Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs.
De scholen of vestigingsplaatsen van scholen die liggen in een van de gemeenten van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad of in een van de volgende gemeenten : Asse, Beersel, Dilbeek, Drogenbos, Grimbergen, Hoeilaart, Kraainem, Linkebeek, Machelen, Meise, Merchtem, Overijse, Sint-Genesius-Rode, Sint-Pieters-Leeuw, Tervuren, Vilvoorde, Wemmel, Wezembeek-Oppem, Zaventem, vallen buiten het toepassingsgebied van dit besluit.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
7 SEPTEMBER 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van CLIL-projecten in het secundair onderwijs. (NOTA : Bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding bij DVR2008-07-04/15, art. 11.2)
Titre
7 SEPTEMBRE 2007. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'organisation de projets CLIL/EMILE dans l'enseignement secondaire (TRADUCTION).(NOTE : Confirmé avec effet à la date de son entréee en vigueur par DCFL2008-07-04/45, art. 11.4)
Informations sur le document
Numac: 2007036742
Datum: 2007-09-07
Info du document
Numac: 2007036742
Date: 2007-09-07
Tekst (15)
Texte (15)
Article 1. Le présent arrêté s'applique à l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein financé ou subventionné par la Communauté flamande.
Les écoles ou lieux d'implantation d'écoles situés dans une des communes de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale ou dans une des communes suivantes : Asse, Beersel, Dilbeek, Drogenbos, Grimbergen, Hoeilaart, Kraainem, Linkebeek, Machelen, Meise, Merchtem, Overijse, Sint-Genesius-Rode, Sint-Pieters-Leeuw, Tervuren, Vilvoorde, Wemmel, Wezembeek-Oppem, Zaventem, ne relèvent pas du champ d'application du présent arrêté.
Les écoles ou lieux d'implantation d'écoles situés dans une des communes de l'arrondissement administratif de Bruxelles-Capitale ou dans une des communes suivantes : Asse, Beersel, Dilbeek, Drogenbos, Grimbergen, Hoeilaart, Kraainem, Linkebeek, Machelen, Meise, Merchtem, Overijse, Sint-Genesius-Rode, Sint-Pieters-Leeuw, Tervuren, Vilvoorde, Wemmel, Wezembeek-Oppem, Zaventem, ne relèvent pas du champ d'application du présent arrêté.
Art.2. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° betrokken personen : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben, dan wel de meerderjarige leerling zelf;
2° " Content and Language Integrated Learning " : een internationaal gangbare en generieke benaming voor één functionele werkvorm waarbij het onderricht van een vreemde taal wordt gekoppeld aan het onderricht van een of meer zaakvakken of zaakinhouden;
3° leerlingencohorte : één leerlingengroep of, als het CLIL-project zich over diverse structuuronderdelen van de school uitstrekt, meerdere leerlingengroepen;
4° zaakinhouden : leerinhouden die worden onderricht in het kader van seminaries;
5° zaakvakken : alle vakken waarvan de benaming bij regelgeving is vastgelegd, met uitsluiting van de taalvakken.
1° betrokken personen : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben, dan wel de meerderjarige leerling zelf;
2° " Content and Language Integrated Learning " : een internationaal gangbare en generieke benaming voor één functionele werkvorm waarbij het onderricht van een vreemde taal wordt gekoppeld aan het onderricht van een of meer zaakvakken of zaakinhouden;
3° leerlingencohorte : één leerlingengroep of, als het CLIL-project zich over diverse structuuronderdelen van de school uitstrekt, meerdere leerlingengroepen;
4° zaakinhouden : leerinhouden die worden onderricht in het kader van seminaries;
5° zaakvakken : alle vakken waarvan de benaming bij regelgeving is vastgelegd, met uitsluiting van de taalvakken.
