Artikel 1. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder :
1° de wet : de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien;
2° het koninklijk besluit : het koninklijk besluit van 24 oktober 1988 betreffende de samenstelling en werking van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien en de inschrijving en doorhaling in het register van de erkende gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien;
3° de Commissie : de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien, samengesteld uit twee afdelingen, bedoeld in artikel 61 van de wet;
4° het examen : het examen bedoeld in artikel 60, § 1, 7°, van de wet;
5° de richtlijn : de richtlijn 89/48 van de Raad van de Europese Gemeenschap van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
4 JANUARI 2005. - Reglement van het examen bedoeld in artikel 60, § 1, 7°, van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien.
Titre
4 JANVIER 2005. - Règlement de l'épreuve prévue à l'article 60, § 1er, 7°, de la loi du 28 mars 1984 sur les brevets d'invention.
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (30)
Texte (30)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE Ier. - Définitions.
Article 1. Pour l'application du présent règlement, il faut entendre par :
1° la loi : la loi du 28 mars 1984 sur les brevets d'invention;
2° l'arrêté royal : l'arrêté royal du 24 octobre 1988 relatif à la composition et au fonctionnement de la Commission d'agrément des mandataires en matière de brevets d'invention et à l'inscription et la radiation du registre des mandataires agréés en matière de brevets d'invention;
3° la Commission : la Commission d'agrément des mandataires en matière de brevets d'invention, composée de deux sections, telle qu'elle est visée à l'article 61 de la loi;
4° l'épreuve : l'épreuve prévue à l'article 60, § 1er, 7°, de la loi;
5° la directive : la directive 89/48 du Conseil des Communautés européennes du 21 décembre 1988 relative à un système général de reconnaissance des diplômes d'enseignement supérieur qui sanctionnent des formations professionnelles d'une durée minimale de trois ans.
1° la loi : la loi du 28 mars 1984 sur les brevets d'invention;
2° l'arrêté royal : l'arrêté royal du 24 octobre 1988 relatif à la composition et au fonctionnement de la Commission d'agrément des mandataires en matière de brevets d'invention et à l'inscription et la radiation du registre des mandataires agréés en matière de brevets d'invention;
3° la Commission : la Commission d'agrément des mandataires en matière de brevets d'invention, composée de deux sections, telle qu'elle est visée à l'article 61 de la loi;
4° l'épreuve : l'épreuve prévue à l'article 60, § 1er, 7°, de la loi;
5° la directive : la directive 89/48 du Conseil des Communautés européennes du 21 décembre 1988 relative à un système général de reconnaissance des diplômes d'enseignement supérieur qui sanctionnent des formations professionnelles d'une durée minimale de trois ans.
HOOFDSTUK II. - De aanvraag tot deelneming aan het examen.
CHAPITRE II. - De la demande de participation à l'épreuve.
Art.2. § 1. De aanvraag tot deelneming aan het examen vermeldt de naam, de voornamen, het adres en de nationaliteit van de kandidaat. Zij wordt vergezeld :
a) van een voor eensluidend verklaard afschrift van de diploma's bedoeld in artikel 60, § 1, 5°, van de wet;
b) van overtuigingselementen waaruit blijkt dat is voldaan aan de beroepsactiviteiten bedoeld in artikel 60, § 1, 6°, van de wet en in artikel 19 van het koninklijk besluit;
c) van een kopie van een identiteitsbewijs;
d) van een verklaring die aangeeft dat aan de voorwaarden van artikel 60, § 1, 3° en 4°, van de wet zijn voldaan.
§ 2. Voor de onderdanen van een EG lid-Staat of van een andere Staat partij bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte die aanspraak kunnen maken op het uitoefeningrecht in de zin van artikel 3 van de richtlijn wordt de aanvraag tot deelneming aan het examen, in plaats van voorgenoemde a) en b) en naargelang het geval, vergezeld :
a) hetzij van een voor eensluidend verklaarde kopie van de diploma's zoals bedoeld in artikel 1 a) van de richtlijn en voorgeschreven om tot het betrokken beroep op zijn grondgebied te worden toegelaten dan wel deze activiteit al daar uit te oefenen, dat in een andere Lidstaat of in een andere Staat partij bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte werd behaald, en het recht verlenend om er als erkend octrooigemachtigde op te treden,
b) hetzij van overtuigingselementen die het bewijs leveren van de voltijdse uitoefening van het beroep van erkend octrooigemachtigde in een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat partij bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte gedurende 2 jaren tijdens de voorafgaande 10 jaren, alsook van een voor eensluidend verklaard afschrift van een of meer opleidingstitels in de zin van artikel 3, b), van de richtlijn.
