Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
10 JANUARI 2000. - Bericht. - Wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk. Gevolgen van haar inwerkingtreding op de aanvragen tot het bekomen van een machtiging tot verblijf die nog niet behandeld zijn
Titre
10 JANVIER 2000. - Avis relatif à l'effet de l'entrée en vigueur de la loi du 22 décembre 1999 relative à la régularisation de séjour de certaines catégories d'étrangers séjournant sur le territoire du Royaume, sur les demandes d'autorisation de séjour non encore traitées.
Informations sur le document
Tekst (1)
Texte (1)
Artikel M. Vanaf 10 januari 2000 zullen de aanvragen tot het bekomen van een machtiging tot verblijf, ingediend op basis van het artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, die nog niet behandeld zijn op het moment van de inwerkingtreding van de wet van 22 december 1999 betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk (Belgisch Staatsblad van 10 januari 2000 - inwerkingtreding op 10 januari 2000), in principe voor onderzoek worden doorgestuurd naar de door deze wet ingestelde Commissie voor regularisatie.
  Het artikel 15 van dezelfde wet laat de vreemdeling echter toe de wens te kennen te geven dat hij zijn aanvraag wil behandeld zien op grond van artikel 9, derde lid, van de bovengenoemde wet van 15 december 1980 en niet op basis van de wet betreffende de regularisatie. De belangstellenden moeten hiervoor binnen de 15 dagen volgend op de inwerkingtreding van de wet betreffende de regularisatie, d.w.z. uiterlijk op 25 januari 2000, een aangetekend schrijven richten tot de Minister van Binnenlandse Zaken (Algemene directie van de Dienst Vreemdelingenzaken, 11e directie, Antwerpsesteenweg 59B, 1000 Brussel).
  Om de betrokken personen in de mogelijkheid te stellen hierover met kennis van zaken een beslissing te nemen, wens ik de aandacht erop te vestigen dat de wet betreffende de regularisatie enkel bepaalde categorieën van vreemdelingen beoogt, meer bepaald de vreemdelingen die reeds op 1 oktober 1999 effectief in België verbleven en op het moment van de aanvraag tot regularisatie :
  1. hetzij de erkenning van de hoedanigheid van vluchteling aangevraagd hebben zonder dat zij een uitvoerbare beslissing gekregen hebben binnen een termijn van vier jaar, waarbij deze termijn herleid wordt tot drie jaar voor de gezinnen met minderjarige kinderen die in België verbleven op 1 oktober 1999 en die de leeftijd hebben om school te lopen;
  2. hetzij om redenen onafhankelijk van hun wil, niet kunnen terugkeren naar het land of de landen waar zij gewoonlijk verbleven hebben vóór hun aankomst in België, noch naar het land waarvan ze de nationaliteit hebben, noch naar hun land van herkomst;
  3. hetzij ernstig ziek zijn;
  4. hetzij humanitaire redenen kunnen laten gelden en duurzame sociale bindingen hebben ontwikkeld in het land.
  Deze wet is dus in principe niet van toepassing op de aanvragen tot het bekomen van een machtiging tot verblijf ingediend op het Belgisch grondgebied door personen die voldoen aan de technische voorwaarden om deze machtiging te bekomen, zoals bijvoorbeeld de vreemdeling die de nodige documenten kan voorleggen die vereist zijn om te kunnen genieten van het statuut van student (cfr. artikel 58 van de bovengenoemde wet van 15 december 1980), de vreemdeling die een arbeidskaart of beroepskaart heeft verkregen of de vreemdeling die zich beroept op het statuut van samenwonende (cfr. omzendbrief van 30 september 1997 betreffende het verlenen van een verblijfsmachtiging op basis van samenwoonst in het kader van een duurzame relatie, Belgisch Staatsblad 14 november 1997).
  Wat betreft de toepassing van het artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 op bovengenoemde aanvragen, verwijs ik naar het eerste deel van de omzendbrief van 15 december 1998 (Belgisch Staatsblad 19 december 1998).
  Indien er geen reactie komt binnen de 15 dagen na de inwerkingtreding van de wet betreffende de regularisatie, zal de aanvraag ambtshalve doorgestuurd worden naar de Commissie voor regularisatie. De documenten vereist door de wet betreffende de regularisatie, die niet bij de documenten ter ondersteuning van de aanvraag zitten, zullen gevraagd worden door het secretariaat van de Commissie. Om de behandeling van de aanvraag snel te laten verlopen wens ik de betrokken personen er toe aan te zetten de ontbrekende documenten uit eigen beweging aan het secretariaat van de Commissie mee te delen (Aarlenstraat 80, 1040 Brussel).
  De rechtstreeks betrokken personen zijn tevens, in de mate van het mogelijke, persoonlijk op de hoogte gebracht van wat hierboven is vermeld.
  Elke bijkomende inlichting betreffende het onderwerp van dit bericht kan worden verkregen bij het callcenter (tel. : 0800/17364).
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  A. Duquesne
Article M. A partir du 10 janvier 2000, les demandes d'autorisation de séjour introduites sur la base de l'article 9, alinéa 3, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, non encore traitées au moment de l'entrée en vigueur de la loi du 22 décembre 1999 relative à la régularisation de séjour de certaines catégories d'étrangers séjournant sur le territoire du Royaume (Moniteur belge du 10 janvier 2000 - entrée en vigueur le 10 janvier 2000), seront en principe transmises pour examen à la Commission de régularisation instituée par cette loi.
  L'article 15 de la même loi permet toutefois de manifester la volonté de voir traiter sa demande sur la base de l'article 9, alinéa 3, de la loi du 15 décembre 1980 précitée et non sur celle de la loi de régularisation. Les personnes concernées doivent pour ce faire adresser une lettre recommandée au Ministre de l'Intérieur (Direction générale de l'Office des étrangers, 11e Direction, chaussée d'Anvers 59B, à 1000 Bruxelles) dans les quinze jours suivant l'entrée en vigueur de la loi de régularisation, soit au plus tard le 25 janvier 2000.
  Afin que les personnes concernées puissent prendre une décision à ce sujet en toute connaissance de cause, il me paraît important de rappeler que la loi de régularisation ne vise que certaines catégories d'étrangers, à savoir les étrangers qui séjournaient déjà effectivement en Belgique au 1er octobre 1999 et qui, au moment de la demande de régularisation :
  1. soit ont demandé la reconnaissance de la qualité de réfugié sans avoir re}u de décision exécutoire dans un délai de quatre ans, ce délai étant ramené à trois ans pour les familles avec des enfants mineurs séjournant en Belgique au 1er octobre 1999 et en âge d'aller à l'école;
  2. soit ne peuvent, pour des raisons indépendantes de leur volonté, retourner ni dans le ou les pays où ils ont séjourné habituellement avant leur arrivée en Belgique, ni dans leur pays d'origine, ni dans le pays dont ils ont la nationalité;
  3. soit sont gravement malades;
  4. soit peuvent faire valoir des circonstances humanitaires et ont développé des attaches sociales durables dans le pays.
  Cette loi ne s'applique donc en principe pas aux demandes d'autorisation de séjour introduites sur le territoire belge par des personnes qui réunissent les conditions techniques leur permettant d'obtenir cette autorisation, comme par exemple l'étranger pouvant présenter les documents requis pour pouvoir bénéficier du statut d'étudiant (cfr. article 58 de la loi du 15 décembre 1980 précitée), l'étranger ayant obtenu un permis de travail ou une carte professionnelle ou l'étranger se prévalant du statut de concubin (cfr. circulaire du 30 septembre 1997 relative à l'octroi d'une autorisation de séjour sur la base de la cohabitation dans le cadre d'une relation durable, Moniteur belge, 14 novembre 1997).
  En ce qui concerne l'application de l'article 9, alinéa 3, de la loi du 15 décembre 1980 précitée à ces demandes, il peut être renvoyé à la 1re partie de la circulaire du 15 décembre 1998 (Moniteur belge, 19 décembre 1998).
  En l'absence de réaction dans les quinze jours suivant l'entrée en vigueur de la loi de régularisation, la demande sera transmise d'office à la Commission de régularisation. Les documents requis par la loi de régularisation qui ne figureraient pas à l'appui de la demande seront demandés par le secrétariat de la Commission. Dans un souci de traitement rapide de la demande, je ne peux toutefois qu'encourager les personnes concernées à communiquer d'initiative les documents manquants au secrétariat de la Commission (rue d'Arlon 80, à 1040 Bruxelles).
  Les personnes directement concernées ont également, dans la mesure du possible, été informées personnellement de ce qui précède.
  Tout renseignement complémentaire relatif à l'objet du présent avis peut être obtenu auprès du call center (tél. : 0800/14912).
  Le Ministre de l'Intérieur,
  A. Duquesne