalen dat een nieuw type vergunde inrichting, zijnde een bergingsinstallatie voor radioactief afval, wordt bijgevoegd aan artikel 30bis/1, § 1, met een jaarlijkse heffing te bepalen in datzelfde besluit.
  § 4. Om geheel of gedeeltelijk de bestuurs-, werkings-, studie- en investeringskosten te dekken, voortvloeiend uit het noodplan voor nucleaire risico's, wordt ten bate van het Agentschap en de Staat een jaarlijkse heffing vastgesteld van 500 euro per megawatt netto elektrisch geïnstalleerd vermogen, ten laste van de exploitanten van vergunde kernreactoren die bestemd zijn voor de productie van elektrische energie.
  Deze heffing ten bate van het Agentschap en de Staat wordt gestort op het fonds voor de risico's van nucleaire ongevallen, FOD Binnenlandse Zaken, Koningsstraat 64-66, 1000 Brussel.
  § 5. In de loop van het eerste kwartaal van ieder begrotingsjaar verstuurt het Agentschap een betalingsverzoek aan de heffingsplichtigen bedoeld in de §§ 1 en 3. Het betalingsverzoek vermeldt het te betalen bedrag van de heffing. Het jaarlijks te betalen bedrag van de heffing moet worden betaald op het in het betalingsverzoek vermelde rekeningnummer van het Agentschap.
  Voor de heffingen die niet zijn betaald voor het einde van de maand volgend op de maand waarin het betalingsverzoek werd verstuurd zendt het Agentschap een aanmaning per aangetekende brief. Indien aan deze aanmaning geen gevolg wordt gegeven binnen een periode van 14 kalenderdagen na ontvangst, wordt de heffing ambtshalve met 25 % verhoogd.
  Voor de heffing voorzien in § 4 verstuurt de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken een betalingsverzoek aan de heffingsplichtige. Het betalingsverzoek vermeldt het te betalen bedrag van de heffing. Het jaarlijks te betalen bedrag van de heffing moet worden betaald op het in het betalingsverzoek vermelde rekeningnummer. "
  Ces montants sont affectés aux prestations de services que l'Agence doit réaliser antérieurement à l'introduction d'une demande d'autorisation par l'ONDRAF.
  Dès que l'ONDRAF ou son délégué reçoit une autorisation, la taxe visée au présent paragraphe pour le projet en question cesse d'être due. Elles font l'objet d'un dégrèvement partiel et d'une restitution d'office pro rata temporis pour la partie de l'année budgétaire qui n'est pas encore écoulée au moment de l'octroi de l'autorisation.
  Dès que l'autorisation est delivrée, le Roi peut décider, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres et confirmé par la loi dans l'année, d'ajouter à l'article 30bis/1, § 1er, un nouveau type d'établissement autorisé, à savoir une installation de mise en dépôt définitif de déchets radioactifs, et de lui imposer une taxe annuelle qui doit être déterminee dans ce même arreté.
  § 4. Pour couvrir en tout ou en partie les frais d'administration, de fonctionnement, d'étude et d'investissement résultant du plan d'urgence pour les risques nucléaires, il est fixé au profit de l'Agence et de l'Etat une taxe annuelle de 500 euros par mégawatt électrique de puissance nette installee, à charge des exploitants des réacteurs nucléaires destinés à la production d'énergie électrique.
  Cette taxe au profit de l'Agence et l'Etat est versée au fonds des risques d'accidents nucléaires, SPF Intérieur, rue Royale 64-66, 1000 Bruxelles.
  § 5. Au cours du premier trimestre de chaque année budgétaire, l'Agence envoie à chaque redevable visé aux §§ 1er et 3 une demande de paiement. La demande de paiement indique le montant de la taxe à payer. Le montant de la taxe annuelle à payer doit être payé au numéro de compte de l'Agence renseigné sur la demande de paiement.
  Pour les taxes qui n'ont pas été payées avant la fin du mois suivant le mois de l'envoi de la demande de paiement, une mise en demeure est envoyée par l'Agence sous pli recommandé. Si le redevable ne donne pas suite à cette mise en demeure dans une période de 14 jours calendrier suivant la réception, la taxe est d'office majorée de 25 %.
  Pour la taxe visée au § 4, le Service public fédéral Intérieur envoie une demande de paiement au redevable. La demande de paiement mentionne le montant de la taxe à payer. Le montant de la taxe à payer annuellement doit être versé sur le numéro de compte renseigné sur la demande de paiement. "
Art.272. In dezelfde wet wordt een artikel 30quater ingevoegd luidende :
  " Art. 30quater. - De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen dat retributies worden geheven :
  1° ten bate van het Agentschap ter gelegenheid van het indienen van een aangifte, van een aanvraag tot het bekomen van een vergunning, een toelating, een erkenning of een registratie en ten laste van de aanvrager of indiener;
  2° ten bate van de vennootschappen, verenigingen, samenwerkingsverbanden en andere juridische entiteiten, al dan niet bekleed met rechtspersoonlijkheid, opgericht door het Agentschap of optredend onder het toezicht en onder de verantwoordelijkheid ervan, om de kosten te dekken die voortvloeien uit de uitvoering van de controleopdrachten zoals omschreven in artikel 15. ".
