Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
16 JANUARI 2006. - Wet betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen.HI:??2,Parlementaire handelingen : Kamer : Doc. 51 1844/001. Senaat : 3-1293/1.
Titre
16 JANVIER 2006. - Loi relative aux pensions des travailleurs indépendants.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. Cette loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art.2. Artikel 3, § 3, vierde lid, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Voor de toepassing van deze paragraaf worden niet in aanmerking genomen :
  1° de periodes gelijkgesteld krachtens artikel 33 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  2° de periodes gelijkgesteld krachtens artikel 36 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  3° de periodes geregulariseerd of toegekend krachtens de artikelen 3ter, 7, 75, 76, 77, 78 en 79 van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  4° de gelijkaardige periodes aan de periodes bedoeld in punt 1° en 3°, in andere Belgische pensioenregelingen. "
Art.2. L'article 3, § 3, alinéa 4, de l'arrêté royal du 30 janvier 1997 relatif au régime de pension des travailleurs indépendants en application des articles 15 et 27 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sécurité sociale et assurant la viabilité des régimes légaux de pensions et de l'article 3, § 1er, 4°, de la loi du 26 juillet 1996 visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne, est remplacé par la disposition suivante :
  " Pour l'application du présent paragraphe, ne sont pas prises en considération :
  1° les périodes assimilées en vertu de l'article 33 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants;
  2° les périodes assimilées en vertu de l'article 36 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général relatif à la pension de retraite et de survie des travailleurs indépendants;
  3° les périodes régularisées ou attribuées en vertu des articles 3ter, 7, 75, 76, 77, 78 et 79 de l'arrêté royal du 22 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés;
  4° les périodes similaires aux périodes visées aux points 1° et 3°, dans d'autres régimes de pension belges. "
Art.3. Aan artikel 5 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij de programmawet van 8 april 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) er wordt een § 2bis ingevoegd, luidende :
  " § 2bis. In afwijking van § 2 zijn, voor de burgerlijke kwartalen in de loop waarvan de meewerkende echtgenoot onderworpen is aan het koninklijk besluit nr. 38 als helper in de zin van artikel 6 van hetzelfde besluit, met uitzondering van deze die uitsluitend onderworpen zijn aan het stelsel van de verplichte verzekering tegen ziekte en invaliditeit, sector uitkeringen en moederschapsverzekering, de beroepsinkomsten waarmee rekening moet gehouden worden voor de berekening van het rustpensioen van de geholpen zelfstandige die beantwoordt aan de voorwaarden gesteld in artikel 9, § 1, eerste lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 72, gelijk aan de som van de beroepsinkomsten van het refertejaar in de zin van artikel 11, § 2, van het koninklijk besluit nr. 38 die in aanmerking genomen werden met het oog op de vaststelling, voor de betrokken burgerlijke kwartalen, van de bijdragen verschuldigd krachtens het koninklijk besluit nr. 38 in hoofde van de geholpen zelfstandige en van de aan de meewerkende echtgenoot toegekende bezoldigingen voor hetzelfde refertejaar.
  Onder bezoldigingen toegekend aan de meewerkende echtgenoot dient te worden verstaan de brutobezoldigingen, verminderd met de beroepskosten, vastgesteld overeenkomstig de wetgeving betreffende de inkomstenbelasting.
  Voor de toepassing van het eerste lid, worden de beroepsinkomsten van het refertejaar en de bezoldigingen geherwaardeerd overeenkomstig artikel 11, § 3, van het koninklijk besluit nr. 38.
  Wanneer de som van de beroepsinkomsten van het refertejaar en de bezoldigingen kleiner is dan het bedrag bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 38, wordt deze gebracht op dit bedrag.
  Wanneer deze som groter is dan het bedrag bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, van hetzelfde artikel, wordt deze herleid tot dit bedrag.
