Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
21 DECEMBER 2001. - Koninklijk besluit betreffende de soortenbescherming in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-02-2002 en tekstbijwerking tot 21-02-2014)
Titre
21 DECEMBRE 2001. - Arrêté royal visant la protection des espèces dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-02-2002 et mise à jour au 21-02-2014)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (39)
Texte (39)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE I. - Définitions.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit Besluit wordt verstaan onder :
  1) de wet : de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België;
  2) de zeegebieden : de zeegebieden, zoals bepaald in dezelfde wet;
  3) schip : schip, zoals bepaald in dezelfde wet;
  4) [1 uitheemse soort :
   a) een soort of ondersoort van een aquatisch organisme waar die buiten het bekende natuurlijke verspreidingsgebied en buiten het potentiële natuurlijke verspreidingsgebied voorkomt;
   b) polyploïde organismen, en vruchtbare kunstmatig gehybridiseerde soorten, ongeacht hun natuurlijke of potentiële verspreidingsgebied;]1

  5) het bestuur : de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee en het Schelde-estuarium, zoals bedoeld in het Koninklijk besluit van 29 september 1997 houdende overdracht van de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee en Schelde-estuarium naar het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen;
  6) het Instituut : het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen;
  7) betekenen : het verzenden bij ter post aangetekende brief, met bericht van ontvangst;
  8) dag : kalenderdag;
  9) Bijlage 1 : bijlage 1 aan dit besluit, met een lijst van strikt beschermde soorten;
  10) Bijlage 2 : bijlage 2 aan dit besluit, met een lijst van soorten waarvoor speciale beschermingsmaatregelen getroffen worden;
  11) Bijlage 3 : bijlage 3 aan dit besluit, met een lijst van andere beschermde soorten;
  12) Bijlage 4 : bijlage 4 aan dit besluit, met meldingsprocedures;
  13) Bijlage 5 : bijlage 5 aan dit besluit, met speciale maatregelen ter bescherming van één of meerdere soorten vermeld in de Bijlagen 1, 2 of 3;
  14) de minister : de minister of staatssecretaris tot wiens bevoegdheid de bescherming van het mariene milieu behoort;
  [1 15) Verordening Aquacultuur : Verordening (EG) nr. 708/2007 van de Raad van 11 juni 2007 inzake het gebruik van uitheemse en plaatselijk niet-voorkomende soorten in de aquacultuur.]1
  
Article 1. Pour l'application du présent arrêté on entend par :
  1) la loi : la loi du 20 janvier 1999 visant la protection du milieu marin dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique;
  2) les espaces marins : les espaces marins, tels que définis dans la même loi;
  3) navire : un navire, tel que défini dans la même loi;
  4) [1 espèce exotique :
   a) toute espèce ou sous-espèce d'organisme aquatique présent en dehors de son aire connue de répartition naturelle ou de son aire naturelle de dispersion potentielle;
   b) tout organisme polyploïde et espèce fertile obtenue par hybridation, quelle que soit son aire de répartition naturelle ou de dispersion potentielle;]1

  5) l'administration : l'Unité de Gestion du Modèle mathématique de la Mer du Nord et de l'Estuaire de l'Escaut, comme mentionnée à l'arrêté royal du 29 septembre 1997 transférant l'Unité de Gestion du Modèle mathématique de la Mer du Nord et de l'Estuaire de l'Escaut à l'Institut royal des Sciences naturelles de Belgique;
  6) l'Institut : l'Institut royal des Sciences naturelles de Belgique;
  7) notifier : l'envoi par lettre recommandée à la poste, avec accusé de réception;
  8) jour : un jour calendrier;
  9) Annexe 1 : l'annexe 1 du présent arrêté contenant une liste d'espèces strictement protégées;
  10) Annexe 2 : l'annexe 2 du présent arrêté contenant une liste d'espèces pour lesquelles sont prises des mesures de protection spéciales;
  11) Annexe 3 : l'annexe 3 du présent arrêté contenant une liste d'autres espèces protégées;
  12) Annexe 4 : l'annexe 4 du présent arrêté contenant des procédures d'information;
  13) Annexe 5 : l'annexe 5 du présent arrêté contenant des mesures spéciales visant la protection d'une ou plusieurs des espèces mentionnées aux annexes 1, 2 et 3;
  14) le ministre : le ministre ou secrétaire d'Etat qui a la protection du milieu marin dans ses compétences;
  [1 15) Règlement Aquaculture : Règlement (CE) n° 708/2007 du Conseil du 11 juin 2007 relatif à l'utilisation en aquaculture des espèces exotiques et des espèces localement absentes.]1
  
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE II. - Domaine d'application.
Art.2. [1 § 1.]1 Dit besluit is van toepassing in de zeegebieden. Artikelen 3, 4, 5, 6, 7 en 18 zijn, voor wat betreft de soorten van Bijlage 1 en van Bijlage 2, eveneens van toepassing op schepen onder Belgische vlag, waar ze zich ook bevinden.
  [1 § 2. Het hoofdstuk VII is niet van toepassing op de Japanse oester (Crassostrea gigas).
   § 3. Het hoofdstuk VII is van toepassing op de translocatie binnen België van plaatselijk niet-voorkomende soorten, met uitzondering van gevallen waarin wetenschappelijke informatie overgemaakt wordt aan het bestuur en waarbij het bestuur deze informatie schriftelijk aanvaardt als duidend op de afwezigheid van gevaren voor het milieu als gevolg van de translocatie.
   § 4. Het hoofdstuk VII is niet van toepassing op verplaatsingen van uitheemse of plaatselijk niet-voorkomende soorten die zullen worden gehouden in gesloten aquacultuurvoorzieningen, uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van de Verordening Aquacultuur.]1

  
Art.2. [1 § 1.]1 Le présent arrêté est d'application dans les espaces marins. Les articles 3, 4, 5, 6, 7 et 18 sont en outre, pour ce qui concerne les espèces de l'Annexe 1 et de l'Annexe 2, également d'application sur les navires battant le pavillon de la Belgique, où qu'ils se trouvent.
  [1 § 2. Le chapitre VII ne s'applique pas à l'huître japonaise (Crassostrea gigas).
   § 3. Le chapitre VII s'applique au transfert en Belgique d'espèces localement absentes, à l'exception des cas où des informations scientifiques sont communiquées à l'administration et où l'administration accepte par écrit ces informations comme indice de l'absence de risques environnementaux dus au transfert.
   § 4. Le chapitre VII ne s'applique pas aux mouvements d'espèces exotiques ou d'espèces localement absentes qui doivent avoir lieu dans des installations aquacoles fermées, réalisées conformément aux dispositions du règlement Aquaculture.]1

  
HOOFDSTUK III. - Strikt beschermde soorten.
CHAPITRE III. - Espèces strictement protégées.
Art.3. § 1. De in het wild levende populaties van de soorten vermeld in Bijlage 1 en de daarvan afkomstige specimens genieten de strikte bescherming voorzien in artikel 10 van de wet.
  § 2. Bij het waarnemen in de buurt van een schip van exemplaren van soorten vermeld in Bijlage 1 dient de stuurman in eerste instantie een mogelijke aanvaring met het dier of de dieren te vermijden, en in het algemeen plotse koerswijzigingen of veranderingen van snelheid te vermijden om de verstoring tot een minimum te beperken.
Art.3. § 1. Les populations sauvages des espèces mentionnées à l'Annexe 1 et les spécimens qui en proviennent jouissent de la stricte protection prévue à l'article 10 de la loi.
  § 2. En cas d'observation à proximité d'un navire d'individus appartenant à une espèce mentionnée à l'Annexe 1, l'homme de barre doit en premier lieu éviter un éventuel abordage avec le ou les animaux, et d'une manière générale éviter de changer soudainement de direction ou de vitesse afin de limiter à un minimum la perturbation.
