Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
20 JULI 2001. - Wet tot bevordering van buurtdiensten en -banen (VLAAMS GEWEST)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-08-2001 en tekstbijwerking tot 03-06-2024)
Titre
20 JUILLET 2001. - Loi visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité (REGION FLAMANDE)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-08-2001 et mise à jour au 03-06-2024)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (52)
Texte (52)
Hoofdstuk I. - Algemene bepaling.
Chapitre Ier. Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Hoofdstuk II. - Buurtdiensten en -banen in de thuishulp van huishoudelijke aard.
Chapitre II. Services et emplois de proximité dans le secteur de l'aide à domicile de nature ménagère.
Afdeling 1. - Definities en algemene bepalingen.
Section 1re. Définitions et dispositions générales.
Art.2. (§ 1. Voor de toepassing van [8 deze wet]8 wordt verstaan onder :) <W 2003-12-22/42, art. 66, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  1°) dienstencheque : het betaalmiddel uitgegeven door een uitgiftebedrijf, waarmee de gebruiker, met de financiële steun van de Staat in de vorm van een consumptiesubsidie, een prestatie van buurtwerken of -diensten kan vergoeden die door een erkende onderneming wordt geleverd;
  2°) uitgiftebedrijf : het na een offerteaanvraag door [8 het Departement Werk en Sociale Economie]8 aangewezen bedrijf dat de dienstencheques uitgeeft;
  (3°) buurtwerken of -diensten : banenscheppende activiteiten, met of zonder handelskarakter, die inspelen op individuele, persoonlijke of familiale noden die zich in het raam van het dagelijkse leven laten gevoelen en die betrekking hebben op thuishulp van huishoudelijke aard [9 , met inbegrip van de begeleiding op de werkplek van werknemers, vermeld in artikel 3 van deze wet, in opleiding en van werkzoekenden, vermeld in artikel 5, § 1/1, eerste lid, 3°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", op voorwaarde dat die begeleiding onlosmakelijk verbonden is met de uitoefening van activiteiten die betrekking hebben op thuishulp van huishoudelijke aard]9.
  [8 De Vlaamse Regering kan]8 bepalen wat kan beschouwd worden als thuishulp van huishoudelijke aard.) <W 2003-12-22/42, art. 67, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  4°) gebruikers : de natuurlijke personen [5 van wie de hoofdverblijfplaats in het Vlaamse Gewest gelegen is]5 die gebruik maken van de dienstencheque;
  5°) onderneming : iedere natuurlijke of rechtspersoon wiens activiteit of doel ten minste gedeeltelijk bestaat in het leveren van buurtwerken of -diensten;
  (6°) erkende onderneming : de onderneming die de in 3°) bedoelde buurtwerken of -diensten levert, die hiertoe erkend is en die daarbij de gebruiker de kwaliteit en de veiligheid garandeert van deze diensten;) <W 2003-12-22/42, art. 68, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  7° [6 praktijktesten: een vaststellingsmethode waarbij de vaststellers hun hoedanigheid of de finaliteit van hun tussenkomst vermommen of niet meedelen.]6
  8° [8 algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);]8
  [8 9° prestatiedatum: de datum waarop de thuishulp van huishoudelijke aard waarvoor een dienstencheque als betaalmiddel wordt gebruikt, effectief gepresteerd wordt.]8
  [1 Tweede lid en derde lid opgeheven]1.
  (§ 2. Teneinde de erkenning te bekomen bedoeld in § 1, eerste lid, 6°, moet de onderneming cumulatief voldoen aan de volgende voorwaarden :
  a. de onderneming heeft, indien zij een andere activiteit uitvoert dan de activiteiten waarvoor erkenning kan worden verleend op basis van deze wet, in haar schoot een " sui generis afdeling ", die zich specifiek inlaat met de tewerkstelling in het kader van de dienstencheques. [8 De Vlaamse Regering bepaalt]8 wat wordt bedoeld met een " sui generis afdeling ";
  b. [1 de onderneming verbindt er zich toe de bepalingen van artikel 7octies, eerste lid, van deze wet na te leven;]1;
  c. de onderneming verbindt er zich toe, voor [1 de werknemers die tijdens hun deeltijdse tewerkstelling aanspraak maken op een werkloosheidsuitkering, een leefloon of op financiële sociale hulp]1, hen voorrang te geven tot het bekomen van een voltijdse betrekking of van een andere, al dan niet bijkomende, deeltijdse dienstbetrekking waardoor zij een nieuwe deeltijdse arbeidsregeling verkrijgen waarvan de wekelijkse arbeidsduur hoger is dan die van de deeltijdse arbeidsregeling waarin zij reeds werken, overeenkomstig de modaliteiten vastgesteld door de [8 Vlaamse Regering]8;
  d. [8 de onderneming verbindt er zich toe te voldoen aan de sociale en fiscale wettelijke verplichtingen, met inbegrip van de loons- en arbeidsvoorwaarden die op haar van toepassing zijn en de collectieve arbeidsovereenkomsten die voor haar gelden;]8
  e. de onderneming is (...) geen achterstallige belastingen, noch achterstallige bijdragen te innen (door een instelling belast met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen) [2 , noch achterstallen in de betaling van de door [8 het Departement Werk en Sociale Economie]8 teruggevorderde bedragen]2 verschuldigd. [4 ...]4 [4 ...]4 <W 2006-12-27/32, art. 165, 004; Inwerkingtreding : 07-01-2007> <W 2008-06-08/30, art. 74, 1° en 2°, 005; Inwerkingtreding : 26-06-2008>
  f. [3 [4 De onderneming verbindt zich ertoe om :
   - niet in staat van faillissement te verkeren;
   - in de voorbije drie jaar niet verwikkeld geweest te zijn in een faillissement, liquidatie of gelijkaardige verrichting;
   - onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen natuurlijke personen of rechtspersonen te hebben aan wie het uitoefenen van dergelijke functies verboden is krachtens het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen;
   - onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen natuurlijke personen of rechtspersonen te hebben die de voorbije vijf jaar aansprakelijk zijn gesteld voor de verbintenissen of schulden van een gefailleerde vennootschap met toepassing van de artikelen 213, 229, 231, 265, 314, 315, 456, 4°, of 530 van het Wetboek van vennootschappen, of die door de rechtbank niet verschoonbaar zijn verklaard op basis van artikel 80 van de faillissementswet van 8 augustus 1997;
   - onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen natuurlijke personen of rechtspersonen te hebben die de voorbije drie jaar verwikkeld waren in een faillissement, liquidatie of gelijkaardige verrichting.]4
]3

  g)[3 de onderneming heeft deelgenomen aan de door [8 het Departement Werk en Sociale Economie]8 georganiseerde informatiesessie over de dienstencheques;]3
  [4 h. De onderneming verbindt zich ertoe te voldoen aan de verplichting van artikel 2bis, § 1, ten laatste op de datum van de indiening van de erkenningsaanvraag.]4
  [5 i. de onderneming verbindt zich ertoe geen werknemers en klanten direct of indirect te discrimineren als vermeld in artikel 2 van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt.]5
  [5 j. de onderneming verbindt zich ertoe geen prestaties te laten verrichten in een omgeving met onaanvaardbare risico's of gevaren voor de werknemers of in een omgeving waar de werknemers het slachtoffer zouden kunnen zijn van misbruiken of discriminatoire praktijken.]5
  [6 k) de onderneming staat praktijktesten toe om de naleving van de voorwaarden vermeld in punt i) en j) na te gaan. De onderneming verbindt zich ertoe om de nodige acties te ondernemen naar aanleiding van de resultaten van die praktijktesten.
   De praktijktesten vermeld in het eerste lid worden uitbesteed aan een onafhankelijke uitvoerder door de organisatie die hiertoe wordt aangeduid door de Vlaamse Regering.
   De Vlaamse Regering kan de verdere voorwaarden van die praktijktesten bepalen opdat de objectiviteit, degelijkheid en neutraliteit van de uitvoerder van de praktijktesten wordt gegarandeerd. De Vlaamse Regering zal ook de voorwaarden bepalen waaronder herhaalde vaststellingen door de uitvoerder worden doorgegeven aan de Vlaamse Sociaalrechtelijke Inspectie, vermeld in het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004;]6

  [8 l. de onderneming verbindt zich ertoe, als de activiteiten uitgevoerd moeten worden in de woonplaats van de gebruiker, om de gebruiker voorafgaand aan de eerste uitvoering van de werkzaamheden te wijzen op de wettelijke verplichtingen conform deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en conform de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop dit dient te gebeuren.]8
  [8 De Vlaamse Regering kan]8 bijkomende voorwaarden bepalen waaraan de onderneming moet voldoen om erkend te worden.
  [1 Derde lid opgeheven.]1
  Deze gemeenschaps- of gewestmodaliteiten moeten de bestaande bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten naleven.
  Van de erkende onderneming die niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden van de vorige leden, kan de erkenning worden ingetrokken, onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten vastgesteld door de [8 Vlaamse Regering]8.
  De erkenning en de intrekking ervan gebeuren door de minister bevoegd voor de Werkgelegenheid, na advies van een adviescommissie erkenningen, waarin eveneens de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigd zijn. [8 De Vlaamse Regering]8 bepaalt de te volgen erkenningsprocedure, alsook de samenstelling en werkingsmodaliteiten van de adviescommissie erkenningen.) <W 2003-12-22/42, art. 71, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (In afwijking van de vorige leden kan de erkenning ambtshalve worden ingetrokken onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten vastgesteld door de [8 Vlaamse Regering]8.) <W 2008-06-08/30, art. 74, 4°, 005; Inwerkingtreding : 26-06-2008>
  [5 § 3. De adviescommissie, vermeld in paragraaf 2, wordt door de [7 afdeling Vlaamse Sociale Inspectie]7 van het Departement Werk en Sociale Economie op de hoogte gebracht van de overtredingen die aanleiding kunnen geven tot weigering of intrekking van een erkenning.]5
  
