Artikel 1. In deze verordening wordt verstaan onder :
a) "Wet" : De wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
b) "Koninklijk besluit van 3 juli 1996" : het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
c) "Koninklijk besluit van 10 oktober 1986" : het koninklijk besluit van 10 oktober 1986 tot uitvoering van artikel 53, achtste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
d) "Koninklijk besluit van 22 februari 1998" : het koninklijk besluit van 22 februari 1998 houdende uitvoeringsmaatregelen inzake de sociale identiteitskaart;
e) "Derdebetalersregeling" : de betalingswijze die wordt omschreven in artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 oktober 1986;
f) "Nomenclatuur" : de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen als bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
g) "Instituut" : het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering;
h) "Verzekeringscomité" : het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging bedoeld in artikel 21 van de wet;
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
28 JULI 2003. - Verordening tot uitvoering van artikel 22, 11°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-08-2003 en tekstbijwerking tot 06-02-2026)
Titre
28 JUILLET 2003. - Règlement portant exécution de l'article 22, 11°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-08-2003 et mise à jour au 06-02-2026)
Informations sur le document
Numac: 2003022831
Datum: 2003-07-28
Info du document
Numac: 2003022831
Date: 2003-07-28
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Geneeskundige verstrekkingen.
Afdeling I. - Geneeskundige verstrekkingen geëi...
Afdeling II. - Verbod van verzekeringstegemoetk...
Afdeling III. - Betalingsverbintenissen.
Afdeling IV. - Weigering van de geneeskundige v...
HOOFDSTUK III. - Getuigschriften van verzorging...
HOOFDSTUK IV. - Opneming in een ziekenhuis.
HOOFDSTUK V. - Betaling kosten van een ziekenhu...
HOOFDSTUK VI. - De verstrekkingen, bedoeld in a...
Afdeling I. - Tegemoetkoming voor verzorging en...
Afdeling II. - Tegemoetkoming voor verzorging e...
Afdeling III. - De tegemoetkoming voor verzorgi...
Afdeling IV. - De tegemoetkoming in de plaatsin...
HOOFDSTUK VII. - Dialyse.
HOOFDSTUK VIII. - Deelname aan het multidiscipl...
HOOFDSTUK VIIIbis. [1 - Notificatie en registra...
HOOFDSTUK VIIIter. [1 - Voorschrift in medische...
HOOFDSTUK VIIIquater. - [1 Gestandaardiseerd aa...
HOOFDSTUK VIIIquinquies. [1 - PERMANENTIE IN DE...
HOOFDSTUK VIIIsexies. [1 - NOTIFICATIE VAN OPSP...
HOOFDSTUK IX. - [1 Voorwaarden voor verzekering...
HOOFDSTUK X. - Voorwaarden waaronder tegemoetge...
HOOFDSTUK XI. - Farmaceutische verstrekkingen.
HOOFDSTUK XII. - Geïntegreerde diensten voor th...
HOOFDSTUK XIII. - Tegemoetkoming in de kosten d...
HOOFDSTUK XIIIbis. [1 Modellen van zorgtrajectc...
HOOFDSTUK XIIITER. [1 Model van notificatie van...
HOOFDSTUK XIIIQUATER. [1 Tabaksontwenning.]1
HOOFDSTUK XIIIquinquies. [1 - Registratie van g...
HOOFDSTUK XIIIsexies. [1 - Van de preventiemodu...
HOOFDSTUK XIIIsepties. [1 - Bekendmaking van de...
HOOFDSTUK XIIIdecies. [1 VOORZIENINGEN VOOR PAT...
Afdeling 1. [1 Zorgprotocol voor patiënten met ...
Afdeling 2. [1 Opstarttraject voor patiënten me...
HOOFDSTUK XIV. [1 - Bewijsstukken]1
Afdeling 1. [1 - bepalingen gemeenschappelijk a...
Afdeling 2. [1 - wat het bewijsstuk betreft dat...
Afdeling 3. [1 - Wat het bewijsstuk betreft dat...
Afdeling 4. [1 - Wat het bewijsstuk betreft dat...
Afdeling 5. [1 - Betreffende het door neuropsyc...
HOOFDSTUK XV. [1 (oud hoofdstuk XIV)]1 - Opheff...
HOOFDSTUK XV/1. [1 - Modaliteiten van elektroni...
Afdeling 1. [1 - Gemene bepalingen.]1
Onderafdeling 1. [1 - Inleidende bepaling.]1
Onderafdeling 2. [1 - De identiteitsdocumenten.]1
Onderafdeling 3. [1 - Verificatie identiteit.]1
Onderafdeling 4. [1 - Panne informaticasysteem.]1
Onderafdeling 5. [1 - Geregistreerde gegevens.]1
Afdeling 2. [1 Modaliteiten van elektronische l...
Afdeling 3. [1 Modaliteiten van elektronische l...
Onderafdeling 1. [1 - Toepassingsgebied ]1
Onderafdeling 2. [1 Verificatie identiteit bij ...
Art. 32/14. [1 In geval de patiënt aan wie de g...
Art. 32/15. [1 In afwijking van artikel 32/9 ka...
Onderafdeling 3. [1 - Verificatie identiteit bi...
Onderafdeling 4. [1 - Inhoud verificatie van id...
Onderafdeling 5. [1 - Prestaties zonder verific...
Onderafdeling 6. [1 Recurrente behandelingen ]1
Onderafdeling 7. [1 Uitgestelde verificatie ]1
Afdeling IV. [1 Modaliteiten van elektronische ...
Onderafdeling I. [1 Manuele invoering van INSZ ...
Onderafdeling II. [1 Prestaties zonder verifica...
HOOFDSTUK XV/2. [1 - Modaliteiten van publicati...
HOOFDSTUK XVI. [1 (oud hoofdstuk XV)]1 - Overga...
HOOFDSTUK XVII. [1 (oud hoofdstuk XVI)]1 - Inwe...
BIJLAGEN.
Table des matières
CHAPITRE I. - Généralités.
CHAPITRE II. - Des prestations de santé.
Section I. - Des prestations de santé exigées o...
Section II. - De l'interdiction de l'interventi...
Section III. - Des engagements de paiement.
Section IV. - Du refus des prestations de santé.
CHAPITRE III. - Des attestations de soins et de...
CHAPITRE IV. - De l'hospitalisation.
CHAPITRE V. - Du paiement des frais d'hospitali...
CHAPITRE VI. - Des prestations visées à l'artic...
Section I. - De l'allocation pour soins et assi...
Section II. - De l'allocation pour soins et ass...
Section III. - L'allocation pour soins et assis...
Section IV. - L'intervention dans le placement ...
CHAPITRE VII. - De la dialyse.
CHAPITRE VIII. - De la participation à la consu...
CHAPITRE VIIIbis. [1 - Notification et enregist...
HOOFDSTUK VIIIter. [1 - De la prescription en i...
CHAPITRE VIIIquater. - [1 Du formulaire de remb...
CHAPITRE VIIIquinquies. [1 - PERMANENCE DANS LE...
CHAPITRE VIIIsexies. [1 - NOTIFICATION DU DEPIS...
CHAPITRE IX. - [1 Des conditions d'intervention...
CHAPITRE X. - Des conditions de remboursement d...
CHAPITRE XI. - Des fournitures pharmaceutiques.
CHAPITRE XII. - Services intégrés de soins à do...
CHAPITRE XIII. - Intervention dans le coût supp...
CHAPITRE XIIIbis. [1 Modèles de contrat " traje...
CHAPITRE XIIITER. [1 Modèle de notification d'u...
CHAPITRE XIIIQUATER. [1 Sevrage tabagique.]1
CHAPITRE XIIIquinquies. [1 - Enregistrement des...
CHAPITRE XIIIsexies. [1 - Du module de préventi...
CHAPITRE XIIIsepties. [1 - De la publication de...
CHAPITRE XIIIdecies. [1 AMENAGEMENTS POUR UN PA...
Section 1. [1 Protocole de soins pour un patien...
Section 2. [1 Trajet de démarrage pour un patie...
CHAPITRE XIV. [1 - Des documents justificatifs]1
Section 1er. [1 - dispositions communes à tous ...
Section 2. [1 - concernant le document justific...
Section 3. [1 - Concernant le document justific...
Section 4. [1 - Concernant le document justific...
Section 5. [1 - Concernant le document justific...
CHAPITRE XV. [1 (ancien chapitre XIV)]1 - Dispo...
CHAPITRE XV/1. [1 - Modalités de lecture électr...
Section 1re. [1 - Dispositions communes.]1
Sous-section 1re. [1 - Disposition introductive.]1
Sous-section 2. [1 - Les documents d'identité.]1
Sous-section 3. [1 - Vérification de l'identité.]1
Sous-section 4. [1 - Panne du système informati...
Sous-section 5. [1 - Données enregistrées.]1
Section 2. [1 Modalités de lecture d'un documen...
Section 3. [1 Modalités de lecture électronique...
Sous-section 1re. [1 - Champ d'application ]1
Art. 32/13. [1 La présente section établit les ...
Sous-section 2. [1 Vérification de l'identité e...
Sous-section 3. [1 Vérification de l'identité l...
Sous-section 4. [1 - Contenu de la vérification...
Sous-section 5. [1 - Prestations sans vérificat...
Sous-section 6. [1 - Traitements récurrents ]1
Sous-section 7. [1 Vérification d'identité diff...
Section IV. [1 Modalités de lecture électroniqu...
Sous-section I. [1 Introduction manuelle du NIS...
Sous-section II. [1 Prestations sans vérificati...
CHAPITRE XV/2. [1 - Modalités de publication de...
CHAPITRE XVI. [1 (ancien chapitre XV)]1 - Dispo...
CHAPITRE XVII. [1 ancien chapitre XVI]1 - Entré...
ANNEXES.
Tekst (157)
Texte (157)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Généralités.
Article 1. Dans le présent règlement, on entend par :
a) "Loi" : la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
b) "Arrêté royal du 3 juillet 1996" : l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
c) "Arrêté royal du 10 octobre 1986" : l'arrêté royal du 10 octobre 1986 portant exécution de l'article 53, alinéa 8, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
d) "Arrêté royal du 22 février 1998" : l'arrêté royal du 22 février 1998 portant des mesures d'exécution de la carte d'identité sociale;
e) "Tiers-payant" : le mode de paiement défini par l'article 1er de l'arrêté royal du 10 octobre 1986;
f) "Nomenclature" : la nomenclature des prestations de santé reprise à l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités;
g) "l'Institut" : l'Institut National d'Assurance maladie-invalidité;
h) "Comité de l'assurance" : le Comité de l'assurance soins de santé visé à l'article 21 de la loi.
a) "Loi" : la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
b) "Arrêté royal du 3 juillet 1996" : l'arrêté royal du 3 juillet 1996 portant exécution de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
c) "Arrêté royal du 10 octobre 1986" : l'arrêté royal du 10 octobre 1986 portant exécution de l'article 53, alinéa 8, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
d) "Arrêté royal du 22 février 1998" : l'arrêté royal du 22 février 1998 portant des mesures d'exécution de la carte d'identité sociale;
e) "Tiers-payant" : le mode de paiement défini par l'article 1er de l'arrêté royal du 10 octobre 1986;
f) "Nomenclature" : la nomenclature des prestations de santé reprise à l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités;
g) "l'Institut" : l'Institut National d'Assurance maladie-invalidité;
h) "Comité de l'assurance" : le Comité de l'assurance soins de santé visé à l'article 21 de la loi.
Art. 1bis. [1 Behoudens de afwijking voorzien in artikel 6, § 2bis, moet vanaf 1 januari 2011 in alle bijlagen van deze verordening waarin verwezen wordt naar een financiële rekening de IBAN en de BIC van deze rekening vermeld worden.]1
Art. 1bis. [1 Sous réserve de la dérogation prévue à l'article 6, § 2bis, à partir du 1er janvier 2011, il y a lieu de mentionner dans toutes les annexes du présent règlement, lorsqu'il est fait référence à un compte financier, l'IBAN et le BIC de ce compte.]1
HOOFDSTUK II. - Geneeskundige verstrekkingen.
CHAPITRE II. - Des prestations de santé.
Afdeling I. - Geneeskundige verstrekkingen geëist door of voor rekening van anderen.
Section I. - Des prestations de santé exigées ou couvertes par des tiers.
Art. 2. Mogen in geen geval door de verzekering voor geneeskundige verzorging worden vergoed, de kosten gemoeid met verstrekkingen welke door de werkgevers, de particuliere instellingen of de openbare besturen worden geëist [1 , met uitzondering van geneeskundige verzorging aan geïnterneerden die overeenkomstig artikel 19 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering worden geplaatst in een verzorgingsinstelling die geen inrichting is zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a), b) en c) van dezelfde wet]1. Worden met name bedoeld, de verstrekkingen die worden verricht met het oog op het afleveren van geschiktheidsattesten of getuigschriften die door de sportclubs, bonden of andere particuliere of openbare instellingen worden geëist.
Hetzelfde geldt wanneer de kosten gemoeid met die verstrekkingen volledig voor rekening zijn van de openbare besturen, een openbare instelling of een instelling van openbaar nut.
Wanneer de kosten gemoeid met die verstrekkingen slechts gedeeltelijk voor rekening zijn van de openbare besturen, een openbare instelling of een instelling van openbaar nut, vergoedt de verzekeringsinstelling het verschil tot beloop van de verzekeringstarieven.
Hetzelfde geldt wanneer de kosten gemoeid met die verstrekkingen volledig voor rekening zijn van de openbare besturen, een openbare instelling of een instelling van openbaar nut.
Wanneer de kosten gemoeid met die verstrekkingen slechts gedeeltelijk voor rekening zijn van de openbare besturen, een openbare instelling of een instelling van openbaar nut, vergoedt de verzekeringsinstelling het verschil tot beloop van de verzekeringstarieven.
Modifications
Art. 2. Ne peuvent en aucun cas être remboursés par l'assurance soins de santé, les frais afférents aux prestations qui sont exigées par les employeurs, par les organismes privés ou par les pouvoirs publics [1 , à l'exception des soins de santé aux internés qui, conformément à l'article 19 de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement, sont placés dans un établissement de soins qui n'est pas un établissement au sens de l'article 3, 4°, a), b) et c) de cette loi]1. Sont notamment visées les prestations effectuées en vue de la délivrance d'attestations d'aptitude ou de certificats exigés par les clubs sportifs, fédérations ou autres organismes privés ou publics.
Il en est de même lorsque les frais afférents à ces prestations sont entièrement à charge des pouvoirs publics, d'un établissement public ou d'utilité publique.
Lorsque les frais afférents à ces prestations ne sont que partiellement à charge des pouvoirs publics, d'un établissement public ou d'utilité publique, l'organisme assureur rembourse la différence à concurrence des tarifs de l'assurance.
Il en est de même lorsque les frais afférents à ces prestations sont entièrement à charge des pouvoirs publics, d'un établissement public ou d'utilité publique.
Lorsque les frais afférents à ces prestations ne sont que partiellement à charge des pouvoirs publics, d'un établissement public ou d'utilité publique, l'organisme assureur rembourse la différence à concurrence des tarifs de l'assurance.
Modifications
Afdeling II. - Verbod van verzekeringstegemoetkoming voor sommige geneeskundige verstrekkingen.
Section II. - De l'interdiction de l'intervention de l'assurance pour certaines prestations de santé.
Art. 3. Voor de technische diagnoseverstrekkingen die zijn uitgevoerd ingaande op een initiatief van de werkgever dat zich richt tot alle personeelsleden of tot een deel van het personeel van zijn onderneming of van een van zijn diensten, mag geen tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging worden verleend.
De verzekeringsinstellingen houden elke tegemoetkoming in beraad voor verstrekkingen waarvan zij menen dat daarop het eerste lid van toepassing is. Tegelijkertijd leggen zij elk geval voor aan de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut die, nadat hij het geval heeft onderzocht, verslag uitbrengt in het Verzekeringscomité.
De Dienst voor geneeskundige verzorging kan ook op gelijk welke andere wijze in kennis worden gesteld van toestanden waarop het eerste lid kan worden toegepast.
Het Verzekeringscomité beslist in elk geval of de gelaakte verstrekkingen zijn verleend onder de in het eerste lid bedoelde voorwaarden.
De verzekeringsinstellingen houden elke tegemoetkoming in beraad voor verstrekkingen waarvan zij menen dat daarop het eerste lid van toepassing is. Tegelijkertijd leggen zij elk geval voor aan de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut die, nadat hij het geval heeft onderzocht, verslag uitbrengt in het Verzekeringscomité.
De Dienst voor geneeskundige verzorging kan ook op gelijk welke andere wijze in kennis worden gesteld van toestanden waarop het eerste lid kan worden toegepast.
Het Verzekeringscomité beslist in elk geval of de gelaakte verstrekkingen zijn verleend onder de in het eerste lid bedoelde voorwaarden.
Art. 3. Ne peuvent faire l'objet de l'intervention de l'assurance soins de santé les prestations techniques de diagnostic qui sont effectuées en réponse à une initiative de l'employeur s'adressant à l'ensemble ou à une partie du personnel de son entreprise ou de l'un de ses services.
Les organismes assureurs tiennent en suspens toute intervention pour des prestations qu'ils estiment relever de l'application de l'alinéa premier. Dans le même temps, ils saisissent de chaque cas le Service des soins de santé de l'institut qui, après avoir instruit le cas, fait rapport au Comité de l'assurance.
Le Service des soins de santé peut également être saisi, par toutes autres voies, de situations pouvant relever de l'application de l'alinéa premier.
Le Comité de l'assurance décide, dans chaque cas, si les prestations incriminées ont été dispensées dans les conditions visées à l'alinéa premier.
Les organismes assureurs tiennent en suspens toute intervention pour des prestations qu'ils estiment relever de l'application de l'alinéa premier. Dans le même temps, ils saisissent de chaque cas le Service des soins de santé de l'institut qui, après avoir instruit le cas, fait rapport au Comité de l'assurance.
Le Service des soins de santé peut également être saisi, par toutes autres voies, de situations pouvant relever de l'application de l'alinéa premier.
Le Comité de l'assurance décide, dans chaque cas, si les prestations incriminées ont été dispensées dans les conditions visées à l'alinéa premier.
Afdeling III. - Betalingsverbintenissen.
Section III. - Des engagements de paiement.
Art. 4. De opzegging of wijziging door de verzekeringsinstelling van een betalingsverbintenis, voorzien in het kader van deze verordening, waarvan vroeger kennis is gegeven, kan nooit terugwerkende kracht hebben. Een dergelijke opzegging of wijziging heeft op zijn vroegst uitwerking de dag van ontvangst ervan door de instelling.
Wat evenwel de psychiatrische inrichtingen betreft, in geval van kennisgeving van een wijziging met terugwerkende kracht door de verzekeringsinstelling van de hoegrootheid van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in functie van de reglementaire tegemoetkomingscriteria, gaat de inrichting, op verzoek van de verzekeringsinstelling, over tot de regularisatie van de bedragen die moeten worden verbeterd, voor zover op het ogenblik dat zij de kennisgeving ontvangt, de rechthebbende steeds ter verpleging is opgenomen en de periode waarop de regularisatie betrekking heeft, niet meer dan zes maanden bedraagt. In de andere gevallen wordt de regularisatie ten aanzien van de rechthebbende door de verzekeringsinstelling verricht.
Wat evenwel de psychiatrische inrichtingen betreft, in geval van kennisgeving van een wijziging met terugwerkende kracht door de verzekeringsinstelling van de hoegrootheid van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in functie van de reglementaire tegemoetkomingscriteria, gaat de inrichting, op verzoek van de verzekeringsinstelling, over tot de regularisatie van de bedragen die moeten worden verbeterd, voor zover op het ogenblik dat zij de kennisgeving ontvangt, de rechthebbende steeds ter verpleging is opgenomen en de periode waarop de regularisatie betrekking heeft, niet meer dan zes maanden bedraagt. In de andere gevallen wordt de regularisatie ten aanzien van de rechthebbende door de verzekeringsinstelling verricht.
Art. 4. La dénonciation ou la modification par l'organisme assureur d'un engagement de paiement, prévu dans le cadre de ce règlement, notifié antérieurement ne peut jamais avoir d'effet rétroactif. Une pareille dénonciation ou modification sortit ses effets au plus tôt le jour de sa réception par l'institution.
Toutefois, en ce qui concerne les établissements psychiatriques, en cas de notification avec effet rétroactif par l'organisme assureur d'une modification du taux de l'intervention de l'assurance soins de santé en fonction des critères d'intervention réglementaires, l'établissement procède, à la demande de l'organisme assureur, à la régularisation des montants à rectifier, pour autant qu'au moment où il reçoit la notification, le bénéficiaire soit toujours hospitalisé et que la période sur laquelle doit porter la régularisation ne dépasse pas six mois. Dans les autres cas, la régularisation à l'égard du bénéficiaire est faite par l'organisme assureur.
Toutefois, en ce qui concerne les établissements psychiatriques, en cas de notification avec effet rétroactif par l'organisme assureur d'une modification du taux de l'intervention de l'assurance soins de santé en fonction des critères d'intervention réglementaires, l'établissement procède, à la demande de l'organisme assureur, à la régularisation des montants à rectifier, pour autant qu'au moment où il reçoit la notification, le bénéficiaire soit toujours hospitalisé et que la période sur laquelle doit porter la régularisation ne dépasse pas six mois. Dans les autres cas, la régularisation à l'égard du bénéficiaire est faite par l'organisme assureur.
Afdeling IV. - Weigering van de geneeskundige verstrekkingen.
Section IV. - Du refus des prestations de santé.
Art. 5. [1 De in de wet bepaalde geneeskundige verstrekkingen worden geweigerd zolang de rechthebbende in een gevangenis is opgesloten, of in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a), b) of c) van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering is geïnterneerd.
Deze weigering geldt niet voor geneeskundige verstrekkingen die worden verleend buiten de gevangenis of inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b) van de voormelde wet van 5 mei 2014 aan de rechthebbenden die er zijn opgesloten of geïnterneerd.]1
Deze weigering geldt niet voor geneeskundige verstrekkingen die worden verleend buiten de gevangenis of inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a) en b) van de voormelde wet van 5 mei 2014 aan de rechthebbenden die er zijn opgesloten of geïnterneerd.]1
Modifications
Art. 5. [1 Les prestations de santé prévues par la loi sont refusées aussi longtemps que le bénéficiaire est détenu en prison ou est interné dans un établissement comme prévu à l'article 3, 4°, a), b) ou c) de la loi du 5 mai 2014 relatif à l'internement.
Ce refus ne vaut pas pour les prestations de santé délivrées en dehors de la prison ou de l'établissement comme prévu à l'article 3, 4°, a) et b) de la loi précitée du 5 mai 2014 aux bénéficiaires qui y sont détenu ou interné.]1
Ce refus ne vaut pas pour les prestations de santé délivrées en dehors de la prison ou de l'établissement comme prévu à l'article 3, 4°, a) et b) de la loi précitée du 5 mai 2014 aux bénéficiaires qui y sont détenu ou interné.]1
Modifications
HOOFDSTUK III. - Getuigschriften van verzorging en van aflevering.
CHAPITRE III. - Des attestations de soins et de fournitures.
Art. 6. § 1. De vergoedingen van de verzekering voor geneeskundige verzorging worden verleend op voorwaarde dat aan de verzekeringsinstelling is afgeleverd :
1° een [19 ...]19 getuigschrift van verzorging, conform het model vervat in bijlage 1, wanneer het gaat om verstrekkingen [19 ...]19 verleend door de vroedvrouwen, de verpleegkundigen en de kinesitherapeuten;
Het geneeskundig getuigschrift waarin is voorzien in artikel 8, § 6, 4°, van de nomenclatuur moet conform het model opgenomen in bijlage 2 zijn.
Het formulier, waarin is voorzien in artikel 8, § 7, 1°, van de nomenclatuur moet conform het model vervat in de bijlage 3, zijn.
Als voor verstrekkingen, verleend door de verpleegkundigen, de vermelding van pseudocodes is vereist, moeten die pseudocodes worden vermeld op de magnetische of elektronische dragers die naar de verzekeringsinstellingen gestuurd worden indien de derdebetalersregeling wordt toegepast. Bij directe betaling moeten deze pseudocodes op een papieren drager conform het model vervat in de bijlage 4 vermeld worden. Deze papieren drager moet het getuigschrift voor verstrekte hulp vergezellen.
Het formulier tot kennisgeving van het verlenen van zorg waarin is voorzien in artikel 7, § 14, van de nomenclatuur moet conform het model opgenomen in bijlage 5a zijn wat betreft de pathologische situaties bedoeld in § 14, 5°, A en in bijlage 5b zijn wat betreft de pathologische situaties bedoeld in § 14, 5°, B. [31 Het formulier tot kennisgeving van het verlenen van zorg waarin is voorzien in artikel 7, § 11, van de nomenclatuur moet conform het model opgenomen in bijlage 5c, zijn.]31
Het formulier tot kennisgeving van het verlenen van palliatieve zorg waarin is voorzien in artikel 8, § 7, 5°, van de nomenclatuur moet conform het model opgenomen in bijlage 6 zijn.
[12 Het formulier met de noodzaak voor de tenlasteneming van de wekelijkse voorbereiding van de geneesmiddelen per os door de verpleegkundige, waarin is voorzien in artikel 8, § 4bis, van de nomenclatuur moet conform het model vervat in de bijlage 81, zijn.]12
[24 De verpleegkundige moet bij facturatie van de verstrekkingen verleend in bepaalde plaatsen een pseudocode vermelden die aangeeft in welke soort van plaats van verstrekking de verstrekking werd verleend. De lijst van die plaatsen van verstrekking en de overeenstemmende pseudocodes is vervat in bijlage 87. Indien de derdebetalersregeling wordt toegepast moeten die pseudocodes worden vermeld bij de factureringsgegevens die de verpleegkundigen doorsturen via een elektronisch netwerk naar de verzekeringsinstellingen. Bij directe betaling en indien het getuigschrift conform het model vervat in bijlage 1 wordt gebruikt, wordt de pseudocode op het getuigschrift vermeld, in de kolom rechts van het betrokken nummer van de nomenclatuur. Indien het verzamelgetuigschrift conform het model vervat in bijlage 28 wordt gebruikt, wordt de pseudocode op het getuigschrift vermeld in de kolom rechts van de kolom met het opschrift "Totaal".]24
[34 Het formulier tot kennisgeving van het verlenen van zorg waarin is voorzien in artikel 8, § 8, 12° van de nomenclatuur moet conform het model opgenomen in bijlage 95 zijn.]34
[35 Voor het attestering van wondzorg bedoeld in artikel 8, § 8 van de nomenclatuur, omvat Bijlage 96:
- De opleidingsvoorwaarden voor de referentieverpleegkundige inzake wondzorg bedoeld in artikel 8, § 8, 1° van de nomenclatuur.
- De voorwaarden waaraan het verpleegdossier inzake wondzorg inhoudelijk dient te beantwoorden bedoeld in artikel 8, § 8, 6° van de nomenclatuur.
- De voorwaarden waaraan de aan het verpleegdossier toegevoegde foto's moeten dienen te beantwoorden, bedoeld in artikel 8, § 8, 7° van de nomenclatuur;]35
2° [19 ...]19;
3° een [19 ...]19 getuigschrift van verzorging, conform het model vervat in bijlage 8, wanneer het gaat om verstrekkingen [19 ...]19 verleend door een tandheelkundige;
4° [19 ...]19;
5° een [19 ...]19 getuigschrift van verzorging, conform het model vervat in bijlage 10, wanneer het gaat om verstrekkingen [19 ...]19 verleend door een geneesheer of door een apotheker of licentiaat in de wetenschappen die is erkend om verstrekkingen inzake klinische biologie te verrichten in het raam van de verzekering voor geneeskundige verzorging.
[42 Bij de facturatie van heelkundige verstrekkingen en de verstrekkingen 355994-356005, 356016-356020 en 356031-356042 vermeldt de arts voor elk lidmaat en elk paar orgaan de lateraliteit (links of rechts). De betrokken verstrekkingen zijn vervat in de Excel-lijst "behandeld lid" die deel uit maakt van de instructies voor de elektronische facturatie. Indien het getuigschrift van verzorging conform het model vervat in bijlage 10 wordt gebruikt, wordt de lateraliteit (L of R) op het getuigschrift vermeld, in de kolom rechts van het betrokken nummer van de nomenclatuur. Indien het verzamelgetuigschrift conform het model vervat in bijlage 28 wordt gebruikt, wordt de lateraliteit (L of R) vermeld in de kolom met het opschrift "KT L/A/D (2)"]42;
6° [19 ...]19;
7° [43 - een getuigschrift van aflevering, conform het model vervat in bijlage 12, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door de audiciens;
- een getuigschrift van aflevering, conform het model vervat in bijlage 13, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door de orthopedische technologen, met uitzondering van de verstrekkingen betreffende stomamateriaal;
- een getuigschrift van aflevering, conform het model vervat in bijlage 13ter wanneer het gaat om verstrekkingen betreffende stomamateriaal (met uitzondering van irrigatieverstrekkingen) verleend door de orthopedische technologen;
- een getuigschrift van aflevering, conform het model vervat in bijlage 15, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door de opticiens;
- een medisch voorschrift voor de verstrekkingen van opticiens, conform het model vervat in bijlage 15bis (brillenglazen) of 15ter (contactlenzen) of 15quater (oogprothesen) of 15quinquies (low vision hulpmiddelen);
- een formulier voor aanvraag om vergoeding, conform het model vervat in bijlage 16, voor de verstrekkingen betreffende de orthopedische schoenen;
- een medisch voorschrift voor de aflevering van een toerusting ter correctie van het gehoor, conform het model vervat in bijlage 17, voor de verstrekkingen verleend door de audiciens, moet bij het getuigschrift worden gevoegd;
- een gestandaardiseerde COSI-vragenlist voor de aflevering van een toestel ter correctie van het gehoor, conform het model vervat in bijlage 17bis;
- een medisch voorschrift conform het model vervat in bijlage 18A, voor de drukkledij;
- een kennisgevingsformulier conform het model vervat in bijlage 18B, voor de drukkledij;
- een aanvraag om vergoeding van een myo-elektrische prothese, conform het model vervat in bijlage 21;
- het formulier waarin is voorzien in artikel 28/1, A.4., van de nomenclatuur, conform het model vervat in bijlage 21bis zijn;
- het evaluatiegetuigschrift en geneeskundig voorschrift voor een mechatronische knie, conform het model vervat bijlage 21ter;
- het zelfrapporteringsformulier voor een mechatronische knie vóór en na de testbatterij, conform het model vervat in bijlage 21quater;
- een medisch voorschrift voor individueel op maat vervaardigde zitorthese, conform het model vervat in bijlage 92;
- een motiveringsrapport voor een individueel op maat vervaardigde zitorthese, conform het model vervat in bijlage 92bis;
- een medisch voorschrift, conform het model vervat in bijlage 93 voor stomamateriaal;
- een medisch voorschrift, conform het model vervat in bijlage 94A voor therapeutische elastische beenkousen en conform het model vervat in bijlage 94B voor therapeutische elastische armkousen en handschoenen;]43
8° een verpleegnota, conform één van de modellen vervat in de bijlagen 22 of 23. Ingeval de centrale inning wordt verricht door de verplegingsinrichting waarbij de honoraria voor alle of bepaalde ziekenhuisgeneesheren, alsook de bedragen van de overige activiteiten van de verplegingsinrichting op twee afzonderlijke rekeningen moeten worden gestort, dient de facturering te gebeuren via een verpleegnota, conform één van de modellen vervat in de bijlagen 24 of 25.
In de rubriek "honoraria geïnd voor rekening van de inrichting of geïnd voor rekening van de verstrekkers", zoals voorzien in de bijlagen 22 of 23, of in de rubriek "honoraria te storten op rekening A of te storten op rekening B", zoals voorzien in de bijlagen 24 of 25 en 37 of 38, moet in uitvoering van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen, een bedrag van (16,40 euro) in mindering worden gebracht in de kolom "Ten laste V.I." en worden toegevoegd in de kolom "Ten laste rechthebbende".
(...). De verplichting tot het vermelden van het RIZIV-nummer en de naam van de voorschrijver in de rubriek farmaceutische kosten wordt opgeschort.
(In afwijking op de bepalingen van het eerste en tweede lid en op voorwaarde dat voldaan wordt aan de kwaliteitsvereisten zoals vastgesteld door het Verzekeringscomité, kan de individuele factuur die betrekking heeft op de prestaties vanaf 1 januari 2009 en waarvan het model is voorzien in de bijlagen 22, 23, 24 en 25 op elektronische wijze aan de verzekeringsinstelling worden overgemaakt. In die situatie moet de verzamelfactuur zoals voorzien in de bijlagen 22, 23, 24 en 25, opgemaakt per verzekeringsinstelling of ziekenfonds of Gewestelijke dienst of Gewestelijk geneeskundig centrum en ondertekend door de verantwoordelijke van de instelling, door de hoofdgeneesheer en door de apotheker-diensthoofd niet meer verstuurd worden naar de verzekeringsinstelling, maar gedurende [2 zeven jaar]2 bewaard worden in het ziekenhuis. De documenten tezamen met de verzamelborderel die er volgens de reglementering inzake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging moet worden aan toegevoegd, dienen verder manueel worden overgemaakt aan het ziekenfonds.)
(Deze elektronische gegevensoverdracht moet gebeuren volgens de modaliteiten die worden vastgesteld door het Verzekeringscomité.
Deze elektronische gegevensoverdracht is enkel mogelijk indien de bepalingen van het protocol worden toegepast, gesloten op 19 april 2001 tussen de representatieve organisaties van de verpleeginrichtingen en de verzekeringsinstellingen, houdende de voorwaarden en modaliteiten volgens welke bewijskracht kan worden gegeven tot het bewijs van het tegendeel aan gegevens die worden opgeslagen of bewaard door middel van een elektronische, fotografische, optische of elke andere techniek, of medegedeeld op een andere wijze dan op een papieren drager, evenals de voorwaarden en modaliteiten volgens welke deze gegevens worden weergegeven op papieren drager of op elke andere leesbare drager, en dit in toepassing van het koninklijk besluit van 27 april 1999 betreffende de bewijskracht van de door de zorgverleners en de verzekeringsinstellingen opgeslagen, verwerkte, weergegeven of meegedeelde gegevens)
In afwijking van de bepalingen van 1° tot 7° van deze paragraaf, mogen de volgende verstrekkingen die worden verleend in een ziekenhuis aan een rechthebbende op die verpleegnota worden vermeld :
a) de verstrekkingen verleend aan gehospitaliseerde rechthebbenden;
b) de verstrekkingen verleend in het kader van de nationale overeenkomst tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen zoals bedoeld in artikel 46 van de wet;
c) de verstrekkingen verleend in het kader van de nationale overeenkomst tussen de psychiatrische ziekenhuizen en diensten en de verzekeringsinstellingen zoals bedoeld in artikel 46 van de wet;
d) de verstrekkingen verleend aan ambulante rechthebbenden in een ziekenhuis en die door het ziekenhuis via magnetische of elektronische dragers verrekend en geïnd worden via de derdebetalersregeling;
[16 8°bis een honorariumnota conform het model in de bijlage 83 ingeval de inning van de medische honoraria wordt verricht door een dienst daartoe georganiseerd door de medische raad.
In uitvoering van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen, moet een bedrag van 16,40 euro in mindering worden gebracht in de kolom " Ten laste van de V.I. " en toegevoegd worden in de kolom " Ten laste van de rechthebbende ".
In afwijking op de bepalingen van het eerste en tweede lid en op voorwaarde dat voldaan wordt aan de kwaliteitsvereisten zoals vastgesteld door het Verzekeringscomité, kan de honorariumnota op elektronische wijze aan de verzekeringsinstelling worden overgemaakt.
Deze elektronische gegevensoverdracht moet gebeuren volgens de modaliteiten die worden vastgesteld door het Verzekeringscomité.
Deze elektronische gegevens-overdracht is enkel mogelijk indien de bepalingen van het protocol worden toegepast, gesloten op 9 november 2012 tussen de representatieve organisaties van de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen, houdende de voorwaarden en modaliteiten volgens welke bewijskracht kan worden gegeven tot het bewijs van het tegendeel aan gegevens die worden opgeslagen of bewaard door middel van een elektronische, fotografische, optische of elke andere techniek, of medegedeeld op een andere wijze dan op een papieren drager, evenals de voorwaarden en modaliteiten volgens welke deze gegevens worden weergegeven op papieren drager of op elke andere leesbare drager, en dit in toepassing van het koninklijk besluit van 27 april 1999 betreffende de bewijskracht van de door de zorgverleners en de verzekeringsinstellingen opgeslagen, verwerkte, weergegeven of meegedeelde gegevens.
In afwijking van de bepalingen van 1° tot 7° van deze paragraaf, mogen de volgende geneeskundige verstrekkingen die worden verleend in een ziekenhuis aan een rechthebbende op die honorariumnota worden vermeld :
a) de verstrekkingen verleend aan gehospitaliseerde rechthebbenden;
b) de verstrekkingen verleend in het kader van de nationale overeenkomst tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen zoals bedoeld in artikel 46 van de wet;
c) de verstrekkingen verleend aan ambulante rechthebbenden in een ziekenhuis en die door het ziekenhuis via magnetische of elektronische dragers verrekend en geïnd worden via de derdebetalersregeling;]16
9° [4 een [19 ...]19 getuigschrift voor verstrekte hulp, conform het model vervat in bijlage 26, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door diëtisten, logopedisten, orthoptisten, podologen en ergotherapeuten [19 ...]19. Wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door ergotherapeuten, dienen de op dit model van getuigschrift gevraagde gegevens met betrekking tot de goedkeuring door de adviserend geneesheer evenwel niet te worden ingevuld.]4
10° [19 ...]19;
[37 11° het luik "RIZIV" van het formulier conform het model vervat in bijlage 26/2, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door een neuropsycholoog conform de bepalingen van de overeenkomst post-COVID-19 voor een aangepaste zorgaanpak.
Het formulier bedoeld in het eerste lid omvat het deel "bewijsstuk" bestemd voor de patiënt;]37
[39 12° De formulieren beschreven in art. 36, § 4, 1° en 5° van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, moeten conform zijn met de modellen opgenomen in [41 bijlagen 98a, 98b, 98c, 98d, 98e, 98f en 98g]41. Het kennisgevingsformulier beschreven in art. 36, § 4, 6°, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen moet conform zijn met het model opgenomen in bijlage 99.]39
§ 1bis. [11 Op voorwaarde dat is voldaan aan de kwaliteitseisen die door het Verzekeringscomité zijn vastgelegd, mogen de documenten die individuele zorgverleners [16 of een dienst daartoe georganiseerd door de medische raad]16 verplicht op magnetische drager moeten doorsturen, via een elektronisch netwerk worden doorgestuurd naar de verzekeringsinstellingen, meer bepaald voor de verstrekkingen die zijn verricht vanaf 1 januari 2009. De documenten en de verzamelstaat die krachtens de verordening op de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging moeten worden bijgevoegd, moeten nog steeds handmatig aan het ziekenfonds worden bezorgd. Die verzending via een elektronisch netwerk moet gebeuren overeenkomstig de regels die door het Verzekeringscomité zijn opgesteld.
In afwijking van het eerste lid, zullen factureringsgegevens met betrekking tot de geneeskundige verstrekkingen vermeld in artikel 8 van de nomenclatuur, die de verpleegkundigen moeten doorsturen in het kader van de derdebetalersregeling, vanaf 1 juli 2012 via een elektronisch netwerk moeten worden doorgestuurd naar de verzekeringsinstellingen, meer bepaald voor de verstrekkingen die zijn verricht vanaf 1 januari 2009.]11
[22 In afwijking van het eerste lid en met betrekking tot de geneeskundige verstrekkingen vermeld in artikel 8 van de nomenclatuur, moet de verzamelstaat bedoeld in het eerste lid vanaf 1 juli 2015 niet meer handmatig aan het ziekenfonds worden bezorgd wanneer de verpleegkundigen de factureringsgegevens in het kader van de derdebetalersregeling doorsturen via een elektronisch netwerk naar de verzekeringsinstellingen.]22
§ 2. [19 In afwijking van de bepalingen van § 1, 1°, 3°, 5° en 9°, mogen de verstrekkingen voor andermans rekening verricht, worden vermeld op een verzamelgetuigschrift]19, conform het model vervat in bijlage 28, wanneer bureauticamiddelen om getuigschriften op te maken worden gebruikt. Indien de derdebetalersregeling niet wordt toegepast dient de volgende mededeling te worden vermeld op het verzamelgetuigschrift of op het begeleidend schrijven : "Indien u dit getuigschrift overmaakt aan uw ziekenfonds zal een gedeelte van het bedrag dat u wordt aangerekend worden terugbetaald".
[19 ...]19.
[19 ...]19.
[23 Voor de verstrekkingen van artikel 8 van de nomenclatuur die slechts worden vergoed indien ze door een geneesheer zijn voorgeschreven, moet het voorschrift gevoegd worden bij het getuigschrift van verstrekte hulp behalve :
- voor verstrekkingen in het kader van de forfaitaire honoraria per verzorgingsdag voor zwaar zorgafhankelijke rechthebbenden en/of
- wanneer de verplichting om het getuigschrift van verstrekte hulp aan het ziekenfonds te bezorgen niet van toepassing is.
In deze gevallen moet het voorschrift gedurende een periode van ten minste vijf jaar bewaard worden in het verpleegdossier.]23
[1 § 2bis. Vanaf 1 januari 2011 moet op het verzamelgetuigschrift in bijlage 28 het veld " Nr. Financiële rek. " niet meer ingevuld worden. Indien verzamelgetuigschriften in het kader van de derdebetalersregeling aan de mutualiteiten worden overgemaakt moet de IBAN en BIC van de financiële rekening vermeld worden op de verzamelstaat die verplicht bij de getuigschriften gevoegd moet worden.]1
§ 3. De tandheelkundige die tevens als geneesheer werkzaam is, gebruikt :
a) het getuigschrift van verzorging, conform het model vervat in bijlage 10 [19 ...]19, wanneer hij een geneeskundige verstrekking verleent;
b) het getuigschrift van verzorging, conform het model vervat in bijlage 8 [19 ...]19, wanneer hij tandheelkundige verstrekkingen verleent;
c) een getuigschrift van verzorging conform het model vervat in bijlage 10 [19 ...]19 wanneer hij een tandradiografie uitvoert en voor zover die verstrekking samengaat met een raadpleging of een geneeskundige verstrekking.
[8 Bij gebruik van het verzamelgetuigschrift, conform het model vervat in bijlage 28, dient de tandheelkundige die tevens als geneesheer werkt het RIZIV-identificatienummer als tandarts te vermelden wanneer hij tandheelkundige verstrekkingen verleent. In alle andere gevallen of wanneer hij een tandradiografie uitvoert die samengaat met een raadpleging of een geneeskundige verstrekking, dient het RIZIV-identificatienummer als geneesheer te worden vermeld.]8
[17 § 3bis. De tandheelkundige die kandidaat is voor een erkenning als houder van een bijzondere beroepstitel in de tandheelkunde, gebruikt :
- tijdens het stageplan, het getuigschrift voor verstrekte hulp van de stagemeester, waarbij hij tevens zijn eigen naam en Riziv nummer vermeldt [21 ...]21.
- na afloop van het stageplan en in afwachting van de definitieve erkenning van de bijzondere beroepstitel in de tandheelkunde, het eigen getuigschrift voor verstrekte hulp conform het model vervat in bijlage 8 [19 ...]19.]17
[32 § 3ter. Wanneer een verstrekking van artikel 5 van de nomenclatuur wordt uitgevoerd door een mondhygiënist volgens de modaliteiten van artikel 6, § 18bis, vermeldt de tandheelkundige de zorgen op zijn getuigschrift voor verstrekte hulp met de vermelding, in het gedeelte identificatie van de zorgverlener, van zijn eigen naam en RIZIV-nummer, maar ook de naam en het RIZIV-nummer van de mondhygiënist die de verstrekking heeft uitgevoerd.]32
[36 Indien het verzamelgetuigschrift conform het model vervat in bijlage 28 wordt gebruikt, wordt de mondhygiënist die de verstrekking heeft uitgevoerd geïdentificeerd in de kolom "RIZIV-nr. en naam van de verstrekker", onder de regel die de tandheelkundige die de zorg attesteert identificeert, met de vermelding "mondhygiënist : " gevolgd door het RIZIV-nummer van de mondhygiënist.]36
§ 4. [25 ...]25
§ 5. De voorschriften die door firma's zijn gedrukt of op welke manier ook zijn gereproduceerd, mogen in geen geval aan de verzekering voor geneeskundige verzorging worden aangerekend, zelfs al worden ze op de voorschriftformulieren gekleefd.
§ 6. In de gevallen waar de apotheker niet gehouden is de derdebetalersregeling toe te passen bij het afleveren van de vergoedbare farmaceutische verstrekkingen, moet hij aan de rechthebbende het document "Contante betaling van de vergoedbare farmaceutische verstrekkingen" behoorlijk en volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend overhandigen.
Dit document is gedrukt op wit papier en komt overeen met het model vervat in de bijlage 30.
§ 7. [13 Indien er meer dan één récipé voorgeschreven is op één geneesmiddelenvoorschrift en voor zover de voorschrijver niet op het voorschrift heeft vermeld dat de aflevering niet mag worden uitgesteld, kan de rechthebbende het verzoek richten aan de apotheker om de aflevering van een bepaalde farmaceutische specialiteit of een bepaalde magistrale bereiding uit te stellen.
Indien er meer dan één récipé voorgeschreven is op één geneesmiddelenvoorschrift en voor zover de voorschrijver niet op het voorschrift heeft vermeld dat de aflevering niet mag worden uitgesteld, kan de rechthebbende het verzoek richten aan de apotheker om de aflevering van een bepaalde " medische voeding " of een bepaalde " medisch hulpmiddel " uit te stellen.
In de gevallen waarin er meerdere verpakkingen van een farmaceutische specialiteit per voorschrift worden voorgeschreven conform artikelen 92 en 92bis van het koninklijk besluit van 21 december 2001 en voor zover de voorschrijver niet op het voorschrift heeft vermeld dat de aflevering niet mag worden uitgesteld, kan de rechthebbende het verzoek richten aan de apotheker om de aflevering van één of meerdere verpakkingen uit te stellen.
In de gevallen waarin er meerdere verpakkingen van een " medisch voeding " per voorschrift worden voorgeschreven conform artikel 21 van het koninklijk besluit van 24 oktober 2002 of in de gevallen waarin er meerdere verpakkingen van een " medisch hulpmiddel " per voorschrift worden voorgeschreven conform artikel 21 van het koninklijk besluit van 24 oktober 2002 en voor zover de voorschrijver niet op het voorschrift heeft vermeld dat de aflevering niet mag worden uitgesteld, kan de rechthebbende het verzoek richten aan de apotheker om de aflevering van één of meerdere verpakkingen uit te stellen.
De apotheker kan de effectieve aflevering in de bovenvermelde alinea's 1 tot en met 4 uitstellen door een formulier voor uitgestelde aflevering en facturering over te maken, overeenkomstig het model als bijlage 31 en gedrukt op wit papier.
Hierbij vermeldt de apotheker op het oorspronkelijke voorschrift de letter " U " in de marge, naast het récipé of de farmaceutische specialiteit waarvoor hij het formulier opmaakt.
Dit formulier verwijst naar het oorspronkelijk niet afgeleverd récipé, niet afgeleverde farmaceutische specialiteit, niet afgeleverde medische voeding of niet afgeleverd medisch hulpmiddel door middel van het unieke volgnummer van het oorspronkelijk voorschrift, het herneemt wat op het oorspronkelijk voorschrift staat en neemt er ten aanzien van de terugbetaling alle rechten en plichten van over.
De geldigheidsduur van dit formulier stemt overeen met de geldigheidsduur van drie maanden van het oorspronkelijke voorschrift voor wat betreft de terugbetaling.]13
§ 8. Het RIZIV-identificatienummer, inschrijvingsnummer of erkenningsnummer, waarvan sprake in dit artikel en de bijlagen waar in dit artikel naar verwezen wordt, is het identificatienummer dat voor elke zorgverlener wordt opgesteld volgens regelen, bepaald door het Verzekeringscomité.
§ 9.[19 De stempel, gebruikt op het model vervat in de bijlagen 1, 8, 10, 26, [37 26/2,]37 30 of 31, bevat op een duidelijk leesbare wijze minstens het RIZIV-identificatienummer, de naam en het adres van de zorgverlener.]19
§ 10. De tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging wordt slechts verleend indien op het uitgereikte getuigschrift voor verstrekte hulp of van aflevering of op de verpleegnota het identificatienummer van de zorgverlener is vermeld zoals het is bepaald in § 8 van dit artikel.
In het geval dat het identificatienummer van verscheidene zorgverleners is vermeld, dient op ondubbelzinnige wijze te worden aangeduid welke verstrekkingen elke zorgverlener heeft verricht.
§ 11. De tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in de specifieke honoraria van [7 tandheelkundigen,]7 algemeen geneeskundigen of van geneesheren-specialisten is pas verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut kennis krijgt van de erkenning door de Minister die de Volksgezondheid in zijn bevoegdheid heeft, [7 van de betrokken tandheelkundigen als algemeen tandarts of tandarts-specialist of]7 van de betrokken geneesheren als algemeen geneeskundige of geneesheer-specialist, en op zijn vroegst vanaf het tijdstip waarop die erkenning in werking treedt. De Dienst voor geneeskundige verzorging geeft de verzekeringsinstellingen onverwijld daarvan kennis.
In afwijking van het vorige lid is de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in de specifieke honoraria van de geneesheren die zijn erkend krachtens het ministerieel besluit van 21 januari 1985 tot organisatie van een regeling voor voorlopige erkenning van geneesheren-specialisten voor nucleaire geneeskunde, verschuldigd vanaf de datum waarop hun erkenning met terugwerkende kracht uitwerking heeft.
§ 12. [19 Voor de ambulante kinesitherapieverstrekkingen, voor de kinesitherapieverstrekkingen verricht in een verplegingsinrichting die door de verstrekker zelf worden geattesteerd en voor de door de verpleegkundigen verrichte verstrekkingen waarvoor in artikel 8 van de nomenclatuur de vergoeding afhankelijk is gesteld van de voorwaarde dat ze zijn voorgeschreven, mag de tegemoetkoming van de verzekering slechts worden toegekend op voorwaarde dat op het voorschriftformulier, naast de in de nomenclatuur vereiste vermeldingen, het RIZIV-identificatienummer van de voorschrijver is vermeld, en op voorwaarde dat op het getuigschrift voor verstrekte hulp, of het als dusdanig geldend document, datzelfde RIZIV-identificatienummer duidelijk is vermeld samen met de reeds voorziene identificatiegegevens van de voorschrijver.]19.
§ 13. Voor de kinesitherapieverstrekkingen verricht voor rechthebbenden die in tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats van bejaarden verblijven, mag de verzekeringstegemoetkoming slechts worden toegekend indien op het getuigschrift voor verstrekte hulp of op het als zodanig geldend document het identificatienummer van de erkende of bij het Instituut geregistreerde instelling is vermeld. Dat nummer moet worden opgegeven naast de vermelding : "Nr. van de instelling" of "Nr. van de verplegingsinrichting".
§ 14. Door zijn handtekening onderaan de (verzamelgetuigschriften) voor verstrekte hulp, vervat in (de bijlage 28) verklaart de ondertekenaar, die ofwel een geneesheer moet zijn ofwel een zorgverlener die deel uitmaakt van het beroep waartoe de geattesteerde verstrekkingen behoren, dat hij beschikt over documenten waaruit blijkt dat de verstrekkingen zijn verricht door de zorgverlener waarvan de naam naast elke verstrekking is vermeld. De desbetreffende bescheiden zijn ter beschikking van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle; ze moeten door de hierboven bedoelde zorgverlener ondertekend zijn.
Door zijn handtekening onderaan de verzamelfactuur die deel uitmaakt van de verpleegnota, vervat in de bijlagen 22, 23, 24 of 25, verklaart de verantwoordelijke hoofdgeneesheer dat hij beschikt over documenten waaruit blijkt dat de verstrekkingen op de vermelde data overeenkomstig de regelen van de verzekering voor geneeskundige verzorging zijn voorgeschreven of verricht door de zorgverleners waarvan de naam naast elke verstrekking is vermeld. De desbetreffende bescheiden zijn ter beschikking van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle; ze moeten door de hiervoren bedoelde zorgverlener ondertekend zijn.
[16 Door zijn handtekening onderaan de honorariumnota vervat in de bijlage 83, verklaart de verantwoordelijke hoofdgeneesheer dat hij beschikt over documenten waaruit blijkt dat de verstrekkingen op de vermelde data overeenkomstig de regelen van de verzekering voor geneeskundige verzorging zijn voorgeschreven of verricht door de zorgverleners waarvan de naam naast elke verstrekking is vermeld. De desbetreffende bescheiden zijn ter beschikking van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle; ze moeten door de hiervoren bedoelde zorgverlener ondertekend zijn.]16
Het [16 in het eerste tot derde lid]16 bedoelde procédé mag alleen maar worden aangewend op voorwaarde dat er tussen de ondertekenaar en elke betrokken zorgverlener een schriftelijke lastgeving bestaat luidens welke de zorgverlener (de lastgever) aan de ondertekenaar (de lasthebber), die aanvaardt, de volmacht verleent om, onder zijn handtekening, de door hem verleende verzorging aan te rekenen aan de verzekering voor geneeskundige verzorging. [18 De lastgever en de lasthebber moeten bovendien hun activiteiten uitoefenen in dezelfde zorgstructuur.]18
Onverminderd de door andere wetgevingen of door de regels van de medische plichtenleer opgelegde bewaringstermijnen moeten de in het eerste en tweede lid bedoelde bescheiden worden bewaard gedurende een tijdvak van ten minste drie jaar vanaf de datum van de uitvoering van de verstrekking.
(Voor de toepassing van het eerste lid als het gaat om rechthebbenden die al dan niet ambulant worden verzorgd in een ziekenhuis en voor de toepassing van het tweede lid wordt met het door de zorgverlener ondertekende document gelijkgesteld, het elektronisch document dat wordt opgemaakt en bewaard overeenkomstig een protocol, beschreven in een overeenkomst tussen het ziekenhuis en/of medische raad van het ziekenhuis en de in het tweede lid bedoelde zorgverlener.)
Het protocol omvat een procedure die met name zal waarborgen dat het document met zekerheid kan worden toegerekend aan de betrokken zorgverlener en dat de integriteit van de inhoud van het document wordt behouden.
Het protocol zal eveneens bepalen op welke wijze het elektronisch document ter beschikking wordt gehouden van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.
De minimumvereisten aangaande de inhoud van het protocol en de modaliteiten ervan worden nader bepaald door de Dienst voor geneeskundige verzorging na advies van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.
§ 15. [3 Op het getuigschrift voor verstrekte hulp of op het verzamelgetuigschrift voor verstrekte hulp moeten de tandheelkundigen de volgende tandcodering gebruiken :
1° een [19 ...]19 getuigschrift van verzorging, conform het model vervat in bijlage 1, wanneer het gaat om verstrekkingen [19 ...]19 verleend door de vroedvrouwen, de verpleegkundigen en de kinesitherapeuten;
Het geneeskundig getuigschrift waarin is voorzien in artikel 8, § 6, 4°, van de nomenclatuur moet conform het model opgenomen in bijlage 2 zijn.
Het formulier, waarin is voorzien in artikel 8, § 7, 1°, van de nomenclatuur moet conform het model vervat in de bijlage 3, zijn.
Als voor verstrekkingen, verleend door de verpleegkundigen, de vermelding van pseudocodes is vereist, moeten die pseudocodes worden vermeld op de magnetische of elektronische dragers die naar de verzekeringsinstellingen gestuurd worden indien de derdebetalersregeling wordt toegepast. Bij directe betaling moeten deze pseudocodes op een papieren drager conform het model vervat in de bijlage 4 vermeld worden. Deze papieren drager moet het getuigschrift voor verstrekte hulp vergezellen.
Het formulier tot kennisgeving van het verlenen van zorg waarin is voorzien in artikel 7, § 14, van de nomenclatuur moet conform het model opgenomen in bijlage 5a zijn wat betreft de pathologische situaties bedoeld in § 14, 5°, A en in bijlage 5b zijn wat betreft de pathologische situaties bedoeld in § 14, 5°, B. [31 Het formulier tot kennisgeving van het verlenen van zorg waarin is voorzien in artikel 7, § 11, van de nomenclatuur moet conform het model opgenomen in bijlage 5c, zijn.]31
Het formulier tot kennisgeving van het verlenen van palliatieve zorg waarin is voorzien in artikel 8, § 7, 5°, van de nomenclatuur moet conform het model opgenomen in bijlage 6 zijn.
[12 Het formulier met de noodzaak voor de tenlasteneming van de wekelijkse voorbereiding van de geneesmiddelen per os door de verpleegkundige, waarin is voorzien in artikel 8, § 4bis, van de nomenclatuur moet conform het model vervat in de bijlage 81, zijn.]12
[24 De verpleegkundige moet bij facturatie van de verstrekkingen verleend in bepaalde plaatsen een pseudocode vermelden die aangeeft in welke soort van plaats van verstrekking de verstrekking werd verleend. De lijst van die plaatsen van verstrekking en de overeenstemmende pseudocodes is vervat in bijlage 87. Indien de derdebetalersregeling wordt toegepast moeten die pseudocodes worden vermeld bij de factureringsgegevens die de verpleegkundigen doorsturen via een elektronisch netwerk naar de verzekeringsinstellingen. Bij directe betaling en indien het getuigschrift conform het model vervat in bijlage 1 wordt gebruikt, wordt de pseudocode op het getuigschrift vermeld, in de kolom rechts van het betrokken nummer van de nomenclatuur. Indien het verzamelgetuigschrift conform het model vervat in bijlage 28 wordt gebruikt, wordt de pseudocode op het getuigschrift vermeld in de kolom rechts van de kolom met het opschrift "Totaal".]24
[34 Het formulier tot kennisgeving van het verlenen van zorg waarin is voorzien in artikel 8, § 8, 12° van de nomenclatuur moet conform het model opgenomen in bijlage 95 zijn.]34
[35 Voor het attestering van wondzorg bedoeld in artikel 8, § 8 van de nomenclatuur, omvat Bijlage 96:
- De opleidingsvoorwaarden voor de referentieverpleegkundige inzake wondzorg bedoeld in artikel 8, § 8, 1° van de nomenclatuur.
- De voorwaarden waaraan het verpleegdossier inzake wondzorg inhoudelijk dient te beantwoorden bedoeld in artikel 8, § 8, 6° van de nomenclatuur.
- De voorwaarden waaraan de aan het verpleegdossier toegevoegde foto's moeten dienen te beantwoorden, bedoeld in artikel 8, § 8, 7° van de nomenclatuur;]35
2° [19 ...]19;
3° een [19 ...]19 getuigschrift van verzorging, conform het model vervat in bijlage 8, wanneer het gaat om verstrekkingen [19 ...]19 verleend door een tandheelkundige;
4° [19 ...]19;
5° een [19 ...]19 getuigschrift van verzorging, conform het model vervat in bijlage 10, wanneer het gaat om verstrekkingen [19 ...]19 verleend door een geneesheer of door een apotheker of licentiaat in de wetenschappen die is erkend om verstrekkingen inzake klinische biologie te verrichten in het raam van de verzekering voor geneeskundige verzorging.
[42 Bij de facturatie van heelkundige verstrekkingen en de verstrekkingen 355994-356005, 356016-356020 en 356031-356042 vermeldt de arts voor elk lidmaat en elk paar orgaan de lateraliteit (links of rechts). De betrokken verstrekkingen zijn vervat in de Excel-lijst "behandeld lid" die deel uit maakt van de instructies voor de elektronische facturatie. Indien het getuigschrift van verzorging conform het model vervat in bijlage 10 wordt gebruikt, wordt de lateraliteit (L of R) op het getuigschrift vermeld, in de kolom rechts van het betrokken nummer van de nomenclatuur. Indien het verzamelgetuigschrift conform het model vervat in bijlage 28 wordt gebruikt, wordt de lateraliteit (L of R) vermeld in de kolom met het opschrift "KT L/A/D (2)"]42;
6° [19 ...]19;
7° [43 - een getuigschrift van aflevering, conform het model vervat in bijlage 12, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door de audiciens;
- een getuigschrift van aflevering, conform het model vervat in bijlage 13, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door de orthopedische technologen, met uitzondering van de verstrekkingen betreffende stomamateriaal;
- een getuigschrift van aflevering, conform het model vervat in bijlage 13ter wanneer het gaat om verstrekkingen betreffende stomamateriaal (met uitzondering van irrigatieverstrekkingen) verleend door de orthopedische technologen;
- een getuigschrift van aflevering, conform het model vervat in bijlage 15, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door de opticiens;
- een medisch voorschrift voor de verstrekkingen van opticiens, conform het model vervat in bijlage 15bis (brillenglazen) of 15ter (contactlenzen) of 15quater (oogprothesen) of 15quinquies (low vision hulpmiddelen);
- een formulier voor aanvraag om vergoeding, conform het model vervat in bijlage 16, voor de verstrekkingen betreffende de orthopedische schoenen;
- een medisch voorschrift voor de aflevering van een toerusting ter correctie van het gehoor, conform het model vervat in bijlage 17, voor de verstrekkingen verleend door de audiciens, moet bij het getuigschrift worden gevoegd;
- een gestandaardiseerde COSI-vragenlist voor de aflevering van een toestel ter correctie van het gehoor, conform het model vervat in bijlage 17bis;
- een medisch voorschrift conform het model vervat in bijlage 18A, voor de drukkledij;
- een kennisgevingsformulier conform het model vervat in bijlage 18B, voor de drukkledij;
- een aanvraag om vergoeding van een myo-elektrische prothese, conform het model vervat in bijlage 21;
- het formulier waarin is voorzien in artikel 28/1, A.4., van de nomenclatuur, conform het model vervat in bijlage 21bis zijn;
- het evaluatiegetuigschrift en geneeskundig voorschrift voor een mechatronische knie, conform het model vervat bijlage 21ter;
- het zelfrapporteringsformulier voor een mechatronische knie vóór en na de testbatterij, conform het model vervat in bijlage 21quater;
- een medisch voorschrift voor individueel op maat vervaardigde zitorthese, conform het model vervat in bijlage 92;
- een motiveringsrapport voor een individueel op maat vervaardigde zitorthese, conform het model vervat in bijlage 92bis;
- een medisch voorschrift, conform het model vervat in bijlage 93 voor stomamateriaal;
- een medisch voorschrift, conform het model vervat in bijlage 94A voor therapeutische elastische beenkousen en conform het model vervat in bijlage 94B voor therapeutische elastische armkousen en handschoenen;]43
8° een verpleegnota, conform één van de modellen vervat in de bijlagen 22 of 23. Ingeval de centrale inning wordt verricht door de verplegingsinrichting waarbij de honoraria voor alle of bepaalde ziekenhuisgeneesheren, alsook de bedragen van de overige activiteiten van de verplegingsinrichting op twee afzonderlijke rekeningen moeten worden gestort, dient de facturering te gebeuren via een verpleegnota, conform één van de modellen vervat in de bijlagen 24 of 25.