Art.4. § 1. De afwijkingen, voorzien in artikel 10, § 2, van de wet, worden aangevraagd en toegestaan volgens de hierna omschreven procedure.
  De aanvraag wordt ingediend door de persoon die de activiteit wenst uit te oefenen.
  De aanvraag wordt gericht aan de minister en betekend aan het bestuur in één origineel exemplaar en vier afschriften.
  De aanvraag omvat minstens de volgende gegevens :
  1) naam, voornaam, beroep, woonplaats en nationaliteit van de aanvrager;
  2) de verbodsbepaling of verbodsbepalingen van de wet waarop een afwijking wordt gevraagd;
  3) de soort of de soorten waarvoor de afwijking wordt gevraagd en het aantal exemplaren van elke soort;
  4) de motivering voor de afwijking;
  5) de wijze waarop zal afgeweken worden van de verbodsbepalingen, de tijdsduur en de gebruikte middelen;
  6) een omschrijving van de te verwachten invloeden op het mariene milieu, en in het bijzonder op de betrokken soort of daarvan afhankelijke soorten.
  Het bestuur vraagt advies over de aanvraag aan de departementen van het Instituut met expertise ter zake en aan tenminste één bijkomende binnenlandse of buitenlandse wetenschappelijke instelling met expertise inzake natuurbehoud.
  Binnen een termijn van hoogstens 60 dagen te rekenen vanaf de betekening van de aanvraag zendt het bestuur de aanvraag samen met zijn desbetreffend advies aan de minister. In het advies wordt gerefereerd naar het advies van de geraadpleegde instellingen.
  Bij ongunstig advies van het bestuur weigert de minister de aanvraag verder te behandelen. Zijn met redenen omklede beslissing wordt aan de aanvrager betekend.
  Bij gunstig advies van het bestuur kan de minister het advies van bijkomende wetenschappelijke instellingen vragen. Hij kan de aanvrager steeds om aanvullende gegevens vragen.
  Wanneer de minister oordeelt dat de aanvraag kan worden toegestaan wordt het met redenen omklede afwijkingsbesluit, samen met eventuele randvoorwaarden, ter Onze ondertekening voorgelegd.
  In het besluit wordt vermeld aan welke toezichtsmaatregelen de activiteiten, waarvoor de afwijking toegestaan wordt, onderworpen worden.
  Het afwijkingsbesluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  § 2. De afwijking kan ten allen tijde door de minister worden geschorst, rekening houdende met nieuwe risico's of schadelijke effecten voor het mariene milieu, de betrokken soort of daarvan afhankelijke soorten. Binnen een termijn van 45 dagen te rekenen vanaf de betekening van de schorsing gaat de minister over tot de intrekking van de afwijking, of heft hij de schorsing op. Het intrekkingsbesluit wordt ter Onze ondertekening voorgelegd.
Art.4. § 1. Les dérogations prévues à l'article 10, § 2, de la loi se demandent et sont accordées suivant la procédure décrite ci-après.
  La demande est introduite par la personne qui souhaite exercer l'activité.
  La demande est adressée au ministre et notifiée à l'administration en un exemplaire original et quatre copies.
  La demande comporte au moins les données suivantes :
  1) nom, prénom, profession, domicile et nationalité du demandeur;
  2) l'interdiction ou les interdictions prévues par la loi pour lesquelles la dérogation est demandée;
  3) l'espèce ou les espèces pour lesquelles la dérogation est demandée et le nombre d'individus de chaque espèce;
  4) les motifs de la dérogation;
  5) la manière dont il sera dérogé aux interdictions, l'étendue dans le temps de la dérogation et les moyens utilisés;
  6) une description des influences sur le milieu marin auxquelles il faut s'attendre, en particulier sur l'espèce concernée ou celles qui en dépendent.
  L'administration sollicite des départements de l'Institut spécialisés en la matière et d'au moins une institution scientifique supplémentaire, belge ou étrangère, spécialisée dans la conservation de la nature, un avis sur la demande.
  Dans un délai maximum de 60 jours à dater de la notification de la demande, l'administration transmet la demande et son avis sur celle-ci au ministre. L'avis se réfère à l'avis des institutions consultées.
  En cas d'avis défavorable de l'administration, le ministre se refuse à traiter plus avant la demande. Sa décision, motivée, est notifiée au demandeur.
  En cas d'avis favorable de l'administration, le ministre peut demander l'avis d'institutions scientifiques supplémentaires. Il peut encore requérir du demandeur des informations complémentaires.
  Lorsque le ministre juge que la demande peut être accordée, l'arrêté de dérogation, motivé et éventuellement assorti de conditions, est soumis à Notre signature.
  L'arrêté mentionne à quelles mesures de surveillance les activités pour lesquelles la dérogation est accordée sont soumises.
  L'arrêté de dérogation est publié par extrait au Moniteur belge.
  § 2. La dérogation peut en tout temps être suspendue par le ministre, compte tenu de risques nouveaux ou d'effets dommageables au milieu marin, à l'espèce concernée, ou à des espèces qui en dépendent. Dans un délai de 45 jours à dater de la notification de la suspension, le ministre procède au retrait de la dérogation ou lève la suspension. L'arrêté de retrait est soumis à Notre signature.
HOOFDSTUK IV. - Beschermingsmaatregelen in uitvoering van richtlijnen en internationale verdragen.
CHAPITRE IV. - Mesures de protection prises en exécution de directives et de conventions internationales.
Art.5. De in het wild levende exemplaren van de soorten vermeld in de Bijlagen 2 en 3 genieten de volgende beschermingsmaatregelen :
  (i) het is verboden exemplaren van deze soorten opzettelijk te vangen, te verwonden of te doden;
  (ii) het is verboden exemplaren van deze soorten opzettelijk te verstoren; de onopzettelijke verstoring van exemplaren van de soorten waarvoor dit in de Bijlagen 2 en 3 specifiek vermeld wordt dient, voor zover redelijkerwijze mogelijk, vermeden te worden tijdens de periodes van voortplanting, overwintering en trek;
  (iii) het is verboden exemplaren van deze soorten te vervoeren, te verhandelen, te ruilen of te koop of in ruil aan te bieden, behoudens de bepalingen van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst van Washington van 3 maart 1973 inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten en de Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door de controle op het desbetreffende handelsverkeer.
Art.5. Les individus sauvages des espèces mentionnées aux Annexes 2 et 3 jouissent des mesures de protection suivantes :
  (i) il est interdit de capturer, blesser ou mettre à mort intentionnellement des individus de ces espèces;
  (ii) il est interdit de déranger intentionnellement des individus de ces espèces; la perturbation involontaire d'individus des espèces pour lesquelles cela est spécifiquement mentionné aux Annexes 2 et 3 doit, pour autant que ce soit raisonnablement possible, être évitée pendant les périodes de reproduction, d'hivernage et de migration;
  (iii) il est interdit de transporter, de mettre dans le commerce, d'échanger ou d'offrir aux fins de vente ou d'échange des individus de ces espèces, sauf les dispositions de la loi du 28 juillet 1981 portant approbation de la Convention de Washington du 3 mars 1973 sur le Commerce international des espèces de faune et de flore sauvages menacées d'extinction et celles du Règlement (CE) n° 338/97 du Conseil de l'Union européenne du 9 décembre 1996 relatif à la protection des espèces de faune et de flore sauvages par le contrôle de leur commerce.
Art.6. § 1. Afwijkingen op de verbodsbepalingen van artikel 5 kunnen worden toegestaan om onderstaande redenen :
  (i) in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna, en van de instandhouding van de natuurlijke habitats en de biodiversiteit;
  (ii) in het belang van de volksgezondheid, de veiligheid van het luchtverkeer, de openbare veiligheid of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang;
  (iii) ter voorkoming van ernstige schade aan de gewassen, visgronden en wateren en andere vormen van eigendom;
  (iv) ten behoeve van onderzoek en educatie, repopulatie en herintroductie van soorten, alsmede voor de daartoe benodigde activiteiten.
