Artikel 1. Voor de toepassing van hoofdstuk II tot en met VI wordt verstaan onder :
1° decreet : het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
2° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
3° Fonds : het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
4° [1 woonzorgcentrum : een voorziening als vermeld in artikel 37 van het woonzorgdecreet van 13 maart 2009;]1
5° investeringswaarborg : de investeringswaarborg, vermeld in artikel 7ter van het decreet;
6° investering : kosten voor bouw, uitbreidings- en verbouwingswerkzaamheden, aankoop, uitrusting of apparatuur door initiatiefnemers, met uitzondering van de aankoop van grond. Bij een aankoop wordt enkel de venale waarde van het gebouw zonder de grond in aanmerking genomen. Een aankoop komt enkel in aanmerking voor een investeringswaarborg als die noodzakelijk gepaard gaat met en gevolgd wordt door verbouwingswerkzaamheden;
7° project : het deel van de geplande investeringen waarvoor een investeringswaarborg wordt gevraagd door de initiatiefnemer;
8° financier : een kredietinstelling die de vergunning, vermeld in artikel 7 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, heeft verkregen, en de ermee verbonden vennootschappen in de zin van artikel 11 van het Wetboek van Vennootschappen, alsmede iedere kredietinstelling die ressorteert onder een andere lidstaat van de Europese Unie en die, in overeenstemming met titel III van de voormelde wet van 22 maart 1993, haar werkzaamheden op het Belgische grondgebied mag uitoefenen [2 , of de Europese Investeringsbank]2.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
9 FEBRUARI 2007. - Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de investeringswaarborg voor [woonzorgcentra], verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden. <BVR2009-07-24/26, art. 67, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2010> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-04-2007 en tekstbijwerking tot 31-07-2024)
Titre
9 FEVRIER 2007. - Arrêté du Gouvernement flamand réglant la garantie d'investissement pour les [centres de services de soins et de logement], octroyée par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " (Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables), et modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 réglant la garantie d'investissement alternative octroyée par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ". <AGF2009-07-24/26, art. 67, 005; En vigueur : 01-01-2010> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-04-2007 et mise à jour au 31-07-2024)
Informations sur le document
Numac: 2007035515
Datum: 2007-02-09
Info du document
Numac: 2007035515
Date: 2007-02-09
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Definities.
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied.
HOOFDSTUK III. - De investeringswaarborg.
HOOFDSTUK IV. - Bouwfysische, technische en kwa...
HOOFDSTUK V. - Procedure voor het verlenen van ...
Afdeling I. - Het verkrijgen van een principiee...
Afdeling II. - Het verlenen van de investerings...
HOOFDSTUK VI. - Toezichtregeling, maatregelen e...
Afdeling I. - Hypotheek.
Afdeling II. - Verplichtingen van de initiatief...
Afdeling III. - Verplichtingen van de financier.
Afdeling IV. - Toezicht door de Vlaamse adminis...
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen aan het besluit va...
HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen.
Table des matières
CHAPITRE Ier. - Définitions.
CHAPITRE II. - Champ d'application.
CHAPITRE III. - La garantie d'investissement.
CHAPITRE IV. - Conditions physiques, techniques...
CHAPITRE V. - Procédure d'octroi d'une garantie...
Section Ire. - L'obtention d'un accord de princ...
Section II. - L'octroi de la garantie d'investi...
CHAPITRE VI. - Surveillance, mesures et sanctions.
Section Ire. - Hypothèque.
Section II. - Obligations de l'initiateur.
Section III. - Obligations du financier.
Section IV. - Contrôle par l'administration fla...
CHAPITRE VII. - Modifications à l'arrêté du Gou...
CHAPITRE VIII. - Dispositions finales.
Tekst (46)
Texte (46)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
Article 1. Pour l'application des chapitres II jusqu'à VI, on entend par :
1° décret : le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables;
2° Ministre : le Ministre flamand, compétent pour le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ";
3° Fonds : le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ";
4° [1 centre de services de soins et de logement : une structure telle que visée à l'article 37 du décret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement;]1
5° garantie d'investissement : la garantie d'investissement, mentionnée à l'article 7ter du décret;
6° investissement : coûts de construction, de travaux d'agrandissement et de transformation, d'achat, d'équipement ou d'appareillage par des initiateurs, à l'exception de l'achat de terres. En cas d'achat seule la valeur vénale du bâtiment sans le terrain est prise en compte. Un achat ne peut entrer en considération pour une garantie d'investissement que s'il s'accompagne et qu'il est suivi nécessairement de travaux de transformation;
7° projet : la partie des investissements prévus qui fait l'objet d'une demande de garantie d'investissement par l'initiateur;
8° financier : un établissement de crédit qui a obtenu l'agrément visé à l'article 7 de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, et les sociétés y liées dans le sens de l'article 11 du Code des Sociétés, ainsi que tout autre établissement de crédit qui ressortit à un autre Etat membre de l'Union européenne et qui, conformément au Titre III de la loi précitée du 22 mars 1993, peut exercer ses activités sur le territoire belge [2 , ou la Banque d'Investissement européenne]2.
1° décret : le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables;
2° Ministre : le Ministre flamand, compétent pour le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ";
3° Fonds : le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ";
4° [1 centre de services de soins et de logement : une structure telle que visée à l'article 37 du décret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement;]1
5° garantie d'investissement : la garantie d'investissement, mentionnée à l'article 7ter du décret;
6° investissement : coûts de construction, de travaux d'agrandissement et de transformation, d'achat, d'équipement ou d'appareillage par des initiateurs, à l'exception de l'achat de terres. En cas d'achat seule la valeur vénale du bâtiment sans le terrain est prise en compte. Un achat ne peut entrer en considération pour une garantie d'investissement que s'il s'accompagne et qu'il est suivi nécessairement de travaux de transformation;
7° projet : la partie des investissements prévus qui fait l'objet d'une demande de garantie d'investissement par l'initiateur;
8° financier : un établissement de crédit qui a obtenu l'agrément visé à l'article 7 de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, et les sociétés y liées dans le sens de l'article 11 du Code des Sociétés, ainsi que tout autre établissement de crédit qui ressortit à un autre Etat membre de l'Union européenne et qui, conformément au Titre III de la loi précitée du 22 mars 1993, peut exercer ses activités sur le territoire belge [2 , ou la Banque d'Investissement européenne]2.
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE II. - Champ d'application.
Art.2. Hoofdstuk I tot en met VI zijn van toepassing op investeringen in een [1 woonzorgcentrum]1 door initiatiefnemers als vermeld in [1 artikel 63 van het woonzorgdecreet van 13 maart 2009]1, of door initiatiefnemers die de rechtsvorm hebben van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 2, § 2, van het Wetboek van Vennootschappen van 7 mei 1999.
Ter uitvoering van artikel 7ter van het decreet kan door het Fonds een investeringswaarborg verleend worden aan initiatiefnemers als vermeld in het eerste lid voor de uitvoering van hun projecten onder de voorwaarden, vermeld in artikel 7ter van het decreet en in hoofdstuk I tot en met VI.
Hoofdstuk I tot en met VI zijn niet van toepassing op investeringen waarvoor een principieel akkoord werd verleend als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden.
Ter uitvoering van artikel 7ter van het decreet kan door het Fonds een investeringswaarborg verleend worden aan initiatiefnemers als vermeld in het eerste lid voor de uitvoering van hun projecten onder de voorwaarden, vermeld in artikel 7ter van het decreet en in hoofdstuk I tot en met VI.
Hoofdstuk I tot en met VI zijn niet van toepassing op investeringen waarvoor een principieel akkoord werd verleend als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden.
Modifications
Art.2. Les chapitres Ier jusqu'à VI s'appliquent aux investissements dans une [1 centre de services de soins et de logement]1 par des initiateurs, tels que mentionnés à l'[1 article 63 du décret du 13 mars 2009 sur les soins et le logement]1, ou par des initiateurs qui ont pris la forme d'une société commerciale à personnalité juridique, telle que visée à l'article 2, § 2 du Code des Sociétés du 7 mai 1999.
En exécution de l'article 7ter du décret le Fonds peut octroyer une garantie d'investissement aux initiateurs, tels que visés au premier alinéa, pour l'exécution de leurs projets, aux conditions énoncées à l'article 7ter du décret et aux chapitres Ier jusqu'à VI.
Les chapitres Ier jusqu'à VI ne s'appliquent pas aux investissements pour lesquels un accord de principe a été donné, tel que visé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 réglant les subventions d'investissement alternatives octroyées par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ".
En exécution de l'article 7ter du décret le Fonds peut octroyer une garantie d'investissement aux initiateurs, tels que visés au premier alinéa, pour l'exécution de leurs projets, aux conditions énoncées à l'article 7ter du décret et aux chapitres Ier jusqu'à VI.
Les chapitres Ier jusqu'à VI ne s'appliquent pas aux investissements pour lesquels un accord de principe a été donné, tel que visé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 réglant les subventions d'investissement alternatives octroyées par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ".
Modifications
HOOFDSTUK III. - De investeringswaarborg.
CHAPITRE III. - La garantie d'investissement.
Art.3. De leningen waarop de investeringswaarborg betrekking heeft, moeten door de initiatiefnemer zijn aangegaan bij een financier.
De duur van de gewaarborgde leningen wordt bepaald naargelang van de vermoedelijke levensduur van de investeringen waarop ze betrekking hebben, maar mag niet langer zijn dan dertig jaar.
De waarborg kan alleen verleend worden als uit voorzichtige verwachtingen blijkt dat de financiële slaagkansen van het project zeer reëel zijn.
De initiatiefnemer moet beschikken over een zakelijk recht op het onroerend goed waarvoor hij een aanvraag tot een investeringswaarborg indient voor een periode die minstens gelijk is aan de langste periode van de volgende twee: de boekhoudkundige afschrijvingsduur van de investeringen of de looptijd van de gewaarborgde leningen voor het project. In elk geval moet de periode minstens twintig jaar bedragen. Dat zakelijk recht moet vatbaar zijn voor hypotheekvestiging.
[1 De waarborg is tevens slechts verleenbaar als :
1° de initiatiefnemer akkoord gaat om op eenvoudig verzoek van het Fonds met het Fonds een conventionele hypotheek af te sluiten of aan het Fonds een hypothecair mandaat te geven, wat betreft de onroerende goederen die betrekking hebben op het project;
2° de financier akkoord gaat met een pari- passuregeling tussen het Fonds en de financier voor de verkoopopbrengst van het goed die toekomt aan het Fonds en/of aan de financier. Die pari-passuregeling geldt als op de onroerende goederen die betrekking hebben op het project een hypotheek werd ingeschreven door het Fonds en een hypotheek door de financier, en als die onroerende goederen het voorwerp uitmaken van een verkoop;
3° de financier akkoord gaat om geen andere waarborgen te vestigen op de door het Fonds gewaarborgde lening dan een hypotheek of een hypothecair mandaat op de onroerende goederen die betrekking hebben op het project.]1
De duur van de gewaarborgde leningen wordt bepaald naargelang van de vermoedelijke levensduur van de investeringen waarop ze betrekking hebben, maar mag niet langer zijn dan dertig jaar.
De waarborg kan alleen verleend worden als uit voorzichtige verwachtingen blijkt dat de financiële slaagkansen van het project zeer reëel zijn.
De initiatiefnemer moet beschikken over een zakelijk recht op het onroerend goed waarvoor hij een aanvraag tot een investeringswaarborg indient voor een periode die minstens gelijk is aan de langste periode van de volgende twee: de boekhoudkundige afschrijvingsduur van de investeringen of de looptijd van de gewaarborgde leningen voor het project. In elk geval moet de periode minstens twintig jaar bedragen. Dat zakelijk recht moet vatbaar zijn voor hypotheekvestiging.
[1 De waarborg is tevens slechts verleenbaar als :
1° de initiatiefnemer akkoord gaat om op eenvoudig verzoek van het Fonds met het Fonds een conventionele hypotheek af te sluiten of aan het Fonds een hypothecair mandaat te geven, wat betreft de onroerende goederen die betrekking hebben op het project;
2° de financier akkoord gaat met een pari- passuregeling tussen het Fonds en de financier voor de verkoopopbrengst van het goed die toekomt aan het Fonds en/of aan de financier. Die pari-passuregeling geldt als op de onroerende goederen die betrekking hebben op het project een hypotheek werd ingeschreven door het Fonds en een hypotheek door de financier, en als die onroerende goederen het voorwerp uitmaken van een verkoop;
3° de financier akkoord gaat om geen andere waarborgen te vestigen op de door het Fonds gewaarborgde lening dan een hypotheek of een hypothecair mandaat op de onroerende goederen die betrekking hebben op het project.]1
Modifications
Art.3. Les emprunts auxquels se rapporte la garantie d'investissement doivent être contractés par l'initiateur auprès d'un financier.
La durée des emprunts garantis est déterminée en fonction de la durée de vie présumée des investissements auxquels ils se rapportent, sans toutefois dépasser trente ans.
La garantie ne peut être octroyée que s'il ressort de prévisions prudentes que les chances de succès financier du projet sont très réelles.
L'initiateur doit disposer d'un droit réel sur le bien immobilier pour lequel il introduit une demande de garantie d'investissement, pour une période au moins égale à la plus longue des deux périodes suivantes : la durée d'amortissement comptable des investissements ou la durée des emprunts garantis pour le projet. La période doit en tout cas durer au moins vingt ans. Ce droit réel doit pouvoir faire l'objet d'une hypothèque.