Art.272. Dans la même loi, il est inséré un article 30quater rédige comme suit :
  " Art. 30quater. - Le Roi peut définir, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, que des redevances sont perçues :
  1° au profit de l'Agence au moment de l'introduction d'une notification, d'une demande d'autorisation, de permission, d'agrément ou d'enregistrement et à charge du demandeur ou du déclarant;
  2° au profit de sociétés, associations, partenariats ou autres entités juridiques dotés ou non de la personnalité civile créés par l'Agence ou agissant sous son contrôle et sa responsabilité, pour couvrir les frais résultant de l'exécution des missions de contrôle visées à l'article 15. ".
Art.273. In dezelfde wet wordt een artikel 30quinquies ingevoegd, luidende :
  " Art. 30quinquies. - De heffingen en de retributies verschuldigd krachtens deze wet kunnen door de Directeur-generaal van het Agentschap bij dwangbevel worden ingevorderd. De dwangbevelen worden betekend bij deurwaardersexploot.
  Het dwangbevel bevat een bevel om te betalen binnen de dertig kalenderdagen op straffe van tenuitvoerlegging door beslag, alsook een verantwoording van de gevorderde bedragen en een afschrift van de uitvoerbaarverklaring.
  De heffings- en retributieplichtige kan tegen het dwangbevel verzet aantekenen voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel.
  Het verzet is, op straffe van nietigheid, met redenen omkleed; het dient gedaan te worden door middel van een dagvaarding aan het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle bij deurwaardersexploot betekend binnen de dertig kalenderdagen vanaf de betekening van het dwangbevel.
  Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel niet.
  De betekeningskosten van het dwangbevel evenals de kosten van tenuitvoerlegging of van bewarende maatregelen zijn ten laste van de schuldenaar, behoudens indien het verzet ontvankelijk en gegrond wordt verklaard in welk geval ze ten laste zijn van het Agentschap. De betekeningskosten worden bepaald volgens de regelen in acht te nemen voor de akten van de gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken. ".
Art.273. Dans la même loi, il est inséré un article 30quinquies rédigé comme suit :
  " Art. 30quinquies. - Les taxes et redevances dues en vertu de la présente loi peuvent être récupérées par le Directeur général de l'Agence par voie de contrainte. Les contraintes sont signifiées par exploit d'huissier de justice.
  La contrainte comporte un commandement de payer dans les trente jours calendrier, à peine d'exécution par voie de saisie, ainsi qu'une justification des montants dus et une copie du titre exécutoire.
  Le redevable et le contribuable peut faire opposition à la contrainte devant le tribunal de première instance de Bruxelles.
  L'opposition est motivée à peine de nullite; elle est formée au moyen d'une citation à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire par exploit d'huissier dans les trente jours calendrier de la signification de la contrainte.
  L'opposition ne suspend pas l'exécution de la contrainte.
  Les frais de signification de la contrainte de même que les frais de l'exécution ou des mesures conservatoires sont à charge du débiteur, sauf si l'opposition est déclarée recevable et fondée, auquel cas ces frais sont à charge de l'Agence. Les frais de signification sont déterminés suivant les règles établies pour les actes accomplis par les huissiers de justice en matière civile et commerciale. ".
Art.274. Artikel 31 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  " Art. 31. - § 1. Het Agentschap wordt gefinancierd door :
  1° de jaarlijkse heffingen bedoeld in de artikelen 30bis, 30bis/1 en 30ter;
  2° de retributies bedoeld in artikel 30quater § 1, 1°;
  3° de administratieve geldboetes zoals bedoeld in de artikelen 53 tot 64;
  4° de vergoedingen voor de bijkomende buitengewone prestaties, gevoegd bij de vergoedingen betaald door de natuurlijke en rechtspersonen bedoeld in artikel 30quater en vereist voor de uitoefening van zijn opdracht bedoeld in § 3;
  5° schenkingen en legaten;
  6° dotaties.
  De opbrengst van de retributies, geheven met toepassing van artikel 3bis van de wet van 29 maart 1958 betreffende de bescherming van de bevolking tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren, toegekend aan de diensten bevoegd op nucleair gebied die verbonden zijn aan het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid en aan het ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, wordt overgedragen naar de rekening van het Agentschap, volgens een kalender die wordt vastgesteld in akkoord tussen de Minister van Begroting en de Voogdijminister van het Agentschap.
  De middelen die tijdens het lopende begrotingsjaar uitgetrokken zijn op de begroting van deze diensten, worden opgevoerd op de begroting van het Agentschap.
  Onverminderd de bepalingen van artikel 45, § 1, neemt het Agentschap het geheel van de goederen, rechten en verplichtingen over, die werden verworven of aangegaan door de Staat middels de financiële middelen verworven krachtens artikel 3bis, § 1,1°, van voornoemde wet van 29 maart 1958. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de modaliteiten van de eigendomsoverdracht van de bezittingen van deze diensten. De archieven van de federale en provinciale diensten waarvan de bevoegdheden overgedragen worden aan het Agentschap overeenkomstig, hetzij de artikelen 14 en 51, hetzij artikel 16, komen toe aan het Agentschap.
  § 2. Alle kosten en investeringen verbonden aan de activiteiten van het Agentschap komen ten laste van de maatschappijen, instellingen of personen waarvoor prestaties worden verricht, binnen de grenzen bepaald in de artikelen 30bis, 30bis/1, 30ter, 30quater en 31, §§ 3 en 4.
  § 3. In voorkomend geval, voegt het Agentschap bij de vergoedingen betaald door de natuurlijke personen of rechtspersonen bedoeld in artikel 30quater, de kosten van bijkomende buitengewone prestaties vereist voor de uitoefening van zijn opdracht.
  De Koning legt, na advies van de Raad van Bestuur van het Agentschap, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het uurtarief vast voor de bijkomende buitengewone prestaties door of in opdracht van het Agentschap.
  § 4. Indien het Agentschap interventies verricht of doet verrichten naar aanleiding van de vrijwaring van terreinen, gronden of gebouwen van radiologische verontreiniging of naar aanleiding van de langdurige blootstelling van personen aan ioniserende stralingen ten gevolge van de nawerking van radiologische noodsituaties, de uitoefening van beroeps- of enige andere activiteiten en/of handelingen, verhaalt het Agentschap de kosten ervan op de ondernemingen die de radiologische verontreiniging of de langdurige blootstelling hebben veroorzaakt.
  De Koning legt, na advies van de Raad van Bestuur van het Agentschap, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het uurtarief vast voor in het eerste lid bedoelde interventies.
  § 5. Het Agentschap moet zijn financieel evenwicht naleven. ".
Art.274. L'article 31 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 31. - § 1er. L'Agence est financée par :
  1° les taxes annuelles visées aux articles 30bis, 30bis/1 et 30ter;
  2° les redevances visées à l'article 30quater, § 1er, 1°;
  3° les amendes administratives visées aux articles 53 à 64;
  4° les indemnités, ajoutées aux indemnités payées par des personnes physiques ou morales visées à l'article 30quater, pour les prestations particulières supplémentaires imposées par l'exercice de sa mission visée au § 3;
  5° des donations et legs;
  6° des dotations.
  Le produit des redevances perçues en application de l'article 3bis de la loi du 29 mars 1958 relative à la protection de la population contre les dangers résultant des radiations ionisantes, attribué aux services compétents dans le domaine nucléaire qui sont rattachés au Ministère de l'Emploi et du Travail et au Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement, est transféré sur le compte de l'Agence selon un calendrier qui est établi en accord avec le Ministre du Budget et le Ministre de tutelle de l'Agence.
  Les moyens qui sont inscrits au budget de ces services dans le courant de l'année budgétaire sont inscrits au budget de l'Agence.
  Sans préjudice des dispositions de l'article 45, § 1er, l'Agence reprend tous les biens, droits et obligations acquis ou contractés par l'Etat moyennant des moyens financiers acquis en vertu de l'article 3bis, § 1er, 1°, de la loi precitée du 29 mars 1958. Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, les modalités de transfert de la propriété des possessions de ces services. Les archives des services fédéraux et provinciaux dont les compétences sont transférées à l'Agence conformément, soit aux articles 14 et 51, soit à l'article 16, reviennent à l'Agence.
  § 2. L'ensemble des coûts et des investissements liés aux activités de l'Agence est mis à charge des sociétés, institutions ou personnes au bénéfice desquelles elle effectue des prestations, dans les limites fixées aux articles 30bis, 30bis/1, 30ter, 30quater et 31 §§ 3 et 4.
  § 3. Le cas échéant, l'Agence ajoute aux redevances payées par des personnes physiques ou morales visées à l'article 30quater les coûts de certaines prestations particulières supplémentaires imposees par l'exercice de sa mission.
  Après avis du Conseil d'Administration de l'Agence, le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, le tarif horaire des prestations particulières supplémentaires effectuées par ou pour le compte de l'Agence.
  § 4. Si l'Agence effectue ou fait effectuer des interventions dans le cadre de la préservation de terrains, sols ou bâtiments contre une pollution radiologique ou dans le cadre d'une exposition de longue durée de personnes aux rayonnements ionisants des suites de situations d'urgence radiologique, de l'exercice d'activités et/ou pratiques professionnelles ou autres, l'Agence répercute les frais de ces interventions sur les entreprises qui ont causé la pollution radiologique ou l'exposition de longue durée.
  Après avis du Conseil d'Administration de l'Agence, le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le tarif horaire des interventions visées à l'alinéa 1er.
  § 5. L'Agence doit respecter son équilibre financier. ".
Art.275. In artikel 6, § 1 van de wet van 15 mei 2007 tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle wordt de zin " De artikelen 3 en 4 van deze wet treden buiten werking op 1 januari 2009. " geschrapt.
Art.275. A l'article 6, § 1er de la loi du 15 mai 2007 portant modification de la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de Contrôle nucléaire, la phrase " Les articles 3 et 4 cesseront d'être en vigueur le 1er janvier 2009. " est supprimée.
Art.276. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2009.
Art.276. Le présent chapitre entre en vigueur le 1er janvier 2009.
HOOFDSTUK 7. - Leefmilieu - Wijziging van de rubriek 25-1 van de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen (fonds bestemd voor de financiering van het federale beleid ter reductie van de emissies van broeikasgassen).
CHAPITRE 7. - Environnement - Modification de la rubrique 25-1 du tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires (fonds destiné au financement de la politique fédérale de réduction des émissions de gaz à effet de serre).
Art.277. In rubriek 25-1 van de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, zoals ingevoegd bij artikel 436 van de programmawet (I) van 24 december 2002 en gewijzigd bij artikel 238 van de programmawet van 27 december 2004 en de wetten van 27 december 2006 en 9 september 2008, onder de titel " Aard van de toegestane uitgaven ", in het eerste lid, is er een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " 6° van de toekenning van toelagen met een maximum bedrag van 500 euro voor voorlichtings- en vormingsevenementen over klimaatverandering ".
