Artikel 1. De tekst opgenomen onder artikel 2, 23° en 26°, van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer wordt vervangen als volgt :
"
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
7 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer.
Titre
7 AVRIL 2007. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 30 septembre 2005 désignant les infractions par degré aux règlements généraux pris en exécution de la loi relative à la police de la circulation routière.
Informations sur le document
Numac: 2007014152
Datum: 2007-04-07
Info du document
Numac: 2007014152
Date: 2007-04-07
Tekst (4)
Texte (4)
Article 1. Le texte repris sous l'article 2, 23° et 26°, de l'arrêté royal du 30 septembre 2005 désignant les infractions par degré aux règlements généraux pris en exécution de la loi relative à la police de la circulation routière est remplacé comme suit :
"
"
23° De lading van een voertuig moet zodanig geschikt zijn dat 45.1
ze bij normale wegomstandigheden :
1° de zichtbaarheid van de bestuurder niet kan hinderen;
2° geen gevaar voor de bestuurder, de vervoerde
personen en de andere weggebruikers kan vormen;
3° geen schade kan veroorzaken aan de openbare weg,
zijn aanhorigheden, aan de erin liggende kunstwerken
of aan de openbare of prive-eigendommen;
4° niet op de openbare weg kan slepen of vallen;
5° de stabiliteit van het voertuig niet in het gedrang kan
brengen;
6° de lichten, de reflectoren en het inschrijvingsnummer
niet onzichtbaar kan maken.
26° Al wat dient om de lading vast te maken of te 45.4
beschutten moet in goede staat zijn en correct worden
gebruikt.
Elk onderdeel dat de lading omsluit, zoals een ketting,
een dekzeil, een net, enz. moet de lading nauw omsluiten.
ze bij normale wegomstandigheden :
1° de zichtbaarheid van de bestuurder niet kan hinderen;
2° geen gevaar voor de bestuurder, de vervoerde
personen en de andere weggebruikers kan vormen;
3° geen schade kan veroorzaken aan de openbare weg,
zijn aanhorigheden, aan de erin liggende kunstwerken
of aan de openbare of prive-eigendommen;
4° niet op de openbare weg kan slepen of vallen;
5° de stabiliteit van het voertuig niet in het gedrang kan
brengen;
6° de lichten, de reflectoren en het inschrijvingsnummer
niet onzichtbaar kan maken.
26° Al wat dient om de lading vast te maken of te 45.4
beschutten moet in goede staat zijn en correct worden
gebruikt.
Elk onderdeel dat de lading omsluit, zoals een ketting,
een dekzeil, een net, enz. moet de lading nauw omsluiten.
23° Le chargement d'un vehicule doit être dispose de telle 45.1
sorte que, dans des conditions routieres normales,
il ne puisse :
1° nuire a la visibilite du conducteur;
2° constituer un danger pour le conducteur, les personnes
transportees et les autres usagers;
3° occasionner des dommages a la voie publique, a ses
dependances, aux ouvrages qui y sont etablis ou aux
proprietes publiques ou privees;
4° trainer ou tomber sur la voie publique;
5° compromettre la stabilite du vehicule;
6° masquer les feux, les catadioptres et le numero
d'immatriculation.
26° Les accessoires servant a fixer ou a proteger le 45.4
chargement doivent se trouver en bon etat et etre
utilises correctement.
Tout element entourant le chargement, tel qu'une
chaine, une bache, un filet, etc. doit le faire
etroitement.
sorte que, dans des conditions routieres normales,
il ne puisse :
1° nuire a la visibilite du conducteur;
2° constituer un danger pour le conducteur, les personnes
transportees et les autres usagers;
3° occasionner des dommages a la voie publique, a ses
dependances, aux ouvrages qui y sont etablis ou aux
proprietes publiques ou privees;
4° trainer ou tomber sur la voie publique;
5° compromettre la stabilite du vehicule;
6° masquer les feux, les catadioptres et le numero
d'immatriculation.
26° Les accessoires servant a fixer ou a proteger le 45.4
chargement doivent se trouver en bon etat et etre
utilises correctement.
Tout element entourant le chargement, tel qu'une
chaine, une bache, un filet, etc. doit le faire
etroitement.
".
".