Art.2. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° personnes intéressées : les personnes exerçant l'autorité parentale ou assumant de droit ou de fait la garde de l'élève mineur, ou l'élève majeur même;
2° " Content and Language Integrated Learning " (Enseignement d'une Matière par l'Intégration d'une Langue étrangère - EMILE) : une dénomination internationale usuelle et générique pour une forme de travail fonctionnelle qui lie l'enseignement d'une langue étrangère à l'enseignement d'une ou de plusieurs matières à contenu factuel ou d'un ou de plusieurs contenus factuels;
3° cohorte d'élèves : un seul groupe d'élèves ou, si le projet CLIL/EMILE s'étale sur plusieurs subdivisions structurelles de l'école, plusieurs groupes d'élèves;
4° contenus factuels : contenus didactiques qui sont enseignés dans le cadre de séminaires;
5° matières à contenu factuel : toutes les matières dont la dénomination est réglementée, à l'exclusion des matières linguistiques.
1° personnes intéressées : les personnes exerçant l'autorité parentale ou assumant de droit ou de fait la garde de l'élève mineur, ou l'élève majeur même;
2° " Content and Language Integrated Learning " (Enseignement d'une Matière par l'Intégration d'une Langue étrangère - EMILE) : une dénomination internationale usuelle et générique pour une forme de travail fonctionnelle qui lie l'enseignement d'une langue étrangère à l'enseignement d'une ou de plusieurs matières à contenu factuel ou d'un ou de plusieurs contenus factuels;
3° cohorte d'élèves : un seul groupe d'élèves ou, si le projet CLIL/EMILE s'étale sur plusieurs subdivisions structurelles de l'école, plusieurs groupes d'élèves;
4° contenus factuels : contenus didactiques qui sont enseignés dans le cadre de séminaires;
5° matières à contenu factuel : toutes les matières dont la dénomination est réglementée, à l'exclusion des matières linguistiques.
Art.3. Gedurende de schooljaren 2007-2008 tot en met 2009-2010 worden, op initiatief van de overheid, maximaal tien tijdelijke projecten " Content and Language Integrated Learning ", hierna CLIL-projecten te noemen, georganiseerd.
Eén CLIL-project wordt geassocieerd met één school. Elk CLIL-project bestrijkt de volledige projectperiode en omvat één leerlingencohorte over de schooljaren 2007-2008 en 2008-2009 en één leerlingencohorte over de schooljaren 2008-2009 en 2009-2010.
Eén CLIL-project wordt geassocieerd met één school. Elk CLIL-project bestrijkt de volledige projectperiode en omvat één leerlingencohorte over de schooljaren 2007-2008 en 2008-2009 en één leerlingencohorte over de schooljaren 2008-2009 en 2009-2010.
Art.3. Pendant les années scolaires 2007-2008 à 2009-2010 incluse, au maximum dix projets temporaires "Content and Language Integrated Learning", appelés ci-après projets CLIL/EMILE, sont organisés à l'initiative de l'autorité.
Un (1) projet CLIL/EMILE est associé à une (1) école. Chaque projet CLIL/EMILE couvre l'entière période de projet et comprend une (1) cohorte d'élèves à travers les années scolaires 2007-2008 et 2008-2009 et une (1) cohorte d'élèves à travers les années scolaires 2008-2009 et 2009-2010.
Un (1) projet CLIL/EMILE est associé à une (1) école. Chaque projet CLIL/EMILE couvre l'entière période de projet et comprend une (1) cohorte d'élèves à travers les années scolaires 2007-2008 et 2008-2009 et une (1) cohorte d'élèves à travers les années scolaires 2008-2009 et 2009-2010.
Art.4. Met de CLIL-projecten worden de volgende doelstellingen beoogd :
1° op leerlingenniveau :
a) verdieping van de beheersing van de CLIL-taal op het vlak van leergerichte taalvaardigheid, woordenschat en interactie;
b) behoud van de inhoudelijke kwaliteit van het zaakvak;
2° op lerarenniveau :
a) kritische reflectie op en bijsturing van de onderwijsaanpak;
b) versterking van taalgericht vakonderwijs;
3° op schoolniveau :
a) visieontwikkeling op het vlak van CLIL;
b) verhoogde aandacht voor taal als cruciaal instrument voor effectiever leerprocessen, zichtbaar in een krachtig talenbeleid;
4° op beleidsniveau :
a) inventarisatie van de troeven en knelpunten van de implementatie van CLIL;
b) detectie van de ondersteuningsbehoeften van de scholen en pedagogische begeleidingsdiensten.
