Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
18 MEI 2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat de kamers van beroep betreft, en houdende diverse andere wijzigingen.
Titre
18 MAI 2004. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, en ce qui concerne les chambres de recours, et portant diverses autres modifications.
Informations sur le document
Numac: 2004022424
Datum: 2004-05-18
Info du document
Numac: 2004022424
Date: 2004-05-18
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. In het opschrift van afdeling I van hoofdstuk I van titel V van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, worden de woorden " Dienst voor geneeskundige controle " vervangen door de woorden " Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle ".
Article 1. Dans l'intitulé de la section I du chapitre I du titre V de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, les mots " Service du contrôle médical " sont remplacés par les mots " Service d'évaluation et de contrôle médicaux ".
Art.2. In artikel 296 van hetzelfde besluit, worden de woorden " Dienst voor geneeskundige controle " vervangen door de woorden " Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle ".
Art.2. Dans l'article 296 du même arrêté, les mots " Service du contrôle médical " sont remplacés par les mots " Service d'évaluation et de contrôle médicaux ".
Art.3. Artikel 298 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij koninklijk besluit van 10 december 2002, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 298. Het mandaat van de leden van het Comité vangt aan op 15 februari 2003. De lopende mandaten worden op diezelfde datum van rechtswege beëindigd.
Het mandaat is vierjarig en hernieuwbaar. Voor de leden van de groepen voor wie de in artikel 211 van de gecoördineerde wet bedoelde verkiezingen worden georganiseerd, vindt de eerste hernieuwing echter plaats de eerste dag van de maand die volgt op de telling.
Het mandaat van de overleden of ontslagnemende leden wordt beëindigd door hun opvolgers. "
" Art. 298. Het mandaat van de leden van het Comité vangt aan op 15 februari 2003. De lopende mandaten worden op diezelfde datum van rechtswege beëindigd.
Het mandaat is vierjarig en hernieuwbaar. Voor de leden van de groepen voor wie de in artikel 211 van de gecoördineerde wet bedoelde verkiezingen worden georganiseerd, vindt de eerste hernieuwing echter plaats de eerste dag van de maand die volgt op de telling.
Het mandaat van de overleden of ontslagnemende leden wordt beëindigd door hun opvolgers. "
Art.3. L'article 298 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 10 décembre 2002, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 298. Le mandat des membres du Comité prend cours le 15 février 2003. Les mandats en cours prennent fin de plein droit à la même date.
Le mandat est quadriennal et renouvelable. Toutefois, pour les membres de groupements concernés par les élections visées à l'article 211 de la loi coordonnée, le premier renouvellement a lieu le premier jour du mois suivant le dépouillement.
Le mandat des membres décédés ou démissionnaires est achevé par leurs successeurs. "
" Art. 298. Le mandat des membres du Comité prend cours le 15 février 2003. Les mandats en cours prennent fin de plein droit à la même date.
Le mandat est quadriennal et renouvelable. Toutefois, pour les membres de groupements concernés par les élections visées à l'article 211 de la loi coordonnée, le premier renouvellement a lieu le premier jour du mois suivant le dépouillement.
Le mandat des membres décédés ou démissionnaires est achevé par leurs successeurs. "
Art.4. In artikel 300 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° In § 1, eerste en tweede lid, worden de woorden "eerstaanwezend geneesheer-inspecteur hoofd van dienst" vervangen door de woorden "geneesheer-inspecteur-directeur".
2° In § 2, eerste lid, worden de woorden "eerstaanwezend geneesheer-inspecteur hoofd van dienst" vervangen door de woorden "geneesheer-inspecteur-directeur".
1° In § 1, eerste en tweede lid, worden de woorden "eerstaanwezend geneesheer-inspecteur hoofd van dienst" vervangen door de woorden "geneesheer-inspecteur-directeur".
2° In § 2, eerste lid, worden de woorden "eerstaanwezend geneesheer-inspecteur hoofd van dienst" vervangen door de woorden "geneesheer-inspecteur-directeur".
Art.4. Dans l'article 300 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° Au § 1er, alinéas 1er et 2, les mots "médecin-inspecteur principal chef de service" sont remplacés par les mots "médecin-inspecteur-directeur".
2° Au § 2, alinéa 1er, les mots "médecin-inspecteur principal chef de service" sont remplacés par les mots "médecin-inspecteur-directeur".
1° Au § 1er, alinéas 1er et 2, les mots "médecin-inspecteur principal chef de service" sont remplacés par les mots "médecin-inspecteur-directeur".
2° Au § 2, alinéa 1er, les mots "médecin-inspecteur principal chef de service" sont remplacés par les mots "médecin-inspecteur-directeur".
Art.5. In artikel 301 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° In § 1 worden de woorden "eerstaanwezend geneesheer-inspecteur hoofd van dienst" en "Dienst voor geneeskundige controle" vervangen door de woorden "geneesheer-inspecteur-directeur" en "Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle".
2° In § 2, eerste en derde lid, worden de woorden "Dienst voor geneeskundige controle" vervangen door de woorden "Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle".
1° In § 1 worden de woorden "eerstaanwezend geneesheer-inspecteur hoofd van dienst" en "Dienst voor geneeskundige controle" vervangen door de woorden "geneesheer-inspecteur-directeur" en "Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle".
2° In § 2, eerste en derde lid, worden de woorden "Dienst voor geneeskundige controle" vervangen door de woorden "Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle".
Art.5. Dans l'article 301 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° Au § 1er, les mots "médecin-inspecteur principal chef de service" et "Service du contrôle médical" sont remplacés par les mots "médecin-inspecteur-directeur" et "Service d'évaluation et de contrôle médicaux".
2° Au § 2, alinéas 1er et 3, les mots "Service du contrôle médical" sont remplacés par les mots "Service d'évaluation et de contrôle médicaux".
1° Au § 1er, les mots "médecin-inspecteur principal chef de service" et "Service du contrôle médical" sont remplacés par les mots "médecin-inspecteur-directeur" et "Service d'évaluation et de contrôle médicaux".
2° Au § 2, alinéas 1er et 3, les mots "Service du contrôle médical" sont remplacés par les mots "Service d'évaluation et de contrôle médicaux".
Art.6. In artikel 302 van hetzelfde besluit, worden de woorden "eerstaanwezend geneesheer-inspecteur hoofd van dienst" en "Dienst voor geneeskundige controle" vervangen door de woorden "geneesheer-inspecteur-directeur" en "Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle".
Art.6. Dans l'article 302 du même arrêté, les mots "médecin-inspecteur principal chef de service" et "Service du contrôle médical" sont remplacés par les mots "médecin-inspecteur-directeur" et "Service d'évaluation et de contrôle médicaux".
Art.7. De artikelen 304 tot 311 van hetzelfde besluit, worden opgeheven.
De reeds voor de Programmawet (II) van 24 december 2002 aanhangig gemaakte dossiers, worden evenwel verder afgehandeld overeenkomstig de voorschriften van de artikelen 304 tot 311 van het voornoemde besluit.
