Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
7 FEBRUARI 2003. - Wet houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-02-2003 en tekstbijwerking tot 30-04-2014)
Titre
7 FEVRIER 2003. - Loi portant diverses dispositions en matière de sécurité routière(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 25-02-2003 et mise à jour au 30-04-2014)
Informations sur le document
Numac: 2003014044
Datum: 2003-02-07
Info du document
Numac: 2003014044
Date: 2003-02-07
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wetten betre...
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het Strafwetboek.
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 5 ma...
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de wet van 22 fe...
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 7 de...
HOOFDSTUK VII. - Wijziging van de wet van 21 no...
HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van het Wetboek van...
Table des matières
CHAPITRE I. - Disposition générale.
CHAPITRE II. - Modifications des lois relatives...
CHAPITRE III. - Modifications du Code pénal.
CHAPITRE VI. - Modifications de la loi du 5 mar...
CHAPITRE V. - Modifications de la loi du 22 fév...
CHAPITRE VI. - Modifications de la loi du 7 déc...
CHAPITRE VII. - Modifications de la loi du 21 n...
CHAPITRE VIII. - Modification du Code d'instruc...
Tekst (53)
Texte (53)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
CHAPITRE I. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968.
CHAPITRE II. - Modifications des lois relatives à la police de la circulation routière coordonnées le 16 mars 1968.
Art.2. Artikel 2 van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, wordt vervangen als volgt :
" Art. 2. Onder voorbehoud van artikel 3 van deze gecoördineerde wetten en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 12 juli 1956 tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen, stellen de gemeenteraden de aanvullende reglementen vast betreffende de op het grondgebied van hun gemeente gelegen openbare wegen.
De aanvullende reglementen worden aan de aangrenzende gemeenten ter informatie overgezonden, ten laatste vijftien dagen na hun aanneming door de gemeenteraad. "
(NOTA : bij arrest nr. 174/2004 van 03-11-2004, heeft het Arbitragehof dit artikel 2 vernietigd; zie B.S. 16-11-2004, p. 76219-76222)
" Art. 2. Onder voorbehoud van artikel 3 van deze gecoördineerde wetten en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 12 juli 1956 tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen, stellen de gemeenteraden de aanvullende reglementen vast betreffende de op het grondgebied van hun gemeente gelegen openbare wegen.
De aanvullende reglementen worden aan de aangrenzende gemeenten ter informatie overgezonden, ten laatste vijftien dagen na hun aanneming door de gemeenteraad. "
(NOTA : bij arrest nr. 174/2004 van 03-11-2004, heeft het Arbitragehof dit artikel 2 vernietigd; zie B.S. 16-11-2004, p. 76219-76222)
Art.2. L'article 2 des lois relatives à la police de la circulation routière, coordonnées le 16 mars 1968, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 2. Sous réserve de l'article 3 des présentes lois coordonnées et des articles 2 et 3 de la loi du 12 juillet 1956 établissant le statut des autoroutes, les conseils communaux arrêtent les règlements complémentaires relatifs aux voies publiques situées sur le territoire de leur commune.
Les règlements complémentaires sont transmis, pour information, aux communes limitrophes au plus tard quinze jours après leur adoption par le conseil communal. "
(NOTE : par son arrêt n° 174/2004 du 03-11-2004, la Cour d'Arbitrage a annulé cet art. 2 ; voir M.B. 16-11-2004, p. 76216-76219)
" Art. 2. Sous réserve de l'article 3 des présentes lois coordonnées et des articles 2 et 3 de la loi du 12 juillet 1956 établissant le statut des autoroutes, les conseils communaux arrêtent les règlements complémentaires relatifs aux voies publiques situées sur le territoire de leur commune.
Les règlements complémentaires sont transmis, pour information, aux communes limitrophes au plus tard quinze jours après leur adoption par le conseil communal. "
(NOTE : par son arrêt n° 174/2004 du 03-11-2004, la Cour d'Arbitrage a annulé cet art. 2 ; voir M.B. 16-11-2004, p. 76216-76219)
Art.3. Artikel 2bis van dezelfde gecoördineerde wetten, ingevoegd bij het koninklijk besluit nr. 140 van 30 december 1982, wordt opgeheven alsmede de verwijzingen naar dit artikel in de artikelen 12 en 17 van deze gecoördineerde wetten.
(NOTA : bij arrest nr. 174/2004 van 03-11-2004, heeft het Arbitragehof dit artikel 3 vernietigd; zie B.S. 16-11-2004, p. 76219-76222)
(NOTA : bij arrest nr. 174/2004 van 03-11-2004, heeft het Arbitragehof dit artikel 3 vernietigd; zie B.S. 16-11-2004, p. 76219-76222)
Art.3. L'article 2bis des mêmes lois coordonnées, inséré par l'arrêté royal n° 140 du 30 décembre 1982, est abrogé ainsi que les références à cet article aux articles 12 et 17 de ces lois coordonnées.
(NOTE : par son arrêt n° 174/2004 du 03-11-2004, la Cour d'Arbitrage a annulé cet art. 3 ; voir M.B. 16-11-2004, p. 76216-76219)
(NOTE : par son arrêt n° 174/2004 du 03-11-2004, la Cour d'Arbitrage a annulé cet art. 3 ; voir M.B. 16-11-2004, p. 76216-76219)
Art.4. Artikel 3 van dezelfde gecoördineerde wetten wordt vervangen als volgt :
" Art. 3. § 1. De minister bevoegd voor het wegverkeer en de minister van Landsverdediging stellen ieder wat hun bevoegdheid betreft, de aanvullende reglementen vast op die betrekking hebben op :
1° de aanduiding van de bebouwde kommen, bedoeld in het algemeen reglement op de politie over het wegverkeer, wanneer die zich over meer dan één gemeente uitstrekken;
2° de militaire wegen die openstaan voor het openbaar verkeer.
§ 2. De gemeenteraden stellen de aanvullende reglementen vast die bedoeld worden in § 1 als de bevoegde minister dit niet heeft gedaan.
Deze reglementen worden ter goedkeuring aan hem voorgelegd. Als de minister zich niet heeft uitgesproken binnen een termijn van zestig dagen vanaf de ontvangst van het aanvullend reglement, kan dit reglement in werking worden gesteld. "
(NOTA : bij arrest nr. 174/2004 van 03-11-2004, heeft het Arbitragehof dit artikel 4 vernietigd; zie B.S. 16-11-2004, p. 76219-76222)
" Art. 3. § 1. De minister bevoegd voor het wegverkeer en de minister van Landsverdediging stellen ieder wat hun bevoegdheid betreft, de aanvullende reglementen vast op die betrekking hebben op :
1° de aanduiding van de bebouwde kommen, bedoeld in het algemeen reglement op de politie over het wegverkeer, wanneer die zich over meer dan één gemeente uitstrekken;
2° de militaire wegen die openstaan voor het openbaar verkeer.
§ 2. De gemeenteraden stellen de aanvullende reglementen vast die bedoeld worden in § 1 als de bevoegde minister dit niet heeft gedaan.
Deze reglementen worden ter goedkeuring aan hem voorgelegd. Als de minister zich niet heeft uitgesproken binnen een termijn van zestig dagen vanaf de ontvangst van het aanvullend reglement, kan dit reglement in werking worden gesteld. "
(NOTA : bij arrest nr. 174/2004 van 03-11-2004, heeft het Arbitragehof dit artikel 4 vernietigd; zie B.S. 16-11-2004, p. 76219-76222)
Art.4. L'article 3 des mêmes lois coordonnées, est remplacé comme suit :
" Art. 3. § 1er. Le ministre qui a la circulation routière dans ses attributions et le ministre de la Défense arrêtent chacun en ce qui concerne ses attributions, les règlements complémentaires qui ont trait :
1° à la détermination des agglomérations prévues au règlement général sur la police de la circulation routière, lorsque cette détermination englobe plusieurs communes;
2° aux voies militaires ouvertes à la circulation publique.
§ 2. Les conseils communaux arrêtent les règlements complémentaires visés au § 1er si le ministre compétent s'est abstenu de les prendre.
Ces règlements lui sont soumis pour approbation. Si le ministre n'a pas statué dans les soixante jours de la réception du règlement complémentaire, ledit règlement peut être mis en vigueur. "
(NOTE : par son arrêt n° 174/2004 du 03-11-2004, la Cour d'Arbitrage a annulé cet art. 4 ; voir M.B. 16-11-2004, p. 76216-76219)
" Art. 3. § 1er. Le ministre qui a la circulation routière dans ses attributions et le ministre de la Défense arrêtent chacun en ce qui concerne ses attributions, les règlements complémentaires qui ont trait :
1° à la détermination des agglomérations prévues au règlement général sur la police de la circulation routière, lorsque cette détermination englobe plusieurs communes;
2° aux voies militaires ouvertes à la circulation publique.
§ 2. Les conseils communaux arrêtent les règlements complémentaires visés au § 1er si le ministre compétent s'est abstenu de les prendre.
Ces règlements lui sont soumis pour approbation. Si le ministre n'a pas statué dans les soixante jours de la réception du règlement complémentaire, ledit règlement peut être mis en vigueur. "
(NOTE : par son arrêt n° 174/2004 du 03-11-2004, la Cour d'Arbitrage a annulé cet art. 4 ; voir M.B. 16-11-2004, p. 76216-76219)
Art.5. In dezelfde gecoördineerde wetten wordt een artikel 23bis ingevoegd, dat als volgt luidt :
" Art 23bis. De houder van een Belgisch rijbewijs volgt lessen bij een centrum voor voortgezette rijopleiding volgens de nadere regels en in de gevallen door de Koning bepaald.
Deze lessen beogen met name de bestuurders aan te zetten tot een niet-agressief en preventief rijgedrag en tot een betere controle van het voertuig, zodat ze geen gevaarlijke situaties creëren; ze moeten gevolgd worden in een centrum voor voortgezette rijopleiding, dat beantwoordt aan door de Koning bepaalde voorwaarden. "
" Art 23bis. De houder van een Belgisch rijbewijs volgt lessen bij een centrum voor voortgezette rijopleiding volgens de nadere regels en in de gevallen door de Koning bepaald.
Deze lessen beogen met name de bestuurders aan te zetten tot een niet-agressief en preventief rijgedrag en tot een betere controle van het voertuig, zodat ze geen gevaarlijke situaties creëren; ze moeten gevolgd worden in een centrum voor voortgezette rijopleiding, dat beantwoordt aan door de Koning bepaalde voorwaarden. "
Art.5. Dans les mêmes lois coordonnées, il est inséré un article 23bis, rédigé comme suit :
" Art. 23bis. Le titulaire d'un permis de conduire belge suit des cours auprès d'un centre de perfectionnement à la conduite selon les modalités et dans les cas définis par le Roi.
Ces cours sont destinés notamment à amener les conducteurs à adopter un comportement non agressif et préventif dans la circulation et à mieux maîtriser le véhicule, afin de ne pas créer de situations dangereuses; ils doivent être suivis dans un centre de perfectionnement à la conduite répondant aux conditions fixées par le Roi. "
" Art. 23bis. Le titulaire d'un permis de conduire belge suit des cours auprès d'un centre de perfectionnement à la conduite selon les modalités et dans les cas définis par le Roi.
Ces cours sont destinés notamment à amener les conducteurs à adopter un comportement non agressif et préventif dans la circulation et à mieux maîtriser le véhicule, afin de ne pas créer de situations dangereuses; ils doivent être suivis dans un centre de perfectionnement à la conduite répondant aux conditions fixées par le Roi. "
Art.6. Artikel 29 van dezelfde gecoördineerde wetten, gewijzigd bij de wet van 9 juni 1975, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 29. § 1. De speciaal door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aangewezen zware overtredingen van de derde graad van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten, worden gestraft met geldboete van 100 euro tot 500 euro en met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar.
De speciaal door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aangewezen zware overtredingen van de tweede graad van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten, worden gestraft met geldboete van 50 euro tot 500 euro.
De speciaal door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aangewezen zware overtredingen van de eerste graad van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten, worden gestraft met geldboete van 50 euro tot 250 euro.
§ 2. De andere overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten worden gestraft met geldboete van 10 euro tot 250 euro.
Het in voormelde reglementen omschreven parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op plaatsen voorbehouden aan bewoners worden niet strafrechtelijk bestraft.
§ 3. De geldboetes worden verdubbeld bij herhaling van een overtreding bedoeld in de eerste paragraaf binnen het jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan. "
" Art. 29. § 1. De speciaal door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aangewezen zware overtredingen van de derde graad van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten, worden gestraft met geldboete van 100 euro tot 500 euro en met een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste acht dagen en ten hoogste vijf jaar.
De speciaal door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aangewezen zware overtredingen van de tweede graad van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten, worden gestraft met geldboete van 50 euro tot 500 euro.
De speciaal door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, als zodanig aangewezen zware overtredingen van de eerste graad van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten, worden gestraft met geldboete van 50 euro tot 250 euro.
§ 2. De andere overtredingen van de reglementen uitgevaardigd op grond van deze gecoördineerde wetten worden gestraft met geldboete van 10 euro tot 250 euro.
Het in voormelde reglementen omschreven parkeren met beperkte parkeertijd, betalend parkeren en parkeren op plaatsen voorbehouden aan bewoners worden niet strafrechtelijk bestraft.
§ 3. De geldboetes worden verdubbeld bij herhaling van een overtreding bedoeld in de eerste paragraaf binnen het jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan. "
Art.6. L'article 29 des mêmes lois coordonnées, modifié par la loi du 9 juin 1975, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 29. § 1er. Les infractions graves de troisième degré aux règlements pris en exécution des présentes lois coordonnées, spécialement désignées comme telles par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, sont punies d'une amende de 100 euros à 500 euros et d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur de huit jours au moins à cinq ans au plus.
Les infractions graves de deuxième degré aux règlements pris en exécution des présentes lois coordonnées, spécialement désignées comme telles par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, sont punies d'une amende de 50 euros à 500 euros.
Les infractions graves de premier degré aux règlements pris en exécution des présentes lois coordonnées, spécialement désignées comme telles par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, sont punies d'une amende de 50 euros à 250 euros.
§ 2. Les autres infractions aux règlements pris en exécution des présentes lois coordonnées sont punies d'une amende de 10 euros à 250 euros.
Les stationnements à durée limitée, les stationnements payants et les stationnements sur les emplacements réservés aux riverains définis dans les règlements précités ne sont pas sanctionnés pénalement.
§ 3. Les peines d'amendes sont doublées s'il y a récidive sur une infraction visée au premier paragraphe dans l'année à dater d'un jugement antérieur, portant condamnation et passé en force de chose jugée. "
" Art. 29. § 1er. Les infractions graves de troisième degré aux règlements pris en exécution des présentes lois coordonnées, spécialement désignées comme telles par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, sont punies d'une amende de 100 euros à 500 euros et d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur de huit jours au moins à cinq ans au plus.
Les infractions graves de deuxième degré aux règlements pris en exécution des présentes lois coordonnées, spécialement désignées comme telles par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, sont punies d'une amende de 50 euros à 500 euros.
Les infractions graves de premier degré aux règlements pris en exécution des présentes lois coordonnées, spécialement désignées comme telles par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, sont punies d'une amende de 50 euros à 250 euros.
§ 2. Les autres infractions aux règlements pris en exécution des présentes lois coordonnées sont punies d'une amende de 10 euros à 250 euros.
Les stationnements à durée limitée, les stationnements payants et les stationnements sur les emplacements réservés aux riverains définis dans les règlements précités ne sont pas sanctionnés pénalement.
§ 3. Les peines d'amendes sont doublées s'il y a récidive sur une infraction visée au premier paragraphe dans l'année à dater d'un jugement antérieur, portant condamnation et passé en force de chose jugée. "
Art.7. In artikel 29bis, eerste lid, van dezelfde gecoördineerde wetten wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ".
Art.7. A l'article 29bis, alinéa 1er, des mêmes lois coordonnées, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ".
Art.8. In artikel 29ter van dezelfde gecoördineerde wetten, gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996, worden de woorden " met geldboete van 200 frank tot 2 000 frank " vervangen door de woorden " met geldboete van 200 euro tot 4 000 euro ".
Art.8. A l'article 29ter des mêmes lois coordonnées, modifié par la loi du 4 août 1996, les mots " d'une amende de 200 francs à 2 000 francs " sont remplacés par les mots " d'une amende de 200 euros à 4 000 euros ".
Art.9. In artikel 30 van dezelfde gecoördineerde wetten, vervangen bij de wet van 18 juli 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ";
2° in § 1, worden de woorden " Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en " en " of met één van die straffen alleen " geschrapt;
3° in § 1, wordt het 2° opgeheven;
4° in § 2 worden de woorden " Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en " en " of met een van die straffen alleen " geschrapt;
5° hetzelfde artikel wordt aangevuld met een § 3 dat als volgt luidt :
" § 3. Met gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar en met geldboete van 200 euro tot 2 000 euro of met een van die straffen alleen, en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed, wordt gestraft hij die een motorvoertuig bestuurt terwijl zijn rijbewijs of het als zodanig geldende bewijs dat vereist is voor het besturen van dat voertuig met toepassing van artikel 55 onmiddellijk is ingetrokken. "
1° in § 1, wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ";
2° in § 1, worden de woorden " Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en " en " of met één van die straffen alleen " geschrapt;
3° in § 1, wordt het 2° opgeheven;
4° in § 2 worden de woorden " Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en " en " of met een van die straffen alleen " geschrapt;
5° hetzelfde artikel wordt aangevuld met een § 3 dat als volgt luidt :
" § 3. Met gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar en met geldboete van 200 euro tot 2 000 euro of met een van die straffen alleen, en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed, wordt gestraft hij die een motorvoertuig bestuurt terwijl zijn rijbewijs of het als zodanig geldende bewijs dat vereist is voor het besturen van dat voertuig met toepassing van artikel 55 onmiddellijk is ingetrokken. "
Art.9. A l'article 30 des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 18 juillet 1990, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ";
2° au § 1er, les mots " d'un emprisonnement de quinze jours à six mois et " et " ou d'une de ces peines seulement " sont supprimés;
3° au § 1er, le 2° est abrogé;
4° au § 2, les mots " d'un emprisonnement de huit jours à un mois et " et " ou d'une de ces peines seulement " sont supprimés;
5° le même article est complété par un § 3 rédigé comme suit :
" § 3. Est puni d'un emprisonnement de trois mois à un an et d'une amende de 200 euros à 2 000 euros, ou d'une de ces peines seulement, et d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur d'une durée de 3 mois au moins et cinq ans au plus ou à titre définitif, quiconque conduit un véhicule à moteur alors que le permis de conduire exigé pour la conduite de ce véhicule ou le titre qui en tient lieu lui a été retiré immédiatement par application de l'article 55. "
1° au § 1er, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ";
2° au § 1er, les mots " d'un emprisonnement de quinze jours à six mois et " et " ou d'une de ces peines seulement " sont supprimés;
3° au § 1er, le 2° est abrogé;
4° au § 2, les mots " d'un emprisonnement de huit jours à un mois et " et " ou d'une de ces peines seulement " sont supprimés;
5° le même article est complété par un § 3 rédigé comme suit :
" § 3. Est puni d'un emprisonnement de trois mois à un an et d'une amende de 200 euros à 2 000 euros, ou d'une de ces peines seulement, et d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur d'une durée de 3 mois au moins et cinq ans au plus ou à titre définitif, quiconque conduit un véhicule à moteur alors que le permis de conduire exigé pour la conduite de ce véhicule ou le titre qui en tient lieu lui a été retiré immédiatement par application de l'article 55. "
Art.10. In artikel 31 van dezelfde gecoördineerde wetten gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990 :
1° vervallen de woorden " Met gevangenisstraf van een dag tot een maand en " en " of met één van deze straffen alleen ";
2° wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ".
1° vervallen de woorden " Met gevangenisstraf van een dag tot een maand en " en " of met één van deze straffen alleen ";
2° wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ".