[1 Par ailleurs, la garantie ne peut être octroyée que si :
1° l'initiateur se déclare d'accord de conclure, sur simple demande du Fonds, une hypothèque conventionnelle avec le Fonds, ou de donner au Fonds un mandat hypothécaire en ce qui concerne les biens immeubles se rapportant au projet;
2° le financier se déclare d'accord sur une clause pari passu convenue entre le Fonds et le financier pour le produit de la vente du bien, qui revient au Fonds et/ou au financier. Cette clause pari passu s'applique lorsque le Fonds et le financier ont souscrit une hypothèque sur les biens immobiliers se rapportant au projet, et que ces biens immobiliers font l'objet d'une vente forcée.
3° le financier se déclare d'accord de ne pas constituer sur l'emprunt garanti par le Fonds des garanties autres qu'un hypothèque ou un mandat hypothécaire sur les biens immobiliers se rapportant au projet.]1
La durée des emprunts garantis est déterminée en fonction de la durée de vie présumée des investissements auxquels ils se rapportent, sans toutefois dépasser trente ans.
La garantie ne peut être octroyée que s'il ressort de prévisions prudentes que les chances de succès financier du projet sont très réelles.
L'initiateur doit disposer d'un droit réel sur le bien immobilier pour lequel il introduit une demande de garantie d'investissement, pour une période au moins égale à la plus longue des deux périodes suivantes : la durée d'amortissement comptable des investissements ou la durée des emprunts garantis pour le projet. La période doit en tout cas durer au moins vingt ans. Ce droit réel doit pouvoir faire l'objet d'une hypothèque.
[1 Par ailleurs, la garantie ne peut être octroyée que si :
1° l'initiateur se déclare d'accord de conclure, sur simple demande du Fonds, une hypothèque conventionnelle avec le Fonds, ou de donner au Fonds un mandat hypothécaire en ce qui concerne les biens immeubles se rapportant au projet;
2° le financier se déclare d'accord sur une clause pari passu convenue entre le Fonds et le financier pour le produit de la vente du bien, qui revient au Fonds et/ou au financier. Cette clause pari passu s'applique lorsque le Fonds et le financier ont souscrit une hypothèque sur les biens immobiliers se rapportant au projet, et que ces biens immobiliers font l'objet d'une vente forcée.
3° le financier se déclare d'accord de ne pas constituer sur l'emprunt garanti par le Fonds des garanties autres qu'un hypothèque ou un mandat hypothécaire sur les biens immobiliers se rapportant au projet.]1
Modifications
Art.4. De investeringswaarborg heeft enkel betrekking op het effectief uitstaande kapitaalsaldo en op de vervallen intresten, met uitzondering van de moratoire intresten en de intercalaire intresten [1 ...]1. Het effectief uitstaande kapitaalsaldo komt in aanmerking voor de investeringswaarborg voor zover het niet hoger is dan het effectief uitstaande kapitaalsaldo dat zou overblijven bij een annuïteitenlening met constante rentevoet.
De uitbetaling van de waarborg door het Fonds werkt niet bevrijdend ten opzichte van de initiatiefnemer. Door de waarborg uit te betalen beschikt het Fonds over een integraal verhaalsrecht op de initiatiefnemer. Door de waarborg uit te betalen wordt het Fonds gesubrogeerd in de rechten van de financier, waarbij het Fonds zich echter pas kan beroepen op de zekerheden die de financier heeft ten opzichte van de initiatiefnemer inzake andere schulden dan die welke door het Fonds zijn gewaarborgd nadat alle andere schulden dan de door het Fonds gewaarborgde schulden zijn aangezuiverd.
De investeringswaarborg dekt 90 % van het kapitaalgedeelte van de lening en 90 % van de intresten.
Het maximumbedrag aan kapitaalgedeelte dat in aanmerking komt voor de dekking van 90 % door de investeringswaarborg is gelijk aan:
1° voor nieuwbouw en uitbreiding, uitrusting en meubilering inbegrepen: 1.200 euro per m2 te bouwen oppervlakte;
2° voor verbouwingswerkzaamheden en de uitrusting en meubilering die daar noodzakelijk bij hoort: de door het Fonds aanvaarde kostenraming, met dien verstande dat het maximumbedrag aan kapitaalgedeelte voor verbouwing ten hoogste 925 euro per m2 te verbouwen oppervlakte mag bedragen;
3° voor aankoop en de verbouwing die daar noodzakelijk bijhoort, uitrusting en meubilering: de door het Fonds aanvaarde kostenraming, met dien verstande dat het maximumbedrag aan kapitaalgedeelte voor aankoop met verbouwing ten hoogste 925 euro per m2 aan te kopen en te verbouwen oppervlakte mag bedragen. Voor de aankoop op zich kunnen ten hoogste de door het Comité van Aankoop van Onroerende Goederen geschatte venale waarde van het gebouw en de aan de aankoop verbonden en bewezen notariskosten en [3 registratiebelasting of registratierechten]3 of btw, in aanmerking komen voor de bepaling van het kapitaalgedeelte.
[2 De cijfers in euro, vermeld in het vierde lid, zijn de bedragen van 1 januari 2006 zonder btw en zonder algemene kosten. Ze worden jaarlijks aangepast aan de bouwindex van januari. De basisindex is die van 1 januari 2006. De cijfers worden aangepast op basis van de actualisatieformule 0,40 s/S + 0,40 i/I + 0,20. Daarin geldt : s = het officiële loon in de bouwnijverheid voor de categorie 2A, van kracht op 1 januari van het jaar in kwestie; S = 26,384; i = de index van de bouwmaterialen, van kracht op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar in kwestie; I = 5251.]2
[2 Het maximumbedrag aan kapitaalgedeelte dat in aanmerking komt voor de dekking van 90 % door de investeringswaarborg, vermeld in het vierde lid en aangepast overeenkomstig het vijfde lid, wordt verhoogd met een bedrag voor de btw, berekend tegen het geldende tarief op het aangepaste basisbedrag, met een bedrag voor de algemene onkosten, berekend tegen 10 % op het aangepaste basisbedrag en met een bedrag voor de btw, berekend tegen het geldende tarief op de algemene onkosten.]2
De maximale aanvaarde bruto-oppervlakte per woongelegenheid voor de bepaling van het maximumbedrag aan kapitaalgedeelte is 65 m2 per erkende woongelegenheid.
Het niveau van de gewaarborgde intresten, vermeld in het eerste lid, wordt beperkt tot 90 % van de intresten. De toepasselijke rentevoet voor de berekening van die intresten komt ten hoogste overeen met het rendement van lineaire obligaties (OLO's) op tien jaar, zoals berekend door het Rentefonds en gepubliceerd op Reuters' pagina SRF/OLOYIELD of opvolgers en in De Tijd op de datum waarop de financieringsovereenkomst, vermeld in artikel 18, tussen de initiatiefnemer en de financier gesloten is, te verhogen met vijftien basispunten. In geval van contractuele herziening van de rentevoet wordt de datum waarop de financieringsovereenkomst gesloten is, vervangen door de datum van de laatste contractuele rentevoetherziening. Als de voormelde data niet op een bankwerkdag vallen, wordt de datum van de eerstvolgende bankwerkdag in aanmerking genomen.
De uitbetaling van de waarborg door het Fonds werkt niet bevrijdend ten opzichte van de initiatiefnemer. Door de waarborg uit te betalen beschikt het Fonds over een integraal verhaalsrecht op de initiatiefnemer. Door de waarborg uit te betalen wordt het Fonds gesubrogeerd in de rechten van de financier, waarbij het Fonds zich echter pas kan beroepen op de zekerheden die de financier heeft ten opzichte van de initiatiefnemer inzake andere schulden dan die welke door het Fonds zijn gewaarborgd nadat alle andere schulden dan de door het Fonds gewaarborgde schulden zijn aangezuiverd.
De investeringswaarborg dekt 90 % van het kapitaalgedeelte van de lening en 90 % van de intresten.
Het maximumbedrag aan kapitaalgedeelte dat in aanmerking komt voor de dekking van 90 % door de investeringswaarborg is gelijk aan:
1° voor nieuwbouw en uitbreiding, uitrusting en meubilering inbegrepen: 1.200 euro per m2 te bouwen oppervlakte;
2° voor verbouwingswerkzaamheden en de uitrusting en meubilering die daar noodzakelijk bij hoort: de door het Fonds aanvaarde kostenraming, met dien verstande dat het maximumbedrag aan kapitaalgedeelte voor verbouwing ten hoogste 925 euro per m2 te verbouwen oppervlakte mag bedragen;
3° voor aankoop en de verbouwing die daar noodzakelijk bijhoort, uitrusting en meubilering: de door het Fonds aanvaarde kostenraming, met dien verstande dat het maximumbedrag aan kapitaalgedeelte voor aankoop met verbouwing ten hoogste 925 euro per m2 aan te kopen en te verbouwen oppervlakte mag bedragen. Voor de aankoop op zich kunnen ten hoogste de door het Comité van Aankoop van Onroerende Goederen geschatte venale waarde van het gebouw en de aan de aankoop verbonden en bewezen notariskosten en [3 registratiebelasting of registratierechten]3 of btw, in aanmerking komen voor de bepaling van het kapitaalgedeelte.
[2 De cijfers in euro, vermeld in het vierde lid, zijn de bedragen van 1 januari 2006 zonder btw en zonder algemene kosten. Ze worden jaarlijks aangepast aan de bouwindex van januari. De basisindex is die van 1 januari 2006. De cijfers worden aangepast op basis van de actualisatieformule 0,40 s/S + 0,40 i/I + 0,20. Daarin geldt : s = het officiële loon in de bouwnijverheid voor de categorie 2A, van kracht op 1 januari van het jaar in kwestie; S = 26,384; i = de index van de bouwmaterialen, van kracht op 1 november van het jaar dat voorafgaat aan het jaar in kwestie; I = 5251.]2
[2 Het maximumbedrag aan kapitaalgedeelte dat in aanmerking komt voor de dekking van 90 % door de investeringswaarborg, vermeld in het vierde lid en aangepast overeenkomstig het vijfde lid, wordt verhoogd met een bedrag voor de btw, berekend tegen het geldende tarief op het aangepaste basisbedrag, met een bedrag voor de algemene onkosten, berekend tegen 10 % op het aangepaste basisbedrag en met een bedrag voor de btw, berekend tegen het geldende tarief op de algemene onkosten.]2
De maximale aanvaarde bruto-oppervlakte per woongelegenheid voor de bepaling van het maximumbedrag aan kapitaalgedeelte is 65 m2 per erkende woongelegenheid.
Het niveau van de gewaarborgde intresten, vermeld in het eerste lid, wordt beperkt tot 90 % van de intresten. De toepasselijke rentevoet voor de berekening van die intresten komt ten hoogste overeen met het rendement van lineaire obligaties (OLO's) op tien jaar, zoals berekend door het Rentefonds en gepubliceerd op Reuters' pagina SRF/OLOYIELD of opvolgers en in De Tijd op de datum waarop de financieringsovereenkomst, vermeld in artikel 18, tussen de initiatiefnemer en de financier gesloten is, te verhogen met vijftien basispunten. In geval van contractuele herziening van de rentevoet wordt de datum waarop de financieringsovereenkomst gesloten is, vervangen door de datum van de laatste contractuele rentevoetherziening. Als de voormelde data niet op een bankwerkdag vallen, wordt de datum van de eerstvolgende bankwerkdag in aanmerking genomen.
Art.4. La garantie d'investissement ne porte que sur le solde effectif de l'encours et sur les intérêts échus, à l'exception des intérêts moratoires et des intérêts intercalaires, [1 ...]1. Le solde effectif de l'encours entre en considération pour la garantie d'investissement pour autant qu'il ne dépasse pas le solde effectif de l'encours qui resterait en cas d'un emprunt à annuité constante.
Le paiement de la garantie par le Fonds ne décharge pas l'initiateur. Le Fonds dispose, par le paiement de la garantie, d'un droit de recours intégral contre l'initiateur. En payant la garantie, le Fonds est subrogé dans les droits du financier, mais ne peut faire appel aux sûretés qu'a le financier à l'égard de l'initiateur pour d'autres dettes que celles garanties par le Fonds, qu'après le règlement de toutes les dettes autres que celles garanties par le Fonds.
La garantie d'investissement couvre 90 % du principal de l'emprunt et 90 % des intérêts.
Le montant maximal du principal entrant en considération pour la couverture de 90 % par la garantie d'investissement s'élève à :
1° en cas de construction neuve et d'agrandissement, y compris équipement et mobilier : 1.200 euros par m2 de superficie à construire;
2° en cas de travaux de transformation, ainsi que de l'équipement et du mobilier qui en suivent nécessairement : l'estimation du coût acceptée par le Fonds, étant entendu que le montant maximal du principal pour la transformation ne peut pas dépasser 925 euros par m2 de superficie à transformer;
3° en cas d'achat, et de la transformation qui en suit nécessairement, ainsi que d'équipement et de mobilier : l'estimation du coût acceptée par le Fonds, étant entendu que le montant maximal du principal pour l'achat et la transformation ne peut pas dépasser 925 euros par m2 de superficie à acheter et à transformer. Pour l'achat en soi, seuls peuvent entrer en considération pour la détermination du principal la valeur vénale du bâtiment estimée par le Comité d'Acquisition d'Immeubles ainsi que les frais de notaire et [3 impôt d'enregistrement ou droits d'enregistrement]3 ou la T.V.A. liés à l'achat et prouvés.
