Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 1 maart 2000 tot uitvoering van artikel 42bis van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 1997 tot uitvoering van artikel 71, § 1bis, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, wordt aangevuld als volgt :
" e) " activiteit " : de activiteit bedoeld in artikel 1, 5°, van het koninklijk besluit van 25 april 1997 tot uitvoering van artikel 71, § 1bis, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
11 JANUARI 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 maart 2000 tot uitvoering van artikel 42bis van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 1997 tot uitvoering van artikel 71, § 1bis, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders.
Titre
11 JANVIER 2007. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 1er mars 2000 portant exécution de l'article 42bis des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, et modifiant l'arrêté royal du 25 avril 1997 portant exécution de l'article 71, § 1erbis, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1. L'article 1er de l'arrêté royal du 1er mars 2000 portant exécution de l'article 42bis des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, et modifiant l'arrêté royal du 25 avril 1997 portant exécution de l'article 71, § 1erbis, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, est complété comme suit :
" e) " activité " : l'activité visée à l'article 1er, 5°, de l'arrêté royal du 25 avril 1997 portant exécution de l'article 71, § 1erbis, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales. "
" e) " activité " : l'activité visée à l'article 1er, 5°, de l'arrêté royal du 25 avril 1997 portant exécution de l'article 71, § 1erbis, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales. "
Art. 2. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 2. § 1. Voor het vervullen van de periode van zes maanden uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid bedoeld in artikel 42bis, § 1, 2°, van de samengeordende wetten, worden gelijkgesteld met dagen uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid :
a) de onderbrekingen gevormd door dagen arbeidsongeschiktheid;
b) alle andere onderbrekingen tijdens periodes die het aantal opeenvolgende kalenderdagen bepaald door de werkloosheidsreglementering niet overschrijden, met aftrek van eventuele gelijkgestelde dagen.
§ 2. Om het begin te bepalen van de periode van zes maanden uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid, worden de dagen van arbeidsongeschiktheid voorafgaand aan de uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid gelijkgesteld met dagen van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid, voor zover de eventuele tussentijd tussen die dagen en de uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid het aantal opeenvolgende kalenderdagen bepaald door de werkloosheidsreglementering niet overschrijdt. Voor de berekening van dit aantal dagen worden gelijkgestelde dagen niet meegeteld.
De tussentijd die voldoet aan de voorwaarde bedoeld in het eerste lid telt mee voor het bereiken van de zes maanden uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid.
" Art. 2. § 1. Voor het vervullen van de periode van zes maanden uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid bedoeld in artikel 42bis, § 1, 2°, van de samengeordende wetten, worden gelijkgesteld met dagen uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid :
a) de onderbrekingen gevormd door dagen arbeidsongeschiktheid;
b) alle andere onderbrekingen tijdens periodes die het aantal opeenvolgende kalenderdagen bepaald door de werkloosheidsreglementering niet overschrijden, met aftrek van eventuele gelijkgestelde dagen.
§ 2. Om het begin te bepalen van de periode van zes maanden uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid, worden de dagen van arbeidsongeschiktheid voorafgaand aan de uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid gelijkgesteld met dagen van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid, voor zover de eventuele tussentijd tussen die dagen en de uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid het aantal opeenvolgende kalenderdagen bepaald door de werkloosheidsreglementering niet overschrijdt. Voor de berekening van dit aantal dagen worden gelijkgestelde dagen niet meegeteld.
De tussentijd die voldoet aan de voorwaarde bedoeld in het eerste lid telt mee voor het bereiken van de zes maanden uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid.
Art. 2. L'article 2 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 2. § 1er Pour l'accomplissement de la période de six mois de chômage complet indemnisé visée à l'article 42bis, § 1er, 2°, des lois coordonnées, sont assimilées à des journées de chômage complet indemnisé :
a) les interruptions formées par des journées d'incapacité de travail;
b) toutes autres interruptions durant des périodes ne dépassant pas le nombre de jours civils successifs fixé par la réglementation du chômage, sous déduction d'éventuelles journées assimilées.
§ 2. Pour la détermination de la prise de cours de la période de six mois de chômage complet indemnisé, les journées d'incapacité de travail qui précèdent le chômage complet indemnisé sont assimilées à des journées de chômage complet indemnisé, dans la mesure où l'intervalle éventuel entre ces journées et le chômage complet indemnisé, ne dépasse pas le nombre de jours civils successifs fixé par la réglementation du chômage. Pour le calcul de ce nombre de jours, il n'est pas tenu compte de journées assimilées.