a) van een voor eensluidend verklaard afschrift van de diploma's bedoeld in artikel 60, § 1, 5°, van de wet;
b) van overtuigingselementen waaruit blijkt dat is voldaan aan de beroepsactiviteiten bedoeld in artikel 60, § 1, 6°, van de wet en in artikel 19 van het koninklijk besluit;
c) van een kopie van een identiteitsbewijs;
d) van een verklaring die aangeeft dat aan de voorwaarden van artikel 60, § 1, 3° en 4°, van de wet zijn voldaan.
§ 2. Voor de onderdanen van een EG lid-Staat of van een andere Staat partij bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte die aanspraak kunnen maken op het uitoefeningrecht in de zin van artikel 3 van de richtlijn wordt de aanvraag tot deelneming aan het examen, in plaats van voorgenoemde a) en b) en naargelang het geval, vergezeld :
a) hetzij van een voor eensluidend verklaarde kopie van de diploma's zoals bedoeld in artikel 1 a) van de richtlijn en voorgeschreven om tot het betrokken beroep op zijn grondgebied te worden toegelaten dan wel deze activiteit al daar uit te oefenen, dat in een andere Lidstaat of in een andere Staat partij bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte werd behaald, en het recht verlenend om er als erkend octrooigemachtigde op te treden,
b) hetzij van overtuigingselementen die het bewijs leveren van de voltijdse uitoefening van het beroep van erkend octrooigemachtigde in een andere Lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een andere Staat partij bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte gedurende 2 jaren tijdens de voorafgaande 10 jaren, alsook van een voor eensluidend verklaard afschrift van een of meer opleidingstitels in de zin van artikel 3, b), van de richtlijn.
Art.2. § 1er. La demande de participation à l'épreuve indique les nom, prénoms, adresse et nationalité du candidat. Elle est accompagnée :
a) d'une copie certifiée conforme des diplômes visés à l'article 60, § 1er, 5°, de la loi;
b) d'éléments probants justifiant les activités professionnelles visées à l'article 60, § 1er, 6°, de la loi et à l'article 19 de l'arrêté royal;
c) d'une copie d'un document d'identité;
d) d'une déclaration indiquant que les conditions visées à l'article 60, § 1er, 3° et 4°, de la loi sont respectées.
§ 2. Pour les ressortissants d'un Etat membre des Communautés européennes ou d'un autre Etat partie à l'accord sur l'Espace économique européen ayant acquis dans un Etat membre une qualification équivalente au sens de l'article 3 de la directive, la demande de participation à l'épreuve est accompagnée, en place des a) et b) précités et selon le cas :
a) d'une copie certifiée conforme des diplômes visés à l'article 1er, a) de la directive qui sont prescrits par un Etat membre des Communautés européennes ou par un autre Etat partie à l'accord sur l'Espace économique autre que la Belgique pour accéder à la profession de mandataire agréé sur son territoire ou l'y exercer et qui ont été obtenus dans un Etat membre des Communautés européennes ou dans un autre Etat partie à l'accord sur l'Espace économique européen, ou
b) des éléments probants justifiant l'exercice à temps plein de l'activité comme mandataire agréé pendant deux années au cours des dix années précédentes dans un autre Etat membre des Communautés européennes ou dans un autre Etat partie à l'accord sur l'Espace économique européen ainsi qu'une copie certifiée conforme d'un ou plusieurs titres de formation au sens de l'article 3, b), de la directive.
a) d'une copie certifiée conforme des diplômes visés à l'article 60, § 1er, 5°, de la loi;
b) d'éléments probants justifiant les activités professionnelles visées à l'article 60, § 1er, 6°, de la loi et à l'article 19 de l'arrêté royal;
c) d'une copie d'un document d'identité;
d) d'une déclaration indiquant que les conditions visées à l'article 60, § 1er, 3° et 4°, de la loi sont respectées.