[2 Les chiffres en euros, mentionnés à l'alinéa quatre, sont les montants du 1er janvier 2006 sans T.V.A. et sans frais généraux. Ils sont adaptés annuellement à l'indice de la construction de janvier. L'indice de base est celui du 1er janvier 2006. Les chiffres sont adaptés sur la base de la formule d'actualisation 0,40 s/S + 0,40 i/I + 0,20, dans laquelle : s = le salaire officiel dans la construction pour la catégorie 2A, en vigueur le 1er janvier de l'année concernée; S = 26,384; i = l'indice des matériaux de construction en vigueur le 1er novembre de l'année précédant l'année concernée; I = 5251.]2
[2 Le montant maximal de la partie du capital entrant enligne de compte de la couverture de 90 % par la garantie d'investissement, visée à l'alinéa quatre et adapté conformément à l'alinéa cinq, est majoré du montant de la T.V.A., calculé au tarif appliqué au montant de base adapté, d'un montant pour les frais généraux, calculé à 10 % du montant de base adapté et d'un montant pour la T.V.A., calculé au tarif appliqué aux frais généraux.]2
La superficie brute maximale acceptée par logement pour la détermination du montant maximal du principal est de 65 m2 par logement agrée.
Le niveau des intérêts garantis, visés au premier alinéa, est limité à 90% des intérêts. Le taux d'intérêt applicable pour le calcul de ces intérêts correspond au maximum au rendement d'obligations linéaires (OLO) sur dix ans, tel que calculé par le Fonds d'égalisation des intérêts et publié sur la page Reuters SRF/OLOYIELD ou successeurs et dans le journal De Tijd à la date de la conclusion du contrat de financement, mentionné à l'article 18, entre l'initiateur et le financier, à majorer de quinze points de base. En cas de révision contractuelle du taux d'intérêt, la date de la conclusion du contrat de financement est remplacée par la date de la dernière révision contractuelle du taux d'intérêt. Si les dates précitées ne sont pas des jours ouvrables bancaires, la date du prochain jour ouvrable bancaire est retenue.
Le paiement de la garantie par le Fonds ne décharge pas l'initiateur. Le Fonds dispose, par le paiement de la garantie, d'un droit de recours intégral contre l'initiateur. En payant la garantie, le Fonds est subrogé dans les droits du financier, mais ne peut faire appel aux sûretés qu'a le financier à l'égard de l'initiateur pour d'autres dettes que celles garanties par le Fonds, qu'après le règlement de toutes les dettes autres que celles garanties par le Fonds.
La garantie d'investissement couvre 90 % du principal de l'emprunt et 90 % des intérêts.
Le montant maximal du principal entrant en considération pour la couverture de 90 % par la garantie d'investissement s'élève à :
1° en cas de construction neuve et d'agrandissement, y compris équipement et mobilier : 1.200 euros par m2 de superficie à construire;
2° en cas de travaux de transformation, ainsi que de l'équipement et du mobilier qui en suivent nécessairement : l'estimation du coût acceptée par le Fonds, étant entendu que le montant maximal du principal pour la transformation ne peut pas dépasser 925 euros par m2 de superficie à transformer;
3° en cas d'achat, et de la transformation qui en suit nécessairement, ainsi que d'équipement et de mobilier : l'estimation du coût acceptée par le Fonds, étant entendu que le montant maximal du principal pour l'achat et la transformation ne peut pas dépasser 925 euros par m2 de superficie à acheter et à transformer. Pour l'achat en soi, seuls peuvent entrer en considération pour la détermination du principal la valeur vénale du bâtiment estimée par le Comité d'Acquisition d'Immeubles ainsi que les frais de notaire et [3 impôt d'enregistrement ou droits d'enregistrement]3 ou la T.V.A. liés à l'achat et prouvés.
[2 Les chiffres en euros, mentionnés à l'alinéa quatre, sont les montants du 1er janvier 2006 sans T.V.A. et sans frais généraux. Ils sont adaptés annuellement à l'indice de la construction de janvier. L'indice de base est celui du 1er janvier 2006. Les chiffres sont adaptés sur la base de la formule d'actualisation 0,40 s/S + 0,40 i/I + 0,20, dans laquelle : s = le salaire officiel dans la construction pour la catégorie 2A, en vigueur le 1er janvier de l'année concernée; S = 26,384; i = l'indice des matériaux de construction en vigueur le 1er novembre de l'année précédant l'année concernée; I = 5251.]2
[2 Le montant maximal de la partie du capital entrant enligne de compte de la couverture de 90 % par la garantie d'investissement, visée à l'alinéa quatre et adapté conformément à l'alinéa cinq, est majoré du montant de la T.V.A., calculé au tarif appliqué au montant de base adapté, d'un montant pour les frais généraux, calculé à 10 % du montant de base adapté et d'un montant pour la T.V.A., calculé au tarif appliqué aux frais généraux.]2
La superficie brute maximale acceptée par logement pour la détermination du montant maximal du principal est de 65 m2 par logement agrée.
Le niveau des intérêts garantis, visés au premier alinéa, est limité à 90% des intérêts. Le taux d'intérêt applicable pour le calcul de ces intérêts correspond au maximum au rendement d'obligations linéaires (OLO) sur dix ans, tel que calculé par le Fonds d'égalisation des intérêts et publié sur la page Reuters SRF/OLOYIELD ou successeurs et dans le journal De Tijd à la date de la conclusion du contrat de financement, mentionné à l'article 18, entre l'initiateur et le financier, à majorer de quinze points de base. En cas de révision contractuelle du taux d'intérêt, la date de la conclusion du contrat de financement est remplacée par la date de la dernière révision contractuelle du taux d'intérêt. Si les dates précitées ne sont pas des jours ouvrables bancaires, la date du prochain jour ouvrable bancaire est retenue.
HOOFDSTUK IV. - Bouwfysische, technische en kwalitatieve voorwaarden.
CHAPITRE IV. - Conditions physiques, techniques et qualitatives.
Art.5. Om voor een investeringswaarborg in aanmerking te komen moet de investering plaatsvinden overeenkomstig de volgende algemene bouwfysische, technische en kwalitatieve normen :
1° de regelgeving over de brandveiligheid;
2° de regelgeving over de toegang van gehandicapten tot gebouwen die toegankelijk zijn voor het publiek;
3° de regelgeving over de eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat voor gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat en de specifiek door de minister bepaalde minimumeisen en voorwaarden inzake comfort en gebruik van energie, water en materialen;
4° de NBN-normen, uitgegeven door het Belgisch Instituut voor Normalisatie VZW en het Belgisch Elektrotechnisch Comité;
5° het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming en de regelgeving betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
6° het Algemeen Reglement inzake Elektrische Installaties;
7° de regelgeving over de stedenbouw en ruimtelijke ordening;
8° de regelgeving over de milieuvergunningen.
1° de regelgeving over de brandveiligheid;
2° de regelgeving over de toegang van gehandicapten tot gebouwen die toegankelijk zijn voor het publiek;
3° de regelgeving over de eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat voor gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat en de specifiek door de minister bepaalde minimumeisen en voorwaarden inzake comfort en gebruik van energie, water en materialen;
4° de NBN-normen, uitgegeven door het Belgisch Instituut voor Normalisatie VZW en het Belgisch Elektrotechnisch Comité;
5° het Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming en de regelgeving betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
6° het Algemeen Reglement inzake Elektrische Installaties;
7° de regelgeving over de stedenbouw en ruimtelijke ordening;
8° de regelgeving over de milieuvergunningen.
Art.5. Pour être éligible à une garantie d'investissement, l'investissement doit se réaliser conformément aux normes physiques, techniques et qualitatives générales suivantes :
1° la réglementation sur la sécurité incendie;
2° la réglementation sur l'accès de personnes handicapées aux bâtiments accessibles au public;
3° la réglementation relative aux exigences et mesures de maintien en matière de performance énergétique et de climat intérieur pour les bâtiments et portant instauration d'un certificat de performance énergétique, ainsi que les exigences minimales et les conditions, fixées spécifiquement par le Ministre, en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux;
4° les normes NBN émises par l'Institut belge de Normalisation asbl et le Comité électrotechnique belge;
5° le règlement général pour la Protection du Travail et la réglementation relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail;
6° le règlement général sur les Installations électriques;
7° la réglementation sur l'urbanisme et l'aménagement du territoire;
8° la réglementation relative aux autorisations écologiques.
1° la réglementation sur la sécurité incendie;
2° la réglementation sur l'accès de personnes handicapées aux bâtiments accessibles au public;
3° la réglementation relative aux exigences et mesures de maintien en matière de performance énergétique et de climat intérieur pour les bâtiments et portant instauration d'un certificat de performance énergétique, ainsi que les exigences minimales et les conditions, fixées spécifiquement par le Ministre, en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux;
4° les normes NBN émises par l'Institut belge de Normalisation asbl et le Comité électrotechnique belge;
5° le règlement général pour la Protection du Travail et la réglementation relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail;
6° le règlement général sur les Installations électriques;
7° la réglementation sur l'urbanisme et l'aménagement du territoire;
8° la réglementation relative aux autorisations écologiques.
Art.6. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 5 moet, om voor een investeringswaarborg in aanmerking te komen, de investering in een woonzorgcentrum plaatsvinden overeenkomstig de erkenningsvoorwaarden, vermeld in bijlage XII bij het besluit van de Vlaamse Regering van ... betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers.]1
[2 Innovatieve pilootprojecten, geselecteerd na een oproep door de minister, kunnen van het Fonds een afwijking krijgen van de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid. Afwijkingen worden alleen verleend als ze tot doel hebben de levenskwaliteit van de bewoners van de innovatieve pilootprojecten te verhogen. De minister bepaalt daarvoor de bijkomende selectiecriteria.]2
[2 Innovatieve pilootprojecten, geselecteerd na een oproep door de minister, kunnen van het Fonds een afwijking krijgen van de erkenningsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid. Afwijkingen worden alleen verleend als ze tot doel hebben de levenskwaliteit van de bewoners van de innovatieve pilootprojecten te verhogen. De minister bepaalt daarvoor de bijkomende selectiecriteria.]2
Art.6. [1 Tout en conservant l'application des dispositions de l'article 5, pour être éligible à une garantie d'investissement, l'investissement doit être réalisé ou avoir été réalisé conformément aux conditions d'agrément, visées à l'annexe XII à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 2009 relatif à la programmation, les conditions d'agrément et le régime de subventionnement de services de soins et de logement et d'associations d'usagers et d'intervenants de proximité.]1
[2 Le Fonds peut accorder à des projets pilotes novateurs, sélectionnés suite à un appel du Ministre, une dérogation aux conditions d'agrément, visées à l'alinéa premier. Une dérogation est uniquement accordée lorsqu'elle a pour but d'améliorer la qualité de vie des habitants des projets pilotes novateurs. Le Ministre fixe les modalités de sélection supplémentaires à cet effet.]2
[2 Le Fonds peut accorder à des projets pilotes novateurs, sélectionnés suite à un appel du Ministre, une dérogation aux conditions d'agrément, visées à l'alinéa premier. Une dérogation est uniquement accordée lorsqu'elle a pour but d'améliorer la qualité de vie des habitants des projets pilotes novateurs. Le Ministre fixe les modalités de sélection supplémentaires à cet effet.]2
HOOFDSTUK V. - Procedure voor het verlenen van een investeringswaarborg.
CHAPITRE V. - Procédure d'octroi d'une garantie d'investissement.
Afdeling I. - Het verkrijgen van een principieel akkoord.
Section Ire. - L'obtention d'un accord de principe.
Art.7. Om in aanmerking te komen voor een investeringswaarborg voor een bepaald project moet de initiatiefnemer beschikken over een principieel akkoord van de minister over de investeringswaarborg.
De aanvraag tot het verkrijgen van een principieel akkoord over de investeringswaarborg voor een bepaald project wordt gericht aan het Fonds en wordt met de post aangetekend verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar afgegeven tegen ontvangstbewijs.
De aanvraag tot het verkrijgen van een principieel akkoord over de investeringswaarborg voor een bepaald project wordt gericht aan het Fonds en wordt met de post aangetekend verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar afgegeven tegen ontvangstbewijs.
Art.7. Afin d'être éligible à une garantie d'investissement pour un projet déterminé, l'initiateur doit disposer d'un accord de principe du Ministre sur la garantie d'investissement.
La demande d'obtention d'un accord de principe sur la garantie d'investissement pour un projet déterminé est adressée au Fonds et envoyée par lettre recommandée ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté.
La demande d'obtention d'un accord de principe sur la garantie d'investissement pour un projet déterminé est adressée au Fonds et envoyée par lettre recommandée ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté.
