Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
6 NOVEMBER 2003. - Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 3 december 1992 betreffende de exploitatie en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven en de aanhorigheden ervan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en van de wet van 5 mei 1936 tot vaststelling van het statuut der havenkapiteins.
Titre
6 NOVEMBRE 2003. - Ordonnance modifiant l'ordonnance du 3 décembre 1992 relative à l'exploitation et au développement du canal, du port, de l'avant-port et de leurs dépendances dans la région de Bruxelles-Capitale, et la loi du 5 mai 1936 fixant le statut des capitaines de port.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art.2. In de ordonnantie van 3 december 1992 betreffende de exploitatie en de ontwikkeling van het kanaal, de haven, de voorhaven, en de aanhorigheden ervan in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest :
  - wordt het woord " Executieve " vervangen door het woord " regering ";
  - worden in artikel 3, vijfde lid, in de Franse tekst de woorden " pourra être " vervangen door de woorden " peut être ";
  - worden in artikel 5-4°, b) en c) de woorden " Brussels Hoofdstedelijk " ingevoegd voor het woord " Gewest ";
  - worden in de Franse tekst in artikel 15 de woorden " bien immobilière " vervangen door de woorden " biens immobiliers ".
Art.2. Dans l'ordonnance du 3 décembre 1992 relative à l'exploitation et au développement du canal, du port, de l'avant-port et de leurs dépendances dans la Région de Bruxelles-Capitale :
  - les mots " (l')Exécutif " sont remplacés par les mots " (le) gouvernement "
  - à l'article 3, alinéa 5 du texte français, les mots " pourra être " sont remplacés par les mots " peut être ";
  - à l'article 5-4°, points b) et c), les mots " de Bruxelles-Capitale " sont ajoutés après le mot " Région ";
  - à l'article 15 du texte français, les mots " bien immobilière " sont remplacés par les mots " biens immobiliers ".
Art.3. In de vermelde ordonnantie van 3 december 1992, wordt een artikel 16bis ingevoegd, luidend als volgt
  " Art. 16bis. § 1. Onder de Haven van Brussel ressorteert een havenkapiteinsdienst opgericht overeenkomstig de wet van 5 mei 1936 tot vaststelling van het statuut der havenkapiteins.
  Onverminderd hun in voornoemde wet omschreven bevoegdheden, zien de havenkapitein, de adjunct havenkapitein en de haveninspecteurs in het bijzonder toe op de naleving van de gewestelijke politieverordening bedoeld in § 2 van dit artikel.
  § 2. Op voorstel van de raad van bestuur van de Haven van Brussel stelt de regering, binnen de grenzen van de gewestelijke bevoegdheid, een gewestelijke politieverordening voor het kanaal en de haven vast. Deze verordening regelt de bijzondere administratieve politie van de havenen havenbedrijvigheid.
  Zij kan onder meer bepalingen bevatten betreffende
  1° de regeling van de goederenbehandeling en -opslag;
  2° de regeling van het in- en ontschepen van passagiers;
  3° de regeling van de toegankelijkheid van het haven- en kanaalgebied;
  4° de regeling van de nautisch-technische dienstverlening, waaronder het loodsen, slepen en vast- en losmaken van de vaartuigen;
  5° de vrijwaring van het milieu, de integriteit, de veiligheid en de gezondheid in het haven- en kanaaldomein.
  § 3. Overtredingen van de gewestelijke politieverordening worden opgespoord, onderzocht en bestraft overeenkomstig de wet van 5 mei 1936 tot vaststelling van het statuut der havenkapiteins.
  § 4. De leidend ambtenaar of de adjunct leidend ambtenaar of de daartoe door de raad van bestuur aangewezen ambtenaar van niveau A, kunnen overeenkomstig de hierna gestelde regels administratieve geldboetes opleggen voor overtredingen op het gewestelijk politiereglement.
  De leidend ambtenaar, de adjunct leidend ambtenaar of de aangewezen ambtenaar worden hierna de u bevoegde ambtenaar " genoemd.
  De administratieve geldboete bedraagt ten minste 125,00 EUR en ten hoogste 25.000,00 EUR. Deze bedragen worden op 1 januari van elk jaar en voor de eerst maal op 1 januari 2005 geïndexeerd, met als basis de gezondheidsindex der consumptieprijzen vastgesteld door de federale overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie van de maand december 2003.
