Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
20 JULI 2000. - Omzendbrief tot aanvulling van de omzendbrief van 25 april 2000 inzake de wet van 1 maart 2000 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit.
Titre
20 JUILLET 2000. - Circulaire complétant la circulaire du 25 avril 2000 concernant la loi du 1er mars 2000 modifiant certaines dispositions relatives à la nationalité belge.
Informations sur le document
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel M. (Om technische redenen werd dit tekst in fiktieve artikelen verdeeld M1 tot en met M9 )Om een correcte en éénvormige toepassing van de wet te verzekeren vult deze omzendbrief de omzendbrief van 25 april 2000 inzake de wet van 1 maart 2000 tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende de Belgische nationaliteit (Belgisch Staatsblad van 6 mei 2000) aan wat de volgende punten betreft :
Article M. (Pour des raisons techniques, ce texte a été divisé en articles fictifs numérotés M1 à M9 )En vue d'assurer une application correcte et uniforme de la loi, cette circulaire complète la circulaire du 25 avril 2000 concernant la loi du 1er mars 2000 modifiant certaines dispositions relatives à la nationalité belge (Moniteur belge du 6 mai 2000) en ce qui concerne les points suivants :
Art. M1. 1. Het begrip " onmogelijkheid om zich een akte van geboorte te verschaffen " (artikel 5 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, hierna : WBN)
  De wetgever heeft gewild dat de vreemdeling die de Belgische nationaliteit wenst te verwerven niet zou worden bestraft door de onmogelijkheid om zich zijn akte van geboorte te verschaffen.
  In geval van onmogelijkheid om zich een akte van geboorte te verschaffen, kan voortaan het eensluidend verklaard afschrift van deze akte vervangen worden door een gelijkwaardig document afgeleverd door de diplomatieke of consulaire overheden van het geboorteland van betrokkene.
  Wat " de onmogelijkheid van het zich verschaffen van de akte van geboorte " betreft, acht ik het nuttig er aan te herinneren dat dit begrip werd overgenomen uit artikel 70 van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de onmogelijkheid voor een van de aanstaande echtgenoten om zijn akte van geboorte voor te leggen. Het is bijgevolg raadzaam de interpretatie te volgen die door de rechtsleer werd gegeven aan dit begrip. Volgens deze is het niet noodzakelijk dat de akte van geboorte niet werd opgemaakt of werd vernietigd. De afstand, moeilijke verbindingen, de staat van oorlog in het land waar de akte werd opgemaakt kunnen eveneens worden beschouwd als voldoende beletsels om zich een akte van geboorte te verschaffen. Zo kunnen ook bepaalde personen zich in de materiële onmogelijkheid (bijvoorbeeld financieel) bevinden om zich naar hun geboorteland te begeven om hun akte van geboorte te halen. Uit wat voorafgaat en rekening houdend met het beoogde doel van de wetgever, past het begrip " onmogelijkheid " te beoordelen op een soepele manier.
  Zodra de ambtenaar van de burgerlijke stand de onmogelijkheid voor een persoon om een eensluidend verklaard afschrift van de akte van geboorte voor te leggen vaststelt, dient hij het gelijkwaardig document afgeleverd door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in België van het geboorteland van betrokkene te aanvaarden.
Art. M1. 1. La notion d' " impossibilité de se procurer un acte de naissance " (article 5 du Code de la nationalité belge, ci-après : CNB)
  Le législateur a voulu que l'étranger sollicitant l'obtention de la nationalité belge ne soit pas pénalisé par l'impossibilité de se procurer son acte de naissance.
  En cas d'impossibilité de se procurer l'acte de naissance, la copie conforme de cet acte peut désormais être remplacée par un document équivalent délivré par les autorités diplomatiques ou consulaires du pays de naissance de l'intéressé.
  En ce qui concerne " l'impossibilité de se procurer l'acte de naissance ", je crois utile de rappeler que cette notion a été reprise de l'article 70 du Code civil relatif à l'impossibilité pour un des futurs époux de produire son acte de naissance. Il convient en conséquence de suivre l'interprétation qui a été donnée par la doctrine à cette notion. Selon celle-ci, il n'est pas nécessaire que l'acte de naissance n'ait pas été dressé ou qu'il ait été détruit. L'éloignement, la difficulté des communications, l'état de guerre dans le pays où l'acte a été re}u peuvent également être considérés comme des empêchements suffisants à la production de l'acte de naissance. De même, certaines personnes peuvent se trouver dans l'impossibilité matérielle (financière par exemple) de se rendre dans leur pays de naissance pour obtenir leur acte de naissance. Sur la base de ce qui précède et compte tenu de l'objectif poursuivi par le législateur, il convient d'apprécier avec souplesse la notion d' " impossibilité ".
  Dès que l'officier de l'état civil constate l'impossibilité pour une personne de produire une copie certifiée conforme de son acte de naissance, il doit accepter le document équivalent délivré par la représentation diplomatique ou consulaire en Belgique du pays de naissance de l'intéressé.
Art. M2. 2. Procedure van nationaliteitsverklaring (artikel 12bis WBN)
  De in België geboren vreemdeling, die er sedert zijn geboorte zijn hoofdverblijf heeft, kan de Belgische nationaliteit verkrijgen door een nationaliteitsverklaring op basis van artikel 12bis, § 1, 1°, WBN.
  Bovendien kan de in België of in het buitenland geboren vreemdeling die sedert ten minste zeven jaar zijn hoofdverblijf in België heeft gevestigd een nationaliteitsverklaring afleggen voor zover hij op het moment van de verklaring gemachtigd is of toegelaten werd tot een verblijf van onbeperkte duur in het Rijk of toegelaten werd om er zich te vestigen (art. 12bis, § 1, 3°, WBN). Ik vestig er bijgevolg uw aandacht op dat de geboorteplaats van de betrokkene (in België of in het buitenland) van geen belang is voor de toepassing van artikel 12bis, § 1, 3°, WBN.
  In het geval dat een persoon tegelijkertijd de voorwaarden van de twee hoger vermelde wettelijke bepalingen vervult, komt het aan hem toe om te kiezen voor de toepassing van de éne of de andere. De ambtenaar van de burgerlijke stand kan hem niet dwingen om zijn verklaring af te leggen op basis van artikel 12bis, § 1, 1° of artikel 12bis, § 1, 3°, WBN.
Art. M2. 2. Procédure de déclaration de nationalité (article 12bis CNB)
  L'étranger né en Belgique et y ayant sa résidence principale depuis sa naissance peut acquérir la nationalité belge par déclaration de nationalité sur la base de l'article 12bis, § 1er, 1°, CNB.
  Par ailleurs, l'étranger né en Belgique ou à l'étranger et ayant fixé sa résidence principale en Belgique depuis au moins sept ans peut faire une déclaration de nationalité, pour autant qu'il ait, au moment de la déclaration, un titre de séjour constatant, soit qu'il est admis ou autorisé à séjourner pour une durée illimitée en Belgique, soit qu'il est autorisé à s'y établir (art. 12bis, § 1er, 3°, CNB). J'attire votre attention sur le fait que le lieu de naissance de l'intéressé (en Belgique ou à l'étranger) est sans importance pour l'application de l'article 12bis, § 1er, 3°, CNB.
  Dans l'hypothèse où une personne remplit simultanément les conditions des deux dispositions précitées, il lui revient de choisir l'application de l'une ou de l'autre. L'officier de l'état civil ne peut la contraindre à introduire sa déclaration sur la base de l'article 12bis, § 1er, 1° ou de l'article 12bis, § 1er, 3°, CNB.
Art. M3. 3. Ontvangstmelding door de ambtenaar van de burgerlijke stand
  Wanneer iemand verzoekt om de verkrijging van de Belgische nationaliteit, ongeacht de gevolgde procedure (verklaring, optie, naturalisatie), ben ik van oordeel dat een behoorlijk bestuur vereist dat aan betrokkene door de ambtenaar van de burgerlijke stand een ontvangstmelding waarin het indienen van de aanvraag wordt bevestigd, wordt afgeleverd. De afgifte van dit document zal de opvolging van het dossier vergemakkelijken voor de betrokkenen. Het is evenwel vanzelfsprekend dat de termijn waarover de verschillende overheden (parket, Dienst Vreemdelingenzaken en Veiligheid van de Staat) beschikken om een advies te verlenen in de verschillende procedures van verwerving van de Belgische nationaliteit pas begint te lopen op de dag dat deze overheden zelf ontvangstmelding hebben gegeven van de aan hen overgemaakte dossiers.
  In dit verband moet ik eraan herinneren dat deze overheden onverwijld ontvangstmelding dienen te geven van alle aanvragen tot verkrijging van de Belgische nationaliteit.
Art. M3. 3. Accusé de réception par l'officier de l'état civil
  Dans un souci de bonne administration, je suis d'avis qu'il s'impose que l'officier de l'état civil délivre à toute personne sollicitant l'acquisition de la nationalité belge, un accusé de réception attestant de l'introduction de la demande, et ce quelle que soit la procédure suivie (déclaration, option, naturalisation). La délivrance de ce document facilitera le suivi de leur dossier par les intéressés. Il va toutefois de soi que le délai dont disposent les différentes autorités (parquet, Office des Etrangers et Sûreté de l'Etat) appelées à émettre un avis dans les diverses procédures d'obtention de la nationalité belge ne commence à courir qu'au jour où ces autorités ont elles-mêmes accusé réception des dossiers qui leur ont été transmis.
  A cet égard, je me dois de rappeler que ces autorités doivent accuser réception sans délai de toutes les demandes d'acquisition de la nationalité belge.
Art. M4. 4. Bij te voegen stavingsstukken
  Het koninklijk besluit van 13 december 1995, gewijzigd door het koninklijk besluit van 16 april 2000 (Belgisch Staatsblad van 16 december 1995 en van 27 april 2000) stelt de volledige lijst vast van de bij de naturalisatieaanvraag (art. 19 WBN) en bij de nationaliteitsverklaring (art. 12bis WBN) te voegen stavingsstukken.
  Geen enkel bijkomend document (zoals bijvoorbeeld een nationaliteitsbewijs) kan worden gevraagd.
  Wat de door het hoger vermelde koninklijk besluit van 13 december 1995 vereiste uittreksels uit het bevolkings- of vreemdelingenregister betreft, ligt het voor de hand dat de gemeentelijke overheden van de woonplaats van de aanvrager aan hem een uittreksel uit het register afleveren, dewelke een volledig historiek van adressen bevat.
  Ook hier lijkt het mij nuttig te herinneren aan de duidelijke wens van de wetgever om de te vervullen administratieve formaliteiten door de vreemdeling die de Belgische nationaliteit wenst te verkrijgen, te vereenvoudigen.
  De bewijskracht van de bijgevoegde stukken dient te worden beoordeeld, naargelang de procedure, door de procureur des Konings en/of de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Art. M4. 4. Documents justificatifs à joindre
  L'arrêté royal du 13 décembre 1995 modifié par l'arrêté royal du 16 avril 2000 (Moniteur belge du 16 décembre 1995 et du 27 avril 2000) fixe la liste exhaustive des documents à joindre à la demande de naturalisation (art. 19 CNB) et à la déclaration de nationalité (art. 12bis CNB).
  Aucun document supplémentaire (tel qu'un certificat de nationalité, par exemple) ne peut être exigé.
  En ce qui concerne les extraits des registres de la population ou des étrangers requis par l'arrêté royal du 13 décembre 1995 précité, il s'impose que les autorités communales du lieu de résidence du demandeur lui délivrent un extrait des registres comprenant un historique complet des adresses.
  Ici également, je crois utile de rappeler le souhait manifeste du législateur de simplifier les démarches administratives à accomplir par l'étranger qui souhaite acquérir la nationalité belge.
  La force probante des pièces jointes est appréciée, selon la procédure, par le procureur du Roi et/ou par la Chambre des représentants.
Art. M5. 5. Controle van de grondvoorwaarden en het bestaan van gewichtige feiten eigen aan de persoon
  Ik herinner er aan dat het aan de procureur des Konings toekomt om na te gaan of de voor de procedure vereiste grondvoorwaarden zijn vervuld. Hetzelfde geldt voor het eventuele bestaan van een beletsel wegens gewichtige feiten eigen aan de persoon.
Art. M5. 5. Contrôle des conditions de base et de l'existence de faits personnels graves
  Je rappelle que c'est au procureur du Roi qu'il appartient de vérifier si les conditions de base requises pour la procédure introduite sont réunies. Il en va de même en ce qui concerne l'existence éventuelle d'un empêchement résultant de faits personnels graves.
Art. M6. 6. Begrip " beletsel wegens gewichtige feiten eigen aan de persoon " (artikelen 12bis, 13-14, 16, 21 en 24 WBN)
  In alle procedures van verkrijging van de Belgische nationaliteit (met uitzondering van deze gebaseerd op het bezit van de staat van Belg (art. 17 WBN)) kan het beletsel wegens gewichtige feiten eigen aan de persoon aanleiding geven tot een negatief advies van de procureur des Konings.
  Het begrip " beletsel wegens gewichtige feiten eigen aan de persoon " werd reeds eerder uitgelegd in twee ministeriële omzendbrieven (Circulaire van 6 augustus 1984 betreffende het Wetboek van de Belgische nationaliteit, Belgisch Staatsblad van 14 augustus 1984 en Circulaire van 8 november 1991 betreffende de wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, Belgisch Staatsblad van 7 december 1991).
  Ik acht het evenwel nuttig eraan te herinneren dat niet iedere strafrechtelijke veroordeling een beletsel wegens gewichtige feiten eigen aan de persoon vormt. Zo kunnen de anciënniteit van de veroordeling, de mindere ernst of de eventueel verschoonbare aard van de gepleegde inbreuk - naargelang de omstandigheden - inhouden dat een veroordeling niet constitutief is voor gewichtige feiten eigen aan de persoon. Omgekeerd, kan dit beletsel bestaan zonder enige strafrechtelijke veroordeling, bijvoorbeeld de omstandigheid dat tegen belanghebbende een besluit van uitzetting of een maatregel tot terugwijzing uit het Belgisch grondgebied is genomen. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om feiten van zware delinkwentie die al dan niet worden gestraft, om inbreuken op de veiligheid van de Staat, terroristische activiteiten, spionage of uitgesproken weigering om de Belgische wetten na te leven. Zo kan ook een in het buitenland uitgesproken veroordeling in aanmerking worden genomen.
  Het behoort toe aan de procureur des Konings om de gewichtige feiten eigen aan de persoon die een beletsel vormen voor de verkrijging van de Belgische nationaliteit in zijn negatief advies te preciseren.
Art. M6. 6. Notion d' " empêchement résultant de faits personnels graves " (articles 12bis, 13-14, 16, 21 et 24 CNB)
  L'empêchement résultant de faits personnels graves peut donner lieu à un avis négatif du procureur du Roi dans toutes les procédures d'acquisition de la nationalité belge (à l'exception de celle fondée sur la possession d'état de Belge (art. 17 CNB)).
  La notion d' " empêchement résultant de faits personnels graves " a déjà été explicitée dans deux précédentes circulaires ministérielles (Circulaire du 6 août 1984 concernant le Code de la nationalité belge, Moniteur belge du 14 août 1984 et Circulaire du 8 novembre 1991 concernant la modification du Code de la nationalité belge, Moniteur belge du 7 décembre 1991).
  J'estime cependant utile de rappeler que toute condamnation pénale ne constitue pas nécessairement un empêchement résultant de faits personnels graves. Ainsi, l'ancienneté de la condamnation, la moindre gravité ou le caractère éventuellement excusable de l'infraction commise, peuvent, en fonction des circonstances, impliquer qu'une condamnation n'est pas constitutive de faits personnels graves. A l'inverse, cet empêchement peut exister en l'absence de toute condamnation pénale, par exemple en raison de faits qui ont motivé un renvoi ou une expulsion du Royaume. Il peut également s'agir par exemple de faits de délinquance grave, sanctionnés ou non, d'atteinte à la sûreté de l'Etat, d'activisme terroriste, d'espionnage ou de refus affirmé de respecter les lois belges. De même, une condamnation prononcée à l'étranger peut également être prise en compte.
  Il appartient au procureur du Roi de préciser dans son avis négatif quels sont les faits personnels graves de nature à constituer un empêchement à l'acquisition de la nationalité belge.
Art. M7. 7. Kennisgeving van het negatief advies door de procureur des Konings
  Elk door de procureur des Konings uitgebracht negatief advies in het kader van een procedure van nationaliteitsverklaring of van nationaliteitskeuze, dient door zijn toedoen tegelijkertijd aan de ambtenaar van de burgerlijke stand en, bij een ter post aangetekende brief met ontvangstmelding aan de belanghebbende te worden betekend.
  Deze laatste beschikt over vijftien dagen, te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van het negatief advies, om aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te vragen om zijn dossier over te zenden aan de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied.
  Wanneer de belanghebbende geen aanhangigmaking bij de rechtbank vraagt, wordt zijn verklaring omgevormd tot een verzoek om naturalisatie en overgemaakt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers voor zover de grondvoorwaarden van artikel 19 WBN zijn vervuld.
  Het is bijgevolg van fundamenteel belang dat de ambtenaar van de burgerlijke stand precies weet vanaf wanneer de termijn van vijftien dagen begint te lopen.
  Om die reden dient de procureur des Konings zijn negatief advies aan de betrokkene te betekenen bij een ter post aangetekende brief met ontvangstmelding.
  De procureur des Konings kan op die manier de ambtenaar van de burgerlijke stand in kennis stellen van de datum van ontvangst van het negatief advies door betrokkene.
Art. M7. 7. Notification de l'avis négatif du procureur du Roi
  Tout avis négatif donné par le procureur du Roi dans le cadre d'une procédure de déclaration de nationalité ou de déclaration d'option doit être notifié par ses soins à l'officier de l'état civil et, par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception, à l'intéressé lui-même.
  Celui-ci dispose de quinze jours, à dater de la date de réception de l'avis négatif, pour demander à l'officier de l'état civil de transmettre son dossier au tribunal de première instance du ressort.
  Lorsque l'intéressé ne demande pas la saisine du tribunal, sa déclaration sera transformée en demande de naturalisation et transmise à la Chambre des représentants, pour autant que les conditions de base de l'article 19 CNB soient remplies.
  Il est donc fondamental que l'officier de l'état civil connaisse avec précision à partir de quand le délai de quinze jours dont question ci-dessus commence à courir.
  A cette fin, il s'impose que le procureur du Roi notifie son avis négatif à l'intéressé par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception.
  Le procureur du Roi pourra ainsi informer l'officier de l'état civil de la date à laquelle l'intéressé a accusé réception de l'avis négatif.
Art. M8. 8. Mogelijkheid om een nieuwe aanvraag in te dienen na een negatieve beslissing
  Wanneer de rechtbank het negatief advies van de procureur des Konings in het kader van de nationaliteitsverklaring of de verklaring van nationaliteitskeuze gegrond verklaart, staat het de betrokkene steeds vrij om een nieuwe verklaring af te leggen.
  Wanneer een naturalisatieaanvraag wordt geweigerd, kan de betrokkene steeds een nieuwe aanvraag indienen.
Art. M8. 8. Possibilité d'introduire une nouvelle demande après une décision négative
  Si le tribunal déclare fondé l'avis négatif du procureur du Roi dans le cadre d'une déclaration de nationalité ou d'une déclaration d'option, l'intéressé est toujours libre de faire une nouvelle déclaration.
  Si une demande de naturalisation est refusée, l'intéressé peut toujours introduire une nouvelle demande.
Art. M9. 9. Hangende aanvragen
  Volgens artikel 26, §§ 8 en 9, WBN moeten alle aanvragen tot verwerving van de Belgische nationaliteit die vóór de inwerkingtreding van de wet van 1 maart 2000, met name vóór 1 mei 2000, worden behandeld overeenkomstig de vroeger toepasselijke bepalingen.
  Rekening houdend met het stadium waarin het oorspronkelijke dossier zich bevindt, dient de ambtenaar van de burgerlijke stand te oordelen of er aan de persoon die aan de dienst inlichtingen vraagt, kan worden aangeraden om al dan niet een nieuwe aanvraag in te dienen.
  Brussel, 20 juli 2000.
  De Minister van Justitie,
  M. VERWILGHEN.
Art. M9. 9. Demandes en cours
  Aux termes de l'article 26, §§ 8 et 9, CNB, toutes les demandes d'obtention de la nationalité belge introduites avant l'entrée en vigueur de la loi du 1er mars 2000, à savoir avant le 1er mai 2000, doivent être traitées conformément aux dispositions antérieurement applicables.
  Il appartient à l'officier de l'état civil d'apprécier, en tenant compte de l'état d'avancement du dossier initial, s'il peut être conseillé aux personnes demandant des renseignements aux services, d'introduire ou non une nouvelle demande.
  Bruxelles, le 20 juillet 2000.
  Le Ministre de la Justice,
  M. VERWILGHEN.