In de rubriek "honoraria geïnd voor rekening van de inrichting of geïnd voor rekening van de verstrekkers", zoals voorzien in de bijlagen 22 of 23, of in de rubriek "honoraria te storten op rekening A of te storten op rekening B", zoals voorzien in de bijlagen 24 of 25 en 37 of 38, moet in uitvoering van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen, een bedrag van (16,40 euro) in mindering worden gebracht in de kolom "Ten laste V.I." en worden toegevoegd in de kolom "Ten laste rechthebbende".
(...). De verplichting tot het vermelden van het RIZIV-nummer en de naam van de voorschrijver in de rubriek farmaceutische kosten wordt opgeschort.
(In afwijking op de bepalingen van het eerste en tweede lid en op voorwaarde dat voldaan wordt aan de kwaliteitsvereisten zoals vastgesteld door het Verzekeringscomité, kan de individuele factuur die betrekking heeft op de prestaties vanaf 1 januari 2009 en waarvan het model is voorzien in de bijlagen 22, 23, 24 en 25 op elektronische wijze aan de verzekeringsinstelling worden overgemaakt. In die situatie moet de verzamelfactuur zoals voorzien in de bijlagen 22, 23, 24 en 25, opgemaakt per verzekeringsinstelling of ziekenfonds of Gewestelijke dienst of Gewestelijk geneeskundig centrum en ondertekend door de verantwoordelijke van de instelling, door de hoofdgeneesheer en door de apotheker-diensthoofd niet meer verstuurd worden naar de verzekeringsinstelling, maar gedurende [2 zeven jaar]2 bewaard worden in het ziekenhuis. De documenten tezamen met de verzamelborderel die er volgens de reglementering inzake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging moet worden aan toegevoegd, dienen verder manueel worden overgemaakt aan het ziekenfonds.)
(Deze elektronische gegevensoverdracht moet gebeuren volgens de modaliteiten die worden vastgesteld door het Verzekeringscomité.
Deze elektronische gegevensoverdracht is enkel mogelijk indien de bepalingen van het protocol worden toegepast, gesloten op 19 april 2001 tussen de representatieve organisaties van de verpleeginrichtingen en de verzekeringsinstellingen, houdende de voorwaarden en modaliteiten volgens welke bewijskracht kan worden gegeven tot het bewijs van het tegendeel aan gegevens die worden opgeslagen of bewaard door middel van een elektronische, fotografische, optische of elke andere techniek, of medegedeeld op een andere wijze dan op een papieren drager, evenals de voorwaarden en modaliteiten volgens welke deze gegevens worden weergegeven op papieren drager of op elke andere leesbare drager, en dit in toepassing van het koninklijk besluit van 27 april 1999 betreffende de bewijskracht van de door de zorgverleners en de verzekeringsinstellingen opgeslagen, verwerkte, weergegeven of meegedeelde gegevens)
In afwijking van de bepalingen van 1° tot 7° van deze paragraaf, mogen de volgende verstrekkingen die worden verleend in een ziekenhuis aan een rechthebbende op die verpleegnota worden vermeld :
a) de verstrekkingen verleend aan gehospitaliseerde rechthebbenden;
b) de verstrekkingen verleend in het kader van de nationale overeenkomst tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen zoals bedoeld in artikel 46 van de wet;
c) de verstrekkingen verleend in het kader van de nationale overeenkomst tussen de psychiatrische ziekenhuizen en diensten en de verzekeringsinstellingen zoals bedoeld in artikel 46 van de wet;
d) de verstrekkingen verleend aan ambulante rechthebbenden in een ziekenhuis en die door het ziekenhuis via magnetische of elektronische dragers verrekend en geïnd worden via de derdebetalersregeling;
[16 8°bis een honorariumnota conform het model in de bijlage 83 ingeval de inning van de medische honoraria wordt verricht door een dienst daartoe georganiseerd door de medische raad.
In uitvoering van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen, moet een bedrag van 16,40 euro in mindering worden gebracht in de kolom " Ten laste van de V.I. " en toegevoegd worden in de kolom " Ten laste van de rechthebbende ".
In afwijking op de bepalingen van het eerste en tweede lid en op voorwaarde dat voldaan wordt aan de kwaliteitsvereisten zoals vastgesteld door het Verzekeringscomité, kan de honorariumnota op elektronische wijze aan de verzekeringsinstelling worden overgemaakt.
Deze elektronische gegevensoverdracht moet gebeuren volgens de modaliteiten die worden vastgesteld door het Verzekeringscomité.
Deze elektronische gegevens-overdracht is enkel mogelijk indien de bepalingen van het protocol worden toegepast, gesloten op 9 november 2012 tussen de representatieve organisaties van de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen, houdende de voorwaarden en modaliteiten volgens welke bewijskracht kan worden gegeven tot het bewijs van het tegendeel aan gegevens die worden opgeslagen of bewaard door middel van een elektronische, fotografische, optische of elke andere techniek, of medegedeeld op een andere wijze dan op een papieren drager, evenals de voorwaarden en modaliteiten volgens welke deze gegevens worden weergegeven op papieren drager of op elke andere leesbare drager, en dit in toepassing van het koninklijk besluit van 27 april 1999 betreffende de bewijskracht van de door de zorgverleners en de verzekeringsinstellingen opgeslagen, verwerkte, weergegeven of meegedeelde gegevens.
In afwijking van de bepalingen van 1° tot 7° van deze paragraaf, mogen de volgende geneeskundige verstrekkingen die worden verleend in een ziekenhuis aan een rechthebbende op die honorariumnota worden vermeld :
a) de verstrekkingen verleend aan gehospitaliseerde rechthebbenden;
b) de verstrekkingen verleend in het kader van de nationale overeenkomst tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen zoals bedoeld in artikel 46 van de wet;
c) de verstrekkingen verleend aan ambulante rechthebbenden in een ziekenhuis en die door het ziekenhuis via magnetische of elektronische dragers verrekend en geïnd worden via de derdebetalersregeling;]16
9° [4 een [19 ...]19 getuigschrift voor verstrekte hulp, conform het model vervat in bijlage 26, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door diëtisten, logopedisten, orthoptisten, podologen en ergotherapeuten [19 ...]19. Wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door ergotherapeuten, dienen de op dit model van getuigschrift gevraagde gegevens met betrekking tot de goedkeuring door de adviserend geneesheer evenwel niet te worden ingevuld.]4
10° [19 ...]19;
[37 11° het luik "RIZIV" van het formulier conform het model vervat in bijlage 26/2, wanneer het gaat om verstrekkingen verleend door een neuropsycholoog conform de bepalingen van de overeenkomst post-COVID-19 voor een aangepaste zorgaanpak.
Het formulier bedoeld in het eerste lid omvat het deel "bewijsstuk" bestemd voor de patiënt;]37
[39 12° De formulieren beschreven in art. 36, § 4, 1° en 5° van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, moeten conform zijn met de modellen opgenomen in [41 bijlagen 98a, 98b, 98c, 98d, 98e, 98f en 98g]41. Het kennisgevingsformulier beschreven in art. 36, § 4, 6°, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen moet conform zijn met het model opgenomen in bijlage 99.]39
§ 1bis. [11 Op voorwaarde dat is voldaan aan de kwaliteitseisen die door het Verzekeringscomité zijn vastgelegd, mogen de documenten die individuele zorgverleners [16 of een dienst daartoe georganiseerd door de medische raad]16 verplicht op magnetische drager moeten doorsturen, via een elektronisch netwerk worden doorgestuurd naar de verzekeringsinstellingen, meer bepaald voor de verstrekkingen die zijn verricht vanaf 1 januari 2009. De documenten en de verzamelstaat die krachtens de verordening op de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging moeten worden bijgevoegd, moeten nog steeds handmatig aan het ziekenfonds worden bezorgd. Die verzending via een elektronisch netwerk moet gebeuren overeenkomstig de regels die door het Verzekeringscomité zijn opgesteld.
In afwijking van het eerste lid, zullen factureringsgegevens met betrekking tot de geneeskundige verstrekkingen vermeld in artikel 8 van de nomenclatuur, die de verpleegkundigen moeten doorsturen in het kader van de derdebetalersregeling, vanaf 1 juli 2012 via een elektronisch netwerk moeten worden doorgestuurd naar de verzekeringsinstellingen, meer bepaald voor de verstrekkingen die zijn verricht vanaf 1 januari 2009.]11
[22 In afwijking van het eerste lid en met betrekking tot de geneeskundige verstrekkingen vermeld in artikel 8 van de nomenclatuur, moet de verzamelstaat bedoeld in het eerste lid vanaf 1 juli 2015 niet meer handmatig aan het ziekenfonds worden bezorgd wanneer de verpleegkundigen de factureringsgegevens in het kader van de derdebetalersregeling doorsturen via een elektronisch netwerk naar de verzekeringsinstellingen.]22
§ 2. [19 In afwijking van de bepalingen van § 1, 1°, 3°, 5° en 9°, mogen de verstrekkingen voor andermans rekening verricht, worden vermeld op een verzamelgetuigschrift]19, conform het model vervat in bijlage 28, wanneer bureauticamiddelen om getuigschriften op te maken worden gebruikt. Indien de derdebetalersregeling niet wordt toegepast dient de volgende mededeling te worden vermeld op het verzamelgetuigschrift of op het begeleidend schrijven : "Indien u dit getuigschrift overmaakt aan uw ziekenfonds zal een gedeelte van het bedrag dat u wordt aangerekend worden terugbetaald".
[19 ...]19.
[19 ...]19.
[23 Voor de verstrekkingen van artikel 8 van de nomenclatuur die slechts worden vergoed indien ze door een geneesheer zijn voorgeschreven, moet het voorschrift gevoegd worden bij het getuigschrift van verstrekte hulp behalve :
- voor verstrekkingen in het kader van de forfaitaire honoraria per verzorgingsdag voor zwaar zorgafhankelijke rechthebbenden en/of
- wanneer de verplichting om het getuigschrift van verstrekte hulp aan het ziekenfonds te bezorgen niet van toepassing is.
In deze gevallen moet het voorschrift gedurende een periode van ten minste vijf jaar bewaard worden in het verpleegdossier.]23
[1 § 2bis. Vanaf 1 januari 2011 moet op het verzamelgetuigschrift in bijlage 28 het veld " Nr. Financiële rek. " niet meer ingevuld worden. Indien verzamelgetuigschriften in het kader van de derdebetalersregeling aan de mutualiteiten worden overgemaakt moet de IBAN en BIC van de financiële rekening vermeld worden op de verzamelstaat die verplicht bij de getuigschriften gevoegd moet worden.]1
§ 3. De tandheelkundige die tevens als geneesheer werkzaam is, gebruikt :
a) het getuigschrift van verzorging, conform het model vervat in bijlage 10 [19 ...]19, wanneer hij een geneeskundige verstrekking verleent;
b) het getuigschrift van verzorging, conform het model vervat in bijlage 8 [19 ...]19, wanneer hij tandheelkundige verstrekkingen verleent;
c) een getuigschrift van verzorging conform het model vervat in bijlage 10 [19 ...]19 wanneer hij een tandradiografie uitvoert en voor zover die verstrekking samengaat met een raadpleging of een geneeskundige verstrekking.
[8 Bij gebruik van het verzamelgetuigschrift, conform het model vervat in bijlage 28, dient de tandheelkundige die tevens als geneesheer werkt het RIZIV-identificatienummer als tandarts te vermelden wanneer hij tandheelkundige verstrekkingen verleent. In alle andere gevallen of wanneer hij een tandradiografie uitvoert die samengaat met een raadpleging of een geneeskundige verstrekking, dient het RIZIV-identificatienummer als geneesheer te worden vermeld.]8
[17 § 3bis. De tandheelkundige die kandidaat is voor een erkenning als houder van een bijzondere beroepstitel in de tandheelkunde, gebruikt :
- tijdens het stageplan, het getuigschrift voor verstrekte hulp van de stagemeester, waarbij hij tevens zijn eigen naam en Riziv nummer vermeldt [21 ...]21.
- na afloop van het stageplan en in afwachting van de definitieve erkenning van de bijzondere beroepstitel in de tandheelkunde, het eigen getuigschrift voor verstrekte hulp conform het model vervat in bijlage 8 [19 ...]19.]17
[32 § 3ter. Wanneer een verstrekking van artikel 5 van de nomenclatuur wordt uitgevoerd door een mondhygiënist volgens de modaliteiten van artikel 6, § 18bis, vermeldt de tandheelkundige de zorgen op zijn getuigschrift voor verstrekte hulp met de vermelding, in het gedeelte identificatie van de zorgverlener, van zijn eigen naam en RIZIV-nummer, maar ook de naam en het RIZIV-nummer van de mondhygiënist die de verstrekking heeft uitgevoerd.]32
[36 Indien het verzamelgetuigschrift conform het model vervat in bijlage 28 wordt gebruikt, wordt de mondhygiënist die de verstrekking heeft uitgevoerd geïdentificeerd in de kolom "RIZIV-nr. en naam van de verstrekker", onder de regel die de tandheelkundige die de zorg attesteert identificeert, met de vermelding "mondhygiënist : " gevolgd door het RIZIV-nummer van de mondhygiënist.]36
§ 4. [25 ...]25
§ 5. De voorschriften die door firma's zijn gedrukt of op welke manier ook zijn gereproduceerd, mogen in geen geval aan de verzekering voor geneeskundige verzorging worden aangerekend, zelfs al worden ze op de voorschriftformulieren gekleefd.
§ 6. In de gevallen waar de apotheker niet gehouden is de derdebetalersregeling toe te passen bij het afleveren van de vergoedbare farmaceutische verstrekkingen, moet hij aan de rechthebbende het document "Contante betaling van de vergoedbare farmaceutische verstrekkingen" behoorlijk en volledig ingevuld, gedagtekend en ondertekend overhandigen.
Dit document is gedrukt op wit papier en komt overeen met het model vervat in de bijlage 30.
§ 7. [13 Indien er meer dan één récipé voorgeschreven is op één geneesmiddelenvoorschrift en voor zover de voorschrijver niet op het voorschrift heeft vermeld dat de aflevering niet mag worden uitgesteld, kan de rechthebbende het verzoek richten aan de apotheker om de aflevering van een bepaalde farmaceutische specialiteit of een bepaalde magistrale bereiding uit te stellen.
Indien er meer dan één récipé voorgeschreven is op één geneesmiddelenvoorschrift en voor zover de voorschrijver niet op het voorschrift heeft vermeld dat de aflevering niet mag worden uitgesteld, kan de rechthebbende het verzoek richten aan de apotheker om de aflevering van een bepaalde " medische voeding " of een bepaalde " medisch hulpmiddel " uit te stellen.
In de gevallen waarin er meerdere verpakkingen van een farmaceutische specialiteit per voorschrift worden voorgeschreven conform artikelen 92 en 92bis van het koninklijk besluit van 21 december 2001 en voor zover de voorschrijver niet op het voorschrift heeft vermeld dat de aflevering niet mag worden uitgesteld, kan de rechthebbende het verzoek richten aan de apotheker om de aflevering van één of meerdere verpakkingen uit te stellen.
In de gevallen waarin er meerdere verpakkingen van een " medisch voeding " per voorschrift worden voorgeschreven conform artikel 21 van het koninklijk besluit van 24 oktober 2002 of in de gevallen waarin er meerdere verpakkingen van een " medisch hulpmiddel " per voorschrift worden voorgeschreven conform artikel 21 van het koninklijk besluit van 24 oktober 2002 en voor zover de voorschrijver niet op het voorschrift heeft vermeld dat de aflevering niet mag worden uitgesteld, kan de rechthebbende het verzoek richten aan de apotheker om de aflevering van één of meerdere verpakkingen uit te stellen.
De apotheker kan de effectieve aflevering in de bovenvermelde alinea's 1 tot en met 4 uitstellen door een formulier voor uitgestelde aflevering en facturering over te maken, overeenkomstig het model als bijlage 31 en gedrukt op wit papier.
Hierbij vermeldt de apotheker op het oorspronkelijke voorschrift de letter " U " in de marge, naast het récipé of de farmaceutische specialiteit waarvoor hij het formulier opmaakt.
Dit formulier verwijst naar het oorspronkelijk niet afgeleverd récipé, niet afgeleverde farmaceutische specialiteit, niet afgeleverde medische voeding of niet afgeleverd medisch hulpmiddel door middel van het unieke volgnummer van het oorspronkelijk voorschrift, het herneemt wat op het oorspronkelijk voorschrift staat en neemt er ten aanzien van de terugbetaling alle rechten en plichten van over.
De geldigheidsduur van dit formulier stemt overeen met de geldigheidsduur van drie maanden van het oorspronkelijke voorschrift voor wat betreft de terugbetaling.]13
§ 8. Het RIZIV-identificatienummer, inschrijvingsnummer of erkenningsnummer, waarvan sprake in dit artikel en de bijlagen waar in dit artikel naar verwezen wordt, is het identificatienummer dat voor elke zorgverlener wordt opgesteld volgens regelen, bepaald door het Verzekeringscomité.
§ 9.[19 De stempel, gebruikt op het model vervat in de bijlagen 1, 8, 10, 26, [37 26/2,]37 30 of 31, bevat op een duidelijk leesbare wijze minstens het RIZIV-identificatienummer, de naam en het adres van de zorgverlener.]19
§ 10. De tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging wordt slechts verleend indien op het uitgereikte getuigschrift voor verstrekte hulp of van aflevering of op de verpleegnota het identificatienummer van de zorgverlener is vermeld zoals het is bepaald in § 8 van dit artikel.
In het geval dat het identificatienummer van verscheidene zorgverleners is vermeld, dient op ondubbelzinnige wijze te worden aangeduid welke verstrekkingen elke zorgverlener heeft verricht.
§ 11. De tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in de specifieke honoraria van [7 tandheelkundigen,]7 algemeen geneeskundigen of van geneesheren-specialisten is pas verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut kennis krijgt van de erkenning door de Minister die de Volksgezondheid in zijn bevoegdheid heeft, [7 van de betrokken tandheelkundigen als algemeen tandarts of tandarts-specialist of]7 van de betrokken geneesheren als algemeen geneeskundige of geneesheer-specialist, en op zijn vroegst vanaf het tijdstip waarop die erkenning in werking treedt. De Dienst voor geneeskundige verzorging geeft de verzekeringsinstellingen onverwijld daarvan kennis.
In afwijking van het vorige lid is de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in de specifieke honoraria van de geneesheren die zijn erkend krachtens het ministerieel besluit van 21 januari 1985 tot organisatie van een regeling voor voorlopige erkenning van geneesheren-specialisten voor nucleaire geneeskunde, verschuldigd vanaf de datum waarop hun erkenning met terugwerkende kracht uitwerking heeft.
§ 12. [19 Voor de ambulante kinesitherapieverstrekkingen, voor de kinesitherapieverstrekkingen verricht in een verplegingsinrichting die door de verstrekker zelf worden geattesteerd en voor de door de verpleegkundigen verrichte verstrekkingen waarvoor in artikel 8 van de nomenclatuur de vergoeding afhankelijk is gesteld van de voorwaarde dat ze zijn voorgeschreven, mag de tegemoetkoming van de verzekering slechts worden toegekend op voorwaarde dat op het voorschriftformulier, naast de in de nomenclatuur vereiste vermeldingen, het RIZIV-identificatienummer van de voorschrijver is vermeld, en op voorwaarde dat op het getuigschrift voor verstrekte hulp, of het als dusdanig geldend document, datzelfde RIZIV-identificatienummer duidelijk is vermeld samen met de reeds voorziene identificatiegegevens van de voorschrijver.]19.
§ 13. Voor de kinesitherapieverstrekkingen verricht voor rechthebbenden die in tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats van bejaarden verblijven, mag de verzekeringstegemoetkoming slechts worden toegekend indien op het getuigschrift voor verstrekte hulp of op het als zodanig geldend document het identificatienummer van de erkende of bij het Instituut geregistreerde instelling is vermeld. Dat nummer moet worden opgegeven naast de vermelding : "Nr. van de instelling" of "Nr. van de verplegingsinrichting".
§ 14. Door zijn handtekening onderaan de (verzamelgetuigschriften) voor verstrekte hulp, vervat in (de bijlage 28) verklaart de ondertekenaar, die ofwel een geneesheer moet zijn ofwel een zorgverlener die deel uitmaakt van het beroep waartoe de geattesteerde verstrekkingen behoren, dat hij beschikt over documenten waaruit blijkt dat de verstrekkingen zijn verricht door de zorgverlener waarvan de naam naast elke verstrekking is vermeld. De desbetreffende bescheiden zijn ter beschikking van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle; ze moeten door de hierboven bedoelde zorgverlener ondertekend zijn.
Door zijn handtekening onderaan de verzamelfactuur die deel uitmaakt van de verpleegnota, vervat in de bijlagen 22, 23, 24 of 25, verklaart de verantwoordelijke hoofdgeneesheer dat hij beschikt over documenten waaruit blijkt dat de verstrekkingen op de vermelde data overeenkomstig de regelen van de verzekering voor geneeskundige verzorging zijn voorgeschreven of verricht door de zorgverleners waarvan de naam naast elke verstrekking is vermeld. De desbetreffende bescheiden zijn ter beschikking van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle; ze moeten door de hiervoren bedoelde zorgverlener ondertekend zijn.
[16 Door zijn handtekening onderaan de honorariumnota vervat in de bijlage 83, verklaart de verantwoordelijke hoofdgeneesheer dat hij beschikt over documenten waaruit blijkt dat de verstrekkingen op de vermelde data overeenkomstig de regelen van de verzekering voor geneeskundige verzorging zijn voorgeschreven of verricht door de zorgverleners waarvan de naam naast elke verstrekking is vermeld. De desbetreffende bescheiden zijn ter beschikking van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle; ze moeten door de hiervoren bedoelde zorgverlener ondertekend zijn.]16
Het [16 in het eerste tot derde lid]16 bedoelde procédé mag alleen maar worden aangewend op voorwaarde dat er tussen de ondertekenaar en elke betrokken zorgverlener een schriftelijke lastgeving bestaat luidens welke de zorgverlener (de lastgever) aan de ondertekenaar (de lasthebber), die aanvaardt, de volmacht verleent om, onder zijn handtekening, de door hem verleende verzorging aan te rekenen aan de verzekering voor geneeskundige verzorging. [18 De lastgever en de lasthebber moeten bovendien hun activiteiten uitoefenen in dezelfde zorgstructuur.]18
Onverminderd de door andere wetgevingen of door de regels van de medische plichtenleer opgelegde bewaringstermijnen moeten de in het eerste en tweede lid bedoelde bescheiden worden bewaard gedurende een tijdvak van ten minste drie jaar vanaf de datum van de uitvoering van de verstrekking.
(Voor de toepassing van het eerste lid als het gaat om rechthebbenden die al dan niet ambulant worden verzorgd in een ziekenhuis en voor de toepassing van het tweede lid wordt met het door de zorgverlener ondertekende document gelijkgesteld, het elektronisch document dat wordt opgemaakt en bewaard overeenkomstig een protocol, beschreven in een overeenkomst tussen het ziekenhuis en/of medische raad van het ziekenhuis en de in het tweede lid bedoelde zorgverlener.)
Het protocol omvat een procedure die met name zal waarborgen dat het document met zekerheid kan worden toegerekend aan de betrokken zorgverlener en dat de integriteit van de inhoud van het document wordt behouden.
Het protocol zal eveneens bepalen op welke wijze het elektronisch document ter beschikking wordt gehouden van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.
De minimumvereisten aangaande de inhoud van het protocol en de modaliteiten ervan worden nader bepaald door de Dienst voor geneeskundige verzorging na advies van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.
§ 15. [3 Op het getuigschrift voor verstrekte hulp of op het verzamelgetuigschrift voor verstrekte hulp moeten de tandheelkundigen de volgende tandcodering gebruiken :
Art. 6. § 1er. Les remboursements de l'assurance soins de santé sont accordés à la condition que soit remise à l'organisme assureur :
1° une attestation de soins [19 ...]19 conforme au modèle repris à l'annexe 1, lorsqu'il s'agit de prestations effectuées [19 ...]19 par les accoucheuses, les praticiens de l'art infirmier et les kinésithérapeutes;
Le certificat médical prévu à l'article 8, § 6, 4°, de la nomenclature doit être conforme au modèle repris à l'annexe 2.
Le formulaire prévu à l'article 8, § 7, 1°, de la nomenclature doit être conforme au modèle repris à l'annexe 3.
Lorsque pour des prestations effectuées par des praticiens de l'art infirmier la mention de pseudo-codes est exigée, ces pseudo-codes doivent être mentionnés sur les supports magnétiques ou électroniques transmis aux organismes assureurs en cas d'application du tiers-payant. En cas de paiement direct, ces pseudo-codes doivent être mentionnés sur un support papier conforme au modèle repris à l'annexe 4. Ce support papier doit accompagner l'attestation de soins donnés.
Le formulaire de notification de la dispensation de soins prévu à l'article 7, § 14, de la nomenclature doit être conforme au modèle repris à l'annexe 5a, pour les situations pathologiques décrites au § 14, 5°, A et annexe 5b, pour les situations pathologiques décrites au § 14, 5°, B. [31 Le formulaire de notification de la dispensation de soins prévu à l'article 7, § 11, de la nomenclature doit être conforme au modèle repris à l'annexe 5c.]31
Le formulaire de notification de la dispensation de soins palliatifs prévu à l'article 8, § 7, 5°, de la nomenclature doit être conforme au modèle repris à l'annexe 6.
[12 Le formulaire mentionnant la nécessité de prise en charge infirmière pour la préparation hebdomadaire de médicaments administrés par voie orale tel que prévu à l'article 8, § 4bis, de la nomenclature doit être conforme au modèle repris à l'annexe 81.]12
[24 Le praticien de l'art infirmier doit mentionner un pseudocode permettant d'identifier le type de lieu où la prestation a été dispensée lors de la facturation des prestations réalisées dans certains lieux. La liste de ces lieux de prestation et des pseudocodes correspondants est reprise dans l'annexe 87. Lorsque le tiers-payant est appliqué, ces pseudocodes doivent être mentionnés dans les données de facturation transmises par un réseau électronique aux organismes assureurs. En cas de paiement direct et lorsque les attestations de soins conformes au modèle de l'annexe 1 sont utilisées, le pseudocode est mentionné sur l'attestation de soins, dans la colonne située à droite du numéro de nomenclature concerné. En cas d'utilisation d'attestation globale de soins donnés conforme au modèle de l'annexe 28, le pseudocode est mentionné sur l'attestation de soins dans la colonne située à droite de la colonne intitulée " Total ".]24
[34 Le formulaire de notification de la dispensation de soins prévu à l'article 8, § 8, 12° de la nomenclature doit être conforme au modèle repris à l'annexe 95.]34
[35 Pour l'attestation des soins de plaie(s) visés à l'article 8, § 8 de la nomenclature, l'annexe 96 reprend :
- Les conditions de formation de l'infirmier relais en matière de soins de plaie(s) visé à l'article 8, § 8, 1° de la nomenclature.
- Les conditions auxquelles doit répondre le dossier infirmier de soins de plaie(s) prévu à l'article 8, § 8, 6° de la nomenclature.
- Les conditions auxquelles doivent répondre Les photos ajoutées au dossier infirmier prévues à l'article 8, § 8, 7° de la nomenclature;]35
2° [19 ...]19;
3° une attestation de soins [19 ...]19 conforme au modèle repris à l'annexe 8, lorsqu'il s'agit de prestations effectuées [19 ...]19 par un praticien de l'art dentaire;
4° [19 ...]19;
5° une attestation de soins [19 ...]19 conforme au modèle repris à l'annexe 10, lorsqu'il s'agit de prestations effectuées [19 ...]19 par un médecin, ou par un pharmacien ou licencié en sciences agréé pour effectuer des prestations de biologie clinique dans le cadre de l'assurance soins de santé.
[42 Lors de la facturation des prestations chirurgicales et des prestations 355994-356005, 356016-356020 et 356031-356042, le médecin mentionne la latéralité (gauche ou droite) pour chaque membre et chaque organe pair. Les prestations concernées sont reprises dans la liste Excel " membre traité " qui fait partie des instructions pour la facturation électronique. Si l'attestation de soins conforme au modèle repris à l'annexe 10 est utilisée, la latéralité (G ou D) est indiquée sur l'attestation, dans la colonne à droite du numéro de nomenclature correspondant. Lorsque l'attestation globale de soins donnés conforme au modèle de l'annexe 28 est utilisée, la latéralité (G ou D) est mentionnée dans la colonne intitulée " CD L/A/S (2) "]42;
6° [19 ...]19;
7° [43 - une attestation de fourniture conforme au modèle repris à l'annexe 12, lorsqu'il s'agit de prestations fournies par les audiciens ;
- une attestation de fourniture, conforme au modèle, repris à l'annexe 13, lorsqu'il s'agit des prestations fournies par les technologues orthopédiques, à l'exception des prestations relatives au matériel de stomie ;
- une attestation de fourniture conforme au modèle, repris à l'annexe 13ter lorsqu'il s'agit des prestations relatives au matériel de stomie (à l'exception des prestations d'irrigation) fournies par les technologues orthopédiques ;
- une attestation de fourniture conforme au modèle repris à l'annexe 15, lorsqu'il s'agit de prestations fournies par les opticiens ;
- une prescription médicale pour les prestations des opticiens, conforme au modèle repris à l'annexe 15bis (verres de lunettes), 15ter (lentilles de contact), 15quater (prothèses oculaires) ou 15quinquies (dispositifs de basse vision) ;
- un formulaire de demande de remboursement conforme au modèle repris à l'annexe 16 pour les prestations relatives aux chaussures orthopédiques ;
- une prescription médicale relative à la fourniture d'un appareillage de correction auditive, conforme au modèle repris à l'annexe 17, doit accompagner l'attestation pour les prestations fournies par les audiciens ;
- un questionnaire standardisé COSI relatif à la fourniture d'un appareil de correction auditive, conforme au modèle repris à l'annexe 17bis ;
- une prescription médicale conforme au modèle repris à l'annexe 18A, pour les vêtements compressifs ;
- un formulaire de notification conforme au modèle repris à l'annexe 18B, pour les vêtements compressifs ;
- une demande de remboursement d'une prothèse myoélectrique, conforme au modèle repris à l'annexe 21 ;
- le formulaire prévu à l'article 28/1, A.4., de la nomenclature, conforme au modèle repris à l'annexe 21bis ;
- l'attestation d'évaluation et la prescription médicale pour un genou mécatronique, conforme au modèle repris l'annexe 21ter ;
- le formulaire d'auto-reporting pour un genou mécatronique avant et après la batterie de tests, conforme au modèle repris à l'annexe 21quater ;
- une prescription médicale pour orthèse d'assise fabriquée individuellement sur mesure, conforme au modèle repris à l'annexe 92 ;
- un rapport de motivation pour une orthèse d'assise fabriquée individuellement sur mesure, conforme au modèle repris à l'annexe 92bis ;
- une prescription médicale conforme au modèle repris à l'annexe 93 pour le matériel pour stomie ;
- une prescription médicale conforme au modèle repris à l'annexe 94A pour bas élastiques thérapeutiques pour la jambe et conforme au modèle repris à l'annexe 94B pour gaines de bras et gants élastiques thérapeutiques ;]43
8° une note d'hospitalisation conforme à l'un des modèles repris aux annexe s 22 ou 23. Lorsque la perception centrale est effectuée par l'établissement hospitalier, les honoraires de tous les médecins hospitaliers ou de certains d'entre eux ainsi que les montants des autres activités de l'établissement hospitalier doivent être versés sur deux comptes séparés; la facturation doit être effectuée au moyen d'une note d'hospitalisation conforme à l'un des modèles repris aux annexe s 24 ou 25.
Dans la rubrique "honoraires perçus pour le compte de l'établissement ou perçus pour le compte des dispensateurs", prévue aux annexe s 22 ou 23, ou dans la rubrique "honoraires à verser au compte A ou à verser au compte B ", prévue aux annexe s 24 ou 25 et 37 ou 38, en exécution de l'arrêté royal du 23 mars 1982 portant fixation de l'intervention personnelle des bénéficiaires ou de l'intervention de l'assurance soins de santé dans les honoraires pour certaines prestations, un montant de (16,40 euros) doit être porté en déduction dans la colonne "A charge de l'O.A." et ajouté dans la colonne "A charge du bénéficiaire".
(...). L'obligation de mentionner le numéro INAMI et le nom du prescripteur dans la rubrique des frais pharmaceutiques est suspendue.
(Par dérogation aux dispositions des premier et deuxième alinéas et à condition qu'il soit satisfait aux exigences de qualité fixées par le Comité de l'assurance, la facture individuelle relative aux prestations effectuées à partir du 1er janvier 2009 et dont le modèle est prévu aux annexes 22, 23, 24 et 25, peut être transmise à l'organisme assureur via un support électronique. Dans ce cas, la facture récapitulative prévue aux annexes 22, 23, 24 et 25, établie par organisme assureur ou mutualité ou Office régional ou Centre médical régional, et signée par le responsable de l'établissement, le médecin-chef de l'établissement ainsi que le pharmacien-chef de service n'est plus envoyée à l'organisme assureur, mais est conservée pendant [2 sept ans]2 à l'hôpital. Les documents ainsi que le bordereau récapitulatif qui doit y être joint aux termes de la réglementation en matière d'assurance obligatoire soins de santé, doivent continuer d'être transmis manuellement à la mutualité.)
(Cette transmission de données électronique doit s'effectuer suivant les modalités définies par le Comité de l'assurance.
Cette transmission de données électronique n'est possible qu'à la condition que soient appliquées les dispositions du protocole conclu le 19 avril 2001 entre les organisations représentatives des établissements hospitaliers et les organismes assureurs, portant les conditions et les modalités selon lesquelles force probante peut être accordée jusqu'à preuve du contraire aux données qui sont enregistrées ou conservées au moyen d'un procédé électronique, photographique, optique ou toute autre technique, ou communiquées d'une autre manière que sur un support papier, ainsi que les conditions et les modalités selon lesquelles ces données sont reproduites sur papier ou sur tout autre support lisible, et ce en application de l'arrêté royal du 27 avril 1999 relatif à la force probante des données enregistrées, traitées, reproduites ou communiquées par les dispensateurs de soins et les organismes assureurs.)
Par dérogation aux dispositions des 1° à 7° du présent paragraphe, les prestations suivantes dispensées à un bénéficiaire dans un établissement hospitalier peuvent être mentionnées sur cette note d'hospitalisation :
a) les prestations dispensées à des bénéficiaires hospitalisés;
b) les prestations dispensées dans le cadre de la convention nationale entre les établissements hospitaliers et les organismes assureurs, visée à l'article 46 de la loi;
c) les prestations dispensées dans le cadre de la convention nationale entre les établissements et services psychiatriques et les organismes assureurs, visée à l'article 46 de la loi;
d) les prestations dispensées dans un établissement hospitalier à des bénéficiaires ambulatoires, qui sont portées en compte par l'établissement via un support magnétique ou électronique et pour lesquelles le tiers-payant est appliqué;
[16 8°bis une note d'honoraires conforme au modèle en annexe 83 lorsque la perception des honoraires médicaux est effectuée par un service organisé à cette fin par le conseil médical.
En exécution de l'arrêté royal du 23 mars 1982 portant fixation de l'intervention personnelle des bénéficiaires ou de l'intervention de l'assurance soins de santé dans les honoraires pour certaines prestations, un montant de 16,40 euros doit être porté en déduction dans la colonne "A charge de l'O.A." et ajouté dans la colonne "A charge du bénéficiaire".
Par dérogation aux dispositions des premier et deuxième alinéas et à condition qu'il soit satisfait aux exigences de qualité fixées par le Comité de l'assurance, la note d'honoraires peut être transmise à l'organisme assureur via un support électronique.
Cette transmission de données électronique doit s'effectuer suivant les modalités définies par le Comité de l'assurance.
Cette transmission de données électronique n'est possible qu'à la condition que soient appliquées les dispositions du protocole conclu le 9 novembre 2012 entre les organisations représentatives des hôpitaux et les organismes assureurs, portant les conditions et les modalités selon lesquelles force probante peut être accordée jusqu'à preuve du contraire aux données qui sont enregistrées ou conservées au moyen d'un procédé électronique, photographique, optique ou toute autre technique, ou communiquées d'une autre manière que sur un support papier, ainsi que les conditions et les modalités selon lesquelles ces données sont reproduites sur papier ou sur tout autre support lisible, et ce en application de l'arrêté royal du 27 avril 1999 relatif à la force probante des données enregistrées, traitées, reproduites ou communiquées par les dispensateurs de soins et les organismes assureurs.
Par dérogation aux dispositions des 1° à 7° du présent paragraphe, les prestations médicales suivantes dispensées à un bénéficiaire dans un établissement hospitalier peuvent être mentionnées sur cette note d'honoraires :
a) les prestations dispensées à des bénéficiaires hospitalisés;
b) les prestations dispensées dans le cadre de la convention nationale entre les établissements hospitaliers et les organismes assureurs, visée à l'article 46 de la loi;
c) les prestations dispensées dans un établissement hospitalier à des bénéficiaires ambulatoires, qui sont portées en compte par l'établissement via un support magnétique ou électronique et pour lesquelles le tiers-payant est appliqué;]16
9° [4 une attestation de soins donnés, [19 ...]19 conformément au modèle prévu à l'annexe 26, lorsqu'il s'agit de prestations effectuées par des diététiciens, logopèdes, orthoptistes, podologues et ergothérapeutes [19 ...]19. Lorsqu'il s'agit de prestations effectuées par des ergothérapeutes, les données demandées dans ce modèle d'attestation et relatives à l'accord du médecin-conseil ne doivent pas être remplies;]4
10° [19 ...]19;
[37 11° le volet " INAMI " du formulaire conforme au modèle repris à l'annexe 26/2, lorsqu'il s'agit de prestations effectuées par un neuropsychologue conformément aux dispositions de la convention post-COVID-19 pour une approche de soins adaptée.
Le formulaire visé à l'alinéa 1er comporte la partie " document justificatif " destinée au patient;]37
[39 12° Les formulaires décrits à l'art. 36, § 4, 1° et 5° de l'annexe de l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, doivent être conformes aux modèles repris aux [41 annexes 98a, 98b, 98c, 98d, 98e, 98f et 98g]41. Le formulaire de notification décrit à l'art. 36, § 4, 6°, de l'annexe de l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités doit être conforme au modèle repris à l'annexe 99.]39
§ 1erbis. [11 A condition qu'il soit satisfait aux exigences de qualité fixées par le Comité de l'assurance, les documents obligatoirement transmis sur support magnétique par des dispensateurs individuels [16 ou par un service organisé à cette fin par un conseil médical]16 peuvent être transmis à l'organisme assureur via un réseau électronique, et ce pour les prestations effectuées à partir du 1er janvier 2009. Les documents ainsi que le bordereau récapitulatif qui doit y être joint selon termes du réglement en matière d'assurance obligatoire soins de santé, doivent continuer d'être transmis manuellement à la mutualité. Cette transmission par un réseau électronique doit s'effectuer suivant les modalités définies par le Comité de l'assurance.
En dérogation du premier alinéa, les données de facturation relatives à des prestations de santé mentionnées dans l'article 8 de la nomenclature, transmises par les praticiens de l'art infirmier dans le cadre du système tiers-payant, doivent à partir du 1er juillet 2012 être transmises à l'organisme assureur via un réseau électronique, et ce pour les prestations effectuées à partir du 1er janvier 2009.]11
[22 Par dérogation au premier alinéa et pour les prestations de santé mentionnées dans l'article 8 de la nomenclature, à partir du 1er juillet 2015 le bordereau récapitulatif mentionné au 1er alinéa ne doit plus être transmis manuellement à la mutualité lorsque dans le cadre du système tiers-payant les données de facturation sont transmises par le praticien de l'art infirmier à l'organisme assureur via un réseau électronique.]22
§ 2. [19 Par dérogation aux dispositions du § 1er, 1°, 3°, 5° et 9°, les prestations effectuées pour compte d'autrui peuvent être mentionnées sur une attestation globale]19 conforme au modèle repris à l'annexe 28, lorsque des moyens de bureautique sont utilisés pour établir des attestations. Lorsque le tiers-payant n'est pas appliqué, la mention suivante doit figurer sur l'attestation globale ou sur la lettre qui l'accompagne : "Si vous transmettez cette attestation à votre mutuelle une partie du montant à votre charge vous sera remboursée".
[19 ...]19.
[19 ...]19.
[23 Pour les prestations de l'article 8 de la nomenclature qui ne sont remboursées que si elles ont été prescrites par un médecin, la prescription doit être jointe à l'attestation de soins donnés sauf :
- lorsqu'il s'agit des prestations dans le cadre des honoraires forfaitaires par journée de soins pour des bénéficiaires lourdement dépendants et/ou
- lorsque l'obligation de fournir l'attestation de soins donnés à l'organisme assureur n'est pas d'application.
Dans ces cas la prescription doit être conservée dans le dossier infirmier pendant une période d'au moins cinq ans.]23
[1 § 2bis. A partir du 1er janvier 2011, il n'y a plus lieu de compléter le champ " N° de compte financier " sur l'attestation globale en annexe 28. Si des attestations globales sont transmises aux mutualités dans le cadre du régime du tiers payant, il y a lieu de communiquer l'IBAN et BIC du compte financier sur l'état récapitulatif qui doit obligatoirement être joint aux attestations.]1
§ 3. Le praticien de l'art dentaire qui exerce en même temps en qualité de médecin, utilise :
a) l'attestation de soins conforme au modèle repris à l'annexe 10 [19 ...]19, lorsqu'il effectue une prestation médicale;
b) l'attestation de soins conforme au modèle repris à l'annexe 8 [19 ...]19, lorsqu'il effectue des prestations de l'art dentaire;
c) une attestation de soins conforme au modèle repris à l'annexe 10 [19 ...]19 lorsqu'il effectue une radiographie dentaire et pour autant que cette prestation accompagne une consultation ou une prestation médicale.
[8 Lors de l'emploi de l'attestation récapitulative de soins reprise à l'annexe 28, le praticien de l'art dentaire qui exerce en même temps en qualité de médecin doit mentionner son numéro d'identification INAMI de dentiste, lorsqu'il effectue des prestations de l'art dentaire. Dans tous les autres cas ou lorsqu'il effectue une radiographie dentaire accompagnée par une consultation ou une prestation médicale, le numéro d'identification INAMI de médecin doit être mentionner.]8
[17 § 3bis. Le praticien de l'art dentaire qui est candidat à un agrément en tant que titulaire d'un titre professionnel particulier de l'art dentaire, utilise :
- au cours du plan de stage, l'attestation de soins du maître de stage, avec mention de son propre nom et numéro INAMI [21 ...]21.
- à la fin du plan de stage et en attente de l'agrément définitive du titre professionnel particulier de l'art dentaire, sa propre attestation de soins conforme au modèle repris à l'annexe 8 [19 ...]19.]17
[32 § 3ter. Lorsqu'une prestation de l'article 5 de la nomenclature est effectuée par un hygiéniste bucco-dentaire selon les modalités de l'article 6, § 18bis, le praticien de l'art dentaire porte en compte les soins sur son attestation de soins en mentionnant dans la partie identification du dispensateur son propre nom et son numéro INAMI mais également le nom et numéro INAMI de l'hygiéniste qui a effectué l'acte.]32
[36 En cas d'utilisation d'une attestation globale de soins donnés conforme au modèle de l'annexe 28, l'hygiéniste bucco-dentaire ayant effectué la prestation est identifié dans la colonne " N° INAMI et nom du dispensateur ", en dessous de la ligne identifiant le praticien de l'art dentaire qui atteste le soin, avec la mention " hygiéniste bucco-dentaire: " suivi du numéro INAMI de l'hygiéniste.]36
§ 4. [25 ...]25
§ 5. Ne peuvent en tout cas pas être portées en compte à l'assurance soins de santé les prescriptions imprimées ou reproduites de quelque manière que ce soit par des firmes même si celles-ci sont collées sur les documents de prescription.
§ 6. Dans les cas où le pharmacien n'est pas tenu d'appliquer le tiers payant lors de la délivrance de prestations pharmaceutiques remboursables, il doit remettre au bénéficiaire le document "Paiement au comptant des prestations pharmaceutiques remboursables" dûment complété, daté et signé.
Ce document, imprimé sur papier blanc, est conforme au modèle repris à l'annexe 30.
§ 7. [13 S'il y a plus d'un récipé prescrit sur une prescription de médicaments et pour autant que le prescripteur n'ait pas mentionné sur la prescription que la délivrance ne peut être différée, le bénéficiaire peut formuler la demande auprès du pharmacien de différer la délivrance d'une certaine spécialité pharmaceutique ou d'une certaine préparation magistrale.
S'il y a plus d'un récipé prescrit sur une prescription de médicaments et pour autant que le prescripteur n'ait pas mentionné sur la prescription que la délivrance ne peut être différée, le bénéficiaire peut formuler la demande auprès du pharmacien de différer la délivrance d'une certaine " nutrition médicale " ou d'un certain " dispositif médical ".
Dans le cas où plusieurs conditionnements d'une spécialité pharmaceutique sont prescrits sur une prescription conformément aux articles 92 et 92bis de l'arrêté royal du 21 décembre 2001 et pour autant que le prescripteur n'ait pas mentionné sur la prescription que la délivrance ne peut être différée, le bénéficiaire peut formuler la demande auprès du pharmacien de différer la délivrance d'un ou plusieurs conditionnements.
Dans le cas où plusieurs conditionnements d'une " nutrition médicale " sont prescrits conformément à l'article 21 de l'arrêté royal du 24 octobre 2002 ou dans le cas où plusieurs conditionnements d'un " dispositif médical " sont prescrits conformément à l'article 21 de l'arrêté royal du 24 octobre 2002 et pour autant que le prescripteur n'ait pas mentionné sur la prescription que la délivrance ne peut être différée, le bénéficiaire peut formuler la demande auprès du pharmacien de différer la délivrance d'un ou plusieurs conditionnements.
Le pharmacien peut différer la dispensation effective selon les alinéas 1er à 4 ci-dessus par la remise d'un formulaire de dispensation et de facturation différée, conforme au modèle repris à l'annexe 31, et imprimé sur papier blanc.
A cet effet, le pharmacien mentionne sur la prescription originale la lettre " U " en marge, à côté du récipé ou de la spécialité pharmaceutique pour lequel ou laquelle il a élaboré le formulaire.
Ce formulaire se réfère au récipé original non dispensé, à la spécialité pharmaceutique non dispensée, à la nutrition médicale non dispensée ou au dispositif médical non dispensé au moyen du numéro de suite unique de la prescription originale, il reprend les mentions de la prescription originale et en endosse tous les droits et obligations qui font partie intégrante dans le cadre du remboursement.
La durée de validité de ce formulaire correspond à la durée de validité de trois mois de la prescription originale en ce qui concerne le remboursement.]13
§ 8. Le numéro INAMI d'identification, d'inscription ou d'agrément, visé au présent article et dans les annexes auxquelles celui-ci réfère, est le numéro d'identification établi pour chaque dispensateur de soins selon des règles fixées par le Comité de l'assurance.
§ 9. [19 Le cachet, utilisé sur le modèle figurant aux annexes 1, 8, 10, 26, [37 26/2,]37 30 ou 31 comporte de façon lisible au moins le numéro d'identification INAMI, le nom et l'adresse du dispensateur de soins.]19
§ 10. Le remboursement de l'assurance soins de santé n'est accordé qu'à la condition que l'attestation de soins donnés ou de fourniture ou la note d'hospitalisation délivrée porte le numéro d'identification du dispensateur de soins, numéro d'identification visé au § 8 du présent article.
Lorsque le numéro d'identification de plusieurs dispensateurs de soins est mentionné, il y a lieu d'indiquer de façon précise quelles prestations ont été effectuées par chacun des dispensateurs de soins.
§ 11. L'intervention de l'assurance soins de santé dans les honoraires spécifiques [7 de praticiens de l'art dentaire,]7 de médecins généralistes ou de médecins spécialistes n'est due qu'à partir du moment où le Service des soins de santé de l'Institut est informé de l'agrément par le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, [7 des praticiens de l'art dentaire concernés au titre de dentiste généraliste ou dentiste spécialiste ou]7 des médecins concernés au titre de médecin généraliste ou de médecin spécialiste, et au plus tôt à partir du moment où cet agrément entre en vigueur. Le Service des soins de santé en informe sans délai les organismes assureurs.
Par dérogation à l'alinéa précédent, l'intervention de l'assurance soins de santé dans les honoraires spécifiques des médecins agréés en vertu de l'arrêté ministériel du 21 janvier 1985 organisant un régime d'agréation provisoire de médecins spécialistes en médecine nucléaire, est due à partir de la date à laquelle leur agrément sortit rétroactivement ses effets.
§ 12. [19 Pour les prestations de kinésithérapie ambulatoires, pour les prestations de kinésithérapie effectuées en milieu hospitalier et attestées par le dispensateur de soins lui-même et pour les prestations effectuées par les praticiens de l'art infirmier, dont le remboursement en vertu de l'article 8 de la nomenclature est subordonné à la condition qu'elles aient été prescrites, l'intervention de l'assurance ne peut être accordée que lorsque la formule de prescription comporte, outre les mentions requises par la nomenclature, le numéro d'identification lNAMI du prescripteur, et lorsque, sur l'attestation de soins donnés ou sur le document en tenant lieu, ce même numéro d'identification INAMI est clairement mentionné en regard des données d'identification déjà prévues du prescripteur.]19.
§ 13. Pour les prestations de kinésithérapie effectuées pour des bénéficiaires séjournant au domicile ou résidence communautaires, momentanés ou définitifs, de personnes âgées, l'intervention de l'assurance ne peut être accordée que si sur l'attestation de soins donnés ou sur le document en tenant lieu figure le numéro d'identification de l'institution agréée ou enregistrée auprès de l'Institut. Ce numéro doit être indiqué en regard de la mention : "N° de l'établissement" ou "N° de l'établissement hospitalier".
§ 14. Par sa signature au bas des (attestations récapitulatives) de soins reprises à (l'annexe 28), le signataire, qui doit être soit un médecin, soit un dispensateur de soins appartenant à la profession dont relèvent les prestations attestées, certifie disposer de documents démontrant que les prestations ont été effectuées par le dispensateur de soins dont le nom figure en regard de chacune d'elles. Les documents en question sont à la disposition du Service de l'évaluation et de contrôle médicaux; ils porteront la signature du dispensateur de soins susvisé.
Par sa signature au bas de la facture récapitulative qui fait partie de la note d'hospitalisation reprise aux annexe s 22, 23, 24 ou 25 le médecin en chef responsable certifie disposer de documents démontrant que les prestations ont été prescrites ou effectuées, aux dates mentionnées, conformément aux règles de l'assurance soins de santé, par les dispensateurs de soins dont le nom figure en regard de chacune d'elles. Les documents en question sont à la disposition du Service de l'évaluation et de contrôle médicaux; ils porteront la signature du dispensateur de soins susvisé.
[16 Par sa signature au bas de la note d'honoraires reprise en annexe 83, le médecin en chef responsable certifie disposer de documents démontrant que les prestations ont été prescrites ou effectuées, aux dates mentionnées, conformément aux règles de l'assurance soins de santé, par les dispensateurs de soins dont le nom figure en regard de chacune d'elles. Les documents en question sont à la disposition du Service de l'évaluation et de contrôle médicaux; ils porteront la signature du dispensateur de soins susvisé.]16
Le procédé visé [16 aux alinéas 1 à 3]16 ne peut être utilisé qu'à la condition qu'il existe, entre le signataire et chaque dispensateur de soins concerné, un mandat écrit aux termes duquel le dispensateur de soins (mandant) donne au signataire (mandataire), qui accepte, le pouvoir de porter en compte à l'assurance soins de santé, sous sa signature, les soins qu'il a effectués. [18 Le mandant et le mandataire doivent en outre exercer leurs activités dans la même structure de soins.]18
Sans préjudice des délais de conservation imposés par d'autres législations ou par les règles de la déontologie médicale, les documents dont question aux alinéas 1 et 2 doivent être conservés pendant une période d'au moins trois ans à partir de la date de l'exécution de la prestation.
(En ce qui concerne l'application du premier alinéa lorsqu'il s'agit de bénéficiaires qui sont soignés ou non de manière ambulatoire dans un hôpital et pour l'application du deuxième alinéa, est assimilé au document signé par le dispensateur de soins, le document électronique qui est établi et conservé conformément à un protocole décrit dans une convention conclue entre l'hôpital et/ou le conseil médical de l'hôpital et le dispensateur de soins visé au deuxième alinéa.)
Le protocole comporte une procédure qui veillera notamment à ce que le document puisse être attribué avec certitude au dispensateur de soins concerné et à ce que l'intégrité du contenu du document soit préservée.
Le protocole déterminera également de quelle manière le document électronique sera tenu à la disposition du Service d'évaluation et de contrôle médicaux.
Les exigences minimales en rapport avec le contenu du protocole et ses modalités sont précisées par le Service des soins de santé après avis du Service d'évaluation et de contrôle médicaux.
§ 15.[3 Sur l'attestation de soins donnés ou sur l'attestation globale de soins donnés, les praticiens de l'art dentaire utiliseront la codification dentaire suivante :
1° une attestation de soins [19 ...]19 conforme au modèle repris à l'annexe 1, lorsqu'il s'agit de prestations effectuées [19 ...]19 par les accoucheuses, les praticiens de l'art infirmier et les kinésithérapeutes;
Le certificat médical prévu à l'article 8, § 6, 4°, de la nomenclature doit être conforme au modèle repris à l'annexe 2.
Le formulaire prévu à l'article 8, § 7, 1°, de la nomenclature doit être conforme au modèle repris à l'annexe 3.
Lorsque pour des prestations effectuées par des praticiens de l'art infirmier la mention de pseudo-codes est exigée, ces pseudo-codes doivent être mentionnés sur les supports magnétiques ou électroniques transmis aux organismes assureurs en cas d'application du tiers-payant. En cas de paiement direct, ces pseudo-codes doivent être mentionnés sur un support papier conforme au modèle repris à l'annexe 4. Ce support papier doit accompagner l'attestation de soins donnés.
Le formulaire de notification de la dispensation de soins prévu à l'article 7, § 14, de la nomenclature doit être conforme au modèle repris à l'annexe 5a, pour les situations pathologiques décrites au § 14, 5°, A et annexe 5b, pour les situations pathologiques décrites au § 14, 5°, B. [31 Le formulaire de notification de la dispensation de soins prévu à l'article 7, § 11, de la nomenclature doit être conforme au modèle repris à l'annexe 5c.]31
Le formulaire de notification de la dispensation de soins palliatifs prévu à l'article 8, § 7, 5°, de la nomenclature doit être conforme au modèle repris à l'annexe 6.
[12 Le formulaire mentionnant la nécessité de prise en charge infirmière pour la préparation hebdomadaire de médicaments administrés par voie orale tel que prévu à l'article 8, § 4bis, de la nomenclature doit être conforme au modèle repris à l'annexe 81.]12
[24 Le praticien de l'art infirmier doit mentionner un pseudocode permettant d'identifier le type de lieu où la prestation a été dispensée lors de la facturation des prestations réalisées dans certains lieux. La liste de ces lieux de prestation et des pseudocodes correspondants est reprise dans l'annexe 87. Lorsque le tiers-payant est appliqué, ces pseudocodes doivent être mentionnés dans les données de facturation transmises par un réseau électronique aux organismes assureurs. En cas de paiement direct et lorsque les attestations de soins conformes au modèle de l'annexe 1 sont utilisées, le pseudocode est mentionné sur l'attestation de soins, dans la colonne située à droite du numéro de nomenclature concerné. En cas d'utilisation d'attestation globale de soins donnés conforme au modèle de l'annexe 28, le pseudocode est mentionné sur l'attestation de soins dans la colonne située à droite de la colonne intitulée " Total ".]24
[34 Le formulaire de notification de la dispensation de soins prévu à l'article 8, § 8, 12° de la nomenclature doit être conforme au modèle repris à l'annexe 95.]34
[35 Pour l'attestation des soins de plaie(s) visés à l'article 8, § 8 de la nomenclature, l'annexe 96 reprend :
- Les conditions de formation de l'infirmier relais en matière de soins de plaie(s) visé à l'article 8, § 8, 1° de la nomenclature.
- Les conditions auxquelles doit répondre le dossier infirmier de soins de plaie(s) prévu à l'article 8, § 8, 6° de la nomenclature.
- Les conditions auxquelles doivent répondre Les photos ajoutées au dossier infirmier prévues à l'article 8, § 8, 7° de la nomenclature;]35
2° [19 ...]19;
3° une attestation de soins [19 ...]19 conforme au modèle repris à l'annexe 8, lorsqu'il s'agit de prestations effectuées [19 ...]19 par un praticien de l'art dentaire;
4° [19 ...]19;
5° une attestation de soins [19 ...]19 conforme au modèle repris à l'annexe 10, lorsqu'il s'agit de prestations effectuées [19 ...]19 par un médecin, ou par un pharmacien ou licencié en sciences agréé pour effectuer des prestations de biologie clinique dans le cadre de l'assurance soins de santé.
[42 Lors de la facturation des prestations chirurgicales et des prestations 355994-356005, 356016-356020 et 356031-356042, le médecin mentionne la latéralité (gauche ou droite) pour chaque membre et chaque organe pair. Les prestations concernées sont reprises dans la liste Excel " membre traité " qui fait partie des instructions pour la facturation électronique. Si l'attestation de soins conforme au modèle repris à l'annexe 10 est utilisée, la latéralité (G ou D) est indiquée sur l'attestation, dans la colonne à droite du numéro de nomenclature correspondant. Lorsque l'attestation globale de soins donnés conforme au modèle de l'annexe 28 est utilisée, la latéralité (G ou D) est mentionnée dans la colonne intitulée " CD L/A/S (2) "]42;
6° [19 ...]19;
7° [43 - une attestation de fourniture conforme au modèle repris à l'annexe 12, lorsqu'il s'agit de prestations fournies par les audiciens ;
- une attestation de fourniture, conforme au modèle, repris à l'annexe 13, lorsqu'il s'agit des prestations fournies par les technologues orthopédiques, à l'exception des prestations relatives au matériel de stomie ;
- une attestation de fourniture conforme au modèle, repris à l'annexe 13ter lorsqu'il s'agit des prestations relatives au matériel de stomie (à l'exception des prestations d'irrigation) fournies par les technologues orthopédiques ;
- une attestation de fourniture conforme au modèle repris à l'annexe 15, lorsqu'il s'agit de prestations fournies par les opticiens ;
- une prescription médicale pour les prestations des opticiens, conforme au modèle repris à l'annexe 15bis (verres de lunettes), 15ter (lentilles de contact), 15quater (prothèses oculaires) ou 15quinquies (dispositifs de basse vision) ;
- un formulaire de demande de remboursement conforme au modèle repris à l'annexe 16 pour les prestations relatives aux chaussures orthopédiques ;
- une prescription médicale relative à la fourniture d'un appareillage de correction auditive, conforme au modèle repris à l'annexe 17, doit accompagner l'attestation pour les prestations fournies par les audiciens ;
- un questionnaire standardisé COSI relatif à la fourniture d'un appareil de correction auditive, conforme au modèle repris à l'annexe 17bis ;
- une prescription médicale conforme au modèle repris à l'annexe 18A, pour les vêtements compressifs ;
- un formulaire de notification conforme au modèle repris à l'annexe 18B, pour les vêtements compressifs ;
- une demande de remboursement d'une prothèse myoélectrique, conforme au modèle repris à l'annexe 21 ;
- le formulaire prévu à l'article 28/1, A.4., de la nomenclature, conforme au modèle repris à l'annexe 21bis ;
- l'attestation d'évaluation et la prescription médicale pour un genou mécatronique, conforme au modèle repris l'annexe 21ter ;
- le formulaire d'auto-reporting pour un genou mécatronique avant et après la batterie de tests, conforme au modèle repris à l'annexe 21quater ;
- une prescription médicale pour orthèse d'assise fabriquée individuellement sur mesure, conforme au modèle repris à l'annexe 92 ;
- un rapport de motivation pour une orthèse d'assise fabriquée individuellement sur mesure, conforme au modèle repris à l'annexe 92bis ;
- une prescription médicale conforme au modèle repris à l'annexe 93 pour le matériel pour stomie ;
- une prescription médicale conforme au modèle repris à l'annexe 94A pour bas élastiques thérapeutiques pour la jambe et conforme au modèle repris à l'annexe 94B pour gaines de bras et gants élastiques thérapeutiques ;]43
8° une note d'hospitalisation conforme à l'un des modèles repris aux annexe s 22 ou 23. Lorsque la perception centrale est effectuée par l'établissement hospitalier, les honoraires de tous les médecins hospitaliers ou de certains d'entre eux ainsi que les montants des autres activités de l'établissement hospitalier doivent être versés sur deux comptes séparés; la facturation doit être effectuée au moyen d'une note d'hospitalisation conforme à l'un des modèles repris aux annexe s 24 ou 25.
Dans la rubrique "honoraires perçus pour le compte de l'établissement ou perçus pour le compte des dispensateurs", prévue aux annexe s 22 ou 23, ou dans la rubrique "honoraires à verser au compte A ou à verser au compte B ", prévue aux annexe s 24 ou 25 et 37 ou 38, en exécution de l'arrêté royal du 23 mars 1982 portant fixation de l'intervention personnelle des bénéficiaires ou de l'intervention de l'assurance soins de santé dans les honoraires pour certaines prestations, un montant de (16,40 euros) doit être porté en déduction dans la colonne "A charge de l'O.A." et ajouté dans la colonne "A charge du bénéficiaire".
(...). L'obligation de mentionner le numéro INAMI et le nom du prescripteur dans la rubrique des frais pharmaceutiques est suspendue.
(Par dérogation aux dispositions des premier et deuxième alinéas et à condition qu'il soit satisfait aux exigences de qualité fixées par le Comité de l'assurance, la facture individuelle relative aux prestations effectuées à partir du 1er janvier 2009 et dont le modèle est prévu aux annexes 22, 23, 24 et 25, peut être transmise à l'organisme assureur via un support électronique. Dans ce cas, la facture récapitulative prévue aux annexes 22, 23, 24 et 25, établie par organisme assureur ou mutualité ou Office régional ou Centre médical régional, et signée par le responsable de l'établissement, le médecin-chef de l'établissement ainsi que le pharmacien-chef de service n'est plus envoyée à l'organisme assureur, mais est conservée pendant [2 sept ans]2 à l'hôpital. Les documents ainsi que le bordereau récapitulatif qui doit y être joint aux termes de la réglementation en matière d'assurance obligatoire soins de santé, doivent continuer d'être transmis manuellement à la mutualité.)
(Cette transmission de données électronique doit s'effectuer suivant les modalités définies par le Comité de l'assurance.
Cette transmission de données électronique n'est possible qu'à la condition que soient appliquées les dispositions du protocole conclu le 19 avril 2001 entre les organisations représentatives des établissements hospitaliers et les organismes assureurs, portant les conditions et les modalités selon lesquelles force probante peut être accordée jusqu'à preuve du contraire aux données qui sont enregistrées ou conservées au moyen d'un procédé électronique, photographique, optique ou toute autre technique, ou communiquées d'une autre manière que sur un support papier, ainsi que les conditions et les modalités selon lesquelles ces données sont reproduites sur papier ou sur tout autre support lisible, et ce en application de l'arrêté royal du 27 avril 1999 relatif à la force probante des données enregistrées, traitées, reproduites ou communiquées par les dispensateurs de soins et les organismes assureurs.)
Par dérogation aux dispositions des 1° à 7° du présent paragraphe, les prestations suivantes dispensées à un bénéficiaire dans un établissement hospitalier peuvent être mentionnées sur cette note d'hospitalisation :
a) les prestations dispensées à des bénéficiaires hospitalisés;
b) les prestations dispensées dans le cadre de la convention nationale entre les établissements hospitaliers et les organismes assureurs, visée à l'article 46 de la loi;
c) les prestations dispensées dans le cadre de la convention nationale entre les établissements et services psychiatriques et les organismes assureurs, visée à l'article 46 de la loi;
d) les prestations dispensées dans un établissement hospitalier à des bénéficiaires ambulatoires, qui sont portées en compte par l'établissement via un support magnétique ou électronique et pour lesquelles le tiers-payant est appliqué;
[16 8°bis une note d'honoraires conforme au modèle en annexe 83 lorsque la perception des honoraires médicaux est effectuée par un service organisé à cette fin par le conseil médical.
En exécution de l'arrêté royal du 23 mars 1982 portant fixation de l'intervention personnelle des bénéficiaires ou de l'intervention de l'assurance soins de santé dans les honoraires pour certaines prestations, un montant de 16,40 euros doit être porté en déduction dans la colonne "A charge de l'O.A." et ajouté dans la colonne "A charge du bénéficiaire".
Par dérogation aux dispositions des premier et deuxième alinéas et à condition qu'il soit satisfait aux exigences de qualité fixées par le Comité de l'assurance, la note d'honoraires peut être transmise à l'organisme assureur via un support électronique.
Cette transmission de données électronique doit s'effectuer suivant les modalités définies par le Comité de l'assurance.
Cette transmission de données électronique n'est possible qu'à la condition que soient appliquées les dispositions du protocole conclu le 9 novembre 2012 entre les organisations représentatives des hôpitaux et les organismes assureurs, portant les conditions et les modalités selon lesquelles force probante peut être accordée jusqu'à preuve du contraire aux données qui sont enregistrées ou conservées au moyen d'un procédé électronique, photographique, optique ou toute autre technique, ou communiquées d'une autre manière que sur un support papier, ainsi que les conditions et les modalités selon lesquelles ces données sont reproduites sur papier ou sur tout autre support lisible, et ce en application de l'arrêté royal du 27 avril 1999 relatif à la force probante des données enregistrées, traitées, reproduites ou communiquées par les dispensateurs de soins et les organismes assureurs.
Par dérogation aux dispositions des 1° à 7° du présent paragraphe, les prestations médicales suivantes dispensées à un bénéficiaire dans un établissement hospitalier peuvent être mentionnées sur cette note d'honoraires :
a) les prestations dispensées à des bénéficiaires hospitalisés;
b) les prestations dispensées dans le cadre de la convention nationale entre les établissements hospitaliers et les organismes assureurs, visée à l'article 46 de la loi;
c) les prestations dispensées dans un établissement hospitalier à des bénéficiaires ambulatoires, qui sont portées en compte par l'établissement via un support magnétique ou électronique et pour lesquelles le tiers-payant est appliqué;]16
9° [4 une attestation de soins donnés, [19 ...]19 conformément au modèle prévu à l'annexe 26, lorsqu'il s'agit de prestations effectuées par des diététiciens, logopèdes, orthoptistes, podologues et ergothérapeutes [19 ...]19. Lorsqu'il s'agit de prestations effectuées par des ergothérapeutes, les données demandées dans ce modèle d'attestation et relatives à l'accord du médecin-conseil ne doivent pas être remplies;]4
10° [19 ...]19;
[37 11° le volet " INAMI " du formulaire conforme au modèle repris à l'annexe 26/2, lorsqu'il s'agit de prestations effectuées par un neuropsychologue conformément aux dispositions de la convention post-COVID-19 pour une approche de soins adaptée.
Le formulaire visé à l'alinéa 1er comporte la partie " document justificatif " destinée au patient;]37
[39 12° Les formulaires décrits à l'art. 36, § 4, 1° et 5° de l'annexe de l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, doivent être conformes aux modèles repris aux [41 annexes 98a, 98b, 98c, 98d, 98e, 98f et 98g]41. Le formulaire de notification décrit à l'art. 36, § 4, 6°, de l'annexe de l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités doit être conforme au modèle repris à l'annexe 99.]39
§ 1erbis. [11 A condition qu'il soit satisfait aux exigences de qualité fixées par le Comité de l'assurance, les documents obligatoirement transmis sur support magnétique par des dispensateurs individuels [16 ou par un service organisé à cette fin par un conseil médical]16 peuvent être transmis à l'organisme assureur via un réseau électronique, et ce pour les prestations effectuées à partir du 1er janvier 2009. Les documents ainsi que le bordereau récapitulatif qui doit y être joint selon termes du réglement en matière d'assurance obligatoire soins de santé, doivent continuer d'être transmis manuellement à la mutualité. Cette transmission par un réseau électronique doit s'effectuer suivant les modalités définies par le Comité de l'assurance.
En dérogation du premier alinéa, les données de facturation relatives à des prestations de santé mentionnées dans l'article 8 de la nomenclature, transmises par les praticiens de l'art infirmier dans le cadre du système tiers-payant, doivent à partir du 1er juillet 2012 être transmises à l'organisme assureur via un réseau électronique, et ce pour les prestations effectuées à partir du 1er janvier 2009.]11
[22 Par dérogation au premier alinéa et pour les prestations de santé mentionnées dans l'article 8 de la nomenclature, à partir du 1er juillet 2015 le bordereau récapitulatif mentionné au 1er alinéa ne doit plus être transmis manuellement à la mutualité lorsque dans le cadre du système tiers-payant les données de facturation sont transmises par le praticien de l'art infirmier à l'organisme assureur via un réseau électronique.]22
§ 2. [19 Par dérogation aux dispositions du § 1er, 1°, 3°, 5° et 9°, les prestations effectuées pour compte d'autrui peuvent être mentionnées sur une attestation globale]19 conforme au modèle repris à l'annexe 28, lorsque des moyens de bureautique sont utilisés pour établir des attestations. Lorsque le tiers-payant n'est pas appliqué, la mention suivante doit figurer sur l'attestation globale ou sur la lettre qui l'accompagne : "Si vous transmettez cette attestation à votre mutuelle une partie du montant à votre charge vous sera remboursée".
[19 ...]19.
[19 ...]19.
[23 Pour les prestations de l'article 8 de la nomenclature qui ne sont remboursées que si elles ont été prescrites par un médecin, la prescription doit être jointe à l'attestation de soins donnés sauf :
- lorsqu'il s'agit des prestations dans le cadre des honoraires forfaitaires par journée de soins pour des bénéficiaires lourdement dépendants et/ou
- lorsque l'obligation de fournir l'attestation de soins donnés à l'organisme assureur n'est pas d'application.
Dans ces cas la prescription doit être conservée dans le dossier infirmier pendant une période d'au moins cinq ans.]23
[1 § 2bis. A partir du 1er janvier 2011, il n'y a plus lieu de compléter le champ " N° de compte financier " sur l'attestation globale en annexe 28. Si des attestations globales sont transmises aux mutualités dans le cadre du régime du tiers payant, il y a lieu de communiquer l'IBAN et BIC du compte financier sur l'état récapitulatif qui doit obligatoirement être joint aux attestations.]1
§ 3. Le praticien de l'art dentaire qui exerce en même temps en qualité de médecin, utilise :
a) l'attestation de soins conforme au modèle repris à l'annexe 10 [19 ...]19, lorsqu'il effectue une prestation médicale;
b) l'attestation de soins conforme au modèle repris à l'annexe 8 [19 ...]19, lorsqu'il effectue des prestations de l'art dentaire;
c) une attestation de soins conforme au modèle repris à l'annexe 10 [19 ...]19 lorsqu'il effectue une radiographie dentaire et pour autant que cette prestation accompagne une consultation ou une prestation médicale.
[8 Lors de l'emploi de l'attestation récapitulative de soins reprise à l'annexe 28, le praticien de l'art dentaire qui exerce en même temps en qualité de médecin doit mentionner son numéro d'identification INAMI de dentiste, lorsqu'il effectue des prestations de l'art dentaire. Dans tous les autres cas ou lorsqu'il effectue une radiographie dentaire accompagnée par une consultation ou une prestation médicale, le numéro d'identification INAMI de médecin doit être mentionner.]8
[17 § 3bis. Le praticien de l'art dentaire qui est candidat à un agrément en tant que titulaire d'un titre professionnel particulier de l'art dentaire, utilise :
- au cours du plan de stage, l'attestation de soins du maître de stage, avec mention de son propre nom et numéro INAMI [21 ...]21.
- à la fin du plan de stage et en attente de l'agrément définitive du titre professionnel particulier de l'art dentaire, sa propre attestation de soins conforme au modèle repris à l'annexe 8 [19 ...]19.]17
[32 § 3ter. Lorsqu'une prestation de l'article 5 de la nomenclature est effectuée par un hygiéniste bucco-dentaire selon les modalités de l'article 6, § 18bis, le praticien de l'art dentaire porte en compte les soins sur son attestation de soins en mentionnant dans la partie identification du dispensateur son propre nom et son numéro INAMI mais également le nom et numéro INAMI de l'hygiéniste qui a effectué l'acte.]32
[36 En cas d'utilisation d'une attestation globale de soins donnés conforme au modèle de l'annexe 28, l'hygiéniste bucco-dentaire ayant effectué la prestation est identifié dans la colonne " N° INAMI et nom du dispensateur ", en dessous de la ligne identifiant le praticien de l'art dentaire qui atteste le soin, avec la mention " hygiéniste bucco-dentaire: " suivi du numéro INAMI de l'hygiéniste.]36
§ 4. [25 ...]25
§ 5. Ne peuvent en tout cas pas être portées en compte à l'assurance soins de santé les prescriptions imprimées ou reproduites de quelque manière que ce soit par des firmes même si celles-ci sont collées sur les documents de prescription.
§ 6. Dans les cas où le pharmacien n'est pas tenu d'appliquer le tiers payant lors de la délivrance de prestations pharmaceutiques remboursables, il doit remettre au bénéficiaire le document "Paiement au comptant des prestations pharmaceutiques remboursables" dûment complété, daté et signé.
Ce document, imprimé sur papier blanc, est conforme au modèle repris à l'annexe 30.
§ 7. [13 S'il y a plus d'un récipé prescrit sur une prescription de médicaments et pour autant que le prescripteur n'ait pas mentionné sur la prescription que la délivrance ne peut être différée, le bénéficiaire peut formuler la demande auprès du pharmacien de différer la délivrance d'une certaine spécialité pharmaceutique ou d'une certaine préparation magistrale.
S'il y a plus d'un récipé prescrit sur une prescription de médicaments et pour autant que le prescripteur n'ait pas mentionné sur la prescription que la délivrance ne peut être différée, le bénéficiaire peut formuler la demande auprès du pharmacien de différer la délivrance d'une certaine " nutrition médicale " ou d'un certain " dispositif médical ".
Dans le cas où plusieurs conditionnements d'une spécialité pharmaceutique sont prescrits sur une prescription conformément aux articles 92 et 92bis de l'arrêté royal du 21 décembre 2001 et pour autant que le prescripteur n'ait pas mentionné sur la prescription que la délivrance ne peut être différée, le bénéficiaire peut formuler la demande auprès du pharmacien de différer la délivrance d'un ou plusieurs conditionnements.
Dans le cas où plusieurs conditionnements d'une " nutrition médicale " sont prescrits conformément à l'article 21 de l'arrêté royal du 24 octobre 2002 ou dans le cas où plusieurs conditionnements d'un " dispositif médical " sont prescrits conformément à l'article 21 de l'arrêté royal du 24 octobre 2002 et pour autant que le prescripteur n'ait pas mentionné sur la prescription que la délivrance ne peut être différée, le bénéficiaire peut formuler la demande auprès du pharmacien de différer la délivrance d'un ou plusieurs conditionnements.
Le pharmacien peut différer la dispensation effective selon les alinéas 1er à 4 ci-dessus par la remise d'un formulaire de dispensation et de facturation différée, conforme au modèle repris à l'annexe 31, et imprimé sur papier blanc.
A cet effet, le pharmacien mentionne sur la prescription originale la lettre " U " en marge, à côté du récipé ou de la spécialité pharmaceutique pour lequel ou laquelle il a élaboré le formulaire.
Ce formulaire se réfère au récipé original non dispensé, à la spécialité pharmaceutique non dispensée, à la nutrition médicale non dispensée ou au dispositif médical non dispensé au moyen du numéro de suite unique de la prescription originale, il reprend les mentions de la prescription originale et en endosse tous les droits et obligations qui font partie intégrante dans le cadre du remboursement.
La durée de validité de ce formulaire correspond à la durée de validité de trois mois de la prescription originale en ce qui concerne le remboursement.]13
§ 8. Le numéro INAMI d'identification, d'inscription ou d'agrément, visé au présent article et dans les annexes auxquelles celui-ci réfère, est le numéro d'identification établi pour chaque dispensateur de soins selon des règles fixées par le Comité de l'assurance.
§ 9. [19 Le cachet, utilisé sur le modèle figurant aux annexes 1, 8, 10, 26, [37 26/2,]37 30 ou 31 comporte de façon lisible au moins le numéro d'identification INAMI, le nom et l'adresse du dispensateur de soins.]19
§ 10. Le remboursement de l'assurance soins de santé n'est accordé qu'à la condition que l'attestation de soins donnés ou de fourniture ou la note d'hospitalisation délivrée porte le numéro d'identification du dispensateur de soins, numéro d'identification visé au § 8 du présent article.
Lorsque le numéro d'identification de plusieurs dispensateurs de soins est mentionné, il y a lieu d'indiquer de façon précise quelles prestations ont été effectuées par chacun des dispensateurs de soins.
§ 11. L'intervention de l'assurance soins de santé dans les honoraires spécifiques [7 de praticiens de l'art dentaire,]7 de médecins généralistes ou de médecins spécialistes n'est due qu'à partir du moment où le Service des soins de santé de l'Institut est informé de l'agrément par le Ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, [7 des praticiens de l'art dentaire concernés au titre de dentiste généraliste ou dentiste spécialiste ou]7 des médecins concernés au titre de médecin généraliste ou de médecin spécialiste, et au plus tôt à partir du moment où cet agrément entre en vigueur. Le Service des soins de santé en informe sans délai les organismes assureurs.
Par dérogation à l'alinéa précédent, l'intervention de l'assurance soins de santé dans les honoraires spécifiques des médecins agréés en vertu de l'arrêté ministériel du 21 janvier 1985 organisant un régime d'agréation provisoire de médecins spécialistes en médecine nucléaire, est due à partir de la date à laquelle leur agrément sortit rétroactivement ses effets.
§ 12. [19 Pour les prestations de kinésithérapie ambulatoires, pour les prestations de kinésithérapie effectuées en milieu hospitalier et attestées par le dispensateur de soins lui-même et pour les prestations effectuées par les praticiens de l'art infirmier, dont le remboursement en vertu de l'article 8 de la nomenclature est subordonné à la condition qu'elles aient été prescrites, l'intervention de l'assurance ne peut être accordée que lorsque la formule de prescription comporte, outre les mentions requises par la nomenclature, le numéro d'identification lNAMI du prescripteur, et lorsque, sur l'attestation de soins donnés ou sur le document en tenant lieu, ce même numéro d'identification INAMI est clairement mentionné en regard des données d'identification déjà prévues du prescripteur.]19.
§ 13. Pour les prestations de kinésithérapie effectuées pour des bénéficiaires séjournant au domicile ou résidence communautaires, momentanés ou définitifs, de personnes âgées, l'intervention de l'assurance ne peut être accordée que si sur l'attestation de soins donnés ou sur le document en tenant lieu figure le numéro d'identification de l'institution agréée ou enregistrée auprès de l'Institut. Ce numéro doit être indiqué en regard de la mention : "N° de l'établissement" ou "N° de l'établissement hospitalier".
§ 14. Par sa signature au bas des (attestations récapitulatives) de soins reprises à (l'annexe 28), le signataire, qui doit être soit un médecin, soit un dispensateur de soins appartenant à la profession dont relèvent les prestations attestées, certifie disposer de documents démontrant que les prestations ont été effectuées par le dispensateur de soins dont le nom figure en regard de chacune d'elles. Les documents en question sont à la disposition du Service de l'évaluation et de contrôle médicaux; ils porteront la signature du dispensateur de soins susvisé.
Par sa signature au bas de la facture récapitulative qui fait partie de la note d'hospitalisation reprise aux annexe s 22, 23, 24 ou 25 le médecin en chef responsable certifie disposer de documents démontrant que les prestations ont été prescrites ou effectuées, aux dates mentionnées, conformément aux règles de l'assurance soins de santé, par les dispensateurs de soins dont le nom figure en regard de chacune d'elles. Les documents en question sont à la disposition du Service de l'évaluation et de contrôle médicaux; ils porteront la signature du dispensateur de soins susvisé.
[16 Par sa signature au bas de la note d'honoraires reprise en annexe 83, le médecin en chef responsable certifie disposer de documents démontrant que les prestations ont été prescrites ou effectuées, aux dates mentionnées, conformément aux règles de l'assurance soins de santé, par les dispensateurs de soins dont le nom figure en regard de chacune d'elles. Les documents en question sont à la disposition du Service de l'évaluation et de contrôle médicaux; ils porteront la signature du dispensateur de soins susvisé.]16
Le procédé visé [16 aux alinéas 1 à 3]16 ne peut être utilisé qu'à la condition qu'il existe, entre le signataire et chaque dispensateur de soins concerné, un mandat écrit aux termes duquel le dispensateur de soins (mandant) donne au signataire (mandataire), qui accepte, le pouvoir de porter en compte à l'assurance soins de santé, sous sa signature, les soins qu'il a effectués. [18 Le mandant et le mandataire doivent en outre exercer leurs activités dans la même structure de soins.]18
Sans préjudice des délais de conservation imposés par d'autres législations ou par les règles de la déontologie médicale, les documents dont question aux alinéas 1 et 2 doivent être conservés pendant une période d'au moins trois ans à partir de la date de l'exécution de la prestation.
(En ce qui concerne l'application du premier alinéa lorsqu'il s'agit de bénéficiaires qui sont soignés ou non de manière ambulatoire dans un hôpital et pour l'application du deuxième alinéa, est assimilé au document signé par le dispensateur de soins, le document électronique qui est établi et conservé conformément à un protocole décrit dans une convention conclue entre l'hôpital et/ou le conseil médical de l'hôpital et le dispensateur de soins visé au deuxième alinéa.)
Le protocole comporte une procédure qui veillera notamment à ce que le document puisse être attribué avec certitude au dispensateur de soins concerné et à ce que l'intégrité du contenu du document soit préservée.
Le protocole déterminera également de quelle manière le document électronique sera tenu à la disposition du Service d'évaluation et de contrôle médicaux.
Les exigences minimales en rapport avec le contenu du protocole et ses modalités sont précisées par le Service des soins de santé après avis du Service d'évaluation et de contrôle médicaux.
§ 15.[3 Sur l'attestation de soins donnés ou sur l'attestation globale de soins donnés, les praticiens de l'art dentaire utiliseront la codification dentaire suivante :
| a) voor de blijvenden tanden | |
| Rechter bovenste kwadrant | Linker bovenste kwadrant |
| (19), 18, 17, 16, 15, 14, 13, 12, 11 | 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, (29) |
| (49), 48, 47, 46, 45, 44, 43, 42, 41 | 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, (39) |
| Rechter onderste kwadrant | Linker onderste kwadrant |
| b) voor de melktanden | |
| Rechter bovenste kwadrant | Linker bovenste kwadrant |
| (59), 55, 54, 53, 52, 51 | 61, 62, 63, 64, 65, (69) |
| (89), 85, 84, 83, 82, 81 | 71, 72, 73, 74, 75, (79) |
| Rechter onderste kwadrant | Linker onderste kwadrant] |
| a) pour les dents définitives | |
| Quart supérieur droit | Quart supérieur gauche |
| (19), 18, 17, 16, 15, 14, 13, 12, 11 | 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, (29) |
| (49), 48, 47, 46, 45, 44, 43, 42, 41 | 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, (39) |
| Quart inférieur droit | Quart inférieur gauche |
| b) pour les dents lactéales | |
| Quart supérieur droit | Quart supérieur gauche |
| (59), 55, 54, 53, 52, 51 | 61, 62, 63, 64, 65, (69) |
| (89), 85, 84, 83, 82, 81 | 71, 72, 73, 74, 75, (79) |
| Quart inférieur droit | Quart inférieur gauche |
De rechter- en de linkerkwadranten waarop de codering betrekking heeft, zijn die van de rechthebbende.
De surnumeraire tanden worden vermeld aan de hand van de tandcodes die tussen haakjes zijn aangeduid. Voor meerdere surnumeraire tanden in hetzelfde kwadrant kan hetzelfde nummer meermaals gebruikt worden.]3
[9 De Technisch Tandheelkundige Raad bepaalt voor welke tandheelkundige verstrekkingen van de nomenclatuur er een tandcodering vereist is.]9
§ 16. De tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging mag slechts toegekend worden op voorwaarde dat de facturatie gepaard gaat met de aflevering van de facturatiegegevens op magnetische of elektronische drager voor de hiernavolgende verstrekkingen gefactureerd in het kader van de derdebetalersregeling :
1° de verstrekkingen verricht voor een in een verplegingsinrichting opgenomen rechthebbende, waarbij de opneming aanleiding geeft tot de betaling van een bedrag per opneming en/of bedrag per dag en voor de rechthebbende tijdens een verblijf in de verplegingsinrichting dat aanleiding geeft tot de betaling van één van de bedragen die zijn bedoeld in artikel 4, §§ 3 tot 7, van de nationale overeenkomst tussen de verplegingsinrichtingen en de verzekeringsinstellingen (en voor de rechthebbenden waarvoor een forfaitaire tegemoetkoming in de dialyse wordt vergoed in uitvoering van het koninklijk besluit van 23 juni 2003 tot uitvoering van artikel 71bis, §§ 1 en 2 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994).
Deze verplichting geldt evenwel niet voor de verstrekkingen verricht door een zorgverlener die niet verbonden is aan de verplegingsinrichting noch voor deze verricht door een geneesheer die op 31 december 1983 sedert ten minste twintig jaar zijn praktijk in een ziekenhuis uitoefent en op die datum zelf zijn honoraria int voor zover hij verder gemachtigd is ze zelf te blijven innen overeenkomstig de bepalingen van artikel 143, § 2, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987;
2° de verstrekkingen van klinische biologie, pathologische anatomie en nucleaire geneeskunde in vitro verricht door de laboratoria, erkend in de zin van de artikelen 63 en 65 van de wet. De verstrekkingen verleend aan een rechthebbende die zich niet in een verplegingsinrichting bevindt, en verricht in laboratoria waarvoor het jaarbedrag van de verzekeringstegemoetkoming 25.000,00 EUR niet bereikt, vallen niet onder de toepassing van deze bepaling;
3° de niet onder 1° of 2° bedoelde verstrekkingen, die verleend worden in een verplegingsinrichting, waarvoor de derdebetalersregeling mag worden toegepast alsook de farmaceutische verstrekkingen, afgeleverd door de officina of het geneesmiddelendepot van het ziekenhuis aan rechthebbenden die zich niet in de verpleeginrichting bevinden, met uitzondering van de geneesmiddelen afgeleverd aan rechthebbenden die verblijven in psychiatrische verzorgingstehuizen.
De modaliteiten volgens dewelke de opmaak en de aflevering van de facturatiegegevens op magnetische of elektronische dragers dient te gebeuren worden vastgesteld door het Verzekeringscomité. In de gevallen waar de zorgverleners er krachtens artikel 37 van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 ertoe gehouden zijn gebruik te maken van de sociale identiteitskaart van de rechthebbenden, dient het bewijs van het gebruik van de sociale identiteitskaart deel uit te maken van de aflevering van de magnetische of elektronische dragers, op de wijze bepaald door de zo-even genoemde modaliteiten, vastgesteld door het Verzekeringscomité.
4° de verstrekkingen verricht door een psychiatrisch verzorgingstehuis, zoals bedoeld in artikel 34, eerste lid, 11°, van de wet, alsook voor de farmaceutische verstrekkingen afgeleverd aan de rechthebbenden die daar verblijven.
§ 17. Voor de hierna vermelde verstrekkingen of afleveringen mag de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging slechts worden toegekend op voorwaarde dat de aanvraag of het voorschrift alle gegevens bevat die voorkomen op het model vervat in bijlage 32 :
- de verzorging verleend door verpleegkundigen en vroedvrouwen die slechts wordt vergoed indien ze door een geneesheer is voorgeschreven;
- de behandelingen die tot de bevoegdheid van de kinesitherapeuten behoren;
- de verstrekkingen inzake klinische biologie, nucleaire geneeskunde in vitro, pathologische anatomie en genetica;
- de verstrekkingen inzake röntgendiagnose;
- de verstrekkingen of afleveringen die worden geacht in de bevoegdheid te vallen van bandagisten, orthopedisten of opticiens;
- de verstrekkingen verricht door logopedisten of orthoptisten;
- de spreektoestellen voor personen bij wie een laryngectomie is uitgevoerd, uitwendige prothesen in het geval van verminking van het gelaat, de haarprothesen, de telescopische brillen, het materiaal voor de thuisbehandeling van anemie van Cooley.
Voor de diëtetiek- en de podologieverstrekkingen mag de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging slechts worden toegekend op voorwaarde dat de aanvraag werd ingediend door middel van het formulier waarvan het model vervat is in bijlage 66.
§ 18. De tegemoetkoming van de verzekering van geneeskundige verzorging voor de prestaties van klinische biologie, pathologische anatomie en nucleaire geneeskunde in vitro, is slechts verschuldigd vanaf maar ook tot op het ogenblik dat de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut wordt ingelicht betreffende de erkenning, of de wijziging van de erkenning door de Minister die de Volksgezondheid in zijn bevoegdheid heeft, van het laboratorium waar deze prestaties worden verricht en ten vroegste vanaf het ogenblik dat deze erkenning in voege treedt maar ook tot op het ogenblik dat deze wijziging in voege treedt.
De Dienst voor geneeskundige verzorging verwittigt zonder verwijl de verzekeringsinstellingen hiervan.
(Tijdens een overgangsperiode die loopt tot 31 december 2008 is, in afwijking van de bepalingen van het eerste lid, de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging voor de verstrekkingen die zijn opgenomen in de artikelen 24bis en 33bis van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verschuldigd vanaf de datum van erkenning die door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft wordt meegedeeld aan de Dienst voor geneeskundige verzorging.)
§ 19. De tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging voor de prestaties uit artikel 32 van de nomenclatuur wordt gekoppeld aan de voorwaarde dat er een laboratoriumidentificatienummer vermeld wordt bij de attestering en de facturatie van deze prestaties.
Indien de prestaties worden verricht in een erkend laboratorium voor klinische biologie, dan dient hiertoe het erkenningsnummer van het laboratorium te worden gebruikt.
Indien de prestaties niet worden verricht in een erkend laboratorium voor klinische biologie, dan dient hiertoe het identificatienummer te worden gebruikt dat met dat doel wordt toegekend door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut.
(§ 20. Op alle in getuigschriftenboekjes afgeleverde getuigschriften voor verstrekte hulp zoals bedoeld in artikel 53, § 2 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, staat een teken (van het type Datamatrix) dat optisch kan worden gelezen en dat uitsluitend dient om de betrouwbaarheid en de veiligheid van de productie en de verdeling van de getuigschriften voor verstrekte hulp te waarborgen.)
§ 21. [19 ...]19.
De surnumeraire tanden worden vermeld aan de hand van de tandcodes die tussen haakjes zijn aangeduid. Voor meerdere surnumeraire tanden in hetzelfde kwadrant kan hetzelfde nummer meermaals gebruikt worden.]3
[9 De Technisch Tandheelkundige Raad bepaalt voor welke tandheelkundige verstrekkingen van de nomenclatuur er een tandcodering vereist is.]9
§ 16. De tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging mag slechts toegekend worden op voorwaarde dat de facturatie gepaard gaat met de aflevering van de facturatiegegevens op magnetische of elektronische drager voor de hiernavolgende verstrekkingen gefactureerd in het kader van de derdebetalersregeling :
1° de verstrekkingen verricht voor een in een verplegingsinrichting opgenomen rechthebbende, waarbij de opneming aanleiding geeft tot de betaling van een bedrag per opneming en/of bedrag per dag en voor de rechthebbende tijdens een verblijf in de verplegingsinrichting dat aanleiding geeft tot de betaling van één van de bedragen die zijn bedoeld in artikel 4, §§ 3 tot 7, van de nationale overeenkomst tussen de verplegingsinrichtingen en de verzekeringsinstellingen (en voor de rechthebbenden waarvoor een forfaitaire tegemoetkoming in de dialyse wordt vergoed in uitvoering van het koninklijk besluit van 23 juni 2003 tot uitvoering van artikel 71bis, §§ 1 en 2 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994).
Deze verplichting geldt evenwel niet voor de verstrekkingen verricht door een zorgverlener die niet verbonden is aan de verplegingsinrichting noch voor deze verricht door een geneesheer die op 31 december 1983 sedert ten minste twintig jaar zijn praktijk in een ziekenhuis uitoefent en op die datum zelf zijn honoraria int voor zover hij verder gemachtigd is ze zelf te blijven innen overeenkomstig de bepalingen van artikel 143, § 2, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987;
2° de verstrekkingen van klinische biologie, pathologische anatomie en nucleaire geneeskunde in vitro verricht door de laboratoria, erkend in de zin van de artikelen 63 en 65 van de wet. De verstrekkingen verleend aan een rechthebbende die zich niet in een verplegingsinrichting bevindt, en verricht in laboratoria waarvoor het jaarbedrag van de verzekeringstegemoetkoming 25.000,00 EUR niet bereikt, vallen niet onder de toepassing van deze bepaling;
3° de niet onder 1° of 2° bedoelde verstrekkingen, die verleend worden in een verplegingsinrichting, waarvoor de derdebetalersregeling mag worden toegepast alsook de farmaceutische verstrekkingen, afgeleverd door de officina of het geneesmiddelendepot van het ziekenhuis aan rechthebbenden die zich niet in de verpleeginrichting bevinden, met uitzondering van de geneesmiddelen afgeleverd aan rechthebbenden die verblijven in psychiatrische verzorgingstehuizen.
De modaliteiten volgens dewelke de opmaak en de aflevering van de facturatiegegevens op magnetische of elektronische dragers dient te gebeuren worden vastgesteld door het Verzekeringscomité. In de gevallen waar de zorgverleners er krachtens artikel 37 van het koninklijk besluit van 22 februari 1998 ertoe gehouden zijn gebruik te maken van de sociale identiteitskaart van de rechthebbenden, dient het bewijs van het gebruik van de sociale identiteitskaart deel uit te maken van de aflevering van de magnetische of elektronische dragers, op de wijze bepaald door de zo-even genoemde modaliteiten, vastgesteld door het Verzekeringscomité.
4° de verstrekkingen verricht door een psychiatrisch verzorgingstehuis, zoals bedoeld in artikel 34, eerste lid, 11°, van de wet, alsook voor de farmaceutische verstrekkingen afgeleverd aan de rechthebbenden die daar verblijven.
§ 17. Voor de hierna vermelde verstrekkingen of afleveringen mag de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging slechts worden toegekend op voorwaarde dat de aanvraag of het voorschrift alle gegevens bevat die voorkomen op het model vervat in bijlage 32 :
- de verzorging verleend door verpleegkundigen en vroedvrouwen die slechts wordt vergoed indien ze door een geneesheer is voorgeschreven;
- de behandelingen die tot de bevoegdheid van de kinesitherapeuten behoren;
- de verstrekkingen inzake klinische biologie, nucleaire geneeskunde in vitro, pathologische anatomie en genetica;
- de verstrekkingen inzake röntgendiagnose;
- de verstrekkingen of afleveringen die worden geacht in de bevoegdheid te vallen van bandagisten, orthopedisten of opticiens;
- de verstrekkingen verricht door logopedisten of orthoptisten;
- de spreektoestellen voor personen bij wie een laryngectomie is uitgevoerd, uitwendige prothesen in het geval van verminking van het gelaat, de haarprothesen, de telescopische brillen, het materiaal voor de thuisbehandeling van anemie van Cooley.
Voor de diëtetiek- en de podologieverstrekkingen mag de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging slechts worden toegekend op voorwaarde dat de aanvraag werd ingediend door middel van het formulier waarvan het model vervat is in bijlage 66.
§ 18. De tegemoetkoming van de verzekering van geneeskundige verzorging voor de prestaties van klinische biologie, pathologische anatomie en nucleaire geneeskunde in vitro, is slechts verschuldigd vanaf maar ook tot op het ogenblik dat de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut wordt ingelicht betreffende de erkenning, of de wijziging van de erkenning door de Minister die de Volksgezondheid in zijn bevoegdheid heeft, van het laboratorium waar deze prestaties worden verricht en ten vroegste vanaf het ogenblik dat deze erkenning in voege treedt maar ook tot op het ogenblik dat deze wijziging in voege treedt.
De Dienst voor geneeskundige verzorging verwittigt zonder verwijl de verzekeringsinstellingen hiervan.
(Tijdens een overgangsperiode die loopt tot 31 december 2008 is, in afwijking van de bepalingen van het eerste lid, de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging voor de verstrekkingen die zijn opgenomen in de artikelen 24bis en 33bis van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, verschuldigd vanaf de datum van erkenning die door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft wordt meegedeeld aan de Dienst voor geneeskundige verzorging.)
§ 19. De tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging voor de prestaties uit artikel 32 van de nomenclatuur wordt gekoppeld aan de voorwaarde dat er een laboratoriumidentificatienummer vermeld wordt bij de attestering en de facturatie van deze prestaties.
Indien de prestaties worden verricht in een erkend laboratorium voor klinische biologie, dan dient hiertoe het erkenningsnummer van het laboratorium te worden gebruikt.
Indien de prestaties niet worden verricht in een erkend laboratorium voor klinische biologie, dan dient hiertoe het identificatienummer te worden gebruikt dat met dat doel wordt toegekend door de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut.
(§ 20. Op alle in getuigschriftenboekjes afgeleverde getuigschriften voor verstrekte hulp zoals bedoeld in artikel 53, § 2 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, staat een teken (van het type Datamatrix) dat optisch kan worden gelezen en dat uitsluitend dient om de betrouwbaarheid en de veiligheid van de productie en de verdeling van de getuigschriften voor verstrekte hulp te waarborgen.)
§ 21. [19 ...]19.
Modifications
Les droites et gauches auxquelles la codification se réfère sont celles du bénéficiaire.
Les dents surnuméraires sont mentionnées à l'aide des codes dentaires indiqués entre parenthèses. Le même numéro peut être utilisé à maintes reprises pour plusieurs dents surnuméraires sur le même quadrant.]3
[9 Le Conseil technique dentaire détermine pour quelles prestations dentaires de la nomenclature une codification dentaire est exigé.]9
§ 16. L'intervention de l'assurance soins de santé ne peut être accordée qu'à la condition que la facturation soit associée à la délivrance des données de facturation par support magnétique ou électronique, pour les prestations suivantes facturées dans le cadre du tiers-payant :
1° les prestations dispensées à un bénéficiaire hospitalisé, dont l'hospitalisation donne lieu au paiement d'un montant par admission et/ou d'un montant par jour et à un bénéficiaire dont le séjour dans un établissement hospitalier donne lieu au paiement d'un des montants prévus à l'article 4, §§ 3 à 7, de la convention nationale entre les établissements hospitaliers et les organismes assureurs (et en ce qui concerne les bénéficiaires pour lesquels une intervention forfaitaire dans le coût de la dialyse est remboursée en exécution de l'arrêté royal du 23 juin 2003 portant exécution de l'article 71bis, §§ 1er et 2 de la loi coordonnée du 14 juillet 1994).
Cette obligation ne joue cependant pas pour les prestations effectuées par un dispensateur de soins non attaché à l'hôpital, ni pour celles exécutées par le médecin qui, au 31 décembre 1983, exerce depuis vingt ans au minimum dans un hôpital et qui, à cette date, perçoit lui-même ses honoraires pour autant qu'il soit autorisé à continuer à les percevoir lui-même, conformément aux dispositions de l'article 143, § 2, de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987;
2° les prestations de biologie clinique, d'anatomopathologie et de médecine nucléaire in vitro effectuées par les laboratoires agréés au sens des articles 63 et 65 de la loi. Les prestations dispensées à un bénéficiaire qui ne se trouve pas dans un établissement hospitalier et effectuées dans des laboratoires pour lesquels le montant annuel de l'intervention de l'assurance n'atteint pas 25.000,00 EUR, ne tombent pas sous l'application de cette disposition;
3° les prestations non visées sous 1° ou 2° dispensées dans un établissement hospitalier et pour lesquelles le tiers-payant peut être appliqué de même que les prestations pharmaceutiques, délivrées par l'officine ou le dépôt des médicaments de l'hôpital aux bénéficiaires qui ne se trouvent pas dans un établissement hospitalier, excepté les médicaments délivrés aux bénéficiaires qui séjournent dans les maisons de soins psychiatriques.
Les modalités selon lesquelles doivent s'effectuer l'établissement et la délivrance des données de facturation par supports magnétiques ou électroniques, sont fixées par le Comité de l'assurance. Dans les cas où les dispensateurs de soins sont tenus, en vertu de l'article 37 de l'arrêté royal du 22 février 1998, de faire usage de la carte d'identité sociale des bénéficiaires, la preuve de l'usage de la carte d'identité sociale doit faire partie de la délivrance des supports magnétiques ou électroniques, de la façon déterminée par les modalités susvisées, fixées par le Comité de l'assurance.
4° les prestations dispensées par une maison de soins psychiatriques, visée à l'article 34, alinéa 1er, 11°, de la loi, de même que les prestations pharmaceutiques délivrées aux bénéficiaires qui y résident.
§ 17. Pour les prestations ou fournitures visées ci-dessous, l'intervention de l'assurance soins de santé ne peut être octroyée qu'à la condition que la demande ou la prescription comporte toutes les données figurant au modèle repris à l'annexe 32 :
- les soins donnés par des praticiens de l'art infirmier et des accoucheuses qui ne sont remboursés que s'ils ont été prescrits par un médecin;
- les traitements relevant de la compétence des kinésithérapeutes;
- les prestations de biologie clinique, de médecine nucléaire in vitro, d'anatomopathologie et de génétique;
- les prestations de radiodiagnostic;
- les prestations ou fournitures considérées comme relevant de la compétence des bandagistes, des orthopédistes ou des opticiens;
- les prestations effectuées par des logopèdes ou des orthoptistes;
- les appareils à parler pour personnes ayant subi une laryngectomie, les prothèses externes en cas de mutilation faciale, les prothèses capillaires, les lunettes télescopiques, le matériel pour le traitement à domicile de l'anémie de Cooley.
Pour les prestations de diététiques et de podologie, l'intervention de l'assurance soins de santé peut être accordée à condition que la demande soit introduite au moyen du formulaire dont le modèle est repris à l'annexe 66.
§ 18. Pour les prestations de biologie clinique, d'anatomo-pathologie et de médecine nucléaire in vitro, l'intervention de l'assurance soins de santé n'est due qu'à partir du moment, mais également jusqu'au moment, où le Service des soins de santé de l'Institut est informé de l'agrément ou de la modification de l'agrément, par le Ministre qui a la Santé publique dans ses compétences, du laboratoire dans lequel celles-ci sont exécutées et au plus tôt à partir du moment où cet agrément entre en vigueur, mais également jusqu'au moment où cette modification de l'agrément entre en vigueur.
Le Service des soins de santé en informe sans délai les organismes assureurs.
(Au cours d'une période transitoire allant jusqu'au 31 décembre 2008, l'intervention de l'assurance soins de santé pour les prestations reprises aux articles 24bis et 33bis de l'arrêté royal du 17 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités est due, par dérogation aux dispositions du premier alinéa, à partir de la date d'agrément qui est communiquée au Service des soins de santé par le Ministre ayant la Santé publique dans ses attributions.)
§ 19. L'intervention de l'assurance soins de santé pour les prestations de l'article 32 de la nomenclature est subordonnée à la condition qu'un numéro d'identification de laboratoire soit mentionné lors de l'attestation et de la facturation de ces prestations.
Si les prestations sont effectuées dans un laboratoire de biologie clinique agréé, il y a lieu d'utiliser le numéro d'agrément du laboratoire.
Si les prestations ne sont pas effectuées dans un laboratoire de biologie clinique agréé, il y a lieu d'utiliser le numéro d'identification attribué à cette fin par le Service des soins de santé de l'Institut.
(§ 20. Toutes les attestations de soins délivrées en carnets visées à l'article 53, § 2 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, portent un signe lisible par lecture optique (du type Datamatrix) permettant uniquement de garantir la fiabilité et la sécurité de la production et de la distribution des attestations de soins.)
§ 21. [19 ...]19.
Les dents surnuméraires sont mentionnées à l'aide des codes dentaires indiqués entre parenthèses. Le même numéro peut être utilisé à maintes reprises pour plusieurs dents surnuméraires sur le même quadrant.]3
[9 Le Conseil technique dentaire détermine pour quelles prestations dentaires de la nomenclature une codification dentaire est exigé.]9
§ 16. L'intervention de l'assurance soins de santé ne peut être accordée qu'à la condition que la facturation soit associée à la délivrance des données de facturation par support magnétique ou électronique, pour les prestations suivantes facturées dans le cadre du tiers-payant :
1° les prestations dispensées à un bénéficiaire hospitalisé, dont l'hospitalisation donne lieu au paiement d'un montant par admission et/ou d'un montant par jour et à un bénéficiaire dont le séjour dans un établissement hospitalier donne lieu au paiement d'un des montants prévus à l'article 4, §§ 3 à 7, de la convention nationale entre les établissements hospitaliers et les organismes assureurs (et en ce qui concerne les bénéficiaires pour lesquels une intervention forfaitaire dans le coût de la dialyse est remboursée en exécution de l'arrêté royal du 23 juin 2003 portant exécution de l'article 71bis, §§ 1er et 2 de la loi coordonnée du 14 juillet 1994).
Cette obligation ne joue cependant pas pour les prestations effectuées par un dispensateur de soins non attaché à l'hôpital, ni pour celles exécutées par le médecin qui, au 31 décembre 1983, exerce depuis vingt ans au minimum dans un hôpital et qui, à cette date, perçoit lui-même ses honoraires pour autant qu'il soit autorisé à continuer à les percevoir lui-même, conformément aux dispositions de l'article 143, § 2, de la loi sur les hôpitaux, coordonnée le 7 août 1987;
2° les prestations de biologie clinique, d'anatomopathologie et de médecine nucléaire in vitro effectuées par les laboratoires agréés au sens des articles 63 et 65 de la loi. Les prestations dispensées à un bénéficiaire qui ne se trouve pas dans un établissement hospitalier et effectuées dans des laboratoires pour lesquels le montant annuel de l'intervention de l'assurance n'atteint pas 25.000,00 EUR, ne tombent pas sous l'application de cette disposition;
3° les prestations non visées sous 1° ou 2° dispensées dans un établissement hospitalier et pour lesquelles le tiers-payant peut être appliqué de même que les prestations pharmaceutiques, délivrées par l'officine ou le dépôt des médicaments de l'hôpital aux bénéficiaires qui ne se trouvent pas dans un établissement hospitalier, excepté les médicaments délivrés aux bénéficiaires qui séjournent dans les maisons de soins psychiatriques.
Les modalités selon lesquelles doivent s'effectuer l'établissement et la délivrance des données de facturation par supports magnétiques ou électroniques, sont fixées par le Comité de l'assurance. Dans les cas où les dispensateurs de soins sont tenus, en vertu de l'article 37 de l'arrêté royal du 22 février 1998, de faire usage de la carte d'identité sociale des bénéficiaires, la preuve de l'usage de la carte d'identité sociale doit faire partie de la délivrance des supports magnétiques ou électroniques, de la façon déterminée par les modalités susvisées, fixées par le Comité de l'assurance.
4° les prestations dispensées par une maison de soins psychiatriques, visée à l'article 34, alinéa 1er, 11°, de la loi, de même que les prestations pharmaceutiques délivrées aux bénéficiaires qui y résident.
§ 17. Pour les prestations ou fournitures visées ci-dessous, l'intervention de l'assurance soins de santé ne peut être octroyée qu'à la condition que la demande ou la prescription comporte toutes les données figurant au modèle repris à l'annexe 32 :
- les soins donnés par des praticiens de l'art infirmier et des accoucheuses qui ne sont remboursés que s'ils ont été prescrits par un médecin;
- les traitements relevant de la compétence des kinésithérapeutes;
- les prestations de biologie clinique, de médecine nucléaire in vitro, d'anatomopathologie et de génétique;
- les prestations de radiodiagnostic;
- les prestations ou fournitures considérées comme relevant de la compétence des bandagistes, des orthopédistes ou des opticiens;
- les prestations effectuées par des logopèdes ou des orthoptistes;
- les appareils à parler pour personnes ayant subi une laryngectomie, les prothèses externes en cas de mutilation faciale, les prothèses capillaires, les lunettes télescopiques, le matériel pour le traitement à domicile de l'anémie de Cooley.
Pour les prestations de diététiques et de podologie, l'intervention de l'assurance soins de santé peut être accordée à condition que la demande soit introduite au moyen du formulaire dont le modèle est repris à l'annexe 66.
§ 18. Pour les prestations de biologie clinique, d'anatomo-pathologie et de médecine nucléaire in vitro, l'intervention de l'assurance soins de santé n'est due qu'à partir du moment, mais également jusqu'au moment, où le Service des soins de santé de l'Institut est informé de l'agrément ou de la modification de l'agrément, par le Ministre qui a la Santé publique dans ses compétences, du laboratoire dans lequel celles-ci sont exécutées et au plus tôt à partir du moment où cet agrément entre en vigueur, mais également jusqu'au moment où cette modification de l'agrément entre en vigueur.
Le Service des soins de santé en informe sans délai les organismes assureurs.
(Au cours d'une période transitoire allant jusqu'au 31 décembre 2008, l'intervention de l'assurance soins de santé pour les prestations reprises aux articles 24bis et 33bis de l'arrêté royal du 17 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités est due, par dérogation aux dispositions du premier alinéa, à partir de la date d'agrément qui est communiquée au Service des soins de santé par le Ministre ayant la Santé publique dans ses attributions.)
§ 19. L'intervention de l'assurance soins de santé pour les prestations de l'article 32 de la nomenclature est subordonnée à la condition qu'un numéro d'identification de laboratoire soit mentionné lors de l'attestation et de la facturation de ces prestations.
Si les prestations sont effectuées dans un laboratoire de biologie clinique agréé, il y a lieu d'utiliser le numéro d'agrément du laboratoire.
Si les prestations ne sont pas effectuées dans un laboratoire de biologie clinique agréé, il y a lieu d'utiliser le numéro d'identification attribué à cette fin par le Service des soins de santé de l'Institut.
(§ 20. Toutes les attestations de soins délivrées en carnets visées à l'article 53, § 2 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, portent un signe lisible par lecture optique (du type Datamatrix) permettant uniquement de garantir la fiabilité et la sécurité de la production et de la distribution des attestations de soins.)
§ 21. [19 ...]19.
Modifications
Art. 6bis. § 1. [1 Indien de documenten, waarvan de modellen in de bijlagen van de verordening zijn opgenomen, voorzien in de mogelijkheid om een kleefbriefje van de verzekeringsinstelling aan te brengen ter identificatie van de rechthebbende, dan moet dit kleefbriefje aan volgende voorschriften beantwoorden :
- het mag een maximaal formaat hebben van 2,54 cm x 7,9 cm;
- het bevat uitsluitend volgende gegevens :
- Een barcode van het type 128, die het INSZ-nummer herneemt in 11 posities zonder blanco spaties (JJMMDDXXXXX)
- Het INSZ-nummer van de rechthebbende
- De naam en voornaam van de rechthebbende
Deze gegevens zijn verplicht.
- De naam en het nummer van de verzekeringsinstelling
- Het interne nummer van de rechthebbende
- Het adres van de rechthebbende
- De code CG1/CG2
Deze gegevens zijn facultatief.]1
§ 2. Indien de rechthebbende nog niet beschikt over een INSZ-nummer, wordt de barcode niet afgedrukt en wordt de geslachtscode (1 = man, 2 = vrouw) van de rechthebbende hernomen.
- het mag een maximaal formaat hebben van 2,54 cm x 7,9 cm;
- het bevat uitsluitend volgende gegevens :
- Een barcode van het type 128, die het INSZ-nummer herneemt in 11 posities zonder blanco spaties (JJMMDDXXXXX)
- Het INSZ-nummer van de rechthebbende
- De naam en voornaam van de rechthebbende
Deze gegevens zijn verplicht.
- De naam en het nummer van de verzekeringsinstelling
- Het interne nummer van de rechthebbende
- Het adres van de rechthebbende
- De code CG1/CG2
Deze gegevens zijn facultatief.]1
§ 2. Indien de rechthebbende nog niet beschikt over een INSZ-nummer, wordt de barcode niet afgedrukt en wordt de geslachtscode (1 = man, 2 = vrouw) van de rechthebbende hernomen.
Modifications
Art. 6bis. § 1er. [1 Lorsque les documents dont les modèles figurent aux annexes du règlement prévoient la possibilité d'apposer une vignette de l'organisme assureur pour identifier le bénéficiaire, cette vignette doit répondre aux prescriptions suivantes :
- elle doit respecter un format maximum 2,54 cm X 7,9 cm ;
- seules les mentions suivantes peuvent y figurer:
- Un code barre du type 128, reprenant le numéro NISS en 11 positions sans espace ni blanc (AAMMJJXXXXX)
- Le numéro NISS du bénéficiaire
- Le nom et le prénom du bénéficiaire
Ces données sont obligatoires.
- Le nom et le numéro de l'organisme assureur
- Le numéro interne du bénéficiaire
- L' adresse du bénéficiaire
- Le code CT1/CT2.
Ces données sont facultatives.]1
§ 2. Si le bénéficiaire n'a pas encore un numéro NISS, le code barre n'est pas imprimé et le code sexe (1 = homme, 2 = femme) du bénéficiaire doit être repris.
- elle doit respecter un format maximum 2,54 cm X 7,9 cm ;
- seules les mentions suivantes peuvent y figurer:
- Un code barre du type 128, reprenant le numéro NISS en 11 positions sans espace ni blanc (AAMMJJXXXXX)
- Le numéro NISS du bénéficiaire
- Le nom et le prénom du bénéficiaire
Ces données sont obligatoires.
- Le nom et le numéro de l'organisme assureur
- Le numéro interne du bénéficiaire
- L' adresse du bénéficiaire
- Le code CT1/CT2.
Ces données sont facultatives.]1
§ 2. Si le bénéficiaire n'a pas encore un numéro NISS, le code barre n'est pas imprimé et le code sexe (1 = homme, 2 = femme) du bénéficiaire doit être repris.
Modifications
HOOFDSTUK IV. - Opneming in een ziekenhuis.
CHAPITRE IV. - De l'hospitalisation.
Art. 7. § 1. Wanneer het niet mogelijk is op ambulante wijze een diagnose te stellen, een therapie toe te passen of een besmettelijke zieke daadwerkelijk af te zonderen, mag de rechthebbende worden opgenomen in een ziekenhuisdienst die daartoe is erkend door de daarvoor bevoegde Minister. [3 Ofwel een arts, een tandarts of vroedvrouw kan de beslissing tot opname in een ziekenhuis nemen.]3
[3 ...]3 De geneesheer die het toezicht uitoefent op de in een ziekenhuis opgenomen rechthebbende, ontslaat deze zodra de in het eerste lid vermelde voorwaarden tot opneming niet meer vervuld zijn. De adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling kan nochtans vaststellen dat de voorwaarden voor ziekenhuisopneming, vermeld in het eerste lid, niet meer vervuld zijn : in die gevallen wordt een einde gemaakt aan de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in de verpleegkosten.
Voor de rechthebbenden die krachtens een beschermingsmaatregel zijn opgenomen zoals voorzien bij de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, worden de opneming en de ziekenhuisverpleging als vereist beschouwd.
§ 2. 1. Bij elke opneming van een rechthebbende in het ziekenhuis zendt de verplegingsinrichting, binnen drie werkdagen na de dag van de opneming, aan de verzekeringsinstelling een in tweevoud opgemaakte kennisgeving van ziekenhuisverpleging en betalingsverbintenis conform de modellen vervat in bijlage 33, a en b. Bij het versturen ervan bewaart de verpleeginrichting hiervan een dubbel, volgens het model vervat in bijlage 33, c.
2. Binnen drie werkdagen na de dag van ontvangst van de kennisgeving van ziekenhuisverpleging en betalingsverbintenis, stuurt de verzekeringsinstelling één exemplaar van dat bescheid terug naar de verplegingsinrichting ter kennisgeving van haar betalingsverbintenis of geeft ze kennis aan de verplegingsinrichting van haar eventuele weigering om de betalingsverbintenis af te leveren. (Op de kennisgeving van ziekenhuisverpleging (bijlage 33, a, b en d ) vult de verzekeringsinstelling in het vakje " recht op de maximumfactuur in het jaar " het jaartal in waarin de rechthebbende recht heeft op de maximumfactuur.)
De verzekeringsinstellingen hebben de mogelijkheid om, binnen dezelfde termijn, hun betalingsverbintenis of hun eventuele weigering van de betalingsverbintenis mee te delen door middel van een document dat overeenstemt met de modellen vervat in de bijlagen 33, d en e.
3. De kennisgeving van de betalingsverbintenis of van weigering geldt vanaf het begin van de opneming in een verpleeginrichting.
4. Voorzover de verplegingsinrichting de vormen en termijnen in acht heeft genomen die onder punt 1. zijn vastgesteld voor het doorzenden van de kennisgeving van ziekenhuisverpleging en betalingsverbintenis, wordt de betalingsverbintenis als verworven beschouwd indien de verzekeringsinstelling de onder punt 2. bepaalde formaliteiten niet binnen de vastgestelde termijn vervult.
5. [6 Voor geïnterneerden die overeenkomstig artikel 19 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering geplaatst zijn in een ziekenhuis vangt op 1 januari 2018 een eerste periode van hospitalisatie aan. Voor de geplaatste geïnterneerden die voorkomen op een lijst die het ziekenhuis kreeg van het Instituut, stuurt het ziekenhuis op 1 januari 2018 naar elke verzekeringsinstelling een lijst terug met vermelding van de leden van de verzekeringsinstelling die op 1 januari 2018 bij haar zijn geplaatst.]6
§ 3. Indien de opname in een verpleeginrichting langer duurt dan vijftien kalenderdagen, zendt het ziekenhuis, uiterlijk de vijftiende dag van de ziekenhuisverpleging, aan de adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling een aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging in drie exemplaren conform de modellen vervat in bijlagen 34a, 34b en 34c. Deze bepaling sluit niet uit dat de bevoegde controleorganen tussenbeide kunnen komen tijdens een opneming in een ziekenhuis waarvan de duur gelijk is aan of korter is dan vijftien dagen.
De adviserend geneesheer geeft aan het ziekenhuis kennis van zijn beslissing binnen twee werkdagen na de dag van ontvangst van de aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging.
Telkens wanneer de opname in een verpleeginrichting langer duurt dan het door de adviserend geneesheer vastgestelde tijdvak, zendt het ziekenhuis, uiterlijk de laatste dag van dat tijdvak, aan de adviserend geneesheer een nieuwe aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging.
§ 4. In geval van een beschermingsmaatregel, wanneer het verder verblijf in de instelling na opneming ter observatie noodzakelijk wordt geacht, en conform de bepalingen van artikel 13 van de voornoemde wet van 26 juni 1990 is beslist, zendt het ziekenhuis, uiterlijk de veertigste dag van de ziekenhuisverpleging, een aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging aan de adviserend geneesheer zoals bedoeld in het eerste lid van § 3. Die verlenging van ziekenhuisverpleging wordt toegekend voor een periode van maximum 2 jaar : van deze verlenging wordt binnen de in het tweede lid van § 3 vermelde termijnen kennis gegeven; ze kan telkens worden vernieuwd voor nieuwe periodes van twee jaar.
[6 Voor geïnterneerden die overeenkomstig artikel 19 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering geplaatst zijn in een ziekenhuis wordt de verlenging van ziekenhuisopname automatisch toegekend door de adviserend arts.]6
§ 5. Bij elk ontslag uit het ziekenhuis zendt dit laatste, binnen twee werkdagen na de laatste dag van ziekenhuisverpleging, aan de adviserend geneesheer een kennisgeving van einde ziekenhuisverpleging in twee exemplaren conform de modellen vervat in bijlage 35, a en 35, b.
[6 Voor geïnterneerden die overeenkomstig artikel 19 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering geplaatst zijn in een ziekenhuis betekent het einde van de plaatsing eveneens het einde van de lopende periode van hospitalisatie. Elke opname in een ziekenhuis die daarop volgt wordt beschouwd als een eerste opname.]6
§ 6. In geval van herhaalde vertraging in het verzenden van de bescheiden waarin is voorzien in de §§ 2, 3, 4 en 5 verwittigt de verzekeringsinstelling het ziekenhuis daarvan met een aangetekende brief. Indien het ziekenhuis binnen dertig dagen geen enkele maatregel heeft genomen om een regelmatig toezenden van de bescheiden te waarborgen, mag de verzekeringsinstelling de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging bij elke late toezending weigeren voor de verpleegkosten die overeenstemmen met de dagen vertraging.
Het ziekenhuis mag de verpleegkosten met betrekking tot de dagen waarvoor de tegemoetkoming aldus geweigerd is, niet aanrekenen aan de rechthebbende.
§ 7. Voor de toepassing van dit artikel :
- wordt de zaterdag niet als werkdag beschouwd;
- worden de verloven, toegestaan in het raam van de toepassing van de nationale overeenkomsten, afgesloten tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen, alsmede de weekeindverloven geacht de opneming niet te onderbreken;
- worden de dagen afwezigheid voor therapeutische doeleinden, welke in de psychiatrische inrichtingen en diensten zijn toegestaan in het raam van de toepassing van de vorenbedoelde nationale overeenkomsten, eveneens geacht de opneming niet te onderbreken. De psychiatrische inrichtingen en diensten zijn evenwel verplicht de verzekeringsinstelling van de rechthebbenden in te lichten over het verlof dat is genomen.
§ 8. De Dienst voor geneeskundige verzorging mag afwijkingen toestaan in verband met de in §§ 2, 3 en 5 bepaalde modellen, voor zover die afwijkingen de basistekst, in de vastgestelde volgorde, het eenvormig formaat en de mogelijkheid van rechtstreekse doordruk waarborgen.
§ 9. Behoudens andersluidend schriftelijk verzoek van de verzekeringsinstelling, moeten de in de §§ 2, 3 en 5 bedoelde bescheiden rechtstreeks aan de zetel van het betrokken ziekenfonds, gewestelijke dienst of aan het gewestelijk geneeskundig centrum van de [2 Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail]2 worden verzonden.
§ 10. [Met ingang van 1 juli 2006 dienen de documenten, zoals voorzien in de §§ 2 tot 5 en in artikel 8, tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen onderling op elektronische wijze te worden overgemaakt. Daartoe dienen alle ziekenhuizen vóór 31 december 2005 zich te engageren om toe te treden tot CareNet. [1 Met ingang van 1 januari 2010 dienen de documenten, zoals voorzien in het artikel 6, § 1, 8° tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen onderling op elektronische wijze te worden overgemaakt.]1 [4 Met ingang van 1 juni 2015 dienen de documenten, zoals voorzien in de §§ 2 tot 5, artikel 6, § 1, 8° en 8° bis en artikel 8 tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen onderling op elektronische wijze te worden overgemaakt via MyCareNet.]4
Deze gegevensoverdracht moet gebeuren volgens de modaliteiten die worden vastgesteld door het Verzekeringscomité.
Deze gegevensoverdracht is enkel mogelijk indien de bepalingen van het protocol worden toegepast, gesloten op 19 april 2001 tussen de representatieve organisaties van de verpleeginrichtingen en de verzekeringsinstellingen, houdende de voorwaarden en modaliteiten volgens welke bewijskracht kan worden gegeven tot het bewijs van het tegendeel aan gegevens die worden opgeslagen of bewaard door middel van een elektronische, fotografische, optische of elke andere techniek, of medegedeeld op een andere wijze dan op een papieren drager, evenals de voorwaarden en modaliteiten volgens welke deze gegevens worden weergegeven op papieren drager of op elke andere leesbare drager, en dit in toepassing van het koninklijk besluit van 27 april 1999 betreffende de bewijskracht van de door de zorgverleners en de verzekeringsinstellingen opgeslagen, verwerkte, weergegeven of meegedeelde gegevens.
In afwijking van de bepalingen van § 5 dient de administratieve mededeling van het ontslag van de patiënt te gebeuren binnen de twee werkdagen na de laatste dag ziekenhuisverpleging en dient de mededeling van het geneeskundig verslag ter verantwoording van de ziekenhuisverpleging te gebeuren binnen de 30 dagen na het einde van de ziekenhuisverpleging.
De ziekenhuizen die de in het eerste lid bedoelde datum van [1 1 januari 2010]1 niet kunnen halen, dienen tegen uiterlijk [1 1 juli 2009]1 aan de Overeenkomstencommissie tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen een dossier over te maken waarin zij motiveren waarom die datum niet haalbaar is. Daarbij dient een planning te worden gevoegd waarbinnen het ziekenhuis effectief de gegevens op elektronische wijze kan overmaken. Deze planning dient eerst te worden besproken met de Coördinatiecel CareNet van het Nationaal Intermutualistisch College en gezamenlijk goedgekeurd.
Op basis van dat dossier zal de Overeenkomstencommissie de datum bepalen waarop de verplichting tot de in deze paragraaf bedoelde gegevensoverdracht op elektronische wijze ingaat. Deze datum, die per ziekenhuis wordt vastgelegd, kan nadien niet meer worden aangepast, tenzij in geval van overmacht.
[5 ...]5.)
[3 ...]3 De geneesheer die het toezicht uitoefent op de in een ziekenhuis opgenomen rechthebbende, ontslaat deze zodra de in het eerste lid vermelde voorwaarden tot opneming niet meer vervuld zijn. De adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling kan nochtans vaststellen dat de voorwaarden voor ziekenhuisopneming, vermeld in het eerste lid, niet meer vervuld zijn : in die gevallen wordt een einde gemaakt aan de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in de verpleegkosten.
Voor de rechthebbenden die krachtens een beschermingsmaatregel zijn opgenomen zoals voorzien bij de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, worden de opneming en de ziekenhuisverpleging als vereist beschouwd.
§ 2. 1. Bij elke opneming van een rechthebbende in het ziekenhuis zendt de verplegingsinrichting, binnen drie werkdagen na de dag van de opneming, aan de verzekeringsinstelling een in tweevoud opgemaakte kennisgeving van ziekenhuisverpleging en betalingsverbintenis conform de modellen vervat in bijlage 33, a en b. Bij het versturen ervan bewaart de verpleeginrichting hiervan een dubbel, volgens het model vervat in bijlage 33, c.
2. Binnen drie werkdagen na de dag van ontvangst van de kennisgeving van ziekenhuisverpleging en betalingsverbintenis, stuurt de verzekeringsinstelling één exemplaar van dat bescheid terug naar de verplegingsinrichting ter kennisgeving van haar betalingsverbintenis of geeft ze kennis aan de verplegingsinrichting van haar eventuele weigering om de betalingsverbintenis af te leveren. (Op de kennisgeving van ziekenhuisverpleging (bijlage 33, a, b en d ) vult de verzekeringsinstelling in het vakje " recht op de maximumfactuur in het jaar " het jaartal in waarin de rechthebbende recht heeft op de maximumfactuur.)
De verzekeringsinstellingen hebben de mogelijkheid om, binnen dezelfde termijn, hun betalingsverbintenis of hun eventuele weigering van de betalingsverbintenis mee te delen door middel van een document dat overeenstemt met de modellen vervat in de bijlagen 33, d en e.
3. De kennisgeving van de betalingsverbintenis of van weigering geldt vanaf het begin van de opneming in een verpleeginrichting.
4. Voorzover de verplegingsinrichting de vormen en termijnen in acht heeft genomen die onder punt 1. zijn vastgesteld voor het doorzenden van de kennisgeving van ziekenhuisverpleging en betalingsverbintenis, wordt de betalingsverbintenis als verworven beschouwd indien de verzekeringsinstelling de onder punt 2. bepaalde formaliteiten niet binnen de vastgestelde termijn vervult.
5. [6 Voor geïnterneerden die overeenkomstig artikel 19 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering geplaatst zijn in een ziekenhuis vangt op 1 januari 2018 een eerste periode van hospitalisatie aan. Voor de geplaatste geïnterneerden die voorkomen op een lijst die het ziekenhuis kreeg van het Instituut, stuurt het ziekenhuis op 1 januari 2018 naar elke verzekeringsinstelling een lijst terug met vermelding van de leden van de verzekeringsinstelling die op 1 januari 2018 bij haar zijn geplaatst.]6
§ 3. Indien de opname in een verpleeginrichting langer duurt dan vijftien kalenderdagen, zendt het ziekenhuis, uiterlijk de vijftiende dag van de ziekenhuisverpleging, aan de adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling een aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging in drie exemplaren conform de modellen vervat in bijlagen 34a, 34b en 34c. Deze bepaling sluit niet uit dat de bevoegde controleorganen tussenbeide kunnen komen tijdens een opneming in een ziekenhuis waarvan de duur gelijk is aan of korter is dan vijftien dagen.
De adviserend geneesheer geeft aan het ziekenhuis kennis van zijn beslissing binnen twee werkdagen na de dag van ontvangst van de aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging.
Telkens wanneer de opname in een verpleeginrichting langer duurt dan het door de adviserend geneesheer vastgestelde tijdvak, zendt het ziekenhuis, uiterlijk de laatste dag van dat tijdvak, aan de adviserend geneesheer een nieuwe aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging.
§ 4. In geval van een beschermingsmaatregel, wanneer het verder verblijf in de instelling na opneming ter observatie noodzakelijk wordt geacht, en conform de bepalingen van artikel 13 van de voornoemde wet van 26 juni 1990 is beslist, zendt het ziekenhuis, uiterlijk de veertigste dag van de ziekenhuisverpleging, een aanvraag om verlenging van ziekenhuisverpleging aan de adviserend geneesheer zoals bedoeld in het eerste lid van § 3. Die verlenging van ziekenhuisverpleging wordt toegekend voor een periode van maximum 2 jaar : van deze verlenging wordt binnen de in het tweede lid van § 3 vermelde termijnen kennis gegeven; ze kan telkens worden vernieuwd voor nieuwe periodes van twee jaar.
[6 Voor geïnterneerden die overeenkomstig artikel 19 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering geplaatst zijn in een ziekenhuis wordt de verlenging van ziekenhuisopname automatisch toegekend door de adviserend arts.]6
§ 5. Bij elk ontslag uit het ziekenhuis zendt dit laatste, binnen twee werkdagen na de laatste dag van ziekenhuisverpleging, aan de adviserend geneesheer een kennisgeving van einde ziekenhuisverpleging in twee exemplaren conform de modellen vervat in bijlage 35, a en 35, b.
[6 Voor geïnterneerden die overeenkomstig artikel 19 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering geplaatst zijn in een ziekenhuis betekent het einde van de plaatsing eveneens het einde van de lopende periode van hospitalisatie. Elke opname in een ziekenhuis die daarop volgt wordt beschouwd als een eerste opname.]6
§ 6. In geval van herhaalde vertraging in het verzenden van de bescheiden waarin is voorzien in de §§ 2, 3, 4 en 5 verwittigt de verzekeringsinstelling het ziekenhuis daarvan met een aangetekende brief. Indien het ziekenhuis binnen dertig dagen geen enkele maatregel heeft genomen om een regelmatig toezenden van de bescheiden te waarborgen, mag de verzekeringsinstelling de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging bij elke late toezending weigeren voor de verpleegkosten die overeenstemmen met de dagen vertraging.
Het ziekenhuis mag de verpleegkosten met betrekking tot de dagen waarvoor de tegemoetkoming aldus geweigerd is, niet aanrekenen aan de rechthebbende.
§ 7. Voor de toepassing van dit artikel :
- wordt de zaterdag niet als werkdag beschouwd;
- worden de verloven, toegestaan in het raam van de toepassing van de nationale overeenkomsten, afgesloten tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen, alsmede de weekeindverloven geacht de opneming niet te onderbreken;
- worden de dagen afwezigheid voor therapeutische doeleinden, welke in de psychiatrische inrichtingen en diensten zijn toegestaan in het raam van de toepassing van de vorenbedoelde nationale overeenkomsten, eveneens geacht de opneming niet te onderbreken. De psychiatrische inrichtingen en diensten zijn evenwel verplicht de verzekeringsinstelling van de rechthebbenden in te lichten over het verlof dat is genomen.
§ 8. De Dienst voor geneeskundige verzorging mag afwijkingen toestaan in verband met de in §§ 2, 3 en 5 bepaalde modellen, voor zover die afwijkingen de basistekst, in de vastgestelde volgorde, het eenvormig formaat en de mogelijkheid van rechtstreekse doordruk waarborgen.
§ 9. Behoudens andersluidend schriftelijk verzoek van de verzekeringsinstelling, moeten de in de §§ 2, 3 en 5 bedoelde bescheiden rechtstreeks aan de zetel van het betrokken ziekenfonds, gewestelijke dienst of aan het gewestelijk geneeskundig centrum van de [2 Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail]2 worden verzonden.
§ 10. [Met ingang van 1 juli 2006 dienen de documenten, zoals voorzien in de §§ 2 tot 5 en in artikel 8, tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen onderling op elektronische wijze te worden overgemaakt. Daartoe dienen alle ziekenhuizen vóór 31 december 2005 zich te engageren om toe te treden tot CareNet. [1 Met ingang van 1 januari 2010 dienen de documenten, zoals voorzien in het artikel 6, § 1, 8° tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen onderling op elektronische wijze te worden overgemaakt.]1 [4 Met ingang van 1 juni 2015 dienen de documenten, zoals voorzien in de §§ 2 tot 5, artikel 6, § 1, 8° en 8° bis en artikel 8 tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen onderling op elektronische wijze te worden overgemaakt via MyCareNet.]4
Deze gegevensoverdracht moet gebeuren volgens de modaliteiten die worden vastgesteld door het Verzekeringscomité.
Deze gegevensoverdracht is enkel mogelijk indien de bepalingen van het protocol worden toegepast, gesloten op 19 april 2001 tussen de representatieve organisaties van de verpleeginrichtingen en de verzekeringsinstellingen, houdende de voorwaarden en modaliteiten volgens welke bewijskracht kan worden gegeven tot het bewijs van het tegendeel aan gegevens die worden opgeslagen of bewaard door middel van een elektronische, fotografische, optische of elke andere techniek, of medegedeeld op een andere wijze dan op een papieren drager, evenals de voorwaarden en modaliteiten volgens welke deze gegevens worden weergegeven op papieren drager of op elke andere leesbare drager, en dit in toepassing van het koninklijk besluit van 27 april 1999 betreffende de bewijskracht van de door de zorgverleners en de verzekeringsinstellingen opgeslagen, verwerkte, weergegeven of meegedeelde gegevens.
In afwijking van de bepalingen van § 5 dient de administratieve mededeling van het ontslag van de patiënt te gebeuren binnen de twee werkdagen na de laatste dag ziekenhuisverpleging en dient de mededeling van het geneeskundig verslag ter verantwoording van de ziekenhuisverpleging te gebeuren binnen de 30 dagen na het einde van de ziekenhuisverpleging.
De ziekenhuizen die de in het eerste lid bedoelde datum van [1 1 januari 2010]1 niet kunnen halen, dienen tegen uiterlijk [1 1 juli 2009]1 aan de Overeenkomstencommissie tussen de ziekenhuizen en de verzekeringsinstellingen een dossier over te maken waarin zij motiveren waarom die datum niet haalbaar is. Daarbij dient een planning te worden gevoegd waarbinnen het ziekenhuis effectief de gegevens op elektronische wijze kan overmaken. Deze planning dient eerst te worden besproken met de Coördinatiecel CareNet van het Nationaal Intermutualistisch College en gezamenlijk goedgekeurd.
Op basis van dat dossier zal de Overeenkomstencommissie de datum bepalen waarop de verplichting tot de in deze paragraaf bedoelde gegevensoverdracht op elektronische wijze ingaat. Deze datum, die per ziekenhuis wordt vastgelegd, kan nadien niet meer worden aangepast, tenzij in geval van overmacht.
[5 ...]5.)
Modifications
Art. 7. § 1er. Lorsqu'il n'est pas possible, de manière ambulatoire, de poser un diagnostic, d'appliquer une thérapeutique ou d'isoler effectivement un contagieux, le bénéficiaire peut être hospitalisé dans un service hospitalier agréé à cet effet par le Ministre compétent en la matière. [3 Un médecin, un dentiste ou une sage-femme prend la décision d'admission.]3
[3 ...]3 Le médecin qui effectue la surveillance du bénéficiaire hospitalisé, fait sortir celui-ci dès que les conditions d'hospitalisation prévues à l'alinéa 1er ne sont plus remplies. Le médecin-conseil de l'organisme assureur peut cependant constater que les conditions d'hospitalisation prévues à l'alinéa 1er ne sont plus remplies : dans ces cas, il est mis fin à l'intervention de l'assurance soins de santé dans les frais d'hospitalisation.
Pour les bénéficiaires hospitalisés en vertu d'une mesure de protection telle que prévue par la loi du 26 juin 1990 relative à la protection de la personne des malades mentaux, l'admission et l'hospitalisation sont considérées comme étant exigées.
§ 2. 1. Lors de chaque hospitalisation d'un bénéficiaire, l'établissement hospitalier envoie à l'organisme assureur, dans les trois jours ouvrables qui suivent le jour de l'admission, une notification d'hospitalisation et d'engagement de paiement établie en double exemplaire, conforme aux modèles figurant aux annexes 33, a et b. Lors de sa transmission, l'établissement hospitalier en conserve un double, selon le modèle figurant à l'annexe 33, c.
2. Dans les trois jours ouvrables qui suivent le jour de la réception de la notification d'hospitalisation et d'engagement de paiement, l'organisme assureur renvoie un exemplaire de ce document à l'établissement hospitalier en vue de notifier son engagement de paiement ou il communique à l'établissement hospitalier son refus éventuel de délivrer l'engagement de paiement. (Aux modèles figurant à l'annexe 33, a, b et d, l'organisme assureur complète à la case " droit au maximum à facturer dans l'année " l'année au cours de laquelle le bénéficiaire a droit au maximum à facturer.)
Les organismes assureurs ont la faculté de communiquer, dans les mêmes délais, leur engagement de paiement ou leur refus éventuel d'engagement de paiement par le biais d'un document conforme aux modèles figurant aux annexe s 33, d et e.
3. La notification de l'engagement de paiement ou de refus est valable à partir du début de l'hospitalisation.
4. Pour autant que l'établissement hospitalier ait respecté les formes et délais visés au point 1. pour la transmission de la notification d'hospitalisation et d'engagement de paiement, l'engagement de paiement est considéré comme étant acquis si l'organisme assureur ne remplit pas la formalité visée au point 2. dans le délai prévu.
5. [6 Une première période d'hospitalisation débutera le 1er janvier 2018 pour les internés hospitalisés, conformément à l'article 19 de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement des personnes. Pour les internés placés inscrits sur une liste que l'hôpital a reçue de l'Institut, l'hôpital renverra le 1er janvier 2018, à chaque organisme assureur, une liste indiquant les membres de l'organisme assureur qui y sont placés au 1er janvier 2018.]6
§ 3. Au cas où la durée de l'hospitalisation dépasse quinze jours civils, l'hôpital envoie, au plus tard le quinzième jour de l'hospitalisation, au médecin-conseil de l'organisme assureur une demande de prolongation d'hospitalisation en trois exemplaires conformes aux modèles figurant aux annexe s 34a, 34b et 34c. Cette disposition n'exclut pas que les organes de contrôle compétents puissent intervenir lors d'une hospitalisation d'une durée égale ou inférieure à quinze jours.
Le médecin-conseil notifie sa décision à l'hôpital dans les deux jours ouvrables qui suivent le jour de la réception de la demande de prolongation d'hospitalisation.
Chaque fois que la durée de l'hospitalisation dépasse la période fixée par le médecin-conseil, l'hôpital envoie au médecin-conseil, au plus tard le dernier jour de cette période, une nouvelle demande de prolongation d'hospitalisation.
§ 4. Dans le cas d'une mesure de protection, lorsque le maintien de l'hospitalisation est jugé nécessaire après admission pour observation et a été décidé conformément aux dispositions de l'article 13 de la loi du 26 juin 1990 susmentionnée, l'hôpital envoie au médecin-conseil, au plus tard le quarantième jour de l'hospitalisation, une demande de prolongation d'hospitalisation comme il est stipulé au § 3, alinéa 1er. La prolongation de l'hospitalisation est accordée pour une période de 2 ans maximum : cette prolongation est notifiée dans les délais prévus au § 3, alinéa 2; elle peut toutefois être renouvelée pour de nouvelles périodes de deux ans.
[6 Pour les internés qui ont été hospitalisés en application de l'article 19 de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement des personnes, la prolongation de l'hospitalisation est automatiquement accordée par le médecin conseil.]6
§ 5. A la fin de chaque hospitalisation, l'hôpital envoie au médecin-conseil, dans les deux jours ouvrables qui suivent le dernier jour de l'hospitalisation, un avis de fin d'hospitalisation en deux exemplaires, conformes aux modèles figurant aux annexe s 35, a et 35, b.
[6 Pour les internés qui ont été hospitalisés en application de l'article 19 de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement des personnes, la fin du placement signifie également la fin de la période d'hospitalisation en cours. Chaque admission qui suit est considéré comme une première admission.]6
§ 6. En cas de retard répété dans l'envoi des documents prévus aux §§ 2, 3, 4 et 5, l'organisme assureur en avertit l'hôpital par lettre recommandée. Si dans les trente jours aucune mesure n'a été prise par l'hôpital en vue de garantir un envoi régulier des documents, l'organisme assureur peut refuser l'intervention de l'assurance soins de santé lors de chaque envoi tardif pour les frais d'hospitalisation qui correspondent aux jours de retard.
L'hôpital ne peut pas porter en compte au bénéficiaire les frais d'hospitalisation relatifs aux jours pour lesquels l'intervention est ainsi refusée.
§ 7. Pour l'application du présent article :
- le samedi n'est pas considéré comme jour ouvrable;
- les congés accordes dans le cadre de l'application des conventions nationales conclues entre les hôpitaux et les organismes assureurs, ainsi que les congés de fin de semaine sont censés ne pas interrompre l'hospitalisation;
- les journées d'absence à visée thérapeutique accordées dans le cadre de l'application des conventions nationales susvisées dans les établissements et services psychiatriques sont également censées ne pas interrompre l'hospitalisation. Les établissements et services psychiatriques sont toutefois tenus d'informer l'organisme assureur du bénéficiaire de la prise de congé.
§ 8. Le Service des soins de santé peut accorder des dérogations en ce qui concerne les modèles prévus aux §§ 2, 3 et 5 pour autant que ces dérogations garantissent le texte de base dans l'ordre fixé, le format uniforme et la possibilité de reproduction directe.
§ 9. Sauf demande écrite contraire de la part de l'organisme assureur, les documents prévus aux §§ 2, 3 et 5 doivent être adressés directement au siège de la mutualité intéressée, à l'office régional concerné ou au centre médical régional de la [2 Caisse des soins de santé de HR Rail]2.
§ 10. [A compter du 1er juillet 2006, les documents prévus aux §§ 2 à 5 ainsi qu'à l'article 8 doivent être transmis entre les hôpitaux et les organismes assureurs par voie électronique. Pour ce faire, tous les hôpitaux doivent s'engager à adhérer à CareNet avant le 31 décembre 2005. [1 A partir du 1er janvier 2010, les documents, ainsi que le prévoit l'article 6, § 1er, 8°, doivent être transmis entre les hôpitaux et les organismes assureurs par voie électronique.]1 [4 A partir du 1er juin 2015, les documents, tels que prévus aux §§ 2 à 5, à l'article 6, § 1er, 8° et 8° bis et à l'article 8 doivent être transmis entre les hôpitaux et les organismes assureurs par voie électronique via MyCareNet.]4
Cette transmission de données doit s'effectuer suivant les modalités définies par le Comité de l'assurance.
Cette transmission de données n'est possible qu'à la condition que soient appliquées les dispositions du protocole conclu le 19 avril 2001 entre les organisations représentatives des hôpitaux et les organismes assureurs, portant les conditions et les modalités selon lesquelles force probante peut être accordée jusqu'à preuve du contraire aux données qui sont enregistrées ou conservées au moyen d'un procédé électronique, photographique, optique ou de toute autre technique, ou communiquées d'une autre manière que sur un support papier, ainsi que les conditions et les modalités selon lesquelles ces données sont reproduites sur papier ou sur tout autre support lisible, et ce en application de l'arrêté royal du 27 avril 1999 relatif à la force probante des données enregistrées, traitées, reproduites ou communiquées par les dispensateurs de soins et les organismes assureurs.
Par dérogation aux dispositions du § 5, la communication administrative du départ du patient doit être faite dans les deux jours ouvrables qui suivent le dernier jour d'hospitalisation et la communication du rapport médical justifiant l'hospitalisation doit être faite dans les 30 jours suivant la fin de l'hospitalisation.
Les hôpitaux qui ne peuvent être prêts à la date du [1 1er janvier 2010]1 visée au premier alinéa, doivent transmettre à la Commission de conventions entre les hôpitaux et les organismes assureurs, au plus tard le [1 1er juillet 2009]1, un dossier dans lequel ils motivent le non-respect de cette date. Il convient en outre de joindre un planning permettant à l'hôpital de transmettre effectivement les données par voie électronique. Ce planning doit d'abord être examiné avec la Cellule de coordination CareNet du Collège intermutualiste national et approuvé d'un commun accord.
Sur base de ce dossier la Commission de convention déterminera la date à laquelle l'obligation de transmettre les données par voie électronique visée dans ce paragraphe entrera en vigueur. Cette date fixée par hôpital, ne pourra ensuite plus être modifiée sauf en cas de force majeure.
[5 ...]5.)
[3 ...]3 Le médecin qui effectue la surveillance du bénéficiaire hospitalisé, fait sortir celui-ci dès que les conditions d'hospitalisation prévues à l'alinéa 1er ne sont plus remplies. Le médecin-conseil de l'organisme assureur peut cependant constater que les conditions d'hospitalisation prévues à l'alinéa 1er ne sont plus remplies : dans ces cas, il est mis fin à l'intervention de l'assurance soins de santé dans les frais d'hospitalisation.
Pour les bénéficiaires hospitalisés en vertu d'une mesure de protection telle que prévue par la loi du 26 juin 1990 relative à la protection de la personne des malades mentaux, l'admission et l'hospitalisation sont considérées comme étant exigées.
§ 2. 1. Lors de chaque hospitalisation d'un bénéficiaire, l'établissement hospitalier envoie à l'organisme assureur, dans les trois jours ouvrables qui suivent le jour de l'admission, une notification d'hospitalisation et d'engagement de paiement établie en double exemplaire, conforme aux modèles figurant aux annexes 33, a et b. Lors de sa transmission, l'établissement hospitalier en conserve un double, selon le modèle figurant à l'annexe 33, c.
2. Dans les trois jours ouvrables qui suivent le jour de la réception de la notification d'hospitalisation et d'engagement de paiement, l'organisme assureur renvoie un exemplaire de ce document à l'établissement hospitalier en vue de notifier son engagement de paiement ou il communique à l'établissement hospitalier son refus éventuel de délivrer l'engagement de paiement. (Aux modèles figurant à l'annexe 33, a, b et d, l'organisme assureur complète à la case " droit au maximum à facturer dans l'année " l'année au cours de laquelle le bénéficiaire a droit au maximum à facturer.)
Les organismes assureurs ont la faculté de communiquer, dans les mêmes délais, leur engagement de paiement ou leur refus éventuel d'engagement de paiement par le biais d'un document conforme aux modèles figurant aux annexe s 33, d et e.
3. La notification de l'engagement de paiement ou de refus est valable à partir du début de l'hospitalisation.
4. Pour autant que l'établissement hospitalier ait respecté les formes et délais visés au point 1. pour la transmission de la notification d'hospitalisation et d'engagement de paiement, l'engagement de paiement est considéré comme étant acquis si l'organisme assureur ne remplit pas la formalité visée au point 2. dans le délai prévu.
5. [6 Une première période d'hospitalisation débutera le 1er janvier 2018 pour les internés hospitalisés, conformément à l'article 19 de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement des personnes. Pour les internés placés inscrits sur une liste que l'hôpital a reçue de l'Institut, l'hôpital renverra le 1er janvier 2018, à chaque organisme assureur, une liste indiquant les membres de l'organisme assureur qui y sont placés au 1er janvier 2018.]6
§ 3. Au cas où la durée de l'hospitalisation dépasse quinze jours civils, l'hôpital envoie, au plus tard le quinzième jour de l'hospitalisation, au médecin-conseil de l'organisme assureur une demande de prolongation d'hospitalisation en trois exemplaires conformes aux modèles figurant aux annexe s 34a, 34b et 34c. Cette disposition n'exclut pas que les organes de contrôle compétents puissent intervenir lors d'une hospitalisation d'une durée égale ou inférieure à quinze jours.
Le médecin-conseil notifie sa décision à l'hôpital dans les deux jours ouvrables qui suivent le jour de la réception de la demande de prolongation d'hospitalisation.
Chaque fois que la durée de l'hospitalisation dépasse la période fixée par le médecin-conseil, l'hôpital envoie au médecin-conseil, au plus tard le dernier jour de cette période, une nouvelle demande de prolongation d'hospitalisation.
§ 4. Dans le cas d'une mesure de protection, lorsque le maintien de l'hospitalisation est jugé nécessaire après admission pour observation et a été décidé conformément aux dispositions de l'article 13 de la loi du 26 juin 1990 susmentionnée, l'hôpital envoie au médecin-conseil, au plus tard le quarantième jour de l'hospitalisation, une demande de prolongation d'hospitalisation comme il est stipulé au § 3, alinéa 1er. La prolongation de l'hospitalisation est accordée pour une période de 2 ans maximum : cette prolongation est notifiée dans les délais prévus au § 3, alinéa 2; elle peut toutefois être renouvelée pour de nouvelles périodes de deux ans.
[6 Pour les internés qui ont été hospitalisés en application de l'article 19 de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement des personnes, la prolongation de l'hospitalisation est automatiquement accordée par le médecin conseil.]6
§ 5. A la fin de chaque hospitalisation, l'hôpital envoie au médecin-conseil, dans les deux jours ouvrables qui suivent le dernier jour de l'hospitalisation, un avis de fin d'hospitalisation en deux exemplaires, conformes aux modèles figurant aux annexe s 35, a et 35, b.
[6 Pour les internés qui ont été hospitalisés en application de l'article 19 de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement des personnes, la fin du placement signifie également la fin de la période d'hospitalisation en cours. Chaque admission qui suit est considéré comme une première admission.]6
§ 6. En cas de retard répété dans l'envoi des documents prévus aux §§ 2, 3, 4 et 5, l'organisme assureur en avertit l'hôpital par lettre recommandée. Si dans les trente jours aucune mesure n'a été prise par l'hôpital en vue de garantir un envoi régulier des documents, l'organisme assureur peut refuser l'intervention de l'assurance soins de santé lors de chaque envoi tardif pour les frais d'hospitalisation qui correspondent aux jours de retard.
L'hôpital ne peut pas porter en compte au bénéficiaire les frais d'hospitalisation relatifs aux jours pour lesquels l'intervention est ainsi refusée.
§ 7. Pour l'application du présent article :
- le samedi n'est pas considéré comme jour ouvrable;
- les congés accordes dans le cadre de l'application des conventions nationales conclues entre les hôpitaux et les organismes assureurs, ainsi que les congés de fin de semaine sont censés ne pas interrompre l'hospitalisation;
- les journées d'absence à visée thérapeutique accordées dans le cadre de l'application des conventions nationales susvisées dans les établissements et services psychiatriques sont également censées ne pas interrompre l'hospitalisation. Les établissements et services psychiatriques sont toutefois tenus d'informer l'organisme assureur du bénéficiaire de la prise de congé.
§ 8. Le Service des soins de santé peut accorder des dérogations en ce qui concerne les modèles prévus aux §§ 2, 3 et 5 pour autant que ces dérogations garantissent le texte de base dans l'ordre fixé, le format uniforme et la possibilité de reproduction directe.
§ 9. Sauf demande écrite contraire de la part de l'organisme assureur, les documents prévus aux §§ 2, 3 et 5 doivent être adressés directement au siège de la mutualité intéressée, à l'office régional concerné ou au centre médical régional de la [2 Caisse des soins de santé de HR Rail]2.
§ 10. [A compter du 1er juillet 2006, les documents prévus aux §§ 2 à 5 ainsi qu'à l'article 8 doivent être transmis entre les hôpitaux et les organismes assureurs par voie électronique. Pour ce faire, tous les hôpitaux doivent s'engager à adhérer à CareNet avant le 31 décembre 2005. [1 A partir du 1er janvier 2010, les documents, ainsi que le prévoit l'article 6, § 1er, 8°, doivent être transmis entre les hôpitaux et les organismes assureurs par voie électronique.]1 [4 A partir du 1er juin 2015, les documents, tels que prévus aux §§ 2 à 5, à l'article 6, § 1er, 8° et 8° bis et à l'article 8 doivent être transmis entre les hôpitaux et les organismes assureurs par voie électronique via MyCareNet.]4
Cette transmission de données doit s'effectuer suivant les modalités définies par le Comité de l'assurance.
Cette transmission de données n'est possible qu'à la condition que soient appliquées les dispositions du protocole conclu le 19 avril 2001 entre les organisations représentatives des hôpitaux et les organismes assureurs, portant les conditions et les modalités selon lesquelles force probante peut être accordée jusqu'à preuve du contraire aux données qui sont enregistrées ou conservées au moyen d'un procédé électronique, photographique, optique ou de toute autre technique, ou communiquées d'une autre manière que sur un support papier, ainsi que les conditions et les modalités selon lesquelles ces données sont reproduites sur papier ou sur tout autre support lisible, et ce en application de l'arrêté royal du 27 avril 1999 relatif à la force probante des données enregistrées, traitées, reproduites ou communiquées par les dispensateurs de soins et les organismes assureurs.
Par dérogation aux dispositions du § 5, la communication administrative du départ du patient doit être faite dans les deux jours ouvrables qui suivent le dernier jour d'hospitalisation et la communication du rapport médical justifiant l'hospitalisation doit être faite dans les 30 jours suivant la fin de l'hospitalisation.
Les hôpitaux qui ne peuvent être prêts à la date du [1 1er janvier 2010]1 visée au premier alinéa, doivent transmettre à la Commission de conventions entre les hôpitaux et les organismes assureurs, au plus tard le [1 1er juillet 2009]1, un dossier dans lequel ils motivent le non-respect de cette date. Il convient en outre de joindre un planning permettant à l'hôpital de transmettre effectivement les données par voie électronique. Ce planning doit d'abord être examiné avec la Cellule de coordination CareNet du Collège intermutualiste national et approuvé d'un commun accord.
Sur base de ce dossier la Commission de convention déterminera la date à laquelle l'obligation de transmettre les données par voie électronique visée dans ce paragraphe entrera en vigueur. Cette date fixée par hôpital, ne pourra ensuite plus être modifiée sauf en cas de force majeure.
[5 ...]5.)
Modifications
Art. 8. In geval van tewerkstelling in de loop van een opneming in een psychiatrische dienst moet de verpleeginrichting de verzekeringsinstelling daarvan kennis geven met een formulier conform het model in bijlage 36. Deze kennisgeving op papieren drager kan vervangen worden door een kennisgeving op elektronische drager op voorwaarde dat voldaan wordt aan de voorwaarden zoals bedoeld wordt in artikel 7 § 10, 2e en 3e lid.
Art. 8. En cas de mise au travail au cours d'une hospitalisation dans un service psychiatrique, l'établissement hospitalier doit en informer l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme au modèle repris sous l'annexe 36. Cette notification sur support papier peut être remplacé par une notification sur support magnétique à condition qu'elle réponde aux conditions prévues à l'article 7, § 10, alinéas 2 et 3.
HOOFDSTUK V. - Betaling kosten van een ziekenhuisopneming en voorwaarden waaronder tegemoetgekomen wordt inzake geneeskundige verstrekkingen verleend aan in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden.
CHAPITRE V. - Du paiement des frais d'hospitalisation et des conditions de remboursement des prestations de santé données à des bénéficiaires hospitalisés.
Art. 9. Voor de verpleegdag en alle andere ermee gelijkgestelde verstrekkingen, alsmede voor de geneeskundige verstrekkingen aan een in een ziekenhuis opgenomen rechthebbende verleend door een geneesheer, een apotheker of een licentiaat in de wetenschappen die is erkend om verstrekkingen inzake klinische biologie te verrichten, een tandheelkundige, een vroedvrouw of een paramedisch medewerker die de honoraria en prijzen betreffende die verstrekkingen niet voor eigen rekening int of zal innen, wordt alleen maar vergoeding verleend wanneer op het getuigschrift van verzorging of aflevering of op de verpleegnota bedoeld in artikel 4, § 1, 8° [2 of de honorariumnota bedoeld in artikel 6, § 1, 8° bis,]2 de overeenstemmingsstrook is aangebracht die bij ministerieel besluit van de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën tot vaststelling van het model en het gebruik van de getuigschriften van verzorging en de overeenstemmingsstrook te gebruiken door de instellingen die geneeskundige zorgen verlenen, is opgelegd.
[2 In afwijking op de bepalingen van het eerste lid dient de overeenstemmingsstrook niet aangebracht te worden op de verzamelfactuur van de verpleeginrichtingen of op de honorariumnota zoals voorzien in de bijlagen 22, 23, 24, 25 en 83 indien de verzamelfactuur of de honorariumnota in toepassing van artikel 6, § 1, 8°, vierde lid, of punt 8° bis, van deze verordening bewaard wordt in het ziekenhuis. De verzekeringsinstellingen dienen jaarlijks tegen uiterlijk 30 juni aan de FOD Financiën een bestand over te maken dat per individuele factuur en per honorariumnota met factuurdatum in de periode van het voorafgaande kalenderjaar de volgende informatie bevat : nummer van het ziekenhuis, nummer van de individuele factuur of nummer van de honorariumnota, factuurdatum, teken en totaal bedrag van de individuele factuur of de honorariumnota.]2
[2 In afwijking op de bepalingen van het eerste lid dient de overeenstemmingsstrook niet aangebracht te worden op de verzamelfactuur van de verpleeginrichtingen of op de honorariumnota zoals voorzien in de bijlagen 22, 23, 24, 25 en 83 indien de verzamelfactuur of de honorariumnota in toepassing van artikel 6, § 1, 8°, vierde lid, of punt 8° bis, van deze verordening bewaard wordt in het ziekenhuis. De verzekeringsinstellingen dienen jaarlijks tegen uiterlijk 30 juni aan de FOD Financiën een bestand over te maken dat per individuele factuur en per honorariumnota met factuurdatum in de periode van het voorafgaande kalenderjaar de volgende informatie bevat : nummer van het ziekenhuis, nummer van de individuele factuur of nummer van de honorariumnota, factuurdatum, teken en totaal bedrag van de individuele factuur of de honorariumnota.]2
Art. 9. La journée d'entretien et toutes autres prestations assimilées ainsi que les prestations de santé données à un bénéficiaire hospitalisé, par un médecin, un pharmacien ou un licencié en sciences agréé pour effectuer des prestations de biologie clinique, un praticien de l'art dentaire, une accoucheuse ou un auxiliaire para-médical qui ne perçoit pas ou ne percevra pas les honoraires et prix relatifs à ces prestations pour son propre compte ne donnent lieu à remboursement que si sur l'attestation de soins ou de fourniture ou la note d'hospitalisation visée par l'article 4, § 1er, 8°, [2 ou la note d'honoraires visée par l'article 6, § 1er, 8° bis,]2 est apposée la vignette de concordance imposée par l'arrêté ministériel du Service public fédéral (SPF) Finances déterminant le modèle et l'usage des attestations de soins et de la vignette de concordance à utiliser par les établissements qui dispensent des soins de santé.
[2 Par dérogation aux dispositions du premier alinéa, la vignette de concordance ne doit pas être apposée sur la facture récapitulative des établissements hospitaliers ou sur la note d'honoraires comme prévue aux annexes 22, 23, 24, 25 et 83 si la facture récapitulative ou la note d'honoraires en application de l'article 6, § 1er, 8°, alinéa 4, ou point 8° bis de ce règlement est conservée à l'hôpital. Chaque année, les organismes assureurs doivent transmettre au plus tard le 30 juin au SPF Finances un fichier comprenant par facture individuelle et par note d'honoraires dont la date de facturation se situe dans la période de l'année civile qui précède, les informations suivantes : numéro de l'hôpital, numéro de la facture individuelle ou numéro de note d'honoraires, date de facturation, signe et montant total de la facture individuelle ou de la note d'honoraires.]2
[2 Par dérogation aux dispositions du premier alinéa, la vignette de concordance ne doit pas être apposée sur la facture récapitulative des établissements hospitaliers ou sur la note d'honoraires comme prévue aux annexes 22, 23, 24, 25 et 83 si la facture récapitulative ou la note d'honoraires en application de l'article 6, § 1er, 8°, alinéa 4, ou point 8° bis de ce règlement est conservée à l'hôpital. Chaque année, les organismes assureurs doivent transmettre au plus tard le 30 juin au SPF Finances un fichier comprenant par facture individuelle et par note d'honoraires dont la date de facturation se situe dans la période de l'année civile qui précède, les informations suivantes : numéro de l'hôpital, numéro de la facture individuelle ou numéro de note d'honoraires, date de facturation, signe et montant total de la facture individuelle ou de la note d'honoraires.]2
Art. 10. [1 § 1. In geval van facturering van verstrekkingen naar aanleiding van een verpleging in een ziekenhuis, dienen aan de patiënt de volgende documenten worden overgemaakt :
a) Voor de situaties bedoeld in artikel 6, 8°, 7° lid, a), b) en c) waarvoor het ziekenhuis een verpleegnota indient bij de verzekeringsinstelling moet aan de patiënt een "patiëntenfactuur" worden overgemaakt, opgemaakt volgens het model voorzien in bijlage 37.
Voor de situaties bedoeld in artikel 6, 8°, 7° lid, d) waarvoor het ziekenhuis een verpleegnota indient bij de verzekeringsinstelling, moet aan de patiënt een "factuur van ambulante verzorging in het ziekenhuis" worden overgemaakt volgens het model voorzien in bijlage 37bis.
Op de "patiëntenfactuur" en op de "factuur van ambulante verzorging in het ziekenhuis" wordt een selectie van gegevens vermeld die afkomstig is uit de verpleegnota zoals bedoeld in artikel 6, 8° en die op papieren drager of onder elektronische vorm werd overgemaakt aan de verzekeringsinstelling.
De "patiëntenfactuur" en de "factuur van ambulante verzorging in het ziekenhuis" mogen elektronisch naar de patiënt verstuurd worden indien deze daar expliciet voor gekozen heeft.
[2 Voor geïnterneerden die overeenkomstig artikel 19 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering geplaatst zijn in een ziekenhuis maakt het ziekenhuis de "patiëntenfactuur" of de "factuur van ambulante verzorging in het ziekenhuis" over aan de Federale Overheidsdienst Justitie.]2
Aan patiënten waarvoor geen verpleegnota wordt overgemaakt aan een verzekeringsinstelling dient de verpleegnota overgemaakt te worden volgens het model in bijlage 22, 23, 24 of 25.
Eventuele bijkomende factureringen waarvoor de gegevens nog niet beschikbaar zijn op het ogenblik van het overmaken van de eerste factuur of van verbeteringen dienen eveneens te gebeuren door middel van de hiervoren bedoelde facturen, zij zullen in elk geval verwijzen naar de eerste factuur;
b) indien de facturering door de medische raad van het ziekenhuis wordt opgemaakt moet aan de rechthebbende een uittreksel van de honorariumnota, zoals het model voorzien in bijlage 38, worden overgemaakt. Op dit uittreksel wordt een selectie van gegevens vermeld die afkomstig is uit de honorariumnota die is bedoeld in artikel 6, 8° bis en die op papieren drager of onder elektronische vorm werd overgemaakt aan de verzekeringsinstelling.
Dit uittreksel van de honorariumnota moet worden gevoegd bij de onder punt a) bedoelde factuur.
Eventuele bijkomende factureringen waarvoor de gegevens nog niet beschikbaar zijn op het ogenblik van het versturen van de eerste honorariumnota of van verbeteringen dienen eveneens te gebeuren door middel van de hiervoren bedoelde honorariumnota, in dit geval dient deze nota niet te worden gevoegd bij de factuur zoals bedoeld onder punt a); zij zullen, in elk geval, verwijzen naar de eerste facturering;
Onder de term "specialismen" zoals bedoeld in de bijlage 38, worden deze bedoeld die zijn voorzien in artikel 10, § 1, van de nomenclatuur.
§ 2. Het bedrag ten laste van de patiënt is alleen maar verschuldigd als de voor de patiënt bestemde documenten hem daadwerkelijk zijn overgemaakt volgens de bepalingen zoals vermeld in § 1.
§ 3. Op de factuur bestemd voor de patiënt (bijlage 37) en de honorariumnota bestemd voor de patiënt (bijlage 38) wordt, indien het ziekenhuis van de informatie omtrent het recht op de maximumfactuur in kennis werd gebracht overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 8 juni 2007 tot uitvoering van artikel 3, derde lid, van de wet van 5 juni 2002 betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging, de vermelding " recht op de maximumfactuur in " afgedrukt en het jaartal ingevuld waarin de rechthebbende recht heeft op de maximumfactuur.
§ 4. Wanneer persoonlijke aandelen en supplementen op basis van een contractuele of wettelijke bepaling rechtsreeks ten laste worden genomen door een derde, dienen deze op de factuur bestemd voor de patiënt (bijlage 37 en 37bis) en op de honorariumnota bestemd voor de patiënt (bijlage 38) vermeld te worden. Het ziekenhuis dient onderaan de factuur bestemd voor de patiënt (bijlage 37 en 37bis) en de honorariumnota bestemd voor de patiënt (bijlage 38) te vermelden dat het bedrag ten laste van de patiënt door het ziekenhuis rechtstreeks aan deze derde gefactureerd wordt.]1
a) Voor de situaties bedoeld in artikel 6, 8°, 7° lid, a), b) en c) waarvoor het ziekenhuis een verpleegnota indient bij de verzekeringsinstelling moet aan de patiënt een "patiëntenfactuur" worden overgemaakt, opgemaakt volgens het model voorzien in bijlage 37.
Voor de situaties bedoeld in artikel 6, 8°, 7° lid, d) waarvoor het ziekenhuis een verpleegnota indient bij de verzekeringsinstelling, moet aan de patiënt een "factuur van ambulante verzorging in het ziekenhuis" worden overgemaakt volgens het model voorzien in bijlage 37bis.
Op de "patiëntenfactuur" en op de "factuur van ambulante verzorging in het ziekenhuis" wordt een selectie van gegevens vermeld die afkomstig is uit de verpleegnota zoals bedoeld in artikel 6, 8° en die op papieren drager of onder elektronische vorm werd overgemaakt aan de verzekeringsinstelling.
De "patiëntenfactuur" en de "factuur van ambulante verzorging in het ziekenhuis" mogen elektronisch naar de patiënt verstuurd worden indien deze daar expliciet voor gekozen heeft.
[2 Voor geïnterneerden die overeenkomstig artikel 19 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering geplaatst zijn in een ziekenhuis maakt het ziekenhuis de "patiëntenfactuur" of de "factuur van ambulante verzorging in het ziekenhuis" over aan de Federale Overheidsdienst Justitie.]2
Aan patiënten waarvoor geen verpleegnota wordt overgemaakt aan een verzekeringsinstelling dient de verpleegnota overgemaakt te worden volgens het model in bijlage 22, 23, 24 of 25.
Eventuele bijkomende factureringen waarvoor de gegevens nog niet beschikbaar zijn op het ogenblik van het overmaken van de eerste factuur of van verbeteringen dienen eveneens te gebeuren door middel van de hiervoren bedoelde facturen, zij zullen in elk geval verwijzen naar de eerste factuur;
b) indien de facturering door de medische raad van het ziekenhuis wordt opgemaakt moet aan de rechthebbende een uittreksel van de honorariumnota, zoals het model voorzien in bijlage 38, worden overgemaakt. Op dit uittreksel wordt een selectie van gegevens vermeld die afkomstig is uit de honorariumnota die is bedoeld in artikel 6, 8° bis en die op papieren drager of onder elektronische vorm werd overgemaakt aan de verzekeringsinstelling.
Dit uittreksel van de honorariumnota moet worden gevoegd bij de onder punt a) bedoelde factuur.
Eventuele bijkomende factureringen waarvoor de gegevens nog niet beschikbaar zijn op het ogenblik van het versturen van de eerste honorariumnota of van verbeteringen dienen eveneens te gebeuren door middel van de hiervoren bedoelde honorariumnota, in dit geval dient deze nota niet te worden gevoegd bij de factuur zoals bedoeld onder punt a); zij zullen, in elk geval, verwijzen naar de eerste facturering;
Onder de term "specialismen" zoals bedoeld in de bijlage 38, worden deze bedoeld die zijn voorzien in artikel 10, § 1, van de nomenclatuur.
§ 2. Het bedrag ten laste van de patiënt is alleen maar verschuldigd als de voor de patiënt bestemde documenten hem daadwerkelijk zijn overgemaakt volgens de bepalingen zoals vermeld in § 1.
§ 3. Op de factuur bestemd voor de patiënt (bijlage 37) en de honorariumnota bestemd voor de patiënt (bijlage 38) wordt, indien het ziekenhuis van de informatie omtrent het recht op de maximumfactuur in kennis werd gebracht overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 8 juni 2007 tot uitvoering van artikel 3, derde lid, van de wet van 5 juni 2002 betreffende de maximumfactuur in de verzekering voor geneeskundige verzorging, de vermelding " recht op de maximumfactuur in " afgedrukt en het jaartal ingevuld waarin de rechthebbende recht heeft op de maximumfactuur.
§ 4. Wanneer persoonlijke aandelen en supplementen op basis van een contractuele of wettelijke bepaling rechtsreeks ten laste worden genomen door een derde, dienen deze op de factuur bestemd voor de patiënt (bijlage 37 en 37bis) en op de honorariumnota bestemd voor de patiënt (bijlage 38) vermeld te worden. Het ziekenhuis dient onderaan de factuur bestemd voor de patiënt (bijlage 37 en 37bis) en de honorariumnota bestemd voor de patiënt (bijlage 38) te vermelden dat het bedrag ten laste van de patiënt door het ziekenhuis rechtstreeks aan deze derde gefactureerd wordt.]1
Art. 10. [1 § 1er. En cas de facturation de prestations concernant des soins en milieu hospitalier, les documents suivants doivent être transmis au patient :
a) En ce qui concerne les situations visées à l'article 6, 8°, 7° alinéa, a), b) et c) pour lesquelles l'hôpital introduit une note d'hospitalisation auprès de l'organisme assureur, il convient de transmettre au patient une " facture patient ", établie selon le modèle prévu à l'annexe 37.
En ce qui concerne les situations visées à l'article 6, 8°, 7° alinéa, d) pour lesquelles l'hôpital introduit une note d'hospitalisation auprès de l'organisme assureur, il convient de transmettre au patient une " facture de soins ambulatoires en milieu hospitalier " selon le modèle prévu à l'annexe 37bis.
Sur la " facture patient " et sur la " facture de soins ambulatoires en milieu hospitalier " figure un ensemble de données provenant de la note d'hospitalisation telle que visée à l'article 6, 8° et qui a été transmis sur support papier ou par voie électronique à l'organisme assureur.
La " facture patient " et la " facture de soins ambulatoires en milieu hospitalier " peuvent être envoyées par voie électronique au patient si ce dernier a explicitement opté pour cette méthode.
[2 Pour les internés qui ont été hospitalisés en application de l'article 19 de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement des personnes, l'hôpital transfère au Service Public Fédéral Justice la "facture patient" ou la "facture de soins ambulatoires à l'hôpital]2
En ce qui concerne les patients pour lesquels aucune note d'hospitalisation n'est transmise à un organisme assureur, une note d'hospitalisation doit leur être envoyée selon le modèle joint en annexe 22, 23, 24 ou 25.
Des facturations supplémentaires éventuelles pour lesquelles les données ne sont pas encore disponibles au moment de la transmission de la première facture ou de corrections doivent également être effectuées à l'aide des factures susmentionnées, elles renverront en tout cas à la première facture;
b) si la facturation est établie par le conseil médical de l'hôpital, il convient de transmettre au bénéficiaire un extrait de la note d'honoraires, selon le modèle prévu en annexe 38. Sur cet extrait figure un ensemble de données provenant de la note d'honoraires qui est visée à l'article 6, 8° bis et qui a été transmis à l'organisme assureur sur support papier ou par voie électronique.
Cet extrait de la note d'honoraires doit être joint à la facture visée au point a).
Des facturations supplémentaires éventuelles pour lesquelles les données ne sont pas encore disponibles au moment de l'envoi de la première note d'honoraires ou de corrections doivent également être effectuées à l'aide de la note d'honoraires susmentionnée, dans ce cas cette note ne doit pas être jointe à la facture telle que visée au point a); elles renverront en tout cas à la première facture;
Par le terme "spécialités" visé à l'annexe 38 on entend celles qui sont prévues par l'article 10, § 1er, de la nomenclature.
§ 2. Le montant à charge du patient n'est dû que si les documents destinés au patient lui sont effectivement transmis selon les dispositions mentionnées au § 1er.
§ 3. La mention "droit au maximum à facturer en" doit être apposée sur l'extrait de la note d'hospitalisation destinée au patient (annexe 37) et sur l'extrait de la note d'honoraires destinée au patient (annexe 38), de même que l'année au cours de laquelle le bénéficiaire a droit au maximum à facturer, pour autant que l'hôpital ait reçu les informations concernant le droit au maximum à facturer conformément à l'arrêté royal du 8 juin 2007 portant exécution de l'article 3, alinéa 3, de la loi du 5 juin 2002 relative au maximum à facturer dans l'assurance soins de santé.
§ 4. Lorsque des interventions personnelles et des suppléments sont, sur la base d'une disposition contractuelle ou légale directement pris en charge par un tiers, ils doivent figurer sur la facture destinée au patient (annexe 37 et 37bis) et sur la note d'honoraires destinée au patient (annexe 38). L'hôpital doit mentionner au bas de la facture destinée au patient (annexe 37 et 37bis) et de la note d'honoraires destinée au patient (annexe 38) que le montant à charge du patient est directement facturé par l'hôpital à ce tiers.]1
a) En ce qui concerne les situations visées à l'article 6, 8°, 7° alinéa, a), b) et c) pour lesquelles l'hôpital introduit une note d'hospitalisation auprès de l'organisme assureur, il convient de transmettre au patient une " facture patient ", établie selon le modèle prévu à l'annexe 37.
En ce qui concerne les situations visées à l'article 6, 8°, 7° alinéa, d) pour lesquelles l'hôpital introduit une note d'hospitalisation auprès de l'organisme assureur, il convient de transmettre au patient une " facture de soins ambulatoires en milieu hospitalier " selon le modèle prévu à l'annexe 37bis.
Sur la " facture patient " et sur la " facture de soins ambulatoires en milieu hospitalier " figure un ensemble de données provenant de la note d'hospitalisation telle que visée à l'article 6, 8° et qui a été transmis sur support papier ou par voie électronique à l'organisme assureur.
La " facture patient " et la " facture de soins ambulatoires en milieu hospitalier " peuvent être envoyées par voie électronique au patient si ce dernier a explicitement opté pour cette méthode.
[2 Pour les internés qui ont été hospitalisés en application de l'article 19 de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement des personnes, l'hôpital transfère au Service Public Fédéral Justice la "facture patient" ou la "facture de soins ambulatoires à l'hôpital]2
En ce qui concerne les patients pour lesquels aucune note d'hospitalisation n'est transmise à un organisme assureur, une note d'hospitalisation doit leur être envoyée selon le modèle joint en annexe 22, 23, 24 ou 25.
Des facturations supplémentaires éventuelles pour lesquelles les données ne sont pas encore disponibles au moment de la transmission de la première facture ou de corrections doivent également être effectuées à l'aide des factures susmentionnées, elles renverront en tout cas à la première facture;
b) si la facturation est établie par le conseil médical de l'hôpital, il convient de transmettre au bénéficiaire un extrait de la note d'honoraires, selon le modèle prévu en annexe 38. Sur cet extrait figure un ensemble de données provenant de la note d'honoraires qui est visée à l'article 6, 8° bis et qui a été transmis à l'organisme assureur sur support papier ou par voie électronique.
Cet extrait de la note d'honoraires doit être joint à la facture visée au point a).
Des facturations supplémentaires éventuelles pour lesquelles les données ne sont pas encore disponibles au moment de l'envoi de la première note d'honoraires ou de corrections doivent également être effectuées à l'aide de la note d'honoraires susmentionnée, dans ce cas cette note ne doit pas être jointe à la facture telle que visée au point a); elles renverront en tout cas à la première facture;
Par le terme "spécialités" visé à l'annexe 38 on entend celles qui sont prévues par l'article 10, § 1er, de la nomenclature.
§ 2. Le montant à charge du patient n'est dû que si les documents destinés au patient lui sont effectivement transmis selon les dispositions mentionnées au § 1er.
§ 3. La mention "droit au maximum à facturer en" doit être apposée sur l'extrait de la note d'hospitalisation destinée au patient (annexe 37) et sur l'extrait de la note d'honoraires destinée au patient (annexe 38), de même que l'année au cours de laquelle le bénéficiaire a droit au maximum à facturer, pour autant que l'hôpital ait reçu les informations concernant le droit au maximum à facturer conformément à l'arrêté royal du 8 juin 2007 portant exécution de l'article 3, alinéa 3, de la loi du 5 juin 2002 relative au maximum à facturer dans l'assurance soins de santé.
§ 4. Lorsque des interventions personnelles et des suppléments sont, sur la base d'une disposition contractuelle ou légale directement pris en charge par un tiers, ils doivent figurer sur la facture destinée au patient (annexe 37 et 37bis) et sur la note d'honoraires destinée au patient (annexe 38). L'hôpital doit mentionner au bas de la facture destinée au patient (annexe 37 et 37bis) et de la note d'honoraires destinée au patient (annexe 38) que le montant à charge du patient est directement facturé par l'hôpital à ce tiers.]1
Art. 11. § 1. [1 De in artikel 6, § 1, 8°, bedoelde verpleegnota's en de in artikel 6, § 1, 8° bis bedoelde honorariumnota's worden opgemaakt per afgesloten verblijfperioden. Wanneer evenwel de verpleging langer duurt dan dertig dagen, wordt een gedeeltelijke verpleegnota opgemaakt die eens per maand wordt afgesloten. Onafgezien het aantal verpleegdagen :
a) moet in elk geval een gedeeltelijke verpleegnota en een honorariumnota worden opgemaakt op 31 december van elk jaar;
b) kan uitzonderlijk een gedeeltelijke verpleegnota of een honorariumnota worden opgemaakt telkens op 31 maart, op 30 juni en op 30 september.]1
§ 2. Wanneer voor alle of bepaalde ziekenhuisgeneesheren een centrale inning door een dienst van de Medische raad gebeurt, worden de getuigschriften voor verstrekte hulp, tezamen met een verzamelstaat van de honoraria die betrekking hebben op een afgesloten verblijfsperiode of, indien de opneming langer dan dertig dagen duurt, op een tijdvak van één maand, gevoegd bij de facturatie van de verplegingsinrichting en moeten ernaar verwijzen. Deze facturaties dienen vergezeld van één verzendingsborderel conform het model in bijlage 39 en getekend door de respectieve verantwoordelijken; de facturatiedragers van elk van de inningsdiensten moeten worden overgemaakt aan het ziekenfonds of gewestelijke dienst, of de kas voor geneeskundige verzorging van de NMBS en gerangschikt volgens het opnamenummer van de rechthebbende in de verplegingsinrichting. Dit opnamenummer moet onverwijld door de verplegingsinrichting worden bekendgemaakt aan de Medische raad. Uitzonderlijk moeten de getuigschriften, onafgezien van het aantal verpleegdagen, en zoals hierboven omschreven, worden overgemaakt voor een periode die wordt afgesloten op 31 december van elk jaar.
[1 In afwijking op het eerste lid moeten de getuigschriften voor verstrekte hulp en de verzamelstaat van de honoraria niet in papieren versie worden overgemaakt indien overeenkomstig artikel 6, § 1, 8bis, de honorarianota op elektronische wijze aan de verzekeringsinstelling werd overgemaakt.]1
§ 3. De magnetische of elektronische dragers, zo deze verplichtend zijn gemaakt en die overeenstemmen met de in §§ 1 en 2 bedoelde bescheiden welke voor de facturering noodzakelijk zijn moeten eveneens één keer per maand aan de verzekeringsinstellingen worden bezorgd. In geval van toepassing van de bepalingen van § 2 dient de magnetische of elektronische drager van de Medische raad te worden gevoegd bij die van de verplegingsinrichting en moet ernaar verwijzen. Zij moeten worden overgemaakt aan de verzekeringsinstellingen, vergezeld van één verzendingsborderel en gerangschikt volgens opklimmend identificatienummer van het ziekenfonds of de gewestelijke dienst, of de [2 ]2 en in bijkomende orde volgens het opnamenummer van de rechthebbende in de verplegingsinrichting.
§ 4. Onverminderd de terzake geldende regels zijn de bedragen van de bij de verzekeringsinstelling ingediende verpleegnota's en honorariumstaten, onder voorbehoud van latere verbeteringen, verschuldigd zodra de magnetische of elektronische dragers en de documenten die nodig zijn voor de facturering ontvangen zijn.
