Artikel 1. Aan artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 1991 houdende uitvoering van het decreet van 19 juni 1978 betreffende het Nederlandstalige openbare bibliotheekwerk, wordt de volgende zin toegevoegd :
" De Vlaamse Minister, bevoegd voor de Cultuur, kan een afwijking op de 30 %-regel toestaan, de Vlaamse Gemeenschapscommissie gehoord. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
17 DECEMBER 1999. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 1991 houdende uitvoering van het decreet van 19 juni 1978 betreffende het Nederlandstalige openbare bibliotheekwerk.
Titre
17 DECEMBRE 1999. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 1991 portant exécution du décret du 19 juin 1978 relatif aux services des bibliothèques publiques de langue néerlandaise (TRADUCTION).
Informations sur le document
Numac: 2000035050
Datum: 1999-12-17
Info du document
Numac: 2000035050
Date: 1999-12-17
Tekst (15)
Texte (15)
Article 1. A l'article 14 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 1991 portant exécution du décret du 19 juin 1978 relatif aux services des bibliothèques publiques de langue néerlandaise, il est ajouté la phrase suivante :
" Le Ministre flamand chargé de la Culture peut accorder une dérogation à la règle des 30 %, après avoir entendu la Commission communautaire flamande. ".
" Le Ministre flamand chargé de la Culture peut accorder une dérogation à la règle des 30 %, après avoir entendu la Commission communautaire flamande. ".
Art.2. Aan artikel 52 van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd :
" Daarenboven moet elke openbare bibliotheek integraal de gegevens die via de Vlaamse centrale Catalogus en andere centrale bestanden worden aangeboden gebruiken voor de aanmaak van een eigen lokale catalogus en het ter beschikking stellen van bestanden. ".
" Daarenboven moet elke openbare bibliotheek integraal de gegevens die via de Vlaamse centrale Catalogus en andere centrale bestanden worden aangeboden gebruiken voor de aanmaak van een eigen lokale catalogus en het ter beschikking stellen van bestanden. ".
Art.2. A l'article 52 du même arrêté, il est ajouté la phrase suivante :
" Toute bibliothèque publique est en outre tenue d'utiliser intégralement les données fournies par le " Vlaamse centrale Catalogus " et par d'autres fichiers centraux, pour l'élaboration d'un propre catalogue local et la mise à disposition de fichiers. ".
" Toute bibliothèque publique est en outre tenue d'utiliser intégralement les données fournies par le " Vlaamse centrale Catalogus " et par d'autres fichiers centraux, pour l'élaboration d'un propre catalogue local et la mise à disposition de fichiers. ".
Art.3. In artikel 55 van hetzelfde besluit, worden het 2de en 3de lid vervangen door wat volgt :
" De directeur-generaal van de Administratie Cultuur bezorgt het erkenningsdossier, met het eventueel bezwaarschrift en zijn voorstel aan de Minister. De erkenning die door de Minister wordt verleend, gaat in de eerste van de maand volgend op de datum van de ondertekening van het ministerieel besluit betreffende de erkenning. ".
" De directeur-generaal van de Administratie Cultuur bezorgt het erkenningsdossier, met het eventueel bezwaarschrift en zijn voorstel aan de Minister. De erkenning die door de Minister wordt verleend, gaat in de eerste van de maand volgend op de datum van de ondertekening van het ministerieel besluit betreffende de erkenning. ".
Art.3. Dans l'article 55 du même arrêté, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par la disposition suivante :
" Le directeur général de l'Administration de la Culture transmet au Ministre le dossier d'agrément ainsi que la réclamation éventuelle et sa proposition. L'agrément accordé par le Ministre prend effet le premier du mois qui suit la date de la signature de l'arrêté ministériel portant agrément. ".
" Le directeur général de l'Administration de la Culture transmet au Ministre le dossier d'agrément ainsi que la réclamation éventuelle et sa proposition. L'agrément accordé par le Ministre prend effet le premier du mois qui suit la date de la signature de l'arrêté ministériel portant agrément. ".
Art.4. In artikel 61, § 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de eerste volzin wordt vervangen als volgt :
" Het technisch personeel moet in het bezit zijn van de akte van bekwaamheid tot het houden van een openbare bibliotheek of van het getuigschrift van de initiatie in de bibliotheek-, documentatie- en informatiekunde. ";
2° de derde volzin wordt vervangen als volgt :
" De houders van een bibliotheekschooldiploma zijn vrijgesteld van het bezitten van een akte van bekwaamheid of van het getuigschrift van de initiatie in de bibliotheek-, documentatie- en informatiekunde. ".
1° de eerste volzin wordt vervangen als volgt :
" Het technisch personeel moet in het bezit zijn van de akte van bekwaamheid tot het houden van een openbare bibliotheek of van het getuigschrift van de initiatie in de bibliotheek-, documentatie- en informatiekunde. ";
2° de derde volzin wordt vervangen als volgt :
" De houders van een bibliotheekschooldiploma zijn vrijgesteld van het bezitten van een akte van bekwaamheid of van het getuigschrift van de initiatie in de bibliotheek-, documentatie- en informatiekunde. ".
Art.4. A l'article 61, § 2 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mai 1995, sont apportées les modifications suivantes :
1° la première phrase est remplacée par la phrase suivante :
" Le personnel technique doit être titulaire d'un certificat d'aptitude à gérer une bibliothèque ou d'un certificat d'initiation à la gestion des bibliothèques, de la documentation et de l'information. ";
2° la troisième phrase est remplacée par la phrase suivante :
" Les porteurs d'un diplôme d'une école de bibliothécaires sont dispensés de l'obtention d'un certificat d'aptitude ou d'un certificat d'initiation à la gestion des bibliothèques, de la documentation et de l'information. ".
1° la première phrase est remplacée par la phrase suivante :
" Le personnel technique doit être titulaire d'un certificat d'aptitude à gérer une bibliothèque ou d'un certificat d'initiation à la gestion des bibliothèques, de la documentation et de l'information. ";
2° la troisième phrase est remplacée par la phrase suivante :
" Les porteurs d'un diplôme d'une école de bibliothécaires sont dispensés de l'obtention d'un certificat d'aptitude ou d'un certificat d'initiation à la gestion des bibliothèques, de la documentation et de l'information. ".
Art.5. In artikel 66 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 mei 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1 worden 1°, 2°, 4° en 5° vervangen door wat volgt :
" 1° de bibliotheekbediende moet in het bezit zijn van een diploma van lager secundair onderwijs, en van een akte van bekwaamheid tot het houden van een openbare bibliotheek of een getuigschrift van de initiatie in de bibliotheek-, documentatie- en informatiekunde, met uitzondering van de houders van een bibliotheekschooldiploma die zijn vrijgesteld van het bezitten van een akte van bekwaamheid of het getuigschrift van de initiatie in de bibliotheek-, documentatie- en informatiekunde;
2° de bibliotheekassistent moet in het bezit zijn van een diploma van hoger secundair onderwijs, en van een akte van bekwaamheid tot het houden van een openbare bibliotheek of een getuigschrift van de initiatie in de bibliotheek-, documentatie- en informatiekunde, met uitzondering van de houders van een bibliotheekschooldiploma die zijn vrijgesteld van het bezitten van een akte van bekwaamheid of het getuigschrift van de initiatie in de bibliotheek-, documentatie- en informatiekunde; ";
" 4° de bibliothecaris in een voltijds werkende P.O.B., C.O.B. of S.O.B. moet in het bezit zijn van een einddiploma uitgereikt door een erkende instelling voor bibliotheekwetenschappen en van een einddiploma van ten minste vier jaar universitair onderwijs;
5° de hoofdbibliothecaris en de directeur-bibliothecaris in een C.O.B. moeten in het bezit zijn van een einddiploma uitgereikt door een erkende instelling voor bibliotheekwetenschappen en van een einddiploma van ten minste vier jaar universitair onderwijs. Bovendien moet hij of zij ten minste 3 jaar ervaring hebben binnen de bibliotheeksector. ";
