Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
31 JULI 2006. - Opstelling van de gemeentelijke begrotingen voor 2007 en de meerjarige beheersplannen.
Titre
31 JUILLET 2006. - Elaboration des budgets communaux 2007 et des plans pluriannuels de gestion.
Table des matières
Table des matières
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel M. 1. Begroting voor het dienstjaar 2007.
  1.1 Algemeen.
  Deze omzendbrief heeft betrekking op het opmaken van de gemeentelijke begrotingen voor het dienstjaar 2007.
  Ik vestig in het bijzonder uw aandacht op de absolute noodzaak een begroting in te dienen die in overeenstemming is met artikel 252 van de nieuwe gemeentewet.
  Het in voornoemde bepaling bedoelde begrotingsevenwicht, zowel op de gewone als op de buitengewone dienst, mag in geen enkel geval van fictieve aard zijn. Eventuele overboekingen van reserves of voorzieningen mogen enkel aangewend worden ter financiering van de begroting in zoverre zij daadwerkelijk plaatsvonden.
  Voor de gewone dienst slaat het bedoelde evenwicht zowel op het resultaat van het eigen dienstjaar na functionele overboekingen als op het gecumuleerd resultaat.
  Functionele overboekingen betreffen overboekingen ten laste van daadwerkelijk aangelegde voorzieningen of reserves voor specifieke doeleinden (voorbeeld : tekort van de ziekenhuizen, wijkcontracten, ... ).
  Ik herinner eraan dat deze overboekingen een volwaardige economische groep vormen en in geen geval gelijkgeschakeld mogen worden met ontvangsten of uitgaven van overdrachten.
  Ik verwijs u in dit verband naar de omzendbrief van 1 februari 2006 betreffende de kwestie van de overboekingen.
  Er kan evenwel toegelaten worden dat er geen evenwicht wordt bereikt voor het eigen dienstjaar stricto sensu, indien uitzonderlijke en dus niet-terugkerende uitgaven zouden plaatsvinden die gedekt worden door middel van een overboeking van de reserves. Deze overboeking mag evenwel in geen geval beschouwd worden als " functioneel ". Die omstandigheden zullen verduidelijkt worden in het verslag toegevoegd aan de beraadslaging die de begroting aanneemt.
  Voor de buitengewone dienst moet het bedoelde evenwicht globaal zijn, waarbij de financiering uiteraard kan gebeuren door benutting van de reserves.
  Conform de artikelen 5, 10, 15 en 16 van het Algemeen Reglement op de Gemeentelijke Comptabiliteit, omvatten de begroting en de begrotingswijzigingen alle ontvangsten en uitgaven die in de loop van het dienstjaar kunnen worden gedaan. Uitgaven die voorzienbaar waren vóór het einde van het dienstjaar en die ingeschreven zouden worden in de afsluitende begrotingswijziging, kunnen verworpen worden.
  De laatste begrotingswijzigingen die in de loop van het dienstjaar worden goedgekeurd, dienen de toezichthoudende overheid uiterlijk op 1 november te bereiken, opdat laatstgenoemde zich zou kunnen uitspreken vóór de boekhoudkundige afsluitingsdatum, zijnde 31 december 2007. Deze wijzigingen dienen voorgesteld te worden volgens hetzelfde model als de oorspronkelijke begroting (gedetailleerd per artikel, verantwoording van de kredietaanpassingen, samenvattende tabellen, ... ) en mogen niet ongebonden ingediend worden.
  Kredietaanpassingen binnen de grenzen van artikel 10 van het Algemeen Reglement op de Gemeentelijke Comptabiliteit vormen geen begrotingswijzigingen die aan de toezichthoudende overheid moeten worden voorgelegd.
  De ontvangsten en uitgaven moeten op precieze wijze worden geraamd en geboekt op het betrokken dienstjaar. Bij gebrek aan reglementaire evaluatiegegevens of administratieve instructies, wordt verwezen naar de werkelijk gerealiseerde uitgaven in de loop van het laatste dienstjaar waarvoor de rekeningen beschikbaar zijn.
  Bij niet-naleving van bovenstaande voorschriften worden de begrotingen in voorkomend geval ofwel hervormd, ofwel niet goedgekeurd.
  Voorlopige twaalfden.
  Conform artikel 14 van het Reglement op de Gemeentelijke Comptabiliteit worden de voorlopige kredieten vastgesteld door de gemeenteraad wanneer de begroting nog niet is aangenomen. De voorlopige kredieten hebben betrekking op alle uitgaven van de gewone dienst.
  Voorstelling en inhoud van de gewone begroting
  1. Functionele begroting.
  De begrotingskredieten worden verdeeld volgens functie en beperkt tot de 3 eerste cijfers van de economische code.
  2. Economische begroting.
  De begrotingskredieten worden eveneens voorgesteld per economische groep en gesorteerd per economische code van 5 cijfers.
  3. Samenvattende tabel.
  Bijlage 1 bevat het model van de samenvattende tabel per economische groep en per functie.
  Er wordt nog steeds een onderscheid gemaakt tussen functionele overboekingen en algemene overboekingen van functie 060.
  4. Beheersplan.
  Het model van het beheersplan vindt u in bijlage 2. De elektronische versie zal u worden toegezonden op diskette of per e-mail op het adres dat u ons meedeelt.
