Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
9 APRIL 2003. - Koninklijk besluit inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-06-2003 en tekstbijwerking tot 05-05-2011)
Titre
9 AVRIL 2003. - Arrêté royal relatif à la protection des espèces de faune et de flore sauvages par le contrôle de leur commerce. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 06-06-2003 et mise à jour au 05-05-2011)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (35)
Texte (35)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE I. - Définitions.
Artikel 1. Buiten de definities vermeld in de Verordening van de Raad, wordt, voor de toepassing van dit besluit, verstaan onder :
  1° Wet : de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst aangenomen te Bonn op 22 juni 1979;
  2° Raadsverordening : de Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer;
  3° [1 Commissieverordening : de Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handels- verkeer;]1
  4° Specimen van Bijlage A, B, C of D : specimen van een soort respectievelijk ingeschreven op Bijlage A, B, C of D van de Raadsverordening;
  5° Specimen van Bijlage I, II of III : specimen van een soort respectievelijk ingeschreven op Bijlage I, II of III van de Overeenkomst;
  6° CITES certificaat : certificaat overeenkomstig het model vastgesteld door de verordening (EG) nr. 3418/83 van de Commissie van 28 november 1983 houdende bepalingen voor de eenvormige afgifte en gebruik van documenten die vereist zijn voor de toepassing in de Gemeenschap van de Overeenkomst;
  7° Gemeenschap : Europese Gemeenschap;
  8° De Dienst : de CITES dienst van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;
  9° Minister : De Minister of Staatssecretaris die de Overeenkomst onder zijn bevoegdheden heeft.
  
Article 1er. En plus des définitions figurant au Règlement du Conseil, pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° Loi : la loi du 28 juillet 1981 portant approbation de la Convention sur le commerce international des espèces de faune et de flore sauvages menacées d'extinction, et des Annexes, faites à Washington le 3 mars 1973, ainsi que de l'Amendement à la Convention adopté à Bonn le 22 juin 1979;
  2° Règlement du Conseil : le Règlement (CE) n° 338/97 du Conseil du 9 décembre 1996 relatif à la protection des espèces de faune et de flore sauvages par le contrôle de leur commerce;
  3° [1 Règlement de la Commission : le Règlement (CE) n° 865/2006 de la Commission du 4 mai 2006 portant modalités d'application du Règlement (CE) n° 338/97 du Conseil relatif à la protection des espèces de faune et de flore sauvages par le contrôle de leur commerce;]1
  4° Spécimen de l'Annexe A, B, C ou D : spécimen d'une espèce inscrite respectivement à l'Annexe A, B, C ou D du Règlement du Conseil;
  5° Spécimen de l'Annexe Ire, II ou III : spécimen d'une espèce inscrite respectivement à l'Annexe Ire, II ou III de la Convention;
  6° Certificat CITES : certificat conforme au modèle fixé par le Règlement (CE) n° 3418/83 de la Commission du 28 novembre 1983 portant dispositions relatives à la délivrance et à l'utilisation uniforme de documents requis pour l'application dans la Communauté de la Convention;
  7° Communauté : Communauté Européenne;
  8° Le Service : le service CITES du Service public fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement;
  9° Ministre : Le Ministre ou le Secrétaire d'Etat qui a la Convention dans ses attributions.
  
HOOFDSTUK II. - Houden van dierlijke en plantaardige specimens van Bijlage I.
CHAPITRE II. - Détention de spécimens d'animaux et de plantes de l'Annexe I.