Art.10. A l'article 31 des mêmes lois coordonnées, modifié par la loi du 18 juillet 1990 :
1° les mots " d'un emprisonnement d'un jour à un mois et " et " ou d'une de ces peines seulement, " sont supprimés;
2° le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ".
1° les mots " d'un emprisonnement d'un jour à un mois et " et " ou d'une de ces peines seulement, " sont supprimés;
2° le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ".
Art.11. In artikel 32 van dezelfde gecoördineerde wetten, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990, wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ".
Art.11. A l'article 32 des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 9 juillet 1976 et modifié par la loi du 18 juillet 1990, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ".
Art.12. In artikel 33 van dezelfde gecoördineerde wetten, vervangen bij de wet van 9 juni 1975 en gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ";
2° § 2 wordt vervangen als volgt :
" Heeft het ongeval voor een ander slagen, verwondingen of de dood tot gevolg gehad, dan wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met een geldboete van 400 euro tot 5 000 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaren of voorgoed. "
1° in § 1 wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ";
2° § 2 wordt vervangen als volgt :
" Heeft het ongeval voor een ander slagen, verwondingen of de dood tot gevolg gehad, dan wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot twee jaar en met een geldboete van 400 euro tot 5 000 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaren of voorgoed. "
Art.12. A l'article 33 des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 9 juin 1975 et modifié par la loi du 18 juillet 1990, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ";
2° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" Si l'accident a entraîné pour autrui des coups, des blessures ou la mort, le coupable est puni d'un emprisonnement de quinze jours à deux ans et d'une amende de 400 euros à 5 000 euros ou d'une de ces peines seulement et d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur d'une durée de trois mois au moins et cinq ans au plus ou à titre définitif. "
1° au § 1er, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ";
2° le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
" Si l'accident a entraîné pour autrui des coups, des blessures ou la mort, le coupable est puni d'un emprisonnement de quinze jours à deux ans et d'une amende de 400 euros à 5 000 euros ou d'une de ces peines seulement et d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur d'une durée de trois mois au moins et cinq ans au plus ou à titre définitif. "
Art.13. In artikel 34 van dezelfde gecoördineerde wetten, vervangen bij de wet van 18 juli 1990 en gewijzigd bij de wet van 16 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ";
2° in § 2 worden de woorden " Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en " en " of met een van die straffen alleen " geschrapt en wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ".
1° in § 1 wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ";
2° in § 2 worden de woorden " Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en " en " of met een van die straffen alleen " geschrapt en wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ".
Art.13. A l'article 34 des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 18 juillet 1990 et modifié par la loi du 16 mars 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ";
2° au § 2 les mots " d'un emprisonnement de quinze jours à six mois et " et " ou d'une de ces peines seulement " sont supprimés et le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ".
1° au § 1er, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ";
2° au § 2 les mots " d'un emprisonnement de quinze jours à six mois et " et " ou d'une de ces peines seulement " sont supprimés et le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ".
Art.14. Artikel 35 van dezelfde gecoördineerde wetten, vervangen bij de wet van 18 juli 1990, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 35. Met geldboete van 200 euro tot 2 000 euro en met het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste een maand en ten hoogste vijf jaar of voorgoed, wordt gestraft hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen. "
" Art. 35. Met geldboete van 200 euro tot 2 000 euro en met het verval van het recht tot besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste een maand en ten hoogste vijf jaar of voorgoed, wordt gestraft hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen. "
Art.14. L'article 35 des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 18 juillet 1990, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 35. Est puni d'une amende de 200 à 2 000 euros et d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur d'une durée d'un mois au moins et cinq ans au plus ou à titre définitif quiconque dans un lieu public, conduit un véhicule ou une monture ou accompagne un conducteur en vue de l'apprentissage, alors qu'il se trouve en état d'ivresse ou dans un état analogue résultant notamment de l'emploi de drogues ou de médicaments. "
" Art. 35. Est puni d'une amende de 200 à 2 000 euros et d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur d'une durée d'un mois au moins et cinq ans au plus ou à titre définitif quiconque dans un lieu public, conduit un véhicule ou une monture ou accompagne un conducteur en vue de l'apprentissage, alors qu'il se trouve en état d'ivresse ou dans un état analogue résultant notamment de l'emploi de drogues ou de médicaments. "
Art.15. In artikel 36 van dezelfde gecoördineerde wetten, vervangen bij de wet van 18 juli 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord " frank " wordt vervangen door het woord " euro ";
2° de woorden " en het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed " worden ingevoegd tussen de woorden " alleen " en " wordt ".
1° het woord " frank " wordt vervangen door het woord " euro ";
2° de woorden " en het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed " worden ingevoegd tussen de woorden " alleen " en " wordt ".
Art.15. A l'article 36 des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 18 juillet 1990, sont apportées les modifications suivantes :
1° le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ";
2° les mots " et d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur d'une durée de trois mois au moins et cinq ans au plus ou à titre définitif, " sont insérés entre les mots " seulement, " et " quiconque ".
1° le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ";
2° les mots " et d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur d'une durée de trois mois au moins et cinq ans au plus ou à titre définitif, " sont insérés entre les mots " seulement, " et " quiconque ".
Art.16. In artikel 37 van dezelfde gecoördineerde wetten, vervangen bij de wet van 18 juli 1990, worden de woorden " Met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met een geldboete van 200 frank tot 2 000 frank, of met een van die straffen alleen " vervangen door de woorden " Met een geldboete van 200 euro tot 2 000 euro : ".
Art.16. A l'article 37 des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 18 juillet 1990, les mots " Est puni d'un emprisonnement de quinze jours à six mois et d'une amende de 200 francs à 2 000 francs, ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " Est puni d'une amende de 200 euros à 2 000 euros : ".
Art.17. In artikel 37bis, § 1, van dezelfde gecoördineerde wetten, ingevoegd bij de wet van 16 maart 1999, worden de woorden " Met een gevangenisstraf van vijftien dagen tot zes maanden en met geldboete van 200 frank tot 2 000 frank, of met een van die straffen " vervangen door de woorden " Met geldboete van 200 euro tot 2 000 euro : ".
Art.17. A l'article 37bis, § 1er, des mêmes lois coordonnées, inséré par la loi du 16 mars 1999, les mots " Est puni d'un emprisonnement de quinze jours à six mois et d'une amende de 200 francs à 2 000 francs ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " Est puni d'une amende de 200 à 2 000 euros : ".
Art.18. In artikel 37bis, § 2, van dezelfde gecoördineerde wetten, ingevoegd bij de wet van 16 maart 1999, worden de woorden " Met een gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met een geldboete van 400 frank tot 5 000 frank, of met een van die straffen alleen " vervangen door de woorden " Met gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met geldboete van 400 euro tot 5 000 euro of met een van die straffen alleen, en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed ".
Art.18. A l'article 37bis, § 2, des mêmes lois coordonnées, inséré par la loi du 16 mars 1999, les mots " Est puni d'un emprisonnement d'un mois à deux ans et d'une amende de 400 francs à 5 000 francs, ou d'une de ces peines seulement " sont remplacés par les mots " Est puni d'un emprisonnement d'un mois à deux ans et d'une amende de 400 euros à 5 000 euros, ou d'une de ces peines seulement, et d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur d'une durée de trois mois au moins et cinq ans au plus ou à titre définitif ".
Art.19. In artikel 38 van dezelfde gecoördineerde wetten, vervangen bij de wet van 18 juli 1990, en gewijzigd bij de wetten van 4 augustus 1996 en 16 maart 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, eerste lid, 1°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 1° indien hij veroordeelt wegens overtreding van de artikelen 34, 37, 37bis, § 1er, 1° en 4° tot 6°, of 62bis; ";
2° § 1, eerste lid, 3°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 3° indien hij veroordeelt wegens een van de zware overtredingen van de eerste of de tweede graad als bedoeld in artikel 29, § 1; ";
3° § 1, eerste lid, 5°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 5° indien hij veroordeelt wegens overtreding van de artikelen 30, § 1, 33, § 1, of 48, 2°; ";
4° § 2 van hetzelfde artikel wordt vervangen door de volgende bepaling :
" § 2. Indien de rechter tegelijkertijd veroordeelt wegens een overtreding van artikel 419bis van het Strafwetboek en wegens een overtreding van de artikelen 29, § 1, 34, § 2, 35 of 37bis, § 1, van deze gecoördineerde wetten, zal het verval van het recht tot sturen worden uitgesproken voor een duur van ten minste 3 maanden.
Het herstel in het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid.
Indien hij tegelijkertijd veroordeelt wegens een overtreding van artikel 419bis van het Strafwetboek en wegens een overtreding van de artikelen 36 of 37bis, § 2, van deze gecoördineerde wetten, zal het verval van het recht tot sturen worden uitgesproken voor een periode van ten minste 1 jaar.
Het herstel in het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid.
Indien hij tegelijkertijd veroordeelt wegens een overtreding van artikel 420bis van het Strafwetboek en wegens een overtreding van de artikelen 36 of 37bis, § 2, van deze gecoördineerde wetten, zal het verval van het recht tot sturen worden uitgesproken voor een periode van ten minste 6 maanden.