Art.2. (§ 1er. Pour l'application [8 de la présente loi]8, on entend par :) <L 2003-12-22/42, art. 66, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  1°) titre-service : le titre de paiement émis par une société émettrice, qui permet à l'utilisateur de régler, avec l'aide financière de l'Etat, revêtant la forme d'une subvention à la consommation, une prestation de travaux ou de services de proximité effectuée par une entreprise agréée;
  2°) société émettrice : la société désignée par [8 le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]8 à la suite d'un appel d'offres, qui émet les titres-services;
  (3°) travaux ou services de proximité : les activités marchandes ou non marchandes, créatrices d'emploi, qui visent à rencontrer des besoins individuels, personnels ou familiaux dans le cadre de la vie quotidienne et qui concernent l'aide à domicile de nature ménagère [9 y compris l'assistance sur le lieu de travail des travailleurs visés à l'article 3 de la présente loi, en formation et des demandeurs d'emploi visés à l'article 5, § 1er/1, alinéa 1er, 3°, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle), à condition que cette assistance soit indissociable de l'exercice d'activités portant sur d'aide à domicile de nature ménagère]9.
  [8 Le Gouvernement flamand peut]8 déterminer ce qu'il faut entendre par l'aide à domicile de nature ménagère.) <L 2003-12-22/42, art. 67, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  4°) utilisateurs : les personnes physiques [5 dont la résidence principale est située en Région flamande ]5 qui bénéficient du titre-service;
  5°) entreprise : toute personne physique ou morale dont l'activité ou l'objet consiste au moins partiellement en la prestation de travaux ou services de proximité;
  (6°) entreprise agréée : l'entreprise qui fournit les travaux ou services de proximité visés au 3°), qui est agréée à cette fin et qui garantit la qualité et la sécurité de ceux-ci à l'utilisateur.) <L 2003-12-22/42, art. 68, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  7° [6 essais pratiques : une méthode de détermination par laquelle les constateurs cachent ou négligent de communiquer leur qualité ou la finalité de leur intervention.]6
  8° [8 règlement général sur la protection des données : le règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données) ;]8
  [8 9° date de prestation : la date à laquelle l'aide-ménagère à domicile payée par titre-service est effectivement prestée.]8
  [1 Alinéas 2 et 3 abrogés]1.
  (§ 2. Afin d'obtenir l'agrément visé au § 1er, alinéa 1er, 6°, l'entreprise doit satisfaire aux conditions suivantes :
  a. l'entreprise a, si elle exerce une autre activité que les activités pour lesquelles un agrément peut être accordé sur base de cette loi, créé dans son sein " une Section sui generis " qui s'occupe spécifiquement de l'occupation dans le cadre des titres-services. [8 Le Gouvernement flamand détermine]8 ce qu'on entend par " une Section sui generis ";
  b. [1 l'entreprise s'engage à se conformer aux dispositions de l'article 7octies, alinéa 1er, de cette loi;]1;
  c. l'entreprise s'engage, en ce qui concerne les travailleurs [1 qui pendant leur occupation à temps partiel ont droit à une allocation de chômage, au revenu d'intégration ou à l'aide sociale financière]1, à leur attribuer par priorité un emploi à temps plein ou un autre emploi à temps partiel qui, presté seul ou à titre complémentaire, leur procure un régime à temps partiel nouveau, dont la durée de travail hebdomadaire est supérieure à celle du régime de travail à temps partiel dans lequel ils travaillent déjà, conformément aux modalités fixées par le [8 Gouvernement flamand]8;
  d. [8 l'entreprise s'engage à respecter les obligations légales sociales et fiscales, y compris les conditions de salaire et de travail qui lui sont applicables et les conventions collectives qui la lient ;]8
  e. l'entreprise n'est pas redevable (...) d'arriérés d'impôts, ni d'arriérés de cotisations à percevoir (par un organisme de recouvrement des cotisations de sécurité sociale) [2 , ni d'arriérés de paiement de montants réclamés par [8 le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]8]2. [4 ...]4 . [4 ...]4 ; <L 2006-12-27/32, art. 165, 004; En vigueur : 07-01-2007> <L 2008-06-08/30, art. 74, 1° et 2°, 005; En vigueur : 26-06-2008>
  f. [3 [4 L'entreprise s'engage à :
   - ne pas se trouver en état de faillite;
   - ne pas avoir, dans les trois années écoulées, été impliquée dans une faillite, liquidation ou opération similaire;
   - ne pas compter parmi les administrateurs, gérants, mandataires ou personnes ayant le pouvoir d'engager l'entreprise, des personnes physiques ou morales à qui l'exercice de telles fonctions est défendu en vertu de l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 relatif à l'interdiction judiciaire faite à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités;
   - ne pas compter parmi les administrateurs, gérants, mandataires ou personnes ayant le pouvoir d'engager l'entreprise, des personnes physiques ou morales qui, dans les cinq années écoulées, ont été déclarées responsables des engagements ou dettes d'une société en faillite, en application des articles 213, 229, 231, 265, 314, 315, 456, 4°, ou 530 du Code des sociétés, ou pour lesquelles le tribunal n'a pas prononcé l'excusabilité sur la base de l'article 80 de la loi du 8 août 1997 sur les faillites;
   - ne pas compter parmi les administrateurs, gérants, mandataires ou personnes ayant le pouvoir d'engager l'entreprise, des personnes physiques ou morales qui, dans les trois années écoulées, ont été impliquées dans une faillite, liquidation ou opération similaire.]4
]3

  g) [3 L'entreprise a participé à la session d'informations concernant les titres-services, organisée par [8 le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]8;]3
  [4 h. L'entreprise s'engage à remplir l'obligation de l'article 2bis, § 1er, au plus tard à la date de la remise de la demande d'agrément.]4
  [5 i. l'entreprise s'engage à ne pas discriminer les travailleurs et les clients, ni directement ni indirectement, tel que visé à l'article 2 décret du 8 mai 2002 relatif à la participation proportionnelle sur le marché de l'emploi.]5
  [5 j. l'entreprise s'engage à ne faire fournir aucune prestation dans un environnement aux risques ou dangers inacceptables pour les travailleurs ou dans un environnement où les travailleurs pourraient être victimes d'abus et de pratiques discriminatoires;]5
  [6 k) l'entreprise autorise les essais pratiques pour vérifier le respect des conditions visées aux points i) et j). L'entreprise s'engage à entreprendre les actions nécessaires à l'occasion des résultats de ces essais pratiques.
   Les essais pratiques visés à l'alinéa premier sont sous-traités par l'organisation à un contractant indépendant désigné à cet effet par le Gouvernement flamand.
   Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités de ces essais pratiques pour que l'objectivité, la solidité et la neutralité du contractant des essais pratiques soient garanties. Le Gouvernement flamand arrêtera également les conditions auxquelles des constatations répétées par le contractant sont transmises à la " Vlaamse Sociaalrechtelijke Inspectie " (Inspection flamande des lois sociales), visée au décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales;]6

  [8 l. lorsque les activités doivent être exécutées au domicile de l'utilisateur, l'entreprise s'engage à attirer l'attention de ce dernier, préalablement à la première exécution des travaux, sur les obligations légales prévues par la présente loi et ses arrêtés d'exécution, ainsi que par la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail. Le Gouvernement flamand arrête les modalités de cette communication.]8
  [8 Le Gouvernement flamand peut]8 déterminer des conditions supplémentaires auxquelles l'entreprise doit répondre pour être agréée.
  [1 Alinéa 3 abrogé.]1
  Les modalités communautaires ou régionales doivent respecter les dispositions existantes de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
  Dans les conditions et selon les modalités fixées par le [8 Gouvernement flamand]8, l'agrément peut être retiré à l'entreprise agréée qui ne remplit plus les conditions d'agrément des alinéas précédents.
  L'agrément et son retrait se font par le ministre qui a l'Emploi dans ses compétences, après avis d'une commission consultative des agréments, dans laquelle les organisations représentatives des employeurs et des travailleurs sont également représentées. [8 Le Gouvernement flamand]8 détermine la procédure d'agrément à suivre, ainsi que la composition et les modalités de fonctionnement de la commission consultative des agréments.) <L 2003-12-22/42, art. 71, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  (Par dérogation aux alinéas précédents, l'agrément peut être retiré d'office dans les conditions et les modalités établies par le [8 Gouvernement flamand]8) <L 2008-06-08/30, art. 74, 4°, 005; En vigueur : 26-06-2008>
  [5 § 3. La commission consultative, visées au paragraphe 2, est informée par la [7 division de l'Inspection sociale flamande]7 du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale des contraventions qui peuvent donner lieu au refus ou retrait d'un agrément.]5
  
Art. 2bis. [1 § 1. De onderneming stort een borgsom van vijfentwintig duizend euro aan [3 het Departement Werk en Sociale Economie]3.
   [3 De Vlaamse Regering bepaalt]3 de voorwaarden en de nadere regels met betrekking tot de storting en de bestemming van de borgsom [2 , de duur waarvoor de borgsom moet worden verstrekt en de regeling van het terugstorten ervan]2, alsook wat er met deze borgsom gebeurt in geval van faillissement.
   § 2. Indien wordt vastgesteld dat de onderneming niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden bedoeld in artikel 2, § 2, eerste en tweede lid, zal een deel van de tegemoetkoming van de [3 Vlaamse overheid]3 in de kostprijs van de dienstencheques die bij de uitgiftemaatschappij voor terugbetaling worden ingediend, ingehouden worden.
   In afwijking van het vorige lid zal de nominale waarde van de dienstencheque en het volledige bedrag van de tegemoetkoming van de [3 Vlaamse overheid]3 in de kostprijs van de dienstencheques die bij de uitgiftemaatschappij voor terugbetaling worden ingediend, ingehouden worden indien [3 het Departement Werk en Sociale Economie]3 oordeelt dat het een zware inbreuk betreft.
   De ingehouden bedragen, bedoeld in de vorige leden, worden op een rekening van [3 het Departement Werk en Sociale Economie]3 gestort.
   [3 De Vlaamse Regering bepaalt]3 :
   1° het bedrag van de tegemoetkoming van de [3 Vlaamse overheid]3 in de kostprijs van de dienstencheque dat wordt ingehouden overeenkomstig het eerste lid;
   2° de voorwaarden en de nadere regels met betrekking tot de inhouding, de storting en de bestemming van de bedragen bedoeld in het eerste en het tweede lid, alsook wat er met deze bedragen gebeurt in geval van faillissement;
   3° wat wordt verstaan onder zware inbreuk.]1