Art.2. De afwijking bedoeld in artikel 4 van de wet wordt verleend aan elke natuurlijke of rechtspersoon die één of meerdere specimens van Bijlage I houdt wanneer het gaat om dierlijke specimens die ofwel :
  1° verworven zijn vóór 1 januari 1984 of vóór de opname van de soort op Bijlage I en die vermeld zijn op een inventaris ingediend overeenkomstig de artikelen 2, § 1 of 4 § 2 van het koninklijk besluit van 20 december 1983 houdende toepassing van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten of overeenkomstig het ministerieel besluit van 18 april 1990 betreffende de inventaris van de stocks van ivoor van de Afrikaanse olifant en op voorwaarde dat het bijwerken van hoger bedoelde inventaris uitgevoerd wordt overeenkomstig artikel 5 en binnen de 60 dagen na het in werking treden van het huidig besluit;
  2° verworven zijn na het inwerkingtreden van het huidig besluit, overeenkomstig de bepalingen van de Raads- en de Commissieverordeningen en die vermeld zijn op een inventaris ingediend overeenkomstig artikel 5;
  3° gedekt zijn door een CITES certificaat afgeleverd wanneer de soort reeds op Bijlage I ingeschreven stond;
  4° gedekt zijn door een certificaat of door een invoervergunning afgeleverd overeenkomstig de bepalingen van de Raads- en de Commissieverordeningen;
  5° gehouden worden als persoonlijke bezittingen of huisraad zoals gedefinieerd in artikel 2, j), van de Raadsverordening;
  6° geboren en opgekweekt zijn in gevangenschap overeenkomstig artikel 24 van de Commissieverordening, zich nog steeds bij de fokker bevinden en diens eigendom zijn;
  7° opgenomen zijn in Bijlage VIII van de Commissieverordening;
  8° bewerkte specimens zijn die beantwoorden aan definitie w) van artikel 2 van de Raadsverordening;
  9° deel uitmaken van meubelen, gebruiksvoorwerpen, muziekinstrumenten en andere voorwerpen maar er niet het belangrijkste onderdeel van uitmaken;
  10° in beslag genomen zijn en hen toevertrouwd werden door een overheid bedoeld in artikel 7 van de wet;
  11° gehouden worden door een persoon waarmee de Minister een contract gesloten heeft overeenkomstig artikel 19 van het huidige besluit;
  12° museumstukken zijn, gehouden in wetenschappelijke instellingen, geregistreerd op de Dienst.
Art.2. La dérogation visée à l'article 4 de la loi est accordée à toute personne physique ou morale détenant un ou plusieurs spécimens d'animaux de l'Annexe I lorsque ceux-ci:
  1° ont été acquis avant le 1er janvier 1984 ou avant que l'espèce ne soit inscrite à l'Annexe Ire et ont été repris sur un inventaire introduit conformément à l'article 2, § 1er ou 4 § 2 de l'arrêté royal du 20 décembre 1983 relatif à l'application de la Convention sur le commerce international des espèces de faune et de flore sauvages menacées d'extinction ou conformément à l'arrêté ministériel du 18 avril 1990 relatif à l'inventaire des stocks d'ivoire d'éléphant d'Afrique et à condition qu'une mise à jour de l'inventaire susvisé soit introduite conformément à l'article 5 et dans les 60 jours de l'entrée en vigueur du présent arrêté;
  2° ont été acquis après l'entrée en vigueur du présent arrêté, conformément aux dispositions des Règlements du Conseil et de la Commission et ont été repris dans un inventaire introduit conformément à l'article 5;
  3° sont couverts par un certificat CITES délivré alors que l'espèce était déjà inscrite à l'Annexe Ire;
  4° sont couverts par un certificat ou par un permis d'importation délivré conformément aux dispositions des Règlements du Conseil et de la Commission;
  5° sont détenus comme effets personnels ou domestiques tels que définis à l'article 2, j ), du Règlement du Conseil;
  6° sont nés et ont été élevés en captivité conformément à l'article 24 du Règlement de la Commission, se trouvent toujours chez l'éleveur et en sont sa propriété;
  7° sont repris à l'Annexe VIII du Règlement de la Commission;
  8° sont des spécimens travaillés répondant à la définition w ) de l'article 2 du Règlement du Conseil;
  9° font partie de meubles, ustensiles, instruments de musique et autres objets mais n'en sont pas les constituants essentiels;
  10° ont été saisis et leur ont été confiés par une autorité visée à l'article 7 de la loi;
  11° sont détenus par une personne avec laquelle le Ministre a passé un contrat conformément à l'article 19 du présent arrêté;
  12° sont des spécimens de musée détenus dans des institutions scientifiques enregistrées auprès du Service.
Art.3. Wanneer het gaat om levende dierlijke specimens van Bijlage I moet de persoon die beschikt over een afwijking overeenkomstig artikel 2, 1°, 2°, 3°, 4°, 6°, 10° of 11° elke wijziging van de inventaris door geboorte, sterfte, ontsnapping of soortgelijke omstandigheden binnen de acht dagen melden aan de Dienst. Deze melding moet niet gebeuren voor begunstigden van een afwijking voor specimens bedoeld in artikel 2, 7°.
Art.3. Lorsqu'il s'agit de spécimens d'animaux vivants de l'Annexe Ire, le bénéficiaire d'une dérogation accordée conformément à l'article 2, 1°, 2°, 3°, 4°, 6°, 10° ou 11° doit communiquer au Service dans les huit jours, toute modification de l'inventaire par naissance, mortalité, évasion ou circonstances similaires. Cette déclaration ne doit pas être faite pour les bénéficiaires d'une dérogation pour des spécimens visés à l'article 2, 7°.