1° op leerlingenniveau :
a) verdieping van de beheersing van de CLIL-taal op het vlak van leergerichte taalvaardigheid, woordenschat en interactie;
b) behoud van de inhoudelijke kwaliteit van het zaakvak;
2° op lerarenniveau :
a) kritische reflectie op en bijsturing van de onderwijsaanpak;
b) versterking van taalgericht vakonderwijs;
3° op schoolniveau :
a) visieontwikkeling op het vlak van CLIL;
b) verhoogde aandacht voor taal als cruciaal instrument voor effectiever leerprocessen, zichtbaar in een krachtig talenbeleid;
4° op beleidsniveau :
a) inventarisatie van de troeven en knelpunten van de implementatie van CLIL;
b) detectie van de ondersteuningsbehoeften van de scholen en pedagogische begeleidingsdiensten.
Art.4. Avec les projets CLIL/EMILE les objectifs suivants sont envisagés :
1° au niveau des élèves :
a) l'approfondissement de la maîtrise de la langue CLIL/EMILE pour ce qui est des aptitudes linguistiques axées sur l'apprentissage, du vocabulaire et de l'interaction;
b) le maintien de la qualité de fond de la matière à contenu factuel;
2° au niveau des enseignants :
a) une réflexion critique et un remaniement de l'approche didactique;
b) le renforcement de l'enseignement de matières par l'intégration d'une langue étrangère;
3° au niveau de l'école :
a) le développement d'une vision pour ce qui est de CLIL/EMILE;
b) une attention accrue pour les langues comme instrument crucial pour des processus d'apprentissage plus efficaces, rendus évidents par une vigoureuse politique linguistique;
4° au niveau politique :
a) l'inventorisation des atouts et des problèmes de la mise en oeuvre de CLIL/EMILE;
b) la détection des besoins d'appui des écoles et des services d'encadrement pédagogique.
1° au niveau des élèves :
a) l'approfondissement de la maîtrise de la langue CLIL/EMILE pour ce qui est des aptitudes linguistiques axées sur l'apprentissage, du vocabulaire et de l'interaction;
b) le maintien de la qualité de fond de la matière à contenu factuel;
2° au niveau des enseignants :
a) une réflexion critique et un remaniement de l'approche didactique;
b) le renforcement de l'enseignement de matières par l'intégration d'une langue étrangère;
3° au niveau de l'école :
a) le développement d'une vision pour ce qui est de CLIL/EMILE;
b) une attention accrue pour les langues comme instrument crucial pour des processus d'apprentissage plus efficaces, rendus évidents par une vigoureuse politique linguistique;
4° au niveau politique :
a) l'inventorisation des atouts et des problèmes de la mise en oeuvre de CLIL/EMILE;
b) la détection des besoins d'appui des écoles et des services d'encadrement pédagogique.
Art.5. § 1. In een CLIL-project volgt een leerlingengroep van een leerlingencohorte met ingang van hetzij 7 januari 2008 hetzij 1 september 2008 gedurende twee aaneensluitende schooljaren progressief vanaf het eerste leerjaar van een bepaalde graad gedurende maximaal vier uren per week een of meer zaakvakken of zaakinhouden in het Frans, in het Duits of - voorbehouden voor de derde graad - in het Engels.
§ 2. De desbetreffende wekelijkse uren worden georganiseerd buiten de basisvorming van het lessenrooster en worden aangeduid onder de vakbenaming Frans, Duits of Engels, of onder de benaming seminaries.
De overeenkomstige opdracht moet steeds als een afzonderlijke betrekking worden aangeboden en vergt altijd het akkoord van het personeelslid dat er wordt mee belast.
§ 3. Tijdens de duur van het CLIL-project kan, voor de leerlingen in kwestie, de taal niet wijzigen waarin het CLIL-project wordt georganiseerd. De zaakvakken of zaakinhouden kunnen daarentegen wel wijzigen, zelfs in de loop van het schooljaar.
§ 4. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan de vigerende regelgeving over eindtermen en ontwikkelingsdoelen, specifieke eindtermen en leerplannen.
§ 2. De desbetreffende wekelijkse uren worden georganiseerd buiten de basisvorming van het lessenrooster en worden aangeduid onder de vakbenaming Frans, Duits of Engels, of onder de benaming seminaries.
De overeenkomstige opdracht moet steeds als een afzonderlijke betrekking worden aangeboden en vergt altijd het akkoord van het personeelslid dat er wordt mee belast.
