Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
20 JULI 2005. - Wet tot wijziging van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.
Titre
20 JUILLET 2005. - Loi modifiant les lois coordonnées du 16 mars 1968 relative à la police de la circulation routière.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (38)
Texte (38)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
CHAPITRE Ier. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968.
CHAPITRE II. - Modifications des lois relatives à la police de la circulation routière coordonnées le 16 mars 1968.
Art.2. Artikel 1 van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, gewijzigd bij de wet van 5 augustus 2003, wordt als volgt gewijzigd :
  1° in het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd :
  " Wat betreft de inschrijving van de voertuigen kunnen enkel de kosten met betrekking tot het reserveren van een gepersonaliseerd opschrift aanleiding geven tot een retributie. ";
  2° in het derde lid wordt de tweede zin geschrapt.
Art.2. A l'article 1er des lois relatives à la police de la circulation routière, coordonnées le 16 mars 1968, modifié par la loi du 5 août 2003, sont apportées les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante :
  " En ce qui concerne l'immatriculation des véhicules, seuls les frais relatifs à la réservation d'une inscription personnalisée pourront donner lieu à la perception d'une redevance. ";
  2° à l'alinéa 3, la deuxième phrase est supprimée.
Art.3. Worden voor wat betreft de federale overheid opgeheven :
  - Artikel 2, eerste lid, tweede zin van de gecoördineerde wetten van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer;
  - Artikel 2, tweede lid van dezelfde gecoördineerde wetten;
  - De artikelen 2bis en 7 van dezelfde gecoördineerde wetten;
  - De verwijzing naar artikel 2bis in de artikelen 12 en 17 van dezelfde gecoördineerde wetten.
Art.3. Sont abrogés pour ce qui concerne l'autorité fédérale :
  - L'article 2, premier alinéa, deuxième phrase des lois coordonnées du 16 mars 1968 relative à la police de la circulation routière;
  - L'article 2, deuxième alinéa des mêmes lois coordonnées;
  - Les articles 2bis et 7 des mêmes lois coordonnées;
  - Les références à l'article 2bis aux articles 12 et 17 des mêmes lois coordonnées.
Art.4. Artikel 10 van dezelfde gecoördineerde wetten wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 10. - Voor zover de politie over het wegverkeer betrekking heeft op blijvende of periodieke toestanden, valt zij niet onder de bepalingen van de nieuwe gemeentewet van 26 mei 1989. "
Art.4. L'article 10 des mêmes lois coordonnées est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 10. - En tant qu'elle s'applique à des situations permanentes ou périodiques, la police de la circulation routière est soustraite aux dispositions de la nouvelle loi communale du 26 mai 1989. "
Art.5. Artikel 12, tweede lid van dezelfde gecoördineerde wetten wordt vervangen door wat volgt :
  " Dit geldt eveneens voor de maatregelen tot regeling van gelegenheidstoestanden door de gemeentelijke overheden genomen krachtens de nieuwe gemeentewet van 26 mei 1989. "
Art.5. A l'article 12 des mêmes lois coordonnées, l'alinéa 2 est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Il en est de même des mesures prises par les autorités communales pour régler des situations occasionnelles en vertu de la nouvelle loi communale du 26 mai 1989. "
Art.6. In artikel 25, § 6 van dezelfde gecoördineerde wetten wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ".
Art.6. A l'article 25, § 6 des mêmes lois coordonnées, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ".
Art.7. Artikel 29 van dezelfde gecoördineerde wetten, vervangen bij de wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 29. - § 1. De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengen en die van die aard zijn dat ze bij een ongeval bijna onvermijdbaar leiden tot fysieke schade en overtredingen die bestaan uit het negeren van een stopbevel van een bevoegd persoon, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de vierde graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 40 euro tot 500 euro en met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar. Wanneer de rechter het verval van het recht tot sturen niet uitspreekt, motiveert hij deze beslissing.
  De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen rechtstreeks in gevaar brengen en overtredingen die bestaan uit het negeren van een bevel van een bevoegd persoon, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de derde graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 30 euro tot 500 euro.
  De Koning kan overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten die de veiligheid van personen onrechtstreeks in gevaar brengen en de overtredingen die bestaan uit het onrechtmatig gebruiken van parkeerfaciliteiten voor personen met een handicap, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aanwijzen als overtredingen van de tweede graad. Deze overtredingen worden gestraft met een geldboete van 20 euro tot 250 euro.
  § 1bis. Elk besluit genomen ter uitvoering van § 1 van dit artikel dat niet bij wet wordt bekrachtigd binnen 12 maanden na de inwerkingtreding ervan, houdt op uitwerking te hebben.