  Het door het Bestuur Plaatselijke Besturen bezorgde model dient verplicht in acht genomen te worden. Het door de gemeente bezorgd bestand dient aangemaakt te zijn in Excel.
  5. Personeelstabellen.
  De tabellen in bijlage 3 dienen ingevuld te worden in elektronische vorm met de gegevens per 30 juni 2006. Er dient geteld te worden in voltijdse equivalenten, zowel voor de telling van het personeelsbestand als voor de telling van de andere categorieën.
  6. Wettelijke en andere bijlagen.
  Volgende documenten maken integraal deel uit van de begroting en dienen bijgevolg verplicht bezorgd te worden :
  - het verslag bedoeld in artikel 96 van de nieuwe gemeentewet,
  - het verslag bedoeld in artikel 12 van het koninklijk besluit van 2 augustus 1990,
  - de notulen van de vergadering van het overlegcomité gemeente/O.C.M.W. waarin de gemeentelijke tegemoetkoming vastgesteld wordt,
  - de beschrijving van het buitengewoon programma en de financieringswijze ervan,
  - het verloop van de gemeentelijke investeringsschuld, per financiële instelling,
  - het verloop van de reservefondsen (gewoon, buitengewoon of specifieke bestemming); dit verloop moet gebaseerd zijn op de resultaten van de rekening 2005 aangepast volgens de begrote resultaten voor 2006 en 2007. Er moet voor gezorgd worden dat het gecumuleerde resultaat na overboekingen en de omvang van de reservefondsen onderling afgestemd zijn.
  - de bestemming van de eventuele voorzieningen voor risico's en kosten; de raming hiervan moet op dezelfde wijze gebeuren als voor de reservefondsen.
  - het verloop van de pensioenfondsen aangelegd bij private voorzorgsinstellingen (zie bijlage 4 van deze omzendbrief).
  - Voor de gemeenten die mijn verzoek van 25 januari 2006 nog niet hebben beantwoord, de inventaris van de gemeentelijke infrastructuren (zie bijlage 5).
  Indien deze documenten geheel of gedeeltelijk ontbreken, wordt de begroting ipso facto geweigerd door de toezichthoudende overheid conform artikel 4 van de ordonnantie van 14 mei 1998 houdende regeling van het administratief toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  1.2 Budgettaire richtlijnen en parameters :
  Voorafgaande opmerking : voor aangelegenheden die niet aan bod komen in onderstaande specifieke richtlijnen of parameters, wordt verwezen naar de richtlijnen en parameters vervat in de vorige omzendbrieven.
  1.2.1 Gewone dienst.
  De economische indeling werd in 1990 vastgesteld en deels herzien in 1994, 1996 en 1997. Gelet op de evolutie van de gemeentefinanciën en de specifieke Brusselse aspecten, lijkt het aangewezen vandaag een indeling te gebruiken die beter bij de realiteit aansluit.
  Deze is gebaseerd op het vroegere rekeningenstelsel. In bijlage 1 vindt u het nieuwe economische rekeningenstelsel in detail.
  De nieuwigheden werden in het vet aangeduid. In het tweede deel van het document worden de geschrapte codes ter informatie vermeld.
  De wijzigingen betreffen hetzij de benamingen hetzij de code. Daarnaast werden ook nieuwe codes gecreëerd.
  Zoals eerder het geval was bij de invoering van de nieuwe voorstelling van de begrotingen en de functionele indeling, worden deze nieuwigheden sterk aanbevolen voor 2007.
  Vanaf 2008 zijn ze verplicht.
  A. Ontvangsten.
  a. Ontvangsten uit prestaties.
  Ontvangsten uit prestaties dienen zo precies mogelijk geraamd te worden, zodat ze ten minste de kostprijs van de door de gemeentelijke diensten geleverde prestaties dekken. Indien deze ontvangsten niet werden aangepast sinds verschillende jaren, moet de aanslagvoet worden herzien en het rendement verbeterd.
  b. Ontvangsten uit overdrachten.
  Opgelet : zie bijlage 1 voor de verschillende subsidies en dotaties (codes 465 en 466).
  Gewestelijke en federale dotaties : de geraamde bedragen worden op verzoek meegedeeld door het Bestuur Plaatselijke Besturen.
  Gemeentelijke belastingen : de resultaten van de rekening van het dienstjaar 2005 worden overgenomen, eventueel aangepast aan de besliste of voorziene wijzigingen van de aanslagvoeten.
  De gemeenten dienen er in het bijzonder op toe te zien de kohieren betreffende de specifieke gemeentebelastingen zo vroeg mogelijk uitvoerbaar te verklaren gedurende het begrotingsjaar.
  Opcentiemen op de onroerende voorheffing : de raming dient te geschieden op grond van het belastbaar kadastraal inkomen per 1 januari 2006, de indexering, het basistarief van 1,25 % en het geldend of gepland tarief van de opcentiemen. Correctie op basis van de inning voor de vorige dienstjaren is niet toegestaan. De indexatiecoëfficiënt voor 2007 bedraagt 1,4570.
  Opcentiemen op de personenbelasting : de raming die wordt opgegeven in de begroting voor 2007 dient overeen te stemmen met die van de Federale Overheidsdienst Financiën, die in principe in loop van de maand oktober 2006 aan de gemeenten meegedeeld wordt. Indien nodig kan, een regularisatie van voornoemde raming toegestaan worden, bij de eerstvolgende begrotingswijziging voor 2007, op basis van de laatste provisionele staat overgemaakt door de federale belastingadministratie in de loop van het tweede kwartaal van het dienstjaar 2006.
  Opcentiemen op de verkeersbelasting : het bedrag dat geïnd werd in 2005.
  Europese, federale, communautaire en gewestelijke subsidies : de kredieten worden bepaald op basis van de ondertekende overeenkomsten en de toezeggingen bevestigd door de subsidiërende overheid.
  c. Schuldontvangsten dienen geboekt te worden conform de bedragen meegedeeld door de schuldenaars van de inkomens voor zover deze bedragen verenigbaar zijn met de werkelijk geïnde bedragen in de loop van de vorige dienstjaren. De creditintresten worden geraamd op basis van een thesauriekalender.
  B. Uitgaven.
  a. Personeel.
  De vooruitzichten voor de diverse economische codes dienen als volgt berekend te worden :
  code 111 wedde van juli 2006 x 12,42 (jaarwedde + sociale programmering) x 1,013 (weerslag van de weddenschaalverhogingen) x Y (indexatie) die 1,02 bedraagt voor 2007.
  Voor de gemeenten die in 2006 het begrotingsevenwicht niet haalden op het eigen dienstjaar, mag de loonmassa niet hoger liggen dan het resultaat van de toepassing van deze formule. Enkel uitgaven die contractueel ten belope van 100 % gesubsidieerd zijn, zullen daarboven aanvaard worden. Dit veronderstelt dus dat deze gemeenten niet meer zullen kunnen overgaan tot de aanwerving van bijkomend niet-gesubsidieerd personeel.
  Voor de gemeenten die in 2006 een begroting in evenwicht op het eigen dienstjaar voorlegden, mag de loonmassa met 1,5 % stijgen ten opzichte van het resultaat van de toepassing van voornoemde formule, voor zover deze aanpassing niet tot gevolg heeft dat een tekort ontstaat op het eigen dienstjaar.
  code 112 : raming volgens 111 en personeelsstatuut; in voorkomend geval wordt ook rekening gehouden met akkoordprotocol 2003/1 dat op 9 mei 2003 ondertekend werd in het Onderhandelingscomité van de plaatselijke overheidsdiensten en dat betrekking heeft op de aanpassing van het vakantiegeld voor het statutair personeel met ingang van 2004.
  code 113
  Met betrekking tot de bijdragen voor pensioenkassen, achten wij het nuttig nogmaals de te gebruiken economische code te preciseren naargelang van de wijze waarop de pensioenen beheerd worden.
  113-21 : gemeenten aangesloten bij de RSZ-PPO. Het in aanmerking te nemen percentage blijft ongewijzigd, zijnde 20 % + 7,5 % eigen aandeel voor gemeenten die behoren tot de pool I. Voor de gemeenten die behoren tot de pool II, bedraagt het in aanmerking te nemen percentage voor 2007 34,5 % (27 + 7,5 %).
  113-22 : gemeenten die hun pensioenen beheren via de gemeentekas.
  113-48 : gemeenten die het beheer van hun pensioenen toevertrouwd hebben aan een private voorzorgsinstelling. Het is in dat geval van belang dat de vooruitzichten voor de dienstjaren 2006 en volgende bijgevoegd worden.
  116-01 : pensioenen van gemeentelijke mandatarissen ten laste van de gemeente.
  Wat betreft de berekening van de jaarlijkse pensioenlast, dient rekening gehouden te worden met de bepalingen van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het Fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en inzonderheid met artikel 7.
  De tabel in bijlage 3 met betrekking tot het personeelsbestand per 30 juni 2006, dient verplicht te worden ingevuld en bij de begroting gevoegd.
  b. Werking.
  Voor de werkingsuitgaven, afgezien van marktfluctuaties en wijzigingen opgelegd door de Europese, federale, communautaire of gewestelijke overheden, geldt het principe van een groei van 1,5 % ten opzichte van de uitgaven ingeschreven in de laatste door de gemeenteraad gestemde begrotingswijzigingen met betrekking tot 2006.
  Bij eventuele begrotingswijzigingen moet elke toename in een post noodzakelijkerwijs gecompenseerd worden met een overeenstemmende vermindering van een of meer andere posten of door een verhoging van de corresponderende ontvangsten (subsidies, ... ).
  Ik vestig uw aandacht op het respecteren van het principe bepalende dat 0,5 % van de personeelsuitgaven besteed moet worden aan vormingsactiviteiten voor het personeel, met name de taalcursussen, en dit in overeenstemming met de omzendbrief van 28 april 1994 betreffende de harmonisatie van het administratief statuut en algemene weddeherziening voor het personeel van de plaatselijke besturen.
  c. Overdrachten.
  - Dekking van het O.C.M.W.-tekort : de vooruitzichten dienen in overeenstemming te zijn met het bedrag vastgesteld door het overlegcomité Gemeente/O.C.M.W. De notulen van voornoemde vergadering dienen bij de begroting 2007 gevoegd te worden.