Art.4. De afwijking bedoeld in artikel 4 van de wet wordt verleend aan elk natuurlijke of rechtspersoon die één of meerdere plantenspecimens van Bijlage I houdt wanneer deze verworven zijn vóór het in werking treden van het huidige besluit overeenkomstig de bepalingen van de reglementering van de Gemeenschap die op hen van toepassing was op dat ogenblik;
Art.4. La dérogation visée à l'article 4 de la loi est accordée à toute personne physique ou morale détenant un ou plusieurs spécimens de plantes de l'Annexe I lorsque ceux-ci ont été acquis avant l'entrée en vigueur du présent arrêté conformément aux dispositions de la réglementation de la Communauté qui leur était applicable à ce moment;
Art.5. § 1. In geval van wijziging van Bijlage I bij de Overeenkomst door toevoeging van soorten, moeten de natuurlijke of rechtspersonen die specimens van deze soorten houden, de inventaris opstellen overeenkomstig het model in Bijlage I en deze per aangetekende zending sturen naar de Dienst, binnen de 60 dagen na de publicatie in het Officieel Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van de Commissieverordening waarmee genoemde wijziging van Bijlage I in het gemeenschapsrecht wordt opgenomen.
  De Dienst stuurt een geviseerde en gedateerde kopie van de inventaris terug aan de belanghebbende. Deze kopie geldt als bewijs voor het indienen van de inventaris bedoeld in het eerste lid.
  § 2. De § 1 is niet van toepassing voor specimens zoals deze, vermeld in artikel 2, 5°, 8°, 9°, 10°, 11° of 12°.
Art.5. § 1er. En cas de modification de l'Annexe Ire de la Convention par inclusion d'espèces, les personnes physiques ou morales qui détiennent des spécimens de ces espèces doivent en dresser l'inventaire suivant le modèle fixé à l'Annexe 1 et le faire parvenir par lettre recommandée au Service endéans les 60 jours de la publication au Journal officiel des Communautés européennes du Règlement de la Commission par lequel la modification susvisée de l'Annexe Ire est introduite dans le droit communautaire.
  Le Service renvoie une copie de l'inventaire, visée et datée à l'intéressé. Cette copie constitue la preuve de l'introduction de l'inventaire mentionné à l'alinéa 1er.
  § 2. Le § 1er ne s'applique pas pour des spécimens tels que ceux mentionnés à l'article 2, 5°, 8°, 9°, 10°, 11° ou 12°.
HOOFDSTUK III. - De documenten.
CHAPITRE III. - Les documents.
Art.6. De documenten, bedoeld in artikel 2 van de Commissieverordening moeten worden aangevraagd met behulp van de voorgedrukte aanvraagformulieren waarvan het model door de Dienst ter beschikking gesteld wordt.
Art.6. Les documents visés à l'article 2 du Règlement de la Commission doivent être demandés au moyen de formulaires de demande pré-imprimés dont les modèles sont mis à la disposition par le Service.
Art.7. Voor de plantenspecimens, kunstmatig gekweekt uit soorten, opgenomen in Bijlagen B en C en uit hybriden, kunstmatig gekweekt uit niet geannoteerde soorten opgenomen in Bijlage A, kan een fytosanitair certificaat, gelijkvormig aan het voorbeeld opgenomen in het koninklijk besluit van 3 mei 1994 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen, gebruikt worden in plaats van een uitvoervergunning of een wederuitvoercertificaat.
Art.7. Pour les spécimens de plantes reproduites artificiellement des espèces inscrites aux Annexes B et C et d'hybrides reproduits artificiellement à partir d'espèces non annotées inscrites à l'Annexe A, un certificat phytosanitaire conforme au modèle repris dans l'arrêté royal du 3 mai 1994 relatif à la lutte contre les organismes nuisibles aux végétaux et aux produits végétaux, peut être utilisé au lieu d'un permis d'exportation ou d'un certificat de réexportation.
Art.8. De Dienst kan eisen dat de documenten, voorgelegd ter ondersteuning van een aanvraag voor een vergunning of een certificaat, die niet in één van de nationale talen zijn opgesteld, vergezeld zijn van een officieel gewaarmerkte vertaling.
Art.8. Le Service peut exiger que les documents présentés à l'appui d'une demande de permis ou de certificat non rédigés dans une des langues nationales soient accompagnés d'une traduction officiellement légalisée.