  § 2. De andere overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten zijn overtredingen van de eerste graad en worden gestraft met een geldboete van 10 euro tot 250 euro.
  Het in voormelde reglementen omschreven parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op plaatsen voorbehouden aan bewoners worden niet strafrechtelijk bestraft, behoudens het halfmaandelijks beurtelings parkeren, de beperking van het langdurig parkeren, en bedrog met de parkeerschijf.
  § 3. Het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid bepaald in de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten wordt gestraft met een geldboete van 10 euro tot 500 euro.
  De rechter houdt rekening met het aantal kilometer per uur waarmee de toegelaten maximumsnelheid wordt overschreden.
  De volgende overtredingen worden bovendien gestraft met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar :
  - het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 40 kilometer per uur, of :
  - het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur binnen een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf.
  Wanneer de rechter het verval van het recht tot sturen niet uitspreekt, motiveert hij deze beslissing.
  § 4. In geval van verzachtende omstandigheden kan de geldboete verminderd worden, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen.
  Indien voor dezelfde feiten een verval van het recht tot sturen en een geldboete wordt uitgesproken, dan kan de rechter de geldboete verminderen met de door de betrokkene te betalen kosten van de herstelonderzoeken en -examens en de erelonen van de geneesheer en psycholoog, zonder dat ze minder dan één euro mag bedragen. Enkel de kosten en bijhorende erelonen van de herstelonderzoeken en -examens die door de betrokkene voor de eerste maal worden afgelegd worden in aanmerking genomen. De door de betrokkene te betalen kosten en bijhorende erelonen van de herstelonderzoeken en -examens zijn vaste bedragen die vooraf door de Koning worden bepaald.
  De geldboetes worden verdubbeld bij herhaling van een overtreding als bedoeld in paragraaf een of drie binnen het jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan. "
Art.7. L'article 29 des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 7 février 2003 portant diverses dispositions en matière de sécurité routière, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 29. - § 1er. Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, désigner en tant que telles comme infractions du quatrième degré les infractions aux règlements pris en exécution des présentes lois coordonnées qui mettent directement en danger la sécurité des personnes et qui sont de nature à mener presque irrémédiablement à des dommages physiques lors d'un accident et les infractions qui consistent à négliger une injonction d'arrêt d'un agent qualifié. Ces infractions sont punies d'une amende de 40 euros à 500 euros et d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur pour une durée de huit jours au moins et de cinq ans au plus. Lorsque le juge ne prononce pas la déchéance de conduire, il motive cette décision.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, désigner en tant que telles comme infractions du troisième degré les infractions aux règlements pris en exécution des présentes lois coordonnées qui mettent directement en danger la sécurité des personnes et les infractions qui consistent à négliger une injonction d'un agent qualifié. Ces infractions sont punies d'une amende de 30 euros à 500 euros.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, désigner en tant que telles comme infractions du deuxième degré les infractions aux règlements pris en exécution des présentes lois coordonnées qui mettent indirectement en danger la sécurité des personnes et les infractions qui consistent en l'utilisation sans droit de facilités de stationnement pour les personnes handicapées. Ces infractions sont punies d'une amende de 20 euros à 250 euros.
  § 1erbis. Tout arrêté pris en exécution du § 1er du présent article qui n'est pas confirmé par la loi dans les douze mois qui suivent son entrée en vigueur, cesse de produire ses effets.
  § 2. Les autres infractions aux règlements pris en exécution des présentes lois coordonnées sont des infractions du premier degré et sont punies d'une amende de 10 euros à 250 euros.
  Les stationnements à durée limitée, les stationnements payants et les stationnements sur les emplacements réservés aux riverains définis dans les règlements précités ne sont pas sanctionnés pénalement, sauf le stationnement alterné semi-mensuel, la limitation du stationnement de longue durée et la fraude avec le disque de stationnement.
  § 3. Le dépassement de la vitesse maximale autorisée déterminée dans les règlements pris en exécution des présentes lois coordonnées est puni d'une amende de 10 euros à 500 euros.
  Le juge tient compte du nombre de kilomètres par heure avec lequel la vitesse maximale autorisée est dépassée.
  De plus, les infractions suivantes sont punies d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur pour une durée de huit jours au moins et de cinq ans au plus :
  - le dépassement de la vitesse maximale autorisée de plus de 40 kilomètres par heure, ou :
  - le dépassement de la vitesse maximale autorisée de plus de 30 kilomètres par heure dans une agglomération, dans une zone 30, aux abords d'écoles, dans une zone de rencontre ou une zone résidentielle.
  Lorsque le juge ne prononce pas la déchéance du droit de conduire, il motive cette décision.