L'intervalle répondant à la condition visée à l'alinéa 1er est pris en compte pour l'accomplissement de la période de six mois de chômage complet indemnisé.
" Art. 2. § 1er Pour l'accomplissement de la période de six mois de chômage complet indemnisé visée à l'article 42bis, § 1er, 2°, des lois coordonnées, sont assimilées à des journées de chômage complet indemnisé :
a) les interruptions formées par des journées d'incapacité de travail;
b) toutes autres interruptions durant des périodes ne dépassant pas le nombre de jours civils successifs fixé par la réglementation du chômage, sous déduction d'éventuelles journées assimilées.
§ 2. Pour la détermination de la prise de cours de la période de six mois de chômage complet indemnisé, les journées d'incapacité de travail qui précèdent le chômage complet indemnisé sont assimilées à des journées de chômage complet indemnisé, dans la mesure où l'intervalle éventuel entre ces journées et le chômage complet indemnisé, ne dépasse pas le nombre de jours civils successifs fixé par la réglementation du chômage. Pour le calcul de ce nombre de jours, il n'est pas tenu compte de journées assimilées.
L'intervalle répondant à la condition visée à l'alinéa 1er est pris en compte pour l'accomplissement de la période de six mois de chômage complet indemnisé.
Art. 3. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 3. De rechthebbende die de zevende maand uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid bedoeld in artikel 42bis, § 1, 2°, van de samengeordende wetten bereikt heeft, blijft gelijkgesteld met een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze :
a) als de onderbreking van zijn vergoeding gevormd wordt door dagen van arbeidsongeschiktheid, of bij gebrek daaraan, als die het aantal opeenvolgende kalenderdagen bepaald door de werkloosheidsreglementering niet overschrijdt, met aftrek van eventuele gelijkgestelde dagen;
b) als de onderbreking van zijn vergoeding gebonden is aan een activiteit terwijl hij uitkeringsgerechtigd volledig werkloze was of als zodanig beschouwd werd op grond van het bepaalde in a) en hij bovendien recht had op de toeslag bedoeld in artikel 42bis van de samengeordende wetten op het ogenblik waarop hij deze activiteit begon, in het kwartaal waarin die activiteit begon en in de zeven volgende kwartalen.
De activiteit bedoeld in het eerste lid wordt geacht voortgezet te zijn ondanks onderbrekingen :
- door een periode van effectieve uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid van minder dan zes maanden;
- door een periode van arbeidsongeschiktheid van minder dan zes maanden;
- door een periode van minder dan zes maanden bestaande uit effectieve uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid en uit arbeidsongeschiktheid;
- door andere situaties dan de uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid of de arbeidsongeschiktheid waarvan de duur het aantal opeenvolgende kalenderdagen bepaald door de werkloosheidsreglementering niet overschrijdt, na aftrek van eventuele gelijkgestelde dagen. "
Wanneer de activiteit niet kan worden geacht voortgezet te zijn wegens de overschrijding van de termijnen bepaald in het tweede lid, wordt de onderbreking in aanmerking genomen vanaf deze overschrijding.
" Art. 3. De rechthebbende die de zevende maand uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid bedoeld in artikel 42bis, § 1, 2°, van de samengeordende wetten bereikt heeft, blijft gelijkgesteld met een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze :
a) als de onderbreking van zijn vergoeding gevormd wordt door dagen van arbeidsongeschiktheid, of bij gebrek daaraan, als die het aantal opeenvolgende kalenderdagen bepaald door de werkloosheidsreglementering niet overschrijdt, met aftrek van eventuele gelijkgestelde dagen;
b) als de onderbreking van zijn vergoeding gebonden is aan een activiteit terwijl hij uitkeringsgerechtigd volledig werkloze was of als zodanig beschouwd werd op grond van het bepaalde in a) en hij bovendien recht had op de toeslag bedoeld in artikel 42bis van de samengeordende wetten op het ogenblik waarop hij deze activiteit begon, in het kwartaal waarin die activiteit begon en in de zeven volgende kwartalen.
De activiteit bedoeld in het eerste lid wordt geacht voortgezet te zijn ondanks onderbrekingen :
- door een periode van effectieve uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid van minder dan zes maanden;
- door een periode van arbeidsongeschiktheid van minder dan zes maanden;
- door een periode van minder dan zes maanden bestaande uit effectieve uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid en uit arbeidsongeschiktheid;
- door andere situaties dan de uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid of de arbeidsongeschiktheid waarvan de duur het aantal opeenvolgende kalenderdagen bepaald door de werkloosheidsreglementering niet overschrijdt, na aftrek van eventuele gelijkgestelde dagen. "
Wanneer de activiteit niet kan worden geacht voortgezet te zijn wegens de overschrijding van de termijnen bepaald in het tweede lid, wordt de onderbreking in aanmerking genomen vanaf deze overschrijding.