De reeds voor de Programmawet (II) van 24 december 2002 aanhangig gemaakte dossiers, worden evenwel verder afgehandeld overeenkomstig de voorschriften van de artikelen 304 tot 311 van het voornoemde besluit.
Art.7. Les articles 304 à 311 du même arrêté sont abrogés.
Toutefois, les dossiers qui ont déjà été introduits avant la Loi-programme (II) du 24 décembre 2002, demeurent traités conformément aux dispositions des articles 304 à 311 de l'arrêté précité.
Toutefois, les dossiers qui ont déjà été introduits avant la Loi-programme (II) du 24 décembre 2002, demeurent traités conformément aux dispositions des articles 304 à 311 de l'arrêté précité.
Art.8. In titel V, hoofdstuk I, van hetzelfde besluit, wordt een afdeling IIIbis ingevoegd, luidende :
" Afdeling IIIbis - Kamers van beroep.
Art. 310bis. Bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, worden twee Kamers van beroep ingesteld die zich uitspreken op de beroepen ingesteld door :
1° de adviserend geneesheren tegen de beslissingen die door het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle lastens hen werden genomen overeenkomstig artikel 155 van de gecoördineerde wet;
2° de zorgverleners tegen wie door het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, beslissingen werden genomen overeenkomstig artikel 141 van de gecoördineerde wet.
Art. 310ter. § 1. De in artikel 310bis bedoelde Kamers van beroep houden zitting te Brussel in de lokalen van het Instituut. Eén kamer neemt kennis van alle zaken die in het Nederlands moeten worden behandeld. De andere kamer neemt kennis van alle zaken die in het Frans en in het Duits moeten worden behandeld.
§ 2. De voorzitters van de Kamers van beroep bedoeld in artikel 155, § 6 van de gecoördineerde wet, hebben elk drie plaatsvervangers; de andere leden hebben er twee. Zij worden allen door de Koning benoemd en voorgedragen zoals voorzien in het hogergenoemde artikel van de gecoördineerde wet. De onverenigbaarheden voorzien in artikel 155, § 6, derde lid van de gecoördineerde wet, gelden voor de werkende en plaatsvervangende leden.
§ 3. Het mandaat van de leden van de Kamers van beroep vangt aan op 15 februari 2003.
Het mandaat is vierjarig en hernieuwbaar.
Voor de leden van de groepen voor wie de in artikel 211 van de gecoördineerde wet bedoelde verkiezingen worden georganiseerd, vindt de eerste hernieuwing echter plaats op de eerste dag van de maand die volgt op de telling.
Het mandaat van de overleden of ontslagnemende leden wordt beëindigd door hun opvolgers.
§ 4. De leeftijdsgrens voor de voorzitters is 70 jaar; voor de andere leden is de leeftijdsgrens 65 jaar.
§ 5. Elke Kamer van beroep wordt bijgestaan door een secretariaat. De leden worden aangewezen door de geneesheer-directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle uit de personeelsleden van deze dienst. Zij voeren de taken uit die zijn voorzien in de gecoördineerde wet, dit besluit en voorgeschreven door de voorzitter van de Kamer.
Art. 310quater, . § 1. Op straffe van verval is de termijn om beroep aan te tekenen tegen de eindbeslissingen bedoeld in artikel 141, § 7, tiende lid en artikel 155, § 2 van de gecoördineerde wet, één maand, te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing. De termijn gaat in met de dag van verzending van het schrijven; de postdatum heeft bewijskracht.
De vervaldag wordt in de termijn begrepen. Is die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst op de eerstvolgende werkdag.
§ 2. Het beroep wordt ingesteld bij een ter post aangetekende brief die aan het secretariaat van de Kamer van beroep wordt gezonden.
Op straffe van nietigheid vermeldt de akte van beroep :
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, de voornaam, beroep en woonplaats van de verzoeker in beroep;
3° de beslissing waartegen in hoger beroep wordt gekomen;
4° de uiteenzetting van de feiten, grieven en de middelen;
5° de overtuigingsstukken die zich niet in het administratieve dossier bevinden van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle. Deze geïnventariseerde stukken worden uiterlijk binnen acht dagen na verzending van de akte van beroep neergelegd op het secretariaat van de Kamer van beroep.
De akte van beroep wordt ondertekend door de verzoeker in beroep en vermeldt, in voorkomend geval, de persoon die de verzoeker in beroep zal bijstaan of vertegenwoordigen.
§ 3. Bij iedere akte van beroep worden drie afschriften gevoegd, voor eensluidend verklaard door de verzoeker in beroep.
Art. 310quinquies. § 1. Elke zaak wordt ingeschreven in volgorde van ontvangst op de rol van de betrokken Kamer. Het rolnummer bestaat uit twee reeksen cijfers : de eerste reeks volgt de numerieke volgorde van inschrijving, de tweede reeks bevat de twee laatste cijfers van het kalenderjaar. De numerieke volgorde wordt elk kalenderjaar herbegonnen.
§ 2. De rol van iedere Kamer van beroep wordt schriftelijk of elektronisch bijgehouden door het secretariaat van de Kamers.
§ 3. Binnen acht dagen na de inschrijving van de zaak op de rol bevestigt het secretariaat van de Kamer aan de verzoeker in beroep de ontvangst van de akte van beroep, geeft de geïntimeerde kennis van de akte van beroep en vraagt het administratief dossier op bij het secretariaat van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.
Art. 310sexies. § 1. Elke voorzitter van een Kamer van beroep bepaalt de agenda van de zittingen van zijn Kamer.
De leden die zetelen in een Kamer worden door het secretariaat van de Kamer opgeroepen in naam van de voorzitter.
§ 2. Bij verhindering van de werkende voorzitter wordt hij door één van de plaatsvervangende voorzitters vervangen.
§ 3. Wanneer een lid verhinderd is, verwittigt hij onmiddellijk het secretariaat van de Kamer; in dat geval wordt het plaatsvervangende lid in zijn plaats opgeroepen.
Art. 310septies. § 1. De partijen beschikken over de hiernavermelde termijnen om het dossier in staat van wijzen te brengen :
1° de geïntimeerde heeft één maand om op de akte van beroep te antwoorden;
2° de verzoeker in beroep heeft één maand om op de besluiten van de wederpartij te antwoorden;
3° de geïntimeerde heeft vijftien dagen voor zijn wederantwoord.
§ 2. De in § 1 bedoelde conclusietermijnen kunnen op verzoek van minstens één partij door de voorzitter van de Kamer worden gewijzigd.
Het verzoek wordt gericht aan de voorzitter door middel van een verzoekschrift dat de reden bevat waarom hij andere termijnen zou moeten bepalen en dat de gewenste termijnen aangeeft.
Het is ondertekend door de raadsman van de partij indien hij advocaat is of, wanneer dat niet het geval is, door de partij zelf, en neergelegd op het secretariaat van de Kamer in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn. Het wordt door het secretariaat van de Kamer met een aangetekende brief aan de partijen ter kennis gebracht en, in voorkomend geval, bij gewone brief aan hun raadslieden.