§ 2. Pour les ressortissants d'un Etat membre des Communautés européennes ou d'un autre Etat partie à l'accord sur l'Espace économique européen ayant acquis dans un Etat membre une qualification équivalente au sens de l'article 3 de la directive, la demande de participation à l'épreuve est accompagnée, en place des a) et b) précités et selon le cas :
a) d'une copie certifiée conforme des diplômes visés à l'article 1er, a) de la directive qui sont prescrits par un Etat membre des Communautés européennes ou par un autre Etat partie à l'accord sur l'Espace économique autre que la Belgique pour accéder à la profession de mandataire agréé sur son territoire ou l'y exercer et qui ont été obtenus dans un Etat membre des Communautés européennes ou dans un autre Etat partie à l'accord sur l'Espace économique européen, ou
b) des éléments probants justifiant l'exercice à temps plein de l'activité comme mandataire agréé pendant deux années au cours des dix années précédentes dans un autre Etat membre des Communautés européennes ou dans un autre Etat partie à l'accord sur l'Espace économique européen ainsi qu'une copie certifiée conforme d'un ou plusieurs titres de formation au sens de l'article 3, b), de la directive.
HOOFDSTUK III. - De schriftelijke proef van het examen.
CHAPITRE III. - De la partie écrite de l'épreuve.
Art.3. De schriftelijke proef heeft op twee halve dagen van opeenvolgende datum plaats. De eerste halve dag is, gedurende ten hoogste vier uur voor het redigeren van de stukken bedoeld in artikel 14, § 2, 1°, van het koninklijk besluit voorzien. De tweede halve dag is, gedurende ten hoogste vier uur, voorzien voor het redigeren van het antwoord en de nota bedoeld in artikel 14, § 2, 2° en 3°, van het koninklijk besluit. Geen enkele pauze is voorzien gedurende het verloop van elk schriftelijk gedeelte.
Art.3. La partie écrite se déroule sur deux demi-journées à deux dates successives. La première demi-journée est consacrée, pendant une durée maximum de quatre heures, à la rédaction des pièces visées à l'article 14, § 2, 1°, de l'arrêté royal. La seconde demi-journée est consacrée, pendant une durée maximum de quatre heures, à la rédaction de la réponse et de la note visées à l'article 14, § 2, 2° et 3°, de l'arrêté royal. Aucune pause n'est prévue pendant le déroulement de chaque partie écrite.
Art.4. Voor de schriftelijke proef kunnen de documenten die de stand van de techniek betreffen in het Frans, Nederlands, Duits of Engels opgesteld zijn.
Art.4. Les documents de la partie écrite concernant l'état de la technique peuvent être fournis aux candidats en français, néerlandais, allemand ou anglais.
Art.5. De kandidaten moeten voor vaststaand en onbetwistbaar aannemen alle feiten die in de documenten van de schriftelijke proef zijn opgenomen; in hun antwoord dienen zij van de gegeven feiten uit te gaan. De documenten die als stand van de techniek worden aangevoerd dienen als volledig en uitputtend te worden beschouwd, dit houdt in dat de kandidaten de bijzondere kennis die zij ter zake zouden kunnen hebben niet mogen gebruiken.
Art.5. Les candidats doivent tenir pour acquis les faits repris dans les documents de la partie écrite et fonder leurs réponses sur ceux-ci. Les documents concernant l'état de la technique doivent être considérés comme exhaustifs en ce sens que les candidats ne doivent pas utiliser les connaissances particulières qu'ils pourraient avoir en la matière.
Art.6. Tenzij in de instructies anders voorzien, is het de kandidaten niet toegelaten voor de schriftelijke proef boeken, geschreven teksten of andere documentatie mede te brengen. Zonodig zal de Belgische en de in België van kracht zijnde Europese en internationale wetgeving inzake uitvindingsoctrooien te hunner beschikking gesteld worden. De voor het verloop van de schriftelijke proef noodzakelijke kantoorbenodigdheden worden de kandidaten bij het begin ervan ter beschikking gesteld.
Art.6. Sauf disposition contraire des instructions, les candidats ne sont pas autorisés à apporter des livres, manuscrits ou autre documentation lors de la partie écrite. Si nécessaire, il sera mis à leur disposition la législation belge ainsi que la législation européenne et internationale en vigueur en Belgique en matière de brevets d'invention. Les fournitures de bureau nécessaires au déroulement de la partie écrite sont remises aux candidats au début de celle-ci.