  Wanneer de overtreding is begaan door een aangestelde of een lasthebber, is de administratieve geldboete alleen door de werkgever of opdrachtgever verschuldigd.
  De havenkapitein, de adjunct havenkapitein en de haveninspecteurs brengen de bevoegde ambtenaar op de hoogte van de door hen vastgestelde overtredingen. Deze laatste kan, in voorkomend geval, de onmiddellijke inning toestaan van de administratieve geldboete, waarvan hij het bedrag vaststelt.
  De beslissing van de bevoegde ambtenaar is in alle gevallen gemotiveerd en stelt de administratieve geldboete, in voorkomend geval verhoogd met een bijkomende vergoeding die overeenstemt met de uit de overtreding voortkomende winst en met de werkelijke schade geleden door de Haven, vast.
  Behalve in geval van onmiddellijke inning, waarbij zij op om het even welke wijze ter kennis kan worden gebracht, wordt de beslissing een administratieve geldboete op te leggen, eventueel verhoogd met een bijkomende vergoeding, ter kennis gebracht bij ter post aangetekend schrijven, vergezeld van de uitnodiging het bedrag ervan te betalen binnen de termijn van één maand, ingaande vanaf deze kennisgeving.
  De administratieve geldboete en de eventuele bijkomende vergoeding worden voldaan door storting of overschrijving op de door de Haven van Brussel opgegeven bankrekening.
  Binnen de termijn van één maand, te rekenen vanaf de dag van de kennisgeving van de beslissing die de administratieve geldboete en de eventuele bijkomende vergoeding oplegt, kan de overtreder die deze betwist, op straffe van verval, beroep instellen middels een verzoekschrift bij de Rechtbank van Koophandel te Brussel, die beslist in eerste en laatste aanleg.
  De bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, meer bepaald het DEEL IV, boek 2, zijn van toepassing.
  Er kan geen administratieve geldboete worden opgelegd vijf jaar na de feiten die een overtreding uitmaakten. Deze verjaring wordt gestuit overeenkomstig de bepalingen en voorwaarden van de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.
  De bevoegde ambtenaar kan een dading aangaan met degene die de boete verschuldigd is, voor zover dit niet leidt tot de volledige vrijstelling van betaling van de boete en de eventuele bijkomende vergoeding.
  Hij beslist over de gemotiveerde verzoeken tot kwijtschelding of vermindering van de administratieve geldboete en de eventuele bijkomende vergoeding, die degene die de boete verschuldigd is hem per bij ter post aangetekend schrijven bezorgt uiterlijk een maand na de kennisgeving van de beslissing die ze vaststelt.
  De bevoegde ambtenaar beslist eveneens over de gemotiveerde verzoeken inzake termijnen en uitstel van betaling die degene die de boete verschuldigd is hem binnen dezelfde termijn bij een ter post aangetekende brief bezorgt.
  De bevoegde ambtenaar beslist over deze verzoeken na, in voorkomend geval, de overtreder en zijn raadsman, op diens verzoek, gehoord te hebben.
  De beslissing die de administratieve geldboete en de eventueel bijkomende vergoeding oplegt, vermeldt uitdrukkelijk de mogelijkheid gehoord te worden.
  Indien de overtreder in gebreke blijft de geldboete of de eventuele bijkomende vergoeding te betalen binnen de termijn van één maand, te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing die ze oplegt of na hiertoe te zijn veroordeeld bij een beslissing van de Rechtbank van Koophandel te Brussel, levert de bevoegde ambtenaar belast met de inning een dwangbevel af.
  Dit dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de hiertoe door de raad van bestuur van de gewestelijke vennootschap Haven van Brussel aangewezen ambtenaar.
  Dit dwangbevel wordt betekend bij deurwaardersexploot of ter kennis gebracht bij een ter post aangetekende zending.
  Het dwangbevel wordt geregeld door de bepalingen vervat in het DEEL V van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het bewarend beslag en de wijzen van uitvoering.
  Binnen een termijn van dertig dagen volgend op de betekening of kennisgeving van het bevelschrift, kan degene die de boete verschuldigd is een gemotiveerd beroep instellen bij deurwaardersexploot houdende dagvaarding van de Haven van Brussel voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel.
  Het beroep schorst de uitvoering van het dwangbevel. ".