§ 3. Tijdens de duur van het CLIL-project kan, voor de leerlingen in kwestie, de taal niet wijzigen waarin het CLIL-project wordt georganiseerd. De zaakvakken of zaakinhouden kunnen daarentegen wel wijzigen, zelfs in de loop van het schooljaar.
§ 4. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan de vigerende regelgeving over eindtermen en ontwikkelingsdoelen, specifieke eindtermen en leerplannen.
Art.5. § 1er. Dans un projet CLIL/EMILE, un groupe d'élèves d'une cohorte d'élèves suit, à partir soit du 7 janvier 2008 soit du 1er septembre 2008, pendant deux années scolaires successives et graduellement à partir de la première année d'études d'un certain degré, pendant quatre heures par semaine au maximum, une ou plusieurs matières à contenu factuel ou un ou plusieurs contenus factuels en français, allemand ou - réservé au troisième degré - en anglais.
§ 2. Les heures hebdomadaires en question sont organisées en dehors de la formation de base de l'horaire des cours et sont désignées sous la dénomination de cours "français", "allemand" ou "anglais", ou sous la dénomination "séminaires".
La charge correspondante doit toujours être offerte comme emploi séparé et requiert toujours l'accord du membre du personnel qui en est chargé.
§ 3. Pendant toute la durée du projet CLIL/EMILE, la langue dans laquelle le projet CLIL/EMILE est organisé ne peut changer pour les élèves en question. Les matières à contenu factuel ou les contenus factuels peuvent par contre changer, même au cours de l'année scolaire.
§ 4. Les dispositions du présent article ne portent pas préjudice à la réglementation en vigueur concernant les objectifs finaux et objectifs de développement, les objectifs finaux spécifiques et les programmes d'études.
§ 2. Les heures hebdomadaires en question sont organisées en dehors de la formation de base de l'horaire des cours et sont désignées sous la dénomination de cours "français", "allemand" ou "anglais", ou sous la dénomination "séminaires".
La charge correspondante doit toujours être offerte comme emploi séparé et requiert toujours l'accord du membre du personnel qui en est chargé.
§ 3. Pendant toute la durée du projet CLIL/EMILE, la langue dans laquelle le projet CLIL/EMILE est organisé ne peut changer pour les élèves en question. Les matières à contenu factuel ou les contenus factuels peuvent par contre changer, même au cours de l'année scolaire.
§ 4. Les dispositions du présent article ne portent pas préjudice à la réglementation en vigueur concernant les objectifs finaux et objectifs de développement, les objectifs finaux spécifiques et les programmes d'études.
Art.6. § 1. Om een leerling te laten deelnemen aan een CLIL-project zijn, elk schooljaar opnieuw, vereist :
1° een schriftelijk akkoord van de betrokken personen, en
2° een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.
§ 2. Bij de organisatie van een CLIL-project moet de school de zaakvakken of zaakinhouden in kwestie ook in een Nederlandstalig traject blijven aanbieden.
§ 3. Laattijdige instap van een leerling in een CLIL-project is niet toegelaten. Een leerling mag wel op elk ogenblik overstappen van een CLIL-project naar een Nederlandstalig traject.
§ 4. Informatie over het CLIL-project, verstrekt door de inrichtende macht, evenals een akkoordverklaring van de betrokken personen om deel te nemen aan het CLIL-project zijn opgenomen in een toevoegsel aan het schoolreglement.
1° een schriftelijk akkoord van de betrokken personen, en
2° een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.
§ 2. Bij de organisatie van een CLIL-project moet de school de zaakvakken of zaakinhouden in kwestie ook in een Nederlandstalig traject blijven aanbieden.
§ 3. Laattijdige instap van een leerling in een CLIL-project is niet toegelaten. Een leerling mag wel op elk ogenblik overstappen van een CLIL-project naar een Nederlandstalig traject.
§ 4. Informatie over het CLIL-project, verstrekt door de inrichtende macht, evenals een akkoordverklaring van de betrokken personen om deel te nemen aan het CLIL-project zijn opgenomen in een toevoegsel aan het schoolreglement.