  § 2. De afwijkingen kunnen enkel worden toegestaan wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat en op voorwaarde dat de afwijking geen afbreuk doet aan het streven om de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
  § 3. De afwijkingsaanvraag wordt gericht aan de minister en betekend aan het bestuur.
  § 4. De afwijkingen worden verleend door de minister, mits gunstig advies van het bestuur. De afwijking kan aan randvoorwaarden onderworpen worden. Het afwijkingsbesluit wordt met redenen omkleed.
  § 5. In het besluit wordt vermeld aan welke toezichtsmaatregelen de activiteiten, waarvoor de afwijking toegestaan wordt, onderworpen worden.
  § 6. De afwijking kan ten allen tijde door de minister geschorst of ingetrokken worden, rekening houdende met nieuwe risico's of schadelijke effecten voor het mariene milieu, de betrokken soort of daarvan afhankelijke soorten.
Art.6. § 1. Des dérogations aux interdictions de l'article 5 peuvent être accordées pour les motifs ci-après :
  (i) dans l'intérêt de la protection de la flore et de la faune sauvages et de la conservation des habitats naturels et de la biodiversité;
  (ii) dans l'intérêt de la santé publique, de la sécurité aérienne, de la sécurité publique ou pour d'autres raisons impératives d'intérêt public majeur;
  (iii) pour prévenir des dommages importants aux cultures, aux pêcheries, aux eaux et à d'autres formes de propriété;
  (iv) à des fins de recherche et d'éducation, de repeuplement et de réintroduction d'espèces et pour des activités nécessaires à ces fins.
  § 2. Les dérogations ne peuvent être accordées qu'à condition qu'il n'existe pas une autre solution satisfaisante et que la dérogation ne nuise pas au maintien, dans un état de conservation favorable, des populations des espèces concernées dans leur aire de répartition naturelle.
  § 3. La demande de dérogation est adressée au ministre et notifiée à l'administration.
  § 4. La dérogation est accordée par le ministre, sous réserve d'avis favorable de l'administration. La dérogation peut être soumise à des conditions. L'arrêté de dérogation est motivé.
  § 5. L'arrêté mentionne à quelles mesures de surveillance les activités pour lesquelles la dérogation est accordée sont soumises.
  § 6. La dérogation peut en tout temps être suspendue ou retirée par le ministre, compte tenu de risques nouveaux ou d'effets dommageables au milieu marin, à l'espèce concernée ou à des espèces qui en dépendent.
HOOFDSTUK V. - Maatregelen bij onopzettelijke vangst van exemplaren van soorten vermeld in de Bijlagen 1, 2 en 3.
CHAPITRE V. - Mesures en cas de capture involontaire d'individus appartenant à des espèces mentionnées aux Annexes 1, 2 et 3.
Art.7. § 1. Behoudens in de gevallen van artikel 8, § 1, moet elk levend exemplaar van een soort vermeld in de Bijlagen 1, 2 en 3 dat onopzettelijk wordt gevangen, onder meer als bijvangst, onmiddellijk worden vrijgelaten.
  § 2. Voor de soorten van de Bijlagen 1 en 2 dient de onopzettelijke vangst, wanneer die in de zeegebieden geschiedt, aan het bestuur te worden gemeld volgens de in Bijlage 4 omschreven procedure.
Art.7. § 1. Sauf les cas prévus à l'article 8, § 1, tout individu vivant appartenant à une espèce mentionnée aux Annexes 1, 2 ou 3 capturé involontairement, notamment comme prise accessoire, doit être relâché sur-le-champ.
  § 2. Pour les espèces des Annexes 1 et 2, la capture involontaire doit, lorsqu'elle se produit dans les espaces marins, être communiquée à l'administration suivant la procédure décrite à l'Annexe 4.
Art.8. § 1. Elk gewond zeezoogdier of reptiel van een soort van Bijlage 1 of Bijlage 2 dat onopzettelijk in de zeegebieden wordt gevangen wordt, in de mate van het mogelijke, bewaard tot het ter beschikking gesteld kan worden van het bestuur. In de mate van het mogelijke wordt voor de tijdelijke verzorging van het gewonde dier gezorgd. De instructies van het bestuur worden hieromtrent gevolgd.
  § 2. Elk dood exemplaar van een soort van Bijlage 1 of Bijlage 2 dat onopzettelijk in de zeegebieden wordt gevangen wordt, in de mate van het mogelijke, eveneens bewaard tot het ter beschikking gesteld kan worden van het bestuur.
  § 3. De onopzettelijke vangst wordt onverwijld aan het bestuur gemeld volgens de in Bijlage 4 omschreven procedure.
  § 4. De minister stelt de vergoeding vast die door het bestuur aan de persoon toegekend wordt voor het ter beschikking stellen van het dier aan het bestuur. Het bedrag dient de kosten te dekken die gemaakt werden om het dier aan het bestuur af te leveren in een goede toestand. De vergoeding wordt geweigerd indien blijkt dat de vangst niet accidenteel was.
Art.8. § 1. Tout mammifère marin ou reptile blessé appartenant à une espèce des Annexes 1 ou 2 capturé involontairement dans les espaces marins est, dans la mesure du possible, conservé jusqu'à ce qu'il puisse être mis à la disposition de l'administration. Dans la mesure du possible des dispositions provisoires sont prises pour soigner l'animal blessé. Les instructions de l'administration sont suivies à cet effet.
  § 2. Tout individu mort appartenant à une espèce des Annexes 1 ou 2 capturé involontairement dans les espaces marins est, dans la mesure du possible, également conservé jusqu'à ce qu'il puisse être mis à la disposition de l'administration.
  § 3. La capture involontaire est communiquée immédiatement à l'administration suivant la procédure décrite à l'Annexe 4.
  § 4. Le ministre fixe le dédommagement que l'administration accorde à la personne qui met l'animal à sa disposition. Son montant doit couvrir les coûts engagés pour livrer l'animal à l'administration en bon état. Le dédommagement est refusé s'il apparaît que la capture n'était pas accidentelle.
HOOFDSTUK VI. - Maatregelen voor dode dieren en dieren in nood.
CHAPITRE VI. - Mesures visant les animaux morts et les animaux en détresse.
Art.9. § 1. Elkeen die een exemplaar van een soort vermeld in Bijlage 1 of 2, in nood, gewond of dood waarneemt in de zeegebieden of gestrand in de territoriale zee, meldt dit onverwijld aan het bestuur, volgens de in Bijlage 4 omschreven procedure.
  § 2. Voor de tijdelijke verzorging van een gewond dier of dier in nood dient men in de mate van het mogelijke de instructies van het bestuur op te volgen.
  § 3. Indien het dier overleden is coördineert het bestuur het wetenschappelijk onderzoek.
Art.9. § 1. Quiconque rencontre un individu appartenant à une espèce mentionnée aux Annexes 1 ou 2 en détresse ou mort dans les espaces marins, ou échoué dans la mer territoriale, le communique immédiatement à l'administration suivant la procédure décrite à l'Annexe 4.
  § 2. Pour les soins provisoires à donner à un animal blessé ou en détresse il faut dans la mesure du possible suivre les instructions de l'administration.
  § 3. Dans le cas où l'animal est décédé, l'administration coordonne l'examen scientifique.
Art.10. De federale overheid stelt alles in het werk teneinde een goede samenwerking te bewerkstelligen met andere overheden over de tussenkomst bij strandingen, en over de opvang en de verzorging van levende exemplaren van soorten vermeld in de Bijlagen 1 en 2.
Art.10. Dans les interventions en cas d'échouages et dans la prise en charge et les soins donnés à des individus vivants appartenant à des espèces des Annexes 1 et 2, l'autorité fédérale met tout en oeuvre pour mettre sur pied une bonne coopération avec les autres autorités.