2° in § 1 wordt 6° opgeheven;
3° in § 2 wordt punt 4 vervangen door wat volgt :
" 4. Het diploma van de aanvullende studie documentatie- en bibliotheekwetenschap, uitgereikt door de Universitaire Instelling Antwerpen. ";
4° aan § 2 wordt een punt 5 toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 5. Diploma's of bekwaamheidsbewijzen uitgereikt binnen een Lid-Staat van de Europese Unie die op basis van de Europese richtlijnen hiermee als gelijkwaardig kunnen worden beschouwd. ";
5° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. Andere diploma's of bekwaamheidsbewijzen kunnen in aanmerking worden genomen voor zover het Departement Onderwijs van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap hun gelijkwaardigheid met de in artikel 66, § 2, vermelde diploma's of bekwaamheidsbewijzen erkent. ";
6° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Indien uit de in § 2 en § 3 vermelde diploma's of bekwaamheidsbewijzen niet blijkt dat de kandidaten het onderwijs in het Nederlands hebben genoten, moet het vereiste niveau van kennis van die taal voor de aanwerving door een bij het vast Wervingssecretariaat af te leggen taalexamen bewezen worden. ".
1° in § 1 worden 1°, 2°, 4° en 5° vervangen door wat volgt :
" 1° de bibliotheekbediende moet in het bezit zijn van een diploma van lager secundair onderwijs, en van een akte van bekwaamheid tot het houden van een openbare bibliotheek of een getuigschrift van de initiatie in de bibliotheek-, documentatie- en informatiekunde, met uitzondering van de houders van een bibliotheekschooldiploma die zijn vrijgesteld van het bezitten van een akte van bekwaamheid of het getuigschrift van de initiatie in de bibliotheek-, documentatie- en informatiekunde;
2° de bibliotheekassistent moet in het bezit zijn van een diploma van hoger secundair onderwijs, en van een akte van bekwaamheid tot het houden van een openbare bibliotheek of een getuigschrift van de initiatie in de bibliotheek-, documentatie- en informatiekunde, met uitzondering van de houders van een bibliotheekschooldiploma die zijn vrijgesteld van het bezitten van een akte van bekwaamheid of het getuigschrift van de initiatie in de bibliotheek-, documentatie- en informatiekunde; ";
" 4° de bibliothecaris in een voltijds werkende P.O.B., C.O.B. of S.O.B. moet in het bezit zijn van een einddiploma uitgereikt door een erkende instelling voor bibliotheekwetenschappen en van een einddiploma van ten minste vier jaar universitair onderwijs;
5° de hoofdbibliothecaris en de directeur-bibliothecaris in een C.O.B. moeten in het bezit zijn van een einddiploma uitgereikt door een erkende instelling voor bibliotheekwetenschappen en van een einddiploma van ten minste vier jaar universitair onderwijs. Bovendien moet hij of zij ten minste 3 jaar ervaring hebben binnen de bibliotheeksector. ";
2° in § 1 wordt 6° opgeheven;
3° in § 2 wordt punt 4 vervangen door wat volgt :
" 4. Het diploma van de aanvullende studie documentatie- en bibliotheekwetenschap, uitgereikt door de Universitaire Instelling Antwerpen. ";
4° aan § 2 wordt een punt 5 toegevoegd, dat luidt als volgt :
" 5. Diploma's of bekwaamheidsbewijzen uitgereikt binnen een Lid-Staat van de Europese Unie die op basis van de Europese richtlijnen hiermee als gelijkwaardig kunnen worden beschouwd. ";
5° er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 3. Andere diploma's of bekwaamheidsbewijzen kunnen in aanmerking worden genomen voor zover het Departement Onderwijs van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap hun gelijkwaardigheid met de in artikel 66, § 2, vermelde diploma's of bekwaamheidsbewijzen erkent. ";
6° er wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 4. Indien uit de in § 2 en § 3 vermelde diploma's of bekwaamheidsbewijzen niet blijkt dat de kandidaten het onderwijs in het Nederlands hebben genoten, moet het vereiste niveau van kennis van die taal voor de aanwerving door een bij het vast Wervingssecretariaat af te leggen taalexamen bewezen worden. ".
Art.5. A l'article 66 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mai 1995, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, les 1°, 2°, 4° et 5° sont remplacés par les dispositions suivantes :
" 1° l'employé de bibliothèque doit être titulaire d'un diplôme de l'enseignement secondaire inférieur et d'un certificat d'aptitude à gérer une bibliothèque publique ou d'un certificat d'initiation à la gestion des bibliothèques, de la documentation et de l'information, à l'exception des titulaires d'un diplôme d'une école de bibliothécaires qui sont dispensés de l'obtention d'un certificat d'aptitude ou d'un certificat d'initiation à la gestion des bibliothèques, de la documentation et de l'information;
2° l'assistant de bibliothèque doit être titulaire d'un diplôme de l'enseignement secondaire supérieur et d'un certificat d'aptitude à gérer une bibliothèque publique ou d'un certificat d'initiation à la gestion des bibliothèques, de la documentation et de l'information, à l'exception des titulaires d'un diplôme d'une école de bibliothécaires qui sont dispensés de l'obtention d'un certificat d'aptitude ou d'un certificat d'initiation à la gestion des bibliothèques, de la documentation et de l'information; ";
" 4° le bibliothécaire d'une B.P.L., B.P.C. ou B.P.S. fonctionnant à temps plein, doit être titulaire d'un diplôme de fin d'études délivré par un établissement agréé de sciences bibliothéconomiques et d'un diplôme de fin d'études d'au moins quatre ans d'enseignement universitaire;
5° le bibliothécaire en chef et le bibliothécaire-directeur d'une B.P.C. doivent être titulaires d'un diplôme de fin d'études délivré par un établissement agréé de sciences bibliothéconomiques et d'un diplôme de fin d'études d'au moins quatre ans d'enseignement universitaire. Il doit, en outre, justifier d'une expérience d'au moins 3 ans dans le secteur des bibliothèques. ";
2° au § 1er, le 6° est abrogé;
3° au § 2, le point 4 est remplacé par la disposition suivante :
" 4. Le diplôme " aanvullende studie documentatie- en bibliotheekwetenschap ", délivré par la " Universitaire Instelling Antwerpen ". ";
4° au § 2, il est ajouté un point 5, rédigé comme suit :
" 5. Les diplômes ou certificats d'aptitude délivrés dans un Etat, membre de l'Union européenne, qui sont considérés comme équivalents, en vertu des directives européennes. ";
5° il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. D'autres diplômes ou certificats d'aptitude peuvent être pris en considération dans la mesure où le Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande reconnaît leur équivalence aux diplômes ou certificats d'aptitude cités à l'article 66, § 2. ";
6° il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. S'il n'apparaît pas des diplômes ou certificats d'aptitude cités aux §§ 2 et 3 que les candidats ont suivi l'enseignement en néerlandais, le niveau de connaissance requis dans cette langue doit être prouvée aux fins de recrutement, par la participation à un examen linguistique organisé par le Secrétariat permanent du Recrutement. ".
