Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
12 JUNI 2006. - Koninklijk besluit tot uitvoering van Titel III, hoofdstuk II van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-06-2006 en tekstbijwerking tot 23-11-2011)
Titre
12 JUIN 2006. - Arrêté royal portant exécution du Titre III, chapitre II de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte entre générations(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-06-2006 et mise à jour au 23-11-2011)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen.
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives.
Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder het begrip :
  1° instellingen : de hierna vermelde instellingen die een wettelijke pensioenregeling beheren :
  - de Rijksdienst voor pensioenen (RVP);
  - de Pensioendienst voor de Overheidssector (PDOS);
  - het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ);
  2° aanvraag : de vraag van de sociaal verzekerde om aflevering van een loopbaanoverzicht of van een raming van de opgebouwde en nog te verwezenlijken persoonlijke pensioenrechten aan één van de onder 1° vermelde instellingen;
  3° raming : de vaststelling van het hypothetische pensioenrecht krachtens de vigerende wetgeving;
  4° loopbaangegevens : alle gegevens die voor de raming van de opgebouwde en nog te verwezenlijken persoonlijke pensioenrechten noodzakelijk zijn;
  5° loopbaanoverzicht : het overzicht van de loopbaangegevens die per wettelijke pensioenregeling door één van de onder 1° vermelde instellingen of haar opdrachthouders werden bijgehouden;
  6° toekomstige gepensioneerde : de sociaal verzekerde die omwille van zijn tewerkstelling aan een wettelijke pensioenregeling onderworpen is geweest, die door één of meerdere van de onder 1° vermelde instellingen wordt beheerd;
  7° normale pensioenleeftijd : de leeftijd waarop het pensioen voor het eerst zonder vervroeging kan worden opgenomen.
  § 2. Het toepassingsgebied kan, bij in Ministerraad overlegd besluit, worden uitgebreid tot andere dan de onder § 1, 1°, bedoelde instellingen die wettelijke pensioenregelingen beheren.
Article 1. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° institutions : les institutions mentionnées ci-après qui gèrent un régime de pensions légales :
  - l'Office national des pensions (ONP);
  - le Service de pension du secteur public (SDPSP);
  - l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants (INASTI);
  2° demande : la demande de l'assuré social en vue d'obtenir un aperçu de carrière ou une estimation des droits de pension personnels constitués et encore à constituer, adressée à l'une des institutions mentionnées sous 1°;
  3° estimation : la fixation du droit de pension hypothétique en vertu de la législation en vigueur;
  4° données de carrière : toutes les données qui sont nécessaires pour l'estimation des droits de pension personnels constitués ou encore à constituer;
  5° aperçu de carrière : l'aperçu des données de carrière qui, par régime de pensions légales, ont été tenues à jour par l'une des institutions mentionnées sous 1° ou ses mandataires;
  6° futur pensionné : l'assuré social qui, du chef de son occupation, a été soumis à un régime de pensions légales, qui est géré par une ou plusieurs des institutions mentionnées sous 1°;
  7° âge normal de la pension : l'âge auquel la pension peut être prise pour la première fois sans anticipation.
  § 2. Le champ d'application peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, être étendu à d'autres institutions qui gèrent des régimes de pensions légales que celles visées au § 1er, 1°.
HOOFDSTUK 2. - De raming en het loopbaanoverzicht.
CHAPITRE 2. - L'estimation et aperçu de carrière.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Section 1re. - Dispositions générales.
Art.2. § 1. De instellingen verstrekken op aanvraag of van ambtswege, op basis van de gegevens waarover zij beschikken, aan de toekomstige gepensioneerde een raming van de opgebouwde en nog te verwezenlijken persoonlijke pensioenrechten en een loopbaanoverzicht.
  § 2. De aanvraag tot raming of de raming van ambtswege ten aanzien van één pensioenregeling, geldt voor ieder van de regelingen die door de instellingen wordt beheerd en waarvan de toekomstige gepensioneerde of één van de instellingen in de loop van het onderzoek melding maakt.
Art.2. § 1er. Les institutions délivrent au futur pensionné, sur demande ou d'office, sur la base des données dont elles disposent, une estimation des droits de pension personnelle constitués et encore à constituer et un aperçu de carrière.
  § 2. La demande d'estimation ou l'estimation d'office à l'égard d'un seul régime de pension, s'applique à chacun des régimes gérés par les institutions et dont le futur pensionné ou une des institutions fait mention en cours d'enquête.