Art.11. § 1. Dode exemplaren van een soort van Bijlage 1 of Bijlage 2, die aangetroffen worden op zee of aanspoelen in de zeegebieden, behouden hun statuut van beschermde soort tot ze in voorkomend geval, onverminderd het naleven van de bepalingen van het internationale recht, door het bestuur vrijgegeven worden voor vernietiging; het is verboden om zonder toestemming van het bestuur deze dieren te transporteren of delen, parasieten of geassocieerde organismen ervan te verzamelen.
  § 2. Indien de verwijdering van deze dieren en/of de vernietiging ervan noodzakelijk zijn omwille van hygiënische redenen of omwille van de openbare veiligheid, onderzoekt het bestuur samen met de verantwoordelijke overheden voor hygiëne en volksgezondheid de beste manier om over te gaan tot het vereiste wetenschappelijk onderzoek. De bijkomende kosten die voortvloeien uit het wetenschappelijk onderzoek, andere dan deze voor de verwijdering en vernietiging van de kadavers, worden gedragen door het bestuur.
Art.11. § 1. Des individus morts appartenant à une espèce de l'Annexe 1 ou de l'Annexe 2, trouvés en mer ou échoués dans les espaces marins, gardent leur statut d'espèce protégée jusqu'à ce que, le cas échéant et sans préjudice du respect des dispositions du droit international, l'administration les libère pour être détruits; sans autorisation de l'administration il est interdit de transporter ou de partager ces animaux, d'en recueillir les parasites ou les organismes associés.
  § 2. Si pour des raisons d'hygiène ou de sécurité publique l'enlèvement de ces animaux et/ou leur destruction est nécessaire, l'administration examine avec les autorités responsables de l'hygiène et de la santé publique la meilleure manière de procéder à l'examen scientifique exigé. Les coûts supplémentaires causés par l'examen scientifique, autres que les coûts d'enlèvement et de destruction des cadavres, sont à charge de l'administration.
Art.12. De tussenkomst van het bestuur geschiedt voor rekening van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu in het kader van de toepassing van artikel 1, § 2, 2°, van het koninklijk besluit van 29 september 1997 houdende overdracht van de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee en het Schelde-estuarium naar het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen.
Art.12. L'intervention de l'administration se fait pour le compte du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement dans le cadre de l'application de l'article 1, § 2, 2°, de l'arrêté royal du 29 septembre 1997 transférant l'Unité de Gestion du Modèle mathématique de la Mer du Nord et de l'Estuaire de l'Escaut à l'Institut royal des Sciences naturelles de Belgique.
HOOFDSTUK VII. [1 - Introductie van uitheemse organismen of translocatie van plaatselijk niet-voorkomende soorten in de zeegebieden.]1
CHAPITRE VII. [1 - Introduction d'espèces exotiques ou transfert d'espèces localement absentes dans les espaces marins.]1
Art.13. [1 Elke introductie en translocatie is onderworpen aan een vergunning overeenkomstig artikel 11 van de wet en de Verordening Aquacultuur, met uitzondering van de gevallen bepaald in artikel 2, §§ 2 tot 4. De vergunning wordt verleend volgens de procedure omschreven in artikel 15.]1
  
Art.13. [1 Toute introduction et tout transfert sont soumis à autorisation conformément à l'article 11 de la loi et du règlement Aquaculture, à l'exception des cas déterminés à l'article 2, §§ 2 à 4. L'autorisation est accordée suivant la procédure décrite à l'article 15.]1
  
Art.14. [1 Het indienen van een vergunningsaanvraag volgens de procedure in artikel 15 stelt de aanvrager niet vrij, in voorkomend geval, van de verplichting een aparte vergunningsaanvraag in te dienen in toepassing van de artikelen 25 tot 30 van de wet. In dat geval kan het bestuur de aanvrager de toelating verlenen het milieueffectenrapport en de milieurisicobeoordeling te integreren.]1
  
Art.14. [1 Le dépôt d'une demande d'autorisation suivant la procédure de l'article 15 ne dispense pas le demandeur, le cas échéant, de l'obligation d'introduire une demande d'autorisation distincte en application des articles 25 à 30 de la loi. Dans ce cas, l'administration peut autoriser le demandeur à intégrer l'étude d'incidence intégrée et l'évaluation des risques environnementaux.]1
  
Art.15. [1 § 1. De aanvraag voor vergunning wordt ingediend door de persoon die de actie wenst te voeren of de activiteit wenst uit te oefenen.
   De aanvraag wordt gericht aan de minister en betekend aan het bestuur in één origineel exemplaar en vier afschriften.
   De aanvraag omvat minstens de volgende gegevens :
   1) naam, voornaam, beroep, woonplaats en nationaliteit van de aanvrager;
   2) een identificatie van de voorgenomen actie of activiteit en in voorkomend geval het aantal introducties en translocaties voorzien binnen een periode van zeven jaar;
   3) als de aanvrager een vennootschap is, haar statuten en de stukken tot staving van de volmachten van de ondertekenaars van de aanvraag;
   4) een identificatie van de uitheemse of plaatselijk niet voorkomende soort of soorten die mogelijk, ten gevolge van de actie of activiteit, in de zeegebieden zullen ingebracht worden;
   5) een dossier dat is opgesteld volgens de in bijlage I van de Verordening Aquacultuur opgestelde richtsnoeren.
   De retributie verschuldigd overeenkomstig artikel 30, § 2, van de wet wordt geraamd en betaald volgens de procedure van de artikelen 18 en 19 van het koninklijk besluit van 9 september 2003 houdende de regels betreffende de milieu-effectenbeoordeling in toepassing van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België.
   Conform artikel 7 van de Verordening Aquacultuur gaat het bestuur, onmiddellijk na betaling van de geraamde retributie over tot de beoordeling of de voorgenomen actie of activiteit een routinematige of niet-routinematige verplaatsing is, en of de uitzetting moet worden voorafgegaan door een quarantaine of proefuitzetting. Het bestuur kan advies vragen over de aanvraag aan de departementen van het Instituut met expertise ter zake en, indien het dit nodig acht, aan andere binnenlandse en/of buitenlandse experten.
   Binnen een termijn van negentig dagen na ontvangst van de retributie zendt het bestuur de aanvraag met zijn desbetreffend advies aan de minister.
   § 2. Conform artikel 8 van de Verordening Aquacultuur kan de minister, ingeval het bestuur adviseert dat het een routinematige introductie of translocatie betreft, Ons een met redenen omkleed vergunningsbesluit ter ondertekening voorleggen. De vergunning is in overeenstemming met de randvoorwaarden die bepaald zijn in de hoofdstukken IV en V van de Verordening Aquacultuur en wordt afgeleverd binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het advies van het bestuur.
   § 3. Conform artikel 9, lid 1 van de Verordening Aquacultuur, moet, ingeval het bestuur adviseert dat het een niet-routinematige introductie of translocatie betreft, een milieurisicobeoordeling verricht worden als omschreven in bijlage II, deel 1 en 2 van de Verordening Aquacultuur. Deze beslissing wordt door de minister betekend, binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van het advies van het bestuur, aan de vergunningsaanvrager, met kennisgeving aan het bestuur. Het bestuur raamt vervolgens de retributie verschuldigd overeenkomstig artikel 30, § 2, van de wet en betekent de grootte van de retributie aan de vergunningsaanvrager, binnen een termijn van vijftien dagen na ontvangst van deze kennisgeving. De procedure van de artikelen 18 en 19 van het koninklijk besluit van 9 september 2003 houdende de regels betreffende de milieu-effectenbeoordeling in toepassing van de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België is mutatis mutandis van toepassing.
