Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
4 APRIL 2003. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
Titre
4 AVRIL 2003. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (39)
Texte (39)
Artikel 1. Het opschrift van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 27 april 1976, 23 juni 1978, 8 juni 1979, 14 december 1979, 15 april 1980, 25 november 1980, 11 mei 1982, 8 april 1983, 21 december 1983, 1 juni 1984, 18 oktober 1984, 25 maart 1987, 17 september 1988, 22 mei 1989, 20 juli 1990, 28 januari 1991, 1 februari 1991, 18 maart 1991, 18 september 1991, 14 maart 1996, 29 mei 1996, 11 maart 1997, 16 juli 1997, 23 maart 1998, 9 oktober 1998, 15 december 1998, 7 mei 1999, 24 juni 2000, 17 oktober 2001, 14 mei 2002, 5 september 2002, 21 oktober 2002 en 18 december 2002 wordt aangevuld met de volgende woorden :
  " en van het gebruik van de openbare weg ".
Article 1. Dans l'intitulé de l'arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière modifié par les arrêtés royaux des 27 avril 1976, 23 juin 1978, 8 juin 1979, 14 décembre 1979, 15 avril 1980, 25 novembre 1980, 11 mai 1982, 8 avril 1983, 21 décembre 1983, 1er juin 1984, 18 octobre 1984, 25 mars 1987, 17 septembre 1988, 22 mai 1989, 20 juillet 1990, 28 janvier 1991, 1er février 1991, 18 mars 1991, 18 septembre 1991, 14 mars 1996, 29 mai 1996, 11 mars 1997, 16 juillet 1997, 23 mars 1998, 9 octobre 1998, 15 décembre 1998, 7 mai 1999, 24 juin 2000, 17 octobre 2001, 14 mai 2002, 5 septembre 2002, 21 octobre 2002 et 18 décembre 2002 les mots suivants sont ajoutés :
  " et de l'usage de la voie publique ".
Art.2. Artikel 1, eerste zin, van hetzelfde besluit wordt vervangen door :
  " Dit reglement geldt voor het verkeer op de openbare weg en het gebruik ervan, door voetgangers, voertuigen, trek-, last- of rijdieren en vee. "
Art.2. La 1re phrase de l'article 1er du même arrêté est remplacée par :
  " Le présent règlement régit la circulation sur de la voie publique et l'usage de celle-ci, par les piétons, les véhicules, ainsi que les animaux de trait, de charge ou de monture et les bestiaux. "
Art.3. In artikel 2 van hetzelfde besluit gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 juni 1978, 1 januari 1991, 18 september 1991, 1 januari 1992, 16 juli 1997, 1 oktober 1997, 9 oktober 1998 en 14 mei 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Artikel 2.10 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " 2.10. " Plein ", elke open ruimte, waarop een openbare weg uitkomt of meerdere openbare wegen samenkomen, en waar de plaatsgesteldheid het mogelijk maakt dat het verkeer en andere activiteiten er tezamen georganiseerd worden.
  Het plein is een openbare weg onderscheiden van die welke er op uitkomen. "
  2° In artikel 2.15. worden volgende wijzigingen aangebracht :
  a) Artikel 2.15 wordt artikel 2.15.1.
  b) Een artikel 2.15.2 wordt toegevoegd :
  " 2.15.2. " Toestellen gelijkgesteld met voertuigen " zijn verplaatsingsmiddelen met wielen of wieltjes die uitsluitend met behulp van spierkracht door de gebruiker worden voortbewogen en die niet beantwoorden aan de bepaling over het rijwiel.
  2.15.2.1° " rolschaatsen ", ook " rollers " genoemd, zijn schoeisel met wieltjes waarmee de gebruiker zich verplaatst.
  2.15.2.2° de " step " is een verplaatsingsmiddel met een stuurstang, zonder pedalen, dat door de gebruiker wordt voortbewogen door een voetbeweging op de grond. "
  3° Artikel 2.32. wordt vervangen door de volgende tekst :
  " 2.32. " (Woonerf) " en " (erf) ", één of meer speciaal ingerichte openbare wegen waarvan de toegangen zijn aangeduid met verkeersborden F12a, en de uitgangen met verkeersborden F12b.
  In het " woonerf " overweegt de woonfunctie.
  Het " erf " is een zone waarvan de kenmerken overeenstemmen met die van het woonerf, maar waar de activiteiten verruimd kunnen zijn tot ambacht, handel, toerisme, onderwijs en recreatie. "
  4° De artikelen 2.38. tot 2.47., die als volgt luiden, worden toegevoegd :
  " 2.38. " Straat ", een openbare weg in een bebouwde kom die geheel of gedeeltelijk omgeven is met bebouwing en met toegangen tot activiteiten langs de weg en die gekenmerkt is door het gedeeld gebruik van de ruimte door verschillende soorten weggebruikers. De wegen die gelegen zijn in een zone 30, ofwel in een woonerf of erf, zijn straten.
  2.39. " Rotonde ", weg waarop het verkeer in één richting geschiedt rond een aangelegd middeneiland en gesignaleerd met verkeersborden D5 en waarvan de toegangswegen voorzien zijn van verkeersborden B1 of B5.
  2.40. " Trottoir ", het gedeelte van de openbare weg, al dan niet verhoogd aangelegd ten opzichte van de rijbaan, in 't bijzonder ingericht voor het verkeer van voetgangers; het trottoir is verhard en de scheiding ervan met de andere gedeelten van de openbare weg is duidelijk herkenbaar voor alle weggebruikers.
  Het feit dat het verhoogd trottoir over de rijbaan doorloopt, brengt geen wijziging aan zijn bestemming.
  2.41. " Gelijkgrondse berm ", de ruimte, onderscheiden van het trottoir en het fietspad, begrepen tussen enerzijds de rijbaan en anderzijds een sloot, een talud, de grenzen van eigendommen, die zich op hetzelfde hoogteniveau bevindt als de rijbaan en gevolgd (mag) worden door de weggebruikers, bepaald onder de voorwaarden van dit besluit.
  De gelijkgrondse berm is meestal niet met verhard materiaal aangelegd en moeilijk begaanbaar voor de voetgangers.
  2.42. " Verhoogde berm ", een ruimte die hoger ligt dan het rijbaanniveau(,) onderscheiden van het trottoir en het fietspad, en die tussen deze rijbaan ligt en een sloot, een talud, of grenzen van eigendommen.
  De verhoogde berm is meestal niet met verhard materiaal aangelegd en moeilijk begaanbaar voor voetgangers.
  2.43. " Verkeersgeleider ", een inrichting die op de rijbaan is aangebracht en die bestemd is om het voertuigenverkeer te kanaliseren; de verkeersgeleider bestaat uit een wegmarkering, ofwel uit een verhoging op de rijbaan, ofwel uit beide elementen samen.
  2.44. " Middenberm ", elke aanleg in de lengterichting om de rijbanen te scheiden, behalve wegmarkeringen.
  2.45. " Weggebruiker " is elke persoon die gebruik maakt van de openbare weg.
  2.46. " Voetganger ", een persoon die zich te voet verplaatst. De personen met een handicap die een voertuig besturen dat zij zelf voortbewegen of dat uitgerust is met een elektrische motor waarmee niet sneller dan stapvoets kan gereden worden, de personen die een kruiwagen, een kinderwagen, een ziekenwagen of enig ander voertuig zonder motor dat geen bredere dan de voor de voetgangers vereiste ruimte nodig heeft, aan de hand leiden en de personen die een fiets of een tweewielige bromfiets aan de hand leiden, worden gelijkgesteld met voetgangers.