  
Art. 2bis. [1 § 1er. L'entreprise verse un cautionnement de vingt-cinq mille euros [3 au Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]3.
   [3 Le Gouvernement flamand détermine]3 les conditions et les modalités concernant le versement et la destination du cautionnement [2 , la durée pour laquelle le cautionnement doit être octroyé et les modalités en cas de remboursement]2 ainsi que ce qui se passe avec ce cautionnement en cas de faillite.
   § 2. S'il y est constaté que l'entreprise ne remplit plus les conditions d'agrément visées à l'article 2, § 2, alinéas 1er et 2, une partie de l'intervention [3 de l'Autorité flamande]3 dans le coût des titres-services qui sont transmis à la société émettrice aux fins de remboursement sera retenue.
   Par dérogation à l'alinéa précédent, la valeur nominale du titre-service et le montant complet de l'intervention [3 de l'Autorité flamande]3 dans le coût des titres-services qui sont transmis à la société émettrice aux fins de remboursement seront retenus si [3 le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]3 juge qu'il s'agit d'une infraction grave.
   Les montants retenus, visés aux alinéas précédents, sont virés sur un compte [3 du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]3.
   [3 Le Gouvernement flamand détermine]3 :
   1° le montant de l'intervention [3 de l'Autorité flamande]3 dans le coût du titre-service qui est retenu conformément à l'alinéa 1er;
   2° les conditions et les modalités concernant la retenue, le versement et la destination des montants visés aux alinéas 1er et 2, ainsi que ce qui se passe avec ces montants en cas de faillite;
   3° ce qui est entendu par infraction grave.]1

  
Art.3. [2 Om prestaties van buurtwerken of -diensten te laten uitvoeren, dient de gebruiker een dienstencheque per gepresteerd arbeidsuur in bij een erkende onderneming.]2
  Voor de uitvoering van de buurtwerken of -diensten waarvoor de dienstencheques worden aangewend, neemt de erkende onderneming een [...] werknemer in dienst [...]. <W 2003-12-22/42, art. 72, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004> <W 2004-07-09/30, art. 273, 003; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
  [1 [2 De Vlaamse Regering kan]2 de voorwaarden en de nadere regels bepalen met betrekking tot de verplichting tot aanwerving van uitkeringsgerechtigd volledig werklozen, werklozen met een inschakelingsuitkering en leefloners.]1
  [Die werknemer mag geen bloed- of aanverwant tot in de tweede graad zijn van de gebruiker of een lid van het gezin van de gebruiker, noch dezelfde verblijfplaats hebben als de gebruiker.] <W 2003-12-22/42, art. 73, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [2 Het Departement Werk en Sociale Economie]2 betaalt, in naam en voor rekening van de gebruiker, als tegemoetkoming aan het uitgiftebedrijf een aanvullend bedrag per gepresteerd uur op grond van het aantal van de door dit bedrijf gevalideerde dienstencheques.
  De dienstencheques worden uitgegeven binnen de perken van de daartoe jaarlijks op de begroting ingeschreven kredieten.
  [2 De Vlaamse Regering bepaalt]2 het mechanisme dat garandeert dat het totale aantal uren het bedrag dat is vastgesteld voor het begrotingsjaar niet overschrijdt.
  Het uitgiftebedrijf maakt aan de erkende onderneming de waarde over van de dienstencheque vermeerderd met [het aanvullend bedrag bedoeld in het vierde lid]. <W 2003-12-22/42, art. 74, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art.3. [2 Pour faire réaliser des prestations de travaux ou de services de proximité, l'utilisateur remet à une entreprise agréée un titre-service par heure de travail prestée.]2
  Pour faire effectuer les travaux ou services de proximité pour lesquels les titres-services sont utilisés, I'entreprise agréée recrute un travailleur [...], [...]. <L 2003-12-22/42, art. 72, 002; En vigueur : 01-01-2004> <L 2004-07-09/30, art. 273, 003; En vigueur : 25-07-2004>
  [1 [2 Le Gouvernement flamand peut fixer]2 les conditions et modalités par rapport à l'obligation de l'engagement des chômeurs complets indemnisés, des bénéficiaires de l'allocation d'insertion et des bénéficiaires du revenu d'intégration.]1
  [Ce travailleur ne peut avoir un lien familial de sang ou par alliance jusqu'au deuxième degré inclus avec l'utilisateur ou un membre de la famille de l'utilisateur, ni avoir la même résidence que l'utilisateur.] <L 2003-12-22/42, art. 73, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  [2 Le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]2 paie, au nom et pour compte de l'utilisateur, à la société émettrice, une intervention d'un montant complémentaire par heure effectuée sur la base du nombre de titres-services validés par cette société.
  Les titres-services sont émis dans la limite des crédits inscrits annuellement au budget à cette fin.
  [2 Le Gouvernement flamand détermine]2 le mécanisme garantissant que le nombre global d'heures ne dépasse pas le montant fixé pour l'année budgétaire.
  La société émettrice verse à l'entreprise agréée la valeur du titre-service augmentée [du montant complémentaire visé à l'alinéa 4]. <L 2003-12-22/42, art. 74, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  
Art. 3bis. [1 De natuurlijke persoon met hoofdverblijfplaats in het Vlaamse Gewest kan in de volgende gevallen van het recht om dienstencheques te gebruiken en te bestellen worden uitgesloten voor een periode van ten hoogste één jaar en kan gedwongen worden tot terugbetaling van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 3, vijfde lid:
   1° die persoon heeft opzettelijk deelgenomen aan een inbreuk tegen de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan die gepleegd zijn door de onderneming;
   2° die persoon heeft dienstencheques gebruikt voor buurtwerken waarvan hij wist of behoorde te weten dat die niet toegelaten zijn;
   3° die persoon heeft dienstencheques gebruikt voor prestaties ten gunste van een persoon die geen lid van zijn gezin is;
   4° die persoon heeft dienstencheques gebruikt zonder dat daar werkelijke prestaties tegenover staan;
   5° die persoon heeft een daad van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk begaan, vermeld in artikel 32ter van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, ten aanzien van de werknemer die de buurtdiensten uitvoert.
   In geval van herhaling bedraagt de periode van uitsluiting, vermeld in het eerste lid, ten hoogste vijf jaar.
   De uitsluiting en de duur ervan staan in verhouding tot de ernst van de inbreuk. De beslissing tot uitsluiting vermeldt de relevante elementen. Minstens volgende elementen worden hierbij in overweging genomen:
   1° de aard van de inbreuk;
   2° de intentie in hoofde van de gebruiker;
   3° de omvang van de inbreuk;
   4° de duurtijd van de inbreuk.]1

  
Art. 3bis. [1 La personne physique avec résidence principale en Région flamande peut être exclue du droit d'utiliser et de commander des titres-services pour une durée maximale d'un an, et peut être contrainte de rembourser l'intervention visée à l'article 3, cinquième alinéa, dans les cas suivants :
   1° cette personne a délibérément participé à une infraction aux dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, commise par l'entreprise ;
   2° cette personne a utilisé des titres-services pour des travaux de proximité dont elle savait ou aurait dû savoir qu'ils ne sont pas autorisés ;
   3° cette personne a utilisé des titres-services pour des prestations au profit d'une personne qui n'est pas un membre de sa famille ;
   4° cette personne a utilisé des titres-services sans que des prestations effectives aient été fournies ;
   5° cette personne a commis un acte de violence, de harcèlement ou de harcèlement sexuel au travail, mentionnés à l'article 32ter de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail, à l'encontre de l'employé qui effectue les services de proximité.
   En cas de récidive, la période d'exclusion visée à l'alinéa premier s'élève à cinq ans maximum.
   L'exclusion et sa durée sont proportionnées à la gravité de l'infraction. La décision d'exclusion mentionne les éléments pertinents. Au moins les éléments suivants sont pris en considération :
   1° la nature de l'infraction ;
   2° l'intention dans le chef de l'utilisateur ;
   3° l'ampleur de l'infraction ;
   4° la durée de l'infraction.]1

  
Art.3ter. [1 De natuurlijke persoon met hoofdverblijfplaats in het Vlaamse Gewest kan van het recht om dienstencheques te bestellen en te gebruiken worden uitgesloten voor een periode van ten hoogste één jaar en kan gedwongen worden tot terugbetaling van de tegemoetkoming, vermeld in artikel 3, vijfde lid, als hij de veiligheidsmaatregelen rond de aanpak van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 1°, van het decreet van 20 maart 2020 over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid, heeft geschonden. De Vlaamse Regering bepaalt wat die veiligheidsmaatregelen zijn.
   In geval van herhaling bedraagt de periode van uitsluiting, vermeld in het eerste lid, ten hoogste vijf jaar.
   De uitsluiting en de duur ervan staan in verhouding tot de ernst van de inbreuk. De beslissing tot uitsluiting vermeldt de relevante elementen. Minstens volgende elementen worden hierbij in overweging genomen:
   1° de aard van de inbreuk;
   2° de intentie in hoofde van de gebruiker;
   3° de omvang van de inbreuk;
   4° de duurtijd van de inbreuk.]1

  
Art.3ter. [1 La personne physique ayant sa résidence principale en Région flamande peut être exclue du droit de commander et d'utiliser des titres-services pour une période d'un an au maximum et peut être contrainte de rembourser l'intervention visée à l'article 3, alinéa 5, si elle a enfreint les mesures de sécurité pour faire face à une urgence civile en matière de santé publique, visées à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, 1°, du décret du 20 mars 2020 contenant des mesures en cas d'urgence civile en matière de santé publique. Le Gouvernement flamand détermine quelles sont ces mesures de sécurité.
   En cas de récidive, la période d'exclusion, visée à l'alinéa 1er, est de cinq ans au maximum.
   L'exclusion et sa durée sont proportionnées à la gravité de l'infraction. La décision d'exclusion mentionne les éléments pertinents. Au moins les éléments suivants sont pris en considération :
   1° la nature de l'infraction ;
   2° l'intention dans le chef de l'utilisateur ;
   3° l'ampleur de l'infraction ;
   4° la durée de l'infraction.]1