Art.10. § 1. De belanghebbenden moeten de hen afgeleverde, maar niet gebruikte, invoer- of uitvoervergunningen en wederuitvoercertificaten ten laatste binnen de vijftien dagen na hun laatste dag van geldigheid aan de betrokken Dienst terugzenden.
  § 2. De vergunningen en certificaten kunnen steeds door de Dienst worden ingetrokken wanneer de toepassing van de Overeenkomst of van de Raads- of de Commissieverordeningen dit vereist.
Art.10. § 1er. Les titulaires sont tenus de renvoyer au Service les permis d'importation, d'exportation et les certificats de réexportation non utilisés au plus tard dans les quinze jours suivant leur dernier jour de validité.
  § 2. Les permis et certificats peuvent en tout temps être retirés par le Service lorsque l'application de la Convention ou des Règlements du Conseil ou de la Commission le rend nécessaire.
HOOFDSTUK IV. - Maatregelen bij controle.
CHAPITRE IV. - Mesures au moment du contrôle.
Art.11. § 1. Indien bij een controle, een autoriteit, bedoeld in artikel 7 van de wet, moeilijkheden ondervindt bij de identificatie van de specimens of twijfelt aan de authenticiteit of de geldigheid van de aanwezige documenten, verwittigt zij zonder verwijl de Dienst die het nodige zal doen om een onderzoek te laten instellen door één van haar ambtenaren of door een deskundige.
  § 2. Indien, op het ogenblik van het binnenbrengen van specimens in de Gemeenschap, bijzondere omstandigheden beletten op het douanekantoor over te gaan tot alle gewenste controles, kan de douane de zending onder verzegeling ter bestemming in België laten vervoeren. De douane verwittigt hiervan zo spoedig mogelijk de Dienst die de nodige schikkingen treft om de controle ter bestemming te laten uitvoeren. De specimens moeten rechtstreeks ter bestemming vervoerd worden en onder verzegeling worden gehouden tot de komst van de deskundige of de ambtenaar.
Art.11. § 1er. Si lors d'un contrôle, une autorité visée à l'article 7 de la loi, éprouve des difficultés concernant l'identification des spécimens ou des doutes sur l'authenticité ou la validité des documents présentés, elle en informe sans délai le Service qui prendra les dispositions nécessaires pour faire procéder à un examen par un de ses agents ou par un expert.
  § 2. Si au moment de l'introduction de spécimens dans la Communauté des circonstances particulières empêchent de procéder à tous les contrôles voulus au bureau de douane, la douane peut autoriser le transport sous scellés de l'envoi à destination en Belgique. La douane en avertit au plus vite le Service qui prend les dispositions pour effectuer le contrôle à destination. Les spécimens doivent être transportés directement à destination et maintenus sous scellés jusqu'à l'arrivée de l'expert ou de l'agent.
HOOFDSTUK V. - Register voor handel en voor kweek.
CHAPITRE V. - Registre pour commerce et pour élevage.
Art.12. § 1. Elk natuurlijke of rechtspersoon die, met overwegend commerciële doeleinden, dierlijke specimens van Bijlage A of B uitvoert, weder uitvoert, invoert, vanuit de zee aanvoert, kweekt, houdt, afstaat, ruilt, te koop aanbiedt, verkoopt, koopt of gebruikt, moet een register van binnenkomst en een register van vertrek bijhouden overeenkomstig de modellen bepaald in Bijlage 2 en Bijlage 3.
  § 2. De registers bedoeld in § 1 moeten niet bijgehouden worden voor :
  1° in gevangenschap geboren en opgekweekte specimens van de in bijlage 4 van het huidige besluit genoemde diersoorten en de hybriden van deze soorten;
  2° de specimens die beantwoorden aan de definitie w ) van artikel 2 van de Raadsverordening;
  3° afgewerkte producten gemaakt van vellen, haren of pluimen van Bijlage B specimens;
  4° delen of producten van Bijlage B specimens, bestemd voor de voeding, behalve deze aangeduid door de Minister;
  5° meubels, gebruiksvoorwerpen, muziekinstrumenten, juwelen en andere voorwerpen die delen of producten bevatten van Bijlage A of B specimens maar er niet het belangrijkste onderdeel van uitmaken.
  § 3. De specimens, bijgehouden door een persoon bedoeld in § 1 op het ogenblik van het in werking treden van dit besluit, moeten in het register van binnenkomst opgenomen worden.
  § 4. De registers moeten bewaard worden op de plaats waar de specimens zich bevinden. Ze moeten voorgelegd worden op elk verzoek van de autoriteiten bedoeld in artikel 7 van de wet. De registers moeten tot 5 jaar na de laatste inschrijving bewaard worden.