  § 4. En cas de circonstances atténuantes, l'amende peut être réduite sans qu'elle puisse être inférieure à un euro.
  Si, pour les mêmes faits, une déchéance du droit de conduire et une amende sont prononcées, le juge peut alors diminuer l'amende des frais à payer par l'intéressé pour les examens de réintégration et les honoraires du médecin et du psychologue sans qu'elle ne puisse s'élever à moins d'un euro. Seuls les frais payés par l'intéressé pour le premier examen de réintégration et les honoraires y afférents sont pris en compte. Les frais à payer par l'intéressé pour les examens de réintégration et les honoraires y afférents sont des montants forfaitaires fixés par le Roi.
  Les peines d'amendes sont doublées s'il y a récidive sur une infraction visée au paragraphe premier ou trois dans l'année à dater d'un jugement antérieur, portant condamnation et passé en force de chose jugée. "
Art.8. In artikel 30 van dezelfde gecoördineerde wetten, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990 en 7 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2 wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ";
  2° een § 4 wordt toegevoegd luidende :
  " § 4. De straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen het jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan. "
Art.8. A l'article 30 des mêmes lois coordonnées, modifié par les lois des 18 juillet 1990 et 7 février 2003, sont apportées les modifications suivantes :
  1° Au § 2, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ";
  2° est inséré un § 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Les peines sont doublées s'il y a récidive dans l'année à dater d'un jugement antérieur portant condamnation et passé en force de chose jugée. "
Art.9. Artikel 37bis, § 2, van dezelfde gecoördineerde wetten wordt aangevuld als volgt :
  " In geval van een nieuwe herhaling binnen de drie jaar na de tweede veroordeling kunnen de hierboven bepaalde gevangenisstraffen en geldboetes worden verdubbeld. "
Art.9. L'article 37bis, § 2, des mêmes lois coordonnées est complété comme suit :
  " En cas de nouvelle récidive dans les trois années depuis la deuxième condamnation, les peines d'emprisonnement et les amendes prévues ci-dessus peuvent être doublées. "
Art.10. In artikel 38 van dezelfde gecoördineerde wetten, gewijzigd door de wetten van 18 juli 1990, 16 maart 1999 en 7 februari 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, 1°, worden de woorden " 1° en 4° tot 6° " weggelaten;
  2° § 1, 3° wordt vervangen door wat volgt :
  " 3° indien hij veroordeelt wegens een van de overtredingen van de tweede of de derde graad, zoals bedoeld in artikel 29, § 1; ";
  3° in § 1 wordt een 3°bis toegevoegd dat luidt als volgt :
  " 3°bis indien hij veroordeelt wegens het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid bepaald in de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten, op basis van artikel 29,§ 3, wanneer :
  - de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur en hoogstens 40 kilometer per uur overschreden wordt, of :
  - de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 20 kilometer per uur en hoogstens 30 kilometer per uur overschreden wordt in een bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, erf of woonerf. ";
  4° in § 1, 5°, worden de woorden " van de artikelen 30, § 1, 33, § 1, of 48, § 2 " vervangen door de woorden " van de artikelen 30, § 1 of 33, § 1 ";
  5° in § 2 wordt het woord " 419bis " telkens vervangen door het woord " 419 " en het woord " 420bis " door het woord " 420 " en in het eerste lid worden de woorden " 29, § 1 " vervangen door de woorden " 29, § 1 en § 3 ";
  6° § 2bis wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2bis. - De rechter kan lastens iedere bestuurder houder van een rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs, bevelen dat het effectief verval enkel wordt uitgevoerd :
  - van vrijdag om 20 uur tot zondag om 20 uur;
  - van 20 uur op de vooravond van een feestdag tot 20 uur op die feestdag ";
  7° in § 4 worden de woorden " 30, eerste lid, 3° " vervangen door de woorden " 30, § 1, 3° ".