Art.277. A la rubrique 25-1 du tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, telle qu'insérée par l'article 436 de la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, modifiée par l'article 238 de la loi-programme du 27 décembre 2004 et par les lois du 27 décembre 2006 et du 9 septembre 2008, au titre de la " Nature des dépenses autorisées ", au premier alinéa, est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
  " 6° de l'octroi de subventions d'un montant maximum de 500 euros pour des événements de formation et d'information sur les changements climatiques ".
Art.278. Met het oog op de toekenning van de toelagen bedoeld in punt 6° van het eerste lid van de titel " Aard van de toegestane uitgaven " in rubriek 25-1 van de tabel gevoegd bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, bepaalt de Koning :
  - de kenmerken van de evenementen en van de geleverde informatie,
  - de eventuele plafonds op de toelagen,
  - de begrotingsposten die in aanmerking kunnen genomen worden voor de toelage,
  - de procedure voor de aanvraag en toekenning van de toelage,
  - de beoordelingsbevoegdheid van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu inzake de conformiteit van de aanvragen voor toelagen met de voorziene voorwaarden.
Art.278. En vue de l'octroi des subventions visées au point 6°, alinéa premier, du titre de la " Nature des depenses autorisées ", de la rubrique 25-1 du tableau annexé à la loi organique du 27 décembre 1990 créant des fonds budgétaires, le Roi détermine :
  - les caractéristiques des événements et de l'information fournie,
  - les plafonds éventuels sur les subventions,
  - les postes budgétaires pouvant entrer en ligne de compte pour la subvention,
  - la procédure de demande et d'octroi de la subvention,
  - le pouvoir d'appréciation du Service public fédéral Sante publique, Sécurité de la chaîne alimentaire et Environnement relatif à la conformité des demandes de subvention par rapport aux conditions prévues.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. BIJLAGE 1 bij de afdeling tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  " Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  TOELEVERING LANDBOUW.
  HOOFDSTUK 1. - Meststoffen.
Art. N1. ANNEXE 1 à la section modifiant l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  " Annexe 1 à l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  SECTEUR DE L'AGROFOURNITURE.
  CHAPITRE 1er. - Engrais.
Geproduceerd tonnage/Bedrag/
vestigingseenheidvestigingseenheid
< of = 500 T50,00 EUR
501 - 10 000 T50,00 EUR
> of = 10 001 T86,23 EUR + 0,0198/T
Geproduceerd tonnage/Bedrag/vestigingseenheidvestigingseenheid< of = 500 T50,00 EUR501 - 10 000 T50,00 EUR> of = 10 001 T86,23 EUR + 0,0198/T
Tonnage produit/Montant/
unite d'etablissementunite d'etablissement
< ou = 500 T50,00 EUR
501 - 10 000 T50,00 EUR
> ou = 10 001 T86,23 EUR + 0,0198/T
Tonnage produit/Montant/unite d'etablissementunite d'etablissement< ou = 500 T50,00 EUR501 - 10 000 T50,00 EUR> ou = 10 001 T86,23 EUR + 0,0198/T
  HOOFDSTUK 2. - Bestrijdingsmiddelen.
  86,23 EUR + 55,675 EUR per erkend of toegelaten product.
  HOOFDSTUK 3. - Diervoeders.
  1. Producenten van diervoeders.
  CHAPITRE 2. - Pesticides.
  86,23 EUR + 55,675 EUR par produit agréé ou autorisé.
  CHAPITRE 3. - Aliments pour animaux.
  1. Producteurs d'aliments pour animaux.
Geproduceerd tonnage/Bedrag/
vestigingseenheidvestigingseenheid
< of = 5 00083,00 EUR
5 001 - 10 000166,00 EUR
10 001 - 25 0001 000,00 EUR
25 001 - 50 0002 586,96 EUR
50 001 - 75 0003 828,70 EUR
75 001 - 100 0005 173,91 EUR
100 001 - 200 0008 850,50 EUR
> 200 00011 344,45 EUR
Geproduceerd tonnage/Bedrag/vestigingseenheidvestigingseenheid< of = 5 00083,00 EUR5 001 - 10 000166,00 EUR10 001 - 25 0001 000,00 EUR25 001 - 50 0002 586,96 EUR50 001 - 75 0003 828,70 EUR75 001 - 100 0005 173,91 EUR100 001 - 200 0008 850,50 EUR> 200 00011 344,45 EUR
Tonnage produit/Montant/
unite d'etablissementunite d'etablissement
< ou = 5 00083,00 EUR
5 001 - 10 000166,00 EUR
10 001 - 25 0001 000,00 EUR
25 001 - 50 0002 586,96 EUR
50 001 - 75 0003 828,70 EUR
75 001 - 100 0005 173,91 EUR
100 001 - 200 0008 850,50 EUR
> 200 00011 344,45 EUR
Tonnage produit/Montant/unite d'etablissementunite d'etablissement< ou = 5 00083,00 EUR5 001 - 10 000166,00 EUR10 001 - 25 0001 000,00 EUR25 001 - 50 0002 586,96 EUR50 001 - 75 0003 828,70 EUR75 001 - 100 0005 173,91 EUR100 001 - 200 0008 850,50 EUR> 200 00011 344,45 EUR