  - De vertegenwoordigers van de gemeente zullen er binnen het overlegcomité op toezien dat de uitgaven van het O.C.M.W. die geen verband houden met opdrachten die wettelijk aan de O.C.M.W.'s zijn toegewezen, maar die leiden tot een hogere gemeentelijke tegemoetkoming beheerst worden. De gemeenten dienen tevens de gepaste maatregelen te nemen om overlappingen uit te sluiten op het vlak van de sociale prestaties die geleverd worden door de gemeentelijke diensten en de O.C.M.W.'s. Ingeval het O.C.M.W. een batig saldo vertoont voor het vorig dienstjaar, dient het bedrag van de gemeentelijke bijdrage overeenkomstig verminderd te worden (en mag men geen ontvangst inschrijven). De gemeenten moeten de O.C.M.W.'s verzoeken hun rekeningen zo spoedig mogelijk aan te nemen.
  - Dotatie aan de politiezone : deze dient in overeenstemming te zijn met de beslissing van de Politieraad en de normen bepaald door de bevoegde overheid. Indien de begroting van de politiezone vastgesteld zou worden na die van de gemeente en indien er een verschil tussen beide begrotingen bestaat wat betreft de gemeentelijke tegemoetkoming, dient de gemeente zo spoedig mogelijk een begrotingsaanpassing te verrichten om beide bedragen te laten overeenstemmen.
  - Facultatieve subsidies aan verenigingen en gezinnen : de gemeenten dienen erop toe te zien dat door een hogere overheid toegekende subsidies herverdeeld worden onder begunstigde verenigingen met strikte naleving van de bestemmingen bepaald door voornoemde overheden. De gemeenten moeten ervoor zorgen dat ze de bepalingen toepassen die zijn vervat in de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen. Zij dienen overigens de subsidie aan te passen volgens de resultaten van de vereniging, om te vermijden dat deze winst zou boeken dankzij de gemeentelijke toelage.
  d. Schuld.
  Debiteurintresten : volgens de raming van de vermoedelijke vervaldagen van de gemeentethesaurie.
  Kosten van de leningen : deze dienen te beantwoorden aan de vervaldagen bepaald door de leningverschaffende instellingen en aan de bepalingen van de financiële opdracht gegund door de gemeente.
  De gemeenten worden ook verzocht hun investeringsschuld dynamischer te beheren, meer bepaald via nieuwe onderhandelingen of andere beheersinstrumenten. Er wordt ook een sterkere opstelling verwacht bij de toewijzing van de financiële opdrachten, onder meer via daadwerkelijke mededinging en strengere selectie.
  Om deze doelstelling te halen, moeten de gemeenten zich schikken naar de bepalingen van de ordonnantie van 2 mei 2002 tot wijziging van de ordonnantie van 8 april 1993 houdende de oprichting van het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën en alle nodige maatregelen treffen om een aanzienlijke stijging van de kosten van de schuld te vermijden.
  e. Overboekingen.
  Ziekenhuistekort : in de begroting 2007 moet een voorziening voor risico's en kosten ingeschreven worden met het oog op de dekking van het door de ziekenhuizen geraamde tekort. Deze voorziening bedraagt 80 % van het tekort vastgesteld door de ziekenhuizen voor het dienstjaar n-2, ten belope van het aandeel dat ten laste van de gemeente valt.
  1.2.2 Buitengewone dienst.
  Zoals voorheen krijgen de gemeenten de aanbeveling om bijzonder waakzaam te zijn bij het opstellen van de budgettaire vooruitzichten met het oog op maximale geloofwaardigheid en verwezenlijking. De gemeenten dienen er bovendien op toe te zien dat de kosten verbonden aan leningen ter volledige of gedeeltelijke financiering van het investeringsprogramma geen begrotingstekort veroorzaken of leiden tot een toename van het tekort.
  De kosten van nieuwe leningen moeten beperkt blijven tot het volume van de kapitaalaflossingen tijdens het dienstjaar, teneinde het totale gewicht van de uitstaande gemeenteschuld te stabiliseren.
  De gemeenten worden tevens verzocht een "driejarig investeringsplan" op te stellen met opgave van alle verrichtingen die zouden kunnen plaatsvinden in het kader van de buitengewone dienst (en niet langer enkel de werken die in aanmerking komen voor subsidie door het Gewest).
  Ten slotte wordt eraan herinnerd dat het verminderen van de schuldenlast van de plaatselijke besturen bijdraagt tot de realisatie van het Convergentieprogramma van de federale overheid. Van de gemeenten wordt bijgevolg verwacht dat zij hun schuld daadwerkelijk beheersen, zodat België zijn verplichtingen op Europees vlak kan nakomen.
  2. Beheersplan 2007-2010.
  Beheersplannen hebben tot doel de financiële weerslag van de beheersbeslissingen voor de jaren 2007 tot 2010 na te gaan.
  Ik vestig uw aandacht op het feit dat het opstellen van een financieel vijfjarenplan als bepaald in de overeenkomst tussen bepaalde gemeenten en het Brussels Gewestelijk Herfinancieringsfonds van de Gemeentelijke Thesaurieën u niet ontslaat van de verplichting deze beheersplannen op te stellen.