Art.10. A l'article 38 des mêmes lois coordonnées, modifié par les lois des 18 juillet 1990, 16 mars 1999 et 7 février 2003, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, 1°, les mots " 1° et 4° à 6° " sont supprimés;
  2° le § 1er, 3°, est remplacé par ce qui suit :
  " 3° s'il condamne du chef d'une des infractions du 2eou 3e degré visées à l'article 29, § 1er; ";
  3° le § 1er est complété par un 3°bis rédigé comme suit :
  " 3°bis s'il condamne du chef d'un dépassement de la vitesse maximale autorisée déterminée dans les règlements pris en exécution des présentes lois coordonnées, sur base de l'article 29, § 3, lorsque :
  - la vitesse maximale autorisée est dépassée de plus de 30 kilomètres par heure et de 40 kilomètres par heure au maximum, ou :
  - la vitesse maximale autorisée est dépassée de plus de 20 kilomètres par heure et de 30 kilomètres par heure au maximum dans une agglomération, dans une zone 30, aux abords d'écoles, dans une zone de rencontre ou une zone résidentielle. ";
  4° au § 1er, 5°, les mots " aux articles 30, § 1er, 33, § 1er ou 48, § 2 " sont remplacés par les mots " aux articles 30, § 1er ou 33, § 1er ";
  5° au § 2, le mot " 419bis " est remplacé chaque fois par le mot " 419 " et le mot " 420bis " par le mot " 420 " et à l'alinéa 1er, les mots " 29, § 1er " sont remplacés par les mots " 29, §§ 1er et 3. ";
  6° le § 2bis est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2bis. - Le juge peut ordonner, à l'égard de tout conducteur détenteur d'un permis de conduire ou d'un titre qui en tient lieu, que la déchéance effective sera mise en exécution uniquement :
  - du vendredi 20 heures au dimanche 20 heures;
  - à partir de 20 heures la veille d'un jour férié jusqu'à 20 heures le jour férié même ";
  7° au § 4, les mots " 30, alinéa 1er, 3° " sont remplacés par le mots " 30, § 1er, 3° ".
Art.11. In het opschrift van afdeling II van hoofdstuk VI van titel IV van dezelfde gecoördineerde wetten, worden de woorden " lichamelijke ongeschiktheid " vervangen door de woorden " lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid ".
  In artikel 42 van dezelfde gecoördineerde wetten worden de woorden " of geestelijk " ingevoegd tussen de woorden " lichamelijk " en " ongeschikt ".
  In artikel 43 worden de woorden " of geestelijke " ingevoegd tussen de woorden " lichamelijke " en " ongeschiktheid "
  In artikel 44 worden de woorden " of geestelijke " ingevoegd tussen de woorden " lichamelijke " en " ongeschiktheid ".
Art.11. Dans l'intitulé de la section II du chapitre VI du titre IV des mêmes lois coordonnées, les mots " ou psychique " sont insérés après les mots " incapacité physique ".
  A l'article 42 des mêmes lois coordonnées, les mots " ou psychiquement " sont insérés entre les mots " physiquement " et " incapable ".
  A l'article 43 les mots " ou psychique " sont insérés après les mots " incapacité physique ".
  A l'article 44 les mots " ou psychique " sont insérés après les mots " incapacité physique ".
Art.12. Artikel 45, tweede lid, van dezelfde gecoördineerde wetten wordt vervangen door wat volgt :
  " Wanneer de overtreding met een motorvoertuig werd begaan, moet het verval ten minste betrekking hebben op de categorie van voertuigen waarmee de overtreding die aanleiding heeft gegeven tot verval, werd begaan. "
Art.12. L'article 45, alinéa 2, des mêmes lois coordonnées est remplacé par l'alinéa suivant :
  " Lorsque l'infraction a été commise avec un véhicule à moteur, la déchéance doit s'appliquer au moins à la catégorie de véhicules avec laquelle l'infraction qui a donné lieu à la déchéance a été commise. "
Art.13. Artikel 53 van dezelfde gecoördineerde wetten wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 53. - Bij tijdelijke immobilisering wordt het voertuig geïmmobiliseerd op kosten en risico van de dader van het misdrijf. "
Art.13. L'article 53 des mêmes lois coordonnées est remplacé comme suit :
  " Art. 53. - En cas d'immobilisation temporaire, le véhicule est immobilisé aux frais et risques de l'auteur de l'infraction. "
Art.14. In dezelfde gecoördineerde wetten wordt een artikel 54bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 54bis. - In de door de Koning bepaalde gevallen van parkeerovertredingen kan het voertuig met een wielklem worden geïmmobiliseerd. "
Art.14. Dans les mêmes lois coordonnées, il est inséré un article 54bis, rédigé comme suit :
  " Art. 54bis. - Dans les cas d'infractions de stationnement déterminés par le Roi, il peut être fait usage d'un sabot destiné à immobiliser le véhicule. "
Art.15. Artikel 55 van dezelfde gecoördineerde wetten, gewijzigd door de wetten van 18 juli 1990, 4 augustus 1996 en 16 maart 1999, wordt als volgt gewijzigd :
  1° In het eerste lid wordt 5° vervangen door :
  " 5° indien de bestuurder een van de speciaal door de Koning aangewezen overtredingen bedoeld in artikel 29 van de tweede, derde of vierde graad heeft begaan of indien de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 20 kilometer per uur heeft overschreden binnen een bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf of erf of indien de bestuurder de toegelaten maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden ";
  2° in het derde lid worden de woorden " of door de krijgsauditeur wanneer het misdrijf onder de bevoegdheid van de krijgsraad valt " en de woorden " of door de auditeur-generaal bij het militair gerechtshof " geschrapt, en worden de woorden " een dezer hoven behoren " vervangen door " dit hof behoort ";
  3° in het vierde lid worden de woorden " of van de rijkswacht " geschrapt;
  4° in het vijfde lid worden de woorden " of rijkswacht " geschrapt.
