Artikel M. 1. De directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken overhandigt een dienstkaart aan de ambtenaren van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast zijn met het opsporen en het vaststellen van de misdrijven begaan tegen de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en met het toezicht op de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers en de uitvoeringsbesluiten van deze wet.
2. De dienstkaart is conform aan het in de bijlage van deze omzendbrief opgenomen model. Ze heeft de vorm van een rechthoek met afgeronde hoeken met een lengte van 85,6 mm en een breedte van 53,98 mm.
3. Op de voorzijde van de dienstkaart staan de volgende vermeldingen :
a. (FOD Binnenlandse Zaken)
Dienst Vreemdelingenzaken
Gerechtelijke directie;
b. de naam, de graad en de handtekening van de houder van de kaart, voorafgegaan door de vermeldingen " naam, graad, handtekening ";
c. het volgnummer van de kaart;
d de geldigheidsduur van de kaart, voorafgegaan door de vermelding " Geldig tot ".
4. Op de keerzijde van de dienstkaart staan de volgende vermeldingen :
a. Koninkrijk België;
b. de volgende tekst : " Bij het uitoefenen van zijn functie kan de houder van deze kaart de politiediensten vragen hem hulp en bescherming te bieden of hen vorderen om hem de sterke arm te lenen. Hij treedt op krachtens artikel 81 van de wet van 15/12/80 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en artikel 11 van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers ";
c. de handtekening van de directeur-generaal, voorafgegaan door de vermelding " Namens de Minister " en gevolgd door de opgave van zijn naam en de vermelding " Directeur-generaal ".
5. De in de punten 3, a), b) en d) en 4, a) , b) en c) bedoelde vermeldingen worden in het Frans, het Nederlands en het Duits opgesteld.
6. De dienstkaart bevat op de keerzijde, in de linkerbovenhoek, een diagonaal geplaatste strook met de Belgische driekleur, evenals een afbeelding van een zwarte heraldieke leeuw van 14 mm x 14 mm in de linkerbenedenhoek.
Als achtergrondfiguur is een (afbeelding van een grijze heraldieke leeuw van 39 mm x 29 mm) gebruikt. Links bovenaan de kaart bevindt zich een (kleurenfoto van 20 mm x 24 mm) van de houder van de kaart. Deze foto bedekt gedeeltelijk de strook met de Belgische driekleur.
7. De regels met betrekking tot verlies, vernietiging, hernieuwing en teruggave van de dienstkaart worden vastgelegd door de directeur-generaal.
Bijlagen :
- model van de dienstkaart;
- technische specificaties.
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
Article M. 1. Le Directeur général de l'Office des étrangers délivre une carte de service aux agents de l'Office des étrangers chargés de la recherche et de la constatation des infractions à la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers et de la surveillance de l'exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers et de ses arrêtés d'exécution.
2. La carte de service est conforme au modèle figurant en annexe de la présente circulaire. Elle a la forme d'un rectangle aux angles arrondis de 85,6 mm de long sur 53,98 mm de large.
3. La carte de service porte au recto les mentions suivantes :
a. (Service Public Fédéral Intérieur)
Office des étrangers
Direction judiciaire;
b. le nom, le grade et la signature du titulaire de la carte, précédés des mentions " nom, grade, signature ";
c. le numéro de suite de la carte;
d. la période de validité de la carte précédée de la mention " Valable jusqu'au ".
4. La carte de service porte au verso les mentions suivantes :
a. Royaume de Belgique;
b. le texte suivant : " Dans l'exercice de ses fonctions, le titulaire de cette carte peut demander aide et protection aux services de police ou les requérir pour lui prêter main-forte. Il agit en vertu de l'article 81 de la loi du 15/12/80 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers et de l'article 11 de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers ";
c. la signature du Directeur général précédée de la mention " Au nom du Ministre " et suivie de l'indication de son nom et de la mention " Directeur général ".
5. Les mentions visées aux points 3, a), b) et d) et 4, a), b) et c) sont établies en français, en néerlandais et en allemand.
6. La carte de service comporte au recto, dans le coin supérieur gauche, placé en diagonale, un liseré aux trois couleurs nationales ainsi que la figure du lion héraldique dans le coin inférieur gauche, de couleur noire et d'un format de 14 mm sur 14 mm.
La figure d'un lion héraldique se trouve également en arrière-plan, de couleur grise et d'un format (de 39 mm sur 29 mm). Une photographie d'identité en couleur du titulaire de la carte, d'un format (de 20 mm sur 24 mm) figure dans la partie supérieure gauche de la carte et recouvre partiellement le liseré aux trois couleurs nationales.
7. Les règles relatives à la perte ou la destruction de la carte de service ainsi qu'à son renouvellement et à sa restitution sont fixées par le Directeur général.
Annexes :
- modèle de la carte de service;
- spécifications techniques.
Le Ministre de l'Intérieur,
A. DUQUESNE