Art.8. De aanvraag, vermeld in artikel 7, bevat de volgende documenten :
1° de nodige bescheiden, statuten of documenten waaruit blijkt dat de initiatiefnemer over de vereiste rechtsvorm beschikt, en de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de initiatiefnemer met de beslissing om een principieel akkoord over een investeringswaarborg aan te vragen;
2° het financieel plan voor het project waarbij wordt aangetoond dat de uitbating ten minste kostendekkend is en een afdoende terugbetalingscapaciteit waarborgt;
3° het advies van de financier over het financieel plan voor het project;
4° een verklaring van de initiatiefnemer waarin hij akkoord gaat om op eenvoudig verzoek van het Fonds met het Fonds een conventionele hypotheek af te sluiten of aan het Fonds een hypothecair mandaat te geven als vermeld in artikel 3, vijfde lid;
5° een verklaring van de financier waarin hij akkoord gaat met een pari-passuregeling als vermeld in artikel 3, vijfde lid, met daarbij de modaliteiten van de pari-passuregeling zoals die voorgesteld zijn door de financier [1 en een verklaring van de financier waarbij hij akkoord gaat om geen andere waarborgen te vestigen op de door het Fonds gewaarborgde lening dan een hypotheek of een hypothecair mandaat op de onroerende goederen die betrekking hebben op het project]1;
6° de ontwerpen van financieringsovereenkomst die betrekking hebben op de totale financiering van het project. De ontwerpen van financieringsovereenkomst bevatten een afbetalingskalender die een onderscheid maakt tussen kapitaal en intresten. Als de initiatiefnemer naast een door het Fonds gewaarborgde lening een lening wil sluiten zonder waarborg door het Fonds, legt de initiatiefnemer een ontwerp van financieringsovereenkomst voor over een door het Fonds gewaarborgde lening en daarnaast een ontwerp van financieringsovereenkomst over een lening zonder waarborg door het Fonds;
7° het zorgstrategische plan, dat ten minste de volgende gegevens bevat :
a) de huidige situatie op het gebied van zorgaanbod en infrastructuur;
b) een afstemming van de projecten op de andere zorgverstrekkers in de relevante invloedssfeer, en een diepgaande zelfevaluatie van de positie van de initiatiefnemer;
c) een beschrijving van alle investeringen die de initiatiefnemer in de komende tien jaar wil doen, met een omschrijving van de ouderendoelgroep en van de geplande capaciteit per onderdeel;
8° het projectplan dat de volgende documenten bevat :
a) een stedenbouwkundig attest nummer 2, als dat door de aard van de werkzaamheden vereist is;
b) een voorontwerp van de plannen van het project op schaal 1/100;
c) een conceptnota over de functionele, bouwfysische en technische opvattingen van het project;
d) een initieel programma van eisen waarin de projectgebonden doelstellingen en prestatie-eisen inzake comfort en gebruik van energie, water en materialen worden vastgelegd;
e) een akkoordbrief, ondertekend door de initiatiefnemer, waarin hij het initiële programma van eisen onderschrijft en de coördinator aanwijst die verantwoordelijk is voor het behalen van de objectief evalueerbare prestatie-eisen inzake comfort en het gebruik van energie, water en materialen;
f) een gedetailleerde raming van het project;
g) de oppervlakteberekening van het project;
h) in het geval van aankoop met verbouwing : het ontwerp van de aankoopakte.
Voor het opmaken van het zorgstrategische plan, vermeld in het eerste lid, 7°, moet de initiatiefnemer gebruikmaken van modellen die door het Fonds ter beschikking worden gesteld. De initiatiefnemer kan gebruikmaken van gegevens die het Fonds ter beschikking stelt. Het Fonds en het [2 Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]2 kunnen aanvullende inlichtingen vragen aan de initiatiefnemer.
1° de nodige bescheiden, statuten of documenten waaruit blijkt dat de initiatiefnemer over de vereiste rechtsvorm beschikt, en de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de initiatiefnemer met de beslissing om een principieel akkoord over een investeringswaarborg aan te vragen;
2° het financieel plan voor het project waarbij wordt aangetoond dat de uitbating ten minste kostendekkend is en een afdoende terugbetalingscapaciteit waarborgt;
3° het advies van de financier over het financieel plan voor het project;
4° een verklaring van de initiatiefnemer waarin hij akkoord gaat om op eenvoudig verzoek van het Fonds met het Fonds een conventionele hypotheek af te sluiten of aan het Fonds een hypothecair mandaat te geven als vermeld in artikel 3, vijfde lid;
5° een verklaring van de financier waarin hij akkoord gaat met een pari-passuregeling als vermeld in artikel 3, vijfde lid, met daarbij de modaliteiten van de pari-passuregeling zoals die voorgesteld zijn door de financier [1 en een verklaring van de financier waarbij hij akkoord gaat om geen andere waarborgen te vestigen op de door het Fonds gewaarborgde lening dan een hypotheek of een hypothecair mandaat op de onroerende goederen die betrekking hebben op het project]1;
6° de ontwerpen van financieringsovereenkomst die betrekking hebben op de totale financiering van het project. De ontwerpen van financieringsovereenkomst bevatten een afbetalingskalender die een onderscheid maakt tussen kapitaal en intresten. Als de initiatiefnemer naast een door het Fonds gewaarborgde lening een lening wil sluiten zonder waarborg door het Fonds, legt de initiatiefnemer een ontwerp van financieringsovereenkomst voor over een door het Fonds gewaarborgde lening en daarnaast een ontwerp van financieringsovereenkomst over een lening zonder waarborg door het Fonds;
7° het zorgstrategische plan, dat ten minste de volgende gegevens bevat :
a) de huidige situatie op het gebied van zorgaanbod en infrastructuur;
b) een afstemming van de projecten op de andere zorgverstrekkers in de relevante invloedssfeer, en een diepgaande zelfevaluatie van de positie van de initiatiefnemer;
c) een beschrijving van alle investeringen die de initiatiefnemer in de komende tien jaar wil doen, met een omschrijving van de ouderendoelgroep en van de geplande capaciteit per onderdeel;
8° het projectplan dat de volgende documenten bevat :
a) een stedenbouwkundig attest nummer 2, als dat door de aard van de werkzaamheden vereist is;
b) een voorontwerp van de plannen van het project op schaal 1/100;
c) een conceptnota over de functionele, bouwfysische en technische opvattingen van het project;
d) een initieel programma van eisen waarin de projectgebonden doelstellingen en prestatie-eisen inzake comfort en gebruik van energie, water en materialen worden vastgelegd;
e) een akkoordbrief, ondertekend door de initiatiefnemer, waarin hij het initiële programma van eisen onderschrijft en de coördinator aanwijst die verantwoordelijk is voor het behalen van de objectief evalueerbare prestatie-eisen inzake comfort en het gebruik van energie, water en materialen;
f) een gedetailleerde raming van het project;
g) de oppervlakteberekening van het project;
h) in het geval van aankoop met verbouwing : het ontwerp van de aankoopakte.
Voor het opmaken van het zorgstrategische plan, vermeld in het eerste lid, 7°, moet de initiatiefnemer gebruikmaken van modellen die door het Fonds ter beschikking worden gesteld. De initiatiefnemer kan gebruikmaken van gegevens die het Fonds ter beschikking stelt. Het Fonds en het [2 Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]2 kunnen aanvullende inlichtingen vragen aan de initiatiefnemer.
Art.8. La demande visée à l'article 7 comprend les documents suivants :
1° les actes, statuts ou documents démontrant que l'initiateur dispose de la forme juridique requise, ainsi que le procès-verbal signé de la réunion des organes compétents de l'initiateur comprenant la décision de demander un accord de principe sur une garantie d'investissement;
2° le plan financier du projet démontrant que l'exploitation couvre au moins les dépenses et garantit une capacité de remboursement suffisante;
3° l'avis du financier sur le plan financier du projet;
4° une déclaration de l'initiateur marquant son accord de conclure, sur simple demande du Fonds, une hypothèque conventionnelle avec le Fonds, ou de donner au Fonds un mandat hypothécaire tel que visé à l'article 3, cinquième alinéa;
5° une déclaration du financier marquant son accord sur un arrangement pari passu tel que visé à l'article 3, cinquième alinéa, et comprenant les modalités de l'arrangement pari passu telles que proposées par le financier [1 et une déclaration du financier qu'il est d'accord de ne pas constituer sur l'emprunt garanti par le Fonds des garanties autres qu'un hypothèque ou un mandat hypothécaire sur les biens immobiliers se rapportant au projet]1;
6° les projets de contrat de financement portant sur le financement global du projet. Les projets de contrat de financement contiennent un calendrier de remboursement faisant la distinction entre le principal et les intérêts. Si l'initiateur veut conclure, outre l'emprunt garanti par le Fonds, un emprunt sans garantie du Fonds, il présente un projet de contrat de financement pour un emprunt garanti par le Fonds, et un projet de contrat de financement séparé pour un emprunt sans garantie du Fonds;
7° le plan stratégique en matière de soins, contenant au moins les informations suivantes :
a) la situation actuelle sur le plan de l'offre de soins et de l'infrastructure;
b) une harmonisation des projets avec les autres dispensateurs de soins dans la zone d'influence pertinente, ainsi qu'une auto-évaluation approfondie de la position de l'initiateur;
c) une description de tous les investissements que l'initiateur entend réaliser dans les dix prochaines années, avec une définition du groupe cible de personnes âgées et de la capacité envisagée par unité;
8° le plan du projet, comprenant les documents suivants :
a) une attestation urbanistique numéro 2, si la nature des travaux le requiert;
b) un avant-projet des plans du projet, à l'échelle 1/100;
c) une note conceptuelle concernant les aspects fonctionnels, physiques et techniques du projet :
d) un programme initial d'exigences fixant les objectifs et exigences de performance en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux, liés au projet;
e) une lettre d'accord, signée par l'initiateur, dans laquelle il souscrit au programme initial d'exigences et désigne le coordinateur responsable de répondre aux exigences de performance objectivement évaluables en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux;
f) une estimation détaillée du projet;
g) le calcul de la superficie du projet;
h) en cas d'achat avec transformation : le projet de l'acte d'achat.
Pour l'établissement du plan stratégique en matière de soins, mentionné à l'alinéa premier, 7°, l'initiateur est tenu d'utiliser les modèles mis à sa disposition par le Fonds. L'initiateur peut faire usage des données mises à la disposition par le Fonds. Le Fonds et [2 le Département Soins, visé à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]2 peuvent demander des renseignements complémentaires à l'initiateur.
1° les actes, statuts ou documents démontrant que l'initiateur dispose de la forme juridique requise, ainsi que le procès-verbal signé de la réunion des organes compétents de l'initiateur comprenant la décision de demander un accord de principe sur une garantie d'investissement;
2° le plan financier du projet démontrant que l'exploitation couvre au moins les dépenses et garantit une capacité de remboursement suffisante;
3° l'avis du financier sur le plan financier du projet;
4° une déclaration de l'initiateur marquant son accord de conclure, sur simple demande du Fonds, une hypothèque conventionnelle avec le Fonds, ou de donner au Fonds un mandat hypothécaire tel que visé à l'article 3, cinquième alinéa;
5° une déclaration du financier marquant son accord sur un arrangement pari passu tel que visé à l'article 3, cinquième alinéa, et comprenant les modalités de l'arrangement pari passu telles que proposées par le financier [1 et une déclaration du financier qu'il est d'accord de ne pas constituer sur l'emprunt garanti par le Fonds des garanties autres qu'un hypothèque ou un mandat hypothécaire sur les biens immobiliers se rapportant au projet]1;
6° les projets de contrat de financement portant sur le financement global du projet. Les projets de contrat de financement contiennent un calendrier de remboursement faisant la distinction entre le principal et les intérêts. Si l'initiateur veut conclure, outre l'emprunt garanti par le Fonds, un emprunt sans garantie du Fonds, il présente un projet de contrat de financement pour un emprunt garanti par le Fonds, et un projet de contrat de financement séparé pour un emprunt sans garantie du Fonds;
7° le plan stratégique en matière de soins, contenant au moins les informations suivantes :
a) la situation actuelle sur le plan de l'offre de soins et de l'infrastructure;
b) une harmonisation des projets avec les autres dispensateurs de soins dans la zone d'influence pertinente, ainsi qu'une auto-évaluation approfondie de la position de l'initiateur;
c) une description de tous les investissements que l'initiateur entend réaliser dans les dix prochaines années, avec une définition du groupe cible de personnes âgées et de la capacité envisagée par unité;
8° le plan du projet, comprenant les documents suivants :
a) une attestation urbanistique numéro 2, si la nature des travaux le requiert;
b) un avant-projet des plans du projet, à l'échelle 1/100;
c) une note conceptuelle concernant les aspects fonctionnels, physiques et techniques du projet :
d) un programme initial d'exigences fixant les objectifs et exigences de performance en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux, liés au projet;
e) une lettre d'accord, signée par l'initiateur, dans laquelle il souscrit au programme initial d'exigences et désigne le coordinateur responsable de répondre aux exigences de performance objectivement évaluables en matière de confort et d'usage d'énergie, d'eau et de matériaux;
f) une estimation détaillée du projet;
g) le calcul de la superficie du projet;
h) en cas d'achat avec transformation : le projet de l'acte d'achat.
Pour l'établissement du plan stratégique en matière de soins, mentionné à l'alinéa premier, 7°, l'initiateur est tenu d'utiliser les modèles mis à sa disposition par le Fonds. L'initiateur peut faire usage des données mises à la disposition par le Fonds. Le Fonds et [2 le Département Soins, visé à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]2 peuvent demander des renseignements complémentaires à l'initiateur.
Art.9. Het Fonds onderzoekt of de aanvraag, vermeld in artikel 7, voldoet aan de bepalingen van artikel 7 en artikel 8. Het Fonds stuurt binnen veertien kalenderdagen na de ontvangst van de aanvraag een bewijs van ontvangst naar de initiatiefnemer, met de vermelding of de aanvraag al dan niet ontvankelijk is, en in voorkomend geval met de vermelding van de datum van ontvankelijkheid. Wanneer het Fonds vaststelt dat de aanvraag onvolledig is, vraagt het Fonds binnen deze termijn de ontbrekende stukken op bij de initiatiefnemer. De ontvankelijkheid houdt in dat de aanvraag voldoet aan de formele vereisten, vermeld in artikel 7 en artikel 8. De datum van ontvankelijkheid is de datum van de ontvangst van de volledige en ontvankelijke aanvraag.