Art.7. De kandidaten zijn verplicht :
1° gedurende de ganse duur van de schriftelijke proef in de zaal steeds dezelfde plaats in te nemen;
2° slechts op een speciaal daarvoor voorzien blad hun naam en al hun voornamen in te vullen en hun gebruikelijke handtekening aan te brengen vooraleer het beginsignaal voor elk deel der schriftelijke proef wordt gegeven;
3° de bladen van hun antwoord in de rechter bovenhoek in opeenvolgende Arabische cijfers te nummeren;
4° zeer leesbaar op één enkele kant van het blad te schrijven. Onleesbare passages kunnen niet in overweging worden genomen;
5° na het beëindigen van elk schriftelijk gedeelte hun antwoord tezamen met het blad met hun naam, voornamen en handtekening in de hiertoe bestemde omslag te steken en deze aan een opzichter af te geven;
6° bij het eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte onmiddellijk op te houden met schrijven, hun antwoord tezamen met het blad met hun naam, voornamen en handtekening in de hiertoe bestemde omslag te steken en deze ten snelste aan een opzichter af te geven. De kandidaten worden vijf minuten voor het einde van elk schriftelijk gedeelte gewaarschuwd.
1° gedurende de ganse duur van de schriftelijke proef in de zaal steeds dezelfde plaats in te nemen;
2° slechts op een speciaal daarvoor voorzien blad hun naam en al hun voornamen in te vullen en hun gebruikelijke handtekening aan te brengen vooraleer het beginsignaal voor elk deel der schriftelijke proef wordt gegeven;
3° de bladen van hun antwoord in de rechter bovenhoek in opeenvolgende Arabische cijfers te nummeren;
4° zeer leesbaar op één enkele kant van het blad te schrijven. Onleesbare passages kunnen niet in overweging worden genomen;
5° na het beëindigen van elk schriftelijk gedeelte hun antwoord tezamen met het blad met hun naam, voornamen en handtekening in de hiertoe bestemde omslag te steken en deze aan een opzichter af te geven;
6° bij het eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte onmiddellijk op te houden met schrijven, hun antwoord tezamen met het blad met hun naam, voornamen en handtekening in de hiertoe bestemde omslag te steken en deze ten snelste aan een opzichter af te geven. De kandidaten worden vijf minuten voor het einde van elk schriftelijk gedeelte gewaarschuwd.
Art.7. Les candidats sont tenus :
1° d'occuper la même place dans la salle où se déroule la partie écrite pendant toute la durée de celle-ci;
2° d'inscrire leurs nom et prénoms complets et d'apposer leur signature habituelle uniquement sur la feuille destinée à cet effet avant que le signal indiquant le commencement de chaque partie écrite ne soit donné;
3° de numéroter les feuilles de leur réponse dans le coin supérieur droit en chiffres arabes consécutifs;
4° d'écrire très lisiblement d'un seul côté des feuilles. Aucune considération n'est accordée à ce qui n'est pas rédigé lisiblement;
5° après avoir terminé chaque partie écrite, de placer leur réponse et la feuille comportant leurs nom, prénoms et signature dans l'enveloppe destinée à cet effet et de la remettre à un surveillant;
6° au signal indiquant la fin de chaque partie écrite, de cesser immédiatement d'écrire, de mettre leur réponse ainsi que la feuille comportant leurs nom, prénoms et signature dans l'enveloppe destinée à cet effet et de la remettre rapidement à un surveillant. Les candidats sont informés cinq minutes d'avance de la fin de chaque partie écrite.
1° d'occuper la même place dans la salle où se déroule la partie écrite pendant toute la durée de celle-ci;
2° d'inscrire leurs nom et prénoms complets et d'apposer leur signature habituelle uniquement sur la feuille destinée à cet effet avant que le signal indiquant le commencement de chaque partie écrite ne soit donné;
3° de numéroter les feuilles de leur réponse dans le coin supérieur droit en chiffres arabes consécutifs;
4° d'écrire très lisiblement d'un seul côté des feuilles. Aucune considération n'est accordée à ce qui n'est pas rédigé lisiblement;
5° après avoir terminé chaque partie écrite, de placer leur réponse et la feuille comportant leurs nom, prénoms et signature dans l'enveloppe destinée à cet effet et de la remettre à un surveillant;
6° au signal indiquant la fin de chaque partie écrite, de cesser immédiatement d'écrire, de mettre leur réponse ainsi que la feuille comportant leurs nom, prénoms et signature dans l'enveloppe destinée à cet effet et de la remettre rapidement à un surveillant. Les candidats sont informés cinq minutes d'avance de la fin de chaque partie écrite.
Art.8. Het is de kandidaten verboden :
1° de omslag met de examenopgave van elk schriftelijk gedeelte open te maken vooraleer het beginsignaal is gegeven;
2° bedrog te plegen of te pogen bedrog te plegen;
3° gedurende het verloop van elk schriftelijk gedeelte met elkaar of met ieder ander persoon, zelfs buiten de zaal, in verbinding te treden;
4° hun naam, hun initialen of enig ander herkenningsteken elders dan op het daartoe bestemde blad aan te brengen;
5° buiten de zaal de ten behoeve van de proef ter beschikking gestelde documenten of benodigdheden mede te nemen, behalve de examenopgaaf zelf;
6° de zaal zonder toelating van de opzichter te verlaten. Een kandidaat die zijn antwoord nog niet heeft afgegeven mag de zaal slechts verlaten indien alle andere kandidaten zich in de zaal bevinden.
1° de omslag met de examenopgave van elk schriftelijk gedeelte open te maken vooraleer het beginsignaal is gegeven;
2° bedrog te plegen of te pogen bedrog te plegen;
3° gedurende het verloop van elk schriftelijk gedeelte met elkaar of met ieder ander persoon, zelfs buiten de zaal, in verbinding te treden;
4° hun naam, hun initialen of enig ander herkenningsteken elders dan op het daartoe bestemde blad aan te brengen;
5° buiten de zaal de ten behoeve van de proef ter beschikking gestelde documenten of benodigdheden mede te nemen, behalve de examenopgaaf zelf;
6° de zaal zonder toelating van de opzichter te verlaten. Een kandidaat die zijn antwoord nog niet heeft afgegeven mag de zaal slechts verlaten indien alle andere kandidaten zich in de zaal bevinden.
Art.8. Il est interdit aux candidats :
1° d'ouvrir l'enveloppe contenant le sujet de chaque partie écrite avant que le signal du commencement ne soit donné;
2° de frauder ou d'essayer de frauder;
3° de communiquer entre eux ou avec toute autre personne, même en dehors de la salle, pendant le déroulement de chaque partie écrite;
4° d'inscrire leur nom, leurs initiales ou tout autre signe distinctif ailleurs que sur la feuille destinée à cet effet;
5° d'emporter hors de la salle tous documents ou fournitures remis à l'occasion de chaque partie écrite, sauf le sujet de chacune de celle-ci;
6° de quitter la salle sans l'autorisation du surveillant. Un candidat qui n'a pas remis de réponse n'est autorisé à quitter la salle que si tous les autres candidats se trouvent dans la salle.
1° d'ouvrir l'enveloppe contenant le sujet de chaque partie écrite avant que le signal du commencement ne soit donné;
2° de frauder ou d'essayer de frauder;
3° de communiquer entre eux ou avec toute autre personne, même en dehors de la salle, pendant le déroulement de chaque partie écrite;
4° d'inscrire leur nom, leurs initiales ou tout autre signe distinctif ailleurs que sur la feuille destinée à cet effet;
5° d'emporter hors de la salle tous documents ou fournitures remis à l'occasion de chaque partie écrite, sauf le sujet de chacune de celle-ci;
6° de quitter la salle sans l'autorisation du surveillant. Un candidat qui n'a pas remis de réponse n'est autorisé à quitter la salle que si tous les autres candidats se trouvent dans la salle.
Art.9. De kandidaten die aankomen nadat het beginsignaal van een bepaald schriftelijk gedeelte is gegeven, zijn niet gerechtigd de verzuimde tijd na het eindsignaal ervan in te halen.
Art.9. Les candidats arrivés après qu'ait été donné le signal du commencement de chaque partie écrite ne sont pas autorisés à compenser le temps perdu après le signal de la fin de la partie écrite concernée.
Art.10. Elke afdeling van de Commissie duidt voor het schriftelijke gedeelte de voor het goed verloop ervan verantwoordelijke opzichters aan. De verantwoordelijke opzichters worden onder de leden van elke betrokken afdeling gekozen. De verantwoordelijke opzichters mogen andere opzichters aanduiden om hen bij te staan. Gedurende het schriftelijk gedeelte is de vervanging van deze laatste toegelaten.
Art.10. Chaque section de la Commission désigne pour la partie écrite les surveillants responsables de son bon déroulement. Ceux-ci sont choisis parmi les membres de chaque section concernée. Les surveillants responsables peuvent se faire assister d'autres surveillants qu'ils désignent. Le remplacement de ces derniers au cours de la partie écrite est autorisé.