   § 4. Conform artikel 9, lid 2 van de Verordening Aquacultuur, brengt het bestuur, nadat de aanvrager een milieurisicobeoordeling als omschreven in bijlage II, deel 1 en 2 van de Verordening Aquacultuur aan de minister gericht heeft, met betekening aan het bestuur, en onmiddellijk na betaling door de aanvrager van de geraamde retributie aan het bestuur, in een beknopt verslag als bedoeld in bijlage II, deel 3 van de Verordening Aquacultuur advies uit aan de minister over de risico's, binnen een termijn van honderd twintig dagen na ontvangst van de betekening van de milieurisicobeoordeling. Het bestuur kan daartoe advies vragen over de aanvraag aan de departementen van het Instituut met expertise ter zake en, indien het dit nodig acht, aan andere binnenlandse en/of buitenlandse experten.
   Conform artikel 9, lid 3 van de Verordening Aquacultuur, pleegt het bestuur, indien de risico's verbonden aan de voorgestelde introductie of translocatie groot of middelmatig zouden zijn in afwezigheid van bijzondere risicobeperkende procedures of technologieën, overleg met de aanvrager om na te gaan of er dergelijke procedures of technologieën beschikbaar zijn waardoor het risico laag kan worden gehouden. De resultaten van dit onderzoek, met een omstandige omschrijving van het gevoerde overleg, met vermelding van de omvang van het risico en de redenen voor een eventuele beperking van het risico worden in voorkomend geval in het verslag als bedoeld in bijlage II, deel 3 van de Verordening Aquacultuur opgenomen.
   § 5. Conform artikel 9, lid 2 van de Verordening Aquacultuur, legt de minister, indien het bestuur de risico's verbonden aan de voorgestelde introductie of translocatie gering vindt, Ons een met redenen omkleed vergunningsbesluit ter ondertekening voor, behoudens ingeval van toepassing van het voorzorgsbeginsel zoals vermeld in paragraaf 6. De vergunning is in overeenstemming met de randvoorwaarden die bepaald zijn in de hoofdstukken IV en V van de Verordening Aquacultuur en wordt afgeleverd binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het advies van het bestuur zoals vermeld in paragraaf 4.
   § 6. Conform artikel 9, lid 4 van de Verordening Aquacultuur, adviseert het bestuur, indien het bestuur de risico's verbonden aan de voorgestelde introductie of translocatie niet gering vindt, aan de minister om geen vergunning toe te kennen. In dit geval of indien de minister op grond van het voorzorgsbeginsel beslist om Ons geen vergunningsbesluit ter ondertekening voor te leggen, betekent de minister zijn met redenen omklede beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het advies van het bestuur, zoals vermeld in paragraaf 4.
   § 7. De termijnen vermeld in paragraaf 1, derde lid, en paragraaf 4, eerste lid, worden verlengd indien het bestuur, binnen een termijn van twintig dagen, schriftelijk aan de aanvrager meldt dat zijn aanvraag onvolledig is, met vermelding van de ontbrekende stukken. De verlenging is gelijk aan de periode tussen de melding en de ontvangst door het bestuur van de ontbrekende stukken.
   § 8. Het vergunningsbesluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.]1

  
Art.15. [1 § 1er. La demande d'autorisation est introduite par la personne qui souhaite poser l'action ou exercer l'activité.
   La demande est adressée au ministre et notifiée à l'administration en un exemplaire original et quatre copies.
   La demande comporte au moins les données suivantes :
   1) nom, prénom, profession, domicile et nationalité du demandeur;
   2) une identification de l'action ou de l'activité projetés et, le cas échéant, le nombre d'introductions et de transferts prévus sur une période de sept ans;
   3) si le demandeur est une société, ses statuts et les pièces établissant les pouvoirs des signataires de la demande;
   4) une identification de l'espèce ou des espèces exotiques ou localement absentes qui pourront être introduites dans les espaces marins du fait de l'action ou de l'activité;
   5) un dossier établi selon les orientations indicatives figurant à l'annexe Ire du règlement Aquaculture.
   La rétribution due conformément à l'article 30, § 2, de la loi est estimée et payée suivant la procédure des articles 18 et 19 de l'arrêté royal du 9 septembre 2003 fixant les règles relatives à l'évaluation des incidences sur l'environnement en application de la loi du 20 janvier 1999 visant la protection du milieu marin dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique.
   Conforme à l'article 7 du Règlement Aquaculture, l'administration évalue, dès le paiement de la rétribution estimée, si l'action ou l'activité projetée est un mouvement ordinaire ou exceptionnel et si la dissémination doit être précédée d'une période de quarantaine ou d'une dissémination pilote. L'administration peut solliciter des départements de l'Institut spécialisés en la matière et, si elle le juge nécessaire, d'autres experts belges et/ou étrangers un avis sur la demande.
   Dans un délai de nonante jours suivant la réception de la rétribution, l'administration transmet la demande et son avis sur celle-ci au ministre.
   § 2. Conformément à l'article 8 du Règlement Aquaculture, le ministre peut, si l'administration estime qu'il s'agit d'une introduction ou d'un transfert ordinaire, soumettre à Notre signature un arrêté d'autorisation motivé. L'autorisation est conforme aux conditions fixées aux chapitres IV et V du Règlement Aquaculture et est délivrée dans les trente jours suivant la réception de l'avis de l'administration.
   § 3. Conformément à l'article 9, alinéa 1er du Règlement Aquaculture, si l'administration estime qu'il ne s'agit pas d'une introduction ou d'un transfert ordinaires, une évaluation des risques environnementaux doit être effectuée comme indiqué à l'annexe II, parties 1 et 2, du règlement Aquaculture. Cette décision est notifiée par le ministre dans les quinze jours de la réception de l'avis de l'administration au demandeur de l'autorisation, avec notification à l'administration. L'administration estime ensuite la rétribution due conformément à l'article 30, § 2, de la loi et en notifie le montant au demandeur de l'autorisation dans les quinze jours de la réception de cette notification. La procédure des articles 18 et 19 de l'arrêté royal du 9 septembre 2003 fixant les règles relatives à l'évaluation des incidences sur l'environnement en application de la loi du 20 janvier 1999 visant la protection du milieu marin dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique s'applique mutatis mutandis.
   § 4. Conformément à l'article 9, alinéa 2 du Règlement Aquaculture, l'administration émet, après que le demandeur ait adressé au ministre une évaluation des risques environnementaux comme indiqué à l'annexe II, parties 1 et 2, du règlement Aquaculture, avec notification à l'administration, et immédiatement après avoir payé la rétribution estimée à l'administration, un avis sur les risques et le communique au ministre au moyen du formulaire de rapport de synthèse présenté à l'annexe II, partie 3, du règlement Aquaculture, dans un délai de cent vingt jours à compter de la réception de la notification de l'évaluation des risques environnementaux. A cette fin, l'administration peut solliciter des départements de l'Institut spécialisés en la matière et, si elle le juge nécessaire, d'autres experts belges et/ou étrangers un avis sur la demande.
   Conformément à l'article 9, alinéa 3 du Règlement Aquaculture, l'administration examine, si le risque associé à l'introduction ou au transfert proposé est élevé ou moyen en l'absence de procédures ou des technologies particulières d'atténuation du risque, la demande en consultation avec son auteur en vue de déterminer si de telles procédures ou technologies sont disponibles pour permettre de ramener le risque au niveau "faible". Les résultats de cet examen, y compris une description en détail de la concertation, sont repris, le cas échéant, dans le formulaire de rapport présenté à l'annexe II, partie 3, du règlement Aquaculture, en précisant de façon détaillée le niveau du risque et en indiquant les motifs justifiant les mesures éventuelles de réduction des risques.
   § 5. Conformément à l'article 9, alinéa 2 du Règlement Aquaculture, le ministre soumet, si l'administration estime que le risque associé à l'introduction ou au transfert proposés est faible, à Notre signature un arrêté d'autorisation motivé, sauf en cas d'application du principe de précaution visé au paragraphe 6. L'autorisation est conforme aux conditions fixées aux chapitres IV et V du règlement Aquaculture et est délivrée dans les trente jours suivant la réception de l'avis de l'administration, tel que visé au paragraphe 4.