De andere partijen kunnen, binnen vijftien dagen na de verzending van de aangetekende brief, op dezelfde wijze hun opmerkingen aan de voorzitter doen toekomen.
Binnen acht dagen na het verstrijken van de termijn bedoeld in het voorgaande lid of na de neerlegging van het verzoekschrift wanneer het uitgaat van alle betrokken partijen, doet de voorzitter van de Kamer uitspraak op stukken, behalve wanneer hij het noodzakelijk acht de partijen te horen, in welk geval zij met een aangetekende brief opgeroepen worden; de beschikking wordt binnen acht dagen na de zitting gewezen.
De voorzitter van de Kamer bepaalt de termijnen om conclusie te nemen en de rechtsdag. Tegen de beschikking staat geen enkel rechtsmiddel open.
De conclusies die zijn medegedeeld na het verstrijken van de termijnen bedoeld in het vorige lid, worden ambtshalve uit de debatten geweerd.
§ 3. De partijen moeten hun stukken aan elkaar mededelen, alvorens er gebruik van te maken; anders wordt de rechtspleging ambtshalve geschorst.
De mededeling geschiedt door het neerleggen van de stukken op het secretariaat van de Kamer. De stukken worden vooraf door de partij of haar raadsman gebundeld en op een inventaris ingeschreven.
De mededeling kan ook in der minne en zonder formaliteiten geschieden. In elk geval moeten de stukken aan het secretariaat van de Kamer worden toegezonden of er neergelegd tezelfdertijd als zij worden meegedeeld aan de andere partijen.
De partijen geven de stukken terug uiterlijk binnen de termijn die hun gesteld is om hun conclusies te nemen. De niet medegedeelde stukken worden uit de debatten geweerd.
§ 4. De partijen zenden het origineel van hun conclusies aan het secretariaat van de Kamer of leggen ze aldaar neer. Zij kunnen een ontvangstbewijs vragen.
De conclusies van de partijen moeten hun naam, voornaam en woonplaats vermelden. De rechtspersonen delen de identiteit mee van de natuurlijke personen die zijn organen zijn.
Alle conclusies worden aan de tegenpartij of aan haar raadsman gezonden tezelfdertijd als zij op het secretariaat van de Kamer worden neergelegd. De neerlegging van de conclusies op het secretariaat geldt als kennisgeving.
Alle memories, nota's en stukken die niet ten laatste uiterlijk tegelijk met de conclusies zijn meegedeeld, worden ambtshalve geweerd uit de debatten.
Art. 310octies. § 1. Wanneer de zaak in staat van wijzen is gesteld, worden de partijen door het secretariaat van de Kamer in naam van de voorzitter opgeroepen om te verschijnen. De adviserend geneesheren, geneesheren-inspecteurs, apothekers-inspecteurs, sociaal controleurs en zorgverleners worden opgeroepen met een aangetekende brief, hun raadsman en de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle met een gewone brief.
De oproeping gebeurt uiterlijk één maand voor de zittingsdatum en maakt melding van het rolnummer, de naam van de partijen, het voorwerp van het geding, de dag, datum en uur van de zitting, de plaats van de zittingszaal.
§ 2. De debatten voor de Kamers van beroep zijn openbaar, tenzij de openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of het beroepsgeheim.
Ten laatste één week voor de vastgestelde zittingsdag brengt de belanghebbende partij het verzoek naar voor om af te zien van de openbaarheid en de redenen daartoe. Na de andere partijen gehoord te hebben beraadslaagt de Kamer daarover met gesloten deuren en deelt haar beslissing mee.
De beslissing waarbij van de openbaarheid wordt afgezien, is met redenen omkleed.
§ 3. De Kamer van beroep kan elke maatregel alvorens recht te doen, bevelen.
Artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op de deskundigen waarop de Kamer een beroep doet.
Art. 310novies. § 1. De voorzitter van de Kamer van beroep kan altijd de persoonlijke verschijning van de partijen bevelen.
Wanneer één van de in de zaak betrokken partijen niet verschijnt, belet dit de Kamer niet de zaak te onderzoeken en daaromtrent uitspraak te doen.
§ 2. Na de pleidooien en in voorkomend geval na de wederantwoorden, beveelt de voorzitter de sluiting van de debatten.
De beslissing waarbij de debatten worden gesloten, wordt vermeld op het zittingsblad.
§ 3. Wanneer de voorzitter de zaak in beraad houdt om de beslissing uit te spreken, bepaalt hij de dag voor die uitspraak, die moet geschieden binnen zes weken na het sluiten van de debatten.
Indien de uitspraak niet binnen die termijn kan geschieden, wordt de oorzaak van vertraging op het zittingsblad vermeld.
§ 4. De Kamer van beroep beraadslaagt met gesloten deuren; de beraadslaging is geheim.
Na het advies van de niet stemgerechtigde leden te hebben gehoord, wijst de voorzitter zijn beslissing.
§ 5. De beslissingen zijn met redenen omkleed en worden door de voorzitter in openbare zitting uitgesproken. Zij zijn ondertekend door de voorzitter en het lid van het secretariaat van de Kamer dat hem bijstaat.
Art. 310decies. § 1. Binnen acht dagen na de uitspraak van de beslissing brengt het secretariaat met een aangetekende brief een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing ter kennis aan de betrokken adviserend geneesheren en zorgverleners. Een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing wordt met een gewone brief ter kennis gebracht aan de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle. Een afschrift van de beslissing wordt met een gewone brief ter kennis gebracht aan de raadsman.
§ 2. De beslissingen hebben uitwerking vanaf de uitspraak.
§ 3. De brief waarbij de beslissing ter kennis wordt gebracht, maakt melding van de mogelijkheid van een administratief cassatieberoep bij de Raad van State, afdeling administratie. Zij geeft een korte beschrijving van de termijnen en de vormvoorschriften die dienen nageleefd te worden voor het instellen van het cassatieberoep bij de Raad van State, afdeling administratie. "
" Afdeling IIIbis - Kamers van beroep.
Art. 310bis. Bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, worden twee Kamers van beroep ingesteld die zich uitspreken op de beroepen ingesteld door :
1° de adviserend geneesheren tegen de beslissingen die door het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle lastens hen werden genomen overeenkomstig artikel 155 van de gecoördineerde wet;
2° de zorgverleners tegen wie door het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, beslissingen werden genomen overeenkomstig artikel 141 van de gecoördineerde wet.
Art. 310ter. § 1. De in artikel 310bis bedoelde Kamers van beroep houden zitting te Brussel in de lokalen van het Instituut. Eén kamer neemt kennis van alle zaken die in het Nederlands moeten worden behandeld. De andere kamer neemt kennis van alle zaken die in het Frans en in het Duits moeten worden behandeld.