Art. 3. L'article 3 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 3. L'attributaire qui a atteint le 7ème mois de chômage complet indemnisé visé à l'article 42bis, § 1er, 2°, des lois coordonnées, demeure assimilé à un chômeur complet indemnisé :
a) si l'interruption de son indemnisation est formée par des journées d'incapacité de travail ou, à défaut, si elle ne dépasse pas le nombre de jours civils successifs fixé par la réglementation du chômage, sous déduction d'éventuelles journées assimilées;
b) si l'interruption de son indemnisation est liée à une activité, alors qu'il était chômeur complet indemnisé ou était considéré comme tel en vertu des dispositions du a) et, en outre, ouvrait le droit aux suppléments visés à l'article 42bis des lois coordonnées au moment où il entame ladite activité, durant le trimestre au cours duquel cette activité a débuté, ainsi que durant les sept trimestres qui suivent ledit trimestre.
L'activité visée à l'alinéa 1er est réputée se poursuivre en dépit d'interruptions consistant :
- en une période de chômage complet indemnisé effectif n'atteignant pas six mois;
- en une période d'incapacité de travail n'atteignant pas six mois;
- en une période n'atteignant pas six mois, composée de chômage complet indemnisé effectif et d'incapacité de travail;
- en situations autres que le chômage complet indemnisé ou l'incapacité de travail, dont la durée ne dépasse pas le nombre de jours civils successifs fixé par la réglementation du chômage, sous déduction d'éventuelles journées assimilées. "
Lorsque l'activité ne peut être considérée comme s'étant poursuivie, en raison du dépassement des termes fixés à l'alinéa 2, l'interruption est prise en compte à dater dudit dépassement.
" Art. 3. L'attributaire qui a atteint le 7ème mois de chômage complet indemnisé visé à l'article 42bis, § 1er, 2°, des lois coordonnées, demeure assimilé à un chômeur complet indemnisé :
a) si l'interruption de son indemnisation est formée par des journées d'incapacité de travail ou, à défaut, si elle ne dépasse pas le nombre de jours civils successifs fixé par la réglementation du chômage, sous déduction d'éventuelles journées assimilées;
b) si l'interruption de son indemnisation est liée à une activité, alors qu'il était chômeur complet indemnisé ou était considéré comme tel en vertu des dispositions du a) et, en outre, ouvrait le droit aux suppléments visés à l'article 42bis des lois coordonnées au moment où il entame ladite activité, durant le trimestre au cours duquel cette activité a débuté, ainsi que durant les sept trimestres qui suivent ledit trimestre.
L'activité visée à l'alinéa 1er est réputée se poursuivre en dépit d'interruptions consistant :
- en une période de chômage complet indemnisé effectif n'atteignant pas six mois;
- en une période d'incapacité de travail n'atteignant pas six mois;
- en une période n'atteignant pas six mois, composée de chômage complet indemnisé effectif et d'incapacité de travail;
- en situations autres que le chômage complet indemnisé ou l'incapacité de travail, dont la durée ne dépasse pas le nombre de jours civils successifs fixé par la réglementation du chômage, sous déduction d'éventuelles journées assimilées. "
Lorsque l'activité ne peut être considérée comme s'étant poursuivie, en raison du dépassement des termes fixés à l'alinéa 2, l'interruption est prise en compte à dater dudit dépassement.
Art. 4. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 4. De rechthebbende die de zevende maand uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid bedoeld in artikel 42bis, § 1, 2°, van de samengeordende wetten bereikt heeft op het moment waarop hij een activiteit begint, en die de gelijkstelling bepaald in artikel 3 niet kan genieten, heeft opnieuw recht op de toeslag als hij opnieuw uitkeringsgerechtigd volledig werkloze wordt binnen een termijn van hoogstens zes maanden vanaf de onderbreking van de vorige periode van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid.
Om het begin te bepalen van de periode van zes maanden activiteit worden periodes tussen het einde van de uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid en het begin van de activiteit meegeteld voor zover de duur van deze periodes het aantal opeenvolgende kalenderdagen bepaald door de werkloosheidsreglementering niet overschrijdt. Voor de berekening van dit aantal dagen worden gelijkgestelde dagen en dagen van arbeidsongeschiktheid niet meegeteld.
De activiteit wordt geacht onderbroken te zijn :
- door een periode van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid;
- door een periode van arbeidsongeschiktheid van meer dan 30 dagen, die geacht wordt te bestaan uit uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheidsdagen. "
" Art. 4. De rechthebbende die de zevende maand uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid bedoeld in artikel 42bis, § 1, 2°, van de samengeordende wetten bereikt heeft op het moment waarop hij een activiteit begint, en die de gelijkstelling bepaald in artikel 3 niet kan genieten, heeft opnieuw recht op de toeslag als hij opnieuw uitkeringsgerechtigd volledig werkloze wordt binnen een termijn van hoogstens zes maanden vanaf de onderbreking van de vorige periode van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid.
Om het begin te bepalen van de periode van zes maanden activiteit worden periodes tussen het einde van de uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid en het begin van de activiteit meegeteld voor zover de duur van deze periodes het aantal opeenvolgende kalenderdagen bepaald door de werkloosheidsreglementering niet overschrijdt. Voor de berekening van dit aantal dagen worden gelijkgestelde dagen en dagen van arbeidsongeschiktheid niet meegeteld.
De activiteit wordt geacht onderbroken te zijn :
- door een periode van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid;
- door een periode van arbeidsongeschiktheid van meer dan 30 dagen, die geacht wordt te bestaan uit uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheidsdagen. "
Art. 4. L'article 4 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. L'attributaire qui a atteint le 7ème mois de chômage complet indemnisé visé à l'article 42bis, § 1er, 2°, des lois coordonnées au moment où il entame une activité, et ne peut bénéficier de l'assimilation prévue à l'article 3, recouvre le droit au supplément lorsqu'il redevient chômeur complet indemnisé dans un délai n'excédant pas six mois à compter de l'interruption de la période de chômage complet indemnisé précédente.
Pour la détermination de la prise de cours de la période de six mois d'activité, sont prises en compte des périodes situées entre la fin du chômage complet indemnisé et le début de l'activité, pour autant que la durée de ces périodes ne dépasse pas le nombre de jours civils successifs fixé par la réglementation du chômage. Pour le calcul de ce nombre de jours, il n'est tenu compte, ni de journées assimilées, ni de journées d'incapacité de travail.
L'activité exercée est réputée interrompue :
- par une période de chômage complet indemnisé;
- par une période d'incapacité de travail dépassant 30 jours, celle-ci étant considérée comme formée par des journées de chômage complet indemnisé. "
" Art. 4. L'attributaire qui a atteint le 7ème mois de chômage complet indemnisé visé à l'article 42bis, § 1er, 2°, des lois coordonnées au moment où il entame une activité, et ne peut bénéficier de l'assimilation prévue à l'article 3, recouvre le droit au supplément lorsqu'il redevient chômeur complet indemnisé dans un délai n'excédant pas six mois à compter de l'interruption de la période de chômage complet indemnisé précédente.
Pour la détermination de la prise de cours de la période de six mois d'activité, sont prises en compte des périodes situées entre la fin du chômage complet indemnisé et le début de l'activité, pour autant que la durée de ces périodes ne dépasse pas le nombre de jours civils successifs fixé par la réglementation du chômage. Pour le calcul de ce nombre de jours, il n'est tenu compte, ni de journées assimilées, ni de journées d'incapacité de travail.
L'activité exercée est réputée interrompue :
- par une période de chômage complet indemnisé;
- par une période d'incapacité de travail dépassant 30 jours, celle-ci étant considérée comme formée par des journées de chômage complet indemnisé. "
Art. 5. Een artikel 4bis wordt ingevoegd in hetzelfde besluit, als volgt :
" Art. 4bis. De toeslag verschuldigd krachtens artikel 42bis, § 1, 4°, van de samengeordende wetten, op grond van een activiteit, wordt toegekend voor de maand waarin het recht op kinderbijslag wordt geopend op basis van artikel 51, § 1, van dezelfde wetten, voor de overige maanden van het kwartaal en voor de acht kwartalen daarna. "
De activiteit wordt geacht voortgezet te zijn ondanks onderbrekingen :
- door een periode van effectieve uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid van minder dan zes maanden;
- door een periode van arbeidsongeschiktheid van minder dan zes maanden;
- door een periode van minder dan zes maanden bestaande uit effectieve uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid en uit arbeidsongeschiktheid;
- door andere situaties dan de uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid of de arbeidsongeschiktheid waarvan de duur het aantal opeenvolgende kalenderdagen bepaald door de werkloosheidsreglementering niet overschrijdt, na aftrek van eventuele gelijkgestelde dagen. "
Wanneer de activiteit niet kan worden geacht voortgezet te zijn wegens de overschrijding van de termijnen bepaald in het tweede lid, wordt de onderbreking in aanmerking genomen vanaf deze overschrijding.
" Art. 4bis. De toeslag verschuldigd krachtens artikel 42bis, § 1, 4°, van de samengeordende wetten, op grond van een activiteit, wordt toegekend voor de maand waarin het recht op kinderbijslag wordt geopend op basis van artikel 51, § 1, van dezelfde wetten, voor de overige maanden van het kwartaal en voor de acht kwartalen daarna. "
De activiteit wordt geacht voortgezet te zijn ondanks onderbrekingen :
- door een periode van effectieve uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid van minder dan zes maanden;
- door een periode van arbeidsongeschiktheid van minder dan zes maanden;
- door een periode van minder dan zes maanden bestaande uit effectieve uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid en uit arbeidsongeschiktheid;
- door andere situaties dan de uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid of de arbeidsongeschiktheid waarvan de duur het aantal opeenvolgende kalenderdagen bepaald door de werkloosheidsreglementering niet overschrijdt, na aftrek van eventuele gelijkgestelde dagen. "
Wanneer de activiteit niet kan worden geacht voortgezet te zijn wegens de overschrijding van de termijnen bepaald in het tweede lid, wordt de onderbreking in aanmerking genomen vanaf deze overschrijding.
Art. 5. Un article 4bis est inséré dans le même arrêté disposant que :
" Art. 4bis. Le supplément dû en application de l'article 42bis, § 1er, 4°, des lois coordonnées, en raison d'une activité, est octroyé pour le mois au cours duquel le droit aux allocations familiales s'ouvre en vertu de l'article 51, § 1er, des mêmes lois, les mois restants du trimestre, ainsi que les huit trimestres qui suivent celui-ci. "
L'activité est réputée se poursuivre en dépit d'interruptions consistant :
- en une période de chômage complet indemnisé effectif n'atteignant pas six mois;
- en une période d'incapacité de travail n'atteignant pas six mois;
- en une période n'atteignant pas six mois, composée de chômage complet indemnisé effectif et d'incapacité de travail;
- en situations autres que le chômage complet indemnisé ou l'incapacité de travail, dont la durée ne dépasse pas le nombre de jours civils successifs fixé par la réglementation du chômage, sous déduction d'éventuelles journées assimilées. "
Lorsque l'activité ne peut être considérée comme s'étant poursuivie, en raison du dépassement des termes fixés à l'alinéa 2, l'interruption est prise en compte à dater dudit dépassement.
" Art. 4bis. Le supplément dû en application de l'article 42bis, § 1er, 4°, des lois coordonnées, en raison d'une activité, est octroyé pour le mois au cours duquel le droit aux allocations familiales s'ouvre en vertu de l'article 51, § 1er, des mêmes lois, les mois restants du trimestre, ainsi que les huit trimestres qui suivent celui-ci. "
L'activité est réputée se poursuivre en dépit d'interruptions consistant :
- en une période de chômage complet indemnisé effectif n'atteignant pas six mois;
- en une période d'incapacité de travail n'atteignant pas six mois;
- en une période n'atteignant pas six mois, composée de chômage complet indemnisé effectif et d'incapacité de travail;
- en situations autres que le chômage complet indemnisé ou l'incapacité de travail, dont la durée ne dépasse pas le nombre de jours civils successifs fixé par la réglementation du chômage, sous déduction d'éventuelles journées assimilées. "
Lorsque l'activité ne peut être considérée comme s'étant poursuivie, en raison du dépassement des termes fixés à l'alinéa 2, l'interruption est prise en compte à dater dudit dépassement.
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op dezelfde datum als artikel 194 van de programmawet (I) van 27 december 2006.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur à la même date que l'article 194 de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006.
Art. 7. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, op 11 januari 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
R. DEMOTTE.
Gegeven te Brussel, op 11 januari 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
R. DEMOTTE.
Art. 7. Notre Ministre des Affaires sociales est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 11 janvier 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires sociales,
R. DEMOTTE.
Donné à Bruxelles, le 11 janvier 2007.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires sociales,
R. DEMOTTE.