  De bedragen bedoeld in het vierde en vijfde lid worden geherwaardeerd overeenkomstig artikel 14 van het koninklijk besluit nr. 38. ";
  b) er wordt een § 2ter ingevoegd, luidende :
  " § 2ter. Wanneer er geen beroepsinkomsten van het refertejaar in de zin van artikel 11, § 2, van het koninklijk besluit nr. 38 in hoofde van de geholpen zelfstandige bestaan, zijn de voor de toepassing van § 2bis in aanmerking te nemen beroepsinkomsten gelijk aan het bedrag bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 38, geherwaardeerd overeenkomstig artikel 14 van hetzelfde besluit. ";
  c) er wordt een § 2quater ingevoegd, luidende :
  " Voor de toepassing van de §§ 2bis en 2ter, worden enkel de burgerlijke kwartalen in aanmerking genomen waarvoor de door de meewerkende echtgenoot verschuldigde bijdragen in hoofdsom en toebehoren betaald werden. ";
  d)
  § 3, 3°, toegevoegd door de programmawet van 8 april 2003, wordt ingetrokken.
Art.3. A l'article 5 du même arrêté, modifié en dernier lieu par la loi-programme du 8 avril 2003, sont apportées les modifications suivantes :
  a) il est inséré un § 2bis, rédigé comme suit :
  " § 2bis. Par dérogation au § 2, et pour les trimestres civils au cours desquels le conjoint aidant est assujetti à l'arrêté royal n° 38 en tant qu'aidant au sens de l'article 6 du même arrêté, à l'exception de celui qui est uniquement assujetti au régime de l'assurance obligatoire contre la maladie et l'invalidité, secteurs des indemnités et assurance maternité, les revenus professionnels à prendre en considération pour le calcul de la pension de retraite du travailleur indépendant aidé qui répond aux conditions fixées dans l'article 9, § 1er, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté royal n° 72, sont égaux à la somme des revenus professionnels de l'année de référence, au sens de l'article 11, § 2, de l'arrêté royal n° 38 qui ont été retenus en vue de la fixation, pour les trimestres civils en cause, des cotisations dues en vertu de l'arrêté royal n° 38, dans le chef du travailleur indépendant aidé et des rémunérations attribuées au conjoint aidant pour la même année de référence.
  Par rémunérations attribuées au conjoint aidant, il y a lieu d'entendre les rémunérations brutes, diminuées des frais professionnels, fixés conformément à la législation relative à l'impôt sur les revenus.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, les revenus professionnels de l'année de référence et les rémunérations sont réévalués conformément à l'article 11, § 3, de l'arrêté royal n° 38.
  Lorsque la somme des revenus professionnels de l'année de référence et des rémunérations est inférieure au montant visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal n° 38, elle est portée à ce montant.
  Lorsque cette somme est supérieure au montant visé au § 1er, alinéa 1er, 1°, du même article, elle est ramenée à ce montant.
  Les montants visés aux alinéas 4 et 5 sont réévalués conformément à l'article 14 de l'arrêté royal n° 38 ";
  b) il est inséré un § 2ter, rédigé comme suit :
  " § 2ter. Lorsqu'il n'existe pas de revenus professionnels de l'année de référence au sens de l'article 11, § 2, de l'arrêté royal n° 38 dans le chef du travailleur indépendant aidé, les revenus professionnels à prendre en considération pour l'application du § 2bis sont égaux au montant visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal n° 38, réévalué conformément à l'article 14 du même arrêté. ";
  c) il est inséré un § 2quater, rédigé comme suit :
  " Pour l'application des §§ 2bis et 2ter, seuls sont pris en considération les trimestres civils pour lesquels les cotisations dues par le conjoint aidant ont été payées en principal et accessoires ";
  d) le § 3, 3°, ajouté par la loi-programme du 8 avril 2003, est rapporté.
Art. 4. Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 3 dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2003.
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 16 januari 2006.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Middenstand,
  Mevr. S. LARUELLE
  De Minister van Pensioenen,
  B. TOBBACK
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 4. La présente loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge à l'exception de l'article 3 qui produit ses effets le 1er janvier 2003.
  Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 16 janvier 2006.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre des Classes moyennes,
  Mme S. LARUELLE
  Le Ministre de Pensions,
  B. TOBBACK
  Scellé du Sceau de l'Etat :
  La Ministre de la Justice,
  Mme L. ONKELINX.