  § 5. De Minister mag voor sommige categorieën specimens of voor bepaalde types van verhandeling registermodellen vaststellen die verschillen van de modellen in Bijlage 2 en Bijlage 3 of beslissen dat de bepalingen van § 1 er niet op van toepassing zijn.
  § 6. De registers, gehouden overeenkomstig artikel 10, § 1, van het koninklijk besluit van 20 december 1983, moeten gedurende drie jaren bewaard blijven.
Art.12. § 1er. Toute personne physique ou morale qui à des fins principalement commerciales exporte, réexporte, importe, introduit en provenance de la mer, élève, détient, cède, échange, offre en vente, vend, achète, ou utilise des spécimens d'animaux de l'Annexe A ou B doit tenir un registre des entrées et un registre des sorties, conformes aux modèles fixés à l'Annexe 2 et à l'annexe 3.
  § 2. Les registres visés au § 1er ne doivent pas être tenus pour :
  1° les spécimens d'animaux nés et élevés en captivité des espèces inscrites à l'annexe 4 du présent arrêté et les hybrides de ces espèces;
  2° les spécimens répondant à la définition w ) de l'article 2 du Règlement du Conseil;
  3° les produits finis fabriqués à partir de peaux, poils ou plumes de spécimens de l'Annexe B ;
  4° les parties ou produits de spécimens de l'Annexe B destinés à l'alimentation sauf ceux désignés par le Ministre;
  5° les meubles, ustensiles, instruments de musique, bijoux et autres objets comprenant des parties ou produits de spécimens de l'Annexe A ou B, mais qui n'en sont pas le constituant principal.
  § 3. Les spécimens détenus par une personne visée au § 1er au moment de l'entrée en vigueur de cet arrêté, doivent être repris dans le registre des entrées.
  § 4. Les registres doivent se trouver sur le lieu de détention des spécimens. Ils doivent être présentés à chaque demande des autorités visées à l'article 7 de la loi. Les registres doivent être conservés au moins 5 ans après la dernière inscription.
  § 5. Pour certaines catégories de spécimens ou certains types de transactions, le Ministre peut fixer des modèles de registre différents de ceux fixés à l'Annexe 2 et à l'Annexe 3 ou décider que les dispositions du § 1er ne leur sont pas applicables.
  § 6. Les registres, tenus conformément à l'article 10, § 1er de l'arrêté royal du 20 décembre 1983, doivent être conservés pendant trois ans.
HOOFDSTUK VI. - Identificatie.
CHAPITRE VI. - Identification.
Art.13. De Minister kan voor de uitvoering van dit besluit maatregelen voor de identificatie van specimens voorschrijven. Hij stelt de methodes en modaliteiten van identificatie vast met inbegrip van de modellen en kleuren van de hiertoe gebruikte merken, zegels, stempels, tatoeages, ringen en microchips.
  De Minister kan eveneens de voorwaarden voor registratie en verdeling van voornoemde identificatiemiddelen vaststellen.
Art.13. Pour les besoins de l'application du présent arrêté, le Ministre peut prendre des mesures pour assurer l'identification de spécimens en fixant les méthodes et modalités d'identification y compris les modèles et les couleurs des marques, sceaux, cachets, tatouages, bagues, microchips utilisés à cette fin.
  Le Ministre peut également fixer des conditions pour l'enregistrement et la distribution des moyens d'identification précités.
HOOFDSTUK VII. - Wetenschappelijk Comité, deskundigen en "Toezichtgroep".
CHAPITRE VII. - Comité scientifique, experts et groupe "Application de la réglementation".
Art.14. § 1. De Minister richt een Wetenschappelijk Comité op dat de wetenschappelijke overheid uitmaakt in de zin van artikel IX, 1, b van de Overeenkomst en van artikel 13, § 2, van de Raadsverordening.
  § 2. Het Wetenschappelijk Comité is samengesteld uit ten hoogste 20 leden die aangewezen worden op grond van hun kennis op gebied van dierkunde of plantkunde.
  De leden worden benoemd voor een periode van 5 jaar, hernieuwbaar. Ze kunnen door de Minister afgezet worden.
  De leden van het Wetenschappelijk Comité kiezen onder de leden een voorzitter en een vice-voorzitter.
  § 3. Het Comité is gelast advies te verlenen in alle gevallen voorzien in de Raads- en de Commissieverordeningen en over alle vragen betreffende de Overeenkomst die hem door de Minister of de Dienst worden voorgelegd. Het Comité mag ook voorstellen formuleren betreffende voornoemde wetgeving en haar toepassing.