Art.3. § 1. Uitsluitend de toekomstige gepensioneerde kan de aanvraag indienen.
  § 2. De aanvraag kan ten vroegste worden ingediend in de loop van vijf jaar voorafgaand aan de datum waarop er recht op rustpensioen of vervroegd pensioen kan ontstaan. De voorwaarde moet zijn vervuld op het ogenblik van het indienen van de aanvraag.
  De Koning kan de periode waarbinnen een aanvraag kan worden ingediend uitbreiden. Hij kan daarbij een onderscheid maken naargelang de pensioenregeling.
  § 3. De Koning bepaalt :
  - de verdere modaliteiten voor het indienen van een aanvraag;
  - de gevallen waarin een aanvraag onontvankelijk wordt verklaard.
Art.3. § 1er. Seul le futur pensionné peut introduire la demande.
  § 2. La demande d'estimation peut être introduite, au plus tôt, dans les cinq ans qui précèdent la date à laquelle il peut s'ouvrir un droit à la pension de retraite ou à la pension anticipée. La condition d'âge doit être remplie au moment de l'introduction de la demande.
  Le Roi peut élargir la période dans laquelle une demande peut être introduite. Il peut y apporter des différences selon le régime de pension.
  § 3. Le Roi détermine :
  - les autres modalités pour l'introduction d'une demande;
  - les cas dans lesquels une demande peut être déclarée irrecevable;
Art.4. Een aanvraag die met toepassing van dit besluit wordt ingediend, geldt niet als pensioenaanvraag.
Art.4. Une demande qui est introduite en application du présent arrêté ne vaut pas demande de pension.
Art.5. De Koning bepaalt de wijze waarop de sociaal verzekerde van het loopbaanoverzicht en van de raming in kennis wordt gesteld.
Art.5. Le Roi détermine la manière dont l'assuré social est informé de l'aperçu de carrière et de l'estimation.
Afdeling 2. - De raming.
Section 2. - L'estimation.
Art.6. De raming omvat per wettelijke pensioenregeling :
  - de door de toekomstige gepensioneerde opgebouwde rechten;
  - een voorafspiegeling van de pensioenrechten die tot de normale pensioenleeftijd kunnen worden opgebouwd.
  [1 Het formulier dat verstuurd wordt aan de toekomstige gepensioneerde wijst op het bestaan, de voorwaarden voor toekenning en het dagbedrag (voor de werknemers) en het kwartaalbedrag (voor de zelfstandigen) van de pensioenbonus.]1
  
Art.6. L'estimation comprend, par régime légal de pension :
  - les droits constitués par le futur pensionné;
  - une préfiguration des droits de pension qui peuvent être constitués jusqu'à l'âge normal de la pension.
  [1 Le formulaire envoyé au futur pensionné, mentionne l'existence du bonus de pension, ses conditions d'octroi, son montant journalier (pour les travailleurs salariés) et son montant trimestriel (pour les travailleurs indépendants).]1
  
Art.7. § 1. De instellingen bezorgen de toekomstige gepensioneerde van ambtswege een raming in het jaar waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt.
  De Koning kan de in het vorige lid bedoelde leeftijd wijzigen en met ander leeftijden aanvullen. Hij kan daarbij een onderscheid maken naargelang de pensioenregeling.
  § 2. De raming van ambtswege ontslaat de instellingen van het onderzoek van een door de toekomstige gepensioneerde ingediende aanvraag.
  De Koning bepaalt binnen welke termijn de toekomstige gepensioneerde na ontvangst van de raming van ambtswege een nieuwe aanvraag kan indienen.
Art.7. § 1er. Les institutions délivrent d'office une estimation au futur pensionné au courant de l'année dans laquelle il atteint l'âge de 55 ans.
  Le Roi peut modifier l'âge visé à l'alinéa précédent et le compléter d'autres âges. En outre, il peut le différencier selon le régime de pension.
  § 2. L'estimation d'office dispense les institutions de l'examen d'une demande introduite par le futur pensionné.
  Le Roi détermine le délai dans lequel le futur pensionné peut introduire une nouvelle demande après réception de l'estimation d'office.
Art.8. De afgeleverde raming in uitvoering van dit besluit geldt niet als kennisgeving van een recht op pensioen.