  De gemeenten moeten ervoor zorgen dat de financiële vooruitzichten voor 2007 als vermeld in het beheersplan, overeenstemmen met hun begroting. Er dienen dan ook alle nodige maatregelen genomen te worden om het begrotingsevenwicht in 2007 en de volgende jaren te waarborgen.
  De plannen dienen opgesteld te worden conform het bijgaande model (bijlage 2). Als referentiebasis gelden de gegevens van de rekeningen voor 2005. Voor 2006 stemmen de vermelde gegevens overeen met die van de laatste begrotingswijzigingen die zijn aangenomen door de gemeenteraad.
  De door de gemeente ingevulde beheersplannen dienen eveneens bezorgd te worden in elektronische vorm, via e-mail of op diskette of cd-rom, met gebruik van het door het Gewest bezorgde elektronisch document. De gemeenten worden verzocht hun keuze in dat verband kenbaar te maken en het eventuele e-mailadres aan het Bestuur Plaatselijke Besturen mee te delen.
  2.1. Ontvangsten.
  De vooruitzichten dienen opgesteld te worden op basis van de laatst beschikbare boekhoudkundige gegevens (netto vastgestelde rechten). Daarbij dient rekening gehouden te worden met aanpassingen van tarieven, indexeringen en eventuele nieuwigheden.
  De ramingen voor de gewestelijke en federale dotaties zullen meegedeeld worden door het Bestuur Plaatselijke Besturen.
  2.2. Uitgaven.
  Bij het opstellen van de vooruitzichten moet rekening gehouden worden met de vastleggingen op de laatst beschikbare rekening en met nieuwe parameters die de vooruitzichten opwaarts of neerwaarts kunnen beïnvloeden.
  De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking,
  Ch. PICQUE
Article M. 1. Budget pour l'exercice 2007
  1.1 Généralités.
  La présente circulaire a pour objet l'élaboration des budgets communaux de l'exercice 2007.
  J'attire votre particulière attention sur la nécessité absolue de présenter un budget conforme à l'article 252 de la nouvelle loi communale.
  L'équilibre visé par cette disposition, tant au service ordinaire qu'extraordinaire, ne peut en aucun cas être fictif. Les prélèvements éventuels sur réserves ou provisions ne pourront concourir au financement du budget que s'ils ont été réellement effectués.
  Au service ordinaire, l'équilibre dont il est question concerne tant le résultat de l'exercice propre après prélèvement aux fonctions que le résultat cumulé.
  Les prélèvements fonctionnels concernent ceux effectués sur des provisions ou réserves constituées de manière réelle à des fins spécifiques (exemple : déficit des hôpitaux, contrats de quartier, ...).
  Je vous rappelle que ces prélèvements constituent un groupe économique à part entière et qu'ils ne peuvent en aucun cas être assimilés à des recettes ou dépenses de transferts.
  Je vous renvoie à ce sujet à la circulaire du 1er février 2006 relative à la problématique des prélèvements.
  II pourra toutefois être toléré que l'exercice propre stricto sensu ne soit pas à l'équilibre si des dépenses exceptionnelles et donc non récurrentes devaient intervenir et que ces dernières soient couvertes par un prélèvement sur les réserves. Ce prélèvement ne sera, toutefois, en aucun cas considéré comme " fonctionnel ". Ces circonstances seront explicitées dans le rapport accompagnant la délibération adoptant le budget.
  Au service extraordinaire, l'équilibre doit être global, le financement pouvant bien entendu s'opérer par utilisation des réserves.
  Conformément aux articles 5, 10, 15 et 16 du Règlement général de la Comptabilité communale, le budget et les modifications budgétaires comprennent toutes les recettes et dépenses susceptibles d'être effectuées en cours d'exercice. Les dépenses prévisibles avant la fin de l'exercice et qui seraient inscrites à la modification budgétaire de clôture sont susceptibles d'être rejetées.
  Les dernières modifications budgétaires adoptées au cours de l'exercice devront parvenir à l'autorité de tutelle au plus tard le 1er novembre, afin de permettre à celle-ci de statuer avant la date de clôture comptable de l'exercice, soit le 31 décembre 2007. Ces modifications seront présentées selon le même modèle que celui du budget initial (détail des articles, justification des adaptations de crédits, tableaux récapitulatifs, ...) et ne peuvent être transmises sans être reliées.
  Les adaptations de crédits dans les limites de l'article 10 du Règlement général de la Comptabilité communale, ne constituent pas des modifications budgétaires devant être transmises à l'autorité de Tutelle.
  Les recettes et dépenses doivent être estimées de manière précise et inscrites à l'exercice concerné. A défaut d'éléments d'évaluations réglementaires ou d'instructions administratives, il sera référé aux recettes et dépenses effectivement réalisées au cours du dernier exercice pour lequel les comptes sont disponibles.
  En cas d'inobservation des prescriptions figurant ci-avant, les budgets seront, le cas échéant, soit réformés, soit improuvés.
  Douzièmes provisoires.
  Conformément à l'article 14 du Règlement de la Comptabilité communale, lorsque le budget n'est pas encore voté, les crédits provisoires sont arrêtés par le conseil communal. Les crédits provisoires concerneront toutes les dépenses ordinaires.