Art.3. Un article 16bis rédigé comme suit est inséré dans l'ordonnance du 3 décembre 1992, précitée :
  " Art. 16bis. § 1er. Il est institué, auprès du Port de Bruxelles, une capitainerie de port, créée conformément à la loi du 5 mai 1936 fixant le statut des capitaines de port.
  Sans préjudice des compétences prévues par la loi précitée, le capitaine de port, le capitaine adjoint et les inspecteurs de port veillent particulièrement au respect du règlement régional de police visé au paragraphe 2 du présent article.
  § 2. Le gouvernement arrête dans les limites des compétences de la Région, sur proposition du Conseil d'administration du Port de Bruxelles, un règlement régional de police concernant le canal et le port. Ce règlement régit la police administrative spéciale du port et l'activité portuaire.
  Il arrête notamment des dispositions relatives à
  1° la réglementation de la manutention et du stockage de marchandises :
  2° la réglementation de l'embarquement et du débarquement de passagers;
  3° la réglementation de l'accessibilité de la zone portuaire et du canal;
  4° la réglementation des prestations de services nautiques et techniques, et notamment le pilotage, le remorquage, l'amarrage et le démarrage des navires;
  5° la préservation de l'environnement, de l'intégrité, de la sécurité et de la santé dans la zone portuaire et du canal.
  § 3. Les infractions au règlement régional de police sont dépistées, instruites et punies conformément à la loi du 5 mai 1936 fixant le statut des capitaines de port.
  § 4. Le fonctionnaire dirigeant ou le fonctionnaire dirigeant adjoint du Port ou le fonctionnaire de niveau A désigné pour ce faire par le Conseil d'administration, peuvent, conformément aux règles définies ci-après, imposer des amendes administratives pour les infractions au règlement régional de police.
  Le fonctionnaire dirigeant, le fonctionnaire dirigeant adjoint ou le fonctionnaire désigné sont appelés ci-après le " fonctionnaire compétent ".
  L'amende administrative est d'au moins 125,00 EUR et au maximum de 25.000,00 EUR. Ces montants sont indexés au premier janvier de chaque année et pour la première fois le premier janvier 2005, par référence à l'indice santé des prix à la consommation fixé par le Service public fédéral, Economie, PME, Classes moyennes et Energie du mois de décembre 2003.
  Lorsque l'infraction est commise par un préposé ou un mandataire, l'amende administrative est due par le seul employeur ou mandant.
  Le capitaine de port, le capitaine adjoint et les inspecteurs de port informent le fonctionnaire compétent des infractions qu'ils constatent. Ce dernier peut, le cas échéant, autoriser la perception immédiate de l'amende administrative, dont il fixe le montant.
  Dans tous les cas, la décision du fonctionnaire compétent est motivée et fixe le montant de l'amende administrative, majorée le cas échéant d'une indemnité complémentaire correspondant au profit économique de l'infraction et au dommage réellement subi par le Port.
  Sauf en cas de perception immédiate, où elle peut être notifiée par toutes voies, la, décision infligeant une amende administrative augmentée éventuellement d'une indemnité complémentaire. l'est par lettre recommandée à la poste, en même temps que l'invitation à en payer les montants dans un délai d'un mois à compter de cette notification.
  L'amende administrative et l'indemnité complémentaire éventuelle sont acquittées par versement ou virement au compte bancaire renseigné par le Port de Bruxelles.
  Dans le délai d'un mois à compter du jour de la notification de la décision infligeant l'amende administrative et l'indemnité complémentaire éventuelle, le contrevenant qui les conteste, introduit, à peine de forclusion, un recours par voie de requête devant le Tribunal de Commerce de Bruxelles, qui statue en premier et dernier ressort.
  Les dispositions du Code judiciaire, notamment la quatrième partie, Livre 2, sont applicables.
  II ne peut être infligé d'amende administrative, cinq ans après le fait constitutif d'une infraction. Cette prescription est interrompue selon les modalités et les conditions prévues aux articles 2244 et suivants du Code civil.
  Le fonctionnaire compétent peut transiger avec le redevable pour autant que cela n'aboutisse pas à l'exonération totale de l'amende et de l'indemnité complémentaire éventuelle.