Het herstel in het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid. ";
5° een § 2bis wordt ingevoegd dat luidt als volgt :
" § 2bis. De rechter kan lastens iedere bestuurder houder van een rijbewijs uitgereikt sedert minder dan vijf jaar of van het als zodanig geldend bewijs, bevelen dat het effectief verval enkel wordt uitgevoerd van de vrijdag om 20 uur tot de zondag om 20 uur en op de feestdagen, volgens de nadere regels die hij bepaalt. ";
6° in § 3 van de Nederlandse tekst wordt het woord " onderzoeken " vervangen door de woorden " examens en onderzoeken ";
7° in § 3, eerste lid, 1° en 2°, van de Nederlandse tekst wordt het woord " onderzoek " vervangen door het woord " examen ";
8° § 3, eerste lid, wordt aangevuld met een 5° dat als volgt luidt :
" 5° specifieke scholingen bepaald door de Koning. ";
9° § 4. wordt aangevuld met een vierde lid dat als volgt luidt :
" In geval van overtreding van de artikelen 30, eerste lid, 3°, 35, 36 of 37bis, § 2, moet het herstel in het recht tot sturen afhankelijk worden gemaakt van het slagen voor de onderzoeken bedoeld in § 3, 3° en 4°. "
1° § 1, eerste lid, 1°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 1° indien hij veroordeelt wegens overtreding van de artikelen 34, 37, 37bis, § 1er, 1° en 4° tot 6°, of 62bis; ";
2° § 1, eerste lid, 3°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 3° indien hij veroordeelt wegens een van de zware overtredingen van de eerste of de tweede graad als bedoeld in artikel 29, § 1; ";
3° § 1, eerste lid, 5°, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" 5° indien hij veroordeelt wegens overtreding van de artikelen 30, § 1, 33, § 1, of 48, 2°; ";
4° § 2 van hetzelfde artikel wordt vervangen door de volgende bepaling :
" § 2. Indien de rechter tegelijkertijd veroordeelt wegens een overtreding van artikel 419bis van het Strafwetboek en wegens een overtreding van de artikelen 29, § 1, 34, § 2, 35 of 37bis, § 1, van deze gecoördineerde wetten, zal het verval van het recht tot sturen worden uitgesproken voor een duur van ten minste 3 maanden.
Het herstel in het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid.
Indien hij tegelijkertijd veroordeelt wegens een overtreding van artikel 419bis van het Strafwetboek en wegens een overtreding van de artikelen 36 of 37bis, § 2, van deze gecoördineerde wetten, zal het verval van het recht tot sturen worden uitgesproken voor een periode van ten minste 1 jaar.
Het herstel in het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid.
Indien hij tegelijkertijd veroordeelt wegens een overtreding van artikel 420bis van het Strafwetboek en wegens een overtreding van de artikelen 36 of 37bis, § 2, van deze gecoördineerde wetten, zal het verval van het recht tot sturen worden uitgesproken voor een periode van ten minste 6 maanden.
Het herstel in het recht tot sturen is afhankelijk van het slagen voor de vier examens en onderzoeken bedoeld in § 3, eerste lid. ";
5° een § 2bis wordt ingevoegd dat luidt als volgt :
" § 2bis. De rechter kan lastens iedere bestuurder houder van een rijbewijs uitgereikt sedert minder dan vijf jaar of van het als zodanig geldend bewijs, bevelen dat het effectief verval enkel wordt uitgevoerd van de vrijdag om 20 uur tot de zondag om 20 uur en op de feestdagen, volgens de nadere regels die hij bepaalt. ";
6° in § 3 van de Nederlandse tekst wordt het woord " onderzoeken " vervangen door de woorden " examens en onderzoeken ";
7° in § 3, eerste lid, 1° en 2°, van de Nederlandse tekst wordt het woord " onderzoek " vervangen door het woord " examen ";
8° § 3, eerste lid, wordt aangevuld met een 5° dat als volgt luidt :
" 5° specifieke scholingen bepaald door de Koning. ";
9° § 4. wordt aangevuld met een vierde lid dat als volgt luidt :
" In geval van overtreding van de artikelen 30, eerste lid, 3°, 35, 36 of 37bis, § 2, moet het herstel in het recht tot sturen afhankelijk worden gemaakt van het slagen voor de onderzoeken bedoeld in § 3, 3° en 4°. "
Art.19. A l'article 38 des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 18 juillet 1990, et modifié par les lois du 4 août 1996 et du 16 mars 1999, sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er, alinéa 1er, 1°, est remplacé par la disposition suivante :
" 1° s'il condamne du chef d'infraction aux articles 34, 37, 37bis, § 1er, 1° et 4° à 6°, ou 62bis; ";
2° le § 1er, alinéa 1er, 3°, est remplacé par la disposition suivante :
" 3° s'il condamne du chef d'une des infractions graves de 1er degré ou de 2e degré visées à l'article 29, § 1er; ";
3° le § 1er, alinéa 1er, 5°, est remplacé par la disposition suivante :
" 5° s'il condamne du chef d'une infraction aux articles 30, § 1er, 33, § 1er, ou 48, 2°; ";
4° le § 2 du même article est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Si le juge condamne simultanément du chef d'une infraction à l'article 419bis du Code pénal et d'une infraction aux articles 29, § 1, 34, § 2, 35 ou 37bis, § 1er, des présentes lois coordonnées, la déchéance du droit de conduire sera prononcée pour une période de 3 mois au moins.
La réintégration dans le droit de conduire est subordonnée à la réussite des quatre examens visés au § 3, alinéa 1er.
S'il condamne simultanément du chef d'une infraction à l'article 419bis du Code pénal et d'une infraction aux articles 36 ou 37bis, § 2, des présentes lois coordonnées, la déchéance du droit de conduire sera prononcée pour une période de 1 an au moins.
La réintégration dans le droit de conduire est subordonnée à la réussite des quatre examens visés au § 3, alinéa 1er.
S'il condamne simultanément du chef d'une infraction à l'article 420bis du Code pénal et d'une infraction aux articles 36 ou 37bis, § 2, des présentes lois coordonnées, la déchéance du droit de conduire sera prononcée pour une période de 6 mois au moins.
La réintégration dans le droit de conduire est subordonnée à la réussite des quatre examens visés au § 3, alinéa 1er. ";
5° Il est inséré un § 2bis, libellé comme suit :
" § 2bis. Le juge peut ordonner, à l'égard de tout conducteur détenteur d'un permis de conduire délivré depuis moins de cinq ans ou d'un titre qui en tient lieu, que la déchéance effective sera mise en exécution uniquement du vendredi à 20 heures au dimanche à 20 heures ainsi que les jours fériés, selon les modalités qu'il détermine. ";
6° au § 3 du texte néerlandais, le mot " onderzoeken " est remplacé par les mots " examens en onderzoeken ";
7° au § 3, alinéa 1er, 1° et 2°, du texte néerlandais, le mot " onderzoek " est remplacé par le mot " examen ";
8° le § 3, alinéa 1er, est complété par un 5° rédigé comme suit :
" 5°. des formations spécifiques déterminées par le Roi. ";
9° le § 4 est complété par un alinéa 4 rédigé comme suit :
" En cas d'infraction aux articles 30 alinéa 1er, 3°, 35, 36 ou 37bis, § 2, la réintégration dans le droit de conduire doit être subordonnée à la réussite des examens visés au § 3, 3° et 4°. "
1° le § 1er, alinéa 1er, 1°, est remplacé par la disposition suivante :
" 1° s'il condamne du chef d'infraction aux articles 34, 37, 37bis, § 1er, 1° et 4° à 6°, ou 62bis; ";
2° le § 1er, alinéa 1er, 3°, est remplacé par la disposition suivante :
" 3° s'il condamne du chef d'une des infractions graves de 1er degré ou de 2e degré visées à l'article 29, § 1er; ";
3° le § 1er, alinéa 1er, 5°, est remplacé par la disposition suivante :
" 5° s'il condamne du chef d'une infraction aux articles 30, § 1er, 33, § 1er, ou 48, 2°; ";
4° le § 2 du même article est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Si le juge condamne simultanément du chef d'une infraction à l'article 419bis du Code pénal et d'une infraction aux articles 29, § 1, 34, § 2, 35 ou 37bis, § 1er, des présentes lois coordonnées, la déchéance du droit de conduire sera prononcée pour une période de 3 mois au moins.
La réintégration dans le droit de conduire est subordonnée à la réussite des quatre examens visés au § 3, alinéa 1er.
S'il condamne simultanément du chef d'une infraction à l'article 419bis du Code pénal et d'une infraction aux articles 36 ou 37bis, § 2, des présentes lois coordonnées, la déchéance du droit de conduire sera prononcée pour une période de 1 an au moins.
La réintégration dans le droit de conduire est subordonnée à la réussite des quatre examens visés au § 3, alinéa 1er.
S'il condamne simultanément du chef d'une infraction à l'article 420bis du Code pénal et d'une infraction aux articles 36 ou 37bis, § 2, des présentes lois coordonnées, la déchéance du droit de conduire sera prononcée pour une période de 6 mois au moins.
La réintégration dans le droit de conduire est subordonnée à la réussite des quatre examens visés au § 3, alinéa 1er. ";
5° Il est inséré un § 2bis, libellé comme suit :
" § 2bis. Le juge peut ordonner, à l'égard de tout conducteur détenteur d'un permis de conduire délivré depuis moins de cinq ans ou d'un titre qui en tient lieu, que la déchéance effective sera mise en exécution uniquement du vendredi à 20 heures au dimanche à 20 heures ainsi que les jours fériés, selon les modalités qu'il détermine. ";
6° au § 3 du texte néerlandais, le mot " onderzoeken " est remplacé par les mots " examens en onderzoeken ";
7° au § 3, alinéa 1er, 1° et 2°, du texte néerlandais, le mot " onderzoek " est remplacé par le mot " examen ";
8° le § 3, alinéa 1er, est complété par un 5° rédigé comme suit :
" 5°. des formations spécifiques déterminées par le Roi. ";
9° le § 4 est complété par un alinéa 4 rédigé comme suit :
" En cas d'infraction aux articles 30 alinéa 1er, 3°, 35, 36 ou 37bis, § 2, la réintégration dans le droit de conduire doit être subordonnée à la réussite des examens visés au § 3, 3° et 4°. "
Art.20. Artikel 41 van dezelfde gecoördineerde wetten, opgeheven bij de wet van 18 juli 1990, wordt hersteld in de volgende lezing :
" Art 41. In de gevallen waarin de rechter in toepassing van deze wet een verval van het recht tot sturen uitspreekt, moet hij, indien hij gebruik wenst te maken van artikel 8, § 1 van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie een effectief gedeelte opleggen van minimum acht dagen. "
" Art 41. In de gevallen waarin de rechter in toepassing van deze wet een verval van het recht tot sturen uitspreekt, moet hij, indien hij gebruik wenst te maken van artikel 8, § 1 van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie een effectief gedeelte opleggen van minimum acht dagen. "
Art.20. L'article 41 des mêmes lois coordonnées, abrogé par la loi du 18 juillet 1990, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 41. Dans les cas où le juge prononce une déchéance du droit de conduire, en application de la présente loi, il doit, s'il souhaite faire application de l'article 8, § 1er de la loi du 29 juin 1964 relative à la suspension, au sursis et à la probation, imposer une partie effective d'une durée minimum de huit jours. "
" Art. 41. Dans les cas où le juge prononce une déchéance du droit de conduire, en application de la présente loi, il doit, s'il souhaite faire application de l'article 8, § 1er de la loi du 29 juin 1964 relative à la suspension, au sursis et à la probation, imposer une partie effective d'une durée minimum de huit jours. "
Art.21. In artikel 48 van dezelfde gecoördineerde wetten, vervangen bij de wet van 9 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 18 juli 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord " frank " wordt vervangen door het woord " euro ";
2° de woorden " van vijftien dagen tot zes maanden " worden vervangen door de woorden " van vijftien dagen tot een jaar ";
3° de woorden " en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed " worden ingevoegd tussen de woorden " alleen " en " , wordt gestraft ".