Art.6. § 1er. Sont requis chaque année scolaire, pour permettre qu'un élève puisse participer à un projet CLIL/EMILE :
1° un accord écrit des personnes intéressées, et
2° une décision favorable du conseil de classe d'admission.
§ 2. Simultanément avec l'organisation d'un projet CLIL/EMILE, l'école doit également continuer à offrir les matières à contenu factuel ou les contenus factuels en question en langue néerlandaise.
§ 3. Un élève ne peut plus accéder à un projet CLIL/EMILE qui a déjà été entamé. Par contre, un élève peut à tout moment quitter un projet CLIL/EMILE et passer au néerlandais.
§ 4. Toute information relative au projet CLIL/EMILE, fournie par le pouvoir organisateur, ainsi qu'une déclaration d'accord des personnes intéressées relative à la participation au projet CLIL/EMILE sont reprises dans un addendum au règlement d'école.
1° un accord écrit des personnes intéressées, et
2° une décision favorable du conseil de classe d'admission.
§ 2. Simultanément avec l'organisation d'un projet CLIL/EMILE, l'école doit également continuer à offrir les matières à contenu factuel ou les contenus factuels en question en langue néerlandaise.
§ 3. Un élève ne peut plus accéder à un projet CLIL/EMILE qui a déjà été entamé. Par contre, un élève peut à tout moment quitter un projet CLIL/EMILE et passer au néerlandais.
§ 4. Toute information relative au projet CLIL/EMILE, fournie par le pouvoir organisateur, ainsi qu'une déclaration d'accord des personnes intéressées relative à la participation au projet CLIL/EMILE sont reprises dans un addendum au règlement d'école.
Art.7. De effectieve organisatie van een CLIL-project met een bepaalde leerlingencohorte is aan een norm onderworpen.
Die norm wordt vastgesteld op minimaal twaalf leerlingen en moet bereikt worden op 7 januari 2008 voor de leerlingencohorte over de schooljaren 2007-2008 en 2008-2009 en op 1 september 2008 voor de leerlingencohorte over de schooljaren 2008-2009 en 2009-2010.
Die norm wordt vastgesteld op minimaal twaalf leerlingen en moet bereikt worden op 7 januari 2008 voor de leerlingencohorte over de schooljaren 2007-2008 en 2008-2009 en op 1 september 2008 voor de leerlingencohorte over de schooljaren 2008-2009 en 2009-2010.
Art.7. L'organisation effective d'un projet CLIL/EMILE avec une cohorte déterminée d'élèves est soumise à une norme.
Cette norme est fixée à douze élèves au minimum et doit être atteinte le 7 janvier 2008 pour la cohorte d'élèves à travers les années scolaires 2007-2008 et 2008-2009 et le 1er septembre 2008 pour la cohorte d'élèves à travers les années scolaires 2008-2009 et 2009-2010.
Cette norme est fixée à douze élèves au minimum et doit être atteinte le 7 janvier 2008 pour la cohorte d'élèves à travers les années scolaires 2007-2008 et 2008-2009 et le 1er septembre 2008 pour la cohorte d'élèves à travers les années scolaires 2008-2009 et 2009-2010.
Art.8. Het aantal CLIL-projecten wordt als volgt verdeeld : maximaal twee scholen die behoren tot het Gemeenschapsonderwijs, maximaal twee scholen die behoren tot het gesubsidieerd officieel onderwijs en maximaal zes scholen die behoren tot het gesubsidieerd vrij onderwijs.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, wijst uiterlijk op 30 juni 2007 de scholen aan op voorstel van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs en op voorstel van de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs, waarbij de school en het schoolteam getoetst worden aan de volgende criteria :
1° de visie op de te bereiken doelstellingen;
2° de projectplanning en -timing;
3° de interne evaluatiecriteria;
4° de kwaliteitsborging, waaronder de noodzakelijke competenties van de leraren;
5° de ervaring met internationalisering in het onderwijs of met andere initiatieven rond vreemde talen;
6° het draagvlak en het engagement voor het CLIL-project;
7° de communicatie over het CLIL-project;
8° de bereidheid tot netwerkvorming en kennisoverdracht.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, wijst uiterlijk op 30 juni 2007 de scholen aan op voorstel van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs en op voorstel van de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs, waarbij de school en het schoolteam getoetst worden aan de volgende criteria :
1° de visie op de te bereiken doelstellingen;
2° de projectplanning en -timing;
3° de interne evaluatiecriteria;
4° de kwaliteitsborging, waaronder de noodzakelijke competenties van de leraren;
5° de ervaring met internationalisering in het onderwijs of met andere initiatieven rond vreemde talen;
6° het draagvlak en het engagement voor het CLIL-project;
7° de communicatie over het CLIL-project;
8° de bereidheid tot netwerkvorming en kennisoverdracht.