§ 2. De voorzitters van de Kamers van beroep bedoeld in artikel 155, § 6 van de gecoördineerde wet, hebben elk drie plaatsvervangers; de andere leden hebben er twee. Zij worden allen door de Koning benoemd en voorgedragen zoals voorzien in het hogergenoemde artikel van de gecoördineerde wet. De onverenigbaarheden voorzien in artikel 155, § 6, derde lid van de gecoördineerde wet, gelden voor de werkende en plaatsvervangende leden.
§ 3. Het mandaat van de leden van de Kamers van beroep vangt aan op 15 februari 2003.
Het mandaat is vierjarig en hernieuwbaar.
Voor de leden van de groepen voor wie de in artikel 211 van de gecoördineerde wet bedoelde verkiezingen worden georganiseerd, vindt de eerste hernieuwing echter plaats op de eerste dag van de maand die volgt op de telling.
Het mandaat van de overleden of ontslagnemende leden wordt beëindigd door hun opvolgers.
§ 4. De leeftijdsgrens voor de voorzitters is 70 jaar; voor de andere leden is de leeftijdsgrens 65 jaar.
§ 5. Elke Kamer van beroep wordt bijgestaan door een secretariaat. De leden worden aangewezen door de geneesheer-directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle uit de personeelsleden van deze dienst. Zij voeren de taken uit die zijn voorzien in de gecoördineerde wet, dit besluit en voorgeschreven door de voorzitter van de Kamer.
Art. 310quater, . § 1. Op straffe van verval is de termijn om beroep aan te tekenen tegen de eindbeslissingen bedoeld in artikel 141, § 7, tiende lid en artikel 155, § 2 van de gecoördineerde wet, één maand, te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing. De termijn gaat in met de dag van verzending van het schrijven; de postdatum heeft bewijskracht.
De vervaldag wordt in de termijn begrepen. Is die dag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst op de eerstvolgende werkdag.
§ 2. Het beroep wordt ingesteld bij een ter post aangetekende brief die aan het secretariaat van de Kamer van beroep wordt gezonden.
Op straffe van nietigheid vermeldt de akte van beroep :
1° de dag, de maand en het jaar;
2° de naam, de voornaam, beroep en woonplaats van de verzoeker in beroep;
3° de beslissing waartegen in hoger beroep wordt gekomen;
4° de uiteenzetting van de feiten, grieven en de middelen;
5° de overtuigingsstukken die zich niet in het administratieve dossier bevinden van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle. Deze geïnventariseerde stukken worden uiterlijk binnen acht dagen na verzending van de akte van beroep neergelegd op het secretariaat van de Kamer van beroep.
De akte van beroep wordt ondertekend door de verzoeker in beroep en vermeldt, in voorkomend geval, de persoon die de verzoeker in beroep zal bijstaan of vertegenwoordigen.
§ 3. Bij iedere akte van beroep worden drie afschriften gevoegd, voor eensluidend verklaard door de verzoeker in beroep.
Art. 310quinquies. § 1. Elke zaak wordt ingeschreven in volgorde van ontvangst op de rol van de betrokken Kamer. Het rolnummer bestaat uit twee reeksen cijfers : de eerste reeks volgt de numerieke volgorde van inschrijving, de tweede reeks bevat de twee laatste cijfers van het kalenderjaar. De numerieke volgorde wordt elk kalenderjaar herbegonnen.
§ 2. De rol van iedere Kamer van beroep wordt schriftelijk of elektronisch bijgehouden door het secretariaat van de Kamers.
§ 3. Binnen acht dagen na de inschrijving van de zaak op de rol bevestigt het secretariaat van de Kamer aan de verzoeker in beroep de ontvangst van de akte van beroep, geeft de geïntimeerde kennis van de akte van beroep en vraagt het administratief dossier op bij het secretariaat van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.
Art. 310sexies. § 1. Elke voorzitter van een Kamer van beroep bepaalt de agenda van de zittingen van zijn Kamer.
De leden die zetelen in een Kamer worden door het secretariaat van de Kamer opgeroepen in naam van de voorzitter.
§ 2. Bij verhindering van de werkende voorzitter wordt hij door één van de plaatsvervangende voorzitters vervangen.
§ 3. Wanneer een lid verhinderd is, verwittigt hij onmiddellijk het secretariaat van de Kamer; in dat geval wordt het plaatsvervangende lid in zijn plaats opgeroepen.
Art. 310septies. § 1. De partijen beschikken over de hiernavermelde termijnen om het dossier in staat van wijzen te brengen :
1° de geïntimeerde heeft één maand om op de akte van beroep te antwoorden;
2° de verzoeker in beroep heeft één maand om op de besluiten van de wederpartij te antwoorden;
3° de geïntimeerde heeft vijftien dagen voor zijn wederantwoord.
§ 2. De in § 1 bedoelde conclusietermijnen kunnen op verzoek van minstens één partij door de voorzitter van de Kamer worden gewijzigd.
Het verzoek wordt gericht aan de voorzitter door middel van een verzoekschrift dat de reden bevat waarom hij andere termijnen zou moeten bepalen en dat de gewenste termijnen aangeeft.
Het is ondertekend door de raadsman van de partij indien hij advocaat is of, wanneer dat niet het geval is, door de partij zelf, en neergelegd op het secretariaat van de Kamer in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn. Het wordt door het secretariaat van de Kamer met een aangetekende brief aan de partijen ter kennis gebracht en, in voorkomend geval, bij gewone brief aan hun raadslieden.
De andere partijen kunnen, binnen vijftien dagen na de verzending van de aangetekende brief, op dezelfde wijze hun opmerkingen aan de voorzitter doen toekomen.
Binnen acht dagen na het verstrijken van de termijn bedoeld in het voorgaande lid of na de neerlegging van het verzoekschrift wanneer het uitgaat van alle betrokken partijen, doet de voorzitter van de Kamer uitspraak op stukken, behalve wanneer hij het noodzakelijk acht de partijen te horen, in welk geval zij met een aangetekende brief opgeroepen worden; de beschikking wordt binnen acht dagen na de zitting gewezen.
De voorzitter van de Kamer bepaalt de termijnen om conclusie te nemen en de rechtsdag. Tegen de beschikking staat geen enkel rechtsmiddel open.
De conclusies die zijn medegedeeld na het verstrijken van de termijnen bedoeld in het vorige lid, worden ambtshalve uit de debatten geweerd.
§ 3. De partijen moeten hun stukken aan elkaar mededelen, alvorens er gebruik van te maken; anders wordt de rechtspleging ambtshalve geschorst.
De mededeling geschiedt door het neerleggen van de stukken op het secretariaat van de Kamer. De stukken worden vooraf door de partij of haar raadsman gebundeld en op een inventaris ingeschreven.
De mededeling kan ook in der minne en zonder formaliteiten geschieden. In elk geval moeten de stukken aan het secretariaat van de Kamer worden toegezonden of er neergelegd tezelfdertijd als zij worden meegedeeld aan de andere partijen.