§ 5. Voorzover de documenten die nodig zijn voor de facturering en de magnetische of elektronische dragers zijn ingediend vóór de twintigste dag van de tweede maand na die van afsluiting zoals bepaald in § 1, geeft het niet betalen binnen de in [3 artikel 4 van het koninklijk besluit van 18 september 2015]3 bepaalde termijn recht op de in hetzelfde besluit bedoelde verwijlintresten. [3 ...]3
§ 6. Onverminderd de bepalingen van § 5, moeten de verzekeringsinstellingen, vóór het verstrijken van de in § 5 bedoelde termijn, voorschotten betalen ten belope van 80 pct. van het bedrag van de ingediende kostenstaten.
a) moet in elk geval een gedeeltelijke verpleegnota en een honorariumnota worden opgemaakt op 31 december van elk jaar;
b) kan uitzonderlijk een gedeeltelijke verpleegnota of een honorariumnota worden opgemaakt telkens op 31 maart, op 30 juni en op 30 september.]1
§ 2. Wanneer voor alle of bepaalde ziekenhuisgeneesheren een centrale inning door een dienst van de Medische raad gebeurt, worden de getuigschriften voor verstrekte hulp, tezamen met een verzamelstaat van de honoraria die betrekking hebben op een afgesloten verblijfsperiode of, indien de opneming langer dan dertig dagen duurt, op een tijdvak van één maand, gevoegd bij de facturatie van de verplegingsinrichting en moeten ernaar verwijzen. Deze facturaties dienen vergezeld van één verzendingsborderel conform het model in bijlage 39 en getekend door de respectieve verantwoordelijken; de facturatiedragers van elk van de inningsdiensten moeten worden overgemaakt aan het ziekenfonds of gewestelijke dienst, of de kas voor geneeskundige verzorging van de NMBS en gerangschikt volgens het opnamenummer van de rechthebbende in de verplegingsinrichting. Dit opnamenummer moet onverwijld door de verplegingsinrichting worden bekendgemaakt aan de Medische raad. Uitzonderlijk moeten de getuigschriften, onafgezien van het aantal verpleegdagen, en zoals hierboven omschreven, worden overgemaakt voor een periode die wordt afgesloten op 31 december van elk jaar.
[1 In afwijking op het eerste lid moeten de getuigschriften voor verstrekte hulp en de verzamelstaat van de honoraria niet in papieren versie worden overgemaakt indien overeenkomstig artikel 6, § 1, 8bis, de honorarianota op elektronische wijze aan de verzekeringsinstelling werd overgemaakt.]1
§ 3. De magnetische of elektronische dragers, zo deze verplichtend zijn gemaakt en die overeenstemmen met de in §§ 1 en 2 bedoelde bescheiden welke voor de facturering noodzakelijk zijn moeten eveneens één keer per maand aan de verzekeringsinstellingen worden bezorgd. In geval van toepassing van de bepalingen van § 2 dient de magnetische of elektronische drager van de Medische raad te worden gevoegd bij die van de verplegingsinrichting en moet ernaar verwijzen. Zij moeten worden overgemaakt aan de verzekeringsinstellingen, vergezeld van één verzendingsborderel en gerangschikt volgens opklimmend identificatienummer van het ziekenfonds of de gewestelijke dienst, of de [2 ]2 en in bijkomende orde volgens het opnamenummer van de rechthebbende in de verplegingsinrichting.
§ 4. Onverminderd de terzake geldende regels zijn de bedragen van de bij de verzekeringsinstelling ingediende verpleegnota's en honorariumstaten, onder voorbehoud van latere verbeteringen, verschuldigd zodra de magnetische of elektronische dragers en de documenten die nodig zijn voor de facturering ontvangen zijn.
§ 5. Voorzover de documenten die nodig zijn voor de facturering en de magnetische of elektronische dragers zijn ingediend vóór de twintigste dag van de tweede maand na die van afsluiting zoals bepaald in § 1, geeft het niet betalen binnen de in [3 artikel 4 van het koninklijk besluit van 18 september 2015]3 bepaalde termijn recht op de in hetzelfde besluit bedoelde verwijlintresten. [3 ...]3
§ 6. Onverminderd de bepalingen van § 5, moeten de verzekeringsinstellingen, vóór het verstrijken van de in § 5 bedoelde termijn, voorschotten betalen ten belope van 80 pct. van het bedrag van de ingediende kostenstaten.
Art. 11. § 1er. [1 Les notes d'hospitalisation visées à l'article 6, § 1er, 8°, et les notes d'honoraires visées à l'article 6, § 1er, 8° bis sont établies par périodes de séjour clôturées. Toutefois, lorsque l'hospitalisation dure plus de trente jours, une note d'hospitalisation partielle est établie, qui est clôturée une fois par mois. Quel que soit le nombre de journées d'entretien :
a) une note d'hospitalisation partielle et un note d'honoraires doivent en tout cas être établies au 31 décembre de chaque année;
b) une note d'hospitalisation partielle ou un note d'honoraires peuvent exceptionnellement être établies chaque 31 mars, 30 juin et 30 septembre.]1
§ 2. Lorsqu'un service du Conseil médical opère une perception centrale pour tous les médecins hospitaliers ou pour certains d'entre eux, les attestations de soins donnés accompagnées d'un état récapitulatif des honoraires se rapportant à une période de séjour clôturée ou, si l'hospitalisation dure plus de trente jours, à une période mensuelle, sont jointes à la facturation de l'établissement hospitalier et doivent s'y référer. Ces facturations doivent être accompagnées d'un bordereau d'envoi unique conforme au modèle repris à l'annexe 39 et signé par les responsables respectifs; les supports de facturation de chacun des services de perception doivent être transmis à la mutualité ou à l'office régional ou à la caisse des soins de santé de la SNCB et classés suivant le numéro d'admission du bénéficiaire dans l'établissement hospitalier. Ce numéro d'admission doit être communiqué sans délai au Conseil médical par l'établissement hospitalier. Exceptionnellement et quel que soit le nombre de journées d'entretien, les attestations doivent être transmises, comme il est prévu ci-avant, pour une période clôturée au 31 décembre de chaque année.
[1 Par dérogation à l'alinéa 1er, les attestations de soins donnés et l'état récapitulatif des honoraires ne doivent pas être transmis sous forme papier si conformément à l'article 6, § 1er, 8bis, la note d'honoraires est transmise à l'organisme assureur via un support électronique.]1
§ 3. Si les supports magnétiques ou électroniques, sont obligatoires, et ils correspondent aux documents nécessaires à la facturation visés aux §§ 1er et 2, ils doivent également être transmis aux organismes assureurs une fois par mois. En cas d'application des dispositions du § 2, les supports magnétiques et électroniques du Conseil médical doivent être joints à celui de l'établissement hospitalier et s'y référer. Ils doivent être transmis aux organismes assureurs, accompagnés d'un bordereau d'envoi unique et classés dans l'ordre croissant du numéro d'identification de la mutualité ou de l'office régional ou de la [2 Caisse des soins de santé de HR Rail]2 et accessoirement suivant le numéro d'admission du bénéficiaire dans l'établissement hospitalier.
§ 4. Sans préjudice des règles applicables en la matière, les montants des notes d'hospitalisation et des états d'honoraires introduits auprès des organismes assureurs sont dus dès réception des supports magnétiques ou électroniques et des documents nécessaires à la facturation, sous réserve de rectifications ultérieures.
§ 5. Pour autant que les documents nécessaires à la facturation et les supports magnétiques ou électroniques aient été introduits avant le vingtième jour du deuxième mois suivant celui de la clôture, comme le stipule le § 1er, le non-paiement dans le délai fixé à l'[3 article 4 de l'arrêté royal du 18 septembre 2015]3, donne droit aux intérêts de retard visés dans ce même arrêté. [3 ...]3
§ 6. Sans préjudice des dispositions prévues au § 5, les organismes assureurs doivent payer des avances avant l'expiration du délai prévu au § 5, et ce à concurrence de 80 p.c. du montant des états de frais introduits.
a) une note d'hospitalisation partielle et un note d'honoraires doivent en tout cas être établies au 31 décembre de chaque année;
b) une note d'hospitalisation partielle ou un note d'honoraires peuvent exceptionnellement être établies chaque 31 mars, 30 juin et 30 septembre.]1
§ 2. Lorsqu'un service du Conseil médical opère une perception centrale pour tous les médecins hospitaliers ou pour certains d'entre eux, les attestations de soins donnés accompagnées d'un état récapitulatif des honoraires se rapportant à une période de séjour clôturée ou, si l'hospitalisation dure plus de trente jours, à une période mensuelle, sont jointes à la facturation de l'établissement hospitalier et doivent s'y référer. Ces facturations doivent être accompagnées d'un bordereau d'envoi unique conforme au modèle repris à l'annexe 39 et signé par les responsables respectifs; les supports de facturation de chacun des services de perception doivent être transmis à la mutualité ou à l'office régional ou à la caisse des soins de santé de la SNCB et classés suivant le numéro d'admission du bénéficiaire dans l'établissement hospitalier. Ce numéro d'admission doit être communiqué sans délai au Conseil médical par l'établissement hospitalier. Exceptionnellement et quel que soit le nombre de journées d'entretien, les attestations doivent être transmises, comme il est prévu ci-avant, pour une période clôturée au 31 décembre de chaque année.
[1 Par dérogation à l'alinéa 1er, les attestations de soins donnés et l'état récapitulatif des honoraires ne doivent pas être transmis sous forme papier si conformément à l'article 6, § 1er, 8bis, la note d'honoraires est transmise à l'organisme assureur via un support électronique.]1
§ 3. Si les supports magnétiques ou électroniques, sont obligatoires, et ils correspondent aux documents nécessaires à la facturation visés aux §§ 1er et 2, ils doivent également être transmis aux organismes assureurs une fois par mois. En cas d'application des dispositions du § 2, les supports magnétiques et électroniques du Conseil médical doivent être joints à celui de l'établissement hospitalier et s'y référer. Ils doivent être transmis aux organismes assureurs, accompagnés d'un bordereau d'envoi unique et classés dans l'ordre croissant du numéro d'identification de la mutualité ou de l'office régional ou de la [2 Caisse des soins de santé de HR Rail]2 et accessoirement suivant le numéro d'admission du bénéficiaire dans l'établissement hospitalier.
§ 4. Sans préjudice des règles applicables en la matière, les montants des notes d'hospitalisation et des états d'honoraires introduits auprès des organismes assureurs sont dus dès réception des supports magnétiques ou électroniques et des documents nécessaires à la facturation, sous réserve de rectifications ultérieures.
§ 5. Pour autant que les documents nécessaires à la facturation et les supports magnétiques ou électroniques aient été introduits avant le vingtième jour du deuxième mois suivant celui de la clôture, comme le stipule le § 1er, le non-paiement dans le délai fixé à l'[3 article 4 de l'arrêté royal du 18 septembre 2015]3, donne droit aux intérêts de retard visés dans ce même arrêté. [3 ...]3
§ 6. Sans préjudice des dispositions prévues au § 5, les organismes assureurs doivent payer des avances avant l'expiration du délai prévu au § 5, et ce à concurrence de 80 p.c. du montant des états de frais introduits.
Art. 12.
Art. 12.
Art. 13. Voor de rechthebbenden die zijn opgenomen in een verplegingsinrichting, waarbij de opneming aanleiding geeft tot de betaling van een bedrag per opneming en/of bedrag per dag en voor de rechthebbenden tijdens een verblijf in de verplegingsinrichting dat aanleiding geeft tot de betaling van een van de bedragen die zijn (bedoeld in artikel 4, §§ 3 tot 8), van de nationale overeenkomst tussen de verplegingsinrichtingen en de verzekeringsinstellingen, is de verplegingsinrichting ertoe gehouden de gegevens die voorkomen op de sociale identiteitskaart van de betrokken rechthebbende en waarover zij beschikt ingevolge het verplichte gebruik van de sociale identiteitskaart, zoals bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit van 22 februari 1998, over te maken aan de Medische raad, indien voor de vorenbedoelde rechthebbenden een centrale inning door een dienst van de Medische raad gebeurt, zoals bedoeld in artikel 11, § 2.
Art. 13. Pour les bénéficiaires hospitalisés dont l'hospitalisation donne lieu au paiement d'un montant par admission et/ou montant par jour et pour les bénéficiaires dont le séjour dans un établissement hospitalier donne lieu au paiement d'un des montants (prévus à l'article 4, §§ 3 à 8), de la convention nationale entre les établissements hospitaliers et les organismes assureurs, l'établissement hospitalier est tenu, si pour les bénéficiaires précités un service du Conseil médical procède à la perception centrale, comme prévu à l'article 11, § 2, de transmettre au Conseil médical les données qui figurent sur la carte d'identité sociale du bénéficiaire concerné et dont il dispose à la suite de l'usage obligatoire de la carte d'identité sociale tel qu'il est prévu à l'article 37 de l'arrêté royal du 22 février 1998.
Art. 14. De verplegingsinrichting en de zorgverleners of vertegenwoordigers van verenigingen die factureren en innen voor zorgverleners, die andere dan farmaceutische verstrekkingen leveren, zijn ertoe gehouden de gegevens die voorkomen op de sociale identiteitskaart, en waarover zij beschikken ingevolge het verplicht gebruik van de sociale identiteitskaart, zoals bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit van 22 februari 1998, over te maken aan de dienst die ermede belast is de farmaceutische verstrekkingen te tariferen die door de officina of geneesmiddelendepot van de verplegingsinrichting worden verstrekt, ingeval van aflevering van farmaceutische verstrekkingen in een verplegingsinrichting, in de gevallen waarin de verzekerde in de verplegingsinrichting verblijft zonder dat zulk verblijf aanleiding geeft tot de betaling van een verpleegdagprijs.
Art. 14. L'établissement hospitalier et les dispensateurs de soins ou représentants d'associations qui assurent la facturation et la perception pour des dispensateurs de soins qui délivrent des prestations autres que les fournitures pharmaceutiques, sont tenus de transmettre les données figurant sur la carte d'identité sociale et dont ils disposent par suite de l'utilisation obligatoire de ladite carte, comme cela est prescrit à l'article 37 de l'arrêté royal du 22 février 1998, au service chargé de tarifer les fournitures pharmaceutiques délivrées par l'officine ou le dépôt des médicaments de l'établissement hospitalier lorsque des fournitures pharmaceutiques sont délivrées au sein d'un établissement hospitalier, dans les cas où l'assuré séjourne dans l'établissement hospitalier sans que ce séjour donne lieu au paiement d'un prix de la journée d'entretien.
HOOFDSTUK VI. - De verstrekkingen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, 11°, 12° en 18°, van de wet.
CHAPITRE VI. - Des prestations visées à l'article 34, alinéa 1er, 11°, 12° et 18°, de la loi.
Afdeling I. - Tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in de rust- en verzorgingstehuizen en in de rustoorden voor bejaarden.
Section I. - De l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière dans les maisons de repos et de soins et dans les maisons de repos pour personnes âgées.
Art. 15. § 1. (De aanvraag tot verkrijging van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijkse leven, bedoeld in artikel 152, § 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, en de aanvraag tot herziening van de afhankelijkheidscategorie, bedoeld in artikel 153, § 2, derde lid van hetzelfde besluit, worden door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 40a. De verzekeringsinstelling antwoordt binnen de twee weken met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 40b en 40c.)
§ 2. (...)
§ 3. (...)
§ 4. De evaluatieschaal (die is bedoeld) in artikel 152, § 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, (wordt door de inrichting) bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend met een formulier, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 41.
§ 5. Van het ontslag van de rechthebbende uit de inrichting, van zijn overlijden of van zijn transfer wordt door de inrichting aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende kennis gegeven met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 42.
§ 6. Om de betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 43.
Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar zijn verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
[1 In uitzonderlijke gevallen bepaald door de Dienst voor geneeskundige verzorging en in het geval van een wijziging van een bedrag van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijkse leven ontvangen in het verleden, maakt de inrichting aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende een correctiekostennota over in overeenstemming met het model in bijlage 43bis.]1
§ 7. De betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het voornoemde ministerieel besluit van de FOD Financiën opgelegde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
§ 2. (...)
§ 3. (...)
§ 4. De evaluatieschaal (die is bedoeld) in artikel 152, § 3, tweede lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, (wordt door de inrichting) bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend met een formulier, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 41.
§ 5. Van het ontslag van de rechthebbende uit de inrichting, van zijn overlijden of van zijn transfer wordt door de inrichting aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende kennis gegeven met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 42.
§ 6. Om de betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 43.
Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar zijn verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
[1 In uitzonderlijke gevallen bepaald door de Dienst voor geneeskundige verzorging en in het geval van een wijziging van een bedrag van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijkse leven ontvangen in het verleden, maakt de inrichting aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende een correctiekostennota over in overeenstemming met het model in bijlage 43bis.]1
§ 7. De betaling van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het voornoemde ministerieel besluit van de FOD Financiën opgelegde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
Modifications
Art. 15. § 1er. (La demande d'obtention de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière, visée à l'article 152, § 3, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996, et la demande de révision de la catégorie de dépendance, visée à l'article 153, § 2, alinéa 3, du même arrêté, sont introduites par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire au moyen d'un formulaire conforme au modèle repris à l'annexe 40a. L'organisme assureur répond dans les quinze jours au moyen d'un formulaire conforme aux modèles repris aux annexes 40b et 40c.)
§ 2. (...)
§ 3. (...)
§ 4. L'échelle d'évaluation (visée) à l'article 152, § 3, alinéa 2, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996, (est introduite) par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire au moyen d'un formulaire conforme au modèle repris à l'annexe 41.
§ 5. Le départ du bénéficiaire de l'institution, son décès ou son transfert, est notifié par l'institution à l'organisme assureur du bénéficiaire au moyen d'un formulaire conforme au modèle repris à l'annexe 42.
§ 6. En vue d'obtenir le paiement des allocations pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière, l'institution fait parvenir à l'organisme assureur du bénéficiaire, par trimestre civil, une note de frais conforme au modèle repris à l'annexe 43.
Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à son organisme assureur.
[1 Dans des cas exceptionnels déterminés par le Service des soins de santé, en cas de modification du montant d'une allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière déjà perçue dans le passé, l'institution fait parvenir à l'organisme assureur du bénéficiaire une note de frais rectificative conforme au modèle repris à l'annexe 43bis.]1
§ 7. Le paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière n'est accordé que si, sur la note de frais récapitulative, est apposée la vignette de concordance imposée par l'arrêté ministériel du SPF Finances précité.
§ 2. (...)
§ 3. (...)
§ 4. L'échelle d'évaluation (visée) à l'article 152, § 3, alinéa 2, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996, (est introduite) par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire au moyen d'un formulaire conforme au modèle repris à l'annexe 41.
§ 5. Le départ du bénéficiaire de l'institution, son décès ou son transfert, est notifié par l'institution à l'organisme assureur du bénéficiaire au moyen d'un formulaire conforme au modèle repris à l'annexe 42.
§ 6. En vue d'obtenir le paiement des allocations pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière, l'institution fait parvenir à l'organisme assureur du bénéficiaire, par trimestre civil, une note de frais conforme au modèle repris à l'annexe 43.
Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à son organisme assureur.
[1 Dans des cas exceptionnels déterminés par le Service des soins de santé, en cas de modification du montant d'une allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière déjà perçue dans le passé, l'institution fait parvenir à l'organisme assureur du bénéficiaire une note de frais rectificative conforme au modèle repris à l'annexe 43bis.]1
§ 7. Le paiement de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière n'est accordé que si, sur la note de frais récapitulative, est apposée la vignette de concordance imposée par l'arrêté ministériel du SPF Finances précité.
Modifications
Art. 15_VLAAMS_GEWEST.
Art. 15 _REGION_FLAMANDE.
Afdeling II. - Tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in de centra voor dagverzorging.
Section II. - De l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière dans les centres de soins de jour.
Art. 16. § 1. De aanvraag tot verkrijging van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven, bedoeld in artikel 153bis, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 44 a. De verzekeringsinstelling antwoordt binnen de twee weken met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 44 b en 44 c.
§ 2. De aanvraag tot verdere toekenning van de tegemoetkoming bedoeld in § 1, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 44 a. De verzekeringsinstelling antwoordt binnen de twee weken met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 44 b en 44 c.
§ 3. De evaluatieschaal, bedoeld in artikel 153bis, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend met een formulier, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 41.
§ 4. Om de betaling van de voormelde tegemoetkoming te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform het model dat is opgenomen in de (bijlage 43).
Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar zijn verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
§ 5. De betaling van de voormelde tegemoetkoming wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het voornoemde ministerieel besluit van de FOD Financiën opgelegde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
§ 2. De aanvraag tot verdere toekenning van de tegemoetkoming bedoeld in § 1, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlage 44 a. De verzekeringsinstelling antwoordt binnen de twee weken met een formulier conform het model dat is opgenomen in de bijlagen 44 b en 44 c.
§ 3. De evaluatieschaal, bedoeld in artikel 153bis, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, wordt door de inrichting bij de verzekeringsinstelling van de rechthebbende ingediend met een formulier, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 41.
§ 4. Om de betaling van de voormelde tegemoetkoming te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform het model dat is opgenomen in de (bijlage 43).
Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar zijn verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
§ 5. De betaling van de voormelde tegemoetkoming wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het voornoemde ministerieel besluit van de FOD Financiën opgelegde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
Art. 16. § 1er. La demande d'obtention de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière visée à l'article 153bis, § 1er, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire au moyen d'un formulaire conforme au modèle repris à l'annexe 44 a. L'organisme assureur répond dans les quinze jours au moyen d'un formulaire conforme aux modèles repris aux annexe s 44 b et 44 c.
§ 2. La demande de prolongation de l'octroi de l'allocation visée au § 1er, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire au moyen d'un formulaire conforme au modèle repris à l'annexe 44 a. L'organisme assureur répond dans les quinze jours au moyen d'un formulaire conforme aux modèles repris aux annexe s 44 b et 44 c.
§ 3. L'échelle d'évaluation visée à l'article 153bis, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire au moyen d'un formulaire conforme au modèle repris à l'annexe 41.
§ 4. En vue d'obtenir le paiement de l'allocation susvisée l'institution fait parvenir à l'organisme assureur du bénéficiaire, par trimestre civil, une note de frais conforme au modèle repris à (l'annexe 43).
Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à son organisme assureur.
§ 5. Le paiement de l'allocation susvisée n'est accordé que si, sur la note de frais récapitulative, est apposée la vignette de concordance imposée par l'arrêté ministériel du SPF Finances précité.
§ 2. La demande de prolongation de l'octroi de l'allocation visée au § 1er, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire au moyen d'un formulaire conforme au modèle repris à l'annexe 44 a. L'organisme assureur répond dans les quinze jours au moyen d'un formulaire conforme aux modèles repris aux annexe s 44 b et 44 c.
§ 3. L'échelle d'évaluation visée à l'article 153bis, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996, est introduite par l'institution auprès de l'organisme assureur du bénéficiaire au moyen d'un formulaire conforme au modèle repris à l'annexe 41.
§ 4. En vue d'obtenir le paiement de l'allocation susvisée l'institution fait parvenir à l'organisme assureur du bénéficiaire, par trimestre civil, une note de frais conforme au modèle repris à (l'annexe 43).
Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à son organisme assureur.
§ 5. Le paiement de l'allocation susvisée n'est accordé que si, sur la note de frais récapitulative, est apposée la vignette de concordance imposée par l'arrêté ministériel du SPF Finances précité.
Art. 16_VLAAMS_GEWEST.
Art. 16 _REGION_FLAMANDE.
Afdeling III. - De tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven in een psychiatrisch verzorgingstehuis.
Section III. - L'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière dans une maison de soins psychiatriques.
Art. 17. § 1. De aanvraag tot verkrijging van de tegemoetkoming voor verzorging en bijstand in de handelingen van het dagelijks leven, bedoeld in artikel 147, § 3, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, wordt door de rechthebbende of door de inrichting bij de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier dat wordt opgemaakt in vier exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 46 a, 46 b, 46 c en 46 d.
§ 2. De aanvraag om verdere toekenning van de voormelde tegemoetkoming en de aanvraag om herziening van de beslissing van de adviserend geneesheer die zijn bedoeld in artikel 153, § 1, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, worden door de inrichting bij de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier dat wordt opgemaakt in vier exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 46 a, 46 b, 46 c en 46 d.
§ 3. De evaluatieschaal en het medisch verslag die zijn bedoeld in artikel 152, § 1, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, worden door de inrichting bij de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 47.
§ 4. Van het ontslag van de rechthebbende uit de inrichting, van zijn overlijden of van zijn transfer, wordt door de inrichting aan de verzekeringsinstelling kennis gegeven met een formulier dat wordt opgemaakt in drie exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 48 a, 48 b en 48 c.
§ 5. Om de betaling van de voormelde tegemoetkoming te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 49.
Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar de verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
§ 6. De betaling van de voormelde tegemoetkoming wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het voornoemd ministerieel besluit van de FOD Financiën opgelegde voornoemde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
§ 2. De aanvraag om verdere toekenning van de voormelde tegemoetkoming en de aanvraag om herziening van de beslissing van de adviserend geneesheer die zijn bedoeld in artikel 153, § 1, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, worden door de inrichting bij de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier dat wordt opgemaakt in vier exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 46 a, 46 b, 46 c en 46 d.
§ 3. De evaluatieschaal en het medisch verslag die zijn bedoeld in artikel 152, § 1, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, worden door de inrichting bij de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 47.
§ 4. Van het ontslag van de rechthebbende uit de inrichting, van zijn overlijden of van zijn transfer, wordt door de inrichting aan de verzekeringsinstelling kennis gegeven met een formulier dat wordt opgemaakt in drie exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 48 a, 48 b en 48 c.
§ 5. Om de betaling van de voormelde tegemoetkoming te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 49.
Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar de verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
§ 6. De betaling van de voormelde tegemoetkoming wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het voornoemd ministerieel besluit van de FOD Financiën opgelegde voornoemde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
Art. 17. § 1er. La demande d'obtention de l'allocation pour soins et assistance dans les actes de la vie journalière, visée à l'article 147, § 3, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996, est introduite par le bénéficiaire ou l'institution auprès de l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme aux modèles repris aux annexe s 46 a, 46 b, 46 c et 46 d, établi en quatre exemplaires.
§ 2. La demande de prolongation de l'octroi de l'allocation susvisée et la demande de révision de la décision du médecin-conseil visés à l'article 153, § 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 sont introduites par l'institution auprès de l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme aux modèles repris aux annexe s 46 a, 46 b, 46 c et 46 d, établi en quatre exemplaires.
§ 3. L'échelle d'évaluation et le rapport médical visés à l'article 152, § 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 sont introduits par l'institution auprès de l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme au modèle repris à l'annexe 47.
§ 4. Le départ du bénéficiaire de l'institution, son décès ou son transfert sont notifiés par l'institution à l'organisme assureur au moyen d'un formulaire établi en trois exemplaires, conforme aux modèles repris aux annexe s 48 a, 48 b et 48 c.
§ 5. En vue d'obtenir le paiement de l'allocation susvisée l'institution envoie à l'organisme assureur, par trimestre civil, une note de frais conforme au modèle repris à l'annexe 49.
Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à l'organisme assureur.
§ 6. Le paiement de l'allocation susvisée n'est autorisé que si sur la note de frais récapitulative est apposée la vignette de concordance imposée par l'arrêté ministériel du SPF Finances précité.
§ 2. La demande de prolongation de l'octroi de l'allocation susvisée et la demande de révision de la décision du médecin-conseil visés à l'article 153, § 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 sont introduites par l'institution auprès de l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme aux modèles repris aux annexe s 46 a, 46 b, 46 c et 46 d, établi en quatre exemplaires.
§ 3. L'échelle d'évaluation et le rapport médical visés à l'article 152, § 1er, de l'arrêté royal du 3 juillet 1996 sont introduits par l'institution auprès de l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme au modèle repris à l'annexe 47.
§ 4. Le départ du bénéficiaire de l'institution, son décès ou son transfert sont notifiés par l'institution à l'organisme assureur au moyen d'un formulaire établi en trois exemplaires, conforme aux modèles repris aux annexe s 48 a, 48 b et 48 c.
§ 5. En vue d'obtenir le paiement de l'allocation susvisée l'institution envoie à l'organisme assureur, par trimestre civil, une note de frais conforme au modèle repris à l'annexe 49.
Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à l'organisme assureur.
§ 6. Le paiement de l'allocation susvisée n'est autorisé que si sur la note de frais récapitulative est apposée la vignette de concordance imposée par l'arrêté ministériel du SPF Finances précité.
Art. 17_VLAAMS_GEWEST.
Art. 17 _REGION_FLAMANDE.
Afdeling IV. - De tegemoetkoming in de plaatsing in initiatieven van beschut wonen.
Section IV. - L'intervention dans le placement dans les initiatives d'habitation protégée.
Art. 18. § 1. De kennisgeving van opneming in de inrichting, bedoeld in artikel 34, eerste lid, 18°, van de wet, wordt door de rechthebbende of door de inrichting bij de verzekeringsinstelling ingediend met een formulier dat wordt opgemaakt in drie exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 50 a, 50 b en 50 c.
§ 2. Van het ontslag van de rechthebbende uit de inrichting, van zijn overlijden of van zijn transfer wordt door de inrichting aan de verzekeringsinstelling kennis gegeven met een formulier dat wordt opgemaakt in twee exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 51 a en 51 b.
§ 3. Om de betaling van de voormelde tegemoetkoming te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 52.
Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar de verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
§ 4. De betaling van de voormelde tegemoetkoming wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het voornoemd ministerieel besluit van de FOD Financiën opgelegde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
§ 2. Van het ontslag van de rechthebbende uit de inrichting, van zijn overlijden of van zijn transfer wordt door de inrichting aan de verzekeringsinstelling kennis gegeven met een formulier dat wordt opgemaakt in twee exemplaren, conform de modellen die zijn opgenomen in de bijlagen 51 a en 51 b.
§ 3. Om de betaling van de voormelde tegemoetkoming te verkrijgen, stuurt de inrichting aan de verzekeringsinstelling, per kalenderkwartaal, een kostennota, conform het model dat is opgenomen in de bijlage 52.
Een dubbel van de individuele kostennota, die per rechthebbende moet worden opgemaakt, wordt aan de rechthebbende gegeven op het ogenblik dat die nota naar de verzekeringsinstelling wordt gestuurd.
§ 4. De betaling van de voormelde tegemoetkoming wordt alleen maar toegestaan als op de verzamelkostennota de door het voornoemd ministerieel besluit van de FOD Financiën opgelegde overeenstemmingsstrook is aangebracht.
Art. 18. § 1er. La notification d'admission dans l'institution, visée à l'article 34, alinéa 1er, 18°, de la loi est introduite par le bénéficiaire ou par l'institution auprès de l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme aux modèles repris aux annexe s 50 a, 50 b et 50 c, établi en trois exemplaires.
§ 2. Le départ du bénéficiaire de l'institution, son décès ou son transfert sont notifiés par l'institution à l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme aux modèles repris aux annexe s 51 a et 51 b, établi en deux exemplaires.
§ 3. En vue d'obtenir le paiement de l'allocation susvisée l'institution envoie à l'organisme assureur, par trimestre civil, une note de frais conforme au modèle repris à l'annexe 52.
Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à l'organisme assureur.
§ 4. Le paiement de l'allocation susvisée n'est autorisé que si sur la note de frais récapitulative, est apposée la vignette de concordance imposée par l'arrêté ministériel du SPF Finances précité.
§ 2. Le départ du bénéficiaire de l'institution, son décès ou son transfert sont notifiés par l'institution à l'organisme assureur au moyen d'un formulaire conforme aux modèles repris aux annexe s 51 a et 51 b, établi en deux exemplaires.
§ 3. En vue d'obtenir le paiement de l'allocation susvisée l'institution envoie à l'organisme assureur, par trimestre civil, une note de frais conforme au modèle repris à l'annexe 52.
Un double de la note de frais individuelle, qui doit être établie par bénéficiaire, est remis au bénéficiaire au moment de l'envoi de celle-ci à l'organisme assureur.
§ 4. Le paiement de l'allocation susvisée n'est autorisé que si sur la note de frais récapitulative, est apposée la vignette de concordance imposée par l'arrêté ministériel du SPF Finances précité.
Art. 18_VLAAMS_GEWEST.
Art. 18 _REGION_FLAMANDE.
HOOFDSTUK VII. - Dialyse.
CHAPITRE VII. - De la dialyse.
Art. 19. De tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in de kosten van dialyse als bedoeld in het koninklijk besluit van 23 juni 2003 tot uitvoering van artikel 71bis, §§ 1 en 2, van de wet, kan slechts worden toegekend indien het getuigschrift voor verstrekte hulp of het document dat hiervoor in de plaats komt, in de rubriek "Laboratorium of apparatuur erkend onder nummer" het identificatienummer vermeldt dat door het Instituut aan het erkende type van dienst werd toegekend.
Art. 19. L'intervention de l'assurance soins de santé dans le coût de la dialyse visée dans l'arrêté royal du 23 juin 2003 portant exécution de l'article 71bis, §§ 1er et 2, de la loi, ne peut être accordée que lorsque l'attestation de soins donnés ou le document en tenant lieu mentionne en regard de la rubrique "Laboratoire ou appareillage agréé sous le n°", le numéro d'identification attribué par l'Institut au type de service agréé.
Art. 20.
Art. 20.
Art. 21.
Art. 21.
HOOFDSTUK VIII. - Deelname aan het multidisciplinair oncologisch consult.
CHAPITRE VIII. - De la participation à la consultation oncologique multidisciplinaire.
Art. 22. Elk aangerekend multidisciplinair oncologisch consult, zijnde de [1 verstrekkingen]1 350372-350383 [1 , 350276-350280 en 350291-350302]1 bedoeld in artikel 11, § 1, van de nomenclatuur, impliceert het opmaken van een standaardformulier voor de geüniformiseerde registratie van de oncologische aandoening.
Dit document met als titel "Kankerregistratieformulier" is conform aan het model dat als bijlage 55 gaat.
Dit document met als titel "Kankerregistratieformulier" is conform aan het model dat als bijlage 55 gaat.
Modifications
Art. 22. Toute consultation oncologique multidisciplinaire facturée, soit [1 les prestations]1 350372-350383 [1 350276-350280 et 350291-350302]1 visée à l'article 11, § 1er, de la nomenclature, implique l'établissement d'un formulaire standardisé pour l'enregistrement uniformisé de l'affection oncologique.
Ce document dénommé "Formulaire d'enregistrement registre du cancer" est conforme au formulaire repris à l'annexe 55.
Ce document dénommé "Formulaire d'enregistrement registre du cancer" est conforme au formulaire repris à l'annexe 55.
Modifications
HOOFDSTUK VIIIbis. [1 - Notificatie en registratie van een bariatrische ingreep]1
CHAPITRE VIIIbis. [1 - Notification et enregistrement d'une intervention bariatrique]1
Art. 22bis. [1 De notificatie voor een bariatrische ingreep, bedoeld onder het opschrift " Behandeling van obesitas " in artikel 14, d), 5°, van de nomenclatuur wordt opgesteld volgens het model dat is opgenomen in de bijlage 77.]1
Art. 22bis. [1 La notification pour intervention bariatrique visée sous l'intitulé "Traitement de l'obésité" à l'article 14, d), 5°, de la nomenclature est établie conformément au modèle repris à l'annexe 77.]1
Art. 22ter. [1 Het register bedoeld onder het opschrift " Behandeling van obesitas ", in artikel 14, d), 6°, van de nomenclatuur, wordt op elektronische wijze bijgehouden.
Het bevat minstens de gegevens die zijn opgenomen in de notificatie zoals bedoeld in artikel 22bis.]1
Het bevat minstens de gegevens die zijn opgenomen in de notificatie zoals bedoeld in artikel 22bis.]1
Art. 22ter. [1 Le registre visé sous l'intitulé "Traitement de l'obésité" à l'article 14, d), 6°, de la nomenclature est tenu de façon électronique.
Il contient au moins les données qui sont reprises dans la notification visée à l'article 22bis.]1
Il contient au moins les données qui sont reprises dans la notification visée à l'article 22bis.]1
HOOFDSTUK VIIIter. [1 - Voorschrift in medische beeldvorming]1
HOOFDSTUK VIIIter. [1 - De la prescription en imagerie médicale]1
Art. 22quater. [1 Het aanvraagformulier bedoeld [2 in artikelen 17, § 12, eerste lid, en 6, § 17, 3,]2 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, wordt opgemaakt conform het model vervat in bijlage 82.]1
Art. 22quater. [1 Le formulaire de demande visé [2 aux articles 17, § 12, alinéa 1er, et 6, § 17, 3,]2 de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, est établi conformément au modèle repris à l'annexe 82.]1
Art. 22quinquies. [1 Het registratieformulier bedoeld in artikelen 17, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, wordt opgemaakt conform het model vervat in bijlage 84.
De verzekeringstegemoetkoming voor de Conebeam CT, voorzien onder de nr 459852-459863 wordt afhankelijk gesteld van de registratie bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut, van het toestel en de zorgverlener die het toestel bedient, door middel van het formulier voorzien in de bijlage 84 dat door de exploitant van de inrichting volledig wordt ingevuld en ondertekend. Per toestel wordt een formulier opgemaakt en ter registratie overgemaakt. Elke wijziging aan één van de gegevens die in de bijlage 84 worden opgevraagd, dient bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut te worden gemeld als een hernieuwing van registratie.
De verzekeringstegemoetkoming is slechts verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut kennis krijgt van deze registratie.]1
De verzekeringstegemoetkoming voor de Conebeam CT, voorzien onder de nr 459852-459863 wordt afhankelijk gesteld van de registratie bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut, van het toestel en de zorgverlener die het toestel bedient, door middel van het formulier voorzien in de bijlage 84 dat door de exploitant van de inrichting volledig wordt ingevuld en ondertekend. Per toestel wordt een formulier opgemaakt en ter registratie overgemaakt. Elke wijziging aan één van de gegevens die in de bijlage 84 worden opgevraagd, dient bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut te worden gemeld als een hernieuwing van registratie.
De verzekeringstegemoetkoming is slechts verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut kennis krijgt van deze registratie.]1
Art. 22quinquies. [1 Le formulaire d'enregistrement visé à l'article 17, § 1er, de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, est établi conformément au modèle repris à l'annexe 84.
L'intervention de l'assurance pour le Conebeam CT, prévu sous le numéro 459852-459863 dépend de l'enregistrement auprès du Service des soins de santé de l'Institut, de l'appareil et du service où l'appareil est installé, au moyen du formulaire prévu à l'annexe 84, dûment complété et signé par l'exploitant de l'établissement. Un formulaire est établi par appareil et transmis pour enregistrement. Toute modification apportée à l'une des données réclamées dans l'annexe 84, doit être signalée au Service des soins de santé de l'Institut comme un renouvellement de l'enregistrement.
L'intervention de l'assurance n'est due qu'à partir du moment où le Service des soins de santé de l'Institut est informé de cet enregistrement.]1
L'intervention de l'assurance pour le Conebeam CT, prévu sous le numéro 459852-459863 dépend de l'enregistrement auprès du Service des soins de santé de l'Institut, de l'appareil et du service où l'appareil est installé, au moyen du formulaire prévu à l'annexe 84, dûment complété et signé par l'exploitant de l'établissement. Un formulaire est établi par appareil et transmis pour enregistrement. Toute modification apportée à l'une des données réclamées dans l'annexe 84, doit être signalée au Service des soins de santé de l'Institut comme un renouvellement de l'enregistrement.
L'intervention de l'assurance n'est due qu'à partir du moment où le Service des soins de santé de l'Institut est informé de cet enregistrement.]1
Art. 22sexies. [1 Het notificatieformulier bedoeld in artikelen 17, § 1, en 17bis, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, wordt opgemaakt conform het model vervat in bijlage 86.]1
Art. 22sexies. [1 Le formulaire de notification visé aux articles 17, § 1er, et 17bis, § 1er, de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, est établi conformément au modèle repris à l'annexe 86.]1
HOOFDSTUK VIIIquater. - [1 Gestandaardiseerd aanvraagformulier voor de reducerende borstplastie]1
CHAPITRE VIIIquater. - [1 Du formulaire de remboursement standardisé pour la plastie de réduction d'un sein]1
Art. 22septies. [1 Het gestandaardiseerd aanvraagformulier bedoeld in artikel 14, c), II, 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, wordt opgemaakt conform het model vervat in bijlage 88.]1
Art. 22septies. [1 Le formulaire de remboursement standardisé visé à l'article 14, c), II, 1, de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, est établi conformément au modèle repris à l'annexe 88. ]1
HOOFDSTUK VIIIquinquies. [1 - PERMANENTIE IN DE FUNCTIES INTENSIEVE ZORGEN EN GESPECIALISEERDE SPOEDGEVALLENZORG]1
CHAPITRE VIIIquinquies. [1 - PERMANENCE DANS LES FONCTIONS DE SOINS INTENSIFS ET LES FONCTIONS RECONNUES DE SOINS URGENTS SPECIALISES]1
Art. 22octies. [1 De lijst van de artsen bedoeld in artikel 13, § 6, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, wordt opgemaakt conform het model opgenomen als bijlage 89.]1
Modifications
Art. 22octies. [1 La liste des médecins visée à l'article 13, § 6, de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, est établie conformément au modèle figurant à l'annexe 89.]1
Modifications
Art.22nonies. [1 De lijst van de artsen die instaan voor de permanentie in een erkende functie voor gespecialiseerde spoedgevallenzorg bedoeld in artikel 25, § 3bis, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, wordt opgemaakt conform het model opgenomen als bijlage 97.]1
Art.22nonies. [1 La liste des médecins qui assurent la permanence dans le cadre d'une fonction reconnue de soins urgents spécialisés visée à l'article 25, § 3bis, de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, est établie conformément au modèle figurant à l'annexe 97.]1
HOOFDSTUK VIIIsexies. [1 - NOTIFICATIE VAN OPSPORING VAN BAARMOEDERHALSKANKER.]1
CHAPITRE VIIIsexies. [1 - NOTIFICATION DU DEPISTAGE DU CANCER DU COL DE L'UTERUS.]1
Art.22decies. [1 De notificatie van de verstrekkingen betreffende de opsporing van baarmoederhalskanker, bedoeld in de artikelen 24bis en 32 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, wordt opgesteld volgens het model dat is opgenomen in de bijlage 100.]1
Art.22decies... [1 La notification des prestations relatives au dépistage du cancer du col de l'utérus, visées aux articles 24bis et 32 de l'annexe de l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, est établi conformément au modèle repris à l'annexe 100.]1
HOOFDSTUK IX. - [1 Voorwaarden voor verzekeringstegemoetkoming voor tandheelkundige verstrekkingen]1
CHAPITRE IX. - [1 Des conditions d'intervention de l'assurance pour les prestations dentaires]1
Art. 23. § 1. [9 De verzekeringstegemoetkoming voor tandprothesen die zijn opgenomen in artikel 5, § 2, A, van de nomenclatuur, die op een analoge en/of digitale manier afgedrukt of gescand worden, vanaf de leeftijd van 50 jaar, is enkel verschuldigd indien de aangerekende verstrekking vergezeld is van pseudocodes voor de fasen zoals hieronder vermeld :
- 389675-389686 voor de analoge standaardafdruk
- 389690-389701 voor de analoge individuele afdruk
- 389955-389966 voor de digitale individuele afdruk
- 389970-389981 voor de digitale individuele afdruk van een bestaande volledige prothese die als individuele lepel fungeert
- 389712-389723 voor de beetrelatiebepaling
- 389734-389745 bij de pas
Bij elke pseudocode wordt de datum vermeld waarop de betreffende fase plaatsvond. Het nomenclatuurnummer van de prothese wordt geattesteerd op datum van plaatsing.
Bij overlijden van de patiënt tijdens de confectieperiode, worden, in toepassing van artikel 6, § 5, 1.4 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, de fasen vermeld die doorlopen werden, aangevuld met het nomenclatuurnummer van de prothese met de datum van de laatste doorlopen fase.
De te gebruiken pseudocodes zijn in dit geval :
- 389756-389760 voor de analoge standaardafdruk,
- 389771-389782 voor de analoge individuele afdruk,
- 389476-389480 voor de digitale individuele afdruk,
- 389491-389502 voor de digitale individuele afdruk van een bestaande volledige prothese die als individuele lepel fungeert
- 389793-389804 voor de beetrelatiebepaling,
- 389815-389826 bij de pas
In het geval van overlijden van de patiënt na de pas maar vóór de plaatsing en controle, worden de pseudocodes 389756-389760, 389771-389782, 389476-389480, 389491-389502, 389793-389804 en 389815-389826 gevolgd door de pseudocode 389830-389841. Deze pseudocode 389830-389841 en het nomenclatuurnummer van de prothese worden beide geattesteerd met de datum van de fase van de pas.
De pseudocodes dienen te worden gebruikt voor de prothesen geplaatst vanaf de datum van inwerkingtreding van de schrapping van de bijlage 56 in artikel 6, § 5 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen.]9
§ 2. (...).
§ 3. (Benevens de in de (§ 1) vermelde vereisten is de verzekeringstegemoetkoming:
- voor de partiële prothesen van 1 tot 13 tanden, en voor de volledige prothesen die vóór de leeftijd van 50 jaar worden vervaardigd in het raam van de afwijkingen die zijn vermeld in artikel 6, § 5, 2.2., van de nomenclatuur, afhankelijk van de voorafgaande instemming van de adviserend geneesheer, welke wordt aangevraagd met het formulier dat is vervat in de bijlage 57. In dat geval wordt de instemming van de adviserend geneesheer en de beslissing van de verzekeringsinstelling binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag meegedeeld aan de rechthebbende;
- voor de partiële prothesen van 1 tot 13 tanden, en voor de volledige prothesen die vóór de leeftijd van 50 jaar worden vervaardigd in het raam van de afwijkingen die zijn vermeld in artikel 6, § 5, 2.3. (en 2.4.), van de nomenclatuur, afhankelijk van de voorafgaande instemming van de Technische tandheelkundige raad wiens akkoord wordt aangevraagd, met het formulier dat is vervat in de bijlage 57, via de adviserend geneesheer die oordeelt over de volledigheid van het dossier.
Het aanvraagformulier, waarop naargelang, de instemming van de adviserend geneesheer en de beslissing van de verzekeringsinstelling of het akkoord van de Technische tandheelkundige raad zijn vermeld, wordt gevoegd bij het getuigschrift voor verstrekte hulp dat bij de plaatsing van de prothese aan de rechthebbende wordt uitgereikt.)
[7 § 3bis Om in aanmerking te komen voor verzekeringstegemoetkoming voor een metalen frame 379536-379540 en/of 379551-379562 of een directe of indirecte adhesieve brug 372816-372820 en/of 372831-372842 en de bijhorende verstrekkingen voor een verzekerde jonger dan 19 jaar die voldoet aan de criteria A.1.d van artikel 6 § 5ter van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, dient een aanvraag ingediend te worden bij de Technisch tandheelkundige raad van wie de goedkeuring wordt gevraagd door middel van het formulier 57bis via de adviserend arts die oordeelt over de volledigheid van het dossier
Wanneer er ook een aanvraag wordt ingediend voor een uitneembare prothese overeenkomstig artikel 6 § 5 5.2 van de nomenclatuur, moet het formulier 57bis verplicht bij formulier 57 gevoegd worden.]7
§ 4. [1 De verzekeringstegemoetkoming voor het vervroegd vernieuwen van een uitneembare prothese waarvoor reeds een tegemoetkoming door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging is verleend, in geval van de afwijkingen vermeld in artikel 6, § 5, 3.A.3, is afhankelijk van de voorafgaande toestemming van de Technische tandheelkundige raad. De verzekeringstegemoetkoming voor de uitzonderlijke vervanging van de basis, in geval van de afwijkingen vermeld in artikel 6, § 5, 3.C.2, is eveneens afhankelijk van de voorafgaande toestemming van de Technische tandheelkundige raad.]1
[Elke aanvraag wordt, via de adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling, met het door de practicus ingevulde en ondertekende formulier dat is vervat in de bijlage 58, aan de Technische tandheelkundige raad overgemaakt.
[4 Na akkoord van de Technisch tandheelkundige raad moeten de verstrekkingen 308335-308346 en 378335-378346 aangerekend worden op de manier zoals voorzien in artikel 23, § 1, van bovenbedoelde verordening.]4 ]
§ 5. Verzekeringstegemoetkoming voor de verstrekking 317295-317306 van artikel 14, l van de nomenclatuur, is slechts verschuldigd als de aanvraag overgemaakt werd aan de Technische tandheelkundige raad via de verzekeringsinstelling, door middel van het formulier voorzien in de bijlage 59.
[2 De verstrekking 312491-312502 die in artikel 14, l van de nomenclatuur is opgenomen impliceert het opmaken door de zorgverlener van het document voorzien onder bijlage 59bis. Het dient door de zorgverlener en de patiënt te worden ondertekend en wordt in het patiëntendossier bewaard.]2
[5 § 6. [8 Om in aanmerking te komen voor een verzekeringstegemoetkoming voor de verstrekkingen bedoeld in de rubriek " tandzorg bij kankerpatiënten of bij anodontie en/of oligodontie " van artikel 5 § 5 van de nomenclatuur, voor een verzekerde die voldoet aan het criteriumA.1.a van artikel 6 § 5ter van de nomenclatuur, moet het formulier bijlage 90 ingevuld en bewaard worden in het dossier van de patiënt en ter beschikking gehouden worden van de adviserend arts.
Niettemin moet het formulier naar de verzekeringsinstelling worden verzonden in geval van een aanvraag voor een tegemoetkoming voor een behandeling die voortijdig is afgebroken omwille van overlijden van de patiënt of om dringende medische redenen.
Om in aanmerking te komen voor een verzekeringstegemoetkoming voor de verstrekkingen bedoeld in de rubriek "tandzorg bij kankerpatiënten of bij anodontie en/of oligodontie" van artikel 5 § 5 van de nomenclatuur, voor een verzekerde die voldoet aan de criteria A.1.b of A.1.c. van artikel 6 § 5ter van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, moet een ingevuld formulier bijlage 91 verplicht overgemaakt worden aan de verzekeringsinstelling die het document doorzendt naar het RIZIV.
Als het prothetisch werk vroegtijdig wordt onderbroken of beëindigd omwille van het overlijden van de patiënt of omwille van dwingende medische redenen zoals bedoeld in artikel 6, § 5ter, D.6 van de nomenclatuur van de zorgprestaties, wordt één van de volgende pseudocodes vermeld als betrekkelijke verstrekking in de kolom " n° van de tand of prothese op dewelke de verstrekking wordt uitgevoerd " van het getuigschrift voor verstrekte hulp:
- 389852-389863 als het prothetisch werk is onderbroken voor de verstrekkingen 309573-309584 of 309595-309606 na de planning en voorbereiding van het werk en voor het plaatsen van de implantaten ;
- 389874-389885 als het prothetisch werk is onderbroken voor de verstrekkingen 309610-309621, 309632-309643, 309654-309665, 309676-309680, 309691-309702, 309713-309724, 302654-302665, 302676-302680, 302691-302702, 302713-302724, 302735-302746 en 302750-302761, na de definitieve afdruk;
- 389896-389900 als het prothetisch werk wordt onderbroken voor de verstrekkingen 379536-379540, 379551-379562, 309536-309540, 309551-309562, 372816-372820 en 372831-372842 na vervaardiging van een metalen frame en voor het plaatsen;
- 389911-389922 als het prothetisch werk wordt onderbroken voor de verstrekkingen 309610-309621, 309632-309643, 309654-309665, 309676-309680, 309691-309702, 309713-309724, 302654-302665, 302676-302680, 302691-302702, 302713-302724, 302735-302746 en 302750-302761, na de vervaardiging van de prothese, de brug of de kroon en voor het plaatsen van deze.]8]5
[6 § 7. Alle prestaties van artikel 5 van de nomenclatuur die buiten een vaste praktijk worden uitgevoerd, moeten met een pseudocode 389933-389944 worden aangeduid zoals bepaald in artikel 6, § 20 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen.]6
- 389675-389686 voor de analoge standaardafdruk
- 389690-389701 voor de analoge individuele afdruk
- 389955-389966 voor de digitale individuele afdruk
- 389970-389981 voor de digitale individuele afdruk van een bestaande volledige prothese die als individuele lepel fungeert
- 389712-389723 voor de beetrelatiebepaling
- 389734-389745 bij de pas
Bij elke pseudocode wordt de datum vermeld waarop de betreffende fase plaatsvond. Het nomenclatuurnummer van de prothese wordt geattesteerd op datum van plaatsing.
Bij overlijden van de patiënt tijdens de confectieperiode, worden, in toepassing van artikel 6, § 5, 1.4 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, de fasen vermeld die doorlopen werden, aangevuld met het nomenclatuurnummer van de prothese met de datum van de laatste doorlopen fase.
De te gebruiken pseudocodes zijn in dit geval :
- 389756-389760 voor de analoge standaardafdruk,
- 389771-389782 voor de analoge individuele afdruk,
- 389476-389480 voor de digitale individuele afdruk,
- 389491-389502 voor de digitale individuele afdruk van een bestaande volledige prothese die als individuele lepel fungeert
- 389793-389804 voor de beetrelatiebepaling,
- 389815-389826 bij de pas
In het geval van overlijden van de patiënt na de pas maar vóór de plaatsing en controle, worden de pseudocodes 389756-389760, 389771-389782, 389476-389480, 389491-389502, 389793-389804 en 389815-389826 gevolgd door de pseudocode 389830-389841. Deze pseudocode 389830-389841 en het nomenclatuurnummer van de prothese worden beide geattesteerd met de datum van de fase van de pas.
De pseudocodes dienen te worden gebruikt voor de prothesen geplaatst vanaf de datum van inwerkingtreding van de schrapping van de bijlage 56 in artikel 6, § 5 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen.]9
§ 2. (...).
§ 3. (Benevens de in de (§ 1) vermelde vereisten is de verzekeringstegemoetkoming:
- voor de partiële prothesen van 1 tot 13 tanden, en voor de volledige prothesen die vóór de leeftijd van 50 jaar worden vervaardigd in het raam van de afwijkingen die zijn vermeld in artikel 6, § 5, 2.2., van de nomenclatuur, afhankelijk van de voorafgaande instemming van de adviserend geneesheer, welke wordt aangevraagd met het formulier dat is vervat in de bijlage 57. In dat geval wordt de instemming van de adviserend geneesheer en de beslissing van de verzekeringsinstelling binnen dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag meegedeeld aan de rechthebbende;
- voor de partiële prothesen van 1 tot 13 tanden, en voor de volledige prothesen die vóór de leeftijd van 50 jaar worden vervaardigd in het raam van de afwijkingen die zijn vermeld in artikel 6, § 5, 2.3. (en 2.4.), van de nomenclatuur, afhankelijk van de voorafgaande instemming van de Technische tandheelkundige raad wiens akkoord wordt aangevraagd, met het formulier dat is vervat in de bijlage 57, via de adviserend geneesheer die oordeelt over de volledigheid van het dossier.
Het aanvraagformulier, waarop naargelang, de instemming van de adviserend geneesheer en de beslissing van de verzekeringsinstelling of het akkoord van de Technische tandheelkundige raad zijn vermeld, wordt gevoegd bij het getuigschrift voor verstrekte hulp dat bij de plaatsing van de prothese aan de rechthebbende wordt uitgereikt.)
[7 § 3bis Om in aanmerking te komen voor verzekeringstegemoetkoming voor een metalen frame 379536-379540 en/of 379551-379562 of een directe of indirecte adhesieve brug 372816-372820 en/of 372831-372842 en de bijhorende verstrekkingen voor een verzekerde jonger dan 19 jaar die voldoet aan de criteria A.1.d van artikel 6 § 5ter van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, dient een aanvraag ingediend te worden bij de Technisch tandheelkundige raad van wie de goedkeuring wordt gevraagd door middel van het formulier 57bis via de adviserend arts die oordeelt over de volledigheid van het dossier
Wanneer er ook een aanvraag wordt ingediend voor een uitneembare prothese overeenkomstig artikel 6 § 5 5.2 van de nomenclatuur, moet het formulier 57bis verplicht bij formulier 57 gevoegd worden.]7
§ 4. [1 De verzekeringstegemoetkoming voor het vervroegd vernieuwen van een uitneembare prothese waarvoor reeds een tegemoetkoming door de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging is verleend, in geval van de afwijkingen vermeld in artikel 6, § 5, 3.A.3, is afhankelijk van de voorafgaande toestemming van de Technische tandheelkundige raad. De verzekeringstegemoetkoming voor de uitzonderlijke vervanging van de basis, in geval van de afwijkingen vermeld in artikel 6, § 5, 3.C.2, is eveneens afhankelijk van de voorafgaande toestemming van de Technische tandheelkundige raad.]1
[Elke aanvraag wordt, via de adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling, met het door de practicus ingevulde en ondertekende formulier dat is vervat in de bijlage 58, aan de Technische tandheelkundige raad overgemaakt.
[4 Na akkoord van de Technisch tandheelkundige raad moeten de verstrekkingen 308335-308346 en 378335-378346 aangerekend worden op de manier zoals voorzien in artikel 23, § 1, van bovenbedoelde verordening.]4 ]
§ 5. Verzekeringstegemoetkoming voor de verstrekking 317295-317306 van artikel 14, l van de nomenclatuur, is slechts verschuldigd als de aanvraag overgemaakt werd aan de Technische tandheelkundige raad via de verzekeringsinstelling, door middel van het formulier voorzien in de bijlage 59.
[2 De verstrekking 312491-312502 die in artikel 14, l van de nomenclatuur is opgenomen impliceert het opmaken door de zorgverlener van het document voorzien onder bijlage 59bis. Het dient door de zorgverlener en de patiënt te worden ondertekend en wordt in het patiëntendossier bewaard.]2
[5 § 6. [8 Om in aanmerking te komen voor een verzekeringstegemoetkoming voor de verstrekkingen bedoeld in de rubriek " tandzorg bij kankerpatiënten of bij anodontie en/of oligodontie " van artikel 5 § 5 van de nomenclatuur, voor een verzekerde die voldoet aan het criteriumA.1.a van artikel 6 § 5ter van de nomenclatuur, moet het formulier bijlage 90 ingevuld en bewaard worden in het dossier van de patiënt en ter beschikking gehouden worden van de adviserend arts.
Niettemin moet het formulier naar de verzekeringsinstelling worden verzonden in geval van een aanvraag voor een tegemoetkoming voor een behandeling die voortijdig is afgebroken omwille van overlijden van de patiënt of om dringende medische redenen.
Om in aanmerking te komen voor een verzekeringstegemoetkoming voor de verstrekkingen bedoeld in de rubriek "tandzorg bij kankerpatiënten of bij anodontie en/of oligodontie" van artikel 5 § 5 van de nomenclatuur, voor een verzekerde die voldoet aan de criteria A.1.b of A.1.c. van artikel 6 § 5ter van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen, moet een ingevuld formulier bijlage 91 verplicht overgemaakt worden aan de verzekeringsinstelling die het document doorzendt naar het RIZIV.
Als het prothetisch werk vroegtijdig wordt onderbroken of beëindigd omwille van het overlijden van de patiënt of omwille van dwingende medische redenen zoals bedoeld in artikel 6, § 5ter, D.6 van de nomenclatuur van de zorgprestaties, wordt één van de volgende pseudocodes vermeld als betrekkelijke verstrekking in de kolom " n° van de tand of prothese op dewelke de verstrekking wordt uitgevoerd " van het getuigschrift voor verstrekte hulp:
- 389852-389863 als het prothetisch werk is onderbroken voor de verstrekkingen 309573-309584 of 309595-309606 na de planning en voorbereiding van het werk en voor het plaatsen van de implantaten ;
- 389874-389885 als het prothetisch werk is onderbroken voor de verstrekkingen 309610-309621, 309632-309643, 309654-309665, 309676-309680, 309691-309702, 309713-309724, 302654-302665, 302676-302680, 302691-302702, 302713-302724, 302735-302746 en 302750-302761, na de definitieve afdruk;
- 389896-389900 als het prothetisch werk wordt onderbroken voor de verstrekkingen 379536-379540, 379551-379562, 309536-309540, 309551-309562, 372816-372820 en 372831-372842 na vervaardiging van een metalen frame en voor het plaatsen;
- 389911-389922 als het prothetisch werk wordt onderbroken voor de verstrekkingen 309610-309621, 309632-309643, 309654-309665, 309676-309680, 309691-309702, 309713-309724, 302654-302665, 302676-302680, 302691-302702, 302713-302724, 302735-302746 en 302750-302761, na de vervaardiging van de prothese, de brug of de kroon en voor het plaatsen van deze.]8]5
[6 § 7. Alle prestaties van artikel 5 van de nomenclatuur die buiten een vaste praktijk worden uitgevoerd, moeten met een pseudocode 389933-389944 worden aangeduid zoals bepaald in artikel 6, § 20 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen.]6
Modifications
Art. 23. § 1er. [9 L'intervention de l'assurance pour prothèses dentaires visées à l'article 5, § 2, A, de la nomenclature, réalisé ou scanné de manière analogique et/ou numérique, à partir de l'âge de 50 ans, n'est due que si la prestation portée en compte est accompagnée des pseudocodes relatifs aux étapes mentionnés ci-dessous :
- 389675-389686 pour les empreintes analogiques préliminaires,
- 389690-389701 pour les empreintes analogiques individuelles,
- 389955-389966 pour les empreintes numériques individuelles,
- 389970-389981 pour l'empreinte numérique individuelle d'une prothèse complète existante qui assure la fonction d'un porte-empreinte individuel,
- 389712-389723 pour la prise de l'occlusion,
- 389734-389745 lors de l'essai
Avec chaque pseudocode est mentionnée la date à laquelle l'étape concernée a eu lieu. Le numéro de nomenclature de la prothèse est attesté à la date du placement.
Lors du décès du patient durant la phase de fabrication, en application de l'article 6, § 5, 1.4. de la nomenclature des prestations de santé, les pseudocodes des étapes qui ont été exécutées sont mentionnés, complété par le numéro de nomenclature de la prothèse avec la date de la dernière étape effectuée.
