Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
3 DECEMBER 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 december 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de huisbewaarders van flatgebouwen, betreffende de maatregelen ten gunste van de risicogroepen (Overeenkomst geregistreerd op 5 april 2000 onder het nummer 54559/CO/323).
Titre
3 DECEMBRE 1999. - Convention collective de travail du 3 décembre 1999, conclue au sein de la Commission paritaire pour les concierges d'immeubles à appartements, relative aux mesures en faveur des groupes à risque (Convention enregistrée le 5 avril 2000 sous le numéro 54559/CO/323).
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werknemers en hun werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de huisbewaarders van flatgebouwen.
  Onder "werklieden" wordt verstaan de werklieden en de werksters.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux travailleurs et à leurs employeurs qui ressortissent à la Commission paritaire pour les concierges d'immeubles à appartements.
  On entend par "travailleurs" les employés et les employées, les ouvriers et ouvrières.
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten met toepassing van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 april 1999.
  Overeenkomstig de voornoemde wet, beogen de ondertekenende partijen met deze collectieve arbeidsovereenkomst voor de jaren 1999 en 2000 te voorzien in een inspanning van 0,10 pct. berekend op basis van het globale loon van de werknemers, zoals bepaald in artikel 23 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers.
  De hierboven genoemde bijdrage van 0,10 pct. wordt geïnd en ontvangen door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en gestort aan het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de huisbewaarders.
Art. 2. La présente convention collective de travail est conclue en application de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses, publié au Moniteur belge du 1er avril 1999.
  Conformément à la loi précitée, les parties signataires visent par la présente convention collective de travail à prévoir pour les années 1999 et 2000 un effort de 0,10 p.c. calculé sur la base de la rémunération globale des travailleurs, comme prévu à l'article 23 de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés.
  La cotisation susvisée à 0,10 p.c. est perçue et recouvrée par l'Office national de Sécurité sociale et versée au Fonds social et de garantie pour les concierges.
Art. 3. De bijdrage van 0,10 pct. bedoeld in artikel 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gebruikt voor de personen die, bij hun aanwerving, behoren tot de risicogroepen onder de werkzoekenden en/of personen op wie het begeleidingsplan van toepassing is dat beoogd wordt door het samenwerkingsakkoord tussen de federale autoriteiten, de Gemeenschappen en de Gewesten, betreffende het begeleidingsplan.
Art. 3. La cotisation de 0,10 p.c. visée par l'article 2 de la présente convention collective de travail est utilisée en faveur des personnes qui, à leur embauche, appartiennent aux groupes à risque parmi les demandeurs d'emploi et/ou des personnes auxquelles s'applique le plan d'accompagnement visé par l'accord de coopération entre les autorités fédérales, les Communautés et les Régions, concernant le plan d'accompagnement.
Art. 4. § 1. Voor de uitvoering van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder "risicogroepen" verstaan, de personen die behoren tot één van de volgende categorieën : langdurig werklozen, laaggeschoolde werklozen, gehandicapten, deeltijds schoolplichtige jongeren, herintreders, bestaansminimumtrekkers en laaggeschoolde werknemers.
  a) Onder "langdurig werkloze" wordt de werkzoekende verstaan die, tijdens de twaalf maanden die voorafgaan aan zijn aanwerving, zonder onderbreking een werkloosheids- of wachtvergoeding heeft genoten voor alle dagen van de week.
  b) Onder "laaggeschoolde werkloze" wordt de werkzoekende verstaan die ouder dan 18 jaar is en die geen houder is van :
  1. ofwel een diploma van het universitair onderwijs;
  2. ofwel een diploma of een getuigschrift van het hoger onderwijs van het lange of van het korte type;
  3. ofwel een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs.
  c) Onder "gehandicapte" wordt de gehandicapte werkzoekende verstaan die, op het ogenblik van zijn aanwerving, ingeschreven is bij het Vlaams Fonds voor sociale integratie voor personen met een handicap of het "Fonds communautaire pour l'intégration sociale et professionnelle des handicapés".
  d) Onder "deeltijds schoolplichtige jongere" wordt de werkzoekende jonger dan 18 jaar verstaan die onderworpen is aan de deeltijdse schoolplicht en die de cursussen van het voltijds secundair onderwijs niet meer volgt.
  e) Onder "herintreder" wordt de werkzoekende verstaan die tegelijk aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1. geen werkloosheids- of onderbrekingsuitkeringen hebben genoten tijdens een periode van drie jaar voorafgaand aan de aanwerving;
  2. geen beroepsactiviteit hebben uitgeoefend tijdens een periode van drie jaar voorafgaand aan de aanwerving;
  3. voor de periode van drie jaar bepaald in punt 1 en punt 2, zijn beroepsactiviteit hebben onderbroken of nooit een dergelijke activiteit hebben aangevat.
  f) Onder "bestaansminimumtrekker" wordt de werkzoekende verstaan die, op het ogenblik van zijn aanwerving, ten minste sinds zes maanden zonder onderbreking het bestaansminimum ontvangt.
  g) Onder "laaggeschoolde werknemer" wordt de werknemer verstaan die ouder dan 18 jaar is en die geen houder is van :
  1. ofwel een diploma van het universitair onderwijs;
  2. ofwel een diploma of een getuigschrift van het hoger onderwijs van het lange type of van het korte type;
  3. ofwel een getuigschrift van het hoger secundair onderwijs.
  § 2. Personen die het begeleidingsplan hebben gevolgd dat werd uitgewerkt voor werklozen, vallen eveneens onder de doelgroepen die worden beoogd door deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Art. 4. § 1er. Pour l'exécution de la présente convention collective de travail, on entend par "groupes à risque", les personnes qui appartiennent à l'une des catégories suivantes : les chômeurs de longue durée, les chômeurs à qualification réduite, les handicapés, les jeunes à scolarité obligatoire partielle, les personnes qui réintègrent le marché de l'emploi, les bénéficiaires du minimum de moyens d'existence et les travailleurs peu qualifiés.
  a) Par "chômeur de longue durée", on entend le demandeur d'emploi qui, pendant les douze mois précédant son embauche, a bénéficié sans interruption d'allocations de chômage ou d'attendre pour tous les jours de la semaine.
  b) Par "chômeur à qualification réduite", on entend le demandeur d'emploi, âgé de plus de 18 ans, qui n'est pas porteur :
  1. soit d'un diplôme de l'enseignement universitaire;
  2. soit d'un diplôme ou d'un certificat de l'enseignement supérieur du type long ou du type court;
  3. soit d'un certificat de l'enseignement secondaire supérieur.
  c) Par "handicapé" on entend la personne handicapée - demandeur d'emploi qui, au moment de son embauche, est inscrite auprès du Fonds communautaire pour l'intégration sociale et professionnelle des handicapés ou du "Vlaams Fonds voor sociale integratie voor personen met een handicap".
  d) Par "jeune à scolarité obligatoire partielle", on entend le demandeur d'emploi âgé de moins de 18 ans qui est soumis à la scolarité obligatoire partielle et qui ne suit plus les cours de l'enseignement secondaire de plein exercice.
  e) Par "personne qui réintègre le marché de l'emploi", on entend le demandeur d'emploi qui satisfait à la fois aux conditions suivantes :
  1. ne pas avoir bénéficié d'allocations de chômage ou d'allocations d'interruption pendant une période de trois ans précédant son embauche;
  2. ne pas avoir exercé une activité professionnelle pendant une période de trois ans précédant son embauche;
  3. pour la période de trois ans prévue aux point 1 et point 2, avoir interrompu son activité professionnelle ou n'avoir jamais commencé une telle activité.
  f) Par "bénéficiaire du minimum de moyens d'existence", on entend le demandeur d'emploi qui, au moment de son embauche, reçoit depuis au moins six mois sans interruption le minimum de moyens d'existence.
  g) Par "travailleur peu qualifié", on entend le travailleur, âgés de plus de 18 ans, qui n'est pas porteur :
  1. soit d'un diplôme de l'enseignement universitaire;
  2. soit d'un diplôme ou d'un certificat de l'enseignement supérieur du type long ou du type court;
  3. soit d'un certificat de l'enseignement secondaire supérieur.
  § 2. Les personnes ayant suivi le plan d'accompagnement élaboré pour les chômeurs, tombent également dans les groupes-cibles visés par la présente convention collective de travail.
Art. 5. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten ter uitvoering van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 april 1999.
  Met toepassing van bovenvermelde wet zullen de ondertekenende partijen een evaluatierapport en een financieel rapport neerleggen bij de Griffie van de Dienst van de collectieve arbeidsbetrekkingen op het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid en uiterlijk tegen 1 juli van het jaar dat volgt op het jaar 1999 en het jaar 2000.
Art. 5. La présente convention collective de travail est conclue en exécution de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses, publié au Moniteur belge du 1er avril 1999.
  En application de la loi susmentionnée, les parties signataires déposeront un rapport d'évaluation et un rapport financier au Greffe du Service des relations collectives de travail du Ministère de l'Emploi et du Travail et au plus tard pour le 1er juillet de l'année qui suit l'année 1999 et l'année 2000.
Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 1 januari 2001.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 augustus 2001.
  (Voor het KB, zie %%2001-08-10/B1%%)
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 6. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1999 et cesse d'être en vigueur le 1er janvier 2001.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 10 août 2001.
  (Pour l'AR, voir %%2001-08-10/B1%%)
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX.