Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
31 MAART 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques.
Titre
31 MARS 2004. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (14)
Texte (14)
Artikel 1. Artikel 1, 2°, van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, wordt vervangen als volgt :
  "2° thuishulp van huishoudelijke aard : activiteiten ten gunste van particulieren die in België woonachtig zijn, die bestaan uit :
  a) activiteiten verricht ten huize van de gebruiker : schoonmaken van de woning met inbegrip van de ramen, wassen en strijken, kleine occasionele naaiwerken, bereiden van maaltijden;
  b) activiteiten verricht buiten het huis van de gebruiker : boodschappendienst, mindermobielencentrale en strijken;"
Article 1. L'article 1er, 2°, de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, modifié par l'arrêté royal du 9 janvier 2004, est remplacé par la disposition suivante :
  "2° aide à domicile de nature ménagère : des activités en faveur des particuliers qui sont domiciliés en Belgique, qui comprennent :
  a) des activités réalisées au domicile de l'utilisateur : le nettoyage du domicile y compris les vitres, la lessive et le repassage, les petits travaux de couture occasionnels, la préparation de repas;
  b) des activités réalisées en dehors du domicile de l'utilisateur : les courses ménagères, centrale pour les personnes moins mobiles et le repassage;"
Art.2. Artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, wordt aangevuld met de volgende leden :
  "De boodschappendienst bedoeld in het eerste lid, 2°, b), bestaat uit het doen van boodschappen ten gunste van een particuliere gebruiker om in zijn dagdagelijkse behoeften te voorzien. Worden niet beschouwd als dagdagelijkse behoeften, inzonderheid de aankoop van meubelen, van huishoudtoestellen, van audio-visuele toestellen, van warme maaltijden en de periodieke bedeling van kranten en tijdschriften.
  De mindermobielencentrale bedoeld in het eerste lid, 2°, b), is een dienst die mindervaliden, als dusdanig erkend door het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap of het " Agence wallonne pour l'Intégration des personnes handicapées " of de " Service bruxellois francophone des personnes handicapées " of de " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge ", onder begeleiding vervoert, met daartoe speciaal uitgeruste voertuigen, waarvoor de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer een attest heeft afgeleverd. De bejaarde die geniet van een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden wordt met mindervalide gelijkgesteld. "
Art.2. L'article 1er du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 9 janvier 2004, est complété par les alinéas suivants :
  "Les courses ménagères, visées à l'alinéa 1er, 2°, b), sont des courses ménagères en faveur d'un utilisateur qui est un particulier, afin de répondre à ses besoins journaliers. Ne sont pas considérés comme des besoins journaliers, notamment l'achat de meubles, d'appareils ménagers, d'appareils audio-visuels, de repas chauds et la distribution périodique de journaux et d'hebdomadaires.
  La centrale pour les personnes moins mobiles visée à l'alinéa 1er, 2°, b), est un service qui s'occupe du transport accompagné de personnes handicapées, reconnues par le " Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap " ou l'Agence wallonne pour l'Intégration des Personnes handicapées ou le Service bruxellois francophone des Personnes handicapées ou la " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge ", en utilisant des véhicules spécialement adaptés pour lesquels le service public fédéral Mobilité et Transports a délivré une attestation. La personne âgée qui bénéficie d'une subvention d'aide aux personnes âgées est assimilée à une personne handicapée. "
Art.3. Artikel 2bis, eerste lid, 4°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, wordt vervangen als volgt :
  "4° tijdens zijn tewerkstelling :
  a) voor de periode te rekenen vanaf de dag van de eerste voorafgaandelijke aangifte van de tewerkstelling van de arbeidsovereenkomst dienstencheques tot en met de eerste gewerkte dag van de zevende maand van zijn tewerkstelling bij dezelfde werkgever : de eerste maand van de tewerkstelling;
  b) na de zevende maand bedoeld in a) : elke kalendermaand tijdens dewelke de werknemer één of meerdere arbeidsprestaties verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques. "
Art.3. L'article 2bis, alinéa 1er, 4°, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 9 janvier 2004, est remplacé par la disposition suivante :
  "4° pendant son occupation :
  a) pour la période à dater du jour de la première déclaration préalable à l'emploi pour un contrat de travail titres-services jusqu'au premier jour travaillé inclus du septième mois de son occupation chez le même employeur : le premier mois de l'occupation;
  b) après le septième mois visé à a) : chaque mois calendrier pendant lequel le travailleur a réalisé une ou plusieurs prestations de travail dans le cadre d'un contrat de travail titres-services. "
Art.4. In artikel 2bis, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, worden de woorden ",gelegen na de zevende maand bedoeld in het eerste lid, 4°," ingevoegd tussen de woorden "bepaalde kalendermaand" en de woorden "niet kan".