   § 6. Conformément à l'article 9, alinéa 4 du Règlement Aquaculture, l'administration recommande, si l'administration estime que le risque associé à l'introduction ou au transfert proposés n'est pas faible, au ministre de ne pas délivrer l'autorisation. Dans ce cas ou si le ministre décide sur la base du principe de précaution de ne pas soumettre à Notre signature un arrêté d'autorisation, le ministre notifie sa décision motivée au demandeur dans un délai de trente jours suivant la réception de l'avis de l'administration, tel que visé au paragraphe 4.
   § 7. Les délais visés aux paragraphes 1er, alinéa 3, et 4, alinéa 1er, sont prolongés si l'administration signale par écrit au demandeur dans un délai de vingt jours que sa demande est incomplète en précisant les pièces manquantes. La prolongation est égale à la période entre la communication et la réception des pièces manquantes par l'administration.
   § 8. L'arrêté d'autorisation est publié par extrait au Moniteur belge.]1

  
Art.16. De vergunning blijft geschorst totdat iedere bij wet vereiste bijkomend vergunning of machtiging is verleend en totdat kennisgeving overeenkomstig de toepasselijke wetgeving is gebeurd.
Art.16. L'autorisation reste suspendue jusqu'à ce que tous les permis et autorisations exigés par la loi soient accordés et l'avis publié suivant la législation qui est d'application.
Art.17. De vergunning kan ten allen tijde door de minister worden geschorst, rekening houdende met nieuwe risico's of schadelijke effecten voor het mariene milieu, de inheemse biota en levensgemeenschappen en de biodiversiteit. Binnen een termijn van 45 dagen te rekenen vanaf de betekening van de schorsing gaat de minister over tot de intrekking van de vergunning, of heft hij de schorsing op. Het intrekkingsbesluit wordt ter Onzere ondertekening voorgelegd.
Art.17. L'autorisation peut en tout temps être suspendue par le ministre, compte tenu de risques nouveaux ou d'effets dommageables au milieu marin, à la biote indigène et aux communautés biologiques, et à la biodiversité. Dans un délai de 45 jours à dater de la notification de la suspension, le ministre procède au retrait de l'autorisation ou lève la suspension. L'arrêté de retrait est soumis à Notre signature.
HOOFDSTUK VIII. - Algemene maatregelen.
CHAPITRE VIII. - Mesures générales.
Art.18. Voor het behoud van de mariene biodiversiteit en voor de preventie van het onopzettelijk doden van exemplaren van bepaalde soorten van de Bijlagen 1, 2 en 3 zijn de activiteiten vermeld in Bijlage 5 verboden in de zeegebieden.
Art.18. Dans le but de conserver la biodiversité marine et de prévenir la mise à mort involontaire d'individus de certaines espèces des Annexes 1, 2 et 3, les activités mentionnées à l'Annexe 5 sont interdites dans les espaces marins.
Art.19. § 1. Voor het gebruik van akoestische toestellen van het type sparker, watergun, boomer systeem of van toestellen waarbij luchtdrukbronnen gebruikt worden met een totale inhoud van meer dan 50 kubieke inch, en voor het gebruik onder water van explosieven, van welke aard ook, geldt een meldingsplicht. Deze meldingsplicht geldt niet voor sonars die werken bij een frequentie van hoger dan 5 kHz en voor echopeilers. De melding gebeurt volgens de procedure voorzien in Bijlage 4.
  § 2. Bij het uitvoeren van deze activiteiten dient men het bestuur te raadplegen over de te volgen richtlijnen met het oog op de bescherming van de soorten van de Bijlagen 1, 2 en 3.
  § 3. Onverminderd artikel 27 van de wet wordt het gebruik van sonars met een werkfrequentie van 5 kHz of minder, van akoestische luchtdrukbronnen met een totale inhoud van 250 kubieke inch of meer, en van explosieven met een TNT equivalent van 100 kg of meer,
  bovendien onderworpen aan de voorafgaande vergunning of machtiging, voorzien in artikel 25 van de wet.
Art.19. § 1. L'usage d'engins acoustiques du type " sparker ", " watergun ", " boomer system " ou d'engins à air comprimé d'une contenance totale supérieure à 50 pouces cubes, de même que l'usage sous l'eau d'explosifs, de quelque sorte qu'ils soient, sont soumis à une obligation d'information. Cette obligation ne s'applique ni aux sonars fonctionnant à des fréquences supérieures à 5kHz ni aux écho-sondeur. La communication de l'information s'effectue suivant la procédure décrite à l'Annexe 4.
  § 2. Lorsqu'on procède à ces activités on doit consulter l'administration sur les directives à suivre en vue d'assurer la protection des espèces des Annexes 1, 2 et 3.
  § 3. Sans préjudice de l'article 27 de la loi, l'usage de sonars fonctionnant à des fréquences égales ou inférieures à 5kHz, de sources acoustiques à air comprimé d'une contenance totale de 250 pouces cubes ou plus, et d'explosifs d'une puissance de 100 kg ou plus en équivalents TNT, est en outre soumis au permis ou à l'autorisation préalables prévus à l'article 25 de la loi.
Art.20. Het merken of het aanbrengen van satelliet- of radiozenders op exemplaren van soorten vermeld in de Bijlagen 1, 2 en 3, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek wordt enkel toegelaten door of met toestemming van het bestuur.
Art.20. Le marquage d'individus appartenant à des espèces mentionnées aux Annexes 1, 2 et 3 à des fins de recherche scientifique, ou le placement sur ces individus d'émetteurs radio ou par satellite, ne sont autorisés que sur ordre ou avec le consentement de l'administration.
Art.21. § 1. Indien dit technisch mogelijk is, kan het bestuur, in overleg met het Ministerie bevoegd voor de zeevisserij, een waarnemer aan boord van een vissersschip plaatsen met de bedoeling de omvang van de bijvangst van exemplaren van soorten vermeld in de Bijlagen 1, 2 en 3 vast te stellen en deze bijvangst te onderzoeken. De bemanning van het schip dient de maximale medewerking te verlenen aan de waarnemer. Indien hierdoor bijkomende kosten voor de eigenaar van het schip voortvloeien, kunnen die aangerekend worden aan het bestuur.
  § 2. Deze maatregel geldt eveneens voor schepen die onder buitenlandse vlag vissen in de zeegebieden.
Art.21. § 1. Si c'est techniquement possible l'administration peut, en accord avec le ministère compétent en matière de pêche maritime, placer un observateur à bord d'un navire de pêche dans l'intention d'établir l'étendue des prises accessoires d'individus d'espèces mentionnées aux Annexes 1, 2 et 3 et d'étudier ces prises accessoires. L'équipage du navire est tenu d'apporter du mieux qu'il peut son concours à l'observateur. Au cas où ceci entraîne pour le propriétaire du navire des coûts supplémentaires, ceux-ci peuvent être mis sur le compte de l'administration.
  § 2. Cette mesure vaut également pour les navires sous pavillon étranger qui pêchent dans les espaces marins.
HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IX. - Dispositions finales.
Art.22. § 1. De minister kan Bijlage 4 wijzigen om de meldingsprocedures aan te passen.
  § 2. Voor elke meldingsprocedure, voorzien in Bijlage 4, besluit de minister langs welke weg de melding dient te geschieden.
Art.22. § 1. Le ministre peut modifier l'Annexe 4 en vue d'adapter les procédures de communication.
  § 2. Pour chaque procédure de communication prévue à l'Annexe 4, le ministre arrête la voie par laquelle la communication doit se faire.
Art.23. De minister en de minister bevoegd voor de zeevisserij kunnen in gezamenlijk overleg Bijlage 5 wijzigen.
Art.23. Le ministre et le ministre compétent en matière de pêche maritime peuvent de commun accord modifier l'Annexe 5.
