Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
1 APRIL 2007. - Koninklijk besluit betreffende het zakgeld zoals bedoeld in artikel 62, § 2bis, van de programmawet van 19 juli 2001.
Titre
1er AVRIL 2007. - Arrêté royal relatif à l'argent de poche visé à l'article 62, § 2bis, de la loi-programme du 19 juillet 2001.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° het Agentschap : het Federaal Agentschap voor de opvang van asielzoekers;
  2° het centrum : het opvangcentrum voor asielzoekers, beheerd door het Agentschap;
  3° een andere opvangstructuur : elke andere plaats dan het centrum, bedoeld in artikel 57ter, lid 2, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° l'Agence : l'Agence fédérale pour l'accueil des demandeurs d'asile;
  2° le centre : le centre d'accueil pour demandeurs d'asile géré par l'Agence;
  3° une autre structure d'accueil : tout lieu, autre que le centre, visé à l'article 57ter, alinéa 2, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale.
Art.2. Elke begunstigde van de opvang die in een centrum of een andere opvangstructuur wordt gehuisvest heeft recht op een wekelijks bedrag zakgeld ten belope van :
  -3,8 euro voor elke minderjarige onder de 12 jaar of van 12 jaar en ouder, die geen school loopt;
  - 5,0 euro voor elke niet-begeleide minderjarige opgevangen gedurende de observatie- en oriëntatiefase;
  - 6,5 euro voor elke schoolgaande minderjarige van 12 jaar of ouder;
  - 6,5 euro voor elke volwassene.
Art.2. Chaque bénéficiaire de l'accueil hébergé dans un centre ou une autre structure d'accueil a droit à un montant hebdomadaire d'argent de poche qui est fixé à :
  -3,8 euros pour chaque mineur de moins de 12 ans ou de 12 ans et plus, non scolarisé;
  - 5,0 euros pour chaque mineur non accompagné accueilli durant la phase d'observation et d'orientation;
  - 6,5 euros pour chaque mineur scolarisé de 12 ans ou plus;
  - 6,5 euros pour chaque adulte.
Art.3. De bedragen in artikel 2 van dit besluit zijn gekoppeld aan de spilindex 106,22 (basis 2004 = 100) van de consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
  Ze worden opnieuw berekend op de eerste januari van elk jaar.
  Voor de berekening van de geïndexeerde bedragen worden de delen van tienden van een euro afgerond op het naasthogere tiende of verwaarloosd, naargelang zij al dan niet 50 procent van een tiende bereiken.
Art.3. Les montants mentionnés dans l'article 2 du présent arrêté sont liés à l'indice pivot 106,22 (base 2004 = 100) des prix à la consommation, conformément aux dispositions de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation, des traitements, des salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants.
  Ils sont calculés à nouveau le premier janvier de chaque année.
  Pour le calcul des montants indexés, les fractions de dixième d'un euro sont arrondies au dixième supérieur ou négligées, selon qu'elles atteignent ou non 50 pour cent d'un dixième.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
  Gegeven te Brussel, 1 april 2007.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Maatschappelijke Integratie
  Ch. DUPONT.
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur à dater de la publication au Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 1er avril 2007.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Intégration sociale
  Ch. DUPONT.