Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
17 AUGUSTUS 2007. - [Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 wat de harmonisering van de barema's, de loonsverhogingen en tewerkstellingsmaatregelen in bepaalde gezondheidsinstellingen betreft] <KB2014-04-25/62, art. 1, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2013> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-09-2007 en tekstbijwerking tot 29-09-2025)
Titre
17 AOUT 2007. - [Arrêté royal pris en exécution des articles 57 et 59 de la loi-programme du 2 janvier 2001 concernant l'harmonisation des barèmes, l'augmentation des rémunérations et la création d'emplois dans certaines institutions de soins] <AR2014-04-25/62, art. 1, 005; En vigueur : 01-01-2013> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 21-09-2007 et mise à jour au 29-09-2025)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (35)
Texte (35)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de wet : de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  2° RIZIV : het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering zoals bedoeld in artikel 10 van de wet;
  3° Dienst : de Dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV;
  4° (werkgevers : de inrichtingen zoals bedoeld in artikel 34, eerste lid, 11° en 12°, van de wet, met uitzondering van de psychiatrische verzorgingstehuizen. Vanaf 1 oktober 2007 worden ook de instellingen die zonder als rustoord te zijn erkend, de gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats van bejaarden uitmaken, uitgesloten;) <KB 2008-07-10/30, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 18-07-2008>
  5° ministerieel besluit van 6 november 2003 : het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden;
  6° ministerieel besluit van 22 juni 2000 : het ministerieel besluit van 22 juni 2000 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging;
  7° personeelsleden :
  a) het verplegend en verzorgend personeel, de kinesitherapeuten, de ergotherapeuten en/of de logopedisten, en de leden van het personeel voor reactivering, loontrekkend of statutair, tewerkgesteld bij de werkgever, die, tijdens de referentieperiode die dient als basis voor de berekening van de door dit besluit vastgestelde tegemoetkoming, in overtal zijn ten opzichte van het personeel van de werkgever waarop de berekening van het deel A1 is gebaseerd zoals bepaald in het ministerieel besluit van 6 november 2003 of ten opzichte van het personeel dat overeenstemt met de norm bepaald in artikel 2, § 1, van het ministerieel besluit van 22 juni 2000;
  b) het loontrekkend of statutair administratief personeel tewerkgesteld bij de werkgever;
  c) het loontrekkend of statutair werklieden- en technisch (logistiek) personeel tewerkgesteld bij de werkgever.
  [2 Bij een exploitatietransfer vanuit een openbare dienst, wordt het gedetacheerd statutair personeel dat op het moment van de overdracht van de exploitatie opgenomen is in een lijst, gelijkgesteld aan eigen loontrekkend of statutair personeel, indien aan de Dienst wordt overgemaakt :
   - de exhaustieve lijst met namen van de betrokken statutaire personeelsleden, hun kwalificatie en hun wekelijkse arbeidsduur, en vergezeld van een kopie van de beslissing van hun benoeming. Deze lijst moet worden ondertekend door de openbare dienst én door de verantwoordelijke van de instelling en aan de Dienst worden overgemaakt binnen de maand na de exploitatietransfer. Aan deze lijst kunnen nadien geen personen worden toegevoegd, de wekelijkse arbeidsduur van de personen kan niet worden verhoogd en hun kwalificatie kan niet worden aangepast;
   - als de Dienst erom vraagt, alle andere bijkomende informatie met betrekking tot de exploitatietransfer en de rol van de openbare dienst.]2

  [1 8° referentieperiode : de ononderbroken periode voor welke alle gegevens betreffende de activiteiten van de instelling worden meegedeeld aan de dienst. Die periode loopt van 1 juli (of de datum van erkenning) van het jaar J tot en met 30 juni (of de datum van sluiting) van het jaar dat erop volgt (J+1).]1
  
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° la loi : la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
  2° INAMI : l'Institut national d'assurance maladie-invalidité visé à l'article 10 de la loi;
  3° Service : le Service des soins de santé de l'INAMI;
  4° (employeurs : les institutions visées à l'article 34, alinéa 1, 11° et 12°, de la loi, à l'exception des maisons de soins psychiatriques. A partir du 1er octobre 2007, sont également exclues les institutions qui, sans être agréées comme maisons de repos, constituent le domicile ou la résidence commune de personnes âgées;) <AR 2008-07-10/30, art. 1, 002; En vigueur : 18-07-2008>
  5° arrêté ministériel du 6 novembre 2003 : l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 fixant le montant et les conditions d'octroi de l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les maisons de repos et les maisons de repos et de soins pour personnes âgées;
  6° arrêté ministériel du 22 juin 2000 : l'arrêté ministériel du 22 juin 2000 fixant l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les centres de soins de jour;
  7° membres du personnel :
  a) le personnel infirmier et soignant, les kinésithérapeutes, ergothérapeutes et/ou logopèdes, et les membres du personnel de réactivation, salariés ou statutaires, occupés par l'employeur, qui, pendant la période de référence servant de base au calcul de l'intervention prévue par le présent arrêté, sont en excédent par rapport au personnel de l'employeur qui sert de base au calcul de la partie A1 telle que définie par l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 ou par rapport au personnel correspondant à la norme définie à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 22 juin 2000;
  b) le personnel administratif, salarié ou statutaire, occupé par l'employeur;
  c) le personnel ouvrier et technique (logistique), salarié ou statutaire, occupé par l'employeur.
  [2 En cas de transfert d'exploitation à partir d'un service public, le personnel statutaire détaché figurant sur une liste dressée au moment du transfert est assimilé au personnel propre à l'institution, salarié ou statutaire, à condition que soient transmises au Service :
   - la liste complète des membres du personnel statutaire détaché, comprenant leurs noms, leurs qualifications et leur durée de travail hebdomadaire, et accompagnée d'une copie de la décision de leur nomination. Cette liste doit être signée par le service public et par le responsable de l'institution et transmise au Service dans le mois du transfert d'exploitation. Aucune personne ne peut être ajoutée ultérieurement à cette liste, leur durée de travail hebdomadaire ne peut être augmentée et leur qualification ne peut être modifiée;
   - si le Service en fait la demande, toute autre information supplémentaire en rapport avec le transfert d'exploitation et le rôle du service public.]2

  [1 8° période de référence : la période ininterrompue pour laquelle l'ensemble des données relatives aux activités de l'institution sont communiquées au Service. Cette période va du 1er juillet (ou de la date d'agrément) de l'année J au 30 juin (ou à la date de fermeture) de l'année qui suit (J+1).]1
  
Art. 1_WAALS_GEWEST.    Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de wet : de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
  2° [3 het Agentschap: het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" (Waals Agentschap voor Gezondheid, Sociale Bescherming, Handicap en Gezinnen) bedoeld in artikel 2, § 1, van het Waalse Wetboek van sociale actie en gezondheid;]3
  3° [3 de Dienst: de dienst van het Agentschap.]3
  4° (werkgevers : de inrichtingen zoals bedoeld in artikel 34, eerste lid, 11° en 12°, van de wet, met uitzondering van de psychiatrische verzorgingstehuizen. Vanaf 1 oktober 2007 worden ook de instellingen die zonder als rustoord te zijn erkend, de gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats van bejaarden uitmaken, uitgesloten;) <KB 2008-07-10/30, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 18-07-2008>
  5° ministerieel besluit van 6 november 2003 : het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden;
  6° ministerieel besluit van 22 juni 2000 : het ministerieel besluit van 22 juni 2000 tot vaststelling van de tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de centra voor dagverzorging;
  7° personeelsleden :
  a) het verplegend en verzorgend personeel, de kinesitherapeuten, de ergotherapeuten en/of de logopedisten, en de leden van het personeel voor reactivering, loontrekkend of statutair, tewerkgesteld bij de werkgever, die, tijdens de referentieperiode die dient als basis voor de berekening van de door dit besluit vastgestelde tegemoetkoming, in overtal zijn ten opzichte van het personeel van de werkgever waarop de berekening van het deel A1 is gebaseerd zoals bepaald in het ministerieel besluit van 6 november 2003 of ten opzichte van het personeel dat overeenstemt met de norm bepaald in artikel 2, § 1, van het ministerieel besluit van 22 juni 2000;
  b) het loontrekkend of statutair administratief personeel tewerkgesteld bij de werkgever;
  c) het loontrekkend of statutair werklieden- en technisch (logistiek) personeel tewerkgesteld bij de werkgever.
  [2 Bij een exploitatietransfer vanuit een openbare dienst, wordt het gedetacheerd statutair personeel dat op het moment van de overdracht van de exploitatie opgenomen is in een lijst, gelijkgesteld aan eigen loontrekkend of statutair personeel, indien aan de Dienst wordt overgemaakt :
   - de exhaustieve lijst met namen van de betrokken statutaire personeelsleden, hun kwalificatie en hun wekelijkse arbeidsduur, en vergezeld van een kopie van de beslissing van hun benoeming. Deze lijst moet worden ondertekend door de openbare dienst én door de verantwoordelijke van de instelling en aan de Dienst worden overgemaakt binnen de maand na de exploitatietransfer. Aan deze lijst kunnen nadien geen personen worden toegevoegd, de wekelijkse arbeidsduur van de personen kan niet worden verhoogd en hun kwalificatie kan niet worden aangepast;
   - als de Dienst erom vraagt, alle andere bijkomende informatie met betrekking tot de exploitatietransfer en de rol van de openbare dienst.]2

  [1 8° referentieperiode : de ononderbroken periode voor welke alle gegevens betreffende de activiteiten van de instelling worden meegedeeld aan de dienst. Die periode loopt van 1 juli (of de datum van erkenning) van het jaar J tot en met 30 juni (of de datum van sluiting) van het jaar dat erop volgt (J+1).]1
  [4 9° een VTE: voltijdsequivalent;
   10° het akkoordprotocol van het Comité C van 10 februari 2023: het akkoordprotocol nr. 2/2023 opgesteld ingevolge het Waals Comité C van 10 februari 2023 met betrekking tot deel 3 van het IFIC-protocol voor de Waalse overheidssectoren inzake activering in de weddeschaal en procedures;
   11° het aanhangsel bij het protocol deel 3 van 10 februari 2023: het aanhangsel bij het protocol deel 3 van 10 februari met betrekking tot de activering in de weddeschaal en de procedures opgesteld ingevolge het Waals Comité C van 20 december 2023 met betrekking tot de uitvoering van het Waalse non-profitakkoord voor de jaren 2023,2024- activering van de IFIC 11-schaal voor de functie van verzorgende in RVT;
   12° de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 januari 2023: de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 januari 2023 tot invoering van een nieuw loonmodel voor gezondheidsinstellingen en -diensten die door het Waals Gewest worden erkend en/of gesubsidieerd enerzijds, en tot wijziging anderzijds van de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 oktober 2021 betreffende de procedures voor de invoering van een nieuwe sectorale functieclassificatie en de rapportering aan de IFIC-vzw, gewijzigd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 december 2022 om een aanpassing van het tijdschema van de hervorming mogelijk te maken;
   13° de IF-IC-barema's: het nieuw loonmodel zoals bedoeld in:
   a) het akkoordprotocol van het Comité C van 10 februari 2023;
   b) het aanhangsel bij het protocol deel 3 van 10 februari 2023;
   c) de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 januari 2023.]4
Art. 1 _REGION_WALLONNE.
   Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° la loi : la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
  2° [3 l'Agence : l'Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles, visé à l'article 2, § 1er, du Code wallon de l'action sociale et de la santé;]3
  3° [3 le Service : le service de l'Agence;]3
  4° (employeurs : les institutions visées à l'article 34, alinéa 1, 11° et 12°, de la loi, à l'exception des maisons de soins psychiatriques. A partir du 1er octobre 2007, sont également exclues les institutions qui, sans être agréées comme maisons de repos, constituent le domicile ou la résidence commune de personnes âgées;) <AR 2008-07-10/30, art. 1, 002; En vigueur : 18-07-2008>
  5° arrêté ministériel du 6 novembre 2003 : l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 fixant le montant et les conditions d'octroi de l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les maisons de repos et les maisons de repos et de soins pour personnes âgées;
  6° arrêté ministériel du 22 juin 2000 : l'arrêté ministériel du 22 juin 2000 fixant l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les centres de soins de jour;
  7° membres du personnel :
  a) le personnel infirmier et soignant, les kinésithérapeutes, ergothérapeutes et/ou logopèdes, et les membres du personnel de réactivation, salariés ou statutaires, occupés par l'employeur, qui, pendant la période de référence servant de base au calcul de l'intervention prévue par le présent arrêté, sont en excédent par rapport au personnel de l'employeur qui sert de base au calcul de la partie A1 telle que définie par l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 ou par rapport au personnel correspondant à la norme définie à l'article 2, § 1er, de l'arrêté ministériel du 22 juin 2000;
  b) le personnel administratif, salarié ou statutaire, occupé par l'employeur;
  c) le personnel ouvrier et technique (logistique), salarié ou statutaire, occupé par l'employeur.
  [2 En cas de transfert d'exploitation à partir d'un service public, le personnel statutaire détaché figurant sur une liste dressée au moment du transfert est assimilé au personnel propre à l'institution, salarié ou statutaire, à condition que soient transmises au Service :
   - la liste complète des membres du personnel statutaire détaché, comprenant leurs noms, leurs qualifications et leur durée de travail hebdomadaire, et accompagnée d'une copie de la décision de leur nomination. Cette liste doit être signée par le service public et par le responsable de l'institution et transmise au Service dans le mois du transfert d'exploitation. Aucune personne ne peut être ajoutée ultérieurement à cette liste, leur durée de travail hebdomadaire ne peut être augmentée et leur qualification ne peut être modifiée;
   - si le Service en fait la demande, toute autre information supplémentaire en rapport avec le transfert d'exploitation et le rôle du service public.]2

  [1 8° période de référence : la période ininterrompue pour laquelle l'ensemble des données relatives aux activités de l'institution sont communiquées au Service. Cette période va du 1er juillet (ou de la date d'agrément) de l'année J au 30 juin (ou à la date de fermeture) de l'année qui suit (J+1).]1
  [4 9° un ETP : un équivalent temps plein ;]4
  [4 10° le protocole d'accord du comité C du 10 février 2023 : le protocole d'accord N° 2/2023 établi à la suite du comité C wallon du 10 février 2023 relatif à la partie 3 du protocole IFIC des secteurs publics wallons portant sur l'activation barémique et procédures ;]4
  [4 11° l'avenant au protocole partie 3 du 10 février 2023 : l'avenant au protocole partie 3 du 10 février 2023 relatif à l'activation barémique et procédures établi à la suite du comité C wallon du 20 décembre 2023 relatif à la mise en oeuvre de l'Accord non-marchand wallon pour les années 2023,2024- activation de l'échelle IFIC 11 pour la fonction d'aide-soignant en MR-S ;]4
  [4 12° la convention collective de travail du 31 janvier 2023 : la convention collective de travail du 31 janvier 2023 introduisant un nouveau modèle salarial pour les établissements et services de santé qui sont agréés et/ou subventionnés par la Région wallonne et d'une part, et modifiant d'autre part la convention collective de travail du 11 octobre 2021 concernant les procédures relatives à l'introduction d'une nouvelle classification sectorielle de fonctions et au rapportage à l'asbl IFIC modifiée par la CCT du 12 décembre 2022 en vue de permettre une adaptation du calendrier de la réforme ;]4
  [4 13° les barèmes IF-IC : le nouveau modèle salarial tel que visé par :
   a) le protocole d'accord du comité C du 10 février 2023 ;
   b) l'avenant au protocole partie 3 du 10 février 2023 ;
   c) la convention collective de travail du 31 janvier 2023.]4
Art.2. De werkgevers hebben recht op een jaarlijkse financiële tegemoetkoming ter vergoeding, voor de personeelsleden, van de maatregelen inzake harmonisering van de barema's en de verhoging van de vergoedingen voorzien in het meerjarenplan voor de gezondheidssector van 1 maart 2000 of in het protocol nr. 120/2 van 28 november 2000 van het Gemeenschappelijk Comité voor alle Overheidsdiensten en het akkoord betreffende de federale gezondheidssectoren van 26 april 2005 afgesloten tussen de federale regering en de representatieve organisaties van de private- non-profitsector of het protocol nr. 148/2 van het Gemeenschappelijk Comité voor het geheel van de openbare diensten, van 18 juli 2005.
Art.2. Les employeurs ont droit à une intervention financière annuelle pour les membres du personnel, en compensation des mesures en matière d'harmonisation des barèmes et d'augmentation des rémunérations prévues par le plan pluriannuel fédéral du 1er mars 2000 pour le secteur des soins de santé ou le protocole n° 120/2 du 28 novembre 2000 du Comité commun pour tous les services publics et l'accord relatif aux secteurs fédéraux de la santé du 26 avril 2005 conclu entre le Gouvernement fédéral et les organisations représentatives du secteur privé non marchand ou le protocole n°148/2 du Comité commun à l'ensemble des secteurs publics du 18 juillet 2005.
Art.3. [1 § 1. Het recht op de tegemoetkoming bedoeld in artikel 2 is afhankelijk van de naleving, voor alle personeelsleden, van de barema's en de voordelen vastgelegd in artikel 30, 5°, van het ministerieel besluit van 6 november 2003 of in artikel 2, § 4, van het ministerieel besluit van 22 juni 2000, en van de naleving, voor alle bedoelde personeelsleden, vanaf 1 januari 2010 in de openbare instellingen en uiterlijk vanaf 1 juli 2010 in de privé-instellingen, van de voordelen bedoeld in artikel 30, 7° van het ministerieel besluit van 6 november 2003.
   [2 De bedragen vastgesteld in bijlage 1]2 worden vanaf 1 januari 2010 alleen maar uitbetaald aan de werkgevers die alle vereisten die in het vorige lid zijn vermeld, vanaf 1 januari 2010 naleven.
   In de openbare instellingen worden de voordelen bedoeld in artikel 30, 7° van het ministerieel besluit van 6 november 2003 uitgebreid tot alle personeelsleden.
   § 2. De in artikel 2 bedoelde tegemoetkoming wordt opgeschort op de eerste dag van het trimester waarin wordt vastgesteld dat de werkgever niet de in § 1 bedoelde barema's en voordelen toepast voor een of meerdere personeelsleden.
   De opschorting wordt opgeheven op de eerste dag van het trimester dat volgt op het trimester waarin wordt vastgesteld dat de werkgever dat in orde gemaakt heeft.
   § 3. Zijn uitgesloten van het recht op de in artikel 2 bedoelde tegemoetkoming :
   1° de personeelsleden die worden gefinancierd in het kader van het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 3°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, overeenkomsten kan sluiten voor de financiering van alternatieve en ondersteunende zorg voor kwetsbare ouderen;
   2° de personeelsleden die worden gefinancierd in het kader van overeenkomsten die met toepassing van artikel 22 van de wet zijn gesloten;
   3° de loontrekkende kinesitherapeuten voor het aantal uren tijdens welke hun verstrekkingen per handeling worden gefactureerd volgens de nomenclatuur bedoeld in artikel 35, § 1 van de wet;]1

  [3 4° de personeelsleden die onder de toepassing vallen van de bepalingen van artikel 4, § 1, 3° van het koninklijk besluit van 15 september 2006 tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft (de "vervangers");
   5° de vervangers van de werknemers van minstens 50 jaar, die de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan niet genieten, maar die een bijkomend verlof genieten in het kader van het sociaal akkoord dat betrekking heeft op de sector van de geneeskundige verzorging en dat in 2005 door de Federale Regering werd gesloten met de betrokken representatieve organisaties van de werkgevers en werknemers;
   6° [4 personeelsleden aangeworven met een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, die geen lid zijn van het zorgpersoneel zoals gedefinieerd in artikel 1, 17° van het ministerieel besluit van 6 november 2003;]4
   7° de referentiepersoon voor dementie die in deel E 3 van het forfait berekend op basis van de bepalingen van het ministerieel besluit van 6 november 2003 wordt gefinancierd;
   8° de personeelsleden die gefinancierd worden in het kader van de maatregelen bedoeld in artikel 4bis;
   9° de personeelsleden die gefinancierd worden in het kader van artikel 60, § 7 van de O.C.M.W.-wet;
   10° de personeelsleden die werken onder het statuut van een leercontract of een overeenkomst inzake inschakeling in het maatschappelijk en beroepsleven, bedoeld in het Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 juli 1998 betreffende de overeenkomst inzake inschakeling in het maatschappelijk en beroepsleven van de centra voor alternerende opleiding en onderwijs.]3

  
Art.3. [1 § 1er. Le droit à l'intervention visée à l'article 2 est lié au respect, pour tous les membres du personnel, des barèmes et avantages prévus à l'article 30, 5°, de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 ou à l'article 2, § 4, de l'arrêté ministériel du 22 juin 2000, ainsi qu'au respect, pour tous les membres du personnel visés, à partir du 1er janvier 2010 dans les institutions publiques et au plus tard à partir du 1er juillet 2010 dans les institutions privées, des avantages prévus à l'article 30, 7°, de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003.
   [2 Les montants repris en annexe 1re]2 ne sont payés à partir du 1er janvier 2010 qu'aux employeurs qui respectent l'intégralité des exigences visées à l'alinéa précédent à partir du 1er janvier 2010.
   Dans les institutions publiques, les avantages visés à l'article 30, 7°, de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 sont étendus à tous les membres du personnel.
   § 2. L'intervention visée à l'article 2 est suspendue le premier jour du trimestre au cours duquel il est constaté que l'employeur n'applique pas les barèmes et avantages visés au § 1er pour un ou plusieurs membres du personnel.
   La suspension est levée le premier jour du trimestre qui suit le trimestre pendant lequel il est constaté que l'employeur s'est mis en règle.
   § 3. Sont exclus du droit à l'intervention visée à l'article 2 :
   1° les membres du personnel qui sont financés dans le cadre de l'arrêté royal du 2 juillet 2009 fixant les conditions dans lesquelles le Comité de l'Assurance peut conclure des conventions en application de l'article 56, § 2, alinéa 1er, 3°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, pour le financement de soins alternatifs et de soutien aux soins à des personnes âgées fragiles;
   2° les membres du personnel qui sont financés dans le cadre de conventions conclues en application de l'article 22 de la loi;
   3° les kinésithérapeutes salariés pour le nombre d'heures pendant lesquelles leurs prestations sont facturées à l'acte suivant la nomenclature visée à l'article 35, § 1er, de la loi;]1

  [3 4° les membres du personnel qui tombent sous l'application des dispositions de l'article 4, § 1er, 3° de l'arrêté royal du 15 septembre 2006 portant exécution de l'article 59 de la loi du 2 janvier 2001 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses, en ce qui concerne les mesures de dispense des prestations de travail et de fin de carrière (les "remplaçants");
   5° les remplaçants des travailleurs d'au moins 50 ans, qui ne bénéficient pas des mesures de dispense des prestations de travail et de fin de carrière, mais qui bénéficient d'un congé supplémentaire dans le cadre de l'accord social qui a trait au secteur des soins de santé, conclu par le gouvernement fédéral en 2005 avec les organisations représentatives concernées des employeurs et des travailleurs;
   6° [4 les membres du personnel occupés sur la base d'un contrat d'occupation d'étudiant, qui ne sont pas membres du personnel de soins tel que défini à l'article 1, 17° de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003;]4
   7° la personne de référence pour la démence financée dans la partie E3 du forfait calculé sur base des dispositions de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003;
   8° les membres du personnel financés dans le cadre des mesures visées à l'article 4bis;
   9° les membres du personnel financés dans le cadre de l'article 60, § 7, de la loi sur les C.P.A.S.;
   10° les membres du personnel qui bénéficient d'un contrat d'apprentissage ou d'une convention d'insertion socio-professionnelle visée dans l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 juillet 1998 relatif à la convention d'insertion socioprofessionnelle des centres d'éducation et de formation en alternance.]3

  
Art. 3_WAALS_GEWEST.    [1 § 1. Het recht op de tegemoetkoming bedoeld in artikel 2 is afhankelijk van de naleving, voor alle personeelsleden, van de barema's en de voordelen vastgelegd in artikel 30, 5°, van het ministerieel besluit van 6 november 2003 of in artikel 2, § 4, van het ministerieel besluit van 22 juni 2000, en van de naleving, voor alle bedoelde personeelsleden, vanaf 1 januari 2010 in de openbare instellingen en uiterlijk vanaf 1 juli 2010 in de privé-instellingen, van de voordelen bedoeld in artikel 30, 7° van het ministerieel besluit van 6 november 2003.
   [2 De bedragen vastgesteld in bijlage 1]2 worden vanaf 1 januari 2010 alleen maar uitbetaald aan de werkgevers die alle vereisten die in het vorige lid zijn vermeld, vanaf 1 januari 2010 naleven.
   In de openbare instellingen worden de voordelen bedoeld in artikel 30, 7° van het ministerieel besluit van 6 november 2003 uitgebreid tot alle personeelsleden.
   § 2. De in artikel 2 bedoelde tegemoetkoming wordt opgeschort op de eerste dag van het trimester waarin wordt vastgesteld dat de werkgever niet de in § 1 bedoelde barema's en voordelen toepast voor een of meerdere personeelsleden.
   De opschorting wordt opgeheven op de eerste dag van het trimester dat volgt op het trimester waarin wordt vastgesteld dat de werkgever dat in orde gemaakt heeft.
   § 3. Zijn uitgesloten van het recht op de in artikel 2 bedoelde tegemoetkoming :
   1° de personeelsleden die worden gefinancierd in het kader van het koninklijk besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 3°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, overeenkomsten kan sluiten voor de financiering van alternatieve en ondersteunende zorg voor kwetsbare ouderen;
   2° de personeelsleden die worden gefinancierd in het kader van overeenkomsten die met toepassing van artikel 22 van de wet zijn gesloten;
   3° de loontrekkende kinesitherapeuten voor het aantal uren tijdens welke hun verstrekkingen per handeling worden gefactureerd volgens de nomenclatuur bedoeld in artikel 35, § 1 van de wet;]1