1° au § 1er, les 1°, 2°, 4° et 5° sont remplacés par les dispositions suivantes :
" 1° l'employé de bibliothèque doit être titulaire d'un diplôme de l'enseignement secondaire inférieur et d'un certificat d'aptitude à gérer une bibliothèque publique ou d'un certificat d'initiation à la gestion des bibliothèques, de la documentation et de l'information, à l'exception des titulaires d'un diplôme d'une école de bibliothécaires qui sont dispensés de l'obtention d'un certificat d'aptitude ou d'un certificat d'initiation à la gestion des bibliothèques, de la documentation et de l'information;
2° l'assistant de bibliothèque doit être titulaire d'un diplôme de l'enseignement secondaire supérieur et d'un certificat d'aptitude à gérer une bibliothèque publique ou d'un certificat d'initiation à la gestion des bibliothèques, de la documentation et de l'information, à l'exception des titulaires d'un diplôme d'une école de bibliothécaires qui sont dispensés de l'obtention d'un certificat d'aptitude ou d'un certificat d'initiation à la gestion des bibliothèques, de la documentation et de l'information; ";
" 4° le bibliothécaire d'une B.P.L., B.P.C. ou B.P.S. fonctionnant à temps plein, doit être titulaire d'un diplôme de fin d'études délivré par un établissement agréé de sciences bibliothéconomiques et d'un diplôme de fin d'études d'au moins quatre ans d'enseignement universitaire;
5° le bibliothécaire en chef et le bibliothécaire-directeur d'une B.P.C. doivent être titulaires d'un diplôme de fin d'études délivré par un établissement agréé de sciences bibliothéconomiques et d'un diplôme de fin d'études d'au moins quatre ans d'enseignement universitaire. Il doit, en outre, justifier d'une expérience d'au moins 3 ans dans le secteur des bibliothèques. ";
2° au § 1er, le 6° est abrogé;
3° au § 2, le point 4 est remplacé par la disposition suivante :
" 4. Le diplôme " aanvullende studie documentatie- en bibliotheekwetenschap ", délivré par la " Universitaire Instelling Antwerpen ". ";
4° au § 2, il est ajouté un point 5, rédigé comme suit :
" 5. Les diplômes ou certificats d'aptitude délivrés dans un Etat, membre de l'Union européenne, qui sont considérés comme équivalents, en vertu des directives européennes. ";
5° il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
" § 3. D'autres diplômes ou certificats d'aptitude peuvent être pris en considération dans la mesure où le Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande reconnaît leur équivalence aux diplômes ou certificats d'aptitude cités à l'article 66, § 2. ";
6° il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
" § 4. S'il n'apparaît pas des diplômes ou certificats d'aptitude cités aux §§ 2 et 3 que les candidats ont suivi l'enseignement en néerlandais, le niveau de connaissance requis dans cette langue doit être prouvée aux fins de recrutement, par la participation à un examen linguistique organisé par le Secrétariat permanent du Recrutement. ".
Art.6. In artikel 67 van hetzelfde besluit, wordt punt 6 vervangen door wat volgt :
" 6. het personeelslid dat ten minste 3 jaar de kwalificatie bezit van ten minste bibliothecaris in een erkende voltijds werkende openbare bibliotheek, kan worden bevorderd tot de graad van directeur-bibliothecaris in een C.O.B.. ".
" 6. het personeelslid dat ten minste 3 jaar de kwalificatie bezit van ten minste bibliothecaris in een erkende voltijds werkende openbare bibliotheek, kan worden bevorderd tot de graad van directeur-bibliothecaris in een C.O.B.. ".
Art.6. Dans l'article 67 du même arrêté, le point 6 est remplacé par la disposition suivante :
" 6° peut être promu au grade de bibliothécaire-directeur dans une B.P.L., le membre du personnel qui possède depuis au moins 3 ans la qualification de bibliothécaire au moins dans une bibliothèque publique fonctionnant à temps plein. ".
" 6° peut être promu au grade de bibliothécaire-directeur dans une B.P.L., le membre du personnel qui possède depuis au moins 3 ans la qualification de bibliothécaire au moins dans une bibliothèque publique fonctionnant à temps plein. ".