Art.15. A l'article 55 des mêmes lois coordonnées, modifié par les lois des 18 juillet 1990, 4 août 1996 et 16 mars 1999, sont apportées les modifications suivantes :
  1° Au premier alinéa, 5° est remplacé par :
  " 5° si le conducteur a commis une des infractions, visées à l'article 29 et désignées spécialement par le Roi, du deuxième, troisième ou quatrième degré ou si le conducteur a commis un dépassement de la vitesse maximale autorisée de plus de 20 kilomètres par heure dans une agglomération, une zone 30, aux abords d'écoles, dans une zone résidentielle ou une zone de rencontre ou si le conducteur a commis un dépassement de la vitesse maximale autorisée de plus de 30 kilomètres par heure ";
  2° à l'alinéa 3, les mots ", ou par l'auditeur militaire lorsque l'infraction est de la compétence du conseil de guerre " sont supprimés et les mots " ou par l'auditeur général près la cour militaire lorsque les faits sont de la compétence d'une de ces cours " sont remplacés par " lorsque les faits sont de la compétence de cette cour ";
  3° à l'alinéa 4, les mots " ou de la gendarmerie " sont supprimés;
  4° à l'alinéa 5, les mots " ou la gendarmerie " sont supprimés.
Art.16. In dezelfde gecoördineerde wetten wordt een artikel 55bis ingevoegd luidende :
  " Art. 55bis. § 1. De procureur des Konings kan een beschikking tot verlenging van de intrekking met ten hoogste drie maanden vorderen voor de politierechtbank.
  Tussen de datum van de dagvaarding en de datum van verschijning moet een termijn van ten minste zeven dagen gelaten worden.
  Artikel 146, tweede en derde lid, van het Wetboek van strafvordering is van toepassing.
  Onverminderd de wettelijke bepalingen bevat de dagvaarding tevens een opgave van de feiten die de gedaagde in die stand van het onderzoek ten laste worden gelegd.
  § 2. De politierechtbank doet uitspraak in openbare terechtzitting binnen vijftien dagen na de beslissing tot intrekking door het openbaar ministerie.
  De beschikking tot verlenging van de intrekking vermeldt nauwkeurig, maar op een wijze die beknopt mag zijn, de feiten die de gedaagde in die stand van het onderzoek ten laste worden gelegd en de redenen waarom de rechter de intrekking door de procureur des Konings verlengt.
  De beslissing over de kosten wordt aangehouden teneinde er over te beslissen overeenkomstig artikel 162 van het Wetboek van strafvordering.
  Tegen deze beschikking tot verlenging van de intrekking is enkel verzet mogelijk overeenkomstig artikel 187, eerste tot vierde lid, van het Wetboek van strafvordering.
  Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van de beslissing tot intrekking niet.
  § 3. De politierechter belast met de behandeling ten gronde, is niet gebonden door de omschrijving van de feiten zoals weerhouden naar aanleiding van de aflevering van de beschikking tot verlenging van de intrekking.
  § 4. In afwijking van § 1 kan de procureur des Konings of, bij delegatie, een officier van gerechtelijke politie, op het ogenblik van de intrekking, de dader van de overtreding oproepen om te verschijnen voor de politierechtbank of de correctionele rechtbank binnen een termijn van vijftien dagen.
  Hij stelt hem in kennis van de beslissing een beschikking tot verlenging van de intrekking te vorderen, geeft een opgave van de feiten die hem ten laste worden gelegd alsook de plaats, de dag en het uur van de zitting van de politierechtbank en deelt hem mede dat hij het recht heeft een advocaat te kiezen.
  Deze kennisgeving en mededeling worden in een proces-verbaal vermeld, waarvan hem onmiddellijk een kopie wordt overhandigd.
  Deze kennisgeving geldt als dagvaarding om voor de politierechtbank te verschijnen.
  § 5. De procureur des Konings kan ten laste van de dader van de overtreding een beschikking tot hernieuwing van de verlenging met ten hoogste drie maanden vorderen bij de politierechtbank.