1° het woord " frank " wordt vervangen door het woord " euro ";
2° de woorden " van vijftien dagen tot zes maanden " worden vervangen door de woorden " van vijftien dagen tot een jaar ";
3° de woorden " en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed " worden ingevoegd tussen de woorden " alleen " en " , wordt gestraft ".
Art.21. A l'article 48 des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 9 juillet 1976 et modifié par la loi du 18 juillet 1990, sont apportées les modifications suivantes :
1° le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ";
2° les mots " de quinze jours à six mois " sont remplacés par les mots " de quinze jours à un an ";
3° les mots " et d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur d'une durée de trois mois au moins et cinq ans au plus ou à titre définitif, " sont insérés entre les mots " seulement " et " , quiconque ".
1° le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ";
2° les mots " de quinze jours à six mois " sont remplacés par les mots " de quinze jours à un an ";
3° les mots " et d'une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur d'une durée de trois mois au moins et cinq ans au plus ou à titre définitif, " sont insérés entre les mots " seulement " et " , quiconque ".
Art.22. In artikel 49, eerste lid, van dezelfde gecoördineerde wetten, vervangen bij de wet van 18 juli 1990, wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ".
Art.22. A l'article 49, alinéa 1er, des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 18 juillet 1990, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ".
Art.23. Artikel 51 van dezelfde gecoördineerde wetten, gewijzigd bij de wetten van 9 juli 1976 en 18 juli 1990, wordt aangevuld met een 3° dat als volgt luidt :
" 3° in geval van veroordeling wegens overtreding van de artikelen 30, § 3, 34, § 2, 35, 36, 37bis, 48, 1°, of 58. ".
" 3° in geval van veroordeling wegens overtreding van de artikelen 30, § 3, 34, § 2, 35, 36, 37bis, 48, 1°, of 58. ".
Art.23. L'article 51 des mêmes lois coordonnées, modifié par les lois du 9 juillet 1976 et du 18 juillet 1990, est complété par un 3° rédigé comme suit :
" 3° en cas de condamnation du chef d'infraction aux articles 30, § 3, 34, § 2, 35, 36, 37bis, 48, 1° ou 58. ".
" 3° en cas de condamnation du chef d'infraction aux articles 30, § 3, 34, § 2, 35, 36, 37bis, 48, 1° ou 58. ".
Art.24. In artikel 54 van dezelfde gecoördineerde wetten, wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ".
Art.24. A l'article 54 des mêmes lois coordonnées, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ".
Art.25. Artikel 56, tweede lid, 1°, van dezelfde gecoördineerde wetten, vervangen bij de wet van 18 juli 1990, wordt als volgt vervangen :
" 1° na een maand, tenzij de overheid die de intrekking heeft bevolen, deze termijn met een nieuwe termijn van een maand verlengt na de betrokkene of zijn raadsman, op zijn verzoek, voorafgaandelijk te hebben gehoord; deze beslissing kan eenmaal hernieuwd worden; "
(NOTA : bij arrest nr 154/2004 van 22-09-2004 (B.S. 15-10-2004, p. 72314-72315), heeft het Arbitragehof dit artikel 25 vernietigd en handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepaling tot en met 31 december 2004)
" 1° na een maand, tenzij de overheid die de intrekking heeft bevolen, deze termijn met een nieuwe termijn van een maand verlengt na de betrokkene of zijn raadsman, op zijn verzoek, voorafgaandelijk te hebben gehoord; deze beslissing kan eenmaal hernieuwd worden; "
(NOTA : bij arrest nr 154/2004 van 22-09-2004 (B.S. 15-10-2004, p. 72314-72315), heeft het Arbitragehof dit artikel 25 vernietigd en handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepaling tot en met 31 december 2004)
Art.25. L'article 56, alinéa 2, 1°, des mêmes lois coordonnées, remplacé par la loi du 18 juillet 1990, est remplacé comme suit :
" 1° après un mois, à moins que l'autorité qui a ordonné le retrait proroge ce délai pour une nouvelle période d'un mois, l'intéressé ou son conseil étant à sa demande préalablement entendu; cette décision peut être renouvelée une fois; "
(NOTE : par son arrêt n° 154/2004 du 22-09-2004 (M.B. 15-10-2004, p. 72314-72315), la Cour d'Arbitrage a annulé cet article 25 et maintient les effets de la disposition annulée jusqu'au 31 décembre 2004)
" 1° après un mois, à moins que l'autorité qui a ordonné le retrait proroge ce délai pour une nouvelle période d'un mois, l'intéressé ou son conseil étant à sa demande préalablement entendu; cette décision peut être renouvelée une fois; "
(NOTE : par son arrêt n° 154/2004 du 22-09-2004 (M.B. 15-10-2004, p. 72314-72315), la Cour d'Arbitrage a annulé cet article 25 et maintient les effets de la disposition annulée jusqu'au 31 décembre 2004)
Art.26. In artikel 58 van dezelfde gecoördineerde wetten, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " laatste lid " vervangen door de woorden " vierde lid " en wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ";
2° in het tweede lid wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ".
1° in het eerste lid worden de woorden " laatste lid " vervangen door de woorden " vierde lid " en wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ";
2° in het tweede lid wordt het woord " frank " vervangen door het woord " euro ".
Art.26. A l'article 58 des mêmes lois coordonnées, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots " dernier alinéa " sont remplacés par les mots " alinéa 4 " et le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ";
2° à l'alinéa 2, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ".
1° à l'alinéa 1er, les mots " dernier alinéa " sont remplacés par les mots " alinéa 4 " et le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ";
2° à l'alinéa 2, le mot " francs " est remplacé par le mot " euros ".
Art.27. In titel IV van dezelfde gecoördineerde wetten wordt na het hoofdstuk VIII, een hoofdstuk VIIIbis ingevoegd, dat als volgt luidt :
" Hoofdstuk VIIIbis. De oplegging van een voertuig als beveiligingsmaatregel.
Art. 58bis. § 1. De oplegging van het voertuig als beveiligingsmaatregel kan worden bevolen in de gevallen bedoeld in artikel 30, § 3, en in artikel 48, eerste lid.
De oplegging als beveiligingsmaatregel wordt bevolen door de in artikel 55, derde lid bedoelde personen.
§ 2. Het voertuig wordt verzegeld of aan de ketting gelegd op kosten en op risico van de overtreder.
Indien de eigenaar van het voertuig niet de overtreder is, kan hij het zonder kosten terugkrijgen. De kosten en de risico's zijn ten laste van de overtreder.
§ 3. De oplegging als beveiligingsmaatregel wordt beëindigd door de personen die de oplegging hebben bevolen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de overtreder.
De oplegging mag niet langer duren dan tot het tijdstip waarop het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs wordt teruggegeven in de gevallen bedoeld in § 1 of wanneer een rechter het einde van het verval van het recht tot sturen heeft uitgesproken.
§ 4. Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van 100 euro tot 1 000 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft hij die gebruik maakt of aan een derde toelaat gebruik te maken van een voertuig waarvan hij weet dat de oplegging als beveiligingsmaatregel is bevolen. "
" Hoofdstuk VIIIbis. De oplegging van een voertuig als beveiligingsmaatregel.
Art. 58bis. § 1. De oplegging van het voertuig als beveiligingsmaatregel kan worden bevolen in de gevallen bedoeld in artikel 30, § 3, en in artikel 48, eerste lid.
De oplegging als beveiligingsmaatregel wordt bevolen door de in artikel 55, derde lid bedoelde personen.
§ 2. Het voertuig wordt verzegeld of aan de ketting gelegd op kosten en op risico van de overtreder.
Indien de eigenaar van het voertuig niet de overtreder is, kan hij het zonder kosten terugkrijgen. De kosten en de risico's zijn ten laste van de overtreder.
§ 3. De oplegging als beveiligingsmaatregel wordt beëindigd door de personen die de oplegging hebben bevolen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de overtreder.
De oplegging mag niet langer duren dan tot het tijdstip waarop het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs wordt teruggegeven in de gevallen bedoeld in § 1 of wanneer een rechter het einde van het verval van het recht tot sturen heeft uitgesproken.
§ 4. Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van 100 euro tot 1 000 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft hij die gebruik maakt of aan een derde toelaat gebruik te maken van een voertuig waarvan hij weet dat de oplegging als beveiligingsmaatregel is bevolen. "
Art.27. Dans le titre IV des mêmes lois coordonnées, il est inséré après le chapitre VIII, un chapitre VIIIbis rédigé comme suit :
" Chapitre VIIIbis. L'immobilisation du véhicule comme mesure de sûreté.
Art. 58bis. § 1er. L'immobilisation du véhicule comme mesure de sûreté peut être ordonnée dans les cas visés à l'article 30, § 3, et à l'article 48, alinéa 1er.
L'immobilisation comme mesure de sûreté est ordonnée par les personnes visées à l'article 55, troisième alinéa.
§ 2. Le véhicule est mis sous scellés ou mis à la chaîne, aux frais et aux risques du contrevenant.
Si le propriétaire du véhicule n'est pas le contrevenant, il peut le récupérer sans frais. Les frais et risques sont mis à la charge du contrevenant.
§ 3. Il est mis fin à l'immobilisation comme mesure de sûreté par les personnes qui ont ordonné l'immobilisation, soit d'office soit à la demande du contrevenant.
L'immobilisation ne peut pas durer au-delà du délai de remise du permis ou du titre qui en tient lieu dans les cas visés au § 1er ou si un juge a prononcé la fin de la déchéance du droit à la conduite.
§ 4. Quiconque utilise ou autorise un tiers à utiliser un véhicule dont il sait que l'immobilisation comme mesure de sûreté a été ordonnée est puni d'une peine d'emprisonnement de huit jours à six mois et d'une amende de 100 euros à 1 000 euros ou d'une de ces peines seulement. "
" Chapitre VIIIbis. L'immobilisation du véhicule comme mesure de sûreté.
Art. 58bis. § 1er. L'immobilisation du véhicule comme mesure de sûreté peut être ordonnée dans les cas visés à l'article 30, § 3, et à l'article 48, alinéa 1er.
L'immobilisation comme mesure de sûreté est ordonnée par les personnes visées à l'article 55, troisième alinéa.
§ 2. Le véhicule est mis sous scellés ou mis à la chaîne, aux frais et aux risques du contrevenant.
Si le propriétaire du véhicule n'est pas le contrevenant, il peut le récupérer sans frais. Les frais et risques sont mis à la charge du contrevenant.
§ 3. Il est mis fin à l'immobilisation comme mesure de sûreté par les personnes qui ont ordonné l'immobilisation, soit d'office soit à la demande du contrevenant.
L'immobilisation ne peut pas durer au-delà du délai de remise du permis ou du titre qui en tient lieu dans les cas visés au § 1er ou si un juge a prononcé la fin de la déchéance du droit à la conduite.
§ 4. Quiconque utilise ou autorise un tiers à utiliser un véhicule dont il sait que l'immobilisation comme mesure de sûreté a été ordonnée est puni d'une peine d'emprisonnement de huit jours à six mois et d'une amende de 100 euros à 1 000 euros ou d'une de ces peines seulement. "
Art.28. Het opschrift van titel V van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Strafvordering, bevel tot betaling en burgerlijke rechtsvordering ".
" Strafvordering, bevel tot betaling en burgerlijke rechtsvordering ".
Art.28. L'intitulé du titre V de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Procédure pénale, ordre de paiement et procédure judiciaire civile ".
" Procédure pénale, ordre de paiement et procédure judiciaire civile ".
Art.29. In artikel 62, achtste lid, van dezelfde gecoördineerde wetten, worden de woorden " acht dagen " vervangen door de woorden " veertien dagen ".
Art.29. A l'article 62, alinéa 8, des mêmes lois coordonnées, les mots " huit jours " sont remplacés par les mots " quatorze jours ".
Art.32. In titel V van dezelfde gecoördineerde wetten, wordt een hoofdstuk VI ingevoegd, dat de artikelen 68bis tot 68quinquies omvat, luidende :
" Hoofdstuk VI. Overeenkomsten met de politiezones inzake verkeersveiligheid
Art. 68bis. § 1. De ontvangsten van de penale geldboeten inzake verkeer, van de bevelen tot betaling, en van de sommen tegen betaling met eventueel verval van strafvordering, zoals bedoeld in deze gecoördineerde wetten, worden, overeenkomstig de bepalingen van deze wetten, gedeeltelijk toegewezen aan de politiezones gedefinieerd in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus die een overeenkomst inzake verkeersveiligheid hebben gesloten met de minister van Binnenlandse Zaken en met de minister van Mobiliteit en Vervoer.
§ 2. De Staat zorgt voor de inning van de in paragraaf 1 bedoelde ontvangsten voor rekening van de politiezones met inachtneming van de bij deze wet vastgestelde regels.
Art. 68ter. Het aan de politiezones toegewezen deel is het totaal van de ontvangsten bedoeld in artikel 68bis, § 1, verminderd met het bedrag van deze ontvangsten in 2002.
Het bedrag van deze ontvangsten in 2002 is gekoppeld aan het indexcijfer der consumptie prijzen dat op 31 december 2002 werd bereikt. Die bedragen worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan het op 31 december van het voorgaande jaar bereikte indexcijfer van de consumptieprijzen.
Vanaf het jaar 2003, en volgens de nadere regels vastgelegd bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, wordt het over de politiezones die een overeenkomst inzake verkeersveiligheid hebben gesloten met de minister van Binnenlandse Zaken en van Mobiliteit en Vervoer, te verdelen deel vastgelegd.
Art. 68quater. De Koning bepaalt eveneens, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de criteria en het mechanisme volgens welke deze verdeling wordt uitgevoerd tussen de verschillende politiezones die een overeenkomst als bedoeld in artikel 68bis, § 1, hebben afgesloten.
Art. 68quinquies. De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en nadere regels vast waaraan de overeenkomst als bedoeld in artikel 68bis, § 1, moet voldoen.
De overeenkomst voorziet in de uitvoering van een analyse van de verkeersveiligheidsproblemen in de betrokken politiezone, evenals een inventaris van de bestaande activiteiten inzake de handhaving van de verkeersveiligheid in de betrokken politiezone.
De overeenkomst voorziet eveneens in een actieplan dat prioriteiten bepaalt en dat overeenkomstig deze prioriteiten, de volgende punten bevat :
- het opzetten van informatieacties omtrent verkeersveiligheidsproblemen in de betrokken politiezone, met inbegrip van informatie over de organisatie en de resultaten van de controles;
- het opzetten van preventieacties omtrent verkeersveiligheidsproblemen in de betrokken politiezone;
de organisatie van controleacties, met precisering van de doelstellingen ervan.
De overeenkomst moet kaderen in het zonale veiligheidsplan.
In de overeenkomst verbindt de politiezone zich ertoe een coördinator aan te stellen die over de daadwerkelijke uitvoering van de doelstellingen ervan inzake verkeersveiligheid zal waken.
Zij verbindt zich er ook toe een evaluatieverslag te zenden aan de bovenvermelde ministers met betrekking tot de uitvoering van de overeenkomst, dat met name de verdeling bevat van het aantal manschappen dat werd ingezet bij de verschillende acties die werden opgezet in het kader van de overeenkomst. "
" Hoofdstuk VI. Overeenkomsten met de politiezones inzake verkeersveiligheid
Art. 68bis. § 1. De ontvangsten van de penale geldboeten inzake verkeer, van de bevelen tot betaling, en van de sommen tegen betaling met eventueel verval van strafvordering, zoals bedoeld in deze gecoördineerde wetten, worden, overeenkomstig de bepalingen van deze wetten, gedeeltelijk toegewezen aan de politiezones gedefinieerd in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus die een overeenkomst inzake verkeersveiligheid hebben gesloten met de minister van Binnenlandse Zaken en met de minister van Mobiliteit en Vervoer.
§ 2. De Staat zorgt voor de inning van de in paragraaf 1 bedoelde ontvangsten voor rekening van de politiezones met inachtneming van de bij deze wet vastgestelde regels.
Art. 68ter. Het aan de politiezones toegewezen deel is het totaal van de ontvangsten bedoeld in artikel 68bis, § 1, verminderd met het bedrag van deze ontvangsten in 2002.
Het bedrag van deze ontvangsten in 2002 is gekoppeld aan het indexcijfer der consumptie prijzen dat op 31 december 2002 werd bereikt. Die bedragen worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan het op 31 december van het voorgaande jaar bereikte indexcijfer van de consumptieprijzen.
Vanaf het jaar 2003, en volgens de nadere regels vastgelegd bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, wordt het over de politiezones die een overeenkomst inzake verkeersveiligheid hebben gesloten met de minister van Binnenlandse Zaken en van Mobiliteit en Vervoer, te verdelen deel vastgelegd.
Art. 68quater. De Koning bepaalt eveneens, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de criteria en het mechanisme volgens welke deze verdeling wordt uitgevoerd tussen de verschillende politiezones die een overeenkomst als bedoeld in artikel 68bis, § 1, hebben afgesloten.
Art. 68quinquies. De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en nadere regels vast waaraan de overeenkomst als bedoeld in artikel 68bis, § 1, moet voldoen.
De overeenkomst voorziet in de uitvoering van een analyse van de verkeersveiligheidsproblemen in de betrokken politiezone, evenals een inventaris van de bestaande activiteiten inzake de handhaving van de verkeersveiligheid in de betrokken politiezone.
De overeenkomst voorziet eveneens in een actieplan dat prioriteiten bepaalt en dat overeenkomstig deze prioriteiten, de volgende punten bevat :
- het opzetten van informatieacties omtrent verkeersveiligheidsproblemen in de betrokken politiezone, met inbegrip van informatie over de organisatie en de resultaten van de controles;
- het opzetten van preventieacties omtrent verkeersveiligheidsproblemen in de betrokken politiezone;
de organisatie van controleacties, met precisering van de doelstellingen ervan.
De overeenkomst moet kaderen in het zonale veiligheidsplan.
In de overeenkomst verbindt de politiezone zich ertoe een coördinator aan te stellen die over de daadwerkelijke uitvoering van de doelstellingen ervan inzake verkeersveiligheid zal waken.
Zij verbindt zich er ook toe een evaluatieverslag te zenden aan de bovenvermelde ministers met betrekking tot de uitvoering van de overeenkomst, dat met name de verdeling bevat van het aantal manschappen dat werd ingezet bij de verschillende acties die werden opgezet in het kader van de overeenkomst. "
Art.32. Il est inséré dans le titre V des mêmes lois coordonnées, un chapitre VI, comprenant les articles 68bis à 68quinquies, rédigé comme suit :
" Chapitre VI. Conventions avec les zones de police en matière de sécurité routière.
Art. 68bis. § 1er. Les recettes des amendes pénales en matière de circulation routière, des ordres de paiement et des sommes dont le paiement éteint l'action publique, comme prévu dans les présentes lois coordonnées, sont, conformément aux dispositions des présentes lois, en partie attribuées aux zones de police telles que définies à l'article 9 de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux qui ont conclu une convention de sécurité routière avec le ministre de l'intérieur et le ministre de la Mobilité et des Transports.
§ 2. L'Etat est chargé de la perception des recettes visées au paragraphe 1er pour compte des zones de police en tenant compte des règles déterminées par la présente loi.
Art. 68ter. La part attribuée aux zones de police est le total des recettes visées à l'article 68bis, § 1er, diminuée du montant de ces recettes en 2002.
Le montant de ces recettes en 2002 est lié à l'indice des prix à la consommation, qui a été atteint le 31 décembre 2002. Ces montants sont adaptés le 1er janvier de chaque année à la grandeur de l'indice des prix à la consommation atteint le 31 décembre de l'année précédente.
A partir de 2003, la part à partager parmi les zones de police qui ont conclu une convention sur la sécurité routière avec le ministre de l'Intérieur et le ministre de la Mobilité et des Transports, est fixée selon les modalités déterminées par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
Art. 68quater. Le Roi détermine également, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les critères et le mécanisme selon lesquels cette répartition est effectuée entre les différentes zones de police ayant conclu une convention visée à l'article 68bis, § 1er.
Art. 68quinquies. Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les conditions et les modalités auxquelles la convention visée à l'article 68bis, § 1er doit satisfaire.
La convention prévoit la réalisation d'une analyse des problèmes de sécurité routière dans la zone de police concernée, ainsi que d'un inventaire des activités existantes de maintien de la sécurité routière dans la zone de police concernée.
La convention prévoit également un plan d'action définissant des priorités et comportant, en fonction de ces priorités, les points suivants :
la mise en oeuvre d'actions d'information du public par rapport aux problèmes de sécurité routière dans la zone de police concernée, en ce y compris sur l'organisation de contrôles et leurs résultats;
la mise en oeuvre d'actions de prévention par rapport aux problèmes de sécurité routière relevés dans la zone de police concernée;
l'organisation d'actions de contrôle, en précisant les objectifs de ceux-ci.
La convention doit s'inscrire dans le cadre du plan zonal de sécurité.
Dans la convention, la zone de police s'engage également à désigner un coordinateur qui veillera à la réalisation effective de ses objectifs en matière de sécurité routière.
Elle s'engage également à adresser aux ministres précités un rapport d'évaluation sur l'exécution de la convention, comportant notamment la répartition des effectifs affectés aux différentes actions mises en oeuvre dans le cadre de la convention. "
" Chapitre VI. Conventions avec les zones de police en matière de sécurité routière.
Art. 68bis. § 1er. Les recettes des amendes pénales en matière de circulation routière, des ordres de paiement et des sommes dont le paiement éteint l'action publique, comme prévu dans les présentes lois coordonnées, sont, conformément aux dispositions des présentes lois, en partie attribuées aux zones de police telles que définies à l'article 9 de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux qui ont conclu une convention de sécurité routière avec le ministre de l'intérieur et le ministre de la Mobilité et des Transports.
§ 2. L'Etat est chargé de la perception des recettes visées au paragraphe 1er pour compte des zones de police en tenant compte des règles déterminées par la présente loi.
Art. 68ter. La part attribuée aux zones de police est le total des recettes visées à l'article 68bis, § 1er, diminuée du montant de ces recettes en 2002.
Le montant de ces recettes en 2002 est lié à l'indice des prix à la consommation, qui a été atteint le 31 décembre 2002. Ces montants sont adaptés le 1er janvier de chaque année à la grandeur de l'indice des prix à la consommation atteint le 31 décembre de l'année précédente.
A partir de 2003, la part à partager parmi les zones de police qui ont conclu une convention sur la sécurité routière avec le ministre de l'Intérieur et le ministre de la Mobilité et des Transports, est fixée selon les modalités déterminées par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
Art. 68quater. Le Roi détermine également, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les critères et le mécanisme selon lesquels cette répartition est effectuée entre les différentes zones de police ayant conclu une convention visée à l'article 68bis, § 1er.
Art. 68quinquies. Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les conditions et les modalités auxquelles la convention visée à l'article 68bis, § 1er doit satisfaire.
La convention prévoit la réalisation d'une analyse des problèmes de sécurité routière dans la zone de police concernée, ainsi que d'un inventaire des activités existantes de maintien de la sécurité routière dans la zone de police concernée.
La convention prévoit également un plan d'action définissant des priorités et comportant, en fonction de ces priorités, les points suivants :
la mise en oeuvre d'actions d'information du public par rapport aux problèmes de sécurité routière dans la zone de police concernée, en ce y compris sur l'organisation de contrôles et leurs résultats;
la mise en oeuvre d'actions de prévention par rapport aux problèmes de sécurité routière relevés dans la zone de police concernée;
l'organisation d'actions de contrôle, en précisant les objectifs de ceux-ci.
La convention doit s'inscrire dans le cadre du plan zonal de sécurité.
Dans la convention, la zone de police s'engage également à désigner un coordinateur qui veillera à la réalisation effective de ses objectifs en matière de sécurité routière.
Elle s'engage également à adresser aux ministres précités un rapport d'évaluation sur l'exécution de la convention, comportant notamment la répartition des effectifs affectés aux différentes actions mises en oeuvre dans le cadre de la convention. "
Art.33. In dezelfde gecoördineerde wetten wordt een artikel 69bis ingevoegd dat als volgt luidt :
" Art. 69bis. Voor de toepassing van deze wet en, in afwijking van artikel 40 van het Strafwetboek kan de boete, bij gebreke van betaling binnen de termijn van twee maanden na het arrest of het vonnis, indien het op tegenspraak, of te rekenen van de betekening, indien het bij verstek is gewezen, worden vervangen door een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig waarvan de duur zal worden bepaald door het vonnis of het arrest van veroordeling, en die niet langer dan een maand en niet korter dan acht dagen zal zijn. ".
" Art. 69bis. Voor de toepassing van deze wet en, in afwijking van artikel 40 van het Strafwetboek kan de boete, bij gebreke van betaling binnen de termijn van twee maanden na het arrest of het vonnis, indien het op tegenspraak, of te rekenen van de betekening, indien het bij verstek is gewezen, worden vervangen door een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig waarvan de duur zal worden bepaald door het vonnis of het arrest van veroordeling, en die niet langer dan een maand en niet korter dan acht dagen zal zijn. ".
Art.33. Dans les mêmes lois coordonnées, il est inséré un article 69bis rédigé comme suit :
" Art. 69bis. Pour l'application de la présente loi, par dérogation à l'article 40 du Code pénal, à défaut de paiement dans le délai de deux mois à dater de l'arrêt ou du jugement, s'il est contradictoire, ou de sa signification, s'il est rendu par défaut, l'amende pourra être remplacee par une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur dont la durée sera fixée par le jugement ou l'arrêt de condamnation, et qui n'excédera pas un mois et ne pourra être inférieure à huit jours. "
" Art. 69bis. Pour l'application de la présente loi, par dérogation à l'article 40 du Code pénal, à défaut de paiement dans le délai de deux mois à dater de l'arrêt ou du jugement, s'il est contradictoire, ou de sa signification, s'il est rendu par défaut, l'amende pourra être remplacee par une déchéance du droit de conduire un véhicule à moteur dont la durée sera fixée par le jugement ou l'arrêt de condamnation, et qui n'excédera pas un mois et ne pourra être inférieure à huit jours. "
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het Strafwetboek.
CHAPITRE III. - Modifications du Code pénal.
Art.34. In hoofdstuk II, titel VIII van boek II van het Strafwetboek wordt een artikel 419bis ingevoegd dat als volgt luidt :
" Art. 419bis. Met gevangenisstraf van 3 maanden tot 5 jaar en met geldboete van 50 euro tot 2 000 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft, elke weggebruiker die door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg een verkeersongeval veroorzaakt dat iemands dood tot gevolg heeft. "
" Art. 419bis. Met gevangenisstraf van 3 maanden tot 5 jaar en met geldboete van 50 euro tot 2 000 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft, elke weggebruiker die door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg een verkeersongeval veroorzaakt dat iemands dood tot gevolg heeft. "
Art.34. Un article 419bis, rédigé comme suit, est inséré dans le chapitre II, titre VIII du livre II du Code pénal :
" Art. 419bis. Sera puni d'un emprisonnement de 3 mois à 5 ans et d'une amende de 50 euros à 2 000 euros ou d'une de ces peines seulement, tout usager de la route qui par défaut de prévoyance ou de précaution aura provoqué un accident de la circulation d'où il est résulté la mort d'une personne. "
" Art. 419bis. Sera puni d'un emprisonnement de 3 mois à 5 ans et d'une amende de 50 euros à 2 000 euros ou d'une de ces peines seulement, tout usager de la route qui par défaut de prévoyance ou de précaution aura provoqué un accident de la circulation d'où il est résulté la mort d'une personne. "
Art.35. In hoofdstuk II, titel VIII van boek II van het Strafwetboek wordt een artikel 420bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 420bis. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van 50 euro tot 1 000 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft, elke weggebruiker die door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg een verkeersongeval veroorzaakt dat slagen of verwondingen tot gevolg heeft. "
" Art. 420bis. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van 50 euro tot 1 000 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft, elke weggebruiker die door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg een verkeersongeval veroorzaakt dat slagen of verwondingen tot gevolg heeft. "
Art.35. Il est inséré dans le chapitre II, titre VIII, du livre II du Code pénal, un article 420bis rédigé comme suit :
" Art. 420bis. Sera puni d'un emprisonnement de huit jours à un an et d'une amende de 50 euros à 1 000 euros ou d'une de ces peines seulement, tout usager de la route qui par défaut de prévoyance ou de précaution aura provoqué un accident de la circulation d'où il est résulté des coups ou des blessures. "
" Art. 420bis. Sera puni d'un emprisonnement de huit jours à un an et d'une amende de 50 euros à 1 000 euros ou d'une de ces peines seulement, tout usager de la route qui par défaut de prévoyance ou de précaution aura provoqué un accident de la circulation d'où il est résulté des coups ou des blessures. "
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op de strafrechtelijke geldboeten.