  Présentation et contenu du budget ordinaire.
  1. Budget fonctionnel.
  Les crédits budgétaires seront répartis dans les fonctions et limités aux 3 premiers chiffres du code fonctionnel et du code économique.
  2. Budget économique.
  Les crédits budgétaires seront également présentés par groupe économique et triés par code économique à 5 chiffres.
  3. Tableau récapitulatif.
  L'annexe n° 1 reprend le modèle de tableau récapitulatif par groupe économique et fonction.
  II est toujours fait une distinction entre les prélèvements aux fonctions et les prélèvements généraux de la fonction 060.
  4. Plan de gestion.
  Le modèle du plan de gestion est repris en annexe n° 2. Le support informatique vous sera envoyé sur disquette ou à une adresse électronique que vous nous communiquerez.
  Le modèle fourni par l'administration des Pouvoirs locaux doit impérativement être respecté. Le fichier transmis doit être en Excel.
  5. Tableaux du personnel.
  Les tableaux repris en annexe n° 3 seront complétés, sur support informatique, avec les données au 30 juin 2006. Le comptage se fera en équivalent temps plein, tant pour le comptage des effectifs que pour celui des autres catégories.
  6. Annexes légales et autres.
  Les documents énumérés ci-dessous font partie intégrante du budget et doivent donc être obligatoirement transmis
  - le rapport visé à l'article 96 de la nouvelle loi communale,
  - le rapport visé à l'article 12 de l'arrêté royal du 2 août 1990,
  - le procès-verbal du comité de concertation commune-C.P.A.S. fixant l'intervention communale,
  - le descriptif du programme extraordinaire et ses modes de financement,
  - l'évolution de la dette communale d'investissement, par organisme financier,
  - l'évolution des fonds de réserve (ordinaire, extraordinaire ou destination spécifique); cette évolution se basera sur les résultats du compte 2005 adaptés en fonction des résultats budgétés 'en 2006 et 2007. II convient de maintenir une concordance logique entre le résultat cumulé affecté par les prélèvements et la hauteur des fonds de réserve.
  - l'affectation des éventuelles provisions pour risques et charges; leur estimation se fera de la même façon que pour les fonds de réserve
  - l'évolution des fonds de pensions constitués auprès d'institutions privées de prévoyance (voir annexe 4 de la présente circulaire)
  - pour les communes n'ayant pas encore répondu à ma demande du 25 janvier 2006, l'inventaire des infrastructures communales (voir annexe 5)
  L'absence totale ou partielle de ces documents entraînera ipso facto le refus de réception par l'autorité de tutelle au sens de l'article 4 de l'ordonnance du 14 mai 1998 organisant la tutelle administrative sur les communes de la région de Bruxelles-Capitale.
  1.2 Instructions budgétaires et paramètres.
  Remarque liminaire : en cas d'absence d'instructions ou de paramètres particuliers ci-dessous, il y a lieu de se référer aux instructions et paramètres contenus dans les circulaires antérieures.
  1.2.1 Service ordinaire.
  La classification économique a été fixée en 1990 et revue partiellement en 1994, 1996 et 1997. Etant donné l'évolution des finances communales et les particularités bruxelloises, il semble opportun d'adopter aujourd'hui une classification plus adaptée à la réalité.
  Celle-ci est dessinée sur le modèle de l'ancien plan comptable. Vous trouverez en annexe n° 1 le détail du nouveau plan économique.
  Les nouveautés sont indiquées en gras. En deuxième partie de document, les codes supprimés sont repris pour mémoire.
  Les modifications portent soit sur les intitulés, soit sur le code. En outre, de nouveaux codes ont été créés.
  Comme ce fut le cas lors de l'introduction de la nouvelle présentation des budgets et la classification fonctionnelle, ces nouveautés sont vivement recommandées en 2007.
  Elles seront obligatoires dès 2008.
  A. Recettes.
  a. Recettes de prestations.
  Les recettes de prestations devront être estimées le plus exactement possible, de manière telle qu'elles couvrent au moins le coût des prestations fournies par les services communaux. Au cas où ces recettes n'auraient pas été adaptées depuis plusieurs années, il y aurait lieu de revoir leur taux et d'améliorer leur rendement.
  b. Recettes de transferts.
  Attention : se reporter à l'annexe 1 pour les différents subsides et dotations (codes 465 et 466).
  Dotations régionales et fédérale. : les montants des estimations seront communiqués à la demande par l'administration des pouvoirs locaux.
  Taxes communales : les résultats du compte de l'exercice 2005 seront repris avec s'il échet, adaptation à la suite de changements de taux actés ou prévus.
  Les communes veilleront tout particulièrement à rendre exécutoires le plus tôt possible au cours de l'exercice budgétaire les rôles afférents aux taxes spécifiquement communales
  Additionnels au précompte immobilier : l'estimation sera calculée sur base du revenu cadastral imposable au 1er janvier 2006, de son indexation, du taux de base de 1,25 %, du taux des centimes additionnels en vigueur ou prévu. Aucun correctif basé sur les perceptions des exercices antérieurs ne sera admis. Le coefficient d'indexation est de 1,4570 pour 2007.