  Hij dagvaardt de betrokkene overeenkomstig § 1 ten laatste vijftien dagen vóór het verstrijken van de termijn van de aanvankelijke beschikking.
  § 6. De politierechtbank doet in openbare terechtzitting uitspraak overeenkomstig §§ 2 en 3 vóór het verstrijken van de aanvankelijke beschikking tot verlenging.
  § 7. In afwijking van § 6 en op voorwaarde dat de procureur des Konings voor diezelfde zitting ten gronde heeft gedagvaard, kan de politierechtbank onmiddellijk kennis nemen van de grond van de zaak. "
Art.16. Dans les mêmes lois coordonnées, un article 55bis est inséré, libellé comme suit :
  " Art. 55bis. § 1er. Le procureur du Roi peut requérir une ordonnance de prolongation de retrait d'au maximum trois mois auprès du tribunal de police.
  Il y aura au moins un délai de sept jours entre la citation et la comparution.
  L'article 146, alinéas 2 et 3, du Code d'instruction criminelle est d'application.
  Sans préjudice des dispositions légales, la citation énonce les faits qui sont mis à charge de la personne citée à ce stade de l'instruction.
  § 2. Le tribunal de police statue en séance publique dans les quinze jours suivant la décision de retrait par le ministère public.
  L'ordonnance de prolongation de retrait indique de façon précise, mais pouvant être concise, les faits qui sont mis à charge de la personne citée à ce stade de l'instruction et les raisons pour lesquelles le juge prolonge le retrait décidé par le procureur du Roi.
  La décision relative aux dépens est réservée afin qu'il puisse être statué en la matière conformément à l'article 162 du Code d'instruction criminelle.
  Cette ordonnance de prolongation de retrait n'est susceptible d'opposition que conformément à l'article 187, alinéas 1er à 4, du Code d'instruction criminelle.
  L'opposition ne suspend pas l'exécution de la décision de retrait.
  § 3. Le juge de police chargé du traitement au fond n'est pas tenu par les faits tels que décrits au moment de la délivrance de l'ordonnance de prolongation du retrait.
  § 4. Par dérogation au § 1er, le procureur du Roi ou, par délégation, un officier de la police judiciaire peut, au moment du retrait, citer l'auteur de l'infraction à comparaître devant le tribunal de police ou le tribunal correctionnel dans un délai de quinze jours.
  Il l'informe de la décision de demander une ordonnance de prolongation du retrait, lui énonce les faits portés à sa charge, lui communique le lieu, la date et l'heure de l'audience du tribunal de police et l'informe qu'il a le droit de choisir un avocat.
  Cette notification et cette communication sont mentionnées dans un procès-verbal, dont une copie lui est remise immédiatement.
  Cette notification vaut citation à comparaître devant le tribunal de police.
  § 5. Le procureur du Roi peut demander, à charge de l'auteur de l'infraction, une ordonnance de renouvellement de la prolongation de trois mois maximum auprès du tribunal de police.
  Il assigne l'intéressé conformément au § 1er, au plus tard quinze jours avant l'expiration du délai de l'ordonnance initiale.
  § 6. Le tribunal de police se prononce en séance publique conformément aux §§ 2 et 3 avant l'expiration de l'ordonnance de prolongation initiale.
  § 7. Par dérogation au § 6 et à condition que le procureur du Roi ait assigné au fond pour la même audience, le tribunal de police peut connaître immédiatement du fond de l'affaire. "
Art.17. In artikel 56 van dezelfde gecoördineerde wetten wordt 1° vervangen door :
  " 1° na vijftien dagen, behalve indien de politierechtbank de termijn heeft verlengd; ".
  In hetzelfde artikel wordt na 1° een nieuw 2° ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 2° na het verstrijken van de door de politierechtbank verlengde termijn; ".
  Het vroegere 2° en 3° worden 3° en 4°.
Art.17. A l'article 56 des mêmes lois coordonnées, le point 1° est remplacé par :
  " 1° après quinze jours, sauf si le tribunal de police a prolongé le délai; ".
  Dans le même article, après le point 1°, un nouveau point 2° est introduit comme suit :
  " 2° après expiration du délai prolongé par le tribunal de police; ".
  Les anciens 2° et 3° deviennent 3° et 4°.
Art.18. In artikel 57 van dezelfde gecoördineerde wetten, gewijzigd bij de wet van 9 juli 1976, worden de woorden " het bepaalde in artikel 46, §§ 2 tot 6 " vervangen door de woorden " de reglementen uitgevaardigd op grond van artikel 46 ".
Art.18. A l'article 57 des mêmes lois coordonnées, modifié par la loi du 9 juillet 1976, les mots " à l'article 46, §§ 2 à 6 " sont remplacés par les mots " aux règles prises en exécution de l'article 46 ".