Art.9. Le Fonds vérifie si la demande visée à l'article 7 répond aux dispositions des articles 7 et 8. Dans les quatorze jours calendaires de la réception de la demande, le Fonds envoie un accusé de réception à l'initiateur, indiquant si la demande est recevable ou non, et le cas échéant indiquant la date de recevabilité. Lorsqu'il constate que la demande est incomplète, le Fonds réclame les pièces manquantes auprès de l'initiateur dans ce même délai. La recevabilité implique que la demande répond aux exigences de forme visées aux articles 7 et 8. La date de recevabilité est la date de la réception de la demande complète et recevable.
Art.10. Binnen veertien kalenderdagen na de datum van ontvankelijkheid bezorgt het Fonds de aanvraag aan :
1° een of meer ambtenaren die ter beschikking staan van het Fonds of aan een of meer externe deskundigen, voor een evaluatienota over de financiële aspecten;
2° een of meer ambtenaren die ter beschikking staan van het Fonds, voor een evaluatienota over de bouwfysische en technische aspecten.
De ambtenaren of deskundigen, vermeld in het eerste lid, bezorgen hun evaluatienota binnen veertig kalenderdagen aan het Fonds.
De vergoeding van de externe deskundigen, vermeld in het eerste lid, is ten laste van de begroting van het Fonds.
1° een of meer ambtenaren die ter beschikking staan van het Fonds of aan een of meer externe deskundigen, voor een evaluatienota over de financiële aspecten;
2° een of meer ambtenaren die ter beschikking staan van het Fonds, voor een evaluatienota over de bouwfysische en technische aspecten.
De ambtenaren of deskundigen, vermeld in het eerste lid, bezorgen hun evaluatienota binnen veertig kalenderdagen aan het Fonds.
De vergoeding van de externe deskundigen, vermeld in het eerste lid, is ten laste van de begroting van het Fonds.
Art.10. Dans les quatorze jours calendaires de la date de recevabilité, le Fonds transmet la demande à :
1° un ou plusieurs fonctionnaires mis à la disposition du Fonds ou à un ou plusieurs experts externes, afin d'établir une note d'évaluation concernant les aspects financiers;
2° un ou plusieurs fonctionnaires mis à la disposition du Fonds, afin d'établir une note d'évaluation concernant les aspects physiques et techniques;
Les fonctionnaires ou les experts, mentionnés au premier alinéa, transmettent leurs notes d'évaluation au Fonds dans les quarante jours calendaires.
L'indemnité des experts externes, mentionnés au premier alinéa, est à charge du budget du Fonds.
1° un ou plusieurs fonctionnaires mis à la disposition du Fonds ou à un ou plusieurs experts externes, afin d'établir une note d'évaluation concernant les aspects financiers;
2° un ou plusieurs fonctionnaires mis à la disposition du Fonds, afin d'établir une note d'évaluation concernant les aspects physiques et techniques;
Les fonctionnaires ou les experts, mentionnés au premier alinéa, transmettent leurs notes d'évaluation au Fonds dans les quarante jours calendaires.
L'indemnité des experts externes, mentionnés au premier alinéa, est à charge du budget du Fonds.
Art.11. Binnen vijf kalenderdagen na de ontvangst van de laatst aangekomen evaluatienota, vermeld in artikel 10, bezorgt het Fonds de aanvraag van de initiatiefnemer en de evaluatienota's aan de Waarborgcommissie, vermeld in artikel 12. De Waarborgcommissie agendeert het dossier.
Art.11. Dans les cinq jours calendaires de la réception de la dernière note d'évaluation, mentionnée à l'article 10, le Fonds transmet la demande de l'initiateur ainsi que les notes d'évaluation à la Commission de Garantie, mentionnée à l'article 12. La Commission de Garantie inscrit le dossier à l'ordre du jour.
Art.12. § 1. In de Waarborgcommissie zitten twee interne en twee externe leden.
De externe leden zijn deskundig inzake het financiële beheer van [1 woonzorgcentra]1 en worden aangesteld door de minister.
[3 De functioneel bevoegde afdeling van het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg, of Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het voormelde besluit]3.
§ 2. De vergoeding van de externe leden wordt bepaald door de minister en is ten laste van de begroting van het Fonds.
§ 3. De Waarborgcommissie stelt een huishoudelijk reglement op waarin haar werking en de onverenigbaarheden worden geregeld. De minister keurt het huishoudelijk reglement goed.
§ 4. Het departement, vermeld in § 1, derde lid, neemt het secretariaat van de Waarborgcommissie waar. Het Fonds verstrekt aan de Waarborgcommissie de inlichtingen die voor haar werking noodzakelijk zijn.
De externe leden zijn deskundig inzake het financiële beheer van [1 woonzorgcentra]1 en worden aangesteld door de minister.
[3 De functioneel bevoegde afdeling van het Departement Zorg, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg, of Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het voormelde besluit]3.
§ 2. De vergoeding van de externe leden wordt bepaald door de minister en is ten laste van de begroting van het Fonds.
§ 3. De Waarborgcommissie stelt een huishoudelijk reglement op waarin haar werking en de onverenigbaarheden worden geregeld. De minister keurt het huishoudelijk reglement goed.
§ 4. Het departement, vermeld in § 1, derde lid, neemt het secretariaat van de Waarborgcommissie waar. Het Fonds verstrekt aan de Waarborgcommissie de inlichtingen die voor haar werking noodzakelijk zijn.
Art.12. § 1er. Dans la Commission de Garantie siègent deux membres internes et deux membres externes.
Les membres externes sont experts en matière de gestion financière des [1 centres de services de soins et de logement]1 et sont désignés par le Ministre.
[3 La division fonctionnellement compétente du Département Soins, visée à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins, ou l'Inspection des Soins, visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté précité ]3.
§ 2. L'indemnité des membres externes est fixée par le Ministre et est à charge du budget du Fonds.
§ 3. La Commission de Garantie établit un règlement d'ordre intérieur réglant son fonctionnement et ses incompatibilités. Le Ministre approuve le règlement d'ordre intérieur.
§ 4. Le Département, visé au § 1er, troisième alinéa, assure le secrétariat de la Commission de Garantie. Le Fonds fournit à la Commission de Garantie les informations nécessaires à leur fonctionnement.
Les membres externes sont experts en matière de gestion financière des [1 centres de services de soins et de logement]1 et sont désignés par le Ministre.
[3 La division fonctionnellement compétente du Département Soins, visée à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins, ou l'Inspection des Soins, visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté précité ]3.
§ 2. L'indemnité des membres externes est fixée par le Ministre et est à charge du budget du Fonds.
§ 3. La Commission de Garantie établit un règlement d'ordre intérieur réglant son fonctionnement et ses incompatibilités. Le Ministre approuve le règlement d'ordre intérieur.
§ 4. Le Département, visé au § 1er, troisième alinéa, assure le secrétariat de la Commission de Garantie. Le Fonds fournit à la Commission de Garantie les informations nécessaires à leur fonctionnement.
Art.13. De Waarborgcommissie, vermeld in artikel 12, heeft als opdracht de minister te adviseren over de aanvraag van de initiatiefnemer tot het verkrijgen van een principieel akkoord over de investeringswaarborg voor zijn project.
De Waarborgcommissie wordt tweemaandelijks samengeroepen en adviseert de geagendeerde aanvragen.
Het advies van de Waarborgcommissie wordt, samen met de aanvraag van de initiatiefnemer en de evaluatienota's, binnen vijftien kalenderdagen na de zitting van de commissie waarin het advies werd geformuleerd, aan de minister toegestuurd.
De minister beslist over het verlenen van een principieel akkoord over de investeringswaarborg voor het project binnen een maand na de ontvangst van het advies van de Waarborgcommissie. De initiatiefnemer wordt per aangetekende brief op de hoogte gebracht van de gemotiveerde beslissing van de minister.
De Waarborgcommissie wordt tweemaandelijks samengeroepen en adviseert de geagendeerde aanvragen.
Het advies van de Waarborgcommissie wordt, samen met de aanvraag van de initiatiefnemer en de evaluatienota's, binnen vijftien kalenderdagen na de zitting van de commissie waarin het advies werd geformuleerd, aan de minister toegestuurd.
De minister beslist over het verlenen van een principieel akkoord over de investeringswaarborg voor het project binnen een maand na de ontvangst van het advies van de Waarborgcommissie. De initiatiefnemer wordt per aangetekende brief op de hoogte gebracht van de gemotiveerde beslissing van de minister.
Art.13. La Commission de Garantie, visée à l'article 12, a pour mission de conseiller le Ministre au sujet de la demande introduite par l'initiateur pour l'obtention d'un accord de principe sur la garantie d'investissement pour son projet.
La Commission de Garantie est convoquée tous les deux mois et conseille sur les demandes inscrites à l'ordre du jour.
L'avis de la Commission de Garantie est envoyée au Ministre, ensemble avec la demande de l'initiateur et les notes d'évaluation, dans les quinze jours calendaires de la séance dans laquelle la Commission a formulé son avis.
Le Ministre décide d'octroyer ou non un accord de principe sur la garantie d'investissement pour le projet, dans le mois de la réception de l'avis de la Commission de Garantie. L'initiateur est notifié par lettre recommandée de la décision motivée du Ministre.
La Commission de Garantie est convoquée tous les deux mois et conseille sur les demandes inscrites à l'ordre du jour.
L'avis de la Commission de Garantie est envoyée au Ministre, ensemble avec la demande de l'initiateur et les notes d'évaluation, dans les quinze jours calendaires de la séance dans laquelle la Commission a formulé son avis.
Le Ministre décide d'octroyer ou non un accord de principe sur la garantie d'investissement pour le projet, dans le mois de la réception de l'avis de la Commission de Garantie. L'initiateur est notifié par lettre recommandée de la décision motivée du Ministre.
Art.14. Een principieel akkoord over de investeringswaarborg houdt in dat het project van de initiatiefnemer in principe in aanmerking komt voor een investeringswaarborg. Een principieel akkoord vermeldt onder meer het project waarop het betrekking heeft, de eventuele opmerkingen en de datum vanaf wanneer het geldig is.
Als de initiatiefnemer voor een bepaald project al werkzaamheden aangevat heeft of een aankoop gedaan heeft zonder te beschikken over een principieel akkoord over de investeringswaarborg voor het project, komt hij niet meer in aanmerking voor een investeringswaarborg voor het betreffende project.
De initiatiefnemer moet starten met werkzaamheden of aankopen voor het project binnen twee jaar na de datum van het principieel akkoord, zo niet vervalt het principieel akkoord. De initiatiefnemer brengt binnen een week het Fonds op de hoogte van de start van de werkzaamheden of, in voorkomend geval, van het plaatsen van de bestelling of van de aankoop.
Als de initiatiefnemer voor een bepaald project al werkzaamheden aangevat heeft of een aankoop gedaan heeft zonder te beschikken over een principieel akkoord over de investeringswaarborg voor het project, komt hij niet meer in aanmerking voor een investeringswaarborg voor het betreffende project.
De initiatiefnemer moet starten met werkzaamheden of aankopen voor het project binnen twee jaar na de datum van het principieel akkoord, zo niet vervalt het principieel akkoord. De initiatiefnemer brengt binnen een week het Fonds op de hoogte van de start van de werkzaamheden of, in voorkomend geval, van het plaatsen van de bestelling of van de aankoop.
Art.14. Un accord de principe sur la garantie d'investissement implique que le projet de l'initiateur est en principe éligible à une garantie d'investissement. Un accord de principe mentionne entre autres le projet auquel il se rapporte, des remarques éventuelles ainsi que sa date de début de validité.
Si l'initiateur a déjà entamé des travaux ou fait un achat pour un projet déterminé, sans disposer d'un accord de principe sur la garantie d'investissement pour le projet, il n'entre plus en considération pour une garantie d'investissement pour le projet concerné.
L'initiateur doit entamer les travaux ou effectuer des achats pour le projet dans les deux ans de la date de l'accord de principe, faute de quoi l'accord de principe échoit. Une fois les travaux entamés ou, le cas échéant, la commande passée ou l'achat effectué, l'initiateur en notifie le Fonds dans la semaine.
Si l'initiateur a déjà entamé des travaux ou fait un achat pour un projet déterminé, sans disposer d'un accord de principe sur la garantie d'investissement pour le projet, il n'entre plus en considération pour une garantie d'investissement pour le projet concerné.
L'initiateur doit entamer les travaux ou effectuer des achats pour le projet dans les deux ans de la date de l'accord de principe, faute de quoi l'accord de principe échoit. Une fois les travaux entamés ou, le cas échéant, la commande passée ou l'achat effectué, l'initiateur en notifie le Fonds dans la semaine.
Afdeling II. - Het verlenen van de investeringswaarborg.
Section II. - L'octroi de la garantie d'investissement.
Art.15. Na de ontvangst van het principieel akkoord inzake de investeringswaarborg kan de initiatiefnemer een aanvraag indienen tot het verlenen van de investeringswaarborg voor de uitvoering van zijn project.
De aanvraag tot het verlenen van de investeringswaarborg wordt gericht aan het Fonds en wordt met de post aangetekend verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar afgegeven tegen ontvangstbewijs.
De aanvraag tot het verlenen van de investeringswaarborg bevat de volgende documenten :
1° de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de initiatiefnemer met de beslissing om een aanvraag in te dienen tot het verlenen van de investeringswaarborg;
2° een geactualiseerd financieel plan voor het project, waarbij het advies van de financier gevoegd is;
3° de ontwerpen van financieringsovereenkomsten die betrekking hebben op de totale financiering van het project;
4° de [1 omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen]1.