Art. 2. De lijst opgenomen onder artikel 3 van het hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 december 2006, wordt aangevuld als volgt :
"
"
Art. 2. La liste reprise sous l'article 3 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 28 décembre 2006, est complétée comme suit :
"
"
47° Het ladingzekeringssysteem moet de krachten kunnen 45bis.4
weerstaan die worden uitgeoefend wanneer het voertuig
van groep C de volgende versnellingen ondergaat :
1° vertraging van 0,8 g in voorwaartse richting;
2° vertraging van 0,5 g in achterwaartse richting;
3° versnelling van 0,5 g in zijdelingse richting, aan
beide zijden.
Wanneer een samenstellend onderdeel van een
ladingzekeringssysteem onderworpen wordt aan een kracht
zoals beschreven in het eerste lid, mag de erop
uitgeoefende drukkracht de maximale nominale last van dit
onderdeel niet overschrijden.
De samenstellende onderdelen van een ladingzekeringssysteem
van een voertuig van groep C :
1° moeten correct functioneren;
2° moeten geschikt zijn voor het gebruik dat ervan
wordt gemaakt;
3° mogen geen knopen, beschadigde of verzwakte
elementen vertonen die hun werking met het oog op het
zekeren van de lading kunnen aantasten;
4° mogen geen scheuren, sneden of uitrafelingen vertonen;
5° moeten conform de hiervoor geldende Europese
en/of internationale productnormen zijn.
Het ladingzekeringssysteem dat wordt gebruikt om een
lading in of op een voertuig van groep C te omsluiten,
vast te zetten of tegen te houden, moet geschikt zijn
voor de afmetingen, de vorm, de stevigheid en de
kenmerken van de lading.
Het ladingzekeringssysteem kan opgebouwd zijn uit
enkelvoudige of gecombineerde toepassing van
ladingzekeringssystemen.
48° De stouwvoorziening of de geintegreerde 45bis.5
vergrendelvoorziening die wordt gebruikt om een lading
aan een voertuig van groep C vast te maken, moet zelf
zodanig worden gezekerd dat ze niet kan ontgrendeld
raken of loskomen.
De stouwvoorziening of de geintegreerde
vergrendelvoorziening die wordt gebruikt om een
lading in of op een voertuig van groep C vast te
zetten, moet :
1° ontworpen en vervaardigd zijn voor de doeleinden
waarvoor ze wordt gebruikt; en
2° gebruikt en onderhouden worden in overeenstemming met
de specificaties van de fabrikant en de
geldende Europese en/of internationale normen.
weerstaan die worden uitgeoefend wanneer het voertuig
van groep C de volgende versnellingen ondergaat :
1° vertraging van 0,8 g in voorwaartse richting;
2° vertraging van 0,5 g in achterwaartse richting;
3° versnelling van 0,5 g in zijdelingse richting, aan
beide zijden.
Wanneer een samenstellend onderdeel van een
ladingzekeringssysteem onderworpen wordt aan een kracht
zoals beschreven in het eerste lid, mag de erop
uitgeoefende drukkracht de maximale nominale last van dit
onderdeel niet overschrijden.
De samenstellende onderdelen van een ladingzekeringssysteem
van een voertuig van groep C :
1° moeten correct functioneren;
2° moeten geschikt zijn voor het gebruik dat ervan
wordt gemaakt;
3° mogen geen knopen, beschadigde of verzwakte
elementen vertonen die hun werking met het oog op het
zekeren van de lading kunnen aantasten;
4° mogen geen scheuren, sneden of uitrafelingen vertonen;
5° moeten conform de hiervoor geldende Europese
en/of internationale productnormen zijn.
Het ladingzekeringssysteem dat wordt gebruikt om een
lading in of op een voertuig van groep C te omsluiten,
vast te zetten of tegen te houden, moet geschikt zijn
voor de afmetingen, de vorm, de stevigheid en de
kenmerken van de lading.
Het ladingzekeringssysteem kan opgebouwd zijn uit
enkelvoudige of gecombineerde toepassing van
ladingzekeringssystemen.
48° De stouwvoorziening of de geintegreerde 45bis.5
vergrendelvoorziening die wordt gebruikt om een lading
aan een voertuig van groep C vast te maken, moet zelf
zodanig worden gezekerd dat ze niet kan ontgrendeld
raken of loskomen.
De stouwvoorziening of de geintegreerde
vergrendelvoorziening die wordt gebruikt om een
lading in of op een voertuig van groep C vast te
zetten, moet :
1° ontworpen en vervaardigd zijn voor de doeleinden
waarvoor ze wordt gebruikt; en
2° gebruikt en onderhouden worden in overeenstemming met
de specificaties van de fabrikant en de
geldende Europese en/of internationale normen.