Art.4. Dans l'article 2bis, alinéa 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 9 janvier 2004, les mots "situé après le septième mois visé à l'alinéa 1er, 4°," sont insérés entre les mots "mois calendrier déterminé," et les mots "il n'est pas possible".
Art.5. Artikel 2quater, § 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, wordt aangevuld als volgt :
  "5° de onderneming verbindt zich ertoe om alleen het vanaf haar erkenning bijkomend arbeidsvolume van activiteiten bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2°, te laten betalen met dienstencheques; van deze verbintenis kan worden afgeweken bij een convenant gesloten tussen de Minister van Werk en een bedrijfssector, een groepering van erkende ondernemingen of een erkende onderneming;
  6° de onderneming verbindt zich ertoe geen prestaties die betaald worden met dienstencheques te laten verrichten door werknemers voor wie een vrijstelling van betaling van werkgeversbijdragen voor sociale zekerheid wordt toegekend met toepassing van artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van de door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen of van artikel 99, eerste lid, van de programmawet van 30 december 1988;
  7° de onderneming verbindt zich ertoe geen prestaties die betaald worden met dienstencheques te laten verrichten door werknemers waarvan de tewerkstelling gefinancierd wordt met toepassing van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profitsector. "
Art.5. L'article 2quater, § 4, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 9 janvier 2004, est complété comme suit :
  "5° l'entreprise s'engage à ne faire payer par des titres-services que le volume de travail des activités visées à l'article 1er, alinéa 1er, 2°, qui, à partir de son agrément, vient en supplément; il peut être dérogé à cet engagement par une convention conclue entre le Ministre de l'Emploi et un secteur d'entreprises, un groupement d'entreprises agréées ou une entreprise agréée;
  6° l'entreprise s'engage à ne pas faire effectuer des prestations payées avec des titres-services par des travailleurs pour lesquels une exonération de paiement de cotisations patronales pour la sécurité sociale est accordée en application de l'article 7 de l'arrêté royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant création d'un régime de contractuels subventionnés par l'Etat auprès de certains pouvoirs locaux ou de l'article 99, alinéa 1er, de la loi-programme du 30 décembre 1988;
  7° l'entreprise s'engage à ne pas faire effectuer des prestations payées avec des titres-services par des travailleurs dont l'occupation est financée en application de l'arrêté royal du 18 juillet 2002 portant des mesures visant à promouvoir l'emploi dans le secteur non marchand. "
Art.6. Artikel 2quater, § 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, wordt aangevuld met het volgende lid :
  "Voor het sluiten van een convenant bedoeld in het eerste lid, 5°, dient inzonderheid rekening gehouden te worden met het soort van uitgeoefende activiteit en het feit of de betrokken bedrijfssector, groepering van erkende ondernemingen of erkende onderneming reeds bestond en deze activiteit reeds uitoefende voor de inwerkingtreding van de regeling dienstencheques bij hetzelfde type van gebruikers. In dit convenant dient een concreet objectief inzake bijkomende tewerkstelling geformuleerd te worden. "
Art.6. L'article 2quater, § 4, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 9 janvier 2004, est complété par l'alinéa suivant :
  "Pour la conclusion d'une convention visée à l'alinéa 1er, 5°, il faut notamment tenir compte du genre d'activité exercée et du fait si le secteur d'entreprises, le groupement d'entreprises agréées ou l'entreprise agréée existaient déjà et exerçaient déjà cette activité avant l'entrée en vigueur du dispositif des titres-services chez le même type d'utilisateurs. Un objectif concret en ce qui concerne des emplois supplémentaires doit être formulé dans cette convention. "
Art.7. In artikel 2sexies, § 3, zesde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, worden de woorden "deze paragraaf" vervangen door de woorden "dit artikel".
Art.7. Dans l'article 2sexies, § 3, alinéa 6, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 9 janvier 2004, les mots "ce paragraphe" sont remplacés par les mots "cet article".
Art.8. In artikel 2sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, wordt een § 4 ingevoegd, luidende :
  "§ 4. In afwijking van artikel 2quinquies wordt de erkenning toegekend voor een duur van zes maanden aan ondernemingen die een erkenning aanvragen voor activiteiten die niet uitdrukkelijk vermeld zijn in hun statuten.
  De onderneming bedoeld in het eerste lid die een erkenning voor onbepaalde tijd wil bekomen moet haar statuten aanpassen om de in het eerste lid genoemde activiteiten te kunnen uitvoeren en bezorgt deze aangepaste statuten aan het Secretariaat binnen een termijn van drie maanden na de ingangsdatum van de erkenning voor zes maanden.
  Het Secretariaat verzendt deze aangepaste statuten ter advies aan de Commissie.
  Binnen een termijn van één maand vanaf de ontvangst van deze aangepaste statuten verstrekt de Commissie een advies.