Art.24. Onze Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu en Onze Minister, belast met Landbouw, zijn ieder wat haar betreft belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 21 december 2001.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister, toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken, belast met Landbouw,
  Mevr. A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK
Art.24. Notre Ministre de la Protection de la Consommation, de la Santé publique et de l'Environnement, et notre Ministre chargée de l'Agriculture, sont chargées, chacune pour ce qui la concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 21 décembre 2001.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de la Protection de la Consommation, de la Santé publique et de l'Environnement,
  Mme M. AELVOET
  La Ministre, adjointe au Ministre des Affaires étrangères, chargée de l'Agriculture,
  Mme A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Strikt beschermde soorten.
Art. N1. Annexe 1. - Espèces strictement protégées.
  Wetenschappelijke naam                         Nederlandse naam
  Mammalia :                                     Zoogdieren :
  Cetacea                                        Walvisachtigen
                         Spp.                                 Alle soorten
  Pinnipedia                                     Vinpotigen
                         Spp.                                 Alle soorten
  Lutra lutra                                    Otter
  Nom scientifique                               Nom francais
  Mammalia :                                     Mammiferes :
  Cetacea                                        Cetaces
                         Spp.                                 Toutes especes
  Pinnipedia                                     Pinnipedes
                         Spp.                                 Toutes especes
  Lutra lutra                                    Loutre
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 21 december 2001 betreffende de soortenbescherming in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister, toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken, belast met Landbouw,
  Mevr. A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK
  Vu pour être annexé à Notre arrêté du 21 décembre 2001 visant la protection des espèces dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de la Protection de la Consommation, de la Santé publique et de l'Environnement,
  Mme M. AELVOET
  La Ministre, adjointe au Ministre des Affaires étrangères, chargée de l'Agriculture,
  Mme A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK
Art. N2. Bijlage 2. - Soorten waarvoor speciale beschermingsmaatregelen getroffen worden.
Art. N2. Annexe 2. - Espèces pour lesquelles sont prises des mesures de protection spéciales.
  Wetenschappelijke naam                         Nederlandse naam
  Reptilia :                                     Reptielen :
  Cheloniidae                                    Zeeschildpadden
  Dermochelyidae
                         Spp.                                 Alle soorten
  Pisces :                                       Vissen :
  Acipenser sturio                               Steur
  Alosa alosa                                    Elft
  Coregonus oxyrhynchus                          Houting
  Nom scientifique                               Nom francais
  Reptilia :                                     Reptiles :
  Cheloniidae                                    Tortues de mer
  Dermochelyidae
                         Spp.                                 Toutes especes
  Pisces :                                       Poissons :
  Acipenser sturio                               Esturgeon
  Alosa alosa                                    Alose vraie
  Coregonus oxyrhynchus                          Coregone
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 21 december 2001 betreffende de soortenbescherming in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister, toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken, belast met Landbouw,
  Mevr. A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK
  Vu pour être annexé à Notre arrêté du 21 décembre 2001 visant la protection des espèces dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de la Protection de la Consommation, de la Santé publique et de l'Environnement,
  Mme M. AELVOET
  La Ministre, adjointe au Ministre des Affaires étrangères, chargée de l'Agriculture,
  Mme A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK
Art. N3. Bijlage 3. - Andere beschermde soorten.
Art. N3. Annexe 3. - Autres espèces protégées.
  Wetenschappelijke naam                         Nederlandse naam
  Aves :                                         Vogels :
                         Spp.                    De in het wild voorkomende
                                                  exemplaren van alle soorten
  Gaviidae (1)                                   (Zee)duikers (1)
  Melanitta spp. (1)                             Zee-eenden (1)
  Somateria mollissima (1)                       Eidereend (1)
  Podicipedidae (1)                              Futen (1)
  Sterna spp. (2)                                Sternen (2)
  Charadriidae (2)                               Plevieren (2)
  Pisces :                                       Vissen :
  Petromyzon marinus                             Zeeprik
  Lampetra fluviatilis                           Rivierprik
  Alosa fallax                                   Fint
  Nom scientifique                               Nom francais
  Aves :                                         Oiseaux :
                         Spp.                    Les individus sauvages de
                                                  toutes les especes
  Gaviidae (1)                                   Plongeons (1)
  Melanitta spp. (1)                             Macreuses (1)
  Somateria mollissima (1)                       Eider a duvet (1)
  Podicipedidae (1)                              Grebes (1)
  Sterna spp. (2)                                Sternes (2)
  Charadriidae (2)                               Pluviers (2)
  Pisces :                                       Poissons :
  Petromyzon marinus                             Lamproie de mer
  Lampetra fluviatilis                           Lamproie fluviatile
  Alosa fallax                                   Alose feinte
  (1) verstoring van exemplaren of groepen van deze soorten dient in het winterhalfjaar (1 november tot 30 april) in het bijzonder vermeden te worden.
  (2) verstoring van de broedplaatsen op het land van deze soorten vanuit de zeegebieden, tijdens de broedperiode (15 april tot 15 augustus), dient in het bijzonder vermeden te worden.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 21 december 2001 betreffende de soortenbescherming in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister, toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken, belast met Landbouw,
  Mevr. A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK
  (1) il faut éviter de déranger des individus ou groupes d'individus de ces espèces spécialement pendant les six mois d'hiver (1er novembre au 30 avril).
  (2) il faut éviter de perturber les lieux de nidification de ces espèces à terre depuis les espaces marins, spécialement pendant la période de nidification (15 avril au 15 août).
  Vu pour être annexé à Notre arrêté du 21 décembre 2001 visant la protection des espèces dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de la Protection de la Consommation, de la Santé publique et de l'Environnement,
  Mme M. AELVOET
  La Ministre, adjointe au Ministre des Affaires étrangères, chargée de l'Agriculture,
  Mme A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK
Art. N4. Bijlage 4. - Meldingsprocedures.
  1. Meldingsprocedure voor onopzettelijke vangst van levende, niet gewonde dieren (volgens artikel 7 van dit besluit).
  Na vrijlating van het dier worden de volgende gegevens opgenomen :
  1) de plaats van de vangst,
  2) de datum en het uur van de vangst,
  3) de omstandigheden van de vangst,
  4) in voorkomend geval, de naam van het schip,
  5) in voorkomend geval, het type van vistuig,
  6) indien gekend, de soort, geslacht en de lengte van het dier; zoniet, een beschrijving van het dier,
  7) de datum en het uur van de vrijlating,
  8) de datum en het uur van de melding.
  Ten gepaste tijde wordt bovenstaande informatie gemeld aan het bestuur langs de door de minister, krachtens artikel 22 van dit besluit, aangeduide weg.
  2. Meldingsprocedure voor onopzettelijke vangst van gewonde of dode zeezoogdieren en reptielen (volgens art. 8 van dit besluit).
  Onverwijld wordt de volgende informatie samengesteld :
  1) de plaats van de vangst,
  2) de datum en het uur van de vangst,
  3) de omstandigheden van de vangst,
  4) in voorkomend geval, de naam van het schip,
  5) in voorkomend geval, het type van vistuig,
  6) indien gekend, de soort, geslacht en lengte van het dier; zoniet, een beschrijving van het dier,
  7) in voorkomend geval, de datum en het uur van de dood,
  8) de datum en het uur van de melding.
  Onverwijld wordt de hierboven informatie gemeld aan het bestuur langs de door de minister, krachtens art. 22 van dit besluit, aangeduide weg.
  3. Meldingsprocedure bij waarneming van dode dieren en dieren in nood (volgens art. 9 van dit besluit).
  Onverwijld wordt de volgende informatie samengesteld :
  1) de plaats van de waarneming,
  2) de datum en het uur van de waarneming,
  3) de omstandigheden van de waarneming,
  4) indien gekend, de soort, geslacht en lengte van het dier; zoniet een beschrijving van het dier,
  5) de voorlopige maatregelen die ter plaatse werden getroffen,
  6) de datum en het uur van de melding.