  2. Voormengselfabrikanten en producenten van toevoegingmiddelen.
  2. Fabricants de prémélange et producteurs d'additifs.
Geproduceerd tonnage/Bedrag/
vestigingseenheidvestigingseenheid
< of = 5 000300,00 EUR
5 001 - 10 0002 000,00 EUR
10 001 - 15 0003 828,70 EUR
15 001 - 20 0005 173,91 EUR
> 20 0005 173,91 EUR
Geproduceerd tonnage/Bedrag/vestigingseenheidvestigingseenheid< of = 5 000300,00 EUR5 001 - 10 0002 000,00 EUR10 001 - 15 0003 828,70 EUR15 001 - 20 0005 173,91 EUR> 20 0005 173,91 EUR
Tonnage produit/Montant/
unite d'etablissementunite d'etablissement
< ou = 5 000300,00 EUR
5 001 - 10 0002 000,00 EUR
10 001 - 15 0003 828,70 EUR
15 001 - 20 0005 173,91 EUR
> 20 0005 173,91 EUR
Tonnage produit/Montant/unite d'etablissementunite d'etablissement< ou = 5 000300,00 EUR5 001 - 10 0002 000,00 EUR10 001 - 15 0003 828,70 EUR15 001 - 20 0005 173,91 EUR> 20 0005 173,91 EUR
Art. N2. BIJLAGE 2 bij de afdeling tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  " Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  PRIMAIRE PRODUCTIE.
  90,00 EUR per vestigingseenheid.
Art. N2. ANNEXE 2 à la section modifiant l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  " Annexe 2 à l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  PRODUCTION PRIMAIRE.
  90,00 EUR par unité d'établissement.
Art. N3. BIJLAGE 3 bij de afdeling tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  " Bijlage 3 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  VERWERKING.
Art. N3. ANNEXE 3 à la section modifiant l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  " Annexe 3 à l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  TRANSFORMATION.
Categorie in functie van aantalBedrag/
tewerkgestelde personenvestigingseenheid
0 tewerkgestelde personen83,00 EUR
1 - 4 tewerkgestelde personen166,00 EUR
5 - 9 tewerkgestelde personen510,00 EUR
10 - 19 tewerkgestelde personen1 345,00 EUR
20 - 49 tewerkgestelde personen2 780,00 EUR
50 - 99 tewerkgestelde personen6 750,00 EUR
> of = 100 tewerkgestelde personen10 300,00 EUR
Categorie in functie van aantalBedrag/tewerkgestelde personenvestigingseenheid0 tewerkgestelde personen83,00 EUR1 - 4 tewerkgestelde personen166,00 EUR5 - 9 tewerkgestelde personen510,00 EUR10 - 19 tewerkgestelde personen1 345,00 EUR20 - 49 tewerkgestelde personen2 780,00 EUR50 - 99 tewerkgestelde personen6 750,00 EUR> of = 100 tewerkgestelde personen10 300,00 EUR
Categorie en fonction duMontant/
nombre de personnes occupeesunite d'etablissement
0 personnes occupees83,00 EUR
1 - 4 personnes occupees166,00 EUR
5 - 9 personnes occupees510,00 EUR
10 - 19 personnes occupees1 345,00 EUR
20 - 49 personnes occupees2 780,00 EUR
50 - 99 personnes occupees6 750,00 EUR
> ou = 100 personnes occupees10 300,00 EUR
Categorie en fonction duMontant/nombre de personnes occupeesunite d'etablissement0 personnes occupees83,00 EUR1 - 4 personnes occupees166,00 EUR5 - 9 personnes occupees510,00 EUR10 - 19 personnes occupees1 345,00 EUR20 - 49 personnes occupees2 780,00 EUR50 - 99 personnes occupees6 750,00 EUR> ou = 100 personnes occupees10 300,00 EUR
  De hieronder vermelde activiteiten maken ondermeer deel uit van de verwerking :
  Productie en conservering van vlees, vleeswaren en conserven; verwerking en conservering van vis en vervaardiging van visproducten; de verwerking en conservering van aardappelen; de vervaardiging van groente- en fruitsappen; de verwerking en conservering van groenten en fruit; de vervaardiging van ruwe oliën en vetten; de raffinage van plantaardige oliën en vetten; de vervaardiging van margarine; de vervaardiging van zuivelproducten; de vervaardiging van consumptie-ijs; de maalderijen; de vervaardiging van zetmeel en zetmeelproducten; de industriële vervaardiging van brood en vers banketbakkerswerk; de vervaardiging van beschuit en koekjes met het oog op het leveren aan andere operatoren; de vervaardiging van suiker; de vervaardiging van chocolade en suikerwerk; de vervaardiging van deegwaren; de vervaardiging van koffie en thee; de vervaardiging van specerijen, kruiderijen en sauzen; de vervaardiging van gehomogeniseerde voedingspreparaten en dieetvoeding; de vervaardiging van gedistilleerde alcoholische dranken; de productie van ethylalcohol door gisting; de vervaardiging van wijn; de vervaardiging van cider en andere vruchtenwijnen; de vervaardiging van niet-gedistilleerde gegiste dranken; de brouwerij; de mouterij, de productie van mineraalwater en frisdranken.