Art.7. Aan artikel 73, § 1, 1° van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd :
" De Vlaamse Minister, bevoegd voor de Cultuur, kan een afwijking op de 30 %-regel toestaan, de Vlaamse Gemeenschapscommissie gehoord. ".
" De Vlaamse Minister, bevoegd voor de Cultuur, kan een afwijking op de 30 %-regel toestaan, de Vlaamse Gemeenschapscommissie gehoord. ".
Art.7. A l'article 73, § 1er, 1° du même arrêté, il est ajouté la phrase suivante :
" Le Ministre flamand chargé de la Culture peut accorder une dérogation à la règle des 30 %, après avoir entendu la Commission communautaire flamande. ".
" Le Ministre flamand chargé de la Culture peut accorder une dérogation à la règle des 30 %, après avoir entendu la Commission communautaire flamande. ".
Art.8. Artikel 80 van hetzelfde besluit, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 80. 1° Het inrichtend bestuur van een erkende openbare bibliotheek heeft recht op weddesubsidies vanaf de eerste van de maand volgend op de datum van de ondertekening van het ministerieel besluit betreffende de erkenning.
2° Bij een verandering van de categorie van de betrokken bibliotheek, gaat het recht op de nieuwe weddesubsidies ook in vanaf de eerste van de maand volgend op de datum van de ondertekening van het ministerieel besluit betreffende de categorieverandering. ".
" Art. 80. 1° Het inrichtend bestuur van een erkende openbare bibliotheek heeft recht op weddesubsidies vanaf de eerste van de maand volgend op de datum van de ondertekening van het ministerieel besluit betreffende de erkenning.
2° Bij een verandering van de categorie van de betrokken bibliotheek, gaat het recht op de nieuwe weddesubsidies ook in vanaf de eerste van de maand volgend op de datum van de ondertekening van het ministerieel besluit betreffende de categorieverandering. ".
Art.8. L'article 80 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 80. 1° Le pouvoir organisateur d'une bibliothèque publique agréée a droit aux subventions-traitements à partir du premier du mois qui suit la date de signature de l'arrêté ministériel portant agrément.
2° En cas de changement de catégorie de la bibliothèque concernée, le droit aux nouvelles subventions-traitements prend également effet à partir du premier du mois qui suit la date de signature de l'arrêté ministériel portant changement de catégorie. ".
" Art. 80. 1° Le pouvoir organisateur d'une bibliothèque publique agréée a droit aux subventions-traitements à partir du premier du mois qui suit la date de signature de l'arrêté ministériel portant agrément.
2° En cas de changement de catégorie de la bibliothèque concernée, le droit aux nouvelles subventions-traitements prend également effet à partir du premier du mois qui suit la date de signature de l'arrêté ministériel portant changement de catégorie. ".
Art.9. Artikel 84 van hetzelfde besluit, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 84. Door de Vlaamse Regering worden aan de erkende speciale openbare bibliotheken volgende subsidies verleend voor hun werking en hun collectievorming :
1° een bedrag van 1 100 000 frank voor de S.O.B. voor varenden;
2° een bedrag van 3 200 000 frank per S.O.B. voor ziekenhuispatiënten;
3° een bedrag van 5 600 000 frank per S.O.B. voor gezichtsgehandicapten.
Deze bedragen worden vanaf 1 januari 2001 gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. ".
" Art. 84. Door de Vlaamse Regering worden aan de erkende speciale openbare bibliotheken volgende subsidies verleend voor hun werking en hun collectievorming :
1° een bedrag van 1 100 000 frank voor de S.O.B. voor varenden;
2° een bedrag van 3 200 000 frank per S.O.B. voor ziekenhuispatiënten;
3° een bedrag van 5 600 000 frank per S.O.B. voor gezichtsgehandicapten.
Deze bedragen worden vanaf 1 januari 2001 gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. ".