  Additionnels à l'impôt des personnes physiques : l'estimation mentionnée au budget 2007 sera conforme à celle du Service fédéral des Finances, communiquée aux communes en principe dans le courant du mois d'octobre 2006 Le cas échéant, une régularisation de ladite prévision peut être admise à l'occasion de la plus proche modification budgétaire de l'exercice 2007 sur base du dernier état prévisionnel transmis par l'Administration fédérale des Finances dans le courant du deuxième trimestre de l'exercice 2006.
  Décimes additionnels à la taxe de circulation : montant perçu en 2005
  Subsides européens, fédéraux, communautaires et régionaux : les crédits seront prévus en fonction des conventions signées et des promesses confirmées par l'autorité subsidiante.
  c. Les recettes de dette seront enregistrées conformément aux montants communiqués par les débiteurs de revenus pour autant que ces montants soient compatibles avec ceux effectivement perçus au cours des exercices précédents. Les intérêts créditeurs seront estimés sur base d'un échéancier de trésorerie.
  B. Dépenses.
  a. Personnel.
  Les prévisions par code économique seront établies comme suit
  code 111 traitement de juillet 2006 x 12,42 (salaire annuel + programmation sociale) x 1,013 (impact des augmentations barémiques) x Y (indexation) valant 1,02 pour 2007
  Pour les communes qui n'ont pas atteint l'équilibre à l'exercice propre en 2006 la masse salariale ne pourra excéder le résultat de l'application de cette formule. Seules les dépenses subsidiées contractuellement à 100 % pourront être admises en supplément. Ceci suppose donc que ces communes ne pourront procéder à l'engagement de personnel supplémentaire non subsidié.
  Pour les communes qui ont présenté un budget à l'équilibre à l'exercice propre en 2006 la masse salariale pourra s'accroître de 1,5 % par rapport au résultat de l'application de la formule précitée pour autant que cette adaptation n'ait pas pour effet de créer un déséquilibre à l'exercice propre.
  code 112 : estimation suivant 111 et statut du personnel; en outre il sera tenu compte le cas échéant du protocole d'accord 2003/1 conclu au sein du Comité de négociation des services publics locaux en date du 9 mai 2003 et portant sur l'adaptation dès 2004 du montant du pécule de vacances pour le personnel statutaire.
  code 113
  En ce qui concerne les cotisations aux caisses de pensions, il est utile de repréciser les codes économiques à utiliser en fonction du mode de gestion retenu.
  113-21 : communes affiliées à l'ONSS-APL. Le taux à prévoir reste inchangé, soit 20 % + 7,5 % de quote-part propre pour les communes faisant partie du pool I. Pour les communes appartenant au pool II, le taux à prévoir se monte à 34,5 % pour 2007 (27 + 7,5 %).
  113-22 : communes qui gèrent leurs pensions par le biais de la caisse communale.
  113-48 : communes ayant confié la gestion de leurs pensions à une institution privée prévoyance. II importe de joindre les prévisions d'évolution pour les exercices 2006 et suivants.
  116-01 : pensions des mandataires communaux à charge de la commune
  En ce qui concerne le calcul de la charge annuelle des pensions, il sera tenu compte des dispositions de la loi du 6 mai 2002 portant création du Fonds des pensions de la police intégrée, notamment en son article 7.
  Le tableau repris en annexe 3, reprenant les effectifs au 30 juin 2006 doit impérativement être joint.
  b. Fonctionnement.
  En ce qui concerne les dépenses de fonctionnement, hormis les fluctuations du marché et les modifications imposées par les autorités européennes, fédérales, communautaires ou régionales, le principe est celui de la croissance de 1,5 % par rapport aux dépenses inscrites aux dernières modifications budgétaires votées par le conseil communal pour 2006.
  Lors de modifications budgétaires éventuelles, toute augmentation dans un poste devra nécessairement être compensée par une diminution équivalente dans un ou plusieurs autres postes ou par une augmentation des recettes concomitantes (subsides, ...).
  J'attire votre attention sur le respect du principe consistant à consacrer au moins 0,5 % des dépenses de personnel aux activités de formation du personnel, notamment les formations linguistiques, et ce conformément à la circulaire du 28 avril 1994, relative à l'harmonisation du statut administratif et révision générale des barèmes du personnel des pouvoirs locaux.
  c. Transferts.
  - Couverture du déficit du C.P.A.S. : les prévisions seront conformes au montant arrêté au Comité de concertation Commune - C.P.A.S.. Les procès-verbaux de cette réunion seront annexés au budget 2007.
  - Les représentants de la commune au sein du comité de concertation veilleront à ce que des dépenses du C.P.A.S. ne résultant pas de l'exercice des missions qui lui sont légalement dévolues, mais ayant pour effet de majorer l'intervention communale, soient maîtrisées. Les communes prendront également les mesures adéquates en vue d'éviter les doubles emplois au niveau des prestations sociales rendues par les services communaux et par les C.P.A.S.. Au cas où le C.P.A.S. aurait dégagé un boni afférent à l'exercice précédent, il s'imposerait de réduire à due concurrence le montant de l'intervention communale (et non d'inscrire une recette). Les communes inviteront les C.P.A.S. à adopter leurs comptes dans les meilleurs délais.