Art.11. Iedere kandidaat die de door een opzichter op grond van dit reglement gegeven instructies overtreedt of die door zijn gedrag één of verschillende andere kandidaten stoort kan door de verantwoordelijke opzichter met dienst van de schriftelijke proef worden uitgesloten.
Art.11. Tout candidat qui contrevient aux instructions données par un surveillant sur base du présent règlement ou qui dérange par son comportement un ou plusieurs autres candidats s'expose à être exclu de la partie écrite par le surveillant responsable en place.
Art.12. De kandidaten mogen mondelinge vragen stellen betreffende het verloop van het schriftelijk gedeelte, na hun plaats in de examenzaal te hebben ingenomen doch vooraleer de opgaven werden uitgedeeld en het beginsignaal werd gegeven. Indien de kandidaten na het beginsignaal van het schriftelijk gedeelte nog vragen wensen te stellen, dienen zij dit schriftelijk te doen; op vragen betreffende de formulering van de opgave wordt niet geantwoord.
Art.12. Les candidats peuvent poser oralement des questions relatives au déroulement de la partie écrite après avoir gagné leur place dans la salle où elle se déroule mais avant que les sujets ne soient distribués et que le signal du commencement ne soit donné. Si les candidats ont d'autres questions à poser après le signal du commencement de la partie écrite, ils doivent les communiquer par écrit; il n'est pas répondu aux questions relatives à la formulation du sujet.
Art.13. Klachten betreffende het verloop van de schriftelijke proef worden door elke afdeling van de Commissie slechts in overweging genomen indien zij gemotiveerd en gericht zijn aan de voorzitter van de betrokken afdeling bij een ter post aangetekend schrijven ten laatste acht dagen na de datum waarop de schriftelijke proef plaatsvond.
Art.13. Les réclamations relatives au déroulement de la partie écrite ne sont prises en considération par chaque section de la Commission que si elles sont motivées et adressées au président de la section concernée par lettre recommandée à la poste au plus tard huit jours après la date de la tenue de la partie écrite.
Art.14. De voor elke afdeling verantwoordelijke opzichter is belast met het opstellen van een proces-verbaal over het verloop van de schriftelijke proef, vermeld dienen inzonderheid te worden de namen van de aanwezige kandidaten, het uur waarop het begin- en eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte werd gegeven, de naam van elke kandidaat die de zaal heeft verlaten alsook elk incident dat tussen het begin- en eindsignaal van elk schriftelijk gedeelte plaats vond.
Art.14. Le surveillant responsable de chaque section est chargé d'établir un procès-verbal du déroulement de la partie écrite dans lequel sont notamment mentionnés le nom des candidats présents, l'heure à laquelle le signal du commencement et de la fin de chaque partie écrite sont donnés, le nom de tout candidat qui a quitté la salle ainsi que tout incident survenant entre le signal du commencement et de la fin de chaque partie écrite.
Art.15. De beoordeling van de schriftelijke proef geschiedt zonder dat de identiteit van de kandidaten bekend is.
Art.15. L'appréciation de la partie écrite est assurée en respectant l'anonymat des candidats.
Art.16. De kandidaat die van de in artikel 16, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit voorziene vrijstelling wenst te genieten dient bij zijn aanvraag tot deelneming aan het examen een verzoek voor totale vrijstelling te voegen. Dit verzoek is alleen ontvankelijk indien het zich beroept op het laatste examen waaraan de kandidaat heeft deelgenomen, ter gelegenheid van de laatste twee georganiseerde examens.
Art.16. Le candidat qui invoque la dispense totale de la partie écrite visée à l'article 16, § 1er, alinéa 4, de l'arrêté royal doit la formuler dans sa demande de participation à l'épreuve. Elle n'est recevable que si elle est fondée sur la dernière épreuve subie par le candidat lors des deux dernières épreuves organisées précédemment.
Art.17. De kandidaat die van de in artikel 16, § 1, vijfde lid, van het koninklijk besluit voorziene gedeeltelijke vrijstelling van het schriftelijk gedeelte wenst te genieten dient het verzoek bij zijn aanvraag tot deelneming te voegen. Dit verzoek is alleen ontvankelijk indien het vergezeld is, hetzij van een bewijs van slagen in het Europees kwalificatie-examen voor erkende gemachtigden bij het Europees Octrooibureau, hetzij, voor de onderdanen van een EG lid-Staat of van een andere Staat partij bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte die aanspraak kunnen maken op een equivalente bekwaamheid in de zin van artikel 3 van de richtlijn, van één der bewijsmiddelen waarvan spraken in art. 2, § 2. De gedeeltelijke vrijstelling heeft betrekking op dat gedeelte van de schriftelijke proef dat valt onder artikel 14, § 2, 1°, van het koninklijk besluit.