  Les activités mentionnées ci-dessous font e.a. partie de la transformation :
  Production et conservation de viandes, charcuterie et conserves; transformation et conservation de poisson et fabrication de produits à base de poisson; transformation et conservation de pommes de terre, fabrication de jus de légumes et de fruits; transformation et conservation de fruits et légumes; transformation d'huiles et graisses brutes; raffinage d'huiles et graisses végétales; fabrication de margarine; fabrication de produits laitiers; fabrication de glaces de consommation; meuneries; fabrication d'amidon et produits à base d'amidon; fabrication industrielle de pain et pâtisseries fraîches; fabrication de biscottes et biscuits en vue de la livraison à d'autres opérateurs; fabrication de sucre; fabrication de chocolat et sucreries; fabrication de pâtes alimentaires; fabrication de café et thé; fabrication d'épices, herbes aromatiques et sauces; fabrication de préparations alimentaires et alimentation de régime homogénéisées, fabrication de boissons alcoolisées distillées; production d'alcool éthylique par fermentation; fabrication de vin; fabrication de cidre et autres vins de fruits, fabrication de boissons fermentées non-distillées; brasserie; malterie, production d'eau minérale et boissons fraîches.
Art. N4. BIJLAGE 4 bij de afdeling tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  " Bijlage 4 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  GROOTHANDEL.
Art. N4. ANNEXE 4 à la section modifiant l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  " Annexe 4 à l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  COMMERCE DE GROS.
Categorie in functie van aantalBedrag/
tewerkgestelde personenvestigingseenheid
0 tewerkgestelde personen80,00 EUR
1 - 4 tewerkgestelde personen160,00 EUR
5 - 9 tewerkgestelde personen350,00 EUR
10 - 19 tewerkgestelde personen700,00 EUR
20 - 49 tewerkgestelde personen1 800,00 EUR
50 - 99 tewerkgestelde personen4 900,00 EUR
> of = 100 tewerkgestelde personen10 000,00 EUR
Categorie in functie van aantalBedrag/tewerkgestelde personenvestigingseenheid0 tewerkgestelde personen80,00 EUR1 - 4 tewerkgestelde personen160,00 EUR5 - 9 tewerkgestelde personen350,00 EUR10 - 19 tewerkgestelde personen700,00 EUR20 - 49 tewerkgestelde personen1 800,00 EUR50 - 99 tewerkgestelde personen4 900,00 EUR> of = 100 tewerkgestelde personen10 000,00 EUR
Categorie en fonction duMontant/
nombre de personnes occupeesunite d'etablissement
0 personnes occupees80,00 EUR
1 - 4 personnes occupees160,00 EUR
5 - 9 personnes occupees350,00 EUR
10 - 19 personnes occupees700,00 EUR
20 - 49 personnes occupees1 800,00 EUR
50 - 99 personnes occupees4 900,00 EUR
> ou = 100 personnes occupees10 000,00 EUR
Categorie en fonction duMontant/nombre de personnes occupeesunite d'etablissement0 personnes occupees80,00 EUR1 - 4 personnes occupees160,00 EUR5 - 9 personnes occupees350,00 EUR10 - 19 personnes occupees700,00 EUR20 - 49 personnes occupees1 800,00 EUR50 - 99 personnes occupees4 900,00 EUR> ou = 100 personnes occupees10 000,00 EUR
  De hierondervermelde activiteiten maken ondermeer deel uit van de groothandel :
  De groothandel in granen, zaden, meststoffen, pesticiden, diervoeders; de groothandel in bloemen en planten; de groothandel in levende dieren; de groothandel in andere producten van dierlijke oorsprong, de groothandel in groenten en fruit; de groothandel in vlees en vleeswaren; de groothandel in zuivelproducten, eieren en spijsoliën; de groothandel in dranken; de groothandel in suiker, chocolade, suikerwerk; de groothandel in koffie, thee, cacao, specerijen; de groothandel in overige voedingsmiddelen; de opslag in koelpakhuizen; de overige opslag.
  Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen. ".
  Gezien om gevoegd te worden bij de programmawet van 22 december 2008.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Landbouw,
  Mevr. S. LARUELLE
  Les activités mentionnées ci-dessous font entre autres partie du commerce de gros :
  Le commerce de gros en céréales, semences, engrais, pesticides, aliments pour animaux, le commerce de gros en fleurs et plantes; le commerce de gros d'animaux vivants; le commerce de gros d'autres produits d'origine animale; le commerce de gros de légumes et fruits, le commerce de gros de viandes et préparations de viandes; le commerce de gros de produits laitiers, oeufs et huiles alimentaires; le commerce de gros de boissons; le commerce de gros en sucre, chocolat, confiseries; le commerce de gros de café, thé, cacao, épices; le commerce de gros d'autres denrées alimentaires; l'entreposage frigorifique, les autres entreposages.
  Vu pour être annexé à notre arrêté modifiant l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire. ".
  Vu pour être annexé à la loi-programme du 22 décembre 2008.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Agriculture,
  Mme S. LARUELLE
Art. 1N5. BIJLAGE 5 bij de afdeling tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  " Bijlage 5 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  KLEINHANDEL.
  De hierondervermelde activiteiten maken ondermeer deel uit van de kleinhandel :
  Niet-gespecialiseerde kleinhandel in winkels in overwegend voedingsmiddelen; de kleinhandel in groenten en fruit; de kleinhandel in vlees en vleeswaren; de kleinhandel in vis; de kleinhandel in brood, banketbakkerswerk en suikerwerk; de kleinhandel in dranken; de overige kleinhandel in voedingsmiddelen in gespecialiseerde winkels; de vervaardiging van brood en vers banketbakkerswerk voor verkoop ter plaatse aan de eindgebruiker; de markt en straathandel.