  Il statue sur les demandes motivées de remise ou de réduction de l'amende administrative et de l'indemnité complémentaire éventuelle, que le redevable lui adresse par lettre recommandée au plus tard dans le mois de la notification de la décision l'infligeant.
  Le fonctionnaire compétent statue également sur les demandes motivées de termes et délais de paiement que le redevable lui adresse par lettre recommandée dans le même délai.
  Le fonctionnaire compétent statue sur ces demandes, après avoir le cas échéant, entendu le contrevenant et son conseil, à sa demande.
  La décision notifiant l'amende, administrative et l'indemnité complémentaire éventuelle mentionne expressément cette faculté d'être entendu.
  Si le contrevenant demeure en défaut de payer l'amende ou l'indemnité complémentaire éventuelle, dans le délai d'un mois à compter de la notification de la décision les infligeant ou après y avoir été condamné par une décision du Tribunal de Commerce de Bruxelles, le fonctionnaire compétent chargé du recouvrement délivre une contrainte.
  Cette contrainte est visée et déclarée exécutoire par le fonctionnaire désigné à cet effet par le Conseil d'administration de la Société régionale du Port de Bruxelles.
  Cette contrainte est signifiée par exploit d'huissier ou notifiée par lettre recommandée à la poste.
  La contrainte est régie par les dispositions contenues dans la cinquième partie du Code judiciaire relative à la saisie conservatoire et aux voies d'exécution.
  Dans un délai de trente jours qui suit la signification ou la notification de la contrainte, le redevable peut exercer un recours motivé par voie d'exploit d'huissier, portant citations du Port de Bruxelles devant le Tribunal de 1ère instance de Bruxelles.
  Le recours suspend l'exécution de la contrainte. ".
Art.4. In de vermelde ordonnantie van 3 december 1992 worden opgeheven
  - de artikelen 3, lid 1 tot 3; 17, lid 1 tot 3 en lid 5.
Art.4. Sont abrogés, dans l'ordonnance précitée du 3 décembre 1992 :
  - les articles 3, alinéas 1er à 3; 17, alinéas 1er à 3 et alinéa 5.
Art. 5. In de wet van 5 mei 1936 tot vaststelling van het statuut der havenkapiteins wordt een artikel 20 toegevoegd, luidend als volgt :
  " Art. 20. § 1. Dit artikel geldt voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
  § 2. In afwijking van artikel 4, mogen de havenkapiteins en adjunct-havenkapiteins licentiaat in de nautische wetenschappen zijn in de plaats van houder van het brevet van kapitein ter lange omvaart en wordt niet vereist dat de werkelijke scheepsdienst werd verricht aan boord van schepen die de Belgische vlag voeren.
  Bovendien kunnen tot havenkapitein of adjunct-havenkapitein worden benoemd, de gegadigden die bij hun kandidaatstelling
  1° behoren tot het korps der actieve officieren van de ambtengroep " Dek " van de Belgische Marine;
  en
  2° in het bezit zijn van het diploma van burgerlijk ingenieur of van licentiaat in de zeevaart en militaire wetenschappen;
  en
  3° geslaagd zijn voor de beroepsproeven van hoger officier bij de Belgische Krijgsmacht;
  en
  4° minstens gedurende één jaar de functie van commandant van een marineschip kleiner dan 1000 ton of van tweede commandant van een marineschip groter dan 1000 ton uitgeoefend hebben.
  § 3. De havenkapitein van de Haven van Brussel, de adjunct-havenkapitein en de haveninspecteurs, zijn territoriaal bevoegd in alle haven- en kanaalinstallaties gelegen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, beheerd door de Haven van Brussel.
  § 4. Met naleving van de bepalingen van artikel 8 van het verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950 en in de mate dat de plaatsen geen woning uitmaken in de zin van artikel 15 van de Grondwet, mogen de havenkapiteins, de adjunct-havenkapiteins en de haveninspecteurs in de uitoefening van hun functie op elk moment een schip, vaartuig, boot, voertuig, wagon, werk- en haventuig, alsook alle publieke en private gebouwen die zich binnen het havendomein bevinden of die er functioneel mee verbonden zijn, betreden, onderzoeken en verzegelen.
