Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
16 MEI 2001. - Wet houdende statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-06-2001 en tekstbijwerking tot 29-12-2025)
Titre
16 MAI 2001. - Loi portant statut des militaires du cadre de réserve des forces armées. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-06-2001 et mise à jour au 29-12-2025)
Informations sur le document
Numac: 2001007141
Datum: 2001-05-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001007141
Date: 2001-05-16
Moniteur: Voir
Tekst (136)
Texte (136)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. § 1. Deze wet bepaalt het statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht.
  Het reservekader van de krijgsmacht omvat de reservemilitairen en de kandidaat-reservemilitairen.
  § 2. De reservemilitairen zijn :
  1° de reserveofficieren;
  2° de reserveonderofficieren;
  3° de reservevrijwilligers.
  § 3. De kandidaat-reservemilitairen zijn :
  1° de kandidaat-reserveofficieren;
  2° de kandidaat-reserveonderofficieren;
  3° [1 de kandidaat-reservevrijwilligers.]1
  [2 § 4. Dienen in de hoedanigheid van reserveofficier van niveau A, de reserveofficieren bedoeld in § 2, 1°, die:
   1° aangeworven werden op basis van een master;
   2° overeenkomstig de bepalingen van artikel 71/1 werden toegelaten tot de categorie van de reserveofficieren van niveau A;
   3° als officieren van het actief kader, overeenkomstig de bepalingen van artikel 10, werden toegelaten tot de categorie van de reserveofficierenvan niveau A.
   Dienen in de hoedanigheid van reserveofficier van niveau B, de reserveofficieren bedoeld in § 2, 1°, die, overeenkomstig de bepalingen van artikel 10bis, als officieren van het actief kader werden toegelaten tot de categorie van de reserveofficieren van niveau B.
   Dienen in de hoedanigheid van reserveonderofficier van niveau B, de reserveonderofficieren bedoeld in § 2, 2°, die:
   1° aangeworven werden op basis van een bachelor;
   2° overeenkomstig de bepalingen van artikel 71/2 werden toegelaten tot de categorie van de reserveonderofficieren van niveau B;
   3° als onderofficieren van het actief kader, overeenkomstig de bepalingen van artikel 11, werden toegelaten tot de categorie van de reserveonderofficieren van niveau B.
   Dienen in de hoedanigheid van reserveonderofficier van niveau C, de reserveonderofficieren bedoeld in § 2, 2°, die:
   1° aangeworven werden op basis van een diploma of getuigschrift van het hoger secundair onderwijs, of een gelijkwaardig diploma of getuigschrift;
   2° als onderofficieren van het actief kader, overeenkomstig de bepalingen van artikel 11bis, werden toegelaten tot de categorie van de reserveonderofficieren van niveau C.]2

  
Art. 2. § 1er. La présente loi fixe le statut des militaires du cadre de réserve des forces armées.
  Le cadre de réserve des forces armées comprend les militaires de réserve et les candidats militaires de réserve.
  § 2. Les militaires de réserve sont :
  1° les officiers de réserve;
  2° les sous-officiers de réserve;
  3° les volontaires de réserve.
  § 3. Les candidats militaires de réserve sont :
  1° les candidats officiers de réserve;
  2° les candidats sous-officiers de réserve;
  3° [1 les candidats volontaires de réserve.]1
  [2 § 4. Servent en qualité d'officier de réserve du niveau A, les officiers de réserve visés au § 2, 1°, qui ont été:
   1° recrutés sur la base d'un master;
   2° admis dans la catégorie des officiers de réserve du niveau A, conformément aux dispositions de l'article 71/1;
   3° admis comme officiers du cadre actif dans la catégorie des officiers de réserve du niveau A, conformément aux dispositions de l'article 10.
   Servent en qualité d'officier de réserve du niveau B, les officiers de réserve visés au § 2, 1°, qui ont été admis comme officiers du cadre actif dans la catégorie des officiers de réserve du niveau B, conformément aux dispositions de l'article 10bis.
   Servent en qualité de sous-officier de réserve du niveau B, les sous-officiers de réserve visés au § 2, 2°, qui ont été:
   1° recrutés sur la base d'un bachelier;
   2° admis dans la catégorie des sous-officiers de réserve du niveau B, conformément aux dispositions de l'article 71/2;
   3° admis comme sous-officiers du cadre actif dans la catégorie des sous-officiers de réserve du niveau B, conformément aux dispositions de l'article 11.
   Servent en qualité de sous-officier de réserve du niveau C, les sous-officiers de réserve visés au § 2, 2°, qui ont été:
   1° recrutés sur la base d'un diplôme ou certificat de l'enseignement secondaire supérieur, ou un diplôme ou certificat équivalent;
   2° admis comme sous-officiers du cadre actif dans la catégorie des sous-officiers de réserve du niveau C, conformément aux dispositions de l'article 11bis.]2

  
Art. 3. [1 De graden van de reservemilitairen zijn dezelfde als deze van de beroepsmilitairen van het actief kader.
   Overeenkomstig artikel 27, § 3, derde lid, van de wet van 28 februari 2007, hebben de reserveofficieren van niveau B slechts toegang tot de graden van lager officier.
   Voor de toepassing van deze wet wordt, telkens als een graad wordt vermeld, ook de gelijkwaardige graad in aanmerking genomen.]1

  
Art. 3. [1 Les grades des militaires de réserve sont identiques à ceux des militaires de carrière du cadre actif.
   Conformément à l'article 27, § 3, alinéa 3, de la loi du 28 février 2007, les officiers de réserve du niveau B n'ont accès qu'aux grades d'officiers subalternes.
   Pour l'application de la présente loi chaque fois qu'un grade est mentionné, le grade équivalent est aussi pris en considération.]1

  
Art. 4. Voor de toepassing van deze wet moet worden verstaan onder :
  1° [1 de kandidaat-reservevrijwilliger : de persoon [2 , die voldoet aan de voorwaarden,]2 die een dienstneming heeft aangegaan om een vorming te volgen ten einde te kunnen worden toegelaten tot de personeelscategorie van de reservevrijwilligers;]1
  2° [1 [2 de kandidaat-reserveonderofficier van niveau C: de persoon, reservemilitair of niet, die aanvaard werd overeenkomstig artikel 7, die voldoet aan de voorwaarden en die een dienstneming of wederdienstneming heeft aangegaan om een vorming te volgen teneinde te kunnen worden toegelaten tot de personeelscategorie van de reserveonderofficieren van niveau C]2;]1
  [2 2° /1 de kandidaat-reserveonderofficier van niveau B:
   a) de persoon, reservemilitair of niet, die aanvaard werd overeenkomstig artikel 7, die voldoet aan de voorwaarden en die een dienstneming of wederdienstneming heeft aangegaan om een vorming te volgen teneinde te kunnen worden toegelaten tot de personeelscategorie van de reserveonderofficieren van niveau B;
   b) de reservevrijwilliger of reserveonderofficier van niveau C bedoeld in artikel 71/2, die aanvaard werd om een basisvorming te volgen om opgenomen te kunnen worden, naargelang het geval, in een andere personeelscategorie of in een andere hoedanigheid in dezelfde personeelscategorie;]2

  3° [2 de kandidaat-reserveofficier van niveau A:
  a) de persoon, reservemilitair of niet, die aanvaard werd overeenkomstig artikel 7, die voldoet aan de voorwaarden en die een dienstneming of een wederdienstneming heeft aangegaan om een vorming te volgen teneinde te kunnen worden toegelaten tot de personeelscategorie van de reserveofficieren van niveau A
  b) de reserveofficier van niveau B bedoeld in artikel 71/1, die aanvaard werd om een basisvorming te volgen om opgenomen te kunnen worden in een andere hoedanigheid in dezelfde personeelscategorie;]2
;]1
  4° [2 de reserveofficier van niveau A:
   a) de reservemilitair aangeworven op basis van een master;
   b) de reserveofficier van niveau B die de hoedanigheid van reserveofficier van niveau A heeft verworven;
   c) de officier van het actief kader die werd toegelaten tot de categorie van de reserveofficieren van niveau A op zijn verzoek of van rechtswege;]2

  [2 4° /1 de reserveofficier van niveau B: de officier van het actief kader die werd toegelaten tot de categorie van de reserveofficieren van niveau B op zijn verzoek of van rechtswege;
   4° /2 de reserveonderofficier van niveau B:
   a) de reservemilitair aangeworven op basis van een bachelor;
   b) de reservevrijwilliger of de reserveonderofficier van niveau C die de hoedanigheid van reserveonderofficier van niveau B heeft verworven;
   c) de onderofficier van het actief kader die werd toegelaten tot de categorie van de reserveonderofficieren van niveau B op zijn verzoek of van rechtswege;
   4° /3 de reserveonderofficier van niveau C:
   a) de reservemilitair aangeworven op basis van een diploma of getuigschrift van het hoger secundair onderwijs, of een gelijkwaardig diploma of getuigschrift;
   b) de onderofficier van het actief kader die werd toegelaten tot de categorie van de reserveonderofficieren van niveau C op zijn verzoek of van rechtswege;]2

  5° de reservemilitair behorende tot de onmiddellijk beschikbare reserve : de reservemilitair die zich verbindt, bij middel van een aanvullende speciale dienstneming, om te voldoen aan de speciale wederoproepingen;
  6° crisistoestand : de periode in vredestijd zoals bepaald in artikel 3ter van de wet van 20 mei 1994 betreffende de aanwending van de krijgsmacht, de paraatstelling, alsook betreffende de periodes en de standen waarin de militair zich kan bevinden;
  7° gewone wederoproeping : de wederoproeping die tot doel heeft de training van de reservemilitair te onderhouden;
  8° speciale wederoproeping : de wederoproeping van de reservemilitair behorende tot de onmiddellijk beschikbare reserve in het kader van de aanwending van de krijgsmacht;
  9° spoedwederoproeping in crisistoestand : de wederoproeping van de reservemilitair die plaatsgrijpt in crisistoestand;
  10° spoedwederoproeping in periode van oorlog : de wederoproeping van de reservemilitair die plaatsgrijpt in periode van oorlog;
  11° mobilisatiewederoproeping : de wederoproeping van de reservemilitair die plaatsgrijpt in oorlogstijd;
  [2 12° de wet van 28 februari 2007: de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht.]2
  
Art. 4. Pour l'application de la présente loi, il faut entendre par :
  1° le [1 le candidat volontaire de réserve : la personne [2 qui a été admise conformément à l'article 7, qui satisfait aux conditions et]2 qui a souscrit un engagement pour suivre une formation afin de pouvoir être admise dans la catégorie de personnel des volontaires de réserve;]1
  2° [2 le candidat sous-officier de réserve du niveau C: la personne, militaire de réserve ou non, qui a été admise conformément à l'article 7, qui satisfait aux conditions et qui a souscrit un engagement ou un rengagement pour suivre une formation afin de pouvoir être admise dans la catégorie de personnel des sous-officiers de réserve du niveau C;]2
  [2 2° /1 le candidat sous-officier de réserve du niveau B:
   a) la personne, militaire de réserve ou non, qui a été admise conformément à l'article 7, qui satisfait aux conditions et qui a souscrit un engagement ou un rengagement pour suivre une formation afin de pouvoir être admise dans la catégorie de personnel des sous-officiers de réserve du niveau B;
   b) le volontaire de réserve ou sous-officier de réserve du niveau C visé à l'article 71/2, qui a été admis à suivre une formation de base en vue de son admission, selon le cas, dans une autre catégorie de personnel ou dans une autre qualité dans la même catégorie de personnel;]2

  3° [2 3° le candidat officier de réserve du niveau A:
   a) la personne, militaire de réserve ou non, qui a été admise conformément à l'article 7, qui satisfait aux conditions et qui a souscrit un engagement ou un rengagement pour suivre une formation afin de pouvoir être admise dans la catégorie de personnel des officiers de réserve du niveau A;
   b) l'officier de réserve du niveau B visé à l'article 71/1, qui a été admis à suivre une formation de base en vue de son admission dans une autre qualité dans la même catégorie de personnel;]2

  4° [2 l'officier de réserve du niveau A:
   a) le militaire de réserve recruté sur la base d'un master;
   b) l'officier de réserve du niveau B, qui a acquis la qualité d'officier de réserve du niveau A;
   c) l'officier du cadre actif qui a été admis dans la catégorie des officiers de réserve du niveau A à sa demande ou de plein droit;]2

  [2 4° /1 l'officier de réserve du niveau B: l'officier du cadre actif qui a été admis dans la catégorie des officiers de réserve du niveau B à sa demande ou de plein droit;]2
  [2 4° /2 le sous-officier de réserve du niveau B:
   a) le militaire de réserve recruté sur la base d'un bachelier;
   b) le volontaire de réserve ou sous-officier de réserve du niveau C, qui a acquis la qualité de sous-officier de réserve du niveau B;
   c) le sous-officier du cadre actif qui a été admis dans la catégorie des sous-officiers de réserve du niveau B à sa demande ou de plein droit;]2

  [2 4° /3 le sous-officier de réserve du niveau C:
   a) le militaire de réserve recruté sur la base d'un diplôme ou certificat de l'enseignement secondaire supérieur, ou un diplôme ou certificat équivalent;
   b) le sous-officier du cadre actif qui a été admis dans la catégorie des sous-officiers de réserve du niveau C à sa demande ou de plein droit;]2

  5° le militaire de réserve appartenant à la réserve immédiatement disponible : le militaire de réserve qui, par un engagement spécial complémentaire, s'engage à répondre aux rappels spéciaux;
  6° situation de crise : la période en temps de paix, visée à l'article 3ter de la loi du 20 mai 1994 relative à la mise en oeuvre des forces armées, à la mise en condition, ainsi qu'aux périodes et positions dans lesquelles le militaire peut se trouver;
  7° rappel ordinaire : le rappel qui est destiné à entretenir l'entraînement du militaire de réserve;
  8° rappel spécial : le rappel du militaire de réserve appartenant à la réserve immédiatement disponible dans le cadre de la mise en oeuvre des forces armées;
  9° rappel d'urgence en situation de crise : le rappel du militaire de réserve qui a lieu en situation de crise;
  10° rappel d'urgence en période de guerre : le rappel du militaire de réserve qui a lieu en période de guerre;
  11° rappel en cas de mobilisation : le rappel du militaire de réserve qui a lieu en temps de guerre.
  [2 12° la loi du 28 février 2007: la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées.]2
  
Art. 5. De kandidaat-reservemilitair dient [1 uitsluitend]1 onder een stelsel van dienstnemingen [1 en van wederdienstnemingen ]1, de reservemilitair dient onder een stelsel van wederdienstnemingen. Deze stelsels gelden niet voor de militair bedoeld in de [2 artikelen 10, 2°, 10bis, 2°, 11, 2°, 11bis, 2°, 12, 2°]2 en 87.
  
Art. 5. Le candidat militaire de réserve sert [1 exclusivement]1 sous un régime d'engagements [1 et de rengagements]1, le militaire de réserve sert sous un régime de rengagements. Ces régimes ne sont pas applicables au militaire visé aux articles [2 articles 10, 2°, 10bis, 2°, 11, 2°, 11bis, 2°, 12, 2°]2.
  
Art. 6. Voor zover deze bepalingen niet onverenigbaar zijn met de bepalingen van deze wet [3 en voor zover de reglementaire bepalingen niet onverenigbaar zijn met de reglementaire bepalingen genomen in uitvoering van deze wet]3 zijn alle wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende het statuut van de beroepsofficieren, de beroepsonderofficieren of de beroepsvrijwilligers toepasselijk op de reservemilitairen [1 ...]1, naargelang van de personeelscategorie waartoe zij behoren, [1 ...]1.
  [1 Voor zover deze bepalingen niet onverenigbaar zijn met de bepalingen van deze wet zijn alle wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende het statuut van de kandidaat-militair van het actief kader toepasselijk op de kandidaat-reservemilitairen [2 , naargelang van de personeelscategorie waarvoor zij gevormd worden]2.]1
  [1 [3 Zijn evenwel niet van toepassing op de reservemilitairen, de bepalingen van de wet van 28 februari 2007 inzake:
   1° de sociale promotie;
   2° de externe mobiliteit;
   3° de rendementsperiode;
   4° de tijdelijke ambtsontheffing op aanvraag.]3
.]1

  [1 Tot aan de door Koning bepaalde datum, moeten evenwel onder "de wettelijke en reglementaire bepalingen" bedoeld in dit artikel verstaan worden, degene die van toepassing waren op de dag vóór de inwerkingtreding van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, rekening houdend met de wijzigingen die deze bepalingen zouden hebben ondergaan. Artikel 189 van voornoemde wet is evenwel toepasselijk op de militairen van het reservekader.]1
  
Art. 6. Pour autant que ces dispositions ne soient pas incompatibles avec les dispositions de la présente loi, [3 et pour autant que les dispositions règlementaires ne soient pas incompatibles avec les dispositions règlementaires prises en exécution de la présente loi]3 toutes les dispositions législatives et réglementaires relatives au statut des officiers de carrière, des sous-officiers de carrière ou des volontaires de carrière sont applicables aux militaires de réserve [1 ...]1 , selon la catégorie de personnel à laquelle ils appartiennent [1 ...]1.
  [1 Pour autant que ces dispositions ne soient pas incompatibles avec les dispositions de la présente loi, toutes les dispositions législatives et réglementaires relatives au statut des candidats militaires du cadre actif sont applicables aux candidats militaires de réserve [2 , selon la catégorie de personnel pour laquelle ils sont formés]2.]1
  [1 [3 Toutefois, ne sont pas applicables aux militaires de réserve, les dispositions de la loi du 28 février 2007 relatives à:
   1° la promotion sociale;
   2° la mobilité externe;
   3° la période de rendement;
   4° le retrait temporaire d'emploi à la demande]3
]1

  [1 Toutefois, jusqu'à la date que le Roi fixe, il faut entendre par "dispositions législatives et réglementaires" visées à cet article, celles qui étaient d'application à la veille de la mise en vigueur de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées, tenant compte des modifications que ces dispositions auraient subies. Toutefois, l'article 189 de la loi précitée est applicable aux militaires du cadre de réserve.]1
  
HOOFDSTUK II. - De aanvaarding.
CHAPITRE II. - De l'admission.
Art. 7. <W 2003-03-27/49, art. 150, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Om als kandidaat-reservemilitair [1 zoals bedoeld in artikel 4, 1°, 2°, 2° /1, a) en 3°, a),]1 te worden aanvaard moet men voldoen aan de vereisten bepaald in artikel [1 9 van de wet van 28 februari 2007]1.
  
Art. 7. <L 2003-03-27/49, art. 150, 003; En vigueur : 01-01-2004> Pour être admis comme candidat militaire de réserve [1 comme visé à l'article 4, 1°, 2°, 2° /1, a) et 3°, a)]1, il faut satisfaire aux exigences fixées à l'article [1 9 de la loi du 28 février 2007]1.
  
Art. 8. (eerste lid opgeheven) <W 2003-03-27/49, art. 151, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  (tweede lid opgeheven) <W 2003-03-27/49, art. 151, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De Koning bepaalt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de wet door middel van een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het maximaal aantal [1 militairen van het reservekader]1 die tot de krijgsmacht mogen behoren.
  
Art. 8. (alinéa 1er abrogé) <L 2003-03-27/49, art. 151, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  (alinéa 2 abrogé) <L 2003-03-27/49, art. 151, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  Le Roi fixe par un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres dans les deux ans de l'entrée en vigueur de la présente loi le nombre maximum de [1 militaires du cadre de réserve]1 que peuvent compter les forces armées.
  