Art. 1N5. ANNEXE 5 à la section modifiant l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  " Annexe 5 à l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  COMMERCE DE DETAIL.
  Les activités mentionnées ci-dessous font entre autres partie du commerce de détail :
  Commerce de détail non-spécialisé en magasin, principalement, de denrées alimentaires; commerce de détail en fruits et légumes; commerce de détail en viandes et préparations de viandes; commerce de détail en poisson; commerce de détail en pain, pâtisserie et sucreries; commerce de détail de boissons; autres commerces de détail de denrées alimentaires dans des magasins spécialisés; fabrication de pain et pâtisseries fraîches pour vente sur place au consommateur final; marché et éventaire.
Art. 2N5. Bijlage 5.a.
  Kleinhandel : indien geen enkele activiteit onderworpen aan een toelating of een erkenning :
  55,00 EUR per vestigingseenheid.
Art. 2N5. Annexe 5.a.
  Commerce de détail : si aucune activité soumise à une autorisation ou un agrément :
  55,00 EUR par unité d'établissement.
Art. 3N5. Bijlage 5.b.
  Kleinhandel : indien activiteit onderworpen aan een toelating of een erkenning :
Art. 3N5. Annexe 5.b.
  Commerce de détail : si activité soumise à une autorisation ou un agrément :
Categorie in functie van aantalBedrag/
tewerkgestelde personenvestigingseenheid
0 tewerkgestelde personen90,00 EUR
1 - 4 tewerkgestelde personen90,00 EUR
5 - 9 tewerkgestelde personen175,00 EUR
10 - 19 tewerkgestelde personen320,00 EUR
20 - 49 tewerkgestelde personen633,29 EUR
50 - 99 tewerkgestelde personen1 512,03 EUR
> of = 100 tewerkgestelde personen2 900,00 EUR
Categorie in functie van aantalBedrag/tewerkgestelde personenvestigingseenheid0 tewerkgestelde personen90,00 EUR1 - 4 tewerkgestelde personen90,00 EUR5 - 9 tewerkgestelde personen175,00 EUR10 - 19 tewerkgestelde personen320,00 EUR20 - 49 tewerkgestelde personen633,29 EUR50 - 99 tewerkgestelde personen1 512,03 EUR> of = 100 tewerkgestelde personen2 900,00 EUR
Categorie en fonction duMontant/
nombre de personnes occupeesunite d'etablissement
0 personnes occupees90,00 EUR
1 - 4 personnes occupees90,00 EUR
5 - 9 personnes occupees175,00 EUR
10 - 19 personnes occupees320,00 EUR
20 - 49 personnes occupees633,29 EUR
50 - 99 personnes occupees1 512,03 EUR
> ou = 100 personnes occupees2 900,00 EUR
Categorie en fonction duMontant/nombre de personnes occupeesunite d'etablissement0 personnes occupees90,00 EUR1 - 4 personnes occupees90,00 EUR5 - 9 personnes occupees175,00 EUR10 - 19 personnes occupees320,00 EUR20 - 49 personnes occupees633,29 EUR50 - 99 personnes occupees1 512,03 EUR> ou = 100 personnes occupees2 900,00 EUR
  Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen. ".
  Gezien om gevoegd te worden bij de programmawet van 22 december 2008.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Landbouw,
  Mevr. S. LARUELLE
  Vu pour être annexé à notre arrêté modifiant l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire. ".
  Vu pour être annexé à la loi-programme du 22 décembre 2008.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Agriculture,
  Mme S. LARUELLE
Art. 1N6. BIJLAGE 6 bij de afdeling tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  " Bijlage 6 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  HORECA.
  De hierondervermelde activiteiten maken ondermeer deel uit van de horeca :
  Cafés, hotels met restauratie, restaurants, frituren, verbruikszalen, gaarkeukens, traiteurs waar voedingsmiddelen worden bereid die bestemd zijn voor onmiddellijke consumptie door de verbruikers en gelijkaardige verenigingen en inrichtingen.
Art. 1N6. ANNEXE 6 a la section modifiant l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  " Annexe 6 à l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  HORECA.
  Font partie notamment de l'horeca les activités suivantes :
  Cafés, hôtels avec restauration, restaurants, friteries, salles de consommation, cuisines de collectivités, traiteurs où sont préparées des denrées alimentaires destinées à la consommation directe par les consommateurs et associations et établissements similaires.
Art. 2N6. Bijlage 6.a.
  Horeca : indien geen enkele activiteit onderworpen aan een toelating of een erkenning :
  55,00 EUR per vestigingseenheid.
Art. 2N6. Annexe 6.a.
  Horeca : si aucune activité soumise à une autorisation ou un agrément :
  55,00 EUR par unité d'établissement.
Art. 3N6. Bijlage 6.b.
  Horeca : indien activiteit onderworpen aan een toelating of een erkenning :
Art. 3N6. Annexe 6.b.