Art.8. Le nombre de projets CLIL/EMILE est réparti comme suit : au maximum deux écoles appartenant à l'Enseignement communautaire, au maximum deux écoles appartenant à l'enseignement officiel subventionné et au maximum six écoles appartenant à l'enseignement libre subventionné.
Le 30 juin 2007 au plus tard, le Ministre flamand chargé de l'Enseignement désigne les écoles sur la proposition du "Raad van het Gemeenschapsonderwijs" et sur la proposition des associations représentatives des pouvoirs organisateurs de l'enseignement subventionné. A cet effet, l'école et l'équipe scolaire sont confrontées aux critères suivants :
1° la vision des objectifs à atteindre;
2° le planning et le calendrier du projet;
3° les critères d'évaluation interne;
4° l'assurance qualité, en ce compris les compétences nécessaires des enseignants;
5° l'expertise acquise au niveau de l'internationalisation dans l'enseignement ou d'autres initiatives axées sur les langues étrangères;
6° l'assise et l'engagement pour le projet CLIL/EMILE;
7° la communication sur le projet CLIL/EMILE;
8° la volonté d'élaborer un réseautage et de transférer des connaissances.
Le 30 juin 2007 au plus tard, le Ministre flamand chargé de l'Enseignement désigne les écoles sur la proposition du "Raad van het Gemeenschapsonderwijs" et sur la proposition des associations représentatives des pouvoirs organisateurs de l'enseignement subventionné. A cet effet, l'école et l'équipe scolaire sont confrontées aux critères suivants :
1° la vision des objectifs à atteindre;
2° le planning et le calendrier du projet;
3° les critères d'évaluation interne;
4° l'assurance qualité, en ce compris les compétences nécessaires des enseignants;
5° l'expertise acquise au niveau de l'internationalisation dans l'enseignement ou d'autres initiatives axées sur les langues étrangères;
6° l'assise et l'engagement pour le projet CLIL/EMILE;
7° la communication sur le projet CLIL/EMILE;
8° la volonté d'élaborer un réseautage et de transférer des connaissances.
Art.9. § 1. Met ingang van 1 september 2007 en tot en met 30 juni 2010 wordt per leerlingencohorte binnen een CLIL-project drie vierde van een voltijdse betrekking toegekend in het ambt van leraar.
§ 2. Per CLIL-project wordt een werkingssubsidie toegekend ten bedrage van 4.000 euro voor het schooljaar 2007-2008, 6.000 euro voor het schooljaar 2008-2009 en 4.000 euro voor het schooljaar 2009-2010.
§ 3. De middelen, vermeld in § 1 en § 2, strekken ertoe de voorbereiding en uitvoering van de CLIL-projecten te faciliteren. Ze kunnen niet worden aangewend voor onderwijsdoeleinden of -initiatieven buiten de CLIL-projecten.
§ 2. Per CLIL-project wordt een werkingssubsidie toegekend ten bedrage van 4.000 euro voor het schooljaar 2007-2008, 6.000 euro voor het schooljaar 2008-2009 en 4.000 euro voor het schooljaar 2009-2010.
§ 3. De middelen, vermeld in § 1 en § 2, strekken ertoe de voorbereiding en uitvoering van de CLIL-projecten te faciliteren. Ze kunnen niet worden aangewend voor onderwijsdoeleinden of -initiatieven buiten de CLIL-projecten.
Art.9. § 1er. A partir du 1er septembre 2007 et jusqu'au 30 juin 2010 inclus, il est attribué, par cohorte d'élèves, dans le cadre d'un projet CLIL/EMILE trois quarts d'un emploi à temps plein dans la fonction d'enseignant.