  2.47. De opschriften " uitgezonderd plaatselijk verkeer " of " plaatselijke bediening " duiden op een openbare weg die slechts toegankelijk is voor de voertuigen van de bewoners van die straat en van hun bezoekers, de voertuigen voor levering inbegrepen; ook voertuigen voor onderhoud en toezicht, wanneer de aard van hun opdracht dit rechtvaardigt, de prioritaire voertuigen bedoeld in artikel 37 en fietsers en ruiters, hebben er zonder uitzondering toegang. "
Art.3. A l'article 2 du même arrêté modifié par les arrêtés royaux des 23 juin 1978, 1er janvier 1991, 18 septembre 1991, 1er janvier 1992, 16 juillet 1997, 1er octobre 1997, 9 octobre 1998 et le 14 mai 2002 sont apportées les modifications suivantes :
  1° L'article 2.10 est remplacé par le texte suivant :
  " 2.10. Le terme " place " désigne tout espace ouvert où aboutissent une ou plusieurs voies publiques et dans lequel la disposition des lieux est telle qu'il est possible d'y organiser la circulation et d'autres activités de manière conjointe.
  La place est une voie publique distincte de celles qui y aboutissent. "
  2° A l'article 2.15. sont apportées les modifications suivantes
  a) L'article 2.15 devient l'article 2.15.1.
  b) Un article 2.15.2 est ajouté :
  " 2.15.2 Le terme " engins assimilés à des véhicules " (désigne) des moyens de déplacement à roues ou à roulettes, mus par la seule force musculaire des utilisateurs et qui ne répondent pas à la définition du cycle.
  2.15.2.1° le terme " patins à roulettes " aussi appelé " rollers " désigne des chaussures équipées de roues avec lesquelles l'usager se déplace.
  2.15.2.2° le terme " trottinette " désigne le moyen de déplacement, avec guidon, sans pédales, propulsé par le mouvement du pied de l'utilisateur sur le sol. "
  3° L'article 2.32. est remplacé par le texte suivant :
  2.32 " Les termes " (zone résidentielle) " et " zone de rencontre " désignent une ou plusieurs voies publiques aménagées dont les accès sont indiqués par les signaux F12a, et les sorties par les signaux F12b.
  La " zone résidentielle " est celle dans laquelle la fonction d'habitat est prépondérante.
  La " zone de rencontre " est une zone dont les caractéristiques sont similaires à celles de la zone résidentielle mais où les activités peuvent être étendues à l'artisanat, au commerce, au tourisme, à l'enseignement et aux activités récréatives. "
  4° Les articles 2.38 à 2.47 rédigés comme suit, sont ajoutés :
  " 2.38. Le terme " rue " désigne une voie publique en agglomération, bordée en tout ou partie d'immeubles et donnant accès à des activités riveraines, caractérisée par le partage de l'espace entre les différents usagers. Les voiries, situées dans une zone 30 ou dans une zone résidentielle ou de rencontre, sont des rues.
  2.39. Le terme " rond-point " désigne une voirie où la circulation s'effectue en un seul sens autour d'un dispositif central matérialisé, signalé par des signaux D5 et dont les voies d'accès sont pourvues des signaux B1 ou B5.
  2.40. Le terme " trottoir " désigne la partie de la voie publique en saillie ou non par rapport à la chaussée, qui est spécifiquement aménagée pour la circulation des piétons, revêtue de matériaux en dur et dont la séparation avec les autres parties de la voie publique est clairement identifiable par tous les usagers.
  Le fait que le trottoir en saillie traverse la chaussée ne modifie pas l'affectation de celui-ci.
  2.41. Le terme " accotement de plain-pied " désigne un espace distinct du trottoir et de la piste cyclable compris entre la chaussée et un fossé, un talus, des limites de propriétés et situé au même niveau que la chaussée, qui peut être utilisé par les usagers repris dans les conditions du présent règlement.
  L'accotement de plain-pied est généralement revêtu d'un matériau meuble difficilement praticable par les piétons.
  2.42. Le terme " accotement en saillie " désigne un espace surélevé par rapport au niveau de la chaussée, distinct du trottoir et de la piste cyclable, compris entre la chaussée et un fossé, un talus ou des limites de propriétés.
  L'accotement en saillie est généralement revêtu d'un matériau meuble difficilement praticable par les piétons.
  2.43. Le terme " îlot directionnel " désigne un aménagement situé sur la chaussée destiné à canaliser la circulation des véhicules et constitué soit par un marquage, soit par une surélévation de la chaussée, soit par la combinaison des deux.
  2.44. Le terme " terre-plein " désigne tout type d'aménagement implanté longitudinalement pour séparer les chaussées, à l'exception des marquages routiers.
  2.45. Le terme " usager " désigne toute personne qui utilise la voie publique.
  2.46. Le terme " piéton " désigne une personne qui se déplace à pied. Sont assimilées aux piétons les personnes handicapées se déplaçant en voiturettes manuelles ou électriques ne dépassant pas l'allure du pas, les personnes qui conduisent à la main une brouette, une voiture d'enfant, de malade ou tout autre véhicule sans moteur n'exigeant pas un espace plus large que celui nécessaire aux piétons et les personnes qui conduisent à la main une bicyclette ou un cyclomoteur à deux roues.
  2.47. Les termes " excepté (circulation locale) " ou " desserte locale " désignent une voie publique qui n'est accessible qu'aux véhicules des riverains de cette rue et des personnes se rendant ou venant de chez l'un d'eux y compris les véhicules de livraison; y sont aussi admis sans exceptions les véhicules des services d'entretien et de surveillance, lorsque la nature de leur mission le justifie, les véhicules prioritaires visés à l'article 37 et les cyclistes et les cavaliers. "
Art.4. Artikel 3 punt 1° van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " het personeel van het operationele kader van de federale en de lokale politie; ".
Art.4. L'article 3 point 1° du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " le personnel du cadre opérationnel de la police fédérale et de la police locale; ".
Art.5. Titel II van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt :
  " Regels voor het gebruik van de openbare weg ".
Art.5. Le titre II du même arrêté est modifié comme suit :
  " Regles d'usage de la voie publique ".
Art.6. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
  " Artikel 7. Algemene gedragsregels voor de weggebruikers.
  7.1. Elke weggebruiker moet de bepalingen in dit reglement naleven.
  Onverminderd de naleving van de bepalingen in dit reglement mag de bestuurder kwetsbaardere verkeersdeelnemers niet in gevaar brengen, met name wanneer het gaat om fietsers en voetgangers, inzonderheid wanneer het kinderen, bejaarden of personen met een handicap betreft.
  Hieruit volgt dat, onverminderd de artikelen 40.2 en 40ter, tweede lid, elke bestuurder dubbel voorzichtig moet zijn bij aanwezigheid van dergelijke kwetsbaardere weggebruikers, of wanneer hun aanwezigheid op de openbare weg kan voorzien worden, in het bijzonder op een openbare weg zoals gedefinieerd in artikel 2.38.
  7.2. De weggebruikers moeten zich zo gedragen op de openbare weg dat ze geen hinder of gevaar veroorzaken voor de andere weggebruikers, hierin begrepen het personeel dat aan het werk is voor het onderhoud van de wegen en de uitrusting langs de weg, de diensten voor toezicht en de prioritaire voertuigen.
  7.3. Het is verboden het verkeer te hinderen of onveilig te maken door voorwerpen, zwerfvuil of stoffen op de openbare weg te werpen, te plaatsen, achter te laten of te laten vallen, hetzij door er rook of stoom te verspreiden, hetzij door er enige belemmering aan te brengen.
