Artikel 1. In de zin van dit besluit dient te worden verstaan onder :
a) "NDC", de Nationale Dienst voor Congressen, die deel uitmaakt van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden;
b) "Minister", de Minister tot wiens bevoegdheid het Wetenschapsbeleid behoort;
c) "Diensten", de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden;
d) "secretaris-generaal", de secretaris-generaal van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden;
e) "directeur", het hoofd van de Nationale Dienst voor Congressen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
1 FEBRUARI 2000. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de organieke voorschriften voor het financieel en materieel beheer van de Nationale Dienst voor Congressen als Staatsdienst met afzonderlijk beheer. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-03-2000 en tekstbijwerking tot 11-08-2001).
Titre
1er FEVRIER 2000. - Arrêté royal fixant les règles organiques de la gestion financière et matérielle du Service national de Congrès en tant que service de l'Etat à gestion séparée. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-03-2000 et mise à jour au 11-08-2001).
Informations sur le document
Numac: 2000021072
Datum: 2000-02-01
Info du document
Numac: 2000021072
Date: 2000-02-01
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Definities en algemene principes.
HOOFDSTUK II. - De beheerscommissie.
HOOFDSTUK III. - De ordonnateur.
HOOFDSTUK IV. - De rekenplichtige.
HOOFDSTUK V. - De begroting.
HOOFDSTUK Vl. - De rekeningen.
HOOFDSTUK Vll. - Het beheer.
HOOFDSTUK VIII. - De overheidsopdrachten.
HOOFDSTUK IX. - De controle.
HOOFDSTUK X. - Algemene, opheffings- en slotbep...
Table des matières
CHAPITRE l. - Définitions et principes généraux.
CHAPITRE II. - De la commission de gestion.
CHAPITRE III. - De l'ordonnateur.
CHAPITRE IV. - Du comptable.
CHAPITRE V. - Du budget.
CHAPITRE VI. - Des comptes.
CHAPITRE VII. - De la gestion.
CHAPITRE VIII. - Des marchés publics.
CHAPITRE IX. - Du contrôle.
CHAPITRE X. - Dispositions générales, abrogatoi...
Tekst (68)
Texte (68)
HOOFDSTUK I. - Definities en algemene principes.
CHAPITRE l. - Définitions et principes généraux.
Article 1. Au sens du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
a) "SNC", le Service national de Congrès, faisant partie des Services fédéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles;
b) "Ministre", le Ministre qui a la Politique scientifique dans ses attributions;
c) "Services", les Services fédéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles;
d) "secrétaire général", le secrétaire général des Services fédéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles;
e) "directeur", le chef du Service national de Congrès.
a) "SNC", le Service national de Congrès, faisant partie des Services fédéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles;
b) "Ministre", le Ministre qui a la Politique scientifique dans ses attributions;
c) "Services", les Services fédéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles;
d) "secrétaire général", le secrétaire général des Services fédéraux des affaires scientifiques, techniques et culturelles;
e) "directeur", le chef du Service national de Congrès.
Art.2. De beheersorganen van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer zijn de beheerscommissie en de ordonnateur.
Art.2. Les organes de gestion du service de l'Etat à gestion séparée sont la commission de gestion et l'ordonnateur.
HOOFDSTUK II. - De beheerscommissie.
CHAPITRE II. - De la commission de gestion.
Art.3. De beheerscommissie is belast met :
1° het vastleggen van het kaderprogramma van de activiteiten van de NDC bedoeld in artikel 39;
2° het opstellen van de begroting voor het begin van het begrotingsjaar en het, zo nodig, aanpassen ervan in de loop van het begrotingsjaar;
3° het goedkeuren, samen met de initiële begroting, van het jaarlijks investeringsplan;
4° het opstellen en het periodiek onderzoeken van de overzichtstabel bedoeld in artikel 40;
5° het goedkeuren van het jaarlijks activiteitenverslag;
6° het afsluiten van de rekeningen van het afgelopen begrotingsjaar;
7° het voorstellen aan de Minister van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de infrastructuur ingenomen door de NDC en het vaststellen van het bedrag van de vergoedingen voor het gebruik van genoemde infrastructuur en de daarmee samenhangende dienstverlening;
8° het goedkeuren van de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen of diensten binnen de perken van het bepaalde van artikel 47;
9° het voorstellen aan de secretaris-generaal van het aanwervingsplan voor het statutair personeel binnen de perken van de betrekkingen toegewezen aan de NDC in de personeelsformatie van de Diensten;
10° het voorstellen aan de secretaris-generaal van de indienstneming van het contractueel personeel bezoldigd ten laste van de kredieten ingeschreven in de begroting van de Diensten;
11° het in dienst nemen van het contractueel personeel bezoldigd ten laste van de begroting van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer;
12° het nauwgezet beheren van de middelen en het patrimonium van de NDC;
13° het organiseren van de algemene (administratieve, logistieke en technische) diensten van de NDC;
14° het bepalen van de behoeften betreffende de nieuw- en vernieuwbouw en het onderhoud van de infrastructuur en het waken over het rationeel gebruik ervan;
15° het nemen van de maatregelen om de veiligheid van personen en goederen te verzekeren boven de essentiële veiligheidsmaatregelen genomen door de directeur.
1° het vastleggen van het kaderprogramma van de activiteiten van de NDC bedoeld in artikel 39;
2° het opstellen van de begroting voor het begin van het begrotingsjaar en het, zo nodig, aanpassen ervan in de loop van het begrotingsjaar;
3° het goedkeuren, samen met de initiële begroting, van het jaarlijks investeringsplan;
4° het opstellen en het periodiek onderzoeken van de overzichtstabel bedoeld in artikel 40;
5° het goedkeuren van het jaarlijks activiteitenverslag;
6° het afsluiten van de rekeningen van het afgelopen begrotingsjaar;
7° het voorstellen aan de Minister van de algemene voorwaarden voor de exploitatie van de infrastructuur ingenomen door de NDC en het vaststellen van het bedrag van de vergoedingen voor het gebruik van genoemde infrastructuur en de daarmee samenhangende dienstverlening;
8° het goedkeuren van de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen of diensten binnen de perken van het bepaalde van artikel 47;
9° het voorstellen aan de secretaris-generaal van het aanwervingsplan voor het statutair personeel binnen de perken van de betrekkingen toegewezen aan de NDC in de personeelsformatie van de Diensten;
10° het voorstellen aan de secretaris-generaal van de indienstneming van het contractueel personeel bezoldigd ten laste van de kredieten ingeschreven in de begroting van de Diensten;
11° het in dienst nemen van het contractueel personeel bezoldigd ten laste van de begroting van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer;
12° het nauwgezet beheren van de middelen en het patrimonium van de NDC;
13° het organiseren van de algemene (administratieve, logistieke en technische) diensten van de NDC;
14° het bepalen van de behoeften betreffende de nieuw- en vernieuwbouw en het onderhoud van de infrastructuur en het waken over het rationeel gebruik ervan;
15° het nemen van de maatregelen om de veiligheid van personen en goederen te verzekeren boven de essentiële veiligheidsmaatregelen genomen door de directeur.
Art.3. La commission de gestion est chargée :
1° d'arrêter le programme-cadre des activités de l'SNC visé à l'article 39;
2° d'établir le budget d'une année avant le début de celle-ci et, le cas échéant, de l'adapter au cours de l'année budgétaire;
3° d'approuver, en même temps que le budget initial, le plan annuel des investissements;
4° d'établir et d'examiner périodiquement le tableau de bord visé à l'article 40;
5° d'approuver le rapport d'activités annuel;
6° d'arrêter les comptes de l'année budgétaire écoulée,
7° de proposer au Ministre les conditions générales d'exploitation des infrastructures occupées par l'SNC et de fixer le montant des redevances pour l'utilisation desdites infrastructures et des prestations de service qui y sont liées;
8° d'approuver les marchés publics de travaux, de fournitures ou de services dans les limites des dispositions de l'article 47;
9° de proposer au secrétaire général, le plan de recrutement pour le personnel statutaire dans les limites des emplois attribués à l'SNC dans le cadre organique des Services;
10° de proposer au secrétaire général l'engagement du personnel contractuel rémunéré à charge des crédits inscrits au budget des Services;
11° d'engager le personnel contractuel rémunéré à charge du budget du service de l'Etat à gestion séparée;
12° de gérer consciencieusement les ressources et le patrimoine de l'SNC;
13° d'organiser les services généraux (administratifs, logistiques et techniques) de l'SNC;
14° de fixer les besoins pour ce qui concerne la construction, la rénovation et l'entretien de l'infrastructure et de veiller à son utilisation rationnelle;
15° de prendre les mesures pour assurer la sécurité des personnes et des biens en sus des mesures élémentaires de sécurité prises par le directeur.
1° d'arrêter le programme-cadre des activités de l'SNC visé à l'article 39;
2° d'établir le budget d'une année avant le début de celle-ci et, le cas échéant, de l'adapter au cours de l'année budgétaire;
3° d'approuver, en même temps que le budget initial, le plan annuel des investissements;
4° d'établir et d'examiner périodiquement le tableau de bord visé à l'article 40;
5° d'approuver le rapport d'activités annuel;
6° d'arrêter les comptes de l'année budgétaire écoulée,
7° de proposer au Ministre les conditions générales d'exploitation des infrastructures occupées par l'SNC et de fixer le montant des redevances pour l'utilisation desdites infrastructures et des prestations de service qui y sont liées;
8° d'approuver les marchés publics de travaux, de fournitures ou de services dans les limites des dispositions de l'article 47;
9° de proposer au secrétaire général, le plan de recrutement pour le personnel statutaire dans les limites des emplois attribués à l'SNC dans le cadre organique des Services;
10° de proposer au secrétaire général l'engagement du personnel contractuel rémunéré à charge des crédits inscrits au budget des Services;
11° d'engager le personnel contractuel rémunéré à charge du budget du service de l'Etat à gestion séparée;
12° de gérer consciencieusement les ressources et le patrimoine de l'SNC;
13° d'organiser les services généraux (administratifs, logistiques et techniques) de l'SNC;
14° de fixer les besoins pour ce qui concerne la construction, la rénovation et l'entretien de l'infrastructure et de veiller à son utilisation rationnelle;
15° de prendre les mesures pour assurer la sécurité des personnes et des biens en sus des mesures élémentaires de sécurité prises par le directeur.
Art.4. § 1. De beheerscommissie is samengesteld uit :
a) als stemgerechtigde leden :
1° de directeur;
2° het hoofd van een van de volgende wetenschappelijke instellingen, of haar bestendig afgevaardigde, aangewezen door de Minister : Koninklijke Bibliotheek van België, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Algemeen Rijksarchief;
3° twee personeelsleden van de Diensten of hun plaatsvervanger, waaronder ten minste een ambtenaar-generaal, aangewezen door de secretaris-generaal;
4° vier leden - twee Nederlandstaligen en twee Franstaligen - die geen deel uitmaken en geen deel uitgemaakt hebben van het personeel van de NDC, noch van de Diensten - aangewezen door de Minister, waarvan twee op grond van een dubbeltal opgesteld door de directeur met instemming van de secretaris-generaal en voorgedragen door deze laatste.
Hun mandaat loopt over vier jaar en is vernieuwbaar.
Ze worden gekozen voor hun ervaring inzake beheer.
Ze mogen geen mandaat beginnen als zij de leeftijd van 65 jaar overschreden hebben.
b) als leden met raadgevende stem :
1° de bij de Minister geaccrediteerde Inspecteur van Financiën die belast is met de dossiers van de NDC;
2° een ambtenaar van de Regie der gebouwen, aangewezen door de leidinggevend ambtenaar ervan;
3° de rekenplichtige van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer;
4° de secretaris van de commissie.
§ 2. Het lid van de beheerscommissie dat ontslag neemt of overlijdt, wordt onmiddellijk vervangen. Het nieuwe lid voltooit het mandaat van zijn voorganger.
§ 3. Het lid van de beheerscommissie bedoeld in § 1, a), 4° dat, behalve om behoorlijk vastgestelde medische redenen, niet aan drie opeenvolgende vergaderingen van de beheerscommissie deelneemt, wordt als ontslagnemend beschouwd. Hij wordt op dezelfde wijze vervangen als die vastgelegd in § 1, a), 4.
§ 4. De functie van lid van de beheerscommissie wordt voor de in § 1, a), 4° genoemde leden vergoed via presentiegeld, waarvan het bedrag door de Minister vastgesteld wordt.
Het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten is van toepassing op de leden van de beheerscommissie bedoeld in § 1, a), 4°, die daartoe gelijkgesteld worden met Rijksambtenaren met een graad van rang 15.
§ 5. De beheerscommissie kan iedere persoon uitnodigen om aan haar werkzaamheden deel te nemen wegens zijn ervaring op het gebied van de behandelde materie(s). In dat geval heeft deze persoon raadgevende stem.
a) als stemgerechtigde leden :
1° de directeur;
2° het hoofd van een van de volgende wetenschappelijke instellingen, of haar bestendig afgevaardigde, aangewezen door de Minister : Koninklijke Bibliotheek van België, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Algemeen Rijksarchief;
3° twee personeelsleden van de Diensten of hun plaatsvervanger, waaronder ten minste een ambtenaar-generaal, aangewezen door de secretaris-generaal;
4° vier leden - twee Nederlandstaligen en twee Franstaligen - die geen deel uitmaken en geen deel uitgemaakt hebben van het personeel van de NDC, noch van de Diensten - aangewezen door de Minister, waarvan twee op grond van een dubbeltal opgesteld door de directeur met instemming van de secretaris-generaal en voorgedragen door deze laatste.
Hun mandaat loopt over vier jaar en is vernieuwbaar.
Ze worden gekozen voor hun ervaring inzake beheer.
Ze mogen geen mandaat beginnen als zij de leeftijd van 65 jaar overschreden hebben.
b) als leden met raadgevende stem :
1° de bij de Minister geaccrediteerde Inspecteur van Financiën die belast is met de dossiers van de NDC;
2° een ambtenaar van de Regie der gebouwen, aangewezen door de leidinggevend ambtenaar ervan;
3° de rekenplichtige van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer;
4° de secretaris van de commissie.
§ 2. Het lid van de beheerscommissie dat ontslag neemt of overlijdt, wordt onmiddellijk vervangen. Het nieuwe lid voltooit het mandaat van zijn voorganger.
§ 3. Het lid van de beheerscommissie bedoeld in § 1, a), 4° dat, behalve om behoorlijk vastgestelde medische redenen, niet aan drie opeenvolgende vergaderingen van de beheerscommissie deelneemt, wordt als ontslagnemend beschouwd. Hij wordt op dezelfde wijze vervangen als die vastgelegd in § 1, a), 4.
§ 4. De functie van lid van de beheerscommissie wordt voor de in § 1, a), 4° genoemde leden vergoed via presentiegeld, waarvan het bedrag door de Minister vastgesteld wordt.
Het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende algemene regeling inzake reiskosten is van toepassing op de leden van de beheerscommissie bedoeld in § 1, a), 4°, die daartoe gelijkgesteld worden met Rijksambtenaren met een graad van rang 15.
§ 5. De beheerscommissie kan iedere persoon uitnodigen om aan haar werkzaamheden deel te nemen wegens zijn ervaring op het gebied van de behandelde materie(s). In dat geval heeft deze persoon raadgevende stem.
Art.4. § 1er La commission de gestion est composée de :
a) avec voix délibérative :
1° le directeur;
2° le chef d'un des établissements scientifiques suivants, ou son délégué permanent, désigné par le Ministre : Bibliothèque royale de Belgique, Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique, Archives générales du Royaume;
3° deux membres du personnel des Services ou leur suppléant, dont au moins un fonctionnaire général, désignés par le secrétaire général;
4° quatre membres - deux néerlandophones et deux francophones - ne faisant pas et n'ayant pas fait partie du personnel de l'SNC, ni des Services - désignés par le Ministre dont deux sur la base d'une liste double établie par le directeur en accord avec le secrétaire général et présentée par celui-ci.
Leur mandat a une durée de quatre ans et est renouvelable.
Ils sont choisis en fonction de leur expérience en matière de gestion.
Ils ne peuvent entamer un mandat s'ils ont dépassé l'âge de 65 ans.
b) avec voix consultative :
1° l'Inspecteur des Finances accrédité auprès du Ministre et en charge des dossiers de I'SNC;
2° un fonctionnaire de la Régie des bâtiments désigné par son fonctionnaire dirigeant;
3° le comptable du service de l'Etat à gestion séparée;
4° le secrétaire de la commission.
§ 2. Le membre de la commission de gestion, démissionnaire ou décédé, est remplacé immédiatement. Le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.
§ 3 Le membre de la commission de gestion visé au § 1er, a), 4° qui ne participe pas à trois réunions consécutives de la commission de gestion, sauf pour raison médicale dûment établie, est réputé démissionnaire. Il est remplacé selon des modalités analogues à celles fixées au § 1er, a), 4°.
§ 4. Pour les personnes visées au § 1er, a), 4°, la fonction de membre de la commission de gestion est rétribuée par un jeton de présence, dont le montant est fixé par le Ministre.
L'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours s'applique aux membres de la commission de gestion visés aux § 1er, a), 4°, ceux-ci étant assimilés à cet effet aux agents de l'Etat titulaires d'un grade de rang 15.
§ 5. La commission de gestion peut inviter toute personne à participer à ses travaux en raison de son expérience dans la (les) matière(s) traitée(s). Dans ce cas, cette personne a voix consultative.
a) avec voix délibérative :
1° le directeur;
2° le chef d'un des établissements scientifiques suivants, ou son délégué permanent, désigné par le Ministre : Bibliothèque royale de Belgique, Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique, Archives générales du Royaume;
3° deux membres du personnel des Services ou leur suppléant, dont au moins un fonctionnaire général, désignés par le secrétaire général;
4° quatre membres - deux néerlandophones et deux francophones - ne faisant pas et n'ayant pas fait partie du personnel de l'SNC, ni des Services - désignés par le Ministre dont deux sur la base d'une liste double établie par le directeur en accord avec le secrétaire général et présentée par celui-ci.
Leur mandat a une durée de quatre ans et est renouvelable.
Ils sont choisis en fonction de leur expérience en matière de gestion.
Ils ne peuvent entamer un mandat s'ils ont dépassé l'âge de 65 ans.
b) avec voix consultative :
1° l'Inspecteur des Finances accrédité auprès du Ministre et en charge des dossiers de I'SNC;
2° un fonctionnaire de la Régie des bâtiments désigné par son fonctionnaire dirigeant;
3° le comptable du service de l'Etat à gestion séparée;
4° le secrétaire de la commission.
§ 2. Le membre de la commission de gestion, démissionnaire ou décédé, est remplacé immédiatement. Le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.
§ 3 Le membre de la commission de gestion visé au § 1er, a), 4° qui ne participe pas à trois réunions consécutives de la commission de gestion, sauf pour raison médicale dûment établie, est réputé démissionnaire. Il est remplacé selon des modalités analogues à celles fixées au § 1er, a), 4°.
§ 4. Pour les personnes visées au § 1er, a), 4°, la fonction de membre de la commission de gestion est rétribuée par un jeton de présence, dont le montant est fixé par le Ministre.
L'arrêté royal du 18 janvier 1965 portant réglementation générale en matière de frais de parcours s'applique aux membres de la commission de gestion visés aux § 1er, a), 4°, ceux-ci étant assimilés à cet effet aux agents de l'Etat titulaires d'un grade de rang 15.
§ 5. La commission de gestion peut inviter toute personne à participer à ses travaux en raison de son expérience dans la (les) matière(s) traitée(s). Dans ce cas, cette personne a voix consultative.
Art.5. De voorzitter van de beheerscommissie wordt door haar aangewezen onder de leden bedoeld in artikel 4, § 1, a), 3°.
De ondervoorzitter van de beheerscommissie is de directeur.
De secretaris van de beheerscommissie wordt door haar aangewezen onder het personeel van de Diensten, op voordracht van de directeur opgesteld met instemming van de secretaris-generaal.
De ondervoorzitter van de beheerscommissie is de directeur.
De secretaris van de beheerscommissie wordt door haar aangewezen onder het personeel van de Diensten, op voordracht van de directeur opgesteld met instemming van de secretaris-generaal.
Art.5. Le président de la commission de gestion est désigné par celle-ci parmi les membres visés à l'article 4, § 1er, a), 3°.
Le vice-président de la commission de gestion est le directeur.
Le secrétaire de la commission de gestion est désigné par celle-ci au sein du personnel des Services, sur proposition du directeur établie en accord avec le secrétaire général.
Le vice-président de la commission de gestion est le directeur.
Le secrétaire de la commission de gestion est désigné par celle-ci au sein du personnel des Services, sur proposition du directeur établie en accord avec le secrétaire général.
Art.6. De beheerscommissie beraadslaagt onder voorzitterschap van de voorzitter of, bij diens afwezigheid, van de ondervoorzitter.
Art.6. La commission de gestion délibère sous la présidence du président ou, en son absence, sous celle du vice-président.
Art.7. De beheerscommissie vergadert zoveel maal als zij nodig acht en minstens viermaal per jaar. Zij komt bijeen in een van de lokalen van de NDC.
De voorzitter roept schriftelijk minstens vijf werkdagen vooraf de leden van de commissie samen en dit ambtshalve of op gemotiveerd verzoek van de directeur of van een derde van de stemgerechtigde leden van de commissie.
De uitnodiging vermeldt nauwkeurig de agenda, die met name ieder punt moet bevatten voorgesteld door een lid en dat de voorzitter minstens tien werkdagen vóór de vergadering bereikt moet hebben.
De voorzitter roept schriftelijk minstens vijf werkdagen vooraf de leden van de commissie samen en dit ambtshalve of op gemotiveerd verzoek van de directeur of van een derde van de stemgerechtigde leden van de commissie.
De uitnodiging vermeldt nauwkeurig de agenda, die met name ieder punt moet bevatten voorgesteld door een lid en dat de voorzitter minstens tien werkdagen vóór de vergadering bereikt moet hebben.
Art.7. La commission de gestion tient autant de réunions que nécessaire et au moins quatre fois par an. Elle se réunit dans un des locaux de l'SNC.
Le président convoque par écrit au moins cinq jours ouvrables à l'avance les membres de la commission, d'autorité ou sur demande motivée du directeur ou d'un tiers des membres de la commission avec voix délibérative.
La convocation précise l'ordre du jour, qui doit notamment comporter tout point émanant d'un membre qui est parvenu au président au moins dix jours ouvrables avant la réunion.
Le président convoque par écrit au moins cinq jours ouvrables à l'avance les membres de la commission, d'autorité ou sur demande motivée du directeur ou d'un tiers des membres de la commission avec voix délibérative.
La convocation précise l'ordre du jour, qui doit notamment comporter tout point émanant d'un membre qui est parvenu au président au moins dix jours ouvrables avant la réunion.
Art.8. De beheerscommissie kan slechts geldig beraadslagen indien de meerderheid van haar stemgerechtigde leden aanwezig is.
Indien dit quorum niet bereikt wordt, beraadslaagt de commissie onder voorbehoud van formele goedkeuring van haar beslissingen tijdens de volgende vergadering. Voor deze goedkeuring is het quorum niet vereist, voor zover de tijdens de vorige vergadering genomen beslissingen expliciet op de agenda geplaatst zijn van de nieuwe vergadering.
Indien dit quorum niet bereikt wordt, beraadslaagt de commissie onder voorbehoud van formele goedkeuring van haar beslissingen tijdens de volgende vergadering. Voor deze goedkeuring is het quorum niet vereist, voor zover de tijdens de vorige vergadering genomen beslissingen expliciet op de agenda geplaatst zijn van de nieuwe vergadering.
Art.8. La commission de gestion ne peut délibérer valablement que si la majorité de ses membres avec voix délibérative est présente.
Si ce quorum n'est pas atteint, la commission délibère sous réserve d'une ratification formelle de ses décisions lors de la réunion suivante. Pour cette ratification, le quorum n'est pas requis pour autant que les décisions prises lors de la réunion précédente aient explicitement été jointes à l'ordre du jour de la nouvelle réunion.
Si ce quorum n'est pas atteint, la commission délibère sous réserve d'une ratification formelle de ses décisions lors de la réunion suivante. Pour cette ratification, le quorum n'est pas requis pour autant que les décisions prises lors de la réunion précédente aient explicitement été jointes à l'ordre du jour de la nouvelle réunion.
Art.9. De beslissingen van de commissie worden bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen, wordt het in stemming gebrachte voorstel verworpen.
Art.9. Les décisions de la commission sont prises à la majorité des suffrages exprimés. En cas de partage des voix, la proposition soumise au vote est rejetée.
Art.10. Uitgaande van een model opgesteld door de secretaris-generaal, legt de beheerscommissie haar huishoudelijk reglement vast.
Art.10. Sur la base d'un modèle établi par le secrétaire général, la commission de gestion arrête son règlement d'ordre intérieur.
Art.11. De beraadslagingen en de beslissingen van de beheerscommissie worden opgetekend in een ontwerp van notulen opgesteld in de taal van de secretaris.
Deze worden binnen vijf werkdagen na de vergadering aan de secretaris-generaal en aan de leden van de beheerscommissie gestuurd. Deze laatste beschikken over tien werkdagen om hun opmerkingen aan de voorzitter kenbaar te maken.
Indien er na het verstrijken van deze termijn geen opmerkingen zijn, wordt het ontwerp van notulen beschouwd als goedgekeurd en door de voorzitter, de ondervoorzitter en de secretaris ondertekend.
Indien een lid van de commissie binnen de gestelde termijn een opmerking heeft geformuleerd, wordt het ontwerp van notulen samen met deze opmerking aan de volgende vergadering van de beheerscommissie voorgelegd, die zich over de goedkeuring ervan uitspreekt.
Een kopie van de goedgekeurde notulen, opgesteld in het Nederlands en in het Frans, wordt aan de leden van de beheerscommissie gezonden alsmede aan de secretaris-generaal, die deze aan de Minister doorstuurt.
De goedgekeurde notulen worden ingeschreven in een speciaal register.
Kopieën of uittreksels die aan een of andere instantie voorgelegd moeten worden, worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
Deze worden binnen vijf werkdagen na de vergadering aan de secretaris-generaal en aan de leden van de beheerscommissie gestuurd. Deze laatste beschikken over tien werkdagen om hun opmerkingen aan de voorzitter kenbaar te maken.
Indien er na het verstrijken van deze termijn geen opmerkingen zijn, wordt het ontwerp van notulen beschouwd als goedgekeurd en door de voorzitter, de ondervoorzitter en de secretaris ondertekend.
Indien een lid van de commissie binnen de gestelde termijn een opmerking heeft geformuleerd, wordt het ontwerp van notulen samen met deze opmerking aan de volgende vergadering van de beheerscommissie voorgelegd, die zich over de goedkeuring ervan uitspreekt.
Een kopie van de goedgekeurde notulen, opgesteld in het Nederlands en in het Frans, wordt aan de leden van de beheerscommissie gezonden alsmede aan de secretaris-generaal, die deze aan de Minister doorstuurt.
De goedgekeurde notulen worden ingeschreven in een speciaal register.
Kopieën of uittreksels die aan een of andere instantie voorgelegd moeten worden, worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
Art.11. Les délibérations et les décisions de la commission de gestion sont consignées dans un projet de procès-verbal rédigé dans la langue du secrétaire.
Celui-ci est envoyé dans les cinq jours ouvrables de la réunion au secrétaire général et aux membres de la commission de gestion. Ces derniers disposent de dix jours ouvrables pour faire part de leurs observations au président.
En l'absence de remarque à l'expiration de ce délai, le projet de procès-verbal est considéré comme approuvé et signé par le président, le vice-président et le secrétaire.
Si, dans le délai imparti, un membre de la commission a émis une observation, le projet de procès-verbal est soumis avec cette observation à la réunion suivante de la commission de gestion, qui se prononce sur son approbation.
Une copie du procès-verbal approuvé, rédigé en langue française et en langue néerlandaise, est envoyée aux membres de la commission de gestion et au secrétaire général, qui le transmet au Ministre.
Les procès-verbaux approuvés sont repris dans un registre particulier.
Les copies ou extraits qui doivent être soumis à une instance quelconque sont signés par le président et le secrétaire.
Celui-ci est envoyé dans les cinq jours ouvrables de la réunion au secrétaire général et aux membres de la commission de gestion. Ces derniers disposent de dix jours ouvrables pour faire part de leurs observations au président.
En l'absence de remarque à l'expiration de ce délai, le projet de procès-verbal est considéré comme approuvé et signé par le président, le vice-président et le secrétaire.
Si, dans le délai imparti, un membre de la commission a émis une observation, le projet de procès-verbal est soumis avec cette observation à la réunion suivante de la commission de gestion, qui se prononce sur son approbation.
Une copie du procès-verbal approuvé, rédigé en langue française et en langue néerlandaise, est envoyée aux membres de la commission de gestion et au secrétaire général, qui le transmet au Ministre.
Les procès-verbaux approuvés sont repris dans un registre particulier.
Les copies ou extraits qui doivent être soumis à une instance quelconque sont signés par le président et le secrétaire.
HOOFDSTUK III. - De ordonnateur.
CHAPITRE III. - De l'ordonnateur.
Art.12. De ordonnateur van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer is de directeur.
Art.12. L'ordonnateur du service de l'Etat à gestion séparée est le directeur.
Art.13. De ordonnateur is belast met :
1° het voorbereiden van de vergaderingen en het uitvoeren van de beslissingen van de beheerscommissie;
2° het vaststellen van de rechten ten bate van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer;
3° het aangaan van iedere uitgave ten laste van de begroting van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer, voor zover het bedrag van deze uitgave, zonder belasting over de toegevoegde waarde, minder bedraagt dan (25 000 EUR); <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
4° machtiging te verlenen tot het aangaan van iedere uitgave ten laste van de begroting van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer, voor zover die vooraf toegestaan werd, naargelang het geval, door de Minister, door de beheerscommissie of door hemzelf;
5° het goedkeuren van de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen of diensten binnen de perken van het bepaalde van artikel 48.
1° het voorbereiden van de vergaderingen en het uitvoeren van de beslissingen van de beheerscommissie;
2° het vaststellen van de rechten ten bate van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer;
3° het aangaan van iedere uitgave ten laste van de begroting van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer, voor zover het bedrag van deze uitgave, zonder belasting over de toegevoegde waarde, minder bedraagt dan (25 000 EUR); <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
4° machtiging te verlenen tot het aangaan van iedere uitgave ten laste van de begroting van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer, voor zover die vooraf toegestaan werd, naargelang het geval, door de Minister, door de beheerscommissie of door hemzelf;
5° het goedkeuren van de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen of diensten binnen de perken van het bepaalde van artikel 48.
Art.13. L'ordonnateur est chargé :
1° de préparer les réunions et d'exécuter les décisions de la commission de gestion;
2° de constater les droits au profit du service de l'Etat à gestion séparée;
3° d'engager toute dépense à charge du budget du service de l'Etat à gestion séparée pour autant que le montant de cette dépense, hors taxe sur la valeur ajoutée, soit inférieur à (25 000 EUR); <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
4° d'autoriser l'engagement de toute dépense à charge du budget du service de l'Etat à gestion séparée pour autant que celle-ci ait été préalablement autorisée, selon les cas, par le Ministre, par la commission de gestion ou par lui-même.
5° d'approuver les marchés publics de travaux, de fournitures ou de services dans les limites des dispositions de l'article 48.
1° de préparer les réunions et d'exécuter les décisions de la commission de gestion;
2° de constater les droits au profit du service de l'Etat à gestion séparée;
3° d'engager toute dépense à charge du budget du service de l'Etat à gestion séparée pour autant que le montant de cette dépense, hors taxe sur la valeur ajoutée, soit inférieur à (25 000 EUR); <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
4° d'autoriser l'engagement de toute dépense à charge du budget du service de l'Etat à gestion séparée pour autant que celle-ci ait été préalablement autorisée, selon les cas, par le Ministre, par la commission de gestion ou par lui-même.
5° d'approuver les marchés publics de travaux, de fournitures ou de services dans les limites des dispositions de l'article 48.
Art.14. De beheerscommissie draagt het dagelijks beheer van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer over aan haar ordonnateur. Het voorwerp en de grenzen van deze delegatie, die nooit betrekking kan hebben op de taken bedoeld in artikel 3, 1° tot 8°, zijn opgenomen in het huishoudelijk reglement van de beheerscommissie.
De handelingen verricht door de ordonnateur in het kader van deze delegatie worden ter kennis gebracht van de beheerscommissie op haar eerstvolgende vergadering.
De handelingen verricht door de ordonnateur in het kader van deze delegatie worden ter kennis gebracht van de beheerscommissie op haar eerstvolgende vergadering.
Art.14. La commission de gestion délègue la gestion journalière du service de l'Etat à gestion séparée à son ordonnateur. Les objets et les limites de cette délégation, qui ne peut jamais porter sur les tâches visées à l'article 3, 1° à 8°, sont inscrits dans le règlement d'ordre intérieur de la commission de gestion.
Les actes posés par l'ordonnateur dans le cadre de cette délégation sont portés à la connaissance de la commission de gestion lors de sa plus prochaine réunion.
Les actes posés par l'ordonnateur dans le cadre de cette délégation sont portés à la connaissance de la commission de gestion lors de sa plus prochaine réunion.
Art.15. Na toestemming van de beheerscommissie kan de ordonnateur, onder zijn verantwoordelijkheid, bepaalde taken bedoeld in artikel 13 en/of bepaalde taken die hem opgedragen werden door de beheerscommissie ter uitvoering van artikel 14, overdragen aan de ambtenaren van niveau I van de Diensten die titularis zijn van een graad van niveau I en die aan de NDC toegewezen zijn.
Art.15. Après accord de la commission de gestion, l'ordonnateur peut subdéléguer, sous sa responsabilité, certaines tâches visées à l'article 13 et/ou certaines tâches qui lui ont été déléguées par la commission de gestion en exécution de l'article 14 aux fonctionnaires des Services titulaires d'un grade de niveau I et affectés à l'SNC.
Art.16. In afwijking van artikel 13, 3°, is de ordonnateur gemachtigd, ongeacht het bedrag, de dagelijkse uitgaven te doen betreffende de correspondentie, het gebruik van telecommunicatiemiddelen, de energie, het waterverbruik, het materieel en de producten voor dagelijks gebruik en voor de schoonmaak van de lokalen, en dit binnen de perken van de daartoe in de begroting van het begrotingsjaar ingeschreven kredieten.
De Minister kan de lijst wijzigen van de dagelijkse uitgaven bedoeld in voorgaand lid.
De Minister kan de lijst wijzigen van de dagelijkse uitgaven bedoeld in voorgaand lid.
Art.16. Par dérogation à l'article 13, 3°, l'ordonnateur est autorisé à engager, quel qu'en soit le montant, les dépenses courantes relatives au courrier, à l'utilisation des moyens de télécommunications, aux énergies, à la consommation d'eau, au matériel et produits d'usage quotidien et de nettoyage des locaux, et ce dans les limites des crédits inscrits à ces fins dans le budget de l'année budgétaire.
Le Ministre peut modifier la liste des dépenses courantes visées à l'alinéa précédent.
Le Ministre peut modifier la liste des dépenses courantes visées à l'alinéa précédent.
HOOFDSTUK IV. - De rekenplichtige.
CHAPITRE IV. - Du comptable.
Art.17. De rekenplichtige van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer wordt door de beheerscommissie aangewezen onder de personeelsleden van de NDC, of bij ontstentenis onder de personeelsleden van de Diensten, op voordracht van de directeur en met instemming van de secretaris-generaal.
Art.17. Le comptable du service de l'Etat à gestion séparée est désigné par la commission de gestion parmi les membres du personnel de l'SNC, ou à défaut parmi les membres du personnel des Services, sur proposition du directeur établie en accord avec le secrétaire général.
Art.18. De rekenplichtige is belast met :
1° het registreren van de vastgestelde rechten en het verrichten van de betalingen;
2° het bewaren en behandelen van de gelden en waarden;
3° het opstellen en bewaren van de bescheiden met betrekking tot de begrotingen en rekeningen, alsmede van ieder bewijsstuk;
4° het bijhouden van de boekhouding en de inventaris van het vermogen.
Hij is verantwoording verschuldigd jegens het Rekenhof.
1° het registreren van de vastgestelde rechten en het verrichten van de betalingen;
2° het bewaren en behandelen van de gelden en waarden;
3° het opstellen en bewaren van de bescheiden met betrekking tot de begrotingen en rekeningen, alsmede van ieder bewijsstuk;
4° het bijhouden van de boekhouding en de inventaris van het vermogen.
Hij is verantwoording verschuldigd jegens het Rekenhof.
Art.18. Le comptable est chargé :
1° de l'enregistrement des droits constatés et de l'exécution des paiements;
2° de la garde et du maniement des fonds et des valeurs;
3° de l'élaboration et de la garde des documents relatifs aux budgets et comptes, ainsi que de toute pièce justificative;
4° de la tenue de la comptabilité et de l'inventaire du patrimoine.
Il est justiciable de la Cour des Comptes.
1° de l'enregistrement des droits constatés et de l'exécution des paiements;
2° de la garde et du maniement des fonds et des valeurs;
3° de l'élaboration et de la garde des documents relatifs aux budgets et comptes, ainsi que de toute pièce justificative;
4° de la tenue de la comptabilité et de l'inventaire du patrimoine.
Il est justiciable de la Cour des Comptes.
Art.19. De rekenplichtige ontvangt een jaarlijkse forfaitaire vergoeding waarvan het bedrag door de Minister vastgesteld wordt.
Art.19. Le comptable bénéficie d'une allocation forfaitaire annuelle, dont le montant est fixé par le Ministre.
Art.20. Op voorstel van de ordonnateur kan de beheerscommissie, onder het personeel van de NDC, hulprekenplichtigen aanwijzen belast met het bewaren, behandelen en beheren van sommige rekeningen en kassen.
De hulprekenplichtigen voeren hun taak uit onder rechtstreekse verantwoordelijkheid van de rekenplichtige van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer.
De hulprekenplichtigen voeren hun taak uit onder rechtstreekse verantwoordelijkheid van de rekenplichtige van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer.
Art.20. Sur proposition de l'ordonnateur, la commission de gestion peut désigner, parmi le personnel de l'SNC, des comptables auxiliaires chargés de la garde, du maniement et de la gestion de certains comptes et caisses.
Les comptables auxiliaires exécutent leur tâche sous la responsabilité directe du comptable du service de l'Etat à gestion séparée.
Les comptables auxiliaires exécutent leur tâche sous la responsabilité directe du comptable du service de l'Etat à gestion séparée.
HOOFDSTUK V. - De begroting.
CHAPITRE V. - Du budget.
Art.21. De Staatsdienst met afzonderlijk beheer maakt jaarlijks een begroting op met de ramingen van, zonder uitzondering, al zijn inkomsten en uitgaven.
Onder inkomsten dient met name te worden verstaan de aan het begin van het begrotingsjaar beschikbare financiële middelen, de dotaties aan de Staatsdienst met afzonderlijk beheer uit de begroting van de Diensten, de eigen inkomsten van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer, met inbegrip van de opbrengst van de realisatie en van de intresten van financiële rekeningen en de opbrengst van de verhuur van lokalen en van concessie van infrastructuur of van dienstverlening.
Onder uitgave dient te worden verstaan iedere som die de Staatsdienst met afzonderlijk beheer aan een derde moet betalen.
Onder inkomsten dient met name te worden verstaan de aan het begin van het begrotingsjaar beschikbare financiële middelen, de dotaties aan de Staatsdienst met afzonderlijk beheer uit de begroting van de Diensten, de eigen inkomsten van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer, met inbegrip van de opbrengst van de realisatie en van de intresten van financiële rekeningen en de opbrengst van de verhuur van lokalen en van concessie van infrastructuur of van dienstverlening.
Onder uitgave dient te worden verstaan iedere som die de Staatsdienst met afzonderlijk beheer aan een derde moet betalen.
Art.21. Le service de l'Etat à gestion séparée établit annuellement un budget comportant les prévisions de, sans exception, toutes ses recettes et de toutes ses dépenses.
Par recette, il y a lieu d'entendre notamment les moyens financiers disponibles au début de l'année budgétaire, les dotations au service de l'Etat à gestion séparée en provenance du budget des Services, les recettes propres du service de l'Etat à gestion séparée, y compris le produit de la réalisation et des intérêts des comptes financiers et le produit de la location de locaux et de concession d'infrastructure ou de prestation de service.
Par dépense, il y a lieu d'entendre toute somme à payer à un tiers par le service de l'Etat à gestion séparée.
Par recette, il y a lieu d'entendre notamment les moyens financiers disponibles au début de l'année budgétaire, les dotations au service de l'Etat à gestion séparée en provenance du budget des Services, les recettes propres du service de l'Etat à gestion séparée, y compris le produit de la réalisation et des intérêts des comptes financiers et le produit de la location de locaux et de concession d'infrastructure ou de prestation de service.
Par dépense, il y a lieu d'entendre toute somme à payer à un tiers par le service de l'Etat à gestion séparée.
Art.22. Het begrotingsjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december van hetzelfde jaar.
Art.22. L'année budgétaire commence le 1er janvier et se termine le 31 décembre de la même année.
Art.23. De voorstelling van de begroting, de classificaties ervan en de wijze van aanrekening van de inkomsten en de uitgaven worden vastgelegd door de Minister na akkoord van de Minister van Begroting.
Art.23. La présentation du budget, ses classifications et le mode d'imputation des recettes et des dépenses sont arrêtés par le Ministre après accord du Ministre du Budget.
Art.24. § 1. De inkomsten, met inbegrip van die afkomstig van de eigen activiteiten van de NDC, worden zonder onderscheid gebruikt om de uitgaven te dekken.
§ 2. De beheerscommissie kan evenwel, bij het opmaken van de jaarlijkse begroting of naar aanleiding van een bijzondere beslissing in verband met een activiteit, beslissen dat sommige inkomsten een specifieke bestemming krijgen. Deze beslissing wordt met redenen omkleed.
§ 2. De beheerscommissie kan evenwel, bij het opmaken van de jaarlijkse begroting of naar aanleiding van een bijzondere beslissing in verband met een activiteit, beslissen dat sommige inkomsten een specifieke bestemming krijgen. Deze beslissing wordt met redenen omkleed.
Art.24. § 1er. Les recettes, y compris celles provenant des activités propres de l'SNC, sont utilisées indistinctement pour couvrir les dépenses.
§ 2. Toutefois, la commission de gestion peut, lors de l'élaboration du budget annuel ou lors d'une décision particulière relative à une activité, décider que certaines recettes ont une affectation spécifique. Cette décision est dûment motivée.
§ 2. Toutefois, la commission de gestion peut, lors de l'élaboration du budget annuel ou lors d'une décision particulière relative à une activité, décider que certaines recettes ont une affectation spécifique. Cette décision est dûment motivée.
Art.25. De voorstellen van uitgaven mogen de voorstellen van inkomsten voor een gegeven begrotingsjaar niet overschrijden.
De financiële middelen beschikbaar aan het begin van dat begrotingsjaar mogen echter slechts bijdragen aan het evenwicht van de begroting voor zover ze uitgaven dekken die tot doel hebben het patrimonium van de NDC te vergroten, waarvan het principe vooraf goedgekeurd werd door de beheerscommissie.
Iedere afwijking van de bepalingen van de vorige alinea vereist een expliciete toestemming van de Minister.
De financiële middelen beschikbaar aan het begin van dat begrotingsjaar mogen echter slechts bijdragen aan het evenwicht van de begroting voor zover ze uitgaven dekken die tot doel hebben het patrimonium van de NDC te vergroten, waarvan het principe vooraf goedgekeurd werd door de beheerscommissie.
Iedere afwijking van de bepalingen van de vorige alinea vereist een expliciete toestemming van de Minister.
Art.25. Pour une année budgétaire donnée, les propositions de dépenses ne peuvent pas dépasser les propositions de recettes.
Toutefois, les moyens financiers disponibles au début de cette année budgétaire ne peuvent concourir à l'équilibre budgétaire que dans la mesure où ils couvrent des dépenses visant à accroître le patrimoine de l'SNC, dont le principe a été préalablement décidé par la commission de gestion.
Toute dérogation aux dispositions de l'alinéa précédent nécessite un accord explicite du Ministre.
Toutefois, les moyens financiers disponibles au début de cette année budgétaire ne peuvent concourir à l'équilibre budgétaire que dans la mesure où ils couvrent des dépenses visant à accroître le patrimoine de l'SNC, dont le principe a été préalablement décidé par la commission de gestion.
Toute dérogation aux dispositions de l'alinéa précédent nécessite un accord explicite du Ministre.
Art.26. De begroting wordt opgemaakt per activiteitenprogramma en per basisallocatie.
Art.26. Le budget est établi par programme d'activités et par allocation de base.
Art.27. Zodra vastgelegd in het kader van de goedkeuring of van de aanpassing van de begroting, is het bedrag van een basisallocatie qua uitgaven, voor de beheerscommissie en de ordonnateur, een uitgavenkrediet, dat wil zeggen een dienovereenkomstige uitgavenmachtiging en die niet voor andere doeleinden aangewend mag worden dan voor die waarin de begroting voorziet.
De herschikking van kredieten onder bepaalde basisallocaties in de loop van een begrotingsjaar wordt evenwel toegestaan op de voorwaarden en de wijze bepaald door de Minister.
De herschikking van kredieten onder bepaalde basisallocaties in de loop van een begrotingsjaar wordt evenwel toegestaan op de voorwaarden en de wijze bepaald door de Minister.
Art.27. Une fois fixé dans le cadre de l'approbation ou de l'adaptation du budget, le montant d'une allocation de base en termes de dépenses constitue, pour la commission de gestion et l'ordonnateur, un crédit de dépenses, c'est-à-dire une autorisation de dépenses à due concurrence et qui ne peut être utilisée à d'autres fins que celles prévues dans le budget.
Toutefois, la redistribution de crédits entre certaines allocations de base au cours d'une année budgétaire est autorisée aux conditions et modalités fixées par le Ministre.
Toutefois, la redistribution de crédits entre certaines allocations de base au cours d'une année budgétaire est autorisée aux conditions et modalités fixées par le Ministre.
Art.28. De aan het einde van een begrotingsjaar niet opgebruikte kredieten worden automatisch geschrapt.
Art.28. Les crédits non utilisés à l'issue d'une année budgétaire sont automatiquement annulés.
Art.29. § 1. In de begroting wordt jaarlijks een provisioneel krediet ingeschreven ten bedrage van een percentage van de ramingen van de bestaansmiddelenuitgaven. De Minister legt dit percentage vast na akkoord van de Minister van Begroting.
§ 2. Het provisioneel krediet mag in de loop van het begrotingsjaar aangewend worden om het hoofd te bieden aan onvoorziene bestaansmiddelenuitgaven. De beheerscommissie motiveert haar beslissing terzake.
§ 2. Het provisioneel krediet mag in de loop van het begrotingsjaar aangewend worden om het hoofd te bieden aan onvoorziene bestaansmiddelenuitgaven. De beheerscommissie motiveert haar beslissing terzake.
Art.29. § 1er. Un crédit provisionnel, qui s'élève à un pourcentage des prévisions des dépenses de subsistance, est inscrit annuellement au budget. Le Ministre fixe ce pourcentage après accord du Ministre du Budget.
§ 2. Le crédit provisionnel peut être utilisé dans le courant de l'année budgétaire pour faire face à des dépenses de subsistance imprévisibles. La commission de gestion motive sa décision en la matière.
§ 2. Le crédit provisionnel peut être utilisé dans le courant de l'année budgétaire pour faire face à des dépenses de subsistance imprévisibles. La commission de gestion motive sa décision en la matière.
Art.30. De beheerscommissie maakt voor 1 mei een voorstel van begroting op voor het volgende begrotingsjaar. Dit voorstel wordt opgemaakt uitgaande van de dotatie, berekend overeenkomstig de instructies van het betrokken begrotingsjaar.
Het voorstel is vergezeld van een lijst met nieuwe initiatieven en behoeften voor het volgende begrotingsjaar waarvan de dekking, volgens de beheerscommissie, een aanpassing vereist van de dotatie van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer. Deze lijst wordt gemotiveerd en opgesteld volgens een prioriteitenvolgorde.
Het voorstel is vergezeld van een lijst met nieuwe initiatieven en behoeften voor het volgende begrotingsjaar waarvan de dekking, volgens de beheerscommissie, een aanpassing vereist van de dotatie van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer. Deze lijst wordt gemotiveerd en opgesteld volgens een prioriteitenvolgorde.
Art.30. Avant le 1er mai, la commission de gestion établit une proposition de budget pour l'année budgétaire suivante. La proposition est établie sur la base d'une dotation calculée conformément aux instructions budgétaires de l'année budgétaire concernée.
La proposition est accompagnée d'une liste des initiatives et besoins nouveaux de l'année budgétaire suivante dont la couverture nécessite, selon la commission de gestion, une adaptation de la dotation du service de l'Etat à gestion séparée. Cette liste est motivée et établie selon un ordre de priorités.
La proposition est accompagnée d'une liste des initiatives et besoins nouveaux de l'année budgétaire suivante dont la couverture nécessite, selon la commission de gestion, une adaptation de la dotation du service de l'Etat à gestion séparée. Cette liste est motivée et établie selon un ordre de priorités.
Art.31. § 1. Ten laatste op het einde van de begrotingswerkzaamheden deelt de Minister aan de betrokken instelling het bedrag mee van de dotatie die zal ingeschreven worden in het ontwerp van algemene uitgavenbegroting van de Staat.
§ 2. De beheerscommissie maakt ten laatste vijftien dagen na deze mededeling de initiële begroting voor het betrokken begrotingsjaar op.
§ 2. De beheerscommissie maakt ten laatste vijftien dagen na deze mededeling de initiële begroting voor het betrokken begrotingsjaar op.
Art.31. § 1er. Au plus tard à la fin des travaux budgétaires, le Ministre communique à l'établissement concerné le montant de la dotation telle qu'elle sera inscrite dans le projet de budget général des dépenses de l'Etat.
§ 2. Au plus tard quinze jours après cette communication, la commission de gestion établit le budget initial de l'année budgétaire en cause.
§ 2. Au plus tard quinze jours après cette communication, la commission de gestion établit le budget initial de l'année budgétaire en cause.
Art.32. § 1. De beheerscommissie maakt voor 1 maart een voorstel van aangepaste begroting op voor het lopende begrotingsjaar op basis van de dotatie, berekend overeenkomstig de begrotingsinstructies.
Dit voorstel is vergezeld van de verantwoording van de erin vervatte aanpassingen.
§ 2. Ten laatste op het einde van de begrotingswerkzaamheden deelt de Minister aan de betrokken instelling het bedrag mee van de aangepaste dotatie die zal ingeschreven in het ontwerp van aangepaste algemene uitgavenbegroting van de Staat.
§ 3. De beheerscommissie maakt voor 30 april de aangepaste begroting voor het lopende jaar op.
Dit voorstel is vergezeld van de verantwoording van de erin vervatte aanpassingen.
§ 2. Ten laatste op het einde van de begrotingswerkzaamheden deelt de Minister aan de betrokken instelling het bedrag mee van de aangepaste dotatie die zal ingeschreven in het ontwerp van aangepaste algemene uitgavenbegroting van de Staat.
§ 3. De beheerscommissie maakt voor 30 april de aangepaste begroting voor het lopende jaar op.
Art.32. § 1er. Avant le 1er mars, la commission de gestion établit une proposition d'ajustement pour l'année budgétaire en cours sur la base d'une dotation calculée conformément aux instructions budgétaires.
Cette proposition est accompagnée par la justification des adaptations qui y sont contenues.
§ 2. Au plus tard à la fin de travaux budgétaires, le Ministre communique à l'établissement concerné le montant de la dotation ajustée telle qu'elle sera inscrite dans le projet de budget général ajusté des dépenses de l'Etat.
§ 3. Avant le 30 avril, la commission de gestion établit le budget ajusté de l'année budgétaire en cours.
Cette proposition est accompagnée par la justification des adaptations qui y sont contenues.
§ 2. Au plus tard à la fin de travaux budgétaires, le Ministre communique à l'établissement concerné le montant de la dotation ajustée telle qu'elle sera inscrite dans le projet de budget général ajusté des dépenses de l'Etat.
§ 3. Avant le 30 avril, la commission de gestion établit le budget ajusté de l'année budgétaire en cours.
Art.33. Vooraleer de initiële en aangepaste begrotingen van een begrotingsjaar op te maken, onderzoekt de beheerscommissie de eventuele desbetreffende opmerkingen uitgebracht door de Inspecteur van Financiën bedoeld in artikel 4, § 1, b), 1°. Ze motiveert iedere beslissing die indruist tegen een van deze opmerkingen.
Art.33. Avant d'établir les propositions des budgets initiaux et ajustés d'une année budgétaire, la commission de gestion examine les observations éventuelles y relatives formulées par l'Inspecteur des Finances visé à l'article 4, § 1er, b), 1°. Elle motive toute décision qui irait à l'encontre d'une de ces observations.
Art.34. De Minister legt, met akkoord van de Minister van Begroting, het model vast van de in de algemene uitgavenbegroting van de Staat te publiceren begroting.
Art.34. Le Ministre fixe, avec l'accord du Ministre du Budget, le modèle du budget à publier dans le budget général des dépenses de l'Etat.
HOOFDSTUK Vl. - De rekeningen.
CHAPITRE VI. - Des comptes.
Art.35. Aan het einde van ieder begrotingsjaar stelt de Staatsdienst met afzonderlijk beheer een rekening van uitvoering van de begroting, een beheersrekening en een vermogensstaat op, in de vorm vastgelegd door de Minister na akkoord van de Minister van Financiën.
Art.35. A l'issue de chaque année budgétaire, le service de l'Etat à gestion séparée établit un compte d'exécution du budget, un compte de gestion et un état du patrimoine dans la forme arrêtée par le Ministre après accord du Ministre des Finances.
Art.36. § 1. De beheerscommissie stelt, voor 1 maart, de rekeningen van het voorgaande jaar voor en deelt ze mee aan de secretaris-generaal.
§ 2. De beheerscommissie sluit voor 1 mei de rekeningen van het vorige begrotingsjaar af en deelt ze mee aan de secretaris-generaal die ze, samen met zijn eventuele opmerkingen, aan de Minister doorstuurt.
§ 3. De Minister keurt deze rekeningen voor 30 mei goed en maakt ze, met het oog op verzending naar het Rekenhof, over aan de Minister van Financiën.
§ 2. De beheerscommissie sluit voor 1 mei de rekeningen van het vorige begrotingsjaar af en deelt ze mee aan de secretaris-generaal die ze, samen met zijn eventuele opmerkingen, aan de Minister doorstuurt.
§ 3. De Minister keurt deze rekeningen voor 30 mei goed en maakt ze, met het oog op verzending naar het Rekenhof, over aan de Minister van Financiën.
Art.36. § 1er. Avant le 1er mars, la commission de gestion présente les comptes de l'année précédente et les communique au secrétaire général.
§ 2. Avant le 1er mai, la commission de gestion arrête les comptes de l'année précédente et les communique au secrétaire général, qui les transmet au Ministre avec ses commentaires éventuels.
§ 3. Avant le 30 mai, le Ministre approuve ces comptes et les transmet au Ministre des Finances en vue de leur expédition à la Cour des Comptes.
§ 2. Avant le 1er mai, la commission de gestion arrête les comptes de l'année précédente et les communique au secrétaire général, qui les transmet au Ministre avec ses commentaires éventuels.
§ 3. Avant le 30 mai, le Ministre approuve ces comptes et les transmet au Ministre des Finances en vue de leur expédition à la Cour des Comptes.
Art.37. De bewijsstukken met betrekking tot de rekeningen worden door de rekenplichtige in de NDC zelf bewaard.
Art.37. Les pièces justificatives relatives aux comptes sont conservées par le comptable au sein même de l'SNC.
Art.38. Wanneer een andere rekenplichtige wordt aangewezen, om welke reden ook, moeten dezelfde bescheiden worden opgesteld als die bedoeld in artikel 36.
Art.38. Lors d'un changement de comptable, pour quelque raison que ce soit, les mêmes documents doivent être établis que ceux visés à l'article 36.
HOOFDSTUK Vll. - Het beheer.
CHAPITRE VII. - De la gestion.
Art.39. De Staatsdienst met afzonderlijk beheer stelt een driejarig kaderprogramma van de activiteiten van de NDC op.
Het kaderprogramma beschrijft de manier waarop de Staatsdienst met afzonderlijk beheer er zich toe verbindt de statutaire opdrachten van de NDC te vervullen in de vorm van oogmerken, vastgelegd gelet op :
a) het terzake door de regering en de minister uitgestippelde beleid;
b) de toestand van zijn omgeving, in het bijzonder de verschillende soorten van klanten waartoe de NDC zich richt;
c) de structurele toestand waarin hij verwacht zich te bevinden, in het bijzonder de menselijke, financiële en logistieke middelen waarover hij beschikt en de overeenstemmende middelen die de regering hem zal toekennen.
Het wordt opgesteld door de directeur en zijn medewerkers, uitgaande van de richtlijnen verstrekt door de secretaris-generaal.
Het wordt vervolgens vastgelegd bij met redenen omklede beslissing van de beheerscommissie en voorgelegd aan de Minister die het, binnen een termijn van vijftien werkdagen, goedkeurt, wijzigt of weigert. Na deze termijn wordt het kaderprogramma geacht door de Minister te zijn goedgekeurd.
Het wordt ieder jaar aangepast volgens het principe van het glijdend plan.
Het kaderprogramma beschrijft de manier waarop de Staatsdienst met afzonderlijk beheer er zich toe verbindt de statutaire opdrachten van de NDC te vervullen in de vorm van oogmerken, vastgelegd gelet op :
a) het terzake door de regering en de minister uitgestippelde beleid;
b) de toestand van zijn omgeving, in het bijzonder de verschillende soorten van klanten waartoe de NDC zich richt;
c) de structurele toestand waarin hij verwacht zich te bevinden, in het bijzonder de menselijke, financiële en logistieke middelen waarover hij beschikt en de overeenstemmende middelen die de regering hem zal toekennen.
Het wordt opgesteld door de directeur en zijn medewerkers, uitgaande van de richtlijnen verstrekt door de secretaris-generaal.
Het wordt vervolgens vastgelegd bij met redenen omklede beslissing van de beheerscommissie en voorgelegd aan de Minister die het, binnen een termijn van vijftien werkdagen, goedkeurt, wijzigt of weigert. Na deze termijn wordt het kaderprogramma geacht door de Minister te zijn goedgekeurd.
Het wordt ieder jaar aangepast volgens het principe van het glijdend plan.
Art.39. Le service de l'Etat à gestion séparée établit un programme-cadre triennal des activités de l'SNC.
Le programme-cadre décrit la manière dont le service de l'Etat à gestion séparée s'engage à exécuter les missions statutaires de l'SNC sous forme d'objectifs fixés eu égard :
a) aux politiques gouvernementale et ministérielle arrêtées en la matière;
b) à l'état de son environnement, en particulier aux différents types de clients auxquels l'SNC s'adresse;
c) à la situation structurelle dans laquelle il prévoit de se trouver, en particulier les moyens humains, financiers et logistiques dont il dispose et les ressources correspondantes que le gouvernement lui affectera.
Il est rédigé par le directeur et ses collaborateurs sur la base des directives communiquées par le secrétaire général.
Il est ensuite arrêté par décision motivée de la commission de gestion et transmis au Ministre, qui l'approuve, l'amende ou le refuse dans un délai de quinze jours ouvrables. Ce délai expiré, le programme-cadre est censé avoir été approuvé par le Ministre.
Il est adapté chaque année selon le principe du plan glissant.
Le programme-cadre décrit la manière dont le service de l'Etat à gestion séparée s'engage à exécuter les missions statutaires de l'SNC sous forme d'objectifs fixés eu égard :
a) aux politiques gouvernementale et ministérielle arrêtées en la matière;
b) à l'état de son environnement, en particulier aux différents types de clients auxquels l'SNC s'adresse;
c) à la situation structurelle dans laquelle il prévoit de se trouver, en particulier les moyens humains, financiers et logistiques dont il dispose et les ressources correspondantes que le gouvernement lui affectera.
Il est rédigé par le directeur et ses collaborateurs sur la base des directives communiquées par le secrétaire général.
Il est ensuite arrêté par décision motivée de la commission de gestion et transmis au Ministre, qui l'approuve, l'amende ou le refuse dans un délai de quinze jours ouvrables. Ce délai expiré, le programme-cadre est censé avoir été approuvé par le Ministre.
Il est adapté chaque année selon le principe du plan glissant.
Art.40. De Staatsdienst met afzonderlijk beheer stelt een overzichtstabel op waarmee de ontwikkeling van zijn beheer gevolgd en beoordeeld kan worden.
De overzichtstabel bevat een reeks indicatoren over de realisaties van de NDC (fysieke en statistische gegevens), over haar administratief en financieel beheer (begrotings- en boekhoudingsgegevens en gegevens met betrekking tot de human resources) en over de resultaten van haar activiteiten (graad van realisatie van de in het kaderprogramma omschreven doelstellingen).
De samenstelling van de overzichtstabel wordt bepaald door de beheerscommissie aan de hand van een minimummodel vastgelegd door de Minister na advies van de secretaris-generaal.
De overzichtstabel wordt bijgewerkt op 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december van ieder begrotingsjaar. De bijgewerkte overzichtstabel wordt binnen tien werkdagen voorgelegd aan de beheerscommissie, die ze op haar eerstvolgende vergadering onderzoekt.
De overzichtstabel bevat een reeks indicatoren over de realisaties van de NDC (fysieke en statistische gegevens), over haar administratief en financieel beheer (begrotings- en boekhoudingsgegevens en gegevens met betrekking tot de human resources) en over de resultaten van haar activiteiten (graad van realisatie van de in het kaderprogramma omschreven doelstellingen).
De samenstelling van de overzichtstabel wordt bepaald door de beheerscommissie aan de hand van een minimummodel vastgelegd door de Minister na advies van de secretaris-generaal.
De overzichtstabel wordt bijgewerkt op 31 maart, 30 juni, 30 september en 31 december van ieder begrotingsjaar. De bijgewerkte overzichtstabel wordt binnen tien werkdagen voorgelegd aan de beheerscommissie, die ze op haar eerstvolgende vergadering onderzoekt.
Art.40. Le service de l'Etat à gestion séparée établit un tableau de bord permettant de suivre et d'apprécier l'évolution de sa gestion.
Le tableau de bord comprend une série d'indicateurs sur les réalisations de l'SNC (données physiques et statistiques), sur sa gestion administrative et financière (données budgétaires, comptables et relatives aux ressources humaines) et sur les résultats de ses activités (taux de réalisation des objectifs définis dans le programme-cadre).
La composition du tableau de bord est fixée par la commission de gestion sur la base d'un modèle minimal arrêté par le Ministre après avis du secrétaire général.
Le tableau de bord est actualisé à la date du 31 mars, 30 juin, 30 septembre et 31 décembre de chaque année budgétaire. Le tableau de bord actualisé est transmis dans les dix jours ouvrables à la commission de gestion, qui l'examine à sa plus prochaine réunion.
Le tableau de bord comprend une série d'indicateurs sur les réalisations de l'SNC (données physiques et statistiques), sur sa gestion administrative et financière (données budgétaires, comptables et relatives aux ressources humaines) et sur les résultats de ses activités (taux de réalisation des objectifs définis dans le programme-cadre).
La composition du tableau de bord est fixée par la commission de gestion sur la base d'un modèle minimal arrêté par le Ministre après avis du secrétaire général.
Le tableau de bord est actualisé à la date du 31 mars, 30 juin, 30 septembre et 31 décembre de chaque année budgétaire. Le tableau de bord actualisé est transmis dans les dix jours ouvrables à la commission de gestion, qui l'examine à sa plus prochaine réunion.
Art.41. Indien de overzichtstabel bedoeld in artikel 40 driemaal na elkaar een blijvend verschil vertoont tussen de doelstellingen bereikt door de NDC en die vastgelegd in het kaderprogramma bedoeld in artikel 39, hoewel de ervoor uitgetrokken middelen ter beschikking gesteld werden van de betrokken Staatsdienst met afzonderlijk beheer, wordt de uitvoering van het kaderprogramma opgeschort bij beslissing van de Minister. Deze beslissing wordt met redenen omkleed.
Indien de overzichtstabel bedoeld in artikel 40 driemaal na elkaar een blijvend verschil vertoont tussen de reëel ter beschikking gestelde middelen van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer en die vastgelegd in het kaderprogramma bedoeld in artikel 39, wordt de uitvoering van dit laatste opgeschort bij beslissing van de beheerscommissie. Deze beslissing wordt met redenen omkleed.
In de gevallen bedoeld in de twee vorige alinea's wordt, op initiatief van de secretaris-generaal, binnen vijftien werkdagen na de bewuste beslissing overleg gepleegd tussen de Minister en de beheerscommissie of hun vertegenwoordigers. Het leidt ofwel tot de bevestiging, ofwel tot de aanpassing van het kaderprogramma, op dezelfde wijze als die beschreven in artikel 39, laatste lid.
Indien de overzichtstabel bedoeld in artikel 40 driemaal na elkaar een blijvend verschil vertoont tussen de reëel ter beschikking gestelde middelen van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer en die vastgelegd in het kaderprogramma bedoeld in artikel 39, wordt de uitvoering van dit laatste opgeschort bij beslissing van de beheerscommissie. Deze beslissing wordt met redenen omkleed.
In de gevallen bedoeld in de twee vorige alinea's wordt, op initiatief van de secretaris-generaal, binnen vijftien werkdagen na de bewuste beslissing overleg gepleegd tussen de Minister en de beheerscommissie of hun vertegenwoordigers. Het leidt ofwel tot de bevestiging, ofwel tot de aanpassing van het kaderprogramma, op dezelfde wijze als die beschreven in artikel 39, laatste lid.
Art.41. Si le tableau de bord visé à l'article 40 montre trois fois consécutivement un décalage persistant entre les objectifs atteints par l'SNC et ceux fixés dans le programme-cadre visé à l'article 39, alors que les ressources qui y étaient prévues ont été mises à la disposition du service de l'Etat à gestion séparée concerné, l'exécution du programme-cadre est suspendue par décision du Ministre. Cette décision est dûment motivée.
Si le tableau de bord visé à l'article 40 montre trois fois consécutivement un décalage persistant entre les ressources réellement mises à la disposition du service de l'Etat à gestion séparée et celles prévues dans le programme-cadre visé à l'article 39, l'exécution de ce dernier est suspendue par décision de la commission de gestion. Cette décision est dûment motivée.
Dans les cas visés aux deux alinéas précédents, une concertation entre le Ministre et la commission de gestion ou ses représentants est organisée, à l'initiative du secrétaire général, dans les quinze jours ouvrables après la décision en question, Elle débouche, soit sur la confirmation, soit sur l'adaptation du programme-cadre, selon des modalités identiques à celles prévues à l'article 39, dernier alinéa.
Si le tableau de bord visé à l'article 40 montre trois fois consécutivement un décalage persistant entre les ressources réellement mises à la disposition du service de l'Etat à gestion séparée et celles prévues dans le programme-cadre visé à l'article 39, l'exécution de ce dernier est suspendue par décision de la commission de gestion. Cette décision est dûment motivée.
Dans les cas visés aux deux alinéas précédents, une concertation entre le Ministre et la commission de gestion ou ses représentants est organisée, à l'initiative du secrétaire général, dans les quinze jours ouvrables après la décision en question, Elle débouche, soit sur la confirmation, soit sur l'adaptation du programme-cadre, selon des modalités identiques à celles prévues à l'article 39, dernier alinéa.
Art.42. De volledige en bijgewerkte lijsten van het personeel van de NDC en van de contracten van allerlei aard gesloten door de Staatsdienst met afzonderlijk beheer worden opgesteld en aan de beheerscommissie voorgelegd op dezelfde wijze zoals bepaald in artikel 40, laatste lid. Het model van deze lijsten wordt vastgelegd door de secretaris-generaal.
Art.42. Les listes complètes et actualisées du personnel de l'SNC et des contrats de tous ordres passés par le service de l'Etat à gestion séparée sont établies et transmises à la commission de gestion suivant les mêmes modalités que celles fixées à l'article 40, dernier alinéa. Le modèle de ces listes est arrêté par le secrétaire général.
Art.43. De financiële middelen die beschikbaar zijn aan het einde van een begrotingsjaar mogen vanaf het begin van het volgend begrotingsjaar aangewend worden.
Art.43. Les moyens financiers disponibles à l'issue d'une année budgétaire peuvent être utilisés dès le début de l'année budgétaire suivante.
Art.44. De jaarlijkse dotatie wordt vereffend in twee delen : 50 % voor het einde van de eerste trimester van het begrotingsjaar en 50 % voor het einde van het derde trimester van het begrotingsjaar.
Art.44. La dotation annuelle est liquidée en deux parties : 50 % avant la fin du premier trimestre de l'année budgétaire et 50 % avant la fin du troisième trimestre de l'année budgétaire.
Art.45. De uitgaven worden betaald zonder voorafgaande tussenkomst van het Rekenhof.
Art.45. Les dépenses sont payées sans l'intervention préalable de la Cour des Comptes.
Art.46. § 1. De Staatsdienst met afzonderlijk beheer legt een reservefonds aan, waarvan de grootte minstens gelijk is aan een percentage van het gemiddelde van de bestaansmiddelenuitgaven van de drie vorige begrotingsjaren. De Minister legt dit percentage vast na akkoord van de Minister van Begroting.
§ 2. De middelen van het reservefonds die meer bedragen dan de minimumgrootte vastgelegd krachtens § 1 kunnen, op ieder ogenblik, aangewend worden voor een specifieke uitgave bij een met redenen omklede beslissing van de beheerscommissie.
§ 3. Om een aan het einde van een begrotingsjaar of van het beheer van een bijzondere activiteit bestaand onvoorzien negatief saldo aan te zuiveren of om het hoofd te bieden aan een dringende uitgave, kan de beheerscommissie aan de Minister voorstellen alle of een gedeelte van de middelen van het reservefonds aan te wenden, mits tegelijk een tijdschema voorgelegd wordt om het fonds opnieuw op zijn minimumgrootte te brengen.
Bij ontstentenis van een antwoord van de Minister binnen tien werkdagen nadat het dossier doorgezonden werd, wordt zijn beslissing gunstig geacht.
§ 2. De middelen van het reservefonds die meer bedragen dan de minimumgrootte vastgelegd krachtens § 1 kunnen, op ieder ogenblik, aangewend worden voor een specifieke uitgave bij een met redenen omklede beslissing van de beheerscommissie.
§ 3. Om een aan het einde van een begrotingsjaar of van het beheer van een bijzondere activiteit bestaand onvoorzien negatief saldo aan te zuiveren of om het hoofd te bieden aan een dringende uitgave, kan de beheerscommissie aan de Minister voorstellen alle of een gedeelte van de middelen van het reservefonds aan te wenden, mits tegelijk een tijdschema voorgelegd wordt om het fonds opnieuw op zijn minimumgrootte te brengen.
Bij ontstentenis van een antwoord van de Minister binnen tien werkdagen nadat het dossier doorgezonden werd, wordt zijn beslissing gunstig geacht.
Art.46. § 1er. Le service de l'Etat à gestion séparée constitue un fonds de réserve, dont la hauteur est au moins égale à un pourcentage de la moyenne des dépenses de subsistance des trois années budgétaires précédentes. Le Ministre fixe ce pourcentage après accord du Ministre du Budget.
§ 2. Les moyens du fonds de réserve qui dépassent la hauteur minimale fixée en vertu du § 1er et peuvent être, à tout moment, affectés à une dépense spécifique par décision motivée de la commission de gestion.
§ 3. Pour apurer un solde négatif imprévu existant à la fin d'une année budgétaire ou celui résultant de la gestion d'une activité particulière ou pour faire face à une dépense impérieuse, la commission de gestion peut proposer au Ministre l'utilisation de tout ou partie des moyens du fonds de réserve, moyennant la production simultanée d'un échéancier visant la reconstitution du fonds à sa hauteur minimale.
A défaut de réponse du Ministre dans les dix jours ouvrables après la transmission du dossier, sa décision est réputée favorable.
§ 2. Les moyens du fonds de réserve qui dépassent la hauteur minimale fixée en vertu du § 1er et peuvent être, à tout moment, affectés à une dépense spécifique par décision motivée de la commission de gestion.
§ 3. Pour apurer un solde négatif imprévu existant à la fin d'une année budgétaire ou celui résultant de la gestion d'une activité particulière ou pour faire face à une dépense impérieuse, la commission de gestion peut proposer au Ministre l'utilisation de tout ou partie des moyens du fonds de réserve, moyennant la production simultanée d'un échéancier visant la reconstitution du fonds à sa hauteur minimale.
A défaut de réponse du Ministre dans les dix jours ouvrables après la transmission du dossier, sa décision est réputée favorable.
HOOFDSTUK VIII. - De overheidsopdrachten.
CHAPITRE VIII. - Des marchés publics.
Art.47. Voor zover het voorwerp van de overheidsopdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten vooraf goedgekeurd werd door de Minister en binnen de perken blijft van de kredieten die daartoe in de begroting voor het begrotingsjaar ingeschreven zijn, is de beheerscommissie gemachtigd de wijze te bepalen waarop de opdracht gegund wordt, het bijzonder bestek of de als zodanig geldende bescheiden vast te stellen, de procedure in te zetten en de opdracht te gunnen voor de behoeften van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer, op voorwaarde dat het geschatte bedrag van de opdracht, zonder belasting over de toegevoegde waarde, minder bedraagt dan :
- (500 000 EUR) voor een opdracht die volgens de procedure van de openbare aanbesteding of van de algemene offerteaanvraag gegund wordt; <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
- (250 000 EUR) voor een opdracht die volgens de procedure van de beperkte aanbesteding of van de beperkte offerteaanvraag gegund wordt; <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
- (125 000 EUR) voor een onderhandelingsprocedure met of zonder publiciteit in de gevallen bedoeld in de artikelen 17, § 2, en 39, § 2, van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
- (500 000 EUR) voor een opdracht die volgens de procedure van de openbare aanbesteding of van de algemene offerteaanvraag gegund wordt; <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
- (250 000 EUR) voor een opdracht die volgens de procedure van de beperkte aanbesteding of van de beperkte offerteaanvraag gegund wordt; <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
- (125 000 EUR) voor een onderhandelingsprocedure met of zonder publiciteit in de gevallen bedoeld in de artikelen 17, § 2, en 39, § 2, van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art.47. Pour autant que l'objet du marché public de travaux, de fournitures ou de services ait été approuvé au préalable par le Ministre et qu'il s'inscrive dans les limites des crédits ouverts à cette fin dans le budget de l'année budgétaire, la commission de gestion est habilitée à fixer le mode de passation du marché, à arrêter le cahier spécial des charges ou les documents en tenant lieu, à initier la procédure et à attribuer le marché pour les besoins du service de l'Etat à gestion séparée, à la condition que le montant estimé du marché, hors taxe sur la valeur ajoutée, soit inférieur à :
- (500 000 EUR) s'il fait l'objet d'une adjudication publique ou d'un appel d'offres général; <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
- (250 000 EUR) s'il fait l'objet d'une adjudication restreinte ou d'un appel d'offres restreint; <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
- (125 000 EUR) s'il fait l'objet d'une procédure de négociation avec ou sans publicité dans les cas visés aux articles 17, § 2, et 39, § 2, de la loi du 24 décembre 1993 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services. <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
- (500 000 EUR) s'il fait l'objet d'une adjudication publique ou d'un appel d'offres général; <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
- (250 000 EUR) s'il fait l'objet d'une adjudication restreinte ou d'un appel d'offres restreint; <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
- (125 000 EUR) s'il fait l'objet d'une procédure de négociation avec ou sans publicité dans les cas visés aux articles 17, § 2, et 39, § 2, de la loi du 24 décembre 1993 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services. <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
Art.48. Voor zover het voorwerp van de overheidsopdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten vooraf goedgekeurd werd door de beheerscommissie en binnen de perken blijft van de daartoe in de begroting voor het begrotingsjaar ingeschreven kredieten, is de ordonnateur gemachtigd de wijze te bepalen waarop de opdracht gegund wordt, het bijzonder bestek of de als zodanig geldende bescheiden vast te stellen, de procedure in te zetten en de opdracht te gunnen voor de behoeften van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer, op voorwaarde dat het geschatte bedrag van de opdracht, zonder belasting over de toegevoegde waarde, minder bedraagt dan :
- (250 000 EUR) voor een opdracht die volgens de procedure van de openbare aanbesteding of van de algemene offerteaanvraag gegund wordt; <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
- (125 000 EUR) voor een opdracht die volgens de procedure van de beperkte aanbesteding of van de beperkte offerteaanvraag gegund wordt; <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
- (62 000 EUR) voor een onderhandelingsprocedure met of zonder publiciteit in de gevallen bedoeld in de artikelen 17, § 2, en 39, § 2, van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
- (250 000 EUR) voor een opdracht die volgens de procedure van de openbare aanbesteding of van de algemene offerteaanvraag gegund wordt; <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
- (125 000 EUR) voor een opdracht die volgens de procedure van de beperkte aanbesteding of van de beperkte offerteaanvraag gegund wordt; <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
- (62 000 EUR) voor een onderhandelingsprocedure met of zonder publiciteit in de gevallen bedoeld in de artikelen 17, § 2, en 39, § 2, van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art.48. Pour autant que l'objet du marché public de travaux, de fournitures ou de services ait été approuvé au préalable par la commission de gestion et qu'il s'inscrive dans les limites des crédits ouverts à cette fin dans le budget de l'année budgétaire, l'ordonnateur est habilité à fixer le mode de passation du marché, à arrêter le cahier spécial des charges ou les documents en tenant lieu, à initier la procédure et à attribuer le marché pour les besoins du service de l'Etat à gestion séparée, à la condition que le montant estimé du marché, hors taxe sur la valeur ajoutée, soit inférieure à :
- (250 000 EUR) s'il fait l'objet d'une adjudication publique ou d'un appel d'offres général; <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
- (125 000 EUR) s'il fait l'objet d'une adjudication restreinte ou d'un appel d'offres restreint; <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
- (62 000 EUR) s'il fait l'objet d'une procédure de négociation avec ou sans publicité dans les cas visés aux articles 17, § 2, et 39, § 2, de la loi du 24 décembre 1993 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services. <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
- (250 000 EUR) s'il fait l'objet d'une adjudication publique ou d'un appel d'offres général; <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
- (125 000 EUR) s'il fait l'objet d'une adjudication restreinte ou d'un appel d'offres restreint; <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
- (62 000 EUR) s'il fait l'objet d'une procédure de négociation avec ou sans publicité dans les cas visés aux articles 17, § 2, et 39, § 2, de la loi du 24 décembre 1993 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services. <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
Art.49. De uitvoering van de overheidsopdracht voor aanneming van werken, leveringen en diensten wordt goedgekeurd door de ordonnateur.
Art.49. L'exécution du marché public de travaux, de fournitures ou de services est approuvée par l'ordonnateur.
Art.50. Na het gunnen van een opdracht waarvan het bedrag, zonder belasting over de toegevoegde waarde, (62 000 EUR) overschrijdt, kan van de bepalingen en voorwaarden van de opdracht niet worden afgeweken en kunnen de boeten niet worden kwijtgescholden, dan bij een met redenen omklede beslissing van de Minister. <KB 2001-07-13/41, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
Art.50. Après l'attribution d'un marché dont le montant, hors taxe sur la valeur ajoutée, excède (62 000 EUR), il ne peut être dérogé aux clauses et conditions du marché, ni accordé de remise d'amende, que par décision motivée du Ministre. <AR 2001-07-13/41, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2002>
HOOFDSTUK IX. - De controle.
CHAPITRE IX. - Du contrôle.
Art.51. De Minister organiseert de controle op de schrifturen en de stukken betreffende de boekhoudingsverrichtingen.
Art.51. Le Ministre organise le contrôle des écritures et des pièces relatives aux opérations comptables.
Art.52. § 1. De secretaris-generaal ontvangt de agenda's, de ontwerpen van notulen en de door de beheerscommissie goedgekeurde notulen.
Hij heeft het recht, op zijn verzoek, inzage te krijgen in ieder dossier dat voorgelegd wordt aan de beheerscommissie of aan de ordonnateur.
Hij maakt aan de beheersorganen iedere opmerking die hij noodzakelijk acht. Hij waakt ervoor dat ze geen enkele beslissing nemen die strijdig is met de wetten, besluiten of reglementen, die de financiën van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer in het gedrang kan brengen of die het algemeen belang schaadt.
§ 2. Indien hij meent dat een dergelijke beslissing toch genomen is, stelt de secretaris-generaal ertegen beroep in bij de Minister binnen een termijn van vijf werkdagen nadat deze beslissing hem schriftelijk ter kennis gebracht is. Dit beroep wordt met redenen omkleed en ter kennis gebracht van het betrokken beheersorgaan.
De uitvoering van de betwiste beslissing wordt door het beroep opgeschort.
Binnen tien werkdagen na het beroep, geeft de Minister, indien hiertoe aanleiding bestaat, aan de secretaris-generaal ervan kennis dat hij de betwiste beslissing vernietigt aangezien deze strijdig is met de wetten, besluiten of reglementen, ze de financiën van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer in het gedrang brengt of het algemeen belang schaadt. Deze kennisgeving wordt met redenen omkleed. Zodra de vernietigingsbeslissing van de Minister hem ter kennis is gebracht, deelt de secretaris-generaal ze mee aan het betrokken beheersorgaan.
Indien, bij het verstrijken van deze termijn van tien werkdagen na het beroep, de Minister geen gebruik gemaakt heeft van de in de vorige alinea bepaalde prerogatieven, wordt de betwiste beslissing geacht conform te zijn en kan ze uitwerking hebben.
Hij heeft het recht, op zijn verzoek, inzage te krijgen in ieder dossier dat voorgelegd wordt aan de beheerscommissie of aan de ordonnateur.
Hij maakt aan de beheersorganen iedere opmerking die hij noodzakelijk acht. Hij waakt ervoor dat ze geen enkele beslissing nemen die strijdig is met de wetten, besluiten of reglementen, die de financiën van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer in het gedrang kan brengen of die het algemeen belang schaadt.
§ 2. Indien hij meent dat een dergelijke beslissing toch genomen is, stelt de secretaris-generaal ertegen beroep in bij de Minister binnen een termijn van vijf werkdagen nadat deze beslissing hem schriftelijk ter kennis gebracht is. Dit beroep wordt met redenen omkleed en ter kennis gebracht van het betrokken beheersorgaan.
De uitvoering van de betwiste beslissing wordt door het beroep opgeschort.
Binnen tien werkdagen na het beroep, geeft de Minister, indien hiertoe aanleiding bestaat, aan de secretaris-generaal ervan kennis dat hij de betwiste beslissing vernietigt aangezien deze strijdig is met de wetten, besluiten of reglementen, ze de financiën van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer in het gedrang brengt of het algemeen belang schaadt. Deze kennisgeving wordt met redenen omkleed. Zodra de vernietigingsbeslissing van de Minister hem ter kennis is gebracht, deelt de secretaris-generaal ze mee aan het betrokken beheersorgaan.
Indien, bij het verstrijken van deze termijn van tien werkdagen na het beroep, de Minister geen gebruik gemaakt heeft van de in de vorige alinea bepaalde prerogatieven, wordt de betwiste beslissing geacht conform te zijn en kan ze uitwerking hebben.
Art.52. 1. Le secrétaire général reçoit les ordres du jour, les projets de procès-verbal et les procès-verbaux approuvés de la commission de gestion.
Il a le droit, à sa demande, d'obtenir communication de tout dossier soumis à la commission de gestion ou à l'ordonnateur.
Il fait aux organes de gestion toute observation qu'il estime nécessaire. Il veille à ce que ceux-ci ne prennent aucune décision qui soit contraire aux lois, arrêtés ou règlements, qui puisse compromettre les finances du service de l'Etat à gestion séparée ou qui lèse l'intérêt général.
§ 2. S'il estime qu'une telle décision a néanmoins été prise, le secrétaire général prend un recours contre elle auprès du Ministre dans un délai de cinq jours ouvrables après que cette décision ait été portée par écrit à sa connaissance. Ce recours est motivé et porté à la connaissance de l'organe de gestion concerné.
L'exécution de la décision contestée est suspendue par le recours.
Dans les dix jours ouvrables après le recours, le Ministre notifie, s'il y a lieu, au secrétaire général qu'il annule la décision contestée dans la mesure où il juge que celle-ci est contraire aux lois, arrêtés ou règlements qu'elle compromet les finances du service de l'Etat à gestion séparée ou qu'elle lèse l'intérêt général. Cette notification est motivée. Dès que la décision d'annulation du Ministre est portée à sa connaissance, le secrétaire général la communique à l'organe de gestion concerné.
Si, à l'expiration de ce délai de dix jours ouvrables après le recours, le Ministre n'a pas fait usage des prérogatives définies à l'alinéa précédent, la décision contestée est réputée désormais conforme et peut sortir ses effets.
Il a le droit, à sa demande, d'obtenir communication de tout dossier soumis à la commission de gestion ou à l'ordonnateur.
Il fait aux organes de gestion toute observation qu'il estime nécessaire. Il veille à ce que ceux-ci ne prennent aucune décision qui soit contraire aux lois, arrêtés ou règlements, qui puisse compromettre les finances du service de l'Etat à gestion séparée ou qui lèse l'intérêt général.
§ 2. S'il estime qu'une telle décision a néanmoins été prise, le secrétaire général prend un recours contre elle auprès du Ministre dans un délai de cinq jours ouvrables après que cette décision ait été portée par écrit à sa connaissance. Ce recours est motivé et porté à la connaissance de l'organe de gestion concerné.
L'exécution de la décision contestée est suspendue par le recours.
Dans les dix jours ouvrables après le recours, le Ministre notifie, s'il y a lieu, au secrétaire général qu'il annule la décision contestée dans la mesure où il juge que celle-ci est contraire aux lois, arrêtés ou règlements qu'elle compromet les finances du service de l'Etat à gestion séparée ou qu'elle lèse l'intérêt général. Cette notification est motivée. Dès que la décision d'annulation du Ministre est portée à sa connaissance, le secrétaire général la communique à l'organe de gestion concerné.
Si, à l'expiration de ce délai de dix jours ouvrables après le recours, le Ministre n'a pas fait usage des prérogatives définies à l'alinéa précédent, la décision contestée est réputée désormais conforme et peut sortir ses effets.
Art.53. De inspecteur van Financiën bedoeld in artikel 4, § 1, b) 1° oefent zijn prerogatieven uit in het kader van de administratieve en begrotingscontrole.
Art.53. L'Inspecteur des Finances visé à l'article 4, § 1er, b), 1° exerce ses prérogatives dans le cadre du contrôle administratif et budgétaire.
Art.54. Het Rekenhof controleert de rekeningen van de Staatsdienst met afzonderlijk beheer.
Het kan deze controle ter plaatse uitoefenen en mag zich, te allen tijde, de bewijsstukken, overzichten, staten, inlichtingen of toelichtingen doen verstrekken betreffende de inkomsten, de uitgaven en het patrimonium.
Het kan deze controle ter plaatse uitoefenen en mag zich, te allen tijde, de bewijsstukken, overzichten, staten, inlichtingen of toelichtingen doen verstrekken betreffende de inkomsten, de uitgaven en het patrimonium.
Art.54. La Cour des Comptes contrôle les comptes du service de l'Etat à gestion séparée.
Elle peut exercer ce contrôle sur place et se faire transmettre, à tout moment, les pièces justificatives, relevés, états, informations ou précisions concernant les recettes, les dépenses et le patrimoine.
Elle peut exercer ce contrôle sur place et se faire transmettre, à tout moment, les pièces justificatives, relevés, états, informations ou précisions concernant les recettes, les dépenses et le patrimoine.
HOOFDSTUK X. - Algemene, opheffings- en slotbepalingen.
CHAPITRE X. - Dispositions générales, abrogatoires et finales.
Art.55. § 1. Opgeheven worden :
- het koninklijk besluit van 12 juli 1989 betreffende het financieel en materieel beheer van de Nationale Dienst voor Congressen die een Staatsdienst met afzonderlijk beheer is;
- het koninklijk besluit van 2 maart 1990 betreffende de nationale Dienst voor Congressen en zijn nadere organisatie als Staatsdienst met afzonderlijk beheer.
§ 2. In afwijking van § 1 blijven de in de vermelde besluiten vastgestelde regels voor het vaststellen en goedkeuren van de begroting van kracht tot en met 31 december 2000 en blijven deze voor het vaststellen en goedkeuren van de rekeningen van kracht tot en met 31 december 2001, voor elke staatsdienst met afzonderlijk beheer.
- het koninklijk besluit van 12 juli 1989 betreffende het financieel en materieel beheer van de Nationale Dienst voor Congressen die een Staatsdienst met afzonderlijk beheer is;
- het koninklijk besluit van 2 maart 1990 betreffende de nationale Dienst voor Congressen en zijn nadere organisatie als Staatsdienst met afzonderlijk beheer.
§ 2. In afwijking van § 1 blijven de in de vermelde besluiten vastgestelde regels voor het vaststellen en goedkeuren van de begroting van kracht tot en met 31 december 2000 en blijven deze voor het vaststellen en goedkeuren van de rekeningen van kracht tot en met 31 december 2001, voor elke staatsdienst met afzonderlijk beheer.
Art.55. 1er Sont abrogés :
- l'arrêté royal du 12 juillet 1989 relatif à la gestion financière et matérielle du Service national de Congrès qui est un service de l'Etat à gestion séparée;
- l'arrêté royal du 2 mars 1990 relatif au Service national de Congrès et aux modalités de son organisation en tant que service de l'Etat à gestion séparée.
§ 2. Par dérogation au § 1er, les règles fixées par les arrêtés y cités pour l'établissement et l'approbation du budget restent en vigueur jusqu'au 31 décembre 2000 et celles fixées pour l'établissement et l'approbation des comptes restent en vigueur jusqu'au 31 décembre 2001, pour chaque service de l'Etat à gestion séparée.
- l'arrêté royal du 12 juillet 1989 relatif à la gestion financière et matérielle du Service national de Congrès qui est un service de l'Etat à gestion séparée;
- l'arrêté royal du 2 mars 1990 relatif au Service national de Congrès et aux modalités de son organisation en tant que service de l'Etat à gestion séparée.
§ 2. Par dérogation au § 1er, les règles fixées par les arrêtés y cités pour l'établissement et l'approbation du budget restent en vigueur jusqu'au 31 décembre 2000 et celles fixées pour l'établissement et l'approbation des comptes restent en vigueur jusqu'au 31 décembre 2001, pour chaque service de l'Etat à gestion séparée.
Art.56. In afwijking van artikel 43, 4e lid, dient tijdens het jaar 2000 de overzichtstabel slechts op 30 juni en 31 december bijgewerkt te worden.
Art.56. Par dérogation à l'article 43, alinéa 4, pendant l'année 2000, le tableau de bord ne doit être actualisé qu'à la date du 30 juin et du 31 décembre.
Art.57. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2000, met uitzondering de artikelen 28 en 39 die in werking treden op 1 januari 2001 en van de artikelen 23, 26, 27, 29, 34, 35, 38, 39, 46 en 51, die in werking treden op 1 januari 2002.
Art.57. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2000, à l'exception des articles 28 et 39 qui entrent en vigueur le 1er janvier 2001 et des articles 23, 26, 27, 29, 34, 35, 38, 46 et 51 qui entrent en vigueur le 1er janvier 2002.
Art. 58. Onze Minister van Wetenschappelijk Onderzoek is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Aalst, 1 februari 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Begroting,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek,
R. DEMOTTE
Gegeven te Aalst, 1 februari 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Begroting,
J. VANDE LANOTTE
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek,
R. DEMOTTE
Art. 58. Notre Ministre de la Recherche scientifique est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Alost, le 1er février 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre du Budget,
J. VANDE LANOTTE
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Le Ministre de la Recherche scientifique,
R. DEMOTTE
Donné à Alost, le 1er février 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre du Budget,
J. VANDE LANOTTE
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Le Ministre de la Recherche scientifique,
R. DEMOTTE