  § 5. De havenkapiteins, de adjunct-havenkapiteins en de haveninspecteurs kunnen zich alle nodige inlichtingen en bescheiden doen verstrekken, inzage nemen van alle documenten, stukken, titels en alle andere informatiedragers, er een afschrift van nemen of ze tegen ontvangstbewijs voor een beperkte tijd meenemen. Zij kunnen de identiteit van personen controleren, hen verhoren en alle nuttige vaststellingen doen. Ze kunnen de medewerking vorderen van elke gezagvoerder, kapitein, schipper of chauffeur en van elke andere persoon die een voer-, vaar-, veerkof haventuig onder zijn hoede heeft.
  Zij kunnen vorderen dat een voer-, vaar-, werk- of haventuig voor onderzoek wordt stilgehouden, dat het daartoe naar een bepaalde plaats wordt overgebracht of dat het daartoe wordt geladen of gelost. Zij kunnen de bijstand vorderen van de ambtenaren van de scheepvaartcontrole en van de federale politie. Zij kunnen alle ladingen onderzoeken, met inbegrip van ladingen die zich op kades, op publieke of private haventerreinen of in opslagplaatsen bevinden en die bestemd zijn voor of afkomstig van vervoer. Zij kunnen verpakkingen openen, monters nemen, en zaken voor verder onderzoek meenemen voor een beperkte tijd en tegen ontvangstbewijs; in de mate van het mogelijke, geven de vermelde monsternames geen aanleiding tot enige vorm van schadevergoeding, behoudens in geval van kennelijk onredelijke en onnodige belemmering van de normale handelsexploitatie.
  § 6. Buiten de strafprocedures geregeld door het Wetboek van Strafvordering, het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement van gerechtskosten inzake strafzaken of artikel 14 van deze wet, kunnen, in geval van ongeval of bedreiging voor de veiligheid, meer bepaald in geval van afwezigheid, weigering, verzet of gebrek aan medewerking bij de uitvoering van de veiligheidsmaatregelen opgelegd door de havenkapitein, de adjunct-havenkapitein of de haveninspecteurs, deze gedwongen uitgevoerd worden. De nodige handelingen ter uitvoering van de veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd op risico en kosten van de overtreder, de eigenaar of diegene die de voer-, vaar-, werk-, haventoestellen of lading onder zijn hoede heeft.
  Het voer-, vaar-, werk- of haventuig of de lading kunnen geheel of gedeeltelijk op risico en kosten van voornoemde personen worden stilgehouden zolang de gemaakte kosten niet werden betaald of zolang geen som in consignatie werd gegeven of een bankwaarborg werd verstrekt door een in België gevestigde bank of kredietinstelling die voldoende is voor de dekking van alle gemaakte kosten met inbegrip van de bewaringskosten. De som die in consignatie werd gegeven wordt, na aftrek van alle hierboven vermelde kosten, in voorkomend geval vermeerderd met de gerechtskosten, teruggegeven.
  § 7. De processen-verbaal opgesteld overeenkomstig artikel 8 door de havenkapitein, de adjunct-havenkapitein en de haveninspecteurs die de overtredingen vastgesteld hebben van het gewestelijk politiereglement opgesteld overeenkomstig artikel 16 § 2 van de ordonnantie van 3 december 1992, worden eveneens binnen drie dagen verzonden aan de overtreder of zijn vertegenwoordiger. Zij gelden tot bewijs van het tegendeel.
  § 8. Het maximum van de geldboetes achtereenvolgens vermeld in de artikelen 10 en 11 wordt gebracht op respectievelijk 15,00 EUR, 125,00 EUR en 125,00 EUR.
  De bedragen der geldboetes achtereenvolgens vermeld in de artikelen 10 en 11 worden gebracht op :
  - in artikel 10, le paragraaf : 0,65 EUR, 15,00 EUR;
  - in artikel 10, 2e paragraaf : 15 EUR, 125,00 EUR;
  - in artikel 11 : 0,64 EUR, 125,00 EUR
  § 9. De raad van bestuur van de Haven van Brussel kan naast de havenkapitein en adjunct-havenkapitein andere personeelsleden aanwijzen als haveninspecteur. De haveninspecteurs hebben de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. Zij hebben dezelfde territoriale en materiële bevoegdheden als de havenkapiteins, zoals omschreven in artikelen 6, 7, 8, 9, 10 en 14 van de wet en in de paragrafen 2 tot 6 van dit artikel. Zij leggen de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg te Brussel.