De partijen geven de stukken terug uiterlijk binnen de termijn die hun gesteld is om hun conclusies te nemen. De niet medegedeelde stukken worden uit de debatten geweerd.
§ 4. De partijen zenden het origineel van hun conclusies aan het secretariaat van de Kamer of leggen ze aldaar neer. Zij kunnen een ontvangstbewijs vragen.
De conclusies van de partijen moeten hun naam, voornaam en woonplaats vermelden. De rechtspersonen delen de identiteit mee van de natuurlijke personen die zijn organen zijn.
Alle conclusies worden aan de tegenpartij of aan haar raadsman gezonden tezelfdertijd als zij op het secretariaat van de Kamer worden neergelegd. De neerlegging van de conclusies op het secretariaat geldt als kennisgeving.
Alle memories, nota's en stukken die niet ten laatste uiterlijk tegelijk met de conclusies zijn meegedeeld, worden ambtshalve geweerd uit de debatten.
Art. 310octies. § 1. Wanneer de zaak in staat van wijzen is gesteld, worden de partijen door het secretariaat van de Kamer in naam van de voorzitter opgeroepen om te verschijnen. De adviserend geneesheren, geneesheren-inspecteurs, apothekers-inspecteurs, sociaal controleurs en zorgverleners worden opgeroepen met een aangetekende brief, hun raadsman en de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle met een gewone brief.
De oproeping gebeurt uiterlijk één maand voor de zittingsdatum en maakt melding van het rolnummer, de naam van de partijen, het voorwerp van het geding, de dag, datum en uur van de zitting, de plaats van de zittingszaal.
§ 2. De debatten voor de Kamers van beroep zijn openbaar, tenzij de openbaarheid gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of het beroepsgeheim.
Ten laatste één week voor de vastgestelde zittingsdag brengt de belanghebbende partij het verzoek naar voor om af te zien van de openbaarheid en de redenen daartoe. Na de andere partijen gehoord te hebben beraadslaagt de Kamer daarover met gesloten deuren en deelt haar beslissing mee.
De beslissing waarbij van de openbaarheid wordt afgezien, is met redenen omkleed.
§ 3. De Kamer van beroep kan elke maatregel alvorens recht te doen, bevelen.
Artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing op de deskundigen waarop de Kamer een beroep doet.
Art. 310novies. § 1. De voorzitter van de Kamer van beroep kan altijd de persoonlijke verschijning van de partijen bevelen.
Wanneer één van de in de zaak betrokken partijen niet verschijnt, belet dit de Kamer niet de zaak te onderzoeken en daaromtrent uitspraak te doen.
§ 2. Na de pleidooien en in voorkomend geval na de wederantwoorden, beveelt de voorzitter de sluiting van de debatten.
De beslissing waarbij de debatten worden gesloten, wordt vermeld op het zittingsblad.
§ 3. Wanneer de voorzitter de zaak in beraad houdt om de beslissing uit te spreken, bepaalt hij de dag voor die uitspraak, die moet geschieden binnen zes weken na het sluiten van de debatten.
Indien de uitspraak niet binnen die termijn kan geschieden, wordt de oorzaak van vertraging op het zittingsblad vermeld.
§ 4. De Kamer van beroep beraadslaagt met gesloten deuren; de beraadslaging is geheim.
Na het advies van de niet stemgerechtigde leden te hebben gehoord, wijst de voorzitter zijn beslissing.
§ 5. De beslissingen zijn met redenen omkleed en worden door de voorzitter in openbare zitting uitgesproken. Zij zijn ondertekend door de voorzitter en het lid van het secretariaat van de Kamer dat hem bijstaat.
Art. 310decies. § 1. Binnen acht dagen na de uitspraak van de beslissing brengt het secretariaat met een aangetekende brief een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing ter kennis aan de betrokken adviserend geneesheren en zorgverleners. Een voor eensluidend verklaard afschrift van de beslissing wordt met een gewone brief ter kennis gebracht aan de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle. Een afschrift van de beslissing wordt met een gewone brief ter kennis gebracht aan de raadsman.
§ 2. De beslissingen hebben uitwerking vanaf de uitspraak.
§ 3. De brief waarbij de beslissing ter kennis wordt gebracht, maakt melding van de mogelijkheid van een administratief cassatieberoep bij de Raad van State, afdeling administratie. Zij geeft een korte beschrijving van de termijnen en de vormvoorschriften die dienen nageleefd te worden voor het instellen van het cassatieberoep bij de Raad van State, afdeling administratie. "
Art.8. Il est inséré dans le Titre V, Chapitre I, du même arrêté, une section IIIbis, rédigée comme suit :
" Section IIIbis - Chambres de recours.
Art. 310bis. Auprès du Service d'évaluation et de contrôle médicaux, deux Chambres de recours sont instituées qui statuent sur les recours interjetés par :
1° les médecins-conseils contre les décisions prises à leur égard par le Comité du Service d'évaluation et de contrôle médicaux, en vertu de l'article 155 de la loi coordonnée;
2° les dispensateurs de soins contre les décisions prises à leur égard par le Comité du Service d'évaluation et de contrôle médicaux, en vertu de l'article 141 de la loi coordonnée.
Art. 310ter. § 1er. Les Chambres de recours visées à l'article 310bis, siègent à Bruxelles dans les locaux de l'Institut. Une chambre connaît de tous les dossiers devant être examinés en langue néerlandaise. L'autre connaît de tous les dossiers devant être examinés en langues française et allemande.
§ 2. Les présidents des Chambres de recours visées à l'article 155, § 6 de la loi coordonnée, disposent de trois suppléants; les autres membres de deux. Ils sont tous nommés par le Roi et présentés comme prévu au susdit article de la loi coordonnée. Les incompatibilités prévues à l'article 155, § 6, alinéa 3 de la loi coordonnée, s'appliquent aux membres effectifs et suppléants.
§ 3. Le mandat des membres des Chambres de recours prend cours le 15 février 2003.
Le mandat est quadriennal et renouvelable.
Toutefois, pour les membres de groupements concernés par les élections visées à l'article 211 de la loi coordonnée, le premier renouvellement a lieu le premier jour du mois suivant le dépouillement.
Le mandat des membres décédés ou démissionnaires est achevé par leurs successeurs.
§ 4. La limite d'âge des présidents est fixée à 70 ans; la limite d'âge des autres membres est fixée à 65 ans.
§ 5. Chaque Chambre de recours est assistée par un secrétariat. Les membres sont désignés par le médecin-directeur général du Service d'évaluation et de contrôle médicaux parmi le personnel de ce service. Ils exécutent les tâches prévues par la loi coordonnée, le présent arrêté et prescrites par le président de la Chambre.
Art. 310quater. § 1er. A peine de déchéance, le délai pour former un recours contre les décisions définitives visées aux articles 141, § 7, alinéa 10 et 155, § 2 de la loi coordonnée, est d'un mois à partir de la notification de la décision. Le délai prend cours à dater de l'envoi du pli, la date de la poste fait foi. Le jour de l'échéance est compté dans le délai.