§ 2. Pour chaque projet CLIL/EMILE, une subvention de fonctionnement à concurrence de 4.000 euros est accordée pour l'année scolaire 2007-2008; pour l'année scolaire 2008-2009 le montant s'élève à 6.000 euros et pour l'année scolaire 2009-2010 à 4.000 euros.
§ 3. Les moyens visés aux §§ 1er et 2 visent à faciliter la préparation et la réalisation des projets CLIL/EMILE. Ils ne peuvent être utilisés pour des fins ou initiatives didactiques ne relevant pas du domaine du projet CLIL/EMILE.
§ 2. Pour chaque projet CLIL/EMILE, une subvention de fonctionnement à concurrence de 4.000 euros est accordée pour l'année scolaire 2007-2008; pour l'année scolaire 2008-2009 le montant s'élève à 6.000 euros et pour l'année scolaire 2009-2010 à 4.000 euros.
§ 3. Les moyens visés aux §§ 1er et 2 visent à faciliter la préparation et la réalisation des projets CLIL/EMILE. Ils ne peuvent être utilisés pour des fins ou initiatives didactiques ne relevant pas du domaine du projet CLIL/EMILE.
Art.10. Voorafgaand aan de effectieve start met leerlingen per 7 januari 2008, nemen de aangewezen scholen vanaf 1 september 2007 alle voorbereidende maatregelen om de CLIL-projecten zowel administratief als pedagogisch-didactisch zo optimaal mogelijk te laten verlopen.
Art.10. Préalablement au démarrage effectif avec des élèves le 7 janvier 2008, les écoles désignées prennent, à partir du 1er septembre 2007, toutes les mesures préparatoires nécessaires à un déroulement optimal des points de vue administratif, pédagogique et didactique des projets CLIL/EMILE.
Art.11. De inrichtende machten en de scholen zullen de wetenschappelijke ondersteuning, met inbegrip van een procesevaluatie, van de CLIL-projecten aanvaarden waarin door het Departement Onderwijs en Vorming, in samenspraak met de pedagogische begeleidingsdiensten, wordt voorzien.
Art.11. Les pouvoirs organisateurs et les écoles accepteront l'appui scientifique, y compris une évaluation du processus, des projets CLIL/EMILE, qui sera prévu par le Département de l'Enseignement et de la Formation, en concertation avec les services d'encadrement pédagogique.
Art.12. De CLIL-projecten worden gecoördineerd en gevolgd door een stuurgroep die is samengesteld uit :
1° een of meer afgevaardigden van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming;
2° een of meer afgevaardigden van de Onderwijsinspectie;
3° afgevaardigden van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het gesubsidieerd officieel onderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het gesubsidieerd vrij onderwijs;
4° afgevaardigden van de pedagogische begeleidingsdiensten;
5° afgevaardigden van elke representatieve vakorganisatie;
6° een of meer externe experten in het vreemdetalenonderricht.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, wijst de stuurgroepleden aan.
1° een of meer afgevaardigden van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming;
2° een of meer afgevaardigden van de Onderwijsinspectie;
3° afgevaardigden van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het gesubsidieerd officieel onderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het gesubsidieerd vrij onderwijs;
4° afgevaardigden van de pedagogische begeleidingsdiensten;
5° afgevaardigden van elke representatieve vakorganisatie;
6° een of meer externe experten in het vreemdetalenonderricht.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, wijst de stuurgroepleden aan.
Art.12. Les projets CLIL/EMILE sont coordonnés et suivis par un comité directeur qui se compose :
1° d'un ou de plusieurs délégués du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation;
2° d'un ou de plusieurs délégués de l'Inspection de l'Enseignement;
3° de délégués du "Raad van het Gemeenschapsonderwijs", des associations représentatives de pouvoirs organisateurs de l'enseignement officiel subventionné et des associations représentatives de pouvoirs organisateurs de l'enseignement libre subventionné;
4° de délégués des services d'encadrement pédagogique;
5° de délégués des organisations syndicales représentatives;
6° d'un ou de plusieurs experts externes en enseignement des langues étrangères.
Le Ministre flamand chargé de l'Enseignement désigne les membres du comité directeur.