  § 4. Het Comité stelt zijn reglement van inwendige orde op binnen de twee maanden na de benoeming van zijn leden en legt het ter goedkeuring aan de Minister voor.
  § 5. Het Comité vergadert op uitnodiging van haar Voorzitter, overeenkomstig de bepalingen van het reglement van inwendige orde, vermeld in § 4.
  § 6. Het secretariaat wordt verzorgd door de Dienst.
Art.14. § 1er. Le Ministre crée un Comité scientifique qui constitue l'autorité scientifique au sens de l'article IX, 1, b de la Convention et de l'article 13, § 2, du Règlement du Conseil.
  § 2. Le Comité scientifique est composé d'au maximum 20 membres qui sont désignés sur base de leur spécialisation en matière de biologie animale ou végétale.
  Les membres sont nommés pour une période de 5 ans renouvelable. Ils peuvent être révoqués par le Ministre.
  Les membres du Comité scientifique choisissent parmi les membres un président et un vice-président.
  § 3. Le Comité est chargé de donner son avis dans tous les cas prévus aux Règlements du Conseil et de la Commission, et sur toutes les questions relatives à la Convention qui lui sont soumises par le Ministre ou le Service. Le Comité peut également faire des propositions concernant les réglementations précitées et leur application.
  § 4. Le Comité établit son règlement d'ordre intérieur dans les deux mois après la nomination de ses membres et le soumet pour approbation au Ministre.
  § 5. Le Comité se réunit sur invitation de son Président, conformément aux dispositions du règlement d'ordre intérieur visé au § 4.
  § 6. Le secrétariat est assuré par le Service.
Art.15. De Minister stelt op advies van het Wetenschappelijk Comité een lijst van deskundigen op die kunnen worden geraadpleegd telkens de uitvoering van het huidige besluit of van de Raads- of Commissieverordeningen het vereist.
Art.15. Le Ministre établit sur avis du Comité scientifique une liste d'experts qui pourront être consultés chaque fois que l'exécution du présent arrêté ou des Règlements du Conseil ou de la Commission le requiert.
Art.16. § 1. Het mandaat van lid van het Wetenschappelijk Comité is niet bezoldigd.
  § 2. De personen die zetelen in het Wetenschappelijk Comité alsook de, (bij artikel 15 aangewezen deskundigen) hebben recht op de terugbetaling van hun reis- en verblijfskosten onder de voorwaarden van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten en van het koninklijk besluit van 24 december 1964 tot vaststelling van de vergoeding van de verblijfkosten van de leden van het personeel van de ministeries. Voor de toepassing van die bepaling worden de personen van het Wetenschappelijk Comité en de deskundigen die niet tot de administratie behoren, gelijkgesteld met de ambtenaren van rang 13. <KB 2007-06-03/84, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 01-08-2007>
  (De bij artikel 15 aangewezen deskundigen hebben, voor elke opdracht uitgevoerd op vraag van de dienst, recht op een vergoeding waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de Minister.) <KB 2007-06-03/84, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-08-2007>
  § 3. Voor hun tussenkomsten in toepassing van dit besluit hebben de plaatsvervangende inspecteur-dierenartsen en de controledierenartsen recht op dezelfde vergoedingen en toelagen als deze die hun worden toegekend in toepassing van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 houdende organiek reglement van de Veterinaire diensten.
Art.16. § 1er. Les fonctions de membre du Comité scientifique sont gratuites.
  § 2. Les personnes qui siègent dans le Comité scientifique ainsi que (les experts visés à l'article 15) ont droit au remboursement de leurs frais de parcours et de séjour dans les conditions de l'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours et de l'arrêté royal du 24 décembre 1964 fixant les indemnités pour les frais de séjour des membres du personnel des ministères. Pour l'application de ces dispositions les personnes siégeant dans le Comité Scientifique ainsi que les experts qui ne font pas partie de l'administration sont assimilés aux fonctionnaires du rang 13. <AR 2007-06-03/84, art. 1, 004; En vigueur : 01-08-2007>
  (Les experts visés à l'article 15 ont droit à une indemnité, pour chaque mission réalisée à la demande du service, dont le montant est fixé par le Ministre.) <AR 2007-06-03/84, art. 2, 004; En vigueur : 01-08-2007>
  § 3. Pour leurs interventions dans le cadre du présent arrêté, les inspecteurs vétérinaires suppléants et les vétérinaires de contrôle ont droit aux mêmes vacations et indemnités que celles qui leur sont allouées en vertu de l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant le règlement organique des Services vétérinaires.
Art.17. § 1. De Minister richt een "Toezichtgroep" op, samengesteld uit vertegenwoordigers van de overheden, bedoeld in artikel 7 van de wet, die belast zijn met de controle op de toepassing van de Overeenkomst. Hij wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Dienst. De vertegenwoordigers van de verschillende overheden worden beschouwd als contactpersonen tussen de groep en hun respectievelijke dienst.
  § 2. De "Toezichtgroep" onderzoekt alle technische vraagstukken betreffende de toepassing van dit besluit en van de Raads- of de Commissieverordeningen, voorgelegd door de voorzitter hetzij op zijn eigen initiatief hetzij op verzoek van een lid van de groep.
  § 3. De groep mag beroep doen op externe adviseurs en op andere ambtenaren bedoeld in artikel 7 van de wet.
  § 4. De groep duidt zijn vertegenwoordigers aan in de "Toezichtgroep" bedoeld in artikel 14. 3 van de Raadsverordening.
Art.17. § 1er. Le Ministre institue un groupe "Application de la réglementation", composé de représentants des autorités visées à l'article 7 de la loi, ayant en charge le contrôle de l'application de la Convention. Il est présidé par un représentant du Service. Les représentants des diverses autorités sont considérés comme personnes de contact entre le groupe et leur service respectif.
  § 2. Le groupe "Application de la réglementation" examine toutes les questions techniques relatives à l'application du présent arrêté, des Règlements du Conseil ou de la Commission soulevées par le président, soit de sa propre initiative, soit à la demande d'un membre du groupe.
  § 3. Le groupe peut faire appel à des consultants extérieurs et à d'autres fonctionnaires visés à l'article 7 de la loi.
  § 4. Le groupe désigne ses représentants auprès du groupe "Application de la réglementation" visé à l'article 14. 3 du Règlement du Conseil.
Art.18. § 1. Teneinde de controlemogelijkheden op het handelsverkeer van Bijlage A, B, C of D specimens te versterken werkt de Toezichtgroep, bedoeld in artikel 17, § 1, in naleving van de wettelijke bepalingen terzake, een raadplegingsprocedure uit van de gegevensbanken, opgesteld in het toepassingskader van het huidige besluit en die, meer bepaald, de informatie bevatten over de, door de Dienst afgeleverde vergunningen en certificaten, alsook over de vastgestelde inbreuken.
  § 2. In toepassing van § 1 mogen deze gegevens vrij geraadpleegd worden door elke ambtenaar van de overheden, bedoeld in artikel 7 van de wet, belast met de controles.
Art.18. § 1er. Aux fins de renforcer les possibilités de contrôle du commerce de spécimens de l'Annexe A, B, C ou D, le groupe " Application de la réglementation ", visé à l'article 17, § 1er, détermine, dans le respect des dispositions légales en la matière, une procédure de consultation des banques de données élaborées dans le cadre de l'application du présent arrêté et comprenant en particulier les informations relatives aux permis et certificats délivrés par le Service ainsi que celles relatives aux infractions constatées.
  § 2. En application du § 1er, ces données pourront être librement consultées par tout fonctionnaire des autorités visées à l'article 7 de la loi, chargé des contrôles.
HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VIII. - Dispositions finales.
Art.19. De Minister kan een contract afsluiten met één of meer instellingen of verenigingen teneinde de huisvesting en de verzorging van in beslag genomen levende specimens te verzekeren.
Art.19. Le Ministre peut passer un contrat avec un ou plusieurs établissements ou associations afin d'assurer l'hébergement et les soins des spécimens vivants saisis.
Art.20. [1 Overtredingen van de bepalingen van dit besluit en van de Raads- en de Commissieverordeningen worden opgespoord en vastgesteld overeenkomstig artikel 47 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud en van artikel 7, eerste lid, van de wet en worden gestraft overeenkomstig artikel 44 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud en artikelen 5, 5bis en 7, derde lid, van de wet.]1
  
Art.20. [1 Les infractions aux dispositions du présent arrêté, des Règlements du Conseil et de la Commission sont recherchées et constatées conformément à l'article 47 de la loi du 12 juillet 1973 sur la conservation de la nature et à l'article 7, alinéa 1er, de la loi et sont punies conformément à l'article 44 de la loi du 12 juillet 1973 sur la conservation de la nature et aux articles 5, 5bis et 7, alinéa 3, de la loi.]1
  
Art.21. Opgeheven worden :
  1° het koninklijk besluit van 20 december 1983 houdende toepassing van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 februari 1990;
  2° het koninklijk besluit van 19 april 1985 houdende toekenning van afwijkingen in toepassing van artikel 4 van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, en van de Bijlagen;
  3° het ministerieel besluit van 18 april 1990 betreffende de inventaris van de stocks van ivoor van de Afrikaanse olifant.