Toutefois, lorsque ce jour est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au plus prochain jour ouvrable.
§ 2. Le recours est formé par lettre recommandée à la poste, envoyée au secrétariat de la Chambre de recours.
A peine de nullité, l'acte de recours contient :
1° l'indication des jour, mois et an;
2° les nom, prénom, profession et domicile du requérant;
3° la détermination de la décision dont recours;
4° l'indication des faits, griefs et les moyens;
5° les pièces à conviction qui ne figurent pas dans le dossier administratif du Comité du Service d'évaluation et de contrôle médicaux. Les pièces inventoriées sont envoyées au plus tard dans les huit jours de l'envoi de l'acte de recours au secrétariat de la Chambre de recours.
L'acte de recours est signé par le requérant et contient, le cas échéant, l'indication de la personne qui assistera ou représentera le requérant.
§ 3. A l'original de l'acte de recours sont jointes trois copies certifiées conformes par le requérant.
Art. 310quinquies. § 1er. Toute affaire est inscrite au rôle de la Chambre concernée selon l'ordre de réception. Le numéro de rôle consiste en deux séries de chiffres séparées : la première série suit l'ordre numérique d'inscription, la deuxième série est composée des deux derniers chiffres de l'année civile. L'ordre numérique recommence chaque année civile.
§ 2. Le rôle de chaque Chambre de recours est tenu sur support écrit ou électronique par le secrétariat de la Chambre.
§ 3. Dans les huit jours qui suivent l'inscription de l'affaire au rôle, le secrétariat de la Chambre confirme la réception de l'acte de recours au requérant, notifie l'acte de recours à l'intimé et réclame au secrétariat du Comité du Service d'évaluation et de contrôle médicaux le transfert du dossier administratif.
Art. 310sexies. § 1er. Chaque président d'une Chambre de recours fixe l'ordre du jour des audiences de sa Chambre.
Les membres siégeant dans une Chambre sont convoqués par le secrétariat de la Chambre, au nom du président.
§ 2. En cas d'empêchement du président effectif, il est remplacé par un des présidents suppléants.
§ 3. Au cas où un membre est empêché, il en avise immédiatement le secrétariat de la Chambre; dans ce cas le membre suppléant est convoqué à sa place.
Art. 310septies. § 1er. Les parties disposent des délais suivants pour la mise en état de juger de l'affaire :
1° l'intimé a un mois pour répondre à l'acte de recours;
2° le requérant a un mois pour répondre au conclusions de la partie adverse;
3° l'intimé dispose de quinze jours pour sa réplique.
§ 2. A la demande d'au moins une des parties, le président de la Chambre peut modifier les délais pour conclure visés au § 1er.
La demande est adressée au président, par une requête contenant le motif pour lequel d'autres délais devraient être fixés et indiquant les délais sollicités.
Elle est signée par le conseil d'une partie s'il est avocat ou, à défaut, par celle-ci et déposée au secrétariat de la Chambre, en autant d'exemplaires qu'il y a de parties en cause. Elle est notifiée par lettre recommandée par le secrétariat de la Chambre aux parties adverses et le cas échéant, par lettre missive à leurs conseils.
Les autres parties peuvent, dans les quinze jours de l'envoi par lettre recommandée et dans les mêmes conditions, adresser leurs observations au président.
Dans les huit jours qui suivent soit l'expiration du délai prévu à l'alinéa précédent, soit, si la requête émane de toutes les parties à la cause, le dépôt de celle-ci, le président de la Chambre statue sur pièces sauf s'il estime nécessaire d'entendre les parties, auquel cas celles-ci sont convoquées par lettre recommandée; l'ordonnance est rendue dans les huit jours de l'audience.
Le président de la Chambre détermine les délais pour conclure et fixe la date de l'audience des plaidoiries. L'ordonnance n'est susceptible d'aucun recours.
Les conclusions communiquées après l'expiration des délais déterminés à l'alinéa précédent sont d'office écartées des débats.
§ 3. Les parties se communiquent les pièces avant leur emploi, à peine de surséance d'office de la procédure.
La communication a lieu par le dépôt des pièces au secrétariat de la Chambre. Les pièces sont préalablement enliassées et inventoriées par la partie ou son conseil.
Cette communication peut aussi être faite à l'amiable sans formalité. En tout cas, les pièces doivent être envoyées ou déposées au secrétariat de la Chambre en même temps qu'elles sont communiquées aux autres parties.
Les parties restitueront les pièces au plus tard dans le délai qui leur est imparti pour conclure. Les pièces non communiquées sont écartées du délibéré.
§ 4. Les parties adressent ou déposent au secrétariat de la Chambre, l'original de leurs conclusions. Elles peuvent en demander récépissé.
Les conclusions des parties doivent indiquer leurs nom, prénom et domicile. Les personnes morales indiquent l'identité des personnes physiques qui sont ses organes.
Toutes conclusions sont adressées à la partie adverse ou son conseil, en même temps qu'elles sont remises au secrétariat de la Chambre. La remise au secrétariat vaut notification.
Tous mémoires, notes ou pièces non communiqués au plus tard en même temps que les conclusions, sont écartés d'office des débats.
Art. 310octies. § 1er. Quand l'affaire est en état d'être jugée, les parties sont convoquées à comparaître par le secrétariat de la Chambre, au nom du président. Les médecins-conseils, les médecins-inspecteurs, les pharmaciens-inspecteurs, les contrôleurs sociaux et les dispensateurs de soins sont convoqués par lettre recommandée, leur conseil et le Service d'évaluation et de contrôle médicaux par lettre missive.
La convocation est adressée au plus tard un mois avant la date de l'audience et mentionne le numéro de rôle, l'identité des parties, le sujet du litige, les jour, date et heure de l'audience, la place de la salle des audiences.
§ 2. Les débats des Chambres de recours sont publics à moins que cette publicité ne porte atteinte à l'ordre public, aux bonnes moeurs ou au secret professionnel.
Au plus tard une semaine avant l'audience publique, la demande de huis clos et sa motivation sont présentées par la partie intéressée. Après avoir entendu les autres parties, la Chambre délibère à huis clos et communique sa décision.
La décision écartant la publicité est motivée.
§ 3. La Chambre de recours peut ordonner toute mesure d'avant dire droit.
L'article 828 du Code judiciaire s'applique, par analogie, aux experts auxquels la Chambre fait appel.
Art. 310novies. § 1er. Le président de la Chambre de recours peut toujours ordonner la comparution en personne des parties.
La non-comparution d'une des parties concernées par l'affaire n'empêche pas la Chambre d'examiner l'affaire et de se prononcer.
§ 2. Après les plaidoiries et, s'il y a lieu, les répliques, le président prononce la clôture des débats.
La décision de clôture des débats est mentionnée sur la feuille d'audience.
§ 3. Lorsque le président tient la cause en délibéré pour prononcer la décision, il fixe le jour de cette prononciation, qui doit avoir lieu dans les six semaines à partir de la clôture des débats.
Si la prononciation ne peut avoir lieu dans ce délai, il est fait mention à la feuille d'audience de la cause du retard.
§ 4. La Chambre de recours délibère à huit clos; le secret des délibérations est garanti.
Après avoir entendu l'avis des membres qui ont voix consultative, le président prend sa décision.
§ 5. Les décisions sont motivées et sont prononcées en audience publique par le président. Elles sont signées par le président et le membre du secrétariat de la Chambre qui l'assiste.
Art. 310decies. § 1er. Dans les huit jours du prononcé de la décision, le secrétariat notifie, par lettre recommandée, une copie certifiée conforme de la décision aux médecins-conseils et les dispensateurs de soins concernés. Une copie certifiée conforme est notifiée au Service d'évaluation et de contrôle médicaux par simple missive. Une copie de la décision est adressée au conseil par simple missive.
§ 2. Les décisions produisent leur effet dès le prononcé.
§ 3. La missive par laquelle la décision est notifiée, fait mention de la possibilité d'un recours en cassation administrative devant le Conseil d'Etat, section d'administration. Elle contient une courte description des délais et formalités à respecter pour former le recours en cassation devant le Conseil d'Etat, section d'administration. "
" Section IIIbis - Chambres de recours.
Art. 310bis. Auprès du Service d'évaluation et de contrôle médicaux, deux Chambres de recours sont instituées qui statuent sur les recours interjetés par :
1° les médecins-conseils contre les décisions prises à leur égard par le Comité du Service d'évaluation et de contrôle médicaux, en vertu de l'article 155 de la loi coordonnée;
2° les dispensateurs de soins contre les décisions prises à leur égard par le Comité du Service d'évaluation et de contrôle médicaux, en vertu de l'article 141 de la loi coordonnée.
Art. 310ter. § 1er. Les Chambres de recours visées à l'article 310bis, siègent à Bruxelles dans les locaux de l'Institut. Une chambre connaît de tous les dossiers devant être examinés en langue néerlandaise. L'autre connaît de tous les dossiers devant être examinés en langues française et allemande.
§ 2. Les présidents des Chambres de recours visées à l'article 155, § 6 de la loi coordonnée, disposent de trois suppléants; les autres membres de deux. Ils sont tous nommés par le Roi et présentés comme prévu au susdit article de la loi coordonnée. Les incompatibilités prévues à l'article 155, § 6, alinéa 3 de la loi coordonnée, s'appliquent aux membres effectifs et suppléants.
§ 3. Le mandat des membres des Chambres de recours prend cours le 15 février 2003.
Le mandat est quadriennal et renouvelable.
Toutefois, pour les membres de groupements concernés par les élections visées à l'article 211 de la loi coordonnée, le premier renouvellement a lieu le premier jour du mois suivant le dépouillement.
Le mandat des membres décédés ou démissionnaires est achevé par leurs successeurs.
§ 4. La limite d'âge des présidents est fixée à 70 ans; la limite d'âge des autres membres est fixée à 65 ans.
§ 5. Chaque Chambre de recours est assistée par un secrétariat. Les membres sont désignés par le médecin-directeur général du Service d'évaluation et de contrôle médicaux parmi le personnel de ce service. Ils exécutent les tâches prévues par la loi coordonnée, le présent arrêté et prescrites par le président de la Chambre.
Art. 310quater. § 1er. A peine de déchéance, le délai pour former un recours contre les décisions définitives visées aux articles 141, § 7, alinéa 10 et 155, § 2 de la loi coordonnée, est d'un mois à partir de la notification de la décision. Le délai prend cours à dater de l'envoi du pli, la date de la poste fait foi. Le jour de l'échéance est compté dans le délai.
Toutefois, lorsque ce jour est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, le jour de l'échéance est reporté au plus prochain jour ouvrable.
§ 2. Le recours est formé par lettre recommandée à la poste, envoyée au secrétariat de la Chambre de recours.
A peine de nullité, l'acte de recours contient :
1° l'indication des jour, mois et an;
2° les nom, prénom, profession et domicile du requérant;
3° la détermination de la décision dont recours;
4° l'indication des faits, griefs et les moyens;
5° les pièces à conviction qui ne figurent pas dans le dossier administratif du Comité du Service d'évaluation et de contrôle médicaux. Les pièces inventoriées sont envoyées au plus tard dans les huit jours de l'envoi de l'acte de recours au secrétariat de la Chambre de recours.
L'acte de recours est signé par le requérant et contient, le cas échéant, l'indication de la personne qui assistera ou représentera le requérant.
§ 3. A l'original de l'acte de recours sont jointes trois copies certifiées conformes par le requérant.
Art. 310quinquies. § 1er. Toute affaire est inscrite au rôle de la Chambre concernée selon l'ordre de réception. Le numéro de rôle consiste en deux séries de chiffres séparées : la première série suit l'ordre numérique d'inscription, la deuxième série est composée des deux derniers chiffres de l'année civile. L'ordre numérique recommence chaque année civile.
§ 2. Le rôle de chaque Chambre de recours est tenu sur support écrit ou électronique par le secrétariat de la Chambre.
§ 3. Dans les huit jours qui suivent l'inscription de l'affaire au rôle, le secrétariat de la Chambre confirme la réception de l'acte de recours au requérant, notifie l'acte de recours à l'intimé et réclame au secrétariat du Comité du Service d'évaluation et de contrôle médicaux le transfert du dossier administratif.
Art. 310sexies. § 1er. Chaque président d'une Chambre de recours fixe l'ordre du jour des audiences de sa Chambre.
Les membres siégeant dans une Chambre sont convoqués par le secrétariat de la Chambre, au nom du président.
§ 2. En cas d'empêchement du président effectif, il est remplacé par un des présidents suppléants.
§ 3. Au cas où un membre est empêché, il en avise immédiatement le secrétariat de la Chambre; dans ce cas le membre suppléant est convoqué à sa place.
Art. 310septies. § 1er. Les parties disposent des délais suivants pour la mise en état de juger de l'affaire :
1° l'intimé a un mois pour répondre à l'acte de recours;
2° le requérant a un mois pour répondre au conclusions de la partie adverse;
3° l'intimé dispose de quinze jours pour sa réplique.
§ 2. A la demande d'au moins une des parties, le président de la Chambre peut modifier les délais pour conclure visés au § 1er.
La demande est adressée au président, par une requête contenant le motif pour lequel d'autres délais devraient être fixés et indiquant les délais sollicités.
Elle est signée par le conseil d'une partie s'il est avocat ou, à défaut, par celle-ci et déposée au secrétariat de la Chambre, en autant d'exemplaires qu'il y a de parties en cause. Elle est notifiée par lettre recommandée par le secrétariat de la Chambre aux parties adverses et le cas échéant, par lettre missive à leurs conseils.
Les autres parties peuvent, dans les quinze jours de l'envoi par lettre recommandée et dans les mêmes conditions, adresser leurs observations au président.