  
Art.4. [3 De Vlaamse Regering bepaalt]3 :
  1° de vorm van de dienstencheque, de nadere regels van de verwerving en het gebruik ervan;
  2° [2 de nominale waarde van de cheque die kan variëren in functie van de aard van de buurtwerken of -diensten en in functie van het gebruik, alsmede de voorwaarden en de nadere regels voor de stortingen.]2
  [2 2bis° het aanvullend bedrag dat kan variëren teneinde de erkende ondernemingen ertoe aan te zetten om de stabiliteit en de kwaliteit van de werkgelegenheid van de dienstenchequewerknemers te bevorderen, in functie van de aard van de buurtwerken of -diensten en in functie van het gebruik, alsmede de voorwaarden en de nadere regels voor de stortingen.]2
  [1 3° de voorwaarden en de nadere regels voor het verhogen van de toegankelijkheid van de dienstencheques voor de laagste inkomens via de uitbouw van een stelsel van sociale dienstencheques. [3 ...]3]1
  [3 De Vlaamse Regering bepaalt ook de nadere regels voor de financiering van de dienstencheques.]3
  
Art.4. [3 Le Gouvernement flamand fixe]3 :
  1° la forme du titre-service, ses modalités d'acquisition et d'utilisation;
  2° [2 la valeur nominale du titre qui peut varier en fonction de la nature des travaux ou services de proximité et en fonction de l'utilisation, ainsi que les conditions et modalités des versements;]2
  [2 2bis° le montant complémentaire qui peut varier pour inciter les entreprises agréées à favoriser la stabilité et la qualité de l'emploi des travailleurs titres-services et en fonction de la nature des travaux ou services de proximité et en fonction de l'utilisation, ainsi que les conditions et modalités des versements.]2
  [1 3° les conditions et modalités pour augmenter l'accessibilité des titres-services pour les plus bas revenus via le développement d'un système de titres-services sociaux. [3 ...]3]1
  [3 Le Gouvernement flamand détermine également les modalités de financement des titres-services.]3
  
Art. 4bis. [1 [2 De Vlaamse Regering]2 bepaalt de nadere regels die de opvolging van de financiële situatie van de sector en de erkende ondernemingen verzekeren. Hij bepaalt tevens de voorwaarden waaraan de erkende ondernemingen moeten voldoen om deze opvolging mogelijk te maken en de eventuele gegevens die de erkende ondernemingen daartoe moeten meedelen aan [2 het Departement Werk en Sociale Economie]2.]1
  
Art. 4bis. [1 [2 Le Gouvernement flamand]2 détermine les modalités qui garantissent le suivi de la situation financière du secteur et des entreprises agréées. Il détermine également les conditions à remplir par les entreprises agréées pour permettre ce suivi, et les données éventuelles que les entreprises agréées doivent communiquer à cette fin au [2 Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]2.]1
  
Art. 4ter. [1 [2 De Vlaamse Regering]2 kan een " kwaliteitshandvest " voor de dienstencheques-ondernemingen vaststellen evenals de verplichte bepalingen die hierin moeten vermeld worden.]1
  
Art. 4ter. [1 [2 Le Gouvernement flamand]2 peut fixer une " charte de qualité " pour les entreprises titres-services ainsi que les dispositions obligatoires devant y figurer.]1
  
Art.5. Artikel 66, § 1. van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Na advies van het Beheerscomité van de sociale zekerheid, kan de Koning het bedrag van de alternatieve financiering verhogen met de kostprijs van de dienstencheques. "
Art.5. L'article 66, § 1, de la loi du 2 janvier 2001 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses, est complété par l'alinéa suivant :
  " Après avis du Comité de gestion de la sécurité sociale, le Roi peut majorer du coût des titres-services le montant du financement alternatif. "
Art.6. [1 § 1. De erkende onderneming en de gebruiker sluiten een overeenkomst om buurtwerken of -diensten uit te voeren.
   De overeenkomst, vermeld in het eerste lid, die de gebruiker aan de erkende onderneming bindt, is in de volgende gevallen van rechtswege ontbonden:
   1° als de onderneming haar erkenning verliest;
   2° als er geen dienstencheques meer worden uitgegeven en de gebruiker er geen meer bezit.
   § 2. In deze paragraaf wordt verstaan onder bijkomende kosten: de kosten die de erkende onderneming extra, naast een dienstencheque per gepresteerd arbeidsuur, aanrekent aan de dienstenchequegebruiker.
   De overeenkomst, vermeld in paragraaf 1, wordt schriftelijk vastgelegd als er bijkomende kosten worden gevraagd aan de gebruiker.
   De schriftelijke overeenkomst bevat al de volgende elementen:
   1° de vermelding dat er bijkomende kosten worden gevraagd aan de gebruiker;
   2° de frequentie waarmee de bijkomende kosten gevraagd worden;
   3° het bedrag en de berekeningswijze van de bijkomende kosten.
   De Vlaamse Regering kan de elementen die in de schriftelijke overeenkomst moeten voorkomen, vermeld in het derde lid, verder aanvullen, en het model van de schriftelijke overeenkomst, vermeld in het tweede lid, vaststellen.]1

  
Art.6. [1 § 1er. L'entreprise agréée et l'utilisateur concluent une convention pour la réalisation de travaux ou de services de proximité.
   La convention visée à l'alinéa 1er, qui lie l'utilisateur à l'entreprise agréée, est résiliée de plein droit dans les cas suivants :
   1° lorsque l'entreprise perd son agrément ;
   2° lorsque les titres-services cessent d'être émis et que l'utilisateur n'en possède plus.
   § 2. Dans le présent paragraphe, on entend par frais supplémentaires : les frais facturés par l'entreprise agréée à l'utilisateur des titres-services, en plus du titre-service par heure de travail prestée.
   La convention visée au paragraphe 1er est confirmée par écrit si des frais supplémentaires sont facturés à l'utilisateur.
   La convention écrite comprend l'ensemble des éléments suivants :
   1° la mention que des frais supplémentaires sont facturés à l'utilisateur ;
   2° la fréquence à laquelle les frais supplémentaires sont facturés ;
   3° le montant et la méthode de calcul des frais supplémentaires.
   Le Gouvernement flamand peut compléter la liste des éléments à inclure dans la convention écrite, visés à l'alinéa 3, et arrêter le modèle de la convention écrite, visée à l'alinéa 2.]1

  
Art.7. [5 Het Departement Werk en Sociale Economie]5 treedt van rechtswege in de plaats van de gebruiker ten belope van het aan het uitgiftebedrijf gestorte (aanvullend) bedrag. <W 2003-12-22/42, art. 75, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [5 De Vlaamse Regering]5 wijst de instellingen aan belast met de (uitvoering) [3 ...]3 van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten. [2 [5 De Vlaamse Regering]5 bepaalt eveneens de voorwaarden en de nadere regels betreffende de teruggave van de ten onrechte toegekende tegemoetkoming van de [5 Vlaamse overheid]5 in de kostprijs van de dienstencheque en van het ten onrechte toegekende bedrag van de aanschafprijs van de dienstencheque.]2 <W 2003-12-22/42, art. 76, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  [4 ...]4.
  [4 ...]4.
  
Art.7. [5 Le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]5 est subrogé de plein droit à l'utilisateur à concurrence du montant (complémentaire) versé à la société émettrice. <L 2003-12-22/42, art. 75, 002; En vigueur : 01-01-2004>
  [5 Le Gouvernement flamand]5 désigne les administrations chargées de l'exécution [3 ...]3 de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution. [2 [5 Le Gouvernement flamand]5 fixe également les conditions et modalités de restitution de l'intervention de [5 l'Autorité flamande]5 dans le coût du titre-service indûment accordée et du montant du prix d'acquisition du titre-service indûment accordé.]2.
  [4 ...]4.
  [4 ...]4.
  
Afdeling 2. - De arbeidsovereenkomst dienstencheques.
Section 2. Le contrat de travail titres-services.
Art. 7bis. <INGEVOEGD bij W 2003-12-22/42, art. 77; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder de arbeidsovereenkomst dienstencheques, de arbeidsovereenkomst waarbij een werknemer zich verbindt om onder gezag van een werkgever, erkend in het kader van dit hoofdstuk en tegen loon arbeidsprestaties te verrichten die recht geven op de toekenning van een dienstencheque.
Art. 7bis. Pour l'application de la présente Section, il faut entendre par contrat de travail titres-services : le contrat de travail par lequel un travailleur s'engage à effectuer, sous l'autorité d'un employeur agréé dans le cadre du présent chapitre et contre rémunération, des prestations de travail qui donnent droit à l'octroi d'un titre-service.
Art. 7ter. <INGEVOEGD bij W 2003-12-22/42, art. 77; Inwerkingtreding : 01-01-2004> De arbeidsovereenkomst dienstencheques wordt geregeld door de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten behalve voor wat betreft de bijzondere bepalingen die in deze wet worden voorzien.
Art. 7ter. Le contrat de travail titres-services est régi par les dispositions de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail sauf pour ce qui concerne les règles spécifiques prévues dans la présente loi.
Art. 7quater. <INGEVOEGD bij W 2003-12-22/42, art. 77; Inwerkingtreding : 01-01-2004> De bedoeling een arbeidsovereenkomst dienstencheques te sluiten moet, voor iedere werknemer afzonderlijk, door beide partijen schriftelijk worden vastgelegd uiterlijk op het tijdstip waarop de werknemer voor de eerste maal prestaties levert voor de erkende onderneming onder het stelsel van de dienstencheques.
  De arbeidsovereenkomst dienstencheques moet voor iedere werknemer afzonderlijk schriftelijk worden vastgesteld uiterlijk binnen twee werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop de werknemer in dienst treedt.
Art. 7quater. L'intention de conclure un contrat de travail titres-services doit être constatée par écrit par les deux parties, pour chaque travailleur individuellement au plus tard au moment de la première prestation du travailleur dans le cadre des titres-services auprès de l'entreprise agréée.
  Le contrat de travail titres-services doit être constaté par écrit pour chaque travailleur individuellement au plus tard dans les deux jours ouvrables à compter du moment de l'entrée en service du travailleur.
Art. 7quinquies. <INGEVOEGD bij W 2003-12-22/42, art. 77; Inwerkingtreding : 01-01-2004> De arbeidsovereenkomst voor dienstencheques bevat ten minste volgende specifieke vermeldingen :
  1° de identiteit van de partijen;
  2° het erkenningsnummer dat de werkgever werd toegekend in het kader van dit hoofdstuk;
  3° de datum waarop de uitvoering van de overeenkomst wordt aangevat;
  4° de einddatum van de overeenkomst zo zij voor een bepaalde tijd wordt gesloten;
  5° de arbeidsduur en het werkrooster; indien de overeenkomst voor een onbepaalde tijd is gesloten bepaalt de overeenkomst hoe en binnen welke termijn de werknemer over zijn werkrooster wordt geïnformeerd; bij ontstentenis van een bepaling in de overeenkomst voor een onbepaalde tijd moet de uurregeling ten minste zeven dagen vooraf ter kennis van de werknemer worden gebracht.
Art. 7quinquies. Le contrat de travail titres-services comporte au moins les mentions spécifiques suivantes :
  1° l'identité des parties;
  2° le numéro d'agrément de l'employeur attribué dans le cadre du présent chapitre;
  3° la date du début d'exécution du contrat;
  4° la date de fin du contrat s'il est conclu pour une durée déterminée;
  5° la durée et l'horaire de travail; si le contrat est conclu pour une durée indéterminée, il détermine comment et dans quel délai le travailleur est informé de son horaire de travail; à défaut de disposition prévue dans le contrat conclu pour une durée indéterminée, les horaires doivent être portés à la connaissance du travailleur au moins sept jours à l'avance.
Art. 7septies. [1 Het sluiten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd heeft niet het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot gevolg gedurende een periode van drie maanden te rekenen vanaf de dag van de eerste voorafgaandelijke aangifte van tewerkstelling van de arbeidsovereenkomst dienstencheques bij dezelfde werkgever.
   Tijdens de periode van drie maanden als bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeweken van de verplichting om een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid te sluiten met een wekelijkse arbeidsduur van ten minste één derde van de wekelijkse arbeidsduur van de voltijds tewerkgestelde werknemer zoals bepaald in artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Tijdens dezelfde periode van drie maanden kan er nooit worden afgeweken van de minimumduur van elke werkperiode zoals vastgesteld bij artikel 21 van de arbeidswet van 16 maart 1971.
   Indien na het verstrijken van de voormelde periode van drie maanden, prestaties worden geleverd ten gunste van de werkgever op grond van een arbeidsovereenkomst dienstencheques, zijn de partijen verbonden door een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.]1