Art.19. In artikel 58bis van dezelfde gecoördineerde wetten, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 7 februari 2003, worden de woorden " in artikel 30, § 3 " vervangen door de woorden " in artikel 30, §§ 1 tot 3 ".
  2° in § 2, worden de woorden " verzegeld of aan de ketting gelegd " vervangen door het woord " geïmmobiliseerd ".
Art.19. A l'article 58bis des mêmes lois coordonnées, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au, § 1er, alinéa 1er, inséré par la loi du 7 février 2003, les mots " à l'article 30, § 3 " sont remplacés par les mots " à l'article 30, §§ 1er à 3 ".
  2° au § 2, les mots " mis sous scellés ou mis à la chaîne, " sont remplacés par le mot " immobilisé ".
Art.20. In de opschriften van titel IV, hoofdstuk VII en hoofdstuk VIIIbis van dezelfde gecoördineerde wetten en in de artikelen 50, 51, 54, 58bis en 65ter van dezelfde gecoördineerde wetten wordt het woord " oplegging " telkens vervangen door het woord " immobilisering " en in artikel 65ter, § 6, wordt het woord " opleggen " vervangen door het woord " immobiliseren ".
Art.20. Dans les intitulés du titre IV, chapitres VII et VIIIbis des mêmes lois coordonnées, dans le texte néerlandais, et aux articles 50, 51, 54, 58bis et 65ter des mêmes lois coordonnées, dans le texte néerlandais, le mot " oplegging " est chaque fois remplacé par le mot " immobilisering " et à l'article 65ter, § 6, dans le texte néerlandais, le mot " opleggen " est remplacé par le mot " immobiliseren ".
Art.21. In artikel 59, § 1, eerste lid van dezelfde gecoördineerde wetten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° De woorden " en van de krijgsauditeur " worden geschrapt;
  2° De woorden " het personeel van de rijkswacht alsook de ambtenaren en beambten van de gemeentepolitie " worden vervangen door de woorden " het personeel van het operationeel kader van de federale en lokale politie ".
Art.21. A l'article 59, § 1er, alinéa 1er, des mêmes lois coordonnées, sont apportées les modifications suivantes :
  1° Les mots " et de l'auditeur militaire " sont supprimés;
  2° Les mots " le personnel de la gendarmerie et de la police locale " sont remplacés par les mots " le personnel du cadre opérationnel de la police fédérale et locale ".
Art.22. In artikel 61 van dezelfde gecoördineerde wetten worden de woorden " of van de rijkswacht " geschrapt.
Art.22. A l'article 61 des mêmes lois coordonnées, les mots " ou de la gendarmerie " sont supprimés.
Art.23. In artikel 61quater van dezelfde gecoördineerde wetten worden de woorden " of van de rijkswacht " geschrapt.
Art.23. A l'article 61quater des mêmes lois coordonnées, les mots " ou de la gendarmerie " sont supprimés.
Art.24. In artikel 68 van dezelfde gecoördineerde wetten, worden de woorden " en § 3 " ingevoegd tussen de woorden " 30, § 1 " en " 33 ".
Art.24. A l'article 68 des mêmes lois coordonnées, les mots " et § 3 " sont insérés entre les mots " 30, § 1er " et ", 33 ".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren.
CHAPITRE III. - Modifications de la loi du 22 février 1965 permettant aux communes d'établir des redevances de stationnement applicables aux véhicules à moteur.
Art.25. In het enig artikel van de wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren, wordt het woord " parkeerheffingen " vervangen door " parkeerretributies of -belastingen ", en wordt het woord " motorvoertuigen " vervangen door " motorvoertuigen, hun aanhangwagens of onderdelen ".
  In het enig artikel van dezelfde wet wordt een zin toegevoegd die luidt als volgt :
  " Deze wet is niet van toepassing op het halfmaandelijks beurtelings parkeren en de beperking van het langdurig parkeren. "
Art.25. Dans le seul article de la loi du 22 février 1965 permettant aux communes d'établir des redevances de stationnement applicables aux véhicules à moteur, les mots " redevance de stationnement " sont remplacés par " rétribution ou taxe de stationnement " et les mots " véhicules à moteur " sont remplacés par " véhicules à moteur, leurs remorques ou éléments ".
  Dans l'unique article de la même loi, une phrase est ajoutée comme suit :
  " Cette loi n'est pas d'application pour le stationnement alterné semi-mensuel et pour la limitation du stationnement de longue durée. "
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering.
CHAPITRE IV. - Modifications du Code d'instruction criminelle.