Art.8. L'estimation délivrée en exécution du présent arrêté ne vaut pas notification d'un droit de pension.
Afdeling 3. - Het loopbaanoverzicht.
Section 3. - Aperçu de carrière.
Art.9. De instellingen bezorgen de toekomstige gepensioneerde van ambtswege een loopbaanoverzicht in het jaar waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt.
  De Koning kan de in het vorige lid bedoelde leeftijd wijzigen en met ander leeftijden aanvullen. Hij kan daarbij een onderscheid maken naargelang de pensioenregeling.
Art.9. Les institutions délivrent d'office un aperçu de carrière au futur pensionné au courant de l'année dans laquelle il atteint l'âge de 55 ans.
  Le Roi peut modifier l'âge visé à l'alinéa précédent et le compléter d'autres âges. En outre, il peut le différencier selon le régime de pension.
HOOFDSTUK 3. - Loopbaangegevens.
CHAPITRE 3. - Données de carrière.
Art.10. De instellingen zijn, met het oog op de raming van ambtswege, ertoe gehouden de loopbaangegevens van de toekomstige gepensioneerden elektronisch te bewaren en op een geïntegreerde en onderling afgestemde wijze elektronisch beschikbaar te houden.
  De toekomstige gepensioneerde kan, indien hij de nodige bewijsstukken voorlegt en overeenkomstig de regels bepaald door de Koning, een verbetering vragen van de over hem bijgehouden gegevens.
  De Koning bepaalt eveneens de wijze waarop de toekomstige gepensioneerde van het gegeven gevolg in kennis wordt gesteld.
Art.10. Les institutions sont tenues, en vue de l'estimation d'office, de stocker électroniquement les données de carrière des futurs pensionnés et de les rendre disponible d'une manière intégrée et harmonisée.
  Le futur pensionné peut, s'il produit les pièces justificatives nécessaires et conformément aux règles fixées par le Roi, demander une rectification des données tenues à jour sur lui.
  Le Roi détermine, également, la manière dont le futur pensionné est informé de la suite donnée.
HOOFDSTUK 4. - Globale raming en globaal loopbaanoverzicht.
CHAPITRE 4. - Estimation globale et aperçu global de carrière.
Art.11. § 1. Indien de toekomstige gepensioneerde gedurende zijn beroepsloopbaan aan meerdere wettelijke pensioenregelingen was onderworpen wordt de in hoofdstuk 2 bedoelde informatie hem op geglobaliseerde wijze ter beschikking gesteld in één overzicht.
  § 2. Met het oog op de uitvoering van dit hoofdstuk sluiten de instellingen gezamenlijke akkoorden waarin alle nodige schikkingen worden vastgelegd voor de aflevering van de globale raming.
Art.11. § 1er. Si le futur pensionné a été assujetti au courant de sa carrière professionnelle à plusieurs régimes de pension légaux, l'information visée au chapitre 2 lui est délivrée de façon globalisée et dans un aperçu unique.
  § 2. En vue de l'exécution du présent chapitre les institutions concluent des accords communs dans lesquels sont fixés toutes dispositions nécessaires à la délivrance de l'estimation globale.
HOOFDSTUK 5. - Samenwerking.
CHAPITRE 5. - Collaboration.
Art.12. § 1. Met het oog op de uitvoering van de verplichtingen en de taken bedoeld in dit besluit kunnen de instellingen van sociale zekerheid bedoeld in artikel 1 en in artikel 2, eerste lid, 2°, a), van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid en, voor zover het toepassingsgebied van dit besluit met toepassing van artikel 1, § 2 tot hen werd uitgebreid, de andere instellingen die een wettelijke pensioenregeling beheren, zich verenigen in één of meerdere verenigingen voor het realiseren van de bij dit besluit bedoelde opdrachten en voor het beheer van informatiesystemen die nuttig zijn voor het ondersteunen van die opdrachten.
  § 2. Een met toepassing van § 1 tot stand gebrachte vereniging kan slechts de vorm aannemen van een vereniging zonder winstoogmerk zoals bedoeld in de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.
  § 3. De leden van een met toepassing van § 1 tot stand gebrachte vereniging kunnen aan de vereniging opdrachten toevertrouwen op het gebied van onder meer :
  - communicatie en informatieverstrekking;
  - informatiebeheer;
  - informatieveiligheid.