Art.21. Sont abrogés :
  1° l'arrêté royal du 20 décembre 1983 relatif à l'application de la Convention sur le commerce international des espèces de faune et de flore sauvage menacées d'extinction modifié par l'arrêté royal du 2 février 1990;
  2° l'arrêté royal du 19 avril 1985 portant octroi de dérogations en application de l'article 4 de la loi du 28 juillet 1981 portant approbation de la Convention sur le commerce international des espèces de faune et de flore sauvages menacées d'extinction, et des Annexes;
  3° l'arrêté ministériel du 18 avril 1990 relatif à l'inventaire des stocks d'ivoire d'éléphant d'Afrique.
Art.22. Onze Minister van Financiën en onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 9 april 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Financiën,
  D. REYNDERS
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  J. TAVERNIER
Art.22. Notre Ministre des Finances et notre Ministre de la Protection de la consommation, de la Santé publique et de l'Environnement sont, chacun en ce qui le concerne, chargés de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 9 avril 2003.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre des Finances,
  D. REYNDERS
  Le Ministre de la Protection de la Consommation, de la Santé publique et de l'Environnement,
  J. TAVERNIER
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Model van inventaris van de specimens van soorten die in bijlage I van CITES zijn opgenomen, bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 9 april 2003.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 06-06-2003, p. 31055-31056).
  Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 9 april 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Financiën,
  D. REYNDERS
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  J. TAVERNIER
Art. N1. Annexe 1. - Modèle d'inventaire des spécimens d'espèces reprises à l'Annexe 1 de la CITES, visé à l'article 5 de l'arrêté royal du 9 avril 2003.
  (Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 06-06-2003, p. 31051-31052).
  Vu pour être annexé à Notre arrêté royal du 9 avril 2003.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre des Finances,
  D. REYNDERS
  Le Ministre de la Protection de la Consommation, de la Santé publique et de l'Environnement,
  J. TAVERNIER
Art. N2. Bijlage 2. - Model van register van BINNENKOMST, bedoeld in artikel 12 van het koninklijk besluit van 9 april 2003.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 06-06-2003, p. 31057).
  Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 9 april 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Financiën,
  D. REYNDERS
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  J. TAVERNIER
Art. N2. Annexe 2. - Modèle de registre des ENTREES visé à l'article 12 de l'arrêté royal du 9 avril 2003.
  (Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 06-06-2003, p. 31053).
  Vu pour être annexé à Notre arrêté royal du 9 avril 2003.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre des Finances,
  D. REYNDERS
  Le Ministre de la Protection de la Consommation, de la Santé publique et de l'Environnement,
  J. TAVERNIER
Art. N3. Bijlage 3. - Model van register van VERTREK bedoeld in artikel 12 van het koninklijk besluit van 9 april 2003.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 06-06-2003, p. 31058).
  Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 9 april 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Financiën,
  D. REYNDERS
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  J. TAVERNIER
Art. N3. Annexe 3. - Modèle de registre des SORTIES visé à l'article 12 de l'arrêté royal du 9 avril 2003.
  (Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 06-06-2003, p. 31054).
  Vu pour être annexé à Notre arrêté royal du 9 avril 2003.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre des Finances,
  D. REYNDERS
  Le Ministre de la Protection de la Consommation, de la Santé publique et de l'Environnement,
  J. TAVERNIER
Art. N4. Bijlage 4. - Lijst van de soorten bedoeld in artikel 12, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 9 april 2003.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 06-06-2003, p. 31059-31061).
  Gezien om gevoegd te worden bij Ons koninklijk besluit van 9 april 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Financiën,
  D. REYNDERS
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  J. TAVERNIER.
Art. N4. Annexe 4. - Liste des espèces visées à l'article 12, § 2, 1°, de l'arrêté royal du 9 avril 2003.
  (Annexe non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 06-06-2003, p. 31059-31061).
  Vu pour être annexé à Notre arrêté royal du 9 avril 2003.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre des Finances,
  D. REYNDERS
  Le Ministre de la Protection de la Consommation, de la Santé publique et de l'Environnement,
  J. TAVERNIER.