  
Art. 7septies. [1 La conclusion de contrats de travail à durée déterminée successifs n'entraîne pas la conclusion d'un contrat de travail à durée indeterminée pendant une période de trois mois à dater du jour de la première déclaration préalable à l'emploi pour un contrat de travail titres-services conclu chez le même employeur.
   Pendant la période de trois mois telle que visée à l'alinéa 1er, il peut être dérogé a l'obligation de conclure un contrat de travail à temps partiel au moins pour un tiers de la durée hebdomadaire de travail applicable à un travailleur à temps plein prévue à l'article 11bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. Durant cette même période de trois mois, il ne peut jamais être dérogé à la limite minimale de chaque période de travail fixée à l'article 21 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail.
   Si, à l'expiration de la période de trois mois précitée, des prestations sont effectuées au profit du même employeur dans les liens d'un contrat de travail titres-services, les parties sont liées par un contrat de travail à durée indéterminée.]1

  
Art. 7octies. [1 Vanaf de eerste werkdag van de vierde maand te rekenen vanaf de eerste voorafgaandelijke verklaring van tewerkstelling bij dezelfde werkgever, stellen de partijen het arbeidsregime vast dat van toepassing is op de voor onbepaalde duur gesloten overeenkomst. Deze overeenkomst kan worden gesloten voor voltijdse arbeid of voor deeltijdse arbeid overeenkomstig artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. Er kan nooit worden afgeweken van de minimumduur van elke werkperiode zoals vastgesteld bij artikel 21 van de arbeidswet van 16 maart 1971.
   Er kan worden afgeweken van de verplichting om een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid te sluiten met een wekelijkse arbeidsduur van ten minste een derde van de wekelijkse arbeidsduur van de voltijds tewerkgestelde werknemer zoals bepaald in artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. De minimale wekelijkse arbeidsduur mag niet lager liggen dan de grens bepaald door de Koning.
   Voor de werknemers tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst dienstencheques die tijdens hun tewerkstelling recht hebben op een werkloosheidsuitkering, op leefloon of op financiële sociale hulp, mag de arbeidsduur in geen geval lager liggen dan een derde van de wekelijkse arbeidsduur van toepassing op een voltijds tewerkgestelde werknemer zoals bepaald in artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. De Koning bepaalt de minimale wekelijkse arbeidsduur van de arbeidsovereenkomsten.]1

  
Art. 7octies. [1 Dès le premier jour travaillé du quatrième mois à dater du jour de la première déclaration préalable à l'emploi chez le même employeur, les parties déterminent le régime de travail applicable au contrat conclu à durée indéterminée. Ce contrat peut être conclu à temps plein ou à temps partiel conformément à l'article 11bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. Il ne peut jamais être dérogé à la limite minimale de chaque période de travail fixée à l'article 21 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail.
   Il peut être dérogé à l'obligation de conclure un contrat de travail à temps partiel au moins pour un tiers de la durée hebdomadaire de travail applicable à un travailleur à temps plein prévue à l'article 11bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. La durée minimale hebdomadaire de travail ne peut être inférieure à la limite fixée par le Roi.
   Toutefois, pour les travailleurs occupes avec un contrat de travail titres-services qui, pendant leur occupation ont droit à une allocation de chomage, au revenu d'intégration ou à l'aide sociale financière, la durée ne peut en aucun cas être inférieure à un tiers de la durée hebdomadaire de travail applicable à un travailleur occupé à temps plein prévue à l'article 11bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. Le Roi détermine la durée hebdomadaire minimale de travail des contrats de travail.]1

  
Art. 7nonies. <INGEVOEGD bij W 2003-12-22/42, art. 77; Inwerkingtreding : 01-01-2004> De Koning bepaalt de bijzondere modaliteiten van de reglementering inzake veiligheid, gezondheid en welzijn op het werk die van toepassing zijn bij de uitvoering van een arbeidsovereenkomst dienstencheques.
Art. 7nonies. Le Roi détermine les modalités particulières de la réglementation sur la sécurité, la santé et le bien-être applicables à l'exécution d'un contrat de travail titres-services.
Art. 7decies. <INGEVOEGD bij W 2003-12-22/42, art. 77; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Voor de werknemers en de werkgevers die ressorteren onder het autonoom paritair subcomité, opgericht krachtens artikel 27, vierde lid, van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, worden de loons- en arbeidsvoorwaarden bepaald door de Koning op basis van de bepalingen van toepassing op de werknemers die ressorteren onder het paritair comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp.
  Op advies van de Nationale Arbeidsraad kan een andere referentie van toepassing zijn.
  Deze door de koning vastgestelde loon- en arbeidsvoorwaarden houden op van toepassing te zijn vanaf de inwerkingtreding van specifieke reglementaire en conventionele bepalingen voor de werknemers en de werkgevers die ressorteren onder het autonoom paritair subcomité opgericht krachtens artikel 27, vierde lid, van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.
Art. 7decies. Pour les travailleurs et les employeurs qui ressortissent à la sous-commission paritaire autonome instituée en vertu de l'article 27, alinéa 4, de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à disposition d'utilisateurs, les conditions de travail et de rémunération sont déterminées par le Roi, sur base des dispositions applicables aux travailleurs ressortissant à la commission paritaire pour les aides familiales et les aides seniors.
  Il peut faire application d'une autre référence sur avis du Conseil national du travail.
  Ces conditions de travail et de rémunération déterminées par le Roi cesseront de s'appliquer dès l'entrée en vigueur de dispositions réglementaires ou conventionnelles spécifiques aux travailleurs et aux employeurs ressortissant à la sous-commission paritaire autonome instituée en vertu de l'article 27, alinéa 4, de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et mise de travailleurs à disposition d'utilisateurs.
Art.8. Het opschrift van onderafdeling 2quater van titel II, hoofdstuk III, afdeling 1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 wordt aangevuld als volgt : " en voor prestaties betaald met dienstencheques. ".
Art.8. L'intitulé de la sous-section 2quater du titre II, chapitre III, section première du Code des impôts sur les revenus 1992 est complété comme suit : " et pour des prestations payées avec des titres-services. ".
Art.9. In artikel 14521 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 1994 en gewijzigd bij de wet van 7 april 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1°) het eerste lid wordt aangevuld als volgt : " of op de uitgaven die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald voor prestaties betaald met dienstencheques. ";
  2°) het tweede lid wordt aangevuld als volgt : " of met de nominale waarde van de dienstencheques bedoeld in de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen. "
Art.9. A l'article 14521 du même Code, remplacé par la loi du 21 décembre 1994 et modifié par la loi du 7 avril 1999, sont apportées les modifications suivantes :
  1°) l'alinéa 1 est complété comme suit " ou sur les dépenses qui sont effectivement payées pendant la période imposable pour des prestations payées avec des titres-services. ";
  2°) l'alinéa 2 est complété comme suit : " ou de la valeur nominale des titres-services visés dans la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité. "
Afdeling 3. - het opleidingsfonds dienstencheques
Section 3. - le fonds de formation titres-services
Art. 9bis. <INGEVOEGD bij W 2006-12-27/30, art. 258; Inwerkingtreding : 07-01-2007> § 1. De erkende onderneming kan bij [2 het Departement Werk en Sociale Economie]2 de gedeeltelijke terugbetaling verkrijgen van de opleidingskosten van de werknemers tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst dienstencheques.
  [2 De Vlaamse Regering bepaalt de criteria, de voorwaarden en de nadere regels betreffende de aanvraag en de toekenning van deze gedeeltelijke terugbetaling.]2
  § 2. [1 ...]1.
  
Art. 9bis. § 1er. L'entreprise agréée peut obtenir, auprès du [2 Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]2, le remboursement partiel des frais de formation des travailleurs occupés sous contrat de travail titres-services.
  [2 Le Gouvernement flamand arrête les critères, les conditions et les modalités relatives à la demande et à l'octroi de ce remboursement partiel.]2
  § 2. [1 ...]1.
  
Hoofdstuk III. [1 - Verwerking van persoonsgegevens]1
Chapitre III. [1 - Traitement des données à caractère personnel]1
Art.10. [1 De bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst, treedt op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van deze wet.
   Het uitgiftebedrijf, vermeld in artikel 2, § 1, 2° ), van deze wet, treedt op als verwerker als vermeld in artikel 4, 8), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van deze wet.]1

  
Art.10. [1 Le service compétent désigné par le Gouvernement flamand agit en tant que responsable du traitement, visé à l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données, pour le traitement des données à caractère personnel énumérées à l'article 10/1 de la présente loi.
   La société émettrice visée à l'article 2, § 1er, 2°, de la présente loi agit en tant que sous-traitant, visé à l'article 4, 8), du règlement général sur la protection des données, pour le traitement des données à caractère personnel énumérées à l'article 10/1 de la présente loi.]1

  
Art.10/1. [1 De volgende categorieën van persoonsgegevens worden in het kader van de toepassing van deze wet verwerkt:
   1° de identificatiegegevens, waaronder het INSZ-nummer, de leeftijd en het geslacht, van de werknemer;
   2° de tewerkstellingsgegevens en de sociaal demografische gegevens van de werknemer;
   3° de identificatie- en contactgegevens, waaronder het INSZ-nummer, de leeftijd en het geslacht, van de gebruiker;
   4° de financiële en fiscale gegevens van de gebruiker;
   5° de tewerkstellingsgegevens en de sociaal demografische gegevens van de gebruiker;
   6° het bewijsstuk dat de gebruiker mindervalide is of een mindervalide kind ten laste heeft;
   7° de identificatie- en contactgegevens van de erkende onderneming;
   8° de identificatie- en contactgegevens, waaronder het INSZ-nummer, van de bestuurders, zaakvoerders, personen die de onderneming vertegenwoordigen en andere contactpersonen van de erkende ondernemingen;
   9° de financiële gegevens van de erkende onderneming;
   10° de identificatie- en contactgegevens van de externe opleider.
   De verwerking van de gegevens, vermeld in het eerste lid, 6°, is gerechtvaardigd op grond van artikel 9, lid 2, b), van de algemene verordening gegevensbescherming.
   In het kader van rapportering worden de hierboven vermelde persoonlijke kenmerken verwerkt.]1

  
Art.10/1. [1 Les catégories suivantes de données à caractère personnel sont traitées aux fins de la présente loi :
   1° les données d'identification, y compris le numéro NISS, l'âge et le sexe, de l'employé ;
   2° les données d'emploi et sociodémographiques de l'employé ;
   3° les données d'identification et de contact, y compris le numéro NISS, l'âge et le sexe, de l'utilisateur ;
   4° les données financières et fiscales de l'utilisateur ;
   5° les données d'emploi et sociodémographiques de l'utilisateur ;
   6° la pièce démontrant que l'utilisateur est handicapé ou a un enfant handicapé à charge ;
   7° les données d'identification et de contact de l'entreprise agréée ;
   8° les données d'identification et de contact, y compris le numéro NISS, des administrateurs, gérants, personnes représentant l'entreprise et autres personnes de contact des entreprises agréées ;
   9° les données financières de l'entreprise agréée ;
   10° les données d'identification et de contact du formateur externe.
   Le traitement des données visées à l'alinéa 1er, 6°, est justifié sur la base de l'article 9, paragraphe 2, b) du règlement général sur la protection des données.
   Dans le cadre des rapports, les caractéristiques personnelles mentionnées ci-dessus sont traitées.]1

  
Art.10/2. [1 In het kader van de taken, vermeld in deze wet, wisselt de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 10, eerste lid, de volgende persoonsgegevens uit met de volgende instanties:
   1° de identificatie- en contactgegevens, waaronder het INSZ-nummer, van de gebruiker met het Rijksregister van de natuurlijke personen;
   2° het vestigingsadres en het nummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen van de onderneming met de Kruispuntbank van Ondernemingen;
   3° de identificatiegegevens, waaronder het INSZ-nummer, tewerkstellingsgegevens en sociaal demografische gegevens van de gebruiker en de werknemer met de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;
   4° de identificatie- en contactgegevens van de erkende onderneming met het uitgiftebedrijf;
   5° de identificatie- en contactgegevens, waaronder het INSZ-nummer, evenals het statuut van de gebruiker met het uitgiftebedrijf;
   6° de identificatiegegevens, waaronder het INSZ-nummer, en het sociaal statuut van de gebruiker met de instellingen van sociale zekerheid en het VAPH;
   7° de identificatiegegevens, waaronder het INSZ-nummer, en tewerkstellingsgegevens van de werknemers met het Belgisch Statistiekbureau Statbel.]1

  
Art.10/2. [1 Dans le cadre des tâches prévues par la présente loi, le responsable du traitement visé à l'article 10, alinéa 1er, échange les données à caractère personnel suivantes avec les instances suivantes :
   1° les données d'identification et de contact, y compris le numéro NISS, de l'utilisateur, avec le Registre national des personnes physiques ;
   2° l'adresse d'établissement et le numéro de la Banque-Carrefour des Entreprises de l'entreprise, avec la Banque-Carrefour des Entreprises ;
   3° les données d'identification, y compris le numéro NISS, les données d'emploi et les données sociodémographiques de l'utilisateur et de l'employé, avec la Banque-Carrefour de la sécurité sociale ;
   4° les données d'identification et de contact de l'entreprise agréée, avec la société émettrice ;
   5° les données d'identification et de contact, y compris le numéro NISS, ainsi que le statut de l'utilisateur, avec la société émettrice ;
   6° les données d'identification, y compris le numéro NISS, et le statut social de l'utilisateur, avec les institutions de sécurité sociale et la VAPH ;
   7° les données d'identification, y compris le numéro NISS, et les données d'emploi des employés, avec l'Office belge de Statistique Statbel.]1

  
Art.10/3. [1 Met behoud van de toepassing van de noodzakelijke bewaring ervan voor de latere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, voor wetenschappelijk of historisch onderzoek of voor statistische doeleinden, vermeld in artikel 89 van de algemene verordening gegevensbescherming, worden de persoonsgegevens bewaard gedurende de noodzakelijke duur voor de doeleinden van dit decreet met een maximale bewaartermijn die niet meer kan bedragen dan tien jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 10, eerste lid, van deze wet, behoren, en, in voorkomend geval, de definitieve beëindiging van de gerechtelijke, administratieve en buitengerechtelijke procedures en beroepen die voortvloeien uit de verwerking van de voormelde persoonsgegevens.]1
  
Art.10/3. [1 Sans préjudice de l'application de leur conservation nécessaire en vue du traitement ultérieur, à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, visées à l'article 89 du règlement général sur la protection des données, les données à caractère personnel sont conservées pendant la durée nécessaire aux fins du présent décret avec un délai maximal de conservation ne pouvant dépasser dix ans après la prescription de toutes les actions relevant de la compétence du responsable du traitement, visé à l'article 10, alinéa 1er de la présente loi et, le cas échéant, la cessation définitive des procédures et recours judiciaires, administratifs et extrajudiciaires, découlant du traitement des données à caractère personnel précitées.]1
  
Hoofdstuk IV. Andere buurtdiensten en -banen.
Chapitre IV. - Autres services et emplois de proximité.
Art. 10bis. <INGEVOEGD bij W 2003-12-22/42, art. 80; Inwerkingtreding : 01-01-2004> De fiscale behandeling verbonden aan de dienstencheques bedoeld in hoofdstuk II, kan voor andere activiteiten dan thuishulp van huishoudelijke aard slechts toegekend worden indien cumulatief de volgende voorwaarden vervuld zijn :
  1° het gaat om banenscheppende activiteiten, met of zonder handelskarakter, die inspelen op individuele, persoonlijke of familiale noden die zich in het raam van het dagelijkse leven laten gevoelen en die door het bevoegde gewest of de bevoegde gemeenschap worden geselecteerd als activiteiten die kunnen vergoed worden met een dienstencheque;
  2° de gebruikers zijn natuurlijke personen;
  3° de activiteiten worden uitgevoerd door een onderneming die daartoe erkend is door het bevoegde gewest of de bevoegde gemeenschap;
  4° het bevoegde gewest of de bevoegde gemeenschap moet in zijn erkenningsvoorwaarden inschrijven dat de erkende onderneming ten aanzien van zijn werknemers voor wat betreft het soort arbeidsovereenkomst en de minimale arbeidsregeling minstens dezelfde garanties biedt als voorzien in Hoofdstuk II, Afdeling 2, en dat de erkenning kan worden ingetrokken indien niet voldaan is aan deze garanties;
  5° aan de gebruiker wordt de kwaliteit en de veiligheid van deze diensten gegarandeerd;
  6° hierover heeft het bevoegde gewest of de bevoegde gemeenschap een bilateraal samenwerkingsakkoord gesloten met de federale overheid.
Art. 10bis. Le traitement fiscal lié aux titres-services visés au Chapitre II, ne peut être accordé aux autres activités que l'aide à domicile de nature ménagère que si les conditions suivantes sont remplies de façon cumulative :
  1° il s'agit d'activités, marchandes ou non marchandes, créatrices d'emploi, qui visent à rencontrer des besoins individuels, personnels ou familiaux dans le cadre de la vie quotidienne et qui sont sélectionnées par la région ou la communauté compétente en tant qu'activités qui peuvent être rémunérées par un titre-service;
  2° les utilisateurs sont des personnes physiques;
  3° les activités sont accomplies par une entreprise agréée à cette fin par la région ou la communauté compétente;
  4° la région ou la communauté compétente doit inscrire dans ces conditions d'agrément que l'entreprise agréée offre vis-à-vis de ses travailleurs, en ce qui concerne le type de contrat et le régime de travail, au moins les mêmes garanties que celles fixées par le Roi en application du Chapitre II, Section 2, et que l'agrément peut être retiré si ces garanties ne sont pas respectées;
  5° la qualité et la sécurité de ces services sont garanties à l'utilisateur;
  6° la région ou la communauté compétente a conclu un accord bilatéral de coopération avec l'autorité fédérale concernant cette matière.
Hoofdstuk IV/1. [1 - Strafbepalingen]1
Chapitre IV/1. [1 - Dispositions pénales]1
Art. 10ter. [1 Het toezicht en de controle op de bepalingen van deze wet, met uitzondering van de bepalingen van afdeling 2 van hoofdstuk II, en de uitvoeringsbesluiten ervan, verlopen conform het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004.]1
  
Art. 10ter. [1 La surveillance et le contrôle des dispositions de la présente loi, à l'exception des dispositions de la section 2 du chapitre II et de ses arrêtés d'exécution s'effectuent conformément aux dispositions du décret relatif au contrôle des lois sociales du 30 avril 2004.]1
  
Art. 10quinquies. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek worden gestraft met een [4 ...]4 strafrechtelijke geldboete van [4 100 tot 1000 euro]4 [4 ...]4:
   1° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die dienstencheques van de gebruiker aanvaarden als de buurtwerken of -diensten nog niet zijn uitgevoerd;
   2° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die buurtwerken of diensten laten uitvoeren door een werknemer die niet werd aangeworven voor de uitvoering van die buurtwerken of -diensten;
   3° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die de registratie van de dienstenchequeactiviteiten niet op dergelijke wijze organiseren dat het mogelijk is exact na te gaan wat het verband is tussen de maandelijkse prestaties van elke individuele dienstenchequewerknemer, de gebruiker en de overeenkomstige dienstencheques;
   4° [4 ...]4
   5° [4 ...]4
   6° [4 ...]4
   7° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die een ander dan het vanaf hun erkenning bijkomende arbeidsvolume van activiteiten van thuishulp van huishoudelijke aard met dienstencheques laten betalen;
   8° [4 de gebruiker of de werknemer die heeft deelgenomen aan de inbreuken, vermeld in punt 1° tot en met 7°, en artikel 10sexies, § 1, 1° tot en met 5°, en § 2, 1° tot en met 6° ;]4]1

  [2 9° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die de werknemer of klant niet behandelen op een respectvolle en niet-discriminerende wijze als vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid, i en j;]2
  [4 10° de werkgever, zijn lasthebbers of de aangestelden die de gebruiker vertegenwoordigen voor de toepassing van artikel 3, § 2, eerste lid, en artikel 6 van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, of die de werknemer vertegenwoordigen om de dienstencheques te ondertekenen;
   11° de personen die dienstencheques aanwenden voor andere doeleinden dan de doeleinden waarvoor ze die hebben verkregen;
   12° de personen die dienstencheques hebben verkregen, behouden of aanwenden op basis van onjuiste of onvolledige verklaringen, of door na te laten om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken.]4

  [3 13° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die de prestaties niet binnen dertig dagen na de prestatiedatum registreren in het beheersysteem van het uitgiftebedrijf.]3
  [4 De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 1°, wordt vermenigvuldigd met het aantal gebruikers van wie dienstencheques zijn aanvaard als de buurtwerken en -diensten nog niet zijn uitgevoerd. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.
   De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 2°, wordt vermenigvuldigd met het aantal werknemers die buurtwerken of -diensten uitvoeren en die niet zijn aangeworven voor de uitvoering van die buurt- werken of -diensten. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.
   De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 10°, wordt vermenigvuldigd met het aantal gebruikers en werknemers die door de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden worden vertegenwoordigd. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.]4

  [3 De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 13°, wordt vermenigvuldigd met het aantal gebruikers van wie prestaties niet zijn geregistreerd in het beheersysteem van het uitgiftebedrijf binnen dertig dagen na de prestatiedatum. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.]3
Art. 10quinquies. [1 Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 inclus du Code pénal, sont punis [4 ...]4 d'une amende pénale de [4 100 à 1000 euros]4 [4 ...]4 :
   1° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui acceptent des titres-services de l'utilisateur si les travaux ou services de proximité ne sont pas encore exécutés ;
   2° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui font exécuter des travaux ou services de proximité par un travailleur qui n'a pas été recruté pour l'exécution de ces travaux ou services de proximité ;
   3° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui n'organisent l'enregistrement des activités titres-services pas de manière à ce qu'il soit possible de vérifier exactement quel est le lien entre les prestations mensuelles de chaque travailleur titres-services individuel, l'utilisateur et les titres-services correspondants ;
   4° [4 ...]4
   5° [4 ...]4
   6° [4 ...]4
   7° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui font payer par des titres-services un autre volume de travail que le volume de travail supplémentaire d'activités d'aide à domicile de nature ménagère à partir de leur agrément ;
   8° [4 l'utilisateur ou le travailleur qui a participé aux infractions visées aux points 1° à 7° et à l'article 10sexies, § 1er, 1° à 5°, et § 2, 1° à 6° ;]4]1

  [2 9° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui ne traitent pas le travailleur ou client de manière respectueuse et non-discriminatoire, telle que visée à l'article 2, § 2, alinéa premier, i et j;]2
  [4 10° l'employeur, ses mandataires ou les préposés qui représentent l'utilisateur pour l'application de l'article 3, § 2, alinéa 1er, et de l'article 6 de l'arrêté royal du 12 décembre 2001 concernant les titres-services, ou qui représentent le travailleur pour signer les titres-services ;
   11° les personnes qui utilisent les titres-services à d'autres fins que celles pour lesquelles elles les ont obtenus ;
   12° les personnes qui ont obtenu, conservent ou utilisent des titres-services sur la base de déclarations inexactes ou incomplètes ou en omettant de faire les déclarations nécessaires ou de fournir des renseignements;]4

  [3 13° l'employeur, ses mandataires ou ses préposés qui n'enregistrent pas les prestations dans le système de gestion de la société émettrice dans les trente jours suivant la date de prestation.]3
  [4 L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 1°, est multipliée par le nombre d'utilisateurs dont les titres-services ont été acceptés alors que les travaux et services de proximité n'ont pas encore été effectués. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale.
   L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 2°, est multipliée par le nombre de travailleurs qui effectuent des travaux ou services de proximité et qui n'ont pas encore été engagés pour effectuer ces travaux ou services de proximité. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale.
   L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 10°, est multipliée par le nombre d'utilisateurs et de travailleurs qui sont représentés par l'employeur, ses mandataires ou préposés. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale.]4

  [3 L'amende imposée en vertu de l'alinéa 1er, 13°, est multipliée par le nombre d'utilisateurs dont les prestations n'ont pas été enregistrées dans le système de gestion de la société émettrice dans les trente jours suivant la date de la prestation. L'amende multipliée ne peut toutefois être supérieure au centuple de l'amende maximale.]3
  
Art.10quinquies /1. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek worden gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 300 tot 3000 euro, of met een van die straffen alleen:
   1° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die buurtwerken of -diensten leveren zonder te beschikken over een voorafgaande regelmatige erkenning of die niet meer voldoen aan de erkenningsvoorwaarden;
   2° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die een andere activiteit uitvoeren dan de activiteiten waarvoor een erkenning is verleend op grond van deze wet, en die niet over een sui-generisafdeling beschikken die zich specifiek bezighoudt met de tewerkstelling in het kader van het stelsel van dienstencheques als vermeld in artikel 2, § 2, eerste lid, a, van deze wet;
   3° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die werken of diensten die worden gefinancierd met dienstencheques, in onderaanneming laten uitvoeren door een andere onderneming of instelling;
   4° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die in het kader van de buurtwerken of -diensten activiteiten uitvoeren die niet zijn toegelaten in de beslissing tot erkenning;
   5° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die dienstencheques aannemen om activiteiten te betalen die geen buurtwerken of -diensten zijn;
   6° de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden die meer dienstencheques voor betaling aanvaarden en overzenden aan het uitgiftebedrijf voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten in een bepaald kwartaal dan het aantal arbeidsuren dat bij de RSZ is aangegeven voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten dat voor datzelfde kwartaal is gepresteerd door werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques.
   De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 1° en 3°, wordt vermenigvuldigd met het aantal gebruikers voor wie en het aantal werknemers door wie activiteiten zijn uitgevoerd die in de inbreuk worden genoemd. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.]1

  
Art.10quinquies /1. [1 Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 du Code pénal, sont punis d'un emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende pénale de 300 à 3000 euros, ou de l'une de ces peines seulement :
   1° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui fournissent des travaux ou services de proximité sans disposer d'un agrément régulier préalable ou qui ne satisfont plus aux conditions d'agrément ;
   2° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui effectuent une activité autre que celles pour lesquelles un agrément a été accordé en vertu de la présente loi et qui ne disposent pas d'une division sui generis s'occupant spécifiquement de l'emploi dans le cadre du régime des titres-services, telle que visée à l'article 2, § 2, alinéa 1er, a, de la présente loi ;
   3° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui sous-traitent des travaux ou services financés par des titres-services à une autre entreprise ou à un autre organisme ;
   4° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui effectuent, dans le cadre des travaux ou services de proximité, des activités non autorisées dans la décision d'agrément ;
   5° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui acceptent des titres-services pour payer des activités qui ne sont pas des travaux ou services de proximité ;
   6° l'employeur, ses mandataires ou préposés qui acceptent et transmettent à la société émettrice, en vue du remboursement, plus de titres-services pour des prestations de travaux ou services de proximité effectuées durant un trimestre donné que le nombre d'heures de travail, déclaré auprès de l'ONSS pour des prestations de travaux ou services de proximité effectuées, qui a été presté pendant ce même trimestre par des travailleurs sous contrat de travail titres-services.
   L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 1° et 3°, est multipliée par le nombre d'utilisateurs pour lesquels et le nombre de travailleurs par lesquels des activités nommées dans l'infraction ont été exécutées. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale.]1

  
Art. 10sexies. [1 § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek worden de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6000 euro, of met een van die straffen alleen, als zij:
   1° in het kader van de buurtwerken of -diensten [2 wetens en willens]2 activiteiten uitvoeren die niet toegelaten zijn in de beslissing tot erkenning;
   2° [2 wetens en willens dienstencheques]2 aannemen ter betaling van activiteiten die geen buurtwerken of -diensten zijn;
   3° [2 wetens en willens meer]2 dienstencheques voor betaling aanvaarden en overzenden aan het uitgifte-bedrijf voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten in een bepaald kwartaal, dan het aantal bij de RSZ aangegeven arbeidsuren voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten dat voor datzelfde kwartaal is gepresteerd door werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques;
  [2 4° wetens en willens de inbreuk, vermeld in artikel 10quinquies, eerste lid,10°, van deze wet, hebben gepleegd;
   5° de registratie van de dienstenchequeactiviteiten op een dergelijke wijze organiseren zodat het onmogelijk is voor de inspectiediensten om exact na te gaan wat het verband is tussen de maandelijkse prestaties van elke individuele dienstenchequewerknemer, de gebruiker en de overeenkomstige dienstencheques.]2

  [2 De geldboete die wordt opgelegd met toepassing van het eerste lid, 4°, wordt vermenigvuldigd met het aantal gebruikers en werknemers die door de werkgever, zijn lasthebbers of aangestelden worden vertegenwoordigd. De vermenigvuldigde geldboete mag evenwel niet meer dan het honderdvoud van de maximumgeldboete bedragen.]2
   § 2. Met behoud van de toepassing van artikel 269 tot en met 274 van het Strafwetboek worden gestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 6000 euro, of met een van die straffen alleen:
   1° de personen die wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen hebben afgelegd om dienstencheques ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, [2 aan te wenden,]2 te behouden of te doen behouden;
   2° de personen die wetens en willens hebben nagelaten of geweigerd om noodzakelijke verklaringen af te leggen of de inlichtingen te verstrekken die ze gehouden zijn te verstrekken, om dienstencheques ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, [2 an te wenden,]2 te behouden of te doen behouden;
   3° de personen die wetens en willens dienstencheques ten onrechte hebben verkregen [2 behouden of aanwenden]2 waarop ze geen of slechts gedeeltelijk recht hebben, door onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen, of door na te laten of te weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken;
   4° de personen die, om dienstencheques ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, [2 aan te wenden,]2 te behouden of te doen behouden:
   a) valsheid in geschrifte hebben gepleegd, hetzij door valse handtekeningen, hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen, hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of in een akte in te voegen, hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten die in de akte opgenomen of vastgesteld moeten worden;
   b) zich bediend hebben van een valse akte of een vals stuk, terwijl ze weten dat de gebruikte akte of het gebruikte stuk vals is;
   5° de personen die, om dienstencheques ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, [2 aan te wenden,]2 te behouden of te doen behouden:
   a) bedrog hebben gepleegd door gegevens die worden opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een informaticasysteem, in te brengen in een informaticasysteem, te wijzigen of te wissen, of met een ander technologisch middel de mogelijke aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen, waardoor de juridische draagwijdte van de gegevens verandert;
   b) hebben gebruikgemaakt van die gegevens, terwijl ze weten dat de aldus verkregen gegevens vals zijn;
   6° de personen die, om dienstencheques ten onrechte te verkrijgen of te doen verkrijgen, [2 aan te wenden,]2 te behouden of te doen behouden, hebben gebruikgemaakt van valse namen, valse hoedanigheden of valse adressen of die een andere frauduleuze handeling hebben gesteld om te doen geloven in het bestaan van een fictieve persoon, een fictieve onderneming of een fictieve gebeurtenis, of om op een andere wijze misbruik te maken van het vertrouwen;]1

  [2 ° de gebruiker of de werknemer die wetens en willens heeft deelgenomen aan de inbreuken, vermeld in artikel 10quinquies, 1° tot en met 7°, en artikel 10sexies, § 1, 1° tot en met 5°, en § 2, 1° tot en met 6°.]2
  
Art. 10sexies. [1 § 1er. Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 inclus du Code pénal, l'employeur, ses mandataires ou préposés sont punis d'un emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende pénale de 600 à 6000 euros, ou de l'une de ces peines seulement, s'ils:
   1° exécutent [2 sciemment et volontairement]2, dans le cadre des travaux ou services de proximité, des activités qui ne sont pas autorisées dans la décision d'agrément ;
   2° [2 acceptent sciemment et volontairement des titres-services en]2 paiement d'activités qui ne sont pas de travaux ou services de proximité ;
   3° [2 acceptent et transmettent à la société émettrice en vue du remboursement, sciemment et volontairement, plus de titres-services pour des prestations de travaux ou services de proximité effectuées durant un trimestre donné que le nombre d'heures de travail, déclaré auprès de l'ONSS pour des prestations de travaux ou services de proximité effectuées, qui a été presté pendant ce même trimestre par des travailleurs sous contrat de travail titres-services;]2
  [2 4° ont commis, sciemment et volontairement, l'infraction visée à l'article 10quinquies, alinéa 1er, 10°, de la présente loi ;
   5° organisent l'enregistrement des activités de titres-services de telle manière qu'il est impossible aux services d'inspection de vérifier exactement la relation entre les prestations mensuelles de chaque travailleur titres-services individuel, l'utilisateur et les titres-services correspondants.]2

  [2 L'amende infligée en application de l'alinéa 1er, 4°, est multipliée par le nombre d'utilisateurs et de travailleurs qui sont représentés par l'employeur, ses mandataires ou préposés. L'amende multipliée ne peut toutefois pas excéder le centuple de l'amende maximale.]2
   § 2. Sans préjudice de l'application des articles 269 à 274 inclus du Code pénal, sont punis d'un emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende pénale de 600 à 6000 euros, ou de l'une de ces peines seulement :
   1° les personnes [2 qui, sciemment et volontairement, ont]2 fait des déclarations inexactes ou incomplètes [2 afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services]2 ;
   2° les personnes [2 qui, sciemment et volontairement, ont]2 négligé ou refusé de faire des déclarations nécessaires ou de fournir des renseignements qu'elles sont tenues de fournir, [2 afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services]2 ;
   3° les personnes [2 qui, sciemment et volontairement, ont obtenu, conservent ou utilisent]2 des titres-services auxquels elles n'ont pas droit ou auxquels elles n'ont droit qu'en partie, sur la base de déclarations inexactes ou incomplètes, ou en négligeant de faire des déclarations nécessaires ou de fournir des renseignements ;
   4° les personnes [2 qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services]2 :
   a) ont fait des faux en écriture, soit par de signatures fausses, soit par contrefaction ou falsification d'écrits ou de signatures, soit en établissant faussement des conventions, des dispositions, des engagements ou des libérations de dette ou en les intégrant dans un acte, soit par l'ajout ou la falsification de clauses, déclarations ou faits qui doivent être repris ou constatés dans un acte ;
   b) se sont servies d'un faux acte ou d'un document faux, tout en sachant que l'acte ou le document utilisé sont faux ;
   5° les personnes [2 qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services]2 :
   a) ont fraudé en introduisant des données dans un système informatique, qui sont stockées, traitées ou transmises dans un système informatique, en modifiant ou en effaçant des données ou en changeant l'affectation possible de données dans un système informatique par un autre moyen technologique, de sorte que la portée juridique de telles données change ;
   b) ont utilisé ces données, tout en sachant que les données ainsi obtenues sont fausses ;
   6° les personnes [2 qui, afin d'obtenir ou de faire obtenir, d'utiliser, de conserver ou de faire conserver indûment des titres-services]2, ont fait usage de faux noms, de fausses qualités ou de fausses adresses ou qui ont fait des actes frauduleux afin de faire croire à l'existence d'une personne fictive, une entreprise fictive ou un autre événement fictif, ou afin de faire un usage abusif de la confiance d'une autre manière;]1

  [2 7° l'utilisateur ou le travailleur qui, sciemment et volontairement, a pris part aux infractions visées à l'article 10quinquies, 1° à 7°, et à l'article 10sexies, § 1er, 1° à 5°, et § 2, 1° à 6°.]2
  
Art. 10septies /1. [1 In geval van herhaling binnen vijf jaar kan de maximale straf, vermeld in artikel 10quater tot en met 10sexies, op het dubbele van het maximum worden gebracht.]1
  
Art. 10septies /1.[1 En cas de récidive dans les cinq ans, la sanction maximale visée aux articles 10quater à 10sexies inclus, peut être reportée au double du maximum.]1
  
Art. 10septies /2. [1 De werkgever is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboetes waartoe zijn lasthebbers of aangestelden zijn veroordeeld.]1
  
Art. 10septies /2. [1 L'employeur est civilement responsable du paiement des amendes auxquelles ses mandataires ou préposés sont condamnés.]1
  
Art. 10septies /3. [1 Onrechtmatig ontvangen vergoedingen of betalingen worden ambtshalve teruggevorderd.
   De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de terugvordering van de onrechtmatig ontvangen vergoedingen of betalingen.]1

  
Art. 10septies /3. [1 Des indemnités ou paiements indûment reçus sont recouvrés d'office.
   Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives au recouvrement des indemnités ou paiements indûment reçus.]1

  
Art. 10septies /4.[1 Alle bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, met uitzondering van hoofdstuk V, zijn van toepassing op de inbreuken, vermeld in deze wet.]1
  
Art. 10septies /4.[1 Toutes les dispositions du livre 1er du Code pénal, à l'exception du chapitre V, sont applicables aux infractions visées dans la présente loi.]1
  
Art. 10septies /5. [1 De rechtsvorderingen die ontstaan uit de toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan, verjaren na verloop van vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan.]1
  
Art. 10septies /5. [1 Une action en restitution née de l'application de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution se prescrit par cinq ans après le fait dont l'action est née.]1
  
Hoofdstuk IV/2. [1 Rechtsmiddelen tegen de beslissingen van [2 het Departement Werk en Sociale Economie]2]1
Chapitre IV/2. [1 Recours contre les décisions [2 du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]2]1
Art. 10octies. [1 Tegen de beslissingen die door [2 het Departement Werk en Sociale Economie]2 zijn genomen tot uitvoering van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten kan een beroep worden aangetekend bij de arbeidsrechtbank bevoegd voor het rechtsgebied waar de onderneming haar maatschappelijke zetel heeft.
   Dit beroep moet, op straffe van verval, binnen drie maanden te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing, of bij gebrek aan kennisgeving, binnen drie maanden te rekenen vanaf de dag waarop de betrokkene er kennis van heeft gekregen, door middel van een verzoekschrift ingediend worden bij de bevoegde arbeidsrechtbank.]1

  
Art. 10octies. [1 Les décisions prises par [2 le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale]2 en exécution de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution sont susceptibles d'un recours devant le tribunal du travail compétent pour le ressort territorial où l'entreprise a son siège social.
   Ce recours doit, à peine de forclusion, être introduit par requête devant le tribunal du travail compétent dans un délai de trois mois à compter de la notification de la décision ou, à défaut de notification, dans un délai de trois mois à compter du jour où l'intéressé en a eu connaissance.]1

  
Hoofdstuk V. Inwerkingtreding.
Chapitre V. Entrée en vigueur.
Art. 11. Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 11. La présente loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.