Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
17 JULI 2003. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de wijze waarop de ambtenaren die behoren tot een instelling bedoeld in artikel 31 van het statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een mandaat van directeur-generaal of adjunct-directeur-generaal kunnen opnemen bij de genoemde instellingen.
Titre
17 JUILLET 2003. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale fixant les modalités selon lesquelles les agents qui relèvent d'une institution visée à l'article 31 du statut des agents des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale peuvent recevoir un mandat de directeur général ou de directeur général adjoint dans lesdits organismes.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° Regering : de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
  2° statuut : het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2002 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  3° ontvangende instellingen : de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bedoeld in artikel 2, van het statuut;
  4° instellingen van oorsprong : de instellingen bedoeld in artikel 31, eerste lid, van het statuut;
  5° ambtenaren : de ambtenaren bedoeld in artikel 31, eerste lid, van het statuut.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
  1° Gouvernement : le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale;
  2° statut : l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 26 septembre 2002 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale;
  3° institutions d'accueil : les organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale visés à l'article 2, du statut;
  4° institutions d'origine : les institutions visées à l'article 31, alinéa 1er, du statut;
  5° agents : les agents visés à l'article 31, al. 1er du statut.
Art.2. De betrekkingen bij een ontvangende instelling die zijn verbonden aan de graden van directeur-generaal (rang A5) en van adjunct-directeur-generaal (rang A4+) staan open voor de ambtenaren bij beslissing van de Regering.
  Ze worden toegekend door de Regering onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde regels als die bepaald in boek 1, titel IV, hoofdstuk III van het statuut, artikelen 81 tot 91.
  Om zich kandidaat te stellen voor een mandaatbetrekking, moeten de ambtenaren houder zijn van een graad van minstens rang A3 of een gelijkwaardige graad en minstens drie jaar graadanciënniteit en twaalf jaar niveauanciënniteit hebben.
  De Regering beslist over de gelijkwaardigheid van de graden op het ogenblik dat zij de ontvankelijkheid van de kandidaturen onderzoekt.
Art.2. Les emplois de mandat d'une institution d'accueil correspondant aux grades de directeur général (rang A5) et de directeur général adjoint (rang A4+), sont ouverts aux agents par décision du Gouvernement.
  Ils sont conférés aux agents par le Gouvernement dans les mêmes conditions et selon les mêmes règles que celles fixées par le livre 1er, titre IV, chapitre III du statut, articles 81 à 91.
  Pour se porter candidats à un emploi de mandat, les agents doivent être titulaires d'un grade du rang A3 au moins ou d'un grade équivalent et compter au moins trois ans d'ancienneté de grade et douze ans d'ancienneté de niveau.
  Le Gouvernement décide de l'équivalence des grades au moment où il examine la recevabilité des candidatures.
Art.3. De betrekkingen kunnen enkel worden opengesteld op voorwaarde dat zij vacant zijn en bij de vacantverklaring het totaal aantal betrekkingen ingeschreven in de personeelsformatie van de instelling waar de betrekkingen worden toegekend, voor de graden van rang A3 tot A5, het aantal houders van die betrekkingen overtreft.
Art.3. Les emplois ne peuvent être ouverts aux agents qu'à la condition qu'ils soient vacants et qu'au moment de la déclaration de vacance, le nombre total des emplois prévus au cadre du personnel de l'institution où les emplois sont ouverts, correspondant aux grades des rangs A3 à A5, soit supérieur au nombre de titulaires de ces emplois.
Art.4. De ambtenaren, houders van een mandaat, zijn onderworpen aan dezelfde regels van het statuut als deze die van toepassing zijn op de mandaathouders van de ontvangende instelling.
  Zij moeten de verplichtingen en de werkomstandigheden opgelegd in de ontvangende instellingen naleven, met name de plichten, onverenigbaarheden, werktijdregeling en verlofregeling.
  Zij zijn eveneens onderworpen aan de evaluatieregels van toepassing op de mandaathouders van de genoemde instelling. Zij behouden hun laatste, in de instelling van oorsprong verworven evaluatie tot hun evaluatie als mandaathouders.
Art.4. Les agents titulaires d'un mandat sont soumis aux mêmes règles du statut que celles applicables aux mandataires de l'institution d'accueil.
  Ils doivent respecter les obligations et les conditions de travail imposées dans l'institution d'accueil, notamment les devoirs, incompatibilités, horaires et régime de congés.
  Ils sont également soumis aux règles d'évaluation applicables aux titulaires de mandat de ladite institution. Jusqu'à leur évaluation comme mandataires, ils conservent la dernière évaluation acquise dans l'institution d'origine.