  Horeca : si activité soumise à une autorisation ou un agrément :
Categorie in functie van aantalBedrag/
tewerkgestelde personenvestigingseenheid
0 tewerkgestelde personen83,00 EUR
1 - 4 tewerkgestelde personen83,00 EUR
5 - 9 tewerkgestelde personen133,00 EUR
10 - 19 tewerkgestelde personen235,00 EUR
20 - 49 tewerkgestelde personen433,16 EUR
50 - 99 tewerkgestelde personen881,11 EUR
> of = 100 tewerkgestelde personen1 627,72 EUR
Categorie in functie van aantalBedrag/tewerkgestelde personenvestigingseenheid0 tewerkgestelde personen83,00 EUR1 - 4 tewerkgestelde personen83,00 EUR5 - 9 tewerkgestelde personen133,00 EUR10 - 19 tewerkgestelde personen235,00 EUR20 - 49 tewerkgestelde personen433,16 EUR50 - 99 tewerkgestelde personen881,11 EUR> of = 100 tewerkgestelde personen1 627,72 EUR
Categorie en fonction duMontant/
nombre de personnes occupeesunite d'etablissement
0 personnes occupees83,00 EUR
1 - 4 personnes occupees83,00 EUR
5 - 9 personnes occupees133,00 EUR
10 - 19 personnes occupees235,00 EUR
20 - 49 personnes occupees433,16 EUR
50 - 99 personnes occupees881,11 EUR
> ou = 100 personnes occupees1 627,72 EUR
Categorie en fonction duMontant/nombre de personnes occupeesunite d'etablissement0 personnes occupees83,00 EUR1 - 4 personnes occupees83,00 EUR5 - 9 personnes occupees133,00 EUR10 - 19 personnes occupees235,00 EUR20 - 49 personnes occupees433,16 EUR50 - 99 personnes occupees881,11 EUR> ou = 100 personnes occupees1 627,72 EUR
Art. N7. BIJLAGE 7 bij de afdeling tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  " Bijlage 7 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  TRANSPORT.
Art. N7. ANNEXE 7 à la section modifiant l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  " Annexe 7 à l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  TRANSPORT.
Aantal zendingenBedrag/
binnen voedselketenvestigingseenheid
1 - 10 zendingen16,67 EUR
11 - 250 zendingen16,67 EUR
251 - 1 000 zendingen33,33 EUR
1 001 - 2 500 zendingen58,33 EUR
> 2 500 zendingen125,000 EUR
Aantal zendingenBedrag/binnen voedselketenvestigingseenheid1 - 10 zendingen16,67 EUR11 - 250 zendingen16,67 EUR251 - 1 000 zendingen33,33 EUR1 001 - 2 500 zendingen58,33 EUR> 2 500 zendingen125,000 EUR
Nombre d'envois au seinMontant/
de la chaine alimentaireunite d'etablissement
1 - 10 envois16,67 EUR
11 - 250 envois16,67 EUR
251 - 1 000 envois33,33 EUR
1 001 - 2 500 envois58,33 EUR
> 2 500 envois125,000 EUR
Nombre d'envois au seinMontant/de la chaine alimentaireunite d'etablissement1 - 10 envois16,67 EUR11 - 250 envois16,67 EUR251 - 1 000 envois33,33 EUR1 001 - 2 500 envois58,33 EUR> 2 500 envois125,000 EUR
  De hierondervermelde activiteiten maken ondermeer deel uit van het transport :
  Het transport voor rekening van derden van producten.
  Les activités mentionnées ci-dessous font entre autres partie du transport :
  Le transport de produits pour le compte de tiers.
Art. N8. BIJLAGE 8 bij de afdeling tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  " Bijlage 8 bij het koninklijk besluit van 10 november 2005 betreffende heffingen bepaald bij artikel 4 van de wet van 9 december 2004 betreffende de financiering van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
  AANPASSING JAARLIJKSE HEFFING OP BASIS VAN HET AL DAN NIET BESCHIKKEN OVER EEN GEVALIDEERD AUTOCONTROLESYSTEEM.
Art. N8. ANNEXE 8 à la section modifiant l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  " Annexe 8 à l'arrêté royal du 10 novembre 2005 fixant les contributions visées à l'article 4 de la loi du 9 décembre 2004 relative au financement de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la Chaîne alimentaire.
  ADAPTATION ANNUELLE DES CONTRIBUTIONS SUR LA BASE DU FAIT QUE L'ON DISPOSE OU NON D'UN SYSTEME D'AUTOCONTROLE VALIDE.
JaarACSGeen gevalideerd ACS
 OCI-gecertificeerd of 
 FAVV gevalideerd* 
2009coef 0.5Coef 1.2
2010coef 0.5Coef 1.6
Vanaf 2011coef 0.5Coef 2
JaarACSGeen gevalideerd ACSOCI-gecertificeerd ofFAVV gevalideerd*2009coef 0.5Coef 1.22010coef 0.5Coef 1.6Vanaf 2011coef 0.5Coef 2
AnneeSACPas de SAC valide
 certifie par OCI ou 
 valide par l`AFSCA* 
2009coef 0.5coef 1.2
2010coef 0.5coef 1.6
A partir de 2011coef 0.5coef 2
AnneeSACPas de SAC validecertifie par OCI ouvalide par l`AFSCA*2009coef 0.5coef 1.22010coef 0.5coef 1.6A partir de 2011coef 0.5coef 2
  * ACS : autocontrolesysteem.
  OCI : Certificatie-inspectie Organisme.
  * SAC : Système d'autocontrôle.
  OCI : Organisme de Certification-d'Inspection.