  Bij ontstentenis van een advies binnen de termijn vermeld in het vorig lid, is dit advies niet langer vereist en bezorgt het Secretariaat het dossier aan de Minister van Werk.
  De Minister van Werk neemt een beslissing binnen een termijn van één maand die volgt op de ontvangst van het dossier.
  Bij ontstentenis van een beslissing vanwege de Minister van Werk binnen de voornoemde termijn, wordt de beslissing geacht gunstig te zijn.
  Het Secretariaat geeft kennis van de beslissing tot toekenning of weigering van de erkenning voor onbepaalde duur aan de vragende onderneming. Het Secretariaat bezorgt de Commissie eveneens een afschrift van de beslissing. "
Art.8. Dans l'article 2sexies du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 9 janvier 2004, il est inséré un § 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Par dérogation à l'article 2quinquies, l'agrément est accordé pour une durée de six mois aux entreprises qui demandent un agrément pour des activités qui ne sont pas explicitement mentionnées dans leurs statuts.
  L'entreprise visée à l'alinéa 1er, qui désire obtenir un agrément pour une durée indéterminée doit adapter ses statuts afin d'être compétente pour effectuer les activités mentionnées à l'alinéa 1er et elle doit adresser ces statuts adaptés au Secrétariat dans un délai de trois mois après la date d'entrée en vigueur de l'agrément pour six mois.
  Le Secrétariat transmet ces statuts adaptés pour avis à la Commission.
  Dans un délai d'un mois à dater de la réception du dossier, la Commission rend un avis.
  A défaut d'avis rendu dans le délai visé à l'alinéa précédent, il n'est plus requis et le Secrétariat transmet le dossier au Ministre de l'Emploi.
  Le Ministre de l'Emploi se prononce dans un délai d'un mois à dater de la réception du dossier.
  En cas d'absence de décision du Ministre de l'Emploi endéans le délai précité, la décision est réputée favorable.
  Le Secrétariat notifie la décision d'octroi ou de refus de l'agrément pour une durée indéterminée à l'entreprise demanderesse. Le Secrétariat communique également une copie de la décision à la Commission. "
Art.9. Artikel 3, § 2, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " § 2. De gebruiker die dienstencheques wenst aan te schaffen, maakt door overschrijving of storting, een bedrag van 6,20 EUR per dienstencheque aan het uitgiftebedrijf van de dienstencheques over. Deze cheque kan enkel gebruikt worden voor het vergoeden van gepresteerde arbeidstijd. De bestelling moet gaan over een minimum van 10 dienstencheques. De dienstencheque heeft voor de gebruiker een geldigheidsduur van 8 maanden te rekenen vanaf zijn uitgifte. "
Art.9. L'article 3, § 2, du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. L'utilisateur qui souhaite acquérir des titres-services, transmet, par virement ou par versement, un montant de 6,20 EUR par titre-service à la société émettrice des titres-services. Ce titre-service peut seulement être utilisé pour rémunérer le temps de travail presté. La commande doit concerner un minimum de 10 titres-services. Le titre-service a, pour l'utilisateur, une durée de validité de 8 mois à dater de son émission. "
Art.10. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Art. 6. De gebruiker overhandigt per gepresteerd arbeidsuur een door hem ondertekende en gedateerde dienstencheque aan de werknemer op het moment dat de buurtwerken of -diensten zijn uitgevoerd. De werknemer brengt zijn handtekening op de dienstencheque aan. "
Art.10. L'article 6 du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 6. L'utilisateur remet par heure de travail accomplie un titre-service, qu'il a signé et daté, au travailleur au moment où les travaux et services de proximité sont effectués. Le travailleur appose sa signature sur le titre-service. "
Art.11. In artikel 10, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 januari 2004, worden de woorden "artikel 1, 7°" vervangen door de woorden "artikel 1, 6°".
Art.11. Dans l'article 10, § 2, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 9 janvier 2004, les mots "l'article 1er, 7°" sont remplacés par les mots "l'article 1er, 6°".
Art.12. Artikel 11ter, 2°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 5 februari 2004, wordt vervangen als volgt :
  " 2° voor elke dienstencheque die vóór 20 juli 2004 door de erkende onderneming voor betaling aan het uitgiftebedrijf is overgemaakt. "
Art.12. L'article 11ter, 2°, du même arrêté, inséré par l'arrêté royal du 5 février 2004, est remplacé par la disposition suivante :
  " 2° pour chaque titre-service qui a été transmis avant le 20 juillet 2004 par l'entreprise agréée à la société émettrice pour remboursement. "
Art.13. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 12, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2004.
Art.13. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge, à l'exception de l'article 12, qui produit ses effets le 1er janvier 2004.
Art. 14. Onze Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 31 maart 2004.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werk,
  F. VANDENBROUCKE.
Art. 14. Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 31 mars 2004.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Emploi,
  F. VANDENBROUCKE.