Les pseudocodes à utiliser dans ce cas sont :
- 389756-389760 pour les empreintes analogiques préliminaires,
- 389771-389782 pour les empreintes analogiques individuelles,
- 389476-389480 pour les empreintes numériques individuelles,
- 389491-389502 pour l'empreinte numérique individuelle d'une prothèse complète existante qui assure la fonction d'un porte-empreinte individuel,
- 389793-389804 pour la prise de l'occlusion,
- 389815-389826 lors de l'essai
Dans le cas où la personne décède après l'essai mais avant le placement et le contrôle, les pseudocodes 389756-389760, 389771-389782, 389476-389480, 389491-389502, 389793-389804 et 389815-389826 sont suivis par le pseudocode 389830-389841. Ce pseudocode 389830-389841 et le numéro de nomenclature de la prothèse sont tous les deux attestés avec la date de l'étape de l'essai.
Les pseudocodes doivent être utilisés pour les prothèses placées à partir de la date d'entrée en vigueur de la suppression de l'annexe 56 dans l'article 6, § 5, de la nomenclature des prestations de santé.]9
§ 2. (...).
§ 3. (En plus des exigences reprises au (§ 1er), l'intervention de l'assurance est
- pour les prothèses partielles de 1 à 13 dents, et les prothèses totales réalisées avant l'age de 50 ans dans le cadre des dérogations reprises à l'article 6, § 5, 2.2., de la nomenclature, soumise à l'accord préalable du médecin-conseil, au moyen du formulaire figurant à l'annexe 57. Dans ce cas, l'accord du médecin-conseil et la décision de l'organisme assureur sont communiqués au bénéficiaire dans les trente jours de la réception de la demande;
- pour les prothèses partielles de 1 à 13 dents, et les prothèses totales réalisées avant l'âge de 50 ans dans le cadre des dérogations reprises à l'article 6, § 5, 2.3. (et 2.4), de la nomenclature, soumise à l'accord préalable du Conseil technique dentaire, au moyen du formulaire figurant à l'annexe 57 par l'intermédiaire du médecin-conseil qui juge si le dossier est complet.
Le formulaire de demande, suivant le cas, muni de l'accord du médecin-conseil et de la décision de l'organisme assureur ou du Conseil technique dentaire, est joint à l'attestation de soins donnés délivrée au bénéficiaire lors du placement de la prothèse.)
[7 § 3bis Pour pouvoir bénéficier d'une intervention de l'assurance soins de santé pour un châssis métallique 379536-379540 et/ou 379551-379562 ou un bridge adhésif direct ou indirect 372816-372820 et/ou 372831-372842 et les prestations y afférentes pour un assuré de moins de 19 ans qui répond aux critères A.1.d de l'article 6 § 5ter de la nomenclature des prestations de santé, une demande doit être introduite auprès du Conseil technique dentaire dont l'accord est sollicité au moyen du formulaire 57bis par l'intermédiaire du médecin-conseil qui juge si le dossier est complet.
Lorsqu'une demande pour une prothèse amovible est également introduite en application de l'article 6 § 5 5.2. de la nomenclature, le formulaire 57bis doit être obligatoirement joint au formulaire 57.]7
§ 4. [1 L'intervention de l'assurance pour le renouvellement anticipé d'une prothèse amovible qui a déjà fait l'objet d'une intervention de l'assurance soins de santé, dans le cas des dérogations reprises à l'article 6, § 5, 3.A.3, est soumise à l'accord préalable du Conseil technique dentaire. L'intervention de l'assurance pour le remplacement exceptionnel de la base dans le cas des dérogations reprises à l'article 6, § 5, 3.C.2, est également soumise à l'accord préalable du Conseil technique dentaire.]1
[Toute demande est adressée au Conseil technique dentaire, par l'intermédiaire du médecin-conseil de l'organisme assureur, au moyen du formulaire complété et signé par le praticien et dont le modèle figure à l'annexe 58.
[4 Suite à l'accord du Conseil technique dentaire, les prestations 308335-308346 et 378335-378346 doivent être portées en compte de la manière prévue à l'article 23, § 1er, du règlement susvisé.]4 ]
§ 5. L'intervention de l'assurance pour la prestation 317295-317306 visée à l'article 14, l, de la nomenclature n'est due que si la demande est adressée au Conseil technique dentaire, par la voie de l'organisme assureur, au moyen du formulaire prévu à l'annexe 59.
[2 La prestation 312491-312502 reprise dans l'article 14, l de la nomenclature implique la rédaction du prestataire de soins d'un document comme prévu dans l'annexe 59bis. Celle-ci doit être soussigné par le prestataire de soins et le patient et conservé dans le dossier du patient.]2
[5 § 6. [8 Pour pouvoir bénéficier d'une intervention de l'assurance pour les prestations visées sous la rubrique " soins dentaires chez les patients atteints du cancer ou avec de l'anodontie et/ou de l'oligodontie " de l'article 5 § 5 de la nomenclature, pour un assuré qui répond au critère A.1.a., de l'article 6 § 5ter de la nomenclature, le formulaire annexe 90 est complété et conservé dans le dossier du patient et est gardé à disposition du médecin-conseil.
Le formulaire doit néanmoins être transmis à l'organisme assureur en cas de demande d'intervention pour un traitement interrompu prématurément en raison du décès du patient ou pour des raisons médicales impérieuses.
Pour pouvoir bénéficier d'une intervention de l'assurance pour les prestations visées sous la rubrique " soins dentaires chez les patients atteints du cancer ou avec de l'anodontie et/ou l'oligodontie " de l'article 5, § 5 de la nomenclature, pour un assuré qui répond aux critères A.1.b. ou A.1.c. de l'article 6 § 5ter de la nomenclature des prestations de santé, le formulaire annexe 91 complété doit être obligatoirement transmis à l'organisme assureur, qui transfère le document à l'INAMI.
Si le travail prothétique est interrompu ou terminé prématurément en raison du décès du patient ou pour des raisons médicales impérieuses comme visé à l'article 6, § 5ter, D.6 de la nomenclature des prestations de santé, l'un des pseudocodes suivant est mentionné comme prestation relative dans la colonne " n° de la dent ou de la prothèse sur laquelle la prestation a été effectuée " de l'attestation de soins donnés :
- 389852-389863 lorsque le travail prothétique est interrompu pour les prestations 309573-309584 ou 309595-309606 après planification et la préparation des travaux et avant le placement des implants ;
- 389874-389885 lorsque le travail prothétique est interrompu pour les prestations 309610-309621, 309632-309643, 309654-309665, 309676-309680, 309691-309702, 309713-309724, 302654-302665, 302676-302680, 302691-302702, 302713-302724, 302735-302746 et 302750-302761, après les empreintes définitives ;
- 389896-389900 lorsque le travail prothétique est interrompu pour les prestations 379536-379540, 379551-379562, 309536-309540, 309551-309562, 372816-372820 et 372831-372842 après réalisation du châssis métallique et avant le placement ;
- 389911-389922 lorsque le travail prothétique est interrompu pour les prestations 309610-309621, 309632-309643, 309654-309665, 309676-309680, 309691-309702, 309713-309724, 302654-302665, 302676-302680, 302691-302702, 302713-302724, 302735-302746 et 302750-302761, après l'achèvement de la prothèse, du bridge ou de la couronne et avant le placement de celui-ci.]8]5
[6 § 7. Toutes les prestations de l'article 5 de la nomenclature qui sont effectuées en dehors d'un cabinet fixe doivent être portées en compte avec un pseudocode 389933-389944 comme prévu à l'article 6 § 20 de la nomenclature des prestations de santé.]6
- 389675-389686 pour les empreintes analogiques préliminaires,
- 389690-389701 pour les empreintes analogiques individuelles,
- 389955-389966 pour les empreintes numériques individuelles,
- 389970-389981 pour l'empreinte numérique individuelle d'une prothèse complète existante qui assure la fonction d'un porte-empreinte individuel,
- 389712-389723 pour la prise de l'occlusion,
- 389734-389745 lors de l'essai
Avec chaque pseudocode est mentionnée la date à laquelle l'étape concernée a eu lieu. Le numéro de nomenclature de la prothèse est attesté à la date du placement.
Lors du décès du patient durant la phase de fabrication, en application de l'article 6, § 5, 1.4. de la nomenclature des prestations de santé, les pseudocodes des étapes qui ont été exécutées sont mentionnés, complété par le numéro de nomenclature de la prothèse avec la date de la dernière étape effectuée.
Les pseudocodes à utiliser dans ce cas sont :
- 389756-389760 pour les empreintes analogiques préliminaires,
- 389771-389782 pour les empreintes analogiques individuelles,
- 389476-389480 pour les empreintes numériques individuelles,
- 389491-389502 pour l'empreinte numérique individuelle d'une prothèse complète existante qui assure la fonction d'un porte-empreinte individuel,
- 389793-389804 pour la prise de l'occlusion,
- 389815-389826 lors de l'essai
Dans le cas où la personne décède après l'essai mais avant le placement et le contrôle, les pseudocodes 389756-389760, 389771-389782, 389476-389480, 389491-389502, 389793-389804 et 389815-389826 sont suivis par le pseudocode 389830-389841. Ce pseudocode 389830-389841 et le numéro de nomenclature de la prothèse sont tous les deux attestés avec la date de l'étape de l'essai.
Les pseudocodes doivent être utilisés pour les prothèses placées à partir de la date d'entrée en vigueur de la suppression de l'annexe 56 dans l'article 6, § 5, de la nomenclature des prestations de santé.]9
§ 2. (...).
§ 3. (En plus des exigences reprises au (§ 1er), l'intervention de l'assurance est
- pour les prothèses partielles de 1 à 13 dents, et les prothèses totales réalisées avant l'age de 50 ans dans le cadre des dérogations reprises à l'article 6, § 5, 2.2., de la nomenclature, soumise à l'accord préalable du médecin-conseil, au moyen du formulaire figurant à l'annexe 57. Dans ce cas, l'accord du médecin-conseil et la décision de l'organisme assureur sont communiqués au bénéficiaire dans les trente jours de la réception de la demande;
- pour les prothèses partielles de 1 à 13 dents, et les prothèses totales réalisées avant l'âge de 50 ans dans le cadre des dérogations reprises à l'article 6, § 5, 2.3. (et 2.4), de la nomenclature, soumise à l'accord préalable du Conseil technique dentaire, au moyen du formulaire figurant à l'annexe 57 par l'intermédiaire du médecin-conseil qui juge si le dossier est complet.
Le formulaire de demande, suivant le cas, muni de l'accord du médecin-conseil et de la décision de l'organisme assureur ou du Conseil technique dentaire, est joint à l'attestation de soins donnés délivrée au bénéficiaire lors du placement de la prothèse.)
[7 § 3bis Pour pouvoir bénéficier d'une intervention de l'assurance soins de santé pour un châssis métallique 379536-379540 et/ou 379551-379562 ou un bridge adhésif direct ou indirect 372816-372820 et/ou 372831-372842 et les prestations y afférentes pour un assuré de moins de 19 ans qui répond aux critères A.1.d de l'article 6 § 5ter de la nomenclature des prestations de santé, une demande doit être introduite auprès du Conseil technique dentaire dont l'accord est sollicité au moyen du formulaire 57bis par l'intermédiaire du médecin-conseil qui juge si le dossier est complet.
Lorsqu'une demande pour une prothèse amovible est également introduite en application de l'article 6 § 5 5.2. de la nomenclature, le formulaire 57bis doit être obligatoirement joint au formulaire 57.]7
§ 4. [1 L'intervention de l'assurance pour le renouvellement anticipé d'une prothèse amovible qui a déjà fait l'objet d'une intervention de l'assurance soins de santé, dans le cas des dérogations reprises à l'article 6, § 5, 3.A.3, est soumise à l'accord préalable du Conseil technique dentaire. L'intervention de l'assurance pour le remplacement exceptionnel de la base dans le cas des dérogations reprises à l'article 6, § 5, 3.C.2, est également soumise à l'accord préalable du Conseil technique dentaire.]1
[Toute demande est adressée au Conseil technique dentaire, par l'intermédiaire du médecin-conseil de l'organisme assureur, au moyen du formulaire complété et signé par le praticien et dont le modèle figure à l'annexe 58.
[4 Suite à l'accord du Conseil technique dentaire, les prestations 308335-308346 et 378335-378346 doivent être portées en compte de la manière prévue à l'article 23, § 1er, du règlement susvisé.]4 ]
§ 5. L'intervention de l'assurance pour la prestation 317295-317306 visée à l'article 14, l, de la nomenclature n'est due que si la demande est adressée au Conseil technique dentaire, par la voie de l'organisme assureur, au moyen du formulaire prévu à l'annexe 59.
[2 La prestation 312491-312502 reprise dans l'article 14, l de la nomenclature implique la rédaction du prestataire de soins d'un document comme prévu dans l'annexe 59bis. Celle-ci doit être soussigné par le prestataire de soins et le patient et conservé dans le dossier du patient.]2
[5 § 6. [8 Pour pouvoir bénéficier d'une intervention de l'assurance pour les prestations visées sous la rubrique " soins dentaires chez les patients atteints du cancer ou avec de l'anodontie et/ou de l'oligodontie " de l'article 5 § 5 de la nomenclature, pour un assuré qui répond au critère A.1.a., de l'article 6 § 5ter de la nomenclature, le formulaire annexe 90 est complété et conservé dans le dossier du patient et est gardé à disposition du médecin-conseil.
Le formulaire doit néanmoins être transmis à l'organisme assureur en cas de demande d'intervention pour un traitement interrompu prématurément en raison du décès du patient ou pour des raisons médicales impérieuses.
Pour pouvoir bénéficier d'une intervention de l'assurance pour les prestations visées sous la rubrique " soins dentaires chez les patients atteints du cancer ou avec de l'anodontie et/ou l'oligodontie " de l'article 5, § 5 de la nomenclature, pour un assuré qui répond aux critères A.1.b. ou A.1.c. de l'article 6 § 5ter de la nomenclature des prestations de santé, le formulaire annexe 91 complété doit être obligatoirement transmis à l'organisme assureur, qui transfère le document à l'INAMI.
Si le travail prothétique est interrompu ou terminé prématurément en raison du décès du patient ou pour des raisons médicales impérieuses comme visé à l'article 6, § 5ter, D.6 de la nomenclature des prestations de santé, l'un des pseudocodes suivant est mentionné comme prestation relative dans la colonne " n° de la dent ou de la prothèse sur laquelle la prestation a été effectuée " de l'attestation de soins donnés :
- 389852-389863 lorsque le travail prothétique est interrompu pour les prestations 309573-309584 ou 309595-309606 après planification et la préparation des travaux et avant le placement des implants ;
- 389874-389885 lorsque le travail prothétique est interrompu pour les prestations 309610-309621, 309632-309643, 309654-309665, 309676-309680, 309691-309702, 309713-309724, 302654-302665, 302676-302680, 302691-302702, 302713-302724, 302735-302746 et 302750-302761, après les empreintes définitives ;
- 389896-389900 lorsque le travail prothétique est interrompu pour les prestations 379536-379540, 379551-379562, 309536-309540, 309551-309562, 372816-372820 et 372831-372842 après réalisation du châssis métallique et avant le placement ;
- 389911-389922 lorsque le travail prothétique est interrompu pour les prestations 309610-309621, 309632-309643, 309654-309665, 309676-309680, 309691-309702, 309713-309724, 302654-302665, 302676-302680, 302691-302702, 302713-302724, 302735-302746 et 302750-302761, après l'achèvement de la prothèse, du bridge ou de la couronne et avant le placement de celui-ci.]8]5
[6 § 7. Toutes les prestations de l'article 5 de la nomenclature qui sont effectuées en dehors d'un cabinet fixe doivent être portées en compte avec un pseudocode 389933-389944 comme prévu à l'article 6 § 20 de la nomenclature des prestations de santé.]6
Modifications
Art. 24. § 1. [4 [6 Het formulier, voorzien in de bijlage 60bis, of zijn equivalent wordt opgemaakt uiterlijk bij aanvang van een vroege orthodontische behandeling zoals bedoeld in artikel 6, § 6, punt 3 van de nomenclatuur, en in het dossier van de patiënt bewaard en ter beschikking van de adviserend arts gehouden.
Het formulier, voorzien in de bijlage 60, of zijn equivalent wordt opgemaakt uiterlijk bij aanvang van een regelmatige orthodontische behandeling zoals bedoeld in artikel 6, § 6, punt 4 van de nomenclatuur, en wordt in het dossier van de patiënt bewaard en wordt ter beschikking van de adviserend arts gehouden. In het geval dat de behandeling niet gestart kan worden voor de 15de verjaardag, wordt ter kennisgeving, de nomenclatuurcode 305572-305583 of één van de volgende pseudocodes geattesteerd volgens de regels in artikel 6, § 6, punt 4 :
- 305690-305701 Kennisgeving door middel van een bijlage 60 of zijn equivalent dat werd ingevuld en bewaard wordt in het dossier van de patiënt.
- 305756-305760 Kennisgeving door middel van een bijlage 60 "ten bewarende titel" of zijn equivalent dat werd opgemaakt tussen de 13de en de 15de verjaardag en dat bewaard wordt in het dossier van de patiënt.
De kennisgeving via de attestatie van de codes 305690-305701 of 305572-305583 voor de 15e verjaardag opent het recht op een tegemoetkoming voor een regelmatige orthodontische behandeling gedurende een periode van 24 kalendermaanden volgend op de attestatie van deze codes. Er wordt rekening gehouden met de laatst geattesteerde code om deze periode van 24 kalendermaanden te bepalen.
De kennisgeving via de pseudocode 305756-305760 moet in het bezit zijn van de verzekeringsinstelling voor de 15de verjaardag van de verzekerde of tijdens de geldigheidsperiode van de kennisgeving via de code 305690-305701 of 305572-305583.
De pseudocodes 305690-305701 en 305756-305760 moeten gelijktijdig met eender welke andere vergoedbare prestatie uit artikel 5 van de nomenclatuur geattesteerd worden.]6
De aanvragen om verzekeringstegemoetkoming voorzien in artikel 6, § 6 van de nomenclatuur worden via de adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling, met het volgens de regels ingevulde formulier dat is vervat in de bijlage 61, aan de Technische tandheelkundige raad overgemaakt.
Het gaat hier om aanvragen :
- in afwijking op de leeftijdsgrens (artikel 6, § 6, 4.4., van de nomenclatuur);
- voor verlenging van behandeling als 36 prestaties 305616-305620 werden uitgevoerd (artikel 6, § 6, 4.5., van de nomenclatuur);
- voor bijkomende vergoeding voor apparatuur in geval van kaak - en verhemeltespleet (artikel 6, § 6, 4.1.4., van de nomenclatuur).]4
§ 2. [5 ...]5
[2 § 3. De verstrekking 301372-301383 die in artikel 5 van de nomenclatuur werd opgenomen, impliceert het opmaken door de tandheelkundige van een gestandaardiseerd verslag. Hiertoe wordt het formulier voorzien in de bijlage 62bis of een model gelijkwaardig aan deze bijlage gebruikt.
Dit formulier dient in het tandheelkundig dossier van de patiënt te worden bewaard en kan door de adviserend geneesheer worden opgevraagd.]2
[3 § 4. De verzekeringstegemoetkoming voor de dentale Conebeam CT's, voorzien onder de nrs 377230-377241, 307252-307263 en 307230-307241, wordt afhankelijk gesteld van de registratie bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut, van het toestel en de zorgverlener die het toestel bedient, door middel van het formulier voorzien in de bijlage 62ter dat door de exploitant van de inrichting volledig wordt ingevuld en ondertekend. Per toestel wordt een formulier opgemaakt en ter registratie overgemaakt. Elke wijziging aan één van de gegevens die in de bijlage 62ter worden opgevraagd, dient bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut te worden gemeld als een hernieuwing van registratie.
De verzekeringstegemoetkoming is slechts verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut kennis krijgt van deze registratie. In geval deze kennisname gebeurt vóór 31 december 2011 is de verzekeringstegemoetkoming verschuldigd vanaf 1 maart 2011.
De verzekeringstegemoetkoming is niet meer verschuldigd vanaf het ogenblik dat uit de gegevens van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle blijkt dat de zorgverlener-gebruiker niet langer over de nodige vergunningen beschikt of dat de toestellen en lokalen niet langer beantwoorden aan de vastgestelde veiligheidscriteria, zoals bepaald in of op grond van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen.]3
Het formulier, voorzien in de bijlage 60, of zijn equivalent wordt opgemaakt uiterlijk bij aanvang van een regelmatige orthodontische behandeling zoals bedoeld in artikel 6, § 6, punt 4 van de nomenclatuur, en wordt in het dossier van de patiënt bewaard en wordt ter beschikking van de adviserend arts gehouden. In het geval dat de behandeling niet gestart kan worden voor de 15de verjaardag, wordt ter kennisgeving, de nomenclatuurcode 305572-305583 of één van de volgende pseudocodes geattesteerd volgens de regels in artikel 6, § 6, punt 4 :
- 305690-305701 Kennisgeving door middel van een bijlage 60 of zijn equivalent dat werd ingevuld en bewaard wordt in het dossier van de patiënt.
- 305756-305760 Kennisgeving door middel van een bijlage 60 "ten bewarende titel" of zijn equivalent dat werd opgemaakt tussen de 13de en de 15de verjaardag en dat bewaard wordt in het dossier van de patiënt.
De kennisgeving via de attestatie van de codes 305690-305701 of 305572-305583 voor de 15e verjaardag opent het recht op een tegemoetkoming voor een regelmatige orthodontische behandeling gedurende een periode van 24 kalendermaanden volgend op de attestatie van deze codes. Er wordt rekening gehouden met de laatst geattesteerde code om deze periode van 24 kalendermaanden te bepalen.
De kennisgeving via de pseudocode 305756-305760 moet in het bezit zijn van de verzekeringsinstelling voor de 15de verjaardag van de verzekerde of tijdens de geldigheidsperiode van de kennisgeving via de code 305690-305701 of 305572-305583.
De pseudocodes 305690-305701 en 305756-305760 moeten gelijktijdig met eender welke andere vergoedbare prestatie uit artikel 5 van de nomenclatuur geattesteerd worden.]6
De aanvragen om verzekeringstegemoetkoming voorzien in artikel 6, § 6 van de nomenclatuur worden via de adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling, met het volgens de regels ingevulde formulier dat is vervat in de bijlage 61, aan de Technische tandheelkundige raad overgemaakt.
Het gaat hier om aanvragen :
- in afwijking op de leeftijdsgrens (artikel 6, § 6, 4.4., van de nomenclatuur);
- voor verlenging van behandeling als 36 prestaties 305616-305620 werden uitgevoerd (artikel 6, § 6, 4.5., van de nomenclatuur);
- voor bijkomende vergoeding voor apparatuur in geval van kaak - en verhemeltespleet (artikel 6, § 6, 4.1.4., van de nomenclatuur).]4
§ 2. [5 ...]5
[2 § 3. De verstrekking 301372-301383 die in artikel 5 van de nomenclatuur werd opgenomen, impliceert het opmaken door de tandheelkundige van een gestandaardiseerd verslag. Hiertoe wordt het formulier voorzien in de bijlage 62bis of een model gelijkwaardig aan deze bijlage gebruikt.
Dit formulier dient in het tandheelkundig dossier van de patiënt te worden bewaard en kan door de adviserend geneesheer worden opgevraagd.]2
[3 § 4. De verzekeringstegemoetkoming voor de dentale Conebeam CT's, voorzien onder de nrs 377230-377241, 307252-307263 en 307230-307241, wordt afhankelijk gesteld van de registratie bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut, van het toestel en de zorgverlener die het toestel bedient, door middel van het formulier voorzien in de bijlage 62ter dat door de exploitant van de inrichting volledig wordt ingevuld en ondertekend. Per toestel wordt een formulier opgemaakt en ter registratie overgemaakt. Elke wijziging aan één van de gegevens die in de bijlage 62ter worden opgevraagd, dient bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut te worden gemeld als een hernieuwing van registratie.
De verzekeringstegemoetkoming is slechts verschuldigd vanaf het tijdstip waarop de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut kennis krijgt van deze registratie. In geval deze kennisname gebeurt vóór 31 december 2011 is de verzekeringstegemoetkoming verschuldigd vanaf 1 maart 2011.
De verzekeringstegemoetkoming is niet meer verschuldigd vanaf het ogenblik dat uit de gegevens van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle blijkt dat de zorgverlener-gebruiker niet langer over de nodige vergunningen beschikt of dat de toestellen en lokalen niet langer beantwoorden aan de vastgestelde veiligheidscriteria, zoals bepaald in of op grond van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen.]3
Modifications
Art. 24. § 1er. [4 [6 Le formulaire prévu à l'annexe 60bis, ou son équivalent, est rédigé au plus tard au moment du début d'un traitement orthodontique de première intention visé à l'article 6, § 6, point 3 de la nomenclature, et conservé dans le dossier du patient et gardé à disposition du médecin-conseil.
Le formulaire prévu à l'annexe 60, ou son équivalent, est rédigé au plus tard au moment du début d'un traitement orthodontique régulier visé à l'article 6, § 6, point 4 de la nomenclature, et est conservé dans le dossier du patient et est gardé à disposition du médecin-conseil. Dans le cas où le traitement orthodontique régulier ne peut commencer avant le 15ème anniversaire, le code de nomenclature 305572-305583 ou l'un des pseudocodes suivants sont attestés à titre de notification selon les règles prévues à l'article 6, § 6, point 4 :
- 305690-305701 Notification au moyen d'une annexe 60 ou son équivalent qui a été complétée et conservée dans le dossier du patient.
- 305756-305760 Notification au moyen d'une annexe 60 "à titre conservatoire" ou son équivalent qui a été rédigée entre le 13e et le 15e anniversaire et qui est conservée dans le dossier du patient.
La notification via l'attestation des codes 305690-305701 ou 305572-305583 avant le 15ème anniversaire ouvre le droit à une intervention pour un traitement orthodontique régulier pour une période de 24 mois civils suivant l'attestation de ces codes. Il est tenu compte du dernier code attesté pour la détermination de cette période de 24 mois civils.
La notification via le pseudocode 305756-305760 doit être en possession de l'organisme assureur avant le 15e anniversaire de l'assuré ou durant la durée de validité de la notification effectuée via le code 305690-305701 ou 305572-305583.
Les pseudocodes 305690-305701 et 305756-305760 doivent être attestés en même temps que n'importe quelle autre prestation remboursable de l'article 5 de la nomenclature.]6
Les demandes pour intervention de l'assurance prévues dans l'article 6, § 6 de la nomenclature sont adressées au Conseil technique dentaire, par l'intermédiaire du médecin-conseil de l'organisme assureur, au moyen du formulaire dûment complété prévu à l'annexe 61.
Ceci concerne les demandes :
- en dérogation à la limite d'âge (article 6, § 6, 4.4., de la nomenclature);
- de prolongation de traitement quand 36 prestations 305616-305620 ont été effectuées (article 6, § 6, 4.5., de la nomenclature);
- de remboursement supplémentaire pour appareillage en cas de fentes alvéolo-palatines (article 6, § 6, 4.1.4., de la nomenclature).]4
§ 2. [5 ...]5
[2 § 3. La prestation 301372-301383, visé à l'article 5 de la nomenclature, implique l'établissement par le praticien de l'art dentaire d'un rapport standardisé. A cet effet le formulaire prévu à l'annexe 62bis ou un modèle équivalent à cet annexe est utilisé.
Ce formulaire doit être conservé dans le dossier dentaire du patient et peut être réclamé pour consultation par le médecin-conseil.]2
[3 § 4. L'intervention de l'assurance pour le Conebeam CT dentaire, prévu sous les numéros 377230-377241, 307252-307263 et 307230-307241, dépend de l'enregistrement auprès du Service des soins de santé de l'Institut, de l'appareil et du dispensateur de soins qui manipule l'appareil, au moyen du formulaire prévu à l'annexe 62ter, dûment complété et signé par l'exploitant de l'établissement. Un formulaire est établi par appareil et transmis pour enregistrement. Toute modification apportée à l'une des données réclamées dans l'annexe 62ter, doit être signalée au Service des soins de santé de l'Institut comme un renouvellement de l'enregistrement.
L'intervention de l'assurance n'est due qu'à partir du moment où le Service des soins de santé de l'Institut est informé de cet enregistrement. Si la prise de connaissance a eu lieu avant le 31 décembre 2011, l'intervention de l'assurance est due à partir du 1er mars 2011.
L'intervention de l'assurance n'est plus due à partir du moment ou il ressort des données de l'Agence Fédérale de Contrôle nucléaire que le dispensateur de soins - utilisateur, ne dispose plus des autorisations nécessaires ou que les appareils et les locaux ne répondent plus aux critères de sécurité, comme prévu dans ou en vertu de l'arrêté royal du 20 juillet 2001 portant règlement général de la protection de la population, des travailleurs et de l'environnement contre le danger des rayonnements ionisants.]3
Le formulaire prévu à l'annexe 60, ou son équivalent, est rédigé au plus tard au moment du début d'un traitement orthodontique régulier visé à l'article 6, § 6, point 4 de la nomenclature, et est conservé dans le dossier du patient et est gardé à disposition du médecin-conseil. Dans le cas où le traitement orthodontique régulier ne peut commencer avant le 15ème anniversaire, le code de nomenclature 305572-305583 ou l'un des pseudocodes suivants sont attestés à titre de notification selon les règles prévues à l'article 6, § 6, point 4 :
- 305690-305701 Notification au moyen d'une annexe 60 ou son équivalent qui a été complétée et conservée dans le dossier du patient.
- 305756-305760 Notification au moyen d'une annexe 60 "à titre conservatoire" ou son équivalent qui a été rédigée entre le 13e et le 15e anniversaire et qui est conservée dans le dossier du patient.
La notification via l'attestation des codes 305690-305701 ou 305572-305583 avant le 15ème anniversaire ouvre le droit à une intervention pour un traitement orthodontique régulier pour une période de 24 mois civils suivant l'attestation de ces codes. Il est tenu compte du dernier code attesté pour la détermination de cette période de 24 mois civils.
La notification via le pseudocode 305756-305760 doit être en possession de l'organisme assureur avant le 15e anniversaire de l'assuré ou durant la durée de validité de la notification effectuée via le code 305690-305701 ou 305572-305583.
Les pseudocodes 305690-305701 et 305756-305760 doivent être attestés en même temps que n'importe quelle autre prestation remboursable de l'article 5 de la nomenclature.]6
Les demandes pour intervention de l'assurance prévues dans l'article 6, § 6 de la nomenclature sont adressées au Conseil technique dentaire, par l'intermédiaire du médecin-conseil de l'organisme assureur, au moyen du formulaire dûment complété prévu à l'annexe 61.
Ceci concerne les demandes :
- en dérogation à la limite d'âge (article 6, § 6, 4.4., de la nomenclature);
- de prolongation de traitement quand 36 prestations 305616-305620 ont été effectuées (article 6, § 6, 4.5., de la nomenclature);
- de remboursement supplémentaire pour appareillage en cas de fentes alvéolo-palatines (article 6, § 6, 4.1.4., de la nomenclature).]4
§ 2. [5 ...]5
[2 § 3. La prestation 301372-301383, visé à l'article 5 de la nomenclature, implique l'établissement par le praticien de l'art dentaire d'un rapport standardisé. A cet effet le formulaire prévu à l'annexe 62bis ou un modèle équivalent à cet annexe est utilisé.
Ce formulaire doit être conservé dans le dossier dentaire du patient et peut être réclamé pour consultation par le médecin-conseil.]2
[3 § 4. L'intervention de l'assurance pour le Conebeam CT dentaire, prévu sous les numéros 377230-377241, 307252-307263 et 307230-307241, dépend de l'enregistrement auprès du Service des soins de santé de l'Institut, de l'appareil et du dispensateur de soins qui manipule l'appareil, au moyen du formulaire prévu à l'annexe 62ter, dûment complété et signé par l'exploitant de l'établissement. Un formulaire est établi par appareil et transmis pour enregistrement. Toute modification apportée à l'une des données réclamées dans l'annexe 62ter, doit être signalée au Service des soins de santé de l'Institut comme un renouvellement de l'enregistrement.
L'intervention de l'assurance n'est due qu'à partir du moment où le Service des soins de santé de l'Institut est informé de cet enregistrement. Si la prise de connaissance a eu lieu avant le 31 décembre 2011, l'intervention de l'assurance est due à partir du 1er mars 2011.
L'intervention de l'assurance n'est plus due à partir du moment ou il ressort des données de l'Agence Fédérale de Contrôle nucléaire que le dispensateur de soins - utilisateur, ne dispose plus des autorisations nécessaires ou que les appareils et les locaux ne répondent plus aux critères de sécurité, comme prévu dans ou en vertu de l'arrêté royal du 20 juillet 2001 portant règlement général de la protection de la population, des travailleurs et de l'environnement contre le danger des rayonnements ionisants.]3
Modifications
HOOFDSTUK X. - Voorwaarden waaronder tegemoetgekomen wordt inzake hoortoestellen.
CHAPITRE X. - Des conditions de remboursement des appareils auditifs.
Art. 25. De tegemoetkomingen worden alleen verleend voor prothesen, bedoeld bij artikel 31 van de nomenclatuur, welke men kan vereenzelvigen.
Te dien einde moet ieder toestel ter correctie van het gehoor een individueel vereenzelvigingsnummer dragen dat wordt vermeld op het verkoopformulier dat de rechthebbende bezit, evenals op de factuur of op het voor de verzekeringsinstelling bestemde getuigschrift van aflevering.
Iedere wijziging van dat vereenzelvigingsnummer, welke onder meer kan voortvloeien uit een herstelling of het omwisselen van het toestel tegen een ander van hetzelfde model, moet schriftelijk aan de rechthebbende worden medegedeeld.
Te dien einde moet ieder toestel ter correctie van het gehoor een individueel vereenzelvigingsnummer dragen dat wordt vermeld op het verkoopformulier dat de rechthebbende bezit, evenals op de factuur of op het voor de verzekeringsinstelling bestemde getuigschrift van aflevering.
Iedere wijziging van dat vereenzelvigingsnummer, welke onder meer kan voortvloeien uit een herstelling of het omwisselen van het toestel tegen een ander van hetzelfde model, moet schriftelijk aan de rechthebbende worden medegedeeld.
Art. 25. Seules donnent lieu à un remboursement les prothèses visées à l'article 31 de la nomenclature, qui sont identifiables.
A cet effet, tout appareil de correction auditive doit porter un numéro individuel d'identification reproduit sur le document de vente en possession du bénéficiaire, de même que sur la facture ou l'attestation de fourniture destinée à l'organisme assureur.
Tout changement de ce numéro d'identification pouvant résulter notamment d'une réparation ou de l'échange de l'appareil contre un autre du même modèle, doit être notifié par écrit au bénéficiaire.
A cet effet, tout appareil de correction auditive doit porter un numéro individuel d'identification reproduit sur le document de vente en possession du bénéficiaire, de même que sur la facture ou l'attestation de fourniture destinée à l'organisme assureur.
Tout changement de ce numéro d'identification pouvant résulter notamment d'une réparation ou de l'échange de l'appareil contre un autre du même modèle, doit être notifié par écrit au bénéficiaire.
HOOFDSTUK XI. - Farmaceutische verstrekkingen.
CHAPITRE XI. - Des fournitures pharmaceutiques.
Art. 26. § 1. Op gemotiveerd verslag van de behandelende arts verbonden aan een ziekenhuisdienst die speciaal is uitgerust om personen met ernstige brandwonden, die er opgenomen zijn, te verzorgen, kan de adviserend geneesheer de forfaitaire vergoeding van desinfecterende baden machtigen, met dien verstande dat deze machtiging een bepaalde periode kan dekken die zal afhangen van de toestand van de rechthebbende, van de aard en van de lokalisering van de brandwonden.
Deze forfaitaire vergoeding bedraagt 25,95 EUR per dag, behalve indien het om een rechthebbende gaat met geïsoleerde brandwonden op de distale helft van één der vier ledematen : in dit geval bedraagt het forfait 10,41 EUR per dag.
De aldus vastgestelde bedragen dekken de kosten der aangewende desinfectantia en antiseptica.
§ 2. (opgeheven)
Deze forfaitaire vergoeding bedraagt 25,95 EUR per dag, behalve indien het om een rechthebbende gaat met geïsoleerde brandwonden op de distale helft van één der vier ledematen : in dit geval bedraagt het forfait 10,41 EUR per dag.
De aldus vastgestelde bedragen dekken de kosten der aangewende desinfectantia en antiseptica.
§ 2. (opgeheven)
Art. 26. § 1er. Sur rapport motivé du médecin traitant, attaché à un service hospitalier équipé spécialement pour soigner des grands brûlés qui y sont hospitalisés, le médecin-conseil peut autoriser le remboursement forfaitaire de bains désinfectants, étant entendu que cette autorisation peut couvrir une période déterminée qui sera fonction de l'état du bénéficiaire, de la nature et de la localisation des brûlures.
Ce forfait remboursable est de 25,95 EUR par jour sauf s'il s'agit d'un bénéficiaire présentant des brûlures isolées sur la moitié distale d'un des quatre membres : le forfait est dans ce cas de 10,41 EUR par jour.
Les montants ainsi fixés couvrent le coût des désinfectants et antiseptiques utilisés.
§ 2. (abrogé)
Ce forfait remboursable est de 25,95 EUR par jour sauf s'il s'agit d'un bénéficiaire présentant des brûlures isolées sur la moitié distale d'un des quatre membres : le forfait est dans ce cas de 10,41 EUR par jour.
Les montants ainsi fixés couvrent le coût des désinfectants et antiseptiques utilisés.
§ 2. (abrogé)
HOOFDSTUK XII. - Geïntegreerde diensten voor thuisverzorging.
CHAPITRE XII. - Services intégrés de soins à domicile.
Art. 27. § 1. De evaluatie-instrumenten zoals vermeld in (artikel 2, 1°, d) en artikel 3, 1°,d)) van het koninklijk besluit (van 16 november 2005 tot vaststelling van de verstrekkingen omschreven in artikel 34, eerste lid, 13°), van de wet, moeten ten minste de items van de International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) evalueren die vermeld zijn in bijlage 63.
§ 2. De lijst van de evaluatie-instrumenten zoals vermeld in (artikel 2, 1°, d) en artikel 3, 1°, d)) van bovenvermeld koninklijk besluit is de volgende :
- RAI (Resident Assessment Instrument)
- Bio-protocol (Breed Indicatie Overleg)
- Aggir- Pathos - Socios
- Gemeenschappelijk Intake Formulier Thuiszorg (GIFT)
- Katz-schaal.
De evaluatie van de rechthebbende wordt aangevuld met opmerkingen over de items die niet of onvoldoende gedekt worden door het gebruikte instrument.
§ 2. De lijst van de evaluatie-instrumenten zoals vermeld in (artikel 2, 1°, d) en artikel 3, 1°, d)) van bovenvermeld koninklijk besluit is de volgende :
- RAI (Resident Assessment Instrument)
- Bio-protocol (Breed Indicatie Overleg)
- Aggir- Pathos - Socios
- Gemeenschappelijk Intake Formulier Thuiszorg (GIFT)
- Katz-schaal.
De evaluatie van de rechthebbende wordt aangevuld met opmerkingen over de items die niet of onvoldoende gedekt worden door het gebruikte instrument.
Art. 27. § 1er. Les instruments d'évaluation, tels que mentionnés dans (l'article 2, 1°, d) et l'article 3, 1°, d)), de l'arrêté royal (du 16 novembre 2005 déterminant les prestations visées à l'article 34, alinéa 1er,13°), de la loi, doivent évaluer au moins les items de l'International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF), mentionnés à l'annexe 63.
§ 2. La liste des instruments d'évaluation, tels que mentionnés dans (l'article 2, 1°, d) et l'article 3, 1°, d)), de l'arrêté royal susmentionné est la suivante :
- RAI (Resident Assessment Instrument)
- Protocole BIO (Breed Indicatie Overleg = Concertation large en matière d'indication)
- Aggir - Pathos - Socios
- Formulaire commun d'intake dans le secteur des soins à domicile (GIFT)
- L'échelle de Katz.
L'évaluation du bénéficiaire est complétée par des remarques concernant les items qui ne sont pas ou sont insuffisamment couverts par l'instrument utilisé.
§ 2. La liste des instruments d'évaluation, tels que mentionnés dans (l'article 2, 1°, d) et l'article 3, 1°, d)), de l'arrêté royal susmentionné est la suivante :
- RAI (Resident Assessment Instrument)
- Protocole BIO (Breed Indicatie Overleg = Concertation large en matière d'indication)
- Aggir - Pathos - Socios
- Formulaire commun d'intake dans le secteur des soins à domicile (GIFT)
- L'échelle de Katz.
L'évaluation du bénéficiaire est complétée par des remarques concernant les items qui ne sont pas ou sont insuffisamment couverts par l'instrument utilisé.
Art. 28. § 1. Het formulier, waarin voorzien is in artikel 1, 2°, van het ministerieel besluit van 18 november 2005 tot vaststelling van het bedrag en de voorwaarden waarin een tegemoetkoming kan worden toegekend voor de verstrekkingen omschreven in artikel 34, eerste lid, 13°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, moet conform het model, opgenomen in bijlage 64, zijn.
§ 2. Het formulier, waarin voorzien is in artikel 3, 2°, van het ministerieel besluit vermeld artikel 28, § 1, moet conform het model, opgenomen in bijlage 69, zijn.
§ 2. Het formulier, waarin voorzien is in artikel 3, 2°, van het ministerieel besluit vermeld artikel 28, § 1, moet conform het model, opgenomen in bijlage 69, zijn.
Art. 28. § 1er. Le formulaire, prévu à l'article 1er, 2°, de l'arrêté ministériel du 18 novembre 2005 fixant le montant et les conditions dans lesquelles une intervention peut être accordée pour les prestations définies à l'article 34, alinéa 1er, 13°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, doit être conforme au modèle figurant à l'annexe 64.
§ 2. Le formulaire, prévu à l'article 3, 2°, de l'arrêté ministériel mentionné à l'article 28, § 1er, doit être conforme au modèle figurant à l'annexe 69.
§ 2. Le formulaire, prévu à l'article 3, 2°, de l'arrêté ministériel mentionné à l'article 28, § 1er, doit être conforme au modèle figurant à l'annexe 69.
Art. 29. § 1. De tegemoetkoming voor de deelname aan het multidisciplinair overleg indien het overleg ten huize van de rechthebbende plaatsheeft, (waarin is voorzien in (artikel 7, eerste lid), van het ministerieel besluit vermeld in artikel 28, § 1, wordt aangerekend middels de pseudocode 773172 voor de patiënten omschreven in artikel 1, 8°, van het koninklijk besluit vermeld in artikel 27 en middels de pseudocode 776532 voor de patiënten omschreven in artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit vermeld in artikel 27).
De tegemoetkoming voor de deelname aan het multidisciplinair overleg indien het overleg niet ten huize van de rechthebbende plaatsheeft, (waarin is voorzien in (artikel 7, eerste lid), van het ministerieel besluit vermeld in artikel 28,§ 1, wordt aangerekend middels de pseudocode 773216 voor de patiënten omschreven in artikel 1, 8°, van het koninklijk besluit vermeld in artikel 27 en middels de pseudocode 776554 voor de patiënten omschreven in artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit vermeld in artikel 27).
(De tegemoetkoming voor de deelname aan het multidisciplinair overleg, waarin is voorzien in artikel 7, tweede lid, van het ministerieel besluit vermeld in artikel 28, § 1, wordt aangerekend middels de pseudocode 427350 voor de patiënten die niet opgenomen zijn in een ziekenhuis en middels de pseudocode 427361 voor de patiënten die opgenomen zijn in een ziekenhuis.)
(De tegemoetkoming voor de registratie, waarin is voorzien in artikel 7, derde lid, van het ministerieel besluit vermeld in artikel 28, § 1, wordt aangerekend middels de pseudocode 773290 voor de patiënten omschreven in artikel 1, 8°, van het koninklijk besluit vermeld in artikel 27, middels de pseudocode 776576 voor de patiënten omschreven in artikel 1, 9°, van hetzelfde besluit, middels de pseudocode 427372 voor de patiënten omschreven in artikel 1, 11° van hetzelfde besluit die niet opgenomen zijn in een ziekenhuis en middels de pseudocode 427383 voor de patiënten omschreven in artikel 1, 11° van hetzelfde besluit die opgenomen zijn in een ziekenhuis.)
§ 2. De geïntegreerde dienst voor thuisverzorging stelt maandelijks per verzekeringsinstelling een factuur op, conform het model opgenomen in bijlage 65 (voor de patiënten omschreven in artikel 1, 8° en 9° van het koninklijk besluit vermeld in artikel 27).
Deze factuur omvat :
- een lijst van de betrokken rechthebbenden, aangesloten bij die verzekeringsinstelling, waarbij telkens wordt vermeld :
- de datum van het multidisciplinair overleg;
- het RIZIV-identificatienummer van de deelnemers aan dat overleg waarvoor een tegemoetkoming wordt aangerekend;
- een lijst van de zorgverleners geïdentificeerd aan de hand van hun RIZIV-nummer, met voor elke zorgverlener het aantal van elke pseudocode dat in rekening wordt gebracht en het rekeningnummer van die zorgverlener.
(De geïntegreerde dienst voor thuisverzorging stelt maandelijks per verzekeringsinstelling een factuur op, conform het model opgenomen in bijlage 71, voor de patiënten omschreven in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit vermeld in artikel 27.)
§ 3. De verzekeringsinstellingen betalen aan de hand van die facturen de tegemoetkomingen aan de betrokken zorgverleners.
§ 4. Wat de geïntegreerde dienst voor thuisverzorging erkend door de Franse Gemeenschapscommissie (...) betreft, wordt de facturatie verricht door :
- de coördinatiecentra, via het inschrijvingsnummer van de verbonden geïntegreerde dienst voor alle rechthebbenden die zich bekennen tot de coördinatiecentra;
- de geïntegreerde dienst voor thuisverzorging voor de rechthebbenden die zich niet bekennen tot de coördinatiecentra.
De tegemoetkoming voor de deelname aan het multidisciplinair overleg indien het overleg niet ten huize van de rechthebbende plaatsheeft, (waarin is voorzien in (artikel 7, eerste lid), van het ministerieel besluit vermeld in artikel 28,§ 1, wordt aangerekend middels de pseudocode 773216 voor de patiënten omschreven in artikel 1, 8°, van het koninklijk besluit vermeld in artikel 27 en middels de pseudocode 776554 voor de patiënten omschreven in artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit vermeld in artikel 27).
(De tegemoetkoming voor de deelname aan het multidisciplinair overleg, waarin is voorzien in artikel 7, tweede lid, van het ministerieel besluit vermeld in artikel 28, § 1, wordt aangerekend middels de pseudocode 427350 voor de patiënten die niet opgenomen zijn in een ziekenhuis en middels de pseudocode 427361 voor de patiënten die opgenomen zijn in een ziekenhuis.)
(De tegemoetkoming voor de registratie, waarin is voorzien in artikel 7, derde lid, van het ministerieel besluit vermeld in artikel 28, § 1, wordt aangerekend middels de pseudocode 773290 voor de patiënten omschreven in artikel 1, 8°, van het koninklijk besluit vermeld in artikel 27, middels de pseudocode 776576 voor de patiënten omschreven in artikel 1, 9°, van hetzelfde besluit, middels de pseudocode 427372 voor de patiënten omschreven in artikel 1, 11° van hetzelfde besluit die niet opgenomen zijn in een ziekenhuis en middels de pseudocode 427383 voor de patiënten omschreven in artikel 1, 11° van hetzelfde besluit die opgenomen zijn in een ziekenhuis.)
§ 2. De geïntegreerde dienst voor thuisverzorging stelt maandelijks per verzekeringsinstelling een factuur op, conform het model opgenomen in bijlage 65 (voor de patiënten omschreven in artikel 1, 8° en 9° van het koninklijk besluit vermeld in artikel 27).
Deze factuur omvat :
- een lijst van de betrokken rechthebbenden, aangesloten bij die verzekeringsinstelling, waarbij telkens wordt vermeld :
- de datum van het multidisciplinair overleg;
- het RIZIV-identificatienummer van de deelnemers aan dat overleg waarvoor een tegemoetkoming wordt aangerekend;
- een lijst van de zorgverleners geïdentificeerd aan de hand van hun RIZIV-nummer, met voor elke zorgverlener het aantal van elke pseudocode dat in rekening wordt gebracht en het rekeningnummer van die zorgverlener.
(De geïntegreerde dienst voor thuisverzorging stelt maandelijks per verzekeringsinstelling een factuur op, conform het model opgenomen in bijlage 71, voor de patiënten omschreven in artikel 1, 11°, van het koninklijk besluit vermeld in artikel 27.)
§ 3. De verzekeringsinstellingen betalen aan de hand van die facturen de tegemoetkomingen aan de betrokken zorgverleners.
§ 4. Wat de geïntegreerde dienst voor thuisverzorging erkend door de Franse Gemeenschapscommissie (...) betreft, wordt de facturatie verricht door :
- de coördinatiecentra, via het inschrijvingsnummer van de verbonden geïntegreerde dienst voor alle rechthebbenden die zich bekennen tot de coördinatiecentra;
- de geïntegreerde dienst voor thuisverzorging voor de rechthebbenden die zich niet bekennen tot de coördinatiecentra.
Art. 29. § 1er. L'intervention pour la participation à la concertation multidisciplinaire lorsque la concertation a lieu au domicile du bénéficiaire, (prévue à l' (article 7, premier alinéa), de l'arrêté ministériel mentionné à l'article 28, § 1er, est attestée sous le pseudo-code 773172 pour les patients définis à l'article 1er, 8°, de l'arrêté royal mentionné à l'article 27 et sous le pseudo-code 776532 pour les patients définis à l'article 1er, 9°, de l'arrêté royal mentionné à l'article 27).
L'intervention pour la participation à la concertation multidisciplinaire lorsque la concertation n'a pas lieu au domicile du bénéficiaire, (prévue à l' (article 7, premier alinéa), de l'arrêté ministériel mentionné à l'article 28, § 1er, est attestée sous le pseudo-code 773216 pour les patients définis à l'article 1er, 8°, de l'arrêté royal mentionné à l'article 27 et sous le pseudo-code 776554 pour les patients définis à l'article 1, 9°, de l'arrêté royal mentionné à l'article 2).
(L'intervention pour la participation à la concertation multidisciplinaire, telle que prévue à l'article 7, deuxième alinéa de l'arrêté ministériel mentionné à l'article 28, § 1, est attestée sous le pseudocode 427350 pour les patients non-hospitalisés et sous le pseudocode 427361 pour les patients hospitalisés.)
(L'intervention pour l'enregistrement telle que prévue à l'article 7, troisième alinéa, de l'arrêté ministériel mentionné à l'article 28 § 1, est attestée sous le pseudocode 773290 pour les patients décrits à l'article 1, 8°, de l'arrêté royal mentionné à l'article 27, sous le pseudocode 776576 pour les patients décrits à l'article 1, 9°, du même arrêté, sous le pseudocode 427372 pour les patients, décrits à l'article 1, 11°, du même arrêté, non-hospitalisés et sous le pseudocode 427383 pour les patients décrits à l'article 1, 11°, du même arrêté, hospitalisés.)
§ 2. Le service intégré de soins à domicile établit, par organisme assureur, une facture mensuelle conforme au modèle repris à l'annexe 65 (pour les patients décrits à l'article 1, 8° et 9° de l'arrêté royal mentionné à l'article 27).
Cette facture comprend :
- une liste des bénéficiaires concernés, affiliés auprès de cet organisme assureur, qui mentionne toujours :
- la date de la concertation multidisciplinaire;
- le numéro d'identification INAMI des participants à cette concertation pour laquelle une intervention est attestée;
- une liste des dispensateurs de soins identifiés au moyen de leur numéro INAMI, avec, pour chaque dispensateur de soins, le nombre de chaque pseudo-code pris en considération et le numéro de compte de ce dispensateur de soins.
(Le service intégré de soins à domicile établit, par organisme assureur, une facture mensuelle conforme au modèle repris à l'annexe 71, pour les patients mentionnés à l'article 1,11°, de l'arrêté royal mentionné à l'article 27.)
§ 3. Les organismes assureurs paient les interventions aux dispensateurs de soins concernés sur base de ces factures.
§ 4. En ce qui concerne le service intégré de soins à domicile agréé par la Commission communautaire française (...), la facturation est effectuée par :
- les centres de coordination, au moyen du numéro d'inscription du service intégré y attache, pour tous les bénéficiaires qui adhèrent aux centres de coordination;
- le service intégré de soins à domicile pour tous les bénéficiaires qui n'adhèrent pas aux centres de coordination.
L'intervention pour la participation à la concertation multidisciplinaire lorsque la concertation n'a pas lieu au domicile du bénéficiaire, (prévue à l' (article 7, premier alinéa), de l'arrêté ministériel mentionné à l'article 28, § 1er, est attestée sous le pseudo-code 773216 pour les patients définis à l'article 1er, 8°, de l'arrêté royal mentionné à l'article 27 et sous le pseudo-code 776554 pour les patients définis à l'article 1, 9°, de l'arrêté royal mentionné à l'article 2).
(L'intervention pour la participation à la concertation multidisciplinaire, telle que prévue à l'article 7, deuxième alinéa de l'arrêté ministériel mentionné à l'article 28, § 1, est attestée sous le pseudocode 427350 pour les patients non-hospitalisés et sous le pseudocode 427361 pour les patients hospitalisés.)
(L'intervention pour l'enregistrement telle que prévue à l'article 7, troisième alinéa, de l'arrêté ministériel mentionné à l'article 28 § 1, est attestée sous le pseudocode 773290 pour les patients décrits à l'article 1, 8°, de l'arrêté royal mentionné à l'article 27, sous le pseudocode 776576 pour les patients décrits à l'article 1, 9°, du même arrêté, sous le pseudocode 427372 pour les patients, décrits à l'article 1, 11°, du même arrêté, non-hospitalisés et sous le pseudocode 427383 pour les patients décrits à l'article 1, 11°, du même arrêté, hospitalisés.)
§ 2. Le service intégré de soins à domicile établit, par organisme assureur, une facture mensuelle conforme au modèle repris à l'annexe 65 (pour les patients décrits à l'article 1, 8° et 9° de l'arrêté royal mentionné à l'article 27).
Cette facture comprend :
- une liste des bénéficiaires concernés, affiliés auprès de cet organisme assureur, qui mentionne toujours :
- la date de la concertation multidisciplinaire;
- le numéro d'identification INAMI des participants à cette concertation pour laquelle une intervention est attestée;
- une liste des dispensateurs de soins identifiés au moyen de leur numéro INAMI, avec, pour chaque dispensateur de soins, le nombre de chaque pseudo-code pris en considération et le numéro de compte de ce dispensateur de soins.
(Le service intégré de soins à domicile établit, par organisme assureur, une facture mensuelle conforme au modèle repris à l'annexe 71, pour les patients mentionnés à l'article 1,11°, de l'arrêté royal mentionné à l'article 27.)
§ 3. Les organismes assureurs paient les interventions aux dispensateurs de soins concernés sur base de ces factures.
§ 4. En ce qui concerne le service intégré de soins à domicile agréé par la Commission communautaire française (...), la facturation est effectuée par :
- les centres de coordination, au moyen du numéro d'inscription du service intégré y attache, pour tous les bénéficiaires qui adhèrent aux centres de coordination;
- le service intégré de soins à domicile pour tous les bénéficiaires qui n'adhèrent pas aux centres de coordination.
HOOFDSTUK XIII. - Tegemoetkoming in de kosten die door de rechthebbende, (...), werden gedragen met betrekking tot enterale voeding thuis via sonde of stomie -maximumfactuur-.
CHAPITRE XIII. - Intervention dans le coût supporté par le bénéficiaire, (...) pour l'alimentation entérale par sonde ou par stomie à domicile - maximum à facturer.
Art. 30. 1. Met de Programmawet van 24 december 2002 worden, met ingang van 1 januari 2003, de door de rechthebbende (die voldoet aan de leeftijdsvoorwaarden bedoeld in artikel 37sexies, eerste lid van de wet), gedragen kosten voor enterale voeding thuis via sonde of stomie, als persoonlijk aandeel beschouwd in het kader van de Maximumfactuur.
2. De wet voorziet als aanvraagprocedure een eenvoudige medische notificatie.
Voor deze medische notificatie moet gebruik worden gemaakt van het formulier dat als bijlage gaat bij het Koninklijk besluit van 10 november 1996 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen tegemoetkomt in de kosten van enterale voeding via sonde.
3. Voor de aflevering dient een " attest voor aflevering van produkten voor enterale voeding thuis via sonde of per stomie " gebruikt conform het model dat is opgenomen in bijlage 67.
4. Voor het indienen van deze attesten door de rechthebbende bij zijn verzekeringsinstelling, dient een verzamelstaat met de nodige certificaties en gegevens gebruikt conform het model dat is opgenomen in bijlage 68.
2. De wet voorziet als aanvraagprocedure een eenvoudige medische notificatie.
Voor deze medische notificatie moet gebruik worden gemaakt van het formulier dat als bijlage gaat bij het Koninklijk besluit van 10 november 1996 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen tegemoetkomt in de kosten van enterale voeding via sonde.
3. Voor de aflevering dient een " attest voor aflevering van produkten voor enterale voeding thuis via sonde of per stomie " gebruikt conform het model dat is opgenomen in bijlage 67.
4. Voor het indienen van deze attesten door de rechthebbende bij zijn verzekeringsinstelling, dient een verzamelstaat met de nodige certificaties en gegevens gebruikt conform het model dat is opgenomen in bijlage 68.
Art. 30. 1. Par la loi-programme du 24 décembre 2002, sont considérés, à partir du 1er janvier 2003, comme une intervention personnelle dans le cadre du maximum à facturer, les frais supportés par le bénéficiaire, (qui satisfait aux conditions d'âge, visées à l'article 37sexies, alinéa 1er, de la loi), concernant l'alimentation entérale au domicile du patient par sonde ou par stomie.
2. La loi prévoit que la procédure de demande consiste en une notification médicale simple.
Cette notification médicale doit être faite à l'aide du formulaire qui figure en annexe à l'arrêté royal du 10 novembre 1996 fixant les conditions dans lesquelles l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités intervient dans le coût de l'alimentation entérale par sonde.
3. Pour la délivrance il y a lieu d'employer une " attestation de délivrance de produits pour l'alimentation entérale au domicile du patient par sonde ou par stomie " conforme au modèle repris à l'annexe 67.
4. Pour l'introduction de ces attestations par les bénéficiaires auprès de leur organisme assureur il y a lieu d'employer un état récapitulatif présentant les certifications et données nécessaires conforme au modèle qui est repris à l'annexe 68.
2. La loi prévoit que la procédure de demande consiste en une notification médicale simple.
Cette notification médicale doit être faite à l'aide du formulaire qui figure en annexe à l'arrêté royal du 10 novembre 1996 fixant les conditions dans lesquelles l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités intervient dans le coût de l'alimentation entérale par sonde.
3. Pour la délivrance il y a lieu d'employer une " attestation de délivrance de produits pour l'alimentation entérale au domicile du patient par sonde ou par stomie " conforme au modèle repris à l'annexe 67.
4. Pour l'introduction de ces attestations par les bénéficiaires auprès de leur organisme assureur il y a lieu d'employer un état récapitulatif présentant les certifications et données nécessaires conforme au modèle qui est repris à l'annexe 68.
HOOFDSTUK XIIIbis. [1 Modellen van zorgtrajectcontracten.]1
CHAPITRE XIIIbis. [1 Modèles de contrat " trajet de soins]1
Art. 30bis. [1 Het zorgtrajectcontract zoals bedoeld in artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 tot uitvoering van artikel 36 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft de zorgtrajecten, wordt opgemaakt :
1°conform het model vervat in bijlage 72 wat betreft de rechthebbenden met een pathologie zoals bedoeld in artikel 3, 1°, van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 tot uitvoering van artikel 36 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft de zorgtrajecten;
2° conform het model vervat in bijlage 73 wat betreft de rechthebbenden met een pathologie zoals bedoeld in artikel 3, 2°, van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 tot uitvoering van artikel 36 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft de zorgtrajecten.]1
1°conform het model vervat in bijlage 72 wat betreft de rechthebbenden met een pathologie zoals bedoeld in artikel 3, 1°, van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 tot uitvoering van artikel 36 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft de zorgtrajecten;
2° conform het model vervat in bijlage 73 wat betreft de rechthebbenden met een pathologie zoals bedoeld in artikel 3, 2°, van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 tot uitvoering van artikel 36 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft de zorgtrajecten.]1
Art. 30bis. [1 Le contrat " trajet de soins " visé à l'article 5, § 1er, de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant exécution de l'article 36 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, concernant les trajets de soins, est établi :
1°conformément au modèle contenu à l'annexe 72 en ce qui concerne les bénéficiaires atteints d'une pathologie visée à l'article 3, 1°, de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant exécution de l'article 36 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, concernant les trajets de soins;
2° conformément au modèle figurant à l'annexe 73 en ce qui concerne les bénéficiaires atteints d'une pathologie visée à l'article 3, 2°, de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant exécution de l'article 36 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, concernant les trajets de soins.]1
1°conformément au modèle contenu à l'annexe 72 en ce qui concerne les bénéficiaires atteints d'une pathologie visée à l'article 3, 1°, de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant exécution de l'article 36 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, concernant les trajets de soins;
2° conformément au modèle figurant à l'annexe 73 en ce qui concerne les bénéficiaires atteints d'une pathologie visée à l'article 3, 2°, de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant exécution de l'article 36 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, concernant les trajets de soins.]1
HOOFDSTUK XIIITER. [1 Model van notificatie van een beperkt programma voor glycemiecontrole bij een patiënt met diabetes type 2.]1
CHAPITRE XIIITER. [1 Modèle de notification d'un programme restreint pour le contrôle de la glycémie chez un patient atteint du diabète de type 2.]1
Art. 30ter. [1 De notificatie bedoeld in hoofdstuk VI, B, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 10 januari 1991 tot vaststelling van de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen, bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot vaststelling van de honoraria en prijzen van die verstrekkingen en tot vaststelling van het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming in die honoraria en prijzen, wordt opgemaakt conform het model vervat in bijlage 74.]1
Art. 30ter. [1 La notification visée au chapitre VI, B, de l'annexe à l'arrêté royal du 10 janvier 1991 établissant la nomenclature des prestations de rééducation visée à l'article 23, § 2, alinéa 2, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, portant fixation des honoraires et prix de ces prestations et portant fixation du montant de l'intervention de l'assurance dans ces honoraires et prix est établi conformément au modèle contenu à l'annexe 74.]1
HOOFDSTUK XIIIQUATER. [1 Tabaksontwenning.]1
CHAPITRE XIIIQUATER. [1 Sevrage tabagique.]1
Art. 30quater. [1 § 1. Het document bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 31 augustus 2009 inzake de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen voor de hulp bij tabaksontwenning gebruikt door de tabacologen die geen zorgverleners zijn wordt opgemaakt conform het model vervat in bijlage 75.