Dans les huit jours qui suivent soit l'expiration du délai prévu à l'alinéa précédent, soit, si la requête émane de toutes les parties à la cause, le dépôt de celle-ci, le président de la Chambre statue sur pièces sauf s'il estime nécessaire d'entendre les parties, auquel cas celles-ci sont convoquées par lettre recommandée; l'ordonnance est rendue dans les huit jours de l'audience.
Le président de la Chambre détermine les délais pour conclure et fixe la date de l'audience des plaidoiries. L'ordonnance n'est susceptible d'aucun recours.
Les conclusions communiquées après l'expiration des délais déterminés à l'alinéa précédent sont d'office écartées des débats.
§ 3. Les parties se communiquent les pièces avant leur emploi, à peine de surséance d'office de la procédure.
La communication a lieu par le dépôt des pièces au secrétariat de la Chambre. Les pièces sont préalablement enliassées et inventoriées par la partie ou son conseil.
Cette communication peut aussi être faite à l'amiable sans formalité. En tout cas, les pièces doivent être envoyées ou déposées au secrétariat de la Chambre en même temps qu'elles sont communiquées aux autres parties.
Les parties restitueront les pièces au plus tard dans le délai qui leur est imparti pour conclure. Les pièces non communiquées sont écartées du délibéré.
§ 4. Les parties adressent ou déposent au secrétariat de la Chambre, l'original de leurs conclusions. Elles peuvent en demander récépissé.
Les conclusions des parties doivent indiquer leurs nom, prénom et domicile. Les personnes morales indiquent l'identité des personnes physiques qui sont ses organes.
Toutes conclusions sont adressées à la partie adverse ou son conseil, en même temps qu'elles sont remises au secrétariat de la Chambre. La remise au secrétariat vaut notification.
Tous mémoires, notes ou pièces non communiqués au plus tard en même temps que les conclusions, sont écartés d'office des débats.
Art. 310octies. § 1er. Quand l'affaire est en état d'être jugée, les parties sont convoquées à comparaître par le secrétariat de la Chambre, au nom du président. Les médecins-conseils, les médecins-inspecteurs, les pharmaciens-inspecteurs, les contrôleurs sociaux et les dispensateurs de soins sont convoqués par lettre recommandée, leur conseil et le Service d'évaluation et de contrôle médicaux par lettre missive.
La convocation est adressée au plus tard un mois avant la date de l'audience et mentionne le numéro de rôle, l'identité des parties, le sujet du litige, les jour, date et heure de l'audience, la place de la salle des audiences.
§ 2. Les débats des Chambres de recours sont publics à moins que cette publicité ne porte atteinte à l'ordre public, aux bonnes moeurs ou au secret professionnel.
Au plus tard une semaine avant l'audience publique, la demande de huis clos et sa motivation sont présentées par la partie intéressée. Après avoir entendu les autres parties, la Chambre délibère à huis clos et communique sa décision.
La décision écartant la publicité est motivée.
§ 3. La Chambre de recours peut ordonner toute mesure d'avant dire droit.
L'article 828 du Code judiciaire s'applique, par analogie, aux experts auxquels la Chambre fait appel.
Art. 310novies. § 1er. Le président de la Chambre de recours peut toujours ordonner la comparution en personne des parties.
La non-comparution d'une des parties concernées par l'affaire n'empêche pas la Chambre d'examiner l'affaire et de se prononcer.
§ 2. Après les plaidoiries et, s'il y a lieu, les répliques, le président prononce la clôture des débats.
La décision de clôture des débats est mentionnée sur la feuille d'audience.
§ 3. Lorsque le président tient la cause en délibéré pour prononcer la décision, il fixe le jour de cette prononciation, qui doit avoir lieu dans les six semaines à partir de la clôture des débats.
Si la prononciation ne peut avoir lieu dans ce délai, il est fait mention à la feuille d'audience de la cause du retard.
§ 4. La Chambre de recours délibère à huit clos; le secret des délibérations est garanti.
Après avoir entendu l'avis des membres qui ont voix consultative, le président prend sa décision.
§ 5. Les décisions sont motivées et sont prononcées en audience publique par le président. Elles sont signées par le président et le membre du secrétariat de la Chambre qui l'assiste.
Art. 310decies. § 1er. Dans les huit jours du prononcé de la décision, le secrétariat notifie, par lettre recommandée, une copie certifiée conforme de la décision aux médecins-conseils et les dispensateurs de soins concernés. Une copie certifiée conforme est notifiée au Service d'évaluation et de contrôle médicaux par simple missive. Une copie de la décision est adressée au conseil par simple missive.
§ 2. Les décisions produisent leur effet dès le prononcé.
§ 3. La missive par laquelle la décision est notifiée, fait mention de la possibilité d'un recours en cassation administrative devant le Conseil d'Etat, section d'administration. Elle contient une courte description des délais et formalités à respecter pour former le recours en cassation devant le Conseil d'Etat, section d'administration. "
Art.9. De koninklijke besluiten van 12 december 1990 houdende nadere organisatie van de Controlecommissie en van de Commissie van beroep, van 29 januari 1993 tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Controlecommissie, en van 28 april 1993 tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Commissie van beroep, worden opgeheven.
De reeds voor de Programmawet (II) van 24 december 2002 aanhangig gemaakte dossiers, worden evenwel verder afgehandeld overeenkomstig de voorschriften van de voornoemde koninklijke besluiten.
De reeds voor de Programmawet (II) van 24 december 2002 aanhangig gemaakte dossiers, worden evenwel verder afgehandeld overeenkomstig de voorschriften van de voornoemde koninklijke besluiten.
Art.9. Les arrêtés royaux du 12 décembre 1990 déterminant l'organisation de la Commission de contrôle et de la Commission d'appel, du 29 janvier 1993 portant approbation du règlement d'ordre intérieur de la Commission de contrôle, et du 28 avril 1993 portant approbation du règlement d'ordre intérieur de la Commission d'appel, sont abrogés.
Toutefois, les dossiers qui ont déjà été introduits avant la Loi-programme (II) du 24 décembre 2002, demeurent traités conformément aux dispositions des arrêtés royaux précités.
Toutefois, les dossiers qui ont déjà été introduits avant la Loi-programme (II) du 24 décembre 2002, demeurent traités conformément aux dispositions des arrêtés royaux précités.
Art.10. Dit besluit treedt in werking op 15 februari 2003, met uitzondering van artikel 8, dat in werking treedt de dag waarop het besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art.10. Le présent arrêté produit ses effets le 15 février 2003, à l'exception de l'article 8, qui entre en vigueur le jour de la publication de l'arrêté au Moniteur belge.
Art. 11. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 18 mei 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
R. DEMOTTE.
Gegeven te Brussel, 18 mei 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
R. DEMOTTE.
Art. 11. Notre Ministre des Affaires sociales est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 18 mai 2004.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires sociales,
R. DEMOTTE.
Donné à Bruxelles, le 18 mai 2004.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires sociales,
R. DEMOTTE.