De ontwerpen van financieringsovereenkomsten, vermeld in het derde lid, 3°, bevatten een afbetalingskalender die een onderscheid maakt tussen kapitaal en intresten. Als de initiatiefnemer naast een door het Fonds gewaarborgde lening een lening wil sluiten zonder waarborg door het Fonds, legt de initiatiefnemer een ontwerp van financieringsovereenkomst voor over een door het Fonds gewaarborgde lening en daarnaast een ontwerp van financieringsovereenkomst over een lening zonder waarborg door het Fonds.
De aanvraag tot het verlenen van de investeringswaarborg wordt gericht aan het Fonds en wordt met de post aangetekend verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar afgegeven tegen ontvangstbewijs.
De aanvraag tot het verlenen van de investeringswaarborg bevat de volgende documenten :
1° de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de initiatiefnemer met de beslissing om een aanvraag in te dienen tot het verlenen van de investeringswaarborg;
2° een geactualiseerd financieel plan voor het project, waarbij het advies van de financier gevoegd is;
3° de ontwerpen van financieringsovereenkomsten die betrekking hebben op de totale financiering van het project;
4° de [1 omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen]1.
De ontwerpen van financieringsovereenkomsten, vermeld in het derde lid, 3°, bevatten een afbetalingskalender die een onderscheid maakt tussen kapitaal en intresten. Als de initiatiefnemer naast een door het Fonds gewaarborgde lening een lening wil sluiten zonder waarborg door het Fonds, legt de initiatiefnemer een ontwerp van financieringsovereenkomst voor over een door het Fonds gewaarborgde lening en daarnaast een ontwerp van financieringsovereenkomst over een lening zonder waarborg door het Fonds.
Modifications
Art.15. Après avoir reçu l'accord de principe concernant la garantie d'investissement, l'initiateur peut introduire une demande d'octroi de la garantie d'investissement pour l'exécution de son projet.
La demande d'octroi d'une garantie d'investissement est adressée au Fonds et envoyée par lettre recommandée, ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté.
La demande d'octroi de la garantie d'investissement contient les documents suivants :
1° le procès-verbal signé de la réunion des organes compétents de l'initiateur comprenant la décision d'introduire une demande d'octroi de la garantie d'investissement;
2° un plan financier actualisé pour le projet, accompagné de l'avis du financier;
3° les projets des contrats de financement portant sur le financement global du projet;
4° [1 le permis d'environnement pour des actes urbanistiques]1.
Les projets des contrats de financement, mentionnés au troisième alinéa, 3°, contiennent un calendrier de remboursement faisant la distinction entre le principal et les intérêts. Si l'initiateur veut conclure, outre l'emprunt garanti par le Fonds, un emprunt sans garantie du Fonds, il présente un projet de contrat de financement pour un emprunt garanti par le Fonds, et un projet de contrat de financement séparé pour un emprunt sans garantie du Fonds.
La demande d'octroi d'une garantie d'investissement est adressée au Fonds et envoyée par lettre recommandée, ou transmise contre récépissé au fonctionnaire mandaté.
La demande d'octroi de la garantie d'investissement contient les documents suivants :
1° le procès-verbal signé de la réunion des organes compétents de l'initiateur comprenant la décision d'introduire une demande d'octroi de la garantie d'investissement;
2° un plan financier actualisé pour le projet, accompagné de l'avis du financier;
3° les projets des contrats de financement portant sur le financement global du projet;
4° [1 le permis d'environnement pour des actes urbanistiques]1.
Les projets des contrats de financement, mentionnés au troisième alinéa, 3°, contiennent un calendrier de remboursement faisant la distinction entre le principal et les intérêts. Si l'initiateur veut conclure, outre l'emprunt garanti par le Fonds, un emprunt sans garantie du Fonds, il présente un projet de contrat de financement pour un emprunt garanti par le Fonds, et un projet de contrat de financement séparé pour un emprunt sans garantie du Fonds.
Modifications
Art.16. Het Fonds onderzoekt of de aanvraag, vermeld in artikel 15, voldoet aan de bepalingen van artikel 15. Het Fonds stuurt binnen veertien kalenderdagen na de ontvangst van de aanvraag een bewijs van ontvangst naar de initiatiefnemer, met de vermelding of de aanvraag al dan niet ontvankelijk is, en in voorkomend geval met de vermelding van de datum van ontvankelijkheid. Wanneer het Fonds vaststelt dat de aanvraag onvolledig is, vraagt het Fonds binnen deze termijn de ontbrekende stukken op bij de initiatiefnemer. De ontvankelijkheid houdt in dat de aanvraag voldoet aan de formele vereisten, vermeld in artikel 15. De datum van ontvankelijkheid is de datum van de ontvangst van de volledige en ontvankelijke aanvraag.
Het Fonds vraagt binnen veertien kalenderdagen na de datum van ontvankelijkheid van de aanvraag advies aan een of meer ambtenaren die ter beschikking staan van het Fonds of aan een of meer externe deskundigen. De ambtenaren en de externe deskundigen kunnen aanvullende inlichtingen vragen aan de initiatiefnemer. Ze bezorgen hun advies aan het Fonds binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van de adviesvraag.
De vergoeding van de externe deskundigen is ten laste van de begroting van het Fonds.
Het Fonds vraagt binnen veertien kalenderdagen na de datum van ontvankelijkheid van de aanvraag advies aan een of meer ambtenaren die ter beschikking staan van het Fonds of aan een of meer externe deskundigen. De ambtenaren en de externe deskundigen kunnen aanvullende inlichtingen vragen aan de initiatiefnemer. Ze bezorgen hun advies aan het Fonds binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van de adviesvraag.
De vergoeding van de externe deskundigen is ten laste van de begroting van het Fonds.
Art.16. Le Fonds vérifie si la demande, visée à l'article 15, répond aux dispositions de l'article 15. Dans les quatorze jours calendaires de la réception de la demande, le Fonds envoie un accusé de réception à l'initiateur, indiquant si la demande est recevable ou non, et le cas échéant indiquant la date de recevabilité. Lorsqu'il constate que la demande est incomplète, le Fonds réclame les pièces manquantes auprès de l'initiateur dans ce même délai. La recevabilité implique que la demande répond aux exigences de forme, visées à l'article 15. La date de recevabilité est la date de la réception de la demande complète et recevable.
Dans les quatorze jours calendaires de la date de recevabilité, le Fonds demande l'avis d'un ou plusieurs fonctionnaires mis à la disposition du Fonds ou à un ou plusieurs experts externes. Les fonctionnaires et les experts externes peuvent demander des renseignements complémentaires à l'initiateur. Ils remettent leur avis au Fonds dans les trente jours calendaires de la réception de la demande d'avis.
L'indemnité des experts externes est à charge du budget du Fonds.
Dans les quatorze jours calendaires de la date de recevabilité, le Fonds demande l'avis d'un ou plusieurs fonctionnaires mis à la disposition du Fonds ou à un ou plusieurs experts externes. Les fonctionnaires et les experts externes peuvent demander des renseignements complémentaires à l'initiateur. Ils remettent leur avis au Fonds dans les trente jours calendaires de la réception de la demande d'avis.
L'indemnité des experts externes est à charge du budget du Fonds.
Art.17. Het Fonds beslist over het verlenen van de investeringswaarborg. De initiatiefnemer wordt per aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing van het Fonds.
Art.17. Le Fonds décide sur l'octroi de la garantie d'investissement. L'initiateur est notifié par lettre recommandée de la décision motivée du Fonds.
Art.18. Als de investeringswaarborg wordt verleend, wordt de financieringsovereenkomst meeondertekend door het Fonds, met vermelding van de volgende clausule : " Het Fonds verbindt er zich toe de investeringswaarborg te geven onder de voorwaarden, bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de investeringswaarborg voor [1 woonzorgcentra]1, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ".
[2 Voor de verlenging van de gewaarborgde looptijd in de financieringsovereenkomst en de pari-passuovereenkomst volstaat het dat het Fonds samen met de financier mee tekent op een document dat wordt opgesteld in overleg met het Fonds. Dat document kan betrekking hebben op financieringsovereenkomsten van verschillende projecten, aanvragers en financiers.]2
[2 Voor de verlenging van de gewaarborgde looptijd in de financieringsovereenkomst en de pari-passuovereenkomst volstaat het dat het Fonds samen met de financier mee tekent op een document dat wordt opgesteld in overleg met het Fonds. Dat document kan betrekking hebben op financieringsovereenkomsten van verschillende projecten, aanvragers en financiers.]2
Art.18. En cas d'octroi de la garantie d'investissement, le contrat de financement est cosigné par le Fonds, avec mention de la clause suivante : " Le Fonds s'engage à accorder la garantie d'investissement aux conditions fixées dans l'arrêté du Gouvernement flamand réglant la garantie d'investissement pour les [1 centres de services de soins et de logement]1, octroyée par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ". "
[2 Pour la prolongation de la durée des emprunts garantis dans le contrat de financement et le contrat pari passu, il suffit que le Fonds et le financier co-signent un document, qui est rédigé en concertation avec le Fonds. Ce document peut porter sur des contrats de financement de divers projets, demandeurs et financiers.]2
[2 Pour la prolongation de la durée des emprunts garantis dans le contrat de financement et le contrat pari passu, il suffit que le Fonds et le financier co-signent un document, qui est rédigé en concertation avec le Fonds. Ce document peut porter sur des contrats de financement de divers projets, demandeurs et financiers.]2
Art.19. De investeringswaarborg heeft pas uitwerking vanaf de datum waarop de initiatiefnemer aan het Fonds een bijdrage betaalt die wordt vastgesteld op 0,35 procent van het bedrag van het gewaarborgde krediet, te verhogen met 0,015 procent per jaar looptijd van het krediet. [1 Het Fonds brengt de financier onmiddellijk na de betaling op de hoogte van de betalingsdatum.]1 De initiatiefnemer kan de financier als tussenpersoon laten optreden voor het betalen van die bijdrage.
Die bijdrage wordt gestort binnen dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de medeondertekening door het Fonds. Als die bijdrage niet gestort wordt binnen die termijn, vervalt de investeringswaarborg van het Fonds. Op gemotiveerde aanvraag van de initiatiefnemer of, wanneer de financier als tussenpersoon optreedt, van de initiatiefnemer of de financier, kan het Fonds bij wijze van uitzondering afwijken van de vermelde vervaltermijnen.
Die bijdrage wordt gestort binnen dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de medeondertekening door het Fonds. Als die bijdrage niet gestort wordt binnen die termijn, vervalt de investeringswaarborg van het Fonds. Op gemotiveerde aanvraag van de initiatiefnemer of, wanneer de financier als tussenpersoon optreedt, van de initiatiefnemer of de financier, kan het Fonds bij wijze van uitzondering afwijken van de vermelde vervaltermijnen.
Modifications
Art.19. La garantie d'investissement ne produit ses effets qu'à partir de la date à laquelle l'initiateur paie au Fonds une cotisation fixée à 0,35 pour cent du montant du crédit garanti, à majorer de 0,015 pour cent par année de durée du crédit. [1 Aussitôt après le paiement, le Fonds informe le financier de la date de paiement.]1 L'initiateur peut faire appel au financier comme personne interposée pour le paiement de la cotisation.
Cette cotisation est versée dans les trente jours calendaires, à compter de la date de cosignature par le Fonds. Si la cotisation n'est pas versée dans ce délai, la garantie d'investissement du Fonds échoit. Sur demande motivée de l'initiateur, ou du financier, si celui-ci agit en personne interposée, le Fonds peut déroger à titre exceptionnel aux échéances mentionnées.
Cette cotisation est versée dans les trente jours calendaires, à compter de la date de cosignature par le Fonds. Si la cotisation n'est pas versée dans ce délai, la garantie d'investissement du Fonds échoit. Sur demande motivée de l'initiateur, ou du financier, si celui-ci agit en personne interposée, le Fonds peut déroger à titre exceptionnel aux échéances mentionnées.
Modifications
HOOFDSTUK VI. - Toezichtregeling, maatregelen en sancties.
CHAPITRE VI. - Surveillance, mesures et sanctions.
Afdeling I. - Hypotheek.
Section Ire. - Hypothèque.
Art.20. [1 Als op verzoek van het Fonds een hypothecair mandaat of een hypotheek wordt gevestigd, of een hypotheek wordt ingeschreven, worden de daaruit voortvloeiende kosten en lasten door het Fonds ten laste genomen, maximaal voor het bedrag van de betaalde bijdrage, vermeld in artikel 19. De kosten en lasten die dat bedrag overschrijden, zijn ten laste van de initiatiefnemer. Als de initiatiefnemer niet in de mogelijkheid is die kosten en lasten te betalen, zal het Fonds de betaling voorschieten. In dat laatste geval behoudt het Fonds zich het recht voor om de voorgeschoten bedragen terug te vorderen van de initiatiefnemer.
Het Fonds betaalt de bedragen met toepassing van het eerste lid ten laste van het reservefonds van het Fonds, vermeld in artikel 14 van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden.]1
Het Fonds betaalt de bedragen met toepassing van het eerste lid ten laste van het reservefonds van het Fonds, vermeld in artikel 14 van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden.]1
Modifications
Art.20. [1 Si, à la demande du Fonds, il est constitué un mandat hypothécaire ou une hypothèque, ou si une hypothèque est souscrite, les frais et charges sont pris en charge par le Fonds, au maximum à raison du montant de la cotisation payée, telle que visée à l'article 19. Les frais et charge excédant ce montant sont à charge de l'initiateur. Si l'initiateur se trouve dans l'impossibilité de payer ces frais et charges, le Fonds avancera l En ce cas, le Fonds se réserve le droit de recouvrer les montants avancés.