Art.9. L'article 84 du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 84. Le Gouvernement flamand accorde aux bibliothèques publiques spéciales agréées les subventions suivantes en vue de leur fonctionnement et de la constitution de leurs collections :
1° un montant de 1 100 000 francs pour les B.P.S. s'adressant aux navigants;
2° un montant de 3 200 000 francs par B.P.S. pour personnes hospitalisées;
3° un montant de 5 600 000 francs par B.P.S. pour handicapés visuels.
Ces montants sont liés aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation à partir du 1er janvier 2001, conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison a l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. ".
" Art. 84. Le Gouvernement flamand accorde aux bibliothèques publiques spéciales agréées les subventions suivantes en vue de leur fonctionnement et de la constitution de leurs collections :
1° un montant de 1 100 000 francs pour les B.P.S. s'adressant aux navigants;
2° un montant de 3 200 000 francs par B.P.S. pour personnes hospitalisées;
3° un montant de 5 600 000 francs par B.P.S. pour handicapés visuels.
Ces montants sont liés aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation à partir du 1er janvier 2001, conformément aux dispositions de la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison a l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public. ".
Art.10. Artikelen 85, 86 en 87 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art.10. Les articles 85, 86 et 87 du même arrêté sont abrogés.
Art.11. Artikel 88 van hetzelfde besluit, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 88. Het inrichtend bestuur van een erkende S.O.B. dient jaarlijks voor 1 augustus een gedetailleerde begroting van inkomsten en uitgaven in bij de Afdeling Volksontwikkeling en Bibliotheken. ".
" Art. 88. Het inrichtend bestuur van een erkende S.O.B. dient jaarlijks voor 1 augustus een gedetailleerde begroting van inkomsten en uitgaven in bij de Afdeling Volksontwikkeling en Bibliotheken. ".
Art.11. L'article 88 du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 88. Le pouvoir organisateur d'une B.P.S. agréée présente chaque année avant le 1er août, un budget détaillé des recettes et des dépenses à la Division de l'Education populaire et des Bibliothèques. ".
" Art. 88. Le pouvoir organisateur d'une B.P.S. agréée présente chaque année avant le 1er août, un budget détaillé des recettes et des dépenses à la Division de l'Education populaire et des Bibliothèques. ".
Art.12. Artikel 89 van hetzelfde besluit, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 89. Het inrichtend bestuur van een erkende S.O.B. bezorgt na elk werkjaar een gedetailleerde afrekening, voor 1 mei, aan de Afdeling Volksontwikkeling en Bibliotheken.
De afrekening dient uit volgende stukken te bestaan : de balans, de resultatenrekening en een accountants- of revisorenverslag. De boekhouding moet worden gevoerd volgens het minimum genormaliseerd rekeningenstelsel. ".
" Art. 89. Het inrichtend bestuur van een erkende S.O.B. bezorgt na elk werkjaar een gedetailleerde afrekening, voor 1 mei, aan de Afdeling Volksontwikkeling en Bibliotheken.
De afrekening dient uit volgende stukken te bestaan : de balans, de resultatenrekening en een accountants- of revisorenverslag. De boekhouding moet worden gevoerd volgens het minimum genormaliseerd rekeningenstelsel. ".
Art.12. L'article 89 du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 89. Le pouvoir organisateur d'une B.P.S. agréée présente au terme de chaque exercice, avant le 1er mai, un décompte détaillé à la Division de l'Education populaire et des Bibliothèques.
Ce décompte comprend les pièces suivantes : le bilan, le compte de résultats et un rapport d'expert-comptable ou de réviseur. La comptabilité doit être tenue suivant le plan comptable normalisé minimum. ".
" Art. 89. Le pouvoir organisateur d'une B.P.S. agréée présente au terme de chaque exercice, avant le 1er mai, un décompte détaillé à la Division de l'Education populaire et des Bibliothèques.