CHAPITRE VI. - Modifications de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales.
Art.36. In artikel 1, eerste en tweede lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op de strafrechtelijke geldboeten wordt het woord " veertig " vervangen door het woord " vijfenveertig ".
Art.36. A l'article 1er, alinéas 1er et 2, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales, le mot " quarante " est remplacé par le mot " quarante-cinq ".
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren.
CHAPITRE V. - Modifications de la loi du 22 février 1965 permettant aux communes d'établir des redevances de stationnement applicables aux véhicules à moteur.
Art.37. Het enige artikel van de wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren wordt als volgt vervangen :
" Art. 1. Enig artikel. Wanneer de gemeenteraden, overeenkomstig de wetgeving en de reglementen op de politie van het wegverkeer, reglementen inzake het parkeren vaststellen, die betrekking hebben op parkeren voor een beperkte tijd, het betalend parkeren en het parkeren dat voorbehouden aan de bewoners, dan kunnen zij parkeerheffingen instellen die van toepassing zijn op motorvoertuigen. "
" Art. 1. Enig artikel. Wanneer de gemeenteraden, overeenkomstig de wetgeving en de reglementen op de politie van het wegverkeer, reglementen inzake het parkeren vaststellen, die betrekking hebben op parkeren voor een beperkte tijd, het betalend parkeren en het parkeren dat voorbehouden aan de bewoners, dan kunnen zij parkeerheffingen instellen die van toepassing zijn op motorvoertuigen. "
Art.37. L'article unique de la loi du 22 février 1965 permettant aux communes d'établir des redevances de stationnements applicables aux véhicules à moteur est remplacé comme suit :
" Art. 1. Article unique. Lorsque les conseils communaux arrêtent, conformément à la législation et aux règlements sur la police du roulage, des règlements en matière de stationnement relatifs aux stationnements à durée limitée, aux stationnements payants et aux stationnements réservés aux riverains ils peuvent établir des redevances de stationnement applicables aux véhicules à moteur. "
" Art. 1. Article unique. Lorsque les conseils communaux arrêtent, conformément à la législation et aux règlements sur la police du roulage, des règlements en matière de stationnement relatifs aux stationnements à durée limitée, aux stationnements payants et aux stationnements réservés aux riverains ils peuvent établir des redevances de stationnement applicables aux véhicules à moteur. "
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.
CHAPITRE VI. - Modifications de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré structuré à deux niveaux.
Art.38. In artikel 4, eerste lid, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, gewijzigd bij de wet van 2 april 2001, wordt de tweede zin aangevuld met de woorden :
" na advies van de minister bevoegd voor verkeer over de elementen van dit plan die betrekking hebben op de verkeersveiligheid ".
" na advies van de minister bevoegd voor verkeer over de elementen van dit plan die betrekking hebben op de verkeersveiligheid ".
Art.38. Dans l'article 4, alinéa 1er, de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux, modifié par la loi du 2 avril 2001, la deuxième phrase est complétée par les mots :
" après avis du ministre qui a la circulation routière dans ses attributions, concernant les éléments de ce plan relatifs à la sécurité routière ".
" après avis du ministre qui a la circulation routière dans ses attributions, concernant les éléments de ce plan relatifs à la sécurité routière ".
Art.39. In artikel 62 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 2 april 2001, wordt de volgende bepaling toegevoegd :
" 11° de politieopdrachten bepaald in artikel 16 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt ".
" 11° de politieopdrachten bepaald in artikel 16 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt ".
Art.39. Dans l'article 62 de la même loi, modifié par la loi du 2 avril 2001 est ajoutée la disposition suivante :
" 11° les missions de police définies à l'article 16 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police ".
" 11° les missions de police définies à l'article 16 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police ".
HOOFDSTUK VII. - Wijziging van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.
CHAPITRE VII. - Modifications de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs.
Art.40. In artikel 23 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen worden de woorden " in artikel 29 tweede lid " vervangen door " in artikel 29, § 2 ".
Art.40. Dans l'article 23 de la loi du 21 novembre 1989 relative à l'assurance obligatoire de la responsabilité en matière de véhicules automoteurs, les mots " à l'article 29, alinéa 2 " sont remplacés par " à l'article 29, § 2 ".
Art.41. In artikel 26 van dezelfde wet, worden de woorden " door artikel 29, tweede lid " vervangen door de woorden " door artikel 29, § 2 ".
Art.41. Dans l'article 26 de la même loi, les mots " par l'article 29, alinéa 2 " sont remplacés par les mots " par l'article 29, § 2 ".
HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van het Wetboek van strafvordering.
CHAPITRE VIII. - Modification du Code d'instruction criminelle.
Art.42. Artikel 138, 6°bis, van het Wetboek van Strafvordering, vervangen bij de wet van 11 juli 1994, wordt vervangen als volgt :
" 6°bis. Van de wanbedrijven omschreven in de artikelen 418 tot 420bis van het Strafwetboek, wanneer de doding, de slagen of verwondingen het gevolg zijn van een verkeersongeval. "
" 6°bis. Van de wanbedrijven omschreven in de artikelen 418 tot 420bis van het Strafwetboek, wanneer de doding, de slagen of verwondingen het gevolg zijn van een verkeersongeval. "
Art.42. L'article 138, 6°bis, du Code d'instruction criminelle, remplacé par la loi du 11 juillet 1994, est remplacé par le texte suivant :
" 6°bis. des délits prévus aux articles 418 à 420bis du Code pénal, lorsque l'homicide, les coups ou blessures résultent d'un accident de la circulation. "
" 6°bis. des délits prévus aux articles 418 à 420bis du Code pénal, lorsque l'homicide, les coups ou blessures résultent d'un accident de la circulation. "
Art.43. Artikel 163 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 27 april 1987, wordt aangevuld met de volgende leden :
" Indien hij veroordeelt tot een geldboete, dan houdt de rechter bij het bepalen van het bedrag rekening met de elementen die door de beklaagde worden ingeroepen met betrekking tot zijn sociale toestand.
De rechter kan een geldboete uitspreken beneden het wettelijk minimum van de boete indien de overtreder om het even welk document voorlegt dat zijn precaire financiële toestand bewijst. "
" Indien hij veroordeelt tot een geldboete, dan houdt de rechter bij het bepalen van het bedrag rekening met de elementen die door de beklaagde worden ingeroepen met betrekking tot zijn sociale toestand.
De rechter kan een geldboete uitspreken beneden het wettelijk minimum van de boete indien de overtreder om het even welk document voorlegt dat zijn precaire financiële toestand bewijst. "
Art.43. L'article 163 du même Code, modifié par la loi du 27 avril 1987, est complété par les alinéas suivants :
" Lorsqu'il condamne à une peine d'amende, le juge tient compte, pour la détermination de son montant, des éléments invoqués par le prévenu eu égard à sa situation sociale.
Le juge peut prononcer une peine d'amende inférieure au minimum légal, si le contrevenant soumet un document quelconque qui apporte la preuve de sa situation financière précaire. "
" Lorsqu'il condamne à une peine d'amende, le juge tient compte, pour la détermination de son montant, des éléments invoqués par le prévenu eu égard à sa situation sociale.
Le juge peut prononcer une peine d'amende inférieure au minimum légal, si le contrevenant soumet un document quelconque qui apporte la preuve de sa situation financière précaire. "
Art.44. In artikel 590 van hetzelfde Wetboek, in een nieuwe lezing hersteld bij de wet van 8 augustus 1997 betreffende het Centraal Strafregister, wordt een 2°bis ingevoegd, luidend als volgt :
" 2°bis. de bevelen tot betaling opgelegd door de procureur des Konings in toepassing van artikel 65bis van de op 16 maart 1968 gecoördineerde wetten betreffende de politie over het wegverkeer; ".
" 2°bis. de bevelen tot betaling opgelegd door de procureur des Konings in toepassing van artikel 65bis van de op 16 maart 1968 gecoördineerde wetten betreffende de politie over het wegverkeer; ".
Art.44. Dans l'article 590 du même Code, rétabli dans une nouvelle rédaction par la loi du 8 août 1997 relative au Casier judiciaire central, il est inséré un 2°bis, rédigé comme suit :
" 2°bis. les ordres de paiement imposés par le procureur du Roi en application de l'article 65bis des lois coordonnées le 16 mars 1968 sur la police de circulation; ".
" 2°bis. les ordres de paiement imposés par le procureur du Roi en application de l'article 65bis des lois coordonnées le 16 mars 1968 sur la police de circulation; ".
Art. 45. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze wet
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 1, 7 tot en met 29, 33 tot en met 44 vastgesteld op 01-03-2004 bij KB 2003-12-22/46, art. 1)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikel 6 vastgesteld op 01-03-2004 bij KB 2003-12-22/47, art. 6)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikel 32 vastgesteld op 12-05-2004 bij KB 2004-05-03/31, art. 10)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 1, 7 tot en met 29, 33 tot en met 44 vastgesteld op 01-03-2004 bij KB 2003-12-22/46, art. 1)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikel 6 vastgesteld op 01-03-2004 bij KB 2003-12-22/47, art. 6)
(NOTA : Inwerkingtreding van artikel 32 vastgesteld op 12-05-2004 bij KB 2004-05-03/31, art. 10)
Art. 45. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur de la présente loi.
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 1, 7 à 29, 33 à 44 fixée le 01-03-2004 par AR 2003-12-22/46, art. 1)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 6 fixée le 01-03-2004 par AR 2003-12-22/47, art. 6)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 32 fixée le 12-05-2004 par AR 2004-05-03/31 art. 10)
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 1, 7 à 29, 33 à 44 fixée le 01-03-2004 par AR 2003-12-22/46, art. 1)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 6 fixée le 01-03-2004 par AR 2003-12-22/47, art. 6)
(NOTE : Entrée en vigueur de l'article 32 fixée le 12-05-2004 par AR 2004-05-03/31 art. 10)