Le Fonds paie les montants en application de l'alinéa premier à charge du fonds de réserve du Fonds visé à l'article de l'article 14 du décret du 2 juin 2006 portant transformation du " Vlaams Infrastructuurfonds voor persoonsgebonden Aangelegenheden " en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables.]1
Le Fonds paie les montants en application de l'alinéa premier à charge du fonds de réserve du Fonds visé à l'article de l'article 14 du décret du 2 juin 2006 portant transformation du " Vlaams Infrastructuurfonds voor persoonsgebonden Aangelegenheden " en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables.]1
Modifications
Afdeling II. - Verplichtingen van de initiatiefnemer.
Section II. - Obligations de l'initiateur.
Art.21. De initiatiefnemer voert zijn project uit conform het verleende principieel akkoord.
De initiatiefnemer bezorgt jaarlijks en voor de duur van de gewaarborgde lening een kopie van het financieel verslag, vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, aan de financier.
De initiatiefnemer bezorgt jaarlijks en voor de duur van de gewaarborgde lening een kopie van het financieel verslag, vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, aan de financier.
Art.21. L'initiateur exécute son projet conformément à l'accord de principe octroyé.
L'initiateur présente au financier, annuellement et pour la durée de l'emprunt garanti une copie du rapport financier, mentionné à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 relatif à la comptabilité et au rapport financier pour les structures dans certains secteur du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille.
L'initiateur présente au financier, annuellement et pour la durée de l'emprunt garanti une copie du rapport financier, mentionné à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 relatif à la comptabilité et au rapport financier pour les structures dans certains secteur du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille.
Art.22. De initiatiefnemer zal het goed dat betrekking heeft op het project, noch de grond of het terrein waarop het goed zich bevindt, op geen enkele wijze belasten met een zekerheid ten voordele van een derde, tenzij met de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de minister. [1 Die verplichting geldt vanaf de aanvraag tot het verkrijgen van een principieel akkoord over de investeringswaarborg. De investeringswaarborg kan niet worden verleend als die verplichting niet wordt nageleefd.]1
Modifications
Art.22. L'initiateur ne grèvera d'aucune manière d'une sûreté en faveur d'un tiers, le bien se rapportant au projet, ni la terre ou le terrain sur lequel il se trouve, sauf autorisation expresse et préalable du Ministre. [1 Cette obligation s'applique à partir de la demande d'obtention d'un accord de principe relatif à la garantie d'investissement. La garantie d'investissement ne peut pas être octroyée si cette obligation n'est pas respectée.]1
Modifications
Afdeling III. - Verplichtingen van de financier.
Section III. - Obligations du financier.
Art.24. § 1. Het Fonds kan altijd van de financier eisen dat de financier aan het Fonds een recent attest bezorgt dat afkomstig is van het bevoegde hypotheekkantoor waaruit blijkt of er op de goederen die betrekking hebben op het project al dan niet een hypotheek werd gevestigd. Als uit het attest blijkt dat door een derde een hypotheek werd gevestigd op de goederen in kwestie zonder de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de minister, dan kan het Fonds van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen.
§ 2. Jaarlijks, voor de verjaardag van de medeondertekening door het Fonds van de financieringsovereenkomst, bezorgt de financier aan het Fonds een kopie van de stukken, vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, of meldt de financier aan het Fonds dat die stukken hem niet werden bezorgd door de initiatiefnemer.
Als blijkt dat die stukken niet werden bezorgd door de initiatiefnemer aan de financier, dan kan het Fonds van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen.
§ 3. Als blijkt dat de initiatiefnemer zijn project niet heeft uitgevoerd conform het verleende principieel akkoord, dan kan het Fonds van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen.
§ 4. [1 De financier brengt het Fonds vooraf op de hoogte van het verkrijgen van een hypothecair mandaat of een hypothecaire inschrijving op de onroerende goederen voorwerp van het project en verstrekt tot zekerheid van de op het project betrekking hebbende kredieten, waaronder de door het Fonds gewaarborgde lening, van het omzetten van een dergelijk hypothecair mandaat in een hypothecaire inschrijving, evenals van de vervroegde opeising van dergelijke kredieten, waaronder de door het Fonds gewaarborgde lening. De financier zal niet tot uitwinning van zijn hypotheek op de onroerende goederen, voorwerp van het project en verstrekt tot zekerheid van de op het project betrekking hebbende kredieten, waaronder de door het Fonds gewaarborgde lening, overgaan zonder voorafgaande toestemming van [3 het Fonds]3. De financier zal voor de onroerende goederen die betrekking hebben op het project geen hypothecair mandaat of een hypothecaire inschrijving ter afdekking van andere dan de op het project betrekking hebbende kredieten, waaronder de door het Fonds gewaarborgde lening, kunnen verkrijgen, noch tot omzetting van dergelijk hypothecair mandaat en/of uitwinning van zijn hypotheek kunnen overgaan, zonder voorafgaande toestemming van [3 het Fonds]3. Als, in de voormelde gevallen, [3 het Fonds]3 niet reageert op een aanvraag tot toestemming vanwege de financier binnen een termijn van twintig werkdagen, die begint te lopen vanaf de ontvangst van de aanvraag die de financier per aangetekende brief tegen ontvangstbewijs aan [3 het Fonds]3 verstuurt, wordt dat gebrek aan reactie gelijkgesteld met de hiervoor vermelde toestemming van [3 het Fonds]3. [3 Het Fonds]3 kan die termijn van twintig werkdagen [2 met maximum twintig werkdagen verlengen]2, als wegens uitzonderlijke omstandigheden [3 het Fonds]3 over de aanvraag tot toestemming niet kan beslissen binnen de oorspronkelijke termijn van twintig werkdagen. [3 Het Fonds]3 deelt die verlenging dan mee aan de financier binnen de oorspronkelijke termijn van twintig werkdagen.]1
[2 Het vooraf op de hoogte brengen van het Fonds door de financier, vermeld in het eerste lid, eerste zin, gebeurt per aangetekende brief tegen afgifte van ontvangstbewijs. In het geval die kennisgeving betrekking heeft op het verkrijgen van een niet in de pari-passuovereenkomst opgenomen hypothecair mandaat of hypothecaire inschrijving of betrekking heeft op de omzetting van een hypothecair mandaat in een hypothecaire inschrijving, wordt het Fonds in dit aangetekend schrijven tevens uitgenodigd voor een vergadering die zal plaatsvinden binnen een termijn van tien dagen, die begint te lopen vanaf de verzending van de aangetekende brief. Vooraleer die vergadering plaatsvindt of voor het verstrijken van die termijn van tien dagen, naar gelang welk feit zich eerst voordoet, zal de financier niet overgaan tot de opgesomde acties die aanleiding geven tot het organiseren van die vergadering. De financier kan op die vergadering de nodige informatie bezorgen aan het Fonds, onder meer over de kredietwaardigheid van de initiatiefnemer.]2
§ 5. Als de initiatiefnemer de afbetalingskalender niet naleeft, is de financier ertoe gehouden het Fonds binnen een periode van zes weken na de vervaldag per aangetekende brief op de hoogte te brengen. Als de initiatiefnemer de afbetalingskalender niet naleeft, dan kan het Fonds van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen.
§ 6. Als de financier ervan op de hoogte is dat de initiatiefnemer zonder de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de minister overgaat tot een belasting met een zekerheid ten voordele van een derde als vermeld in artikel 22 [4 ...]4, dan is de financier ertoe gehouden het Fonds onmiddellijk op de hoogte te brengen. Het Fonds kan ingevolge dat feit van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen.
§ 7. De investeringswaarborg vervalt als de financier een van zijn verplichtingen niet nakomt als vermeld in § 1, § 2, tweede lid, en § 3 tot en met § 6.
§ 2. Jaarlijks, voor de verjaardag van de medeondertekening door het Fonds van de financieringsovereenkomst, bezorgt de financier aan het Fonds een kopie van de stukken, vermeld in artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, of meldt de financier aan het Fonds dat die stukken hem niet werden bezorgd door de initiatiefnemer.
Als blijkt dat die stukken niet werden bezorgd door de initiatiefnemer aan de financier, dan kan het Fonds van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen.
§ 3. Als blijkt dat de initiatiefnemer zijn project niet heeft uitgevoerd conform het verleende principieel akkoord, dan kan het Fonds van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen.
§ 4. [1 De financier brengt het Fonds vooraf op de hoogte van het verkrijgen van een hypothecair mandaat of een hypothecaire inschrijving op de onroerende goederen voorwerp van het project en verstrekt tot zekerheid van de op het project betrekking hebbende kredieten, waaronder de door het Fonds gewaarborgde lening, van het omzetten van een dergelijk hypothecair mandaat in een hypothecaire inschrijving, evenals van de vervroegde opeising van dergelijke kredieten, waaronder de door het Fonds gewaarborgde lening. De financier zal niet tot uitwinning van zijn hypotheek op de onroerende goederen, voorwerp van het project en verstrekt tot zekerheid van de op het project betrekking hebbende kredieten, waaronder de door het Fonds gewaarborgde lening, overgaan zonder voorafgaande toestemming van [3 het Fonds]3. De financier zal voor de onroerende goederen die betrekking hebben op het project geen hypothecair mandaat of een hypothecaire inschrijving ter afdekking van andere dan de op het project betrekking hebbende kredieten, waaronder de door het Fonds gewaarborgde lening, kunnen verkrijgen, noch tot omzetting van dergelijk hypothecair mandaat en/of uitwinning van zijn hypotheek kunnen overgaan, zonder voorafgaande toestemming van [3 het Fonds]3. Als, in de voormelde gevallen, [3 het Fonds]3 niet reageert op een aanvraag tot toestemming vanwege de financier binnen een termijn van twintig werkdagen, die begint te lopen vanaf de ontvangst van de aanvraag die de financier per aangetekende brief tegen ontvangstbewijs aan [3 het Fonds]3 verstuurt, wordt dat gebrek aan reactie gelijkgesteld met de hiervoor vermelde toestemming van [3 het Fonds]3. [3 Het Fonds]3 kan die termijn van twintig werkdagen [2 met maximum twintig werkdagen verlengen]2, als wegens uitzonderlijke omstandigheden [3 het Fonds]3 over de aanvraag tot toestemming niet kan beslissen binnen de oorspronkelijke termijn van twintig werkdagen. [3 Het Fonds]3 deelt die verlenging dan mee aan de financier binnen de oorspronkelijke termijn van twintig werkdagen.]1
[2 Het vooraf op de hoogte brengen van het Fonds door de financier, vermeld in het eerste lid, eerste zin, gebeurt per aangetekende brief tegen afgifte van ontvangstbewijs. In het geval die kennisgeving betrekking heeft op het verkrijgen van een niet in de pari-passuovereenkomst opgenomen hypothecair mandaat of hypothecaire inschrijving of betrekking heeft op de omzetting van een hypothecair mandaat in een hypothecaire inschrijving, wordt het Fonds in dit aangetekend schrijven tevens uitgenodigd voor een vergadering die zal plaatsvinden binnen een termijn van tien dagen, die begint te lopen vanaf de verzending van de aangetekende brief. Vooraleer die vergadering plaatsvindt of voor het verstrijken van die termijn van tien dagen, naar gelang welk feit zich eerst voordoet, zal de financier niet overgaan tot de opgesomde acties die aanleiding geven tot het organiseren van die vergadering. De financier kan op die vergadering de nodige informatie bezorgen aan het Fonds, onder meer over de kredietwaardigheid van de initiatiefnemer.]2
§ 5. Als de initiatiefnemer de afbetalingskalender niet naleeft, is de financier ertoe gehouden het Fonds binnen een periode van zes weken na de vervaldag per aangetekende brief op de hoogte te brengen. Als de initiatiefnemer de afbetalingskalender niet naleeft, dan kan het Fonds van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen.
§ 6. Als de financier ervan op de hoogte is dat de initiatiefnemer zonder de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de minister overgaat tot een belasting met een zekerheid ten voordele van een derde als vermeld in artikel 22 [4 ...]4, dan is de financier ertoe gehouden het Fonds onmiddellijk op de hoogte te brengen. Het Fonds kan ingevolge dat feit van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen.
§ 7. De investeringswaarborg vervalt als de financier een van zijn verplichtingen niet nakomt als vermeld in § 1, § 2, tweede lid, en § 3 tot en met § 6.
Art.24. § 1er. Le Fonds peut réclamer à tout moment du financier une attestation récente provenant du bureau des hypothèques compétent, dont il ressort si, oui ou non, il a été constitué une hypothèque sur les biens se rapportant au projet. S'il ressort de l'attestation qu'une hypothèque a été constituée par un tiers sur les biens en question sans l'autorisation expresse et préalable du Ministre, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus.
§ 2. Chaque année, avant l'anniversaire de la cosignature par le Fonds du contrat de financement, le financier remet au Fonds une copie des documents visés à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 relatif à la comptabilité et au rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, ou le financier signale au Fonds que ces documents ne lui ont pas été remis par l'initiateur.
S'il apparaît que les documents n'ont pas été remis par l'initiateur au financier, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus.
§ 3. S'il apparaît que l'initiateur n'a pas exécuté son projet conformément à l'accord de principe donné, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus.