Ce décompte comprend les pièces suivantes : le bilan, le compte de résultats et un rapport d'expert-comptable ou de réviseur. La comptabilité doit être tenue suivant le plan comptable normalisé minimum. ".
Art.13. Artikel 90 van hetzelfde besluit, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 90. De subsidies worden trimestrieel uitgekeerd onder de vorm van voorschotten ten belope van 22,5 % van het totale subsidiebedrag op basis van de ingediende begroting. Het saldo wordt toegekend en uitgekeerd op basis van de goedgekeurde afrekening waarbij het subsidiebedrag volledig verantwoord moet worden.
Eventuele verrekeningen op de subsidies gebeuren in de loop van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkingsjaar, nadat de afrekeningen van het voorbije werkjaar werden goedgekeurd. ".
" Art. 90. De subsidies worden trimestrieel uitgekeerd onder de vorm van voorschotten ten belope van 22,5 % van het totale subsidiebedrag op basis van de ingediende begroting. Het saldo wordt toegekend en uitgekeerd op basis van de goedgekeurde afrekening waarbij het subsidiebedrag volledig verantwoord moet worden.
Eventuele verrekeningen op de subsidies gebeuren in de loop van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkingsjaar, nadat de afrekeningen van het voorbije werkjaar werden goedgekeurd. ".
Art.13. L'article 90 du même arrêté, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 90. Les subventions sont réglées trimestriellement sous la forme d'avances à concurrence de 22,5 % du montant subventionnel global sur base du budget introduit. Le solde est accordé et réglé sur la base du décompte approuvé, le montant subventionnel devant être justifié intégralement.
D'éventuelles régularisations des subventions se feront au cours de l'année qui suit l'exercice subventionné, après approbation des décomptes de l'exercice écoulé. ".
" Art. 90. Les subventions sont réglées trimestriellement sous la forme d'avances à concurrence de 22,5 % du montant subventionnel global sur base du budget introduit. Le solde est accordé et réglé sur la base du décompte approuvé, le montant subventionnel devant être justifié intégralement.
D'éventuelles régularisations des subventions se feront au cours de l'année qui suit l'exercice subventionné, après approbation des décomptes de l'exercice écoulé. ".
Art.14. Aan artikel 108 van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd :
" De Vlaamse Minister, bevoegd voor de Cultuur, kan een afwijking op de 30 %-regel toestaan, de Vlaamse Gemeenschapscommissie gehoord. ".
" De Vlaamse Minister, bevoegd voor de Cultuur, kan een afwijking op de 30 %-regel toestaan, de Vlaamse Gemeenschapscommissie gehoord. ".
Art.14. A l'article 108 du même arrêté, il est ajouté la phrase suivante :
" Le Ministre flamand chargé de la Culture, peut accorder une dérogation à la règle des 30 %, après avoir entendu la Commission communautaire flamande. ".
" Le Ministre flamand chargé de la Culture, peut accorder une dérogation à la règle des 30 %, après avoir entendu la Commission communautaire flamande. ".
Art. 15. De Vlaamse Minister, bevoegd voor de Cultuur, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 17 december 1999.
De Minister-President van de Vlaamse Regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse Minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden,
B. ANCIAUX
Brussel, 17 december 1999.
De Minister-President van de Vlaamse Regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse Minister van Cultuur, Jeugd, Stedelijk Beleid, Huisvesting en Brusselse Aangelegenheden,
B. ANCIAUX
Art. 15. Le Ministre flamand qui a la Culture dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 17 décembre 1999.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
Le Ministre flamand de la Culture, de la Jeunesse, de la Politique urbaine, du Logement et des Affaires bruxelloises,
B. ANCIAUX
Bruxelles, le 17 décembre 1999.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
Le Ministre flamand de la Culture, de la Jeunesse, de la Politique urbaine, du Logement et des Affaires bruxelloises,
B. ANCIAUX