  [3 4° de personeelsleden die onder de toepassing vallen van de bepalingen van artikel 4, § 1, 3° van het koninklijk besluit van 15 september 2006 tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft (de "vervangers");
   5° de vervangers van de werknemers van minstens 50 jaar, die de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan niet genieten, maar die een bijkomend verlof genieten in het kader van het sociaal akkoord dat betrekking heeft op de sector van de geneeskundige verzorging en dat in 2005 door de Federale Regering werd gesloten met de betrokken representatieve organisaties van de werkgevers en werknemers;
   6° [4 personeelsleden aangeworven met een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, die geen lid zijn van het zorgpersoneel zoals gedefinieerd in artikel 1, 17° van het ministerieel besluit van 6 november 2003;]4
   7° de referentiepersoon voor dementie die in deel E 3 van het forfait berekend op basis van de bepalingen van het ministerieel besluit van 6 november 2003 wordt gefinancierd;
   8° de personeelsleden die gefinancierd worden in het kader van de maatregelen bedoeld in artikel 4bis [5 en in artikel 4ter]5;
   9° de personeelsleden die gefinancierd worden in het kader van artikel 60, § 7 van de O.C.M.W.-wet;
   10° de personeelsleden die werken onder het statuut van een leercontract of een overeenkomst inzake inschakeling in het maatschappelijk en beroepsleven, bedoeld in het Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 28 juli 1998 betreffende de overeenkomst inzake inschakeling in het maatschappelijk en beroepsleven van de centra voor alternerende opleiding en onderwijs.]3
Art. 3 _REGION_WALLONNE.
   [1 § 1er. Le droit à l'intervention visée à l'article 2 est lié au respect, pour tous les membres du personnel, des barèmes et avantages prévus à l'article 30, 5°, de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 ou à l'article 2, § 4, de l'arrêté ministériel du 22 juin 2000, ainsi qu'au respect, pour tous les membres du personnel visés, à partir du 1er janvier 2010 dans les institutions publiques et au plus tard à partir du 1er juillet 2010 dans les institutions privées, des avantages prévus à l'article 30, 7°, de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003.
   [2 Les montants repris en annexe 1re]2 ne sont payés à partir du 1er janvier 2010 qu'aux employeurs qui respectent l'intégralité des exigences visées à l'alinéa précédent à partir du 1er janvier 2010.
   Dans les institutions publiques, les avantages visés à l'article 30, 7°, de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 sont étendus à tous les membres du personnel.
   § 2. L'intervention visée à l'article 2 est suspendue le premier jour du trimestre au cours duquel il est constaté que l'employeur n'applique pas les barèmes et avantages visés au § 1er pour un ou plusieurs membres du personnel.
   La suspension est levée le premier jour du trimestre qui suit le trimestre pendant lequel il est constaté que l'employeur s'est mis en règle.
   § 3. Sont exclus du droit à l'intervention visée à l'article 2 :
   1° les membres du personnel qui sont financés dans le cadre de l'arrêté royal du 2 juillet 2009 fixant les conditions dans lesquelles le Comité de l'Assurance peut conclure des conventions en application de l'article 56, § 2, alinéa 1er, 3°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, pour le financement de soins alternatifs et de soutien aux soins à des personnes âgées fragiles;
   2° les membres du personnel qui sont financés dans le cadre de conventions conclues en application de l'article 22 de la loi;
   3° les kinésithérapeutes salariés pour le nombre d'heures pendant lesquelles leurs prestations sont facturées à l'acte suivant la nomenclature visée à l'article 35, § 1er, de la loi;]1

  [3 4° les membres du personnel qui tombent sous l'application des dispositions de l'article 4, § 1er, 3° de l'arrêté royal du 15 septembre 2006 portant exécution de l'article 59 de la loi du 2 janvier 2001 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses, en ce qui concerne les mesures de dispense des prestations de travail et de fin de carrière (les "remplaçants");
   5° les remplaçants des travailleurs d'au moins 50 ans, qui ne bénéficient pas des mesures de dispense des prestations de travail et de fin de carrière, mais qui bénéficient d'un congé supplémentaire dans le cadre de l'accord social qui a trait au secteur des soins de santé, conclu par le gouvernement fédéral en 2005 avec les organisations représentatives concernées des employeurs et des travailleurs;
   6° [4 les membres du personnel occupés sur la base d'un contrat d'occupation d'étudiant, qui ne sont pas membres du personnel de soins tel que défini à l'article 1, 17° de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003;]4
   7° la personne de référence pour la démence financée dans la partie E3 du forfait calculé sur base des dispositions de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003;
   8° les membres du personnel financés dans le cadre des mesures visées à l'article 4bis [5 et à l'article 4ter]5;
   9° les membres du personnel financés dans le cadre de l'article 60, § 7, de la loi sur les C.P.A.S.;
   10° les membres du personnel qui bénéficient d'un contrat d'apprentissage ou d'une convention d'insertion socio-professionnelle visée dans l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 28 juillet 1998 relatif à la convention d'insertion socioprofessionnelle des centres d'éducation et de formation en alternance.]3
Art.4. § 1. De in artikel 2 bedoelde tegemoetkoming wordt door de Dienst bepaald aan de hand van de gegevens, zoals bedoeld in artikel 5, en van de bedragen, vastgesteld [2 in bijlage 1]2 bij dit besluit.
  § 2. [3 Voor het geheel van de werkgevers wordt het totale aantal personeelsleden zoals bedoeld :
   - in artikel 1, 7°, a) voor de openbare instellingen en
   - in artikel 1, 7°, a) tot en met c) voor de private instellingen,
   waarvoor de tegemoetkoming bedoeld in artikel 2 wordt gefinancierd, beperkt tot een plafond van 24.882 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, wat de referentieperiode van 1 juli 2011 tot 30 juni 2012 betreft op basis waarvan de eindafrekening in 2013 gebeurt en op basis waarvan de berekening van de voorschotten gebeurt die worden gestort op 31 januari, 30 april, 31 juli en 31 oktober 2013, verhoogd tot 25.189 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, wat de referentieperiode van 1 juli 2012 tot 30 juni 2013 betreft, verhoogd tot 25.226 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, vanaf de referentieperiode van 1 juli 2013 tot 30 juni 2014, verhoogd tot 25.278 voltijds equivalenten.]3

  § 3. [3 Indien het aantal voltijds equivalenten voor personeelsleden bedoeld hierboven, tijdens de referentieperiode die is bedoeld in artikel 6, § 3, groter is dan het plafond zoals bepaald in § 2, dan worden de bedragen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit en betrekking hebben op de betrokken referentieperiode vermenigvuldigd met de factor :
   [plafond zoals bepaald in § 2/reële aantal vastgestelde voltijds equivalenten voor de in § 2, eerste lid, bedoelde personeelscategorieën].
   De personeelsleden die onder de toepassing van de "fiscale maribel" vallen in toepassing van het koninklijk besluit van 13 juni 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector, worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in § 2 bedoelde plafonds.]3

  
Art.4. § 1er. L'intervention visée à l'article 2 est déterminée par le Service au moyen des données visées à l'article 5 et des montants fixés [2 dans l'annexe 1re]2 au présent arrêté.
  § 2. [3 Pour l'ensemble des employeurs, le nombre total des membres du personnel tels que visés :
   - à l'article 1er, 7°, a), pour les institutions publiques et
   - à l'article 1er, 7°, a) à c), pour les institutions privées,
   pour lesquels l'intervention visée à l'article 2 est financée, est plafonné à 24.882 équivalents temps plein.
   Pour la période de référence allant du 1er juillet 2011 au 30 juin 2012, sur base de laquelle le décompte final est opéré en 2013 et sur base de laquelle est effectué le calcul des avances qui sont versées les 31 janvier, 30 avril, 31 juillet et 31 octobre 2013, ce plafond s'élève à 25.189 équivalents temps plein.
   Pour la période de référence allant du 1er juillet 2012 au 30 juin 2013, ce plafond s'élève à 25.226 équivalents temps plein.
   A partir de la période de référence allant du 1er juillet 2013 au 30 juin 2014, ce plafond s'élève à 25.278 équivalents temps plein.]3

  § 3. [3 Si, au cours de la période de référence visée à l'article 6, § 3, le nombre d'équivalents temps plein de membres du personnel visés ci-dessus est supérieur au plafond fixé au § 2, les montants mentionnés à l'annexe 1 au présent arrêté et relatifs à la période de référence en question sont multipliés par le facteur :
   [plafond comme visé au § 2/nombre réel d'équivalents temps plein fixé pour les catégories de membres du personnel visées au § 2, alinéa 1].
   Les membres du personnel qui tombent sous l'application du "maribel fiscal" en application de l'arrêté royal du 13 juin 2010 modifiant l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand, ne sont pas pris en compte dans l'établissement des plafonds visés au § 2.]3

  
Art. 4_VLAAMS_GEWEST.    § 1. De in artikel 2 bedoelde tegemoetkoming wordt door de Dienst bepaald aan de hand van de gegevens, zoals bedoeld in artikel 5, en van de bedragen, vastgesteld [2 in bijlage 1]2 bij dit besluit.
  § 2. [3 Voor het geheel van de werkgevers wordt het totale aantal personeelsleden zoals bedoeld :
   - in artikel 1, 7°, a) voor de openbare instellingen en
   - in artikel 1, 7°, a) tot en met c) voor de private instellingen,
   waarvoor de tegemoetkoming bedoeld in artikel 2 wordt gefinancierd, beperkt tot een plafond van 24.882 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, wat de referentieperiode van 1 juli 2011 tot 30 juni 2012 betreft op basis waarvan de eindafrekening in 2013 gebeurt en op basis waarvan de berekening van de voorschotten gebeurt die worden gestort op 31 januari, 30 april, 31 juli en 31 oktober 2013, verhoogd tot 25.189 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, wat de referentieperiode van 1 juli 2012 tot 30 juni 2013 betreft, verhoogd tot 25.226 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, vanaf de referentieperiode van 1 juli 2013 tot 30 juni 2014, verhoogd tot 25.278 voltijds equivalenten.]3
[4 Dit plafond wordt, vanaf de referentieperiode van 1 juli 2017 tot 30 juni 2018, vastgesteld op [5 17.548]5 voltijds equivalenten.]4
  § 3. [3 Indien het aantal voltijds equivalenten voor personeelsleden bedoeld hierboven, tijdens de referentieperiode die is bedoeld in artikel 6, § 3, groter is dan het plafond zoals bepaald in § 2, dan worden de bedragen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit en betrekking hebben op de betrokken referentieperiode vermenigvuldigd met de factor :
   [plafond zoals bepaald in § 2/reële aantal vastgestelde voltijds equivalenten voor de in § 2, eerste lid, bedoelde personeelscategorieën].
   De personeelsleden die onder de toepassing van de "fiscale maribel" vallen in toepassing van het koninklijk besluit van 13 juni 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector, worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in § 2 bedoelde plafonds.]3
Art. 4 _REGION_FLAMANDE.
   § 1er. L'intervention visée à l'article 2 est déterminée par le Service au moyen des données visées à l'article 5 et des montants fixés [2 dans l'annexe 1re]2 au présent arrêté.
  § 2. [3 Pour l'ensemble des employeurs, le nombre total des membres du personnel tels que visés :
   - à l'article 1er, 7°, a), pour les institutions publiques et
   - à l'article 1er, 7°, a) à c), pour les institutions privées,
   pour lesquels l'intervention visée à l'article 2 est financée, est plafonné à 24.882 équivalents temps plein.
   Pour la période de référence allant du 1er juillet 2011 au 30 juin 2012, sur base de laquelle le décompte final est opéré en 2013 et sur base de laquelle est effectué le calcul des avances qui sont versées les 31 janvier, 30 avril, 31 juillet et 31 octobre 2013, ce plafond s'élève à 25.189 équivalents temps plein.
   Pour la période de référence allant du 1er juillet 2012 au 30 juin 2013, ce plafond s'élève à 25.226 équivalents temps plein.
   A partir de la période de référence allant du 1er juillet 2013 au 30 juin 2014, ce plafond s'élève à 25.278 équivalents temps plein.]3
[4 A partir de la période de référence du 1er juillet 2017 au 30 juin 2018, ce plafond est fixé à [5 17.548]5 équivalents à temps plein.]4
  § 3. [3 Si, au cours de la période de référence visée à l'article 6, § 3, le nombre d'équivalents temps plein de membres du personnel visés ci-dessus est supérieur au plafond fixé au § 2, les montants mentionnés à l'annexe 1 au présent arrêté et relatifs à la période de référence en question sont multipliés par le facteur :
   [plafond comme visé au § 2/nombre réel d'équivalents temps plein fixé pour les catégories de membres du personnel visées au § 2, alinéa 1].
   Les membres du personnel qui tombent sous l'application du "maribel fiscal" en application de l'arrêté royal du 13 juin 2010 modifiant l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand, ne sont pas pris en compte dans l'établissement des plafonds visés au § 2.]3
Art. 4 _DUITSTALIGE_GEMEENSCHAP.
   § 1. De in artikel 2 bedoelde tegemoetkoming wordt door de Dienst bepaald aan de hand van de gegevens, zoals bedoeld in artikel 5, en van de bedragen, vastgesteld [2 in bijlage 1]2 bij dit besluit.
  § 2. [3 Voor het geheel van de werkgevers wordt het totale aantal personeelsleden zoals bedoeld :
   - in artikel 1, 7°, a) voor de openbare instellingen en
   - in artikel 1, 7°, a) tot en met c) voor de private instellingen,
   waarvoor de tegemoetkoming bedoeld in artikel 2 wordt gefinancierd, beperkt tot een plafond van 24.882 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, wat de referentieperiode van 1 juli 2011 tot 30 juni 2012 betreft op basis waarvan de eindafrekening in 2013 gebeurt en op basis waarvan de berekening van de voorschotten gebeurt die worden gestort op 31 januari, 30 april, 31 juli en 31 oktober 2013, verhoogd tot 25.189 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, wat de referentieperiode van 1 juli 2012 tot 30 juni 2013 betreft, verhoogd tot 25.226 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, vanaf de referentieperiode van 1 juli 2013 tot 30 juni 2014, verhoogd tot 25.278 voltijds equivalenten.]3

  [4 Vanaf de referentieperiode van 1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016 waarvoor de eindafrekening in 2017 wordt vastgesteld, bedraagt dat plafond voor de instellingen die onder de bevoegdheid van de Duitstalige Gemeenschap vallen, 250 voltijds equivalenten.]4
  § 3. [3 Indien het aantal voltijds equivalenten voor personeelsleden bedoeld hierboven, tijdens de referentieperiode die is bedoeld in artikel 6, § 3, groter is dan het plafond zoals bepaald in § 2, dan worden de bedragen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit en betrekking hebben op de betrokken referentieperiode vermenigvuldigd met de factor :
   [plafond zoals bepaald in § 2/reële aantal vastgestelde voltijds equivalenten voor de in § 2, eerste lid, bedoelde personeelscategorieën].
   De personeelsleden die onder de toepassing van de "fiscale maribel" vallen in toepassing van het koninklijk besluit van 13 juni 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector, worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in § 2 bedoelde plafonds.]3
Art. 4 _COMMUNAUTE_GERMANOPHONE.
   § 1er. L'intervention visée à l'article 2 est déterminée par le Service au moyen des données visées à l'article 5 et des montants fixés [2 dans l'annexe 1re]2 au présent arrêté.
  § 2. [3 Pour l'ensemble des employeurs, le nombre total des membres du personnel tels que visés :
   - à l'article 1er, 7°, a), pour les institutions publiques et
   - à l'article 1er, 7°, a) à c), pour les institutions privées,
   pour lesquels l'intervention visée à l'article 2 est financée, est plafonné à 24.882 équivalents temps plein.
   Pour la période de référence allant du 1er juillet 2011 au 30 juin 2012, sur base de laquelle le décompte final est opéré en 2013 et sur base de laquelle est effectué le calcul des avances qui sont versées les 31 janvier, 30 avril, 31 juillet et 31 octobre 2013, ce plafond s'élève à 25.189 équivalents temps plein.
   Pour la période de référence allant du 1er juillet 2012 au 30 juin 2013, ce plafond s'élève à 25.226 équivalents temps plein.
   A partir de la période de référence allant du 1er juillet 2013 au 30 juin 2014, ce plafond s'élève à 25.278 équivalents temps plein.]3

  [4 A partir de la période de référence allant du 1er juillet 2015 au 30 juin 2016 pour laquelle le décompte final est établi en 2017, ce plafond pour les institutions qui relèvent de la compétence de la Communauté germanophone s'élève à 250 équivalents temps plein.]4
  § 3. [3 Si, au cours de la période de référence visée à l'article 6, § 3, le nombre d'équivalents temps plein de membres du personnel visés ci-dessus est supérieur au plafond fixé au § 2, les montants mentionnés à l'annexe 1 au présent arrêté et relatifs à la période de référence en question sont multipliés par le facteur :
   [plafond comme visé au § 2/nombre réel d'équivalents temps plein fixé pour les catégories de membres du personnel visées au § 2, alinéa 1].
   Les membres du personnel qui tombent sous l'application du "maribel fiscal" en application de l'arrêté royal du 13 juin 2010 modifiant l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand, ne sont pas pris en compte dans l'établissement des plafonds visés au § 2.]3
Art. 4_WAALS_GEWEST.    § 1. De in artikel 2 bedoelde tegemoetkoming wordt door de Dienst bepaald aan de hand van de gegevens, zoals bedoeld in artikel 5, en van de bedragen, vastgesteld [2 in bijlage 1]2 bij dit besluit.
  § 2. [3 Voor het geheel van de werkgevers wordt het totale aantal personeelsleden zoals bedoeld :
   - in artikel 1, 7°, a) voor de openbare instellingen en
   - in artikel 1, 7°, a) tot en met c) voor de private instellingen,
   waarvoor de tegemoetkoming bedoeld in artikel 2 wordt gefinancierd, beperkt tot een plafond van 24.882 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, wat de referentieperiode van 1 juli 2011 tot 30 juni 2012 betreft op basis waarvan de eindafrekening in 2013 gebeurt en op basis waarvan de berekening van de voorschotten gebeurt die worden gestort op 31 januari, 30 april, 31 juli en 31 oktober 2013, verhoogd tot 25.189 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, wat de referentieperiode van 1 juli 2012 tot 30 juni 2013 betreft, verhoogd tot 25.226 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, vanaf de referentieperiode van 1 juli 2013 tot 30 juni 2014, verhoogd tot 25.278 voltijds equivalenten.]3

  [4 Te rekenen van de referentieperiode gaande van 1 juli 2015 tot 30 juni 2016 waarvan de eindafrekening in 2017 wordt opgemaakt, bedraagt dit plafond [5 9 584]5 voltijds equivalenten.]4
  § 3. [3 Indien het aantal voltijds equivalenten voor personeelsleden bedoeld hierboven, tijdens de referentieperiode die is bedoeld in artikel 6, § 3, groter is dan het plafond zoals bepaald in § 2, dan worden de bedragen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit en betrekking hebben op de betrokken referentieperiode vermenigvuldigd met de factor :
   [plafond zoals bepaald in § 2/reële aantal vastgestelde voltijds equivalenten voor de in § 2, eerste lid, bedoelde personeelscategorieën].
   De personeelsleden die onder de toepassing van de "fiscale maribel" vallen in toepassing van het koninklijk besluit van 13 juni 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector, worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in § 2 bedoelde plafonds.]3
Art. 4 _REGION_WALLONNE.
   § 1er. L'intervention visée à l'article 2 est déterminée par le Service au moyen des données visées à l'article 5 et des montants fixés [2 dans l'annexe 1re]2 au présent arrêté.
  § 2. [3 Pour l'ensemble des employeurs, le nombre total des membres du personnel tels que visés :
   - à l'article 1er, 7°, a), pour les institutions publiques et
   - à l'article 1er, 7°, a) à c), pour les institutions privées,
   pour lesquels l'intervention visée à l'article 2 est financée, est plafonné à 24.882 équivalents temps plein.
   Pour la période de référence allant du 1er juillet 2011 au 30 juin 2012, sur base de laquelle le décompte final est opéré en 2013 et sur base de laquelle est effectué le calcul des avances qui sont versées les 31 janvier, 30 avril, 31 juillet et 31 octobre 2013, ce plafond s'élève à 25.189 équivalents temps plein.
   Pour la période de référence allant du 1er juillet 2012 au 30 juin 2013, ce plafond s'élève à 25.226 équivalents temps plein.
   A partir de la période de référence allant du 1er juillet 2013 au 30 juin 2014, ce plafond s'élève à 25.278 équivalents temps plein.]3

  [4 A partir de la période de référence allant du 1er juillet 2015 au 30 juin 2016 dont le décompte final est établi en 2017, ce plafond s'élève à [5 9.584]5 équivalents temps plein.]4
  § 3. [3 Si, au cours de la période de référence visée à l'article 6, § 3, le nombre d'équivalents temps plein de membres du personnel visés ci-dessus est supérieur au plafond fixé au § 2, les montants mentionnés à l'annexe 1 au présent arrêté et relatifs à la période de référence en question sont multipliés par le facteur :
   [plafond comme visé au § 2/nombre réel d'équivalents temps plein fixé pour les catégories de membres du personnel visées au § 2, alinéa 1].
   Les membres du personnel qui tombent sous l'application du "maribel fiscal" en application de l'arrêté royal du 13 juin 2010 modifiant l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand, ne sont pas pris en compte dans l'établissement des plafonds visés au § 2.]3
Art. 4_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST.    § 1. De in artikel 2 bedoelde tegemoetkoming wordt door de Dienst bepaald aan de hand van de gegevens, zoals bedoeld in artikel 5, en van de bedragen, vastgesteld [2 in bijlage 1]2 bij dit besluit.
  § 2. [3 Voor het geheel van de werkgevers wordt het totale aantal personeelsleden zoals bedoeld :
   - in artikel 1, 7°, a) voor de openbare instellingen en
   - in artikel 1, 7°, a) tot en met c) voor de private instellingen,
   waarvoor de tegemoetkoming bedoeld in artikel 2 wordt gefinancierd, beperkt tot een plafond van 24.882 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, wat de referentieperiode van 1 juli 2011 tot 30 juni 2012 betreft op basis waarvan de eindafrekening in 2013 gebeurt en op basis waarvan de berekening van de voorschotten gebeurt die worden gestort op 31 januari, 30 april, 31 juli en 31 oktober 2013, verhoogd tot 25.189 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, wat de referentieperiode van 1 juli 2012 tot 30 juni 2013 betreft, verhoogd tot 25.226 voltijds equivalenten.
   Dit plafond wordt, vanaf de referentieperiode van 1 juli 2013 tot 30 juni 2014, verhoogd tot 25.278 voltijds equivalenten.]3

  [4 Vanaf de referentieperiode van 1 juli 2015 tot 30 juni 2016 waarvan de eindafrekening in 2017 wordt vastgesteld, bedraagt dit plafond voor de inrichtingen die onder de bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie vallen 2.700 voltijdse equivalenten.]4
  [5 In afwijking van het vorige lid voor de referentieperioden van 1 juli 2019 tot en met 30 juni 2021 bedraagt dit plafond voor de instellingen die vallen onder de bevoegdheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie 2.900 voltijds equivalenten.]5
  § 3. [3 Indien het aantal voltijds equivalenten voor personeelsleden bedoeld hierboven, tijdens de referentieperiode die is bedoeld in artikel 6, § 3, groter is dan het plafond zoals bepaald in § 2, dan worden de bedragen die zijn opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit en betrekking hebben op de betrokken referentieperiode vermenigvuldigd met de factor :
   [plafond zoals bepaald in § 2/reële aantal vastgestelde voltijds equivalenten voor de in § 2, eerste lid, bedoelde personeelscategorieën].
   De personeelsleden die onder de toepassing van de "fiscale maribel" vallen in toepassing van het koninklijk besluit van 13 juni 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector, worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de in § 2 bedoelde plafonds.]3
Art. 4 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.
   § 1er. L'intervention visée à l'article 2 est déterminée par le Service au moyen des données visées à l'article 5 et des montants fixés [2 dans l'annexe 1re]2 au présent arrêté.
  § 2. [3 Pour l'ensemble des employeurs, le nombre total des membres du personnel tels que visés :
   - à l'article 1er, 7°, a), pour les institutions publiques et
   - à l'article 1er, 7°, a) à c), pour les institutions privées,
   pour lesquels l'intervention visée à l'article 2 est financée, est plafonné à 24.882 équivalents temps plein.
   Pour la période de référence allant du 1er juillet 2011 au 30 juin 2012, sur base de laquelle le décompte final est opéré en 2013 et sur base de laquelle est effectué le calcul des avances qui sont versées les 31 janvier, 30 avril, 31 juillet et 31 octobre 2013, ce plafond s'élève à 25.189 équivalents temps plein.
   Pour la période de référence allant du 1er juillet 2012 au 30 juin 2013, ce plafond s'élève à 25.226 équivalents temps plein.
   A partir de la période de référence allant du 1er juillet 2013 au 30 juin 2014, ce plafond s'élève à 25.278 équivalents temps plein.]3

  [4 A partir de la période de référence allant du 1er juillet 2015 au 30 juin 2016 dont le décompte final est établi en 2017, ce plafond s'élève pour les institutions relevant de la compétence de la Commission communautaire commune à 2.700 équivalents temps plein.]4
  [5 Par dérogation à l'alinéa précédent, pour les périodes de référence allant du 1er juillet 2019 au 30 juin 2021, ce plafond s'élève pour les institutions relevant de la compétence de la Commission communautaire commune à 2.900 équivalents temps plein.]5
  § 3. [3 Si, au cours de la période de référence visée à l'article 6, § 3, le nombre d'équivalents temps plein de membres du personnel visés ci-dessus est supérieur au plafond fixé au § 2, les montants mentionnés à l'annexe 1 au présent arrêté et relatifs à la période de référence en question sont multipliés par le facteur :
   [plafond comme visé au § 2/nombre réel d'équivalents temps plein fixé pour les catégories de membres du personnel visées au § 2, alinéa 1].
   Les membres du personnel qui tombent sous l'application du "maribel fiscal" en application de l'arrêté royal du 13 juin 2010 modifiant l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand, ne sont pas pris en compte dans l'établissement des plafonds visés au § 2.]3
Art. 4bis. [1 § 1. In het kader van creatie van tewerkstelling zoals overeengekomen in de sociale akkoorden door vertegenwoordigers van werkgevers, van werknemers en door de Federale overheid, hebben bepaalde werkgevers in de hierna vermelde omstandigheden recht op een jaarlijkse financiële tegemoetkoming van 50.000 euro per voltijds equivalent (VTE).
   1° In de privésector :
   a) vanaf 1 oktober 2011 en indien deze tewerkstelling wordt gecreëerd vóór 31 december 2013 : 105 loontrekkend VTE verpleegkundigen of zorgkundigen of personeel voor reactivering;
   b) vanaf 1 januari 2013 en indien deze tewerkstelling wordt gecreëerd vóór 31 december 2013 : 467,84 loontrekkend VTE verpleegkundigen of zorgkundigen of personeel voor reactivering.
   2° In de openbare sector :
   a) vanaf 1 oktober 2011 en indien deze tewerkstelling wordt gecreëerd vóór 31 december 2013 : 60 VTE verpleegkundigen of zorgkundigen of personeel voor reactivering, loontrekkend of statutair;
   b) vanaf 1 januari 2013 en indien deze tewerkstelling wordt gecreëerd vóór 31 december 2013 : 250 VTE verpleegkundigen of zorgkundigen of personeel voor reactivering, loontrekkend of statutair.
   Deze voltijdse equivalenten zijn niet begrepen in de maxima aan voltijdse equivalenten, bedoeld in artikel 4, § 2.
   § 2. Voor zover ze, op basis van de arbeidsovereenkomst waarin wordt verwezen naar een van die maatregelen van creatie van tewerkstelling, aan de Dienst het bewijs kunnen leveren dat ze de nieuwe tewerkstelling creëren waarvoor deze tegemoetkoming is voorzien, is de tegemoetkoming, bedoeld in § 1, 1°, verschuldigd aan de werkgevers van de privésector, waarvan de lijst, opgesteld en beheerd door de Kamer ouderenzorg van het Fonds Sociale Maribel PC 330 met vermelding per werkgever van het aantal VTE, is goedgekeurd door het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en gepubliceerd op de website van het RIZIV. Deze lijst van werkgevers voldoet aan de volgende criteria :
   1° 80 VTE van de 105 VTE zijn toegekend aan de werkgevers die op 13 juli 2011 minstens 15 % van hun patiënten in de afhankelijkheidscategorie Cd hadden ondergebracht én die minstens 15% personeel hadden bovenop de normen vastgelegd in het ministerieel besluit van 6 november 2003. Voor deze verdeling, zijn deze instellingen van groot naar klein gerangschikt in functie van het aantal werknemers.
   2° 25 VTE van de 105 VTE zijn toegekend aan de werkgevers waar het sociaal overleg (ondernemingsraad, comité voor bescherming en preventie op het werk, syndicale delegatie) is opgestart vanaf het jaar 2006, en uiterlijk op 13 juli 2011. Deze instellingen zijn gerangschikt van klein naar groot in functie van het aantal werknemers.
   3° 467,84 VTE worden toegekend aan de werkgevers volgens de volgende criteria :
   a) een regionale verdeling op basis van het aantal VTE "zorgpersoneel" in de sector:
Art. 4bis. [1 § 1er. Certains employeurs ont droit, dans les circonstances mentionnées ci-après, à une intervention financière annuelle de 50.000 euros par équivalent temps plein (ETP), dans le cadre de la création d'emplois faisant l'objet d'accords sociaux conclus par les représentants des employeurs et des travailleurs et par l'Autorité fédérale.
   1° Dans le secteur privé :
   a) à partir du 1er octobre 2011 et pour autant que ces emplois soient créés avant le 31 décembre 2013 : 105 ETP salariés praticiens de l'art infirmier ou aides-soignants ou personnel de réactivation;
   b) à partir du 1er janvier 2013 et pour autant que ces emplois soient créés avant le 31 décembre 2013 : 467,84 ETP salariés praticiens de l'art infirmier ou aides-soignants ou personnel de réactivation.
   2° Dans le secteur public :
   a) à partir du 1er octobre 2011 et pour autant que ces emplois soient créés avant le 31 décembre 2013 : 60 ETP praticiens de l'art infirmier ou aides-soignants ou personnel de réactivation, salariés ou statutaires;
   b) à partir du 1er janvier 2013 et pour autant que ces emplois soient créés avant le 31 décembre 2013 : 250 ETP praticiens de l'art infirmier ou aides-soignants ou personnel de réactivation, salariés ou statutaires.
   Ces équivalents temps plein ne sont pas compris dans les nombres maximums d'équivalents temps plein visés à l'article 4, § 2.
   § 2. Pour autant que, sur la base du contrat de travail où il est fait référence à l'une de ces mesures de création d'emplois, ils puissent fournir au Service la preuve de la création des nouveaux emplois pour lesquels cette intervention est prévue, l'intervention visée au § 1er, 1°, est due aux employeurs du secteur privé dont la liste, établie et gérée par la Chambre Secteur Personnes âgées du Fonds Maribel Social CP 330, avec la mention par employeur du nombre d'ETP, a été approuvée par le Comité de l'assurance soins de santé de l'INAMI et publiée sur le site web de l'INAMI. Cette liste d'employeurs répond aux critères suivants :
   1° 80 ETP sur les 105 ETP sont attribués aux employeurs qui, au 13 juillet 2011, avaient au moins 15% de leurs patients classés dans la catégorie de dépendance Cd et au moins 15 % de leur personnel au-dessus des normes fixées par l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003. Pour cette répartition, ces institutions sont classées de la plus grande à la plus petite en fonction du nombre de travailleurs.
   2° 25 ETP sur les 105 ETP sont attribués aux employeurs où la concertation sociale (conseil d'entreprise, comité pour la prévention et la protection au travail, délégation syndicale) a été instaurée à partir de l'année 2006, et au plus tard le 13 juillet 2011. Ces institutions sont classées de la plus petite à la plus grande en fonction du nombre de leurs travailleurs.
   3° 467,84 ETP sont attribués aux employeurs d'après les critères suivants :
   a) une répartition régionale sur la base du nombre d'ETP "personnel de soins" dans le secteur :
GewestPercentage
Vlaanderen56,38 %
Wallonië33,53 %
Brussel10,09 %
GewestPercentageVlaanderen56,38 %Wallonië33,53 %Brussel10,09 %
RégionPourcentage
Flandre56,38 %
Wallonie33,53 %
Bruxelles10,09 %
RégionPourcentageFlandre56,38 %Wallonie33,53 %Bruxelles10,09 %
  b) op instellingsniveau is de doelstelling om in de mobiele equipe het volgend aantal VTE op te nemen, in functie van het aantal VTE zorgpersoneel in de instelling :
  b) au niveau des institutions, l'objectif est de reprendre dans les équipes mobiles le nombre suivant d'ETP en fonction du nombre d'ETP en personnel de soins dans l'institution :
Aantal VTE zorgpersoneelAantal VTE mobiele equipe
15-301
31-501,5
> 502
Aantal VTE zorgpersoneelAantal VTE mobiele equipe15-30131-501,5> 502
Nombre d'ETP personnel de soinsNombre d'ETP équipe mobile
15-301
31-501,5
> 502
Nombre d'ETP personnel de soinsNombre d'ETP équipe mobile15-30131-501,5> 502
  c) de VTE worden prioritair toegekend aan instellingen die reeds een mobiele equipe hebben, om op die manier de doelstelling te realiseren zoals bedoeld onder punt b);
   d) nadien worden de instellingen die nog geen mobiele equipe hebben gerangschikt volgens het aantal VTE zorgpersoneel, van hoog naar laag. Het saldo van de beschikbare VTE wordt toegekend aan de instellingen die een percentage van meer dan 20% C en Cd profielen in ROB bedden hebben, met een maximum dat overeenstemt met de doelstelling zoals bedoeld in punt b), tot uitputting van het beschikbaar aantal VTE.
   4° De in 1° tot 3° bedoelde VTE worden ingezet in mobiele equipes zoals omschreven in de Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 mei 2013 van het Paritair Comité 330.
   § 3. Voor zover ze, op basis van een arbeidsovereenkomst of benoemingsbeslissing waarin wordt verwezen naar een van die maatregelen van creatie van tewerkstelling, aan de Dienst het bewijs kunnen leveren dat ze de nieuwe tewerkstelling creëren waarvoor deze tegemoetkoming is voorzien, is de tegemoetkoming, bedoeld in § 1, 2°, verschuldigd aan de werkgevers van de openbare sector, en waarvan de lijst, op voorstel van het Fonds Sociale Maribel van de overheidssector, is goedgekeurd door het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en gepubliceerd op de website van het RIZIV. Deze lijst van werkgevers voldoet aan de volgende criteria:
   1° 60 VTE zijn toegekend aan de instellingen die, volgens hun eigen verklaringen verzameld tijdens de referentieperiode 2010-2011 minder dan 25 en meer dan 14,274 patiënten hadden ondergebracht in de afhankelijkheidscategorie Cd.
   2° 0,6 VTE worden toegekend aan elke instelling van de openbare sector, met een maximum van 250 VTE voor het geheel van de werkgevers van de openbare sector. Wanneer dit plafond van 250 VTE is bereikt, kan geen enkel VTE worden toegekend aan nieuwe instellingen, tenzij dat er VTE vrijkomen, zoals bepaald in § 4.
   3° De VTE bedoeld in 1° en 2° worden aangeworven als referentiepersoon dementie, waarvan de functie en de kwalificatie gedefinieerd zijn in artikel 28ter van het ministerieel besluit van 6 november 2003, en/of voor een betere tenlasteneming van de patiënten met dementie.
   § 4. Van de in §§ 2 en 3 bedoelde lijsten zijn zonder opzegging en definitief uitgesloten:
   a) de werkgevers die uiterlijk op 31 december 2013 de creatie van tewerkstelling niet hebben gerealiseerd volgens de voorwaarden bedoeld in § 2 of § 3;
   b) de werkgevers voor welke de Dienst de volledige afwezigheid van dit personeel vaststelt tijdens een volledige referentieperiode;
   c) de werkgevers die zijn gesloten opgeheven na een faillissement.
   Indien op die manier een aantal VTE vrijkomen, dan worden deze VTE ter beschikking gesteld van de respectievelijke Fondsen Sociale Maribel, die aan het Verzekeringscomité kunnen voorstellen om ze toe te wijzen aan een andere werkgever volgens de criteria zoals bedoeld in § 2, 1° en/of 2° en/of 3° voor wat betreft de privésector, en § 3, 2° voor wat betreft de openbare sector, en ze op te nemen in de lijsten zoals bedoeld in §§ 2 en 3.
   § 5. In de elektronische vragenlijst, bedoeld in artikel 5, vermelden de werkgevers het personeelslid dat pas is aangeworven of dat een verhoging van het aantal werkuren heeft verkregen in het kader van de maatregel bedoeld in dit artikel, als een personeelslid met een arbeidsovereenkomst/benoemingsbeslissing "jobcreatie 2011-2013".
   § 6. Indien een personeelslid wordt aangeworven in het kader van de maatregel bedoeld in dit artikel en indien in het kader van dit besluit hiertoe nog geen enkele financiering (voorschot en/of eindafrekening) is toegekend aan de werkgever, kan de werkgever aan de Dienst verzoeken om een voorschot van maximum 45.000 euro per VTE te ontvangen.
   Bij de berekening van dit voorschot wordt rekening gehouden met de begindatum van de arbeidsovereenkomst/benoemingsbeslissing, het voltijds equivalent van dat personeelslid en de bepaling in de overeenkomst/benoemingsbeslissing waaruit blijkt dat dit personeelslid is aangeworven in het kader van de "jobcreatie 2011-2013", volgens de voorwaarden zoals bedoeld in § 2 of in § 3.]1
  
  c) les ETP sons attribués prioritairement aux institutions qui ont déjà une équipe mobile afin de réaliser l'objectif visé au point b);
   d) ensuite, les institutions qui ne disposent pas encore d'équipe mobile sont classées suivant le nombre d'ETP en personnel de soins, du plus élevé au plus bas. Le solde d'ETP disponible est attribué aux institutions qui ont un pourcentage de plus de 20 % de profils C et Cd en lits MRPA avec un maximum qui correspond à l'objectif visé au point b), jusqu'à épuisement des ETP disponibles.
   4° Les ETP visés aux 1° à 3° sont engagés dans des équipes mobiles telles que définies dans la Convention collective de travail du 13 mai 2013 de la Commission paritaire 330.
   § 3. Pour autant que, sur la base d'un contrat de travail ou d'une décision de nomination où il est fait référence à l'une de ces mesures de création d'emplois, ils puissent fournir au Service la preuve de la création des nouveaux emplois pour lesquels cette intervention est prévue, l'intervention visée au § 1er, 2°, est due aux employeurs du secteur public dont la liste, sur proposition du Fonds Maribel du secteur public, a été approuvée par le Comité de l'assurance soins de santé de l'INAMI et publiée sur le site web de l'INAMI. Cette liste d'employeurs répond aux critères suivants :
   1° 60 ETP sont attribués aux institutions qui, selon leurs propres déclarations recueillies, hébergeaient, pendant la période de référence 2010-2011, moins de 25 et plus de 14,274 patients classés dans la catégorie de dépendance Cd.
   2° 0,6 ETP sont attribués à chaque institution du secteur public, avec un maximum de 250 ETP pour l'ensemble des employeurs du secteur public. Lorsque ce plafond de 250 ETP est atteint, aucun ETP ne peut être accordé aux nouvelles institutions, à moins que des ETP soient laissés vacants, comme stipulé au § 4.
   3° Les ETP visés aux 1° à 2° sont engagés comme personne de référence pour la démence, dont la fonction et la qualification sont définies à l'article 28ter de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003, et/ou pour améliorer la prise en charge des patients souffrant de démence.
   § 4. Sont exclus sans préavis et à titre définitif des listes visées aux §§ 2 et 3 :
   a) les employeurs qui n'ont pas procédé à la création de nouveaux emplois avant le 31 décembre 2013, conformément aux conditions visées au § 2 ou au § 3;
   b) les employeurs pour lesquels le Service constate l'absence de ce personnel pendant une période de référence complète;
   c) les employeurs faisant l'objet d'une fermeture ou d'une liquidation après faillite.
   Si un certain nombre d'ETP sont ainsi laissés vacants, ceux-ci sont mis à la disposition des Fonds Maribel Social respectifs, qui peuvent proposer au Comité de l'assurance de les attribuer à un autre employeur sur base des critères visés au § 2, 1° et/ou 2° et/ou 3° en ce qui concerne le secteur privé, et § 3, 2° en ce qui concerne le secteur public, et de les reprendre dans les listes visées aux §§ 2 et 3.
   § 5. Dans le questionnaire électronique visé à l'article 5, les employeurs renseignent le membre du personnel nouvellement engagé ou ayant fait l'objet d'une augmentation d'heures dans le cadre de la mesure visée dans cet article, comme ayant un contrat ou une décision de nomination "création d'emplois 2011-2013".
   § 6. Si un membre du personnel est recruté dans le cadre de la mesure visée au présent article et pour autant que dans le cadre du présent arrêté aucun financement (avance et/ou décompte final) n'ait encore été octroyé à cette fin à l'employeur, celui-ci peut solliciter auprès du Service l'obtention d'une avance de maximum 45.000 euros par ETP.
   Pour le calcul de cette avance, il est tenu compte de la date de début du contrat de travail/de la décision de nomination, de l'équivalent temps plein de ce membre du personnel et de la disposition dans le contrat de travail/la décision de nomination de laquelle il ressort que ce membre du personnel a été recruté dans le cadre de la "création d'emplois 2011-2013", selon les conditions visées au § 2 ou au § 3.]1
  
Art. 4ter_WAALS_GEWEST. [1 § 1. Sommige werkgevers hebben recht op een jaarlijkse financiële tegemoetkoming per voltijdsequivalent (afgekort VTE), in het kader van de jobcreatie die deel uitmaakt van het kader-akkoord 2021-2024 tussen drie partijden voor de Waalse niet-commerciële privé-sector, gesloten tussen de vertegenwoordigers van de werkgevers en van de werkemers en de Regering, volgens deze nadere bepalingen :
   1° in de commerciële privé-sector :
   a) vanaf 1 januari 2022 en voor zover deze betrekkingen zijn ingevoerd voor 31 december 2023: 101,04 VTE loontrekkenden, zorgkundigen of het reactivatie- of opvoedend personeel A2 of animator in de residentiële zorg of logistieke bijstand in een zorg- of residentiële eenheid;
   a) vanaf 1 januari 2022 en voor zover deze betrekkingen zijn ingevoerd voor 31 december 2023: 202,08 VTE loontrekkenden, zorgkundigen of het reactivatie- of opvoedend personeel A2 of animator in de residentiële zorg of logistieke bijstand in een zorg- of residentiële eenheid;
   2° in de privé-sector - verenigingen :
   a) vanaf 1 januari 2022 en voor zover deze betrekkingen zijn ingevoerd voor 31 december 2023: 74,72 VTE loontrekkenden, zorgkundigen of het reactivatie- of opvoedend personeel A2 of animator in de residentiële zorg of logistieke bijstand in een zorg- of residentiële eenheid;
   a) vanaf 1 januari 2022 en voor zover deze betrekkingen zijn ingevoerd voor 31 december 2024: 149,44 VTE loontrekkenden, zorgkundigen of het reactivatie- of opvoedend personeel A2 of animator in de residentiële zorg of logistieke bijstand in een zorg- of residentiële eenheid;
   § 2. De jaarlijkse financiële tegemoetkoming bedoeld in paragraaf 1 wordt vastgesteld op 45.000 euros voor één VTE in de logistieke bijstand in een zorg- of residentiële eenheid, en op 50.000 euro voor één VTE in de andere toelaatbare categorieën van betrekkingen.
   § 3. Voor zover ze, op grond van de arbeidsovereenkomst waarbij verwezen wordt naar één van deze jobcreatiemaatregelen, de Dienst het bewijs kunnen verstrekken van de creatie van de nieuwe betrekkingen waarvoor deze tegemoetkoming bepaald wordt, is de tegemoetkoming bedoeld in paragraaf 1, 1° en 2°, verschuldigd aan de werkgevers van de privé-sector waarvan de lijst, vastgesteld door het Agentschap, met de vermelding van het aantal VTE per werkgever, goedgekeurd is door het branchecomité Welzijn en Gezondheid van het Agentschap als bedoeld in artikel 11 van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid en bekendgemaakt op de website van het Agentschap. Deze lijst werkgevers voldoet aan volgende criteria :
   1° voor de jaren 2022 en 2023 worden 0.3 VTE toegekend aan iedere werkgever die een andere werkingstitel, verstrekt door het Agentschap, geniet. Bij de invoering van de maatregel is de referentiedatum voor het aanmaken van de lijsten vastgesteld op 12 oktober 2021, datum van ondertekening van voornoemde werkingstitel;
   2° vanaf 2024 worden 0.6 VTE toegekend aan iedere werkgever die een andere werkingstitel, verstrekt door het Agentschap, geniet. Bij de invoering van de maatregel is de referentiedatum voor het aanmaken van de lijsten vastgesteld op 1 oktober 2023, datum van ondertekening van voornoemde werkingstitel;
   3° de overige VTE, ten gevolge van de toepassing van paragraaf 1, 1°, worden, voor de commerciële privé-sector, toegekend aan de werkgevers naar prorata van het aantal bedden erkend in bejaardentehuizen, rust- en verzorgingstehuizen, centra voor korte verblijven en dagverzorgingscentra in deze sector. Bij de invoering van de maatregel is de referentiedatum voor het aanmaken van de lijsten vastgesteld op 12 oktober 2021, datum van ondertekening van voornoemde werkingstitel. Bij de tweede fase van de invoering van de maatregel in 2024 is de referentiedatum voor het aanmaken van de lijsten vastgesteld op 12 oktober 2023, datum van ondertekening van voornoemde werkingstitel;
   4° de overige VTE, ten gevolge van de toepassing van paragraaf 1, 2°, worden, voor de privé-sector - verenigingen, toegekend aan de werkgevers naar prorata van het aantal bedden erkend in bejaardentehuizen, rust- en verzorgingstehuizen, centra voor korte verblijven en dagverzorgingscentra in deze sector. Bij de eerste fase van de invoering van de maatregel in 2022 is de referentiedatum voor het aanmaken van de lijsten vastgesteld op 12 oktober 2021, datum van ondertekening van voornoemde werkingstitel. Bij de tweede fase van de invoering van de maatregel in 2024 is de referentiedatum voor het aanmaken van de lijsten vastgesteld op 12 oktober 2023, datum van ondertekening van voornoemde werkingstitel.
   § 4. Zonder vooropzeg en op definitieve wijze worden uit de lijsten bedoeld in paragraaf 3 uitgesloten :
   1° de werkgevers die geen nieuwe jobs hebben gecreëerd voor 31 december 2024, overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in paragraaf 3;
   2° de werkgevers voor welke de Dienst de afwezigheid van dat personeel vaststelt tijdens een volledige referentieperiode;
   3° de werkgevers die na een faillissement worden gesloten of vereffend.
   Als een bepaald aantal VTE vacant worden gelaten, worden ze ter beschikking gesteld van het stuurcomité, dat het branchecomité "Welzijn en Gezondheid" van het Agentschap bedoeld in artikel 11 van het Waals Wetboek va Sociale Actie en Gezondheid kan voorstellen om ze toe te wijzen aan een andere werkgever, op grond van de criteria bedoeld in paragraaf 2, 1°, 2° of 3°, voor wat betreft de commerciële privé-sector, en paragraaf 3, 1°, 2° of 4°, wat betreft de privé-sector - verenigingen, en ze opnieuw op te nemen in de lijsten bedoeld in paragraaf 3.
   Dat stuurcomité bestaat uit één vertegenwoordiger van elke federatie van werkgevers van de privé-sector, vertegenwoordigd in de overeenkomstcommissie "Opvang en Huisvesting van Bejaarde Personen" van het Agentschap als bedoeld in artikel 15 van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, evenals uit één vertegenwoordiger van de drie organisaties die de werknemers vertegenwoordigen.
   Op grond van de kwartaalbevestigingen voor de referentieperiode met betrekking tot de laatste twee kwartalen van het jaar J-2 en voor de eerste twee kwartalen van het jaar J-1 maakt de dienst het aantal vacant gelaten VTE tegen uiterlijk 31 januari van het jaar J aan de Dienst over.
   Het stuurcomité maakt tegen uiterlijk 30 april van het jaar J zijn advies aan het branchecomité Welzijn en Gezondheid van het Agentschap bedoeld in artikel 11 van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid over dat vervolgens zijn beslissing neemt tegen uiterlijk 30 juni van het jaar J. De beslissing heeft uitwerking ten vroegste op 1 juli van het jaar J.
   § 5. In de elektronische vragenlijst bedoeld in artikel 5, § 1, 1°, geven de werkgevers het personeelslid dat nieuw aangeworven is of wiens aantal uren verhoogd is in het kader van de maatregel als bedoeld in dat artikel op als houders van een overeenkomst "jobcretaie 2021-2024".
   § 6. Als een personeelslid is aangeworven in het kader van de maatregel als bedoeld in dit artikel en voor zover er in het kader van dit besluit nog geen financiering daartoe aan de werkgever is toegekend als voorschot of bij de eindafrekening, kan bedoelde werkgever van de Dienst de uitkering van een voorschot vragen van maximum 45.000 euro per VTE.
   Voor de berekening van dat voorschot wordt rekening gehouden met de aanvangsdatum van de arbeidsovereenkomst of van de beslissing tot benoeming van het voltijdsequivalent van dat personeelslid en van de bepaling in de arbeidsovereenkomst of in de beslissing tot benoeming waaruit blijkt dat dat personeelslid is aangeworven in het kader van de "jobcreatie 2021-2024", volgens de voorwaarden bedoeld in voorgaande paragrafen.]1

  
Art. 4ter _REGION_WALLONNE.[1 § 1er. Certains employeurs ont droit à une intervention financière annuelle par équivalent temps plein, en abrégé " ETP ", dans le cadre de la création d'emplois faisant l'objet de l'accord-cadre tripartite 2021-2024 pour le secteur non-marchand privé wallon conclu par les représentants des employeurs et des travailleurs et par le Gouvernement, selon les modalités suivantes :
   1° dans le secteur privé commercial :
   a) à partir du 1er janvier 2022 et pour autant que ces emplois soient créés avant le 31 décembre 2023 : 101,04 ETP salariés aides-soignants ou personnel de réactivation ou éducateur A2 ou animateur dans les soins résidentiels ou aide logistique dans une unité de soins ou de résidence;
   b) à partir du 1er janvier 2024 et pour autant que ces emplois soient créés avant le 31 décembre 2024 : 202,08 ETP salariés aides-soignants ou personnel de réactivation ou éducateur A2 ou animateur dans les soins résidentiels ou aide logistique dans une unité de soins ou de résidence;
   2° dans le secteur privé associatif :
   a) à partir du 1er janvier 2022 et pour autant que ces emplois soient créés avant le 31 décembre 2023 : 74,72 ETP salariés aides-soignants ou personnel de réactivation ou éducateur A2 ou animateur dans les soins résidentiels ou aide logistique dans une unité de soins ou de résidence;
   b) à partir du 1er janvier 2024 et pour autant que ces emplois soient créés avant le 31 décembre 2024 : 149,44 ETP salariés aides-soignants ou personnel de réactivation ou éducateur A2 ou animateur dans les soins résidentiels ou aide logistique dans une unité de soins ou de résidence.
   § 2. L'intervention financière annuelle visée au paragraphe 1er est fixée à 45.000 euros pour un ETP d'aide logistique dans une unité de soins ou de résidence, et à 50.000 euros pour un ETP dans les autres catégories d'emploi admissibles.
   § 3. Pour autant que, sur la base du contrat de travail où il est fait référence à l'une de ces mesures de création d'emplois, ils puissent fournir au Service la preuve de la création des nouveaux emplois pour lesquels cette intervention est prévue, l'intervention visée au paragraphe 1er, 1° et 2°, est due aux employeurs du secteur privé dont la liste, établie par l'Agence, avec la mention par employeur du nombre d'ETP, a été approuvée par le comité de branche " Bien-être et Santé " de l'Agence visé à l'article 11 du Code wallon de l'action sociale et de la santé " et publiée sur le site internet de l'Agence. Cette liste d'employeurs répond aux critères suivants :
   1° pour les années 2022 et 2023, 0,3 ETP sont attribués à chaque employeur qui bénéficie d'un titre de fonctionnement délivré par l'Agence. Lors de la mise en place de la mesure, la date de référence pour la constitution des listes est fixée au 12 octobre 2021, date de signature du titre de fonctionnement précité;
   2° à partir de 2024, 0,6 ETP sont attribués à chaque employeur qui bénéficie d'un titre de fonctionnement délivré par l'Agence. Lors de la mise en place de la mesure, la date de référence pour la constitution des listes est fixée au 1er octobre 2023, date de signature du titre de fonctionnement précité;
   3° les ETP résiduaires, à la suite de l'application du paragraphe 1er, 1°, sont attribués, pour le secteur privé commercial, aux employeurs au prorata du nombre de lits agréés en maisons de repos pour personnes âgées, maisons de repos et de soins, centre de court séjour et centres de soins de jour dans ce secteur. Lors de la mise en place de la mesure, la date de référence pour la constitution des listes est fixée au 12 octobre 2021, date de signature du titre de fonctionnement précité. Lors de la seconde phase de mise en place de la mesure en 2024, la date de référence pour la constitution des listes est fixée au 1er octobre 2023, date de signature du titre de fonctionnement précité;
   4° les ETP résiduaires, à la suite de l'application du § 1er, 2°, sont attribués, pour le secteur privé associatif, aux employeurs au prorata du nombre de lits agréés en maisons de repos pour personnes âgées, maisons de repos et de soins, centre de court séjour et centres de soins de jour dans ce secteur. Lors de la première phase de mise en place de la mesure en 2022, la date de référence pour la constitution des listes est fixée au 12 octobre 2021, date de signature du titre de fonctionnement précité. Lors de la seconde phase de mise en place de la mesure en 2024, la date de référence pour la constitution des listes est fixée au 1er octobre 2023, date de signature du titre de fonctionnement précité.
   § 4. Sont exclus sans préavis et à titre définitif des listes visées au paragraphe 3 :
   1° les employeurs qui n'ont pas procédé à la création de nouveaux emplois avant le 31 décembre 2024, conformément aux conditions visées au paragraphe 3;
   2° les employeurs pour lesquels le Service constate l'absence de ce personnel pendant une période de référence complète;
   3° les employeurs faisant l'objet d'une fermeture ou d'une liquidation après faillite.
   Si un certain nombre d'ETP sont ainsi laissés vacants, ils sont mis à la disposition du comité de pilotage, qui peut proposer au comité de branche " Bien-être et Santé " de l'Agence visé à l'article 11 du Code wallon de l'action sociale et de la santé de les attribuer à un autre employeur sur base des critères visés au paragraphe 2, 1°, 2° ou 3°, en ce qui concerne le secteur privé commercial, et paragraphe 3, 1°, 2° ou 4°, en ce qui concerne le secteur privé associatif, et de les reprendre dans les listes visées au paragraphe 3.
   Ce comité de pilotage se compose d'un représentant de chaque fédération d'employeurs du secteur privé représentée à la commission de convention " Accueil et Hébergement des Personnes âgées " de l'Agence visé à l'article 15 du Code wallon de l'action sociale et de la santé ainsi que d'un représentant de chacune des trois organisations représentatives des travailleurs.
   Sur base des confirmations de trimestres pour la période de référence portant sur les deux derniers trimestres de l'année J-2 et pour les deux premiers trimestres de l'année J-1, le service remet au comité de pilotage le nombre d'ETP laissé vacant pour le 31 janvier de l'année J au plus tard.
   Le comité de pilotage remet, pour le 30 avril de l'année J au plus tard, son avis au comité de branche " Bien-être et Santé " de l'Agence visé à l'article 11 du Code wallon de l'action sociale et de la santé, qui prend ensuite sa décision pour le 30 juin de l'année J au plus tard. La décision produit ses effets au plus tôt le 1er juillet de l'année J.
   § 5. Dans le questionnaire électronique visé à l'article 5, § 1er, 1°, les employeurs renseignent le membre du personnel nouvellement engagé ou ayant fait l'objet d'une augmentation d'heures dans le cadre de la mesure visée dans cet article, comme ayant un contrat " création d'emplois 2021-2024 ".
   § 6. Si un membre du personnel est recruté dans le cadre de la mesure visée au présent article et pour autant que dans le cadre du présent arrêté il n'ait pas encore été octroyé de financement, en avance ou au décompte final, à cette fin à l'employeur, celui-ci peut solliciter auprès du Service l'obtention d'une avance de maximum 45.000 euros par ETP.
   Pour le calcul de cette avance, il est tenu compte de la date de début du contrat de travail ou de la décision de nomination, de l'équivalent temps plein de ce membre du personnel et de la disposition dans le contrat de travail ou dans la décision de nomination de laquelle il ressort que ce membre du personnel a été recruté dans le cadre de la " création d'emplois 2021-2024 ", selon les conditions visées aux paragraphes précédents.]1

  
Art. 4quater_WAALS_GEWEST. [1 De werkgevers ontvangen een jaarlijkse financiële tegemoetkoming voor personeelsleden, met uitzondering van de directeur van de inrichting, tijdelijk personeel, personeel verbonden met de inrichting door een ondernemingscontract en personeel verbonden met de inrichting door een leercontract, ter vergoeding van de implementatie van het IF-IC-loonmodel voorzien in het akkoordprotocol van het Comité C van 10 februari 2023 en in het aanhangsel bij het protocol deel 3 van 10 februari 2023 en in de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 januari 2023.]1
  
Art. 4quater _REGION_WALLONNE.[1 Les employeurs bénéficient d'une intervention financière annuelle pour les membres du personnel, à l'exclusion du directeur de l'institution, du personnel intérimaire, du personnel lié à l'institution par un contrat d'entreprise, du personnel lié à l'institution par un contrat d'apprentissage, en compensation de l'implémentation du modèle salarial IF-IC prévu par le protocole d'accord du comité C du 10 février 2023 et par l'avenant au protocole partie 3 du 10 février 2023 et par la convention collective de travail du 31 janvier 2023.]1
  
Art. 4quinquies_WAALS_GEWEST. [1 § 1. De tegemoetkoming bedoeld in artikel 4quater is afhankelijk van de naleving, voor alle personeelsleden, van de barema's en voordelen voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 31 januari 2023 en het akkoordprotocol van het Comité C van 10 februari 2023.
   § 2. De in artikel 4quater bedoelde tegemoetkoming, per personeelslid en per contract of benoemingsakte wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
   Totaal VTE * (jaarlijkse loonkloof + eindejaar- en attractiviteitspremies + onregelmatige prestaties + werkgeversbijdragen + dubbele vakantiegeld).
   Er wordt verstaan onder:
   1° het totaal VTE: het voltijdsequivalent van de prestaties van het personeelslid tijdens de referentieperiode;
   2° de jaarlijkse kloof: het verschil tussen het jaarlijkse brutoloon van de IFIC-loonschaal en het jaarlijkse brutoloon van de bijbehorende theoretische loonschaal;
   3° het jaarlijkse brutoloon van de IF-IC-loonschaal: het geïndexeerde jaarlijkse brutoloon berekend op basis van de IFIC-barema behorende bij de IFIC-functie en de weddeanciënniteit toegekend aan het personeelslid, zoals opgenomen in de tabel in bijlage 3;
   4° het jaarlijkse brutoloon van de bijbehorende theoretische loonschaal: het geïndexeerde jaarlijkse brutoloon berekend op basis van de theoretische referentieloonschaal vastgesteld voor elke IFIC-functie en overeenstemmend met één van de schalen, bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 januari 2009 gesloten in de Paritair comité voor Gezondheidsinrichtingen en -diensten (PC 330), tot vaststelling van de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden in de externe diensten voor preventie op het werk en in de gezondheidscentra, verplicht gesteld door het koninklijk besluit van 28 juni 2009, en van de weddeanciënniteit die aan de werknemer wordt toegekend, zoals vermeld in de tabel in bijlage 3; dit jaarlijkse brutoloon wordt verhoogd met het gemiddelde van de haardtoelage en de standplaatstoelage verbonden aan de loonschaal en de weddeanciënniteit die er recht op geven;
   5° de eindejaars- en attractiviteitspremies: drie komma nul drie procent van de jaarlijkse kloof;
   6° de onregelmatige voordelen: het theoretische percentage verbonden met de IFIC-functie, zoals opgenomen in de tabel in bijlage 3, vermenigvuldigd met de jaarlijkse loonkloof;
   7° de werkgeversbijdragen: de werkgeversbijdragen gelijk aan vierendertig komma zevenenzestig procent * (jaarlijkse loonkloof + eindejaar- en attractiviteitspremies + onregelmatige prestaties);
   8° de dubbele vakantiegeld: tweeënnegentig procent * ((jaarlijkse loonkloof + onregelmatige prestaties)/12);
   9° de weddeanciënniteit: de weddeanciënniteit op de eerste dag van de referentieperiode.
   De VTE wordt berekend in toepassing van de regels bedoeld in artikel 8, § 1, 1° tot en met 7°, en § 2, a) van het ministerieel besluit van 6 november 2003 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 12, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden.
   De voltijdsequivalenten van de aangeworven personen in het kader van de extra tewerkstellingsmaatregel tot uitvoering van de non-profit overeenkomsten 2021-2024 van de openbare sector, worden niet in aanmerking genomen in de berekening van de tegemoetkoming.]1

  
Art. 4quinquies _REGION_WALLONNE.[1 § 1er. L'intervention visée à l'article 4quater est liée au respect, pour tous les membres du personnel, des barèmes et des avantages prévus par la convention collective de travail du 31 janvier 2023 et par le protocole d'accord du comité C du 10 février 2023.
   § 2. L'intervention visée à l'article 4quater, par membre du personnel et par contrat ou par acte de nomination, est calculée en appliquant la formule suivante :
   Total ETP * (l'écart salarial annuel+ les primes de fin d'année et d'attractivité + les prestations irrégulières + les cotisations patronales + le double pécule).
   L'on entend par :
   1° le total ETP : l'équivalent temps plein des prestations du membre du personnel travailleur sur la période de référence ;
   2° l'écart annuel : la différence entre le salaire brut annuel de l'échelle salariale IFIC et le salaire brut annuel de l'échelle salariale théorique associée ;
   3° Le salaire brut annuel de l'échelle salariale IF-IC : le salaire brut annuel indexé calculé sur base du barème IFIC associé à la fonction IFIC et à l'ancienneté barémique octroyée au membre du personnel, tels que repris dans le tableau à l'annexe 3 ;
   4° le salaire brut annuel de l'échelle salariale théorique associée : le salaire brut annuel indexé calculé sur base de l'échelle salariale théorique de référence fixée pour chaque fonction IFIC et correspondant à l'une des échelles, visées par la convention collective de travail du 26 janvier 2009 conclue au sein de la Commission paritaire des établissements et des services de santé (CP 330), fixant les conditions de travail et de rémunération dans les services externes pour la prévention au travail et dans les centres de santé, rendue obligatoire par l'arrêté-royal du 28 juin 2009, et de l'ancienneté barémique octroyée au travailleur, telles que reprises dans le tableau à l'annexe 3 ; ce salaire brut annuel est majoré de la moyenne entre l'allocation de foyer et l'allocation de résidence associée à l'échelle salariale et l'ancienneté barémique qui y donnent droit;
   5° les primes de fin d'année et d'attractivité : trois virgule zéro trois pour cent de l'écart annuel ;
   6° les prestations irrégulières : le pourcentage théorique associé à la fonction IFIC, repris dans le tableau visé à l'annexe 3, multiplié par l'écart salarial annuel ;
   7° les cotisations patronales : les cotisations patronales équivalentes à trente-quatre virgule soixante-sept pour cent * (l'écart salarial annuel + les primes de fin d'année et d'attractivité + les prestations irrégulières) ;
   8° le double pécule : nonante-deux pour cent * ((l'écart annuel + les prestations irrégulières)/12) ;
   9° L'ancienneté barémique : L'ancienneté barémique au premier jour de la période de référence.
   L'ETP est calculé en application des règles visées à l'article 8, § 1er, 1° à 7°, et § 2, a), de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 fixant le montant et les conditions d'octroi de l'intervention visée à l'article 37, § 12, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, dans les maisons de repos et de soins et dans les maisons de repos pour personnes âgées.
   Les équivalents temps plein des personnes engagées dans le cadre de la mesure de création d'emploi supplémentaire prise en exécution des accords du non marchand 2021-2024 du secteur public ne sont pas pris en compte dans le calcul de l'intervention. ]1

  
Art. 4sexies_WAALS_GEWEST. [1 § 1. In het kader van de berekening van de definitieve tegemoetkoming is de financiering van staffuncties beperkt tot de financiering van de overeenkomstige functie in de lagere baremische categorie die geen toezicht houdt op het personeel, zoals opgenomen in de tabel in bijlage 3.
   Onder staffuncties wordt verstaan de functies waarvoor de IF-IC-codes zijn 4020, 4021, 4022, 4024, 4026, 4027, 4040, 5023, 5030, 6050, 6320, 6330, 6010, 6111, 1010, 1020, 1030, 1220, 1221, 1230, 1610, 1620, 1621, 1050, 2010, 2020, 2030, 2210, 2220, 2250, 2620 en 2621, evenals de ontbrekende functies vermeld in artikel 4septies, 4° tot en met 9°.
   § 2. Een beperkt aantal staffuncties kan worden gefinancierd onverminderd paragraaf 1. Dit aantal, uitgedrukt in VTE, varieert naargelang de grootte van het team dat tijdens de referentieperiode moet worden begeleid:
   1° in elke instelling die tijdens de referentieperiode, in de zin van de tabel in bijlage 3, over een zorgteam van minstens veertien loontrekkende voltijds equivalenten beschikt, kunnen staffuncties voor het personeel in het zorgteam gefinancierd worden voor één VTE;
   2° wanneer de helft van de volgende schijf van zesentwintig VTE's is bereikt, kunnen functies met IF-IC-codes 4020, 4021, 4022, 4024, 4026, 4027, 5023, 5030, 6050 en 6330 worden gefinancierd tot maximaal één extra VTE;
   3° in elke instelling die tijdens de referentieperiode, in de zin van de tabel in bijlage 3, over een ander zorgteam van minstens veertien loontrekkende voltijds equivalenten beschikt, kunnen staffuncties voor het personeel buiten de zorgteam gefinancierd worden voor één VTE;
   4° wanneer de helft van de volgende schijf van zesentwintig VTE's is bereikt, kunnen functies met IF-IC-codes 1030, 1050, 1221, 1230, 1620, 2030, 2220, 2250, 2620 en 2621 worden gefinancierd tot maximaal één extra VTE.
   Met betrekking tot 1° kunnen staffuncties voor het personeel in het zorgteam gefinancierd worden voor één extra VTE per zesentwintig extra VTE's.
   Met betrekking tot 3° kunnen staffuncties voor het personeel buiten het zorgteam gefinancierd worden voor één extra VTE per zesentwintig extra VTE's.
   § 3. Voor de toepassing van dit artikel worden personeelsleden die niet overstappen naar de IF-IC barema's meegeteld als deel van het zorgteam wanneer hun kwalificaties een financiering mogelijk kunnen maken in het A1 deel van het forfait, evenals voor opvoedoend personeel A2 en A3, animatoren, logistiek zorgpersoneel en cantoubegeleiders. Andere personeelsleden worden buiten het personeel van het zorgteam gerekend.
   § 4. De minimale omkadering, overeenkomstig bijlage 120 van het Waals Wetboek van Sociale actie en Gezondheid, in rust- en verzorgingstehuizen is niet onderworpen aan de plafonds van paragraaf 1.
   § 5. Wanneer de in de leden 1 tot en met 4 vastgestelde plafonds de financiering van de staffuncties van het personeel, die op 30 juni 2022 in de instelling bestaan, niet mogelijk maken, mogen deze functies boven deze plafonds worden gefinancierd als aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
   1° er een contract bestaat waarin de aard van de vroeger uitgeoefende functie die betrekking heeft op de in het kader van de implementatie van het IF-IC loonmodel toegewezen functie, schriftelijk is vastgelegd;
   2° uit het contract blijkt dat de voorziene bezoldigingsvoorwaarden voordeliger zijn dan de bezoldigingsvoorwaarden voor een overeenstemmende functie in een lagere baremische categorie die geen toezicht houdt op het personeel.
   Wanneer de in het eerste lid bedoelde contracten beëindigen wordt het financieringsplafond berekend overeenkomstig paragrafen 1 tot en met 4.]1

  
Art. 4sexies _REGION_WALLONNE. [1 § 1er. Dans le cadre du calcul de l'intervention définitive, le financement des fonctions d'encadrement est limité au financement de la fonction correspondante de catégorie barémique inférieure qui n'encadre pas du personnel, reprise dans le tableau de l'annexe 3.
   Par fonction d'encadrement, l'on vise les fonctions dont les codes fonction IF-IC sont 4020, 4021, 4022, 4024, 4026, 4027, 4040, 5023, 5030, 6050, 6320, 6330, 6010, 6111, 1010, 1020, 1030, 1220, 1221, 1230, 1610, 1620, 1621, 1050, 2010, 2020, 2030, 2210, 2220, 2250, 2620 et 2621, ainsi que les fonctions manquantes reprises à l'article 4septies, 4° à 9°.
   § 2. Un nombre limité de fonctions d'encadrement peut faire l'objet d'un financement sans préjudice du paragraphe 1er. Ce nombre, exprimé en ETP, varie en fonction de la taille de l'équipe à encadrer sur la période de référence :
   1° dans chaque institution comptant pendant la période de référence une équipe de soins, au sens du tableau repris à l'annexe 3, d'au moins quatorze ETP salariés, les fonctions d'encadrement pour le personnel dans l'équipe de soins peuvent être financées pour un ETP ;
   2° lorsque l'on atteint la moitié de la tranche de vingt-six ETP suivante, les fonctions dont les codes IF-IC sont 4020, 4021, 4022, 4024, 4026, 4027, 5023, 5030, 6050 et 6330 peuvent être financées à concurrence d'un ETP supplémentaire ;
   3° dans chaque institution comptant pendant la période de référence une équipe autre, au sens du tableau repris à l'annexe 3, d'au moins quatorze ETP salariés, les fonctions d'encadrement pour le personnel en dehors de l'équipe de soins peuvent être financées pour un ETP ;
   4° lorsque l'on atteint la moitié de la tranche de vingt-six ETP suivante, les fonctions dont les codes IF-IC sont 1020, 1030, 1050, 1221, 1230, 1620, 1621, 2020, 2030, 2220, 2250, 2620 et 2621 peuvent être financées à concurrence d'un ETP supplémentaire.
   Concernant le 1°, les fonctions d'encadrement pour le personnel dans l'équipe de soins peuvent être financées pour un ETP supplémentaire par tranche de vingt-six ETP supplémentaires.
   Concernant le 3°, les fonctions d'encadrement pour le personnel en dehors de l'équipe de soins peuvent être financées pour un ETP supplémentaire par tranche de vingt-six ETP supplémentaires.
   § 3. Pour l'application du présent article, les membres du personnel qui ne passent pas aux barèmes IF-IC sont comptabilisés dans l'équipe de soins lorsque leur qualification peut permettre un financement dans la partie A1 du forfait, ainsi que pour les éducateurs A2 et A3, les animateurs, les aides logistiques de soins et les accompagnateurs cantou. Les autres membres du personnel sont comptabilisés en dehors du personnel de l'équipe de soins.
   § 4. L'encadrement minimum, en application de l'annexe 120 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé, en maisons de repos et de soins n'est pas soumis aux plafonds fixés au paragraphe 1er.
   § 5. Lorsque les plafonds déterminés aux paragraphes 1er à 4 ne permettent pas le financement de fonctions d'encadrement de personnel qui existent dans l'établissement au 30 juin 2022, ces fonctions peuvent être financées au-delà de ces plafonds si les conditions cumulatives suivantes sont rencontrées :
   1° il existe un contrat qui précise par écrit la nature de la fonction précédemment exercée qui se rapporte à la fonction attribuée dans le cadre de l'implémentation du modèle salarial IF-IC ;
   2° il ressort du contrat que les conditions de rémunérations prévues sont plus avantageuses que les conditions de rémunérations pour une fonction correspondante de catégorie barémique inférieure qui n'encadre pas du personnel.
   Lorsque les contrats visés à l'alinéa 1er prennent fin, le plafond de financement est calculé en application des paragraphes 1er à 4. ]1

  
Art. 4septies_WAALS_GEWEST. [1 Wanneer de toewijzing van een IF-IC functie leidt tot de toewijzing van een ontbrekende functie, zoals bedoeld in de IF-IC methodologie, kan een van de volgende ontbrekende functies worden toegewezen in het kader van de financiering waarin dit besluit voorziet:
   1° "de 0001-Referentiepersoon cognitieve stoornissen": de functie die kan worden toegekend aan personen die voldoen aan de voorwaarden en de opdrachten uitvoeren zoals bepaald in punt 9.3.16. van bijlage 120 van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid en waarvan de IF-IC 15 looncategorie van toepassing is;
   2° "de 0002-Multifunctionele boekhouder": de functie die kan worden toegewezen aan een persoon die belast is met de algemene boekhouding van een rusthuis, zonder teammanagement en waarvan de IF-IC 14 looncategorie van toepassing is;
   3° "de 0003-opvoeder": de functie die kan worden toegewezen aan een opvoeder A1, A2 of A3 die een begeleiding bij de bewoners uitvoert en waarvan de IF-IC 11 looncategorie van toepassing is;
   4° "de 0009-Hoofd van de administratieve en financiële dienst in een rusthuis": de functie die overeenstemt met de beschrijving van de IF-IC functie "1010-Hoofd van de administratieve en financiële dienst" die specifiek van toepassing is op rusthuizen en waarvoor de IF-IC 17 looncategorie van toepassing is;
   5° "de 0010-Hoofd van de personeelsdienst in een rusthuis": de functie die overeenstemt met de beschrijving van de IF-IC functie "1610-Hoofd van de personeelsdienst" die specifiek van toepassing is op rusthuizen en waarvoor de IF-IC 17 looncategorie van toepassing is;
   6° "de 0011-Hoofd van de hoteldienst in een rusthuis": de functie die overeenstemt met de beschrijving van de IF-IC functie "2010-Hoofd van de hotel dienst in een rusthuis" die specifiek van toepassing is op rusthuizen en waarvoor de IF-IC 17 looncategorie van toepassing is;
   7° "de 0012-Hoofd van het technische departement in een rusthuis": de functie die overeenstemt met de beschrijving van de IF-IC functie "2210-Hoofd van het technische departement" die specifiek van toepassing is op rusthuizen en waarvoor de IF-IC 17 looncategorie van toepassing is;
   8° "de 0013-Verpleegkundige - diensthoofd in een rusthuis": de functie die overeenstemt met de beschrijving van de IF-IC-functie "6010-Verpleegkundige- diensthoofd" die specifiek van toepassing is op rusthuizen waarvan de IF-IC 17 looncategorie van toepassing is;
   9° "de 0014- Hoofdverpleegkundige - coördinator in een rusthuis": de functie die overeenstemt met de beschrijving van de IF-IC-functie "6110-Hoofdverpleegkundige - coördinator" die specifiek van toepassing is op rusthuizen waarvan de IF-IC 17 looncategorie van toepassing is.]1

  
Art. 4septies _REGION_WALLONNE.[1 Lorsque l'attribution d'une fonction IF-IC mène à l'octroi d'une fonction manquante, telle que visée par la méthodologie IF-IC, il peut être octroyé une des fonctions manquantes suivantes dans le cadre du financement prévu au présent arrêté :
   1° " le 0001-Référent troubles cognitifs " : la fonction qui peut être attribuée aux personnes répondant aux conditions et exerçant les missions définies au point 9.3.16. de l'annexe 120 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé et dont la catégorie salariale IF-IC 15 est applicable ;
   2° " le 0002-Comptable polyvalent " : la fonction qui peut être attribuée à une personne en charge de la comptabilité générale d'une maison de repos, sans gestion d'équipe et dont la catégorie salariale IF-IC 14 est applicable ;
   3° " le 0003-éducateur " : la fonction qui peut être attribuée à un éducateur A1, A2 ou A3 qui réalise des tâches d'accompagnement auprès des résidents et dont la catégorie salariale IF-IC 11 est applicable ;
   4° " le 0009-Responsable du département administratif et financier en maison de repos " : la fonction qui correspond au descriptif de la fonction IF-IC " 1010-Responsable du département administratif et financier " applicable spécifiquement en maison de repos et dont la catégorie salariale IF-IC 17 est applicable ;
   5° " le 0010-Responsable du service du personnel en maison de repos " : la fonction qui correspond au descriptif de la fonction IF-IC " 1610-Responsable du service du personnel " applicable spécifiquement en maison de repos et dont la catégorie salariale IF-IC 17 est applicable ;
   6° " le 0011-Responsable du département hôtelier en maison de repos " : la fonction qui correspond au descriptif de la fonction IF-IC " 2010-Responsable du département hôtelier en maison de repos " applicable spécifiquement en maison de repos et dont la catégorie salariale IF-IC 17 est applicable ;
   7° " le 0012-Responsable du département technique en maison de repos " : la fonction qui correspond au descriptif de la fonction IF-IC " 2210-Responsable du département technique " applicable spécifiquement en maison de repos et dont la catégorie salariale IF-IC 17 est applicable ;
   8° " le 0013-Infirmier - chef de service en maison de repos " : la fonction qui correspond au descriptif de la fonction IF-IC " 6010- Infirmier - chef de service " applicable spécifiquement en maison de repos dont la catégorie salariale IF-IC 17 est applicable ;
   9° " le 0014-Infirmier en chef - coordinateur en maison de repos " : la fonction qui correspond au descriptif de la fonction IF-IC " 6110 - Infirmier en chef - coordinateur " applicable spécifiquement en maison de repos et dont la catégorie salariale IF-IC 17 est applicable. ]1

  
Art. 4octies_WAALS_GEWEST. [1 Wanneer de functiegesprekprocedure voor IF-IC functies, of een collectieve arbeidsovereenkomst dan wel een akkoordprotocol de titel van een IF-IC functie of de IF-IC looncategorie wijzigt, kan de minister van gezondheid de tabel in bijlage 3 van dit besluit wijzigen om deze in overeenstemming te brengen met het resultaat van de functiegesprekprocedure voor IF-IC functies of met de inhoud van deze collectieve arbeidsovereenkomst of dit akkoordprotocol.]1
  
Art. 4octies _REGION_WALLONNE.[1 Lorsque la procédure d'entretien de fonction IF-IC, ou lorsqu'une convention collective de travail ou un protocole d'accord modifie l'intitulé d'une fonction IF-IC, ou la catégorie salariale IF-IC, le ministre qui a la santé dans ses attributions peut modifier le tableau repris à l'annexe 3 du présent arrêté, afin de le faire correspondre au résultat de la procédure d'entretien de fonction IF-IC ou au contenu de cette convention collective de travail ou de ce protocole d'accord. ]1
  
Art.5. § 1. De werkgevers bezorgen de volgende documenten aan de Dienst :
  1° per trimester, een elektronische vragenlijst die naar behoren is ingevuld en waarvan het model wordt geleverd door de Dienst;
  2° op verzoek van de Dienst, een afschrift van de diploma's van het nieuw aangeworven verpleegkundig personeel en/of van het personeel dat taken vervult inzake reactivatie;
  3° op verzoek van de Dienst, een afschrift van de RSZ-verklaring of van de RSZ-PPO-verklaring betreffende het personeelsbestand, alsook een afschrift van de arbeidsovereenkomsten die eigen zijn aan de inrichting of, in het geval van een publieke dienst, een afschrift van de beslissing van de inrichtende macht;
  4° op verzoek van de Dienst, een verklaring waaruit blijkt dat de in artikel 3 bedoelde voordelen correct zijn toegepast.
  § 2. In de elektronische vragenlijst bedoeld in § 1, worden per trimester voornamelijk de volgende gegevens vermeld :
  1° gegevens met betrekking tot de werkgever :
  a) het statuut;
  b) het RSZ of RSZ-PPO nummer;
  c) de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur voor voltijdse prestaties;
  d) het aantal gefactureerde dagen per afhankelijkheidscategorie voor de rechthebbenden (en op verzoek van de Dienst, per ziekenfonds);
  e) het aantal gefactureerde dagen per afhankelijkheidscategorie (en op verzoek van de Dienst, per ziekenfonds) voor de patiënten die niet onder punt d vallen;
  2° gegevens per personeelslid waarvan de verstrekkingen rechtstreeks verbonden zijn aan de inrichting en niet vergoed worden door de nomenclatuur bedoeld in artikel 35 van de wet (in de openbare sector, enkel voor de leden van het verplegend en verzorgend personeel, de kinesitherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten, en de leden van het aanvullend gekwalificeerd personeel dat taken vervult inzake reactivatie, revalidatie en sociale integratie) :
  a) naam en voornaam;
  b) inschrijvingsnummer in het rijksregister;
  c) de beroepskwalificatie;
  d) het statuut : loontrekkend of statutair;
  e) het aantal gepresteerde en/of gelijkgestelde dagen zoals bedoeld in artikel 8, § 2, a) van het ministerieel besluit van 6 november 2003;
  f) het aantal gepresteerde en/of gelijkgestelde uren zoals bedoeld in artikel 8, § 2, a) van het ministerieel besluit van 6 november 2003;
  g) het aantal niet-gelijkgestelde dagen zoals bedoeld in artikel 8, § 2, a) van het ministerieel besluit van 6 november 2003;
  h) als het gaat om een nieuw personeelslid of als de indienstneming is afgelopen, de begin- en/of de einddatum;
  i) de baremieke anciënniteit zoals bedoeld in artikel 13 van het ministerieel besluit van 6 november 2003.
  § 3. In een schrijven gericht aan de Dienst, verklaart de werkgever dat de gegevens die zijn overgemaakt via elektronische drager correct en volledig zijn. In datzelfde schrijven, verbindt de werkgever zich om de eventueel te veel betaalde voorlopige tegemoetkomingen, zoals die zijn voorzien in artikel 6, terug te storten aan het RIZIV indien blijkt dat de recuperatie ervan op geen andere wijze kan gebeuren.
  § 4. Als, voor een bepaalde periode, de gegevens bedoeld in § 1 niet worden bezorgd binnen de toegemeten termijn en als de werkgever niet binnen de dertig dagen antwoordt op de herinneringsbrief die de Dienst hem stuurt, kan de Dienst de terugbetaling eisen van de in artikel 6 bedoelde voorlopige tegemoetkomingen die voor die periode zijn gestort.
  § 5. Aanvullende gegevens betreffende de periode waarvoor de werkgever een definitieve tegemoetkoming heeft ontvangen zoals bedoeld in artikel 6, zijn niet langer ontvankelijk wanneer ze meer dan een jaar nadat de werkgever in kennis is gesteld van het bedrag van die definitieve tegemoetkoming, aan de Dienst worden bezorgd.
Art.5. § 1er. Les employeurs transmettent au Service les documents suivants :
  1° chaque trimestre, un questionnaire électronique dûment complété dont le modèle est fourni par le Service;
  2° si le Service en fait la demande, la copie des diplômes du personnel infirmier et/ou de réactivation nouvellement engagé;
  3° si le Service en fait la demande, une copie de la déclaration ONSS ou de la déclaration ONSS-APL comportant l'effectif du personnel, ainsi qu'une copie des contrats d'emploi propres à l'institution ou une copie de la délibération du pouvoir organisateur dans le cas d'un service public;
  4° si le Service en fait la demande, une déclaration d'où il ressort que les avantages visés à l'article 3 sont bien appliqués.
  § 2. Dans le questionnaire électronique visé au § 1er, les données suivantes sont notamment reprises par trimestre :
  1° données concernant l'employeur :
  a) le statut;
  b) le numéro ONSS ou ONSS-APL;
  c) la durée moyenne de travail hebdomadaire pour les prestations à temps plein;
  d) le nombre de journées facturées par catégorie de dépendance pour les bénéficiaires (et par mutualité si le Service en fait la demande);
  e) le nombre de journées facturées par catégorie de dépendance (et par mutualité si le Service en fait la demande) pour les patients non repris au point d;
  2° données par membre du personnel dont les prestations sont directement liées à l'institution et ne font pas l'objet d'un remboursement via la nomenclature visée à l'article 35 de la loi (dans le secteur public, uniquement pour les membres du personnel infirmier et soignant, les kinésithérapeutes, ergothérapeutes et logopèdes, et les membres du personnel qualifié complémentaire qui effectue des tâches de réactivation, de rééducation fonctionnelle et d'intégration sociale) :
  a) nom et prénom;
  b) numéro d'inscription au registre national;
  c) la qualification professionnelle;
  d) le statut : salarié ou statutaire;
  e) le nombre de journées prestées et/ou assimilées, comme visé à l'article 8, § 2, a) de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003;
  f) le nombre d'heures prestées et/ou assimilées, comme visé à l'article 8, § 2, a) de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003;
  g) le nombre de journées non assimilées, comme visé à l'article 8, § 2, a) de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003;
  h) s'il s'agit d'un nouveau membre du personnel ou si l'engagement a pris fin, la date du début et/ou de la fin;
  i) l'ancienneté barémique, comme visé à l'article 13 de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003.
  § 3. Dans une lettre adressée au Service, l'employeur déclare que les données qui ont été transmises par support électronique sont correctes et complètes. Dans cette même lettre, l'employeur s'engage à reverser à l'INAMI les interventions provisoires visées à l'article 6 éventuellement payées en trop, s'il apparaît que la récupération ne peut être effectuée d'une autre manière.
  § 4. Si, pour une période déterminée, les données visées au § 1er ne sont pas transmises dans le délai imparti, et si l'employeur ne répond pas dans les trente jours au rappel que lui envoie le Service, celui-ci peut exiger le remboursement des interventions provisoires, visées à l'article 6, versées pour cette période.
  § 5. Des données complémentaires, relatives à la période pour laquelle l'employeur a reçu une intervention définitive comme visé à l'article 6, ne sont plus recevables lorsqu'elles sont transmises au Service plus d'un an après que l'employeur ait reçu la notification du montant de cette intervention définitive.
Art. 5_WAALS_GEWEST.    § 1. De werkgevers bezorgen de volgende documenten aan de Dienst :
  1° per trimester, een elektronische vragenlijst die naar behoren is ingevuld en waarvan het model wordt geleverd door de Dienst;
  2° op verzoek van de Dienst, een afschrift van de diploma's van het nieuw aangeworven verpleegkundig personeel en/of van het personeel dat taken vervult inzake reactivatie;
  3° op verzoek van de Dienst, een afschrift van de RSZ-verklaring of van de RSZ-PPO-verklaring betreffende het personeelsbestand, alsook een afschrift van de arbeidsovereenkomsten die eigen zijn aan de inrichting of, in het geval van een publieke dienst, een afschrift van de beslissing van de inrichtende macht;
  4° op verzoek van de Dienst, een verklaring waaruit blijkt dat de in artikel 3 bedoelde voordelen correct zijn toegepast.
  § 2. In de elektronische vragenlijst bedoeld in § 1, worden per trimester voornamelijk de volgende gegevens vermeld :
  1° gegevens met betrekking tot de werkgever :
  a) het statuut;
  b) het RSZ of RSZ-PPO nummer;
  c) de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur voor voltijdse prestaties;
  d) het aantal gefactureerde dagen per afhankelijkheidscategorie voor de rechthebbenden (en op verzoek van de Dienst, per ziekenfonds);
  e) het aantal gefactureerde dagen per afhankelijkheidscategorie (en op verzoek van de Dienst, per ziekenfonds) voor de patiënten die niet onder punt d vallen;
  2° gegevens per personeelslid waarvan de verstrekkingen rechtstreeks verbonden zijn aan de inrichting en niet vergoed worden door de nomenclatuur bedoeld in artikel 35 van de wet (in de openbare sector, enkel voor de leden van het verplegend en verzorgend personeel, de kinesitherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten, en de leden van het aanvullend gekwalificeerd personeel dat taken vervult inzake reactivatie, revalidatie en sociale integratie) :
  a) naam en voornaam;
  b) inschrijvingsnummer in het rijksregister;
  c) de beroepskwalificatie. [3 Met inbegrip van de functiecode die aan het personeelslid is toegewezen en per contract in het kader van de implementatie van het IF-IC loonmodel;]3
  d) het statuut : loontrekkend of statutair;
  e) het aantal gepresteerde en/of gelijkgestelde dagen zoals bedoeld in artikel 8, § 2, a) van het ministerieel besluit van 6 november 2003;
  f) het aantal gepresteerde en/of gelijkgestelde uren zoals bedoeld in artikel 8, § 2, a) van het ministerieel besluit van 6 november 2003;
  g) het aantal niet-gelijkgestelde dagen zoals bedoeld in artikel 8, § 2, a) van het ministerieel besluit van 6 november 2003;
  h) als het gaat om een nieuw personeelslid of als de indienstneming is afgelopen, de begin- en/of de einddatum;
  i) de baremieke anciënniteit zoals bedoeld in artikel 13 van het ministerieel besluit van 6 november 2003.
  [3 Met betrekking tot c) kan, indien de toegekende functiecode niet voorkomt in de financieringstabel in bijlage 3, een functiecode met een lagere of gelijke baremische klasse in dezelfde afdeling van de IF-IC reeks worden opgenomen, mits de werkgever een verzoek daartoe indient bij de dienst. De werkgever richt het verzoek bij aangetekend schrijven aan de dienst. Om ontvankelijk te zijn, moet het verzoek van de werkgever de volgende informatie bevatten:
   (1) de functiecode die de werkgever voorstelt aan het personeelslid te hechten om een financiering te verkrijgen;
   (2) de redenen voor het verzoek, waarbij wordt uitgelegd hoe de voorgestelde functiecode de feitelijk uitgeoefende functie benadert en die is toegewezen aan het personeelslid waarvoor in de tabel in bijlage 3 geen financiering is voorzien.]3

  § 3. In een schrijven gericht aan de Dienst, verklaart de werkgever dat de gegevens die zijn overgemaakt via elektronische drager correct en volledig zijn. In datzelfde schrijven, verbindt de werkgever zich om de eventueel te veel betaalde voorlopige tegemoetkomingen, zoals die zijn voorzien in artikel 6, terug te storten aan het RIZIV indien blijkt dat de recuperatie ervan op geen andere wijze kan gebeuren.
  § 4. Als, voor een bepaalde periode, de gegevens bedoeld in § 1 niet worden bezorgd binnen de toegemeten termijn en als de werkgever niet binnen de dertig dagen antwoordt op de herinneringsbrief die de Dienst hem stuurt, kan de Dienst de terugbetaling eisen van de in artikel 6 bedoelde voorlopige tegemoetkomingen die voor die periode zijn gestort.
  § 5. Aanvullende gegevens betreffende de periode waarvoor de werkgever een definitieve tegemoetkoming heeft ontvangen zoals bedoeld in artikel 6, zijn niet langer ontvankelijk wanneer ze [1 meer dan zes maanden]1 nadat de werkgever in kennis is gesteld van het bedrag van die definitieve tegemoetkoming, aan de Dienst worden bezorgd.
  [2 § 6. Bij intrekking of weigering van de erkenning of stopzetting van de activiteit van een instelling, worden de gegevens bedoeld in paragraaf 1 voor de laatste activiteitsperiode uiterlijk op het einde van het kwartaal, volgend op het kwartaal waarin de intrekking van de erkenning of de stopzetting van de activiteit is voorgevallen, ingediend. Als de gegevens bedoeld in paragraaf 1 niet zijn overgemaakt in de opgelegde termijn en als de instelling niet binnen de vijftien dagen de aanmaning, die de Dienst haar toestuurt, beantwoordt, kan de Dienst eisen dat de voorlopige tegemoetkomingen bedoeld in artikel 6 worden terugbetaald.]2
  
Art. 5 _REGION_WALLONNE.
   § 1er. Les employeurs transmettent au Service les documents suivants :
  1° chaque trimestre, un questionnaire électronique dûment complété dont le modèle est fourni par le Service;
  2° si le Service en fait la demande, la copie des diplômes du personnel infirmier et/ou de réactivation nouvellement engagé;
  3° si le Service en fait la demande, une copie de la déclaration ONSS ou de la déclaration ONSS-APL comportant l'effectif du personnel, ainsi qu'une copie des contrats d'emploi propres à l'institution ou une copie de la délibération du pouvoir organisateur dans le cas d'un service public;
  4° si le Service en fait la demande, une déclaration d'où il ressort que les avantages visés à l'article 3 sont bien appliqués.
  § 2. Dans le questionnaire électronique visé au § 1er, les données suivantes sont notamment reprises par trimestre :
  1° données concernant l'employeur :
  a) le statut;
  b) le numéro ONSS ou ONSS-APL;
  c) la durée moyenne de travail hebdomadaire pour les prestations à temps plein;
  d) le nombre de journées facturées par catégorie de dépendance pour les bénéficiaires (et par mutualité si le Service en fait la demande);
  e) le nombre de journées facturées par catégorie de dépendance (et par mutualité si le Service en fait la demande) pour les patients non repris au point d;
  2° données par membre du personnel dont les prestations sont directement liées à l'institution et ne font pas l'objet d'un remboursement via la nomenclature visée à l'article 35 de la loi (dans le secteur public, uniquement pour les membres du personnel infirmier et soignant, les kinésithérapeutes, ergothérapeutes et logopèdes, et les membres du personnel qualifié complémentaire qui effectue des tâches de réactivation, de rééducation fonctionnelle et d'intégration sociale) :
  a) nom et prénom;
  b) numéro d'inscription au registre national;
  c) la qualification professionnelle. [3 En ce compris le code fonction attribué au membre du personnel et par contrat dans le cadre de l'implémentation du modèle salarial IF-IC. ]3
  d) le statut : salarié ou statutaire;
  e) le nombre de journées prestées et/ou assimilées, comme visé à l'article 8, § 2, a) de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003;
  f) le nombre d'heures prestées et/ou assimilées, comme visé à l'article 8, § 2, a) de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003;
  g) le nombre de journées non assimilées, comme visé à l'article 8, § 2, a) de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003;
  h) s'il s'agit d'un nouveau membre du personnel ou si l'engagement a pris fin, la date du début et/ou de la fin;
  i) l'ancienneté barémique, comme visé à l'article 13 de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003.
  [3 En ce qui concerne le c), si le code fonction attribué n'est pas repris dans le tableau de financement repris en annexe 3, il peut être renseigné un code fonction bénéficiant d'une classe barémique inférieure ou égale, dans la même section de l'éventail IF-IC, à condition que l'employeur en fasse la demande au service. Cette demande est adressée par l'employeur au service par envoi recommandé. Afin d'être recevable, la demande formulée par l'employeur contient les éléments suivants :
   (1) le code-fonction auquel l'employeur propose de rattacher le membre du personnel, afin d'obtenir un financement ;
   (2) la motivation de la demande, explicitant la manière dont le code-fonction proposé se rapproche de la fonction réellement exercée et attribuée au membre du personnel, pour lequel un financement n'est pas prévu dans le tableau repris à l'annexe 3. ]3

  § 3. Dans une lettre adressée au Service, l'employeur déclare que les données qui ont été transmises par support électronique sont correctes et complètes. Dans cette même lettre, l'employeur s'engage à reverser à l'INAMI les interventions provisoires visées à l'article 6 éventuellement payées en trop, s'il apparaît que la récupération ne peut être effectuée d'une autre manière.
  § 4. Si, pour une période déterminée, les données visées au § 1er ne sont pas transmises dans le délai imparti, et si l'employeur ne répond pas dans les trente jours au rappel que lui envoie le Service, celui-ci peut exiger le remboursement des interventions provisoires, visées à l'article 6, versées pour cette période.
  § 5. Des données complémentaires, relatives à la période pour laquelle l'employeur a reçu une intervention définitive comme visé à l'article 6, ne sont plus recevables lorsqu'elles sont transmises au Service [1 plus de six mois]1 après que l'employeur ait reçu la notification du montant de cette intervention définitive.
  [2 § 6. En cas de retrait ou de refus d'agrément ou de cessation d'activité d'un établissement, les données visées au paragraphe 1er sont transmises, pour la dernière période d'activité, au plus tard à la fin du trimestre suivant celui auquel le retrait d'agrément ou la cessation d'activité survient. Si les données visées au paragraphe 1er ne sont pas transmises dans le délai imparti et si l'institution ne répond pas dans les quinze jours au rappel que lui envoie le Service, celui-ci peut exiger le remboursement des interventions provisoires visées à l'article 6.]2
  
Art.6. § 1. De bedragen van de voorlopige tegemoetkomingen, hierna " voorschotten " genoemd, en van de definitieve tegemoetkomingen, worden door de Dienst meegedeeld aan de werkgever en worden op de aan de Dienst meegedeelde bankrekening gestort.
  § 2. De voorschotten worden op de volgende manier betaald aan de werkgevers die de bepalingen van artikel 5 naleven :
  a) de voorschotten die zijn gestort op 31 januari, 30 april, 31 juli en 31 oktober 2006 zijn gelijk aan : 1/4 x (som van de voorschotten die zijn berekend voor het jaar 2003 in toepassing van het koninklijk besluit van 1 oktober 2002 tot uitvoering van artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 betreffende de harmonisering van de barema's en de baremaverhoging in bepaalde gezondheidsinrichtingen, volgens de loonkost op 1 januari 2006);
  b) de voorschotten die zijn gestort op 31 januari, 30 april, 31 juli en 31 oktober 2007 zijn gelijk aan 1/10 x ((bedrag van de definitieve tegemoetkoming voor de jaren 2004 en 2005 en de twee eerste trimesters van het jaar 2006) x 1,04);
  c) vervolgens zijn de voorschotten die worden gestort op 31 januari, 30 april, 31 juli en 31 oktober van het jaar J gelijk aan : 1/4 x ((bedrag van de definitieve tegemoetkoming voor de laatste twee trimesters van het jaar J-2 en voor de eerste twee trimesters van het jaar J-1) x 1,03).
  § 3. Voor de werkgevers die voldoen aan de bepalingen van dit besluit wordt een definitieve tegemoetkoming bepaald die wordt berekend voor de periode van 1 januari 2004 tot 30 juni 2006 en jaarlijks vanaf 1 juli 2006.
  Voor de berekening van de definitieve tegemoetkoming worden voor het bepalen van het aantal voltijds equivalenten aanwezig loontrekkend of statutair personeel de formules gehanteerd zoals voorzien in artikel 8 van het ministerieel besluit van 6 november 2003. Het personeel dat al wordt gedekt door de tegemoetkoming bedoeld in het ministerieel besluit van 6 november 2003 of het ministerieel besluit van 22 juni 2000 (" normpersoneel ") komt overeen met het aantal voltijds equivalenten dat voorzien is in artikel 17 van het ministerieel besluit van 6 november 2003 of het artikel 3, § 1, van het ministerieel besluit van 22 juni 2000. De in die besluiten bedoelde referentieperiode komt overeen met de periodes die zijn bedoeld in 1° en 2° van onderhavige paragraaf.
  De definitieve tegemoetkoming wordt berekend als volgt :
  1° Voor de periode van 1 januari 2004 tot 30 juni 2006 wordt de definitieve tegemoetkoming bepaald aan de hand van de gegevens zoals bedoeld in artikel 5, § 2. Deze definitieve tegemoetkoming komt voor de openbare instellingen overeen met de som van wat berekend wordt onder punt a) en b) en komt voor de private instellingen overeen met de som van wat berekend wordt onder punt a) en c) :
  a) som van voltijds equivalenten aanwezig loontrekkend of statutair personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, a), vermenigvuldigd per kwalificatie met de overeenstemmende bedragen zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit;
  b) som van de voltijds equivalenten van de leden van het verplegend en verzorgend personeel, de kinesitherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten, en de leden van het aanvullend gekwalificeerd personeel dat taken vervult inzake reactivatie, revalidatie en sociale integratie, loontrekkend of statutair, aanwezig in openbare instellingen, vermenigvuldigd met het bedrag, zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit, voorzien voor het loontrekkend of statutair personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, b) en c) in openbare instellingen;
  c) som van de voltijds equivalenten van het aanwezig loontrekkend personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, b) en c) in private instellingen, vermenigvuldigd met het overeenstemmende bedrag zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
  2° Vanaf 1 juli 2006, voor de jaarlijkse periodes gaande van 1 juli tot 30 juni van het daaropvolgende jaar, wordt de definitieve tegemoetkoming bepaald aan de hand van de gegevens zoals bedoeld in artikel 5, § 2. Deze definitieve tegemoetkoming komt voor de openbare instellingen overeen met de som van wat berekend wordt onder punt a) en b) en komt voor de private instellingen overeen met de som van wat berekend wordt onder punt a) en c) :
  a) som van voltijds equivalenten aanwezig loontrekkend of statutair personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, a), vermenigvuldigd per kwalificatie met de overeenstemmende bedragen zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit;
  b) som van de voltijds equivalenten van de leden van het verplegend en verzorgend personeel, de kinesitherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten, en de leden van het aanvullend gekwalificeerd personeel dat taken vervult inzake reactivatie, revalidatie en sociale integratie, loontrekkend of statutair, aanwezig in openbare instellingen, vermenigvuldigd met het bedrag, zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit, voorzien voor het loontrekkend of statutair personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, b) en c) in openbare instellingen;
  c) som van de voltijds equivalenten van het aanwezig loontrekkend personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, b) en c) in private instellingen, vermenigvuldigd met het overeenstemmende bedrag zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
  § 4. Het verschil tussen de definitieve tegemoetkoming zoals bedoeld in § 3, 1° en de voorschotten (gestort tussen 1 april 2004 en 31 juli 2006 en verhoogd met 50 % van het gestorte voorschot dat betrekking heeft op de eindejaarspremie van 2006) wordt betaald ten laatste binnen de drie maand volgend op de publicatie van dit besluit. Het verschil tussen de definitieve tegemoetkoming zoals bedoeld in § 3, 2° en de gestorte voorschotten (voorzien voor de periode van 1 oktober tot 31 juli en éénmalig voor de afrekening van de periode van 1 juli 2006 tot 30 juni 2007 verminderd met 50 % van het gestorte voorschot dat betrekking heeft op de eindejaarspremie van 2006) wordt betaald op 31 januari van het jaar dat volgt op de jaarlijkse overeenstemmende periode.
  [1 Vanaf de referentieperiode van 1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016 waarvan de eindafrekening in 2017 wordt gemaakt, wordt er in een bijkomende tegemoetkoming voorzien voor het loontrekkende of statutaire personeel, vermeld in artikel 1, 7°, b) en c), in openbare instellingen, van 163,41 euro per vte (index 102,10 b-2004=100). Die bijkomende tegemoetkoming maakt geen deel uit van het bedrag van de definitieve tegemoetkoming, vermeld in paragraaf 2, c).]1
  § 5. Indien een werkgever teveel voorschotten heeft ontvangen, en indien de terugvordering via de volgende voorschotten niet mogelijk is, wordt het saldo door de werkgever teruggestort aan het RIZIV vóór het einde van de maand die volgt op de maand waarin de Dienst het terug te vorderen bedrag aan de werkgever heeft meegedeeld.
  Dat bedrag kan eventueel worden teruggevorderd via een compensatie op de bedragen die het RIZIV in de loop van datzelfde jaar verschuldigd is aan de werkgever krachtens het koninklijk besluit van 15 september 2006 tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft.
  § 6. De werkgevers die nog geen tegemoetkomingen hebben ontvangen, kunnen een voorschot vragen voor zover zij aan de Dienst de gegevens van een volledig kalendertrimester meedelen.
  § 7. In geval een uitbreiding van het aantal erkende bedden een significante verhoging van de definitieve tegemoetkoming veroorzaakt, kan de Dienst, op gemotiveerde aanvraag van de werkgever, het bedrag van de voorschotten herzien. Die gemotiveerde aanvraag is gebaseerd op de gegevens van een volledig burgerlijk trimester.
  
Art.6. § 1er. Les montants des interventions provisoires, appelées ci-après " avances ", et des interventions définitives, sont portés par le Service à la connaissance de l'employeur et sont versés sur le compte financier communiqué par ce dernier au Service.
  § 2. Les avances sont payées de la manière suivante aux employeurs qui respectent les dispositions de l'article 5 :
  a) les avances versées les 31 janvier, 30 avril, 31 juillet et 31 octobre 2006 sont égales à : 1/4 x (somme des avances calculées pour l'année 2003 en application de l'arrêté royal du 1er octobre 2002 pris en exécution des articles 57 et 59 de la loi programme du 2 janvier 2001 concernant l'harmonisation des barèmes et l'augmentation des barèmes dans certaines institutions de soins, selon le coût salarial au 1er janvier 2006);
  b) les avances versées les 31 janvier, 30 avril, 31 juillet et 31 octobre 2007 sont égales à 1/10 x ((montant de l'intervention définitive pour les années 2004 et 2005 et les deux premiers trimestres de l'année 2006) x 1,04);
  c) ensuite les avances versées les 31 janvier, 30 avril, 31 juillet et 31 octobre de l'année J sont égales à : 1/4 x ((montant de l'intervention définitive pour les deux derniers trimestres de l'année J-2 et pour les deux premiers trimestres de l'année J-1) x 1,03).
  § 3. Pour les employeurs qui satisfont aux dispositions du présent arrêté, une intervention définitive est fixée, calculée pour la période du 1er janvier 2004 au 30 juin 2006, puis annuellement à partir du 1er juillet 2006.
  Pour le calcul de l'intervention définitive, en vue de fixer le nombre d'équivalents temps plein du personnel salarié ou statutaire présents, on applique les formules prévues à l'article 8 de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003. Le personnel déjà couvert par l'intervention visée à l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 ou à l'arrêté ministériel du 22 juin 2000 (" personnel normé ") correspond au nombre d'équivalents temps plein prévu à l'article 17 de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 ou à l'article 3, § 1er, de l'arrêté ministériel du 22 juin 2000. La période de référence visée à ces arrêtés correspond aux périodes visées aux 1° et 2° du présent paragraphe.
  L'intervention définitive est calculée comme suit :
  1° Pour la période allant du 1er janvier 2004 au 30 juin 2006, l'intervention définitive est fixée sur base des données visées à l'article 5, § 2. Cette intervention définitive correspond pour les institutions publiques à la somme de ce qui est calculé sous les points a) et b) et pour les institutions privées à la somme de ce qui est calculé sous les points a) et c) :
  a) somme des équivalents temps plein du personnel salarié ou statutaire présent visé à l'article 1er, 7°, a) multipliée, par qualification, par les montants correspondants repris dans l'annexe au présent arrêté.
  b) somme des équivalents temps plein des membres du personnel infirmier et soignant, des kinésithérapeutes, ergothérapeutes et logopèdes, et des membres du personnel qualifié complémentaire qui effectue des tâches de réactivation, de rééducation fonctionnelle et d'intégration sociale, salarié ou statutaire, présent dans des institutions publiques, multipliée par le montant, repris dans l'annexe au présent arrêté, correspondant au personnel salarié ou statutaire visé à l'article 1er, 7°, b) et c) dans les institutions publiques;
  c) somme des équivalents temps plein du personnel salarié présent visé à l'article 1er, 7°, b) et c), dans des institutions privées, multipliée par le montant correspondant repris dans l'annexe au présent arrêté.
  2° A partir du 1er juillet 2006, pour les périodes annuelles allant du 1er juillet au 30 juin de l'année qui suit, l'intervention définitive est fixée sur base des données visées à l'article 5, § 2. Cette intervention définitive correspond pour les institutions publiques à la somme de ce qui est calculé sous les points a) et b) et pour les institutions privées à la somme de ce qui est calculé sous les points a) et c) :
  a) somme des équivalents temps plein du personnel salarié ou statutaire présent visé à l'article 1er, 7°, a) multipliée, par qualification, par les montants correspondants repris dans l'annexe au présent arrêté;
  b) somme des équivalents temps plein des membres du personnel infirmier et soignant, des kinésithérapeutes, ergothérapeutes et logopèdes, et des membres du personnel qualifié complémentaire qui effectue des tâches de réactivation, de rééducation fonctionnelle et d'intégration sociale, salarié ou statutaire, présent dans des institutions publiques, multipliée par le montant, repris dans l'annexe au présent arrêté, correspondant au personnel salarié ou statutaire visé à l'article 1er, 7°, b) et c) dans les institutions publiques;
  c) somme des équivalents temps plein du personnel salarié présent visé à l'article 1er, 7°, b) et c), dans des institutions privées, multipliée par le montant correspondant repris dans l'annexe au présent arrêté.
  § 4. La différence entre l'intervention définitive visée au § 3, 1° et les avances (versées entre le 1er avril 2004 et le 31 juillet 2006 et augmentées de 50 % de l'avance versée pour la prime de fin d'année 2006), est payée au plus tard dans les trois mois suivant la publication du présent arrêté. La différence entre l'intervention définitive visée au § 3, 2° et les avances versées (prévues pour la période du 1er octobre au 31 juillet et pour le calcul de la période du 1 juillet 2006 au 30 juin 2007, diminuées de 50 % de l'avance versée pour la prime de fin d'année 2006) est payée au 31 janvier de l'année qui suit la période annuelle correspondante.
  [1 A partir de la période de référence allant du 1er juillet 2015 au 30 juin 2016 inclus, dont le décompte final est établi en 2017, il est pourvu en une intervention supplémentaire pour le salarié ou le personnel statutaire visé à l'article 1er, 7°, b) et c), dans les institutions publiques, de 163,41 euros par ETP (indice 102,10 b-2004 = 100). Cette intervention supplémentaire ne fait pas partie du montant de l'intervention définitive visée au paragraphe 2, c).]1
  § 5. Si un employeur a perçu trop d'avances et si la récupération ne peut se faire par les avances suivantes, le solde est reversé par l'employeur à l'INAMI avant la fin du mois qui suit le mois pendant lequel le Service lui a communiqué le montant à récupérer.
  Le cas échéant, ce montant pourra être récupéré par compensation sur les sommes dues, au cours de la même année, à l'employeur par l'INAMI en vertu de l'arrêté royal du 15 septembre 2006 portant exécution de l'article 59 de la loi du 2 janvier 2001 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses, en ce qui concerne les mesures de dispense des prestations de travail et de fin de carrière.
  § 6. Les employeurs qui n'ont pas encore reçu d'interventions peuvent demander une avance pour autant qu'ils communiquent au Service les données d'un trimestre civil complet.
  § 7. En cas d'extension du nombre de lits agréés, susceptible d'entraîner une augmentation significative de l'intervention définitive, le Service peut revoir le montant des avances à la suite d'une demande motivée de l'employeur. Cette demande motivée est fondée sur les données d'un trimestre civil complet.
  
Art. 6_WAALS_GEWEST.    § 1. De bedragen van de voorlopige tegemoetkomingen, hierna " voorschotten " genoemd, en van de definitieve tegemoetkomingen, worden door de Dienst meegedeeld aan de werkgever en worden op de aan de Dienst meegedeelde bankrekening gestort.
  § 2. De voorschotten worden op de volgende manier betaald aan de werkgevers die de bepalingen van artikel 5 naleven :
  [2 1° de voorschotten gestort op 31 januari, 30 april, 31 juli en 31 oktober van het jaar J zij gelijk aan: 1/4 x ((bedrag van de definitieve tegemoetkoming voor de eerste twee kwartalen van het jaar J-2 en voor de eerste twee kwartalen van het jaar J-1) x 1,03);
   2° de berekening van de voorschotten van de jaren 2022 tot 2025 houdt geen rekening met het aandeel van de definitieve tegemoetkoming gefinancierd krachtens artikel 4ter;
  [3 3° de voorschotten gestort op 31 juli 2024, 31 oktober 2024, 31 januari 2025, 30 april 2025, 31 juli 2025 en 31 oktober 2025 zijn gelijk aan: 1/4 x ((bedrag van de definitieve tegemoetkoming voor de eerste twee kwartalen van het jaar J-2 en voor de eerste twee kwartalen van het jaar J-1) x 1,09)".]3
   Het volgend bedrag wordt toegevoegd aan de bedragen van de voorschotten, respectievelijk gestort van 31 oktober 2022 tot 31 oktober 2025 :
   1/4 x (VTE opgenomen op de lijst bedoeld in artikel 4ter; § 2 x 50.000 euro) ";
   Het volgend bedrag wordt toegevoegd aan het voorschott, uiterlijk gestort op 31 juli 2022 :
   3/4 x (VTE opgenomen op de lijst bedoeld in artikel 4ter; § 2 x 50.000 euro).]2

  [2 ...]2
  § 3. Voor de werkgevers die voldoen aan de bepalingen van dit besluit wordt een definitieve tegemoetkoming bepaald die wordt [2 jaarlijks berekend]2.
  Voor de berekening van de definitieve tegemoetkoming worden voor het bepalen van het aantal voltijds equivalenten aanwezig loontrekkend of statutair personeel de formules gehanteerd zoals voorzien in artikel 8 van het ministerieel besluit van 6 november 2003. Het personeel dat al wordt gedekt door de tegemoetkoming bedoeld in het ministerieel besluit van 6 november 2003 of het ministerieel besluit van 22 juni 2000 (" normpersoneel ") komt overeen met het aantal voltijds equivalenten dat voorzien is in artikel 17 van het ministerieel besluit van 6 november 2003 of het artikel 3, § 1, van het ministerieel besluit van 22 juni 2000. De in die besluiten bedoelde referentieperiode komt overeen met de periodes die zijn bedoeld in 1° en 2° van onderhavige paragraaf.
  De definitieve tegemoetkoming wordt berekend als volgt :
  1° [2 Voor de jaarlijkse periodes van 1 juli tot 30 juni van het daarop volgend jaar]2 wordt de definitieve tegemoetkoming bepaald aan de hand van de gegevens zoals bedoeld in artikel 5, § 2. Deze definitieve tegemoetkoming komt voor de openbare instellingen overeen met de som van wat berekend wordt onder punt a) en b) en komt voor de private instellingen overeen met de som van wat berekend wordt onder punt a) en c) [2 evenals de tegemoetkomingen krachtens [3 artikelen 4bis tot en met 4octies]3]2:
  a) som van voltijds equivalenten aanwezig loontrekkend of statutair personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, a), vermenigvuldigd per kwalificatie met de overeenstemmende bedragen zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit;
  b) som van de voltijds equivalenten van de leden van het verplegend en verzorgend personeel, de kinesitherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten, en de leden van het aanvullend gekwalificeerd personeel dat taken vervult inzake reactivatie, revalidatie en sociale integratie, loontrekkend of statutair, aanwezig in openbare instellingen, vermenigvuldigd met het bedrag, zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit, voorzien voor het loontrekkend of statutair personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, b) en c) in openbare instellingen;
  c) som van de voltijds equivalenten van het aanwezig loontrekkend personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, b) en c) in private instellingen, vermenigvuldigd met het overeenstemmende bedrag zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
  2° [2 ...]2
  § 4. [2 Het verschil tussen de definitieve tegemoetkoming als bedoeld in paragraaf 3 en de gestorte voorschotten wordt op 31 januari van het jaar volgens op de dienovereenkomstige jaarlijkse periode betaald.]2
  § 5. Indien een werkgever teveel voorschotten heeft ontvangen, en indien de terugvordering via de volgende voorschotten niet mogelijk is, wordt het saldo door de werkgever teruggestort aan het [2 het Agentschap]2 vóór het einde van de maand die volgt op de maand waarin de Dienst het terug te vorderen bedrag aan de werkgever heeft meegedeeld.
  Dat bedrag kan eventueel worden teruggevorderd via een compensatie op de bedragen die het [2 het Agentschap]2 in de loop van datzelfde jaar verschuldigd is aan de werkgever krachtens het koninklijk besluit van 15 september 2006 tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft.
  § 6. De werkgevers die nog geen tegemoetkomingen hebben ontvangen, kunnen een voorschot vragen voor zover zij aan de Dienst de gegevens van een volledig kalendertrimester meedelen.
  § 7. In geval een uitbreiding van het aantal erkende bedden een significante verhoging van de definitieve tegemoetkoming veroorzaakt, kan de Dienst, op gemotiveerde aanvraag van de werkgever, het bedrag van de voorschotten herzien. Die gemotiveerde aanvraag is gebaseerd op de gegevens van een volledig burgerlijk trimester.
Art. 6 _REGION_WALLONNE.
   § 1er. Les montants des interventions provisoires, appelées ci-après " avances ", et des interventions définitives, sont portés par le Service à la connaissance de l'employeur et sont versés sur le compte financier communiqué par ce dernier au Service.
  § 2. Les avances sont payées de la manière suivante aux employeurs qui respectent les dispositions de l'article 5 :
  [2 1° les avances versées les 31 janvier, 30 avril, 31 juillet et 31 octobre de l'année J sont égales à : 1/4 x ((montant de l'intervention définitive pour les deux derniers trimestres de l'année J-2 et pour les deux premiers trimestres de l'année J-1) x 1,03);
   2° le calcul des avances des années 2022 à 2025 ne tient pas compte de la part de l'intervention définitive financée en vertu de l'article 4ter.
  [3 3° les avances versées le 31 juillet 2024, le 31 octobre 2024, le 31 janvier 2025, le 30 avril 2025, le 31 juillet 2025 et le 31 octobre 2025 sont égales à : 1/4 x ((montant de l'intervention définitive pour les deux derniers trimestres de l'année J-2 et pour les deux premiers trimestres de l'année J-1) x 1,09) ]3
   Le montant suivant est ajouté aux montants des avances versées respectivement au plus tard du 31 octobre 2022 au 31 octobre 2025 :
   1/4 x (ETP repris sur la liste visée à l'article 4ter; § 2 x 50.000 euros) ";
   Le montant suivant est ajouté au montant de l'avance versée au plus tard le 31 juillet 2022 :
   3/4 x (ETP repris sur la liste visée à l'article 4ter; § 2 x 50.000 euros) ".]2

  [2 ...]2
  § 3. Pour les employeurs qui satisfont aux dispositions du présent arrêté, une intervention définitive est fixée, calculée [2 annuellement]2.
  Pour le calcul de l'intervention définitive, en vue de fixer le nombre d'équivalents temps plein du personnel salarié ou statutaire présents, on applique les formules prévues à l'article 8 de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003. Le personnel déjà couvert par l'intervention visée à l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 ou à l'arrêté ministériel du 22 juin 2000 (" personnel normé ") correspond au nombre d'équivalents temps plein prévu à l'article 17 de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 ou à l'article 3, § 1er, de l'arrêté ministériel du 22 juin 2000. La période de référence visée à ces arrêtés correspond aux périodes visées aux 1° et 2° du présent paragraphe.
  L'intervention définitive est calculée comme suit :
  1° [2 Pour les périodes annuelles allant du 1er juillet au 30 juin de l'année qui suit]2, l'intervention définitive est fixée sur base des données visées à l'article 5, § 2. Cette intervention définitive correspond pour les institutions publiques à la somme de ce qui est calculé sous les points a) et b) et pour les institutions privées à la somme de ce qui est calculé sous les points a) et c) [2 , ainsi que des interventions dues en vertu [3 des articles 4bis à 4octies]3]2:
  a) somme des équivalents temps plein du personnel salarié ou statutaire présent visé à l'article 1er, 7°, a) multipliée, par qualification, par les montants correspondants repris dans l'annexe au présent arrêté.
  b) somme des équivalents temps plein des membres du personnel infirmier et soignant, des kinésithérapeutes, ergothérapeutes et logopèdes, et des membres du personnel qualifié complémentaire qui effectue des tâches de réactivation, de rééducation fonctionnelle et d'intégration sociale, salarié ou statutaire, présent dans des institutions publiques, multipliée par le montant, repris dans l'annexe au présent arrêté, correspondant au personnel salarié ou statutaire visé à l'article 1er, 7°, b) et c) dans les institutions publiques;
  c) somme des équivalents temps plein du personnel salarié présent visé à l'article 1er, 7°, b) et c), dans des institutions privées, multipliée par le montant correspondant repris dans l'annexe au présent arrêté.
  2° [2 ...]2
  § 4. [2 La différence entre l'intervention définitive visée au paragraphe 3 et les avances versées est payée au 31 janvier de l'année qui suit la période annuelle correspondante.]2
  § 5. Si un employeur a perçu trop d'avances et si la récupération ne peut se faire par les avances suivantes, le solde est reversé par l'employeur à l'[2 Agence]2 avant la fin du mois qui suit le mois pendant lequel le Service lui a communiqué le montant à récupérer.
  Le cas échéant, ce montant pourra être récupéré par compensation sur les sommes dues, au cours de la même année, à l'employeur par l'[2 Agence]2 en vertu de l'arrêté royal du 15 septembre 2006 portant exécution de l'article 59 de la loi du 2 janvier 2001 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses, en ce qui concerne les mesures de dispense des prestations de travail et de fin de carrière.
  § 6. Les employeurs qui n'ont pas encore reçu d'interventions peuvent demander une avance pour autant qu'ils communiquent au Service les données d'un trimestre civil complet.
  § 7. En cas d'extension du nombre de lits agréés, susceptible d'entraîner une augmentation significative de l'intervention définitive, le Service peut revoir le montant des avances à la suite d'une demande motivée de l'employeur. Cette demande motivée est fondée sur les données d'un trimestre civil complet.
Art. 6_VLAAMS_GEWEST.    § 1. De bedragen van de voorlopige tegemoetkomingen, hierna " voorschotten " genoemd, en van de definitieve tegemoetkomingen, worden door de Dienst meegedeeld aan de werkgever en worden op de aan de Dienst meegedeelde bankrekening gestort.
  § 2. De voorschotten worden op de volgende manier betaald aan de werkgevers die de bepalingen van artikel 5 naleven :
  a) de voorschotten die zijn gestort op 31 januari, 30 april, 31 juli en 31 oktober 2006 zijn gelijk aan : 1/4 x (som van de voorschotten die zijn berekend voor het jaar 2003 in toepassing van het koninklijk besluit van 1 oktober 2002 tot uitvoering van artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 betreffende de harmonisering van de barema's en de baremaverhoging in bepaalde gezondheidsinrichtingen, volgens de loonkost op 1 januari 2006);
  b) de voorschotten die zijn gestort op 31 januari, 30 april, 31 juli en 31 oktober 2007 zijn gelijk aan 1/10 x ((bedrag van de definitieve tegemoetkoming voor de jaren 2004 en 2005 en de twee eerste trimesters van het jaar 2006) x 1,04);
  c) vervolgens zijn de voorschotten die worden gestort op 31 januari, 30 april, 31 juli en 31 oktober van het jaar J gelijk aan : 1/4 x ((bedrag van de definitieve tegemoetkoming voor de laatste twee trimesters van het jaar J-2 en voor de eerste twee trimesters van het jaar J-1) x 1,03).
  [2 d) voor de periode van 1 juli 2018 tot 31 december 2018 worden de voorschotten:
   1) gestort op 31 oktober van het jaar J gelijk aan: 1/4 x ((bedrag van de definitieve tegemoetkoming voor de laatste twee trimesters van het jaar J-2 en voor de eerste twee trimesters van het jaar J-1) x 1,03);
   2) gestort op 31 januari van het jaar J+1 gelijk aan: 1/4 x ((bedrag van de definitieve tegemoetkoming voor de laatste twee trimesters van het jaar J-1 en voor de eerste twee trimesters van het jaar J) x 1,03);
   3) fictief berekend op 30 april en 31 juli van het jaar J+1 gelijk aan: : 1/4 x ((bedrag van de definitieve tegemoetkoming voor de laatste twee trimesters van het jaar J-1 en voor de eerste twee trimesters van het jaar J) x 1,03);]2

  § 3. Voor de werkgevers die voldoen aan de bepalingen van dit besluit wordt een definitieve tegemoetkoming bepaald die wordt berekend voor de periode van 1 januari 2004 tot 30 juni 2006 en jaarlijks vanaf 1 juli 2006.
  Voor de berekening van de definitieve tegemoetkoming worden voor het bepalen van het aantal voltijds equivalenten aanwezig loontrekkend of statutair personeel de formules gehanteerd zoals voorzien in artikel 8 van het ministerieel besluit van 6 november 2003. Het personeel dat al wordt gedekt door de tegemoetkoming bedoeld in het ministerieel besluit van 6 november 2003 of het ministerieel besluit van 22 juni 2000 (" normpersoneel ") komt overeen met het aantal voltijds equivalenten dat voorzien is in artikel 17 van het ministerieel besluit van 6 november 2003 of het artikel 3, § 1, van het ministerieel besluit van 22 juni 2000. De in die besluiten bedoelde referentieperiode komt overeen met de periodes die zijn bedoeld in 1° en 2° van onderhavige paragraaf.
  De definitieve tegemoetkoming wordt berekend als volgt :
  1° Voor de periode van 1 januari 2004 tot 30 juni 2006 wordt de definitieve tegemoetkoming bepaald aan de hand van de gegevens zoals bedoeld in artikel 5, § 2. Deze definitieve tegemoetkoming komt voor de openbare instellingen overeen met de som van wat berekend wordt onder punt a) en b) en komt voor de private instellingen overeen met de som van wat berekend wordt onder punt a) en c) :
  a) som van voltijds equivalenten aanwezig loontrekkend of statutair personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, a), vermenigvuldigd per kwalificatie met de overeenstemmende bedragen zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit;
  b) som van de voltijds equivalenten van de leden van het verplegend en verzorgend personeel, de kinesitherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten, en de leden van het aanvullend gekwalificeerd personeel dat taken vervult inzake reactivatie, revalidatie en sociale integratie, loontrekkend of statutair, aanwezig in openbare instellingen, vermenigvuldigd met het bedrag, zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit, voorzien voor het loontrekkend of statutair personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, b) en c) in openbare instellingen;
  c) som van de voltijds equivalenten van het aanwezig loontrekkend personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, b) en c) in private instellingen, vermenigvuldigd met het overeenstemmende bedrag zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
  2° Vanaf 1 juli 2006, voor de jaarlijkse periodes gaande van 1 juli tot 30 juni van het daaropvolgende jaar, wordt de definitieve tegemoetkoming bepaald aan de hand van de gegevens zoals bedoeld in artikel 5, § 2. Deze definitieve tegemoetkoming komt voor de openbare instellingen overeen met de som van wat berekend wordt onder punt a) en b) en komt voor de private instellingen overeen met de som van wat berekend wordt onder punt a) en c) :
  a) som van voltijds equivalenten aanwezig loontrekkend of statutair personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, a), vermenigvuldigd per kwalificatie met de overeenstemmende bedragen zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit;
  b) som van de voltijds equivalenten van de leden van het verplegend en verzorgend personeel, de kinesitherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten, en de leden van het aanvullend gekwalificeerd personeel dat taken vervult inzake reactivatie, revalidatie en sociale integratie, loontrekkend of statutair, aanwezig in openbare instellingen, vermenigvuldigd met het bedrag, zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit, voorzien voor het loontrekkend of statutair personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, b) en c) in openbare instellingen;
  c) som van de voltijds equivalenten van het aanwezig loontrekkend personeel zoals bedoeld in artikel 1, 7°, b) en c) in private instellingen, vermenigvuldigd met het overeenstemmende bedrag zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
  § 4. Het verschil tussen de definitieve tegemoetkoming zoals bedoeld in § 3, 1° en de voorschotten (gestort tussen 1 april 2004 en 31 juli 2006 en verhoogd met 50 % van het gestorte voorschot dat betrekking heeft op de eindejaarspremie van 2006) wordt betaald ten laatste binnen de drie maand volgend op de publicatie van dit besluit. Het verschil tussen de definitieve tegemoetkoming zoals bedoeld in § 3, 2° en de gestorte voorschotten (voorzien voor de periode van 1 oktober tot 31 juli en éénmalig voor de afrekening van de periode van 1 juli 2006 tot 30 juni 2007 verminderd met 50 % van het gestorte voorschot dat betrekking heeft op de eindejaarspremie van 2006) wordt betaald op 31 januari van het jaar dat volgt op de jaarlijkse overeenstemmende periode.
  [1 Vanaf de referentieperiode van 1 juli 2015 tot en met 30 juni 2016 waarvan de eindafrekening in 2017 wordt gemaakt, wordt er in een bijkomende tegemoetkoming voorzien voor het loontrekkende of statutaire personeel, vermeld in artikel 1, 7°, b) en c), in openbare instellingen, van 163,41 euro per vte (index 102,10 b-2004=100). Die bijkomende tegemoetkoming maakt geen deel uit van het bedrag van de definitieve tegemoetkoming, vermeld in paragraaf 2, c).]1
  § 5. Indien een werkgever teveel voorschotten heeft ontvangen, en indien de terugvordering via de volgende voorschotten niet mogelijk is, wordt het saldo door de werkgever teruggestort aan het RIZIV vóór het einde van de maand die volgt op de maand waarin de Dienst het terug te vorderen bedrag aan de werkgever heeft meegedeeld.
  Dat bedrag kan eventueel worden teruggevorderd via een compensatie op de bedragen die het RIZIV in de loop van datzelfde jaar verschuldigd is aan de werkgever krachtens het koninklijk besluit van 15 september 2006 tot uitvoering van artikel 59 van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wat de maatregelen inzake vrijstelling van arbeidsprestaties en eindeloopbaan betreft.
  § 6. De werkgevers die nog geen tegemoetkomingen hebben ontvangen, kunnen een voorschot vragen voor zover zij aan de Dienst de gegevens van een volledig kalendertrimester meedelen.
  § 7. In geval een uitbreiding van het aantal erkende bedden een significante verhoging van de definitieve tegemoetkoming veroorzaakt, kan de Dienst, op gemotiveerde aanvraag van de werkgever, het bedrag van de voorschotten herzien. Die gemotiveerde aanvraag is gebaseerd op de gegevens van een volledig burgerlijk trimester.
  [2 § 8. Voor de periode van 1 juli 2018 tot 31 december 2018 wordt in januari 2020 het volgende gedaan:
   1° er wordt een definitieve tegemoetkoming berekend voor de periode van 1 juli 2018 tot 30 juni 2019, overeenkomstig paragraaf 3;
   2° van de definitieve tegemoetkoming, vermeld in punt 1°, worden de betaalde en fictief berekende voorschotten, vermeld in paragraaf 2, d), in mindering gebracht;
   3° het positief saldo wordt voor de helft van het bedrag betaald;
   4° het negatief saldo moet de werkgever [3 ...]3 terug betalen aan de Vlaamse overheid.]2
Art. 6 _REGION_FLAMANDE.
   § 1er. Les montants des interventions provisoires, appelées ci-après " avances ", et des interventions définitives, sont portés par le Service à la connaissance de l'employeur et sont versés sur le compte financier communiqué par ce dernier au Service.
  § 2. Les avances sont payées de la manière suivante aux employeurs qui respectent les dispositions de l'article 5 :
  a) les avances versées les 31 janvier, 30 avril, 31 juillet et 31 octobre 2006 sont égales à : 1/4 x (somme des avances calculées pour l'année 2003 en application de l'arrêté royal du 1er octobre 2002 pris en exécution des articles 57 et 59 de la loi programme du 2 janvier 2001 concernant l'harmonisation des barèmes et l'augmentation des barèmes dans certaines institutions de soins, selon le coût salarial au 1er janvier 2006);
  b) les avances versées les 31 janvier, 30 avril, 31 juillet et 31 octobre 2007 sont égales à 1/10 x ((montant de l'intervention définitive pour les années 2004 et 2005 et les deux premiers trimestres de l'année 2006) x 1,04);
  c) ensuite les avances versées les 31 janvier, 30 avril, 31 juillet et 31 octobre de l'année J sont égales à : 1/4 x ((montant de l'intervention définitive pour les deux derniers trimestres de l'année J-2 et pour les deux premiers trimestres de l'année J-1) x 1,03).
  [2 d) pour la période du 1er juillet 2018 au 31 décembre 2018, les avances :
   1) sont versées le 31 octobre de l'année J, égales à : 1/4 x ((somme de l'intervention définitive pour les deux derniers trimestres de l'année J-2 et les deux premiers trimestres de l'année J-1) x 1,03) ;
   2) sont versées le 31 octobre de l'année J+1, égales à : 1/4 x ((somme de l'intervention définitive pour les deux derniers trimestres de l'année J-1 et les deux premiers trimestres de l'année J) x 1,03) ;
   3) sont calculées fictivement les 30 avril et 31 juillet de l'année J+1, égales à : 1/4 x ((somme de l'intervention définitive pour les deux derniers trimestres de l'année J-1 et les deux premiers trimestres de l'année J) x 1,03) ;]2

  § 3. Pour les employeurs qui satisfont aux dispositions du présent arrêté, une intervention définitive est fixée, calculée pour la période du 1er janvier 2004 au 30 juin 2006, puis annuellement à partir du 1er juillet 2006.
  Pour le calcul de l'intervention définitive, en vue de fixer le nombre d'équivalents temps plein du personnel salarié ou statutaire présents, on applique les formules prévues à l'article 8 de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003. Le personnel déjà couvert par l'intervention visée à l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 ou à l'arrêté ministériel du 22 juin 2000 (" personnel normé ") correspond au nombre d'équivalents temps plein prévu à l'article 17 de l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 ou à l'article 3, § 1er, de l'arrêté ministériel du 22 juin 2000. La période de référence visée à ces arrêtés correspond aux périodes visées aux 1° et 2° du présent paragraphe.
  L'intervention définitive est calculée comme suit :
  1° Pour la période allant du 1er janvier 2004 au 30 juin 2006, l'intervention définitive est fixée sur base des données visées à l'article 5, § 2. Cette intervention définitive correspond pour les institutions publiques à la somme de ce qui est calculé sous les points a) et b) et pour les institutions privées à la somme de ce qui est calculé sous les points a) et c) :
  a) somme des équivalents temps plein du personnel salarié ou statutaire présent visé à l'article 1er, 7°, a) multipliée, par qualification, par les montants correspondants repris dans l'annexe au présent arrêté.
  b) somme des équivalents temps plein des membres du personnel infirmier et soignant, des kinésithérapeutes, ergothérapeutes et logopèdes, et des membres du personnel qualifié complémentaire qui effectue des tâches de réactivation, de rééducation fonctionnelle et d'intégration sociale, salarié ou statutaire, présent dans des institutions publiques, multipliée par le montant, repris dans l'annexe au présent arrêté, correspondant au personnel salarié ou statutaire visé à l'article 1er, 7°, b) et c) dans les institutions publiques;
  c) somme des équivalents temps plein du personnel salarié présent visé à l'article 1er, 7°, b) et c), dans des institutions privées, multipliée par le montant correspondant repris dans l'annexe au présent arrêté.
  2° A partir du 1er juillet 2006, pour les périodes annuelles allant du 1er juillet au 30 juin de l'année qui suit, l'intervention définitive est fixée sur base des données visées à l'article 5, § 2. Cette intervention définitive correspond pour les institutions publiques à la somme de ce qui est calculé sous les points a) et b) et pour les institutions privées à la somme de ce qui est calculé sous les points a) et c) :
  a) somme des équivalents temps plein du personnel salarié ou statutaire présent visé à l'article 1er, 7°, a) multipliée, par qualification, par les montants correspondants repris dans l'annexe au présent arrêté;
  b) somme des équivalents temps plein des membres du personnel infirmier et soignant, des kinésithérapeutes, ergothérapeutes et logopèdes, et des membres du personnel qualifié complémentaire qui effectue des tâches de réactivation, de rééducation fonctionnelle et d'intégration sociale, salarié ou statutaire, présent dans des institutions publiques, multipliée par le montant, repris dans l'annexe au présent arrêté, correspondant au personnel salarié ou statutaire visé à l'article 1er, 7°, b) et c) dans les institutions publiques;
  c) somme des équivalents temps plein du personnel salarié présent visé à l'article 1er, 7°, b) et c), dans des institutions privées, multipliée par le montant correspondant repris dans l'annexe au présent arrêté.
  § 4. La différence entre l'intervention définitive visée au § 3, 1° et les avances (versées entre le 1er avril 2004 et le 31 juillet 2006 et augmentées de 50 % de l'avance versée pour la prime de fin d'année 2006), est payée au plus tard dans les trois mois suivant la publication du présent arrêté. La différence entre l'intervention définitive visée au § 3, 2° et les avances versées (prévues pour la période du 1er octobre au 31 juillet et pour le calcul de la période du 1 juillet 2006 au 30 juin 2007, diminuées de 50 % de l'avance versée pour la prime de fin d'année 2006) est payée au 31 janvier de l'année qui suit la période annuelle correspondante.
  [1 A partir de la période de référence allant du 1er juillet 2015 au 30 juin 2016 inclus, dont le décompte final est établi en 2017, il est pourvu en une intervention supplémentaire pour le salarié ou le personnel statutaire visé à l'article 1er, 7°, b) et c), dans les institutions publiques, de 163,41 euros par ETP (indice 102,10 b-2004 = 100). Cette intervention supplémentaire ne fait pas partie du montant de l'intervention définitive visée au paragraphe 2, c).]1
  § 5. Si un employeur a perçu trop d'avances et si la récupération ne peut se faire par les avances suivantes, le solde est reversé par l'employeur à l'INAMI avant la fin du mois qui suit le mois pendant lequel le Service lui a communiqué le montant à récupérer.
  Le cas échéant, ce montant pourra être récupéré par compensation sur les sommes dues, au cours de la même année, à l'employeur par l'INAMI en vertu de l'arrêté royal du 15 septembre 2006 portant exécution de l'article 59 de la loi du 2 janvier 2001 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses, en ce qui concerne les mesures de dispense des prestations de travail et de fin de carrière.
  § 6. Les employeurs qui n'ont pas encore reçu d'interventions peuvent demander une avance pour autant qu'ils communiquent au Service les données d'un trimestre civil complet.
  § 7. En cas d'extension du nombre de lits agréés, susceptible d'entraîner une augmentation significative de l'intervention définitive, le Service peut revoir le montant des avances à la suite d'une demande motivée de l'employeur. Cette demande motivée est fondée sur les données d'un trimestre civil complet.
  [2 § 8. Pour la période du 1er juillet 2018 au 31 décembre 2018, les démarches suivantes sont effectuées en janvier 2020 :
   1° une intervention définitive est calculée pour la période du 1er juillet 2018 au 30 juin 2019, conformément au paragraphe 3 ;
   2° les avances payées et fictivement calculées, visées au paragraphe 2, d), sont déduites de l'intervention définitive visée au point 1° ;
   3° le solde positif est payé pour la moitié du montant ;
   4° l'employeur doit rembourser le solde négatif à l'Autorité flamande, [3 ...]3.]2
Art.7. § 1. De Dienst en de Dienst voor administratieve controle van het RIZIV worden belast met de controle op de juistheid van de door de werkgevers meegedeelde gegevens.
  [1 De controle op de inzet van de middelen voor de creatie van tewerkstelling zoals bedoeld in artikel 4bis, § 2, 4°, en in artikel 4bis, § 3, 3°, wordt respectievelijk uitgevoerd door de Kamer ouderenzorg van het Fonds Sociale Maribel PC 330 en door het Fonds Sociale Maribel van de overheidssector.]1
  § 2. Op het einde van elk jaar vanaf 2006, stelt de Dienst ter beschikking van de bevoegde sectorale Fondsen Sociale Maribel een lijst naargelang het geval de private sector of de openbare sector met vermelding van, per werkgever :
  1° per kwalificatie, het aantal voltijds equivalenten begrepen in het deel A1 zoals bepaald in voornoemd ministerieel besluit van 6 november 2003;
  2° per kwalificatie, het aantal voltijds equivalenten dat in overtal is in verhouding tot het in 1° bedoelde personeel;
  3° het aantal voltijds equivalenten van het loontrekkend of statutair administratief personeel, tewerkgesteld bij de werkgever;
  4° het aantal voltijds equivalenten van het loontrekkend of statutair arbeiders- en technisch personeel, tewerkgesteld bij de werkgever;
  [1 5° het gemiddeld aantal bewoners per categorie van zorgbehoevendheid per werkgever;
   6° het aantal VTE personeelsleden per kwalificatie per werkgever dat is tewerkgesteld in het kader van de "jobcreatie 2011-2013" zoals bedoeld in artikel 4bis;
   7° het statuut van de werkgever : openbaar, commercieel of VZW;
   8° de Gemeenschap/Gewest die de erkenning van de werkgever heeft afgeleverd.]1

  
Art.7. § 1er. Le Service et le Service du contrôle administratif de l'INAMI sont chargés du contrôle de l'exactitude des données communiquées par les employeurs.
  [1 Les contrôles de l'engagement des moyens pour la création d'emplois visés à l'article 4bis, § 2, 4°, et à l'article 4bis, § 3, 3°, sont effectués respectivement par la Chambre Secteur Personnes Agées du Fonds Maribel Social CP 330 et par le Fonds Maribel Social du secteur public.]1
  § 2. A la fin de chaque année à partir de 2006, le Service met à la disposition du Fonds Maribel Social compétent, suivant le cas, pour le secteur privé ou pour le secteur public, une liste mentionnant, pour chaque employeur :
  1° par qualification, le nombre d'équivalents temps plein compris dans la partie A1 telle que définie par l'arrêté ministériel du 6 novembre 2003 précité;
  2° par qualification, le nombre d'équivalents temps plein en excédent par rapport au personnel visé sous 1°;
  3° le nombre d'équivalents temps plein du personnel administratif, salarié ou statutaire, occupé par l'employeur;
  4° le nombre d'équivalents temps plein du personnel ouvrier et technique, salarié ou statutaire, occupé par l'employeur;
  [1 5° le nombre moyen de résidents par catégorie de dépendance par employeur;
   6° le nombre d'ETP membres du personnel par qualification par employeur qui sont occupés dans le cadre de la " création d'emplois 2011-2013 " visée à l'article 4bis;
   7° le statut de l'employeur : public, commercial ou ASBL;
   8° la Communauté/Région qui a délivré l'agrément de l'employeur.]1

  
Art.8. De kost van de in artikel 6 bedoelde tegemoetkomingen wordt ten laste gelegd van de globale begroting van financiële middelen van het Riziv. De verdeling van deze kost over de algemene regeling en over de regeling der zelfstandigen gebeurt pro rata van de verdeling over deze twee regelingen van de basisuitgaven van de sector waarop zij betrekking hebben.
Art.8. Le coût des interventions visées à l'article 6 est imputé au budget global des moyens financiers de l'INAMI. La répartition de ce coût dans le régime général et dans le régime des travailleurs indépendants se fait au prorata de la répartition entre ces deux régimes des dépenses de base du secteur auquel elles se rapportent.
Art.9. De in de bijlage bij dit besluit vermelde bedragen worden gekoppeld aan het spilindexcijfer 102.10 (basis 2004 = 100) en worden aangepast in overeenstemming met de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.
  [1 De in artikel 4bis, §§ 1 en 6, vermelde bedragen van 50.000 en 45.000 euro zijn gekoppeld aan gezondheidsspilindexcijfer 119,62 (1 december 2012, basis 2004).]1
  
Art.9. Les montants repris dans l'annexe au présent arrêté sont liés à l'indice pivot 102.10 (base 2004 = 100) et sont adaptés conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public.
  [1 Les montants de 50.000 et 45.000 euros mentionnés à l'article 4bis, §§ 1er et 6, sont liés à l'indice-santé 119,62 (1er décembre 2012, base 2004).]1
  
Art. 9_WAALS_GEWEST.    De in de bijlage bij dit besluit vermelde bedragen worden gekoppeld aan het spilindexcijfer 102.10 (basis 2004 = 100) en worden aangepast in overeenstemming met de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld.  [1 De in artikel 4bis, §§ 1 en 6, [2 evenals in de artikelen 4ter, § § 2 en 6, en 6, § 2,]2 vermelde bedragen van 50.000 en 45.000 euro zijn gekoppeld aan gezondheidsspilindexcijfer 119,62 (1 december 2012, basis 2004).]1  
Art. 9 _REGION_WALLONNE.    Les montants repris dans l'annexe au présent arrêté sont liés à l'indice pivot 102.10 (base 2004 = 100) et sont adaptés conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public.  [1 Les montants de 50.000 et 45.000 euros mentionnés à l'article 4bis, §§ 1er et 6, [2 ainsi qu'aux articles 4ter, § § 2 et 6, et 6, § 2,]2 sont liés à l'indice-santé 119,62 (1er décembre 2012, base 2004).]1  
Art.10. Het koninklijk besluit van 1 oktober 2002 tot uitvoering van artikelen 57 en 59 van de programmawet van 2 januari 2001 wat de harmonisering van de barema's en de baremaverhoging in bepaalde gezondheidsinrichtingen betreft, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 4 juni 2003 en 13 oktober 2004, wordt opgeheven.
Art.10. L'arrêté royal du 1er octobre 2002 pris en exécution des articles 57 et 59 de la loi programme du 2 janvier 2001 concernant l'harmonisation des barèmes et l'augmentation des barèmes dans certaines institutions de soins, modifié par les arrêtés royaux du 4 juin 2003 et du 13 octobre 2004, est abrogé.
Art.11. Dit besluit heeft uitwerking met ingang op 1 januari 2006.
Art.11. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2006.
Art. 11/1_VLAAMS_GEWEST. [1 Vanaf 1 januari 2019 kunnen in de voorzieningen van de Vlaamse ouderenzorg geen nieuwe rechten ontstaan zoals bedoeld onder artikel 2 en artikel 4bis. ]1
  
Art. 11/1 _REGION_FLAMANDE. [1 A partir du 1er janvier 2019, aucun nouveau droit tel que visé aux articles 2 et 4bis ne peut naître dans les structures des soins flamands aux personnes âgées. ]1
  
Art.12. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.12. Notre Ministre des Affaires sociales et de la Santé publique est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.&nbsp;&nbsp;Art. N1. [1 Bijlage 1. Bedragen vanaf 1 januari 2004&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; &nbsp;&nbsp;Index 102,10&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; ergotherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; logopedisten reactiveringadministratief en logistiek personeel&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)&nbsp;4.121,32 3.791,10 6.822,60 2.221,31 4.644,22 1.351,40 Bedragen vanaf 1 oktober 2004&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; &nbsp;&nbsp;Index 102,10&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; ergotherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; logopedisten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; reactiveringadministratief en logistiek personeel&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)&nbsp;4.179,71 3.937,08 7.419,48 2.396,48 8.503,30 2.474,34 Bedragen vanaf 1 januari 2006&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; &nbsp;&nbsp;Index 102,10&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; ergotherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; logopedisten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; reactiveringadministratief en logistiek personeel&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)&nbsp;4.903,37 4.651,53 8.107,74 2.198,39 8.142,93 2.913,18 Bedragen vanaf 1 januari 2007&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; &nbsp;&nbsp;Index 102,10&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; ergotherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; logopedisten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; reactiveringadministratief en logistiek personeel&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)&nbsp;5.169,98 4.911,71 8.351,06 2.375,04 8.303,92 2.970,78 Bedragen vanaf 1 januari 2008&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; &nbsp;&nbsp;Index 102,10&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; ergotherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; logopedisten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; reactiveringadministratief en logistiek personeel&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)&nbsp;5.345,82 5.087,55 8.526,90 2.550,88 8.479,76 3.033,69 Bedragen vanaf 1 januari 2009&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; &nbsp;&nbsp;Index 102,10&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; ergotherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; logopedisten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; reactiveringadministratief en logistiek personeel&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)&nbsp;5.411,76 5.153,49 8.592,84 2.616,82 8.545,70 3.057,28 Bedragen vanaf 1 januari 2010 (*) of 1 juli 2010&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Index 102,10&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; ergotherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; logopedisten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; reactiveringadministratief en logistiek personeel&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)&nbsp;5.864,40 5.556,30 8.915,45 2.616,82 8.545,70 3.076,85 (*) Deze bedragen worden enkel gefinancierd aan de werkgevers die vanaf 1 januari 2010 alle voordelen zoals bedoeld in artikel 3, § 1, toekennen aan hun personeel.&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Bedragen vanaf 1 januari 2011&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; &nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Index 102,10&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; ergotherapeuten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; logopedisten&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; reactiveringadministratief en logistiek personeel&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)&nbsp;5.864,40 5.556,30 8.915,45 2.638,13 8.587,67 3.073,71 ]1&nbsp;&nbsp;
ANNEXES.
Art. N1. [1 Bijlage 1. Bedragen vanaf 1 januari 2004
Art. N1. [1 Annexe 1re. Montants à partir du 1er janvier 2004
Index 102,10
  
   Basis 2004 = 100
verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
  
   ergotherapeuten
  
   logopedisten reactivering
administratief en logistiek personeel
  
   (privé)
administratief en logistiek personeel (publiek)
 4.121,32 3.791,10 6.822,60 2.221,31 4.644,22 1.351,40
Index 102,10
Index 102,10
  
   Base 2004 = 100
infirmière A1infirmière A2aide-soignantkinés
  
   ergos
  
   logos
  
   réactivation
personnel administratif et logistique
  
   (privé)
personnel administratif et logistique (public)
 4.121,32 3.791,10 6.822,60 2.221,31 4.644,22 1.351,40
Index 102,10
   Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
   Base 2004 = 100infirmière A1infirmière A2aide-soignantkinés
   ergotherapeuten
   ergos
   logopedisten reactiveringadministratief en logistiek personeel
   logos
   (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)4.121,32 3.791,10 6.822,60 2.221,31 4.644,22 1.351,40
Bedragen vanaf 1 oktober 2004
   réactivationpersonnel administratif et logistique
Index 102,10
  
   Basis 2004 = 100
verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
  
   ergotherapeuten
  
   logopedisten
  
   reactivering
administratief en logistiek personeel
  
   (privé)
administratief en logistiek personeel (publiek)
 4.179,71 3.937,08 7.419,48 2.396,48 8.503,30 2.474,34
Index 102,10
   (privé)personnel administratif et logistique (public)4.121,32 3.791,10 6.822,60 2.221,31 4.644,22 1.351,40
Montants à partir du 1er octobre 2004
   Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
Index 102,10
  
   Base 2004 = 100
infirmière A1infirmière A2aide-soignantkinés
  
   ergos
  
   logos
  
   réactivation
personnel administratif et logistique
  
   (privé)
personnel administratif et logistique (public)
 4.179,71 3.937,08 7.419,48 2.396,48 8.503,30 2.474,34
Index 102,10
   ergotherapeuten
   Base 2004 = 100infirmière A1infirmière A2aide-soignantkinés
   logopedisten
   ergos
   reactiveringadministratief en logistiek personeel
   logos
   (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)4.179,71 3.937,08 7.419,48 2.396,48 8.503,30 2.474,34
Bedragen vanaf 1 januari 2006
   réactivationpersonnel administratif et logistique
Index 102,10
  
   Basis 2004 = 100
verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
  
   ergotherapeuten
  
   logopedisten
  
   reactivering
administratief en logistiek personeel
  
   (privé)
administratief en logistiek personeel (publiek)
 4.903,37 4.651,53 8.107,74 2.198,39 8.142,93 2.913,18
Index 102,10
   (privé)personnel administratif et logistique (public)4.179,71 3.937,08 7.419,48 2.396,48 8.503,30 2.474,34
Montants à partir du 1er janvier 2006
   Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
Index 102,10
  
   Base 2004 = 100
infirmière A1infirmière A2aide-soignantkinés
  
   ergos
  
   logos
  
   réactivation
personnel administratif et logistique
  
   (privé)
personnel administratif et logistique (public)
 4.903,37 4.651,53 8.107,74 2.198,39 8.142,93 2.913,18
Index 102,10
   ergotherapeuten
   Base 2004 = 100infirmière A1infirmière A2aide-soignantkinés
   logopedisten
   ergos
   reactiveringadministratief en logistiek personeel
   logos
   (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)4.903,37 4.651,53 8.107,74 2.198,39 8.142,93 2.913,18
Bedragen vanaf 1 januari 2007
   réactivationpersonnel administratif et logistique
Index 102,10
  
   Basis 2004 = 100
verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
  
   ergotherapeuten
  
   logopedisten
  
   reactivering
administratief en logistiek personeel
  
   (privé)
administratief en logistiek personeel (publiek)
 5.169,98 4.911,71 8.351,06 2.375,04 8.303,92 2.970,78
Index 102,10
   (privé)personnel administratif et logistique (public)4.903,37 4.651,53 8.107,74 2.198,39 8.142,93 2.913,18
Montants à partir du 1er janvier 2007
   Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
Index 102,10
  
   Base 2004 = 100
infirmière A1infirmière A2aide-soignantkinés
  
   ergos
  
   logos
  
   réactivation
personnel administratif et logistique
  
   (privé)
personnel administratif et logistique (public)
 5.169,98 4.911,71 8.351,06 2.375,04 8.303,92 2.970,78
Index 102,10
   ergotherapeuten
   Base 2004 = 100infirmière A1infirmière A2aide-soignantkinés
   logopedisten
   ergos
   reactiveringadministratief en logistiek personeel
   logos
   (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)5.169,98 4.911,71 8.351,06 2.375,04 8.303,92 2.970,78
Bedragen vanaf 1 januari 2008
   réactivationpersonnel administratif et logistique
Index 102,10
  
   Basis 2004 = 100
verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
  
   ergotherapeuten
  
   logopedisten
  
   reactivering
administratief en logistiek personeel
  
   (privé)
administratief en logistiek personeel (publiek)
 5.345,82 5.087,55 8.526,90 2.550,88 8.479,76 3.033,69
Index 102,10
   (privé)personnel administratif et logistique (public)5.169,98 4.911,71 8.351,06 2.375,04 8.303,92 2.970,78
Montants à partir du 1er janvier 2008
   Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
Index 102,10
  
   Base 2004 = 100
infirmière A1infirmière A2aide-soignantkinés
  
   ergos
  
   logos
  
   réactivation
personnel administratif et logistique
  
   (privé)
personnel administratif et logistique (public)
 5.345,82 5.087,55 8.526,90 2.550,88 8.479,76 3.033,69
Index 102,10
   ergotherapeuten
   Base 2004 = 100infirmière A1infirmière A2aide-soignantkinés
   logopedisten
   ergos
   reactiveringadministratief en logistiek personeel
   logos
   (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)5.345,82 5.087,55 8.526,90 2.550,88 8.479,76 3.033,69
Bedragen vanaf 1 januari 2009
   réactivationpersonnel administratif et logistique
Index 102,10
  
   Basis 2004 = 100
verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
  
   ergotherapeuten
  
   logopedisten
  
   reactivering
administratief en logistiek personeel
  
   (privé)
administratief en logistiek personeel (publiek)
 5.411,76 5.153,49 8.592,84 2.616,82 8.545,70 3.057,28
Index 102,10
   (privé)personnel administratif et logistique (public)5.345,82 5.087,55 8.526,90 2.550,88 8.479,76 3.033,69
Montants à partir du 1er janvier 2009
   Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
Index 102,10
  
   Base 2004 = 100
infirmière A1infirmière A2aide-soignantkinés
  
   ergos
  
   logos
  
   réactivation
personnel administratif et logistique
  
   (privé)
personnel administratif et logistique (public)
 5.411,76 5.153,49 8.592,84 2.616,82 8.545,70 3.057,28
Index 102,10
   ergotherapeuten
   Base 2004 = 100infirmière A1infirmière A2aide-soignantkinés
   logopedisten
   ergos
   reactiveringadministratief en logistiek personeel
   logos
   (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)5.411,76 5.153,49 8.592,84 2.616,82 8.545,70 3.057,28
Bedragen vanaf 1 januari 2010 (*) of 1 juli 2010
   réactivationpersonnel administratif et logistique

  
   Index 102,10
  
   Basis 2004 = 100
verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
  
   ergotherapeuten
  
   logopedisten
  
   reactivering
administratief en logistiek personeel
  
   (privé)
administratief en logistiek personeel (publiek)
 5.864,40 5.556,30 8.915,45 2.616,82 8.545,70 3.076,85
   (privé)personnel administratif et logistique (public)5.411,76 5.153,49 8.592,84 2.616,82 8.545,70 3.057,28
Montants à partir du 1er janvier 2010 (*) ou du 1er juillet 2010
   Index 102,10
Index 102,10
  
   Base 2004 = 100
infirmière A1infirmière A2aide-soignantKinés
  
   ergos
  
   logos
  
   réactivation
personnel administratif et logistique
  
   (privé)
personnel administratif et logistique (public)
 5.864,40 5.556,30 8.915,45 2.616,82 8.545,70 3.076,85
Index 102,10
   Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
   Base 2004 = 100infirmière A1infirmière A2aide-soignantKinés
   ergotherapeuten
   ergos
   logopedisten
   logos
   reactiveringadministratief en logistiek personeel
   réactivationpersonnel administratif et logistique
   (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)5.864,40 5.556,30 8.915,45 2.616,82 8.545,70 3.076,85
(*) Deze bedragen worden enkel gefinancierd aan de werkgevers die vanaf 1 januari 2010 alle voordelen zoals bedoeld in artikel 3, § 1, toekennen aan hun personeel.
   (privé)personnel administratif et logistique (public)5.864,40 5.556,30 8.915,45 2.616,82 8.545,70 3.076,85
(*) Ces montants ne sont payés à partir du 1er janvier 2010 qu'aux employeurs qui respectent l'intégralité des exigences visées à l'article 3, § 1er, à partir du 1er janvier 2010.
   Bedragen vanaf 1 januari 2011
   Montants à partir du 1er janvier 2011

  
   Index 102,10
  
   Basis 2004 = 100
verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
  
   ergotherapeuten
  
   logopedisten
  
   reactivering
administratief en logistiek personeel
  
   (privé)
administratief en logistiek personeel (publiek)
 5.864,40 5.556,30 8.915,45 2.638,13 8.587,67 3.073,71
Index 102,10
  
   Base 2004 = 100
infirmière A1infirmière A2aide-soignantKinés
  
   ergos
  
   logos
  
   réactivation
personnel administratif et logistique
  
   (privé)
personnel administratif et logistique (public)
 5.864,40 5.556,30 8.915,45 2.638,13 8.587,67 3.073,71
Index 102,10
   Index 102,10
   Base 2004 = 100infirmière A1infirmière A2aide-soignantKinés
   Basis 2004 = 100verpleegkundige A1verpleegkundige A2verzorgendenkinesitherapeuten
   ergos
   ergotherapeuten
   logos
   logopedisten
   réactivationpersonnel administratif et logistique
   reactiveringadministratief en logistiek personeel
   (privé)personnel administratif et logistique (public)5.864,40 5.556,30 8.915,45 2.638,13 8.587,67 3.073,71
]1
  
   (privé)administratief en logistiek personeel (publiek)5.864,40 5.556,30 8.915,45 2.638,13 8.587,67 3.073,71
]1
  
-
Art. N3_WAALS_GEWEST.
Art. N3 _REGION_WALLONNE.
  [1 Bijlage 3. Tabel van overeenkomstige barema's en percentage onregelmatige prestaties per functiecode.
  [1 Annexe 3. Tableau de correspondance barémique et de pourcentage de prestations irrégulières par code-fonction.
CODEIFIC looncategorieType teamFunctie titelGefinancierde categorieBijbehorende theoretische schaal% onregelmatige prestaties
101019andereHoofd van de administratieve en financiële dienst171.55-1.61-1.77 
102016andereHoofd van de administratieve dienst161.55-1.61-1.77 
103015andereAdjunct-hoofd van de administratieve dienst151.55-1.61-1.77 
104316andereCommunicatieattaché161,80 
105014andereHoofd van het administratief team141.55-1.61-1.77 
107014andereDirectiesecretaris141.43-1.55 
107312andereDienst- of afdelingssecretaris12Gemiddelde tussen schaal 1.50 en schaal 1.43-1.55 
10758andereOnthaal/receptie/telefonie bediende81:227,17%
1076[1 12+RW]1andereMedisch secretaris[1 12+RW]11:50 
107711andereOpnames bediende111:501,06%
107910andereAdministratieve bediende101:50 
10814andereAdministratieve hulp secretariaat41:12 
122017andereHoofdboekhouder171.55-1.61-1.77 
122116andereHoofd van de facturatiedienst161.55-1.61-1.77 
123015andereAdjunct-hoofdboekhouder151.55-1.61-1.77 
124017andereAttaché voor begrotingsbeheer171,80 
127013andereBoekhouder131.55-1.61-1.77 
127212andereGeschillen bediende121:50 
127312andereFacturatie bediende121:50 
127410andereBediende voor het beheer van het zakgeld101:50 
12909andereAssistent-boekhouder91:50 
146516andereSysteembeheerder161,80tegen 1,06%.
147114andereNetbeheerder141.55-1.61-1.771,06%
161019andereHoofd van de personeelsdienst171.55-1.61-1.77 
162016andereHoofd van de HR Ontwikkeling dienst161.55-1.61-1.77 
162116andereHoofd van de personeelsadministratie dienst161.55-1.61-1.77 
164016andereOpleidingsattaché161,80 
166014andereHR Ontwikkeling gespecialiseerde medewerker141.55-1.61-1.77 
166114anderePersoneelsadministratie gespecialiseerde bediende141.55-1.61-1.77 
167112anderePersoneelsadministratie bediende121:50 
201019andereHoofd van de hoteldienst171:597,17%
202015andereHoofd van de dienst mbt huishoudelijk onderhoud151:404,52%
203013andereAdjunct-hoofd van de dienst mbt huishoudelijk onderhoud131:404,52%
20518andereBrigadier81:224,52%
20709andereChauffeur voor het vervoer van patiënten91:268,64%
20716andereKapper61:12 
20724andereInterieurverzorger41:124,52%
20736andereKleermaker61:122,65%
20745andereWasruimte aangestelde51:122,65%
20757andereChauffeur71:228,64%
221019andereHoofd van het technische departement171:590,47%
222016andereHoofd van de technische dienst161:590,47%
223015anderePreventieadviseur - adjunct-hoofd van de dienst151.55-1.61-1.770,47%
225014anderePloegleider van de technische dienst141:400,47%
226012andereGespecialiseerde technicus121:262,65%
227010andereTechnicus101:222,65%
227110andereMultifunctionele aangestelde technische onderhoud101:222,65%
22727andereAgent71:2214,54%
22736andereTuinman61:122,65%
22906andereHulptechnicus61:122,65%
22915andereOnderhoud aangestelde51:122,65%
243016andereAdjunct-hoofd van de aankoopdienst161,80 
247015andereKoper151.55-1.61-1.77 
247110andereAdministratieve bediende aankoop101:50 
247210andereMagazijnier101:50 
24739andereEconomaat bediende91:50 
24925andereHulpmagazijn-beheerder51:12 
262016andereHoofd van de voedingsdienst161:597,17%
262114andereChef-kok141:407,17%
267111andereKok111:267,17%
26725andereRestaurant/cafetaria aangestelde51:127,17%
26906andereHulpkok/keukenhulp61:127,17%
26914andereHulpkok41:127,17%
402016zorgenHoofd van de paramedische diensten161.55-1.61-1.770,79%
402116zorgenHoofd van de dienst kinesitherapie161.55-1.61-1.770,79%
402216zorgenHoofd van de dienst ergotherapie161.55-1.61-1.770,79%
402416zorgenHoofd van de dienst logopedie161.55-1.61-1.770,79%
402614zorgenHoofd van de animatiedienst141.55-1.61-1.771,06%
402716zorgenCoördinator psychomotorisch therapeuten161.55-1.61-1.770,79%
404017zorgenTherapeutische coördinator171,80tegen 0,79%.
407115zorgenKinesitherapeut151.55-1.61-1.770,79%
407314zorgenErgotherapeut141.55-1.61-1.770,79%
407414zorgenLogopedist141.55-1.61-1.770,79%
407514zorgenDiëtist141.55-1.61-1.770,79%
407612zorgenAnimator121:358,64%
407712zorgenBegeleider voor de activiteiten121:358,64%
407812zorgenAnimator in de ouderenzorg121:358,64%
407912zorgenPedicure121:35 
408014zorgenPsychomotorisch therapeut141.55-1.61-1.770,79%
502316zorgenHoofd van de sociale dienst161.55-1.61-1.770,79%
503015zorgenAdjunct-hoofd van de sociale dienst151.55-1.61-1.770,79%
507016zorgenKlinisch psycholoog161,80tegen 0,79%.
507114zorgenAssistent in de psychologie141.55-1.61-1.770,79%
507314zorgenMedewerker in de sociale dienst141.55-1.61-1.770,79%
507614zorgenMedewerker sociale dienst in een psychiatrisch(e) afdeling of centrum141.55-1.61-1.772,65%
507714zorgenMedewerker sociale dienst in de ouderenzorg141.55-1.61-1.770,79%
601019zorgenVerpleger - diensthoofd17Gemiddelde tussen schaal 1.55-1.61-1.77 en schaal 1.43-1.552,50%
604016zorgenZorgbeheer attaché161,80tegen 1,06%.
605015zorgenHoofdverantwoordelijke verpleegkundige15Gemiddelde tussen schaal 1.55-1.61-1.77 en schaal 1.43-1.552,65%
60718zorgenLogistieke bijstand in een zorg- of residentiële eenheid81:224,52%
60728zorgenBediende intern vervoer van patiënten81:222,65%
611118zorgenHoofdverpleegkundige - coördinator17Gemiddelde tussen schaal 1.55-1.61-1.77 en schaal 1.43-1.552,50%
627314zorgenOpvoeder of begeleider in een psychiatrisch(e) afdeling of centrum A1141.55-1.61-1.778,64%
6273 B14 BzorgenOpvoeder of begeleider in een psychiatrisch(e) afdeling of centrum A214 B1.43-1.558,64%
632017zorgenHoofdverpleegkundige in de ouderenzorg17Gemiddelde tussen schaal 1.55-1.61-1.77 en schaal 1.43-1.552,50%
633016zorgenAdjunct-hoofdverpleegkundige in de ouderenzorg16Gemiddelde tussen schaal 1.55-1.61-1.77 en schaal 1.43-1.556,30%
637014zorgenVerpleegkundige in de ouderenzorg A1141.55-1.61-1.7713,74%
6370 B14 BzorgenVerpleegkundige in de ouderenzorg A214 B1.43-1.5513,74%
637112zorgenBegeleider CANTOU121:358,64%
6372[1 11+RW]1zorgenVerzorgende in de ouderenzorg[1 11+RW]11:3513,74%
0001 zorgenReferentiepersoon cognitieve stoornissen151.55-1.61-1.770,79%
0002 andereMultifunctionele boekhouder141.55-1.61-1.77 
0003 zorgenOpvoeder111:358,64%
0009 andereHoofd van de administratieve en financiële dienst in een rusthuis171.55-1.61-1.77 
0010 andereHoofd van de personeelsdienst in een rusthuis171.55-1.61-1.77 
0011 andereHoofd van de hoteldienst in een rusthuis171:597,17%
0012 andereHoofd van het technische departement in een rusthuis171:590,47%
0013 zorgenVerpleegkundige - Diensthoofd in een rusthuis17Gemiddelde tussen schaal 1.55-1.61-1.77 en schaal 1.43-1.552,50%
0014 zorgenHoofdverpleegkundige - coördinator in een rusthuis17Gemiddelde tussen schaal 1.55-1.61-1.77 en schaal 1.43-1.552,50%
(1)<MB 2025-06-06/22, art. 2, 018; Inwerkingtreding : 01-07-2024>
CODEIFIC looncategorieType teamFunctie titelGefinancierde categorieBijbehorende theoretische schaal% onregelmatige prestaties101019andereHoofd van de administratieve en financiële dienst171.55-1.61-1.77102016andereHoofd van de administratieve dienst161.55-1.61-1.77103015andereAdjunct-hoofd van de administratieve dienst151.55-1.61-1.77104316andereCommunicatieattaché161,80105014andereHoofd van het administratief team141.55-1.61-1.77107014andereDirectiesecretaris141.43-1.55107312andereDienst- of afdelingssecretaris12Gemiddelde tussen schaal 1.50 en schaal 1.43-1.5510758andereOnthaal/receptie/telefonie bediende81:227,17%1076[1 12+RW]1andereMedisch secretaris[1 12+RW]11:50107711andereOpnames bediende111:501,06%107910andereAdministratieve bediende101:5010814andereAdministratieve hulp secretariaat41:12122017andereHoofdboekhouder171.55-1.61-1.77122116andereHoofd van de facturatiedienst161.55-1.61-1.77123015andereAdjunct-hoofdboekhouder151.55-1.61-1.77124017andereAttaché voor begrotingsbeheer171,80127013andereBoekhouder131.55-1.61-1.77127212andereGeschillen bediende121:50127312andereFacturatie bediende121:50127410andereBediende voor het beheer van het zakgeld101:5012909andereAssistent-boekhouder91:50146516andereSysteembeheerder161,80tegen 1,06%.147114andereNetbeheerder141.55-1.61-1.771,06%161019andereHoofd van de personeelsdienst171.55-1.61-1.77162016andereHoofd van de HR Ontwikkeling dienst161.55-1.61-1.77162116andereHoofd van de personeelsadministratie dienst161.55-1.61-1.77164016andereOpleidingsattaché161,80166014andereHR Ontwikkeling gespecialiseerde medewerker141.55-1.61-1.77166114anderePersoneelsadministratie gespecialiseerde bediende141.55-1.61-1.77167112anderePersoneelsadministratie bediende121:50201019andereHoofd van de hoteldienst171:597,17%202015andereHoofd van de dienst mbt huishoudelijk onderhoud151:404,52%203013andereAdjunct-hoofd van de dienst mbt huishoudelijk onderhoud131:404,52%20518andereBrigadier81:224,52%20709andereChauffeur voor het vervoer van patiënten91:268,64%20716andereKapper61:1220724andereInterieurverzorger41:124,52%20736andereKleermaker61:122,65%20745andereWasruimte aangestelde51:122,65%20757andereChauffeur71:228,64%221019andereHoofd van het technische departement171:590,47%222016andereHoofd van de technische dienst161:590,47%223015anderePreventieadviseur - adjunct-hoofd van de dienst151.55-1.61-1.770,47%225014anderePloegleider van de technische dienst141:400,47%226012andereGespecialiseerde technicus121:262,65%227010andereTechnicus101:222,65%227110andereMultifunctionele aangestelde technische onderhoud101:222,65%22727andereAgent71:2214,54%22736andereTuinman61:122,65%22906andereHulptechnicus61:122,65%22915andereOnderhoud aangestelde51:122,65%243016andereAdjunct-hoofd van de aankoopdienst161,80247015andereKoper151.55-1.61-1.77247110andereAdministratieve bediende aankoop101:50247210andereMagazijnier101:5024739andereEconomaat bediende91:5024925andereHulpmagazijn-beheerder51:12262016andereHoofd van de voedingsdienst161:597,17%262114andereChef-kok141:407,17%267111andereKok111:267,17%26725andereRestaurant/cafetaria aangestelde51:127,17%26906andereHulpkok/keukenhulp61:127,17%26914andereHulpkok41:127,17%402016zorgenHoofd van de paramedische diensten161.55-1.61-1.770,79%402116zorgenHoofd van de dienst kinesitherapie161.55-1.61-1.770,79%402216zorgenHoofd van de dienst ergotherapie161.55-1.61-1.770,79%402416zorgenHoofd van de dienst logopedie161.55-1.61-1.770,79%402614zorgenHoofd van de animatiedienst141.55-1.61-1.771,06%402716zorgenCoördinator psychomotorisch therapeuten161.55-1.61-1.770,79%404017zorgenTherapeutische coördinator171,80tegen 0,79%.407115zorgenKinesitherapeut151.55-1.61-1.770,79%407314zorgenErgotherapeut141.55-1.61-1.770,79%407414zorgenLogopedist141.55-1.61-1.770,79%407514zorgenDiëtist141.55-1.61-1.770,79%407612zorgenAnimator121:358,64%407712zorgenBegeleider voor de activiteiten121:358,64%407812zorgenAnimator in de ouderenzorg121:358,64%407912zorgenPedicure121:35408014zorgenPsychomotorisch therapeut141.55-1.61-1.770,79%502316zorgenHoofd van de sociale dienst161.55-1.61-1.770,79%503015zorgenAdjunct-hoofd van de sociale dienst151.55-1.61-1.770,79%507016zorgenKlinisch psycholoog161,80tegen 0,79%.507114zorgenAssistent in de psychologie141.55-1.61-1.770,79%507314zorgenMedewerker in de sociale dienst141.55-1.61-1.770,79%507614zorgenMedewerker sociale dienst in een psychiatrisch(e) afdeling of centrum141.55-1.61-1.772,65%507714zorgenMedewerker sociale dienst in de ouderenzorg141.55-1.61-1.770,79%601019zorgenVerpleger - diensthoofd17Gemiddelde tussen schaal 1.55-1.61-1.77 en schaal 1.43-1.552,50%604016zorgenZorgbeheer attaché161,80tegen 1,06%.605015zorgenHoofdverantwoordelijke verpleegkundige15Gemiddelde tussen schaal 1.55-1.61-1.77 en schaal 1.43-1.552,65%60718zorgenLogistieke bijstand in een zorg- of residentiële eenheid81:224,52%60728zorgenBediende intern vervoer van patiënten81:222,65%611118zorgenHoofdverpleegkundige - coördinator17Gemiddelde tussen schaal 1.55-1.61-1.77 en schaal 1.43-1.552,50%627314zorgenOpvoeder of begeleider in een psychiatrisch(e) afdeling of centrum A1141.55-1.61-1.778,64%6273 B14 BzorgenOpvoeder of begeleider in een psychiatrisch(e) afdeling of centrum A214 B1.43-1.558,64%632017zorgenHoofdverpleegkundige in de ouderenzorg17Gemiddelde tussen schaal 1.55-1.61-1.77 en schaal 1.43-1.552,50%633016zorgenAdjunct-hoofdverpleegkundige in de ouderenzorg16Gemiddelde tussen schaal 1.55-1.61-1.77 en schaal 1.43-1.556,30%637014zorgenVerpleegkundige in de ouderenzorg A1141.55-1.61-1.7713,74%6370 B14 BzorgenVerpleegkundige in de ouderenzorg A214 B1.43-1.5513,74%637112zorgenBegeleider CANTOU121:358,64%6372[1 11+RW]1zorgenVerzorgende in de ouderenzorg[1 11+RW]11:3513,74%0001zorgenReferentiepersoon cognitieve stoornissen151.55-1.61-1.770,79%0002andereMultifunctionele boekhouder141.55-1.61-1.770003zorgenOpvoeder111:358,64%0009andereHoofd van de administratieve en financiële dienst in een rusthuis171.55-1.61-1.770010andereHoofd van de personeelsdienst in een rusthuis171.55-1.61-1.770011andereHoofd van de hoteldienst in een rusthuis171:597,17%0012andereHoofd van het technische departement in een rusthuis171:590,47%0013zorgenVerpleegkundige - Diensthoofd in een rusthuis17Gemiddelde tussen schaal 1.55-1.61-1.77 en schaal 1.43-1.552,50%0014zorgenHoofdverpleegkundige - coördinator in een rusthuis17Gemiddelde tussen schaal 1.55-1.61-1.77 en schaal 1.43-1.552,50%(1)
]1
CODECatégorie salariale IFICType d'équipeTitre fonctionCatégorie financéeEchelle théorique associée% prestations irrégulières
101019autreResponsable du département administratif et financier171.55-1.61-1.77 
102016autreChef de service administratif161.55-1.61-1.77 
103015autreChef-adjoint du service administratif151.55-1.61-1.77 
104316autreAttaché à la communication161.80 
105014autreChef d'équipe administrative141.55-1.61-1.77 
107014autreSecrétaire de direction141.43-1.55 
107312autreSecrétaire de service ou de département12Moyenne entre l'échelle 1.50
   et l'échelle 1.43-1.55
 
10758autreEmployé accueil/réception/téléphonie81.227,17%
1076[1 12+RW]1autreSecrétaire médical[1 12+RW]11.50 
107711autreEmployé admissions111.501,06%
107910autreEmployé administratif101.50 
10814autreAide administrative secrétariat41.12 
122017autreChef comptable171.55-1.61-1.77 
122116autreChef du service facturation161.55-1.61-1.77 
123015autreChef-adjoint comptable151.55-1.61-1.77 
124017autreAttaché à la gestion budgétaire171.80 
127013autreComptable131.55-1.61-1.77 
127212autreEmployé contentieux121.50 
127312autreEmployé facturation121.50 
127410autreEmployé à la gestion de l'argent de poche101.50 
12909autreAide-comptable91.50 
146516autreGestionnaire système161.801,06%
147114autreGestionnaire des réseaux141.55-1.61-1.771,06%
161019autreResponsable du service du personnel171.55-1.61-1.77 
162016autreChef du service développement RH161.55-1.61-1.77 
162116autreChef du service administration du personnel161.55-1.61-1.77 
164016autreAttaché à la formation161.80 
166014autreCollaborateur spécialisé développement RH141.55-1.61-1.77 
166114autreEmployé spécialisé administration du personnel141.55-1.61-1.77 
167112autreEmployé administration du personnel121.50 
201019autreResponsable du département hôtelier171.597,17%
202015autreChef du service entretien ménager151.404,52%
203013autreChef-adjoint du service entretien ménager131.404,52%
20518autreBrigadier81.224,52%
20709autreChauffeur transport des patients91.268,64%
20716autreCoiffeur61.12 
20724autreTechnicien de surface41.124,52%
20736autreCouturier61.122,65%
20745autrePréposé buanderie51.122,65%
20757autreChauffeur71.228,64%
221019autreResponsable du département technique171.590,47%
222016autreChef du service technique161.590,47%
223015autreConseiller en prévention - chef-adjoint du service151.55-1.61-1.770,47%
225014autreChef d'équipe service technique141.400,47%
226012autreTechnicien spécialisé121.262,65%
227010autreTechnicien101.222,65%
227110autrePréposé polyvalent entretien technique101.222,65%
22727autreGarde71.2214,54%
22736autreJardinier61.122,65%
22906autreAide-technicien61.122,65%
22915autrePréposé maintenance51.122,65%
243016autreChef-adjoint du service achats161.80 
247015autreAcheteur151.55-1.61-1.77 
247110autreEmployé administratif achats101.50 
247210autreMagasinier101.50 
24739autreEmployé économat91.50 
24925autreAide-magasinier51.12 
262016autreChef du service alimentation161.597,17%
262114autreChef-cuisinier141.407,17%
267111autreCuisinier111.267,17%
26725autrePréposé restaurant/cafétéria51.127,17%
26906autreAide-cuisinier/commis61.127,17%
26914autreAide-cuisine41.127,17%
402016soinsChef des services paramédicaux161.55-1.61-1.770,79%
402116soinsChef du service kinésithérapie161.55-1.61-1.770,79%
402216soinsChef du service ergothérapie161.55-1.61-1.770,79%
402416soinsChef du service logopédie161.55-1.61-1.770,79%
402614soinsChef du service animation141.55-1.61-1.771,06%
402716soinsCoordinateur des psychomotriciens161.55-1.61-1.770,79%
404017soinsCoordinateur thérapeutique171.800,79%
407115soinsKinésithérapeute151.55-1.61-1.770,79%
407314soinsErgothérapeute141.55-1.61-1.770,79%
407414soinsLogopède141.55-1.61-1.770,79%
407514soinsDiététicien141.55-1.61-1.770,79%
407612soinsAnimateur121.358,64%
407712soinsAccompagnateur activités121.358,64%
407812soinsAnimateur dans les soins résidentiels aux personnes âgées121.358,64%
407912soinsPédicure121.35 
408014soinsPsychomotricien141.55-1.61-1.770,79%
502316soinsChef du service social161.55-1.61-1.770,79%
503015soinsChef-adjoint du service social151.55-1.61-1.770,79%
507016soinsPsychologue clinique161.800,79%
507114soinsAssistant en psychologie141.55-1.61-1.770,79%
507314soinsCollaborateur au service social141.55-1.61-1.770,79%
507614soinsCollaborateur service social dans une unité ou un centre psychiatrique141.55-1.61-1.772,65%
507714soinsCollaborateur service social dans les soins résidentiels aux personnes âgées141.55-1.61-1.770,79%
601019soinsInfirmier - chef de service17Moyenne entre l'échelle 1.55-1.61-1.77 et l'échelle 1.43-1.552,50%
604016soinsAttaché à la gestion des soins161.801,06%
605015soinsInfirmier premier responsable15Moyenne entre l'échelle 1.55-1.61-1.77 et l'échelle 1.43-1.552,65%
60718soinsAide logistique dans une unité de soins ou de résidence81.224,52%
60728soinsEmployé transport interne des patients81.222,65%
611118soinsInfirmier en chef - coordinateur17Moyenne entre l'échelle 1.55-1.61-1.77 et l'échelle 1.43-1.552,50%
627314soinsEducateur ou accompagnateur dans une unité ou un centre psychiatrique A1141.55-1.61-1.778,64%
6273B14BsoinsEducateur ou accompagnateur dans une unité ou un centre psychiatrique A214B1.43-1.558,64%
632017soinsInfirmier en chef soins résidentiels personnes âgées17Moyenne entre l'échelle 1.55-1.61-1.77 et l'échelle 1.43-1.552,50%
633016soinsInfirmier en chef-adjoint soins résidentiels personnes âgées16Moyenne entre l'échelle 1.55-1.61-1.77 et l'échelle 1.43-1.556,30%
637014soinsInfirmier soins résidentiels personnes âgées A1141.55-1.61-1.7713,74%
6370B14BsoinsInfirmier soins résidentiels personnes âgées A214B1.43-1.5513,74%
637112soinsAccompagnateur CANTOU121.358,64%
6372[1 11+RW]1soinsAide-soignant soins résidentiels personnes âgées[1 11+RW]11.3513,74%
0001 soinsRéférent troubles cognitifs151.55-1.61-1.770,79%
0002 autreComptable polyvalent141.55-1.61-1.77 
0003 soinsEducateur111.358,64%
0009 autreResponsable du département administratif et financier en maison de repos171.55-1.61-1.77 
0010 autreResponsable du service du personnel en maison de repos171.55-1.61-1.77 
0011 autreResponsable du département hôtelier en maison de repos171.597,17%
0012 autreResponsable du département technique en maison de repos171.590,47%
0013 soinsInfirmier - chef de service en maison de repos17Moyenne entre l'échelle 1.55-1.61-1.77 et l'échelle 1.43-1.552,50%
0014 soinsInfirmier en chef - coordinateur en maison de repos17Moyenne entre l'échelle 1.55-1.61-1.77 et l'échelle 1.43-1.552,50%
(1)<AM 2025-06-06/22, art. 2, 018; En vigueur : 01-07-2024>
CODECatégorie salariale IFICType d'équipeTitre fonctionCatégorie financéeEchelle théorique associée% prestations irrégulières101019autreResponsable du département administratif et financier171.55-1.61-1.77102016autreChef de service administratif161.55-1.61-1.77103015autreChef-adjoint du service administratif151.55-1.61-1.77104316autreAttaché à la communication161.80105014autreChef d'équipe administrative141.55-1.61-1.77107014autreSecrétaire de direction141.43-1.55107312autreSecrétaire de service ou de département12Moyenne entre l'échelle 1.50
   et l'échelle 1.43-1.5510758autreEmployé accueil/réception/téléphonie81.227,17%1076[1 12+RW]1autreSecrétaire médical[1 12+RW]11.50107711autreEmployé admissions111.501,06%107910autreEmployé administratif101.5010814autreAide administrative secrétariat41.12122017autreChef comptable171.55-1.61-1.77122116autreChef du service facturation161.55-1.61-1.77123015autreChef-adjoint comptable151.55-1.61-1.77124017autreAttaché à la gestion budgétaire171.80127013autreComptable131.55-1.61-1.77127212autreEmployé contentieux121.50127312autreEmployé facturation121.50127410autreEmployé à la gestion de l'argent de poche101.5012909autreAide-comptable91.50146516autreGestionnaire système161.801,06%147114autreGestionnaire des réseaux141.55-1.61-1.771,06%161019autreResponsable du service du personnel171.55-1.61-1.77162016autreChef du service développement RH161.55-1.61-1.77162116autreChef du service administration du personnel161.55-1.61-1.77164016autreAttaché à la formation161.80166014autreCollaborateur spécialisé développement RH141.55-1.61-1.77166114autreEmployé spécialisé administration du personnel141.55-1.61-1.77167112autreEmployé administration du personnel121.50201019autreResponsable du département hôtelier171.597,17%202015autreChef du service entretien ménager151.404,52%203013autreChef-adjoint du service entretien ménager131.404,52%20518autreBrigadier81.224,52%20709autreChauffeur transport des patients91.268,64%20716autreCoiffeur61.1220724autreTechnicien de surface41.124,52%20736autreCouturier61.122,65%20745autrePréposé buanderie51.122,65%20757autreChauffeur71.228,64%221019autreResponsable du département technique171.590,47%222016autreChef du service technique161.590,47%223015autreConseiller en prévention - chef-adjoint du service151.55-1.61-1.770,47%225014autreChef d'équipe service technique141.400,47%226012autreTechnicien spécialisé121.262,65%227010autreTechnicien101.222,65%227110autrePréposé polyvalent entretien technique101.222,65%22727autreGarde71.2214,54%22736autreJardinier61.122,65%22906autreAide-technicien61.122,65%22915autrePréposé maintenance51.122,65%243016autreChef-adjoint du service achats161.80247015autreAcheteur151.55-1.61-1.77247110autreEmployé administratif achats101.50247210autreMagasinier101.5024739autreEmployé économat91.5024925autreAide-magasinier51.12262016autreChef du service alimentation161.597,17%262114autreChef-cuisinier141.407,17%267111autreCuisinier111.267,17%26725autrePréposé restaurant/cafétéria51.127,17%26906autreAide-cuisinier/commis61.127,17%26914autreAide-cuisine41.127,17%402016soinsChef des services paramédicaux161.55-1.61-1.770,79%402116soinsChef du service kinésithérapie161.55-1.61-1.770,79%402216soinsChef du service ergothérapie161.55-1.61-1.770,79%402416soinsChef du service logopédie161.55-1.61-1.770,79%402614soinsChef du service animation141.55-1.61-1.771,06%402716soinsCoordinateur des psychomotriciens161.55-1.61-1.770,79%404017soinsCoordinateur thérapeutique171.800,79%407115soinsKinésithérapeute151.55-1.61-1.770,79%407314soinsErgothérapeute141.55-1.61-1.770,79%407414soinsLogopède141.55-1.61-1.770,79%407514soinsDiététicien141.55-1.61-1.770,79%407612soinsAnimateur121.358,64%407712soinsAccompagnateur activités121.358,64%407812soinsAnimateur dans les soins résidentiels aux personnes âgées121.358,64%407912soinsPédicure121.35408014soinsPsychomotricien141.55-1.61-1.770,79%502316soinsChef du service social161.55-1.61-1.770,79%503015soinsChef-adjoint du service social151.55-1.61-1.770,79%507016soinsPsychologue clinique161.800,79%507114soinsAssistant en psychologie141.55-1.61-1.770,79%507314soinsCollaborateur au service social141.55-1.61-1.770,79%507614soinsCollaborateur service social dans une unité ou un centre psychiatrique141.55-1.61-1.772,65%507714soinsCollaborateur service social dans les soins résidentiels aux personnes âgées141.55-1.61-1.770,79%601019soinsInfirmier - chef de service17Moyenne entre l'échelle 1.55-1.61-1.77 et l'échelle 1.43-1.552,50%604016soinsAttaché à la gestion des soins161.801,06%605015soinsInfirmier premier responsable15Moyenne entre l'échelle 1.55-1.61-1.77 et l'échelle 1.43-1.552,65%60718soinsAide logistique dans une unité de soins ou de résidence81.224,52%60728soinsEmployé transport interne des patients81.222,65%611118soinsInfirmier en chef - coordinateur17Moyenne entre l'échelle 1.55-1.61-1.77 et l'échelle 1.43-1.552,50%627314soinsEducateur ou accompagnateur dans une unité ou un centre psychiatrique A1141.55-1.61-1.778,64%6273B14BsoinsEducateur ou accompagnateur dans une unité ou un centre psychiatrique A214B1.43-1.558,64%632017soinsInfirmier en chef soins résidentiels personnes âgées17Moyenne entre l'échelle 1.55-1.61-1.77 et l'échelle 1.43-1.552,50%633016soinsInfirmier en chef-adjoint soins résidentiels personnes âgées16Moyenne entre l'échelle 1.55-1.61-1.77 et l'échelle 1.43-1.556,30%637014soinsInfirmier soins résidentiels personnes âgées A1141.55-1.61-1.7713,74%6370B14BsoinsInfirmier soins résidentiels personnes âgées A214B1.43-1.5513,74%637112soinsAccompagnateur CANTOU121.358,64%6372[1 11+RW]1soinsAide-soignant soins résidentiels personnes âgées[1 11+RW]11.3513,74%0001soinsRéférent troubles cognitifs151.55-1.61-1.770,79%0002autreComptable polyvalent141.55-1.61-1.770003soinsEducateur111.358,64%0009autreResponsable du département administratif et financier en maison de repos171.55-1.61-1.770010autreResponsable du service du personnel en maison de repos171.55-1.61-1.770011autreResponsable du département hôtelier en maison de repos171.597,17%0012autreResponsable du département technique en maison de repos171.590,47%0013soinsInfirmier - chef de service en maison de repos17Moyenne entre l'échelle 1.55-1.61-1.77 et l'échelle 1.43-1.552,50%0014soinsInfirmier en chef - coordinateur en maison de repos17Moyenne entre l'échelle 1.55-1.61-1.77 et l'échelle 1.43-1.552,50%(1)
]1