§ 4. [1 Le financier informe le Fonds au préalable de l'obtention d'un mandat hypothécaire ou d'une inscription hypothécaire sur les biens immobiliers faisant l'objet du projet et fournie à titre de sûreté des crédits se rapportant au projet, dont un emprunt garanti par le Fonds, de la conversion de tel mandat hypothécaire en inscription hypothécaire, ainsi que du remboursement anticipé de tels crédits, dont l'emprunt garanti par le Fonds. Le financier ne procédera pas à l'éviction de son hypothèque sur les biens immobiliers, objet du projet, et fournis à titre de sûreté des crédits se rapportant au projet, dont l'emprunt garantie par le Fonds, sans l'autorisation préalable du [3 Fonds ]3. Le financier ne pourra obtenir, pour les biens immobiliers se rapportant au projet, un mandat hypothécaire ou une inscription hypothécaire à titre de couverture de crédits autres que les crédits se rapportant au projet, dont l'emprunt garanti par le Fonds, ni procéder à la conversion de tel mandat hypothécaire et/ou l'éviction de son hypothèque, sans l'autorisation préalable du [3 Fonds ]3. Si, dans les cas susmentionnés, le [3 Fonds ]3 ne réagit pas à une demande d'autorisation par le financier dans un délai de vingt jours ouvrables, prenant cours le jour de la réception de la demande adressée par le financier au [3 Fonds ]3 par lettre recommandée avec récépissé, cette absence de réaction est assimilée à l'autorisation susmentionnée du [3 Fonds ]3. Le [3 Fonds ]3 peut [2 proroger de vingt jours ouvrables au maximum]2 ce délai de vingt jours ouvrables, lorsque, à cause de circonstances exceptionnelles, il ne peut décider de la demande d'autorisation dans le délai original de vingt jours ouvrables. Dans ce cas, le [3 Fonds ]3 notifie cette prorogation au financier dans le délai initial de vingt jours ouvrables.]1
[2 La notification préalable du Fonds par le financier, visé à l'alinéa cinq, première phrase, se fait par lettre recommandée contre récépissé. Dans le cas où cette notification concerne l'obtention d'un mandat hypothécaire ou une inscription hypothécaire non repris dans le contrat pari passu ou si elle concerne la conversion d'un mandat hypothécaire en une inscription hypothécaire, le Fonds est également invité dans cette lettre recommandée à une réunion qui aura lieu dans un délai de dix jours, qui prend cours à la date de l'envoi de la lettre recommandée. Avant que cette réunion ait lieu ou avant l'expiration du délai de dix jours, selon le fait qui se présente en premier, le financier ne procédera pas aux actions énumérées qui donnent lieu à l'organisation de cette réunion. A cette réunion, le financier peut fournir les informations nécessaires au Fonds, entre autres sur la solvabilité de l'initiateur.]2
§ 5. Si l'initiateur ne respecte pas le calendrier de remboursement, le financier est tenu d'en informer le Fonds par lettre recommandée dans les six semaines de l'échéance. Si l'initiateur ne respecte pas le calendrier de remboursement, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus.
§ 6. Si le financier est au courant que l'initiateur, sans que celui-ci dispose de l'autorisation expresse et préalable du Ministre, procède au grèvement d'une sûreté en faveur d'un tiers, comme mentionné à l'article 22,[4 ...]4 le financier est tenu d'en informer aussitôt le Fonds. En raison de ce fait, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus.
§ 7. La garantie d'investissement échoit lorsque le financier ne satisfait pas à ses obligations, telles que mentionnées aux §§ 1er, 2, deuxième alinéa, et aux §§ 3 jusqu'à 6.
§ 2. Chaque année, avant l'anniversaire de la cosignature par le Fonds du contrat de financement, le financier remet au Fonds une copie des documents visés à l'article 13 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 relatif à la comptabilité et au rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, ou le financier signale au Fonds que ces documents ne lui ont pas été remis par l'initiateur.
S'il apparaît que les documents n'ont pas été remis par l'initiateur au financier, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus.
§ 3. S'il apparaît que l'initiateur n'a pas exécuté son projet conformément à l'accord de principe donné, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus.
§ 4. [1 Le financier informe le Fonds au préalable de l'obtention d'un mandat hypothécaire ou d'une inscription hypothécaire sur les biens immobiliers faisant l'objet du projet et fournie à titre de sûreté des crédits se rapportant au projet, dont un emprunt garanti par le Fonds, de la conversion de tel mandat hypothécaire en inscription hypothécaire, ainsi que du remboursement anticipé de tels crédits, dont l'emprunt garanti par le Fonds. Le financier ne procédera pas à l'éviction de son hypothèque sur les biens immobiliers, objet du projet, et fournis à titre de sûreté des crédits se rapportant au projet, dont l'emprunt garantie par le Fonds, sans l'autorisation préalable du [3 Fonds ]3. Le financier ne pourra obtenir, pour les biens immobiliers se rapportant au projet, un mandat hypothécaire ou une inscription hypothécaire à titre de couverture de crédits autres que les crédits se rapportant au projet, dont l'emprunt garanti par le Fonds, ni procéder à la conversion de tel mandat hypothécaire et/ou l'éviction de son hypothèque, sans l'autorisation préalable du [3 Fonds ]3. Si, dans les cas susmentionnés, le [3 Fonds ]3 ne réagit pas à une demande d'autorisation par le financier dans un délai de vingt jours ouvrables, prenant cours le jour de la réception de la demande adressée par le financier au [3 Fonds ]3 par lettre recommandée avec récépissé, cette absence de réaction est assimilée à l'autorisation susmentionnée du [3 Fonds ]3. Le [3 Fonds ]3 peut [2 proroger de vingt jours ouvrables au maximum]2 ce délai de vingt jours ouvrables, lorsque, à cause de circonstances exceptionnelles, il ne peut décider de la demande d'autorisation dans le délai original de vingt jours ouvrables. Dans ce cas, le [3 Fonds ]3 notifie cette prorogation au financier dans le délai initial de vingt jours ouvrables.]1
[2 La notification préalable du Fonds par le financier, visé à l'alinéa cinq, première phrase, se fait par lettre recommandée contre récépissé. Dans le cas où cette notification concerne l'obtention d'un mandat hypothécaire ou une inscription hypothécaire non repris dans le contrat pari passu ou si elle concerne la conversion d'un mandat hypothécaire en une inscription hypothécaire, le Fonds est également invité dans cette lettre recommandée à une réunion qui aura lieu dans un délai de dix jours, qui prend cours à la date de l'envoi de la lettre recommandée. Avant que cette réunion ait lieu ou avant l'expiration du délai de dix jours, selon le fait qui se présente en premier, le financier ne procédera pas aux actions énumérées qui donnent lieu à l'organisation de cette réunion. A cette réunion, le financier peut fournir les informations nécessaires au Fonds, entre autres sur la solvabilité de l'initiateur.]2
§ 5. Si l'initiateur ne respecte pas le calendrier de remboursement, le financier est tenu d'en informer le Fonds par lettre recommandée dans les six semaines de l'échéance. Si l'initiateur ne respecte pas le calendrier de remboursement, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus.
§ 6. Si le financier est au courant que l'initiateur, sans que celui-ci dispose de l'autorisation expresse et préalable du Ministre, procède au grèvement d'une sûreté en faveur d'un tiers, comme mentionné à l'article 22,[4 ...]4 le financier est tenu d'en informer aussitôt le Fonds. En raison de ce fait, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus.
§ 7. La garantie d'investissement échoit lorsque le financier ne satisfait pas à ses obligations, telles que mentionnées aux §§ 1er, 2, deuxième alinéa, et aux §§ 3 jusqu'à 6.
Afdeling IV. - Toezicht door de Vlaamse administratie.
Section IV. - Contrôle par l'administration flamande.
Art.25. De bevoegde personeelsleden van de Vlaamse administratie, bevoegd voor het beleidsdomein waartoe het Fonds behoort, oefenen ter plaatse of op stukken toezicht uit op de naleving van de verplichtingen, vermeld in dit besluit. De initiatiefnemer verleent zijn medewerking aan de uitoefening van het toezicht. Hij bezorgt aan de personeelsleden, op hun eenvoudig verzoek, de nuttige stukken voor de uitvoering van de toezichtopdracht.
Art.25. Les membres compétents de l'administration flamande, compétents pour le domaine politique dont relève le Fonds, exercent sur pièces ou sur place le contrôle du respect des obligations énoncées dans le présent arrêté. L'initiateur offre sa collaboration à l'exercice du contrôle. Il remet aux membres du personnel, sur leur simple demande, les documents utiles à l'exercice de la mission de contrôle.
Art.26. Voor de wijze waarop stukken, vermeld in dit besluit, bezorgd worden aan het Fonds door de initiatiefnemer of de financier, of bezorgd worden aan de initiatiefnemer of de financier door het Fonds, kan de minister afwijkende regels bepalen die rekening houden met de nieuwste communicatiemiddelen.
Art.26. En ce qui concerne le mode de transmission des pièces, mentionnées au présent arrêté, par l'initiateur ou par le financier au Fonds, ou par le Fonds à l'initiateur ou au financier, le Ministre peut arrêter des règles dérogatoires tenant compte des moyens de communication les plus récents.
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden.
CHAPITRE VII. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 réglant la garantie d'investissement alternative octroyée par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ".
Art.27. In artikel 4, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, worden de woorden " leningen " en " lening " vervangen door het woord " schulden ".
Art.27. Dans l'article 4, deuxième alinéa de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 réglant la garantie d'investissement alternative octroyée par le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ", les mots " emprunts que ceux garantis " sont remplacés par les mots " dettes que celles garanties ", et les mots " que l'emprunt garanti " sont remplacés par les mots " que celles garanties ".
Art.28. In artikel 18 van hetzelfde besluit wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
" Bij elke aanvraag die de initiatiefnemer indient bij de minister met toepassing van het eerste en het tweede lid, wordt een document gevoegd waarin de financier zich akkoord verklaart met de aanvraag. "
" Bij elke aanvraag die de initiatiefnemer indient bij de minister met toepassing van het eerste en het tweede lid, wordt een document gevoegd waarin de financier zich akkoord verklaart met de aanvraag. "
Art.28. A l'article 18 du même décret, l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
" Chaque demande introduite par l'initiateur auprès du Ministre en application des alinéas premier et deuxième, est accompagnée d'un document dans lequel le financier marque son accord avec la demande. "
" Chaque demande introduite par l'initiateur auprès du Ministre en application des alinéas premier et deuxième, est accompagnée d'un document dans lequel le financier marque son accord avec la demande. "
Art.29. Aan artikel 19, zesde lid, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd :
" Als de initiatiefnemer de afbetalingskalender niet naleeft, dan kan het Fonds van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen. "
" Als de initiatiefnemer de afbetalingskalender niet naleeft, dan kan het Fonds van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen. "
Art.29. A l'article 19, sixième alinéa du même arrêté, la phrase suivante est ajoutée :
" Si l'initiateur ne respecte pas le calendrier de remboursement, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus. "
" Si l'initiateur ne respecte pas le calendrier de remboursement, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus. "
Art.30. In artikel 19 van hetzelfde besluit wordt het zevende lid vervangen door wat volgt :
" Als de financier ervan op de hoogte is dat de initiatiefnemer zonder de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de minister overgaat tot een belasting met een zekerheid ten voordele van een derde als vermeld in artikel 17 of tot een bestemmingswijziging, een vervreemding of een bezwaring met zakelijk recht als vermeld in artikel 18, dan is de financier ertoe gehouden het Fonds onmiddellijk op de hoogte te brengen. Het Fonds kan ingevolge dat feit van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen. "
" Als de financier ervan op de hoogte is dat de initiatiefnemer zonder de uitdrukkelijke en voorafgaande toestemming van de minister overgaat tot een belasting met een zekerheid ten voordele van een derde als vermeld in artikel 17 of tot een bestemmingswijziging, een vervreemding of een bezwaring met zakelijk recht als vermeld in artikel 18, dan is de financier ertoe gehouden het Fonds onmiddellijk op de hoogte te brengen. Het Fonds kan ingevolge dat feit van de financier eisen, tenzij de financier afziet van de verleende investeringswaarborg, dat de financier de gewaarborgde financieringsovereenkomst onmiddellijk opzegt en dat hij dus de onmiddellijke betaling eist van alle verschuldigde bedragen. "
Art.30. Dans l'article 19 du même arrêté, l'alinéa sept est remplacé par ce qui suit :
" Si le financier est au courant que l'initiateur, sans que celui-ci dispose de l'autorisation expresse et préalable du Ministre, procède au grèvement d'une sûreté en faveur d'un tiers, comme mentionné à l'article 17, ou à une modification de destination, à l'aliénation ou au grèvement d'un droit réel, comme mentionné à l'article 18, le financier est tenu d'en informer aussitôt le Fonds. En raison de ce fait, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus. "
" Si le financier est au courant que l'initiateur, sans que celui-ci dispose de l'autorisation expresse et préalable du Ministre, procède au grèvement d'une sûreté en faveur d'un tiers, comme mentionné à l'article 17, ou à une modification de destination, à l'aliénation ou au grèvement d'un droit réel, comme mentionné à l'article 18, le financier est tenu d'en informer aussitôt le Fonds. En raison de ce fait, le Fonds peut exiger, à moins que le financier ne renonce à la garantie d'investissement octroyée, que celui-ci dénonce immédiatement le contrat de financement garanti et qu'il exige dès lors le paiement immédiat de tous les montants dus. "
HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VIII. - Dispositions finales.
Art.31. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Art.31. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit le mois de sa publication au Moniteur belge.
Art. 32. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 32. Le Ministre flamand ayant le " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.