  § 10. De bevoegdheden toegekend aan de havenkapitein, de adjunct-havenkapitein en de haveninspecteurs kunnen zowel door statutaire als contractuele personeelsleden van de Haven van Brussel worden uitgeoefend. De regering kan de kentekens van hun functie en de vorm van hun legitimatiebewijs vaststellen op voorstel van de raad van bestuur van de Haven van Brussel. ".
  Aangenomen door de Brusselse Hoofdstedelijke Raad
  Brussel, 24 oktober 2003.
  Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 6 november 2003.
  De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek,
  D. DUCARME
  De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Openbare Werken, Vervoer, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp
  J. CHABERT
  De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Economie, Energie en Huisvesting,
  E. TOMAS
  De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting en Externe Betrekkingen,
  G. VANHENGEL
  De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu en Waterbeleid, Natuurbehoud, Openbare Netheid en Buitenlandse Handel,
  D. GOSUIN.
Art. 5. Dans la loi du 5 mai 1936 fixant le statut des capitaines de port, un article 20 libellé comme suit est ajouté :
  " Art. 20. § 1er. Le présent article concerne la Région de Bruxelles-Capitale
  § 2. Par dérogation à l'article 4, les capitaines et les capitaines adjoints peuvent être porteurs du diplôme de licencié en sciences nautiques au lieu d'être brevetés capitaines au long cours; il n'est pas exigé que le temps de navigation professionnelle effective ait été accompli à bord de bateaux battant pavillon belge.
  En outre, peuvent être nommés comme capitaine de port ou comme capitaine adjoint, les candidats qui, au moment de leur candidature
  1° appartiennent au corps des officiers actifs du groupe de fonction " Pont " de la Force navale belge;
  et
  2° sont porteurs du diplôme d'ingénieur civil ou de licencié en navigation maritime et sciences militaires;
  et
  3° ont réussi les épreuves professionnelles d'officier supérieur auprès des Forces armées belges;
  et
  4° ont exercé pendant une année au moins la fonction de commandant, à bord d'un bateau de la marine de moins de 1.000 tonnes ou de commandant en second à bord d'un bateau de la marine de plus de 1.000 tonnes.
  § 3. Le capitaine de port, le capitaine adjoint et les inspecteurs du Port de Bruxelles ont compétence territoriale sur l'ensemble des installations de la zone portuaire et des canaux situés sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale, gérés par le Port de Bruxelles.
  § 4. Dans le respect des dispositions de l'article 8 de la Convention de sauvegarde des droits de l'Homme et des libertés fondamentales du 4 novembre 1950 et dans la mesure où les lieux ne constituent pas un domicile au sens de l'article 15 de la Constitution, les capitaines de port, les capitaines adjoints et les inspecteurs de port peuvent dans l'exercice de leur mission, à tout moment, accéder, inspecter, et mettre sous scellés tout navire, bateau, autre engin flottant, véhicules, wagon, engin de travail et de port, ainsi qu'à tous immeubles publics ou privés, se trouvant dans l'enceinte des installations de la zone portuaire ou s'y rattachant fonctionnellement.
  § 5. Les capitaines de port, les capitaines adjoints et les inspecteurs de port peuvent se faire communiquer tout renseignement et toute pièce documentaire, prendre connaissance de tout document, acte, titre et autre support d'information, en prendre une copie ou les emporter, contre reçu, pendant une période limitée. lis peuvent procéder au contrôle de l'identité des personnes, les entendre et procéder aux constatations utiles. Ils sont en droit d'exiger la collaboration de tout commandant, capitaine, batelier ou chauffeur et de toute autre personne en charge d'un engin de transport, de navigation, de travail ou de port.
  Ils peuvent exiger que ces engins de transport, de navigation, de travail ou de port soient immobilisés en vue d'une inspection, qu'ils soient transférés à cette fin dans un endroit déterminé. qu'ils soient chargés ou déchargés à cette fin. Ils peuvent réclamer l'assistance des fonctionnaires de l'inspection de la navigation et de la police fédérale. Ils peuvent inspecter toutes les cargaisons, y compris les chargements qui se trouvent sur les quais, sur des terrains portuaires publics ou privés ou dans des entrepôts et qui sont destinés à ou proviennent d'un transport. Ils sont autorisés à ouvrir des emballages, prélever des échantillons et à emporter contre reçu et pour une durée limitée certaines pièces. aux fins d'un examen plus approfondi; dans la mesure du possible, les échantillons précités ne donnent lieu à aucune forme d'indemnisation, sauf dans le cas où il s agirait d'entraves vexatoires et abusives à l'exploitation commerciale normale.
