Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
21 DECEMBER 2007. - Wet tot wijziging van de wet van 26 maart 2007 houdende diverse bepalingen met het oog op de integratie van de kleine risico's in de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor de zelfstandigen.
Titre
21 DECEMBRE 2007. - Loi modifiant la loi du 26 mars 2007 portant des dispositions diverses en vue de la réalisation de l'intégration des petits risques dans l'assurance obligatoire soins de santé pour les travailleurs indépendants.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (14)
Texte (14)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art.2. Artikel 5, enig lid, 1°, van de wet van 26 maart 2007 houdende diverse bepalingen met het oog op de integratie van de kleine risico's in de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor de zelfstandigen, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " 1° § 1bis, ingevoegd bij de wet van 31 januari 2007, wordt aangevuld met de volgende leden :
  " Voor het boekjaar 2008 wordt het begrensd bedrag dat bepaald wordt krachtens de voorgaande leden, verhoogd.
  Deze verhoging wordt berekend uitgaande van een basisbedrag van 402.660 duizend EUR, in prijzen 2005, aangepast aan de evolutie van het gezondheidsindexcijfer en vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt voor het jaar 2008.
  De in het vorige lid bedoelde aanpassingscoëfficiënt is gelijk aan het in het tweede lid bedoelde stijgingspercentage zoals het van toepassing zal zijn voor het boekjaar 2008.
  De aanpassing aan het gezondheidscijfer gebeurt door de vermenigvuldiging met de verhouding van het gemiddelde gezondheidsindexcijfer van het jaar 2007 tot dat van het jaar 2004 ". "
Art.2. L'article 5, alinéa unique, 1°, de la loi du 26 mars 2007 portant des dispositions diverses en vue de la réalisation de l'intégration des petits risques dans l'assurance obligatoire soins de santé pour les travailleurs indépendants, est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° le § 1erbis, inséré par la loi du 31 janvier 2007, est complété par les alinéas suivants :
  " Pour l'exercice 2008, le montant limité défini en vertu des alinéas précédents est majoré.
  Cette majoration est calculée au départ d'un montant de base de 402.660 milliers EUR, en prix 2005, adapté à l'évolution de l'indice santé et multiplié par le coefficient d'adaptation pour l'année 2008.
  Le coefficient d'adaptation visé à l'alinéa précédent est égal au taux de croissance visé à l'alinéa 2 tel qu'il s'appliquera pour l'exercice 2008.
  L'adaptation à l'indice santé se fait en multipliant par le rapport de l'indice santé moyen de l'année 2007 à celui de l'année 2004. ". ".
Art.3. Artikel 7 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 7. Artikel 11, § 4, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, laatst gewijzigd bij programmawet (I) van 24 december 2002, wordt opgeheven. ".
Art.3. L'article 7 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 7. L'article 11, § 4, de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants, modifié en dernier lieu par la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, est abrogé. ".
Art.4. In dezelfde wet wordt een artikel 7bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 7bis. In artikel 12 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij programmawet (I) van 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Onverminderd de uitzonderingen bedoeld in de §§ 1ter en 2 zijn de onderworpenen de volgende jaarlijkse bijdragen verschuldigd :
  1° 22,00 pct. op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.831,12 EUR niet te boven gaat;
  2° 14,16 pct. op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.831,12 EUR te boven gaat, maar 23.330,06 EUR niet overschrijdt. ";
  2° in § 1, tweede lid, wordt het bedrag " 3.221,08 EUR " vervangen door het bedrag " 3.666,15 EUR ";
  3° § 1bis wordt opgeheven;
  4° § 2, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  " Wanneer genoemde inkomsten minstens 405,60 EUR bedragen, is de onderworpene de volgende jaarlijkse bijdragen verschuldigd :
  1° 22,00 pct. op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.831,12 EUR niet te boven gaat;
  2° 14,16 pct. op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.831,12 EUR te boven gaat, maar 23.330,06 EUR niet overschrijdt. ". "
Art.4. Un article 7bis, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 7bis. A l'article 12 du même arrêté, modifié en dernier lieu par la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le § 1er, alinéa 1er, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Sans préjudice des exceptions visées aux §§ 1erter et 2, les assujettis sont redevables des cotisations annuelles suivantes :
  1° 22,00 p.c. sur la partie des revenus professionnels qui n'excède pas 15.831,12 EUR;
  2° 14,16 p.c. sur la partie des revenus professionnels qui dépasse 15.831,12 EUR mais n'excède pas 23.330,06 EUR. ";
  2° au § 1er, alinéa 2, le montant " 3.221,08 EUR " est remplacé par le montant " 3.666,15 EUR ";
  3° le § 1erbis est abrogé;
  4° le § 2, alinéa 2, est remplacé par la disposition suivante :
  " Lorsque lesdits revenus atteignent au moins 405,60 EUR, l'assujetti est redevable des cotisations annuelles suivantes :
  1° 22,00 p.c. sur la partie des revenus professionnels qui n'excède pas 15.831,12 EUR;
  2° 14,16 p.c. sur la partie des revenus professionnels qui dépasse 15.831,12 EUR mais n'excède pas 23.330,06 EUR. ". "
Art.5. In dezelfde wet wordt een artikel 7ter ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 7ter. In artikel 13, § 1, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de programmawet (I) van 24 december 2002, worden het tweede en het derde lid vervangen door de volgende leden :
  " Wanneer bedoelde inkomsten minstens 811,20 EUR belopen, is de onderworpene volgende jaarlijkse bijdragen verschuldigd, vastgesteld op de beroepsinkomsten, bedoeld in artikel 11, §§ 2 en 3 :
  1°. 22,00 pct. op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.831,12 EUR niet te boven gaat;
  2°. 14,16 pct. op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.831,12 EUR te boven gaat, maar 23.330,06 EUR niet overschrijdt.
  Wanneer bedoelde inkomsten minstens 811,20 EUR belopen, is de onderworpene waarop de bepalingen van artikel 11, § 5, eerste lid, van toepassing zijn of van toepassing zouden kunnen geweest zijn, de volgende jaarlijkse bijdragen verschuldigd, vastgesteld op de beroepsinkomsten bedoeld in artikel 11, §§ 2 en 3:
  1° 14,70 pct. op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.831,12 EUR niet te boven gaat;
  2° 14,16 pct. op het gedeelte der beroepsinkomsten dat 15.831,12 EUR te boven gaat, maar 23.330,06 EUR niet overschrijdt. ". "
Art.5. Un article 7ter, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 7ter. Dans l'article 13, § 1er, du même arrêté, modifié en dernier lieu par la loi-programme (I) du 24 décembre 2002, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par les alinéas suivants :
  " Lorsque lesdits revenus atteignent au moins 811,20 EUR, l'assujetti est redevable des cotisations annuelles suivantes, établies sur les revenus professionnels visés à l'article 11, §§ 2 et 3 :
  1° 22,00 p.c. sur la partie des revenus professionnels qui n'excède pas 15.831,12 EUR;
  2° 14,16 p.c. sur la partie des revenus professionnels qui dépasse 15.831,12 EUR mais n'excède pas 23.330,06 EUR.
  Lorsque lesdits revenus atteignent au moins 811,20 EUR, l'assujetti auquel les dispositions de l'article 11, § 5, alinéa 1er, sont appliquées ou auraient pu être applicables, est redevable des cotisations annuelles suivantes, établies sur les revenus professionnels visés à l'article 11, §§ 2 et 3 :
  1° 14,70 p.c. sur la partie des revenus professionnels qui n'excède pas 15.831,12 EUR;
  2° 14,16 p.c. sur la partie des revenus professionnels qui dépasse 15.831,12 EUR mais n'excède pas 23.330,06 EUR. ". "
Art.6. In dezelfde wet wordt een artikel 7quater ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 7quater. Na artikel 13 van hetzelfde besluit wordt de ondertitel " C. Begin van bezigheid " ingevoegd. ".
Art.6. Un article 7quater, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 7quater. Le sous-titre " C. Début d'activité " est inséré après l'article 13 du même arrêté. ".
Art.7. In dezelfde wet wordt een artikel 7quinquies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 7quinquies. In hetzelfde besluit wordt een artikel 13bis ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 13bis. § 1. De Koning bepaalt, met het oog op de bijdrageberekening bij aanvang of hervatting van beroepsbezigheid, wat dient te worden verstaan onder aanvang of hervatting van beroepsbezigheid. De Koning bepaalt eveneens de uitvoeringsmodaliteiten van de bijdrageberekening bij aanvang of hervatting van beroepsbezigheid voor zover deze niet bij wet werden vastgesteld.
  § 2. In geval van begin van bezigheid zoals door de Koning bepaald, betaalt de onderworpene voorlopig :
  1° wanneer hij behoort tot de algemene groep bijdrageplichtigen bedoeld in artikel 12, § 1 : bijdragen, berekend als volgt :
  a) 20,50 pct. op een inkomen van 3.666,15 EUR tot en met het laatste kwartaal van het eerste kalenderjaar dat 4 kwartalen onderwerping omvat;
  b) 21,00 pct. op een inkomen van 3.666,15 EUR voor de volgende vier kalenderkwartalen onderwerping;
  c) 21,50 pct. op een inkomen van 3.666,15 EUR voor elk van de volgende kwartalen onderwerping waarvoor geen refertejaar is in de zin van artikel 11, § 2;
  2° wanneer hij behoort tot de in artikel 7bis beoogde helpers die al dan niet vrijwillig aan het sociaal statuut der zelfstandigen onderworpen zijn en die behoren tot de algemene categorie bijdrageplichtigen bedoeld in artikel 12, § 1 : bijdragen, berekend als volgt :
  a) 20,50 pct. op een inkomen van de helft van 3.221,08 EUR tot en met het laatste kwartaal van het eerste kalenderjaar dat 4 kwartalen onderwerping omvat;
  b) 21,00 pct. op een inkomen van de helft van 3.221,08 EUR voor de volgende vier kalenderkwartalen onderwerping;
  c) 21,50 pct. op een inkomen van de helft van 3.221,08 EUR voor elk van de volgende kwartalen onderwerping waarvoor geen refertejaar is in de zin van artikel 11, § 2;
  3° wanneer de voorwaarden waarin de bezigheid wordt uitgeoefend van die aard zijn dat de betrokkene zou kunnen behoren tot de groep bijdrageplichtigen bedoeld in artikel 12, § 2 : bijdragen, berekend als volgt :
  a) 20,50 pct. op een inkomen van 405,60 EUR tot en met het laatste kwartaal van het eerste kalenderjaar dat 4 kwartalen onderwerping omvat;
  b) 21,00 pct. op een inkomen van 405,60 EUR voor de volgende vier kalenderkwartalen onderwerping;
  c) 21,50 pct. op een inkomen van 405,60 EUR voor elk van de volgende kwartalen onderwerping waarvoor geen refertejaar is in de zin van artikel 11, § 2;
  4° wanneer de onderworpene bedoeld is in artikel 13, § 1, eerste en derde lid : de bijdragen opgelegd door de bepaling die op hem van toepassing is, berekend op een inkomen van 811,20 EUR;
  5° wanneer de onderworpene bedoeld is in artikel 13, § 1, eerste lid zonder dat het derde lid van datzelfde artikel op hem van toepassing is : bijdragen, berekend als volgt :
  a) 20,50 pct. op een inkomen van 811,20 EUR tot en met het laatste kwartaal van het eerste kalenderjaar dat 4 kwartalen onderwerping omvat;
  b) 21,00 pct. op een inkomen van 811,20 EUR voor de volgende vier kalenderkwartalen onderwerping;
  c) 21,50 pct. op een inkomen van 811,20 EUR voor elk van de volgende kwartalen onderwerping waarvoor geen refertejaar is in de zin van artikel 11, § 2. ". "
Art.7. Un article 7quinquies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 7quinquies. Un article 13bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
  " Art. 13bis. § 1er. Le Roi détermine, en vue du calcul des cotisations en cas de début ou de reprise d'activité professionnelle, ce qu'il y a lieu d'entendre par début ou reprise d'activité professionnelle. Le Roi détermine également les modalités d'exécution du calcul des cotisations en cas de début ou de reprise d'activité professionnelle pour autant que celles-ci ne soient pas fixées par la loi.
  § 2. En cas de début d'activité au sens déterminé par le Roi, l'assujetti paie provisoirement :
  1° lorsqu'il appartient au groupe général des cotisants visé à l'article 12, § 1er : des cotisations, calculées de la manière suivante :
  a) 20,50 p.c. sur un revenu de 3.666,15 EUR jusques et y compris le dernier trimestre de la première année civile qui comprend 4 trimestres d'assujettissement;
  b) 21,00 p.c. sur un revenu de 3.666,15 EUR pour les quatre trimestres d'assujettissement suivants;
  c) 21,50 p.c. sur un revenu de 3.666,15 EUR pour chacun des trimestres civils d'assujettissement suivants pour lesquels il n'y a pas d'année de référence au sens de l'article 11, § 2;
  2° lorsqu'il s'agit d'aidants visés à l'article 7bis assujettis volontairement ou non au statut social des indépendants et appartenant au groupe général des cotisants visé à l'article 12, § 1er : des cotisations, calculées de la manière suivante :
  a) 20,50 p.c. sur un revenu de la moitié de 3.221,08 EUR jusques et y compris le dernier trimestre de la première année civile qui comprend 4 trimestres d'assujettissement;
  b) 21,00 p.c. sur un revenu de la moitié de 3.221,08 EUR pour les quatre trimestres d'assujettissement suivants;
  c) 21,50 p.c. sur un revenu de la moitié de 3.221,08 EUR pour chacun des trimestres civils d'assujettissement suivants pour lesquels il n'y a pas d'année de référence au sens de l'article 11, § 2;
  3° lorsque les conditions d'occupation font que l'assujetti pourrait entrer dans le groupe des cotisants visé à l'article 12, § 2 : des cotisations, calculées de la manière suivante :
  a) 20,50 p.c. sur un revenu de 405,60 EUR jusques et y compris le dernier trimestre de la première année civile qui comprend 4 trimestres d'assujettissement;
  b) 21,00 p.c. sur un revenu de 405,60 EUR pour les quatre trimestres d'assujettissement suivants;
  c) 21,50 p.c. sur un revenu de 405,60 EUR pour chacun des trimestres civils d'assujettissement suivants pour lesquels il n'y a pas d'année de référence au sens de l'article 11, § 2;
  4° lorsque l'assujetti est visé à l'article 13, § 1er, alinéas 1er et 3 : les cotisations imposées par la disposition qui lui est applicable, calculées sur un revenu de 811,20 EUR;
  5° lorsque l'assujetti est visé à l'article 13, § 1er, alinéa 1er, sans que l'alinéa 3 de ce même article lui soit applicable : des cotisations, calculées de la manière suivante :
  a) 20,50 p.c. sur un revenu de 811,20 EUR jusques et y compris le dernier trimestre de la première année civile qui comprend 4 trimestres d'assujettissement;
  b) 21,00 p.c. sur un revenu de 811,20 EUR pour les quatre trimestres d'assujettissement suivants;
  c) 21,50 p.c. sur un revenu de 811,20 EUR pour chacun des trimestres civils d'assujettissement suivants pour lesquels il n'y a pas d'année de référence au sens de l'article 11, § 2. ". "
Art.8. In dezelfde wet wordt een artikel 7sexies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 7sexies. In hetzelfde besluit wordt een artikel 13ter ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 13ter. § 1. De bijdragen worden geïnd op de voorlopige basis bedoeld in artikel 13bis, § 2, zolang er geen refertejaar is in de zin van artikel 11, § 2.
  Het eerste van de refertejaren is datgene dat vier kwartalen onderwerping bevat sedert het begin van activiteit zoals door de Koning bepaald.
  § 2. 1° De voorlopige bijdragen met betrekking tot het eerste kalenderjaar dat vier kwartalen onderwerping bevat en deze met betrekking tot de kwartalen die er desgevallend aan voorafgaan, worden geregulariseerd op basis van de bedrijfsinkomsten van dat eerste kalenderjaar onderwerping.
  Op deze bedrijfsinkomsten wordt het bijdragepercentage toegepast dat van toepassing was tijdens de te regulariseren periode.
  2° De voorlopige bijdragen met betrekking tot de volgende kalenderjaren worden geregulariseerd op basis van de bedrijfsinkomsten van respectievelijk het tweede en het derde kalenderjaar onderwerping.
  Op deze bedrijfsinkomsten wordt het bijdragepercentage toegepast dat van toepassing was tijdens de te regulariseren periode.
  § 3. Zo de activiteit een einde neemt vooraleer er een kalenderjaar is dat vier kwartalen onderwerping omvat en tot basis kan dienen voor de in § 2, 1°, bedoelde regularisatie, worden de voorlopige bijdragen als definitief beschouwd, onder voorbehoud van wat volgt :
  1° zo het ging om een begin van activiteit in de zin van artikel 13bis, § 2, 3°, 4° of 5°, mag de sociale verzekeringskas overgaan tot de terugbetaling der voorlopige bijdragen, indien objectieve elementen erop wijzen dat het inkomen van de zelfstandige activiteit, zelfs indien ze uitgeoefend waren gedurende een jaar dat vier kwartalen onderwerping omvat, niet minstens het minimuminkomen zou bereikt hebben, te rekenen waarvan de personen, bedoeld in de artikelen 12, § 2, of 13, naargelang van het geval, bijdrageplichtig zijn;
  2° de personen bedoeld in artikel 37, § 1, van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen kunnen op hun verzoek van de sociale verzekeringskas waarbij ze zijn aangesloten de terugbetaling bekomen van de voorlopige bijdragen of de beperking van die bijdragen tot het bedrag bedoeld in artikel 40, § 2, c, tweede streepje, van genoemd koninklijk besluit van 19 december 1967 indien uit objectieve elementen blijkt dat het inkomen van hun zelfstandige activiteit, zelfs indien ze uitgeoefend was geweest gedurende een jaar dat vier kwartalen onderwerping telt, naargelang van het geval, 405,60 EUR niet zou hebben bereikt of 1.920,48 EUR niet zou hebben overschreden.
  § 4. Zo de activiteit een einde neemt vooraleer een tweede of een derde kalenderjaar dat vier kwartalen onderwerping omvat en tot basis kan dienen voor de in § 2, 2°, bedoelde regularisaties, verlopen is, worden de voorlopige bijdragen met betrekking tot het bedoelde kalenderjaar geregulariseerd op basis van de bedrijfsinkomsten van het voorgaande kalenderjaar onderwerping.
  Op deze bedrijfsinkomsten wordt het bijdragepercentage toegepast dat van toepassing was tijdens de te regulariseren periode.
  § 5. Voor de toepassing van §§ 2 en 4 wordt onder beroepsinkomsten verstaan : het bedrag meegedeeld door de Administratie der Directe Belastingen overeenkomstig artikel 11, § 2, zesde lid. ". "
Art.8. Un article 7sexies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 7sexies. Un article 13ter, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
  " Art. 13ter. § 1er. Les cotisations sont perçues sur la base provisoire visée à l'article 13bis, § 2, aussi longtemps qu'il n'y a pas d'année de référence au sens de l'article 11, § 2.
  La première de ces années de référence est celle qui comprend quatre trimestres d'assujettissement depuis le début d'activité au sens déterminé par le Roi.
  § 2. 1° Les cotisations provisoires afférentes à la première année civile qui comprend quatre trimestres d'assujettissement et celles afférentes aux trimestres qui, le cas échéant, la précèdent, sont régularisées sur base des revenus professionnels de cette première année civile d'assujettissement.
  Sur ces revenus professionnels est appliqué le pourcentage de cotisation qui était applicable durant la période à régulariser.
  2° Les cotisations provisoires afférentes aux années civiles suivantes sont régularisées, respectivement, sur base des revenus professionnels de la deuxième et de la troisième année civile d'assujettissement.
  Sur ces revenus professionnels est appliqué le pourcentage de cotisation qui était applicable durant la période à régulariser.
  § 3. Si l'activité prend fin avant qu'il n'y ait une année civile comportant quatre trimestres d'assujettissement pouvant servir de base à la régularisation visée au § 2, 1°, les cotisations provisoires sont considérées comme définitives, moyennant les réserves suivantes :
  1° s'il s'agissait d'un début d'activité au sens de l'article 13bis, § 2, 3°, 4° ou 5°, la caisse d'assurances sociales peut procéder au remboursement des cotisations provisoires si des éléments objectifs démontrent que le revenu de leur activité indépendante même si elle avait été exercée pendant une année comportant quatre trimestres d'assujettissement, n'aurait pas atteint au moins le revenu minimum à partir duquel doivent cotiser les personnes visées aux articles 12, § 2 ou 13, suivant le cas;
  2° les personnes visées à l'article 37, § 1er, de l'arrêté royal du 19 décembre 1967 portant règlement général en exécution de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants peuvent, à leur demande obtenir de la caisse d'assurances sociales à laquelle ils sont affiliés, le remboursement des cotisations provisoires ou la limitation de ces cotisations au montant visé à l'article 40, § 2, c, deuxième tiret, de l'arrêté royal susvisé du 19 décembre 1967 s'il résulte d'éléments objectifs que le revenu de leur activité indépendante même si elle avait été exercée pendant une année comportant quatre trimestres d'assujettissement, n'aurait pas, suivant le cas, atteint 405,60 EUR ou dépassé 1.920,48 EUR.
  § 4. Si l'activité prend fin avant que se soit écoulée une deuxième ou une troisième année civile comportant quatre trimestres d'assujettissement, pouvant servir de base à la régularisation visée au § 2, 2°, les cotisations provisoires afférentes à l'année civile en cause sont régularisées sur base des revenus professionnels de l'année civile d'assujettissement précédente.
  Sur ces revenus professionnels est appliqué le pourcentage de cotisation qui était applicable durant la période à régulariser.
  § 5. Pour l'application des §§ 2 et 4, il y a lieu d'entendre par revenus professionnels : le montant communiqué par l'Administration des contributions directes conformément à l'article 11, § 2, alinéa 6. ". "
Art.9. In dezelfde wet wordt een artikel 7septies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 7septies. Voorafgaand aan artikel 14 van hetzelfde besluit wordt de ondertitel " C. Gemeenschappelijke bepalingen " vervangen door de ondertitel " D. Gemeenschappelijke bepalingen ". "
Art.9. Un article 7septies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 7septies. Le sous-titre " C. Dispositions communes " qui précède l'article 14 du même arrêté est remplacé par le sous-titre " D. Dispositions communes ". "
Art.10. In dezelfde wet wordt een artikel 7octies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 7octies. In artikel 14, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wet van 30 maart 1994, worden de woorden " vermeld in de artikelen 12 en 13 " vervangen door de woorden " vermeld in de artikelen 12, 13, 13bis en 13ter ".
Art.10. Un article 7octies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 7octies. Dans l'article 14, § 1er, du même arrêté, modifié par la loi du 30 mars 1994, les mots " repris aux articles 12 et 13 " sont remplacés par les mots " repris aux articles 12, 13, 13bis et 13ter ".
Art.11. In dezelfde wet wordt een artikel 7novies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 7novies. In artikel 16, § 2, derde lid, en § 3, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1996, worden de woorden " artikel 11, § 4 " telkens vervangen door de woorden " artikel 13bis, § 1 ". "
Art.11. Un article 7novies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 7novies. Dans l'article 16, § 2, alinéa 3, et § 3, alinéa 3, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 18 novembre 1996, les mots " article 11, § 4 " sont à chaque fois remplacés par les mots " article 13bis, § 1er ". "
Art.12. In dezelfde wet wordt een artikel 7decies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 7decies. In artikel 17, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wet van 30 december 2001, worden de woorden " artikel 11, § 4 " vervangen door de woorden " artikel 13bis, § 1 ". "
Art.12. Un article 7decies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 7decies. Dans l'article 17, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par la loi du 30 décembre 2001, les mots " article 11, § 4 " sont remplacés par les mots " article 13bis, § 1er ". "
Art.13. In dezelfde wet wordt een artikel 7undecies ingevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 7undecies. In artikel 18 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de wet van 27 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 3 worden de woorden " de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering " vervangen door de woorden " de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 ";
  2° § 4, ingevoegd bij de wet van 30 maart 1994, wordt opgeheven. ".
Art.13. Un article 7undecies, rédigé comme suit, est inséré dans la même loi :
  " Art. 7undecies. A l'article 18 du même arrêté, modifié en dernier lieu par la loi du 27 décembre 2005, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le § 3, les mots " la loi du 9 août 1963 instituant et organisant un régime d'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité " sont remplacés par les mots " la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités coordonnée le 14 juillet 1994 ";
  2° le § 4, inséré par la loi du 30 mars 1994, est abrogé. ".
Art. 14. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2008.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 21 december 2007.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Sociale Zaken
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Middenstand
  Mevr. S. LARUELLE
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  J. VANDEURZEN.
Art. 14. La présente loi entre en vigueur le 1er janvier 2008.
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 21 décembre 2007.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre des Affaires sociales
  Mme L. ONKELINX
  La Ministre des Classes moyennes,
  Mme S. LARUELLE
  Scellé du sceau de l'Etat :
  Le Ministre de la Justice,
  J. VANDEURZEN.