Art.5. § 1. De ambtenaren worden geëvalueerd tijdens een eerste periode die begint te lopen vanaf hun aanwijzing als mandaathouder tot aan hun eerste evaluatie of hun tweede evaluatie, ingeval de eerste evaluatie negatief was.
  Gedurende deze periode wordt van ambtswege en zonder vergoeding een einde gesteld aan het mandaat van de ambtenaren evenals aan elke functie in de ontvangende instelling, voor een van de volgende redenen : het vrijwillig ontslag van de mandaathouders, bij terugzetting in graad of bij afzetting, bij schorsing in het belang van de dienst gedurende meer dan zes maanden, bij langdurige ziekte van meer dan zes maanden, bij dubbele negatieve evaluatie en bij verlies van de hoedanigheid van ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van dit besluit of een van de toelatingsvoorwaarden tot het mandaat bedoeld in artikel 2.
  § 2. Vanaf hun eerste positieve evaluatie als mandaathouder bij de ontvangende instelling, worden de ambtenaren ambtshalve overgeplaatst naar de ontvangende instelling in een graad van rang A3. De overplaatsing van de ambtenaren geschiedt met terugwerkende kracht tot de datum van hun aanstelling als mandaathouders in de ontvangende instelling.
  § 3. De Regering vaardigt een individueel overplaatsingsbesluit uit dat bij uittreksel wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Een afschrift wordt ter informatie verstuurd naar de instelling van oorsprong.
Art.5. § 1er. Les agents sont évalués durant une première période qui prend cours à partir de leur désignation comme mandataires jusqu'à leur première évaluation ou leur deuxième évaluation en cas de première évaluation négative.
  Durant cette période, il est mis fin d'office et sans indemnité au mandat des agents ainsi qu'à toute fonction au sein de l'institution d'accueil pour l'une des raisons suivantes : la démission volontaire des mandataires, en cas rétrogradation ou de révocation, en cas de suspension dans l'intérêt du service pendant plus de six mois, en cas de maladie de longue durée de plus de six mois, en cas de double évaluation négative ou en cas de perte de la qualité d'agent visé à l'article 1er du présent arrêté ou d'une des conditions d'accès au mandat prévues à l'article 2.
  § 2. A partir de leur première évaluation positive comme mandataires dans l'institution d'accueil, les agents sont transférés d'office dans ladite institution dans un grade de rang A3. Le transfert s'opère à titre rétroactif à la date de leur désignation comme mandataires dans l'institution d'accueil
  § 3. Le Gouvernement prend un arrêté individuel de transfert publié au Moniteur belge par voie d'extrait. Une copie est envoyée pour information dans l'institution d'origine
Art.6. Voor de overgeplaatste ambtenaren gelden dezelfde statutaire bepalingen en bezoldigingsregeling als voor de ambtenaren van de ontvangende instelling. Zij behouden de administratieve en geldelijke anciënniteit die zij verworven hadden vóór hun overplaatsing.
  De mandaathouders verliezen de voordelen van ongeacht welke aard die zij genoten bij de instelling van oorsprong.
Art.6. Les agents transférés sont soumis au régime statutaire et pécuniaire applicable aux agents de l'institution d'accueil. Ils conservent les anciennetés administratives et pécuniaires qu'ils ont acquises avant leur transfert.
  Les agents perdent le bénéfice des avantages, de quelque nature qu'ils soient, qui leur étaient applicables dans l'institution d'origine.
Art.7. In afwachting dat de Regering de regels in verband met de toekenning van managementbrevetten bepaalt, zijn de ambtenaren die zich kandidaat stellen voor de mandaatbetrekkingen vrijgesteld van de verplichting om de in artikel 82 van het statuut vervatte voorwaarden te vervullen.
Art.7. Dans l'attente de la fixation par le Gouvernement des modalités d'octroi des brevets en management, les agents qui se portent candidats aux emplois de mandats sont dispensés de remplir les conditions fixées par l'article 82 du statut.
Art. 8. De Minister van Openbaar Ambt is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 17 juli 2003.
  Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
  De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek,
  D. DUCARME
  De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambten Externe Betrekkingen,
  G. VANHENGEL.
Art. 8. Le Ministre qui a la Fonction publique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 17 juillet 2003.
  Pour le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale :
  Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Pouvoirs locaux, de l'Aménagement du Territoire, des Monuments et Sites, de la Rénovation urbaine et de la Recherche scientifique,
  D. DUCARME
  La Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Finances, du Budget, de la Fonction publique et des Relations extérieures,
  G. VANHENGEL.