Art.17. Le candidat qui invoque la dispense partielle de la partie écrite visée à l'article 16, § 1er, alinéa 5, de l'arrêté royal doit la formuler dans sa demande de participation à l'épreuve. Cette requête n'est recevable que si elle est accompagnée, soit d'une pièce attestant la réussite de l'examen européen de qualification de mandataires agréés près l'Office européen des brevets, soit, pour les ressortissants d'un Etat membre des Communautés européennes ou d'un autre Etat partie à l'accord sur l'Espace économique européen ayant acquis dans un Etat membre une qualification équivalente au sens de l'article 3 de la directive, d'une des pièces visées à l'article 2, § 2. La dispense partielle porte sur la rédaction de la partie de l'épreuve écrite visée à l'article 14, § 2, 1°, de l'arrêté royal.
Art.18. Iedere kandidaat die van het resultaat van de schriftelijke proef op de hoogte is gesteld kan aan de voorzitter van de betrokken afdeling vragen zijn dossier in te zien.
Art.18. Tout candidat qui est averti du résultat de la partie écrite peut demander au président de la section concernée l'accès à son dossier.
HOOFDSTUK IV. - De mondelinge proef van het examen.
CHAPITRE IV. - De la partie orale de l'épreuve.
Art.19. Artikel 6 van dit reglement is eveneens voor de mondelinge proef van toepassing.
Art.19. L'article 6 du présent règlement est également d'application pour la partie orale.
Art.20. Het is de kandidaat die de mondelinge proef heeft afgelegd verboden de kandidaten die wachten om de proef af te leggen te storen.
Art.20. Il est interdit au candidat qui a présenté la partie orale de déranger les candidats en attente de la présenter.
HOOFDSTUK V. - Diverse bepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions diverses.
Art.21. Instructies worden aan de krachtens artikel 10, § 2, van het koninklijk besluit aangewezen deskundigen verstrekt voor het opstellen en verbeteren van respectievelijk vragen en antwoorden der schriftelijke proef alsook voor ondervragingen bij de mondelinge proef.
Art.21. Des instructions sont fournies aux experts désignés en vertu de l'article 10, § 2, de l'arrêté royal lorsqu'ils participent à l'élaboration des questions et à la correction des réponses de la partie écrite et de la partie orale de l'épreuve.
Art.22. Instructies worden aan de kandidaten verstrekt voor het verloop van het examen en voor het redigeren van de schriftelijke proef van het examen.
Art.22. Des instructions sont fournies aux candidats pour le déroulement de l'épreuve et pour la rédaction de la partie écrite de l'épreuve.
Art.23. De punten die door dit reglement niet worden geregeld worden beslist door elke afdeling van de Commissie in zoverre het haar betreft. De voorzitter van de betrokken afdeling deelt dit mede aan de voorzitter van de andere afdeling.
Art.23. Les points qui ne sont pas envisagés par le présent règlement sont décidés par chaque section de la Commission, chacune en ce qui la concerne. Le président de la section concernée en informe le président de l'autre section.
Art.24. De voorzitter van de gemeenschappelijke vergadering van de Commissie ziet toe op de juiste toepassing van onderhavig reglement.
Art.24. Le président de l'assemblée des sections réunies de la Commission veille à la bonne application du présent règlement.
Art. 25. Dit reglement treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 4 januari 2005.
Door de gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien :
De Voorzitter,
A. BRAUN.
Brussel, 4 januari 2005.
Door de gemeenschappelijke vergadering van de Commissie tot erkenning van de gemachtigden inzake uitvindingsoctrooien :
De Voorzitter,
A. BRAUN.
Art. 25. Le présent règlement entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Bruxelles, le 4 janvier 2005.
Par l'assemblée des sections réunies de la Commission d'agrément des mandataires en matière de brevets d'invention :
Le Président,
A. BRAUN.
Bruxelles, le 4 janvier 2005.
Par l'assemblée des sections réunies de la Commission d'agrément des mandataires en matière de brevets d'invention :
Le Président,
A. BRAUN.