§ 2. Het follow-updocument bedoeld in artikel 6 van het bovenvermelde koninklijk besluit van 31 augustus 2009 wordt opgemaakt conform het model vervat in bijlage 76.]1
§ 2. Het follow-updocument bedoeld in artikel 6 van het bovenvermelde koninklijk besluit van 31 augustus 2009 wordt opgemaakt conform het model vervat in bijlage 76.]1
Art. 30quater. [1 § 1er. Le document visé à l'article 5 de l'arrêté royal du 31 août 2009 relatif à l'intervention de l'assurance soins de santé et indemnités pour l'assistance au sevrage tabagique utilisé par les tabacologues qui ne sont pas dispensateurs de soins est établi conformément au modèle repris à l'annexe 75.
§ 2. Le document de suivi visé à l'article 6 de l'arrêté royal du 31 août 2009 susvisé est établi conformément au modèle repris à l'annexe 76.]1
§ 2. Le document de suivi visé à l'article 6 de l'arrêté royal du 31 août 2009 susvisé est établi conformément au modèle repris à l'annexe 76.]1
HOOFDSTUK XIIIquinquies. [1 - Registratie van groeperingen in de huisartsgeneeskunde.]1
CHAPITRE XIIIquinquies. [1 - Enregistrement des regroupements en médecine générale.]1
Art. 30quinquies. [1 § 1. De registratie van groeperingen zoals bedoeld in artikel 2, d), van het koninklijk besluit van 18 februari 2004 tot vaststelling van de voorwaarden en regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen aan de erkende huisarts een honorarium betaalt voor het beheer van het globaal medisch dossier gebeurt door middel van een formulier, dat wordt opgemaakt :
1° conform het model vervat in bijlage 78 voor de aanvraag tot registratie als groepering;
2° conform het model vervat in bijlage 79 voor de wijziging van de gegevens van een geregistreerde groepering.
§ 2. Indien de registratie bedoeld in paragraaf 1 verloopt via een on line-toepassing beheerd door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering kunnen de gegevens voor registratie die deel uitmaken van de bijlagen 78 en 79 gestructureerd worden op een manier die is aangepast voor het beheer van die toepassing.]1
1° conform het model vervat in bijlage 78 voor de aanvraag tot registratie als groepering;
2° conform het model vervat in bijlage 79 voor de wijziging van de gegevens van een geregistreerde groepering.
§ 2. Indien de registratie bedoeld in paragraaf 1 verloopt via een on line-toepassing beheerd door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering kunnen de gegevens voor registratie die deel uitmaken van de bijlagen 78 en 79 gestructureerd worden op een manier die is aangepast voor het beheer van die toepassing.]1
Art. 30quinquies. [1 § 1er. L'enregistrement des regroupements visés à l'article 2, d), de l'arrêté royal du 18 février 2004 fixant les conditions et les règles selon lesquelles l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités paie des honoraires aux médecins généralistes agrées pour la gestion du dossier médical global, s'effectue au moyen d'un formulaire établi :
1° conformément au modèle repris à l'annexe 78 pour la demande comme regroupement;
2° conformément au modèle repris à l'annexe 79 pour la modification des données d'un regroupement enregistré.
§ 2. Si l'enregistrement visé au paragraphe 1er se réalise via une application en ligne gérée par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité, les données pour l'enregistrement qui font partie des annexes 78 et 79 sont structurées d'une manière adaptée à la gestion de cette application.]1
1° conformément au modèle repris à l'annexe 78 pour la demande comme regroupement;
2° conformément au modèle repris à l'annexe 79 pour la modification des données d'un regroupement enregistré.
§ 2. Si l'enregistrement visé au paragraphe 1er se réalise via une application en ligne gérée par l'Institut national d'assurance maladie-invalidité, les données pour l'enregistrement qui font partie des annexes 78 et 79 sont structurées d'une manière adaptée à la gestion de cette application.]1
Art. 30sexies. [1 Artikel 9, eerste lid, 2°, van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 tot uitvoering van artikel 36 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft de zorgtrajecten treedt in werking op 1 januari 2011.]1
Art. 30sexies. [1 L'article 9, alinéa 1er, 2°, de l'arrêté royal du 21 janvier 2009 portant exécution de l'article 36 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, concernant les trajets de soins, entre en vigueur le 1er janvier 2011.]1
HOOFDSTUK XIIIsexies. [1 - Van de preventiemodule van het globaal medisch dossier]1
CHAPITRE XIIIsexies. [1 - Du module de prévention du dossier médical global]1
Art. 30septies. [1 De checklist genoemd in de omschrijving van de verstrekking 102395 en in de toepassingsregels die erop volgen bedoeld in artikel 2, A, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, wordt opgemaakt conform het model vervat in bijlage 80.]1
Art. 30septies. [1 La check-list visée dans le libellé de la prestation 102395 et aux règles d'application qui la suivent visée à l'article 2, A, de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, est établie conformément au modèle repris à l'annexe 80.]1
HOOFDSTUK XIIIsepties. [1 - Bekendmaking van de informatieve omzendbrieven aan de zorgverleners.]1
CHAPITRE XIIIsepties. [1 - De la publication des circulaires informatives aux dispensateurs de soins.]1
Art. 30octies. [1 § 1. De informatieve omzendbrieven voor de zorgverleners met uitzondering van de omzendbrieven waardoor een antwoord van de zorgverlener wordt gevraagd, worden bekendgemaakt zoals volgt :
- één papieren exemplaar wordt gedeponeerd ter uitvoering van de wet van 8 april 1965 tot instelling van het wettelijk depot bij de Koninklijke Bibliotheek van België;
- één papieren exemplaar wordt in bewaring gegeven bij de Bibliotheek van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering;
- elke andere terbeschikkingstelling van de zorgverleners en van het publiek gebeurt via de internetsite van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering. De op deze internetsite ter beschikking gestelde publicaties zijn de exacte reproducties in elektronisch formaat van het papieren exemplaar gedeponeerd in wettelijk depot bij de Koninklijke Bibliotheek van België.
§ 2. In afwijking van § 1 en voor zover de zorgverlener wettelijk de mogelijkheid heeft om elektronisch te antwoorden, worden de zorgverleners individueel op de hoogte gebracht van die mogelijkheid via een eenvoudige infobrief met een antwoordformulier voor het antwoord op papier en via de nodige aanwijzingen voor het elektronisch antwoord. De andere bijlagen kunnen worden geraadpleegd op de website van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.]1
- één papieren exemplaar wordt gedeponeerd ter uitvoering van de wet van 8 april 1965 tot instelling van het wettelijk depot bij de Koninklijke Bibliotheek van België;
- één papieren exemplaar wordt in bewaring gegeven bij de Bibliotheek van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering;
- elke andere terbeschikkingstelling van de zorgverleners en van het publiek gebeurt via de internetsite van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering. De op deze internetsite ter beschikking gestelde publicaties zijn de exacte reproducties in elektronisch formaat van het papieren exemplaar gedeponeerd in wettelijk depot bij de Koninklijke Bibliotheek van België.
§ 2. In afwijking van § 1 en voor zover de zorgverlener wettelijk de mogelijkheid heeft om elektronisch te antwoorden, worden de zorgverleners individueel op de hoogte gebracht van die mogelijkheid via een eenvoudige infobrief met een antwoordformulier voor het antwoord op papier en via de nodige aanwijzingen voor het elektronisch antwoord. De andere bijlagen kunnen worden geraadpleegd op de website van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.]1
Modifications
Art. 30octies. [1 § 1er. Les circulaires informatives aux dispensateurs de soins à l'exclusion des circulaires dans laquelle une réponse du dispensateur est demandée, sont publiées de la manière suivante :
- un exemplaire papier est déposé en exécution de la loi du 8 avril 1965 instituant le dépôt légal à la Bibliothèque royale de Belgique;
- un exemplaire papier est conservé à la Bibliothèque de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité;
- toute autre mise à disposition des dispensateurs de soins et du public en général, est réalisée par l'intermédiaire du site Internet de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité. Les publications mises à disposition sur ce site Internet sont les reproductions exactes dans un format électronique de l'exemplaire papier déposé en dépôt légal à la Bibliothèque royale de Belgique.
§ 2. Par dérogation au § 1er et pour autant que le dispensateur de soins ait légalement la possibilité de répondre électroniquement, les dispensateurs sont informés individuellement de cette possibilité par une lettre simple d'information accompagnée d'un formulaire de réponse pour la réponse papier et des indications nécessaires pour la réponse électronique. Les autres annexes sont consultables sur le site internet de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.]1
- un exemplaire papier est déposé en exécution de la loi du 8 avril 1965 instituant le dépôt légal à la Bibliothèque royale de Belgique;
- un exemplaire papier est conservé à la Bibliothèque de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité;
- toute autre mise à disposition des dispensateurs de soins et du public en général, est réalisée par l'intermédiaire du site Internet de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité. Les publications mises à disposition sur ce site Internet sont les reproductions exactes dans un format électronique de l'exemplaire papier déposé en dépôt légal à la Bibliothèque royale de Belgique.
§ 2. Par dérogation au § 1er et pour autant que le dispensateur de soins ait légalement la possibilité de répondre électroniquement, les dispensateurs sont informés individuellement de cette possibilité par une lettre simple d'information accompagnée d'un formulaire de réponse pour la réponse papier et des indications nécessaires pour la réponse électronique. Les autres annexes sont consultables sur le site internet de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité.]1
Modifications
Art. 30nonies. [1 Voor het gebruik van de overeenkomstig artikel 30octies via de internetsite van het RIZIV ter beschikking gestelde elektronische bestanden is geen enkele vergoeding verschuldigd, noch voor de consultatie, noch voor verdere verwerking.]1
Art. 30nonies. [1 Aucune rétribution n'est due ni pour l'utilisation des fichiers électroniques mis à disposition sur le site Internet de l'INAMI conformément à l'article 30octies ni pour leur consultation et pour leur transformation ultérieure.]1
HOOFDSTUK XIIIdecies. [1 VOORZIENINGEN VOOR PATIENTEN MET DIABETES TYPE 2]1
CHAPITRE XIIIdecies. [1 AMENAGEMENTS POUR UN PATIENT DIABETIQUE DE TYPE 2]1
Afdeling 1. [1 Zorgprotocol voor patiënten met diabetes type 2]1
Section 1. [1 Protocole de soins pour un patient diabétique de type 2]1
Art. 30decies. [1 Het zorgprotocol dat is vermeld in de omschrijving van de verstrekking 102852 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen wordt opgemaakt conform het model vervat in bijlage 85.
Dat protocol definieert:
- de rechthebbenden van de verstrekking [2 400374]2
- de referenties inzake de follow-up van patiënten met diabetes type 2
- de gegevens die in het GMD van de rechthebbende van de verstrekking [2 400374]2 moeten worden ingeschreven.]1
Dat protocol definieert:
- de rechthebbenden van de verstrekking [2 400374]2
- de referenties inzake de follow-up van patiënten met diabetes type 2
- de gegevens die in het GMD van de rechthebbende van de verstrekking [2 400374]2 moeten worden ingeschreven.]1
Art. 30decies. [1 Le protocole de soins mentionné dans le libellé de la prestation 102852 de la nomenclature des prestations de santé est établi conformément au modèle repris à l'annexe 85.
Ce protocole définit :
- les bénéficiaires de la prestation [2 400374]2
- les références en matière de suivi des patients diabétiques de type 2
- les données à enregistrer dans le DMG du bénéficiaire de la prestation [2 400374]2.]1
Ce protocole définit :
- les bénéficiaires de la prestation [2 400374]2
- les références en matière de suivi des patients diabétiques de type 2
- les données à enregistrer dans le DMG du bénéficiaire de la prestation [2 400374]2.]1
Afdeling 2. [1 Opstarttraject voor patiënten met diabetes type 2]1
Section 2. [1 Trajet de démarrage pour un patient diabétique de type 2]1
Art.30undecies. [1 § 1. Opening van het opstarttraject
De GMD-houdende huisarts of de huisarts die deel uitmaakt van een geregistreerde groepering van huisartsen waarvan een lid het GMD beheert opent het opstarttraject diabetes voor patiënten met diabetes type 2 door de éénmalige aanrekening per rechthebbende van de verstrekking 400374 of de pseudocode 400396 voor rechthebbenden ingeschreven in een Medische huis met forfaitaire tegemoetkoming, overeenkomstig de bepalingen in artikel 2, B, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
§ 2. De automatische uitbetaling van het opstarttraject diabetes na de aanrekening van de verstrekking 400374 of 400396 in het openingsjaar.
Na de opening zal vanaf het jaar volgend op het openingsjaar een jaarlijkse automatische uitbetaling aan de GMD-houdende huisarts worden gedaan door de verzekeringsinstellingen. Deze uitbetaling zal worden geregistreerd met de pseudocode 401590 (401612 voor een medisch huis met forfaitaire tegemoetkoming).
§ 3. Voorwaarden voor de jaarlijkse automatische uitbetaling van het opstarttraject:
1. De GMD-houdende huisarts heeft het honorarium ontvangen voor het beheer van het globaal medisch dossier zoals bepaald in het Koninklijk besluit van 23 december 2021 tot vaststelling van de voorwaarden en regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een honorarium betaalt voor het beheer van het globaal medisch dossier aan de huisarts.
2. De GMD-houdende huisarts of de huisarts die deel uitmaakt van een geregistreerde groepering van huisartsen waarvan een lid het GMD beheert leeft de toepassingsregels na, bij de verstrekking 400374 of de pseudocode 400396 voor rechthebbenden ingeschreven in een medisch huis met forfaitaire tegemoetkoming, zoals bepaald in artikel 2, B, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Indien afgeweken wordt van het zorgprotocol, dient dit gemotiveerd te worden in het medisch dossier.
3. De rechthebbende is op het tijdstip van 1 januari van het jaar waarin de automatische uitbetaling van het opstarttraject zal plaatsvinden niet ingeschreven in een "Zorgtraject bij diabetes type 2" of de "Overeenkomst inzake zelfregulatie van diabetes-mellitus-gerechtigden".
§ 4. Modaliteiten met betrekking tot de jaarlijkse automatische uitbetaling
De GMD-houdende huisarts aan wie het bedrag voor het beheer van het GMD is uitbetaald, ontvangt de uitbetaling van het opstarttraject.
Het tijdstip van de uitbetaling is de maand volgend op de maand waarin het bedrag voor het beheer van het GMD is uitbetaald.
Het rekeningnummer waarop de automatische uitbetaling gebeurt is hetzelfde als het rekeningnummer waarop het bedrag voor het beheer van het GMD wordt uitbetaald.
Voor die situaties waarbij de verzekeringsinstelling vaststelt dat niet aan alle voorwaarden voor de automatische uitbetaling van het opstarttraject, zoals vermeld in § 3, 1 en 3, is voldaan, volgt geen automatische uitbetaling aan de huisarts.
De GMD-houdende huisarts kan op elk ogenblik aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende aangeven dat de automatische uitbetaling wordt stopgezet. De automatische uitbetaling wordt stopgezet vanaf het kalenderjaar volgend op de mededeling. In dat geval kan het opstarttraject via aanrekening van de verstrekking 400374 of de pseudocode 400396, overeenkomstig de bepalingen in § 1 opnieuw worden geopend.
De gelinkte voordelen voor de rechthebbende, zoals vermeld in § 5, worden stopgezet vanaf de eerste dag van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarop geen uitbetaling is gebeurd, zoals bepaald in het vorige lid.
De verzekeringsinstellingen brengen de huisarts en rechthebbende hiervan schriftelijk op de hoogte. Deze schriftelijke mededeling dient te gebeuren ten laatste een maand na de vaststelling. Zodra opnieuw aan de voorwaarden van § 3, 1 en 3, wordt voldaan, kan de rechthebbende terug aanspraak maken op de gelinkte voordelen, zoals vermeld in § 5.
§ 5. De aan de verstrekking 400374 of de pseudocode 400396 voor rechthebbende ingeschreven in een medisch huis met forfaitaire tegemoetkoming gelinkte voordelen voor de rechthebbende zijn:
* voor de tandheelkundige verstrekkingen: bepaald in artikel 1 van het koninklijk besluit van 17 december 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 juni 2016 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden voor tandheelkundige verstrekkingen;
* voor de revalidatieverstrekkingen: opgenomen in de bijlage bij het koninklijk besluit van 10 januari 1991 tot vaststelling van de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot vaststelling van de honoraria en prijzen van die verstrekkingen en tot vaststelling van het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming in die honoraria en prijzen.
De hierboven vermelde gelinkte voordelen gelden eveneens voor de geregistreerde pseudocodes 401590 en 401612.
Deze voordelen zijn gegarandeerd in het lopende kalenderjaar van de automatische uitbetaling en het daaropvolgende kalenderjaar.
§ 6. Het uitzonderingsjaar 2025
Uitzonderlijk dient voor de rechthebbende voor wie in 2024 de verstrekking 400374 of 400396 werd aangerekend, ook in 2025 de code 400374 of 400396 aangerekend te worden wanneer is voldaan aan alle voorwaarden bepaald in artikel 2, B, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. De huisartsen zullen in het vierde kwartaal van 2025 hiervan in kennis gesteld worden door middel van een omzendbrief aan alle huisartsen.
Voor de opening van de automatische uitbetaling vanaf 2026 moet in het tijdvak 2024-2025 minstens éénmaal de verstrekking 400374 of de pseudocode 400396 voor rechthebbenden ingeschreven in een medisch huis aangerekend zijn.]1
De GMD-houdende huisarts of de huisarts die deel uitmaakt van een geregistreerde groepering van huisartsen waarvan een lid het GMD beheert opent het opstarttraject diabetes voor patiënten met diabetes type 2 door de éénmalige aanrekening per rechthebbende van de verstrekking 400374 of de pseudocode 400396 voor rechthebbenden ingeschreven in een Medische huis met forfaitaire tegemoetkoming, overeenkomstig de bepalingen in artikel 2, B, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
§ 2. De automatische uitbetaling van het opstarttraject diabetes na de aanrekening van de verstrekking 400374 of 400396 in het openingsjaar.
Na de opening zal vanaf het jaar volgend op het openingsjaar een jaarlijkse automatische uitbetaling aan de GMD-houdende huisarts worden gedaan door de verzekeringsinstellingen. Deze uitbetaling zal worden geregistreerd met de pseudocode 401590 (401612 voor een medisch huis met forfaitaire tegemoetkoming).
§ 3. Voorwaarden voor de jaarlijkse automatische uitbetaling van het opstarttraject:
1. De GMD-houdende huisarts heeft het honorarium ontvangen voor het beheer van het globaal medisch dossier zoals bepaald in het Koninklijk besluit van 23 december 2021 tot vaststelling van de voorwaarden en regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een honorarium betaalt voor het beheer van het globaal medisch dossier aan de huisarts.
2. De GMD-houdende huisarts of de huisarts die deel uitmaakt van een geregistreerde groepering van huisartsen waarvan een lid het GMD beheert leeft de toepassingsregels na, bij de verstrekking 400374 of de pseudocode 400396 voor rechthebbenden ingeschreven in een medisch huis met forfaitaire tegemoetkoming, zoals bepaald in artikel 2, B, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Indien afgeweken wordt van het zorgprotocol, dient dit gemotiveerd te worden in het medisch dossier.
3. De rechthebbende is op het tijdstip van 1 januari van het jaar waarin de automatische uitbetaling van het opstarttraject zal plaatsvinden niet ingeschreven in een "Zorgtraject bij diabetes type 2" of de "Overeenkomst inzake zelfregulatie van diabetes-mellitus-gerechtigden".
§ 4. Modaliteiten met betrekking tot de jaarlijkse automatische uitbetaling
De GMD-houdende huisarts aan wie het bedrag voor het beheer van het GMD is uitbetaald, ontvangt de uitbetaling van het opstarttraject.
Het tijdstip van de uitbetaling is de maand volgend op de maand waarin het bedrag voor het beheer van het GMD is uitbetaald.
Het rekeningnummer waarop de automatische uitbetaling gebeurt is hetzelfde als het rekeningnummer waarop het bedrag voor het beheer van het GMD wordt uitbetaald.
Voor die situaties waarbij de verzekeringsinstelling vaststelt dat niet aan alle voorwaarden voor de automatische uitbetaling van het opstarttraject, zoals vermeld in § 3, 1 en 3, is voldaan, volgt geen automatische uitbetaling aan de huisarts.
De GMD-houdende huisarts kan op elk ogenblik aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende aangeven dat de automatische uitbetaling wordt stopgezet. De automatische uitbetaling wordt stopgezet vanaf het kalenderjaar volgend op de mededeling. In dat geval kan het opstarttraject via aanrekening van de verstrekking 400374 of de pseudocode 400396, overeenkomstig de bepalingen in § 1 opnieuw worden geopend.
De gelinkte voordelen voor de rechthebbende, zoals vermeld in § 5, worden stopgezet vanaf de eerste dag van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarop geen uitbetaling is gebeurd, zoals bepaald in het vorige lid.
De verzekeringsinstellingen brengen de huisarts en rechthebbende hiervan schriftelijk op de hoogte. Deze schriftelijke mededeling dient te gebeuren ten laatste een maand na de vaststelling. Zodra opnieuw aan de voorwaarden van § 3, 1 en 3, wordt voldaan, kan de rechthebbende terug aanspraak maken op de gelinkte voordelen, zoals vermeld in § 5.
§ 5. De aan de verstrekking 400374 of de pseudocode 400396 voor rechthebbende ingeschreven in een medisch huis met forfaitaire tegemoetkoming gelinkte voordelen voor de rechthebbende zijn:
* voor de tandheelkundige verstrekkingen: bepaald in artikel 1 van het koninklijk besluit van 17 december 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 juni 2016 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden voor tandheelkundige verstrekkingen;
* voor de revalidatieverstrekkingen: opgenomen in de bijlage bij het koninklijk besluit van 10 januari 1991 tot vaststelling van de nomenclatuur van de revalidatieverstrekkingen bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot vaststelling van de honoraria en prijzen van die verstrekkingen en tot vaststelling van het bedrag van de verzekeringstegemoetkoming in die honoraria en prijzen.
De hierboven vermelde gelinkte voordelen gelden eveneens voor de geregistreerde pseudocodes 401590 en 401612.
Deze voordelen zijn gegarandeerd in het lopende kalenderjaar van de automatische uitbetaling en het daaropvolgende kalenderjaar.
§ 6. Het uitzonderingsjaar 2025
Uitzonderlijk dient voor de rechthebbende voor wie in 2024 de verstrekking 400374 of 400396 werd aangerekend, ook in 2025 de code 400374 of 400396 aangerekend te worden wanneer is voldaan aan alle voorwaarden bepaald in artikel 2, B, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. De huisartsen zullen in het vierde kwartaal van 2025 hiervan in kennis gesteld worden door middel van een omzendbrief aan alle huisartsen.
Voor de opening van de automatische uitbetaling vanaf 2026 moet in het tijdvak 2024-2025 minstens éénmaal de verstrekking 400374 of de pseudocode 400396 voor rechthebbenden ingeschreven in een medisch huis aangerekend zijn.]1
Art.30undecies. [1 § 1. Ouverture du trajet de démarrage
Le médecin généraliste qui gère le DMG (ou le médecin généraliste qui fait partie d'un groupement enregistré de médecins généralistes dont un des membres gère le DMG) ouvre le trajet de démarrage pour un patient diabétique de type 2 par l'attestation, une seule fois par bénéficiaire, de la prestation 400374 (ou du pseudocode 400396 pour les bénéficiaires inscrits auprès d'une Maison médicale au forfait), conformément aux dispositions figurant à l'article 2, B, de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités.
§ 2. Le paiement automatique du trajet de démarrage diabète les années qui suivent l'année de l'attestation de la prestation 400374 ou 400396.
Après l'ouverture du trajet, un paiement automatique annuel sera effectué par les organismes assureurs au médecin généraliste qui gère le DMG, à partir de l'année suivant l'année d'ouverture. Ce paiement sera enregistré au moyen du pseudocode 401590 (401612 pour une maison médicale au forfait).
§ 3. Conditions pour le paiement automatique annuel du trajet de démarrage :
1. Le médecin généraliste qui gère le DMG a perçu les honoraires pour la gestion du dossier médical global tels que définis dans l'arrêté royal du 23 décembre 2021 fixant les conditions et les règles selon lesquelles l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités paie des honoraires aux médecins généralistes pour la gestion du dossier médical global.
2. Le médecin généraliste qui gère le DMG ou le médecin qui fait partie d'un groupement enregistré de médecins généralistes dont un des membres gère le DMG doit respecter les règles d'application afférentes à la prestation 400374 (ou au pseudocode 400396 pour les bénéficiaires inscrits auprès d'une maison médicale) telles que définies à l'article 2, B, de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités. En cas de dérogation au protocole de soins, celle-ci doit être justifiée dans le dossier médical.
3. Au 1er janvier de l'année au cours de laquelle aura lieu le paiement automatique du trajet de démarrage, le bénéficiaire n'est pas inscrit dans un " Trajet de soins pour le diabète de type 2 " ni à la " Convention en matière d'autogestion de patients atteints de diabète sucré ".
§ 4. Modalités du paiement automatique annuel
Le médecin généraliste qui gère le DMG, à qui le montant relatif à la gestion du DMG a été payé, perçoit le paiement automatique du trajet de démarrage.
Le moment du paiement se situe au mois suivant le mois au cours duquel le montant relatif à la gestion du DMG a été versé.
Le numéro de compte sur lequel le paiement automatique est effectué est le même que celui sur lequel le montant relatif à la gestion du DMG a été versé.
Dans les situations où l'organisme assureur constate que toutes les conditions en vue du paiement automatique du trajet de démarrage, mentionnées au § 3, 1 et 3, ne sont pas remplies, aucun paiement automatique au médecin généraliste n'est effectué.
Le médecin généraliste qui gère le DMG peut à tout moment signaler à l'organisme d'assurance du bénéficiaire que le paiement automatique doit être interrompu. Le paiement automatique est interrompu à partir de l'année civile suivant la notification. Dans ce cas, la procédure de démarrage peut être réactivée via l'attestation de la prestation 400374 ou du pseudocode 400396, conformément aux dispositions du § 1.
Les avantages liés pour le bénéficiaire, tels que mentionnés au § 5, sont supprimés à partir du premier jour de la deuxième année civile suivant celle où aucun paiement n'a été effectué, comme stipulé à l'alinéa précédent.
Les organismes assureurs en informent par écrit le médecin généraliste et le bénéficiaire. Cette notification écrite doit être faite au plus tard un mois après la constatation. Dès que les conditions du § 3, 1 et 3, sont à nouveau remplies, le bénéficiaire peut à nouveau prétendre aux avantages liés, tels que mentionnés au § 5.
§ 5. Les avantages liés à la prestation 400374 ou au pseudocode 400396 pour les titulaires inscrits auprès d'une maison médicale au forfait pour le titulaire sont :
* pour les prestations dentaires : tels que définis à l'article 1er de l'arrêté royal du 17 décembre 2023 modifiant l'arrêté royal du 28 juin 2016 portant fixation de l'intervention personnelle des bénéficiaires pour prestations dentaires ;
* pour les prestations de rééducation : repris dans l'annexe à l'arrêté royal du 10 janvier 1991 établissant la nomenclature des prestations de rééducation visée à l'article 23, § 2, alinéa 2, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, portant fixation des honoraires et prix de ces prestations et portant fixation du montant de l'intervention de l'assurance dans ces honoraires et prix.
Les avantages liés cités ci-dessus sont également d'application pour le pseudocodes enregistré 401590 et 401612.
Ces avantages sont garantis pendant l'année civile du paiement automatique et l'année civile suivante.
§ 6. L'année d'exception 2025
A titre exceptionnel, pour les bénéficiaires pour lesquels la prestation 400374 ou 400396 a été attestée en 2024, il faut également attester en 2025 la prestation 400374 ou 400396 s'il est satisfait à toutes les conditions définies à l'article 2, B, de l'annexe de l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités. Les médecins généralistes en seront informés dans le courant du quatrième trimestre de 2025 au moyen d'une circulaire adressée à tous les médecins généralistes.
Pour l'ouverture du paiement automatique à partir de 2026, il faut avoir attesté au cours de la période 2024-2025 au moins une fois la prestation 400374 ou le pseudocode 400396 pour les bénéficiaires inscrits auprès d'une maison médicale.]1
Le médecin généraliste qui gère le DMG (ou le médecin généraliste qui fait partie d'un groupement enregistré de médecins généralistes dont un des membres gère le DMG) ouvre le trajet de démarrage pour un patient diabétique de type 2 par l'attestation, une seule fois par bénéficiaire, de la prestation 400374 (ou du pseudocode 400396 pour les bénéficiaires inscrits auprès d'une Maison médicale au forfait), conformément aux dispositions figurant à l'article 2, B, de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités.
§ 2. Le paiement automatique du trajet de démarrage diabète les années qui suivent l'année de l'attestation de la prestation 400374 ou 400396.
Après l'ouverture du trajet, un paiement automatique annuel sera effectué par les organismes assureurs au médecin généraliste qui gère le DMG, à partir de l'année suivant l'année d'ouverture. Ce paiement sera enregistré au moyen du pseudocode 401590 (401612 pour une maison médicale au forfait).
§ 3. Conditions pour le paiement automatique annuel du trajet de démarrage :
1. Le médecin généraliste qui gère le DMG a perçu les honoraires pour la gestion du dossier médical global tels que définis dans l'arrêté royal du 23 décembre 2021 fixant les conditions et les règles selon lesquelles l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités paie des honoraires aux médecins généralistes pour la gestion du dossier médical global.
2. Le médecin généraliste qui gère le DMG ou le médecin qui fait partie d'un groupement enregistré de médecins généralistes dont un des membres gère le DMG doit respecter les règles d'application afférentes à la prestation 400374 (ou au pseudocode 400396 pour les bénéficiaires inscrits auprès d'une maison médicale) telles que définies à l'article 2, B, de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités. En cas de dérogation au protocole de soins, celle-ci doit être justifiée dans le dossier médical.
3. Au 1er janvier de l'année au cours de laquelle aura lieu le paiement automatique du trajet de démarrage, le bénéficiaire n'est pas inscrit dans un " Trajet de soins pour le diabète de type 2 " ni à la " Convention en matière d'autogestion de patients atteints de diabète sucré ".
§ 4. Modalités du paiement automatique annuel
Le médecin généraliste qui gère le DMG, à qui le montant relatif à la gestion du DMG a été payé, perçoit le paiement automatique du trajet de démarrage.
Le moment du paiement se situe au mois suivant le mois au cours duquel le montant relatif à la gestion du DMG a été versé.
Le numéro de compte sur lequel le paiement automatique est effectué est le même que celui sur lequel le montant relatif à la gestion du DMG a été versé.
Dans les situations où l'organisme assureur constate que toutes les conditions en vue du paiement automatique du trajet de démarrage, mentionnées au § 3, 1 et 3, ne sont pas remplies, aucun paiement automatique au médecin généraliste n'est effectué.
Le médecin généraliste qui gère le DMG peut à tout moment signaler à l'organisme d'assurance du bénéficiaire que le paiement automatique doit être interrompu. Le paiement automatique est interrompu à partir de l'année civile suivant la notification. Dans ce cas, la procédure de démarrage peut être réactivée via l'attestation de la prestation 400374 ou du pseudocode 400396, conformément aux dispositions du § 1.
Les avantages liés pour le bénéficiaire, tels que mentionnés au § 5, sont supprimés à partir du premier jour de la deuxième année civile suivant celle où aucun paiement n'a été effectué, comme stipulé à l'alinéa précédent.
Les organismes assureurs en informent par écrit le médecin généraliste et le bénéficiaire. Cette notification écrite doit être faite au plus tard un mois après la constatation. Dès que les conditions du § 3, 1 et 3, sont à nouveau remplies, le bénéficiaire peut à nouveau prétendre aux avantages liés, tels que mentionnés au § 5.
§ 5. Les avantages liés à la prestation 400374 ou au pseudocode 400396 pour les titulaires inscrits auprès d'une maison médicale au forfait pour le titulaire sont :
* pour les prestations dentaires : tels que définis à l'article 1er de l'arrêté royal du 17 décembre 2023 modifiant l'arrêté royal du 28 juin 2016 portant fixation de l'intervention personnelle des bénéficiaires pour prestations dentaires ;
* pour les prestations de rééducation : repris dans l'annexe à l'arrêté royal du 10 janvier 1991 établissant la nomenclature des prestations de rééducation visée à l'article 23, § 2, alinéa 2, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, portant fixation des honoraires et prix de ces prestations et portant fixation du montant de l'intervention de l'assurance dans ces honoraires et prix.
Les avantages liés cités ci-dessus sont également d'application pour le pseudocodes enregistré 401590 et 401612.
Ces avantages sont garantis pendant l'année civile du paiement automatique et l'année civile suivante.
§ 6. L'année d'exception 2025
A titre exceptionnel, pour les bénéficiaires pour lesquels la prestation 400374 ou 400396 a été attestée en 2024, il faut également attester en 2025 la prestation 400374 ou 400396 s'il est satisfait à toutes les conditions définies à l'article 2, B, de l'annexe de l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités. Les médecins généralistes en seront informés dans le courant du quatrième trimestre de 2025 au moyen d'une circulaire adressée à tous les médecins généralistes.
Pour l'ouverture du paiement automatique à partir de 2026, il faut avoir attesté au cours de la période 2024-2025 au moins une fois la prestation 400374 ou le pseudocode 400396 pour les bénéficiaires inscrits auprès d'une maison médicale.]1
HOOFDSTUK XIV. [1 - Bewijsstukken]1
CHAPITRE XIV. [1 - Des documents justificatifs]1
Afdeling 1. [1 - bepalingen gemeenschappelijk aan alle bewijsstukken]1
Section 1er. [1 - dispositions communes à tous les documents justificatifs]1
Art. 31. [2 § 1.]2 [5 Ter herinnering, tenzij anders bepaald in de volgende artikelen van dit hoofdstuk, voldoet een bewijsstuk aan de vereisten van artikel 53, § 1/2 van de wet.]5
[4 ...]4
[2 § 2. Het uitreiken van het bewijsstuk kan elektronisch gebeuren mits er afdoende technische en organisatorische maatregelen worden getroffen om de veiligheid en de confidentialiteit van de verstuurde persoonsgegevens betreffende de gezondheid te verzekeren, zoals dit wordt vereist door artikel 16 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De elektronische mededeling van het bewijsstuk vereist de eBox of een beveiligd uitwisselingssysteem dat een gelijkwaardig veiligheidsniveau garandeert en dat werd goedgekeurd door het bevoegde Sectoraal Comité. Bij een elektronische verzending moet de rechthebbende hiermee uitdrukkelijk hebben ingestemd en moet gebruik gemaakt worden van een courant leesbaar formaat (bijvoorbeeld worddocument, pdf,...).
§ 3. Indien het bewijsstuk niet aan de rechthebbende zelf wordt uitgereikt, moet hiervoor toestemming gegeven worden door de rechthebbende en door de persoon die het bewijsstuk ontvangt, overeenkomstig de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt. De zorgverlener moet het bewijs van die toestemmingen aan de bevoegde organen kunnen voorleggen bij controle.]2
[3 § 4. Op elk bewijsstuk wordt een uniek volgnummer aangebracht.
§ 5. Elk bewijsstuk dat wordt uitgereikt naar aanleiding van de elektronische overdracht van het getuigschrift voor verstrekte hulp aan de verzekeringsinstelling buiten de derdebetalersregeling, bevat het nummer van ontvangstbewijs van het eGVH alsook een barcode die dit nummer van ontvangstbewijs vertaalt overeenkomstig de technische toepassingsregels vastgelegd krachtens artikel 9bis van de wet.]3
[4 ...]4
[2 § 2. Het uitreiken van het bewijsstuk kan elektronisch gebeuren mits er afdoende technische en organisatorische maatregelen worden getroffen om de veiligheid en de confidentialiteit van de verstuurde persoonsgegevens betreffende de gezondheid te verzekeren, zoals dit wordt vereist door artikel 16 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De elektronische mededeling van het bewijsstuk vereist de eBox of een beveiligd uitwisselingssysteem dat een gelijkwaardig veiligheidsniveau garandeert en dat werd goedgekeurd door het bevoegde Sectoraal Comité. Bij een elektronische verzending moet de rechthebbende hiermee uitdrukkelijk hebben ingestemd en moet gebruik gemaakt worden van een courant leesbaar formaat (bijvoorbeeld worddocument, pdf,...).
§ 3. Indien het bewijsstuk niet aan de rechthebbende zelf wordt uitgereikt, moet hiervoor toestemming gegeven worden door de rechthebbende en door de persoon die het bewijsstuk ontvangt, overeenkomstig de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt. De zorgverlener moet het bewijs van die toestemmingen aan de bevoegde organen kunnen voorleggen bij controle.]2
[3 § 4. Op elk bewijsstuk wordt een uniek volgnummer aangebracht.
§ 5. Elk bewijsstuk dat wordt uitgereikt naar aanleiding van de elektronische overdracht van het getuigschrift voor verstrekte hulp aan de verzekeringsinstelling buiten de derdebetalersregeling, bevat het nummer van ontvangstbewijs van het eGVH alsook een barcode die dit nummer van ontvangstbewijs vertaalt overeenkomstig de technische toepassingsregels vastgelegd krachtens artikel 9bis van de wet.]3
Modifications
Art. 31. [2 § 1er.]2 [5 Pour rappel, sauf dispositions contraires reprises dans les articles suivants du présent chapitre, un document justificatif répond au prescrit de l'article 53, § 1er/2 de la loi.]5
[4 ...]4
[2 § 2. La remise du document justificatif peut se faire de manière électronique moyennant l'adoption de mesures techniques et d'organisation pour garantir la sécurité et la confidentialité des données à caractère personnel relatives à la santé envoyées, conformément aux exigences de l'article 16 de la loi du 12 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel. La communication électronique du document justificatif exige l'eBox ou un système d'échange sécurisé garantissant un même niveau de sécurité, moyennant l'approbation du Comité sectoriel compétent. Pour une délivrance électronique, le bénéficiaire doit avoir donné son accord formel et il doit être fait usage d'un format lisible (par exemple via un document Word, PDF,....).
§ 3. Lorsque le document justificatif n'est pas remis au patient lui-même, le bénéficiaire et la personne qui reçoit le document justificatif doivent marquer leur accord, conformément à la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient. Le dispensateur doit être en mesure de présenter ces consentements aux organes compétents en cas de contrôle.]2
[3 § 4. Chaque document justificatif est muni d'un numéro de suite unique.
§ 5. Chaque document justificatif émis suite à la transmission électronique d'une attestation de soins donnés à l'organisme assureur en dehors du régime du tiers payant comporte le numéro de l'accusé de réception de l'eASD ainsi qu'un code-barres traduisant ce numéro d'accusé de réception, conformément aux modalités techniques d'application fixées en vertu de l'article 9bis de la loi.]3
[4 ...]4
[2 § 2. La remise du document justificatif peut se faire de manière électronique moyennant l'adoption de mesures techniques et d'organisation pour garantir la sécurité et la confidentialité des données à caractère personnel relatives à la santé envoyées, conformément aux exigences de l'article 16 de la loi du 12 décembre 1992 relative à la protection de la vie privée à l'égard des traitements de données à caractère personnel. La communication électronique du document justificatif exige l'eBox ou un système d'échange sécurisé garantissant un même niveau de sécurité, moyennant l'approbation du Comité sectoriel compétent. Pour une délivrance électronique, le bénéficiaire doit avoir donné son accord formel et il doit être fait usage d'un format lisible (par exemple via un document Word, PDF,....).
§ 3. Lorsque le document justificatif n'est pas remis au patient lui-même, le bénéficiaire et la personne qui reçoit le document justificatif doivent marquer leur accord, conformément à la loi du 22 août 2002 relative aux droits du patient. Le dispensateur doit être en mesure de présenter ces consentements aux organes compétents en cas de contrôle.]2
[3 § 4. Chaque document justificatif est muni d'un numéro de suite unique.
§ 5. Chaque document justificatif émis suite à la transmission électronique d'une attestation de soins donnés à l'organisme assureur en dehors du régime du tiers payant comporte le numéro de l'accusé de réception de l'eASD ainsi qu'un code-barres traduisant ce numéro d'accusé de réception, conformément aux modalités techniques d'application fixées en vertu de l'article 9bis de la loi.]3
Modifications
Afdeling 2. [1 - wat het bewijsstuk betreft dat door verpleegkundigen moet worden uitgereikt]1
Section 2. [1 - concernant le document justificatif qui doit être remis par les praticiens de l'art infirmier]1
Art. 31/1. [1 Op het bewijsstuk wordt de conventiestatus vermeld van de verpleegkundige betrokken bij de verstrekkingen vermeld op het bewijsstuk.
Naast elke vergoedbare verstrekking, vermeld met zijn rangnummer in de nomenclatuur, wordt een voor de patiënt beknopte en verstaanbare omschrijving medegedeeld.
Indien de verstrekkingen door een groep van verpleegkundigen worden aangerekend, kan het bewijsstuk verstuurd worden door die groep van verpleegkundigen in plaats van door de individuele verpleegkundigen die hebben bijgedragen aan de vermelde verstrekkingen. In dit geval moeten naast het groepsnummer derdebetaler (indien de groep met een uniek derdebetalersnummer aanrekent), de naam van de groep, het contactadres en de naam van de contactpersoon vermeld worden.
Op het bewijsstuk worden ook de namen vermeld van de verpleegkundigen en zorgkundigen die hebben bijgedragen aan de vermelde verstrekkingen.
Dit bewijsstuk bestaat uit één document dat verschillende luiken of bladen kan bevatten en dat de volledige kost voor de rechthebbende duidelijk aangeeft.
[2 ...]2
Dit bewijsstuk moet maandelijks, zo snel mogelijk en ten laatste 28 kalenderdagen na de verzending van de facturatie uitgereikt worden aan de rechthebbende. Bij correctiefacturen, herindieningen, herfacturaties en bij terugvorderingen moet de verpleegkundige ten laatste op het einde van de betrokken procedure een nieuw bewijsstuk uitreiken aan de rechthebbende zodat deze beschikt over alle correcte informatie.
Gelijksoortige verstrekkingen mogen gegroepeerd worden op het bewijsstuk. De concrete invulling hiervan wordt overgelaten aan de betrokken verpleegkundige of groepering van verpleegkundigen.]1
Naast elke vergoedbare verstrekking, vermeld met zijn rangnummer in de nomenclatuur, wordt een voor de patiënt beknopte en verstaanbare omschrijving medegedeeld.
Indien de verstrekkingen door een groep van verpleegkundigen worden aangerekend, kan het bewijsstuk verstuurd worden door die groep van verpleegkundigen in plaats van door de individuele verpleegkundigen die hebben bijgedragen aan de vermelde verstrekkingen. In dit geval moeten naast het groepsnummer derdebetaler (indien de groep met een uniek derdebetalersnummer aanrekent), de naam van de groep, het contactadres en de naam van de contactpersoon vermeld worden.
Op het bewijsstuk worden ook de namen vermeld van de verpleegkundigen en zorgkundigen die hebben bijgedragen aan de vermelde verstrekkingen.
Dit bewijsstuk bestaat uit één document dat verschillende luiken of bladen kan bevatten en dat de volledige kost voor de rechthebbende duidelijk aangeeft.
[2 ...]2
Dit bewijsstuk moet maandelijks, zo snel mogelijk en ten laatste 28 kalenderdagen na de verzending van de facturatie uitgereikt worden aan de rechthebbende. Bij correctiefacturen, herindieningen, herfacturaties en bij terugvorderingen moet de verpleegkundige ten laatste op het einde van de betrokken procedure een nieuw bewijsstuk uitreiken aan de rechthebbende zodat deze beschikt over alle correcte informatie.
Gelijksoortige verstrekkingen mogen gegroepeerd worden op het bewijsstuk. De concrete invulling hiervan wordt overgelaten aan de betrokken verpleegkundige of groepering van verpleegkundigen.]1
Art. 31/1. [1 Le statut de conventionnement du praticien de l'art infirmier concerné par les prestations reprises sur le document justificatif est mentionné sur le document justificatif.
En regard de chaque prestation, mentionnée avec son rang dans la nomenclature, un libellé concis et compréhensible pour le patient est repris.
Lorsque les prestations sont portées en compte par un groupement de praticiens de l'art infirmier, le document justificatif peut être délivré par ce groupement de praticiens de l'art infirmier et non par les praticiens de l'art infirmier individuels ayant exécuté les prestations mentionnées. Dans ce cas, le nom du groupement, l'adresse de contact et le nom de la personne de contact doivent être mentionnés sur le document justificatif en plus du numéro tiers-payant de groupe (si le groupement porte les prestations en compte à l'aide d'un tel numéro).
Ce document justificatif comprend également les noms des praticiens de l'art infirmier et des aides soignants ayant contribués aux prestations mentionnées.
Ce document justificatif constitue un seul document pouvant contenir plusieurs volets ou pages et offre au bénéficiaire une vue complète des coûts.
[2 ...]2
Le document justificatif doit être remis mensuellement au bénéficiaire, aussi vite que possible et au plus tard 28 jours calendrier après l'envoi de la facturation. En cas de factures de correction, de refacturation ou de réintroduction de facturation et lors de remboursements, le praticien de l'art infirmier doit remettre un nouveau document justificatif au bénéficiaire en fin de procédure afin que celui-ci puisse disposer de toutes les informations correctes.
Les prestations identiques peuvent être rassemblées sur le document justificatif. Le praticien de l'art infirmier ou le groupement de praticiens de l'art infirmier concerné étant alors en charge de déterminer la manière concrète de procéder.]1
En regard de chaque prestation, mentionnée avec son rang dans la nomenclature, un libellé concis et compréhensible pour le patient est repris.
Lorsque les prestations sont portées en compte par un groupement de praticiens de l'art infirmier, le document justificatif peut être délivré par ce groupement de praticiens de l'art infirmier et non par les praticiens de l'art infirmier individuels ayant exécuté les prestations mentionnées. Dans ce cas, le nom du groupement, l'adresse de contact et le nom de la personne de contact doivent être mentionnés sur le document justificatif en plus du numéro tiers-payant de groupe (si le groupement porte les prestations en compte à l'aide d'un tel numéro).
Ce document justificatif comprend également les noms des praticiens de l'art infirmier et des aides soignants ayant contribués aux prestations mentionnées.
Ce document justificatif constitue un seul document pouvant contenir plusieurs volets ou pages et offre au bénéficiaire une vue complète des coûts.
[2 ...]2
Le document justificatif doit être remis mensuellement au bénéficiaire, aussi vite que possible et au plus tard 28 jours calendrier après l'envoi de la facturation. En cas de factures de correction, de refacturation ou de réintroduction de facturation et lors de remboursements, le praticien de l'art infirmier doit remettre un nouveau document justificatif au bénéficiaire en fin de procédure afin que celui-ci puisse disposer de toutes les informations correctes.
Les prestations identiques peuvent être rassemblées sur le document justificatif. Le praticien de l'art infirmier ou le groupement de praticiens de l'art infirmier concerné étant alors en charge de déterminer la manière concrète de procéder.]1
Afdeling 3. [1 - Wat het bewijsstuk betreft dat door vroedvrouwen moet worden uitgereikt.]1
Section 3. [1 - Concernant le document justificatif qui doit être remis par les sages-femmes.]1
Art. 31/2. [1 Op het bewijsstuk wordt de conventiestatus vermeld van de zorgverlener betrokken bij de verstrekkingen vermeld op het bewijsstuk.
Indien de verstrekkingen door een groep van vroedvrouwen worden aangerekend, kan het bewijsstuk verstuurd worden door die groep van vroedvrouwen in plaats van door de individuele vroedvrouwen die hebben bijgedragen aan de vermelde verstrekkingen.
Dit bewijsstuk bestaat uit één document dat verschillende luiken of bladen kan bevatten en dat de volledige kost voor de rechthebbende duidelijk aangeeft.
[2 ...]2
Dit bewijsstuk moet zo snel mogelijk en ten laatste gelijktijdig met de verzending van de factuur worden uitgereikt.
Gelijksoortige verstrekkingen mogen gegroepeerd worden op het bewijsstuk. De betrokken vroedvrouw of groepering van vroedvrouwen bepaalt de concrete wijze van toepassing hiervan.]1
Indien de verstrekkingen door een groep van vroedvrouwen worden aangerekend, kan het bewijsstuk verstuurd worden door die groep van vroedvrouwen in plaats van door de individuele vroedvrouwen die hebben bijgedragen aan de vermelde verstrekkingen.
Dit bewijsstuk bestaat uit één document dat verschillende luiken of bladen kan bevatten en dat de volledige kost voor de rechthebbende duidelijk aangeeft.
[2 ...]2
Dit bewijsstuk moet zo snel mogelijk en ten laatste gelijktijdig met de verzending van de factuur worden uitgereikt.
Gelijksoortige verstrekkingen mogen gegroepeerd worden op het bewijsstuk. De betrokken vroedvrouw of groepering van vroedvrouwen bepaalt de concrete wijze van toepassing hiervan.]1
Art. 31/2. [1 Le statut de conventionnement du prestataire de soins concerné par les prestations reprises sur le document justificatif est mentionné sur le document justificatif.
Lorsque les prestations sont portées en compte par un groupement de sages-femmes, le document justificatif peut être délivré par ce groupement de sages-femmes et non par les sages-femmes individuelles ayant exécuté les prestations mentionnées.
Ce document justificatif constitue un seul document pouvant contenir plusieurs volets ou pages et offre au bénéficiaire une vue complète des coûts.
[2 ...]2
Le document justificatif doit être remis au bénéficiaire, aussi vite que possible et au plus tard simultanément avec l'envoi de la facturation.
Les prestations identiques peuvent être rassemblées sur le document justificatif. La sage-femme ou le groupement de sages-femmes concerné étant alors en charge d'en déterminer la manière concrète de procéder.]1
Lorsque les prestations sont portées en compte par un groupement de sages-femmes, le document justificatif peut être délivré par ce groupement de sages-femmes et non par les sages-femmes individuelles ayant exécuté les prestations mentionnées.
Ce document justificatif constitue un seul document pouvant contenir plusieurs volets ou pages et offre au bénéficiaire une vue complète des coûts.
[2 ...]2
Le document justificatif doit être remis au bénéficiaire, aussi vite que possible et au plus tard simultanément avec l'envoi de la facturation.
Les prestations identiques peuvent être rassemblées sur le document justificatif. La sage-femme ou le groupement de sages-femmes concerné étant alors en charge d'en déterminer la manière concrète de procéder.]1
Afdeling 4. [1 - Wat het bewijsstuk betreft dat door de artsen moet worden meegedeeld.]1
Section 4. [1 - Concernant le document justificatif qui doit être communiqué par les médecins.]1
Art. 31/3. [1 Voor wat betreft de verstrekkingen betreffende de klinische biologie, de pathologische anatomie en de genetica, worden op het bewijsstuk bij de respectievelijke verstrekkingen de namen vermeld van de artsen-specialisten in de klinische biologie, de apothekers en licentiaten in de wetenschappen erkend voor het stellen van medische handelingen in klinische biologie, de artsen-specialisten in de pathologische anatomie en de artsen gemachtigd om verstrekkingen inzake genetische onderzoeken te verstrekken die betrokken waren bij de verstrekkingen vermeld op het bewijsstuk, evenals hun conventiestatuut.
Het bewijsstuk moet ten minste 1 keer per trimester worden meegedeeld.
Gelijksoortige verstrekkingen die op verschillende tijdstippen en/of door verschillende zorgverleners werden uitgevoerd, kunnen gegroepeerd worden op één bewijsstuk. De verstrekkingen klinische biologie, anatomische pathologie en genetica, opgenomen in de Nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen, worden, voor de toepassing van dit artikel, beschouwd als gelijksoortige verstrekkingen.]1
Het bewijsstuk moet ten minste 1 keer per trimester worden meegedeeld.
Gelijksoortige verstrekkingen die op verschillende tijdstippen en/of door verschillende zorgverleners werden uitgevoerd, kunnen gegroepeerd worden op één bewijsstuk. De verstrekkingen klinische biologie, anatomische pathologie en genetica, opgenomen in de Nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen, worden, voor de toepassing van dit artikel, beschouwd als gelijksoortige verstrekkingen.]1
Art. 31/3. [1 En ce qui concerne les prestations concernant la biologie clinique, l'anatomie pathologique et la génétique, le document justificatif mentionne à côté des prestations respectives, les noms des médecins spécialistes en biologie clinique, des pharmaciens et des licenciés en sciences agréés pour poser des actes médicaux en biologie clinique, des médecins spécialistes en anatomopathologie et des médecins habilités à effectuer des prestations de génétique, qui ont été impliqués dans l'exécution des prestations sur le document justificatif, ainsi que leur statut de conventionnement.
Le document justificatif doit être remis au moins une fois par trimestre.
Des prestations similaires qui ont eu lieu à des moments différents et/ou ont été effectuées par des prestataires de soins différents, peuvent être regroupées sur un document justificatif. Pour l'application du présent article, les prestations de biologie clinique, d'anatomopathologie et de génétique, reprises dans la nomenclature des prestations de santé, sont considérées comme similaires.]1
Le document justificatif doit être remis au moins une fois par trimestre.
Des prestations similaires qui ont eu lieu à des moments différents et/ou ont été effectuées par des prestataires de soins différents, peuvent être regroupées sur un document justificatif. Pour l'application du présent article, les prestations de biologie clinique, d'anatomopathologie et de génétique, reprises dans la nomenclature des prestations de santé, sont considérées comme similaires.]1
Afdeling 5. [1 - Betreffende het door neuropsychologen af te leveren bewijsstuk]1
Section 5. [1 - Concernant le document justificatif qui doit être remis par les neuropsychologues]1
Art.31/4. [1 Het formulier bedoeld in artikel 6, § 1, 11°, lid 2, wordt afgeleverd uiterlijk twee maanden na het einde van de maand waarin de verstrekkingen werden geleverd.]1
Art.31/4. [1 Le formulaire visé dans l'article 6, § 1er, 11°, alinéa 2, est remis au plus tard dans un délai de deux mois suivant la fin du mois au cours duquel les prestations ont été fournies.]1
HOOFDSTUK XV. [1 (oud hoofdstuk XIV)]1 - Opheffingsbepaling.
CHAPITRE XV. [1 (ancien chapitre XIV)]1 - Disposition abrogatoire.
Art. 32. [1 (oud artikel 31)]1 Het koninklijk besluit van 24 december 1963 houdende verordening op de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, wordt opgeheven.
Modifications
Art. 32. [1 (ancien art. 31)]1 L'arrêté royal du 24 décembre 1963 portant règlement des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, est abrogé.
Modifications
HOOFDSTUK XV/1. [1 - Modaliteiten van elektronische lezing van een identiteitsdocument.]1
CHAPITRE XV/1. [1 - Modalités de lecture électronique d'un document d'identité.]1
Afdeling 1. [1 - Gemene bepalingen.]1
Section 1re. [1 - Dispositions communes.]1
Onderafdeling 1. [1 - Inleidende bepaling.]1
Sous-section 1re. [1 - Disposition introductive.]1
Art. 32/1. [1 Dit hoofdstuk stelt de modaliteiten vast van elektronische lezing van het identiteitsdocument door de zorgverleners die overeenkomstig artikel 53 van de wet verplicht zijn om de identiteit van de patiënt op elektronische wijze te verifiëren om de derdebetalersregeling [2 via een elektronisch netwerk]2 toe te passen.]1
Art. 32/1. [1 Le présent chapitre fixe les modalités de lecture électronique du document d'identité par les dispensateurs de soins qui sont tenus en vertu de l'article 53 de la loi de vérifier de manière électronique l'identité du patient pour l'application du tiers payant [2 via un réseau électronique]2.]1
Onderafdeling 2. [1 - De identiteitsdocumenten.]1
Sous-section 2. [1 - Les documents d'identité.]1
Art. 32/2. [1 De identiteitsdocumenten die gebruikt kunnen worden om de identiteit te verifiëren zijn, in deze volgorde, de volgende :
- de geldige Belgische elektronische identiteitskaart, de geldige elektronische vreemdelingenkaart of het geldig elektronisch verblijfsdocument;
- het geldig attest van verlies of diefstal van een voormeld document;
- de geldige ISI+-kaart;
- het geldig attest van sociaal verzekerde in de situaties bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 26 februari 2014 tot uitvoering van de wet van 29 januari 2014 houdende bepalingen inzake de sociale identiteitskaart en de ISI+-kaart.]1
[2 In geval de rechthebbende geen identiteitsdocument bezit zoals bedoeld in het vorig lid, kan zijn identiteit worden geverifieerd doordat hij zijn identiteit bevestigt via de applicatie Itsme.]2
- de geldige Belgische elektronische identiteitskaart, de geldige elektronische vreemdelingenkaart of het geldig elektronisch verblijfsdocument;
- het geldig attest van verlies of diefstal van een voormeld document;
- de geldige ISI+-kaart;
- het geldig attest van sociaal verzekerde in de situaties bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 26 februari 2014 tot uitvoering van de wet van 29 januari 2014 houdende bepalingen inzake de sociale identiteitskaart en de ISI+-kaart.]1
[2 In geval de rechthebbende geen identiteitsdocument bezit zoals bedoeld in het vorig lid, kan zijn identiteit worden geverifieerd doordat hij zijn identiteit bevestigt via de applicatie Itsme.]2
Art. 32/2. [1 Les documents d'identité qui peuvent être utilisés pour vérifier l'identité sont, dans cet ordre, les suivants :
- la carte d'identité électronique belge valide ou la carte d'étranger électronique valide ou le document de séjour électronique valide;
- l'attestation valide de perte ou de vol de l'un des documents visés ci-dessus;
- la carte ISI+ valide;
- l'attestation d'assuré social dans les situations visées à l'article 6 de l'arrêté royal du 26 février 2014 exécutant la loi du 29 janvier 2014 portant des dispositions relatives à la carte d'identité sociale et la carte ISI+ .]1
[2 Si le bénéficiaire ne possède pas de document d'identité tel que visé à l'alinéa précédent, son identité peut être vérifiée en confirmant son identité via l'application Itsme.]2
- la carte d'identité électronique belge valide ou la carte d'étranger électronique valide ou le document de séjour électronique valide;
- l'attestation valide de perte ou de vol de l'un des documents visés ci-dessus;
- la carte ISI+ valide;
- l'attestation d'assuré social dans les situations visées à l'article 6 de l'arrêté royal du 26 février 2014 exécutant la loi du 29 janvier 2014 portant des dispositions relatives à la carte d'identité sociale et la carte ISI+ .]1
[2 Si le bénéficiaire ne possède pas de document d'identité tel que visé à l'alinéa précédent, son identité peut être vérifiée en confirmant son identité via l'application Itsme.]2
Art. 32/3. [1 In overeenstemming met de voormelde wet van 29 januari 2014, zijn de sociaal verzekerden ertoe gehouden om de identiteitsdocumenten bedoeld in artikel 32/2 voor te leggen opdat toepassing wordt gemaakt van de derdebetalersregeling.]1
Art. 32/3. [1 Conformément à la loi du 29 janvier 2014 susvisée, les assurés sociaux sont tenus de présenter les documents d'identité visés à l'article 32/2 pour qu''il puisse être fait application du régime du tiers payant.]1
Onderafdeling 3. [1 - Verificatie identiteit.]1
Sous-section 3. [1 - Vérification de l'identité.]1
Art. 32/4. [1 Behoudens andersluidende bepaling, geeft elk contact met de rechthebbende aanleiding tot de elektronische lezing van het identiteitsdocument.
In geval van gebruik van een identiteitsdocument dat een chip omvat, dient de zorgverlener de chip in te lezen.
Als de zorgverlener gebruik maakt van een identiteitsdocument zonder chip of in geval van onbeschikbaarheid van de kaartlezer [3 of chip]3, heeft hij de keuze tussen :
- het inlezen van de streepjescode [2 of [4 datamatrix code]4]2 indien mogelijk,
- de manuele invoering van de gegevens bepaald in onderafdeling 5.]1
In geval van gebruik van een identiteitsdocument dat een chip omvat, dient de zorgverlener de chip in te lezen.