  § 4. De leden van een met toepassing van § 1 tot stand gebrachte vereniging zijn gehouden tot het betalen van de kosten van de vereniging in de mate dat zij een beroep doen op haar diensten.
Art.12. § 1er. En vue de l'exécution des devoirs et des missions visés dans le présent arrêté, les institutions de sécurité sociale visées à l'article 1er et à l'article 2, premier alinéa, 2°, a) de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale et, pour autant que le champ d'application du présent arrêté, en application de l'article 1er, § 2 ait été étendue à elles, les autres institutions qui gèrent un régime de pensions légales peuvent se réunir en une ou plusieurs associations pour la réalisation des missions visées au présent arrêté et pour la gestion de systèmes informatiques utiles pour soutenir ces missions.
  § 2. Une association constituée en application du § 1er peut uniquement adopter la forme d'une association sans but lucratif comme visée dans la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les associations internationales sans but lucratif et les fondations.
  § 3. Les membres d'une association constituée en application du § 1er peuvent confier à l'association des travaux, entre autres, dans le domaine :
  - de la communication et du fournissement d'informations;
  - de la gestion informatique;
  - de la sécurité informatique.
  § 4. Les membres d'une association constituée en application du § 1er sont tenus d'acquitter les frais de l'association dans la mesure où ils font appel à ses services.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen.
CHAPITRE 6. - Dispositions finales.
Art.13. In artikel 17bis van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, vervangen bij de wet van 24 december 2002 en gewijzigd bij de wetten van 8 april 2003, 22 december 2003 en 27 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid van § 1 wordt aangevuld als volgt :
  " 8° de verenigingen bedoeld in artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 juni 2006 tot uitvoering van Titel III, Hoofdstuk II van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact ";
  2° in de tweede paragraaf worden de woorden " 6° of 7° " vervangen door de woorden " 6°, 7° of 8° ".
Art.13. A l'article 17bis de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale, remplacée par la loi du 24 décembre 2002 et modifiée par les lois des 8 avril 2003, 22 décembre 2003 et 27 décembre 2005, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le § 1, premier alinéa, est complété comme suit :
  " 8° les associations visées à l'article 12 de l'arrêté royal du 12 juin 2006 portant exécution du Titre III, Chapitre II de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte entre générations ";
  b) au § 2, les termes " 6° ou 7° " sont remplacés par les termes " 6°, 7° ou 8° ".
Art.14. De bepalingen van het koninklijk besluit van 25 april 1997 tot instelling van een " Infodienst Pensioenen ", met toepassing van artikel 15, 5° van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels worden opgeheven.
Art.14. Les dispositions de l'arrêté royal du 25 avril 1997 instaurant un " Service Info-pensions ", en application de l'article 15, 5° de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, sont abrogées.
Art.15. In artikel 15, 5° van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de wettelijke pensioenstelsels worden de woorden " de Infodienst Pensioenen en " geschrapt.
Art.15. A l'article 15, 5° de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux des pensions, les termes " le Service Infopensions " sont supprimés.
Art.16. De Koning bepaalt de datum waarop de onderscheiden verplichtingen bedoeld in de hoofdstukken 2, 3 en 4 en waarop de artikelen 14 en 15 van kracht worden.
  Hij kan daarbij een onderscheid maken naargelang de instelling waarop de bepalingen van toepassing worden verklaard en naargelang de verplichting.
Art.16. Le Roi détermine la date à laquelle les différentes obligations visées aux chapitres 2, 3 et 4 et à laquelle les articles 14 et 15 entrent en vigueur.
  Il peut différencier cette date en fonction des institutions auxquelles s'appliquent les dispositions et selon l'obligation.
Art.17. Onverminderd de bepalingen van artikel 16, heeft dit besluit uitwerking met ingang op 1 februari 2006.
Art.17. Sans préjudice des dispositions de l'article 16, le présent arrêté produit ses effets le 1er février 2006.
Art. 18. Onze Minister van Pensioenen en Onze Minister van Middenstand, zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 12 juni 2006.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Pensioenen,
  B. TOBBACK
  De Minister van Middenstand,
  Mevr. S. LARUELLE
Art. 18. Notre Ministre des Pensions et Notre Ministre des Classes Moyennes, sont chargés de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 12 juin 2006.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre des Pensions,
  B. TOBBACK
  La Ministre des Classes moyennes,
  Mme S. LARUELLE