Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
20 SEPTEMBER 2001. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houdende de regeling van de verhuur van de woningen die beheerd worden door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij of door de openbare vastgoedmaatschappijen met betrekking tot de invoering van het meervoudig inschrijvingsstelsel.
Titre
20 SEPTEMBRE 2001. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 26 septembre 1996 organisant la location des habitations gérées par la Société du Logement de la Région bruxelloise ou par les sociétés immobilières de service public concernant la mise en place du système d'inscriptions multiples.
Informations sur le document
Numac: 2001031370
Datum: 2001-09-20
Info du document
Numac: 2001031370
Date: 2001-09-20
Tekst (20)
Texte (20)
Artikel 1. De in artikel 5, § 10, van de ordonnantie van 9 september 1993 vastgestelde bepaling tot invoering van het beginsel van de meervoudige inschrijving treedt in werking op 1 januari 2002.
Article 1. La disposition, instaurant le principe de l'inscription multiple, reprise à l'article 5, § 10 de l'ordonnance du 9 septembre 1993 entre en vigueur le 1er janvier 2002.
Art.2. Aan artikel 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houdende de regeling van de verhuur van de woningen die beheerd worden door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij of door de openbare vastgoedmaatschappijen, gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 maart 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° Punt 9° wordt aangevuld als volgt :
" Bovendien wordt de persoon die door het Ministerie van Maatschappelijke Voorzorg is erkend als gehandicapte voor meer dan 66 % na de leeftijd van 65 jaar aanzien als gehandicapte voor de toepassing van de artikelen 3, 2°, 4, § 1, en 9, § 1, 4. ".
2° In 10° wordt het eerste streepje opnieuw geformuleerd als volgt :
" - het kind dat onder de verantwoordelijkheid van één van de gezinsleden wordt geplaatst, dat voor hem de kinderbijslag ontvangt; ".
3° het eerste lid van 11° wordt vervangen door de volgende tekst : " Inkomsten : de netto-inkomsten uit onroerende of roerende goederen en het netto belastbaar bedrag van de inkomsten uit beroepsbezigheden voor elke aftrek, verhoogd of verminderd met de uitkeringen voor onderhoud die ontvangen of betaald zijn en de aftrekken verricht voor kinderopvang, zoals bepaald in het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992. De betrokken inkomsten worden vastgesteld op basis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen van het land waar ze worden belast. Studiebeurzen toegekend aan gezinsleden die niet de hoedanigheid bezitten van kinderen ten laste, worden eveneens als inkomsten beschouwd ".
4° De volgende bepalingen worden toegevoegd :
" 25° : gewestelijke referentie : de identificatiecode van de kandidaat-huurder, bestaande uit het indentificatienummer van de maatschappij van inschrijving en een volgnummer in de gewestelijke gegevensbank.
26° : referentiemaatschappij : de maatschappij waartoe de aanvrager van een woning zich richt om zich in te schrijven als kandidaat-huurder van de maatschappij en desgewenst van andere maatschappijen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
27° : tweedelijnsmaatschappij : de maatschappij waarbij de kandidaat-huurder zich inschrijft via de referentiemaatschappij.
28° coöperatieve huurdersmaatschappij : maatschappij waarin de woningen uitsluitend worden toegekend aan de eigen coöperanten of aan kandidaat-huurders die zich ertoe verbonden hebben in te schrijven op aandelen van de maatschappij;
29° schrapping : operatie die erin bestaat een kandidatuur voor een sociale woning bij alle hierbij betrokken maatschappijen in te trekken".
1° Punt 9° wordt aangevuld als volgt :
" Bovendien wordt de persoon die door het Ministerie van Maatschappelijke Voorzorg is erkend als gehandicapte voor meer dan 66 % na de leeftijd van 65 jaar aanzien als gehandicapte voor de toepassing van de artikelen 3, 2°, 4, § 1, en 9, § 1, 4. ".
2° In 10° wordt het eerste streepje opnieuw geformuleerd als volgt :
" - het kind dat onder de verantwoordelijkheid van één van de gezinsleden wordt geplaatst, dat voor hem de kinderbijslag ontvangt; ".
3° het eerste lid van 11° wordt vervangen door de volgende tekst : " Inkomsten : de netto-inkomsten uit onroerende of roerende goederen en het netto belastbaar bedrag van de inkomsten uit beroepsbezigheden voor elke aftrek, verhoogd of verminderd met de uitkeringen voor onderhoud die ontvangen of betaald zijn en de aftrekken verricht voor kinderopvang, zoals bepaald in het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992. De betrokken inkomsten worden vastgesteld op basis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen van het land waar ze worden belast. Studiebeurzen toegekend aan gezinsleden die niet de hoedanigheid bezitten van kinderen ten laste, worden eveneens als inkomsten beschouwd ".
4° De volgende bepalingen worden toegevoegd :
" 25° : gewestelijke referentie : de identificatiecode van de kandidaat-huurder, bestaande uit het indentificatienummer van de maatschappij van inschrijving en een volgnummer in de gewestelijke gegevensbank.
26° : referentiemaatschappij : de maatschappij waartoe de aanvrager van een woning zich richt om zich in te schrijven als kandidaat-huurder van de maatschappij en desgewenst van andere maatschappijen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
27° : tweedelijnsmaatschappij : de maatschappij waarbij de kandidaat-huurder zich inschrijft via de referentiemaatschappij.
28° coöperatieve huurdersmaatschappij : maatschappij waarin de woningen uitsluitend worden toegekend aan de eigen coöperanten of aan kandidaat-huurders die zich ertoe verbonden hebben in te schrijven op aandelen van de maatschappij;
29° schrapping : operatie die erin bestaat een kandidatuur voor een sociale woning bij alle hierbij betrokken maatschappijen in te trekken".
Art.2. A l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 26 septembre 1996 organisant la location des habitations gérées par la Société du Logement de la Région bruxelloise ou par les sociétés immobilières de service public, modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 13 mars 1997, sont apportées les modifications suivantes :
1° Le 9° est complété comme suit :
" En outre, la personne reconnue handicapée à plus de 66 % par le Ministère de la Prévoyance sociale sur base de faits survenus après l'âge de 65 ans est considérée comme personne handicapée pour l'application des articles 3, 2°, 4 § 1er et 9 § 1er 4°. ".
2° Au 10° le premier tiret est reformulé comme suit :
" - l'enfant placé sous la responsabilité d'un des membres du ménage qui bénéficie pour lui des allocations familiales; ".
3° Le premier alinéa du 11° est remplacé par le texte suivant : " Revenus : les revenus immobiliers ou mobiliers nets et le montant net imposable des revenus professionnels avant toute déduction majorés ou diminués des rentes alimentaires selon qu'elles sont reçues ou versées et des déductions effectuées au titre de frais de garde des enfants, telles que prévues dans le Code des impôts sur les revenus 1992. Les revenus visés sont établis sur base du code des impôts sur les revenus du pays dans lequel ils sont taxés. Les bourses d'études, octroyées à des membres du ménage n'ayant pas la qualité d'enfants à charge sont également considérées comme des revenus ".
4° Les dispositions suivantes sont ajoutées :
" 25° : référence régionale : le code d'identification du candidat locataire, composé du numéro d'identification de la société d'inscription et d'un numéro d'ordre dans la base de données régionale.
26° : société de référence : la société à laquelle le demandeur de logement s'adresse en vue de s'inscrire comme candidat locataire de cette société et s'il le souhaite, d'autres sociétés de la Région de Bruxelles-Capitale.
27° : société de seconde ligne : la société auprès de laquelle le candidat locataire s'inscrit via la société de référence
28° : société coopérative de locataires : la société dans laquelle les logements sont exclusivement attribués à ses coopérateurs ou à des candidats locataires qui se sont engagés à souscrire des parts de la société.
29 : radiation : l'opération consistant à supprimer une candidature au logement social dans l'ensemble des sociétés concernées par celle-ci ".
1° Le 9° est complété comme suit :
" En outre, la personne reconnue handicapée à plus de 66 % par le Ministère de la Prévoyance sociale sur base de faits survenus après l'âge de 65 ans est considérée comme personne handicapée pour l'application des articles 3, 2°, 4 § 1er et 9 § 1er 4°. ".
2° Au 10° le premier tiret est reformulé comme suit :
" - l'enfant placé sous la responsabilité d'un des membres du ménage qui bénéficie pour lui des allocations familiales; ".
3° Le premier alinéa du 11° est remplacé par le texte suivant : " Revenus : les revenus immobiliers ou mobiliers nets et le montant net imposable des revenus professionnels avant toute déduction majorés ou diminués des rentes alimentaires selon qu'elles sont reçues ou versées et des déductions effectuées au titre de frais de garde des enfants, telles que prévues dans le Code des impôts sur les revenus 1992. Les revenus visés sont établis sur base du code des impôts sur les revenus du pays dans lequel ils sont taxés. Les bourses d'études, octroyées à des membres du ménage n'ayant pas la qualité d'enfants à charge sont également considérées comme des revenus ".
4° Les dispositions suivantes sont ajoutées :
" 25° : référence régionale : le code d'identification du candidat locataire, composé du numéro d'identification de la société d'inscription et d'un numéro d'ordre dans la base de données régionale.
26° : société de référence : la société à laquelle le demandeur de logement s'adresse en vue de s'inscrire comme candidat locataire de cette société et s'il le souhaite, d'autres sociétés de la Région de Bruxelles-Capitale.
27° : société de seconde ligne : la société auprès de laquelle le candidat locataire s'inscrit via la société de référence
28° : société coopérative de locataires : la société dans laquelle les logements sont exclusivement attribués à ses coopérateurs ou à des candidats locataires qui se sont engagés à souscrire des parts de la société.
29 : radiation : l'opération consistant à supprimer une candidature au logement social dans l'ensemble des sociétés concernées par celle-ci ".
Art.3. In hetzelfde besluit wordt een artikel 3bis ingevoegd dat luidt als volgt :
§ 1. De maatschappijen worden belast met de uitvoering van de bepalingen van artikel 4 tot 15 betreffende de inschrijving van kandidaat-huurders en de toewijzing van woningen.
§ 2. De maatschappijen mogen enkel de gegevens verzamelen die strikt noodzakelijk zijn voor de toepassing van de bepalingen in dit besluit. Gegevens ter aanvulling van deze bedoeld in § 3, tweede lid, mogen zij slechts verzamelen mits de sociaal afgevaardigde hiermee instemt.
§ 3. Al de registers van kandidaat-huurders van de maatschappijen worden gehergroepeerd in een gewestelijke gegevensbank beheerd door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij om de overdracht van informatie tussen de maatschappijen onderling te bevorderen.
De Minister stelt vast welke gegevens over de kandidaat-huurders door de referentiemaatschappijen moeten verzameld worden en die vervolgens via de gewestelijke gegevensbank overgeheveld moeten worden naar de tweedelijnsmaatschappijen betrokken bij de aanvraag en welke structuur de fiches moeten hebben waarop de gegevens worden verzameld.
De gegevens betreffende het nationaal nummer van de meerderjarige gezinsleden die niet de hoedanigheid bezitten van kind ten laste, de gewestelijke referentie en het nummer van de kandidaat-huurder in de referentiemaatschappij worden meegedeeld aan de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en aan al de openbare vastgoedmaatschappijen, teneinde dubbele inschrijvingen te vermijden.
§ 4. Als de gegevens met betrekking tot de kandidaat-huurders naar de gewestelijke gegevensbank worden overgeheveld, worden deze hiervan op de hoogte gesteld. Er mogen geen andere individuele inlichtingen over de kandidaat-huurders worden doorgegeven zonder hun voorafgaande schriftelijke toestemming.
§ 5. De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij kan over kandidaat-huurders al de gedepersonaliseerde inlichtingen verzamelen zoals deze geconsolideerd werden op het niveau van elke van de maatschappijen en van de gemeenten of bij het Gewest. Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, de Regering en de adviesraad voor huisvesting krijgen toegang tot deze gedepersonaliseerde informatie. Zij kan worden meegedeeld aan derden mits de Regering en de raad van bestuur van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij hiermee instemmen.
§ 6. Er wordt een toezichtscomité opgericht dat ermee belast wordt de naleving van de wettelijke en verordenende bepalingen met betrekking tot de overdracht van gegevens te controleren en te waarborgen. Het bestaat bovendien uit 3 vertegenwoordigers Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en 4 personen aangesteld door de Regering op voordracht van de representatieve federaties van de maatschappijen. Het comité stelt zijn eigen werkingsregels vast. Deze worden na advies van de raad van bestuur van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij goedgekeurd door de Regering. De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij staat in voor het secretariaat van het comité.
§ 1. De maatschappijen worden belast met de uitvoering van de bepalingen van artikel 4 tot 15 betreffende de inschrijving van kandidaat-huurders en de toewijzing van woningen.
§ 2. De maatschappijen mogen enkel de gegevens verzamelen die strikt noodzakelijk zijn voor de toepassing van de bepalingen in dit besluit. Gegevens ter aanvulling van deze bedoeld in § 3, tweede lid, mogen zij slechts verzamelen mits de sociaal afgevaardigde hiermee instemt.
§ 3. Al de registers van kandidaat-huurders van de maatschappijen worden gehergroepeerd in een gewestelijke gegevensbank beheerd door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij om de overdracht van informatie tussen de maatschappijen onderling te bevorderen.
De Minister stelt vast welke gegevens over de kandidaat-huurders door de referentiemaatschappijen moeten verzameld worden en die vervolgens via de gewestelijke gegevensbank overgeheveld moeten worden naar de tweedelijnsmaatschappijen betrokken bij de aanvraag en welke structuur de fiches moeten hebben waarop de gegevens worden verzameld.
De gegevens betreffende het nationaal nummer van de meerderjarige gezinsleden die niet de hoedanigheid bezitten van kind ten laste, de gewestelijke referentie en het nummer van de kandidaat-huurder in de referentiemaatschappij worden meegedeeld aan de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en aan al de openbare vastgoedmaatschappijen, teneinde dubbele inschrijvingen te vermijden.
§ 4. Als de gegevens met betrekking tot de kandidaat-huurders naar de gewestelijke gegevensbank worden overgeheveld, worden deze hiervan op de hoogte gesteld. Er mogen geen andere individuele inlichtingen over de kandidaat-huurders worden doorgegeven zonder hun voorafgaande schriftelijke toestemming.
§ 5. De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij kan over kandidaat-huurders al de gedepersonaliseerde inlichtingen verzamelen zoals deze geconsolideerd werden op het niveau van elke van de maatschappijen en van de gemeenten of bij het Gewest. Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, de Regering en de adviesraad voor huisvesting krijgen toegang tot deze gedepersonaliseerde informatie. Zij kan worden meegedeeld aan derden mits de Regering en de raad van bestuur van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij hiermee instemmen.
§ 6. Er wordt een toezichtscomité opgericht dat ermee belast wordt de naleving van de wettelijke en verordenende bepalingen met betrekking tot de overdracht van gegevens te controleren en te waarborgen. Het bestaat bovendien uit 3 vertegenwoordigers Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en 4 personen aangesteld door de Regering op voordracht van de representatieve federaties van de maatschappijen. Het comité stelt zijn eigen werkingsregels vast. Deze worden na advies van de raad van bestuur van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij goedgekeurd door de Regering. De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij staat in voor het secretariaat van het comité.
Art.3. Dans le même arrêté, il est inséré un article 3bis, rédigé comme suit :
§ 1er. Les sociétés sont chargées de la mise en oeuvre des dispositions des articles 4 à 15 relatifs à l'inscription des candidats locataires et à l'attribution de logements.
§ 2. Les sociétés ne peuvent recueillir que les données strictement nécessaires à l'application des dispositions du présent arrêté. Elles ne peuvent recueillir des données complémentaires à celles visées au § 3 alinea2 que moyennant l'accord du délégué social.
§ 3. L'ensemble des registres de candidats - locataires des sociétés sont regroupés au sein d'une base de données régionale gérée par la Société du Logement de la Région bruxelloise, afin de favoriser le transfert d'informations entre les sociétés.
Le Ministre détermine l'ensemble des données relatives aux candidats locataires qui doivent être recueillies par les sociétés de référence et qui sont transmises via la base de données régionale aux sociétés de seconde ligne concernées par la demande ainsi que la structure des fiches regroupant ces données.
Les données relatives au numéro national des membres du ménage majeurs et n'ayant pas la qualité d'enfant à charge, la référence régionale et le numéro de candidat-locataire dans la société de référence sont transmis à la société du logement de la Région Bruxelloise et à l'ensemble des sociétés Immobilières de service public, afin d'éviter les doubles inscriptions.
§ 4. Les candidats locataires sont informés de la transmission des données les concernant à la base de données régionale. Aucune autre communication d'informations individuelles relatives à des candidats locataires ne peut être faite, sans l'accord écrit et préalable de ceux-ci ".
§ 5. La Société du Logement de la Région bruxelloise peut recueillir l'ensemble des informations dépersonnalisées relatives aux candidats locataires consolidées à l'échelle de chaque société, de chaque commune ou de la Région. Cette information dépersonnalisée est accessible au Parlement et au Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ainsi qu'au conseil consultatif du logement. Elle peut être communiquée à des tiers sur accord du gouvernement et du conseil d'administration de la société du logement de la Région bruxelloise.
§ 6. Il est créé un comité de vigilance chargé de contrôler et de garantir le respect des dispositions légales et réglementaires relatives à la transmission des données. Le comité est présidé par le Ministre ou par son représentant. Il est en outre composé de 3 représentants de la société du logement de la Région Bruxelloise et de 4 personnes nommées par le gouvernement sur proposition des fédérations représentatives des sociétés. Le comité établit ses règles de fonctionnement. Celles-ci sont approuvées, sur avis du conseil d'administration de la société du logement de la Région bruxelloise, par le gouvernement. Le secrétariat du comité est assuré par la société du logement de la Région bruxelloise.
§ 1er. Les sociétés sont chargées de la mise en oeuvre des dispositions des articles 4 à 15 relatifs à l'inscription des candidats locataires et à l'attribution de logements.
§ 2. Les sociétés ne peuvent recueillir que les données strictement nécessaires à l'application des dispositions du présent arrêté. Elles ne peuvent recueillir des données complémentaires à celles visées au § 3 alinea2 que moyennant l'accord du délégué social.
§ 3. L'ensemble des registres de candidats - locataires des sociétés sont regroupés au sein d'une base de données régionale gérée par la Société du Logement de la Région bruxelloise, afin de favoriser le transfert d'informations entre les sociétés.
Le Ministre détermine l'ensemble des données relatives aux candidats locataires qui doivent être recueillies par les sociétés de référence et qui sont transmises via la base de données régionale aux sociétés de seconde ligne concernées par la demande ainsi que la structure des fiches regroupant ces données.
Les données relatives au numéro national des membres du ménage majeurs et n'ayant pas la qualité d'enfant à charge, la référence régionale et le numéro de candidat-locataire dans la société de référence sont transmis à la société du logement de la Région Bruxelloise et à l'ensemble des sociétés Immobilières de service public, afin d'éviter les doubles inscriptions.
§ 4. Les candidats locataires sont informés de la transmission des données les concernant à la base de données régionale. Aucune autre communication d'informations individuelles relatives à des candidats locataires ne peut être faite, sans l'accord écrit et préalable de ceux-ci ".
§ 5. La Société du Logement de la Région bruxelloise peut recueillir l'ensemble des informations dépersonnalisées relatives aux candidats locataires consolidées à l'échelle de chaque société, de chaque commune ou de la Région. Cette information dépersonnalisée est accessible au Parlement et au Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ainsi qu'au conseil consultatif du logement. Elle peut être communiquée à des tiers sur accord du gouvernement et du conseil d'administration de la société du logement de la Région bruxelloise.
§ 6. Il est créé un comité de vigilance chargé de contrôler et de garantir le respect des dispositions légales et réglementaires relatives à la transmission des données. Le comité est présidé par le Ministre ou par son représentant. Il est en outre composé de 3 représentants de la société du logement de la Région Bruxelloise et de 4 personnes nommées par le gouvernement sur proposition des fédérations représentatives des sociétés. Le comité établit ses règles de fonctionnement. Celles-ci sont approuvées, sur avis du conseil d'administration de la société du logement de la Région bruxelloise, par le gouvernement. Le secrétariat du comité est assuré par la société du logement de la Région bruxelloise.
Art.4. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° In § 1, vijfde lid, worden de woorden " In geval van overschrijding van de toelatingsdrempels en " ingevoegd in het begin van de zin.
2° Aan hetzelfde lid wordt de volgende volzin toegevoegd : " Het bewijs van inkomsten wordt geleverd door het aanslagbiljet voor de inkomsten van het referentiejaar of door elk bewijsstuk waarvan de lijst door de Minister wordt opgesteld ".
3° In § 1 wordt het zesde lid vervangen als volgt : " De inkomsten van het gezinslid kandidaat-huurder dat zijn kandidatuur indient tijdens het jaar voorafgaand aan zijn oppensioenstelling, worden niet in aanmerking genomen in de loop van dat jaar ".
4° In § 2, eerste lid, worden de woorden "en waarvan het kadastraal inkomen hoger is dan 10 000 BEF" geschrapt.
5° In § 2, 3de lid, en in § 4, eerste lid, wordt het begrip " van rechtswege " vervangen door " , middels een opzegging van 6 maanden, ".
6° Aan de eerste volzin van § 3 worden de volgende woorden toegevoegd : "ofwel het huurcontract bij renovatie ondertekenen, zoals bedoeld in bijlage 5 van dit besluit".
7° In § 4 worden de woorden " waarvan het KI hoger is dan 10 000 BEF" vervangen door " of, voor de huren afgesloten voor 1 januari 2002, het kadastrale inkomen hoger is dan 10 000 Bef ".
8° § 5 wordt aangevuld met de volgende tekst : " De gemotiveerde beslissing tot verwerping van de kandidatuur wordt genomen op advies van de sociaal afgevaardigde en per aangetekend schrijven bekendgemaakt aan de betrokkene. ".
9° Er wordt een § 6 toegevoegd die luidt als volgt : " Iedere persoon mag slechts deel uitmaken van één enkel kandidaat-huurdersgezin ".
10° Er wordt een § 7 toegevoegd die luidt als volgt :
" Minstens één van de gezinsleden dat niet de hoedanigheid van kind ten laste bezit, is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister of beschikt over een document dat bewijst dat een aanvraag werd ingediend bij de Regularisatiecommissie ingesteld bij wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk.
Indien de kandidaat-huurder aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarde niet kan voldoen, dan kan hij aan de openbare vastgoedmaatschappij van zijn keuze zijn intentie meedelen om achteraf een aanvraag voor een sociale woning in te dienen, als minstens één van de gezinsleden, dat niet de hoedanigheid van kind ten laste bezit, hetzij :
- in het bezit is van een attest van immatriculatie;
- een bevel gekregen heeft het grondgebied te verlaten dat hetzij niet vervallen, hetzij verlengd is;
- in het bezit zijn van een bijlage 35 afgeleverd krachtens de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
- in het bezit is van een nog niet vervallen aankomstverklaring, zoals bedoeld in bijlage 3 afgeleverd krachtens de van de Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
- het bewijs kan voorleggen dat bij de Raad van State een beroep werd ingesteld tegen een maatregel tot verwijdering van het grondgebied, genomen op grond van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
De datum waarop die mededeling wordt gedaan, geldt als uitgangspunt voor het berekenen van de voorkeurrechten bedoeld in artikel 9, § 3, op het ogenblik waarop de betrokkene zich in een toestand bevindt op grond waarvan hij zich kan inschrijven.
Op straffe van nietigheid van deze verklaring dient het gezin ze op eigen initiatief om de twee jaar te hernieuwen en de verschillende betrokken maatschappijen binnen twee maanden op de hoogte te stellen van elke adreswijziging".
1° In § 1, vijfde lid, worden de woorden " In geval van overschrijding van de toelatingsdrempels en " ingevoegd in het begin van de zin.
2° Aan hetzelfde lid wordt de volgende volzin toegevoegd : " Het bewijs van inkomsten wordt geleverd door het aanslagbiljet voor de inkomsten van het referentiejaar of door elk bewijsstuk waarvan de lijst door de Minister wordt opgesteld ".
3° In § 1 wordt het zesde lid vervangen als volgt : " De inkomsten van het gezinslid kandidaat-huurder dat zijn kandidatuur indient tijdens het jaar voorafgaand aan zijn oppensioenstelling, worden niet in aanmerking genomen in de loop van dat jaar ".
4° In § 2, eerste lid, worden de woorden "en waarvan het kadastraal inkomen hoger is dan 10 000 BEF" geschrapt.
5° In § 2, 3de lid, en in § 4, eerste lid, wordt het begrip " van rechtswege " vervangen door " , middels een opzegging van 6 maanden, ".
6° Aan de eerste volzin van § 3 worden de volgende woorden toegevoegd : "ofwel het huurcontract bij renovatie ondertekenen, zoals bedoeld in bijlage 5 van dit besluit".
7° In § 4 worden de woorden " waarvan het KI hoger is dan 10 000 BEF" vervangen door " of, voor de huren afgesloten voor 1 januari 2002, het kadastrale inkomen hoger is dan 10 000 Bef ".
8° § 5 wordt aangevuld met de volgende tekst : " De gemotiveerde beslissing tot verwerping van de kandidatuur wordt genomen op advies van de sociaal afgevaardigde en per aangetekend schrijven bekendgemaakt aan de betrokkene. ".
9° Er wordt een § 6 toegevoegd die luidt als volgt : " Iedere persoon mag slechts deel uitmaken van één enkel kandidaat-huurdersgezin ".
10° Er wordt een § 7 toegevoegd die luidt als volgt :
" Minstens één van de gezinsleden dat niet de hoedanigheid van kind ten laste bezit, is ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister of beschikt over een document dat bewijst dat een aanvraag werd ingediend bij de Regularisatiecommissie ingesteld bij wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk.
Indien de kandidaat-huurder aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarde niet kan voldoen, dan kan hij aan de openbare vastgoedmaatschappij van zijn keuze zijn intentie meedelen om achteraf een aanvraag voor een sociale woning in te dienen, als minstens één van de gezinsleden, dat niet de hoedanigheid van kind ten laste bezit, hetzij :
- in het bezit is van een attest van immatriculatie;
- een bevel gekregen heeft het grondgebied te verlaten dat hetzij niet vervallen, hetzij verlengd is;
- in het bezit zijn van een bijlage 35 afgeleverd krachtens de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
- in het bezit is van een nog niet vervallen aankomstverklaring, zoals bedoeld in bijlage 3 afgeleverd krachtens de van de Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
- het bewijs kan voorleggen dat bij de Raad van State een beroep werd ingesteld tegen een maatregel tot verwijdering van het grondgebied, genomen op grond van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
De datum waarop die mededeling wordt gedaan, geldt als uitgangspunt voor het berekenen van de voorkeurrechten bedoeld in artikel 9, § 3, op het ogenblik waarop de betrokkene zich in een toestand bevindt op grond waarvan hij zich kan inschrijven.
Op straffe van nietigheid van deze verklaring dient het gezin ze op eigen initiatief om de twee jaar te hernieuwen en de verschillende betrokken maatschappijen binnen twee maanden op de hoogte te stellen van elke adreswijziging".
Art.4. A l'article 4 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° Au § 1er, cinquième alinéa, les mots " en cas de dépassement des plafonds d'admission et " sont insérés entre les mots " Toutefois " et " lorsque au moment de la demande ".
2° Au même alinéa, est ajoutée la phrase suivante : " La preuve des revenus est apportée par l'avertissement extrait de rôle se rapportant aux revenus de l'année de référence ou par toute autre pièce justificative dont la liste est établie par le Ministre ".
3° Au § 1er, le sixième alinéa est remplacé par le texte suivant : " Les revenus du membre du ménage candidat locataire qui introduit sa candidature l'année qui précède sa mise à la retraite , ne sont pas pris en compte durant cette année ".
4° Au § 2 alinéa 1er, les mots " et dont le RC est supérieur à 10 000 FB " sont supprimés.
5° Au § 2, 3ème alinéa et au § 4, alinéa premier, les mots " de plein droit " sont remplacés par les mots " , moyennant un préavis de 6 mois, ".
6° Au § 3, la première phrase est complétée par les mots " ou au contrat de bail à réhabilitation , visé à l'annexe 5 au présent arrêté ".
7° Au § 4 les mots " dont le RC excède10 000FB " sont remplacés par " dont, pour les baux conclu avant le 1er janvier 2002, le revenu cadastral excède 10 000 FB ".
8° Le § 5 est complété par le texte suivant : " La décision de rejet de la candidature, dûment motivée, est prise sur avis du délégué social et notifiée par envoi recommandé à l'intéressé ".
9° Il est inséré un § 6, rédigé comme suit : " Toute personne ne peut faire partie que d'un seul ménage candidat locataire ".
10° Il est inséré un § 7, rédigé comme suit :
" Au moins un des membres du ménage n'ayant pas la qualité d'enfant à charge est inscrit au registre de la population ou au registre des étrangers ou est en possession d'un document attestant qu'il a introduit une demande auprès de la Commission de régularisation, instaurée par la loi du 22 décembre 1999 concernant la régularisation du séjour de certaines catégories d'étrangers séjournant sur le territoire de l'Etat.
Si le candidat locataire ne peut satisfaire à la condition visée à l'alinéa 1, il peut faire part aux sociétés de son choix de son intention d'introduire ultérieurement une demande de logement social si au moins un des membres du ménage n'ayant pas la qualité d'enfant à charge remplit une des conditions suivantes :
- être en possession d'une attestation d'immatriculation;
- avoir reçu un ordre de quitter le territoire non échu ou prorogé;
- être en possession d'une annexe 35 délivrée en vertu de la loi du 15 décembre 1980, relative à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers
- être en possession d'une attestation d'arrivée non échue telle que prévue à l'annexe 3 délivrée en vertu de la Loi du 15 décembre 1980, relative à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers.
- pouvoir fournir la preuve de l'introduction devant le Conseil d'Etat d'un recours contre une mesure d'éloignement du territoire prise sur base de la Loi du 15 décembre 1980, relative à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers.
La date de cette déclaration servira de date d'introduction de la candidature pour le calcul des titres de priorité prévus à l'article 9 § 3, lorsque la personne concernée se trouvera en situation de pouvoir s'inscrire.
Sous peine de nullité de cette déclaration, le ménage doit la renouveler, d'initiative, tous les deux ans et signaler aux différentes sociétés concernées, tout changement d'adresse dans les deux mois du changement ".
1° Au § 1er, cinquième alinéa, les mots " en cas de dépassement des plafonds d'admission et " sont insérés entre les mots " Toutefois " et " lorsque au moment de la demande ".
2° Au même alinéa, est ajoutée la phrase suivante : " La preuve des revenus est apportée par l'avertissement extrait de rôle se rapportant aux revenus de l'année de référence ou par toute autre pièce justificative dont la liste est établie par le Ministre ".
3° Au § 1er, le sixième alinéa est remplacé par le texte suivant : " Les revenus du membre du ménage candidat locataire qui introduit sa candidature l'année qui précède sa mise à la retraite , ne sont pas pris en compte durant cette année ".
4° Au § 2 alinéa 1er, les mots " et dont le RC est supérieur à 10 000 FB " sont supprimés.
5° Au § 2, 3ème alinéa et au § 4, alinéa premier, les mots " de plein droit " sont remplacés par les mots " , moyennant un préavis de 6 mois, ".
6° Au § 3, la première phrase est complétée par les mots " ou au contrat de bail à réhabilitation , visé à l'annexe 5 au présent arrêté ".
7° Au § 4 les mots " dont le RC excède10 000FB " sont remplacés par " dont, pour les baux conclu avant le 1er janvier 2002, le revenu cadastral excède 10 000 FB ".
8° Le § 5 est complété par le texte suivant : " La décision de rejet de la candidature, dûment motivée, est prise sur avis du délégué social et notifiée par envoi recommandé à l'intéressé ".
9° Il est inséré un § 6, rédigé comme suit : " Toute personne ne peut faire partie que d'un seul ménage candidat locataire ".
10° Il est inséré un § 7, rédigé comme suit :
" Au moins un des membres du ménage n'ayant pas la qualité d'enfant à charge est inscrit au registre de la population ou au registre des étrangers ou est en possession d'un document attestant qu'il a introduit une demande auprès de la Commission de régularisation, instaurée par la loi du 22 décembre 1999 concernant la régularisation du séjour de certaines catégories d'étrangers séjournant sur le territoire de l'Etat.
Si le candidat locataire ne peut satisfaire à la condition visée à l'alinéa 1, il peut faire part aux sociétés de son choix de son intention d'introduire ultérieurement une demande de logement social si au moins un des membres du ménage n'ayant pas la qualité d'enfant à charge remplit une des conditions suivantes :
- être en possession d'une attestation d'immatriculation;
- avoir reçu un ordre de quitter le territoire non échu ou prorogé;
- être en possession d'une annexe 35 délivrée en vertu de la loi du 15 décembre 1980, relative à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers
- être en possession d'une attestation d'arrivée non échue telle que prévue à l'annexe 3 délivrée en vertu de la Loi du 15 décembre 1980, relative à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers.
- pouvoir fournir la preuve de l'introduction devant le Conseil d'Etat d'un recours contre une mesure d'éloignement du territoire prise sur base de la Loi du 15 décembre 1980, relative à l'accès au territoire, au séjour, à l'établissement et à l'éloignement des étrangers.
La date de cette déclaration servira de date d'introduction de la candidature pour le calcul des titres de priorité prévus à l'article 9 § 3, lorsque la personne concernée se trouvera en situation de pouvoir s'inscrire.
Sous peine de nullité de cette déclaration, le ménage doit la renouveler, d'initiative, tous les deux ans et signaler aux différentes sociétés concernées, tout changement d'adresse dans les deux mois du changement ".
Art.5. In artikel 5 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt : " De kandidatuur voor het huren van een woning beheerd door een maatschappij wordt ingediend middels een origineel exemplaar van het formulier " huuraanvraag van een sociale woning ". Dit formulier wordt opgesteld door de Minister en de individuele exemplaren ervan worden aangemaakt door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij. Het wordt door alle maatschappijen op eenvoudige aanvraag gratis opgestuurd of overhandigd aan de personen die erom verzoeken. De maatschappijen kunnen de verspreiding van deze exemplaren toevertrouwen aan derden, op de wijze die zij zelf bepalen en na goedkeuring door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij. ".
2° In hetzelfde artikel, § 2, wordt het eerste lid vervangen door "De maatschappij mag geen enkele kandidatuur weigeren die door middel van het in § 1 bedoelde formulier wordt ingediend door een kandidaat die heeft bewezen dat hij de bij artikel 4 bepaalde toelatingsvoorwaarden vervult, voorzover die voorwaarden op hem van toepassing zijn. ".
3° Het derde lid van paragraaf 2 wordt aangevuld als volgt : " en waarvan de lijst is opgesteld door de Minister, met uitsluiting van enig ander document ".
4° Er wordt een § 2bis toegevoegd dat luidt als volgt : " De kandidaat-huurder kiest een referentiemaatschappij die zijn dossier beheert. De kandidaat-huurder kan tevens één of meerdere andere maatschappijen kiezen waarbij hij zich in tweede lijn wil laten inschrijven. De kandidaat kwijt zich rechtstreeks bij de referentiemaatschappij van alle formaliteiten qua inschrijving, wijziging en vernieuwing van zijn kandidatuur. Als de aanvraag voor een woning bij de referentiemaatschappij wordt opgezegd of geschrapt, dan geldt dit voor bij alle maatschappijen betrokken bij die aanvraag, behoudens in geval van overmacht die de verandering van referentiemaatschappij rechtvaardigt, en na akkoord van de sociaal afgevaardigde van de initieel gekozen referentiemaatschappij ".
5° § 3 van artikel 5 wordt vervangen als volgt : " De referentiemaatschapij beschikt over een termijn van vijftig dagen om zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van een kandidatuur, te rekenen vanaf het versturen van het aangetekend schrijven of vanaf de datum van inontvangstneming van het formulier bedoeld in paragraaf 1. Indien het formulier onvolledig is of niet ondertekend op de daarvoor voorziene plaatsen of niet vergezeld is van alle vereiste bijlagen, beschikt de kandidaat-huurder over een termijn van vijftien dagen, op straffe van onontvankelijkheid van de kandidatuur, om te antwoorden op ieder verzoek om bijkomende inlichtingen vanwege de referentiemaatschappij. De termijnen bepaald in art. 5 § 3, worden verlengd met deze termijn van 15 dagen.
Zodra het dossier volledig is, meldt de maatschappij dit aan de sociaal afgevaardigde aangesteld door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij, die over een termijn beschikt van vijfentwintig dagen om het te valideren. Hij stuurt de gegevens van de ontvankelijke dossiers door om ze te laten opnemen in de registers van alle maatschappijen betrokken bij de aanvraag. Zodra zij zich heeft uitgesproken over de ontvankelijkheid van de kandidatuur, bevestigt de referentiemaatschappij voor zichzelf en voor de tweedelijnsmaatschappijen dat zij de aanvraag ontvangen heeft middels een schrijven per post, opgesteld in de taal van de aanvraag. Een steekkaart uit het register, waarvan het model door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij is goedgekeurd, wordt bij het ontvangstbewijs gevoegd.
De kandidaat-huurder moet uiterlijk vijfenzeventig dagen na het indienen of het versturen van het formulier geïnformeerd worden over het gevolg dat aan zijn aanvraag wordt gegeven. De verwerping van de kandidatuur wordt gemotiveerd. Door zijn kandidatuur in te dienen, verleent de kandidaat-huurder de maatschappijen de toestemming om van de bevoegde overheidsdiensten alle documenten te verkrijgen met betrekking tot de elementen die nodig zijn voor een onderzoek van de toelatingsvoorwaarden. De kandidaat-huurder wordt over deze toestemming ingelicht ".
6° In hetzelfde artikel wordt een § 3bis ingevoegd die luidt als volgt : " De tweedelijnsmaatschappij beschikt over één maand te rekenen vanaf het ogenblik waarop de kandidaat-huurder het bericht ontvangt dat zijn aanvraag door de referentiemaatschappij werd aanvaard, om deze kandidatuur te weigeren. Na het verstrijken van deze termijn wordt de kandidatuur verondersteld te zijn aanvaard. De enige geldige redenen voor een weigering zijn het niet inachtnemen van de voorwaarden bepaald in artikel 4, §§ 1, 2 en 5 van dit besluit. De verwerping van de kandidatuur door een tweedelijnsmaatschappij dient te worden gemotiveerd en per aangetekend schrijven aan de betrokkene betekend ".
7° § 4 van hetzelfde artikel wordt vervangen als volgt : " De wijze waarop het register wordt beheerd en gecontroleerd, en waarop de kandidaturen in de referentiemaatschappijen en de tweedelijnsmaatschappijen worden gearchiveerd, wordt door de Minister vastgesteld ".
8° De §§ 5 en 6 van hetzelfde artikel worden opgeheven.
9° Er wordt een nieuwe § 5 aangemaakt die luidt als volgt : " Elke valse verklaring bedoeld om het niet inachtnemen van de toelatingsvoorwaarden bepaald in artikel 4 te verhullen of om onrechtmatig te genieten van de voorkeurrechten bepaald in de artikelen 8 en 9, leidt tot schrapping van de aanvraag voor een woning. De geschrapte kandidaat mag zich, gedurende een termijn van zes maanden, niet herinschrijven bij een maatschappij. Indien reeds een woning werd toegekend, dan kan een einde worden gesteld aan de huurovereenkomst middels een opzeggingstermijn van zes maanden. ".
1° § 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt : " De kandidatuur voor het huren van een woning beheerd door een maatschappij wordt ingediend middels een origineel exemplaar van het formulier " huuraanvraag van een sociale woning ". Dit formulier wordt opgesteld door de Minister en de individuele exemplaren ervan worden aangemaakt door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij. Het wordt door alle maatschappijen op eenvoudige aanvraag gratis opgestuurd of overhandigd aan de personen die erom verzoeken. De maatschappijen kunnen de verspreiding van deze exemplaren toevertrouwen aan derden, op de wijze die zij zelf bepalen en na goedkeuring door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij. ".
2° In hetzelfde artikel, § 2, wordt het eerste lid vervangen door "De maatschappij mag geen enkele kandidatuur weigeren die door middel van het in § 1 bedoelde formulier wordt ingediend door een kandidaat die heeft bewezen dat hij de bij artikel 4 bepaalde toelatingsvoorwaarden vervult, voorzover die voorwaarden op hem van toepassing zijn. ".
3° Het derde lid van paragraaf 2 wordt aangevuld als volgt : " en waarvan de lijst is opgesteld door de Minister, met uitsluiting van enig ander document ".
4° Er wordt een § 2bis toegevoegd dat luidt als volgt : " De kandidaat-huurder kiest een referentiemaatschappij die zijn dossier beheert. De kandidaat-huurder kan tevens één of meerdere andere maatschappijen kiezen waarbij hij zich in tweede lijn wil laten inschrijven. De kandidaat kwijt zich rechtstreeks bij de referentiemaatschappij van alle formaliteiten qua inschrijving, wijziging en vernieuwing van zijn kandidatuur. Als de aanvraag voor een woning bij de referentiemaatschappij wordt opgezegd of geschrapt, dan geldt dit voor bij alle maatschappijen betrokken bij die aanvraag, behoudens in geval van overmacht die de verandering van referentiemaatschappij rechtvaardigt, en na akkoord van de sociaal afgevaardigde van de initieel gekozen referentiemaatschappij ".
5° § 3 van artikel 5 wordt vervangen als volgt : " De referentiemaatschapij beschikt over een termijn van vijftig dagen om zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van een kandidatuur, te rekenen vanaf het versturen van het aangetekend schrijven of vanaf de datum van inontvangstneming van het formulier bedoeld in paragraaf 1. Indien het formulier onvolledig is of niet ondertekend op de daarvoor voorziene plaatsen of niet vergezeld is van alle vereiste bijlagen, beschikt de kandidaat-huurder over een termijn van vijftien dagen, op straffe van onontvankelijkheid van de kandidatuur, om te antwoorden op ieder verzoek om bijkomende inlichtingen vanwege de referentiemaatschappij. De termijnen bepaald in art. 5 § 3, worden verlengd met deze termijn van 15 dagen.
Zodra het dossier volledig is, meldt de maatschappij dit aan de sociaal afgevaardigde aangesteld door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij, die over een termijn beschikt van vijfentwintig dagen om het te valideren. Hij stuurt de gegevens van de ontvankelijke dossiers door om ze te laten opnemen in de registers van alle maatschappijen betrokken bij de aanvraag. Zodra zij zich heeft uitgesproken over de ontvankelijkheid van de kandidatuur, bevestigt de referentiemaatschappij voor zichzelf en voor de tweedelijnsmaatschappijen dat zij de aanvraag ontvangen heeft middels een schrijven per post, opgesteld in de taal van de aanvraag. Een steekkaart uit het register, waarvan het model door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij is goedgekeurd, wordt bij het ontvangstbewijs gevoegd.
De kandidaat-huurder moet uiterlijk vijfenzeventig dagen na het indienen of het versturen van het formulier geïnformeerd worden over het gevolg dat aan zijn aanvraag wordt gegeven. De verwerping van de kandidatuur wordt gemotiveerd. Door zijn kandidatuur in te dienen, verleent de kandidaat-huurder de maatschappijen de toestemming om van de bevoegde overheidsdiensten alle documenten te verkrijgen met betrekking tot de elementen die nodig zijn voor een onderzoek van de toelatingsvoorwaarden. De kandidaat-huurder wordt over deze toestemming ingelicht ".
6° In hetzelfde artikel wordt een § 3bis ingevoegd die luidt als volgt : " De tweedelijnsmaatschappij beschikt over één maand te rekenen vanaf het ogenblik waarop de kandidaat-huurder het bericht ontvangt dat zijn aanvraag door de referentiemaatschappij werd aanvaard, om deze kandidatuur te weigeren. Na het verstrijken van deze termijn wordt de kandidatuur verondersteld te zijn aanvaard. De enige geldige redenen voor een weigering zijn het niet inachtnemen van de voorwaarden bepaald in artikel 4, §§ 1, 2 en 5 van dit besluit. De verwerping van de kandidatuur door een tweedelijnsmaatschappij dient te worden gemotiveerd en per aangetekend schrijven aan de betrokkene betekend ".
7° § 4 van hetzelfde artikel wordt vervangen als volgt : " De wijze waarop het register wordt beheerd en gecontroleerd, en waarop de kandidaturen in de referentiemaatschappijen en de tweedelijnsmaatschappijen worden gearchiveerd, wordt door de Minister vastgesteld ".
8° De §§ 5 en 6 van hetzelfde artikel worden opgeheven.
9° Er wordt een nieuwe § 5 aangemaakt die luidt als volgt : " Elke valse verklaring bedoeld om het niet inachtnemen van de toelatingsvoorwaarden bepaald in artikel 4 te verhullen of om onrechtmatig te genieten van de voorkeurrechten bepaald in de artikelen 8 en 9, leidt tot schrapping van de aanvraag voor een woning. De geschrapte kandidaat mag zich, gedurende een termijn van zes maanden, niet herinschrijven bij een maatschappij. Indien reeds een woning werd toegekend, dan kan een einde worden gesteld aan de huurovereenkomst middels een opzeggingstermijn van zes maanden. ".
Art.5. A l'article 5 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° Le § 1er, premier alinéa de l'article 5 est remplacé par le texte suivant : " La candidature à la location d'un logement géré par une société est introduite au moyen d'un exemplaire original du formulaire " demande de location d'un logement social ". Ce formulaire est établi par le Ministre et ses exemplaires sont réalisés par la société du logement de la Région Bruxelloise. Il est envoyé ou remis gratuitement, sur simple demande, par toutes les sociétés aux personnes qui en font la demande. Les sociétés peuvent confier la diffusion des exemplaires à des tiers, selon les modalités qu'elles déterminent et moyennant l'accord de la société du logement de la Région bruxelloise. ".
2° Au même article § 2, l'alinéa premier est remplacé par "La société ne peut refuser aucune candidature introduite au moyen du formulaire prévu au § 1er par un candidat qui établit qu'il remplit les conditions prévues à l'article 4, pour autant que celle-ci lui soient applicables".
3° Le troisième alinéa du paragraphe 2 est complété par le texte suivant " dont la liste est établie par le Ministre, et à l'exclusion de tout autre document ".
4° Il est inséré un § 2bis, rédigé comme suit : " Le candidat-locataire choisit une société de référence qui gère son dossier . Le candidat locataire peut également choisir une ou plusieurs autres sociétés auprès desquelles il souhaite s'inscrire en seconde ligne .Le candidat s'acquitte directement auprès de la société de référence de toutes les formalités d'inscription, de modification et de renouvellement de sa candidature. La renonciation ou la radiation de la demande de logement dans la société de référence entraîne la radiation de la demande de logement dans toutes les sociétés concernées par la demande, sauf cas de force majeure justifiant le changement de société de référence, et moyennant l'accord du délégué social de la société de référence initialement choisie ".
5° Le § 3 de l'article 5 est remplacé par le texte suivant : " La société de référence dispose d'un délai de cinquante jours pour se prononcer sur la recevabilité d'une candidature, à compter de l'envoi du recommandé ou à la date de l'accusé de réception du formulaire visé au paragraphe premier. Si le formulaire est incomplet, non signé aux endroits prévus à cette fin, ou non accompagné de l'ensemble des annexes requises, le candidat locataire dispose d'un délai de quinze jours, sous peine d'irrecevabilité de la candidature, pour répondre à toute demande de complément d'information en provenance de la société de référence. Les délais prévus à l'art 5 § 3 sont prolongés par cette période de 15 jours
Une fois le dossier complet, la société le communique au délégué social désigné par la société du logement de la Région Bruxelloise, qui dispose d'un délai de vingt cinq jours pour le valider. Il transmet, les données des dossiers recevables pour leur imputation dans les registres de toutes les sociétés concernées par la demande. Dès qu'elle a statué sur la recevabilité de la candidature, la société de référence accuse réception de la demande, pour elle-même et pour les sociétés de seconde ligne, par une lettre à la poste, rédigée dans la langue de la demande. Une fiche registre dont le modèle est approuvé par la société du logement de la Région Bruxelloise est jointe à l'accusé de réception.
Le candidat locataire doit être informé de la suite réservée à sa demande au plus tard septante cinq jours après le dépôt ou l'envoi du formulaire. Le rejet d'une candidature est motivé. Du fait de l'introduction de sa candidature, le candidat locataire autorise les sociétés à obtenir des services publics compétents tous les documents relatifs aux éléments nécessaires à l'examen des conditions d'admission. Le candidat locataire est informé de cette autorisation ".
6° Au même article, il est inséré un § 3bis rédigé comme suit : " La société de seconde ligne, dispose d'un mois, à compter de la réception par le candidat locataire de l'acceptation de sa demande par la société de référence, pour refuser cette candidature. Passé ce délai, la candidature est présumée acceptée. Les seuls motifs de refus admissibles sont le non respect des conditions reprises à l'article 4 §§ 1er, 2 et 5 du présent arrêté. Le rejet de la candidature par une société de seconde ligne doit être motivé et notifié à l'intéressé par courrier recommandé ".
7° Le § 4 du même article est remplacé par le texte suivant : " Les modalités de gestion et de contrôle du registre, ainsi que d'archivage des candidatures dans les sociétés de référence et dans les sociétés de seconde ligne sont fixées par le Ministre ".
8° Les §§ 5 et 6 du même article sont supprimés.
9° Un nouveau § 5 est créé, libellé comme suit : " Toute fausse déclaration visant à occulter le non-respect des conditions d'admission prévues à l'article 4 ou à bénéficier indûment de titres de priorité prévus aux articles 8 et 9 entraîne la radiation de la demande de logement. Le candidat radié ne peut se réinscrire dans une société endéans un délai de six mois. Si un logement a déjà été attribué, il pourra être mis fin au contrat de bail moyennant un préavis de six mois. ".
1° Le § 1er, premier alinéa de l'article 5 est remplacé par le texte suivant : " La candidature à la location d'un logement géré par une société est introduite au moyen d'un exemplaire original du formulaire " demande de location d'un logement social ". Ce formulaire est établi par le Ministre et ses exemplaires sont réalisés par la société du logement de la Région Bruxelloise. Il est envoyé ou remis gratuitement, sur simple demande, par toutes les sociétés aux personnes qui en font la demande. Les sociétés peuvent confier la diffusion des exemplaires à des tiers, selon les modalités qu'elles déterminent et moyennant l'accord de la société du logement de la Région bruxelloise. ".
2° Au même article § 2, l'alinéa premier est remplacé par "La société ne peut refuser aucune candidature introduite au moyen du formulaire prévu au § 1er par un candidat qui établit qu'il remplit les conditions prévues à l'article 4, pour autant que celle-ci lui soient applicables".
3° Le troisième alinéa du paragraphe 2 est complété par le texte suivant " dont la liste est établie par le Ministre, et à l'exclusion de tout autre document ".
4° Il est inséré un § 2bis, rédigé comme suit : " Le candidat-locataire choisit une société de référence qui gère son dossier . Le candidat locataire peut également choisir une ou plusieurs autres sociétés auprès desquelles il souhaite s'inscrire en seconde ligne .Le candidat s'acquitte directement auprès de la société de référence de toutes les formalités d'inscription, de modification et de renouvellement de sa candidature. La renonciation ou la radiation de la demande de logement dans la société de référence entraîne la radiation de la demande de logement dans toutes les sociétés concernées par la demande, sauf cas de force majeure justifiant le changement de société de référence, et moyennant l'accord du délégué social de la société de référence initialement choisie ".
5° Le § 3 de l'article 5 est remplacé par le texte suivant : " La société de référence dispose d'un délai de cinquante jours pour se prononcer sur la recevabilité d'une candidature, à compter de l'envoi du recommandé ou à la date de l'accusé de réception du formulaire visé au paragraphe premier. Si le formulaire est incomplet, non signé aux endroits prévus à cette fin, ou non accompagné de l'ensemble des annexes requises, le candidat locataire dispose d'un délai de quinze jours, sous peine d'irrecevabilité de la candidature, pour répondre à toute demande de complément d'information en provenance de la société de référence. Les délais prévus à l'art 5 § 3 sont prolongés par cette période de 15 jours
Une fois le dossier complet, la société le communique au délégué social désigné par la société du logement de la Région Bruxelloise, qui dispose d'un délai de vingt cinq jours pour le valider. Il transmet, les données des dossiers recevables pour leur imputation dans les registres de toutes les sociétés concernées par la demande. Dès qu'elle a statué sur la recevabilité de la candidature, la société de référence accuse réception de la demande, pour elle-même et pour les sociétés de seconde ligne, par une lettre à la poste, rédigée dans la langue de la demande. Une fiche registre dont le modèle est approuvé par la société du logement de la Région Bruxelloise est jointe à l'accusé de réception.
Le candidat locataire doit être informé de la suite réservée à sa demande au plus tard septante cinq jours après le dépôt ou l'envoi du formulaire. Le rejet d'une candidature est motivé. Du fait de l'introduction de sa candidature, le candidat locataire autorise les sociétés à obtenir des services publics compétents tous les documents relatifs aux éléments nécessaires à l'examen des conditions d'admission. Le candidat locataire est informé de cette autorisation ".
6° Au même article, il est inséré un § 3bis rédigé comme suit : " La société de seconde ligne, dispose d'un mois, à compter de la réception par le candidat locataire de l'acceptation de sa demande par la société de référence, pour refuser cette candidature. Passé ce délai, la candidature est présumée acceptée. Les seuls motifs de refus admissibles sont le non respect des conditions reprises à l'article 4 §§ 1er, 2 et 5 du présent arrêté. Le rejet de la candidature par une société de seconde ligne doit être motivé et notifié à l'intéressé par courrier recommandé ".
7° Le § 4 du même article est remplacé par le texte suivant : " Les modalités de gestion et de contrôle du registre, ainsi que d'archivage des candidatures dans les sociétés de référence et dans les sociétés de seconde ligne sont fixées par le Ministre ".
8° Les §§ 5 et 6 du même article sont supprimés.
9° Un nouveau § 5 est créé, libellé comme suit : " Toute fausse déclaration visant à occulter le non-respect des conditions d'admission prévues à l'article 4 ou à bénéficier indûment de titres de priorité prévus aux articles 8 et 9 entraîne la radiation de la demande de logement. Le candidat radié ne peut se réinscrire dans une société endéans un délai de six mois. Si un logement a déjà été attribué, il pourra être mis fin au contrat de bail moyennant un préavis de six mois. ".
Art.6. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" § 1. De kandidaat-huurder moet de referentiemaatschappij verwittigen omtrent elke wijziging van woonplaats en iedere wijziging in de samenstelling van het gezin binnen twee maanden na deze wijziging of verandering. Het niet naleven van deze procedure kan leiden tot schrapping uit het de register.
§ 2. De referentiemaatschappij vraagt de kandidaat-huurder eens om de twaalf maanden middels het document opgesteld door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij een schriftelijke bevestiging van zijn kandidatuur.
De kandidaat-huurder is verplicht de maatschappij in zijn antwoord op de hoogte te stellen van iedere wijziging die is opgetreden sedert zijn initiële inschrijving of de vorige vernieuwing ervan, met de vereiste documenten als bewijs.
Bij deze gelegenheid kan de kandidaat het aantal gemeenten en/of maatschappijen waar hij een woning wenst uitbreiden. Hij kan dit aantal verkleinen op ieder ogenblik voorafgaand aan de toepassing van de in artikel 15 van dit besluit bedoelde bepalingen.
De kandidaturen die binnen twee maanden na de aanvraag om bevestiging onbevestigd blijven, worden geschrapt uit het register.
§ 3. De kandidatuur wordt uit het register geschrapt indien zij niet meer voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 4.
§ 4. Iedere beslissing tot schrapping wordt behoorlijk gemotiveerd en gedateerd aan de kandidaat-huurder meegedeeld. De geschrapte kandidaat kan zich binnen een periode van zes maanden niet opnieuw inschrijven in een maatschappij ".
" § 1. De kandidaat-huurder moet de referentiemaatschappij verwittigen omtrent elke wijziging van woonplaats en iedere wijziging in de samenstelling van het gezin binnen twee maanden na deze wijziging of verandering. Het niet naleven van deze procedure kan leiden tot schrapping uit het de register.
§ 2. De referentiemaatschappij vraagt de kandidaat-huurder eens om de twaalf maanden middels het document opgesteld door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij een schriftelijke bevestiging van zijn kandidatuur.
De kandidaat-huurder is verplicht de maatschappij in zijn antwoord op de hoogte te stellen van iedere wijziging die is opgetreden sedert zijn initiële inschrijving of de vorige vernieuwing ervan, met de vereiste documenten als bewijs.
Bij deze gelegenheid kan de kandidaat het aantal gemeenten en/of maatschappijen waar hij een woning wenst uitbreiden. Hij kan dit aantal verkleinen op ieder ogenblik voorafgaand aan de toepassing van de in artikel 15 van dit besluit bedoelde bepalingen.
De kandidaturen die binnen twee maanden na de aanvraag om bevestiging onbevestigd blijven, worden geschrapt uit het register.
§ 3. De kandidatuur wordt uit het register geschrapt indien zij niet meer voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 4.
§ 4. Iedere beslissing tot schrapping wordt behoorlijk gemotiveerd en gedateerd aan de kandidaat-huurder meegedeeld. De geschrapte kandidaat kan zich binnen een periode van zes maanden niet opnieuw inschrijven in een maatschappij ".
Art.6. L'article 6 du même arrêté est remplacé par le texte suivant :
" § 1er Le candidat locataire doit avertir la société de référence de tout changement de domicile et de toute modification de sa composition de ménage, dans les deux mois suivant cette modification ou ce changement. Le non-respect de cette procédure peut entraîner la radiation du registre.
§ 2. La société de référence demande, au moyen du document établi par la Société du Logement de la Région bruxelloise, une fois tous les douze mois, au candidat locataire de confirmer par écrit sa candidature.
Dans sa réponse, le candidat locataire est tenu d'informer, documents probants à l'appui, la société de toute modification survenue depuis son inscription initiale ou le précédent renouvellement.
A cette occasion, le candidat peut étendre son choix de communes et/ou de sociétés dans lesquelles il souhaite disposer d'un logement. Il peut, à tout moment avant application des dispositions reprises à l'article 15 du présent arrêté, réduire ce choix.
Les candidatures non confirmées dans les deux mois de la demande de confirmation sont radiées du registre.
§ 3. La candidature est radiée du registre si elle ne répond plus aux conditions fixées à l'article 4.
§ 4. Toute décision de radiation dûment motivée et datée est notifiée au candidat locataire. Le candidat radié ne peut se réinscrire dans une société endéans un délai de six mois ".
" § 1er Le candidat locataire doit avertir la société de référence de tout changement de domicile et de toute modification de sa composition de ménage, dans les deux mois suivant cette modification ou ce changement. Le non-respect de cette procédure peut entraîner la radiation du registre.
§ 2. La société de référence demande, au moyen du document établi par la Société du Logement de la Région bruxelloise, une fois tous les douze mois, au candidat locataire de confirmer par écrit sa candidature.
Dans sa réponse, le candidat locataire est tenu d'informer, documents probants à l'appui, la société de toute modification survenue depuis son inscription initiale ou le précédent renouvellement.
A cette occasion, le candidat peut étendre son choix de communes et/ou de sociétés dans lesquelles il souhaite disposer d'un logement. Il peut, à tout moment avant application des dispositions reprises à l'article 15 du présent arrêté, réduire ce choix.
Les candidatures non confirmées dans les deux mois de la demande de confirmation sont radiées du registre.
§ 3. La candidature est radiée du registre si elle ne répond plus aux conditions fixées à l'article 4.
§ 4. Toute décision de radiation dûment motivée et datée est notifiée au candidat locataire. Le candidat radié ne peut se réinscrire dans une société endéans un délai de six mois ".
Art.7. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1 wordt vervangen als volgt : " De hierna omschreven kandidaat geniet twee voorkeurrechten :
1° De persoon wiens verhuurder de huurovereenkomst vroegtijdig heeft beëindigd zonder dat deze vroegtijdige verbreking voortvloeit uit een fout van de huurder. Dit voorkeurrecht wordt evenwel slechts toegekend indien de opzegging gebeurde conform de wettelijke voorschriften of, bij ontstentenis hiervan, indien de kandidaat het bewijs voorlegt dat hij stappen ondernam om ze met de wettelijke voorschriften in overeenstemming te brengen.
2° Het slachtoffer van een geval van overmacht, natuurlijke of sociale ramp dat het onvoorziene verlies van de betrokken woning tot gevolg heeft.
3° Het gezin dat kinderen ten laste heeft en slechts één persoon die deze hoedanigheid niet bezit.
4° Het gezin dat minstens één persoon met een handicap telt.
5° De persoon die een ongezonde woning verlaat of die een woning verlaat die het behoud van de gezinseenheid in gevaar brengt.
6° De huurder die sedert tenminste twee jaar een onaangepaste woning betrekt van een maatschappij, als deze niet is kunnen ingaan op zijn aanvraag tot mutatie na het verstrijken van een termijn van twaalf maanden ingaand op de datum van indiening van de aanvraag of als er geen hiertoe aangepaste woning tot haar patrimonium behoort.
Deze bepaling mag evenwel niet worden toegepast indien blijkt dat de niet-toekenning het gevolg is van een schrapping of van het feit dat de verplichtingen voortvloeiend uit de huurovereenkomst niet werden nageleefd ".
2° § 2, 1°, wordt opgeheven.
3° § 2, 2°, wordt vervangen als volgt : " per persoon, ouder dan 60 jaar, die deel uitmaakt van het gezin. ".
4° § 2, 3°, wordt vervangen als volgt : " per krijgsgevangene, per oorlogsinvalide of per weduwnaar (weduwe) van een krijgsgevangene of oorlogsinvalide, die deel uitmaakt van het gezin ".
5° In § 2, 5°, worden de woorden " ten minste " ingevoegd tussen " en " en " twee kinderen ten laste ".
6° § 3 wordt vervangen als volgt : " ieder gezin dat zich als huurder kandidaat stelt, geniet op de eerste verjaardag van zijn kandidatuur bovendien van een voorkeurrecht en per daaropvolgend jaar telkens van twee voorkeurrechten ".
7° Er wordt een § 4bis ingevoegd als volgt : " De Minister preciseert de situaties die recht kunnen geven op die voorkeurrechten evenals de voor te leggen bewijsdocumenten ter staving ervan ".
1° § 1 wordt vervangen als volgt : " De hierna omschreven kandidaat geniet twee voorkeurrechten :
1° De persoon wiens verhuurder de huurovereenkomst vroegtijdig heeft beëindigd zonder dat deze vroegtijdige verbreking voortvloeit uit een fout van de huurder. Dit voorkeurrecht wordt evenwel slechts toegekend indien de opzegging gebeurde conform de wettelijke voorschriften of, bij ontstentenis hiervan, indien de kandidaat het bewijs voorlegt dat hij stappen ondernam om ze met de wettelijke voorschriften in overeenstemming te brengen.
2° Het slachtoffer van een geval van overmacht, natuurlijke of sociale ramp dat het onvoorziene verlies van de betrokken woning tot gevolg heeft.
3° Het gezin dat kinderen ten laste heeft en slechts één persoon die deze hoedanigheid niet bezit.
4° Het gezin dat minstens één persoon met een handicap telt.
5° De persoon die een ongezonde woning verlaat of die een woning verlaat die het behoud van de gezinseenheid in gevaar brengt.
6° De huurder die sedert tenminste twee jaar een onaangepaste woning betrekt van een maatschappij, als deze niet is kunnen ingaan op zijn aanvraag tot mutatie na het verstrijken van een termijn van twaalf maanden ingaand op de datum van indiening van de aanvraag of als er geen hiertoe aangepaste woning tot haar patrimonium behoort.
Deze bepaling mag evenwel niet worden toegepast indien blijkt dat de niet-toekenning het gevolg is van een schrapping of van het feit dat de verplichtingen voortvloeiend uit de huurovereenkomst niet werden nageleefd ".
2° § 2, 1°, wordt opgeheven.
3° § 2, 2°, wordt vervangen als volgt : " per persoon, ouder dan 60 jaar, die deel uitmaakt van het gezin. ".
4° § 2, 3°, wordt vervangen als volgt : " per krijgsgevangene, per oorlogsinvalide of per weduwnaar (weduwe) van een krijgsgevangene of oorlogsinvalide, die deel uitmaakt van het gezin ".
5° In § 2, 5°, worden de woorden " ten minste " ingevoegd tussen " en " en " twee kinderen ten laste ".
6° § 3 wordt vervangen als volgt : " ieder gezin dat zich als huurder kandidaat stelt, geniet op de eerste verjaardag van zijn kandidatuur bovendien van een voorkeurrecht en per daaropvolgend jaar telkens van twee voorkeurrechten ".
7° Er wordt een § 4bis ingevoegd als volgt : " De Minister preciseert de situaties die recht kunnen geven op die voorkeurrechten evenals de voor te leggen bewijsdocumenten ter staving ervan ".
Art.7. A l'article 9 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° Le § 1er est remplacé par : : " § 1er Le candidat désigné ci-après bénéficie de deux titres de priorité :
1° La personne dont le bailleur a mis fin anticipativement au bail, sans que cette rupture anticipée ne résulte d'une faute du locataire. Ce titre de priorité n'est toutefois accordé que si le congé est conforme au prescrit légal ou à défaut, si le candidat établit qu'il a entrepris les démarches en vue de le rendre conforme au prescrit légal.
2° La victime d'un événement présentant les caractéristiques de la force majeure, d'une calamité naturelle ou sociale entraînant la perte inopinée du logement occupé.
3° Le ménage comprenant des enfants à charge et une seule personne n'ayant pas cette qualité.
4° Le ménage comptant au moins une personne handicapée.
5° La personne qui quitte un logement insalubre ou qui quitte un logement dont les caractéristiques mettent en péril le maintien de la cellule familiale.
6° Le locataire qui occupe un logement inadapté d'une société, depuis deux ans au moins, pour autant que celle-ci n'ait pu accéder à sa demande de mutation à l'échéance de douze mois prenant cours à la date d'introduction de celle-ci ou que son patrimoine ne comporte aucune habitation adaptée à cette fin.
Cette disposition ne trouve cependant pas à s'appliquer si la non attribution résulte d'une radiation ou du non respect des obligations résultant de la signature du contrat de bail ".
2° Le § 2, 1° est supprimé
3°Le § 2, 2° est remplacé par : " par personne âgée de plus de 60 ans, membre du ménage ".
4° Le § 2, 3° est remplacé par : " par prisonnier de guerre, par invalide de guerre ou par le veuf (la veuve) d'un prisonnier ou d'un invalide de guerre, membre du ménage ".
5° Au § 2, 5°, les mots " au moins " sont insérés entre " et " et " deux enfants à charge ".
6° Le § 3 est remplacé par : " tout ménage candidat locataire bénéficie, en outre, à la date anniversaire de sa candidature, d'un point de priorité à la fin de la première année, de deux points par année suivante ".
7° Il est inséré un § 4bis rédigé comme suit : " Le Ministre précise les situations permettant d'ouvrir le droit à ces priorités ainsi que les documents probants à fournir pour les établir ".
1° Le § 1er est remplacé par : : " § 1er Le candidat désigné ci-après bénéficie de deux titres de priorité :
1° La personne dont le bailleur a mis fin anticipativement au bail, sans que cette rupture anticipée ne résulte d'une faute du locataire. Ce titre de priorité n'est toutefois accordé que si le congé est conforme au prescrit légal ou à défaut, si le candidat établit qu'il a entrepris les démarches en vue de le rendre conforme au prescrit légal.
2° La victime d'un événement présentant les caractéristiques de la force majeure, d'une calamité naturelle ou sociale entraînant la perte inopinée du logement occupé.
3° Le ménage comprenant des enfants à charge et une seule personne n'ayant pas cette qualité.
4° Le ménage comptant au moins une personne handicapée.
5° La personne qui quitte un logement insalubre ou qui quitte un logement dont les caractéristiques mettent en péril le maintien de la cellule familiale.
6° Le locataire qui occupe un logement inadapté d'une société, depuis deux ans au moins, pour autant que celle-ci n'ait pu accéder à sa demande de mutation à l'échéance de douze mois prenant cours à la date d'introduction de celle-ci ou que son patrimoine ne comporte aucune habitation adaptée à cette fin.
Cette disposition ne trouve cependant pas à s'appliquer si la non attribution résulte d'une radiation ou du non respect des obligations résultant de la signature du contrat de bail ".
2° Le § 2, 1° est supprimé
3°Le § 2, 2° est remplacé par : " par personne âgée de plus de 60 ans, membre du ménage ".
4° Le § 2, 3° est remplacé par : " par prisonnier de guerre, par invalide de guerre ou par le veuf (la veuve) d'un prisonnier ou d'un invalide de guerre, membre du ménage ".
5° Au § 2, 5°, les mots " au moins " sont insérés entre " et " et " deux enfants à charge ".
6° Le § 3 est remplacé par : " tout ménage candidat locataire bénéficie, en outre, à la date anniversaire de sa candidature, d'un point de priorité à la fin de la première année, de deux points par année suivante ".
7° Il est inséré un § 4bis rédigé comme suit : " Le Ministre précise les situations permettant d'ouvrir le droit à ces priorités ainsi que les documents probants à fournir pour les établir ".
Art.8. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt :
1° in het tweede lid worden de volgende woorden toegevoegd : " in de maatschappij waar hij werd benadeeld. In dit geval vermeldt de maatschappij dit in het register ".
2° Er wordt een derde lid toegevoegd als volgt : " De gewraakte beslissing, die voortvloeit uit het feit dat bij de bedoelde maatschappij een inschrijving niet is gebeurd of dat bij een inschrijving niet alle in artikel 8 en 9 van dit besluit bepaalde voorkeurrechten in rekening werden gebracht, moet bij de referentiemaatschappij aangevochten worden binnen een termijn van 6 maanden, in het eerste geval te rekenen vanaf het verstrijken van de in artikel 5, 6°, vijfde lid, bepaalde termijn en in het tweede geval vanaf de betekening van de gewraakte beslissing. ".
1° in het tweede lid worden de volgende woorden toegevoegd : " in de maatschappij waar hij werd benadeeld. In dit geval vermeldt de maatschappij dit in het register ".
2° Er wordt een derde lid toegevoegd als volgt : " De gewraakte beslissing, die voortvloeit uit het feit dat bij de bedoelde maatschappij een inschrijving niet is gebeurd of dat bij een inschrijving niet alle in artikel 8 en 9 van dit besluit bepaalde voorkeurrechten in rekening werden gebracht, moet bij de referentiemaatschappij aangevochten worden binnen een termijn van 6 maanden, in het eerste geval te rekenen vanaf het verstrijken van de in artikel 5, 6°, vijfde lid, bepaalde termijn en in het tweede geval vanaf de betekening van de gewraakte beslissing. ".
Art.8. A l'article 10 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° A l'alinéa 2, les mots suivants sont ajoutés : " dans la société où il a été lésé. Dans ce cas, la société le mentionne dans le registre ".
2° Un troisième alinéa est inséré: " La décision incriminée résultant d'une non-inscription dans la société visée ou d'une inscription ne reprenant pas l'ensemble des titres de priorités prévus aux articles 8 et 9 du présent arrêté doit être contestée auprès de la société de référence dans un délai de 6 mois à compter dans le premier cas du dépassement du délai prévu à l'article 5 6° 5e alinéa et dans le second cas de la notification de la décision incriminée. ".
1° A l'alinéa 2, les mots suivants sont ajoutés : " dans la société où il a été lésé. Dans ce cas, la société le mentionne dans le registre ".
2° Un troisième alinéa est inséré: " La décision incriminée résultant d'une non-inscription dans la société visée ou d'une inscription ne reprenant pas l'ensemble des titres de priorités prévus aux articles 8 et 9 du présent arrêté doit être contestée auprès de la société de référence dans un délai de 6 mois à compter dans le premier cas du dépassement du délai prévu à l'article 5 6° 5e alinéa et dans le second cas de la notification de la décision incriminée. ".
Art.9. In artikel 11, derde lid, worden de woorden " binnen 30 dagen na de weigering van de sociaal afgevaardigde " ingevoegd tussen de woorden " vastgoedmaatschappij " en " haar ".
Art.9. A l'article 11, troisième alinéa, les mots " dans les 30 jours du refus du délégué social " sont insérés entre les mots " peut " et " soumettre ".
Art.10. Artikel 12, tweede lid, wordt vervangen als volgt : " Dit programma mag slechts betrekking hebben op een maximum van 40 % van het totaal aantal toewijzingen van nieuwe woningen. De maatschappij stuurt haar ontwerpovereenkomst aan de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij toe.
De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij beschikt over een termijn van vijfenveertig dagen om zich uit te spreken, te rekenen vanaf de dag waarop zij de ontwerpovereenkomst ontvangt.
Deze termijn kan op verzoek van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij op zestig dagen worden gebracht als dit gerechtvaardigd wordt door de noodzaak om preciseringen te verkrijgen of het eens te worden over een aanpassing van het haar voorgelegde ontwerp.
Het ontwerp wordt geacht te zijn goedgekeurd indien de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij zich binnen de toegestane termijn niet heeft uitgesproken.
De aldus gesloten overeenkomsten worden uiterlijk zeven dagen na de ondertekening ter goedkeuring overgemaakt aan de Regering. Deze laatste beschikt over dertig dagen om zich uit te spreken. Nadat deze termijn is verstreken, worden de overeenkomsten geacht te zijn goedgekeurd ".
De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij beschikt over een termijn van vijfenveertig dagen om zich uit te spreken, te rekenen vanaf de dag waarop zij de ontwerpovereenkomst ontvangt.
Deze termijn kan op verzoek van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij op zestig dagen worden gebracht als dit gerechtvaardigd wordt door de noodzaak om preciseringen te verkrijgen of het eens te worden over een aanpassing van het haar voorgelegde ontwerp.
Het ontwerp wordt geacht te zijn goedgekeurd indien de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij zich binnen de toegestane termijn niet heeft uitgesproken.
De aldus gesloten overeenkomsten worden uiterlijk zeven dagen na de ondertekening ter goedkeuring overgemaakt aan de Regering. Deze laatste beschikt over dertig dagen om zich uit te spreken. Nadat deze termijn is verstreken, worden de overeenkomsten geacht te zijn goedgekeurd ".
Art.10. L'article 12, alinéa 2, est remplacé comme suit : " Ce programme peut concerner, au maximum 40 % du total des attributions de ces nouveaux logements. La société transmet à la société du logement de la Région Bruxelloise son projet de convention.
La Société du Logement de la Région bruxelloise dispose d'un délai de quarante-cinq jours à compter de la réception du projet de convention pour se prononcer.
Ce délai peut-être porté à soixante jours à la demande de la Société du Logement de la Région bruxelloise lorsque cela est justifié par la nécessité d'obtenir des précisions ou de convenir d'une adaptation du projet qui lui a été soumis.
Le projet est réputé approuvé lorsque la Société du Logement de la Région bruxelloise ne s'est pas prononcée dans le délai imparti.
Les conventions ainsi conclues sont transmises pour approbation au gouvernement au plus tard sept jours après leur conclusion. Le gouvernement dispose de trente jours pour se prononcer. Passé ce délai, les conventions sont réputées être approuvées. ".
La Société du Logement de la Région bruxelloise dispose d'un délai de quarante-cinq jours à compter de la réception du projet de convention pour se prononcer.
Ce délai peut-être porté à soixante jours à la demande de la Société du Logement de la Région bruxelloise lorsque cela est justifié par la nécessité d'obtenir des précisions ou de convenir d'une adaptation du projet qui lui a été soumis.
Le projet est réputé approuvé lorsque la Société du Logement de la Région bruxelloise ne s'est pas prononcée dans le délai imparti.
Les conventions ainsi conclues sont transmises pour approbation au gouvernement au plus tard sept jours après leur conclusion. Le gouvernement dispose de trente jours pour se prononcer. Passé ce délai, les conventions sont réputées être approuvées. ".
Art.11. Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" De maatschappij kan met een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn een overeenkomst van prioritaire toewijzing sluiten voor ten hoogste 10% van de beschikbare huurwoningen.
De maatschappij stuurt de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij de overeenkomst toe uiterlijk op 30 september van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de overeenkomst wordt gesloten.
De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij beschikt over een termijn van vijfenveertig dagen om hierover een advies te formuleren, te rekenen vanaf de dag waarop zij de ontwerpovereenkomst ontvangt.
Deze termijn kan op verzoek van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij op zestig dagen gebracht worden als dit gerechtvaardigd wordt door de noodzaak om preciseringen te verkrijgen of het eens te worden over een aanpassing van het haar voorgelegde ontwerp.
De aldus gesloten overeenkomsten worden uiterlijk zeven dagen na het advies van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij ter goedkeuring aan de Regering overgemaakt. De Regering beschikt over dertig dagen om zich uit te spreken. Nadat deze termijn is verstreken, worden de overeenkomsten geacht te zijn goedgekeurd ".
" De maatschappij kan met een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn een overeenkomst van prioritaire toewijzing sluiten voor ten hoogste 10% van de beschikbare huurwoningen.
De maatschappij stuurt de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij de overeenkomst toe uiterlijk op 30 september van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de overeenkomst wordt gesloten.
De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij beschikt over een termijn van vijfenveertig dagen om hierover een advies te formuleren, te rekenen vanaf de dag waarop zij de ontwerpovereenkomst ontvangt.
Deze termijn kan op verzoek van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij op zestig dagen gebracht worden als dit gerechtvaardigd wordt door de noodzaak om preciseringen te verkrijgen of het eens te worden over een aanpassing van het haar voorgelegde ontwerp.
De aldus gesloten overeenkomsten worden uiterlijk zeven dagen na het advies van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij ter goedkeuring aan de Regering overgemaakt. De Regering beschikt over dertig dagen om zich uit te spreken. Nadat deze termijn is verstreken, worden de overeenkomsten geacht te zijn goedgekeurd ".
Art.11. L'article 13 du même arrêté est remplacé comme suit :
" La société peut conclure avec un Centre public d'Aide sociale une convention d'attribution prioritaire portant au maximum sur 10 % des logements disponibles à la location.
La société transmet à la Société du Logement de la Région bruxelloise la convention au plus tard le 30 septembre de l'année précédant l'année pour laquelle la convention est conclue.
La Société du Logement de la Région bruxelloise dispose d'un délai de quarante-cinq jours de calendrier à compter de la réception du projet de convention pour émettre un avis sur cette convention.
Ce délai peut-être porté à soixante jours à la demande de la Société du Logement de la Région bruxelloise lorsque cela est justifié par la nécessité d'obtenir des précisions ou de convenir d'une adaptation du projet qui lui a été soumis.
Les conventions ainsi conclues sont transmises pour approbation au gouvernement au plus tard sept jours après que la Société du Logement de la Région bruxelloise ait rendu son avis. Le gouvernement dispose de trente jours pour se prononcer. Passé ce délai, les conventions sont réputées être approuvées ".
" La société peut conclure avec un Centre public d'Aide sociale une convention d'attribution prioritaire portant au maximum sur 10 % des logements disponibles à la location.
La société transmet à la Société du Logement de la Région bruxelloise la convention au plus tard le 30 septembre de l'année précédant l'année pour laquelle la convention est conclue.
La Société du Logement de la Région bruxelloise dispose d'un délai de quarante-cinq jours de calendrier à compter de la réception du projet de convention pour émettre un avis sur cette convention.
Ce délai peut-être porté à soixante jours à la demande de la Société du Logement de la Région bruxelloise lorsque cela est justifié par la nécessité d'obtenir des précisions ou de convenir d'une adaptation du projet qui lui a été soumis.
Les conventions ainsi conclues sont transmises pour approbation au gouvernement au plus tard sept jours après que la Société du Logement de la Région bruxelloise ait rendu son avis. Le gouvernement dispose de trente jours pour se prononcer. Passé ce délai, les conventions sont réputées être approuvées ".
Art.12. In onderafdeling 4 wordt een artikel 14bis ingevoegd dat luidt als volgt :
" In geen geval mag het op grond van de artikelen 11, 13 en 14 toegewezen cumulatieve aandeel van de woningen 40 % van het totaal aantal toewijzingen van het voorgaande jaar overschrijden ".
" In geen geval mag het op grond van de artikelen 11, 13 en 14 toegewezen cumulatieve aandeel van de woningen 40 % van het totaal aantal toewijzingen van het voorgaande jaar overschrijden ".
Art.12. Dans la sous-section 4, il est inséré un article 14bis rédigé comme suit :
" En aucun cas, la part cumulée des logements attribués sur base des articles 11, 13 et 14 ne peut excéder 40 % du total des attributions effectuées pendant l'année précédente ".
" En aucun cas, la part cumulée des logements attribués sur base des articles 11, 13 et 14 ne peut excéder 40 % du total des attributions effectuées pendant l'année précédente ".
Art.13. 1° In artikel 15, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "naar het einde van het register overgedragen " vervangen door de woorden " geschrapt uit het register " en de woorden " binnen dertig dagen " door " binnen vijftien dagen ".
2° In § 3 van hetzelfde artikel worden de woorden "naar het einde van het register overgedragen " vervangen door de woorden " geschrapt uit het register ".
3° Aan hetzelfde artikel worden een §§ 5, 6 en 7 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 5 Wanneer de maatschappij in een zelfde brief het voorstel tot bezoek en de definitieve toewijzing, onherroepbaar onder voorbehoud van de verificaties bepaald in § 2, betekent, beschikt de kandidaat over een termijn van acht werkdagen om het bewijs te leveren dat hij nog altijd voldoet aan de in § 2 bepaalde voorwaarden en om de voorgestelde woning te aanvaarden of, om een aanvaardbare reden, te weigeren. Zoniet, wordt zijn kandidatuur uit het register geschrapt behalve wanneer hij zijn houding binnen de 15 dagen rechtvaardigt.
§ 6. Wanneer het kandidaatgezin huurder wordt van een openbare vastgoedmaatschappij wordt de initiële inschrijving geschrapt in alle maatschappijen betrokken bij de aanvraag.
§ 7. De beslissing tot schrapping wordt aan de kandidaat-huurder bekendgemaakt met vermelding van motivering en datum. Zij houdt in dat de kandidaat zich binnen een termijn van zes maanden niet opnieuw bij een maatschappij mag inschrijven. ".
2° In § 3 van hetzelfde artikel worden de woorden "naar het einde van het register overgedragen " vervangen door de woorden " geschrapt uit het register ".
3° Aan hetzelfde artikel worden een §§ 5, 6 en 7 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 5 Wanneer de maatschappij in een zelfde brief het voorstel tot bezoek en de definitieve toewijzing, onherroepbaar onder voorbehoud van de verificaties bepaald in § 2, betekent, beschikt de kandidaat over een termijn van acht werkdagen om het bewijs te leveren dat hij nog altijd voldoet aan de in § 2 bepaalde voorwaarden en om de voorgestelde woning te aanvaarden of, om een aanvaardbare reden, te weigeren. Zoniet, wordt zijn kandidatuur uit het register geschrapt behalve wanneer hij zijn houding binnen de 15 dagen rechtvaardigt.
§ 6. Wanneer het kandidaatgezin huurder wordt van een openbare vastgoedmaatschappij wordt de initiële inschrijving geschrapt in alle maatschappijen betrokken bij de aanvraag.
§ 7. De beslissing tot schrapping wordt aan de kandidaat-huurder bekendgemaakt met vermelding van motivering en datum. Zij houdt in dat de kandidaat zich binnen een termijn van zes maanden niet opnieuw bij een maatschappij mag inschrijven. ".
Art.13. 1° A l'article 15, § 1er, deuxième alinéa, du même arrêté, les mots " reportée à la fin du registre " sont remplacés par les mots " radiée du registre ", et les mots " dans les trente jours " sont remplacés par " dans les quinze jours ".
2° Au § 3 du même article, les mots " reportée à la fin du registre " sont remplacés par les mots " radiée du registre ".
3° : " Au même article, des §§ 5, 6, 7 sont ajoutés, libellés comme suit : ".
" § 5. Au cas où la société notifie dans un même courrier, la proposition de visite et l'attribution définitive, irrévocable sous réserve des vérifications prévues au § 2, le candidat dispose d'un délai de huit jours ouvrables pour établir qu'il remplit toujours les conditions prévues au § 2, et pour accepter ou refuser, pour un motif acceptable, le logement proposé. A défaut, sa candidature est radiée du registre sauf s'il justifie son attitude dans les 15 jours.
§ 6. Lorsque le ménage candidat devient locataire d'une société immobilière de service public, l'inscription initiale est radiée dans toutes les sociétés concernées par la demande.
§ 7. La décision de radiation est notifiée au candidat locataire en mentionnant sa motivation et sa date. Elle entraîne l'interdiction pour le candidat de se réinscrire dans une société dans un délai de six mois.
2° Au § 3 du même article, les mots " reportée à la fin du registre " sont remplacés par les mots " radiée du registre ".
3° : " Au même article, des §§ 5, 6, 7 sont ajoutés, libellés comme suit : ".
" § 5. Au cas où la société notifie dans un même courrier, la proposition de visite et l'attribution définitive, irrévocable sous réserve des vérifications prévues au § 2, le candidat dispose d'un délai de huit jours ouvrables pour établir qu'il remplit toujours les conditions prévues au § 2, et pour accepter ou refuser, pour un motif acceptable, le logement proposé. A défaut, sa candidature est radiée du registre sauf s'il justifie son attitude dans les 15 jours.
§ 6. Lorsque le ménage candidat devient locataire d'une société immobilière de service public, l'inscription initiale est radiée dans toutes les sociétés concernées par la demande.
§ 7. La décision de radiation est notifiée au candidat locataire en mentionnant sa motivation et sa date. Elle entraîne l'interdiction pour le candidat de se réinscrire dans une société dans un délai de six mois.
Art.14. In onderafdeling 5 wordt een artikel 15bis ingevoegd, luidend als volgt :
" § 1. Vóór de toewijzing kan de maatschappij de kandidaat oproepen per brief met een aanzegging van minstens vijftien dagen om na te gaan of diens kandidatuur nog steeds voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en de voorkeurrechten bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
Indien de kandidatuur niet meer beantwoordt aan de toelatingsvoorwaarden wordt zij geschrapt uit het register van de maatschappijen waarbij hij ingeschreven is. Indien de kandidaat zich niet meer op bepaalde voorkeurrechten kan beroepen, wordt zijn kandidatuur gehandhaafd in het register en wordt zijn plaats in de toewijzingslijsten herzien in functie van de berekening van de voorkeurrechten.
§ 2. Bij die gelegenheid kan de maatschappij de kandidaat verzoeken haar alle inlichtingen te bezorgen die noodzakelijk zijn voor de toewijzing van een woning die het best aan diens verwachtingen voldoet. Betreft het een coöperatieve huurdersmaatschappij, dan ondertekent de kandidaat, op straffe van verwerping van zijn verzoek, door de betrokken maatschappij, het handvest met de coöperatieve eigenheden, zoals het goedgekeurd werd door de Minister.
§ 3. Indien een maatschappij gebruik maakt van de procedure zoals vermeld onder §§ 1 en 2 dient zij dit te doen voor alle kandidaat-huurders.
§ 4. Indien de kandidaat-huurder geen gevolg heeft gegeven aan de oproepingsbrief stuurt de maatschappij hem per aangetekend schrijven een herinneringsbrief met een aanzegging van vijftien dagen en waarschuwt zij hem dat dit bij ontstentenis van een antwoord binnen veertien dagen na het versturen van het aangetekend schrijven leidt tot schrapping bij die maatschappij.
§ 5. De beslissing tot schrapping bij de betrokken maatschappij wordt aan de kandidaat-huurder meegedeeld met vermelding van motivering en datum. ".
" § 1. Vóór de toewijzing kan de maatschappij de kandidaat oproepen per brief met een aanzegging van minstens vijftien dagen om na te gaan of diens kandidatuur nog steeds voldoet aan de toelatingsvoorwaarden en de voorkeurrechten bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit.
Indien de kandidatuur niet meer beantwoordt aan de toelatingsvoorwaarden wordt zij geschrapt uit het register van de maatschappijen waarbij hij ingeschreven is. Indien de kandidaat zich niet meer op bepaalde voorkeurrechten kan beroepen, wordt zijn kandidatuur gehandhaafd in het register en wordt zijn plaats in de toewijzingslijsten herzien in functie van de berekening van de voorkeurrechten.
§ 2. Bij die gelegenheid kan de maatschappij de kandidaat verzoeken haar alle inlichtingen te bezorgen die noodzakelijk zijn voor de toewijzing van een woning die het best aan diens verwachtingen voldoet. Betreft het een coöperatieve huurdersmaatschappij, dan ondertekent de kandidaat, op straffe van verwerping van zijn verzoek, door de betrokken maatschappij, het handvest met de coöperatieve eigenheden, zoals het goedgekeurd werd door de Minister.
§ 3. Indien een maatschappij gebruik maakt van de procedure zoals vermeld onder §§ 1 en 2 dient zij dit te doen voor alle kandidaat-huurders.
§ 4. Indien de kandidaat-huurder geen gevolg heeft gegeven aan de oproepingsbrief stuurt de maatschappij hem per aangetekend schrijven een herinneringsbrief met een aanzegging van vijftien dagen en waarschuwt zij hem dat dit bij ontstentenis van een antwoord binnen veertien dagen na het versturen van het aangetekend schrijven leidt tot schrapping bij die maatschappij.
§ 5. De beslissing tot schrapping bij de betrokken maatschappij wordt aan de kandidaat-huurder meegedeeld met vermelding van motivering en datum. ".
Art.14. A la sous-section 5, est inséré un article 15bis rédigé comme suit. :
" § 1er. Avant l'attribution, la société peut convoquer, par lettre, avec un préavis d'au moins quinze jours, le candidat afin de vérifier que sa candidature répond toujours aux conditions d'admission et aux titres de priorité repris aux articles 8 et 9 du présent arrêté.
Si sa candidature ne répond plus aux conditions d'admission, elle est radiée du registre des sociétés auprès desquelles il est inscrit. Si le candidat ne peut plus se prévaloir de certains titres de priorité, la candidature est maintenue dans le registre, sa place dans les listes d'attribution est revue en fonction du calcul des titres de priorité.
§ 2. A cette occasion, la société peut demander au candidat de fournir les informations nécessaires à l'attribution d'un logement qui corresponde au mieux à ses attentes. S'il s'agit d'une société coopérative de locataires, le candidat signe, sous peine de rejet de sa demande par la société concernée, la charte reprenant les spécificités coopératives, telle qu'approuvée par le Ministre.
§ 3. Si une société fait usage de la procédure mentionnée aux §§ 1er et 2, elle doit le faire pour tous ses candidats locataires.
§ 4. Si le candidat locataire n'a pas donné suite à la convocation, la société lui envoie, par recommandé, une lettre de rappel avec un préavis de quinze jours et l'avertit que l'absence de réponse dans les quinze jours de l'envoi du recommandé entraînera la radiation de l'inscription dans cette société.
§ 5. La décision de radier le candidat dans la société concernée lui est notifiée en mentionnant sa motivation et sa date ".
" § 1er. Avant l'attribution, la société peut convoquer, par lettre, avec un préavis d'au moins quinze jours, le candidat afin de vérifier que sa candidature répond toujours aux conditions d'admission et aux titres de priorité repris aux articles 8 et 9 du présent arrêté.
Si sa candidature ne répond plus aux conditions d'admission, elle est radiée du registre des sociétés auprès desquelles il est inscrit. Si le candidat ne peut plus se prévaloir de certains titres de priorité, la candidature est maintenue dans le registre, sa place dans les listes d'attribution est revue en fonction du calcul des titres de priorité.
§ 2. A cette occasion, la société peut demander au candidat de fournir les informations nécessaires à l'attribution d'un logement qui corresponde au mieux à ses attentes. S'il s'agit d'une société coopérative de locataires, le candidat signe, sous peine de rejet de sa demande par la société concernée, la charte reprenant les spécificités coopératives, telle qu'approuvée par le Ministre.
§ 3. Si une société fait usage de la procédure mentionnée aux §§ 1er et 2, elle doit le faire pour tous ses candidats locataires.
§ 4. Si le candidat locataire n'a pas donné suite à la convocation, la société lui envoie, par recommandé, une lettre de rappel avec un préavis de quinze jours et l'avertit que l'absence de réponse dans les quinze jours de l'envoi du recommandé entraînera la radiation de l'inscription dans cette société.
§ 5. La décision de radier le candidat dans la société concernée lui est notifiée en mentionnant sa motivation et sa date ".
Art.15. In onderafdeling 5 wordt een artikel 15ter ingevoegd, luidend als volgt :
" De kandidaat-huurder kan zonder te worden geschrapt een woning weigeren die één van de volgende kenmerken vertoont :
1° Een woning waarvoor het vorderbare huurbedrag en de lasten de financiële draagkracht van het gezin overstijgen. In dat geval is de kandidaat ertoe gehouden de elementen te verstrekken die de maatschappij in staat stellen de gegrondheid van de ingeroepen redenen te beoordelen.
2° Een woning die een bouwstaat vertoont die getuigt van een aanzienlijk probleem in termen van stabiliteit of een permanente en steeds terugkerende vochtigheid die het gebruik ervan hindert, of waarvan de bodem en de vloeren vervormingen vertonen, of een gebrekkige stabiliteit die tot valpartijen kan leiden; of waarvan de trappen die toegang verlenen tot de woonvertrekken los zitten, onstabiel of moeilijk begaanbaar zijn; of waarvan de overlopen van de verdiepingen zijn uitgerust met een openingsysteem waarvan de drempel (voor een deur) of de vensterbank (voor een raam) zich situeert op minder dan 50 cm van de vloer en niet voorzien zijn van een borstwering; of waarvan de overlopen, de evacuatiewegen en de deuropeningen minder dan 70 cm breed zijn; of waarvan de vrije hoogte van de deuropeningen lager is dan 1 m 95.
3° Een woning die niet minstens over een binnen de woning gelegen aansluiting voor drinkwater beschikt.
4° Een woning waarvan de elektriciteitsinstallatie of de gasdistributie overduidelijk gevaarlijk is of waarin de bewoner niet permanent toegang heeft tot de zekeringen van de elektrische installaties.
5° Een woning waarvan de leidingen voor de afvoer van afvalwater niet zijn aangesloten op de openbare riolering of een ander aangepast systeem dat in goede staat van werking verkeert.
6° Een woning waarvan de WC niet is voorzien van een stortbak, niet voor exclusief gebruik van de bewoners bestemd is of gelegen is buiten de woning.
7° Een woning die niet beschikt over een badkamer of een douche.
8° Een woning die voor de verwarming niet is uitgerust met hetzij centrale verwarming, hetzij een vast verwarmingssysteem, hetzij niet beschikt over een installatie die in de verblijfsvertrekken veilig kan aangesloten worden.
" De kandidaat-huurder kan zonder te worden geschrapt een woning weigeren die één van de volgende kenmerken vertoont :
1° Een woning waarvoor het vorderbare huurbedrag en de lasten de financiële draagkracht van het gezin overstijgen. In dat geval is de kandidaat ertoe gehouden de elementen te verstrekken die de maatschappij in staat stellen de gegrondheid van de ingeroepen redenen te beoordelen.
2° Een woning die een bouwstaat vertoont die getuigt van een aanzienlijk probleem in termen van stabiliteit of een permanente en steeds terugkerende vochtigheid die het gebruik ervan hindert, of waarvan de bodem en de vloeren vervormingen vertonen, of een gebrekkige stabiliteit die tot valpartijen kan leiden; of waarvan de trappen die toegang verlenen tot de woonvertrekken los zitten, onstabiel of moeilijk begaanbaar zijn; of waarvan de overlopen van de verdiepingen zijn uitgerust met een openingsysteem waarvan de drempel (voor een deur) of de vensterbank (voor een raam) zich situeert op minder dan 50 cm van de vloer en niet voorzien zijn van een borstwering; of waarvan de overlopen, de evacuatiewegen en de deuropeningen minder dan 70 cm breed zijn; of waarvan de vrije hoogte van de deuropeningen lager is dan 1 m 95.
3° Een woning die niet minstens over een binnen de woning gelegen aansluiting voor drinkwater beschikt.
4° Een woning waarvan de elektriciteitsinstallatie of de gasdistributie overduidelijk gevaarlijk is of waarin de bewoner niet permanent toegang heeft tot de zekeringen van de elektrische installaties.
5° Een woning waarvan de leidingen voor de afvoer van afvalwater niet zijn aangesloten op de openbare riolering of een ander aangepast systeem dat in goede staat van werking verkeert.
6° Een woning waarvan de WC niet is voorzien van een stortbak, niet voor exclusief gebruik van de bewoners bestemd is of gelegen is buiten de woning.
7° Een woning die niet beschikt over een badkamer of een douche.
8° Een woning die voor de verwarming niet is uitgerust met hetzij centrale verwarming, hetzij een vast verwarmingssysteem, hetzij niet beschikt over een installatie die in de verblijfsvertrekken veilig kan aangesloten worden.
Art.15. A la sous-section 5, il est inséré un article 15ter rédigé comme suit :
" Le candidat locataire peut, sans être radié, refuser un logement qui présente une des caractéristiques suivantes :
1° Un logement pour lequel le montant du loyer exigible et des charges excède les capacités financières du ménage. Dans ce cas, le candidat est tenu de fournir les éléments permettant à la société d'apprécier le bien fondé du motif invoqué.
2° Un logement qui présente un état constructif témoignant d'un problème important en terme de stabilité ou une humidité persistante et récurrente entraînant un trouble de jouissance, ou dont les sols et les planchers présentent des déformations ou des manques de stabilité susceptibles de provoquer des chutes; ou dont les escaliers donnant accès aux pièces d'habitation sont mobiles, instables ou difficilement praticables; ou dont les baies d'étage munies d'un système ouvrant dont le seuil (pour une porte) ou l'appui (pour une fenêtre) se situe à moins de 50 cm du plancher et ne sont pas pourvues d'un garde-fou; ou dont les paliers, les voies d'évacuation et les baies des portes n'ont pas une largeur d'au moins 70 cm; ou dont la hauteur libre des baies de portes est inférieure à 1 m 95.
3° Un logement qui ne comprend pas au moins un point d'eau potable situé à l'intérieur du logement.
4° Un logement dont l'installation électrique ou la distribution du gaz présente, de façon manifeste, un caractère dangereux ou pour lequel l'occupant n'a pas accès, en permanence, aux fusibles des installations électriques.
5° Un logement dont le réseau d'évacuation des eaux usées n'est pas raccordé à l'égout public ou à un autre système adéquat, en bon état de fonctionnement.
6° Un logement dont le WC n'est pas pourvu de chasse d'eau, n'est pas à usage exclusif des occupants du logement ou est situé en dehors de l'enveloppe de l'immeuble.
7° Un logement qui ne comprend une salle de bain ou une douche.
8° Un logement qui ne comprend pas pour se chauffer soit un chauffage central, soit un système de chauffage fixe, soit une installation qui permette son raccordement dans les pièces de séjour, en toute sécurité.
" Le candidat locataire peut, sans être radié, refuser un logement qui présente une des caractéristiques suivantes :
1° Un logement pour lequel le montant du loyer exigible et des charges excède les capacités financières du ménage. Dans ce cas, le candidat est tenu de fournir les éléments permettant à la société d'apprécier le bien fondé du motif invoqué.
2° Un logement qui présente un état constructif témoignant d'un problème important en terme de stabilité ou une humidité persistante et récurrente entraînant un trouble de jouissance, ou dont les sols et les planchers présentent des déformations ou des manques de stabilité susceptibles de provoquer des chutes; ou dont les escaliers donnant accès aux pièces d'habitation sont mobiles, instables ou difficilement praticables; ou dont les baies d'étage munies d'un système ouvrant dont le seuil (pour une porte) ou l'appui (pour une fenêtre) se situe à moins de 50 cm du plancher et ne sont pas pourvues d'un garde-fou; ou dont les paliers, les voies d'évacuation et les baies des portes n'ont pas une largeur d'au moins 70 cm; ou dont la hauteur libre des baies de portes est inférieure à 1 m 95.
3° Un logement qui ne comprend pas au moins un point d'eau potable situé à l'intérieur du logement.
4° Un logement dont l'installation électrique ou la distribution du gaz présente, de façon manifeste, un caractère dangereux ou pour lequel l'occupant n'a pas accès, en permanence, aux fusibles des installations électriques.
5° Un logement dont le réseau d'évacuation des eaux usées n'est pas raccordé à l'égout public ou à un autre système adéquat, en bon état de fonctionnement.
6° Un logement dont le WC n'est pas pourvu de chasse d'eau, n'est pas à usage exclusif des occupants du logement ou est situé en dehors de l'enveloppe de l'immeuble.
7° Un logement qui ne comprend une salle de bain ou une douche.
8° Un logement qui ne comprend pas pour se chauffer soit un chauffage central, soit un système de chauffage fixe, soit une installation qui permette son raccordement dans les pièces de séjour, en toute sécurité.
Art.16. In artikel 24, eerste lid, worden de woorden "en zevende lid, 4 §§ 1 en 2" vervangen door "4 § 1".
Art.16. A l'article 24, alinéa premier, les mots "et 7, 4 §§ 1er et 2" sont remplacés par "4 § 1er".
Art.17. De bijlagen 1 en 2 bij hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art.17. Les annexes 1 et 2 du même arrêté sont abrogées.
Art.18. Overgangsmaatregelen :
§ 1. De bepalingen van artikelen 4 en 5 worden pas na de inwerkingtreding van de bepalingen vervat in §§ 2 tot 4 van dit artikel toegepast op de kandidaat-huurders ingeschreven vóór het van kracht worden van dit besluit.
§ 2. Aan de kandidaten die een aanvraag hebben ingediend vóór de inwerkingtreding van dit besluit wordt binnen de door de Regering bepaalde termijnen en uiterlijk op 31 mei 2002 een verzoek tot bevestiging van de kandidatuur toegestuurd.
§ 3. Binnen de door de Regering bepaalde termijnen en uiterlijk op 30 oktober 2002 richt de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij een schrijven tot alle kandidaten die vóór de inwerkingtreding van dit besluit bij verschillende maatschappijen meerdere aanvragen voor een sociale woning hebben ingediend.
Dit schrijven verzoekt ze een referentiemaatschappij te kiezen. Bij ontstentenis van een antwoord na één maand tijd wordt de maatschappij waarbij de kandidaat het langst is ingeschreven, aangeduid als referentiemaatschappij.
§ 4 Vanaf de opname van de kandidaat in de gewestelijke gegevensbank zijn alle bepalingen van dit besluit op hem van toepassing.
§ 1. De bepalingen van artikelen 4 en 5 worden pas na de inwerkingtreding van de bepalingen vervat in §§ 2 tot 4 van dit artikel toegepast op de kandidaat-huurders ingeschreven vóór het van kracht worden van dit besluit.
§ 2. Aan de kandidaten die een aanvraag hebben ingediend vóór de inwerkingtreding van dit besluit wordt binnen de door de Regering bepaalde termijnen en uiterlijk op 31 mei 2002 een verzoek tot bevestiging van de kandidatuur toegestuurd.
§ 3. Binnen de door de Regering bepaalde termijnen en uiterlijk op 30 oktober 2002 richt de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij een schrijven tot alle kandidaten die vóór de inwerkingtreding van dit besluit bij verschillende maatschappijen meerdere aanvragen voor een sociale woning hebben ingediend.
Dit schrijven verzoekt ze een referentiemaatschappij te kiezen. Bij ontstentenis van een antwoord na één maand tijd wordt de maatschappij waarbij de kandidaat het langst is ingeschreven, aangeduid als referentiemaatschappij.
§ 4 Vanaf de opname van de kandidaat in de gewestelijke gegevensbank zijn alle bepalingen van dit besluit op hem van toepassing.
Art.18. Dispositions transitoires:
§ 1er. Les dispositions des articles 4 et 5 ne sont appliquées au candidat locataire inscrits avant l'entrée en vigueur du présent arrêté qu'après la mise en oeuvre des dispositions prévues aux §§ 2 à 4 du présent article.
§ 2. Une demande de confirmation de la candidature est adressée aux candidats ayant introduit une demande avant l'entrée en vigueur du présent arrêté est adressée dans les délais fixés par le gouvernement et au plus tard au 31 mai 2002.
§ 3. Dans les délais fixés par la gouvernement et au plus tard le 31 octobre 2002, la Société du Logement de la Région bruxelloise écrit à tous les candidats ayant introduit, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, plusieurs demandes distinctes de logement social auprès de différentes sociétés.
Ce courrier les invite à opter pour une société de référence. A défaut de réponse dans un délai d'un mois, la société auprès de laquelle le candidat est inscrit depuis le plus longtemps est désignée comme société de référence
§ 4. Dès l'incorporation du candidat dans la base de données régionales, l'ensemble des dispositions contenues dans le présent arrêté lui sont applicables.
§ 1er. Les dispositions des articles 4 et 5 ne sont appliquées au candidat locataire inscrits avant l'entrée en vigueur du présent arrêté qu'après la mise en oeuvre des dispositions prévues aux §§ 2 à 4 du présent article.
§ 2. Une demande de confirmation de la candidature est adressée aux candidats ayant introduit une demande avant l'entrée en vigueur du présent arrêté est adressée dans les délais fixés par le gouvernement et au plus tard au 31 mai 2002.
§ 3. Dans les délais fixés par la gouvernement et au plus tard le 31 octobre 2002, la Société du Logement de la Région bruxelloise écrit à tous les candidats ayant introduit, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, plusieurs demandes distinctes de logement social auprès de différentes sociétés.
Ce courrier les invite à opter pour une société de référence. A défaut de réponse dans un délai d'un mois, la société auprès de laquelle le candidat est inscrit depuis le plus longtemps est désignée comme société de référence
§ 4. Dès l'incorporation du candidat dans la base de données régionales, l'ensemble des dispositions contenues dans le présent arrêté lui sont applicables.
Art.19. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2002.
Art.19. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2002.
Art. 20. De Staatssecretaris van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wiens bevoegdheden Huisvesting, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Opgemaakt te Brussel op 20 september 2001.
F.-X. de DONNEA,
Minister-Voorzitter
E. TOMAS,
Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Werkgelegenheid, Economie, Energie en Huisvesting
G. VANHENGEL,
Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen
A. HUTCHINSON,
Staatssecretaris van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Huisvesting.
Opgemaakt te Brussel op 20 september 2001.
F.-X. de DONNEA,
Minister-Voorzitter
E. TOMAS,
Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Werkgelegenheid, Economie, Energie en Huisvesting
G. VANHENGEL,
Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen
A. HUTCHINSON,
Staatssecretaris van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, bevoegd voor Huisvesting.
Art. 20. Le Secrétaire d'Etat du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ayant le Logement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Fait à Bruxelles, le 20 septembre 2001.
F.-X. de DONNEA,
Ministre-Président
E. TOMAS,
Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de l'Emploi, de l'Economie, de l'Energie et du Logement
G. VANHENGEL,
Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Finances, du Budget, de la Fonction publique et des Relations extérieures
A. HUTCHINSON,
Secrétaire d'Etat à la Région de Bruxelles-Capitale, chargé du Logement.
Fait à Bruxelles, le 20 septembre 2001.
F.-X. de DONNEA,
Ministre-Président
E. TOMAS,
Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé de l'Emploi, de l'Economie, de l'Energie et du Logement
G. VANHENGEL,
Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Finances, du Budget, de la Fonction publique et des Relations extérieures
A. HUTCHINSON,
Secrétaire d'Etat à la Région de Bruxelles-Capitale, chargé du Logement.