  7.4. De weggebruiker moet alle maatregelen treffen waardoor beschadiging van de weg kan vermeden worden. Hiertoe moeten de bestuurders, hetzij hun snelheid matigen of de lading van hun voertuig verminderen, hetzij een andere weg volgen. "
Art.6. L'article 7 du même arrête est remplacé par les dispositions suivantes :
  " Article 7. Règles générales de comportement dans le chef des usagers.
  7.1. Tout usager est tenu de respecter les dispositions du présent règlement.
  Sans préjudice du respect des dispositions du présent règlement, le conducteur ne peut mettre en danger les usagers plus vulnérables, tels notamment les cyclistes et les piétons, en particulier lorsqu'il s'agit d'enfants, de personnes âgées et de personnes handicapées.
  Il en résulte que, sans préjudice des articles 40.2 et 40ter, 2e alinéa, tout conducteur de véhicule est tenu de redoubler de prudence, en présence de tels usagers plus vulnérables, ou sur la voie publique où leur présence est prévisible, en particulier (sur une voie publique telle que) définie à l'article 2.38.
  7.2. Les usagers doivent se comporter sur la voie publique de manière telle qu'ils ne causent aucune gêne ou danger pour les autres usagers, en ce compris le personnel oeuvrant pour l'entretien de la voirie et des équipements la bordant, les services de surveillance et les véhicules prioritaires.
  7.3. Il est défendu de gêner la circulation ou de la rendre dangereuse, soit en jetant, déposant, abandonnant ou laissant tomber sur la voie publique des objets, débris ou matières quelconques, soit en y répandant de la fumée ou de la vapeur, soit en y établissant quelque obstacle.
  7.4. L'usager est tenu de prendre toute mesure de nature à éviter de causer des dégâts à la voirie. Pour ce faire, les conducteurs doivent, soit modérer leur allure ou alléger le chargement de leur vehicule, soit emprunter une autre voie. "
Art.7. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt :
  " 8.5. De bestuurder mag het voertuig dat hij bestuurt of de dieren die hij geleidt of bewaakt niet verlaten zonder de nodige voorzorgen te hebben genomen om enig ongeval of enig misbruik door derden te voorkomen.
  Als het voertuig voorzien is van een inrichting ter voorkoming van diefstal, moet deze gebruikt worden.
  8.6. Het is iedere bestuurder verboden de motor in vrijloopstand herhaaldelijk te versnellen.
  De bestuurders mogen daarenboven de motor niet laten draaien in vrijloopstand, behalve ingeval van noodzaak. "
Art.7. L'article 8 du même arrêté est complété comme suit :
  " 8.5. Le conducteur ne peut quitter le véhicule qu'il conduit ou les animaux qu'il guide ou garde sans avoir pris les précautions nécessaires pour éviter tout accident et tout usage abusif par un tiers.
  Si le vehicule est pourvu d'un dispositif antivol, celui-ci doit être utilisé.
  8.6. Il est interdit à tout conducteur de procéder, au point mort, à des accélérations répétées du moteur.
  Les conducteurs doivent en outre veiller à ne pas laisser le moteur en marche au point mort sauf en cas de nécessité. "
Art.8. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1987 en 20 juli 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Artikel 9.1.2.1° wordt aangevuld met de volgende bepalingen :
  " Is een deel van de openbare weg aangeduid met het verkeersbord D10, dan moeten fietsers dit deel van de openbare weg gebruiken.
  De drie- en vierwielers zonder motor waarvan de breedte, lading inbegrepen, minder is dan 1 meter, mogen eveneens het fietspad volgen. ".
  2° Artikel 9.3. wordt aangevuld met de volgende bepaling :
  " Behalve indien een gedeelte van de openbare weg voor hem is voorbehouden, moet de bestuurder niet zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan rijden op een rotonde.
  Hij moet evenwel de markeringen die de rijstroken afbakenen, in acht nemen. In dat geval mag hij de rijstrook volgen die best aan zijn bestemming beantwoordt. "
  3° Na artikel 9.6 wordt een artikel 9.7 toegevoegd dat luidt als volgt :
  " 9.7.1. De gebruikers van rolschaatsen en steps die jonger zijn dan 16 jaar moeten het trottoir of de berm gebruiken wanneer deze aanwezig en bruikbaar zijn.
  Bij het ontbreken van een trottoir of berm moeten zij het fietspad gebruiken indien dit aanwezig is.
  Wanneer geen enkele van deze inrichtingen aanwezig is, is het gebruik van deze toestellen voor hen verboden, behalve in woonerven, erven, wegen voorbehouden voor voetgangers of fietsers, voetgangerszones en speelstraten.
  9.7.2. Gebruikers van rolschaatsen en steps vanaf 16 jaar moeten de fietspaden gebruiken wanneer deze aanwezig zijn.
  Bij het ontbreken van fietspaden :
  - moeten zij de rechterkant van de rijbaan gebruiken wanneer (de snelheid beperkt) is tot maximum 30 km/u;
  - moeten zij de rechterkant van de rijbaan gebruiken of het trottoir of de berm wanneer (de snelheid beperkt is) tot maximum 50 km/u.;
  - moeten zij op de andere openbare wegen op het trottoir of de berm rijden als deze bruikbaar zijn en wanneer deze ontbreken, buiten de bebouwde kom, aan de rechterkant van de rijbaan; op deze wegen zonder trottoir of berm, binnen de bebouwde kom, is het gebruik van deze toestellen voor hen verboden. ".
Art.8. A l'article 9 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 25 mars 1987 et 20 juillet 1990, sont apportées les modifications suivantes :
  1° L'article 9.1.2.1° est complété par les dispositions suivantes :
  " Lorsqu'une partie de la voie publique est indiquée par le signal D10, les cyclistes doivent faire usage de celle-ci.
  Les tricycles et quadricycles sans moteur dont la largeur, chargement compris, est inférieure à 1 mètre peuvent également emprunter la piste cyclable. ".
  2° L'article 9.3. est complété par la disposition suivante :
  " Sauf si une partie de la voie publique lui est réservée, le conducteur n'est pas tenu de se tenir le plus près possible du bord droit de la chaussée dans l'anneau d'un rond-point.
  Il doit toutefois se conformer aux marques délimitant les bandes de circulation. Dans ce cas, il peut emprunter la bande de circulation qui convient le mieux à sa destination. "
  3° Il est ajouté après l'article 9.6, un article 9.7 rédigé comme suit :
  " 9.7.1. Les utilisateurs de patins à roulettes et de trottinettes âgés de moins de 16 ans doivent emprunter le trottoir ou l'accotement praticables lorsque ceux-ci existent.
  A défaut de trottoir ou d'accotement, lorsqu'une piste cyclable existe, ils doivent emprunter celle-ci.
  Lorsque aucun de ces aménagements n'existe, l'usage de ces engins par eux est interdit sauf dans les zones résidentielles et de rencontre, sur les chemins réservés aux piétons ou cyclistes, dans les zones piétonnes et les rues réservées au jeu.
  9.7.2.Les utilisateurs de patins à roulettes et de trottinettes (âgés de 16 ans et plus) doivent emprunter les pistes cyclables si elles existent.
  A defaut de pistes cyclables :
  - ils doivent emprunter le bord droit de la chaussée lorsque (la vitesse est limitée) à 30 km/h. maximum;
  - ils doivent emprunter le bord droit de la chaussée ou le trottoir ou l'accotement lorsque (la vitesse est limitée) à 50 km/h maximum;
  - sur les autres voies publiques, hors agglomération, ils doivent circuler sur le trottoir ou sur l'accotement quand ils sont praticables, et, à défaut, sur le bord droit de la chaussée; sur les autres voies publiques, en agglomération, en l'absence de trottoir ou d'accotement, l'usage de ces engins leur est interdit. ".
Art.9. Artikel 10.1.1° van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " 10.1.1° Elke bestuurder moet zijn snelheid regelen zoals vereist wegens de aanwezigheid van andere weggebruikers, in 't bijzonder de meest kwetsbaren, de weersomstandigheden, de plaatsgesteldheid, haar belemmering, de verkeersdichtheid, het zicht, de staat van de weg, de staat en de lading van zijn voertuig; zijn snelheid mag geen oorzaak zijn van ongevallen, noch het verkeer hinderen. ".
Art.9. L'article 10.1.1° du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " 10.1.1° Tout conducteur doit régler sa vitesse dans la mesure requise par la présence d'autres usagers et en particulier les plus vulnerables, les conditions climatiques, la disposition des lieux, leur encombrement, la densité de la circulation, le champ de visibilité, l'état de la route, l'état et le chargement de son véhicule; sa vitesse ne peut être ni une cause d'accident, ni une gêne pour la circulation. ".
Art.10. In artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij koninklijk besluit van 11 maart 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Artikel 12.1. wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " 12.1 Elke weggebruiker moet voorrang verlenen aan de spoorvoertuigen; daartoe moet hij zich zo snel mogelijk van de sporen verwijderen. ".
  2° Artikel 12.3.1., eerste lid wordt vervangen door de volgende tekst :
  " Elke bestuurder moet voorrang verlenen aan de bestuurder die op een regelmatige manier van rechts komt, behalve indien hij rijdt op een rotonde. "
  3° Artikel 12.4., tweede lid, wordt vervangen door de volgende tekst :
  " Worden inzonderheid als manoeuvres beschouwd : van rijstrook of van file veranderen, de rijbaan oversteken, een gedeelte van de openbare weg oversteken die niet voor hem is voorbehouden, zoals een trottoir dat de rijbaan oversteekt, een fietspad, een parkeerplaats verlaten of oprijden, uit een aanpalende eigendom komen, keren of achteruitrijden, zijn voertuig opnieuw in beweging brengen. "
Art.10. A l'article 12 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 11 mars 1997, sont apportées les modifications suivantes :
  1° L'article 12.1. est remplacé par la disposition suivante :
  " 12.1. Tout usager doit céder le passage aux véhicules sur rails; à cette fin, il doit s'écarter de la voie ferrée dès que possible. ".
  2° L'article 12.3.1. 1er alinéa est remplacé par le texte suivant :
  " Tout conducteur doit céder le passage à celui qui vient (régulièrement) à sa droite, sauf s'il circule dans un rond-point. "
  3° L'article 12.4., 2ème alinéa, est remplacé par le texte suivant :
  " Sont notamment considérées comme manoeuvres : changer de bande de circulation ou de file, traverser la chaussée, traverser une partie de la voie publique qui ne lui est pas réservée tels qu'un trottoir traversant, une piste cyclable, quitter un emplacement de stationnement ou y entrer, déboucher d'une propriété riveraine, effectuer un demi-tour ou une marche arrière, remettre son véhicule en mouvement. "
Art.11. (In Artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :)
  1° punt 2 wordt met volgend zinsdeel aangevuld : " (behalve voor de toepassing van artikel 17.2.5°) ";
  2° (artikel 16, 8°, gewijzigd bij koninklijk besluit van 20 juli 1990 wordt opgeheven).
Art.11. (A l'article 16 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :)   1° au point 2 il est ajouté le syntagme suivant : " (sauf pour l'application de l'article 17.2.5°) ";
  2° (l'article 16.8. modifié par l'arrêté royal du 20 juillet 1990 est abrogé).
Art.12. Artikel 17.2. van hetzelfde besluit, gewijzigd bij koninklijk besluit van 20 juli 1990, wordt als volgt gewijzigd :
  1° in 5° worden de woorden " of deze oversteekplaatsen nadert " ingevoegd tussen de woorden " bromfietsen " en " op plaatsen ";
  2° een 6°, luidend als volgt, wordt ingevoegd :
  " 6° bij regen, op de autosnelwegen, autowegen en wegen met ten minste vier rijstroken met of zonder een middenberm, voor bestuurders van voertuigen en slepen met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton.
  Deze bepaling is niet van toepassing bij het inhalen van voertuigen die gebruik maken van een voorbehouden rijstrook voor traag verkeer, noch ten opzichte van landbouwvoertuigen. "
Art.12. L'article 17.2. du même arrêté modifié par l'arrêté royal du 20 juillet 1990 est modifié comme suit :
  1° au 5° les mots " s'approche de ou " sont insérés entre les mots " à dépasser " et " s'arrête ";
  2° un 6° rédige comme suit est ajoute :
  " 6° en cas de pluie sur les autoroutes, routes pour automobiles et routes à quatre bandes de circulation minimum avec ou sans terre-plein central, pour les conducteurs de vehicules et trains de véhicules dont la masse maximale autorisée est supérieure à 7,5 tonnes.
  Cette disposition n'est pas d'application (en cas de dépassement de) véhicules qui utilisent une bande de circulation qui est réservée pour des véhicules lents, ni à l'égard des tracteurs agricoles. "
Art.13. Artikel 19.2.1° van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de volgende bepalingen :
  " Het oprijden van een rotonde wordt beschouwd als een richtingsverandering waarbij de richtingaanwijzers niet moeten gebruikt worden.
  Het verlaten van een rotonde is een richtingsverandering waarbij de richtingaanwijzers wel gebruikt moeten worden. "
Art.13. L'article 19.2.1° est complété par les dispositions suivantes :
  " Le fait d'entrer dans un rond-point constitue un changement de direction n'impliquant pas l'usage des indicateurs de direction.
  Le fait de sortir d'un rond-point est un changement de direction impliquant l'usage des indicateurs de direction. "
Art.14. Artikel 21van hetzelfde besluit wordt als volgt gewijzigd :
  1° In artikel 21.1. worden bij het eerste streepje na " voetgangers, " de woorden " aan de gebruikers van rolschaatsen en steps, " ingevoegd.
  2° Artikel 21.4.3° wordt aangevuld als volgt :
  " of te rijden in de tegenovergestelde rijrichting ".
Art.14. L'article 21 du même arrêté est modifié comme suit :
  1° (les mots " aux utilisateurs de patins à roulettes et de trottinettes, " sont ajoutés après le mot "piétons,", au premier tiret, premier alinéa, de l'article 21.1. "
  2° L'article 21.4.3° est complété comme suit :
  " ou de rouler en sens contraire au sens obligatoire ".
Art.15. Artikel 22bis, ingevoegd bij koninklijk besluit van 23 juni 1978, wordt als volgt gewijzigd :
  1° In het opschrift van het artikel worden de woorden " en in de erven " toegevoegd na het woord " woonerven ".
  2° In de eerste zin worden de woorden " en de erven " toegevoegd na het woord " woonerven ".
Art.15. L'article 22bis, introduit par l'arrêté royal du 23 juin 1978, est modifié comme suit :
  1° Dans l'intitule de l'article, les mots " et dans les zones de rencontre " sont rajoutés après les mots " zones résidentielles ".
  2° Dans la première phrase, les mots " et dans les zones de rencontre " sont rajoutés après les mots " zones résidentielles ".
Art.16. In artikel 22quinquies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 9 oktober 1998, wordt volgende wijziging aangebracht :
  In artikel 22quinquies 1. wordt na het tweede streepje een nieuwe categorie toegevoegd :
  " - de gebruikers van rolschaatsen en steps; "
Art.16. Dans l'article 22quinquies du même arrêté introduit par l'arrêté royal du 9 octobre 1998, la modifications suivante est apportée :
  A l'article 22quinquies 1. il est ajouté une catégorie nouvelle après le 2e (tiret) :
  " - les utilisateurs (de) patins à roulettes et (de) trottinettes; ".
Art.17. In artikel 22sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij koninklijk besluit van 9 oktober 1998, wordt volgende wijziging aangebracht :
  In artikel 22sexies 1.1° wordt (een categorie j)) toegevoegd :
  " (j) de gebruikers van rolschaatsen en steps. ".)
Art.17. Dans l'article 22sexies du même arrêté introduit par l'arrêté royal du 9 octobre 1998, la modification suivante est apportée :
  A l'article 22sexies 1.1° il est ajouté (une catégorie j) :
  " (j) les utilisateurs de patins à roulettes et de trottinettes. ").
Art.18. In artikel 22septies 1, derde lid, van het hetzelfde besluit worden tussen " alsook " en " fietsers " de volgende woorden tussengevoegd :
  " voertuigen in het bezit van een vergunning afgegeven door de beheerder van deze wegen, alsook gebruikers van rolschaatsen en steps en ".
Art.18. (Dans l'article 22septies 1, 3e alinéa, du même arrêté les mots suivants insérés entre " aussi que " et " les cyclistes " :
  " les véhicules en possession d'une autorisation délivrée par le gestionnaire de voirie ainsi que les utilisateurs de patins à roulettes et de trottinettes et ".)
Art.19. Artikel 22 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een artikel 22octies, luidende :
  " Verkeer op wegen voorbehouden voor (landbouwvoertuigen), voetgangers, fietsers en ruiters.
  22octies1. Buiten de categorieën van weggebruikers waarvan het symbool is weergegeven op de verkeersborden die bij de toegang geplaatst zijn,mogen deze wegen slechts gevolgd worden door volgende categorieën van weggebruikers :
  a) voertuigen van en naar de aanliggende percelen;
  b) niet-gemotoriseerde drie- en vierwielers;
  c) gebruikers van rolschaatsen en steps;
  d) voertuigen voor onderhoud, afvalophaling, toezicht, hulpverlening en prioritaire voertuigen.
  Het begin van de wegen voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers en ruiters, wordt aangeduid met het verkeersbord F99c en het einde met het verkeersbord F101c.
  22octies2. Voetgangers, fietsers en ruiters mogen de ganse breedte van de genoemde wegen gebruiken. Zij mogen het verkeer niet nodeloos belemmeren.
  De gebruikers van deze wegen mogen elkaar niet in gevaar brengen en niet hinderen. Het gemotoriseerd verkeer, en in het bijzonder de landbouwvoertuigen, moeten dubbel voorzichtig zijn ten aanzien van voetgangers, fietsers, de gebruikers van rolschaatsen en steps en ruiters. "
Art.19. L'article 22 du même arrêté est complété par l'article 22octies rédigé comme suit :
  " Circulation sur les chemins reservés aux véhicules agricoles, aux piétons, cyclistes et cavaliers.
  22octies1. Outre les categories d'usagers dont le symbole est reproduit sur les signaux placés à leur accès, les catégories d'usagers suivantes peuvent circuler sur ces chemins :
  a) les (vehicules se rendant) ou venant des parcelles y afférant;
  b) les tricycles et quadricycles non motorisés;
  c) les utilisateurs (de) patins à roulettes et (de) trottinettes;
  d) les véhicules d'entretien, affectés au ramassage des immondices, de surveillance et les véhicules prioritaires.
  Le début des chemins réservés aux véhicules agricoles, aux piétons, cyclistes et cavaliers est indiqué par le signal F99c et la sortie par le signal F101c.
  22octies2. Les piétons, cyclistes et cavaliers peuvent utiliser toute la largeur des dits chemins. Ils ne peuvent entraver la circulation sans nécessité.
  Les usagers de ces chemins ne peuvent se mettre mutuellement en danger ni se gêner. Les usagers motorisés, et particulièrement les véhicules agricoles, doivent redoubler de prudence en présence des piétons, des cyclistes, des utilisateurs (de patins à roulettes et de trottinettes) et des cavaliers. "
Art.20. Artikel 25.1. van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1987 en 20 juli 1990, wordt aangevuld als volgt :
  14° op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3° c, behalve voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn van een speciale kaart zoals bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3. "
Art.20. L'article 25.1. du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 25 mars 1987 et 20 juillet 1990, est complété comme suit :
  " 14° aux emplacements de stationnement (signalé) comme prévu à l'article 70.2.1.3°.c, sauf pour les véhicules utilisés par les personnes handicapées titulaires de la carte spéciale visée à l'article 27.4.1 ou 27.4.3. "
Art.21. Artikel 28 van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt :
  " in het bijzonder voetgangers en bestuurders van tweewielers. "
Art.21. L'article 28 du même arrêté est complété par les mots suivants :
  " en particulier les piétons et les conducteurs de vehicules à deux roues. "
Art.22. In artikel 30 van hetzelfde besluit wordt een punt 5, dat als volgt luidt, toegevoegd :
  " 30.5. Bij duisternis of slechte weersomstandigheden moeten gebruikers van rolschaatsen en steps, wanneer zij gebruik maken van het fietspad, uitgerust zijn met een wit licht vooraan en een rood licht achteraan.
  Wanneer zij onder dezelfde omstandigheden gebruik maken van de rijbaan moeten zij bovendien een retorreflecterende veiligheidsvest dragen. "
Art.22. Dans l'article 30 du même arrêté un point 5, comme suit, est ajouté :
  " 30.5. Dans l'obscurité ou en cas de mauvaises conditions atmosphériques, les utilisateurs de patins à roulettes et de trottinettes, dans le cas ou ils empruntent la piste cyclable, doivent être équipés d'une lumière blanche à l'avant et d'une lumière rouge à l'arrière.
  En cas d'utilisation de la chaussée dans les mêmes circonstances, ils doivent en plus porter une veste de sécurité retroréfléchissante. "
Art.23. Artikel 36 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 mei 2002, wordt als volgt vervolledigd :
  " Worden evenwel vrijgesteld van de draagplicht van de valhelm bij het besturen van een bromfiets :
  - de beambten van De Post, in het kader van de postbedeling, wanneer zij achtereenvolgens op plaatsen die op korte afstand van elkander gelegen zijn, postzendingen uitreiken of ophalen. "
Art.23. L'article 36 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 14 mai 2002, est complété comme suit :
  " Toutefois, sont dispensés du port du casque en cas de conduite d'un cyclomoteur :
  - les agents de La Poste, lorsque dans le cadre de leur tournée, ils sont amenés à déposer ou relever du courrier successivement à des endroits situés à courte distance l'un de l'autre. "
Art.24. In artikel 40 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 29 maart 1987, 20 juli 1990, 14 maart 1996 en 9 oktober 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Bij het eerste streepje van artikel 40.1., worden de woorden " of D10 " ingevoegd na de woorden " verkeersbord D9 ".
  2° Artikel 40.2. wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " 40.2. De bestuurder moet dubbel voorzichtig zijn ten aanzien van kinderen, bejaarden of personen met een handicap, inzonderheid blinden met een witte of een gele stok en de personen met een handicap die een voertuig besturen dat zijzelf voortbewegen of dat uitgerust is met een elektrische motor waarmee niet sneller dan stapvoets kan gereden worden. Hij moet vertragen en zo nodig stoppen. "
  3° De laatste zin van artikel 40.3.2. wordt vervangen door de volgende zin :
  " Daartoe moet hij stoppen om het in- en uitstappen mogelijk te maken en hij mag slechts opnieuw vertrekken met matige snelheid. "
  4° Artikel 40 wordt aangevuld met de volgende (bepalingen) :
  " 40.7. De bestuurder moet een zijdelingse afstand van ten minste één meter laten tussen zijn voertuig en de voetganger wanneer laatstgenoemde zich op de rijbaan bevindt onder de in dit reglement voorziene voorwaarden.
  Indien deze minimumafstand niet nageleefd kan worden, mag de bestuurder slechts stapvoets rijden en zo nodig moet hij stoppen.
  40.8. De gebruikers van rolschaatsen en steps mogen voetgangers op het trottoir niet hinderen en in gevaar brengen. Zij moeten er stapvoets rijden. "
Art.24. A l'article 40 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 29 mars 1987, 20 juillet 1990, 14 mars 1996 et 9 octobre 1998, sont apportees les modifications suivantes :
  1° Au premier tiret de l'article 40.1, les mots " ou D10 " sont ajoutés après les mots " le signal D9 ".
  2° L'article 40.2. est remplacé par la disposition suivante :
  " 40.2. Le conducteur doit redoubler de prudence en présence d'enfants, de personnes âgées ou de personnes handicapées, notamment les aveugles munis d'une canne blanche ou jaune et les personnes handicapées conduisant une voiturette manuelle ou électrique ne dépassant pas l'allure du pas. Il doit ralentir et au besoin s'arrêter. "
  3° La dernière phrase de l'article 40.3.2. est remplacée par la phrase suivante :
  " A cette fin, il doit s'arrêter pour permettre l'embarquement et le débarquement, et ne peut se remettre en mouvement qu'à allure modérée. "
  4° L'article 40 est complété par les dispositions suivantes :
  " 40.7. Le conducteur doit laisser une distance latérale d'a u moins un mètre entre son véhicule et le piéton lorsque ce dernier circule sur la chaussée dans les conditions prévues par le présent règlement.
  Si cette distance minimale ne peut être respectée, le conducteur ne peut circuler qu'à l'allure du pas et au besoin doit s'arrêter.
  40.8. Les utilisateurs de patins à roulettes et de trottinettes ne peuvent mettre en danger, ni gêner les piétons lorsqu'ils circulent sur le trottoir. Ils doivent y circuler à l'allure du pas. "
Art.25. In artikel 41 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 maart 1987, 20 juli 1990 en 7 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In het opschrift worden de woorden " groepen voetgangers, " ingevoegd na het woord " stoeten ", het woord " fietsers " vervangt het woord " wielertoeristen " en de woorden " groepen motorfietsers " worden ingevoegd na het woord " fietsers ".
  2° In artikel 41.1.2°, worden de woorden " een groep voetgangers " ingevoegd na de woorden " een stoet ".
  3° In artikel 41.3.1.2°, b), vervangt het woord " fietsers " het woord " wielertoeristen " en de woorden " en groepen motorfietsers " worden ingevoegd na het woord " fietsers " en vóór " door wegkapiteins ".
  4° In artikel 41.3.1.2°, c) worden de woorden " groepen voetgangers en " ingevoegd vóór de woorden " groepen ruiters ".
Art.25. A l'article 41 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 25 mars 1987, 20 juillet 1990 et 7 mai 1999, sont apportées les modifications suivantes :
  1° Dans le titre, les mots " groupes de piétons, " sont ajoutés après les mots " des cortèges, le mot " cyclistes " remplace le mot cyclotouristes " et les mots " groupes de motocyclistes " sont ajoutés après le mot " cyclistes ".
  2° A l'article 41.1.2°, les mots ", un groupe de piétons " sont ajoutés après les mots " un cortège ".
  3° A l'article 41.3.1.2°, b), le mot " cyclistes " remplace le mot " cyclotouristes " les mots " et des groupes de motocyclistes " sont ajoutés après le mot " cyclistes " et avant " par des capitaines de route ".
  4° A l'article 41.3.1.2°, c), les mots " des groupes de piétons et " sont rajoutés avant " des groupes de cavaliers ".
Art.26. In artikel 42 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 1990 en 9 oktober 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Artikel 42.1. wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Wanneer de gebruikers van rolschaatsen en steps gebruik maken van het trottoir, dan moeten zij de bepalingen die van toepassing zijn voor voetgangers, in onderhavig artikel, respecteren. "
  2° In artikel 42.2.1.1° worden na " D9 " de woorden " of D10, " ingevoegd.
  3° Artikel 42.2.1.2° wordt aangevuld met een derde lid, luidend als volgt :
  " Buiten de bebouwde kommen mogen de personen met een handicap die een voertuig besturen dat zijzelf voortbewegen of dat uitgerust is met een elektrische motor waarmee niet sneller dan stapvoets kan gereden worden, het fietspad volgen dat aangeduid is door het verkeersbord D7 of door de wegmarkeringen bedoeld in artikel 74 van dit reglement, op voorwaarde dat het verkeer van weggebruikers, die er zich op regelmatige wijze op bevinden, niet overdreven gehinderd wordt. "
  4° Artikel 42.3. wordt aangevuld als volgt :
  " Groepen voetgangers van minimum vijf personen, vergezeld van een leider, mogen evenwel ook de linkerkant van de rijbaan volgen. In dat geval moeten zij achter elkaar lopen.
  Wanneer (de zichtbaarheidsvereisten), bedoeld in artikel 30 van toepassing zijn, moet de positie van de lichten, voorgeschreven in artikel 30.3.5°, omgekeerd worden. "
  5° In artikel 42.4.1. wordt volgend lid ingevoegd :
  " De voetgangers mogen het verkeer niet nodeloos belemmeren op een trottoir dat de rijbaan oversteekt, zoals gedefinieerd in artikel 2.40. "
  6° Een artikel 42.4.6. wordt ingevoegd, luidende :
  " 42.4.6. Behalve indien het hun toegestaan is door verkeerslichten, mogen de voetgangers zich niet op een oversteekplaats voor voetgangers begeven waarover een tramspoor of een eigen trambedding loopt, wanneer een tram nadert. ".
Art.26. A l'article 42 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 20 juillet 1990 et 9 octobre 1998, sont apportées les modifications suivantes :
  1° L'article 42.1. est remplacé par le paragraphe suivant :
  " Lorsque les utilisateurs de patins à roulettes et de trottinettes circulent sur le trottoir, ils doivent respecter les dispositions applicables aux pietons en vertu du présent article. "
  2° Dans l'article 42.2.1.1° les mots " ou D10, " sont insérés après le terme " D9 ".
  3° L'article 42.2.1.2° est complété par un troisième alinéa rédigé comme suit :
  " A l'extérieur des agglomérations, les personnes handicapées qui conduisent une voiturette manuelle ou électrique ne permettant pas de circuler à une vitesse supérieure à l'allure du pas peuvent emprunter la piste cyclable indiquée par le signal D7 ou par les marques prévues à l'article 74 du présent règlement à condition de ne pas gêner exagérément la circulation des usagers qui y circulent régulièrement. "
  4° L'article 42.3. est complété comme suit :
  " Toutefois, les groupes de piétons composés de cinq personnes et plus, accompagnes d'un guide peuvent également emprunter le côté gauche de la voirie. Dans ce cas, ils doivent marcher en file indienne.
  Lorsque les conditions de visibilité fixées à l'article 30 sont d'application, l'ordre des feux prescrits par l'article 30.3.5° est inversé. "
  5° Il est introduit à l'article 42.4.1. un alinéa rédigé comme suit :
  " Les piétons ne peuvent entraver la circulation sans nécessité sur les trottoirs traversant tels que définis à l'article 2.40. "
  6° Il est introduit un article 42.4.6. rédigé comme suit :
  " 42.4.6. Sauf s'ils y sont autorisés par des feux de signalisation, les piétons ne peuvent s'engager sur un passage pour piétons traversant des rails de tram ou un site propre de tram lorsqu'un tram approche. ".
Art.27. In artikel 43 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Artikel 43.2 wordt aangevuld als volgt :
  " De gebruikers van het fietspad mogen elkaar noch hinderen, noch in gevaar brengen, noch een gevaarlijk gedrag vertonen ten opzichte van de andere weggebruikers. "
  2° In artikel 43.3. wordt het eerste lid vervangen door de volgende tekst :
  " Wanneer er een oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen is, moeten de fietsers, de bestuurders van tweewielige bromfietsen en de gebruikers van rolschaatsen en steps, die zich op het fietspad bevinden, deze gebruiken. "
Art.27. L'article 43 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 20 juillet 1990, sont apportées les modifications suivantes :
  1° L'article 43.2. est complété comme suit :
  " Les utilisateurs de pistes cyclables ne peuvent ni se gêner, ni se mettre mutuellement en danger, ni avoir une conduite imprudente vis à vis d'autres usagers. "
  2° Dans l'article 43.3. (le 1er alinéa) est remplacé par le texte suivant :
  " Quand il existe un passage pour cyclistes et conducteurs de cyclomoteurs à deux roues, les cyclistes, les conducteurs de cyclomoteurs à deux roues et les utilisateurs des patins à roulettes et des trottinettes se trouvant sur la piste cyclable sont tenus de l'emprunter. ".
Art.28. In artikel 43bis van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 september 1991 en 9 oktober 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° Het opschrift wordt als volgt vervangen :
  " Artikel 43bis. Fietsers in groep. "
  2° In artikel 43bis 1. wordt het woord " wielertoeristen " vervangen door de woorden " groepen fietsers "
  3° In de artikelen 43bis 3.1. en 43bis 4., wordt het woord " wielertoeristen " vervangen door de woorden " (fietsers) ".
  4° In artikel 43bis 3.3.1 wordt de laatste zin geschrapt.
Art.28. A l'article 43bis du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 18 septembre 1991 et 9 octobre 1998, sont apportées les modifications suivantes :
  1° Le titre est remplacé par le titre suivant :
  " Article 43bis. Cyclistes en groupe. "
  2° A l'article 43bis. 1. les mots " groupes de cyclotouristes " sont remplacés par les mots " cyclistes en groupes ";
  3° Aux articles 43bis 3.1. et 43bis 4., le mot " cyclotouristes " est remplacé par les mots " (cyclistes) ".
  4° A l'article 43bis 3.3.1 la dernière phrase est supprimée.
Art.29. Een artikel 43ter, luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd :
  " Artikel 43ter. Motorfietsers in groep.
  43ter 1. Wanneer motorfietsers met ten minste twee in groep rijden op een weg met rijstroken, moeten ze niet achter elkaar rijden; ze mogen in dezelfde rijstrook in twee evenwijdige rijen geschrankt rijden, met een voldoende veiligheidsafstand onderling.
  Wanneer de rijbaan niet verdeeld is in rijstroken, mogen ze niet meer dan de helft van de rijbaan in beslag nemen. Als het kruisen onmogelijk is moeten zij desgevallend achter elkaar rijden.
  43ter 2. De motorfietsers die in een groep van meer dan 50 deelnemers rijden, moeten vergezeld worden door ten minste twee wegkapiteins. Groepen van 15 tot 50 deelnemers mogen vergezeld zijn door ten minste twee wegkapiteins.
  43ter 3.1° De wegkapiteins waken over het goed verloop van de tocht. Deze wegkapiteins moeten ten minste 25 jaar oud zijn en een retorreflecterende veiligheidsvest dragen, waarop in zwarte letters op de rug het woord " wegkapitein " voorkomt.
  2° Op de kruispunten waar het verkeer niet geregeld wordt door verkeerslichten, mag ten minste één van de wegkapiteins het verkeer in de dwarswegen stilleggen, op de wijze bepaald in artikel 41.3.2. terwijl de groep oversteekt.
  43ter 4. De wegkapiteins zijn in het bezit van een verkeersbord van het type C3. "
Art.29. Un article 43ter, rédigé comme suit, est introduit dans le même arrêté :
  " Article 43ter. Motocyclistes en groupe.
  43ter 1. Quand les motocyclistes roulent en groupe de deux minimum sur une voie publique divisée en bandes de circulation, ils ne doivent pas circuler en file indienne; ils peuvent être en deux rangs parallèles décalés, en respectant entre eux une distance de sécurite.
  Si la chaussée n'est pas divisée en bandes de circulation, ils ne peuvent en aucun cas dépasser une largeur égale à la moitié de la chaussée. Si le croisement est impossible, ils doivent, le cas échéant, circuler en file indienne.
  43ter 2. Les groupes de motocyclistes de plus de 50 participants doivent être accompagnés de deux capitaines de route au minimum. Les groupes de 15 à 50 participants peuvent être accompagnés de deux capitaines de route au minimum.
  43ter 3.1° Les capitaines de route veillent au bon déroulement de la randonnée. Ces capitaines de route doivent être âgés de 25 ans au moins et porter un vêtement rétro-réfléchissant, qui indique en lettres noires sur le dos la mention " capitaine de route ".
  2° Aux carrefours où la circulation n'est pas réglée par des signaux lumineux de circulation, un au moins des capitaines de route peut immobiliser de la manière énoncée à l'article 41.3.2. la circulation dans les voies transversales durant la traversée du groupe.
  43ter 4. Les capitaines de route sont en possession d'un signal routier de type C3. "
Art.30. Artikel 59.15 van hetzelfde besluit wordt als volgt gewijzigd :
  1° de woorden " 43ter " worden ingevoegd na het woord " artikelen ";
  2° de woorden " voertuigen van de rijkswacht, van de politiediensten " worden vervangen door de volgende woorden :
  " voertuigen van de federale politie en lokale politie ".
Art.30. L'article 59.15 du même arrêté est modifié comme suit :
  1° les mots " 43ter " sont ajoutés après le mot " articles ";
  2° les mots " véhicules de la gendarmerie, des services de police " sont remplacés par les mots suivants :
  " véhicules de la police fédérale et de la police locale ".
Art.31. In artikel 68 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 november 1980, 20 juli 1990 en 18 september 1991,
  1° wordt bij de verklaring bij het verkeersbord C43 een lid toegevoegd, luidende :
  " Het verkeersbord C43 met de vermelding 30 km per uur, geplaatst boven het verkeersbord F1 is van toepassing op alle openbare wegen binnen de bebouwde kom. "
  2° wordt bij de verklaring bij het verkeersbord C45 een lid toegevoegd, luidende :
  " Indien gebruik is gemaakt van het verkeersbord C43 met de vermelding 30 km per uur, geplaatst boven het verkeersbord F1, moet het verkeersbord C45 met dezelfde vermelding aangebracht zijn boven het verkeersbord F3 van deze bebouwde kom. "
Art.31. A l'article 68 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 25 novembre 1980, 20 juillet 1990 et 18 septembre 1991,
  1° Il est ajouté (un alinéa) au texte du signal C 43 rédige comme suit :
  " Le signal C43, avec la mention 30 km/h, placé au-dessus du signal F1 vaut sur l'ensemble des voiries comprises dans les limites de l'agglomération. "
  2° Il est ajouté un (alinéa) au texte du signal C45 rédigé comme suit :
  " S'il a été fait usage (du signal C43), avec mention 30 km/h, au-dessus (du signal F1), (le signal C45), avec la même mention, doit être placé au-dessus (du signal F3) de cette agglomération. "
Art.32. In artikel 69.3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 oktober 1998 en 20 juli 1990, wordt na het verkeersbord D9, een verkeersbord D10 toegevoegd :
  " D10
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-05-2003, p. 24926).
  Deel van de openbare weg voorbehouden voor het verkeer van voetgangers en fietsers. "
Art.32. Il est inséré à l'article 69.3 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux du 9 octobre 1998 et 20 juillet 1990, après le signal D9, un signal D10 :
  " D10
  (Image non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 08-05-2003, p. 24926).
  Partie de la voie publique réservée à la circulation des piétons et des cyclistes. "
Art.33. Artikel 71.2. van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 juni 1978, 17 september 1988, 20 juli 1990, 16 juli 1997 en 17 oktober 2001, wordt als volgt gewijzigd :
  1° De verkeersborden F1 en F3 worden vervangen door de volgende bepalingen :
  " F1a en F1b
  (Beelden niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-05-2003, p. 24927).
  Begin van een bebouwde kom.
  Dit verkeersbord wordt rechts geplaatst op elke toegangsweg tot een bebouwde kom; het mag links herhaald worden.
  F3a en F3b
  (Beelden niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-05-2003, p. 24928).
  Einde van een bebouwde kom.
  Dit verkeersbord wordt rechts geplaatst op elke uitgangsweg van een bebouwde kom; het mag links herhaald worden. ";
  2° - In het opschrift bij het verkeersbord F12a worden de woorden " of van een erf " toegevoegd na het woord " woonerf ".
  - In het eerste lid van de tekst worden de woorden " of erven " ingevoegd na het woord " woonerven ".
  - In het tweede lid van de tekst worden de woorden " of erf; " ingevoegd na het woord " woonerf ".
  3° - In het opschrift bij het verkeersbord F12b worden de woorden " of van een erf " toegevoegd.
  - In het enige lid van de tekst worden de woorden " of erf; " ingevoegd na het woord " woonerf ".
  4° De volgende nieuwe verkeersborden worden ingevoegd :
  " F99c
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-05-2003, p. 24929).
  Weg voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers en ruiters.
  Het verkeersbord mag aangepast worden volgens de categorieën van weggebruikers.
  F101c
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-05-2003, p. 24929).
  Einde van de weg voorbehouden voor landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers en ruiters.
  Het verkeersbord mag aangepast worden volgens de categorieën van weggebruikers. "
Art.33. L'article 71.2. du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 23 juin 1978, 17 septembre 1988, 20 juillet 1990, 16 juillet 1997 et17 octobre 2001 est modifié comme suit :
  1° Les signaux F1 et F3 sont remplacés par les dispositions suivantes :
  " F1a et F1b
  (Images non reprises pour motifs techniques. Voir M.B. 08-05-2003, p. 24927).
  Commencement d'une agglomération.
  Ce signal est placé à droite, à chaque accès d'une agglomération; il peut être répéte à gauche.
  F3a et F3b
  (Images non reprises pour motifs techniques. Voir M.B. 08-05-2003, p. 24928).
  Fin d'une agglomération.
  Ce signal est placé à droite, à chaque sortie d'une agglomération; il peut être répété à gauche. ";
  2° - Dans l'intitulé et le texte des signaux F 12a et F 12b, les mots " et dans les zones de rencontre " sont rajoutés après les mots " zones résidentielles (ou d'une zone de rencontre) ".
  - Au premier alinéa du texte les mots " ou (les) zones de rencontre " sont insérés après les mots " zones résidentielles ".
  - Au deuxième alinéa du texte les mots " ou une zone de rencontre " sont insérés après les mots " zone résidentielle ".
  3° - Dans l'intitulé du signal F12b les mots " ou d'une zone de rencontre " sont insérés apres les mots " zone résidentielle ".
  - Dans l'unique alinéa du texte les mots " ou d'une zone de rencontre " sont insérés après les mots " zone résidentielle ".
  4° Les signaux suivants sont insérés :
  " F99c
  (Image non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 08-05-2003, p. 24929).
  Chemin réservé aux véhicules agricoles, aux piétons, cyclistes et cavaliers.
  Le signal peut être adapté en fonction de la ou des categories d'usagers admises à circuler sur ce chemin.
  F101c
  (Image non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 08-05-2003, p. 24929).
  Fin du chemin réservé aux véhicules agricoles, aux piétons, cyclistes et cavaliers.
  Le signal peut être adapté en fonction de la ou des catégories d'usagers admises à circuler sur ce chemin. "
Art.34. Artikel 81.3.2. van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art.34. L'article 81.3.2 du même arrêté est abrogé.
Art.35. In het ganse besluit worden de woorden " mindervaliden ", " mindervaliden " en " gehandicapten ", vervangen door " personen met een handicap ".
Art.35. Dans l'ensemble de l'arrêté les mots " handicapés " sont remplaces par " personnes handicapées ".
Art.36. In het ganse besluit worden de woorden " reflecterend " vervangen door " retorreflecterende ".
Art.36. Dans l'ensemble de l'arrêté les mots " réfléchissants " sont remplacés par " rétroréfléchissants ".
Art.37. Een artikel 85.2. wordt ingevoegd.
  " De hierna weergegeven verkeersborden mogen behouden worden tot 1 juni 2015.
  F1
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-05-2003, p. 24930).
  Begin van een bebouwde kom.
  Dit verkeersbord moet rechts worden geplaatst op elke toegangsweg tot een bebouwde kom, het mag links herhaald worden.
  F3
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-05-2003, p. 24930).
  Einde van een bebouwde kom. "
Art.37. Il est inséré un article 85.2.
  " Les signaux repris ci-après peuvent être maintenus jusqu'au 1er juin 2015.
  F1
  (Image non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 08-05-2003, p. 24930).
  Commencement d'une agglomération.
  Ce signal doit être placé à droite à chaque accès d'agglomération, il peut être répété a gauche.
  F3
  (Image non reprise pour motifs techniques. Voir M.B. 08-05-2003, p. 24930).
  Fin d'agglomération. "
Art.38. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2004 met uitzondering van de artikels 4, 20, 23, 30,2°, 35 en 36, die in werking treden op de eerste dag van de maand die volgt op de publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Art.38. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2004 à l'exception des articles 4, 20, 23, 30,2°, 35 en 36, qui entrent en vigueur le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel il a été publié au Moniteur belge.
Art. 39. Onze Minister van Mobiliteit en Vervoer is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 4 april 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Mobiliteit en Vervoer,
  Mevr. I. DURANT.
Art. 39. Notre Ministre de la Mobilité et des Transports est chargée de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 4 avril 2003.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de la Mobilité et des Transports,
  Mme I. DURANT.