47° Le systeme de surete du chargement doit pouvoir 45bis.4
resister aux forces exercees lorsque le vehicule du
groupe C subi les accelerations suivantes :
1° ralentissement de 0,8 g vers l'avant;
2° ralentissement de 0,5 g vers l'arriere;
3° acceleration de 0,5 g vers les parties laterales, de
chaque cote.
Lorsqu'un element composant du systeme de surete du
chargement est soumis a une force telle que decrite au
premier alinea, la force de pression exercee sur cet
element ne peut depasser la charge nominale maximale
de celui-ci.
Les elements composants d'un systeme de surete du
chargement d'un vehicule du groupe C :
1° doivent fonctionner correctement;
2° doivent être adaptes a l'usage qui en est fait;
3° ne peuvent presenter de noeuds, d'elements
endommages ou affaiblis pouvant affecter leur
fonctionnement quant a la surete du chargement;
4° ne peuvent presenter de dechirures, de coupures ou
d'effilochage;
5° doivent être conformes aux normes de produits
europeennes et/ou internationales en vigueur en la
matiere.
Le systeme de surete du chargement utilise pour
entourer, fixer ou retenir un chargement dans ou sur un
vehicule doit être adapte aux mesures, a la forme, a la
consistance et aux caracteristiques du chargement.
Le systeme de surete du chargement peut être constitue
d'une application simple ou combinee de systemes de
surete du chargement.
48° Le dispositif de retenue ou le dispositif de verrouillage 45bis.5
integre utilise pour fixer un chargement a un
vehicule du groupe C doit être lui-meme securise de
telle sorte qu'il ne puisse être deverrouille ou detache.
Le dispositif de retenue ou le dispositif de verrouillage
integre utilise pour fixer un chargement dans ou sur un
vehicule du groupe C doit :
1° être conçu et developpe aux fins pour lesquelles il est
utilise; et
2° être utilise et entretenu conformément aux specifications
du constructeur et des normes europeennes et/ou
internationales en vigueur.
resister aux forces exercees lorsque le vehicule du
groupe C subi les accelerations suivantes :
1° ralentissement de 0,8 g vers l'avant;
2° ralentissement de 0,5 g vers l'arriere;
3° acceleration de 0,5 g vers les parties laterales, de
chaque cote.
Lorsqu'un element composant du systeme de surete du
chargement est soumis a une force telle que decrite au
premier alinea, la force de pression exercee sur cet
element ne peut depasser la charge nominale maximale
de celui-ci.
Les elements composants d'un systeme de surete du
chargement d'un vehicule du groupe C :
1° doivent fonctionner correctement;
2° doivent être adaptes a l'usage qui en est fait;
3° ne peuvent presenter de noeuds, d'elements
endommages ou affaiblis pouvant affecter leur
fonctionnement quant a la surete du chargement;
4° ne peuvent presenter de dechirures, de coupures ou
d'effilochage;
5° doivent être conformes aux normes de produits
europeennes et/ou internationales en vigueur en la
matiere.
Le systeme de surete du chargement utilise pour
entourer, fixer ou retenir un chargement dans ou sur un
vehicule doit être adapte aux mesures, a la forme, a la
consistance et aux caracteristiques du chargement.
Le systeme de surete du chargement peut être constitue
d'une application simple ou combinee de systemes de
surete du chargement.
48° Le dispositif de retenue ou le dispositif de verrouillage 45bis.5
integre utilise pour fixer un chargement a un
vehicule du groupe C doit être lui-meme securise de
telle sorte qu'il ne puisse être deverrouille ou detache.
Le dispositif de retenue ou le dispositif de verrouillage
integre utilise pour fixer un chargement dans ou sur un
vehicule du groupe C doit :
1° être conçu et developpe aux fins pour lesquelles il est
utilise; et
2° être utilise et entretenu conformément aux specifications
du constructeur et des normes europeennes et/ou
internationales en vigueur.
".
".
Art.2. De lijst opgenomen onder artikel 3 van het hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 december 2006, wordt aangevuld als volgt :
" 47° Het ladingzekeringssysteem moet de krachten kunnen 45bis.4 weerstaan die worden uitgeoefend wanneer het voertuig van groep C de volgende versnellingen ondergaat : 1° vertraging van 0,8 g in voorwaartse richting; 2° vertraging van 0,5 g in achterwaartse richting; 3° versnelling van 0,5 g in zijdelingse richting, aan beide zijden. Wanneer een samenstellend onderdeel van een ladingzekeringssysteem onderworpen wordt aan een kracht zoals beschreven in het eerste lid, mag de erop uitgeoefende drukkracht de maximale nominale last van dit onderdeel niet overschrijden. De samenstellende onderdelen van een ladingzekeringssysteem van een voertuig van groep C : 1° moeten correct functioneren; 2° moeten geschikt zijn voor het gebruik dat ervan wordt gemaakt; 3° mogen geen knopen, beschadigde of verzwakte elementen vertonen die hun werking met het oog op het zekeren van de lading kunnen aantasten; 4° mogen geen scheuren, sneden of uitrafelingen vertonen; 5° moeten conform de hiervoor geldende Europese en/of internationale productnormen zijn. Het ladingzekeringssysteem dat wordt gebruikt om een lading in of op een voertuig van groep C te omsluiten, vast te zetten of tegen te houden, moet geschikt zijn voor de afmetingen, de vorm, de stevigheid en de kenmerken van de lading. Het ladingzekeringssysteem kan opgebouwd zijn uit enkelvoudige of gecombineerde toepassing van ladingzekeringssystemen. 48° De stouwvoorziening of de geintegreerde 45bis.5 vergrendelvoorziening die wordt gebruikt om een lading aan een voertuig van groep C vast te maken, moet zelf zodanig worden gezekerd dat ze niet kan ontgrendeld raken of loskomen. De stouwvoorziening of de geintegreerde vergrendelvoorziening die wordt gebruikt om een lading in of op een voertuig van groep C vast te zetten, moet : 1° ontworpen en vervaardigd zijn voor de doeleinden waarvoor ze wordt gebruikt; en 2° gebruikt en onderhouden worden in overeenstemming met de specificaties van de fabrikant en de geldende Europese en/of internationale normen.
" 47° Het ladingzekeringssysteem moet de krachten kunnen 45bis.4 weerstaan die worden uitgeoefend wanneer het voertuig van groep C de volgende versnellingen ondergaat : 1° vertraging van 0,8 g in voorwaartse richting; 2° vertraging van 0,5 g in achterwaartse richting; 3° versnelling van 0,5 g in zijdelingse richting, aan beide zijden. Wanneer een samenstellend onderdeel van een ladingzekeringssysteem onderworpen wordt aan een kracht zoals beschreven in het eerste lid, mag de erop uitgeoefende drukkracht de maximale nominale last van dit onderdeel niet overschrijden. De samenstellende onderdelen van een ladingzekeringssysteem van een voertuig van groep C : 1° moeten correct functioneren; 2° moeten geschikt zijn voor het gebruik dat ervan wordt gemaakt; 3° mogen geen knopen, beschadigde of verzwakte elementen vertonen die hun werking met het oog op het zekeren van de lading kunnen aantasten; 4° mogen geen scheuren, sneden of uitrafelingen vertonen; 5° moeten conform de hiervoor geldende Europese en/of internationale productnormen zijn. Het ladingzekeringssysteem dat wordt gebruikt om een lading in of op een voertuig van groep C te omsluiten, vast te zetten of tegen te houden, moet geschikt zijn voor de afmetingen, de vorm, de stevigheid en de kenmerken van de lading. Het ladingzekeringssysteem kan opgebouwd zijn uit enkelvoudige of gecombineerde toepassing van ladingzekeringssystemen. 48° De stouwvoorziening of de geintegreerde 45bis.5 vergrendelvoorziening die wordt gebruikt om een lading aan een voertuig van groep C vast te maken, moet zelf zodanig worden gezekerd dat ze niet kan ontgrendeld raken of loskomen. De stouwvoorziening of de geintegreerde vergrendelvoorziening die wordt gebruikt om een lading in of op een voertuig van groep C vast te zetten, moet : 1° ontworpen en vervaardigd zijn voor de doeleinden waarvoor ze wordt gebruikt; en 2° gebruikt en onderhouden worden in overeenstemming met de specificaties van de fabrikant en de geldende Europese en/of internationale normen.
Art.2. La liste reprise sous l'article 3 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 28 décembre 2006, est complétée comme suit :
" 47° Le systeme de surete du chargement doit pouvoir 45bis.4 resister aux forces exercees lorsque le vehicule du groupe C subi les accelerations suivantes : 1° ralentissement de 0,8 g vers l'avant; 2° ralentissement de 0,5 g vers l'arriere; 3° acceleration de 0,5 g vers les parties laterales, de chaque cote. Lorsqu'un element composant du systeme de surete du chargement est soumis a une force telle que decrite au premier alinea, la force de pression exercee sur cet element ne peut depasser la charge nominale maximale de celui-ci. Les elements composants d'un systeme de surete du chargement d'un vehicule du groupe C : 1° doivent fonctionner correctement; 2° doivent être adaptes a l'usage qui en est fait; 3° ne peuvent presenter de noeuds, d'elements endommages ou affaiblis pouvant affecter leur fonctionnement quant a la surete du chargement; 4° ne peuvent presenter de dechirures, de coupures ou d'effilochage; 5° doivent être conformes aux normes de produits europeennes et/ou internationales en vigueur en la matiere. Le systeme de surete du chargement utilise pour entourer, fixer ou retenir un chargement dans ou sur un vehicule doit être adapte aux mesures, a la forme, a la consistance et aux caracteristiques du chargement. Le systeme de surete du chargement peut être constitue d'une application simple ou combinee de systemes de surete du chargement. 48° Le dispositif de retenue ou le dispositif de verrouillage 45bis.5 integre utilise pour fixer un chargement a un vehicule du groupe C doit être lui-meme securise de telle sorte qu'il ne puisse être deverrouille ou detache. Le dispositif de retenue ou le dispositif de verrouillage integre utilise pour fixer un chargement dans ou sur un vehicule du groupe C doit : 1° être conçu et developpe aux fins pour lesquelles il est utilise; et 2° être utilise et entretenu conformément aux specifications du constructeur et des normes europeennes et/ou internationales en vigueur.
" 47° Le systeme de surete du chargement doit pouvoir 45bis.4 resister aux forces exercees lorsque le vehicule du groupe C subi les accelerations suivantes : 1° ralentissement de 0,8 g vers l'avant; 2° ralentissement de 0,5 g vers l'arriere; 3° acceleration de 0,5 g vers les parties laterales, de chaque cote. Lorsqu'un element composant du systeme de surete du chargement est soumis a une force telle que decrite au premier alinea, la force de pression exercee sur cet element ne peut depasser la charge nominale maximale de celui-ci. Les elements composants d'un systeme de surete du chargement d'un vehicule du groupe C : 1° doivent fonctionner correctement; 2° doivent être adaptes a l'usage qui en est fait; 3° ne peuvent presenter de noeuds, d'elements endommages ou affaiblis pouvant affecter leur fonctionnement quant a la surete du chargement; 4° ne peuvent presenter de dechirures, de coupures ou d'effilochage; 5° doivent être conformes aux normes de produits europeennes et/ou internationales en vigueur en la matiere. Le systeme de surete du chargement utilise pour entourer, fixer ou retenir un chargement dans ou sur un vehicule doit être adapte aux mesures, a la forme, a la consistance et aux caracteristiques du chargement. Le systeme de surete du chargement peut être constitue d'une application simple ou combinee de systemes de surete du chargement. 48° Le dispositif de retenue ou le dispositif de verrouillage 45bis.5 integre utilise pour fixer un chargement a un vehicule du groupe C doit être lui-meme securise de telle sorte qu'il ne puisse être deverrouille ou detache. Le dispositif de retenue ou le dispositif de verrouillage integre utilise pour fixer un chargement dans ou sur un vehicule du groupe C doit : 1° être conçu et developpe aux fins pour lesquelles il est utilise; et 2° être utilise et entretenu conformément aux specifications du constructeur et des normes europeennes et/ou internationales en vigueur.
Art. 4. Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Onze Minister bevoegd voor het Wegverkeer zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 27 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Mobiliteit,
R. LANDUYT.
Gegeven te Brussel, 27 april 2007.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
De Minister van Mobiliteit,
R. LANDUYT.
Art. 4. Notre Ministre de la Justice, Notre Ministre de l'Intérieur et Notre Ministre qui a la Circulation routière dans ses attributions sont, chacun pour ce qui le concerne, chargés de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 27 avril 2007.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL
Le Ministre de la Mobilité,
R. LANDUYT.
Donné à Bruxelles, le 27 avril 2007.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL
Le Ministre de la Mobilité,
R. LANDUYT.