Art.26. In artikel 138 van het Wetboek van strafvordering, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 6°bis wordt het woord " 420bis " vervangen door het woord " 420 ";
  2° in 6°ter, ingevoegd bij de wet van 11 juli 1994, worden de woorden " in artikel 22 " vervangen door " in artikel 22, 23 en 26 ".
Art.26. A l'article 138 du Code d'instruction criminelle, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 6°bis le mot " 420bis " et remplacé par le mot " 420 ";
  2° au 6°ter, inséré par la loi du 11 juillet 1994, les mots " à l'article 22 " sont remplacés par " aux articles 22, 23 et 26 ".
Art.27. Artikel 195 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 27 april 1987 en 24 december 1993, wordt als volgt gewijzigd :
  1° in het tweede lid worden de woorden " kan hij " vervangen door " houdt hij " en vervalt het woord " houden ";
  2° na het tweede lid wordt een nieuw lid ingevoegd dat luidt als volgt :
  " De rechter kan een geldboete uitspreken beneden het wettelijk minimum van de boete indien de overtreder om het even welk document voorlegt dat zijn precaire financiële situatie bewijst. "
Art.27. A l'article 195 du même Code, modifié par les lois des 27 avril 1987 et 24 décembre 1993, sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 2, les mots " il peut tenir compte " sont remplacés par les mots " il tient compte ";
  2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  " Le juge peut prononcer une peine d'amende inférieure au minimum légal, si le contrevenant soumet un document quelconque qui apporte la preuve de sa situation financière précaire. "
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van het Strafwetboek.
CHAPITRE V. - Modifications du Code pénal.
Art.28. In artikel 419 van het Strafwetboek wordt een lid toegevoegd dat luidt als volgt :
  " Wanneer de doding het gevolg is van een verkeersongeval dan bedraagt de gevangenisstraf drie maanden tot vijf jaar en de geldboete 50 euro tot 2000 euro. ".
Art.28. A l'article 419 du Code pénal, il est ajouté un alinéa, libellé comme suit :
  " Lorsque la mort est la conséquence d'un accident de la circulation, l'emprisonnement sera de trois mois à cinq ans et l'amende de 50 euros à 2000 euros. ".
Art.29. In artikel 420 van hetzelfde Wetboek wordt een lid toegevoegd dat luidt als volgt :
  " Wanneer de slagen of verwondingen het gevolg zijn van een verkeersongeval dan bedraagt de gevangenisstraf acht dagen tot een jaar en de geldboete 50 euro tot 1000 euro. ".
Art.29. A l'article 420 du même Code, il est ajouté un alinéa, libellé comme suit :
  " Lorsque les coups ou les blessures sont la conséquence d'un accident de la circulation, l'emprisonnement sera de huit jours à un an et l'amende de 50 euros à 1.000 euros. ".
Art.30. De artikelen 419bis en 420bis van hetzelfde Wetboek worden opgeheven.
Art.30. Les articles 419bis et 420bis du même Code sont abrogés.
HOOFDSTUK VI. - Overgangsbepalingen en inwerkingtreding.
CHAPITRE VI. - Dispositions transitoires et entrée en vigueur.
Art.31. Deze wet is van toepassing op misdrijven begaan vanaf de dag van de inwerkingtreding van deze wet.
  Voor misdrijven begaan voor de dag van inwerkingtreding van deze wet blijven de bepalingen van de gecoördineerde wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, zoals die bestonden op de dag van de overtreding van toepassing.
Art.31. Cette loi est d'application sur les délits commis à partir du jour d'entrée en vigueur de cette loi.
  Pour les délits commis avant le jour d'entrée en vigueur de cette loi, les dispositions de la loi coordonnée du 16 mars 1968 relative à la police de la circulation routière restent d'application comme elles l'étaient le jour de l'infraction.
Art. 32. Met uitzondering van dit artikel bepaalt de Koning voor elk artikel van deze wet de dag waarop het in werking treedt.
  (NOTA: Inwerkingtreding van art. 1, 2, 4 tot en met 30 vastgesteld op 31-03-2006 door KB 2006-03-22/30, art 1)
  (NOTA : Inwerkingtreding van art. 3 vastgesteld op 01-01-2008 door KB 2007-06-08/43, art. 1)
Art. 32. A l'exception du présent article le Roi fixe la date d'entrée en vigueur de chacune des dispositions de la présente loi.
  (NOTE : Entrée en vigueur des art. 1, 2, 4 à 30 compris fixée au 31-03-2006 par AR 2006-03-22/30, art. 1)
  (NOTE : Entrée en vigueur de l'art. 3 fixée au 01-01-2008 par AR 2007-06-08/43, art. 1)