Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
3 MEI 2001. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende sommige bepalingen betreffende het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 16-06-2001 en tekstbijwerking tot 27-05-2004).
Titre
3 MAI 2001. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale portant certaines dispositions relatives au personnel de Bruxelles-Propreté, Agence régionale pour la Propreté. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 16-06-2001 et mise à jour au 27-05-2004).
Informations sur le document
Info du document
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK I. - Bevordering via baremaverhoging.
CHAPITRE I. - De la promotion par avancement barémique.
Artikel 1. In het eerste hoofdstuk van het besluit van 23 maart 1995 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid wordt een artikel 3quater ingevoegd dat het volgende bepaalt :
  " Art. 3quater. § 1. In afwijking op artikel 75, § 4, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende vaststelling van het statuut van de Rijksambtenaren, van de bepalingen van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 houdende vaststelling van het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut en van het koninklijk besluit van 8 januari 1973 houdende vaststelling van het geldelijk statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut, wordt er een bevordering via baremaverhoging ingevoerd in het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid.
  Onder bevordering via baremaverhoging wordt verstaan : de toekenning aan het personeelslid van een hogere weddeschaal dan de weddeschaal die verbonden is aan zijn graad, overeenkomstig de tabel gevoegd in bijlage 1 van huidig Besluit, dit mits voldaan is aan de voorwaarden van paragraaf 2 inzake anciënniteit en opleiding, zonder dat de toekenning van deze schaal een verandering van graad inhoudt.
  De bevordering via baremaverhoging kan twee keer worden toegekend in eenzelfde graad, met uitzondering van de personeelsleden die titularis zijn van rang 13 en hogere rangen, die slechts één keer van de bevordering via baremaverhoging in eenzelfde graad kunnen genieten.
  De verkrijging van de bevordering via baremaverhoging voorzien in de vorige alinea veronderstelt dat het personeelslid voor elk van deze bevorderingen de voorwaarden gesteld in paragraaf 2 van huidig artikel vervult.
  § 2. Om de toekenning van deze hogere weddeschaal te kunnen genieten, dient het personeelslid :
  1° zes jaar graadanciënniteit te hebben bij het Agentschap "Net Brussel", zonder dat bij de berekening van deze graadanciënniteit rekening kan worden gehouden met de perioden die worden gelijkgesteld met effectieve dienstperioden, met toepassing of in uitvoering van artikel 102, 10°, 12°, 13°, 14° van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende vaststelling van het statuut van de Rijksambtenaren;
  2° met succes een opleiding georganiseerd of erkend door het Gewestelijk Agentschap voor Netheid te hebben gevolgd. Onder opleiding erkend door het Gewestelijk Agentschap voor Netheid wordt verstaan de opleiding die een verband heeft met het belang van de dienst en niet door het Gewestelijk Agentschap voor Netheid wordt georganiseerd, de persoonlijke werken die een verband hebben met het belang van de dienst en welke door de Directieraad als gelijkgesteld met deze opleiding worden beschouwd;
  3° de twee jaren die voorafgaan aan de toekenning van de promotie,
  - voor het statutair personeel, geen disciplinaire sanctie hebben opgelopen;
  - voor het contractueel personeel, geen kennisgeving hebben ontvangen hetzij van drie schriftelijke verwittigingen van de ingenieur van openbare reinheid, van het diensthoofd van niveau 1 of van de ingenieur-directeur, hetzij van een laatste schriftelijke verwittiging van de directeur Personeelsbeleid;
  - na twee jaar zonder disciplinaire sanctie voor het statutair personeel of verwittiging voor het contractueel personeel verkrijgt het personeelslid opnieuw zijn recht op bevordering via baremaverhoging.
Article 1. Dans le chapitre premier de l'arrêté du 23 mars 1995 du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale fixant le statut administratif et pécuniaire du personnel de l'Agence régionale pour la Propreté, il est inséré un article 3quater rédigé comme suit :
  " Art. 3quater. § 1er. Par dérogation à l'article 75, § 4, de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, aux dispositions de l'arrêté royal du 8 janvier 1973 portant statut du personnel de certains organismes d'intérêt public et de l'arrêté royal du 8 janvier 1973 portant statut pécuniaire du personnel de certains organismes d'intérêt public, il est institué une promotion par avancement barémique dans le statut administratif et pécuniaire du personnel de l'Agence régionale pour la Propreté.
  Par promotion par avancement barémique, on entend l'octroi, au membre du personnel, d'une échelle de traitement supérieure à l'échelle de traitement liée à son grade, conformément au tableau figurant à l'annexe 1 du présent arrêté, ce moyennant le respect des conditions énoncées au paragraphe 2 en matière d'ancienneté et de formation, sans que l'octroi de cette échelle implique un changement de grade.
  La promotion par avancement barémique peut être accordée deux fois dans un même grade, à l'exception des membres du personnel titulaires des rangs 13 et supérieurs qui ne peuvent bénéficier qu'une seule fois de la promotion par avancement barémique dans un même grade.
  L'obtention de chacune des promotions par avancement barémique visée à l'alinéa précédent implique que le membre du personnel réunisse pour chacune de ces promotions les conditions visées au paragraphe 2 du présent article.
  § 2. Pour bénéficier de l'octroi de cette échelle de traitement supérieure, le membre du personnel doit :
  1° compter six années d'ancienneté de grade au sein de l'Agence "Bruxelles-Propreté", sans qu'il puisse être tenu compte pour le calcul de cette ancienneté de grade des périodes assimilées à des périodes de services effectifs en application ou en exécution de l'article 102, 10°, 12°, 14° de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat;
  2° avoir suivi avec succès une formation organisée ou reconnue par l'Agence régionale pour la Propreté. Par formation reconnue par l'Agence régionale pour la Propreté, on entend la formation en rapport avec l'intérêt du service qui n'est pas organisée par l'Agence régionale pour la Propreté ou les travaux personnels en rapport avec l'intérêt du service, qui sont jugés équivalents à cette formation par le Conseil de direction;
  3° dans les deux ans qui précèdent l'attribution de la promotion,
  - pour le personnel statutaire, ne pas avoir encouru de sanction disciplinaire;
  - pour le personnel contractuel ne pas avoir reçu notification soit de trois avertissements écrits de l'ingénieur de propreté publique, du chef de service de niveau 1 ou de l'ingénieur-directeur, soit le dernier avertissement écrit du directeur des ressources humaines;
  - après deux années sans sanction disciplinaire pour le personnel statutaire ou avertissement pour le personnel contractuel, le membre du personnel retrouve son droit à la promotion par avancement barémique.
HOOFDSTUK II. - De graden.
CHAPITRE II. - Des grades.
Art.2. In het kader "A. Begeleidingspersoneel", zoals vermeld in de bijlage bij het besluit van 23 maart 1995 tot vaststelling van het personeelsreglement van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid worden de graden van eerstaanwezend adjunct van openbare reinheid (rang 32) en van eerstaanwezend assistent van openbare reinheid (rang 21) geschrapt.
  In artikel 2 van het besluit van 23 maart 1995 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van het organieke kader van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid, bij de titel "A. Begeleidingspersoneel" worden de graden van eerstaanwezend adjunct van openbare reinheid en van eerstaanwezend assistent van openbare reinheid geschrapt.
  In artikel 1 van het besluit van 23 maart 1995 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende het hiërarchisch klassement van de graden die de leden van het personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid kunnen dragen, in de titel "A. Begeleidingspersoneel" worden de graden van eerstaanwezend adjunct van openbare reinheid (rang 32) en van eerstaanwezend assistent van openbare reinheid (rang 21) geschrapt.
  In artikel 1 van het besluit van 7 oktober 1993 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de wijziging van het besluit van 13 februari 1992 tot vaststelling van de weddeschalen van de bijzondere graden van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid worden de graden van eerstaanwezend adjunct van openbare reinheid en van eerstaanwezend assistent van openbare reinheid geschrapt.
Art.2. Dans le cadre "A. Personnel d'encadrement", figurant à l'annexe de l'arrêté du 23 mars 1995 fixant le règlement du personnel de l'Agence régionale pour la Propreté, les grades d'adjoint principal de propreté publique (rang 32) et d'assistant principal de propreté publique (rang 21) sont supprimés.
  Dans l'article 2 de l'arrêté du 23 mars 1995 du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale fixant le cadre organique de l'Agence régionale pour la Propreté, au titre "A. Personnel d'encadrement", les grades d'adjoint principal de propreté publique et d'assistant principal de propreté publique sont supprimés.
  Dans l'article 1er de l'arrêté du 23 mars 1995 du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif au classement hiérarchique des grades que peuvent porter les membres du personnel de l'Agence régionale pour la Propreté, au titre "A. Personnel d'encadrement", les grades d'adjoint principal de propreté publique (rang 32) et d'assistant principal de propreté publique (rang 21) sont supprimés.
  Dans l'article 1er de l'arrêté du 7 octobre 1993 du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif à la modification de l'arrêté du 13 février 1992, fixant les échelles de traitement des grades particuliers de l'Agence régionale pour la Propreté, les grades d'adjoint principal de propreté publique et d'assistant principal de propreté publique sont supprimés.
HOOFDSTUK III. - De toekenning van een weddeschaal "+".
CHAPITRE III. - De l'octroi d'une échelle de traitement "+".
Art.3. Artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 7 oktober 1993 met betrekking tot de wijziging van het besluit van 13 februari 1992 tot vaststelling van weddeschalen van de bijzondere graden van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid wordt als volgt gewijzigd :
  " De personeelsleden die titularis zijn van de graad van ploegbaas of vakman, opzichter of eerstaanwezend vakman, 1ste opzichter of 1ste vakman, 1ste assistent en adjunct-adviseur genieten respectievelijk de weddeschalen 1.45 +, 1.59 +, 1.75 +, 1.53 + et 11/3 +, overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde tabel. ".
Art.3. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 7 octobre 1993 relatif à la modification de l'arrêté du 13 février 1992 fixant les échelles de traitement des grades particuliers de l'Agence régionale pour la Propreté est modifié comme suit :
  " Les membres du personnel titulaires du grade de brigadier ou d'ouvrier spécialisé, de surveillant ou d'ouvrier spécialisé principal, de 1er surveillant ou de 1er ouvrier spécialisé, de 1er assistant et de conseiller adjoint bénéficient respectivement des échelles de traitement, 1.45 +, 1.59 +, 1.75 +, 1.53 + et 11/3 +, conformément au tableau annexé au présent arrêté. ".
HOOFDSTUK IV. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions transitoires et finales.
Art.4. De contractuele personeelsleden die, op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit, één of meerdere verwittigingen hebben gekregen, maar die geen laatste verwittiging van de Directeur Personeelsbeleid hebben gekregen, alsmede de statutaire personeelsleden die het voorwerp hebben uitgemaakt van een tuchtstraf die niet zwaarder is dan één maand inhouding van wedde, worden geacht te voldoen aan de voorwaarde bedoeld in artikel 1, § 2, 3°.
  Het personeelslid dat recht heeft op de toepassing van de voorgaande alinea van dit besluit, verliest echter het recht op de bevordering via graadverhoging indien, binnen het jaar van de inwerkingtreding van huidige ordonnantie,
  - hij een nieuwe straf oploopt die zwaarder is dan de blaam voor het statutaire personeelslid;
  - hij drie geschreven verwittigingen ontvangt van de ingenieur van openbare reinheid, van het diensthoofd van niveau 1 of van de ingenieur-directeur, hetzij een laatste schriftelijke verwittiging van de directeur Personeelsbeleid krijgt voor het contractuele personeelslid.
  Hij herkrijgt zijn recht op een bevordering via graadverhoging pas twee jaar na deze maatregel.
  (Overgangsbepaling :) <INGEVOEGD bij BESL 2004-03-25/43, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2001>
Art.4. Les membres du personnel contractuel qui, au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté, ont reçu un ou plusieurs avertissements mais n'ont pas reçu un dernier avertissement du Directeur des ressources humaines et les membres du personnel statutaire ayant fait l'objet d'une sanction disciplinaire ne dépassant pas un mois de retenue de traitement, sont réputés remplir la condition visée à l'article 1er, § 2, 3°.
  Toutefois, le membre du personnel bénéficiaire de la disposition prévue à l'alinéa précédent perd le bénéfice de la promotion par avancement barémique si, dans l'année de l'entrée en vigueur du présent arrêté,
  - il encourt une nouvelle sanction disciplinaire supérieure au blâme pour le membre du personnel statutaire;
  - il reçoit trois avertissements écrits de l'ingénieur de propreté publique, du chef de service de niveau 1 ou de l'ingénieur directeur ou un dernier avertissement écrit du Directeur des ressources humaines pour le membre du personnel contractuel.
  Il ne recouvre ses droits à une promotion par avancement barémique que deux ans après cette mesure.
  (Disposition transitoire :)
Art. 4bis. <INGEVOEGD bij BESL 2004-03-25/43, art. 1; Inwerkingtreding : 01-01-2001> De werklieden van openbare reinheid die in een stage werden toegelaten met het oog op een vaste benoeming in de graad van Bestuurder Zware Voertuigen :
  -die in functie waren op de datum van de inwerkingtreding van het besluit van 3 mei 2001 houdende sommige bepalingen betreffende het personeel van Net Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid;
  - die voldoen aan de voorwaarde van opleiding en aan de disciplinaire voorwaarde voorzien in het hierboven genoemd besluit van 3 mei 2001;
  - die 6 jaar dienstanciënniteit, of meer, bij het Agentschap " Net Brussel " hebben,
  genieten een weddenschaal genoemd " wachtschaal " 1.30 + zoals hernomen in bijlage zodra ze zes jaar houder zijn van een rijbewijs C.
Art. 4bis. Les ouvriers de propreté publique contractuels ayant été admis au stage pour une nomination définitive dans le grade de Conducteur de véhicule lourd :
  -qui étaient en fonction à la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du 3 mai 2001 portant certaines dispositions relatives au personnel de Bruxelles-Propreté, Agence régionale pour la Propreté;
  - qui remplissent la condition de formation et la condition disciplinaire prévues par l'arrêté du 3 mai 2001 précité;
  - qui comptent 6 ans d'ancienneté de service, ou plus, à l'Agence " Bruxelles-Propreté ",
  bénéficient d'une échelle de traitement dite " d'attente " 1.30 + telle que reprise en annexe dès qu'ils comptent six années de possession d'un permis C.
Art.5. Dit besluit heeft uitwerking op 1 januari 2001.
Art.5. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2001.
Art.6. De Minister bevoegd voor Openbare reinheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 3 mei 2001.
  De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek,
  F.-X. DE DONNEA
  De Minister bevoegd voor Leefmilieu en Waterbeleid, Natuurbehoud en Openbare reinheid en Buitenlandse Handel,
  D. GOSUIN
Art.6. Le Ministre qui a la Propreté publique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 3 mai 2001.
  Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, chargé des Pouvoirs locaux, de l'Aménagement du Territoire, des Monuments et Sites, de la Rénovation urbaine et de la Recherche scientifique,
  F.-X. DE DONNEA
  Le Ministre chargé de l'Environnement et de la Politique de l'Eau, de la Conservation de la Nature et de la Propreté publique et du Commerce extérieur,
  D. GOSUIN
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N0. Bijlage 1. - Overgang van een weddeschaal naar een hogere weddeschaal met toepassing van artikel 3quater, § 1, 2e lid, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 23 maart 1995 tot vaststelling van het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Gewestelijk Agentschap voor Netheid.
  Bijlage 2. - De schalen voor de laureaten.
  Bijlage 3. - Weddeschalen.
  De weddeschalen in deze tabel zijn gekoppeld aan de spilindex 138.01.
Art. N0. (Enumération des annexes.)
  Annexe 1. - Passage d'une échelle de traitement à l'échelle de traitement supérieure en application de l'article 3quater, § 1er, 2e alinéa, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 23 mars 1995 fixant le statut administratif et pécuniaire du personnel de l'Agence régionale pour la Propreté.
  Annexe 2. - Les échelles pour les lauréats.
  Annexe 3. - Echelles de traitement.
  Les échelles figurant aux présents tableaux sont rattachées à l'indice pivot 138.01.
Art. N1. Bijlage 1. - Overgang naar hogere weddeschaal.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 16-06-2001, p. 20568-20569).
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van 3 mei 2001.
Art. N1. Annexe 1. - Sauts d'échelles.
  (Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 16-06-2001, p. 20567-20568).
  Vu pour être annexé à l'arrêté du 3 mai 2001.
Art. N2. Bijlage 2. - De nieuwe schalen voor de laureaten.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 16-06-2001, p. 20570).
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van 3 mei 2001.
Art. N2. Annexe 2. - Les échelles nouvelles pour les lauréats.
  (Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 16-06-2001, p. 20570).
  Vu pour être annexé à l'arrêté du 3 mai 2001.
Art. N3. Bijlage 3.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 16-06-2001, p. 20570-20579).
  Gewijzigd door :
  
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van 3 mei 2001.
Art. N3. Annexe 3.
  (Tableau non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 16-06-2001, p. 20570-20579).
  Modifié par :