1° d'un ou de plusieurs délégués du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation;
2° d'un ou de plusieurs délégués de l'Inspection de l'Enseignement;
3° de délégués du "Raad van het Gemeenschapsonderwijs", des associations représentatives de pouvoirs organisateurs de l'enseignement officiel subventionné et des associations représentatives de pouvoirs organisateurs de l'enseignement libre subventionné;
4° de délégués des services d'encadrement pédagogique;
5° de délégués des organisations syndicales représentatives;
6° d'un ou de plusieurs experts externes en enseignement des langues étrangères.
Le Ministre flamand chargé de l'Enseignement désigne les membres du comité directeur.
Art.13. § 1. Het expertenpanel, belast met de evaluatie van de projecten, is als volgt samengesteld :
1° twee afgevaardigden van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming;
2° twee afgevaardigden van de Onderwijsinspectie;
3° één afgevaardigde van respectievelijk de Raad van het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het gesubsidieerd officieel onderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het gesubsidieerd vrij onderwijs;
4° één afgevaardigde van elke representatieve vakorganisatie;
5° één externe expert in het vreemdetalenonderricht.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, wijst de panelleden aan.
Lidmaatschap van de stuurgroep is onverenigbaar met lidmaatschap van het expertenpanel.
§ 2. De inrichtende machten en de scholen zullen hun medewerking verlenen aan de evaluatie van de CLIL-projecten waarbij ze zijn betrokken.
1° twee afgevaardigden van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming;
2° twee afgevaardigden van de Onderwijsinspectie;
3° één afgevaardigde van respectievelijk de Raad van het Gemeenschapsonderwijs, de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het gesubsidieerd officieel onderwijs en de representatieve verenigingen van inrichtende machten van het gesubsidieerd vrij onderwijs;
4° één afgevaardigde van elke representatieve vakorganisatie;
5° één externe expert in het vreemdetalenonderricht.
De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, wijst de panelleden aan.
Lidmaatschap van de stuurgroep is onverenigbaar met lidmaatschap van het expertenpanel.
§ 2. De inrichtende machten en de scholen zullen hun medewerking verlenen aan de evaluatie van de CLIL-projecten waarbij ze zijn betrokken.
Art.13. § 1er. Le panel d'experts chargé de l'évaluation des projets se compose comme suit :
1° deux délégués du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation;
2° deux délégués de l'Inspection de l'Enseignement;
3° un délégué respectivement du "Raad van het Gemeenschapsonderwijs", des associations représentatives de pouvoirs organisateurs de l'enseignement officiel subventionné et des associations représentatives de pouvoirs organisateurs de l'enseignement libre subventionné;
4° un délégué de chaque organisation syndicale représentative;
5° un expert externe en enseignement des langues étrangères.
Le Ministre flamand chargé de l'Enseignement désigne les membres du panel.
La qualité de membre du comité directeur est incompatible avec la qualité de membre du panel d'experts.
§ 2. Les pouvoirs organisateurs et les écoles prêteront leur concours à l'évaluation des projets CLIL/EMILE auxquels ils sont associés.
1° deux délégués du Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation;
2° deux délégués de l'Inspection de l'Enseignement;
3° un délégué respectivement du "Raad van het Gemeenschapsonderwijs", des associations représentatives de pouvoirs organisateurs de l'enseignement officiel subventionné et des associations représentatives de pouvoirs organisateurs de l'enseignement libre subventionné;
4° un délégué de chaque organisation syndicale représentative;
5° un expert externe en enseignement des langues étrangères.
Le Ministre flamand chargé de l'Enseignement désigne les membres du panel.
La qualité de membre du comité directeur est incompatible avec la qualité de membre du panel d'experts.
§ 2. Les pouvoirs organisateurs et les écoles prêteront leur concours à l'évaluation des projets CLIL/EMILE auxquels ils sont associés.
Art.14. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 mei 2007 en houdt op van kracht te zijn op 31 augustus 2010.
Art.14. Le présent arrêté produit ses effets le 1er mai 2007 et cessera de produire ses effets le 31 août 2010.
Art. 15. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 7 september 2007.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Brussel, 7 september 2007.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
K. PEETERS
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE.
Art. 15. Le Ministre flamand qui a l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 7 septembre 2007.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE.
Bruxelles, le 7 septembre 2007.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
K. PEETERS
Le Ministre flamand de l'Emploi, de l'Enseignement et de la Formation,
F. VANDENBROUCKE.