  Indien het over een levend, maar klaarblijkelijk ziek of gewond exemplaar van de groep der Pinnipedia gaat, kan de melding via de dichtst bijzijnde instelling die over een vergunning voor de opvang en verzorging van deze dieren beschikt, gebeuren. Zo'n instelling is gemachtigd om onmiddellijk hulp te verlenen.
  Bij alle andere gevallen wordt de hierboven informatie onverwijld gemeld aan het bestuur langs de door de minister, krachtens artikel 22 van dit besluit, aangeduide weg.
  4. Meldingsprocedure voor het gebruik van explosieven en akoestische toestellen (volgens artikel 19 van dit besluit).
  Voorafgaand op het uitvoeren van een activiteit waarbij gebruik gemaakt wordt van de beoogde explosieven of akoestische toestellen wordt de volgende informatie samengesteld :
  1) het doel van de activiteit,
  2) de plaats waar de activiteit zal doorgaan,
  3) de datum en het uur van het gebruik van de beoogde explosieven of akoestische toestellen,
  4) de naam en een beschrijving van de schepen of werkplatformen waaruit de activiteit zal worden gevoerd,
  5) het vermogen en frequentie van de akoestische toestellen, de capaciteit van de luchtdrukkamer en het aantal schoten en, in voorkomend geval, het TNT equivalent van de explosieven en het aantal explosies,
  6) de voorgestelde maatregelen om nadelige effecten van de activiteit op beschermde soorten te beperken,
  7) de voorgestelde toezichtsmaatregelen,
  8) de naam en het contactadres van een verantwoordelijke contactpersoon.
  Twintig dagen voor het begin van de activiteit wordt de hierboven vermelde informatie gemeld aan het bestuur langs de door de minister, krachtens artikel 22 van dit besluit, aangeduide weg.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 21 december 2001 betreffende de soortenbescherming in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister, toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken, belast met Landbouw,
  Mevr. A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK
Art. N4. Annexe 4. - Procédures de communication de l'information.
  1. Procédure de communication de l'information en cas de capture involontaire d'animaux vivants non blessés (suivant l'article 7 du présent arrêté).
  Après que l'animal ait été relâché, les données suivantes sont enregistrées :
  1) le lieu de la capture,
  2) les date et heure de la capture,
  3) les circonstances de la capture,
  4) le cas échéant, le nom du navire,
  5) le cas échéant, le type d'engin de pêche,
  6) s'ils sont connus, l'espèce, le sexe et la longueur de l'animal; dans le cas contraire, une description de l'animal,
  7) les date et heure auxquelles l'animal a été relâché,
  8) les date et heure de la communication.
  L'information ci-dessus est communiquée en temps opportun à l'administration par les canaux indiqués par le ministre en application de l'article 22 du présent arrêté.
  2. Procédure de communication de l'information en cas de capture involontaire de mammifères marins et de reptiles blessés ou morts (suivant l'article 8 du présent arrêté).
  L'information suivante est immédiatement rassemblée :
  1) le lieu de la capture,
  2) les date et heure de la capture,
  3) les circonstances de la capture,
  4) le cas échéant, le nom du navire,
  5) le cas échéant, le type d'engin de pêche,
  6) s'ils sont connus, l'espèce, le sexe et la longueur de l'animal; dans le cas contraire, une description de l'animal,
  7) le cas échéant, les date et heure de la mort,
  8) les date et heure de la communication.
  L'information ci-dessus est immédiatement communiquée à l'administration par les canaux indiqués par le ministre en application de l'article 22 du présent arrêté.
  3. Procédure de communication de l'information en cas de rencontre d'animaux morts ou en détresse (suivant l'article 9 du présent arrêté).
  L'information suivante est immédiatement rassemblée :
  1) le lieu de la rencontre,
  2) les date et heure de la rencontre,
  3) les circonstances de la rencontre,
  4) s'ils sont connus, l'espèce, le sexe et la longueur de l'animal; dans le cas contraire, une description de l'animal,
  5) les mesures provisoires prises sur place,
  6) les date et heure de la communication.
  S'il s'agit d'un individu vivant, mais apparemment malade ou blessé, du groupe des Pinnipedia, la communication peut se faire via l'institution la plus proche disposant d'une licence pour la prise en charge de ces animaux et pour les soigner. Une telle institution est autorisée à apporter une assistance immédiate.
  Dans tous les autres cas, l'information ci-dessus est immédiatement communiquée à l'administration par les canaux indiqués par le ministre en application de l'article 22 du présent arrêté.
  4. Procédure de communication de l'information en cas d'usage d'explosifs et d'engins acoustiques (suivant l'article 19 du présent arrêté).
  Avant de mener une activité où il est fait usage des explosifs ou engins acoustiques en question, l'information suivante est rassemblée :
  1) le but de l'activité,
  2) le lieu où sera menée l'activité,
  3) les date et heure de l'utilisation des explosifs ou engins acoustiques visés,
  4) le nom et une description des navires et plates-formes de travail à partir desquels l'activité sera menée,
  5) la puissance et la fréquence des engins acoustiques, la contenance de la chambre à air comprimé et le nombre de coups et, le cas échéant, l'équivalent TNT des explosions et leur nombre,
  6) les mesures proposées pour limiter les effets nuisibles que l'activité peut avoir sur des espèces protégées,
  7) les mesures de surveillance proposées,
  8) les nom et adresse de contact d'une personne de contact responsable.
  Vingt jours avant le début de l'activité, l'information ci-dessus est communiquée à l'administration par les canaux indiqués par le ministre en application de l'article 22 du présent arrêté.
  Vu pour être annexé à Notre arrêté du 21 décembre 2001 visant la protection des espèces dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de la Protection de la Consommation, de la Santé publique et de l'Environnement,
  Mme M. AELVOET
  La Ministre, adjointe au Ministre des Affaires étrangères, chargée de l'Agriculture,
  Mme A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK
Art. N5. Bijlage 5. - Speciale maatregelen ter bescherming van soorten vermeld in de Bijlagen 1, 2 en 3.
  Beneden de laagwaterlijn zijn volgende sportvisserijactiviteiten in de zeegebieden verboden :
  (i) de recreatieve visserij waarbij gebruik gemaakt wordt van explosieven;
  (ii) de recreatieve visserij waarbij gebruik gemaakt wordt van verdovende of giftige producten;
  (iii) de recreatieve visserij waarbij gebruik gemaakt wordt van warrelnetten, warnetten, schakels of geankerde kieuwnetten;
  (iv) de recreatieve visserij waarbij gebruik gemaakt wordt van drijfnetten;
  (v) de recreatieve elektrische visserij.
  Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 21 december 2001 betreffende de soortenbescherming in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
  Mevr. M. AELVOET
  De Minister, toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken, belast met Landbouw,
  Mevr. A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK
Art. N5. Annexe 5. - Mesures spéciales visant la protection d'espèces figurant aux Annexes 1, 2 et 3.
  Au-delà de la laisse de basse mer, les activités de pêche sportive suivantes sont interdites dans les espaces marins :
  (i) la pêche sportive où il est fait usage d'explosifs;
  (ii) la pêche sportive où il est fait usage de substances narcotiques ou de poisons;
  (iii) la pêche sportive ou il est fait usage de filets de fond, filets emmêlants, trémails ou filets maillants ancrés;
  (iv) la pêche sportive où il est fait usage de filets dérivants;
  (v) la pêche sportive électrique.
  Vu pour être annexé à Notre arrêté du 21 décembre 2001 visant la protection des espèces dans les espaces marins sous juridiction de la Belgique.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de la Protection de la Consommation, de la Santé publique et de l'Environnement,
  Mme M. AELVOET
  La Ministre, adjointe au Ministre des Affaires étrangères, chargée de l'Agriculture,
  Mme A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK