1° " Dienst " : de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering;
2° " inrichting " : één van de inrichting en bedoeld in artikel 34, eerste lid, 11° en 12°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 (met uitzondering van de psychiatrische verzorgingstehuizen en de centra voor dagverzorging) of een inrichting die een geheel vormt en is samengesteld uit een sectie die als rust- en verzorgingstehuis (RVT) is erkend en een sectie die als rustoord voor bejaarden (ROB) is erkend; als dat geheel eveneens een centrum voor dagverzorging omvat, dan wordt dit laatste niet in aanmerking genomen;
3° " referentieperiode " : de ononderbroken periode van 12 maanden waarvoor alle gegevens betreffende de activiteit van de inrichting aan de Dienst zijn bezorgd. Deze periode loopt van 1 juli van het jaar J tot 30 juni van het jaar dat daarop volgt (J + 1);
4° " factureringsperiode " : de ononderbroken periode van 12 maanden waarvoor een quota aan dagen en een tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven zijn vastgesteld. Die periode loopt van 1 januari tot 31 december van het jaar J + 2;
5° " volledige tegemoetkoming " : de forfaitaire tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven, bedoeld in artikel 147, § 3, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
6° " partiële tegemoetkoming " : één of meerdere delen van de volledige tegemoetkoming;
7° " patiënten " : alle residenten die in de inrichting zijn opgenomen;
8° " rechthebbenden " : de patiënten die aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor de verstrekkingen bedoeld in artikel 34, eerste lid, 11° en 12°, van de voormelde [3 ....]3, en de patiënten opgenomen in een inrichting of in een deel van een inrichting, erkend als rust- en verzorgingstehuis, en die aanspraak kunnen maken op een tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor de verstrekkingen bedoeld in artikel 1, 20°, van het koninklijk besluit van 29 december 1997 houdende de voorwaarden waaronder de toepassing van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot de zelfstandigen en de leden van de kloostergemeenschappen wordt verruimd;
9° " verzorgingspersoneel " : het personeel dat de verpleegkundigen bijstaat in de zorgverlening en de patiënten helpt bij de handelingen van het dagelijks leven, het behoud van hun zelfredzaamheid en hun levenskwaliteit;
10° " personeel voor reactivering " : het personeel dat taken inzake reactivering, revalidatie en sociale reïntegratie vervult;
11° [ " nieuwe inrichting " :
a) elke inrichting die van de bevoegde overheid een nieuw erkenningsnummer krijgt, met uitzondering van de volgende gevallen :
- de bijkomende erkenning als rust- en verzorgingstehuis of als rustoord voor bejaarden;
- de inrichting waarvoor uit de beslissing tot erkenning door de bevoegde overheid duidelijk blijkt dat het niet gaat om een nieuwe inrichting, ondanks de toekenning van een nieuw erkenningnummer;
- de inrichting die als gevolg van een overname, een fusie, een splitsing of een exploitatietransfer op een andere locatie, bewijst dat het de voortzetting van een vroegere activiteit betreft, ondanks de wijziging van het erkenningnummer;
b) de inrichting die tijdens de referentieperiode niets heeft gefactureerd sinds de dag waarop zij de facturering heeft gestart;
c) de inrichting waarvoor uit de beslissing tot erkenning door de bevoegde overheid duidelijk blijkt dat het een nieuwe inrichting betreft, ondanks het behoud van een al bestaand erkenningsnummer;
d) de inrichting die als gevolg van een overname, een fusie of een splitsing bewijst dat het om een nieuwe inrichting gaat, ondanks het behoud van een al bestaand erkenningsnummer.]
[e) elke inrichting die het voorwerp uitmaakt van een overname na faillissement;]
12° " gelijkgestelde dagen of uren " : de niet-gepresteerde dagen of uren die echter gelijkgesteld worden met arbeidsdagen of -uren, voor zover zij aanleiding geven tot de betaling van een vergoeding door de inrichting (onder meer jaarlijkse vakantie, feestdagen, ziekteperiode gedekt door een gewaarborgd loon);
13° " niet-gelijkgestelde dagen of uren " : de niet-gepresteerde dagen of uren die niet gelijkgesteld worden met arbeidsdagen of -uren, voor zover zij geen aanleiding geven tot de betaling van een vergoeding door de inrichting (onder meer ziekteperiode niet gedekt door een gewaarborgd loon, bevallingsrust, onbetaald verlof, enz.). Hierin moeten eveneens de dagen worden opgenomen van het personeelslid met disponibiliteit wegens ziekte of gebrekkigheid.
[1 4° " gemiddeld aantal erkende bedden " : het aantal door de bevoegde overheid erkende bedden dat met de volgende formule overeenstemt :
(Formule niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 05-11-2004, p. 75099).
waarbij :
L = aantal erkende bedden op de eerste dag van de referteperiode;
li = verhoging of vermindering van het aantal bedden tijdens de referteperiode;
Ji = aantal kalenderdagen tussen de datum van de aanpassing van het aantal bedden en de laatste dag van de referteperiode;
J = aantal kalenderdagen van de referteperiode
n = aantal aanpassingen van het aantal bedden in de referentieperiode.]
[1 15° " verpleegkundig coördinator " : de loontrekkende of statutaire verpleegkundige van een ROB, aangeduid binnen een zorgequipe van minstens 12 voltijds equivalenten, samengesteld uit verpleegkundig personeel, verzorgingspersoneel en personeel voor reactivering, om er de coördinatie van te verzekeren. Behoudens anders luidende bepalingen in de normen die van toepassing zijn op deze inrichting, wordt de aanduiding van deze verpleegkundig coördinator overgelaten aan de beoordeling van de beheerder;
[3 15° bis " hoofdverpleegkundige " : het personeelslid, bedoeld in de punten B, 3, e) en f) van Bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 21 september 2004 houdende vaststelling van de normen voor de bijzonder erkenning als rust- en verzorgingstehuis of als centrum voor dagverzorging of als centrum voor niet aangeboren hersenletsels;]3
16° " hoofdparamedicus " : het loontrekkend of statutair lid van het personeel voor reactivering van een instelling, aangeduid binnen een zorgequipe van minstens 12 voltijds equivalenten, samengesteld uit het personeel voor reactivering, om er de coördinatie van te verzekeren. Behoudens anders luidende bepalingen in de normen die van toepassing zijn op deze inrichting, wordt de aanduiding van deze hoofdparamedicus overgelaten aan de beoordeling van de beheerder.]1
[2 17° "zorgpersoneel" : het verpleegkundige personeel, het verzorgingspersoneel en het personeel voor reactivering.]2
[3 18° " directeur " : de persoon die door de inrichtende macht belast is met het dagelijks beheer van de inrichting.]3