Als de zorgverlener gebruik maakt van een identiteitsdocument zonder chip of in geval van onbeschikbaarheid van de kaartlezer [3 of chip]3, heeft hij de keuze tussen :
- het inlezen van de streepjescode [2 of [4 datamatrix code]4]2 indien mogelijk,
- de manuele invoering van de gegevens bepaald in onderafdeling 5.]1
Modifications
Art. 32/4. [1 Sauf disposition contraire, chaque contact avec le bénéficiaire donne lieu à la lecture électronique du document d'identité.
En cas d'utilisation d'un document d'identité qui comporte une puce, le dispensateur doit lire celle-ci.
Si le dispensateur utilise un document d'identité sans puce ou en cas d'indisponibilité du lecteur de carte [3 ou de la puce]3, il a le choix entre :
- la lecture du code-barres [2 ou du [4 code datamatrix]4]2 si elle est possible,
- l'introduction manuelle des données visées à la sous-section 5.]1
En cas d'utilisation d'un document d'identité qui comporte une puce, le dispensateur doit lire celle-ci.
Si le dispensateur utilise un document d'identité sans puce ou en cas d'indisponibilité du lecteur de carte [3 ou de la puce]3, il a le choix entre :
- la lecture du code-barres [2 ou du [4 code datamatrix]4]2 si elle est possible,
- l'introduction manuelle des données visées à la sous-section 5.]1
Art. 32/4/1. [1 De identiteit van de patiënt wordt geverifieerd voordat de geneeskundige verstrekking wordt verleend.
In afwijking van het vorig lid, kan de identiteit van de patiënt ook worden geverifieerd nadat de geneeskundige verstrekking wordt verleend. In dit geval gaat de zorgverlener over tot de manuele invoering van de gegevens bepaald in onderafdeling 5.]1
In afwijking van het vorig lid, kan de identiteit van de patiënt ook worden geverifieerd nadat de geneeskundige verstrekking wordt verleend. In dit geval gaat de zorgverlener over tot de manuele invoering van de gegevens bepaald in onderafdeling 5.]1
Art. 32/4/1. [1 L'identité du patient est vérifiée avant que la prestation de soins ne soit effectuée.
Par exception à l'alinéa précédent, l'identité du patient peut aussi être vérifiée après que la prestation de soins ne soit effectuée. Dans ce cas, le dispensateur de soins aura recours à l'introduction manuelle des données visées à la sous-section 5.]1
Par exception à l'alinéa précédent, l'identité du patient peut aussi être vérifiée après que la prestation de soins ne soit effectuée. Dans ce cas, le dispensateur de soins aura recours à l'introduction manuelle des données visées à la sous-section 5.]1
Art. 32/4/2. [1 In geval de geneeskundige verstrekking wordt verleend aan een rechthebbende jonger dan 3 maanden enerzijds of aan een persoon die recht heeft op de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging op basis van een [2 Europese ziekteverzekeringskaart of S2-, E111-, E128-formulier of Australische medicard]2 anderzijds, dient de identiteit van de patiënt niet te worden geverifieerd.]1
Art. 32/4/2. [1 Au cas où la prestation de soins est effectuée pour un bénéficiaire âgé de moins de 3 mois d'une part ou à une personne qui bénéficie de l'assurance obligatoire soins de santé sur base d'une carte européenne d'assurance maladie ou d'un formulaire S2, E111, E128 ou encore d'une medi-carte australienne d'autre part, l'identité du patient ne doit pas être vérifiée.]1
Modifications
Onderafdeling 4. [1 - Panne informaticasysteem.]1
Sous-section 4. [1 - Panne du système informatique.]1
Art. 32/5. [1 Behoudens andersluidende bepaling, kan de zorgverlener, in geval van panne van zijn informaticasysteem, hetzij gebruik maken van het papieren getuigschrift voor verstrekte hulp dat is voorzien voor zijn beroepscategorie hetzij de elektronische facturatie uitstellen. In dit laatste geval, voert hij de gegevens bepaald in onderafdeling 5 op manuele wijze in.
De zorgverleners stellen alles in het werk om de pannes aan hun lezers en/of informaticasystemen zo snel mogelijk te verhelpen of te laten verhelpen.]1
De zorgverleners stellen alles in het werk om de pannes aan hun lezers en/of informaticasystemen zo snel mogelijk te verhelpen of te laten verhelpen.]1
Art. 32/5. [1 Sauf disposition contraire, le dispensateur de soins peut, en cas de panne de son système informatique utiliser l'attestation de soins donnés papier prévue pour sa catégorie de dispensateurs ou différer la facturation électronique. Dans ce dernier cas, les données visées à la sous-section 5 sont introduites manuellement.
Les dispensateurs de soins mettent tout en oeuvre pour remédier ou faire remédier aux pannes de leurs lecteurs et/ou de leurs systèmes informatiques.]1
Les dispensateurs de soins mettent tout en oeuvre pour remédier ou faire remédier aux pannes de leurs lecteurs et/ou de leurs systèmes informatiques.]1
Onderafdeling 5. [1 - Geregistreerde gegevens.]1
Sous-section 5. [1 - Données enregistrées.]1
Art. 32/6. [1 Elke elektronische lezing van een identiteitsdocument of vignet [3 en elke verificatie van de identiteit via de applicatie Itsme]3 geeft aanleiding tot de registratie van de volgende gegevens :
- de aard van het identiteitsdocument (of van het vignet)[3 of de applicatie Itsme]3 en, in voorkomend geval, het serienummer van de drager;
- [4 het type gegevensopvang (lezing van chip of lezing van streepjescode of datamatrix code) of applicatie Itsme;]4
- in geval van gebruik van het vignet, de reden van dit gebruik;
[2 - in geval van manuele invoering, de reden hiervan;]2
- de datum en het uur van de gegevensopvang.]1
- de aard van het identiteitsdocument (of van het vignet)[3 of de applicatie Itsme]3 en, in voorkomend geval, het serienummer van de drager;
- [4 het type gegevensopvang (lezing van chip of lezing van streepjescode of datamatrix code) of applicatie Itsme;]4
- in geval van gebruik van het vignet, de reden van dit gebruik;
[2 - in geval van manuele invoering, de reden hiervan;]2
- de datum en het uur van de gegevensopvang.]1
Modifications
Art. 32/6. [1 Chaque lecture électronique d'un document d'identité ou d'une vignette [3 et chaque vérification d'identité via l'application Itsme]3 donne lieu à l'enregistrement des données suivantes :
- la nature du document d'identité (ou de la vignette ) [3 ou l'application Itsme]3 et, le cas échéant, le numéro de série du support;
- [4 le type de saisie de données (lecture de la puce ou lecture du code-barres ou du code datamatrix) ou l'application Itsme ;]4
- en cas d'utilisation de la vignette, la raison de cette utilisation;
[2 - en cas d'introduction manuelle, les raisons de celle-ci;]2
- la date et l'heure de la saisie des données.]1
- la nature du document d'identité (ou de la vignette ) [3 ou l'application Itsme]3 et, le cas échéant, le numéro de série du support;
- [4 le type de saisie de données (lecture de la puce ou lecture du code-barres ou du code datamatrix) ou l'application Itsme ;]4
- en cas d'utilisation de la vignette, la raison de cette utilisation;
[2 - en cas d'introduction manuelle, les raisons de celle-ci;]2
- la date et l'heure de la saisie des données.]1
Art. 32/7. [1 Als reden voor het gebruik van het vignet moet één van de volgende situaties voorliggen :
- afwezigheid rechthebbende tijdens verstrekking en geen gelijktijdige aanwezigheid rechthebbende en zorgverlener vereist;
- rechthebbende bezit geen identiteitsdocument zoals bedoeld in artikel 32/2.]1
- afwezigheid rechthebbende tijdens verstrekking en geen gelijktijdige aanwezigheid rechthebbende en zorgverlener vereist;
- rechthebbende bezit geen identiteitsdocument zoals bedoeld in artikel 32/2.]1
Art. 32/7. [1 L'utilisation de la vignette n'est permise que dans l'une des situations suivantes :
- absence du bénéficiaire pendant la prestation et pas d'exigence de présence simultanée du bénéficiaire et du dispensateur;
- le bénéficiaire ne dispose d'aucun document visé à l'article 32/2.]1
- absence du bénéficiaire pendant la prestation et pas d'exigence de présence simultanée du bénéficiaire et du dispensateur;
- le bénéficiaire ne dispose d'aucun document visé à l'article 32/2.]1
Art. 32/8. [1 In geval van manuele invoering bedoeld in artikels[3 ...]3geeft de zorgverlener het INSZ van de rechthebbende in alsook in voorkomend geval het serienummer van het identiteitsdocument [3 ...]3.
[2 Behoudens de manuele invoering bedoeld in artikels 32/4/1 en 32/5 en de manuele invoering wegens gebrek aan interconnectiviteit tussen software, wordt de datum en het uur van de manuele invoering door de zorgverlener van de gegevens bedoeld in de huidige onderafdeling geregistreerd.]2
De zorgverlener preciseert de reden van de manuele invoering; hiertoe moet één van de volgende situaties voorliggen :
- onbeschikbaarheid van kaartlezer [3 of chip]3;
- gebruik identiteitsdocument zonder chip;
- panne informaticasysteem;
[2 - uitgestelde verificatie zonder panne;
- geen interconnectiviteit tussen software;
[4 - rechthebbende bezit geen identiteitsmiddel zoals bedoeld in artikel 32/2.]4]2]1
[2 Behoudens de manuele invoering bedoeld in artikels 32/4/1 en 32/5 en de manuele invoering wegens gebrek aan interconnectiviteit tussen software, wordt de datum en het uur van de manuele invoering door de zorgverlener van de gegevens bedoeld in de huidige onderafdeling geregistreerd.]2
De zorgverlener preciseert de reden van de manuele invoering; hiertoe moet één van de volgende situaties voorliggen :
- onbeschikbaarheid van kaartlezer [3 of chip]3;
- gebruik identiteitsdocument zonder chip;
- panne informaticasysteem;
[2 - uitgestelde verificatie zonder panne;
- geen interconnectiviteit tussen software;
[4 - rechthebbende bezit geen identiteitsmiddel zoals bedoeld in artikel 32/2.]4]2]1
Modifications
Art. 32/8. [1 En cas d'introduction manuelle [3 ...]3, le dispensateur de soins indique le NISS du bénéficiaire ainsi que, le cas échéant, le numéro de série du document d'identité [3 ...]3.
[2 Sauf en cas d'introduction manuelle visée aux articles 32/4/1 et 32/5 et en cas d'introduction manuelle pour cause d'absence de connectivité entre les logiciels, la date et l'heure de l'introduction manuelle par le dispensateur de soins des données visées à la présente sous-section sont enregistrées.]2
Le dispensateur de soins précise les raisons de l'introduction manuelle, à savoir :
- indisponibilité du lecteur de carte [3 ou de la puce]3;
- utilisation d'un document d'identité sans puce;
- panne du système informatique;
[2 - vérification différée sans panne;
- pas de connectivité entre les logiciels;
[4 - le bénéficiaire ne dispose d'aucun document visé à l'article 32/2.]4]2]1
[2 Sauf en cas d'introduction manuelle visée aux articles 32/4/1 et 32/5 et en cas d'introduction manuelle pour cause d'absence de connectivité entre les logiciels, la date et l'heure de l'introduction manuelle par le dispensateur de soins des données visées à la présente sous-section sont enregistrées.]2
Le dispensateur de soins précise les raisons de l'introduction manuelle, à savoir :
- indisponibilité du lecteur de carte [3 ou de la puce]3;
- utilisation d'un document d'identité sans puce;
- panne du système informatique;
[2 - vérification différée sans panne;
- pas de connectivité entre les logiciels;
[4 - le bénéficiaire ne dispose d'aucun document visé à l'article 32/2.]4]2]1
Art. 32/9. [1 Behoudens afwijkende bepaling, kunnen noodzakelijke gegevens in verband met een contact in het verleden niet worden gebruikt, uitgezonderd in geval van een herfacturatie aan de verzekeringsinstelling nadat de geneeskundige verstrekking eerst aan de arbeidsongevallenverzekeraar werd gefactureerd.]1
Modifications
Art. 32/9. [1 Sauf disposition contraire, les données nécessaires résultant d'un contact précédent ne peuvent être utilisées sauf dans le cas d'une refacturation à l'organisme assureur après une première facturation de la prestation de santé à l'assurance accident de travail.]1
Modifications
Art. 32/10. [1 Een kopie van het bewijsstuk uitgereikt aan de patiënt overeenkomstig artikel 53, § 1/2 van de wet en dat overeenstemt met de aangerekende verstrekkingen dient [2 op elektronische wijze]2 in verband te worden gebracht met de verificaties van de identiteit uitgevoerd voor deze verstrekkingen en moet gereproduceerd kunnen worden door de zorgverlener.]1
Art. 32/10. [1 Une copie du document justificatif remis au patient conformément à l'article 53, § 1/2, de la loi et qui correspond aux prestations portées en compte doit être associée [2 de manière électronique]2 aux vérifications de l'identité réalisées pour ces prestations et doit pouvoir être reproduite par le dispensateur de soins.]1
Afdeling 2. [1 Modaliteiten van elektronische lezing van een identiteitsdocument door de verpleegkundigen. ]1
Section 2. [1 Modalités de lecture d'un document d'identité par les infirmiers ]1
Art. 32/11. [2 In de verzorgingsinstellingen waarin de verantwoordelijke van de instelling (of zijn afgevaardigde) de identiteitsdocumenten van de bewoners bewaart, kan de elektronische lezing van alle identiteitsdocumenten door de zorgverlener gebeuren op de dag dat de verstrekkingen werden verleend nadat alle zorgen werden verleend ]2.
Art. 32/11. [2 Dans les institutions de soins dans lesquelles le responsable de l'institution (ou son délégué) conserve les documents d'identité des résidents, la lecture électronique de tous les documents d'identité peut être réalisée par le dispensateur de soins le jour des prestations après que tous les soins ont été prestés.]2
Art. 32/12. [1 De verzekeringsinstellingen lijsten de gevallen op waarin de verpleegkundige in ten minste 10 % van de verstrekkingen die hij aanrekent bij toepassing van de derdebetalersregeling gebruik maakt van de manuele invoering [2 , het inlezen van de streepjescode of [3 datamatrix code]3]2 zoals bedoeld in artikel 32/4 en het gebruik van het vignet]1.
Art. 32/12. [1 Les organismes assureurs dressent la liste des situations dans lesquelles l'infirmier fait utilisation, à raison d'au moins 10% des prestations qu'il facture en tiers payant, de l'introduction manuelle [2 , la lecture du code-barres ou du [3 code datamatrix]3]2 visée à l'article 32/4 et de la vignette ]1
Afdeling 3. [1 Modaliteiten van elektronische lezing van een identiteitsdocument door de ziekenhuizen ]1
Section 3. [1 Modalités de lecture électronique d'un document d'identité par les hôpitaux]1
Onderafdeling 1. [1 - Toepassingsgebied ]1
Sous-section 1re. [1 - Champ d'application ]1
Art. 32/13. [1 Deze afdeling stelt de bijzondere modaliteiten vast van elektronische lezing van het identiteitsdocument door de ziekenhuizen zoals bedoeld in artikel 2 van de wet op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008.
Art. 32/13. [1 La présente section établit les modalités particulières de lecture électronique du document d'identité par les hôpitaux visés à l'article 2 de la loi sur les hôpitaux et autres établissements de soins, coordonnée le 10 juillet 2008.
Onderafdeling 2. [1 Verificatie identiteit bij ziekenhuisopname]1
Sous-section 2. [1 Vérification de l'identité en cas d'admission dans un hôpital ]1
Art. 32/14. [1 In geval de patiënt aan wie de geneeskundige verstrekkingen worden verleend, is opgenomen in een ziekenhuis, wordt zijn identiteitsdocument ingelezen op het ogenblik van zijn opname of uiterlijk binnen de 3 dagen na de opname.]1
Art. 32/14.[1 Dans le cas où le patient à qui les prestations de soins sont fournies est admis à l'hôpital, son document d'identité est lu au moment de son admission ou au plus tard dans les 3 jours suivant son admission.]1
Art. 32/15. [1 In afwijking van artikel 32/9 kan het ziekenhuis gegevens in verband met een contact in het verleden hergebruiken in geval de patiënt wordt verzorgd op de spoedafdeling van het ziekenhuis, waarbij zijn identiteit wordt geverifieerd, en vervolgens wordt opgenomen in hetzelfde ziekenhuis ten gevolge van zijn passage op de spoedafdeling. ]1
Art. 32/15. [1 Par dérogation à l'article 32/9, l'hôpital peut réutiliser les données relatives à un contact précèdent dans l'hypothèse où le patient est au départ admis aux urgences, où son identité est vérifiée, puis le patient est hospitalisé dans le même hôpital, suite à son passage aux urgences. ]1
Onderafdeling 3. [1 - Verificatie identiteit bij ambulante geneeskundige verstrekking ]1
Sous-section 3. [1 Vérification de l'identité lors des prestations de soins ambulatoires ]1
Art. 32/16. [1 Het identiteitsdocument van de niet in een ziekenhuis opgenomen patiënt, waaraan geneeskundige verstrekkingen worden verleend door zorgverleners binnen het ziekenhuis, wordt ingelezen bij aankomst van de patiënt.
In spoedeisende gevallen kan de lezing van het identiteitsdocument later plaatsvinden op de dag dat de geneeskundige verstrekking wordt verleend.
In geval van een ambulante verstrekking op de spoedafdeling van enkele uren verdeeld over twee dagen, wordt de identiteit van de patiënt één keer geverifieerd. [3 Hetzelfde geldt in geval van een daghospitalisatie verspreid over 2 dagen.]3
Voor ambulante verstrekkingen op de spoedafdeling aan een patiënt die vervolgens wordt opgenomen in hetzelfde ziekenhuis, wordt de identiteit van de patiënt geverifieerd zoals bepaald in artikel 32/14. ]1
[2 ]Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt de inschrijving via een applicatie van het ziekenhuis gelijkgesteld met de elektronische lezing van een identiteitsdocument als deze applicatie slechts kan worden gebruikt in de nabijheid van het ziekenhuis en het identiteitsdocument van de patiënt werd ingelezen bij zijn eerste bezoek aan het ziekenhuis. Het ziekenhuis beschrijft de werking van de applicatie met inbegrip van de voormelde voorwaarden voor gelijkstelling in een protocol dat wordt bezorgd aan het RIZIV. De inschrijving via een applicatie van het ziekenhuis geeft aanleiding tot registratie van de volgende gegevens: het gebruik van de applicatie en de datum en het uur van de inschrijving via de applicatie.-2
In spoedeisende gevallen kan de lezing van het identiteitsdocument later plaatsvinden op de dag dat de geneeskundige verstrekking wordt verleend.
In geval van een ambulante verstrekking op de spoedafdeling van enkele uren verdeeld over twee dagen, wordt de identiteit van de patiënt één keer geverifieerd. [3 Hetzelfde geldt in geval van een daghospitalisatie verspreid over 2 dagen.]3
Voor ambulante verstrekkingen op de spoedafdeling aan een patiënt die vervolgens wordt opgenomen in hetzelfde ziekenhuis, wordt de identiteit van de patiënt geverifieerd zoals bepaald in artikel 32/14. ]1
[2 ]Voor de toepassing van deze onderafdeling wordt de inschrijving via een applicatie van het ziekenhuis gelijkgesteld met de elektronische lezing van een identiteitsdocument als deze applicatie slechts kan worden gebruikt in de nabijheid van het ziekenhuis en het identiteitsdocument van de patiënt werd ingelezen bij zijn eerste bezoek aan het ziekenhuis. Het ziekenhuis beschrijft de werking van de applicatie met inbegrip van de voormelde voorwaarden voor gelijkstelling in een protocol dat wordt bezorgd aan het RIZIV. De inschrijving via een applicatie van het ziekenhuis geeft aanleiding tot registratie van de volgende gegevens: het gebruik van de applicatie en de datum en het uur van de inschrijving via de applicatie.-2
Art. 32/16. [1 Le document d'identité du patient qui n'est pas admis à l'hôpital, mais qui bénéficie des soins médicaux délivrés par les dispensateurs de soins de l'hôpital, est lu à son arrivée.
En cas d'urgence, la lecture du document d'identité peut avoir lieu au plus tard le jour même où la prestation médicale est délivrée.
Dans le cas d'une prestation ambulatoire de quelques heures répartie sur deux jours aux urgences, l'identité du patient est vérifiée une fois.[3 La même chose vaut pour une hospitalisation du jour répartie sur deux jours.]3
Pour des prestations ambulatoires aux urgences délivrées à un patient qui est ensuite hospitalisé dans le même hôpital, l'identité du patient est vérifiée comme prévu à l'article 32/14. ]1
[2 Pour l'application de cette sous-section, l'inscription via une application de l'hôpital est assimilée à la lecture électronique d'un document d'identité, si cette application ne peut être utilisée qu'à proximité de l'hôpital et si le document d'identité du patient a été lu lors de sa première visite à l'hôpital. L'hôpital décrit le fonctionnement de l'application, y compris les conditions d'équivalence susmentionnées, dans un protocole qui est transmis à l'INAMI. L'inscription via une application de l'hôpital donne lieu à l'enregistrement des données suivantes : l'utilisation de l'application et la date et l'heure de l'inscription via l'application. ]2
En cas d'urgence, la lecture du document d'identité peut avoir lieu au plus tard le jour même où la prestation médicale est délivrée.
Dans le cas d'une prestation ambulatoire de quelques heures répartie sur deux jours aux urgences, l'identité du patient est vérifiée une fois.[3 La même chose vaut pour une hospitalisation du jour répartie sur deux jours.]3
Pour des prestations ambulatoires aux urgences délivrées à un patient qui est ensuite hospitalisé dans le même hôpital, l'identité du patient est vérifiée comme prévu à l'article 32/14. ]1
[2 Pour l'application de cette sous-section, l'inscription via une application de l'hôpital est assimilée à la lecture électronique d'un document d'identité, si cette application ne peut être utilisée qu'à proximité de l'hôpital et si le document d'identité du patient a été lu lors de sa première visite à l'hôpital. L'hôpital décrit le fonctionnement de l'application, y compris les conditions d'équivalence susmentionnées, dans un protocole qui est transmis à l'INAMI. L'inscription via une application de l'hôpital donne lieu à l'enregistrement des données suivantes : l'utilisation de l'application et la date et l'heure de l'inscription via l'application. ]2
Onderafdeling 4. [1 - Inhoud verificatie van identiteit ]1
Sous-section 4. [1 - Contenu de la vérification de l'identité ]1
Art. 32/17. [1 De lezing van het identiteitsdocument zoals bedoeld in de artikels 32/14 en 32/15 wordt steeds opgevolgd door ten minste één verificatie van de identiteit door een personeelslid van het ziekenhuis op basis van de identiteitsgegevens die werden geregistreerd in het elektronisch patiëntendossier ten gevolge van de lezing.
Elk ziekenhuis beschrijft in een protocol de wijze waarop haar software voorziet dat de ingelezen gegevens worden geregistreerd in het elektronisch patiëntendossier en geraadpleegd worden door het personeel van het ziekenhuis. Dit protocol wordt overgemaakt aan het RIZIV. ]1
Elk ziekenhuis beschrijft in een protocol de wijze waarop haar software voorziet dat de ingelezen gegevens worden geregistreerd in het elektronisch patiëntendossier en geraadpleegd worden door het personeel van het ziekenhuis. Dit protocol wordt overgemaakt aan het RIZIV. ]1
Art. 32/17. [1 La lecture du document d'identité visée aux articles 32/14 et 32/15 est toujours suivie d'au moins une vérification de l'identité par un membre du personnel de l'hôpital, sur la base des données d'identité enregistrées dans le dossier électronique du patient, à la suite de cette lecture.
Chaque hôpital décrit dans un protocole la façon dont les données lues par le logiciel sont ensuite enregistrées dans le dossier électronique du patient et consultées par le personnel de l'hôpital. Ce protocole est transmis à l'INAMI. ]1
Chaque hôpital décrit dans un protocole la façon dont les données lues par le logiciel sont ensuite enregistrées dans le dossier électronique du patient et consultées par le personnel de l'hôpital. Ce protocole est transmis à l'INAMI. ]1
Onderafdeling 5. [1 - Prestaties zonder verificatie van identiteit ]1
Sous-section 5. [1 - Prestations sans vérification de l'identité ]1
Art. 32/18. [1 De identiteit van de patiënt dient niet te worden geverifieerd voor:
- de prestaties multidisciplinaire consulten zonder aanwezigheid van de patiënt;
- de verstrekkingen op afstand;
- de adviezen zoals bedoeld in Hoofdstuk II van de nomenclatuur zoals bepaald bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
- de forfaits parenterale voeding thuis;
- het forfait oncologische basiszorg;
- forfaits die worden aangerekend in het kader van revalidatieovereenkomsten zoals bedoeld in artikels 22, 6° en 23, § 3 van de wet;
- thuishospitalisatie;
- de prestatie die wordt verleend aan een patiënt die in een ander ziekenhuis is opgenomen en naar het ziekenhuis van opname terugkeert nadat de prestatie is verleend;
- de prestatie die wordt verleend aan een patiënt die overlijdt en voor de welke geen a posteriori verificatie van de identiteit kon plaatsvinden na uiterlijk 1 maand te rekenen van de prestatie of het begin van de opname;
- dringend ziekenvervoer naar een ziekenhuis dat wordt uitgevoerd en aangerekend door een ander ziekenhuis;
- dialyse bij de patiënt thuis;
- de verstrekkingen/medicatie verricht/toegediend in een medisch urgentie team waarbij de patiënt niet naar het ziekenhuis van het medisch urgentie team wordt gebracht;
- de prestaties klinische biologie, anatomo pathologie en genetica;
- geneesmiddelen die door de apotheek van een ziekenhuis worden afgeleverd aan een rustoord voor bejaarden en door het ziekenhuis worden aangerekend aan het rustoord via het elektronisch facturatiebestand van het ziekenhuis;
- radiofarmaceutische producten die niet konden worden toegediend aan de patiënt;
- sessies door een psycholoog die worden terugbetaald in het kader van de overeenkomst voor terugbetaling van eerstelijns psychologische zorg;
- opvolging door mobiele teams in de geestelijke gezondheidszorg waarbij het ziekenhuis louter de pseudocodes voor begin en einde van deze opvolging en de huisbezoeken van de psychiater factureert.]1
- de prestaties multidisciplinaire consulten zonder aanwezigheid van de patiënt;
- de verstrekkingen op afstand;
- de adviezen zoals bedoeld in Hoofdstuk II van de nomenclatuur zoals bepaald bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
- de forfaits parenterale voeding thuis;
- het forfait oncologische basiszorg;
- forfaits die worden aangerekend in het kader van revalidatieovereenkomsten zoals bedoeld in artikels 22, 6° en 23, § 3 van de wet;
- thuishospitalisatie;
- de prestatie die wordt verleend aan een patiënt die in een ander ziekenhuis is opgenomen en naar het ziekenhuis van opname terugkeert nadat de prestatie is verleend;
- de prestatie die wordt verleend aan een patiënt die overlijdt en voor de welke geen a posteriori verificatie van de identiteit kon plaatsvinden na uiterlijk 1 maand te rekenen van de prestatie of het begin van de opname;
- dringend ziekenvervoer naar een ziekenhuis dat wordt uitgevoerd en aangerekend door een ander ziekenhuis;
- dialyse bij de patiënt thuis;
- de verstrekkingen/medicatie verricht/toegediend in een medisch urgentie team waarbij de patiënt niet naar het ziekenhuis van het medisch urgentie team wordt gebracht;
- de prestaties klinische biologie, anatomo pathologie en genetica;
- geneesmiddelen die door de apotheek van een ziekenhuis worden afgeleverd aan een rustoord voor bejaarden en door het ziekenhuis worden aangerekend aan het rustoord via het elektronisch facturatiebestand van het ziekenhuis;
- radiofarmaceutische producten die niet konden worden toegediend aan de patiënt;
- sessies door een psycholoog die worden terugbetaald in het kader van de overeenkomst voor terugbetaling van eerstelijns psychologische zorg;
- opvolging door mobiele teams in de geestelijke gezondheidszorg waarbij het ziekenhuis louter de pseudocodes voor begin en einde van deze opvolging en de huisbezoeken van de psychiater factureert.]1
Modifications
Art. 32/18. [1 L'identité du patient ne doit pas être vérifiée pour :
- les prestations de consultations multidisciplinaires sans présence du patient ;
- les prestations effectuées à distance ;
- les avis du Chapitre II de la nomenclature établie par l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités ;
- les forfaits alimentation parentérale à domicile ;
- le forfait oncologique de base ;
- les forfaits qui sont facturés dans le cadre des conventions de revalidation visées aux articles 22, 6° et 23, § 3 de la loi ;
- l'hospitalisation à domicile ;
- la prestation fournie à un patient admis dans un autre hôpital et retournant à l'hôpital d'admission après l'exécution de la prestation ;
- la prestation fournie à un patient qui décède et pour lequel aucune vérification d'identité à postériori n'ait pu avoir lieu au plus tard 1 mois après la prestation ou le début d'admission ;
- transport urgent de malades vers un hôpital effectué et facturé par un autre hôpital ;
- dialyse au domicile du patient ;
- les prestations/médicaments réalisés/administrés par une équipe d'urgence médicale où le patient n'est pas transporté à l'hôpital de l'équipe d'urgence médicale;
- les prestations de biologie clinique, d'anatomopathologie et de génétique ;
- les médicaments livrés par la pharmacie d'un hôpital à une maison de repos pour personnes âgées et facturés par l'hôpital à la maison de repos via le fichier de facturation électronique de l'hôpital ;
- les produits radiopharmaceutiques qui n'ont pas pu être administrés au patient ;
- les séances d'un psychologue qui sont remboursées dans le cadre de la convention de soins de psychologie de première ligne ;
- suivi par équipes mobiles en santé mentale pour lequel l'hôpital ne facture que les pseudocodes pour le début et la fin de ce suivi et les visites du psychiatre.]1
- les prestations de consultations multidisciplinaires sans présence du patient ;
- les prestations effectuées à distance ;
- les avis du Chapitre II de la nomenclature établie par l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités ;
- les forfaits alimentation parentérale à domicile ;
- le forfait oncologique de base ;
- les forfaits qui sont facturés dans le cadre des conventions de revalidation visées aux articles 22, 6° et 23, § 3 de la loi ;
- l'hospitalisation à domicile ;
- la prestation fournie à un patient admis dans un autre hôpital et retournant à l'hôpital d'admission après l'exécution de la prestation ;
- la prestation fournie à un patient qui décède et pour lequel aucune vérification d'identité à postériori n'ait pu avoir lieu au plus tard 1 mois après la prestation ou le début d'admission ;
- transport urgent de malades vers un hôpital effectué et facturé par un autre hôpital ;
- dialyse au domicile du patient ;
- les prestations/médicaments réalisés/administrés par une équipe d'urgence médicale où le patient n'est pas transporté à l'hôpital de l'équipe d'urgence médicale;
- les prestations de biologie clinique, d'anatomopathologie et de génétique ;
- les médicaments livrés par la pharmacie d'un hôpital à une maison de repos pour personnes âgées et facturés par l'hôpital à la maison de repos via le fichier de facturation électronique de l'hôpital ;
- les produits radiopharmaceutiques qui n'ont pas pu être administrés au patient ;
- les séances d'un psychologue qui sont remboursées dans le cadre de la convention de soins de psychologie de première ligne ;
- suivi par équipes mobiles en santé mentale pour lequel l'hôpital ne facture que les pseudocodes pour le début et la fin de ce suivi et les visites du psychiatre.]1
Modifications
Onderafdeling 6. [1 Recurrente behandelingen ]1
Sous-section 6. [1 - Traitements récurrents ]1
Art. 32/19. [1 De identiteit van de patiënt dient ten minste één maal per factuur te worden geverifieerd voor:
- behandelingen met chemotherapie;
- behandelingen met radiotherapie zoals bedoeld in artikel 18, § 1 van de nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen;
- behandelingen met immunotherapie;
- honoraria en forfaitaire tegemoetkomingen uit de overeenkomst betreffende de financiering van dialyse;
- geneesmiddelenforfaits MBV1, MBV2 en MBV3 in het kader van in vitro fertilisatie ;
- nabehandeling geestelijke gezondheidszorg;
- [2 geneesmiddelen in het kader van een behandeling zoals bedoeld in dit artikel.]2]1
- behandelingen met chemotherapie;
- behandelingen met radiotherapie zoals bedoeld in artikel 18, § 1 van de nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen;
- behandelingen met immunotherapie;
- honoraria en forfaitaire tegemoetkomingen uit de overeenkomst betreffende de financiering van dialyse;
- geneesmiddelenforfaits MBV1, MBV2 en MBV3 in het kader van in vitro fertilisatie ;
- nabehandeling geestelijke gezondheidszorg;
- [2 geneesmiddelen in het kader van een behandeling zoals bedoeld in dit artikel.]2]1
Art. 32/19. [1 L'identité du patient doit être vérifiée au minimum une fois par facture pour:
- les traitements de chimiothérapie ;
- les traitements par radiothérapie visés à l'article 18, paragraphe 1, de la nomenclature des prestations médicales ;
- les traitements d'immunothérapie ;
- les honoraires et indemnités forfaitaires prévus par la convention sur le financement de la dialyse ;
- les forfaits de médicaments PMA1, PMA2 et PMA3 dans le cadre de la fécondation in vitro ;
- les soins de santé mentale post-cure ;
- [2 les médicaments administrés dans le cadre d'un traitement prévu au présent article.]2]1
- les traitements de chimiothérapie ;
- les traitements par radiothérapie visés à l'article 18, paragraphe 1, de la nomenclature des prestations médicales ;
- les traitements d'immunothérapie ;
- les honoraires et indemnités forfaitaires prévus par la convention sur le financement de la dialyse ;
- les forfaits de médicaments PMA1, PMA2 et PMA3 dans le cadre de la fécondation in vitro ;
- les soins de santé mentale post-cure ;
- [2 les médicaments administrés dans le cadre d'un traitement prévu au présent article.]2]1
Onderafdeling 7. [1 Uitgestelde verificatie ]1
Sous-section 7. [1 Vérification d'identité différée ]1
Art. 32/20. [1 In afwijking van artikel 32/4/1, tweede lid, kan het ziekenhuis, behoudens voor prestaties verpleegkunde, de identiteit van de patiënt ook op een andere manier verifiëren dan de manuele invoering van de gegevens bedoeld in afdeling 1, onderafdeling 5, in geval de identiteit van de patiënt wordt geverifieerd nadat de geneeskundige verstrekking werd verleend.]1
[2 In afwijking van artikel 32/8, eerste lid, wordt de datum en het uur van de manuele invoering door het ziekenhuis ook geregistreerd als deze plaatsvindt nadat de geneeskundige verstrekking wordt verleend.]2
[2 In afwijking van artikel 32/8, eerste lid, wordt de datum en het uur van de manuele invoering door het ziekenhuis ook geregistreerd als deze plaatsvindt nadat de geneeskundige verstrekking wordt verleend.]2
Art. 32/20. [1 Par dérogation à l'article 32/4/1, alinéa 2, un hôpital peut, à l'exception des prestations de soins infirmiers, vérifier l'identité du patient par d'autres moyens que la saisie manuelle des données visées à la section 1, sous-section 5, si l'identité du patient est vérifiée après que la prestation de soins ait été délivrée.]1
[2 Par dérogation à l'article 32/8, alinéa 1er, la date et l'heure de l'introduction manuelle par l'hôpital sont également enregistrées lorsque celle-ci a lieu après que la prestation de soins ait été effectuée.]2
[2 Par dérogation à l'article 32/8, alinéa 1er, la date et l'heure de l'introduction manuelle par l'hôpital sont également enregistrées lorsque celle-ci a lieu après que la prestation de soins ait été effectuée.]2
Afdeling IV. [1 Modaliteiten van elektronische lezing van een identiteitsdocument door de tandheelkundigen]1
Section IV. [1 Modalités de lecture électronique d'un document d'identité par les praticiens de l'art dentaire]1
Onderafdeling I. [1 Manuele invoering van INSZ van rechthebbende]1
Sous-section I. [1 Introduction manuelle du NISS du bénéficiaire]1
Art.32/21. [1 In geval de rechthebbende overlijdt tijdens de confectieperiode van zijn tandprothese of indien de prothetische werken voor een kankerpatiënt of bij anodontie en/of oligodontie voortijdig afgebroken worden omwille van overlijden van de patiënt of om dwingende medische redenen, maakt de tandheelkundige gebruik van de manuele invoering zoals bedoeld in artikel 32/8 en preciseert hij de voorliggende situatie als reden van de manuele invoering.]1
Art.32/21. [1 En cas de décès du bénéficiaire pendant la période de confection de sa prothèse dentaire ou si le travail prothétique pour un patient cancéreux ou en cas d'anodontie et/ou d'oligodontie est interrompu prématurément en raison du décès du patient ou pour des raisons médicales impérieuses, le praticien de l'art dentaire utilise l'introduction manuelle comme prévu à l'article 32/8 et précise la situation concernée comme raison d'introduction manuelle.]1
Onderafdeling II. [1 Prestaties zonder verificatie van identiteit]1
Sous-section II. [1 Prestations sans vérification de l'identité]1
Art.32/22. [1 De identiteit van de rechthebbende dient niet te worden geverifieerd voor:
- de verstrekkingen telefonisch advies bij een patiënt met een zorgvraag binnen of buiten het kader van een georganiseerde wachtdienst,
- de analyse van de gegevens en opstellen van een behandelingsplan en bewaring van bijlage 60 of het equivalent in het dossier van de patiënt,
- de cephalometrische analyse op een vergoedbare teleradiografie, met uitzondering van de radiografie.]1
- de verstrekkingen telefonisch advies bij een patiënt met een zorgvraag binnen of buiten het kader van een georganiseerde wachtdienst,
- de analyse van de gegevens en opstellen van een behandelingsplan en bewaring van bijlage 60 of het equivalent in het dossier van de patiënt,
- de cephalometrische analyse op een vergoedbare teleradiografie, met uitzondering van de radiografie.]1
Art.32/22. [1 L'identité du bénéficiaire ne doit pas être vérifiée pour:
- les prestations d'avis téléphonique chez un patient avec une demande de soins dans le cadre ou en dehors du cadre d'un service de garde organisé agréé,
- l'analyse des données et élaboration d'un plan de traitement et conservation de l'annexe 60 ou équivalent dans le dossier patient,
- l'analyse céphalométrique sur une téléradiographie remboursable, à l'exclusion de la radiographie.]1
- les prestations d'avis téléphonique chez un patient avec une demande de soins dans le cadre ou en dehors du cadre d'un service de garde organisé agréé,
- l'analyse des données et élaboration d'un plan de traitement et conservation de l'annexe 60 ou équivalent dans le dossier patient,
- l'analyse céphalométrique sur une téléradiographie remboursable, à l'exclusion de la radiographie.]1
HOOFDSTUK XV/2. [1 - Modaliteiten van publicatie van de resultaten van de analyses van de klinische biologie]1
CHAPITRE XV/2. [1 - Modalités de publication des résultats d'analyse de biologie clinique]1
Art. 32bis. [2 Old artikel 32/13]2 [1 Voor de elektronische vorm bedoeld in artikel 24, § 9, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, moet gebruik gemaakt worden van tekst, pdf, of xml-formaat.]1
Art. 32bis. [2 Ancien article 32/13 ]2 [1 Pour le format électronique visé à l'article 24, § 9, de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, il est fait usage des formats texte, PDF ou XML.]1
HOOFDSTUK XVI. [1 (oud hoofdstuk XV)]1 - Overgangsbepalingen.
CHAPITRE XVI. [1 (ancien chapitre XV)]1 - Dispositions transitoires.
Art. 33. [2 (oud artikel 32)]2 [1 De getuigschriften voor verstrekte hulp en van aflevering in bijlage van deze verordening die van toepassing waren op 30 juni 2015, mogen, bij wijze van overgangsregeling, door de zorgverleners worden gebruikt [4 tot en met 31 december 2016]4.]1
[4 ...]4
[4 ...]4
Art. 33. [2 (ancien art. 32)]2 [1 Les attestations de soins et de fournitures figurant en annexe au présent règlement qui étaient en vigueur le 30 juin 2015 peuvent, à titre transitoire, être utilisées par les dispensateurs de soins [4 jusqu'au 31 décembre 2016]4. ]1
[4 ...]4
[4 ...]4
Art. 34. [1 (oud artikel 33)]1 1. De facturatie die door verplegingsinrichtingen aan de verzekeringsinstellingen werd overgemaakt vóór 1 september 2003, met betrekking tot verstrekkingen van artikel 25 van de nomenclatuur, zoals deze van toepassing was vóór 1 mei 2003, kan haar conformiteit behouden voor de verstrekkingen verricht vanaf 1 mei 2003.
2. Indien de verplegingsinrichting er toch toe beslist die verstrekkingen te herfactureren volgens de nomenclatuur, van toepassing vanaf 1 mei 2003, kan deze herfacturatie bij de verzekeringsinstellingen worden ingediend vanaf 1 oktober tot 30 november 2003.
3. De verplegingsinrichtingen die op 31 augustus 2003, voor hogervermelde verstrekkingen, verricht vanaf 1 mei 2003, nog geen facturatiegegevens hebben overgemaakt aan de verzekeringsinstellingen, dienen deze over te maken volgens de nomenclatuur die van toepassing is vanaf 1 mei 2003.
2. Indien de verplegingsinrichting er toch toe beslist die verstrekkingen te herfactureren volgens de nomenclatuur, van toepassing vanaf 1 mei 2003, kan deze herfacturatie bij de verzekeringsinstellingen worden ingediend vanaf 1 oktober tot 30 november 2003.
3. De verplegingsinrichtingen die op 31 augustus 2003, voor hogervermelde verstrekkingen, verricht vanaf 1 mei 2003, nog geen facturatiegegevens hebben overgemaakt aan de verzekeringsinstellingen, dienen deze over te maken volgens de nomenclatuur die van toepassing is vanaf 1 mei 2003.
Modifications
Art. 34. [1 (ancien art. 33)]1 1. La facturation transmise par les établissements hospitaliers aux organismes assureurs avant le 1er septembre 2003 et relative aux prestations de l'article 25 de la nomenclature, telle qu'en application avant le 1er mai 2003, peut conserver sa conformité pour les prestations effectuées à partir du 1er mai 2003.
2. Si l'établissement hospitalier décide quand même de refacturer ces prestations conformément à la nomenclature, en application au 1er mai 2003, cette refacturation peut être introduite auprès des organismes assureurs du 1er octobre au 30 novembre 2003;
3. Les établissements hospitaliers qui, au 31 août 2003, n'ont pas encore transmis aux organismes assureurs de données de facturation pour les prestations précitées, effectuées à partir du 1er mai 2003, doivent les transmettre conformément à la nomenclature en vigueur au 1er mai 2003.
2. Si l'établissement hospitalier décide quand même de refacturer ces prestations conformément à la nomenclature, en application au 1er mai 2003, cette refacturation peut être introduite auprès des organismes assureurs du 1er octobre au 30 novembre 2003;
3. Les établissements hospitaliers qui, au 31 août 2003, n'ont pas encore transmis aux organismes assureurs de données de facturation pour les prestations précitées, effectuées à partir du 1er mai 2003, doivent les transmettre conformément à la nomenclature en vigueur au 1er mai 2003.
Modifications
HOOFDSTUK XVII. [1 (oud hoofdstuk XVI)]1 - Inwerkingtreding.
CHAPITRE XVII. [1 ancien chapitre XVI]1 - Entrée en vigueur.
Art. 35. [1 (oud artikel 34)]1 Deze verordening treedt in werking op 1 september 2003 met uitzondering van de bepalingen, opgenomen in het artikel 30 die in werking treden op 1 oktober 2003.
Modifications
Art. 35. [1 (ancien art. 34)]1 Le présent règlement entre en vigueur le 1er septembre 2003 à l'exception des dispositions reprises à l'article 30 qui entrent en vigueur le 1er octobre 2003.
Modifications
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlagen 1 tot 100.
(Formulieren niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-08-2003, p. 42399-42542).
Gewijzigd bij :
(vervangt bijlagen 3 et 41)>
(vervangt bijlagen 5a en 5b)>
(vervangt bijlagen 56 en 57)>
(vervangt bijlagen 19, 20 en 13bis, 19bis, 19ter)>
(vervangt bijlage 13bis)
(vervangt bijlage 64)
(vervangt bijlage 69)
(voegt bijlage 69 in)
(vervangt bijlage 5b)
(ingevoegd bijlage 69)
(vervangt bijlage 5b)
(vervangt bijlage 22 tot 25)
(vervangt bijlage 17)
(vervangt bijlagen 13, 13bis en 20)
(vervangt bijlage 55)
(vervangt bijlage 15)
(voegt bijlage 71 in)
(vervangt bijlage 3)
(vervangt de bijlagen 40a, 40b en 41)
(vervangt bijlagen 43 en wordt bijlage 45 opgeheven)
(vervangt bijlagen 56, 57, 58, 60 et 61.)
(vervangt bijlage 5b; Erratum B.S. 19-02-2007, p. 7859.)
(vervangt bijlage 30)
(voegt bijlage 60bis in)
(vervangt bijlage 15)>
(vervangt bijlage 12)>
(vervangt bijlage 3)>
(ingevoegd bijlage 62bis)
(vervanging bijlage 43)
(heft bijlage 18 op)
(voegt bijlagen 18A en 18B toe)
(voegt bijlage 81 toe)
(vervangt bijlage 3 en bijlage 6)
(vervangt bijlage 55)
(vervangt bijlage 14)
(toevoeging bijlage 15bis)
(vervangt bijlage 19, 19bis, 19ter en 20)
vervangt bijlagen 40 en 41)
(vervangt bijlagen 12 en 17. Overgangsbepaling : art. 4)
(ingevoegt bijlage 17bis)
(vervanging bijlage 43 en 44)
(invoeging van de bijlagen 43bis en 44bis)
(invoeging van bijlage 82)
(invoeging van bijlage 83)
(vervanging van bijlage 3)
(vervanging van bijlage 13)
(vervanging van bijlage 14)
(vervanging bijlage 13bis, 19ter en 20)
(vervanging bijlage 30)
(invoeging van bijlage 84)
)
)
)
(opheffing bijlage 56)
(Formulieren niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-08-2003, p. 42399-42542).
Gewijzigd bij :
(vervangt bijlagen 3 et 41)>
(vervangt bijlagen 5a en 5b)>
(vervangt bijlagen 56 en 57)>
(vervangt bijlagen 19, 20 en 13bis, 19bis, 19ter)>
(vervangt bijlage 13bis)
(vervangt bijlage 64)
(vervangt bijlage 69)
(voegt bijlage 69 in)
(vervangt bijlage 5b)
(ingevoegd bijlage 69)
(vervangt bijlage 5b)
(vervangt bijlage 22 tot 25)
(vervangt bijlage 17)
(vervangt bijlagen 13, 13bis en 20)
(vervangt bijlage 55)
(vervangt bijlage 15)
(voegt bijlage 71 in)
(vervangt bijlage 3)
(vervangt de bijlagen 40a, 40b en 41)
(vervangt bijlagen 43 en wordt bijlage 45 opgeheven)
(vervangt bijlagen 56, 57, 58, 60 et 61.)
(vervangt bijlage 5b; Erratum B.S. 19-02-2007, p. 7859.)
(vervangt bijlage 30)
(voegt bijlage 60bis in)
(vervangt bijlage 15)>
(vervangt bijlage 12)>
(vervangt bijlage 3)>
(ingevoegd bijlage 62bis)
(vervanging bijlage 43)
(heft bijlage 18 op)
(voegt bijlagen 18A en 18B toe)
(voegt bijlage 81 toe)
(vervangt bijlage 3 en bijlage 6)
(vervangt bijlage 55)
(vervangt bijlage 14)
(toevoeging bijlage 15bis)
(vervangt bijlage 19, 19bis, 19ter en 20)
vervangt bijlagen 40 en 41)
(vervangt bijlagen 12 en 17. Overgangsbepaling : art. 4)
(ingevoegt bijlage 17bis)
(vervanging bijlage 43 en 44)
(invoeging van de bijlagen 43bis en 44bis)
(invoeging van bijlage 82)
(invoeging van bijlage 83)
(vervanging van bijlage 3)
(vervanging van bijlage 13)
(vervanging van bijlage 14)
(vervanging bijlage 13bis, 19ter en 20)
(vervanging bijlage 30)
(invoeging van bijlage 84)
)
)
)
(opheffing bijlage 56)
Art. N1. Annexes 1 à 100.
(Formulaires non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 29-08-2003, p. 42255-42398).
Modifié par :
(remplace annexes 3 et 41)>
(remplace annexes 5a et 5b)>
(remplace annexes 56 et 57)>
(remplace annexes 19, 20 et 13bis, 19bis, 19ter)>
(remplace l'annexe 13bis)
(remplace l'annexe 64)
(remplace l'annexe 69)
(insère l'annexe 69)
(remplace l'annexe 5b)
(insère l'annexe 69)
(remplace l'annexe 5b)
(remplace l'annexe 22 à 25)
(remplace l'annexe 17)
(remplace les annexes 13, 13bis et 20)
(remplace l'annexe 55)
(remplace l'annexe 15)
(ajoute l'annexe 71)
(remplace l'annexe 3)
(remplace les annexes 40a, 40b et 41)>
(remplace l'annexe 43 et l'annexe 45 est supprimé)>
(remplace les annexes 56, 57, 58, 60 et 61.)>
(remplace l'annexe 5b; Erratum M.B. 19-02-2007, p. 7859.)>
(remplace l'annexe 30)
(insère une annexe 60bis)>
(remplace l'annexe 15)>
(remplace l'annexe 12)>
(remplace l'annexe 3)>
(insère l'annexe 62bis)
(modification de l'annexe 43)
(abroge l'annexe 18)
(ajoute les annexes 18A et 18B)
(ajoute l'annexe 81)
(remplace les annexes 3 et 6)
(remplace l'annexe 55)
(remplace l'annexe 14)>
(insertion annexe 15bis)
(remplace l'annexe 19, 19bis, 19ter et 20)
(remplace les annexes 40 et 41)
> (remplace les annexes 12 et 17)
(insère une annexe 17bis)
(remplace l'annexe 43 et l'annexe 44)
(insertion l'annexe 43bis et 44bis)
(insertion l'annexe 82)
(insertion de l'annexe 83)
(remplace l'annexe 3)
(remplace l'annexe 13)
(remplace l'annexe 14)
(remplace l'annexe 13bis, 19ter et 20)
(remplace l'annexe 30)
(insertion de l'annexe 84)
)
)
(suppression annexe 56)
(remplacement de l'annexe 2)
(suppression annexe 62)
(annexe 55 remplacée)
(Formulaires non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 29-08-2003, p. 42255-42398).
Modifié par :
(remplace annexes 3 et 41)>
(remplace annexes 5a et 5b)>
(remplace annexes 56 et 57)>
(remplace annexes 19, 20 et 13bis, 19bis, 19ter)>
(remplace l'annexe 13bis)
(remplace l'annexe 64)
(remplace l'annexe 69)
(insère l'annexe 69)
(remplace l'annexe 5b)
(insère l'annexe 69)
(remplace l'annexe 5b)
(remplace l'annexe 22 à 25)
(remplace l'annexe 17)
(remplace les annexes 13, 13bis et 20)
(remplace l'annexe 55)
(remplace l'annexe 15)
(ajoute l'annexe 71)
(remplace l'annexe 3)
(remplace les annexes 40a, 40b et 41)>
(remplace l'annexe 43 et l'annexe 45 est supprimé)>
(remplace les annexes 56, 57, 58, 60 et 61.)>
(remplace l'annexe 5b; Erratum M.B. 19-02-2007, p. 7859.)>
(remplace l'annexe 30)
(insère une annexe 60bis)>
(remplace l'annexe 15)>
(remplace l'annexe 12)>
(remplace l'annexe 3)>
(insère l'annexe 62bis)
(modification de l'annexe 43)
(abroge l'annexe 18)
(ajoute les annexes 18A et 18B)
(ajoute l'annexe 81)
(remplace les annexes 3 et 6)
(remplace l'annexe 55)
(remplace l'annexe 14)>
(insertion annexe 15bis)
(remplace l'annexe 19, 19bis, 19ter et 20)
(remplace les annexes 40 et 41)
> (remplace les annexes 12 et 17)
(insère une annexe 17bis)
(remplace l'annexe 43 et l'annexe 44)
(insertion l'annexe 43bis et 44bis)
(insertion l'annexe 82)
(insertion de l'annexe 83)
(remplace l'annexe 3)
(remplace l'annexe 13)
(remplace l'annexe 14)
(remplace l'annexe 13bis, 19ter et 20)
(remplace l'annexe 30)
(insertion de l'annexe 84)
)
)
(suppression annexe 56)
(remplacement de l'annexe 2)
(suppression annexe 62)
(annexe 55 remplacée)
(opheffing bijlage 62)
(bijlage 55 vervangen)
-
Art. N2. Bijlagen A tot C.
(Concordantietabellen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-08-2003, p. 42553-42562.
(Concordantietabellen niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-08-2003, p. 42553-42562.
Art. N2. Annexes A à C.
(Tables de concordance non reprises pour motifs techniques. Voir M.B. 29-08-2003, p. 42543-42552.
(Tables de concordance non reprises pour motifs techniques. Voir M.B. 29-08-2003, p. 42543-42552.
Art. N100_BRUSSELS_HOOFDSTEDELIJK_GEWEST. [1 Bijlage bij de verordening van 7 juli 2025 tot wijziging van de verordening van 28 juli 2003 tot uitvoering van artikel 22, 11°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994
BIJLAGE 100
Notificatie van verstrekkingen betreffende de opsporing van baarmoederhalskanker, bedoeld in de artikelen 24bis en 32 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen
Op te sturen naar de adviserend arts van de verzekeringsinstelling
BIJLAGE 100
Notificatie van verstrekkingen betreffende de opsporing van baarmoederhalskanker, bedoeld in de artikelen 24bis en 32 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen
Op te sturen naar de adviserend arts van de verzekeringsinstelling
Art. N100 _REGION_DE_BRUXELLES-CAPITALE.[1 Annexe au règlement du 7 juillet 2025 modifiant le règlement du 28 juillet 2003 portant exécution de l'article 22, 11°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de sante et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994
ANNEXE 100
Notification des prestations relatives au dépistage du cancer du col de l'utérus, visées aux articles 24bis et 32 de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités
A renvoyer au médecin-conseil de l'organisme assureur
ANNEXE 100
Notification des prestations relatives au dépistage du cancer du col de l'utérus, visées aux articles 24bis et 32 de l'annexe à l'arrêté royal du 14 septembre 1984 établissant la nomenclature des prestations de santé en matière d'assurance obligatoire soins de santé et indemnités
A renvoyer au médecin-conseil de l'organisme assureur
| Identificatie van de rechthebbende : NAAM : Voornaam : Geboortedatum: Adres: Nr. Ziekenfonds: |
NAAM :
Voornaam :
Geboortedatum:
Adres:
Nr. Ziekenfonds:
Indicatie waarvoor de notificatie wordt gemeld.
KLINISCH/DIAGNOSTISCH
| Identification de l'assuré(e) : Nom : Prénom : Date de naissance: Adresse: N° de mutualité: |
Nom :
Prénom :
Date de naissance:
Adresse:
N° de mutualité:
Indication pour laquelle la notification est signalée.
CLINIQUE/DIAGNOSTIQUE
| Pseudocode | Indicatie | Indicatie aanvinken | Nomenclatuurcode waarvan het gebruik wordt gemeld |
| 553696-553700 | Postmenopauzaal bloedverlies | 553674 - 553685 591835 - 591846 | |
| 553711-553722 | Abnormaal therapieresistent uterien bloedverlies | 553674 - 553685 591835 - 591846 | |
| 553733-553744 | Onverklaard postcoïtaal bloedverlies | 553674 - 553685 591835 - 591846 |
591835 - 591846 553711-553722 Abnormaal therapieresistent uterien bloedverlies 553674 - 553685
591835 - 591846 553733-553744 Onverklaard postcoïtaal bloedverlies 553674 - 553685
591835 - 591846
In het kader van de geattesteerde klinische episode wordt de terugbetaling van één HPV-test en één cytologie-onderzoek toegestaan.
HOOGRISICOGROEPEN
| Pseudocode | Indication | Cocher l'indication | Code de nomenclature dont l'utilisation est signalée |
| 553696-553700 | Perte de sang post-ménopause | 553674 - 553685 591835 - 591846 | |
| 553711-553722 | Perte de sang utérine anormalement résistante à la thérapie | 553674 - 553685 591835 - 591846 | |
| 553733-553744 | Perte de sang post-coïtale inexpliquée | 553674 - 553685 591835 - 591846 |
591835 - 591846 553711-553722 Perte de sang utérine anormalement résistante à la thérapie 553674 - 553685
591835 - 591846 553733-553744 Perte de sang post-coïtale inexpliquée 553674 - 553685
591835 - 591846
Dans le cadre de l'épisode clinique attesté, le droit au remboursement d'un test HPV et d'un examen cytologique est accordé.
GROUPES A HAUT RISQUE
| Pseudocode | Indicatie | Indicatie aanvinken | Nomenclatuurcode waarvan het gebruik wordt gemeld |
| 553755-553766 | Immuungecompromitteerde patiënten(1) | 553674 - 553685 591835 - 591846 | |
| 553770-553781 | DES - slachtoffers | 553674 - 553685 591835 - 591846 | |
| 553792-553803 | Adenocarcinoma in situ | 553674 - 553685 591835 - 591846 |
591835 - 591846 553770-553781 DES - slachtoffers 553674 - 553685
591835 - 591846 553792-553803 Adenocarcinoma in situ 553674 - 553685
591835 - 591846
Eénmalige melding met terugbetaling van HPV-testen en cytologische onderzoeken zolang er sprake is van een hoog risico rekening houdend met de wetenschappelijke richtlijnen.
TIJDELIJK HOOG RISICO
| Pseudocode | Indication | Cocher l'indication | Code de nomenclature dont l'utilisation est signalée |
| 553755-553766 | Patientes immunodé-primées(1) | 553674 - 553685 591835 - 591846 | |
| 553770-553781 | Victimes DES | 553674 - 553685 591835 - 591846 | |
| 553792-553803 | Adénocarcinome in situ | 553674 - 553685 591835 - 591846 |
591835 - 591846 553770-553781 Victimes DES 553674 - 553685
591835 - 591846 553792-553803 Adénocarcinome in situ 553674 - 553685
591835 - 591846
Notification unique avec remboursement des tests HPV et des examens cytologiques tant qu'il existe un haut risque, en tenant compte des directives scientifiques.
HAUT RISQUE TEMPORAIRE
| Pseudocode | Indicatie | Indicatie aanvinken | Nomenclatuurcode waarvan het gebruik wordt gemeld |
| 553814-553825 | Tijdelijk hoog risico (diagnostische of therapeutische opvolging) | 553652 - 553663 591813 - 591824 |
591813 - 591824
Eénmalige melding met terugbetaling van opvolgtesten (HPV en cytologie) tweemaal per kalenderjaar zolang een striktere opvolging dan éénmaal per kalenderjaar medisch noodzakelijk is. De terugbetaling wegens tijdelijk hoog risico is enkel van toepassing vanaf het kalenderjaar waarin de rechthebbende de leeftijd van 25 jaar bereikt.
| Pseudocode | Indication | Cocher l'indication | Code de nomenclature dont l'utilisation est signalée |
| 553814-553825 | Haut risque temporaire (suivi diagnostique ou thérapeutique) | 553652 - 553663 591813 - 591824 |
591813 - 591824
Notification unique avec remboursement des tests de suivi (HPV et cytologie) deux fois par année civile, tant qu'un suivi plus strict qu'une fois par année civile est médicalement nécessaire. Le remboursement pour haut risque temporaire n'est applicable qu'à partir de l'année civile au cours de laquelle le bénéficiaire atteint l'âge de 25 ans.
| Identificatie van de verstrekker Naam: Voornaam: RIZIV-nummer: stempel Datum en handtekening |
Naam:
Voornaam:
RIZIV-nummer:
stempel
Datum en handtekening
Gezien om gevoegd te worden bij de verordening van 7 juli 2025 tot wijziging van de verordening van 28 juli 2003 tot uitvoering van artikel 22, 11°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994
| Identification du médecin Nom: Prénom: Numéro INAMI: cachet Date et signature |
Nom:
Prénom:
Numéro INAMI:
cachet
Date et signature
Vu pour être annexé au règlement du 7 juillet 2025 modifiant le règlement du 28 juillet 2003 portant exécution de l'article 22, 11°, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de sante et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994.
| De Leidend ambtenaar, | De Voorzitster, |
| M. DAUBIE | A. KIRSCH |
Nota
(1) HIV positieve personen, na orgaantransplantatie, na allogenetische stamceltransplantatie, systemische lupus erythematosus, congenitale primaire immuundeficiëntie, patiënten onder immuunsuppressieve behandeling voor: inflammatoire darmaandoeningen, reumatologische aandoeningen, sarcoidosis, neuromyelitis optica.]1
Modifications
| Le Fonctionnaire dirigeant, | La Présidente, |
| M. DAUBIE | A. KIRSCH |
Nota
(1) VIH+, après une transplantation d'organe, après une transplantation de cellules souches allogéniques, lupus érythémateux disséminé, déficit immunitaire primaire congénital, patientes sous immunosuppresseurs pour: une maladie inflammatoire de l'intestin, des affections rhumatologiques, une sarcoïdose, une neuromyélite optique.]1