Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
15 DECEMBER 2006. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende vaststelling van een steunprogramma ter bevordering van het rationeel energiegebruik in de erkende voorzieningen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 16-02-2007 en tekstbijwerking tot 30-06-2023)
Titre
15 DECEMBRE 2006. - Arrêté du Gouvernement flamand fixant un programme de soutien en vue de promouvoir l'utilisation rationnelle de l'énergie dans les structures agréées du domaine politique Bien-être, Santé publique et Famille (TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 16-02-2007 et mise à jour au 30-06-2023)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (14)
Texte (14)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de minister : de Vlaamse minister bevoegd voor de Bijstand aan Personen en het Gezondheidsbeleid;
  2° de administratie : de afdeling Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden van het [1 Departement Zorg]1;
  3° persoonsgebonden aangelegenheden : de persoonsgebonden aangelegenheden, vermeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, voor zover die aangelegenheden vallen onder het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
  
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° le Ministre : le Ministre flamand ayant l'Assistance aux Personnes et la Politique de la Santé dans ses attributions;
  2° l'administration : la Division Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux Matières personnalisables du [1 Département Soins]1;
  3° matières personnalisables : les matières personnalisables telles que visées à l'article 5 de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, pour autant que ces matières relèvent du domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille, mentionné à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande.
  
Art.2. Binnen de perken van de hiervoor in de begroting ingeschreven middelen kan de minister financiële steun toekennen voor projecten rond rationeel energiegebruik en rationeel energiebeheer in de voorzieningen die door de Vlaamse overheid erkend zijn voor het verstrekken van zorg- en dienstverlening in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden.
Art.2. Dans les limites des crédits inscrits à cet effet au budget, le Ministre peut octroyer une aide financière pour l'utilisation rationnelle d'énergie et la gestion rationnelle d'énergie dans les structures agréées par les autorités flamandes pour les prestations de soins et de services dans le cadre des matières personnalisables.
Art.3. De steun is uitsluitend bestemd voor projecten inzake bouwtechnische werkzaamheden met het oog op energiebeheersing.
  Het gebouw waarop de werkzaamheden betrekking hebben is op het tijdstip van de indiening van het projectvoorstel minstens 15 jaar oud. Gebeurlijke grondige bouwtechnische aanpassingen dateren van voor 1998.
Art.3. Cette aide sera affectée exclusivement à des projets relatifs à des travaux techniques de la construction visant le contrôle énergétique.
  Le bâtiment dans lequel s'effectuent les travaux a au moins 15 ans au moment de la présentation de la proposition de projet. D'éventuelles adaptations sur le plan des techniques de la construction datent d'avant 1998.
Art.4. Per vestigingsplaats kan slechts één projectvoorstel ingediend worden.
Art.4. Il ne peut être présenté qu'une seule proposition de projet par lieu d'implantation.
Art.5. Het bedrag van de toelage per geselecteerd project bedraagt maximum 35.000 euro. De toelage kan niet hoger zijn dan de werkelijke kostprijs van de voorgestelde werkzaamheden.
Art.5. Le montant de la subvention par projet sélectionné est de 35.000 euros au maximum. La subvention ne peut dépasser le coût réel des travaux proposés.
Art.6. De toelage is niet cumuleerbaar met in het kader van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden toegezegde subsidies.
Art.6. La subvention n'est pas cumulable avec les subventions accordées dans le cadre du décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables.
Art.7. De voorzieningen, vermeld in artikel 2, worden door de minister via een rondschrijven uitgenodigd om voor een bepaalde datum projectvoorstellen in te dienen bij de administratie.
  In dit rondschrijven worden de beoordelingscriteria, vermeld in artikel 9, nader toegelicht.
Art.7. Les structures visées à l'article 2, sont invitées par le ministre à présenter avant une date déterminée des propositions de projets à l'administration.
  Les critères d'appréciation visés à l'article 9 sont précisés dans la circulaire.
Art.8. § 1. Om ontvankelijk te zijn moet het projectvoorstel gestoffeerd worden met een dossier dat volgende elementen bevat :
  1° de identiteit van de initiatiefnemer;
  2° een beschrijving van het gebouw, omvattende :
  a) het adres van het gebouw;
  b) de bestemming van het gebouw;
  c) het aantal en de bijzondere aard van de gehuisveste personen;
  d) het jaar van de oprichting van het gebouw;
  e) het jaar van de laatste grondige renovatie van het gebouw;
  f) een of meerdere beschrijvende schetsen in A4-formaat van het gebouw;
  3° een beschrijving van de geplande werken bij middel van :
  a) beschrijvende schets(en) in A4-formaat van de geplande werken;
  b) het ontwerp van lastenboek met aanduiding van de hoeveelheden, de eenheidsprijzen en een raming van de totale kostprijs van de werken;
  4° een eigen beoordeling van het project op basis van de criteria, vermeld in artikel 9.
  § 2. Met het oog op de beoordeling van de projecten kan de administratie aanvullende stukken en gegevens opvragen.
Art.8. § 1er. Pour être recevable, la proposition de projet doit être accompagnée d'un dossier comprenant les éléments suivants :
  1° l'identité de l'initiateur;
  2° une description du bâtiment, comprenant :
  a) l'adresse du bâtiment;
  b) la destination du bâtiment;
  c) le nombre et la particularité des habitants;
  d) l'année de construction du bâtiment;
  e) l'année de la dernière rénovation importante du bâtiment;
  f) une ou plusieurs esquisses descriptives du bâtiment, en format A4;
  3° une description de tous les travaux envisagés, au moyen :
  a) d'une ou plusieurs esquisses descriptives, en format A4, des travaux envisagés;
  b) le projet de cahier des charges, indiquant les quantités,
  les prix unitaires et une estimation du coût global des travaux;
  4° une propre appréciation du projet sur la base des critères visés à l'article 9.
  § 2. L'administration peut demander des documents et informations supplémentaires.
Art.9. De projecten worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria :
  1° de terugverdientijd van de investering;
  2° de motivering van de maatregel op basis van een energie-audit;
  3° de aard van de bouwtechnische maatregel;
  4° de omvang van de participatie van de initiatiefnemer in de investering;
  5° de comfortwinst voor de gebruiker of de klant;
  6° de duurzaamheid en onderhoudsvriendelijkheid van de bouwtechnische maatregel;
  7° het aantal personen dat baat heeft bij de realisatie van de bouwtechnische maatregel.
Art.9. Les projets sont jugés sur la base des critères suivants :
  1° le délai de récupération de l'investissement;
  2° la motivation de la mesure sur la base d'un audit énergétique;
  3° le type de mesure technique;
  4° l'importance de la participation de l'initiateur dans l'investissement;
  5° le gain de confort pour l'utilisateur ou le client;
  6° la durabilité et la convivialité de la mesure sur le plan des techniques de la construction;
  7° le nombre de personnes qui bénéficient de la réalisation.
Art.10. Enkel projecten die voldoende scoren op de criteria, vermeld in artikel 9, komen in aanmerking voor de toelage, vermeld in artikel 5.
Art.10. Seuls les projets qui obtiennent un score suffisant pour les critères visés à l'article 9 sont admissibles aux subventions visées à l'article 5.
Art.11. Voor toelagen die meer dan 50 % van de in aanmerking komende kosten bedragen sluit de minister met de begunstigde een subsidieovereenkomst, waarin een resultaatsverbintenis wordt opgenomen.
Art.11. Pour les interventions supérieures à 50 % des frais admissibles, le ministre conclut avec le bénéficiaire une convention de subvention contenant une obligation de résultat.
Art.12. De vereffening van de toelage gebeurt in twee delen.
  Een eerste deel ten belope van 50 % van de toelage wordt vereffend na overlegging door de initiatiefnemer van het aanvangsbevel van de werken.
  Het saldo wordt uitbetaald na de goedkeuring van het werk door de administratie en na overlegging van de volgende stukken door de initiatiefnemer :
  1° het proces-verbaal van voorlopige oplevering;
  2° de eindafrekening.
  De eventueel te veel ontvangen subsidie wordt teruggevorderd.
Art.12. La liquidation de la subvention s'effectue en deux tranches.
  Une première tranche à concurrence de 80 % de la subvention est liquidée après production, par l'initiateur, de l'ordre de commencement des travaux.
  La liquidation du solde s'effectue après approbation des travaux par l'administration et après production des documents suivants par l'initiateur :
  1° le procès-verbal de la réception provisoire;
  La subvention éventuellement indue sera recouvrée.
Art.13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 10 augustus 2006.
Art.13. Le présent arrêté produit ses effets le 10 août 2006.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Bijstand aan Personen en het Gezondheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 15 december 2006.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  Y. LETERME
  De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
  I. VERVOTTE.
Art. 14. Le Ministre flamand qui a l'Assistance aux Personnes et la Politique en matière de Santé dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 15 décembre 2006.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  Y. LETERME
  La Ministre flamande du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille,
  I. VERVOTTE.