Art. 9. [1 De bepalingen betreffende de leeftijdsvoorwaarden zijn niet van toepassing op de sollicitant kandidaat-reservemilitair die deel uitmaakt van het burgerpersoneel van het ministerie van Landsverdediging.]1
  
Art. 9. [1 Les dispositions relatives aux conditions d'âge ne sont pas d'application pour le postulant candidat militaire de réserve qui fait partie du personnel civil du ministère de la Défense.]1
  
Art. 10. [1 Naast de officieren van niveau A die met toepassing van artikel 7 zijn aangeworven, worden tot de categorie van de reserveofficieren van niveau A van de Krijgsmacht toegelaten, met de graad die zij bezitten en met hun anciënniteit in die graad:
   1° op hun verzoek en voor zover de kaderbehoeften van de Krijgsmacht het toelaten: [2 de voormalige beroepsofficieren van niveau A die voor een andere reden dan lichamelijke ongeschiktheid gepensioneerd werden]2 met toepassing van de gecoördineerde wetten op de militaire pensioenen;
   2° van rechtswege voor een duur van tien jaar, zonder evenwel de maximale leeftijdsgrens bepaald in artikel 73, te overschrijden:
   a) de beroepsofficieren van niveau A van wie het ontslag uit het ambt aanvaard is;
   b) de officieren van niveau A aangeworven voor een loopbaan van beperkte duur bedoeld in artikel 24 van de wet van 30 augustus 2013 tot instelling van de militaire loopbaan van beperkte duur;
   c) de officieren kapelmeesters van wie het ontslag uit het ambt aanvaard is;]1

  [2 3° op hun verzoek en voor zover de kaderbehoeften van de Krijgsmacht het toelaten: de voormalige reserveofficieren bedoeld in 2°, nadat de periode tijdens dewelke zij van rechtswege werden toegelaten tot de categorie van de reserveofficieren van niveau A, een einde genomen heeft.]2
  
Art. 10. [1 Outre les officiers du niveau A recrutés en application de l'article 7, sont admis dans la catégorie des officiers de réserve du niveau A des Forces armées, avec le grade dont ils sont revêtus et avec leur ancienneté dans ce grade:
   1° à leur demande et pour autant que les besoins d'encadrement des Forces armées le permettent: [2 les anciens officiers de carrière du niveau A qui ont été mis à la pension pour une autre raison que l'inaptitude physique]2 en application des lois coordonnées sur les pensions militaires;
   2° de plein droit pour une durée de dix ans, sans toutefois dépasser la limite d'âge fixée à l'article 73:
   a) les officiers de carrière du niveau A dont la démission de l'emploi est acceptée;
   b) les officiers du niveau A recrutés pour une carrière à durée limitée visés à l'article 24 de la loi du 30 août 2013 instituant la carrière militaire à durée limitée;
   c) les officiers chefs de musique dont la démission de l'emploi est acceptée;]1

  [2 3° à leur demande et pour autant que les besoins d'encadrement des Forces armées le permettent : les anciens officiers de réserve visés au 2°, après que la période pendant laquelle ils ont été admis de plein droit dans la catégorie des officiers de réserve du niveau A, ait pris fin.]2
  
Art. 10bis. [1 Tot de categorie van de reserveofficieren van niveau B van de Krijgsmacht worden toegelaten, met de graad die zij bezitten en met hun anciënniteit in die graad:
   1° op hun verzoek en voor zover de kaderbehoeften van de Krijgsmacht het toelaten: [2 de voormalige beroepsofficieren van niveau B die voor een andere reden dan lichamelijke ongeschiktheid gepensioneerd werden]2 met toepassing van de gecoördineerde wetten op de militaire pensioenen;
   2° van rechtswege voor een duur van tien jaar, zonder evenwel de maximale leeftijdsgrens bepaald in artikel 73, te overschrijden:
   a) de beroepsofficieren van niveau B van wie het ontslag uit het ambt aanvaard is;
   b) de hulpofficieren van wie de dienstneming op aanvraag verbroken wordt of verstrijkt;
   c) de officieren van niveau B aangeworven voor een loopbaan van beperkte duur bedoeld in artikel 24 van de wet van 30 augustus 2013 tot instelling van de militaire loopbaan van beperkte duur;
   d) de officieren EVMI bedoeld in artikel 48 van de wet van 10 januari 2010 tot instelling van de vrijwillige militaire inzet en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het militair personeel;]1

  [2 3° op hun verzoek en voor zover de kaderbehoeften van de Krijgsmacht het toelaten: de voormalige reserveofficieren bedoeld in 2°, nadat de periode tijdens dewelke zij van rechtswege werden toegelaten tot de categorie van de reserveofficieren van niveau B, een einde genomen heeft.]2
  
Art. 10bis. [1 Sont admis dans la catégorie des officiers de réserve du niveau B des Forces armées, avec le grade dont ils sont revêtus et avec leur ancienneté dans ce grade:
   1° à leur demande et pour autant que les besoins d'encadrement des Forces armées le permettent: [2 les anciens officiers de carrière du niveau B qui ont été mis à la pension pour une autre raison que l'inaptitude physique]2 en application des lois coordonnées sur les pensions militaires;
   2° de plein droit pour une durée de dix ans, sans toutefois dépasser la limite d'âge fixée à l'article 73:
   a) les officiers de carrière du niveau B dont la démission de l'emploi est acceptée;
   b) les officiers auxiliaires dont l'engagement est résilié sur demande ou expire;
   c) les officiers du niveau B recrutés pour une carrière à durée limitée visés à l'article 24 de la loi du 30 août 2013 instituant la carrière militaire à durée limitée;
   d) les officiers EVMI visés à l'article 48 de la loi du 10 janvier 2010 instituant l'engagement volontaire militaire et modifiant diverses lois applicables au personnel militaire;]1

  [2 3° à leur demande et pour autant que les besoins d'encadrement des Forces armées le permettent : les anciens officiers de réserve visés au 2°, après que la période pendant laquelle ils ont été admis de plein droit dans la catégorie des officiers de réserve du niveau B, ait pris fin.]2
  
Art. 11. [1 Naast de onderofficieren van niveau B die met toepassing van artikel 7 zijn aangeworven, worden tot de categorie van de reserveonderofficieren van niveau B van de Krijgsmacht toegelaten, met de graad die zij bezitten en met hun anciënniteit in die graad:
   1° op hun verzoek en voor zover de kaderbehoeften van de Krijgsmacht het toelaten: [2 de voormalige beroepsonderofficieren van niveau B die voor een andere reden dan lichamelijke ongeschiktheid gepensioneerd werden]2 met toepassing van de gecoördineerde wetten op de militaire pensioenen;
   2° van rechtswege voor een duur van tien jaar, zonder evenwel de maximale leeftijdsgrens bepaald in artikel 73, te overschrijden:
   a) de beroepsonderofficieren van niveau B van wie het ontslag uit het ambt aanvaard is;
   b) de onderofficieren van niveau B aangeworven voor een loopbaan van beperkte duur bedoeld in artikel 24 van de wet van 30 augustus 2013 tot instelling van de militaire loopbaan van beperkte duur;
   c) de onderofficieren muzikanten van wie het ontslag uit het ambt aanvaard is;]1

  [2 3° op hun verzoek en voor zover de kaderbehoeften van de Krijgsmacht het toelaten: de voormalige reserveonderofficieren bedoeld in 2°, nadat de periode tijdens dewelke zij van rechtswege werden toegelaten tot de categorie van de reserveonderofficieren van niveau B, een einde genomen heeft.]2
  
Art. 11. [1 Outre les sous-officiers du niveau B recrutés en application de l'article 7, sont admis dans la catégorie des sous-officiers de réserve du niveau B des Forces armées, avec le grade dont ils sont revêtus et avec leur ancienneté dans ce grade:
   1° à leur demande et pour autant que les besoins d'encadrement des Forces armées le permettent: [2 les anciens sous-officiers de carrière du niveau B qui ont été mis à la pension pour une autre raison que l'inaptitude physique]2 en application des lois coordonnées sur les pensions militaires;
   2° de plein droit pour une durée de dix ans, sans toutefois dépasser la limite d'âge fixée à l'article 73:
   a) les sous-officiers de carrière du niveau B dont la démission de l'emploi est acceptée;
   b) les sous-officiers du niveau B recrutés pour une carrière à durée limitée visés à l'article 24 de la loi du 30 août 2013 instituant la carrière militaire à durée limitée;
   c) les sous-officiers musiciens dont la démission de l'emploi est acceptée;]1

  [2 3° à leur demande et pour autant que les besoins d'encadrement des Forces armées le permettent : les anciens sous-officiers de réserve visés au 2°, après que la période pendant laquelle ils ont été admis de plein droit dans la catégorie des sous-officiers de réserve du niveau B, ait pris fin.]2
  
Art. 11bis. [1 Naast de onderofficieren van niveau C die met toepassing van artikel 7 zijn aangeworven, worden tot de categorie van de reserveonderofficieren van niveau C van de Krijgsmacht toegelaten, met de graad die zij bezitten en met hun anciënniteit in die graad:
   1° op hun verzoek en voor zover de kaderbehoeften van de Krijgsmacht het toelaten: [2 de voormalige beroepsonderofficieren van niveau C die voor een andere reden dan lichamelijke ongeschiktheid gepensioneerd werden]2 met toepassing van de gecoördineerde wetten op de militaire pensioenen;
   2° van rechtswege voor een duur van tien jaar, zonder evenwel de maximale leeftijdsgrens bepaald in artikel 73, te overschrijden:
   a) de beroepsonderofficieren van niveau C van wie het ontslag uit het ambt aanvaard is;
   b) de onderofficieren van niveau C aangeworven voor een loopbaan van beperkte duur bedoeld in artikel 24 van de wet van 30 augustus 2013 tot instelling van de militaire loopbaan van beperkte duur;
   c) de onderofficieren EVMI bedoeld in artikel 48 van de wet van 10 januari 2010 tot instelling van de vrijwillige militaire inzet en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het militair personeel;]1

  [2 3° op hun verzoek en voor zover de kaderbehoeften van de Krijgsmacht het toelaten: de voormalige reserveonderofficieren bedoeld in 2°, nadat de periode tijdens dewelke zij van rechtswege werden toegelaten tot de categorie van de reserveonderofficieren van niveau C, een einde genomen heeft.]2
  
Art. 11bis. [1 Outre les sous-officiers du niveau C recrutés en application de l'article 7, sont admis dans la catégorie des sous-officiers de réserve du niveau C des Forces armées, avec le grade dont ils sont revêtus et avec leur ancienneté dans ce grade:
   1° à leur demande et pour autant que les besoins d'encadrement des Forces armées le permettent: [2 les anciens sous-officiers de carrière du niveau C qui ont été mis à la pension pour une autre raison que l'inaptitude physique]2 en application des lois coordonnées sur les pensions militaires;
   2° de plein droit pour une durée de dix ans, sans toutefois dépasser la limite d'âge fixée à l'article 73:
   a) les sous-officiers de carrière du niveau C dont la démission de l'emploi est acceptée;
   b) les sous-officiers du niveau C recrutés pour une carrière à durée limitée visés à l'article 24 de la loi du 30 août 2013 instituant la carrière militaire à durée limitée;
   c) les sous-officiers EVMI visés à l'article 48 de la loi du 10 janvier 2010 instituant l'engagement volontaire militaire et modifiant diverses lois applicables au personnel militaire;]1

  [2 3° à leur demande et pour autant que les besoins d'encadrement des Forces armées le permettent : les anciens sous-officiers de réserve visés au 2°, après que la période pendant laquelle ils ont été admis de plein droit dans la catégorie des sous-officiers de réserve du niveau C, ait pris fin.]2
  
Art. 12. Naast de vrijwilligers die met toepassing van artikel 7 zijn aangeworven worden tot de categorie van de reservevrijwilligers van de krijgsmacht toegelaten, met de graad die zij bezitten en met hun anciënniteit in die graad :
  1° [4 op hun verzoek en voor zover de kaderbehoeften van de Krijgsmacht het toelaten: de voormalige beroepsvrijwilligers die voor een andere reden dan lichamelijke ongeschiktheid gepensioneerd werden]4 met toepassing van de gecoördineerde wetten op de militaire pensioenen;
  2° van rechtswege voor een duur van tien jaar, zonder evenwel de maximale leeftijdsgrens bepaald in artikel 73, te overschrijden :
  a) [3 de beroepsvrijwilligers]3 van wie het ontslag uit het ambt is [3 aanvaard is]3;
  b) de vrijwilligers [3 aangeworven voor een loopbaan van beperkte duur bedoeld in artikel 24 van de wet van 30 augustus 2013 tot instelling van de militaire loopbaan van beperkte duur]3.
  [2 c) de vrijwilligers EVMI bedoeld in artikel 48 van de wet van 10 januari 2010 tot instelling van de vrijwillige militaire inzet en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het militair personeel;]2
  [4 3° op hun verzoek en voor zover de kaderbehoeften van de Krijgsmacht het toelaten: de voormalige reservevrijwilligers bedoeld in 2°, nadat de periode tijdens dewelke zij van rechtswege werden toegelaten tot de categorie van de reservevrijwilligers, een einde genomen heeft.]4
  
Art. 12. Outre les volontaires recrutés en application de l'article 7, sont admis dans la catégorie des volontaires de réserve des forces armées, avec le grade dont ils sont revêtus et avec leur ancienneté dans ce grade :
  1° [4 à leur demande et pour autant que les besoins d'encadrement des Forces armées le permettent : les anciens volontaires de carrière qui ont été mis à la pension pour une autre raison que l'inaptitude physique]4 en application des lois coordonnées sur les pensions militaires;
  2° de plein droit pour une durée de dix ans, sans toutefois dépasser la limite d'âge fixée à l'article 73 :
  a) [3 les volontaires de carrière]3 dont la démission de l'emploi a été acceptée;
  b) les volontaires [3 recrutés pour une carrière à durée limitée visés à l'article 24 de la loi du 30 août 2013 instituant la carrière militaire à durée limitée]3.
  [2 c) les volontaires EVMI visés à l'article 48 de la loi du 10 janvier 2010 instituant l'engagement volontaire militaire et modifiant diverses lois applicables au personnel militaire;]2
  [4 3° à leur demande et pour autant que les besoins d'encadrement des Forces armées le permettent : les anciens volontaires de réserve visés au 2°, après que la période pendant laquelle ils ont été admis de plein droit dans la catégorie des volontaires de réserve, ait pris fin.]4
  
HOOFDSTUK III. - De dienstnemingen en wederdienstnemingen.
CHAPITRE III. - Des engagements et des rengagements.
Art. 13. [1 De dienstneming als kandidaat-reservemilitair wordt aangegaan voor een duur van vijf jaar.]1
  
Art. 13. [1 Art. 13. L'engagement comme candidat militaire de réserve est souscrit pour une durée de cinq ans.]1
  
Art. 15. [1 Voor het einde van de dienstneming en binnen de drie maanden die volgen op het slagen van de vorming kan de kandidaat-reserveofficier, -reserveonderofficier of -reservevrijwilliger een wederdienstneming in de hoedanigheid van respectievelijk reserveofficier, reserveonderofficier of reservevrijwilliger aangaan als hij, in voorkomend geval, voldoet aan de studievoorwaarden bepaald door de Koning om de hoedanigheid van reservemilitair te verwerven of aan de taalkennisvoorwaarden bedoeld in artikel 30, eerste lid, 4°. De voormelde studievoorwaarden dienen in overeenstemming te zijn met de academische en algemene vorming die noodzakelijk is voor de betrokken personeelscategorie en desgevallend voor het uitoefenen van de functie die aan de reservemilitair toevertrouwd zal worden.
   De kandidaat-reservemilitair die, in voorkomend geval, voor het einde van de dienstneming en binnen de drie maanden die volgen op het slagen van de vorming, nog niet aan de voormelde studievoorwaarden om de hoedanigheid van reservemilitair te verwerven of aan de taalkennisvoorwaarden voldoet, kan enkel een wederdienstneming in de hoedanigheid van reservemilitair aangaan op het ogenblik dat hij aan deze voorwaarden voldoet. Wanneer hij, op het einde van de dienstneming of de wederdienstneming in de hoedanigheid van kandidaat-reservemilitair, nog altijd niet voldoet aan de voormelde studievoorwaarden en met een attest van regelmatige lesbijwoning bewijst dat hij zijn studies voortzet, kan hij opeenvolgende wederdienstnemingen van een jaar in de hoedanigheid van kandidaat-reservemilitair aangaan zonder dat de duur van de dienstnemingen en wederdienstnemingen in de hoedanigheid van kandidaat-reservemilitair op het ogenblik van het slagen in de vorming als kandidaat-reservemilitair evenwel de normale duur van de door betrokkene gevolgde burgervorming met meer dan twee jaar overschrijdt.
   Degene die niet één van de in het eerste en tweede lid bedoelde wederdienstnemingen aangaat, verliest van rechtswege de hoedanigheid van kandidaat-reservemilitair en wordt met definitief verlof gezonden voor zover [2 zijn, naargelang het geval, dienstneming als kandidaat-reservemilitair of wederdienstneming als reservemilitair niet geschorst is]2.]1

  
Art. 15. [1 Avant la fin de l'engagement et endéans les trois mois qui suivent la réussite de la formation, le candidat officier de réserve, sous-officier de réserve ou volontaire de réserve peut souscrire un rengagement en qualité respectivement d'officier de réserve, de sous-officier de réserve ou de volontaire de réserve, s'il satisfait, le cas échéant, aux conditions d'étude pour acquérir la qualité de militaire de réserve fixées par le Roi ou de connaissance linguistique visée à l'article 30, alinéa 1er, 4°. Les conditions d'études susmentionnées doivent correspondre à la formation académique et générale, nécessaire pour la catégorie de personnel en question et, le cas échéant, à l'exercice de la fonction qui sera confiée au militaire de réserve.
   Le candidat militaire de réserve qui, le cas échéant, avant la fin de l'engagement et endéans les trois mois qui suivent la réussite de la formation, ne satisfait pas encore aux conditions d'étude pour acquérir la qualité de militaire de réserve ou de connaissance linguistique précitées, ne peut souscrire un rengagement en qualité de militaire de réserve qu'au moment où il satisfait à ces conditions. Si à la fin de l'engagement ou du rengagement en qualité de candidat militaire de réserve, il ne satisfait toujours pas aux conditions d'études précitées et prouve par une attestation de fréquentation régulière des cours qu'il poursuit ses études, il peut souscrire des rengagements successifs d'un an en qualité de candidat militaire de réserve sans toutefois que la durée des engagements et rengagements en qualité de candidat militaire de réserve ne dépasse de plus de deux ans la durée normale de la formation civile suivie par l'intéressé au moment de la réussite de la formation comme candidat militaire de réserve.
   Celui qui ne souscrit pas un des rengagements visés aux alinéas 1er et 2 perd de plein droit la qualité de candidat militaire de réserve et est envoyé en congé définitif pour autant que [2 , selon le cas, son engagement comme candidat militaire de réserve ou son rengagement comme militaire de réserve ne soit pas suspendu]2.]1

  
Art. 16. [1 [3 Voor zover hij voldoet aan de aanvaardingsvoorwaarden bepaald in artikel 7, kan de kandidaat-reservevrijwilliger of de reservevrijwilliger hetzij een dienstneming in de hoedanigheid van kandidaat-reserveonderofficier van niveau B of niveau C, hetzij een dienstneming in de hoedanigheid van kandidaat-reserveofficier van niveau A aangaan.]3
  [2 Voor zover hij voldoet aan de aanvaardingsvoorwaarden bepaald in artikel 7, kan [3 de kandidaat-reserveonderofficier van niveau C of]3 de reserveonderofficier van niveau C een dienstneming in de hoedanigheid van kandidaat-reserveonderofficier van niveau B aangaan.]2
   Voor zover hij voldoet aan de aanvaardingsvoorwaarden bepaald in artikel 7, kan [3 de kandidaat-reserveonderofficier van niveau B of niveau C, of]3 de reserveonderofficier [2 van niveau B of niveau C]2 een dienstneming in de hoedanigheid van [2 kandidaat-reserveofficier van niveau A]2 aangaan.
  [3 Voor zover hij voldoet aan de aanvaardingsvoorwaarden bepaald in artikel 7, kan de reserveofficier van niveau B een dienstneming in de hoedanigheid van kandidaat-reserveofficier van niveau A aangaan.]3]1

  [3 Voor zover hij voldoet aan de aanvaardingsvoorwaarden bepaald in artikel 7, kan de kandidaat-reserveofficier van niveau A of de reserveofficier van niveau A, gesproten uit de normale of basis bijzondere werving, een dienstneming aangaan in de hoedanigheid van kandidaat-reserveofficier van niveau A, via de basis bijzondere of laterale bijzondere werving.
   De duur van de dienstneming als kandidaat-reserveofficier of als kandidaat-reserveonderofficier bedoeld in het eerste tot vijfde lid, bedraagt vijf jaar. De dienstneming gaat in door de ondertekening van de dienstnemingsakte de dag waarop de kandidaat zijn vorming begint en schorst elke andere lopende dienstneming of wederdienstneming.
   De kandidaat-reserveofficier of kandidaat-reserveonderofficier bedoeld in het eerste tot vijfde lid, behoudt de laatste graad in dewelke hij als reservemilitair benoemd of als kandidaat-reservemilitair aangesteld was, tot hij in een hogere graad aangesteld of benoemd wordt.
   Wanneer de kandidaat-reservemilitair of reservemilitair bedoeld in het eerste tot vijfde lid de vorming met succes beëindigt en, naargelang het geval, de hoedanigheid van reserveofficier van niveau A of reserveonderofficier van niveau B of niveau C verwerft, neemt de geschorste dienstneming of wederdienstneming bedoeld in het zesde lid, van rechtswege een einde op de dag waarop de kandidaat zijn nieuwe vorming aangevat heeft.
   In het geval de voormalige reservemilitair de hoedanigheid van kandidaat-reserveofficier of van kandidaat-reserveonderofficier verliest, wordt de geschorste wederdienstneming bedoeld in het zesde lid terug van kracht op de datum van de schorsing. De voormalige reservemilitair wordt terug opgenomen in zijn oorspronkelijke hoedanigheid van reservemilitair. Hem worden de anciënniteit en de graad verleend die hij zou bekomen hebben indien hij zijn oorspronkelijke hoedanigheid niet had verlaten.
   De voormalige kandidaat-reservemilitair, die zijn oorspronkelijke basisvorming heeft stopgezet om een nieuwe basisvorming te volgen, en die de hoedanigheid van kandidaat-reserveofficier of van kandidaat-reserveonderofficier verliest, ten gevolge een definitieve mislukking in zijn nieuwe basisvorming om de redenen die de Koning bepaalt, kan van de Koning of van de door Hem aangewezen overheid, de toestemming krijgen om in zijn oorspronkelijke basisvorming heropgenomen te worden. In dat geval wordt de geschorste dienstneming bedoeld in het zesde lid terug van kracht op de datum van de schorsing. De duur van deze oorspronkelijke dienstneming wordt van rechtswege verlengd met de duur van de schorsing.
   In het geval de voormalige kandidaat-reservemilitair de hoedanigheid van kandidaat-reserveofficier of van kandidaat-reserveonderofficier verliest om een andere reden dan deze bedoeld in het tiende lid, of indien hij reeds een wederdienstneming had aangegaan overeenkomstig artikel 15, tweede lid, wordt de geschorste dienstneming of wederdienstneming bedoeld in het zesde lid terug van kracht op de datum van de schorsing. De duur van deze oorspronkelijke dienstneming of wederdienstneming wordt van rechtswege verlengd met de duur van de schorsing.]3

  
Art. 16. [1 [3 Pour autant qu'il satisfasse aux conditions d'admission fixées à l'article 7, le candidat volontaire de réserve ou le volontaire de réserve peut souscrire soit un engagement en qualité de candidat sous-officier de réserve du niveau B ou du niveau C, soit un engagement en qualité de candidat officier de réserve du niveau A.]3
  [2 Pour autant qu'il satisfasse aux conditions d'admission fixées à l'article 7, [3 le candidat sous-officier de réserve du niveau C ou]3 le sous-officier de réserve du niveau C peut souscrire un engagement en qualité de candidat sous-officier de réserve du niveau B.]2
   Pour autant qu'il satisfasse aux conditions d'admission fixées à l'article 7, [3 le candidat sous-officier de réserve du niveau B ou du niveau C, ou]3 le sous-officier de réserve [2 du niveau B ou du niveau C]2 peut souscrire un engagement en qualité de [2 candidat officier de réserve du niveau A]2.
  [3 Pour autant qu'il satisfasse aux conditions d'admission fixées à l'article 7, l'officier de réserve du niveau B peut souscrire un engagement en qualité de candidat officier de réserve du niveau A.]3]1

  [3 Pour autant qu'il satisfasse aux conditions d'admission fixées à l'article 7, le candidat officier de réserve du niveau A ou l'officier de réserve du niveau A, issu du recrutement normal ou spécial de base, peut souscrire un engagement en qualité de candidat officier de réserve du niveau A, via le recrutement spécial de base ou spécial latéral.
   La durée de l'engagement comme candidat officier de réserve ou candidat sous-officier de réserve visée aux alinéas 1er à 5, est de cinq ans. L'engagement prend cours par la signature de l'acte d'engagement le jour où le candidat commence sa formation et suspend tout engagement ou rengagement en cours.
   Le candidat officier de réserve ou candidat sous-officier de réserve visé aux alinéas 1er à 5, conserve le dernier grade auquel il était nommé comme militaire de réserve ou auquel il était commissionné comme candidat militaire de réserve, jusqu'à ce qu'il soit commissionné ou nommé à un grade supérieur.
   Lorsque le candidat militaire de réserve ou le militaire de réserve visé aux alinéas 1er à 5, termine avec succès la formation et acquiert, selon le cas, la qualité d'officier de réserve du niveau A ou de sous-officier de réserve du niveau B ou du niveau C, l'engagement ou le rengagement suspendu visé à l'alinéa 6, prend fin de plein droit le jour où le candidat a commencé sa nouvelle formation.
   Dans le cas où l'ancien militaire de réserve perd la qualité de candidat officier de réserve ou de candidat sous-officier de réserve, le rengagement suspendu visé à l'alinéa 6 reprend ses effets à la date de la suspension. L'ancien militaire de réserve est réintégré dans sa qualité d'origine de militaire de réserve. Il lui est accordé l'ancienneté et le grade qu'il aurait obtenus s'il n'avait pas quitté sa qualité d'origine.
   L'ancien candidat militaire de réserve, qui a cessé sa formation de base originelle afin de suivre une nouvelle formation de base, et qui perd la qualité de candidat officier de réserve ou de candidat sous-officier de réserve, suite à un échec définitif dans sa nouvelle formation de base pour les motifs que le Roi détermine, peut obtenir du Roi ou de l'autorité qu'Il désigne, l'autorisation d'être réintégré dans sa formation de base originelle. Dans ce cas, l'engagement suspendu visé à l'alinéa 6 reprend ses effets à la date de la suspension. La durée de cet engagement initial est prolongée de plein droit de la durée de la suspension.
   Dans le cas où l'ancien candidat militaire de réserve perd la qualité de candidat officier de réserve ou de candidat sous-officier de réserve, pour une autre raison que celle visée à l'alinéa 10, ou s'il avait déjà souscrit un rengagement conformément l'article 15, alinéa 2, l'engagement ou le rengagement suspendu visé à l'alinéa 6 reprend ses effets à la date de la suspension. La durée de cet engagement ou ce rengagement initial est prolongée de plein droit de la durée de la suspension.]3

  
Art. 18. De Koning bepaalt de nadere regels voor het aangaan van een dienstneming [1 of wederdienstneming]1 als kandidaat-reservemilitair of een wederdienstneming als reservemilitair.
  [2 ...]2
  [1 Behalve in het geval van de schorsing bedoeld in [2 artikel 16, zesde lid]2 doet elke nieuwe dienstneming of wederdienstneming elke vroegere dienstneming of wederdienstneming van rechtswege en op zijn datum eindigen.]1
  
Art. 18. Le Roi fixe les modalités pour souscrire un engagement en tant que candidat militaire de réserve ou un rengagement [1 ou un rengagement]1 en tant que militaire de réserve.
  [2 ...]2
  [1 Sauf dans le cas de la suspension visée à [2 l'article 16, alinéa 6]2, tout nouvel engagement ou rengagement met fin de plein droit, et à sa date, à tout engagement ou rengagement antérieur.]1
  
Art. 19. § 1. De dienstneming of wederdienstneming wordt van rechtswege verbroken als gevolg van :
  1° het verlies van de hoedanigheid van kandidaat-reservemilitair of van reservemilitair;
  2° (het verwerven van een hoedanigheid van kandidaat, in het actief kader,) <W 2003-03-27/49, art. 155, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2003>
  3° (het verlies van de nationaliteit dat voor gevolg heeft dat de militair geen [2 onderdaan meer is van een lidstaat van de Europese economische ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat]2, of de beslissing tot verwijdering van het grondgebied, tot uitzetting of tot terugwijzing, in toepassing van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.) <W 2003-03-27/49, art. 155, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  De dienstneming of wederdienstneming kan worden verbroken in de volgende gevallen :
  1° door reform;
  2° van ambtswege onder de voorwaarden en volgens de nadere uitvoeringsregels [1 van de artikelen 32 en 32bis]1;
  3° op verzoek van betrokkene onder de voorwaarden en volgens de nadere uitvoeringsregels van artikel 33;
  [3 4° door de door de Koning aangewezen overheid, indien de reservemilitair gedurende tien opeenvolgende jaren niet heeft voldaan aan de gewone wederoproepingen bedoeld in artikel 34, § 1, eerste lid, 1°.]3
  § 2. Elke lopende wederdienstneming eindigt van rechtswege wanneer de reservemilitair de leeftijdsgrens bepaald in artikel 73 bereikt.
  § 3. [2 In periode van oorlog en in oorlogstijd worden de lopende dienstnemingen en wederdienstnemingen van rechtswege verlengd tot de dag vastgesteld door de door de Koning aangewezen overheid en uiterlijk tot de dag bepaald voor het op vredesvoet brengen van het leger.
   In periode van crisis worden de lopende dienstnemingen en wederdienstnemingen van rechtswege verlengd tot de dag vastgesteld door de door de Koning aangewezen overheid en uiterlijk tot de dag bepaald voor het einde van de periode van crisis.]2
.
  
Art. 19. § 1er. L'engagement ou le rengagement est résilié de plein droit à [4 la suite]4 :
  1° [4 de la perte]4 de la qualité de candidat militaire de réserve ou de militaire de réserve;
  2° ([4 de l'acquisition]4 d'une qualité de candidat, dans le cadre actif;) <L 2003-03-27/49, art. 155, 002; En vigueur : 01-11-2003>
  3° ([4 de la perte]4 de la nationalité ayant pour conséquence que le militaire n'est plus [2 ressortissant d'un état membre de l'Espace économique européen ou de la Confédération Suisse]2, ou la décision d'éloignement du territoire, du renvoi ou de l'expulsion, en application de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.) <L 2003-03-27/49, art. 155, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  L'engagement ou le rengagement peut être résilié dans les cas suivants :
  1° par réforme;
  2° d'office, aux conditions et selon les modalités d'exécution [1 des articles 32 et 32bis]1;
  3° à la demande de l'intéressé, aux conditions et selon les modalités d'exécution de l'article 33;
  [3 4° par l'autorité désignée par le Roi, si le militaire de réserve n'a pas satisfait pendant dix années consécutives aux rappels ordinaires visés à l'article 34, § 1er, alinéa 1er, 1°.]3
  § 2. Tout rengagement en cours prend fin de plein droit lorsque le militaire de réserve atteint la limite d'âge fixée à l'article 73.
  § 3. [2 En période de guerre et en temps de guerre, les engagements et les rengagements en cours sont prorogés de plein droit jusqu'au jour fixé par l'autorité que le Roi désigne et au plus tard jusqu'au jour fixé pour la remise de l'armée sur pied de paix.
   En période de crise, les engagements et les rengagements en cours sont prorogés de plein droit jusqu'au jour fixé par l'autorité que le Roi désigne et au plus tard jusqu'au jour fixé pour la fin de la période de crise.]2

  
HOOFDSTUK IV. - De vorming.
CHAPITRE IV. - De la formation.
Art. 20. [1 De vormingscyclus bestaat uit de volgende vormingsperiodes, die op hun beurt onderverdeeld kunnen worden in deelperiodes, fases en modules :
   1° een periode van opleiding, onderverdeeld in :
   a) een deelperiode militaire basisvorming, die uit een militaire initiatiefase bestaat;
   b) [2 een deelperiode gespecialiseerde professionele vorming, die bestaat uit:
   1) in voorkomend geval, een fase gespecialiseerde militaire opleiding;
   2) naargelang het geval, ofwel een fase gespecialiseerde professionele opleiding, ofwel een fase opleiding on the job;]2

   2° een evaluatieperiode.
   Tijdens de evaluatieperiode oefent de kandidaat een functie uit waarvoor hij een vorming gekregen heeft.]1

  
Art. 20. [1 Le cycle de formation comporte les périodes de formation suivantes, qui à leur tour peuvent être subdivisées en périodes partielles, phases et modules :
   1° une période d'instruction, subdivisée en :
   a) une période partielle de formation militaire de base, qui comprend une phase d'initiation militaire;
   b) [2 une période partielle de formation professionnelle spécialisée, qui comprend :
   1) le cas échéant, une phase d'instruction militaire spécialisée ;
   2) selon le cas, soit une phase d'instruction professionnelle spécialisée, soit une phase d'instruction on the job ;]2

   2° une période d'évaluation.
   Pendant la période d'évaluation, le candidat exécute une fonction pour laquelle il a reçu une formation.]1

  
Art. 21. [1 De bepalingen die gelden bij de beoordeling van de professionele hoedanigheden, de karakteriële hoedanigheden, de fysieke hoedanigheden op het vlak van de fysieke conditie en op medisch gebied en de morele hoedanigheden van de kandidaat-reservemilitair zijn dezelfde als deze die toepasselijk zijn op de kandidaat-militair van het actief kader.
   De beoordelingsmomenten zijn evenwel de volgende :
   1° voor de professionele hoedanigheden, op het einde van de militaire initiatiefase, op het einde van de periode van opleiding en op het einde van de evaluatieperiode;
   2° voor de fysieke hoedanigheden, op het einde van de periode van opleiding, in voorkomend geval, rekening houdende met een periode van minimum drie weken tussen de twee pogingen;
   3° voor de karakteriële hoedanigheden, op het einde van de periode van opleiding en op het einde van de evaluatieperiode.]1

  
Art. 21. [1 Les dispositions qui s'appliquent pour l'appréciation des qualités professionnelles, des qualités caractérielles, des qualités physiques requises sur le plan de la condition physique et sur le plan médical et des qualités morales du candidat militaire de réserve sont les mêmes que celles qui sont applicables au candidat militaire du cadre actif.
   Toutefois, les moments d'appréciation sont les suivants :
   1° pour les qualités professionnelles, à la fin de la phase d'initiation militaire, à la fin de la période d'instruction et à la fin de la période d'évaluation;
   2° pour les qualités physiques, à la fin de la période d'instruction, le cas échéant, tenant compte d'une période de minimum 3 semaines entre les deux essais;
   3° pour les qualités caractérielles, à la fin de la période d'instruction et à la fin de la période d'évaluation.]1

  
Art. 22. [1 De deelperiode militaire basisvorming moet, in voorkomend geval, voltooid zijn binnen de twaalf maanden die volgen op de ondertekening van de dienstnemingsakte in de hoedanigheid van kandidaat-reservemilitair.
   De deelperiode gespecialiseerde professionele vorming moet voltooid zijn binnen de achtenveertig maanden die volgen op de ondertekening van de dienstnemingsakte in de hoedanigheid van kandidaat-reservemilitair.
   De evaluatieperiode moet voltooid zijn binnen de zestig maanden die volgen op de ondertekening van de dienstnemingsakte in de hoedanigheid van kandidaat-reservemilitair.]1

  
Art. 22. [1 La période partielle de formation militaire de base doit, le cas échéant, être terminée dans les douze mois qui suivent la signature de l'acte d'engagement en qualité de candidat militaire de réserve.
   La période partielle de formation professionnelle spécialisée doit être terminée dans les quarante-huit mois qui suivent la signature de l'acte d'engagement en qualité de candidat militaire de réserve.
   La période d'évaluation doit être terminée dans les soixante mois qui suivent la signature de l'acte d'engagement en qualité de candidat militaire de réserve.]1

  
Art. 23. [1 De Koning bepaalt per personeelscategorie en per soort werving :
   1° de samenstelling en de duur van de deelperiodes en de fasen;
   2° de minimale duur van de evaluatieperiode;
   3° de vrijstellingen van vorming en de voorwaarden waaronder zij kunnen toegestaan worden.]1

  
Art. 23. [1 Le Roi fixe, par catégorie de personnel et par type de recrutement :
   1° la composition et la durée des périodes partielles et des phases;
   2° la durée minimale de la période d'évaluation;
   3° les dispenses de formation et les conditions dans lesquelles elles peuvent être accordées.]1

  
Art. 24. De kandidaat-reservemilitair kan ertoe verplicht worden zijn vorming geheel of gedeeltelijk te ontvangen in een militaire of burgerlijke instelling, in België of in het buitenland.
Art. 24. Le candidat militaire de réserve peut être astreint à recevoir tout ou partie de sa formation dans un établissement militaire ou civil, en Belgique ou à l'étranger.
Art. 25. [1 § 1. De kandidaat-reservemilitair wordt aangesteld in de graad van soldaat, zodra zijn dienstneming een aanvang neemt.
   § 2. Aangesteld kan worden gedurende de vorming :
   1° de kandidaat-reserveofficier van de normale werving of basis bijzondere werving : in de graad van sergeant en onderluitenant;
   2° de kandidaat-reserveofficier van de laterale bijzondere werving : in de graad van sergeant en kapitein;
   3° de kandidaat-reserveonderofficier : in de graad van korporaal en sergeant;
   4° de kandidaat-reservevrijwilliger : in de graad van eerste soldaat.
   De Koning bepaalt de voorwaarden voor het verlenen en het intrekken van de aanstellingen.
  [2 De kandidaat-reservemilitair bedoeld in artikel 4, 2° /1, b) en 3°, b), wordt aangesteld overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 119, 119/1 en 119/2 van de wet van 28 februari 2007.]2
   § 3. De kandidaat die evenwel al in een hogere graad dan deze van de aanstelling benoemd is, behoudt deze graad tot op het ogenblik dat hij in een hogere graad aangesteld kan worden.]1

  
Art. 25. [1 § 1er. Le candidat militaire de réserve est commissionné dans le grade de soldat dès que son engagement prend cours.
   § 2. Peut être commissionné pendant la formation :
   1° le candidat officier de réserve du recrutement normal ou du recrutement spécial de base : dans le grade de sergent et sous-lieutenant;
   2° le candidat officier de réserve du recrutement spécial latéral : dans le grade de sergent et capitaine;
   3° le candidat sous-officier de réserve : dans le grade de caporal et de sergent;
   4° le candidat volontaire de réserve : dans le grade de premier soldat.
   Le Roi détermine les conditions de l'octroi et du retrait des commissions.
  [2 Le candidat militaire de réserve visé à l'article 4, 2° /1, b) et 3°, b), est commissionné conformément aux dispositions des articles 119, 119/1 et 119/2 de la loi du 28 février 2007.]2
   § 3. Toutefois, le candidat déjà nommé dans un grade supérieur à celui de la commission conserve ce grade jusqu'au moment où il peut être commissionné à un grade supérieur.]1

  
Art. 26. [1 De kandidaat-reservemilitair die wegens een onvoldoende beoordeling van de professionele hoedanigheden geen toestemming krijgt om zijn vorming voort te zetten of die wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd, kan, op zijn verzoek, van de door de Koning aangewezen overheid, in functie van de kaderbehoeften, de toestemming krijgen om gereclasseerd te worden in dezelfde hoedanigheid, in voorkomend geval, in een andere specifieke vormingscyclus, of, [2 indien hij kandidaat-reserveofficier van niveau A of kandidaat-reserveonderofficier van niveau B is]2, de toestemming om gereclasseerd te worden als kandidaat-reserveonderofficier van niveau C, of, indien hij kandidaat-reserveonderofficier van niveau C is, als kandidaat-reservevrijwilliger. Hij ondertekent in voorkomend geval een nieuwe dienstnemingsakte in deze nieuwe hoedanigheid. De reclassering is slechts één maal mogelijk en is niet mogelijk in geval van een onvoldoende beoordeling voor het geheel van de militaire initiatiefase.
   De kandidaat-reservemilitair, die het vereiste diploma voor de personeelscategorie waarvoor hij gevormd is, niet behaald heeft, kan op zijn verzoek, van de door de Koning aangewezen overheid de toestemming krijgen om, indien hij kandidaat-reserveofficier, kandidaat-reserveonderofficier van niveau B, of kandidaat-reserveonderofficier van niveau C is, gereclasseerd te worden als respectievelijk kandidaat-reserveonderofficier van niveau C, of kandidaat-reservevrijwilliger. Hij ondertekent in voorkomend geval een nieuwe dienstnemingsakte in deze nieuwe hoedanigheid.]1
.
  [2 De nieuwe dienstneming bedoeld in het eerste en tweede lid verlengt, in voorkomend geval, van rechtswege de schorsing bedoeld in artikel 16, zesde lid.]2
  
Art. 26. [1 .Le candidat militaire de réserve qui n'est pas autorisé à poursuivre sa formation à la suite d'une appréciation insuffisante des qualités professionnelles ou qui doit être éloigné de son cycle de formation spécifique du fait du refus ou du retrait de l'habilitation de sécurité exigée, peut, à sa demande, obtenir de l'autorité que le Roi désigne, en fonction des besoins d'encadrement, l'autorisation d'être reclassé dans la même qualité, le cas échéant dans un autre cycle de formation spécifique, ou, [2 s'il est candidat officier de réserve du niveau A ou candidat sous-officier de réserve du niveau B]2, l'autorisation d'être reclassé comme candidat sous-officier de réserve du niveau C, ou, s'il est candidat sous-officier de réserve du niveau C, comme candidat volontaire de réserve. Il signe, le cas échéant, dans cette nouvelle qualité un nouvel acte d'engagement. Le reclassement n'est possible qu'une seule fois et n'est pas possible en cas d'appréciation insuffisante pour l'ensemble de la phase d'initiation militaire.
   Le candidat militaire de réserve qui n'a pas obtenu le diplôme requis pour la catégorie de personnel pour laquelle il est formé, peut, à sa demande, obtenir de l'autorité que le Roi désigne, s'il est candidat officier de réserve, sous-officier de réserve du niveau B, ou candidat sous-officier de réserve du niveau C, l'autorisation d'être reclassé respectivement comme candidat sous-officier de réserve du niveau C ou candidat volontaire de réserve. Il signe, le cas échéant, dans cette nouvelle qualité un nouvel acte d'engagement.]1

  [2 Le nouvel engagement visé aux alinéas 1er et 2, prolonge, le cas échéant, de plein droit la suspension visée à l'article 16, alinéa 6.]2
  
Art. 27. De vorming van de kandidaat-reservemilitair neemt een einde in de volgende gevallen :
  1° door het slagen in de (voorziene) vorming;
  2° door het verlies van de hoedanigheid van kandidaat-reservemilitair.
  In het geval bedoeld in het eerste lid, 2°, verliest de kandidaat-reservemilitair de graad waarin hij is aangesteld.
Art. 27. La formation du candidat militaire de réserve prend fin dans les cas suivants :
  1° par la réussite de la formation prévue;
  2° par la perte de la qualité de candidat militaire de réserve.
  Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 2°, le candidat militaire de réserve perd le grade dans lequel il est commissionné.
Art. 28. De hoedanigheid van kandidaat-reservemilitair [2 wordt]2 van [1 rechtswege ontnomen, door de overheid die de Koning aanwijst]1 :
  1° wanneer de kandidaat-reservemilitair als definitief mislukt beschouwd wordt volgens de regels bedoeld in [1 artikel 21]1 :
  a) omdat hij niet de vereiste professionele hoedanigheden bezit, of, hetzij niet kan, hetzij niet wenst [1 gereclasseerd te worden]1;
  b) omdat hij niet de vereiste karakteriële hoedanigheden bezit;
  c) omdat hij niet de vereiste fysieke hoedanigheden inzake de fysieke conditie bezit;
  2° wanneer de kandidaat-reservemilitair niet meer voldoet aan de eisen die op medisch gebied gesteld worden en zijn vorming niet meer kan voortzetten volgens de voorwaarden die de Koning bepaalt;
  3° wanneer de kandidaat-reservemilitair de vereiste morele hoedanigheden niet meer bezit volgens de regels bedoeld in [1 artikel 21]1;
  4° wanneer de kandidaat-reservemilitair op zijn verzoek de verbreking van zijn dienstneming [2 of wederdienstneming]2 verkrijgt;
  5° [1 wanneer de kandidaat wegens de weigering of intrekking van de vereiste veiligheidsmachtiging uit zijn specifieke vormingscyclus moet worden verwijderd en hetzij niet kan, hetzij niet wenst gereclasseerd te worden;]1
  6° [1 wanneer de kandidaat-reservemilitair niet in de voorziene vorming slaagt binnen de termijnen bepaald in artikel 22;]1
  7° wanneer de dienstneming [1 of de wederdienstneming]1 van ambtswege wordt verbroken.
  
Art. 28. La qualité de candidat militaire de réserve est [1 retirée de plein droit, par l'autorité que le Roi désigne]1 :
  1° lorsque le candidat militaire de réserve est considéré comme ayant définitivement échoué selon les règles visées à [1 l'article 21]1 :
  a) parce qu'il ne possède pas les qualités professionnelles requises, et, soit ne peut pas, soit ne désire pas être reclassé [1 ...]1;
  b) parce qu'il ne possède pas les qualités caractérielles requises;
  c) parce qu'il ne possède pas les qualités physiques requises en ce qui concerne la condition physique;
  2° lorsque le candidat militaire de réserve ne répond plus aux exigences médicales requises et ne peut poursuivre sa formation selon les conditions déterminées par le Roi;
  3° lorsque le candidat militaire de réserve ne possède plus les qualités morales requises selon les règles visées à [1 l'article 21]1;
  4° lorsque le candidat militaire de réserve obtient, à sa demande, la résiliation de son engagement [2 ou rengagement]2;
  5° [1 lorsque le candidat doit être éloigné de son cycle de formation spécifique du fait du refus ou du retrait de l'habilitation de sécurité exigée et soit ne peut pas, soit ne désire pas être reclassé;]1
  6° [1 lorsque le candidat doit être éloigné de son cycle de formation spécifique du fait du refus ou du retrait de l'habilitation de sécurité exigée et soit ne peut pas, soit ne désire pas être reclassé;]1
  7° lorsque l'engagement [1 ou le rengagement]1 est résilié d'office.
  
HOOFDSTUK V. - De graad.
CHAPITRE V. - Du grade.
Art. 29. De graad vormt de staat van reserveofficier, reserveonderofficier of reservevrijwilliger van de krijgsmacht.
  De graden van de reserveofficieren worden door de Koning verleend. [1 ...]1
  De graden van de reserveonderofficieren en de reservevrijwilligers worden door de [1 door de Koning aangewezen overheid]1 verleend. [1 ...]1
  
Art. 29. Le grade constitue l'état d'officier de réserve, de sous-officier de réserve ou de volontaire de réserve des forces armées.
  Les grades des officiers de réserve sont conférés par le Roi. [1 ...]1.
  Les grades des sous-officiers de réserve et des volontaires de réserve sont conférés par [1 l'autorité désignée par le Roi]1.[1 ...]1.
  
Art. 30. [1 Om in één van de volgende graden van reservemilitair benoemd te worden, [2 moet de kandidaat-reservemilitair]2, op 31 december van het benoemingsjaar :
   1° [3 voor de graad van eerste soldaat, de leeftijd van veertig jaar niet overschreden hebben;]3
  [3 1/1° gedurende minstens 5 jaar kunnen dienen in het reservekader in de hoedanigheid van reservemilitair, rekening houdend met de datum waarop hij vanwege het bereiken van de leeftijdgrens in definitief verlof wordt geplaatst:
   a) voor de graad van onderluitenant van de reservemilitair van niveau A;
   b) voor de graad van majoor van de reservemilitair van niveau A van de laterale bijzondere werving;
   c) voor de graad van eerste sergeant-majoor van de reservemilitair van niveau B;
   d) voor de graad van sergeant van de reservemilitair van niveau C.]3

   2° de gevolgde vormingscyclus met succes beëindigd hebben;
   3° voldoen aan de geschiktheidsvoorwaarden die de Koning per personeelscategorie kan vaststellen;
   4° bovendien, voor de officieren van de laterale bijzondere werving, geslaagd zijn voor het taalexamen bedoeld in artikel 5, § 3, van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger of over de grondige kennis van de taal beschikken in de zin van artikel 7 van dezelfde wet.
  [2 De bepalingen bedoeld in het eerste lid, 1° [3 en 1/1°]3, betreffende de leeftijdsvoorwaarden, zijn niet van toepassing op de kandidaat-reservemilitair bedoeld in artikel 4, 2° /1, b) en 3°, b) en op de kandidaat-militair bedoeld in artikel 9.
   De kandidaat-reservemilitair bedoeld in artikel 4, 2° /1, b) en 3°, b), wordt benoemd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 119, 119/1 en 119/2 van de wet van 28 februari 2007.]2

   De benoeming in de graden van onderluitenant, majoor, [2 eerste sergeant-majoor,]2 sergeant of eerste soldaat, naargelang het geval, heeft uitwerking op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de wederdienstnemingsakte in de hoedanigheid van reserveofficier, van reserveonderofficier of van reservevrijwilliger bedoeld in artikel 15 ondertekend wordt.]1

  
Art. 30. [1 Pour être nommé à un des grades suivants de militaire de réserve, [2 le candidat militaire de réserve doit]2, au 31 décembre de l'année de nomination :
   1° [3 pour le grade de premier soldat, ne pas avoir dépassé l'âge de quarante ans;]3
  [3 1/1° pouvoir servir au moins 5 ans dans le cadre de réserve en qualité de militaire de réserve, tenant compte de la date à laquelle il est placé en congé définitif par limite d'âge:
   a) pour le grade de sous-lieutenant du militaire de réserve du niveau A;
   b) pour le grade de major du militaire de réserve du niveau A du recrutement spécial latéral;
   c) pour le grade de premier sergent-major du militaire de réserve du niveau B;
   d) pour le grade de sergent du militaire de réserve du niveau C.]3

   2° avoir terminé avec succès le cycle de formation suivi;
   3° satisfaire aux conditions d'aptitude que le Roi peut fixer par catégorie de personnel;
   4° en outre, pour les officiers du recrutement spécial latéral, avoir réussi l'épreuve linguistique visée à l'article 5, § 3, de la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues à l'armée ou posséder la connaissance approfondie de la langue au sens de l'article 7 de la même loi.
  [2 Les dispositions relatives aux conditions d'âge visées à l'alinéa 1er, 1°, [3 et 1/1°]3 ne sont pas d'application pour le candidat militaire de réserve visé à l'article 4, 2° /1, b) et 3°, b) et pour le candidat-militaire visé à l'article 9.
   Le candidat militaire de réserve visé à l'article 4, 2° /1, b) et 3°, b), est nommé conformément aux dispositions des articles 119, 119/1 et 119/2 de la loi du 28 février 2007.]2

   La nomination aux grades de sous-lieutenant, de major, [2 de premier sergent-major,]2 de sergent ou de premier soldat, selon le cas, prend effet le premier jour du mois qui suit le mois au cours duquel l'acte de rengagement en qualité d'officier de réserve, de sous-officier de réserve ou de volontaire de réserve visé à l'article 15 est signé.]1

  
Art. 31. De bij het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie voorgeschreven eed wordt afgelegd in de handen van zijn korpscommandant door de reserveofficier die de graad van onderluitenant bekomt [1 , door de reserveofficier van de laterale bijzondere werving die de graad van [2 kapitein]2 bekomt]1, door de reserveonderofficier die de graad van sergeant, bekomt, door de reservevrijwilliger die de graad van eerste soldaat bekomt.
  
Art. 31. L'officier de réserve qui obtient le grade de sous-lieutenant [1 l'officier de réserve du recrutement spécial latéral qui obtient le grade de [2 capitaine]2]1, le sous-officier de réserve qui obtient le grade de sergent, le volontaire de réserve qui obtient le grade de premier soldat prête, entre les mains de son chef de corps, le serment prévu par le décret du 20 juillet 1831 concernant le serment à la mise en vigueur de la monarchie constitutionnelle représentative.
  
Art. 32. § 1. De reservemilitair kan van ambtswege ontslagen worden :
  1° indien hij zich aan ernstige, met zijn staat niet overeen te brengen feiten schuldig heeft gemaakt;
  2° indien tijdens zijn prestaties beroepsongeschiktheid gebleken is.
  [1 3° indien hij onwettig afwezig is [2 voor lange duur, overeenkomstig artikel 59 van wet van 28 februari 2007]2.]1
  § 2. Voor de reserveofficieren, wordt de maatregel door de Koning genomen op het gemotiveerde verslag [1 van de door de Koning aangewezen overheid]1.
  Voor de reserveonderofficieren en de reservevrijwilligers wordt de maatregel uitgesproken door [1 de door de Koning aangewezen overheid]1 bij een gemotiveerde beslissing.
  § 3. In het geval bepaald in § 1, [1 ...]1 1°, wordt de maatregel genomen na raadpleging van een onderzoeksraad.
  De onderzoeksraad gaat na of de feiten vaststaan en brengt advies uit over de ernst ervan.
  De regels inzake de samenstelling van de onderzoeksraad en de procedure voor deze raad toepasselijk op de militairen van het actief kader zijn toepasselijk, desgevallend per personeelscategorie, op de reservemilitairen.
  In het geval bepaald in § 1, eerste lid, 2°, wordt de maatregel genomen op voorstel van de hiërarchische meerderen.
  [1 § 4. [2 ...]2]1
  
Art. 32. § 1er. Le militaire de réserve peut être démis d'office :
  1° s'il s'est rendu coupable de faits graves incompatibles avec son état;
  2° s'il a fait preuve d'incapacité professionnelle à l'occasion de ses prestations.
  [1 3° s'il est absent illégalement [2 de longue durée, conformément à l'article 59 de la loi du 28 février 2007]2.]1
  § 2. Pour les officiers de réserve, la mesure est prise par le Roi, sur le rapport motivé [1 de l'autorité désignée par le Roi]1.
  Pour les sous-officiers de réserve et les volontaires de réserve,[1 l'autorité désignée par le Roi]1 prononce la mesure par une décision motivée.
  § 3. Dans le cas prévu au § 1er,[1 ...]1 1°, la mesure est prise après consultation d'un conseil d'enquête.
  Le conseil d'enquête examine si les faits sont établis et donne un avis sur leur gravité.
  Les règles relatives à la composition du conseil d'enquête et la procédure devant ce conseil applicables aux militaires du cadre actif sont applicables, le cas échéant par catégorie de personnel, aux militaires de réserve.
  Dans le cas prévu au § 1er, [1 ...]1 2°, la mesure est prise sur la proposition des chefs hiérarchiques.
  [1 § 4. [2 ...]2]1
  
Art. 32bis. [1 Overeenkomstig artikel 58, eerste lid, van de wet van 28 februari 2007, wordt de reservemilitair definitief uit zijn ambt ontheven zonder de tussenkomst van een onderzoeksraad indien hij veroordeeld wordt overeenkomstig artikel 19 van het Strafwetboek of artikel 5 van het Militair Strafwetboek of tot de, zelfs tijdelijke, ontzetting uit één van de rechten bedoeld in artikel 31, 1° en 6°, van het Strafwetboek, behalve indien deze veroordelingen werden uitgesproken met uitstel en voor zover dit uitstel niet wordt herroepen]1.
  
Art. 32bis. [1 Conformément à l'article 58, alinéa 1er, de la loi du 28 février 2007, le militaire de réserve est retiré définitivement de son emploi sans l'intervention d'un conseil d'enquête s'il est condamné, conformément à l'article 19 du Code pénal ou à l'article 5 du Code pénal militaire ou à l'interdiction, même temporaire, d'un des droits visés à l'article 31, 1° et 6°, du Code pénal, sauf si ces condamnations sont prononcées avec sursis et pour autant que ce sursis ne soit pas révoqué.]1.
  
Art. 33. § 1. De reservemilitair kan schriftelijk zijn ontslag aanbieden. Dit ontslag heeft eerst uitwerking wanneer de Koning of de overheid die Hij aanduidt het heeft aanvaard.
  De Koning of de overheid die Hij aanduidt, kan het ontslag weigeren indien Hij oordeelt dat het strijdig is met het dienstbelang.
  § 2. De voormalige reservemilitair wiens wederdienstneming verbroken werd overeenkomstig de bepalingen van artikel 19, § 1, eerste lid, 2°, (wordt, in het geval van mislukking in zijn vorming als kandidaat,) opnieuw in het kader van de reservemilitairen opgenomen onder de voorwaarden die de Koning bepaalt. Hem wordt de anciënniteit in de graad verleend die hij zou verworven hebben indien hij het reservekader niet had verlaten. <W 2003-03-27/49, art. 159, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2003>
  Wanneer de voornoemde voorwaarden niet zijn voldaan wordt de weigering tot wederopneming uitgesproken voor de reserveofficieren door de Koning en voor de reserveonderofficieren en de reservevrijwilligers door [1 de door de Koning aangewezen overheid]1.
  § 3. De bepalingen van § 2 zijn niet toepasselijk op de voormalige reserveofficier wiens wederdienstneming verbroken werd omdat hij een dienstneming aangegaan heeft in de hoedanigheid van :
  1° kandidaat-onderofficer of kandidaat-vrijwilliger van het actief kader;
  2° kandidaat-onderofficier of kandidaat-vrijwilliger [1 in vrijwillige militaire inzet]1.
  (3° kandidaat-onderofficier muzikant.) <W 2003-03-27/49, art. 159, 002; Inwerkingtreding : 01-11-2003>
  [1 4° kandidaat-onderofficier of kandidaat-vrijwilliger aangeworven voor een loopbaan van beperkte duur.]1
  De bepalingen van § 2 zijn niet toepasselijk op de voormalige reserveonderofficier wiens wederdienstneming verbroken werd omdat hij een dienstneming aangegaan heeft in de hoedanigheid van kandidaat-vrijwilliger van het (actief kader of) kandidaat-vrijwilliger [1 in vrijwillige militaire inzet of aangeworven voor een loopbaan van beperkte duur]1.
  § 4. De reserveofficier of de reserveonderofficier komende uit de categorie van de officieren of onderofficieren [1 in vrijwillige militaire inzet of aangeworven voor een loopbaan van beperkte duur]1, die ontslag verkrijgt voor het einde van de periode van tien jaar bedoeld in artikel 10 of artikel 11, wordt tot het verstrijken van die termijn overgeplaatst naar de categorie van de reservevrijwilligers met de graad van eerste soldaat.
  
Art. 33. § 1er. Le militaire de réserve peut présenter sa démission par écrit. Cette démission n'a d'effet que lorsqu'elle est acceptée par le Roi ou l'autorité qu'(Il) détermine.
  Le Roi ou l'autorité qu'(Il) détermine peut refuser la démission s'(Il) estime qu'elle est contraire à l'intérêt du service.
  § 2. L'ancien militaire de réserve dont le rengagement a été résilié, conformément aux dispositions de l'(article 19, § 1er, alinéa 1er, 2°), (est, en cas d'échec dans sa formation de candidat,) réintégré dans le cadre des militaires de réserve aux conditions fixées par le Roi. Il lui est accordé l'ancienneté et le grade qu'il aurait obtenus s'il n'avait pas quitté le cadre de réserve. <L 2003-03-27/49, art. 159, 002; En vigueur : 01-11-2003>
  Lorsque les conditions précitées ne sont pas remplies, le refus de réintégration est prononcé par le Roi pour les officiers de réserve, et par [1 'autorité désignée par le Roi]1 pour les sous-officiers de réserve et les volontaires de réserve.
  § 3. Les dispositions du § 2 ne s'appliquent pas à l'ancien officier de réserve dont le rengagement a été résilié parce qu'il a souscrit un engagement en qualité de :
  1° candidat sous-officier ou candidat volontaire du cadre actif;
  2° candidat sous-officier ou candidat volontaire court terme.
  (3° candidat sous-officier musicien) <L 2003-03-27/49, art. 159, 002; En vigueur : 01-11-2003>
  [1 4° candidat sous-officier ou candidat volontaire recruté pour une carrière à durée limitée.]1
  Les dispositions du § 2 ne s'appliquent pas à l'ancien sous-officier de réserve dont le rengagement a été résilié parce qu'il a souscrit un engagement en qualité de candidat volontaire du cadre actif ou de candidat volontaire [1 en engagement volontaire militaire ou recruté pour une carrière à durée limitée]1.
  § 4. L'officier de réserve ou le sous-officier de réserve issu de la catégorie des officiers ou des sous-officiers [1 en engagement volontaire militaire ou recruté pour une carrière à durée limitée]1, qui obtient la démission avant la fin de la période de dix ans visée à l'article 10 ou à l'article 11, est transféré dans la catégorie des volontaires de réserve avec le grade de premier soldat pour la durée restant à couvrir.
  
Art. 33bis. [1 De reservemilitair wordt beoordeeld inzake zijn fysieke geschiktheid en zijn medische geschiktheid overeenkomstig de bepalingen van de wet van 28 februari 2007, met uitzondering van de bepalingen inzake de geschiktheidscategorieën bedoeld in de artikelen 69 tot 72/5 van de wet van 28 februari 2007.
   De beoordeling van de fysieke geschiktheid en de medische geschiktheid gebeurt volgens een periodiciteit die de Koning bepaalt. ]1

  
Art. 33bis. [1 Le militaire de réserve est apprécié quant à son aptitude physique et son aptitude médicale, conformément aux dispositions de la loi du 28 février 2007, à l'exception des dispositions relatives aux catégories d'aptitude visées aux articles 69 à 72/5 de la loi du 28 février 2007.
   L'appréciation de l'aptitude physique et de l'aptitude médicale a lieu selon une périodicité que le Roi fixe.]1

  
HOOFDSTUK VI. - De wederoproepingen en de bijkomende prestaties.
CHAPITRE VI. - Des rappels et des prestations complémentaires.
Art. 34. § 1. De reservemilitairen met onbepaald verlof kunnen onderworpen worden aan de volgende wederoproepingen :
  1° gewone wederoproepingen die ten hoogste mogen bedragen :
  a) tien dagen per jaar voor de reserveofficieren en de reserveonderofficieren;
  b) zeven dagen per jaar voor de reservevrijwilligers;
  2° spoedwederoproepingen in crisistoestand;
  3° spoedwederoproepingen in periode van oorlog;
  4° mobilisatiewederoproepingen.
  In afwijking van het eerste lid, 1°, kan [2 de door de Koning aangewezen overheid]2, op voorstel van de [1 chef defensie]1 staf, eenheden, organismen of delen ervan behorend tot de krijgsmacht op vredesvoet, aanduiden waarbij de reservemilitair die er op vrijwillige basis deel van uitmaakt, onderworpen kan worden aan maximum zeven dagen bijkomende gewone wederoproeping per jaar. Onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel 71, eerste lid, 1°, is dit lid niet toepasselijk op de militair die behoort tot de onmiddellijk beschikbare reserve.
  § 2. De gewone wederoproepingen bedoeld in § 1, eerste lid, 1°, kunnen per twee of drie jaar gegroepeerd worden.
  
Art. 34. § 1er. Les militaires de réserve en congé illimité peuvent être (assujettis) aux rappels suivants :
  1° les rappels ordinaires, dont la durée maximum ne peut excéder :
  a) dix jours par an pour les officiers de réserve et les sous-officiers de réserve;
  b) sept jours par an pour les volontaires de réserve;
  2° les rappels d'urgence en situation de crise;
  3° les rappels d'urgence en période de guerre;
  4° les rappels en cas de mobilisation.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, [2 l'autorité désignée par le Roi]2 peut, sur la proposition du [1 chef de la défense]1, désigner des unités, organismes ou parties de ceux-ci appartenant aux forces armées sur pied de paix, pour lesquels le militaire de réserve qui y appartient sur une base volontaire peut être assujetti à sept jours de rappel ordinaire supplémentaire par an au maximum. Le présent alinéa n'est pas applicable au militaire appartenant à la réserve immédiatement disponible, sans préjudice de l'application des dispositions de l'article 71, alinéa 1er, 1°.
  § 2. Les rappels ordinaires visés au § 1er, alinéa 1er, 1°, peuvent être regroupés sur deux ou trois ans.
  
Art. 35. De spoedwederoproepingen in crisistoestand bepaald in artikel 4, 9°, en vereist in het kader van de nationale of internationale hulpverlening of de operationele inzet, worden door de regering (onmiddellijk) ter kennis gebracht van de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Art. 35. Les rappels d'urgence en situation de crise, visés à l'article 4, 9°, et exigés dans le cadre de l'assistance nationale ou internationale ou de l'engagement opérationnel, sont aussitôt portés, par le gouvernement à la connaissance de la Chambre des représentants.
Art. 36. [1 De door de Koning aangewezen overheid]1 treft de maatregelen die nodig zijn om de spoedige en regelmatige wederoproeping van de militairen met onbepaald verlof te verzekeren.
  Hij kan wederoproepingsuitstel bij mobilisatie verlenen wanneer hij oordeelt dat de aanwezigheid van de betrokkenen in een dienst of betrekking buiten het leger van belang voor het land wordt geacht.
  
Art. 36. [1 L'autorité désignée par le Roi]1 arrête les mesures nécessaires pour assurer le rappel rapide et régulier des militaires en congé illimité.
  Il peut accorder des sursis de rappel pour le cas de mobilisation lorsqu'il estime que la présence des intéressés dans un service ou emploi en dehors de l'armée est jugée d'intérêt national.
  
Art. 37. [1 De door de Koning aangewezen overheid]1, is er toe bevoegd, bij gemotiveerde beslissing, de militairen met onbepaald verlof te verbieden het land zonder machtiging te verlaten in de volgende omstandigheden :
  1° in crisistoestand;
  2° in periode van oorlog;
  3° in oorlogstijd.
  De reservemilitair die voor een duur van meer dan drie maanden het land verlaat, dient de militaire overheid te verwittigen.
  
Art. 37. [1 L'autorité désignée par le Roi]1 peut, par décision motivée, soumettre les militaires en congé illimité à l'obligation de ne pas quitter le pays sans autorisation dans les circonstances suivantes :
  1° en situation de crise;
  2° en période de guerre;
  3° en temps de guerre.
  Le militaire de réserve qui quitte le pays pour une durée supérieure à trois mois doit en informer l'autorité militaire.
  
Art. 38. <W 2005-07-16/31, art. 75, 004; Inwerkingtreding : 10-08-2005> De militair van het reservekader, met uitzondering van de kandidaat-reservemilitair [1 militaire]1 in basisvorming, kan, op verzoek of met het goedvinden van de Koning of de overheid die Hij aanduidt, bijkomende prestaties verrichten. [2 ...]2
  [2 De bijkomende prestaties kunnen worden uitgevoerd in het kader van de vervolmaking, in het kader van de bevordering of in functie van de kaderbehoeften wanneer één of meer militairen van het actief kader niet kunnen gevonden worden die over de specifieke bekwaamheden beschikken. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de militair van het reservekader moet voldoen om deze bijkomende prestaties te kunnen verrichten.
   De Koning bepaalt voor de bijkomende prestaties in functie van de kaderbehoeften de procedure voor het aanvragen van deze bijkomende prestatie, de duur van deze bijkomende prestatie die de 36 maanden niet mag overschrijden, de gevallen waarin aan deze bijkomende prestatie een einde gesteld kan worden, evenals de overheden die in dit kader bevoegd zijn om een advies te geven en een beslissing te nemen.]2

  
Art. 38. <L 2005-07-16/31, art. 75, 004; En vigueur : 10-08-2005> Le militaire du cadre de réserve, à l'exception du candidat militaire de réserve en formation [1 militaire]1 de base, peut, à l'invitation ou avec l'accord du Roi ou de l'autorité qu'Il désigne, effectuer des prestations complémentaires. [2 ...]2
  [2 Les prestations complémentaires peuvent être effectuées dans le cadre du perfectionnement, dans le cadre de l'avancement ou en fonction des besoins d'encadrement quand un ou plusieurs militaires du cadre actif possédant les compétences spécifiques ne peuvent être trouvés. Le Roi fixe les conditions auxquelles le militaire du cadre de réserve doit répondre afin de pouvoir effectuer ces prestations complémentaires.
   Le Roi fixe pour les prestations complémentaires en fonction des besoins d'encadrement la procédure pour demander cette prestation complémentaire, la durée de cette prestation complémentaire qui ne peut excéder les 36 mois, les cas dans lesquels il peut être mis fin à cette prestation complémentaire, ainsi que les autorités qui sont compétentes dans ce cadre pour donner un avis et prendre une décision.]2

  
HOOFDSTUK VII. - De stand.
CHAPITRE VII. - De la position.
Art. 40. [2 Bij het einde van de duur van de afwezigheid om gezondheidsredenen bedoeld in artikel 68, § 3, zesde of zevende lid, van de wet van 28 februari 2007]2 en voor zover de belanghebbende ondertussen niet op reform werd gesteld, moet de [1 militair van het reservekader]1 met onbepaald verlof gezonden worden indien zijn gezondheidstoestand hem niet toelaat de dienst ter hervatten.
  
Art. 40. [2 A l'expiration de la durée d'absence pour motif de santé visée à l'article 68, § 3, alinéa 6 ou 7, de la loi du 28 février 2007]2 et pour autant que l'intéressé n'ait pas été réformé dans l'intervalle, le militaire de réserve doit être envoyé en congé illimité si son état de santé ne lui permet pas de reprendre le service.
  
Art. 41. De [1 militair van het reservekader]1 in dienst kan slechts in de volgende gevallen tijdelijk uit zijn ambt ontheven worden :
  1° om gezondheidsredenen;
  2° bij tuchtmaatregel;
  3° met toepassing [2 van artikel 44bis, derde lid]2.
  [2 Overeenkomstig artikel 45, tweede lid, van de wet van 28 februari 2007, blijft de militair van het reservekader in tijdelijke ambtsontheffing onderworpen aan de militaire strafwetgeving en aan de krijgstucht.]2
  
Art. 41. Le [1 militaire du cadre de réserve]1 en service ne peut être retiré temporairement de son emploi que dans les cas suivants :
  1° pour motif de santé;
  2° par mesure disciplinaire;
  3° par application [2 de l'article 44bis, alinéa 3]2).
  [2 Conformément à l'article 45, alinéa 2, de la loi du 28 février 2007, le militaire du cadre de réserve en retrait temporaire d'emploi reste soumis aux lois pénales militaires et à la discipline militaire.]2
  
Art. 42. Gedurende de in artikel 40 bedoelde tijd kan [2 de door de Koning aangewezen overheid]2 de [1 militair van het reservekader]1 die, volgens het advies van een geneeskundige commissie, niet in staat is om de dienst te hervatten, tijdelijk uit zijn ambt ontheffen om gezondheidsredenen.
  
Art. 42. Au cours de la période visée à l'article 40, [2 l'autorité désignée par le Roi]2 peut retirer temporairement de son emploi pour motif de santé, le [1 militaire du cadre de réserve]1 qui, de l'avis d'une commission médicale, est incapable de reprendre du service.
  
Art. 43. [1 Overeenkomstig artikel 56, eerste lid, van de wet van 28 februari 2007, kan de militair van het reservekader in dienst door de door de Koning aangewezen overheid bij tuchtmaatregel van zijn ambt ontheven worden voor een periode van maximum drie maanden.]1
  
Art. 43. [1 Conformément à l'article 56, alinéa 1er, de la loi du 28 février 2007, le militaire du cadre de réserve en service peut, par mesure disciplinaire, être retiré de son emploi par l'autorité désignée par le Roi pour une période de maximum trois mois.]1
  
Art. 44. [1 De bepalingen betreffende de schorsing bij ordemaatregel en de preventieve verwijdering, bedoeld in artikel 51 van de wet van 28 februari 2007, zijn van toepassing op de militairen van het reservekader in werkelijke dienst.
   De onderzoeksraad bedoeld in artikel 51, § 5, van de wet van 28 februari 2007, wordt samengesteld overeenkomstig artikel 57, vijfde lid van dezelfde wet en gevormd uit militairen van het actief kader.]1

  
Art. 44. [1 Les dispositions relatives à la suspension par mesure d'ordre et à l'écartement préventif, visées à l'article 51 de la loi du 28 février 2007, sont applicables aux militaires du cadre de réserve en service actif.
   Le conseil d'enquête, visé à l'article 51, § 5, de la loi du 28 février 2007, est composé conformément à l'article 57, alinéa 5, de cette même loi et formé de militaires du cadre actif.]1

  
Art. 44bis. [1 Indien geen sanctie wordt opgelegd, die het uittreden uit het reservekader tot gevolg heeft, worden de wederoproepingen of de prestaties gedurende de periode van schorsing omgezet in periodes van werkelijke dienst.
   Wanneer de ambtsontheffing bij tuchtmaatregel wordt uitgesproken, zonder dat ze de volledige schorsingsperiode dekt, worden de wederoproepingen of de prestaties gedurende de aanvullende periode omgezet in periodes van werkelijke dienst.]1

  
Art. 44bis. [1 Si aucune sanction entrainant la sortie du cadre de réserve n'est prononcée, les rappels ou prestations durant la période de suspension sont convertis en périodes de service actif.
   Dans le cas où un retrait d'emploi par mesure disciplinaire est prononcé, sans qu'il couvre entièrement la durée de la suspension, les rappels ou prestations durant la période complémentaire sont convertis en périodes de service actif.]1

  
Art. 45. Wanneer een in dienst zijnde [1 militair van het reservekader]1 gescheiden is van het leger, hetzij tengevolge van oorlogsomstandigheden, hetzij door uitzonderlijke omstandigheden die niet aan hem te wijten zijn, wordt elke bepaling betreffende het uittreden uit het reservekader te zijnen opzichte geschorst gedurende zijn afwezigheid.
  [2 ...]2
  De datum met ingang waarvan de van het leger gescheiden reservemilitair als met onbepaald verlof moet worden beschouwd, wordt door [2 de door de Koning aangewezen overheid]2 bepaald.
  
Art. 45. Lorsqu'un [1 militaire du cadre de réserve]1 en service est séparé de l'armée, soit en raison de circonstances de guerre, soit en raison de circonstances extraordinaires qui ne sont pas de son fait, toute disposition relative à la sortie du cadre de réserve est suspendue à son égard pendant son absence.
  [2 ...]2
  La date à partir de laquelle le [1 militaire du cadre de réserve]1 qui a été séparé de l'armée doit être considéré comme étant en congé illimité est déterminée par [2 l'autorité désignée par le Roi]2.
  
Art. 46. De volgende statutaire maatregelen kunnen uitgesproken worden ten opzichte van de [1 militair van het reservekader]1 :
  1° de tijdelijke ambtsontheffing bij tuchtmaatregel;
  2° het ontslag van ambtswege, bedoeld in [1 de artikelen 32 en 32bis]1.
  Deze statutaire maatregelen kunnen uitgesproken worden voor dezelfde feiten waarvoor reeds een tuchtstraf zoals bepaald in artikel 22 van de wet van 14 januari 1975 houdende het tuchtreglement van de krijgsmacht, werd opgelegd.
  [2 3° de inhouding op de wedde.]2
  
Art. 46. Les mesures statutaires suivantes peuvent être prononcées à l'encontre du [1 militaire du cadre de réserve]1 :
  1° le retrait temporaire d'emploi par mesure disciplinaire;
  2° la démission d'office, visée [1 aux articles 32 et 32bis]1.
  Ces mesures statutaires peuvent être prononcées pour les mêmes faits que ceux pour lesquels a été infligée une punition disciplinaire visée à l'article 22 de la loi du 14 janvier 1975 portant le règlement de discipline des forces armées.
  [2 3° la retenue sur le traitement.]2
  
HOOFDSTUK VIII. [1 De vakrichtingen en de competentiepools]1
CHAPITRE VIII. [1 Des filières de métiers et des pôles de compétence]1
Art. 47. [1 De inschrijving van een reserveofficier of [2 reserveonderofficier in]2 een vakrichting en, in voorkomend geval, de verwerving door een reservemilitair van een competentiepool gebeurt op basis van de personeelsbehoeften van de Krijgsmacht op één van de wijzen en volgens de voorwaarden bepaald in de artikelen 38 tot 42 van de wet van 28 februari 2007]1.
  
Art. 47. [1 L'inscription d'un officier de réserve ou sous-officier de réserve dans une filière de métiers et, le cas échéant, l'acquisition d'un pôle de compétence par un militaire de réserve s'effectue sur la base des nécessités en personnel des Forces armées suivant une des manières et aux conditions fixées aux articles 38 à 42 de la loi du 28 février 2007.]1
  
Art. 48. [1 De militairen van het actief kader worden toegelaten tot het reservekader van de Krijgsmacht, overeenkomstig, naargelang het geval, artikel 10, 10bis, 11, of 11bis, met de vakrichting waartoe zij behoorden als militairen van het actief kader.]1
  
Art. 48. [1 Les militaires du cadre actif sont admis dans le cadre de réserve des Forces armées, conformément, selon le cas, à l'article 10, 10bis, 11, ou 11bis, dans la filière de métiers à laquelle ils appartenaient comme militaires de cadre actif.]1
  
Art. 50. [1 In uitzonderingsgevallen, waarover verslag moet uitgebracht worden, kan de Koning, ten voorlopige titel, een reserveofficier aanstellen om het ambt van een hogere graad in zijn personeelscategorie uit te oefenen of voor het vervullen van functies in internationale instellingen of intergeallieerde militaire formaties]1.
  Het besluit van aanstelling en het verslag aan de Koning worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  De gevolgen van de aanstelling worden door de Koning bepaald. Nochtans komt, voor de toepassing van deze wet, alleen de graad waarin de reserveofficier benoemd is, in aanmerking.
  [1 De aanstelling van de reserveofficier die aangesteld werd om het ambt van een hogere graad uit te oefenen, vervalt de dag dat de opdracht eindigt zoals bepaald door de door de Koning aangewezen overheid.]1
  
Art. 50. [1 Dans des cas exceptionnels, qui doivent faire l'objet d'un rapport, le Roi peut commissionner, à titre précaire, un officier de réserve pour exercer l'emploi d'un grade supérieur dans sa catégorie de personnel ou pour l'exercice de fonctions dans les organismes internationaux ou dans les formations militaires interalliées.]1.
  L'arrêté de commission ainsi que le rapport au Roi sont publiés au Moniteur belge.
  Les effets de la commission sont déterminés par le Roi. Toutefois, pour l'application de la présente loi, seul le grade auquel l'officier de réserve est nommé est pris en considération.
  [1 [2 La commission]2 de l'officier de réserve qui a été commissionné pour exercer l'emploi d'un grade supérieur, expire à la date de fin de mission telle que fixée par l'autorité désignée par le Roi.]1
  
Art. 52. [1 Wanneer de kaderbehoeften het vereisen, kan de door de Koning aangewezen overheid een reserveonderofficier, ten voorlopige titel, aanstellen om het ambt van een hogere graad in zijn personeelscategorie uit te oefenen of voor het vervullen van functies in internationale instellingen of intergeallieerde militaire formaties.
   De gevolgen van de aanstelling worden door de Koning bepaald. Nochtans komt, voor de toepassing van deze wet, alleen de graad waarin de reserveonderofficier benoemd is, in aanmerking.
   De aanstelling van de reserveonderofficier die aangesteld werd om het ambt van een hogere graad uit te oefenen, vervalt de dag dat de opdracht eindigt zoals bepaald door de door de Koning aangewezen overheid.]1
.
  
Art. 52. [1 Lorsque les nécessités de l'encadrement l'exigent, l'autorité désignée par le Roi peut commissionner, à titre précaire, un sous-officier de réserve pour exercer l'emploi d'un grade supérieur dans sa catégorie de personnel ou pour l'exercice de fonctions dans les organismes internationaux ou dans les formations militaires interalliées.
   Les effets de la commission sont déterminés par le Roi. Toutefois, pour l'application de la présente loi, seul le grade auquel le sous-officier de réserve est nommé est pris en considération.
   [2 La commission]2 du sous-officier de réserve qui a été commissionné pour exercer l'emploi d'un grade supérieur, expire à la date de fin de mission telle que fixée par l'autorité désignée par le Roi.]1

  
Art. 53. De reservemilitairen die deelnemen aan de luchtdienst, maken deel uit van één van de categorieën van het varend personeel van hun krijgsmachtdeel die de Koning bepaalt, onder de voorwaarden en volgens de procedure die Hij bepaalt.
  De reservemilitairen worden uit deze categorieën geschorst of geschrapt volgens de regels en de procedure die geldig zijn voor de militairen van het actief kader.
Art. 53. Les militaires de réserve qui participent au service aérien appartiennent à une des catégories du personnel navigant de leur force, définies par le Roi, aux conditions et suivant la procédure qu'(Il) fixe.
  Les militaires de réserve sont suspendus ou radiés de ces catégories suivant les règles et la procédure applicables aux militaires du cadre actif.
HOOFDSTUK IX. - De anciënniteit voor de bevordering in graad en de bevordering in graad.
CHAPITRE IX. - De l'ancienneté pour l'avancement de grade et de l'avancement de grade.
Art. 53bis. [1 [2 De professionele evaluatie]2 bedoeld in artikel 66 van de wet van 28 februari 2007, wordt uitgevoerd op de door de Koning bepaalde momenten.]1
  
Art. 53bis. [1 [2 L'évaluation professionnelle]2 visée à l'article 66 de la loi du 28 février 2007 est exécutée aux moments fixés par le Roi. ]1
  
Art. 54. De anciënniteit van de reservemilitair voor de bevordering in graad wordt vastgesteld volgens de regels die geldig zijn voor de militairen van het actief kader.
Art. 54. L'ancienneté du militaire de réserve pour l'avancement de grade est établie suivant les règles applicables aux militaires du cadre actif.
Art. 55. De Koning regelt de bevordering van de reservemilitairen overeenkomstig de in dit hoofdstuk neergelegde beginselen.
Art. 55. Le Roi règle l'avancement des militaires de réserve conformément aux principes énoncés dans le présent chapitre.
Art. 56. In de krijgsmacht heeft de bevordering van de reserveofficieren en -onderofficieren plaats in [2 de vakrichting waarin ze ingeschreven worden]2.
  [1 ...]1
  
Art. 56. Dans les forces armées, l'avancement des officiers de réserve et des sous-officiers de réserve a lieu dans [2 la filière de métiers dans laquelle ils sont inscrits]2.
  [1 ...]1
  
Art. 57. De bevordering van de reservemilitairen is onderscheiden van de bevordering van de militairen van het actief kader. De reservemilitair moet de gewone wederoproepingen verricht hebben en, desgevallend, de bijkomende gewone wederoproepingen bedoeld in artikel 34, § 1, tweede lid, of 71, eerste lid, 1°, voorzien voor zijn personeelscategorie.
  Hij moet eveneens de bijkomende prestaties verricht hebben die de bevordering betreffen, die de Koning bepaalt voor zijn personeelscategorie, zonder dat de gezamenlijke duur ervan meer dan zestig dagen mag bedragen per promotie.
   [1 Met uitzondering van de benoeming in de graden bedoeld in artikel 30, [2 eerste en derde lid]2, vinden de benoemingen in een hogere graad in het kader van de bevordering van de reservemilitair ten vroegste plaats op de achtentwintigste dag van de laatste maand van een trimester, voor zover de reservemilitair de wederoproepingen bedoeld in het eerste lid en de bijkomende prestaties bedoeld in het tweede lid, heeft verricht]1.
  
Art. 57. L'avancement des militaires de réserve est distinct de celui des militaires du cadre actif. Le militaire de réserve doit avoir effectué les rappels ordinaires et, s'il y a lieu, les rappels ordinaires supplémentaires visés à l'article 34, § 1er, alinéa 2, ou 71, alinéa 1er, 1°, prévus pour sa catégorie de personnel.
  Il doit également avoir effectué les prestations complémentaires relatives à l'avancement, que le Roi détermine pour sa catégorie de personnel, sans que la durée cumulée de celles-ci puisse excéder soixante jours par promotion.
  [1 A l'exception de la nomination dans les grades visés à l'article 30, [2 alinéas 1er et 3]2, les nominations dans un grade supérieur dans le cadre de l'avancement d'un militaire de réserve, ont lieu au plus tôt le vingt-huitième jour du dernier mois d'un trimestre, pour autant que le militaire de réserve ait effectué les rappels visés à l'alinéa 1er et les prestations complémentaires visées à l'alinéa 2."]1
  
Art. 58. [1 Onder voorbehoud van de bepalingen inzake de benoeming en de aanstelling van de kandidaat-reservemilitairen, worden de volgende graden naar anciënniteit verleend aan de reservemilitairen die aan de in deze wet bepaalde voorwaarden voldoen:
   1° van reservevrijwilliger;
   2° van lagere reserveonderofficier;
   3° van adjudant van niveau C;
   4° van luitenant van niveau A en van niveau B;
   5° van kapitein-commandant van niveau A en van niveau B.
   De reservemilitair bedoeld in het eerste lid, van wie de wijze van dienen onbevredigend geacht wordt of, in voorkomend geval, de reserveofficier of reserveonderofficier die niet geschikt geoordeeld wordt om de functies van de hogere graad uit te oefenen, kan evenwel bij de bevordering voorbijgegaan worden.
   De geschiktheid en de wijze van dienen worden beoordeeld volgens de regels en in de vorm van toepassing op de beroepsmilitairen.
   Indien de beoordeling van de geschiktheid of de wijze van dienen bedoeld in het tweede lid, tot gevolg heeft dat de betrokken reservemilitair definitief voorbij gegaan wordt bij de bevordering, kan hij een beroep indienen bij de beroepsinstantie bedoeld in artikel 178/2 van de wet van 28 februari 2007, volgens de regels van toepassing op de beroepsmilitairen.]1
.
  
Art. 58. [1 Sans préjudice des dispositions relatives à la nomination et [2 à la commission]2 des candidats militaires de réserve, les grades suivants sont conférés à l'ancienneté aux militaires de réserve qui remplissent les conditions fixées dans la présente loi:
   1° de volontaire de réserve;
   2° de sous-officier subalterne de réserve;
   3° d'adjudant du niveau C;
   4° de lieutenant du niveau A et du niveau B;
   5° de capitaine-commandant du niveau A et du niveau B.
   Toutefois, le militaire de réserve visé à l'alinéa 1er, dont la manière de servir n'est pas jugée satisfaisante ou, le cas échéant, l'officier de réserve ou le sous-officier de réserve qui n'est pas jugé apte à l'exercice des fonctions du grade supérieur, peut être dépassé à l'avancement.
   L'aptitude ainsi que la manière de servir sont appréciées selon les règles et dans la forme applicable aux militaires de carrière.
   Si l'appréciation de l'aptitude ou de la manière de servir visée à l'alinéa 2 a pour conséquence que le militaire de réserve concerné est dépassé définitivement à l'avancement, il peut introduire un recours auprès de l'instance d'appel visée à l'article 178/2 de la loi du 28 février 2007, selon les règles applicables aux militaires de carrière.]1
.
  
Art. 59. [1 Met uitzondering van de benoeming in de graad van majoor voor de reservemilitair van de laterale bijzondere werving, overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in artikel 30, worden in het reservekader de graden van hoofdofficier]1 naar keuze van de Koning verleend, volgens de regels toepasselijk op de beroepsofficieren, op basis van het advies van een bevorderingscomité dat rekening houdt met de titels en de verdiensten van de kandidaten.
  
Art. 59. [1 A l'exception de la nomination dans le grade de major pour le militaire de réserve du recrutement spécial latéral, selon les conditions visées à l'article 30, les grades d'officier supérieur dans le cadre de réserve]1 sont conférés au choix du Roi, selon les règles applicables aux officiers de carrière, sur la base de l'avis d'un comité d'avancement qui tient compte des titres et des mérites des candidats.
  
Art. 60. Om in de reserve tot de graden van kapitein, majoor, [3 luitenant-kolonel en kolonel]3 te kunnen worden bevorderd, moet de reserveofficier voor beroepsproeven slagen. De Koning of de overheid die Hij aanduidt, bepaalt het programma van deze proeven.
  [1 De reserveofficieren van de laterale bijzondere werving worden evenwel vrijgesteld van de beroepsproeven voor de graden van kapitein en majoor.]1
  [4 De reserveofficieren die uit het kader van de beroepsofficieren komen zijn vrijgesteld van de beroepsproeven voor bevordering tot de graad van kapitein, indien zij reeds met succes voldaan hebben aan de vervolmakingscursus bedoeld in artikel 111, eerste lid, 1° van de wet van 28 februari 2007.]4
  Reserveofficieren die uit het kader van de beroepsofficieren komen zijn vrijgesteld van de beroepsproeven voor bevordering tot de [5 graad van majoor, indien zij reeds met succes de in artikel 111, eerste lid, 2°, van de wet van 28 februari 2007, tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht bedoelde vervolmakingscursus gevolgd hebben]5. Hetzelfde geldt voor wat betreft de taalexamens.
  [3 De officier bekleed met de graden van respectievelijk [4 ...]4, majoor of luitenant-kolonel die met deze graad in de reserve toegelaten wordt met toepassing van artikel 10, wordt geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van de beroepsproeven voor bevordering tot de graden van respectievelijk [4 ...]4, luitenant-kolonel of kolonel.]3
  De hoofdofficier bekleed met de graad van respectievelijk majoor, luitenant-kolonel of kolonel die met deze graad in de reserve toegelaten wordt met toepassing van artikel 10, 1°, wordt geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van de beroepsproeven voor bevordering tot de graden van respectievelijk luitenant-kolonel, kolonel of generaal-majoor.
  [2 De reserveofficier die houder is van het hogere stafbrevet of van het brevet van militair administrateur of van het hogere brevet van militair administrateur wordt volledig vrijgesteld van de beroepsproeven voor bevordering tot de graden van luitenant-kolonel, kolonel en generaal-majoor.]2
  
Art. 60. Pour pouvoir être promu dans la réserve aux grades de capitaine, de major, [3 de lieutenant-colonel et de colonel]3, l'officier de réserve doit réussir des épreuves professionnelles. Le programme de ces épreuves est fixé par le Roi ou l'autorité qu'(Il) désigne.
  [1 Toutefois, les officiers de réserve du recrutement spécial latéral sont dispensés des épreuves professionnelles pour les grades de capitaine et de major.]1
  [4 Les officiers de réserve issus du cadre des officiers de carrière sont dispensés des épreuves professionnelles pour l'avancement au grade de capitaine, s'ils ont déjà satisfait avec succès au cours de perfectionnement visés à l'article 111, alinéa 1er, 1°, de la loi du 28 février 2007]4
  Les officiers de réserve issus du cadre des officiers de carrière sont dispensés des épreuves professionnelles pour l'avancement au [5 grade de major, s'ils ont déjà suivi avec succès le cours de perfectionnement visé à l'article 111, alinéa 1er, 2°, de la loi du 28 février 2007, fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées]5. Il en est de même en ce qui concerne les épreuves linguistiques.
  L'officier de réserve issu des officiers de carrière qui, [5 grade de major, s'ils ont déjà suivi avec succès le cours de perfectionnement visé à l'article 111, alinéa 1er, 2°, de la loi du 28 février 2007, fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées]5, n'est plus autorisé à se présenter aux épreuves pour l'avancement au grade de [1 major]1. Si, par contre, il a subi dans le cadre de carrière un échec définitif aux épreuves linguistiques pour l'avancement au grade de major, il peut présenter les épreuves linguistiques pour l'avancement au grade de [1 major]1.
  [1 L'officier revêtu respectivement du grade de [4 ...]4, de major ou de lieutenant-colonel, admis avec ce grade dans le cadre de réserve en application de l'article 10, est dispensé de tout ou partie des épreuves professionnelles pour l'avancement aux grades respectivement [4 ...]4, de lieutenant-colonel ou de colonel.]1
  [2 L'officier de réserve qui est titulaire du brevet supérieur d'état-major ou du brevet d'administrateur militaire ou du brevet supérieur d'administrateur militaire est dispensé intégralement des épreuves professionnelles pour l'avancement aux grades de lieutenant-colonel, de colonel et de général-major.]2
  
Art. 61. [2 Om in de reserve tot de graad van eerste sergeant-majoor te kunnen worden bevorderd:
   1° moet de kandidaat-reserveonderofficier van niveau B geslaagd zijn in zijn vormingscyclus;
   2° moet de reserveonderofficier van niveau C slagen voor de beroepsproeven. De Koning of de overheid die Hij aanduidt, bepaalt het programma van deze proeven]2
.
  De reserveonderofficier [2 van niveau C]2 die uit het kader van de beroepsonderofficieren komt, kan van [2 deze beroepsproeven]2 vrijgesteld worden indien hij reeds met succes een gelijkwaardige vorming heeft gevolgd. [1 De Koning bepaalt de gelijkwaardige vormingen.]1
  
Art. 61. [2 Pour pouvoir être promu dans la réserve au grade de premier sergent-major:
   1° le candidat sous-officier de réserve du niveau B doit avoir réussi son cycle de formation;
   2° le sous-officier de réserve du niveau C doit réussir des épreuves professionnelles. Le programme de ces épreuves est fixé par le Roi ou l'autorité qu'Il désigne.]2

  Le sous-officier de réserve [2 du niveau C]2 issu du cadre des sous-officiers de carrière peut être dispensé de ces épreuves s'il a déjà réussi une formation équivalente. [1 Le Roi fixe les formations équivalentes.]1
  
Art. 61bis. [1 Om in de reserve tot de graad van adjudant te kunnen worden bevorderd, moet de reserveonderofficier van niveau B slagen voor de beroepsproeven, die dezelfde zijn als voorzien in artikel 61, eerste lid, 2°.
   De eerste sergeant-majoor van niveau B kan niet meer bevorderd worden tot een hogere graad indien hij definitief mislukt is voor de beroepsproeven bedoeld in het eerste lid.]1

  
Art. 61bis. [1 Pour pouvoir être promu dans la réserve au grade d'adjudant, le sous-officier de réserve du niveau B doit réussir des épreuves professionnelles, qui sont les mêmes que celles prévues à l'article 61, alinéa 1er, 2°.
   Le premier sergent-major du niveau B ne peut plus être promu à un grade supérieur s'il a définitivement échoué aux épreuves professionnelles visées à l'alinéa 1er. ]1

  
Art. 62. [1 Geen enkele reserveonderofficier van niveau C kan tot de graad van adjudant-chef in het reservekader worden benoemd indien hij niet geslaagd is voor de beroepsproeven voor de graad van adjudant-chef, volgens de regels toepasselijk op de beroepsonderofficieren. De Koning of de overheid die Hij aanduidt, bepaalt het programma van deze proeven.
   Geen enkele reserveonderofficier van niveau B kan tot de graad van adjudant-chef in het reservekader worden benoemd indien hij de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven bedoeld in artikel 65sexies, tweede lid, 2°, niet op regelmatige wijze volbracht heeft.
   De reserveonderofficier van niveau B of van niveau C, die uit het kader van de beroepsonderofficieren komt, en die met succes voldaan heeft aan de voorwaarden voor bevordering tot de graad van adjudant-chef binnen het actief kader, heeft bij de opname in het reservekader eveneens voldaan aan de voorwaarden voor bevordering tot de graad van adjudant-chef in het reservekader en kan onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden worden bevorderd tot de graad van adjudant-chef, naargelang het geval, van niveau B of van niveau C, binnen het reservekader]1
.
  
Art. 62. [1 Aucun sous-officier de réserve du niveau C ne peut être nommé au grade d'adjudant-chef dans le cadre de réserve s'il n'a pas réussi les épreuves professionnelles au grade d'adjudant-chef, selon les règles applicables aux sous-officiers de carrière. Le programme de ces épreuves est fixé par le Roi ou l'autorité qu'Il désigne.
   Aucun sous-officier de réserve du niveau B ne peut être nommé au grade d'adjudant-chef dans le cadre de réserve s'il n'a pas régulièrement effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles visées à l'article 65sexies, alinéa 2, 2°.
   Le sous-officier de réserve du niveau B ou du niveau C, issu du cadre des sous-officiers de carrière, et qui a rempli avec succès les conditions pour l'avancement dans le grade d'adjudant-chef dans le cadre actif, a également, à l'admission dans le cadre de réserve, rempli les conditions pour l'avancement dans le grade d'adjudant-chef dans le cadre de réserve, et peut être promu au grade d'adjudant-chef, selon le cas, du niveau B ou du niveau C, dans le cadre de réserve, aux conditions fixées par le Roi]1

  
Art. 62bis. [1 Geen enkele reserveonderofficier van niveau B kan tot de graad van adjudant-majoor in het reservekader worden benoemd indien hij niet geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in het artikel 62, eerste lid.
   De reserveonderofficier van niveau B die uit het kader van de beroepsonderofficieren komt, en die met succes voldaan heeft aan de voorwaarden voor bevordering tot de graad van adjudant-majoor binnen het actief kader, heeft bij de opname in het reservekader eveneens voldaan aan de voorwaarden voor bevordering tot de graad van adjudant-majoor in het reservekader en kan onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden worden bevorderd tot de graad van adjudant-majoor van niveau B binnen het reservekader.]1

  
Art. 62bis. [1 Aucun sous-officier de réserve du niveau B ne peut être nommé au grade d'adjudant-major dans le cadre de réserve s'il n'a pas réussi aux épreuves professionnelles visées à l'article 62, alinéa 1er.
   Le sous-officier de réserve du niveau B issu du cadre [2 des sous-officiers de]2 carrière, et qui a rempli avec succès les conditions pour l'avancement dans le grade d'adjudant-major dans le cadre actif, a également, à l'admission dans le cadre de réserve, rempli les conditions pour l'avancement dans le grade d'adjudant-major dans le cadre de réserve, et peut être promu au grade d'adjudant-major du niveau B dans le cadre de réserve, aux conditions fixées par le Roi.]1

  
Art. 63. In de reserve worden de graden van (hoofdonderofficier) [1 , met uitzondering van de graad van adjudant-chef van niveau B van het reservekader,]1 naar keuze [1 de door de Koning aangewezen overheid]1 verleend, volgens de regels toepasselijk op de beroepsonderofficieren, op basis van het advies van een bevorderingscomité dat rekening houdt met de titels en de verdiensten van de kandidaten.
  
Art. 63. Dans la réserve, [1 à l'exception du grade d'adjudant-chef du niveau B du cadre de réserve,]1 les grades de sous-officier supérieur sont conférés au choix [1 de l'autorité désignée par le Roi]1, selon les règles applicables aux sous-officiers de carrière, sur la base de l'avis d'un comité d'avancement qui tient compte des titres et des mérites des candidats.
  
Art. 64. [1 Overeenkomstig artikel 65, § 1, van de wet van 28 februari 2007, kan de reservemilitair niet bevorderd worden tot een hogere graad wanneer hij hetzij op non-activiteit, hetzij in voorlopige hechtenis, hetzij geschorst bij ordemaatregel, hetzij gescheiden van het leger is.]1.
  De reservemilitair bedoeld in het eerste lid kan, op het ogenblik dat hij terug in werkelijke dienst of met onbepaald verlof geplaatst wordt, met terugwerkende kracht bevorderd worden onder de voorwaarden die gelden voor de militairen van het actief kader.
  
Art. 64. [1 Conformément à l'article 65, § 1er, de la loi du 28 février 2007, le militaire de réserve ne peut être promu à un grade supérieur pendant qu'il est soit en non-activité, soit en détention préventive, soit suspendu par mesure d'ordre, soit séparé de l'armée.]1
  Le militaire de réserve visé à l'alinéa 1er peut, au moment où il est replacé en service actif ou en congé illimité, être promu avec effet rétroactif aux conditions qui s'appliquent aux militaires du cadre actif.
  
Art. 65bis. [1 [2 Elke reservemilitair kan op elk ogenblik van bevordering afzien.]2 Hij kan één keer op zijn beslissing terugkomen. Deze beslissing wordt evenwel onherroepelijk drie jaar nadat de betrokken reservemilitair zijn beslissing schriftelijk aan de door de Koning aangewezen overheid heeft meegedeeld]1.
  
Art. 65bis. [1 [2 Tout militaire de réserve peut à tout moment renoncer à l'avancement.]2 Il peut revenir une fois sur sa décision. Cette décision devient toutefois irrévocable trois ans après que le militaire de réserve concerné ait communiqué par écrit sa décision à l'autorité désignée par le Roi.]1
  
HOOFDSTUK IX/1. [1 De voortgezette vorming]1
CHAPITRE IX/1. [1 De la formation continuée.]1
Art. 65ter. [1 [2 Tijdens zijn militaire loopbaan kan de reservemilitair zich kandidaat stellen voor de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven bedoeld, naargelang het geval, in de artikelen 60, 61, 61bis, 62 en 62bis]2.
  [2 Het geheel van deze bevorderingsprestaties wordt de voortgezette vorming genoemd. Op het einde van een vormingscyclus van de voortgezette vorming worden een of meerdere examens georganiseerd die gelden als de beroepsproeven.]2
   De Koning bepaalt de deelnemings-, uitstel- en uitsluitingsvoorwaarden voor deze bevorderingsprestaties [2 en de beroepsproeven]2.
   De reservemilitair kan [2 ...]2, zelfs nadat hij werd aanvaard, verzaken om bevorderingsprestaties aan te vangen of verder te zetten. Deze verzaking is onherroepelijk.]1

  
Art. 65ter. [1 [2 Durant sa carrière militaire, le militaire de réserve peut se porter candidat pour les prestations d'avancement en préparation des épreuves professionnelles visées, selon le cas, aux articles 60, 61, 61bis, 62 et 62bis.]2.
  [2 L'ensemble de ces prestations d'avancement est appelé la formation continuée. A la fin d'un cycle de formation de la formation continuée, un ou deux examens sont organisés qui comptent comme épreuves professionnelles.]2
   Le Roi fixe les conditions de participation, d'ajournement et d'exclusion à ces prestations d'avancement [2 et ces épreuves professionnelles]2.
   Le militaire de réserve peut renoncer [2 ...]2, même après avoir été agréé, à commencer ou à poursuivre des prestations d'avancement. Cette renonciation est irrévocable.]1

  
Art. 65quater. [1 De reserveofficier die voldoet aan de toekenningsvoorwaarden bepaald door de Koning, kan het hogere stafbrevet of het hogere brevet van militair administrateur behalen.]1
  
Art. 65quater. [1 L'officier de réserve qui répond aux conditions d'octroi fixées par le Roi, peut obtenir le brevet supérieur d'état-major ou le brevet supérieur d'administrateur militaire.]1
  
Art. 65quinquies. [1 Voor de reserveofficier van niveau A omvat de voortgezette vorming tijdens de militaire loopbaan:
   1° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven die toegang geven tot de graad van kapitein, die bestaan uit een vormingscyclus, waarvan de inhoud door de Koning wordt bepaald, ter ontwikkeling van de competenties die noodzakelijk zijn voor een lager reserveofficier om functies van lager officier van het reservekader in de schoot van een staf uit te oefenen;
   2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven die toegang kunnen geven tot de graad van majoor, die bestaan uit een vormingscyclus, waarvan de inhoud door de Koning wordt bepaald, ter ontwikkeling van de competenties die noodzakelijk zijn voor een hoofdofficier van het reservekader om staffuncties in een nationaal of internationaal kader uit te oefenen;
   3° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven die toegang kunnen geven tot de graad van luitenant-kolonel, die bestaan uit een vormingscyclus, waarvan de inhoud door de Koning wordt bepaald, ter ontwikkeling van de competenties die noodzakelijk zijn voor een hoofdofficier van het reservekader om hoge staffuncties in een nationaal of internationaal kader uit te oefenen;
   4° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven die toegang kunnen geven tot de graad van kolonel, die bestaan uit een vormingscyclus, waarvan de inhoud door de Koning wordt bepaald, ter ontwikkeling van de competenties die noodzakelijk zijn voor een hoofdofficier van het reservekader om hoge staffuncties in een nationaal of internationaal kader uit te oefenen.
   Voor de reserveofficier van niveau B omvat de voortgezette vorming tijdens de militaire loopbaan de bevorderingsprestaties bedoeld in het eerste lid, 1°. ]1

  
Art. 65quinquies. [1 Pour l'officier de réserve du niveau A, la formation continuée durant la carrière militaire comprend:
   1° les prestations d'avancement en préparation des épreuves professionnelles qui donnent accès au grade de capitaine, qui sont composées d'un cycle de formation, dont le contenu est fixé par le Roi, afin de développer les compétences nécessaires à un officier subalterne de réserve pour exercer des fonctions d'officier subalterne du cadre de réserve au sein d'un état-major;
   2° les prestations d'avancement en préparation des épreuves professionnelles qui peuvent donner accès au grade de major, qui sont composées d'un cycle de formation, dont le contenu est fixé par le Roi, afin de développer les compétences qui sont nécessaires à un officier supérieur du cadre de réserve pour exercer des fonctions d'état-major dans un cadre national ou international;
   3° les prestations d'avancement en préparation des épreuves professionnelles qui peuvent donner accès au grade de lieutenant-colonel, qui sont composées d'un cycle de formation, dont le contenu est fixé par le Roi, afin de développer les compétences qui sont nécessaires à un officier supérieur du cadre de réserve pour exercer des fonctions supérieures d'état-major dans un cadre national ou international;
   4° les prestations d'avancement en préparation des épreuves professionnelles qui peuvent donner accès au grade de colonel, qui sont composées d'un cycle de formation, dont le contenu est fixé par le Roi, afin de développer les compétences qui sont nécessaires à un officier supérieur du cadre de réserve pour exercer des fonctions supérieures d'état-major dans un cadre national ou international.
   Pour l'officier de réserve du niveau B, la formation continuée durant la carrière militaire comprend les prestations d'avancement visées à l'alinéa 1er, 1°.]1

  
Art. 65sexies. [1 Voor de reserveonderofficier van niveau C omvat de voortgezette vorming tijdens de militaire loopbaan, naargelang het geval:
   1° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven die toegang kunnen geven tot de graad van eerste sergeant-majoor, die bestaan uit een vormingscyclus, waarvan de inhoud door de Koning wordt bepaald, ter ontwikkeling van de competenties die noodzakelijk zijn om functies van reservekeuronderofficier uit te oefenen;
   2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven die toegang kunnen geven tot de graad van adjudant-chef, die bestaan uit een vormingscyclus, waarvan de inhoud door de Koning wordt bepaald, ter ontwikkeling van de competenties die noodzakelijk zijn om functies van reservehoofdonderofficier uit te oefenen.
   Voor de reserveonderofficier van niveau B omvat de voortgezette vorming tijdens de militaire loopbaan:
   1° voor de toegang tot de graad van adjudant, de bevorderingsprestaties bedoeld in het eerste lid, 1° ;
   2° voor de toegang tot de graad van adjudant-chef, de bevorderingsprestaties, bedoeld in het eerste lid, 2°. ]1

  
Art. 65sexies. [1 Pour le sous-officier de réserve du niveau C, la formation continuée durant la carrière militaire comprend, selon le cas:
   1° les prestations d'avancement en préparation des épreuves professionnelles qui peuvent donner accès au grade de premier sergent-major, qui sont composées d'un cycle de formation, dont le contenu est fixé par le Roi, afin de développer les compétences qui sont nécessaires pour l'exercice des fonctions d'un sous-officier d'élite de réserve;
   2° les prestations d'avancement en préparation des épreuves professionnelles qui peuvent donner accès au grade de adjudant-chef, qui sont composées d'un cycle de formation, dont le contenu est fixé par le Roi, afin de développer les compétences qui sont nécessaires pour l'exercice des fonctions d'un sous-officier supérieur de réserve.
   Pour le sous-officier de réserve du niveau B, la formation continuée durant la carrière militaire comprend:
   1° pour l'accès au grade d'adjudant, les prestations d'avancement visées à l'alinéa 1er, 1° ;
   2° pour l'accès au grade d'adjudant-chef, les prestations d'avancement visées à l'alinéa 1er, 2°. ]1

  
Art. 65septies. [1 Een deliberatiecommissie voor de voortgezette vorming doet uitspraak over de reservemilitair die niet heeft voldaan aan de criteria om te slagen voor de beroepsproeven, of die, zonder geldige reden, niet heeft deelgenomen aan de voorgeschreven beroepsproeven.
   Volgens de nadere regels bepaald door de Koning kan de deliberatiecommissie een of meerdere van de volgende beslissingen nemen:
   1° de betrokken reservemilitair is geheel of gedeeltelijk geslaagd en mag, in voorkomend geval, zijn vorming verderzetten;
   2° de betrokken reservemilitair kan een herexamen verkrijgen;
   3° de betrokken reservemilitair kan een uitstel verkrijgen;
   4° de betrokken reservemilitair is definitief mislukt.
   Naast de voorzitter, bestaat de deliberatiecommissie uit minstens drie andere leden, eventueel bijgestaan door een of meerdere specialisten of raadgevers en een secretaris aangeduid door de voorzitter, en ze wordt gevormd met militairen van het actief kader.
   De Koning bepaalt de nadere regels betreffende de organisatie, de concrete samenstelling en de werking van de deliberatiecommissie.
   Een reservemilitair kan bij de beroepsinstantie bedoeld in artikel 178/2 van de wet van 28 februari 2007, een beroep aantekenen tegen de beslissingen van de deliberatiecommissie, overeenkomstig de procedure voorzien voor de militairen van het actief kader. ]1

  
Art. 65septies. [1 Une commission de délibération pour la formation continuée se prononce sur le militaire de réserve qui n'a pas satisfait aux critères de réussite des épreuves professionnelles ou qui, sans raison valable, n'a pas participé aux épreuves professionnelles ou examens prescrits.
   Selon les modalités fixées par le Roi, la commission de délibération peut prendre une ou plusieurs des décisions suivantes:
   1° le militaire de réserve concerné a réussi en tout ou en partie et peut, le cas échéant, continuer sa formation;
   2° le militaire de réserve concerné peut obtenir un examen un repêchage;
   3° le militaire de réserve concerné peut obtenir un ajournement;
   4° le militaire de réserve concerné a échoué définitivement.
   Outre le président, la commission de délibération se compose au minimum de trois membres, éventuellement assistés par un ou plusieurs spécialistes ou conseillers et un secrétaire désigné par le président, et est formée par des militaires du cadre actif.
   Le Roi fixe les modalités relatives à l'organisation, la composition concrète et le fonctionnement de la commission de délibération.
   Un militaire de réserve peut introduire auprès de l'instance d'appel visée à l'article 178/2 de la loi du 28 février 2007, un appel contre les décisions de la commission de délibération, conformément à la procédure prévue pour les militaires du cadre actif.]1

  
HOOFDSTUK X. - Het krijgstuchtelijk stelsel.
CHAPITRE X. - Du régime disciplinaire militaire.
Art. 66. [1 Wanneer hij in dienst is, is de militair van het reservekader onderworpen aan het krijgstuchtelijk stelsel van de beroepsmilitairen. Wanneer hij in onbepaald verlof is, wordt de militair van het reservekader onderworpen aan het krijgstuchtelijk stelsel van de beroepsmilitairen wanneer er een verband met zijn hoedanigheid van militair van het reservekader kan vastgesteld worden. De tuchtrechtspleging wordt schriftelijk gevoerd voor de militair van het reservekader met onbepaald verlof.]1
  
Art. 66. [1 Lorsqu'il est en service, le militaire du cadre de réserve est soumis au régime disciplinaire militaire des militaires de carrière. Lorsqu'il est en congé illimité, le militaire du cadre de réserve est soumis au régime disciplinaire militaire des militaires de carrière lorsqu'un lien peut être établi avec sa qualité de militaire du cadre de réserve. La procédure disciplinaire est menée par écrit pour le militaire du cadre de réserve en congé illimité.]1
  
Art. 67. De [1 militair van het reservekader]1 in dienst is onderworpen aan de militaire strafwetten. De reservemilitair met onbepaald verlof is slechts onderworpen aan de bepalingen van de militaire strafwetten die gelden voor de militairen met onbepaald verlof.
  
Art. 67. Le [1 militaire du cadre de réserve]1 en service est soumis aux lois pénales militaires. Le militaire de réserve en congé illimité n'est soumis qu'aux dispositions des lois pénales militaires applicables aux militaires en congé illimité.
  
Art. 68. Onder de omstandigheden die de Koning bepaalt, mag de [1 militair van het reservekader]1 zonder machtiging vanwege [2 de door de Koning aangewezen overheid]2 geen melding van zijn hoedanigheid maken.
  
Art. 68. Dans les circonstances déterminées par le Roi, le [1 militaire du cadre de réserve]1 ne peut faire mention de sa qualité sans autorisation [2 de l'autorité désignée par le Roi]2.
  
Art. 68/1. [1 Onder voorbehoud van de toepassing van andere wetten die de uitoefening van politieke activiteiten en mandaten beheersen, zijn de militairen van het reservekader gerechtigd alle politieke activiteiten en mandaten uit te oefenen, voor zover de dienst het toelaat en dat zij plaats hebben buiten de perioden waarin prestaties in de schoot van de Krijgsmacht worden geleverd.]1
  
Art. 68/1. [1 Sans préjudice de l'application d'autres lois qui régissent l'exercice d'activités et de mandats politiques, les militaires du cadre de réserve sont autorisés à exercer toute activité ou mandats politiques, pour autant que le service le permette et qu'ils aient lieu en dehors des périodes de prestations au sein des Forces armées.]1
  
HOOFDSTUK XI. - De onmiddellijk beschikbare reserve.
CHAPITRE XI. - De la réserve immédiatement disponible.
Art. 69. [1 De door de Koning aangewezen overheid]1 bepaalt op voorstel van de (chef defensie), overeenkomstig de regels bepaald door de Koning, het aantal reservemilitairen die jaarlijks kunnen worden aanvaard om een aanvullende speciale dienstneming voor de onmiddellijk beschikbare reserve te ondertekenen. <W 2003-03-27/49, art. 161, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
  
Art. 69. Sur la proposition du (chef de la défense), [1 l'autorité désignée par le Roi]1 fixe, conformément aux règles fixées par le Roi, le nombre des militaires de réserve qui peuvent être admis annuellement à souscrire un engagement spécial complémentaire pour la réserve immédiatement disponible. <L 2003-03-27/49, art. 69, 003; En vigueur : 01-01-2004>
  
Art. 70. Om een aanvullende speciale dienstneming te kunnen ondertekenen, moet de reservemilitair voldoen aan de specifieke voorwaarden inzake gevolgde vorming, training en beschikbaarheid.
  De speciale dienstneming wordt aangegaan voor een duur van een jaar en kan worden hernieuwd voor opeenvolgende periodes van een jaar. Deze dienstneming schorst de lopende dienstneming niet. Tijdens de duur van deze dienstneming en van de eventuele verlenging ervan bedoeld in artikel 71, tweede lid, is het de reservemilitair niet toegestaan een dienstneming (aan te gaan) bedoeld in artikel 16.
Art. 70. Pour être admis à souscrire un engagement spécial complémentaire, le militaire de réserve doit satisfaire aux conditions spécifiques en matière de formation suivie, d'entraînement et de disponibilité.
  L'engagement spécial est souscrit pour une durée d'un an et peut être renouvelé pour des périodes successives d'un an. Cet engagement ne suspend pas le rengagement en cours. Pendant la durée de cet engagement et de son éventuelle prolongation visée à l'article 71, alinéa 2, le militaire de réserve n'est pas admis à souscrire un engagement visé à l'article 16.
Art. 71. Naast de wederoproepingen bepaald in artikel 34, § 1, eerste lid, kan de reservemilitair behorende tot de onmiddellijk beschikbare reserve onderworpen worden aan :
  1° maximum zeven dagen bijkomende gewone wederoproeping per jaar;
  2° de speciale wederoproeping die ten hoogste negen ononderbroken maanden mag bedragen en per speciale dienstneming slechts (éénmaal) kan worden opgelegd.
  De duur van de speciale wederoproeping bedoeld in het eerste lid, 2°, mag de termijn van de speciale dienstneming overschrijden. Deze dienstneming is in dit geval van rechtswege verlengd tot op het einde van de speciale wederoproeping. De hernieuwing bedoeld in artikel 70, tweede lid, gebeurt slechts na afloop van deze verlenging.
Art. 71. Outre les rappels fixés à l'article 34, § 1er, alinéa 1er, le militaire de réserve appartenant à la réserve immédiatement disponible peut être assujetti :
  1° à sept jours de rappel ordinaire supplémentaire par an au maximum;
  2° au rappel spécial, qui ne peut pas dépasser neuf mois consécutifs et ne peut être imposé qu'une fois par engagement spécial.
  La durée du rappel spécial visé à l'alinéa 1er, 2°, peut dépasser le délai de l'engagement spécial. Dans ce cas, cet engagement est de plein droit prolongé jusqu'à la fin du rappel spécial. Le renouvellement visé à l'article 70, alinéa 2, n'intervient qu'au terme de cette prolongation.
HOOFDSTUK XI/1. [1 - De overgang en de promotie op diploma]1
CHAPITRE XI/1. [1 Du passage et de la promotion sur diplôme]1
Art. 71/1. [1 Onder overgang wordt begrepen de opname van de reserveofficieren van niveau B in de personeelscategorie van de reserveofficieren van niveau A, overeenkomstig de bepalingen van artikel 119 van de wet van 28 februari 2007.]1
  
Art. 71/1. [1 Par passage, il faut entendre l'admission des officiers de réserve du niveau B vers la catégorie de personnel des officiers de réserve du niveau A, conformément aux dispositions de l'article 119 de la loi du 28 février 2007. ]1
  
Art. 71/2. [1 Onder promotie op diploma wordt begrepen de opname van de reservevrijwilligers of van de reserveonderofficieren van niveau C in de personeelscategorie van de reserveonderofficieren van niveau B, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 119/1 en 119/2 van de wet van 28 februari 2007.]1
  
Art. 71/2. [1 Par promotion sur diplôme, il faut entendre l'admission de volontaires de réserve ou des sous-officiers de réserve du niveau C vers la catégorie de personnel des sous-officiers de réserve du niveau B, conformément aux dispositions des articles 119/1 et 119/2 de la loi du 28 février 2007.]1
  
Art. 71/3. [1 Om door de door de Koning aangewezen overheid te worden aanvaard als kandidaat-reservemilitair en onafhankelijk van de voorwaarden die eigen zijn aan de personeelscategorie, waarvoor ze worden gevormd, moeten de reservemilitairen bedoeld in artikel 4, 2° /1, b) en 3°, b), aan de volgende voorwaarden voldoen:
   1° niet meer dan vier keer afgewezen zijn met het oog op hun opname in een andere hoedanigheid omdat zij niet voldoen aan de voorwaarden bedoeld in 2° tot 7° ;
   2° niet afgewezen worden door de door de Koning aangewezen overheid;
   3° op 31 december van het jaar van hun aanvaarding, de leeftijd die de Koning bepaalt niet bereikt hebben;
   4° batig gerangschikt worden bij een overgangsproef, binnen de grenzen van het aantal opengestelde plaatsen;
   5° voor de militair van de marine, medisch geschikt zijn voor dienst op zee;
   6° in voorkomend geval, houder zijn van een voor het uitoefenen van de beoogde functie noodzakelijke bachelor vóór de afsluitingsdatum der inschrijvingen voor de betrokken promotie op diploma;
   7° in voorkomend geval, de bevorderingsprestaties bedoeld in artikel 65quinquies, eerste lid, 1°, met succes gevolgd hebben vóór de afsluitingsdatum der inschrijvingen voor de betrokken overgang.
   Per type van opname en personeelscategorie bepaalt de Koning:
   1° de voorwaarden waaraan de reservemilitairen moeten voldoen, onder de voorwaarden bedoeld in het eerste lid;
   2° de inhoud en de nadere regels van de overgangsproef bedoeld in het eerste lid, 4°. ]1

  
Art. 71/3. [1 Pour être admis comme candidat militaire de réserve par l'autorité désignée par le Roi et indépendamment des conditions propres à la catégorie de personnel pour laquelle ils sont formés, les militaires de réserve visés à l'article 4, 2° /1, b) et 3°, b), doivent satisfaire aux conditions suivantes:
   1° ne pas avoir été refusés plus de quatre fois en vue de leur admission dans une autre qualité parce qu'ils ne satisfont pas aux conditions visées aux 2° à 7° ;
   2° ne pas être refusés par l'autorité que le Roi désigne;
   3° au 31 décembre de l'année de leur agrément, ne pas avoir atteint l'âge fixé par le Roi;
   4° être classés en ordre utile lors d'une épreuve de passage, dans la limite du nombre de places ouvertes;
   5° pour le militaire de la marine, être médicalement apte au service en mer;
   6° le cas échéant, être titulaires d'un bachelier nécessaire à l'exécution de la fonction visée avant la date de clôture des inscriptions pour la promotion sur diplôme concernée;
   7° le cas échéant, avoir suivi avec succès les prestations d'avancement visées à l'article 65quinquies, alinéa 1er, 1°, avant la date de clôture des inscriptions pour le passage concerné.
   Par type d'admission et de catégorie de personnel, le Roi fixe:
   1° les conditions auxquelles les militaires de réserve doivent satisfaire parmi celles visées à l'alinéa 1er;
   2° le contenu et les modalités de l'épreuve de passage visée à l'alinéa 1er, 4°. ]1

  
HOOFDSTUK XII. - Het uittreden uit het reservekader.
CHAPITRE XII. - De la sortie du cadre de réserve.
Art. 72. De reservemilitair houdt op tot het reservekader te behoren :
  1° door ontslag van ambtswege of door ontslag op zijn verzoek bij toepassing van de artikelen 32 [1 , 32bis]1 en 33;
  2° door het bereiken van de leeftijdsgrens;
  3° door het vroegtijdig met definitief verlof zenden wanneer er teveel reservemilitairen zijn;
  4° door reform;
  5° [3 wanneer de militair geen onderdaan meer is van een lidstaat van de Europese economische ruimte of van de Zwitserse Bondsstaat, of, in toepassing van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, het voorwerp uitmaakt van een beslissing tot verwijdering van het grondgebied, terugwijzing, of uitzetting;]3
  [2 6° door het verstrijken van zijn dienstneming of wederdienstneming, indien hij geen nieuwe wederdienstneming aangaat en geen geschorste [4 dienstneming of]4 wederdienstneming heeft.]2
  De reservemilitair die het reservekader verlaten heeft bij toepassing van het eerste lid, 2°, 3° en 4°, behoudt zijn graad eershalve.
  [3 De door de Koning aangewezen overheid]3 kan hem deze eregraad ontnemen indien hij zich onwaardig getoond heeft hem te behouden.
  [4 Evenwel, kan de door de Koning aangewezen overheid de voormalige reservemilitair toelaten om opnieuw in het reservekader te worden opgenomen, voor zover hij de leeftijdsgrens bepaaldt in artikel 73, eerste lid, niet overschreden heeft en de kaderbehoeften het vereisen, indien hij de hoedanigheid van reservemilitair heeft verloren:
   1° door ontslag op zijn verzoek overeenkomstig het eerste lid, 1° ;
   2° door het vroegtijdig met definitief verlof zenden overeenkomstig het eerste lid, 3° ;
   3° door het verlopen van de periode bedoeld in de artikelen 10, 2°, 10bis, 2°, 11, 2°, 11bis, 2°, en 12, 2° ;
   4° door de verbreking van de wederdienstneming bedoeld in artikel 19, § 1, tweede lid, 4°.
   De reservemilitair bedoeld in het vierde lid, ondertekent hiertoe een nieuwe wederdienstneming. Hij ondergaat een verlies van anciënniteit gelijk aan de tijd die sinds het verlies van de hoedanigheid van reservemilitair verlopen is.]4

  
Art. 72. Le militaire de réserve cesse d'appartenir au cadre de réserve :
  1° par démission d'office ou par démission à sa demande, en application des articles 32 [1 , 32bis]1 et 33;
  2° par limite d'âge;
  3° par mise en congé définitif anticipée en cas de pléthore de militaires de réserve;
  4° par réforme;
  5° [3 lorsque le militaire n'est plus ressortissant d'un état membre de l'Espace économique européen ou de la Confédération Suisse, ou fait l'objet d'une décision d'éloignement du territoire, de renvoi ou d'expulsion, en application de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers;]3
  [2 6° par l'expiration de son engagement ou rengagement, s'il ne souscrit pas un nouveau rengagement et n'a pas un [4 engagement ou]4 rengagement suspendu.]2
  Le militaire de réserve qui a quitté le cadre de réserve en application de l'alinéa 1er, 2°, 3° et 4°, conserve son grade à titre honorifique.
  [3 L'autorité désignée par le Roi]3 peut lui retirer ce grade honorifique s'il s'est montré indigne de le porter.
  [4 Toutefois, l'autorité désignée par le Roi peut autoriser l'ancien militaire de réserve à être réintégré dans le cadre de réserve, pour autant qu'il n'ait pas dépassé la limite d'âge fixée à l'article 73, alinéa 1er, et que les nécessités d'encadrement l'exigent, s'il a perdu la qualité de militaire de réserve :
   1° par démission à sa demande conformément à l'alinéa 1er, 1° ;
   2° par mise en congé définitif anticipée conformément à l'alinéa 1er, 3° ;
   3° suite à l'écoulement de la période visée aux articles 10, 2°, 10bis, 2°, 11, 2°, 11bis, 2° et 12, 2° ;
   4° suite à la résiliation de son rengagement visé à l'article 19, § 1er, alinéa 2, 4°.
   A cette fin, le militaire de réserve visé à l'alinéa 4, signe un nouveau rengagement. Il subit une perte d'ancienneté égale au temps écoulé depuis la perte de la qualité de militaire de réserve.]4

  
Art. 73. De reservemilitairen houden op tot het reservekader te behoren op 31 december van het jaar waarvan zij de leeftijd van zestig jaar bereikt hebben.
  [1 Wanneer de kaderbehoeften het vereisen, kan [3 de door de Koning aangewezen overheid]3 evenwel een reservemilitair toelaten in het reservekader te blijven of er opnieuw in opgenomen te worden boven de in het eerste lid bepaalde leeftijd, met het oog op het verrichten van wederoproepingen bedoeld in artikel 4, 7° tot 11°, of prestaties bedoeld in artikel 38 [4 ...]4. Deze reservemilitair kan niet meer bevorderd worden tot een hogere graad. Deze reservemilitair ondertekent hiertoe een speciale wederdienstneming. De speciale wederdienstneming wordt aangegaan ofwel voor een duur van een jaar, die kan worden hernieuwd voor opeenvolgende periodes van een jaar, ofwel voor het uitoefenen van een mandaat waarmee de reservemilitair belast wordt door [3 de door de Koning aangewezen overheid]3.]1
  [2 Elke wederdienstneming eindigt van rechtswege op 31 december van het jaar waarin de reservemilitair de leeftijd van vijfenzestig jaar heeft bereikt, tenzij de kaderbehoeften of bepaalde omstandigheden een overschrijding van deze leeftijdsgrens vereisen en voor zover de reservemilitair akkoord gaat met een verlenging van de wederdienstneming.]2
  [2 Desgevallend, op aanvraag van de militair, wordt de lopende dienstneming of wederdienstneming verlengd, of kan een nieuwe dienst- of wederdienstneming worden aangegaan.]2
  
Art. 73. Les militaires de réserve cessent de faire partie du cadre de réserve le 31 décembre de l'année au cours de laquelle ils ont atteint l'âge de soixante ans.
  [1 Toutefois, lorsque les nécessités d'encadrement l'exigent, [3 l'autorité désignée par le Roi]3 peut autoriser un militaire de réserve à rester ou à être réintégré dans le cadre de réserve au-delà de l'âge fixé à l'alinéa 1er, en vue d'exécuter des rappels visés à l'article 4, 7° à 11°, ou des prestations visées à l'article 38 [4 ...]4. Ce militaire de réserve ne peut plus être promu à un grade supérieur. A cette fin, ce militaire de réserve signe un rengagement spécial. Le rengagement spécial est souscrit, soit pour une durée d'un an, qui peut être renouvelée pour des périodes successives d'un an, soit pour exécuter un mandat dont le militaire de réserve est chargé par [3 l'autorité désignée par le Roi]3.]1
  [2 Tout rengagement prend fin de plein droit le 31 décembre de l'année au cours de laquelle le militaire de réserve a atteint l'âge de soixante-cinq ans, sauf si les nécessités d'encadrement ou certaines circonstances exigent le dépassement de cette limite d'âge et pour autant que le militaire de réserve soit d'accord avec la prolongation du rengagement.]2
  [2 Le cas échéant, à la demande du militaire, l'engagement ou le rengagement en cours est prolongé, ou un [5 nouvel]5 engagement ou rengagement peut être souscrit.]2
  
Art. 74. De Koning stelt de reserveofficier, en [1 de door de Koning aangewezen overheid]1 de reserveonderofficier of reservevrijwilliger, op reform die, naar het advies van een geneeskundige commissie, definitief buiten staat zijn om te dienen.
  
Art. 74. Le Roi réforme l'officier de réserve, et [1 l'autorité désignée par le Roi]1 le sous-officier ou le volontaire de réserve, qui, de l'avis d'une commission médicale, sont définitivement hors d'état de continuer à servir.
  
HOOFDSTUK XIII. - Diverse bepalingen.
CHAPITRE XIII. - Dispositions diverses.
Art. 76. Wanneer het leger gemobiliseerd is, kan de Koning afwijken van de bepalingen van de artikelen 7, [2 10, 10bis, 11, 11bis, 12 en 58]2.
  
Art. 76. Lorsque l'armée est mobilisée, le Roi peut déroger aux dispositions des articles 7, [2 10, 10bis, 11, 11bis, 12 et 58]2.
  
Art. 77. [1 De besturen en de regies van de federale Staat, de gewesten, de gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de agglomeraties en federaties van gemeenten, de verenigingen van gemeenten alsook de concessiehouders van openbare diensten en de door deze besturen gesubsidieerde instellingen of die er van afhangen, moeten aan hun personeelsleden die militairen van het reservekader zijn de voor het verrichten van militaire prestaties vereiste verloven toestaan, zowel met het oog op hun opleiding als met het oog op hun bevordering. Die verloven worden niet in mindering gebracht van de verloven die belanghebbenden normaal kunnen genieten.
   De Koning kan voor sommige personeelsleden het aantal toegestane verlofdagen beperken, zonder echter te mogen gaan onder het aantal dagen, noodzakelijk om aan de reservemilitair toe te laten om zich in de getrainde reserve te kunnen handhaven.]1

  
Art. 77. [1 Les administrations et les régies de l'Etat fédéral, des régions, des communautés, des provinces, des communes, des agglomérations et fédérations de communes, des associations de communes ainsi que les entreprises concessionnaires de services publics et les établissements subventionnés par ces administrations ou qui en dépendent, doivent accorder à leurs agents, militaires du cadre de réserve, les congés nécessaires à l'exécution des prestations militaires prévues, tant pour leur instruction que pour leur avancement. Ces congés ne sont pas décomptés de ceux dont les intéressés peuvent normalement bénéficier.
   Le Roi peut limiter pour certains agents le nombre de jours de congé à accorder sans toutefois pouvoir descendre en dessous du nombre de jours nécessaires que pour permettre au militaire de réserve de pouvoir se maintenir dans la réserve entraînée.]1

  
HOOFDSTUK XIV. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen.
CHAPITRE XIV. - Dispositions modificatives et abrogatoires.
Art. 77bis. <INGEVOEGD bij W 2003-03-27/49, art. 162; Inwerkingtreding : 01-11-2003> De wet van 26 maart 1937 waarbij de onderscheidene besturen van den Staat, van de provinciën, gemeenten en verenigingen van gemeenten verplicht worden aan hun beambten, reserve-officieren, faciliteiten toe te staan om hun de gelegenheid te geven de prestaties te volbrengen welke hun, als reserve-officier, worden opgelegd, wordt opgeheven.
Art. 77bis. La loi du 26 mars 1937 créant l'obligation pour les diverses administrations de l'Etat, des provinces, des communes et des associations de communes d'accorder des facilités à leur agents, officiers de réserve, afin de permettre à ceux-ci d'accomplir les prestations imposées par leur situation d'officier de réserve, est abrogée.
Art. 78. Het opschrift van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut van de beroepsofficieren en de reserveofficieren van de krijgsmacht, gewijzigd bij de wetten van 27 december 1973, 13 juli 1976 en 22 maart 2001, wordt vervangen door het volgende opschrift :
  " Wet betreffende het statuut van de beroepsofficieren van de krijgsmacht ".
Art. 78. L'intitulé de la loi du 1er mars 1958 relative au statut des officiers de carrière et des officiers de réserve des forces armées, modifié par les lois des 27 décembre 1973, 13 juillet 1976 et 22 mars 2001, est remplacé par l'intitulé suivant :
  " Loi relative aux statuts des officiers de carrière des forces armées ".
Art. 79. De artikelen 54 tot 95 van dezelfde wet gewijzigd bij de wetten van 28 juni 1960, 18 februari 1987, 22 december 1989, 21 december 1990, 20 mei 1994 en 22 maart 2001, worden opgeheven.
Art. 79. Les articles 54 à 95 de la même loi, modifiés par les lois des 28 juin 1960, 18 février 1987, 22 décembre 1989, 21 décembre 1990, 20 mai 1994 et 22 mars 2001, sont abrogés.
Art. 80. In artikel 97 van dezelfde wet worden de woorden " , 54, 5° en 7°, 77, 80 en 92, lid 2 " geschrapt.
Art. 80. A l'article 97 de la même loi, les mots " , 54, 5° et 7°, 77, 80 et 92, alinéa 2 " sont supprimés.
Art. 81. De wet van 18 februari 1987 betreffende het statuut van de reserveonderofficieren van de krijgsmacht, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1989, 21 december 1990, 20 mei 1994 en 22 maart 2001, wordt opgeheven.
Art. 81. La loi du 18 février 1987 relative au statut des sous-officiers de réserve des forces armées, modifiée par les lois des 22 décembre 1989, 21 décembre 1990, 20 mai 1994 et 22 mars 2001, est abrogée.
Art. 82. Hoofdstuk VII van de wet van 21 december 1990 houdende statuut van de kandidaat-militairen van het actief kader, dat het artikel 31 bevat, wordt opgeheven.
Art. 82. Le chapitre VII de la loi du 21 décembre 1990 portant statut des candidats militaires du cadre actif, comprenant l'article 31, est abrogé.
Art. 83. In de wet van 20 mei 1994 betreffende de aanwending van de krijgsmacht, de paraatstelling, alsook betreffende de periodes en de standen waarin de militair zich kan bevinden, wordt een artikel 3ter ingevoegd, luidende :
  " Art. 3ter. De reservemilitair kan zich in crisistoestand in periode van vrede bevinden.
  De crisistoestand begint en eindigt op de tijdstippen die worden vastgelegd bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, wanneer de krijgsmacht enkel samengesteld uit de militairen van het actief kader en de reservemilitairen behorende tot de onmiddellijk beschikbare reserve, er niet meer in slaagt om zijn opdrachten in het kader van operationele inzet of hulpverlening uit te voeren. ".
Art. 83. Un article 3ter, rédigé comme suit, est inséré dans la loi du 20 mai 1994 relative à la mise en oeuvre des forces armées, à la mise en condition, ainsi qu'aux périodes et positions dans lesquelles le militaire peut se trouver :
  " Art. 3ter. Le militaire de réserve peut se trouver en situation de crise en période de paix.
  La situation de crise débute et prend fin aux moments fixés par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres, lorsque les forces armées uniquement composées des militaires du cadre actif et des militaires de réserve appartenant à la réserve immédiatement disponible ne parviennent plus à remplir leurs missions dans le cadre de l'engagement opérationnel ou l'assistance. ".
Art. 84. Artikel 21, 3°, van de wet van 20 mei 1994 houdende statuut van de militairen korte termijn wordt opgeheven.
Art. 84. L'article 21, 3°, de la loi du 20 mai 1994 portant statut des militaires court terme est abrogé.
Art. 85. Artikel 22 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 22. De militair korte termijn die met onbepaald verlof gezonden wordt, gaat over naar het reservekader, in zijn personeelscategorie.
  Hij wordt benoemd in de laatste graad die hij bij wege van aanstelling verkregen heeft en verkrijgt in die graad de anciënniteit bepaald door de Koning. ".
Art. 85. L'article 22 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 22. Le militaire court terme envoyé en congé illimité est transferé dans le cadre de réserve, dans sa catégorie de personnel.
  Il est nommé au dernier grade obtenu par voie de commission et obtient l'ancienneté dans ce grade fixée par le Roi. ".
Art. 86. Artikel 23 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 23. De met onbepaald verlof gezonden militair korte termijn wordt gedurende tien jaar onderworpen aan de wederoproepingen bepaald in artikel 34 van de wet van 16 mei 2001 houdende statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht. ".
Art. 86. L'article 23 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 23. Le militaire court terme envoyé en congé illimité est assujetti durant dix ans aux rappels prévus à l'article 34 de la loi du 16 mai 2001 portant statut des militaires du cadre de réserve des forces armées. ".
Art. 86bis. <INGEVOEGD bij W 2003-03-27/49, art. 163; Inwerkingtreding : 01-11-2003> Artikel 1, eerste lid, 4°, van de wet van 20 mei 1994 betreffende de geldelijke rechten van de militairen, wordt vervangen als volgt :
  " 4° die behoren tot het reservekader van de krijgsmacht en die een periode van vorming, een wederoproeping, een vrijwillige prestatie of een bijkomende prestatie bedoeld in artikel 38 van de wet van 16 mei 2001 houdende statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht, verrichten. ".
Art. 86bis. L'article 1er, alinéa 1er, 4°, de la loi du 20 mai 1994 relative aux droits pecuniaires des militaires, est remplacé par le texte suivant :
  " 4° qui appartiennent au cadre de réserve des forces armées, et qui effectuent une période de formation, un rappel, une prestation volontaire ou une prestation complémentaire visée a l'article 38 de la loi du 16 mai 2001 portant statut des militaires du cadre de réserve des forces armées. "
Art. 86ter. <INGEVOEGD bij W 2003-03-27/49, art. 164; Inwerkingtreding : 01-11-2003> In artikel 3 van dezelfde wet wordt een § 1bis ingevoegd, luidende :
  " § 1bis. De militair van het reservekader van de krijgsmacht die een periode van vorming, een wederoproeping, een vrijwillige prestatie of een bijkomende prestatie bedoeld in artikel 38 van de wet van 16 mei 2001 houdende statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht, verricht, heeft recht op een wedde ten laste van de begroting van (Landsverdediging) op grond van zijn graad en stand.
  Wanneer hij een statutair agent is wiens bezoldiging, krachtens zijn statuut, door de rechtspersoon van publiek recht die zijn werkgever is, niet of slechts na verkoop van tijd mag geschorst worden, kan evenwel deze agent, wanneer hij een periode van vorming, wederoproeping, vrijwillige prestatie of een bijkomende prestatie bedoeld in artikel 38 van de wet van 16 mei 2001 houdende statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht, uitvoert en zijn normale bezoldiging van statutair agent geniet, enkel aanspraak maken op een weddecomplement ten laste van de begroting van Landsverdediging. Dit complement is, in voorkomend geval, gelijk aan het verschil tussen de wedde van militair waarop hij op grond van zijn graad en stand recht heeft enerzijds, en zijn wedde als statutair agent anderzijds, op voorwaarde dat de wedde van militair hoger is. ".
Art. 86ter. Dans l'article 3 de la même loi, il est inséré un § 1erbis, rédigé comme suit :
  " § 1erbis . Le militaire du cadre de réserve des forces armées qui effectue une période de formation, un rappel, une prestation volontaire ou une prestation complémentaire visée à l'article 38 de la loi du 16 mai 2001 portant statut des militaires du cadre de réserve des forces armées, a droit, sur base de son grade et de sa position, à un traitement à charge du budget de la Défense.
  Toutefois, lorsqu'il est un agent statutaire dont, en vertu de son statut, la rémunération n'est pas suspendue, ou n'est suspendue qu'après un certain temps, par la personne morale de droit public qui est son employeur, cet agent peut uniquement prétendre, lorsqu'il effectue une période de formation, un rappel, une prestation volontaire ou une prestation complémentaire visée à l'article 38 de la loi du 16 mai 2001 portant statut des militaires du cadre de réserve des forces armées, et qu'il perçoit sa rémunération normale d'agent statutaire, à un complément de traitement à charge du budget de la Défense. Ce complément est, le cas échéant, égal a la différence entre, d'une part le traitement de militaire auquel il a droit du fait de son grade et de sa position, et d'autre part sa rémunération d'agent statutaire, à condition que le traitement de militaire soit supérieur. ".
HOOFDSTUK XV. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE XV. - Dispositions transitoires et finales.
Art. 87. De reserveofficier aangeworven bij toepassing van artikel 54 of 55 van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut der beroepsofficieren van de krijgsmacht, de reserveonderofficier aangeworven bij toepassing van artikel 1 of 3 van de wet van 18 februari 1987 betreffende het statuut van de onderofficieren van het reservekader van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst, de vrijwilliger korte termijn overgegaan naar het reservekader met toepassing van de artikelen 20 en 23 van de wet van 20 mei 1994 houdende statuut van de militairen korte termijn en de dienstplichtige met onbepaald verlof onderworpen aan de militaire verplichtingen met toepassing van artikel 3 van de dienstplichtwetten gecoördineerd op 30 april 1962 worden volgens de nadere regels vastgesteld door de Koning opgenomen in het reservekader, met behoud van hun graad en met hun anciënniteit in deze graad, voor de overblijvende duur van hun militaire verplichtingen zoals bepaald in hun statuut van oorsprong.
Art. 87. L'officier de réserve recruté en application de l'article 54 ou 55 de la loi du 1er mars 1958 relative au statut des officiers de carrière des forces armees, le sous-officier de réserve recruté en application de l'article 1er ou 3 de la loi du 18 février 1987 relative au statut des sous-officiers de réserve des forces terrestre, aérienne et navale, et du service médical, le volontaire court terme passé dans le cadre de réserve en application des articles 20 et 23 de la loi du 20 mai 1994 portant statut des militaires court terme et le milicien en congé illimité soumis aux obligations militaires en application de l'article 3 des lois sur la milice coordonnées le 30 avril 1962, sont repris, selon les modalités arrêtées par le Roi, dans le cadre de réserve, avec maintien de leur grade et avec leur ancienneté dans ce grade, pour le restant de la durée de leurs obligations militaires comme fixées dans leur statut d'origine.
Art. 88. Binnen zes maanden die voorafgaan aan het einde van zijn militaire verplichtingen kan de militair bedoeld in artikel 87, een wederdienstneming van vijf jaar aangaan, zonder de leeftijdslimiet bepaald in artikel 73 te overschrijden. Deze wederdienstneming vangt aan bij het verstrijken van voormelde militaire verplichtingen.
Art. 88. Dans les six mois qui précèdent la fin de ses obligations militaires, le militaire visé à l'article 87 peut souscrire un rengagement de cinq ans, sans toutefois dépasser la limite d'âge fixée à l'article 73. Ce rengagement prend cours à l'expiration des obligations militaires précitées.
Art. 89. Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet kan de reservemilitair met definitief verlof, op zijn aanvraag en naar gelang van de kaderbehoeften van zijn oorspronkelijk krijgsmachtdeel en van een beoordeling van zijn militair verleden, van de chef van het krijgsmachtdeel de toestemming krijgen heropgenomen te worden in het reservekader. Deze reservemilitair die voldoet al naargelang het geval aan de voor de staat van officier, onderofficier of vrijwilliger onontbeerlijke morele en fysieke hoedanigheden kan wederdienstnemingen van vijf jaar aangaan, zonder de leeftijdslimiet bepaald in artikel 73 te overschrijden. Bij de ondertekening van de wederdienstnemingsakte wordt verklaard dat hij onderworpen is aan de militaire wetten en door die verklaring de hoedanigheid van militair verkrijgt. Deze formaliteit wordt vastgesteld zoals bepaald in artikel 14, tweede en derde lid.
Art. 89. Dans les deux ans qui suivent l'entrée en vigueur de la présente loi, le militaire en congé définitif peut, à sa demande et en fonction des besoins d'encadrement de sa force d'origine et d'une appréciation de son passé militaire, obtenir du chef d'état-major de la force l'autorisation de réintegrer le cadre de réserve. Ce militaire de reserve qui satisfait aux qualités morales et physiques indispensables à l'état d'officier, de sous-officier ou de volontaire, selon le cas, peut souscrire des rengagements de cinq ans, sans toutefois dépasser la limite d'âge fixée à l'article 73. Au moment de la signature de l'acte de rengagement, il lui est déclaré qu'il est soumis aux lois militaires et par cette déclaration, il acquiert la qualité de militaire. Cette formalité est constatée de la manière prévue à l'article 14, alinéas 2 et 3.
Art. 90. Binnen de twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet kan de reservemilitair bedoeld in artikel 87, die niet definitief mislukt is in de proeven voor bevordering tot de hogere graad, en die voldoet aan de in deze wet bepaalde voorwaarden voor de bevordering in de graad, vragen om opnieuw deel te nemen aan de bevordering.
Art. 90. Dans les deux ans qui suivent l'entrée en vigueur de la présente loi, le militaire de réserve visé à l'article 87, qui n'a pas définitivement échoué aux épreuves d'avancement dans le grade supérieur, et qui satisfait aux conditions pour l'avancement de grade fixées dans la présente loi, peut demander à participer à nouveau à l'avancement.
Art. 91. De reserveofficier aangeworven bij toepassing van artikel 54 van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut der beroepsofficieren van de krijgsmacht en de reserveonderofficier aangeworven bij toepassing van artikel 1 van de wet van 18 februari 1987 betreffende het statuut van de onderofficieren van het reservekader van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst, van wie het ontslag aanvaard werd binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet, overeenkomstig de bepalingen van artikel 33, § 1, behoudt zijn graad eershalve.
  De bepalingen van artikel 72, derde lid, zijn op hem van toepassing.
Art. 91. L'officier de réserve recrute en application de l'article 54 de la loi du 1er mars 1958 relative au statut des officiers de carrière des forces armées et le sous-officier de réserve recruté en application de l'article 1er de la loi du 18 février 1987 relative au statut des sous-officiers de réserve des forces terrestre, aérienne et navale, et du service médical, dont la démission conformément aux dispositions de l'article 33, § 1er, a été acceptée dans les deux ans qui suivent l'entrée en vigueur de la présente loi, conserve son grade à titre honorifique.
  Les dispositions de l'article 72, alinéa 3, lui sont applicables.
Art. 92bis. [1 De volgende voorwaarden zijn enkel toepasselijk op de kandidaat-reservemilitairen die een dienstnemingsakte getekend hebben na de datum van inwerkingtreding van dit artikel, met uitzondering van die bedoeld in artikel 92quater :
   1° de studievoorwaarde om de hoedanigheid van reservemilitair te verwerven bedoeld in artikel 15;
   2° de leeftijdsvoorwaarde, bedoeld in artikel 30, eerste lid, 1°, d.]1

  
Art. 92bis. [1 Les conditions suivantes ne sont applicables qu'aux candidats militaires de réserve qui ont signé un acte d'engagement après la date d'entrée en vigueur du présent article, à l'exception de ceux visés à l'article 92quater :
   1° la condition d'étude pour acquérir la qualité de militaire de réserve visée à l'article 15;
   2° la condition d'âge, visée à l'article 30, alinéa 1er, 1°, d.]1

  
Art. 92ter. [1 Artikel 22, eerste lid, is enkel toepasselijk op de kandidaat-reservemilitairen die een dienstnemingsakte getekend hebben na de datum van inwerkingtreding van dit artikel, met uitzondering van die bedoeld in artikel 92quater.]1
  
Art. 92ter. [1 L'article 22, alinéa 1er, n'est applicable qu'aux candidats militaires de réserve qui ont signé un acte d'engagement, après la date d'entrée en vigueur du présent article, à l'exception de ceux visés à l'article 92quater.]1
  
Art. 92quater. [1 In de twaalf maanden die volgen op de datum van inwerkingtreding van dit artikel, worden de kandidaat-reservemilitairen evenals de reservevrijwilligers die hun vorming nog niet beëindigd hebben, uitgenodigd om een nieuwe dienstnemingsakte met een duur van vijf jaar te ondertekenen.
   Deze nieuwe dienstnemingsakte doet elke vroegere, zelfs geschorste, dienstnemings- of wederdienstnemingsakte van rechtswege en op zijn datum eindigen. Als er binnen deze termijn geen nieuwe dienstnemingsakte is ondertekend, wordt betrokkene in definitief verlof geplaatst.]1

  
Art. 92quater. [1 Dans les douze mois qui suivent la date d'entrée en vigueur du présent article, les candidats militaires de réserve ainsi que les volontaires de réserve qui n'ont pas terminé leur formation, sont invités à signer un nouvel acte d'engagement d'une durée de cinq ans.
   Ce nouvel acte d'engagement met fin de plein droit et à sa date, à tout acte d'engagement ou de rengagement antérieur, même suspendu. Si dans ce délai, un nouvel acte d'engagement n'est pas signé, l'intéressé est placé en congé définitif.]1

  
Art. 93. De Koning kan de nadere overgangsmaatregelen vaststellen voor de toepassing van deze wet.
Art. 93. Le Roi peut fixer les modalites transitoires nécessaires à l'application de la présente loi.
Art. 94. Deze wet treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum.
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-11-2003 door KB 2003-05-03/60, art. 133)
Art. 94. Le Roi fixe la date d'entrée en vigueur de la présente loi.
  (NOTE : Entrée en vigueur fixée au 01-11-2003 par AR 2003-05-03/60, art. 133)