  - Dotation à la zone de police : elle sera conforme à la décision du Conseil de Police et aux normes établies par les autorités compétentes. Au cas où le budget de la zone serait arrêté après l'adoption du budget communal et qu'il y ait discordance au niveau de l'intervention communale entre les deux budgets, la commune devra adopter une modification budgétaire dans les meilleurs délais afin de rétablir la concordance des deux montants.
  - Subsides facultatifs aux associations et aux ménages : les communes veilleront à ce que les subsides octroyés par une autorité supérieure soient redistribués à des associations bénéficiaires dans le strict respect des affectations fixées par lesdites autorités. Les communes veilleront à appliquer les dispositions reprises dans la loi du 14 novembre 1983 relative au contrôle de l'octroi et de l'emploi de certaines subventions. Par ailleurs, elles ajusteront le subside en fonction du compte de résultats de l'association afin que celle-ci ne dégage pas de bénéfice grâce à la contribution communale.
  d. Dette.
  Intérêts débiteurs : suivant l'estimation de l'échéancier probable de la trésorerie communale.
  Charges des emprunts : elles intégreront l'échéancier fourni par les organismes prêteurs et seront conformes aux dispositions du marché financier passé par la commune.
  Les communes sont invitées aussi à une gestion plus dynamique de la dette d'investissements, notamment par une renégociation ou par d'autres outils de gestion. De même, une attitude plus performante est demandée en ce qui concerne l'attribution des marchés financiers, entre autre par le biais d'une véritable mise en concurrence et par une sélection plus rigoureuse.
  En vue d'atteindre cet objectif, il y a lieu de se référer aux dispositions de l'ordonnance du 2 mai 2002 modifiant l'ordonnance du 8 avril 1993 portant création du Fonds régional bruxellois de Refinancement des Trésoreries communales. Les communes prendront toutes les mesures pour éviter une augmentation importante de la charge de la dette.
  e. Prélèvements.
  Déficit des hôpitaux : une provision pour risques et charges doit être constituée au budget 2007 pour la couverture du déficit estimé par les hôpitaux, équivalant à 80 % du déficit arrêté par les hôpitaux pour l'exercice n-2, à concurrence de la quote-part qui incombe à la commune.
  1.2.2 Service extraordinaire.
  Comme pour les années précédentes, il est recommandé aux communes d'être particulièrement vigilantes dans l'établissement des prévisions budgétaires afin d'en garantir toute la crédibilité et la réalisation. Les communes veilleront en outre à ce que la charge qui résulterait du financement par emprunt de tout ou partie du programme des investissements, ne vienne pas créer ou aggraver un déficit budgétaire.
  II y a lieu de limiter les charges des nouveaux emprunts au volume des remboursements en capital au cours de l'exercice, afin de stabiliser le poids total de l'encours communal.
  II est également demandé aux communes d'élaborer un " plan triennal d'investissement ", reprenant toutes les opérations envisageables au service extraordinaire (et non plus limité aux seuls travaux subsidiables par la Région).
  II est enfin rappelé que la réduction de l'endettement des pouvoirs locaux participe à la réalisation du Programme de Convergence de l'Etat belge et que dès lors, afin de participer au respect des engagements de la Belgique au sein de l'Europe, une réelle maîtrise de la dette communale est demandée.
  2. Plan de gestion 2007-2010.
  Ces plans visent à dégager l'impact financier des décisions de gestion pour les années 2007 à 2010.
  J'attire votre attention sur le fait que l'élaboration du plan financier quinquennal prévu dans la convention qui lie certaines communes au Fonds régional bruxellois de refinancement des trésoreries communales ne vous dispense pas de la rédaction de ces plans.
  Les communes veilleront à faire correspondre les perspectives financières 2007 de ce plan avec leur budget. Toutes les mesures nécessaires seront prises en vue de garantir, pour 2007 et les années suivantes, l'équilibre budgétaire.
  Les plans sont à présenter selon le modèle figurant en annexe (n° 2) à la présente circulaire. Les données de référence sont les comptes 2005. Pour 2006, les données reprises correspondent à celles des dernières modifications budgétaires votées par le conseil communal.
  Les plans complétés par la commune seront remis également sur le support informatique fourni par la Région, soit par courriel, soit sur disquette ou cd-rom. Je vous invite à communiquer votre choix en la matière et l'adresse électronique éventuelle à l'Administration des Pouvoirs locaux.
  2.1. Recettes.
  Les projections doivent être réalisées sur base des dernières données comptables disponibles (droits constatés nets). Elles doivent tenir compte des adaptations de taux, des indexations et des nouveautés éventuelles.
  Les estimations pour les dotations régionales et fédérale seront communiquées par l'Administration des Pouvoirs locaux.
  2.2. Dépenses.
  Les projections doivent tenir compte des engagements enregistrés au dernier compte disponible et les nouveaux paramètres qui sont susceptibles de les influencer à la hausse ou à la baisse.
  Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale chargé des Pouvoirs locaux, de l'Aménagement du Territoire, des Monuments et Sites, de la Rénovation urbaine, du Logement, de la Propreté publique et de la Coopération au Développement,
  Ch. PICQUE
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Begrotingstabellen.
  (Tabellen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 05-10-2006, p. 53345-53460).
Art. N. Tableaux budgétaires.
  (Tableaux non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 05-10-2006, p. 53345-53460).