  § 6. Hors les procédures pénales, régies par le Code d'instruction criminelle, l'arrête royal du 28 décembre 1950 portant règlement général sur les frais de justice en matière répressive ou l'article 14 de la présente loi, en cas d'accident ou de menace pour la sécurité, notamment en cas d'absence, de refus, de résistance ou de manque de coopération lors de l'exécution des mesures de sûreté décidées par le capitaine de port, le capitaine adjoint ou les inspecteurs de port, celles-ci peuvent être exécutées par voie de contrainte. Les actions nécessaires à l'exécution des mesures de sûreté s'effectueront aux risques et frais du contrevenant, du propriétaire ou de la personne ayant la garde des engins de transport, de navigation, de travail, de port ou de chargement.
  Les engins de transport, de navigation, de travail, de port ou de chargement, peuvent être immobilisés entièrement ou partiellement, aux risques et frais des personnes précitées, aussi longtemps que les frais engagés ne sont pas remboursés ou qu'une somme, suffisante pour couvrir l'ensemble des frais engagés y compris le coût de la mise en dépôt, n'ait été donnée en consignation ou une garantie bancaire n'ait été fournie par une banque ou une institution de crédit établie en Belgique. La somme ainsi consignée sera remboursée, déduction faite de tous les coûts mentionnés ci-avant augmentés, le cas échéant, des frais de procédure.
  § 7. Les procès-verbaux dressés en application de l'article 8, par le capitaine de port, le capitaine adjoint et les inspecteurs de port, constatant les infractions au règlement régional de police établi en application de l'article 16, § 2 de l'ordonnance du 3 décembre 1992 précitée, sont également envoyés dans les trois jours au contrevenant ou à son représentant. lis ont force probante jusqu'à preuve du contraire.
  § 8. Les maxima des amendes mentionnées successivement aux articles 10 et 11 sont portés à 15,00 EUR, 125,00 EUR et 125,00 EUR respectivement.
  Les montants des amendes mentionnées successivement aux articles 10 et 11 sont portés à
  - article 10, paragraphe 1 : 0,65 EUR, 15,00 EUR;
  - article 10, paragraphe 2 : 15,00 EUR, 125,00 EUR;
  - article 11 : 0,65 EUR, 125,00 EUR.
  § 9. Le Conseil d'administration du Port de Bruxelles peut, outre le capitaine de port et capitaine adjoint, désigner d'autres membres du personnel comme inspecteurs de port. Ces inspecteurs ont qualité d'officiers de police judiciaire. Ils ont les mêmes compétences territoriales et matérielles que les capitaines de port, telles que décrites aux articles 6, 7, 8, 9, 10 et 14 de la loi et aux paragraphes 2 à 6 du présent article. Ils prêtent serment devant le tribunal de première instance de Bruxelles.
  § 10. Les compétences attribuées au capitaine de port, au capitaine adjoint et aux inspecteurs de port peuvent être exercées par les membres du personnel du Port de Bruxelles, tant statutaires que contractuels. Le gouvernement peut fixer les insignes et emblèmes de leur fonction ainsi que la forme de leur pièce d'identification sur proposition du Conseil d'administration du Port de Bruxelles. ".
  Adopté par le Conseil de la Région de Bruxelles-Capitale
  Bruxelles, le 24 octobre 2003.
  Promulguons la présente ordonnance ordonnons qu'elle soit publiée au Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 6 novembre 2003.
  Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Pouvoirs locaux, de l'Aménagement du territoire, des Monuments et Sites, de la Rénovation urbaine et de la Recherche scientifique,
  D. DUCARME
  Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Travaux publics, du Transport et de la Lutte contre l'Incendie et l'Aide médicale urgente,
  J. CHABERT
  Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de l'Emploi, de l'Economie, de l'Energie et du Logement,
  E. TOMAS
  Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Finances, du Budget, de la Fonction publique et des Relations extérieures,
  G. VANHENGEL
  Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de l'Environnement et de la Politique de l'Eau, de la Conservation de la Nature, de la Propreté publique et du Commerce extérieur,
  D. GOSUIN.